KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 271
CRIV 52 COM 271
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
24-06-2008
24-06-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Bruno Tobback aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het vermoeden van prijsafspraken voor het
doorrekenen van de prijs van gratis CO2-
emissierechten in de elektriciteitsprijs" (nr. 6069)
1
Question de M. Bruno Tobback au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "les soupçons
d'accords sur les prix concernant la répercussion
du prix des droits gratuits d'émission de CO2
dans le prix de l'électricité" (n° 6069)
1
Sprekers: Bruno Tobback, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Bruno Tobback, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Samengevoegde vragen van
4
Questions jointes de
4
- de heer Jan Jambon aan de minister voor
Ondernemen en Vereenvoudigen over "zijn
uitspraken
omtrent
de
stijging
van
de
distributieprijzen op kap van de consument"
(nr. 6233)
4
- M. Jan Jambon au ministre pour l'Entreprise et
la Simplification sur "ses déclarations relatives à
la hausse des prix de distribution au détriment
des consommateurs" (n° 6233)
4
- de heer Peter Logghe aan de minister voor
Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
uitspraken
inzake
de
stijging
van
de
distributietarieven" (nr. 6275)
4
- M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et
la Simplification sur "les déclarations relatives à
l'augmentation des tarifs de distribution" (n° 6275)
4
Sprekers: Jan Jambon, Peter Logghe,
Vincent Van Quickenborne, minister voor
Ondernemen en Vereenvoudigen
Orateurs: Jan Jambon, Peter Logghe,
Vincent Van Quickenborne, ministre pour
l'Entreprise et la Simplification
Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan
de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over
"de
administratieve
rompslomp
bij
landbouwtellingen" (nr. 6411)
8
Question de Mme Liesbeth Van der Auwera au
ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur
"les tracasseries administratives lors des
recensements agricoles" (n° 6411)
8
Sprekers: Liesbeth Van der Auwera, Vincent
Van
Quickenborne,
minister
voor
Ondernemen en Vereenvoudigen
Orateurs: Liesbeth Van der Auwera, Vincent
Van Quickenborne, ministre pour l'Entreprise
et la Simplification
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het gebruik van voor de consument
ongunstige bedingen" (nr. 6518)
10
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "l'utilisation de
clauses
défavorables
au
consommateur"
(n° 6518)
10
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister
van Klimaat en Energie over "de door Electrabel
in juli 2007 doorgevoerde prijsstijging en de stand
van zaken in het bij de Raad voor de mededinging
ingediende dossier" (nr. 5857)
12
Question de M. Maxime Prévot au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la hausse des prix par
Electrabel en juillet 2007 et l'état d'avancement du
dossier transmis au Conseil de la concurrence"
(n° 5857)
12
Sprekers: Maxime Prévot, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Maxime Prévot, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister
van Klimaat en Energie over "de stijging van de
distributienettarieven in 2008" (nr. 5858)
13
Question de M. Maxime Prévot au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la hausse des tarifs de
distribution en 2008" (n° 5858)
13
Sprekers: Maxime Prévot, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Maxime Prévot, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer Maxime Prévot aan de minister van
Klimaat en Energie over "het tijdpad voor de
invoering van de meerjarentarieven" (nr. 5859)
15
- M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le calendrier de mise en place des
tarifs pluriannuels" (n° 5859)
15
- mevrouw Colette Burgeon aan de minister van
Klimaat en Energie over "de meerjarentarieven
voor de gas- en elektriciteitsdistributie" (nr. 6564)
15
- Mme Colette Burgeon au ministre du Climat et
de l'Énergie sur "les tarifs pluriannuels de
distribution d'électricité et de gaz" (n° 6564)
15
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Maxime Prévot, Colette Burgeon,
Paul Magnette, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: Maxime Prévot, Colette Burgeon,
Paul Magnette, ministre du Climat et de
l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Klimaat en Energie over "de evolutie
in het beleid van de luchtvaartmaatschappijen
naar aanleiding van de stijging van de
energieprijs" (nr. 6218)
17
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "l'évolution des
politiques des compagnies aériennes suite à
l'augmentation du coût de l'énergie" (n° 6218)
17
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Dirk Vijnck aan de minister van
Klimaat en Energie over "de energieprijzen en de
koopkracht" (nr. 6244)
19
Question de M. Dirk Vijnck au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "les prix de l'énergie et le
pouvoir d'achat" (n° 6244)
19
Sprekers: Dirk Vijnck, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Dirk Vijnck, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister
van Klimaat en Energie over "energiebesparing in
overheidsgebouwen" (nr. 6280)
21
Question de Mme Rita De Bont au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'économie d'énergie
dans les bâtiments publics" (n° 6280)
21
Sprekers: Rita De Bont, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Rita De Bont, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister
van Klimaat en Energie over "voertuigen op
waterstof" (nr. 6284)
23
- Mme Marie-Martine Schyns au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les véhicules à
hydrogène" (n° 6284)
23
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Klimaat en Energie over "voertuigen op waterstof"
(nr. 6578)
23
- M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les véhicules à hydrogène"
(n° 6578)
23
Sprekers: Bart Laeremans, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Bart Laeremans, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
aan de minister van Klimaat en Energie over "de
conclusies van het jongste RAPEX-jaarverslag en
de gevolgen ervan voor België" (nr. 6301)
26
Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "les
conclusions du dernier rapport annuel RAPEX et
ses implications pour la Belgique" (n° 6301)
26
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
sanering van BP1 en BP2" (nr. 6304)
27
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur
"l'assainissement de BP1 et BP2" (n° 6304)
28
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
aanvullende studie besteld bij het Planbureau
betreffende het potentieel aan hernieuwbare
energie in België" (nr. 6305)
30
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'étude
complémentaire commandée auprès du Bureau
du Plan relative au potentiel d'énergies
renouvelables en Belgique" (n° 6305)
30
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
toepassing van een negatieve CCS op het gebruik
van biomassa als energiebron" (nr. 6313)
31
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "la mise en oeuvre
d'un CCS négatif sur les unités produisant de
l'énergie à partir de la biomasse" (n° 6313)
31
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister 34
Question de M. Peter Logghe au ministre du 34
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
van Klimaat en Energie over "het elektrisch
autorijden" (nr. 6528)
Climat et de l'Énergie sur "les voitures
électriques" (n° 6528)
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Dirk Vijnck aan de minister van
Klimaat en Energie over "de haalbaarheidsstudie
van een vermindering tot 6% van het BTW-tarief
op energiebesparende bouw- en renovatiewerken
en voor het gebruik van vernieuwbare energie"
(nr. 6568)
36
Question de M. Dirk Vijnck au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "l'étude de la faisabilité d'une
réduction à 6% du taux de TVA sur les travaux de
construction et de rénovation générateurs
d'économies d'énergie et sur le recours aux
énergies renouvelables" (n° 6568)
36
Sprekers: Dirk Vijnck, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Dirk Vijnck, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "les problèmes
relatifs à la vente sur internet et la protection des
consommateurs" (nr. 6571)
37
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "de problemen bij
internetverkoop en consumentenbescherming"
(n° 6571)
37
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
24
JUNI
2008
Namiddag
______
du
MARDI
24
JUIN
2008
Après-midi
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.41 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Bart Laeremans.
Le développement des questions et interpellations commence à 15.41 heures. La réunion est présidée par
M. Bart Laeremans.
01 Vraag van de heer Bruno Tobback aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "het
vermoeden van prijsafspraken voor het doorrekenen van de prijs van gratis CO
2
-emissierechten in de
elektriciteitsprijs" (nr. 6069)
01 Question de M. Bruno Tobback au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les soupçons
d'accords sur les prix concernant la répercussion du prix des droits gratuits d'émission de CO
2
dans
01.01 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, ook uit
de volgende vragen kunnen we leren dat de minister tegenwoordig
heel erg bezorgd is over de prijs en de prijszetting van elektriciteit.
Voor de rest kan ik de andere collega's die straks vragen zullen
stellen, alleen maar ondersteunen. Ik zal met aandacht luisteren naar
hun vragen en naar de antwoorden erop.
Ik wil toch graag even terugkomen op een verhaal van een tijdje
geleden, toen de CREG haar studie publiceerde waaruit blijkt dat de
elektriciteitsproducenten inderdaad de CO
2
-emissierechten hebben
doorgerekend aan bedrijven, in de eerste plaats bedrijven die
elektriciteit afnamen, met name tussen 2005 en 2007. Volgens de
CREG kwam de winst die daardoor werd gerealiseerd bij de
elektriciteitsproducenten het zijn er de facto maar twee neer op
ongeveer 1,2 miljard euro. Dat is op zich niet zo gigantisch als men
kijkt naar de volledige elektriciteitsprijs in België, maar gezien dit gaat
om een pure windfall profit, met name de elektriciteitsbedrijven of
producenten die de rechten gratis hebben gekregen en ze dan wel
degelijk aan de volle prijs hebben doorgerekend aan hun afnemers
voor wie daardoor de energieprijs is gestegen, is dit om twee redenen
toch niet zonder belang.
Ten eerste, qua concurrentiepositie zijn er nogal wat bedrijven, ook
01.01
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
Selon
l'étude
publiée par la CREG ce week-end,
les deux producteurs d'énergie de
notre pays, Electrabel et SPE,
intègrent les droits d'émission de
CO
2
au tarif électrique pour les
sociétés.
Les
producteurs
engrangent ainsi un montant d'1,2
milliard d'euros de profits non
anticipés étant donné qu'ils ont
reçu
les
droits
d'émission
gratuitement des autorités. Les
frais
supplémentaires
sont
toutefois néfastes à la position
concurrentielle de nombreuses
PME. Pour certaines entreprises,
le coût de l'énergie commence
même à peser plus lourd que les
frais de personnel.
Il est clair qu'Electrabel et SPE ont
conclu des accords mutuels
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
KMO's, in dit land voor wie de energiekost stilaan zwaarder begint te
wegen dan de loonkost. Met andere woorden, er is een energiekost
die vergelijkbaar is met de buurlanden en nog wel draaglijk is, zelfs
als hij stijgt. Als dan evenwel blijkt dat Belgische energieproducenten
oneigenlijke kosten doorrekenen in de prijzen en daardoor de
energieprijzen doen verhogen, is dat uiteraard evenzeer nefast voor
de concurrentiekracht als een nadeel inzake loonkosten. Ik stel vast
dat daaraan blijkbaar veel minder aandacht wordt besteed.
Ten tweede, het is wel heel duidelijk dat de twee grote producenten,
zowel Electrabel als SPE, dit hebben gedaan als we naar het rapport
van de CREG kijken. Er is dus alle reden om aan te nemen dat de
"elektriciens", zoals ze zo mooi heten, onder mekaar afspraken
hebben gemaakt om deze niet bestaande kosten door te rekenen aan
hun industriële klanten. Dat zijn oneigenlijke en dus ook niet
toegelaten prijsafspraken binnen een bepaalde sector. Ik heb twee
heel concrete vragen voor de minister.
Het zou niet meer dan logisch zijn dat de dienst of de Raad voor de
Mededinging naar die prijsafspraken onderzoek doet, om te zien of er
inderdaad misbruik is gemaakt van de positie om oneigenlijke kosten
door te rekenen.
Ten tweede, wanneer zal dit onderzoek uiteraard ga ik ervan uit dat
de minister dit onderzoek zal bevelen klaar zijn? Ik neem aan zeker
voor 15 juli.
relatifs à la répercussion des droits
d'émission. Le Conseil de la
concurrence
ouvrira-t-il
une
enquête sur ces accords sur les
prix? Quel est le calendrier prévu
pour cette enquête?
01.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Ik zal even orde brengen
in de chaos. Mijnheer Tobback, volgens mijn diensten zijn er op dit
ogenblik geen aanwijzingen dat er prijsafspraken zijn tussen de
Belgische producenten. Op het ogenblik dat betrokken partijen dat
zouden aangaan zijn wij natuurlijk altijd bereid een vooronderzoek te
starten.
Men moet in deze wel twee dingen uit elkaar houden. Ik meen dat
men inderdaad kan spreken van een situatie op onze energiemarkt,
die niet competitief is, met een grote partij, zijnde Electrabel, en een
kleine partij, zijnde SPE. Dat er weinig concurrentie zou zijn, is, meen
ik, een understatement. Een ander zaak is natuurlijk te zeggen dat
waar er een duopolie is, of een groot monopolie, aangevuld met een
kleine producent, dat onmiddellijk zou gelijkstaan met prijsafspraken.
De Raad voor de Mededinging heeft op mijn vraag geantwoord dat
men geen indicaties heeft. Als uit de markt zou blijken dat er
indicaties zouden zijn dat er wel degelijk stilzwijgende afspraken
zouden zijn tussen de producenten, is men altijd bereid u weet dat
een vooronderzoek te starten.
01.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre: Mes
services m'ont communiqué qu'il
n'y a actuellement aucun indice
portant à croire que des accords
sur les prix sont conclus entre les
producteurs d'énergie. S'il devait
s'avérer que de tels accords
existent, nous serions évidemment
disposés à faire procéder à une
enquête préliminaire.
Avec seulement deux producteurs,
un grand et un petit, notre marché
de
l'énergie
n'est
pas
particulièrement
concurrentiel
mais ce n'est pas parce qu'il y a
un duopole que des accords sur
les prix sont nécessairement
conclus.
01.03 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, met
veel sympathie, maar dat antwoord is een beetje om te lachen,
natuurlijk.
Mijnheer de minister, men zou bij uw diensten niet op de hoogte zijn
van aanwijzingen dat er prijsafspraken zouden zijn. Hoeveel meer
heeft men nodig dan een rapport, onderbouwd door de CREG,
waaruit blijkt dat de twee producenten, zowel de grote als de kleine,
op precies dezelfde manier die eigenlijk niet voorzien is en die bijna
nergens anders gebeurt niet bestaande kosten hebben
01.03
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
La
réponse
ministérielle est tout bonnement
grotesque. Une étude de la CREG
qui fait apparaître que deux
producteurs répercutent de la
même
manière
des
frais
impropres sur les consommateurs
me paraît en effet justifier
amplement une intervention des
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
doorgerekend aan hun afnemers?
Als een van de twee het niet zou doen, zou het een effect hebben op
de prijs en dus op de concurrentiepositie. Wij stellen vast dat zij het
allebei doen, terwijl het in principe niet eens toegelaten is het te doen.
Ten eerste, hoeveel meer aanwijzingen heeft men nog nodig? Ten
tweede, ik zou graag eens het advies van uw diensten zien, op papier.
Als men zich daar echt over heeft gebogen, zou ik graag nu weten
hoe men argumenteert, in het licht van het rapport van de CREG, dat
men 100% zeker is dat het niet de moeite is te onderzoeken of er
prijsafspraken zijn geweest.
Als het om iets anders had gegaan, was het al lang onderzocht. Ik stel
vast dat het nu niet gebeurt. Gezien het rapport van de CREG en
gezien het bedrag waarover het gaat en gezien het belang van de
hele discussie over de energieprijs, vind ik niet dat u zich ermee kunt
afmaken met te zeggen dat uw diensten niets hebben gemerkt. Ik zou
nu graag hebben dat men op papier zet waarom men meent als
antwoord op het rapport van de CREG dat er totaal geen reden is
om te denken dat er prijsafspraken zouden zijn. Als er wel ergens een
reden is, moet men het onderzoeken, en degelijk. In het belang van
de bedrijven die elektriciteit afnemen. Dat voor alle duidelijkheid.
services du ministre ! J'aimerais
consulter l'avis écrit que ces
services ont rendu. Sur la base de
quels arguments
concluent-ils
qu'une
enquête
n'est
pas
nécessaire?
01.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Ik heb toch alles op
papier staan? Ik heb mijn diensten aangesproken.
Weet u, mijnheer Tobback, er komen elke week vragen om in een
bepaalde sector een onderzoek te starten. Uw collega links van u,
heeft mij dit gevraagd in de sector van de makelaars. Daar hebben wij
gezegd dat er voldoende aanwijzingen waren om een onderzoek te
doen. Het vooronderzoek is nu aan de gang.
Wij hebben in een andere zaak, de frietzaak, een vooronderzoek
opgestart dat nu is afgerond. Wij hebben dit op zes weken tijd
gedaan.
In deze aangelegenheid zijn echter niet dezelfde indicaties aanwezig.
Men moet een onderscheid maken tussen een duopolie en
prijsafspraken die worden gemaakt.
Hetzelfde kan worden gezegd over de breedbandmarkt op internet. Er
zijn daar twee grote spelers. Als men de prijzen ziet, denkt men dat zij
dicht bij elkaar liggen. Zijn er afspraken tussen die twee firma's? Ook
daar zeggen mijn diensten dat er geen aanwijzingen zijn dat er
afspraken worden gemaakt.
Een andere vraag is of de praktijk van het doorrekenen van gratis
bekomen emissierechten aan de consument rechtvaardig is. Dat is
natuurlijk een andere vraag.
Ik ben bevoegd voor prijsafspraken en ik heb u geantwoord op de
vragen die u mij heeft gesteld.
01.04
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: Il ne
s'écoule pas une semaine sans
que les uns ou les autres
demandent
à
mes
services
d'ouvrir une enquête. Lorsqu'il y a
des
indices
sérieux,
nous
enquêtons. C'est ainsi qu'une
enquête préliminaire sur le prix
des frites a été récemment
bouclée.
Dans le cas qui nous occupe
aujourd'hui, il n'y a toutefois aucun
indice d'accord sur les prix et rien
ne semble justifier une enquête.
Quant à la question de savoir s'il
est juste de répercuter sur les
consommateurs
des
droits
d'émission obtenus gratuitement,
c'est évidemment un autre débat.
De voorzitter: Laatste repliek, mijnheer Tobback, want dit is geen interpellatie.
01.05 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Oké voorzitter, maar bij mijn
weten heeft het Parlement toch nog altijd het laatste woord.
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
De voorzitter: Uiteraard, daarom geef ik u ook het laatste woord.
01.06 Bruno Tobback (sp.a+Vl.Pro): Voor alle duidelijkheid, het
verschil tussen de kwestie omtrent de frieten waar ik trouwens
volledig aan uw kant stond en ik ben blij dat daarin dapper werd
opgetreden en deze zaak, is het volgende. Als het gaat over een
paar eurocent voor een pakje frieten treedt u met zoveel animo en
schwung op. De waakhond voor de energiesector, die door de
regering werd ingesteld om de energiesector in het oog te houden,
vond het nodig om na onderzoek een rapport te publiceren waarin
staat dat er een probleem is omdat men ten onrechte voor 1,2 miljard
euro teveel heeft aangerekend aan de bedrijven. Tegelijk stelde men
vast dat beide producenten dit op precies dezelfde manier hebben
gedaan. Ik zou graag zien dat u daar met evenveel animo, schwung
en verontwaardiging tegenaan gaat als tegen het frietzakje dat 50 of
20 eurocent te duur wordt. Ik kan maar vaststellen dat dit blijkbaar niet
tot uw prioriteiten behoort.
01.06
Bruno
Tobback
(sp.a+Vl.Pro):
Visiblement,
le
ministre ne juge pas prioritaire un
rapport du chien de garde du
secteur énergétique qui concerne
un dossier de 1,2 milliard d'euros
alors qu'il s'est mobilisé quand le
prix du paquet de frites a
augmenté de 20 ou de 50
eurocentimes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Jan Jambon aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "zijn uitspraken
omtrent de stijging van de distributieprijzen op kap van de consument" (nr. 6233)
- de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de uitspraken
inzake de stijging van de distributietarieven" (nr. 6275)
02 Questions jointes de
- M. Jan Jambon au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "ses déclarations relatives à la
hausse des prix de distribution au détriment des consommateurs" (n° 6233)<br>- M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les déclarations relatives à
l'augmentation des tarifs de distribution" (n° 6275)</b>
De voorzitter: De vraag van de heer Jambon gaat over "zijn uitspraken" of liever, de uitspraken van de
minister "omtrent de stijging van de distributieprijzen op kap van de consument".
02.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het gaat wel degelijk over de uitspraken van de minister.
Over mijn eigen uitspraken zal ik hier voorlopig nog geen vragen
komen stellen.
Mijnheer de minister, enige tijd geleden verklaarde u dat de hoge
inflatie voor een heel groot stuk te wijten was aan de stijging van de
energieprijzen, een stijging veroorzaakt door de intercommunales. De
gemeenten zouden de energieprijs met 28% hebben doen stijgen
door een verhoging van de distributienettarieven. U concludeerde: "De
consumenten en de gebruikers moeten nu het gelag betalen". Met die
uitspraak, insinueert u dat de gemeenten de distributienetbeheerders
(DNB's) gebruiken als melkkoe om hun gemeentefinanciën te doen
kloppen.
Mijnheer de minister, graag had ik van u dan ook het volgende
vernomen.
Kunt u mij de precieze gegevens meedelen waarop u uw uitspraken
hebt
gebaseerd
inzake
algemene
prijsevolutie
van
de
distributienettarieven, de prijsevolutie van de samenstellende delen
van die tarieven en inzake de evolutie van de gemiddelde vergoeding
02.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Le ministre a déclaré
récemment que le taux élevé de
l'inflation était en partie dû à
l'augmentation
des
prix
de
l'énergie et que cette dernière
serait à son tour à mettre sur le
compte des intercommunales.
Sur quelles données sont fondées
ces
déclarations
relatives
à
l'évolution générale des tarifs des
réseaux de distribution, du prix
des divers composants de ces
tarifs et de la rémunération des
capitaux
investis
des
intercommunales?
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
op geïnvesteerd kapitaal van de intercommunales?
02.02 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, aansluitend op de vraag van collega Jambon,
had ik graag het uitzetten van die stijging van de distributienettarieven
over een periode van drie jaar vernomen.
Wie uw verklaringen aandachtig analyseert dat doe ik altijd , merkt
dat u eigenlijk uitgaat van de intentionaliteit van de gemeenten, van
de intercommunales. U gaat ervan uit dat zij inderdaad, goed wetende
wat zij deden, een prijsverhoging doorvoerden.
Graag had ik geweten of u concrete aanwijzingen hebt voor die
intentionaliteit?
Tot slot, gaat u ook niet wat kort door de bocht? Ik denk dat de
distributienetbeheerders zelf toch ook uit waren op een prijsstijging.
Suez maakt toch ook deel uit van de distributienetbeheerders. Ik denk
dat ook langs die kant de prijsstijging voor een stuk werd
aangestuurd. Graag had ik uw mening daarover vernomen?
02.02 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Le
ministre
peut-il
retracer l'évolution des tarifs des
réseaux de distribution sur une
période, par exemple, de trois
ans? Le ministre dispose-t-il
d'indices donnant à penser que les
communes
ont
sciemment
organisé ce système, tout en
sachant que le consommateur en
serait la dupe? Les propos du
ministre ne sont-ils pas quelque
peu réducteurs? À mon avis, les
gestionnaires de distribution, au
rang desquels on trouve non
seulement les intercommunales,
mais également Suez, cherchaient
eux-mêmes également à faire
augmenter les prix.
02.03 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter, ik
heb inderdaad verklaard dat de inflatie voor een deel te wijten is aan
de stijging van de energieprijzen door de distributienetbeheerders, de
vroegere intercommunales. Ik heb mij daarvoor gebaseerd op een
studie die door de regering was gevraagd.
In de speciale editie van het Economisch Tijdschrift van april 2008 in
het artikel "Het inflatieverloop in België: een NBB-analyse op verzoek
van de federale regering" staat letterlijk: "Met betrekking tot de
distributiekosten zou de tariefstijging in 2008 aanleiding moeten geven
tot een forse toename van de inflatie die de relatief gunstige positie
van België ten opzichte van de buurlanden in termen van prijspeil
ongedaan zou maken. Gezien het gaat om het gereguleerde deel van
de tarieven voor het marktsegment dat onder een wettelijk monopolie
valt, zou de overheid op dit deel van de prijs kunnen ingrijpen indien
ze dat nodig en rechtvaardig acht. Volgens de CREG zou een
uitbreiding van haar bevoegdheden het mogelijk moeten kunnen
maken deze verhoging met de helft te verminderen voor elektriciteit.
Voor gas zou dat zelfs kunnen leiden tot een daling van de
distributietarieven ten opzichte van 2007
"
.
Dit artikel werd nogmaals bevestigd in het Economisch Tijdschrift van
juni 2008 in het artikel "Inflatie en indexering in België: oorzaken en
mogelijke gevolgen van de huidige inflatie-opstoot".
Zoals u weet bestaan zowel de elektriciteit- als gasprijzen uit vier
componenten:
energieprijzen,
distributienettarieven,
transmissienettarieven en heffingen. Wat betreft de algemene
prijsevolutie, is het evident dat de evolutie van de energieprijs zelf ook
bepalend is voor de stijging van de inflatie. Onder meer de stijgende
grondstofprijzen van olie en gas verklaren die, alsook de component
van
de
distributienettarieven
en
de
stijging
van
veel
distributienetbeheerders die tot 30% gaat.
De heer Jambon heeft ook gevraagd naar de vergoeding op
geïnvesteerd kapitaal. Daarin zit ook het ten laste nemen van de
02.03
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
Une
étude réalisée à la demande du
gouvernement
fédéral
a
effectivement
démontré
que
l'inflation est due en partie à
l'intervention
des
intercommunales. Étant donné
qu'il s'agit d'un monopole légal, le
gouvernement
peut
agir
si
nécessaire.
Outre
la
hausse
des
prix
énergétiques, l'augmentation des
tarifs de distribution entraîne aussi
une hausse générale des prix
jusqu'à 30% environ.
Les intercommunales rapportent
un rendement de 8 à 10%, ce qui
me paraît très élevé compte tenu
de leur fonction au niveau de la
société.
Les
bénéfices
des
intercommunales devraient profiter
partiellement aux consommateurs
aussi.
Un arrêt de la Cour d'appel a
récemment supprimé le contrôle
exercé par la CREG sur ces tarifs.
Il s'en est suivi une forte hausse
des prix. Les intérêts des
entreprises de distribution doivent
être en harmonie avec leur objet
social,
qui
est
de
fournir
efficacement de l'énergie à un prix
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
pensioenen in de zuivelsector vervat. Dit betekent een kost binnen het
distributienettarief van 13 miljoen euro, die ook moet worden vergoed.
Het rendement van de vergoeding op het geïnvesteerd kapitaal
bedraagt 5 tot 6%. Dit komt overeen met een rendement op eigen
vermogen van 8 tot 10%. De vraag rijst of dit niet te veel is, gezien het
toch gaat om een dienst aan de gemeenschap.
Daarnaast is er ook de winst. De cijfers van Infrax tonen dat 16,4%
winst is behaald in de elektriciteitstak. Ik vraag mij af of wij die winst
niet beter spreiden en in de tarieven verrekenen.
Mijnheer Logghe, ik kom tot uw vragen. U weet dat de CREG de
bevoegdheid heeft, gezien het gaat om een monopoliepositie van de
distributienetbeheerders, om controle op de tariefvoorstellen te
houden. Ze heeft dat altijd gedaan. De stijging van de
distributienettarieven is altijd onder controle geweest. Alleen is het
laatste jaar door een arrest van het hof van beroep de controle van de
CREG weggevallen. Men zag toen plots het percentage met 20 tot
30% naar omhoog schieten. Die stijging is er dus wel degelijk
geweest.
Men insinueert hier intentionaliteit. Ik zeg u alleen dat de
distributienetbedrijven in dezen uiteraard een eigenbelang hebben. Zij
hebben het belang van het personeel, van de bedrijfsvoering en zij
willen een rendement op het geïnvesteerde kapitaal, zoals ik net heb
gezegd. Is het rendement op het geïnvesteerde kapitaal altijd in
overeenkomst met het maatschappelijke doel, met name de prijzen zo
laag mogelijk houden en de energie op een kostenefficiënte manier
aan de consumenten bezorgen? Dat is een heel moeilijke oefening. Ik
meen dat een rendement van 8 à 10% op eigen vermogen een zeer
mooi, misschien wel te mooi, rendement is, mijnheer Jambon.
In uw derde vraag, mijnheer Logghe, maakt u gewag van Suez. Zoals
u weet is de zuivere sector voor geen enkel procent in handen van
Suez. In de gemengde sector is dat wel nog het geval voor 30%, maar
dit is uitdovend. Ik verwijs naar het Vlaams decreet ter zake. Ook in
Wallonië is er een evolutie. De distributienetbeheerder moet zelf
bepaalde
verplichtingen
nakomen,
zijnde
openbare
dienstverplichtingen.
Inderdaad,
de
stijging
van
de
distributienettarieven heeft niet alleen te maken met hetgeen men
aanrekent, maar ook met een aantal verplichtingen die er zijn
bijgekomen. Denk onder meer in Vlaanderen, aan de verplichte
levering van 10 ampère, in plaats van 6 ampère, en de verplichte
energieaudits die door de distributienetbeheerders moeten worden
uitgevoerd. Betreffende de prijsstijging kan de verantwoordelijkheid
dus niet alleen gelegd worden bij de distributienetbedrijven, maar ook
bij andere elementen.
Ik besluit, mijnheer de voorzitter. Ik meen dat dit hele verhaal wordt
bevestigd vandaar mijn uitspraken door de Nationale Bank van
België. There is no such a thing as a free lunch. Als men elke keer dit
en dat gratis maakt, dan is er uiteindelijk iemand die de rekening
betaalt. Vandaag zien wij dat de consument die rekening betaalt. Ik
hoop dat wij in de toekomst, met een sterkere CREG, meer de
belangen van de consumenten zullen dienen dan de deelbelangen
van anderen.
abordable.
Les entreprises du réseau de
distribution ne sont effectivement
pas les seules responsables des
hausses de prix. D'autres mesures
ont également entraîné des coûts
supplémentaires.
Le
consommateur ne devrait toutefois
pas
systématiquement
payer
l'addition. Nous espérons qu'une
CREG plus forte pourra, à l'avenir,
offrir une solution à cet égard.
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
02.04 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik dank u voor uw omstandig antwoord dat ik goed zal
analyseren.
Ook de gemeenten worden vandaag geconfronteerd met ernstige
onderfinanciering en de problemen ter zake. De gemeenten aanzetten
tot het verhogen van hun belastingen treft ook weer de consumenten.
Ik zal uw antwoord goed moeten analyseren.
02.04 Jan Jambon (CD&V - N-
VA):
Les
communes
sont
confrontées à des problèmes de
financement et procéder à une
augmentation
de
la
taxe
communale pour résoudre ces
problèmes toucherait également le
consommateur. J'analyserai la
réponse du ministre comme il
sied.
02.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal het even kort houden als collega Jambon.
Uw antwoord was inderdaad vrij volledig en verdient nadere analyse.
Ik hoor nu een ietwat genuanceerder verhaal dan hetgeen we in de
krant lazen. Die intentionaliteit wordt in een kader geplaatst. We zullen
uw antwoord goed nalezen en u indien nodig nogmaals ondervragen
over deze materie.
02.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Cette réponse mérite
effectivement une analyse plus
approfondie.
02.06 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega's, dit is een heel moeilijk debat. Het gaat uiteindelijk om een
verdoken belasting.
Zoals collega Jambon terecht zegt, gaat het ook deels over de
inkomsten van de gemeenten. Op het moment dat dit wegvalt,
spreken de gemeenten over andere vormen van financiering.
Dit is een heel moeilijk debat aangezien de gemeenten
aandeelhouder zijn in een structuur waarbij zij belang hebben en
waarbij wij tegelijkertijd moeten waken over de belangen van de
consument. U voelt onmiddellijk waar het evenwicht zit.
Ik denk dat een systeem van financiering van gemeenten met
verdoken belastingen niet de juiste methode is. Transparantie, meer
verantwoordelijkheid voor de gemeenten en meer gemeentelijke
autonomie zijn volgens mij op hun plaats.
Mijnheer Jambon, u vraagt mij naar een oplossing. Wat kunnen de
gemeenten doen? Men kan er op de een of andere manier voor
zorgen dat men met minder inkomsten de incentive krijgt om minder
uitgaven te doen. Ook de gemeenten kunnen de komende jaren,
wanneer veel mensen met pensioen gaan, ook daar een inspanning
leveren. Ik denk dat het van twee kanten moet komen.
Wat het debat over energie en de intercommunales betreft, zijn we er
volgens mij nog niet. Ik denk dat we op termijn moeten gaan naar een
andere structuur waar we de belangen van de gemeenten proberen
losmaken van de belangen van de energiesector. Anders blijft men
toch altijd met een heel troebele situatie zitten.
02.06
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: Il s'agit
en fait ici d'une taxe communale
dissimulée.
Les
communes
doivent
chercher
d'autres
méthodes pour équilibrer leurs
finances. Elles pourraient par
exemple aussi réduire leurs
dépenses. À terme, nous devrons
aboutir à un système où les
intérêts des communes et des
intercommunales soient moins
liés.
02.07 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik ga grotendeels akkoord met wat u zegt. Uit uw
verklaringen bleek echter dat de gemeenten nu intentioneel van de
situatie zouden profiteren. De eerste jaarafsluitingen na de hoge
energieprijzen moeten nog gebeuren. Wie zegt dat de gemeenten het
volle rendement op hun kapitaal zullen vragen? Dat moet nog blijken.
02.07 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Les décomptes pour cette
période de prix énergétiques
élevés doivent encore être établis.
Il n'est donc pas encore du tout
certain
que
les
communes
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
assument une responsabilité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan de minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen over "de administratieve rompslomp bij landbouwtellingen" (nr. 6411)
03 Question de Mme Liesbeth Van der Auwera au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur
"les tracasseries administratives lors des recensements agricoles" (n° 6411)</b>
03.01 Liesbeth Van der Auwera (CD&V - N-VA): Mijnheer de
minister, dit is eigenlijk een vrij simpele vraag in het kader van de
administratieve vereenvoudiging. Landbouwers moeten ieder jaar in
het kader van de landbouwtelling, ook wel meitelling genoemd,
aangifte doen. Zij worden ondervraagd over de oppervlakte van hun
verschillende teelten, het aantal dieren dat zij opkweken opgedeeld
per soort en het aantal arbeidskrachten dat zij op hun bedrijf
tewerkstellen. De landbouwtelling is een samenwerkingsverband
tussen het Nationaal Instituut voor de Statistiek, de FOD Economie,
KMO, Middenstand en Energie, de afdeling directie Statistiek ervan en
de economische informatie maar ook een samenwerking met de
gemeentebesturen die instaan voor het verzamelen van de informatie
bij de landbouwers.
Mijnheer de minister, ook de Vlaamse Landmaatschappij en de
Vlaamse overheid afdeling Landbouw en Visserij beschikken over
cijfers inzake areaal en veestapel. Die zijn afkomstig van de jaarlijkse
verplichte
aangifte
door
de
landbouwers,
de
eenmalige
percelenregistratie. De vraag van de gemeentebesturen is waarom
die extra landbouwtelling nog nodig is daar de cijfers van de
eenmalige percelenregistratie veel exacter zijn dan de cijfers van de
landbouwtelling. Die laatste telling is immers slechts een
momentopname en kan dus een verkeerd beeld geven. Daarenboven
is de eenmalige percelenregistratie een weergave van de gemiddelde
veebezetting gekoppeld aan Sanitel en een exacte invulling van de
teelten per areaal ingevuld aan de hand van luchtfoto's. Ze zijn dus
veel correcter dan de gegevens van de meitelling. Nochtans betekent
die meitelling voor de gemeentebesturen een hoop bijkomende
administratieve overlast, maar ook voor de landbouwers zelf. Zij
dienen bij de gemeentebesturen nog eens boven op de
perceelregistratie aangifte te doen.
Mijnheer de minister, waarom is die extra meitelling nodig? Bent u
misschien van plan om die extra meitelling af te schaffen?
03.01 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V
-
N-VA):
Lors
du
recensement annuel de mai
réalisé par les administrations
communales, les agriculteurs sont
interrogés sur la superficie de
leurs
cultures,
le
nombre
d'animaux qu'ils détiennent et le
nombre de personnes qu'ils
emploient.
La
Vlaamse
Landmaatschappij et les autorités
flamandes
disposent toutefois
également d'informations relatives
à la superficie et au cheptel -
d'ailleurs beaucoup plus précises
que celles du recensement de mai
- par le biais de la déclaration
annuelle obligatoire, la eenmalige
perceelregistratie.
Pourquoi le
recensement doit-il dès lors
obligatoirement être réalisé par les
administrations communales? Le
ministre est-il prêt à simplifier la
procédure et à débarrasser les
agriculteurs et les administrations
communales de ces tracasseries
administratives?
De voorzitter: Mijnheer de minister, dat zou misschien wel een administratieve vereenvoudiging zijn.
03.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, ik dank u voor uw vraag.
U weet dat ik in de vorige regering in mijn hoedanigheid van
staatssecretaris medeverantwoordelijk was voor de vereenvoudiging.
Ik heb mij altijd aan de meitelling geërgerd. Zij is zelfs nog complexer
dan hoe u ze voorstelt. Bij de gemeenten worden door mijn diensten
van de FOD Economie ambtenaren nog betaald om namens de
landbouwers dergelijke tellingen in te vullen. Dat is nog een
bijkomende complexiteit.
03.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
La
simplification administrative est et
demeure mon cheval de bataille et
j'ai donc le recensement du mois
de mai dans mon collimateur
depuis
longtemps.
Le
questionnaire
envoyé
aux
exploitations agricoles dans le
cadre de ce recensement a été
simplifié énormément en 2001. En
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Ik heb dan ook meermaals aan mijn diensten de vraag gesteld wat wij
aan het probleem kunnen doen. Er werd al een aantal stappen gezet.
Ten eerste, in 2001 werd bij de klanten van de resultaten een ruime
rondvraag gehouden. U moet immers weten dat aan statistieken altijd
twee kanten zijn. Er is de inputkant, dus de boeren die de gegevens
moeten opleveren. Er is de outputkant, dus de klanten, zijnde zij die
de gegevens graag willen bekomen. Onder meer de Vlaamse
administratie en de Vlaamse regering zijn erg gebrand op dat soort
informatie en op de cijfers die de informatie verschaft. Ook de Waalse
landbouwadministratie is erg op de informatie gebrand.
Er zijn een aantal vereenvoudigingen geweest. Ten eerste, de
vragenlijst werd naar aanleiding van een rondvraag in 2001
vereenvoudigd. Ten tweede, in mei 2008 werd op mijn vraag een op
vier landbouwbedrijven reeds van de landbouwtelling vrijgesteld. Ik
heb immers gesteld ik heb heel lang moeten aandringen dat het
mij leek dat het representatieve staal ook werd gegarandeerd, indien
niet 100% maar slechts 75% van de landbouwbedrijven de vragenlijst
zou invullen.
Ik heb ook gesteld dat de inspanning moet worden voortgezet. Ik heb
dus aan mijn diensten gevraagd na te gaan of de gegevens die in de
meitelling vervat zijn, corresponderen met wat via de eenmalige
perceelsregistratie Vlaanderen kan worden verzameld. De ambitie
moet zijn om tijdens de huidige legislatuur de landbouwtelling of de
meitelling te reduceren tot de gegevens die wij niet ergens anders
kunnen raadplegen.
Ik wil u wel één illusie, die ik ook lang heb gehad, ontnemen. Dat is
dat wij in een land zonder statistieken zouden kunnen leven. Er zijn
mensen die statistieken moeten opleveren en er zijn mensen die ze
gebruiken. Met name de media en de journalisten zijn gebrand op
statistieken. Dat is heel interessant om te weten.
Wat betreft de Gewesten, in de hervorming die wij in 2008
doorvoerden en waarover ik u net vertelde, kwam er van de Waalse
regering en de Waalse administratie veel tegenstand tegen mijn
voorstel. Uiteindelijk zijn wij na lang bemiddelen toch tot een akkoord
gekomen.
Er zijn aan statistieken dus altijd twee zijden. Ik ben er niettemin,
samen met u, van overtuigd dat wij nog verder moeten gaan en de
landbouwtelling of meitelling moeten beperken tot de gegevens die wij
nergens anders kunnen verzamelen.
Zulks veronderstelt natuurlijk een goede samenwerking tussen de
Gewesten en de federale overheid. In het andere geval kunnen wij
immers mensen confronteren met de administratieve en institutionele
complexiteit van ons land, die nu eenmaal een gegeven is. De boeren
mogen echter niet het slachtoffer zijn van voornoemde complexiteit.
2008, j'ai autorisé une exploitation
sur quatre à ne pas compléter ce
questionnaire
parce
qu'un
échantillon de 75 % suffisait pour
atteindre les objectifs visés. En
2008,
j'ai
chargé
mon
administration
de
limiter
le
recensement
de
mai
aux
informations qu'il est impossible
de collecter autrement, même par
le biais de l'enregistrement unique
des parcelles. Toutefois, il importe
de procéder à cet égard en
concertation étroite avec les
Régions car les statistiques sont
généralement
exploitées
par
beaucoup
d'autorités
et
de
beaucoup de manières.
03.03 Liesbeth Van der Auwera (CD&V - N-VA): Mijnheer de
minister, ik ben het met u eens dat we niet zonder statistiek kunnen
en dat er altijd twee zijden aan zijn, de input en output, maar dat men
met statistiek zowel zwart als wit kan bewijzen sowieso.
03.03 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V - N-VA): La situation
évolue positivement en j'espère
que nous pourrons continuer dans
ce sens. Le ministre a-t-il une idée
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
De stappen die werden ondernomen, lijken mij ook wel goed. Dat u
het wil beperken tot gegevens die niet elders te raadplegen zijn, ook.
Wat stellen we vast inzake de input van de meitelling? De meeste
landbouwers ervaren dat als rompslomp en redeneren dat van hun
bedrijf toch alles is geweten en dat hetzelfde kan worden ingevuld als
het vorige jaar, omdat het niet zo nauw steekt. Ik denk dat de
gegevens die daarin vervat zitten of die uit die meitelling blijken,
uiteindelijk niet zo realistisch zijn en dat een koppeling aan die
eenmalige perceelsregistratie een goede zaak zou zijn. Ik kijk met
veel genoegen uit naar de verdere stappen daarin en ik hoop dat dit
niet te veel tijd in beslag zal nemen.
Ik heb nog een vraag waarop u misschien niet onmiddellijk een
antwoord hebt. Welke gegevens zou u niet elders kunnen
raadplegen? Dat is mij op het moment niet erg duidelijk.
des données ne figurant pas dans
l'enregistrement
unique
des
parcelles?
03.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijn administratie en wel
het vroegere NIS, nu de Algemene Directie Statistiek en Economische
Informatie, de ADSEI, werkt momenteel samen met de administraties
die de gegevensbanken beheren, dus de Vlaamse, Waalse en
Brusselse administraties; er is naar het schijnt 1 landbouwbedrijf in
Brussel. Op dit ogenblik zijn ze aan het bekijken over welke gegevens
het gaat. Ik ben even ongeduldig als u. Statistieken zijn bijzonder
ergerlijk. Ik heb heel wat bedrijven bezocht. De overheid staat daar
veel te weinig bij stil. Dan heb ik het niet alleen over de meitellling,
maar ook over Prodcom en de structuurenquête. Dat zijn niet de
zwaarste administratieve lasten voor bedrijven, zeker voor
landbouwbedrijven, maar het zijn wel de meest ergerlijke. De overheid
moet zich dermate goed organiseren dat betekent dus ook
samenwerken tussen de Gewesten en de federale overheid dat de
mensen, boeren en landbouwers daar niet het slachtoffer van zijn. Ik
ben even ongeduldig als u en zal het met spoed opvolgen. We
moeten daar dringend een volgende stap in zetten.
03.04
Vincent
Van
Quickenborne, minister: Mon
administration
est
en
train
d'étudier
ce
problème
et
s'efforcera de supprimer les
tracasseries administratives les
plus péniblement ressenties.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "l'utilisation
de clauses défavorables au consommateur" (n° 6518)</b>
04 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"het gebruik van voor de consument ongunstige bedingen" (nr. 6518)
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, ma question est basée sur une enquête réalisée par le
CRIOC concernant les centres de fitness.
Grosso modo, on distinguera deux sortes de ces centres: les petits
centres dispensent des services variés, au choix large, au paiement
libre, aux conditions générales clairement définies; les grands
centres, grands par l'espace occupé et le nombre important de leurs
affiliés. Pour cette deuxième catégorie, les conditions d'abonnement
ou d'adhésion semblent insuffisamment disponibles aux pratiquants.
Suite à ce constat, le CRIOC imagine une solution similaire à celle de
la vente par correspondance: elle donnerait la possibilité au membre
de résilier son abonnement après un délai de réflexion de sept jours.
Monsieur le ministre, disposez-vous sur le sujet d'informations
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): Uit
een studie van het Onderzoeks-
en informatiecentrum van de
verbruikersorganisaties
(OIVO)
blijkt
dat
er
twee
soorten
fitnesscentra zijn: enerzijds de
kleinere,
die
uiteenlopende
diensten en duidelijk afgelijnde
voorwaarden
aanbieden
en
anderzijds de grote centra met
abonnements-
of
lidmaatschapsvoorwaarden
die
onvoldoende beschikbaar zijn voor
de beoefenaars.
Naar
aanleiding
van
die
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
spécifiques? Des contrôles particuliers ont-ils été effectués pour
corroborer ou infirmer le constat réalisé par le CRIOC?
Quel est votre point de vue à l'égard de ce délai de réflexion de sept
jours, permettant une résiliation de l'abonnement?
En cas de litige, existe-t-il une procédure particulière?
vaststelling is het OIVO op het
idee gekomen de mogelijkheid te
bieden het abonnement op te
zeggen na een bedenktijd van
zeven dagen. Beschikt u over
specifieke
informatie
in
dat
verband?
Zijn
er
bijzondere
controles doorgevoerd in de
sector? Wat is uw standpunt over
de bedenktijd van zeven dagen?
Bestaat
er
een
bijzondere
procedure in geval van geschil?
04.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
chers collègues, en 2007, la Direction générale Contrôle et Médiation
avait reçu 63 plaintes au sujet des pratiques commerciales des
centres de fitness et des clubs de sports. Cette année, on parle de
19 plaintes déjà introduites.
L'année dernière, mes services ont dès lors dressé six procès-
verbaux d'avertissement et quatre pro justitia, dont deux ont été
transmis au parquet. Les deux autres contrevenants ont payé une
transaction administrative, éteignant ainsi l'action publique. Quatre
procès-verbaux d'avertissement ont déjà été établis en 2008.
J'ai l'honneur de vous informer que la Direction générale Contrôle et
Médiation a déjà prévu une enquête générale pour l'automne 2008,
au cours de laquelle les prestataires de services en général et les
clubs de fitness en particulier seront soumis à un contrôle approfondi
portant sur le respect de la loi sur les pratiques de commerce.
Présidente: Colette Burgeon.
Voorzitter: Colette Burgeon.
En l'espèce, je souhaite faire remarquer que la législation en vigueur
est suffisante pour appréhender les pratiques déloyales relevées dans
ce secteur. Mais il est nécessaire de contrôler ces firmes et c'est
pourquoi je vous ai communiqué ces chiffres.
04.02
Minister Vincent Van
Quickenborne: In 2007 heeft de
Algemene Directie Controle en
Bemiddeling
63
klachten
ontvangen over de commerciële
praktijken in fitnesscentra en
sportclubs. Er werden zes
processen-verbaal
van
waarschuwing en vier pro justitia's,
waarvan
twee
aan
het
parket,werden
overgezonden,
opgemaakt. De twee andere
overtreders
hebben
een
administratieve
minnelijke
schikking betaald. Dit jaar werden
al 19 klachten ingediend en
werden vier processen-verbaal
van waarschuwing opgemaakt.
De Algemene Directie Controle en
Bemiddeling
heeft
al
een
algemeen onderzoek voor de
herfst 2008 gepland. Tijdens dat
onderzoek zullen dienstverleners
in het algemeen en fitnessclubs in
het bijzonder aan een grondige
controle onderworpen worden.
Het is noodzakelijk die firma's te
controleren maar de van kracht
zijnde wetgeving volstaat om
oneerlijke praktijken in de sector
aan te pakken.
04.03 Jean-Luc Crucke (MR): Très brièvement, je reviendrai sur le
sujet après le contrôle effectué à l'occasion de l'enquête générale en
octobre prochain. Je vous remercie pour votre réponse.
04.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
zal hierop terugkomen na het
geplande algemene onderzoek.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question n
o
6546 de M. Olivier Maingain est
transformée en question écrite à sa demande.
De voorzitter: Vraag nr. 6546 van
de heer Olivier Maingain wordt
omgezet in een schriftelijke vraag.
05 Question de M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la hausse des prix par
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Electrabel en juillet 2007 et l'état d'avancement du dossier transmis au Conseil de la concurrence"
(n° 5857)</b>
05 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister van Klimaat en Energie over "de door Electrabel
in juli 2007 doorgevoerde prijsstijging en de stand van zaken in het bij de Raad voor de mededinging
ingediende dossier" (nr. 5857)
05.01 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, il y a un peu plus d'un an, votre prédécesseur avait demandé
une étude à la CREG au sujet de la hausse des prix de l'électricité et
du gaz annoncée par Electrabel. Cette étude, réalisée dans les
quarante jours à dater de la demande du ministre, signalait que les
raisons invoquées par Electrabel pour justifier les augmentations de
prix de l'électricité et du gaz n'étaient pas toujours pertinentes et
indiquait que, lors de la libéralisation totale du marché à Bruxelles et
en Wallonie le 1
er
janvier 2007, "Electrabel Customer Solutions" avait
fixé ses prix pour le gaz à un niveau relativement bas, probablement
dans le but d'écarter ses concurrents du marché ou de créer un seuil
d'accès.
La CREG avait parlé de "predatory pricing" ou de "price squeeze"
mais n'avait pas pu investiguer plus loin, cette compétence relevant
du Conseil de la concurrence, à qui l'étude de la CREG a été
transmise à ce moment-là.
Dans sa réponse à une question parlementaire, votre collègue Mme
Laruelle, signalait que les conclusions du Conseil de la concurrence
sur ce sujet, datant d'il y a bientôt un an, étaient attendues
incessamment.
Monsieur le ministre, quand aurons-nous la chance de connaître les
conclusions du Conseil de la concurrence?
Est-il normal qu'un dossier aussi important pour le pouvoir d'achat de
nos concitoyens, auquel vous êtes attaché, et la compétitivité de nos
entreprises n'ait pas encore abouti?
Ne devrait-on pas renforcer la collaboration entre la CREG et le
Conseil de la concurrence de manière à garantir une issue plus rapide
à ce genre de dossiers?
05.01 Maxime Prévot (cdH): Uit
een studie die uw voorganger bij
de CREG had besteld, blijkt dat de
redenen
die
Electrabel
ter
rechtvaardiging
van
de
prijsverhogingen aanhaalt, niet
altijd relevant waren, en Electrabel
Customer Solution bij de volledige
openstelling van de markt in
Brussel en Wallonië zijn gasprijzen
waarschijnlijk relatief laag heeft
gehouden om zijn concurrenten uit
de markt te spelen of een
toegangsdrempel in te voeren.
Minister Laruelle heeft gesteld dat
de besluiten van de Raad voor de
Mededinging in verband hiermee
weldra verwacht worden. Wanneer
zullen we van die besluiten kennis
kunnen nemen? Is het normaal dat
een zo belangrijk dossier nog
steeds niet afgerond is? Zou de
samenwerking tussen de CREG
en de Raad voor de Mededinging
niet versterkt moeten worden?
05.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Prévot, l'auditorat du
Conseil de la concurrence procède actuellement à l'instruction de
l'affaire relative à la hausse des prix du gaz et de l'électricité
annoncée par Electrabel. D'après les informations qui m'ont été
fournies, l'auditorat devrait très prochainement remettre son rapport,
de manière à ce que le Conseil de la concurrence puisse prendre une
décision dans les prochaines semaines, vraisemblablement avant les
vacances.
L'enquête entreprise depuis juin 2007 par l'auditorat a notamment
pour objet de déterminer si les hausses de prix annoncées par
Electrabel, vu sa position dominante sur le marché belge, sont
susceptibles de constituer un abus de position dominante. Il s'agit
d'une affaire complexe, qui implique des tractations avec Electrabel et
Distrigaz ainsi qu'avec les entreprises concurrentes de celles-ci.
Le délai prévu pour l'achèvement de la procédure auprès du Conseil
est normal. Lorsque la Commission européenne ou d'autres instances
nationales de concurrence traitent des affaires similaires, un délai de
dix-huit mois est considéré comme court.
05.02 Minister Paul Magnette:
Het auditoraat van de Raad voor
de Mededinging dat de zaak
onderzoekt, zou eerlang zijn
verslag moeten indienen, opdat de
Raad een beslissing zou kunnen
treffen, waarschijnlijk nog vóór de
vakantie.
In het lopende onderzoek moet
worden uitgemaakt of de door
Electrabel
aangekondigde
prijsverhogingen een misbruik van
machtspositie vormen. Het is een
bijzonder ingewikkelde zaak en in
dergelijke gevallen wordt een
termijn van 18 maanden als kort
beschouwd.
Het
onlangs
aangenomen
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Le projet de loi portant des dispositions diverses qui vient d'être
adopté par la Chambre et le Sénat comporte des dispositions visant à
renforcer la collaboration entre la CREG et le Conseil de la
concurrence. Il y est notamment prévu que si la CREG constate des
pratiques
commerciales
déloyales
ou
un
comportement
anticoncurrentiel, elle dénonce les infractions présumées au Conseil
de la concurrence et lui fournit les informations confidentielles
nécessaires.
wetsontwerp houdende diverse
bepalingen bevat een reeks
maatregelen ter versterking van de
samenwerking tussen de CREG
en de Raad voor de Mededinging.
05.03 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse aussi brève que précise.
Puisqu'il s'agit d'un dossier délicat visant notamment à déterminer s'il
y a abus de position dominante, j'imagine qu'il ne se boucle pas en
deux coups de cuiller à pot. Il faut pouvoir prendre le temps.
Maintenant, la notion de temps raisonnable peut varier en fonction
des références adoptées. Je prends acte qu'après un peu plus d'un
an, on est toujours dans un délai dit normal comparativement à
d'autres instances.
J'espère que tous les moyens humains sont mis en oeuvre au sein du
Conseil de la concurrence pour produire ce rapport dans les meilleurs
délais.
Ce n'est pas inutile de le rappeler puisque j'ai eu quelques échos
évoquant peut-être quelques difficultés en la matière.
05.03 Maxime Prévot (cdH): Ik
neem er nota van dat dit een
normale termijn is. Ik hoop dat de
Raad voor de Mededinging alle
nodige personele middelen zal
inzetten opdat er zo spoedig
mogelijk
concrete
resultaten
zouden worden bereikt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la hausse des tarifs de
06 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister van Klimaat en Energie over "de stijging van de
distributienettarieven in 2008" (nr. 5858)
06.01 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, les arrêts de la
cour d'appel au sujet des recours contre les décisions tarifaires de la
CREG ont retiré à celle-ci plusieurs de ses compétences: appréciation
des coûts imposés ex ante, fixation des taux d'amortissement, rejet
des coûts ex post, etc. Ces arrêts soulignent quelques imprécisions,
ambiguïtés et omissions dans les textes des arrêtés tarifaires en
vigueur. Ces décisions ont entraîné une hausse importante des tarifs
de distribution de gaz et d'électricité entre 2007 et 2008. Ainsi que
l'annonçait la CREG dans un communiqué de presse dès le
12 octobre dernier, ces hausses pouvaient aller jusqu'à 30%, soit 75
euros par an pour une famille avec deux enfants.
Monsieur le ministre, quelle est votre position quant aux futurs tarifs
de distribution? Saisirez-vous l'opportunité de répondre aux arrêts de
la cour d'appel en restituant ses compétences à la CREG au travers
des arrêtés royaux tarifaires pluriannuels en préparation pour la
distribution? Dans le cas contraire, la situation resterait inchangée
pour les consommateurs, ce en quoi je ne veux pas croire.
06.01 Maxime Prévot (cdH): In de
arresten van het hof van beroep
werd gewezen op een aantal
onduidelijkheden,
dubbelzinnigheden of lacunes in
de tariefbesluiten. Als gevolg
daarvan
verloor
de
CREG
verscheidene bevoegdheden, wat
leidde tot een aanzienlijke stijging
van de distributietarieven voor gas
en elektriciteit, die in sommige
gevallen oploopt tot 30 procent.
Zal u de CREG haar bevoegd-
heden teruggeven via de meer-
jarentariefbesluiten die worden
voorbereid voor de distributie. Of
blijft alles bij het oude?
06.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Prévot, la loi portant des
dispositions diverses dont on vient de parler modifie la loi du
12 avril 1965 et celle du 29 avril 1999 en prévoyant les bases légales
06.02 Minister Paul Magnette: De
wet houdende diverse bepalingen
die onlangs werd goedgekeurd
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
permettant l'adoption d'arrêtés royaux fixant la structure tarifaire
portant sur le tarif pluriannuel en électricité et gaz des gestionnaires
de réseaux de distribution.
Ces dispositions légales clarifient le contexte tarifaire et seront
complétées par les arrêtés royaux en cours de concertation entre la
CREG et les GRD, comme le prévoit la loi, et qui seront discutés
ensuite avec les Régions compétentes demain en la matière.
Dorénavant, les difficultés d'interprétation devraient donc être
réduites.
J'attire toutefois votre attention sur les conclusions de l'étude
"composantes des prix" que j'ai demandée à la CREG, étude
confidentielle qu'elle m'a remise récemment et dont je vous ai déjà
livré la substance dans cette commission. La CREG a examiné
l'évolution des prix ces cinq dernières années en décomposant en ses
divers éléments la facture d'électricité et de gaz. On constate que la
facture d'électricité a augmenté de 30 à 55% selon le type de client,
hausse dont 60% sont imputables au fournisseur. Pour la plupart des
GRD, l'augmentation est minime. Pour certains GRD flamands, elle
atteint 20%, hausse due en grande partie à l'augmentation des coûts
des obligations de service public.
Dans certains cas, malgré la hausse des éléments sur lesquels les
GRD n'ont aucune prise, la baisse des tarifs basse tension a pu être
maintenue. La CREG relève aussi en matière de tarifs des GRD que
les prélèvements publics et les cotisations "énergie renouvelable" et
"cogénération" jouent un rôle non négligeable dans la hausse du prix
final au consommateur. Pour le gaz naturel, les hausses constatées
entre 2004 et 2008 s'élèvent de 50 à 90% selon le type de client. On
ne relève pas de hausse des tarifs de GRD sauf pour les clients
utilisant le gaz naturel pour la cuisine et l'eau chaude. Dans les autres
cas, l'unique composante à l'origine de la hausse est donc le prix du
fournisseur d'énergie.
verduidelijkt de tarifaire context. Zij
zal worden aangevuld met de
koninklijke besluiten, waarover al
overleg plaats vond tussen de
CREG
en
de
distributienetbeheerders (DNB's)
en waarover nog zal worden
overlegd met de Gewesten. De
interpretatieproblemen zouden dus
beperkt moeten zijn.
Uit de studie betreffende de
prijscomponenten die de CREG op
mijn vraag heeft uitgevoerd, blijkt
dat de elektriciteitsfactuur met 30
tot 50 procent is gestegen en de
gasfactuur met 50 tot 90 procent,
afhankelijk van het type klant. De
enige component die aan de basis
ligt van die stijging is de stijging
van
de
prijs
van
de
energieleverancier.
06.03 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, je remercie M.
le ministre de sa réponse. L'étude, qui nous a été transmise voici
quelques jours sous pli confidentiel, est particulièrement riche
d'enseignements. Comme le ministre vient de le rappeler, c'est
surtout du côté du fournisseur qu'il convient de tourner son attention
non seulement afin de parvenir à expliquer la hausse des tarifs, mais
aussi pour pouvoir la contenir.
Une chose est d'identifier la source du mal, si je puis m'exprimer
ainsi, une autre est de prendre les mesures ad hoc en vue de
circonscrire la situation. Sans tomber dans le piège des distorsions de
concurrence, il convient de freiner l'envol de cette hausse et d'en
contenir les effets au plus grand bénéfice des citoyens. Cette décision
importante est attendue.
Je me réjouis que les dispositions diverses permettent de répondre
notamment aux arrêts de la cour d'appel. Je ne doute pas que vous
vous saisirez de cette occasion. Après avoir déshabillé la CREG de
ses compétences et je ne vous le reproche pas , il est judicieux
que vous puissiez lancer une dynamique contraire pour la doter de
nouvelles plumes de sorte qu'elle puisse assumer dans les meilleures
conditions son rôle essentiel dans notre paysage énergétique.
06.03 Maxime Prévot (cdH): Hoe
kan men bijgevolg de tariefstijging
beteugelen, nu men er de oorzaak
van kent?
De
wet
houdende
diverse
bepalingen creëert daarvoor een
kader, wat ik een goede zaak vind.
Nadat men de CREG "ontkleed"
heeft van haar bevoegdheden, is
het belangrijk dat u de dynamiek
omkeert en u haar essentiële rol in
ons energielandschap teruggeeft.
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le calendrier de mise en place des tarifs
pluriannuels" (n° 5859)<br>- Mme Colette Burgeon au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les tarifs pluriannuels de distribution
d'électricité et de gaz" (n° 6564)</b>
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Maxime Prévot aan de minister van Klimaat en Energie over "het tijdpad voor de invoering
van de meerjarentarieven" (nr. 5859)
- mevrouw Colette Burgeon aan de minister van Klimaat en Energie over "de meerjarentarieven voor
de gas- en elektriciteitsdistributie" (nr. 6564)
07.01 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, dans vos
réponses à des questions parlementaires et dans l'exposé des motifs
du projet de loi portant des dispositions diverses adopté récemment et
dont on a encore parlé, vous prévoyez d'étendre aux tarifs de
distribution d'électricité et de gaz le système des tarifs valables pour 4
ans, mis en oeuvre l'an dernier pour le transport.
Ainsi, on prévoit le dépôt à la CREG par les gestionnaires de réseaux
de distribution de leur proposition de tarifs pluriannuels pour le 30 juin
2008 autant dire demain afin de disposer de tarifs pluriannuels au
1
er
janvier 2009. Or ce délai est très court compte tenu que le texte
une proposition établie par la CREG en concertation avec les GRD
doit être débattu au sein du gouvernement puis aller au Conseil d'État
pour avis avant d'être adopté en seconde lecture par le gouvernement
et enfin être publié au Moniteur avant la date prévue.
Dès lors, monsieur le ministre, mes questions sont très simples.
Conformément aux articles 12quinquies et 12octies de la loi Électricité
et aux articles 15.5septies et 15.5decies de la loi Gaz, la CREG a-t-
elle transmis sa proposition d'arrêté royal concertée avec les
gestionnaires?
Quand présenterez-vous la proposition d'arrêté royal au
gouvernement?
Est-il encore réaliste de considérer la date du 30 juin comme
échéance? Ne devrait-on pas reporter le dépôt des propositions
tarifaires par les GRD à la CREG par exemple au 30 septembre,
après les fêtes de Wallonie?
En outre, si les travaux préparatoires à l'adoption de ces arrêtés
devaient durer plus longtemps que prévu, ne faudrait-il pas modifier la
loi car celle-ci prévoit que les tarifs annuels sont encore d'application
en 2008 alors que rien n'est prévu pour l'année 2009 et qu'on risque
de se retrouver devant un vide juridique si les tarifs pluriannuels ne
sont pas disponibles?
07.01 Maxime Prévot (cdH): U
verwacht dat tegen 30 juni
aanstaande.
bij
de
CREG
voorstellen
zullen
worden
ingediend voor meerjarentarieven
van de distritutienetbeheerders
(DNB). Er is heel weinig tijd,
wanneer men bedenkt dat de door
de CREG in overleg met de DNB's
opgestelde tekst moet worden
besproken binnen de regering,
naar de Raad van State moet,
terug naar de regering en in het
Staatsblad moet verschijnen.
Heeft de CREG haar met de
DNB's overlegd voorstel van
koninklijk besluit conform de wet
overgezonden? Wanneer stelt u
het voorstel van koninklijk besluit
voor aan de regering? Is de
datum van 30 juni nog realistisch?
Moet de termijn niet verlengd
worden tot 30 september? Moet
de wet niet gewijzigd worden
ingeval de termijnen voor de
goedkeuring van het koninklijk
besluit verlengd worden? De
meerjarentarieven zullen in 2009
immers niet meer van toepassing
zijn en er zou een juridisch
vacuüm ontstaan.
07.02 Colette Burgeon (PS): Je suppose que cela ne pose pas de
problème aux membres que je pose ma question de mon banc de
présidente. (Assentiment)
Monsieur le ministre, ce week-end, la presse a fait état de
l'aboutissement d'un accord relatif aux tarifs pluriannuels de la
07.02 Colette Burgeon (PS):
Bevestigt u de informatie die in Le
Soir van afgelopen weekend
verscheen, met betrekking tot een
akkoord over meerjarentarieven
voor elektriciteits- en gastarieven
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
distribution d'électricité et de gaz. Selon le quotidien "Le Soir" daté du
21 juin, cet accord établit une réduction de 2,5% des coûts des
distributeurs en 2009 ainsi qu'une stabilisation avec indexation pour
les trois années suivantes. Quand on sait que le 1
er
janvier dernier,
les tarifs de distribution ont augmenté de 8 à 23% pour l'électricité et
jusqu'à 31% pour le gaz, on ne peut qu'accueillir ces informations très
favorablement.
À la lumière des éléments publiés ce week-end, permettez-moi,
monsieur le ministre, de vous poser les questions suivantes.
Confirmez-vous les informations publiées par "Le Soir"? Dans
l'affirmative, quel pourcentage représente la distribution dans la
facture finale de gaz et d'électricité?
Quels seront les effets en termes d'évolution de la facture d'électricité
et de gaz d'un ménage moyen?
waarbij een vermindering zou
vastgelegd worden van 2,5% in
2009 en stabiele prijzen voor de
jaren erna? Hoeveel procent
vertegenwoordigt de distributie in
de gas- en elektriciteitsfactuur?
Hoe zal ze evolueren voor een
gemiddeld gezin?
07.03 Paul Magnette, ministre: Madame Burgeon, monsieur Prévot,
les projets d'arrêtés royaux relatifs aux règles en matière de fixation et
de contrôle du revenu total et de la marge bénéficiaire équitable, de la
structure tarifaire générale, du solde entre les coûts et les recettes et
les principes de base et procédures en matière de proposition et
d'approbation des tarifs, du rapport et de la maîtrise des coûts par les
gestionnaires des réseaux de distribution (GRD) d'électricité et des
réseaux de distribution de gaz naturel seront soumis pour accord au
Conseil des ministres de ce vendredi 27 juin, avant qu'une analyse
soit demandée au Conseil d'État.
Une des fins de ces projets d'arrêtés est de mettre en place la
protection des intérêts des consommateurs en termes de prix et de
qualité des services par le biais de la méthodologie tarifaire et d'offrir
la stabilité et la transparence requises en la matière par le biais d'une
période régulatoire de quatre ans.
C'est en suivant, entre autres, ces principes que les gestionnaires des
réseaux de distribution devront introduire une proposition de structure
tarifaire et de tarifs à la CREG.
Étant donné que le Conseil des ministres n'a pas encore donné son
accord sur les propositions d'arrêtés royaux, je ne suis pas en mesure
de répondre à vos questions sur la réduction et le pourcentage de la
distribution.
Pour ce qui concerne les deux dernières questions de M. Prévot, je
précise que tout est mis en oeuvre pour que les gestionnaires de
réseaux de distribution puissent introduire en temps utile leurs
propositions tarifaires pour l'année 2009. Dans la mesure où il
apparaîtrait toutefois que la date du 30 juin 2008 pour le dépôt des
propositions tarifaires des GRD à la CREG ne peut être maintenue du
fait de l'adoption différée des projets d'arrêtés royaux - elle-même
s'expliquant par la période compliquée qu'a traversée notre pays au
cours
de 2007 et 2008 -, il pourrait être proposé
qu'exceptionnellement en 2008, les projets tarifaires soient adressés
à la CREG pour le 30 septembre au plus tard et non pour le 30 juin.
Dans l'éventualité où la procédure d'adoption des projets d'arrêtés
royaux perdurerait et rendrait de la sorte le report de date pour le
07.03 Minister Paul Magnette: De
besluiten in verband met de
meerjarentarieven zullen komende
vrijdag 27 juni aan de ministerraad
worden voorgelegd. Vervolgens
zal het advies van de Raad van
State
gevraagd
worden.
Aangezien de ministerraad die
teksten
nog
niet
heeft
goedgekeurd, moet ik u de
antwoorden op de vragen met
betrekking tot de korting en het
percentage van de distributie
schuldig blijven.
Alles wordt in het werk gesteld
opdat het tijdpad zou gehaald
worden,
maar
indien
de
uitvaardiging van de koninklijke
besluiten vertraging zou oplopen,
zouden
de
tariefvoorstellen
uitzonderlijk op 30 september in
plaats van op 30 juni aan de
CREG kunnen bezorgd worden.
Indien de vertraging wat
onwaarschijnlijk is te groot zou
worden, zouden we kunnen
voorstellen om de besluiten van 4
april 2001 en 15 april 2002 op
2009 van toepassing te maken.
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
dépôt des propositions tarifaires insuffisant, il pourrait être envisagé,
en dernier ressort, à l'instar de ce qui avait été fait par la loi du
20 juillet 2006 portant des dispositions diverses, que les arrêtés
royaux du 4 avril 2001 et du 15 avril 2002 restent en vigueur pour
l'année 2009 en ce qui concerne les tarifs des GRD. Mais cela me
semble peu probable.
Président: Bart Laeremans.
Voorzitter: Bart Laeremans.
07.04 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, je remercie M. le
ministre pour sa réponse très précise. J'aurai à coeur de la relire à
tête reposée car elle est très technique. Et il ne m'a pas été possible
de retenir quels sont les textes de loi ou arrêtés adoptés ou en
préparation.
En tout cas, je me réjouis de son ouverture et de sa volonté de
confronter l'ambition au pragmatisme. Sauf surprise de dernière
minute, il est fort probable que le geste du ministre visant à accorder,
à titre exceptionnel, un délai supplémentaire et de reporter la date
d'échéance au 30 septembre sera certainement bien accueilli.
J'espère seulement que cela sera suffisant et qu'il ne sera pas
nécessaire de passer à la seconde phase de vos propositions
conformément à une disposition légale dont je n'ai pas retenu la
référence. J'espère que vous m'en excuserez.
En tout état de cause, l'essentiel est que le dossier avance vite et
bien. On ne peut en tout cas pas vous reprocher un décalage
temporel suite aux perturbations politiques des derniers mois. Ce qui
est important, c'est de pouvoir rattraper la sauce et de veiller à ce que
cette mise en place du tarif pluriannuel ait lieu rapidement et dans les
meilleures conditions.
07.04 Maxime Prévot (cdH): De
openheid waarvan de minister blijk
geeft, verheugt mij: dankzij hem
zal de termijn tot 30 september
worden verlengd Ik hoop dat dat
zal volstaan. Het belangrijkste is
dat het dossier goed opschiet en
dat de meerjarentarieven in de
beste omstandigheden worden
ingevoerd.
07.05 Colette Burgeon (PS): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
En tout cas, je retiens que le dossier passera ce vendredi au Conseil
des ministres et qu'il sera, ensuite, envoyé pour avis au Conseil
d'État.
Soyez certain que je serai attentive à tout ce qui pourrait se passer à
l'avenir et que je ne manquerai pas de vous interroger à nouveau si
cela s'avérait nécessaire.
07.05 Colette Burgeon (PS): Ik
neem nota van de datum van de
ministerraad van volgende vrijdag.
Ik zal dat dossier aandachtig
blijven volgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'évolution des
politiques des compagnies aériennes suite à l'augmentation du coût de l'énergie" (n° 6218)</b>
08 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "de evolutie
in het beleid van de luchtvaartmaatschappijen naar aanleiding van de stijging van de energieprijs"
(nr. 6218)
08.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, alors
que les aéroports envisagent tous une croissance forte de leur trafic
dans les années à venir, les compagnies aériennes ont réduit leurs
ambitions pour 2008. Elles tablent en effet sur une perte de
2,3 milliards de dollars US pour l'ensemble du secteur. Les prévisions
08.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
De
luchtvaartmaat-
schappijen hebben hun ambities
voor 2008 teruggeschroefd, en
gaan uit van een verlies van 2,3
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
de profit de 4,5 milliards en 2008 établies par l'Association
internationale du Transport aérien (IATA), qui représente plus de 240
compagnies aériennes et 94% du trafic international régulier,
consécutivement aux 5,6 milliards de bénéfices de 2007, étaient
fondées sur un prix du baril à 106,5 dollars US en moyenne.
Or, si le prix du pétrole se maintient aux alentours de 135, même s'il a
encore progressé, pour le reste de l'année, ce seront des pertes de
l'ordre de 6,1 milliards qu'il faudra envisager en raison de
l'affaiblissement prévisible de l'économie mondiale, qu'il faudra
ajouter à l'augmentation inévitable des coûts du transport aérien.
Bien entendu, les compagnies aériennes commencent à s'organiser
pour affronter la situation aussi efficacement que possible,
notamment par des achats en commun de kérosène, afin de maîtriser
l'évolution du prix de ce dernier, et surtout par l'amélioration des
performances des avions pour qu'ils consomment moins de carburant
et polluent moins. J'ai déjà interpellé le secrétaire d'État à la Mobilité à
ce sujet en séance plénière voici deux semaines.
M. Bisignani, directeur général de l'IATA, a interpellé syndicats et
constructeurs aéronautiques pour qu'ils participent à la recherche de
solutions, mais aussi les gouvernements pour qu'ils soutiennent les
compagnies face à la crise qui s'annonce. Il leur a demandé de
prendre en compte les effets de la spéculation pétrolière et de
s'assurer que le coût de l'énergie reflète sa valeur réelle.
Dans ce contexte, monsieur le ministre, comment envisagez-vous
d'intervenir pour répondre à l'IATA? Qu'allez-vous décider pour
permettre aux compagnies aériennes belges, dont la situation est
notoirement fragile, de moderniser plus écologiquement leur flotte et
d'influer sur le coût de l'énergie pour lui éviter d'atteindre des prix
préjudiciables à l'économie aérienne en particulier et à l'économie en
général?
miljard dollar voor de hele sector.
Maar indien de prijs van een vat
ruwe
olie
op
135
dollar
gehandhaafd blijft, zullen de
verliezen in totaal oplopen tot 6,1
miljard dollar!
De heer Bisignani, directeur van
IATA (internationale vereniging
voor luchtvervoer) heeft er bij de
vakbonden,
de
vliegtuigconstructeurs en ook de
regeringen voor gepleit om de
maatschappijen in deze moeilijke
tijd te steunen. Zij heeft hen
gevraagd rekening te houden met
de impact van de oliespeculatie en
ervoor
te
zorgen
dat
de
energiekosten de reële waarde
ervan weerspiegelen.
Welke maatregelen zal u treffen
om
de
Belgische
luchtvaartmaatschappijen in staat
te
stellen
hun
vloot
te
moderniseren en om in te werken
op de energiekosten?
08.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Flahaux, les prix du
kérosène découlent bien du prix du baril de brut, qui atteint
actuellement des sommets historiques mondiaux. Et tout indique que
ces prix resteront élevés pour les mois et les années à venir. C'est la
raison pour laquelle l'Association internationale du Transport aérien
demande à ses membres de prendre des mesures susceptibles de
réduire l'impact du prix du carburant.
Les cotations à Rotterdam évaluent à 1.320 dollars par tonne le prix
hors taxe du jet fuel. Ceci étant, les moyens dont disposent les
différents pays pour agir sont limités. C'est du moins notre cas. En
effet, d'une part, la réglementation belge fixe l'accise du kérosène mis
en consommation par l'aviation à zéro et, d'autre part, ce carburant
n'est pas soumis à la TVA. Nous ne disposons donc d'aucun moyen
d'agir par la fiscalité sur les coûts du kérosène dans notre pays.
Toute solution visant à maîtriser les coûts liés à la consommation du
kérosène dépasse le contexte belge et doit être adoptée au niveau
européen, sinon mondial.
08.02 Minister Paul Magnette: De
kerosineprijs vloeit voort uit de
prijs van een vat ruwe olie, die
historische
toppen
scheert.
Volgens de noteringen van Platts
in Rotterdam wordt de prijs per
ton, zonder taks, van de jet fuel op
1320 dollar geraamd.
Krachtens
de
Belgische
regelgeving wordt de accijns op
kerosine die in de luchtvaart wordt
gebruikt op nul vastgesteld.
Bovendien is die kerosine niet aan
btw onderworpen. België beschikt
dus
niet
over
fiscale
actiemiddelen.
De
maatregelen moeten op
Europees
niveau
of
op
wereldschaal worden genomen.
08.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, puisque 08.03 Jean-Jacques Flahaux
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
vous parlez du niveau européen, il serait intéressant de connaître la
position qui sera défendue au sein de l'Union européenne par la
Belgique, via votre intermédiaire.
Par ailleurs, même si cela ne fait pas plaisir aux compagnies
aériennes, on peut conclure que l'évolution du coût de l'énergie
engendre aussi des modifications de comportement des citoyens vers
des vacances plus écologiques. On trouve donc à boire et à manger
des deux côtés, mais il me semble intéressant de connaître la
position du gouvernement belge en interne et celle qu'il défendra
devant l'Union européenne.
(MR): Ik had graag het standpunt
van België gekend, hetgeen u in
de Europese Unie zal verdedigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Dirk Vijnck aan de minister van Klimaat en Energie over "de energieprijzen en de
koopkracht" (nr. 6244)
09 Question de M. Dirk Vijnck au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les prix de l'énergie et le
09.01 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de minister, de sterk gestegen
energieprijzen laten zich vandaag voelen. Daarbij staat nog in het
vooruitzicht dat de prijzen voor olie, aardgas en steenkool in de nabije
toekomst verder zullen stijgen. De internationale prijs van steenkool
steeg inmiddels met 45% sinds 1 januari 2008. Als zowel aardgas als
steenkool duurder wordt, zal ook de elektriciteit in België duurder
worden.
Fossiele elektriciteit uit gas en steenkool heeft momenteel een
marktwaarde van ongeveer 40%. De gascentrales hebben een
geïnstalleerd vermogen van ongeveer 5.000 megawatt en de
capaciteit van de Belgische steenkoolcentrales bedraagt ongeveer
2.000 megawatt.
België staat voor een dubbele uitdaging, want naast de prijsstijgingen
voor fossiele brandstoffen wil deze regering nog steeds het nucleair
park, goed voor een geïnstalleerd vermogen van 6.000 megawatt,
gefaseerd sluiten vanaf 2015.
Het nucleair park heeft geen CO
2
-uitstoot. De verbranding van gas en
vooral van steenkool leidt daarentegen per definitie tot een forse
toename van de CO
2
-uitstoot. De sluiting van de kerncentrales maakt
de post-Kyotodoelstelling van België dus fors duurder.
Mijnheer de minister, ik ben bekommerd om de koopkracht van de
bevolking, en daarom heb ik de volgende vijf vragen.
Wat is de visie van de regering op de noodzakelijke investeringen ter
vervanging van het nucleaire park? Welk deel van de 6.000 megawatt
zal vervangen worden door gascentrales en/of steenkoolcentrales?
Wat zal de impact zijn op de Belgische CO
2
-emissies? Zullen die
meerkosten van het klimaatbeleid integraal worden doorgerekend aan
de bevolking of worden gefinancierd door interne besparingen?
Welk
tijdspad
plant
u
voor
de
noodzakelijke
vervangingsinvesteringen? Voor een nieuwe centrale zijn er namelijk
jaren nodig.
09.01 Dirk Vijnck (LDD): Les prix
du pétrole, du gaz naturel et du
charbon ne feront qu'augmenter
dans les prochaines années.
L'électricité fossile tirée du gaz
naturel et du charbon représente
une part de marché de 40 %, les
centrales au gaz et au charbon
représentant
ensemble
7.000
mégawatts. Le parc nucléaire a
une capacité de 6.000 MW et ne
produit pas d'émissions de CO2
mais le gouvernement a décidé la
fermeture phasée des centrales
nucléaires à partir de 2015.
Dans quelle mesure les 6.000 MW
de ces
centrales
nucléaires
seront-ils remplacés par l'énergie
produite par les centrales au gaz
et au charbon? Le surcoût sera-t-il
répercuté sur les consommateurs?
Quelle sera l'incidence de cette
mutation sur les émissions de
CO2?
Quel calendrier le ministre prévoit-
il pour réaliser les investissements
nécessaires à ce remplacement?
Quelles
en
seront
les
répercussions financières pour la
population?
L'ampleur
de
l'augmentation de prix a-t-elle déjà
été calculée?
Si l'on envisage d'acheter de plus
grosses
quantités
d'énergie
nucléaire à Suez France, dans
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Wat zullen de kostprijsconsequenties zijn voor de Belgische
bevolking? Is er reeds een berekening gemaakt voor de komende
prijsstijgingen? Zo ja, welke prijsstijging voor elektriciteit werd er
berekend?
Indien het de bedoeling is dat wij in de toekomst massaal meer
nucleaire energie zullen aankopen bij Suez Frankrijk, met welke
investeringen zal het Belgische netwerk dan worden aangepast om
een grote toename van de import van elektriciteit mogelijk te maken?
quelle mesure adaptera-t-on le
réseau belge pour permettre cette
augmentation des importations
d'électricité?
09.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Vijnck, de vooruitzichten
inzake vraag en aanbod voor elektriciteit in België vormen het
onderwerp van een prospectieve studie die op dit moment wordt
uitgevoerd, maar de resultaten zullen pas worden verspreid na afloop
van de openbare raadpleging die is gepland in het kader van de
milieuevaluatie. In de studie worden verschillende scenario's
vooropgesteld, onder andere: met of zonder behoud van de huidige
nucleaire parken.
De evolutie van de CO
2
-uitstoot in de verschillende vermelde
scenario's werd tevens berekend in de prospectieve studie voor de
elektriciteit. Ik deel uw bezorgdheid in verband met de problematiek
van de termijnen. In de sector van de opbouw van elektrische
productie-eenheden, zowel gasturbines als windturbines, zijn de
termijnen aanzienlijk langer geworden door de sterke vraag naar die
uitrustingen. Die vraag is grotendeels te wijten aan de grote behoeften
van landen die zich nu sterk ontwikkelen zoals China en India.
Ook zijn de termijnen voor het verkrijgen van de verschillende
vergunningen vanwege de overheden op alle machtsniveaus
aanzienlijk, zowel op het vlak van de productie als op het vlak van het
transport van elektriciteit.
Tot heden heeft de administratie nog geen specifieke studie
uitgevoerd over de globale impact en dus ook over de prijs van de
elektriciteit bij de progressieve uitstap uit kernenergie. Sommige
aspecten van die impact werden geanalyseerd in een studie van de
commissie Energie 2030. Andere zullen worden gepubliceerd in de
komende prospectieve studie over elektriciteit.
Het regeerakkoord van 21 maart voorziet trouwens in de
samenstelling van een groep deskundigen, die tegen eind 2009 een
verslag zal indienen en waarvan de taak erin bestaat het ideale
evenwicht vast te stellen. Er bestaat geen enkele intentie om massaal
elektriciteit in te voeren van Suez-Frankrijk. Binnen een vrijgemaakte
markt wordt de invoer echter vastgesteld door de relatieve
prijsverschillen. Het is bijgevolg mogelijk dat België hogere
invoerhoeveelheden vanuit Frankrijk zal krijgen wanneer de prijs van
de elektriciteit daar interessanter blijkt dan elders.
Het Belgisch netwerk, dat tot de beste aansluitingen van Europa
behoort, is trouwens het middelpunt van een toenemende uitwisseling
tussen de grenslanden van België. Om het hoofd te bieden aan die
situatie werden onlangs investeringen uitgevoerd door de DNB's met
het oog op het versterken van de interconnectiviteit met Frankrijk.
09.02 Paul Magnette, ministre:
Les perspectives en matière
d'offre et de demande sur le
marché de l'électricité dans notre
pays font actuellement l'objet
d'une étude prospective. Les
résultats
ne
pourront
être
communiqués qu'après la clôture
de l'adjudication publique dans le
cadre
de
l'évaluation
environnementale.
L'étude
comprend divers scénarios avec
ou sans le maintien des centrales
nucléaires
qui
analysent
également
l'évolution
des
émissions de CO
2
.
Les délais de plus en plus longs
pour la mise en place des unités
de
production
électriques
m'inquiètent. L'origine de ce
problème
se
trouve
dans
l'importante demande, résultant
notamment
des
besoins
énergétiques croissants en Chine
et en Inde, mais le délai pour
l'obtention de licences délivrées
par les pouvoirs publics est
également considérable.
Mon administration n'a encore
mené aucune étude sur l'incidence
globale d'une sortie progressive du
nucléaire. Certains aspects ont en
revanche été analysés dans
l'étude de la Commission Énergie
2030 et le seront dans la
prochaine étude prospective sur
l'électricité.
L'accord
de
gouvernement
prévoit
la
composition d'un groupe d'experts
qui présentera un rapport sur
l'équilibre idéal pour fin 2009.
Nous n'avons pas l'intention
d'acheter d'importantes quantités
d'électricité auprès de Suez
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
France. Dans le marché libéralisé,
l'importation est définie par les
écarts de prix. Pour pouvoir faire
face à l'échange croissant avec
les pays voisins par le biais du
réseau énergétique belge et pour
augmenter l'interconnectivité avec
la France, les gestionnaires des
réseaux
de
distribution
ont
récemment
effectué
des
investissements.
09.03 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
uitgebreid antwoord op al mijn vragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister van Klimaat en Energie over "energiebesparing in
overheidsgebouwen" (nr. 6280)
10 Question de Mme Rita De Bont au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'économie d'énergie dans
10.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, in uw
beleidsnota evenals in het federaal plan Duurzame Ontwikkeling
2009-2012 wordt er een beroep gedaan op de overheid om ook een
steentje bij te dragen en een voorbeeldfunctie te vervullen inzake
energiebesparing en duurzame ontwikkeling. Er wordt een
opsomming gemaakt van een hele reeks tools die werd ingevoerd om
duurzame ontwikkeling beter te integreren in de werking van de
administratie. Deze integratie gaat echter zelfs volgens het plan 2009-
2012 niet ver genoeg, terwijl de praktische voorstellen nog altijd heel
vaag en indirect zijn, zegt men, zelfs in het plan.
Het is algemeen bekend dat er nog een groot potentieel aan
mogelijke energiebesparingen ligt in de energieprestaties van onze
gebouwen. Daar zijn wij in de voorbije periode eigenlijk een beetje
tekortgeschoten. Ik vraag mij af of de federale overheid daar een
grotere inspanning zou kunnen verrichten. De Vlaamse overheid
presenteerde
in
april
een
handleiding
"Waardering
van
kantoorgebouwen op weg naar een duurzame huisvesting voor de
Vlaamse overheid". Dit document reikt eigenlijk praktische criteria aan
en een methode om de duurzaamheid van de kantoorgebouwen te
kunnen beoordelen. Het is bovendien een instrument om nieuwe
overheidsgebouwen te selecteren en te evalueren. Het is ook de
bedoeling dat de kantoormarkt hierdoor kan worden gestuurd in de
richting van een duurzaam aanbod. Het reikt duidelijke en objectieve
criteria aan om kantoorgebouwen op het vlak van de verschillende
facetten van duurzame ontwikkeling te beoordelen en op te volgen.
Kent u deze handleiding van de Vlaamse overheid? Beschikt de
federale overheid over een soortgelijke handleiding? Zo niet, kan zij
haar handleiding dan misschien wat inspireren op die van de Vlaamse
overheid die deze ook ter beschikking stelt van de andere niveaus?
Wordt de huidige energieprestatie van de gebouwen die onder de
bevoegdheid van de federale overheid vallen op een of andere manier
in kaart gebracht? Wordt daar een zekere waarde aan toegekend?
Streeft men concrete en meetbare doelstellingen na op het vlak van
10.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): La note politique du
ministre et le plan fédéral de
développement durable 2009-2012
exigent également des efforts de
la part des autorités en matière
d'économie
d'énergie
et
de
développement durable. Dans leur
manuel
Waardering
van
kantoorgebouwen, les autorités
flamandes proposent des critères
et des méthodes d'évaluation de la
durabilité des immeubles de
bureaux.
Le ministre connaît-il le manuel
flamand? Existe-t-il un manuel de
ce type à l'échelon fédéral? Le
manuel flamand peut-il être une
source d'inspiration éventuelle? La
performance
énergétique
des
bâtiments des autorités fédérales
sera-t-elle mesurée? Quels sont
les
objectifs
concrets
et
mesurables?
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
energieprestatie van de gebouwen of van sommige gebouwen van de
federale overheid? Wat zijn de concrete doestellingen in dat verband
zodanig dat we dit eventueel mee kunnen opvolgen?
10.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, sinds enkele
jaren worden veel inspanningen gedaan op het vlak van milieubeheer
in gebouwen van de federale Staat. Naast het installeren van de
software EIS, Environment Information System, door de Regie der
Gebouwen, voor het meten van het verbruik van verwarming,
elektriciteit, water, afval, enzovoort, heeft de regering in 2005 een
uitgebreid programma opgestart voor milieubeheer en audit in de
gebouwen.
Elke federale overheidsdienst moet een systeem van milieubeheer ter
controle en goedkeuring voorleggen aan een externe auditeur. De
POD Duurzame Ontwikkeling levert de expertise om alle federale
overheidsdiensten bij dit proces te begeleiden.
Tot op heden werd het EMAS-label, een Europees label, Eco-
Management en Audit Scheme, verkregen door de kanselarij van de
eerste
minister,
het
Federaal
Planbureau,
de
POD
Wetenschapsbeleid, de Belgische Technische Coöperatie, de POD
Duurzame Ontwikkeling en de FOD Mobiliteit en Vervoer, de FOD
Volksgezondheid, de FOD Justitie, de FOD Buitenlandse Zaken, de
Regie der Gebouwen, de Nationale Dienst voor Pensioenen, het
Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen, de FOD
Economie, de FOD Tewerkstelling, de FOD Personeel en Organisatie,
de POD Sociale Integratie en het FAVV. De Federale Raad voor
Duurzame Ontwikkeling en het Instituut voor de Gelijkheid van
Vrouwen en Mannen maken deel uit van de instellingen waar de
certificering aan de gang is.
De FOD Financiën, de FOD Binnenlandse Zaken en de FOD Sociale
Zekerheid starten het proces in september en beëindigen dit eind
2009. Een laatste reeks zal onder andere Fedasil en Selor bevatten.
De federale overheid vervult haar voorbeeldrol dus naar behoren,
maar bevindt zich nog in een te vroegtijdig stadium na de start van het
proces, om de resultaten van de verschillende instellingen te kunnen
evalueren.
Naast dit milieubeheer worden ook inspanningen gedaan in verband
met de energetische performance van overheidsgebouwen. Het
oprichten van Fedesco, een naamloze vennootschap naar publiek
recht, door de regering in maart 2005, maakt het mogelijk om
investeringen te doen voor het verbeteren van de energetische
performance in overheidsgebouwen, via een mechanisme van de
derde investeerder. Er zijn verschillende projecten aan de gang in de
gebouwen van de FOD Justitie en de FOD Financiën. Toch zou ook
de Regie der Gebouwen inspanningen kunnen leveren om in de
huurcontracten criteria op te nemen in verband met de energetische
performance.
De Lente van het Leefmilieu heeft hieraan een workshop gewijd en de
belangrijkste maatregelen die hier zijn besproken zijn de volgende.
Ten eerste, het ter beschikking stellen van de daken van de
administratie en de openbare ondernemingen voor het plaatsen van
zonnepanelen. Ten tweede, de aankoop van elektriciteit, komende
10.02 Paul Magnette, ministre:
Depuis plusieurs années déjà, des
efforts sont consentis en matière
de gestion de l'environnement
dans les bâtiments appartenant
aux autorités fédérales. Ainsi, la
Régie des Bâtiments a installé le
logiciel Environment Information
System pour pouvoir mesurer la
consommation d'eau et d'énergie
ainsi que la production de déchets.
En 2005, le gouvernement a lancé
un programme de gestion et
d'audit environnementaux dans les
bâtiments. Chaque service public
doit soumettre son système de
gestion de l'environnement à un
auditeur externe en vue de
l'obtention du label européen
EMAS (ecomanagement and audit
scheme). Le SPP Développement
durable accompagne les services
publics dans ce processus. La
Chancellerie du premier ministre,
le Bureau fédéral du Plan, le SPP
Politique
scientifique,
la
Coopéation technique belge, le
SPP Développement durable et le
SPF Mobilité et Transport se sont
déjà vu attribuer ce label. Pour
d'autres services, la procédure est
en
cours
ou
sera
lancée
prochainement. Une évaluation
des résultats serait prématurée.
Parallèlement, la société anonyme
Fedesco a été mise sur pied dans
le but de réaliser, par le système
du
tiers
payer,
des
investissements
en
vue
de
l'amélioration des performances
énergétiques dans les bâtiments
publics. La Régie des Bâtiments
pourrait intégrer dans les contrats
de location des critères relatifs à la
performance énergétique. Lors du
Printemps de l'Environnement, de
nombreuses
mesures
prometteuses dans ce domaine
ont été examinées. Ces mesures
recueillant l'adhésion unanime des
interventants,
une
deuxième
phase celle de la concertation
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
van
hernieuwbare
energiebronnen
door
de
federale
overheidsdiensten. Ten derde, voor alle openbare gebouwen de
energetische monitoring met automatische invoer en opslag van
gegevens. Ten vierde, het gebruik van innoverende technologieën
binnen de overheidsgebouwen zoals warmtekrachtkoppeling,
warmte/koudeopslag en warmtepompen.
Het potentieel voor de installatie van warmtekrachtkoppeling wordt
geraamd op minimum 14 in de gebouwen van de federale overheid.
Ten vijfde, toepassing van de lage energie en passieve constructie bij
de
bouw
van
nieuwe
overheidsgebouwen,
bijvoorbeeld
gevangenissen.
Over deze vijf maatregelen was er een consensus vanwege de
stakeholders. De tweede fase van politiek overleg is nu begonnen. Ik
zal het Parlement op de hoogte houden van het stappenplan dat uit dit
proces zal voortkomen. Het programma van het Vlaams Gewest, dat
op de website staat, is zeker van belang en zal onze activiteiten zeker
beïnvloeden.
politique a démarré. A cet égard,
le programme des autorités
flamandes
constituera
certainement
une
source
d'inspiration.
10.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Ik ben zelf nieuw in het Parlement, zoals u weet,
en het verwondert mij eigenlijk dat de interesse voor deze
energiebesparing vrij recent is. Uw antwoord is daardoor
waarschijnlijk ook vrij theoretisch en ik denk dat het beter zal zijn als
we concrete metingen kunnen doen en dan concrete doelen kunnen
vooropstellen om dat te kunnen bereiken. Dat was eigenlijk de
bedoeling van mijn vraag. Alles is voor beterschap vatbaar.
Voorzitter: Peter Logghe.
Président: Peter Logghe.
10.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Pour être tout à fait
franche,
je
m'étonne
que
l'engouement pour les économies
d'énergie soit si récent. Et j'ai
trouvé la réponse du ministre fort
théorique.
Je
pense
personnellement que nous nous
devrions nous fixer des objectifs
concrets sur la base de mesures
concrètes.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Questions jointes de
- Mme Marie-Martine Schyns au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les véhicules à hydrogène"
(n° 6284)<br>- M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les véhicules à hydrogène" (n° 6578)</b>
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Klimaat en Energie over "voertuigen op
waterstof" (nr. 6284)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Klimaat en Energie over "voertuigen op waterstof"
(nr. 6578)
11.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, uit de hoorzittingen inzake Energie 2030 bleek
dat er heel wat perspectieven voor het gebruik van waterstof als
brandstof voor onder meer wegtransport bestaan. Ons land heeft
inzake de distributie van waterstof bovendien vandaag reeds het
beste netwerk ter wereld. Dat heb ik mij toch laten vertellen.
Anderzijds lijkt daaromtrent op nationaal en internationaal niveau
weinig te bewegen. Bijvoorbeeld wat betreft de Europese
doelstellingen inzake CO
2
lezen wij heel weinig over het wegtransport.
Wij lezen veel over elektriciteit en over allerlei certificaten maar weinig
over het wegtransport.
11.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
L'utilisation
de
l'hydrogène
comme
carburant
offre de nombreuses perspectives
d'avenir, notamment pour le
transport routier, et permettrait de
lutter dans une large mesure
contre les émissions de CO
2
. Par
ailleurs, il me paraît également
opportun
de
réduire
notre
dépendance
face
aux
pays
producteurs de pétrole. Avec l'aide
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Nochtans zou een versnelde omschakeling naar waterstof erg
belangrijke gevolgen voor de strijd tegen de CO
2
-uitstoot hebben.
Bovendien is er ook het milieuaspect, met name de leefbaarheid van
de steden, wanneer de uitstoot van benzine en diesel wegvalt of daalt.
Uiteraard is er ook nog het sociale aspect. Indien wij van de
peperdure, olieproducerende landen afhankelijk blijven, dreigt op
termijn de bevolking het gelag te betalen. Wij dreigen in dat geval
voor quasionbetaalbare transporttarieven komen te staan.
Vorige week is ook gebleken dat Vlaamse en Nederlandse bedrijven
op dat vlak, met steun van de Vlaamse regering, intensief gaan
samenwerken.
Ik had graag geweten waar uw beleid ter zake staat.
Stimuleert het federale niveau het onderzoek naar de toepassingen
van waterstof? Zo ja, welke budgetten worden hiervoor vrijgemaakt?
Ten tweede, bestaan er daaromtrent concrete doelstellingen? Wordt
daaromtrent met de Gewesten samengewerkt?
Ten derde, worden de autoconstructeurs gestimuleerd om voertuigen
op waterstof te maken? Op dat vlak zijn wij een belangrijke partner.
Vooral in Vlaanderen zijn er heel wat constructeurs, die op dat vlak
zouden kunnen worden gestimuleerd. Indien niet, waarom gebeurt dat
niet? Waarom worden de autoconstructeurs niet gestimuleerd?
Worden fiscale maatregelen voor de bevolking overwogen om op
termijn steeds meer op waterstof voor voertuigen voor individueel
gebruik over te schakelen?
Werden daaromtrent reeds besprekingen op Europees niveau
gevoerd? Zijn er Europese doelstellingen, waardoor de omschakeling
sneller kan verlopen?
du gouvernement flamand, des
entreprises
flamandes
et
néerlandaises prépareraient une
collaboration intensive en la
matière.
Le fédéral stimule-t-il également la
recherche
au
niveau
des
applications
de
l'hydrogène?
Quels budgets y affecte-t-on?
Quels objectifs concrets sont
poursuivis?
Y
a-t-il
des
collaborations avec les Régions?
Les constructeurs automobiles
sont-ils encouragés à produire ce
type de véhicules? Envisage-t-on
des incitants fiscaux pour favoriser
le passage à ces technologies?
Ce thème a-t-il déjà fait l'objet de
discussions au niveau européen?
L'Europe a-t-elle fixé des objectifs
en la matière?
11.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, eerst en vooral wil ik eraan herinneren dat het verkieslijk is
de vraag naar niet-duurzame mobiliteit te verminderen.
Technologie reikt technische oplossingen aan. Hoe goed deze ook
mogen zijn, ze zijn onvoldoende indien voor het overige het aantal en
vooral het niet-duurzame gebruik van de voertuigen blijft stijgen.
Dit gezegd zijnde, de technologische milieumaatregelen voor de
voertuigen beogen de negatieve weerslag ervan te verminderen. Zij
worden op Europees niveau genomen. De lidstaten zijn wat dat betreft
verantwoordelijk voor de stimulerende en ontradende maatregelen
zoals fiscaliteit, informatie aan de verbruikers, enzovoort.
De brandstofproductie volgt dezelfde logica. Op dit ogenblik kent de
regering een vermindering toe op de factuur voor voertuigen die
minder dan 150 CO
2
per kilometer uitstoten en voor dieselvoertuigen
die minder dan 5 milligram fijn stof per kilometer uitstoten.
Deze maatregelen die zijn aangepast aan de huidige technologieën
11.02 Paul Magnette, ministre: La
réduction de la demande de
mobilité non durable reste notre
priorité. Entre-temps, des mesures
environnementales
techniques
sont prises au niveau européen
pour réduire les effets négatifs du
trafic. Les États membres sont
responsables de l'exécution de
ces
mesures.
La
réduction
actuellement accordée par le
gouvernement sur la facture de
véhicules
à
faible
émission
constitue aussi un incitant au
développement
de
nouvelles
technologies respectueuses de
l'environnement.
Les émissions occasionnées par
la consommation d'hydrogène
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
vormen evenwel een stimulans voor de ontwikkeling van nieuwe
technologieën die minder CO
2
uitstoten. Deze oriëntatie is gebaseerd
op emissiewaarden en niet op de waarde van de technologie.
De waterstoftechnologie is veelbelovend wat uitstoot betreft tijdens de
fase van gebruik, maar de fasen van samendrukking, stockering en
vervoer blijven veel energie vergen, met alle risico's van dien inzake
uitstoot die men daarbij kan veronderstellen.
Er bestaan verschillende mogelijkheden voor de productie van
waterstof naar gelang de grondstof, onder meer waterelektrolyse,
pyrolyse van methaan, biomassareactoren, enzovoort. Deze procedés
zitten echter nog steeds in het ontwikkelingsstadium.
Voor de kleine productie-eenheden is het rendement voor het
vervaardigen niet interessant op milieugebied noch op economisch
vlak. De beste vooruitzichten schatten het rentabiliteitsniveau op
eenheden die bijvoorbeeld 500 ton biomassa per dag ter verwerking
nodig hebben.
Er dient te worden aangestipt dat volgens de informatie waarover wij
beschikken het werkingsprincipe van het vermelde voertuig
gebaseerd blijft op de conventionele ontbrandingsmotor waarvan het
rendement slechts 40% bedraagt.
Waterstof kan beter worden aangewend in brandstofbatterijen, samen
met elektrische wagens waarvan het rendement ongeveer 60%
bedraagt.
De steun die wordt verleend moet gebaseerd zijn op
milieudoelstellingen, energieverbruik en uitstoot van vervuilende
stoffen qua gebruik voor de voertuigen en qua productie voor de
brandstoffen.
offrent
une
perspective
prometteuse.
Cependant,
le
stockage
et
le
transport
d'hydrogène
exigent
toujours
beaucoup
d'énergie,
ce
qui
entraîne aussi des émissions
supplémentaires. De même, les
techniques de production de
l'hydrogène doivent encore être
améliorées.
L'aide accordée doit être basée
sur
les
objectifs
environnementaux,
la
consommation énergétique et les
émissions. À cet égard, nous
tenons compte du véhicule mais
également de la production et du
transport des carburants.
11.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, u schetst de zaak in een breder perspectief. Ik
kan daar op een aantal vlakken akkoord gaan. De productie van
waterstof stelt op dit moment inderdaad nog wel problemen.
U wekt in het begin echter wel de indruk dat u alleen het duurzame
gebruik van voertuigen wilt stimuleren en het niet-duurzaam gebruik
ervan niet. Het lijkt mij dat u nog steeds helemaal ingekapseld zit in
het idee van benzine en diesel als essentiële brandstof en dat er op
dit moment niet veel alternatieven daarvoor zijn, terwijl waterstof wel
degelijk een zeer duurzame energiebron zou kunnen worden.
Ik denk aan de uitstoot, maar daarmee gaat u akkoord. Ook op het
vlak van de productie zijn er zeer veel mogelijkheden op termijn voor
de aanmaak via de kerncentrales van de vierde generatie. Het
zogenaamde MYRRHA-project is zeer veelbelovend voor de aanmaak
van waterstof. Het zijn die kerncentrales die op een zeer grote schaal
waterstof goedkoop zullen kunnen aanmaken.
Daarom is het zeker gewenst dat men die studie over de
kerncentrales van de vierde generatie intensifieert en dat u daar op
dat vlak het proces niet zozeer blokkeert, maar integendeel stimuleert.
Wij hebben de debatten reeds gevoerd. Op dit vlak laat u veel te
11.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
La
production
d'hydrogène pose effectivement
toujours
problème
à
l'heure
actuelle. À l'avenir, l'hydrogène
pourrait toutefois devenir une
solution de rechange durable à
l'essence et au gasoil.
L'hydrogène permet en tout cas de
réduire les émissions et sa
production deviendra intéressante
par le biais des centrales
nucléaires
de
la
quatrième
génération. C'est pourquoi les
études relatives à ces nouvelles
centrales doivent être stimulées.
J'ai toutefois le sentiment que le
ministre bloque plutôt ce projet.
Le ministre est clairement enfermé
dans le carcan des énergies
traditionnelles produites à partir
des
carburants
fossiles.
La
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
weinig in uw kaarten kijken. U geeft de indruk dat u het MYRRHA-
project alleen zinvol vindt als het over medische toepassingen gaat en
niet als het gaat over de aanmaak van elektriciteit.
Mijnheer de minister, in elk geval zit u wat vastgeroest in het keurslijf
van de traditionele energieën uit fossiele brandstoffen terwijl
Vlaanderen en Nederland reeds veel verder staan en
waterstofonderzoek volop willen stimuleren en het bedrijfsleven
daarbij volop betrekken. Ik wil u vragen om u daarin verder te
verdiepen en om minstens kennis te nemen van wat men daar aan
het doen is, wat Vlaanderen en Nederland daar aan het realiseren zijn
en om ervoor te zorgen dat u de boot niet mist, want er is in deze
materie nog heel veel onderzoek nodig.
Als wij zover komen dat de aanmaak van waterstof goedkoper wordt
en nuttiger wordt dan blijven voortgaan met de klassieke fossiele
brandstoffen van benzine en diesel, moeten wij heel dringend die weg
inslaan. Ik stel vast dat op andere continenten veel meer
perspectieven en doelstellingen naar voren worden geschoven en dat
Europa op dit vlak de boot dreigt te missen.
Ik verbaas mij erover dat op Europees niveau allerlei normen worden
gesteld, allerlei doelstellingen worden naar voren geschoven, maar
dat men zich inzake verkeer en wegtransport beperkt tot bepaalde
uitstootniveaus en voor de rest niet verder kijkt, niet op lange termijn
kijkt.
U zou op dat vlak een heel belangrijke rol kunnen spelen, indien u de
moed hebt de platgetreden paden te verlaten.
Flandre et les Pays-Bas sont déjà
nettement plus avancés dans ce
domaine. Je souhaiterais dès lors
demander
au
ministre
d'approfondir cette matière et de
veiller à ce que des études
supplémentaires puissent être
réalisées.
Je constate en outre que diverses
normes sont établies au niveau
européen mais qu'en matière de
trafic, on n'ose pas affronter
l'avenir. Le ministre pourrait jouer
un rôle important dans ce
domaine.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les
conclusions du dernier rapport annuel RAPEX et ses implications pour la Belgique" (n° 6301)</b>
12 Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de minister van Klimaat en Energie over "de
conclusies van het jongste RAPEX-jaarverslag en de gevolgen ervan voor België" (nr. 6301)
Voorzitter: Bart Laeremans
Président: Bart Laeremans
12.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
ministre, j'ai des questions à vous poser concernant le dernier rapport
annuel RAPEX et ses implications pour la Belgique.
Il s'agit d'un système d'alerte rapide au niveau européen sur les
questions des produits dangereux. Selon le dernier rapport annuel de
ce système RAPEX, le nombre de produits dangereux retirés du
marché dans l'Union européenne s'est accru de 53% par rapport à
l'année précédente. Selon la commissaire européenne compétente, il
faut considérer cette augmentation de notifications comme une
amélioration de la capacité de surveillance des États membres et il y
a tout lieu de croire que les consommateurs européens sont mieux
protégés aujourd'hui que par le passé.
Ce sont les jouets qui constituent la catégorie de produits qui fait
l'objet du plus grand nombre de notifications, ce qui confirme, d'une
part, que de nombreux jouets ne respectent pas les normes de
12.01
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Uit het
jaarverslag 2007 van het snelle
waarschuwingssysteem
RAPEX
(Rapid Exchange of Information)
blijkt dat het aantal gevaarlijke
producten dat in de EU uit de
handel is genomen stijgt en dat
het
hoofdzakelijk
gaat
om
speelgoed.
Hoeveel kennisgevingen heeft
België in 2007 gestuurd? Voor
welke categorieën producten?
Gaat dat aantal in stijgende lijn,
overeenkomstig het Europese
gemiddelde?
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
sécurité et, d'autre part, que c'est une priorité pour les autorités de
surveillance du marché.
Un autre élément qui ressort du rapport de 2007 est la réduction de
l'écart entre les pays qui envoient le plus de notifications et ceux qui
en envoient le moins, ce qui traduit une participation plus équilibrée
au système.
Monsieur le ministre, ceci m'amène tout naturellement à vous poser
des questions quant aux conclusions de ce rapport pour la Belgique.
Pourriez-vous m'indiquer le nombre de notifications envoyées par la
Belgique en 2007? Ce nombre est-il à l'image de la moyenne
européenne? Est-il en augmentation par rapport aux années
précédentes? Connaissez-vous par ailleurs, pour la Belgique, les
catégories de produits qui font l'objet du plus grand nombre de
notifications?
12.02 Paul Magnette, ministre: Madame Snoy, le nombre de
notifications envoyées par la Belgique via le système d'alerte rapide
RAPEX s'élève pour l'année 2007 à 15. Ce nombre est en
augmentation par rapport aux années précédentes: en 2005, il y en
avait 10 et 8 en 2006. Pour 2007, on retrouve 7 notifications portant
sur des vélos pour enfant, 3 sur des cosmétiques et 2 sur des jouets
(puzzles en bois).
Le faible nombre de notifications par rapport à d'autres pays membres
est lié à différents facteurs. Parmi ceux-ci, figurent les mesures
volontaires prises par les fabricants. Ces mesures sont notifiées via le
système RAPEX par l'État membre où le fabricant a son siège. De
nombreuses sociétés internationales ayant leur siège à l'étranger, le
nombre de notifications belges est inférieur à la moyenne.
Une deuxième raison est la méthode d'évaluation du risque utilisée en
Belgique. Cette méthode mène moins rapidement au classement
comme produit comportant un risque grave que la méthode appliquée
par de nombreux autres États membres. Je tiens cependant à
préciser que la nouvelle méthode en cours de développement par la
Commission européenne s'inspire fortement de la méthode belge, ce
qui prouve sa fiabilité.
12.02 Minister Paul Magnette: In
2007 heeft België vijftien RAPEX-
meldingen gedaan, tegen tien in
2005 en acht in 2006. Zeven
betroffen
kinderfietsen,
drie
cosmetica en twee speelgoed.
Dat lage aantal is te danken aan
het feit dat maar een beperkt
aantal
fabrikanten
in
België
gevestigd is én aan onze risico-
evaluatiemethode, waarvan de
betrouwbaarheid niet ter discussie
staat, aangezien de Europese
Commissie ze als voorbeeld
neemt voor de ontwikkeling van
een nieuwe methode.
12.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
ministre, en effet, je suis un peu impressionnée par le faible nombre.
Ou bien cela signifie que tous les produits mis sur le marché sont
incroyablement sûrs, ou bien cette situation est due au manque de
moyens pour les contrôles. Je reste donc inquiète quand vous dites
que c'est inférieur à la moyenne.
Je compte rester attentive. Nous devons adopter des normes de
sécurité et des méthodes d'examen nous menant à une sécurité au
moins aussi fiable que dans les autres pays. Je poursuivrai donc ma
vigilance à cet égard.
12.03
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Dat
betekent óf dat onze producten
buitengewoon veilig zijn, óf dat we
niet over voldoende middelen
beschikken om ze te controleren.
We moeten kiezen voor de meest
veilige methodes. Ik zal in dat
verband waakzaam blijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
sanering van BP1 en BP2" (nr. 6304)
13 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
13.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de sanering van
BP1 en BP2 in het vakjargon. Het gaat dus over Eurochimic en de ex-
waste-installaties van SCK. Dat zijn twee nucleaire passiva waarvoor
in het verleden nauwelijks geld in is voorzien. BP1 werd betaald door
de Belgische Staat. BP2 werd betaald door Electrabel, gegarandeerd
door conventies tot het jaar 2000. Olivier Deleuze, voormalig
staatssecretaris, heeft de financiering opengebroken en een regeling
uitgewerkt op basis van een vijfjaarlijks financieringsplan via een
heffing op de kilowattuur op de elektriciteitsfactuur. Het gaat om een
bedrag van ongeveer 55 miljoen euro per jaar.
Binnenkort komt u met een nieuw plan. In afwachting daarvan wens ik
een aantal vragen te stellen over de stand van zaken vandaag.
Ten eerste, hoeveel heeft de sanering van BP1 tot nu tot gekost?
Ten tweede, hoeveel heeft de sanering van BP2 tot nu toe gekost?
Ten derde, hoeveel van de kosten werden gedragen door de overheid
en hoeveel door andere partners?
Ten vierde, wat zijn de meest recente schattingen voor de nog uit te
voeren sanering? Zoals u weet variëren de schattingen van jaar tot
jaar.
Ten vijfde, welke sites moeten nog verder worden gesaneerd? Is de
sanering van BP1 ondertussen afgerond met de afbraak van het
gebouw? Wat is de vordering op de site BP2? Zijn er nog nieuwe of te
verwachten passiva? Ik denk bijvoorbeeld aan het slib van de Molse
Nete, maar ook aan de niet-conforme vaten Eurobitum.
13.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Dans le passé,
BP1 était payé par l'État belge et
BP2 par Electrabel, avec des
garanties contractuelles jusqu'en
2000. L'ancien secrétaire d'État,
M. Deleuze, avait mis au point un
système reposant sur un plan de
financement quinquennal par le
biais d'une taxe au kilowattheure,
un montant d'environ 55 millions
d'euros par an.
Combien
a
coûté
jusqu'ici
l'assainissement des sites BP1 et
BP2? Quelle part était supportée
respectivement par l'État et par
d'autres partenaires? Quelles sont
les estimations les plus récentes
pour l'assainissement qui reste à
réaliser? Quels sites doivent
encore
être
assainis?
L'assainissement
de
BP1
s'achève-t-il avec la démolition du
bâtiment?
Quel
est
l'état
d'avancement des travaux sur le
site BP2? Y aura-t-il de nouveaux
passifs ou d'autres passifs sont-ils
à craindre pour «De Molse Nete»
ou pour les fûts non conformes
d'Eurobitum?
13.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, van 1989 tot 2007 heeft de sanering van het nucleair
passief BP1 in totaal 310 miljoen euro gekost en het nucleair passief
BP2 215 miljoen euro. Van de zonet genoemde saneringskosten
werden voor het passief BP1 153 miljoen euro gedragen door de
begroting van de Belgische Staat en voor het passief BP2 144 miljoen
euro door de elektriciteitsproducenten. Tevens werd gebruikt gemaakt
van inkomsten uit de intrestopbrengsten van de middelen,
beschikbaar in de passieffondsen, van het saldo van de bedragen
destijds ter beschikking gesteld door Eurochimique en van beperkte
inkomsten
uit
de
tarificatie
van
standaardafval
die
ontmantelingsprovisies voor enkele installaties van het passief BP2
insluit en waartoe alle afvalproducenten bijdragen.
Vanaf 2003 wordt de financiering van de passiva BP1 en BP2
verzekerd via een deel van de federale bijdrage die wordt geheven op
het verbruikte kilowattuur. Voor de periode 2003-2007 werd een
totaalbedrag betaald aan Niras, gelijk aan 258 miljoen euro.
Volgens de recentste schatting vertegenwoordigt de nog uit te voeren
saneringsactiviteit een bedrag van 884 miljoen euro inzake
ontmanteling. Voor de beheerskosten verbonden met het beheer van
het radioactief afval is een herziening van de raming nog aan de
gang. Niras stelt vijfjaarlijkse rapporten op over de inventaris van alle
13.02 Paul Magnette, ministre:
De 1989 à 2007, l'assainissement
du passif nucléaire BP1 a coûté
310 millions d'euros au total. Au
cours de la même période,
l'assainissement
du
passif
nucléaire BP2 a coûté au total 214
millions d'euros. Pour le passif
BP1, 153 millions d'euros ont été
supportés par l'État belge et pour
le passif BP2, 144 millions d'euros
ont été pris en charge par les
producteurs d'électricité. On a
également utilisé les produits
d'intérêts des sommes mises à
disposition par Eurochemic à
l'époque et de revenus provenant
de la tarification de déchets
standard. À dater de 2003, le
financement a été assuré grâce à
une partie de la taxe fédérale sur
les kilowattheures consommés.
De 2003 à 2007, 258 millions
d'euros
ont
été
versés
à
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
nucleaire installaties en alle terreinen die radioactieve stoffen
bevatten, die zij overhandigt aan haar voogdij, overeenkomstig de
bepalingen ter zake van de programmawet van 12 december 1997.
Het tweede vijfjaarlijkse rapport behelst de periode 2003-2007 en
werd mij in februari 2008 overhandigd. Uit het rapport blijkt dat de
totale nucleaire kostprijs van de sites die het voorwerp zijn van het in
het rapport opgenomen repertorium sites van klasse 1, 2 en 3 en
sites zonder nucleaire vergunning 7.930 miljoen euro bedraagt,
waarvan 97% gedekt is door provisies.
Het totaal potentieel nucleair passief voor België bedraagt momenteel
bijgevolg 233 miljoen euro of 3% van de totale nucleaire kostprijs. Het
gaat om een potentieel passief dat vooral betrekking heeft op de
universiteitscyclotrons en nader onderzoek vergt met het oog op de
toekomst en het treffen van eventuele maatregelen indien nodig.
Wat meer bepaald de sanering van de nucleaire passiva BP1 en BP2
betreft, kan ik u melden dat de saneringsoperaties volop bezig zijn en
nog ten minste tot 2020 zullen worden voortgezet. Er worden geen
nieuwe nucleaire passiva meer verwacht. De niet-conforme vaten van
eurobitum en andere niet conforme vaten houden geen mogelijkheid
van een nieuw passief in, vermits de kosten die ermee gepaard gaan,
worden gedekt door de financiële dragers ervan, in hoofdzaak
Electrabel en het passief EP.
Tot slot ben ik zo vrij het geachte lid te verwijzen naar de bepalingen
van het koninklijk besluit van 20 juli 2001, houdende algemeen
reglement van de bescherming van de bevolking, van de werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende stralingen, op
grond waarvan het de veiligheidsautoriteiten, in casu het FANC,
toekomt te beslissen over dossiers zoals het slib van de Molse Nete.
Voor meer informatie daarover verwijs ik het geachte lid naar de
minister van Binnenlandse Zaken.
l'ONDRAF.
Les activités d'assainissement
qu'il reste à réaliser sont estimées
à 884 millions d'euros en matière
de démantèlement. Pour les frais
de gestion des déchets radioactifs,
une révision de l'estimation est
encore en cours.
L'ONDRAF rédige des rapports
quinquennaux relatifs à l'inventaire
de
toutes
les
installations
nucléaires et de tous les terrains
qui contiennent des matières
radioactives. Le deuxième rapport,
qui porte sur la période 2003-
2007, m'a été transmis en février
2008. Le coût nucléaire total des
sites dans le rapport s'élève à
7.930 millions d'euros, dont 97 %
sont couverts par des provisions.
L'ensemble du passif nucléaire
potentiel de la Belgique représente
actuellement 233 millions d'euros,
soit 3 % du coût nucléaire total. Ce
passif potentiel porte surtout sur
les cyclotrons universitaires.
Les opérations d'assainissement
relatives aux passifs nucléaires
BP1 et BP2 sont en cours et se
poursuivront au moins jusqu'en
2020. Aucun nouveau passif
nucléaire n'est attendu car les
coûts liés aux fûts d'Eurobitum
non conformes et autres sont
couverts par Electrabel et le passif
BP.
Je vous renvoie pour le reste à
l'arrêté royal du 20 juillet 2001
relatif à la protection de la
population contre le danger des
rayonnements ionisants, en vertu
duquel l'AFCN dispose du pouvoir
de décision dans des dossiers
comme celui relatif à la vase de la
Nete à Mol. Je vous renvoie au
ministre de l'Intérieur pour plus
d'informations.
13.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, ik wil u heel hartelijk bedanken voor
uw uitgebreid en gedetailleerd antwoord.
U zal het wel met mij eens zijn dat de cijfers om van te duizelen zijn,
ook al gaat het slechts om een klein aantal aspecten waarvoor nooit
13.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
En
chiffres
absolus, les montants concernés
sont faramineux quoiqu'il ne
s'agisse que d'un petit nombre
d'aspects pour lesquels des
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
provisies werden aangelegd. In absolute cijfers lopen de bedragen
niettemin heel erg op.
Ik zou nog een kanttekening willen maken. Misschien moeten wij
voorzichtiger zijn met de uitspraak dat er geen nieuwe, nucleaire
passiva te verwachten zijn. Indien uit het onderzoek rond de niet-
conforme vaten, dat momenteel aan de gang is, zou blijken dat er
toch nog enkele, andere problemen opduiken of in de toekomst
kunnen opduiken, vrees ik dat wij met een potentieel nucleair passief
zouden kunnen zitten, waarvoor wij de nodige behoedzaamheid en
bedachtzaamheid aan de dag moeten leggen.
Aan alle voorstanders van kernenergie zou ik nog willen zeggen dat
beweren dat kernenergie goedkoop is, een verkeerde vaststelling is.
provisions
n'ont
jamais
été
constituées. De plus, mieux vaut
faire preuve de prudence à l'égard
des déclarations selon lesquelles
aucun nouveau passif nucléaire
n'est à prévoir, à plus forte raison
parce que l'enquête ayant trait aux
fûts non conformes est encore en
cours. L'énergie nucléaire est
donc tout sauf bon marché.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
aanvullende studie besteld bij het Planbureau betreffende het potentieel aan hernieuwbare energie in
België" (nr. 6305)
14 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'étude
complémentaire commandée auprès du Bureau du Plan relative au potentiel d'énergies renouvelables
en Belgique" (n° 6305)</b>
14.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
het is eigenlijk een vraag waarmee ik wil terugkomen op een eerdere
vraag die ik heb gesteld, op 29 januari was dat. De tijd gaat snel. De
vraag ging over een aanvullende studie die was besteld bij het
Planbureau betreffende het potentieel hernieuwbare energie in België.
Ik heb er uw antwoord nog eens op nagelezen en citeer uit uw
antwoord: de studie werd samen met de drie Gewesten besteld bij het
federaal Planbureau. Het gaat om twee complementaire studies ter
ondersteuning van de Belgische overheden bij de verdeling van de
doelstellingen voor een verkennende analyse van de verschillende
scenario's gebaseerd op de unilaterale Europese twintig procent-
klimaatdoelstelling, enerzijds, en de mondiale klimaatdoelstelling van
dertig procent, anderzijds. Bijkomend studiewerk is nog lopende,
waaronder de analyse van de economische impact van de
verschillende EU-doelstellingen op België.
Op het moment dat ik de vraag stelde, had u alleen voorlopige cijfers
over de resultaten. U heeft toen gezegd dat het niet opportuun was
om die al te verspreiden omdat de onderhandelingen met de
Europese Commissie toen nog moesten beginnen. U heeft zich toen
wel principieel voorstander getoond van een debat in het Parlement
en om die studie ter beschikking te stellen. Maar omdat u ze niet
alleen hebt besteld, moest de bereidheid ook worden onderzocht van
de andere opdrachtgevers, in casu de Gewesten. Daarover werden
toen nog geen afspraken gemaakt.
Vandaag, op 24 juni, had ik dus graag geweten wat de stand van
zaken is betreffende deze studie?
Ten tweede, wat zijn de al dan niet voorlopige resultaten die blijken uit
de studie?
14.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Il y a quelque
temps, le ministre a commandé,
en concertation avec les trois
Régions, une étude portant sur le
potentiel d'énergies renouvelables
en Belgique.
Où en est cette étude? Quels en
sont les résultats, provisoires ou
non? Le ministre pourrait-il mettre
cette étude à la disposition du
Parlement?
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Ten derde, kan u deze studie ter beschikking stellen van het
Parlement?
14.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, in de eerste plaats betreft de bedoelde studie niet het
potentieel aan hernieuwbare energie in België. Eigenlijk moet de
studie in een ruimer kader worden geplaatst. Het doel van de studie is
het bestuderen van de energetische emissie en de economische
impact van mogelijke doelstellingen voor hernieuwbare energie, voor
non-ETS en voor biobrandstoffen voor België, rekeninghoudend met
een aantal parameters, zoals het al dan niet een beroep kunnen doen
op het flexibiliteitsmechanisme.
Het potentieel aan hernieuwbare energie wordt dus niet becijferd,
maar wel welke hernieuwbare energiebronnen kunnen worden ingezet
om een doelstelling van bijvoorbeeld 13% hernieuwbare energie in het
finale energiegebruik voor België te behalen, alsmede de daarmee
verbonden kosten.
Wat de stand van zaken betreft, de studie is nog lopend, tot eind
juli 2008. De termijn van de studie is dus met twee maanden
verlengd. Op dit ogenblik zijn er dus geen voorlopige resultaten
beschikbaar. Het is echter altijd mijn bedoeling geweest om deze
studie ter beschikking te stellen, maar daarvoor is het akkoord van
alle opdrachtgevers, de drie Gewesten en mijn departement,
noodzakelijk. Op dit ogenblik is dat akkoord er niet.
14.02 Paul Magnette, ministre:
Les auteurs de l'étude concernée
se sont penchés sur la question de
savoir quelles sources d'énergie
renouvelable
pourraient
être
exploitées en Belgique pour nous
permettre
d'atteindre
certains
objectifs et quel serait le coût de
leur exploitation. Ils n'ont donc pas
chiffré le potentiel d'énergies
renouvelables.
Cette étude se terminera fin juillet
2008. Aucun résultat provisoire
n'est encore disponible. J'ai
l'intention de mettre cette étude à
disposition mais un accord entre
les Régions et mon département
est requis à cette fin.
14.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
wij zullen in de andere parlementen ook vragen stellen opdat die
studie ter beschikking zou worden gesteld. Die vraag moet immers
niet alleen aan u worden gesteld, maar ook aan de gewestministers
bevoegd voor Energie.
Het resultaat is zeer belangrijk. Het is een ruimer object, maar wij
weten allemaal dat de achterliggende idee is geweest om te
becijferen hoeveel het zou kosten als wij een ambitieus percentage
hernieuwbare energie willen halen. U weet evengoed als ik dat het
vooral de Vlaamse overheid is die grote vraagtekens plaatst bij de
betaalbaarheid daarvan.
Ik heb in de wandelgangen begrepen dat de eerste voorlopige
conclusies zeer geruststellend zijn en dat de macro-economische
impact van een percentage van 13% niet zo groot is en geen grote
problemen zal opleveren en het dus met andere woorden gemakkelijk
haalbaar is.
Ik zal mijn collega's in de andere parlementen vragen om op hun
gewestelijke ministers de nodige druk uit te oefenen om de studie te
verspreiden.
14.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Nous
demanderons l'autorisation de
pouvoir consulter cette étude dans
les autres assemblées également.
C'est
essentiellement
le
gouvernement flamand qui semble
s'interroger sur la faisabilité de ce
projet sur le plan financier. Mais
selon les premières conclusions
provisoires,
atteindre
13
%
d'énergies renouvelables semble
tout à fait de l'ordre du possible.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la mise en oeuvre
d'un CCS négatif sur les unités produisant de l'énergie à partir de la biomasse" (n° 6313)</b>
15 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "de
toepassing van een negatieve CCS op het gebruik van biomassa als energiebron" (nr. 6313)
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
15.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, l'organisation écologiste norvégienne Bellona a
présenté un ensemble de mesures qui permettraient, selon elle, de
réduire de 85% les émissions de gaz à effet de serre d'ici 2050,
objectif à atteindre selon le GIEC, pour limiter à 2° C la hausse
moyenne des températures et éviter ainsi des catastrophes majeures.
De la combustion d'algues à l'enfouissement de CO
2
solutions
maintes fois débattues, notamment en commission de la Santé
publique en passant par la taxation des produits en fonction de leur
impact sur le climat, tant à la production qu'à l'utilisation, par
l'amélioration de l'efficacité énergétique ou encore l'amélioration de la
gestion des forêts, les solutions proposées ne sont pas toutes
nouvelles pour combattre le réchauffement de la planète qui est un
"défi considérable mais pas insurmontable", selon Frédéric Hauge,
président de Bellona.
En revanche, l'association fait preuve d'originalité lorsqu'elle propose
d'appliquer le principe du CCS à des centrales alimentées à la
biomasse afin de mettre en place une "contribution carbone négative".
Ainsi, une centrale fonctionnant à la biomasse (des algues, par
exemple) permettrait de produire de l'énergie tout en éliminant du
CO
2
, celui absorbé par ladite biomasse par voie de photosynthèse.
Le fait de regarder la télévision, d'utiliser les appareils
électroménagers ou encore de conduire une voiture électrique
permettrait de supprimer du CO
2
de l'atmosphère. "Les mêmes
compétences et capacités industrielles qui ont créé le problème
peuvent permettre de le résoudre", ajoute Frédéric Hauge.
Cette proposition pourrait donc être mise à profit pour promouvoir les
équipements produisant de l'énergie à partir de la biomasse, et donc
favoriser son développement.
Monsieur le ministre, que pensez-vous de cette proposition qui
semble aller dans le bon sens? Quelles autres mesures envisagez-
vous afin de favoriser le développement d'énergie à partir de la
biomasse?
Pensez-vous que notre pays pourrait se lancer dans cette approche
du CCS et la promouvoir au sein des instances internationales en la
mettant lui-même en pratique?
Je pense que le défi de l'énergie n'attend pas; vous avez évoqué le
fait que c'était pour la fin 2009. Il est important que nous nous y
attelions dès maintenant avec d'autres idées que la diminution de la
TVA à 6% et en y contribuant autrement qu'en "discutant sur un coin
de table après un repas arrosé", comme vous l'avez mentionné la
semaine passée.
15.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De Noorse milieuorganisatie
Bellona
heeft
maatregelen
voorgesteld waarmee de uitstoot
van broeikasgassen volgens haar
met 85 procent verminderd zou
kunnen worden tegen 2050,
teneinde
de
gemiddelde
temperatuurstijging tot 2° C te
beperken en grote rampen te
voorkomen.
De oplossingen die in dat verband
worden voorgesteld (gebruik van
algen als brandstof, berging van
CO
2
,
belastingheffing
op
producten in functie van hun
impact op het klimaat, bevordering
van de energie-efficiëntie of
verbetering van het bosbeheer)
zijn niet allemaal nieuw. De
organisatie komt evenwel origineel
uit de hoek met haar voorstel om
het "carbon capture and storage"-
of CCS-principe toe te passen op
biomassacentrales, teneinde zo
een "negatieve koolstofbijdrage" te
genereren.
Met
een
biomassacentrale (waarbij energie
gewonnen
wordt
uit
algen
bijvoorbeeld) zou het op die
manier mogelijk worden energie te
produceren en tegelijk de CO
2
te
elimineren, aangezien deze door
de biomassa via fotosynthese
geabsorbeerd wordt.
Wat denkt u van dat voorstel? Hoe
zal u het gebruik van biomassa als
energiebron bevorderen? Zou ons
land die aanpak met betrekking tot
het CCS-principe kunnen volgen
en bij de internationale instanties
kunnen promoten door dit principe
zelf in praktijk te brengen?
Een
oplossing
voor
het
energievraagstuk kan niet op zich
laten wachten. We moeten ons
daar hic et nunc op toeleggen en
we
moeten
andere
ideeën
aanreiken dan de btw-verlaging tot
6 procent.
15.02 Paul Magnette, ministre: Le "coin de table" et le qualificatif
que vous appliquez sont de votre propre cru, monsieur Flahaux. Pour
le reste, la technologie du captage et stockage géologique du CO
2
, le
CCS, peut théoriquement s'appliquer à n'importe quelle source de
15.02 Minister Paul Magnette:
De
technologie
voor
de
geologische captatie en opslag
(CCS) van CO
2
is theoretisch
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
CO
2
pour autant que celle-ci soit fixe et représente un certain volume
d'émissions. Les grandes applications envisagées pour le CCS
concernent les grandes installations de combustion, principalement
les centrales de production d'électricité utilisant des combustibles
fossiles qui constituent une source majeure d'émissions de CO
2
. Rien
n'empêche toutefois d'appliquer la même technologie aux centrales
alimentées en tout ou en partie par de la biomasse.
Il faut toutefois souligner les limites de cette technologie. La première
est la capacité de stockage géologique. Celle-ci et très variable selon
les régions du monde. En Belgique, une certaine capacité existe mais
elle est toutefois relativement limitée par rapport aux émissions
produites sur notre territoire. Cette capacité sera exploitée en priorité
pour stocker le volume de CO
2
des centrales les plus polluantes,
c'est-à-dire principalement les centrales au charbon qui génèrent le
plus d'émissions de CO
2
par kW/h produit. Les centrales fonctionnant
à la biomasse dont le bilan CO
2
est nettement plus favorable ne sont
donc pas les premières candidates pour le CCS.
La deuxième limite réside dans le fait que la technologie du CCS n'est
pas dénuée d'inconvénients tels que les risques pour l'environnement
liés aux fuites possibles, la surconsommation énergétique associée à
la capture, au conditionnement, au transport et à l'injection de CO
2
,
les infrastructures importantes qu'il conviendra de mettre en place et
enfin le coût, prohibitif pour l'instant, de cette technologie.
Une proposition de directive sur le CCS présentée par la Commission
dans le paquet "Climat-Énergie" est en cours de discussion au
Conseil de l'UE. Elle vise à établir un cadre réglementaire pour le
développement de projets de démonstration de CCS dans l'UE. Une
fois réalisés, ces projets devraient permettre d'y voir plus clair quant
au potentiel économique de cette technologie, quant à la maîtrise du
risque environnemental et aux possibilités de déploiement du CCS
sur une échelle commerciale.
Votre question porte également sur la valorisation énergétique de la
biomasse. Il y a trois voies principales de valorisation: la voie
alimentaire, la voie de la matière et la voie énergétique. Nous devons
mettre en place une véritable stratégie pour l'utilisation de la
biomasse afin d'équilibrer ces trois modes d'utilisation. Le projet
Bellona que vous mentionnez présente la grande qualité d'utiliser les
algues, ce qui limite la concurrence avec les autres modes de
valorisation. En outre, la production de biomasse doit être assortie de
critères de durabilité environnementaux et socio-économiques. Dans
le cas spécifique des algues, il faut être particulièrement vigilant à ne
pas introduire d'espèces invasives, aux pollutions induites par les
effluents et aux risques liés à l'utilisation d'organismes génétiquement
modifiés.
Dans l'attente des résultats de ces projets, je continuerai à privilégier
les énergies renouvelables et l'efficacité énergétique qui sont loin
d'avoir montré tout leur potentiel et qui permettront, à un coût
raisonnable et en créant de nombreuses opportunités, notamment en
termes d'emploi, d'atteindre les objectifs assignés à la Belgique dans
le paquet "Climat-Énergie" à l'horizon 2020.
mogelijk voor om het even welke
CO
2
-bron. De grote toepassingen
waar men aan denkt, zijn de
verbrandingsinstallaties,
hoofdzakelijk
centrales
voor
elektriciteitsproductie die gebruik
maken van fossiele brandstoffen,
maar niets belet dat men diezelfde
technologie
inzet
voor
biomassacentrales.
Men dient evenwel de beperkingen
van
die
technologie
te
onderstrepen. De geologische
opslagcapaciteit
varieert sterk
afhankelijk van de regio's in
wereld. In België zal de relatief
beperkte capaciteit bij voorrang
worden geëxploiteerd om het CO
2-
volume van de meest vervuilende
centrales
te
stockeren
(hoofdzakelijk de kolencentrales).
De biomassacentrales komen dus
niet als eerste in aanmerking voor
CCS.
De CCS-technologie houdt risico's
in voor het milieu door de
mogelijke lekken en de nadelen
verbonden aan de overconsumptie
van energie voor de opslag en het
kostenplaatje. Een voorstel voor
een richtlijn betreffende de GCS
werd
door
de
Commissie
voorgesteld
en
wordt
nu
besproken in de Europese Raad.
Er zijn drie mogelijke manieren om
biomassa te benutten. Die drie
pistes, namelijk voeding, materie
en energie, moeten in evenwicht
zijn. Het gebruik van algen zoals
bepaald in het Bellona-project is
gunstig, want de concurrentie met
andere benuttingswijzen wordt
beperkt.
De
productie
van
biomassa moet hoe dan ook hand
in hand gaan met criteria voor
sociaal-economische
en
milieuduurzaamheid. Wat de
algen betreft, dient men oog te
hebben voor de risico's die
verband houden met invasieve
soorten,
door
afvalwater
veroorzaakte vervuiling en het
gebruik
van
genetisch
gemodificeerde organismen. In
afwachting van de resultaten van
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
die projecten, zal ik voorrang
verlenen
aan
hernieuwbare
energie en energie-efficiëntie, die
het tegen een redelijke kost
mogelijk zullen maken de door
België voor 2020 vastgelegde
doelstellingen te bereiken, en die
bovendien
nog
heel
wat
mogelijkheden inhouden op het
stuk van de werkgelegenheid.
15.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je retrouve
à travers votre réponse le ministre crédible que j'apprécie beaucoup. Il
est vrai que j'avais été un peu choqué de la manière dont vous aviez
littéralement descendu l'attitude du MR pour relancer le débat en
matière d'énergie. Ici, vous m'avez fait une réponse qui me satisfait
complètement et qui montre votre volonté constructive.
Je ne peux que m'en réjouir.
15.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Ik
was
enigszins
gechoqueerd door de manier
waarop u brandhout gemaakt had
van de houding van de MR om
aan het debat inzake energie een
nieuwe impuls te geven. Met dit
antwoord, dat me tevredenstelt,
geeft u blijk van een constructieve
ingesteldheid..
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "het elektrisch
autorijden" (nr. 6528)
16 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les voitures électriques"
16.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op 27 mei heb ik u gevraagd of de CO
2
-uitstoot
niet kon worden verminderd door het promoten van het elektrisch
autorijden. U herinnert zich dat misschien nog. Ik wees u er toen op
dat op dit moment een aantal uitgebreide en goed voorbereide
experimenten in Denemarken en Israël inzake windenergie en zonne-
energie aan de gang waren. Ik las onlangs ook dat Nederland het
elektrisch autorijden in een stroomversnelling wil brengen.
Volgens het Nederlandse energiebedrijf Essent, dat ook in België
actief is, staat dit autorijden op het punt massaal door te breken. Het
energiebedrijf ontwikkelde namelijk een netwerk dat zorgt voor het
opladen van elektrische auto's, zodat men minstens elke 100 km zijn
wagen kan opladen. 's Nachts zou dat trouwens tegen een lager tarief
kunnen. Anders zouden het geen Nederlanders zijn.
Mijnheer de minister, u kent hopelijk het initiatief van het Nederlandse
energiebedrijf. Biedt dit mogelijkheden voor België op korte termijn?
Wordt het niet dringend tijd om massaal in te zetten op onderzoek en
ontwikkeling van het elektrisch autorijden zodat het ook in België in
een stroomversnelling geraakt? Wordt nagedacht over de fiscale
aftrekbaarheid bij het elektrisch autorijden, zoals trouwens ook in het
buitenland gebeurt? Wordt hierover overleg met de autosector
gepleegd? Zijn er gesprekken aan de gang? Kunt u een stand van
zaken geven?
16.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le 27 mai dernier, j'ai
demandé au ministre si la
promotion de la voiture électrique
ne permettrait pas de réduire les
émissions de CO
2
. Je m'étais déjà
référé à l'époque aux expériences
menées au Danemark et en Israël.
Selon l'entreprise énergétique
néerlandaise Essent, qui déploie
également
des
activités
en
Belgique, ce type de véhicule est
sur le point de faire son apparition
aux Pays-Bas. L'entreprise a
développé un réseau permettant
de recharger le véhicule tous les
100 kilomètres. Les tarifs seraient
par ailleurs réduits la nuit.
Cette initiative offre-t-elle des
perspectives à court terme en
Belgique? N'est-il pas urgent de
miser
massivement
sur
la
recherche et le développement?
Une déduction fiscale est-elle
envisagée? Des concertations ont-
elles lieu à ce sujet avec le secteur
de l'automobile? Le ministre
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
pourrait-il dresser un état de la
situation?
16.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, de plaats van
de auto en de brandstofkeuze waren centrale thema's tijdens de
workshop op de Lente van het Leefmilieu. Net zoals het Europees
niveau ben ik voorstander van trapsgewijze prioriteiten te beginnen
met de beheersing van de mobiliteit, de verbetering van de energie-
efficiëntie van auto's, de kwaliteit van brandstoffen en van nieuwe
energieproducten zoals biobrandstoffen maar ook elektriciteit.
De regel daarbij is om via de analyse van de levenscyclus de
voorrang te geven aan de opties die het minst energie verbruiken en
die dus het minst broeikasgassen uitstoten ten opzichte van de
energie die men tracht te vervangen.
Levenscyclusanalyse maakt het dus mogelijk om de beste energie in
het algemeen te kiezen of de beste energie in een welomlijnd
gebruiksgeval zoals bijvoorbeeld in de agglomeraties. In dit geval, en
op voorwaarde dat de elektrische energie wordt geproduceerd op
basis van duurzame energiebronnen zullen elektrische auto's het
mogelijk maken om zowel de broeikasgasemissies als de
luchtvervuiling te verminderen. De technologie op het vlak van
elektrische voertuigen moet eerst en vooral rijp zijn en moet nog
evolueren. Het is dus geen onmiddellijke en wonderbaarlijke
oplossing.
Ik ken de in Nederland genomen initiatieven nog niet, maar ik heb
mijn administratie gevraagd om hierover een stand van zaken te
maken.
Tijdens de Lente van het Leefmilieu werd de elektrische auto voor
gebruik in de stad naar voren geschoven als antwoord op de
problemen inzake overmatig brandstofverbruik en luchtvervuiling. Ik
pleit ervoor dat het politieke debat uitmondt in een ambitieuze
maatregel die de uitstoot van broeikasgassen, fijn stof en NOx
aanzienlijk zal beperken.
De voorbereiding van de Europese verordening met betrekking tot de
CO
2
-uitstoot van auto's en de andere Europese dossiers als
euronormen
zijn
de
onmisbare
elementen
om
de
broeikasgasemissies van de bestaande technologie in grote mate te
beperken. Deze Europese werkzaamheden zijn een van mijn
prioriteiten.
Mogelijke fiscale maatregelen zijn wel op tafel gelegd en voorgelegd
in het kader van de Lente van het Leefmilieu. Met collega Clerfayt
moet nu de discussie verder worden gevoerd.
De sector van de autoconstructeurs is vanzelfsprekend een actor
waar wij niet om heen kunnen. Het is duidelijk dat de regering klaar
moet zijn om een initiatief te nemen wanneer dit een relevante piste
is.
16.02 Paul Magnette, ministre: Le
choix de combustibles a été au
centre du workshop du Printemps
de l'Environnement. Tout comme
l'Union
européenne,
je
suis
partisan de priorités par paliers : la
maîtrise de la mobilité vient en
tête, suivie de l'amélioration de
l'efficacité
énergétique
des
voitures, de la qualité des
carburants et, enfin, des nouveaux
produits énergétiques comme les
biocarburants et l'électricité.
Le principe consiste à accorder la
priorité, par le biais de l'analyse du
cycle de vie, aux solutions de
remplacement
les
moins
consommatrices d'énergie et qui
génèrent le moins d'émissions de
gaz à effet de serre. Si l'énergie
électrique est produite sur la base
de sources d'énergie durables, les
voitures électriques permettront
par exemple de réduire tant les
émissions de gaz à effet de serre
que la pollution atmosphérique.
Toutefois, cette technique doit
encore évoluer et il ne s'agit donc
pas d'une solution immédiate. Je
ne connais pas les initiatives
menées aux Pays-Bas mais j'ai
demandé à mon administration de
dresser un état de la question.
Dans le cadre du Printemps de
l'Environnement,
la
voiture
électrique utilisée en ville a été
avancée comme une réponse au
problème de la consommation
exagérée de carburants et de la
pollution de l'air. Le débat politique
doit mener à une mesure
ambitieuse
qui
réduira
sensiblement les émissions de gaz
à effet de serre, de particules fines
et de NOx.
L'ordonnance européenne sur les
émissions de CO
2
des voitures et
d'autres
dossiers
européens
comme les euronormes doivent
restreindre dans une large mesure
les émissions de gaz à effet de
serre
qu'entraînent
les
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
technologies
existantes.
Ces
travaux
menés
au
niveau
européen constituent l'une de mes
priorités.
Il a également été question, lors
du Printemps de l'Environnement,
de possibles mesures fiscales. Le
secrétaire d'État fédéral, M.
Clerfayt, doit poursuivre cette
discussion.
Il n'est évidemment pas possible
d'ignorer
le
secteur
des
constructeurs automobiles. Le
gouvernement doit se tenir prêt à
prendre l'initiative dès que cette
solution de rechange deviendra
pertinente.
16.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik vul uw antwoord kort aan.
Het Nederlandse bedrijf maakt zich sterk dat er tegen 2025, wat niet
zo veraf is, zowat 1.800.000 mensen met hun systeem elektrisch
aangedreven wagens in Nederland zullen rondrijden.
Dat zijn heel concrete plannen. In Nederland is blijkbaar de politieke
wil aanwezig om iets met het dossier van de elektrisch aangedreven
wagens te doen. Ik hoop dat wij in Europa niet opnieuw als de
slechtste leerling van de klas naar voren komen. Ik hoop dat wij de
zaak ernstig genoeg nemen en er voldoende sterke, politieke wil
tegenover plaatsen om het project te doen lukken en in elk geval
nader onderzoek en een nadere analyse mogelijk te maken.
Ik dank u niettemin voor de open geest waarmee u het probleem
bekijkt.
16.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): A en croire l'entreprise
néerlandaise, 1,8 millions de
véhicules
fonctionnant
à
l'électricité circuleront aux Pays-
Bas en 2025. Aux Pays-Bas, il
existe donc une volonté politique
de réaliser des objectifs concrets.
Je me réjouis de l'ouverture
d'esprit du ministre, mais j'espère
que la Belgique ne sera pas une
fois de plus le cancre de la classe
européenne.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Dirk Vijnck aan de minister van Klimaat en Energie over "de haalbaarheidsstudie
van een vermindering tot 6% van het BTW-tarief op energiebesparende bouw- en renovatiewerken en
voor het gebruik van vernieuwbare energie" (nr. 6568)
17 Question de M. Dirk Vijnck au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'étude de la faisabilité d'une
réduction à 6% du taux de TVA sur les travaux de construction et de rénovation générateurs
d'économies d'énergie et sur le recours aux énergies renouvelables" (n° 6568)</b>
17.01 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de minister, in de
regeringsverklaring van maart staat dat de regering de haalbaarheid
van de vermindering tot 6 procent van het btw-tarief op
energiebesparende bouw- en renovatiewerken of op het gebruik van
vernieuwbare energie, althans voor schoolgebouwen, ziekenhuizen,
rusthuizen en gehandicaptenhomes zal onderzoeken. De regering zou
ook onderzoeken of dergelijke maatregelen de concurrentie tussen de
private en publieke sector zou verstoren.
Ik heb daarover drie korte vragen.
17.01 Dirk Vijnck (LDD): Selon
l'accord de gouvernement, le
gouvernement
vérifiera
si
l'instauration d'un taux de TVA de
6 %
pour
les
travaux
de
construction et de rénovation
visant à économiser de l'énergie
ou
l'utilisation
d'énergies
renouvelables pour chauffer les
bâtiments scolaires, les hôpitaux,
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Is het onderzoek waarvan sprake in de regeringsverklaring, reeds
opgestart? Wanneer verwacht u de eerste resultaten van het
onderzoek? Zal de regering, indien de resultaten van het onderzoek
gunstig zijn, ook verder gaan dan de studiefase en de btw-verlaging
effectief uitvoeren?
les maisons de repos et les homes
pour handicapés est réaliste.
L'étude est-elle déjà en cours?
Quand les résultats seront-ils
disponibles? La réduction de la
TVA sera-t-elle effectivement mise
en oeuvre si les résultats sont
favorables?
17.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Vijnck, er is in het
regeerakkoord inderdaad het volgende bepaald. Ik citeer: "Voor de
schoolgebouwen, ziekenhuizen, rusthuizen en gehandicaptenhomes
bestudeert de regering de haalbaarheid van een vermindering tot 6
procent van het btw-tarief op energiebesparende bouw- en
renovatiewerken en voor het gebruik van vernieuwbare energie, en dit
zonder concurrentieverstoring tussen de publieke en de private sector
te creëren. Bij ontstentenis hiervan zal de regering alternatieve
oplossingen onderzoeken."
In het kader van de Lente van het Leefmilieu, workshop Energie &
Klimaat, heeft het voorstel om die mogelijkheid te bestuderen, het
voorwerp uitgemaakt van een eerste onderzoek door een dertigtal
deelnemers. De besluiten van de deelnemers zijn heel positief,
aangezien de maatregel niet alleen werd ondersteund, maar ook als
"groen" werd gerangschikt, wat wil zeggen dat ze met een sterke,
eenparige consensus werd gesteund. De groep besliste eveneens het
toepassingsgebied ervan uit te breiden.
Zoals u reeds weet, zal de Lente van het Leefmilieu op 2 juli 2008
uitmonden in een reeks besluiten en beleidsbeslissingen, op basis
van de voorstellen van maatregelen die door de verschillende
workshops en groepen worden aangereikt. Het is immers de hoop
van de Lente van het Leefmilieu het onderzoeksstadium te overstijgen
en te komen tot het stadium van concrete maatregelen en
beslissingen. Dat vereist evenwel het formeel akkoord van de
Europese Commissie. De maatregel zal natuurlijk mijn volledige steun
genieten.
Gelijklopend met de Lente van het Leefmilieu werd er ook een groep
Groene Fiscaliteit opgericht onder de voogdij van staatssecretaris
voor groene fiscaliteit, de heer Bernard Clerfayt. Die groep is belast
met het onderzoeken van de maatregel. Voor meer details nodig ik u
derhalve uit zich te richten tot de heer Clerfayt.
17.02 Paul Magnette, ministre:
Une trentaine de participants à
l'atelier de travail Énergie et Climat
du Printemps de l'environnement
ont examiné la possibilité d'une
réduction de la TVA. Leurs
conclusions sont extrêmement
positives. Ils souhaiteraient même
élargir
encore
le
champ
d'application.
Le 2 juillet, les résultats de ces
groupes de travail du Printemps
de
l'environnement
seront
entérinés par une série d'arrêtés
et
de
décisions
politiques
concrètes. Je soutiens le principe
d'une réduction de la TVA qui ne
pourra toutefois entrer en vigueur
qu'après un accord formel de la
Commission européenne.
Un groupe d'étude Fiscalité verte,
qui étudie actuellement aussi sur
la mesure, a été créé sous la
tutelle de M. Clerfayt.
17.03 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
antwoord. Ik zal die vraag dus ook eens stellen aan de heer Clerfayt.
17.03 Dirk Vijnck (LDD): Je
poserai également ma question à
M. Clerfayt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "les problèmes
relatifs à la vente sur internet et la protection des consommateurs" (nr. 6571)
18 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "de problemen bij
internetverkoop en consumentenbescherming" (n° 6571)</b>
18.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, 18.01 Peter Logghe (Vlaams
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
mijnheer de minister, last but not least.
De Europese centra voor de consument hebben in 2007 meer dan
10.000 klachten ontvangen inzake de verkoop via internet. Dit
stijgende aantal klachten kan op het eerste gezicht vrij normaal lijken
omdat ook steeds meer mensen over internet beschikken en allerlei
aankopen doen via het internet. De drempel om via internet aan te
kopen, wordt op die manier ook kleiner. Het opmerkelijke in de cijfers
was toch wel dat België het inzake het aantal klachten vrij slecht deed
op Europees niveau. België stond als negende laatste op een totaal
van 29 landen.
Enkele concrete vragen. Ten eerste, hebt u commentaar op deze
Europese cijfers?
Ten tweede, verdient het geen aanbeveling om onze wetgeving
strenger en consumentvriendelijker te maken zodat bijvoorbeeld
inzake consumentenrechten concrete coördinaten van het bedrijf dat
goederen verkoopt via het internet voor elke consument te controleren
zijn?
Ten derde, zou het misschien nuttig kunnen zijn om op de webstek
van bedrijven, die in België via internet verkopen, de gegevens van
onze federale ombudsman voor consumentenzaken te vermelden
zodat bedrogen kopers zeer gemakkelijk weten tot wie zij zich moeten
wenden om klacht neer te leggen of wat dan ook?
Ik kom dan bij mijn laatste vraag, mijnheer de minister. Wordt er door
de
Belgische
regering
op
de
verschillende
Europese
beslissingsniveaus voldoende aangedrongen op het dermate scherp
maken van de Europese regelgeving zodat de rechten van de
consument in deze beter worden beschermd? Zou u mij kunnen
zeggen welke concrete maatregelen er de jongste maanden in deze
zijn genomen.
Ik dank u voor uw antwoord.
Belang): L'an passé, les centres
européens des consommateurs
ont reçu plus de 10.000 plaintes
relatives à des ventes par le biais
de l'internet, la Belgique obtenant
un score assez médiocre sur ce
plan.
Le
ministre
peut-il
commenter ces chiffres? La
législation ne doit-elle pas être
renforcée et davantage axée sur
les consommateurs? Ne serait-il
pas judicieux de mentionner les
coordonnées du médiateur fédéral
sur le site internet des entreprises
qui pratiquent la vente par
l'internet? La Belgique insiste-t-elle
au niveau européen pour que la
réglementation européenne en la
matière soit renforcée? Quelles
mesures concrètes a-t-on déjà
prises à ce niveau?
18.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Logghe, al bezet België de
negende plaats op negenentwintig, toch hebben de klachten van de
Europese consumenten slechts betrekking op 30 internetverkopers.
In Duitsland, dat de eerste plaats bezet, slaan de klachten op
681 internetverkopers. Het aantal klachten tegen Belgische
internetverkopers vertegenwoordigt 2% van het totaal aantal klachten
dat de Europese Consumenten Centra, ECC, hebben ontvangen.
Overigens ontvangt het ECC in België meer klachten van Belgische
consumenten tegen buitenlandse internetverkopers dan klachten van
buitenlandse consumenten tegen Belgische internetverkopers.
De Belgische regelgeving is het resultaat van de omzetting van de
Europese richtlijnen, die een voldoende bescherming waarborgen van
de rechten van de consument. Aldus leggen de wet van 1991
betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming
van de consument en de wet van 2003 betreffende bepaalde
juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij
verplichtingen op inzake voorlichting, transparantie en eerlijkheid van
de transacties van verkoop op afstand, en meer bepaald inzake de
18.02 Paul Magnette, ministre:
En Belgique, les plaintes ne
concernent que trente vendeurs
sur internet. Le nombre de plaintes
contre des vendeurs belges ne
représente que 2 % du nombre
total de plaintes. Les plaintes de
consommateurs belges contre des
vendeurs étrangers sont beaucoup
plus nombreuses.
La réglementation belge résulte de
la transposition de directives
européennes
qui
protègent
suffisamment les consommateurs
dans la mesure où elles obligent
tout vendeur sur internet à
permettre un accès aisé, direct et
permanent
à
ses
données
d'identification. En Belgique, il
n'existe pas de véritable médiateur
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
elektronische handel.
Zo moet een internetverkoper een gemakkelijke, directe en
permanente toegang verlenen tot zijn identificatiegegevens, zoals
handelsnaam,
geografisch
adres,
contactgegevens
en
ondernemingsnummer.
De verschillende verplichtingen die aan de internetverkopers worden
opgelegd, zijn voldoende om een adequate bescherming te
verzekeren voor de belangen van de consument.
In België bestaat er als dusdanig geen ombudsman voor de
consument. Wel hebben een aantal privé-initiatieven het licht gezien,
zoals BeCommerce, dat de mogelijkheid biedt om klacht in te dienen
tegen een internetverkoper die lid is van BeCommerce wanneer de
bestelling niet verloopt zoals de consument het had gewenst.
In dat geval waakt B-Commerce erover dat het betrokken bedrijf zich
bezighoudt met het individuele geschil dat haar ter kennis werd
gebracht.
Wanneer een contractueel geschil tussen een consument en een
internetverkoper voorgelegd wordt aan de Algemene Directie Controle
en Bemiddeling van de FOD Economie, verschaft haar dienst ADR
nuttige informatie aan de consument over zijn rechten en over de
eventuele mogelijkheden tot alternatieve beslechting van de
geschillen die in de betrokken sector bestaan.
De FOD Economie heeft trouwens een gids uitgegeven ten behoeve
van de internetgebruikers die tevens beschikbaar is op de website.
Verder werkt de FOD Economie aan een project van een didactische
website die er zal uitzien als een pseudoklassieke commerciële
website maar is vooral bedoeld om de internetgebruikers op een
levendige en praktische wijze te informeren. De website wil de
toepasselijke regelgeving vulgariseren en de internetgebruiker
tegelijkertijd de kans bieden om bepaalde onderwerpen verder uit te
diepen. De website richt zich zowel tot de gewone consument die via
internet wil kopen als tot de kleine en middelgrote ondernemingen die
goederen en diensten online wil aanbieden.
Ten slotte, ECC stelt voor om een online assistent te installeren die
de consumenten helpt bij het vinden van informatie over
internetverkopers. Howard werd ontwikkeld door ECC Denmark. ECC
België overweegt om het ook op zijn website te installeren indien het
de nodige subsidies krijgt.
De administratie neemt actief deel aan de Europese werkzaamheden
inzake consumentenbescherming.
Op 16 december 2007 keurde het Europees Parlement een resolutie
goed met betrekking tot een verbetering van het regelgevend kader
betreffende de consumentenbescherming. Voornoemde resolutie
geeft gevolg aan de vraag die door de Europese Commissie in haar
Groenboek over de herziening van het consumentenacquis worden
gesteld.
De richtlijn over de overeenkomsten op afstand die van toepassing is
op de overeenkomsten die via internet worden gesloten, maakt deel
spécifiquement compétent pour
ces
questions.
Les
consommateurs grugés par un
vendeur sur internet qui est
membre de BeCommerce peuvent
toutefois déposer une plainte
auprès de BeCommerce. Dans ce
cas, BeCommerce veille à ce que
le vendeur concerné règle le litige.
Lorsqu'un litige est soumis à la
direction générale Contrôle et
Médiation du SPF Économie, ce
service informe le consommateur
de ses droits et du possible
traitement alternatif des litiges. Le
SPF Économie a d'ailleurs édité
un guide pour les utilisateurs de
l'internet qui est aussi disponible
sur la « toile ». De plus, il élabore
actuellement
un
site
web
didactique pour vulgariser la
réglementation. Enfin, le CEC
propose d'installer l'assistant en
ligne Howard, qui aide les
consommateurs à trouver des
informations sur les vendeurs du
net.
La
Belgique
envisage
d'installer cet assistant si elle
bénéficie
des
subventions
nécessaires.
L'administration
participe
activement aux travaux européens
en matière de protection des
consommateurs. Le Parlement
européen
a
adopté
le
16
décembre 2007 une résolution
relative à l'amélioration de la
protection des consommateurs. La
directive concernant les contrats
conclus par le biais d'internet fait
partie des directives à revoir. La
Belgique a réagi à la consultation
publique sur cette directive.
La Belgique plaide pour une
harmonisation
maximale
des
législations européennes à la
condition que le consommateur
bénéficie
d'une
protection
optimale.
24/06/2008
CRIV 52
COM 271
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
uit van de richtlijnen die moeten worden herzien. Er werd aldus door
de Europese Commissie een openbare raadpleging over bedoelde
richtlijn gelanceerd. België heeft op de raadpleging geantwoord.
Zodoende pleit België voor een maximale harmonisatie van de
Europese wetgevingen, op voorwaarde dat een hoog niveau van
bescherming aan de verbruiker wordt gewaarborgd. Om voornoemde
doelstelling te bereiken, namelijk het vertrouwen van de consumenten
in grensoverschrijdende handel doen toenemen, moeten de
verschillen tussen de nationale wetgevingen ten stelligste worden
beperkt door het aannemen van gemeenschappelijke regels, die een
hoog niveau van consumentenbescherming waarborgen.
18.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn volledig antwoord. Ik denk dat het wel een
heel goed beeld schetst van de toestand zoals hij momenteel is.
Mijnheer de minister, zal op de webstek van de FOD Economie die
informatie over die buitenlandse internetverkopers terug te vinden
zijn? Ik verneem dat de administratie van plan is om dat Howard-
programma op de webstek te plaatsen. Ik veronderstel dat deze
Howard-toepassing voldoende info aan de consument zal geven
teneinde hem wegwijs te maken.
Ik noteer dat het aantal aangiften op Europees vlak stijgt. Dit kan
natuurlijk ook wijzen op een stijgende aangiftebereidheid van de
consument maar het kan natuurlijk ook wijzen op het groeiend aantal
problemen. Wij zullen deze stijging met de nodige aandacht blijven
volgen.
18.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Les
consommateurs
trouveront-ils
les
informations
relatives à ces vendeurs étrangers
sur le site web du SPF Économie?
Je présume que l'application
Howard leur permettra d'obtenir
suffisamment d'informations et de
s'orienter.
Quoi qu'il en soit, nous seront
attentifs à l'augmentation du
nombre de plaintes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u hebt het reeds meermaals gehad over de Lente van het Leefmilieu.
De oppositie wordt daar niet écht bij betrokken. Zijn er reeds documenten voorhanden zodat we dat ook
kunnen opvolgen?
18.04 Paul Magnette, ministre: Seule la première phase est
terminée. Il a été convenu que ce serait plutôt la commission de la
Santé publique qui suivrait ce dossier dans la mesure où il est
vraiment question d'environnement. Beaucoup de membres de cette
commission sont d'ailleurs également membres de la commission de
la Santé publique dans le cadre de laquelle ils peuvent suivre des
dossiers énergie plutôt sous l'angle de l'environnement. Les
commissaires concernés ont été tenus informés. Je suis en
discussion avec votre homologue, Mme Gerkens, sur la manière de
les informer des résultats finaux après le 2 juillet.
Cela étant, je ne vois aucune objection à ce que les aspects liés à la
commission Économie puissent également être discutés dans le
cadre de cette commission ou dans le cadre d'une commission
conjointe.
De voorzitter: Ik ben inderdaad de mening toegedaan dat op zijn minst de documentatie omtrent energie
die aan Volksgezondheid wordt verstrekt, ook aan deze commissie ter beschikking moet worden gesteld.
Eén exemplaar volstaat. Wij zullen dan wel zien dat de commissieleden een exemplaar ontvangen.
La réunion publique de commission est levée à 17.35 heures.
CRIV 52
COM 271
24/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.35 uur.