KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 228
CRIV 52 COM 228
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
28-05-2008
28-05-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 228
28/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris
voor Begroting, toegevoegd aan de eerste
minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid,
toegevoegd aan de minister van Werk, over "de
gedeelde verblijfsregeling in geval van co-
ouderschap" (nr. 5456)
1
- Mme Sonja Becq au secrétaire d'État au Budget,
adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État à
la Politique des familles, adjoint à la ministre de
l'Emploi, sur "l'hébergement alterné en cas de
coparenté" (n° 5456)
1
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, over "de toepassing van de wet
dd. 18 juli 2006 (gelijkmatig verdeelde huisvesting
en
gedwongen
tenuitvoerlegging
inzake
huisvesting" (nr. 5666)
1
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, sur "l'application
de la loi du 18 juillet 2006 (l'hébergement
égalitaire et l'exécution forcée en matière
d'hébergement)" (n° 5666)
1
Sprekers: Sonja Becq, Sabien Lahaye-
Battheu, Melchior Wathelet
, staatssecretaris
voor Begroting en Gezinsbeleid
Orateurs: Sonja Becq, Sabien Lahaye-
Battheu, Melchior Wathelet
, secrétaire d'État
au Budget et à la Politique des Familles
CRIV 52
COM 228
28/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
28
MEI
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
28
MAI
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.05 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en
staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, over "de gedeelde
verblijfsregeling in geval van co-ouderschap" (nr. 5456)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste
minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, over "de
toepassing van de wet dd. 18 juli 2006 (gelijkmatig verdeelde huisvesting en gedwongen
tenuitvoerlegging inzake huisvesting" (nr. 5666)
01 Questions jointes de
- Mme Sonja Becq au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État à la
Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, sur "l'hébergement alterné en cas de
coparenté" (n° 5456)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et secrétaire
d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, sur "l'application de la loi du
18 juillet 2006 (l'hébergement égalitaire et l'exécution forcée en matière d'hébergement)" (n° 5666)</b>
01.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik
las gisteren en vandaag in de krant dat het aantal echtscheidingen
spectaculair gestegen is. Dat wist ik nog niet op het moment dat ik
deze vraag indiende, hoewel ik het wel kon vermoeden naar
aanleiding van het feit dat er een nieuwe procedure is. De mensen
wachten dan een beetje omdat ze denken dat die procedure iets
sneller zal gaan of het sowieso gemakkelijker zal maken.
De problematiek van de verblijfsregeling bij co-ouderschap blijft
evenwel even belangrijk. Met de wetswijziging in 2006 werd het co-
ouderschap aangemoedigd, als ik het zo mag zeggen, om alzo tot
een gelijkmatige verdeling van de huisvesting tussen beide ouders te
komen. In de praktijk blijkt echter het volgende. Ik las een aantal
artikels over de ervaringen van mensen en in een artikel uit de krant
wordt
gestipuleerd:
"Co-ouderschap
vergt
meer
aanpassingsvermogen en meer flexibiliteit van kinderen dan een
regeling met hoofdverblijf, en niet alle kinderen kunnen dat aan".
Het wordt wel een beetje gepromoot. Ik weet ook dat er groepen zijn,
ook vrouwenbewegingen, die wat aarzelen om het co-ouderschap
veralgemeend te promoten. Ik zeg met een boutade dat men al beter
met elkaar moet overeenkomen om een goede regeling voor co-
ouderschap te treffen dan tijdens het huwelijk.
Vandaar de bekommernis dat die regelingen en de consequenties
ervan voor kinderen mee opgevolgd zouden moeten worden. Ik wil u
01.01 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Depuis la modification inter-
venue en 2006, la loi encourage la
co-parenté dans le cadre d'un
hébergement réparti de manière
égalitaire entre les deux parents.
En pratique, ce régime suppose
cependant une faculté d'adapta-
tion ainsi qu'une flexibilité bien
plus importantes de la part des
enfants que le système basé sur le
principe de l'hébergement princi-
pal. Tous les enfants ne parvenant
pas à s'accommoder de ce
régime, de nombreuses organisa-
tions,
parmi
lesquelles
des
mouvements féministes, hésitent à
promouvoir d'une façon trop
générale le principe de la co-
parenté. Il est dès lors important
de bien observer les consé-
quences engendrées par ces
régimes
d'hébergement.
Le
secrétaire d'État dispose-t-il de
statistiques permettant d'établir le
nombre de décisions positives
28/05/2008
CRIV 52
COM 228
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
vragen of u over cijfers beschikt voor de jongste vijf jaar inzake de
toekenning van gedeeld verblijfsrecht.
Ik voeg er onmiddellijk een vraag bij, mijnheer de staatssecretaris. Als
u ze nog niet hebt, wil ik ze opnieuw schriftelijk indienen. Ik weet niet
hoe snel zulke cijfergegevens opgevraagd kunnen worden. Ik weet
ook niet in welke mate door de rechter in geval van discussies
verwezen wordt naar organisaties die kunnen helpen bij bemiddeling
en of een dergelijke procedure eventueel wordt opgeschort. Ik weet
ook niet of er cijfers over bestaan. Ik ben al een beetje ouder en
langer in dienst. Wij hebben destijds op het Vlaamse niveau nog een
decreet inzake scheidingsbemiddeling ingediend. Dat heeft het toen
niet gehaald omdat er vanuit de advocatuur nogal wat wrevel was dat
wij dat wilden regelen, terwijl wij daar niet voor bevoegd waren.
Terecht, maar dat heeft wel met zich gebracht dat heel die wereld wat
in beweging gekomen is en dat er aan Vlaamse kant ­ ik weet niet of
het ook in Wallonië zo is, maar ik vermoed van wel ­ specifieke
opleidingen voor scheidingsbemiddeling zijn gekomen in de
privésector.
Ook in de centra voor algemeen welzijnswerk, die vanuit de overheid
mee worden gesubsidieerd, is er een onderafdeling of een specifieke
invalshoek voor scheidingsbemiddeling. Ook in de centra voor
levensbegeleiding was dat voor een stuk het geval. Ik weet ook dat de
advocatuur zelf, via de balies, eigen opleidingen heeft voorzien en zij
ook
advocaten-scheidingsbemiddelaars
hebben,
die
daarin
gespecialiseerd zijn.
In welke mate zijn rechters daarvan op de hoogte? Kunnen zij dat ook
doorgeven of voorstellen aan koppels die voor hen verschijnen? Wat
zijn de gevolgen daarvan? Wordt daarvan gebruikgemaakt?
U bent staatssecretaris voor het Gezin. Dat gaat wat verder dan het
juridische domein. Vandaar dat ik u wil vragen of u weet of er
onderzoek bestaat over de eventuele gevolgen of voorwaarden voor
het welslagen van co-ouderschap met een gedeelde verblijfsregeling.
Voorziet u eventueel een evaluatie? De wet is nog niet zo oud, maar
misschien is het toch aangewezen om op termijn eens te kijken wat
de consequenties ervan zijn, hoe de kinderen het ervaren, hoe ouders
het ervaren en welke gevolgen de kinderen met zich meedragen, ook
als ze ouder of volwassen worden.
relatives
à
un hébergement
égalitaire au cours des cinq
dernières années?
À l'époque où je siégeais au
Parlement flamand, j'ai déposé
une proposition de décret relative
à la médiation en matière de
divorce. Même si cette proposition
n'a pas abouti parce que les
avocats estimaient à juste titre que
la Flandre n'était pas compétente
en la matière, elle a au moins
permis d'initier une réflexion. En
conséquence, des organisations
donnent actuellement à titre privé
des formations en médiation en
matière de divorce. Les juges font-
ils référence, lors des discussions,
à ces organisations de médiation
et le recours à ces dernières
suspend-il la procédure?
Les juges sont-ils au courant de
l'existence des organisations qui
proposent la médiation en cas de
divorce, telles que les centres
d'aide
sociale,
les
centres
d'accompagnement de la vie et les
avocats qui ont suivi une formation
spécifique en la matière?
Le secrétaire d'État, qui a tout de
même aussi la Famille dans ses
compétences, est-il au courant
d'études relatives au succès de la
coparenté
avec
hébergement
alterné? L'application de la loi, et
de toutes ses conséquences,
sera-t-elle évaluée?
01.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, net zoals u heb ik het voorrecht gehad
om op 18 juli 2006 aan de wieg te staan van deze wet over de
gelijkmatig verdeelde huisvesting.
Ik ga niet helemaal akkoord met de manier van voorstellen van mijn
collega. De wet is er gekomen vanuit de vaststelling dat het Burgerlijk
Wetboek tot dan niets regelde inzake het verblijf van een kind
waarvan de ouders niet langer samenleven, zodat de rechters volledig
vrij oordeelden.
We hadden vastgesteld dat er een groot spanningsveld was tussen
de traditionele verblijfsregeling waarbij de moeder voor de kinderen
zorgt en er af en toe een beperkt contact is met de vader, en de
gelijkwaardige verblijfsregeling waarbij de verblijfstijd gelijkwaardig
wordt verdeeld tussen de moeder en de vader.
01.02 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Je ne partage pas la
vision de Mme Becq à propos de
la co-parenté. La loi de 2006 a vu
le jour parce qu'en l'absence de
dispositions
du
Code
civil
concernant le domicile de l'enfant
dont les parents ne cohabitent
plus, les juges tranchaient la
question librement.
Des
tensions
importantes
existaient apparemment entre le
régime d'hébergement traditionnel
(la mère a la garde des enfants,
qui ont des contacts limités avec
CRIV 52
COM 228
28/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Tijdens de hoorzittingen deelde men ons mee dat gelijkwaardige
verblijfsregelingen waarover een akkoord bestond door bepaalde
rechters niet werden toegestaan. Er waren gevallen van
echtscheidingen met onderlinge toestemming waarbij de ouders hun
kinderen evenveel tijd bij de ene als bij de andere wensten op te
voeden, en de rechter weigerde om dat akkoord te homologeren.
Dat waren de vaststellingen in de rechtspraak. Er werd toen beslist
om het Burgerlijk Wetboek te wijzigen op dat vlak, alsook de
procedureregels voor de jeugdrechtbank te versoepelen en te werken
rond de gedwongen tenuitvoerlegging van beslissingen inzake verblijf.
Ik blijf erbij dat er nu in de wet twee verblijfsregelingen ingeschreven
zijn, het gelijk verdeeld en het ongelijk verdeeld verblijf. De rechter
moet geval per geval aftoetsen, rekening houdend met de concrete
omstandigheden van de zaak en met het belang van de kinderen en
de ouders. Er werd inzake die verblijfsregeling vrijdag nog een
studiedag georganiseerd op de universiteit van Antwerpen, waar men
bijna twee jaar na het invoeren van de wet de balans heeft opgemaakt
en waarvan een interessante syllabus het resultaat is.
Ik wil u vandaag het volgende vragen. De wet van 18 juli 2006 moet
door verschillende rechters worden toegepast en dit op een ongelijke
manier. Ik zet alles even op een rijtje. In de eerste plaats is er de
vrederechter die de zaak onderzoekt in het kader van artikel 223 van
het Burgerlijk Wetboek zonder dat hij of zij een maatschappelijk
onderzoek kan bevelen. De opdrachten tot maatschappelijk
onderzoek die de vrederechters willen geven aan de justitiehuizen
worden tot nog toe nog altijd geweigerd, zogezegd bij gebrek aan
middelen.
Het horen van de minderjarigen door de vrederechter is facultatief. De
vrederechter kan maar moet niet horen. Dat is ook het geval voor het
verstrekken van inlichtingen over bemiddeling.
Ten slotte kan de techniek van de blijvende saisine ­ een zaak die
voor de vrederechter werd beoordeeld en behandeld via eenvoudige
brief opnieuw oproepen, omdat er nieuwe omstandigheden zijn ­ in
het kader van artikel 223 niet.
De tweede rechter is de kortgedingrechter, die in het kader van de
echtscheidingsprocedure van de zaak kennis neemt. Ook hier is het
horen facultatief, alsook het verschaffen van inlichtingen over
bemiddeling. De kortgedingrechter kan wel een maatschappelijk
onderzoek bevelen. Bovendien werd in de procedure de blijvende
saisine geregeld.
Ten slotte is er nog een belangrijk punt, waarmee wij rekening
moeten houden. Niet alleen voor kinderen van ouders die uit de echt
scheiden, moet het verblijf worden geregeld, er zijn ook heel veel
samenwonenden, vaak feitelijk samenwonenden, die kinderen
hebben. Indien zij beslissen om het samenwonen stop te zetten,
moeten zij bij de jeugdrechter het verblijf van de kinderen regelen.
De jeugdrechter moet ­ wij voerden deze bepaling in 2006 in ­ aan de
partijen alle nuttige inlichtingen over bemiddeling verstrekken. De
jeugdrechter is verplicht te horen vanaf 12 jaar. Hij kan een
leur père) et un partage égalitaire
de l'hébergement entre les deux
parents.
Les
auditions
ont
clairement montré que certains
juges n'autorisaient pas cette
dernière formule, et cela même
lorsque les deux parents la
souhaitaient. C'est pourquoi la
commission a décidé de modifier
le Code civil, d'assouplir les
procédures devant le tribunal de la
jeunesse et de s'occuper de
l'exécution forcée des décisions
en la matière.
La loi prévoit deux régimes de
séjour. Le juge doit préciser, cas
par cas, le régime qui est le plus
indiqué.
Vendredi
dernier,
l'université d'Anvers organisait
justement une journée d'étude à
ce sujet, afin de dresser un bilan
au bout de deux ans. Cette
journée a débouché sur la
publication
d'un
syllabus
intéressant.
La loi du 18 juillet 2006 est
appliquée par différents juges.
Avant tout par le juge de paix dans
le cadre de l'article 223 du Code
civil. Il peut entendre les jeunes et
fournir des renseignements sur la
médiation mais n'est pas tenu de
le faire. Il ne peut ordonner une
enquête sociale et ne peut avoir
recours à la technique de la
saisine permanente.
Le juge des référés intervient
également. Dans cette procédure,
une enquête sociale et la saisine
permanente
peuvent
être
décidées. Le juge peut entendre
les
jeunes
et
fournir
des
renseignements sur la médiation
mais n'est pas tenu de le faire.
Les personnes non mariées mais
cohabitantes qui décident de
mettre
un
terme
à
leur
cohabitation,
doivent
régler
l'hébergement des enfants devant
le juge de la jeunesse. Celui-ci est
tenu de fournir à l'ensemble des
parties toutes les informations
utiles
sur
la
médiation
et
d'entendre les jeunes à partir de
28/05/2008
CRIV 52
COM 228
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
maatschappelijk onderzoek bevelen. De blijvende saisine werd bij wet
van 2006 ingevoerd.
Als wij de drie rechters die over dergelijke zaken oordelen, naast
elkaar beschouwen, kunnen wij samenvatten dat de jeugdrechter over
de meeste troeven beschikt om dergelijke zaken te behandelen.
Mijnheer de staatssecretaris, erkent u voornoemde ongelijkheid? Zo
ja, op welke manier en binnen welke termijn wilt u ze concreet
wegwerken?
U zal waarschijnlijk wel naar de familierechtbank verwijzen, waarover
u in uw beleidsnota hebt gesproken. Dat is echter een oplossing op
lange termijn. Hebt u echter ook maatregelen op korte termijn om
bedoelde ongelijkheid aan te pakken?
Mijn tweede, concrete vraag gaat over de blijvende saisine, die in het
kader van de procedure voor dringende, voorlopige maatregelen voor
de vrederechter nog niet werd geregeld. Acht u de invoering van de
blijvende saisine noodzakelijk? Zo ja, wat wilt u doen om ze in te
voeren?
Mijn derde vraag is gelijklopend met de vraag van de vorige
spreekster. Werd al onderzoek naar de toepassing van de wet van
18 juli 2006 gevoerd? Indien dat niet het geval is, bent u dan van plan
om een dergelijk onderzoek te bevelen?
Heeft de wet van 18 juli 2006 volgens uw bevindingen of op basis van
wat u hebt kunnen vernemen, geleid tot de beoogde
mentaliteitswijziging? Een mentaliteitswijziging op het vlak van
gelijkwaardigheid tussen vader en moeder was immers een van onze
achterliggende bedoelingen.
Heeft de wet geleid tot meer gelijkmatig verdeelde huisvestingen of tot
meer gelijk verdeelde verblijven? Beschikt u eventueel over cijfers in
dat verband?
l'âge de douze ans. L'enquête
sociale et la saisine obligatoire font
également partie des instruments
à sa disposition. Le juge de la
jeunesse est donc le mieux équipé
de tous.
Le
secrétaire
d'État
est-il
conscient de la différence de
traitement selon le juge compétent
et quelles initiatives prendra-t-il
pour les gommer? Le tribunal de la
famille constitue une solution à
long terme. Des mesures à court
terme
sont-elles
prévues
également? Le secrétaire d'État
estime-t-il que l'instauration de la
saisine permanente dans le cadre
de la procédure pour mesures
provisoires urgentes devant le juge
de paix est nécessaire?
Des enquêtes ont-elles déjà été
menées en ce qui concerne
l'application de la loi du 18 juillet
2006? La loi a-t-elle entraîné le
changement
de
mentalité
escompté et une répartition plus
équitable des logements? Le
secrétaire d'État dispose-t-il de
chiffres?
01.03 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw de voorzitter, de
wet van 18 juli 2006 is van kracht sinds 14 september 2006 en schuift
een gelijkmatig verdeeld verblijf als algemeen model naar voren voor
de verdeelsleutel van het verblijf van het kind bij elk van zijn ouders.
De wet heeft een aantal ingrepen in de procedure aangebracht en een
regeling voor de gedwongen tenuitvoerlegging van de gerechtelijke
beslissing uitgewerkt.
Het is voor ons land niet gekend in hoeveel echtscheidingszaken er
een gedeelde verblijfsregeling voor het kind bij zijn ouders wordt
opgelegd of overeengekomen, noch in welke mate de rechters de
partijen voor bemiddeling doorverwijzen. Alleen een bevraging bij de
rechters zou meer duidelijkheid kunnen scheppen, wat een hele
opgave is.
Na de totstandkoming van de wet van 18 juli 2006 is mij geen
onderzoek bekend naar de gevolgen van of de voorwaarden voor het
welslagen van co-ouderschap met gedeelde verblijfsregeling op het
welbevinden van de kinderen. Wel zijn er in Vlaanderen verschillende
onderzoeken over scheiding aan de gang. Zo is er vrij recent een
multidisciplinair, strategisch, vier jaar durend scheidingsonderzoek
01.03
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: La loi du 18 juillet
2006, qui est en vigueur depuis le
14 septembre 2006, propose un
modèle général: l'hébergement
égalitaire
chez
chacun
des
parents. Cette loi prévoit égale-
ment un règlement en matière
d'exécution forcée de la décision
judiciaire. Nous ne savons pas
dans combien d'affaires de divorce
un hébergement égalitaire a été
imposé ni dans quelle mesure les
parties à la cause sont renvoyées
à un service de conciliation.
Je n'ai pas connaissance d'une
étude relative aux conditions qui
doivent être réunies pour qu'une
co-parenté avec hébergement
égalitaire réussisse ni d'une étude
CRIV 52
COM 228
28/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
lopend in samenwerking met de KU Leuven en de UGent, waarbij het
veranderde maatschappelijke en juridische scheidingslandschap
wordt bestudeerd. Hierbij wordt nagegaan wat de kwaliteit van leven
na de scheiding bepaalt en hoe er op het proces kan worden
ingewerkt, zodat het verlies aan levenskwaliteit zo klein mogelijk wordt
en kinderen en ouders zo goed mogelijk door de scheiding komen.
Het is soms moeilijker samen te praten met de ouders na de
scheiding dan voor de scheiding, zoals u ook al zei. De studie focust
niet alleen op het proces van de scheiding bij gehuwden, maar ook op
het proces van scheiding bij niet-gehuwden. Midden 2009 worden de
eerste onderzoeksresultaten verwacht.
Er is nog een ander onderzoek over scheiding in Vlaanderen. Ik denk
dat dit het onderzoek is waarnaar u verwees, mevrouw Lahaye-
Battheu. Daarbij zijn de universiteit van Antwerpen, de UGent, de KU
Leuven, de VUB en de studiedienst van de Vlaamse regering
betrokken. Het wil komen tot een verhoging van de levenskwaliteit
van degenen die direct of indirect bij een echtscheiding zijn betrokken,
tot een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening voor
degenen die direct of indirect bij een echtscheiding zijn betrokken en
tot een ondersteuning van het beleid ten aanzien van een
echtscheiding en de personen die direct of indirect bij een
echtscheiding zijn betrokken.
De resultaten van die onderzoeken worden eind 2009 verwacht. Deze
zullen mogelijks interessante elementen aan het licht brengen die
indien dit nodig blijkt kunnen leiden tot een vergelijking met de studie
in het Franstalig landsgedeelte en desgevallend tot evaluatie van
onder meer de wet van 18 juli 2006. Een dergelijke evaluatie zal
derhalve wellicht niet voor 2010 kunnen plaatsvinden, temeer daar
statistisch cijfermateriaal ontbreekt omtrent de door u gestelde vraag.
De problematiek die mevrouw Lahaye-Battheu aankaart over het
verschil in procedure inzake het horen van de minderjarigen, de
saisine van de rechter, en het verschaffen van inlichtingen over de
bemiddeling naargelang de betrokkenen zich voor de vrederechter
dan wel de kortgedingrechter of de jeugdrechter bevinden, is mij
natuurlijk niet onbekend. Er is ook een vierde rechter die in
aanmerking komt, de gewone rechter van eerste aanleg. Het kan dus
gaan om een vrederechter, kortgeding, eerste aanleg ­ de gewone
rechter van de burgerlijke kamer ­ en daarna de jeugdrechter. Er
komt nog een vierde bij. Dat brengt wat meer moeilijkheden met zich
mee, het lost niets op.
U zult in mijn beleidsnota gelezen hebben dat ik ervoor pleit om de
alternatieve vormen van geschilbeslechting in familiezaken verder uit
te breiden en bemiddeling verder aan te moedigen. Ik vind het van
belang dat rechtzoekenden die in dergelijke zaken een vordering
instellen systematisch voorafgaand geïnformeerd worden over de
mogelijkheid tot bemiddeling.
Mijns inziens wordt dit debat, alsook dat over de blijvende saisine en
het horen van de minderjarige, het best gevoerd binnen het kader van
de oprichting van een familierechtbank waarbij men ernaar streeft om
de
bestaande
versnippering
van
bevoegdheden
inzake
gezinsconflicten weg te werken en een grotere eenvormigheid te
bereiken.
portant sur les effets de ce type de
co-parenté sur le bien-être des
enfants. Mais plusieurs études
relatives à la séparation sont en
cours. Une étude consacrée aux
facteurs qui déterminent la qualité
de la vie après un divorce est
menée par la KULeuven et la
UGent. Cette étude a trait aux
séparations chez des couples
mariés et non mariés, et les
résultats devraient être rendus
publics vers le milieu de l'année
2009. Diverses universités et le
service d'études du gouvernement
flamand sont associés à une autre
étude dont la finalité est triple:
augmenter la qualité de la vie
après une séparation, améliorer
les services offerts en cas de
séparation et soutenir la politique
mise en oeuvre en matière de
séparations. Les résultats de cette
étude-là devraient eux aussi être
rendus publics vers le milieu de
2009. Il faudra donc attendre 2010
pour procéder à une large
évaluation de la loi.
Il
existe
effectivement
une
différence de procédure selon que
les intéressés se tournent vers un
juge de paix, un juge en référé, un
juge de la jeunesse ou un juge de
première instance ordinaire. Dans
ma note de politique générale, je
souhaite que la gamme des
formes non traditionnelles de
règlement des conflits soit étendue
et
que
la
conciliation
soit
encouragée. À mon sens, il serait
préférable de mener ce débat
dans le cadre de la création d'un
tribunal
de
la
famille
qui
permettrait de mettre un terme à
l'émiettement des compétences
en matière de conflits familiaux.
28/05/2008
CRIV 52
COM 228
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
01.04 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik dank de
staatssecretaris voor zijn antwoord.
Ik betreur het een beetje maar ik versta wel dat rechters of griffiers
niet staan te springen om cijfers bij te houden. Eigenlijk vind ik het
een beetje jammer dat wij er geen zicht op hebben. Ik weet niet in
welke mate het toch mogelijk is om er effectief wat bevragingswerk
rond te doen. Ik weet ook niet in hoeverre die bevragingen
geïntegreerd zijn in de twee onderzoeken die u aanhaalt. Misschien
moeten wij dat eens nagaan.
01.04 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Je comprends tout à fait que
l'idée de tenir à jour des données
chiffrées n'enthousiasme guère les
juges
mais
ces
données
revêtiraient pourtant une grande
importance pour les deux études
évoquées par le secrétaire d'État.
01.05 Staatssecretaris Melchior Wathelet: ... Ik kan dat alleen maar
betreuren. Ik zou echt willen weten of er een verandering heeft
plaatsgevonden na de invoering van die wet. Hoe is dit toegepast? Ik
heb zelfs geen cijfers over hoe het wordt uitgevoerd en over de
mentaliteit. Dit was ook zowat uw vraag. Ik heb daarover nog minder
informatie. Het zou misschien interessant kunnen zijn om in overleg
met de minister van Justitie te kijken of er in dat verband iets mogelijk
is en te bekijken of die vraag wordt gesteld in de twee studies die nu
worden uitgevoerd.
01.05
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Effectivement. Il
ne serait peut-être pas inutile que
j'examine cette
question en
concertation avec le ministre de la
Justice.
01.06 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Ik vind dat toch wel belangrijk als
wij een aantal dingen willen opvolgen inzake beslissingen die worden
genomen. Ik wil zeker geen afbreuk doen aan de keuze van koppels
voor co-ouderschap. Als een rechter vervolgens zegt dat dit niet kan,
staat dit buiten kijf. Iets anders is het als vanzelfsprekend
beschouwen dat dit in een goede overeenstemming kan.
Ik vind het wel belangrijk dat er wetenschappelijke gegevens kunnen
zijn. Ik begrijp dat dit een werk van lange adem is en dat dit een stukje
longitudinaal moet worden opgevolgd. De resultaten zullen er
misschien maar zijn tegen eind 2009. Ik zou er toch willen op
aandringen dat er wat statistische gegevens kunnen worden verwerkt
in de bestaande studies. Ik heb wel begrepen dat de eerste studie een
Belgische studie is en de tweede een Vlaamse. Als dit niet geval is,
zou ik graag hebben dat u aandringt bij uw Waalse collega's dat ook
daar wat studiemateriaal wordt opgenomen zodat wij een globaal zicht
krijgen op wat de mogelijke gevolgen zijn.
01.06 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Je n'ai pas l'intention de
porter atteinte à la liberté de choix
des couples qui optent pour la co-
parenté mais ce serait une erreur
de penser que la meilleure entente
règne toujours entre les parents
ayant choisi cette formule.
Je note donc que les résultats
d'études
menées
dans
ce
domaine seront disponibles d'ici à
la fin de 2009 mais je demande
instamment qu'un maximum de
statistiques,
y
compris
en
provenance de Wallonie, y soit
incorporé.
01.07 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik blijf wat op mijn honger na uw
antwoord.
De wet zal in september twee jaar in werking getreden zijn. U zegt dat
u op vandaag niet weet wat de gevolgen ervan zijn, of er een
mentaliteitswijziging is, of er nu meer kinderen wekelijks verhuizen
van de ene ouder naar de andere. Ik vind dat een probleem omdat ik
meen dat we niet kunnen wachten tot 2009 of 2010 om de gevolgen
daarvan te kennen.
Ik ga akkoord met u dat het niet evident is om cijfers te bekomen. Ik
wil u vragen om in samenwerking met de minister van Justitie na te
gaan of er geen specifieke vraag kan worden gericht aan de
verschillende rechters. Ze beschikken jaar na jaar over de cijfers.
Ik heb in antwoord op een aantal schriftelijke vragen toch al heel
gespecificeerde cijfers gekregen van jeugdrechters burgerlijke zaken
over ouderlijk gezag, vragen tot contact tussen grootouders en
01.07 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le secrétaire d'État
nous confesse qu'il ignore toujours
à l'heure actuelle quels effets
produit une loi qui, en septembre,
sera appliquée depuis déjà deux
ans. A mon avis, nous ne pouvons
attendre 2009 ou 2010. Il faut
procéder
rapidement
à
une
évaluation.
Glaner des chiffres ne va sans
doute pas de soi mais les juges
disposent tout de même chaque
année de données chiffrées. J'en
veux pour preuve qu'en réponse à
une série de questions écrites, j'ai
obtenu des chiffres concernant
d'autres
dossiers
concrets.
CRIV 52
COM 228
28/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
kleinkinderen, enzovoort. Er gebeurt dus een opsplitsing en het is
gewoon een vraag naar een bijkomende onderverdeling om na te
gaan in geval van geschillen over verblijf in welke mate het verblijf
gelijk en ongelijk wordt verdeeld. Ik vraag u om daarover na te
denken.
In de subcommissie Familierecht hebben we tijdens de voorbije
legislatuur heel wat mensen van het veld gehoord zoals vrederechters
en jeugdrechters. Een tweede suggestie kan zijn om bijvoorbeeld in
het najaar af te toetsen en hen te vragen hoe die wet loopt, hoe die
wordt toegepast en wat hun opmerkingen zijn.
Ik vind het een te belangrijk onderwerp om zomaar naar 2009 door te
schuiven en dan te kijken of we goed bezig zijn of niet. Het gaat
immers over de toekomst van onze kinderen en over het feit of hun
verblijf goed geregeld is wanneer hun ouders niet meer samenwonen.
Dat is een eerste opmerking en een vraag om toch vlugger te
evalueren.
Een tweede reactie betreft de ongelijkheid die ik heb aangekaart. U
antwoordt een beetje zoals ik heb voorspeld, met name dat de
familierechtbank een oplossing zal brengen.
Die geschillen worden dag na dag, week na week gevolgd door de
rechtsonderhorigen. Iemand die nog niet klaar is voor een
echtscheiding en naar de vrederechter stapt om een voorlopige
regeling te vragen, wordt geconfronteerd met het feit dat de
vrederechter niet verplicht is de kinderen te horen en dat er geen
maatschappelijk onderzoek kan gebeuren.
Ik vraag u om daarover na te denken en daarin concrete
verbeteringen aan te brengen en niet te wachten tot de
Familierechtbank. Ik hoop het van harte, maar het zal zeker nog een
zaak van lange adem zijn voor we die boven de doopvont zullen
kunnen houden.
Pourquoi ne vous mettriez-vous
pas en rapport avec le ministre de
la Justice afin de vérifier si nous
ne pourrions vraiment pas obtenir
des
tribunaux
qu'ils
nous
fournissent
directement
ces
informations?
En sous-commission Droit de la
famille, nous avons entendu de
nombreux acteurs de terrain au
cours de la législature écoulée.
Pourquoi ne pourrions-nous pas
les inviter en automne pour leur
demander comment se passe
l'application de la loi et quelles
observations ils ont à formuler?
Comme je m'y attendais, le
secrétaire d'État estime que le
tribunal de la famille résoudra le
problème posé par les méthodes
divergentes
de
traitement
appliquées par les différents juges.
Mais ce problème-là doit lui aussi
être résolu rapidement. Il est
impératif
d'entreprendre
rapidement des démarches pour
gommer ces divergences.
01.08 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Wat het tweede aspect
van uw opmerking betreft, zou het een goed compromis zijn dat er zo
vlug mogelijk een familierechtbank komt. Dat is volgens mij het beste
antwoord op uw tweede vraag.
Inzake uw eerste opmerking over de cijfers: ik beschik voorlopig over
geen cijfers. Het klopt dat de wet sinds twee jaar van toepassing is,
maar ik beschik niet over cijfers. Ik zal dus niet zomaar een statistiek
kunnen opmaken. Ik meen dat wij voor die cijfers eerst over een
beetje meer informatie zullen moeten beschikken.
Ik meen dat de manier van werken van de twee studies die door de
universiteiten werden gemaakt heel interessant is. Het zijn echt
multidisciplinaire studies. Hoeveel echtscheidingen zijn er per jaar en
hoeveel van die scheidingen hebben als gevolg een gelijkmatig verblijf
van de kinderen? Dat is een statistisch gegeven waar wij over kunnen
beschikken na enkele onderzoeken. Maar, wat zijn de gevolgen voor
de familie? Wat brengt dat met zich voor de kinderen? Is het echt een
verbetering van het leven van de kinderen? Brengt dat een
vergemakkelijking met zich? Dat zijn allemaal dingen die even
interessant zijn als de statistieken, meen ik.
01.08
Melchior
Wathelet,
secrétaire
d'État:
Un
bon
compromis consisterait peut-être à
créer le plus vite possible le
tribunal de la famille.
Je ne dispose pas encore de
chiffres. Il faudrait pour cela que
nous
disposions
de
plus
d'informations. Ces deux études
universitaires
multidisciplinaires
sont très intéressantes à cet égard
car non seulement elles ont
examiné, sur la base de données
chiffrées, la question de savoir
dans combien de dossiers de
divorce un hébergement égalitaire
a été décidé mais aussi quelles
conséquences entraîne pour tous
les intéressés un tel hébergement
égalitaire. Voilà pourquoi nous ne
pouvons
dissocier
le
débat
28/05/2008
CRIV 52
COM 228
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Daarom meen ik dat de twee studies van de universiteiten een
meerwaarde kunnen brengen om tot een oplossing te komen en om
de wet aan te passen, als dat nodig is, met het oog op een betere
kwaliteit van het leven van de kinderen en van de ouders. Ik meen dat
wij het debat niet kunnen loskoppelen van die twee universitaire
studies. Die studies kunnen echt iets aanbrengen indien er een
aanpassing aan de wet moet gebeuren.
parlementaire de ces deux études
qui sont de nature à constituer une
vraie plus-value si nous devions
en arriver à la conclusion qu'il est
nécessaire d'adapter la loi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De behandeling van de vragen en interpellaties eindigt om 10.29 uur.
Le développement des questions et interpellations se termine à 10.29 heures.