KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 181
CRIV 52 COM 181
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
23-04-2008
23-04-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het krijgen van
een erkenning voor het uitreiken van fiscale
attesten
voor
belastingvrije
giften
door
vormingsinstellingen voor personen met een
handicap" (nr. 4389)
1
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'agrément des institutions de
formation pour personnes handicapées pour
l'établissement d'attestations fiscales pour la
déduction des libéralités" (n° 4389)
1
Sprekers: Jenne De Potter, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs: Jenne De Potter, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "fiscale fraude door grensgangers"
(nr. 4675)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État, adjoint au ministre des Finances sur "les
frontaliers et la fraude fiscale" (n° 4675)
3
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de resultaten van de Cel voor
Financiële Informatieverwerking" (nr. 4676)
7
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État, adjoint au ministre des Finances sur "les
résultats de la Cellule de Traitement des
Informations Financières" (n° 4676)
6
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de fraude bij antiekveilingen"
(nr. 4677)
9
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État, adjoint au ministre des Finances sur "la
fraude dans les salles de vente d'antiquités"
(n° 4677)
9
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de internationale samenwerking
inzake de strijd tegen de fiscale fraude" (nr. 4678)
11
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État, adjoint au ministre des Finances sur "la
coopération internationale en matière de lutte
contre la fraude fiscale" (n° 4678)
11
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Bernard
Clerfayt, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de aankoop van
een
onroerend
goed
op
basis
van
groepsverzekering" (nr. 4104)
13
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'achat d'un bien immobilier
sur la base d'une assurance de groupe" (n° 4104)
13
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
vereenvoudiging van de belastingbrief en het
standpunt van Assuralia en Febelfin" (nr. 4157)
16
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la simplification de la
déclaration fiscale et le point de vue d'Assuralia et
de Febelfin" (n° 4157)
16
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de problemen
tussen
de
NBB
en
haar
particuliere
minderheidsaandeelhouders" (nr. 4485)
18
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les problèmes entre la BNB
et ses actionnaires minoritaires privés" (n° 4485)
18
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de circulaire
betreffende de notionele interestaftrek" (nr. 4507)
19
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la circulaire
relative à la déduction d'intérêts notionnels"
(n° 4507)
19
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de verplichte
bijdrage van vennootschappen aan RSVZ"
(nr. 4553)
20
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la cotisation obligatoire des
sociétés à l'INASTI" (n° 4553)
20
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het incident
inzake contractueel personeel van een Belgische
ambassade" (nr. 4570)
22
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'incident avec le personnel
contractuel d'une ambassade belge" (n° 4570)
22
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de werking van
de belastingdiensten" (nr. 4628)
23
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le fonctionnement
de l'administration fiscale" (n° 4628)
23
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan
de vice-eerste minister en minister van Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
toepassing van artikel 136bis-6 van de wet van
25 juni 1992
op
de
landsverzekeringsovereenkomst" (nr. 4596)
25
Question de Mme Freya Van den Bossche au
vice-premier ministre et ministre des Finances et
des Réformes institutionnelles sur "l'application de
l'article 136bis-6 de la loi du 25 juin 1992 sur le
contrat d'assurance terrestre" (n° 4596)
25
Sprekers: Freya Van den Bossche, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs: Freya Van den Bossche, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
computerprogramma van de DAVO" (nr. 4656)
28
Question de Mme Kattrin Jadin au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le programme informatique
du SECAL" (n° 4656)
28
Sprekers: Kattrin Jadin, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën
Orateurs: Kattrin Jadin, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État adjoint au ministre des
Finances
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "Belgacom
Invest" (nr. 4736)
30
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "Belgacom Invest"
(n° 4736)
30
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de
cdH-fractie,
Bernard
Clerfayt,
staatssecretaris toegevoegd aan de minister
van Financiën, Hendrik Bogaert
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Bernard Clerfayt, secrétaire
d'État adjoint au ministre des Finances,
Hendrik Bogaert
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Belgen die in
het buitenland intrest opstreken" (nr. 4749)
32
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les Belges qui ont
perçu des intérêts à l'étranger" (n° 4749)
32
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris toegevoegd aan de
minister van Financiën
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État adjoint au ministre
des Finances
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
23
APRIL
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
23
AVRIL
2008
Après-midi
______
Le développement des questions et interpellations commence à 15.13 heures. La réunion est présidée par
M. François-Xavier de Donnea.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.13 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer François-Xavier de Donnea.
01 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het krijgen van een erkenning voor het uitreiken van fiscale attesten
voor belastingvrije giften door vormingsinstellingen voor personen met een handicap" (nr. 4389)
01 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'agrément des institutions de formation pour personnes handicapées pour
l'établissement d'attestations fiscales pour la déduction des libéralités" (n° 4389)</b>
01.01 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, artikel 104, §3, 3° van het Wetboek
Inkomstenbelastingen stelt dat geldgiften aan culturele instellingen
waarvan het invloedsgebied een van de Gemeenschappen bestrijkt
en die door de Koning erkend zijn van de netto-inkomsten mogen
worden afgetrokken.
Op dit ogenblik worden vormingsinstellingen voor personen met een
handicap
die
onderdeel
zijn
van
een
federatie
van
vormingsinstellingen voor personen met een handicap niet erkend.
Hetzelfde geldt voor vormingsdiensten voor personen met een
handicap die lid zijn van een federatie.
Daardoor kunnen zij geen fiscale attesten uitreiken, waardoor de
giften die zij ontvangen niet fiscaal aftrekbaar zijn in hoofde van de
schenker. Hierdoor lopen de instellingen en diensten heel wat
inkomsten mis.
Het gaat bijvoorbeeld om federaties als KR8, Z11 en Op-Stap
waarvan instellingen als De Brug, Handicum, VMG deel uitmaken. Dat
zijn stuk voor stuk instellingen en federaties die erop gericht zijn
personen met een handicap via levenslang en levensbreed leren te
versterken zodat ze zelf kunnen participeren aan de maatschappij.
De argumentatie die wordt gebruikt om deze instellingen en diensten
een erkenning te weigeren, is het feit dat zij deel uitmaken van een
federatie waardoor niet zij, maar wel de federatie subsidies ontvangen
van de Vlaamse overheid. De overkoepelende federaties zelf kunnen
echter ook geen erkenning bekomen om fiscaal aftrekbare giften te
ontvangen. Zij ontvangen wel subsidies van de Vlaamse overheid
maar werken als overkoepelende organisatie niet zelf met de
doelgroep. Dat is het werk van de instellingen. Dit is dus een
01.01 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Les libéralités financières
en faveur d'institutions culturelles
reconnues par le Roi peuvent être
déduites des revenus nets. Les
instituts et les services de
formation
pour
personnes
souffrant d'un handicap qui font
partie d'une fédération ne sont pas
reconnus. Ils ne peuvent dès lors
délivrer d'attestations fiscales et
subissent donc un manque à
gagner
considérable.
Il
est
argumenté à cet égard que la
fédération dont ils font partie
perçoit déjà des subventions des
autorités flamandes.
Cette
argumentation
est-elle
pertinente? Le ministre envisage-t-
il d'adapter la loi ou de veiller à
tout le moins à ce que ces instituts
et
services
puissent
être
reconnus?
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
kafkaiaanse toestand.
Mijnheer de staatssecretaris, ik heb dan ook de volgende vragen.
Bevestigt u de argumentatie dat omwille van de verplichte
federatievorming de vormingsinstellingen geen erkenning kunnen
krijgen om fiscale attesten af te leveren voor belastingvrije giften?
Klopt deze argumentatie of spelen andere argumenten een rol?
Ten tweede, bent u van plan de wet aan te passen of de administratie
de opdracht te geven deze vormingsinstellingen en diensten voor
personen met een handicap toch te erkennen?
01.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Het geachte lid haalt een
probleem aan dat grote gelijkenissen vertoont met een probleem dat
door volksvertegenwoordiger Hunfred Schoeters in november 1997
met een mondelinge vraag in de commissie voor de Financiën werd
aangekaart. Het ging toen om sociaal-culturele organisaties die tot
een samenwerkingsverband waren toegetreden als gevolg van
Vlaamse decreten die op 19 april 1995 tot stand kwamen. Het is wel
zo dat organisaties die als culturele instellingen wensen te worden
erkend op basis van artikel 104, 3, d van het Wetboek van de
Inkomstenbelasting 1992 aan een reeks voorwaarden moeten
voldoen die in artikel 58 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dit
wetboek zijn vastgelegd. Ze moeten onder andere rechtstreeks en
uitsluitend werkzaam zijn in het domein van de verspreiding van de
cultuur, worden gesubsidieerd wegens hun culturele activiteiten door
de Staat of door een van de Gemeenschappen en een invloedsgebied
hebben dat een van de Gemeenschappen of het gehele land bestrijkt.
Door de wijziging van de subsidieregeling voor instellingen die onder
de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen bleek de
bedoelde erkenning niet mogelijk voor organisaties die een
samenwerkingsverband hadden opgericht. In de loop van 1999 werd
het college van de federale Ombudsmannen over deze problematiek
aangesproken. Het college drong aan op een herziening van het
standpunt van de fiscale administratie. Na overleg tussen de fiscale
administratie en de bevoegde diensten van het minister van de
Vlaamse Gemeenschap en overleg met de Vlaamse minister van
Cultuur heeft men een mogelijke oplossing aan het college van de
federale Ombudsmannen meegedeeld in de loop van juni 2003.
Het probleem dat nu rijst voor vormingsinstellingen voor personen met
een handicap die tot een federatie zijn toegetreden is een gevolg van
het Vlaams decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel
volwassenenwerk. Gelet op het feit dat de Vlaamse decreten van
19 april 1995 werden opgeheven en dat het decreet van 4 april 2003
een andere subsidieregeling heeft ingevoerd, lijkt het mij wenselijk om
de nieuwe problematiek door mijn administratie te laten onderzoeken
in overleg met het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en
Volwassenen van de Vlaamse overheid. Desnoods zal ik overleg
plegen met mijn Vlaamse collega van Cultuur.
01.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: M. Schoeters a
évoqué un problème analogue en
novembre 1997, en commission
des Finances.
Les
organisations
désireuses
d'être
reconnues
comme
institutions culturelles en vertu de
l'article 104, 3, d du CIR 92
doivent satisfaire à un certain
nombre de conditions qui figurent
à
l'article
58
de
l'arrêté
d'exécution.
Elles
doivent
notamment déployer leurs activités
dans le domaine de la diffusion de
la culture, être subventionnées par
l'État ou par une Communauté et
leur champ d'activité doit s'étendre
à l'une des Communautés ou à
tout le pays..
En raison de la modification de la
réglementation
flamande
en
matière de subsides, il s'est avéré
impossible pour des organisations
qui avaient créé une structure de
coopération d'être reconnues. Les
médiateurs fédéraux ont été saisis
du problème dans le courant de
1999. Une possibilité de solution a
été annoncée en juin 2003, après
concertation entre l'administration
fiscale
et
la
Communauté
flamande.
Le
problème
auquel
sont
confrontés les établissements de
formation
de
personnes
handicapées résulte du décret du
4 avril 2003. Mon administration
devrait examiner ce dossier en
concertation
avec
l'Agence
flamande pour le travail socio-
culturel. Au besoin, je me
concerterai avec mon collègue
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
flamand de la Culture.
01.03 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de staatssecretaris uiteraard voor het antwoord. Ik moet zeggen
dat het hier gaat om vormingsinstellingen die belangrijke taken
uitvoeren voor personen met een handicap. De afhankelijkheid van
giften is voor die federaties natuurlijk van groot belang. Het is
natuurlijk zo dat zij door de verplichte federatievorming op Vlaams
niveau op federaal niveau in de onmogelijkheid verkeren om fiscaal
aftrekbare giften te ontvangen. Ik denk echter dat daar een oplossing
voor moet worden geboden. Het gaat eigenlijk om wetgevingen op de
verschillende niveaus die elkaar tegenwerken. Ik ben dus blij dat de
minister overleg zal starten met de administratie en de
Gemeenschappen om tot een oplossing te komen.
01.03 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Les dons revêtent une
grande importance pour ces
institutions de formation et je me
réjouis dès lors d'entendre que le
ministre
va
entamer
la
concertation avec l'administration
et les Communautés.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État, adjoint au ministre des Finances sur "les
frontaliers et la fraude fiscale" (n° 4675)</b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "fiscale fraude door grensgangers" (nr. 4675)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il n'est pas dans mes habitudes de vous donner lecture
d'une question, mais dans le cas présent, je ne voudrais pas faillir à
des exemples précis que j'aurais d'ailleurs pu, avec un peu
d'attention, compléter. Ces exemples portent sur des situations
générant des fraudes et qui dit fraudes, dit perte de recettes.
1. Des habitants du Royaume prennent des boîtes aux lettres dans la
zone frontalière française ou quittent fictivement la zone frontalière
belge vers le centre du Royaume pour des communes hors zone.
Lesdites communes en zone frontalière belge sont d'ailleurs les plus
pauvres de Belgique comme l'indiquent les dernières statistiques des
Affaires économiques.
2. Des habitants de France hors zone prennent un domicile fictif dans
la zone frontalière française dès qu'ils travaillent en zone frontalière
belge.
3. Des employeurs de la zone frontalière belge engagent des
frontaliers dits français (25% moins cher en coût employeur que les
habitants du Royaume) et les font même travailler hors zone belge,
sans le moindre scrupule. L'employé ne dit rien, car il bénéficie d'un
net appréciable et l'employeur diminue ainsi ses coûts et bénéficie
d'une concurrence fiscale déloyale par rapport aux employeurs du
centre du Royaume.
4. Au moment de la liquidation du capital assurance groupe ou
d'épargne-pension, l'habitant du Royaume quitte ce dernier
(réellement ou fictivement) afin de ne payer d'impôt ni en Belgique ni
en France. Quelques années plus tard, il revient.
5. Pour bénéficier des avantages précités, un employé de la Fonction
publique belge - j'en connais au moins un - change de nationalité et
devient Français en perdant sa nationalité belge. De ce fait, il n'est
plus taxé en Belgique.
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
zal
enkele
voorbeelden
van
fraudegevallen oplezen.
Belgische inwoners maken gebruik
van een fictief adres in de Franse
grensstreek of verhuizen fictief van
de Belgische grensstreek naar
gemeenten buiten dat gebied. De
betrokken gemeenten in de
Belgische grenssstreek zijn de
armste van België.
Franse inwoners die buiten de
streek wonen, gebruiken een fictief
adres in de Franse grensstreek
zodra
ze
in
de
Belgische
grensstreek aan de slag gaan.
Werkgevers van de Belgische
grensstreek nemen zogenaamd
Franse grensarbeiders in dienst
(die 25 procent minder kosten) en
stellen ze buiten de Belgische
grensstreek tewerk. De betrokken
werknemers krijgen een behoorlijk
nettoloon en de werkgevers
hebben minder kosten.
Op het ogenblik van de uitbetaling
van
het
kapitaal
van
de
groepsverzekering of van het
pensioensparen,
verlaat
de
Belgische inwoner ons land om
geen belastingen in België of in
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
6. Certaines de ces personnes déménagent d'ailleurs le 30 juin et pas
un 1
er
janvier, afin de bénéficier du maximum de pauvreté fiscale dans
les deux États et ainsi ne paient rien. Il arrive qu'elles reviennent
l'année suivante, un 1
er
juillet et ne paient toujours rien cette
deuxième année. Et ainsi de suite.
7. Complémentairement, des fraudes importantes à l'immatriculation
en Belgique des véhicules à plaques jaunes françaises lèsent les
communes belges. Pour habiter dans une zone frontalière dans le
Hainaut occidental, rebaptisé la Picardie wallonne, je me demande
parfois si je ne suis pas en France plutôt qu'en Belgique. Ce système
lèse les communes belges et permettent auxdits conducteurs de ne
pas payer leurs amendes de roulage, car les procédures de
recouvrement sont quasi-inexistantes entre les deux États.
Voilà quelques exemples, monsieur le président, de cas où certains
usent, voire abusent de toutes les ficelles.
Je savais déjà que les Belges avaient une brique dans le ventre. Je
vais finir par croire que Belges et Français ont une science de fraude
fiscale très développée.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes.
1. Votre administration est-elle au courant de ces pratiques, de ces
attitudes et comportements?
2. Quel est votre avis sur la question? Pouvez-vous me rassurer en
me disant que votre département compte, si ce n'est pas encore le
cas, s'occuper activement de ce dossier?
3. Quelles sont les solutions qui peuvent être envisagées?
4. Ne pensez-vous pas que l'avenant à la Convention franco-belge de
lutte contre la double imposition, avenant négocié pendant huit ans
par le ministre des Finances, devrait permettre d'éviter une série de
cas comme ceux que j'ai cités, autrement dit de mettre fin à de tels
abus?
5. Comment éviter que les contrevenants puissent s'abstenir aussi
facilement de payer les montants dont ils sont redevables ainsi que
leurs impôts?
Frankrijk te moeten betalen.
Enkele jaren later komt hij terug.
Om bovengenoemde voordelen te
genieten, vraagt een Belgische
ambtenaar de Franse nationaliteit
aan en wordt hij niet langer in
België belast.
Sommige personen verhuizen op
30 juni teneinde in beide landen zo
weinig mogelijk belastingen te
moeten betalen.
Belgische
chauffeurs
kiezen
ervoor om hun voertuig in Frankrijk
in
te
schrijven
om
geen
verkeersboetes te moeten betalen,
want tussen beide landen zijn de
inningsprocedures
nagenoeg
onbestaande.
Is uw administratie op de hoogte
van die praktijken?
Bent u van plan actief iets te doen
aan dat dossier? Aan welke
oplossingen denkt u?
Denkt u niet dat het avenant bij de
Overeenkomst tussen België en
Frankrijk tot voorkoming van
dubbele belasting het mogelijk
moet maken dergelijke misbruiken
uit de wereld te helpen?
Hoe kan worden voorkomen dat
de overtreders zich zo makkelijk
kunnen onttrekken aan het betalen
van de verschuldigde bedragen?
02.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président,
cher collègue, le SPF Finances est parfaitement au courant des
pratiques que vous avez évoquées.
Si certaines peuvent a priori paraître choquantes, elles ne présentent
pourtant aucun caractère illicite.
C'est le cas, par exemple, des capitaux d'assurances de groupes ou
d'épargnes pensions perçus par un ancien habitant du Royaume
devenu réellement un résident de la France au moment de la
liquidation.
La jurisprudence des tribunaux a confirmé que, dans de telles
circonstances, le droit d'imposer pareils avantages revenait
exclusivement à la France quel que soit le régime fiscal dans ce pays.
Bien évidemment, rien ne peut s'opposer au retour ultérieur du
bénéficiaire en Belgique.
02.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: De FOD Financiën is
perfect op de hoogte van de
praktijken waarover u het heeft.
Ze kunnen misschien schokkend
lijken maar ze zijn niet onwettig.
Vroegere
inwoners
van
het
Koninkrijk
die
werkelijk
ingezetenen en staatsburgers van
Frankrijk geworden zijn op het
ogenblik van de vereffening van
een groepsverzekering of de
ontvangst van een vergoeding of
een pensioen worden belastbaar
in
Frankrijk
krachtens
een
bepaling van de op 10 maart 1964
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Il en va de même des membres ou anciens membres de la Fonction
publique belge qui, réellement installés en France, choisissent
d'acquérir la nationalité française et de perdre la nationalité belge.
Tant leur rémunération que leur pension deviennent alors imposables
en France et ce, dans le respect d'une disposition de la Convention
franco-belge préventive de la double imposition conclue le
10 mars 1964.
À ce propos, il faut noter que si l'acquisition volontaire de la nationalité
française implique la perte automatique de la nationalité belge, une
modification du Code belge de la nationalité impose aux personnes
concernées d'accomplir, à partir du 1
er
mai 2008, une démarche
supplémentaire de renonciation à la nationalité belge.
Cela étant, l'administration a déjà pris en son sein diverses mesures
destinées, notamment à débusquer les transferts fictifs de résidence
de même que les travailleurs de la zone frontalière française occupés
en dehors de la zone frontalière belge.
Pour des raisons évidentes d'efficacité, il va de soi que les méthodes
et moyens mis en oeuvre ne peuvent être plus amplement décrits. Il
faut néanmoins signaler que les autorités fiscales compétentes
belges et françaises se sont accordées pour renforcer leur
collaboration dans ce domaine.
Par ailleurs, dès lors que la nature fictive d'un transfert de résidence
se démontre au départ d'un faisceau de faits suffisamment
concordants, j'invite instamment les services administratifs et de
police placés sous l'autorité des bourgmestres des communes belges
concernées à communiquer aux services locaux de taxation tous les
éléments matériels et factuels recueillis dans l'exercice de leur
fonction et permettant de conclure au maintien du foyer d'habitation
permanent en zone frontalière belge.
Je ne sais pas si vous connaissez un bourgmestre dans cette zone ...
En ce qui concerne l'avenant à la Convention franco-belge signée le
13 décembre 2007, je tiens à rappeler qu'il est susceptible de
modifications aussi longtemps que la procédure de son approbation
parlementaire n'est pas close.
Dans sa version actuelle, il devrait décourager les manoeuvres
frauduleuses dénoncées et de surcroît contribuer à l'amélioration des
recettes fiscales. Ainsi, le régime frontalier resterait temporairement
applicable aux seuls frontaliers français occupés en Belgique, qui, à
une date déterminée, répondent à des conditions strictes notamment
quant à leur résidence en France. L'administration belge prendra
grand soin de vérifier la réalité de celle-ci.
Cet avenant prévoit en outre une implication plus grande des
employeurs, qui, contraints d'attester annuellement le lieu d'activité de
leurs travailleurs, s'exposeraient à des sanctions en cas d'omission et
de déclaration fausse. Sur le plan budgétaire, le maintien d'un régime
frontalier en faveur des résidents de la zone frontalière française
exerçant une activité de salarié dans la zone frontière belge est
assortie jusqu'à son extinction définitive prévue le 31 décembre 2033
d'une compensation financière versée chaque année par l'État
gesloten Overeenkomst tussen
België en Frankrijk tot voorkoming
van dubbele belasting.
Er dient opgemerkt dat een
wijziging
van
het
Wetboek
Belgische nationaliteit aan de
betrokken personen vanaf 1 mei
2008 een bijkomende demarche
van verzaking van de Belgische
nationaliteit oplegt.
De
administratie
heeft
al
verscheidene
maatregelen
genomen om meer bepaald
fictieve woonplaatsveranderingen
evenals de werknemers uit het
Frans
grensgebied
die
tewerkgesteld zijn buiten de
Belgische grenszone, op te sporen
De bevoegde Belgische en Franse
belastingautoriteiten
zijn
overeengekomen
hun
samenwerking in dit domein uit te
breiden.
Ik
nodig
de
administratieve
diensten en de politie die onder
het gezag van de burgemeester
van de betrokken Belgische
gemeenten vallen, uit de lokale
belastingdiensten alle elementen
te bezorgen die het mogelijk
maken te besluiten dat er sprake
is van behoud van permanente
woonplaats
in
het
Belgisch
grensgebied.
Het avenant bij het Belgisch-Frans
verdrag dat op 13 december 2007
werd ondertekend, kan worden
gewijzigd zolang de procedure van
de parlementaire goedkeuring
ervan niet is afgerond. Het zou
frauduleuze praktijken moeten
tegengaan.
Zo
zou
de
grensarbeidersregeling
tijdelijk
exclusief van toepassing zijn op de
in België tewerkgestelde Franse
grensarbeiders
die
op
een
welbepaalde datum aan strikte
voorwaarden voldoen, met name
wat hun woonplaats in Frankrijk
betreft.
Overeenkomstig
het
avenant zijn de werkgevers tevens
verplicht jaarlijks het bewijs te
leveren van de plaats van
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
français en vue de corriger le manque à gagner subi par le Trésor
belge.
Dans le même ordre d'idées, l'abandon du régime frontalier pour les
travailleurs belges occupés en zone frontalière française, lesquels
deviendraient dès lors imposables en France, devrait être amorti
grâce à une disposition de l'avenant permettant, pour la détermination
des taxes additionnelles établies par les communes et les
agglomérations belges de tenir compte des revenus professionnels
exonérés de l'impôt belge sur base des dispositions conventionnelles.
De manière plus générale, je reste convaincu que l'une des formes
les plus efficaces de lutte contre ces comportements visant à se
soustraire à la taxation en Belgique consiste en une diminution du
niveau d'imposition sur les revenus du travail par la poursuite des
réformes de l'impôt sur les personnes physiques entamée sous les
législatures précédentes.
Pour ce qui est des fraudes relevées en cas d'immatriculation de
véhicules et de recouvrement des amendes de roulage, celles-ci
paraissent ressortir en premier lieu au SPF Mobilité et Transport,
d'une part, et aux SPF Intérieur et Justice, d'autre part.
tewerkstelling
van
hun
werknemers.
Op
begrotingsvlak
gaat
het
behoud
van
een
grensarbeidersregeling
ten
voordele van de inwoners van de
Franse
grensstreek
die
als
loontrekkende aan de slag zijn in
de Belgische grensstreek, tot
wanneer dat stelsel definitief
uitdooft,
vergezeld
van
een
financiële compensatie die elk jaar
door de Franse Staat wordt
gestort.
De
afschaffing
van
de
grensarbeidersregeling voor de
Belgische werknemers die in de
Franse grensstreek tewerkgesteld
worden, zou dankzij een bepaling
van het avenant moeten kunnen
worden afgezwakt.
Ik blijf ervan overtuigd dat de
beste manier om die praktijken te
bestrijden erin bestaat de lasten
op de inkomens uit arbeid te
verlagen via de voortzetting van de
hervormingen op het stuk van de
personenbelasting.
De fraude met betrekking tot de
verkeersboetes behoort tot de
bevoegdheid
van
de
FOD
Mobiliteit en Vervoer, enerzijds, en
de FOD's Binnenlandse Zaken en
Justitie, anderzijds.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. En ce qui concerne les autres ministères cités, je les ai déjà
questionnés et je recommencerai. Dans un premier temps, j'ai dit que
j'allais éviter de donner une publicité à votre réponse afin de ne pas
donner d'idées à certains. Ceci dit, ce qui est légal est légal et ce qui
est fictif doit être poursuivi, vous l'avez dit.
Je partage votre avis quant à cet avenant qui devrait permettre de
réduire ce comportement. J'ai cru comprendre que certains
souhaitaient le reporter de quelques années. Nous ferons un jour le
calcul de ce que cela coûte à l'État belge.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
heb de andere betrokken diensten
daarover al vragen gesteld. Ik deel
uw mening met betrekking tot dat
avenant, dankzij hetwelk die
frauduleuze praktijken zouden
kunnen worden tegengegaan. Ik
heb menen te begrijpen dat
sommigen de inwerkingtreding
ervan enkele jaren zouden willen
uitstellen. Wij zullen ooit wel eens
berekenen hoeveel dat aan de
Belgische Staat kost.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État, adjoint au ministre des Finances sur "les
résultats de la Cellule de Traitement des Informations Financières" (n° 4676)</b>
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
03 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de resultaten van de Cel voor Financiële Informatieverwerking" (nr. 4676)
03.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la Cellule de traitement des informations financières (CTIF)
nous a récemment fait savoir qu'elle avait ouvert 4.927 dossiers en
2007, ce qui constitue une augmentation substantielle par rapport aux
chiffres de 2006, où il était question de 3.367 dossiers. Non
seulement, l'augmentation est substantielle, mais il semble aussi que
le nombre de dossiers transférés vers les parquets et auxquels est
réservé une suite judiciaire soient en augmentation (20% de ces
dossiers).
Cela semble dû à une collaboration qui s'intensifie entre les banques
et la CTIF.
Monsieur le ministre, pouvez-vous commenter ces résultats? Des
tendances sont-elles à épingler? Des phénomènes particuliers
apparaissent-ils au niveau des fraudes? En fonction de ce qui
précède, certaines mesures seront-elles commandées et étudiées?
Dans l'affirmative, lesquelles et dans quel délai?
03.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
Cel
voor
Financiële
Informatieverwerking (CFI) gaf
onlangs te kennen dat ze in 2007
4.927 dossiers heeft geopend,
tegen 3.367 in 2006. Dat is een
merkelijke
stijging.
Kennelijk
neemt ook het aantal dossiers dat
wordt overgezonden aan het
parket
en
waarin
tot
rechtsvervolging
wordt
overgegaan, toe. Kan u die
resultaten
becommentariëren?
Duiken er specifieke fenomenen
op inzake fraude?
03.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur Crucke, au
cours de l'exercice 2007, la CTIF a reçu 12.830 déclarations de
soupçons contre 9.938 pour l'année précédente, soit une croissance
de 30% des déclarations. Un total de 4.927 dossiers ont été ouverts
sur la base des déclarations, ce qui représente 1.560 dossiers de plus
qu'en 2006, soit une augmentation d'environ 60% de dossiers
ouverts.
L'augmentation des déclarations se situe au mois d'octobre 2007,
avec un total de 1.595 déclarations, soit une moyenne d'environ 1.000
déclarations mensuelles pour les neuf mois précédents.
Cette évolution semble se consolider. En novembre 2007, il y avait
1.351 déclarations pour 1.498 en janvier 2008. Nous avons atteint un
palier par rapport aux déclarations antérieures.
Ce sont les professions financières (bureaux de change,
établissements de crédit) qui restent les principaux déclarants à la
CTIF: 80% des déclarations émanent de ce type de professionnels.
La progression du nombre de nouveaux dossiers reçus par la CTIF se
retrouve également dans les statistiques du nombre de dossiers
transmis après traitement de l'information par la CTIF aux autorités
judiciaires: 1.166 dossiers ont été transmis en 2007 contre 912 en
2006.
Au-delà de cette observation, si l'on considère les montants
concernés, ce sont des formes graves de criminalité économique et
financière qui restent principalement à la base des opérations de
blanchiment détectées et transmises aux parquets. La fraude fiscale
grave et organisée arrive en tête avec un montant total de
228.900.000 euros. Telle est la valeur des dossiers transmis en 2007.
Les résultats cumulés de cette forme de criminalité de base et des
autres catégories de délits financiers (trafic illicite de biens et de
marchandises, abus de biens sociaux, escroquerie, infraction liée à
03.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Het zijn nog altijd de
financiële beroepen die het gros
van de verdachte verrichtingen
melden bij de CFI. De toename
van het aantal nieuwe dossiers bij
de CFI weerspiegelt zich ook in de
statistieken aangaande het aantal
dossiers dat, na verwerking van de
informatie door de Cel, wordt
doorgegeven aan de gerechtelijke
autoriteiten.
In 2007 werden er 1.166 dossiers
overgezonden, tegen 912 in 2006.
Zware en georganiseerde fiscale
fraude is daarbij goed voor
228.900.000
euro
en
vertegenwoordigt het leeuwendeel
van de fraudegevallen. Het aantal
aan het licht gebrachte dossiers
inzake de financiering van het
terrorisme bleef in 2007 ongeveer
gelijk aan het cijfer voor 2006,
namelijk 32 dossiers, goed voor
een totaal bedrag van 12,9 miljoen
euro, die aan het federale parket
werden doorgegeven.
Er is een nieuw artikel in werking
getreden waarbij verrichtingen die
verband kunnen houden met
fraude onmiddellijk aan de CFI
moeten worden gemeld, en elke
grensoverschrijdende verrichting
voor een bedrag van ten minste
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
l'état de faillite) représentent près de 71% du total des montants
détectés transmis aux autorités judiciaires.
La détection des dossiers de financement de terrorisme est située en
2007 à un niveau quasi équivalent à celui de 2006: 32 cas de
financement d'opérations financières liées au terrorisme pour un
montant total de 12,9 millions d'euros ont été transmis au parquet
fédéral.
Divers facteurs peuvent l'expliquer. L'entrée en vigueur, en septembre
2007, du nouvel article 14quinquies de la loi du 11 janvier 1933
imposant de "communiquer immédiatement à la CTIF tout fait ou
opération dont les déclarants savent ou soupçonnent qu'il est
susceptible d'être lié au blanchiment de capitaux provenant de la
fraude fiscale grave et organisée, qui met en oeuvre des mécanismes
complexes ou qui use d'un procédé à dimension internationale, y
compris dès que ces organismes ou ces personnes détectent au
moins un des treize indicateurs visés à l'arrêté royal du 3 janvier 2007
portant l'exécution de l'article 14quinquies de la loi", n'est sans doute
pas sans relation avec cette croissance constatée du nombre de
déclarations à partir du mois de septembre auquel je viens de faire
référence.
L'obligation depuis juin 2007 de déclarer tout mouvement
transfrontalier d'argent liquide égal ou supérieur à 10.000 euros, a
également participé à l'augmentation du nombre de déclarations à la
CTIF.
Ces deux mesures continueront à produire leurs effets en 2008, et
cette fois pleinement puisqu'elles seront d'application pour l'année
pleine. Par conséquent, on peut s'attendre à une augmentation ou, à
tout le moins, au maintien du nombre de déclarations au niveau de fin
2007.
Outre ces éléments, il convient de noter que la CTIF a continué à
élargir l'utilisation du système de déclaration on line, ce qui facilite le
mode de transmission et le rend plus opérationnel et plus rapide. Par
ailleurs, la CTIF continuera à coopérer étroitement avec les autres
autorités nationales impliquées dans la lutte contre le blanchiment de
capitaux et le financement du terrorisme afin d'optimiser l'analyse
opérationnelle des déclarations et des dossiers et d'assurer
l'approche concertée de ce phénomène dans le feedback donné au
déclarant notamment.
Enfin, la coopération internationale est un élément fondamental dans
la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du
terrorisme, ce qui n'a pas échappé à la CTIF qui travaille de manière
active avec ses homologues étrangers.
Quelles sont les perspectives de la transposition en droit belge de la
3
e
Directive européenne de lutte contre le blanchiment de capitaux et
le financement du terrorisme?
Elle vise à améliorer l'ensemble du dispositif et aura très
probablement un impact positif sur le nombre de déclarations que la
CTIF recevra dans le futur. La détection par les déclarants des
opérations suspectes devrait en effet être encore affinée et rendue
plus performante.
10.000 euro in contanten moet
worden aangegeven. Daarnaast
heeft de CFI de mogelijkheid tot
onlineaangifte verder uitgebreid,
waardoor de overzending van
informatie werd vereenvoudigd en
versneld. Bovendien zal de CFI
nauw blijven samenwerken met de
andere nationale autoriteiten die
bevoegd zijn voor de strijd tegen
witwaspraktijken en tegen de
financiering van het terrorisme.
Door de omzetting in Belgisch
recht van de derde Europese
richtlijn tot voorkoming van het
gebruik van het financiële stelsel
voor het witwassen van geld en de
financiering van terrorisme zal de
bestaande regeling nog worden
verbeterd en zal het aantal
meldingen bij de CFI wellicht
toenemen.
Uit de tendensen die in 2007 naar
voren kwamen, blijkt hoe goed
criminelen
zich
kunnen
aanpassen. Zo heeft de CFI
vastgesteld dat de criminele
geldstromen een internationaal
karakter
aannemen,
dat
strategieën worden ontwikkeld om
de echte economische operatoren
verborgen
te
houden,
dat
witwasverrichtingen
zeer
ondoorzichtig worden gemaakt
door
het
werken
met
vennootschappen,
dat
de
witwaskanalen een steeds grotere
verscheidenheid vertonen en dat
het aantal investeringen met
illegaal kapitaal sterk toeneemt.
Ook wat de financiering van het
terrorisme betreft, doet zich een
evolutie voor.
De CFI heeft vastgesteld dat er
strategieën worden gebruikt om de
operaties ingewikkelder te maken
en de formele banksector te
omzeilen.
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Quelles sont les tendances actuelles?
L'analyse des dossiers transmis en 2007 par la CTIF a permis de
dégager les tendances spécifiques des phénomènes criminels de
blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme. D'une
manière générale, les tendances observées en 2007 sont révélatrices
des facultés d'adaptation des criminels face aux efforts déployés dans
le cadre de la lutte contre le blanchiment de capitaux et le
financement du terrorisme. Afin de contourner les mesures de lutte
mises en place, l'examen des dossiers indique que les criminels ont
développé des stratégies permettant de poursuivre leurs opérations
illicites.
Il importe aussi de souligner que, loin d'être exclusives, ces stratégies
se combinent plus souvent entre elles en vue de faire obstacle à la
détection des opérations suspectes et de compliquer les éventuelles
recherches ultérieures.
Parmi les tendances observées en matière de blanchiment de
capitaux, la CTIF a constaté l'internationalisation des flux financiers
criminels, la mise en oeuvre de stratégies de dissimulation des
véritables opérateurs économiques, l'opacification des opérations de
blanchiment au moyen de structures sociétaires, la diversification des
canaux de blanchiment et la multiplication des opérations
d'investissements au moyen de capitaux illicites.
La CTIF a également observé plusieurs tendances en matière de
financement du terrorisme. À l'instar du blanchiment de capitaux, le
financement du terrorisme n'est pas un phénomène statique mais
évolutif.
À mesure que la lutte s'intensifie, les terroristes adaptent leur
comportement afin de contourner les mesures de détection mises en
place ou de compliquer les éventuelles recherches ultérieures. La
CTIF a constaté la mise en oeuvre de stratégies de complexification
des opérations ainsi que d'évitement du secteur bancaire formel.
L'augmentation en 2007 du nombre de dossiers caractérisés par des
opérations présentant un degré élevé de complexité ou d'opacité
reflète par ailleurs une appréhension du phénomène de financement
du terrorisme de plus en plus approfondi, tant par les organismes et
les professions visées par la loi que par la CTIF elle-même.
03.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie
sincèrement le secrétaire d'État pour sa réponse extrêmement
complète et fouillée. Le moins que l'on puisse dire, c'est que la CTIF
est un organisme plus qu'utile.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État, adjoint au ministre des Finances sur "la
fraude dans les salles de vente d'antiquités" (n° 4677)</b>
04 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de fraude bij antiekveilingen" (nr. 4677)
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je m'étais
intéressé à ce dossier un peu par hasard, à la suite d'un vol dans la
cathédrale de Tournai d'un joyau qu'on n'a toujours pas retrouvé. En
creusant un peu, on constate la présence d'un monde en vase clos,
04.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Naar aanleiding van de diefstal
van een aantal kunstwerken uit de
kathedraal van Doornik heeft de
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
d'un milieu où il se passe certaines choses. J'ai pris connaissance du
fait que l'ISI avait opéré une descente de manière manifestement
concertée dans douze salles de vente d'antiquités.
Voici donc mes questions qui se basent sur un sentiment antérieur et
sur l'annonce de cette descente de l'ISI. Quelles indications ont
amené l'ISI à s'intéresser aux salles de vente d'antiquités? Ceci pour
comparer nos informations. Ensuite, quels phénomènes sont dans le
collimateur de l'ISI? Parle-t-on bien de blanchiment d'argent? Qu'a
trouvé l'ISI lors de cette descente? Des éléments permettent-ils de
considérer qu'il y a fraude caractérisée? Peut-on évaluer le préjudice?
Existe-il des mesures permettant de contrecarrer ces comportements
délictueux ou bien faut-il adapter la législation en fonction de ce que
l'ISI a pu mettre au jour?
Je précise que mes informations au sujet de l'ISI proviennent du
magazine "Trends-Tendances" dans lequel le numéro 1 de l'ISI avait
évoqué l'affaire en question, sans entrer dans les détails.
Bijzondere
Belastinginspectie
(BBI) twaalf huiszoekingen verricht
in verkoopzalen waar antiek wordt
verkocht.
Op grond waarvan heeft de BBI
haar aandacht precies op die
zalen gericht? Waar is de BBI naar
op zoek? Gaat het effectief om het
witwassen van geld? Wat hebben
de speurders gevonden? Gaat het
om aperte fraude? Kan de schade
geraamd worden? Is de bestaande
wetgeving toereikend om misdadig
gedrag te bestraffen of moet zij
aangepast worden?
04.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: L'honorable membre
comprendra aisément que le secret professionnel tel que repris dans
les différents codes fiscaux m'interdit de donner des détails sur
chaque opération de contrôle. D'ailleurs je ne dispose moi-même, et
c'est bien heureux, d'aucune information sur aucune de ces
opérations de contrôle mises en oeuvre par l'administration.
Toutefois, je vous communique les grandes lignes de l'opération
"Salles de ventes d'antiquités" qui a été menée récemment par l'ISI.
Les étapes suivies sont la détection de l'identité des acheteurs ou
vendeurs importants dans les salles de vente, la recherche des
professionnels qui se font passer pour des particuliers, la mise au jour
des transactions au noir qui sont réalisées en dehors de la
comptabilité des professionnels, l'identification des acheteurs et
vendeurs qui paient au comptant, la recherche d'éventuels faux
retraits de vente publique pour vendre après de la main à la main,
l'identification d'éventuelles commissions occultes, la recherche des
montants d'attribution qui s'écartent des prix indiqués dans la
comptabilité et dans le procès-verbal de la vente publique,
l'interdiction de payement au comptant pour plus de quinze mille
euros, le contrôle de l'application correcte du régime de la marge, la
vérification indiciaire en partant de certains achats importants.
Une action simultanée en l'espèce s'inscrit dans l'approche globale,
ce qui explique qu'elle n'est pas limitée à une seule Région. Le
rassemblement structuré de la quantité de données collectées dans
les diverses salles de vente est toujours en cours. Pour l'heure, il est
donc prématuré de vouloir donner des résultats sur la nature, la
grandeur de la fraude ou les manières éventuelles de l'organisation
de la fraude. Tout cela est encore en traitement dans mon
administration. Je ne peux donc vous fournir plus d'informations
précises à ce sujet.
04.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Ik ben gebonden aan het
beroepsgeheim en mag dus geen
gedetailleerde informatie (die ik
trouwens niet eens heb) geven
over controleoperaties. De actie,
waarbij het er in grote lijnen op
neerkomt dat de identiteit van de
kopers en de regelmatigheid van
de
transacties
worden
nagetrokken, past in een globale
aanpak. De gegevens die werden
verzameld
worden
nu
nog
verwerkt. Het is dus voorbarig om
informatie te vragen over de aard,
de organisatie of de omvang van
de fraude.
04.03 Jean-Luc Crucke (MR): Mes observations me poussent à dire
­ je veux le faire avec une certaine prudence mais je ne prends pas
énormément de risques ­ que notre pays est un paradis de la fraude
en cette matière. Ceux qui sont chargés de la poursuivre, entre autres
les services de police, sont insuffisamment équipés en termes
humains pour pouvoir le faire. Il existe en France une législation qui
04.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Ons land is een paradijs voor dit
soort fraudeurs. De diensten voor
fraudebestrijding
hebben
niet
genoeg middelen en mensen.
Waarom
hebben
wij
geen
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
permet d'avoir pour tous les antiquaires un livre de police. Dans ce
dernier sont identifiés l'objet quand il rentre et quand il sort, le
destinataire, mais aussi l'auteur. L'objet est également photographié.
Pourquoi cela n'existe-t-il pas chez nous?
politioneel register met daarin de
voorwerpen de antiekhandelaars
aan- en verkopen, zoals dat in
Frankrijk bestaat?
Le président: N'oublions problématique de la vente de faux objets, en
plus du blanchiment.
De voorzitter: Er dan is er ook
nog de handel in nepantiek.
04.04 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Rassurez-vous, ce n'est
pas par hasard si l'ISI est descendue. Ce n'est pas par envie de
changer d'endroit, mais parce qu'elle avait de bonnes raisons de
chercher quelque chose.
04.04 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: De BBI is niet zomaar
binnengevallen
in
die
verkoopzalen. Die mensen weten
heus wel wat ze doen!
04.05 Jean-Luc Crucke (MR): Je suppose qu'on ne s'y amuse pas.
04.06 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Non, ce ne sont pas des
rigolos.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État, adjoint au ministre des Finances sur "la
coopération internationale en matière de lutte contre la fraude fiscale" (n° 4678)</b>
05 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de internationale samenwerking inzake de strijd tegen de fiscale fraude" (nr. 4678)
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je repars de
cette interview du numéro un de l'ISI qui nous disait dans "Trends"
que la collaboration internationale entre les administrations fiscales
était une réalité, mais il ajoutait "sur papier". Dans les faits, il semble
que des demandes d'information adressées par l'administration belge
restent régulièrement sans réponse. Il regrettait donc une sous-
utilisation des potentialités qui pourtant sont présentes. Elles existent
de manière légale mais de manière pratique, elles ne recevraient pas
les réponses nécessaires.
Monsieur le ministre, votre administration a-t-elle fait ce constat?
Quels sont les aspects des potentialités sous-utilisées?
Faut-il entendre qu'il y a là un domaine dans lequel la lutte contre la
fraude fiscale doit être améliorée?
Existe-t-il des outils qui permettraient de rendre cette coopération
effective?
Au besoin, comment renforcer l'administration? Quelles mesures ou
initiatives entendez-vous prendre, pour autant que le constat soit
vérifié par l'administration?
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
topman van de BBI zei in Trends
dat
de
internationale
samenwerking
tussen
de
belastingbesturen enkel op papier
bestaat. In de praktijk blijven de
vragen om informatie vanwege de
Belgische administratie blijkbaar
vaak
onbeantwoord.
Is
uw
administratie
tot
dezelfde
vaststelling
gekomen?
Welke
instrumenten kunnen er worden
aangewend
om
tot
een
daadwerkelijke samenwerking te
komen? Welke maatregelen of
initiatieven zal u nemen om de
administratie op dat vlak te
versterken?
05.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président, M.
Philippe Senne, administrateur de l'ISI, n'est pas le seul à faire
remarquer que les instruments juridiques existant en matière
d'assistance administrative internationale ne sont pas toujours
pleinement utilisés à leur réelle valeur. À ce titre, plusieurs autorités,
et non des moindres, partagent ce point de vue. Ainsi, la Commission
européenne a adressé, le 31 mai 2006, une communication au
Conseil de l'Europe par laquelle elle souligne la nécessité d'une
organisation efficace et moderne des contrôles par le biais d'une
étroite et prompte coopération entre les États membres. Le problème
05.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: De administrateur van de
BBI is niet de enige die erop wijst
dat de juridische instrumenten
inzake
internationale
administratieve bijstand niet altijd
ten volle worden benut. In een
mededeling van 31 mei 2006 aan
de Raad van Europa benadrukt
ook de Europese Commissie dat
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
n'est donc pas typiquement belge.
Faisant suite à cette communication, les Conseils ECOFIN des
7 juin 2006, 28 novembre 2006, 5 juin 2007, 4 décembre 2007,
4 mars 2008 plaident expressément pour l'élaboration d'une stratégie
antifraude globale en complément aux efforts des différents pays qui
composent ces instances. À cet égard, ils ont chargé la Commission
d'établir un plan d'action pour améliorer la coopération internationale
par le biais d'un groupe d'experts ATFS (Anti Tax Fraud Strategy).
Lors de ces multiples réunions, une dizaine en l'occurrence, ce
groupe a traité plusieurs sujets comme par exemple la responsabilité
partagée entre États membres, la responsabilité solidaire des
assujettis, les critères à prendre en considération pour l'attribution et
la radiation des numéros d'identification à la TVA ainsi que le
raccourcissement de délai de dépôt des déclarations et des listings et
l'accélération de la disponibilité des données dans la banque de
données VIES (VAT Information Exchange System).
À l'instar des instances européennes, je partage le souci du
responsable de l'Inspection spéciale des Impôts qu'il y a lieu de créer
un climat d'assistance réciproque répondant aux critères suivants:
- réponses pertinentes et actualisées aux questions posées,
- réponses dans les meilleurs délais,
- encouragement des échanges spontanés de renseignements,
même si les intérêts du Trésor national ne sont pas en péril,
- création de réseaux d'information entre autorités compétentes situés
dans des entités antifraude spécialisées, par exemple le système
EUROCANET (European Carrousel Network) initié par l'OCS (cellule
de soutien de l'ISI) en matière de fraude carrousel.
Tout ce qui précède vaut aussi bien en matière d'impôts directs
qu'indirects et quel que soit l'instrument juridique employé (directive,
règlement, arrangement administratif, convention bilatérale de double
imposition, etc.).
Lors de mes futurs contacts tant au niveau international qu'avec
l'administration, je ne manquerai pas de souligner l'importance d'une
coopération internationale performante. Ainsi, je sensibiliserai
davantage les fonctionnaires fiscaux dans ces domaines en prévoyant
par exemple l'organisation de formations et de séminaires spécifiques
en la matière.
de controles op een efficiënte en
moderne manier moeten worden
georganiseerd,
door
nauwe
samenwerking tussen de lidstaten.
Op de vergaderingen van de
Ecofinraad van 7 juni en 28
november 2006, 5 juni en 4
december 2007 en 4 maart 2008
werd
voor
een
globale
antifraudestrategie
gepleit:
de
Commissie werd in dat verband
gevraagd een actieplan uit te
werken om de internationale
samenwerking te versterken door
de instelling van een ATFS-
stuurgroep
(Anti
Tax
Fraud
Strategy).
Tijdens de talrijke bijeenkomsten
van die groep kwamen de
gedeelde verantwoordelijkheid van
de
lidstaten,
de
hoofdelijke
aansprakelijkheid
van
de
belastingplichtigen, de invoering
van criteria voor de toekenning en
de schrapping van de btw-
identificatienummers,
de
inkrimping van de termijn voor de
indiening van de aangiften en de
listings
en
de
snellere
terbeschikkingstelling
van
de
gegevens in de VIES-databank
(VAT
Information
Exchange
System) aan bod.
Ik
ben
het
met
de
verantwoordelijke van de BBI eens
dat er een klimaat gecreëerd moet
worden
waarin
daadwerkelijk
wederzijdse
bijstand
verleend
wordt op het vlak van directe en
indirecte belastingen, ongeacht het
juridische
instrument waarvan
gebruik wordt gemaakt (richtlijn,
verordening,
administratieve
afspraak, dubbelbelastingverdrag,
enz.)
Tijdens
mijn
toekomstige
contacten op internationaal niveau
en met de administratie, zal ik
wijzen op het belang van een
efficiënte
internationale
samenwerking, bijvoorbeeld via
het organiseren van specifieke
opleidingen en seminars op dat
gebied.
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
05.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de aankoop van een onroerend goed op basis van
groepsverzekering" (nr. 4104)
06 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'achat d'un bien immobilier sur la base d'une assurance de groupe" (n° 4104)</b>
06.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, sinds enkele jaren verkopen de banken
woningkredieten ­ het gaat vooral over de aankoop van grote
woningen, van 450.000 tot 500.000 euro ­ op basis van een
groepsverzekering. De vennootschap sluit de groepsverzekering af,
ten voordele van de bedrijfsleider. Het is de bedoeling dat de
bedrijfsleider alleen nog de interesten afbetaalt en dat, op
pensioengerechtigde leeftijd, het kapitaal van de groepsverzekering
dient om het nog openstaande kapitaal van de hypothecaire lening
terug te betalen.
Ik heb enkele concrete vragen daarover.
U kent ongetwijfeld de vorm van een hypothecaire lening die
gekoppeld is aan een groepsverzekering. Hebt u er een idee van
hoeveel dergelijke contracten er waren afgesloten? Er rijzen ook
problemen bij deze speciale vorm van aankoop van onroerend goed.
Wat
gebeurt
er
als
de
vennootschap
ophoudt
de
groepsverzekeringspremies te betalen, bijvoorbeeld omdat de winsten
van de vennootschap dat niet meer toelaten? Wat gebeurt er als de
vennootschap wordt overgenomen door een andere vennootschap die
besluit om de groepsverzekering niet voort te zetten? Wat gebeurt er
als de leningverstrekkende bankinstelling door een andere wordt
overgenomen die vindt dat zij dit soort van groepsverzekeringen niet
meer moet aanbieden?
De volgende vraag is fundamenteel, mijnheer de minister. Wat
gebeurt er als de woning verkocht moet worden, omdat de
groepsverzekering niet wordt voortgezet, en als blijkt dat de som van
de woning bijlange niet voldoet om het openstaande saldo te betalen?
In dat geval is er natuurlijk een probleem. Bestaat het gevaar niet dat
men met deze woningkredieten, die gericht zijn op het
kapitaalkrachtige segment van de bevolking, in Amerikaanse
toestanden terechtkomt? Bent u van mening dat wij dit soort van
woonkredieten moeten stimuleren of vindt u dat dit soort kredieten
door de regering veeleer moet worden afgeremd?
06.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Depuis quelques années,
les banques accordent des crédits
logement sur la base d'une
assurance
de groupe. Telle
société souscrit une assurance de
groupe au bénéfice de son
dirigeant, l'objectif étant que ce
chef d'entreprise ne rembourse
plus que les intérêts et que le
capital de cette assurance de
groupe serve, au moment où les
souscripteurs atteignent l'âge légal
de la retraite, à rembourser le
capital restant de leur emprunt
hypothécaire.
Combien de contrats de ce type
ont-ils déjà été conclus? Quid si la
société cesse de payer les
primes? Quid si la société est
reprise et que le repreneur décide
de ne pas continuer à financer
cette assurance de groupe? Quid
si la banque est reprise par une
autre banque et que celle-ci
décide de ne plus proposer ce
type de crédit? Quid si le logement
doit être vendu en raison de
l'interruption de l'assurance de
groupe et s'il appert que le prix de
vente du logement ne suffit pas à
couvrir le solde restant? Ces
crédits logement ne risquent-ils
pas de nous exposer à une crise
similaire à celle des subprimes
aux États-Unis? Le ministre ne
pense-t-il
pas
que
le
gouvernement devrait décourager
le recours à ce type de crédits?
06.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ik heb uiteraard weet van
dit soort hypothecaire kredieten op basis van een groepsverzekering.
De wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet voorziet in de
mogelijkheid om een hypothecair krediet via reconstitutie van het
06.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: La loi du 4 août
1992
relative
au
crédit
hypothécaire prévoit la possibilité
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
kapitaal terug te betalen. Deze reconstitutie of wedersamenstelling
van ontleend kapitaal moet gebeuren via een aan het krediet
toegevoegd contract. Dit toegevoegd contract mag enkel bestaan uit
een levensverzekeringscontract, een kapitalisatiecontract of een
andere vorm van sparen. Ook een groepsverzekering kan hiervoor in
aanmerking komen.
Op uw vraag over het aantal dergelijke contracten, hebben wij geen
informatie van Assuralia. Niemand weet het.
Voor de volgende vragen, van 3 tot 6, kan ik u a priori zeggen dat er
een drietal technieken bestaan, waarbij de groepsverzekering een rol
speelt bij de verwerving van een onroerend goed. Ten eerste, het
nemen van een voorschot, waarbij een deel van de reserve ter
beschikking wordt gesteld van degene die een onroerend goed wenst
te
verwerven.
Ten
tweede, de
inpandgeving
van
een
groepsverzekering waarbij de reserve of het kapitaal bij overlijden als
waarborg voor de lening dient. Ten derde, de wedersamenstelling van
het ontleend kapitaal via de groepsverzekering.
In de praktijk komt het echter niet vaak voor dat de groepsverzekering
wordt gebruikt in het kader van de verwerving van een onroerend
goed. Indien dit toch gebeurt, wordt meestal geopteerd voor de eerste
techniek, het nemen van een voorschot. Aangezien in dit geval wordt
uitgegaan van de verworven netto-reserve na verrekening van de
latere fiscale inhoudingen, stelt er zich financieel geen risico. De
financiering van de aankoopprijs van een onroerend goed via de
groepsverzekering blijft beperkt tot bedragen die reeds op de
groepsverzekering zijn gevestigd op het ogenblik van de
aankoopbeslissing. Dit wil zeggen dat terugbetaling van het voorschot
nooit in gevaar kan komen en bijvoorbeeld niet afhankelijk is van de
toekomstige premiebetaling en evenmin van het voortbestaan van de
vennootschap.
Eventuele vervroegde terugbetaling kan ook vermits het voorschot
werd beperkt tot de bestaande reserves op het moment van de
aankoop van het onroerend goed. Dit hoeft niet te leiden tot de
gedwongen verkoop van het onroerend goed.
Deze reflecties gaan eveneens op voor de inpandgeving die evenwel
minder gebruikelijk is dan het nemen van een voorschot. Uit een
eerste onderzoek kwam naar voren dat wedersamenstellen van het
ontleend kapitaal bij de groepsverzekering niet of slechts zeer zelden
voorkomt. Het kan immers voorkomen dat het vooropgestelde
eindkapitaal niet wordt bereikt door bijvoorbeeld reductie van de
arbeidstijd of vervroegd vertrek van de betrokkene. In zo een geval
zijn de contractueel overeengekomen voorwaarden van toepassing.
In antwoord op uw specifieke vragen 3 tot 6 kan ik u volgende
inlichtingen meedelen. Quid als de vennootschap ophoudt de premies
van de groepsverzekering te betalen, bijvoorbeeld omdat de winst
geen afdrachten meer toelaat? In de verzekeringsovereenkomst die
tussen de contracterende partijen wordt afgesloten zijn in principe de
voorwaarden, de tijdstippen en het bedrag van de betalen premies
overeengekomen. Bij het afsluiten van een hypothecair krediet waarbij
de groepsverzekering als toegevoegd contract zal dienen, zal met de
contractvoorwaarden van deze groepsverzekering rekening worden
gehouden.
de
rembourser
un
crédit
hypothécaire par la reconstitution
du capital. Cette reconstitution doit
s'effectuer par un contrat adjoint
au crédit qui ne peut être qu'un
contrat d'assurance-vie ou de
capitalisation ou une autre forme
d'épargne telle que l'assurance de
groupe.
Assuralia ne dispose d'aucune
information quant au nombre de
contrats de ce type qui ont été
conclus.
En pratique, on a rarement
recours à l'assurance de groupe
dans le cadre de l'acquisition d'un
bien immobilier. Si tel est le cas, la
technique
la
plus
courante
consiste à prélever un acompte,
une partie de la réserve étant mise
à la disposition de la personne qui
souhaite
acquérir
le
bien
immobilier. Cette solution ne
comporte aucun risque financier
puisque le financement du prix
d'achat d'un bien immobilier par le
biais d'une assurance de groupe
est limité à la réserve nette
constituée au moment de la
décision
d'achat.
Le
remboursement de l'acompte ne
sera dès lors jamais compromis et
ne dépend pas de paiements
ultérieurs de primes ni de la
persistance de la société.
Un remboursement anticipé est
également possible pour la même
raison, de sorte qu'il n'est pas
nécessaire de procéder à la vente
forcée du bien immobilier.
Il en va de même, mutatis
mutandis
, pour la mise en gage,
une technique cependant peu
utilisée étant donné qu'il peut
arriver que le capital final ne soit
pas constitué, en raison par
exemple du départ anticipé du
membre du personnel concerné.
Les conditions contractuelles sont
alors applicables.
Il faudra également prendre en
considération
les
conditions
contractuelles si la société cesse
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Ten tweede, quid als de premies voor de groepsverzekering niet meer
worden betaald omdat de vennootschap in andere handen komt,
activiteiten afstoot of gewoonweg omdat de vennootschap failliet
gaat? Het antwoord op deze vraag sluit aan bij het antwoord op de
vorige vraag. De eventuele overnemer van een kredietportefeuille
dient de contractueel overeengekomen voorwaarden tussen de
oorspronkelijke kredietgever en de kredietnemer te respecteren. In
geval van faillissement biedt de wet voldoende bescherming voor het
reeds gestorte of gereconstitueerde kapitaal. De kredietnemer zal niet
kunnen worden verplicht om het reeds gestorte kapitaal een tweede
keer terug te betalen. Op dat ogenblik zal immers bij
schuldvergelijking de totale schuld worden verminderd met het reeds
gestorte kapitaal, indien de reconstitutie bij de kredietgever gebeurt.
Een vergelijkbare bescherming bestaat voor het geval een
reconstitutie bij een zogenaamde reconstituerende derde gebeurt.
Deze derde wordt dan de enige schuldenaar van de kredietgever voor
het gereconstitueerd kapitaal. Mocht deze situatie zich voordoen, dan
zal de kredietnemer om de nog resterende schuld af te lossen, wel
een beroep moeten doen op andere middelen, zoals spaargeld,
andere toegevoegde contracten, enzovoort.
Quid als de leningverstrekkende bankinstelling door een andere wordt
overgenomen, die dit soort kredieten niet meer wenst aan te bieden
en de ontlener om terugbetaling vraagt van de geleende som?
Ook bij overdracht van hypothecaire kredieten zal de overnemende
kredietverstrekker de in de kredietovereenkomst overeengekomen
betalingen moeten respecteren. Een overdracht van een portefeuille
hypothecaire kredieten tussen kredietverstrekkers kan geen
aanleiding zijn tot vervroegde opeisbaarheid van de betrokken
kredieten, vermits de wet op het hypothecair krediet voorschrijft dat de
oorzaken van vervroegde opeisbaarheid van het krediet niet mogen
voortvloeien uit een toedoen van de kredietgever.
Voor uw zevende vraag verwijs ik naar het antwoord van de minister
op de mondelinge vraag nr. 2087 van het geachte lid. De
verzekeringssector wordt door de CBFA voortdurend gecontroleerd.
De minister weet dat de CBFA een verhoogde waakzaamheid aan de
dag legt, maar tot nu toe werd mij niet ter kennis gebracht dat er
dienaangaande al beslissingen zouden zijn genomen.
Wat uw laatste vraag betreft, is de minister van oordeel dat het door
het achtbare lid aangehaalde financieringssysteem voor woonkrediet
geen aanleiding moet geven tot financiële risico's voor de betrokken
ontlener.
de verser les primes parce que le
bénéfice d'exploitation ne le
permet plus.
S'il est mis fin au paiement des
primes parce que la société a
changé de mains ou, plus
simplement, a fait faillite, le
repreneur
éventuel
d'un
portefeuille de crédit doit respecter
les conditions qui lient le créditeur
initial et l'emprunteur. En cas de
faillite, la législation offre une
protection suffisante pour ce qui
concerne le capital déjà versé ou
reconstitué. L'emprunteur ne peut
être tenu de rembourser une
seconde fois le capital versé. En
cas de compensation de dettes, la
dette totale sera réduite du capital
déjà versé si la reconstitution se
fait chez le créditeur. Une même
protection est offerte lorsque dans
le cas d'un tiers reconstituteur,
lequel devient alors le seul
débiteur du créditeur pour le
capital reconstitué. Le débiteur
peut alors recourir à d'autres
moyens, comme l'épargne, pour
rembourser la dette restante.
Lorsque le créditeur est repris par
un autre organisme bancaire, le
repreneur doit respecter les
dispositions contractuelles. Le
transfert d'un portefeuille de crédit
n'entraîne pas l'exigibilité anticipée
des crédits. La loi sur le crédit
hypothécaire prévoit en effet que
l'exigibilité du crédit ne peut
procéder de l'intervention du
créditeur.
Le secteur des assurances est
sous la surveillance constante de
la CBFA qui fait preuve d'une
grande vigilance et n'a pas encore
dû prendre de décisions.
Ce système de financement du
crédit-logement
ne
doit
pas
exposer
l'emprunteur
à des
risques.
06.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw vrij volledig antwoord. Ik neem mij toch voor om de bank-
en verzekeringswereld hierover te informeren en eens te kijken of zij
eventueel op individuele basis cijfers kunnen meedelen in verband
06.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'en informerai les
banques et les assurances, et leur
demanderai si elles ne peuvent
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
met dit soort van zaken. Ik ben in elk geval op de hoogte van een
paar ontsporingen in dit soort van groepsverzekeringen, gekoppeld
aan woonkredieten. Ik wil u daarvan te gelegener tijd toch op de
hoogte brengen.
communiquer
de
données
chiffrées relatives à ce type de
crédits sur base individuelle.
Quoiqu'il
en
soit,
je
sais
pertinemment à quelles dérives
peuvent parfois conduire ces
assurances de groupe quand elles
sont liées à des crédits logement!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vereenvoudiging van de belastingbrief en het standpunt van
Assuralia en Febelfin" (nr. 4157)
07 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la simplification de la déclaration fiscale et le point de vue d'Assuralia et de
Febelfin" (n° 4157)</b>
07.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, deze vraag dateert ondertussen van 17 maart,
toch al meer dan een maand geleden, dus excuseert u mij.
Ik verneem dat de fiscus er maar niet in slaagt om de belastingbrief te
vereenvoudigen, omdat ­ dit is toch een vrij eigenaardig citaat ­ de
bank- en verzekeringsector er niet voor staan te springen om
informatie over pensioensparen en hypothecaire leningen van hun
klanten door te spelen. Mijnheer de minister, daarover heb ik enkele
zeer concrete vragen.
Ten eerste, hoe lang onderhandelt u al met Assuralia en Febelfin ­
blijkbaar ging het namelijk om een standpunt van beide
overkoepelende organisaties ­ over de vereenvoudiging van de
belastingbrieven?
Ten tweede, wat is eigenlijk de concrete reden waarom banken en
verzekeringsmaatschappijen zo achterdochtig zijn? Waarom willen zij
juist over pensioensparen en hypothecaire leningen geen informatie
geven? Over welke informatie gaat het juist?
Ten derde, ik vind dat toch een vreemde terughoudendheid, wanneer
men ermee rekening houdt dat juist de fiscale aftrekbaarheid van de
producten toch een van de voornaamste oorzaken is van succes. Een
vermindering van de fiscale aftrekbaarheid voor pensioensparen
bijvoorbeeld, zou ervoor kunnen zorgen dat het product
pensioensparen een stuk minder aantrekkelijk wordt. Waarom zouden
zij dus juist informatie weigeren te geven als de fiscale aftrekbaarheid,
dus de openbaarheid daarvan, een stuk van het commercieel succes
uitmaakt?
Ten vierde, wat is uw eventuele strategie om de sector toch te
bewegen om mee te gaan in een poging om de belastingbrief zo veel
mogelijk te vereenvoudigen?
07.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'ai appris récemment
que le fisc ne parvenait pas à
simplifier la déclaration fiscale
parce que le secteur des banques
et des assurances n'est pas
disposé à lui communiquer les
informations requises en matière
d'épargne-pension et d'emprunts
hypothécaires.
Depuis combien de temps le
secrétaire d'Etat négocie-t-il déjà
avec Assuralia et Febelfin au sujet
de cette simplification?
Ces produits doivent en grande
partie
leur
succès
à
leur
déductibilité
fiscale. Par
conséquent, si cette formule
récolte un franc succès, c'est
notamment en raison de la
publicité qu'elle implique. Pourquoi
les banques et les compagnies
d'assurances
refusent-elles
justement
de
divulguer
ces
informations-là?
Quelles
informations
refusent-elles
en
particulier de transmettre au fisc?
Quelles mesures le secrétaire
d'Etat compte-t-il prendre pour
convaincre
ce
secteur
de
participer à la simplification de la
déclaration fiscale?
07.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer Logghe, sinds
2006 is er in het kader van een overlegplatform regelmatig contact
tussen de FOD Financiën en de financiële sector over informatica-
07.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Depuis 2006, le
SPF Finances et le secteur
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
aangelegenheden. Het project "voorstel van taxatie" werd mee op de
agenda van dat overlegorgaan geplaatst.
De werkzaamheden waarop u alludeert, zijn nu aanbeland in een fase
van inventarisatie van de mogelijkheden en voorhanden zijnde
middelen. Het komt er immers op aan dat de gegevens van de
financiële instellingen bruikbaar zijn voor de vooropgestelde
doelstellingen, inzonderheid de fiscale aangiften. Er dient een
afstemming tussen de financiële gegevens en de fiscale vereisten te
worden verwezenlijkt. Een dergelijk initiatief kan inderdaad enkel
succes hebben en tot voordeel van de belastingplichtigen strekken als
alle partijen op elk ogenblik de juiste link tussen de financiële
gegevens en het fiscaal gebruik ervan kunnen verzekeren.
Bij die werkzaamheden dient ook rekening te worden gehouden met
andere aspecten, onder meer inzake de bescherming van het
privéleven van de belastingplichtigen.
Ik zal mijn administratie uitnodigen om mij de eventuele knelpunten
mee te delen die zich in het kader van die gesprekken zouden kunnen
voordoen. Op dit ogenblik, in de fase van de inventarisatie, is dat nog
niet het geval.
Een eerste concrete stap aangaande de elektronische uitwisseling
van gegevens, zou kunnen worden gezet met betrekking tot de
stortingen voor het pensioensparen.
financier
se
concertent
à
intervalles réguliers au sujet de
questions d'ordre informatique. Le
projet «proposition de taxation» a
été inscrit à l'ordre du jour de cette
concertation.
Notre objectif doit être de faire en
sorte que le fisc puisse exploiter
les informations des institutions
financières. Or cela ne sera
possible que si toutes les parties
concernées peuvent établir le lien
précis entre ces informations
financières et l'usage fiscal qui en
est fait. De plus, il importe en cette
matière de garantir à tout moment
le respect de la vie privée des
citoyens.
Je suivrai de très près le
déroulement de ce cycle de
concertation de façon à pouvoir
remédier le plus rapidement
possible aux éventuels problèmes.
Nous en sommes aujourd'hui au
stade
nous
dressons
l'inventaire et je puis vous dire
qu'aucun problème n'a encore été
signalé.
07.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik wil
graag een korte aanvulling geven.
Mijnheer de staatssecretaris, ik neem er nota van dat men bezig is
met de inventarisatie van de eventuele knelpunten.
Ik veronderstel dat die inventarisatie ook aan ons zal worden bezorgd,
te gelegener tijd, of stellen wij u daarover een nieuwe mondelinge
vraag?
07.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je prends note de ce que
l'on procède à l'identification des
écueils éventuels. Cet inventaire
sera-t-il mis à notre disposition ou
devrai-je poser une nouvelle
question à ce sujet?
07.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ja, over een paar maanden
misschien. We zullen dan kunnen nagaan of er al dan niet
vooruitgang is geboekt.
07.04
Bernard
Clerfayt,
secrétaire
d'État:
Peut-être
conviendrait-il que nous fassions
le point dans quelques mois pour
voir si des progrès ont été
enregistrés.
07.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
ik hoop dat we u daarover voor het zomerreces in ieder geval toch
nog eens mogen contacteren.
07.06 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ja.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Institutionele Hervormingen over "de problemen tussen de NBB en haar particuliere
minderheidsaandeelhouders" (nr. 4485)
08 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les problèmes entre la BNB et ses actionnaires minoritaires privés" (n° 4485)</b>
08.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, deze vraag refereert aan het einde van
de maand maart. De Nationale Bank van België is een vrij
eigenaardig fenomeen, een unicum in de wereld met zijn gemengde
aandeelhoudersstructuur van overheid en privé. Gezien de specifieke
doelstellingen en taken van de Nationale Bank zou het toch wel
aanbeveling verdienen om dat zoveel mogelijk in publiek eigendom te
laten komen.
Er zijn blijkbaar problemen met de particulieren die aandelen in
handen hebben en die blijkbaar niet tegen een billijke prijs worden
vergoed. De Nationale Bank van België vindt het blijkbaar goedkoper
om voortdurend processen te voeren dan de private aandeelhouders
tegen een juiste prijs uit te kopen. De laatste tijd bestaat toch een
zichtbaar risico dat een Europese piste wordt bewandeld. De heer
Trichet van de Europese Centrale Bank is ondertussen ook op de
hoogte van de moeilijkheden bij de NBB.
Mijnheer de staatssecretaris, hebt u een specifiek standpunt
betreffende de toestand bij de NBB? Vindt u het normaal dat de
particuliere aandeelhouders vragen om op een billijke manier te
worden uitbetaald? Bent u ook niet overtuigd van het feit dat zolang er
geen fundamentele Belgische oplossing voor dit probleem komt,
namelijk de aanwezigheid van particuliere aandeelhouders waar
eigenlijk alleen de overheid thuishoort, dit automatisch op het
Europese niveau zal terechtkomen met meer schade voor ons land?
Dringt een oplossing ter zake zich met andere woorden niet op?
08.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Avec
sa
structure
d'actionnariat mixte, la Banque
nationale de Belgique est une
institution unique au monde. Vu
ses
objectifs
et
missions
spécifiques,
il
s'indique
de
l'intégrer autant que possible dans
le bien public. Il semble que les
particuliers qui détiennent des
actions ne sont pas rétribués
équitablement et que la Banque
nationale juge qu'il est moins
onéreux d'être impliquée dans des
procès
incessants
que
de
reprendre
les
actions
de
particuliers à un prix correct.
Entre-temps, la Banque centrale
européenne est également au
courant des problèmes.
Que pense le secrétaire d'État de
la situation à la Banque nationale?
Estime-t-il
normal
que
les
actionnaires privés demandent un
paiement équitable? Ne trouve-t-il
pas logique que des actionnaires
privés soient écartés? Ne faudrait-
il pas trouver une solution avant
que le problème ne soit traité au
niveau européen?
08.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Logghe, in uw vraag suggereert u dat de gemengde
aandeelhouderstructuur van de NBB problematisch is. Bovendien
meent u dat de NBB haar particuliere aandeelhouders niet billijk
behandelt en dat er sprake is van onregelmatigheden bij de
overdracht van gerealiseerde goudmeerwaarden aan de Staat.
Vooreerst moet worden opgemerkt dat de NBB geenszins de enige
centrale bank met een gemengde aandeelhoudersstructuur is. Ook de
centrale banken van Oostenrijk, Zwitserland, Griekenland, de VSA,
Japan,
Turkije
en
misschien
nog
andere
hebben
privéaandeelhouders. Dat zijn geen banken van kleine of
onbelangrijke landen.
Bij de intrede van de NBB in het Europese stelsel van centrale banken
en het eurosysteem in 1998 werd op Europees niveau expliciet
gevraagd of deze aandeelhoudersstructuur van de NBB verenigbaar
was met haar rol als lid van het eurosysteem.
Gelet op de beperkte bevoegdheden van de algemene vergadering
van aandeelhouders, in het bijzonder de afwezigheid van de
08.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire
d'État:
M. Logghe
insinue
que
la
structure
d'actionnariat mixte de la Banque
nationale pose des problèmes,
que la banque désavantage ses
actionnaires privés et que des
irrégularités se produisent lors du
transfert des plus-values sur or à
l'État.
La Banque nationale de Belgique
n'est pas la seule banque centrale
dotée d'une telle structure, étant
donné que ce système existe
également dans plusieurs grands
pays européens et non européens.
Lors de son adhésion au système
européen de banques centrales en
1998, la Banque nationale a
d'ailleurs demandé explicitement
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
bevoegdheid inzake monetaire politiek, oordeelde het Europees
Monetair Instituut, de voorloper van de huidige Europese Centrale
Bank, dat dit geen probleem stelde. Ik kan dan ook slechts besluiten
dat de gemengde aandeelhoudersstructuur van de Nationale Bank
geen probleem stelt.
Helaas wordt de Nationale Bank van België sedert een vijftal jaren
geconfronteerd met een aantal minderheidsaandeelhouders die
trachten haar eigenheid als centrale bank van het land en lid van het
eurosysteem in twijfel te trekken. Zij miskennen het eigen rechtskader
van de Nationale Bank van België en beweren ten onrechte dat zij
haar opbrengsten niet op correcte wijze zou verdelen. Hierover
worden inderdaad enkele processen gevoerd die alle door de
minderheidsaandeelhouders zelf werden aangespannen en die tot op
heden allemaal door de bank werden gewonnen. In verschillende
vonnissen die reeds werden geveld wijst de rechtbank op het eigen
karakter dat de Nationale Bank van België als centrale bank heeft en
op het feit dat zij steeds alle op haar toepasselijke regels correct heeft
toegepast en haar inkomsten correct verdeelt. Aldus bijvoorbeeld
heeft de rechtbank van koophandel te Brussel in haar vonnis van 9
maart 2007 bevestigd dat de bank de wet correct heeft nageleefd bij
de overdracht van de gerealiseerde goudmeerwaarde aan de Staat.
Het vonnis bevestigt tevens dat de door de Nationale Bank
gerealiseerde goudmeerwaarden krachtens de wet tot vaststelling van
het organiek statuut van de Nationale Bank van België en krachtens
haar statuut onttrokken zijn aan verdeling onder de aandeelhouders.
U merkt dus dat er in tegenstelling tot wat u beweert geen sprake is
van een onbillijke behandeling van de minderheidsaandeelhouders
van de Nationale Bank. Uw derde vraag is dus zonder voorwerp.
si une telle structure était
compatible
avec
son
rôle
européen.
Eu égard aux compétences
restreintes
de
l'assemblée
générale,
l'Institut
Monétaire
Européen (devenu aujourd'hui la
Banque Centrale Européenne)
avait jugé, à l'époque, que ce
n'était pas un problème. Au cours
des
cinq
dernières
années,
cependant, un certain nombre
d'actionnaires minoritaires ont mis
la Banque Nationale de Belgique
en question en tant que banque
centrale nationale et membre de
l'Eurosystème. Ils affirment aussi,
à tort, que la banque ne
distribuerait pas équitablement ses
revenus. Plusieurs jugements ont
déjà réfuté cette accusation et
souligné
le
cadre
juridique
spécifique de la Banque Nationale
de Belgique en tant que banque
centrale. Ainsi, le tribunal de
commerce de Bruxelles a confirmé
dans un jugement que la loi a bien
été correctement appliquée lors de
la cession à l'État de la valeur or
réalisée et que c'est donc à juste
titre que ces revenus ont été
soustraits à la répartition entre les
actionnaires. Il ne saurait donc
être question en l'occurrence de
traitement inéquitable.
08.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
dank u voor uw volledig antwoord. We hebben hier een wel zeer
uiteenlopende visie op de feiten. Wordt vervolgd, zegt men in het
Nederlands. Ik denk niet dat deze geschiedenis ten einde is gekomen,
we zullen ongetwijfeld nog heel wat episodes doorlopen. Ik dank u in
elk geval voor uw antwoord.
08.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je remercie le secrétaire
d'État
pour
cette
réponse
exhaustive mais nous avons une
vision très différente de cette
question qui, pour ma part, est loin
d'être liquidée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de circulaire betreffende de notionele interestaftrek" (nr. 4507)
09 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la circulaire relative à la déduction d'intérêts notionnels" (n° 4507)</b>
09.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik
ging net beginnen met de aanloop van mijn vraag. Aangezien we het
daarover gisteren en vanmorgen hebben gehad, vervallen drie van
mijn vier vragen. Ik zou mij willen beperken tot de laatste vraag.
09.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Quels sont les auteurs de la
circulaire relative à la déduction
des
intérêts
notionnels?
Pourraient-ils la commenter au
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Wie zijn de auteurs van de circulaire? Gaat de minister ermee
akkoord dat het nuttig kan zijn dat de auteurs van de circulaire een
toelichting komen geven aan de commissieleden?
sein de cette commission?
09.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Deze circulaire, die in een
interkabinettenwerkgroep werd overlegd, heeft tot doel de
verschillende antimisbruikbepalingen van commentaar te voorzien
teneinde specifiek de aandacht van de taxatieambtenaren te vestigen
op de toepassing ervan in het kader van de aftrek voor risicokapitaal.
Ik kan dus alleen maar bevestigen wat de minister gisteren in deze
zaal heeft gezegd. Deze circulaire werd geschreven door een aantal
ambtenaren van het ministerie. De definitieve versie werd uitgewerkt
in een interkabinettenwerkgroep.
09.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Cette circulaire
met l'accent sur un certain nombre
de mesures visant à lutter contre
les abus et les précise. Elle a été
rédigée par des fonctionnaires du
SPF Finances et détaillée ensuite
au sein d'un groupe de travail
intercabinets.
09.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): ... er is geen enkel fiscaal
kantoor, advieskantoor of consultant betrokken geweest bij de
opstelling van deze omzendbrief?
09.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Aucun bureau fiscal ou
consultatif ni aucun consultant n'a
donc été consulté?
09.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Voor zover ik weet niet.
09.05 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): En weet u alles wat minister
Reynders weet?
09.06 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Het antwoord is negatief.
09.06
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Non.
09.07 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Dan stel ik de vraag eens
opnieuw aan minister Reynders.
09.08 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: In naam van de minister
zeg ik u dat het antwoord negatief is.
09.09 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Er is dus geen fiscaal
kantoor betrokken geweest bij de opstelling van die omzendbrief?
Oké, dan hoef ik geen vraag meer te stellen want dan weet ik wat ik
moest weten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de verplichte bijdrage van vennootschappen aan RSVZ" (nr. 4553)
10 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la cotisation obligatoire des sociétés à l'INASTI" (n° 4553)</b>
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, een
eerste kleine vraag is of de regering plannen heeft in verband met de
bijkomende fiscale verplichting inzake de verplichte bijdragen van
vennootschappen aan de RSVZ.
Fundamenteler zijn mijn volgende vragen. Vennootschappen die geen
activiteit meer hebben, moeten de verplichte bijdrage niet betalen. Ze
moeten dat wel kunnen bewijzen aan de hand van een attest van
vrijstelling. Dit attest krijgen zij maar nadat zij een formulier hebben
ingevuld betreffende het stopzetten van de activiteiten. Naar ik
verneem zou het tot twee jaar duren vooraleer vennootschappen over
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Les sociétés qui n'ont
plus d'activités ne doivent pas
payer la cotisation obligatoire. A
cette fin, elles ont besoin d'une
attestation de dispense qu'elles
n'obtiennent
qu'après
avoir
complété un formulaire ayant trait
à la cessation de leurs activités.
L'obtention de cette attestation
prendrait deux ans.
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
dergelijk attest kunnen beschikken. Klopt dit? Heeft u plannen op dit
vlak? Wordt dit attest in het vervolg sneller afgeleverd? Kan dit langs
elektronische weg worden afgeleverd? Wat zijn uw plannen op dit
vlak?
Een derde vraag, en nu wordt het werkelijk absurd. Vennootschappen
die hun activiteit hebben stopgezet en dit aan de FOD Financiën
hebben laten weten om dit attest te krijgen, worden gedurende de
twee daaropvolgende jaren voortdurend aangemaand om de
verplichte bijdrage te betalen, namelijk tot zij in het bezit zijn van hun
attest van vrijstelling. Betalen zij, dan lijkt het dat zij hun geld kwijt zijn:
de RSVZ betaalt de sommen niet terug, betaald is betaald. Wat is uw
mening over deze absurde maatregel, voor zo ver die met de
waarheid overeenstemt? Welke plannen heeft u om deze ten
onrechte betaalde sommen zo vlug mogelijk aan de gepluimde
vennootschappen terug te betalen?
Est-ce exact? Quelles mesures le
ministre compte-t-il prendre pour
accélérer
éventuellement
la
procédure d'obtention de cette
attestation? Cette attestation ne
pourrait-elle pas être fournie aux
sociétés concernées par voie
électronique?
Les sociétés qui ont informé le
SPF Finances de la cessation de
leurs activités sont invitées à payer
la cotisation obligatoire pendant
les
deux
années
suivantes,
autrement dit jusqu'à ce qu'elles
disposent de l'attestation de
dispense. Une fois qu'elles ont
acquitté cette cotisation, elles ne
peuvent plus récupérer leur argent
car l'INASTI ne la rembourse
jamais.
Qu'en
pense
le
ministre?
Comment
envisage-t-il
de
rembourser dans les meilleurs
délais des cotisations qui auraient
été le cas échéant perçues
abusivement?
10.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, de
toepassing van wetgeving aangaande de vennootschapsbijdrage
bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen is een materie die
tot de bevoegdheid van mijn collega voor KMO's, zelfstandigen,
landbouw en wetenschapsbeleid behoort. De desbetreffende
wetgeving voorziet evenwel in de medewerking van de administratie
der directe belastingen in de vorm van het afleveren van attesten met
het oog op het bekomen van een vrijstelling van deze bijdrage in het
geval van non-activiteit van de desbetreffende vennootschap. Deze
attesten kunnen uiteraard slechts worden afgeleverd indien de
bevoegde taxatiedienst in verband met het desbetreffende jaar over
de nodige gegevens beschikt. Er kan dus geen attest worden
afgeleverd voor een kalenderjaar waarvoor door de betrokken
vennootschap nog geen aangifte werd ingediend, omdat bijvoorbeeld
de aangiftetermijn nog niet is verstreken. Dat heeft gevolgen, maar
het is logisch.
10.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: L'application de
la législation en matière de
cotisation obligatoire des sociétés
à l'INASTI est de la compétence
de la ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et
de
la
Politique
scientifique.
L'apport de l'administration des
Contributions directes dans ce
domaine consiste à délivrer une
attestation en cas d'inactivité. Elle
ne peut délivrer cette attestation
que si le service de taxation
compétent
dispose
des
informations
requises
se
rapportant à l'année concernée.
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Er moet toch iets mogelijk
zijn! Men heeft de kruispuntbank Ondernemingen. Er moet toch iets
mogelijk zijn op dat vlak.
Neem mijn derde vraag, mijnheer de minister. Men wordt
aangemaand om de verplichte bijdrage te betalen, 350 tot 850 euro.
Men betaalt die. Betaald is betaald: ze wordt niet terugbetaald. Daar
zit toch geen logica in!
10.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Ne pourriez-vous pas
recourir à la Banque-carrefour des
Entreprises? Je trouve illogique
qu'une cotisation obligatoire dont
le montant oscille entre 350 et 850
euros ne soit pas remboursée.
10.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Deze vraag moet u aan 10.04
Bernard
Clerfayt,
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
mijn collega richten.
secrétaire d'État: Cette question
est de la compétence de ma
collègue.
10.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Dan richt ik de derde vraag
aan mevrouw de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het incident inzake contractueel personeel van een Belgische
ambassade" (nr. 4570)
11 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'incident avec le personnel contractuel d'une ambassade belge" (n° 4570)</b>
11.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, na
deze vraag stop ik definitief.
Mijnheer de minister, ik zal mij beperken tot wat ik ook aan minister
Reynders heb beloofd, te weten de verzekeringstechnische kant van
het incident.
U herinnert zich al dan niet de kwestie. Het gaat over een dame die
op de Belgische ambassade in Teheran werkt. Zij werd in haar
woning, die iets verder van de ambassade is verwijderd, verkracht.
De dame voerde bij de aangifte van het incident aan dat de polis
arbeidsongevallen moest worden ingeroepen. De verzekeraar
Arbeidsongevallen meldde dat dit niet het geval was, omdat het
ongeval, naar het schijnt, niet gebeurde op de weg van en naar het
werk. Zij zou immers geen functie van 24 uur hebben, maar wel
eerder een functie from nine tot five.
In verschillende kranten kon nochtans worden vernomen dat de
bedoelde contractuele werkneemster meer dan een gewone job from
nine tot five uitoefende. Zij zou dus ook onder de uitgebreide dekking
"van en naar het werk" moeten vallen.
Graag kreeg ik over voornoemd probleem uw opinie.
Mijn tweede vraag laat ik vallen. Ze is immers niet op uw diensten van
toepassing.
Het eerste punt is enkel de aanleiding om tot mijn derde vraag te
komen. Klopt het dat contractuelen in het buitenland van geen
bijkomende verzekering tegen geweldpleging, aanslagen en
dergelijke genieten?
Uit ervaring weet ik dat bijvoorbeeld bankpersoneel dat door de
bankinstelling voor korte of lange opdrachten naar het buitenland
wordt gestuurd, in het buitenland door de bank met alle mogelijke
verzekeringen tegen onder meer aanslagen en geweldpleging wordt
omringd.
Waarom zou dat niet mogelijk zijn voor contractuelen in Belgische
ambassades?
11.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Une collaboratrice de
l'ambassade belge à Téhéran a
récemment été violée à son
domicile. Lors de sa déposition, la
victime a demandé que l'incident
soit considéré comme un accident
de travail. L'assureur a toutefois
estimé qu'il ne pouvait en être
question parce que l'incident
n'était pas survenu sur le chemin
du travail et que l'intéressée n'était
sur son lieu de travail que pendant
les heures de service. Plusieurs
journaux ont toutefois mis cette
interprétation en doute.
Quel est le point de vue du
secrétaire d'État?
Je sais d'expérience que le
personnel du secteur bancaire qui
est envoyé à l'étranger pour une
mission spécifique est couvert par
une assurance complémentaire
contre les attentats et les actes de
violence.
Un tel système ne serait-il pas
envisageable
pour
les
collaborateurs contractuels de nos
ambassades
étrangères?
Le
secrétaire
d'État
compte-t-il
remédier à de telles situations à
l'avenir? Quelle différence existe-t-
il en matière d'assurance entre les
collaborateurs
statutaires
et
contractuels de nos ambassades?
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Wordt in voornoemde situatie in de toekomst verandering verwacht?
Voor mij is de fundamentele vraag de volgende. Kan de minister mij,
eventueel op papier, het verschil op het vlak van verzekeringen
duidelijk maken voor contractuele en statutaire werknemers in onze
ambassades? Dat is immers een vrij fundamenteel probleem.
11.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
hierbij heb ik de eer het geachte lid mede te delen dat ik, noch de
minister, op de hoogte ben of was van de details van het incident
inzake contractueel personeel in een Belgische ambassade, zoals uit
de gestelde vraag blijkt.
In dat verband wenst de minister echter op te merken dat de
verzekeringszaken weliswaar tot zijn bevoegdheid behoren, maar dat
de concrete toepassing van de arbeidsongevallendekking in de
openbare sector door de werkgever gebeurt.
Ik suggereer het geachte lid dan ook om zijn vraag aan de minister
van Buitenlandse Zaken te stellen.
11.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je ne suis pas
au fait des détails de cette affaire.
Je ne puis que constater que
l'application
concrète
de
la
couverture des accidents de travail
est assurée par l'employeur dans
le secteur public. Je propose dès
lors de soumettre cette question
au
ministre
des
Affaires
étrangères.
De voorzitter: Dat lijkt mij de meest logische oplossing.
Le président: Cela me paraît
également être la solution la plus
logique.
11.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mag ik
nog één opmerking maken?
Is dat ook het geval voor mijn vierde vraag over het verschil in
verzekeringen voor contractuele en statutaire werknemers in de
ambassades? Richt ik mij ook voor die vraag tot de minister van
Buitenlandse Zaken? (Instemming.)
Ik dank u en verontschuldig mij in dat geval voor de vraag.
11.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang) : Je m'adresserai à lui.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de werking van de belastingdiensten" (nr. 4628)
12 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le fonctionnement de l'administration fiscale" (n° 4628)</b>
12.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, in een interview met De Tijd verklaarde
Carlos Six, een van de topambtenaren van de FOD Financiën, een
aantal opmerkelijke zaken. Ik heb drie zaken uit het interview gepikt.
Ik citeer de heer Six een eerste keer. "Je moet de aandacht niet
richten op grote ondernemingen, want die kunnen dankzij een
optimalisering van hun winsten hun belastingtarief minimaliseren. De
aandacht moet gaan naar kmo's en vrije beroepen."
Is de minister het met voornoemde visie en aanpak eens?
Ik geef een tweede citaat van de heer Six. "Ik ben verantwoordelijk
voor de federale belastingadministratie. Delporte heeft geen
operationele bevoegdheden, maar hij heeft wel een coördinerende
12.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Un haut fonctionnaire du
SPF Finances, M. Carlos Six, a
déclaré
dans
une
interview
accordée au journal De Tijd qu'il
est vain de contrôler les grandes
entreprises parce que, grâce à
l'optimisation de leurs bénéfices,
elles
minimalisent
leur
taux
d'imposition. Il préconise de
contrôler principalement les PME
et les professions libérales. Le
secrétaire d'État partage-t-il son
analyse?
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
bevoegdheid. Hij blijft natuurlijk mijn hiërarchische baas, maar je kan
geen twee bazen hebben in dezelfde administratie."
Betekent het voorgaande dat er twee bazen in dezelfde administratie
zijn? Deelt de minister voornoemde vaststelling van Carlos Six? Wie
is
eindverantwoordelijke
voor
wat?
Wie
is
bijvoorbeeld
verantwoordelijk voor het aantal controles bij grote ondernemingen?
Wat is het verschil tussen coördinerende en operationele
bevoegdheid?
Ik geef een derde citaat van de heer Six. "De basis voor de
moderniseringen is in 2002 gelegd en daar kan op voortgebouwd
worden. Er is consensus over het organogram en over wat we willen
bereiken met Financiën. Alleen hebben we het blijkbaar moeilijk om
dat concreet te maken. De grootste uitdaging ligt in de uitsplitsing van
de AOIF in drie nieuwe administraties: grote ondernemingen, kmo's
en particulieren. De verantwoordelijke manager voor de pijler
particulieren is voorlopig geschorst. De pijler grote ondernemingen is
nooit tot leven gekomen."
Waarom is de pijler grote ondernemingen nooit tot leven gekomen?
Hoe zit het met de twee andere pijlers? Als er consensus over het
organogram is, waarom sleept de hervorming dan zo lang aan?
Dans la même interview, le
fonctionnaire se dit responsable
de l'administration fiscale et ajoute
que M. Delporte n'exerce qu'une
compétence de coordination. Le
secrétaire
d'État
pourrait-il
préciser ces propos?
Enfin, M. Six affirme que chacun
salue
les
mesures
de
modernisation mais que leur mise
en
oeuvre
pose
problème.
L'administration de la fiscalité des
Entreprises et des Revenus
(AFER) doit être scindée en trois
nouvelles administrations mais le
responsable
du
département
«particuliers» est suspendu et le
fonctionnement du département
«grandes
entreprises»
laisse
également à désirer. Comment
s'explique
cette
situation?
Pourquoi la réforme prend-elle
autant de temps?
12.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, de te
onderzoeken dossiers worden onder meer op basis van risicoanalyse
geselecteerd. Jaarlijks wordt een controleprogramma aan alle
diensten van de sector taxatie medegedeeld.
Ik heb hier bij mij de instructies die dienaangaande aan de
taxatiediensten werden verstrekt. De instructies tellen in totaal 417
pagina's. Ik zal evenwel geen lezing van de instructies geven.
In bedoelde instructies lees ik onder meer dat voor de controleperiode
2007-2008 maximum 40% van de dossiers op basis van het project
datamining worden onderzocht.
In antwoord op uw tweede en derde vraag en de desbetreffende
verklaringen van de heer Six wijs ik erop dat ingevolge het koninklijk
besluit van half oktober 2006, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad
van 23 oktober 2006, houdende de toekenning van verscheidene
algemene directies binnen de Federale Overheidsdienst Financiën,
zijn gedurende het bestaan van de voorlopige cel de administratie van
Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit en de diensten van de
Administratie der Directe Belastingen van de sector btw van de
Administratie van de btw, registratie en domeinen onder de algemene
directie geplaatst van de administrateur kleine en middelgrote
ondernemingen.
Dit betekent dat de heer Carlos Six de operationele bevoegdheid
heeft over de voormelde diensten, zoals bijvoorbeeld de controle van
de ondernemingen, terwijl de heer Delporte als administrateur-
generaal van de Belastingen en de Invordering een coördinerende
bevoegdheid heeft. Structureel is de uitsplitsing van de Administratie
van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit in drie nieuwe pijlers
particulieren,
kmo's
en
grote
ondernemingen
nog
niet
geïmplementeerd.
12.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Les dossiers à
analyser
sont
notamment
sélectionnés sur la base d'une
analyse
des
risques.
Les
instructions
adressées
aux
services de taxation prévoient
notamment qu'au cours de la
période
2007-2008,
40
%
maximum des dossiers doivent
être examinés sur la base du
projet datamining.
A la suite de l'arrêté royal
d'octobre
2006
relatif
aux
directions du SPF Finances,
l'AFER et l'administration des
Contributions directes, de la TVA,
de l'Enregistrement et Domaines
seront placés sous la direction de
l`administrateur PME.
M. Six détient donc la compétence
opérationnelle tandis que M.
Delporte est compétent pour la
coordination.
La scission de l'AFER en trois
divisions n'a pas encore été
opérée. Je pourrai en dire plus
quand le contexte légal et
statutaire dans lequel devra
s'opérer cette scission aura été
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Zodra hiertoe de wettelijke en statutaire context is geregeld, zal ik niet
nalaten hierover een duidelijke communicatie te doen.
défini.
12.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, het
antwoord op de eerste vraag is neen. De minister is het er niet mee
eens en verwijst naar de instructies. Ik denk dat dit een terechtwijzing
is voor de heer Six.
Ten tweede, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag wat het
verschil is tussen coördinerende en operationele bevoegdheid.
Ten derde, mijn vraag blijft waarom het nog niet is uitgevoerd. Als er
een consensus is over dat organogram, waarom sleept het dan zo
lang aan? Ik heb daarop geen antwoord gekregen, maar ik neem
voorlopig genoegen met het antwoord van de staatssecretaris.
Zonodig kom ik er snel op terug.
12.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Le secrétaire d'Etat ne
partage donc pas l'avis de M. Six
selon lequel il vaut mieux ne pas
contrôler les grandes entreprises
et il se réfère aux instructions.
Autrement dit, il rappelle à l'ordre
M. Six. Je ne comprends toujours
pas ce qui différencie exactement
la compétence coordinatrice et la
compétence opérationnelle. Et le
ministre n'a pas répondu à ma
question précise: pourquoi les
réformes prennent-elles tellement
de temps?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan de vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen over "de toepassing van artikel 136bis-6 van de wet van 25 juni 1992
op de landsverzekeringsovereenkomst" (nr. 4596)
13 Question de Mme Freya Van den Bossche au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'application de l'article 136bis-6 de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d'assurance terrestre" (n° 4596)</b>
13.01 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer
de
staatssecretaris,
de
wet
op
de
landverzekeringsovereenkomst met betrekking tot de aanvullende
ziekteverzekering voorziet in artikel 138bis 6 in een recht op
verzekering voor chronisch zieken en mensen met een handicap. Dit
recht geldt voor een periode van twee jaar vanaf de inwerkingtreding
van het artikel. In verband met de inwerkingtreding van de wet verwijst
de wet van 20 juli 2007 naar de datum van de inwerkingtreding van de
wet van 11 mei 2007 tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990
betreffende de ziekenfondsen, te weten 1 juli 2007.
Uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van dit recht moet er een
evaluatie worden gemaakt van de verplichting om
de
ziektekostenverzekering aan te bieden aan de chronisch zieke of
mensen met een handicap die kandidaat-verzekeringsnemer is.
Volgens de wet zullen aan deze evaluatie de CBFA, de
beroepsvereniging van de verzekeringsondernemingen en de
patiëntenverenigingen deelnemen.
In verband daarmee heb ik volgende vragen.
Ten eerste, vanaf welke datum loopt de termijn van 18 maanden
zoals bedoeld in artikel 138bis 6 van de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst?
Ten tweede, hebt u reeds maatregelen genomen met betrekking tot
de evaluatie zoals voorzien door artikel 138bis 6 of werden reeds
gegevens ingezameld of stappen ondernomen met het oog op de
13.01 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): La loi sur les contrats
d'assurance terrestre prévoit un
droit à l'assurance pour les
malades
chroniques
et
les
personnes handicapées. Ce droit
s'applique pendant une période de
deux ans à compter de l'entrée en
vigueur de l'article 138-bis6. Au
plus tard 18 mois après l'entrée en
vigueur de ce droit, l'obligation
d'offrir une assurance soins de
santé à ce groupe cible doit faire
l'objet d'une évaluation.
Quand le délai de 18 mois prend-il
cours? Des mesures ont-elles déjà
été prises en vue de l'évaluation
obligatoire?
Sur
quelles
informations l'évaluation sera-t-elle
basée? Une concertation a-t-elle
déjà eu lieu entre les participants à
l'évaluation, la CBFA, Assuralia et
les associations de patients? Quel
représentant des associations de
patients
participera
à
cette
concertation? Quand l'évaluation
sera-t-elle achevée et rendue
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
noodzakelijke evaluatie?
Ten derde, op basis van welke informatie en welke cijfergegevens of
andere gegevens moet de evaluatie gebeuren of zal die gebeuren?
Wat is het voorwerp van die evaluatie?
Ten vierde, is er in het kader van de evaluatie reeds overleg geweest
tussen de verschillende partijen die daaraan volgens de wet moeten
deelnemen, zijnde de CBFA, Assuralia en de patiëntenverenigingen?
Zoniet, is een dergelijk overleg gepland?
Ten vijfde, welke instantie of organisatie zal u als vertegenwoordiger
van de patiëntenverenigingen aan dit overleg laten deelnemen?
Ten zesde, tegen welke datum zal de evaluatie worden afgerond en
publiek worden gemaakt?
Ten zevende, wie zal de evaluatie beoordelen?
publique? Qui se prononcera sur
cette évaluation?
13.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
artikel 138bis 6, laatste lid, van de wet van 25 juli 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verplichting om een
ziektekostenverzekering aan te bieden aan chronisch zieke of
gehandicapte kandidaat-verzekeringsnemers uiterlijk 18 maanden na
de inwerkingtreding van dat artikel het voorwerp van een evaluatie zal
uitmaken.
Deze bepaling dient ook het model van het document te bepalen dat
nauwkeurig vaststelt voor welke bestaande ziekte of handicap de
kosten van de dekking wordt uitgesloten.
Het modelformulier werd vastgesteld bij koninklijk besluit van
2 augustus 2007, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van
10 oktober 2007.
De minister zal het nodige doen opdat de bewuste wetsbepaling, die
in de oprichting van een bemiddelingsorgaan voorziet, zo spoedig
mogelijk wordt uitgevoerd. Zolang dit niet is gebeurd, is een evaluatie
van genoemd artikel niet mogelijk. Meer algemeen roepen een aantal
bepalingen
van
de
wet
van
20 juli 2007
inzake
ziektekostenverzekeringen verschillende vragen op. Zoals de minister
reeds heeft verklaard, zal hij op korte termijn een initiatief nemen om
hieraan tegemoet te komen.
13.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: L'article 138-bis6
de la loi sur le contrat d'assurance
terrestre prévoit que l'obligation
d'offrir une assurance soins de
santé aux candidats preneurs
d'assurance qui souffrent d'une
maladie
chronique
ou
d'un
handicap
fera
l'objet
d'une
évaluation au plus tard 18 mois
après l'entrée en vigueur de cet
article. Le modèle de formulaire
déterminant pour quels maladies
ou handicaps les frais sont exclus
de la couverture a été établi par
arrêté royal du 2 août 2007. Le
ministre veillera à ce que cette
disposition légale soit appliquée
dans les plus brefs délais. L'article
concerné ne pourra être évalué
avant cela.
13.03 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
ik heb op mijn vragen geen antwoord gekregen. U hebt mijn inleiding
herhaald en gezegd dat u er nog niet echt mee bezig was. Ik heb
echter heel specifieke, punctuele vragen gesteld. Dat is ook de
essentie van het stellen van vragen in de commissie.
Mijn eerste vraag lijkt mij niet zo moeilijk te beantwoorden. Vanaf
welke datum loopt de termijn van 18 maanden?
Op de vraag of u al maatregelen hebt genomen, hoor ik alleen enkele
modelformules en niets anders.
Op de vraag op welke basis de evaluatie gebeurt, hebt u mij niet
geantwoord. U hebt gezegd dat er voorlopig geen evaluatie komt. Ik
13.03 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): Mes questions ayant
été déposées préalablement, il
était possible de préparer les
réponses. Or, je n'obtiens pas de
réponses en l'occurrence.
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
vraag op basis van welke gegevens die zal gebeuren.
Ik heb u gevraagd wanneer die evaluatie zal gebeuren en wie ze zal
beoordelen. Ik heb gevraagd of de verenigingen, zoals in de wet
bepaald, reeds zijn uitgenodigd. Zo neen, wanneer zult u dat doen?
Wie zult u namens de patiëntenvereniging uitnodigen?
Op al deze vragen heb ik nog geen antwoord gekregen, mijnheer de
voorzitter. Ik wil dat alsnog krijgen, tenzij u het antwoord niet kent, wat
jammer zou zijn want u hebt deze vragen op voorhand gekregen. Dit
kon prima worden voorbereid. Ik heb geen vragen gesteld die niet
vooraf waren ingediend.
13.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ik zal het nodige doen om u
verder informatie te kunnen verstrekken over uw vragen.
13.04
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je ferai en sorte
de vous transmettre l'information
demandée.
13.05 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
zal dat hier altijd zo gaan? Waarom kom ik naar hier? Die vraag ligt al
drie weken bij de minister.
13.05 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): Le ministre dispose
de mes questions depuis trois
semaines déjà.
De voorzitter: Ik ben de minister niet.
13.06 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): U bent wel de voorzitter.
U hebt zich eerder al boos gemaakt. Ik heb uw gramschap in andere
gevallen al gemerkt, mijnheer de voorzitter. Ik zit nu even aan de
andere kant. Maakt u zich nu even boos namens mij, mijnheer de
voorzitter.
De voorzitter: Op wie moet ik mij boos maken? Ik moet neutraal blijven. Ik constateer dat u een antwoord
krijgt waarmee u niet tevreden bent.
13.07 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
ik heb geen antwoord gekregen. Dat ik niet tevreden ging zijn met het
antwoord wist ik al. Dat ik er geen ging krijgen, nog niet.
De voorzitter: Ik stel voor dat u terugkomt met die vraag.
13.08 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Terugkomen omdat de
staatssecretaris het antwoord niet weet?
De voorzitter: Misschien krijgt u een antwoord van de minister. Dit is de staatssecretaris.
13.09 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Dan was de minister
hier beter geweest, als hij de enige is die het antwoord kent. Ik zal de
minister interpelleren. Misschien krijg ik hem op die manier te pakken,
en dus ook mijn antwoord.
13.09 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): Dois-je revenir parce
que le secrétaire d'État ignore la
réponse?
Je
déposerai une
demande d'interpellation ; ainsi, le
ministre devra bien être présent
lui-même.
De voorzitter: Ik kan uw teleurstelling begrijpen, maar ik kan moeilijk in de plaats van de minister
antwoorden. Ik denk dat u moet aandringen en terugkomen met een interpellatie. Dat is een goede
gedachte. Ik zal uw interpellatie verwelkomen.
13.10 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Dat zal ik zeker doen.
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le programme informatique du SECAL" (n° 4656)</b>
14 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het computerprogramma van de DAVO" (nr. 4656)
14.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, je constate que la
réponse à la question que j'avais adressée à M. le ministre me sera
donnée par son adjoint. Je lui fais tout à fait confiance quant au
contenu de sa réponse.
Mon questionnement porte sur le programme informatique du SECAL.
Nous le savons, le Service des Créances alimentaires a été créé en
2003 et remplit ses missions depuis plus de quatre ans. Depuis lors,
les citoyens de la Communauté germanophone rencontrent une
difficulté de taille lorsqu'ils sont en relation avec le SECAL. En effet,
les agents du SECAL travaillent avec un programme informatique
spécialement conçu pour le traitement de leurs dossiers. Ils y
encodent toutes les données utiles et, automatiquement, les citoyens
impliqués reçoivent les correspondances d'usage. Ils respectent ainsi
scrupuleusement les détails de rigueur qui sont impartis aux
créanciers d'aliments notamment.
Le problème est que le programme informatique est construit en
langues française et néerlandaise mais n'a pas été prévu en langue
allemande. Par conséquent, les agents du SECAL d'Eupen sont tenus
d'adresser aux personnes concernées une traduction de tous les
courriers contenant les aspects juridiques tels que les mises en
demeure, les avis de paiement ou d'autres documents mentionnant
des délais de rigueur. Dans de nombreux cas, ils doivent aussi
traduire l'ensemble du dossier en allemand parce que les citoyens ne
maîtrisent pas tous correctement la langue française. De ce fait, les
agents doivent travailler dans l'urgence et font face à une surcharge
de travail anormalement importante. Ils sont aussi en perpétuel
déphasage avec les délais légaux.
Par ailleurs, j'insiste sur le fait que la sécurité juridique n'est pas
garantie puisqu'à cause de cette étape superflue, si un délai n'est pas
prévu ou si une notification n'est pas traduite, la procédure tombe
immédiatement à l'eau.
Bref, monsieur le secrétaire d'État, vous conviendrez comme moi que
la situation n'est pas évidente, d'autant qu'une part importante des
dossiers concerneraient les citoyens qui ne parlent pas le français,
leur langue maternelle étant l'allemand. Or, les nuances de ce type de
dossiers sont déjà suffisamment difficiles à comprendre pour qu'en
plus, la barrière du vocabulaire et de la langue vienne encore alourdir
la situation.
Je ne doute pas que vous soyez déjà au courant du problème. La
solution est éminemment simple puisqu'il suffit de revoir le contrat
liant le SPF Finances à la société informatique pour que le logiciel soit
adapté et que les documents soient automatiquement envoyés en
langue allemande aux citoyens germanophones.
14.01 Kattrin Jadin (MR): De
burgers
van
de
Duitstalige
Gemeenschap worden met een
grote moeilijkheid geconfronteerd
wanneer zij te maken hebben met
de
Dienst
voor
alimentatievorderingen
(DAVO),
want de DAVO-beambten werken
met
een computerprogramma
waarbij gebruik wordt gemaakt van
de Franse en Nederlandse maar
niet van de Duitse taal. Daardoor
kampen de beambten die met de
vertaling van alle voor de burgers
bestemde documenten zijn belast,
met een abnormaal grote werklast
en worstelen ze voortdurend met
de wettelijke deadlines, met een
mogelijke mislukking van de
procedure tot gevolg.
De oplossing is uiterst eenvoudig,
aangezien het volstaat de software
aan
te
passen
zodat
de
documenten automatisch in de
Duitse taal naar de Duitstalige
burgers worden verzonden.
Zal
u
daartoe
de
nodige
maatregelen treffen?
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Dès lors, envisagez-vous de prendre les mesures permettant la
traduction allemande du programme informatique du SECAL, de sorte
que les dossiers de nos concitoyens germanophones qui y sont traités
puissent l'être en toute sécurité juridique?
J'insiste encore une fois sur le fait que ce dysfonctionnement ne
relève pas de la seule symbolique mais qu'il compromet la sécurité
juridique des procédures menées par le Service des Créances
alimentaires.
Ich danke Ihnen für die Antwort, die Sie mir bringen werden.
14.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Malheureusement, je vous
donnerai une réponse en français, mon allemand n'étant pas encore à
la hauteur.
14.03 Kattrin Jadin (MR): J'ai constaté que votre néerlandais était
excellent.
14.04 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Préalablement à la
création du SECAL, le 1
er
juin 2004, des informaticiens externes ont
développé une application permettant l'automatisation des dossiers et
le respect des différents délais prévus par la loi elle-même.
Plusieurs documents dans les trois langues ont été rédigés.
Cependant, pour les textes en allemand, s'est posé un problème
concernant leur intégration dans le système et leur envoi. En
conséquence, pour résoudre dans l'urgence ce problème, ce sont les
documents en français qui ont été adressés aux créanciers et
débiteurs de la Communauté germanophone. Le ministre comprend
parfaitement la grande sensibilité de cette question ressentie par les
personnes qui ont reçu ce courrier dans une langue inappropriée.
Le service local a donc traduit ces textes. Ce travail a entraîné,
surtout au début, une importante surcharge de travail pour les agents.
Maintenant que les modèles de base existent, l'envoi des courriers est
facilité. Néanmoins, il est vrai que ce second envoi pourrait susciter
des problèmes juridiques, puisque les dates ne concordent plus ­
avec pour conséquence des difficultés supplémentaires dans le
traitement des dossiers.
S'agissant de la solution que vous proposez, je tiens à vous informer
que le contrat avec l'équipe d'informaticiens externes est
malheureusement terminé depuis la fin du mois de mai 2007. Quoi
qu'il en soit, le service ICT (Information Communication Technology)
du SPF Finances cherche le moyen de résoudre ce problème. Ce
dernier sera définitivement réglé quand sera réalisé le projet
d'investissement STIMER, qui consistera en un système uniforme et
intégré de recouvrement pour les différentes entités sur SPF
Finances.
Vu l'attention que vous avez accordé à cette question, nous veillerons
à nous montrer particulièrement attentifs au respect des trois langues
nationales au cours de cette étape ultérieure.
14.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Voorafgaand aan de
oprichting van de DAVO, hebben
externe informatici een toepassing
ontwikkeld
voor
de
geautomatiseerde verwerking van
de dossiers en de naleving van de
onderscheiden termijnen waarin
de wet voorziet.
Er is een probleem gerezen
omtrent de integratie in het
systeem en het versturen van de
teksten in het Duits. Om dat
probleem op korte termijn te
verhelpen zijn de documenten aan
de inwoners van de Duitstalige
Gemeenschap
in
het
Frans
toegestuurd.
De vertaling van die teksten werd
dus door de lokale dienst
verzorgd. Het uitwerken van een
basismodel heeft het versturen
van de documenten sindsdien
vergemakkelijkt. Nochtans is het
wel zo dat deze tweede zending
voor juridische problemen zou
kunnen zorgen. Dat zal opgelost
zijn zodra het investeringsproject
STIMER ­ een geïntegreerd
invorderingssysteem van de FOD
Financiën ten behoeve van diverse
entiteiten - gerealiseerd zal zijn.
14.05 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie. À quel moment pourrai-je vous interroger de nouveau sur
cette thématique? Avez-vous prévu un calendrier relatif à la mise en
14.05 Kattrin Jadin (MR): Vanaf
wanneer kan ik u opnieuw over dat
thema ondervragen?
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
place de ce service?
14.06 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Son installation est prévue
pour le début 2009.
14.06 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Het systeem moet tegen
begin 2009 geïmplementeerd zijn.
14.07 Kattrin Jadin (MR): Je vous remercie beaucoup.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "Belgacom Invest" (n° 4736)</b>
15 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "Belgacom Invest" (nr. 4736)
15.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le secrétaire d'État, je me réjouis de pouvoir vous interroger tout en
espérant que vous ne me répondrez pas en tant que "secrétaire d'État
à la fraude fiscale".
Le dernier rapport annuel de Belgacom fait état d'un contentieux entre
l'entreprise et l'administration fiscale belge.
L'ISI a effectivement enquêté sur une filiale luxembourgeoise de notre
opérateur historique, la "Belgacom Invest SARL", un holding créé en
2003 et porteur des actions de "Belgacom Mobile", elle-même
hébergeant les activités de Proximus.
L'ISI semble considérer la société luxembourgeoise comme une
entité sans réel pouvoir de décision qui serait, dans les faits, gérée
directement par la maison-mère depuis la Belgique. Une telle
hypothèse donne évidemment une vision de la taxation quelque peu
différente. Si cette hypothèse devait prévaloir, ce sont 21
millions d'euros d'impôt supplémentaire qui seraient à charge de
Belgacom.
Compte tenu de l'actionnariat particulier, majoritairement public de
Belgacom, ce dossier fiscal revêt un caractère singulier.
Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous nous détailler les
arguments précis du fisc belge et les bases légales sur lesquelles il se
fonde pour, en quelque sorte, admonester Belgacom?
Quelles sont, en réponse, les thèses de l'entreprise?
Quelle est votre analyse à ce sujet?
Je ne vous cache pas que j'ai également l'intention d'interpeller Mme
la ministre en charge des Entreprises publiques à ce sujet car elle me
semble directement concernée.
J'espère que vous ne me répondrez pas qu'il s'agit d'un dossier
judiciaire sur lequel vous ne pouvez pas vous prononcer.
15.01 Christian Brotcorne (cdH):
Het
laatste
jaarverslag
van
Belgacom maakt gewag van een
geschil tussen het bedrijf en de
Belgische fiscale administratie.
De BBI heeft een onderzoek
ingesteld naar een Luxemburgs
filiaal
van
onze
historische
operator. De BBI lijkt de
Luxemburgse vennootschap te
beschouwen als een entiteit
zonder
reële
beslissingsbevoegdheid
die
rechtstreeks
door
het
moederbedrijf
vanuit
België
beheerd wordt. Indien deze
hypothese doorslaggevend blijkt te
zijn, moet Belgacom 21 miljoen
euro extra belastingen betalen.
Kunt
u
ons
de
precieze
argumenten van de Belgische
fiscus toelichten? Wat zijn de
stellingen van Belgacom? Hoe
ziet u de zaak?
15.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président,
cher collègue, les dispositions de l'article 337 du Code des impôts sur
les revenus de 1992, relatives au secret professionnel dont toute
violation est, sur la base de l'article 453 CIR 92, punie conformément
à l'article 458 du Code pénal, ne me permettent pas de communiquer
15.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: De bepalingen van het
Wetboek
van
de
inkomstenbelastingen betreffende
het beroepsgeheim laten mij niet
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
des informations concrètes concernant l'enquête fiscale d'une affaire,
même si cette dernière a fait l'objet d'articles de presse ou a été
évoquée dans le rapport de Belgacom.
Si Belgacom le souhaite, elle peut s'exprimer à ce sujet, c'est son
problème. Vous avez tout à fait le droit de l'interroger. Mais
l'administration fiscale est tenue par la loi et ni moi, ni le ministre, ni
personne d'autre ne pourrons vous donner d'informations à ce sujet.
toe concrete informatie mee te
delen over het fiscaal onderzoek
van een zaak, zelfs als die zaak
het voorwerp is van artikelen in de
pers of vermeld wordt in het
verslag van Belgacom.
15.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, ce
n'est pas en lisant la presse que j'ai appris la nouvelle, mais en
parcourant le rapport annuel de Belgacom.
15.03 Christian Brotcorne (cdH):
Het is niet door de krant te lezen
dat ik het nieuws vernomen heb
maar bij het doornemen van het
jaarverslag van Belgacom.
15.04 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: De quel rapport s'agit-il?
15.04 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Over welk verslag gaat
het?
15.05 Christian Brotcorne (cdH): Il s'agit du dernier rapport annuel.
Par ailleurs, je rappelle que Belgacom a la particularité d'avoir l'État
belge comme actionnaire principal. Il me semble donc que nous
avons le droit de connaître la position de l'État belge en ce qui
concerne ce dossier.
Je ne sais pas si, compte tenu de l'actionnariat particulier de
Belgacom, votre réponse peut être considérée comme satisfaisante.
15.05 Christian Brotcorne (cdH):
Het
gaat
om
het
laatste
jaarverslag. Ik denk dat we het
recht hebben het standpunt van de
Belgische Staat in dit dossier te
kennen.
15.06 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Soyez rassuré, monsieur
Brotcorne, la réponse n'est pas téléologique, elle est strictement
respectueuse de la loi.
Le fait que Belgacom soit, pour partie, propriété de l'État ne range pas
cette société dans une catégorie différente d'entreprises. Le secret
prévaut tant que l'affaire n'est pas réglée. Mais si Belgacom décide de
donner des informations, c'est son problème. Toutefois, l'autorité
administrative, en l'occurrence le ministère, ne peut, à ce stade,
donner d'information à ce sujet.
15.06 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Het feit dat Belgacom
gedeeltelijk staatseigendom is,
betekent
niet
dat
deze
maatschappij als een aparte
ondernemingscategorie
moet
worden behandeld.
Het geheim geldt zolang de zaak
niet geregeld is.
15.07 Christian Brotcorne (cdH): Je ne sais pas si Belgacom me
donnera des informations, mais en tout cas j'ai bien l'intention
d'interpeller Mme Vervotte qui est en charge des entreprises
publiques. Peut-être pourra-t-elle me fournir de plus amples
renseignements.
15.07 Christian Brotcorne (cdH):
Ik weet niet of Belgacom mij
informatie zal geven, maar ik ben
zeker van plan mevrouw Vervotte
te interpelleren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Aan de orde zijn de samengevoegde vragen nrs. 4739 en 4743 van de heer Bogaert.
15.08 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, als
het de vooruitgang van de commissiewerkzaamheden helpt, is het
voor mij goed als ik het antwoord krijg en dit in een schriftelijke vraag
wordt omgezet.
15.08 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): Afin de faire avancer les
travaux, je me contenterai du texte
des réponses et je n'ai aucune
objection à ce que les questions
soient transformées en questions
écrites. Nous avons déjà procédé
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
de la sorte.
De voorzitter: U zou dit omzetten in een schriftelijke vraag?
15.09 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Ja, als er nog iets is, kom ik
er wel op terug. Ik heb een zevental vragen, mijnheer de voorzitter.
De voorzitter: U had verschillende vragen.
15.10 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): We hebben dit nog gedaan.
Als de medewerker het ermee eens is...
De voorzitter: U wenst al uw vragen om te zetten in schriftelijke vragen?
15.11 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Als er nog iets open staat,
kom ik erop terug.
De voorzitter: Ik verzoek de minister om de heer Bogaert zijn
antwoorden te geven. We zorgen ervoor dat alles verschijnt in het
Bulletin van Vragen en Antwoorden. Als de heer Bogaert nog
bijkomende vragen heeft, komt hij er later op terug.
De vragen nrs. 4388, 4739, 4743, 4740, 4741, 4742, 4744 en 4757
worden dus omgezet in schriftelijke vragen.
Le président: Je demande au
ministre de remettre les réponses
à M. Bogaert. Elles seront publiées
au Bulletin des Questions et
Réponses
. Si M. Bogaert a encore
des questions supplémentaires, il
y reviendra ultérieurement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Belgen die in het buitenland intrest opstreken" (nr. 4749)
16 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les Belges qui ont perçu des intérêts à l'étranger" (n° 4749)</b>
16.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik wil met betrekking tot deze
problematiek een aantal vragen stellen.
Hoeveel meldingen waren er in 2005 en in 2006? Indien er al cijfers
bekend zijn voor 2007, hoeveel zijn dat er?
Voor het jaar 2006, en gebeurlijk voor het jaar 2007, krijg ik graag een
uitsplitsing per land, en telkens de datum waarop de inlichtingen
werden ontvangen.
Werd die informatie aan de buitendiensten bezorgd?
Op welke manier wordt die informatie aan de buitendiensten bezorgd,
elektronisch of op papier?
In hoeveel van die gevallen werden de buitenlandse inkomsten door
de belastingplichtigen aangegeven? Ik krijg graag de gegevens voor
2006 en gebeurlijk voor 2007.
In hoeveel gevallen hebben de buitenlandse gevallen aanleiding
gegeven tot een verder onderzoek? Ik krijg graag de beschikbare
gegevens voor 2006 en gebeurlijk voor 2007.
Een aantal landen verkiest in het kader van de Spaarrichtlijn geen
16.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Combien d'avis avez-vous
reçus en 2005, en 2006 et en 2007
concernant la perception d'intérêts
à
l'étranger.
Ces
données
peuvent-elles être ventilées par
pays et la date à laquelle ces
renseignements ont été obtenus
peut-elle être précisée? Cette
information
a-t-elle
été
communiquée
aux
services
extérieurs, par la voie électronique
ou sur papier? Dans combien de
cas ces revenus perçus à
l'étranger ont-ils été déclarés et
dans combien de cas une enquête
plus avant a-t-elle été menée?
Plusieurs pays choisissent ne pas
communiquer de données dans le
cadre de la directive Épargne,
préférant une retenue à la source,
reversée pour partie. Combien
d'euros ont été ainsi reversés par
pays en 2006 et en 2007?
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
informatie door te spelen en kiezen voor bronheffing die ze voor een
deel doorstorten. Hoeveel euro werd in 2006 en gebeurlijk in 2007
doorgestort? Ik krijg graag een opsplitsing per land.
16.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
collega Van der Maelen, het exact aantal inlichtingen, verbeteringen
inbegrepen, bedraagt 159.692.
In de loop van het jaar 2007 heeft België in totaal 230.726 inlichtingen,
verbeteringen inbegrepen, ontvangen.
Ik zal de uitsplitsing per land niet voorlezen, maar de landen met de
grootste aantallen zijn de volgende. Duitsland 36.000, Spanje 24.000,
Frankrijk 43.000, Verenigd Koninkrijk 17.000, Italië 14.000,
Luxemburg 2.000, Nederland 84.000 en Liechtenstein 1. Ik zal u de
tabel overhandigen.
Ik heb de cijfers voor 2005 en 2006. Het gaat om een totaal van
390.418 inlichtingen, verbeteringen inbegrepen, afkomstig van 32
landen of grondgebieden. Er zijn er een paar van Jersey, Guernsey,
Caymaneilanden, Aruba, Monaco, Zwitserland en 1 voor
Liechtenstein.
Zo kom ik aan uw vragen drie tot zes. Het onder elektronische vorm
ter beschikking stellen van inlichtingen die in het bezit zijn van de
centrale dienst van de administratie aan de buitendiensten, vereist
een aantal behandelingen die momenteel worden verwezenlijkt.
Evenwel, een aantal van de ontvangen bestanden en de gegevens die
zij bevatten, kunnen door de slechte kwaliteit niet in hun geheel
worden aangewend. Bovendien is het nuttig te vermelden dat een niet
onbelangrijk deel van de ontvangen inlichtingen stortingen betreft van
interesten van geringe waarde. De voorrang zal worden gegeven aan
de behandeling van inkomsten van het jaar 2005.
Volgens de administratie van de Invordering belopen de door de
Belgen ontvangen bedragen voor het jaar 2006 15.784.701,22 euro.
Voor het jaar 2007 gaat het om 55.808.143,17 euro. Dat grote verschil
is voornamelijk te verklaren door het feit dat de spaarrichtlijn op
1 juli 2005 van kracht is geworden zodat zij maar zes maanden van
het jaar 2005 omvat. De doorstortingen door de verschillende landen
hebben plaatsgevonden in juni 2006.
Ik heb ook hier een opsplitsing per land voor de jaren 2006 en 2007.
Ik zal u deze tabel geven. De twee landen met de grootste bedragen
in 2007 zijn Zwitserland met 12 miljoen euro en Luxemburg met bijna
42 miljoen euro. Daarna komen Jersey met 700.000 euro en Monaco
met 400.000 euro.
Dit is het antwoord op de zevende vraag.
De minister gaat ermee akkoord om meer informatie te vragen aan de
administratie om te weten welk gevolg wordt gegeven aan de
verkregen inlichtingen.
De minister gaat er ook mee akkoord om meer informatie te vragen
aan de administratie om te weten welk gevolg er wordt gegeven aan
de verkregen inlichtingen. We beschikken nu echter nog niet over die
informatie.
16.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire
d'État:
En
2007,
230.726 informations ont été
reçues, corrections comprises.
Les pays les plus concernés sont
l'Allemagne, l'Espagne, la France
et
les
Pays-Bas.
Je
vous
transmettrai le tableau. En 2004 et
2005, 390.418 informations ont été
transmises, corrections comprises,
en provenance de 32 pays. Une
série d'informations proviennent
de «paradis fiscaux».
Des préparatifs sont en cours en
vue de mettre ces informations
détenues par le service central à la
disposition
des
services
extérieurs. Une grande partie de
ces
données
concernent
cependant le versement d'intérêts
de faible valeur. Les revenus de
l'année 2005 seront traités en
priorité.
Les montants perçus pour 2006 et
2007 ­ arrondis - s'élèvent
respectivement à 15,8 et 55,8
millions d'euros. Cette différence
importante s'explique par l'entrée
en vigueur, le 1er juillet 2005, de la
directive sur l'épargne, cette
dernière n'ayant dès lors été
applicable que durant six mois de
cette année. Les versements ont
eu lieu en juin 2006. Je remettrai à
la
commission
le
tableau
reprenant la répartition par pays.
Les pays ayant représenté les
montants les plus élevés en 2007
sont le Luxembourg et la Suisse,
avec respectivement 42 millions et
12 millions d'euros; suivent Jersey
et Monaco, avec respectivement
700.000 et 400.000 euros.
Le ministre se renseignera auprès
de l'administration quant à la suite
réservée
aux
informations
obtenues.
23/04/2008
CRIV 52
COM 181
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
16.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de
staatssecretaris, ik zou graag de uitgeschreven voorbereiding van het
antwoord krijgen. Als ik goed heb geluisterd, meen ik niet te hebben
gehoord op welke datum die informatie werd ontvangen, tenzij dat op
uw lijst staat.
16.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Quand précisément cette
information a-t-elle été reçue?
16.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Juli 2006 voor de data van
2005. Dat heb ik gezegd. Voor 2007 heb ik die informatie niet.
16.04
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: En juillet 2006,
pour les données de 2005. Pour
2007, je l'ignore.
16.05 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de
staatssecretaris, ik heb uit uw antwoord menen te begrijpen ­ ik
check dat nog om te vermijden dat er misverstanden tussen ons
zouden ontstaan ­ dat die informatie nog niet is doorgegeven aan de
buitendiensten. De gegevens moeten nog worden verwerkt, en zo
meer. Ze zijn dus nog niet doorgegeven aan de buitendiensten, tenzij
ik me vergis.
16.05 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Cette information n'a pas
encore été communiquée aux
services extérieurs et il convient
encore d'examiner dans quels cas
les revenus perçus à l'étranger ont
été déclarés par les contribuables.
16.06 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Het wordt aan de
administratie gevraagd. Niet al die informatie is echter bruikbaar.
Soms is de vorm van de informatie niet geschikt.
16.07 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Het antwoord op mijn derde
vraag luidt dus neen. Die informatie is nog niet doorgegeven.
Ik vroeg ook op welke manier, maar dat wordt nog onderzocht.
Mijn vijfde vraag luidde in welke gevallen die buitenlandse inkomsten
door de belastingplichtigen werden aangegeven. Dat is nog niet
onderzocht.
Ook kunt u geen informatie geven in antwoord op mijn zesde vraag in
hoeveel gevallen dat aanleiding heeft gegeven tot een verder
onderzoek.
16.07 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Le secrétaire d'État
n'a pas répondu à ma question de
savoir dans combien de cas un
examen plus avant avait été
entrepris et combien de données
avaient déjà été transmises aux
services externes. Le ministre a
déclaré hier à ce propos qu'une
cette procédure avait déjà été
lancée il y a quelques mois. Je
constate que l'on n'a guère
avancé.
16.08 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: (...) zal de vraag stellen
aan de administratie wat de gevolgen zijn geweest van het gebruik
van die informatie.
16.09 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de
staatssecretaris, als de buitendiensten die informatie nog niet hebben
gekregen, kan hij die vraag toch niet stellen?
16.10 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Het kan zijn voor een paar
van die gegevens.
16.11 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Voor een paar, ja. Mijn
vraag is ook hoeveel van die gegevens al zijn doorgegeven aan de
buitendiensten.
In het antwoord van de minister, gisteren, heb ik gehoord dat hij zei
dat daarmee al een paar maanden geleden gestart is. Ik stel vast dat
dat nog niet ver staat, eerlijk gezegd.
CRIV 52
COM 181
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
16.12 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Over die precieze
informatie beschik ik nog niet. Ik heb u alles gegeven waarvan ik op
de hoogte ben.
16.13 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): U hebt mij gegeven wat u
kunt geven.
De voorzitter: (...) geen namen, ze betalen alleen voorheffingen.
16.14 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Ja, dat weet ik. Maar dat
zijn de landen met de bronheffing. Daarover heb ik cijfers gekregen.
Er zijn echter landen die informatie-uitwisseling ... De vierentwintig
andere, plus een paar andere staten... Die informatie is dus
ongebruikt blijven liggen gedurende bijna twee jaar.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.49 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.49 heures.