KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 199
CRIV 52 COM 199
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
06-05-2008
06-05-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de controle op
de belspelletjes" (nr. 4483)
1
Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le contrôle des jeux
téléphoniques" (n° 4483)
1
Sprekers: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"de
Moslimexecutieve"
(nr. 4484)
3
- Mme Sarah Smeyers au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'Exécutif des Musulmans"
(n° 4484)
3
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de Moslimexecutieve van
België" (nr. 4974)
3
- Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'Exécutif des Musulmans de
Belgique" (n° 4974)
3
Sprekers: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de interpretatie
die procureurs geven aan de verplichting advies
uit te brengen over kandidaat-notarissen"
(nr. 4853)
5
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'interprétation donnée par
les procureurs à l'obligation de formuler un avis
sur les candidats notaires" (n° 4853)
5
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
vervolgingsbeleid voor geweld op het openbaar
vervoer" (nr. 4854)
6
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la politique de poursuites en
matière d'actes de violence commis dans les
transports en commun" (n° 4854)
6
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de financiële
tenlasteneming door de Staat van de bezoldiging
van priesters in opleiding" (nr. 4856)
10
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la prise en charge
par l'État de la rémunération des prêtres en
formation" (n° 4856)
10
Sprekers:
Jean-Jacques
Flahaux,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jean-Jacques
Flahaux,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "bepaalde
gemeentereglementen om de verkoop van
gemeentebouwgrond alleen toe te staan aan wie
zich ertoe verbindt Nederlands te leren" (nr. 4948)
11
Question de M. Denis Ducarme au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"certains
règlements
communaux visant à réserver à l'avance leurs
terrains communaux aux personnes s'engageant
à apprendre le néerlandais" (n° 4948)
11
Sprekers: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de 13
Question de Mme Carina Van Cauter au vice-
13
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het arbeidshof
te Gent" (nr. 4954)
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la cour du travail
de Gand" (n° 4954)
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
14
Questions jointes de
14
- de heer Olivier Destrebecq aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "een nieuwe gevangenis in La
Louvière" (nr. 4965)
14
- M. Olivier Destrebecq au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "une nouvelle prison à La
Louvière" (n° 4965)
14
- mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de plannen voor een nieuwe
gevangenis in La Louvière" (nr. 5081)
14
- Mme Colette Burgeon au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet d'implantation d'une
prison à La Louvière" (n° 5081)
14
Sprekers:
Olivier
Destrebecq,
Colette
Burgeon,
Jo
Vandeurzen,
vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Olivier
Destrebecq,
Colette
Burgeon, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nanotechnologieën en de
mogelijke uitwassen ervan" (nr. 4806)
17
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
nanotechnologies et leurs dérives possibles"
(n° 4806)
17
Sprekers:
Jean-Jacques
Flahaux,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jean-Jacques
Flahaux,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
vredegerecht in Willebroek" (nr. 4900)
20
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la justice de paix de
Willebroek" (n° 4900)
20
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
criminaliteitscijfers in Brussel" (nr. 4958)
21
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les statistiques de criminalité
à Bruxelles" (n° 4958)
21
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
24
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het opvolgen
van het elektronisch toezicht door twee afdelingen
van de administratie van Justitie" (nr. 5037)
23
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le suivi de la surveillance
électronique par deux sections de l'administration
de la Justice" (n° 5037)
24
- de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de toepassing
van het elektronisch toezicht" (nr. 5069)
24
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"l'application
de
la
surveillance électronique" (n° 5069)
24
- de heer
Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het elektronisch
toezicht" (nr. 5086)
24
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la surveillance électronique"
(n° 5086)
24
Sprekers: Renaat Landuyt, Bert Schoofs, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Bert Schoofs, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Samengevoegde vragen van
29
Questions jointes de
29
- mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "'omgekeerde discriminatie' in
Kuregem" (nr. 4987)
29
- Mme Carina Van Cauter au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la 'discrimination à l'envers' à
Cureghem" (n° 4987)
29
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"het
discriminatoir
gedoogbeleid in een bepaald gedeelte van
Anderlecht" (nr. 5070)
29
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la politique de tolérance
discriminatoire dans un quartier déterminé
d'Anderlecht" (n° 5070)
29
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer André Frédéric aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van
het sekte-fenomeen in België" (nr. 4989)
31
Question de M. André Frédéric au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution du phénomène
sectaire en Belgique" (n° 4989)
31
Sprekers: André Frédéric, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: André Frédéric, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
33
- mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"'ouderontvoering'
en
'oudervervreemding'" (nr. 4990)
33
- Mme Carina Van Cauter au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapts parentaux et
l'aliénation parentale" (n° 4990)
33
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de ontvoeringen door ouders"
(nr. 5063)
33
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapts parentaux"
(n° 5063)
33
Sprekers: Carina Van Cauter, Jean-Luc
Crucke, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Carina Van Cauter, Jean-Luc
Crucke,
Jo
Vandeurzen,
vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de behandeling
en de opvolging van seksueel delinquenten en
meer in het bijzonder van pedofielen" (nr. 4991)
39
Question de Mme Carina Van Cauter au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "le traitement et le
suivi
des
délinquants
sexuels
et
plus
particulièrement des pédophiles" (n° 4991)
39
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
geweldpleging tegen twee politieagenten in
Morlanwelz" (nr. 5013)
41
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'agression de
deux policiers à Morlanwelz" (n° 5013)
41
Sprekers:
Jean-Jacques
Flahaux,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jean-Jacques
Flahaux,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
6
MEI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
6
MAI
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.26 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.26 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
De voorzitter: Collega's, er staan 25 vragen aan de agenda. De Nederlandstalige commissieleden zijn
vanmiddag echter uitgenodigd bij de Nederlandstalige balie, dus wij moeten afronden tegen 12.30 uur.
01 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de controle op de belspelletjes" (nr. 4483)
01 Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "le contrôle des jeux téléphoniques" (n° 4483)</b>
01.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, tijdens de commissievergadering van
12 februari 2008 ondervroeg ik u reeds over de nog te beperkte
controle op belspelletjes die op de verschillende televisienetten te zien
zijn.
Uit het antwoord dat u mij toen gaf, bleek de bereidheid om dit dossier
opnieuw van onder het stof te halen. De beperkte opdracht van de
toenmalige interim-regering verhinderde u echter snel in actie te
treden.
Aangezien die periode nu achter de rug is, herneem ik een deel van
mijn vragen. Ik wil u polsen naar uw plannen ter zake.
Er bestond in februari even discussie over wie bevoegd was over de
controle op de belspelletjes. U antwoordde toen dat die bevoegdheid
zonder twijfel toebehoorde aan de Kansspelcommissie. Die had bij
monde van Marc Callu laten weten dat ze in dat geval op een andere
manier wou werken, eventueel met een vergunningenstelsel.
U beaamde toen dat dit een interessante denkpiste was. Werd
hiermee in tussentijd iets gedaan? Hebt u overleg gepleegd met de
Kansspelcommissie over hun controletaak? Zijn daarbij extra
afspraken of plannen gemaakt om de Kansspelcommissie meer
middelen te geven? Indien ja, welke? Indien neen, acht de
Kansspelcommissie zich onder bijkomende middelen, niet alleen het
financiële aspect maar ook veel meer betreffende hun werkwijze en
methode, dan wel bekwaam om haar controletaak ten volle uit te
oefenen? De controle op televisiebelspelletjes is namelijk een oud
zeer.
U liet weten dat u zou nakijken of het mogelijk was de nodige
voorbereidingen te treffen om een aantal wetswijzigingen door te
voeren, onder meer met betrekking tot het internetgokken en de
01.01 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): Lors de la réunion de
commission du 12 février 2008, le
ministre a fait part de son intention
de réexaminer la question des
jeux téléphoniques. En raison du
programme restreint du gouverne-
ment intérimaire, il n'avait pas été
possible de réagir rapidement
alors, mais cette période est
aujourd'hui révolue.
Le ministre avait indiqué que le
contrôle relève de la Commission
des jeux de hasard. Celle-ci a fait
part ensuite de son souhait de
travailler autrement, éventuelle-
ment sur la base d'un système de
licences. Qu'en est-il? Le ministre
s'est-il concerté avec la Com-
mission des jeux de hasard à
propos de cette fonction de
contrôle? Des accords ou des
projets
existent-ils
concernant
l'octroi
de
moyens
supplé-
mentaires à la Commission et,
dans
l'affirmative,
en
quoi
consistent-ils? La Commission
pense-t-elle pouvoir exercer sa
mission de contrôle sans moyens
nouveaux?
Le ministre a-t-il déjà envisagé la
possibilité d'apporter des modifica-
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
belspellen.
Mijnheer de minister, hoever bent u hiermee gevorderd? Wat zijn uw
plannen en uw timing ter zake?
tions
à
la
loi,
notamment
concernant les paris sur l'internet
et les jeux téléphoniques? Quels
projets et quel calendrier compte-t-
il mettre en oeuvre?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega
Smeyers, eerst en vooral wil ik ten titel van algemeen antwoord
verwijzen naar de passage inzake kansspelen in de beleidsnota die ik
heb voorgesteld.
Ik citeer: "Wat de repressie betreft inzake de oorzaken van het
verslaafd gedrag aan internet- en televisiespellen zal verder
wetgevend initiatief worden genomen. De wet van 7 mei 1999 op de
kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de
spelers betekende een grote stap voorwaarts in het uit de illegaliteit
halen van een groot aantal kansspelen en spelinrichtingen.
Hoofdbedoeling was de spelers beter te beschermen door een
systeem van vergunningen en controles voor bepaalde door de wet
toegestane kansspelen en inrichtingen.
Evenwel hebben nieuwe fenomenen in de kansspelwereld, zoals het
internetgokken en de belspelletjes, die niet onder de Kansspelwet
vallen, een verregaande wijziging nodig gemaakt. Het koninklijk van
10 oktober 2006 regelde bij hoogdringendheid de belspelletjes. Dit
koninklijk besluit werd echter van bij het begin aanzien als een
voorlopige regeling.
Voor onder meer het internetgokken bestaat heden nog geen enkele
regeling. Aangezien een absoluut verbod op dergelijke spelen
contraproductief is en het de spelers onbeschermd in de illegaliteit
duwt, kiezen we voor een beleid in twee stappen.
Een eerste voorlopige stap bestaat in het aanpassen van het
koninklijk besluit van 10 oktober 2006 op basis van de problemen die
ondertussen op dit gebied werden vastgesteld.
In de loop van april 2008 zal aan de sector een ontwerptekst worden
voorgelegd. Een tweede stap bestaat in het in samenwerking met de
Kansspelcommissie tot stand brengen van een geïntegreerde
kansspelwet, die ook rekening houdt met de nieuwe spelfenomenen,
en die eveneens geïnspireerd is door de bekommernis om de
bescherming van de speler als essentieel te beschouwen. Hiervoor
zal het wetsontwerp 51-2807 houdende diverse bepalingen
betreffende kansspelen als grondslag dienen."
Wat uw specifieke vragen betreft, kan ik u bevestigen dat er door het
kabinet nauw wordt samengewerkt met de Kansspelcommissie.
Eenmaal het voormelde koninklijk besluit van kracht zal zijn, zal de
Kanspelcommissie inderdaad kunnen beschikken over een aantal
bijkomende personeelsleden die zich zullen bezighouden met de
controletaak.
Ik wil erop wijzen dat de Kansspelcommissie zelfbedruipend is. Ze
functioneert op basis van een systeem van een fondskrediet gestijfd
door de wettelijke bijdragen betaald door de vergunningsplichtige
kansspelinrichtingen.
01.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est dit dans le passage de ma
note de politique consacré aux
jeux de hasard que des initiatives
législatives seront prises pour
s'attaquer au problème que
constitue l'assuétude à ce type de
jeux télévisés.
La loi du 7 mai 1999 sur les jeux
de hasard, les établissements de
jeu et la protection des joueurs a
constitué un réel progrès dans la
tentative de sortir de nombreux
jeux de hasard et d'établissements
de jeux de hasard de l'illégalité et
d'instaurer
un
système
de
contrôles et de licences. Des
modifications fondamentales de la
législation s'imposent dès lors qu'il
est
question
de
nouveaux
phénomènes comme les jeux
téléphoniques et les paris sur
l'internet.
L'arrêté royal du 10 octobre 2006
règle provisoirement les jeux
téléphoniques mais il n'y a pas
encore de réglementation pour les
paris sur l'internet. Il faut d'abord
adapter l'arrêté royal de 2006 pour
pouvoir appréhender les nouveaux
problèmes. Un projet de texte sera
soumis au secteur en 2008.
Ensuite, en concertation avec la
Commission des jeux de hasard,
je souhaiterais mettre en place
une loi intégrée sur les jeux de
hasard qui tienne également
compte des nouveaux phéno-
mènes et qui soit axée sur la
protection des joueurs.
Lorsque l'arrêté royal entrera en
vigueur, la Commission des jeux
de
hasard
sera
dotée
de
davantage de personnel pour
exercer ses tâches de contrôle.
Les contrôles supplémentaires
relatifs aux jeux téléphoniques
seront financés par le crédit de
fonds. La Commission des jeux de
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
De benodigde bijkomende gelden voor de controles van de belspelen
zullen uit dit fonds worden vrijgemaakt. Eenmaal de belspelletjes
zullen zijn ingevoegd in de wet op de kansspelen, zullen zij ook
vergunningsplichtig worden.
Zoals hierboven vermeld, is de aanpassing van het koninklijk besluit
inzake de belspelletjes een noodzakelijke tussenstap aangezien de
globale hervorming van de kansspelwetgeving een complexe
oefening is die de betrokkenheid vraagt van veel departementen en
een sector die om en bij de 15.000 werknemers vertegenwoordigt.
Het is dus moeilijk om hiervoor een einddatum te voorzien. Ik hoop
althans in de eerste helft van volgend jaar met een ontwerp naar het
Parlement te kunnen komen.
hasard s'autofinance en effet de
manière exclusive au moyen des
contributions versées par les
établissements de jeux soumis à
une
licence.
Les
jeux
téléphoniques seront donc inscrits
dans la loi sur les jeux de hasard
et une licence sera obligatoire
pour les organiser à partir de ce
moment.
J'espère pouvoir présenter un
projet de loi au Parlement l'an
prochain.
01.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw heel duidelijk antwoord.
Ik ben blij te vernemen dat er werk van wordt gemaakt, dat er al
concrete plannen zijn en ik wacht met interesse uw wetsontwerp af.
01.03 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): L'annonce de projets
concrets me réjouit et j'attends le
projet
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de Moslimexecutieve" (nr. 4484)
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de Moslimexecutieve van België" (nr. 4974)
02 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'Exécutif des Musulmans" (n° 4484)<br>- Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "l'Exécutif des Musulmans de Belgique" (n° 4974)</b>
02.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de problemen bij de Moslimexecutieve, onder
meer door beschuldigingen van fraude aan het adres van de oud-
voorzitter, maar ook door de van bij het begin weinig representatieve
vertegenwoordiging van de diverse moslimgemeenschappen binnen
de Raad en binnen de Executieve, zijn eind 2007 tot een hoogtepunt
gekomen.
Uiteindelijk heeft de Executieve, op een paar uitzonderingen na,
ontslag genomen en werd in maart 2008 door de Moslimraad een
nieuwe groep van 17 vertegenwoordigers aangeduid die nu het
aanspreekpunt van de moslims tegenover verschillende overheden in
ons land vormt.
Tegelijkertijd werd duidelijk dat met de aanstelling van deze nieuwe
Executieve de achterliggende problemen die mee hebben geleid tot
het ontslag van de vorige Executieve niet zijn opgelost.
Daarom wil ik u hierover enkele vragen stellen. Wat met de kritiek dat
de Moslimraad en de Moslimexecutieve niet representatief zijn
samengesteld? Lijkt het u zinvol om bij toekomstige verkiezingen een
gegarandeerde vertegenwoordiging van iedere groep te voorzien of
neigt men er eerder toe om in de toekomst af te stappen van een
02.01 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): Fin 2007, les problèmes au
sein de l'Exécutif des Musulmans
ont atteint leur paroxysme et
l'Exécutif presque tout entier a
démissionné. En mars 2008, le
Conseil des Musulmans a à
nouveau désigné 17 représen-
tants. Ils constituent le nouveau
point
de
liaison
entre
les
musulmans et les différentes
autorités du pays. Mais la
désignation du nouvel Exécutif des
Musulmans ne résout pas tous les
problèmes. La critique relative à la
non-représentativité du Conseil
des Musulmans et de l'Exécutif
demeure.
S'indique-t-il, dans la perspective
de prochaines élections, de
garantir une représentation pour
l'ensemble des groupes et des
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
kiessysteem en in plaats daarvan vertegenwoordigers van al
bestaande belangengroepen, onder andere unies, te coöpteren zoals
soms wordt gesuggereerd?
Is de huidige Moslimexecutieve hiermee bezig en wat zijn haar
plannen ter zake? Wat met de opmerkingen die sommigen maken om
eerder te streven naar een orgaan met minder mensen die dan wel
allen als professioneel worden ingeschakeld en betaald?
Bent u voorstander van een klein maar professioneel
vertegenwoordigd orgaan of werkt u liever met een grote groep van
vrijwilligers? Welke houding neemt de huidige Executieve
hiertegenover aan en wat zijn haar plannen ter zake?
Bent u bereid in te gaan op de suggestie dat er verschillende
stromingen bestaan binnen de islam die elk een eigen
vertegenwoordigd orgaan zouden moeten krijgen, net zoals de rooms-
katholieken en protestanten ook hun eigen structuren hebben
ontwikkeld?
tendances au sein de l'Islam et
d'évoluer vers un organe plus petit
mais plus professionnel? Quel est
le point de vue de l'Exécutif et
quels sont ses projets?
De voorzitter: Mevrouw Genot is op komst, en zal dus kunnen repliceren.
02.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega's, op
14 maart 2008 werd een nieuwe Moslimexecutieve verkozen. Er vond
intussen al een ontmoeting plaats tussen de nieuw verkozen leden en
mijn kabinetsmedewerkers, evenals enkele ontmoetingen met de
nieuwe voorzitter van de Moslimexecutieve.
U vraagt of het zinvol is dat de Moslimexecutieve in de toekomst
anders zou worden georganiseerd, waarbij verkiezingen een andere
vertegenwoordiging zouden garanderen. Tevens vraagt u mij of dit
orgaan met professionelen of met vrijwilligers moet werken. In beide
gevallen moet ik u erop wijzen dat de manier waarop de
Moslimexecutieve wordt samengesteld, een interne aangelegenheid
is. Als minister van Justitie, tevens bevoegd voor de erediensten, mag
ik hierin niet tussenkomen of hieromtrent een uitspraak doen.
Ik heb er uiteraard wel belang bij dat het vertegenwoordigend orgaan
kan rekenen op een grote draagkracht in de eigen gemeenschap,
maar het is uiteraard heel delicaat om dienaangaand zelf concrete
voorstellen rond de samenstelling of de manier van samenstellen te
formuleren.
Ik kan u wel meedelen dat de nieuwe Executieve op heden druk bezig
is met een project op te starten waarbij men nadenkt over de
toekomst van dit orgaan, en dit zowel wat betreft de werking, de
financiering, de structuur als de vertegenwoordiging. Ik zou hiervan
kennis krijgen op de kortste termijn.
In diezelfde context kan ik u ook niet antwoorden of elke stroming
binnen de islam een aparte vertegenwoordiging moet kennen. De
Executieve zal hieromtrent haar verantwoordelijkheid moeten nemen.
Zoals gezegd, is het mijn overtuiging dat ze zich heel goed bewust is
van die uitdaging en ik verwacht hieromtrent eerstdaags concrete
voorstellen.
02.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le nouvel Exécutif des Musulmans
a été élu le 14 mars 2008. Des
rencontres avec mon cabinet
avaient déjà eu lieu.
Tout ce que je puis dire en
réponse aux questions de savoir
s'il faut envisager une autre
organisation et si les Musulmans
doivent se faire représenter
différemment, c'est qu'il s'agit
d'une question interne dans
laquelle je ne puis m'immiscer en
tant que ministre de la Justice, en
charge des cultes. L'organe
représentatif jouit en tout cas
d'une large assise parmi la
communauté
musulmane
et
l'Exécutif prépare un projet de
fonctionnement, de financement et
de représentation. De même, seul
l'Exécutif est à même de répondre
à la question de savoir si chaque
tendance au sein de l'Islam doit
être représentée. J'attends ses
propositions concrètes.
02.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, 02.03 Sarah Smeyers (CD&V -
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik begrijp dat dit een interne aangelegenheid is. Het doet mij echter
plezier dat u de leden al hebt ontmoet en dat u kunt meedelen dat zij
nadenken over een herstructurering.
We zullen dan wel te gepasten tijde vernemen welke denkpiste de
Executieve aanhoudt en ik zal dit dossier verder opvolgen.
N-VA): Même s'il s'agit de
questions internes, les contacts
sont positifs. Nous attendons de
connaître les points de vue de
l'Exécutif.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de interpretatie die procureurs geven aan de verplichting advies uit
te brengen over kandidaat-notarissen" (nr. 4853)
03 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'interprétation donnée par les procureurs à l'obligation de formuler un avis sur
les candidats notaires" (n° 4853)</b>
03.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, uit de toelichting van een wetsvoorstel dat in de
Kamer werd ingediend door CD&V, blijkt dat de procureur des
Konings, wanneer hem wordt gevraagd om advies uit te brengen over
een kandidaat-notaris met betrekking tot de vraag of deze kandidaat
veroordelingen heeft opgelopen en of er een strafonderzoek
hangende is, zich beperkt tot enkel een onderzoek binnen de grenzen
van zijn eigen arrondissement.
Daarom willen de collega's letterlijk in de wettekst inzake het
notarisambt, waaraan we nog samen hebben gewerkt, inschrijven dat
de procureur over de grenzen van zijn arrondissement moet kijken.
Dat lijkt mij heel eigenaardig, alsof wij moeten aanvaarden dat de
procureur des Konings die beschikt over informatie over een notaris
zich moet beperken tot het terrein dat hij met zijn paard en kar kan
overzien, met name het oude arrondissement en dat het niet evident
is dat hij uiteraard informatie moet geven over het hele land, zoniet
zelfs internationaal.
Ik denk daarom dat mijn CD&V-collega's zich vergissen. Men moet
niet de wet aanpassen, maar de procureurs moeten op dit vlak hier
alweer de juiste richtlijnen krijgen van hun baas, de minister van
Justitie.
Ik wil daarom het volgende vragen. Wie heeft er gelijk?
03.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Lorsque
le
procureur du Roi doit donner un
avis à propos d'un candidat
notaire, il se contente de mener
l'enquête
dans
son
propre
arrondissement. Les condamna-
tions ou instructions pénales en
cours
dans
d'autres
arrondissements n'entrent ainsi
pas en ligne de compte.
Une proposition de loi du CD&V
vise dès lors à adapter la loi. Je ne
crois pas que cela soit la bonne
solution.
J'estime
que
les
procureurs du Roi doivent recevoir
du ministre de la Justice des
directives claires, de manière à ce
qu'ils ne limitent pas leurs
investigations
à
leur
propre
arrondissement
et
qu'ils
s'échangent des données.
Quelle est la position du ministre
en la matière?
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega
Landuyt, het door u aangehaalde wetsvoorstel en artikel 31, §1, gaat
over de benoeming van kandidaat-notarissen.
U mag niet vergeten dat de benoeming van een notaris volgens
dezelfde procedure verloopt als adviesinwinning. Ik verwijs hiervoor
naar artikel 43, §2, 1°.
Het is inderdaad van heel groot belang dat de benoemende overheid
op een correcte wijze wordt geïnformeerd over de kandidaten en dit
zowel op het vlak van veroordelingen als van hangende
strafonderzoeken.
03.02 Jo Vandeurzen, ministre:
En ce qui concerne la nomination
de candidats notaires, il est clair
que le département de la Justice
doit pouvoir disposer d'informa-
tions correctes. Pour ce qui est
des condamnations, nous dispo-
sons de toutes les informations
voulues dans la mesure où le
casier judiciaire est géré au niveau
national. Ce n'est pas le cas pour
les instructions en cours. Le
procureur du Roi ne peut alors
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Indien navraag werd gedaan over veroordelingen, krijgt mijn
administratie hierop wel een duidelijk antwoord aangezien het
strafregister nationaal wordt beheerd. Het probleem stelt zich hier dus
alleen voor hangende strafonderzoeken.
Wat deze hangende strafonderzoeken betreft, brengt de procureur
des Konings enkel een advies uit over zijn eigen arrondissement. Hij
heeft immers geen toegang tot het systeem van andere
arrondissementen.
Om dit probleem aan te pakken, zal ik navragen of een informatie-
uitwisseling tussen de verschillende procureurs des Konings een
haalbare kaart is en of dit de procedure niet verder zal vertragen.
Ik zal daaromtrent trouwens een overleg hebben met het College van
procureurs-generaal. Ik zal dit trouwens ook agenderen aangezien het
probleem zich volgens mij immers niet alleen in deze situatie stelt,
maar ook in andere situaties waar om adviezen wordt gevraagd.
Hierbij aansluitend wil ik graag het aspect van de informatisering van
Justitie betrekken. Het lijkt mij immers meer opportuun te
onderzoeken of in het kader van een informatiseringsprogramma kan
worden voorzien dat de procureurs des Konings kunnen werken via
een algemene database. Ze zouden onmiddellijk een overzicht
kunnen krijgen van alle lopende onderzoeken via een systeem van
online-consultatie.
Ik zal dit met de nodige aandacht onderzoeken en de haalbaarheid
hiervan bekijken.
donner un avis que concernant
son propre arrondissement. Il n'a
pas accès à l'information dans
d'autres arrondissements. C'est
précisément
l'accès
à
cette
information qui doit être rendu
possible.
Je vais examiner le problème et
me concerter avec le Collège des
procureurs généraux. Il est clair
que cet aspect doit être pris en
compte
dans
le
projet
d'informatisation de la Justice, de
manière à ce qu'une banque de
données générale puisse être
consultée en ligne par les
procureurs du Roi.
03.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, u bent het dus met mij eens dat het jammer zou
zijn dat wij in de wet zouden moeten inschrijven dat zij volledig
informatie moeten doorgeven.
Ik reageer op zoiets omdat ik denk dat het symptomatisch is dat men
met de wet iets operationeel wil regelen en dat de procureur de fout
maakt, als hij informatie moet verstrekken aan de bevoegde instanties
omdat hem dat toekomt, dat het niet moeilijk is zich te informeren bij
26 collega's om te weten of er in verband met een bepaald kandidaat-
notaris iets hangende is. Het lijkt mij makkelijk op te lossen en ik hoop
dat ze u niet uitlachen dat ze daarvoor bijkomende informatica nodig
hebben. Ik denk dat 26 telefoontoestellen kunnen volstaan, zoniet e-
mails.
03.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le ministre partage
donc mon avis: cette question
d'ordre opérationnel ne doit pas
être réglée par la loi. Le problème
me paraît d'ailleurs facile à régler.
Nous n'avons même pas besoin
de moyens informatiques supplé-
mentaires: 26 appels télépho-
niques ou courriels suffisent.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het vervolgingsbeleid voor geweld op het openbaar vervoer"
(nr. 4854)
04 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la politique de poursuites en matière d'actes de violence commis dans les
transports en commun" (n° 4854)</b>
04.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit vervolgverhaal, u weet dat u een brief hebt
gekregen van Vlaams minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt,
04.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
La
ministre
flamande Kathleen Van Brempt
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
een van de weinige sp.a-ministers, die duidelijk minister wenst te
blijven.
Zij maakt zich zorgen over de veiligheid op de bussen. In de
commissie van 22 april 2008 bevestigde u dat u wil ingaan op de
vragen van mevrouw Van Brempt in verband met criminaliteit. Heeft
dat onderhoud reeds plaatsgevonden? Ik kon haar dat persoonlijk
hebben gevraagd, maar gisteren in de drukte van het partijbureau is
die vraag mij ontgaan.
Wat is het resultaat van het eventuele overleg dat u hebt gehad met
Kathleen Van Brempt? Bent u bereid richtlijnen te geven aan de
procureurs voor een specifiek vervolgingsbeleid met betrekking tot
deze problematiek?
s'inquiète de l'augmentation de la
violence dans les transports en
commun. Elle souhaite organiser
une concertation à ce sujet.
Cette concertation a-t-elle déjà eu
lieu et dans l'affirmative, avec quel
résultat?
Le
ministre
a-t-il
l'intention
de
donner
aux
procureurs du Roi des directives
précises quant à la politique de
poursuites à mener?
04.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega
Landuyt, ik denk inderdaad dat u gisteren in de marge van het
partijbureau een antwoord op deze vraag had kunnen krijgen. Het
overleg zal plaatsvinden op woensdag 7 mei.
Ik heb nooit gezegd dat ik zonder enig overleg bereid was om dit
systeem in te voeren. Ik heb gezegd dat ik steeds bereid was om
hierover overleg te plegen en na te gaan hoe Justitie behulpzaam kan
zijn als er zich ernstige problemen voordoen die we allemaal moeten
erkennen.
U weet dat intussen een artikel 410bis van het Strafwetboek bestaat
dat verzwarende omstandigheden invoert voor geweldplegingen ten
aanzien van welbepaalde beroepsgroepen die in de uitoefening van
hun bediening verplicht zijn contact te hebben met het grote publiek.
Daaronder vallen uiteraard ook de buschauffeurs.
Naar aanleiding van deze nieuwe strafbepaling werd door het College
van procureurs-generaal een omzendbrief uitgevaardigd in 2008,
teneinde de aandacht van de magistraten te vestigen op deze nieuwe
verzwarende omstandigheden waarbij hen de instructie werd gegeven
bijzondere aandacht te besteden aan dergelijke feiten van agressie.
Ik verwijs u ook naar een aantal wettelijke bepalingen die in deze van
belang kan zijn, namelijk artikel 15 van de wet van 15 april 1843 op de
spoorwegpolitie. Dat artikel werd herzien door de wet van juli 1891. En
de wet van 9 juli 2004 dat voorziet dat de rechter, wanneer een
veroordeling wordt uitgesproken over feiten van geweld of bedreiging
gepleegd in een treinstation of aanhorigheden deze een
toegangsverbod kan opleggen voor een periode van maximum
15 dagen tot het geheel of het gedeelte van de exploitaties van de
spoorwegonderneming.
Deze bepaling geldt alleen voor de spoorwegen en niet voor de
bussen en de trams.
Indien een geweldpleger zich in voorlopige hechtenis bevindt, is het
mogelijk dit kader vrij onder voorwaarden op te leggen. Ook dat
systeem is u bekend. De wet geeft geen opsomming van mogelijke
voorwaarden die kunnen worden opgelegd. In dit kader zou dus een
busverbod kunnen worden opgelegd.
De mogelijkheid tot toepassing van de wet van 29 juli 1964
04.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Ladite concertation aura lieu le
mercredi 7 mai 2008. Nous
voulons vérifier comment le
département de la Justice pourrait
intervenir utilement en cas de
problèmes graves.
L'article 410bis du Code pénal
prévoit
des
circonstances
aggravantes pour des violences
commises
à
l'encontre
de
certaines catégories profession-
nelles qui entrent en contact avec
le grand public, comme bien
évidemment les chauffeurs de
bus. Le Collège des procureurs
généraux a déjà transmis une
circulaire enjoignant les magistrats
à tenir compte de ces nouvelles
circonstances aggravantes pour
de tels faits d'agression. L'article
15 de la loi sur la police des
chemins de fer permet déjà
d'imposer une interdiction d'accès,
mais bien entendu uniquement à
bord des trains.
La
loi
n'énumère
pas
les
conditions
qui
peuvent
être
imposées en cas de libération
sous conditions. L'une de ces
conditions pourrait donc être une
interdiction d'accès aux bus. Le
juge de la jeunesse peut égale-
ment imposer une telle interdiction
sur la base de l'article 37, §2bis,
de la loi sur la protection de la
jeunesse. Il ne s'agit pas en
l'occurrence d'une sanction mais
d'une condition.
Il existe donc de nombreux
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
betreffende de opschorting, uitstel en probatie, ook deze wet geeft
geen exhaustieve opsomming van mogelijke voorwaarden die in het
kader van een probatiemaatregel kunnen worden opgelegd.
De jeugdrechter zou op basis van artikel 37, §2bis van de
jeugdbeschermingswet een busverbod kunnen opleggen. Het betreft
dan geen straf, maar een voorwaarde. De jongere kan onder
bepaalde voorwaarden thuis blijven wonen, eventueel onder toezicht
van
een
sociale
dienst
(artikel 37,
§2,
2°
van
de
jeugdbeschermingswet).
Er zijn dus tal van momenten/mogelijkheden waarbij dat eventueel
zou kunnen in overweging worden genomen door de bevoegde
rechter, en zelfs door het openbaar ministerie in het kader van de
praetoriaanse probatie.
Voor het verbod tot toegang tot het openbaar vervoer moet de
belangrijke vraag worden gesteld of een efficiënte mogelijkheid
bestaat om de naleving van dat verbod te controleren.
Indien het als voorwaarde wordt opgelegd is het maatregel waarvan
de controle op de naleving van de maatregel niet kan gebeuren door
justitieassistenten. Zoals de meeste verbodsbepalingen moeten die
worden gecontroleerd door de politiediensten (artikel 20 van de wet
op het politieambt).
Bij de praktische haalbaarheid van een effectieve controle van het
verbod van toegang tot het openbaar vervoer kunnen dus ernstige
vragen worden gesteld. Dat heb ik trouwens onmiddellijk
gesignaleerd. Het is dan ook belangrijk dat ik kan overleggen met
mijn collega Van Brempt om te weten welke inspanningen De Lijn
daaromtrent wil organiseren. De vraag is of dat kan worden
toegekend aan de lijnwachters op de bussen. Om te controleren moet
er wellicht een identiteitscontrole gebeuren. Het moet worden
overwogen of deze politionele bevoegdheid wel aan hen kan worden
toegekend?
Louter illustratief verwijs ik u nog naar de wet van 15 mei 2007 tot
instelling van de functie van de gemeenschapswachten en tot
wijziging van artikel 119 bis van de Nieuwe Gemeentewet die tot doel
had de wildgroei van de lokale preventietoezichters en de diversiteit
van de hen toebedeelde taken te stroomlijnen om hen duidelijk te
kunnen onderscheiden van de politiediensten. Bij de uitoefening van
de hen toebedeelde taken kunnen de gemeenschapswachten-
vaststellers of vaststellende gemeenschapswachten dat is dus een
beperkt deel van de gemeenschapswachten overgaan tot de
identiteitscontrole. Maar vermits zij geen politiebevoegdheid hebben,
kunnen zij enkel een identiteitsbewijs opvragen maar niet opeisen en
dit omwille van de bezorgdheid om politioneel die taken te beperken
tot politieambtenaren.
Een andere mogelijkheid betreft de veiligheidsagenten van De Lijn of
de MIVB, beide maatschappijen hebben een aanvraag voor
bewakingsonderneming ingediend bij Binnenlandse Zaken en zouden
dit statuut in de toekomst dus kunnen verkrijgen. De TEC heeft dit niet
gedaan.
De wet van 10 april 1990 werd dan ook een apart hoofdstuk
moyens d'imposer une interdiction
d'accès aux bus. La question se
pose évidemment de savoir
comment contrôler efficacement le
respect de cette interdiction. Etant
donné qu'il s'agit d'une condition et
non d'une peine, la compétence
de contrôle ne repose pas auprès
des assistants de justice mais
auprès de la police.
La concertation avec la ministre
flamande, Mme Van Brempt,
portera
donc
surtout
sur
l'organisation.
Une
possibilité
consiste à permettre aux gardes-
lignes de contrôler les identités et
donc
de
leur
donner
une
compétence policière. Par ailleurs,
De Lijn et la STIB ont déjà introduit
une demande pour que cette
compétence de contrôle soit
accordée aux agents de sécurité.
Il s'agit d'une autre piste possible.
Les agents de police eux-mêmes
et
les
contrôleurs
peuvent
évidemment aussi vérifier les
identités. Je mènerai à ce sujet
une
concertation
à
visière
découverte
avec
Mme
Van
Brempt.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
ingevoegd hoofdstuk 3 bis, bijzondere uitoefeningsvoorwaarden
voor de organisatie van veiligheidsdiensten binnen een openbare
vervoersmaatschappij.
Deze personen kunnen onder andere personen de toegang
ontzeggen indien zij geen geldig vervoerbewijs hebben. Zij kunnen
vragen om een identiteitsbewijs voor te leggen en personen vatten.
Naast deze agenten bestaan er ook nog de zogenaamde controleurs.
Hun bevoegdheden worden in specifieke wetgeving regionaal
vastgesteld en kunnen binnen dit tijdsbestek niet allemaal worden
onderzocht. Zij hebben meestal wel een of andere bevoegdheid
inzake de controle van identiteit, maar dat moet dan per reglement
worden bekeken.
Er zijn aanknopingspunten. Er zijn ook veel vragen omtrent de
haalbaarheid ervan. Zoals gezegd, zullen we met open vizier met
collega Van Brempt overleggen.
04.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, ik dank
de minister voor zijn antwoord dat niet onbelangrijk is omdat ermee
duidelijk gemaakt wordt vanuit het Parlement dat er geen wettelijk
probleem is. Het is wettelijk mogelijk op basis van de wetteksten. Dat
heb ik alvast begrepen.
Ik heb ook begrepen dat er een probleem is van controle. Dat dit het
grootste obstakel is: hoe controleer je bussen? We hebben ooit acties
ondernomen om hooligans uit voetbalstadia te krijgen. Dat was een
gecoördineerde actie, in die zin dat de procureurs richtlijnen gaven
(...).
Ik vond het een zeer efficiënte manier van optreden die er eigenlijk
toe heeft geleid dat het fenomeen voortdurend sterk is gedaald (...)
Ik herhaal dus dat het belangrijk is, niet om de wet te wijzigen maar
om duidelijke richtlijnen te geven aan de procureurs maar met alle
begrip voor het controleprobleem dat wellicht het grootste
besprekingspunt zal zijn met de Vlaamse minister van Vervoer en
Mobiliteit. Wie mag wat controleren? Op welke manier zal men komen
tot een zekere lijst van niet-toegelaten personen op de bus? Wie mag
de identiteit controleren? Wat zijn de signalen dat men (...)
Ik denk dat wij in ieder geval een paar stappen vooruit hebben gezet.
Over de wettelijke mogelijkheid moet men niet twijfelen. Dat is het
punt niet. Wij zitten in een fase van technisch overleg over de manier
dat het moet worden aangepakt.
04.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Il n'y aurait donc
pas
d'obstacles
légaux
à
l'imposition
d'une
interdiction
d'accès aux bus, le contrôle étant
le principal problème. La manière
d'organiser ce contrôle sera ainsi
le principal sujet de discussion lors
de la rencontre avec Mme Van
Brempt. Je fais volontiers la
comparaison avec l'interdiction de
stade pour les hooligans. En
donnant des directives claires aux
procureurs,
nous
sommes
parvenus à résoudre en grande
partie
le
problème
du
hooliganisme.
Le fait que la loi ne constitue pas
un problème est déjà synonyme
de progrès.
04.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik zou niet graag hebben dat er al
een intentieproces wordt gemaakt. Ik geef aan wat de mogelijke
situaties zijn in de huidige wetgeving. Het is heel duidelijk dat het
overleg nog moet worden gevoerd. Sommige zaken zijn in handen
van de rechter, andere moeten door mensen van De Lijn zelf worden
vastgesteld.
Ik zeg nu niet dat wij dit zonder enige wettelijke regeling kunnen
invoeren; ik zeg alleen dat het verdient om hierover een open overleg
te hebben.
04.04 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est trop tôt pour faire un procès
d'intention. Ma réponse se bornait
uniquement
à
montrer
les
possibilités dans le cadre de la
législation actuelle. Je n'ai pas dit
que nous pouvions introduire une
interdiction de monter dans le bus
sans aucun cadre légal. Une
importante
concertation
doit
encore être menée à ce sujet et
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Het is evident dat zulks ook zou betekenen dat er ook door De Lijn
aanzienlijke inspanningen zullen moeten worden geleverd, indien zij
dat zelf wil. Dat is op dit moment duidelijk.
Alles is mogelijk en duidelijk. Allerlei voorwaarden kunnen door de
huidige wet worden opgelegd. Het enige wat ik vraag, is een gesprek.
Ik heb dat ook onmiddellijk gezegd. Doch, de indruk wekken dat de
zaak op een drafje kan worden geregeld, is te optimistisch uitgedrukt.
De Lijn devra consentir de sérieux
efforts. Je ne veux pas donner
l'impression que ce problème
pourra être réglé en deux temps
trois mouvements.
04.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): (...).
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la prise en charge par l'État de la rémunération des prêtres en
formation" (n° 4856)</b>
05 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de financiële tenlasteneming door de Staat van de bezoldiging van
priesters in opleiding" (nr. 4856)
05.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je tiens à
préciser d'emblée qu'étant issu de l'ancien Parti social-chrétien, on ne
peut me soupçonner d'être un anti-croyant. J'ai appris que l'abbé
desservant d'Hennuyères, bien qu'étant payé comme tout autre
desservant par l'État fédéral, n'effectue son travail pastoral que le
week-end, puisqu'il étudie à Louvain-la-Neuve pendant la semaine. Il
s'agit là d'un détournement de l'argent public que personne ne peut
approuver.
Je sais que bien d'autres prêtres du Tiers-Monde officiant en Belgique
se trouvent dans la même situation. Cela a d'ailleurs été dénoncé à
juste titre lors d'une émission télévisée de Jean-Claude Defossé sur
la RTBF. Je rappelle également que le décret impérial de 1809
impose à la commune et non pas à la fabrique d'église de loger le
desservant. Là encore, dans la mesure où le desservant n'exerce son
activité que le week-end, nous nous trouvons dans une situation
d'abus de biens publics.
Monsieur le ministre, si j'ai le respect de la lourde charge des âmes,
tout comme les desservants, dans un monde hélas fortement
déchristianisé, je respecte trop la légalité pour ne pas m'insurger
contre tous ses détournements. Ici, en l'occurrence, l'Église
catholique fait peser sur l'État et les communes la charge financière
de formation de ses représentants. Aussi, monsieur le ministre, vous
qui avez la tutelle sur les cultes, quelle sera votre attitude en la
matière?
05.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik kom uit de gewezen PSC
en men kan mij dus niet
verdenken van anti-klerikalisme.
Toch klaag ik het feit aan dat
priesters door de federale Staat
betaald
worden
als
kerkbedienaars
en
door
de
gemeente gehuisvest worden,
zoals het keizerlijk decreet uit
1809 bepaalt, terwijl ze student zijn
en hun pastoraal werk enkel in het
weekend verrichten. Met name de
dienstdoende
priester
van
Hennuyères bevindt zich in dit
geval. Ondanks al het respect dat
ik heb voor de zielszorg van de
kerkbedienaars in een wereld die
helaas sterk ontkerstend is, verzet
ik mij tegen het misbruik van
publieke goederen.
Hoe
denkt
u,
die
als
toezichthoudend minister bevoegd
is voor de erediensten, hierover?
05.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le député, préalablement
à ma réponse quant au cas particulier de ce ministre du culte, je dois
vous rappeler le principe constitutionnel (article 21) de non-ingérence
de l'État dans la nomination des ministres du culte qui s'effectue via
les organes représentatifs des cultes intéressés.
Conformément à l'article 181, §1 de la Constitution, les traitements et
les pensions des ministres du culte sont à charge de l'État. C'est sur
cette base qu'un traitement est alloué aux ministres du culte
intéressés au regard de la nomination effectuée par l'organe
05.02 Minister Jo Vandeurzen:
Ik wil er u vooreerst op wijzen dat
de Grondwet de Staat verbiedt
zich met de aanstelling van de
bedienaren van de eredienst te
bemoeien, ook betaalt de Staat
hun lonen en pensioenen.
Wat het keizerlijk decreet van
1809 inzake de kerkfabrieken
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
représentatif compétent, en vertu de cet article 21. Il appartient donc à
l'évêque, compétent pour le culte catholique, de déterminer les
fonctions et les prestations de ses ministres du culte ainsi que leur
durée. Ces éléments sont transmis par les services administratifs de
l'évêque compétent au SPF Justice pour une inscription à une place
reconnue par l'arrêté royal ayant pour conséquence le paiement d'un
traitement.
Il n'appartient donc pas au ministre de la Justice, conformément aux
principe constitutionnel de noningérence, d'apprécier ces
nominations.
En ce qui concerne l'application du décret impérial du
30 décembre 1809 sur les fabriques d'église, l'application de cette
disposition est de la compétence des Régions depuis le 1
er
janvier
2002 en vertu de l'article 4 de la loi spéciale du 13 juillet 2001.
Quant au cas particulier que vous avez évoqué, je devrais disposer
d'éléments plus précis afin de m'en informer auprès de l'évêque
compétent.
betreft, is de toepassing van die
bepaling sinds 1 januari 2002 een
gewestelijke bevoegdheid.
Ten slotte zou ik over meer
precieze
informatie
moeten
kunnen beschikken om het door u
vermelde specifieke geval bij de
bisschop te kunnen aankaarten.
05.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je
comprends votre réponse mais il faudra bien un jour une discussion
entre l'Église et l'État à ce sujet. Au moment où la loi a été mise en
application, elle paraissait totalement fondée; on ne pouvait imaginer
à l'époque des systèmes où les desservants rempliraient cette
fonction deux jours par semaine seulement. La charge d'âmes, c'est
toute l'année, toute la semaine et pas seulement deux jours par
semaine. Il faudrait le début d'un dialogue entre vos services et
l'évêché pour dégager des solutions. On peut comprendre que soit
abordé le problème des prêtres à temps partiel mais dans ce cas,
logiquement, ils ne doivent pas être payés pour un temps plein.
05.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Er moet een gesprek komen
tussen de Kerk en de Staat,
tussen uw diensten en het bisdom.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Denis Ducarme au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "certains règlements communaux visant à réserver à l'avance leurs terrains
communaux aux personnes s'engageant à apprendre le néerlandais" (n° 4948)</b>
06 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "bepaalde gemeentereglementen om de verkoop van
gemeentebouwgrond alleen toe te staan aan wie zich ertoe verbindt Nederlands te leren" (nr. 4948)
06.01 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, le 29 janvier
dernier, j'avais déjà abordé avec vous cette question en trois points.
Elle touchait aux règlements communaux pris par certaines
communes flamandes visant à réserver à l'avance leurs terrains
communaux à des personnes s'engageant à apprendre le
néerlandais. Je me permets aujourd'hui de revenir vers vous: voilà
une quinzaine, selon mes informations, la commune de Vilvoorde
aurait confirmé le règlement communal susmentionné.
Depuis le 29 janvier dernier et la réponse que vous aviez pu me faire,
plusieurs rapports européens et internationaux ont condamné
moralement diverses mesures prises par la Flandre qui tendraient,
selon les interprétations qu'elles en font, à discriminer les personnes
ne s'engageant pas à parler le néerlandais. Il s'agit bien entendu du
"wooncode" et également des mesures qui s'en inspirent. Les
06.01 Denis Ducarme (MR): Op
29 januari jongstleden bracht ik de
reglementen
die
een aantal
Vlaamse gemeenten uitvaardigen
met
de
bedoeling
hun
bouwterreinen voor te behouden
aan personen die zich ertoe
verbinden Nederlands te leren,
reeds te berde. Een tweetal weken
geleden
zou
de
gemeente
Vilvoorde zo een gemeentelijk
reglement hebben bekrachtigd.
Sinds u op 29 januari antwoordde
op mijn vraag, werden in een
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
règlements communaux pris par les communes de Zaventem, de
Zemst mais également de Vilvoorde sont naturellement visés par ma
question.
Vous m'informiez lors de votre réponse du 29 janvier, tel que j'y avais
fait référence, de votre capacité à prendre une injonction positive
auprès des départements concernés afin de veiller à la légalité des
règlements de ces communes.
En l'absence de la mise en place d'un organe comparable au Centre
pour l'égalité des chances, destiné à s'opposer aux discriminations
linguistiques tel que le prévoit la loi du 10 mai 2007, vous gardez ce
pouvoir qui n'est en rien fondé sur l'expression d'un jugement
politique, mais seulement destiné à garantir la légalité des règlements
pris sur notre territoire.
Le 29 janvier dernier, vous me disiez que vous ne prendriez cette
initiative qu'en dernier recours. Nous en sommes là. Allez-vous
prendre cette responsabilité?
aantal Europese en internationale
rapporten
diverse
Vlaamse
maatregelen die discriminatoir
zouden zijn ten opzichte van
personen die zich niet bereid
tonen Nederlands te leren, uit een
moreel oogpunt gelaakt.
U beschikt bij de betrokken
departementen over een positief
injunctierecht, waardoor u kan
toezien op de wettelijkheid van de
gemeentereglementen.
Op 29 januari zei u ook nog dat u
pas in laatste instantie van uw
positief injunctierecht gebruik zou
maken. We zijn nu in dat stadium
aanbeland.
Zal
u
die
verantwoordelijkheid opnemen?
06.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, monsieur
Ducarme, en ce qui concerne le rôle que le ministre de la Justice
pourrait avoir à jouer dans cette problématique, je me réfère à ma
réponse du 29 janvier à votre question orale concernant les critères
de sélection linguistique retenus par la commune de Zaventem pour
la vente de terrains communaux à des particuliers. Il est vrai que ces
dispositions ont en quelque sorte une similarité avec quelques
dispositions du "vlaamse wooncode" en matière de logement social.
Ma position reste inchangée suite à l'intervention du rapport du
Comité des Nations unies pour l'élimination de la discrimination
raciale concernant, entre autres, ces dispositions.
Premièrement, parce que le Comité n'a pas pris de décision définitive.
Les dispositions visant à réserver le logement social aux personnes
qui parlent le néerlandais ou qui s'engagent à apprendre la langue
l'inquiètent car elles pourraient éventuellement mener à une
discrimination indirecte sur base de la nationalité ou de l'origine
ethnique.
Il ne faut pas oublier qu'il ne s'agit finalement pas d'une obligation de
moyens. Vu sa compétence exclusive en la matière, le Comité a
donné un an au gouvernement flamand le gouvernement fédéral
n'est donc pas concerné pour formuler une réponse à cette
inquiétude.
Cette compétence exclusive vaut également pour la politique
d'habitation en général.
Par ailleurs, comme mon collègue De Gucht a déjà eu l'occasion de le
dire en séance plénière de la Chambre, ce rapport n'a pas de valeur
juridique et ne pourra, dès lors, pas servir de base légale pour une
action en justice.
Je tiens également à vous rappeler que, dans le cas des logements
sociaux, ces dispositions ont été considérées conformes à la
Constitution par le Conseil d'État. De plus, jusqu'à ce jour, elles n'ont
06.02 Minister Jo Vandeurzen:
Mijn standpunt blijft onveranderd
na het verslag van het "Committee
on the Elimination of Racial
Discrimination" van de Verenigde
Naties. Dat comité heeft immers
geen
definitieve
beslissing
genomen, maar heeft uitdrukking
gegeven aan enige ongerustheid
met betrekking tot de Wooncode.
De bepalingen die ertoe strekken
sociale
woningen
voor
te
behouden aan wie Nederlands
spreekt of zich ertoe verbindt het
te leren, zouden kunnen leiden tot
discriminatie
op
grond
van
nationaliteit of etnische afkomst.
Het Comité heeft de Vlaamse
regering een jaar de tijd gegeven
om een antwoord te formuleren.
Die exclusieve bevoegdheid geldt
eveneens voor het huisvestings-
beleid in het algemeen.
Voorts heeft dat rapport geen
juridische waarde en kan het
derhalve
niet
als
wettelijke
grondslag
dienen
voor
een
rechtsvordering.
Ik herinner eraan dat de Raad van
State de grondwettelijkheid van die
bepalingen
heeft
aanvaard.
Bovendien achtte het Grondwet-
telijk Hof deze bepalingen tot op
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
pas été jugées discriminatoires par la Cour constitutionnelle.
heden niet discriminatoir.
06.03 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, je ne suis pas
surpris par votre réponse. Elle correspond tout à fait à celle que vous
avez donnée le 29 janvier. Elle est finalement très politique. En effet,
sur base du pouvoir qui vous est conféré par la loi anti-discrimination,
on vous demande simplement de vérifier si ces règlements
communaux sont légaux. On ne vous demande pas d'exprimer votre
désapprobation. On vous demande de charger les services
compétents de veiller à la légalité de ces règlements. Mais même
cela, vous ne voulez pas le faire!
Comme je l'ai dit, votre démarche est politique dans la mesure où
vous ne voulez pas prendre d'injonction positive. Elle l'est également
dans la mesure où vous n'avez pas encore mis sur pied le centre
amené à lutter contre les discriminations linguistiques.
Les rapports de l'ONU et les commentaires de l'Union européenne
n'ont aucune valeur juridique. N'empêche qu'à l'instar de la Chine ou
d'autres pays, la Flandre est pointée du doigt pour un certain nombre
de discriminations dans un rapport relatif aux discriminations raciales
et ethniques. Nous sommes donc en droit d'être inquiets au-delà de la
valeur juridique des textes.
Pour le moment on parle beaucoup de BHV, d'une minorité
francophone qui risque de se voir spolier d'un certain nombre de ses
droits. À cela s'ajoute la question des bourgmestres non nommés.
Comme vous le savez, le Conseil de l'Europe va envoyer une
mission. Un rapport a été rédigé concernant le "wooncode". Ce
rapport a d'ailleurs donné lieu à des commentaires de l'ONU et de
l'Union européenne. Il y a eu la question de l'assurance. Et
maintenant, nous nous trouvons face à ce dossier. Malgré l'existence
d'une compétence fédérale, vous refusez d'intervenir.
Je transmettrai, dès aujourd'hui, le dossier à la commission Libertés
civiles du Parlement européen dont le président m'a assuré que la
question serait portée à l'ordre du jour de sa commission.
Ainsi, une fois de plus, l'international se penchera sur les dérapages
flamands. Peu de temps nous sépare du moment où, lorsque vous
sortirez de Flandre ou de ce pays, votre politique sera
immanquablement comparée à celle portée notamment par Haider en
Autriche. Il ne faudra plus attendre longtemps pour constater que les
hommes politiques flamands, lorsqu'ils sortiront, se verront non pas
caricaturés mais montrés du doigt de cette manière-là!
06.03 Denis Ducarme (MR): Uw
in wezen erg politieke antwoord
verbaast me geenszins. We
vragen u niet uw afkeuring te
uiten, maar wel op de wettelijkheid
van die reglementen toe te zien.
Maar blijkbaar is zelfs dat te veel
gevraagd!
U neemt een politiek standpunt in,
in die zin dat u geen gebruik wil
maken van uw positief injunctie-
recht en u nog altijd geen werk
gemaakt heeft van de oprichting
van het Centrum
voor de
bestrijding van taaldiscriminatie.
De
VN-rapporten
en
de
commentaren van de EU hebben
geen juridische waarde, wat niet
wegneemt dat Vlaanderen, net als
China en andere landen, ook
berispt wordt. Wij zijn derhalve
met recht en reden bezorgd. Ik zal
het dossier vandaag nog aan de
commissie Burgerlijke Vrijheden
van het Europees Parlement
overzenden.
Eens te meer zullen internationale
instanties zich dus over de
Vlaamse excessen buigen. Het zal
niet lang meer duren voordat men
het beleid van de Vlaamse politici
in het buitenland zal gaan
vergelijken met dat van Haider in
Oostenrijk!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het arbeidshof te Gent" (nr. 4954)
07 Question de Mme Carina Van Cauter au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la cour du travail de Gand" (n° 4954)</b>
07.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ingevolge een tekort aan werkruimte en
teneinde bij te dragen tot een efficiënte organisatie en een betere
dienstverlening aan de burger, werd in Gent een nieuw
07.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le nouveau palais de justice
de Gand a été mis en service il y a
près d'un an mais la cour du
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
gerechtsgebouw opgericht dat inmiddels ongeveer een jaar in gebruik
is.
Mijnheer de minister, werd het arbeidshof te Gent daarbij vergeten?
Zoals u weet, houdt het arbeidshof immers nog steeds zitting in het
shoppingcenter aan de Brabantdam. Een detail, maar toch niet
onbelangrijk, is dat de ingang dezelfde is als deze van een
kapperszaak, wat tot heel wat verwarring aanleiding geeft. Ik weet niet
of dit de goede locatie is om het arbeidshof te huisvesten.
Zijn er plannen om het arbeidshof eveneens te centraliseren in het
oude of het nieuwe gerechtsgebouw? Zo ja, binnen welke termijn zal
dit gebeuren?
travail siège toujours au centre
commercial de la "Brabantdam".
Prévoit-on d'intégrer la cour du
travail dans l'ancien ou dans le
nouveau palais de justice? Dans
quel délai serait-ce envisageable?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het is
inderdaad zo dat het nieuwe gerechtsgebouw te Gent werd opgericht
om een betere dienstverlening te kunnen aanbieden. Dit nieuwe
gerechtsgebouw voorziet in de herhuisvesting van de rechtbank van
eerste aanleg en de diensten van het parket van de procureur des
Konings. Deze zijn verhuisd vanuit het groot gerechtsgebouw, dat
overvol zat. Een verhuis was dus van het grootste belang voor een
efficiënte werking, zoals aangehaald.
In het groot gerechtsgebouw, gelegen Koophandelsplein 23, bleven
het hof van beroep en het parket-generaal. Het is wel de bedoeling
om het groot gerechtshof grondig en in verschillende fases te
renoveren. Tijdens deze renovatie kan eventueel gebruik worden
gemaakt van het klein gerechtshof, Koophandelsplein 21, alsook van
het gebouw Kouterpoort in de Savaanstraat. Dit laatste gebouw zou
eventueel ook kunnen dienen om enkele diensten definitief naartoe te
verhuizen, zoals het arbeidshof en het auditoraat-generaal.
Dit zijn alleen nog maar voorstellen die momenteel circuleren. In deze
dient nog verder te worden onderhandeld tussen Justitie en de Regie
der Gebouwen. Het is momenteel nog niet mogelijk om reeds een
concrete termijn van herhuisvesting naar voren te schuiven. Feit is
wel dat het arbeidshof niet op de Brabantdam zal blijven en dat er
zeker een oplossing zal worden uitgewerkt.
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le nouveau palais de justice de
Gand résout déjà un grand
nombre de problèmes d'héberge-
ment des services judiciaires
mais, parallèlement, l'ancien grand
palais de justice sera rénové en
profondeur. Pour l'heure, il n'est
pas encore possible d'avancer un
délai concret mais je puis vous
assurer que la cour du travail ne
demeurera pas implantée au
centre commercial.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- M. Olivier Destrebecq au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "une nouvelle prison à La Louvière" (n° 4965)<br>- Mme Colette Burgeon au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet d'implantation d'une prison à La Louvière" (n° 5081)</b>
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Olivier Destrebecq aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "een nieuwe gevangenis in La Louvière" (nr. 4965)
- mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de plannen voor een nieuwe gevangenis in La Louvière" (nr. 5081)
08.01 Olivier Destrebecq (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ces derniers jours, la presse s'est fait l'écho de la possibilité
d'installer une nouvelle prison sur le territoire de la commune de La
Louvière.
08.01 Olivier Destrebecq (MR):
De jongste dagen zijn er in de pers
berichten
verschenen
over
plannen voor de bouw van een
gevangenis
in
La
Louvière.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Le bourgmestre précise que les négociations sont en cours.
Cependant, pourriez-vous, monsieur le ministre, nous confirmer cette
information?
Dans l'affirmative, un calendrier de dossier est-il déjà défini? Quand la
décision ferme et définitive du choix de La Louvière pourrait-elle être
annoncée? Et surtout, à l'horizon de quelle année la mise en
fonctionnement de ce lieu pourrait-elle être envisagée?
Ce projet est accueilli à la fois avec un certain optimisme et des
interrogations des Louviéroises et Louviérois.
Une nouvelle prison pourrait en effet être synonyme, entre autres, de
création d'emplois, d'investissements et d'un renforcement du cadre
de police. Les légères inquiétudes concernent essentiellement la
sécurité, le type de prison et le lieu qui serait choisi.
En termes d'emploi, la presse a rapporté les chiffres de 250 nouveaux
emplois directs et une centaine d'emplois indirects. Pour une région
en pleine relance économique, ces chiffres sont une véritable source
de motivation. Ces emplois seront-ils vraiment créés ou s'agit-il de
déplacements de personnel?
Dans l'hypothèse d'une création d'emplois, quelles seront les
procédures de recrutement? De nouveaux concours seront-ils
organisés au niveau national et/ou les considérations de proximité
seront-elles retenues?
Une zone d'implantation a-t-elle déjà été envisagée avec la ville? Si
oui, des aménagements d'infrastructures (accès, éclairage public,
parkings, etc.) devront être effectués. Quelle sera la répartition des
investissements prévus entre la ville et l'État?
Enfin, la présence d'une prison sur le territoire louviérois pourrait
engendrer un sentiment, avéré ou pas, d'insécurité auprès des
citoyens. Une augmentation du cadre de police serait-elle
envisageable afin de rassurer la population et répondre à
d'éventuelles normes de sécurité?
Comme vous le voyez, certaines interrogations entourent ce dossier.
Mais c'est avant tout dans un souhait de collaboration et d'implication
que les Louviérois espèrent participer, notamment avec un dossier
comme celui-là, au redéploiement de la ville qui en a grandement
besoin.
Volgens de burgemeester zijn er
daarover
momenteel
onder-
handelingen aan de gang. Kan u
die
informatie
bevestigen?
Wanneer zou
de definitieve
beslissing met betrekking tot de
keuze voor La Louvière kunnen
worden bekendgemaakt? In welk
jaar zou de gevangenis in gebruik
kunnen worden genomen? Dat
plan wordt optimistisch onthaald bij
de inwoners van La Louvière, die
er
evenwel
ook
enige
kanttekeningen bij plaatsen. Een
nieuwe gevangenis staat gelijk
met nieuwe banen, investeringen
en een uitbreiding van de formatie
van de politiediensten. De lichte
ongerustheid
heeft
vooral
betrekking op de veiligheid, het
soort gevangenis en de precieze
locatie ervan. Volgens de pers
zouden er 250 rechtstreekse en
een honderdtal onrechtstreekse
jobs worden gecreëerd. Zullen dat
nieuwe banen zijn of zal het gaan
om verschuivingen van personeel?
Welke indienstnemingsprocedures
zouden er worden gehanteerd?
Werd er met het stadsbestuur al
over een locatie gesproken? Op
welke
manier
zullen
de
investeringen
in
infrastructuur
(toegang, openbare verlichting,
parkings, enz.) worden verdeeld
tussen de stad en de federale
overheid? De vestiging van een
gevangenis
kan
het
onveiligheidsgevoel in de hand
werken. Kan een uitbreiding van
de personeelsformatie van de
politiediensten worden overwogen
teneinde de bevolking gerust te
stellen
en
aan
eventuele
veiligheidsnormen te voldoen?
08.02 Colette Burgeon (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, nous avons appris par la presse que, dans son plan, le
gouvernement envisageait de construire trois nouvelles prisons: une à
Bruxelles, une en Flandre et une en Wallonie.
En ce qui concerne la Wallonie, la presse se fait l'écho de
l'implantation de cette nouvelle prison à La Louvière. Il est inutile que
je sois plus longue sur le sujet et que je réexplique le tout à nouveau.
M. Destrebecq a été suffisamment complet. Monsieur le ministre, je
vous demande dès lors simplement de faire le point sur cette
information qui nous intéresse fortement.
08.02 Colette Burgeon (PS): In
de pers staat te lezen dat de
regering eraan denkt om drie
nieuwe gevangenissen te bouwen:
één in Vlaanderen, één in Brussel
en
één
in
Wallonië.
Wat
laatstgenoemd Gewest betreft,
wordt er gedacht aan La Louvière.
Aangezien de heer Destrebecq in
zijn vraag al alle aspecten heeft
behandeld, vraag ik u alleen maar
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
wat er van die berichten aan is.
08.03 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, je remercie
les collègues pour l'intérêt qu'ils portent au plan pluriannuel relatif aux
prisons et j'espère qu'ils le soutiendront au sein de leur groupe et au
moment du vote.
Le gouvernement a effectivement donné son accord de principe sur le
plan 2008-2012 pour une infrastructure pénitentiaire dans des
conditions humaines. Dans ce plan, il est proposé la construction
d'une nouvelle prison, qui hébergera 300 personnes, sur le territoire
de la Région wallonne.
Je vous confirme que le bourgmestre de la ville de La Louvière m'a
fait parvenir un courrier m'exprimant son intérêt pour l'implantation
d'un établissement de ce genre sur le territoire de sa commune. De
mon côté, je vous confirme que mon administration et moi-même
sommes particulièrement intéressés par cette offre. En effet, le taux
de surpopulation dans les prisons de Mons et de la région de
Charleroi est tellement préoccupant qu'une solution par le biais d'une
prison supplémentaire dans la région serait certainement la
bienvenue.
Mes services examineront cette offre tenant compte des contraintes
liées à l'installation d'une telle infrastructure (superficie, accessibilité,
sécurité, etc.). L'objectif est de pouvoir disposer de cette infrastructure
en 2012. Nous travaillerons avec les services de la Régie des
Bâtiments afin de pouvoir faire appel au plus vite au secteur privé
pour une collaboration de type public/privé.
Il est vrai qu'il nous faudra du personnel supplémentaire, s'agissant ici
d'un nouvel établissement. Ce besoin ne se manifestera que début
2012. Le recrutement de personnel s'avérera nécessaire mais,
comme d'habitude, il sera tenu compte des demandes de mutation et
de déplacement des agents.
Chaque nouvelle installation de prison requiert une étude au niveau
des conséquences sur le terrain. En temps utile, nous étudierons les
problèmes provoqués par cette implantation sur le plan de la sécurité.
08.03 Minister Jo Vandeurzen:
De regering heeft zich inderdaad
principieel akkoord verklaard met
het Masterplan 2008-2012 voor
een gevangenisinfrastructuur met
humane detentieomstandigheden.
Dat plan voorziet in de bouw van
een
gevangenis
voor
300
gedetineerden in het Waals
Gewest. De burgemeester van La
Louvière heeft mij laten weten dat
hij belangstelling heeft voor de
bouw van een dergelijke inrichting
op het grondgebied van zijn
gemeente. Dat aanbod interes-
seert ons uitermate, want de
overbevolking in de gevange-
nissen van Henegouwen is uiterst
zorgwekkend. Mijn diensten zullen
het aanbod onder de loep nemen
met
inachtneming
van
de
beperkingen die eigen zijn aan dit
type infrastructuur (oppervlakte,
toegang,
veiligheid,
enz.).
Bedoeling is om alles rond te
hebben in 2012. We zullen
samenwerken met de Regie der
Gebouwen om een publiek-private
samenwerking op te zetten. Er zal
personeel aangeworven moeten
worden, maar men zal rekening
houden met de mutatieaanvragen
en aanvragen om overplaatsing
van de ambtenaren. Voor elke
nieuwe gevangenis dient een
studie te worden uitgevoerd naar
de gevolgen op het terrein. We
zullen de veiligheidsproblemen als
gevolg van de bouw van een
gevangenis t.z.t. bestuderen.
08.04 Olivier Destrebecq (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je vous remercie pour votre réponse. J'entends bien vos
préoccupations. La porte reste donc ouverte!
Vous me direz qu'il est peut-être un peu tôt pour aller plus loin;
toutefois, afin de permette à la ville de réagir, celle-ci a besoin
d'éléments plus concrets. Certes, le travail devrait être réalisé en
commun. Cependant, je le répète, il serait important de disposer des
éléments que je vous ai cités: combien de personnes seront-elles
engagées? Quel sera le type de recrutement? Des personnes seront-
elles recrutées dans la région ou existe-t-il une réserve de
recrutement?
Les frais seront-ils, en totalité, pris en charge par l'État ou par la ville?
08.04 Olivier Destrebecq (MR):
De stad heeft nood aan concretere
gegevens. Hoe zal de aanwerving
verlopen? Zullen er mensen uit de
streek worden aangetrokken of
bestaat er een wervingsreserve?
Zullen de kosten voor rekening
komen van de Staat of de stad?
Op die reeks vragen geeft u geen
precies antwoord. Ik hoop dat we
snel concrete informatie zullen
krijgen.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Voilà toute une série de questions auxquelles vous ne répondez pas
précisément. J'espère que, très rapidement, nous pourrons revenir
sur le sujet et, dès que possible, obtenir des éléments concrets dans
ce dossier.
08.05 Colette Burgeon (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour vos réponses.
Vous avez parlé de la problématique de la Régie des Bâtiments dans
le cadre d'une collaboration public/privé. La Régie va donc tenter de
trouver un terrain propice et je suppose qu'il ne s'agit pas d'un petit
terrain. Dès lors, il serait peut-être utile de questionner le ministre
Reynders sur ce sujet.
08.05 Colette Burgeon (PS): U
had het over een publiek-private
samenwerking. De Regie der
Gebouwen zal dus trachten een
geschikt terrein te vinden. Het zou
nuttig zijn om minister Reynders
hierover te ondervragen.
08.06 Jo Vandeurzen, ministre: Je vous y encourage!
08.06 Minister Jo Vandeurzen:
Dat moet u zeker doen!
08.07 Colette Burgeon (PS): Je ne m'en priverai pas.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
nanotechnologies et leurs dérives possibles" (n° 4806)</b>
09 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nanotechnologieën en de mogelijke uitwassen ervan" (nr. 4806)
09.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
monsieur le ministre, ma question est assez technique. Les
nanotechnologies, procédés qui pourraient annoncer une nouvelle
révolution industrielle impliquant à la fois des aspects chimiques,
physiques et biologiques ayant pour but de modifier la matière à
l'échelle de l'atome, ces progrès annoncés comme considérables
dans de nombreux domaines, ont donné naissance à un débat qui
concerne tout aussi bien des questions sanitaires et éthiques, que la
notion de gestion des risques industriels ou encore le principe de
précaution.
Les différents champs d'application sont très vastes, allant des
applications militaires avec les "nano-armes" au domaine médical en
termes d'équipement, mais aussi de recherche avec les nano-puces
ADN à fin thérapeutique, en passant par l'industrie cosmétique ou
l'industrie tout court où une nouvelle révolution industrielle pourrait
voir le jour, en termes de conception de matériaux innovants et moins
coûteux en fabrication, mais aussi en termes de recyclage des
déchets.
Le souci est que si les risques sanitaires inhérents à ces technologies
sont pris en charge par les applications médicales, des chercheurs
américains ont déjà mis en évidence les possibles dangers des
nanoparticules (présentes notamment dans des crèmes solaires)
pour les voies respiratoires, où leurs effets seraient comparables à
ceux de l'amiante.
Si, à l'heure actuelle, la recherche civile sur les nanotechnologies
explore de nombreux axes prometteurs, en tenant compte de la
gestion des risques, alors que les investissements financiers privés et
publics dans ces technologies sont considérables, moins de 5% des
09.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het toepassingsgebied van
de nanotechnologie is zeer ruim:
van de geneeskunde tot militaire
toepassingen, tot de industrie in
het algemeen. Minder dan 5
procent
van
de
onderzoeksbudgetten gaat echter
naar de evaluatie van de risico's
van deze technologie in opkomst.
Groeperingen als OGN kanten
zich tegen de maatschappelijke
keuzes die op de technologie
gegrondvest zijn: zij verwerpen de
"nanowereld", met zijn schadelijke
"nanodeeltjes"
waarvan
de
gevolgen vergelijkbaar zijn met de
toxische gevolgen van asbest, zijn
intelligente wapens, zijn "atomisch
gemodificeerde organismen", zijn
elektronische verklikkers en zijn
permanente "technocontrole". Ook
de mogelijke wisselwerking tussen
de nanotechnologie en de biologie
kan gevaren inhouden.
Uit een studie die in 2007 in de
Verenigde Staten werd uitgevoerd,
blijkt dat de wetenschappelijke
wereld zich vooral zorgen maakt
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
budgets sont consacrés à l'évaluation des risques.
Des collectifs tels que les "OGN" dénoncent le choix de société que
ces technologies peuvent préparer, refusant "le nanomonde, avec ses
nanoparticules toxiques, ses armes intelligentes, ses organismes
atomiquement modifiés (OAM), ses mouchards électroniques, son
techno-contrôle permanent." Selon les experts ces dérives supposent
souvent l'existence de nano-machines perfectionnées.
Un autre danger possible mis en avant vient d'une convergence entre
applications nanotechnologiques et les biotechnologies: on parle de
"gelée verte" semblable à celui de la "gelée grise", avec un aspect
biologique en plus. Il serait en effet possible que certaines
combinaisons entre la biologie et la nanotechnologie révèlent des
risques insoupçonnés, d'où un principe de précaution renforcé.
Une enquête effectuée fin 2007 aux États-Unis montre une forte
différence de perception et de hiérarchisation des risques liés aux
nanotechnologies, selon que les questions sont posées aux
scientifiques ou au grand public, alors que leurs appréciations des
bénéfices potentiels sont relativement proches: les scientifiques
interrogés sont plus inquiets que le public à propos des impacts sur la
santé des nanoproduits ou par des caractéristiques de "nouveaux
polluants" de ces produits. Le public était beaucoup plus inquiet que
les scientifiques sur les risques d'atteinte à la vie privée, de pertes
supplémentaires d'emplois et de course aux armements.
Selon certains, ces technologies engagent la société entière dans un
modèle de développement "sécuritaire", que le peuple n'aurait pas eu
la possibilité de choisir car on ne lui en aurait pas présenté tous les
enjeux. Ils se demandent quel pouvoir de décision a le peuple sur les
choix technologiques en démocratie. C'est la miniaturisation plus
importante dont ces puces font l'objet ainsi que leur propagation qui
sont l'objet de critiques.
Les nanotechnologies permettraient en effet d'étendre les possibilités
dans les domaines suivants: applications militaires, traçage des
personnes et biométrie. Des puces sous-cutanées sont déjà
employées pour identifier des animaux ou des personnes volontaires;
c'est le cas notamment dans les discothèques à Ibiza. On l'utilise par
exemple sur certains prisonniers, à qui on propose le système en
échange d'une liberté conditionnelle.
De telles applications ne font pas l'unanimité. Une branche des
opposants milite, non pour un simple contrôle citoyen des ces
technologies, mais pour leur interdiction totale à cause, selon eux, du
trop grand nombre de risques et des trop faibles avantages pour la
population. En effet, encore au stade de la recherche et du projet,
certaines des applications envisagées par leurs promoteurs n'auraient
pas d'autre conséquence que la fin de la vie privée. Ils soulignent qu'à
l'échelle du micron, il deviendrait difficile de lutter contre la
surveillance des individus par des nano-robots disposant de nano-
caméras. Qu'il deviendrait impossible de se déplacer librement en
n'étant pas immédiatement localisé par des nano-puces émettant des
ondes radios.
Le GRAPPE (Groupe de réflexion et d'action pour une politique
écologique) considère quant à lui en tout état de cause comme
over
de
gezondheids-
en
milieurisico's, terwijl het grote
publiek meer wakker ligt van de
impact
op
de
privacy,
de
werkgelegenheid
en
de
bewapeningswedloop.
Het "nachtwakersmodel" dat de
bevolking aldus wordt opgelegd,
en de onderhuidse chips aan de
hand waarvan personen kunnen
worden getraceerd (en die al in
sommige discotheken en bij
gevangenen
worden
gebruikt)
zouden volgens sommigen het
einde van de privacy inluiden en
moeten
worden
verboden,
aangezien de gewone controle
door de burger op micronschaal
onvoldoende, zoniet onmogelijk is.
De GRAPPE ("Groupe de réflexion
et d'action pour une politique
écologique"
reflectie-
en
actiegroep voor een ecologisch
beleid) beschouwt de algemene
invoering van de identificatie met
radiogolven
(RFID)
als
onverantwoordelijk en wil de
toepassing ervan beperken tot
voorwerpen en technieken.
Wat is het standpunt van de
minister met betrekking tot de
gevolgen
van
deze
nieuwe
technologieën voor de persoonlijke
levenssfeer? Welke voorzorgen
zal hij nemen met het oog op de
gezondheid en de bescherming
van de privacy van de burgers?
Welk standpunt zal u verdedigen
op de Europese vergaderingen na
de openbare raadpleging met
betrekking tot de RFID, die nog
voor de zomer in een richtlijn zou
moeten uitmonden?
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
irresponsable de préconiser une utilisation généralisée de
l'identification par radiofréquences RFID. Il propose une approche
radicalement différente. Il demande à ce que la RFID ne puisse être
utilisée que pour des objets et techniques à l'exclusion de tout
couplage avec un identifiant personnel. Toute exception éventuelle
devant être conditionnée par une évaluation d'impact préalable à la
fois sur l'environnement, la santé, les relations sociales, les libertés
publiques, les droits de la personne et une information claire des
usagers.
Aussi, monsieur le ministre, j'aimerais savoir quelle est votre position
concernant ces avancées technologiques en termes d'impact sur la
vie privée des citoyens.
Pouvez-vous nous communiquer les précautions que vous envisagez
de prendre et les mesures que vous comptez mettre en place en
termes de veille afin d'assurer la sécurité sanitaire et le respect de la
vie privée de nos citoyens, tout en permettant à la science d'oeuvrer
au progrès de l'humanité?
Quelle position comptez-vous défendre lors des réunions
européennes qui feront suite à la consultation publique intitulée
"Recommandation RFID sur la vie privée, la protection des données
et la sécurité"? Cette consultation qui se terminait ce 25 avril 2008
devra en effet être suivie d'une recommandation à adopter avant l'été
2008.
Je vous remercie, monsieur le ministre. Je vous prie de m'excuser
pour la longueur de la question mais je pense qu'il s'agit d'un sujet
important que nous mettons en chantier.
La présidente: Monsieur Flahaux, pour l'exposé de la question et la
réponse, le temps de parole ne peut excéder cinq minutes. C'est à
vous de répondre maintenant, monsieur le ministre.
09.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chaque
usage de nanotechnologies nécessite une réponse particulière que je
ne peux développer ici.
Je bornerai ma réponse à la recommandation de la Commission
européenne intitulée "Recommandations RFID (Radiofrequency
identification devices) sur la vie privée, la protection des données et la
sécurité" et en particulier aux marqueurs de radio-identification dans
leur usage le plus fréquent, à savoir le marquage de produits
commerciaux.
Un système de radio-identification se compose de marqueurs,
nommés radio-étiquettes, composés d'une puce, d'une antenne et
d'un ou plusieurs lecteurs. Les marqueurs émettent des
radiofréquences qui vont activer les marqueurs qui passent devant
eux. Ces radio-étiquettes sont utilisées pour tracer des animaux ou
des objets tels les livres dans les bibliothèques, les bagages dans les
aéroports, les palettes de marchandises ou les conteneurs.
À terme, elles remplaceront peut-être les codes-barres.
Ces RFID marqueurs peuvent menacer la vie privée des individus en
cas de marqueurs furtifs.
09.02 Minister Jo Vandeurzen:
Aangezien voor elk gebruik van
nanotechnologie
een
apart
antwoord nodig is, zal ik het enkel
hebben over de RFID-aanbeveling
over de privacy, de bescherming
van gegevens en de veiligheid van
de Europese Commissie.
De tags die gebruikt worden in de
RFID-systemen (radio-etiketten),
vooral
voor
commerciële
producten, kunnen een bedreiging
betekenen voor de persoonlijke
levenssfeer indien ze onopvallend
aangebracht werden, en kunnen
leiden tot de identificatie van een
persoon. Richtlijn 95/86 over de
gegevensbescherming en de wet
van 8 december 1992 tot
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer ten opzichte van de
verwerking
van
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Comme le souligne le contrôleur européen à la protection des
données, dans sa communication 2007/96, les données contenues ou
produites par un marqueur RFID peuvent constituer des données à
caractère personnel, au sens de l'article 2 de la directive 95/86
Protection des données et de l'article 1, §1 de la loi belge du 8
décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard du
traitement des données à caractère personnel.
Les RFID peuvent en effet conduire à l'identification d'une personne.
Dès lors, la directive et la loi s'appliquent, impliquant des devoirs pour
les responsables du traitement des données et des droits pour les
personnes dont les données sont traitées. En particulier le
consommateur doit être informé de la présence de marqueurs RFID
sur les produits qu'il achète, par exemple par la présence d'un logo,
de leur activation, de la collecte éventuelle des données et du but de
la collecte des données. Le marqueur RFID doit être désaffecté au
point de vente, à moins que la personne concernée n'ait donné son
consentement explicite.
Le responsable du traitement ne peut effectuer le traitement que dans
un cadre légal et doit donc prendre les mesures de sécurité
nécessaires pour éviter la divulgation des données à des tiers. Il ne
peut divulguer ces données qu'avec le consentement de la personne
concernée.
Tant la Commission européenne que le contrôleur européen à la
protection des données s'interrogent sur la nécessité d'adopter une
législation spécifique concernant les RFID.
Avec eux, je considère qu'il serait préalablement nécessaire
d'analyser au niveau européen, dans un rapport détaillé, toutes les
conséquences de l'application de la directive et de la loi belge sur la
vie privée. Si cette analyse montre des failles, il n'est pas exclu qu'une
législation spécifique soit prise.
persoonsgegevens, kunnen hier
dus
toegepast
worden:
de
consument moet ingelicht worden
over het gebruik van een RFID-tag
die buiten de winkel moet worden
uitgeschakeld
behalve
uitdrukkelijke toestemming en de
ingezamelde gegevens mogen
enkel worden meegedeeld aan
derden
met
uitdrukkelijke
toestemming.
Samen
met
de
Europese
Commissie en de Europese
toezichthouder voor gegevens-
bescherming, ben ik van oordeel
dat een voorafgaande analyse
nodig
is
van
alle
toepassingsgevolgen
van
de
richtlijn en van de wet vooraleer
desgevallend
een
specifieke
RFID-wetgeving wordt overwogen.
09.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette réponse très complète. Bien entendu, nous
serons attentifs à cette étude européenne.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het vredegerecht in Willebroek" (nr. 4900)
10 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la justice de paix de Willebroek" (n° 4900)</b>
Voorzitter: Carina Van Cauter.
Présidente: Carina Van Cauter.
10.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijn vraag betreft het
vredegerecht van Willebroek dat naar de gemeente zal gaan van de
minister-president, wiens naam mij nu ontsnapt. Naar verluidt zouden
er stappen worden ondernomen om het vredegerecht van Willebroek
te verhuizen mogelijkerwijze naar de gemeente Puurs, waar de
minister-president van Vlaanderen tijdelijk woont. Of waar, tijdelijk, de
10.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): La justice de paix
de Willebroek déménagerait à
Puurs. Cette information est-elle
exacte? Pour quelle raison? Qui
est
demandeur
de
ce
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
minister-president van Vlaanderen woont, gezien hij niet eeuwig
minister-president zal zijn, of misschien... Bon.
Klopt dit? Hebt u hier weet van? Of hebt u hier weet van doordat ik de
vraag heb gesteld? Zo ja, wat zijn de beweegredenen? Op vraag van
wie gebeurt dit?
déménagement?
10.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het huidige
vredegerecht is al sinds 1973 in Willebroek gevestigd.
De Regie der Gebouwen stelde mij er inderdaad korte tijd geleden
van op de hoogte dat de vrederechter hem over bedoelde
aangelegenheid rechtstreeks had aangeschreven. Ik deed daarop
navraag bij mijn administratie. Het blijkt dat de bevoegde dienst van
het directoraat-generaal Rechterlijke Orde van mijn departement nog
niet door de vrederechter op de hoogte werd gebracht over deze
aangelegenheid.
Over de grond van de zaak kan ik u bevestigen dat het huidige
gebouw niet meer beantwoordt aan de huidige behoeften inzake
degelijke huisvesting. Daardoor zou op het lokale vlak het initiatief zijn
genomen om naar een nieuwe locatie uit te kijken. De vraag werd aan
de Regie der Gebouwen gericht.
Een verhuis naar Puurs is in dat verband een van de mogelijkheden
die circuleren.
Ik heb mijn diensten gevraagd om het dossier samen met de Regie te
onderzoeken.
10.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La justice de paix est établie à
Willebroek depuis 1973. La Régie
des
Bâtiments
m'a
informé
récemment d'un courrier du juge
de paix. Le service compétent de
la
direction
générale
de
l'Organisation judiciaire du SPF
Justice n'a pas encore été
informé.
Le bâtiment actuel ne répond plus
aux besoins et une nouvelle
implantation a dès lors été
recherchée. Un déménagement
vers Puurs est une solution
éventuelle mais avant qu'une
décision définitive puisse être
prise, ce dossier doit être examiné
par mes services et la Régie des
Bâtiments.
10.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het is dus eigenlijk op vraag van de
vrederechter. Ik dank u ten zeerste voor het antwoord.
10.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le juge de paix
aurait donc lui-même demandé un
déménagement? Il s'agit d'une
nouvelle information.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de criminaliteitscijfers in Brussel" (nr. 4958)
11 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les statistiques de criminalité à Bruxelles" (n° 4958)</b>
11.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
collega's, mijnheer de minister, zaterdag 26 april 2008 kwam de
procureur des Konings van Brussel, Bruno Bulthé, samen met zijn
substituten, Jos Colpin, ons allen bekend, Laure Wynands en Bernard
Michielsen, aan het woord in de krant De Morgen. De krant van
zaterdag leest men altijd op zondag.
De normale argumenten om niet op te treden tegen straatcriminaliteit
ik vond het zeer goed om die vier procureurs te zien in de krant, in
alle openheid; ik ben daarvoor kwamen aan bod. "De wet laat ons
niet toe strenger dan nu op te treden. Er is meer onveiligheidsgevoel
dan echte onveiligheid." Dat werd geïllustreerd met eigen verhalen
van hoe men naar de winkel stapt. "Meer blauw op straat werkt als
een rode lap. Een integrale aanpak is vereist." Dat zijn de vier
11.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le 26 avril 2008, le
quotidien "De Morgen" a publié
une interview du procureur du Roi
de Bruxelles et de ses substituts.
Ces derniers y invoquaient les
arguments habituels pour ne pas
lutter plus sévèrement contre la
criminalité urbaine et éviter d'avoir
à prendre leurs responsabilités. La
volonté qu'ils affichent de se
rendre davantage sur place et de
porter les dossiers devant le juge
dans l'année est en revanche de
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
klassiekers om te zeggen dat het hun schuld niet is dat er niet echt
wordt opgetreden.
Meer hoopgevend was de bereidheid die zij uitten om substituut-
procureurs in het kader van geplande operaties ter plaatse te sturen
en dossiers binnen het jaar voor de rechter te brengen. Ook werd
terecht de vergelijking gemaakt met het consequent beleid ter
bestrijding van hooliganisme. Er zat een beetje ontgoocheling, maar
ook hoop in wat ik uit de mond van de procureurs kon vernemen.
In mijn vraag wil ik mij beperken tot de opmerking van substituut
Wynands. Ik vind dat meten weten is. Haar opmerking "de
criminaliteitscijfers stijgen niet, de onrust wel", is hopelijk juist en ze
kan hopelijk ook met cijfers worden aangetoond. Vandaar mijn vraag.
Kan deze stelling "de criminaliteitscijfers stijgen niet, de onrust wel"
met cijfers worden aangetoond?
Zijn de cijfers voor de maanden januari tot april 2008 effectief lager
dan die van januari tot april 2007?
meilleur augure.
La substitut Laure Wynands a
souligné que les chiffres de la
criminalité n'augmentent pas, à
l'inverse du sentiment d'inquié-
tude.
Cette
thèse
est-elle
confirmée par des chiffres? Les
statistiques de janvier à avril 2008
sont-elles inférieures à celles de la
même période en 2007?
11.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega,
vragen naar cijfers moet ik beantwoorden met een opsomming.
Normaal zouden die schriftelijk moeten gebeuren, maar ik wil onze
goede relatie niet verstoren.
11.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Bien que les données chiffrées
doivent faire l'objet d'une question
écrite, je suis disposé à vous les
énumérer.
11.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): U mag verwijzen naar het
document.
11.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): De minister mag
verwijzen naar het document.
11.04 Minister Jo Vandeurzen: Dat zal ik u in ieder geval geven.
De cijfers van het parket van Brussel betreffende januari tot maart
2008 april 2008 is nog niet beschikbaar voor de feiten begaan op
het grondgebied van de politiezone Brussel-Zuid duiden een lichte
daling van de zogenaamde straatcriminaliteit aan: 3.230 dossiers voor
de eerste drie maanden van 2008 tegen 3.504 voor de eerste drie
maanden van 2007.
Die cijfers, evenals de cijfers die ik hierna opgeef, zijn de cijfers die
meerderjarigen of onbekende daders betreffen. De verklaring van
substituut Wynands is dus gesteund op concrete cijfergegevens. De
magistraat bevestigt dat op basis van de cijfergegevens in de zone
Zuid geen verhoging van de criminaliteit kan worden afgeleid in
vergelijking met de cijfers van dezelfde maanden van vorig jaar.
In termen van effectieve vervolging tijdens de eerste drie maanden
van 2008 deelt het parket mij de volgende cijfers mee, die zowel
betrekking hebben op de nieuwe dossiers van de eerste drie
maanden als op de dossiers van 2007 die nog niet waren afgesloten
op 1 januari 2008 en waarin tijdens de eerste drie maanden van 2008
een beslissing werd genomen.
Er werden 135 gerechtelijke onderzoeken geopend. Dat zijn dossiers
waarin op vordering van het parket een onderzoeksrechter werd
aangesteld. Meestal gaat het om vorderingen tot het afleveren van
een aanhoudingsmandaat.
11.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Je vous le fournirai.
Pour le territoire de Bruxelles-Midi,
le parquet de Bruxelles m'a
communiqué des chiffres pour la
période de janvier à mars 2008. La
criminalité urbaine a légèrement
diminué, passant de 3.504 délits
pour les trois premiers mois de
2007 à 3.230 délits pour la même
période de 2008. Le substitut
Wynands se base donc sur des
chiffres concrets lorsqu'elle affirme
que
la criminalité
n'a pas
augmenté dans la zone Midi.
En ce qui concerne les poursuites
effectives,
135
enquêtes
judiciaires ont été ouvertes et on a
dénombré 130 réquisitions en vue
du règlement de la procédure,
45 citations directes et 22 dossiers
de médiation pénale au cours des
trois premiers mois de 2008. En
outre, 1.270 dossiers ont été
classés sans suite parce que
l'auteur était inconnu et 8.893 l'ont
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Er werden 130 vorderingen tot regeling van de procedure ingesteld.
Dat zijn vorderingen van het parket die op het einde van het
gerechtelijk onderzoek aan de raadkamer worden gericht met het oog
op de verwijzing naar de correctionele rechtbank of met het oog op de
buitenvervolgingstelling.
Er waren 45 rechtstreekse dagvaardingen. Dat zijn rechtstreekse
vervolgingen door het parket voor de correctionele rechtbank zonder
de aanstelling van een onderzoeksrechter. Er waren 22 dossiers van
bemiddeling in strafzaken. Tussen 1 januari en 31 maart werden
1.270 dossiers geseponeerd wegens onbekende dader. En 8.893
dossiers werden geseponeerd wegens andere redenen, zowel om
oppurtuniteits- als technische redenen, zoals gebrek aan bewijzen.
été pour d'autres motifs.
11.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik dank de minister oprecht
voor deze gegevens. Ik denk dat het ook noodzakelijk is dat deze
gegevens publiek worden gemaakt om in alle redelijkheid te kunnen
oordelen over de feiten.
Ik wil wel nog twee punten signaleren waarop ik later zeker zal
terugkomen. Er zijn toenemende klachten dat er voor bepaalde
inbraken en diefstallen een sterke aarzeling aanwezig is bij de politie
om pv's op te stellen. Dat is een fenomeen dat ik toch even wil
signaleren. Het wekt veel wrevel op bij slachtoffers.
Er is een tweede punt dat ik nog even wil onderstrepen. Cijfers
zeggen niet alles. Ik ken een persoon die onlangs in de
Bergensestraat werd overvallen in de auto. Het ging jammer genoeg
om het klassieke systeem waarbij men niet 'wijs' rijdt en een tamelijk
duur voorwerp op de achterbank van de wagen laat liggen,
bijvoorbeeld een handtas. Men slaat dan het venster in en neemt de
handtas.
Het gaat om één straat in België. Aan het ene kruispunt staat men te
kijken met de gsm in de hand en aan het volgende kruispunt verliest
men geen tijd bij de keuze van de wagen die men aanpakt voor het
rode licht. Het effect op de persoon waarover ik het nu heb was dat ze
haar werk heeft stopgezet en niet meer in deze buurt van Brussel
wenst te komen.
Wat mij betreft is de zorg dat het door haar beschreven mechanisme
blijkbaar een gekend mechanisme is op twee kruispunten in ons land.
Op het ene kruispunt staat men te lummelen en rond te kijken met de
gsm in de hand en op het volgende kruispunt wordt de slag geslagen
en vice versa. Bij het systeem dat wordt beschreven door dit
slachtoffer kan men zich de vraag stellen waarom men daar niet iets
gerichter preventief tegen kan optreden.
Nogmaals, ik denk dat alles begint met meten om te weten en om te
rationaliseren. Men mag echter de individuele feiten niet
onderschatten die in die buurt aan de lopende band gebeuren.
11.05
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Ces
données
devraient aussi être publiées pour
permettre de juger posément les
faits. On constate un ressentiment
croissant lié au fait que la police
est de moins en moins encline à
dresser procès-verbal pour
certaines infractions et vols.
J'ai connaissance d'un cas où on
a brisé la vitre d'un véhicule à un
carrefour de la rue de Mons pour
dérober un objet de valeur qui s'y
trouvait. Il s'agit manifestement
d'une technique utilisée dans une
rue bien précise de Belgique, qui
consiste à mettre en observation
à un premier carrefour quelqu'un
qui informe ensuite par GSM son
complice posté au carrefour
suivant, lequel se livre alors au vol.
Pourquoi ne prend-on pas de
mesures préventives? À la suite
de cet incident, la victime a arrêté
de travailler et n'ose plus circuler
dans le quartier.
Les chiffres ne disent donc pas
tout. Mais il faut disposer de
chiffres pour être informé et
évaluer
rationnellement
une
situation.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het opvolgen van het elektronisch toezicht door twee afdelingen van de
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
administratie van Justitie" (nr. 5037)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de toepassing van het elektronisch toezicht" (nr. 5069)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het elektronisch toezicht" (nr. 5086)
12 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le suivi de la surveillance électronique par deux sections de l'administration de
la Justice" (n° 5037)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'application de la surveillance électronique" (n° 5069)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la surveillance électronique" (n° 5086)</b>
De voorzitter: Eerst krijgt de heer Landuyt het woord, vervolgens de heer Schoofs. Ik heb begrepen dat de
heer Laeremans niet aanwezig kan zijn. Zijn vraag vervalt.
12.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, ik heb
begrepen dat er over dit onderwerp vorige week al vragen zijn
gesteld. Er dreigt dus enig gevaar om in herhaling te vallen. Om die
reden zal ik voor een stuk preciseren waar mijn bezorgdheid ligt.
Alles is een beetje het gevolg van, naar perceptie, een een-tweetje
tussen senator Van Parys en de minister van Justitie. Er worden
vragen ingediend waarvan men kan ruiken dat ze kritiek zullen
inhouden op de voorganger, wat volgens mij niet bevorderlijk is voor
de goede sfeer of, enfin, voor de sfeer in de federale regering.
Naar aanleiding daarvan is er het fenomeen van de wachtlijst. A la
limite is dat een algemeen verschijnsel van een effectief tekort aan
middelen.
Bijzonder onrustwekkend en slecht voor de geloofwaardigheid van de
strafuitvoering is het groeiend aantal berichten over mensen die zich
niet houden aan de regels inzake elektronisch toezicht en waartegen
niet wordt opgetreden. Het antwoord daarop luidt dat het de schuld is
van voormalig minister Onkelinx omdat zij de taken heeft verlegd van
de administratie gevangeniswezen naar ik meen toch binnen
dezelfde administratie Justitie de administratie justitiehuizen.
Bij de vaststelling van een overtreding wordt niet meer direct
opgetreden, meer bepaald opnieuw opnemen in de gevangenis,
omdat nu binnen dezelfde administratie in mijn ogen de ene dienst
tegen de andere zegt dat er geen plaats is. Toen de administratie
gevangeniswezen nog zelf het toezicht deed, werden de overtreders
gewoon opgenomen en verliep dat efficiënt. Nu signaleren de mensen
van de justitiehuizen dat de regels niet worden nageleefd, waarop de
administratie gevangeniswezen reageert dat dit niet meer in de
planning zit en dat er geen plaats meer is.
Volgens mij moet deze problematiek niet worden opgelost via de
omweg van grote wetgeving, maar wel met instructies door de baas
van de administratie, zijnde de minister van Justitie.
Mijnheer de minister, vandaar heb ik de volgende vragen.
Klopt mijn inschatting? Wat doet u eraan?
12.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le phénomène de
la
liste
d'attente
pour
la
surveillance électronique peut être
attribué d'une part à un manque
de moyens mais, d'autre part, il se
dit de plus en plus fréquemment
que les règles qui régissent la
surveillance
électronique
sont
enfreintes sans que des sanctions
soient prises. On explique cette
situation par la décision de
l'ancienne ministre de la Justice,
Mme Onkelinx, d'attribuer les
tâches
de
l'administration
pénitentiaire à l'administration des
Maisons de Justice. Le problème
est à mon sens qu'au sein de la
Justice, une administration dit à
l'autre qu'on ne peut plus
sanctionner les infractions faute de
place pour les contrevenants. Il ne
faut pas résoudre ce problème par
le biais de la loi mais par celui
d'instructions du ministre de la
Justice qui, en définitive, assume
la responsabilité finale. Ma version
des faits est-elle correcte et que
compte faire le ministre?
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
12.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het is vorige week al deels aan bod gekomen in
een vraag die ik heb gesteld naar aanleiding van de kortgestraften. U
hebt toen ook een aantal cijfers meegedeeld. Er zouden nu een
zevenhonderdtal mensen onder elektronisch toezicht staan, of iets
meer. Het zal van vijfhonderd in de tachtig naar zevenhonderd en
oneffen eenheden zijn gestegen.
Waar we nog altijd geen concreet antwoord op hebben gekregen, is
ten eerste, het statuut van de rondzendbrief van het directoraat-
generaal van de penitentiaire inrichtingen, de bewuste brief van de
heer Meurisse. U ging nakijken wat het statuut was van die brief. Dat
hadden we nu wel graag geweten, want het kan normaal gesproken
toch niet dat een rondzendbrief die dergelijke materie zo ingrijpend
wijzigt buiten de verantwoordelijkheid van de minister zou vallen en
dat dit louter een interne nota zou zijn. Dat stuit ook tegen het
rechtsgevoel, denk ik. De vragen zijn dan ook pertinent.
Kunt u verduidelijken welke gestraften tot drie jaar quasi automatisch
worden toegelaten tot het systeem van het elektronisch toezicht op dit
ogenblik? In welke mate is dat systeem versoepeld sinds 11
december, sinds de bewuste rondzendbrief? Kunt u de inhoud van die
rondzendbrief meedelen? Ik sta er op dat die wordt meegedeeld, dat
zeg ik er duidelijk bij. Wanneer dat niet het geval zou zijn, dan zou ik,
in mijn hoedanigheid van parlementslid die controle moet uitoefenen
op wat u precies doet, toch graag antwoord krijgen op de vraag
waarom.
Kunt u de actuele rol beschrijven van het NCET nadat mevrouw
Onkelinx deze materie heeft mismeesterd, mogen we wel zeggen?
Hoeveel mensen werken er nog? Ik meen dat het de bedoeling was
dat centrum opnieuw vleugels te geven en de centralisatie opnieuw in
voege te laten treden. Heeft het NCET nog steeds een databestand
waarin alle dossiers kunnen worden gevolgd en minstens dat? In
welke mate rapporteren de justitieassistenten momenteel dan aan het
NCET, omdat zij nu toch een meer gedecentraliseerde rol vervullen
en meer een ankerpunt zijn? Ten slotte, wie beslist er tot opsluiting
indien de voorwaarden niet worden nageleefd? Worden er sowieso
nog mensen opgesloten bij niet-naleving van het elektronisch
toezicht?
12.02 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Selon le ministre, quelque
700
personnes
seraient
actuellement sous surveillance
électronique. Mais nous aimerions
connaître enfin le statut de la
circulaire de la direction générale
des établissements pénitentiaire, à
la
lumière
surtout
des
modifications fondamentales qui y
sont annoncées. S'agit-il ou non
d'une note purement interne? Le
ministre peut-il nous dire quels
condamnés à une peine jusqu'à
trois
ans
entreraient
automatiquement en ligne de
compte pour la surveillance
électronique? Dans quelle mesure
le système a-t-il été assoupli
depuis la circulaire en question?
Le
ministre
peut-il
nous
communiquer la teneur du texte?
S'il s'y refuse, je souhaite savoir
pourquoi en ma qualité de député
investi d'un pouvoir de contrôle.
Quel rôle joue actuellement le
Centre
national
de
contrôle
électronique?
Combien
de
personnes y travaillent encore? Le
CNSE possède-t-il une banque de
données permettant au moins de
suivre l'ensemble des dossiers?
Dans quelle mesure les assistants
judiciaires font-ils rapport au
centre? Qui décide d'une mesure
d'enfermement en cas de non-
respect
des
règles
de
la
surveillance électronique? Le non-
respect des règles donne-t-il
encore lieu, aujourd'hui, à des
mesures d'incarcération?
12.03 Minister Jo Vandeurzen: Het gaat inderdaad om vragen die
vorige week in deze commissie zijn gesteld. Zoals ik vorige week heb
toegelicht, werd door de vorige minister van Justitie beslist de
uitvoering en de opvolging van het elektronisch toezicht over te
dragen aan het directoraat-generaal Justitiehuizen. Het NCET werd
zodoende bij die entiteit ondergebracht. Deze hervorming ging
gepaard met een herdefiniëring van het elektronisch toezicht, van de
wijze van controle, en van de begeleiding.
De
bevoegde
administraties,
Penitentiaire
Inrichtingen
en
Justitiehuizen, verspreidden dienstorders die een aantal regelingen
bevatten inzake de overdracht van het NCET op 1 september 2007
naar de justitiehuizen. In het verlengde van de inwerkingtreding van
de wet op de externe rechtspositie werden ook de instructies inzake
straffen van drie jaar of minder zoveel mogelijk conform aangepast.
12.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Comme je l'ai précisé la semaine
dernière en réponse à une
question, mon prédécesseur a
décidé de céder l'exécution et le
suivi
de
la
surveillance
électronique
à
la
direction
générale des Maisons de justice.
Le CNSE y a été adjoint. La
surveillance électronique et les
procédures
de
contrôle
et
d'accompagnement
ont
par
ailleurs
été
redéfinies.
Les
administrations compétentes des
établissements pénitentiaires et
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Het is de opdrachtgever, dus de directeur van de gevangenis voor
vrijheidsstraffen
van
drie
jaar
of
minder,
of
de
strafuitvoeringsrechtbank voor de vrijheidsstraffen tot drie jaar, die
kan beslissen tot stopzetting van de maatregel.
De monitoring heeft geen bevoegdheid voor het stopzetten van de
maatregel of voor het nemen van de sancties.
Gelet op de moeilijk lopende coördinatie van de instroom en de
uitstroom van het elektronisch toezicht zal de monitoring opnieuw de
bevoegdheid van het NCET krijgen om coördinerend te werken en zal
de informatiestroom sowieso rechtstreeks via het NCET verlopen van
en naar de opdrachtgever.
Een aanpassing van de uitvoeringsbesluiten en de werkinstructies
dringt zich op om deze en andere noodzakelijke aanpassingen op te
nemen en om de coördinatie nog beter af te stemmen. Zoals ik vorige
week heb gezegd, zal ik die aanpassing dan ook doen.
Daarnaast zal de directie van het NCET over een beperkte
bevoegdheid beschikken om kort op de bal te reageren op de niet-
naleving van de uurroosters aan de hand van het geven van een
verwittiging of een herberekenen van de vrije uren.
Enkel veroordeelden voor feiten van seksueel misbruik en
veroordeelden die geen recht hebben op verblijf, blijven uitgesloten
van strafonderbreking in afwachting van onderzoek, toekenning of
afwijzing van de maatregel inzake elektronisch toezicht. Die
veroordeelden blijven in de gevangenis tot de dienst Individuele
Gevallen een beslissing neemt.
Daarnaast heeft de directeur van de gevangenis de autonome
bevoegdheid om, indien hij het nuttig acht, aan het bevoegde
justitiehuis een maatschappelijke enquête te vragen voorafgaand aan
zijn gemotiveerde beslissing tot toekenning of afwijzing van de
maatregel inzake elektronisch toezicht.
Het criterium van de onmiddellijke aanhouding is sinds de dienstnota
van 11 december 2007 niet langer een uitsluitingscriterium voor het
bekomen van een strafonderbreking in afwachting van onderzoek
voor elektronisch toezicht of voor een effectieve plaatsing onder
elektronisch toezicht.
Zoals gezegd gaat het om een dienstnota, die een interne
werkinstructie is. Zoals ik vorige week heb gezegd, ben ik van plan die
aan te passen. Mijn suggestie is dat wij, op het ogenblik dat de
aanpassing gebeurt ik heb u daar vorige week de timing van
gegeven een gesprek daarover hebben.
Sinds de overdracht van de bevoegdheid van elektronisch toezicht
van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen naar het
directoraat-generaal Justitiehuizen op 1 september 2007 bestond het
Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht (NCET) enkel nog uit
de
monitoringequipe,
geleid
door
een
directieteam.
De
maatschappelijk assistenten die voorheen waren verbonden aan het
NCET, werden opgenomen in de bestaande justitiehuizen en de
mobiele equipe bleef onder het directoraat-generaal Penitentiaire
Inrichtingen.
des maisons de justice ont diffusé
des ordres de service réglant le
transfert du CNSE vers les
maisons de justice en date du 1
er
septembre 2007. Les instructions
relatives aux peines de trois ans
ou moins ont également été
adaptées dans la mesure du
possible. C'est le donneur d'ordre,
c'est-à-dire le directeur de la
prison pour les peines privatives
de liberté de maximum trois ans,
ou le tribunal d'exécution des
peines pour les peines privatives
de liberté jusqu'à trois ans, qui
peut décider de mettre un terme à
la mesure. Le monitoring n'est pas
compétent pour mettre un terme à
la mesure ou prendre des
sanctions. Vu la coordination
difficile des entrées et des sorties
de la surveillance électronique, le
CNSE jouera donc à nouveau un
rôle de coordination et les
informations
passeront
directement de et vers le donneur
d'ordre par le biais du CNSE. Les
arrêtés
d'exécution
et
les
instructions de travail doivent être
adaptés pour intégrer toutes ces
nouveautés.
Par
ailleurs,
la
direction
disposera
d'une
compétence limitée pour réagir en
cas de non-respect des horaires.
Seules
les
personnes
condamnées pour des faits d'abus
sexuel et les condamnés qui n'ont
pas droit au séjour restent exclus
de l'interruption de la peine jusqu'à
ce que le service des Cas
individuels prenne une décision.
Le directeur de la prison peut
toujours demander une enquête
sociale avant de décider de l'octroi
de la surveillance électronique.
Depuis la note de service du 11
décembre 2007, le critère de
l'arrestation
immédiate
ne
constitue
plus
un
critère
d'exclusion pour l'obtention d'une
interruption de la peine dans
l'attente d'une enquête ou du
placement
sous
surveillance
électronique. La semaine dernière,
j'ai déjà annoncé que j'ai l'intention
de modifier cette note de service.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Op 5 mei 2008 is in het personeelskader zowel aan Nederlandstalige
als Franstalige kant in 15 personeelsleden voorzien. Daarnaast is in
een boekhouder en een informaticus voorzien.
Het NCET beschikt nog steeds over een databestand waarin alle
gegevens worden opgenomen zodra er een positieve beslissing is tot
elektronisch toezicht.
Zoals u kon lezen in mijn beleidsplan wens ik van het NCET weer een
coördinatiecentrum te maken waar alle aanvragen voor elektronisch
toezicht mee worden opgenomen in een databestand. De
medewerkers van de monitoring staan in eerste instantie in voor de
encodering
van
de
goedgekeurde
uurroosters
in
het
informaticaprogramma. Daarnaast staan zij in voor het opvolgen van
het technische controleluik van het elektronisch toezicht. Ze
behandelen de technische alarmen die het informaticasysteem geeft
en contacteren de veroordeelden telefonisch om toelichting te krijgen
inzake een alarm.
Tevens ontvangen zij de telefonische oproepen met betrekking tot
dringende aanvragen tot wijziging van individuele uurroosters of met
betrekking tot het toezichtsmateriaal, via de justitieassistenten of, bij
afwezigheid van de justitieassistenten, rechtstreeks met de
veroordeelden. Al dan niet dringende meldingsverslagen en
evolutieverslagen worden door de justitieassistent overgemaakt aan
de monitoring, zodat zowel deze medewerkers als de directie van het
NCET zicht hebben op het verloop van het elektronisch toezicht en
deze informatie kunnen gebruiken om, bijvoorbeeld, een voorstel tot
wijziging van het uurrooster al dan niet goed te keuren of om
crisissituaties te kunnen inschatten.
Voor veroordeelden tot drie jaar en minder blijft de beslissing voor de
toekenning van de maatregel voorlopig behouden in hoofde van de
directeur van de strafinrichting waar de gedetineerde zich bevindt of
zich aanbiedt voor de strafuitvoering. Het is ook de directeur van de
gevangenis die al dan niet overgaat tot een stopzetting van de
maatregel elektronisch toezicht bij het niet-naleven van de
voorwaarden. De directeur van de gevangenis neemt zijn beslissing
op basis van een al dan niet dringende melding of een evolutieverslag
van de justitieassistent.
Er worden nog steeds veroordeelden opgesloten bij het niet-naleven
van de voorwaarden voor elektronisch toezicht. Van 1 januari 2007 tot
1 januari 2008 werd voor 226 veroordeelden tot vrijheidsstraffen van
drie jaar of minder, de maatregel ET ingetrokken. Sinds 15 december
2007 tot op vandaag werden 46 ET-maatregelen ingetrokken van
veroordeelden tot vrijheidsstraffen van drie jaar. De directeur van de
gevangenis kan momenteel enkel reageren op de niet-naleving van
de voorwaarden, door deze maatregel te herroepen of niet. Hij
beschikt momenteel niet over een tussenweg. Deze piste wensen we
dan ook op korte termijn uit te bouwen door de directeur van het
NCET bij één deelaspect van de maatregel, namelijk de niet-naleving
van de uurroosters, kort op de bal te laten reageren door het geven
van een verwittiging of een herverdeling van de vrije uren.
Depuis le 1
er
septembre 2007, le
CNSE n'est plus constitué que
d'une équipe de monitoring. Les
assistants sociaux du centre ont
été transférés dans les maisons
de justice et l'équipe mobile est
restée sous la direction générale
des Établissements pénitentiaires.
Il y a quinze membres du
personnel francophones et autant
de néerlandophones. Le CNSE
dispose encore des données
relatives aux décisions positives
en
matière
de
surveillance
électronique. Je souhaite que le
CNSE devienne à nouveau un
centre
de
coordination
de
l'ensemble
des
demandes.
L'équipe
de
monitoring
est
chargée du contrôle technique de
la surveillance électronique; elle
traite également les alarmes
techniques
et
contacte
les
condamnés par téléphone.
C'est cette même équipe qui reçoit
les
appels
téléphoniques
concernant les modifications des
horaires individuels. Les assistants
de
justice
transmettent
les
rapports d'évaluation à l'équipe de
monitoring, de façon à ce que le
personnel et la direction du CNSE
puissent suivre le déroulement de
la surveillance électronique.
Pour les personnes condamnées à
une peine allant jusqu'à trois ans,
le directeur garde la compétence
décisionnelle: il décide en se
fondant sur les rapports et peut
notamment mettre fin au régime
de surveillance électronique si les
conditions ne sont pas respectées.
On n'a jamais cessé de prendre ce
genre de décision: en 2007, le
régime
de
surveillance
électronique a été suspendu pour
226 condamnés. Depuis le 15
décembre 2007, 46 personnes
supplémentaires ont fait l'objet
d'une mesure identique. La seule
décision que peut prendre le
directeur de la prison est de
révoquer la mesure; il n'y a pas de
voie intermédiaire pour l'instant.
Notre intention est toutefois
d'impliquer le directeur du CNSE
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
dans un des aspects de la
mesure, à savoir celui du non-
respect des horaires, par le biais
d'un avertissement ou d'une
redistribution des heures libres.
12.04 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, ik heb
een bijkomende vraag over de geruchten dat zij die de regels niet
naleven, ongestoord worden gelaten. Hoeveel van de 45 mensen
waarvoor de maatregel werd ingetrokken, zijn effectief direct naar de
gevangenis gegaan? Misschien hebt u die gegevens niet bij de hand.
Mij vertelt men dat men een vaststelling doet en dat men daarover
een verslag opstelt. Dan wordt de maatregel ingetrokken en zijn de
mensen vrij. Dat blijkt de situatie op het terrein te zijn, omdat de
gevangenisadministratie zegt dat er geen plaats is.
Vroeger, toen alles bij de gevangenisadministratie zat, nam men die
mensen op in de gevangenis als zij de regels niet naleefden. Nu
neemt men ze niet op. Men neemt het apparaat terug, maar de
persoon blijft buiten. Dat begint men te weten, zegt men mij.
12.04
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): La question est de
savoir combien de personnes,
parmi celles dont la mesure de
surveillance électronique a été
suspendue, ont été effectivement
envoyées en prison, dès lors que
l'administration pénitentiaire se
plaît à répéter qu'il n'y a plus de
place. La question est ainsi
automatiquement « réglée » et les
personnes concernées continuent
à circuler librement.
12.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, het
antwoord van de minister verbaast mij enigszins. Alleen seksuele
delinquenten worden blijkbaar voor honderd procent opgevolgd. Het
zou er nog aan mankeren. Ik heb trouwens vorige week nog een
vraag gesteld met betrekking tot de juridische wereld en de
rechtspraktizijnen. Sommige professoren en niet de meest
conservatieve zeggen dat seksuele misdrijven veel te mild worden
bestraft.
Blijkbaar moeten wij hier met minder dan het minimum minimorum
tevreden zijn.
Over wat in de brief van de heer Meurisse exact werd gestipuleerd,
blijven wij op onze honger zitten. Het is een schending van het
parlementaire controlerecht, wanneer een minister voornoemde brief
niet wil voorleggen. In de brief wordt immers door een directeur-
generaal een beslissing getroffen die normaal gezien door de minister
zou moeten worden getroffen. De minister antwoordt ons dan dat hij
de brief wil herwerken en daarna in de commissie een gesprek over
de inhoud zal komen voeren.
Mijnheer de minister, ik richt nu al een hartig woordje tot u. Dat kan
niet. Wij zouden moeten weten wat de inhoud van de omzendbrief is.
Er is immers een zwart gat tussen 15 september 2007 en nu. U kan
wel mededelen hoe de toestand nu is. Hij is heel precair. Dat weten
wij en maken wij uit uw antwoord op.
Normaal gezien zou de regel inzake elektronisch toezicht moeten zijn:
one strike, two strikes, three strikes and you're out, of beter gezegd:
you're in. In dat geval zou iemand in de gevangenis vliegen. Nu is het:
one strike and you're out. Justitie laat in dat geval, wegens een
gebrek aan cellen, iemand die onder elektronisch toezicht staat, lopen
in plaats van hem in de gevangenis op te nemen.
Dat is het pijnpunt van de hele zaak. Wij hebben dat hier vorige week
al besproken.
12.05 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Cette réponse m'étonne.
En réalité, il semble que seuls les
délinquants sexuels soient bien
suivis. De nombreux experts
estiment toutefois que les délits
sexuels sont beaucoup trop
légèrement sanctionnés.
Le fait que nous ne puissions
consulter la circulaire du directeur
général Meurisse constitue une
atteinte à notre droit de contrôle
parlementaire. Le ministre répond
qu'il veut revoir la circulaire et qu'il
donnera ensuite des explications
en commission, mais ce que nous
voulons, c'est connaître le contenu
de la circulaire. Nous n'avons pas
assez d'informations sur la période
à partir du 15 septembre 2007.
Actuellement, la situation est pour
le moins précaire. La règle, en
matière
de
surveillance
électronique, devrait être que le
non-respect
des
conditions
entraîne le renvoi immédiat en
prison. La réalité est qu'on laisse
ces gens circuler librement. Le
ministre Vandeurzen entrera dans
l'histoire comme le promoteur de
l'impunité.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Ik rond af met het feit dat er op korte termijn geen beslissingen
worden genomen, die nochtans voor de hand liggen, die weliswaar
wat duurder zijn en niet volledig aan de rechtspositie van de
gedetineerde, zoals in de wet geconcipieerd, tegemoetkomen.
Ondertussen heerst echter de straffeloosheid. Ik moet dus besluiten
met wat ik ook vorige week al zei. U zal geschiedenis schrijven als de
minister die de straffeloosheid promoot.
12.06 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega's, ik
heb vorige week de cijfers gegeven waaruit blijkt dat het aantal
mensen onder ET het voorbije jaar substantieel is verhoogd. Ik heb
ook al meerdere keren gezegd dat wij dit systeem grondig moeten
herbekijken en dat wij dat ook aan het doen zijn. Ik kan helaas niet
zeggen dat dit allemaal op een dag kan gebeuren.
Er zitten hervormingen in de wet diverse bepalingen. Er zijn
rondzendbrieven, instructies, enzovoort. Er moeten aanwervingen
gebeuren. Wij zijn een hele shift aan het maken inzake de
mogelijkheden voor het nationaal centrum. Ik stel voor dat wij hier
eens op een bepaald ogenblik de globale toestand uitleggen en de
gemaakte progressie voorstellen. Misschien kan dat ons wat verder
helpen dan het telkens opnieuw stellen van dezelfde vragen.
Ik meen dat ik nooit heb verheeld dat ik vind dat wij snel een aantal
zaken moeten organiseren. Wij zijn daarmee bezig, maar ik kan u
natuurlijk niet elke week andere cijfers daaromtrent geven. Ik stel voor
om een moment af te spreken waarop wij de gedane hervormingen
en de resultaten daarvan kunnen demonstreren, zodat de commissie
dan een oordeel kan vellen.
Voorzitter: Renaat Landuyt.
Président: Renaat Landuyt.
12.06 Jo Vandeurzen, ministre:
La surveillance électronique a été
énormément
étendue.
Nous
voulons réexaminer le système. Je
me
propose
de
venir
régulièrement
informer
La
Chambre des progrès enregistrés
plutôt que de devoir revenir
chaque semaine sur le sujet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "'omgekeerde discriminatie' in Kuregem" (nr. 4987)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het discriminatoir gedoogbeleid in een bepaald gedeelte van Anderlecht"
(nr. 5070)
13 Questions jointes de
- Mme Carina Van Cauter au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la 'discrimination à l'envers' à Cureghem" (n° 4987)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la politique de tolérance discriminatoire dans un quartier déterminé
d'Anderlecht" (n° 5070)</b>
De voorzitter: De vraag van de heer Laeremans vervalt.
13.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, naar aanleiding van een klacht van een Belg bij
het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding
ingevolge omgekeerde discriminatie in Kuregem werd er bericht dat er
in het Brussels Gewest, aan de rand van bepaalde politiezones, een
soort wetteloze situatie ontstaat waarin verkeersinbreuken
systematisch niet worden geverbaliseerd.
13.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Après avoir été verbalisé par
la police alors que celle-ci n'est
pas intervenue dans toutes sortes
d'infractions commises à proximité
directe, un Belge a porté plainte
auprès du Centre pour l'égalité
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
De gelaakte gevolgen daarvan hebben wij kunnen lezen.
Mijnheer de minister, klopt dit? Is dit probleem u bekend? Kan
hiervoor een adequate oplossing worden gevonden? Inmiddels heb ik
begrepen dat er vorig weekend in Brussel kordaat werd opgetreden.
Is dat een gevolg van deze klacht?
des chances et la lutte contre le
racisme pour discrimination à
l'envers à Cureghem. Il m'est
revenu que le week-end dernier la
police
est
intervenue
énergiquement et ceci de manière
généralisée. Serait-ce là une
conséquence de cette plainte?
13.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, er bestaat een
zone juist buiten de wijk Kuregem, Anderlecht en Sint-Jans-
Molenbeek waar occasievoertuigen worden verhandeld. Het
merendeel is bestemd voor de export naar Afrika. De bewuste zone
bevindt zich op de grens tussen de gemeenten Anderlecht en Sint-
Jans-Molenbeek. Die handel brengt natuurlijk allerhande overlast met
zich mee.
Dat betekent absoluut niet dat er niet zou worden geverbaliseerd in
verband met verkeersinbreuken of andere inbreuken in deze zone. Zo
werd bijvoorbeeld in twee straten van de bewuste zone, met name in
de Heyvaertstraat en de Liverpoolstraat, in de jaren 2006 en 2007 een
totaal van 585 processen-verbaal in verband met verkeer opgesteld
door de politiezone Zuid, zowel op proactieve als reactieve basis.
Daarnaast wordt er door de beide politiezones, Brussel-Zuid en
Brussel-West nauw samengewerkt om regelmatig controles uit te
voeren, onder meer met betrekking tot de illegale garages, garages
die olie in de riolen stortten, garages die zonder vergunning
gevaarlijke producten gebruiken en garages die niet-conforme gas-
en elektriciteitsinstallaties benuttigen. Dat gebeurde in het raam van
de uitvoering van de zonale veiligheidsplannen.
Ik verwijs hierbij naar de studie die commissaris Christian Perremans
van de politiezone Brussel-West publiceerde in het tijdschrift "Les
cahiers des sciences administratives" in 2006, waarin de concrete
acties van de lokale politie op het terrein uitvoerig zijn uiteengezet en
met cijfermateriaal werden becommentarieerd. Aangezien aan mijn
collega Patrick Dewael, minister van Binnenlandse Zaken, een
gelijklopende mondelinge vraag werd gesteld, waarop hij de komende
weken zal antwoorden, zal ik niet voort ingaan op het werk van de
politie ter zake. Het gaat over vraag nr. 4941.
Het parket ondersteunt deze specifieke acties van de politie in
samenwerking met het arbeidsauditoraat en de verschillende andere
bestuurlijke diensten, zoals de economische en sociale inspecties, het
Brusselse Instituut voor Milieubeheer, het Gewestelijk Agentschap
voor
Netheid,
Douane
en
Accijnzen
en
de
Dienst
Vreemdelingenzaken.
Er
worden
systematisch
controles
uitgevoerd
op
tweedehandswagens, met inbeslagname van voertuigen in geval van
inbreuk. Het parket coördineert de strijd tegen het achterlaten van
voertuigen en wrakken op de openbare weg in het raam van het
arrondissementeel rechercheoverleg inzake milieumisdrijven.
13.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans une zone située à la limite
des communes de Cureghem,
Anderlecht et Molenbeek-Saint-
Jean fleurit un commerce de
voitures d'occasion qui provoque
de nombreuses nuisances. Cela
ne signifie pas qu'aucun procès-
verbal n'est dressé. C'est ainsi
qu'en 2006 et 2007, dans la rue
Heyvaert et la rue de Liverpool,
585 procès-verbaux
ont été
dressés pour des infractions en
matière de circulation. Par ailleurs,
les zones de police Bruxelles-Midi
et Bruxelles-Ouest collaborent
dans le cadre des plans zonaux de
sécurité pour mener des contrôles
réguliers en ce qui concerne les
activités illégales qui pourraient
être menées dans les garages en
question. Etant donné que le
ministre de l'Intérieur répondra
sous peu à une question sur le
sujet, je ne vais pas m'étendre
davantage sur le travail de la
police.
Le parquet soutient les actions
spécifiques de la police, en
collaboration avec l'auditorat du
travail et les différents services
administratifs et d'inspection. Les
voitures d'occasion font l'objet de
contrôles systématiques, avec
saisie du véhicule en cas
d'infraction. La parquet coordonne
également la lutte contre les
pratiques consistant à abandonner
véhicules et épaves sur la voie
publique.
13.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Blijkbaar klopt de perceptie niet met de realiteit en
wordt er wel degelijk opgetreden. Dat is een goede zaak. Ik zal ook
13.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il semblerait que la manière
dont les choses sont perçues ne
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
het antwoord van uw collega, minister Dewael, afwachten en
eventueel terugkomen op dit dossier.
correspond pas à la réalité. Je
prendrai connaissance de la
réponse du ministre de l'Intérieur
avant de revenir sur le sujet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution du phénomène sectaire en Belgique" (n° 4989)</b>
14 Vraag van de heer André Frédéric aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van het sekte-fenomeen in België" (nr. 4989)
14.01 André Frédéric (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, j'ai participé, le 12 avril dernier, à un colloque international
organisé parer la FECRIS (la Fédération européenne de centres de
recherche et d'information sur le sectarisme), qui avait pour objet la
responsabilité de l'État face à l'évolution des organisations sectaires
un peu partout en Europe. En septembre 2006, j'ai présidé un groupe
de travail parlementaire chargé d'évaluer le suivi réservé aux
recommandations de la commission d'enquête parlementaire de
1998, qui visait à mener une politique de lutte contre les pratiques
illégales des sectes.
L'activité des derniers mois nous donne quelques exemples de
nouveaux champs d'investigation des sectes modernes. Pour prendre
quelques exemples, en octobre 2007, les "Maharashi Mahesh Yogi -
La méditation transcendantale" s'étaient introduits, à l'insu des
organisateurs, au Salon de l'éducation de Namur. Cette organisation
est considérée par nos voisins allemands comme une secte. J'ai
aussi appris, lors de ce week-end à Pise que les locaux de l'église de
scientologie belge avaient été perquisitionnés et que les scellés
avaient été apposés sur les portes de ceux-ci. Apparemment, au-delà
des investigations dans le monde de l'éducation, via le programme
Narconon, les scientologues auraient également fait des émules,
puisqu'un député du Vlaams Belang, en l'occurrence Johan Demol,
vante les mérites de l'église de scientologie sur une vidéo diffusée sur
internet.
Monsieur le ministre, un domaine particulièrement prisé par les
mouvements sectaires et qui interpelle partout en Europe est celui de
la santé. En effet, des sectes dites guérisseuses, qui s'articulent
autour de médecines non conventionnelles, investissent en force les
domaines des pratiques thérapeutiques alternatives non éprouvées
scientifiquement, le secteur de la santé étant devenu un terrain
d'action privilégié, une redoutable arme de recrutement pour un
nombre croissant d'organisations sectaires. Ces organisations
s'adressent
évidemment
prioritairement
à
des
personnes
physiquement ou psychologiquement fragilisées, auxquelles on
parvient à déconseiller de poursuivre des thérapies traditionnelles
pour s'embarquer dans des thérapies non éprouvées. Le 22 avril
dernier, la presse a relaté les expériences de la biologie totale, dont
on connaît les pratiques douteuses.
Monsieur le ministre, face à toutes ces dérives - c'est un avis
personnel, mais j'aurais aimé connaître le vôtre - il serait opportun de
revenir sur la définition du concept même d'organisation sectaire
nuisible, tel qu'elle a été rédigée par nos collègues en 1996, où seule
14.01 André Frédéric (PS): De
moderne sekten kunnen nieuwe
rekruteringsreserves aanboren. De
gezondheidssector is daarbij een
vijver waarin men graag mag
vissen. Zogenaamde "genezende
sekten" die de niet-conventionele
geneeskunde beoefenen, bieden
massaal alternatieve geneeswijzen
aan die niet wetenschappelijk
beproefd zijn. Ze raden mensen
die
fysiek
of
psychologisch
kwetsbaar
zijn,
af
om
de
traditionele behandelingen voort te
zetten. Gelet op deze uitwassen is
het misschien aangewezen om de
definitie
van
"schadelijke
sektarische organisatie" van 2006
te herzien. Daarin wordt enkel
gekeken
naar
het
levensbeschouwelijke of religieuze
aspect, maar kan die definitie niet
verruimd worden, zodat ook de
link gelegd kan worden met
gezondheidsproblemen?
Wat is uw mening over een
eventuele wet inzake het misbruik
van de zwakke positie? Een
dergelijke wet was in 1996 al
wenselijk. De ministerraad van de
vorige regering had het ontwerp
goedgekeurd na de eerste lezing.
Ikzelf heb opnieuw een voorstel
daaromtrent ingediend. Wat is uw
mening hierover?
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
est prise en compte la notion de vocation philosophique ou religieuse
pour les groupements qualifiés de sectaires. Cette définition ne
pourrait-elle être étendue en englobant les liens en relation avec les
problèmes de la santé, qui constituent un terrain fertile pour les sectes
aujourd'hui?
Je profite de cette question pour vous demander votre avis sur l'avenir
éventuel d'une loi concernant l'abus de faiblesse. Cette loi contre
l'abus de faiblesse était déjà recommandée en 1996. Il n'y a pas eu
de suite. Nos voisins français l'ont votée en 2002 avec l'efficacité que
l'on connaît aujourd'hui en France. Le Conseil des ministres du
gouvernement précédent avait approuvé un projet à l'unanimité en
première lecture. Il n'a pas passé le cap du Conseil d'État, du moins, il
n'en est pas revenu à ma connaissance. J'ai redéposé une
proposition de loi en la matière. J'aurais aimé connaître votre
sensibilité à l'égard de cette proposition.
14.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, monsieur
Frédéric, la commission d'enquête, en plus de la définition que vous
venez de rappeler, a également précisé à la page 100 de son rapport
que certaines personnes ou groupements, ayant des objectifs dans le
domaine de la santé, de l'alimentation et des méthodes
thérapeutiques sans avoir des références philosophiques ou
religieuses, ont un comportement qui s'assimile à celui des
organisations sectaires nuisibles. Par ces deux définitions, qui se
complètent mutuellement, le phénomène que vous décrivez est pour
ainsi dire couvert.
Un projet de loi a effectivement été déposé sous la précédente
législature. Il visait à réprimer l'abus frauduleux de l'état d'ignorance
ou de la situation de faiblesse des personnes. Ce projet a été
approuvé en Conseil des ministres sous la précédente législature et
émanait de la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, Laurette Onkelinx, alors qu'elle était vice-
première ministre et ministre de la Justice. Le Conseil d'État a rendu
un avis sur le projet le 10 mai 2006. Il a été déposé à la Chambre des
représentants le 13 juillet 2006. Il relève des projets de loi caducs. Le
projet de loi insère, dans le titre 8 du livre 2 du Code pénal consacré
aux crimes et délits contre les personnes, un chapitre 4ter comportant
un article 442quater dans le but de réprimer d'une peine
d'emprisonnement de trois mois à trois ans et d'une amende de 250 à
20.000 euros l'abus frauduleux de l'état d'ignorance ou de la situation
de faiblesse soit d'un mineur, soit d'une personne particulièrement
vulnérable en raison de son âge, d'une maladie, d'une infirmité, d'une
déficience physique ou psychique, de sa situation administrative
illégale ou précaire ou d'un état de grossesse pour conduire ce
mineur ou cette personne à un acte ou à une abstention portant
gravement atteinte à son intégrité physique ou mentale ou à son
patrimoine.
En ce qui concerne l'imputabilité de l'infraction, l'article 442quater
prévoit que toute personne qui a commis le fait érigé en infraction
avec le texte légal est pénalement punissable. Partant, l'abus de l'état
d'ignorance et de faiblesse est également puni lorsque ces faits sont
commis dans le cadre d'organisations sectaires. Cet article requiert
un dol spécial, dès lors que l'auteur de l'infraction, ayant
connaissance de l'état d'ignorance ou de la situation de faiblesse du
mineur ou de la personne vulnérable, en abuse frauduleusement.
14.02 Minister Jo Vandeurzen:
De parlementaire onderzoeks-
commissie heeft naast de door u
geciteerde definitie tevens gesteld
dat
sommige
personen
of
groepen, die op het vlak van
gezondheid, de voeding en de
therapeutische methodes bedrijvig
zijn en geen filosofische of
godsdienstige inslag hebben, een
gedrag
ontwikkelen
dat
vergelijkbaar is met dat van de
schadelijke sektarische organi-
saties. Met die twee definities die
elkaar wederzijds aanvullen, wordt
het verschijnsel dat u beschrijft, zo
goed als volledig omvat.
Tijdens de vorige zittingsperiode
heeft mevrouw Onkelinx inderdaad
een wetsontwerp ingediend. Dat
ontwerp voegt in titel 8 van boek 2
van het Strafwetboek gewijd aan
misdaden en wanbedrijven tegen
personen een hoofdstuk 4ter in dat
een artikel 442quater bevat tot
bestraffing van het bedrieglijk
misbruik van de onwetendheid of
van de zwakke positie hetzij van
minderjarigen, hetzij van een
bijzonder kwetsbare persoon om
deze minderjarige of deze persoon
te brengen tot een daad of een
verzuim waardoor zijn fysieke of
mentale
integriteit
of
zijn
vermogen ernstig wordt aangetast.
Het misbruik van de onwetendheid
of van de zwakke positie wordt
eveneens bestraft, wanneer die
feiten in het kader van sektarische
organisaties worden gepleegd. Het
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
L'abus peut revêtir diverses formes, telles que des techniques de
manipulations mentales afin de déséquilibrer la personne en vue de la
soumettre à son emprise, des moyens qui visent à affaiblir un
individu, la privation de nourriture, etc.
L'article protège les personnes faibles. Par conséquent, l'abus doit
viser le mineur ou une personne vulnérable, en raison des causes
limitativement ignorées par le texte légal.
Enfin, l'abus frauduleux doit mener le mineur ou la personne faible à
des actes ou des abstentions provoquant des dommages graves sur
sa personne.
L'article 442quater s'applique au cas d'une personne qui,
consécutivement à la décision d'abandonner les traitements médicaux
classiques qui lui ont été prescrits, est décédée, s'il est prouvé qu'elle
a pris cette décision suite à l'abus frauduleux de son état d'ignorance
ou de sa situation de faiblesse.
De surcroît, le texte légal prévoit une circonstance aggravante lorsque
l'acte ou l'abstention du mineur ou de la personne vulnérable a causé
sa mort. Dans ce cas, la peine est de six mois à cinq ans
d'emprisonnement et d'une amende de 500 à 40.000 euros.
Je suis tout à fait disposé à soutenir une proposition de loi qui
reprendrait ou qui s'inspirerait du projet déposé par mon
prédécesseur.
misbruik kan diverse vormen
aannemen, zoals technieken van
geestelijke
manipulatie,
onthouding van voedsel, enz.
Artikel 442quater is toepasselijk op
personen die overleden zijn ten
gevolge van de beslissing om af te
zien van de klassieke medische
behandelingen die hun werden
voorgeschreven, indien bewezen
is dat zij die beslissing genomen
hebben ingevolge het bedrieglijke
misbruik van hun onwetendheid of
hun zwakke positie.
Ik ben bereid ieder wetsvoorstel te
steunen dat dezelfde strekking
heeft als het door mijn voorganger
ingediende wetsontwerp.
14.03 André Frédéric (PS): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour la précision de sa réponse et surtout pour ses deux
dernières phrases par lesquelles je ne ressens aucune opposition à la
poursuite du travail appelé des voeux en tout cas des organisations de
victimes de sectes dans notre pays.
14.03 André Frédéric (PS): Ik
ben blij dat de minister goedvindt
dat het werk wordt voortgezet,
zoals de organisaties voor de
slachtoffers van sekten ook
vragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "'ouderontvoering' en 'oudervervreemding'" (nr. 4990)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de ontvoeringen door ouders" (nr. 5063)
15 Questions jointes de
- Mme Carina Van Cauter au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapts parentaux et l'aliénation parentale" (n° 4990)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapts parentaux" (n° 5063)</b>
15.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in de media worden wij dikwijls geconfronteerd
met schrijnende gevallen van internationale kinderontvoering door een
van de ouders. Ook in eigen land worden ouders en grootouders heel
dikwijls geconfronteerd met een ex-partner, ex-schoonzoon of ex-
schoondochter die niet toelaat dat de kinderen nog verder contact
hebben met de ouders dan wel grootouders.
De betrokkenen dienen eerst een titel af te dwingen. Vervolgens
15.01 Carina Van Cauter (Open
Vld):
Les
médias
relatent
fréquemment des cas dramatiques
de rapts d'enfants par des
parents, au niveau international
mais aussi en Belgique, où il n'est
pas rare qu'un des anciens
partenaires interdise à un enfant
d'avoir des contacts avec son
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
moeten zij, middels tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder, en
heel dikwijls tevergeefs, deze titel trachten uit te voeren. Vervolgens
moeten zij klacht bij de politiediensten indienen en eventueel een
nieuwe procedure starten om een dwangsom af te dwingen. Ik hoef u
niet te schetsen dat dit een hele lijdensweg is, waaraan heel dikwijls
geen einde komt en waar ook dikwijls vervreemding ontstaat tussen
degene die het recht heeft en het betrokken kind waarmee contact is
toegestaan.
In de beleidsnota van de staatssecretaris voor Gezinsbeleid stel ik
vast dat er bijzondere aandacht is besteed aan het aspect van
internationale kinderontvoeringen. Dat neemt niet weg dat het parket
ook in ons eigen land moet optreden om op die manier te trachten de
naleving van deze omgangregeling mogelijk te maken.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat een aantal parketten aan
betrokkenen een typebrief zendt waarin wordt verwezen naar het
Burgerlijk Wetboek, dus het afdwingen van een dwangsom. De
parketten schrijven dat dit veruit doeltreffender zou zijn. Meer nog, ik
citeer de substituut uit een van deze typebrieven: "Daarnaast blijft
vervolging uiteraard nog steeds mogelijk, maar dit slechts in
subsidiaire orde", hoewel het misdrijf nog altijd in de strafwet is
opgenomen. Ik vervolg: "Het dossier zal voorlopig zonder gevolg
worden gerangschikt. Mochten de door jullie ontwikkelde initiatieven
geen resultaat hebben, kunt u opnieuw klacht indienen". De mensen
worden dus weggestuurd, en erop gewezen dat ze opnieuw klacht
moeten indienen. Daarna zegt men: "Een herhaalde klacht kan
eventueel het voorwerp uitmaken van een verdere vervolging".
Mijnheer de minister, bestaan er richtlijnen voor de parketten op dit
gebied? Bestaat de richtlijn dat in eerste instantie niet wordt
opgetreden wanneer het misdrijf wordt vastgesteld, maar dat pas na
herhaalde klachten en wanneer op burgerlijk gebied geen
genoegdoening wordt bereikt; door de parketten effectief wordt
opgetreden?
autre parent ou avec ses grands-
parents. Ces derniers sont alors
astreints à un véritable calvaire
pour obtenir le droit élémentaire de
voir leur enfant.
La note de politique du secrétaire
d'État aux Familles comprend un
chapitre
sur
les
rapts
internationaux d'enfants mais les
rapts dans le pays et les refus de
respecter la législation sur le droit
de visite méritent aussi qu'on s'y
attarde.
Selon une lettre-type envoyée par
certains parquets aux intéressés, il
faut déposer plainte à chaque
violation du droit de visite. Le
parquet ne pourrait agir qu'en cas
de plaintes répétées et d'échec
des
tentatives
d'obtenir
satisfaction au plan civil. Est-ce
exact? Les parquets ont-ils reçu
des directives concernant les
poursuites contre les personnes
qui ne respectent pas le droit de
visite?
15.02 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, les dossiers relatifs aux rapts parentaux sont extrêmement
délicats. En effet, dans ce genre d'affaires, les intérêts sont très
contradictoires. Les gens ont la sensibilité à fleur de peau et
réagissent en conséquence, ce qui peut se comprendre.
Cela étant, la commission mais aussi votre ministère et votre
administration doivent tout mettre en oeuvre pour que la raison
l'emporte, la raison étant bien entendu celle du plus faible, celle des
enfants qui sont victimes de ce type de pratique.
Je souscris tout à fait à ce qui a été dit par ma collègue,
Mme Van Cauter. Je ne répèterai donc pas ses propos. Je voudrais
simplement attirer l'attention sur deux points qui relaient les propos
tenus par "SOS Rapts parentaux".
1. Quid de cette commission interministérielle? SOS Rapts parentaux
vous a écrit en utilisant des termes très durs: "Sabotage complet du
travail constructif qu'avaient entamé les ministres Michel et
Verwilghen". Trois cellules devaient en effet se réunir et communiquer
entre elles: la cellule magistrats/police, la cellule parents et la cellule
psychosociale. Qu'en est-il exactement? Quelles sont les mesures qui
15.02 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
ben het volmondig eens met mijn
collega, mevrouw Van Cauter.
Hoe
staat
het
met
die
interministeriële commissie? De
vzw SOS Rapts parentaux heeft u
een brief geschreven en daarin de
scherpe
bewoordingen
niet
geschuwd. Drie cellen moesten
met elkaar communiceren: de cel
"magistraten/politie",
de
cel
"ouders" en de psychosociale cel.
Wat is de stand van zaken? Welke
maatregelen werden er al dan niet
genomen? Wat is uw standpunt
hierover?
Er werd een onderhoud met u
gevraagd: ik verzoek u om de
vereniging SOS Rapts parentaux
te ontmoeten. Een dergelijke
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
ont étés mises en place et qui ne l'ont pas été? Quelle est votre
position en la matière?
2. Je connais votre agenda qui est, comme c'est le cas de nombreux
dirigeants politiques, souvent "overbooké". Au plus on a de
compétences, au plus on a de choses à faire! Mais dans ce cas, une
demande de vous rencontrer a été faite afin de vous entendre sur
votre politique en la matière et la position que vous comptez adopter.
Je vous demande donc de bien vouloir rencontrer SOS Rapts
parentaux. Je suis tout à fait conscient qu'une telle démarche ne doit
pas devenir une habitude. Mais, selon moi, elle se justifie aujourd'hui
étant donné l'enjeu, mais surtout la souffrance de ces gens. J'espère
donc que vous répondrez positivement à cette requête.
handelwijze mag geen gewoonte
worden,
maar
wordt
gerechtvaardigd door wat er op het
spel staat.
15.03 Jo Vandeurzen, ministre: Chers collègues, ma réponse est
assez longue. Elle fait plusieurs pages.
Je vais donc essayer de la résumer mais je vous transmettrai le texte
complet.
15.03 Minister Jo Vandeurzen: Ik
zal
mijn
uitvoerig
antwoord
samenvatten en u de volledige
tekst bezorgen.
Mevrouw Van Cauter, wat de niet-naleving van het omgangsrecht
betreft, kan er vooreerst worden verwezen naar de artikelen 431 en
432 van het Strafwetboek, waarin het misdrijf van niet-afgifte van het
kind wordt bestraft.
Wat het burgerrechtelijk aspect betreft, heeft de wet van 18 juli 2006
tot het bevoorrechten van een gelijkmatige verdeling en huisvesting
van een kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de
gedwongen tenuitvoerlegging inzake de huisvesting van het kind een
nieuw artikel 387ter in het Burgerlijk Wetboek ingevoegd. Krachtens
dit artikel wordt een evenredig stelsel inzake de gedwongen
tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing ingevoerd, dat de
bevoegde rechter allereerst de mogelijkheid biedt het dossier opnieuw
te onderzoeken en over te gaan tot een reeks maatregelen zoals
onderzoeksmaatregelen en/of een poging tot verzoening.
De rechter kan opnieuw een beslissing nemen met betrekking tot het
ouderlijk gezag of de huisvesting van kinderen. Hij beschikt overigens
ook over de mogelijkheid om een dwangsom uit te spreken ten einde
de naleving van de beslissing inzake de huisvesting van de kinderen
te waarborgen. Tot slot kan de rechter de partij die het slachtoffer is,
toestaan om een beroep te doen op de dwangmaatregelen. Daartoe
kan hij, rekeninghoudend met het belang van het kind, de personen
aanwijzen die gemachtigd zijn de gerechtsdeurwaarder te vergezellen
voor de tenuitvoerlegging van zijn beslissing.
De afgelopen jaren is er veel aandacht besteed aan de niet-naleving
van het omgangsrecht, onder meer tijdens de totstandkoming van de
vernoemde wet van juli 2006. Het is belangrijk dat ook de parketten
dit signaal oppikken en de nodige aandacht blijven besteden aan dit
probleem. Samen met de toepassing van de wet van 18 juli 2006 zou
dit er voor moeten zorgen dat het aantal gevallen van
oudervervreemding vermindert. Vooraleer verdere maatregelen te
nemen, is het van belang de impact af te wachten van deze wet, die
nu zijn ingang moet hebben gevonden.
Op basis van de informatie waarover ik beschik, kan ik u ten slotte
meedelen dat er geen specifieke richtlijnen aan de parketten zijn op
Pour ce qui est des poursuites en
cas de non respect du droit aux
relations personnelles, je me
réfère aux articles 431 et 432 du
Code pénal.
La loi du 18 juillet 2006 a inséré
dans le code civil un article 327ter
introduisant un système égalitaire
en matière d'exécution forcée de
la décision judiciaire. Le juge
compétent a la possibilité de
réexaminer le dossier et de
prendre des décisions en matière
d'autorité
parentale
et
d'hébergement des enfants. Il peut
également
prononcer
une
astreinte ou accorder des mesures
de contrainte à la partie victime.
Une attention soutenue du parquet
et une application correcte de la loi
du 18 juillet 2006 devraient
permettre de réduire le nombre de
cas d'aliénation parentale. Avant
de prendre de nouvelles mesures,
il convient de soumettre cette loi à
une évaluation.
Les parquets ne disposent pas de
directives
spécifiques
en
la
matière.
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
dit gebied.
Je vais répondre maintenant aux questions posées par M. Crucke.
L'ASBL "SOS Rapts parentaux", une association active dans le
domaine des enlèvements parentaux internationaux, a exprimé à
plusieurs reprises des critiques concernant le fonctionnement du point
de contact fédéral et des groupes de travail mis en place. Les
ministres de la Justice précédents ont déjà eu l'occasion d'y répondre
à de multiples reprises.
Je ne refuse certainement pas le contact direct avec les parents
victimes de rapts parentaux. En effet, j'attache beaucoup
d'importance à ce sujet qui cache derrière les faits des drames
humains immenses. C'est pourquoi je tiens à mettre en évidence les
éléments suivants.
Premièrement, en ce qui concerne la création du point de contact
fédéral, il a été inauguré le 1
er
janvier 2005 et est destiné à mieux
assister les parents victimes du rapt de leurs enfants ou craignant un
futur rapt aspect préventif. Il peut notamment fournir une assistance
psychologique ainsi que, dans certaines circonstances, une
assistance financière pour le retour d'enfants ou l'exercice d'un droit
de visite transfrontalier. Il est également joignable par téléphone en
dehors des heures de service et possède une adresse mail
spécifique.
J'ai répondu voilà une ou deux semaines à des questions concernant
l'amélioration du fonctionnement de ce point de contact qui est en
train de s'organiser.
Deuxièmement, la création d'une cellule de coordination
interministérielle Justice/Affaires étrangères et d'un groupe de
réflexion.
Cette cellule de coordination s'est réunie à plusieurs reprises au SPF
Justice depuis 2004. Sous son égide, un groupe de réflexion a été
constitué en vue de faire des propositions dans les différents
domaines liés aux rapts parentaux, par exemple, l'application du
nouveau règlement européen, la formation et la spécialisation des
magistrats et les policiers, l'assistance psychologique aux parents,
etc.
Elle fut composée au départ de représentants de la Justice et des
Affaires étrangères, des magistrats du siège et des parquets, ainsi
que des services de police. Cette cellule de coordination existe
toujours et a été renforcée à la suite de la signature d'un protocole
d'accord le 27 avril 2007 qui assure une coordination entre les
différents organes concernés: SPF Justice, SPF Affaires étrangères,
autorités judiciaires et Child Focus.
Troisièmement, la constitution du groupe de travail.
Dans le cadre de ce groupe de réflexion sur les enlèvements
parentaux internationaux, plusieurs groupes de travail ont été
constitués en vue de faire des propositions dans différents domaines
liés aux rapts parentaux.
Ik hecht veel belang aan het
probleem van ontvoeringen door
een van de ouders achter dewelke
menselijke
drama's
schuilen.
Daarom sta ik erop de volgende
elementen te benadrukken. Het
federaal contactpunt, dat op 1
januari 2005 werd opgericht, is
bedoeld om ouders bij te staan die
het slachtoffer zijn van een
ontvoering van hun kind(eren) of
vrezen
voor
een
nakende
ontvoering. Het contactpunt kan
zowel psychologische bijstand
verlenen als de ouders financiële
hulp bieden met het oog op de
terugkeer van hun kinderen of de
uitoefening van een grensover-
schrijdend
bezoekrecht.
Het
contactpunt
is
telefonisch
bereikbaar buiten de diensturen en
beschikt over een e-mailadres.
Een of twee weken geleden heb ik
een aantal vragen beantwoord
over de verbetering van de
werking van dat contactpunt dat
zich intern nog volop aan het
organiseren
is.
Een
interministeriële
coördinatiecel
Justitie/Buitenlandse
Zaken
is
sinds 2004 herhaaldelijk bijeen-
gekomen op de FOD Justitie.
Onder auspiciën van die cel werd
er een denkgroep opgericht die
voorstellen moet doen in de
verschillende
domeinen
die
gerelateerd zijn aan parentale
ontvoeringen, bijvoorbeeld op het
stuk van de toepassing van het
nieuwe Europese Reglement, de
opleiding en specialisatie van
magistraten en politieagenten,
psychologische
bijstand
aan
ouders, enz. De coördinatiecel is
samengesteld
uit
vertegen-
woordigers
van
Justitie
en
Buitenlandse
Zaken,
uit
magistraten van de zetel en van
het Openbaar Ministerie en uit
vertegenwoordigers
van
de
politiediensten. Zij werd versterkt
naar aanleiding van de onder-
tekening van een protocolakkoord
op 27 april 2007 op basis waarvan
de
coördinatie
tussen
de
verschillende betrokken organen
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Le groupe "magistrats-police" a tenu plusieurs réunions depuis 2005
sur le thème de la mise en application en Belgique du nouveau
règlement européen n° 2201/2003 du Conseil du 27 novembre 2003,
dit Bruxelles II bis. Ce nouveau règlement est entré en vigueur le
1
er
mars 2005 et a donné lieu à une loi du 10 mai 2007, entrée en
vigueur le 1
er
juillet 2007, mettant en oeuvre les différents instruments
internationaux et européens.
Un groupe "parents" a également tenu des réunions depuis 2005 afin
d'informer les parents victimes de l'avancement des travaux dans les
autres groupes et afin de recueillir leurs commentaires et propositions
concernant les sujets à traiter en priorité.
Pour le groupe "psychosocial", une réflexion est menée par le point de
contact fédéral pour la reprise des travaux suite à l'engagement d'un
psychologue.
Je vous informe en outre que nous avons reçu les parents entre-
temps, le 28 mars 2008. Ils ont eu un contact avec un membre de
mon cabinet et des membres du SPF Justice.
Afin d'assurer l'efficacité de l'action au point de contact fédéral, qui est
l'autorité centrale désignée pour l'application des instruments
européens et internationaux, une collaboration renforcée avec le
ministère public devait être mise en place. Cette collaboration est
effective depuis 2006 avec la désignation de magistrats de référence
au sein du parquet de chaque cour d'appel et, depuis 2007, suite à la
formation des magistrats en collaboration avec le Conseil supérieur
de la Justice. Des réunions se sont encore déroulées entre le point de
contact fédéral et les magistrats de référence en 2006 et début 2007
en vue d'améliorer la coordination entre les autorités judiciaires et le
point de contact fédéral en matière d'enlèvements internationaux
d'enfants.
Dans l'esprit de la poursuite de la stratégie de communication, le point
de contact fédéral a également édité et diffusé en 2006, en
collaboration avec le SPF Affaires étrangères et Child Focus, un
dépliant d'informations sur la problématique des enlèvements
parentaux internationaux; il est disponible sur le site du SPF Justice.
Le service a été réorganisé en 2007 et s'est renforcé: le 1
er
mai 2008,
le service d'entraide judiciaire internationale civile compte
15 membres du personnel, un chef de service, 8 juristes dont 6
traitent les dossiers individuels d'enlèvements internationaux
d'enfants, 1 psychologue, 5 membres d'une équipe administrative.
Ce service travaille actuellement sur la base de projets
opérationnels bien précis et planifiés qui prennent en compte
certaines des revendications de parents victimes à l'organisation
d'une permanence téléphonique plus efficace encore, une révision du
site internet, une reprise de contact avec les divers partenaires du
point de contact fédéral et de rencontres périodiques avec les parents
victimes.
Dans l'esprit d'une relance des divers contacts pour la constitution
d'un groupe de travail spécifique, une première rencontre a eu lieu le
28 avril 2008. Cette réunion a été accueillie très positivement par la
petite trentaine de parents qui y ont participé et s'est terminée par des
verzekerd wordt: de FOD Justitie,
de FOD Buitenlandse Zaken, de
gerechtelijke autoriteiten en Child
Focus.
In de marge van deze denkgroep
werden verschillende werkgroepen
opgezet. De groep "magistraten-
politie"
is
sinds
2005
al
verschillende
keren
bijeen-
gekomen om te spreken over de
toepassing in België van de
nieuwe Europese verordening nr.
2201/2003 van de Raad van 27
november 2003, ook gekend als
"Brussel II bis". Deze verordening
is van kracht geworden op 1 maart
2005 en heeft geleid tot een wet
van 10 mei 2007, van kracht
geworden
op
1
juli
2007,
betreffende de inwerkingtreding
van de verschillende internationale
en Europese instrumenten. Een
werkgroep "ouders" kwam ook al
bijeen sinds 2005 om de ouders te
informeren die het slachtoffer
waren van de voortgang van de
werken in de andere groepen en
om hun reacties en voorstellen
over de voor hen prioritaire
onderwerpen te vergaren. De
"psychosociale" groep verricht
denkwerk
via
het
federale
contactpunt om de werken te
hernemen na de aanstelling van
een
psycholoog.
Bovendien
hebben we de ouders op 28 maart
2008 ontvangen. Ze hebben
contact gehad met een van mijn
kabinetsleden en met mede-
werkers van de FOD Justitie. Om
het
Federaal
Contactpunt
doeltreffend te laten werken, is er
een hechtere samenwerking met
het Openbaar Ministerie: sinds
2006
worden
referentie-
magistraten aangeduid bij het
parket van elk hof van beroep.
Sinds 2007 bestaat er ook een
opleiding tot magistraat. In 2006
heeft het Federaal Contactpunt
samen met de FOD Buitenlandse
Zaken en Child Focus een
informatiebrochure
gepubliceerd
over deze problematiek. De
brochure is beschikbaar op de site
van de FOD Justitie. In 2007 werd
de dienst gereorganiseerd en
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
applaudissements émus. Ses conclusions quant à la poursuite des
travaux sont à l'étude.
Dans le même esprit, la commission mixte belgo-tunisienne se
réunira à nouveau avant l'été. Il est aussi envisagé de réunir la
commission mixte belgo-marocaine à l'automne 2008.
verstevigd: op 1 mei 2008 telt de
dienst voor internationale rechts-
hulp in burgerlijke zaken 15
personeelsleden, 1 dienstchef, 8
juristen, waarvan 6 de individuele
internationale ontvoeringsdossiers
opvolgen, 1 psycholoog en 5
administratieve medewerkers.
Deze dienst is momenteel bezig
met de organisatie van een nog
efficiëntere telefonische perma-
nentie en met de update van de
website. Tevens wordt opnieuw
contact
opgenomen met de
onderscheiden partners en worden
er periodieke bijeenkomsten met
de ouders geregeld. In die geest
vond er op 28 april 2008 een
bijeenkomst met een dertigtal
ouders plaats, waarbij de mensen
op
het
einde
ontroerd
applaudisseerden. Ik voeg hier
nog aan toe dat de gemengde
Belgisch-Tunesische
commissie
voor de zomer opnieuw zal
bijeenkomen. Er wordt ook aan
gedacht de gemengde Belgisch-
Marokkaanse commissie bijeen te
roepen in de herfst van 2008.
15.04 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, uiteraard blijft de niet-afgifte van een kind een
strafbaar feit. Dat is correct. Het schoentje knelt echter precies bij de
vervolging en bij het optreden van de parketmagistraten.
Blijkbaar bestaat er dus een systematisch niet-optreden. Het is pas na
herhaaldelijke klachten dat parketten overwegen om alsnog te
vervolgen.
Mijnheer de minister, dit leidt enerzijds tot een gevoel van
straffeloosheid in hoofde van de daders of van de personen die zich
niet aan de vonnissen houden. Anderzijds hebben de personen die
een beroep op de openbare macht moeten doen, het gevoel
slachtoffer te zijn. Zij hebben ook het gevoel dat wie het recht in eigen
handen neemt en de vonnissen naast zich neerlegt, aan het langste
eind trekt. Zij, de slachtoffers, trekken in de kwestie aan het kortste
eind. Ondanks hun herhaalde klachten moeten zij soms jaren
wachten vooraleer effectief wordt opgetreden. Dat is precies het
probleem.
Ik hoor u graag zeggen dat er geen richtlijnen bestaan om niet op te
treden en niet te vervolgen. Blijkbaar wordt het systematisch
seponeren van de dossiers in de praktijk echter wel gedaan. Er
worden typebrieven aan de slachtoffers verzonden, met als gevolg dat
voornoemde praktijk heel goed is gekend bij wie ermee wordt
geconfronteerd. Een dubbel gevoel en de niet-naleving van de
vonnissen in de praktijk zijn het gevolg.
15.04 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il n'en demeure pas moins
que les parquets procèdent très
rarement à des poursuites, alors
qu'il s'agit clairement d'un fait
punissable. Le ministre devrait
peut-être édicter des directives
claires en la matière, de manière à
obliger les paquets à poursuivre
ces délits.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Mijnheer de minister, ik vraag u alsnog te overwegen in uw overleg
met de procureurs-generaal toch richtlijnen aan de parketten mee te
geven opdat effectief en kordaat zou worden opgetreden. Wanneer
de burger in het algemeen het aanvoelen zou hebben dat er effectief
en onmiddellijk wordt opgetreden wanneer een kind in een bepaalde
situatie niet wordt afgegeven, zou dat in ieder geval in de praktijk tot
een betere naleving van de vonnissen aanleiding geven.
Dat is toch wat wij allen willen.
15.05 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse extrêmement longue. Il est vrai que le sujet
le méritait. Je vais donc la relire attentivement.
Pour ma part, monsieur le ministre, je ne tiens pas à ouvrir un
contentieux dans ce type de dossier. Tel n'est en tout cas pas le but
du parlementaire lorsqu'il interroge le ministre sur ce type de dossier.
Monsieur le ministre, nous nous trouvons face à un phénomène
d'insécurité et plus précisément de sentiment d'insécurité.
Je savais que votre administration et votre cabinet avaient rencontré
les parents à la fin du mois de mars, mais j'ai le sentiment que votre
réponse vous avez en effet répondu affirmativement à ma demande
est très importante pour ceux qui vivent ce genre de drame et qui se
réveillent chaque jour avec une plaie au coeur. Je vous demande
donc de bien vouloir respecter votre engagement et de rencontrer ces
parents.
15.05
Jean-Luc
Crucke
(MR): Het is niet mijn bedoeling
om in dit soort dossier geschillen
uit te lokken. Uw bevestigende
antwoord op mijn verzoek is
belangrijk voor de mensen die een
dergelijk
drama
doormaken.
Daarom vraag ik u uw verbintenis
na te komen en deze ouders te
ontmoeten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de behandeling en de opvolging van seksueel delinquenten en
meer in het bijzonder van pedofielen" (nr. 4991)
16 Question de Mme Carina Van Cauter au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "le traitement et le suivi des délinquants sexuels et plus
particulièrement des pédophiles" (n° 4991)</b>
16.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in de media werd het beeld geschetst als
zouden pedofielen van alle zedendelinquenten degenen zijn die het
meest zouden hervallen.
Mijnheer de minister, hoe gebeurt de opvolging in de praktijk van
seksuele delinquenten die in navolging en onder voorwaarden in
vrijheid worden gesteld? Hoe gebeurt dit in de praktijk? De vraag naar
cijfermateriaal was eigenlijk meer een schriftelijke vraag, maar ik wil
ze u toch stellen. Zijn er cijfers gekend omtrent het aantal personen
welke hun voorwaarden niet naleven? In hoeveel gevallen is er
herroeping van de invrijheidstelling?
16.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Parmi les délinquants en
matière de moeurs, les pédophiles
sont ceux qui récidivent le plus.
Comment s'organise le suivi des
délinquants sexuels après une
libération conditionnelle? Dans
combien de cas les conditions de
libération
ne
sont-elles
pas
respectées
et
combien
de
décisions en la matière ont-elles
déjà été révoquées?
16.02 Minister Jo Vandeurzen: De behandeling van pedofilie is
inderdaad een moeilijke aangelegenheid die van lange duur is. Het
risico op hervallen is zeer reëel. Om die reden voorziet de wet van
1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormale en
gewoontemisdadigers, en plegers van bepaalde seksuele, strafbare
16.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est très difficile de traiter la
pédophilie et on sait que le risque
de récidive est très important.
C'est
pourquoi,
lors
d'une
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
feiten in haar artikel 20 in de verplichting van een begeleiding of
behandeling bij een gespecialiseerde dienst in het kader van een
invrijheidstelling op proef van de geïnterneerde. Zo ook voorziet artikel
41 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie
van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer
toegekende rechten, in een verplichte koppeling van een
strafuitvoeringsmodaliteit aan een begeleiding of behandeling bij een
gespecialiseerde dienst.
De FOD Justitie heeft eveneens gespecialiseerde psychologische
teams uitgebouwd in de gevangenissen. Deze teams staan in voor
deskundig advies betreffende vervroegde invrijheidstelling op basis
van een wetenschappelijke en multidisciplinaire evaluatie van de
gevallen. Justitieassistenten, belast met de begeleiding en het
toezicht op de naleving van de voorwaarden verbonden aan elke
ambulante justitiële maatregel of straf, werken nauw samen met de
gespecialiseerde Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg en Centra
voor Algemeen Welzijnswerk.
Ten slotte subsidieert Justitie gespecialiseerde steuncentra. Deze
hebben een advies- en consultatiefunctie, staan in voor documentatie,
permanente vorming en wetenschappelijke ondersteuning en
onderzoek ten behoeve van alle partners. Het gaat om het UFC in
Antwerpen, het UPPL in Doornik en het CAB in Brussel.
Vanuit de Vlaamse Gemeenschap bestaan er ook binnen de Centra
voor Geestelijke Gezondheidszorg ambulante netwerken met
specialisatie daderhulp. Ook binnen de Centra voor Algemeen
Welzijnswerk zijn er netwerken opgericht die deze gespecialiseerde
opdracht hebben aanvaard. De justitieassistent dient erover te waken
dat voorafgaandelijk de afspraken betreffende extrapenitentiaire,
psychologische begeleiding of behandeling worden opgenomen in
een prestatieverbintenis en dat deze prestatieverbintenis ook wordt
ondertekend door de betrokken persoon, de begeleider van de
gespecialiseerde voorziening en de justitieassistent.
Verder staat de justitieassistent in voor het begeleiden en motiveren
van de vrijgestelden tot het naleven van de opgelegde voorwaarden
en het toezien op de naleving ervan. Hij coördineert de samenwerking
tussen de betrokken diensten van Justitie en de welzijns- en
gezondheidszorg.
Hierbij wordt regelmatig overleg gepleegd met de gespecialiseerde
voorziening die de psycho-sociale begeleiding of behandeling op zich
neemt.
Ten slotte maakt de justitieassistent regelmatig en minstens om de
zes maanden een verslag over de betrokken persoon over aan de
strafuitvoeringsrechtbank of aan de commissie tot Bescherming van
de Maatschappij. Daarnaast is er voor het parket en de politie een
taak weggelegd, niet de minste, op het vlak van toezicht op de
voorlopig of voorwaardelijk in vrijheid gestelde zoals we zien in artikel
62 van de wet van 17 mei 2006 op de externe rechtspositieregeling.
In 2007 waren er in totaal 38 herroepingen van voorwaardelijke of
voorlopige invrijheidstelling van personen die initieel waren
veroordeeld voor een seksueel misdrijf. In hoeveel van de 38 gevallen
het gaat om een herroeping op basis van een nieuw seksueel misdrijf
libération à l'essai, l'accompa-
gnement et le traitement de
l'interné par un service spécialisé
sont légalement obligatoires. Dans
les prisons, des équipes de
psychologues
spécialisés
for-
mulent
des
avis
experts
concernant les libérations à l'essai.
De plus, des assistants de justice
sont chargés de veiller au respect
des
conditions.
Enfin,
le
département
de
la
Justice
subventionne des centres d'aide
spécialisés et, dans les centres de
santé mentale, des réseaux
ambulants sont spécialisés dans
l'aide aux auteurs.
L'assistant de justice veille à ce
que les accords relatifs à
l'accompagnement
et
au
traitement obligatoires soient fixés
dans une convention signée par
toutes les parties concernées. Il
s'assure également du respect
des conditions imposées. Enfin,
tous les six mois, il fait rapport au
tribunal de l'application des peines
ou à la commission de défense
sociale. Les parquets et les
services de police vérifient aussi si
les conditions sont observées. En
2007, 38 décisions de libération
conditionnelle
concernant
des
personnes condamnées pour des
délits sexuels ont été révoquées.
Je ne puis vous indiquer combien
de ces révocations étaient dues à
un nouveau délit.
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
kan ik op dit moment niet zeggen omdat er geen specifieke
monitoring is.
16.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik dank de minister voor het
antwoord. Ik koppel even terug naar een suggestie die hij eerder heeft
gedaan naar aanleiding van een vraag van collega Landuyt. De
opvolging van voorwaarden en de controle zullen ongetwijfeld ook
aspecten zijn van de uiteenzetting die u hebt aangekondigd. We
zullen dat uiteraard met graagte aanvaarden en mee opvolgen.
16.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il convient en tout état de
cause de continuer à assurer le
suivi des conditions et du contrôle.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'agression de deux policiers à Morlanwelz" (n° 5013)</b>
17 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de geweldpleging tegen twee politieagenten in Morlanwelz"
(nr. 5013)
17.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je
remercie M. Crucke d'avoir accepté de me laisser son tour.
Monsieur le ministre, lors des "soumonces" du carnaval de
Morlanwelz, alors qu'ils portaient secours à une jeune dame, deux
policiers en tenue ont été victimes d'une agression gratuite. Les
agresseurs des fonctionnaires de police en question ont été, après
comparution devant les magistrats, le lendemain même, relaxés, dans
l'attente d'une audience en correctionnelle le 18 février 2008.
La violence des coups reçus par une des deux agents, violemment
jetée au sol et frappée au visage, entraînant contusion à l'orbite
gauche et plaie ouverte sur la partie interne de la lèvre inférieure,
suivis de coups sur la cage thoracique, amortis heureusement par le
gilet pare-balles, et l'écrasement du cartilage de la rotule du second a
nécessité la mise en incapacité professionnelle de ces derniers.
Lors de la comparution au parquet de Charleroi, alors que l'avocat
des deux policiers agressés demandait un report d'audience en
attente de vérification d'une possible incapacité permanente d'une
des victimes, le représentant du parquet a ouvertement minimisé
l'événement et ses conséquences physiques et ne s'est que fort
disgracieusement rendu à la demande de l'avocat des plaignants,
suite à l'insistance de ce dernier. Du coup l'auteur des faits est
ressorti libre et fier de cette décision. Les deux policiers ont été
choqués de voir le parquet, et la justice, non seulement ne pas
sanctionner les jeunes coupables mais encore sembler leur donner
raison au détriment de leurs victimes et au préjudice de la fonction
qu'ils représentent.
Après la multiplication d'agressions verbales et physiques à l'encontre
des agents de la STIB et de la SNCB, voici que nous en arrivons à
voir, aujourd'hui, les forces de l'ordre, elles aussi, être la cible
d'attaques de la part de jeunes sans pour autant que ces derniers
soient jugés de manière exemplaire et dissuasive. Devant cette
aggravation des faits délictueux sur des personnels de la fonction
publique, l'attitude de la justice, telle qu'elle s'est, de nouveau,
exprimée dans cette affaire est-elle vraiment de nature à envoyer un
message fort à la population et aux jeunes et ramener les jeunes
17.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Tijdens de soumonces, een
soort repetitie van het carnaval
van Morlanwelz, werden twee
politieambtenaren het slachtoffer
van zinloos geweld, waardoor ze
niet meer in staat waren om te
werken. Omdat de advocaat van
de agenten vroeg om de zitting uit
te stellen in afwachting van het
onderzoek naar een mogelijke
blijvende
arbeidsongeschiktheid
van
een
van
beiden,
bagatelliseerde het parket de
feiten en de gevolgen. Het parket
heeft het verzoek pas na enig
aandringen van de advocaat van
de klagers ingewilligd. De dader is
intussen vrijgelaten, en gaat daar
nog prat op ook.
Geeft het gerecht met zijn houding
tegenover
de
gevallen
van
agressie tegen MIVB- en NMBS-
personeel en nu ook tegen
politieagenten een duidelijk signaal
aan de burgers? Zal men met die
houding jonge delinquenten tot
bedaren
brengen?
Welke
richtlijnen zal u de parketten geven
om recht te doen geschieden en
tot een krachtige en billijke
rechtsbedeling te komen?
06/05/2008
CRIV 52
COM 199
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
délinquants au calme?
Monsieur le ministre, quelles directives comptez-vous envoyer aux
parquets afin que justice soit rendue ou en tout cas entendue de
manière forte et équitable?
17.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur Flahaux, je dois tout
d'abord rappeler que je ne suis pas membre du ministère public.
L'article 151 de la Constitution fait état de règles à propos des
relations entre le ministre de la Justice et le ministère public. Je ne
puis évidemment répondre que dans le contexte des dispositions de
cet article.
Il importe de se pencher sur le déroulement exact des faits. Le
27 janvier 2008, vers 17.30 heures, à l'occasion des festivités
carnavalesques à Morlanwelz, deux policiers patrouilleurs ont
l'attention attirée par un homme qui donne une gifle à une dame dans
un véhicule. Lorsque l'homme sort de la voiture, il est interpellé par un
des policiers, qui lui demande des explications. L'homme repousse
alors le policier et lui porte des coups. Un second individu surgit et
agresse le policier. Le second fonctionnaire de police vient au secours
de son collègue et reçoit des coups. Plusieurs coups seront encore
portés aux policiers avant que des renforts n'arrivent et que les deux
individus soient maîtrisés.
Les deux fonctionnaires de police seront ensuite examinés par un
médecin, qui décrira les lésions comme suit. Pour le premier:
hématomes à la joue et à l'arcade sourcilière et plaie à la face interne
de la lèvre. Un autre médecin constatera une incapacité de travail
sans en préciser la durée.
Pour le second policier, le médecin constatera des contusions au
niveau de la main et des ecchymoses au niveau du genou. Il n'évoque
pas d'incapacité de travail.
Les deux suspects ont refusé d'être interrogés par la police. Le
parquet a ensuite confirmé leur arrestation et ordonné qu'ils soient
présentés au parquet le lendemain.
Ils seront entendus par le magistrat du parquet, lequel a décidé de
mettre en oeuvre une procédure accélérée. L'affaire fut fixée le 18
février 2008 devant le tribunal correctionnel. À cette audience, l'avocat
du policier, pour lequel aucune incapacité de travail n'avait été
constatée par les médecins, sollicita une remise en vue de réaliser un
examen médical complémentaire. Le parquet me signale à cet égard
que le magistrat du ministère public s'est étonné de cette demande,
eu égard aux constatations des médecins et au fait que, pendant
l'intervalle de trois semaines, le policier n'avait pas fait réaliser un
examen médical complémentaire afin d'étayer une éventuelle
incapacité permanente. L'affaire fut remise au 3 mars, audience au
cours de laquelle l'avocat du même policier demanda une nouvelle
remise pour l'audience du 17 mars. À cette date, l'affaire fut
examinée, présentée et délibérée. Le jugement fut prononcé le 14
avril. Le parquet précise que, dans l'intervalle, l'avocat du policier
susvisé ne déposa aucune pièce médicale susceptible d'étayer une
éventuelle incapacité permanente.
Les deux prévenus furent condamnés à des peines de travail de
17.02 Minister Jo Vandeurzen:
Ik kan enkel antwoorden in het
kader van artikel 151 van de
Grondwet, dat de betrekkingen
regelt tussen de minister van
Justitie
en
het
openbaar
ministerie, waartoe ik niet behoor.
Op 27 januari 2008 omstreeks
17.30
uur
trachtten
twee
politiemannen in Morlanwelz een
man aan te houden die ze in een
wagen een vrouw een klap hadden
zien gegeven. Daarop kwam het
tot een handgemeen, en werden
de betrokkene en een andere man
die hem te hulp geschoten was,
overmeesterd toen de politie
versterking
kreeg.
De
politiemannen werden door een
arts onderzocht; een van beiden
werd arbeidsongeschikt verklaard.
Het parket heeft de aanhouding
van beide verdachten bevestigd,
en heeft gelast dat zij de volgende
ochtend
zouden
voorgeleid
worden.
Op de zittingsdag die op 18
februari
2008
voor
de
correctionele rechtbank bepaald
was, heeft de advocaat van de
politieman
die
niet
arbeidsongeschikt was verklaard,
de verdaging gevraagd om een
aanvullend medisch onderzoek te
laten
uitvoeren.
Het
parket
reageerde verbaasd, omdat in de
drie voorafgaande weken geen
enkel medisch onderzoek was
uitgevoerd. Na een nieuw uitstel
op 3 maart werd de zaak op 17
maart vastgelegd en toen legde de
advocaat van de politieman geen
enkel
stuk
voor
dat
de
arbeidsongeschiktheid kon staven.
Het vonnis werd op 14 april
uitgesproken
en
beide
beklaagden,
die
geen
strafrechtelijk verleden hadden,
werden
veroordeeld
tot
respectievelijk honderd en tachtig
CRIV 52
COM 199
06/05/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
respectivement 100 et 80 heures. Le parquet précise que les
intéressés, hormis des condamnations du tribunal de police, n'avaient
pas d'antécédents judiciaires.
Les directives de politique criminelle du procureur du Roi de Charleroi
commandent de diligenter des poursuites en cas de violence contre
les représentants des forces de l'ordre. Je constate, en l'espèce, que
ces directives ont été respectées puisque des poursuites ont été
lancées quasi immédiatement après les faits et que ces poursuites
ont donné lieu à une condamnation, dans un délai rapide de moins de
trois mois.
Il existe, en outre, à propos des faits de violence commis à l'égard
des policiers, des directives récentes de politique criminelle du
Collège des procureurs généraux reprises dans la circulaire n° 3 de
2008. En l'espèce, le ministère public a estimé que, compte tenu de
l'absence d'antécédents des prévenus, des réquisitions tendant au
décernement d'un mandat d'arrêt n'auraient aucune chance d'aboutir
et que le choix des peines par le juge était adéquat et proportionné
par rapport aux faits, compte tenu de la personnalité et de l'âge des
prévenus.
Ces considérations n'enlèvent rien au fait que les policiers concernés
ont certainement vécu des moments difficiles. Croyez bien que je suis
tout à fait conscient des conséquences dommageables que peut avoir
ce genre de comportement inacceptable sur la vie professionnelle et
privée.
uur werkstraf.
Overeenkomstig
de
richtlijnen
inzake het strafrechtelijk beleid
van de procureur des Konings van
Charleroi moeten vervolgingen
worden ingesteld in geval van
gewelddaden
tegen
de
ordediensten. In dit geval werden
die richtlijnen nageleefd en werd
binnen
drie
maanden
een
veroordeling uitgesproken. De
omzendbrief nr. 3 van 2008 van
het College van procureurs-
generaal streeft hetzelfde doel na.
Het
parket
heeft
in
het
onderhavige geval geoordeeld dat
de rechter gepaste straffen heeft
opgelegd.
Die overwegingen doen niets af
aan de terugslag van dat soort
gedrag op het beroeps- en
privéleven van de betrokken
politieagenten.
17.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je tiens
à remercier M. le ministre pour la clarté de sa réponse.
En effet, il est important que le temps qui s'écoule entre les faits et la
condamnation soit le plus réduit possible, même si la condamnation
n'est "psychologiquement" pas très lourde.
17.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik dank de minister voor zijn
antwoord. Het is inderdaad van
groot belang dat zulke feiten tot
een veroordeling leiden en dat
zulks snel gebeurt, zelfs als zo een
veroordeling uit een psychologisch
oogpunt niet zo veel voorstelt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.35 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.35 uur.