KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 252
CRIV 52 COM 252
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
11-06-2008
11-06-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven over "het project centrale
infolijn" (nr. 4843)
1
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de
la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "le projet de ligne info centrale" (n° 4843)
1
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven over "de selectieprocedure
van ambtenaren" (nr. 5195)
3
Question de Mme Sofie Staelraeve à la ministre
de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la procédure de sélection de
fonctionnaires" (n° 5195)
3
Sprekers: Sofie Staelraeve, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Sofie Staelraeve, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
6
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de selectie van de topman voor de FOD
Financiën" (nr. 5222)
5
- M. Dirk Van der Maelen à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la sélection du top manager pour le SPF
Finances" (n° 5222)
6
- mevrouw Corinne De Permentier aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de geldigheid van bepaalde door Selor
georganiseerde selectieproeven" (nr. 5267)
5
- Mme Corinne De Permentier à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la validité de certaines épreuves de sélection
organisées par Selor" (n° 5267)
6
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de werking van Selor in het kader van de
aanwerving van topmanagers" (nr. 5275)
5
- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "le
fonctionnement de Selor dans le cadre du
recrutement de 'top managers'" (n° 5275)
6
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de opportuniteit van een onderzoekscommissie
over de aanwervingsprocedures in het openbaar
ambt" (nr. 5277)
6
- M. Jean-Luc Crucke à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur
"l'opportunité d'une commission d'enquête sur les
procédures de recrutement dans la fonction
publique" (n° 5277)
6
- de heer Maxime Prévot aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de verwachte hervorming van Selor" (nr. 6166)
6
- M. Maxime Prévot à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "les
réformes attendues du Selor" (n° 6166)
6
Sprekers: Corinne De Permentier, Jean-Luc
Crucke, Maxime Prévot, Inge Vervotte
,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Corinne De Permentier, Jean-Luc
Crucke, Maxime Prévot, Inge Vervotte
,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Bruno Steegen aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de erkenning van buitenlandse diploma's"
(nr. 5334)
14
Question de M. Bruno Steegen à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la reconnaissance de diplômes étrangers"
(n° 5334)
14
Sprekers: Bruno Steegen, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Bruno Steegen, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven over "de diplomavereiste als
wervingscriterium
bij
selectieprocedures
uitgevoerd door Selor (art. 127)" (nr. 5380)
17
Question de Mme Martine De Maght à la ministre
de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la condition de diplôme comme
critère de recrutement dans le cadre des
procédures de sélection organisées par le Selor
(art. 127)" (n° 5380)
17
Sprekers: Martine De Maght, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Martine De Maght, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven over "de mobiliteit van
ambtenaren" (nr. 5499)
19
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de
la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la mobilité des fonctionnaires" (n° 5499)
19
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven over "de premie voor
competentieontwikkeling" (nr. 5679)
21
Question de Mme Meyrem Almaci à la ministre de
la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur
"la
prime
de
développement
des
compétences" (n° 5679)
21
Sprekers: Meyrem Almaci, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Meyrem Almaci, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het schimmige netwerk van de
Moslimbroederschap in België en het rapport van
de stichting NEFA ter zake" (nr. 5249)
24
Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
nébuleuse des Frères Musulmans en Belgique et
le rapport en la matière réalisé par la fondation
NEFA" (n° 5249)
24
Sprekers: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het gebruik van less-than-lethal
wapens door de federale politie" (nr. 5250)
25
Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'utilisation des armes à létalité réduite par la
police fédérale" (n° 5250)
25
Sprekers: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de vestiging van een cannabis
supermarkt in Maastricht" (nr. 5818)
27
Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'implantation d'un 'supermarché du joint' à
Maastricht" (n° 5818)
27
Sprekers: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Pierre-Yves Jeholet, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de verkeershandhaving op de
autosnelwegen" (nr. 5455)
29
Question de M. Jef Van den Bergh au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
contrôle du respect des règles en matière de
sécurité routière sur les autoroutes" (n° 5455)
29
Spreker: Jef Van den Bergh
Orateur: Jef Van den Bergh
Voorzitter: Michel Doomst.
31
Président: Michel Doomst.
31
Sprekers:
Patrick
Dewael,
vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken,
Jef Van den Bergh
Orateurs: Patrick Dewael, vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur, Jef Van den
Bergh
Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse
Zaken
over
"het
aantal
explosievenhonden voor heel het land" (nr. 5538)
33
Question de Mme Corinne De Permentier au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'effectif national de chiens renifleurs d'explosifs"
(n° 5538)
33
Sprekers: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de ontdekking van een
35
Question de Mme Corinne De Permentier au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
découverte d'une bombe dans une station de
35
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
bom in een metrostation" (nr. 5619)
métro" (n° 5619)
Sprekers: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Corinne De Permentier, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de langdurige aanwezigheid van een
illegaal in de entourage van de politie" (nr. 5500)
36
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
longue présence d'un illégal dans les rangs de la
police" (n° 5500)
36
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de veiligheidsproblemen ten gevolge
van de hinder in de gang tussen de stations van
de NMBS en de MIVB in Brussel-Centraal"
(nr. 5735)
38
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
problèmes
de
sécurité
consécutifs
à
l'encombrement du couloir reliant les stations
SNCB et STIB de Bruxelles-Central" (n° 5735)
38
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de politiepatrouilles" (nr. 5754)
39
Question de Mme Kattrin Jadin au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
patrouilles de police" (n° 5754)
39
Sprekers: Kattrin Jadin, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Kattrin Jadin, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "het politieel onderzoek
in burgerlijke zaken" (nr. 5810)
40
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'enquête policière en matière civile" (n° 5810)
40
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem aan de vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken over "de
houding van de Brusselse politie ten aanzien van
slachtoffers van geweld tegen holebi's" (nr. 5811)
42
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
sur "l'attitude de la police de Bruxelles à l'égard
de victimes de violences à l'encontre des holebis"
(n° 5811)
42
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Patrick Dewael
, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Patrick Dewael
, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
44
Questions jointes de
44
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"een noodoproep in Galmaarden" (nr. 5968)
44
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "un appel d'aide urgente
à Gammerages" (n° 5968)
44
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de hulpverlening van brandweer en de dienst 100
in Galmaarden en deelgemeenten" (nr. 6046)
44
- M. Guy D'haeseleer au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'intervention du service
incendie et du service 100 à Gammerages et
dans ses entités fusionnées" (n° 6046)
44
Sprekers: Michel Doomst, Guy D'haeseleer,
Patrick Dewael
, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guy D'haeseleer,
Patrick Dewael
, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de praktijken van de politie bij een
razzia" (nr. 5969)
48
Question de M. Stefaan Van Hecke au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
pratiques de la police à l'occasion d'une razzia"
(n° 5969)
48
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
50
Questions jointes de
50
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het verbod op neonazistische groeperingen"
(nr. 6175)
50
- Mme Camille Dieu au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'interdiction de
groupuscules néonazis" (n° 6175)
50
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "een
reünie van 300 neonazi's te Lebbeke" (nr. 6207)
50
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "un rassemblement de
300 néonazis à Lebbeke" (n° 6207)
50
Sprekers: Camille Dieu, Josy Arens, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Camille Dieu, Josy Arens, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de politiezone Brussel-Zuid"
(nr. 5996)
54
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la zone de
police Bruxelles-Midi" (n° 5996)
54
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Gerald Kindermans aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de invoering van een nieuwe
beroepencode in het Rijksregister" (nr. 6091)
56
Question de M. Gerald Kindermans au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'introduction d'un nouveau code profession dans
le Registre national" (n° 6091)
56
Sprekers: Gerald Kindermans, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Gerald Kindermans, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
11
JUNI
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
11
JUIN
2008
Matin
______
La séance est ouverte à 10.29 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 10.29 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
01 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "le projet de ligne info centrale" (n° 4843)</b>
01 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het project centrale infolijn" (nr. 4843)
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): Dans la note de politique générale sur
la Fonction publique figure un point au sujet de la mise en service de
la ligne "Infobelge" qui permettrait de réunir toutes les informations et
toutes les plaintes des citoyens à l'égard des services publics
fédéraux. Premièrement, où en est ce projet? Quelles en seront les
modalités? Quel serait le calendrier de mise en oeuvre?
Deuxièmement, dans cette même logique, que va-t-il advenir des
lignes existantes, multiples et non centralisées? Y aura-t-il une
disparition ou une fusion de services? Troisièmement, existe-t-il un
risque de chevauchement avec les services des médiateurs? Ils sont
là aussi pour recevoir des plaintes. Le rôle des uns et des autres
sera-t-il bien délimité?
Avant de prendre toute décision, va-t-on bien analyser le rôle des uns
et des autres?
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
de algemene beleidsnota staat
een punt in verband met de
ingebruikneming van de infolijn,
waarmee
alle
klachten
en
informatie
over
de
federale
overheidsdiensten zouden kunnen
gecentraliseerd worden. Hoever
staat dat project? Volgens welke
modaliteiten zal
het worden
ingevoerd? Wat is het lot van de
bestaande lijnen? Bestaat er geen
gevaar voor overlapping met
andere ombudsdiensten?
01.02 Inge Vervotte, ministre: Monsieur le président, une
communication transparente est à la portée de tous et la clé de
bonnes relations entre les citoyens consommateurs/clients et les
services publics.
Il est essentiel pour le citoyen de pouvoir s'adresser à un point de
contact pour obtenir au moins de l'information générale, afin de se
faire diriger vers le secteur public compétent et pour recevoir des
informations concernant un dossier particulier, et ce, par le biais de
diverses voies, comme le téléphone, l'internet, l'e-mail, le fax et peut-
être le sms.
Pour les services publics, c'est une source d'information importante
pour améliorer la qualité des services et aussi, et surtout, pour
renforcer l'orientation vers le client. C'est notre but, comme je l'ai
expliqué dans ma note de politique.
01.02 Minister Inge Vervotte:
Voor de burger is het essentieel
om over een contactpunt te
beschikken, dat hem naar de
bevoegde
dienst
doorverwijst.
Voor de overheid is zo een
contactpunt
een
belangrijke
informatiebron om de klantgericht-
heid te verbeteren.
Op het federale niveau werd de
oprichting van een contactcentrum
door verscheidene werkgroepen
bestudeerd. Tot op heden leidde
een en ander nog niet tot concrete
resultaten. Een aantal federale
overheidsdiensten richtte evenwel
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Dans une situation idéale, il existerait un point de contact unique pour
toutes les administrations. C'est difficile pour un citoyen
consommateur/client de s'orienter à travers les niveaux administratifs.
En outre, cela ne lui rapporte rien. Vu l'absence d'un tel point de
contact, il me semble que le minimum de la part de chaque niveau
administratif est de s'organiser.
Aujourd'hui, nombre de bonnes pratiques existent déjà, à savoir la
ligne Info flamande, le 1700, les numéros verts de la Communauté
française, de la Région wallonne et de la Communauté
germanophone, le numéro téléphonique unique de la Région de
Bruxelles-Capitale.
Au niveau fédéral, la création d'un centre de contact a déjà à
plusieurs reprises fait l'objet d'études de différents groupes de travail
qui, jusqu'à ce jour, ne sont pas encore parvenus à un résultat
complet. Cela n'empêche pas que certains services publics fédéraux
sont passés à l'action de leur propre initiative, comme le centre de
contact pour les personnes handicapées du SPF Sécurité sociale.
Cependant, il manque toujours un projet qui chapeaute l'ensemble.
Ma note de politique générale stipule l'importance d'une ligne info
fédérale. Bien entendu, une telle ligne relève des compétences du
premier ministre via le service des communications externes de la
Chancellerie. C'est la raison pour laquelle nous avons pris contact
avec eux pour étudier quelle configuration, purement fédérale ou
entièrement intégrée, peut être donnée à cette initiative et quels sont
les partenaires clés.
Il me semble donc évident qu'une collaboration maximale doit être
réalisée avec les bonnes pratiques existant au niveau fédéral et
même aux autres niveaux administratifs, avec en vue une intégration
et/ou une coordination utiles.
Par conséquent, je ne puis vous apporter aujourd'hui d'informations
détaillées sur la portée de cette initiative, sur la façon dont l'intégration
des points de contact existants sera effectuée, ni sur la mise en
oeuvre des moyens ou la répartition des tâches des différentes
instances, parce que la concertation n'a pas encore commencé.
al een contactcentrum op, denken
we aan het "contact center" voor
gehandicapte personen van de
FOD Sociale Zekerheid.
De invoering van een federale
infolijn
behoort
tot
de
bevoegdheden van de eerste
minister. Er moet naar een zo
nauw mogelijke samenwerking
worden gestreefd. Ik kan u
vandaag
dan
ook
geen
gedetailleerde informatie bezorgen
over de draagwijdte van dat
initiatief.
01.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie la
ministre pour sa réponse.
J'ai bien compris qu'il s'agit d'un point de contact directionnel afin de
pouvoir orienter l'utilisateur le plus rapidement possible vers le bon
service. Toutefois, je reste sur ma faim pour ce qui concerne le
calendrier, puisque vous ne me dites pas quels seront les moyens
développés et quand. Si au moins vous pouviez me donner une ligne
de conduite et me dire si l'échéance est la fin de l'année ou l'année
prochaine, cela me serait utile.
01.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
heb begrepen dat het om een
oriënterend
contactpunt
gaat
teneinde de gebruiker zo snel
mogelijk naar de bevoegde dienst
door te verwijzen. Welk tijdpad
wordt er vooropgesteld?
01.04 Inge Vervotte, ministre: Monsieur le président, cher collègue,
vous devez savoir qu'il ne s'agit là que d'une mesure qui est
envisagée.
Normalement, en juillet 2008, une note sera rédigée avec tous les
partenaires concernés. S'il s'avère que nous avons emprunté la
bonne direction, les négociations avec les autres Communautés
01.04 Minister Inge Vervotte:
Het gaat nog maar louter om een
maatregel die in overweging wordt
genomen. In juli 2008 zal er in
samenspraak met alle betrokken
partners
een
nota
worden
opgesteld. In voorkomend geval
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
devraient débuter fin 2008. Et si tout va bien, début 2009, il y aura
implémentation. Tel est pour l'instant le timing qui est prévu.
zullen de onderhandelingen met
de Gemeenschappen eind 2008
aangevat worden. Als alles goed
gaat, zal de implementering begin
2009 plaatsvinden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de selectieprocedure van ambtenaren" (nr. 5195)
02 Question de Mme Sofie Staelraeve à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la procédure de sélection de fonctionnaires" (n° 5195)</b>
02.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mevrouw de minister, uit het
jaarverslag van de overheidsdienst Selor, het wervings- en
selectiebureau, blijkt dat heel wat ambtenaren de komende vijf jaar
met pensioen zullen vertrekken.
Het aantal dat met pensioen vertrekt, zal vooral groot zijn in een
aantal federale kerndepartementen zoals Financiën, Justitie en
Buitenlandse Zaken, waar het gaat om 40% van de huidige
werknemers. Voorts blijkt uit het jaarverslag dat er bij Selor steeds
minder kandidaatstellingen binnenkomen voor de sollicitaties die
worden uitgeschreven. Volgens de directeur van Selor is dat te wijten
aan de meer specifieke vacatures, terwijl vroeger meer algemene
procedures werden gebruikt.
Niettemin haalt u in uw beleidsnota aan dat het voor de
overheidsdienst een uitdaging moet zijn om een eigen profiel en
identiteit te ontwikkelen, zodat aanwervingen aantrekkelijker zijn en
meer specifiek kunnen gebeuren. Daarnaast is er ook een probleem
met de duurtijd van de selectieprocedures. Het duurt nog altijd tot drie
maanden vooraleer een selectieprocedure is afgerond.
Vandaar een aantal vragen aan u. Bent u van plan de ambtenaren die
de komende vijf jaar met pensioen gaan, zowat 33% van het totale
aantal, allemaal te vervangen? Hoe staat u zelf tegenover de
mogelijkheid van interimarbeid bij de overheid om die uitzonderlijke en
tijdelijke behoeften eventueel op te vangen?
Baren de dalende sollicitatiecijfers bij Selor u zorgen? Hoe volgt u dat
op? Hoe ziet u dat?
Welke concrete initiatieven zijn er bij de overheidsdienst hangende
om een eigen merk of identiteit te ontwikkelen?
Staan er initiatieven in de steigers om de duurtijd van de
selectieprocedures te verkorten?
02.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Il ressort du rapport annuel
du Selor que de nombreux
fonctionnaires sont amenés à
partir à la retraite dans les cinq
années à venir. On trouverait
également de moins en moins de
candidats pour pourvoir les postes
vacants. Le délai moyen de
recrutement est de trois mois, ce
qui me paraît fort long.
La ministre a-t-elle l'intention de
remplacer tous les fonctionnaires
qui partent à la retraite? Que
pense la ministre du travail
intérimaire pour répondre aux
besoins temporaires? La ministre
s'inquiète-t-elle de la diminution du
nombre de candidatures? Quelles
mesures
concrètes
veut-elle
prendre pour attirer davantage de
candidats et pour raccourcir la
durée de la procédure de
sélection?
02.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, met betrekking
tot de nakende personeelsuitstroom heb ik altijd verklaard dat het een
opportuniteit is om te kijken hoe het moet met de verdere invulling.
Voor mij is het zeker en vast geen lineair verhaal of een soort van
automatisme. Wij moeten vertrekken vanuit een visie op beleid en die
visie wordt georganiseerd binnen de administratie op basis van
personeelsplanning. Zoals ik in mijn beleidsnota heb aangekondigd,
wordt
dat
in
de
toekomst
liefst
ook
gebaseerd
op
02.02 Inge Vervotte, ministre: Ce
dossier nous donne l'occasion de
nous pencher sur la question de la
nécessité de compléter les cadres.
La stratégie politique doit reposer
sur une planification des besoins
en personnel. Il est préférable de
conclure des contrats de gestion à
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
beheersovereenkomsten.
Wat dat betreft, zullen wij in de regering daaromtrent een debat
voeren. Ik denk dat er een opportuniteit is om van de grote uitstroom
gebruik te maken om niet iedereen te vervangen. Ik zal in die
gesprekken zeker en vast ervoor pleiten om geen lineaire maatregel
te nemen, maar wel te vertrekken vanuit de personeelsplanning, die
uiteraard moet worden bekeken op basis van het beleid van de
ministers. Er zijn heel wat ministers die graag bijkomend personeel
vragen om hun beleid uit te voeren. Ik kan dat begrijpen. Soms is dat
noodzakelijk en zinvol. Als burgers vragen voor meer controles of
meer politiemensen, dan heeft dat natuurlijk ook een impact. Dat zijn
keuzes die in de regering zullen worden gemaakt.
Met betrekking tot de interimarbeid meen ik dat het regeerakkoord
duidelijk is. Ik verwijs daar naar het regeerakkoord. Er zal moeten
worden bekeken wat tijdelijk en uitzonderlijk is, want dat zijn de
kerntermen in dat debat. Dat zal met de sociale partners worden
besproken in een bredere context.
Met betrekking tot de dalende sollicitatiecijfers is er natuurlijk een
probleem vanaf het moment dat vacatures niet meer ingevuld
geraken. Momenteel is dat niet de regel. Dat is alleen voor specifieke
functies. Wij vragen ook aan Selor om ter zake maatregelen te
nemen. In het verleden is dat ook al gebeurd, bijvoorbeeld voor
artsen. Dan doet men een specifiek profielonderzoek om na te gaan
wat die mensen aantrekkelijk vinden of onder welke voorwaarden
kandidaten bij de overheid willen werken. Er is dus geen nationaal
actieplan. Er worden wel maatregelen genomen bij specifieke
problemen. Momenteel kan men niet zeggen dat de vacatures over
het algemeen niet ingevuld geraken.
Het is evident dat het een aandachtspunt voor ons blijft om een
aantrekkelijke werkgever te zijn en in de toekomst te blijven. Dat staat
ook in mijn beleidsnota te lezen. Wij weten immers dat de krapte op
de arbeidsmarkt zich zal blijven voortzetten. Dat is een globaal debat.
Voorts vind ik het ook heel belangrijk dat de diensten daarop zelf
proactief inspelen. Wij weten dat het imago van de verschillende
overheidsdiensten anders wordt gepercipieerd. Een aantal
administraties kan zeer vlot rekruteren. Daar wordt massaal op
vacatures ingeschreven. Bij andere administraties is dat minder het
geval. Het is een aandachtspunt voor iedere administratie om aan hun
zogenaamde branding te werken, om aan de ontwikkeling van hun
identiteit te werken, om zich te kunnen profileren als aantrekkelijke
werkgever. Wij willen dat doen om het federaal ambt aantrekkelijk te
laten zijn. Wij denken dat ook elke administratie daarop zelf
gedifferentieerde antwoorden kan bieden.
Het is natuurlijk evident dat iedere organisatie zich voortdurend kan
verbeteren. Selor doet daarvoor trouwens al het mogelijke. Wij
hebben daarover tevredenheidsenquêtes bij overheidsklanten, bij de
kandidaten en bij de leden van de selectiecommissies, er is een
centraal klachtenbeheer, er is een interne kwaliteitscontrole
enzovoort.
De duur van een selectie bedraagt momenteel gemiddeld 88 dagen.
Er zijn procedures die niet langer dan 40 tot 45 dagen duren. De duur
cet effet. Il ne s'agit certainement
pas de tout simplement remplacer
tous les fonctionnaires. Nous
examinerons
les
besoins et
recruterons en fonction de ceux-ci.
L'option du travail intérimaire sera
évoquée avec les partenaires
sociaux.
La
baisse
du
nombre
de
postulants ne pose des problèmes
que lorsqu'on ne trouve pas de
candidats
pour
des
postes
vacants, une situation qui est loin
de se produire systématiquement.
Le Selor doit multiplier ses efforts
pour trouver des personnes à
affecter à certaines fonctions
spécifiques difficiles à pourvoir.
Nous devons être un employeur
attrayant, car la pénurie actuelle
sur le marché de l'emploi sera
durable. Les différentes adminis-
trations peuvent également jouer
un rôle à cet égard.
S'il faut 88 jours en moyenne pour
pourvoir un poste, cette durée
dépend toutefois de différents
facteurs tels que le nombre de
candidats, le nombre d'épreuves
et la disponibilité des membres
des commissions de sélection. Le
Selor doit respecter les règlements
et procédures. Nous formulerons
des propositions visant à accélérer
le recrutement.
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
hangt af van verschillende factoren zoals het aantal ingeschreven
kandidaten voor de selectieprocedure, het aantal geplande proeven,
de beschikbaarheid van de leden voor de verschillende
selectiecommissies. Het ligt voor de hand dat, hoe specifieker het
profiel is, hoe minder kandidaten zijn ingeschreven, hoe sneller de
selectie kan verlopen.
De principes van de billijke behandeling van de kandidaten en het
openstaan van de overheidsbetrekkingen voor de hele bevolking
moeten ook in acht worden genomen. Zo moeten ook alle kandidaten
die aan de deelnemingsvoorwaarden voldoen vaak alleen een
diploma en de professionele ervaring met de nodige transparantie
kunnen voorleggen. Uiteraard is daarvoor een minimum van tijd
nodig.
Het moet echter duidelijk zijn ­ ook dit staat in de beleidsnota ­ dat
voor de procedure van aanwerving moet worden gekeken wie welke
rol daarin kan spelen. Soms zijn de procedures door de wetgeving
van bepaalde departementen dusdanig strikt, dat Selor niet anders
kan dan die uitvoeren. Daardoor wordt de timing nogal breed. De
uitgebreide timing ligt dus niet altijd aan de werking van Selor zelf,
zoals gemakkelijk wordt gezegd, maar heeft vaak te maken met
reglementering, procedures, transparantie, aantal kandidaten
enzovoort. Dat wil niet zeggen dat wij onze verantwoordelijkheid zullen
ontlopen. Wij zullen proactief aan de departementen voorstellen doen
om dat sneller te laten verlopen.
Le président: Je rappelle que la question, sa réponse et sa réplique doivent prendre 7 minutes maximum.
Je demande à chacun de respecter ces temps de parole.
Madame la ministre, on apprécie la précision du propos, mais il y a plus de 50 questions inscrites à l'ordre
du jour de la réunion de ce matin et nous devons essayer de terminer dans un délai raisonnable.
02.03 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik heb
daar niet veel aan toe te voegen. Ik wil de minister danken voor haar
omstandig antwoord.
Ik haal toch een aantal kernpunten aan die de lijn van deze regering
zijn, namelijk het niet-lineair vervangen, maar het vervangen waar het
nuttig
is,
opportuun,
op
basis
van
beslissingen
en
beheersovereenkomsten.
Wat mij zeker ook interesseert is hoe het verdergaat met de
procedures en hoe ter zake een en ander versoepeld kan worden op
de verschillende departementen.
We komen daar later nog wel eens op terug.
02.03 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Je retiens de votre réponse
que des fonctionnaires seront
engagés là où cela s'avère
nécessaire et que la ministre
mettra tout en oeuvre pour
assouplir les procédures.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
selectie van de topman voor de FOD Financiën" (nr. 5222)
- mevrouw Corinne De Permentier aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de geldigheid van bepaalde door Selor georganiseerde selectieproeven" (nr. 5267)
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
werking van Selor in het kader van de aanwerving van topmanagers" (nr. 5275)
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
opportuniteit van een onderzoekscommissie over de aanwervingsprocedures in het openbaar ambt"
(nr. 5277)
- de heer Maxime Prévot aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
verwachte hervorming van Selor" (nr. 6166)
03 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la
sélection du top manager pour le SPF Finances" (n° 5222)<br>- Mme Corinne De Permentier à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur
"la validité de certaines épreuves de sélection organisées par Selor" (n° 5267)<br>- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "le
fonctionnement de Selor dans le cadre du recrutement de 'top managers'" (n° 5275)<br>- M. Jean-Luc Crucke à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur
"l'opportunité d'une commission d'enquête sur les procédures de recrutement dans la fonction
publique" (n° 5277)<br>- M. Maxime Prévot à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
réformes attendues du Selor" (n° 6166)</b>
03.01 Corinne De Permentier (MR): La presse a donné de larges
échos aux résultats assez surprenants de l'examen du Selor organisé
en vue du recrutement du nouveau président du SPF Finances. Alors
que de nombreux hauts responsables de ce département, jadis
recrutés par le Selor, participaient à cet examen, aucun candidat n'a
été jugé apte.
Il me revient qu'en vue de l'organisation d'autres examens, le Selor
aurait pris contact avec l'un de ces candidats jugés inaptes pour lui
demander de siéger dans un jury. En raison du contexte actuel, ce
candidat n'a pas répondu à cette demande. On peut toutefois se
demander ce qui se serait passé s'il avait siégé dans ce jury. N'y a-t-il
pas lieu de craindre que les résultats auraient pu être contestés au
motif que le jury aurait comporté un membre jugé inapte par le Selor?
Avez-vous connaissance de recours déjà introduits contre les
décisions d'un de ces jurys?
03.01 Corinne De Permentier
(MR): Er was ruime media-
aandacht voor de toch wel
verrassende resultaten van een
door Selor georganiseerd examen
met het oog op de selectie van
een nieuwe voorzitter voor de FOD
Financiën. Aan dat examen
namen ook heel wat toplui van dat
departement deel, die destijds
door Selor werden geselecteerd,
maar niemand werd geschikt
bevonden.
Naar verluidt zou Selor in het raam
van de organisatie van andere
examens
contact
hebben
opgenomen met een van die
kandidaten met de vraag deel uit
te maken van een examen-
commissie. In het licht van de
gebeurtenissen is die persoon
echter niet op die vraag ingegaan.
Wat zou er zijn gebeurd indien hij
dat wel had gedaan? Hadden de
resultaten in dat geval kunnen
worden aangevochten wegens de
aanwezigheid in de examen-
commissie van een lid dat door
Selor
zelf
ongeschikt
werd
bevonden? Heeft u weet van
beroepen tegen de beslissingen
van een van die examen-
commissies?
03.02 Jean-Luc Crucke (MR): Je voudrais corroborer ce qui a été dit
par mon excellente collègue Corinne De Permentier. La polémique ne
vise pas seulement le fédéral, puisqu'elle a également des
répercussions au niveau de la Région wallonne. En effet, le Selor a
été mis en cause dans le cadre du recrutement de hauts
03.02 Jean-Luc Crucke (MR):
De werking van Selor werd
eveneens ter discussie gesteld in
het kader van de selectie van een
aantal hoge Waalse ambtenaren,
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
fonctionnaires wallons pour des problèmes de transparence. Tout le
monde ne partage pas ce point de vue; j'ai cru comprendre que le
Parti socialiste considérait que le travail était bien fait. Je n'ai pas
encore entendu l'avis du cdH; c'est pourquoi je me réjouis déjà
d'entendre l'avis de M. Prévot.
J'ai pris connaissance d'une proposition déposée par M. Prévot, que
je trouve fort intéressante. En voici un paragraphe: "Le Selor, Bureau
fédéral de sélection de l'administration, doit être un organe dont
l'impartialité, la transparence et l'indépendance ne peuvent être mises
en doute." Or les auteurs constatent qu'au "terme de certaines
procédures de sélection organisées par l'organe public de sélection,
des doutes sont apparus quant à l'objectivité de certaines sélections".
Je laisse la responsabilité de ce propos à son auteur. Je cite encore:
"La présente proposition vise à créer une commission d'enquête
spéciale chargée d'inventorier les problèmes liés au manque de
transparence et d'impartialité lors de sélections de titulaires de
fonctions de management au sein des administrations fédérales et de
faire des propositions en vue d'y remédier". M. Prévot cite ensuite
plusieurs exemples où il estime que la transparence n'a pas été
respectée depuis 2005.
Sachant que certains se plaignent sur le plan fédéral, et d'autres sur
le plan régional, je vous avoue que nous voyons d'un bon oeil ce
genre de proposition; bien que j'aie lu ce matin que celle-ci risquait
d'être retirée parce qu'elle n'était pas soutenue.
Pour en revenir à ma question: de deux choses l'une, soit le Selor
fonctionne bien, de manière transparente, efficace et impartiale et
nous n'avons pas besoin d'enquête. Soit ce n'est pas le cas. Je
souhaiterais connaître votre avis. Une enquête, même parlementaire,
pourrait être utile. L'enquête sur la grande fraude fiscale, par
exemple, se révèle fort intéressante car elle va nous permettre
d'entreprendre un travail en profondeur, d'entendre les avis des uns et
des autres.
Dans le cas présent, une telle enquête pourrait être fort intéressante,
afin de vérifier l'exactitude de certains faits, tant au niveau fédéral
qu'au niveau régional.
Je répète donc ma question: quel est l'avis de la ministre au sujet du
fonctionnement du Selor? Et même si cela relève de l'autonomie
parlementaire, que pense-t-elle d'une enquête en la matière?
wegens een gebrek aan transpa-
rantie. Ik vind het voorstel van de
heer Prévot om in dat verband een
bijzondere onderzoekscommissie
in te stellen erg interessant. De
heer Prévot haalt verscheiden
gevallen aan waarin volgens hem
sinds 2005 de transparantie niet in
acht
werd
genomen.
Een
onderzoek, zo nodig parlementair,
zou zo zijn nut kunnen hebben.
Wat denkt u van dat voorstel?
03.03 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, c'est toujours un
plaisir de pouvoir partager quelques moments aux côtés de M.
Crucke et de profiter de sa verve.
Madame la ministre, il est vrai que ces dernières semaines, de
nombreux débats ont agité la classe politique, particulièrement
francophone mais pas exclusivement, à propos des procédures de
recrutement du Selor et de leur relative transparence. J'ai moi-même
pu déposer à cet égard ­ M. Crucke l'a rappelé mieux que je n'aurais
pu le faire ­ une proposition visant à instaurer une commission
d'enquête parlementaire pour faire le point sur l'évaluation des
différentes procédures de recrutement dans la fonction publique.
Comme M. Crucke l'a rappelé en donnant lecture avec talent du
03.03 Maxime Prévot (cdH): De
jongste weken werd er in politieke
kringen veel gedebatteerd over de
relatieve transparantie van de door
Selor toegepaste aanwervings-
procedures. De heer Crucke
herinnerde eraan dat ik een
voorstel heb ingediend dat ertoe
strekt een parlementaire onder-
zoekscommissie op te richten die
zich daarover zou moeten buigen.
Sommige situaties doen heel wat
vragen rijzen. Er moet dus
inderdaad een aantal inhoudelijke
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
contenu de mon texte, l'objectif est de voir clair à tous les niveaux de
pouvoir ­ et pas seulement dans le Sud du pays ­ sur les difficultés,
les questions qui se posent. Certaines situations sont interpellantes.
Indépendamment de la forme, il y a donc lieu de se poser des
questions quant au fond.
Je pense pouvoir dire, madame la ministre ­ peut-être m'avancé-je
imprudemment mais vous aurez l'occasion de me corriger ­, que
vous partagez le fond de la réflexion sur la nécessité d'entamer des
réforme du Selor.
Même s'il s'agit d'un organisme public qui a pu faire ses preuves dans
bien des cas, le Selor souffre de questionnements, fondés ou pas,
quant à la manière dont les jurys sont constitués, quant à la manière
d'opérer une traçabilité des dossiers, les parcours de chacun, quant à
la manière transparente et totalement indépendante dont les
procédures de recrutement s'organisent.
D'aucuns pourraient voir dans mes propos un procès d'intention; il
n'en est rien. Il s'agit surtout d'une volonté dans mon chef d'améliorer
l'outil. Sous la défunte Orange bleue qu'en fonction des circonstances
on a plaisir ou pas à évoquer, la réforme du Selor comptait parmi les
projets envisagés. Aussi, madame la ministre, dans la foulée de la
question de M. Crucke, il m'intéresserait de pouvoir vous entendre sur
vos intentions à l'égard du Selor.
Partagez-vous les grandes lignes des réformes? Quelles sont-elles,
pour peu que vous ayez déjà pu déterminer les grandes balises
d'action? En d'autres termes, quelle politique entendez-vous
développer pour rendre l'outil indéniablement plus efficace et
transparent?
Pour rassurer M. Crucke, l'enjeu n'est pas de retirer la proposition qui
a pu être déposée mais de constater que si la majorité des groupes
parlementaires partagent l'objectif, il y a en tout cas des questions ­
c'est le moins qu'on puisse dire ­ qui se posent quant à la méthode.
En ce qui nous concerne, le résultat importe plus que le moyen.
vragen worden gesteld. Bent u het
met mij eens dat een hervorming
van Selor noodzakelijk is?
Hoewel Selor in tal van gevallen
zijn deugdelijkheid bewezen heeft,
worden
er
nu
vraagtekens
geplaatst bij de manier waarop de
examencommissies zijn samen-
gesteld, de manier waarop de
dossiers worden getraceerd, het
traject van alle betrokkenen de
transparantie en de onafhankelijk-
heid
van
de
aanwervings-
procedures.
Welke
beleids-
maatregelen zal u treffen om Selor
efficiënter en transparanter te
maken?
Mijnheer Crucke, het gaat mij niet
om de intrekking van een
ingediend voorstel, maar ik wil
weten of de meeste parlementaire
fracties
achter
de
beoogde
doelstelling staan: het resultaat is
in deze belangrijker dan de
aangewende middelen.
Le président: M. Van der Maelen est absent. Sa question n° 5222
tombe. Il en est de même pour la question n° 5275 de M. Gilkinet.
Je donne la parole à la ministre pour sa réponse.
De voorzitter: De heer Van der
Maelen is afwezig. Zijn vraag nr.
5222 valt weg. Hetzelfde geldt
voor de vraag nr. 5275 van de
heer Gilkinet.
Ik geef het woord aan de minister
voor zijn antwoord.
03.04 Inge Vervotte, ministre: L'arrêté royal du 29 octobre 2001
relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management
dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de
programmation prévoit dans son article 7 que les candidats dont la
candidature a été déclarée recevable présentent devant la
commission de sélection une épreuve orale dont le but est d'évaluer
tant les compétences spécifiques à la fonction exercée que les
aptitudes requises à l'exercice d'une fonction de management.
Cette épreuve est précédée de tests informatisés dont l'objet est de
cerner les aptitudes de gestion et d'organisation des candidats, ainsi
03.04 Minister Inge Vervotte: Het
koninklijk besluit van 29 oktober
2001 betreffende de aanduiding en
de uitoefening van de manage-
mentfuncties
in
de
federale
overheidsdiensten en de program-
matorische federale overheids-
diensten bepaalt ­ in zijn artikel 7
­
dat
de
kandidaten
wier
kandidatuur
toelaatbaar
werd
verklaard
voor
de
selectie-
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
que leur personnalité. Au terme des tests et de l'épreuve orale et la
comparaison des titres et mérites des candidats, ceux-ci sont inscrits
soit dans le groupe A pour ceux jugés très aptes, soit dans le groupe
B pour les aptes, dans le groupe C pour les moins aptes ou dans le
groupe D pour ceux qui ne sont pas aptes.
Il ressort de ceci que la procédure de sélection a pour but d'évaluer si
les candidats à une fonction de management dans un service public
fédéral ou un service public fédéral de programmation possèdent les
compétences spécifiques à la fonction à pourvoir et les aptitudes
requises pour l'exercice d'une fonction de management. Le même
arrêté dispose, dans son article 8, que la commission de sélection se
compose de l'administrateur délégué du Selor (bureau de sélection de
l'administration fédérale) ou de son délégué président, d'un expert
externe en management, d'un expert externe en gestion des
ressources humaines et de deux experts ayant une expérience ou
une connaissance particulière des matières spécifiques à la fonction à
pourvoir, de deux agents issus d'un service public fédéral ou d'un
service public fédéral de programmation autre que celui pour lequel
est organisée la procédure de sélection pour une fonction de
management, d'un ministère fédéral, d'une institution publique de
sécurité sociale, d'un établissement scientifique fédéral, d'un
organisme d'intérêt public fédéral ou des services des gouvernements
des Régions ou des Communautés ou de Collèges de commissions
communautaires exerçant des fonctions au moins équivalentes à la
fonction de management à pourvoir. Enfin, il y aura un suppléant pour
chacun des membres.
C'est donc dans un souci de transparence et de respect de la
réglementation que le Selor contacte l'ensemble des agents, excepté
ceux du service pour lequel est organisée la procédure de sélection,
dès lors qu'ils exercent des fonctions au moins équivalentes à une
fonction de management à pourvoir afin de pouvoir composer la
commission de sélection en fonction de la disponibilité des agents.
Enfin, sachez que la composition des commissions, y compris les
suppléants, est transmise par nos soins et conformément à l'arrêté
aux membres du gouvernement qui peuvent émettre, s'ils le
souhaitent, des objections quant à leur composition.
Le fait qu'un candidat n'est pas jugé apte à remplir la fonction de
président ne peut en aucun cas impliquer qu'il ou elle ne remplirait
pas correctement ses fonctions actuelles. Ceci ne peut être un
argument pour refuser qu'un candidat fasse partie d'un jury du Selor à
tout niveau excepté celui de président.
La procédure de recrutement des titulaires de fonctions de
management, tant au niveau fédéral qu'au niveau communautaire ou
régional, est régie par des normes réglementaires délibérées au sein
des Conseils des ministres respectifs. Il ne m'appartient pas de me
substituer aux entités fédérées.
commissie een mondelinge proef
afleggen, die tot doel heeft zowel
de competenties die eigen zijn aan
de te begeven functie als de
vaardigheden die vereist zijn voor
de uitoefening van een manage-
mentfunctie te evalueren. Die
proef wordt voorafgegaan door
tests die ertoe strekken de
organisatorische en management-
vaardigheden van de kandidaten,
alsook hun persoonlijkheid te
testen.
Na de tests en de mondelinge
proef en na de vergelijking van de
diploma's en verdiensten van de
kandidaten, worden de kandidaten
ingedeeld hetzij in groep A "zeer
geschikt", hetzij in groep B
"geschikt", hetzij in groep C
"minder geschikt", hetzij in groep D
"niet geschikt".
Die procedure heeft tot doel na te
gaan of de kandidaten voor een
managementfunctie
in
een
federale overheidsdienst of in een
programmatorische
federale
overheidsdienst zowel over de
competenties die eigen zijn aan de
te begeven functie als over de
vaardigheden die vereist zijn voor
de
uitoefening
van
een
managementfunctie beschikken.
Hetzelfde besluit bepaalt ­ in zijn
artikel 8 ­ dat de selectie-
commissie wordt samengesteld uit
de afgevaardigd bestuurder van
Selor of zijn afgevaardigde, één
externe expert inzake manage-
ment, één externe expert inzake
human resources management,
twee experts met ervaring of een
bijzondere kennis van de materie
die eigen is aan de te begeven
functie, twee ambtenaren uit een
andere federale overheidsdienst of
federale
programmatorische
overheidsdienst
dan
degene
waarvoor de procedure wordt
georganiseerd, uit een federaal
ministerie, uit een openbare
instelling van sociale zekerheid, uit
een federale wetenschappelijke
instelling, uit een federale instelling
van openbaar nut of uit diensten
van
de
Gewest-
of
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Gemeenschapsregeringen of uit
de
Colleges
van
de
Gemeenschapscommissies,
die
functies uitoefenen die minstens
gelijkwaardig zijn aan de te
begeven managementfunctie. Ten
slotte is er een plaatsvervanger
voor elk van de leden.
Het is dus met het oog op de
transparantie en met inachtneming
van de regelgeving dat Selor
contact
opneemt
met
alle
ambtenaren, behalve met de
ambtenaren
van
de
dienst
waarvoor de selectieprocedure
wordt georganiseerd, voor zover
ze een functie uitoefenen die op
zijn minst gelijkwaardig is met de
te begeven functie, om zodoende
de selectiecommissie te kunnen
samenstellen rekening houdend
met de beschikbaarheid van de
ambtenaren. Ten slotte wordt de
samenstelling van de selectie-
commissies overeenkomstig het
koninklijk besluit meegedeeld aan
de regeringsleden, die desgewenst
hun bezwaren kenbaar kunnen
maken.
Het feit dat een kandidaat niet
geschikt wordt bevonden om het
ambt te bekleden waarvoor hij zich
kandidaat had gesteld, betekent
geenszins dat hij zijn huidige
functies niet correct uitoefent. Dit
kan dus niet als argument worden
aangevoerd om een kandidaat uit
te sluiten van een jury van Selor
op om het even welk niveau,
behoudens dat van voorzitter.
De
wervingsprocedure
voor
managmentfuncties wordt zowel
op federaal niveau als op niveau
van de Gemeenschappen of de
Gewesten
geregeld
door
reglementen
die
door
de
respectieve ministerraden werden
aangenomen. Het komt me niet
toe om in de plaats te treden van
de deelgebieden.
Wat betreft het verloop van de selectieprocedure van de voorzitter
van het directiecomité van de FOD Financiën, beschik ik niet over
informatie die zou aantonen dat de selectieprocedure niet correct is
verlopen, conform de bepalingen van het eerder vermelde koninklijk
Je
ne
dispose
d'aucune
information me permettant de
penser que la procédure de
sélection du président du comité
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
besluit van 29 oktober 2001. Bijgevolg zie ik vandaag geen reden de
procedure te vernietigen.
de direction du SPF Finances ne
se
serait
pas
déroulée
correctement. Je ne vois dès lors
aucune
raison
d'annuler
la
procédure.
Tel que stipulé dans l'arrêté royal du 29 octobre 2001, le Selor a
transmis le dossier de la sélection au ministre des Finances.
J'ai demandé au Selor une analyse à propos de la confidentialité des
résultats. À cet égard, je constate que le Selor a rédigé un code de
déontologie que l'ensemble de ses collaborateurs respectent et qui
est transmis à tous les membres de la commission de sélection. Ces
derniers s'engagent d'ailleurs à le respecter également.
Ce code prévoit entre autres que les membres de la commission de
sélection s'engagent à respecter scrupuleusement le caractère
confidentiel de la charge qui leur est confiée, notamment pour le
secret de toutes les informations reçues, des délibérations et de tout
contenu de l'épreuve. De plus, les membres de la commission
s'engagent à ne pas communiquer à quiconque le classement attribué
aux candidats.
Ce code ne s'applique pas aux candidats qui restent libres, sous leur
propre responsabilité, de communiquer les informations qui les
concernent.
Zoals bepaald in het koninklijk
besluit van 29 oktober 2001, heeft
Selor het selectiedossier over-
gezonden aan de minister van
Financiën.
Ik heb Selor gevraagd een analyse
uit te voeren betreffende het
vertrouwelijke karakter van de
resultaten. Selor heeft in dat
verband een deontologische code
opgesteld die door
al zijn
medewerkers wordt nageleefd en
die overgemaakt werd aan alle
leden van de selectiecommissie
die zich er op hun beurt toe
verbinden de code evenzeer in
acht te nemen. Volgens die code
verbinden de leden van de
selectiecommissie zich ertoe het
vertrouwelijke karakter van hun
taak nauwgezet te eerbiedigen,
inzonderheid wat de geheim-
houding van alle informatie, van de
beraadslagingen en van de inhoud
van de test betreft. Daarenboven
verbinden zij zich ertoe de
rangschikking van de kandidaten
aan niemand bekend te maken.
Die code is niet van toepassing op
de kandidaten, wie het vrij staat op
eigen
verantwoordelijkheid
informatie die hen aanbelangt
bekend te maken.
Het komt uiteraard de minister van Financiën toe te beslissen om over
te gaan tot een nieuwe selectie voor de functie van voorzitter van het
directiecomité van de FOD Financiën. De van kracht zijnde
reglementering dient te worden toegepast. Vandaag geldt het
koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
Het voorstel van andere mogelijke pistes moet worden besproken met
de collega die daarvoor verantwoordelijk is, en dat is de minister van
Financiën zelf.
Il appartient au ministre des
Finances de procéder à une
nouvelle sélection pour la fonction
de président du comité de
direction du SPF Finances. Les
autres
propositions
doivent
également être examinées avec
lui.
En réponse à la demande d'une commission d'enquête parlementaire,
je dirais que la Chambre est une émanation de la démocratie et
fonctionne de manière parfaitement autonome. Je respecte ce
principe et il ne m'appartient pas de formuler un point de vue en la
matière. Si la commission voit le jour, il appartiendra à elle seule de
formuler des conclusions.
Als antwoord op de vraag naar
een parlementaire onderzoeks-
commissie, werkt de Kamer, die
een
emanatie
is
van
de
democratie, volledig autonoom en
het komt mij dus niet toe om
hierover
een
standpunt
te
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Pour votre information, je tiens à préciser que le Selor a traité en 2007
plus de 70.000 candidatures uniquement dans son processus de
sélection. J'ajoute que le Selor pratique depuis deux ans une politique
de gestion des plaintes en toute transparence et en collaboration
étroite avec les médiateurs fédéraux. De plus, il faut savoir que le
Selor ne perd pratiquement aucune procédure introduite auprès du
Conseil d'État.
Dans le cadre des recours introduits auprès du Conseil d'État contre
des décisions de commissions de sélection, aucun des moyens
invoqués n'avait trait à l'inaptitude des agents issus d'un service public
fédéral et ayant participé aux commissions de sélection.
D'une enquête récente de benchmark réalisée entre le Selor et quatre
autres institutions, privées, publiques et étrangères, j'ai pu constater
que le Selor est cité comme "best practice", du moins dans sa
dimension "sélection". L'étude a été réalisée par un bureau externe et
les résultats ont été validés et acceptés par toutes les institutions en
lice.
Depuis la création du Selor, la fonction publique a été reconnue
comme partenaire à part entière sur le marché de l'emploi. De plus, la
Fonction publique fédérale est perçue comme un employeur de choix
par les demandeurs d'emploi et les employeurs. Les partenaires
étrangers consultent régulièrement le Selor pour obtenir des
renseignements sur le modèle mis en place.
En conclusion, je ne dispose actuellement d'aucun élément qui laisse
supposer des fraudes ou des pratiques douteuses au sein du Selor. Il
va sans dire que je suis en permanence à la recherche
d'améliorations de son fonctionnement, en collaboration avec ses
responsables, et que je suis ouverte à toute proposition de la
commission à ce sujet.
formuleren. Indien de commissie
er komt, zal ze haar conclusies
moeten formuleren.
Selor heeft in 2007 meer dan
70.000 kandidaturen verwerkt.
Sinds twee jaar voert het een
volledig transparant beleid van
klachtenbeheer in samenwerking
met de federale ombudsmannen.
Bovendien is het zo dat Selor bijna
geen enkele bij de Raad van State
ingediende procedure verliest.
In de bezwaarschriften bij de Raad
van State tegen de beslissingen
van de selectiecommissies had
geen enkel van de aangevoerde
middelen te maken met de onge-
schiktheid van de ambtenaren die
aanwezig waren in de selectie-
commissies.
Recent benchmark onderzoek dat
door
een
extern
bureau
gerealiseerd werd tussen Selor en
vier andere privé-, openbare en
buitenlandse instellingen vermeldt
Selor als "best practice" voor het
gedeelte "selectie". De resultaten
van
dit
onderzoek
werden
gevalideerd en zijn aanvaard door
de vier instellingen.
Sinds de oprichting van Selor
wordt het openbaar ambt op de
arbeidsmarkt erkend als een
volwaardig partner. Bovendien
wordt het federaal openbaar ambt
gezien
als
een voortreffelijk
werkgever
door
de
werk-
zoekenden en de werkgevers.
Buitenlandse partners consulteren
geregeld Selor om op de hoogte te
zijn van het bestaande model.
Tot slot, ik beschik niet over
elementen
die
bedenkelijke
praktijken
bij
Selor
doen
vermoeden. Het spreekt vanzelf
dat ik, in samenwerking met de
beleidsmensen, voortdurend op
zoek ben naar verbeteringen in de
werking ervan en ik sta open voor
alle voorstellen van de commissie
in dat verband.
03.05 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président, je
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
remercie la ministre pour sa réponse. Nous serons attentifs au fait de
savoir si les choses qu'elle souhaite mettre en place auront une
finalité positive.
03.06 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie la
ministre pour sa réponse extrêmement précise. Je suis heureux de
l'entendre dire que, pour les dossiers qui concernent le fédéral et plus
particulièrement les Finances, les procédures ont été suivies avec
régularité, précision et efficacité. Je pense qu'il fallait faire cette mise
au point.
Cela dit, je rejoins M. Prévot sur un point. Certaines situations posent
question. Je ne focaliserai pas sur la Région, mais c'est quand même
toujours le Selor qui est en cause en la matière. J'estime que M.
Prévot a raison de persister et signer.
Je crois que le cdH et le MR peuvent être d'accord pour dire qu'il y a
une difficulté. Nous sommes la preuve que l'on peut s'entendre sur
une proposition!
M. Jeholet déposera une proposition qui permettra une analyse plus
fouillée car, madame la ministre, ce qui importe, c'est le nombre de
sélections opérées. Vous avez cité le chiffre de 70.000. Eu égard à
cette donnée, même si on peut se référer à l'un ou l'autre dossier plus
médiatisé, il est évident que nous avons un besoin de confiance total.
On ne peut se permettre d'éprouver le moindre doute. L'instauration
d'une commission d'enquête ne signifie pas toujours vouloir mettre un
ministre au pilori. Le but est de pouvoir déterminer si on peut
améliorer la procédure si besoin en est. Pour moi, cela en vaut la
peine. De plus, je sens que les choses pourront évoluer et que nous
pourrons nous acheminer dans cette direction. Je le répète, je suis
heureux d'entendre que sur le plan fédéral, vous ayez pu éclaircir la
question. Je ne pourrai, hélas, être aussi précis que vous sur le plan
régional, les informations en ma possession attestant tout le contraire.
03.06 Jean-Luc Crucke (MR): Dit
moest opgehelderd worden.
Niettemin roepen een aantal
situaties vragen op. De heer
Prévot blijft terecht op deze zaak
hameren. Ik denk dat het cdH en
de MR het erover eens zijn dat er
een probleem is.
De heer Jeholet zal een voorstel
voor een grondigere analyse
indienen.
We
moeten Selor
blindelings kunnen vertrouwen.
Het
doel
van
een
onderzoekscommissie
is
te
bepalen hoe de procedure kan
verbeterd worden.
03.07 Maxime Prévot (cdH): Madame la ministre, je vous remercie
pour vos éclaircissements même si j'avoue que l'une de mes
questions tendait à connaître les éventuels grands axes de réforme
du Selor. Je reste sur ma faim, mais j'imagine que dans les semaines
à venir, nous aurons l'occasion de revenir sur ce débat.
Par ailleurs, en ce qui concerne la commission d'enquête
parlementaire, je persiste et signe quant aux objectifs à atteindre, en
organisant une série d'auditions de responsables du Selor et de
personnes extérieures éventuellement. Cela pourrait être déterminé
de manière collégiale, afin d'y voir plus clair sur les procédures, de
formuler des recommandations utiles pour que, demain, plus aucun
doute ne soit permis quant à la transparence et l'impartialité du
processus.
Depuis le début, je clame haut et fort que les résultats m'importent
plus que les moyens. Je déplore que le texte que j'avais proposé n'ait
pas recueilli l'accord de la. Certes, le MR et le cdH sont co-signataires
de ce document, mais à défaut de pouvoir obtenir un accord sur les
moyens, nous sommes en mesure d'en obtenir un sur les objectifs.
Aussi, je me ferai fort d'entamer les démarches nécessaires pour
suggérer l'organisation d'une série d'auditions au sein de cette
commission, de manière à pouvoir également rencontrer le souci de
03.07 Maxime Prévot (cdH): In
een van mijn vragen had ik
gevraagd
volgens
welke
krachtlijnen de hervorming van
Selor eventueel zou verlopen. Het
antwoord voldoet niet, maar ik
veronderstel dat we in de
komende weken op die kwestie
kunnen terugkomen.
Wat de parlementaire onderzoeks-
commissie betreft, blijf ik bij de
doelstellingen die moeten bereikt
worden via een reeks hoorzittingen
met de beleidsmensen van Selor
en buitenstaanders. Dat zou
collegiaal
kunnen
worden
vastgesteld, opdat er in de
toekomst geen twijfel meer zou
bestaan over de onpartijdigheid
van de procedure.
Ik hecht meer belang aan de
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Mme la ministre. En effet, cette dernière s'est déclarée favorable à
toute démarche qui permettrait une amélioration du fonctionnement
ultérieur du Selor.
Nous pourrions ainsi faire ce travail d'analyse requise, au sein de
cette commission, en auditionnant toutes les personnes jugées utiles
et faire réellement un travail de fond sérieux. Effectivement, lorsqu'on
est confronté au fait de ne pas recueillir la majorité, trois attitudes sont
possibles: on s'entête, on pleurniche ou on trouve une solution
alternative. C'est cette dernière voie que je vous propose à travers la
tenue de ces auditions. Cela me semble important!
Pour le reste, je prends acte de la démarche novatrice de mon
collègue, M. Jeholet, dont je ne perçois pas toujours bien les
contours, qui consiste à mettre sur pied une commission d'enquête
parlementaire fédérale à portée régionale. J'imagine mal qu'à
l'époque on ait jugé pertinent d'organiser, au sein de cette assemblée,
des commissions d'enquête sur les problèmes de l'AWIPH ou de la
crise du logement social ou encore de Francorchamps. Il n'en reste
pas moins que c'est quelque chose de surprenant ou novateur! En
tout état de cause, ce qui m'intéresse aujourd'hui, c'est de pouvoir
noter qu'un consensus assez large semble se dégager pour pouvoir
mener des auditions au sein de cette commission.
resultaten dan aan de middelen.
Mijn tekst kreeg niet het akkoord
van de meerderheid, maar bij
ontstentenis van een akkoord over
de middelen kunnen we tot een
akkoord
komen
over
de
doelstellingen. Daarom zal ik de
nodige demarches doen om in
deze commissie hoorzittingen te
organiseren.
Die analyse zou binnen deze
commissie kunnen gebeuren door
alle nodig geachte mensen te
horen en inhoudelijk werk te
leveren.
Voor het overige neem ik nota van
de innoverende aanpak van
collega Jeholet, die erin bestaat,
een
federale
parlementaire
onderzoekscommissie
met
gewestelijke inslag op te richten.
Deze benadering is verrassend en
nieuw!
Wat
mij
vandaag
interesseert, is dat er blijkbaar een
voldoende
brede
consensus
bestaat rond het organiseren van
hoorzittingen
binnen
deze
commissie.
Le président: Messieurs, on conclut le débat sur la question. Lisez le règlement, les faits personnels n'ont
pas leur place en commission! Si l'on réagit à chaque fois que quelqu'un cite un collègue, on ne s'en sortira
plus! Vous me demandez un peu de souplesse! Je dois présider et faire en sorte que, ce matin, cinquante
collègues posent démocratiquement des questions extrêmement importantes dans cette belle assemblée
et je souhaiterais que cela se fasse avant 13.00 heures.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
M. Gilkinet étant absent, sa question n° 5276 est reportée.
04 Vraag van de heer Bruno Steegen aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de erkenning van buitenlandse diploma's" (nr. 5334)
04 Question de M. Bruno Steegen à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la reconnaissance de diplômes étrangers" (n° 5334)</b>
04.01 Bruno Steegen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, het akkoord van Bologna in juni 1999 over de hervorming
van het hoger onderwijs en de daaraan gelinkte invoering van het
European Credit Transfer System en van de bachelor- en
masterdiploma's zou de erkenning van diploma's tussen de betrokken
lidstaten moeten vergemakkelijken.
Bovendien is er ook het verdrag inzake de erkenning van diploma's
betreffende het hoger onderwijs in de Europese regio, gedaan te
Lissabon op 11 april 1997. Voornoemd verdrag werd in Senaat en
Kamer aangenomen. Het werd op 15 mei 2008 in de Kamer
04.01 Bruno Steegen (Open
Vld): L'accord de Bologne devrait
faciliter la reconnaissance des
diplômes délivrés dans un autre
État membre européen. Les
étudiants belges des régions
frontalières s'inscrivent souvent
dans l'enseignement supérieur
d'un pays voisin. Lorsque, munis
de leur diplôme étranger, ils
souhaitent travailler pour l'adminis-
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
goedgekeurd.
Op basis van voornoemde, internationale overeenkomsten zouden
mensen niet alleen gemakkelijker aan buitenlandse universiteiten
moeten kunnen studeren. Het zou ook mogelijk moeten zijn om werk
op te nemen in een ander land dan het land waarin hij of zij heeft
gestudeerd.
Wij merken momenteel dat veel landgenoten, vooral in de
grensregio's, zich in het hoger onderwijs van een ander land
inschrijven, vooral in Nederland en Frankrijk. Indien de betrokkene
zou willen werken, onder andere voor de federale overheid, moet hij
of zij, volgens de informatie die wij bij Selor hebben ingewonnen, eerst
een procedure bij een erkenningscommissie doorlopen. In
Vlaanderen is dat NARIC Vlaanderen.
De procedure kan al vlug drie maanden en in de praktijk zelfs vier à
vijf maanden aanslepen. Er komt bovendien heel wat administratieve
rompslomp bij de erkenningsprocedure kijken.
Het lijkt erop dat in de privésector steeds minder bedrijven de
erkenning van een buitenlandse diploma eisen.
Mevrouw de minister, daarom heb ik een aantal vragen.
Ten eerste, klopt het dat, om een job bij de federale overheid te
kunnen bemachtigen, een Belgisch diploma of de erkenning van een
buitenlands diploma vereist is?
Ten tweede, wat is de ratio en de toegevoegde waarde achter
bedoelde regeling?
Ten derde, zal er een verandering in bedoelde regeling optreden, nu
het makkelijker wordt om diploma's te vergelijken en de waarde ervan
te erkennen?
Ten vierde, hoeveel mensen die hun diploma niet in België hebben
behaald, werken momenteel bij de federale overheid?
Hebt u kennis van het aantal kandidaten dat jaarlijks bij Selor wordt
geweigerd voor deelname aan de selectieproeven op basis van het
feit dat zij in het buitenland hebben gestudeerd en niet tijdig de
erkenning van hun diploma hebben bekomen?
De vraag werd mij deels ingegeven door het feit dat in Limburg heel
wat studenten aan de universiteit van Maastricht studeren. Met hun
diploma kunnen zij niet dadelijk bij de overheid aan de bak.
tration, ils doivent préalablement
entamer une procédure auprès
d'une commission d'agrément.
Cette procédure peut facilement
durer trois mois et entraîne toute
une
série
de
tracasseries
administratives.
Faut-il effectivement disposer d'un
diplôme belge ou d'un diplôme
étranger reconnu pour pouvoir
travailler au sein de l'adminis-
tration fédérale? Cette règle sera-
t-elle adaptée à présent que les
diplômes
peuvent
être
plus
aisément comparés dans le cadre
du
système
bachelor-master?
Combien de personnes munies
d'un diplôme étranger travaillent-
elles au sein de l'administration
fédérale? Combien de personnes
sont refusées annuellement par le
Selor parce qu'elles n'ont pas pu
obtenir à temps la reconnaissance
de leur diplôme étranger?
04.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer Steegen, op uw eerste,
tweede en derde vraag kan ik antwoorden dat het niet klopt. Een
buitenlands diploma wordt wel in aanmerking genomen voor een
deelname aan een selectieprocedure bij Selor indien een
gelijkwaardigheidsbeslissing met een Belgisch diploma werd uitgereikt
door de Vlaamse overheid of door de Franstalige Gemeenschap.
De kandidaten voor een Franstalige betrekking dienen steeds zelf een
procedure te starten om een academische gelijkwaardigheid te
bekomen, of zij nu hun diploma in de Europese Economische Ruimte
04.02 Inge Vervotte, ministre: Il
est possible de participer aux
épreuves de sélection du Selor
avec un diplôme étranger si la
Communauté
flamande
ou
française a délivré un certificat de
conformité. Les candidats à un
emploi destiné à des franco-
phones doivent entamer la procé-
dure dans tous les cas, les
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
hebben behaald of daarbuiten. De kandidaten voor een
Nederlandstalige betrekking dienen alleen een procedure te starten
voor het bekomen van een academische gelijkwaardigheid indien zij
hun diploma hebben behaald buiten de Europese Economische
Ruimte. Indien zij binnen de Europese Economische Ruimte hun
diploma hebben behaald, zal Selor de Vlaamse overheid raadplegen.
Ik beschik niet over de cijfers die u vraagt in vraag 4, maar ik kan wel
zeggen dat, wat betreft de personeelsleden die bij de FOD P&O
werkzaam zijn, niemand zijn diploma in het buitenland heeft behaald.
Wat betreft uw laatste vraag, de kandidaten worden niet geweigerd
deel te nemen aan selectieproeven op basis van het feit dat zijn hun
diploma in het buitenland hebben behaald. Zij worden in afwachting
van een gelijkwaardigheid onder voorbehoud toegelaten tot de
selectieprocedure. Wanneer zij op het einde van de selectieprocedure
laureaat zijn en ondertussen hun gelijkwaardigheid hebben bekomen,
worden zij op de lijst van de laureaten geplaatst. Indien zij laureaat
zijn maar nog niet in het bezit zijn van hun gelijkwaardigheid, kunnen
zij echter pas een betrekking bekomen nadat zij de gelijkwaardigheid
hebben bewezen.
postulants à une fonction destinée
à des néerlandophones ne doivent
le faire que s'ils ont obtenu leur
diplôme en dehors de l'Espace
économique européen. Si le
diplôme a été obtenu dans l'EEE,
le Selor consulte les autorités
flamandes.
Je ne dispose pas de tous les
chiffres mais aucune personne
titulaire d'un diplôme étranger n'a
été engagée au SPF P&O.
Les candidats titulaires d'un
diplôme étranger peuvent, sous
réserve de l'octroi d'un certificat de
conformité, participer à la procé-
dure de sélection du Selor. S'ils
réussissent les épreuves et ont
entre-temps obtenu le certificat de
conformité, ils sont inscrits sur la
liste des lauréats. Un emploi ne
peut leur être accordé que s'ils ont
démontré la conformité.
04.03 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Zoals ik in de praktijk van een aantal personen heb
vernomen, begrijp ik eruit dat men inderdaad een gelijkwaardigheid of
een erkenning van zijn diploma moet aanvragen voor men in de
praktijk mag deelnemen aan deze examens. Ik vraag alleen of het
misschien nuttig zou zijn deze administratieve rompslomp ­ er komen
dikwijls nog vertaalkosten bij ­ in de toekomst uit te sluiten.
Ik heb ook navraag gedaan bij een aantal grensgemeenten bij ons in
Limburg. Langs de grens in Lanaken, Genk en Bilzen zegt men
bijvoorbeeld dat men met een louter universitair diploma van
Maastricht, een mastergraad, toch eerst een erkenning moet vragen
voor men mag deelnemen aan het examen. Dat heb ik in de praktijk
vastgesteld.
Ik heb het ook laten navragen bij de gemeenten. Nu blijkt dat bij de
Vlaamse overheid, de federale overheid en de gemeenten men niet
zomaar kan deelnemen aan een examen zonder de gelijkstelling te
vragen. Als de gelijkstelling er is, mag men dat wel. Dat is echter een
administratieve procedure die een viertal maanden duurt.
Ik heb het ook nagevraagd in de privésector. Sommige bedrijven,
zoals bankinstellingen, vragen ook een erkenning van het diploma, en
sommigen niet. In de privésector is men daar dus nog niet volledig uit.
Mijn vraag kwam uit de praktische bekommernis dat het misschien
toch aangewezen zou zijn, nu de graden zijn gelijkgeschakeld en men
dezelfde titel heeft, dat de overheid het voortouw zou nemen en
personen met een algemeen universitair diploma tot de examens zou
toelaten.
04.03 Bruno Steegen (Open
Vld): Il conviendrait tout de même
d'éviter les tracasseries adminis-
tratives liées à la demande d'une
reconnaissance. Les communes
frontalières limbourgeoises me
confirment que les diplômés de
l'université de Maastricht doivent
toujours demander la conformité
avant de participer à un examen
organisé par les pouvoirs publics.
Dans le secteur privé, seules
quelques entreprises demandent
un certificat de conformité.
À présent que l'accord de Bologne
a assimilé les grades, une
personne titulaire d'un diplôme
universitaire général devrait à mon
estime être autorisée à participer
automatiquement aux épreuves de
sélection.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven over "de diplomavereiste als wervingscriterium bij selectieprocedures uitgevoerd
door Selor (art. 127)" (nr. 5380)
05 Question de Mme Martine De Maght à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la condition de diplôme comme critère de recrutement dans le cadre des procédures
de sélection organisées par le Selor (art. 127)" (n° 5380)</b>
05.01 Martine De Maght (LDD): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, tussen nu en zes jaar zal er een uitstroom zijn van
ambtenaren, geschat op ongeveer 40% en dit zowel op Vlaams als op
federaal niveau. Momenteel zijn niet alle overheidsdiensten even
aantrekkelijk als werkgever zoals u daarnet terecht zelf hebt
aangegeven.
De overheidsdienst Selor heeft begin mei een communicatie gedaan
over een nieuw aanwervingsproject. Het betrof het pilootproject
"elders verworven competenties". Het project zou kandidaten in staat
stellen zich te bewijzen, ondanks het feit dat zij niet over het geschikte
diploma beschikken maar wel over de nodige kennis en competenties
beschikken om een job uit te oefenen binnen de overheidsdiensten.
Voor mij is dit een zeer gewaagd project. Ik had daaromtrent nog een
aantal vragen. Hoe zal u als bevoegd minister erop toezien dat
hiermee geen verkeerd signaal wordt gegeven aan jongeren die hun
hogere studies hebben aangevat of nog moeten aanvatten en dit
omtrent de waarde van het te behalen diploma? Als u inderdaad
competenties en praktijkervaring zult toelaten, zonder de nodige
diploma's, kan dit wel gevolgen hebben voor het behalen van
diploma's en het aanvatten van hogere studies. Welke implicaties zal
het pilootproject hebben op het administratieve en geldelijke statuut
van de ambtenaar in wording zoals dit vandaag wordt toegepast?
Zullen dezelfde loonschalen van toepassing zijn voor iedereen binnen
dezelfde functieomschrijving, ongeacht het feit dat zij via het
pilootproject werden aangeworven of op basis van hun diploma? Is dit
project enkel en alleen bedoeld voor de aanwerving van IT-
verantwoordelijken waarover bij de voorstelling van het project werd
gesproken of zullen ook andere functies hiervoor in aanmerking
komen?
05.01 Martine De Maght (LDD):
Pour les six prochaines années, le
nombre des départs de fonction-
naires fédéraux et flamands est
estimé à 40% des effectifs. Le
Selor lance donc un projet pilote
intitulé "compétences acquises
ailleurs" qui permet à des
candidats qui ne possèdent pas le
diplôme requis, de prouver leur
capacité à occuper un emploi dans
la fonction publique. Les premiers
postes qui seront pourvus de la
sorte sont des postes IT vacants.
Cette
nouvelle
procédure
n'entraîne-t-elle
pas
une
dépréciation de la valeur des
diplômes? Les mêmes barèmes
seront-ils appliqués à tous ceux
qui
occupent
une
fonction
répondant à la même description
de fonction? Ce projet est-il
uniquement
destiné
au
recrutement de personnel IT ou
d'autres fonctions seront-elles à
l'avenir également pourvues de
cette manière?
05.02 Minister Inge Vervotte: Vooreerst kadert de piste van elders
verworven competenties natuurlijk in een bredere, maatschappelijke
context. Selor wordt als selectiebureau uiteraard ook geconfronteerd
met een veranderende arbeidsmarkt zoals we dit algemeen kunnen
vaststellen.
De OESO heeft de vergrijzing het grootste probleem van België
genoemd. Tegelijk is er de vaststelling dat alle bedrijven het moeilijk
hebben om geschikt, kwalitatief personeel te vinden op de Belgische
arbeidsmarkt. Als we Fons Leroy van de VDAB mogen citeren, zijn er
duidelijke signalen dat de arbeidsmarkt vanaf 2010 serieus in het rood
zal gaan en Vlaanderen de meest vergrijsde regio is in België, zelfs
als de +50-jarigen worden geactiveerd. Zelfs met het project van Selor
"diversiteit nieuwe doelgroep oudere werknemers" zullen de
problemen nog niet opgelost raken.
In "ontgroening en vergrijzing in Vlaanderen, 1990-2050, verkenning
05.02 Inge Vervotte, ministre:
Cette mesure doit être considérée
dans un contexte social plus
vaste. Du fait du vieillissement de
la population, l'arrivée de jeunes
sur le marché du travail est en
effet appelée à se réduire par
rapport aux départs à la retraite.
L'OCDE
estime
que
le
vieillissement de la population
représente le plus gros problème
de la Belgique et selon Fons Leroy
du VDAB, en 2010, la Flandre sera
la région de Belgique la plus
touchée par ce phénomène et ceci
même si l'on active les plus de 50
ans. Il convient donc d'accorder
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
op
basis
van
het
Nationaal
Instituut
der
Statistiek
Bevolkingsvooruitzichten", vinden wij dat de vervanging van de
arbeidskrachten een bijzondere aandacht verdient. Gaandeweg wordt
de groep jongeren die zich aandient op de arbeidsmarkt kleiner dan
de groep die de pensioenleeftijd bereikt. Waar Wallonië en Brussel in
de nabije toekomst nog kunnen rekenen op een groeiende instroom,
is dit voor Vlaanderen niet langer het geval.
Integendeel, vanaf 2010 zakt de potentiële instroom verder terwijl de
potentiële uitstroom nu al uitdeint. Toch zal ook de vergrijzing stijgen
voor Wallonië en Brussel. Het aandeel vijfenzestigplussers zou in
2030 stijgen tot respectievelijk 23,2 en 18,7%.
Dat is de eerste maatschappelijke context waarin we moeten
nadenken over wat we moeten doen. U weet dat daaromtrent ook in
andere commissies debatten worden gevoerd met betrekking tot
migratie, enzovoort.
De tweede vaststelling is dat allochtone jongeren vaker geen of een
lager diploma hebben dan de autochtone vergelijkingsgroep. Met
name 42,4% van de allochtone schoolverlaters die zijn ingeschreven
bij de VDAB heeft hoogstens de tweede graad secundair onderwijs
gehaald. Een recent onderzoek van de VUB toont aan dat maar liefst
de helft van de allochtone jongeren van Turkse en Noord-Afrikaanse
afkomst het secundair onderwijs verlaat zonder diploma. Ter
vergelijking, bij de autochtone jongens tellen we 19% schoolverlaters
zonder diploma, bij de meisjes is dat 10%.
Selor draagt innovatie hoog in het vaandel. Door de kaart van de
elders
verworven
competenties
te
trekken,
hopen
wij
competentietalent te kunnen aantrekken dat voorheen minder werd
geëxploiteerd en dat precies zo belangrijk is om die doelgroepen te
kunnen aanspreken.
Het zou volgens mij heel spijtig zijn mochten we de potentie die er nog
is niet kunnen valoriseren.
Wij willen alvast niet de illusie wekken of een signaal geven dat een
diploma zijn waarde zou verliezen. Elders verworven competentie
vervangt geen diploma, laten we daarin duidelijk zijn. Wel geeft Selor
binnen een specifiek project competente kandidaten die niet
beschikken over een bepaald diploma, bijvoorbeeld binnen de IT, de
mogelijkheid om een instapkaart te behalen om later te kunnen
deelnemen aan een specifieke selectie. Kandidaten met een diploma
moeten die instapkaart niet behalen en moeten deze extra stap dus
ook niet nemen.
Men krijgt dus verschillende trajecten. Iemand met een diploma zal
een ander traject doorlopen dan iemand die dat diploma niet heeft,
maar wel de competenties heeft en in een vervolgtraject wordt
opgenomen.
Binnen het IT-project gaat het overigens ook over specifieke profielen
die door de overheid moeilijk in te vullen zijn omwille van onder meer
onvoldoende marktconformiteit. Ook binnen de privésector wat betreft
IT, primeren elders verworven competenties tegenwoordig boven
diploma's.
une attention particulière au
remplacement
de
la
main-
d'oeuvre.
On constate par ailleurs que, par
rapport aux autochtones du même
âge, les jeunes allochtones sont
plus nombreux à ne pas avoir de
diplôme ou que ce diplôme est
inférieur. Pas moins de 42,2% des
jeunes allochtones ayant quitté
l'école et qui sont inscrits auprès
du VDAB ne possèdent qu'un
diplôme du deuxième cycle de
l'enseignement secondaire.
En permettant à des candidats
ayant acquis des compétences
extrascolaires de participer aux
examens de sélection du Selor,
nous espérons nous adresser à
d'autres groupes, moins sollicités.
Il serait regrettable de ne pas
pouvoir valoriser ce potentiel.
Loin de nous l'idée de faire
accroire
que
les
diplômes
perdraient de leur valeur. Les
compétences
acquises
ne
remplacent pas les diplômes.
Dans le cadre d'un projet
spécifique, le Selor permet aux
candidats qui ne sont pas titulaires
du diplôme requis d'accéder
malgré tout aux examens de
sélection.
Les candidats diplômés ne doivent
pas obtenir la carte d'accès.
Différents trajets permettront donc
aux candidats de participer à
l'examen. Seul le secteur IT est
concerné et plus spécifiquement
certains profils pour lesquels les
candidats sont rares. Dans le
secteur privé aussi, les compé-
tences acquises priment les
diplômes
dans
le
domaine
informatique. Lors de leur entrée
en service, les lauréats qui ont
participé par le biais de la carte
d'accès se situeront dans la même
échelle de traitement que les
lauréats qui ont participé sur la
base de leur diplôme.
Par ailleurs, le Selor participe au
projet de la structure flamande et
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Daarnaast schrijft Selor zich ook in binnen het project van de Vlaamse
en Europese kwalificatiestructuur waarbinnen men alle gevalideerde
kwalificaties een plaats wil geven. Kwalificaties verduidelijken wat
mensen moeten kennen en kunnen om de toegang te verwerven tot
onderwijs en tot de arbeidsmarkt.
De
bedoeling
is
dat
een
behaalde
instapkaart
een
deelnemingsvoorwaarde is voor deelneming aan een selectie voor
een bepaald niveau. De kandidaat wordt dan ook aangeworven in dat
niveau met dezelfde loonschaal.
Het pilootproject zelf is enkel en alleen bedoeld voor IT-profielen en
de uiteindelijke bedoeling is wel om na analyse van dit proefproject na
te gaan in hoeverre een dergelijke aanpak ook toepasbaar zou zijn
voor andere functies, met dien verstande dat elders verworven
competenties niet zomaar toepasbaar zouden zijn op elke functie. Om
het meest duidelijke voorbeeld te geven, voor een arbeidsgeneesheer
zal het moeilijk zijn om dat concept toe te passen. Waar dit echter wel
kan, wil ik het graag onderzoeken.
européenne de qualification, au
sein de laquelle toutes les
qualifications validées obtiennent
une place. Les qualifications
précisent les connaissances et les
capacités
nécessaires
pour
accéder à l'enseignement et au
marché de l'emploi.
Le projet-pilote relatif aux cartes
d'accès sera évalué et on vérifiera
s'il peut s'appliquer à d'autres
fonctions
ou
dans
d'autres
secteurs. Il va de soi que pour
certaines fonctions, un diplôme
sera toujours exigé.
05.03 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw antwoord. Zoals ik daarjuist al aangaf, vind ik het een zeer
gewaagd project. Bepaalde elementen pleiten voor het gebruiken van
de ervaring en de deskundigheid die vandaag niet gevalideerd is bij
monde van een diploma. Er zijn evenwel gevoeligheden binnen de
openbare diensten die u waarschijnlijk ook kent. Ik pleit er toch voor
dat u daar ook oog zou voor hebben aangezien het gaat over de
gelijkschakeling met ambtenaren die over de vereiste diploma's
beschikken, zelfs als men een verschillende traject gaat volgen. Aan
het einde van het traject heeft men hetzelfde verhaal voor beiden, met
of zonder diploma, zijnde hetzelfde werk en het hetzelfde loon. Ik
vrees dat u problemen zou kunnen creëren met het personeel dat wel
over de nodige diploma's beschikt. Ik onderschrijf de intentie tot het
gebruik van deskundigheid en ervaring die vandaag op de markt zijn
maar die we vandaag niet kunnen gebruiken omdat we beperkt
worden door het kader dat vandaag bestaat inzake aanwervingen
binnen de openbare diensten. Toch wil ik u voor deze gevoeligheden
waarschuwen.
05.03 Martine De Maght (LDD):
Je continue à trouver ce projet
hasardeux. Je conseille à la
ministre de tenir compte des
sensibilités qui existent au sein
des services publics. Ce projet
risque de poser problème au
personnel
qui
dispose
d'un
diplôme. Je puis accepter le
principe d'admettre la participation
de candidats à l'examen sur la
base des compétences mais je
tiens attirer l'attention sur les
dangers potentiels.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la mobilité des fonctionnaires" (n° 5499)</b>
06 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de mobiliteit van ambtenaren" (nr. 5499)
06.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la ministre, fin février, nous
avons évoqué le dossier de l'évolution des carrières dans la Fonction
publique, plus précisément la possibilité pour les agents d'une entité
fédérée de travailler au niveau fédéral et vice versa. En ce qui
concerne la mobilité des agents des Régions vers le fédéral, l'arrêté
royal du 15 janvier 2007 a résolu un certain nombre de difficultés. Par
contre, en sens inverse, la situation n'est pas établie.
Dans votre réponse, vous m'aviez signalé que l'administration
préparait un texte fixant les équivalences de grades des
fonctionnaires, quel que soit le niveau de pouvoir qu'ils occupent, que
06.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Eind februari kwam het dossier
betreffende de evolutie van de
ambtenarenloopbanen reeds aan
bod. De mobiliteit van de geweste-
lijk ambtenaren naar het federale
niveau wordt geregeld bij het
koninklijk besluit van 15 januari
2007. Het omgekeerde is nog niet
het geval. U zei me destijds dat u
voor ruimere loopbaanmogelijk-
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
vous étiez favorable à l'élargissement des possibilités de carrière et
donc à cette évolution de carrière; qu'il fallait saisir le comité de
concertation pour avis et, en tout cas, trouver une solution commune
avant de pouvoir la transposer au plan législatif.
Trois mois plus tard, où en est ce dossier? Le comité de concertation
s'est-il réuni? Ce dossier peut-il évoluer à bref ou à moyen délai?
heden gewonnen bent, dat het
Overlegcomité om advies moest
worden verzocht en dat een
gezamenlijke oplossing moest
worden gevonden voor die in
wetgeving kan worden omgezet.
Waar staat dat dossier nu? Is het
Overlegcomité bijeengekomen? Is
in dit dossier op korte of
middellange termijn een evolutie te
verwachten?
06.02 Inge Vervotte, ministre: Monsieur Crucke, un projet d'arrêté
royal visant à permettre à l'agent statutaire d'une entité fédérée d'être
nommé, par mobilité interfédérale, dans un service fédéral a été
rédigé par l'administration au début de cette année.
Afin de pouvoir appliquer effectivement la mobilité interfédérale, il est
nécessaire pour l'agent de l'entité fédérée que son grade et l'échelle
de traitement correspondante soient reconnus comme équivalents au
grade des classes dont relève l'emploi vacant. Le projet d'arrêté royal
vise à créer cette équivalence. Pour ce faire, un tableau de
conversion a été élaboré. Ce tableau reprend les niveaux, les grades
et les échelles de traitement des agents statutaires des entités
fédérées et établit l'équivalence avec les niveaux, les grades, classes
et les échelles de traitement correspondantes de la Fonction publique
fédérale administrative.
Un contact a été pris, début mars 2008, avec chaque entité fédérée,
afin qu'elle prenne connaissance de l'extrait du tableau qui la
concerne. L'administration a demandé à chaque entité ses
observations sur ce tableau, notamment sur le fait qu'aucun grade
commun n'avait été omis et que les échelles de traitement se
rattachant à un grade avaient été effectivement visées. À ce jour,
l'administration n'a toujours pas obtenu les remarques des deux
entités fédérées, à savoir celles de la Communauté française et celles
de la Région de Bruxelles-Capitale.
Dès qu'elle sera en possession de toutes les remarques, le projet
d'arrêté sera finalisé et le point inscrit à l'agenda du Conseil des
ministres.
06.02 Minister Inge Vervotte:
Begin dit jaar werd door de
administratie een ontwerp van
koninklijk besluit opgesteld dat
ertoe
strekt
de
statutaire
ambtenaar van een gefedereerde
entiteit de mogelijkheid te bieden
via
interfederale
mobiliteit
benoemd te worden in een
federale dienst. Om de inter-
federale mobiliteit effectief te
kunnen toepassen, moet de
equivalentie worden erkend van de
graad en de overeenstemmende
loonschaal van de ambtenaar van
de gefedereerde entiteit met de
graad van de klasse waartoe de
vacante betrekking behoort.
De administratie nam contact op
met alle deelgebieden en vroeg ze
naar hun opmerkingen. Tot op
heden beschikt ze echter nog
steeds niet over de opmerkingen
van de Franse Gemeenschap en
van het Brussels Gewest. Zodra
ze over alle opmerkingen beschikt,
zal het ontwerpbesluit worden
afgerond en zal dit punt op de
agenda van de Ministerraad
worden geplaatst.
06.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie
Mme la ministre pour sa réponse. Je constate que le travail se
poursuit et que le dossier suit clairement son cours. Comptez sur moi
pour la relayer auprès d'autres collègues siégeant en ces instances,
de manière qu'elles vous transmettent une réponse dans la plus
grande diligence.
06.03 Jean-Luc Crucke (MR):Ik
stel vast dat aan dit dossier wordt
voortgewerkt. Ik zal ervoor zorgen
dat deze informatie bij de
passende overheden terechtkomt,
om hun antwoord te bespoedigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 5507 van de heer Stevenheydens wordt uitgesteld vermits hij niet aanwezig is.
Vraag nr. 5507 van de heer Stevenheydens wordt uitgesteld omdat hij niet aanwezig is.
07 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
over "de premie voor competentieontwikkeling" (nr. 5679)
07 Question de Mme Meyrem Almaci à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la prime de développement des compétences" (n° 5679)</b>
07.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ambtenaren van niveau A, en ook van niveau B
en C, bij de federale overheid kunnen een premie voor
competentieontwikkeling ontvangen wanneer ze slagen in een proef
volgend op een gecertificeerde opleiding die georganiseerd wordt
door de opleidingsdienst van de federale overheid. Het doel is om in
te spelen op de eisen van het modern management. Het resultaat is
dat als men slaagt in dergelijke opleiding dit ook de verdere loopbaan
van de medewerkers zal beïnvloeden.
Uit informatie die ik heb verkregen blijkt dat voor bepaalde
vakrichtingen bepaalde opleidingen nog steeds niet werden
georganiseerd en dat terwijl de premie sinds 1 september 2005 reeds
kan worden toegekend. Ambtenaren die ondertussen met pensioen
vertrekken en die in die betreffende vakrichtingen werkten, hebben op
die manier zelfs niet de mogelijkheid om hun rechten op die premie te
laten gelden. Het gaat meer bepaald om de vakrichting
Wetenschappen,
Toegepaste
Wetenschappelijke
Studie
en
Onderzoek.
Daarom wil ik u graag volgende vragen stellen.
Bent u op de hoogte van die vertraging bij de organisatie van
bepaalde opleidingen en van de ontevredenheid die hieruit voortvloeit
voor de betrokken ambtenaren?
Wat is voor vakrichting 14, namelijk Wetenschappen, Toegepaste
Wetenschappelijke Studie en Onderzoek vandaag de precieze
toestand?
Welke maatregelen bent u van plan te nemen op korte termijn om
tegemoet te komen aan deze vragen en bezorgdheden?
07.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!):
Les
fonctionnaires
fédéraux de niveau A, B ou C
peuvent bénéficier d'une prime
pour le développement de leurs
compétences s'ils réussissent une
épreuve
consécutive
à
une
formation certifiée de l'Institut de
formation de l'administration fédé-
rale (IFA). Certaines formations
n'ont néanmoins toujours pas été
organisées. Les fonctionnaires qui
partent
à
la
retraite
dans
l'intervalle n'auront donc jamais eu
la possibilité d'y participer.
Le ministre est-il informé des
retards dans l'organisation de
certaines
formations
et
du
mécontentement des fonction-
naires à ce sujet? Quelle est la
situation exacte pour la filière de
métiers "sciences, sciences appli-
quées, études et recherches"?
Quelles mesures le ministre
prendra-t-il?
07.02 Minister Inge Vervotte: Ik ben zeker op de hoogte van deze
situatie en heb ook regelmatig overleg over de problemen in het kader
van de gecertificeerde opleidingen met de administratie. Daarnaast
heb ik ook informatie ingewonnen via de verschillende interne
netwerken, zoals het netwerk van de directeurs P&O.
Vanzelfsprekend werd het probleem ook onder mijn aandacht
gebracht door individuele ambtenaren die mij daarover regelmatig
aanschrijven.
De stand van zaken in de vakrichtingen Wetenschappen, Toegepaste
Wetenschappelijke Studie en Onderzoek zijn de volgende.
Enquête statistiek: de test werd afgenomen op 6 maart 2008.
Momenteel worden de resultaten geanalyseerd.
De opleiding inspecteren en inspectiediensten: we zoeken nog
geschikte opleiders. Het is de tweede maal dat deze
overheidsopdracht gelanceerd wordt.
Externe audit en autocontrolesystemen: de test had plaats op
14 januari 2008. De resultaten worden momenteel geanalyseerd.
07.02 Inge Vervotte, ministre: Je
suis parfaitement au courant de ce
problème et je consulte régulière-
ment mon administration à ce
sujet. J'ai en outre également
obtenu des informations à ce sujet
par le biais des réseaux internes
et plusieurs fonctionnaires m'ont
signalé le problème.
Plusieurs
formations
sont
proposées dans la filière des
sciences, des sciences appliquées
et des études et de la recherche.
En ce qui concerne les formations
statistiques des enquêtes, audit
externe, conception du GIS,
institutions UE et internationales et
gestion de la qualité dans les
laboratoires, les tests ont déjà été
faits et les résultats sont actuelle-
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Milieubeheersystemen: de opleiding is afgesloten en de resultaten
werden gecommuniceerd.
De specialisatie in beheer en communicatie van de WTI-informatie:
de overheidsopdracht werd pas gegund. Het heeft veel tijd in beslag
genomen om Franstalige opleiders te vinden. De opleiding wordt
ingepland vanaf oktober 2008.
Een GIS ontwerpen: de test had plaats op 11 februari en de resultaten
worden momenteel geanalyseerd.
EU en internationale instellingen, veiligheid in de voedselketen: de
test had plaats op 3 maart. De open vragen worden nog gecorrigeerd
op dit moment.
Interpretatie van gegevens en inleiding tot de statistiek: deze opleiding
werd georganiseerd in 2007 in verschillende sessies, gezien het groot
aantal deelnemers. De resultaten werden gecommuniceerd.
Internationale vergaderingen en onderhandelingen: de opleiding en de
test werden een eerste maal georganiseerd in 2007. Gelet op de
beschikbaarheid van de opleiders ­ interne opleiders van de FOD
Buitenlandse Zaken ­ kon een tweede groep pas ingepland worden
vanaf april 2008. De test vindt plaats op 24 juni.
Projectmanagement: deze opleiding werd georganiseerd in 2006-
2007 in verschillende sessies, gezien het groot aantal deelnemers. De
resultaten werden gecommuniceerd.
Methodes voor technische risicoanalyse: deze opleiding is afgesloten.
De resultaten werden gecommuniceerd.
Beheer van de kwaliteit in laboratoria: de test voor deze opleiding had
plaats op 27 mei.
Zoals u weet is de heroriëntering van de gecertificeerde opleiding een
belangrijke doelstelling in mijn beleidsnota.
Op korte termijn werden in samenspraak met het OFO een aantal
maatregelen genomen of werden die in stelling gebracht. Sinds begin
januari werkt het OFO in een nieuwe structuur. Dit maakt dat meer
projectleiders nu op het project gecertificeerde opleidingen werken.
Het aanwerven van twee bijkomende docimologen, een
Nederlandstalige en een Franstalige. De Franstalige komt in dienst
vanaf 1 juli dit jaar. De Nederlandstalige moet kort hierna volgen. De
selectie is afgerond. Deze wervingen hebben tot gevolg dat het team
wordt verdubbeld. Dit moet ertoe bijdragen dat de tijdsspanne tussen
de test en de mededeling van de resultaten wordt ingekort.
Het OFO herziet zijn huidige planning in functie van een aantal criteria
zoals prioriteit voor ambtenaren die nog nooit de kans hebben gehad
om deel te nemen, prioriteit voor die ambtenaren die al zeer lang
wachten op een opleiding, prioriteit voor grotere groepen en prioriteit
in functie van het uitputten van bestaande contracten met
dienstverleners.
ment en cours d'analyse. Les
formations en systèmes de gestion
de l'environnement, interprétation
des données et introduction aux
statistiques, gestion de projet et
méthodes d'analyse technique des
risques sont terminées et les
résultats des tests ont déjà été
communiqués.
En ce qui concerne la formation
inspection et services d'inspection,
nous cherchons encore des
formateurs compétents. Au niveau
de la formation spécialisation en
gestion et en communication de
l'information WTI nous avons mis
longtemps
pour trouver des
formateurs francophones. Cette
formation sera organisée à partir
d'octobre 2008. La formation en
réunions et négociations interna-
tionales a déjà été organisée en
2007 et un deuxième groupe est
prévu en 2008. Ce groupe pourra
participer au test en juin.
La réorientation des formations
certifiées constituant un objectif
important de ma note de politique
générale, je prendrai sous peu des
mesures en la matière en
concertation avec l'IFA. Ce dernier
dispose d'un nombre accru de
chefs
de
projet
depuis
la
modification de sa structure. Deux
docimologues ont été engagés,
une initiative qui permettra de
communiquer plus rapidement les
résultats. À court terme, les
fonctionnaires qui n'ont encore
jamais eu l'occasion de suivre une
formation ou qui attendent cette
possibilité depuis très longtemps
bénéficieront d'une priorité. En
outre, des efforts seront fournis
pour réduire le nombre de
formations afin de faire participer
de plus grands groupes à chacune
d'entre elles. Les fonctionnaires
qui approchent de l'âge de la
retraite pourront également partici-
per à des formations qui seront
organisées très régulièrement. Les
formations données en interne
seront
encouragées.
Enfin,
d'autres formes d'apprentissage
sont également envisagées, telles
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Het OFO bekijkt ook hoe het op korte termijn een aantal opleidingen
in het aanbod kan opnemen die meer op hun generieke competenties
zijn gericht en in welke mate minder opleidingen, maar wel voor
grotere groepen kunnen georganiseerd worden. Deze opleidingen
zullen maximaal aansluiten bij de beleidsnota en bij de prioriteiten en
competenties die daarin vooropgesteld worden. Indien opleidingen
zeer regelmatig op jaarbasis meermaals kunnen georganiseerd
worden, zullen ambtenaren die de pensioenleeftijd naderen de kans
krijgen om ook hieraan te kunnen deelnemen.
Het OFO stimuleert ook steeds meer het geven van opleidingen door
interne opleiders. Op die wijze kunnen de tijdsvergende
overheidsopdrachten ­ dat is immers vaak de oorzaak van deze
elementen ­ worden vermeden, en kunnen de ontwikkeling van de
opleiding en de tests sneller worden opgestart. Werken met interne
opleiders biedt ook vaak het voordeel dat de opleiding nauwer
aansluit bij de werkomgeving van de ambtenaren zelf en dat zij zich er
beter mee kunnen identificeren. Vanzelfsprekend voorziet het OFO in
de nodige pedagogische ondersteuning van die interne opleiders.
Momenteel wordt bestudeerd hoe andere leervormen, zoals e-
learning en blended learning, kunnen worden ingeschakeld om op
een verantwoorde manier dit proces voor grote groepen mogelijk te
maken. Dat kan al deze opleidingen ook versnellen.
Dat toont aan dat wij het project gecertificeerde opleidingen zeer ter
harte nemen en heel wat maatregelen nemen om bij te sturen. Elk
van de hiervoor opgesomde maatregelen vergt natuurlijk de nodige
tijd om de implementatie op het terrein te kunnen zien. Het gaat om
minstens zes tot acht maanden, niet alleen omdat ze moeten worden
ingevoerd, maar ook om de effecten ervan te kunnen waarnemen.
Deze maatregelen zullen ook aan de opleidingsverantwoordelijken en
de betrokken personeelsleden via communicatieacties worden
meegedeeld. Daarnaast is het duidelijk dat het project een
fundamentele bijsturing nodig heeft op langere termijn. Daarom heb ik
er in mijn beleidsnota aandacht aan besteed. In de toekomst zal ik het
ook sowieso opnemen in het overleg met de syndicale organisaties.
que l'"e-learning" et le "blended
learning".
Six à huit mois au minimum seront
nécessaires pour mettre en place
l'ensemble de ces mesures. Ces
dernières seront communiquées
aux intéressés.
À long terme, le projet devra faire
l'objet d'adaptations plus fonda-
mentales. J'y fais explicitement
référence dans ma note de
politique générale.
07.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, ik dank
u voor het uitgebreide antwoord. Ik denk dat het een zeer groot aantal
onzekerheden en vragen bij de betrokken ambtenaren zal wegnemen.
Ik heb in uw beleidsnota nagekeken wat u op lange termijn daarmee
wilt doen. Ik ben blij dat u samen met OFO op korte termijn prioriteit
geeft aan hen die de pensioenleeftijd naderen, die al zeer lang
wachten op een deelname en nog nooit hebben kunnen deelnemen.
Ik ben er zeker van dat de hervormingen, die op zich logisch zijn, op
een ordentelijke manier zullen gebeuren. Zij die tot nu toe uit de boot
vielen, zullen op lange termijn niet worden gediscrimineerd. Dat is
immers mijn voornaamste bekommernis, en ik merk dat u die deelt.
Uw antwoord was zeer lang, en daarom zou ik er graag de
schriftelijke versie van krijgen.
07.03 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Cette réponse permettra
de dissiper une grande partie des
inquiétudes des fonctionnaires. Il
est exact que la ministre a déjà
consacré une grande importance à
cette matière dans sa note de
politique générale. Je me félicite
qu'elle entende donner la priorité,
à court terme, aux fonctionnaires
qui approchent de l'âge de la
retraite, qui attendent depuis très
longtemps ou qui n'ont encore
jamais eu l'occasion de participer
à ces
formations. Je suis
convaincu que les réformes seront
menées
judicieusement.
Les
personnes actuellement encore
lésées ne feront plus l'objet de
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
discriminations à long terme. Je
prends note de ce que la ministre
partage mes préoccupations.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 5760 de M. Lavaux est transformée à sa demande en question écrite. La
question n° 6124 de M. De Padt est reportée à sa demande.
Les questions n°
s
6142 et 6143 de M. Van de Velde sont reportées vu son absence.
Je remercie la ministre Vervotte. Le ministre de l'Intérieur peut donc prendre place pour répondre aux
questions qui le concernent.
08 Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
nébuleuse des Frères Musulmans en Belgique et le rapport en la matière réalisé par la fondation
NEFA" (n° 5249)</b>
08 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het schimmige netwerk van de Moslimbroederschap in België en het rapport van de
stichting NEFA ter zake" (nr. 5249)
08.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le 14 avril dernier, la fondation américaine NEFA (Nine
Eleven/Finding Answers) publiait un rapport inquiétant sur les activités
d'un certain nombre d'organisations à caractère politico-religieux en
Belgique. Ce rapport accuse notamment l'organisation humanitaire Al-
Aqsa ­ aujourd'hui AKSAHU ­, basée à Molenbeek et à Verviers, de
financer et soutenir des activités du Hamas et dénonce l'existence
d'un "réseau de soutien au Hamas" à Verviers. Vous imaginez l'écho
de ce rapport dans la région de Verviers.
Les autorités belges suivent depuis un certain temps les activités de
cette organisation. Après une enquête en janvier 2004, il a été conclu
qu'il n'existait pas assez de preuves pour interdire les activités de
cette organisation en Belgique, comme ce fut le cas en Allemagne et
aux Pays-Bas.
D'après le rapport, des membres connus de l'organisation
posséderaient de sérieux contacts au sein des Frères Musulmans de
Belgique et d'autres organisations à caractère politico-religieux, telles
que "Complexe éducatif et culturel islamique de Verviers" ou la
"Fédération des Organisations islamiques d'Europe" ou la structure
étudiante FEMYSO (Forum of European Muslim Youth and Students
Organisations).
Ce rapport a suscité de nombreuses réactions et inquiétudes dans la
presse et la population. D'aucuns voient en cette organisation située
en Belgique une simple organisation humanitaire collectant des fonds
pour aider le peuple palestinien. C'est évidemment la position des
administrateurs de l'organisation. D'autres spéculent sur l'existence, à
Verviers, d'un véritable nid du Hamas, l'organisation finançant non
seulement des activités terroristes en Israël mais faisant également
office de boîte aux lettres pour les branches allemande et hollandaise
de l'organisation pourtant sensées être dissoutes.
Monsieur le ministre, quelle importance accordez-vous au rapport
rédigé par la fondation NEFA?
08.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Op
14
april
jongstleden
publiceerde
de
Amerikaanse
stichting
"Nine
Eleven/Finding
Answers" (NEFA) een onrust-
wekkend rapport over de activi-
teiten van een aantal poltiek-
religieuze organisaties in ons land.
In
dat
rapport
wordt
de
humanitaire organisatie Al-Aqsa,
thans omgedoopt tot AKSAHU, die
in Molenbeek en Verviers is
gevestigd, ervan beschuldigd de
activiteiten
van
Hamas
te
financieren en te steunen. Leden
van
die
organisatie
zouden
ernstige contacten onderhouden
met de Moslimbroeders van België
en
andere
politiek-religieuze
organisaties.
Dat rapport heeft heel wat reacties
uitgelokt
en
zorgde
voor
ongerustheid in de pers en bij de
bevolking.
Welk belang hecht u aan het
rapport van de NEFA-stichting?
Beschikt u over aanvullende
informatie met betrekking tot de
activiteiten van Al-Aqsa? Wordt
die organisatie in de gaten
gehouden door de inlichtingen-
diensten van ons land?
Indien die informatie niet klopt,
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Possédez-vous des informations supplémentaires relatives aux
activités d'Al-Aqsa?
Cette organisation a-t-elle été contrôlée ou fait-elle l'objet d'une
surveillance quelconque de la part des services de renseignement de
notre pays?
En conclusion, s'il s'agit d'une énorme intox dans ces informations, de
fantasmes et, si les informations ne sont pas exactes, il conviendrait
d'y mettre fin. Par contre, si vous avez des éléments pouvant
confirmer le rapport de la fondation américaine NEFA, c'est plus
préoccupant. Je suis attentif à vos réponses.
dan moet ze worden rechtgezet.
Indien
u
daarentegen
over
gegevens beschikt die bevestigen
wat er in het rapport van de
Amerikaanse NEFA-stichting te
lezen
staat,
dan
is
dat
zorgwekkender.
08.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, monsieur
Jeholet, certains éléments de la question ont été abordés par un de
vos collègues en commission du 14 mai. Je peux donc me référer à la
réponse que j'ai donnée ce jour-là. Comme je l'ai expliqué, cette
question concerne principalement le ministre de la Justice,
responsable de la Sûreté de l'État et de l'appareil judiciaire. En tant
que ministre de l'Intérieur, je suis responsable des services de police,
qui disposent d'une liste des organisations qu'il faut suivre de près
pour le maintien de l'ordre public. C'est dans ce contexte-là que les
services policiers fonctionnent.
Comme je l'ai dit en commission du 14 mai, jusqu'à présent les
organisations citées n'ont pas causé de problèmes d'ordre public.
Elles sont donc seulement suivies. Mais pour ce qui concerne la
collecte de renseignements, la Sûreté de l'État, et les éventuelles
conséquences judiciaires, je dois en référer à mon collègue de la
Justice.
08.02 Minister Patrick Dewael: Ik
verwijs naar het antwoord dat ik op
14 mei heb gegeven. Deze vraag
is vooral bestemd voor de minister
van Justitie die verantwoordelijk is
voor de Staatsveiligheid en het
gerechtelijk apparaat. Als minister
van Binnenlandse Zaken ben ik
verantwoordelijk voor de politie-
diensten. De genoemde organi-
saties hebben geen problemen
van openbare orde veroorzaakt.
08.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, je remercie
M. le ministre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'utilisation des armes à létalité réduite par la police fédérale" (n° 5250)</b>
09 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het gebruik van less-than-lethal wapens door de federale politie" (nr. 5250)
09.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la plupart des membres de la police fédérale sont équipés
d'armes dites "de poing", comme la matraque, ou d'armes à feu.
Originellement destinées à contrôler les mouvements de foule, les
armes de type intermédiaire que l'on définit comme "armes à létalité
réduite" ont été commercialisées sous l'égide de l'OTAN. Il s'agit
notamment des gaz au poivre ou des bombes lacrymogènes, qui ont
l'avantage de pouvoir contrôler les mouvements de foule tout en ne
permettant pas de s'attaquer aux seuls fauteurs de troubles, ayant un
effet égal sur ces derniers et sur leurs voisins qui ne sont pas toujours
fautifs.
Plus récemment, une deuxième génération d'armes à létalité réduite,
plus ciblée sur l'intervention de proximité, a été mise au point. Il s'agit
de pistolets électriques et de pistolets à air comprimé, munis de balles
non pénétrantes, qui ont pour objectif de neutraliser les assaillants de
manière plus individuelle. Il semble que ce type d'armes soit
09.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
De zogenaamde "less-than-lethal"-
wapens houden het midden
tussen handwapens en vuur-
wapens en werden onder NAVO-
vlag gecommercialiseerd. Het gaat
onder meer om pepperspray en
traangasbommen.
Recentelijk werd er een tweede
generatie van dergelijke wapens
ontwikkeld. Het betreft elektrische
pistolen en luchtdrukpistolen met
kogels die niet in het lichaam
dringen, die gebruikt worden om
de aanvallers gerichter uit te
schakelen. Naar verluidt zouden
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
aujourd'hui à l'essai dans différents services de la police, notamment
à la direction des unités spéciales et dans les pelotons anti-
banditisme.
Il apparaît que l'usage de ces armes est encore assez parcimonieux,
alors qu'elles permettent bien souvent une réaction proportionnée à la
situation. Où en est la police fédérale dans cette phase de test des
armes à létalité réduite? Combien d'armes de ce type la police
fédérale possède-t-elle à ce jour et combien sont utilisées au
quotidien?
Quel bilan tirez-vous de cette phase de test dans les services
concernés et quelles sont les réactions des acteurs qui les utilisent au
quotidien? Ne serait-il pas indiqué de multiplier l'utilisation de ce type
d'armes au niveau de la police fédérale? Prévoyez-vous de mettre en
place un système de formation à ce type d'armement si vous en
élargissez l'usage?
diverse politiediensten dergelijke
wapens testen.
Hoever staat de federale politie
met het testen van "less-than-
lethal"-wapens en welke besluiten
trekt u daaruit? Over hoeveel
wapens van dat type beschikt de
federale politie en hoeveel worden
er dagelijks gebruikt? Zou de
federale politie zulke wapens niet
vaker moeten gebruiken? Is u van
plan om de politie voor het gebruik
van dergelijke wapens op te
leiden?
09.02 Patrick Dewael, ministre: Cher collègue, certaines de ces
armes ont été achetées par les unités spéciales de la police fédérale
ces dernières années.
L'arme FN303, lanceur à air comprimé de projectiles de 18
millimètres, a été testée dès 2003 au sein de la CGSU (direction des
unités spéciales). Cette année-là, trois armes ont été achetées et
quatre autres, début 2008. Le FN303 est utilisé deux à trois fois par
an pour la neutralisation et l'arrestation de personnes armées.
Le Taser, qui délivre une décharge électrique, a également été testé
en 2003. Six exemplaires ont été achetés en 2006 et trois par après.
Cette arme est utilisée au maximum cinq fois par an, lorsque la
CGSU doit procéder à l'arrestation de personnes dangereuses.
L'emploi de ces deux types d'armes est envisagé lors de
l'établissement des plans tactiques. Il est discuté avec des magistrats,
qui doivent préalablement marquer leur accord. Les deux types
d'armes donnent entière satisfaction. Dans les cas où ils ont été
utilisés, les auteurs ont été appréhendés sans l'usage d'armes à feu.
Pour l'instant, la police fédérale n'a pas l'intention de multiplier
l'utilisation de ce type d'armes.
09.02 Minister Patrick Dewael:
De jongste jaren hebben de
speciale
eenheden
van
de
federale politie een aantal van die
wapens aangeschaft.
Het luchtdrukgeweer FN303 met
18mm-projectielen werd in 2003 in
de CGSU (directie van de speciale
eenheden) getest. Hetzelfde jaar
werden er drie wapens aan-
gekocht en begin 2008 nog eens
vier. De FN303 wordt twee- à
driemaal per jaar gebruikt voor het
neutraliseren en het uitschakelen
van gewapende personen.
De taser die een elektrische
stroomstoot produceert, werd in
2003 getest. In 2006 werden er
zes stuks van gekocht en achteraf
nog eens drie. Dat wapen wordt
hoogstens
vijfmaal
per
jaar
gebruikt, wanneer de CGSU
gevaarlijke
personen
moet
arresteren.
Bij het opstellen van de tactische
plannen wordt er onderzocht of
dergelijke wapens moeten ingezet
worden.
Die
kwestie
wordt
besproken met magistraten die
vooraf hun akkoord moeten geven.
De
twee
soorten
wapens
beantwoorden volledig aan de
verwachtingen. Momenteel is de
federale politie niet van plan om
dat soort wapens vaker in te
zetten.
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
09.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, je remercie
le ministre pour les différentes réponses statistiques qu'il a données.
J'avais déposé ma question à la suite de certains contacts avec des
policiers mais aussi avec des criminologues concernant l'utilité et la
performance de ce type d'armes.
Je prends note que la police n'entend pas étendre ou généraliser
l'utilisation de ce type d'armes. Toutefois, je pense que si l'évaluation
de leur utilisation est positive, il serait peut-être utile de réfléchir à son
extension. Certaines expériences ne sont pas toujours concluantes
mais quand j'entends les différents chiffres et la première évaluation
que le ministre a bien voulu nous communiquer, il me semble que
l'évaluation est plutôt positive.
J'encourage le ministre à persuader ses services de police,
notamment la direction des unités spéciales, de réfléchir et
d'examiner comment l'on pourrait à l'avenir, avec une formation
spécifique, étendre l'utilisation de ce type d'armes.
09.03 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Als het gebruik van deze wapens
positief wordt beoordeeld, moet
misschien over een uitbreiding
ervan worden nagedacht.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Chers collègues, M. Jeholet a également une question au point 22. Il vient d'apprendre qu'il
est convoqué par M. Reynders à 11.45 heures. Si cela ne pose pas de problème, je lui laisserai poser sa
question de façon à ce qu'il ne manque pas son rendez-vous important.
10 Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'implantation d'un 'supermarché du joint' à Maastricht" (n° 5818)</b>
10 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de vestiging van een cannabis supermarkt in Maastricht" (nr. 5818)
10.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le ministre, je ne
reviendrai pas sur l'argumentaire développé à propos de l'implantation
d'un "supermarché du joint" à Maastricht. J'ai déjà eu l'occasion de
m'inquiéter devant vous de cette situation. Des contacts avaient été
établis avec les bourgmestres francophones concernés et leur
homologue de Maastricht. Ce dernier tantôt manifeste un souci de
concertation et de dialogue, tantôt semble se braquer lorsqu'on
évoque l'installation d'un tel centre commercial. Se pose notamment
un problème d'urbanisme.
Une autre idée a vu le jour: il s'agit de l'installation d'un supermarché
de ce genre dans une commune voisine, Eisden, qui se trouve le long
de l'autoroute A2, dans le prolongement de l'E25 en provenance de
Liège. Cette solution me paraît encore plus inacceptable que le projet
précédent.
Monsieur le ministre, me confirmez-vous ces informations?
Où en sont les pourparlers avec votre homologue néerlandais?
Enfin, quelles actions comptez-vous mener afin d'éviter qu'un centre
commercial de la drogue ne vienne s'installer si près de nos
frontières.
Estimant que nous sommes directement concernés par ce problème,
je vous remercie des réponses que vous m'apporterez.
10.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Ik had eerder al de gelegenheid
mij in uw aanwezigheid bezorgd te
maken over de vestiging van een
"cannabis
supermarkt"
in
Maastricht. Er werden contacten
gelegd
met
de
betrokken
Franstalige burgemeesters en hun
collega van Maastricht. Laatst-
genoemde geeft nu eens blijk van
een streven naar overleg en
dialoog, dan weer van irritatie
tegen de vestiging van een
dergelijk handelscomplex. Er is
een ander idee opgedoken: er zou
een supermarkt van dit type
gebouwd worden in een naburige
gemeente, Eisden, die naast de
snelweg A2 ligt, in het verlengde
van de E25 die uit Luik komt. Die
oplossing lijkt me nog onaanvaard-
baarder dan het vorige project.
Bevestigt u die informatie? Hoe
ver staan de gesprekken met uw
Nederlandse
collega?
Welke
acties overweegt u om dit project
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
te verhinderen?
10.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, ma réponse
sera assez longue, en raison du nombre d'initiatives qui ont été
prises.
Ces derniers temps, nous nous sommes de nouveau concertés à
différents niveaux. Vous êtes certainement au courant de certaines
évolutions du dossier. Notre patience et notre souci d'un dialogue
permanent commencent donc à porter leurs fruits.
Toutefois, nous devons rester vigilants. Car, pour l'essentiel, les plans
du bourgmestre de Maastricht entrent en contradiction non seulement
avec les principes de bon voisinage et des accords de Schengen,
mais aussi avec l'accord gouvernemental néerlandais.
Je vous renvoie, par ailleurs, aux réponses déjà données à ce propos.
J'ai toujours opté pour une approche de concertation, même si la
Belgique n'a rien à dire sur la façon dont un bourgmestre néerlandais
gère ses affaires. J'ai voulu et je veux toujours défendre une
approche globale, en concertation permanente avec les Pays-Bas. Je
pense notamment - à côté de l'emplacement de coffee-shops - à la
lutte contre les plantations de cannabis, les growshops, les "drug
runners", la criminalité organisée, la criminalité en col blanc agissant
dans le milieu de la drogue. Mon principal souci dans ce dossier est la
pression croissante sur la qualité de vie dans toute la région depuis le
début de cette affaire.
En compagnie de mes collègues de la Justice (ancien et actuel), j'ai
déjà pu m'entretenir avec nos homologues néerlandais. Cette
concertation se déroule principalement dans le cadre du Traité
Benelux et du plan d'action Schengen, comme vous le savez.
Au début du mois de juillet sera organisée une concertation entre les
chefs de corps des trois pays voisins. Cette coopération policière aura
lieu dans le cadre du "Niederländisch Belgisch Deutsch
Arbeitsgemeinschaft der Polizei".
S'agissant plus précisément du déménagement des coffee-shops de
Maastricht à la frontière belge, les gouverneurs des provinces du
Limbourg et de Liège ont démarré une concertation avec les
bourgmestres concernés. Il s'agit d'éviter non seulement la dispersion
des initiatives, mais aussi de déterminer une ligne de conduite
commune.
Entre-temps, nous devons intensifier la lutte contre cette activité sur le
plan répressif. À cet égard, les polices locales et fédérale ont
augmenté le nombre de contrôles policiers depuis un mois. Ainsi,
dans une première phase, des contrôles pointus et limités dans le
temps ont été choisis. La façon d'approcher les "drug runners" fut
également examinée à cette occasion. À la fin de l'année, ces actions
seront étendues. Le commissariat de police commun à Haren sera
aussi mobilisé pour cette opération.
Ensuite, la police judiciaire doit parvenir à une coopération plus
structurelle avec les Pays-Bas, par exemple en formant des équipes
de recherche mixtes dans des enquêtes concrètes.
10.02 Minister Patrick Dewael:
We hebben de laatste tijd opnieuw
overleg gepleegd op verschillende
niveaus. Ons geduld en onze zorg
om een voortdurende dialoog
beginnen vruchten af te werpen.
Maar we moeten waakzaam
blijven. Want de plannen van de
burgemeester van Maastricht zijn
fundamenteel in strijd met de
principes van goed nabuurschap
en de akkoorden van Schengen,
maar ook met het Nederlandse
regeerakkoord. Ik wil altijd een
globale benadering verdedigen, in
permanent overleg met Nederland.
Mijn belangrijkste zorg in dit
dossier is de groeiende druk op de
levenskwaliteit in de hele regio
sinds het begin van deze zaak. In
gezelschap van mijn voormalige
en huidige collega's van Justitie,
had ik al de gelegenheid om met
onze Nederlandse collega's te
spreken. Dat overleg verloopt
hoofdzakelijk in het kader van het
Beneluxverdrag en het actieplan
Schengen. Begin juli wordt een
overlegvergadering georganiseerd
tussen de korpshoofden van de
drie buurlanden. Die politiesamen-
werking zal plaats hebben in het
kader van de `Niederländisch
Belgisch Deutsch Arbeitsgemein-
schaft der Polizei'.
Wat meer bepaald de verhuis van
de coffeeshops van Maastricht
naar de Belgische grens betreft,
zijn de gouverneurs van de
provincies
Limburg
en
Luik
beginnen overleggen met de
betrokken burgemeesters. Het
gaat erom te voorkomen dat de
initiatieven versnipperd raken,
maar ook om een gemeen-
schappelijke gedragslijn uit te
stippelen.
Intussen moeten we de strijd
tegen die activiteit op repressief
vlak opvoeren. De politie heeft het
aantal
politiecontroles
sinds
afgelopen maand opgevoerd. De
manier om de "drug runners" te
benaderen
werd
bij
die
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Enfin, je souhaite signaler que des professeurs, sous la direction des
gouverneurs, travaillent à un plan global pour la région, à l'image de
ce qui s'est passé à Terneuzen - je crois que cela a bien fonctionné.
Ce plan vise à coordonner tous les niveaux et acteurs concernés: les
autorités administratives et judiciaires, la police, le secteur de la
santé.
Mon collègue de la Justice et moi-même suivons cette question de
près. Nous ne manquerons pas, par conséquent, d'en discuter en
temps utile avec nos homologues néerlandais. À la fin de ce mois, un
nouveau contact bilatéral sera pris entre mon homologue néerlandais
et moi-même.
gelegenheid ook onderzocht. Op
het eind van het jaar komen er nog
meer acties.
De gerechtelijke politie moet
komen tot een meer structurele
samenwerking met Nederland.
Ik wil er ten slotte op wijzen dat
professoren momenteel werken
aan een allesomvattend plan voor
de regio. Dat plan beoogt een
coördinatie op alle niveaus en met
alle betrokkenen.
Op het einde van deze maand
zullen
er
opnieuw
bilaterale
contacten plaatsvinden met mijn
Nederlandse ambtgenoot.
10.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, je remercie
le ministre de prendre ce dossier très au sérieux. Tous les contacts et
les réunions dont il a fait état sont importants. Je me réjouis du fait
qu'il y ait une transversalité au sein du gouvernement fédéral et une
forte concertation non seulement avec les chefs de corps aux Pays-
Bas mais aussi en Allemagne, et avec les gouverneurs de Liège et du
Limbourg.
Monsieur le ministre, il est important d'aborder cette problématique
dans sa globalité. Je vous en avais parlé lors de ma question en
séance plénière sur le contrôle des "drug runners", je me réjouis de
voir que les contrôles se sont intensifiés ces derniers mois.
10.03 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Alle contacten en bijeenkomsten
die u vernoemd heeft, zijn
belangrijk. Het verblijdt me dat er
transversaliteit
is
binnen
de
federale regering en dat er intens
overlegd wordt met de korpschefs
in Nederland en Duitsland en met
de gouverneurs van Luik en
Limburg. Het is belangrijk dat die
problematiek in haar totaliteit wordt
benaderd. Het verheugt me dat de
controles van de "drug runners" de
afgelopen maanden geïntensi-
veerd zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de verkeershandhaving op de autosnelwegen" (nr. 5455)
11 Question de M. Jef Van den Bergh au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le contrôle
du respect des règles en matière de sécurité routière sur les autoroutes" (n° 5455)</b>
11.01 Jef Van den Bergh (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, indien wij het over verkeersveiligheid hebben,
meer bepaald over de handhaving van de verkeersveiligheid,
belanden wij op een snijpunt van bevoegdheden. De vraag die
voorligt, is een duidelijke uiting daarvan.
Mijn vraag ontstond namelijk naar aanleiding van de cijfers die
minister van Justitie Vandeurzen begin april 2008 publiceerde. Uit de
cijfers blijkt dat het aantal vonnissen met betrekking tot zware
snelheidsovertredingen tussen 2004 en 2007 spectaculair daalde.
Op basis van voornoemde cijfers diende ik bij staatssecretaris
Schouppe
een
schriftelijke
vraag
over
het
aantal
snelheidsovertredingen in. Helaas konden wij enkel cijfers van de
11.01 Jef Van den Bergh (CD&V
- N-VA): Les chiffres publiés par le
ministre de la Justice indiquent
que le nombre de jugements
relatifs à l'application des règles
de sécurité routière sur les
autoroutes a diminué de façon
spectaculaire
au
cours
des
dernières années.
Pour
la
période
2004-2007,
combien d'heures/homme ont été
consacrées chaque année par la
police fédérale aux contrôles
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
federale wegpolitie bemachtigen aangezien er nog steeds problemen
op het vlak van de statistische verwerking van de cijfers voor de
lokale politiezones blijken te zijn.
Ik kom nu bij u terecht voor enkele vragen over de operationele inzet
van de federale wegpolitie. Immers, uit de cijfers die ik van
staatssecretaris Schouppe verkreeg, blijkt de inzet op een aantal
punten erg beperkt te zijn.
De cijfers die ik opvroeg, betroffen de snelheidscontroles.
Ten eerste, zijn dergelijke cijfers ook beschikbaar voor de periode
2004-2007 met betrekking tot de gerichte handhaving van het sturen
onder invloed? Het gaat met andere woorden over het aantal
manuren dat aan de controle op het gebruik van alcohol in het verkeer
werd gespendeerd.
Voor mijn tweede vraag verwijs ik graag naar de beslissing van de
Ministerraad van 22 februari 2002, waarop de toenmalige
paarsgroene regering besliste om tot 2010 elk jaar 10%
extrahandhaving op de autosnelwegen te zullen doen. Dat was een
erg goede beslissing. Uit de cijfers over de inzet van de federale
wegpolitie blijkt echter dat de maatregel tot op heden helaas niet werd
gerealiseerd. Tussen 2004 en 2007 is er veeleer sprake van een
status-quo van de inzet van het aantal manuren. In 2004 ging het om
81.824 uur; in 2007 was dat 81.862 uur. Dat is dus helemaal geen
stijging met 10% per jaar.
Mijn derde vraag mikt specifiek op de nachtelijke uren. Dat is niet
onbelangrijk, aangezien de helft van het aantal verkeersdoden op de
autosnelweg tijdens de nachtelijke uren te betreuren valt. Wij kunnen
uit de cijfers afleiden dat er 's nachts gemiddeld ­ het is natuurlijk een
statistisch gemiddelde ­ slechts één patrouille van twee agenten op
het autosnelwegnet dat 1.747 km lang is, aanwezig is. Is er op dat
vlak geen wanverhouding tussen de nood aan verkeershandhaving en
de effectieve handhaving tijdens de nachtelijke uren?
Voor de weekendnachten zijn er zelfs nauwelijks statistische
gegevens beschikbaar. Het aantal manuren tijdens de weekends en
tijdens de nachten in het algemeen kan wel worden gegeven.
Hetzelfde aantal, opgesplitst in weekends en weekdagen, kan echter
niet worden meegedeeld. Dat is problematisch, aangezien de
weekendongevallen vooral tijdens de weekendnachten, als een
belangrijke risicoperiode voor de verkeersveiligheid worden aanzien.
Hoe kan de federale politie een adequate handhaving voeren,
wanneer er niet eens statistische gegevens over de handhaving
tijdens de weekendnachten worden verzameld?
Ten vijfde, ik verwees tijdens mijn inleiding al naar de vaststelling dat
er nog steeds geen goede statistieken over het totale plaatje kunnen
worden bekomen. De federale wegpolitie is immers maar één element
in de verkeershandhaving. De lokale politiezones zijn zeker even
belangrijk voor de verkeershandhaving. Helaas kunnen wij over de
lokale politiezones nog steeds geen cijfers krijgen. De reden zou zijn
dat de module van het softwarepakket Pol Office na ruim twee jaar ­
het werd op 31 maart 2006 ingevoerd ­ nog steeds geen statistische
verwerking van de gedane inspanningen op het vlak van de
verkeershandhaving toelaat.
ciblés de la conduite sous
influence?
Le 22 février 2002, le Conseil des
ministres a décidé de renforcer les
contrôles à concurrence de 10%
par an sur les autoroutes. Dans
quelle mesure cette décision a-t-
elle réellement été appliquée?
D'après les chiffres, une seule
patrouille en moyenne par nuit
effectue des contrôles ciblés de la
vitesse sur l'ensemble du réseau
autoroutier de notre pays. N'est-ce
pas insuffisant?
Il existe manifestement peu
d'informations en ce qui concerne
le nombre d'heures de prestation
les nuits de week-end. Cette
pénurie d'informations n'entrave-t-
elle pas la mise en oeuvre d'une
politique de répression adéquate?
En ce qui concerne le nombre de
perceptions immédiates et de
procès-verbaux rédigés par les
zones de police locales depuis
2006, il n'existe aucune donnée
statistique. Le nouveau logiciel de
la police fédérale ne prévoit pas
encore cette possibilité. Quand
pourra-t-on disposer de ces
données?
Les rumeurs selon lesquelles la
police fédérale achèterait un
hélicoptère avec les ressources du
fonds de sécurité routière sont-
elles
fondées?
Dans
quelle
mesure cet hélicoptère peut-il
contribuer à réduire le nombre de
victimes de la circulation routière?
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Tot slot heb ik nog een vraag die in enige mate op een gerucht is
gebaseerd. Niettemin wil ik u de vraag voorleggen.
De middelen uit het federale Verkeersveiligheidsfonds 2008 zouden,
voor het gedeelte van de federale wegpolitie, quasi volledig worden
gebruikt voor de financiering van een helikopter. Dat kan wellicht
zinvol zijn. Helikopters zijn uiteraard ook nodig voor de politie. De
vraag is echter of dit uit het Verkeersveiligheidsfonds moet worden
gefinancierd en of een helikopter erg kan bijdragen tot de
verkeersveiligheid op onze hoofdwegen.
Voorzitter: Michel Doomst.
Président: Michel Doomst.
11.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, gefeliciteerd
met uw functie.
Ik zal een aantal cijfers apart communiceren. Ik zal op de hoofdlijnen
ingaan.
U verwijst naar een beslissing van de regering van februari 2002 in
het kader van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid om
jaarlijks het aantal controles op de autosnelwegen met 10% te
verhogen.
Ik
zou
nogmaals
willen
opmerken
dat
het
verkeersveiligheidsbeleid in de eerste plaats een bevoegdheid is van
mijn collega van Mobiliteit. Ter zake heeft hij ook een beleidsmatige
impact op de politie, bijvoorbeeld doordat hij wordt betrokken bij de
totstandkoming van het nationaal veiligheidsplan voor alle aspecten
die met verkeer te maken hebben. Dat Nationaal Veiligheidsplan
wordt goedgekeurd door de regering en wordt door de federale
wegpolitie jaarlijks vertaald in actieplannen. Er zijn dus de krachtlijnen
die worden geïmplementeerd via actieplannen. Dit vormt dan de basis
voor het optreden van de federale politie.
De federale wegpolitie heeft de voorbije jaren op haar niveau
inspanningen geleverd om de doelstellingen van de Staten-Generaal
te kunnen waarmaken. Om die inspanningen te versterken is de
federale wegpolitie sinds 2005 trouwens ook de begunstigde
geworden van de middelen van het Verkeersveiligheidsfonds.
Voorheen was dit niet zo. De jaarlijkse verhoging met 10% van het
aantal controles was voor de wegpolitie haalbaar tot en met 2005.
Een belangrijk gegeven daarbij is echter de meercapaciteit die de
wegpolitie sinds enkele jaren besteedt aan interventie en bijstand bij
ongevallen, meer in het bijzonder ook de extra signalering van
hindernissen via de zogenaamde signalisatieploegen. Met de
wegbeheerders
van
de
Gewesten,
die
de
eigenlijke
verantwoordelijken zijn, wordt nu al geruime tijd overleg gepleegd om
hiervoor een oplossing te vinden, tot nog toe naar mijn smaak met te
weinig concrete resultaten. Ik denk dat wij die inspanningen dan ook
moeten opvoeren.
Het zou te makkelijk zijn om de effectieven van de wegpolitie zomaar
eindeloos uit te breiden. Ik denk dat de verkeersveiligheid de
verantwoordelijkheid is van vele overheden, vele actoren. Iedereen
moet daarin zijn rol spelen en zijn deel van de verantwoordelijkheid
opnemen.
11.02 Patrick Dewael, ministre:
La sécurité routière relève d'abord
du secrétaire d'État à la Mobilité.
Ces dernières années, la police
fédérale
a
fourni
beaucoup
d'efforts. Depuis 2005, ces efforts
sont financés par des ressources
tirées du fonds de sécurité
routière. Il ne s'est avéré possible
d'augmenter chaque année de
10% le nombre de contrôles que
jusqu'en 2005. Depuis quelques
années, la police de la route
assure
également
un
appui
supplémentaire sur le plan de la
signalisation en cas d'accidents.
Outre les équipes chargées de
missions de contrôle ciblées, les
équipes d'intervention ordinaires
sont également actives la nuit sur
le réseau autoroutier.
Compte tenu des besoins opéra-
tionnels, nous nous efforçons de
réaliser la meilleure répartition
possible des contrôles, de façon à
augmenter
nos
chances
de
prendre les contrevenants en
flagrant délit.
À ce jour, il n'est pas encore
possible de collecter des informa-
tions à l'échelon national. Cette
année-ci, les systèmes devraient
toutefois être adaptés de sorte
qu'un traitement statistique pourra
être réalisé.
Enfin, nous envisageons effective-
ment d'employer les ressources
du fonds de sécurité routière pour
acheter un hélicoptère supplé-
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
's Nachts zijn er uiteraard niet alleen maar ploegen met gerichte
controletaken actief op het autosnelwegennet. Ook de normale
interventieploegen, waarvan er in die periode 20 à 25 actief zijn, zijn
aanwezig op het terrein, onder andere voor het aspect verkeer.
Bij de planning van de controles in de verschillende basisentiteiten
van de wegpolitie wordt getracht een zo goed mogelijke spreiding te
realiseren, rekening houdend met de operationele behoeften. Creëren
van een voldoende hoge subjectieve pakkans noodzaakt controles op
elk moment maar vooral op de meest risicovolle tijdstippen. Het
systeem liet vroeger niet toe om deze gegevens te verzamelen op het
nationale niveau zonder een zeer grote bijkomende administratieve
last. Na aanpassing van een hele reeks processen zal dat vanaf dit
jaar waarschijnlijk wel mogelijk worden. Dit is ook een belangrijke
verbetering.
De statistische module van het nieuwe systeem Pol Office is
inderdaad nog niet operationeel. Logischerwijze werd voorrang
gegeven aan de operationele modules van Pol Office. Ik kan daarvoor
begrip opbrengen, te meer daar ook de nieuwe verkeerswet door de
politie moest worden vertaald in de informaticatechnische
toepassingen en dergelijke meer. Stilaan verwacht ik toch resultaten
voor die statistische gegevens in Pol Office. U hebt daar een punt. De
federale politie kan hiervoor trouwens ook een partnerschap zoeken
met andere actoren. Ik denk bijvoorbeeld aan het Belgisch Instituut
voor de Verkeersveiligheid.
Nogmaals, de federale politie kan veel maar niet alles op zich nemen.
Andere actoren moeten betrokken en geresponsabiliseerd worden.
De idee leeft inderdaad om een extra helikopter aan te schaffen met
de middelen van het Verkeersveiligheidfonds. Dat zou kunnen
gebeuren via het aandeel van de federale politie in dat fonds of via
een federale voorafname ten behoeve van de geïntegreerde politie.
Dat laat ik open.
Luchtsteun met een helikopter kan een meerwaarde betekenen voor
een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer of het vaststellen van
bepaalde overtredingen zoals de tussenafstanden van onze
vrachtwagens. Die idee moet alleszins door de federale politie samen
met de Vaste Commissie van de lokale politie verder worden
uitgewerkt en verder worden verfijnd. Het ziet er dus niet naar uit dat
hierover een beslissing zal vallen in het raam van het
Verkeersveiligheidfonds 2008.
Mijnheer Van den Bergh, ik heb ook nog wat cijfers waarin u zich
verder kunt verdiepen.
mentaire.
Toutefois,
aucune
décision ne devrait encore être
prise en 2008.
11.03 Jef Van den Bergh (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik kan uit uw antwoord toch duidelijk het
engagement afleiden dat verkeersveiligheid een heel belangrijk punt
blijft bij de federale wegpolitie en misschien nog meer kan worden.
Opvallende vaststelling is wel dat vanaf het moment dat de federale
wegpolitie ook een bijdrage heeft gekregen uit het Veiligheidsfonds de
inspanningen naar handhaving toe net in dalende lijn zijn gegaan, in
2005. U verwijst hierbij naar andere taken die de federale wegpolitie
uiteraard ook uit te voeren heeft.
11.03 Jef Van den Bergh (CD&V
- N-VA): Il est curieux de constater
que la police fédérale fournit
manifestement moins d'efforts
depuis qu'elle a accès aux
ressources du fonds de sécurité
routière. Je continuerai de suivre
ce dossier de près.
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Het bevestigt een beetje het beeld dat ook vanop het terrein naar
voren wordt geschoven dat men heel veel taken krijgt opgelegd
waardoor misschien de essentiële en belangrijkste taak voor
verkeersveiligheid van de handhaving een beetje naar het achterplan
dreigt te verdwijnen. Daarom is het ook goed dat u overleg plant met
de regionale collega's om daarvoor bepaalde oplossingen te vinden.
Anderzijds ben ik blij dat er opnieuw perspectief ­ ik blijf wel een
beetje sceptisch, want ik heb dat perspectief reeds meermaals
gekregen ­ wordt geboden met betrekking tot de analyse van de
gegevens, met betrekking tot de statistische verwerking van allerlei
zaken.
Ik heb er wel begrip voor dat de operationele toepassingen prioritair
zijn. Aan de andere kant kunnen goede statistische gegevens
natuurlijk ook operationeel goed gebruikt worden. Op die manier kan
men immers goed gaan analyseren waar en wanneer de prioriteit
moet liggen om handhavingacties te gaan organiseren.
11.04 Minister Patrick Dewael: Zoals u weet, het hebben van een
perspectief kan in deze dagen al een enorme bevrijding betekenen.
We hebben dat perspectief en ik probeer dat ....
De aanwending van de middelen van het Verkeersveiligheidsfonds
was strikt gebonden aan criteria zoals aankoop materiaal,
infrastructuur, enzovoort. Mankracht mocht men daarmee niet
financieren. Dat is een euvel dat we aan het remediëren zijn.
Het is belangrijk om op een bepaald ogenblik vast te stellen dat we
wel voldoende materiaal hebben maar dat we ook de mensen moeten
hebben om het materiaal te bedienen.
We zullen, in overleg met de collega's, zeker wat het uitvoeren van de
controles betreft, de komende jaren opnieuw een tandje moeten
bijsteken.
11.04 Patrick Dewael, ministre: Il
ne nous était pas permis d'utiliser
les ressources du fonds de
sécurité routière pour financer du
personnel supplémentaire. Nous
tentons d'y remédier car pour faire
fonctionner le matériel, il faut des
hommes.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de Mme Corinne De Permentier au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'effectif national de chiens renifleurs d'explosifs" (n° 5538)</b>
12 Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "het aantal explosievenhonden voor heel het land" (nr. 5538)
12.01 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président, mes
chers collègues, monsieur le ministre, la Belgique dispose de 16
chiens détecteurs d'explosifs. Les douanes n'en disposent pas d'un
seul, ce qui laisse supposer qu'aucun contrôle systématique des colis
ne serait effectué dans nos aéroports. La police fédérale en possède
quatre et l'armée en compte 12, dont trois sont engagés à Kaboul et
les autres affectés à la sécurité des bases militaires.
Vu ces chiffres, l'on peut craindre que le nombre de chiens détecteurs
d'explosifs actifs est trop faible. Pour pallier ce trop faible effectif
canin, une firme privée du Brabant wallon développerait un
programme de dressage spécifique et disposerait déjà de six chiens
renifleurs d'explosifs parfaitement opérationnels, formés aux explosifs
de base et à leur dizaine de dérivés. Ces chiens répondraient aux
12.01 Corinne De Permentier
(MR): België beschikt over zestien
explosievenhonden. De douane-
diensten beschikken echter over
geen enkele explosievenhond, en
we mogen dus veronderstellen dat
de pakjes op onze luchthavens
niet
systematisch
worden
gecontroleerd. De federale politie
beschikt over vier explosieven-
honden en het leger heeft er
twaalf. Dat lijkt erg weinig.
Een particulier bedrijf in Waals-
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
mêmes exigences de sociabilité que ceux de la police et pourraient
opérer aussi bien en milieu fermé (centres de tri de colis et bagages,
les ports, les aéroports, les lieux de conférence, etc.) qu'en milieu
public (métro, foule, etc.) à titre préventif.
Le commissaire Herman du détachement d'appui canin de la police
fédérale aurait déclaré n'avoir aucune objection quant au principe de
faire appel à ces chiens issus du civil. Nous ne serions d'ailleurs pas
les premiers à faire appel à des moyens privés. En Allemagne, la
Bundeswehr confie au privé la surveillance de ses casernes. Dans les
aéroports parisiens, des chiens renifleurs d'explosifs venus du privé
côtoient ceux de la PAF. Aux États-Unis, des chiens du privé
sécurisent toute l'activité du courrier express international.
Pour agir sur le terrain, ces six chiens n'attendraient donc que le feu
vert du ministère de l'Intérieur. Des solutions existent, mais des
questions d'agréation, d'autorisation empêchent de combler les failles
pourtant avérées et démontrées en matière de sécurité. Si le feu vert
avait été donné, on aurait peut-être pu éviter toutes les perturbations
de la fin 2007.
Monsieur le ministre, que pouvez-vous me dire quant à l'effectif
national de chiens renifleurs d'explosifs? Ces chiens sont-ils
suffisamment nombreux et sont-ils disponibles? Combien de
nouveaux chiens renifleurs d'explosifs sont actuellement en
formation? Envisagez-vous d'agréer la formation de chiens issus de
centres privés de formation et de recourir à l'utilisation de ces chiens?
Pouvez-vous me confirmer qu'actuellement, il n'existe aucune
procédure de contrôle de colis de courrier express international dans
nos aéroports? Ne pensez-vous pas qu'un tel contrôle est devenu
essentiel, vu le contexte international et les menaces terroristes de
ces dernières années?
Brabant
zou
een
specifiek
africhtingsprogramma
hebben
uitgewerkt en zou al over zes
honden beschikken die perfect
inzetbaar
zijn.
Commissaris
Emmanuel
Herman
van
de
hondensteundienst
van
de
federale politie zou verklaard
hebben dat hij er geen bezwaar
tegen heeft die honden die een
opleiding volgden in de civiele
sector te gebruiken. Die zes
honden zouden dus enkel nog
wachten tot de minister van
Binnenlandse Zaken groen licht
geeft.
Zijn er voldoende honden voor de
opsporing van explosieven en zijn
ze ook beschikbaar? Hoeveel
nieuwe dergelijke honden volgen
op dit ogenblik een opleiding?
Bent u van plan de opleiding van
honden in privécentra te erkennen
en gebruik te maken van die
honden? Kan u bevestigen dat er
op dit ogenblik geen enkele
controleprocedure bestaat voor de
pakjes van de internationale
koerierdiensten
op
onze
luchthavens? Denkt u niet dat zo
een
controle
onmisbaar
is
geworden?
12.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, la police fédérale dispose à l'heure actuelle de quatre
maîtres-chiens et de cinq chiens détecteurs d'explosifs. Actuellement,
aucun team canin de recherche d'explosifs n'est en formation. Ces
teams ne sont opérationnels que lorsqu'ils sont agréés au niveau des
conditions administratives, vétérinaires et de formation.
À l'heure actuelle, tous les teams sont opérationnels. Ils sont
appelables 24 heures sur 24 par le biais d'un système de
permanence. L'armée dispose, quant à elle, de 14 maîtres-chiens et
de 15 chiens détecteurs d'explosifs.
L'engagement de ces équipes par les services de police est réglé par
des protocoles d'accord avec la Défense. Lors d'événements
nécessitant un engagement plus important de ce type de chiens, par
exemple lors d'un sommet européen, il est fait appel à des équipes
étrangères, notamment néerlandaises et allemandes.
La loi du 10 avril 1990 sur les sociétés de gardiennage prévoit la
possibilité d'utiliser des chiens à certaines conditions et dans un
contexte strict de gardiennage et de lieux accessibles au public. Dans
ce cas, il n'est pas question de chiens détecteurs d'explosifs.
Par contre, rien n'interdit, sous certaines conditions, que les services
12.02 Minister Patrick Dewael:
De
federale
politie
beschikt
momenteel over vier honden-
geleiders en over vijf explosieven-
honden. Op dit ogenblik is geen
enkel explosievenhondenteam in
opleiding. Die teams zijn enkel
inzetbaar wanneer ze over een
erkenning beschikken. Op dit
ogenblik zijn alle teams opera-
tioneel. Het leger beschikt voer
veertien hondengeleiders en over
vijftien explosievenhonden.
De aanwerving van die ploegen
door de politiediensten wordt
geregeld door akkoordprotocollen
met Landsverdediging.
Niets belet dat onder bepaalde
voorwaarden
de
overheids-
diensten en dus de politie af en toe
een beroep doen op deskundigen
of middelen aanwenden die hen
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
de l'État, et donc la police, fassent ponctuellement appel à des
experts ou des moyens pouvant les aider à assurer leur mission.
Contrairement à ce que le commissaire compétent Herman a laissé
entendre à la presse, je n'ai reçu aucun dossier concernant cette
problématique. Ce n'est pas moi qui donnerai le feu vert final. Je
demanderai moi-même à la police fédérale de contacter l'entreprise
privée à laquelle vous faites référence, en vue d'une collaboration
éventuelle en fonction des nécessités de la police.
Le contrôle de la sécurité des passagers, des bagages et des colis ne
relève pas de la compétence de la police fédérale des aéroports.
Cette mission est dévolue aux exploitants de l'aéroport national et des
aéroports régionaux, sous la supervision de la direction Inspection de
la direction générale du Transport aérien du département Mobilité.
Ainsi, dans le cas de l'aéroport national de Zaventem, le contrôle de
sécurité est dévolu à la Brussels Airport Company et exécuté par
Securair, qui ne fait pas appel à des chiens renifleurs d'explosifs.
kunnen helpen bij het vervullen
van hun opdracht.
In tegenstelling tot wat de
bevoegde commissaris Herman
liet verstaan, heb ik geen enkel
dossier met betrekking tot die
problematiek
ontvangen.
Het
uiteindelijk groen licht zal ik niet
geven. Ik zal de federale politie
vragen contact op te nemen met
dat privébedrijf met het oog op een
mogelijke samenwerking.
De veiligheidscontrole op reizigers,
bagage en pakjes behoort niet tot
de bevoegdheid van de federale
luchthavenpolitie. Deze opdracht
wordt
door
de
luchthaven-
exploitantenuitbaters
vervuld
onder het toezicht van het
departement Mobiliteit.
12.03 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette réponse très intéressante, qui m'a appris
beaucoup de choses. Je souhaiterais que vous investiguiez quant aux
propos du commissaire qui dit avoir introduit une demande au sein de
votre cabinet et que celle-ci est bloquée au niveau du ministère de
l'Intérieur.
12.03 Corinne De Permentier
(MR): Mag ik u vragen een
onderzoek in te stellen naar de
uitspraken van de commissaris die
beweert dat hij een aanvraag bij
uw kabinet ingediend heeft maar
dat die aanvraag geblokkeerd
wordt op het niveau van het
ministerie
van
Binnenlandse
Zaken?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Corinne De Permentier au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
découverte d'une bombe dans une station de métro" (n° 5619)</b>
13 Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de ontdekking van een bom in een metrostation" (nr. 5619)
13.01 Corinne De Permentier (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, j'ai appris qu'un engin explosif avait été
découvert par la police bruxelloise dans la station de métro
Montgomery, le 19 février dernier.
Cette bombe n'était apparemment pas destinée à faire des dégâts de
grande ampleur, mais elle contenait malgré tout une charge explosive
susceptible de mettre plusieurs usagers en danger.
La question qui se pose est évidemment de savoir s'il s'agissait d'un
attentat manqué ou d'un stupide jeu de gamins. A priori, selon les
médias, la deuxième solution semble plus plausible, car les trois
individus qui ont déposé le colis suspect dans la station ont vite été
repérés et arrêtés grâce aux images des caméras de surveillance de
la STIB, ce qui tend à démontrer le niveau peu élevé de leur
"professionnalisme".
13.01 Corinne De Permentier
(MR): Ik heb vernomen dat de
Brusselse politie op 19 februari
jongstleden een springtuig in het
metrostation Montgomery heeft
ontdekt. Ging het om een mislukte
aanslag of om een kwajongens-
streek? Gelet op het amateurisme
waarmee te werk werd gegaan,
lijkt
dat laatste het meest
aannemelijk. Om hun bom in
elkaar te steken hebben de drie
daders een gebruiksaanwijzing
gevolgd die ze op internet hadden
gevonden. Hebben de speurders
de bedoelingen van die leerling-
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
La bombe, quant à elle, a été trouvée à temps par les services de
déminage, avertis par des passagers qui avaient prévenu la police
fédérale de la présence d'un colis suspect. Tout est bien qui finit bien,
serait-on tenté de conclure, sauf que, pour autant, cet incident pose
question. Visiblement, pour fabriquer leur bombe, les trois individus
en question s'étaient basés sur un mode d'emploi trouvé sur internet,
où l'on trouve facilement, paraît-il, toutes sortes d'informations
permettant au plus néophyte de fabriquer du cocktail Molotov à la
bombe à retardement artisanale.
Monsieur le ministre, qu'en était-il des intentions de ces trois apprentis
poseurs de bombes? Les enquêteurs sont-ils arrivés à une
conclusion? Cet incident avait-il un lien quelconque avec les menaces
terroristes qui pesaient sur notre pays à la fin 2007?
Est-il dans vos possibilités techniques de lutter contre la mise à
disposition d'informations permettant de fabriquer des bombes
artisanales ainsi que d'autres armes explosives ou chimiques via
internet?
bommenleggers al achterhaald?
Stond dat incident in verband met
de terreurdreiging die eind 2007 in
ons
land
gold?
Kan
men
voorkomen dat er handleidingen
voor het maken van bommen op
internet worden geplaatst?
13.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, un engin a effectivement fait explosion le 19 février dernier.
Une enquête judiciaire sur ces faits est en cours et les informations à
ce sujet sont du ressort du ministre de la Justice.
Comme moi, vous savez qu'il est très difficile de lutter contre la
prolifération de tels renseignements sur internet. Cependant, les
Computer Crime Unit de la police fédérale ont été étendues et ce, afin
de pouvoir patrouiller plus activement sur internet.
En cas de constat de certains délits, il revient à la Justice d'intervenir.
Je peux imaginer que la mise à disposition d'informations pour
fabriquer des bombes puisse donner lieu à des poursuites judiciaires.
Je répète qu'il est extrêmement difficile d'attraper les auteurs de tels
messages sur internet.
13.02 Minister Patrick Dewael:
Op 19 februari jongstleden is er
inderdaad een lading ontploft. Die
feiten zijn het voorwerp van een
gerechtelijk
onderzoek
en
informatie daarover valt onder de
bevoegdheid van de minister van
Justitie. Het is bijzonder moeilijk
om de verspreiding van dergelijke
informatie
via
internet
te
bestrijden. De Computer Crime
Units van de federale politie
werden uitgebreid om het internet
actiever te kunnen afschuimen.
Wanneer er inbreuken worden
vastgesteld,
moet
Justitie
ingrijpen. Ik neem aan dat het
aanbieden van informatie die bij de
bouw van bommen kan gebruikt
worden,
tot
gerechtelijke
vervolgingen
aanleiding
kan
geven.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
longue présence d'un illégal dans les rangs de la police" (n° 5500)</b>
14 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de langdurige aanwezigheid van een illegaal in de entourage van de politie" (nr. 5500)
14.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur ministre, j'ai pris connaissance, avec un certain
amusement, mais aussi avec inquiétude, d'une nouvelle qui relèverait
du vaudeville si elle ne nous interpellait pas sur le degré de fiabilité de
la gestion de la police. En effet, quelle n'a pas été ma surprise
d'apprendre qu'un commissaire de police avait permis à son amant
14.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik heb vernomen dat een
politiecommissaris
zijn
Brazi-
liaanse minnaar, die illegaal in ons
land verblijft, de toelating had
gegeven alle'"attributen' van een
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
brésilien, en séjour illégal sur le territoire belge depuis plus de deux
ans, de revêtir tous les "attributs" d'un agent de police, jusqu'au
pistolet 9 mm, et permis à ce dernier de venir prendre ses quartiers
au commissariat où il avait, semble-t-il, son bureau et un accès aux
documents officiels.
Je ne sais pas s'il faut en rire ou en pleurer. Comment est-il possible
qu'aucun membre de la police ne s'en soit rendu compte? Il est
effrayant de constater que n'importe qui peut se faire passer pour un
policier dans un pays qui est sous menace terroriste.
Bien évidemment, la vie privée de chacun lui appartient. Il n'est
toutefois pas moins interpellant de voir qu'outre le fait d'avoir permis à
son ami en séjour illégal de partager le quotidien professionnel des
forces de l'ordre, le fonctionnaire de police dont question lui avait
aussi offert protection au sein du commissariat suite à une tentative
d'expulsion avortée.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous expliquer comment un illégal
brésilien de 26 ans peut encore séjourner en Belgique, avec un visa
expiré depuis plus de deux ans? Comment un non-policier peut-il
porter l'équipement complet du policier et surtout un pistolet?
Pourquoi le Comité P, informé depuis plus d'un an, n'a-t-il pas mené
l'enquête à son terme, avec les conséquences qui auraient dû en
découler? Quelles sont les mesures qui ont été prises depuis les
faits? Comment éviter la répétition de ce genre de problème à
l'avenir?
politieagent te dragen, hem een
bureau had toegewezen op het
commissariaat en hem toegang
had
verleend
tot
officiële
documenten.
Hoe is het mogelijk dat geen enkel
lid van de politie dit heeft opge-
merkt? Hoe kan een illegale
vreemdeling van wie het visum al
sedert meer dan twee jaar
verstreken is nog in ons land
verblijven? Hoe is het mogelijk dat
een burger de volledige politie-
uitrusting kan dragen en vooral
een pistool? Waarom heeft het
Comité P het onderzoek niet
afgerond? Welke maatregelen
werden er genomen sinds de
feiten zich hebben voorgedaan?
14.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher collège,
comme vous, j'ai appris cette histoire en lisant la presse. Il m'a donc
été difficile de réagir. Toutefois, la commission d'accompagnement
parlementaire du Comité P examinera le dossier. Je souhaite donc
attendre les résultats de cet examen avant de me prononcer. Mais je
suis évidemment prêt à apporter ma collaboration.
Je voudrais ajouter que les normes pour les actes de police doivent
être sévères. La police est un corps d'élite. Nous avons développé les
procédures et les instruments nécessaires. Il existe notamment un
code déontologique, des procédures en matière de discipline, une
surveillance interne et externe du Comité P. Il y a aussi l'inspection
générale. En outre, les parquets sont compétents pour les poursuites
au pénal. J'attends donc que chacun assume ses responsabilités.
Pour l'instant, nous devons attendre les résultats de l'examen de la
commission d'accompagnement du Comité P.
14.02 Minister Patrick Dewael: Ik
heb deze zaak vernomen via de
pers. De parlementaire begelei-
dingscommissie van het Comité P
zal het dossier onderzoeken. Ik
wacht op de resultaten van het
onderzoek.
De normen voor de politie-
handelingen moeten streng zijn. Er
zijn
voldoende
instrumenten
beschikbaar, zoals een deonto-
logische
code,
disciplinaire
procedures, een intern en extern
toezicht van het Comité P en de
algemene inspectie. De parketten
zijn
bevoegd
voor
de
strafrechtelijke vervolgingen. Ik
verwacht dus dat iedereen zijn
verantwoordelijk neemt.
14.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Nous recueillons actuellement les premiers fruits de la réforme des
polices et il est important de continuer à crédibiliser cette réforme.
Mais je constate que vous en étiez conscient avant que je ne vous
interroge.
14.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): We plukken momenteel de
eerste vruchten van de politie-
hervorming. Die hervorming moet
geloofwaardig blijven.
L'incident est clos.
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
problèmes de sécurité consécutifs à l'encombrement du couloir reliant les stations SNCB et STIB de
Bruxelles-Central" (n° 5735)</b>
15 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de veiligheidsproblemen ten gevolge van de hinder in de gang tussen de stations van de
NMBS en de MIVB in Brussel-Centraal" (nr. 5735)
15.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, j'ai interpellé, le 26 mai 2008, Mme Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques, donc
en tutelle de la SNCB, au sujet de l'encombrement du couloir qui relie
la gare de Bruxelles-Central à la station de métro du même nom.
Mme Vervotte m'a alors précisé que ce passage était la propriété
conjointe de la STIB, de la SNCB et de la Ville de Bruxelles, et qu'à ce
titre, c'était la Ville de Bruxelles qui s'occupait des autorisations de
chalandise.
Lors de ma question, j'avais souligné que si la vente de produits aux
couleurs chatoyantes donnait un côté moins austère au lieu, il n'en est
pas moins vrai qu'en cas de sinistre, l'espace de circulation est
fortement réduit et encombré d'objets rendant la fuite des usagers
des plus dangereuses.
Monsieur le ministre, vous qui avez la tutelle sur les services incendie,
pourriez-vous vous renseigner auprès de ces derniers pour vérifier
que toutes les mesures de sécurité ont été prises et, si ce n'est pas le
cas, veiller à ce qu'il en soit ainsi à l'avenir?
Je ne voudrais pas qu'à l'occasion d'un incident, on puisse se rejeter
la responsabilité. N'oublions pas que la gare centrale est la plus
utilisée de Belgique. Dans ce contexte, réduire de moitié l'espace
pour circuler nous pose évidemment problème.
15.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik heb mevrouw Vervotte
reeds geïnterpelleerd over de
hinderlijke aanwezigheid van de
ambulante handel in de gang
tussen
het
station
Brussel-
Centraal en het metrostation.
Mevrouw Vervotte heeft bijgevolg
verduidelijkt dat die doorgang de
gemeenschappelijke eigendom is
van de MIVB, de NMBS-Holding
en de stad Brussel en dat die
laatste instond voor het al of niet
toelaten van venthandel.
Wanneer er iets gebeurt, wordt het
in de circulatieruimte erg krap en
ligt het er vol met voorwerpen,
waardoor het vluchten uit die gang
voor de mensen hoogst gevaarlijk
wordt.
Kunt u zich informeren bij de
brandweerdiensten en nagaan of
alle
veiligheidsmaatregelen
werden genomen? Indien dat niet
het geval is, kunt u er dan voor
zorgen dat er alsnog maatregelen
worden getroffen?
15.02 Patrick Dewael, ministre: C'est le bourgmestre de la Ville de
Bruxelles qui est responsable de la sécurité sur le territoire de sa
commune, en vertu de l'article 135 de la nouvelle loi communale. À ce
titre, c'est à lui de s'assurer que les mesures nécessaires ont été
prises. Pour ce faire, il peut demander l'avis du service d'incendie et
aussi de l'aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale.
J'ai donc transmis votre question au bourgmestre de Bruxelles et je
ne manquerai pas de vous tenir au courant.
15.02 Minister Patrick Dewael:
De burgemeester van de stad
Brussel is verantwoordelijk voor de
veiligheid in zijn gemeente, die
zich ervan moet vergewissen dat
de nodige maatregelen werden
genomen. Daarvoor kan hij het
advies
vragen
van
de
brandweerdienst en ook van de
dringende medische hulpverlening.
Ik heb hem dan ook uw vraag
overgezonden en ik zal u hiervan
zeker op de hoogte houden.
15.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, vous
répondez ainsi à ma question. Mon objectif était effectivement que la
question soit posée au bourgmestre de Bruxelles. Étant donné que
les parlementaires fédéraux n'ont pas compétence directe pour
15.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het was inderdaad mijn
bedoeling dat die vraag aan de
burgemeester van Brussel zou
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
interroger les bourgmestres, orienter ma question sur la sécurité
incendie ­ qui, elle, est encore fédérale ­ était selon moi la bonne
piste.
worden gesteld.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
patrouilles de police" (n° 5754)</b>
16 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de politiepatrouilles" (nr. 5754)
16.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, dans une récente interview donnée en Flandre, Dirk Van
Nuffel, président de la Commission permanente de la police locale, a
émis l'idée de réduire le nombre de policiers en patrouille de deux à
un par combi. Il précisait également qu'il y aurait une exception pour
les patrouilles de nuit ou dans les quartiers dangereux. Bien entendu,
l'avantage de cette mesure serait de libérer un policier qui pourrait
mener d'autres patrouilles ou s'adonner à d'autres tâches. Dans
d'autres pays, il semble que c'est déjà le cas, les policiers patrouillent
seuls dans leurs véhicules.
Notre police est-elle prête à accepter un tel changement? Les
syndicats de police ne sont pas vraiment enthousiastes. On peut le
comprendre eu égard à la dangerosité d'une telle réforme. Le SLFP
Police a notamment rappelé son opposition de principe sur ce point.
Monsieur le ministre, je souhaite vous entendre quant à la pertinence
de cette suggestion formulée par le président de la Commission
permanente de la police locale visant à organiser les patrouilles de
police avec un seul policier par véhicule. Qu'en pensez-vous? Retient-
elle votre attention? Dans l'affirmative, comptez-vous la mettre en
application? Le cas échéant, comment allez-vous répondre aux
réticences légitimes des policiers qui craignent pour leur sécurité?
Cette mesure serait-elle accompagnée par l'arrivée de nouveaux
équipements, tels les caméras embarquées dans les combis de
police?
16.01 Kattrin Jadin (MR): De
heer Dirk Van Nuffel, voorzitter
van de vaste commissie van de
lokale politie, is onlangs met de
idee gekomen om het aantal
poltieagenten op patrouille te
herleiden tot twee en tot een per
combi, met uitzondering van de
nachtpatrouilles of de gevaarlijke
wijken.
Het schijnt dat in andere landen de
politieagenten
al
alleen
patrouilleren in hun voertuigen.
Is onze politie bereid een
dergelijke
verandering
te
aanvaarden?
Als
men
de
politievakbonden moet geloven,
zijn ze niet laaiend enthousiast.
Vindt u dit een pertinente
suggestie? Krijgt ze uw aandacht?
Zo ja, overweegt u ze te reali-
seren? Desgevallend, hoe gaat u
reageren op de aarzelingen van
politieagenten die vrezen voor hun
veiligheid? Zal die maatregel
gepaard gaan met de komst van
nieuwe uitrustingen, zoals met
camera's
uitgeruste
politie-
combi's?
16.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, je voudrais d'abord signaler qu'il y a beaucoup de patrouilles
d'une seule personne dans la pratique policière quotidienne. Je pense
notamment aux policiers de quartier ainsi qu'aux motocyclistes de la
police locale. Comme vous l'avez souligné, l'article mentionne qu'en
Belgique, la patrouille solo est plutôt exceptionnelle dans le cadre
d'une intervention, contrairement à d'autres pays. Elle est cependant
expérimentée à certains endroits.
M. Van Nuffel a indiqué dans l'article de presse que de nombreuses
conditions devaient être préalablement remplies pour la mise en
oeuvre de telles patrouilles. Il a cité à cet égard un complément
d'équipement technique, une formation adaptée à d'autres techniques
16.02 Minister Patrick Dewael: In
de dagelijkse politiepraktijk rukken
veel patrouilles uit met een enkele
persoon ­ het gaat dan vooral om
wijkagenten en gemotoriseerde
politie ­ maar inderdaad, in België
is de solopatrouille veeleer een
uitzondering in het kader van een
interventie, in tegenstelling tot
andere landen. Ze heeft echter
ervaring in bepaalde domeinen.
De heer Van Nuffel heeft erop
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
d'intervention. Il a aussi admis que la généralisation de cette
suggestion ne pouvait être envisagée à court terme.
En ce concerne mon jugement, je suis partisan de toute mesure
impliquant plus de bleu dans les rues et contribuant ainsi à une
meilleure police de proximité. Dans le même temps, il faut garantir
une assistance de qualité à la population ainsi que la sécurité du
fonctionnaire de police.
Cette considération me paraît encore insuffisante pour me prononcer
définitivement à ce propos. M. Van Nuffel est le président de la
commission permanente de la police locale. Je pars donc de la
supposition qu'il mènera d'abord une discussion approfondie avec ses
collègues chefs de corps au sein de cette commission.
gewezen dat vooraf aan een
aantal
voorwaarden
voldaan
moest
zijn,
onder
meer
bijkomende technische uitrusting
en aangepaste opleiding in andere
interventietechnieken. Hij geeft
ook toe dat de veralgemening van
deze suggestie op korte termijn
niet denkbaar is.
Ik ben voorstander van alle
maatregelen die meer blauw op
straat brengen maar tegelijk
kwaliteitsvolle bijstand aan de
bevolking en veiligheid aan de
politieagent waarborgen.
Die overweging lijkt me nog
onvoldoende
om
uitsluitsel
daarover te geven. Aangezien de
heer
Van Nuffel
de
vaste
commissie van de lokale politie
voorzit, veronderstel ik dat hij eerst
een discussie zal voeren met zijn
collega's
korpschefs
in
die
commissie.
16.03 Kattrin Jadin (MR): Je remercie le ministre pour sa réponse
très complète.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 5808 van mevrouw Colen wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
17 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "het politieel onderzoek in burgerlijke zaken" (nr. 5810)
17 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'enquête policière en matière civile" (n° 5810)</b>
17.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in het raam van burgerlijke zaken met
betrekking tot ouderlijk gezag en verblijf van kinderen wordt wel eens
beroep gedaan op het politioneel onderzoek, of wat men soms een
"sociale studie light" noemt.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de politie en het is de burgerlijke
rechter die het openbaar ministerie verzoekt om via de politie
bepaalde inlichtingen in te winnen. Meestal wordt naar dit onderzoek
gegrepen als alleen materiële vaststellingen worden gedaan,
bijvoorbeeld of de ouder beschikt over een slaapkamer voor elk van
de kinderen, of als er slechts een summiere moraliteitsstudie nodig is,
of als de gevraagde inlichtingen uit hun aard typisch tot de sfeer van
de politievaststellingen behoren, bijvoorbeeld of iemand ja dan nee
een alcoholprobleem heeft. Het politioneel onderzoek heeft het
voordeel dat het sneller klaar is dan een sociale studie, uitgevoerd
door het justitiehuis. Het heeft evenwel het nadeel dat het beknopter
is en veel minder systematisch wordt uitgevoerd.
17.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En matière civile, en
ce
qui
concerne
l'autorité
parentale, il est fait souvent appel
à la police pour la réalisation d'une
"étude sociale light". L'enquête
policière présente l'avantage d'être
plus rapidement bouclée qu'une
étude sociale effectuée par la
maison de justice. En revanche,
elle est plus succincte et est effec-
tuée moins systématiquement.
Ces enquêtes policières sont-elles
effectuées dans toutes les zones
de police? Quelle charge de travail
impliquent-elles? Dans quel délai
sont-elles traitées?
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Mijnheer de minister, in hoeverre worden deze onderzoeken over het
hele land uitgevoerd? Wordt dit gelijk in alle politiezones toegepast?
Wat is de werklast van dergelijk onderzoek? Wat is de
behandelingstermijn ervan?
17.02 Minister Patrick Dewael: Mevrouw, om uw vraag te kunnen
beantwoorden, zou ik ze eigenlijk moeten stellen aan alle 196
politiezones en dat is natuurlijk onmogelijk binnen het tijdsbestek dat
is toegemeten.
Het uit te voeren onderzoek rond ouderlijk gezag en verblijf is eerder
van sociale dan van politionele aard. Als er beroep wordt gedaan op
politiediensten om dat onderzoek uit te voeren, is dat hoofdzakelijk
om opportuniteitsredenen. U zegt het zelf ook: de politionele
hoedanigheid is niet noodzakelijk om bijvoorbeeld het bestaan van
een aparte slaapkamer vast te stellen.
In mijn rondzendbrief van 1 december 2006 over de oneigenlijke
politietaken zijn de moraliteitsonderzoeken waarover u spreekt, dan
ook niet opgenomen als een kerntaak van de politie. Die
rondzendbrief, dat weet u, was een van de maatregelen die we
hebben genomen om de operationele inzetbaarheid van de politie te
verhogen. Dat veronderstelt ten andere dat de politie zoveel mogelijk
wordt ontlast van taken die niet noodzakelijk door een politieagent zelf
moeten worden uitgevoerd. Dat wil niet zeggen dat de politie nuttige
informatie waarover zij beschikt, niet meer aan andere diensten moet
bezorgen. Dat is wat anders. Dat alleen op voorwaarde dat de
betrokken diensten natuurlijk voorafgaandelijk alle normale
informatiebronnen waarover zij beschikken, hebben geraadpleegd.
Ik zeg het vaak: de politie is niet de loopjongen of het manusje van
alles. Een voorbeeld dat ik wel eens geef is dat het nog al te vaak
gebeurt dat ze door parketten worden uitgestuurd om bij iemand te
gaan navragen of de schade na een verkeersongeval al geregeld is.
Dat zijn dan kantschriften die vertrekken, maar dat belast elke keer
opnieuw een politieman met een oneigenlijke politietaak.
De rondzendbrief betekent dus een ommekeer in de manier van
handelen van een aantal actoren zoals de parketten die de politie
aansturen. Ik ben mij ervan bewust dat een aantal bestaande
praktijken opnieuw bekeken moet worden. Ook bij de parketten vraagt
dat een soort van mentale omwenteling, een mentale reconversie.
Om die reden zien mijn diensten samen met de federale politieraad
toe op de opvolging van die rondzendbrief. Zo werd er vorige week
een stand van zaken opgemaakt in de federale politieraad. Een aantal
goede initiatieven zijn op diverse niveaus al genomen, maar we zijn er
nog niet. We blijven dat dan ook verder opvolgen.
17.02 Patrick Dewael, ministre:
Si vous voulez obtenir une
réponse à ces questions, il faudrait
que vous les posiez à chacune
des
196
zones
de
police
existantes, ce qui prendrait trop de
temps.
S'il est fait appel à la police pour
mener une enquête relative à
l'autorité parentale, c'est pour des
raisons d'opportunité. L'enquête a
effectivement un caractère social
plus que policier. Les enquêtes de
moralité n'ont dès lors pas été
inscrites comme une mission
principale de la police dans la
circulaire du 1
er
décembre 2006.
L'objectif de cette circulaire était
de décharger la police d'un
maximum
de
tâches
inappropriées.
La police doit évidemment toujours
transmettre les informations utiles
aux autres services. Les services
compétents
doivent
d'abord
épuiser
toutes
les
sources
d'information ordinaires mais les
parquets envoient trop souvent la
police en mission. Ma circulaire
induit dès lors un revirement
considérable dans la manière de
procéder et nécessitera également
une reconversion mentale au sein
des parquets.
Mes services assurent le suivi de
la circulaire en collaboration avec
le Conseil fédéral de police. De
bonnes initiatives ont déjà été
prises à divers niveaux.
17.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, het
is ook mijn ervaring dat die politionele onderzoeken eigenlijk zeer
ongelijk worden toegepast. De ene politiezone voert dat wel
systematisch uit en steekt er ook tamelijk veel tijd in, terwijl andere
politiezones, waarschijnlijk in gevolge uw rondzendbrief onder andere,
weigeren.
Natuurlijk zijn er ook soms opportuniteitsredenen waarom door de
17.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Les
tribunaux
demandent souvent à la police de
mener une enquête policière,
parce que l'enquête sociale de la
maison de justice prend trop de
temps. Si on peut le comprendre,
ce n'est évidemment pas une
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
rechtbank via het openbaar ministerie aan de politie gevraagd wordt
om zo'n onderzoek uit te voeren. Een reden kan zijn dat men soms al
te lang moet wachten op de sociale enquêtes die uitgevoerd worden
door het justitiehuis.
Volgens mij ­ ik volg daarin uw redenering ­ kan het geen reden zijn,
omdat justitie te lange wachtlijsten heeft, dat de politie met die
oneigenlijke taak opgezadeld wordt, als ik dat zo mag zeggen.
Ik begrijp uit uw antwoord ook dat u uw rondzendbrief van december
2006 nog eens in herinnering zult brengen om die, volgens mij toch
oneigenlijke taak zoveel mogelijk door te schuiven naar wie ze moet
uitvoeren, en dat is volgens mij naar Justitie en de justitiehuizen.
raison pour charger la police de
tâches inappropriées.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de houding van de Brusselse politie ten aanzien van slachtoffers van
geweld tegen holebi's" (nr. 5811)
18 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
sur "l'attitude de la police de Bruxelles à l'égard de victimes de violences à l'encontre des holebis"
(n° 5811)</b>
18.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
minister, op zaterdag 17 mei vond in Brussel de jaarlijkse lesbian and
gay pride plaats. Vijf holebi's werden die dag het slachtoffer van
geweld. Frappant is het verhaal van een Brussels homostel van
respectievelijk 30 en 33 jaar, dat tijdens de pridenacht rond 04.00 uur
's ochtends door een tiental Noord-Afrikanen werd belaagd omdat ze
hand in hand voorbij het hotel Amigo in de buurt van de Kolenmarkt
liepen. Wat begon met verbaal geweld ging over in fysiek geweld
zodra een van de twee belaagde homo's een boze blik wierp op de
bende allochtonen en hen vriendelijk van antwoord diende. Daarop
kreeg het stel rake klappen in het aangezicht en trappen in de buik en
in de zij.
Voorzitter: André Frédéric.
Président: André Frédéric.
Toen het koppel nadien aangifte ging doen op het politiekantoor dat
nauwelijks 50 meter verderop gehuisvest is, werd het daar naar
verluidt niet bepaald vriendelijk ontvangen. Een onthaalbediende in
uniform gaf het duo een invulformulier en verwees hen
ongeïnteresseerd naar een wachtkamertje waar ze even mochten
bekomen van de gebeurtenissen, voordat een inspecteur tijd had om
een verklaring af te nemen. So far so good. Ondanks hun toegetakeld
aangezicht werd hen niet eens gevraagd of ze gewond waren en
verzorging nodig hadden. Intussen is overigens gebleken dat een van
hen werkonbekwaam is en een hersenschudding had opgelopen.
Allebei hebben ze kneuzingen overgehouden aan de vechtpartij. Toen
een van de getroffen homo's de agent aan het onthaal verzocht om
met zijn collega's een kijkje te gaan nemen achter de hoek waar de
daders mogelijks nog aanwezig waren, gaf die te kennen wel betere
dingen te doen te hebben. Ook een politieagent die buiten aan het
politiekantoor stond, wenste niet ter plaatse te gaan.
Dit relaas van de feiten doet vragen rijzen bij het optreden van de
18.01 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld): La
Lesbian & Gay Pride s'est
déroulée à Bruxelles, le 17 mai
dernier. Le même jour, cinq
"holebis" ont été victimes de
violence. L'histoire d'un couple
d'homosexuels agressé par une
bande d'allochtones est particuliè-
rement navrante. Lorsqu'ils se
sont présentés au bureau de
police - situé à 50 mètres à peine
de l'événement - ils y ont été
traités de manière inacceptable.
On ne leur a manifesté aucune
marque d'intérêt et personne ne
leur a proposé de soins, malgré
qu'il se soit avéré ultérieurement
que l'un des deux souffrait d'une
commotion cérébrale. Les agents
ont de plus refusé de donner suite
à la suggestion qui leur a été faite
de se rendre sur les lieux de
l'incident où se trouveraient peut-
être encore les auteurs de
l'agression.
Le ministre compte-t-il demander
une enquête sur l'intervention de la
police dans cette affaire? Le
ministre estime-t-il que la police a
manqué d'égards à l'égard de ce
couple
d'homosexuels?
Le
ministre a-t-il reçu d'autres plaintes
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Brusselse politie. Vandaar mijn vragen aan u, mijnheer de minister.
Zult u dit concrete incident laten onderzoeken, meer bepaald het
optreden van de politie? Bent u van oordeel dat, indien de feiten
kloppen, de politie het getroffen homostel niet correct heeft
behandeld? Kreeg u nog andere gelijkaardige klachten over het
optreden van de politie ten aanzien van homo's die het slachtoffer
werden van geweld? Ten laatste, zult u maatregelen nemen opdat
slachtoffers van homofoob geweld in de toekomst te allen tijde correct
zullen worden behandeld door de politie?
concernant le traitement des
homosexuels victimes de vio-
lence?
Quelles
mesures
le
ministre prend-il pour que la police
traite
correctement
les
homosexuels?
18.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
politie moet altijd correct optreden. Dat veronderstelt een consequent
optreden tegen homofobie. Anderzijds impliceert het ook een correct
optreden van de politie op het vlak van een goed slachtofferonthaal
ten aanzien van iedereen, ongeacht de afkomst, het geloof of de
seksuele geaardheid.
De regels in dat verband zijn duidelijk en werden het voorbije jaar
trouwens nog verfijnd. De deontologische code van de politie,
waarnaar ik daarnet al verwees en die wij in mei 2006 invoerden,
verwijst uitdrukkelijk naar de principes van antidiscriminatie in het
politieoptreden. Politieambtenaren die tegen voornoemde code
zondigen, stellen zich aan een tuchtrechtelijke vervolging bloot.
De problematiek inzake discriminatie maakt ook deel uit van de
basisopleiding van elke politieaspirant. Sinds 2007 werd het
lessenaanbod van de voortgezette opleiding uitgebreid met cursussen
die door opleiders van het Centrum voor gelijkheid van kansen en
voor racismebestrijding worden gegeven.
Bovendien beschikt de federale politie over een gespecialiseerde
dienst, de dienst Gelijkheid en Diversiteit, die zich inzet voor het
respecteren van de diversiteit en de gelijke kansen op de werkvloer
en tegenover de burger. In dat kader worden verschillende initiatieven
ontwikkeld.
Sinds 1 november 2006 legt de omzendbrief COL 14/2006 van het
College van procureurs-generaal een uniforme werkwijze op voor de
registratie van misdrijven met een homofoob karakter.
Daarmee beëindig ik het overzicht van de meest recente initiatieven.
Volgens mijn informatie heeft de korpschef van de politiezone
Brussel-Hoofdstad-Elsene zijn dienst Intern Toezicht met een
onderzoek belast. Indien de feiten blijken te kloppen, zullen er op het
lokale politieniveau tegen de betrokken ambtenaren maatregelen
moeten worden genomen.
Ik heb geen weet van andere, gelijkaardige klachten over het
optreden van de politie ten aanzien van holebi's die het slachtoffer van
een misdrijf werden. Mogelijk beschikt het Comité P over gegevens in
dat verband.
Ik roep iedereen op die het slachtoffer werd van racistisch optreden
van de politie, in welke vorm ook, om bij de daarvoor opgerichte
controleorganen, het Comité P of de algemene inspectie, klacht tegen
bedoeld optreden neer te leggen. Immers, zoals reeds gezegd, zijn de
regels voor het politieoptreden duidelijk. Wij mogen een incorrect of
18.02 Patrick Dewael, ministre:
La police doit intervenir correcte-
ment et assurer un accueil décent
des victimes en toute circons-
tance. Le code déontologique de
la police, qui est en vigueur depuis
mai 2006, mentionne explicitement
les principes de la non-discrimina-
tion. Les fonctionnaires de police
contrevenant à ces principes
s'exposent à des poursuites
disciplinaires.
La politique en matière de
discrimination est abordée dans la
formation de base des agents de
police. De même, des enseignants
du Centre pour l'égalité des
chances et la lutte contre le
racisme enseignent depuis un an
dans le cadre de la formation
continuée. Le service Égalité et
Diversité de la police fédérale
prend des initiatives sur le thème
de la diversité et de l'égalité des
chances tant sur le terrain
qu'auprès des citoyens. Depuis le
1
er
novembre 2006, la circulaire
COL 14/2006 du Collège des
procureurs généraux prévoit une
méthode
uniforme
pour
l'enregistrement
des
délits
présentant
un
caractère
homophobe.
Le chef de corps de la zone
Bruxelles-Ixelles a chargé le
service
de
Contrôle
interne
d'enquêter sur les faits évoqués
par Mme della Faille. Des mesures
seront prises contre les agents de
police concernés, si nécessaire.
Je ne suis pas informé de plaintes
de
ce
type
concernant
l'intervention de la police envers
des "holebis". Peut-être le Comité
P dispose-t-il de ces données.
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
racistisch optreden niet dulden.
J'invite quiconque ayant été
victime
d'un
comportement
discriminatoire de la part de
policiers à porter plainte auprès du
comité P ou de l'Inspection
générale. Aucune intervention
policière incorrecte ne peut être
tolérée.
18.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
Ik merk dat u mijn waarden deelt. Dat verbaast mij ook niet.
De cursussen zijn voor mij een nieuw gegeven. Ik wist niet dat de
politieagenten inzake homofobie speciaal werden opgeleid.
Mij is echter niet duidelijk of de betrokkenen zelf bij het Comité P
klacht moeten neerleggen dan wel of de klacht zelf de weg volgt.
18.03 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): J'ignorais
l'existence
de
cours
spécifiquement consacrés à la
diversité.
Si je comprends bien, les victimes
doivent s'adresser elles-mêmes au
comité P?
18.04 Minister Patrick Dewael: Ik antwoord niet op concrete gevallen.
Ik geef gewoon alle mogelijkheden die bestaan, evenals alle,
wettelijke controleorganen en interne toezichtmogelijkheden.
18.04 Patrick Dewael, ministre:
Je ne me prononce pas sur des
cas concrets, j'expose seulement
les possibilités existantes.
18.05 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Zijn er al cijfers
beschikbaar? Hebt u een duidelijk zicht op het aantal slachtoffers van
homofoob geweld?
18.05 Katia della Faille de
Leverghem
(Open
Vld): Le
ministre dispose-t-il de chiffres à
propos de ce type d'incidents?
18.06 Minister Patrick Dewael: Ik kan wel een globaal cijfer
opvragen. Dat blijkt trouwens ook uit de jaarverslagen van het
Comité P.
18.06 Patrick Dewael, ministre:
Je puis demander que les chiffres
me soient communiqués. Ils
figurent aussi dans les rapports
annuels du comité P.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "een
noodoproep in Galmaarden" (nr. 5968)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
hulpverlening van brandweer en de dienst 100 in Galmaarden en deelgemeenten" (nr. 6046)
19 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "un appel d'aide urgente à
Gammerages" (n° 5968)<br>- M. Guy D'haeseleer au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'intervention du service
incendie et du service 100 à Gammerages et dans ses entités fusionnées" (n° 6046)</b>
19.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, het
betreft een euvel dat al een paar keer is teruggekomen. Naar
aanleiding van het signaleren van een brand in een rusthuis in
Vollezele bij Galmaarden is opnieuw gebleken dat er zich op het vlak
van communicatie toch een aantal problemen voordoet.
Op 2 juni jongstleden werd een signaal uitgestuurd dat men met een
incident te maken had. Enkel het brandweerkorps van
19.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le 2 juillet, un appel
d'urgence a signalé un prétendu
incendie dans une maison de
repos de Vollezele. Seul le service
d'incendie de Grammont est
intervenu et non le service le plus
proche. Le service d'incendie n'est
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Geraardsbergen werd uitgestuurd en niet het dichtstbijzijnde korps.
Wij dachten nochtans dat dat laatste nu de regel was. Blijkbaar zijn de
kazernes van Lennik en Ninove later op de hoogte gebracht
waardoor, naar zeggen van de lokale burgemeester, de brandweer
pas na 25 minuten ter plaatse was.
Ik wou vragen wat de reden is waarom de brandweer pas na 25
minuten ter plaatse was. Klopt dat met de gegevens, die u
waarschijnlijk hebt kunnen laten controleren?
Over de brand van de kerk van Galmaarden van vorige maand had u
gezegd dat alles correct was verlopen. Er zou echter nog verder
onderzoek gebeuren. Ik wou u vragen hoe het daarmee staat. Zijn
daarover al details bekend?
arrivé sur place que 25 minutes
plus tard. Les casernes de
pompiers de Lennik et de Ninove
n'ont été informées qu'ultérieure-
ment.
Pourquoi
le
service
d'incendie n'est-il arrivé sur place
que si tardivement?
Lors de l'incendie de l'église de
Gammerages, le mois passé, tout
se serait déroulé correctement
mais
une
enquête
plus
approfondie devait être effectuée.
Qu'en est-il?
19.02 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, sinds
begin mei de regel van de snelst mogelijke, adequate hulpverlening
startte, heeft de brandweer van Ninove al drie keer problemen
vastgesteld met oproepen, die bij het verkeerde korps
terechtkwamen.
De eerste keer was naar aanleiding van een verkeersongeval waarbij
de brandweer van Edingen het korps van Ninove rechtstreeks heeft
gecontacteerd, uit loyauteit zou ik zeggen, omdat zij op het
verzorgingsgebied van de brandweer van Ninove aan het opereren
waren, namelijk in Vollezele. Noch de 100-centrale in Leuven, noch
de 100-centrale in Gent had Ninove gecontacteerd. De brandweer van
Ninove heeft dan zelf contact genomen met de 100-centrales in
Leuven en Gent, en om uitleg gevraagd. In Leuven zei men dat voor
Vollezele in eerste lijn Edingen wordt opgeroepen en dan pas Ninove.
Bij de 100-centrale in Gent zei men dat in eerste lijn Geraardsbergen
wordt opgeroepen en dan Lennik. Dat is op zijn zachtst gezegd
hallucinant.
Een ander voorbeeld, dat daarnet al werd aangehaald door collega
Doomst, is het brandalarm in een rustoord te Vollezele. Dat is
duidelijk het verzorgingsgebied van Ninove. Ook hier werd de
brandweer van Ninove nooit gealarmeerd, wel die van
Geraardsbergen. Alweer uit loyauteit heeft de commandant van
Geraardsbergen de brandweer van Ninove ingelicht. Dergelijke
voorvallen, mijnheer de vicepremier, die als gevolg hebben dat de
aanrijtijden onnodig worden verlengd, komen de veiligheid en de
dienstverlening zeker niet ten goede, zeker als men weet dat elke
minuut van groot belang is.
Men signaleert mij ook een aantal problemen als oorzaak hiervan.
Men zegt mij dat, sinds de opstart van de snelst adequate
hulpverlening, die hulpverlening provinciaal wordt benaderd, maar de
interprofessionele gevallen ­ dat zouden er zowat 145 zijn in Oost-
Vlaanderen alleen ­ zouden pas bekeken worden, nadat de snelst
adequate hulpverlening binnen de provincie optimaal functioneert.
Een gevolg daarvan is natuurlijk dat een oproep uit Vollezele uit de
telefoonzone 054 toekomt bij de 100-centrale in Gent. In Gent stelt
men vast dat Vollezele in Vlaams-Brabant ligt. De oproep wordt
daarom doorgestuurd naar Leuven, met als gevolg veel tijdverlies.
Een ander probleem blijkt te zijn dat de 100-centrale in Leuven werkt
19.02 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Depuis le début du mois
de mai, le service d'incendie de
Ninove a déjà rencontré par trois
fois des problèmes concernant
des appels qui n'arrivent pas au
service d'incendie adéquat.
Dans le cadre d'un accident de la
circulation à Vollezele, le service
d'incendie d'Enghien a lui-même
contacté le service d'incendie de
Ninove. Ni le central 100 de
Louvain ni celui de Gand n'ont
contacté le service de Ninove et
les deux centraux n'étaient pas
d'accord sur le service à contacter
en premier lieu.
Dans le cadre d'une alerte
incendie dans une maison de
repos de Vollezele, le service
d'incendie de Grammont a été
contacté et pas celui de Ninove.
Le
fonctionnement
de
l'organisation provinciale d'aide ne
semble manifestement pas encore
tout à fait au point. C'est ainsi
qu'un appel passé dans la zone
téléphonique 054 arrive à Gand et
est ensuite seulement redirigé
vers Louvain.
Le central 100 de Louvain travaille
avec le CityGIS, celui de Gand
avec
un
logiciel
Intergraph
rattaché
à
ASTRID.
Des
collaborateurs
d'Intergraph
auraient vraisemblablement aussi
introduit des données erronées à
partir du système CityGIS.
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
met de CityGIS-software en dat daar de snelst adequate
hulpverlening al wordt uitgevoerd, maar in de 100-centrale in Gent
wordt nog gewerkt met Intergrafsoftware, die aan ASTRID gelinkt is,
en men raakt daar blijkbaar niet uit de technische problemen. De start
van de snelst adequate hulpverlening zou daar dan ook uitgesteld
worden tot een en ander goed functioneert.
Blijkbaar zijn er ook foutieve gegevens ingevoerd door medewerkers
van Intergraf vanuit het CityGIS. Bij de jongste interventie in Vollezele
was bijvoorbeeld gebleken dat Vollezele zelf was geprogrammeerd
als een deelgemeente van Galmaarden en toegevoegd werd aan
Geraardsbergen. Dat is natuurlijk manifest onjuist, want sinds 1979 is
Ninove verantwoordelijk en bedient het de deelgemeente Vollezele.
Mijnheer de minister, er doet zich dus toch een aantal problemen
voor. Daarom heb ik de volgende vragen.
Sinds wanneer dateren die problemen in Groot-Galmaarden inzake
de uitsturing van brandweerkorpsen, zeker als het gaat over de
deelgemeente Vollezele?
Hoeveel van dergelijke incidenten deden er zich de jongste maanden
reeds voor?
Wat zijn de oorzaken van het misverstand? Ligt het bij de 100-
centrale in Gent, of waar anders?
Vooral belangrijk, welke maatregelen zult u nemen om eens klaarheid
en duidelijkheid te scheppen en de terreinafbakening duidelijk te
maken voor elk van de korpsen, zodat dat de dienstverlening ten
goede komt?
Voorlopig zijn die misverstanden zonder zware gevolgen gebleven,
maar ik kan mij inbeelden, indien het brandalarm uit het rustoord van
Vollezele geen loos alarm was geweest, wat de gevolgen hadden
kunnen zijn. Waar de verantwoordelijkheid dan eventueel gelegd zou
worden, zou op dat moment door iedereen bediscussieerd worden. In
ieder geval, Ninove en Geraardsbergen zijn vragende partij om, in
afwachting van het moment dat alles op punt staat, een
protocolakkoord te sluiten met de verschillende lokale korpsen, en dat
met het doel om de optimale dienstverlening te garanderen.
Depuis quand y
a-t-il des
problèmes en Grande-Bretagne?
Combien d'incidents de ce type a-
t-on dénombrés ces derniers
mois? Quelle est la cause de ce
malentendu? Quelles mesures le
vice-premier
ministre
a-t-il
l'intention de prendre?
Pour l'instant, tout cela n'a pas
encore eu de grosses consé-
quences, mais que serait-il arrivé
si l'incendie de la maison de repos
de Vollezele n'avait pas été une
fausse alerte? Ninove et Gramont
demandent, en tout cas, qu'un
protocole d'accord provisoire soit
conclu avec les corps locaux.
Le président: Je voudrais indiquer à nos collègues que vous devez impérativement nous quitter à
13.00 heures. Je ferai ce que je peux pour avancer le plus loin possible dans l'ordre du jour avec nos
collègues présents.
19.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je vous
remercie pour votre compréhension.
Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral, wat de interventie in Vollezele
aangaat, hebben mijn diensten contact genomen met het 100-
centrum in Gent. Uit die informatie blijkt dat het 100-centrum uit het
telefoongesprek met de oproeper heeft kunnen afleiden dat die
oproep een loos alarm betrof. In dat geval moest er dus ook geen
toepassing worden gemaakt van de snelste adequate hulp en heeft
het 100-centrum enkel de territoriaal bevoegde brandweer
gealarmeerd. Voor de deelgemeente Vollezele is dat de brandweer
van Ninove. De brandweer van Geraardsbergen, die bevoegd is voor
de andere deelgemeenten van Galmaarden, is echter uitgestuurd. Er
19.03 Patrick Dewael, ministre:
En ce qui concerne l'intervention à
Vollezele, mes services ont pris
contact avec le centre 100 de
Gand, qui avait pu déduire que
l'appel constituait une fausse
alerte. Il n'a donc pas été
nécessaire de mettre en oeuvre
l'aide adéquate la plus rapide.
Seuls les services d'incendie
territorialement compétents ont été
alertés. L'enregistrement erroné
au centre 100 a immédiatement
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
was dus een foute registratie in het 100-centrum, die meteen wordt
gecorrigeerd. Het vermijden van dergelijke problemen in de toekomst
zal een aandachtspunt zijn op de overlegvergadering van de 100-
centra.
Wat het tijdsverloop van de alarmering aangaat, kan ik meedelen dat,
zodra de oproep werd ontvangen, de brandweer van Geraardsbergen
werd gealarmeerd. Uit de gegevens die werden ontvangen, zou die
brandweerdienst om 18.41 uur zijn gealarmeerd en is men om
18.46 uur naar het incident vertrokken. Om 19.02 uur was de
brandweer van Geraardsbergen ter plaatse. In de contacten met het
Gentse 100-centrum hebben mijn diensten ook de bevestiging
gekregen dat er geen verdere incidenten zijn geweest betreffende de
hulpverlening te Galmaarden en dat de oproepen tot nu toe altijd
correct zijn afgehandeld.
Ten derde, om een zicht te krijgen op het interventiegebied dat elk
korps in het kader van de snelste adequate hulp moet verzekeren of
moet invullen, kunnen de brandweerkorpsen een beroep doen op een
testlabo, dat bij mijn diensten ter beschikking is.
Ten slotte, wat de brand in de kerk van Galmaarden aangaat, hebben
mijn diensten een volledig rapport opgemaakt. In geval van effectieve
brandmelding moet wel toepassing worden gemaakt van de snelste
adequate hulp. Uit de resultaten van dat rapport blijkt dat het 100-
centrum in Leuven, die de bewuste oproep heeft ontvangen, om
01.42 uur het brandweerkorps van Edingen, het snelste adequaat
uitgeruste korps, en om 01.43 uur het brandweerkorps van
Geraardsbergen, het territoriaal bevoegde korps, heeft gealarmeerd.
Het korps van Edingen was inderdaad als snelste ter plaatse, 17
minuten na de oproep, vier minuten later gevolgd door het korps van
Geraardsbergen.
Uit het rapport blijkt dus dat de snelste adequate hulp wel degelijk
werd toegepast.
été corrigé. La prévention de tels
problèmes sera inscrite à l'ordre
du jour de la réunion de
concertation des centres 100.
Les
services
d'incendie
de
Grammont ont immédiatement été
alertés et étaient sur place dans
les seize minutes de leur départ.
Aucun incident ne s'est par ailleurs
produit
dans
le
cadre
de
l'assistance à Gammerages.
Pour
disposer
d'une
vue
d'ensemble
sur
la
zone
d'intervention à couvrir par chaque
corps dans le cadre de l'aide
adéquate la plus rapide, les corps
de pompiers peuvent d'ailleurs
faire appel à un labo de test.
Mes services ont rédigé un rapport
complet sur l'incendie de l'église
de Gammerages, dont il ressort
que le centre 100 de Louvain a
immédiatement averti le service
d'incendie d'Enghien, le corps le
plus adéquatement équipé et le
plus rapide, et aussitôt après, le
corps de Grammont, territoriale-
ment compétent.
19.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, voor
alle duidelijkheid, die stond zeker voor de kerk van Galmaarden op
punt.
Ik leer uit uw antwoord ook dat voor het loos alarm de brandweer niet
in een halfuur, maar in een kwartier ter plaatse was.
Ik heb wat dat betreft toch de indruk dat er voor de communicatie
tussen de verschillende korpsen in die hoek van West-Brabant eens
een samenkomst moet zijn om alles eens uit te klaren en ervoor te
zorgen dat dergelijke bronnen van wrevel, die blijkbaar ook een beetje
ontstaan door gebrek aan voldoende wetenschap en achtergrond, op
die manier worden uitgeklaard.
19.04 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Même si pour la fausse
alerte le service d'incendie était
sur place non en une demi-heure
mais en un quart d'heure, j'ai
l'impression que la communication
n'est pas optimale. Cette situation
doit être clarifiée.
19.05 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de vice-eerste
minister, het is in eerste instantie zo dat er een voorpost wordt
opgericht in Tollembeek. In principe zou het probleem van Vollezele
opgelost moeten zijn. Ik heb echter begrepen - ik heb dit deze week
gelezen - dat dat pas voor eind volgend jaar zou zijn.
Dan blijft natuurlijk nog steeds de realiteit dat wij nog anderhalf jaar
met een probleemsituatie zitten. Zeker in Vollezele, een kleine
19.05 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Je déduis de votre
réponse que le problème de
Vollezele ne sera résolu qu'ulté-
rieurement. Nous restons donc
confrontés
à
une
situation
problématique, y compris en ce
qui
concerne
les
logiciels
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
deelgemeente van Galmaarden, die sinds 1979 reeds moet bediend
worden door Ninove, zijn er duidelijk problemen, ook in de
programmatie, zoals ik u daarnet heb gezegd, in Gent. Ik hoop dat er
daar de nodige contacten worden gelegd, ook met de 100-centrale in
Gent, om ten minste die fout in de programmatuur eruit te halen.
Ik ben, net als mijn collega Doomst, ook vragende partij dat de
korpsen die betrokken zijn in die driehoek, eens samen zitten en,
zoals voorgesteld door de korpsen van Ninove en Geraardsbergen,
een soort van protocolakkoord opstellen in afwachting dat een en
ander perfect functioneert op het terrein.
employés à Gand. J'espère que
des contacts seront pris avec le
central 100 de Gand pour rectifier
l'erreur. Je suis partisan d'un
protocole d'accord provisoire entre
les corps concernés.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de praktijken van de politie bij een razzia" (nr. 5969)
20 Question de M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
pratiques de la police à l'occasion d'une razzia" (n° 5969)</b>
20.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, in
de nacht van 23 op 24 mei is in de Gentse uitgangsbuurt Heuvelpoort
een razzia gehouden door de politie. Daarbij werden vooral specifiek
twee etablissementen geviseerd. Het ging blijkbaar om een
onderzoek naar drugsgebruik en naar drugsdealers. Er zouden 286
individuele controles zijn verricht.
Wij vernemen dat daarbij een bijzondere praktijk werd toegepast,
waarvan ik nog niet gehoord had. Bij de gecontroleerden werd
namelijk een soort kengetal op de blote voorarm aangebracht met
een of andere stift. Dat getal moest naar verluidt aangeven waar en
wanneer bepaalde personen werden opgepakt of opgehouden.
Het is niet duidelijk hoe resistent die inscripties waren en of zij na een
grondige wasbeurt gemakkelijk verwijderd konden worden. Stel u voor
dat men een paar dagen moet rondlopen met zo'n markering op de
arm. Het lijkt mij op het eerste gezicht toch een bijzonder
eigenaardige praktijk en mogelijk een aantasting van de fysieke
integriteit van de betrokkenen. Vandaar een aantal concrete vragen,
mijnheer de minister.
Ten eerste, bent u op de hoogte van dergelijke praktijken? Wat is uw
mening daarover?
Ten tweede, bestaan er instructies voor het gebruik van dergelijke
markeringen, als ik het zo mag noemen?
Ten derde, wat is eigenlijk de bedoeling van zo'n praktijk?
Ten vierde, welke producten worden daarbij gebruikt en hoe resistent
zijn die producten?
20.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Dans la nuit du 23
au 24 mai, la police a procédé
dans le Heuvelpoort, un quartier
animé de Gand, à une razzia dans
le cadre d'une enquête relative à
des trafiquants de drogue. 286
contrôles individuels auraient été
effectués et lors de ces contrôles,
une technique particulière a été
appliquée. Les personnes contrô-
lées se sont en effet vu apposer
sur leur avant-bras dénudé et au
moyen d'un feutre, une sorte de
matricule. Il me revient que ce
nombre
est
censé
indiquer
l'endroit et la date de l'arrestation
ou de la détention de la personne
concernée.
Cette pratique me paraît pour le
moins curieuse et me semble
constitutive
d'une
atteinte à
l'intégrité physique. Le ministre
est-il informé de ces pratiques? Si
oui, qu'en pense-t-il? Existe-t-il
des instructions relatives à l'emploi
de tels marquages? Quelle est la
finalité de cette pratique? Quels
produits la police utilise-t-elle? Ces
produits sont-ils indélébiles ou
non?
20.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
gaat om een operatie die wordt uitgevoerd onder de
verantwoordelijkheid van de lokale overheden en politie.
Aanhoudingen gebeuren volgens de principes die zijn vastgelegd in
de wet op het politieambt en volgens de instructies en de
20.02 Patrick Dewael, ministre:
Cette opération a été menée sous
la responsabilité des autorités
locales et de la police. Les
arrestations ont été effectuées
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
operatieorders die door de leidende politieofficier concreet worden
gegeven.
Elke aanhouding, gerechtelijk of administratief, moet worden
geregistreerd. Maar voor die registratie bestaan er verder geen
algemene instructies. De praktijk waarnaar u verwijst, en die in Gent
werd toegepast, berust op het arrestantenregistratiesysteem dat
gebruikt wordt door de lokale politie van Gent bij massa-arrestaties.
De bedoeling van het labelen met een stift op de hand van de
gecontroleerde is tweeledig. Ten eerste, een massa-arrestatie laat
niet toe om elk individu op het moment van de vrijheidsberoving
onmiddellijk te identificeren. Het toekennen van een nummer is wel
onmiddellijk mogelijk en op die manier weten de leidinggevenden snel
met hoeveel arrestanten ze precies te maken hebben.
Ten tweede, de voorwerpen die worden gevonden bij de
veiligheidsfouillering van de aangehouden persoon worden in een
plastiekzak geborgen waarop hetzelfde nummer wordt aangebracht.
Daardoor kunnen de persoonlijke voorwerpen op een gemakkelijke
manier worden teruggegeven aan de belanghebbenden.
De in het verleden gebruikte methode waarbij een zelfklever werd
gebruikt, was niet voldoende accuraat. Sommige arrestanten
verwijderden die zelfklever waardoor de vereenzelviging van het
individu met zijn persoonlijke bezittingen kon worden verstoord, wat
leidde tot discussies en klachten.
Heel concreet werd een alcoholstift gebruikt waarvan de sporen
nadien vrij makkelijk konden worden verwijderd. U wilt in deze
methode een onaanvaardbare methode ontwaren van de fysieke
integriteit. Ik ben het daarmee niet helemaal eens. Het gaat om een
techniek om een grootschalige politiecontrole praktisch in goede
banen te leiden, wat ook in het belang is van de gecontroleerden zelf,
al was het maar omdat zij nadien heel snel hun bezittingen zouden
kunnen terugkrijgen.
Hoe dan ook, ik denk er verder over na. Het is voor u een
aandachtspunt. Ik sluit verdere reflectie daarover niet uit, maar ik geef
u wel de bestaansreden van het systeem dat wordt toegepast.
dans le respect des principes
consacrés dans la loi sur la
fonction
de
police.
Chaque
arrestation doit être enregistrée.
Le mode d'enregistrement n'est
régi
par
aucune
instruction
générale. La pratique à laquelle il
a été fait référence repose sur le
système d'enregistrement des
prévenus que la police locale de
Gand utilise lorsqu'elle procède à
des arrestations massives.
Lorsqu'il est procédé à une
arrestation massive, il n'est pas
possible d'identifier tout le monde
immédiatement. En revanche,
attribuer un numéro est un acte
qui peut être accompli dans
l'immédiat.
Cela
permet
de
connaître rapidement le nombre
de personnes arrêtées. En outre,
les
effets
personnels
des
personnes arrêtées sont placés
dans un sac en plastique sur
lequel le même numéro est
apposé. Autrefois, on utilisait un
autocollant
mais
d'aucuns
l'arrachaient, ce qui compliquait la
tâche des policiers quand ceux-ci
devaient restituer leurs affaires
aux personnes arrêtées.
Concrètement, les policiers ont fait
usage d'un marqueur à base
d'alcool dont les traces peuvent
être effacées facilement. Je
considère qu'il n'y a pas en
l'occurrence d'atteinte à l'intégrité
physique. Il s'agit d'une technique
qui est utilisée pour assurer le bon
déroulement de contrôles de
police
de
grande
ampleur.
Toutefois, je suis tout à fait
disposé à poursuivre la réflexion à
ce sujet.
20.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Heel wat mensen waren verontwaardigd. Onder hen waren er heel
wat onschuldigen die helemaal niets te maken hadden met drugs. Zij
werden ook gelabeld en hebben uren vastgezeten vooraleer ze
werden vrijgelaten. Er was heel wat te doen rond het feit dat mensen
die daarmee niets te maken hadden, werden gemerkt zoals op een
veemarkt. Het is een rare praktijk.
Het is goed dat wij reflecteren over het feit of er geen alternatieven
20.03 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Cette pratique a
indigné beaucoup de gens parmi
lesquels de nombreux innocents,
ce qui peut se comprendre car
marquer des personnes comme
du bétail est un procédé sujet à
caution.
Nous devrions nous demander s'il
n'existe pas d'autre moyen de
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
bestaan voor het merken van personen bij massa-arrestaties, zoals
nog is gebeurd in de geschiedenis en onder andere systemen. Ik sta
een beetje weigerachtig tegenover die manier. Het is goed dat wij
reflecteren over de manier waarop dat beter kan gebeuren.
marquer
les
personnes
car
l'apposition d'un matricule sur
l'avant-bras rappelle les pages les
plus sombres de l'histoire contem-
poraine
et
évoque
certains
régimes non démocratiques.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Petite modification de l'agenda. Étant donné que nos collègues du CD&V, que je remercie,
ne savent rien refuser à Dieu, nous allons passer au point 28/15.
Madame Dieu, je vous donne la parole.
21 Questions jointes de
- Mme Camille Dieu au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'interdiction de
groupuscules néonazis" (n° 6175)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "un rassemblement de 300
néonazis à Lebbeke" (n° 6207)</b>
21 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
verbod op neonazistische groeperingen" (nr. 6175)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "een reünie
van 300 neonazi's te Lebbeke" (nr. 6207)
21.01 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, je remercie mes
deux collègues de permettre à M. Arens et à moi-même de poser
notre question.
Monsieur le ministre, la police de Lebbeke est allée ce samedi 7 juin
vérifier que le bruit produit par une réunion tenue dans la salle
paroissiale ne dépassait pas le niveau de décibels admis par le
règlement communal. Cette information peut paraître anecdotique et
dépourvue d'intérêt sauf si l'on sait que dans cette salle se déroulait
une réunion de l'organisation "Blood and Honour", un groupe néonazi
qui prône de manière patente et prouvée, notamment par un
reportage de la VRT, "l'extermination des juifs et des macaques",
selon leur propre expression. Cette organisation prône donc la haine
raciale et fait l'apologie du nazisme.
Cette information nous oblige à nous interroger car à Bellegem, le 19
avril dernier, cette même organisation était venue célébrer, en toute
impunité, l'anniversaire d'Adolf Hitler.
Un article du journal "Le Soir" de ce 9 juin nous apprend que le
parquet fédéral "réfléchit" à l'opportunité de poursuites.
Monsieur le ministre, je m'interroge sur une telle prudence. Est-elle
justifiée?
Puisque nous avons la loi du 30 juillet 1981 que nous appelons tous la
loi Moureau qui a pour but de réprimer certains actes inspirés par le
racisme ou la xénophobie, qu'attend-on pour l'appliquer?
Faudrait-il d'autres faits tragiques qui soient à nouveau perpétrés en
pleine rue par l'un ou l'autre tueur raciste pour qu'enfin, on
intervienne?
21.01 Camille Dieu (PS): De
politie van Lebbeke controleerde
op zaterdag 7 juni jongstleden in
de plaatselijke parochiezaal of er
geen sprake was van een
overschrijding van het door het
gemeentelijk reglement toege-
stane geluidsniveau. In die zaal
werd er een bijeenkomst van de
organisatie Blood and Honour
gehouden. In de krant Le Soir
staat te lezen dat het federaal
parket `nadenkt' over de vraag of
het opportuun is om vervolging in
te stellen. Is een dergelijke
omzichtigheid
gerechtvaardigd?
Zullen er zich eerst nog andere
tragische gebeurtenissen moeten
voordoen waarbij mensen op
straat door een of andere schutter
met racistische motieven in het
vizier worden genomen alvorens
men ingrijpt? Welke maatregelen
zal u treffen om te beletten dat
dergelijke
groeperingen
hun
neonazi-activiteiten
straffeloos
kunnen voortzetten?
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Dans quelle mesure l'attentisme sert-il la démocratie?
Quelles mesures comptez-vous prendre pour empêcher de tels
groupes de poursuivre en toute impunité leurs activités néonazies?
21.02 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, ma question a le
même objet.
C'est en tant que bourgmestre d'une commune qui, un jour, a vu dans
sa forêt un groupe néonazi en manoeuvre que je pose cette question.
Pourriez-vous nous indiquer les circonstances précises de cet
événement?
Je voudrais surtout savoir si l'autorisation du bourgmestre avait été
demandée car dans ma commune, je n'avais jamais été
personnellement informé et c'est par hasard que la population m'a
prévenu d'un rassemblement néonazi en manoeuvre dans la forêt. Il
faut savoir que chez nous, la forêt occupe une partie importante du
territoire.
À partir du moment où la police a été courant, pourquoi n'a-t-elle pas
mis fin à ce rassemblement puisqu'il est illégal au regard de la loi de
1981?
21.02 Josy Arens (cdH): Ik stel u
deze vraag als burgemeester van
een gemeente waar een neonazi-
groepering ooit manoeuvres hield
in de bossen. Kan u ons de
precieze omstandigheden van die
bijeenkomst schetsen? Waarom
heeft de politie, zodra zij van een
en ander op de hoogte werd
gebracht, geen einde aan die
bijeenkomst gemaakt, aangezien
die volgens de wet van 1981
onwettig is?
21.03 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, ce n'est pas la première fois que nous abordons cette
problématique. Ayant déjà été interrogé à plusieurs reprises, je m'en
réfère à mes anciennes réponses, entre autres à celle fournie à
Mme Almaci le 28 mai dernier.
J'ai compris qu'à ma demande, le Parlement est en train de préparer
une proposition de loi. Lors de la législature précédente, j'ai transmis
un texte avec les principes de base pour régler de tels cas. Il serait
préférable que le Parlement règle lui-même cette matière vu qu'il
s'agit d'un conflit potentiel entre des principes constitutionnels (liberté
d'association, liberté d'expression, etc.). Il convient donc de trouver un
juste équilibre.
C'est la raison pour laquelle j'ai demandé que le Parlement aborde
cette matière. J'ai compris que cette proposition est quasiment
déposée: des parlementaires de différents groupes élaborent
actuellement une proposition de loi.
Une dernière information à l'attention du collègue Arens: en ce qui
concerne Lebbeke, l'organisateur n'avait pas demandé d'autorisation
au bourgmestre.
21.03 Minister Patrick Dewael: Ik
verwijs
naar
mijn
vorige
antwoorden, en inzonderheid naar
het antwoord dat ik op 28 mei
jongstleden aan mevrouw Almaci
heb gegeven.
Aangezien er een evenwicht moet
worden gevonden tussen verschil-
lende grondwettelijke beginselen,
heb ik het Parlement gevraagd
een wetsvoorstel uit te werken.
Dat is thans in de maak.
Mijnheer Arens, wat Lebbeke
betreft, werd er geen toestemming
aan de burgemeester gevraagd.
21.04 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, je ne peux vraiment
pas me contenter de votre réponse qui est d'une imprécision totale.
Ce n'est pas la première fois qu'un tel événement se produit, me
dites-vous. Je trouve déplorable qu'on n'ait rien fait entre-temps.
21.04 Camille Dieu (PS): Ik kan
geen genoegen nemen met dit
onduidelijk antwoord. Het is niet de
eerste keer dat er zoiets gebeurt,
en het valt te betreuren dat er
sindsdien niets werd ondernomen.
21.05 Patrick Dewael, ministre: Mais on ne sait rien faire, madame
Dieu! Il faut vous informer.
21.05 Minister Patrick Dewael:
Maar
we
kunnen
niets
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
ondernemen.
21.06 Camille Dieu (PS): Voulez-vous que je vous lise la loi contre
les discriminations?
21.07 Patrick Dewael, ministre: Que voulez-vous qu'on fasse de
manière préventive?
21.08 Camille Dieu (PS): Je vous demande de sanctionner!
21.09 Patrick Dewael, ministre: Ce n'est pas moi qui sanctionne,
nous sommes dans un État de droit: c'est le rôle de la Justice. Il faut
connaître les règles du jeu. Un bourgmestre peut interdire une
manifestation ­ quand il est au courant, ce qui n'est pas souvent le
cas ­ uniquement quand l'ordre public est menacé. Interdire en tant
que mesure préventive, c'est impossible. Je l'ai déjà dit et répété.
Tout le monde est d'accord sur la nécessité de modifier la loi pour
donner d'autres instruments aux bourgmestres leur permettant
d'interdire de telles manifestations. Une fois que les faits ont eu lieu,
c'est à la Justice d'intervenir. Si vous n'êtes pas satisfaite par ma
réponse, étudiez davantage les éléments du dossier. C'est la Justice,
ce sont les parquets qui doivent agir.
À chaque reprise, j'informe M. Vandeurzen qui prend contact avec les
parquets pour dire ce qui s'est produit et présenter des photos et du
matériel saisi. Ensuite, les parquets peuvent poursuivre. Mais la
poursuite d'un crime, ce n'est pas moi! Il faut le savoir!
21.09 Minister Patrick Dewael:
Het is niet aan mij om straffen op
te leggen, maar aan het gerecht.
Een
burgemeester
kan
een
bijeenkomst enkel verbieden als er
een gevaar is voor de openbare
orde, en niet bij wijze van
preventieve maatregel. Telkens
wanneer er zich zoiets voordoet,
breng ik de heer Vandeurzen op
de hoogte, die contact opneemt
met de parketten. Het komt niet
mij, maar wel de parketten toe
vervolging in te stellen.
21.10 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, je voudrais alors que
vous me donniez plus de renseignements.
21.10 Camille Dieu (PS): Kunt u
mij meer informatie geven?
21.11 Patrick Dewael, ministre: Madame, vous devriez lire tout ce
que j'ai proposé au Parlement. Au travers des textes que j'ai
présentés, je demandais que fussent accordés des instruments
supplémentaires au moyen d'une modification de la législation. Bien
sûr, on peut aussi décider d'interdire une organisation, mais le
ministre ne le peut pas! J'ai demandé de nouveaux moyens pour que
la Justice puisse intervenir plus rapidement et plus efficacement.
En Allemagne, c'est possible: le ministre de l'Intérieur peut interdire
une organisation. Madame, êtes-vous prête à aller aussi loin?
21.11 Minister Patrick Dewael:
Lees wat ik aan het Parlement heb
voorgesteld. De teksten die ik heb
voorgelegd beogen bijkomende
instrumenten door een wets-
wijziging. Aangezien een minister
een
organisatie
niet
mag
verbieden, heb ik om middelen
gevraagd opdat het gerecht sneller
en
efficiënter
zou
kunnen
optreden.
21.12 Camille Dieu (PS): Bien sûr.
21.13 Patrick Dewael, ministre: Mais cela nécessite-t-il une action
ministérielle ou bien ne vaut-il pas mieux que la décision soit prise par
le pouvoir judiciaire qui est indépendant? Je préfère un système dans
lequel un juge, même en référé, est habilité à intervenir. En revanche,
les personnes qui remplissent la fonction de ministre changent.
21.13 Minister Patrick Dewael:
Volgens mij is het beter dat de
rechterlijke
macht,
die
onafhankelijk
is,
dit
soort
beslissing neemt.
21.14 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, je n'ai pas obtenu la
réponse que je souhaitais. Puisque vous êtes au courant qu'une
proposition de loi est en train d'aboutir et que vous en savez plus que
moi, et puisque c'est à votre demande que des parlementaires en ont
été chargés, pourriez-vous me dire de qui il s'agit, afin que je puisse
les contacter?
21.14 Camille Dieu (PS): Kunt u
mij zeggen wie het wetsvoorstel
voorbereidt?
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
21.15 Patrick Dewael, ministre: Madame, cette question concerne
votre groupe.
21.15 Minister Patrick Dewael:
Deze kwestie belangt uw fractie
aan.
21.16 Josy Arens (cdH): Je remercie le ministre pour sa réponse.
En tant que bourgmestres, nous vivons un peu la même situation que
le ministre: des citoyens viennent nous trouver en disant que nous
avons autorisé la manifestation, alors que nous n'étions même pas au
courant de son organisation. Si nous ne sommes pas au courant
d'une manifestation, comment l'interdire?
Il m'est arrivé d'interdire des manifestations pour lesquelles je risquais
des recours, selon la police. Jusqu'à présent, personne ne m'a encore
attaqué à ce sujet. Dans ce cas-ci, j'étais convaincu que le
bourgmestre n'était pas au courant de la manifestation, sinon il ne
l'aurait pas autorisée.
J'ignore quelle est l'évolution du dossier au parlement. Je vais me
renseigner auprès de mon groupe pour savoir qui s'occupe, dans les
différents groupes, d'élaborer cette proposition de loi.
21.16 Josy Arens (cdH): Hoe
kunnen
burgemeesters
een
manifestatie verbieden als ze er
niet van op de hoogte zijn? Door af
en toe een evenement te
verbieden heb ik het risico
genomen dat beroep daartegen
zou worden aangetekend, maar tot
nu toe heeft me nog niemand
hierover aangevallen.
Ik zal bij mijn fractie informeren
wie met dat wetsvoorstel bezig is.
21.17 Patrick Dewael, ministre: Il faut mieux s'écouter l'un l'autre.
Au sein de cette commission, j'ai répondu à quatre ou cinq reprises
aux questions d'autres députés en me référant à la réponse donnée à
Mme Almaci. J'ai été interrogé en séance plénière il y a deux mois.
J'ai également été interrogé à plusieurs reprises sous la législature
précédente. Vous introduisez des questions sans vous rendre compte
que ces sujets ont déjà été abordés.
J'ai demandé au parlement sous la législature précédente s'il valait
mieux un projet de loi ou une proposition de loi. C'est le parlement lui-
même qui doit régler ce problème, selon la décision qui a été prise à
ce moment. Il faut chercher un compromis entre le principe de la
liberté de se réunir et ce qui est prévu par loi sur la xénophobie. Que
peut-on faire avant et que doit-on faire après? Un bourgmestre ne
peut dire avant qu'il craint un danger pour l'ordre public. C'est le
parquet qui doit intervenir par après.
Dès lors, je désapprouve votre méthode, madame Dieu, si vous
m'adressez des remarques pour avoir la conscience tranquille. En
effet, j'ai fait tout le nécessaire depuis mon entrée en fonction pour
remédier à ce problème. Et j'ai transmis des textes à tous les groupes
politiques démocratiques pour tenter d'obtenir une solution.
21.17 Minister Patrick Dewael: Ik
heb
al
verscheidene
malen
diezelfde vragen beantwoord.
Tijdens de vorige zittingsperiode
heb ik het Parlement gevraagd of
er een ontwerp of een voorstel
moest komen. Er werd besloten
dat het Parlement dat probleem
moest oplossen. Een tussen-
oplossing moet worden gevonden
tussen de vrijheid van vergadering
en de bepalingen van de wet
betreffende de vreemdelingen-
haat. Er moet ook een beslissing
komen over de nodige stappen
vóór en na de feiten.
Ik keur het af dat mevrouw Dieu
opmerkingen aan mijn adres
maakt om haar geweten te
sussen.
21.18 Camille Dieu (PS): Non, ce n'est pas du tout cela! Cette
même organisation, au mois d'avril, a déjà célébré un truc néonazi.
On sait que cette organisation a fait cela. Le temps passe et ensuite,
on fait quoi? Certaines personnes sont suivies à la trace de manière
préventive, alors que d'autres...
21.18 Camille Dieu (PS): Die
organisatie had al in april van zich
laten horen. Wat heeft men daar-
tegen ondernomen? Sommigen
worden preventief geschaduwd,
anderen daarentegen...
21.19 Patrick Dewael, ministre: Dans l'ignorance, que peut-on faire?
Jusqu'au dernier moment, l'endroit précis est tenu secret. Donc un
bourgmestre sait peut-être que quelque chose est censé se produire,
mais il n'est au courant qu'au dernier moment. C'est trop facile de
dire: "On doit faire quelque chose". C'est qui "on"? Que chacun dans
une démocratie assume ses responsabilités! Telle est ma demande!
Et si l'arsenal légistique est insuffisant, il appartient au Parlement d'y
21.19 Minister Patrick Dewael:
Wat kan men ondernemen als de
plaats van bijeenkomst tot op het
laatste moment geheim wordt
gehouden? Iedereen moet zijn
verantwoordelijkheid nemen, en
het wetgevend instrumentarium is
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
remédier!
ontoereikend.
Het
komt
het
Parlement toe daar iets aan te
doen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de politiezone Brussel-Zuid" (nr. 5996)
22 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la zone de
police Bruxelles-Midi" (n° 5996)</b>
22.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal kort zijn.
We hebben het al een paar keren gehad over de problemen in de
politiezone Brussel-Zuid, vanwaar signalen komen dat het ook voor
het personeel bijzonder moeilijk wordt. Ik denk dat u daar zowel vanuit
Brussel als op het terrein zelf veel contacten hebt gehad. Ik vrees een
beetje dat als er niet tijdig wordt ingegrepen, de toestand daar wel zou
kunnen escaleren.
Zijn er daar nog maatregelen in het vooruitzicht? We moeten dat ook
wat tijd geven, denk ik. Wijkt Brussel-Zuid inzake personeelsverloop
af van andere zones door een groter verloop?
22.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Nous avons déjà évoqué à
plusieurs reprises les problèmes
de la zone de police de Bruxelles-
Midi. Le personnel est de plus en
plus démotivé. Si nous n'inter-
venons pas à temps, nous
risquons de voir la situation
s'aggraver.
Le ministre va-t-il prendre des
mesures? La rotation du personnel
y est-elle plus importante que dans
d'autres zones?
22.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, op
23 april was er een vergadering met alle betrokkenen over
Anderlecht: de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, de
burgemeesters, de procureur, de procureur-generaal en de korpschef.
Daar werden afspraken gemaakt om alle neuzen in dezelfde richting
te zetten. U bent daarvan op de hoogte. De politie stelt vast en komt
tussenbeide en het parket moet vervolgen en kort op de bal spelen. Ik
heb daarnet nog die spelregel in herinnering gebracht en dat speelt
ook hier natuurlijk een belangrijke rol.
Tijdens de vergadering en ook in een navolgende brief aan de
voorzitter van het politiecollege werd opnieuw federale steun
aangeboden bij de opmaak van het zonale veiligheidsplan, wat de
vertaling moet zijn van het nationale veiligheidsplan. Dat geldt ook
voor bijkomende steun van de federale politie die in het verleden door
de zone nauwelijks werd gevraagd. Ik geef daar een cijfer bij. Voor de
aangekondigde ongeregeldheden van vrijdag 30 mei werd een
politiemacht van 445 man op de been gebracht, waarvan 125 van de
federale politie, 180 van de zone zelf en 140 van de andere zones.
Dat komt bovenop de structurele steun die de federale regering al
geeft aan alle zes de Brusselse politiezones. U weet dat daarvoor
destijds middelen zijn voorzien in het raam van de middelen rond de
zogenaamde Eurotops. Er is 25 miljoen euro ter beschikking gesteld
voor het geheel, politie en preventie. Ik stel de vraag of de middelen
altijd efficiënt worden aangewend.
Lokale overheden moeten in de eerste plaats zelf zorgen voor een
geïntegreerd veiligheidsbeleid en uiteraard ook voor de optimale
werking van hun korps. Politie en justitie moeten hun
verantwoordelijkheid nemen. Ik denk dat de collega van Justitie al
22.02 Patrick Dewael, ministre:
Une réunion consacrée à la
situation à Anderlecht s'est tenue
le 23 avril en présence des
ministres de la Justice et de
l'Intérieur, du bourgmestre, du
procureur, du procureur général et
du chef de corps. Il a été convenu
que la police devait procéder aux
constatations et que le parquet
devait pour sa part engager des
poursuites et réagir avec célérité.
Une aide supplémentaire du
fédéral a également été proposée
pour l'élaboration du plan zonal de
sécurité. Il a été rappelé que la
police fédérale pouvait apporter
son appui à la police locale, une
aide que la zone n'a cependant
presque jamais sollicitée dans le
passé. Un total de 125 agents
fédéraux, 180 agents de la zone
de Bruxelles-Midi et 140 agents
des autres zones étaient présents
lors des troubles du 30 mai. Le
gouvernement fédéral apporte
également depuis longtemps une
aide structurelle aux six zones de
police bruxelloises, mais il n'est
pas certain que ces moyens soient
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
verschillende keren aan de gerechtelijke verantwoordelijken heeft
laten blijken dat zij ook korter op de bal moeten gaan spelen.
Ik zou u een cijfer kunnen geven over het gerechtelijk vervolg van de
rellen van vorige week. Daar zijn voortgangsrapporten over. Op 10
juni waren er 175 pv's opgemaakt door de politie waarvan 140 tegen
minderjarigen. Ik zeg het nogmaals, de problemen in Anderlecht
kunnen niet worden opgelost door de politie en de overheid alleen.
Preventie blijft heel belangrijk en ook de ouders moeten daar hun
verantwoordelijkheid in nemen.
Ik kan u een tabel bezorgen waaruit blijkt dat het personeel van de
politiezone Brussel-Zuid gelijklopend is met dat van de overige vijf
zones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In die cijfers zijn de
gedetacheerden van de federale politie niet meegerekend. De
politiezone Brussel-Zuid beschikte de voorbije maanden over
gemiddeld een tiental gedetacheerde federale agenten. In vergelijking
met 2003 is er in elke zone 5 tot 10% meer politiepersoneel aanwezig,
onder andere dankzij de maatregelen voor de Europese tops en de
maatregelen ter bevordering van de rekrutering ten voordele van de
Brusselse zones.
Dat was onder meer dankzij de maatregelen voor de Europese tops
en de maatregelen ter bevordering van de rekrutering ten voordele
van de Brusselse zones. Tussen 2004 en 2006 werden op basis van
die maatregelen 454 inspecteurs benoemd in zes zones, waarvan 64
in de zone Brussel-Zuid.
Het blijft echter een gegeven ­ en dit is een probleem dat wij allemaal
kennen ­ dat er te weinig kandidaat-politiepersoneel wordt gevonden
in Brussel zelf. Met speciale Brussel-maatregelen trachten wij
politiepersoneel uit het hinterland naar Brussel te lokken. Tegelijkertijd
doet ook de diversiteitscel van de federale politie verdienstelijke
inspanningen om personeel van allochtone origine aan te trekken
voor de politie. Op die manier kan de rekruteringsvijver in Brussel zelf
worden vergroot, maar dat blijft een moeizaam proces. Wij kijken
trouwens ook naar de verplaatsingseffecten. Als men personen van
het hinterland naar Brussel lokt, creëert men natuurlijk problemen in
het hinterland. Het probleem verplaatst zich dan immers ten dele.
Volledigheidshalve vul ik aan dat ik vanmiddag met de
preventiewerkers rond de tafel zal zitten. Het fijnmazig netwerk van
straathoekwerkers is immers een onmisbare schakel in het
voorkomen van problemen.
utilisés efficacement.
Les autorités locales doivent veiller
à l'intégration de la politique de
sécurité et au fonctionnement
optimal du corps de police. La
police et la justice doivent aussi
prendre leurs responsabilités. Je
reçois régulièrement des rapports
d'avancement sur les consé-
quences judiciaires des rixes. Le
10 juin, 175 procès-verbaux
avaient déjà été rédigés, dont 140
contre des mineurs. La prévention
reste bien entendu essentielle et
les parents aussi doivent prendre
leurs responsabilités.
Je fournirai un tableau sur la
rotation du personnel dans la zone
de police. Il ressort clairement de
ce dernier que cette rotation est
équivalente à celle enregistrées
dans les cinq autres zones
bruxelloises. La zone de police
Bruxelles-Midi disposait en outre
également, en moyenne, de dix
agents
fédéraux
détachés.
Comparativement à 2003, toutes
les zones bruxelloises comptent
entre 5 et 10% de personnel
policier en plus.
Il y a encore trop peu de candidats
agents de police à Bruxelles. En
recourant à des mesures particu-
lières, nous essayons d'attirer à
Bruxelles des agents d'autres
zones. La cellule diversité de la
police
fédérale
s'efforce
de
recruter des personnes d'origine
allochtone mais le processus reste
laborieux.
Je
me
concerte
avec
les
collaborateurs de prévention cet
après-midi. J'estime que les
éducateurs de rue constituent un
lien indispensable.
22.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor de verduidelijkingen. Het maakt duidelijk dat wij proberen de
toestand op het terrein op te volgen. Het is ook goed dat u zoals
afgesproken contact opneemt met de preventiewerkers. Wij zullen
zien hoe de situatie op het terrein verloopt.
22.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je me félicite de ce que le
ministre se concertera avec les
éducateurs
de
rue.
Nous
continuerons à suivre la situation
sur le terrain.
Het incident is gesloten.
11/06/2008
CRIV 52
COM 252
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
L'incident est clos.
Le président: La question n° 6001 de M Clarinval est reportée à sa demande, la question n° 6011 de M. De
Padt est transformée en question écrite. La question n° 6024 de Mme Dierick est reportée à sa demande.
Les questions n° 6032 de Mme Galant et n° 6037 de Mme Boulet sont également reportées. M. Arens veut
bien patienter quelque temps, ce qui me permet de donner la parole à M. Kindermans.
23 Vraag van de heer Gerald Kindermans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de invoering van een nieuwe beroepencode in het Rijksregister" (nr. 6091)
23 Question de M. Gerald Kindermans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'introduction d'un nouveau code profession dans le Registre national" (n° 6091)</b>
23.01 Gerald Kindermans (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, in
verband met de invoering van de nieuwe beroepencode in het
Rijksregister, die op 5 november 2007 tot stand is gekomen, blijkt dat
er op het terrein heel wat problemen gesignaleerd worden. Ook vanuit
mijn eigen gemeente krijg ik berichten dat men bijzonder veel
moeilijkheden ondervindt bij het onderbrengen van mensen die zich
komen inschrijven in de gemeente onder de nieuwe categorieën van
de beroepencode.
Het is soms niet mogelijk het juiste profiel te vinden, de betiteling
komt soms niet overeen met het beroep van die persoon. Dat zijn
soms eigenaardige toestanden. Het is een zeer gedetailleerde lijst
maar precies omdat die zo gedetailleerd is, is het soms heel moeilijk
mensen erin onder te brengen.
Ook hebben sommige gemeenten problemen omdat zij voor hun
belastingsadministratie bepaalde kwalificaties in het Rijksregister,
zoals mindervalide of gepensioneerde, aanduiden. Vroeger konden zij
op basis van een attest van de burgerlijke stand een belastingkorting,
bijvoorbeeld gratis huisvuilzakken, geven, maar nu moeten zij zich
wenden tot de betrokken fiscale administratie voor zo'n attest, met de
nodige rompslomp tot gevolg.
Mijn vragen zijn de volgende. Wat was de aanleiding voor de
reorganisatie?
Op
welke
manier
werden
de
nieuwe
beroepencategorieën bepaald? Bent u op de hoogte van klachten van
lokale besturen? Kan het systeem nog verfijnd of aangepast worden?
Bent u bereid rekening te houden met de opmerkingen die door de
lokale besturen worden of zullen worden gesignaleerd?
23.01 Gerald Kindermans
(CD&V - N-VA): Une nouvelle
réglementation relative aux codes
professionnels utilisés dans le
registre national est entrée en
vigueur le 5 novembre 2007. Cette
nouvelle
réglementation
pose
toutefois de nombreux problèmes
au personnel communal. Elle
oblige aussi, en outre, les
personnes handicapées et les
pensionnés
à
s'adresser
à
l'administration
fédérale
pour
obtenir l'attestation nécessaire
pour bénéficier de la réduction sur
la taxe communale additionnelle et
d'autres avantages.
Qu'est-ce qui a donné lieu à cette
réorganisation?
Comment
les
nouvelles catégories profession-
nelles ont-elles été déterminées?
Le ministre est-il au courant des
doléances des administrations
locales? Le ministre est-il prêt à
adapter ce nouveau système?
23.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, een
nieuwe vereenvoudigde lijst van beroepencodes werd door het
Rijksregister in gebruikgenomen om het informatiegegeven beroep
IT-070 betrouwbaarder en pertinenter te maken. Tegelijk was het ook
de bedoeling om te voldoen aan de noden van de openbare
overheden en van wetenschappelijke onderzoekers in verband met
informatie over het beroep.
De
nieuwe lijst
werd opgesteld in samenwerking met
vertegenwoordigers van universiteiten en van het Nationaal Instituut
voor de Statistiek. Uitgangspunt voor het opstellen van een nieuwe
lijst was de bestaande ISCO-88-beroepennomenclatuur. Die
nomenclatuur vormt de wetenschappelijke basis voor het opstellen
van de lijst.
Ik verneem van de diensten van het Rijksregister dat er opmerkingen
23.02 Patrick Dewael, ministre:
Le Registre national a établi une
nouvelle liste simplifiée de codes
profession pour améliorer la
fiabilité
de
l'information
et
satisfaire
aux
besoins
des
autorités
publiques
et
des
chercheurs scientifiques. La liste a
été établie avec le concours de
collaborateurs universitaires et de
l'Institut National de Statistique
(INS). Les professions ont été
classées sur la base de la
méthode scientifique. J'ai appris
qu'une série de cas concrets et
individuels posent problème aux
CRIV 52
COM 252
11/06/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
zijn van de lokale besturen. Zij hebben doorgaans betrekking op heel
concrete en individuele gevallen.
Aanpassingen aan het nieuwe systeem zijn steeds mogelijk. Zo
werden op 13 november 2007 reeds bijkomende codes gecreëerd
voor
de
omschrijvingen
huisvrouw,
huisman,
invalide,
gepensioneerde.
Eventuele vragen tot aanpassing zullen uiteraard nauwgezet worden
onderzocht. Zij zullen uiteraard gebeuren in overleg met het Nationaal
Instituut voor de Statistiek en de wetenschappers die meegewerkt
hebben aan de lijst.
administrations locales.
Des modifications sont toujours
possibles. Un certain nombre de
codes supplémentaires ont déjà
été créés le 13 novembre 2007.
De nouvelles adaptations peuvent
toujours
être
apportées
en
concertation avec l'INS et les
scientifiques.
23.03 Gerald Kindermans (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
dank u voor uw reactie. Ik stel vast dat er blijkbaar
universiteitsprofessoren aan te pas zijn gekomen, maar ik heb
nergens gehoord dat ook de gemeentebesturen betrokken werden bij
de voorbereiding van die reglementering.
In elk geval, ik verneem op het terrein - ik zou natuurlijk een hoop
voorbeelden kunnen geven, maar ik zal dat hier niet doen - dat er
situaties zijn die men heel moeilijk kan onderbrengen. Het is vanuit
onze eigen administratie dat wij die vragen krijgen. Zij hebben ook
onderling overleg gepleegd met collega's in andere, naburige
gemeenten. Overal detecteert men dezelfde problemen.
Het is misschien toch niet slecht om eens een bevraging te doen bij
de burgerlijke stand van de gemeentebesturen om een bundeling te
maken van alle problemen zodat ze in het nieuwe systeem kunnen
worden ingepast. Ik begrijp dat dit voor statistieken nuttig is, maar
professoren houden misschien niet altijd rekening met praktische
bezwaren aan het loket in het gemeentehuis.
23.03 Gerald Kindermans
(CD&V - N-VA): Des professeurs
ont donc bien été associés à la
démarche,
mais
pas
les
administrations
communales.
Plusieurs problèmes pratiques se
posent sur le terrain.
Je pense qu'il serait opportun de
consulter le personnel de l'état civil
dans différentes communes pour
répertorier
l'ensemble
des
problèmes.
Les
professeurs
d'université ne tiennent en effet
pas
toujours
compte
des
objections d'ordre pratique.
23.04 Minister Patrick Dewael: Dat lijkt mij een nuttige suggestie. Ik
neem dat ter harte. Wij moeten eens nagaan hoe men op het lokale
niveau zijn stem kan laten horen.
23.04 Patrick Dewael, ministre:
Voilà une suggestion utile.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Les questions n°
s
6075, 6076, 6077, 6078, 6100, 6118, 6148, 1149, 6164, 6169, 6172, 6176,
6177, 6178, 6179 et 6184 sont reportées.
La réunion publique de commission est levée à 13.07 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.07 uur.