KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 272
CRIV 52 COM 272
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
25-06-2008
25-06-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het 'International Narcotics Strategy
Report'" (nr. 5609)
1
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
'International
Narcotics
Strategy
Report'"
(n° 5609)
1
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de uitbreiding
van het straffenarsenaal" (nr. 5896)
3
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'extension de l'arsenal
pénal" (n° 5896)
3
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het ontplooien
van terroristische activiteiten door middel van het
internet" (nr. 5910)
4
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le déploiement d'activités
terroristes au moyen de l'internet" (n° 5910)
5
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het congres van
de Islamic Community Millï Gürüs (ICMG) te
Hasselt van zaterdag 31 mei jongstleden"
(nr. 6026)
6
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le congrès organisé le 31 mai
dernier à Hasselt par l'Islamic Community
Millï Gürüs (ICMG)" (n° 6026)
6
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
9
Questions jointes de
8
- mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het niet-bekendmaken van
de identiteit van de betrokken personen in de
dagelijkse politieverslagen" (nr. 5906)
9
- Mme Colette Burgeon au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la dépersonnalisation des
comptes rendus journaliers de la police" (n° 5906)
8
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"de
dagelijkse
politieverslagen" (nr. 6401)
9
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapports journaliers de la
police" (n° 6401)
8
Sprekers: Colette Burgeon, Jacqueline
Galant, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Colette Burgeon, Jacqueline
Galant, Jo Vandeurzen, vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de evaluatie
van het proefproject voor drugsverslaafden te
Luik" (nr. 6199)
14
Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évaluation du projet pilote
pour les toxicomanes à Liège" (n° 6199)
14
Sprekers: Josée Lejeune, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Josée Lejeune, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
16
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier 16
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verklaringen
van de minister naar aanleiding van de
voorstelling van het jaarverslag 2007 van het
gevangeniswezen, inzonderheid met betrekking
tot de 200 extra justitieassistenten" (nr. 6321)
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations du ministre à
l'occasion de la présentation du rapport
annuel 2007 de l'administration pénitentiaire, plus
particulièrement en ce qui concerne le
recrutement de 200 assistants de justice
supplémentaires" (n° 6321)
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
19
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de strategie van de procureur
inzake de veiligheid in Anderlecht" (nr. 5972)
18
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la stratégie du procureur en
ce qui concerne la sécurité à Anderlecht"
(n° 5972)
19
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de relatie
tussen parket en politie" (nr. 6154)
18
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les relations entre le parquet
et la police" (n° 6154)
19
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verstandhouding tussen
de politie en het parket" (nr. 6210)
18
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'entente entre la police et le
parquet" (n° 6210)
19
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de samenwerking tussen
politie en parket in de Brusselse Zone Zuid en de
opgeschorte politiestaking" (nr. 6351)
18
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la coopération entre la police
et le parquet dans la zone Midi à Bruxelles et
l'annulation de la grève de la police" (n° 6351)
19
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Bart
Laeremans, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Bart
Laeremans, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opvolging
van de voorwaardelijke invrijheidstellingen en de
internationale wederzijdse rechtshulp" (nr. 6224)
25
Question de Mme Corinne De Permentier au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "le suivi des
libérations conditionnelles et l'entraide judiciaire
internationale" (n° 6224)
25
Sprekers: Corinne De Permentier, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Corinne De Permentier, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
gemeentelijke administratieve sancties" (nr. 6273)
27
Question de Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les sanctions administratives
communales" (n° 6273)
27
Sprekers: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer André Frédéric aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opgang van
het sekte-fenomeen" (nr. 6278)
29
Question de M. André Frédéric au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'essor du phénomène
sectaire" (n° 6278)
29
Sprekers: André Frédéric, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: André Frédéric, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de oefening voor het testen van het
31
Question de Mme Valérie Déom au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le test du
système d'alerte en cas de disparition d'enfants"
31
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
alarmsysteem
voor
verdwenen
kinderen"
(nr. 6290)
(n° 6290)
Sprekers: Valérie Déom, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen, Bert Schoofs
Orateurs: Valérie Déom, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles, Bert
Schoofs
Samengevoegde vragen van
34
Questions jointes de
34
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanvragen van voor
30 juni 1960 geboren Congolezen tot herkrijging
van de Belgische nationaliteit" (nr. 6443)
34
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
demandes
de
recouvrement de la nationalité belge de Congolais
nés avant le 30 juin 1960" (n° 6443)
34
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanvragen van voormalige
Belgen tot herkrijging van de Belgische
nationaliteit" (nr. 6444)
34
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
demandes
de
recouvrement de la nationalité belge d'anciens
Belges" (n° 6444)
34
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het project
Halte-R" (nr. 6476)
37
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles sur "le projet Halte-
R" (n° 6476)
37
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
25
JUNI
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
25
JUIN
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.26 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.26 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het 'International Narcotics Strategy Report'" (nr. 5609)
01 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le 'International
01.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, een mededeling in de krant van enkele
maanden geleden heeft mijn aandacht getrokken. De Belgische fiscus
zou elk jaar 384 miljoen euro aan belastingsontvangsten derven als
gevolg van fraude in de sector van de telefoonwinkels. Het is mogelijk
dat zoiets gebeurt. Het was echter eigenaardig dat de informatie niet
uit ons land kwam, maar uit de Verenigde Staten, waar men over zeer
precieze gegevens beschikte met betrekking tot die fraude.
Ik heb de minister van Financiën daarover reeds ondervraagd op
15 april 2008. In de eerste plaats wist hij van niets. Dat is mogelijk,
maar het maakt de zaak des te eigenaardiger. Hij zei laconiek dat het
dan maar zo was dat de Verenigde Staten over gegevens beschikten
waarover hij niet beschikte. Ik was echter iets nieuwsgieriger.
Mijn vraag was eerst gericht tot de minister van Binnenlandse Zaken,
de heer Dewael, maar is dan bij u terechtgekomen. Ik vermoed dat
het te maken heeft met de Veiligheid van de Staat, omdat u moet
antwoorden. Het bewuste rapport, waarin al die informatie is vermeld,
is het International Narcotics Control Strategy Report.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van de inlichtingen die het
rapport bevat met betrekking tot de interne situatie in ons land, wat
toch eigenaardig is?
Hoe wordt die informatie door de Verenigde Staten verkregen? En
hoe komt die in dat rapport terecht?
Houdt u rekening met de informatie die erin is te vinden? Controleert
u minstens of zij correct is?
Controleert de Veiligheid van de Staat de informatie of verneemt zij
dat in enige mate?
Wordt zo'n rapport officieel meegedeeld door de Verenigde Staten, en
aan wie?
01.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le fisc belge subirait
chaque année un manque à
gagner de 384 millions d'euros de
recettes fiscales à la suite de
fraudes dans le secteur des phone
shops. Cette information provient
des
États-Unis,
plus
particulièrement de l'International
Narcotics Control Strategy report.
Le ministre des Finances, que
j'avais interrogé à ce sujet le 15
avril 2008, n'était pas au courant.
Le ministre de la Justice est-il au
courant du contenu de ce rapport?
D'où les États-Unis tirent-ils cette
information? Le ministre a-t-il
l'intention de la vérifier? La Sûreté
de l'État va-t-elle la vérifier? Ce
rapport
sera-t-il
communiqué
officiellement à notre pays? À
quelle
instance?
Des
renseignements
confidentiels
contenus dans ce rapport seront-
ils transmis au gouvernement
fédéral
ou au ministre en
personne? Le rapport sera-il mis,
en tout ou en partie, à la
disposition du Parlement?
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Wordt er op enige wijze vertrouwelijke informatie uit dat rapport
meegedeeld aan de federale regering, aan de ministers, en eventueel
aan u, die de Veiligheid van de Staat onder uw hoede hebt?
Op welke wijze wordt die informatie door de Verenigde Staten
verkregen?
Is dat rapport geheel of gedeeltelijk beschikbaar voor ons,
parlementsleden, met het oog op de uitoefening van het
controlerecht? Dat is natuurlijk mijn grootste nieuwsgierigheid.
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het
International Narcotics Control Strategy Report wordt elk jaar door het
Department of State, het Amerikaans ministerie van Buitenlandse
Zaken, aan het Congres van de Verenigde Staten bezorgd, conform
de Foreign Assistance Act. Het rapport omschrijft de inspanningen die
zowat tweehonderd staten, waaronder België, hebben geleverd in de
strijd tegen de internationale drughandel.
Volume 2 van dat rapport is gewijd aan de strijd tegen de
witwaspraktijken. Voor België beschrijft het rapport op synthetische
wijze de repressieve en de preventieve systemen die van kracht zijn,
alsook het regime van beslag en verbeurdverklaring dat van
toepassing is. Het onderzoekt bovendien de recente evolutie van het
Belgisch recht, zoals de afschaffing van de effecten aan toonder, het
koninklijk besluit aangaande de grenscontrole van liquide middelen,
enzovoort.
De informatie en statistische gegevens die door dat rapport worden
overgemaakt, zijn afkomstig van tal van Belgische officiële diensten,
zoals
de
cel
voor
de
financiële
informatieverwerking,
Douane & Accijnzen, federale politie, of nog het centraal orgaan voor
de inbeslagneming en de verbeurdverklaring. Die informatie wordt
verwerkt in de werkingsrapporten van die respectievelijke diensten,
die voor het merendeel kunnen worden geconsulteerd via het internet.
Het International Narcotics Control Strategy Report ontleent eveneens
elementen aan de recente onderlinge evaluatie van België door de
financiële actiegroep die ervan uitgaat dat eenenveertig van de
negenenveertig
aanbevelingen
inzake
maatregelen
tegen
witwaspraktijken door ons land worden aangenomen.
Het klopt dat het rapport van het Department of State doet uitschijnen
dat de Belgische autoriteiten bezorgd zijn over de ontwikkelingen in de
sector van de telefonie, een sector die gunstig blijkt voor het
clandestien in omloop brengen van zwart geld. Het rapport stelt ook
dat de autoriteiten honderdvijftig illegale belshops hebben gesloten. In
tegenstelling tot de door u verkeerdelijk meegedeelde cijfers is de
fiscale fraude, te wijten aan die sector, op jaarbasis vastgesteld op
256 miljoen dollar of 163 miljoen euro, een cijfer dat voorkomt in het
Amerikaans rapport.
De federale politie van haar kant beschikt niet over gegevens inzake
fiscale schade, waarvan sprake. In het raam van het nationaal
veiligheidsplan 2004-2007 voorzag het actieplan van de federale
politie in de uitvoering van een analyse van dat fenomeen, van de
methoden en van het groot risico aangaande telecomfraude.
01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le
ministère
américain
des
Affaires
étrangères
adresse
chaque année au Congrès le
International Narcotics Control
Strategy Report. Ce rapport
comporte un descriptif des efforts
qu'environ deux cents États, dont
la Belgique, ont fournis dans la
lutte contre le trafic de drogue
international.
Le deuxième volume de ce rapport
est consacré aux pratiques de
blanchiment. En ce qui concerne
la
Belgique,
les
systèmes
répressifs et préventifs existant
chez nous ainsi que notre régime
de saisie et de confiscation y sont
décrits. Est également analysée
l'évolution récente du droit belge
en
la
matière.
Toutes
les
informations
proviennent
de
services belges officiels et la
majorité d'entre elles peut être
consultée sur internet. Le rapport
emprunte aussi certains éléments
à l'évaluation à laquelle un groupe
d'action financier a soumis notre
pays.
Il est exact que ce rapport laisse
entendre que les développements
dans le secteur de la téléphonie
préoccupent la Belgique, ce qui a
amené les autorités belges à
fermer 150 phone shops, la fraude
fiscale ayant été évaluée à 256
millions de dollars, soit 163
millions d'euros.
La police fédérale ne dispose pas
de données relatives au manque à
gagner fiscal engendré par ce
phénomène mais l'analyse de
celui-ci, qui a été entamée en
2007, est toujours en cours. Les
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
De analyse van het fenomeen werd uitgevoerd in 2007. De analyse
van de methoden en het risico zijn nog aan de gang. De aanbeveling
geadresseerd aan de Belgische regering sluit dit aan ons land gewijd
hoofdstuk af. Deze aanbevelingen stellen de deugdelijkheid van ons
beleid en de oprechtheid van onze inspanningen niet ter discussie.
Het embargo op het International Narcotics Control Strategy Report
2008 werd opgeheven op 29 februari. Dit document kan dus vrij
worden geconsulteerd en is ter beschikking gesteld door het
Department of State. Het maakt gebruik van publieke gegevens
doorheen een essentieel beschrijvende benadering. De informatie die
erin is vervat, is dus welbekend bij de regering en ten genen dele
gevoelige of vertrouwelijke informatie.
recommandations contenues dans
le rapport ne remettent pas en
question la validité de notre
politique. Ce rapport peut être
consulté librement.
01.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, het is
toch eigenaardig dat de minister van Financiën hierover blijkbaar niets
wist, ook niet door de CBFA. Dan loopt er toch iets mank wat de
communicatie betreft binnen de federale regering en binnen de
departementen, omdat het gegevens zijn die net voor een groot deel
van zijn diensten komen. Dat is zeer eigenaardig.
Vervolgens zal ik dat rapport nu even bekijken. Er wordt daarin
gezegd, zegt u, dat het beleid niet ter discussie staat. Dat zal nog het
paarse beleid zijn. Ik ga dat toch nader onderzoeken, mijnheer de
minister; ik geloof op dat vlak niemand op zijn woord. Het verheugt mij
dat het rapport minstens ter beschikking is, dat ik het kan inkijken en
dat ik er zelf een eigen mening over kan vormen.
01.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le fait que le ministre des
Finances n'ait pas été informé de
l'existence de ce rapport est
curieux. Pour le reste, j'étudierai
ce rapport de façon à pouvoir me
forger une opinion quant à la
question de savoir si notre
politique est l'objet de critiques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de uitbreiding van het straffenarsenaal" (nr. 5896)
02 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'extension de l'arsenal pénal" (n° 5896)</b>
02.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de heer De Ruyver, de voormalige
veiligheidsadviseur van de vroegere premier, de heer Guy
Verhofstadt, stelde onlangs dat het straffenarsenaal te stereotiep is en
dat er meer variatie in kan worden gebracht. Toeval of niet, ook ik heb
er u enige tijd geleden op gewezen dat men het straffenarsenaal zou
kunnen uitbreiden met zeer efficiënte maatregelen, die op zich ook
niet al te duur zouden zijn, namelijk ik heb dan verwezen naar het
Verenigd Koninkrijk met de bestaande praktijk waarbij wanbetalers
inzake alimentatie bijvoorbeeld moeten vrezen voor de intrekking van
hun paspoort of rijbewijs. De heer De Ruyver dacht blijkbaar ook aan
maatregelen in die richting.
Bent u het idee van de voormalige veiligheidsadviseur van de vorige
premier genegen? Wilt u een inspanning doen om te bekijken wat er
aan mogelijkheden bestaat om het straffenarsenaal uit te breiden?
Wat is uw visie daarop?
02.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Selon M. De Ruyver,
conseiller pour la sécurité de M.
Verhofstadt lorsqu'il était premier
ministre, il est nécessaire d'élargir
l'arsenal répressif. J'ai déjà attiré
précédemment
l'attention
du
ministre en le questionnant sur
cette
possibilité.
Ainsi,
au
Royaume-Uni, les personnes qui
négligent de payer leur pension
alimentaire sont sanctionnées par
un retrait de leur passeport ou leur
permis de conduire. Que pense le
ministre
d'un
élargissement
possible de l'arsenal répressif?
02.02 Minister Jo Vandeurzen: Zoals u ook opmerkt, collega, heb ik
u reeds grotendeels geantwoord, naar aanleiding van vraag 1501, die
werd gesteld op 22 januari 2008, betreffende het intrekken van
officiële documenten, zoals het rijbewijs of het paspoort.
02.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Comme je l'ai déjà répondu à la
question n° 1501, cette question
doit être examinée dans un
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Ik heb u toen geantwoord dat dit in een ruimere context moet worden
bekeken, onder andere met het oog op de ratificatie van enkele
verdragen. Vooral de minister van Financiën is bevoegd, aangezien
de Dienst voor Alimentatievorderingen onder zijn bevoegdheid valt.
De mogelijkheid om bijvoorbeeld een rijbewijs in te trekken vormt een
uitbreiding van het straffenarsenaal waarin momenteel niet wordt
voorzien, behoudens in de wegverkeerswet. Ik meen dan ook dat men
hiermee niet lichtzinnig kan en mag omspringen. Het kan bovendien
ook niet de bedoeling zijn dat er te pas en te onpas een beroep wordt
gedaan op de overheid om onderhoudsgelden bij betalingsplichtigen
te recupereren. Ook de gerechtigden moeten een aantal initiatieven
nemen.
Daarnaast
is
er
uiteraard
de
Dienst
voor
Alimentatievorderingen.
Zoals ik u toen ook heb geantwoord, moet ook het gelijkheidsbeginsel
in aanmerking worden genomen, als de intrekking enkel voor de niet-
betaling van onderhoudsgelden zou worden aangewend. Wie niet
over een rijbewijs of een paspoort beschikt, zal zich natuurlijk ook niet
echt aangesproken voelen. Ik meen dan ook dat dit idee, dat tot nu
toe louter voeding heeft gevonden in het Angelsaksisch recht, met de
nodige omzichtigheid moet worden behandeld. Tot nu toe heeft men
mij geen enkel concreet voorstel gedaan. In de pers verschenen
alleen
enkele
denkoefeningen,
zonder
wetenschappelijke
ondersteuning.
Het staat iedereen vrij om initiatieven te nemen en constructieve
voorstellen te doen, uiteraard ook in het Parlement of vanuit de
academische wereld. Ik zal die voorstellen bekijken, maar zoals ik u
toen al heb gezegd, hangt een en ander samen met de ratificatie van
een aantal conventies, onder meer van de Conventie met betrekking
tot de internationale invordering van niet-betaalde alimentatiegelden,
van de Conferentie van Den Haag voor internationaal privaatrecht van
23 november 2007. Alleen in die context zal het eventueel in ons land
aan de orde zijn.
contexte plus large, en tenant
compte
notamment
de
la
ratification de la Convention sur le
recouvrement
international
de
créances alimentaires non payées
et de la conférence de La Haye de
droit privé international du 23
novembre 2007. Le Service des
créances
alimentaire
relève
d'ailleurs
également
des
compétences du ministre des
Finances.
Nous ne devons pas recourir à
cette sanction à la légère : elle ne
figure d'ailleurs à l'heure actuelle
que dans le droit anglo-saxon. :
l'objectif ne doit pas être de
recourir à l'autorité, de manière
intempestive, pour récupérer les
pensions alimentaires auprès de
ceux qui en sont redevables. Que
faire d'ailleurs pour ceux qui ne
disposent pas d'un permis de
conduire ou d'un passeport? Ils ne
se sentiront pas concernés.
Pour l'instant, aucune proposition
concrète n'est encore sur la table.
Il ne s'agit que d'une réflexion. Il
est bien entendu loisible à chacun
de
faire
des
propositions
constructives.
02.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik heb
mij gebaseerd op een nieuw feit, de verklaring van de heer
De Ruyver. Daaraan is blijkbaar geen nieuwe visie verbonden. U
spreekt over een ruimere context. Ik wil dat aanvaarden. Ik wil zelfs
ook voorstellen doen. Geen probleem. Wij komen opnieuw ook
terecht bij minister Reynders, net zoals bij de vorige vraag. Dat is
misschien wel een probleem.
De heer De Ruyver is een academicus. Ik veronderstel dat hij toch
niet lichtzinnig over dergelijke feiten heengaat. Misschien kan de
academische wereld zich hierover buigen. Ik denk dat wij allemaal
hopen dat het geen plaagstoot van Paars in uw richting is geweest,
waarbij men vanuit liberale hoek uw strafbeleid in de war probeert te
sturen. Ik hoop dat dit niet de bedoeling is. Ik denk in elk geval dat het
idee oprecht is. Ik zal enkele initiatieven nemen en kijken hoe u zich
daartegen zult opstellen, mijnheer de minister.
02.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je puis certainement tenir
compte du contexte global et
formuler
des
propositions
concrètes mais, apparemment, ma
question aboutira auprès de M.
Reynders, ce qui posera peut-être
un problème, par contre. M. De
Ruyver est un universitaire et je
présume qu'il ne s'est pas exprimé
à la légère. Je prendrai en tout
cas
des
initiatives
que
je
soumettrai au ministre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het ontplooien van terroristische activiteiten door middel van het
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
internet" (nr. 5910)
03 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le déploiement d'activités terroristes au moyen de l'internet" (n° 5910)</b>
03.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij beschikken nog steeds niet over een
sluitende regeling om activiteiten van terroristen en potentiële
terroristen te controleren en af te blokken, indien zij of de
groeperingen waarbij zij zijn aangesloten, gebruikmaken van het
internet.
Welke zijn volgens u de knelpunten die hiervoor moeten worden
weggewerkt? Tijdens de bespreking van de beleidsverklaring en de
begroting is daarop niet ingegaan. Dat zou ons misschien te ver
hebben gedreven en te gedetailleerd zijn geweest. Ik stel de vraag nu
toch, omdat ik denk dat het de meest dringende materie is waaraan
wij moeten werken.
Welke concrete aanpassingen aan de BOM-wet vindt u noodzakelijk?
Ik denk dat dat het centrale ankerpunt is waarop wij ons moeten
richten om ervoor te zorgen dat terrorisme via het internet kan worden
bestreden op een efficiënte wijze.
Welke zijn de concrete stappen die u ter zake wilt ondernemen? Wat
moet er gebeuren in de wet?
03.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il n'existe toujours pas de
système infaillible pour bloquer les
sites où des activités terroristes
sont déployées, ce qui constitue
un véritable problème. Quels
obstacles doivent être écartés
pour aboutir à un tel système?
Comment la loi relative aux
méthodes
particulières
de
recherche (loi MPR) doit-elle être
adaptée?
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het kan niet
worden betwist dat het internet een steeds groeiende rol krijgt in het
radicalisme, extremisme en terrorisme. In het kader van het plan
Radicalisme van het College voor Inlichtingen en Veiligheid werd dan
ook een werkgroep samengesteld, die een nota heeft uitgewerkt
omtrent de opsporingsactiviteiten die binnen de huidige wetgeving in
de proactieve en reactieve fase mogelijk zijn.
De nota, die het eensgezind standpunt van de werkgroep weergeeft,
werd bij het openbaar ministerie verspreid. Het desbetreffende
document, van 9 november 2007, kan wegens zijn vertrouwelijkheid
niet worden meegedeeld.
Er werd een werkgroep Reparatiewet-BOM gestart, die in twee fasen
werkt. In de eerste, meest dringende fase buigt de groep zich over het
wetsontwerp waarin de gevolgen van het arrest van het Grondwettelijk
Hof van 19 juli 2007 worden geremedieerd. In het arrest wordt een
aantal technische aanpassingen aan de BOM-wet voorgesteld,
waarbij ook de mogelijkheid inzake het binnendringen in
informaticasystemen moet worden nagegaan.
In een tweede fase zal de groep in het bijzonder nadenken over de
noodzakelijke wettelijke aanpassingen inzake internetrecherche, zoals
de mogelijkheid van een light infiltratie op het internet, zonder te
moeten vervallen in de zware procedure van artikel 47octies en -
novies van het Wetboek van strafvordering, en de problematiek van
de Pay&Go-kaarten en de phoneshop/internetcafés waardoor
anonimiteit mogelijk is.
03.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans
le
cadre
du
plan
Radicalisme, un groupe de travail
du Collège du renseignement et
de la sécurité a transmis au
ministère public, le 9 novembre
2007, une note relative aux
possibilités
de
recherche
proactives et réactives dans le
cadre la loi actuelle. Le contenu de
cette note est confidentiel.
Par ailleurs, un groupe de travail
Réparation-MPR a été mis en
place. Dans une première phase, il
proposera d'apporter plusieurs
modifications techniques à la loi
MPR pour se conformer à l'arrêt
de la Cour constitutionnelle du 19
juillet 2007. Dans une deuxième
phase,
il
examinera
les
modifications en matière de
recherche sur l'internet sans que
la lourde procédure prévue aux
articles 47octies et 47novies du
Code d'instruction criminelle ne
doive être suivie et le problème
de l'anonymat résultant des cartes
pay&go et des phoneshops.
03.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, binnen
welke termijn zal dit worden gerealiseerd? De terroristen en potentiële
03.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Quel est le calendrier du
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
terroristen zitten immers niet stil. Het zou erg zijn als zij ons voor
zouden zijn en een aanslag zouden plegen die door middel van het
internet tot stand zou zijn gekomen.
groupe de travail? Les terroristes
n'arrêtent effectivement pas leurs
activités.
03.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik wil uw vraag ernstig nemen, want u
vestigt daarop terecht de aandacht. Wij zullen vrij snel reparaties aan
het arrest kunnen aanbrengen. Wij zijn ook goed opgeschoten met de
andere werkzaamheden. Ik moet echter wel een nuancering
aanbrengen.
Het
is
niet
onmogelijk
om
een
aantal
opsporingstechnieken op het internet toe te passen. Wij zitten dus niet
in een woestijn te werken. U hebt echter wel een punt. Wij maken
daarvan werk. Dat zal in de loop van dit jaar zijn. Wij zullen relatief
snel de reparaties doen, waarna wij met een ontwerp zullen komen
met betrekking tot de internetcriminaliteit en de manier waarop
opsporingstechnieken kunnen worden aangepast aan de nieuwe
technologische mogelijkheden.
03.04 Jo Vandeurzen, ministre: Il
s'agit en effet d'un sérieux
problème. La loi pourra être
modifiée dans les meilleurs délais
mais
les
autres
travaux
progressent aussi rapidement.
Nous déposerons cette année
encore un projet relatif à la
criminalité sur l'internet et aux
éventuelles
techniques
de
recherche.
03.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik hoop dat dit tegen het einde
van dit jaar is afgerond.
03.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik denk dat uw hoop werkelijkheid zal
worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het congres van de Islamic Community Millï Gürüs (ICMG) te
Hasselt van zaterdag 31 mei jongstleden" (nr. 6026)
04 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le congrès organisé le 31 mai dernier à Hasselt par l'Islamic Community
Millï Gürüs (ICMG)" (n° 6026)</b>
04.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op 31 mei hield in de Grenslandhallen in Hasselt
de Islamic Community Millï Gürüs, beter bekend onder de afkorting
ICMG, een congres voor zijn in Europa levende Turkse aanhangers.
Die organisatie richt zich trouwens op Europa. Ik herinner aan een
logo dat zij vroeger hanteerde, ik weet niet of zij dat nu nog doet, een
enorme grote halve maan die het continent Europa leek op te
slokken. Die organisatie is in diverse Europese landen verboden, zo
heb ik mij laten vertellen. Zij kon toch in Hasselt een congres houden.
De Veiligheid van de Staat zou naar verluidt aan de organisatoren
hebben opgedragen om niet te veel publiciteit aan het gebeuren te
schenken. Dat bleek toch uit de persartikels waarbij mensen werden
geïnterviewd die aan het congres deelnamen.
Die organisatie zelf zette 420 eigen veiligheidsmensen in die de
deelnemers aan de ingang moesten fouilleren. Het lijkt mij
eigenaardig dat fouilles gebeuren door particulieren, door eigen
veiligheidsmensen. Ik vraag mij af onder welk statuut dat gebeurde.
Ik zou dan ook willen weten welke schikkingen er werden getroffen
naar aanleiding van deze congresdag, van het feit dat men kon
vernemen dat het congres werd georganiseerd.
Is het juist dat de Veiligheid van de Staat aan de organisatoren heeft
04.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
La
communauté
islamique Millï Gürüs a organisé
un congrès à Hasselt le 31 mai
2008 pour ses adeptes résidant en
Europe. Bien qu'elle soit interdite
dans différents pays européens,
l'organisation a néanmoins pu
organiser un congrès chez nous. Il
semblerait que la Sûreté de l'État
ait demandé aux organisateurs de
ne pas faire trop de publicité
autour de l'événement. Quelque
420 agents de sécurité de
l'organisation
elle-même
ont
procédé à des fouilles corporelles.
Sous quel statut ces fouilles
corporelles ont-elles eu lieu?
Quelles dispositions ont été prises
à l'occasion de cette journée de
congrès? La Sûreté de l'État a-t-
elle effectivement demandé de ne
pas donner trop de publicité à
cette manifestation? Pourquoi a-t-
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
gevraagd om deze manifestatie in alle stilte te laten plaatsvinden, het
gaat om enkele duizenden mensen, meer dan 10.000 mensen, dat is
toch eigenaardig, en dat er niet te veel publieke ruchtbaarheid aan
zou worden gegeven? Dat is ook eigenaardig. Als die vraag werd
gesteld, waarom werd ze gesteld?
Mijnheer de minister, wat is volgens u de reden dat die organisatie
aan de inkom van het congrescentrum fouilleringen liet plaatsvinden?
Is hierover overleg gepleegd met de Veiligheid van de Staat? Zijn er
ter zake richtlijnen verstrekt door de Veiligheid van de Staat? Waarom
werden die fouilles niet uitgevoerd door mensen die daartoe bevoegd
zijn?
on procédé à une fouille à
l'entrée? Une concertation a-t-elle
eu lieu avec la Sûreté de l'État à
ce sujet également et ce service a-
t-il donné des instructions en la
matière? Pourquoi des personnes
compétentes
n'ont-elles
pas
procédé aux fouilles?
04.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, de Turkse
organisatie Millï Gürüs organiseerde inderdaad op zaterdag 31 mei
een massamanifestatie in de Grenslandhallen-Ethias Arena te
Hasselt. Het is niet de eerste keer dat Millï Gürüs een dergelijke
Europese bijeenkomst in ons land organiseert. Op 4 juni 2006
bijvoorbeeld vond ook in Hasselt een gelijkaardige manifestatie
plaats.
Reeds op 19 mei 2008 werd er een dreigingsanalyse opgemaakt door
het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse van de regering.
Deze dienst stelde vast dat zij over geen enkele inlichting beschikte
over een eventuele dreiging op het vlak van terrorisme of extremisme
ter gelegenheid van dit evenement, noch bij voorgaande
evenementen van deze vereniging. Zij verzocht wel om de nodige
aandacht te schenken aan dit evenement op het vlak van openbare
orde aangezien de organisatoren rekening hielden met de
aanwezigheid van 12.000 personen.
Door de Algemene Directie Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken
werden eveneens de nodige maatregelen getroffen met betrekking tot
dit evenement.
Op zondag 1 juni werd op de Limburgse regionale televisiezender TV
Limburg tijdens het journaal een korte reportage gewijd aan de
manifestatie in Hasselt. Er werd toen inderdaad door een journalist
gezegd dat de Veiligheid van de Staat aan de organisatoren had
gevraagd om niet te veel ruchtbaarheid aan de bijeenkomst te geven.
Het spreekt voor zich dat de Veiligheid van de Staat reeds een
geruime poos van de manifestatie op de hoogte was en ook contact
had met de uitbaters van de Grenslandhallen-Ethias Arena. De
bewering dat de dienst aan de organisatoren zou hebben gevraagd
om zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan de manifestatie te geven is
evenwel uit de lucht gegrepen en niet op feiten gebaseerd.
Millï Gürüs organiseert jaarlijks een of meerdere dergelijke Europese
bijeenkomsten waar telkens zeer veel volk op af komt. Dit jaar was er
sprake van 12.000 mensen. De meeste aanwezigen komen
traditioneel uit Duitsland, waar de grootste Turkse gemeenschap
buiten Turkije woont, maar ook uit andere buurlanden zoals
Nederland en Frankrijk.
Het programma bestaat meestal uit toespraken van hoge
functionarissen uit Turkije en Europa, afgewisseld met muzikale
optredens. Bij de organisatie van een dergelijke grote manifestatie
04.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'organisation turque Millï Gürüs a
organisé une manifestation de
masse à Hasselt le 31 mai 2008.
Une telle manifestation avait déjà
été organisée le 4 juin 2006.
L'Organe de coordination pour
l'analyse de la menace (OCAM) a
réalisé une analyse dès le 19 mai
2008. Il ne disposait d'aucun
renseignement
relatif
à
une
éventuelle menace en matière de
terrorisme ou d'extrémisme, ni à
l'occasion de cet événement, ni
d'événements
précédents
organisés par cette association.
L'OCAM
a
néanmoins
prié
l'organisation de veiller au respect
de l'ordre public étant donné que
12.000
participants
étaient
attendus. La direction générale du
Centre de crise de l'Intérieur a
également pris les mesures
nécessaires.
La Sûreté de l'État était informée
de longue date de l'événement en
question.
L'affirmation
selon
laquelle ce service aurait demandé
aux organisateurs de lui donner un
minimum de publicité est dénuée
de tout fondement.
L'organisation d'une manifestation
de pareille envergure requiert
d'importants
préparatifs.
Un
service d'ordre spécifique, n'ayant
aucun lien avec les exploitants de
Grenslandhallen,
est
toujours
assuré. L'organisation a tout
intérêt à ce que les réunions se
déroulent sans anicroche. Tout
comme lors des manifestations
précédentes, aucun incident n'a
été noté. Seule la circulation a été
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
komt er heel wat voorbereiding te pas. Om de manifestatie in goede
banen te leiden, wordt steeds voor een eigen ordedienst gezorgd,
waarmee ook de uitbaters van de Grenslandhallen, de Ethias Arena,
niets te maken hebben.
Millï Gürü heeft er alle baat bij dat de bijeenkomsten rimpelloos
verlopen. Indien er zich problemen voordoen, bestaat de kans immers
dat dergelijke bijeenkomsten in de toekomst niet meer zouden mogen
plaatsvinden, wat de organisatie kan missen als kiespijn.
Tijdens de manifestatie van zaterdag kon dan ook geen enkel incident
worden genoteerd. Ook bij de manifestaties in het verleden was dit
steeds het geval. De enige overlast die de bijeenkomst van zaterdag
waarschijnlijk heeft veroorzaakt, was van verkeerstechnische aard. Er
dient ook te worden opgemerkt dat niet alleen Millï Gürüs voor eigen
ordehandhavers zorgt wanneer zij bijeenkomsten organiseert, ook
andere Turkse organisaties hanteren hetzelfde principe, vanuit
dezelfde bekommernis.
De Veiligheid van de Staat organiseerde geen overleg met de
organisatoren over het fouilleren van aanwezigen. Er werden ook
geen inlichtingen ter zake verstrekt.
quelque peu perturbée.
La Sûreté de l'État n'avait conclu
aucun
accord
avec
les
organisateurs en matière de fouille
des participants.
04.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ten eerste, ik meen dat het fouilleren door
particulieren van particulieren zich in een grijze zone bevindt, ook als
het gaat om eigen veiligheidsdiensten, want dat zijn mensen die
uiteraard geen veiligheidsmachtiging of enige vergunning ter zake
hebben.
Ten tweede, als men verwacht dat alles rimpelloos zal verlopen, dan
hoeven wij helemaal niet te interveniëren, de Veiligheid van de Staat
ook niet. Ik heb daarstraks echter al verwezen naar het logo van Millï
Gürüs. Er zijn toch extremistische elementen aanwezig, wanneer men
een logo presenteert waarbij een gigantische halve maan Europa lijkt
op te slokken. Ik heb dat symbool destijds heel vaak gebruikt.
Men komt dan met de bewering dat in Duitsland alles bezet is. Ik zou
wel eens willen weten of het werkelijk zo is dat in Duitsland alles bezet
is en of de Duitse autoriteiten niet strenger zijn geweest. Ik kan
daarover nu geen uitspraak doen. Ik zal dat ook niet doen. Zijn de
Duitse autoriteiten niet iets strenger geweest ten aanzien van dit
evenement? In Duitsland beschikt men op veel meer plaatsen over
veel grotere hallen om het evenement te laten plaatsvinden. Het is
dan ook opvallend dat heel veel Turken die in Duitsland wonen naar
ons land afzakken. Dat zijn vragen die ik mij stel. Ik krijg er
momenteel geen antwoord op. Misschien moet ik er de minister van
Binnenlandse Zaken even over spreken.
04.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La fouille de civils par des
civils relève de la zone grise
même s'il s'agit de services de
sécurité propres. Je m'interroge à
propos du logo de l'organisation,
représentant une énorme demi-
lune qui semble avaler l'Europe.
En outre, je me demande s'il est
exact qu'aucune salle n'était
disponible en Allemagne. Peut-
être les autorités allemandes ont-
elles tout simplement adopté une
attitude plus rigide.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Questions jointes de
- Mme Colette Burgeon au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la dépersonnalisation des comptes rendus journaliers de la police" (n° 5906)<br>- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapports journaliers de la police" (n° 6401)</b>
05 Samengevoegde vragen van
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
- mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het niet-bekendmaken van de identiteit van de betrokken personen in de
dagelijkse politieverslagen" (nr. 5906)
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de dagelijkse politieverslagen" (nr. 6401)
05.01 Colette Burgeon (PS): Madame la présidente, monsieur le
vice-premier ministre, par sa circulaire du 22 mai 2008, le procureur
du Roi de Mons a transmis à tous les chefs de corps des zones de
police de l'arrondissement de Mons, la réponse du parquet général
relative à la dépersonnalisation des comptes rendus journaliers de la
police. Il y évoque notamment sa circulaire du 18 avril 2008 relative
au secret de l'instruction et de l'information judiciaire. S'il a raison de
rappeler le respect de ce principe, je m'étonne de pareilles
recommandations.
En effet, en regard des articles 133, 134, 135 et subséquents de la
nouvelle loi communale, le bourgmestre est chargé, sous sa seule
responsabilité, de prendre les mesures idoines pour assurer la
sécurité et l'exécution des ordonnances, des arrêtés de police, en
étant le garant de la tranquillité publique. En l'absence d'informations
régulières, pertinentes et en temps réel, il sera impossible de remplir
cette mission essentielle qui appartient de manière proactive aux
bourgmestres.
En matière de rassemblement et d'attroupement de personnes sur le
territoire, de fermeture d'établissement dont le public qui le fréquente
sème le désordre, les bourgmestres ont la responsabilité de prendre
les bonnes dispositions tout en privilégiant l'urgence afin de rétablir
l'ordre et la sécurité de passage de la population.
Si l'on examine le rapport journalier couvrant 24 heures d'une zone de
police, on constate que 80% des informations relèvent de la police
administrative.
Relativement à la fonctionnalité de l'assistance aux victimes,
comment organiser une prise en charge efficace si les responsables
qui assurent l'accompagnement des victimes ne reçoivent pas les
renseignements nécessaires?
Dans le cadre de la surveillance des personnes (malades mentaux,
groupements de personnes, sectes, etc.), il sera difficile aux
bourgmestres de réagir adéquatement en l'absence desdites
informations.
De manière plus précise, je vous renvoie à l'article 44 de la loi sur la
fonction de police, laquelle est mise en oeuvre par la circulaire MF03
qui traite de l'information de la police administrative et qui détermine
les principes ainsi que les besoins en informations. Entre autres, il y
est spécifiquement indiqué que: "à côté des besoins fédéraux, il
appartient à chaque autorité administrative de déterminer ses besoins
propres, en fonction de ses compétences de police administrative."
Enfin, je me permets de vous rappeler que le parquet général a
sollicité des bourgmestres des zones de l'arrondissement, la mise à
disposition de personnel pour la gestion de l'information au CIA en
attirant leur attention sur leur responsabilité en matière administrative.
05.01 Colette Burgeon (PS): In
zijn omzendbrief van 22 mei 2008
bezorgde
de
procureur
des
Konings
van
Bergen
alle
korpschefs van de politiezones
van het arrondissement Bergen
het antwoord van het parket-
generaal betreffende het niet-
bekendmaken van de identiteit van
de betrokken personen in de
dagelijkse politieverslagen. Hij
verwijst er meer bepaald naar de
omzendbrief van 18 april 2008
betreffende het geheim van het
gerechtelijk
onderzoek
en
opsporingsonderzoek.
Het
verwondert me dat dergelijke
aanbevelingen
worden
geformuleerd.
De burgemeester moet immers de
passende maatregelen nemen om
de veiligheid te verzekeren en om
uitvoering te geven aan de
politieverordeningen en besluiten.
Wanneer hij niet op regelmatige
basis en op het ogenblik van de
feiten
over
juiste
informatie
beschikt, zal hij zich niet van die
essentiële
opdracht
kunnen
kwijten.
De burgemeester moet passende
maatregelen
nemen
met
betrekking tot bijeenkomsten en
samenscholingen
op
het
grondgebied
en
moet
etablissementen
waarvan
de
bezoekers de orde verstoren,
sluiten.
Wanneer
men
het
dagelijks verslag over 24 uur van
een politiezone bekijkt, stelt men
vast dat 80 procent van de
informatie verband houdt met de
bestuurlijke politie.
Hoe kan voor een gedegen
slachtofferbegeleiding
worden
gezorgd,
indien
de
verantwoordelijken niet over de
nodige inlichtingen beschikken?
Ook wat het toezicht op bepaalde
personen betreft geesteszieken,
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Monsieur le vice-premier ministre, ma question est la suivante. Puis-je
insister pour que vous donniez les directives utiles au parquet général
afin que les bourgmestres puissent assumer, en connaissance de
cause, les missions de sécurité et de poursuites administratives dont
ils ont légalement la charge et dont les imputabilités ne cessent de se
multiplier?
sekteleden, enz. wordt het voor
de burgemeesters moeilijk om
passend te reageren wanneer ze
van
de
nodige
informatie
verstoken blijven.
Ik verwijs naar artikel 44 van de
wet op het politieambt, dat wordt
uitgevoerd door omzendbrief
MF03, die bepaalt dat iedere
administratieve autoriteit, naast de
federale noden, de eigen noden
dient te bepalen op grond van zijn
bevoegdheden van bestuurlijke
politie.
Ik wijs erop dat het parket-
generaal de burgemeesters van
de zones van het arrondissement
heeft gevraagd personeel ter
beschikking te stellen voor het
beheer van de informatie in het
AIK, waarbij het nadrukkelijk
verwees
naar
hun
verantwoordelijkheid op bestuurlijk
vlak.
Mag ik u met nadruk vragen het
parket-generaal
de
passende
richtlijnen te geven om ervoor te
zorgen dat de burgemeesters de
taken
inzake
veiligheid
en
administratieve
vervolgingen
waarmee ze wettelijk zijn belast,
naar behoren zouden kunnen
volbrengen?
05.02 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, je ne vais
pas répéter tous les articles de loi que ma collègue vient de citer et
qui se trouvaient déjà dans ma question.
Étant bourgmestre dans l'arrondissement judiciaire relevant du
procureur du Roi de Mons, j'ai appris que celui-ci ne voulait plus
transmettre les comptes rendus journaliers. Il évoque le respect du
secret de l'instruction. Or, comme vous le savez, pour un bourgmestre
d'une petite commune rurale de 10.000 habitants, il est très important
d'être au courant des faits qui s'y déroulent. Parfois, on doit prendre
contact avec les services sociaux pour obtenir des informations sur
certaines personnes. On ne sait pas les prendre parce qu'on n'est pas
au courant de certains faits.
Mme Burgeon a rappelé tous les articles de la loi communale qui
donnent des prérogatives aux bourgmestres. Or, on ne sait pas les
appliquer vu qu'on n'a pas les informations venant des services de
police.
Monsieur le ministre, quelle est votre position par rapport à la
transmission de ces comptes rendus? Est-il possible, comme l'a
05.02 Jacqueline Galant (MR): Ik
ben
burgemeester
in
het
gerechtelijk arrondissement van
de procureur des Konings van
Bergen en heb vernomen dat
laatstgenoemde
de dagelijkse
verslagen
niet
meer
wil
doorzenden. Hij voert de
geheimhoudingsverplichting aan.
Voor een burgemeester van een
kleine landelijke gemeente met
10.000 inwoners is het echter heel
belangrijk dat hij op de hoogte is
van de feiten die er zich afspelen.
Mevrouw Burgeon heeft herinnerd
aan
de
artikelen
uit
de
gemeentewet die prerogatieven
verlenen aan de burgemeester.
Men kan ze niet toepassen, gelet
op het feit dat men niet over de
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
demandé ma collègue, que vous interveniez pour qu'à nouveau on
puisse avoir accès à ces informations?
Dans les zones pluri-communales, si cela pose vraiment problème, il
faut faire en sorte que tous les bourgmestres soient au courant de ce
qui se passe dans l'ensemble de la zone si on veut vraiment respecter
l'application de la loi. Sinon, on peut transmettre l'information précise
à chaque bourgmestre quant à ce qui se passe sur le territoire de sa
commune et plus les informations qui concernent l'ensemble de la
zone.
informatie beschikt die van de
politiediensten komt.
Wat is uw standpunt over het
doorzenden van die verslagen?
Kunt u eventueel optreden, zodat
we opnieuw toegang hebben tot
die informatie? In de zones met
verscheidene gemeenten, zal men
ervoor moeten zorgen dat alle
burgemeesters op de hoogte zijn
van wat er gebeurt in de zone in
haar geheel.
05.03 Jo Vandeurzen, ministre: Chères collègues, le procureur du
Roi de Mons a pris la décision par une circulaire du 18 avril 2008, non
pas de supprimer la communication des comptes rendus journaliers
aux bourgmestres, mais de dépersonnaliser ceux-ci, de manière à
préserver le mieux possible le secret de l'instruction et le secret
professionnel tout en ne mettant pas en péril l'exercice des fonctions
administratives.
Il s'agit ici clairement de trouver un équilibre, d'une part, entre le
secret de l'instruction et, d'autre part, entre la nécessité de permettre
aux bourgmestres de disposer des informations nécessaires pour
exercer leur mission légale.
Les rapports journaliers complets contiennent des données relatives à
des enquêtes, informations ou instructions en cours qui, par essence,
sont couvertes par le secret de l'instruction et par le secret
professionnel. Il n'en demeure pas moins que le bourgmestre doit être
en mesure d'exercer pleinement sa fonction en toute connaissance de
cause, ce qui implique la communication d'informations précises sur
les événements qui se produisent sur le territoire de sa commune.
Dans le cadre des compétences qui sont les siennes en matière de
police administrative et de sécurité sur le territoire de sa commune, le
bourgmestre doit se voir communiquer par les deux niveaux de la
police intégrée toute une série d'informations lui permettant d'exercer
ses responsabilités et d'accomplir ses missions.
Les articles 5.1 et 5.2 de la loi sur la fonction de police, introduits dans
la réglementation lors de la réforme des services de police énoncent
les principes applicables en la matière.
Cependant, cette communication visée par l'article 44-5 de la loi sur la
fonction de police ne peut porter atteinte à l'exercice de l'action
publique mais sans préjudice des mesures indispensables à la
protection des personnes.
L'application de cette disposition peut paraître complexe et susciter
des divergences d'interprétation ou des malentendus entre les
différentes autorités, surtout au niveau local où la frontière entre la
police administrative et la police judiciaire peut se révéler
particulièrement floue. Le conseil zonal de sécurité, où siègent tant le
bourgmestre que le procureur du Roi, est à cet égard un lieu de
concertation privilégié. Je ne puis qu'inviter les autorités responsables
à aborder ces questions dans le conseil zonal de sécurité.
05.03 Minister Jo Vandeurzen:
De procureur des Konings van
Bergen
heeft
die
beslissing
genomen, niet om de mededeling
van de dagelijkse verslagen aan
de burgemeester te schrappen,
maar wel om die verslagen
anoniem te maken. Het gaat erom
een
evenwicht
te
vinden.
Enerzijds hebben we het geheim
van het onderzoek, en anderzijds
de
noodzaak
om
de
burgemeesters in staat te stellen
over de nodige informatie te
beschikken om hun wettelijke
opdracht uit te oefenen.
De dagelijkse verslagen bevatten
gegevens met betrekking tot het
onderzoek of vooronderzoek die
per definitie gedekt worden door
het geheim van het onderzoek en
het beroepsgeheim. Toch moet
de
burgemeester
in
de
mogelijkheid zijn om zijn functie
met kennis van zaken volwaardig
uit te oefenen, wat de mededeling
van precieze informatie over de
gebeurtenissen die zich in zijn
gemeente voordoen, impliceert.
De burgemeester moet van de
twee
niveaus
van
de
geïntegreerde politie een heel
reeks inlichtingen krijgen die hem
in
staat
stellen
zijn
verantwoordelijkheden
uit
te
oefenen en zijn opdrachten te
vervullen. Artikelen 5.1 en 5.2 van
de wet op het politieambt
formuleren de principes die in
deze materie van toepassing zijn.
Die in artikel 44/5 van de wet op
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
À la faveur de votre question, j'ai repris contact avec le procureur
général et le procureur du Roi. Tous deux m'assurent que la
dépersonnalisation des informations dans le rapport journalier ne
porte que sur les données judiciaires, sans préjudice de celles qui
sont nécessaires aux bourgmestres dans l'exercice de leurs missions
de sécurité et de police administrative. C'est dans cet esprit que le
procureur du Roi de Mons a diffusé la directive du 18 avril 2008. Pour
le dire très clairement, si, pour accomplir leur mission, les autorités
administratives doivent connaître le nom des personnes concernées
par un dossier judiciaire, elles peuvent toujours demander ces
informations aux autorités judiciaires.
En outre, le procureur général m'a précisé qu'il rappellerait les limites
de cette circulaire lors de la prochaine réunion de concertation avec
les procureurs du Roi de son ressort, qui se tiendra encore ce mois-
ci.
het
politieambt
bedoelde
mededeling
mag
evenwel,
onverminderd
de
voor
de
bescherming
van
personen
noodzakelijke maatregelen, de
uitoefening van de strafvordering
niet in het gedrang brengen.
De toepassing van die bepaling
kan ingewikkeld lijken en kan tot
uiteenlopende
interpretaties
leiden, vooral op lokaal niveau
waar
de
grens
tussen
de
administratieve en de gerechtelijke
politie wazig kan zijn. De zonale
veiligheidsraad,
waarin
de
burgemeester en de procureur des
Konings zitting hebben, is in dit
geval een geschikt overlegorgaan.
Ik
heb
opnieuw
contact
opgenomen met de procureur-
generaal en de procureur des
Konings. Beiden verzekeren me
dat het onherkenbaar maken van
de gegevens in het dagverslag
enkel betrekking heeft op de
gerechtelijke
gegevens,
onverminderd
de
gegevens
waarover
de
burgemeesters
moeten beschikken. In die geest
heeft de procureur des Konings te
Bergen de richtlijn van 18 april
2008 verspreid. Bovendien heeft
de procureur-generaal me gezegd
dat hij tijdens de volgende
overlegvergadering
met
de
procureurs des Konings van zijn
rechtsgebied aan de beperkingen
van
die
omzendbrief
zou
herinneren.
05.04 Colette Burgeon (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour vos réponses.
Le bourgmestre avait tout intérêt à ne pas divulguer les noms
contenus dans le dossier qu'il avait reçu. De toute façon, il était de
son devoir de garder ces informations pour lui, sauf s'il devait requérir
l'aide de ses collaborateurs.
Peut-être pourriez-vous me renseigner à propos de la situation dans
les autres arrondissements. L'arrondissement de Mons est-il seul
concerné ou bien tous les autres ont-ils décidé de procéder de la
sorte?
Pour le conseil zonal, je suis d'accord, mais les réunions n'ont pas
lieu tous les jours. Sans être bourgmestre, je sais bien que les
membres ne se réunissent pas chaque jour ni même toutes les
semaines. Les renseignements peuvent être livrés trop tard, si l'on se
05.04 Colette Burgeon (PS):
Gaat
het
enkel
om
het
arrondissement Bergen of hebben
alle
andere arrondissementen
beslist op dezelfde manier te
handelen? Wat de zonale raad
betreft, ben ik het met u eens,
maar die raad komt niet alle dagen
en zelfs niet alle weken samen. De
inlichtingen
kunnen
te
laat
verstrekt worden.
De burgemeesters dragen almaar
meer verantwoordelijkheden. Ik
begrijp hun ongerustheid. Ze
weten dat ze niet meer correct
zullen
kunnen
werken.
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
contente de se référer au conseil zonal.
Les bourgmestres détiennent de plus en plus de responsabilités et
sont de plus en plus visés. Je peux donc comprendre leur panique,
car ils savent bien qu'ils ne pourront plus travailler correctement.
Ensuite, s'ils devaient passer leur temps à téléphoner pour se
renseigner sur d'éventuels dangers pour leur commune, ce serait une
sacrée perte de temps. Qu'il s'agisse de petites communes ou de
communes de 80.000 habitants, comme La Louvière, le risque est
identique, parce que le bourgmestre est investi des mêmes
responsabilités. D'ailleurs, dans les communes plus importantes, elles
sont multipliées.
Pourriez-vous donc me dire quelle est la situation dans les autres
arrondissements? Je ne vous demande pas la réponse pour
aujourd'hui.
Cette situation est regrettable car, avant, cela se passait bien. Je
comprends l'inquiétude des bourgmestres de cet arrondissement.
Voortdurend moeten telefoneren
om te weten of er risico's voor hun
gemeente zijn, zou tijdverlies zijn.
Of het nu om grote of kleine
gemeenten gaat, het risico is
hetzelfde,
omdat
de
burgemeesters overal dezelfde
verantwoordelijkheden hebben.
05.05 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Comme l'a dit ma collègue, le conseil zonal de sécurité ne se réunit
pas très souvent. Néanmoins, il va avoir lieu dans ma zone début
septembre. Je pourrai donc l'interpeller directement.
En ce qui concerne la dépersonnalisation, je peux vous dire que
l'information qu'on vous a communiquée n'est pas tout à fait exacte.
J'ai eu les comptes rendus dépersonnalisés mais on a tellement fait
pression sur le chef de zone qu'il en est revenu à l'ancienne formule
on n'est pas à huis clos; tant pis.
Dans le compte rendu dépersonnalisé, on lisait: Jurbise, tentative de
vol. Point à la ligne. On ne savait plus dans quelle rue ni qui était
concerné. L'information est donc vraiment très floue. Comme ma
collègue l'a indiqué, le bourgmestre prête serment; il est tenu au
secret. Quand il reçoit une information, il est donc de sa
responsabilité de la tenir secrète.
Par exemple, j'organise de ma propre initiative une réunion avec la
police, les services sociaux et moi-même. On examine tous les cas
de la commune où l'on doit intervenir ensemble. Quand on ne dispose
plus de l'information de base les comptes rendus journaliers , on
ne sait plus intervenir rapidement. Or on peut parfois éviter des
catastrophes en intervenant vite.
J'interpellerai donc le conseil zonal de sécurité mais il serait
intéressant de savoir comment cela se passe dans les autres
arrondissements.
05.05 Jacqueline Galant (MR):
De zonale veiligheidsraad komt
begin september in mijn zone
bijeen en ik zal me dus
rechtstreeks tot die raad kunnen
wenden.
Wat de bekendmaking van de
identiteitsgegevens betreft, klopt
uw informatie niet helemaal. Ook
ik kreeg op een bepaald ogenblik
de
verslagen
zonder
identiteitsgegevens,
maar
de
zonechef werd zo onder druk
gezet dat hij naar de vroegere
werkwijze is teruggekeerd.
In
het
verslag
zonder
identiteitsgegevens
is
de
informatie
uiterst
vaag.
De
burgemeester legt de eed af en is
tot
geheimhouding
verplicht.
Wanneer hij kennis heeft van
bepaalde gegevens is hij verplicht
die geheim te houden.
Zo organiseer ik op eigen initiatief
een vergadering met de politie en
de sociale diensten, waarop ik ook
zelf
aanwezig
ben.
We
onderzoeken er alle dossiers
waarin moet worden opgetreden.
Wanneer men echter niet meer
over de basisgegevens de
dagelijkse verslagen beschikt,
kan men niet kort op de bal
spelen. En dat is soms nodig om
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
een ramp te vermijden. Ik zal me
dus tot de zonale veiligheidsraad
richten, maar het lijkt me wel
interessant te weten hoe een en
ander
in
de
andere
arrondissementen in zijn werk
gaat.
05.06 Jo Vandeurzen, ministre: Si j'ai bien compris, vous pourrez
poser la question lors de votre réunion de septembre. Je propose de
demander au collège de m'indiquer comment cela se passe ailleurs
dans le pays.
Je suggère que vous me transmettiez un rapport de votre discussion
avec le procureur du Roi. Je préfère que le problème soit résolu au
niveau zonal mais, je le répète, je peux demander au collège
comment cela est organisé dans les autres régions. Je vous
communiquerai ces renseignements lorsqu'ils seront en ma
possession.
05.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik
stel voor het college te vragen me
te laten weten welke procedure
elders in het land gevolgd wordt.
Anderzijds kan u me dan een
verslag bezorgen van uw gesprek
met de procureur des Konings. Ik
geef er de voorkeur aan dat
probleem op het zonale niveau te
regelen.
05.07 Colette Burgeon (PS): Je ne suis pas bourgmestre. Je
demanderai donc à mon bourgmestre qu'il pose les mêmes questions
au conseil. Ici il s'agit d'une zone mono-communale.
05.07 Jacqueline Galant (MR):
We zullen dezelfde vragen stellen
aan de raad. In dit geval gaat het
om een eengemeentezone.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évaluation du projet pilote pour les toxicomanes à Liège" (n° 6199)</b>
06 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de evaluatie van het proefproject voor drugsverslaafden te Luik"
(nr. 6199)
06.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ma question concerne le projet pilote de délivrance contrôlée
d'héroïne qui a été mis en place en région liégeoise. Ce projet permet
notamment à deux cents toxicomanes répartis en deux groupes de
bénéficier de deux traitements distincts: pour le premier groupe, un
traitement à base de méthadone et pour le second, un traitement à
base de diacétylmorphine, c'est-à-dire de l'héroïne pharmaceutique.
Bien entendu, les personnes soumises à ce projet doivent respecter
des conditions extrêmement strictes.
Monsieur le ministre, parallèlement, je relève qu'une nouvelle politique
criminelle a été mise en place à Liège. Ainsi, une possibilité
supplémentaire est actuellement offerte aux parquets. Elle vise à
proposer aux consommateurs de drogue un délai d'épreuve pouvant
aller de deux semaines à six mois, en fonction du type de drogue
consommée et en fonction du profil délinquant du consommateur. Si
les faits pour lesquels le consommateur de drogue a été interpellé
sont graves et qu'il y a atteinte aux personnes ou aux biens, le
toxicomane n'entre pas dans le cadre de la mesure alternative.
Durant le délai d'épreuve, le toxicomane doit suivre un traitement
dans un des seize centres situés à Liège. De plus, il est dans
l'obligation de respecter une batterie de conditions.
En date du 8 avril 2008, je vous avais déjà interrogé sur le projet
06.01 Josée Lejeune (MR): Mijn
vraag heeft betrekking op het
proefproject
voor
de
gecontroleerde verstrekking van
heroïne in het Luikse. Dankzij dat
project
krijgen
tweehonderd
drugsverslaafden die in twee
groepen zijn onderverdeeld een
behandeling, ofwel met methadon,
ofwel onder strikte voorwaarden
met diacetylmorfine, namelijk
farmaceutische heroïne.
Bovendien werd er in Luik een
nieuw
strafrechtelijk
beleid
ingevoerd, waarbij de parketten
met name de mogelijkheid krijgen
de
druggebruikers
een
proeftermijn van twee weken tot
zes maanden voor te stellen,
afhankelijk van het soort drug dat
wordt gebruikt en het profiel van
de
gebruiker.
Tijdens
die
proefperiode
moet
de
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
pilote mené à Gand concernant les toxicomanes. Dans votre réponse,
vous aviez déclaré qu'un projet pilote similaire avait été lancé au
parquet de Liège et qu'une évaluation était prévue pour le 6 mai.
Monsieur le ministre, pouvez-vous m'éclairer quant à l'évolution du
projet pilote de délivrance contrôlée d'héroïne?
Pourriez-vous me dire si l'évaluation du projet pilote au parquet de
Liège a effectivement été réalisée? Si oui, quelles en sont les
conclusions?
drugsverslaafde een behandeling
volgen in een van de zestien
centra in Luik en aan een aantal
voorwaarden voldoen.
Op 8 april 2008 ondervroeg ik u al
over
het
proefproject
met
drugsverslaafden in Gent en u
antwoordde mij toen dat er bij het
parket van Luik een gelijkaardig
proefproject was opgezet en dat er
tegen 6 mei een evaluatie zou
plaatsvinden.
Hoe zit het met de evolutie van het
proefproject
voor
de
gecontroleerde verstrekking van
heroïne? Heeft de evaluatie van
het proefproject bij het parket van
Luik plaatsgevonden? Zo ja, wat
zijn de conclusies ervan?
06.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame, le projet concernant le
traitement des cas graves de toxicomanie par une délivrance
contrôlée d'héroïne est un projet supporté par le SPF Affaires sociales
et Santé publique et financé en grande partie par le Fonds de lutte
contre les assuétudes. La Justice n'est impliquée en aucune manière
dans le volet traitement.
Selon les informations qui m'ont été communiquées, le projet doit
s'étendre du 15 mai au 31 septembre et comprend une phase
préparatoire, une phase de traitement ainsi qu'une phase de clôture.
Pour connaître la situation exacte du projet, il est préférable que vous
vous adressiez à Mme Onkelinx, ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique.
En ce qui concerne votre deuxième question, il s'agit d'un projet
analogue au projet "Proefzorg" ("Soins probatoires") mené à Gand et
que votre commission a visité il y a une semaine.
Le protocole de coopération signé par le ministre de la Justice et le
procureur du Roi de Liège prévoit la création d'un comité chargé
d'encadrer et d'évaluer le projet. Ce comité s'est réuni le 6 mai
dernier. Le cabinet était également présent à la réunion. L'accent a
été mis sur la nécessité de disposer de moyens adéquats pour
procéder à une évaluation de qualité. Il a été décidé de collecter des
informations en la matière auprès de la politique scientifique fédérale,
des acteurs de terrain, des analystes statistiques ainsi que du service
de la politique criminelle absent à la réunion en raison des
circonstances et de vérifier si les instruments destinés à évaluer le
projet "soins probatoires" peuvent être utilisés. La prochaine réunion a
été fixée au 29 septembre 2008.
06.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het project voor de behandeling
van zware drugsverslaafden via
een gecontroleerde verstrekking
van heroïne wordt ondersteund
door de FOD Sociale Zaken en
Volksgezondheid en gefinancierd
door het Fonds ter bestrijding van
verslavingen. Justitie is niet
betrokken
bij
het
behandelingsgedeelte. Volgens de
informatie waarover ik beschik,
loopt het project van 15 mei tot 31
september en omvat het een
voorbereidend
gedeelte,
een
behandelingsgedeelte
en
een
afsluitend gedeelte. Indien u wil
weten hoe het precies zit met het
project, raad ik u aan u tot de
minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid te wenden.
Wat uw tweede vraag betreft: het
gaat om een soortgelijke project
als het "Proefzorg"-project dat in
Gent werd opgezet en waaraan de
commissie een week geleden een
bezoek heeft gebracht.
Het samenwerkingsprotocol dat
door de minister van Justitie en de
procureur des Konings van Luik
werd ondertekend, voorziet in de
oprichting van een comité voor de
begeleiding en de evaluatie van
het project. Dat comité is op 6 mei
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
jongstleden bijeengekomen. De
nadruk werd daarbij gelegd op de
middelen die kunnen worden
aangewend met het oog op een
kwaliteitsvolle evaluatie. Er werd
beslist inlichtingen in te winnen bij
de
federale
diensten
voor
wetenschapsbeleid, de betrokken
actoren, statistische analisten en
de dienst voor het strafrechtelijk
beleid, en na te gaan of de
instrumenten voor de evaluatie
van het "Proefzorg"-project kunnen
worden gebruikt. De volgende
vergadering is gepland op 29
september 2008.
06.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, c'est avec
beaucoup d'attention que j'ai écouté votre réponse. Toutefois, qu'en
est-il exactement? Nous sommes dans une phase d'évaluation et
devons encore attendre le mois de septembre afin de savoir si ce
projet s'avère concluant pour Liège. En votre qualité de ministre de la
Justice, je suppose que vous disposez quand même d'une première
évaluation et que vous avez quelques informations positives à nous
communiquer.
06.03 Josée Lejeune (MR): Maar
hoe zit het daar nu precies mee?
Wij zitten in de evaluatiefase en
moeten wachten tot september om
te weten of dat project succesvol
is in Luik. Ik veronderstel dat u
toch al over een eerste evaluatie
of over inlichtingen ter zake
beschikt!
06.04 Jo Vandeurzen, ministre: Je ne dispose d'aucune information
exacte. Évidemment, il s'agit d'un projet analogue au projet "soins
probatoires" de Gand, dont nous avons eu une évaluation, à partir de
laquelle nous avons décidé d'examiner la façon d'étendre ce type
d'approche à l'ensemble du pays. Certes, je suis en faveur du concept
mentionné dans votre question. Nous analyserons les critères
nécessaires dans chaque arrondissement judiciaire afin de pouvoir
organiser ce type d'approche dans l'entièreté du pays. Si cette idée
suit son cours, c'est en raison de l'évaluation du projet de Gand.
06.04 Minister Jo Vandeurzen:
Neen. Het gaat uiteraard om een
gelijkaardig project als dat in Gent,
dat werd geëvalueerd, en op grond
waarvan wij die aanpak tot het
hele land uit te breiden.
06.05 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je reviendrai
certainement sinon en septembre au moins en octobre pour étudier
l'évolution et savoir vers quoi l'on se dirige puisque vous démontrez
votre volonté d'étendre de tels projets à l'ensemble du pays.
06.05 Josée Lejeune (MR): Ik zal
in het najaar zeker op die kwestie
terugkomen teneinde de evolutie
ervan te onderzoeken en te weten
welke richting een en ander
uitgaat,
aangezien
het
uw
bedoeling is dergelijke projecten in
het hele land op te zetten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verklaringen van de minister naar aanleiding van de voorstelling
van het jaarverslag 2007 van het gevangeniswezen, inzonderheid met betrekking tot de 200 extra
justitieassistenten" (nr. 6321)
07 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations du ministre à l'occasion de la présentation du rapport
annuel 2007 de l'administration pénitentiaire, plus particulièrement en ce qui concerne le recrutement
de 200 assistants de justice supplémentaires" (n° 6321)</b>
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
07.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik wil even polsen naar de verklaringen die u
deed naar aanleiding van de voorstellen van het jaarverslag 2007 van
het gevangeniswezen. U hebt een aantal stellingen een beloften uit de
beleidsverklaring gehaald. U hebt nogmaals gezegd dat op korte
termijn de reeds eerder beloofde aanwerving van 200 extra
justitieassistenten zal worden uitgevoerd, voornamelijk met het oog op
de uitbreiding van het elektronisch toezicht en de vermeerdering van
de uitvoering van de werkstraffen.
Mijnheer de minister, waar zullen deze 200 justitieassistenten
specifiek worden ingezet? Men zal die immers op vrij korte termijn
aanwerven. Ik denk dan dat de nodige voorzieningen op het vlak van
allocatie al zijn bepaald. Op welke basis en volgens welke
verdeelsleutel zal de verdeling over de diverse justitiehuizen
geschieden? Men kan mensen aanwerven, maar men moet ook
weten waar men ze zal tewerkstellen vanaf het moment dat het
contract is getekend. Wat zijn de concrete cijfermatige doelstellingen
met het oog op de uitbreiding van het elektronisch toezicht enerzijds
en de vermeerdering van de uitvoering van het aantal werkstraffen
anderzijds? Waar gaan die 200 justitieassistenten naartoe? Welke
resultaten op basis van hun aanstelling zult u voorleggen? Hoe zit het
met de coördinatie in het algemeen en het wegwerken van nefaste
gevolgen van de decentralisatie met betrekking tot het elektronisch
toezicht?
07.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Dans le cadre du rapport
annuel 2007 de l'administration
pénitentiaire,
le
ministre
a
notamment déclaré qu'il serait
procédé au recrutement promis de
deux cents assistants de justice
supplémentaires, principalement
pour l'extension de la surveillance
électronique et l'application accrue
des peines de travail. Où ces
personnes
seront-elles
employées?
Quelle
extension
prévoit-on en ce qui concerne la
surveillance électronique et le
nombre de peines de travail?
Quels
résultats
le
ministre
souhaite-t-il atteindre par ces
recrutements? Qu'en est-il de la
coordination en général et de
l'élimination des conséquences
néfastes de la décentralisation en
matière
de
surveillance
électronique?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het
personeelsplan 2008 van het directoraat-generaal van de
justitiehuizen ligt momenteel ter goedkeuring bij de inspecteur van
Financiën. Vooraleer de concrete verdeling per justitiehuis van nieuw
aan te werven personeelsleden zal plaatsvinden, dient het
personeelsplan bijgevolg te worden goedgekeurd.
Bij de verdeling van de nieuwe entiteiten wordt rekening gehouden
met de lokale situatie en wordt de directeur van het betrokken
justitiehuis telkens bevraagd. Zo wordt onder meer rekening
gehouden met de binnenkomende opdrachten van 2007-2008, de
werklast en de werkachterstand per justitiehuis.
Deze oefening is inmiddels gebeurd. In elk justitiehuis moet deze
personeelsnota worden ingevuld en zullen extra personeelsleden
worden aangesteld.
Wat de aanwerving van nieuwe personeelsleden betreft, dient ook te
worden opgemerkt dat tevens zal worden voorzien in bijkomende
administratieve ondersteuning in diverse justitiehuizen als een
versterking van de centrale dienst van het directoraat-generaal van de
justitiehuizen.
Daar
komt
dus
versterking
om
de
personeelsproblematiek ook daar beter te kunnen beheersen.
Zoals ik reeds antwoordde op parlementaire vragen is het onze
betrachting om eerst de randvoorwaarden, zowel met betrekking tot
het personeel als tot de regelgeving, voor beide maatregelen op punt
te stellen om zodoende de reeds uitgesproken straffen kwalitatief te
laten uitvoeren en de wachtlijsten die in bepaalde arrondissementen
bestaan weg te werken.
Zoals ik reeds heb voorgesteld, zal ik voor het reces, indien de
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le plan de personnel 2008 de la
direction générale des maisons de
justice doit d'abord être approuvé
par l'inspecteur des Finances. Les
nouveaux membres du personnel
pourront ensuite être attribués aux
maisons de justice. À cet égard,
on tient compte de la situation
locale et de l'avis du directeur
concerné. Cet exercice a entre-
temps eu lieu. Un support
administratif supplémentaire est
également prévu dans plusieurs
maisons de justice en vue d'une
meilleure
maîtrise
de
la
problématique du personnel. Nous
souhaitons tout d'abord mettre au
point les conditions annexes en
matière de personnel et de
réglementation
pour
parvenir
ensuite
à
une
application
qualitative des peines et à la
résorption des listes d'attente.
Si la commission est d'accord, je
souhaiterais dresser un tableau
complet de la situation en ce qui
concerne
la
surveillance
électronique avant les congés
parlementaires. Nous préparons
actuellement
une
nouvelle
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
commissie het daarmee eens is, in de Kamer een volledige toelichting
geven met betrekking tot het elektronisch toezicht. De
werkzaamheden met betrekking tot het opstellen van een nieuwe
ministeriële omzendbrief inzake het elektronisch toezicht zijn volop
bezig. De coördinatietaak van het NCET wordt hierin duidelijk
omschreven.
circulaire
ministérielle
en
la
matière, qui décrit clairement la
mission de coordination du CNSE.
07.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het
interesseert mij vooral dat er bepaalde arrondissementen bestaan
waar er wachtlijsten zijn. Ik veronderstel dat men die eerst zal willen
helpen met justitieassistenten en dat die over het relatief grootste
aantal kunnen beschikken.
Denkt u dat u voldoende instrumenten hebt om de werklast te meten?
Zo weet men of het niet aan het betrokken arrondissement zelf ligt dat
er een achterstand is, dan wel of het een geval van overmacht is
waarbij men al het mogelijke doet maar er niet komt. Hebt u
voldoende instrumenten om die allocatie niet alleen op een juiste
wijze maar ook op een rechtvaardige wijze te laten geschieden?
07.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je suppose que les
assistants
de
justice
seront
essentiellement envoyés dans les
arrondissements où il existe des
listes
d'attente.
Le
ministre
dispose-t-il
d'instruments
suffisants pour mesurer la charge
de travail en vue d'une attribution
correcte et équitable?
07.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik kan bevestigen dat er in het
verleden een aantal ondersteunende initiatieven zijn geweest, precies
om de procedures van aanpak en werking in de justitiehuizen te
bekijken. Wij zullen dat niet met de natte vinger doen. Uw opmerking
is in deze zin juist. Personeel leiden naar waar er zich problemen
voordoen die ook binnen het justitiehuis organisatorisch kunnen
worden opgevangen, is geen goede manier van doen. U weet dat ik
een sterke pleitbezorger ben van een meer geobjectiveerde
benadering. Dat doen wij dus ook.
Er zijn echter ook andere situaties. Ik geef als voorbeeld de situatie in
Doornik naar aanleiding van de start van het proces rond het drama in
Gellingen. Daarvoor zullen wij natuurlijk extra voorzieningen treffen.
Naar aanleiding van de procedure en het proces is daar een extra
ondersteuning van het justitiehuis noodzakelijk.
07.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Des initiatives ont été prises par le
passé
pour
examiner
les
procédures de travail au sein des
maisons de justice. Je suis en
effet également partisan d'une
approche
plus
objective
de
l'attribution
de
personnel.
Certaines situations particulières,
comme le procès de Ghislenghien
à Tournai, exigent que la maison
de justice bénéficie d'un soutien
supplémentaire.
07.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Dus staat men in de
justitiehuizen iets verder met de werklastmeting dan bijvoorbeeld in de
rechtbanken, hoewel dat uiteraard een ander gegeven is. Beide
sectoren behoren echter tot de gerechtelijke wereld.
07.05 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La mesure de la charge
de travail est donc un peu mieux
assurée dans les maisons de
justice que, par exemple, dans les
tribunaux. Même s'il s'agit de deux
contextes différents, ils relèvent
tous deux du monde judiciaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de strategie van de procureur inzake de veiligheid in Anderlecht" (nr. 5972)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de relatie tussen parket en politie" (nr. 6154)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verstandhouding tussen de politie en het parket" (nr. 6210)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de samenwerking tussen politie en parket in de Brusselse Zone Zuid en de
opgeschorte politiestaking" (nr. 6351)
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
08 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la stratégie du procureur en ce qui concerne la sécurité à Anderlecht" (n° 5972)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les relations entre le parquet et la police" (n° 6154)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'entente entre la police et le parquet" (n° 6210)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la coopération entre la police et le parquet dans la zone Midi à Bruxelles et
l'annulation de la grève de la police" (n° 6351)</b>
08.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
mijn vraag gaat in het algemeen over de relatie tussen het parket en
de politie. Niet alleen op basis van hetgeen in Anderlecht is gebeurd,
maar in het algemeen stellen we vast dat de samenwerking tussen
politie en parket nog niet altijd optimaal loopt.
Ik bedoel daarmee dat daders gevat door de politie, na 24 uur al te
vaak weer vrijkomen, vandaar soms ongenoegen, frustratie en
demotivatie bij de politiediensten.
In het verleden zijn verschillende pogingen ondernomen om daders
sneller voor de rechter te brengen en zo vlugger te kunnen
sanctioneren. Toch moeten we op dat punt nog altijd meer
vooruitgang boeken. Ik verwijs naar het nationaal veiligheidsplan dat
dateert van 1 februari 2008, waaromtrent hier in het Parlement een
debat werd gevoerd. In dat nationaal veiligheidsplan staat onder
andere een verruiming van het toepassingsgebied van het
ambtshalve politioneel onderzoek, vereenvoudigd pv. Er wordt ook
verwezen naar gemeentelijke administratieve sancties. Al die
instrumenten bieden nieuwe mogelijkheden om te vermijden dat
daders van misdrijven onbestraft blijven.
Mijnheer de minister, ik zou u vandaag dan ook willen vragen welke
stappen u reeds hebt gezet voor de uitbreiding van het ambtshalve
politioneel onderzoek, het vereenvoudigd pv, en welke andere
maatregelen u overweegt om de relatie tussen politie en parket te
verbeteren en de demotivatie, die er al te frequent is, weg te werken.
08.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La collaboration entre
le parquet et la police n'est
toujours pas optimale. Il est
frustrant pour la police de voir des
personnes arrêtées déjà relâchées
après 24 heures. Pour parvenir
notamment à une condamnation
plus efficace, le plan national de
sécurité a été lancé le 1
er
février
2008.
Ce
plan
inclut
des
propositions sur l'extension du
champ d'application de l'enquête
policière d'office, le procès-verbal
simplifié
et
les
sanctions
administratives communales.
Quelles initiatives le ministre a-t-il
prises pour améliorer les relations
entre le parquet et la police?
Président: Josy Arens.
Voorzitter: Josy Arens.
08.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
denk dat het het handigst is als ik beide vragen integreer, ook al
omdat de eerste vraag al dateert van enkele weken geleden en dat er
ondertussen nieuwe ontwikkelingen zijn, nieuwe elementen. Het is
daarom gepast om de zaken samen te voegen.
Mijnheer de minister, volgens bepaalde media werd de dreigende
politiestaking in zone Zuid, de regio Anderlecht-Vorst-Sint-Gillis
opgeschort. Blijkbaar is een en ander het gevolg van gesprekken of
nieuwe afspraken tussen politie en parket.
Een en ander betekent niet dat de problemen in de zone Anderlecht
zouden zijn afgenomen. Integendeel, afgelopen vrijdag hebben we
nog mogen meemaken dat een politiecombi werd aangevallen en
door een vijftigtal jongeren werd bekogeld met stenen. De
politiemensen hebben daar nog altijd de indruk dat zij vogelvrij zijn
08.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La suspension de la
grève planifiée par la police dans
la zone Bruxelles-Midi ne signifie
pas qu'il n'y a plus de problèmes.
La police se sent toujours
menacée. Vendredi dernier, un
combi a été pris pour cible par une
cinquantaine de jeunes, qui l'ont
assailli de pierres.
Dans l'intervalle, on a appris que
le nombre de sackjackings a
augmenté en flèche à Bruxelles, et
en particulier dans la zone Midi.
Les sackjackings sont pourtant
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
verklaard.
Intussen zijn ook de cijfers bekend van het aantal sackjackings in
Brussel. Die zijn werkelijk spectaculair, en ook spectaculair gestegen,
met name in de zone Zuid, de zone van Anderlecht. Terwijl de zone
Zuid er in 2006 een kwart van voor zijn rekening nam, was dat vorig
jaar een derde en dit jaar al de helft. Als we dit jaar de prognose
hanteren op basis van de eerste drie maanden van dit jaar, zouden
we aan 2.500 zogenaamde sackjackings komen, waarvan de helft in
de zone Zuid. Dat is werkelijk dodend voor de leefbaarheid van
Brussel. Het is ook een heel eigenaardig fenomeen. Het bestaat
nauwelijks in Antwerpen, nauwelijks in Charleroi, nauwelijks in Luik.
Alleen in Brussel is het werkelijk zeer sterk aanwezig en stijgt het
alsmaar. Zeker in de zone Zuid kan worden gesproken van een
regelrechte plaag. Ook dat fenomeen wordt door de politie openlijk
toegeschreven aan het lakse optreden van het parket.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Kunt u meedelen
welke concrete nieuwe afspraken er tussen politie en parket werden
gemaakt voor een betere samenwerking in de zone Zuid? Naar
aanleiding van welke toezegging werd de stakingsdreiging voorlopig
opgeschort? Hoever staat het met de opstelling van het zonaal
veiligheidsplan in die zone?
Ten tweede, in verband met die sackjackings, kunt u verklaren
waarom de zone Zuid zo'n groot en steeds groeiend aandeel heeft in
de zogenaamde sackjackings? Kunt u verklaren waarom het
fenomeen zich haast exclusief in Brussel voordoet? Werd hieromtrent
reeds enig onderzoek gevoerd?
Ten derde, werden er afspraken gemaakt omtrent het vervolgen van
zogenaamde sackjackers? Werden hiervoor in het afgelopen jaar
reeds minderjarigen of meerderjarigen bestraft? Over wat voor
straffen gaat het dan? Wat gebeurde er met de 21 aangehouden
daders in de zone Brussel tijdens het eerste kwartaal van dit jaar?
Hoeveel van hen waren minderjarig? Klopt het dat het parket
dergelijke criminelen steevast meteen na verhoor laat gaan? Zo ja,
waarom is dat het geval?
Ten vierde, hoeveel daders van de rellen van 23 mei, de fameuze
rellen in de zone Zuid, werden er inmiddels geïdentificeerd? Hoeveel
van hen werden er reeds gedagvaard? Wordt er inzake minder- of
meerderjarigheid
gebruikgemaakt
van
zogenaamde
snelrechtprocedures? Zo niet, waarom niet? Kregen er minderjarigen
huisarrest? Zo ja, hoeveel waren er in dat geval?
rares dans les autres villes du
pays. La police attribue également
ce phénomène au laxisme du
parquet.
Quels accords ont conclu la police
et le parquet pour améliorer la
collaboration dans la zone de
police Bruxelles-Midi? Quelles
promesses ont été faites en vue
de la suspension de la grève?
Quel est l'état d'avancement du
plan de sécurité pour la zone Midi?
Pourquoi a-t-on assisté à une
recrudescence aussi spectaculaire
de sacjackings dans la zone Midi
et comment le ministre explique-t-il
que
ce
phénomène
reste
typiquement bruxellois? A-t-on pris
des
dispositions
quant
aux
poursuites à engager à l'égard des
sacjackers? Des malafaiteurs de
ce
type
ont-ils
déjà
été
condamnés? Qu'est-il advenu des
21 malfrats arrêtés dans la zone
de Bruxelles durant le premier
trimestre
2008?
Parmi
ces
derniers,
combien
étaient
mineurs? Est-il exact que le
parquet remet en liberté ces
criminels après leur audition?
Combien de fauteurs de trouble
présents le 23 mai à Anderlecht
ont déjà été identifiés et assignés
en justice? A-t-on recours à la
procédure
accélérée?
A-t-on
assigné à résidence des mineurs?
08.03 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik
merk dat er nog andere collega's waren die ook vragen hadden
opgesteld. Ik excuseer mij dus als ik niet helemaal de logische
volgorde van een en ander inzake uw vragen zal kunnen volgen.
Eerst ga ik in op de vraag van mevrouw Lahaye met betrekking tot de
toepassing van het vereenvoudigd proces-verbaal en het ambtshalve
politioneel onderzoek. Ik heb dit ook gezegd naar aanleiding van de
presentatie van het nationaal veiligheidsplan: de circulaires die daarop
betrekking hebben, bestaan op dit moment. We zullen ze dus niet
hoeven op te stellen, het gaat om bestaande omzendbrieven. Ze zijn
nog niet zo oud. Ik heb in de jongste vergadering met het College van
08.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Des circulaires concernant le
recours au procès-verbal simplifié
et l'enquête policière d'office
existent déjà, et ces dispositions
sont expressément incluses dans
le Plan National de Sécurité. J'ai
convenu avec le collège des
procureurs généraux que nous
allions examiner la suite donnée à
ces circulaires par les différents
arrondissements.
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
procureurs-generaal afgesproken dat we naar aanleiding van het
nadrukkelijk opnemen van die circulaires in het nationaal
veiligheidsplan zullen nagaan hoe ze in de verschillende
arrondissementen worden toegepast. U moet het zich zo voorstellen
dat het kader waarin ze moeten worden gebruikt, de modaliteiten en
de randvoorwaarden, al die zaken van praktische aard al zijn
gerealiseerd. Nu ze een tijdje worden toegepast, kunnen we eens
kijken in welke mate de praktijk verschilt en wat de ervaringen zijn.
Ik verwijs voor een aantal vragen naar het antwoord dat minister
Vervotte in mijn naam heeft gegeven. Ze zijn beantwoord in de
plenaire vergadering van donderdag 5 juni. Los van het feit dat er
inderdaad wrevel is ontstaan naar aanleiding van de beslissing en
inschatting door het parket om de schutter vrij te laten; moet er
uiteraard worden geïnvesteerd in de relatie tussen de politiezone Zuid
en het Brussels parket. We beseffen allemaal dat daar zeker werk
aan de winkel is. Naar aanleiding van dat incident en naar aanleiding
van de andere incidenten die we in de commissie al hebben
besproken, is er natuurlijk ook geïnvesteerd en is er een nieuwe
synergie opgebouwd tussen politie en parket.
Uit de cijfers die op 5 juni werden meegedeeld, blijkt duidelijk dat er
geen sprake is van het systematisch vrijlaten van verdachten of het
nauwelijks overgaan tot vervolging door het parket. In het antwoord
dat toen werd gegeven, en dat ik u eventueel nog in bijlage kan
bezorgen, blijkt heel duidelijk dat het parket optreedt en handelt en dat
het niet juist is dat er een systematische politiek zou bestaan die
gericht zou zijn op het vrijlaten van verdachten en het niet opnemen
van vervolging.
De voorbije weken werden diverse initiatieven genomen om politie en
parket nog beter op mekaar af te stemmen. Op 30 mei vond een
vergadering
plaats
met
de
bestuurlijke
overheden,
de
politieverantwoordelijken van de politezone Zuid en de naburige
politiezones en twee vertegenwoordigers van het parket van Brussel.
Aan die vergadering namen ook andere hulpdiensten deel, evenals de
betrokken diensten van het openbaar vervoer.
Op de vergadering werden alle werkingsaspecten besproken en de
nodige concrete afspraken gemaakt.
Sindsdien vonden er behoudens de vergaderingen met betrekking tot
het zonaal veiligheidsplan, waarop ik dadelijk terugkom, nog diverse
gesprekken en vergaderingen plaats tussen mijn diensten, de
politiezone Zuid en het parket. Zo vond op 3 juni een persoonlijk
onderhoud plaats tussen de minister en de procureur. Het onderhoud
had betrekking op de opvolging van de situatie in Anderlecht naar
aanleiding van de rellen van 23 mei en op de gebeurtenissen in
Anderlecht van het weekend van zaterdag 31 mei en zondag 1 juni
toen een man werd vrijgelaten op bevel van het parket nadat hij in een
café drie schoten had gelost en daarbij een klant in de dij raakte.
Tijdens het onderhoud van 3 juni heeft de procureur beloofd dat hij
met de politie van de zone Brussel-Zuid verder overleg zal plegen om
tot goede werkrelaties te komen.
Reeds op 9 juni werd de stakingsaanzegging van 6 juni besproken op
het onderhandelingscomité voor de politiediensten, in aanwezigheid
Pour certaines questions, je vous
renvoie à la réponse donnée par
Mme Vervotte en mon nom lors de
la séance plénière du 5 juin 2008.
Nous n'ignorons pas qu'il convient
d'investir dans les relations entre
la police de la zone de Bruxelles
Midi et le parquet de Bruxelles. De
nouvelles synergies ont été mises
en place entre la police et le
parquet à la suite des récents
incidents.
Selon les chiffres communiqués
en séance plénière du 5 juin 2008,
on voit que les suspects n'ont pas
fait
l'objet
de
libérations
systématiques et qu'il est inexact
que le parquet n'a guère entamé
de poursuites. Ces dernières
semaines, la police et le parquet
ont
encore
amélioré
leur
coopération. Le 30 mai 2008, les
autorités administratives et les
responsables de la police, du
parquet de Bruxelles, des autres
services de secours et des
transports publics ont examiné
tous
les
aspects
de
fonctionnement et conclu des
accords concrets. Depuis lors, de
nouveaux pourparlers ont eu lieu
entre mes services, la zone de
police de Bruxelles-Midi et le
parquet de Bruxelles. Le 3 juin,
2008, à l'occasion d'un entretien
privé avec le procureur du Roi à
propos du suivi de la situation à
Anderlecht, il m'a assuré qu'il
entendait
poursuivre
la
concertation avec la police afin
d'améliorer les relations de travail.
Le 9 juin 2008, le préavis de grève
du 6 juin a été examiné en comité
de négociation pour les services
de police. Une réunion spécifique
s'est tenue le 12 juin avec tous les
syndicats et les trois bourgmestres
de la zone de police concernée. À
cette occasion, il a été convenu de
recruter, dès le 1
er
septembre, une
équipe de gestion du stress et un
fonctionnaire responsable de la
santé et de la sécurité au travail et
de mieux répartir la charge de
travail et la pression psychosociale
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
van de voorzitter van het politiecollege en de zonechef. Er werd
afgesproken om op 12 juni een specifieke vergadering te beleggen
met alle syndicale organisaties en de drie burgemeesters van de
zone. Op die constructief verlopen vergadering werd afgesproken om
vanaf 1 september over te gaan tot de instelling van een stressteam
en een verantwoordelijke ambtenaar voor gezondheid en veiligheid op
het werk. Er werden tevens maatregelen beslist om de werkbelasting
en de bijbehorende psychosociale druk binnen de politiezone beter te
spreiden over de verschillende diensten. De stakingsdreiging werd
dus afgewend en omgebogen tot positieve concrete maatregelen in
de toekomst. Ik hoop dat er kan worden gesteld dat het vertrouwen is
gesteld, voor zover dat op een bepaald ogenblik zoek was.
Met betrekking tot het zonaal veiligheidsplan werden door de dienst
strafrechtelijk beleid, die onder mijn bevoegdheid valt, reeds
specifieke vergaderingen georganiseerd op 30 mei, 6, 11 en 16 juni.
Hieraan werd deelgenomen door het parket-generaal, het parket van
Brussel, de verantwoordelijke van de politiezone Zuid en de
verbindingsofficieren verbonden aan mijn beleidscel. Ook de
bestuurlijke directeur-generaal werd hierbij betrokken.
Op de vergadering van 16 juni werden de eerste resultaten reeds
voorgelegd aan het politiecollege. De vergaderingen werden
bovendien voorbereid door de dienst strafrechtelijk beleid aan de
hand van een vijftal gesprekken en vergadering met diverse
betrokkenen.
De politiezone Zuid zelf en de andere betrokken plaatselijke diensten
hadden reeds degelijk voorbereidend werk geleverd met betrekking
tot het zonaal veiligheidsplan.
Behalve het zonaal veiligheidsplan en de bijbehorende actieplannen
werden tijdens de overlegronden ook telkens de coördinatie en de
communicatie tussen de politie en het parket behandeld.
Ik kom tot een aantal vragen van de heer Laeremans. Ik heb nog een
aanvulling op wat is gezegd. Mijnheer Laeremans, er is op 3 juli
eerstkomend een bezoek gepland aan de wijk Kuregem door drie
substituten die zijn belast met de zaken in de zone-Zuid en de
politiediensten.
Inzake de opschorting van de stakingsdreiging verwijs ik naar wat ik
daarnet heb gezegd.
Het fenomeen van sackjacking doet zich voornamelijk voor in de
grootsteden en dus niet exclusief in Brussel. De politie en Justitie
hebben een duidelijk zicht op de modi operandi, het slachtoffer- en
het daderprofiel, maar het is niet opportuun daar meer details over te
verstrekken. Dergelijke feiten vormen wel degelijk een prioriteit voor
het parket van Brussel. Wanneer de geïnterpelleerde dader
minderjarig blijkt te zijn, maken dergelijke feiten altijd het voorwerp uit
van een vordering van een aanhoudingsmandaat door de
onderzoeksrechter.
Buiten uitzonderlijke gevallen worden de meerderjarige daders van
dergelijke feiten door het parket nooit na verhoor vrijgelaten. De feiten
worden afhankelijk van de omstandigheden gecatalogeerd als zware
diefstal met braak, inklimmen of valse sleutels, als diefstal met geweld
y afférente entre les différents
services. La menace de grève a
ainsi fait place à un certain
nombre de mesures positives.
Le plan zonal de sécurité a fait
l'objet de réunions les 30 mai, et
les 11 et 16 juin 2006, avec le
parquet général, le parquet de
Bruxelles, le responsable de la
zone de police de Bruxelles- Midi,
le directeur général du SPF
Justice et les officiers de liaison de
ma
cellule
stratégique.
Les
résultats en ont été communiqués
au collège de police.
Chaque
concertation
est
l'occasion de débattre de la
coordination
et
de
la
communication entre la police et le
parquet. Le 3 juillet, trois substituts
et les services de police visiteront
le quartier de Cureghem.
Toutes les grandes villes sont
confrontées au problème des
sackjackings. La police et le
parquet de Bruxelles connaissent
très bien ce phénomène et le
jugent certainement prioritaire.
Quand l'auteur est mineur, le juge
d'instruction
requiert
systématiquement
un
mandat
d'arrêt. Les auteurs majeurs ne
sont jamais relaxés après avoir été
entendus. Les faits sont classés
dans la catégorie des vols qualifiés
avec effraction, escalade ou
fausses clés, dans la catégorie
des vols avec violences ou
menaces ou dans celle des vols
ordinaires. Au cours du week-end
des 26 et 27 avril, dix-sept jeunes
ont été arrêtés et treize d'entre eux
ont été mis à la disposition du juge
de la jeunesse.
Après les émeutes du 23 mai,
quatre personnes ont été déférées
devant le juge d'instruction qui les
a placées sous mandat d'arrêt. En
ce qui concerne la procédure
accélérée, je vous renvoie à ma
réponse du 3 juin en commission.
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
of bedreiging, of als gewone diefstal.
Tijdens het weekend van 26 en 27 april werden er in totaal 17
jongeren aangehouden, waarvan er 13 ter beschikking werden
gesteld van de jeugdrechter.
Op dit ogenblik zijn vier personen doorverwezen naar de
onderzoeksrechter, en als wij het hebben over uw laatste vraag over
de rellen van 23 mei effectief onder aanhoudingsmandaat geplaatst.
De andere dossiers met concrete identificatie zijn op dit moment nog
in onderzoek bij het parket.
Inzake de toepassing van de snelrechtprocedure kan ik verwijzen
naar het antwoord dat ik op 3 juni heb gegeven aan de collega's
Landuyt, Schoofs en Gilkinet.
08.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
heb nog een korte repliek. U hebt gezegd dat bijvoorbeeld inzake het
ambtshalve politioneel onderzoek er al rondzendbrieven bestaan.
Akkoord. Maar mijn vraag is vooral de volgende. In het nationaal
veiligheidsplan staat duidelijk dat de mogelijkheid van ambtshalve
politioneel onderzoek nationaal moet worden uitgebreid. U geeft in uw
antwoord aan dat op de vergadering met de procureurs-generaal is
gesproken over het nationaal uitbreiden en uniform toepassen van dat
onderzoek. Hebt u daar dan een timing voor?
Het nationaal veiligheidsplan houdt toch een bepaalde opdracht in:
ervoor zorgen dat het ambtshalve politioneel onderzoek nationaal
wordt uitgebreid en dat het uniform wordt toegepast, vooral omdat op
die manier een snelle vervolging van straatcriminaliteit kan en dat ook
bestuurlijke en justitiële rechtshandhaving zoals het in het plan staat
op elkaar kunnen worden afgestemd. Men moet vooral het probleem
aanpakken dat misdrijven nu wel worden vastgesteld maar dat dit
uiteindelijk niet leidt tot de bestraffing. Daar zit de grote frustratie.
Ik stel voor dat ik hierop in september of oktober terugkom om te
vragen wat er intussen concreet is gerealiseerd op dat vlak. Ik dank u.
08.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le plan national de
sécurité prévoit que l'enquête
policière d'office doit être étendue
et appliquée uniformément. Quel
calendrier a été fixé à cette fin?
08.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord, maar ik blijf op heel wat vlakken op mijn
honger. Blijkbaar werd de stakingsdreiging afgewend door
aankondigingen over een stressteam en een betere spreiding van de
werkbelasting. Ik lees en hoor echter steeds opnieuw dezelfde grote
klacht bij de politiediensten, namelijk de ernstige reactie van het
parket op feiten die zich voordoen en ook bij aanhoudingen en
vervolgingen. Ik blijf daar op mijn honger. Vooral snelheid blijkt een
groot probleem te zijn. Een lik-op-stukbeleid is in dit land nog altijd
niet mogelijk. Men wil of kan dat blijkbaar nog altijd niet voeren.
U gaf daarvan zelf de perfecte illustratie. Op 23 mei werden vier
personen naar de onderzoeksrechter verwezen. Dat wisten wij al heel
lang. Dat is geen nieuws. Voor alle anderen in totaal werden er toen
bijna 200 personen aangehouden is men blijkbaar nog altijd met
een onderzoek bezig. De politie heeft er nochtans met prioriteit werk
van gemaakt. Zij hebben al die onderzoeken vrij snel gevoerd,
personen geïdentificeerd en nadien de zaken aan het parket bezorgd.
Nu verneem ik dat er bij het parket nog helemaal geen vordering is en
dat er van concrete vervolgingen nog helemaal geen sprake is. Dat is
08.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Sur bien des plans, je
reste sur ma faim. Les plaintes
des services de police portent sur
la réaction du parquet par rapport
à des faits qui se produisent lors
d'arrestations et de poursuites. La
rapidité est un problème capital.
Une politique du tac au tac ne
semble toujours pas possible dans
ce pays.
En
ce
qui
concerne
les
échauffourées du 23 mai, quatre
personnes ont été déférées devant
le juge d'instruction mais pour les
quelque
deux
cents
autres
personnes arrêtées, l'enquête est
toujours en cours. La police a
pourtant rapidement identifié ces
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
natuurlijk het meest ergerlijke voor de politiediensten. Zij houden
ongelofelijk veel mensen aan, omdat er in die omgeving denk maar
aan de sackjackings zoveel criminaliteit is. Uiteindelijk gebeurt er
niets mee, of het gaat enorm traag.
Ik weet ook wel dat het Brussels parket problemen heeft qua
mankracht en ondersteuning, maar het blijft hoe dan ook een groot
parket. Als men werkelijk zou willen prioriteit geven aan de zone Zuid,
zou men veel meer investeren in die dossiers, die dossiers bij
voorrang behandelen en ervoor zorgen dat er snel een vervolging en
een afhandeling van de dossiers komt. Dat blijkt duidelijk niet het
geval te zijn. Ik betreur dat ten zeerste.
Ik heb ook niet goed begrepen wat men doet met de minderjarigen
die zich aan sackjacking bezondigen. Daar blijf ik eveneens op mijn
honger. Het verheugt mij te horen dat meerderjarigen die worden
opgepakt voor sackjacking wel worden aangehouden en niet na een
uur weer op straat worden gezet. Ik denk, mijnheer de minister, dat dit
met minderjarigen wel het geval is en dat men minderjarigen voor die
feiten niet opsluit, gezien de grote tekorten aan opsluitingscapaciteit
voor minderjarige delinquenten. Ik meen dat er ook daaraan dringend
iets moet worden gedaan.
personnes et aussitôt transmis les
informations au parquet. Le
parquet n'a pourtant pas engagé
de poursuites concrètes, ce qui
engendre
évidemment
des
frustrations chez les policiers.
Je sais bien entendu que le
parquet de Bruxelles a des
problèmes d'effectifs et de soutien
mais il reste, malgré tout, un grand
parquet. Je regrette que l'on
n'accorde pas la priorité aux
dossiers de la zone de police de
Bruxelles-Midi.
Le fait que les mineurs qui se sont
rendus coupables de sac-jacking
ne soient pas comme les
majeurs
enfermés
a
probablement un lien avec notre
capacité pénitentaire largement
insuffisante. Il est grand temps d'y
remédier.
08.06 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, ik wil nog drie
dingen zeggen. Het is juist dat het nationaal veiligheidsplan, eens het
is goedgekeurd door de ministers, werd bezorgd aan het College van
procureurs-generaal, die een periode hebben van zes maanden om
aan te geven hoe zij de uitvoering ervan zullen organiseren.
Ik heb al een aantal vergaderingen met het College meegemaakt. Als
u goed telt, komt u ongeveer in de maand augustus terecht. Wij
hebben de afspraak dat ik eerst een voorlopige versie zal krijgen van
hun antwoord. In september krijgen wij een definitieve reactie van het
College, een soort antwoord van het openbaar ministerie op de
prioriteiten inzake te bestrijden fenomenen, bepaald door de politiek.
Dat is een unicum. Het is de eerste keer dat wij van het openbaar
ministerie een volledig overzicht kunnen krijgen. De politiek bepaalt de
prioriteiten en het openbaar ministerie toont de manier waarop het
daarop zal reageren binnen de constitutionele taakverdeling.
Een van de elementen is waarschijnlijk de manier waarop de
bestaande COL's over het ambtshalve afhandelen van onderzoeken
en het vereenvoudigd pv worden toegepast. De timing van uw vragen
zal ongeveer overeenkomen met de timing voor het antwoord waarin
wordt voorzien in het nationaal veiligheidsplan.
Thans zal ik het hebben over de problematiek van Anderlecht en de
reactie daarop. Ik kan u alleen verzekeren dat, zowel met betrekking
tot de snelheid als tot de goede organisatie van de bewijsvoering, het
parket de nodige prioriteiten legt en de nodige inspanningen doet. Het
is niet aan ons om te beoordelen hoe men de bewijsvoering moet
organiseren en te suggereren dat men het daar niet zo nauw moet
nemen met een en ander. Ik denk dat u dat ook niet doet.
Wij moeten kijken naar het geheel van de randvoorwaarden. Ik kan
08.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Le plan national de sécurité a été
envoyé au Collège des procureurs
généraux,
le but étant de
communiquer dans les six mois
les modalités de mise en oeuvre.
Je devrais obtenir une réaction
définitive en septembre.
En ce qui concerne la situation à
Anderlecht, je puis confirmer que
le parquet fournit les efforts
nécessaires pour régulariser la
situation dans les plus brefs
délais. Il ne nous appartient pas de
juger
de
la
façon
dont
l'administration de la preuve doit
être organisée.
On s'attelle activement à accroître
la capacité de prise en charge des
condamnés mineurs.
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
alleen bevestigen dat, volgens mijn informatie, men zeer goed beseft
dat men snel moet zijn en dat men kwaliteitsvol en degelijk te werk
moet gaan. Op dat punt moet men geen risico's nemen.
Wat de minderjarigen betreft, toen ik werd geconfronteerd met de
problematiek van het dreigende tekort aan plaatsen, heeft men op het
federale niveau niet stilgezeten. Integendeel, wij hebben onmiddellijk
twee bijkomende sites geselecteerd om capaciteit te creëren.
Daarmee zijn wij natuurlijk bezig. Ik probeer met de middelen
waarover ik beschik een duidelijk signaal te geven dat ik het ernstig
neem en er prioriteit aan geef. Ook de volgende maanden zult u zien
dat wij een inspanning doen voor wat op het federaal niveau kan
gebeuren.
08.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, wij
blijven zeer sceptisch.
08.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je reste néanmoins
extrêmement sceptique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Corinne De Permentier au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "le suivi des libérations conditionnelles et l'entraide judiciaire
internationale" (n° 6224)</b>
09 Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opvolging van de voorwaardelijke invrijheidstellingen en de
internationale wederzijdse rechtshulp" (nr. 6224)
09.01 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le ministre, après
l'arrestation, la semaine dernière, de quatre militants d'extrême
gauche, dont deux avaient été remis en liberté conditionnelle, je me
réjouis du bon fonctionnement du service du suivi de libération
conditionnelle et de la bonne coopération entre les autorités belges et
italiennes. En effet, la réactivité du parquet fédéral fut exemplaire, et
nous nous devons de le souligner. Rappelons-nous, à cet égard,
l'expérience marocaine voici quelques mois, qui fut loin de connaître
le même succès.
Je saisis la présente occasion pour poser les questions suivantes.
Combien de personnes bénéficient-elles actuellement du mécanisme
de libération conditionnelle? Depuis l'année dernière, quel est le
nombre de personnes qui n'ont pas respecté leurs conditions de
libération et qui ont perdu le bénéfice de cette mesure?
La
violation
des
conditions
de
libération
entraîne-t-elle
systématiquement la fin de celle-ci? Si tel n'est pas le cas, pourquoi?
Quelles sont les difficultés les plus fréquentes dans le suivi ou
l'accompagnement des personnes libérées conditionnellement? Des
mesures sont-elles envisagées dans le but d'améliorer ce suivi,
notamment au niveau des maisons de justice et des services de
police?
Je vous remercie.
09.01 Corinne De Permentier
(MR): Na de aanhouding van vier
extreem linkse militanten, van wie
twee voorwaardelijk vrijgelaten
werden, verheug ik mij over de
goede werking van de dienst, de
opvolging van de voorwaardelijke
invrijheidsstelling en de goede
samenwerking
tussen
de
Belgische
en
Italiaanse
overheden. Hoeveel personen
maken momenteel gebruik van het
mechanisme van voorwaardelijke
invrijheidsstelling?
Hoeveel
personen hebben sinds afgelopen
jaar de voorwaarden van hun
invrijheidsstelling
niet
gerespecteerd en zo het voordeel
van die maatregel verloren?
Brengt de schending van de
vrijlatingsvoorwaarden
systema-
tisch mee dat er een eind aan
komt? Zo neen, waarom niet? Met
welke moeilijkheden heeft u het
meest te maken in de opvolging of
de begeleiding van voorwaardelijk
vrijgelaten personen?
Worden
er
maatregelen
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
overwogen om de opvolgng te
verbeteren?
09.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chers collègues, selon les données
communiquées par les maisons de justice, 2.255 suivis de libérations
conditionnelles sont enregistrés en date du 17 juin 2008. De plus, 649
dossiers de libération conditionnelle ont été clos en 2007 pour les
raisons suivantes:
- 197 révocations pour cause de non-respect des conditions;
- 34 révocations en raison de nouveaux faits;
- 13 décès.
Ensuite, le tribunal d'application des peines peut prendre des
décisions différentes à la suite d'une violation des conditions. La loi
relative au statut externe des personnes condamnées à une peine
privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre
des modalités d'exécution de la peine du 17 mai 2006 prévoit les
procédures suivantes.
Sans préjudice de l'application de l'article 20 de la loi du 5 août 1992
sur la fonction de police, le ministère public est chargé du contrôle du
condamné. L'assistant fait rapport au juge ou au tribunal d'application
des peines dans le mois de l'octroi de la libération conditionnelle, puis
chaque fois qu'il l'estime utile ou que le juge ou le tribunal
d'application des peines l'y invitent, et au moins tous les six mois.
Le ministère public peut saisir le tribunal d'application des peines en
vue de la révocation de la modalité d'exécution de la peine, accordée
dans les cas précisés dans l'article 64 de la loi du 17 mai 2006. Le
tribunal d'application des peines peut décider de révoquer, suspendre,
réviser la modalité de l'exécution des peines, et de renforcer les
conditions ou d'en imposer d'autres.
09.02 Minister Jo Vandeurzen:
Volgens de door de justitiehuizen
meegedeelde gegevens, waren er
per 17 juni van dit jaar 2.255
opvolgingen van voorwaardelijke
invrijheidsstellingen opgetekend.
Verder
werden
649
voorwaardelijke vrijlatingsdossiers
afgesloten
voor
herroeping
wegens
schending
van
de
voorwaarden (197), nieuwe feiten
(34), overlijden (13).
De strafuitvoeringsrechtbank kan,
naar aanleiding van een schending
van de voorwaarden verschillende
beslissingen nemen. Hij kan
beslissen de uitvoeringswijze van
de straf te herroepen, te schorsen
of te herzien, de voorwaarden te
verstrengen of er nog andere op te
leggen.
Si le tribunal d'application des peines estime qu'une révocation ou
suspension n'est pas nécessaire dans l'intérêt de la société, de la
victime ou de la réinsertion sociale du condamné, le tribunal peut
prendre une décision de révision.
Les difficultés rencontrées le plus souvent se situent au niveau de la
communication et de la désignation de la personne responsable à tel
moment pour la surveillance électronique et la détention limitée. Pour
améliorer cette situation, l'arrêté royal du 29 janvier 2007 déterminant
le contenu concret du programme de détention limitée et de
surveillance électronique sera adapté.
Au niveau des dispositions en faveur des victimes, ma cellule
stratégique examine si les victimes concernées sont visées par
l'article 2.6 a.b.c. de la loi du 17 mai 2006. Dans quelques cas
individuels, soit on manque de guidance ambulatoire et résidentielle,
soit on est confronté à de longues listes d'attente pour commencer
une guidance. Par ailleurs, la motivation est une condition
indispensable pour suivre la plupart des guidances, ce qui n'est pas
toujours le cas au début de l'emprisonnement du condamné.
Quant aux mesures visant à l'amélioration de ce suivi, je les ai déjà
évoquées dans ma réponse à la question n° 6321 de M. Schoofs.
Als de strafuitvoeringsrechtbank
een herroeping of een schorsing
niet noodzakelijk acht, kan de
rechtbank een beslissing tot
herziening
nemen.
De
voornaamste
moeilijkheden
situeren zich op het niveau van de
communicatie en de aanwijzing
van de persoon die over het
elektronisch
toezicht
en
de
beperkte detentie gaat. Motivatie is
een onontbeerlijke voorwaarde, wil
men
de
meeste
begeleidingssessies volgen. In
sommige individuele gevallen mist
men ofwel ambulante begeleiding,
ofwel stoot men op wachtlijsten.
De werkgroep bij het gerechtelijk arrondissement van Antwerpen Au cours des trois derniers mois,
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
inventariseerde in de afgelopen drie maanden hoe de
informatiedoorstroming voor alle vrijgestelden onder voorwaarden
gebeurt in haar arrondissement en hoe de controle van de algemene
en de politionele voorwaarden momenteel gebeurt op het niveau van
de politiediensten. Voor het einde van de maand juni verwacht ik een
globale visietekst met aanbevelingen voor een plan van aanpak om
de informatiedoorstroming te optimaliseren.
Aansluitend wens ik die aanbevelingen, waar nodig, om te zetten in
richtlijnen en zal ik de toepassing van die richtlijnen in minstens een
Vlaams en een Waals gerechtelijk arrondissement laten pilootdraaien
vooraleer over te gaan op een nationale implementatie van die
richtlijnen.
Voorzitter: Mia De Schamphelaere.
Présidente: Mia De Schamphelaere.
le groupe de travail actif dans
l'arrondissement
judiciaire
d'Anvers a inventorié les différents
modes de transmission des
informations pour toutes les
personnes
libérées
conditionnellement ainsi que le
contrôle du respect de ces
conditions par la police. Très
prochainement, ce groupe de
travail devrait me soumettre des
recommandations
tendant
à
améliorer cette transmission. Je
transposerai
ces
recommandations
dans
des
directives que je ferai tester dans
un
arrondissement
judiciaire
néerlandophone
et
un
arrondissement
judiciaire
francophone
avant
de
les
appliquer sur l'ensemble du
territoire belge.
09.03 Corinne De Permentier (MR): Je vous remercie pour votre
réponse et j'attends avec impatience le projet-pilote. J'aurais voulu
savoir quelles étaient les villes choisies pour cette expérience et
suivre avec vous les résultats pour juger de la pertinence d'une
extension à tout le pays.
09.03 Corinne De Permentier
(MR): Ik wacht vol ongeduld op het
pilootproject.
Ik
had
graag
geweten welke steden voor dat
experiment werden geselecteerd
en zou graag met u de resultaten
opvolgen,
zodat we kunnen
oordelen over de relevantie van
een uitbreiding naar heel het land.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de gemeentelijke administratieve sancties" (nr. 6273)
10 Question de Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les sanctions administratives communales" (n° 6273)</b>
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag betreft de sancties die onlangs
werden ingevoerd en die de gemeenten en steden kunnen toepassen
om allerlei kleine overtredingen sneller af te handelen, boetes sneller
te innen en de zaken sneller te sluiten, zonder rechterlijke
tussenkomsten. Ik heb een aantal politiemensen ondervraagd over
deze gemeentelijke administratieve sancties. Er kwamen daarbij een
aantal opmerkingen naar boven.
Mijnheer de minister, hebt u er een idee van hoeveel gemeentelijke
administratieve sancties ondertussen werden opgelegd? Kunt u mij
dat mag ook op papier meedelen in welke steden en gemeenten
deze sancties worden toegepast? Als u nog geen cijfers kunt geven,
wanneer verwacht u die? Wanneer zouden ze beschikbaar zijn?
Voor welke overtredingen gebruikt men deze gemeentelijke
administratieve sancties? Uit de woorden van de politiemensen die ik
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Récemment,
de
nouvelles
sanctions
administratives communales ont
été instaurées, qui permettent aux
villes et aux communes de traiter
plus facilement les infractions
mineures, de percevoir plus
rapidement les amendes et de
régler plus vite des dossiers, sans
intervention judiciaire. Depuis,
combien
de
sanctions
administrations communales ont-
elles déjà été infligées? Dans
quelles villes ou communes? De
quelles infractions s'agit-il? Est-il
exact qu'il s'agit surtout de graffitis
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
hierover heb gesproken, leid ik af dat het vooral over graffiti en
fietsendiefstallen gaat. Hebt u een percentsgewijze verdeling
daarvan?
Waarschijnlijk gaat het in hoofdzaak om minderjarige daders, want ik
zie niet direct volwassenen of gepensioneerden graffiti spuiten. Er
werd mij echter ook gemeld dat er, zodra men met minderjarige
daders wordt geconfronteerd in dit GAS-systeem, een pro-
Deoadvocaat zou moeten worden aangesteld. De kostprijs daarvan
bedraagt 500 à 600 euro. Er is in elk geval een vertraging om het
GAS-dossier zonder gerechtelijke tussenkomst te kunnen afsluiten.
Klopt dit? Wordt er een pro-Deoadvocaat aangesteld? Wat is de
logica achter deze regeling?
et de vols de vélos? Le ministre
dispose-t-il
de
données
concrètes?
Un avocat pro deo serait désigné
pour les mineurs d'âge, ce qui
coûte entre 500 et 600 euros.
Pourquoi faut-il faire appel à ces
avocats?
10.02 Minister Jo Vandeurzen: Collega, ik kan u geen cijfers
bezorgen betreffende de gevallen waarin een gemeentelijke
administratieve sanctie werd opgelegd, omdat die gegevens niet
worden bijgehouden in de databanken van het College van
procureurs-generaal. Dat is ook logisch, aangezien het in principe
over gedepenaliseerde overtredingen gaat die niet langer een
gerechtelijk vervolg krijgen, maar wel administratief worden
afgehandeld.
Misschien kunt u die gegevens wel verkrijgen bij de minister van
Binnenlandse Zaken. Hij kan u misschien ook een idee geven over de
overtredingen waarop deze sancties betrekking hebben. Dat is
meteen ook met mijn excuses een antwoord op uw tweede en
derde vraag. Ik denk dat u bij Binnenlandse Zaken moet nagaan of er
meer informatie beschikbaar is.
Wat de aanstelling van een pro-Deoadvocaat voor minderjarigen
betreft, kan ik u alleen verwijzen naar wat bepaald is in artikel 119bis,
§9bis, van de nieuwe Gemeentewet. Deze aanstelling, via de
stafhouder van de balie, is net bedoeld om de belangen van
minderjarigen te verdedigen. U spreekt over een betaling van deze
advocaten. U zegt dat dit de minderjarige 500 à 600 euro zou kosten.
Anderzijds spreekt u ook over de aanstelling van een pro-
Deoadvocaat. Indien de aangestelde advocaat pro Deo optreedt,
wordt voor zijn honorarium via het bureau voor juridische bijstand een
regeling getroffen door toekenning van pro-Deopunten, waarvoor de
FOD Justitie de middelen voorziet.
De minderjarige dient normaal dan ook niet de honoraria te betalen
van zijn raadsman.
10.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Les données demandées par M.
Logghe ne sont pas collectées
dans les bases de données du
collège des procureurs généraux.
C'est
logique,
puisque
ces
infractions
sont
l'objet
d'un
règlement administratif. Je ne puis
donc pas avancer de chiffres,
mais peut-être le ministre de
l'Intérieur pourra-t-il répondre à
ces questions.
Concernant
la
désignation
d'avocats pro deo, je me réfère à
l'article 119bis, alinéa 9bis, de la
nouvelle loi communale. Lorsqu'un
avocat intervient pro deo, ses
honoraires sont réglés par le
bureau d'aide juridique grâce aux
moyens alloués par le SPF
Justice. Il n'y a donc aucune
contribution du mineur d'âge.
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Misschien nog een
opmerking. Ik heb mij misschien niet helemaal goed uitgedrukt,
mijnheer de minister. Het was mijn bedoeling vooral te wijzen op het
feit dat men enerzijds die GAS heeft, waarvan het toch de bedoeling
is om kleine overtredingen snel af te handelen zonder dat er allerlei
tussenkomsten moeten gebeuren. Anderzijds heeft men natuurlijk het
artikel in de Gemeentewet dat de minderjarige wil beschermen.
Ik wil dit aanvaarden; minderjarigen verdienen inderdaad die
bescherming. Toch denk ik dat dit voor administratieve vertraging zal
zorgen in dit dossier. Dat spreekt de bedoeling van de GAS dan weer
totaal tegen, denk ik. Ik zal dit verder doornemen met de minister van
Binnenlandse Zaken en ook melden dat dit volgens mijn zegsmannen
10.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il va de soi que les
mineurs
d'âge
méritent
de
bénéficier
d'une
protection
supplémentaire mais assurer cette
protection engendre des retards
administratifs. Or le but était
justement d'accélérer les choses.
J'adresserai mes questions au
ministre de l'Intérieur.
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
leidt tot vertraging, wat de bedoeling van de GAS-sancties precies
tegenspreekt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'essor du phénomène sectaire" (n° 6278)</b>
11 Vraag van de heer André Frédéric aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opgang van het sekte-fenomeen" (nr. 6278)
11.01 André Frédéric (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, vous savez que je m'intéresse depuis plusieurs années au
problème des organisations sectaires nuisibles sur notre territoire. À
cet égard, j'ai eu l'occasion de participer, il y a une quinzaine de jours
et votre chef de cabinet était d'ailleurs présent, ce qui montre
l'intérêt que vous portez à ce problème dramatique pour pas mal de
nos concitoyens à un colloque organisé dans le cadre du dixième
anniversaire de la loi que nous avons votée sur la mise en oeuvre du
centre d'information et d'avis sur les organisations sectaires nuisibles.
Le colloque portait ce jour-là sur le pentecôtisme et le
néopentecôtisme. Je ne rentrerai pas dans le détail mais je continue à
être extrêmement inquiet et je suis persuadé que, suite à l'ensemble
des observations du centre, on assiste à une recrudescence
impressionnante du phénomène sectaire en Belgique, avec une
diversification exceptionnelle dans toute une série de secteurs
extrêmement interpellants. Je pense que grâce à l'exemple qui a été
cité de personnes arrêtant des traitements médicaux, contre le sida
notamment, on s'aperçoit que les organisations sectaires oeuvrent au
quotidien et mettent en péril nos concitoyens. Je prends l'exemple de
la santé mais on peut aussi citer le développement personnel ou la
formation professionnelle.
Je rappellerai que l'année dernière, le groupe Open Vld avait mis en
place une formation et s'était rendu compte que les scientologues
étaient impliqués. On se rend compte de la présence régulière des
organisations sectaires sur la place publique. J'ai dénoncé l'exposition
des scientologues de la galerie Louise et, il y a quelques mois, on
retrouvait la secte Maharishi au Salon de l'Éducation à Namur. Tout
cela met en évidence une recrudescence du phénomène et un
entrisme sur la place publique, ce qui met nos citoyens en danger.
Monsieur le ministre, j'ai présidé le groupe de travail qui devait évaluer
les recommandations de la commission d'enquête de 1998. Nous
sommes arrivés à un certain nombre d'observations et la seule
constatation positive que nous avons faite est qu'une
recommandation de 1998 avait été suivie et était efficace, à savoir la
mise en oeuvre du centre d'information et d'avis, notre observatoire
des sectes avec lequel je suis régulièrement en contact et dont je
peux mesurer la grande efficacité. Je ne m'en fais pas le porte-parole
ni le syndicat, ils ne m'ont rien demandé, c'est une initiative
personnelle. Quand on sait qu'en moins de dix ans, à peu près huit
cents nouvelles organisations ont été mises à l'étude sur notre
territoire, quand on sait qu'ils sont interrogés au quotidien par des
administrations locales qui se posent des questions sur l'implantation
d'organisations, à caractère sectaire ou non, sur leur territoire, quand
on connaît le niveau de demande en matière de prévention pour les
11.01 André Frédéric (PS): Ik
interesseer mij al jarenlang voor
het probleem van de schadelijke
sektarische
organisaties.
Een
tweetal weken geleden heb ik
deelgenomen aan een colloquium
dat georganiseerd werd in het
kader van de tiende verjaardag
van de wet betreffende de
oprichting van het informatie- en
adviescentrum
inzake
de
schadelijke
sektarische
organisaties.
Ik maak mij grote zorgen en ben
ervan overtuigd dat het fenomeen
van de sekten in ons land op een
indrukwekkende manier opgang
maakt. Zij treden regelmatig naar
buiten.
Ik heb de werkgroep voor de
evaluatie van de aanbevelingen
van de onderzoekscommissie van
1998 voorgezeten. Wij hadden
toen een aantal opmerkingen
geformuleerd. De enige positieve
vaststelling
was
dat
de
tenuitvoerlegging
van
het
informatie-
en
adviescentrum
opgevolgd werd en efficiënt was.
In minder dan tien jaar werden er
bijna achthonderd organisaties
tegen het licht gehouden en
dagelijks worden er betrokken
personen
door
lokale
administraties
ondervraagd.
Wanneer men weet hoe groot de
vraag is naar preventie voor
volwassenen en jongeren, dan
beseft men dat de betrokken
diensten over veel te weinig
middelen beschikken.
Zouden de financiële en personele
middelen van het centrum niet
moeten worden versterkt?
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
adultes et les jeunes, ils sont complètement démunis.
Ne conviendrait-il pas, puisque nous allons fêter le dixième
anniversaire de son existence, d'envisager de renforcer les moyens
financiers et humains du centre? Je sais que cela nécessite des
moyens mais je pense que cela indiquerait une volonté politique
importante à l'égard de ces organisations.
En ce qui concerne ma deuxième question, vous me direz peut-être
que cela relève de l'initiative parlementaire mais j'ai adressé un
courrier au président de la Chambre en ce sens, je suis intimement
convaincu qu'il est nécessaire de mettre en place un groupe de travail
parlementaire permanent. Je trouve que le phénomène avance à une
allure extrêmement impressionnante. Cela relève de la responsabilité
du Parlement qui couvre de façon transversale toutes les
préoccupations: santé publique, justice, intérieur, etc. Monsieur le
ministre, j'ai proposé au président de la Chambre la mise en place
d'un groupe de travail permanent et j'aurais aimé connaître votre
sentiment à l'égard de cette proposition.
Ik ben er voorts persoonlijk van
overtuigd dat het noodzakelijk is
om een vaste werkgroep van
parlementsleden op te richten die
zich buigt over dat fenomeen, dat
uiterst snel opgang maakt. Dat valt
onder de verantwoordelijkheid van
het Parlement en loopt als een
rode draad doorheen al zijn
bekommernissen. Wat vindt u
daarvan?
11.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, en ce qui concerne
le renforcement des moyens humains et financiers du Centre
d'information et d'avis sur les organisations sectaires nuisibles
(CIAOSN), je peux vous informer qu'en 2007, 292.000 euros ont été
dépensés pour le personnel. Pour le budget 2008, 338.000 euros ont
été prévus pour ce poste, soit une augmentation de 16%.
106.000 euros ont été dépensés en 2007 pour les frais de
fonctionnement. Pour le budget 2008, 213.000 euros ont été prévus
pour ce poste, ce qui représente une augmentation de plus de 101%.
Le budget total du CIAOSN a augmenté de 38% en 2008.
En exécution du rapport émis le 23 mars 2006 par le groupe de travail
parlementaire chargé du suivi des recommandations de la
commission parlementaire Sectes, la cellule administrative de
coordination de la lutte contre les organisations sectaires nuisibles
élabore aujourd'hui une proposition de formation permanente pour
magistrats. Elle s'adressera surtout aux magistrats de référence.
Quand cette proposition sera rédigée, elle sera discutée avec le
Conseil supérieur de la Justice.
Cette cellule de coordination se réunit tous les deux mois sous la
présidence du parquet général de Liège. Ces réunions ont lieu dans
les locaux de la Sûreté de l'État et le secrétariat est provisoirement
assuré par ce service.
J'attends des propositions concrètes de la cellule de coordination pour
la réinsertion de ce secrétariat.
Quant à la création d'un groupe de travail parlementaire permanent
"sectes" faisant suite au précédent groupe de travail, dont vous étiez
d'ailleurs le président, j'en laisse l'initiative aux parlementaires. Si ce
groupe de travail voit le jour, il pourra compter sur mon entière
collaboration et mon soutien.
11.02 Minister Jo Vandeurzen: In
2007 werd 292.000 euro besteed
voor het personeel van het
Informatie- en Adviescentrum.
Voor 2008 werd daar 338.000 euro
voor uitgetrokken, dat is een
toename met 16 procent. In 2007
ging 106.000 euro naar de
werkingskosten. Voor 2008 werd
daarvoor
213.000
euro
uitgetrokken, dus 101 procent
meer. De totale begroting van het
IACSSO is in 2008 met 38 procent
toegenomen.
Ter uitvoering van het verslag dat
op
23
maart
2006
werd
uitgebracht door de werkgroep
belast met de opvolging van de
aanbevelingen
van
de
parlementaire
onderzoekscommissie
Sekten,
werkt
de
administratieve
coördinatiecel inzake de strijd
tegen
schadelijke
sektarische
organisaties een voorstel uit om
de magistraten voortdurend bij te
scholen. Wanneer het klaar is, zal
het met de Hoge Raad voor de
Justitie worden besproken.
Die coördinatiecel vergadert om
de twee maanden onder het
voorzitterschap van het parket-
generaal
van
Luik.
De
vergaderingen hebben plaats in de
lokalen van de Veiligheid van de
Staat en het is die dienst die
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
voorlopig
het
secretariaat
waarneemt.
Wat de oprichting van een vaste
parlementaire werkgroep betreft,
laat ik het initiatief aan de
parlementsleden over. Indien er zo
een werkgroep komt, kan hij op
mijn steun rekenen.
11.03 André Frédéric (PS): Je remercie le ministre pour sa réponse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de Mme Valérie Déom au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le test du
système d'alerte en cas de disparition d'enfants" (n° 6290)</b>
12 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de oefening voor het testen van het alarmsysteem voor verdwenen kinderen" (nr. 6290)
12.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, le 12 juin dernier, un
exercice commun entre la France, les Pays-Bas, le Luxembourg et la
Belgique était organisé afin de tester le système de déclenchement
d'alerte dans les médias en cas de disparition d'enfants jugée
inquiétante. L'exercice n'a pas été réalisé en vue d'harmoniser les
dispositifs nationaux mais bien de tester leur coordination dans un
cadre transnational, d'évaluer l'échange d'informations et de s'assurer
de la réactivité des médias.
Les résultats du test ont-ils été concluants? Le dispositif belge est-il
compatible avec les autres dispositifs? Où se situent les lacunes à ce
niveau? Dans quelle langue les échanges d'informations se font-ils?
Envisagez-vous de revoir le système belge afin de le rendre, si
nécessaire, plus rapide?
12.01 Valérie Déom (PS): Op 12
juni jongstleden hielden Frankrijk,
Nederland, Luxemburg en België
een gemeenschappelijke oefening
om het afkondigen van een alarm
in de media bij verdwijning van
een kind te testen. Met de
oefening wilde men de coördinatie
in een grensoverschrijdend kader
uittesten,
de
informatie-
uitwisseling evalueren en zich
vergewissen
van
het
reactievermogen van de media.
Zijn de resultaten van de test
positief? Is het Belgische
apparaat verenigbaar met de
andere? Zijn er lacunes? In
welke taal gebeurt de uitwisseling
van informatie? Overweegt u het
Belgische systeem te herzien om
het, indien nodig, sneller te
maken?
De voorzitter: Collega's, de minister wordt weggeroepen voor een dringende vergadering om 12 uur.
12.02 Minister Jo Vandeurzen: Het is zelfs niet wat u denkt. Het is
een vergadering over de aanpak van de mensenhandel, die ik voorzit.
12.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Worden de andere vragen
dan uitgesteld tot volgende week?
De voorzitter: Ja, dat is mijn voorstel
12.04 Jo Vandeurzen, ministre: Madame Déom, le jeudi 12 juin, un
exercice commun entre la France, les Pays-Bas, le Luxembourg et la
Belgique a été organisé. L'objectif de cet exercice était de tester, au-
delà des frontières, le déclenchement d'une alerte lors de la
disparition d'un enfant. Cette initiative visait notamment à améliorer la
12.04 Minister Jo Vandeurzen:
Op
12
juni
werd
een
gemeenschappelijke
oefening
tussen
Frankrijk,
Nederland,
Luxemburg
en
België
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
réflexion autour des dispositifs nationaux d'alerte, initiée par la
Commission européenne en 2007.
Les résultats de l'exercice sont très positifs. Celui-ci a permis non
seulement de tester le dispositif belge en tant que tel, mais aussi sa
faculté à être mis en oeuvre dans le cadre d'une demande d'entraide
judiciaire internationale émanant de l'étranger.
À cet égard, les contacts directs et rapides entre les policiers et les
autorités judiciaires des différents pays impliqués ont vite permis,
dans certains cas, de corriger des erreurs d'aiguillage ou des
difficultés de transmission. Les lacunes constatées, tels les
problèmes de transmission de la photographie de la victime par e-
mail, le fait que le service compétent n'ait pas toujours été contacté
directement, l'une ou l'autre imprécision dans les signalements
diffusés par la police ou dans les médias, n'ont cependant pas
empêché l'exercice de se dérouler correctement. Elles ont été
immédiatement corrigées.
Les constats dressés permettront de réagir à l'avenir encore plus
rapidement si un cas réel venait à se produire, ce qui justifie
pleinement la tenue de l'exercice. Par ailleurs, le caractère central et
multilingue des services impliqués dans l'exercice de jeudi dernier a
été primordial.
Tant le parquet fédéral qui a pour vocation de faciliter la coopération
internationale et d'être le parquet opérationnel compétent lorsque les
faits ne sont pas localisés précisément sur notre territoire, que la
police fédérale avec la DJO (Direction des opérations judiciaires) et la
cellule "disparitions" ont veillé à ce que les informations reçues en
français soient transmises correctement en néerlandais aux autorités
néerlandaises. Ceci a permis de gagner un temps précieux. Chaque
interlocuteur s'est vu répondre dans sa propre langue par les
membres de la cellule de crise, qu'ils soient magistrats, policiers ou
journalistes.
L'exercice a procuré aux intervenants la satisfaction de pouvoir
affirmer que la procédure mise en place par la circulaire commune du
ministre de la Justice et du Collège des procureurs généraux du
20 février 2002 est non seulement rapide et efficace mais aussi
correctement appliquée par les magistrats et les policiers du
Royaume. Notre préoccupation constante est d'améliorer le système
pour être en mesure de réagir toujours plus rapidement et
efficacement.
Une évaluation de cette circulaire sera donc réalisée. S'il paraît déjà
nécessaire d'apporter des précisions pour qu'il fonctionne
parfaitement lors d'une alerte enlèvement émanant d'un pays étranger
et démontrant un lien avec notre pays, il semble que sa philosophie
ne doive pas être remise en cause. Il semble nécessaire de veiller à
ce qu'un fait survenu dans un certain pays permette le déclenchement
du système d'alerte dans un autre plutôt que de tenter d'harmoniser
les dispositifs existants.
Il faut aussi rappeler que le système français "Alerte enlèvement" ne
s'applique pas aux simples disparitions mais aux hypothèses très
limitées d'enlèvement d'une victime mineure en danger et pour
lesquelles des informations précises permettraient de localiser l'enfant
georganiseerd. De bedoeling was
over de grenzen heen het
afkondigen van een alarm bij
verdwijning van een kind te testen.
Met dit initiatief wilden we de
reflectie
over
de
nationale
alarmsystemen,
waarmee
de
Europese Commissie in 2007 is
gestart, aanmoedigen.
De resultaten zijn heel positief.
Men heeft niet enkel het Belgisch
systeem als dusdanig kunnen
uittesten,
maar
ook
de
operationele mogelijkheden ervan
in geval er een vraag uit het
buitenland komt. Dankzij de
rechtstreekse en snelle contacten
tussen
politieagenten
en
gerechtelijke overheden van de
verschillende betrokken landen
konden de fouten met betrekking
tot
oriëntatie
of
transmissiemoeilijkheden,
snel
bijgestuurd
worden.
De
vastgestelde lacunes problemen
met de transmissie van het
fotomateriaal van het slachtoffer
via e-mail, niet altijd rechtstreeks
contact met de bevoegde dienst,
onduidelijkheden in de verspreide
persoonsbeschrijvingen hebben
toch niet belet dat de oefening
correct
verlopen is
en
de
problemen werden onmiddellijk
verbeterd.
Dankzij die vaststellingen zal er in
de toekomst nog sneller kunnen
worden gereageerd. Het centrale
en meertalige karakter van de
diensten die bij een en ander zijn
betrokken, was van primordiaal
belang.
Het federaal parket, dat bevoegd
is wanneer de feiten zich niet op
ons
grondgebied
hebben
voorgedaan, en de federale politie
zagen erop toe dat de gegevens
die ze in het Frans ontvingen in
behoorlijk Nederlands aan de
Nederlandse autoriteiten werden
overgezonden. Zo kon kostbare
tijd
worden
gewonnen.
Alle
gesprekspartners,
magistraten,
politiepersoneel en journalisten,
ontvingen van de leden van de
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
et son ravisseur.
Actuellement, de nombreux pays européens ne disposent pas encore
du système d'alerte. L'exercice avait aussi pour objectif de les
convaincre de la nécessité d'en créer un.
Enfin, Child Focus se propose d'étudier avec les représentants de la
presse et des institutions publiques concernées la possibilité, en cas
de nécessité, d'une diffusion plus massive d'informations dans le
public.
crisiscel dus een antwoord in hun
eigen taal.
Uit die oefening is gebleken dat de
procedure die werd ingevoerd door
de omzendbrief van 20 februari
2002 van de minister van Justitie
en het college van procureurs-
generaal snel en efficiënt is. De
toepassing van die omzendbrief
zal worden getoetst. De regeling
moet
wellicht
worden
bijgeschaafd,
maar
de
onderliggende filosofie staat niet
ter discussie. We moeten ervoor
zorgen dat feiten die zich in één
land
voordoen
ook
het
alarmsysteem in een ander land in
werking stellen, eerder dan te
kiezen voor een harmonisering
van de bestaande systemen.
Van de Franse regeling, Alerte
enlèvements, wordt geen gebruik
gemaakt
voor
eenvoudige
verdwijningen, maar wel voor
onrustwekkende ontvoeringen van
minderjarigen,
wanneer
er
duidelijke gegevens beschikbaar
zijn aan de hand waarvan het kind
en de ontvoerder kunnen worden
opgespoord.
Weinig
Europese
landen
beschikken
reeds
over
het
alarmsysteem. Met de oefening
wilde men hen onder andere
overtuigen om zo een systeem te
ontwikkelen.
Child Focus is tot slot van plan om
samen met de mensen van de
pers en de vertegenwoordigers
van
de
betrokken
overheidsinstellingen
de
mogelijkheid te bestuderen om
informatie op grotere schaal onder
het publiek te verspreiden.
12.05 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse.
Il est vrai que dans ces cas tout à fait dramatiques de disparition
d'enfants, la rapidité et la communication sont des éléments majeurs
et il semble que le test démontre que la coopération existant au
niveau international permet cette rapidité. La problématique de
l'emploi des langues semble notamment résolue. Recevoir une
information correcte et compréhensible rapidement est la clé du
12.05 Valérie Déom (PS): Bij de
verdwijning van kinderen zijn
snelheid en communicatie van
essentieel belang en uit de test
blijkt
dat
de
internationale
samenwerking het mogelijk maakt
snel op te treden. Ook de
problematiek met betrekking tot
het taalgebruik lijkt van de baan te
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
sauvetage de l'enfant.
J'espère que sur la base de ce test, nous pourrons convaincre
d'autres pays européens d'adopter ce type de procédure.
zijn. Ik hoop dat we met die test in
de hand andere Europese landen
ervan zullen overtuigen een
dergelijke procedure in te voeren.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Questions jointes de
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les demandes de recouvrement de la nationalité belge de Congolais nés avant le
30 juin 1960" (n° 6443)<br>- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les demandes de recouvrement de la nationalité belge d'anciens Belges"
(n° 6444)</b>
13 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanvragen van voor 30 juni 1960 geboren Congolezen tot herkrijging van de
Belgische nationaliteit" (nr. 6443)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanvragen van voormalige Belgen tot herkrijging van de Belgische
nationaliteit" (nr. 6444)
13.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il me revient que plusieurs Congolais, qui ont été belges
avant l'indépendance du Congo, ont demandé à recouvrer le terme
est important la nationalité belge sur la base de l'article 24 du Code
de la nationalité.
Les parquets auraient des attitudes diverses. Ainsi, certains
estimeraient que la nationalité belge de ces personnes, avant 1960,
n'était pas une nationalité belge permettant l'application de l'article 24.
D'autres parquets, émettraient un avis négatif au motif que ces
personnes auraient dû opter pour la nationalité belge en application
de la loi du 22 décembre 1961 relative à l'acquisition ou au
recouvrement de la nationalité belge par les étrangers nés ou
domiciliés sur le territoire de la République du Congo ou par les
Congolais ayant eu en Belgique leur résidence habituelle. Cette loi
n'étant plus en vigueur, il est désormais trop tard pour les Congolais
nés avant le 30 juin 1960 de bénéficier de cette procédure de
recouvrement.
Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer ce qui précède? Pouvez-
vous nous faire connaître votre avis à ce sujet, sachant que l'article 24
du Code de la nationalité n'exige pas que le recouvrement ait lieu
dans un certain délai.
Ne peut-on pas envisager de permettre aux Congolais, qui ont
possédé la nationalité belge avant 1960, de la recouvrer aujourd'hui
sur la base de l'article 24 dudit Code?
J'en arrive ainsi à ma deuxième question.
Monsieur le ministre, la dernière loi en matière de nationalité la loi
du 27 octobre 2006 portant des dispositions diverses a abrogé la
disposition du Code de la nationalité qui prévoyait que le Belge qui
acquérait volontairement une nationalité étrangère perdait
automatiquement la nationalité belge. Cette disposition n'est
13.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Verscheidene Congolezen, die
Belg
waren
vóór
de
onafhankelijkheid
van
Congo,
hebben gevraagd om de Belgische
nationaliteit op grond van artikel 24
van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit te herkrijgen. De
parketten zouden in dat verband
een
uiteenlopende
houding
aannemen.
Sommige parketten zijn de mening
toegedaan dat de Belgische
nationaliteit van de betrokkenen,
vóór
1960,
geen
Belgische
nationaliteit
was
die
een
toepassing van artikel 24 mogelijk
maakt. Andere parketten zouden
een negatief advies uitbrengen
omdat
de
betrokkenen
met
toepassing van de wet van 22
december 1961 voor de Belgische
nationaliteit
hadden
moeten
opteren. Aangezien die wet niet
meer van kracht is, is het voor
Congolezen die geboren zijn vóór
30 juni 1960 nu te laat om van die
procedure voor het herkrijgen van
de Belgische nationaliteit gebruik
te kunnen maken.
Wat is uw standpunt ter zake? Kan
er niet worden overwogen om de
Congolezen die vóór 1960 Belg
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
cependant pas entrée en vigueur immédiatement parce que la
Belgique devait se défaire d'une Convention de 1963 sur la réduction
des cas de pluralité de nationalité.
L'admission de la double nationalité pour les Belges acquérant une
nationalité étrangère est entrée en vigueur en deux étapes: le 9 juin
2007 pour les Belges acquérant une nationalité d'un pays non
membre de cette Convention, et tout récemment, le 28 avril 2008
pour ceux qui acquièrent la nationalité d'un des États membres de
cette Convention.
Cette entrée en vigueur n'ayant pas d'effet rétroactif, la personne qui
était belge et qui a perdu sa nationalité en acquérant volontairement
une autre nationalité ne peut recouvrer sa nationalité belge qu'en
application de l'article 24 du Code de la nationalité.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire si des instructions
spécifiques ont été transmises aux parquets au sujet des demandes
de recouvrement de la nationalité belge par des anciens Belges?
Étant donné que la cause de la perte de la nationalité dans le chef de
ces personnes a aujourd'hui été abrogée par le législateur, ces
dossiers sont-ils traités en priorité et avec une bienveillance
particulière? Les demandes de recouvrement sont-elles nombreuses
et les anciens Belges vivant à l'étranger sont-ils informés de cette
procédure?
waren, vandaag in staat te stellen
de Belgische nationaliteit te
herkrijgen op grond van artikel 24
van voornoemd Wetboek?
De jongste wet inzake de
nationaliteit de wet van 27
oktober 2006 heeft de bepaling
van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit volgens welke de Belg
die vrijwillig een buitenlandse
nationaliteit verwerft automatisch
de Belgische nationaliteit verliest,
opgeheven. Die bepaling is echter
niet
onmiddellijk
in
werking
getreden.
Kan u ons meedelen of de
parketten specifieke richtlijnen
hebben gekregen met betrekking
tot de aanvragen van gewezen
Belgen voor het herkrijgen van de
Belgische nationaliteit? Worden
die dossiers bij voorrang en met
een
bijzondere
welwillendheid
behandeld? Zijn er veel aanvragen
voor het herkrijgen van de
Belgische nationaliteit en zijn de
Belgen die in het buitenland wonen
van die procedure op de hoogte?
13.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame Nyssens, s'agissant de
savoir si les ressortissants congolais nés avant l'indépendance du
Congo, le 30 juin 1960, peuvent encore souscrire une déclaration de
recouvrement de la nationalité belge en vertu de l'article 24 du Code
de la nationalité belge, je me rallie à la position de principe défendue
par mon département, qui a toujours considéré que les personnes
concernées étaient soumises, à l'époque, à un régime spécial, le
statut colonial distinct du statut métropolitain.
À l'époque coloniale, le terme "belge" ne visait en effet que les seuls
citoyens belges ou belges de statut métropolitain, à l'exclusion des
sujets belges ou belges de statut colonial. L'indépendance du Congo
a eu pour conséquence la perte collective de la nationalité belge de
statut colonial dans le chef de ces personnes, considérées à partir de
cette date comme étrangères au regard de la législation belge sur la
nationalité.
Toutefois, ces personnes se sont vu offrir à deux reprises la
possibilité d'acquérir, dans un délai déterminé, la nationalité belge par
option et ce, en application d'abord de l'article 2 §4 de la loi du 22
décembre 1961 et ensuite de l'article 28 §1 du Code de la nationalité
belge.
Par conséquent, j'estime que les Belges de statut colonial ayant perdu
ce statut lors de l'indépendance du Congo et n'ayant pas fait usage,
en temps utile, de la faculté d'opter pour la nationalité belge dans les
années qui ont suivi l'indépendance n'ont jamais été des citoyens
13.02 Minister Jo Vandeurzen:
Met betrekking tot de vraag of
Congolese ingezetenen die voor
30 juni 1960 geboren zijn nog een
verklaring tot herkrijging van de
Belgische
nationaliteit
kunnen
afleggen,
treed
ik
het
principestandpunt
van
mijn
departement bij, dat steeds van
oordeel was dat de betrokkenen
destijds
aan een bijzondere
regeling onderworpen waren, met
name het koloniaal statuut, te
onderscheiden van het statuut
eigen aan het moederland.
In het koloniale tijdperk sloeg het
begrip `Belg' enkel op de Belgen in
het moederland, en niet op de
Belgen met een koloniaal statuut.
Toen Congo onafhankelijk werd,
verloren al die personen de
Belgische nationaliteit eigen aan
het koloniale statuut en werden ze
overeenkomstig
de
Belgische
nationaliteitswetgeving
als
vreemdelingen beschouwd. Die
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
belges au sens des lois sur la nationalité et, partant, n'ont pu perdre
cette qualité au sens de l'article 24 du Code. Cette personne ne
pourrait pas davantage la recouvrer au sens de cette disposition.
Cette problématique a été examinée par le Collège des procureurs
généraux en sa séance du 26 avril 2007, à la suite de laquelle un
mémo relayant cette position a été adressé à l'ensemble des parquets
du Royaume par mon prédécesseur, afin que les parquets saisis de
cette problématique puissent s'en inspirer et, à terme, arriver, si
possible, à une jurisprudence uniforme.
Pour compléter votre information, la cour d'appel de Mons s'est ralliée
à cette position dans un arrêt du 22 avril 2008, particulièrement bien
motivé et confirmant la décision d'un tribunal de première instance,
qui déclarait non fondée la demande de recouvrement de la
nationalité belge formulée par le requérant.
Comme je l'ai exposé en commission, le 18 juin dernier, à votre
collègue M. Lahssaini, il n'existe à ce jour aucune circulaire spécifique
adressée aux parquets concernant les demandes de recouvrement
émanant de personnes qui ont perdu leur nationalité belge avant
l'entrée en vigueur du principe de l'admission de la plurinationalité en
Belgique.
Je vais donc consulter mon administration afin d'examiner dans quelle
mesure une solution concrète pourrait être dégagée pour cette
catégorie de personnes.
À la question de savoir si les demandes de recouvrement sont
nombreuses et si les Belges à l'étranger sont informés de cette
procédure, le SPF Affaires étrangères m'a communiqué ne pas avoir
observé d'augmentation notable de ce type de demandes. Par
ailleurs, il a constaté que les Belges à l'étranger sont généralement
bien informés de l'existence de cette procédure.
personen werd evenwel tweemaal
de kans geboden, gedurende een
bepaalde periode, de Belgische
nationaliteit te verwerven.
Ik vind dus dat de Belgen met het
koloniale statuut, die dat statuut
verloren naar aanleiding van de
onafhankelijkheid en geen gebruik
hebben
gemaakt
van
de
mogelijkheid om voor de Belgische
nationaliteit te opteren tijdens de
jaren
volgend
op
de
onafhankelijkheid, nooit Belgische
burgers zijn geweest in de zin van
de nationaliteitswetgeving.
Deze aangelegenheid werd door
het
college van procureurs-
generaal bestudeerd tijdens haar
vergadering van 26 april 2007. Na
afloop werd naar alle parketten te
lande een memo gestuurd, waarop
de parketten die met dergelijke
vragen te maken krijgen, zich
kunnen baseren, met de bedoeling
op termijn tot een eenvormige
rechtspraak te komen.
Ter vervollediging kan ik hier nog
aan toevoegen dat het hof van
beroep van Bergen dat standpunt
is bijgetreden in een arrest van 22
april 2008, waarin de vraag tot
herkrijging van de Belgische
nationaliteit
van
de
eiser
ongegrond werd verklaard.
Er bestaat vooralsnog geen enkele
specifieke aan de parketten
verstuurde
omzendbrief
betreffende de aanvragen tot
herkrijging van de Belgische
nationaliteit van personen die die
nationaliteit
verloren
hebben
voordat het principe van de
meervoudige nationaliteit in België
van kracht werd. Ik zal derhalve
mijn administratie raadplegen om
na te gaan in welke mate er een
concrete oplossing voor die
personen kan gevonden worden.
De FOD Buitenlandse Zaken heeft
me laten weten geen merkbare
stijging van het aantal aanvragen
tot
herkrijging
te
hebben
vastgesteld
en
constateerde
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
bovendien dat de Belgen in het
buitenland doorgaans goed op de
hoogte zijn van het bestaan van
die procedure.
13.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie d'avoir prolongé la séance pendant quelques instants pour
me répondre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het project Halte-R" (nr. 6476)
14 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "le projet Halte-R" (n° 6476)</b>
14.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag gaat over het project Halte-R dat 12
jaar geleden startte in West-Vlaanderen. Het is een werkstrafproject
met twee componenten. Enerzijds is er een werkvloerproject waarbij
in het werkatelier van Halte-R in Roeselare en bij externe diensten
werkgestraften arbeid verrichten ten bate van de maatschappij.
Anderzijds is het een dispatchingproject waarbij de medewerkers
vanuit Roeselare en Kortrijk instaan voor de coördinatie, het aanbod,
de ondersteuning en de opvolging van werkgestraften in de vrije
prestatieplaatsen.
Ook werd het werkvloerproject uitgebouwd tot een mobiel project. Dat
betekent dat taken en werken niet alleen in de werkplaats worden
uitgevoerd, maar ook dat men ter plaatse gaat monteren en gemaakte
stukken gaat aanpassen. Bijvoorbeeld kasten en andere
meubelstukken worden ter plaatse gemonteerd.
Daarnaast wordt Halte-R ook beschouwd als een individueel
vormingsproject waarbij men poogt door werkervaring, verbetering
van vaardigheden en attitudes de tewerkstellingskansen van
maatschappelijk kwetsbare personen te bevorderen.
Sinds 2001 is Halte-R een partner van de vzw Site Noord, een
centrum voor onder andere sociale economie. Andere partners van
het samenwerkingsverband die hun sporen hebben verdiend, zijn
onder andere de lokale werkwinkel, de graanwinkel enzovoort. Het
zijn degene die ik in de schriftelijke vraag heb opgesomd.
Dit initiatief is bij mijn weten uniek in Vlaanderen en verdient volgens
mij dan ook de nodige aandacht en het nodige krediet.
Ik wil u vragen wat uw visie is op dit project.
Acht u het mogelijk of wenselijk om dit project navolging te geven of
een uitbreiding te realiseren in andere provincies? Zo ja, kunnen er
daarvoor middelen worden vrijgemaakt?
14.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le projet Halte-R est
un projet d'exécution des peines
de travail qui a été lancé en
Flandre occidentale il y a douze
ans. Dans l'atelier Halte-R de
Roulers,
les
personnes
condamnées à une peine de
travail effectuent des travaux
d'intérêt général. À Roulers et à
Courtrai,
des
agents
de
l'administration
pénitentiaire
assurent coordination, soutien et
suivi des personnes qui travaillent
ailleurs dans des ateliers où aucun
accompagnement n'est prévu. Les
personnes condamnées à des
peines
de
travail
vont
régulièrement monter sur place
des pièces fabriquées à l'atelier.
C'est notamment le cas des
armoires et d'autres meubles. Les
responsables du projet Halte-R
s'efforcent en outre d'améliorer les
aptitudes et le comportement
social des personnes socialement
vulnérables. Dans ce cadre, les
responsables
de
Halte-R
collaborent étroitement avec un
certain nombre de partenaires
locaux de l'économie sociale.
Ce projet unique en son genre ne
pourrait-il
pas
avoir
des
prolongements
dans
d'autres
parties du pays?
14.02 Minister Jo Vandeurzen: Het werkstrafproject Halte-R is
inderdaad een zeer waardevolle partner bij de uitvoering van de
werkstraffen in het arrondissement Kortrijk. Om die reden is het
project de afgelopen jaren dan ook steeds zeer positief beoordeeld
14.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le projet Halte-R est un partenaire
très précieux dans le cadre de
l'exécution des peines de travail
25/06/2008
CRIV 52
COM 272
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
naar aanleiding van de jaarlijkse evaluatie in het raam van de
subsidiëring. Bovendien werd door de Ministerraad van 20 april 2007
nog een bijkomend personeelslid toegekend via de stad Roeselare
waardoor het personeelsbestand op drie fulltime equivalenten werd
gebracht. Op die manier kon tegemoetgekomen worden aan de
stijgende werkdruk en aan de nood tot verdere uitbouw van de
werkvloerbegeleiding om zo ook beter moeilijkere categorieën van
werkgestraften te kunnen omkaderen.
Conform de huidige reglementering staat het de lokale overheden vrij
om uitbreidingsvoorstellen in te dienen bij de arrondissementele
evaluatie- en opvolgingscommissie inzake alternatieve gerechtelijke
maatregelen onder voorzitterschap van de procureur des Konings.
Recent werd ook voor Halte-R een dergelijke uitbreidingsaanvraag
ingediend bij de evalutie- en opvolgingscommissie van het
arrondissement Kortrijk. Na advies van deze commissie en mijn
administratie zullen de projecten worden voorgelegd aan de
Ministerraad. Dit zal zo snel mogelijk gebeuren maar ik verwacht niet
dat dit nog in de volgende weken zal zijn.
Zoals ik in mijn beleidsverklaring heb aangekondigd, ben ik van
mening dat er verder moet worden geïnvesteerd in de werkstraf als
gemeenschapsgerichte sanctie. Dit is niet enkel nodig om het aanbod
van prestatieplaatsen blijvend te kunnen garanderen maar ook om te
kunnen evolueren naar een ruimere toepassing van de werkstraf. Ik
wens in dit verband nog wel op te merken dat ik in de
beleidsverklaring heb gewezen op de noodzaak van een meer
uniform, transparant en modern subsidiesysteem voor zulke
projecten. Een dergelijk subsidiesysteem wordt momenteel door de
medewerkers uitgewerkt. De uitbreiding van Halte-R is geen
alleenstaande situatie en zal mee worden behandeld in het globale
pakket van aanvragen tot uitbreiding.
dans l'arrondissement judiciaire de
Courtrai. Ces dernières années, il
a été systématiquement l'objet
d'appréciations
positives.
Récemment,
un
agent
supplémentaire lui a encore été
attribué par l'entremise de la Ville
de Roulers de sorte que trois
équivalents temps plein travaillent
actuellement dans le cadre de ce
projet. Les autorités locales sont
libres d'introduire des propositions
d'extension de projet auprès de la
commission d'évaluation et de
suivi d'arrondissement. Il y a peu,
une demande de cette nature a
été introduite pour le projet Halte-
R. Après avis de la commission
d'évaluation et de la Justice, il sera
inscrit à l'ordre du jour du conseil
des ministres. Cette inscription ne
devrait pas se faire dans les
prochaines semaines.
Dans mon plan d'action politique, il
est souligné qu'il faut investir
davantage dans les peines de
travail et qu'il convient d'élargir
leur application. Entre-temps, nous
nous employons à rendre le
système de subsides à la fois plus
uniforme et plus transparent.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.12 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.12 heures.