KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 273
CRIV 52 COM 273
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
25-06-2008
25-06-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de
minister van Buitenlandse Zaken over "nucleaire
incidenten
en
het
Europese
waarschuwingssysteem" (nr. 6135)
1
Question de Mme Martine De Maght au ministre
des Affaires étrangères sur "les incidents
nucléaires et le système d'alerte européen"
(n° 6135)
1
Sprekers: Martine De Maght, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Martine De Maght, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de preventieve
controles
van
voertuigen
door
de
gemeenschapswachten" (nr. 6410)
3
Question de Mme Liesbeth Van der Auwera au
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"les contrôles préventifs de véhicules par les
gardiens de la paix" (n° 6410)
3
Sprekers: Liesbeth Van der Auwera, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Liesbeth Van der Auwera, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
4
Questions jointes de
4
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de aanwezigheid van politie bij voetbalmatchen"
(nr. 6451)
4
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la présence de policiers
lors des matchs de football" (n° 6451)
4
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de rondetafel Voetbalveiligheid" (nr. 6547)
4
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la table ronde 'sécurité
et football'" (n° 6547)
4
Sprekers: Michel Doomst, Xavier Baeselen,
Patrick Dewael
, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Xavier Baeselen,
Patrick Dewael
, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de onmacht van de politiediensten in
geval van een grote ramp" (nr. 6452)
8
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre
et
ministre
de
l'Intérieur
sur
"l'impuissance des services de police en cas de
catastrophe de grande envergure" (n° 6452)
8
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
10
- de heer François Bellot aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de gevaren van toegankelijke persoonsgegevens
bij internetverrichtingen" (nr. 6457)
11
- M. François Bellot au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les dangers de l'accès
aux données personnelles dans les opérations
sur internet" (n° 6457)
11
- mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de veiligheid van de elektronische
identiteitskaart" (nr. 6464)
11
- Mme Corinne De Permentier au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la sécurité
de la carte d'identité électronique" (n° 6464)
11
Sprekers: François Bellot, Corinne De
Permentier, Patrick Dewael
, vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: François Bellot, Corinne De
Permentier, Patrick Dewael
, vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
consultancyprestaties voor de FOD Binnenlandse
Zaken" (nr. 6465)
14
Question de Mme Corinne De Permentier au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
travaux de consultance pour le compte du SPF
Intérieur" (n° 6465)
14
Sprekers: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan 16
Question de Mme Mia De Schamphelaere au 16
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de diversiteit binnen de
brandweerdiensten" (nr. 6460)
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"la diversité au sein des services d'incendie"
(n° 6460)
Sprekers: Mia De Schamphelaere, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Mia De Schamphelaere, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de inhoud van de oproepingsbrief
voor bijzitters in een stembureau" (nr. 6279)
17
Question de Mme Katrien Schryvers au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
contenu de la lettre de convocation adressée aux
assesseurs dans un bureau de vote" (n° 6279)
18
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Vlaamse regeling van 'uitdovend
woonrecht'
en
het
inschrijven
in
de
bevolkingsregisters" (nr. 6471)
19
Question de Mme Katrien Schryvers au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
réglementation flamande relative au droit
d'habitation à caractère extinctif et l'inscription
dans les registres de la population" (n° 6471)
19
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de inning van boetes
van buitenlandse overtreders" (nr. 6164)
21
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"la perception d'amendes routières auprès de
contrevenants étrangers" (n° 6164)
21
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "kinderen jonger dan twaalf die alleen
met het vliegtuig reizen" (nr. 6538)
23
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les voyages
en avion pour les moins de 12 ans" (n° 6538)
23
Sprekers: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de zonale veiligheidsraad" (nr. 6583)
24
Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
conseil zonal de sécurité" (n° 6583)
24
Sprekers: Clotilde Nyssens, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Clotilde Nyssens, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de financiële toestand van de
politiezones en van de gemeenten die er deel van
uitmaken" (nr. 6582)
26
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
situation financière des zones de police et des
communes qui les composent" (n° 6582)
26
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het radiobereik van de politiezones"
(nr. 6592)
28
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
couverture radio des zones de police" (n° 6592)
28
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nieuwe aanvallen op politie-
inspecteurs in Anderlecht" (nr. 6614)
30
Question de M. Bart Laeremans au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les nouvelles
agressions d'inspecteurs de police à Anderlecht"
(n° 6614)
30
Sprekers: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de recente verklaringen van de
burgemeester van Maastricht inzake het dossier
van de relocalisatie van de coffeeshops"
(nr. 6318)
31
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les récentes
déclarations du bourgmestre de Maastricht dans
le cadre du dossier de la relocalisation des
coffeeshops" (n° 6318)
32
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "het
jaarverslag
betreffende
de
mensenhandel"
(nr. 6035)
34
Question de Mme Josée Lejeune à la ministre de
la Politique de migration et d'asile sur "le rapport
annuel concernant la traite des êtres humains"
(n° 6035)
34
Sprekers:
Josée
Lejeune,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Josée
Lejeune,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "het
horen van kinderen in de regularisatieprocedure"
(nr. 6276)
36
Question de Mme Clotilde Nyssens à la ministre
de la Politique de migration et d'asile sur
"l'audition des enfants dans la procédure de
régularisation" (n° 6276)
36
Sprekers:
Clotilde
Nyssens,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Clotilde
Nyssens,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Samengevoegde vragen van
39
Questions jointes de
39
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de gevolgen die
de klimaatveranderingen zullen hebben op het
vlak van migratie" (nr. 6382)
39
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "les
conséquences des changements climatiques en
matière de migration" (n° 6382)
39
- de heer Jean Cornil aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "milieuvluchtelingen"
(nr. 6474)
39
- M. Jean Cornil à la ministre de la Politique de
migration
et
d'asile
sur
"les
réfugiés
environnementaux" (n° 6474)
39
Sprekers:
Jean
Cornil,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs: Jean Cornil, Annemie Turtelboom,
ministre de la Politique de migration et d'asile
Vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de minister
van
Migratie-
en
asielbeleid
over
"de
aangekondigde regularisaties" (nr. 6573)
41
Question de Mme Dalila Douifi à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "les
régularisations annoncées" (n° 6573)
41
Sprekers:
Dalila
Douifi,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Dalila
Douifi,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de opsluiting
van kinderen" (nr. 6574)
45
Question de Mme Dalila Douifi à la ministre de la
Politique
de
migration
et
d'asile
sur
"l'enfermement d'enfants" (n° 6574)
45
Sprekers:
Dalila
Douifi,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Dalila
Douifi,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de follow-up van
46
Question de Mme Zoé Genot à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "le suivi des
46
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
de hongerstakingen in Brussel" (nr. 6608)
grèves de la faim à Bruxelles" (n° 6608)
Sprekers: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
minister van Migratie- en asielbeleid
Orateurs: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
ministre de la Politique de migration et d'asile
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "het wachten op
de regularisatie-omzendbrief en de uitzettingen
tijdens de vakantieperiode" (nr. 6609)
49
Question de Mme Zoé Genot à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "l'attente de la
circulaire régularisation et expulsions pendant les
vacances" (n° 6609)
49
Sprekers: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
minister van Migratie- en asielbeleid
Orateurs: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
ministre de la Politique de migration et d'asile
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
25
JUNI
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
25
JUIN
2008
Matin
______
La séance est ouverte à 10.37 heures et présidée par M. Xavier Baeselen.
De vergadering wordt geopend om 10.37 uur en voorgezeten door de heer Xavier Baeselen.
01 Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de minister van Buitenlandse Zaken over "nucleaire
incidenten en het Europese waarschuwingssysteem" (nr. 6135)
01 Question de Mme Martine De Maght au ministre des Affaires étrangères sur "les incidents
nucléaires et le système d'alerte européen" (n° 6135)</b>
01.01 Martine De Maght (LDD): Mijnheer de minister, het Europees
noodsysteem ECURIE moet bij nucleaire of radiologische
noodtoestanden alle lidstaten waarschuwen over mogelijk gevaar. Op
dinsdag 4 juni jongstleden heeft de Europese Commissie via dat
systeem bij alle Europese Unielanden alarm geslagen na een incident
in een kerncentrale in Slovenië. De Sloveense autoriteiten lichtten de
Commissie om 17.38 uur in dat er een probleem was in de
hoofdkoelinstallatie van de centrale van Krsko in het zuidwesten van
het land nabij de grens met Kroatië. Er zou een lek zijn vastgesteld en
daarom werd de centrale langzaam en op veilige wijze uitgeschakeld,
aldus de Sloveense autoriteiten.
Ik heb in dat verband een aantal vragen voor u, mijnheer de minister.
Waarom wordt het lek in Slovenië geminimaliseerd? Wat is de
standaardprocedure om dat soort incidenten aan de bevolking mee te
delen? Het valt op dat er ettelijke uren verstreken zijn voor het nieuws
door de Belgische media verspreid werd. Ik weet niet of dat met opzet
was of dat men ervan uitging dat het alarm niet voor ons van
toepassing was.
In Polen maakten nieuwssites als www.onep.pl reeds drie dagen voor
het lek in Slovenië gewag van een verhoogde radioactiviteit bij monde
van dokters die de opdracht hadden gekregen extra jodium op te
slaan en in Warschau werd kleuterscholen gevraagd de kinderen
tijdens de speeltijd niet meer buiten te laten spelen. Het is geen
verrassing dat veel reacties op die nieuwssite direct verwezen naar
het Tsjernobylscenario, waarschijnlijk ook uit vrees.
Hoe kan het dat Polen reeds drie dagen voor het incident in Slovenië
op de hoogte was, of toch drie dagen voor het incident
gecommuniceerd werd? Het gerucht gaat dat zich ergens in Rusland
in een nucleair laboratorium een ander en ernstiger incident zou
01.01 Martine De Maght (LDD):
Le système d'alerte européen
ECURIE a pour but de prévenir
tous les États membres d'un
éventuel danger en cas de
situation d'urgence nucléaire ou
radiologique. Le 4 juin, la
Commission européenne a donné
l'alerte par le biais de ce système
à la suite d'un incident survenu
dans une centrale nucléaire
slovène.
Pourquoi la fuite survenue en
Slovénie a-t-elle été minimisée?
Quelle est la procédure standard
pour
communiquer
de
tels
incidents à la population? De
nombreuses heures se sont
écoulées avant que les médias
belges diffusent l'information.
Des sites d'information polonais
ont fait état d'une radioactivité
accrue trois jours avant la fuite.
Est-il exact que quelques jours
avant que ne survienne la fuite en
Slovénie, un incident plus grave a
eu lieu dans un laboratoire
nucléaire russe? Le ministre peut-
il se renseigner à l'échelon
européen à ce sujet?
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
hebben voorgedaan, enkele dagen voor het incident in Slovenië. Kunt
u ter zake navraag doen? Klopt dat bericht?
01.02 Minister Patrick Dewael : Mijnheer de voorzitter, collega's, in
de eerste plaats wil ik verwijzen naar het antwoord dat ik al op 5 juni
in de plenaire vergadering heb gegeven op een gelijkaardige vraag
van mevrouw Schyns.
Het voorval dat zich op 4 juni heeft voorgedaan in de Sloveense
kerncentrale van Krsko werd noch door de Sloveense autoriteiten
noch door de Europese Commissie noch door de Belgische
autoriteiten geminimaliseerd. Laat dat duidelijk zijn.
Voor het beoordelen van de ernst van dergelijke voorvallen hanteert
men een internationale schaal, die bekend staat onder de
Engelstalige afkorting INES. Het voorval werd uiteindelijk door het
Sloveense nucleaire veiligheidsagentschap geklasseerd op het
laagste niveau van die schaal: nul. Dat wil dus zeggen dat het voorval
van geen enkel belang was voor de veiligheid. Vijf dagen na het
voorval leverde de centrale opnieuw stroom. Het activeren van het
ECURIE-notificatiesysteem is wellicht wat voorbarig gebeurd. Volgens
de Europese beschikking van 14 december 1987 is een kennisgeving
slechts vereist wanneer een lidstaat besluit ter bescherming van de
bevolking uitgebreide maatregelen te nemen in noodgevallen met
radioactieve stoffen.
Dat was in dit geval niet het geval. Er was geen lozing van
radioactieve stoffen in de omgeving. Men zat dus niet in de fase van
de planning van uitgebreide beschermingsmaatregelen voor de
bevolking. Het voorval werd in de pers vermeld louter omwille van de
transparantie die door de Europese en ook de internationale instanties
wordt nagestreefd.
Ten tweede, in ons land verloopt de communicatie aan het publiek bij
een noodsituatie in het kader van het noodplan voor nucleaire en
radiologische risico's op het Belgisch grondgebied. Dat is vastgesteld
bij KB van 17 oktober 2003. Ik heb dat even meegebracht voor u en ik
kan u een exemplaar overhandigen. Het crisiscentrum van de
regering beschikt dus over een specifiek communicatieplan. In het
geval Krsko werd het noodplan niet in werking gesteld aangezien er
geen gevaar was. Toch hebben de bevoegde instanties informatie
uitgewisseld en vragen van de media beantwoord. Ik kan u ook nog
meegeven dat het incident gedetecteerd werd om 15.07 uur en dat de
procedure om de reactor stil te leggen beëindigd werd om 21.30 uur.
Om de communicatie over zulke voorvallen te stroomlijnen werd ook
de INES-schaal ontwikkeld. Er bestaat tussen de ongeveer 60 landen
die deze schaal hanteren de afspraak om minstens vanaf een incident
van niveau 2 de bevolking te informeren over het gebeuren via de
pers. In een streven om zo transparant mogelijk te zijn bestaat er ook
een tendens om ook minder belangrijker incidenten kenbaar te
maken. Hoewel dat niet vereist is, doet men dat toch vanuit een
transparantiebetrachting.
Ten derde, de berichten over een vermeend nucleair incident in
Rusland werden door geen enkele officiële bron bevestigd. Het
Europese systeem EURDEP dat de gegevens centraliseert van alle
automatische snuffelpalen naar radioactiviteit in heel Europa heeft
geen enkele verdachte verhoging vastgesteld. Naar aanleiding van uw
01.02 Patrick Dewael, ministre:
Je vous renvoie tout d'abord à ma
réponse en séance plénière du 5
juin 2008 à une question similaire
posée par Mme Schyns.
L'incident qui s'est produit le 4 juin
dans une centrale nucléaire
slovène n'a pas été minimisé par
les autorités slovènes, par la
Commission européenne ou par
les autorités belges. L'agence de
sécurité nucléaire slovène a
classé
l'incident
au
dernier
échelon
de
l'échelle
INES
internationale
utilisée
pour
l'évaluation de la gravité de tels
incidents et la fuite ne représentait
dès lors absolument aucun danger
pour la sécurité.
Le système d'alerte ECURIE a
sans doute été activé un peu
prématurément. Il n'y a pas eu de
rejet de substances radioactives et
aucune phase de planification
d'importantes
mesures
de
protection pour la population
n'était en cours. L'incident a été
signalé aux médias simplement au
nom de la transparence défendue
par les instances européennes et
internationales.
En Belgique, la communication en
situation de détresse se déroule
dans le cadre du plan d'urgence
pour les risques nucléaires et
radiologiques sur le territoire
belge, qui a été arrêté par l'arrêté
royal du 17 octobre 2003. Il n'a
pas été activé, étant donné qu'il
n'y avait aucun danger. Les
instances compétentes ont malgré
tout échangé des informations et
répondu
aux
questions
des
médias.
La soixantaine de pays qui utilisent
l'échelle
INES
ont
convenu
d'informer la population par le biais
de la presse au minimum à partir
d'un incident de niveau 2. Pour
des motifs de transparence, il
existe également une tendance à
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
vraag heeft het FANC, het nucleair agentschap, wel contact
opgenomen met de Poolse collega's in Warschau. Op het Poolse
grondgebied
blijkt
geen
verhoogde radioactiviteit
te
zijn
waargenomen. De Poolse autoriteiten hebben op hun beurt contact
gehad met de Russische autoriteiten die het bericht hebben afgedaan
als zijnde ongegrond. Tot daar de elementen van antwoord.
communiquer les incidents de
moindre importance.
Les annonces d'un éventuel
incident nucléaire en Russie n'ont
été confirmées par aucune source
officielle. Le système européen qui
centralise les données de toutes
les bornes automatiques de
détection de radioactivité n'a
constaté aucune augmentation
suspecte. À la suite de cette
question, l'Agence fédérale de
contrôle nucléaire a contacté ses
collègues polonais. Il s'avère
qu'aucune augmentation de la
radioactivité n'a été constatée sur
le territoire polonais. Les autorités
polonaises ont à leur tour contacté
les autorités russes, qui ont
qualifié l'information d'infondée.
01.03 Martine De Maght (LDD): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord.
Mijn vraag werd inderdaad ingegeven door het feit dat er drie dagen
voor de melding al geruchten de ronde deden en er opdrachten waren
gegeven via dokters en aan scholen. Als u mij vandaag kunt
bevestigen dat er op die nieuwssite onterecht melding is gemaakt van
radioactiviteit, dan neem ik daarvan akte.
01.03 Martine De Maght (LDD):
Je note que le ministre affirme que
des informations erronées ont été
diffusées
à
propos
de
la
radioactivité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De dames Sabien Lahaye-Battheu en Katrien Schryvers zullen wat later komen.
La question n° 6286 de Mme Leen Dierick est transformée en question écrite.
Par ailleurs, en vertu de l'article 127.10 du Règlement, la question n° 6318 de M. Bert Schoofs est retirée.
En effet, cette dernière a déjà été reportée et aujourd'hui il ne s'est pas fait excuser. Il en va de même pour
la question n° 6345 de Mme Christine Van Broekchoven.
02 Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de preventieve controles van voertuigen door de gemeenschapswachten"
(nr. 6410)
02 Question de Mme Liesbeth Van der Auwera au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"les contrôles préventifs de véhicules par les gardiens de la paix" (n° 6410)</b>
02.01 Liesbeth Van der Auwera (CD&V - N-VA): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, ik heb een vrij korte, praktische
vraag, maar het is wel de moeite om ze hier te stellen, want er is op
het terrein toch wat onduidelijkheid over.
Het gaat meer bepaald over de preventieve controles van voertuigen
door de gemeenschapswachten. Mijn vraag heeft met name
betrekking op de wettelijkheid van het voelen aan deurklinken bij die
controles van voertuigen. In de ministeriële omzendbrief van 29
november 1995 staat dat de stadswacht kan nagaan of de deuren
02.01 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V - N-VA): Les contrôles
préventifs de véhicules par les
gardiens de la paix suscitent de
nombreuses questions sur le
terrain. La circulaire ministérielle
du 25 novembre 1995 précise que
les agents de prévention et de
sécurité vérifient si les portes sont
fermées à clé, si aucun objet de
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
gesloten zijn, of er geen waardevolle voorwerpen in de wagen zijn
achtergelaten, of de ramen niet zijn blijven openstaan enzovoort. Er
staat echter nergens specifiek vermeld dat het voelen aan deurklinken
al dan niet is toegelaten. Ooit is er in een tijdschrift een interpretatie
verschenen van de FOD Binnenlandse Zaken waarin duidelijk wordt
verklaard dat men niet aan deurklinken mag voelen.
Mijnheer de minister, is dat uw ultieme interpretatie? Het lijkt toch wel
moeilijk om preventief op te treden of te controleren als men mensen
niet op hun fouten kan aanspreken. Tegenwoordig is het niet meer
altijd mogelijk om visueel waar te nemen of een autodeur gesloten is.
Vandaar deze praktische vraag aan u, mijnheer de minister. Wat is
uw interpretatie van deze richtlijn?
valeur n'a pas été abandonné
dans la voiture et si les fenêtres ne
sont pas restées ouvertes.
Peuvent-ils également toucher aux
poignées des portières pour
constater si la voiture est fermée à
clé?
02.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega, de
gemeenschapswachten hebben inderdaad een preventieve opdracht.
De bedoeling is dat gemeenschapswachten waar mogelijk burgers
informeren
en
ook
sensibiliseren
met
betrekking
tot
criminaliteitspreventie en dit onder andere ook in het raam van
preventiecampagnes ter voorkoming van diefstal van en uit auto's.
Het is niet wenselijk en nooit de bedoeling geweest van de wetgever
om de gemeenschapswachten systematisch bijvoorbeeld alle
voertuigen te laten controleren op hun slotvastheid door aan elke klink
te gaan voelen. Ik denk niet dat dit opportuun is. De
gemeenschapswachten inzetten in het raam van dergelijke maatregel
zou volgens mij zijn doel voorbijschieten. Tot daar mijn kort, zakelijk,
pragmatisch antwoord.
02.02 Patrick Dewael, ministre:
Les gardiens de la paix exercent
une
mission
préventive, qui
consiste
à
informer
et
à
sensibiliser les citoyens. Il n'est
pas souhaitable de leur faire
contrôler systématiquement tous
les véhicules. En chargeant les
gardiens de la paix d'une telle
mesure, on passerait à côté de
l'objectif.
De voorzitter: Mevrouw Van der Auwera, is dat een praktisch antwoord?
02.03 Liesbeth Van der Auwera (CD&V - N-VA): Dat is een
praktisch antwoord waarmee we op het terrein verder kunnen. Er
waren nogal wat onduidelijkheden over omdat het een van de taken is
van de gemeenschapswachten. Samenvattend: als het manifest
opvalt, kunnen ze iets doen en de mensen aanspreken. Ze hoeven
dus niet verder te gaan door het controleren van de deurklinken.
02.03 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V - N-VA): Une certaine
confusion a régné mais les choses
sont à présent clarifiées.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Corinne De Permentier
Présidente: Corinne De Permentier
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
aanwezigheid van politie bij voetbalmatchen" (nr. 6451)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
rondetafel Voetbalveiligheid" (nr. 6547)
03 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la présence de policiers lors
des matchs de football" (n° 6451)<br>- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la table ronde 'sécurité et
football'" (n° 6547)</b>
03.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, er is
goed nieuws: het aantal incidenten met geweld bij voetbalwedstrijden
is vorig seizoen opnieuw gedaald. Daarentegen blijkt de inzet van de
03.01 Michel Doomst (CD&V - N-
VA):
Le
nombre
d'incidents
enregistrés à l'occasion des
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
politie met 5% te zijn gestegen.
U verklaarde ook dat u dat jongste cijfer zou willen zien dalen.
Blijkbaar zetten wij gemiddeld per wedstrijd 76,8 politiemensen in.
U zou in dat verband een dynamische risicoanalyse willen voeren. U
zou ook meer willen overschakelen op wat u een geïndividualiseerde
aanpak noemt door per politiezone meer aan maatwerk te doen.
Mijnheer de minister, wat bedoelt u eigenlijk met een
geïndividualiseerde aanpak? Hoe moeten wij zulks interpreteren? Hoe
moet de individuele gerichtheid worden ingevuld?
Is ook voor de belangrijke, lagere klassen van het voetbal dezelfde
tendens waar te nemen? Wat is de evolutie van de politie-inzet in de
lagere klassen? Hebt u een zicht op de factuur die wij voor
voornoemde inzet betalen?
Daarmee rond ik mijn sportief getinte vraag af.
matches de football de première
division a encore diminué la saison
dernière alors que le nombre de
policiers qui y étaient affectés a
crû de cinq pour cent. En
moyenne, on en comptait 76,8.
Dans le cadre d'une analyse de
risque dynamique, le ministre
entend mettre en oeuvre une
« approche
individualisée ».
Qu'entend-il par là? La même
tendance s'observe-t-elle pour les
rencontres
de
divisions
inférieures?
Comment
l'engagement policier a-t-il évolué
en la matière? Combien nous en
coûte-t-il?
03.02 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je suis grand fan,
non de football, mais de sécurité et de prévention, notamment autour
des stades. Comme M. Doomst, je me réjouis des chiffres en
diminution pour ce qui concerne les actes de violence autour des
stades, même si ce qui se passe parfois, sans doute de manière
isolée comme à Anderlecht, ne me rassure pas toujours.
Suite à l'amélioration de la situation, vous avez annoncé votre volonté
de poursuivre la diminution de l'engagement policier dans les stades
de football. Vous avez également annoncé l'organisation,
conjointement avec la Ligue professionnelle de football, à la fin du
mois de septembre, d'une session d'information des bourgmestres
des communes abritant des clubs de première division. Vous invitez
également les clubs à améliorer la sécurité de leurs infrastructures, à
s'équiper de caméras, à mieux former leurs stewards et à mieux
accueillir les vrais supporters.
En marge de cette question, vous annoncez aussi la création d'un
groupe de travail afin de préparer le dossier de sécurité de la
candidature belgo-néerlandaise à introduire fin 2010.
Monsieur le ministre, pensez-vous vraiment que la diminution de la
présence policière en bordure des stades soit une bonne idée?
Ne faudrait-il pas engager de façon plus importante la responsabilité
des clubs par rapport à la sécurité dans les stades? Vous y avez déjà
apporté une réponse partielle.
Pouvez-vous me préciser le rôle et la composition du groupe de
travail dont vous avez annoncé la création?
03.02 Xavier Baeselen (MR):
Nadat het geweld rond de
voetbalstadions afgenomen was,
heeft u aangekondigd dat u de
politieaanwezigheid in die zones
wilde beperken. U heeft ook
aangekondigd dat u samen met de
Liga
Beroepsvoetbal
een
informatiesessie zou organiseren
voor de burgemeesters van de
gemeenten die clubs uit eerste
nationale onderdak bieden. U
nodigt de clubs ook uit te werken
aan de verbetering van de
veiligheid.
Is
een
ingekrompen
politieaanwezigheid
rond
de
stadions werkelijk een goed idee?
Zou men de clubs niet veel meer
op hun verantwoordelijkheid met
betrekking tot de veiligheid in de
stadions moeten wijzen? Ten
slotte, als kanttekening bij deze
kwestie, wat zal de rol en de
samenstelling van de werkgroep
zijn waarvan u de oprichting
aangekondigd heeft en die zich
moet
bezighouden
met
de
voorbereiding van het in 2010 in te
dienen veiligheidsdossier voor de
Belgisch-Nederlandse
kandidatuur?
03.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, le critère décisif relatif à la présence policière n'est pas tant
le nombre de policiers présents lors d'un match, mais bien la manière
dont ce nombre a été déterminé. Depuis plusieurs années, j'ai
03.03 Minister Patrick Dewael:
Tijdens een wedstrijd is het
beslissende
criterium
met
betrekking
tot
de
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
demandé un déploiement policier déterminé sur une analyse de
risques dynamique. Une telle analyse de risques peut fortement
diminuer le nombre actuel de policiers engagés pour la gestion des
matches de football.
Je suis convaincu qu'un concept policier basé sur l'hospitalité et la
convivialité peut déjà résoudre beaucoup de problèmes tout en
gardant hors de vue du grand public une force d'intervention rapide et
ciblée. Le but ultime n'est pas la diminution en soi de l'effectif policier
engagé. Il s'agit par contre de n'engager que le nombre de policiers
réellement nécessaires sur la base d'une analyse des risques
pertinente.
politieaanwezigheid niet zozeer het
aantal politiemensen als wel de
manier waarop dat aantal werd
vastgesteld, op grond van een
dynamische risicoanalyse die het
mogelijk maakt om enkel de
vereiste ordestrijdkrachten in te
zetten.
Ondanks de verschillende inspanningen ter sensibilisatie van de
korpschefs en de burgemeesters ­ ik verwijs naar de rondzendbrief,
naar bijeenkomsten en ook naar de opleiding van politiediensten ­
moet ik opnieuw vaststellen dat in de cijfers een aantal anomalieën
zit.
Bij thuiswedstrijden van Westerlo bijvoorbeeld worden gemiddeld 14
politiemensen ingezet.
In andere zones met clubs met een gelijkaardig aantal supporters,
een gelijkaardige stadioninfrastructuur en omgeving en een
gelijkaardige, vrij rustige supportersgroep, worden gemiddeld meer
dan 50 politiemensen per wedstrijd ingezet. In Westerlo kan men het
met 14 mensen, terwijl men op andere plaatsen meer dan 50 mensen
nodig heeft.
Ik heb mijn diensten de opdracht gegeven om de korpschef en de
burgemeester in elke zone met die cijfers te confronteren en per zone
na te gaan hoe men op een snelle en efficiënte wijze de politie kan
inzetten, gebaseerd op een dynamische risicoanalyse. Ik denk dat die
oefening eens per zone door de burgemeester en door
verantwoordelijken van de club moet worden gemaakt. Die
gesprekken zal ik in het begin van 2009 evalueren met alle
burgemeesters en korpschefs en een club in eerste klasse. Eerst
zullen er dus bilaterale contacten plaatsvinden en daarna, begin 2009,
een algemene vergadering;
Van de politie-inzet in lagere afdelingen zijn er momenteel nog geen
totaalcijfers. U weet ook dat diverse eindrondes pas zijn afgerond.
Algemeen kan ik aan de heer Dooms bevestigen dat de politie-inzet
daar een stuk minder is. In tweede klasse bedraagt de gemiddelde
inzet in de meeste zones 15 tot 20 politiemensen per wedstrijd. Alleen
voor wedstrijden tegen clubs met een grotere kern risicosupporters,
bijvoorbeeld Antwerp in tweede klasse, Racing Mechelen of La
Louvière in derde klasse, is er een grotere politie-inzet. Het principe
van de risicogelieerde politie-inzet geldt uiteraard ook voor de lagere
afdelingen.
Malgré les nombreux efforts
entrepris, je dois à nouveau
constater la présence de plusieurs
aberrations dans les statistiques.
Ainsi, alors qu'une moyenne de 14
policiers suffit par exemple à
Westerlo, 50 sont nécessaires
dans d'autres zones où évoluent
des clubs comparables. J'ai
chargé mes services de présenter
ces données au chef de corps et
au bourgmestre de chaque zone
et d'étudier, par zone, la possibilité
de moduler ces dispositifs policiers
en
fonction
d'une
analyse
dynamique
des
risques.
Je
procéderai
début
2009
à
l'évaluation de ces consultations.
Nous ne disposons pas encore de
statistiques
relatives
au
déploiement de policiers pour les
clubs des divisions inférieures, les
diverses finales venant à peine
d'être
disputées.
Je
puis
cependant déjà confirmer que la
mobilisation policière y est moins
intense : dans la plupart des
zones, 15 à 20 policiers par match
suffisent amplement à la tâche. Le
principe d'un dispositif policier lié à
une analyse des risques est
également envisagé pour les
divisions inférieures.
La responsabilisation des clubs est en effet un élément clé de ma
politique.
Durant les années précédentes, j'ai pris différentes initiatives à cet
égard. J'ai notamment édicté des règles plus strictes en ce qui
concerne les systèmes des caméras ou prévu des sanctions
minimales plus élevées en cas de non-respect de certaines de leurs
De responsabilisering van de clubs
vormt een sleutelelement in mijn
beleid. De afgelopen jaren heb ik
onder
meer
striktere
regels
afgekondigd wat de camera's
betreft en heb ik voorzien in
hogere minimumboetes wanneer
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
obligations.
Lors de la table ronde, j'ai demandé au monde du football d'appliquer
plus strictement l'exclusion de stades civils, mesure qui n'était pour
ainsi dire jamais appliquée. J'ai également annoncé une étude
scientifique de six mois afin de dégager des solutions pour améliorer
de manière qualitative et quantitative le système de "stewarding". J'ai
annoncé des modifications importantes à l'arrêté royal relatif aux
normes réglementant l'infrastructure des stades. J'ai en outre insisté
sur l'importance pour chaque club d'élaborer et exécuter un projet
socio-préventif, à défaut de quoi le club ne recevrait pas sa licence.
De plus, afin de garantir que la réforme de la compétition n'aurait pas
d'influence négative sur le déploiement policier, je compte organiser
des négociations avec le monde du football, après avoir entendu les
bourgmestres concernés.
En ce qui concerne le groupe de travail binational en vue de préparer
le dossier de sécurité pour la candidature à l'organisation de la Coupe
du monde, je ne peux évidemment qu'exprimer la position de la
Belgique. Le groupe de travail sera présidé par la cellule football
dépendant de mes services. La cellule sécurité intégrale football y
participera également, ainsi qu'un représentant du centre de crise. Un
représentant des organisateurs sera invité pour les points qui relèvent
de leur responsabilité. Et naturellement, au niveau national, tous les
services concernés, y compris les villes qui se sont déclarées prêtes à
organiser des matches, seront également impliqués.
Néanmoins, j'attends que les organisateurs me fassent parvenir le
document de la FIFA reprenant les exigences en matière de sécurité
avant de commencer ce travail.
bepaalde communicaties niet in
acht worden genomen.
Tijdens de rondetafel heb ik
gevraagd dat het stadionverbod
strikter zou worden toegepast en
heb ik een wetenschappelijke
studie aangekondigd met het oog
op een verbeterde "stewarding".
Voorts heb ik aangekondigd dat de
normen overeenkomstig welke de
stadioninfrastructuur
wordt
geregeld, gewijzigd zullen worden.
Ik heb daarenboven verklaard dat
de clubs die geen sociopreventief
project opzetten, geen licentie
zullen krijgen. Om te garanderen
dat de competitiehervorming geen
negatieve invloed zal hebben op
de politie-inzet, zal ik bovendien
onderhandelingen
organiseren
met de voetbalwereld, na eerst de
betrokken
burgemeesters
te
hebben gehoord.
Wat de binationale werkgroep met
het
oog
op
het
wereldkampioenschap betreft, kan
ik uiteraard alleen maar het
standpunt van België kenbaar
maken. Die werkgroep zal worden
voorgezeten door de "Voetbalcel"
die
onder
mijn
diensten
ressorteert. De cel "Integrale
Voetbal
Veiligheid"
zal
hier
eveneens
zitting in hebben,
alsmede een vertegenwoordiger
van
het
crisiscentrum.
Een
vertegenwoordiger
van
de
organisatoren
zal
uitgenodigd
worden in het kader van de punten
die onder hun bevoegdheid vallen.
Alle
betrokken
diensten,
de
kandidaat-steden
inbegrepen,
zullen hierbij betrokken worden.
Voor ik aan dat werk zal beginnen,
wacht ik tot de organisatoren mij
het document van de FIFA
(Fédération
internationale
de
football association) toesturen met
daarin de veiligheidsvereisten.
03.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw uitgebreid en concreet antwoord.
Het is een positieve tendens dat we in het voetbal het vandalisme
toch deels, weliswaar vooral repressief hebben kunnen aanpakken.
03.04 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): Il est positif que nous ayons
pu nous attaquer au vandalisme,
bien que de façon essentiellement
répressive. Nous devons saisir
l'occasion
de
nous
atteler
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Ik ben een groot voorstander van een brede politieaanpak en ben
ervan overtuigd dat die ook past voor het voetbal de komende jaren.
We zien toch sommige mooie buitenlandse voorbeelden waar voetbal
nog een feest is en waar aan de attitude van de supporters wordt
gewerkt.
We moeten samen met de clubs de komende jaren, zeker in
voorbereiding van een mogelijk kampioenschap waarop we de goede
spelers moeten voorbereiden, werken aan die mentaliteit in de clubs
en bij de supporters. In het kader van de handhaving is een brede
politiewerking, die de mensen kan meetrekken, een mogelijk
instrument en we moeten durven daaraan blijven werken.
Ik kijk dus met u uit naar de redenen voor de regionale verschillen. Ik
vind dat we de komende jaren aan de attitudevorming, gecombineerd
met politieoptreden, moeten blijven voortwerken.
davantage
à
une
approche
policière globale, axée sur le
comportement. Des exemples
issus de l'étranger montrent que le
football peut également être festif.
Notre action doit se concentrer sur
la mentalité des clubs et des
supporters.
Comme le ministre, je suis
impatient de connaître les causes
des différences régionales.
03.05 Xavier Baeselen (MR): Je me réjouis de la réponse du
ministre. Vous avez raison de veiller à rendre la police plus
opérationnelle. Finalement, le principe est "the right number of
policemen at the right place". C'est ce vers quoi il faut tendre. De
même pour les interdictions de stade, système sous-utilisé et qui
devrait être pleinement opérationnel.
03.05 Xavier Baeselen (MR): U
heeft gelijk wanneer u stelt dat u
de politie operationeler wil maken
en
u
een
optimaal
aantal
politiemensen wil inzetten. Voorts
zou ook de regeling inzake het
stadionverbod
volkomen
operationeel moeten zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: Je demanderai à M. Baeselen de reprendre la présidence car je dois à mon tour poser des
questions et partir dans un moment. Chers collègues, j'ai pris une initiative car M. Schoofs est arrivé en
retard en raison de problèmes de circulation. C'était la deuxième fois que sa question n° 6318 était
reportée. J'ai donc intercédé pour remettre sa question à l'ordre du jour mais en guise de punition, il la
posera en dernier!
Voorzitter: Xavier Baeselen
Président: Xavier Baeselen
04 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de onmacht van de politiediensten in geval van een grote ramp" (nr. 6452)
04 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'impuissance
des services de police en cas de catastrophe de grande envergure" (n° 6452)</b>
04.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik
dank u omdat ik hier zonder penitentie mijn vraag mag stellen.
Mijnheer de minister, het Comité P stelde dat de politie op dit ogenblik
bij heel groot onheil niet tijdig voldoende man- of vrouwschappen op
de been zou kunnen brengen om op dat ogenblik de orde en de
veiligheid te handhaven. Het Comité P stelt zelfs dat de
beschikbaarheid op dat ogenblik een probleem zou kunnen zijn.
Bovendien werd het zicht op de samenwerking tussen de
verschillende politiezones aangekaart. Er bestaat blijkbaar een geheel
van samenwerkingsverbanden waarop niemand een volledig zicht
heeft.
De goede voorbeelden zijn dit keer de provincies Limburg en West-
04.01 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): Selon le comité P, la police
n'est pas à même, en cas de
catastrophe de grande envergure,
de
mobiliser
à
temps
suffisamment de personnel. En
outre, on ne sait pas toujours
clairement quels accords de
coopération
ont
conclu
les
différentes zones. Seules les
provinces de Limbourg et de
Flandre occidentale se sont
dotées d'un plan de maintien de
l'ordre en cas de catastrophe.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Vlaanderen, die blijkbaar wel een eigen plan hebben om de orde bij
grote rampen of bij groot onheil te kunnen handhaven.
Mijnheer de minister, onderkent u dat voornoemde situatie, volgens
de gegevens van het Comité P, problematisch zou kunnen zijn?
Welke maatregelen zult u treffen om bij een grote ramp te kunnen
reageren en het gevoel van onmacht weg te werken?
Welke middelen zijn er om de ordehandhaving door een betere
coördinatie te organiseren? Hoe worden ze onderzocht? Hoe ziet u
dat?
Zal een plan zoals de goede voorbeelden van Limburg en West-
Vlaanderen ook in de andere provincies worden uitgewerkt?
Le ministre reconnaît-il qu'un
problème se pose sur ce plan?
Quelles mesures envisage-t-il de
prendre à court et long termes?
Quels
moyens
destinés
à
optimiser le maintien de l'ordre
sont actuellement étudiés? Les
autres provinces s'efforceront-
elles d'élaborer un plan digne de
ce nom, à l'instar du Limbourg et
de la Flandre occidentale?
04.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, ook
hier zou ik ten dele willen verwijzen naar mijn antwoord in de Senaat
op dezelfde vraag van de heer Claes.
Opnieuw wijs ik erop dat er een heel kwalijke gewoonte bestaat om
alle, "geheime" rapporten van het Comité P probleemloos in de pers
te laten verschijnen, meestal op een ogenblik dat wij zelfs het bestaan
van het rapport nog niet kennen. De inhoud ervan is op dat moment al
uitvoerig in de media te lezen.
Ik hecht heel veel belang aan de parlementaire controle. Wij moeten
echter toch eens goed over voornoemd probleem nadenken. Ik neem
mij ook voor om met de voorzitters van Kamer en Senaat opnieuw
over de kwestie te overleggen. Het is ter zake nooit de bedoeling van
de wetgever en van de parlementaire controle geweest dat geheime
rapporten slag om slinger in de pers verschijnen. Daardoor wordt een
contradictoir, normaal debat en dus ook een effectieve controle door
het Parlement gedeeltelijk onmogelijk gemaakt. Dat is het gevolg van
voormelde, kwalijke handelswijze.
Over de grond van de zaak wil ik u ten dele geruststellen. De inzet
van de geïntegreerde politie bij niet-voorzienbare gebeurtenissen,
zoals een grote ramp, wordt wel degelijk geregeld, met name via de
omzendbrief MFO2 van 29 mei 2007 betreffende de gehypothekeerde
capaciteit van de lokale politiekorpsen, de zogenaamde HICAP, en
ook via de omzendbrief GPI 44bis van 10 mei 2007 die over het
interventiekorps van de federale politie handelt.
Indien deze effectieven nog onvoldoende zouden blijken ­
mogelijkerwijze moeten wij die oefening eens maken ­ dan zal altijd
versterking kunnen worden gevraagd aan alle andere politiezones van
het land. Dat is het principe van de nationale solidariteit. Die
procedure laat toe om heel snel de nodige effectieven op de been te
brengen bij een niet-voorzienbare gebeurtenis en om het hoofd te
kunnen bieden aan een langdurige oproer.
Sommige provincies hebben inderdaad al werk gemaakt van formele
protocolakkoorden op het niveau van de provincie of van de
arrondissementen. In andere provincies is dat nog niet het geval. We
zullen de omzendbrief MFO2 in het najaar ook evalueren, ook wat het
opstellen van protocolakkoorden betreft, rekeninghoudend met de
bevindingen van het Comité P.
04.02 Patrick Dewael, ministre:
La semaine dernière, j'ai déjà
répondu à une question analogue
de M. Claes au Sénat.
Le fait que des rapports «secrets»
du comité P soient publiés dans la
presse, quelquefois avant même
que nous soyons informés de leur
existence, est une mauvaise
habitude.
Le
contrôle
parlementaire est important et le
fait que des rapports transpirent
dans la presse produit des effets
pervers dans la mesure où le
contrôle parlementaire s'en trouve
précisément entravé. J'aborderai
ce problème avec les présidents
des assemblées parlementaires.
La mobilisation de la police
intégrée en cas d'événements
inattendus est régie par les
circulaires MFO-2 du 29 mai 2007
sur la capacité hypothéquée des
corps de la police locale et GPI-
44bis du 10 mai 2007 concernant
le corps d'intervention. Si d'autres
renforts sont nécessaires, le
principe de la solidarité nationale
est appliqué, en vertu duquel
l'appui de l'ensemble des zones
du pays peut être requis. Cette
procédure permet de déployer des
hommes en un minimum de temps
de façon à affronter des troubles
persistants.
Les protocoles d'accord déjà
signés dans certaines provinces
ou
arrondissements
seront
également pris en considération
dans le cadre de l'évaluation de la
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Daarnaast bestaan er ook rampenplannen voor alle hulpdiensten
waaronder de politie, per gemeente, per provincie en op nationaal
vlak, bijvoorbeeld voor de kerncentrales. De coördinatie van die
plannen wordt aangestuurd door het crisiscentrum van de regering.
Alle laterale samenwerkingsverbanden tussen lokale politiekorpsen
worden in kaart gebracht op het niveau van de DirCo's. Zij staan in
rechtstreeks contact met de directie van de operaties van de federale
politie. Vergeet daarbij ook niet dat de DirCo's sinds de wijziging van
de wet in 2006 in verband met de federale politie, voortaan onder het
gezag staan van de commissaris-generaal zelf.
Ik kom tot een voorlopig besluit. Ik denk dat het een van de
verdiensten van de geïntegreerde politie is dat er op verschillende
niveaus wordt samengewerkt. De DirCo's spelen daarbij een cruciale
rol. Ik zeg niet dat het niet beter kan, maar het systeem werkt. Kijk wat
er vorige week is gebeurd naar aanleiding van de betogingen, in
Brussel, van de truckers en de landbouwers. Een paar incidenten niet
te na gesproken, hebben wij toch weer kunnen vaststellen dat het
systeem er staat, ook op moeilijke momenten.
Wat verbeteringen en aanpassingen betreft, weet u dat ik heb
aangekondigd om de hele geïntegreerde politie en het concept tien
jaar na Octopus toch eens te evalueren. Al die punten kunnen voor
mij rustig worden ingebracht in het debat dat wij ongetwijfeld in een
boeiend najaar zullen voeren.
circulaire MFO-2.
Par ailleurs, des plans-catastrophe
ont été rédigés pour l'ensemble
des services de secours. Les
collaborations entre corps locaux
sont répertoriées au niveau des
DirCo, qui sont en contact direct
avec la direction Opérations de la
police fédérale.
C'est à la police intégrée que l'on
doit ce principe de collaboration à
tous les niveaux. L'intervention de
la semaine dernière à l'occasion
de la manifestation des chauffeurs
de poids lourds et des agriculteurs
a une nouvelle fois illustré le bon
fonctionnement de ce système.
Tout peut bien entendu toujours
faire l'objet d'améliorations. Nous
évaluerons le fonctionnement de
la
police
à
l'automne
et
apporterons
les
éventuelles
corrections nécessaires.
Président: André Frédéric.
Voorzitter: André Frédéric.
04.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor het antwoord. Het feit dat er een rapport bestaat bij het
Comité P en dat er ook een beetje vuur zal zijn bij de rook die wordt
verspreid, maakt toch dat wij het in het Parlement, waar onze honger
naar de inhoud van zulke rapporten soms misschien te groot is en
waar wij respect moeten hebben voor de procedures die werden
afgesproken, toch intrigerend vinden om op termijn te weten wat
eigenlijk de inhoud is van dat rapport.
Ik begrijp dan ook dat er in de begeleidingscommissie blijkbaar lekken
zijn waarover eens moet worden nagedacht of waarvoor op de juiste
manier moet worden gezocht om, binnen de procedures, de inhoud
van die rapporten terug te koppelen naar het Parlement. Ik meen toch
wel dat wij spoed zullen moeten zetten achter de protocolakkoorden.
Het lijkt mij toch wel dat wanneer wij heel snel en heel adequaat
moeten reageren, er naast de gehypothekeerde capaciteit nog wel
wat afspraken nodig zijn om ervoor te zorgen, ten behoeve van brede
lagen van de bevolking, dat wij daarop heel alert vanuit politiehoek
kunnen reageren. Ik meen dat wij toch moeten aandringen om ook
voor de andere provincies zo snel mogelijk de nodige akkoorden te
laten sluiten.
04.03 Michel Doomst (CD&V - N-
VA):
Les
parlementaires
souhaitent évidemment étancher
leur soif d'informations. Nous
pourrions
peut-être
examiner
quelles possibilités s'offrent à
nous,
dans
le
cadre
des
procédures légales, pour prendre
connaissance du contenu des
rapports.
J'insiste pour que pareils accords
de coopération soient aussi
élaborés
dans
les
autres
provinces.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Questions jointes de
- M. François Bellot au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les dangers de l'accès aux
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
données personnelles dans les opérations sur internet" (n° 6457)<br>- Mme Corinne De Permentier au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la sécurité de la
carte d'identité électronique" (n° 6464)</b>
05 Samengevoegde vragen van
- de heer François Bellot aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gevaren van toegankelijke persoonsgegevens bij internetverrichtingen" (nr. 6457)
- mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de veiligheid van de elektronische identiteitskaart" (nr. 6464)
05.01 François Bellot (MR): Monsieur le président, ma question
porte sur la sécurité des données personnelles qui figurent sur la
carte d'identité électronique, mais aussi sur des sites comme
Facebook. Il s'agit d'une question qui pourrait être posée à plusieurs
ministres puisqu'elle relève de la compétence de nombreux
départements.
Monsieur le ministre, les données personnelles des utilisateurs du site
de socialisation Facebook ainsi que les données personnelles
reprises dans les cartes d'identité électroniques, même si elles n'ont
pas le même niveau de sécurité indispensable, sont manifestement
facilement accessibles à des tiers quelque peu aguerris et
expérimentés en informatique et qui peuvent les utiliser à des fins
criminelles.
Selon deux études différentes, il apparaît que, moyennant l'utilisation
d'un programme assez simple, il est aisé d'accéder et d'obtenir les
données d'un utilisateur de programmes liés aux données de la carte
d'identité électronique, du Facebook et même des cartes bancaires.
En subtilisant ces données personnelles, des utilisations peuvent être
effectuées, par exemple, pour consulter des données accessibles
uniquement en utilisant la carte d'identité électronique ou auprès
d'organismes de paiement qui sollicitent la confirmation par carte
d'identité électronique. Il existe des programmes qui permettent de
cracker les mots de passe et les codes pin et, de ce fait, de s'attaquer
au coeur même de la protection individuelle du détenteur de carte.
Les garde-fous qui sont posés ne sont apparemment pas suffisants
pour protéger les utilisateurs contre le vol d'identité.
Les auditions que nous avons réalisées devant la commission de
l'Infrastructure voici quelques mois ­ une partie de ces auditions ont
d'ailleurs eu lieu à huis clos en raison de la confidentialité des
données ­ ont confirmé les dangers de l'utilisation de données
personnelles sur réseaux même quand ceux-ci semblent être
protégés.
La perspicacité des uns permet de percer les mécanismes de
protection établis par les fournisseurs de service.
Monsieur le ministre, ne serait-il pas important et judicieux de mettre
à la disposition de tous les utilisateurs des réseaux informatiques ­ et
ils sont nombreux ­ un certain nombre d'informations et de
recommandations quant à la sécurité indispensable pour mener via
internet les différentes opérations et conversations? Pouvez-vous
nous indiquer quelles sont les intentions du gouvernement à ce
propos?
05.01 François Bellot (MR):
Twee studies tonen aan dat het
makkelijk is toegang te krijgen tot
de
gegevens
van
de
identiteitskaart, Facebook of zelfs
de bankkaarten van een gebruiker
van de programma's die eraan
verbonden zijn. Door die gegevens
te ontfutselen en met behulp van
programma's om wachtwoorden
en pincodes te breken, krijgt men
toegang tot talrijke informaticasites
zoals die van de bankinstellingen.
Blijkbaar zijn de beveiligingen
onvoldoende om de gebruikers
van die sites te beschermen tegen
identiteitsdiefstal.
De
hoorzittingen
voor
de
Commissie voor de Infrastructuur
van enkele maanden geleden ­
waarvan een deel trouwens achter
gesloten
deuren
plaats
had
vanwege de confidentialiteit van
de gegevens ­ hebben de gevaren
van
het
gebruik
van
persoonsgegevens op netwerken,
zelfs wanneer die netwerken
beveiligd lijken, bevestigd.
Zou het niet verstandig zijn de
gebruikers
van
informaticanetwerken
aanbevelingen en informatie te
verstrekken over de onontbeerlijke
veiligheid
bij
transacties
of
gesprekken via internet?
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
05.02 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, suite à la présentation d'un rapport réalisé par la
KUL et la Katholieke Hogeschool Sint-Lieven lors de la Conférence
européenne e-Identity à La Haye, il semblerait qu'un groupe de
chercheurs estime nécessaire d'arrêter d'utiliser la carte électronique
belge et que le logiciel permettant d'exploiter les données
personnelles contenues dans la puce de cette carte électronique doit
être repensé et redéveloppé en profondeur parce qu'il présenterait
d'importantes failles de sécurité.
À en croire ces chercheurs, notre carte d'identité électronique ne
serait absolument pas aussi sécurisée que nous le pensions et son
utilisation devrait être déconseillée. Il semblerait également que
plusieurs petits films montrant comment la puce de la carte d'identité
peut être piratée circulent sur internet. Enfin, outre les problèmes liés
à la puce, les scientifiques mettent également en garde contre les
risques d'atteinte à la vie privée, de fraude et de chantage.
L'un de nos collègues de la N-VA, qui a participé à la conférence de
La Haye, estime que "le mécanisme de sécurité de la carte n'est pas
efficace, que les mesures de sécurité intégrées peuvent être
facilement détournées et que la carte d'identité électronique peut
même être utilisée sans installation ou mise en marche du logiciel
autorisé du Fedict".
Monsieur le ministre, pouvez-vous me faire connaître votre position
vis-à-vis du rapport que je viens d'évoquer et me dire ce qu'il en est
de la sécurité liée à notre carte d'identité électronique?
05.02 Corinne De Permentier
(MR): Volgens een rapport van de
KUL en de Katholieke Hogeschool
Sint-Lieven dat op de Europese e-
Identity-Conferentie in Den Haag
werd voorgesteld, zou de software
die
gebruikt
wordt
om
de
gegevens op de chip van de
elektronische identiteitskaart te
lezen,
wegens
ernstige
beveiligingsproblemen
grondig
herschreven moeten worden.
Die onderzoekers zijn tot de
slotsom
gekomen
dat
onze
elektronische
identiteitskaart
helemaal niet zo veilig is als we
denken, en het gebruik ervan zou
moeten afgeraden worden. Op
internet circuleren er al filmpjes,
waarin te zien is hoe de chip van
de identiteitskaart kan gekraakt
worden. Ten slotte waarschuwen
de wetenschappers ook voor
mogelijk bedrog, chantage en
schending van de privacy.
Hoe reageert u op dat rapport?
Hoe veilig is onze elektronische
identiteitskaart?
05.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, la plupart des critiques dont fait état le rapport auquel vous
vous référez ne concernent pas la sécurité intrinsèque de la carte
d'identité électronique mais bien l'hygiène de l'ordinateur (présence de
virus, de spywares, etc.) sur lequel elle est utilisée.
La présence de spywares sur l'ordinateur peut entraîner une utilisation
abusive de données reprises sur la carte mais c'est également le cas
pour tout autre smartcard. Ce n'est donc pas spécifique à la carte
d'identité électronique.
L'hygiène de l'ordinateur doit être garantie. L'utilisation abusive des
données d'identification est réprimée pénalement par la loi du
8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard du
traitement des données à caractère personnel. L'utilisation abusive du
numéro d'identification du registre national est également passible de
sanctions pénales.
Selon mes services, il n'existe actuellement aucune méthode
permettant de pirater la sécurité de la carte d'identité électronique.
Dans l'état actuel de la science, il est impossible de prélever des
informations reprises sur la puce en vue de se faire passer pour
quelqu'un d'autre ou de falsifier les signatures électroniques. La carte
d'identité électronique a par ailleurs d'autres fonctionnalités:
l'authentification et la signature électroniques. Ces fonctions sont
toutefois protégées par un code pin.
05.03 Minister Patrick Dewael:
De meeste kritiek in het verslag
waarnaar u verwijst, slaat niet op
de veiligheid van de eigenlijke
elektronische identiteitskaart, maar
wel op die van de computer
waarop
ze
wordt
gebruikt.
Wanneer
op
een
computer
spyware of virussen aanwezig zijn,
kan misbruik worden gemaakt van
de gegevens op om het even
welke elektronische kaart. Dat
probleem is dus niet eigen aan de
elektronische identiteitskaart.
Het
misbreuk
van
identiteitsgegevens
wordt
strafrechtelijk beteugeld door de
wet van 8 december 1992 tot
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer. Ook misbruik van het
identificatienummer
van
het
Rijksregister kan strafrechtelijk
worden gestraft.
Volgens mijn diensten bestaat er
op dit ogenblik geen enkele
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Le citoyen doit de toute façon utiliser son eID avec prudence tout
comme il doit le faire avec sa carte bancaire ou avec les données
privées qu'il décide de publier sur internet via des sites comme
Facebook par exemple.
Le maillon faible de l'utilisation de la carte d'identité électronique n'est
certainement pas la carte en elle-même mais bien le logiciel
d'application qui pourrait contenir des spywares. Je peux vous
signaler à cet égard que certaines adaptations de l'intergiciel, comme
par exemple le lecteur des cartes, sont actuellement en cours à la
demande de Fedict. Il entre par ailleurs dans mes intentions de
demander à Fedict d'octroyer un label de qualité aux logiciels
développés pour une utilisation sécurisée de la carte d'identité
électronique.
Enfin, je vous signale que des sites tels que le site de la Federal
Computer Crime Unit, de la police fédérale ou de Childfocus offrent
non seulement des conseils précieux relatifs à une utilisation sûre de
l'internet mais permet également à tout citoyen utilisateur d'internet de
signaler des infractions ou des abus qu'il aurait constatés.
methode om de elektronische
identiteitskaart te hacken. Het is
op dit ogenblik niet mogelijk
informatie van de chip te halen
met de bedoeling zich voor iemand
anders te laten doorgaan of de
elektronische handtekening te
vervalsen.
De
elektronische
authentificatie en de elektronische
handtekening zijn beveiligd met
een pincode.
Hoe dan ook moet de burger zijn
e-ID met de nodige voorzichtigheid
gebruiken, net als zijn bankkaart
trouwens. Ook wanneer men op
internet via sites als Facebook
privégegevens vrijgeeft is de
nodige voorzichtigheid geboden.
De zwakke schakel bij het gebruik
van
de
elektronische
identiteitskaart is dus niet de kaart
zelf, maar de toepassingssoftware,
die spyware zou kunnen bevatten.
Op vraag van Fedict wordt de
software voor de kaartlezer op dit
ogenblik aangepast. Het ligt in
mijn bedoeling Fedict te vragen
een kwaliteitslabel toe te kennen
aan de software die wordt
ontwikkeld met het oog op een
veilig gebruik van de elektronische
identiteitskaart.
Ten slotte is op websites zoals die
van de Federal Computer Crime
Unit, van de federale politie of van
Childfocus gouden tips te vinden
voor een veilig internetgebruik.
Daarnaast kunnen de gebruikers
op die sites ook inbreuken of
misbruiken waarvan ze getuige
waren, aangeven.
05.04 François Bellot (MR): Monsieur le ministre, je sais que la
carte d'identité et les équipements "officiels" mis à disposition sont
certainement pourvus de la plus grande sécurité. Je pense
néanmoins qu'on n'insiste pas assez au niveau des pouvoirs publics
sur les éléments que vous venez d'évoquer, à savoir qu'il existe aussi
des sites peu sécurisés sur lesquels on peut utiliser des données
personnelles.
Après avoir entendu vos propos et ceux des personnes en
commission de l'Infrastructure, j'ai l'impression qu'il faudrait surtout
lancer une campagne, sous quelque forme que ce soit, pour attirer
l'attention des personnes et leur dire que, si elles ont le moindre
doute, elles ont la possibilité d'aller vérifier sur tel ou tel site la validité
05.04 François Bellot (MR): Men
legt bij de overheid niet genoeg de
nadruk op het feit dat er sites
bestaan die niet heel veilig zijn.
Men zou een informatiecampagne
op poten moeten zetten om de
mensen te wijzen op de risico's
van het internetgebruik en hen de
mogelijkheid te geven om op een
site de geldigheid en de kwaliteit te
checken van de sites die hen
allerlei vragen voorschotelen. Wij
zouden voor die campagne de
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
ou la qualité des sites qui les interrogent.
Comme de nombreux utilisateurs d'internet, je reste très prudent face
à tous ces messages, loteries, etc. qui demandent de confirmer
l'identité par carte d'identité mais j'imagine que d'autres personnes
plus crédules se laissent piéger. C'est pourquoi, il faudrait attirer
l'attention de manière assez forte par une campagne, ne fût-ce que
par internet. Pourquoi ne pourrait-on pas faire une campagne en
première page du site officiel www.belgium.be ou de tous les autres
sites publics pendant quinze jours ou un mois, invitant les personnes
à consulter les conseils élémentaires à respecter sur un site de
référence? Les sites publics, qu'ils soient communaux, régionaux ou
fédéraux, sont suffisamment nombreux et l'on pourrait y indiquer ce
lien direct vers les problèmes de sécurité.
Les victimes doivent se démener dans des conditions extrêmement
difficiles, surtout lorsque les auteurs de ces faits proviennent de pays
n'appartenant pas à l'Europe des Vingt-Sept ou de pays qui n'ont pas
certaines règles juridiques, entre autres les pays de l'Est. Je n'ai rien
contre ceux-ci mais il est difficile d'y entamer des poursuites.
overheidssites kunnen gebruiken.
05.05 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, je n'ajouterai rien à ce qu'a dit M. Bellot si ce
n'est pour insister sur une prévention maximale.
05.06 Patrick Dewael, ministre: Cela m'a l'air une bonne idée.
Comme je l'ai dit, la concertation va commencer avec Fedict pour
examiner les possibilités d'améliorer l'un et l'autre. Ce n'est pas le
système en soi qui est en cause. Il ne faut pas jeter le bébé avec l'eau
du bain. Il en va de même pour le débat sur le vote électronique. Là
aussi, on peut améliorer le principe mais on oublie trop facilement que
le système antérieur était lui aussi susceptible de fraudes ou de
falsifications. L'idée d'une campagne me paraît excellente.
05.06 Minister Patrick Dewael:
Een campagne opzetten, lijkt me
een uitstekend idee.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de Mme Corinne De Permentier au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
travaux de consultance pour le compte du SPF Intérieur" (n° 6465)</b>
06 Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de consultancyprestaties voor de FOD Binnenlandse Zaken" (nr. 6465)
06.01 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, très récemment, l'ensemble des membres du
personnel du SPF Intérieur a reçu un courrier adressé
nominativement de la part de la présidence du comité de direction.
L'objet de ce courrier consiste à solliciter la participation de chaque
agent, quel que soit son grade ou son statut, à une vaste enquête qui
vise à déterminer le degré de satisfaction au travail et les besoins en
matière d'équipement et de formation de chaque collaborateur.
Si une telle démarche apparaît positive sur le plan du management,
elle interpelle toutefois quant à l'époque où elle est effectuée et quant
à la méthode utilisée.
En effet, le management actuel du SPF Intérieur a été mis en place
dans le cadre de la réforme Copernic, c'est-à-dire depuis environ six
ans. Alors que celle-ci a entraîné des modifications profondes au
06.01 Corinne De Permentier
(MR): Alle personeelsleden van de
FOD Binnenlandse Zaken hebben
onlangs van de voorzitster van het
directiecomité een brief op naam
ontvangen, waarin hun gevraagd
wordt deel te nemen aan een
enquête in verband met de
jobtevredenheid en de noden op
het stuk van uitrusting en opleiding
van
elke
medewerker.
Beheersmatig lijkt dat een positief
initiatief, maar de keuze van het
tijdstip en de gevolgde methode
roepen niettemin vragen op.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
niveau de l'organisation des services et de la carrière des agents,
jamais, au cours de la phase exécutive de cette réforme, les
dirigeants du SPF n'auraient éprouvé le besoin de tenir compte des
desiderata des agents. On ne compte plus les modifications
d'affectations, les déménagements, les changements d'attributions
décidés parfois unilatéralement.
Certaines de ces décisions ne sont pas contraires au droit mais alors
pourquoi s'enquérir a posteriori, et même plus, de l'opinion et des
attentes des agents alors qu'il eût été plus simple et de meilleure
gouvernance ­ me semble-t-il ­ de les consulter a priori et de les
motiver à participer à la restructuration du SPF?
Par ailleurs, il me revient que la réalisation de cette étude a été
confiée à une société privée de consultance.
Monsieur le ministre peut-il me préciser l'identité de cette société, le
coût de cette étude ainsi que le type de marché public auquel le SPF
Intérieur a eu recours en vue de désigner ladite société?
D'une manière plus générale, le ministre n'estime-t-il pas qu'au
moment où les services publics fédéraux doivent appliquer une
politique de rigueur budgétaire, une telle démarche ne constitue pas
une priorité, alors que le personnel, confronté à la hausse du coût de
la vie comme la plupart des citoyens, attend en vain une revalorisation
pécuniaire?
Van bij de doorvoering van de
Copernicushervorming ­ die de
organisatie van de diensten en de
loopbaan van de ambtenaren
grondig heeft hertekend ­ lieten de
wensen van het personeel de
bestuurders van de FOD eerder
koud.
Waarom
worden
de
personeelsleden hier dan nu, a
posteriori, over ondervraagd?
De uitvoering van die enquête zou
bovendien toegekend zijn geweest
aan een privébedrijf. Om welk
bedrijf gaat het? Hoeveel heeft die
enquête gekost? Via welk soort
overheidsopdracht heeft de FOD
Binnenlandse Zaken gewerkt?
Meer
algemeen,
moet
een
dergelijke onderneming prioriteit
genieten, gelet op een periode
waarin de budgettaire middelen
strikt binnen de lijntjes moeten
blijven en het dagelijkse leven voor
het personeel almaar duurder
wordt?
06.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, mon administration organisera du 24 juin au 7 juillet une
enquête de satisfaction auprès de l'ensemble du personnel. La
présidente du comité de direction, Mme De Knop, a envoyé une lettre
à tous les agents du SPF.
La lettre confirme l'engagement du top management de tenir compte
des préoccupations du personnel. Dans cette lettre, la présidente
explique entre autres le but de l'enquête et les raisons pour lesquelles
la participation des collaborateurs est importante.
L'organisation de l'enquête est assurée en collaboration avec le
SPF Personnel & Organisation. Ses services disposent du savoir-faire
nécessaire car il a effectué de telles enquêtes auprès de nombreuses
autres organisations publiques. Il effectuera prochainement des
enquêtes au SPF Justice et au SPF Sécurité sociale.
Pour de plus amples informations, je me réfère à la ministre de la
Fonction publique. L'enquête de satisfaction a pour principal objectif
de collecter de manière fondée les informations sur lesquelles
peuvent se greffer des plans d'action ayant pour but de connaître les
préoccupations du personnel afin d'améliorer leur satisfaction. En
effet, si le personnel est satisfait, les clients le sont aussi.
L'enquête a pour objet de sonder la satisfaction des agents
concernant le contenu de la fonction, le cadre de travail, la carrière, la
culture d'organisation, les relations avec les supérieurs directs et la
communication.
Contrairement à ce que vous affirmez, on s'est appuyé dès le début
du mandat du top management, sur une enquête dont il a d'ailleurs
06.02 Minister Patrick Dewael: In
tegenstelling
tot
hetgeen
u
beweert, heeft het management
zich van bij de start van zijn
mandaat gebaseerd op een
enquête, waarmee tijdens de
modernisering
van
de
FOD
Binnenlandse
Zaken
rekening
werd gehouden. Het permanent
overleg behoort tot de normale
werking en het personeel werd
nauw bij de modernisering van de
diensten betrokken.
De
organisatie
van
tevredenheidsenquêtes
maakt
deel uit van het beleid van de
minister van Ambtenarenzaken.
De kosten zijn beperkt tot de
voorbereiding van de enquête, het
drukwerk en het verzenden van de
brieven
en
het
vereiste
reclamemateriaal.
De
FOD
Personeel en Organisatie biedt de
nodige
ondersteuning.
Dat
departement zorgt ook voor een
bijkomende ondersteuning door
een extern bedrijf. Voor meer
informatie in verband met de
organisatie van de enquête, de
gunningsprocedure, het contract
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
été tenu compte lors de la modernisation du département. Au SPF
Intérieur, la consultation permanente est intégrée dans le
fonctionnement normal. Le personnel est toujours consulté et motivé
à participer à la restructuration du SPF. C'est ainsi que le personnel a
été étroitement associé aux différentes vagues de modernisation que
le SPF a connues depuis 2004. Plusieurs directions générales
organisent en outre des enquêtes pour leurs utilisateurs.
L'organisation des enquêtes de satisfaction s'inscrit dans le cadre de
la politique de la ministre de la Fonction publique. Le coût se limite
pour les départements au coût de la mise en oeuvre du personnel qui
a préparé l'enquête et au coût de l'impression et de l'envoi des lettres
et du matériel publicitaire requis. L'appui nécessaire a été fourni par le
SPF Personnel & Organisation. L'appui supplémentaire d'une firme
externe fait aussi partie de l'offre du même département.
Pour de plus amples informations sur la procédure d'adjudication, le
contrat et le montant y afférant, vous pouvez vous adresser à la
ministre de la Fonction publique.
L'investissement pour procéder à une enquête de satisfaction auprès
du personnel est compensé par les améliorations des prestations
effectuées par un personnel plus motivé. Il ressort de diverses études
que l'effet motivant d'une augmentation de salaire disparaît après six
mois. Les facteurs qui motivent les agents sont principalement les
niveaux, les responsabilités, la reconnaissance et la possibilité de
développer un projet au sein de l'organisation.
en het bijbehorende bedrag kan u
zich
tot
de
minister
van
Ambtenarenzaken wenden.
De
investering
in
een
tevredenheidsonderzoek
wordt
gecompenseerd
door
de
verbetering van de prestaties door
personeel dat gemotiveerder is.
06.03 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le ministre, je ne
manquerai pas d'interroger la ministre de la Fonction publique car je
n'ai pas obtenu de réponse claire quant au coût. Je suis sceptique sur
le procédé: si connaître l'opinion des agents pour améliorer le service
public me semble une pratique de bonne gouvernance, vous savez
comme moi qu'il n'est pas rare que des chefs de service se plaisent à
muter l'une ou l'autre personne pourtant très motivée dans sa
fonction, parfois sans raison objective. Je vous en ai donné quelques
exemples. J'interrogerai la ministre de la Fonction publique à ce sujet.
06.03 Corinne De Permentier
(MR): Ik zal niet nalaten minister
Vervotte te ondervragen. Ik sta
sceptisch tegenover de werkwijze:
de mening van het personeel
inwinnen om de openbare dienst
te verbeteren lijkt me een praktijk
van goed bestuur, maar misschien
zou men moeten beginnen met
een eind te maken aan alle
overplaatsingen
die
zonder
objectieve
reden
opgelegd
worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de diversiteit binnen de brandweerdiensten" (nr. 6460)
07 Question de Mme Mia De Schamphelaere au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
diversité au sein des services d'incendie" (n° 6460)</b>
07.01 Mia De Schamphelaere (CD&V - N-VA): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, er zijn weinig vrouwen bij de
brandweerdiensten in ons land. Slechts 2% van alle brandweerlui
zouden vrouwen zijn en dit terwijl er toch in een heel aantal
gemeenten of regio's een zeer sterke inzet moet zijn om te
mobiliseren en te motiveren om het aantal vrijwilligers bij de
brandweerdiensten op peil te houden.
07.01 Mia De Schamphelaere
(CD&V - N-VA): La presse a
révélé récemment que les services
d'incendie comptent seulement
2 % de pompiers féminins. Les
épreuves physiques d'admission
identiques pour les deux sexes
poseraient
problème.
Depuis
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Een van de mogelijke oorzaken zou liggen in de gelijke fysieke
toegangsproeven voor mannen en vrouwen. Dit zou dan een
struikelblok zijn voor de aanwerving van meer vrouwen in de korpsen.
Er zijn over het algemeen in het openbaar ambt geregeld
sensibiliseringsacties voor meer diversiteit. Misschien is dit wel een
idee voor de brandweerdiensten. Misschien kunt u de cijfers die in de
pers zijn verschenen, bevestigen.
Klopt het cijfer van 2% met betrekking tot de aanwezigheid van
vrouwen in de brandweerdiensten? Hoeveel bedraagt het aantal
vrouwen bij de brandweerdiensten in Vlaanderen, Wallonië en
Brussel? Is er ook zicht op het aantal vrijwilligers en
beroepsbrandweerlui van allochtone origine? Kan de minister een
idee geven of er misschien een planning is voor specifieke
campagnes om deze doelgroepen ook voor het vrijwilligerswerk bij de
brandweer te stimuleren?
quelques années, les autorités
mènent toutefois régulièrement
des campagnes de sensibilisation
pour accroître la diversité dans la
fonction publique.
Ce chiffre de 2 % est-il exact?
Combien de femmes sont-elles
actives au sein des services
d'incendie en Flandre, en Wallonie
et à Bruxelles? Le ministre
connaît-il le nombre de volontaires
et de pompiers professionnels
allochtones?
Prévoit-il
des
campagnes spécifiques pour ces
groupes cibles pour encourager le
travail volontaire?
07.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, wat
het aantal vrouwen bij de brandweerdiensten betreft, kan ik u melden
dat ik voor 2003 en 2004 alleen over nationale cijfers beschik. In 2003
waren er 255 vrouwen bij de brandweerdiensten, in 2004 is dat aantal
opgelopen tot 326. In 2005 is er opnieuw een stijging. Het totale
aantal bedroeg 373, waarvan 233 in Vlaanderen en 140 in Wallonië.
Voor Brussel ontbreken de statistieken. Al deze cijfers hebben
betrekking op 80 procent van de korpsen, maar niet alle korpsen
hebben de cijfers doorgestuurd.
Ik heb geen zicht op het aantal brandweerlieden van allochtone
afkomst. Daarover heb ik geen statistieken. Ik deel uw bezorgdheid
over de ondervertegenwoordiging van bepaalde bevolkingsgroepen.
Aangezien diversiteit voor u en voor mij een prioriteit is, zal het aspect
gelijkheid van kansen zeker worden geanalyseerd bij de
totstandkoming van de hervorming van de brandweerdiensten
waaraan, zoals u weet, op dit ogenblik wordt gewerkt.
07.02 Patrick Dewael, ministre:
Les
services
d'incendie
comptaient 255 femmes en 2003,
326 en 2004 et 373 en 2005, dont
233 étaient actives en Flandre et
140 en Wallonie. Je ne dispose
d'aucune statistique pour Bruxelles
ni pour les pompiers allochtones.
Les
chiffres
mentionnés
concernent 80 % des corps.
L'aspect de l'égalité des chances
sera certainement analysé dans le
cadre de la réforme des services
d'incendie, étant donné que la
diversité constitue également l'une
de mes priorités.
07.03 Mia De Schamphelaere (CD&V - N-VA): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, de cijfers zijn inderdaad onvolledig.
Eigenlijk is het toch een instrument voor het beleid dat men over
voldoende cijfers beschikt om een gender- of diversiteitsbeleid te
kunnen voeren. Ik denk dat het belangrijk is dat men eerst en vooral
de juiste analyse kan maken, zodat men daarna de vooruitgang in het
beleid zou kunnen meten.
Dit is dus meer dan zomaar een vraag naar statistische gegevens.
Eigenlijk is dit het uitgangspunt voor een diversiteitsbeleid.
Ik zou ook willen beklemtonen dat een specifieke campagne, gericht
op bepaalde doelgroepen ­ zowel vrouwen als allochtone
medeburgers ­ voor dit soort van vrijwilligerswerk, waarbij men grote
kansen heeft om de burgerzin aan te leren of in te vullen, ook
positieve effecten kan hebben bijvoorbeeld op het vlak van integratie.
07.03 Mia De Schamphelaere
(CD&V - N-VA): Pour réaliser une
analyse correcte en la matière, il
est important de disposer de
statistiques suffisantes. C'est la
seule manière de mener une
politique efficace d'égalité entre
les sexes et de diversité. Je veux
par ailleurs souligner l'importance
des campagnes adressées à des
groupes cibles spécifiques pour
promouvoir ce type de travail
volontaire, dans le cadre duquel le
sens civique est essentiel, et pour
favoriser ainsi l'intégration.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de inhoud van de oproepingsbrief voor bijzitters in een stembureau" (nr. 6279)
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
08 Question de Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
contenu de la lettre de convocation adressée aux assesseurs dans un bureau de vote" (n° 6279)</b>
08.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de voorbije weken werd in de commissie voor
de Binnenlandse Zaken heel vaak gepraat en gediscussieerd over de
organisatie van verkiezingen en over de wijze waarop kan worden
gestemd, met name het elektronisch stemmen en het stemmen op
papier.
Ongeacht voor welke wijze van stemmen wordt gekozen, er komen
hoe dan ook tal van documenten bij de organisatie van verkiezingen
kijken. Er zijn de oproepingsbrieven voor de kiezers en de
oproepingsbrieven voor de voorzitters en bijzitters van een kiesbureau
of ­ voor de plaatsen waar nog met papier en potlood wordt gestemd
­ van een telbureau. Er zijn ook nog de onderrichtingen voor de
voorzitter.
Bij het bekijken van alle documenten moeten wij vaststellen dat op dat
vlak de administratieve vereenvoudiging en de bekommernis om de
leesbaarheid van de teksten niet altijd werd doorgevoerd.
Ik las bijvoorbeeld in de oproepingsbrief voor een bijzitter bij de meest
recente verkiezingen de melding: "Het is u toegelaten een eigen
stempel mee te brengen, teneinde de onderscheiden omslagen te
verzegelen".
Dat is slechts één voorbeeld. Er zijn ook voorbeelden waarbij ik mij
inhoudelijk vragen stel en mij afvraag waarover het gaat. Algemeen
werden alle brieven erg ambtelijk opgesteld en zijn ze vaak heel
moeilijk leesbaar.
Mijnheer de minister, mijn vragen daaromtrent zijn de volgende.
Werden de teksten voor de oproepingen voor voorzitters, bijzitters en
eventueel zelfs voor gewone kiezers om zich naar de stembus te
begeven, door de diensten van Binnenlandse Zaken opgelegd of
meegedeeld of zijn het eigen ontwerpen die door bestuursdrukkerijen
bij de gemeenten worden verspreid?
Indien het inderdaad om basisteksten gaat, wat is dan de reden voor
de vermelding die ik daarnet aanhaalde?
Zou het in het kader van de administratieve vereenvoudiging en van
de bekommernis om de leesbaarheid van documenten en
administratieve teksten van overheden, niet aangewezen zijn om het
geheel te bekijken en ervoor te zorgen dat ook de bedoelde
documenten leesbaarder worden gemaakt?
08.01 Katrien Schryvers (CD&V -
N-VA): Dans les lettres de
convocation
adressées
aux
assesseurs et à leurs suppléants
dans les bureaux de vote, j'ai pu
prendre
connaissance
d'un
passage intéressant, signalant
qu'il était autorisé d'emmener son
propre cachet pour sceller les
différentes enveloppes.
Le texte des lettres de convocation
provient-il du département de
l'Intérieur ou de l'imprimerie
administrative? S'il provient du
département
de
l'Intérieur,
pourquoi comporte-t-il donc cette
disposition? Ne conviendrait-il pas
d'améliorer la lisibilité des textes?
08.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's,
wanneer de stemopneming gebeurt in het lokaal waar de stemming
heeft plaatsgehad, verzegelt de voorzitter de stembussen en hij zorgt
met eventuele bijstand van getuigen voor de bewaring tot op het
ogenblik dat het stemopnemingsbureau is samengesteld. In het
andere geval opent de voorzitter de stembussen, steekt de
stembiljetten in een omslag die verzegeld wordt met de zegels van
alle leden van het stembureau en vermeldt op de omslag het
stembureau en ook het aantal biljetten.
08.02 Patrick Dewael, ministre:
L'article 147 du Code électoral
régit
la
manière
dont
les
enveloppes contenant les bulletins
de vote doivent être scellées,
c'est-à-dire par l'apposition des
cachets de tous les membres du
bureau de vote. La mention en
question est donc conforme au
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Artikel 147, 2° en 3° lid van het Algemeen Kieswetboek regelt deze
aangelegenheid. De mededeling op de oproepingsbrief waarnaar u
verwijst is bijgevolg conform het Kieswetboek. Het gaat om een
veiligheidsmaatregel die bijzitters toelaat hun eigen stempel te
gebruiken voor het verzegelen van de omslagen met de stembiljetten.
Ik zal mijn administratie vragen om in de mededeling op de
oproepingsbrief voor de bijzitters een verwijzing naar artikel 147 van
het Kieswetboek op te nemen en de bedoeling van dit artikel ook te
preciseren.
Wat uw laatste vraag betreft, aangaande de administratieve
vereenvoudiging et cetera, dat wil ik graag laten nagaan.
Code électoral. Il s'agit d'une
mesure de sécurité qui permet aux
assesseurs d'utiliser leur propre
cachet pour sceller les enveloppes
contenant les bulletins de vote. Je
demanderai à mon administration
d'insérer une référence à l'article
147 dans les convocations et de
préciser l'objectif poursuivi par cet
article. Je ferai examiner s'il est
nécessaire d'améliorer la lisibilité
des textes.
08.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor dit antwoord. Ik heb begrepen dat er nog altijd redenen
bestaan om die specifieke bepaling mee op te nemen in de
oproeping. Dat was echter maar een element. Mijn grootste
bekommernis is vanzelfsprekend de leesbaarheid van die teksten. Ik
ben tevreden dat u zegt daarvan werk te willen maken.
08.03 Katrien Schryvers (CD&V -
N-VA): La mention de cette
disposition spécifique se justifie
donc pleinement et je me réjouis
que le ministre souhaite améliorer
la lisibilité des textes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Vlaamse regeling van 'uitdovend woonrecht' en het inschrijven in de
bevolkingsregisters" (nr. 6471)
09 Question de Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
réglementation flamande relative au droit d'habitation à caractère extinctif et l'inscription dans les
registres de la population" (n° 6471)</b>
09.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
heb een vraag in verband met de Vlaamse regeling rond het
uitdovend woonrecht die men bezig is uit te werken. De problematiek
van de voorlopige inschrijving van personen die zich vestigen in een
gebied waar wonen niet is toegestaan blijft actueel. Het gaat dan
voornamelijk om inschrijvingen van mensen in weekendzones. Uit
antwoorden op vorige parlementaire vragen hieromtrent hebt u altijd
gesteld dat u er toch voorstander van blijft dat er effectief klacht wordt
ingediend bij het parket. Hoe dan ook moeten we altijd vaststellen dat
parketten andere prioriteiten hebben en niet vervolgen omwille van die
inbreuk op de reglementering inzake bevolkingsregisters en op de
reglementering inzake ruimtelijke ordening en stedebouw. Het gevolg
is dan dat in heel veel gevallen de voorlopige inschrijving na drie jaar
gewoon definitief wordt en dat de mensen daar definitief wonen, al is
dat eigenlijk niet toegestaan.
Ik heb nu vernomen dat de Vlaamse regering van plan is om het
principe van een uitdovend woonrecht in te voeren. Mensen die zijn
ingeschreven in een niet-woonzone zouden dan een uitdovende
toestemming krijgen om daar te blijven wonen als eigenaar tot het
onroerend goed wordt verkocht of tot het overlijden van de eigenaar.
Dan zou het woonrecht uitdoven.
Mijnheer de minister, wordt er terzake overleg gepleegd tussen de
federale overheid bevoegd voor inschrijving en bevolkingsregisters en
de Vlaamse overheid bevoegd voor ruimtelijke ordening? Zal deze
evolutie een aanpassing van de omzendbrief inzake inschrijvingen in
09.01 Katrien Schryvers (CD&V -
N-VA):
Le
problème
des
inscriptions
provisoires
de
personnes qui s'installent dans
une zone qui n'est pas une zone
d'habitat est toujours d'actualité.
Le
parquet
ne
donne
généralement pas suite aux
plaintes, ce qui fait qu'au bout de
trois ans, la majeure partie des
inscriptions provisoires devient
définitive.
Le
gouvernement
flamand veut à présent instaurer le
principe du droit d'habitation à
caractère
extinctif,
mais
uniquement pour les propriétaires.
Une
concertation
est-elle
organisée entre l'autorité fédérale,
compétente pour les inscriptions et
les registres de la population, et
l'autorité flamande, compétente
pour l'aménagement du territoire?
La
circulaire
en
matière
d'inscriptions dans des zones qui
ne sont pas des zones d'habitat
sera-t-elle
adaptée?
Une
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
niet-woonzones of meer bepaald in recreatiegebieden tot gevolg
hebben? Wordt hierover overleg gevoerd met de parketten? Wat met
de hangende procedures? Biedt dit eigenlijk wel een oplossing voor
de inschrijvingsproblematiek want wat als na het uitdoven van het
woonrecht zich opnieuw mensen komen inschrijven? Als de
omzendbrief gewoon van toepassing blijft, dan herhaalt de
problematiek zich.
concertation a-t-elle lieu avec les
parquets et des procédures
pendantes sont-elles classées
sans suite? Le droit d'habitation à
caractère extinctif apportera-t-il
une solution, étant donné qu'à
l'extinction du droit d'habitation,
d'autres
personnes
pourront
s'inscrire?
09.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik heb tot op
heden van de Vlaamse regering geen vraag ontvangen tot overleg
aangaande de invoering van het uitdovend woonrecht en de weerslag
hiervan op de verplichting tot inschrijving in het bevolkingsregister.
Mijn bevoegdheid beperkt zich echter tot de wetgeving en de
reglementering
inzake
de
bevolkingsregisters.
Gezien het
handhavingsbeleid inzake de ruimtelijke ordening niet onder mijn
bevoegdheid valt, kan ik ter zake ook geen initiatief nemen. De
eventuele toekenning van het uitdovend woonrecht zal echter niets
veranderen aan het verbod tot weigering van een inschrijving als
hoofdverblijfplaats omwille van veiligheid, gezondheid, urbanisme of
ruimtelijke ordening en kan evenmin aanleiding geven tot wijziging
van de procedure van de voorlopige inschrijving.
Ofwel staan de begunstigden van een uitdovend woonrecht reeds
definitief ingeschreven in het bevolkingsregister en blijft deze
inschrijving behouden. Ofwel staan ze momenteel voorlopig
ingeschreven in het bevolkingsregister en zal deze inschrijving na drie
jaar eveneens definitief worden doordat de gerechtelijke of
administratieve overheid geen maatregelen zal treffen om aan de
betwiste toestand een einde te stellen. Het is het een of het ander.
Wanneer het uitdovend woonrecht zou vervallen, bijvoorbeeld doordat
de laatste begunstigde ervan overlijdt en nieuwe bewoners hun
hoofdverblijfplaats vestigen in het desbetreffende weekendverblijf, is
de gemeente eveneens verplicht de nieuwe bewoners op het adres
van dit weekendverblijf in te schrijven.
Ik verwijs naar de bepalingen in mijn rondzendbrief van 15 maart
2006, namelijk dat het beleid inzake ruimtelijke ordening niet kan
worden gevoerd via de wetgeving inzake de bevolkingsregisters en
dat men niets oplost door de inschrijving van de betrokken bewoners
te weigeren, maar ze wel verder in het weekendverblijf te laten
wonen. Het probleem kan wel worden opgelost wanneer de bevoegde
instanties een einde maken aan de aldus gecreëerde onwettige
toestand.
Dat is de stand van zaken. Wij kunnen ter zake wel nog eens overleg
plegen met de verantwoordelijken van de Vlaamse regering. Van hun
kant is er alleszins nog geen vraag voor overleg gekomen, maar ik
denk wel dat het op zijn plaats zou zijn.
09.02 Patrick Dewael, ministre:
Je suis uniquement compétent
pour les registres de population et
non pour l'aménagement du
territoire. Je ne puis donc prendre
aucune initiative en cette matière.
Un droit d'habitation extinctif ne
changera rien à l'interdiction de
refuser une inscription à titre de
résidence principale et ne peut
davantage donner lieu à une
modification de la procédure de
l'inscription provisoire. Soit les
bénéficiaires d'un droit d'habitation
extinctif
sont
déjà
inscrits
définitivement dans les registres
de population et cette inscription
est maintenue, soit ils sont encore
inscrits provisoirement et cette
inscription provisoire deviendra
également définitive après trois
ans, parce que les autorités
judiciaires ou administratives ne
prendront aucune mesure pour
mettre fin à la situation litigieuse.
La commune est en outre obligée,
à l'issue du droit d'habitation
extinctif, d'inscrire de nouveaux
habitants
à
l'adresse
d'une
résidence de week-end.
La
politique
en
matière
d'aménagement du territoire ne
peut donc être basée sur la
législation relative aux registres de
population. Je suis disposé à me
concerter à ce sujet avec le
gouvernement flamand, mais je
n'ai pas encore reçu d'invitation.
09.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Ik denk
inderdaad dat overleg aangewezen is. Anders hebben al die
maatregelen geen resultaat en rijst de problematiek nadien opnieuw.
Ik denk dat de verschillende actoren moeten samenwerken om aan
dit probleem een einde te maken, anders blijft het dweilen met de
kraan open. Ik treed uw standpunt bij. Ik noteer dat u zelf wellicht het
09.03 Katrien Schryvers (CD&V -
N-VA): Une concertation est
indiquée, au risque sinon que le
problème persiste et que les
efforts consentis se réduisent à un
emplâtre sur une jambe de bois.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
initiatief zult nemen om een vraag te stellen op Vlaams niveau.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de inning van boetes van buitenlandse overtreders" (nr. 6164)
10 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
perception d'amendes routières auprès de contrevenants étrangers" (n° 6164)</b>
10.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
mijn vraag betreft de geflitste wagens met buitenlandse
nummerplaten, een item dat al een paar keer aan bod is gekomen
zowel in de commissie voor de Binnenlandse Zaken als in commissie
bij staatssecretaris Devlies.
Heel wat eigenaars van wagens die met buitenlandse nummerplaten
rondrijden, worden net als andere wagens geflitst. Het probleem is
evenwel het betalen van de boete. De eigenaar van de
personenwagen
moet
immers
ingeschreven
zijn
in
ons
bevolkingsregister, vooraleer de DIV een voertuig kan inschrijven.
Ik heb de staatssecretaris bevoegd voor de coördinatie van
fraudebestrijding eind mei ondervraagd in de commissie. Hij heeft mij
geantwoord dat hij in verband met de problematiek de nodige
contacten zou leggen met u en met de staatssecretaris voor Mobiliteit.
Als buitenlandse snelheidsduivels een overtreding begaan, kan de
politie hen verplichten tot onmiddellijke betaling van de boete. Als dat
niet gebeurt, moet betaling worden verkregen door middel van het
opsturen van de boete. Uit cijfers zou blijken dat de helft van
dergelijke boetes onbetaald blijft. In 2005 spraken de Beneluxlanden,
Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk nochtans af om vanaf 2007 politie-
informatie vlot uit te wisselen in het Verdrag van Prüm. Blijkbaar loopt
een en ander nog niet zo vlot.
Mijnheer de minister, ik wil u vandaag vragen of de staatssecretaris
bevoegd voor de coördinatie van fraudebestrijding intussen contact
heeft genomen met u. Indien ja, op welke manier zal worden
samengewerkt inzake voornoemd probleem?
Wat zijn de instructies aan de politiediensten met betrekking tot het
onderscheppen van buitenlandse snelheidsduivels? Wordt hun altijd
gevraagd om onmiddellijk te betalen? Indien niet, waarom niet?
Welke acties plant u met betrekking tot de problematiek? Wat is de
stand van zaken in verband met de toepassing van het Verdrag van
Prüm? Waarom verloopt een en ander nog niet zo vlot op het vlak van
uitwisseling van politie-informatie?
10.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Lorsque
des
chauffards étrangers commettent
une infraction au code de la route,
la police peut leur imposer le
paiement immédiat d'une amende.
Si ce n'est pas le cas, l'amende
est envoyée par la poste mais la
moitié de ces amendes restent
impayées,
parce
que
le
contrevenant ne peut être identifié.
En 2005, le Benelux, la France,
l'Allemagne et l'Autriche ont
convenu dans le Traité de Prüm
de partager les informations sur
les plaques d'immatriculation à
partir
de
2007,
mais
des
problèmes
se
posent
apparemment dans la pratique.
Le
secrétaire
d'État
à
la
Coordination de la lutte contre la
fraude a-t-il déjà contacté le
ministre à ce sujet? Dans
l'affirmative, comment pourraient-
ils collaborer dans ce domaine?
Quelles
instructions
ont
été
données à la police? Quelles
actions le ministre compte-t-il
entreprendre en ce qui concerne
les
plaques
d'immatriculation
étrangères?
Qu'en
est-il
de
l'application du Traité de Prüm?
Voorzitter: Jacqueline Galant
Présidente: Jacqueline Galant
10.02 Minister Patrick Dewael: Mevrouw de voorzitter, collega's, er is
effectief een contact geweest met de staatssecretaris voor de
Coördinatie van de fraudebestrijding. Op 5 juni is er een vergadering
geweest, onder meer met vertegenwoordigers van de kabinetten van
Financiën, Mobiliteit, de premier, Binnenlandse Zaken en uiteraard
10.02 Patrick Dewael, ministre:
Une réunion consacrée à la fraude
liée aux plaques d'immatriculation
ainsi qu'à la perception des
amendes infligées à des étrangers
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
ook
Fraudebestrijding. Het onderwerp betrof precies de
nummerplatenfraude en de inning van de buitenlandse boetes.
In de problematiek is op verschillende vlakken nog meer coördinatie
noodzakelijk, in eerste instantie in de internationale samenwerking op
het vlak van politie voor het achterhalen van de gegevens. Terwijl dat
op dit ogenblik meestal moet gebeuren via de klassieke rechtshulp,
geeft het aangehaalde Verdrag van Prüm ons inderdaad nieuwe
mogelijkheden. Daarnaast is er coördinatie nodig in de internationale
samenwerking op het vlak van justitie voor de uitvoering van
strafrechtelijke veroordelingen. U bent goed geplaatst om te weten dat
dat effectief nog wat werk behoeft.
Binnen de eenheden van de wegpolitie, waarmee we binnen mijn
bevoegdheid blijven, worden alle geïntercepteerde buitenlandse
overtreders onderworpen aan de procedure van de onmiddellijke
inning. Zij moeten bijgevolg ter plaatse het boetebedrag betalen. Als
men weigert of als men onmogelijk kan betalen, wordt de procedure
verder gevolgd, wat kan leiden tot de inhouding van het voertuig. In de
hieraan gelieerde problematiek van buitenlanders die zich hier niet
inschrijven en bijgevolg met een buitenlandse nummerplaat blijven
rondrijden, is de rol van de wijkagent van groot belang. Hij moet
nagaan of inwoners daadwerkelijk in de gemeente zijn ingeschreven.
Ik verwijs daarvoor naar de circulaire van 25 januari 2006. Ik zal de
aandacht van de gemeenten nog eens vestigen op de
inschrijvingsplicht van inwoners met een vreemde nationaliteit.
Artikel 12 van het Verdrag van Plüm voorziet in de geautomatiseerde
uitwisseling van de gegevens inzake de registratie van voertuigen.
Voorlopig wordt dat artikel nog door niemand gebruikt, aangezien de
bepaling op informaticatechnisch vlak nog moet worden
geïmplementeerd. Dat vraagt nog een aantal aanpassingen. In België
is de dienst voor Inschrijving van Voertuigen van de FOD Mobiliteit
hiermee belast. Staatssecretaris Schouppe kan u daarover nog beter
informeren. Mijn diensten volgen de uitvoering van het verdrag op de
voet. Volgens de informatie van mijn diensten is de FOD Mobiliteit
bezig met de technische harmonisatie van de DIV met de databanken
van de andere lidstaten. Eveneens volgens mijn informatie, zou dat
niet van een leien dakje verlopen. We volgen het verder op, onder
andere in de werkgroep die functioneert onder de regie van de
staatssecretaris voor de Coördinatie van de fraudebestrijding.
a eu lieu le 5 juin 2008 avec le
premier
ministre
et
des
représentants des cabinets des
Finances, de la Mobilité, de
l'Intérieur et de la Lutte contre la
fraude. Une coordination est
nécessaire à différents niveaux :
ainsi, il faut pouvoir compter sur
une collaboration internationale,
au niveau de la police, pour la
recherche de données ­ le Traité
de Prüm offrant de nouvelles
possibilités à cet égard ­ comme
de la Justice, en vue de permettre
la
mise
en
oeuvre
des
condamnations pénales. La police
de la route impose la procédure de
perception immédiate à tous les
contrevenants
étrangers
interceptés. En cas de non-
paiement, il peut être procédé à la
saisie du véhicule.
En ce qui concerne les étrangers
qui continuent à circuler en
Belgique
avec
un
véhicule
immatriculé dans un autre pays,
l'agent de quartier a un rôle
essentiel à jouer étant donné qu'il
doit vérifier si les habitants sont
bel et bien inscrits. Je me réfère à
cet égard à la circulaire du 25
janvier 2005. J'insisterai une
nouvelle
fois
auprès
des
communes
sur
l'obligation
d'inscrire
les
habitants
de
nationalité étrangère.
Pour l'instant, personne ne recourt
encore à l'article 12 du Traité de
Prüm,
qui
prévoit l'échange
automatisé
de
données
sur
l'immatriculation des véhicules,
étant donné qu'il implique des
adaptations
au
niveau
des
systèmes
informatiques.
Ces
dernières sont confiées à la DIV et
M. Schouppe pourra vous fournir
davantage d'informations à ce
sujet. D'après les renseignements
dont je dispose, l'harmonisation
technique avec les bases de
données
des
autres
États
membres se heurte à des
difficultés
importantes.
Nous
suivons de près l'évolution du
dossier, notamment au sein du
groupe dirigé par le secrétaire
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude.
10.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Ik stel vast dat er inderdaad een eerste
vergadering is geweest over de nummerplatenfraude en de inning van
buitenlandse boetes. Ik stel vast dat in uw departement de
wijkagenten er nog eens aan herinnerd zullen worden dat zij oog
moeten hebben voor de officiële inschrijving in het bevolkingsregister.
We leven in Europa, de mobiliteit wordt alsmaar groter en de regels
moeten door iedereen op dezelfde manier worden opgevolgd.
10.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Je note qu'une
première réunion a été consacrée
à la fraude liée aux plaques
d'immatriculation ainsi qu'à la
perception des amendes infligées
à des étrangers. Il va de soi que
les agents de quartier assument
une fonction importante. Étant
donné l'importance croissante de
la mobilité en Europe, il convient
de veiller à ce que chacun
respecte les règles de la même
manière.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question n° 6517 au point 14/1 de M. Crucke est transformée en question écrite.
11 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les voyages
en avion pour les moins de 12 ans" (n° 6538)</b>
11 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "kinderen jonger dan twaalf die alleen met het vliegtuig reizen" (nr. 6538)
11.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la période de vacances fait en sorte que de nombreux
enfants, souvent âgés de moins de 12 ans, se rendent à l'étranger; il
leur arrive bien souvent d'être interdits de vol faute de documents
requis.
En Belgique, une circulaire naguère édictée par M. Vande Lanotte
impose aux compagnies aériennes de réclamer un titre de voyage
spécifique pour les moins de 12 ans. Ce document, un certificat
d'identité muni d'une photographie de l'enfant, est valable deux ans.
La possession de la carte d'identité électronique pour enfant, délivrée
à la demande, doit également permettre de voyager avec un enfant
de moins de 12 ans, mais on sait aujourd'hui que son obtention reste
encore limitée à certaines villes pilotes.
Au niveau européen, en revanche, une majorité d'États reconnaissent
le simple certificat d'identité pour autant que l'enfant soit accompagné
de l'un de ses deux parents. Or, dans l'espace Schengen, beaucoup
de pays réclament un passeport, voire un visa. De plus, certaines
administrations peuvent demander, voire imposer une autorisation
parentale aux personnes qui accompagnent un enfant. C'est sur ce
point spécifique que je souhaitais vous interroger.
En effet, il semblerait que pas plus la Belgique que d'autres pays
européens n'ont aujourd'hui mis en place un document spécifique.
Les pratiques en la matière sont donc assez diversifiées selon les
communes.
Votre administration, sans doute en partenariat avec les Affaires
étrangères, réfléchit-elle à la mise en place d'un tel document lorsque
11.01 Xavier Baeselen (MR):
Terwijl op Europees niveau in de
meeste landen een eenvoudig
identiteitsbewijs volstaat voor een
kind jonger dan twaalf dat in het
gezelschap van een van zijn
ouders reist, is er in België een
specifieke reistitel vereist. In de
Schengenruimte vragen tal van
landen een reispas.
Sommige overheden vragen dat
wie met een kind jonger dan twaalf
reist dat niet het zijne is, daartoe
een toestemming van de ouders
voorleggen. België en een aantal
andere Europese landen zouden
dat specifieke document nog niet
hebben ingevoerd. Overweegt uw
administratie dat eerlang te doen?
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
des enfants de moins de 12 ans partent à l'étranger, accompagnés de
personnes qui ne sont pas leurs parents?
11.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, les documents de voyage nécessaires pour les enfants
dépendent du pays de destination. Ainsi, certains pays exigent la
présentation d'un passeport ­ en dehors de l'Union européenne,
même un enfant nouveau-né doit avoir passeport ­, mais aussi,
parfois, d'un visa. D'autres pays se contentent quant à eux d'une carte
d'identité. Avant l'âge de 12 ans et si l'enfant est accompagné de ses
parents, les États membres de l'Union européenne se contentent d'un
simple certificat d'identité. Pour d'autres pays, il est prudent de
s'informer auprès de son agence de voyage ou de l'ambassade du
pays de destination.
À partir de 12 ans, tout enfant belge possède sa propre carte
d'identité et peut donc accompagner sans problème ses parents. Pour
de plus amples informations à ce sujet, je vous invite à vous adresser
à mon collègue des Affaires étrangères, M. De Gucht.
Pour ce qui est de l'autorisation parentale, il n'existe pas de formulaire
ou de procédure belge ou internationale fixant des règles en matière
d'autorisation parentale pour le voyage de mineurs.
Lorsque l'enfant voyage avec l'un des ses parents, ces derniers ont la
liberté de faire attester par écrit l'accord de l'autre parent, de faire
légaliser la signature par la commune et d'emporter cet accord écrit
en voyage. Le SPF des Affaires étrangères recommande de prévoir
une autorisation écrite lorsque l'enfant voyage seul ou en compagnie
d'autres personnes que ses parents.
Il est préférable que les voyageurs belges se renseignent quant aux
documents supplémentaires exigés pour les enfants qui voyagent
auprès de l'ambassade ou du consulat du pays de destination.
Lorsque l'enfant voyage seul, il est recommandé de se renseigner
auprès de l'ambassade ou du consulat ainsi qu'auprès de la
compagnie aérienne.
Étant donné que les documents de voyage nécessaires pour les
enfants varient en fonction du pays de destination, une réflexion sur
cette problématique au niveau international pourrait être envisagée.
Cela dit, mon collègue des Affaires étrangères me paraît le plus apte
à prendre à une initiative en la matière.
11.02 Minister Patrick Dewael:
De vereiste reisdocumenten voor
kinderen hangen van het land van
bestemming af. Voor kinderen
jonger dan twaalf jaar volstaat voor
de
EU-lidstaten
een
identiteitsbewijs. Voor de andere
landen doet men er goed aan zich
te informeren bij het reisbureau of
de betrokken ambassade.
Er bestaat geen Belgisch formulier
of procedure in verband met een
ouderlijke
machtiging
voor
minderjarigen. Het is beter dat
men
bij
de
diplomatieke
vertegenwoordigingen
en
de
luchtvaartmaatschappijen
inlichtingen inwint over de vereiste
bijkomende documenten.
Volgens mij is mijn collega van
Buitenlandse
Zaken
beter
geplaatst om die kwestie op
internationaal niveau aan te
kaarten.
11.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vais suivre
votre conseil et interroger le ministre des Affaires étrangères.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le conseil
zonal de sécurité" (n° 6583)</b>
12 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de zonale veiligheidsraad" (nr. 6583)
12.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, ma question
sera brève et est bien adressée au ministre de l'Intérieur.
12.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Een aantal burgemeesters uit
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Lors de conversations récentes avec certains bourgmestres de
plusieurs zones ­ je ne généralise pas! ­, j'ai ressenti une certaine
déception ou un découragement de certains bourgmestres à se
rendre à ces réunions de concertation entre les bourgmestres, les
procureurs du Roi et les chefs de corps de police dans le cadre du
conseil zonal de sécurité. Il semblerait que ces concertations soient
parfois mal organisées et ne servent pas dans tous les cas.
Il me semble pourtant que la loi est claire sur les missions du conseil
zonal de sécurité, qui sont la discussion et la préparation du plan
zonal de sécurité, la promotion et la coordination optimale de
l'exécution des missions de police administrative judiciaire et
l'évaluation de l'exécution du plan zonal de sécurité.
Monsieur le ministre, dans des zones où cela ne se passe pas trop
bien, quelles sont exactement les missions du parquet et du directeur
coordinateur pour impulser une collaboration effective entre tous ces
acteurs, notamment au niveau de l'échange d'informations et aux
moyens à mettre en oeuvre par chaque instance?
Il semblerait que certains parquets ou directeurs coordinateurs ne
soient pas proactifs pour aider les bourgmestres dans leur tâche
locale. Monsieur le ministre, avez-vous déjà eu des échos de ces
concertations qui ne sont pas toujours optimales et lors desquelles
certains acteurs ont parfois l'impression de perdre leur temps?
Quelles sont les missions précises du parquet et du directeur
coordinateur de la police fédérale au sein du conseil zonal de
sécurité? Je le répète, cela ne se passe certainement pas dans toutes
les zones mais il serait probablement utile de donner des impulsions
pour que cette instance soit utile.
diverse zones zijn van oordeel dat
de overlegvergaderingen tussen
de burgemeesters, procureurs des
Konings en politiekorpschefs in de
zonale veiligheidsraad soms slecht
georganiseerd zijn en weinig nut
hebben. Heeft u kennis van
dergelijke overlegvergaderingen,
waarvan sommigen vinden dat ze
er hun tijd verdoen? Welke taken
moeten het parket en de dirco
(directeur-coördinator)
in
de
zonale veiligheidsraad vervullen, in
het
bijzonder
wat
de
samenwerking tussen alle actoren
betreft?
Voorzitter: André Frédéric
Président: André Frédéric
12.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, la loi sur la
police intégrée prévoit dans ses articles 35 et 36 que le procureur du
Roi et le dirco sont membres du conseil zonal de sécurité. Le
procureur détermine avec les autres partenaires au sein de ce conseil
les missions et objectifs prioritaires pour la zone de police ainsi que la
manière de les atteindre.
En fonction de cette même loi, le dirco assiste les autorités
administratives ou judiciaires locales qui le sollicitent. Dans l'arrêté
ministériel du 3 novembre 2006 relatif à la description de la fonction
du dirco, j'ai précisé qu'il a un rôle informatif et stimulant pour
harmoniser la politique de sécurité locale notamment au travers de sa
participation au conseil zonal de sécurité.
Dans la circulaire ZTZ/20, mon prédécesseur a précisé qu'il revient au
dirco d'informer les autorités des polices locales du contenu du plan
national de sécurité et de veiller à l'harmonisation entre le plan zonal
de sécurité et les priorités fédérales. Il fournit notamment les chiffres
et analyses qu'il réalise au profit du niveau local. Ces données sont
basées sur les données de la banque nationale de données
généralement traitées par le carrefour d'information d'arrondissement
(CIA). Ce CIA accomplit ses missions tant au profit de la police locale
que fédérale.
12.02 Minister Patrick Dewael:
Overeenkomstig de wet op de
geïntegreerde politie bepaalt de
procureur des Konings samen met
de andere partners in de zonale
veiligheidsraad
de
prioritaire
opdrachten en doelstellingen voor
de politiezone en de manier
waarop die moeten gerealiseerd
worden. De dirco verleent bijstand
aan de plaatselijke administratieve
of gerechtelijke overheden die
daarom
verzoeken.
Het
ministerieel
besluit
van
3
november 2006 bepaalt verder dat
de dirco door zijn informerende en
stimulerende rol bijdraagt tot de
afstemming tussen het lokaal,
arrondissementeel, provinciaal en
nationaal veiligheidsbeleid, en in
het bijzonder deelneemt aan de
zonale veiligheidsraad. In de
omzendbrief ZPZ/20 stelde mijn
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
La Code d'instruction criminelle précise que le procureur du Roi doit
déterminer les matières dans lesquelles les infractions sont
prioritairement recherchées dans son arrondissement dans le cadre
de la politique de recherche déterminée conformément aux articles
143bis et 143ter du Code judiciaire.
Légalement parlant, aucun recours n'est prévu dans le cas où les
informations que je viens d'évoquer ne sont pas transmises soit par le
procureur soit par le dirco. Tout le monde doit assurer sa
responsabilité dans la réalisation du plan zonal de sécurité.
Le dirco ressort de l'autorité immédiate du commissaire général. La loi
a été modifiée en ce sens il y a deux ans. Lorsque celui-ci n'assume
pas sa responsabilité, il convient d'attirer son attention à ce sujet. Ceci
peut entrer en ligne de compte lors de son évaluation.
En ce qui concerne le procureur, je vous renvoie à mon collègue de la
Justice, M. Vandeurzen, tout en répétant que certains engagements
de la part du ministère public figurent dans le plan national de
sécurité.
De plus, la concertation provinciale de sécurité qui vise notamment à
stimuler les conseils zonaux de sécurité pourrait aussi jouer un rôle
dans ce cadre. Elle peut, en effet, formuler des avis qui seront portés
à la connaissance des conseils zonaux de sécurité des autorités
fédérales. La présence du procureur général près de la cour d'appel
peut aussi intervenir comme stimulant pour les autorités judiciaires.
voorganger dat het tot de opdracht
van de dirco behoort om de lokale
politieoverheden in te lichten over
de inhoud van het nationaal
veiligheidsplan en te waken over
de afstemming van het zonaal
veiligheidsplan op de federale
prioriteiten.
De dirco staat onder het gezag
van de commissaris-generaal. Wat
de procureur betreft, verwijs ik u
naar de minister van Justitie.
Het provinciaal veiligheidsoverleg,
dat onder meer tot doel heeft de
zonale
veiligheidsraden
te
stimuleren, zou ook een rol
kunnen spelen. De op het vlak van
het
provinciaal
overleg
uitgebrachte adviezen worden ter
kennis gebracht van de zonale
veiligheidsraden. De aanwezigheid
van de procureur-generaal bij het
hof van beroep kan ook als een
stimulans
werken
voor
de
gerechtelijke overheid.
12.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Au niveau législatif, je crois que les textes sont là, qu'il
s'agisse de lois, de normes, de circulaires ou encore du plan. Ce rôle
de stimulant dépend, dans les faits, de la personnalité de certains. Je
pense qu'il y a moyen d'activer certains acteurs qui ne feraient pas
tout pour mettre en oeuvre les instruments existants.
12.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Het probleem heeft niets met de
regelgeving te maken, maar wel
met
de
persoonlijkheid
van
sommige actoren die ertoe zouden
moeten aangespoord worden om
van de bestaande instrumenten
gebruik te maken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
situation financière des zones de police et des communes qui les composent" (n° 6582)</b>
13 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de financiële toestand van de politiezones en van de gemeenten die er deel van
uitmaken" (nr. 6582)
13.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je ne suis pas
venue pour me lamenter, mais pour vous relater la situation dans des
zones pluricommunales comme la mienne. À l'initiative du chef de
zone et du comptable spécial, une augmentation des dotations a été
demandée à tous les bourgmestres. Évidemment, plusieurs d'entre
eux ont exprimé leur réticence, en raison des autres charges qu'ils
doivent supporter. De plus, certaines communes wallonnes sont
placées sous plan de gestion ­ je ne sais pas si c'est pareil en
Flandre. Ainsi, les circulaires budgétaires les contraignent à ne pas
augmenter de plus de 2% leurs dotations à leur zone de police.
13.01 Jacqueline Galant (MR): In
een stedelijke zone zoals de mijne
hebben de zonechef en de
bijzondere rekenplichtige aan alle
burgemeesters een verhoging van
de dotatie gevraagd. Verscheidene
burgemeesters stelden zich echter
terughoudend op, gelet op de
overige lasten waarmee ze worden
geconfronteerd. Bovendien zijn
verscheidene Waalse gemeenten
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Rien qu'en 2008, l'indexation des salaires a atteint 4%, mais les 2%
d'augmentation accordés par les communes ne parviennent même
pas à la couvrir.
Nous savons très bien qu'à la suite de la réforme des services de
police, de nombreux avantages sociaux ont été obtenus par les
syndicats. Vous n'étiez pas là à cette époque, mais tout le monde le
constate ­ et, à présent, il faut s'en accommoder. En outre, les
charges de personnel représentent un poste très important dans les
dépenses ordinaires. Selon une étude de Dexia publiée en 2007, cela
représentait 85,4% des dépenses ordinaires des zones de police.
Pour revenir à l'indexation des salaires, ces augmentations sont
partiellement couvertes par l'indexation de la dotation fédérale, le
reste devant être pris en charge par les communes.
Monsieur le ministre, je sais que vous ne pouvez pas accomplir de
miracles. Les communes wallonnes sont prises entre le marteau
fédéral et l'enclume wallonne. Il nous est demandé d'assurer un seuil
de sécurité optimal. Je suis bien d'accord et même prête à fournir les
efforts à cette fin, mais certaines communes en sont incapables. Sur
le plan budgétaire, rien n'est prévu à cet égard.
Monsieur le ministre, ne conviendrait-il pas de prévoir une hausse des
dotations fédérales aux zones de police, couvrant intégralement au
moins les indexations salariales afin que les administrations
communales puissent respecter les impositions de la Région wallonne
sans mettre leur santé financière en danger?
onderworpen
aan
een
beheersplan, waardoor ze hun
dotatie aan de politiezone maar
met ten hoogste 2 procent mogen
optrekken. In 2008 loopt de
indexering van de lonen alleen al
op tot 4 procent.
Volgens een studie die Dexia in
2007 heeft uitgevoerd, zouden de
personeelskosten goed zijn voor
85,4 procent van de gewone
uitgaven van de politiezones.
De indexering van de lonen wordt
gedeeltelijk gecompenseerd door
de indexering van de federale
dotatie, maar het saldo dient door
de gemeenten ten laste te worden
genomen. Zou men niet in een
verhoging van de federale dotatie
moeten voorzien die ten minste
overeenstemt met het bedrag van
de loonindexeringen?
13.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, madame
Galant, avant de vous répondre, vous m'autoriserez à revenir sur
certains éléments de votre question.
Il n'est tout d'abord pas exact de prétendre que les communes ne
sont pas consultées lorsqu'il s'agit de normes concernant la police
locale. La loi sur la police intégrée requiert en effet que le conseil
consultatif des bourgmestres émette son avis chaque fois qu'un
arrêté réglementaire concerne la police locale.
Les frais du personnel constituent naturellement un poste qui
consomme une part importante du budget de la zone de police. Cela
ne veut pas dire pour autant que la dotation fédérale aux zones de
police a pour finalité exclusive de couvrir ces frais de personnel. Si tel
était le cas, il y aurait une certaine logique à procéder ­ comme vous
le suggérez ­ en faisant évoluer la dotation en fonction du coefficient
d'indexation salariale, mais ce n'est pas le cas!
La dotation fédérale est une intervention financière à vocation
généraliste qui constitue la quote-part investie par l'autorité fédérale
dans la satisfaction de la fonction de police de base. C'est donc
l'indice santé qui a été pris comme référence pour déterminer
l'évolution, année par année, du montant de la dotation fédérale. Cela
se déroule en deux phases. Il y a tout d'abord une prévision de
l'évolution de l'indice santé qui définit la dotation fédérale de l'année
de référence attribuée par l'arrêté royal. À l'issue de l'exercice
concerné, on compare l'évolution effective de l'indice avec la prévision
initiale. La différence est compensée, le cas échéant, par une
indexation complémentaire de la dotation fédérale.
13.02 Minister Patrick Dewael:
Vooreerst worden de gemeenten
geraadpleegd met betrekking tot
de normen van toepassing op de
lokale politie.
De federale dotatie is een
financiële bijdrage voor algemene
doeleinden. De gezondheidsindex
werd als referentie genomen voor
de evolutie van de dotatie. De
federale dotatie voor 2008 werd
vastgesteld op grond van een
groei van de gezondheidsindex
met 2,8 procent. Volgens de
recentste gegevens van het
Planbureau zou die index in 2008
echter met 3,8 procent toenemen.
Begin 2009 komt er dus een
bijkomende indexering van de
federale dotatie. De gewestelijke
toezichthoudende
overheid
is
daarvan op de hoogte. Zo nodig
zal een rappel worden gericht aan
de
gemeenten
die
de
2
procentnorm voor de verhoging
van de gemeentelijke dotatie aan
de
politiezone
welke
werd
vastgesteld
door
de
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
La dotation fédérale de 2008 a été fixée sur la base d'une croissance
de l'indice santé de 2,8%. Les données les plus récentes du Bureau
fédéral du Plan estiment la croissance de l'indice santé en 2008 à
3,8%. Une indexation complémentaire de la dotation fédérale
interviendra donc bien au début de l'année 2009. Cette donnée est
connue par la tutelle régionale. Elle sera utilement rappelée le cas
échéant dans la procédure d'évocation prévue pour les communes ne
respectant pas la norme des 2% de majoration de la dotation
communale à la zone de police fixée par la circulaire budgétaire du 4
octobre 2007.
begrotingsomzendbrief
van
4
oktober 2007 niet in acht nemen.
13.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, une indexation
supplémentaire début 2009 est une bonne nouvelle! Néanmoins, une
concertation avec votre homologue de la Région wallonne est
nécessaire pour qu'il retire cette condition des 2%. En effet, elle pose
vraiment problème au niveau du fonctionnement de la zone de police.
Dans ma zone, par exemple, deux communes sur six sont sous plan
de gestion, elles ne peuvent dès lors pas déroger à ces normes qui
sont imposées par la Région wallonne. Il n'est toutefois pas normal
qu'une commune augmente sa dotation de 8% et l'autre de 2%, par
exemple. Il faut absolument harmoniser les normes du fédéral et
celles de la Région wallonne pour qu'on ait le même raisonnement en
matière de police.
13.03 Jacqueline Galant (MR): U
zal moeten overleggen met uw
ambtgenoot van het Waalse
Gewest
om
die
2
procentvoorwaarde, die een groot
probleem vormt, te schrappen. Het
is toch niet normaal dat in één
zone de ene gemeente haar
dotatie met 8 procent optrekt en
de andere met 2 procent,
bijvoorbeeld. De federale normen
en die van het Waals Gewest
moeten
op
elkaar
worden
afgestemd.
13.04 Patrick Dewael, ministre: Je vais entamer une concertation
avec mon collègue de la Région wallonne.
13.04 Minister Patrick Dewael: Ik
zal daarover overleg plegen met
mijn collega van het Waals
Gewest.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n
o
6591 de M. Jean-Luc Crucke est transformée en question écrite.
14 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
couverture radio des zones de police" (n° 6592)</b>
14 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het radiobereik van de politiezones" (nr. 6592)
14.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la zone de police Sylle et Dendre couvre six communes,
dont Brugelette et son parc Paradisio. Pour toute cette zone, il existe
deux antennes, l'une au nord et l'autre au sud; 52 postes radio ont été
acquis et le réseau analogique a été complètement abandonné.
Pourtant, nous constatons un problème de couverture radio dans
cette zone. Or, elle comprend le parc Paradisio, la plus grosse
attraction touristique en Région wallonne, et la base aérienne de
Chièvres, qui fait partie des installations du SHAPE, à proximité de
laquelle l'école du feu sera prochainement implantée. Nous risquons
donc une saturation rapide du réseau par les pompiers.
Le directeur du SHAPE s'est déjà plaint du manque de couverture
radio, lui qui ne peut obtenir de liaison radio entre le site de Maisières
et la base de Chièvres. Et de s'interroger sur ce qui se passerait en
14.01 Jacqueline Galant (MR):
De politiezone 'Sylle et Dendre',
die het Paradisiopark en de
luchtvaartbasis
Shape
van
Chièvres op haar grondgebied
heeft, beschikt over twee antennes
en tweeënvijftig radioposten. De
directeur van Shape heeft al zijn
beklag gedaan over het tekort aan
radiodekking en de versterkte
politiediensten
rond
het
Paradisiopark
hebben
verbindingen nodig. Kan men de
verbindingen
met
de
aangrenzende
zones
niet
optimaliseren en een bijkomende
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
cas de catastrophe majeure.
En 2007, le parc Paradisio a accueilli plus de 650.000 visiteurs.
L'affluence augmente constamment. Les services de police sont donc
renforcés dans la région, ce qui nécessite des liaisons radio.
Monsieur le ministre, ne serait-il pas envisageable, en raison des sites
particuliers du SHAPE et du parc Paradisio, d'optimaliser les liaisons
avec les zones voisines et d'installer une antenne supplémentaire
pour la zone Sylle et Dendre?
Le chef de zone le réclame depuis 2005. Il avait écrit au CA d'ASTRID
qui lui avait répondu qu'il y aurait une antenne supplémentaire, mais
sur la zone voisine. Ainsi, le problème de la zone Sylle et Dendre n'est
toujours pas résolu. Pourriez-vous faire pression pour obtenir cette
antenne supplémentaire sur notre zone?
antenne plaatsen in de zone, zoals
de zonechef al sinds 2005 vraagt?
14.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, ASTRID avait initialement prévu la construction de 435
antennes en surface pour répondre aux critères du contrat de gestion.
En raison de contingences administratives principalement liées aux
permis d'urbanisme, les antennes prévues dans les communes de
Rixensart, La Hulpe et Lasnes n'ont pas pu être construites.
Les dispositions du contrat de gestion ne prévoyaient pas la
couverture portable indoor et outdoor dans toutes les communes. Il ne
prévoyait qu'un seuil de 95%. La couverture telle que prévue au
contrat de gestion et réalisée à ce jour pourrait avoir comme résultat
qu'il subsiste des lieux où la couverture reste absente ou limitée.
Cette situation résulte, d'une part, de l'exécution du contrat de gestion
conclu en 1998 et, d'autre part, des services de secours et de sécurité
qui formulent de nouvelles attentes dans un environnement où les
technologies de communication évoluent en permanence.
En effet, la couverture est une notion évolutive, qui doit intégrer les
modifications structurelles ­ nouveaux bâtiments, quartiers, etc. ­, les
nouvelles technologies, les interférences, etc. Pour répondre à ce
besoin de couverture supplémentaire et élargir la couverture du
contrat de gestion, une nouvelle phase a débuté.
Les nouveaux critères établis ont donné lieu à l'ouverture de septante-
huit dossiers relatifs à des mâts. Sur ces septante-huit mâts, vingt-
cinq sont déjà opérationnels et seize sont en train d'être construits;
pour trente dossiers la procédure est en cours. Enfin, sept sites
problématiques font l'objet d'une attention particulière du conseil
d'administration d'ASTRID. Des consultations sont menées avec les
communes concernées pour tâcher de débloquer la situation.
Le site de Sirault auquel vous vous référez en fait partie.
L'implantation des mâts supplémentaires résulte d'un exercice réalisé
par le Comité consultatif des utilisateurs. Sur la base de critères
objectifs, nous avons examiné par des modèles de simulation à quels
endroits des mâts supplémentaires devaient être installés. Il ressortait
de cet exercice que le site de Sirault ne répondait pas aux nouveaux
critères en matière de couverture radio, contrairement à Brugelette.
Pour cette raison, Sirault entrait en ligne de compte pour l'implantation
d'un mât supplémentaire. Après la mise en service de ces antennes,
14.02 Minister Patrick Dewael:
De
vierhonderdvijfendertig
antennes
die
door
ASTRID
aanvankelijk
gepland
waren
krachtens het beheerscontract,
konden niet gebouwd worden,
hoofdzakelijk om redenen die te
maken
hadden
met
stedenbouwkundige vergunningen.
Het
beheerscontract
voorziet
slechts in een dekking van 95%. In
de huidige stand van realisatie kan
het zijn dat bepaalde plekken
onvolledig of helemaal niet gedekt
zijn.
Om tegemoet te komen aan de
nieuwe behoeften op het stuk van
radiobereik en het beheerscontract
uit te breiden, wordt er een nieuwe
fase ingeluid. De nieuwe criteria
hebben geleid tot het openen van
78 dossiers in verband met
masten, waarvan er 25 reeds
operationeel zijn en er 16 in
aanbouw zijn. Voor 30 dossiers
loopt de procedure nog. ASTRID
besteedt bijzondere aandacht aan
zeven
problematische
sites,
waaronder de site van Sirault, die
u in uw vraag beoogt. Sirault
voldoet niet aan de nieuwe criteria,
wat wel het geval is voor
Brugelette, en komt dus in
aanmerking voor de plaatsing van
een extra mast.
Na de inplanting van die extra
masten zal er een nieuwe
evaluatie verricht worden.
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
une nouvelle évaluation globale sera organisée pour les lieux où les
services de secours et de sécurité restent confrontés à une
couverture insuffisante.
14.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, le site de
Sirault ne résout pas le problème vu que la commune est dans la
zone d'à côté. Si j'ai bien compris, pour Brugelette il y a également un
projet à l'étude?
14.03 Jacqueline Galant (MR):
Dat er op de site van Sirault een
mast geplaatst zal worden lost het
probleem nog niet op, aangezien
de gemeente in de naastliggende
zone ligt.
14.04 Patrick Dewael, ministre: Pour Sirault, oui.
14.05 Jacqueline Galant (MR): Mais pas pour Brugelette? Cela ne
résout pas le problème de la couverture.
14.06 Patrick Dewael, ministre: Sirault ne répondait pas, comme je
l'ai dit, aux nouveaux critères contrairement à Brugelette. Pour cette
raison, Sirault entrait en ligne de compte pour l'implantation d'un mât
supplémentaire.
14.07 Jacqueline Galant (MR): La zone de police pourrait interpeller
à nouveau ASTRID.
14.07 Jacqueline Galant (MR):
De
politiezone zou
ASTRID
daarover
opnieuw
kunnen
aanspreken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de nieuwe aanvallen op politie-inspecteurs in Anderlecht" (nr. 6614)
15 Question de M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les nouvelles
agressions d'inspecteurs de police à Anderlecht" (n° 6614)</b>
15.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister,
volgens de krant Het Laatste Nieuws werden er opnieuw
politiemensen aangevallen in Anderlecht. Dat gebeurde op vrijdag 20
juni in de Van Lintstraat. Toen de politie een verdachte wilde
aanhouden wegens gewelddadige diefstallen in Veurne hitste die de
omstaanders op. Ten gevolge daarvan begon een vijftigtal jongeren
volgens de krant stenen te gooien naar de politie-inspecteurs en
werden er ook klappen uitgedeeld. De politie moest uiteindelijk
traangas gebruiken om de jongeren op een afstand te houden.
Het is niet de eerste keer, mijnheer de minister. Het is in het zeer
recente verleden nog gebeurd. Daarstraks hadden wij het nog over de
sackjackings en vorige week hebben wij op het overwicht van de
feiten in Anderlecht en zone Zuid gewezen. Wij hebben de afgelopen
maand nog grote moeilijkheden gehad tussen politie en parket in de
zone Anderlecht. Ik heb daarnet nog minister Vandeurzen daarover
ondervraagd.
Van een lik-op-stukbeleid zoals u het bepleit hebt, is er hoe dan ook
nog altijd geen sprake. In elk geval, wat gebeurd is, is een zoveelste
illustratie van een totaal uit de hand gelopen veiligheidsbeleid in een
belangrijk stuk van Brussel.
Mijnheer de minister, kunt u de feiten bevestigen? Werden er
15.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Selon
Het
Laatste
Nieuws, des policiers ont encore
été attaqués à Anderlecht le
vendredi 20 juin. Au moment où la
police a voulu procéder à
l'arrestation
d'une
personne
suspectée d'avoir commis des vols
à l'aide de violences à Furnes,
cette personne a ameuté les
badauds. Une cinquantaine de
jeunes se sont alors mis à
caillasser les fonctionnaires de
police, lesquels ont dû faire usage
de gaz lacrymogène pour les tenir
à distance respectueuse. Ce
nouvel incident démontre l'échec
total de la politique de sécurité
mise
en
oeuvre
par
le
gouvernement
dans
une
commune
importante
de
l'agglomération bruxelloise. La
politique de réaction rapide est
inexistante.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
politiemensen gewond? Werden er buiten de gezochte verdachte
andere mensen aangehouden of gefilmd? Hoeveel daders van die
gewelddadige praktijken heeft men kunnen identificeren?
Kunt u meedelen of er door politie en parket verder gevolg aan
gegeven wordt? Zo neen, wat is de reden waarom men dat soort
lynchpraktijken gedoogt, waarbij men naar politie-inspecteurs allerlei
materiaal kan gooien?
Le ministre confirme-t-il les faits?
Des policiers ont-ils été blessés?
D'autres individus, hormis le
suspect recherché, ont-ils été
arrêtés ou filmés? Combien
d'auteurs ont-ils été identifiés? La
police ou le parquet réserveront-ils
une suite à cette identification?
Dans la négative, pourquoi ce type
de pratiques de lynchage sont-
elles tolérées?
15.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's,
blijkbaar heeft collega Laeremans zich voorgenomen mij minstens
elke week één vraag te stellen over een of ander crimineel feit dat hij
heeft waargenomen. Ik kan opnieuw een aantal feitelijke elementen
meedelen.
Op 20 juni heeft de politie van de zone Brussel-Zuid een verdachte in
een criminele zaak gearresteerd op de openbare weg in Anderlecht.
Die persoon heeft getracht te ontsnappen door een incident met
toeschouwers te creëren. Er heeft zich een menigte van een veertigtal
personen verzameld. Onbekenden hebben twee ruitjes van een
politiewagen vernield. Geen enkele agent is daarbij gewond geraakt.
De menigte is snel gekalmeerd en er was ook geen politieversterking
nodig.
Buiten de verdachte werden geen andere personen gearresteerd en
ook niet gefilmd. De verdachte werd dan voorgeleid bij de
onderzoeksrechter van Veurne. De politie stelde tegen die persoon
een proces-verbaal op voor weerspannigheid, verstoring van de
openbare orde en het aanzetten tot oproer. De verdere details omtrent
de gerechtelijke afhandeling kan ik niet geven. Daarvoor is mijn
collega van Justitie bevoegd.
15.02 Patrick Dewael, ministre:
Le suspect a tenté de s'échapper
en provoquant un incident avec les
badauds.
Une
foule
d'une
quarantaine de personnes s'est
aussitôt
rassemblée
et
des
inconnus ont brisé deux vitres d'un
véhicule de police. Aucun agent
n'a été blessé, la foule s'est
rapidement calmée et aucun
renfort n'a dû être appelé. Hormis
le suspect, personne n'a été arrêté
ni filmé. Procès-verbal a été
dressé contre le suspect lui-même
pour rébellion et perturbation de
l'ordre public. Si vous souhaitez
connaître le détail du traitement
judiciaire de cet incident, je vous
invite à vous adresser aux
autorités judiciaires ainsi qu'au
ministre de la Justice.
15.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de feiten tonen hoe dan ook aan, en u bevestigt
het ook, dat de omstaanders werden opgejut, dat zij hebben
meegedaan, dat zij een politiewagen hebben belaagd en met stenen
beschadigd. Zo banaal zijn de feiten in elk geval niet. Het is iets
typisch dat zich daar meer en meer voordoet. Juist daarom
ondervraag ik u. Ik vraag uw alertheid daarvoor, ook omdat u vorige
week blijkbaar zelf niet het initiatief nam om een beleid te voeren dat
sackjacking, dat een echte plaag is in de zone Zuid, tegengaat. Ik heb
ook de indruk dat u de zaken banaliseert. Wij zullen het in elk geval
volgen. Ik hoop dat de feiten die door de omstanders zijn gepleegd,
zullen worden vervolgd, dat men op zoek gaat naar de daders en dat
men dit soort zaken niet blijft gedogen.
15.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Quoi qu'il en soit, les
badauds ont été ameutés et la
police a été attaquée. J'ai
l'impression
que
le
ministre
banalise les faits. J'espère qu'il y
sera donné suite et qu'ils ne seront
pas tolérés.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question 6623 de M. Thiébaut est reportée.
16 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de recente verklaringen van de burgemeester van Maastricht inzake het dossier van de
relocalisatie van de coffeeshops" (nr. 6318)
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
16 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les récentes
déclarations du bourgmestre de Maastricht dans le cadre du dossier de la relocalisation des
coffeeshops" (n° 6318)</b>
16.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik heb
braaf mijn straf uitgezeten die mij daarstraks door plaatsvervangend
voorzitter, mevrouw Corinne De Permentier, werd opgelegd. Ik wil
haar danken voor haar diligent optreden en haar collegialiteit om mijn
eerder geschrapte vraag dan toch aan de agenda te willen toevoegen,
zij het achteraan. De eigenschappen die haar kenmerken, doen alleen
maar onder voor haar charme. Daarom heb ik de straf, om achteraan
te moeten aansluiten, met veel plezier aanvaard.
Mijnheer de minister, ter zake, de burgemeester van Maastricht ­ ik
heb u er al meermaals over ondervraagd ­ heeft onlangs alweer van
zich laten spreken in de kwestie van de coffeeshops op het
grondgebied van zijn gemeente. Hij zou naar eigen zeggen nu een
stok achter de deur houden indien het aan de gang zijnde overleg zou
mislukken. Met name zou hij van plan zijn om toch nog de
verplaatsing van de coffeeshops in de richting van de
grensgemeenten Lanaken, Riemst en Voeren uit te voeren.
Mijnheer de minister, hoever staat het met het overleg tussen de
Belgische en de Nederlandse regering? Als ik mij niet vergis, is dat nu
aan de orde; er heeft net een vergadering plaatsgehad of er staat er
een voor de deur.
Misschien kunt u er niet al te diep op ingaan omdat de gesprekken
min of meer vertrouwelijk moeten blijven, maar toch stel ik de
volgende vragen.
Geeft de Nederlandse regering volgens u blijk van de nodige kritische
geest ten opzichte van de plannen van de Maastrichtse
burgemeester, zijn houding en zijn aanpak? Zo ja, op welke wijze
geeft de Nederlandse regering daarvan blijk? In een open brief die hij
aan u gericht heeft, wijst de Maastrichtse burgemeester namelijk op
het feit dat mevrouw Guusje ter Horst, Nederlands minister van
Binnenlandse Zaken, aan zijn kant staat. Hij zegt het niet met zoveel
woorden, maar hij voelt zich toch gesterkt.
In hoeverre zijn in het overleg inmiddels de essentiële verschillen en
tegenstrijdigheden tussen het Belgische en Nederlandse drugbeleid
ter sprake gekomen? Het feit dat die niet op mekaar afgestemd zijn,
zal toch wel voor bijkomende problemen zorgen.
De volgende vraag is toch pertinent. Heeft de federale regering, bij
monde van uzelf, al duidelijk gemaakt aan Nederland dat niets hen
belet om de coffeeshops te sluiten en een drugbeleid te voeren dat
meer in overeenstemming is met aanbevelingen van diverse
internationale organisaties, waaronder de Verenigde Naties, en ook
met het beleid van de overgrote meerderheid van de EU-lidstaten?
Als men dan toch Europa één wil maken, veronderstel ik niet dat wij
ons allemaal zullen moeten aanpassen aan Nederland, maar dat de
omgekeerde beweging mag gebeuren, uiteraard zonder mij te willen
mengen in de binnenlandse aangelegenheden van Nederland. Als er
zo hoog wordt opgegeven van Europa, moeten dan ook maar de
consequenties daaruit getrokken worden.
16.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Selon ses propres dires,
le bourgmestre de Maastricht
dispose d'un moyen de pression
en cas d'échec de la concertation
en cours. Il envisagerait alors de
déplacer les coffeeshops dans la
région frontalière, perspective qui
irrite
les
bourgmestres
de
Lanaken, Riemst et Fourons.
Où en est la concertation entre les
gouvernements
belge
et
néerlandais à propos de la
présence des coffeeshops dans la
région
frontalière?
Le
gouvernement néerlandais fait-il
preuve de suffisamment d'esprit
critique à l'égard des projets du
bourgmestre de Maastricht? Dans
quelle mesure les antagonismes
entre les politiques belge et
néerlandaise en matière de
drogue ont-ils été abordés lors de
cette
concertation?
Rien
n'empêche les Pays-Bas de
fermer les coffeeshops et de
mettre en oeuvre une politique en
matière de drogue qui soit
conforme aux recommandations
de
diverses
organisations
internationales et à la politique
suivie par la majorité des Etats
membres de l'UE. L'avez-vous
déjà fait comprendre clairement
aux autorités de La Haye?
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
16.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega, u zult
mij niet kwalijk nemen dat ik alle elementen van antwoord die ik onder
meer ook nog in een vorige commissievergadering aan een andere
collega heb gegeven en waarbij ik telkens de historiek geef van alle
stappen die werden gezet, zowel bilateraal als Europees, niet elke
keer opnieuw ga herhalen. Al wat ik daar ooit op heb geantwoord in
deze commissie blijft voor mij tot op de dag van vandaag onverkort
gelden. Ik voeg er alleen maar een actualiteitselement aan toe.
Eerst en vooral wil ik algemeen stellen dat het niet de eerste keer is
dat de burgemeester van Maastricht met woorden wel aankondigt
overleg na te streven en een geconcerteerde oplossing te betrachten,
maar dat hij in de praktijk zijn plannen toch doorzet. Ik heb trouwens
ook gezegd toen door de Nederlandse minister-president aan onze
premier een signaal werd gegeven, dat ik op mijn hoede blijf;
regelmatig wordt er wel eens een signaal gegeven dat moet wijzen op
enige gespreksbereidheid of het in vraag stellen van een aantal
intenties. In andere verklaringen die hij ook publiek doet, gaat
burgemeester Leers dan toch verder met het concretiseren van die
plannen. Ik heb altijd gezegd dat wij op onze hoede moeten blijven.
Ten tweede is er geen vooruitgang. Deze namiddag heb ik hier in
Brussel wel overleg met mijn Nederlandse collega van Binnenlandse
Zaken die een bezoek brengt aan ons land en ook bij mij langskomt.
Ik heb de problematiek van de coffeeshops op de agenda geplaatst.
Ik ga niet vooruitlopen op dat gesprek, maar als u mij morgen in
plenaire vergadering een vraag stelt, kan ik u de stand van zaken
geven.
16.02 Patrick Dewael, ministre:
Je me réfère aux réponses que j'ai
déjà données en la matière, entre
autres lors de la précédente
réunion de la commission, et que
je ne répèterai pas à chaque fois.
Toutefois, j'y ajouterai un élément
d'actualité.
Je n'ai cessé de dire qu'il faut se
tenir
sur
ses
gardes.
Le
bourgmestre, M. Leers, s'est
toujours déclaré ouvert à la
négociation mais dans la pratique,
il apparaît qu'il persiste dans son
projet.
Cet après-midi, je me concerterai
avec le ministre néerlandais de
l'Intérieur. La question figure à
notre ordre du jour. J'en saurai
davantage
demain
et
des
questions pourront donc m'être
adressées en séance plénière.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, u hoeft inderdaad niet alles te herhalen. Ik zal u
daarover nog vaak een vraag stellen, wie weet zelfs morgen in de
plenaire vergadering.
Ik benadruk nog even het kwakkelend drugsbeleid aan beide zijden
van de taalgrens. We hebben daaromtrent ideologische
meningsverschillen. Een gedoogbeleid is hypocriet als principe en
ondoeltreffend als beleidsinstrument, zowel principieel als op justitieel
vlak en op het vlak van de volksgezondheid.
Ik ben het voor 99% oneens met de heer Leers. Laat dat nu duidelijk
gezegd zijn. Ik wil hem echter citeren in verband met de Maastrichtse
coffeeshops waarvan hij in zijn brief aan u gericht, zegt dat deze door
u worden gezien als een belangrijke veroorzaker van veel
drugsproblemen in eigen land. Daarover zegt hij: "Neem mij niet
kwalijk dat ik daarover een andere mening heb." In dat opzicht begrijp
ik hem wel.
Het is nu dan ook aan uw Nederlandse collega om duidelijk te maken
dat de burgemeester over de schreef gaat en dat hij ginder in de hand
moet worden gehouden. Dat is de taak van de Nederlandse minister
van Binnenlandse Zaken.
Wanneer dat niet gebeurt en u uw Nederlandse collega daarvan niet
kunt overtuigen, zullen wij blijven geconfronteerd worden met
problemen in de grensstreek, die zelfs zullen toenemen wanneer wij
burgemeester Leers zijn zin laten doen.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
J'interrogerai
encore
souvent le ministre à ce sujet. La
politique en matière de drogues
est bancale des deux côtés de la
frontière.
Une
politique
de
tolérance est non seulement
hypocrite mais elle est aussi
inefficace sur le plan de la justice
et de la santé publique.
Le ministre doit convaincre sa
collègue néerlandaise que le
bourgmestre
de
Maastricht
dépasse les bornes et qu'elle doit
le réfréner, au risque sinon que les
problèmes ne cessent de croître
dans la région frontalière.
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de Mme Josée Lejeune à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "le rapport
annuel concernant la traite des êtres humains" (n° 6035)</b>
17 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het
jaarverslag betreffende de mensenhandel" (nr. 6035)
17.01 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, le Centre pour
l'égalité des chances a rendu public son rapport annuel 2007. Ce
rapport se fondait sur le questionnaire standard proposé par la
Commission européenne à l'occasion de la première Journée
européenne contre la traite des êtres humains. Le Centre formule
dans son rapport plusieurs recommandations, notamment sur la
nécessité d'une formation permanente des acteurs de terrain qui
entrent en contact avec les victimes ou la nécessité de renforcer le
caractère prioritaire de la question de la traite et du trafic des êtres
humains auprès des autorités compétentes.
Madame la ministre, je tiens à souligner que cette question a déjà été
soumise à plusieurs reprises au ministre de la Justice et au ministre
de l'Intérieur qui m'a suggéré de vous interroger.
Que pensez-vous du contenu de ce rapport? Actuellement, un délai
de 45 jours dit "délai de réflexion" est accordé à la victime pour
réfléchir sereinement et décider si elle désire déposer plainte. Or le
Centre constate que, dans les faits, cette possibilité lui est rarement
octroyée. Confirmez-vous cette information? Comment comptez-vous
réagir?
Ce rapport pose la question de la formation permanente des
différents acteurs de terrain qui entrent en contact avec les victimes.
Qu'en est-il pour l'instant? Une telle formation existe-t-elle? Dans le
cas contraire, allez-vous mettre en place un programme de ce genre?
De quelle manière l'envisagez-vous? Si de telles formations existent,
sont-elles assez efficaces? Font-elles l'objet d'une évaluation
périodique à des fins d'ajustement à la réalité du terrain?
Enfin, le Centre déplore un manque de suivi structurel de ce
problème. Que pensez-vous de ce constat? Comment réagissez-vous
à ce rapport?
17.01 Josée Lejeune (MR): Het
Centrum voor gelijkheid van
kansen heeft zijn verslag 2007
gepubliceerd, dat stoelt op de
vragenlijst die door de Europese
Commissie ter gelegenheid van de
eerste Europese dag tegen de
mensenhandel werd voorgesteld.
Het Centrum formuleert daarin
aanbevelingen, met name over de
noodzaak van een permanente
opleiding voor de betrokken
actoren die in contact komen met
de slachtoffers, of over de
noodzaak om van de strijd tegen
de mensenhandel een prioriteit te
maken.
Wat vindt u van de inhoud van dat
verslag?
Bevestigt
u
de
vaststelling van het Centrum
volgens welke het slachtoffer
zelden over een bedenktijd van
vijfenveertig dagen beschikt om
een klacht in te dienen? Hoe zal u
daarop reageren?
Hoe zit het met de permanente
opleiding
van
de
betrokken
actoren die in contact komen met
de slachtoffers? Indien dergelijke
opleidingen niet bestaan, zal u ze
dan organiseren? Hoe ziet u een
dergelijk programma? Indien die
opleidingen wel bestaan, zijn ze
dan efficiënt? Worden ze periodiek
geëvalueerd met het oog op
bijsturingen? Ten slotte betreurt
het
Centrum
dat
er
geen
structurele follow-up van die
kwestie plaatsvindt. Wat vindt u
daarvan?
17.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, j'ai lu ce rapport avec grand intérêt.
Le rapport met en évidence le rôle du Centre en tant que rapporteur
national belge en matière de traite et trafic des êtres humains. Les
conclusions et les recommandations concrètes qui ont été formulées
devront être examinées et discutées au sein de la cellule de
17.02
Minister
Annemie
Turtelboom:
De
concrete
conclusies en aanbevelingen van
dit rapport moeten onderzocht en
besproken worden binnen de cel
interdepartementale
coördinatie
Mensenhandel en ­smokkel.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
coordination interdépartementale traite et trafic des êtres humains.
Ik kan trouwens zeggen dat er vanmiddag een startvergadering over
de commissie Mensenhandel plaatsvindt. Ik denk dat de vergadering
ondertussen reeds gestart is, dat ze om 12.00 uur startte. Normaal
gezien ga ik er na deze commissievergadering ook naartoe.
En ce qui concerne la commission
`Traite des êtres humains', la
réunion de démarrage a d'ailleurs
lieu en ce moment.
En ce qui concerne le délai de réflexion, cette question se pose au
moment de la détection et de l'identification des victimes et concerne
donc essentiellement ceux qui sont en premier en contact avec les
victimes. Il s'agit principalement des services de police et des
parquets. Dans la pratique, lorsque l'Office des étrangers est informé
qu'une personne est potentiellement victime de traite et de trafic des
êtres humains, le délai de 45 jours commence automatiquement.
Je ne peux confirmer l'information que vous citez car plusieurs
éléments interviennent: le know-how de la police, les directives des
magistrats, la volonté des victimes. En outre, on ne dispose pas de
chiffres sur le pourcentage de victimes potentielles qui sont détectées
et qui choisissent finalement de recourir à la période de réflexion.
Il faut également tenir compte d'un élément important, à savoir
l'attitude même des victimes potentielles. Les victimes doivent vouloir
être aidées. Les services ne peuvent pas les forcer à accepter
l'assistance. Aussi, lorsque ces personnes ne se considèrent pas
comme victimes et ne souhaitent donc pas être suivies par un centre
d'accueil spécialisé, elles ne peuvent bénéficier de la période de
réflexion.
En pratique, on constate que seule une minorité de victimes
potentielles interceptées choisissent d'être aidées et d'avoir recours à
la période de réflexion.
Cela dit, je ne veux pas exclure que des améliorations sur le terrain
ne peuvent intervenir en ce qui concerne l'identification et la détection
des victimes potentielles. Je peux vous assurer que nous poursuivons
nos efforts en vue d'améliorer le know-how et les méthodes de travail
des personnes sur le terrain.
Le projet de circulaire qui sera soumis pour approbation à toutes les
instances compétentes est un nouvel élément déterminant. Ce projet
vise à améliorer le statut de protection, notamment en ce qui
concerne la période de réflexion, et décrit très clairement chaque
phase de la procédure que les acteurs de terrain doivent suivre. De
cette manière, nous pouvons arriver à une approche plus intégrée de
ce phénomène pour lequel les tâches et les rôles de chaque acteur
sont clairement délimités. Une nouvelle brochure d'information
destinée aux victimes est également en cours d'élaboration.
Comme mon collègue M. Vandeurzen vous l'a également dit, j'insiste
sur les nombreuses initiatives qui ont déjà été prises pour la formation
des différents acteurs, notamment à travers une meilleure synergie
entre les différents services concernés mais aussi sur le plan interne.
Une séance de formation a d'ailleurs été donnée à l'Office des
étrangers sur la question de la traite des êtres humains et le
traitement des victimes. Dans le cadre des programmes de formation
(formation continue, barémique, fonctionnelle et spécialisée) donnés
par les écoles de police agréées, la problématique de la traite et du
De kwestie van de bedenktijd doet
zich voor op het ogenblik van het
opsporen en het identificeren van
de slachtoffers. Het is dus
wezenlijk een zaak voor politie en
parketten. In de praktijk is het zo
dat
wanneer
de
Dienst
Vreemdelingenzaken
ingelicht
wordt dat een persoon potentieel
slachtoffer is van mensenhandel
en ­smokkel, de termijn van
vijfenveertig dagen begint te lopen.
Ik kan alleen de informatie
bevestigen die u aanhaalt want
verscheidene elementen spelen
een rol : de knowhow van de
politie, de richtlijnen van de
magistraten, de wens van de
slachtoffers die zich niet altijd als
dusdanig beschouwen. Bovendien
weet men niet hoeveel procent van
de potentiële slachtoffers gebruik
maakt van de bedenktijd.
Wellicht
kan
een
aantal
verbeteringen worden aangebracht
wat
de
identificatie en de
opsporing
van
potentiële
slachtoffers betreft. We blijven ons
inspannen om de knowhow en de
werkmethoden van de veldwerkers
te
verbeteren.
Een
ontwerpomzendbrief
om
het
beschermingsstatuut
te
verbeteren, meer bepaald wat de
bedenktijd betreft, zal aan de
bevoegde
instanties
worden
voorgelegd.
Daarnaast
wordt
gewerkt
aan
een
nieuwe
informatiebrochure ten behoeve
van de slachtoffers.
Er werden al heel wat initiatieven
genomen met het oog op de
opleiding van de actoren, onder
meer via een synergie tussen de
betrokken diensten, maar ook op
intern
vlak.
Bij
de
Dienst
vreemdelingenzaken werd een
opleiding
gegeven
over
de
mensenhandel
en
de
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
trafic des êtres humains ainsi que le statut des victimes dans son
aspect global et spécifique font l'objet de plusieurs heures de cours
dispensés aux membres de la police intégrée. Dès que la nouvelle
circulaire sera approuvée, elle fera aussi partie de la formation de la
police intégrée.
Pour conclure, je voudrais insister sur le fait que la Belgique se situe
en tête au niveau mondial en matière de lutte contre la traite des êtres
humain. Depuis la parution du livre de Chris De Stoop, notre pays est
particulièrement attentif à ce sujet. Avec la loi de 1995, un instrument
progressiste a été développé dans la lutte contre la traite des êtres
humains. Notre approche intégrée et intégrale est, elle aussi, unique
au monde. Nous ne pouvons cependant nous reposer sur nos
lauriers, nous devons continuer à évaluer constamment notre
approche, à l'affiner davantage et à l'adapter aux circonstances.
Le rapport du Centre est, dans ce sens, un encouragement pour
perfectionner davantage notre approche. C'est à ce niveau que la
cellule de coordination interdépartementale traite et trafic des êtres
humains joue un rôle important parce qu'elle doit assurer un suivi
structurel à cette problématique.
Il est indispensable de continuer à assurer un bon suivi sur le plan
politique. Le fait que la lutte contre la traite des êtres humains soit
inscrite comme une priorité dans le plan national de sécurité prouve
que le gouvernement comprend l'importance de cette problématique.
En tant que ministre de la Politique de migration et d'asile, je soutiens
cette ambition et compte m'engager à apporter ma contribution dans
ce domaine.
slachtofferbejegening. Ook in de
politiescholen worden daaraan
verscheidene lesuren besteed. De
nieuwe omzendbrief zal ook deel
uitmaken
van
het
opleidingsprogramma
van
de
geïntegreerde politie.
Onze geïntegreerde en integrale
benadering van de strijd tegen de
mensenhandel kent zijn gelijke
niet.
We
moeten
onze
werkmethoden
echter
blijven
toetsen, verfijnen en aanpassen
aan de omstandigheden. De
Interdepartementale
Coördinatiecel ter bestrijding van
de
mensensmokkel
en
de
mensenhandel zorgt voor de
structurele opvolging van deze
problematiek.
Een degelijke politieke follow-up is
onontbeerlijk. De regering heeft
dat goed begrepen en de
mensenhandel is dan ook een
prioriteit
in
het
nationaal
veiligheidsplan. Ik zal op dat
gebied mijn bijdrage leveren.
17.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, je remercie Mme
la ministre pour la qualité de sa réponse. J'ai enfin réponse à toutes
mes questions!
Le président: Mieux vaut tard que jamais! Avec une question, vous en faites trois!
17.04 Josée Lejeune (MR): Il s'agit d'une problématique assez
difficile. Madame la ministre, je comprends que vous souhaitez
poursuivre la politique qui est menée et l'améliorer. Pour ce faire,
j'espère que vous tiendrez compte des recommandations énumérées
dans le rapport.
17.04 Josée Lejeune (MR): Ik
hoop dat u, in uw streven om het
gevoerde beleid voort te zetten en
te verbeteren, rekening zal houden
met de aanbevelingen van het
verslag.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de Mme Clotilde Nyssens à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur
"l'audition des enfants dans la procédure de régularisation" (n° 6276)</b>
18 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het horen
van kinderen in de regularisatieprocedure" (nr. 6276)
18.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, madame la
ministre, ma question, très juridique, porte sur l'audition des enfants
dans les procédures de régularisation.
Madame la ministre, vous connaissez la Convention internationale
relative aux droits de l'enfant et son article 12 qui stipule que "les
18.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Artikel 12 van het Internationaal
Verdrag inzake de Rechten van
het Kind bepaalt dat "de Staten die
partij zijn, aan het kind dat in staat
is zijn of haar eigen mening te
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
enfants doivent avoir l'occasion de s'exprimer sur toutes les
procédures qui les concernent".
Se pose aujourd'hui la question de l'application de cette disposition en
droit interne et notamment en matière de droits des étrangers. Cela
dit, je tiens à attirer l'attention sur le fait qu'elle se pose dans toutes
les matières, et entre autres en droit judiciaire et que l'article 931 du
Code judiciaire prévoit la manière dont un enfant peut être entendu et
à quelles conditions devant les juridictions ordinaires.
Le Conseil du contentieux des étrangers s'est prononcé récemment
en faveur de l'application de cet article dans le cadre des procédures
de régularisation.
Je rappelle qu'il y a quelques semaines, en séance plénière de la
Chambre, on a voté une modification de la Constitution visant à
améliorer et compléter l'article 22bis relatif aux droits de l'enfant. Il
s'agissait notamment d'inscrire dans ladite Constitution le droit de
l'enfant ­ reconnu par la Convention - de s'exprimer sur toute
question qui le concerne eu égard à son âge et à son discernement.
Une disposition programmatique de la Constitution n'est pas
d'application directe; elle doit être transposée en loi ou en décret mais
il me semble que la modification de la Constitution à ce sujet n'est pas
anodine.
Madame la ministre, pourriez-vous m'éclairer sur l'avis rendu par le
Conseil du contentieux des étrangers sur cette question précise?
Dans quelles circonstances a-t-il pris position quant à l'application de
ce principe de droit international? Comment pensez-vous procéder
pour faire appliquer le principe de l'audition des mineurs au sein des
juridictions administratives compétentes?
vormen, het recht verzekert die
mening vrijelijk te uiten in alle
aangelegenheden die het kind
betreffen".
De
Raad
voor
Vreemdelingenbetwistingen heeft
zich onlangs uitgesproken voor de
toepassing van dat artikel in het
kader
van
de
regularisatieprocedures.
Artikel
22bis van de Grondwet werd in die
zin gewijzigd dat het recht van het
kind om zich te uiten over elke
aangelegenheid
die
hem/haar
aanbelangt, gelet op zijn of haar
leeftijd en rijpheid, in dat artikel
werd opgenomen.
Kunt u het advies dat werd
uitgebracht door de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen
met
betrekking
tot
deze
kwestie
toelichten? Hoe zal u het principe
van het horen van minderjarigen in
de
bevoegde
administratieve
rechtscolleges laten toepassen?
18.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, selon différents arrêts du Conseil d'État, la convention
relative aux droits de l'enfant ne produit pas d'effet direct dans l'ordre
judiciaire interne, faute de règles claires, précises et complètes et en
l'absence de mesures internes complémentaires. Je vous confirme
cependant que le Conseil du contentieux des étrangers a rendu un
arrêt dans le cadre d'une demande de régularisation de séjour, qui
stipule que les mineurs devaient être entendus conformément à
l'article 12 de la Convention internationale des droits de l'enfant.
En tant que partie à la cause, je ne partage pas ce point de vue et j'ai
décidé de me pourvoir en cassation contre cet arrêt. Plusieurs
décisions judiciaires ou arrêts confirment que l'article 12 de la
Convention internationale des droits de l'enfant n'a pas d'effet direct
dans le droit national.
Un juge de première instance à Bruxelles a, à plusieurs reprises,
refusé d'entendre des enfants. Dans son arrêt de 1994, la cour
d'appel d'Anvers a confirmé que la Convention internationale des
droits de l'enfant n'a pas d'effet direct dans la loi nationale et ne
prévoit pas une intervention directe des enfants dans le procès
opposant leurs parents.
Dans un arrêt de 1999, la Cour de cassation rejette l'effet direct des
articles 3 et 12 de la Convention internationale des doits de l'enfant.
18.02
Minister
Annemie
Turtelboom:
Ik
heb
cassatieberoep ingesteld tegen het
arrest
van
de
Raad
voor
vreemdelingenbetwistingen
volgens hetwelk minderjarigen
gehoord
moeten
worden
overeenkomstig artikel 12 van het
Internationaal Verdrag inzake de
rechten van het kind.
Het komt aan zijn wettelijke
vertegenwoordiger toe op te
treden voor rekening van en in
naam van de minderjarige die niet
bekwaam
is
juridische
handelingen te stellen. Het
gebeurt echter dat de minderjarige
tijdens
een
asielprocedure
gehoord wordt in het kader van de
wet van 1980.
Sinds de inwerkingtreding van de
bepaling van de programmawet
van 2002 met betrekking tot de
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Vu cet arrêt de la Cour de cassation, j'estime qu'il n'y a pas lieu de
procéder systématiquement à l'audition des enfants lorsque la
procédure administrative ne le prévoit pas. En outre, un mineur est en
principe incapable de poser des actes juridiques, quel que soit son
âge. Il doit être représenté pour tout acte juridique. C'est à son
représentant légal d'agir en son nom et pour son compte.
Toutefois, il arrive que le mineur soit auditionné dans le cadre de la loi
de 1980, en particulier lors d'une demande d'asile. Le respect des
différentes exigences légales semble dans ce cas imposer à la fois la
représentation de l'enfant et l'implication de l'enfant capable de
discernement.
Depuis l'entrée en vigueur de la loi-programme de 2002 relative à la
tutelle des mineurs étrangers non accompagnés, un mineur non
accompagné se voit désigner un tuteur; celui-ci est son représentant
légal et a pour mission de le représenter dans le cadre des
procédures prévues par la loi de 1980, ainsi que dans toute autre
procédure administrative ou judiciaire.
Lorsque le mineur étranger non accompagné est capable de
discernement, il fait l'objet d'une audition spécifique en présence de
son tuteur. Lors de cette audition, les questions sont adaptées à son
âge et à son degré de maturité. Il en va de même pour le mineur qui
introduit une demande d'asile en son propre nom.
voogdij
over
niet-begeleide
minderjarige vreemdelingen, wordt
er
voor
een
niet-begeleide
minderjarige
een
voogd
aangesteld die hem in het kader
van de bij de wet van 1980
vastgestelde procedures evenals
bij alle andere procedures moet
vertegenwoordigen.
Wanneer
de
niet-begeleide
minderjarige vreemdeling over
onderscheidingsvermogen
beschikt, is hij het voorwerp van
een specifiek verhoor in het bijzijn
van zijn voogd. Tijdens dat verhoor
worden de vragen aan zijn leeftijd
en zijn graad van maturiteit
aangepast. Dat geldt ook voor de
minderjarige die in eigen naam
een asielaanvraag indient.
18.03 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Tout d'abord, je prends acte que vous avez introduit un pourvoi en
cassation sur cette question. Il sera plus qu'intéressant d'apprendre
comment la Cour se positionnera sur ce sujet.
Ensuite, parmi tout ce que vous avez dit et que je partage, je distingue
deux éléments: le principe de l'audition dans le cadre d'une procédure
où l'on auditionne l'enfant et qu'on lui demande son avis, à l'instar de
ce qui se passe dans les matières de procédure civile. Selon
l'article 931 du Code judiciaire, dans une question qui les concerne, le
juge décide éventuellement d'entendre pour avis. C'est tout autre
chose que l'enfant dispose d'un droit d'ester en justice; je ne le
demande certes pas. Il est évident que le tuteur, son représentant
légal doit être présent pour représenter l'enfant.
Il sera donc intéressant d'avoir l'avis de la Cour de cassation, mais je
vous invite cependant à réfléchir, de façon générale, si ce principe n'a
pas d'effet direct en droit interne. De tels éléments sont énormément
discutés: la Convention internationale des droits de l'enfant a-t-elle un
effet direct ou pas? Quelle disposition de cette convention a-t-elle ou
pas un effet direct? Dans le texte de la Constitution que nous venons
de voter, puisque le principe est posé, le texte précise que c'est la loi
qui décide comment l'enfant peut être entendu.
Probablement faudrait-il engager une réflexion pour savoir, dans tout
ce contentieux ­ et vous avez cité quelques dispositions où l'on peut
déjà entendre l'enfant ­, dans le cadre de toutes ces procédures,
quand on peut déjà prendre l'avis de l'enfant en l'auditionnant? Cela
se fait, si j'ai bien compris, dans certaines circonstances pour les
MENA ou dans le cadre de l'asile.
18.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Het zal interessant zijn om het
advies van het Hof van Cassatie te
kunnen lezen, maar ik vraag u te
onderzoeken of dat principe geen
rechtstreekse werking in het intern
recht heeft. Daarover bestaat nog
steeds geen zekerheid: welke
bepalingen van dat Verdrag
hebben al of niet een directe
werking? In de tekst van de
Grondwet
die
we
zullen
aannemen, staat dat in de wet zal
worden bepaald hoe het kind kan
gehoord worden.
Ik vraag niet dat het kind in rechte
kan optreden, maar dat het als
kind kan gehoord worden. Het
verhoor kan in die procedures een
meerwaarde hebben.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Il faut rester à la fois prudent et ne pas comprendre que je demande
un droit d'ester en justice pour l'enfant, mais que, selon les voeux et
les dispositions programmatiques de la Constitution et de la
Convention internationale des droits de l'enfant, l'enfant puisse être
entendu à sa place, et non comme un adulte qui este en justice tout
seul. L'audition réalisée de manière professionnelle peut toujours être
un plus dans le cadre des procédures.
Voilà ce que je souhaitais ajouter.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les conséquences
des changements climatiques en matière de migration" (n° 6382)<br>- M. Jean Cornil à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les réfugiés
environnementaux" (n° 6474)</b>
19 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de gevolgen die de
klimaatveranderingen zullen hebben op het vlak van migratie" (nr. 6382)
- de heer Jean Cornil aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "milieuvluchtelingen" (nr. 6474)
Le président: Je n'aperçois pas M. Flahaux. M. Cornil peut donc commencer.
19.01 Jean Cornil (PS): Madame la ministre, on a longtemps
considéré que les causes principales des flux migratoires étaient
d'ordre politico-économique. Ce n'est que récemment que les facteurs
environnementaux ont été pris en compte dans les recherches sur les
migrations. Je ne citerai pas toutes les études prévoyant des
déplacements
de
population
pour
des
raisons
d'ordre
environnemental d'ici 2010 ou 2050. Je citerai celle des Nations unies
prévoyant que 50 millions de personnes pourraient devenir des
réfugiés climatiques d'ici 2010. Les Nations unies plaident d'ailleurs
en faveur de la reconnaissance juridique de ces réfugiés et parlent de
justice climatique. D'autres études, comme le rapport Stern dont on a
beaucoup parlé, avancent le chiffre de 200 millions de réfugiés
environnementaux d'ici 2050. Une ONG, Christian Aid, va jusqu'à
évoquer un milliard de réfugiés climatiques pour 2050.
J'ai consulté la déclaration gouvernementale sur ce sujet et j'ai bien
conscience qu'en principe, un groupe de travail doit dresser, pour
2009, un bilan de cette question des migrants écologiques.
Néanmoins, j'ai tenu à vous poser une question ce matin en raison de
la gravité du problème et de son évolution rapide au niveau
international, européen et national.
Madame la ministre, quelle est votre position quant au statut des
réfugiés environnementaux? Compte tenu de la définition de réfugié
selon la Convention de Genève, telle qu'appliquée dans notre droit,
vos services et les instances chargées de statuer sur la demande
d'asile considèrent-ils la dégradation de l'environnement comme une
source de persécution permettant au migrant d'obtenir le statut de
réfugié?
À l'instar des études internationales, pouvez-vous me fournir des
précisions sur ce groupe de travail qui doit être formé en 2009? Je ne
19.01
Jean
Cornil
(PS):
Milieufactoren worden pas sinds
korte tijd in aanmerking genomen
in het migratieonderzoek. Tegen
2010 kunnen honderd vijftig
miljoen personen milieuvluchteling
worden. De Verenigde Naties
spreken
trouwens
over
milieurechtvaardigheid. Een NGO
vermeldt zelfs het cijfer van een
miljard milieuvluchtelingen in 2050.
Wat is uw standpunt hierover?
Vindt u dat de aftakeling van het
milieu een bron van vervolging op
grond waarvan de migrant het
vluchtelingenstatuut
kan
verkrijgen?
Volgens de regeringsverklaring
moet een werkgroep tegen 2009
een
balans
over
deze
aangelegenheid
opmaken.
Waarom wachten tot in 2009?
Wat staat er op de agenda van die
groep?
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
comprends d'ailleurs pas pourquoi on attend l'année prochaine pour
le mettre sur pied. Comment ce groupe sera-t-il constitué? Des ONG,
des organisations particulières, voire des services scientifiques y
participeront-t-ils, vu que des études sont en cours dans les
universités belges? Quelle est la programmation prévue pour ce
groupe?
19.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, je vous remercie pour vos questions car elles me permettent
de préciser un certain nombre de points concernant la problématique
des migrations causées par les changements climatiques.
J'estime qu'il importe de réaliser à court terme certains projets
particuliers relatifs à la politique de migration et d'asile. J'estime
également qu'il est important de développer une politique complète et
intégrée basée sur une vision globale. Je veux dire par-là qu'il faudra
élaborer une politique qui tienne compte de tous les aspects de la
problématique, aussi bien les besoins dans les pays d'origine et les
droits de migrants et des réfugiés que les besoins et problèmes dans
les pays d'arrivée. Il est généralement admis que la Convention de
Genève ne prévoit pas nécessairement une protection pour toutes les
situations des réfugiés climatiques. Dans certains cas, il ne pourra
être considéré comme tel.
Il convient toutefois de ne pas réduire la problématique du
changement climatique à la nécessité d'une convention internationale
complémentaire visant à protéger les réfugiés climatiques ou d'une
sorte de protocole additionnel à la Convention de Genève. Cette
approche ne me paraît pas être la bonne; premièrement, parce que
les problèmes ne seront pas résolus ni les migrants concernés aidés;
deuxièmement, parce qu'on risquerait d'éroder le système actuel de
protection des réfugiés.
La problématique des conséquences des changements climatiques
nécessite une approche basée sur une vision globale du problème.
Cette approche doit en outre être internationale. Il faudra dès lors
examiner quels sont les forums internationaux les plus appropriés
pour discuter et élaborer des projets et des mesures en ce sens.
Jusqu'à présent, les services ou instances compétents en matière de
migration ou d'asile n'ont pas encore été directement associés à des
initiatives dans ce domaine. Je sais cependant que le Commissariat
général aux réfugiés et aux apatrides a pris l'initiative de s'informer
sur cette matière. J'ai demandé à mes services, en particulier au
Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides, de suivre ce
sujet et de développer une approche et une politique en la matière.
En ce qui concerne le groupe de travail qui sera constitué en 2009, je
ne peux pas vous donner d'informations pour le moment et vous
suggère de vous adresser au ministre compétent. Vous comprendrez
que je ne peux pas vous présenter de plans détaillés dans l'immédiat
mais soyez assuré que cette problématique me tient à coeur et que j'y
consacrerai et demanderai à mes services d'y consacrer l'attention
nécessaire.
19.02
Minister
Annemie
Turtelboom: Sommige bijzondere
projecten met betrekking tot het
migratie- en asielbeleid moeten
worden uitgevoerd op korte termijn
en er moet een geïntegreerd
beleid worden ontwikkeld dat stoelt
op een globale visie van het
probleem.
Het
Verdrag
van
Genève voorziet niet noodzakelijk
in een bescherming voor alle
situaties van klimaatvluchtelingen.
Een
bijkomend
internationaal
verdrag zal de problemen echter
niet oplossen en zou het huidige
systeem voor de bescherming van
de vluchtelingen zelfs kunnen
uithollen.
Het Commissariaat-generaal voor
de vluchtelingen en de staatlozen
heeft zich op eigen initiatief
hierover geïnformeerd en ik heb
het
commissariaat
gevraagd
terzake een beleid te ontwikkelen.
Wat
de
werkgroep
betreft
waarover u het heeft, stel ik u voor
de vraag aan de bevoegde
minister te stellen. Ik hou deze
problematiek, die mij na aan het
hart ligt, niettemin nauwlettend in
het oog.
19.03 Jean Cornil (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour
votre réponse, même si celle-ci ne me satisfait que partiellement. En
effet, je voudrais insister auprès de vous sur l'urgence de la matière.
19.03 Jean Cornil (PS): We
mogen niet langer talmen: de
klimaatveranderingen zullen de
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Ce n'est pas moi qui le dit. Depuis les derniers rapports du GIEC, il y
a une certaine convergence internationale de l'ensemble du monde
scientifique et du monde politique ­ puisque je vous citais les
déclarations des responsables des Nations unies ­ pour dire que, de
toute manière, ce sera une des causes essentielles des
déplacements de populations dans le monde, dans les prochaines
années, vers notre continent et donc vers notre royaume.
Je suis ravi que vous ayez souhaité que le CGRA et les instances
chargées de statuer sur l'application de la Convention de Genève
soient attentifs à cette question. Je pense, pour ma part, que cela
devrait aboutir à des résultats concrets. Il est positif de s'informer; on
s'informe d'ailleurs très vite car toutes les études sont là. Le CGRA
n'aura dès lors pas de difficulté à s'informer de l'évolution de la
problématique, au regard du tsunami, des cyclones et de tout ce qui
se passe dans un certain nombre de coins de la planète.
Madame la ministre, je souhaiterais savoir si vos services et le CGRA,
suivant en cela votre directive, peuvent aboutir à accorder
individuellement ­ comme le prévoit la Convention de Genève ­ un
statut de réfugié pour une personne qui a dû fuir son pays à la suite
d'une catastrophe climatique, qui n'est donc pas d'origine humaine
mais naturelle. Je sais qu'il y a aussi un débat sur tous ces aspects-là.
Madame la ministre, de manière beaucoup plus précise, pouvez-vous
me dire aujourd'hui si un candidat réfugié, un demandeur d'asile, a
déjà reçu ou non le statut en Belgique sur la base de ce critère? Ou
bien, êtes-vous encore dans la phase préparatoire de réflexion?
komende jaren een van de
belangrijkste
oorzaken
van
migraties in de wereld worden.
Kan een statuut van vluchteling
toegekend
worden
aan een
persoon die zijn land heeft moeten
verlaten
ingevolge
een
klimatologische ramp? Heeft een
kandidaat-vluchteling
of
een
asielzoeker dit statuut in België op
basis
van
dit
criterium
al
gekregen?
19.04 Minister Annemie Turtelboom: Ik heb nog een belangrijke
aanvulling. Het is op dit ogenblik mogelijk om effectief als individueel
geval binnen het kader van de conventie van Genève erkend te
worden. Dat geldt voor een aantal problemen. Het is niet per definitie
zo, het wordt altijd geval per geval bekeken. Het is echter wel
mogelijk.
19.04
Annemie
Turtelboom,
ministre: Il est actuellement
possible d'être reconnu comme
cas individuel dans le cadre de la
Convention de Genève.
19.05 Jean Cornil (PS): Vous me dites que c'est possible. Peut-on
obtenir des statistiques des instances en la matière? Je voulais savoir
si cela avait déjà été appliqué en droit belge.
19.05 Jean Cornil (PS): U zegt
mij dat dat mogelijk is. Kunnen we
statistieken
dienaangaande
verkrijgen? Werd dat al in het
Belgische recht toegepast?
19.06 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer Cornil, ik ga dat na. Ik
zal navragen of het al eens toegepast is geweest. Het gebeurt alleen
maar in combinatie met een etnisch probleem, dus het verloopt niet
per definitie zo.
Ik heb nu geen statistieken bij en ook dat moet ik dus nagaan. Het
zou wel kunnen, want er zaten vrij gedetailleerde statistieken bij; die
moet ik dan inkijken.
19.06
Annemie
Turtelboom,
ministre: Je devrai me renseigner.
Cela va de pair avec un problème
ethnique. Je ne dispose pas de
statistiques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de
aangekondigde regularisaties" (nr. 6573)
20 Question de Mme Dalila Douifi à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les
régularisations annoncées" (n° 6573)</b>
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
20.01 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, ik stel deze
vraag in het licht van de aangekondigde acties en manifestaties
aanstaande zondag, waarvan wij mogen verwachten dat ze groot
zullen opgevat worden, aangezien het FAM, het Forum voor Asiel en
Migratie, dat toch alle verenigingen die actief zijn inzake mensen
zonder papieren, plus de vakbonden groepeert, aanstaande zondag
uitgeroepen heeft tot een nationale actiedag voor de regularisaties.
Die actiedag komt er, omdat er nog steeds geen duidelijkheid is over
wie men nu precies zal regulariseren en ook omdat de
aangekondigde circulaires - een of meerdere als het over
regularisaties gaat - er nog steeds niet zijn. U hebt zowel in pers als in
het Parlement ook meermaals geantwoord dat u de intentie had om
eind mei klaar te zijn met een circulaire. Vervolgens werd dat eind
juni. Vandaag de dag hebben wij nog geen criteria gepresenteerd
gekregen, laat staan een circulaire op basis waarvan mensen zouden
geregulariseerd worden.
Mevrouw de minister, toen ik afgelopen weekend - ik meen dat het
zaterdag was - toevallig de teletekstberichten op mijn televisie aan het
nalezen was, zag ik dat uw collega-minister Arena op de een of
andere manier uitspraken had gedaan. Er was daarover in elk geval
een bericht waarin zij zei dat er absoluut nog geen politiek akkoord is
en dat zij het eigenlijk niet eens is met hetgeen u naar voren schuift.
Volgens minister Arena legt u te veel de nadruk op het regulariseren
en het aantrekken van nieuwe migranten, het openstellen van de
grenzen voor economische migratie dus. Dat is ook de discussie die
ik met u gevoerd heb naar aanleiding van de bespreking van uw
beleidsnota.
Ondertussen is er toch ook een regeerakkoord, dat volgens mij wel
een en ander duidelijk stipuleert wanneer het over regularisaties gaat.
Ik wil daar toch verwijzen naar de passage dat het criterium met
betrekking tot de langdurige procedure, zoals tot nu toe toegepast,
alleen rekening hield met een asielprocedure van drie jaar met
kinderen of vier jaar zonder kinderen en dat het zal uitgebreid worden
naar vier of vijf jaar in procedure, waarbij de periode voor de Raad
van State en/of voor de toepassing van artikel 9.3 van de oude
vreemdelingenwetgeving volgend op een asielprocedure wordt
meegerekend. Dat is een heel belangrijke passage.
Mevrouw de minister, voor alle duidelijkheid, ik kan u namens mijn
fractie zeggen dat wij geen enkel probleem hebben met die passage.
Dat is trouwens iets dat wij onder paars, toen wij deel uitmaakten van
de regering, ook vele malen besproken hebben met minister Dewael
en waarvoor wij inderdaad stappen aan het zetten waren met het oog
op een akkoord.
We weten ondertussen dat deze regering de zaken anders en ruimer
ziet. Daarom heb ik een aantal vragen voor u.
Ten eerste, wanneer denkt u klaar te zijn met de aangekondigde
omzendbrief of omzendbrieven?
Vermits andere ministers van de regering verwijzen naar de verklaring
van minister Arena en uw stelling toch wel bekritiseren, wil ik u vragen
of u de politieke onenigheid hierover in de regering kunt bevestigen.
20.01 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro):
Dimanche
prochain
a
été
proclamé
journée
d'action
nationale pour les régularisations
par le Forum Asile et Migration.
Cette
journée
d'action
est
organisée parce que la clarté n'a
pas été faite à propos des
personnes
qui
peuvent être
régularisées, étant donné que la
circulaire en la matière est
toujours en préparation. Mme
Arena a en outre déclaré dans la
presse qu'il n'existait pas encore le
moindre accord politique. L'accord
de gouvernement est toutefois très
clair en la matière. Le critère de
procédure de longue durée est
ainsi étendu de trois ou quatre ans
à quatre ou cinq ans.
Quand la ministre pense-t-elle que
la circulaire sera prête? Y a-t-il un
désaccord politique au sein du
gouvernement? Dans le projet de
circulaire du 16 mai dernier ébruité
dans la presse, il était question
d'un système de points. Dix points
seraient attribués au critère de
l'ancrage local durable dans ce
système. Nous apprenons à
présent que ce critère aurait été
supprimé. La ministre pourrait-elle
confirmer
cette
information?
Pourquoi ne procède-t-elle pas à
la mise en oeuvre de ce qui figure
dans l'accord de gouvernement, à
savoir le critère de la procédure
longue? Il est possible de sortir
tout simplement ces dossiers de
l'ordinateur et de les évaluer au
cas par cas.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
We hoeven elkaar geen blaasjes te blijven wijsmaken. Niemand is
daarmee gediend. Hebt u misschien voor uw beurt gesproken, toen
het puntensysteem is uitgelekt?
U zegt altijd dat het een lek was. Ik heb het ontwerp van de
omzendbrief gedateerd op 16 mei, kunnen lezen en daarin is wel
degelijk sprake van een dergelijk puntensysteem. De lekken in de
pers klopten; u bent daar wel degelijk mee bezig. U wil zo'n
puntensysteem invoeren. Zo zou men voor het criterium duurzame
lokale verankering, dat ook in het regeerakkoord staat, een tiental
punten kunnen krijgen. Het gaat dan over het advies van de lokale
besturen, van de burgemeesters. Ik hoor dat dat criterium
ondertussen zou geschrapt zijn. Kunt u dat bevestigen? Het zou goed
zijn, mocht u wat meer duidelijkheid scheppen over uw houding
daaromtrent.
Ten slotte, ik heb het altijd goed gevonden dat er een minister met
een aparte bevoegdheid voor asiel en migratie is gekomen, omdat we
de materies migratie en regularisatie eigenlijk in één pakket moeten
behandelen. Ik zal misschien straks in mijn repliek, naar aanleiding
van uw antwoorden, ook zeggen waarom ik dat vind. Waarom gaat
men niet gewoon over tot het uitwerken van wat wel is
overeengekomen in het regeerakkoord, namelijk het criterium van de
lange procedure, waarbij rekening wordt gehouden met de procedure
voor de Raad van State en/of artikel 9,3. Dat lijken mij heel duidelijke
criteria. Die dossiers kan men bij wijze van spreken zo uit de
computer halen en geval per geval evalueren. Daarover is toch wel
een politiek akkoord? Het staat zwart op wit in uw regeerakkoord.
Waarom begint u niet met de uitvoering daarvan?
20.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter,
collega's, ik ben blij dat mevrouw Douifi naar de gelekte omzendbrief
verwijst. Ik ben vooral ook blij dat zij naar de datum verwijst. Het was
immers de datum waarop u de informatie op het internet terugvond.
Er was inderdaad een eerste versie van de omzendbrief klaar. Welnu,
mijn houding is altijd geweest dat een verantwoord minister ook een
versie op tafel legt en niet met een leeg schrift begint te
onderhandelen met de vraag wat eenieder wil. Een minister legt een
versie op tafel, die de startbasis kan zijn en waaruit een andere tekst
of dezelfde tekst kan groeien. Dat is voor mij het onderwerp aan de
onderhandelingstafel.
U vraagt waarom ik niet werk aan het aspect van de lange procedure.
Ik doe dat niet, omdat het initieel en nog altijd mijn bedoeling is om
beide samen te behandelen. Immers, van de burgemeesters en de
betrokkenen op het terrein krijg ik altijd het signaal dat zij geen twintig
omzendbrieven willen. Zij vragen om één omzendbrief te maken, die
allesomvattend is, zodat zij geen tien brieven krijgen. Zij worden
immers al met vele papieren bestookt. Dat is de reden waarom ik niet
eerst het criterium van de lange duur en nadien dat inzake de lokale,
duurzame verankering heb uitgewerkt.
U kunt zich vandaag afvragen of ik dat misschien toch niet beter had
gedaan. Dat zijn echter vijgen na Pasen. Het is evenwel de reden
waarom wij de zaak als een pakket hebben bekeken. De specifieke
vraag van het terrein was immers om met één rondzendbrief te
werken.
20.02
Annemie
Turtelboom,
ministre: La première version de la
circulaire du 16 mai a en effet été
ébruitée sur internet. Il s'agissait
d'un document de travail et non
d'une version définitive. Je n'ai pas
encore
élaboré
la
longue
procédure
parce
que
les
bourgmestres réclament une seule
circulaire globale. Il émane, du
terrain,
des
signaux
très
divergents. Le problème est aussi
totalement différent en milieu rural
ou urbain. Je tâche de faire
diligence mais pour l'instant, il n'y
a pas encore unanimité.
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Voor het overige vraagt u naar de rol van de lokale besturen. Ik heb
daarover al veel gesprekken gevoerd. De signalen die ik ter zake van
de partijen krijg, zijn vaak verschillend. Sommige burgemeesters van
een bepaalde, politieke partij zijn er absoluut voorstander van om
advies te geven. Andere burgemeesters, van dezelfde, politieke partij
zijn daar absoluut geen voorstander van. Voornoemde trend loopt
doorheen alle, politieke partijen.
Ik ben nog aan het aftasten op welke manier wij het beste uit
voormelde tweespalt kunnen geraken. Ik besef immers heel goed dat
de problematiek in een gemeente totaal anders is dan de
problematiek in een stad. Ik behoud niettemin bedoelde pistes voor de
onderhandelingstafel voor.
Ik heb altijd gezegd dat ik zo snel mogelijk de rondzendbrief wil. Dat
blijft ook mijn intentie. Echter, niet alleen timing maar ook inhoud is
belangrijk. Daarom zeg ik dat de onderhandelingen blijven lopen. Het
feit dat de rondzendbrief er nog niet is, is natuurlijk het teken dat er
nog geen eensgezindheid is.
20.03 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, ik vind dat
een eerlijk antwoord. Het is natuurlijk vreselijk vervelend want op dat
terrein met uw bevoegdheden zet u geen concrete stappen vooruit.
U zegt dat u een allesomvattende rondzendbrief wilt waarover u dan
een politiek akkoord wilt, met duidelijke criteria. Maar u landt daar niet
mee! De kar is te vol geladen. Zoals het in het regeerakkoord staat en
zoals u het wenst, namelijk mensen die kunnen bewijzen dat ze vanaf
31 maart 2007 hier zijn, die een werkaanbod kunnen voorleggen, wat
moet leiden tot een arbeidsvergunning en uiteindelijk een
verblijfsvergunning, spreken we heel duidelijk over uw wens om het
debat om de economische migratie op gang te brengen en te zien wat
u ondertussen met degenen die hier zijn al kunt doen op dat gebied.
Wat uw andere collega's binnen de regering voornamelijk willen,
betreft natuurlijk de mensen die al lang in een procedure zitten of
hebben gezeten, ook voor de Raad van State, of die een aanvraag
artikel 9 ten derde om humanitaire reden hangende hebben. Dat zijn
mensen die heel vaak al lang duurzaam verankerd zijn: dat zijn
gezinnen en families, dat weet u ook. Ik denk dat u het zichzelf veel
makkelijker zou maken, ook binnen deze regering die toch tot een
akkoord is gekomen, want het staat in het regeerakkoord, als u die
dossiers eruit zou pikken en met die mensen zou beginnen. Dat zou
volgens mij een zeer gerechtvaardigde manier van werken zijn. Daar
gaat het tenslotte over.
Tot slot, regularisaties en migraties hangen natuurlijk aan elkaar. Uw
migratie zou u zeer goed moeten organiseren en controleren.
Regularisaties zouden duidelijke en strikte voorwaarden en criteria
moeten kennen. Die voorwaarden, de lange procedure, de Raad van
State en/of artikel 9 zijn perfect gelegitimeerd, denken wij. Door de
invoering van de nieuwe asielwet hebben wij een daad gesteld voor
de toekomst en die dossiers van die mensen gaan precies over het
verleden. Ik denk dat u het daar een stuk politiek transparanter zou
kunnen maken en vraag u om te evolueren in die zin, omdat de
geloofwaardigheid op dat terrein volledig zoek aan het geraken is. Er
is heel veel verwarring en onduidelijkheid, maar er wordt ook heel veel
20.03 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro):
La ministre est très honnête mais
ce n'est pas ainsi que nous
avancerons.
L'accord
de
gouvernement
apporte
une
solution à ceux qui peuvent
prouver qu'ils résident chez nous
depuis le 31 mars 2007 et qui sont
en mesure de présenter une offre
de travail. Par ailleurs, nous
pouvons faire quelque chose pour
ceux dont la procédure dure déjà
depuis
longtemps
et
dont
l'ancrage est durable. Il me
semble que la ministre pourrait
déjà s'occuper de ces dossiers-là.
Les
migrations
et
les
régularisations sont étroitement
liées. Les migrations devraient
être organisées et contrôlées au
mieux
tandis
que
les
régularisations
devraient
être
subordonnées à des conditions et
des critères stricts. Il règne à
l'heure actuelle trop de confusion
et d'incertitudes.
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
hoop gegeven daar waar het niet nodig is en zelfs niet mag.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de opsluiting
van kinderen" (nr. 6574)
21 Question de Mme Dalila Douifi à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur
"l'enfermement d'enfants" (n° 6574)</b>
21.01 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ik kan hierover korter zijn omdat ik denk dat u hierop wel
een duidelijk en concreet antwoord zult kunnen geven. In de krant
verscheen een artikel naar aanleiding van het bezoek van de
Australische expert Grant Mitchell. U hebt daarmee ook een
onderhoud gehad. Het thema was de alternatieven in het buitenland,
in Australië naar het voorbeeld van Zweden. Volgens de krant zou u
een verklaring hebben afgelegd dat dit het laatste jaar is waarin
kinderen in ons land in gesloten centra voor vluchtelingen worden
opgesloten.
Mevrouw de minister, kunt u deze uitspraken bevestigen? Klopt het
dat u de piste van de individuele coaches zult bewandelen? Bent u
daarmee bezig? Hoe ziet u dat precies of in welke richting werkt u?
Betekent dit ook dat gezinnen niet meer kunnen worden gescheiden?
Zullen beide ouders en de kinderen steeds kunnen samenblijven?
Vandaag is het vaak zo dat het hoofd van het gezin of de vader in een
detentiecentrum of gesloten centrum terechtkomt, terwijl moeder en
kinderen elders terechtkomen. Dat is een schizofrene situatie die op
het terrein vaak wordt vastgesteld.
Als u daadwerkelijk hebt gezegd dat dit het laatste jaar is dat kinderen
zullen worden opgesloten, moet dit toch redelijk ver gevorderd zijn.
Wanneer kunnen wij starten met de implementatie van een
alternatief? In welke financiële middelen voorziet u? Vanaf wanneer
kunnen wij daarmee van start gaan?
21.01 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro):
À l'occasion d'un récent entretien
avec l'expert australien M. Grant
Mitchell, la ministre a déclaré que
cette année était la dernière au
cours de laquelle les enfants
seraient placés en centre fermé
dans notre pays.
Peut-elle
confirmer
cette
déclaration?
Prend-t-elle
des
mesures à cet égard? Dans quel
sens? Les familles pourront-elles
toujours rester réunies? Quand un
système alternatif peut-il être
lancé? Quel budget la ministre
prévoira-t-elle?
21.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, zoals ik
reeds in de Senaat op 8 mei heb gezegd, is het coaching project de
piste die ik heb gekozen. Als men geen kinderen in een gesloten
centrum wil opsluiten, zijn er ook geen honderd manieren om dat
probleem op te lossen. Wij hebben daarover een internationale
vergelijking gemaakt. Wij beschikken ook over een uitgebreid rapport
van Sum Research waarin heel veel aanbevelingen staan. Dat is een
heel interessant rapport. Dat is dus de piste waarvoor ik van in het
begin heb gekozen.
Wij zijn redelijk ver gevorderd maar we zijn er nog niet definitief. Ik
wacht nog even om het effectief definitief aan te kondigen omdat men
toch heel veel verschillende puzzelstukken moet hebben die in elkaar
moeten passen. Als er uiteindelijk nog een kink in de kabel zou
komen, zou men mogelijks twee of drie weken verliezen in de
planning.
Belangrijk is vooral, zoals ook het bezoek van Grant Mitchell mij
geleerd heeft, dat er voor gezinnen met kinderen gekeken wordt naar
alternatieven. Op welke manier kunnen wij er zo humaan mogelijk
21.02
Annemie
Turtelboom,
ministre: J'ai opté pour la solution
du projet de coaching, après une
analyse comparative approfondie
des solutions appliquées dans
d'autres pays et examen des
recommandations formulées dans
le rapport de Sum Research.
Nous avons relativement bien
avancé mais le travail n'est pas
terminé. J'ai retenu de mon
entretien avec M. Grant Mitchell
que des solutions de rechange
doivent être prévues pour les
familles avec enfants. Un coach
est à même de développer une
relation de confiance avec les
intéressés, d'examiner avec eux
toutes les possibilités et d'arrêter
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
voor zorgen dat zij terugkeren naar hun land van oorsprong? Die
coach heeft echt een vertrouwensrelatie met de betrokkenen en kan
op die manier alle mogelijke pistes bekijken en ook de timing, wat
zeker voor gezinnen met kinderen van belang is. Zeer interessant
vond ik bijvoorbeeld in het rapport van Sum Research dat men de
piste van het gezin als gezin heel sterk benadrukt. Dat is ook de reden
waarom we werken met die coaches. Ik heb zoals gezegd geen
honderd manieren om dit op te lossen.
Belangrijk voor mij is waar ik de financiële middelen vind voor de start
van het budget binnen mijn eigen begroting. Op termijn zal ik daar
uiteraard extra budgetten voor moeten vragen. Men werkt immers met
een gesloten enveloppe en ik kan niet toveren binnen mijn budget.
Om redelijk snel te kunnen starten wil ik niet eerst nog een groot
aantal begrotingscontroles of ­conclaven doorlopen en heb ik
daarvoor budgetten vrijgemaakt binnen de eigen enveloppe.
Dat is de stand van zaken op dit ogenblik. We staan effectief vrij ver.
Het is echter al een paar keer gebeurd dat bijna alles in elkaar past
maar dat er dan toch een puzzelstukje tussenuit valt. Ik sta echter
volledig achter mijn uitspraak in de krant dat dit het laatste jaar zal
zijn. Voor mij moet dit zo snel mogelijk gebeuren maar de
puzzelstukjes moeten wel in elkaar passen.
un calendrier. Je veux puiser les
moyens nécessaires au lancement
de ce projet dans mon propre
budget ; je devrai demander des
budgets
supplémentaires
ultérieurement.
Je maintiens que cette année est
la dernière au cours de laquelle
des enfants seront incarcérés
dans des centres fermés en
Belgique.
21.03 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de minister, ik denk
inderdaad dat er binnen deze regering daarover minder discussie en
onenigheid is.
21.04 Minister Annemie Turtelboom: (...)
21.05 Dalila Douifi (sp.a+Vl.Pro): Welja, het zou kunnen dat wij dan
sneller vooruitgaan in een aantal andere dossiers.
Laten wij in elk geval duidelijk zijn wat dit betreft. Een goed
georganiseerde migratie, asielbeleid en controle daarop impliceren
ook dat het sluitstuk een efficiënt verwijderingsbeleid moet zijn, met
de nadruk onder meer op vrijwillige terugkeer en coaching. Dat is een
goede aanpak. Over één ding zijn echter zo goed als alle fracties het
eens: kinderen horen niet thuis in de gesloten centra. Bijgevolg horen
ook gezinnen daar niet thuis. Ik wil u dus aanmoedigen, niet om er
vaart achter te zetten, maar om de goede voorbereiding voort te
zetten, zodat u toch met één concrete verwezenlijking naar buiten
kunt komen. Ik heb ook in een interview gelezen dat u dit jaar zeker
één ding nog wilt doen, met name de kinderen uit de gesloten centra
halen.
21.05
Dalila
Douifi
(sp.a+Vl.Pro): Une migration bien
organisée et une politique d'asile
assortie d'un contrôle impliquent
aussi une politique d'éloignement
efficace, qui mette l'accent sur le
retour
volontaire
et
l'accompagnement. Tout le monde
s'accorde pour dire que les
enfants, et dès lors aussi les
ménages, n'ont pas leur place
dans les centres fermés. J'espère
que la ministre pourra en tout cas
faire état de cette réalisation
concrète.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Question de Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "le suivi des
grèves de la faim à Bruxelles" (n° 6608)</b>
22 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de follow-up van
de hongerstakingen in Brussel" (nr. 6608)
22.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, plusieurs
centaines de sans-papiers ont entamé une grève de la faim voici
bientôt cinquante jours à l'église du Béguinage, ainsi qu'à Forest.
Certains exigent d'obtenir un titre de séjour légal depuis plusieurs
22.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Bijna vijftig dagen geleden zijn
honderden
mensen
zonder
papieren in hongerstaking gegaan
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
années. Nous les avons rencontrés. Ils ont recouru à de nombreuses
autres méthodes auparavant, puisqu'ils ont participé à des
manifestations et lancé des pétitions. De plus, ils sont allés discuter
dans des écoles, au sein des paroisses, etc.
On leur a demandé d'attendre la fin de la période électorale, la
formation du nouveau gouvernement, mais à présent plus personne
ne peut les retenir. Ils se trouvent dans une situation difficile. Les
sans-papiers de Forest, avec le soutien de citoyens engagés et de
paroissiens, ont développé pendant deux ans un travail de
sensibilisation. Bien qu'ils aient demandé des rendez-vous, ils n'ont
pu rencontrer un représentant de l'Office des étrangers qu'après avoir
commencé une grève de la faim. Cela me semble un mauvais signal.
Ils ont occupé durant deux ans une église à Forest sans entamer de
grève de la faim, et personne n'est jamais venu les rencontrer, malgré
des demandes et des courriers très officiels qui furent envoyés à votre
prédécesseur.
Quant aux sans-papiers de l'église du Béguinage, ils sont très
nombreux, et leur situation médicale se détériore gravement.
Quelques médecins s'efforcent, en dépit d'un manque de moyens
humains et médicaux, de les suivre.
Je lis aujourd'hui dans "De Standaard" qu'un de ces médecins déclare
que des morts peuvent survenir à tout moment, que certains
éprouvent des problèmes cardiaques et cérébraux; que les
conséquences pour les reins des grévistes sont incertaines. Bref, la
situation est vraiment critique.
Révolté par le manque d'attention pour ces désespérés, un ancien
syndicaliste de Volkswagen de la CSC a lui aussi rejoint les grévistes.
Aujourd'hui, un autre pensionné les rejoint. Les gens ne savent plus
que faire. Le débat sur les régularisations dure depuis tellement de
temps que plus personne ne sait que leur conseiller pour ne pas
mettre leur vie en danger.
Quels contacts, vous et votre administration avez-vous eus avec les
personnes concernées? Comment sortir de cette situation?
in de Begijnhofkerk en in Vorst.
Sommigen onder hen vragen al
jaren een wettelijke verblijfstitel.
Ze namen eerder al deel aan
betogingen en startten petities.
Men vroeg hun eerst het einde van
de
verkiezingsperiode
af
te
wachten en vervolgens te wachten
tot er een regering was. Vandaag
kan
niemand
hen
nog
tegenhouden. In Vorst werden ze
pas door een vertegenwoordiger
van
de
Dienst
Vreemdelingenzaken te woord
gestaan nadat ze met hun
hongerstaking waren begonnen.
Een aantal artsen volgen de
hongerstakers in de Begijnhofkerk
op de voet. Een van hen zei dat er
elk moment doden kunnen vallen
en maakte gewag van cerebrale
en van hart- en nierproblemen.
Een
voormalig
vakbondsafgevaardigde
van
Volkswagen,
die
diep
verontwaardigd was over het
gebrek aan aandacht voor die
wanhopige mensen, heeft zich bij
de hongerstakers aangesloten.
Vandaag
heeft
een
gepensioneerde hetzelfde gedaan.
Het regularisatiedebat sleept al
veel te lang aan.
Welke contacten heeft u met die
personen gehad? Hoe kunnen we
uit die situatie geraken?
22.02 Annemie Turtelboom, ministre: Madame Genot, je voudrais
d'abord insister sur le fait que j'ai conscience que les grèves de la
faim sont des actes désespérés de personnes en difficultés. Je suis
évidemment préoccupée par cette situation et la dimension humaine
de leur démarche. Les grèves de la faim ne peuvent être un moyen
pour obtenir une régularisation.
Dans un État de droit, la loi détermine quelles personnes peuvent
rester sur le territoire. Par les grèves de la faim, qui sont des actes
extrêmes, certains étrangers veulent obtenir un traitement privilégié
de la part des autorités. Si nous devions céder à cette pression, nous
ferions de la grève de la faim un critère de régularisation. Il va de soi
que nous ne pouvons pas accepter une telle situation. Tout au plus,
pouvons-nous essayer d'intervenir sur le plan humain pour convaincre
les personnes de renoncer à leur action de désespoir. Ceci
n'empêche pas que je suis les mouvements de grève de la faim. Je
ne suis toutefois pas la seule instance concernée. Au niveau local, le
bourgmestre est responsable du maintien de l'ordre public et de la
22.02
Minister
Annemie
Turtelboom: Ik ben mij er wel
degelijk van bewust dat een
hongerstaking een wanhoopsdaad
is. Ik ben bekommerd om het
menselijke aspect van dergelijke
acties.
Het is echter de wet die bepaalt
wie er op ons grondgebied mag
blijven. Door een hongerstaking te
houden,
willen
sommige
vreemdelingen
een
voorkeursbehandeling
van
de
autoriteiten afdwingen. Indien wij
voor die druk zouden zwichten,
dan
zouden
wij
van
de
hongerstaking
een
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
santé publique et, le cas échéant, le ministre de l'Intérieur pour le
respect de la loi sur la police.
Ceux qui mettent le bâtiment à disposition, in casu les autorités
ecclésiastiques, ont également leur part de responsabilité.
Cela dit, mon administration et moi-même sommes loin de nous
désintéresser du cas des sans-papiers. Au contraire, nous voulons
garder un contact avec les grévistes, même si cela n'est pas toujours
facile. La direction de l'Office des étrangers a toujours veillé à aller à
la rencontre des sans-papiers, qu'il s'agisse de ceux qui occupent
l'église du Béguinage ou ceux de Forest.
M. Roosemont, directeur général de l'Office des étrangers s'est rendu
à l'église St-Jean Curé d'Ars à Forest le 27 mai dernier et a reçu
ensuite leur délégation à l'Office des étrangers. L'Office des étrangers
a affirmé à plusieurs reprises sa volonté d'entretenir un dialogue
constructif avec les sans-papiers, chose qui demeure inchangée et
qui a donné lieu à l'envoi de courriers aux représentants des grévistes
de la faim, ainsi qu'au curé de l'église du Béguinage, M. Lochten.
La direction de l'Office des étrangers s'est d'ailleurs entretenu avec
M. Lochten avant même que les occupants de l'église du Béguinage
n'entament une grève de la faim. Dans les jours qui ont suivi le début
de cette grève, la direction générale de l'Office des étrangers a
adressé un courrier à M. Lochten afin d'entrer en contact avec les
représentants de ce mouvement de grève.
Le 11 juin dernier, un représentant de l'Office des étrangers a reçu
M. Lochten ainsi que les représentants des grévistes de la faim au
sein de l'Office. Lors de cet entretien, le représentant de l'Office des
étrangers a exprimé à nouveau la volonté de l'Office de maintenir un
dialogue constructif. Il a rappelé aussi que les dossiers des intéressés
font ou feront l'objet d'un examen individuel conformément à la
réglementation en vigueur.
Il a enfin promis que les intéressés seront clairement informés par un
représentant de l'Office des étrangers de l'entrée en vigueur des
dispositions visant leur régularisation.
regularisatiecriterium maken. Wij
kunnen een dergelijke situatie niet
aanvaarden. Wij kunnen echter
wel trachten tussenbeide te komen
om de betrokkenen ervan te
overtuigen af te zien van hun
wanhoopsactie. Ik volg de situatie,
maar ben niet de enige betrokken
instantie. Op lokaal vlak is de
burgemeester bevoegd voor de
handhaving van de openbare orde
en voor de situatie op het gebied
van de volksgezondheid en tevens
is de minister van Binnenlandse
Zaken eventueel bevoegd voor de
naleving van de politiewet.
Ook zij die het gebouw ter
beschikking van de hongerstakers
stellen, zijn mee verantwoordelijk.
Het klopt helemaal niet dat mijn
administratie en ikzelf ons niet om
het lot van de mensen zonder
papieren zouden bekommeren.
Wel integendeel, want de directie
van
de
dienst
Vreemdelingenzaken is hen zelfs
gaan
opzoeken.
De
heer
Roosemont,
directeur-generaal
van
de
dienst
Vreemdelingenzaken is op 27 mei
naar de kerk van de Heilige
Pastoor van Ars in Vorst gegaan
en heeft vervolgens een delegatie
van de hongerstakers in de
lokalen
van
de
dienst
Vreemdelingenzaken ontvangen.
De dienst Vreemdelingenzaken
heeft verklaard een constructieve
dialoog met de mensen zonder
papieren te willen onderhouden,
wat aanleiding gegeven heeft tot
het sturen van brieven naar de
vertegenwoordigers
van
de
hongerstakers, en naar de pastoor
van de Begijnhofkerk, de heer
Lochten.
De
directie
van de dienst
Vreemdelingenzaken
heeft
trouwens een onderhoud met de
heer Lochten gehad voordat de
bezetters van de Begijnhofkerk
met
hun
hongerstaking
zijn
gestart. In de dagen die volgden
op het begin van de hongerstaking
heeft de directie-generaal van de
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
dienst Vreemdelingenzaken de
heer Lochten een brief gestuurd
teneinde in contact te komen met
de vertegenwoordigers van die
beweging.
Op 11 juni jongstleden heeft een
vertegenwoordiger van de dienst
Vreemdelingenzaken
de
heer
Lochten en vertegenwoordigers
van de hongerstakers ontvangen.
Tijdens dat onderhoud heeft de
vertegenwoordiger van de dienst
Vreemdelingenzaken
opnieuw
verklaard de dialoog in stand te
willen houden. Hij heeft er
eveneens aan herinnerd dat de
dossiers van de betrokkenen
individueel worden onderzocht of
zullen
worden
onderzocht
overeenkomstig
de
vigerende
regelgeving.
Hij
heeft
beloofd
dat
de
betrokkenen
door
een
vertegenwoordiger van de dienst
Vreemdelingenzaken
over
de
bepalingen met het oog op hun
regularisatie
zullen
worden
ingelicht.
22.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Je vous remercie. J'espère que les
contacts et le dialogue vont s'intensifier pour aboutir rapidement à la
fin de ces actions et à un espoir autre que ces actes désespérés. Je
sais qu'un groupe de sans-papiers à l'ULB a demandé à être reçu et
qu'il n'est pas en grève de la faim. Ne pas les pousser à ces
extrémités serait une belle façon de continuer cette action. Vous dites
que la grève de la faim n'est pas un critère de régularisation et je suis
entièrement d'accord avec vous sur ce point. C'est pourquoi
j'aborderai la question et je vous demanderai où nous en sommes
dans ces fameux critères.
22.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Een
hongerstaking
is
geen
regularisatiecriterium en ik ben het
daarover volledig met u eens.
Daarom vraag ik dan ook hoe het
zit met die bewuste criteria.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23 Question de Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "l'attente de la
circulaire régularisation et expulsions pendant les vacances" (n° 6609)</b>
23 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het wachten op
de regularisatie-omzendbrief en de uitzettingen tijdens de vakantieperiode" (nr. 6609)
23.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, madame la
ministre, vous aviez promis une première circulaire régularisation
longues procédures et ancrage durable pour le mois de mai. La fin du
mois de juin se profile et l'avant-projet de circulaire à points très axés
sur le travail ne paraît plus discuté et amendé.
Ce lundi, le bureau du cdH a demandé, dans un communiqué, que la
circulaire régularisation soit approuvée immédiatement. Peut-être, le
23.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
U had voor de maand mei een
omzendbrief over de regularisatie
op
grond
van
de
lange
asielprocedure en de duurzame
verankering beloofd. Het is nu juni
en de besprekingen over het
voorontwerp lijken in het slop te
25/06/2008
CRIV 52
COM 273
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
cdH souhaitait-il faire oublier qu'il s'était abstenu au moment de la
directive retour. Néanmoins, je constate que des partenaires du
gouvernement souhaitent travailler sur cette matière. Cela me semble
important.
Madame la ministre, dans votre réponse à ma collègue, Mme Douifi,
j'ai entendu que vous souhaitiez regrouper l'ensemble des procédures
par facilité pour les bourgmestres. Je conçois totalement qu'avoir une
circulaire pour les trois critères serait la façon idéale de travailler.
Néanmoins, étant donné que politiquement, la situation paraît assez
bloquée, il me semble impossible de dire à des gens qu'ils seront
expulsés parce que nous sommes dans l'attente d'un accord sur les
trois éléments de la circulaire.
Les bourgmestres préféreraient en effet un texte unique mais ils sont
aussi très mal à l'aise quand ils doivent signer des ordres de quitter le
territoire de personnes qui sont en Belgique depuis des années, alors
qu'elles pourraient nous être utiles et avoir une vie plus intéressante
ici.
Madame la ministre, quel est le calendrier? Quand les réunions sont-
elles prévues, en vue de réaliser ce volet de l'accord
gouvernemental? Puisqu'il n'est plus question du mois de mai, quand
pouvons-nous espérer des textes? Il y a un accord politique très clair
disant que les longues procédures, y compris le Conseil d'État,
doivent être régularisées. Pourtant, à l'heure actuelle, l'Office refuse
encore parfois ces personnes car il n'y a pas de texte. Des possibilités
de régularisation économique seront aussi possibles. Ce matin
encore, j'ai encore reçu un courrier concernant un monsieur qui vit
depuis 6 ans en Belgique avec sa famille. Il est mécanicien-technicien
et a des promesses d'emplois. Malgré cela, il se trouve dans une
situation d'expulsion potentielle.
L'année passée, Angelica et sa mère se sont fait arrêter pendant les
vacances scolaires et de nombreux enfants s'apprêtent à vivre un été
d'angoisse, vu leur situation d'illégalité. Les parents hésitent à envoyer
leurs enfants à la plaine de jeux communale, ils ne savent que faire
avec les enfants pendant les périodes de vacances. Ces parents
travaillent, sinon ils ne pourraient subvenir aux besoins de leurs
enfants.
Les arrestations et expulsions d'enfants qui résident ici depuis de
nombreuses années vont-elles continuer pendant les vacances? Les
enfants ne sont-ils pas les premières victimes de l'absence de travail
gouvernemental?
zijn geraakt. U heeft ook uiting
gegeven aan uw wens om de
procedures te groeperen teneinde
het werk van de burgemeesters te
vergemakkelijken. In het licht van
de kennelijke politieke patstelling,
lijkt het mij echter onverdedigbaar
om in afwachting van het bereiken
van een akkoord mensen effectief
het land te blijven uitzetten.
Wanneer zullen we eindelijk over
de desbetreffende teksten kunnen
beschikken? Wanneer zijn er
vergaderingen gepland over dat
onderdeel van het regeerakkoord?
Zal men in de zomer nog verder
blijven
doorgaan
met
het
aanhouden en uit het land zetten
van kinderen die al jarenlang in
België verblijven?
23.02 Annemie Turtelboom, ministre: L'élaboration et l'évaluation
de la circulaire établissant des critères de régularisation humanitaires
sont toujours à l'ordre du jour du gouvernement. Toutefois, une telle
circulaire qui s'intègre dans une politique d'immigration plus globale et
qui concerne une question éminemment délicate réclame une étude
approfondie, ainsi qu'une concertation solide entre tous les
partenaires du gouvernement.
23.02
Minister
Annemie
Turtelboom: De uitwerking en de
evaluatie van de omzendbrief
waarin
humanitaire
regularisatiecriteria
worden
vastgesteld, staan nog altijd op de
agenda.
Een
dergelijke
omzendbrief vereist echter een
diepgaande studie en grondig
overleg.
Zoals ik daarnet aan collega Douifi heb gezegd, vergt dit nog wat tijd. J'ai déjà fait savoir à Mme. Douifi
CRIV 52
COM 273
25/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Ik blijf echter bij mijn standpunt dat het voor mijn part zo snel mogelijk
mag zijn. Dat is hetgeen ik altijd heb gezegd.
que ceci prenait du temps. Pour
ma part, les choses peuvent aller
vite.
Un des objectifs de cette circulaire est d'introduire une plus grande
transparence dans le processus décisionnel.
En ce qui concerne les expulsions, l'Office des étrangers continue à
appliquer la loi telle qu'elle existe actuellement. Elles seront, dès lors,
poursuivies pour ne pas mettre en péril la sécurité juridique.
Cependant, l'Office des étrangers poursuit également une politique de
prudence à l'égard des personnes qui pourront indiscutablement
invoquer une longue procédure d'asile.
Een van de doelstellingen van die
omzendbrief is zorgen van een
grotere
transparantie
in
de
besluitvorming.
Wat de uitzettingen betreft, blijft de
dienst Vreemdelingenzaken de
huidige wet toepassen om de
rechtszekerheid
niet
in
het
gedrang te brengen. Die dienst
neemt echter een voorzichtige
houding aan ten aanzien van de
personen
die
zich
ontegensprekelijk op de lange
asielprocedure
zullen
kunnen
beroepen.
23.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, la fin de votre
réponse me laisse entrevoir un petit espoir en ce qui concerne la
politique de prudence à l'égard de personnes qui, très clairement,
répondront aux prescrits des circulaires de régularisation. J'espère
que nous compterons un maximum d'enfants dès la prochaine rentrée
scolaire. Je vous encourage donc à rapidement aboutir, ne serait-ce
que sur au moins un des aspects de cette circulaire. Je vous avoue
qu'il est très difficile de discuter avec des réfugiés et de leur conseiller
de ne pas entreprendre de grève de la faim, etc. Voilà des années
que nous leur tenons le même discours. Fatalement, ils ne nous
croient plus!
23.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Uit uw antwoord kan ik afleiden dat
er wat hoop is voor de personen
die aan de voorwaarden van de
toekomstige omzendbrief voldoen.
Ik zou u er echter willen toe
aansporen om snel tot resultaten
te komen, al was het maar over
een van de aspecten van die
omzendbrief.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 6615 de Mme Tinne Van der Straeten est reportée.
La réunion publique de commission est levée à 13.20 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.20 uur.