KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 179
CRIV 52 COM 179
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
I
NFRASTRUCTUUR
,
HET
V
ERKEER EN DE
O
VERHEIDSBEDRIJVEN
C
OMMISSION DE L
'I
NFRASTRUCTURE
,
DES
C
OMMUNICATIONS ET DES
E
NTREPRISES
PUBLIQUES
woensdag
mercredi
23-04-2008
23-04-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer François Bellot aan de staatssecretaris
voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "het probleem van de niet-inschrijving van
motorfietsen in de landen van de Europese Unie"
(nr. 4297)
1
- M. François Bellot au secrétaire d'État à la
Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le
problème posé par l'absence d'immatriculation de
vélomoteurs
dans
les
pays
de
l'Union
européenne" (n° 4297)
1
- de heer François Bellot aan de staatssecretaris
voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister, over "het probleem van de niet-
inschrijving van bromfietsen in de landen van de
Europese Unie" (nr. 4446)
1
- M. François Bellot au secrétaire d'État à la
Mobilité, adjoint au premier ministre, sur "le
problème posé par l'absence d'immatriculation de
cyclomoteurs dans les pays de l'Union
européenne" (n° 4446)
1
Sprekers:
François
Bellot,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
François
Bellot,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het gewestelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan
Liefkenshoekspoortunnel"
(nr. 4319)
2
Question de Mme Meyrem Almaci au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le
plan
d'exécution
spatial
régional
'Liefkenshoekspoortunnel" (n° 4319)
3
Sprekers:
Meyrem
Almaci,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Meyrem
Almaci,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Guido De Padt aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister, over "de alcoholpromillegrens
voor jonge bestuurders" (nr. 4550)
5
Question de M. Guido De Padt au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre,
sur "le taux maximal d'alcool autorisé pour les
jeunes conducteurs" (n° 4550)
5
Sprekers:
Guido
De
Padt,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Guido
De
Padt,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Bart Tommelein aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de eventuele verplichting
voor huis-aan-huisverkopers om een tachograaf
in hun voertuig te installeren" (nr. 4469)
11
Question de M. Bart Tommelein au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'obligation éventuelle pour les vendeurs à
domicile d'installer un tachygraphe dans leur
véhicule" (n° 4469)
11
Sprekers: Bart Tommelein, voorzitter van de
Open
Vld-fractie,
Etienne
Schouppe,
staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Bart Tommelein, président du
groupe Open Vld, Etienne Schouppe,
secrétaire d'État à la Mobilité
Samengevoegde vragen van
13
Questions jointes de
13
- de heer Bruno Stevenheydens aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de
eerste
minister
over
"een
speciaal
rijgeschiktheidsattest om collega's mee te nemen
met een bedrijfswagen" (nr. 4571)
13
- M. Bruno Stevenheydens au secrétaire d'État à
la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'attestation d'aptitude à la conduite spéciale
permettant le covoiturage avec des collègues
dans une voiture de société" (n° 4571)
13
- mevrouw Linda Musin aan de staatssecretaris
voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "carpooling met bedrijfswagens" (nr. 4605)
13
- Mme Linda Musin au secrétaire d'État à la
Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le
covoiturage en voiture de société" (n° 4605)
13
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer François Bellot aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de vermoedens van
fraude met voorlopige rijbewijzen" (nr. 4599)
15
Question de M. François Bellot au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les soupçons de fraude en matière de permis
provisoires" (n° 4599)
15
Sprekers:
François
Bellot,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
François
Bellot,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het rechtsaf slaan van
17
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le tourne à droite cycliste" (n° 4646)
16
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
fietsers" (nr. 4646)
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister, over "de herconfiguratie van
het Europees luchtruim" (nr. 4098)
19
Question de M. Xavier Baeselen au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre,
sur "la reconfiguration de l'espace aérien
européen" (n° 4098)
18
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
verplichtingen
voor
niet-Europese
lowcostluchtvaartmaatschappijen die op het
Europees grondgebied actief zijn" (nr. 4500)
20
Question de M. Xavier Baeselen au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les obligations qui
incombent aux compagnies low cost non
européennes qui opèrent sur le sol européen"
(n° 4500)
20
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de bezoldiging van de bestuurders van
Belgacom" (nr. 4038)
22
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la rémunération des administrateurs de
Belgacom" (n° 4038)
22
- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de
lonen
van
de
topmanagers
van
overheidsbedrijven" (nr. 4573)
22
- Mme Karine Lalieux à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "les
salaires des dirigeants des entreprises publiques"
(n° 4573)
22
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de
lonen
van
de
topmanagers
van
overheidsbedrijven" (nr. 4798)
22
- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "les
salaires des dirigeants des entreprises publiques"
(n° 4798)
22
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Inge
Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Inge
Vervotte, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het onderzoek naar de efficiëntie van de
NMBS" (nr. 4056)
25
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "l'enquête sur l'efficacité de la SNCB"
(n° 4056)
25
Sprekers: Michel Doomst, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Michel Doomst, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de verkoop van treintickets via het internet"
(nr. 4057)
27
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la vente de billets de train sur internet"
(n° 4057)
27
Sprekers: Michel Doomst, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Michel Doomst, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Samengevoegde vragen van
29
Questions jointes de
29
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de hervormingen bij de pakjesdiensten van De
Post" (nr. 4091)
29
- M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "les
réformes au sein des services colis de La Poste"
(n° 4091)
29
- de heer Peter Luykx aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de recente problemen met Taxipost" (nr. 4597)
29
- M. Peter Luykx à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "les
problèmes récents concernant Taxipost" (n° 4597)
29
Sprekers: Michel Doomst, Peter Luykx, Inge
Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Michel Doomst, Peter Luykx, Inge
Vervotte, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer François Bellot aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het taalgebruik in de documenten van
De Post" (nrs. 4073+4430)
33
Question de M. François Bellot à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "l'emploi des langues sur les documents
émanant de La Poste" (nos 4073+4430)
33
Sprekers: François Bellot, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: François Bellot, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
over
"de
burgerlijke
aansprakelijkheid van treinbegeleiders" (nr. 4117)
34
Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de
la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la responsabilité civile des accompagnateurs
de train" (n° 4117)
34
Sprekers: Georges Gilkinet, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Georges Gilkinet, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Samengevoegde vragen van
36
Questions jointes de
36
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de parlementaire controlebevoegdheid ten
aanzien
van
dochterondernemingen
van
overheidsbedrijven, met name wat het gebruik
van de notionele interestaftrek betreft (nr. 4118)
36
- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "la
capacité de contrôle parlementaire sur les filiales
d'entreprises publiques, notamment par leur
utilisation du mécanisme des intérêts notionnels"
(n° 4118)
36
- mevrouw Linda Musin aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de bestelling van treinen door de NMBS"
(nr. 4567)
36
- Mme Linda Musin à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "la
commande de trains par la SNCB" (n° 4567)
36
Sprekers: Georges Gilkinet, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Georges Gilkinet, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Samengevoegde vragen van
39
Questions jointes de
39
- de heer Francis Van den Eynde aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "reizende rolstoelgebruikers in het station
van Menen" (nr. 4126)
39
- M. Francis Van den Eynde à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "les voyageurs en fauteuil roulant à la gare de
Menin" (n° 4126)
39
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de dienstverlening aan rolstoelgebruikers in het
station Menen" (nr. 4134)
39
- M. Stefaan Van Hecke à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "les services aux personnes en chaise
roulante dans la gare de Menin" (n° 4134)
39
- mevrouw Sonja Becq aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de besparingen bij de NMBS ten nadele van
treingebruikers met een handicap" (nr. 4211)
39
- Mme Sonja Becq à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "les
économies réalisées par la SNCB au détriment
des usagers du train présentant un handicap"
(n° 4211)
39
Sprekers: Francis Van den Eynde, Stefaan
Van Hecke, Sonja Becq, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Francis Van den Eynde, Stefaan
Van Hecke, Sonja Becq, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de actie 'aub postbode'" (nr. 4142)
44
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "l'action 'svp facteur'" (n° 4142)
44
Sprekers: Michel Doomst, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Michel Doomst, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "afgedankte wagons en overlast" (nr. 4112)
45
Question de M. Peter Logghe à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "les voitures hors d'usage et les nuisances y
afférentes" (n° 4112)
45
Sprekers: Peter Logghe, Inge Vervotte,
Orateurs: Peter Logghe, Inge Vervotte,
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het NMBS-station van Jette" (nr. 4179)
47
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la gare SNCB de Jette" (n° 4179)
47
Sprekers: Michel Doomst, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Michel Doomst, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Samengevoegde vragen van
48
Questions jointes de
48
- de heer Roel Deseyn aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"een incident met een rijdende trein met een
openstaande deur" (nr. 4180)
48
- M. Roel Deseyn à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "un
incident concernant un train en marche dont une
porte était restée ouverte" (n° 4180)
48
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de veiligheid op de treinen" (nr. 4183)
48
- M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "la
sécurité dans les trains" (n° 4183)
48
Sprekers: Roel Deseyn, Michel Doomst,
Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken
en Overheidsbedrijven
Orateurs: Roel Deseyn, Michel Doomst, Inge
Vervotte, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
Samengevoegde vragen van
51
Questions jointes de
51
- de heer Roel Deseyn aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de inplanting van een nieuw postkantoor in
Oostende" (nr. 4181)
51
- M. Roel Deseyn à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur
"l'implantation d'un nouveau bureau de poste à
Ostende" (n° 4181)
51
- de heer David Lavaux aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de stijgende uitgaven voor consultancy en
uitzendarbeid,
en
de
aanwerving
van
uitzendkrachten en contractuele personeelsleden
bij De Post" (nr. 4707)
51
- M. David Lavaux à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur
"l'augmentation des dépenses de consultance et
d'intérim,
et
l'engagement
de
personnel
intérimaire et contractuel par La Poste" (n° 4707)
51
- de heer Roel Deseyn aan de minister van
Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de werkspreiding bij De Post" (nr. 4182)
51
- M. Roel Deseyn à la ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur "la
localisation
géographique
des
emplois
à
La Poste" (n° 4182)
51
Sprekers: Roel Deseyn, David Lavaux, Inge
Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Roel Deseyn, David Lavaux, Inge
Vervotte, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
INFRASTRUCTUUR, HET
VERKEER EN DE
OVERHEIDSBEDRIJVEN
COMMISSION DE
L'INFRASTRUCTURE, DES
COMMUNICATIONS ET DES
ENTREPRISES PUBLIQUES
van
WOENSDAG
23
APRIL
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
23
AVRIL
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.15 heures et présidée par M. François Bellot.
De vergadering wordt geopend om 14.15 uur en voorgezeten door de heer François Bellot.
01 Questions jointes de
- M. François Bellot au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le problème
posé par l'absence d'immatriculation de vélomoteurs dans les pays de l'Union européenne" (n° 4297)<br>- M. François Bellot au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre, sur "le problème
posé par l'absence d'immatriculation de cyclomoteurs dans les pays de l'Union européenne" (n° 4446)</b>
01 Samengevoegde vragen van
- de heer François Bellot aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "het probleem van de niet-inschrijving van motorfietsen in de landen van de Europese Unie"
(nr. 4297)
- de heer François Bellot aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister,
over "het probleem van de niet-inschrijving van bromfietsen in de landen van de Europese Unie"
(nr. 4446)
01.01 François Bellot (MR): Monsieur le secrétaire d`État, bon
nombre d'adeptes des vacances en motor-home rencontrent des
difficultés avec leur cyclomoteur de classe B, notamment en France
et en Italie. En effet, selon la législation belge, ce véhicule ne doit pas
être immatriculé, ce qui n'est pas le cas dans d`autres pays
européens comme l'Italie ou la France. Ainsi, en Italie, des
propriétaires de cyclomoteur se sont vu confisquer leur engin car il
n'était pas en ordre selon le droit italien.
Au courant de cette mésaventure, de futurs vacanciers se sont
adressés à la DIV afin d'obtenir une vignette 705 qui correspond à
une demande pour véhicule jamais immatriculé. La DIV a répondu
qu'il y avait une erreur compte tenu des caractéristiques des
cyclomoteurs. Par ailleurs, la démarche conseillée par la DIV me
paraît surprenante en ce sens qu'elle invitait les propriétaires belges à
demander aux autorités des pays concernés de faire immatriculer leur
véhicule sur place, soit en Italie, soit en France, soit en Espagne.
Une autre solution évoquée par la DIV est de solliciter une
autorisation spécifique. Or, les demandeurs de telles autorisations ne
reçoivent aucune réponse de la DIV Bruxelles puisque ce type de
véhicule est dispensé d'immatriculation dans le droit belge.
Monsieur le secrétaire d'État, quelle solution comptez-vous trouver à
ce problème? Il faut souligner qu'un demandeur d'origine italienne
01.01 François Bellot (MR):
Overeenkomstig de Belgische
wetgeving moeten de bromfietsen
van klasse B niet worden
ingeschreven, wat in een aantal
andere Europese landen, zoals
Italië of Frankrijk, wel het geval is.
Dat kan tot problemen leiden
wanneer men in die landen op reis
gaat.
Een
aantal
personen
met
vakantieplannen namen in dat
verband contact op met de DIV.
Die antwoordde dat de Belgische
eigenaars van een bromfiets er
goed zouden aan doen hun
voertuig ter plaatse te laten
inschrijven of een specifieke
vergunning
aan
te
vragen.
Wanneer men zo een vergunning
aanvraagt, krijgt men echter geen
antwoord van de DIV, aangezien
dat soort voertuig op grond van
onze regelgeving vrijgesteld is van
de inschrijvingsplicht.
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
mais domicilié en Belgique a contacté les services d'immatriculation
italiens, qui lui ont répondu que leur législation était en tous points
conforme à la législation européenne qui imposait l'immatriculation de
tous les engins à moteur. Cette question a donné lieu à des débats au
sein de notre commission voici quelque temps. Monsieur le secrétaire
d'État, que pensez-vous de cette question de l'immatriculation de
cyclomoteurs, non seulement pour des vacances à l'étranger, ce qui
est sans doute la part la moins importante des situations vécues,
mais aussi pour permettre une identification aisée des véhicules par
les forces de l'ordre?
Je voudrais ajouter qu'entre le moment où j'ai déposé la question et
aujourd'hui, j'ai pu lire dans la presse des articles portant sur
l'immatriculation des cyclomoteurs de classe B. J'ignore le délai dans
lequel cela pourrait advenir. Il reste toujours le problème des
cyclomoteurs de classe A.
Een aanvrager van Italiaanse
afkomst
die
in
België
gedomicilieerd is, nam in dat
verband contact op met de
Italiaanse
inschrijvingsdiensten,
die hem antwoordden dat de
Italiaanse wetgeving volkomen in
overeenstemming is met de
Europese wetgeving, die de
inschrijving
van
alle
motorvoertuigen oplegt. Kan u
voor enige verduidelijking zorgen?
01.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
au sujet de l'utilisation à l'étranger d'une mobylette belge, je peux
vous dire que les autorités locales sont obligées de tenir compte du
fait qu'en Belgique, l'immatriculation n'est pas demandée. D'ailleurs,
la directive européenne ne stipule pas qu'un État membre est obligé
d'immatriculer les cyclomoteurs.
Selon mon administration, il n'existe pas beaucoup de problèmes liés
à l'utilisation de cyclomoteurs à l'étranger. Si toutefois des problèmes
surgissent, on a la possibilité de prendre contact avec l'ambassade de
Belgique ou avec la DIV, qui peut envoyer un fax aux autorités
locales.
Tout comme on l'a déjà communiqué à plusieurs reprises à la
commission suite aux questions orales et aux propositions de loi,
nous sommes devenus partisans de l'immatriculation obligatoire des
cyclomoteurs dans notre pays.
Seulement, il faut une période assez longue pour la réalisation de
cette tâche vu que la DIV est très occupée par son informatisation et
qu'il faudra du temps et des moyens pour réaliser l'immatriculation
des mobylettes qui sont déjà en circulation.
01.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De lokale overheden
moeten rekening houden met het
feit dat de inschrijving in België
niet wordt gevraagd. De Europese
richtlijn bepaalt niet dat een
lidstaat verplicht is zijn bromfietsen
te doen inschrijven. Volgens mijn
administratie zijn de problemen in
verband met het gebruik van
bromfietsen in het buitenland
beperkt.
Indien
zich
toch
problemen zouden voordoen, kan
men altijd contact opnemen met
de Belgische ambassade of met
de DIV, die de lokale autoriteiten
een fax kan sturen.
We zijn voorstander van de
verplichte
inschrijving
van
bromfietsen in ons land, maar dat
zal niet voor meteen zijn, want er
komt
heel
wat
bij
kijken.
Bovendien is de informatisering
van de DIV nog niet afgerond.
01.03 François Bellot (MR): J'ajouterai qu'on a pu lire la semaine
dernière dans la presse francophone que les cyclomoteurs de classe
B allaient être immatriculés. Vous confirmez donc cette information.
01.03 François Bellot (MR):
Bevestigt u dat de bromfietsen van
klasse
B
zullen
worden
ingeschreven?
01.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Nous voulons avancer
dans cette tâche mais elle ne pourra être réalisée à brève échéance.
01.04 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Ja, maar niet op korte
termijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Liefkenshoekspoortunnel" (nr. 4319)
02 Question de Mme Meyrem Almaci au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
"le plan d'exécution spatial régional 'Liefkenshoekspoortunnel" (n° 4319)</b>
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de staatssecretaris,
u bent als staatssecretaris bevoegd voor de NMBS-groep en via
Infrabel betrokken bij de aanleg van de Liefkenshoekspoortunnel. Het
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, GRUP, is goedgekeurd zonder
de aanwezigheid van een fietstunnel. In hetzelfde GRUP is wel de
juridische mogelijkheid opgenomen om alsnog in een fietstunnel te
voorzien.
De bouw van een fietstunnel was nochtans eerder toegezegd, bij de
opmaak van het strategisch plan voor de rechter en de linker
Scheldeoever. De Fietsersbond was betrokken partij bij de opmaak
van het plan en gouverneur Paulus gaf ook zijn goedkeuring aan die
fietstunnel.
De noodzaak van een goede toegang tot de haven voor fietsers is
reeds aangetoond. Ik heb ondertussen ook een modelbrief ontvangen
van verschillende fietsers die werken in de haven en die klagen dat er
bij de aanleg van de Liefkenshoekspoortunnel in geen fietskoker is
voorzien.
De ontstentenis van die fietskoker doet de volgende vragen rijzen.
Kunt u bevestigen dat er in het GRUP voor de aanleg van de
Liefkenshoekspoortunnel geen rekening wordt gehouden met de toch
op voorhand beloofde fietstunnel? Kunt u mij toelichten op basis van
welke criteria die beslissing uiteindelijk werd genomen? Zult u er,
gezien uw functie bij Infrabel, alsnog op aandringen om in de bouw
van een fietstunnel te voorzien in de stedenbouwkundige aanvraag?
In die mogelijkheid werd immers voorzien.
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!):
Le
plan
régional
d'aménagement spatial du tunnel
du Liefkenshoek, tel qu'il a été
approuvé, ne prévoit plus de
jonction cycliste, alors que celle-ci
figurait pourtant dans le plan
stratégique "rive gauche" et "rive
droite". Est-ce exact? Pourquoi en
a-t-il été décidé ainsi? Le
secrétaire
d'État
insistera-t-il
auprès
d'Infrabel
pour
que
l'aménagement d'une jonction
cycliste soit malgré tout inséré
dans la demande de permis
d'urbanisme?
02.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw Almaci, het is
juist dat in het begin van de procedure in het raam van het MER-
kennisgevingsdossier voor de aanleg van de Liefkenshoektunnel
sprake is geweest van een fietsverbinding, maar dan wel in de vorm
van een wens voor aanvullende voorzieningen met het oog op
Kanaaldok- en Scheldekruisend fietsverkeer. Dat was de
verantwoording.
Aansluitend op het openbaar onderzoek en op het overleg aangaande
dat kennisgevingsdossier werd door de cel-MER de richtlijn
uitgevaardigd voor de opmaak van de milieueffectenrapportering en
daarin werd gesteld dat de bijkomende verbindingen voor
wegverkeer, fietsverkeer en pijpleidingen als project niet
meegenomen werden in de milieueffectenbeoordeling, met name
omdat in die fase niet alle onderzoekselementen en inzichten
aanwezig waren.
Wegens de geboden opportuniteit voor de aanleg van de
ondertunnelingen kan eventueel de betreffende initiatiefnemer parallel
tot een aanvullende procedure met een milieubeoordeling besluiten.
In het raam van de opmaak van het eigenlijke MER en van het GRUP
voor het spoorproject en het overleg met de betrokken instanties,
werd de fietsverbinding dan ook niet meer ter sprake gebracht. Wel
werd door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen parallel een
afzonderlijke MER-procedure opgestart voor de aanleg van een
bijkomende wegverbinding onder het Kanaaldok B1-B2 op de
02.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Il est exact qu'il
n'est plus question, ni dans
l'étude d'incidence
sur
l'environnement proprement dite,
ni
dans
le
plan
régional
d'aménagement, d'une jonction
de pistes cyclables via le tunnel
ferroviaire. Par contre, la Régie
portuaire a introduit une demande
distincte
pour
l'aménagement
d'une liaison routière comportant
une telle jonction sous le dock B1-
B2 du canal. Cependant, il s'agit
d'un
élément
distinct
de
l'aménagement
du
tunnel
ferroviaire.
Compte tenu de la longueur
importante des tunnels ferroviaires
six kilomètres rien que pour la
partie excavée ! -, il ne s'agirait
pas, de toute manière, d'une route
cycliste attrayante. De plus, il est
préférable de ne pas faire
cohabiter la circulation cycliste et
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
rechteroever, waar in een fietsverbinding is voorzien. Die realisatie
staat evenwel los van de realisatie van de spoorwegtunnel.
Wat de technische aspecten betreft van het eventueel koppelen van
een fietsverbinding aan de te realiseren spoorverbinding linkeroever-
rechteroever moet ik enkele zaken doen opmerken.
Ten eerste, gezien de grote lengte van de spoortunnels het
geboorde gedeelte tussen linker- en rechteroever alleen al bedraagt 6
km lijkt dit op zich al geen aantrekkelijke fietsroute.
Ten tweede, de combinatie van fietsverkeer met goederenverkeer
met inbegrip van gevaarlijke goederen die tussen de linkeroever en
de
rechteroever
vervoerd
zullen
worden
moet
om
veiligheidsredenen absoluut worden vermeden.
Ten derde, de dwarsafmetingen van de te boren spoorkokers
telkens één koker per spoor tussen de linker- en de rechteroever
laten niet toe daarin een fietspad te integreren. Zelfs de aanwezigheid
van onderhoudspersoneel in een tunnel leidt al tot een
snelheidsbeperking van het treinverkeer.
Indien een dergelijke fietsverbinding tussen linkeroever en
rechteroever hoe dan ook noodzakelijk wordt geacht, is de enige
oplossing het boren van een afzonderlijke fietskoker waarvoor dan
een afzonderlijke financiering moet worden gezocht. Het koppelen
van de realisatie van de fietskoker met de spoorwegtunnel creëert
geen synergie.
Tot daar mijn antwoord op uw vragen, mevrouw.
le transport de marchandises par
poids lourds, qui est souvent
dangereux de surcroît. Enfin, les
dimensions
transversales
des
galeries qui doivent être creusées
ne permettent pas d'y intégrer une
jonction cycliste. La seule solution
consisterait à creuser un tunnel
distinct, ce qui implique aussi un
financement distinct.
Toute synergie avec le tunnel
ferroviaire est donc exclue.
02.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de staatssecretaris,
in uw antwoord zegt u duidelijk dat het technisch onmogelijk is en dat
de combinatie van goederenvervoer met fietsvervoer vanwege
verschillende redenen niet wenselijk is. Ik heb dat goed vernomen.
Het antwoord op mijn derde vraag luidt dus dat Infrabel er niet op zal
aandringen om
in
een
fietstunnel te voorzien in de
stedenbouwkundige aanvraag voor de huidige spoorkokers.
U hebt ook gezegd dat de mogelijkheid bestaat om een afzonderlijke
procedure op te starten om alsnog een fietskoker te laten
ontwikkelen. Ik zal dat uiteraard bekijken, maar dan vraag ik mij af
hoe het komt dat men in de provincieraad, noch bij de mensen van
het Havenbedrijf zelf, op de hoogte is van deze informatie. Dan vraag
ik mij ook af op welke manier hetgeen u mij nu hebt verteld, verder zal
worden gecommuniceerd aan de betrokkenen.
Ik zal aan de betrokkenen, die mij dezelfde vragen hebben gesteld die
ik nu aan u heb gesteld, de informatie doorgeven. Ik zal erop
aandringen dat inzake de procedure voor een extra koker wordt
bekeken wat de mogelijkheden zijn.
Ik dank u in ieder geval voor uw antwoord.
02.03 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Je comprends qu'il soit
impossible, pour des motifs
techniques et autres, d'aménager
une jonction cycliste dans le tunnel
ferroviaire. Je présume donc que
la réponse à ma troisième
question est négative. Toutefois, je
me demande pourquoi le conseil
provincial et la Régie portuaire ne
sont pas informés de ces
éléments. Quoi qu'il en soit, je
transmettrai ces informations aux
personnes dont j'ai relayé ici les
questions. J'insisterai aussi pour
qu'on examine la possibilité
d'entamer
une
procédure
supplémentaire
pour
la
construction d'un tunnel cycliste.
02.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw Almaci, u zult
begrijpen dat een ondergrondse koker van zes kilometer als
fietsverbinding, naast een goederenspoor, op zichzelf niet alleen
onaantrekkelijk is, maar ook potentieel gevaarlijk.
02.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Je serais tout de
même surpris que la Régie
portuaire ne soit pas informée.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Ten tweede, wat u zegt over het Gemeentelijk Havenbedrijf
verwondert mij in zekere zin, want zoals ik in mijn antwoord heb
opgemerkt, is er een afzonderlijke meldprocedure opgestart voor een
wegverbinding onder het kanaaldok B1-B2. Het Havenbedrijf moet
dus in elk geval van deze gang van zaken op de hoogte zijn. De
informatie die vandaar komt, moet dus misschien worden aangevuld.
Comme je l'ai indiqué, une
procédure
distincte
d'étude
d'incidence sur l'environnement a
été lancée pour une liaison
routière sous le dock B1-B2 du
canal et elle comporte bien, quant
à elle, une jonction cycliste.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Guido De Padt aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister, over "de alcoholpromillegrens voor jonge bestuurders" (nr. 4550)
03 Question de M. Guido De Padt au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre, sur "le
taux maximal d'alcool autorisé pour les jeunes conducteurs" (n° 4550)</b>
03.01 Guido De Padt (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, op
mijn vraag kon ik het antwoord vanmorgen al lezen in de krant. Ik heb
vroeger een aantal collega's daartegen horen fulmineren, omdat het
antwoord op vragen al kon gelezen worden voor de vraag werd
gesteld, maar dat zal wel toeval zijn.
Ik heb in mijn initiële vraagstelling verwezen naar een beleidspaper
van 10 april 2008 waarin de European Transport Safety Council pleit
voor de invoering van een alcoholgrens van 0,2 promille voor
jongeren tot 24 jaar. Volgens de ETSC zijn jongeren tot 24 jaar in de
Europese Unie twee tot drie keer meer betrokken in
verkeersongevallen met doden of zwaargewonden dan meer ervaren
bestuurders. Men verklaart dat hoger ongevallenrisico door een
gebrek aan ervaring en maturiteit en door de eigen levensstijl van
jongeren.
Volgens de Council zijn jongeren zelfs met een lager alcoholpromille
vaker betrokken bij ongevallen dan oudere bestuurders met een
zelfde alcoholpromille. De verklaringen hiervoor zijn de lagere
tolerantiegrens voor alcohol bij jongeren, het gebrek aan ervaring,
minder zelfcontrole en een grotere euforische en emotionele impact
van alcohol bij jongeren. Ook uit de Belgische en Vlaamse statistieken
blijkt dat jongeren oververtegenwoordigd zijn bij verkeersongevallen
met doden en zwaargewonden.
Ik stel mij de vraag of wij de echte oorzaken van het probleem wel
kennen en of er inderdaad moet worden gezocht naar een lagere
alcoholpromillegrens voor jongeren in België. U bent er blijkbaar
voorstander van, las ik vandaag in Het Laatste Nieuws, om dat in te
voeren voor jongeren tussen 18 en 24 jaar en voor
vrachtwagenbestuurders, tenzij die informatie verkeerd zou zijn. Ik
ben er niet zo zeker van dat de verlaging van 0,5 naar 0,2 echt
soelaas zou bieden. Het zou beter zijn om de naleving van de huidige
regels beter en meer te controleren en de pakkans te verhogen,
veeleer dan de regels opnieuw te wijzigen. Met die regels brengt men
bovendien de stigmatisering teweeg van een bepaalde groep,
namelijk de jongeren. Misschien zou men beter eens de rijopleiding
herbekijken die tijdens de vorige legislatuur door uw voorganger werd
gewijzigd, wat naar ik meen ook een vraag is geweest vroeger vanuit
de CD&V-fractie. Men kan die professioneler maken en erop toezien
dat de jongeren beter gewapend met hun voertuig op de weg komen.
03.01 Guido De Padt (Open Vld):
J'ai constaté ce matin que la
réponse à cette question figurait
déjà dans la presse. Le quotidien
Het Laatste Nieuws rapporte en
effet aujourd'hui que le secrétaire
d'État est favorable à l'instauration
d'une limite de 0,2 pour mille pour
les jeunes de moins de 25 ans,
conformément
aux
recommandations de l'" European
Transport
Safety
Council "
(ETSC). Selon l'ETSC, les jeunes
de moins de 25 ans sont deux à
trois fois plus souvent impliqués
dans des accidents de la route
que
des
conducteurs
plus
expérimentés. De plus, leur seuil
de tolérance à l'alcool serait plus
faible. Les statistiques tant belges
que
flamandes
montrent
également une surreprésentation
des jeunes dans l'ensemble des
accidents de la route ayant
entraîné des morts et des blessés
graves. Je ne suis cependant pas
convaincu que l'abaissement du
taux maximal d'alcool autorisé
pour les jeunes conducteurs
constitue la solution à tous les
problèmes. À mes yeux, il serait
plus judicieux, dans un premier
temps, d'intensifier les contrôles
du respect des règles actuelles et
d'accroître la probabilité d'être
contrôlé. Le régime proposé
aboutit à une stigmatisation
excessive des jeunes. En ce qui
concerne ce groupe-cible, j'appelle
à reconsidérer la formation à la
conduite et à en accroître encore
le professionnalisme, de façon à
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Ik ben er niet van overtuigd dat die maatregel een goede maatregel is.
Men heeft in een bepaalde krant gezegd dat het volstaat een Mon
Chéripraline te eten om het risico te lopen in overtreding te zijn. Ik
denk dat men overigens ook zal moeten oppassen wat men op
restaurant nog eet, want vooral aan de Waalse zijde van de taalgrens
wordt er nogal veelvuldig met alcohol omgesprongen bij de bereiding
van etenswaren. Men zal dus moeten kunnen kiezen tussen menu's
die met alcohol bereid zijn en menu's zonder, want anders loopt men
het risico in de problemen te komen. Ik meen ook dat de
aankondiging weinig goedkeuring zal ondervonden hebben van de
horeca en de mensen die hiermee bezig zijn.
Vandaar denk ik dat wij beter eens nakijken op welke manier de
overheid in het verleden is omgegaan met de alcoholcontroles en heb
ik een aantal concrete vragen gesteld, mijnheer de staatssecretaris.
Hoe is het aantal controles op rijden onder invloed van alcohol
geëvolueerd de voorbije 3 jaar? Is dat gestegen of verminderd? Ik
verwijs ook naar de berichtgeving dat politieagenten soms zelf in het
zakje blazen om het aantal alcoholcontroles kunstmatig op te drijven.
Welk percentage van de bestuurders die in 2005, 2006 en 2007
vervolgd werden voor het rijden onder invloed van alcohol, behoren tot
de leeftijdscategorie van 18 tot 24 jaar?
Wat is uw concreet standpunt over het verlagen van de
alcoholpromillegrens naar 0,2 voor jongeren tot 24 jaar?
Is het niet beter om zowel de sensibilisering als de handhaving
omtrent de huidige promillegrens op te drijven?
doter les jeunes d'un bagage plus
solide avant de leur permettre de
prendre le volant.
Quelle a été l'évolution du nombre
de
contrôles
d'alcoolémie
pratiqués au cours des trois
dernières années? Quel est le
pourcentage des usagers de 18 à
24 ans parmi les conducteurs
poursuivis en 2005, 2006 et 2007
pour conduite sous influence?
Quel est le point de vue du
secrétaire
d'État
quant
à
l'abaissement du taux maximal
d'alcool à 0,2 ? Ne vaudrait-il
pas mieux renforcer les actions de
sensibilisation et de contrôle?
03.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer De Padt,
voorafgaandelijk, ik was gisteren uitermate verbaasd dat Het Laatste
Nieuws mijn persdienst ondervroeg over uw vraag en het antwoord
dat daarover zou gegeven worden. U insinueert dat u verbaasd bent
dat sommige gegevens in de kranten stonden. Welnu, het dagblad
Het Laatste Nieuws was blijkbaar op de hoogte van de inhoud van uw
boodschap. Ik zeg niet dat u dat gedaan hebt.
Aangezien het antwoord reeds klaargemaakt was vorige week,
hebben mijn mensen gezegd dat het punt vandaag aan bod zou
komen en hebben ze het antwoord in essentie geschetst. Daarop
heeft de journalist de zaken een beetje met mekaar vermengd en de
indruk gegeven alsof het gaat over dé jongeren. Nochtans is dat niet
de essentie van het antwoord dat ik dienaangaande wens te geven.
U verwijst uitdrukkelijk naar de European Transport Safety Council. Ik
laat opmerken dat we omwille van het antwoord een advies hadden
gevraagd aan de federale commissie voor de Verkeersveiligheid,
waarop we ons dan hebben gesteund. De federale commissie
herinnerde er mij overigens aan dat er reeds een aanbeveling is van
de Europese Commissie dienaangaande, die dateert van 2001. Die
aanbeveling is in enkele landen, waaronder Nederland, omgezet in
regelgeving sedert 1 januari 2006.
Mijn antwoord is dus geïnspireerd op wat de federale commissie mij
dienaangaande gezegd heeft. Daarmee heb ik niet gezegd dat dat de
maatregel zal zijn en ik zal u ook uitleggen waarom.
03.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Ma réponse est
basée sur les informations qui
m'ont été communiquées par la
commission fédérale. Pour l'heure,
je ne puis toutefois fournir des
précisions sur la mesure qui sera
prise.
Les
contrôles
d'alcoolémie
effectués par les polices zonale et
fédérale ne sont pas centralisés
sur une base annuelle. Seuls les
chiffres des campagnes BOB sont
connus.
Environ
157.000
alcootests ont été réalisés pendant
la période de fin d'année 2005,
environ 94.000 fin 2006 et environ
114.000 fin 2007. La police
fédérale a réalisé près de 34.000
tests au cours de la période 2005-
2006, un peu plus de 27.000 au
cours de la période 2006-2007 et
un peu plus de 42.000 au cours de
la période 2007-2008.
Sur la base de données du SPF
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Een eerste bedenking is dat de alcoholcontroles van de zonale en
federale politie niet op jaarbasis worden gecentraliseerd. Alleen de
cijfers van de controles tijdens de Bobcampagnes zijn bekend.
Bij de lokale politie werden in de eindejaarsperiode 2005-2006
afgerond 157.000 alcoholtests opgelegd. In de periode 2006-2007
waren het er 94.000 en in de periode 2007-2008 waren het er bijna
114.000.
De federale politie van haar zijde nam in 2005-2006 bijna 34.000 tests
af, in 2006-2007 iets meer dan 27.000 en in 2007-2008 iets meer dan
42.000.
Met betrekking tot de leeftijdsklasse van de bestuurders die de
voorbije drie jaar werden vervolgd voor het rijden onder invloed van
alcohol heb ik van de Federale Overheidsdienst Justitie de volgende
gegevens gekregen. In 2005 waren er in totaal 34.505 vervolgingen
voor het rijden onder invloed van alcohol, in 2006 waren er 34.784 -
vrijwel een status-quo - en in 2007 37.488.
Daarvan bedroeg het aantal personen van de leeftijdsgroep 18-
24 jaar die u aanhaalt in 2005, 2006 en 2007 respectievelijk 6.732,
7.237 en 7.666. Afgerond had men in elk van de drie jaar een
gemiddelde van net iets minder of net iets meer dan 21%.
Het moet worden gezegd dat dat vrij hoog is in vergelijking met het
aantal chauffeurs van die leeftijdscategorie, dat ongeveer 11%
bedraagt. Het is dus bijna het dubbel.
Zoals ik daarnet reeds meedeelde, keurde de Europese Commissie
reeds op 17 januari 2001 een aanbeveling goed die de lidstaten ertoe
moet aanzetten om naast de 0,5 promille ook een lager maximaal
toegelaten alcoholgehalte van 0,2 promille vast te leggen voor nieuwe
onervaren bestuurders.
U hebt het over jongeren. Men neemt gemakkelijk het woord
"jongeren" in de mond, maar het gaat over nieuwe onervaren
bestuurders. Dat zijn veelal jongeren, omdat zij hun rijbewijs immers
halen tussen 18 en 23 jaar. De maatregel die door de Europese
Commissie werd vooropgesteld, betreft echter de onervaren
bestuurders en slaat dus op dertig-, veertig-, vijftig- of zestigjarigen,
naast twintigjarigen.
In Nederland wordt bedoelde aanbeveling al toegepast. In het kader
van de Staten-generaal voor de Verkeersveiligheid beval ook de
federale commissie aan dat bijzondere maatregelen zouden worden
genomen om de oververtegenwoordiging van de jongeren in de
verkeersongevallen te verminderen. Daarbij werd de vermindering
van het toegelaten alcoholgehalte in het bloed tot 0,2 promille
gedurende een proefperiode na het behalen van het rijbewijs
vooropgesteld. Ook hier ziet u dus de herhaling, namelijk een
beperkte periode na het behalen van het rijbewijs.
Zoals ik daarstraks al zei, is bij ons de betrokkenheid van de
bestuurders van de leeftijdscategorie van niet alleen 18 tot 24 jaar
maar ook van 18 tot 29 jaar bij dodelijke verkeersongevallen
procentueel gezien dubbel zo groot als bij de leeftijdscategorieën
Justice, je puis vous communiquer
qu'en 2005, il y a eu au total
34.505 poursuites pour conduite
en état d'ébriété. Ce nombre
s'élevait à 34.784 en 2006 et à
37.488 en 2007. Le nombre de
personnes poursuivies âgées de
18 à 24 ans s'élevait à 6.732 en
2005, à 7.237 en 2006 et à 7.666
en 2007, ce qui représente une
moyenne d'environ 21 % pour
chaque année, alors que le
nombre de chauffeurs de cette
catégorie d'âge ne s'élève qu'à
environ 11 %.
La Commission européenne a
adopté, le 17 janvier 2001, une
recommandation incitant les États
membres à fixer également, outre
le taux de 0,5 pour mille, un taux
d'alcool
maximum
autorisé
inférieur de 0,2 pour mille pour les
nouveaux
conducteurs
inexpérimentés.
Il
s'agit
généralement
mais
pas
uniquement
de
jeunes
conducteurs.
Cette
recommandation
est
déjà
appliquée aux Pays-Bas.
Dans le cadre des Etats généraux
de
la
sécurité
routière,
la
commission fédérale recommande
que des mesures particulières
soient prises pour mettre un terme
à la surreprésentation des jeunes
dans
les
accidents
de
la
circulation. Il a été question
d'instaurer une limite de 0,2 g/l
durant une période d'essai limitée
après l'obtention du permis de
conduire.
Dans notre pays, les conducteurs
âgés entre 18 et 29 ans sont
impliqués dans deux fois plus
d'accidents
mortels
que
les
conducteurs de la catégorie des
30 à 64 ans. Le phénomène de la
conduite sous influence durant les
nuits de week-end concerne
davantage les jeunes conducteurs
en
raison
d'un
manque
d'expérience, de la fatigue ou de la
prise parfois volontaire de risques.
Compte tenu de la quasi-
unanimité qui se dégage des
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
tussen 30 en 64 jaar.
Het fenomeen van het rijden onder invloed van alcohol gedurende de
weekendnachten en de daaraan verbonden risico's is meer van
toepassing op de jonge bestuurders, gelet op hun gebrek aan
ervaring. Ook vermoeidheid speelt een rol. Wij moeten bovendien
durven te erkennen dat het bewust nemen van bepaalde risico's een
factor is.
Gelet op de nagenoeg unanimiteit betreffende de uitgevoerde studies
en de aanbevelingen en beleidsvoorstellen betreffende de invoering
van de 0,2 promillegrens voor nieuwe bestuurders, verklaarde ik
bereid te zijn voornoemde invoering te overwegen. Ik zei niet dat ik
voornoemde grens ook zal invoeren. Ik verklaarde tevens bereid te
zijn na te gaan of de invoering in België moet gebeuren.
De ongevalbetrokkenheid na het rijden onder invloed van alcohol
moet worden verminderd, niet alleen voor de jongeren maar ook voor
de andere categorieën.
In het kader van alle, goede adviezen die ik na mijn recente aantreden
krijg, krijg ik nu bijvoorbeeld van de beroepsfederaties van de
transporteurs de dringende en dwingende vraag om de nultolerantie in
te voeren. Ik kan dat goed begrijpen. Echter, vooraleer ik een
dergelijke maatregel invoer, wil ik in elk geval alle geledingen naar
behoren consulteren. Er wordt nu beweerd dat gewoon maar een
praline en wat wijn of andere alcoholhoudende dranken in de saus al
voldoende zouden zijn om de 0,2 promillegrens te overschrijden. Ik
krijg nu evenwel zelfs de uitdrukkelijke vraag om de nultolerantie in te
voeren.
Ik ben het wel volkomen met u eens dat de sensibilisering en de
handhaving van de controles op het rijden onder invloed voor alle
leeftijdscategorieën moeten worden opgedreven, dus niet alleen voor
de jongeren. Dat neemt echter niet weg dat wij ten aanzien van de
jongeren enorm attent moeten zijn.
Als slotsom, in résumé en opdat er geen misverstanden zouden zijn,
wil ik opmerken dat ik met adviezen word geconfronteerd van zowel
de Europese Commissie als van recent de European Transport
Safety Council en de federale commissie voor de Verkeersveiligheid.
Zij vragen om in elk geval ik herhaal het niet voor de jongeren
maar voor de onervaren bestuurders strenger op te treden. U weet,
indien u de problematiek volgt, dat sedert 1 september 2007 de
definitie van onervaren bestuurder in onze verkeerswetgeving werd
opgenomen, namelijk de bestuurders tot twee jaar na het behalen van
het rijbewijs. Welnu, er is druk om de eerste twee jaar na het behalen
van het rijbewijs stringenter op te treden.
Ik heb doodeenvoudig gezegd dat ik een strenger optreden wel wil
overwegen, evenwel in het kader van een geheel van maatregelen
inzake het verhogen van de verkeersveiligheid. Iedereen die mij
spreekt, vraagt tegelijkertijd naar maatregelen om het aantal
ongevallen met doden, zwaar- en lichtgewonden te verminderen.
Ik wil er vooral op wijzen dat de maatregel niet specifiek tegen de
jongeren is gericht, hoewel de statistieken voor hen ongunstiger zijn.
Ik houd in dat verband persoonlijk rekening met de overweging dat de
études, des recommandations et
des propositions, j'ai déclaré que
j'étais disposé à évaluer l'utilité
d'une telle mesure en Belgique. Je
n'ai toutefois pas dit que j'allais la
mettre en oeuvre.
Le taux d'implication dans des
accidents en raison de la conduite
sous influence doit diminuer pour
toutes les catégories d'âge. Les
fédérations professionnelles de
transporteurs
m'ont
d'ailleurs
fermement
recommandé
d'instaurer la tolérance zéro. Je
souhaite procéder à une très large
consultation avant de prendre
l'une ou l'autre mesure.
Les
campagnes
de
conscientisation et les contrôles
en matière de conduite sous
influence doivent être intensifiés
pour toutes les catégories d'âge
mais il faut accorder une attention
toute particulière aux jeunes.
Depuis le 1er septembre 2007
notre code de la route connaît la
notion
de
conducteur
inexpérimenté. Je suis disposé à
envisager une approche plus
sévère, mais dans le cadre d'un
ensemble de mesures visant à
accroître la sécurité routière. Nous
avons besoin d'un plan cohérent
qui ne soit pas axé uniquement
sur une catégorie d'âge spécifique.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
zwaardere statistieken voornamelijk te wijten zijn aan het feit dat
jongeren zich in de weekends procentueel gezien veel meer
verplaatsen dan oudere personen. De maatregel is dus niet specifiek
tegen een welbepaalde leeftijdscategorie gericht, maar wel tegen de
bestuurders die onvoldoende ervaring in het verkeer hebben.
De maatregel zal ik overwegen, zonder hic et nunc te zeggen dat de
maatregel ook zal worden ingevoerd.
Ik zal immers ook moeten nagaan in welke mate ik gevolg zal moeten
geven aan de vraag van de federaties wat het beroepsvervoer betreft.
Ik weiger een druppelsgewijze aanpak. Men moet een coherent plan
kunnen presenteren voor die controles in plaats van met stukken en
brokken te werken.
03.03 Guido De Padt (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor uw antwoord. Ik ben niet echt overtuigd van de noodzaak
om die 0,5 naar beneden te halen naar 0,3 promille. Ik denk dat dat
voor de doelgroep die men wil bereiken, namelijk de hardleerse
jongeren die tijdens het weekend over de schreef gaan, niet direct
soelaas zal bieden.
Ik heb thuis ook nog wat jonge gasten lopen en ik heb de indruk dat er
ook veel jongeren zijn die zich wel kunnen gedragen. Zij zijn de
Bobcampagne genegen en als ze uitgaan, spreken zij af dat een van
hen niet drinkt. Nu een hele groep jongeren de duvel aandoen, is niet
de juiste manier. Overigens is het een slechte woordkeuze want een
Duvel zou ook al voor meer dan 0,2 promille zorgen.
Ik denk dat wij ervoor moeten opletten om het kind niet met het
badwater weg te gooien. Men stigmatiseert een pak mensen ten
gevolge van het feit dat een aantal andere mensen zich niet kunnen
gedragen en dat zou wel eens een omgekeerde reactie kunnen
teweegbrengen
De lokale politiezones houden nog niet eens het aantal
alcoholcontroles bij. Hoe wil men in godsnaam een goed zicht op het
handhavingsproces in ons land krijgen als men geen evolutie kan
detecteren? Ik stel vast dat men er in ons land niet in slaagt om te
komen tot een degelijke verkeersongevallenanalyse. Welke incidentie
heeft de 0,2; de 0,5 of de 0,8 promille op het tot stand komen van een
verkeersongeval? Wij weten dat niet! Wij weten overigens ook niet
wat ten grondslag ligt aan de meeste verkeersongevallen. De
verzekeringsmaatschappijen weten dat misschien wel maar de
overheid weet dat niet.
In een gedigitaliseerde, technologische maatschappij als de onze krijg
ik er kop noch staart aan dat wij dat niet doen. Waarom steken wij
daar niet een aantal miljoenen in om dat op te starten? Uiteindelijk
gaat het toch om de verkeersveiligheid. Wij nemen te pas en te onpas
druppelsgewijze maatregelen, waarnaar u hebt verwezen, zonder ons
echt rekenschap te geven van de incidentie. Het is wat
nattevingerwerk.
Ik weet dat het BIVV het Bartproject heeft, het Belgian Accident
Research Team. Ook dat werkt niet al te goed, omdat de
medewerking met Justitie niet vlot verloopt. Ik denk dat wij meer en
beter zouden moeten inzetten op het degelijk, wetenschappelijk
03.03 Guido De Padt (Open Vld):
Je ne suis pas convaincu de
l'opportunité d'abaisser le taux
maximal d'alcoolémie autorisé car
cela ne résoudrait pas le problème
posé par les jeunes qui n'en font
qu'à leur tête. D'ailleurs, beaucoup
de
jeunes
adoptent
un
comportement responsable au
volant.
Si toutes les zones de police
locales ne tiennent pas un registre
chiffré
des
contrôles
de
l'alcoolémie, il est évidemment
impossible
d'avoir
une
idée
précise de la manière dont le code
de la route est appliqué. La
question qui se pose est celle-ci:
quelle incidence un taux maximal
donné a-t-il sur le phénomène des
accidents
de
roulage?
Les
mesures
que nous prenons
aujourd'hui, nous ne les prenons,
au fond, pas en connaissance de
cause. Sans vouloir copier le
modèle suédois, qui est utopique
puisqu'il nourrit l'ambition de
réduire
à
zéro
le
nombre
d'accidents de la route, nous
devons d'abord tenter d'analyser,
en procédant avec sérieux et
même scientifiquement, comment
les accidents se produisent. Le
ministre devrait donc initier une
phase
d'analyse
et
de
concertation,
notamment
en
collaboration
avec
des
organisations
telles
que
les
Responsible Young Drivers.
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
analyseren van de manier waarop verkeersongevallen tot stand
komen. Het zal in de cafeetjes en dancings te lande misschien the
talk of the town zijn komend weekend, waarbij men er nog vlug een
zal pakken op Schouppe nu het nog kan. Wij mogen niet naar een
Zweeds systeem neigen waarbij alles moet wijken voor de betrachting
om elk verkeersongeval op elk moment te bannen. Op zo'n moment
schaft men beter het verkeer af of voert men een limiet van 10
kilometer per uur in. Ik denk dat wij niet over een nacht ijs mogen
gaan, mijnheer de staatssecretaris. Ik zou met de meeste nadruk
willen aandringen op goed en degelijk overleg en onderzoek met de
Responsible Young Drivers, die daarover toch ook wel een mening zal
hebben. Overleg een en ander goed en doe het de mensen niet aan
dat ze hoegenaamd geen enkele recreatieve bezigheid in de
samenleving meer kunnen uitoefenen.
Het nuttigen van een lekkere pint bier, zonder te overdrijven, hoort
daar nog altijd bij.
03.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer De Padt, ten
eerste, ik meen dat ik duidelijk gezegd heb dat ik mij niet inschakel in
de benadering van de European Transport Safety Council, hoe wijs de
leden ervan ook mogen zijn. U kent sommige wijze mensen die
daarvan deel uitmaken.
03.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Je ne suivrai pas
l'avis du European Transport
Safety Council car je ne souhaite
pas opter pour cette approche.
03.05 Guido De Padt (Open Vld): (...) Onze voorzitter is een
zeventigjarige levensgenieter...
03.06 Staatssecretaris Etienne Schouppe: ... die geregeld een
donker biertje drinkt.
(...): (...)
03.07 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Maar altijd met een
chauffeur rijdt, inderdaad.
Ik wil het in elk geval niet vanuit die hoek benaderen.
Ten tweede, ik ben ervan overtuigd, zoals andere mensen in de
commissie trouwens, dat alcohol een probleem is. Wij kunnen niet
ontkennen dat in 25% van de weekendongevallen jonge mensen
betrokken zijn. Als er maatregelen komen, dan zal het drugprobleem
evenveel, en misschien meer, aandacht moeten krijgen. Dat houdt in
dat de methodes om druggebruik vast te stellen, vereenvoudigd zullen
moeten worden. Ik verwijs naar de fameuze speekseltest. Ik meen dat
u daarover zelfs een wetsvoorstel hebt ingediend. Het zal van even
groot of misschien van groter belang zijn om de dwaasheden die
sommige jongeren wel eens begaan, uit de wereld te helpen.
Ten derde, als er een voorstel komt ik hoop dat u deze week in vele
dancings het goede woord zult vertellen dan zal het van
mijnentwege in elk geval een evenwichtig voorstel zijn, waarbij op
geen enkele leeftijdscategorie gefocust zal worden. Het zal wel een
kwestie zijn van ervaring. Het zal ook niet alleen over alcohol gaan.
0,5 is voor ervaren drinkers, zoals u en ik, misschien niet zo erg.
Ik kan echter niet tegelijkertijd blind of doof zijn voor de adviezen die
mij gegeven worden. Ik kan niet zeggen dat ik daarmee geen
rekening houd, maar ik kan wel tegelijkertijd zeggen dat ik een
03.07
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: De plus, des
jeunes sont impliqués dans 25 %
des accidents de la route qui se
produisent pendant le week-end,
ces accidents étant liés à un
problème d'alcool mais aussi de
drogue. C'est la raison pour
laquelle nous devons surtout nous
attacher aujourd'hui, pour le
problème
posé
par
la
consommation de drogue, à
appliquer des techniques de
détection plus simples, comme le
test de salive.
Mon intention est en tout cas
d'élaborer
des
solutions
équilibrées, même s'il est de mon
devoir de prendre en considération
les avis rendus. Quant à la
question
des
différentes
catégories
de
chauffeurs
professionnels, je préfère lui
réserver un traitement distinct.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
evenwichtig pakket wil hebben en dat niet alleen alcohol, maar ook,
en misschien voornamelijk, drugs daarbij in beschouwing genomen
zullen worden.
Ik wil het probleem van de beroepsgroeperingen wel specifiek
behandelen, bijvoorbeeld beroepschauffeurs in de uitoefening van
hun job, maar dat heeft meer te maken met de verantwoordelijkheid
van bijvoorbeeld de bedrijven, dan met het algemeen maatschappelijk
beeld dat u hier ophangt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Bart Tommelein aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de eventuele verplichting voor huis-aan-huisverkopers om een tachograaf in hun
voertuig te installeren" (nr. 4469)
04 Question de M. Bart Tommelein au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'obligation éventuelle pour les vendeurs à domicile d'installer un tachygraphe dans leur véhicule"
(n° 4469)</b>
04.01 Bart Tommelein (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatsecretaris, ik zie dat deze vraag nog aan een zekere heer
Leterme, minister van Mobiliteit, werd gesteld. Ondertussen hebt u
zijn taken en verantwoordelijkheden, en misschien lijdensweg,
overgenomen.
Verordening nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad
van 15 maart 2006 legt de voorschriften vast voor rijtijden,
onderbrekingen en rusttijden van de bestuurders van het wegvervoer
van goederen en personen. Specifieke categorieën voertuigen
moeten met een tachograaf worden uitgerust teneinde de
onderbrekingen en rusttijden te kunnen opvolgen en controleren.
Het
koninklijk
besluit
van
14 juli 2005
betreffende
het
controleapparaat in het wegvervoer bepaalt in bijlage 1 de voertuigen
waarvoor de tachograaf niet moet worden gebruikt of waarin hij niet
moet worden geïnstalleerd in het geval van vervoer, bedoeld in artikel
2, §3 van de verordening nr. 561/2006 en tot overeenstemming
bedoeld in punt 3 van hetzelfde artikel. Het KB bepaalt dat voertuigen
gebruikt als winkels op plaatselijke markten voor de verkoop aan huis,
voor ambulante werkzaamheden van banken, wisselkantoren of
spaarbanken, voor de eredienst, voor het uitlenen van boeken, platen
of cassettes, voor culturele manifestaties of tentoonstellingen en
speciaal voor dergelijk gebruik uitgeruste wagens niet van een
tachograaf moeten worden voorzien.
Het KB van 9 april 2007 houdende de uitvoering van de verordening
van de Europese richtlijn van het Europees Parlement en de raad van
15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van
sociale aard voor het wegvervoer, strekt tot wijziging van een aantal
verordeningen die ik nu even weglaat. In artikel 6 wordt bepaald dat
voertuigen voor goederenvervoer van of zonder bestuurder, gehuurd
door landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, veeteelt- of visserijbedrijven
die in het kader van hun eigen beroepsactiviteiten worden gebruikt
voor ritten binnen een straal van 100 km rond de vestigingsplaats van
het bedrijf, niet van een tachograaf moeten worden voorzien.
Ondertussen al niet meer zo recent werden enkele huis-aan-
04.01 Bart Tommelein (Open
Vld): Un règlement européen du
15 mars 2006 fixe les prescriptions
relatives aux temps de conduite,
aux pauses et aux temps de repos
à observer par les conducteurs
effectuant des transports routiers
de biens et de personnes. Les
véhicules spécifiques doivent être
équipés d'un tachygraphe pour
pouvoir enregistrer et contrôler de
telles données. Une des annexes
à l'arrêté royal du 14 juillet 2005
précise quels véhicules ne doivent
pas obligatoirement être équipés
d'un
tachygraphe.
Il
s'agit
notamment des véhicules utilisés
pour la vente à domicile. L'arrêté
royal du 9 avril 2007 dispose en
outre que les véhicules utilisés
pour le transport de biens
d'entreprises
de
sylviculture,
notamment, dans le cadre de leur
activité professionnelle spécifique
dans un rayon de cent kilomètres
autour du lieu d'établissement de
l'entreprise, ne doivent pas être
équipés d'un tachygraphe. Des
vendeurs à domicile dont le lieu
d'établissement se situe à plus de
cent kilomètres du lieu de la vente
ont récemment été sanctionnés
d'une amende et invités à installer
un tachygraphe dans leur véhicule.
Un poissonnier ostendais est donc
en règle lorsqu'il vend par exemple
sa marchandise à Alost mais pas
lorsqu'il le fait à Bruxelles. Ces
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
huisverkopers, waarvan de vestigingsplaats verder dan 100 km is
verwijderd van de plaats van verkoop, beboet en toch verplicht een
tachograaf in hun wagen te installeren. Mijnheer de minister, u weet
dat een visverkoper uit Oostende regelmatig Brussel aandoet. Dat is
een belangrijk afzetgebied voor verse vis. Hij verkoopt zijn vis huis-
aan-huis. Door deze verplichting wordt hij onderworpen aan de rij- en
rusttijden. Wanneer diezelfde koper zijn waren aan de man brengt in
het prachtige Liedekerke is dat niet het geval.
Mijnheer de minister, moeten beide uitzonderingsmaatregelen naast
elkaar worden gelezen? Worden huis-aan-huisverkopers die van
Oostende naar Brussel gaan, verplicht om een tachograaf in hun
voertuig te installeren? Gelden voor de duur van de daadwerkelijke
huis-aan-huisverkoop dan de rij- en rusttijden?
vendeurs à domicile doivent-ils oui
ou non installer un tachygraphe et
respecter les temps de conduite et
de repos?
04.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Tommelein, het
mooie Liedekerke ligt net iets meer dan honderd kilometer van
Oostende verwijderd. Het spijt me.
De uitzonderingen om een tachograaf te installeren en te gebruiken
op het Belgisch grondgebied werden opgenomen in verordening 561
van 2006, die u overigens geciteerd hebt, en in het koninklijk besluit
van 9 april 2007. In de lijst met uitzonderingen komt de verkoop aan
huis niet langer voor. Die maatregel werd niet door mijn onmiddellijke
voorganger, maar door de voorganger van mijn voorganger genomen.
Daarbij wil ik aanstippen dat het koninklijk besluit van 14 juli 2005 dat
u aanhaalt, verwijst naar de bepalingen van de verordening die gelden
buiten België.
In de huidige reglementering en ik beklemtoon huidige
reglementering op de rust- en rijtijden wordt in een uitzondering
voorzien voor de voertuigen van visserijbedrijven die in het kader van
hun eigen bedrijvigheid worden gebruikt voor ritten binnen een straal
van honderd kilometer rond de vestigingsplaats van het bedrijf. Deze
uitzondering is evenwel niet van toepassing op een huis-aan-
huisverkoper van vis: zoals een huis-aan-huisverkoper van groenten
niet gelijkgeschakeld kan worden aan een landbouw- of
tuinbouwbedrijf, kan een huis-aan-huisverkoper van vis niet
gelijkgeschakeld worden aan een visserijbedrijf. Bijgevolg zijn de huis-
aan-huisverkopers zonder uitzondering verplicht de tachograaf te
gebruiken, voor zo ver zij de maximaal toegepaste massa van het
voertuig van meer dan 3,5 ton overschrijden. Op dezelfde manier zijn
ook de verplichte rij- en rusttijden te respecteren.
Ik heb evenwel gevraagd de toestand van vóór 9 april 2007 eens te
onderzoeken, om na te gaan in welke mate deze vernieuwing echt
een verbetering was. Begrijpt u wat ik bedoel?
04.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Les exceptions
relatives
à
l'installation d'un
tachygraphe sont prévues dans les
arrêtés royaux mentionnés. La
réglementation actuelle prévoit
effectivement l'obligation d'installer
un tachygraphe et de respecter les
temps de repos et de conduite
dans le cadre d'une vente
intervenant à plus de cent
kilomètres du lieu d'établissement
de l'entreprise. J'ai toutefois pris
l'initiative de faire examiner les
dispositions de l'arrêté royal du 9
avril
2007
pour
étudier
l'opportunité
d'une
adaptation
éventuelle.
04.03 Bart Tommelein (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
begrijp zeer goed wat u bedoelt. Ik ging ook al voorstellen om dat
eens te evalueren. Ik ben blij dat u mij voor bent en hebt gevraagd om
het te evalueren. Ik denk dat we daarin pragmatisch moeten zijn.
Brussel is toch een vrij dichtbevolkt gebied. Ik zeg dikwijls in
Oostende dat hier de betere vis te vinden is. 's Morgens komen de
huis-aan-huisverkopers naar hier met de beste vis die in de
Oostendse wateren gevangen is.
Als we weten dat Brussel ongeveer 115 kilometer van Oostende en
04.03 Bart Tommelein (Open
Vld): Je me réjouis d'entendre que
le ministre fera examiner ce
dossier. L'on pourrait peut-être
envisager de porter la distance
maximale à 120 kilomètres, étant
donné que Bruxelles se trouve à
environ 100 kilomètres de la côte
et que la capitale constitue un
champ d'action commercial pour
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Zeebrugge van de Kust is gelegen, zouden we misschien toch
enige pragmatische houding kunnen aannemen door de huidige norm
van 100 kilometer op te trekken naar 120 kilometer. Dan kunnen we
op zijn minst de visverkopers toelaten om in de hoofdstad op een
deftige manier hun beroep uit te oefenen. Dat zou een goede zaak
zijn.
Ik neem nota van het feit dat u de zaak laat evalueren, wat ik alleen
kan toejuichen.
les entreprises de pêche situées à
la côte.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Stevenheydens aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister over "een speciaal rijgeschiktheidsattest om collega's mee te nemen met een bedrijfswagen"
(nr. 4571)
- mevrouw Linda Musin aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "carpooling met bedrijfswagens" (nr. 4605)
05 Questions jointes de
- M. Bruno Stevenheydens au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'attestation d'aptitude à la conduite spéciale permettant le covoiturage avec des collègues dans une
voiture de société" (n° 4571)<br>- Mme Linda Musin au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le covoiturage en
voiture de société" (n° 4605)</b>
05.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
staatssecretaris, als men tijdens de werkuren collega's meeneemt
met een bedrijfswagen dient men te beschikken over een speciaal
rijgeschiktheidsattest. Het gewone rijbewijs voor een personenwagen
volstaat niet. Om het speciale rijattest te verkrijgen dient men een
positieve oogtest voor te leggen.
Uit een aantal steekproeven en uit reacties op een radioprogramma
van twee weken geleden blijkt dat men amper op de hoogte is van
deze reglementering. Bestuurders die niet in orde zijn riskeren zware
boetes. In eerste instantie dacht men ook dat de verzekeringen bij
een ongeval niet zouden betalen. Uit reacties op het radioprogramma
bleek echter dat de meeste maatschappijen ondertussen laten weten
hebben dat zij wel uitbetalen bij een ongeval. In ieder geval zorgde het
voor de nodige verwarring en veel bedrijfsleiders zijn niet op de
hoogte van deze reglementering. Uit de praktijk blijkt dat voor een
ouder die dagelijks de kinderen vervoert het gewone rijbewijs volstaat.
Een werknemer die tijdens de werkuren een collega vervoert dient
echter over dit speciale rijattest te beschikken. Men concludeert
hieruit dat voor de verkeersveiligheid met verschillende maten en
gewichten wordt gewerkt.
Mijnheer de staatssecretaris, u bent ondertussen uiteraard op de
hoogte van deze reglementering. Weet u in welke mate men daar bij
de lokale besturen van op de hoogte is? Hebt u of uw voorganger
reeds initiatieven genomen om deze reglementering te wijzigen? Deze
reglementering geldt ook wanneer bestuurders van een bedrijfswagen
op het traject van en naar het werk collega's meenemen. Deze
strenge reglementering is eigenlijk absurd omdat de overheid het
zogenaamde autodelen aanmoedigt. Het is dan toch wel eigenaardig
dat men dat met deze reglementering eigenlijk ontmoedigt omdat de
bestuurder dan in overtreding is. Hebt u al eens nagegaan of de
05.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Les personnes
qui embarquent durant les heures
de travail des collègues à bord
d'une voiture de société doivent
disposer à cet effet d'un certificat
d'aptitude spécial. Il convient
notamment
de
passer
avec
succès un test de la vue. Il
semblerait que les conducteurs
concernés ignorent largement la
réglementation en la matière. En
cas d'infraction, ils s'exposent
ainsi à de lourdes amendes.
Heureusement, aucun problème
ne semble se poser dans
l'immédiat
au
niveau
des
assurances. La confusion règne
en tout état de cause dans ce
domaine et de nombreux chefs
d'entreprise ne sont pas au
courant de la réglementation. Il y a
ici deux poids et deux mesures sur
le plan de la sécurité routière étant
donné par exemple qu'un parent
peut transporter quotidiennement
des enfants sans devoir disposer
d'une attestation.
Le ministre sait-il dans quelle
mesure les administrations locales
sont
au
courant
de
cette
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
personeelsleden van het federaal Parlement of van de
overheidsdiensten ik denk dan niet aan de chauffeurs die
waarschijnlijk wel over dat speciaal attest beschikken die al eens
een wagen gebruiken om collega's in dringende omstandigheden weg
te
voeren
allemaal
beschikken
over
zo'n
speciaal
rijgeschiktheidsattest? Mijnheer de staatssecretaris, hebt u de
voorbije weken al concrete initiatieven genomen om deze absurde
reglementering aan te passen?
réglementation? La réglementation
s'applique en effet également
lorsque
des
conducteurs
emmènent des collègues dans
une voiture de société pour les
déplacements domicile-lieu de
travail. On en arrive ainsi à
décourager le covoiturage. Le
ministre a-t-il d'ailleurs déjà vérifié
si les services publics eux-mêmes
respectent la réglementation en la
matière? A-t-il déjà pris des
initiatives
pour
modifier
la
réglementation?
05.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Stevenheydens,
de rijbewijsreglementering bepaalt sedert 1998 dat de houders van
een rijbewijs categorie B in een aantal gevallen over een attest van
medische rijgeschiktheid moeten beschikken. Dit attest wordt meestal
bekomen bij een arbeidsgeneeskundige dienst die zowel een
ogentest als een medisch onderzoek uitvoert. De houder van een
rijbewijs van categorie B moet over zo'n attest beschikken volgens
artikel 43.4, voor het vervoer van personeel georganiseerd en
uitgebaat door een werkgever met eigen, gehuurd of in leasing
genomen materieel en op de eigen verantwoordelijkheid.
Letterlijk genomen zou een werknemer die met een bedrijfswagen
collega's vervoert dus in het bezit moeten zijn van zo'n attest, niet
alleen tijdens de dienstverplaatsingen maar ook in het kader van het
woon-werkverkeer. Deze letterlijke toepassing is evenwel nooit de
bedoeling geweest. Het was veeleer de bedoeling om wie
beroepsmatig met een bedrijfswagen personeel vervoert te
verplichten om een medisch onderzoek te ondergaan, bijvoorbeeld de
chauffeur die de werknemers van een bouwbedrijf vervoert naar een
werf of de chauffeur die ambtenaren naar een vergadering brengt. Bij
occasioneel vervoer van collega's en in het kader van het woon-
werkverkeer is het niet de bedoeling dat men over een attest zou
beschikken.
Ik ga ermee akkoord dat een strikte interpretatie eigenlijk
contraproductief is om bepaalde doelstellingen die wij van
overheidswege hebben, bijvoorbeeld op het vlak van het bevorderen
van carpooling, te bereiken. Ik moet derhalve erkennen dat de huidige
wettelijke bepaling aanleiding geeft en kan geven tot interpretatie
wat kennelijk recent gebeurd is bij een controle met als resultaat dat
er rechtsonzekerheid is ontstaan die zo snel mogelijk moet worden
opgelost. Ik heb derhalve mijn administratie gevraagd om zo snel
mogelijk de wettelijke bepaling aan te passen en te versoepelen,
zonder uit het oog te verliezen dat met betrekking tot het
georganiseerd vervoer van personeel door de werkgever, de nodige
waarborgen inzake de medische rijgeschiktheid moeten voorhanden
zijn.
Er ligt een voorstel op tafel om de medische rijgeschiktheid voor
rijbewijscategorie B alleen nog te verplichten voor door de werkgever
aangestelde beroepschauffeurs, voor het vervoer van personeel en
voor de chauffeurs die met een minibus of een lichte vrachtauto met
dubbele cabine werkcollega's vervoeren. Ik denk dat daarmee de
05.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Depuis 1998, la
réglementation relative au permis
de conduire stipule que les
titulaires d'un permis B doivent
dans un certain nombre de cas
disposer
d'une
attestation
d'aptitude médicale à la conduite.
Cette attestation peut être obtenue
après un test de la vue et un
examen médical.
En vertu du texte de loi actuel, tout
travailleur qui transporte des
collègues à bord d'une voiture de
société
doit
donc
être
en
possession d'un certificat médical
attestant son aptitude à la conduite
alors que tel n'a jamais été
l'objectif de la loi. Celle-ci visait en
effet uniquement à obliger les
travailleurs désignés par leur
employeur
comme
chauffeurs
professionnels à prouver leur
aptitude à la conduite sur la base
d'un examen médical. Cette loi
visait donc, par exemple, les
chauffeurs qui transportent tous
les matins des ouvriers vers des
chantiers et les en ramènent le
soir.
Etant donné que le texte de loi
existant
donne lieu à des
interprétations erronées et génère
ainsi une insécurité juridique, j'ai
demandé à mon administration de
le modifier.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
voornaamste categorieën worden geviseerd inzake het vervoer van
meerdere personeelsleden van wie men bijkomende waarborgen kan
verwachten in het kader van de medische rijgeschiktheid. Het gaat
dus in de richting die u zelf aangaf.
05.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik ben uiteraard zeer tevreden
met uw antwoord. U hebt zelf gezegd dat het niet de bedoeling was
dat het zo strikt werd toegepast. Die strikte interpretatie is inderdaad
onzinnig. Ik heb het radioprogramma twee weken geleden gehoord en
ik was zelf verbaasd. Ik was daarvan niet op de hoogte. Heel wat
bedrijfsleiders die men contacteerde, waren hiervan ook niet op de
hoogte. We lazen de volgende dag in de kranten heel wat
verwondering over deze zaak. Ook op internet kon ik uit heel wat
reacties opmaken dat heel weinig mensen op de hoogte waren. Ik stel
mij dan ook de vraag hoe goed de lokale besturen en de federale
overheid op de hoogte waren van die strikte interpretatie. Het gevolg
dat u daaraan geeft om dit alleen nog voor de chauffeurs toe te
passen, is een logisch en goed gevolg.
05.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Nous sommes
entièrement satisfaits de cette
solution, qui est logique et rapide.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. François Bellot au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les soupçons de fraude en matière de permis provisoires" (n° 4599)</b>
06 Vraag van de heer François Bellot aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de vermoedens van fraude met voorlopige rijbewijzen" (nr. 4599)
06.01 François Bellot (MR): Monsieur le secrétaire d'État, les
détenteurs du permis provisoire qui échouent à deux reprises à
l'examen pratique doivent suivre une formation de six heures de cours
pratiques dans une école de conduite. Un cachet "centre d'examen"
est apposé sur le permis provisoire après chaque échec. Nous
savons statistiquement que les résultats ne sont pas particulièrement
brillants. Il est assez étonnant de constater que peu de candidats
suivent ensuite cette formation obligatoire de six heures.
Selon des renseignements que j'ai pu obtenir auprès de centres
d'examen, de plus en plus de candidats se présentent avec leur
permis provisoire en deux morceaux. La partie réservée aux échecs
est ainsi, de façon surprenante, détachée de l'autre partie. Sur cette
base, la plupart des centres de conduite invitent les intéressés à se
rendre à leur administration communale pour réclamer un duplicata.
Or les administrations communales ne sont pas informées des
échecs des personnes qui viennent demander une copie. Dès lors,
celle-ci est vierge de tout cachet confirmant l'échec.
Je soupçonne donc qu'il s'agisse là d'une fraude destinée à éviter de
devoir suivre les six heures de formation après avoir échoué deux
fois. En coupant le document en deux, pour ensuite expliquer qu'il n'a
pas retrouvé la partie comprenant les emplacements réservés à la
notification des échecs, le candidat au permis de conduire obtient de
son administration communale un duplicata. Cela constitue donc bien
une manière frauduleuse de remettre les compteurs à zéro dans la
procédure suivie.
Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous m'indiquer si votre
administration est informée de telles pratiques? Si, oui, quelles
06.01 François Bellot (MR):
Houders
van
een
voorlopig
rijbewijs die tweemaal zakken voor
het praktisch rijexamen moeten
zes uur rijles volgen bij een
rijschool. Na elke onvoldoende
wordt er een stempel in het
voorlopig rijbewijs gezet. Gelet op
het slaagpercentage doet het
beperkte aantal kandidaten dat die
opleiding volgt toch wel de
wenkbrauwen fronsen.
Blijkbaar
scheuren
sommige
kandidaat-bestuurders
het
gedeelte waarop de onvoldoendes
staan van hun voorlopig rijbewijs
af of vragen ze een duplicaat aan
van dat rijbewijs, dat door het
gemeentebestuur zonder enige
vermelding
van onvoldoendes
wordt afgeleverd.
Is uw administratie op de hoogte
van
dat
bedrog?
Welke
maatregelen heeft ze genomen
om dat fenomeen te beteugelen?
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
dispositions a-t-elle éventuellement prises pour juguler ce phénomène
qui semble se répandre?
Je vous remercie de votre réponse.
06.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur Bellot, les
pratiques que vous venez d'évoquer m'ont été communiquées.
Toutefois, je signale que nous ne pouvons pas surestimer le nombre
de candidats qui, par ce biais, échappent à l'obligation de suivre les
six heures de cours pratiques après deux échecs à l'examen pratique.
Il faut dire que la procédure qui permet de profiter de ce système est,
en réalité, relativement lourde. En effet, le candidat qui demande un
duplicata de son permis de conduire provisoire, dans le but de se
présenter à l'examen pratique, sans avoir suivi les cours prescrits, va
devoir changer de centre d'examen pour réussir. S'il ne le fait pas, le
centre dispose des données le concernant et ne l'acceptera donc pas
à l'examen pratique tandis qu'il reportera les échecs sur le permis
provisoire.
Or, étant donné que le candidat au permis de conduire de la catégorie
B doit subir l'examen pratique dans le centre d'examen dans la zone
duquel est situé soit son domicile soit son école de conduite agréée
où les cours pratiques ont été suivis, il doit par conséquent changer
de domicile ou encore suivre des cours dans une autre école de
conduite qui lui permettra de se présenter à l'examen pratique.
L'information selon laquelle un nombre limité de candidats suivent les
six heures de cours pratiques devrait être vérifiée par une étude des
statistiques relatives aux candidats qui se présentent à l'examen
pratique. Même s'il apparaît que peu de candidats suivent une
formation dans une école de conduite, cette situation ne résulte pas
nécessairement d'une fraude massive de la part des candidats.
En effet, il convient de ne pas perdre de vue que le candidat qui a
échoué deux fois ne doit suivre les cours que pour obtenir l'accès à
l'examen pratique. Il peut, entre-temps, continuer à conduire sans
avoir satisfait à cette condition. Or, d'une part, l'allongement de la
période de validité des permis de conduire et, de l'autre, la possibilité
d'obtenir plusieurs permis de conduire provisoires successifs,
permettent au candidat qui a échoué deux fois à l'examen pratique de
reporter le suivi des cours.
Il n'en demeure pas moins que mes services se montrent
particulièrement attentifs, lors des contrôles qui ont lieu dans les
centres d'examen et au sein des administrations communales, à la
manifestation de toute fraude en la matière. Les centres d'examen
sont également invités à tout mettre en oeuvre pour veiller au respect
des dispositions réglementaires.
06.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Men moet het aantal
kandidaat-bestuurders dat zich op
die manier aan het verplichte
praktische rijonderricht onttrekt,
niet overschatten. Een kandidaat
die met bedrieglijk opzet een
duplicaat aanvraagt, moet meteen
ook een ander examencentrum
zoeken. Aangezien hij het examen
moet afleggen in de zone waar hij
gedomicilieerd is of waar zijn
rijschool zich bevindt, moet hij dus
hetzij van domicilie veranderen
hetzij in een andere rijschool les
volgen om zich opnieuw voor het
praktische rijexamen te kunnen
aanbieden.
De informatie betreffende het
aantal kandidaat-bestuurders dat
zes uur praktijkles volgt, dient te
worden nagegaan. Maar zelfs al
zijn die gegevens correct, dan
betekent dat niet noodzakelijk dat
er op grote schaal fraude wordt
gepleegd.
Door de verlenging van de
geldigheidsduur van de rijbewijzen
en
de
mogelijkheid
om
verscheidene opeenvolgende
voorlopige
rijbewijzen
te
verkrijgen, kan het verplicht volgen
van
lessen
inderdaad
lang
uitgesteld worden.
Mijn diensten blijven waakzaam
toezien op zulke praktijken tijdens
controles die worden uitgevoerd bij
de gemeentebesturen en in de
examencentra. Die laatste worden
eveneens verzocht toe te zien op
de naleving van de regelgevende
bepalingen.
06.03 François Bellot (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie de votre réponse qui était suffisamment claire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
07 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het rechtsaf slaan van fietsers" (nr. 4646)
07.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, comme on dit régulièrement, le vélo est un bon
moyen de préserver la santé mais c'est aussi un moyen efficace de
mobilité.
Dans certains cas et surtout dans certaines grandes villes, c'est
parfois le moyen le plus rapide pour arriver en sécurité d'un point à un
autre. Une série de législations ont facilité les choses.
Faut-il le dire aussi: une certaine législation reste très méconnue des
automobilistes. J'en veux pour preuve le fait qu'un grand nombre
d'automobilistes ignorent encore que, dans un carrefour, un cycliste a
priorité sur une voiture lorsqu'il le traverse.
Monsieur le secrétaire d'État, certaines villes européennes font
l'expérience de permettre aux cyclistes, lors de l'existence d'un feu
rouge, de tourner à droite, c'est-à-dire de ne pas respecter le feu et ce
uniquement dans ce cas de figure car ils ne gênent personne en
agissant ainsi; ils gagnent un peu de temps puisqu'ils ne doivent pas
ralentir. Par ailleurs, c'est aussi un obstacle en moins pour certains
véhicules.
Les associations de cyclistes sont demandeuses.
Avant éventuellement de prendre une initiative parlementaire, je
souhaitais connaître votre point de vue. Je sais qu'un certain nombre
d'études ont été réalisées en la matière. Je ne les ai pas toutes lues.
Votre cabinet a sans doute davantage la possibilité que moi d'en
prendre connaissance. À travers votre avis, c'est donc également
l'état de la question que je désirerais connaître.
07.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Een aantal Europese steden voert
een experiment waarbij ze fietsers
toelaten bij rood licht rechts af te
slaan zonder rekening te houden
met het rode verkeerslicht want ze
storen niemand en ze winnen er
een beetje tijd mee. De
verenigingen van fietsers zijn
vragende partij. Vooraleer een
parlementair initiatief te nemen,
vernam ik graag uw standpunt
hierover.
07.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur Crucke, je
dois vous dire que je ne suis pas favorable à un "tourne à droite
cycliste" aux carrefours équipés de feux rouges et cela pour plusieurs
raisons.
Premièrement, le fait d'ignorer le feu rouge pour tourner à droite est
exclu pour tout conducteur dans notre pays, tant sur la base de la
Convention de Vienne sur les règles de la circulation que sur celles
concernant la signalisation routière. Comme notre pays est signataire
des Conventions de Vienne, il ne peut envisager une telle mesure
sans une adaptation de ces conventions internationales.
Deuxièmement, dans la pratique, il ne semble pas sans risque
d'autoriser les cyclistes de tourner à droite et de prendre leur place
sur la chaussée au moment où le trafic motorisé venant de gauche
peut avancer tout droit. De plus, en prenant la courbe, un cycliste va
se dégager un peu du bord de la chaussée, ce qui augmente le risque
d'impact avec les véhicules qui y circulent de plein droit puisque pour
eux le feu est vert.
Troisièmement, avant de pouvoir tourner à droite sans encourir de
risque d'impact avec d'autres cyclistes, les cyclistes qui ignorent le feu
rouge devraient également céder le passage aux cyclistes qui
circulent sur la chaussée ou la piste cyclable dans laquelle ils
07.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe:
Ik
ben
geen
voorstander van het 'rechtsaf
slaan van fietsers' aan een rood
licht om verschillende redenen.
Ten eerste is het negeren van een
rood licht om rechts af te slaan,
voor alle bestuurders verboden in
ons land, zowel op basis van het
Verdrag van Wenen over de
verkeersregels als op basis van de
regels
betreffende
de
verkeerstekens. Ons land heeft
het verdrag ondertekend: een
dergelijke maatregel kan niet
overwogen
worden
zonder
aanpassing van het verdrag. Ten
tweede, fietsers toelaten om
rechts af te slaan en hun plaats op
de weg in te nemen op het
ogenblik dat het gemotoriseerd
verkeer links van hen aankomt en
voorrang
heeft,
kan
een
veiligheidsrisico betekenen. Door
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
s'apprêtent à s'engager.
Quatrièmement, les cyclistes doivent aussi donner la priorité aux
piétons qui traversent, ce qui dans la pratique réduit encore les
secondes de temps qu'ils gagneraient en ignorant le feu rouge.
Cinquièmement, si l'on accordait la faveur du "tourne à droite" en
passant le feu rouge aux cyclistes, il faudrait en fait l'accorder
également aux autres catégories d'usagers dont le comportement est
associé à celui des cyclistes par le Code de la route. Je pense aux
cyclos de type A, parfois type B, aux engins de déplacement
motorisés ou non qui circulent plus vite qu'à l'allure du pas.
Pour toutes ces raisons, je n'entends pas promouvoir cette idée pour
la traduire dans le Code de la route. Un feu rouge doit rester un feu
rouge, c'est-à-dire un signe obligatoire et univoque de s'arrêter et de
céder le passage.
Par ailleurs, je n'entends pas non plus lancer de projet-pilote avec des
dispositifs de feux orange clignotants pour les cyclistes comme
s'apprêtent à le faire Strasbourg ou Bordeaux je crois que vous en
avez parlé dans votre proposition à un nombre limité de carrefours,
invoquant que le "tourne à droite cycliste" serait admis aux Pays-Bas.
Le cas des Pays-Bas est en effet particulier, ce pays n'ayant pas
signé la Convention de Vienne, ce que la Belgique a fait.
af te slaan verwijdert een fietser
zich een beetje van de rand van
de weg, wat het risico vergroot op
een aanrijding met voertuigen die
er
van
rechtswege
rijden,
aangezien het licht voor hen groen
is. Ten derde, de fietsers die het
rood licht negeren, moeten ook
voorrang verlenen aan fietsers die
op de weg of op het fietspad rijden
die zij willen oprijden. Ten vierde,
fietsers moeten ook voorrang
verlenen
aan
overstekende
voetgangers, waardoor ze de tijd
die ze winnen door het rode licht te
negeren, weer verliezen. Ten
vijfde, deze toelating zou dan ook
moeten worden gegeven aan
andere categorieën gebruikers
wier gedrag door de Wegcode
gelinkt wordt aan dat van de
fietsers. Ik denk hierbij aan
bromfietsen uit categorie A, soms
B, (motor)voertuigen die sneller
dan stapvoets vooruitgaan.
Om deze redenen wens ik die idee
niet op te nemen in het
verkeersreglement. Een rood licht
moet eenduidig blijven wijzen op
een verplichting om te stoppen. Ik
zal ook geen proefproject op het
getouw
zetten
met
oranje
knipperlichten voor fietsers zoals
men in Straatsburg of Bordeaux
van plan is op een beperkt aantal
kruispunten, omdat het systeem
van de rechtsafslaande fietsers in
Nederland
toegelaten
is.
Nederland heeft het Verdrag van
Wenen
inderdaad
niet
ondertekend, terwijl België dat wel
gedaan heeft.
07.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
secrétaire d'État pour sa réponse.
Vous savez que la prudence parlementaire consiste à prendre l'avis
du gouvernement et de son ministre avant de rédiger une proposition.
J'entends que le feu est au rouge. Cela ne sert donc à rien de rédiger
une proposition qui recevrait un double feu rouge.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Xavier Baeselen au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre, sur
"la reconfiguration de l'espace aérien européen" (n° 4098)</b>
08 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
eerste minister, over "de herconfiguratie van het Europees luchtruim" (nr. 4098)
08.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, je souhaite vous interroger sur la reconfiguration de
l'espace aérien européen.
Les compagnies "low cost" européennes de "The European Low
Fares Airline Association" (ELFAA) plaident pour une réforme de la
gestion du trafic aérien la presse en a fait écho récemment et un
redécoupage des lignes aériennes en Europe en vue d'un ciel
européen plus cohérent. Elles estiment notamment que leurs
propositions permettraient d'économiser 5 milliards d'euros, 12
millions de tonnes de CO
2
, ce qui n'est pas rien vu la situation
actuelle, et 21 millions de minutes de retard dans l'espace aérien
européen, c'est-à-dire une élimination de près de 75% des retards
existant.
La reconfiguration de l'espace aérien européen est un processus en
cours depuis 2004. C'est Belgocontrol qui, en Belgique, est à l'écoute
des clients, des aéroports et des autres acteurs du secteur pour
parvenir à cette harmonisation.
Monsieur le secrétaire d'État, quelle est actuellement la position de la
Belgique concernant ce sujet et où en sont les négociations engagées
par Belgocontrol?
Sachant également que d'ici 2020 le trafic européen aura doublé, ne
pensez-vous pas qu'il serait bon d'accélérer le processus pour
parvenir à une harmonisation européenne qui réduira les retards, les
coûts et les dommages écologiques et ce dans des délais
raisonnables?
08.01 Xavier Baeselen (MR): De
lagekostenmaatschappijen die lid
zijn van de European Low Fares
Airlines
Association
(ELFAA)
pleiten voor een hervorming van
de luchtverkeersleiding. Ze zijn
van mening dat middels hun
voorstellen 5 miljard euro kan
worden bespaard, de CO
2
-uitstoot
met 12 miljoen ton kan worden
teruggebracht en 75 procent van
de huidige vertraging kan worden
weggewerkt.
Welk standpunt neemt België
thans hierover in? Hoever staan
de
onderhandelingen
die
Belgocontrol heeft aangevat? Moet
het Europese harmonisatieproces
in deze sector niet worden
versneld,
wetende
dat
het
luchtverkeer tegen 2020 zal
verdubbelen?
08.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
cher collègue, l'introduction du ciel unique européen répond déjà au
plaidoyer qui est fait par la ELFAA. Cette législation prévoit la création
d'accords de coopération, ce que l'on appelle "the Functional Airspace
Blocks" ou FAB, entre les États membres de l'Union européenne, sur
la base de flux fonctionnels de trafic aérien et non plus sur la base
des frontières nationales ou des limitations entre l'espace aérien civil
et militaire.
Cela aura pour effet d'améliorer la sécurité, d'accroître la capacité, de
comprimer les coûts et de diminuer la pollution au niveau des
émissions.
La mise en place d'un tel accord de coopération liant la Belgique avec
cinq autres pays sous le nom de "FAB Europe Central" est en cours
de discussion. Y participent la Belgique, les Pays Bas, le
Luxembourg, l'Allemagne, la France et la Suisse. Une décision devrait
être prise après l'été 2008 quant à la forme précise de cette
collaboration. L'État belge est très favorable à la collaboration avec
ses pays voisins afin d'optimiser l'utilisation de l'espace aérien.
08.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De invoering van de
'Single European Sky' komt reeds
tegemoet aan de verzuchtingen
van de ELFAA. Die wetgeving
voorziet
in
samenwerkingsakkoorden tussen
de Europese lidstaten op grond
van
functionele
luchtverkeersstromen, en dus niet
langer op grond van landsgrenzen
of van beperkingen tussen het
burgerlijke
en
het
militaire
luchtruim. Zo wordt de veiligheid
verbeterd, neemt de capaciteit toe,
blijven de kosten beperkt en is er
minder vervuiling.
Een
dergelijk
samenwerkingsakkoord
tussen
België en vijf andere landen
(Nederland,
Luxemburg,
Duitsland,
Frankrijk
en
Zwitserland), 'FAB Central Europe'
genaamd, ligt momenteel ter tafel.
Na de zomer van 2008 wordt er
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
beslist
welke
vorm
die
samenwerking
precies
zal
aannemen.
De Belgische overheid is een groot
voorstander van de samenwerking
met die buurlanden die het gebruik
van
het
luchtruim
kan
optimaliseren.
08.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je me réjouis
d'apprendre que ce dossier avance et que nous pourrons arriver à
une solution très rapidement.
Il y va de l'intérêt des consommateurs en particulier pour la
problématique des retards mais aussi et surtout de l'écologie en
général.
08.03 Xavier Baeselen (MR): Het
verheugt me dat er vooruitgang
wordt geboekt in dit dossier en dat
er spoedig een oplossing komt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Xavier Baeselen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les obligations qui
incombent aux compagnies low cost non européennes qui opèrent sur le sol européen" (n° 4500)</b>
09 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Klimaat en Energie over "de verplichtingen
voor niet-Europese lowcostluchtvaartmaatschappijen die op het Europees grondgebied actief zijn"
(nr. 4500)
09.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, cette question était adressée au départ à
M. Magnette, ministre du Climat, de l'Énergie et en charge de la
Protection de la Consommation, mais on m'a dit que c'est vous qui
alliez y répondre.
Je voulais me faire l'écho d'une mésaventure qui est arrivée à une
centaine de passagers d'une compagnie aérienne "low cost", Atlas
Blue, filiale de Royal Air Maroc. Ces personnes ont été bloquées dans
la nuit du lundi 7 au mardi 8 avril à l'aéroport de Bruxelles-National.
D'abord retardé, l'avion n'est finalement jamais arrivé à Bruxelles pour
emmener les passagers à Marrakech. Selon la compagnie aérienne,
l'appareil était indisponible pour une raison et une période
indéterminées. La compagnie a d'abord annoncé aux voyageurs, vers
minuit, qu'ils auraient un avion à 06.00 heures du matin. À
06.00 heures, il n'y avait pas d'appareil à l'horizon et la compagnie a
annoncé que quelques places étaient disponibles sur un vol à
13.40 heures, mais en précisant immédiatement que seules les
familles avec enfants pourraient embarquer. Deux autres vols ont
ensuite été prévus. Sur celui de 14.00 heures, la compagnie a dit
qu'elle prendrait une septantaine de passagers, les premiers dans
l'ordre alphabétique.
Les voyageurs ont reçu un bon de 5,50 euros lundi soir. Je ne sais
pas si cela leur a permis de louer une chambre d'hôtel mais, en ce qui
me concerne, je n'ai jamais pu prendre de chambre d'hôtel avec cette
somme. Ils ont également reçu 13 euros le mardi matin. Avec les prix
pratiqués à l'aéroport, les passagers ont finalement pu s'acheter un
sandwich et une boisson.
09.01 Xavier Baeselen (MR):
Een honderdtal passagiers van de
lowcostmaatschappij Altas Blue,
een
dochteronderneming
van
Royal Air Maroc, zaten tijdens de
nacht van maandag 7 op dinsdag
8 april vast op de luchthaven
Brussels
Airport.
Omstreeks
middernacht
kondigde
de
maatschappij aan de reizigers aan
dat ze om 6 uur 's ochtends
zouden kunnen vertrekken. Om 6
uur was er nog steeds geen
toestel beschikbaar en deelde de
maatschappij mee dat er enkele
plaatsen vrij waren op een vlucht
van 13.40 uur, met de vermelding
dat enkel gezinnen met kinderen
aan boord zouden mogen gaan.
Daarna werden er nog twee
vluchten
voorzien.
De
maatschappij wilde een zeventigtal
passagiers laten vertrekken met
de vlucht van 14 uur. Daarbij zou
volgens
alfabetische
volgorde
worden gewerkt. Maandagavond
hebben de reizigers 5,50 euro
gekregen. Ik heb alleszins nooit in
een hotel kunnen overnachten met
dat bedrag. Op dinsdagochtend
hebben de passagiers eveneens
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Les voyageurs n'ont pas reçu d'information, la police a même dû jouer
les intermédiaires car une certaine nervosité se faisait sentir.
Monsieur le secrétaire d'État, quelles sont les obligations des
compagnies non européennes "low cost", car c'est là que se pose le
problème, qui opèrent sur le sol européen en matière d'information et
de prise en charge du voyageur en cas de problème?
Si aucune obligation n'existe, ne pensez-vous pas qu'un minimum
devrait être requis?
Ne pensez-vous pas qu'il serait intéressant de porter le dossier au
niveau européen?
13 euro gekregen, waarmee ze
een broodje en een drankje
konden kopen.
De reizigers
kregen geen enkele informatie. De
politie
heeft
zelfs
moeten
bemiddelen, want de spanning
was te snijden.
Wat zijn de verplichtingen van
niet-Europese
lowcostmaatschappijen die op
Europees grondgebied vliegen op
het vlak van informatieverstrekking
en opvang van de passagiers bij
problemen?
Indien
er
geen
verplichtingen bestaan, denkt u
niet dat men dan moet voorzien in
een minimumverplichting? Zou het
niet nuttig zijn om het dossier aan
te kaarten op Europees niveau?
09.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur Baeselen, en
ce qui concerne vos deux premières questions, je puis vous répondre
que les droits et obligations des passagers aériens sont énoncés
dans le règlement européen du 11 février 2004 qui établit des règles
communes en matière d'indemnisation et d'assistance aux passagers
en cas de refus d'embarquement, d'annulation ou de retard important
d'un vol.
Ce règlement s'applique à tous les vols au départ d'un aéroport situé
sur le territoire d'un État membre de l'Union européenne, de même
qu'à tous les vols au départ d'un État tiers à destination d'un État
membre de l'Union européenne si la compagnie aérienne est une
compagnie communautaire. Il prévoit les mêmes obligations en
matière d'information et de prise en charge en fonction du délai
d'attente pour toutes les compagnies aériennes, qu'elles soient
européennes ou pas, et quel que soit le type de compagnie, 'low cost',
charter ou une compagnie qui assure des vols réguliers.
Le dossier est porté par l'ensemble des acteurs concernés, donc
aussi bien par les autorités nationales que par les instances
européennes. Des réunions de concertation sont par ailleurs
organisées à intervalle régulier, à l'initiative de la Commission
européenne, pour harmoniser autant que faire se peut le traitement
des réclamations des passagers aériens.
L'économie du système veut que les passagers fassent part de leurs
griefs en première instance dans la compagnie aérienne qui a réalisé
le vol. C'est suffisant dans 90% des cas. Si les passagers
n'obtiennent pas satisfaction, ils peuvent alors se tourner vers
l'organisme national territorialement compétent ou encore en référer
aux services ad hoc de la Commission européenne en charge de la
protection des passagers aériens.
09.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De rechten en plichten
van
luchtreizigers
worden
opgesomd
in
de
Europese
verordening van 11 februari 2004
tot
vaststelling
van
gemeenschappelijke regels inzake
compensatie en bijstand aan
luchtreizigers bij instapweigering
en
annulering of
langdurige
vertraging van vluchten. Deze
verordening is van toepassing op
alle vluchten die vertrekken vanuit
een luchthaven gelegen op het
grondgebied van een lidstaat van
de Europese Unie en op alle
vluchten die vertrekken uit een
derdeland met bestemming een
lidstaat van de Europese Unie
indien de luchtvaartmaatschappij
een Europese maatschappij is.
Naargelang de wachttijd gelden
dezelfde verplichtingen inzake
informatie en opvang voor alle
luchtvaartmaatschappijen.
Het
dossier wordt behartigd door alle
betrokken spelers, dus zowel de
nationale autoriteiten als de
Europese instanties. Op initiatief
van de Europese Commissie
worden
trouwens
overlegvergaderingen belegd om
de behandeling van klachten van
luchtreizigers te stroomlijnen.
Het gaat om een getrapt systeem,
waarin de passagiers hun grieven
in eerste instantie moeten kenbaar
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
maken
aan
de
luchtvaartmaatschappij
die de
vlucht uitvoerde. Die demarche
volstaat in 90 procent van de
gevallen.
Indien
ze
geen
voldoening krijgen, kunnen ze zich
wenden
tot
de
nationale,
territoriaal bevoegde, instelling of
tot de ad-hocdiensten van de
Europese Commissie die bevoegd
zijn voor de bescherming van de
luchtvaartpassagiers.
09.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le secrétaire d'État, si je
vous comprends bien, en ce qui concerne les compagnies extra-
communautaires, il n'y a qu'une obligation d'information...
09.03 Xavier Baeselen (MR): Als
ik het goed begrijp, geldt voor niet-
EU-maatschappijen enkel een
informatieplicht.
09.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: ... et de prise en
charge, en fonction du délai d'attente. Dans le cas que vous avez cité,
normalement la prise en charge aurait dû être assurée. En cas de
plainte, étant donné qu'il s'agit d'une compagnie marocaine, c'est la
Commission européenne qui devra la traiter.
09.04 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Een informatie- én
een opvangplicht. Een en ander is
afhankelijk van de wachttijd. In het
aangehaalde geval hadden de
reizigers
moeten
worden
opgevangen. Indien er klachten
zijn, moeten de passagiers zich
niet tot Marokko, maar wel tot de
Europese Commissie wenden.
09.05 Xavier Baeselen (MR): Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Ceci termine nos travaux avec M. Schouppe.
10 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la
rémunération des administrateurs de Belgacom" (n° 4038)<br>- Mme Karine Lalieux à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
salaires des dirigeants des entreprises publiques" (n° 4573)<br>- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
salaires des dirigeants des entreprises publiques" (n° 4798)</b>
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"de bezoldiging van de bestuurders van Belgacom" (nr. 4038)
- mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
lonen van de topmanagers van overheidsbedrijven" (nr. 4573)
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
lonen van de topmanagers van overheidsbedrijven" (nr. 4798)
10.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je vous
remercie.
Madame la ministre, je sais que, dans votre note de politique générale
et à travers les médias, vous avez déjà évoqué cette question. Je
vous ai ainsi entendue avec beaucoup d'intérêt au journal télévisé de
la RTBF. Le quotidien "De Tijd", s'appuyant sur des documents
annexes à la convocation de l'assemblée générale de Belgacom,
10.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Kan u ons meer uitleg
geven over de meer dan royale
bezoldiging van de bestuurders
van
Belgacom,
die
met
overheidsgeld wordt gefinancierd?
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
avait annoncé que Didier Bellens administrateur délégué de cette
entreprise avait reçu 3,57 millions d'euros en salaire et primes en
2007, après avoir gagné en 2006 2,6 millions d'euros. C'est plus
qu'une modeste indexation!
De même, il semblerait que les huit administrateurs du groupe
lequel, bien que sous gestion privée, est une entreprise publique avec
fonds d'État - se sont partagés plus de 12 millions d'euros la même
année.
Madame la ministre, pouvez-vous nous donner des éclaircissements
sur ces rémunérations plus que confortables, accordées à partir de
l'argent public? Ou alors, s'agit-il d'un mythe, dont le "Tijd" se serait
fait l'écho par erreur, en multipliant par dix le montant réel?
10.02 Inge Vervotte, ministre: Monsieur le président, je
commencerai par quelques considérations générales au sujet des
questions. Ensuite, je détaillerai mes réponses à M. Flahaux.
Les entreprises publiques sont actives dans un environnement très
compétitif et en perpétuelle mutation. Il importe donc qu'elles puissent
attirer des personnes compétentes qui soient rétribuées
convenablement. Par ailleurs, ces sociétés se doivent de donner
l'exemple sur le plan de la transparence dans la prise de décision, de
la nomination des dirigeants et de la politique des salaires, ainsi qu'en
termes de bonne gestion. Le Conseil des ministres nomme les
administrateurs délégués et les démet de leurs fonctions par arrêté
royal.
Cependant, les droits et devoirs réciproques, y compris les
rémunérations, sont définis dans un accord bien précis entre les
parties concernées, c'est-à-dire entre l'administrateur et le conseil
d'administration. La loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines
entreprises publiques ne confère donc pas cette compétence au
ministre des Entreprises publiques, mais bien aux conseils
d'administration. Ces derniers sont guidés par les recommandations
des comités de rémunération qui existent au sein de chaque
entreprise publique: La Poste, Belgacom, SNCB Holding et Infrabel.
Ainsi, le principe de bonne gestion s'applique également aux
entreprises publiques.
Le conseil d'administration doit veiller à ce que la rémunération
globale des administrateurs délégués ne soit pas exorbitante, mais
proportionnelle aux responsabilités qu'ils exercent. Je plaide en faveur
d'actions qui soient entreprises lors de la signature de chaque
nouveau contrat avec un administrateur délégué pour garantir cette
proportionnalité. Comme je l'ai déjà annoncé, j'ai entamé un dialogue
avec les présidents des conseils d'administration au sujet de la
rémunération globale.
J'insiste sur les principes suivants. La réalisation d'une étude
comparative de type "benchmarking" qui déterminera les salaires de
fonctions identiques dans des entreprises similaires permettra de fixer
un plafond pour la rémunération globale. Lors de la définition du
montant de la rémunération annuelle variable, la préférence sera
donnée à des critères quantifiables (augmentation du nombre de
clients, bénéfices, cash flow, satisfaction des clients) par rapport à
des critères non quantifiables.
10.02 Minister Inge Vervotte: De
overheidsbedrijven
moeten
bekwame werknemers kunnen
aantrekken. Ze hebben ook een
voorbeeldfunctie te vervullen op
het stuk van de doorzichtige
besluitvorming, de benoeming van
bestuurders, het loonbeleid en
good governance.
De ministerraad benoemt de
gedelegeerde
bestuurders
en
ontheft ze van hun functie. De
wederzijdse rechten en plichten,
met inbegrip van de bezoldigingen,
zijn
vastgelegd
in
een
overeenkomst
tussen
de
bestuurder en de raad van bestuur
die
zich
daarbij
door
de
aanbevelingen
van
een
bezoldigingscomité laat leiden. De
raad van bestuur ziet erop toe dat
de
bezoldiging
van
de
gedelegeerde
bestuurders
evenredig
is
met
hun
verantwoordelijkheden.
Ik heb de kwestie van de globale
bezoldiging ter sprake gebracht bij
de voorzitters van de raden van
bestuur.
Een
vergelijkende
benchmarkingstudie
zal
ons
helpen om een plafond voor deze
bezoldiging
vast
te
leggen.
Meetbare criteria zullen een
belangrijke rol spelen bij de
omschrijving van de variabele
jaarbezoldiging. De doelstellingen
zullen jaarlijks worden aangepast.
Verder
wordt
ook
rekening
gehouden met de vergoeding van
de kosten. Afhankelijk van de
resultaten van deze besprekingen
zal ik nagaan of voor de leden van
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Chaque année, on ajustera les objectifs sur base desquels la
rémunération variable sera accordée, en fonction de l'évolution du
marché, des résultats de la concurrence et des priorités des
actionnaires. La prise en charge des frais (ligne téléphonique fixe au
domicile privé, système d'alarme, etc.) sera aussi prise en compte. En
fonction des résultats de ce dialogue, j'évaluerai si une approche
similaire peut être appliquée aux membres des comités de direction.
Par la suite, je suggérerai d'éviter de donner une trop grande
importance aux objectifs de court terme comme paramètres pour
établir la rémunération variable annuelle.
Pour répondre à la question de M. Flahaux sur les rémunérations des
administrateurs délégués, en tenant compte de la possibilité
d'obligation de confidentialité de certaines données, nous devons
d'abord vérifier qu'elles peuvent être rendues publiques.
En ce qui concerne Belgacom, le montant de la rémunération et des
autres avantages accordés directement ou indirectement à
l'administrateur délégué se compose comme suit. Le coût salarial de
base, y compris la rémunération variable, s'élève à 1.794.000 euros.
Les avantages postérieurs à l'emploi représentent 903.480 euros et
les options sur actions 39.767 euros.
Le montant des rémunérations et autres avantages accordés
directement ou indirectement aux membres du comité de direction se
compose comme suit. Le salaire annuel de base plus les
rémunérations variables s'élèvent à 3.402.083 euros. Les avantages
postérieurs à l'emploi représentent 1.928.428 euros et les options sur
actions 98.330 euros. Les indemnités de fin de contrat s'élèvent à
3.330.100 euros.
Pour le groupe SNCB, les rémunérations brutes suivantes ont été
payées en 2006 telles que publiées dans les rapports annuels. Pour
M. Jannie Haak de la SNCB Holding, 483.000 euros; pour M.
Lallemand, 477.932,26 euros et pour M. Descheemaecker de la
SNCB, 481.213,94 euros.
Enfin, pour La Poste, l'administrateur délégué a bénéficié en 2007
d'un salaire de 0,9 million d'euros stable par rapport à 2006
comprenant un salaire de base et un salaire variable. En 2007, 174
options ont également été attribuées à M. Thijs, comme cela a été
mentionné dans le rapport annuel.
Je voudrais souligner, pour conclure, que les objectifs liés au salaire
variable comprennent déjà actuellement des critères importants liés à
la qualité comme la qualité de la distribution du courrier par exemple,
à la satisfaction des clients mesurée par des études indépendantes
ou encore à l'engagement de personnel. Le principe est bien présent
de la liaison de cette rémunération à des objectifs qui ne sont pas
purement financiers mais en rapport avec les raisons de l'existence
de cette société pour les citoyens. Nous veillerons au renforcement
de ce lien.
de
directiecomités
een
gelijkaardige aanpak kan worden
toegepast.
Daarna
zal
ik
voorstellen om niet te veel belang
te
hechten
aan
de
kortetermijndoelstellingen om de
variabele
jaarbezoldiging
te
bepalen.
Bij
Belgacom
bedragen
de
loonkosten van de gedelegeerd
bestuurder
1.794.000
euro.
Bovenop dat bedrag komen nog
de uitkeringen na tewerkstelling
(903.480
euro)
en
de
aandelenopties (39.767 euro). De
jaarbezoldiging van de leden van
het
directiecomité
bedraagt
3.402.083 euro, met inbegrip van
de variabele bezoldiging, plus de
uitkeringen
na
tewerkstelling
(1.928.428
euro)
en
de
aandelenopties (98.330 euro). De
beëindigingsvoordelen bedragen
3.330.100 euro.
Tot slot wil ik preciseren dat de
doelstellingen die gelinkt zijn aan
het variabele loon nu al rekening
houden met criteria inzake de
kwaliteit van de dienstverlening, de
klanttevredenheid en de inzet van
het personeel. We zullen toezien
op een versterking van dat
verband.
10.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, lors de
sa note de politique générale de cette semaine, la ministre avait déjà
montré son souci de rémunérations équitables. Dans un univers
concurrentiel, il est normal que les patrons des entreprises publiques
10.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
In
haar
algemene
beleidsnota heeft de minister al
aangetoond dat ze wil ijveren voor
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
soient eux aussi plus que correctement rémunérés. Il est vrai aussi
que la publication de certains chiffres entraîne pas mal de questions.
Au-delà du salaire de base, il y a le salaire variable et les stock-
options qui sont un aspect important du problème et les parachutes
dorés. Hier encore, la télévision suisse a diffusé un reportage sur le
départ du patron de l'Union des banques suisses qui se trouve dans
une situation épouvantable, devant même revendre une partie de ses
avoirs à Singapour, ce qui ne l'a pas empêché de partir avec
20 millions de francs suisses en plus comme prime de départ.
Quand il y a des résultats, il est normal qu'on soit bien payé. Il y a
certaines dérives, même si je ne veux pas parler d'abus comme le fait
M. Van der Maelen en commission des Finances, qui font naître des
questions.
billijke bezoldigingen. Het spreekt
voor zich dat de bazen van de
overheidsbedrijven
meer
dan
correct vergoed moeten worden,
maar bepaalde cijfers, stock
options
en
andere
gouden
handdrukken doen toch vragen
rijzen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het onderzoek naar de efficiëntie van de NMBS" (nr. 4056)
11 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "l'enquête sur l'efficacité de la SNCB" (n° 4056)</b>
11.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, deze
vragen zijn als het ware opgespaard door de tijd. De zwaarte van de
opdracht wordt verlicht door het feit dat ik ze aan dezelfde minister
mag stellen. Mevrouw de minister, u hebt trouwens een nog
scherpere blik op de toekomst dan voorheen.
Mevrouw de minister, mijn eerste vraag gaat over de beslissing van
begin dit jaar om de efficiëntie van de NMBS te laten onderzoeken.
Daar werd gesteld dat tegen Pasen duidelijkheid zou worden
geschapen over de manier waarop de bevoegdheden tussen NMBS,
Infrabel en de NMBS-holding beter op mekaar zouden worden
afgestemd. Wij hebben daarover de voorbije dagen nog met u van
gedachten gewisseld tijdens de bespreking van de beleidsnota.
Ik wilde nog eens vragen wat de resultaten zijn van dit onderzoek?
Hoe zullen de resultaten in concrete maatregelen worden omgezet?
Hebt u reeds concrete plannen om bepaalde doelstellingen te
realiseren?
11.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): On nous avait promis
qu'avant Pâques, une clarification
serait apportée au sujet de l'étude
portant sur la manière dont
seraient
harmonisées
les
compétences respectives de la
SNCB, d'Infrabel et de la holding
SNCB. A quels résultats cette
étude a-t-elle abouti? Quelles
mesures tangibles comptez-vous
prendre pour atteindre les objectifs
fixés?
11.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, vandaag
hebben de drie maatschappijen van de NMBS-groep elk een
bepaalde operationele bevoegdheid. Dat is met één doel voor ogen,
namelijk de klant een kwaliteitsvol vervoer aanbieden.
Voor de klant maakt het dus niet uit wie waarvoor verantwoordelijk is.
Hij beschouwt de NMBS-groep vaak nog als één maatschappij. Wij
moeten echter eerlijk zijn, wij zullen nooit meer naar die situatie
terugkunnen dat de NMBS één grote familie was.
De verdeling van de bevoegdheden tussen de drie maatschappijen
geeft echter aanleiding tot heel wat discussie over de genomen of te
nemen beslissingen. Soms leidt dat tot operationele problemen.
11.02 Inge Vervotte, ministre:
Les trois sociétés qui composent
le groupe SNCB ont chacune une
compétence opérationnelle bien
spécifique, l'objectif principal étant
d'offrir aux clients des transports
de grande qualité. Le 22 février
2008, j'ai chargé le bureau d'audit
Roland
Berger
Strategy
Consultants de soumettre à une
évaluation
approfondie
la
collaboration entre ces trois
sociétés. Le rapport final m'a été
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Daarom vond ik het noodzakelijk om dat even onder de loep te
nemen.
In dit raam heb ik dan ook beslist om een overheidsopdracht uit te
schrijven met als doel een grondige evaluatie uit te voeren van de
samenwerking tussen de drie maatschappijen van de NMBS-groep.
Deze opdracht werd op 22 februari gegund aan Roland Berger
Strategy Consultants. Een eindrapport werd mij bezorgd op
17 maart 2008.
Het rapport bevat drie delen. Het eerste deel geeft een oplijsting van
een aantal knelpunten op het vlak van de operationele
bevoegdheden, HR-management en governance en regulering. Deze
vaststellingen zijn gebaseerd op tal van interviews die de consultant
heeft uitgevoerd met het topmanagement van de NMBS-groep en ook
enkele externe experts.
In het tweede gedeelte worden er een aantal aanbevelingen gedaan
om deze knelpunten op termijn te kunnen wegwerken. Deze
aanbevelingen worden voorgesteld in fichevorm waarbij aandacht
wordt besteed aan de context van het probleem, de te ondernemen
acties, de verantwoordelijkheden, de verwachte impact alsook de
timing.
In het derde deel wordt kort ingegaan op de mogelijke
organisatorische scenario's.
Ik heb ervoor geopteerd om conform de wens uitgedrukt in het
regeerakkoord
eerst
de
voorbereidingen
van
de
beheersovereenkomsten af te werken en dus daarna de gesprekken
aan te vatten met betrekking tot de aanbevelingen van het rapport. U
weet echter, zoals besproken bij de beleidsnota, dat er een link is in
de beheersovereenkomsten naar dit rapport en de conclusies die wij
hieruit zullen trekken.
Rekeninghoudend met de extreem korte duurtijd van de opdracht, in
ieder geval voor een opdracht van dergelijke omvang, en de manier
waarop de gegevensverwerking is gebeurd het gebeurde enkel en
alleen op basis van interviews, dat benadruk ik toch wel moet er
worden gesteld dat de aanbevelingen met de nodige voorzichtigheid
dienen te worden geïnterpreteerd en moeten zij, mijns inziens, toch
wel het voorwerp uitmaken van een aantal bijkomende analyses:
financieel, operationeel, om maar een paar elementen te noemen. Op
dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de nieuwe
beheersovereenkomsten. In elk van die drie wordt dus een artikel
voorzien dat vermeldt dat de resultaten van het onderzoek aanleiding
kunnen geven tot een wijziging in de taakverdeling en ook in de
modaliteiten van samenwerking tussen de drie maatschappijen.
Desgevallend zal de wijziging dan ook worden opgenomen in een
bijvoegsel van dezelfde beheersovereenkomst.
adressé le 17 mars. La première
partie comporte l'énumération d'un
certain nombre de problèmes
ayant trait aux compétences
opérationnelles, basée sur des
interviews avec la direction et des
experts externes. La deuxième est
constituée des recommandations
visant à résoudre ces problèmes à
terme. Dans la troisième partie,
différents
scénarios
organisationnels sont passés en
revue.
J'ai l'intention de finaliser la
préparation des contrats de
gestion et d'entamer ensuite des
discussions
au
sujet
des
recommandations du rapport.
Compte tenu de la durée
extrêmement courte de la mission,
les recommandations formulées
doivent être interprétées avec
circonspection. Les trois nouveaux
contrats
de
gestion
sont
actuellement
en
cours
d'achèvement. Un article de ces
contrats dispose que les résultats
de l'enquête peuvent donner lieu à
des modifications au niveau de la
répartition des tâches et de la
coopération
entre
les
trois
sociétés.
11.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister,
bedankt voor de heel concrete opsomming van wat er is gebeurd.
Mijn vraag luidt heel algemeen wat nu eigenlijk grosso modo de
directieven zijn naar de drie aparte entiteiten. Gaat het vooral om de
vaststelling dat er toch nog meer coherentie moet komen en dat de
zaken nog te veel gefragmenteerd werden aangepakt, of is er geen
11.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Quelles sont les directives
pour les trois entités? Une plus
grande cohérence s'impose-t-elle?
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
globale conclusie uit te trekken?
11.04 Minister Inge Vervotte: Mijnheer Doomst, ik wil niet
vooruitlopen op de bespreking ten gronde. Ik denk dat het document
zeker en vast nog veel het voorwerp zal uitmaken van debatten in
deze commissie, wat trouwens ook een goede zaak is.
De conclusie is dat er op een bepaald moment een keuze gemaakt
zal moeten worden voor een organisatorisch model. In het rapport
worden
aanbevelingen
geformuleerd
met
verschillende
organisatorische structuren. Op een gegeven moment zal de keuze
gemaakt moeten worden voor de meest aangepaste organisatorische
nieuwe structuur in het licht van de wijze waarop wij de NMBS voort
zien functioneren in de veranderende en in de toekomst
hoogstwaarschijnlijk ook geliberaliseerde context.
11.04 Inge Vervotte, ministre: Je
ne souhaite pas anticiper la
discussion de fond, mais il
conviendra d'opter pour le modèle
organisationnel le plus adapté.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de verkoop van treintickets via het internet" (nr. 4057)
12 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la vente de billets de train sur internet" (n° 4057)</b>
12.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijn
vraag betreft de verkoop van tickets via internet. Wij stellen vast dat
dit momenteel om 10% van de totale verkoop gaat.
Men zegt dat de dienst Internationaal Verkeer van de NMBS die
verkoop in de toekomst nog wil stimuleren. Om de distributie rendabel
te houden zouden er grondige hervormingen moeten worden
doorgevoerd. Tegen het einde van het jaar zou het aantal stations
waar men een internationaal ticket kan kopen blijkbaar drastisch
verminderen. Terwijl dat vandaag nog kan in 104 stations, zou dat
tegen het einde van dit jaar maar kunnen in 35 stations. Men denkt er
ook aan een prijsverschil in te voeren om dat wat te stimuleren.
Volgt u die evolutie? Het gaat om de dienst Internationaal Verkeer. Is
dit een voorbode van een toepassing voor het nationale verkeer? En
in welke mate zal het prijsverschil de prijs van tickets verhogen?
12.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le service Transport
International de la SNCB souhaite
augmenter la vente de billets de
train internationaux par le biais de
l'internet, ce qui suppose un
certain nombre d'aménagements.
Ainsi, le nombre de gares où l'on
pourrait
acheter
des
billets
internationaux serait ramené de
104 aujourd'hui à 35 fin 2008. On
envisage aussi l'introduction d'un
différentiel de prix. Faut-il y voir la
préfiguration du sort qui sera
réservé au trafic intérieur?
12.02 Minister Inge Vervotte: De activiteit Internationaal Verkeer
wordt in 2010 geconfronteerd met de volledige liberalisering, zoals
door Europa is bepaald. Het is daarom normaal dat de NMBS zich
voorbereidt op de gewijzigde omgeving en, zoals de Europese
Commissie voorziet, probeert die economische activiteit, die geen
beroep meer zal kunnen doen op overheidsmiddelen, rendabel te
maken.
Op dit ogenblik wordt aan een dergelijk plan gewerkt. Daarvoor zal de
directie de noodzakelijke maatregelen treffen in haar beleidvoering
om het gewenste economische resultaat te halen, tegen 2010
weliswaar. In dit verband wordt onderzocht in hoeverre in de huidige
104 stations de verkoop van internationale biljetten voor het
internationaal verkeer nodig is, gezien het distributiebeleid van de
NMBS die op dat vlak ondertussen een multi channel distribution
heeft uitgebouwd.
12.02 Inge Vervotte, ministre: À
partir de 2010, le trafic ferroviaire
international
sera
entièrement
libéralisé. La SNCB s'y prépare
dès aujourd'hui. Elle se demande
dans cette optique s'il faut
continuer à proposer des billets
internationaux dans 104 gares.
Les usagers peuvent acheter des
billets internationaux dans une
gare, par le biais d'un callcenter et
par l'internet. L'offre internationale
de liaisons ferroviaires ne s'en
trouvera
certainement
pas
simplifiée, de sorte que le prix des
billets pourra être modifié à tout
moment en fonction des places
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
De klanten kunnen hun aankopen zowel via de stations als via een
callcenter alsook via internet boeken en betalen. Het internationaal
aanbod wordt steeds complexer door de toepassing van een
permanent yield management, namelijk het vinden van de juiste
balans tussen het vullen van alle beschikbare capaciteit en het vragen
van de hoogste prijs zoals gekend in de luchtvaartsector - voor het
internationaal aanbod, zoals Thalys, Eurostar, TGV, enzovoort,
waardoor de prijs van een biljet op elk moment, op basis van de
beschikbaarheid van de stoelen, kan wijzigen.
Permanente vorming is dus nodig om de consument het juiste biljet
met de beste prijs te kunnen aanbieden.
In dit verband, en gezien de concentratie van de verkoop in een
eerder beperkt aantal stations, wordt onderzocht om de verkoop in 30
tot 40 stations te brengen maar de afhaalfunctie van de biljetten wel te
handhaven in ongeveer hetzelfde aantal stations als vandaag.
Hierdoor kan de consument via alle kanalen een biljet aankopen en
ook nog het biljet afhalen zo dicht mogelijk bij de woonplaats, indien
gewenst, want men kan het immers ook laten opsturen.
De NMBS zal bij definitieve beslissing zorgen voor voldoende
communicatie met de klant. Deze informatie zal ook geruime tijd vóór
de inwerkingtreding gebeuren zodat we niet voor verrassingen komen
te staan.
Voor het binnenlands verkeer is de economische omgeving enigszins
anders omdat het hier wel gaat om een gesubsidieerde
aangelegenheid en dat de geleverde service van de NMBS voor het
binnenlands aanbod in het beheerscontract wordt opgenomen.
Zoals vermeld in artikel 20 van het huidig beheerscontract tussen de
Staat en de NMBS, zijn de stations de bevoorrechte verkooppunten.
Er zijn vandaag dan ook geen plannen om het aantal stations te
verminderen.
De NMBS onderzoekt hiernaast ook nog de mogelijkheid om het
aantal verkooppunten nog verder uit te breiden via andere kanalen
zoals automaten, internet en externe verkooppunten.
Elke beslissing met betrekking tot het internationaal vervoer is zeker
geen voorbode van de evolutie voor het binnenlands vervoer, wel
integendeel.
In steeds meer Europese landen, onder andere in Nederland en
Frankrijk, wordt bij de verkoop en/of de naverkoop aan de balie een
vaste vergoeding gevraagd aan de reiziger. De reiziger heeft echter
hetzelfde aanbod via het internet of een callcenter en kan zelf ook het
biljet afhalen aan een automaat zonder kosten.
De consument zal dus met andere woorden zelf beslissen of het biljet
wordt aangekocht via een balie, wetende dat hem voor deze
persoonlijke behandeling een vaste fee zal worden gevraagd. Deze
handelwijze is eveneens al jarenlang van toepassing in de
reisbureaus.
Deze fee zal gekend zijn en zal apart en op een transparante manier
disponibles, comme dans le
secteur de l'aéronautique. Il est
envisagé aujourd'hui de limiter la
vente de billets internationaux à
trente ou quarante gares. En
revanche, le nombre de gares où
l'on pourrait enlever les billets
resterait inchangé par rapport à
aujourd'hui.
Le consommateur peut ainsi
acheter un billet par le biais de
plusieurs canaux et l'enlever le
plus près possible de son domicile
ou se le faire envoyer. La SNCB
informera le client à ce sujet bien
avant la mise en oeuvre du
système.
Le contexte économique est
différent pour le trafic intérieur,
étant donné qu'il s'agit d'une
matière subventionnée et que le
service est inscrit dans le contrat
de gestion. Celui-ci stipule que les
gares constituent des points de
vente privilégiés et qu'il n'existe
pas de projets pour réduire le
nombre de gares. La SNCB
examine la possibilité d'élargir les
points de vente aux distributeurs
automatiques, à l'internet et à des
points de vente externes. Une
décision relative au transport
international n'est certainement
pas un signe précurseur pour le
transport national. Le nombre de
pays où l'on demande une
indemnisation forfaitaire pour la
vente ou le service après-vente au
guichet est en augmentation
constante. Le voyageur dispose
cependant d'une offre identique
par le biais de l'internet ou d'un
callcenter et peut aussi se
procurer un billet gratuitement à
un distributeur automatique. Il
appartient au voyageur de faire un
choix. L'indemnisation forfaitaire
sera réclamée séparément au
consommateur, en supplément du
prix du billet.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
aan de consument worden aangerekend bovenop de prijs van het
biljet.
12.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik leer
uit uw antwoord dat er een totaal andere economische context is voor
de tickets in internationaal verband dan voor de tickets in nationaal
verband.
Ik onthoud eveneens dat dit dus niet meer in een experimentele fase
zit, maar bijna in een definitieve fase en dat u daar wel een heel
duidelijk onderscheid maakt met het nationale niveau.
12.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le contexte économique
est donc totalement différent pour
les billets internationaux et se
trouve déjà dans une phase
définitive.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
hervormingen bij de pakjesdiensten van De Post" (nr. 4091)
- de heer Peter Luykx aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de recente
problemen met Taxipost" (nr. 4597)
13 Questions jointes de
- M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
réformes au sein des services colis de La Poste" (n° 4091)<br>- M. Peter Luykx à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les problèmes
récents concernant Taxipost" (n° 4597)</b>
13.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, begin
maart heeft De Post haar pakjesdiensten hervormd en heeft Taxipost
en Kilopost geïntegreerd. In het begin heeft dat toch tot nogal wat
klachten geleid. Die kinderziektes hebben blijkbaar toch maar een
aantal dagen geduurd. Er zijn echter nogal wat bemerkingen
gekomen omtrent de communicatie en de behandeling van de
klachten die zijn binnengekomen.
Ging het bij de omschakeling effectief over kinderziektes, die op dit
ogenblik reeds zijn opgevangen?
Wat was de oorzaak van de vertragingen?
Zijn de klachten ondertussen verdwenen?
Was de communicatie inderdaad beter?
Is er voor beide hervormingen in een evaluatiemoment voorzien?
13.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): La réforme des services
colis de La Poste réalisée début
mars a également débouché sur
l'intégration de Taxipost et Kilopost
au sein de ces services, une
réorganisation qui a suscité au
départ un certain nombre de
plaintes.
Les problèmes apparus lors du
passage à la nouvelle structure
constituaient-ils réellement des
maladies de jeunesse et ont-ils été
résolus? Quelle était la raison des
retards? Les problèmes à l'origine
des plaintes ont-ils été éliminés?
A-t-on amélioré la communication?
Est-il
prévu
d'évaluer
ces
réformes?
13.02 Peter Luykx (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, mijn vraag
sluit aan bij de vraag van de heer Doomst. Het gaat over de opstoot
van problemen bij Taxipost. Pakketten blijken systematisch op
verkeerde
huisnummers
te
worden
aangeboden.
De
afwezigheidsnota's worden ook onvolledig ingevuld. In de nazorg blijkt
dat Taxipost ook in gebreke blijft, enzovoort.
Ik las ook in De Standaard op 27 maart dat De Post begin maart haar
pakjesdienst heeft hervormd, dat dat geleid heeft tot vertragingen tot
10 dagen en dat op een bepaald ogenblik de klachtendiensten de
overvloed aan klachten niet meer de baas konden. Overigens blijkt
13.02 Peter Luykx (CD&V - N-
VA): Il semble que les services de
Taxipost soient submergés de
problèmes depuis les réformes qui
ont touché les services colis de La
Poste. La Poste admet ces
difficultés et avoue la nécessité
d'accroître l'efficacité des services.
Vu l'importance croissante de ces
services pour les entreprises, cette
situation
se
répercute
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
het aantal klachten ook te zijn toegenomen sedert de
verzelfstandiging van Taxipost in 2005.
In het jaarverslag van de ombudsdienst van De Post voor 2005 werd
de toename net als nu, toegeschreven aan herstructurering, toen wel
met inbegrip van de volledige vervanging van het personeel. Nu
werden de problemen bestempeld als kinderziekten.
De Post is zich blijkbaar wel bewust van die problemen en geeft ook
in De Tijd van 11 april zelf te kennen dat de efficiëntie nog opgevoerd
moet worden door integratie van Taxipost in de huidige structuur.
Gezien het toenemende belang van die diensten voor het
bedrijfsleven heeft een en ander volgens mij toch ook een weerslag
op de reputatie van het investeringsklimaat in ons land.
Concreet heb ik volgende vragen hierover. Hoeveel klachten heeft de
ombudsman van De Post opgetekend inzake Taxipost tijdens de
eerste drie maanden van 2008?
Wat was het totale aantal klachten in respectievelijk 2006 en 2007?
Hoe verhoudt het aantal klachten per transactie bij Taxipost zich
tegenover die ratio bij de gewone reguliere briefzending?
Hoeveel klanten van Taxipost hebben sinds maart zodanig schade
opgelopen dat zij dat hebben laten vaststellen, dat zij de zaken
aanhangig gemaakt hebben bij het gerecht?
Wat is volgens u de precieze oorzaak van die opstoot in die
gebrekkige dienstverlening?
In welke mate is er sprake van bewust wangedrag van enkelen? Hoe
kan De Post intern dat soort gedrag opsporen, opvolgen en, indien
nodig, sanctioneren?
Ten vierde, denkt u aan het versterken van de rol van de
postregulator ter zake, met het oog op mogelijke externe
sanctionering?
Waarom bevindt het jaarverslag van de ombudsdienst van De Post
zich niet op de externe webstek van De Post? Waarom was einde
maart 2008 het jongste beschikbare jaarverslag dat over 2005? En
waarom houdt De Post er überhaupt een dienst als Taxipost op na?
Wat is de meerwaarde van die dienst, daar er al verschillende
privébedrijven een gelijkaardig aanbod leveren, bijvoorbeeld ABX? Ik
dank u bij voorbaat voor uw antwoord.
inévitablement
sur
le
climat
d'investissement dans notre pays.
Combien de plaintes relatives à
Taxipost le médiateur de La Poste
a-t-il enregistrées au cours des
trois premiers mois de 2008?
Combien
de
plaintes
a-t-on
déposées respectivement en 2006
et
en
2007?
Pouvez-vous
comparer le nombre de plaintes
par transaction chez Taxipost et
dans le secteur de l'envoi de
lettres ordinaires? Combien de
clients de Taxipost ont subi depuis
mars des dommages tels qu'ils les
ont fait constater par la Justice?
Quelle est, selon la ministre, la
raison
précise
de
ces
défaillances? Dans quelle mesure
peut-on reprocher à certains
individus
un
comportement
volontairement indésirable? Quels
sont les efforts entrepris par La
Poste
pour
rechercher
et
sanctionner les auteurs de ces
agissements?
La
ministre
envisage-t-elle de renforcer le rôle
du régulateur postal en vue d'une
éventuelle
sanction
externe?
Pourquoi le rapport annuel du
service de médiation de La Poste
ne figure-t-il pas encore sur le site
internet? Pourquoi le dernier
rapport annuel disponible en mars
2008 était-il celui de 2005? La
Poste doit-elle encore maintenir ce
type de service alors même que
plusieurs
entreprises
privées
proposent une offre semblable?
13.03 Minister Inge Vervotte: Met het oog op een coherente
benadering van de markt heeft De Post enerzijds haar volledig
pakjesaanbod herzien, als anderzijds, de organisatie van de dienst
zelf. Dat resulteert in een integratie van alle activiteiten van Taxipost
en het vroegere kilopostaanbod van De Post in een coherent nieuw
gamma van producten in De Post, met als doelstelling beter te
kunnen beantwoorden aan de noden van de klanten.
Taxipost is het filiaal van De Post dat gespecialiseerd is in
exprespakketdiensten en het bood diensten in de Dag +0, of binnen
13.03 Inge Vervotte, ministre: La
Poste a en effet intégré les
services de Taxipost et l'ancien
Kilopost
dans
une
nouvelle
gamme cohérente de produits afin
de satisfaire les demandes de la
clientèle. Elle veut ainsi améliorer
la qualité de son service, tous les
paquets
nationaux
devant
désormais être distribués sous les
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
de 24 uur. Kilopost was het postpakketproduct van De Post, voor de
levering, oorspronkelijk, in Dag +4 voor de nationale verzending, die
later naar Dag +2-leveringen evolueerde.
Met het nieuwe aanbod wordt een verdere kwaliteitsverhoging
beoogd, waardoor alle nationale pakketten voortaan in Dag +1
geleverd zullen worden.
Wat de specifieke vragen betreft die gesteld zijn, voor de eerste 3
maanden van 2008 zijn er 82 dossiers door de ombudsdienst
opgetekend, waarvan er nog 18 in behandeling zijn. Het totale aantal
Taxipostklachten bedroeg zowel in 2006 als in 2007 ongeveer 6.500
contacten met de klantendienst, voor een jaarlijks volume van 4,5
miljoen zendingen. Dat komt neer op ongeveer 0,1% meldingen op
het totale jaarlijkse volume van pakketten. Er zijn geen gevallen
geweest waarbij de schade door een deurwaarder werd vastgesteld.
Gerechtelijke stappen zijn evenmin ondernomen.
Tijdens de opstart van de eerste fase van het nieuwe aanbod inzake
pakketten heeft zich de eerste dag, namelijk op maandag 3 maart,
een panne voorgedaan in het callcenter.
Door een softwareprobleem was De Post gedurende een zekere tijd
onbereikbaar voor alle klanten, niet alleen voor de pakketten. De
wachttijden liepen dan ook hoog op, van twintig minuten tot een uur.
Zeer snel werd er beslist om over te gaan tot een noodplan,
gedurende twee dagen. Ook bleek de procedure in het callcenter te
veel tijd in beslag te nemen. Hierdoor liepen de wachttijden in de
callcenters verder op. Vanaf vrijdag 7 maart was de situatie onder
controle en gestabiliseerd.
In die periode hebben de medewerkers van De Post en Taxipost alle
mogelijke inspanningen geleverd om de dienstverlening maximaal te
blijven verzekeren, gezien de context. Het gaat hier geenszins om
wangedrag van de medewerkers zelf. Integendeel, zij hebben extra
inspanningen geleverd.
Inmiddels is de situatie volledig normaal en is de kwaliteit van de
dienstverlening op een normaal niveau. De kwaliteit van de
dienstverlening wordt permanent door het management van Parcels &
Express opgevolgd.
De ombudsdienst is een onafhankelijk, officieel organisme. Bovendien
is de dienst sinds vorig jaar bevoegd voor heel de postsector en dus
niet alleen meer voor De Post. De verslagen van de dienst kunnen
worden geraadpleegd op zijn website. Op de website van De Post
worden overigens het bestaan, de opdracht en de gegevens van de
website van de ombudsdienst ook vermeld.
De Post wil aanwezig zijn op de groeiende markt van de pakjes. Zij is
ervan overtuigd dat zij een belangrijke rol kan spelen dankzij haar
nationale dekkingsgraad en de kwaliteit van haar diensten. De
synergie met het distributienetwerk van brieven en kranten is
vanzelfsprekend. Het valt ook op te merken dat het aanbieden van
sommige pakjesdiensten nationale en internationale postpakketten
tot 10 kilogram en postpakketten tot 20 kilogram vanuit het buitenland
deel uitmaakt van de universele dienstverlening en dus een
verplichting is voor De Post.
48 heures.
Le service de médiation a
enregistré 82 plaintes au cours
des trois premiers mois de 2008,
dont 18 sont encore en cours de
traitement. En 2006 comme en
2007, il y a eu au total quelques
6.500
plaintes
concernant
Taxipost,
ce
qui
représente
environ 0,1 % du volume de
paquets
annuel.
Le
service
concerné n'a fait l'objet d'aucune
procédure judiciaire.
Au cours du lancement de la
première phase de la nouvelle
offre, le callcenter a été victime
d'une panne.
En raison d'un problème de
logiciel, les délais d'attente pour
les clients de La Poste ont atteint
une heure, si bien que l'on a
rapidement décidé de mettre en
oeuvre un plan d'urgence pendant
une période de deux jours. La
lenteur de la procédure mise en
place au call center a fait en sorte
que les temps d'attente sont
devenus excessivement longs. A
partir du 7 mars, tout est rentré
dans l'ordre. Les collaborateurs de
La Poste et de Taxipost ont tout
fait pour assurer la continuité du
service. La qualité du service, qui
a retrouvé un niveau normal, fait
l'objet d'un suivi permanent de la
direction de Parcels & Express.
En tant qu'organe officiel et
indépendant,
le
service
de
médiation est compétent pour tout
le secteur postal. Les rapports
publiés par cet organisme sont
disponibles sur son site Internet.
Les informations relatives au
service de médiation se trouvent
sur le site de La Poste. La Poste
entend jouer un rôle important sur
le marché de l'expédition de colis,
qui est en expansion. Certains
services en rapport avec l'envoi de
colis font d'ailleurs partie du
service universel et doivent donc
nécessairement être proposés par
La Poste. Pour ce qui est de la
communication, La
Poste
a
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Wat de communicatie betreft, werden de grote klanten ingelicht in een
facetofacegesprek door het verkoopsteam. Voor de KMO's kon dat,
gezien het grote aantal, niet op een zelfde manier gebeuren. Die zijn
wel aangeschreven via verschillende mailings.
Voor de particulieren is een informatiecampagne opgestart, met een
combinatie van informatie op de website en in de verkooppunten van
De Post. De informatie zal worden vergezeld van een informatieleaflet
aan alle burgers. De klantendienst van De Post kan hierin natuurlijk
ook een belangrijke rol spelen.
Omdat was vastgesteld dat niet iedereen de wijzigingen goed had
begrepen, werd een serie van initiatieven opgestart, onder andere de
uitgave van een verklarende brochure "Hoe met Taxipost werken?",
die aan de klanten werd toegestuurd.
informé ses gros clients lors d'un
entretien individuel, cependant que
les PME ont été averties par le
biais de mailings. Pour la clientèle
privée,
une
campagne
d'information
a
été
lancée,
notamment par le site internet et
les points de vente. Cette
campagne
est
également
soutenue par la diffusion de
dépliants d'information. De plus,
une brochure explicative relative
aux services de Taxipost a été
publiée.
13.04 Peter Luykx (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw uitvoerig antwoord, dat zeer verhelderend was. Het is ook
geruststellend dat er nog geen juridische stappen of vaststellingen
door deurwaarders werden gedaan. Dat lijkt mij dan ook duidelijk.
Misschien was het overroepen in mijn vraagstelling.
Ik mis nog de aanwezigheid van het jaarverslag op de webstek. Zei u
dat dit er wel was? U verwees wel naar de gegevens van de
ombudsdienst op de webstek.
Het recentste jaarverslag dat ter beschikking is op de website, dateert
van 2005. Hebt u daarover iets gezegd?
13.04 Peter Luykx (CD&V - N-
VA): Il faut se féliciter de l'absence
de démarches juridiques jusqu'ici.
Le rapport annuel n'est pas encore
disponible sur le site.
Le
dernier
rapport
annuel
disponible
date
de
2005.
Pourquoi?
13.05 Minister Inge Vervotte: De jaarverslagen van 2006 en 2007
zullen worden uitgegeven. Normaal gezien worden ze dan ook op de
website gezet.
13.05 Inge Vervotte, ministre:
Les rapports annuels de 2006 et
2007 vont être publiés et devraient
donc aussi être placés sur le site
web.
13.06 Peter Luykx (CD&V - N-VA): Ik dank u voor uw antwoord.
13.07 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw duidelijk antwoord. Ik heb eruit geleerd dat de
communicatieproblemen vooral te maken hadden met een
softwareprobleem, dat vrij snel werd behandeld, en dat het systeem
permanent wordt opgevolgd.
Ik heb ook nog gevraagd of er een moment is waarop heel de zaak
nog geëvalueerd wordt om te zien of het wel de goede richting is. Ik
heb echter uit uw antwoord begrepen dat dat permanent gebeurt.
13.07 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): La ministre m'apprend, en
me fournissant cette réponse, que
les problèmes de communication
étaient essentiellement imputables
à un problème de logiciel qui a été
rapidement résolu, que le système
est l'objet d'une surveillance
permanente et que, si j'ai bien
compris, le tout est soumis en
permanence à une évaluation.
13.08 Minister Inge Vervotte: (...) constant. Voor ons is dat ook heel
belangrijk. Het is ook aan bod gekomen bij de bespreking van de
beleidsnota. Wij blijven constant kijken op welke markten wij ons
kunnen positioneren en nieuwe producten kunnen aanleveren,
aangezien het volume van de brieven nog altijd daalt. Het is voor ons
belangrijk om ook op die markten aanwezig te blijven.
13.08 Inge Vervotte, ministre:
Oui, en permanence. Ce point est
très important à nos yeux et c'est
la raison pour laquelle il a été
inscrit dans la note de politique
générale. Nous nous efforçons
constamment d'adopter le meilleur
positionnement et de proposer les
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
meilleurs produits compte tenu du
volume décroissant de lettres.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. François Bellot à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "l'emploi des langues sur les documents émanant de La Poste" (n
os
4073+4430)
14 Vraag van de heer François Bellot aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het taalgebruik in de documenten van De Post" (nrs. 4073+4430)
14.01 François Bellot (MR): Madame la ministre, lorsque des clients
de la Banque de La Poste commandent des virements et bulletins de
versement à un guichet de La Poste, les clients sont supposés
recevoir les bulletins de versement avec, en première langue, la
langue dans laquelle ils font un choix, en l'occurrence, dans le cas qui
nous préoccupe, en français.
Alors que jusqu'à présent ces formulaires reprenaient à la première
ligne au début de chaque phrase la formule en français en Wallonie et
la formule en flamand en Flandre, le client francophone a reçu des
formulaires et des bulletins de versement trilingues où le français
apparaît en deuxième position.
L'intéressé peut comprendre que ce genre de bulletin est peut-être
plus d'application en Flandre. Cependant, il ne comprend pas à quel
titre, en sa qualité de client francophone wallon, il doit recevoir ceux-là
dans les trois langues, alors que l'institution bancaire dont il est client
lui transmet des formulaires et des bulletins de versement
uniquement en français (et en Flandre uniquement en flamand).
Madame la ministre, pouvez-vous m'indiquer quelles sont les
dispositions prises en matière d'emploi des langues pour les
différentes opérations menées auprès des différents clients de La
Poste dans le cadre de leurs relations avec leur banque ou leur
institution financière dépendant de l'entreprise publique La Poste ou
dont les opérations transitent par celle-ci?
14.01 François Bellot (MR):
Wanneer klanten van de Bank van
De Post overschrijvings- en
stortingsformulieren bestellen aan
het loket, worden ze verondersteld
formulieren te ontvangen waarop
als eerste taal de taal van hun
keuze staat vermeld. Tot dusver
stond op de eerste regel van deze
formulieren de vermelding in het
Frans in Wallonië en in het
Nederlands in Vlaanderen. Een
Franstalige klant heeft drietalige
formulieren ontvangen waarop het
Frans in tweede positie stond. De
betrokkene begrijpt als Franstalige
klant
niet
waarom
hij
de
formulieren in drie talen krijgt.
Welke bepalingen bestaan er op
het vlak van het taalgebruik voor
de relaties met de klanten van de
bank of van financiële instellingen
die van het overheidsbedrijf De
Post afhangen of die transacties
verrichten via De Post?
14.02 Inge Vervotte, ministre: Monsieur le président, la question
posée concerne des formulaires émanant de la Banque de La Poste
qui, comme filiale de La Poste, n'est pas soumise aux lois
coordonnées sur l'emploi des langues en matière administrative du
18 juillet 1966. En effet, l'article 36 §1er de la loi du 21 mars 1991
portant réforme de certaines entreprises publiques économiques
exige entre autres que la participation des autorités publiques dans la
filiale doit dépasser 50% pour que la filiale soit soumise auxdites lois
du 18 juillet 1966. Ceci n'est pas le cas pour la Banque de La Poste.
Le seul article desdites lois s'appliquant à la Banque de La Poste est
l'article 52, §1er qui se prononce uniquement sur la langue à utiliser
sur les documents destinés au personnel des entreprises
industrielles, commerciales ou financières mais qui n'impose aucune
obligation vis-à-vis de leurs clients.
Ceci dit, on tient à souligner qu'en général la Banque de La Poste
s'adresse dans le cadre des communications personnalisées à ses
clients en français, néerlandais ou allemand en fonction de la langue
choisie par ceux-ci. Cependant, dans un souci de contrôle des coûts,
14.02 Minister Inge Vervotte: De
vraag betreft formulieren van de
Bank van De Post, die als filiaal
van De Post niet onderworpen is
aan de gecoördineerde wetten op
het
taalgebruik
inzake
administratieve aangelegenheden
van 18 juli 1966. Overeenkomstig
artikel 36 §1 van de wet van 21
maart
1991
betreffende
de
hervorming
van
sommige
economische overheidsbedrijven,
moet de participatie van de
overheid in het filiaal immers meer
dan 50 procent bedragen om
onder de eerder genoemde wet
van 18 juli 1966 te vallen. Dit is
niet het geval voor de Bank van
De Post. Over het algemeen richt
de Bank van De Post zich in het
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
la Banque de La Poste a décidé, à l'instar d'autres banques, de
produire certains formulaires comme le formulaire dont il est question
avec une formule trilingue. L'ordre des langues est alterné à chaque
production d'un nouveau stock.
kader
van
gepersonaliseerde
mededelingen tot zijn klanten in
het Frans, het Nederlands of het
Duits naargelang van de taal die
zij kiezen. Om de kosten onder
controle te houden, heeft de Bank
van De Post, in navolging van
andere banken, echter beslist, een
aantal formulieren, zoals het
formulier waarvan hier sprake, met
drietalige vermeldingen te laten
drukken. De volgorde van de
talen verandert telkens wanneer er
een nieuwe voorraad aangelegd
wordt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
sur "la responsabilité civile des accompagnateurs de train" (n° 4117)</b>
15 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de burgerlijke aansprakelijkheid van treinbegeleiders" (nr. 4117)
15.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, il s'agit
d'une vieille question. Cela fait longtemps qu'on ne s'est pas vus.
Pour être exact, je vous ai vue mais je n'ai pu vous la poser.
Il n'est pas nécessaire de vous rappeler il est peut-être nécessaire
maintenant de le faire, quelques semaines plus tard que la grève
des accompagnateurs de train du lundi 10 mars a partiellement
perturbé le trafic sur sept grandes lignes du pays. À l'origine de ce
mouvement de grogne, une intervention musclée de la police lors
d'une rixe entre un accompagnateur et un usager mécontent de ne
pouvoir monter dans le train après le signal sonore. La particularité de
cette intervention est que, d'après les informations qui ont circulé ces
jours-là, c'est l'accompagnateur qui a été menotté et plaqué au sol.
Les réglementations internes de la SNCB interdisent de laisser un
passager monter à bord après le signal sonore de fermeture des
portes. Si dans le cas présent, des nuances ont été apportées par les
services de police quant aux responsabilités de l'accompagnateur
concerné, les accompagnateurs se retrouvent de façon générale au
centre de plusieurs contraintes contradictoires: faire respecter le
règlement de la SNCB, faire rouler les trains à l'heure, avoir un
contact convivial avec le public. Enfin, en cas d'accident,
l'accompagnateur sera tenu pour responsable personnellement et
civilement, si je suis bien informé.
Si conformément aux articles 7 de leur contrat de gestion respectif, la
SNCB Holding et Infrabel s'assurent en suffisance ou prennent des
dispositions équivalentes afin de couvrir leur responsabilité civile en
cas d'accident, la position des accompagnateurs est singulièrement
plus compliquée.
Madame la ministre, pouvez-vous me dire si vous avez eu des
contacts avec votre collègue ministre de l'Intérieur pour clarifier les
événements qui ont conduit à cette grève? Si oui, quelle en a été la
15.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Op 10 maart hebben de
treinbegeleiders
het
werk
neergelegd naar aanleiding van
een hardhandige interventie van
de politie tijdens een gevecht
tussen een begeleider en een
gebruiker die misnoegd was
omdat hij na het geluidssignaal die
het sluiten van de deuren
aankondigt niet meer mocht
instappen. Ik wijs erop dat het
intern reglement van de NMBS
verbiedt om een passagier te laten
instappen zodra dit signaal te
horen is.
Heeft u gesproken met de minister
van Binnenlandse Zaken over de
gebeurtenissen die geleid hebben
tot deze staking? Kan een
treinbegeleider
burgerlijk
aansprakelijk
worden
gesteld
indien er zich een ongeval
voordoet
wanneer
hij
een
passagier toelaat om in te stappen
na het geluidssignaal? Biedt de
NMBS aan haar werknemers een
burgerlijkeaansprakelijkheidsverze
kering aan voor schade waarvoor
zij tijdens de uitoefening van hun
beroep
aansprakelijk
kunnen
worden gesteld? Hoe moeten de
treinbegeleiders volgens u het
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
conclusion?
Est-il exact qu'un accompagnateur peut être tenu pour civilement
responsable si un accident survient lorsqu'il a accepté qu'un passager
monte à bord d'un train après le signal sonore de fermeture des
portes?
La SNCB offre-t-elle à ses employés, en l'occurrence les
accompagnateurs de train, une assurance en responsabilité civile
pour les dommages imputables à leurs responsabilités dans l'exercice
de leurs fonctions?
Quel est votre avis sur la conciliation des règles de sécurité et la
nécessaire cordialité envers le public de la part des
accompagnateurs?
Ne serait-il pas plus simple pour les accompagnateurs, moins
frustrant pour les usagers et donc plus productif pour la SNCB
d'améliorer les règles de fermeture des portes?
naleven
van
de
veiligheidsvoorschriften verzoenen
met de noodzakelijk hoffelijkheid
die zij ten aanzien van het publiek
moeten betuigen? Dienen de
regels voor het sluiten van de
deuren niet verbeterd te worden?
15.02 Inge Vervotte, ministre: Monsieur le président, les faits qui se
sont déroulés le vendredi 6 mars 2008 en gare de Bruxelles-Central
font l'objet d'une enquête judiciaire. Les déclarations lors de l'audition
de la police laissent présager un dossier très complexe qu'il
appartiendra à l'enquête d'éclaircir.
Je n'ai pas eu de contact avec mon collègue de l'Intérieur pour avoir
un feedback car l'enquête judiciaire est en cours.
En outre, les services de sécurité de la SNCB Holding ont des
contacts continus avec la police fédérale, ce qui rend possible un tel
feedback après la fin de l'enquête.
La loi du 10 février 2003 relative à la responsabilité des agents des
services publics dispose que les membres du personnel au service
d'une personne publique, dont la situation est réglée statutairement,
en cas de dommages causés par eux dans l'exercice de leurs
fonctions, à la personne publique ou à des tiers, ne répondent que de
leur dol et de leur faute lourde. Ils ne répondent de leur faute légère
que si celle-ci présente dans leur chef un caractère habituel plutôt
qu'accidentel.
À la SNCB, un règlement spécifique existe déjà depuis 1996. Il donne
à chaque membre du personnel de la SNCB le droit, en principe, à
l'exonération intégrale des responsabilités et à la garantie financière
complète par la SNCB pour le préjudice découlant d'une faute
commise par lui dans l'exercice de ses fonctions. Cette intervention
devient néanmoins sans objet en cas de fautes de service
inexcusables telles que notamment coups et blessures intentionnels,
dégradation ou destruction volontaire, vol, préjudice commis en état
d'ivresse, etc.
La protection que la SNCB offre à ses employés consiste, en résumé,
en une garantie de l'agent en cas de réclamation financière contre lui
elle joue également en cas de faute de service inexcusable mais
sous certaines conditions et en l'attribution d'un avocat en cas de
réclamation judiciaire.
15.02 Minister Inge Vervotte: De
feiten van 6 maart 2008 maken het
voorwerp uit van een gerechtelijk
onderzoek. De treinbegeleiders
worden regelmatig geconfronteerd
met gebruikers die nog willen
instappen terwijl de trein zich al
klaarmaakt om te vertrekken. De
directie
Reizigers
bestudeert
samen met de betrokken partijen
de mogelijkheden om de veiligheid
voor
de
treinbegeleiders
te
verbeteren.
Om de huidige methode te
wijzigen moet er rekening worden
gehouden met de bestaande
beperkingen op het stuk van het
materiaal, de infrastructuur en de
stiptheid. De plannen voor het
veiliger
maken
van
die
vertrekprocedure zouden echter
binnen een redelijke termijn
afgerond moeten zijn, zonder
daarbij het reizigersonthaal of de
stiptheid van de treinen in het
gedrang te brengen.
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Le chef de bord se retrouve régulièrement confronté à des clients
pressés d'embarquer dans un train alors que la procédure de départ
est déjà entamée. La direction nationale "Voyageurs" étudie en
collaboration avec toutes les parties impliquées les possibilités de
modification permettant d'augmenter le niveau de sécurité pour le
personnel d'accompagnement.
Pour changer la méthode actuelle, plusieurs facteurs entrent en ligne
de compte. La contrainte principale concerne le matériel qui circule
sur le réseau belge. Dès lors, plusieurs pistes doivent être écartées,
car elles nécessiteraient des adaptations fort coûteuses. Il faut
également prendre en compte les contraintes liées à l'infrastructure
du réseau belge ainsi que la ponctualité des trains.
Toutefois, le projet de sécurisation de cette procédure devrait, en
principe, aboutir dans un délai raisonnable, sans perturber l'accueil de
la clientèle ni remettre en cause la ponctualité des trains.
15.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, ce
problème peut sembler anodin, mais il se pose quasiment chaque
jour. Devant fréquemment courir après mon train, j'ai été souvent
acteur de ce genre de péripétie, qui peut se révéler dangereuse.
Je suis heureux d'entendre que les chefs de bord qui aident les
voyageurs un peu impétueux et tardifs sont couverts par une
assurance, pour autant qu'ils n'aient pas commis de fraude grave
cela me paraît assez logique.
Ensuite, je ne puis que vous encourager à essayer, eu égard aux
investissements prévus pour de nouveaux matériels, de faire installer
une fermeture des portes moins violente et moins dangereuse pour
les voyageurs, comparable à celle prévue dans les métros ou dans
les ascenseurs. Cette question est complexe, dans la mesure où il
faut parfois se décider en un quart de seconde pour demander au
voyageur de rester à quai ou pour lui tendre la main afin de l'aider à
grimper dans le train.
15.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Gelet op het feit dat dit
een vaak voorkomend probleem
is, stemt het mij tevreden dat de
treinbegeleiders die zenuwachtige
reizigers
willen
helpen
die
inderhaast nog op de trein willen
stappen, verzekerd zijn indien zij
geen zware fout begaan.
Vervolgens wil ik u graag
aansporen om te laten nagaan of
er
geen
veiliger
sluitingsmechanisme kan worden
geïnstalleerd, vergelijkbaar met
die van metro's of liften.
Dit is een complexe materie. De
beslissing om een reiziger al dan
niet te laten opstappen moet
immers vaak in een oogwenk
genomen worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Questions jointes de
- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la
capacité de contrôle parlementaire sur les filiales d'entreprises publiques, notamment par leur
utilisation du mécanisme des intérêts notionnels" (n° 4118)<br>- Mme Linda Musin à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la
commande de trains par la SNCB" (n° 4567)</b>
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
parlementaire controlebevoegdheid ten aanzien van dochterondernemingen van overheidsbedrijven,
met name wat het gebruik van de notionele interestaftrek betreft (nr. 4118)
- mevrouw Linda Musin aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
bestelling van treinen door de NMBS" (nr. 4567)
Le président: Mme Musin est absente, sa question est dès lors supprimée.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
16.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je
voudrais reprendre un échange que nous avons interrompu le 10
mars sur la capacité de contrôle parlementaire sur les filiales
d'entreprises publiques, notamment par rapport à l'utilisation de
mécanismes comme celui des intérêts notionnels. Je vous avais
interrogée sur l'utilisation par Belgacom des intérêts notionnels et
vous aviez déclaré ne pas savoir si vous pouviez me communiquer
ces informations. Comme je vous l'ai dit à l'époque, cela pose pour
moi un problème de capacité de contrôle parlementaire qu'il est
important d'éclaircir.
La question a été posée ensuite en Conférence des présidents où le
représentant du gouvernement a estimé que dans le cas d'entreprises
non cotées en bourse, toute information pouvait être donnée au
Parlement et que dans le cas d'entreprises cotées en bourse, toute
information financière ne pouvait être donnée qu'après la clôture de
l'exercice budgétaire, sous peine de risque de suspension de la
cotation de l'entreprise concernée. J'ai trouvé d'ailleurs un antécédent
avec la Banque nationale. Pour l'exercice 2006, les chiffres que je
vous demandais le 10 mars devraient donc être disponibles.
Madame la ministre, vous êtes-vous renseignée sur les données des
filiales d'entreprises publiques communicables au Parlement? Quelle
sont vos conclusions à l'issue de ces consultations? En tant que
ministre de tutelle des entreprises publiques, que comptez-vous faire
pour augmenter le degré de transparence et faciliter le contrôle
démocratique sur les filiales de ces entreprises?
Pouvez-vous me dire si les filiales de Belgacom ont eu recours aux
intérêts notionnels pour l'exercice 2006? Quel bonus fiscal en a-t-il
résulté et dans quelle mesure celui-ci a-t-il permis d'améliorer la
situation dans ces entreprises en matière sociale, de création
d'emplois ou d'investissements environnementaux? Pour ces mêmes
filiales, pouvez-vous me confirmer la date de clôture de l'exercice
2007? Si celui-ci est déjà clôturé, pouvez-vous me donner les mêmes
renseignements pour cet exercice?
16.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik kom terug op onze
gedachtewisseling van 10 maart
met
betrekking
tot
de
parlementaire controle ten aanzien
van dochterondernemingen van
overheidsbedrijven. U wist op dat
ogenblik niet zeker of u me die
informatie mocht bezorgen.
In de Conferentie van voorzitters
oordeelde
de
regeringsvertegenwoordiger dat,
wat
de
niet-beursgenoteerde
bedrijven betreft, alle informatie
aan het Parlement mag worden
meegedeeld en dat, wat de
beursgenoteerde bedrijven betreft,
alle
informatie
mag
worden
verschaft na de afsluiting van het
begrotingsjaar.
Welke gegevens kan u het
Parlement met betrekking tot de
dochterondernemingen
van
overheidsbedrijven
meedelen?
Hoe zal u, als toezichthoudend
minister,
de
transparantie
vergroten en de democratische
controle
op
die
dochterondernemingen faciliëren?
Hebben de dochterondernemingen
van Belgacom in 2006 gebruik
gemaakt
van
de
notionele
intrestaftrek?
Welk
fiscaal
voordeel haalden ze daaruit?
Werd dat voordeel door die
bedrijven aangewend met het oog
op
sociale
verbeteringen,
jobcreatie en milieu-investeringen?
Wanneer wordt het boekjaar 2007
voor die dochterondernemingen
afgesloten? Indien dat al gebeurd
is, wil u me dan ook de gegevens
met betrekking tot dat jaar
meedelen?
16.02 Inge Vervotte, ministre: Cher collègue, comme indiqué dans
les réponses précédentes, la valeur des immobilisations financières et
actions propres détenues par Belgacom, société de droit public, est
supérieure à celle de ses fonds propres, de sorte que conformément
à l'article 205ter du Code des impôts sur les revenus, cette société n'a
pu revendiquer aucune déduction pour capital à risque. Belgacom,
société de droit public, n'a donc pas eu recours aux intérêts
notionnels.
Quelques sociétés de droit privé appartenant au groupe Belgacom ont
pu faire usage de cette mesure comme toute autre société en
Belgique. Je dois souligner que je n'ai pas le droit de m'immiscer dans
16.02 Minister Inge Vervotte: De
waarde van de vaste activa en van
de aandelen van Belgacom als
publiekrechtelijke onderneming is
hoger dan die van haar eigen
vermogen, zodat, overeenkomstig
artikel 205ter van het Wetboek
van de inkomstenbelastingen, dat
bedrijf geen gebruik heeft kunnen
maken
van
de
notionele
intrestaftrek.
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
les comptes des entreprises privées et qu'il ne saurait être question
de contrôle parlementaire ou de demande de transparence envers
des sociétés privées. Ce n'est pas à moi d'expliquer leurs comptes
mais vous pouvez consulter leurs rapports annuels.
En tant que société cotée en bourse, Belgacom est soumise à la loi
du 2 août 2002 qui prévoit un traitement équitable de l'ensemble des
actionnaires en ce qui concerne l'information fournie. Les chiffres
relatifs aux intérêts notionnels pour les sociétés de droit privé
appartenant au groupe Belgacom ne constituent pas une donnée
communiquée au marché. Les données de ces personnes morales en
tant que filiales de Belgacom sont en effet astreintes au même régime
que Belgacom.
Een
aantal
privaatrechtelijke
ondernemingen
van
de
Belgacomgroep heeft wel gebruik
kunnen maken van die maatregel.
Ik kan me echter niet inlaten met
de rekeningen van particuliere
bedrijven en er kan geen sprake
zijn van enige parlementaire
controle of vraag om transparantie
ten aanzien van die bedrijven. U
kan wel hun jaarrekeningen
raadplegen.
Als beursgenoteerd bedrijf valt
Belgacom onder de wet van 2
augustus 2002 die voorziet in een
billijke
behandeling van alle
aandeelhouders wat de toegang
tot de informatie betreft. De cijfers
betreffende
de
notionele
intrestaftrek
voor
de
privaatrechtelijke ondernemingen
van de Belgacomgroep zijn geen
gegevens die aan de markt
kunnen worden meegedeeld.
16.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, j'ai
bien entendu vos explications: il s'agit de sociétés de droit privé.
Comme je vous le disais le 10 mars, une question de principe est
posée. J'observe un mécanisme de poupées russes: l'État est
actionnaire de Belgacom qui est lui-même actionnaire de sociétés
privées. Cela veut dire qu'indépendamment de la question des
intérêts notionnels et alors que via Belgacom, de l'argent public est
investi, le Parlement a peu de possibilités d'interroger au sujet des
politiques de ces filiales. Ces entreprises bénéficient indirectement
d'investissements publics. C'est une limite à notre travail
parlementaire. Lorsque Belgacom investit dans Proximus ou dans
Skynet, cela m'intéresse en tant que parlementaire vu l'importance de
l'actionnariat de l'État belge dans Belgacom.
16.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Het is het systeem van de
'Russische matroesjka's': de Staat
is aandeelhouder van Belgacom
die op zijn beurt aandeelhouder is
in particuliere vennootschappen.
Er wordt dus wel openbaar geld in
Belgacom geïnvesteerd, maar het
parlement
heeft
weinig
mogelijkheden om vragen te
stellen over het beleid van deze
dochtermaatschappijen.
Ons
parlementair werk heeft zijn
grenzen!
16.04 Inge Vervotte, ministre: Pour ce qui me concerne, il n'y a pas
de problème de transparence: vous pouvez consulter les bilans
obligatoirement déposés auprès de la Banque nationale. Seulement,
je n'ai pas le droit de vous communiquer ces informations car ces
entreprises ne tombent pas sous le contrôle parlementaire. Ce n'est
pas un manque de transparence, mais si je commence à faire cela,
où va-t-on? Pour moi, il s'agit de savoir ce qui tombe sous le contrôle
parlementaire. Pour Belgacom, c'est clair et je réponds aux questions
qui concernent l'entreprise. Je ne suis pas mandatée pour le reste et
les entreprises privées ne verraient pas d'un bon oeil que je réponde à
leur sujet en tant que ministre en charge des entreprises publiques.
16.04 Minister Inge Vervotte: Ik
zie
geen
probleem
qua
transparantie: u kan de balans
raadplegen die bij de Nationale
Bank werd neergelegd. Omdat
deze ondernemingen niet onder de
parlementaire controle vallen, heb
ik echter het recht niet u deze
informatie mee te delen. Ik
beantwoord
de vragen over
Belgacom, maar ik ben niet
bevoegd voor de rest.
16.05 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je ne
voulais absolument pas vous mettre en cause, ne le prenez pas pour
vous. J'ai pris acte de vos explications qui me semblent logiques et je
soulève un problème de principe. Un autre ministre en charge des
entreprises publiques m'aurait sans doute fourni la même réponse. Je
16.05 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik heb nota genomen van
uw uitleg, maar het is een
principekwestie.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
voulais ouvrir le débat. Cela continuera à mûrir et on parviendra peut-
être à des propositions en la matière, en respectant les limites du droit
des entreprises privées.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Francis Van den Eynde aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"reizende rolstoelgebruikers in het station van Menen" (nr. 4126)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
dienstverlening aan rolstoelgebruikers in het station Menen" (nr. 4134)
- mevrouw Sonja Becq aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
besparingen bij de NMBS ten nadele van treingebruikers met een handicap" (nr. 4211)
17 Questions jointes de
- M. Francis Van den Eynde à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
voyageurs en fauteuil roulant à la gare de Menin" (n° 4126)<br>- M. Stefaan Van Hecke à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
services aux personnes en chaise roulante dans la gare de Menin" (n° 4134)<br>- Mme Sonja Becq à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "les
économies réalisées par la SNCB au détriment des usagers du train présentant un handicap" (n° 4211)</b>
17.01 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mevrouw de minister, toen ik u eergisteren in deze
commissie zei dat de NMBS u af en toe iets op de mouw spelde,
dacht ik eerlijk gezegd aan deze vraag die toen moest worden
gesteld.
Op 30 januari stelde ik u een vraag in verband met de behandeling
van gehandicapten in het Gentse Sint-Pietersstation. U zult zich
herinneren dat mevrouw Snoy toen stond te zwaaien met een artikel
uit Le Soir, in verband met een gelijkaardig probleem in Waals-
Brabant, en ik met een artikel uit Het Laatste Nieuws, in verband met
een gehandicapte die in het Gentse Sint-Pietersstation niet echt de
service had gekregen waarop hij recht had.
Ik heb het verslag van die dag erop nagelezen. U zei toen onder
meer, en ik citeer: "Sinds 1 januari is in het kader van
New Passengers, de onderstationschef-perron eveneens belast met
het onthaal, de informatie en de hulp aan personen met een beperkte
mobiliteit. Daarvoor zijn zelfs de personeelsstatuten aangepast". U zei
dat op het einde van de aankondiging van een hele reeks
maatregelen die werden genomen met betrekking tot de hulp aan
gehandicapten. U voegde daaraan toe, speciaal met betrekking tot
mijn vraag, dat er dus geen avondklok werd ingesteld bij de NMBS.
Daarover handelde immers de klacht van de man uit Gent. U zei toen:
"In antwoord op de vraag van de heer Van den Eynde, het onthaal van
minder mobiele personen in Gent blijft bestendig verzekerd. Tussen
06.00 uur en 22.00 uur zijn er dagelijks twee tot drie werklieden
aanwezig en daarna is er dan de onderstationschef".
Ik moet weer verwijzen naar de krant. In De Standaard en de
zusterkrant Het Nieuwsblad van 1 april doet iemand uit Menen zijn
beklag over het feit dat hij alleen nog tussen 08.00 uur en 16.00 uur
kan worden geholpen in dat station. Men heeft hem vriendelijk maar
kordaat laten verstaan dat indien hij met zijn rolstoel gebruik wil
maken van dit station, hij tussen die uren moet komen aangezien men
hem daarna niet meer kan helpen.
17.01 Francis Van den Eynde
(Vlaams Belang): Au mois de
janvier, je vous ai posé une
question concernant les services
aux personnes handicapées à la
gare de Gand-Saint-Pierre. Vous
m'avez répondu que, dans le
cadre de New Passengers, le
sous-chef de gare serait chargé, à
partir
du
1
er
janvier
2008,
d'accueillir, d'informer et d'assister
les personnes à mobilité réduite.
Les statuts du personnel ont
même été adaptés à cet effet. La
ministre a également indiqué que
l'accueil des personnes à mobilité
réduite continuerait à être assuré
de 6 heures à 22 heures à Gand-
Saint-Pierre.
Dans l'édition du 1
er
avril des
quotidiens
De
Standaard
et
Het Nieuwsblad, un utilisateur de
chaise roulante se plaint de ne
plus pouvoir bénéficier d'une
assistance qu'entre 8 et 16 heures
à la gare de Menin.
Comment expliquer cette situation
à la lumière de la réponse
antérieure de la ministre? A-t-elle
été induite en erreur? Où se situe
le problème à Menin et comment
la
ministre
compte-t-elle
y
remédier?
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Ik merk dat ik niet de enige ben die van plan was u hierover vragen te
stellen. De heer Van Hecke en mevrouw Becq hebben zich hierbij
aangesloten. Ik ben dus niet de enige die dat heeft gelezen in de
krant.
Ik herinnerde mij uw antwoord van destijds, en vraag u daarom hoe
het nu zit. Had u toen gelijk? Indien ja, wat is er dan verkeerd gelopen
in Menen? Hebben ze u, zoals ik veronderstelde, wat op de mouw
gespeld? Indien ja, wat zult u daaraan doen?
17.02 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister,
mijn vraag betreft dezelfde problematiek.
Al enkele weken geleden stelden wij in de commissievergadering
vragen naar aanleiding van problemen in andere stations.
Recent stond er ook nog een bericht in Vers L'Avenir over de situatie
in Namen. Het gebeurt dus wel vaker. Inderdaad, u had indertijd
gezegd dat er in Gent-Sint-Pieters geen avondklok ingesteld zou
worden. Toch kregen we enkele weken geleden opnieuw berichten,
vanuit Menen, dat er zich opnieuw een probleem heeft voorgedaan.
Op de website van de NMBS staat dat er in Menen een mobiele
oprijhelling is voorzien en dat er personeel is voorzien van 04.45 uur
's morgens tot 21.00 uur 's avonds voor het onthaal van reizigers met
een beperkte mobiliteit. In het weekend, zo wordt vermeld, geldt dat
van 05.30 uur tot 13.40 uur. In telefonisch contact met de NMBS
sprak men echter niet van een aparte regeling voor het weekend,
maar werd gezegd dat de dienst beschikbaar was tot 23.00 uur.
In de praktijk blijkt de dienst beschikbaar te zijn tussen 08.00 uur 's
morgens en 16.00 uur. Dat staat toch in contrast met hetgeen u in de
commissie gezegd hebt en met de beleidslijnen van de NMBS.
Ook wij vragen ons dus af wat het nu is. Worden de richtlijnen die u in
deze commissie uiteenzette, in Menen dan niet nageleefd?
Wat is het precieze probleem, heel concreet?
Tussen welke uren is het effectief mogelijk om in het station van
Menen gebruik te maken van de dienst voor mensen met
verminderde mobiliteit?
Hoe verklaart u de breuk tussen hetgeen u hier hebt verteld als
richtlijn en de praktijk in Menen?
17.02 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): À l'époque, la
ministre avait en effet déclaré qu'il
n'y aurait pas de « couvre-feu » à
Gand-Saint-Pierre mais que des
informations
récentes
en
provenance de Menin faisaient
néanmoins état d'un nouveau
problème. Le site web de la SNCB
parle d'une plate-forme d'accès
mobile à Menin et de la présence
de personnel chargé d'accueillir
les voyageurs à mobilité réduite
entre 4h45 et 21 heures. Le week-
end, ce service est assuré de
5h30 à 13h40. Au téléphone, on
nous a dit qu'il n'y avait pas
d'horaire spécial pour le week-end
et que ce service était assuré
jusqu'à 23 heures. En pratique, ce
service ne semble disponible
qu'entre 8 heures et 16 heures,
ceci contrairement aux dires de la
ministre et aux principes définis
dans le cadre de la politique de la
SNCB.
Les directives citées ne sont-elles
donc pas respectées à Menin?
Comment
expliquez-vous
la
différence entre la directive et la
pratique à Menin? De quelle
heure à quelle heure le service
aux personnes à mobilité réduite
est-il finalement assuré à la gare
de Menin?
17.03 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik sluit mij
aan bij de collega's wat deze thematiek betreft. Het is niet de eerste
keer dat dit in de commissie aan bod komt. Ik weet dat er naast Gent
en de voorbeelden die u aanhaalt, ook vragen zijn geweest rond een
MPI dat in Kwatrecht aanwezig was. Ik meen dat daar uiteindelijk in
samenspraak wel een oplossing is gevonden. Dat wil ik toch wel even
onderstrepen.
Wat betreft deze situatie sluit ik mij aan bij de vragen van de collega's,
wel met een bijkomend aspect. Als het klopt wat er gezegd wordt, op
17.03 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Ce n'est pas la première fois
que nous soulevons cette question
ici. Je souligne toutefois que le
dialogue
permet
parfois
de
dégager des solutions, comme ce
fut le cas pour l'Institut médico-
pédagogique à Kwatrecht.
De quelle manière recherche-t-on
des solutions dans la pratique et
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
welke manier wordt er dan toch nog gezocht naar oplossingen? In
hoeverre wordt er een link gemaakt naar de Gemeenschappen of in
elk geval naar de Vlaamse Gemeenschap waar men via
engagementen rond mobiliteit en mindermobielenwerking meer
rekening houdt met wat er in de NMBS-stations kan? Op welke
manier gebeurt het overleg of worden er afspraken gemaakt?
comment les Communautés y
sont-elles associées?
17.04 Minister Inge Vervotte: Collega's, ik denk dat u weet dat ik dat
een heel belangrijke problematiek vind. Ik kan dat niet overal allemaal
zelf gaan controleren, dat is een feit. Wij proberen dus methodes te
vinden om ervoor te kunnen zorgen dat de beleidsvisie in de praktijk
gehanteerd kan worden. Hoe hebben we dat aangepakt? Ik zal
proberen dat heel concreet te verduidelijken naar aanleiding van de
onderhandelingen over de beheersovereenkomst. In de vorige
beheersovereenkomst zijn er engagementen aangegaan die te
maken hebben met enerzijds de 93 stations die infrastructureel
toegankelijk moesten zijn en anderzijds de bijstand voor mensen.
Hierbij gaat het niet over 93 stations, laat dat duidelijk zijn. Het gaat
over 18 stations van de eerste tot de laatste trein, over 36 stations van
06.00 uur tot 22.00 uur 7 dagen op 7, over 21 stations van 07.00 uur
tot 21.00 uur alleen tijdens de weekdagen en over 28 stations van
06.00 uur tot 14.00 uur of van 08.00 uur tot 16.00 uur, op voorwaarde
dat men naar het callcenter belt. Ik kan geen uitspraken doen over
individuele incidenten want ik ben uitsluitend afhankelijk van de
informatie die mij wordt geleverd. Het is echter vaak zo dat men
nalaat het callcenter te bellen en dat er dan problemen ontstaan. Ik
blijf dus altijd benadrukken in mijn antwoord dat dit cruciaal is. Men
kan een beroep doen op de dienstverlening maar men moet dan wel
naar het callcenter bellen.
Door het feit dat ik een en ander opving en dat toch belangrijk vond,
heb
ik
een
zinnetje
laten
opnemen
in
de
nieuwe
beheersovereenkomst die wordt afgesloten. Ik zeg dat te allen tijde de
huidige dienstverlening er niet op achteruit mag gaan, bij wijze van
spreken, en dat het dus gaat om de dienstverlening die er vandaag is
en die ook via de website aan de mensen werd meegedeeld. Zo
hebben we een zicht op de situatie. Het kan niet zijn dat men erop
achteruit gaat. Er worden uiteraard ook onderhandelingen gevoerd
om deze situatie nog te verbeteren en in om een serieuze uitbreiding
te voorzien inzake bijkomende toegankelijkheid en bijkomende
ondersteuning en bijstand in meer stations dan waar dit vandaag het
geval is.
Samengevat, ik vind dit heel belangrijk. Mijn beleidsuitgangspunt blijft
hetzelfde. De situatie mag er zeker nergens op achteruit gaan, ze
moet er integendeel op vooruitgaan. Er komen ambitieuze
doelstellingen in de nieuwe beheerovereenkomsten. Omdat men
soms op het terrein wijzigingen doet, laten we er ook de zin inzetten
dat er niet op een of andere manier aan de dienstverlening zoals ze
vandaag gegarandeerd was kan worden geraakt. Dat is eigenlijk mijn
stellingname en dat is wat zal worden opgenomen in de
beheersovereenkomst.
17.04 Inge Vervotte, ministre: Il
s'agit d'une question importante. Il
m'est impossible de tout contrôler
personnellement sur place et c'est
pourquoi nous recherchons des
méthodes pour nous assurer que
la vision stratégique est observée
partout. Des engagements ont été
pris, dans le précédent contrat
d'exploitation, en ce qui concerne
l'aide aux
personnes
moins
mobiles à certains moments: dans
18 gares du premier au dernier
train, dans 36 gares de 6h à 22 h,
dans 21 gares de 7h à 21h
uniquement les jours ouvrables
et dans 28 gares de 6h à 14h ou
de 8h à 16h, à condition d'appeler
le call center. Souvent, toutefois,
cet appel est négligé et c'est ce
qui crée les difficultés.
J'ai fait mentionner dans le
nouveau contrat d'exploitation que
la prestation des services ne peut
pas régresser. Le niveau actuel
doit donc au moins être maintenu.
Entre-temps, des négociations
sont
menées
pour
encore
améliorer la situation et accroître
l'accessibilité. Le nouveau contrat
d'exploitation
comportera
des
objectifs ambitieux en la matière.
17.05 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. U
bevestigt wat u ons de vorige keer hebt verteld. Ik twijfel er uiteraard
niet aan dat u dat allemaal niet persoonlijk kunt controleren.
17.05 Francis Van den Eynde
(Vlaams Belang): La ministre
confirme
ce
qu'elle
a
dit
antérieurement. Il va de soi qu'elle
ne
peut
tout
contrôler
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Wat het callcenter betreft, is er toch iets merkwaardigs aan de hand.
In de krant staat dat contact werd opgenomen met een vereniging
voor gehandicapten, die de zaak heeft onderzocht. De vereniging
zegt, ik citeer: "Wij eisen dat de NMBS die maatregel ongedaan
maakt. Minder mobiele mensen moeten net als anderen onbeperkt
kunnen gebruikmaken van het openbaar vervoer". Dan gaat het
artikel verder: "In het station in Menen zijn zij op de hoogte van het
probleem van de betrokken persoon". Volgens de vereniging voor
gehandicapten zei men in dat station: "Wij kunnen daar niets aan
doen, hoe graag wij dat ook willen. De besparingsmaatregel werd op
hoger niveau genomen". De vereniging zegt verder nog: "Zij sturen
ons door naar de chef bureau Beweging in Kortrijk, maar daar weten
ze van niets. Daar zeggen ze dat ze de zaak onderzoeken, maar ze
kunnen er nog niets over zeggen".
Als ik die vereniging mag geloven, is er nergens sprake van een
callcenter. Tussen 08.00 en 16.00 uur kan het station van Menen
eronder ressorteren, maar daarna moet men het callcenter
inschakelen. Daarom heb ik daarvan gewag gemaakt. Daar rijst dus
misschien een probleem van communicatie en informatie met het
publiek. Ik vestig uw aandacht daarop, meer niet.
personnellement. Un problème
curieux se pose tout de même en
ce qui concerne le centre d'appels.
Après enquête, une association
pour personnes handicapées a
demandé que la SNCB annule
cette mesure, étant donné que les
personnes à mobilité réduite
doivent pouvoir faire un usage
illimité des transports publics. À la
gare de Menin, on a expliqué à
l'association
que
la
mesure
d'économie avait été prise à un
plus haut niveau et que la gare ne
pouvait
donc
rien
y
faire.
L'association a été orientée vers
un responsable à Courtrai, où on
ignorait tout de l'affaire et où on
examinerait la question. Selon
l'association, il n'est donc nulle
part question d'un centre d'appels,
qui doit pourtant être mis à
disposition à partir de 16 heures
pour Menin. Il s'agit peut-être d'un
problème de communication et
d'information au public, sur lequel
je tiens à attirer l'attention de la
ministre.
17.06 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, ik
dank u voor uw antwoord. U bevestigt uw beleidslijn die u eerder hebt
verkondigd. U vindt het belangrijk en u zult daaraan ook aandacht
besteden in de nieuwe beheersovereenkomst. U hebt dat er al in
geplaatst, dus ik neem aan dat die overeenkomst al ver gevorderd is.
U zegt ook dat het moet blijven zoals het nu gegarandeerd is
Met betrekking tot de situatie in Menen, waar een persoon problemen
ondervindt, zegt u dat de dienstverlening gegarandeerd moet blijven
zoals het is of was. Wil dat zeggen dat de dienstverlening opnieuw zal
zijn zoals vroeger en dat het concrete probleem dat werd aangekaart
zal zijn verholpen? De reden die in de krant werd genoemd, was een
personeelsvermindering in het station van Menen, waardoor de
dienstverlening in de tijd was afgebouwd.
Wat betekent dit dus concreet voor de situatie in Menen? Is de
situatie opgeklaard? Is er een oplossing ter plaatse?
17.06 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!):
La
ministre
confirme
sa
ligne
politique
antérieure et l'a déjà inscrite dans
le nouveau contrat de gestion. Elle
affirme
également
qu'il
faut
continuer à garantir le service
actuel à Menin. Va-t-on dès lors en
revenir à l'ancien service pour
résoudre le problème? Il était en
effet question dans le quotidien
d'une réduction du personnel à
Menin pour expliquer la régression
du service. Cette situation a-t-elle
à présent été clarifiée sur place?
17.07 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ik was er al van overtuigd dat u zich bekommert over dit
thema, omdat u daarvan in het verleden al blijk hebt gegeven.
Ik hoor u zeggen dat u ook in de beheersovereenkomst hebt laten
schrijven dat de bestaande situatie niet mag achteruitgaan. Is er in uw
beheersovereenkomst of in andere afspraken met de NMBS ruimte,
niet alleen voor informatie aan de reizigers, maar ook voor informatie
aan of overleg met mindermobielencentrales of degenen die in
Vlaanderen instaan voor het vervoer van personen? Wordt er duidelijk
genoeg gecommuniceerd omtrent de problemen? Ik neem het
17.07 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): La ministre a déjà fait part de
sa préoccupation à ce sujet par le
passé. Elle affirme que le contrat
de gestion stipule explicitement
que la situation actuelle ne peut
empirer. Le contrat de gestion
accorde-t-il toutefois une attention
suffisante à l'information et à la
concertation? Les accords avec
d'autres acteurs en matière de
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
voorbeeld van Kwatrecht, waar op een bepaald ogenblik werd gezegd
dat de oplossing bij de belbus zou kunnen liggen. Dan moet men ook
weten dat als er ergens een moeilijkheid is, men afspraken maakt met
andere partners in het mobiliteitsgegeven. Staat dat ook in de
beheersovereenkomst?
mobilité figurent-ils dans le contrat
de gestion?
17.08 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, ik denk dat de
informatie een belangrijk element is. Daarom blijf ik er ook telkens
weer op hameren.
Ik vrees, met de ambitie die we koesteren om toch tot een serieus
netwerk te komen van stations, dat we niet kunnen bieden dat het
callcenter er in de toekomst voor iedereen is. Nu zeggen we dat er 24
uur op voorhand gebeld moet worden. In de toekomst zou het
kunnen, omdat we zo veel stations willen bedienen, dat we zullen
moeten zeggen dat voor bepaalde stations 48 uur op voorhand gebeld
moet worden. Het zal er, wat dat betreft, dus nog complexer op
worden.
Ik denk echter dat we keuzes moeten maken. We kunnen ambitieus
zijn en proberen om een dienstverlening aan te bieden, maar dan
moet ook worden erkend dat we dat moeten kunnen organiseren. Als
we dat willen organiseren, dan moeten we werken met mobiele teams
dat is concreet waar het over gaat en er zullen
samenwerkingsinitiatieven aangegaan moeten worden. Er wordt nog
bekeken of dat dan met taxi's zou zijn of met andere initiatieven.
In de beheersovereenkomst zal ik niet inschrijven dat er zelf contact
genomen moet worden. Wel vraag ik aan de NMBS om een plan uit te
tekenen. Zij kan zich namelijk niet beperken tot het vervoer via het
spoor. Ook moet het engagement opgenomen worden dat mensen
vervoerd moeten worden vanuit bepaalde stations waar de trein niet
genomen kan worden, naar een station waar de trein wel toegankelijk
is. Dat is de ambitie die we zullen opnemen in de volgende
beheersovereenkomst.
Aan de NMBS heb ik ook uitklaring gevraagd, om misverstanden te
vermijden, over de vraag waaruit de huidige dienstverlening bestaat.
In de vorige beheersovereenkomst was er nergens een lijst ad hoc. Er
is dus discussie over welke dienstverlening al dan niet gegarandeerd
was. Als uitgangspunt heb ik genomen dat de dienstverlening is
gegarandeerd zoals ze werd meegedeeld aan de mensen. Dat is de
lijst die ik zal hanteren. De dienstverlening die vroeger werd
gecommuniceerd naar de mensen, is de dienstverlening die voor mij
gegarandeerd moet blijven. Zo niet komen we in eindeloze debatten.
Een van de argumenten luidt namelijk dat de dienstverlening
gegarandeerd moest zijn zoals ze in de beheersovereenkomst stond.
Mogelijk is er echter een praktijk ontstaan die verder ging. Ik kan dat
niet weten en ik vind het ook moeilijk om in die discussies arbitrages
te maken. Het enige wat ik wel weet, is dat er op een gegeven
moment een dienstverlening was voor de mensen. Mijn politiek
uitgangspunt is geweest en nu heb ik ook het engagement
gekregen van de NMBS dat we die dienstverlening niet zullen
wijzigen, maar integendeel zelfs nog verbeteren.
Indien men dus weet heeft van feiten waarbij de dienstverlening, ten
opzichte van de manier waarop die vroeger werd aangeboden, erop
achteruit zou zijn gegaan, dan vraag ik om mij dat te signaleren. Wij
17.08 Inge Vervotte, ministre:
Étant donné que l'information
constitue un élément important à
mes yeux, je continuerai à la
mettre en exergue.
Pour certaines gares, il faudra
téléphoner 24 heures à l'avance.
Pour d'autres, 48 heures à
l'avance. Nous devrons nous
donner les moyens d'organiser ce
service spécifique à la clientèle,
éventuellement en mettant sur
pied des équipes mobiles. Dans le
contrat de gestion, nous nous
engagerons à assurer le transport
des
usagers
présentant
un
handicap vers des gares où ils
pourront accéder aux trains. Un
débat est actuellement en cours
pour déterminer quels types de
services à la clientèle seront ou
non garantis. Les services actuels
seront
en
toute
hypothèse
maintenus et encore améliorés. Si
les services à la clientèle ne sont
pas assurés dans certaines
situations, je demanderai qu'on
me le signale.
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
zullen dat dan voort opzoeken op basis van eventueel beschikbare
informatie en nagaan hoe we dat in de relatie met de NMBS kunnen
oplossen. Het engagement is namelijk genomen door de top: in elk
geval kan de dienstverlening er niet op achteruitgaan op basis van de
dienstverlening zoals ze werd gecommuniceerd naar de mensen op
de website.
Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er vandaag in een station een zeer
sociaal voelende stationschef is die zelf initiatieven heeft genomen
om bijstand te verlenen, of omdat de mensen elkaar daar kennen,
enzovoort. Als die stationschef met pensioen gaat of zo, kunnen wij
dat engagement dan wel of niet blijven aangaan? De debatten gaan
dus over het verschil tussen welke dienstverlening er afgesproken of
gegarandeerd was en waar er een soort van goodwill is ontstaan,
maar waar de goodwill verdwijnt omdat er bijvoorbeeld iemand op
pensioen gaat. Dat debat wensen we nu uit te klaren. De afspraak is
wel dat daar waar de dienstverlening gegarandeerd was, ze
gegarandeerd moet blijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de actie 'aub postbode'" (nr. 4142)
18 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
Le président: Je rappelle que nous arrêtons à 17.00 heures.
18.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal
er spoed achter zetten. Deze vraag gaat over een postboderonde, dus
dat kan rap gaan.
Mevrouw de minister, postbodes hebben een economische kepie op,
maar voor een stuk ook en dat vind ik wel goed een sociale kepie.
Daarom vond ik de actie "AUB postbode ", gestart in februari,
origineel en goedgeplaatst. Daarbij krijgen minder mobiele mensen de
kans om via een affiche de postbode te laten aanbellen om een aantal
basiszaken van thuis te kunnen doen. Ik denk dat De Post daarmee
op een goede manier haar sociale rol beklemtoont. Daarnaast was
ook te horen dat postbodes nu weinig tijd hebben, omdat het aantal
uitreikingsrondes afneemt en het aantal bediendes vermindert. Ook
op het verdwijnen van de sociale rol van de postbode kwam reactie.
Ik vroeg mij af in welke mate over dat initiatief met postmeesters en
postbodes werd gecommuniceerd en overlegd? Het personeel werd
afgeslankt, maar een dergelijk initiatief vraagt snel meer tijd. Wordt
daarvoor in extra personeel en middelen voorzien? Wanneer wordt
een evaluatie van het initiatief gemaakt?
18.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Les facteurs jouent à la fois
un rôle économique et un rôle
social. Leur rôle social s'est
manifesté dans toute sa dimension
lors de l'action "svp facteur" dans
le cadre de laquelle des personnes
à mobilité réduite ont eu l'occasion
de téléphoner à leur facteur pour
lui demander de venir les aider à
régler certaines choses à domicile.
De quelle manière a-t-on informé
les percepteurs et les facteurs de
cette action? Des effectifs et des
moyens supplémentaires ont-ils
été
prévus? Quand
sera-t-il
procédé à l'évaluation de cette
initiative?
18.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer Doomst, de actie "AUB
postbode" werd gelanceerd om de minder mobiele mensen de
gelegenheid te geven om ook een aantal elementaire
postverrichtingen via de postbode te kunnen doen.
Over de actie werd uitvoerig gecommuniceerd, maar maakt niet het
voorwerp uit van overleg met de postmeesters en postbodes, omdat
18.02 Inge Vervotte, ministre:
Cette action a fait l'objet d'une
large communication mais il n'y a
pas eu de concertation avec les
percepteurs ou les facteurs dans
la mesure où ces tâches relevaient
déjà par le passé des missions
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
de actie alleen over taken ging die vroeger ook al bestonden in het
takenpakket van de postbode. Een aantal verrichtingen die op de
ronde gebeuren, evenals het aantal uit te reiken poststukken, worden
permanent geteld en regelmatig geëvalueerd. De evaluatie resulteert
in dienstaanpassingen en reorganisaties op basis van vastgestelde
werkvolumes, die regelmatig gebeuren. Het aandeel van de AUB
postbodeverrichtingen in de totale werklast van een postman-uitreiker
is niet van die aard om de uitvoerbaarheid ervan in het gedrang te
brengen. Indien er een spectaculaire stijging van het aantal
verrichtingen wordt vastgesteld, kunnen er dus dienstaanpassingen
gebeuren.
Het feit dat er steeds minder postbodes zijn, heeft vooral te maken
met de vermindering van de volumes, de verbetering van de
werkmethodes en het ter beschikking stellen van performanter
materieel.
Een globale evaluatie van het initiatief is gepland voor het einde van
het jaar, zodat wij kunnen nagaan welke aanpassingen, indien nodig,
dienen te gebeuren.
des facteurs. Les aménagements
d'horaires et les réorganisations se
sont toujours effectués sur la base
de volumes de travail dûment
fixés. Le nombre d'opérations
dans le cadre de cette action n'est
pas de nature à fortement
influencer le volume de travail.
Une évaluation globale de cette
initiative est prévue pour la fin de
l'année.
18.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank
u voor het concrete antwoord. Ik vind het een heel goede piste. Ik vind
dat wij in de toekomst verder de klemtoon op de sociale rol van de
postbode moeten blijven leggen, uiteraard binnen de grenzen van het
financieel haalbare.
Ik kijk uit naar de evaluatie op het einde van het jaar om te kijken hoe
dat in andere projecten verder kan worden uitgewerkt.
18.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Il est positif que le rôle
social du facteur soit également
mis en évidence. J'espère que
l'évaluation de cette initiative sera
positive.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over
"afgedankte wagons en overlast" (nr. 4112)
19 Question de M. Peter Logghe à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur
"les voitures hors d'usage et les nuisances y afférentes" (n° 4112)</b>
19.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik bied
vooreerst mijn excuses aan, omdat ik te laat was.
Mevrouw de minister, ik zal mijn vraag zo kort mogelijk houden. Ik zie
dat u nog een hele waslijst vragen hebt. Mijn vraag heeft betrekking
op overlast en aansprakelijkheid in verband met afgedankte
treinwagons en in uitgebreide orde niet langer gebruikte treinstations.
Hoeveel treinwagons en locomotieven werden er in 2006 en 2007
afgedankt?
Wat is de normale procedure voor de afgedankte treinstellen?
Worden zij verkocht, ontmanteld, gestockeerd? Wat gebeurt
daarmee?
Zijn er termijnen bepaald met de vennootschappen rond de NMBS om
de wagons te ontmantelen of onbruikbaar te maken?
Hebt u er enig idee van hoeveel afgedankte, onbewaakte of
onbeheerde treinstellen er achterblijven in de verschillende
19.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Combien de voitures et
de locomotives ont été mises hors
service en 2006 et 2007? Ont-elles
été
vendues,
démantelées,
entreposées quelque part? Des
délais sont-ils prévus au niveau
des sociétés de la SNCB pour
démanteler ces engins ou les
rendre inutilisables? Combien de
voitures et locomotives mises hors
service restent-elles ainsi sans
surveillance dans les différentes
gares? Pouvez-vous me fournir
ces chiffres par Région? Qu'en
est-il des responsabilités pour
dommages ou nuisances dans ou
à proximité des voitures et
locomotives ainsi abandonnées
sans aucune surveillance? Les
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
treinstations? Zou u mij dat mag natuurlijk op papier een opdeling
kunnen geven per gewest?
Mevrouw de minister, de meest fundamentele vraag, hoe zit het met
de aansprakelijkheid voor schade en overlast in en rond de
onbeheerde en achtergelaten treinstellen en locomotieven? Hebben
de
NMBS-vennootschappen
verzekeringen
gesloten
voor
rechtstreekse en onrechtstreekse schade door afgedankte
treinstellen? Zo niet, zou het dan bijvoorbeeld geen goed idee zijn om
dat vooralsnog aan te kaarten? Zo niet, kunt u dan misschien
uitleggen bij wie burgers moeten aankloppen voor rechtstreekse of
onrechtstreekse schade door de afgedankte treinstellen?
sociétés de la SNCB ont-elles
conclu des assurances pour des
dommages directs et indirects liés
à des voitures qui sont hors
d'usage? Dans la négative, à qui le
citoyen peut-il s'adresser?
19.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, het afgedankte
treinmaterieel omvatte in 2006 1.674 stuks waarvan er 1.334 werden
verkocht als herbruikbaar en 322 als schroot. In 2007 ging het om 595
stuks, waarvan er 566 werden verkocht als herbruikbaar. Het gaat
zowel om goederen- en reizigerswagons als om locomotieven. Het
afgedankte materieel wordt, indien het nog in rijvaardige staat is en er
een kandidaat-koper is, verkocht. Indien er geen markt voor bestaat
of als het rollend materieel in te slechte staat is, wordt het verkocht
voor ontmanteling. In principe wordt het op een plaats verzameld waar
infrastructuur beschikbaar is en waar vandalisme kan vermeden
worden. De NMBS probeert steeds om zo snel mogelijk het
buitengebruikgestelde materieel te ontmantelen en te verkopen. De
geografische situering van het afgedankte treinmaterieel is als volgt:
Wallonië 301, Brussel 48, Vlaanderen 126.
Aangezien het buitengebruikgestelde materieel binnen het domein
van de NMBS blijft, komt het de NMBS eigenaardig voor dat iemand
rechtstreeks of onrechtstreeks schade zou kunnen oplopen door
afgedankte treinstellen. De NMBS is verzekerd voor al haar rollend
materieel.
19.02 Inge Vervotte, ministre: En
2006, le matériel de train mis hors
service représentait 1 674 pièces,
dont 1 334 ont été vendues dans
le but d'une nouvelle utilisation et
322 en tant que ferraille. En 2007,
il s'agissait de 595 pièces, dont
566 ont été vendues pour être
réutilisées. Il s'agit de wagons de
voyageurs,
de
wagons
de
marchandises et de locomotives.
Le matériel mis hors service est
revendu s'il peut encore servir et
s'il y a un candidat-acheteur. S'il
n'y a pas de marché pour ce
matériel roulant ou s'il est en trop
mauvais état, il est revendu pour
être démantelé. Le matériel est en
principe rassemblé dans un lieu
disposant
de
l'infrastructure
nécessaire et où il est possible
d'éviter les actes de vandalisme.
La SNCB essaie toujours de
démanteler ou de vendre au plus
vite le matériel qui est mis hors
service.
La
répartition
géographique de ce matériel est la
suivante: 301 pièces pour la
Wallonie, 48 pour Bruxelles et 126
pour la Flandre.
Etant donné que le matériel hors
d'usage reste confiné au domaine
de la SNCB, les responsables de
la SNCB ne comprennent pas très
bien
comment
il
pourrait
occasionner
des
dommages
directs ou indirects à qui que ce
soit. La SNCB est assurée pour
l'ensemble de son matériel roulant.
19.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Ik dank de minister voor haar
zeer uitgebreid antwoord. Het ging zo snel dat ik maar de helft heb
kunnen noteren maar ik veronderstel dat ik de rest wel zal kunnen
nalezen. Ik zou natuurlijk sneller kunnen leren schrijven maar ik ben
19.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je reviendrai sur ce
dernier point dans une question
écrite.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
een trage jongen.
Mevrouw de minister, ik zal in elk geval nog een schriftelijke vraag
stellen om te weten hoeveel schadevergoedingen er zijn uitbetaald en
hoeveel schadedossiers er aanhangig werden gemaakt. Dat kan
echter evengoed schriftelijk gebeuren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "het NMBS-station van Jette" (nr. 4179)
20 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques
20.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Wanneer u werkt aan
stations komen er reacties van andere stations. Na Brussel-Zuid en
Brussel-Centraal was ook Brussel-Noord dat stond in de pers aan
renovatie toe. Dat creëert de indruk dat andere stations worden
vergeten en dat er een verkommering optreedt, die de
toegankelijkheid en de bruikbaarheid in het gedrang brengt.
Een voorbeeld van een dergelijk station dat ons werd aangebracht, is
het station van Jette, een halte die toch niet onbelangrijk is voor het
openbaar vervoer in en rond Brussel. Men zegt dat het station door de
staat ervan niet echt aantrekkelijk is voor de reizigers.
Uiteraard kan alles niet in een dag worden verwezenlijkt. Ik wil u
vragen of de toestand u bekend is. Hebt u zicht op het aantal stations
waaraan dringende verbeteringswerken moeten worden uitgevoerd?
Bestaat een toekomstplanning? Welke middelen maakt u vrij om
daaraan de nodige gevolgen te geven?
20.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Les travaux effectués dans
certaines gares provoquent des
réactions d'autres gares qui
donnent l'impression que celles-ci
ont été oubliées et que leur
accessibilité et leur viabilité sont
menacées de délabrement. On dit,
par exemple, que la gare de Jette
se trouve dans un état tout sauf
attrayant. La ministre a-t-elle
connaissance de cette situation?
Est-elle au courant des gares dans
lesquelles
des
travaux
d'amélioration
s'imposent
d'urgence? Des projets sont-ils
planifiés dans l'avenir? Quels
moyens la ministre prévoit-elle en
la matière?
20.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, de NMBS-groep
doet belangrijke investeringen voor het onthaal van reizigers in de
grote stations, en natuurlijk ook in de kleinere stations en de
onbewaakte stopplaatsen.
De perrons worden verhoogd en verhard. De toegankelijkheid voor
mindervaliden wordt verbeterd door middel van liften en hellende
vlakken.
Van de 208 stationsgebouwen zijn er momenteel 138 toegankelijk
voor minder mobiele personen. In 69 stations zijn aangepaste
toiletten, terwijl in 15 stations een aangepast loket is voor minder
mobiele reizigers ofwel een afzonderlijk lokaal nabij de gewone
loketten.
In het bijzonder voor Jette voorziet de NMBS-groep in een tweede
onderdoorgang die toegankelijk zal zijn voor mindervaliden. De
perrons zullen eveneens worden verhoogd.
De werken kaderen in een project voor de herwaardering van de
stationsomgeving dat wordt uitgevoerd door Beliris, een
samenwerkingsverband tussen de federale Staat en het Brussels
Gewest, met als bedoeling het internationaal karakter van Brussel als
20.02 Inge Vervotte, ministre: Le
groupe
SNCB
consent
à
d'importants investissements pour
améliorer l'accueil des voyageurs,
aussi bien dans les grandes que
dans les petites gares et même
dans les gares non surveillées.
Les quais sont rehaussés et
dallés. Des ascenseurs et des
rampes sont placés pour améliorer
l'accessibilité aux personnes à
mobilité
réduite.
69
gares
disposent
déjà
de
toilettes
adaptées et 15 gares disposent
d'un guichet adapté ou d'un local
séparé. A Jette, un deuxième
passage souterrain est prévu, qui
sera également accessible aux
moins-valides. Ces travaux sont
effectués dans le cadre d'un projet
de revalorisation des environs de
la
gare
qui
évoque
une
collaboration entre l'État fédéral et
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
hoofdstad van België en van Europa te versterken.
la Région bruxelloise.
20.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, het
station zit dus in een planning, maar er is nog geen idee wanneer de
werken ongeveer zullen worden uitgevoerd?
20.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Sait-on quand est prévue
l'exécution de ces travaux?
20.04 Minister Inge Vervotte: Men zegt mij hier 2009-2010. Ik zal dat
nagaan.
20.04 Inge Vervotte, ministre: On
parle de 2009-2010; je le vérifierai.
20.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Samengevoegde vragen van
- de heer Roel Deseyn aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "een
incident met een rijdende trein met een openstaande deur" (nr. 4180)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
veiligheid op de treinen" (nr. 4183)
21 Questions jointes de
- M. Roel Deseyn à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "un incident
concernant un train en marche dont une porte était restée ouverte" (n° 4180)<br>- M. Michel Doomst à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la sécurité
dans les trains" (n° 4183)</b>
21.01 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, dit is
inderdaad een vraag over een incident met een rijdende trein. Het
was toch een enigszins merkwaardig incident in die zin dat het toch
wel enige bezorgdheid vraagt omdat er toch een groot
veiligheidsrisico aan verbonden was
Als ik de getuige mag geloven, is op 23 februari een trein vertrokken
vanuit Brugge. Een vrouw met twee jongere kinderen waren in de
buurt. Toen iemand een personeelslid aansprak, heeft men een
noodsein geactiveerd. Het heeft mij wat verbaasd dat er geen
automatische stop was en dat de trein zomaar kon vertrekken,
ondanks deze grove nalatigheid of technische fout. In een
geautomatiseerd systeem zou het toch niet mogen dat een bepaalde
snelheid kan worden bereikt waarin een deur van een van de
reizigerswagens openstaat.
Ik heb begrepen dat een en ander te maken zou hebben met een
gebrek aan testen van de nieuwe M6-rijtuigen. U weet dat daarmee
verschillende problemen zijn, zoals onder andere de koppeling en nu
blijkbaar ook openstaande deuren. Ik vind dit laatste een laakbaarder
incident dan te moeten wachten op een koppeling die niet meteen
lukt.
Mevrouw de minister, ik had graag van u geweten wie binnen de
NMBS-groep, -holding of -maatschappij ik probeer ze allemaal te
vernoemen want ik merk dat men de verantwoordelijkheid doorschuift
daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Wie is vanuit operationeel
standpunt verantwoordelijk? Wie is verantwoordelijk voor de testen?
Komt de verantwoordelijkheid van de constructeur in het geding? Kan
eventueel een schadevergoeding worden bedongen als er sprake is
van een technische fout? Over het incident zelf had ik graag geweten
hoelang die trein met een open deur heeft gereden en met welke
maximumsnelheid. Hoeveel van dergelijke incidenten werden er op
21.01 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Il me revient qu'un train a
récemment pu démarrer portes
ouvertes à Bruges, sans que
l'arrêt automatique ne soit activé.
Les problèmes techniques ne sont
manifestement pas rares sur les
nouvelles voitures M6 mais ce
genre
d'incident
compromet
gravement
la
sécurité.
Qui
endosse la responsabilité de cet
incident? Qui est responsable des
tests sur les nouvelles voitures?
Le constructeur est-il également
responsable? Des dommages et
intérêts peuvent-ils être exigés?
Combien de temps et à quelle
vitesse ce train spécifique a-t-il
roulé portes ouvertes? Combien
d'incidents de ce type ont déjà été
signalés? Prévoit-on des contrôles
supplémentaires?
Est-il
exact
qu'on a commandé 96 voitures M6
au lieu de 32?
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
het Belgische net vastgesteld?
Ik denk dat het de moeite waard is te vernemen welke lessen men
hieruit trekt. Binnen de NMBS is er een Veiligheidscomité dat steeds
diplomatisch met dergelijke delicate informatie omgaat. Het lijkt mij
belangrijk dat wordt opgeroepen tot extra controles. Zal dit gebeuren?
Klopt het dat er 92 M6'en werden besteld, in plaats van 32? Een
verschil van 60 zou mij verbazen. Was het misschien aanvankelijk de
bedoeling om zoveel stellen te bestellen? Nu blijkt dat ze niet zo goed
zijn, werd het aantal misschien verminderd? Klopt deze informatie die
bij het personeel leeft?
21.02 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister,
geregeld worden er vertragingen veroorzaakt door deuren die niet
goed sluiten of locomotieven die in panne vallen. Ik heb van
verschillende reizigers vernomen dat lange stilstanden ergernis
opwekken. Wat echter bijzonder gevaarlijk is en waaraan toch enige
aandacht moet worden besteed, is het feit dat sommige reizigers op
een of andere manier uit die trein wegraken. Verschillende getuigen
zeggen dat men dan op heel risicovolle wijze de sporen volgt om zo
snel mogelijk uit die stilstaande trein en op het perron te geraken.
Ik wou u gewoon vragen of u op de hoogte bent van die situatie. Dit is
toch een gevaarlijke situatie die hier toch mag worden aangekaart ook
al is ze incidenteel. Op welke manier kan er voor dergelijke incidenten
een oplossing worden gevonden?
21.02 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): J'ai entendu dire qu'en cas
d'immobilisation des trains, les
voyageurs peuvent d'une manière
ou d'une autre s'extraire des
voitures et rejoindre le quai par les
voies. La ministre est-elle au fait
de cette situation dangereuse?
21.03 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, de deuren van
een treinstel worden voor het eerste vertrek in het station van
oorsprong door de treinbegeleider beproefd. Bij ieder vertrek uit een
station wordt eveneens nagegaan of alle deuren gesloten zijn.
Waar de verantwoordelijkheid ligt, kan nog niet worden bepaald.
De constructeur van de rijtuigen is Bombardier, met voor bepaalde
onderdelen, zoals de omvormer, Alston als onderaannemer. Een
aantal van bedoelde onderdelen zijn nog onder garantie.
Een aantal feitelijke elementen kon nog niet worden vastgesteld. Ik
weet wel dat het incident zich tussen Brussel en Gent-Sint-Pieters
voordeed en dus niet in of voorbij Brugge.
Normaliter heeft de trein tegen de refertesnelheid van de lijn gereden,
zijnde 160 km per uur.
Het openen van de deuren tijdens een treinrit is een heel uitzonderlijk
geval. Alle rijtuigen worden aan een gedetailleerd proefprogramma
onderworpen, vooraleer ze in commerciële dienst worden gesteld. De
werking van de buitendeuren is een onderdeel van het
proefprogramma.
Er werden in totaal 420 rijtuigen M6 besteld, waarvan 60 rijtuigen met
een stuurpost van het type BX. Via een MUX-systeem is de besturing
van de locomotief mogelijk vanuit een BX-rijtuig, waardoor men niet
meer verplicht is de locomotief van treinuiteinde te veranderen om in
de andere richting te rijden.
Het overstappen van klanten in volle baan kan enkel het gevolg zijn
21.03 Inge Vervotte, ministre:
Les portes de toutes les voitures
sont vérifiées avant chaque
premier
départ
par
l'accompagnateur du train, qui
s'assure également que toutes les
portes sont fermées à chaque
départ d'une gare.
Quant à savoir à qui incombe la
responsabilité de cet incident, on
n'a pu l'établir avec précision. Le
train a roulé à une vitesse de
référence de 160 kilomètres à
l'heure. L'ouverture des portes en
cours de voyage est rarissime.
Cette fonction est abondamment
testée au préalable. Au total, 420
voitures M6 ont été commandées.
La traversée des voies par les
voyageurs ne peut s'effectuer que
sous
contrôle
ou
en
cas
d'évacuation sur décision de
l'accompagnateur de train, par
exemple en cas d'incendie. En
principe, l'autorisation de Traffic
Control est requise à cet effet.
L'on ne peut toutefois jamais
exclure
que
des
voyageurs
manipulent le dispositif d'ouverture
d'urgence des portes et quittent
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
van een gecontroleerde overstap of van een evacuatie na beslissing
van de treinbegeleider. De modaliteiten van dergelijke overstap zijn
procedureel heel duidelijk beschreven.
Ingeval een treinbegeleider beslist om tot een overstap in volle baan
over te gaan, heeft hij in principe steeds de toestemming van de
verkeersleiding, namelijk Traffic Control, nodig. Traffic Control is
belast met de beveiliging van een defecte trein en het verbieden van
alle treinverkeer naar de plaats waar de klanten eventueel het spoor
moeten oversteken.
In dringende gevallen, zoals bijvoorbeeld een brand in een trein, en
wanneer het niet mogelijk is de toelating van Traffic Control te krijgen,
mag de boordchef toch tot een overstap of evacuatie overgaan. De
klanten zullen in dat geval worden geëvacueerd langs de deuren die
niet op het tussenspoor uitgeven.
De boordchef is belast met de veiligheid van de reizigers op de trein.
Hij zal eveneens de trein controleren na de evacuatie, om er zich van
te verzekeren dat er geen klanten op de trein zijn achtergebleven.
Het kan natuurlijk nooit worden uitgesloten dat klanten op eigen
houtje de trein verlaten door de noodopening van de deur te
bewerken. Het is duidelijk dat zulks een inbreuk op de veiligheid is en
dat daardoor niet alleen de eigen veiligheid maar ook de veiligheid
van anderen in gevaar wordt gebracht. De betrokken klanten zijn in
dergelijk geval dan ook aansprakelijk.
ainsi le train de leur propre
initiative. Dans ce cas, leur
responsabilité
est
également
engagée.
21.04 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, het is toch niet niks wanneer aan de refertesnelheid van
bijna 160 kilometer per uur een deur zou blijven openstaan. Er zouden
bepaalde inbreuken zijn tegen de veiligheid. Hier ging het blijkbaar om
een falen van de machine, van de trein.
Bovendien bestaat er heel wat bezorgdheid over die M6-rijtuigen die
met een locomotief 27 MUX werken. Het treinbegeleidingspersoneel
van Brugge heeft trouwens onlangs nog zijn ongenoegen geuit over
problemen die zich systematisch voordoen bij dit soort
samenstellingen.
Mevrouw de minister, het gaat niet over geringe zaken. Het gaat over
technische problemen, met alle vertragingen van dien; het ontbreken
van interfonie, als het gaat over veiligheid; onvoorziene
noodremmingen, tegen de wil van de bestuurder of controleurs; het
uitvallen van de M6-rijtuigen. Daaruit vloeien een aantal ernstige
problemen voort zoals agressie, het niet-vertonen van een
vervoersbewijs enzovoort.
Dit werd reeds kenbaar gemaakt aan de manager treinbegeleiding
Noordwest en aan verschillende centrale directies. Het antwoord van
de NMBS-directie is dan dat ze nog verder zullen testen en dat ze
technisch goedgekeurd zijn. Ik vind dat men bepaalde bezorgdheden
die legitiem worden geuit door de mensen die ermee moeten werken
niet altijd even ernstig worden behandeld of opgevolgd. Ik pleit dus
voor een dialoog met het personeel van de betrokken stopplaatsen en
stations. Dat zou de zaken ten goede kunnen doen keren voor
reizigers en voor personeel.
21.04 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Cet incident concernait une
déficience technique et non une
infraction
commise
par
des
voyageurs. Sur le terrain, les
voitures
M6
suscitent
une
inquiétude
qui
n'est
pas
suffisamment prise en compte. Je
plaide en faveur d'un dialogue
ouvert avec le personnel des
gares concernées.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
21.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, het antwoord was klaar en duidelijk. Zonder
betuttelend te willen overkomen, zou het misschien niet slecht zijn dat
dit nog even in de instructies, binnen de kanalen als regelmatig
gemeld incident wordt vermeld.
21.05 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Il peut être utile de rappeler
une fois encore les instructions
aux opérateurs sur le terrain.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22 Samengevoegde vragen van
- de heer Roel Deseyn aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
inplanting van een nieuw postkantoor in Oostende" (nr. 4181)
- de heer David Lavaux aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
stijgende uitgaven voor consultancy en uitzendarbeid, en de aanwerving van uitzendkrachten en
contractuele personeelsleden bij De Post" (nr. 4707)
- de heer Roel Deseyn aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de
werkspreiding bij De Post" (nr. 4182)
22 Questions jointes de
- M. Roel Deseyn à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "l'implantation
d'un nouveau bureau de poste à Ostende" (n° 4181)<br>- M. David Lavaux à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur
"l'augmentation des dépenses de consultance et d'intérim, et l'engagement de personnel intérimaire
et contractuel par La Poste" (n° 4707)<br>- M. Roel Deseyn à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la localisation
géographique des emplois à La Poste" (n° 4182)</b>
22.01 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijn
eerste vraag is heel kort. In Oostende zou er een nieuw postkantoor
komen in de industriekern Plassendale. Er is daarover wat
bezorgdheid.
Waarom is er voor deze locatie buiten het stadscentrum gekozen?
Waar precies zou het kantoor worden ingeplant? Zal dit de
verdwijning van het kantoor in het centrum, nabij de hoofdhalte van
De Lijn, betekenen? Vooral de laatste vraag is heel belangrijk voor de
Oostendenaars.
Mijn tweede vraag met betrekking tot De Post is algemener van aard.
Er is grote bezorgdheid. U weet dat De Post in volle reorganisatie is.
Wij bekijken die zaken met alle begrip, maar voor bepaalde
personeelsleden, in bepaalde provincies bijvoorbeeld voor het
West-Vlaamse postpersoneel brengt het praktische moeilijkheden
met zich mee. U kent de problematiek van de arbeidsmobiliteit. Het is
immers niet evident om plots veel verder van huis te gaan werken, of
als plots een andere afdeling wordt voorgesteld. Dat is niet altijd
evident. Er is in het westen van het land al heel wat verdwenen. Ik
denk aan verdwenen restaurants, poetsafdelingen enzovoort. Heel
wat mensen wordt gevraagd om in Wondelgem te gaan werken in de
sortering of, wat de bedienden betreft zeker bij Taxipost in het
callcenter van Gent.
Men spreekt van elf resterende postplatformen. Zij kunnen misschien
enig soelaas bieden voor de postbedienden. Vandaar mijn concrete
vragen.
Welke zijn de perspectieven voor het postpersoneel in West-
Vlaanderen op werkverankering in eigen streek?
22.01 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Un nouveau bureau de poste
devrait être implanté dans la zone
industrielle de Plassendale à
Ostende. Pourquoi a-t-on choisi un
emplacement en dehors du centre
urbain? Cela signifie-t-il que le
bureau de poste du centre-ville
sera finalement supprimé?
La réorganisation de La Poste
engendre des difficultés pratiques
pour
certains
membres
du
personnel.
Je
pense
plus
particulièrement au personnel de
La Poste de Flandre occidentale.
On attend de leur part qu'ils
fassent preuve d'une importante
mobilité. Ainsi, de nombreux
membres du personnel habitant la
Flandre occidentale travaillent déjà
dans les centres postaux de
Wondelgem et de Gand. Cette
flexibilité n'est pas toujours facile à
vivre.
Quelles sont les possibilités d'un
travail fixe dans sa propre région
pour le personnel de La Poste en
Flandre occidentale? Les onze
plates-formes existantes de La
Poste seront-elles maintenues
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Zullen er in de reorganisatie elf platforms behouden blijven? Zo ja,
waar? Met hoeveel arbeidsplaatsen gaat dat dan gepaard?
Hoeveel mensen gedomicilieerd in die streek, werken reeds in Oost-
Vlaanderen of elders?
Waar komen de elf postplatformen in West-Vlaanderen? Kunnen daar
ook mensen van Taxipost terecht, nu er van een steeds verdere
integratie sprake is? Hoeveel van de ongeveer duizend West-
Vlaamse postmensen, die onder druk staan om te verhuizen, zullen
nog in de eigen streek aan de bak kunnen komen? Hoeveel zullen er,
met andere woorden, een plaats vinden binnen de postorganisatie in
een straal van minder dan 20 kilometer van hun woonplaats?
dans
le
cadre
de
la
réorganisation?
Combien
d'emplois sont concernés? Le
personnel de Taxipost pourra-t-il
également être occupé au sein de
ces plates-formes, compte tenu de
l'intégration de ce service dans
d'autres
services
postaux?
Combien
de
membres
du
personnel habitant en Flandre
occidentale travaillent déjà en
Flandre orientale ou dans une
autre province?
22.02 David Lavaux (cdH): Madame la ministre, La Poste vient de
rendre disponible sur son site internet son rapport annuel 2007. La
politique affichée par la direction est une politique de réduction des
coûts. Johnny Thijs déclare notamment en parlant de La Poste que
son avenir dépendra de sa capacité à poursuivre la réduction des
dépenses.
Pourtant, il s'avère que certaines dépenses augmentent fortement
entre les exercices 2006 et 2007. C'est le cas des frais d'intérim et de
consultance qui sont passés
de 75 millions d'euros à
84 millions d'euros, soit une augmentation de 12% sur une année.
La Poste justifie ces augmentations par le fait que les dépenses
occasionnées par le recours aux intérimaires ont augmenté de
10,5 millions d'euros par rapport à l'année dernière. Des intérimaires
sont engagés afin de répondre aux besoins de main-d'oeuvre à court
terme, ainsi que pour combler un manque de personnel à court ou
moyen terme en cas de projets importants. Ce recours à des
intérimaires en 2007 a été influencé par la hausse du taux
d'absentéisme. Or, le même rapport fait apparaître que le taux
d'absentéisme est passé de 8,6 à 8,5%. Il semble donc y avoir une
contradiction entre la justification du recours aux intérimaires et les
chiffres de l'absentéisme. Pourriez-vous me donner des informations
sur ce point?
Par ailleurs, il semble que l'utilisation des travailleurs intérimaires soit
très fréquente dans les centres de tri et pour la distribution du
courrier. Certains de ces intérimaires y travaillent depuis des mois,
aux dires des organisations syndicales.
Madame la ministre, pourriez-vous me transmettre les chiffres du
nombre d'intérimaires en fonction à La Poste en 2006 et 2007, la
durée moyenne de leur mission ainsi que la raison de leur
engagement (surcroît de travail, remplacement, tâches spécifiques
nécessitant une expertise particulière)?
De plus, quelles mesures comptez-vous prendre pour mettre fin à
l'augmentation de l'engagement de personnel contractuel?
La loi du 21 mars 1991 portant réforme des entreprises publiques
prévoit que La Poste peut engager du personnel contractuel dans des
conditions précises reprises à l'article 29, à savoir:
- répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel,
qu'il s'agisse soit de la mise en oeuvre d'actions limitées dans le
22.02 David Lavaux (cdH):
Hoewel de directie uitpakt met een
beleid van kostenverlaging is een
aantal uitgaven, bijvoorbeeld voor
consultancy
en
uitzendarbeid,
tussen 2006 en 2007 met 12
procent toegenomen. Er wordt
verwezen
naar
dringende
personeelsbehoeften
en
ziekteverzuim om het inschakelen
van
uitzendkrachten
te
rechtvaardigen, wat haaks staat
op
de
vaststelling
in
het
Jaarverslag
2007dat
het
ziekteverzuim van 8,6 naar 8,5
procent is gedaald. Wat is de
juiste toedracht?
Bovendien zouden al maanden
grote aantallen uitzendkrachten
aan
de
slag
zijn
in
de
sorteercentra en zorgen voor de
postbezorging.
Om
hoeveel
mensen gaat het? Welke taken
werden
hun
opgedragen?
Waarom werden ze in dienst
genomen
en
voor
welke
gemiddelde termijn?
De bepalingen van artikel 29 van
de wet van 21 maart 1991
betreffende de hervorming van
sommige
economische
overheidsbedrijven, die bepalen
onder welke voorwaarden De Post
contractueel personeel in dienst
mag nemen, worden blijkbaar niet
in acht genomen. Bij De Post
zouden op dit ogenblik 10.500
werknemers
met
een
arbeidsovereenkomst
van
bepaalde
duur
en
2.000
werknemers
met
een
overeenkomst van onbepaalde
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
temps, soit d'un surcroît extraordinaire de travail;
- exécuter des tâches nécessitant une connaissance ou une
expérience de haute qualification;
- remplacer des membres du personnel statutaire ou contractuel
pendant des périodes d'absence temporaire partielle ou totale;
- accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques.
Il semble que ces dispositions légales ne soient pas respectées au
mieux par l'entreprise publique puisqu'on y dénombre environ 10.500
contractuels à durée indéterminée ainsi que 2.000 contractuels à
durée déterminée.
duur werken. Welke maatregelen
zal u nemen om een eind te
maken aan de indienstneming van
contractueel personeel?
22.03 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, in het
strategisch plan van De Post is er inderdaad in een strategische
evolutie van het distributienetwerk voorzien. Dit plan is essentieel om
de toekomst van De Post voor te bereiden. We hebben het daar ook
al over gehad: er staan nog veranderingen op til, waarbij de
veranderingen in het distributienetwerk behoren.
Met de nieuwe sorteercentra gebeurt de sortering niet langer in
plaatselijke distributieplatformen. Dit zal onder meer leiden tot een
kostenbesparing op het vlak van vervoer alsook op het vlak van
gebouwen. Het distributienetwerk zal evolueren van een vijfhonderdtal
distributiekantoren naar een structuur van honderdvijftig platformen en
duizend vijfhonderd depots. Vanuit de platformen zullen rondes
vertrekken die voorbereidingen eisen zoals pakketten of
aangetekende zendingen. Vanuit de depots zullen korte
uitreikingsrondes starten met producten zonder voorbereiding die per
uitreiker gesorteerd zijn. Het is belangrijk om te zeggen dat dit een
meerjarig project is, waarvan de details nog niet vastliggen; daarover
zijn dus nog geen gegevens bekend.
In verband met de inplanting van een nieuw postkantoor in Oostende
kan ik u meedelen dat dit ook in deze context moet worden gezien.
Het gaat hier dus niet om het verhuizen van het postkantoor voor de
klanten, maar wel om een distributiekantoor Oostende-mail. Er is
hieromtrent nog geen enkele beslissing genomen.
In antwoord op de vraag in verband met de werkspreiding van
De Post West-Vlaanderen kan ik u meedelen dat in de reorganisatie
die momenteel plaatsgevonden heeft binnen De Post, de
sorteringsactiviteiten en de callcenters in vijf locaties in België werden
geconcentreerd. Voor de regio's Oost- en West-Vlaanderen is dat
voornamelijk in Gent-Wondelgem voor de sortering. De betrekkingen
die in de toekomst in West-Vlaanderen beschikbaar blijven, situeren
zich voornamelijk in het distributienetwerk-mail postbodes en
bedienden en in het commerciële retailnetwerk voor bedienden. Het
personeel van Taxipost kan ook terecht in deze twee sectoren.
Zoals reeds vermeld, is er voor het project van de mailplatformen en
depots nog geen gedetailleerd plan of precieze planning beschikbaar.
De duizend vijfhonderd depots zullen wel voor een grotere
geografische spreiding van de vertrekplaatsen en van de
uitreikingsrondes zorgen, die zich dus ook dichter bij de woonplaats
van de werknemers zullen bevinden. Wat betreft de details
betreffende de tewerkstellingsplaatsen van het West-Vlaamse
postpersoneel, nog dit. Van de 3.751 personen die in West-
Vlaanderen wonen, werken er 2.935 in de eigen regio, 390 in Oost-
22.03 Inge Vervotte, ministre: Le
plan stratégique de La Poste
comprend l'évolution stratégique
du réseau de distribution, qui
passera de cinq cents bureaux de
distribution à 150 plates-formes et
1.500 dépôts. Les tournées qui
nécessitent des préparatifs et qui
comprennent par exemple des
colis et des envois recommandés
partiront des plates-formes. les
petites tournées de distribution
partiront des dépôts. Il s'agit d'un
projet pluriannuel dont les détails
n'ont pas encore été fixés.
L'implantation
d'un
nouveau
bureau de poste à Ostende
s'inscrit dans ce contexte: il ne
s'agit pas du transfert d'un bureau
de poste mais de l'aménagement
d'un
nouveau
bureau
de
distribution
Oostende-mail.
Aucune décision n'a encore été
prise à ce sujet.
Dans le cadre de la réorganisation
intervenue récemment à La Poste,
les activités de tri et les centres
d'appels ont été concentrés à cinq
endroits en Belgique. Pour les
régions de Flandre orientale et
occidentale,
le
tri
s'effectue
principalement
à
Gand-
Wondelgem.
En
Flandre
occidentale,
des
emplois
subsisteront principalement dans
le réseau de distribution (facteurs
et employés) et dans le réseau
retail (employés). Le personnel de
Taxipost pourra s'orienter vers ces
deux secteurs.
Aucun planning concret n'a encore
été établi pour le projet des plates-
formes mail et des dépôts. Eu
égard à la plus grande répartition
23/04/2008
CRIV 52
COM 179
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
Vlaanderen en 426 elders.
géographique, les lieux de départ
et les tournées de distribution
seront toutefois plus proches du
domicile des travailleurs. Sur les
3.751 travailleurs qui résident
actuellement
en
Flandre
occidentale, 2.935 travaillent dans
leur région, 390 en Flandre
occidentale et 426 ailleurs.
En ce qui concerne la question de M. Lavaux au sujet du personnel
intérimaire et contractuel de La Poste, je voudrais apporter les
précisions suivantes. L'augmentation, au cours de l'année 2007, des
frais d'intérim dans le rapport annuel de La Poste s'explique
partiellement par une hausse du taux d'absentéisme au cours du
premier semestre même si, globalement, sur l'ensemble de l'année,
celui-ci a diminué à 8,5%. Un certain nombre d'actions
complémentaires avaient été prises par la direction de l'entreprise au
cours de l'été 2007 afin de réduire ce taux d'absentéisme. Ces actions
ont eu un effet positif au cours du second semestre de l'année. Il
convient en effet de tenir compte de la situation particulière de chaque
bureau de distribution pour bien comprendre l'évolution de la charge
de travail au quotidien, des besoins en personnel, du personnel
effectivement disponible en fonction de l'absentéisme à court terme et
à long terme, des congés et des formations ainsi que l'impact à court
terme des projets d'amélioration.
En moyenne, sur l'année 2007, quelque 636 intérimaires ont travaillé
à La Poste pour des activités de tri ou de distribution du courrier. Cela
représente moins de 2% de l'effectif de l'entreprise. La durée
moyenne estimée de leur mission est de deux à trois mois.
Les raisons principales de leur engagement sont les suivantes.
Premièrement, l'impact à court terme des projets d'amélioration.
Les départs naturels du personnel (pensions, départs anticipés) ne se
déroulent pas toujours en parfaite synchronisation avec les
réorganisations et leur impact sur les besoins en personnel. Il en va
de même pour la reconversion interne. Dès lors, les besoins en
personnel temporaire existent aussi bien en centres de tri qu'en
distribution et sont comblés par un recours à du personnel intérimaire.
Un exemple concret est celui des emplois réservés dans les centres
de tri pour le personnel en reconversion suite au tri par tournée. Ces
emplois sont actuellement occupés par des intérimaires en attendant
l'arrivée du personnel venant du tri de nuit, arrivée prévu dans les
mois à venir.
Deuxièmement, l'augmentation saisonnière de l'activité nécessite
également le recours à du personnel temporaire.
Troisièmement, cette méthode est aussi utilisée pour le
remplacement du personnel absent pour cause de congé de rôle,
pour cause de maladie ou pour cause de formation.
Enfin, l'engagement des contractuels est effectué depuis plusieurs
années par La Poste et d'autres entreprises publiques. Ceci est à
considérer dans un contexte de plus en plus concurrentiel pour lequel
Wat de vraag van de heer Lavaux
betreft over de uitzendkrachten en
het contractueel personeel bij De
Post, wordt de stijging, eind 2007,
van
de
kosten
voor
uitzendkrachten in het jaarverslag
van De Post, gedeeltelijk verklaard
door
een
stijging
van
het
absenteïsme in de loop van het
eerste semester. De acties die
werden ondernomen om het
absenteïsme terug te dringen,
hadden een positieve impact in de
loop van het tweede semester.
In 2007 werkten gemiddeld 636
uitzendkrachten bij De Post in
activiteiten zoals het sorteren of
het uitreiken van de post, dit wil
zeggen, minder dan 2% van het
personeelsbestand van het bedrijf.
De geschatte gemiddelde duur
van hun opdracht bedroeg twee tot
drie maanden.
De belangrijkste redenen voor hun
aanwerving zijn: de impact op
korte
termijn
van
verbeteringsprojecten, het beheer
van de natuurlijke afvloeiingen van
personeel
en
interne
herstructurering.
Ten slotte, De Post en andere
overheidsbedrijven
werven
al
verscheidene jaren contractueel
personeel aan, in een steeds
competitiever wordende omgeving
waarvoor dit type statuut beter
aangepast is aan de moeilijkheden
die De Post het hoofd moet
bieden.
CRIV 52
COM 179
23/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
ce type de statut est plus adapté aux contraintes auxquelles La Poste
doit faire face.
22.04 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, wij
zouden natuurlijk lang kunnen spreken over de reorganisatie, maar ik
wil mij beperken tot een grote bezorgdheid.
U zegt dat de uitreikingsrondes van de depots zullen starten en dat dit
ook tewerkstelling in eigen streek biedt. Dat hangt natuurlijk heel
nauw samen met de visie die men dan ontwikkelt over de invulling
van de arbeid en het metier van postman. Gaat het over halftijdse of
voltijdse modellen? De organisatie zal in de toekomst namelijk met
een zekere split geconfronteerd worden. Er is wel beloofd dat er geen
naakte ontslagen zullen volgen, maar ik wil de kwaliteit van de
tewerkstelling vanuit het Parlement blijven bewaken. Als het huidige
postpersoneel het werk vanuit een depot start, dan mag dat niet
uitsluiten dat het een voltijds uurrooster heeft. Dat wou ik nog even
meegeven, wat Oostende betreft.
Ik wil het echter ook in een ruimere problematiek plaatsen. De schrik
zit erin dat men bepaalde infrastructuur aan het ontwikkelen is die
specifiek gemaakt is voor retail. Met de reorganisatie van De Post in
het achterhoofd, met name een per fusiegemeente, bestaat de vrees
dat de gewone mensen in het stadscentrum niet meer adequaat
bediend zouden worden voor het volledige postgamma. U zegt dat
daar voorlopig niets van aan is. Ik hoop dat die situatie bestendigd
wordt.
22.04 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): Selon la ministre, les
distributions de courrier au départ
des dépôts vont créer de l'emploi
au niveau régional. Il est important
de savoir à cet égard si l'on songe
à des emplois à temps plein ou à
temps partiel. Le fait de faire
démarrer une distribution de
courrier au départ d'un dépôt ne
peut pas exclure la possibilité pour
les agents des postes d'avoir un
horaire complet.
L'une des craintes est que l'on soit
en train de mettre en place une
structure spécialement faite pour
la division « Retail ». Le risque est
que les habitants du centre-ville
n'aient plus accès à toute la
gamme des produits de la poste.
La ministre dit que ce n'est pas le
cas. J'espère que cela ne
changera pas.
22.05 David Lavaux (cdH): Je remercie la ministre pour sa réponse,
notamment ce qui concerne le travail intérimaire. Au sujet du
personnel contractuel, que ce soit à La Poste ou dans d'autres
entreprises publiques, l'évolution actuelle, qui a tendance à
s'accentuer, amène à une grosse distorsion par rapport à la loi de
1991. Plus que jamais, cette loi doit être revue grâce au travail
entamé par cette commission, pour lequel nous avons engrangé de
nombreuses auditions et où nous avons tenu compte de ce qui s'était
dit lors de la commission Sabena notamment. Nous sommes prêts à
travailler à la révision de cette loi avec vous, madame la ministre.
22.05 David Lavaux (cdH): Wat
het contractueel personeel in de
overheidsbedrijven betreft, leidt de
huidige evolutie tot een grote
wanverhouding in vergelijking met
de wet van 1991. Die wet moet
meer dan ooit worden herzien. We
zijn bereid samen met u aan de
herziening van die wet te werken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.13 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.13 uur.