KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 169
CRIV 52 COM 169
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
16-04-2008
16-04-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Interpellatie van mevrouw Linda Vissers tot de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de problematiek van de Limburgse
vrijwilligers van de civiele bescherming" (nr. 46)
1
Interpellation de Mme Linda Vissers au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
problématique des volontaires limbourgeois de la
protection civile" (n° 46)
1
Sprekers: Linda Vissers, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Linda Vissers, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Moties
4
Motions
4
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
5
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
tweetaligheid van de Brusselse politie" (nr. 4199)
5
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le bilinguisme au sein
de la police bruxelloise" (n° 4199)
5
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de evolutie van de tweetaligheid bij de Brusselse
politie" (nr. 4421)
5
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'évolution du
bilinguisme à la police de Bruxelles" (n° 4421)
5
Sprekers: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de kostprijs van de elektronische
identiteitskaart voor de burger" (nr. 4192)
6
Question de Mme Katrien Schryvers au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
coût de la carte d'identité électronique pour les
citoyens" (n° 4192)
6
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de preventieve maatregelen bij de
bestrijding van de eikenprocessierups" (nr. 4195)
8
Question de Mme Katrien Schryvers au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
mesures préventives dans le cadre de la lutte
contre les chenilles processionnaires du chêne"
(n° 4195)
8
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "verkeerscontroles op drugsgebruik"
(nr. 4200)
10
Question de M. Mark Verhaegen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les contrôles
routiers axés sur la consommation de drogues"
(n° 4200)
10
Sprekers: Mark Verhaegen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken, Michel Doomst
Orateurs: Mark Verhaegen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur,
Michel Doomst
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "studiedagen voor de politie"
(nr. 4202)
12
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "des journées
d'études pour la police" (n° 4202)
12
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "een deontologische code voor
politieraadsleden" (nr. 4203)
13
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "un code
déontologique pour les membres du conseil de
police" (n° 4203)
13
Sprekers: Leen Dierick, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Orateurs: Leen Dierick, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Binnenlandse Zaken
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de verkeersopleiding van de
brandweer" (nr. 4207)
14
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation
à la circulation routière destinée aux pompiers"
(n° 4207)
14
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
16
Questions jointes de
16
- de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de opleiding van politieagenten"
(nr. 4204)
16
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la formation des
policiers" (n° 4204)
16
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "politiescholen" (nr. 4205)
16
- M. Mark Verhaegen au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les écoles de police"
(n° 4205)
16
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
opleiding van politiemensen" (nr. 4206)
16
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la formation des
policiers" (n° 4206)
16
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
opleiding van politieagenten" (nr. 4401)
16
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "les formations des
agents de police" (n° 4401)
16
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de opleiding van de politiemensen"
(nr. 4627)
16
- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la formation des
policiers" (n° 4627)
16
Sprekers: Michel Doomst, Mark Verhaegen,
Eric Thiébaut, Patrick Dewael, vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Mark Verhaegen,
Eric Thiébaut, Patrick Dewael, vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
20
Questions jointes de
20
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de snelste adequate hulp van de brandweer"
(nr. 4208)
20
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'aide adéquate la plus
rapide des services d'incendie" (n° 4208)
20
- de heer François Bellot aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het beginsel van de snelste adequate hulp"
(nr. 4416)
20
- M. François Bellot au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le principe de l'aide
adéquate la plus rapide" (n° 4416)
20
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de aanwezigheid van agenten op de bus"
(nr. 4214)
22
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la présence d'agents de
police dans les autobus" (n° 4214)
22
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de aanwezigheid van politieagenten op de bus"
(nr. 4247)
22
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la présence de policiers
dans les bus" (n° 4247)
23
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de aanbevelingen uit de studie
omtrent jongerengeweld op het openbaar vervoer"
(nr. 4323)
22
- M. Bruno
Stevenheydens
au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
recommandations de l'étude relative aux actes de
violence commis par des jeunes dans les
transports en commun" (n° 4323)
23
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de bus-tram-metrobrigade bij de
politie" (nr. 4324)
22
- M. Bruno
Stevenheydens
au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la brigade
bus-tram-métro au sein de la police" (n° 4324)
23
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Sprekers: Michel Doomst, Jean-Luc Crucke,
Bruno Stevenheydens, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Jean-Luc Crucke,
Bruno Stevenheydens, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de terugvordering van kosten door de
politiezone" (nr. 4215)
29
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
récupération de frais par la zone de police"
(n° 4215)
29
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
30
Questions jointes de
30
- de heer Jean Cornil aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "het
Belgian Verification System" (nr. 4369)
30
- M. Jean Cornil au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le Belgian Verification
System" (n° 4369)
30
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het Belgian Verification System (BVS)" (nr. 4503)
30
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le Belgian Verification
System (BVS)" (n° 4503)
30
Sprekers: Josée Lejeune, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josée Lejeune, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
33
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
medische selectie bij de rekruteringsproeven voor
de politie" (nr. 4399)
33
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la sélection médicale
dans les épreuves de recrutement dans la police"
(n° 4399)
33
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Binnenlandse Zaken over "de
organisatie van de medische dienst in Ukkel"
(nr. 4400)
33
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'organisation du service
médical à Uccle" (n° 4400)
33
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het bekomen van het rijbewijs voor kandidaten bij
de politie" (nr. 4402)
34
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'obtention
du permis de conduire pour les candidats à la
police" (n° 4402)
34
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de organisatie in het Duits van examens en van
opleidingen bij de politie en de erkenning aan
100% van de taalpremie" (nr. 4403)
35
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre
et
ministre
de
l'Intérieur
sur
"l'organisation des examens et des formations en
langue allemande dans la police et la
reconnaissance à 100% de la prime linguistique"
(n° 4403)
35
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"het
begrip
'werkdag'
voor
wijkagenten" (nr. 4418)
37
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
notion de 'jour ouvrable' pour les agents de
quartier" (n° 4418)
37
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de gevaren van straatdrugs"
(nr. 4419)
38
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
dangers des drogues de rue" (n° 4419)
38
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de politiecontroles in de grensstreek
van West-Vlaanderen" (nr. 4420)
40
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les contrôles
de police dans la zone frontalière en Flandre
occidentale" (n° 4420)
40
Sprekers: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de regeringsbeslissing om de
begroting van OCAD op te trekken" (nr. 4432)
41
Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la décision
du gouvernement d'augmenter le budget de
l'OCAM" (n° 4432)
41
Sprekers: Fouad Lahssaini, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Fouad Lahssaini, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het personeelsstatuut van de
brandweerdiensten" (nr. 4479)
44
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le statut du
personnel des services d'incendie" (n° 4479)
44
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
45
Questions jointes de
45
- mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de randvoorwaarden verbonden aan
de afbakening van brandweerzones en de
eventuele hertekening van de politiezones"
(nr. 4492)
45
- Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les conditions
annexes liées à la délimitation des zones des
services d'incendie et l'éventuelle redéfinition des
zones de police" (n° 4492)
45
- de heer David Clarinval aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het invoeren en het afbakenen van
nieuwe hulpverleningszones in het algemeen en
in de provincie Namen in het bijzonder" (nr. 4600)
45
- M. David Clarinval au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la création et la
délimitation des nouvelles zones de secours en
général, et en province de Namur en particulier"
(n° 4600)
45
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de hervorming van de brandweer"
(nr. 4619)
45
- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la réforme
des services d'incendie" (n° 4619)
45
- de heer André Frédéric aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de vertraging waarmee de
begeleidingscommissie voor de hervorming van
de civiele veiligheid wordt opgericht" (nr. 4625)
45
- M. André Frédéric au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "le retard mis à la mise
en place de la commission d'accompagnement de
la réforme de la sécurité civile" (n° 4625)
45
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
hervorming
van
de
hulpverleningszones" (nr. 4629)
45
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "la réforme des zones
de secours" (n° 4629)
45
Sprekers: David Clarinval, André Frédéric,
Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: David Clarinval, André Frédéric,
Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
54
Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier 54
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de beveiliging van vuurwapens en
munitie bij de federale politie" (nr. 4501)
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
sécurisation des armes à feu et munitions au sein
de la police fédérale" (n° 4501)
Sprekers: Josée Lejeune, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josée Lejeune, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de vraag of het opportuun is dat de
leden van de dienst interventie van de speciale
eenheden van de federale politie een blauw licht
gebruiken
wanneer
ze
kunnen
worden
gecontacteerd en opgebeld" (nr. 4527)
55
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'opportunité
pour les membres du service intervention des
unités spéciales de la police fédérale d'utiliser un
feu bleu lorsqu'ils sont 'contactables et
rappelables'" (n° 4527)
55
Sprekers: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Josy Arens, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de private veiligheidsdiensten in de
'Carré de Liège'" (nr. 4540)
57
Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la sécurité
privée dans le Carré de Liège" (n° 4540)
57
Sprekers: Josée Lejeune, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josée Lejeune, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de beveiliging van de wapens van de
federale politie" (nr. 4559)
59
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
sécurisation des armes de la police fédérale"
(n° 4559)
59
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de kwaliteit van de processen-
verbaal van de politie" (nr. 4560)
60
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la qualité
des procès-verbaux dressés par la police"
(n° 4560)
60
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het verplicht informeren van de
nakomelingen in de eerste graad van het
overlijden van een van de ouders" (nr. 4606)
62
Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
mission d'information du décès d'un parent aux
descendants au premier degré" (n° 4606)
62
Sprekers: Clotilde Nyssens, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Clotilde Nyssens, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de uitzetting van illegalen met behulp
van lokale besturen" (nr. 4155)
63
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'expulsion
d'illégaux avec l'aide d'administrations locales"
(n° 4155)
64
Sprekers:
Peter
Logghe,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Peter
Logghe,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Samengevoegde vragen van
65
Questions jointes de
65
- mevrouw Zoé Genot aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "een zaak bij de
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen waarin het
65
- Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de
migration et d'asile sur "un jugement avant
plaidoirie au Conseil du Contentieux des
65
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
arrest de pleidooien voorafgaat" (nr. 4233)
étrangers" (n° 4233)
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het van tevoren opstellen van een arrest door
een
magistraat
van
de
Raad
voor
Vreemdelingenbetwistingen" (nr. 4504)
65
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'établissement
anticipatif d'arrêt par un magistrat du Conseil du
Contentieux des étrangers" (n° 4504)
65
Sprekers: Zoé Genot, Josée Lejeune,
Annemie Turtelboom, minister van Migratie-
en asielbeleid
Orateurs: Zoé Genot, Josée Lejeune,
Annemie Turtelboom, ministre de la Politique
de migration et d'asile
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
uitbreiding
van
het
toepassingsgebied van richtlijn 2003/109/EG tot
personen
die
internationale
bescherming
genieten" (nr. 4415)
68
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'extension du champ d'application de la directive
2003/109/CE aux bénéficiaires d'une protection
internationale" (n° 4415)
68
Sprekers: Jacqueline Galant, Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs: Jacqueline Galant, Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "de
recente aanhoudingen van illegaal in het land
verblijvende personen" (nr. 4519)
70
Question de Mme Clotilde Nyssens à la ministre
de la Politique de migration et d'asile sur "les
récentes arrestations des sans-papiers" (n° 4519)
70
Sprekers:
Clotilde
Nyssens,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Clotilde
Nyssens,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de eventuele
opvang van een aantal gevangenen uit
Guantanamo" (nr. 4569)
72
Question de Mme Zoé Genot à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "l'éventuel
accueil de certains détenus de Guantanamo"
(n° 4569)
72
Sprekers: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
minister van Migratie- en asielbeleid
Orateurs: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
ministre de la Politique de migration et d'asile
Samengevoegde vragen van
73
Questions jointes de
73
- de heer André Frédéric aan de minister van
Migratie-
en
asielbeleid
over
"de
informaticaproblemen
bij
de
Dienst
Vreemdelingenzaken die aan de basis zouden
hebben gelegen van de vrijlating van de personen
die tijdens de huiszoekingen tegen de PKK
werden aangehouden" (nr. 4530)
73
- M. André Frédéric à la ministre de la Politique de
migration et d'asile sur "les problèmes
informatiques à l'Office des étrangers qui auraient
été à l'origine de la libération de personnes
arrêtées lors des perquisitions contre le PKK"
(n° 4530)
73
- de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
gevolgen
van
de
computerproblemen
bij
de
Dienst
Vreemdelingenzaken" (nr. 4622)
73
- M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "les conséquences
des problèmes informatiques à l'Office des
étrangers" (n° 4622)
73
Sprekers:
André
Frédéric,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
André
Frédéric,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
16
APRIL
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
16
AVRIL
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.23 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.23 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
01 Interpellatie van mevrouw Linda Vissers tot de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de problematiek van de Limburgse vrijwilligers van de civiele bescherming" (nr. 46)
01 Interpellation de Mme Linda Vissers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
problématique des volontaires limbourgeois de la protection civile" (n° 46)
01.01 Linda Vissers (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het
aantal Limburgse kernvrijwilligers bij de civiele bescherming is
geslonken van zevenenveertig personen in 2007 naar maximaal
zevenendertig personen in februari 2008. De federale reserve heeft
sinds begin 2006 geen signalen meer gekregen van de permanente
eenheid om lessen te volgen, interventies te mogen doen of medisch
gekeurd te worden. De kernvrijwilligers hebben in 2007 enkel les
gevolgd en een examen afgelegd over het dragen van perslucht. Voor
verschillende agenten is de medische keuring intussen trouwens
verlopen.
Daar komt nog bij dat de Limburgse vrijwilligers in Antwerpen
opleiding moeten volgen, terwijl dezelfde lessen gevolgd kunnen
worden in de Limburgse brandweerschool in het PLOT in Genk. Wij
stellen vast dat de voorposten met vrijwilligers van de civiele
bescherming in Riemst, Lommel en Houthalen op dit moment
minimaal uitgerust zijn. De loodsen staan nagenoeg leeg en per
voorpost heeft men nog maar een tiental vrijwilligers.
Door de hervorming van de civiele bescherming is uiteraard ook de
vorming van gespecialiseerde beroepsteams veranderd. Wij stellen
wel vast dat in de hoofdpost Brasschaat op dit ogenblik meer dan
honderd voertuigen staan, waaronder ook wagens die bestemd zijn
voor de permanente post in Hasselt.
De Limburgse civiele bescherming is al sinds begin jaren '90
vragende partij voor de inplanting en de uitbouw van een civiele
eenheid. Er is nog weinig contact tussen de Limburgse voorposten en
de eenheid in Brasschaat. Vandaar mijn vragen.
Ten eerste, er wordt al jaren een permanente eenheid beloofd voor de
civiele bescherming in Hasselt. Wanneer wordt er een aanvang
gemaakt met die realisatie?
01.01 Linda Vissers (Vlaams
Belang): Le nombre de volontaires
d'élite de la protection civile est
passé de 47 en 2007 à 37 en
février 2008. La réserve fédérale
n'a plus eu la possibilité de suivre
des cours de recyclage, de
participer à des interventions ni de
passer une visite médicale depuis
2006. Les volontaires d'élite ont
également suivi très peu de
formations en 2007 et leur examen
médical n'est plus valable.
Les
volontaires
limbourgeois
doivent suivre une formation à
Anvers, alors qu'il est également
possible de la suivre à l'école du
feu du Limbourg. Plusieurs postes
avancés
sont
insuffisamment
équipés, alors que le poste
principal de Brasschaat dispose
de matériel excédentaire. Depuis
les années 90 déjà, la protection
civile du Limbourg demande la
mise en place d'une unité
autonome pour ne plus dépendre
de Brasschaat.
Quand une unité permanente
sera-t-elle mise en place à
Hasselt? Quand les volontaires
limbourgeois pourront-ils suivre
une formation à l'école du feu de
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ten tweede, de provincie Limburg heeft een erkende
brandweerschool die gehuisvest is in het PLOT te Genk. De opleiding
van vrijwilligers van de civiele bescherming vindt op dit moment nog
steeds plaats in de provincie Antwerpen, te Brasschaat, hoewel dat
net zo goed kan in het PLOT te Genk. Wanneer wordt deze anomalie
opgeheven?
Ten derde, welke inspanningen worden geleverd om jonge,
gemotiveerde vrijwilligers voor de civiele bescherming te rekruteren?
Ten vierde, wanneer wordt er voldoende materiaal overgeplaatst naar
Limburg om de civiele bescherming in normale omstandigheden te
laten werken?
Ten vijfde, wanneer mag een statuut worden verwacht voor de civiele
bescherming zoals dit reeds sinds 1995 wordt beloofd?
Tot slot, wanneer voorziet de minister in eenvormigheid van alle
vrijwilligers van de civiele bescherming en dit zowel wat betreft
vergoedingen, opleidingen en integratie binnen de kolom?
Genk? Quand transférera-t-on du
matériel d'Anvers au Limbourg?
Quand le statut tant attendu de la
protection civile verra-t-il le jour?
Quand traitera-t-on l'ensemble des
volontaires sur un pied d'égalité en
ce qui concerne les indemnités,
les formations et l'intégration au
sein de la colonne?
01.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
geplande permanente eenheid van de civiele bescherming in Hasselt
is een gemeenschappelijk complex waarin ook de brandweer
onderdak zou vinden. Wij zijn op dit ogenblik in de planningsfase van
heel het project, met de opmaak van de bouwvergunning, het
verwerven van de gronden en het bouwrijp maken van de percelen. Er
is een jaar verloren wegens de tussenkomst van de Vlaamse
Bouwmeester. Ik merk dit gewoon even op. Een bouwgunning is
afgeleverd en de aanbesteding wordt verwacht eind van dit, begin
volgend jaar.
Ik herhaal dat men in afwachting de percelen bouwrijp zal maken.
De gespecialiseerde opleiding van de vrijwilligers gebeurt in
hoofdzaak in de operationele eenheden of op andere plaatsen,
concreet in de brandweerscholen waar de opleiding het meest zinvol
en efficiënt kan worden georganiseerd. De keuze voor de plaats van
de opleiding hangt af van diverse factoren, dus niet alleen van de
plaats van het opleidingscentrum. Voor de federale reserve worden
de theoretische opleidingen in de voorposten georganiseerd. De
praktische opleidingen kunnen om organisatorische redenen in de
voorpost of in de eenheid zelf worden georganiseerd.
Wat de rekrutering van jonge vrijwilligers betreft, worden de
kandidaten die zich de afgelopen maanden spontaan hebben
aangemeld, binnenkort uitgenodigd om zich in te schrijven voor de
vrijwilligersselecties. Daarnaast wordt een actieve wervingscampagne
overwogen. Om redenen van efficiënt beheer van het materiaal wordt
geopteerd voor een concentratie van het materiaal in de operationele
eenheden van waaruit het frequenter kan worden ingezet over het
hele werkgebied. Het materiaal bedoeld voor de civiele bescherming
van Limburg zal dus worden verplaatst wanneer de permanente
eenheid operationeel wordt.
Het lijvige ontwerp van het statuut van de vrijwilliger, dat is een
ontwerp van KB met 75 artikelen, zit op dit ogenblik in de eindfase.
Deze avond wordt het voorgesteld op een interprovinciaal
01.02 Patrick Dewael, ministre:
Le service incendie sera installé
au même endroit que la future
unité permanente de Hasselt. Le
permis de bâtir a déjà été délivré
et l'adjudication sera finalisée pour
fin 2008 ou début 2009.
La formation spécialisée des
volontaires se déroule dans les
écoles du feu où elle peut être
organisée le plus efficacement.
Pour la réserve fédérale, les
formations théoriques ont lieu
dans les postes avancés alors que
les formations pratiques peuvent
aussi être mises sur pied dans
l'unité.
Les candidats qui se sont
présentés spontanément au cours
des derniers mois seront bientôt
invités à s'inscrire aux sélections
de volontaires. Une campagne de
recrutement est envisagée.
Il a été choisi de concentrer le
matériel
dans
les
unités
opérationnelles pour pouvoir le
gérer plus efficacement. Dès que
l'unité
permanente
sera
opérationnelle
à
Hasselt,
le
matériel destiné à la protection
civile sera déplacé.
Le volumineux projet d'arrêté royal
relatif au statut des volontaires est
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
consultatiecomité van de vrijwilligers van de civiele bescherming.
Wat de eenvormigheid betreft, worden de vrijwilligers van alle
eenheden op dezelfde manier ingedeeld, ingezet, vergoed en
opgeleid. Hierdoor, in samenspel met de huidige hervorming waarbij
de vrijwilligers opgedeeld worden in de compagnieën van de
operationele eenheden, wordt de eenvormigheid die zo betracht
wordt, bekomen.
Mijnheer de voorzitter, tot daar mijn elementen van antwoord op de
vragen van mevrouw Vissers.
dans sa phase finale. Il sera
présenté
au
comité
de
consultation interprovincial des
volontaires de la protection civile
ce soir. Tous les volontaires seront
engagés, rémunérés et formés de
la même manière.
01.03 Linda Vissers (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. U zegt: "wanneer de permanente eenheid
operationeel is". Ik kan mij voorstellen dat dit nog minstens een jaar
duurt, als men nu nog maar in de beginfase zit.
U had het ook over een jaar uitstel, maar de civiele bescherming is al
vragende partij van 1993, sinds de overstroming van de Maas.
Volgend jaar is het 2009. Dat is ettelijke jaren later.
U zegt dat de voertuigen pas naar de permanente eenheid worden
verplaatst. U moet begrijpen dat dit toch een probleem is, want voor
de mensen van Limburg die les moeten gaan volgen in Brasschaat of
voor tests naar Brussel moeten, zijn er momenteel geen voertuigen
beschikbaar.
Men moet iedere keer een voertuig gaan halen in Brasschaat en dan
moet men er terug mee naar Limburg rijden om de mensen op te
halen. Dat is allemaal zeer omslachtig.
Wat het statuut betreft, ben ik blij dat u zegt dat u vanavond een
vergadering hebt. Normaal had het statuut eind januari klaar moeten
zijn. Dat was trouwens een breekpunt. De voorzitter van het IPCC
heeft terecht gesteld dat alles klaar moest zijn tegen eind april. Dat
was voor hen de limiet. April is bijna voorbij en daarom ben ik blij dat
die vergadering vanavond plaatsvindt. Ik hoop dat er dringend werk
kan worden gemaakt van het statuut.
Wat betreft het rekruteren van jonge vrijwilligers, verheugt het mij dat
u de nodige inspanningen doet. Men zegt dat men een aantal jaren
geleden honderdtachtig mensen had, terwijl er op dit moment nog
slechts zevenendertig zijn. U begrijpt ook wel dat het heel moeilijk zal
zijn wanneer die mensen moeten worden ingezet.
Ik geloof u voor een groot deel maar ik zal toch een motie indienen.
Men weet immers nooit. Misschien zal de motie als ze volgende week
of over twee weken aan bod komt, achterhaald zijn maar ik zal ze
toch indienen.
01.03 Linda Vissers (Vlaams
Belang): La protection civile
demande depuis 1993 déjà que le
matériel soit déplacé vers le
Limbourg. Aujourd'hui, le ministre
indique que cela pourra se faire
seulement
lorsque
l'unité
permanente sera opérationnelle,
ce qui peut encore durer un an au
moins, à mon sens. En attendant,
il n'y a pas de véhicules
disponibles dans le Limbourg pour
suivre des cours à Brasschaat ou
à Bruxelles.
Je me félicite qu'une réunion soit
organisée ce soir concernant le
nouveau statut, mais je voudrais
tout de même souligner que ce
dernier aurait déjà dû être prêt fin
janvier. Sachant que le président
du CCIP avait proposé comme
délai maximal la fin du mois d'avril,
il est urgent d'achever l'élaboration
de ce statut.
Le nombre de volontaires étant
passé de 180 il y a quelques
années à 37 actuellement, il est
heureux
que
les
efforts
nécessaires soient consentis en
vue du recrutement de jeunes. Je
fais confiance au ministre mais je
dépose néanmoins une motion
afin d'être sûre que les promesses
seront tenues.
01.04 Minister Patrick Dewael: U hebt een aantal praktische
bemerkingen gemaakt waar met een beetje goede wil altijd een
oplossing voor kan worden gevonden. Ik denk dan onder andere aan
de inzetbaarheid van voertuigen. Ik merk dat u goede contacten hebt.
Als u die informatie krijgt, maak dan over dat we naar goede
oplossingen kunnen zoeken. Voor de rest hebt u verscheidene malen
gezegd dat u blij bent. Ik ben blij dat u blij bent.
01.04 Patrick Dewael, ministre:
Une solution pourra certainement
être trouvée si Mme Vissers
informe
mon
cabinet
des
problèmes d'ordre pratique qu'elle
a soulevés, tels que la disponibilité
de véhicules. Je constate que,
d'une manière générale, Mme
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Vissers s'estime satisfaite et je
m'en félicite également.
Moties
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Linda Vissers en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van mevrouw Linda Vissers
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken,
beveelt de regering aan
- dringend werk te maken van de uitbouw van een permanente eenheid voor de civiele bescherming in
Hasselt;
- de opleiding van vrijwilligers van de civiele bescherming zoveel mogelijk te laten plaatsvinden in Limburg,
namelijk de brandweerschool van Genk;
- voldoende materieel ter beschikking te stellen van de Limburgse civiele bescherming zodat ze in normale
omstandigheden kan werken;
- dringend werk te maken van een statuut voor de vrijwilligers van de civiele bescherming."
Une motion de recommandation a été déposée par Mme Linda Vissers et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de Mme Linda Vissers
et la réponse du vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur,
demande au gouvernement
- de s'atteler d'urgence à la mise en place d'une unité permanente de la protection civile à Hasselt;
- d'organiser dans toute la mesure du possible la formation des volontaires de la protection civile au
Limbourg, à l'école du feu de Genk;
- de mettre suffisamment de matériel à la disposition de la protection civile du Limbourg pour qu'elle puisse
travailler dans des conditions normales;
- de s'atteler d'urgence à l'élaboration d'un statut pour les volontaires de la protection civile."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Philippe Collard, David Clarinval en Michel Doomst.
Une motion pure et simple a été déposée par MM. Philippe Collard, David Clarinval et Michel Doomst.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
En ce qui concerne le point 2 de l'agenda, on me fait savoir que Mme Schryvers est pour l'instant chez le
médecin. Nous attendons donc qu'elle ait terminé sa visite. Les questions n
os
4194 et 4196 de M. Deseyn
sont reportées à sa demande. Nous n'avons pas de nouvelle de M. Jambon.
Chers collègues, je demande aux collaborateurs de groupe qui, souvent, sont des chevilles ouvrières fort
efficaces des parlementaires non moins efficaces, quand ils pensent à des questions intelligentes à
adresser au ministre qui n'a que cela à faire de sa semaine, de veiller quand même à ce que ces porteurs
de sens que sont les députés puissent au moins être présents pour poser les questions! Cela ferait gagner
du temps à tout le monde! Que le rapport soit fait dans les groupes politiques! Je vous en remercie dès à
présent.
Quelqu'un est-il susceptible de poser une question? M. Laeremans étant présent, nous passons à sa
question n° 4421 qui est jointe à la question n° 4199 de M. Jambon. Si ce dernier arrive pendant la question
de M. Laeremans, il pourra poser sa question. Dans le cas contraire, sa question sera supprimée.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
tweetaligheid van de Brusselse politie" (nr. 4199)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
evolutie van de tweetaligheid bij de Brusselse politie" (nr. 4421)
02 Questions jointes de
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le bilinguisme au sein de la
police bruxelloise" (n° 4199)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'évolution du bilinguisme à
la police de Bruxelles" (n° 4421)</b>
02.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijn
vraag sluit inderdaad aan bij deze van de heer Jambon.
Mijnheer de minister, u hebt in antwoord op vragen van 19 december
gesteld dat u de cijfergegevens over de talenkennis bij de Brusselse
politie zou verzamelen en ter beschikking zou stellen van de leden.
Dat was weliswaar voordat Verhofstadt III tot stand kwam en uiteraard
ook voordat Leterme I tot stand kwam. Het is, bij wijze van spreken,
twee legislaturen geleden, maar toch lijkt het mij logisch dat u dit
woord gestand zou doen. Ik vraag u dan ook een antwoord te geven
op de volgende vragen.
Kunt u voor elk van de zes Brusselse zones een overzicht geven van
de situatie op 1 maart 2008 bij de gewezen rijkswachters? Hoeveel
van hen zijn nog in Brussel tewerkgesteld? Hoeveel Franstaligen
hebben nog geen examen Nederlands afgelegd en omgekeerd,
hoeveel Nederlandstaligen hebben nog geen examen Frans
afgelegd? Kan de minister een overzicht geven van de evolutie ter
zake tijdens de voorbije jaren?
Ten tweede, kan de minister voor elke zone een overzicht geven op
1 maart 2008 van de taalkennis bij de nieuw aangeworven
hulpagenten? Hoeveel Nederlandstaligen leveren het bewijs van
kennis van het Frans en hoeveel Franstaligen het bewijs van kennis
van het Nederlands?
Ten derde, kan de minister voor elke zone een overzicht geven van
de taalkennis bij de inspecteurs en agenten die gedurende de
afgelopen zeven jaar in dienst traden in Brussel en er nog steeds
werken? Hoeveel Nederlandstaligen leverden intussen een bewijs van
kennis van het Frans en omgekeerd?
Ten vierde, kunt u de evolutie meedelen per jaar van het aantal
Brusselse inspecteurs dat de voorbije zeven jaar deelnam aan de
examens van Selor? Kunt u ook per jaar de slaagpercentages
meedelen? Werden er in de afgelopen jaren en ook sinds kort, sinds
de wijzigingen door het arrest, extra inspanningen gedaan om de
mensen aan te zetten tot deelname?
Ten vijfde, wat zijn de concrete gevolgen op het terrein van het arrest
van het Grondwettelijk Hof? Zijn er sindsdien nog mensen
aangeworven, benoemd of bevorderd zonder die taalkennis? Die
vraag moet toch zeker kunnen worden beantwoord. Om hoeveel
mensen per zone gaat het? Welke gevolgen hebt u dus gegeven aan
dit arrest?
Ten slotte, welke inspanningen worden er sinds het arrest
ondernomen om de taalverplichtingen te respecteren? Op welke wijze
worden eentalige inspecteurs nu aangezet om de taalexamens af te
02.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Mes questions font suite
à la promesse du ministre de
réunir des statistiques relatives
aux connaissances linguistiques
des agents de la police de
Bruxelles et de les mettre à la
disposition
des
membres.
Combien d'anciens gendarmes
sont encore employés dans les
zones de police de Bruxelles et
combien d'entre eux n'ont encore
passé
aucun
examen
de
connaissance de l'autre langue?
Le ministre peut-il donner un
aperçu
des
connaissances
linguistiques des agents et agents
auxiliaires nouvellement engagés
et des inspecteurs et agents
entrés en service au cours des
sept dernières années? Combien
de néerlandophones ont entre-
temps prouvé leur connaissance
du français et vice-versa? Quelle
est
l'évolution
du
nombre
d'inspecteurs
bruxellois
ayant
participé ces dernières années à
des examens linguistiques au
Selor? Quel est leur pourcentage
de
réussite?
A-t-on
fourni
récemment
des
efforts
supplémentaires pour inciter ces
agents à y participer?
A-t-on encore engagé, nommé ou
promu des agents ne disposant
pas
des
connaissances
linguistiques
requises
depuis
l'arrêt de la Cour constitutionnelle?
Quels efforts a-t-on consentis
depuis cet arrêt pour veiller au
respect
des
obligations
linguistiques? Quelles sont les
conséquences d'un refus de
participer
à
des
examens
linguistiques ou d'échecs répétés?
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
leggen? Welke gevolgen worden verbonden aan de weigering tot
deelname of het herhaald mislukken?
02.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik ga niet
herhalen wat vroeger al is gezegd, want een aantal vragen komt altijd
terug. Ik kan aan de collega een tabel geven met een overzicht van de
op datum van 29 februari van dit jaar geactualiseerde cijfers van het
aantal personeelsleden van de politiediensten per taalgroep in elke
Brusselse zone, met ook de vermelding van het aantal
personeelsleden dat een taalpremie geniet.
Wat de andere vragen aangaat, zal ik verwijzen naar antwoorden die
ik in de voorbije maanden in deze commissie heb gegeven op
identieke vragen van hem, ongeacht de legislatuur waarin we ons
bevinden.
Ik kan er alleen aan toevoegen dat het regeerakkoord van 20 maart
expliciet verwijst naar het tussengekomen arrest van het
Grondwettelijk Hof van 28 november 2007.
02.02 Patrick Dewael, ministre:
Je transmets à l'auteur de la
question un tableau reprenant, par
groupe linguistique, les effectifs
des services de police de chaque
zone de police bruxelloise et
mentionnant
le
nombre
de
membres du personnel percevant
une
prime
linguistique.
Ces
chiffres sont actualisés au 29
février 2008. En ce qui concerne
les autres questions, je me réfère
aux réponses que j'ai données au
cours des derniers mois à M.
Laeremans à la suite de questions
identiques. J'ajouterai seulement
que l'accord de gouvernement
renvoie explicitement à l'arrêt de la
Cour constitutionnelle du 28
novembre 2007.
02.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het is
een nieuw feit dat u nu cijfergegevens wil bekendmaken. Dat is een
belangrijke evolutie want vorige keer hebt u gezegd dat u dat niet zou
doen en dat het geen zoden aan de dijk zou zetten. Ik ben blij dat die
cijfers er zijn. Ik zal ze straks, na dit antwoord wel krijgen. We gaan
die uiteraard bestuderen.
Een vraag zou u toch kunnen beantwoorden: wat is er na het arrest
gebeurd? Wat gebeurt er op dit moment? Houdt u rekening met het
feit dat nieuwe aanstellingen aan de taalvoorwaarden moeten
voldoen? Hebt u intussen opnieuw mensen bevorderd of in dienst
laten nemen in de politiezones zonder dat er rekening wordt
gehouden met de taalvereisten? Dat wil ik weten. Daar kan u toch wel
een antwoord op geven?
02.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): En tout état de cause, il y
a un fait nouveau: le ministre est à
présent disposé à fournir des
chiffres,
ce
qu'il
avait
systématiquement refusé de faire
précédemment. Mais j'aimerais
qu'il réponde aussi à la question
de savoir si des membres du
personnel
ont
été
recrutés,
nommés ou promus après l'arrêt
alors qu'ils ne possédaient pas les
connaissances
linguistiques
requises?
02.04 Minister Patrick Dewael: Ik heb daar ook al geantwoord op de
voorbije vragen die u gesteld hebt en daar is de situatie niet
veranderd.
02.04 Patrick Dewael, ministre:
J'ai déjà répondu à cette question-
là aussi.
02.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dan zullen wij in elk geval
de zaken van zeer nabij blijven opvolgen. Ik ben in blijde afwachting
van de cijfers.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de kostprijs van de elektronische identiteitskaart voor de burger" (nr. 4192)
03 Question de Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le coût
de la carte d'identité électronique pour les citoyens" (n° 4192)</b>
03.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb een vraag over de kostprijs van de
elektronische identiteitskaarten.
03.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Tous les résidents belges
âgés de plus de 12 ans devront
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Tegen eind 2009 moeten alle inwoners van twaalf jaar of ouder een
nieuwe, elektronische identiteitskaart hebben. Voornoemde maatregel
wordt door de overheid aan iedereen opgelegd. Er wordt echter wel
een kostprijs doorgerekend.
Het is mij bekend dat er tussen de verschillende gemeenten grote
kostprijsverschillen zijn. Sommige inwoners betalen voor hun kaart 10
euro, namelijk inwoners van gemeenten waar het bestuur, zoals in
mijn gemeente, van mening is dat het verstrekken van de
elektronische identiteitskaart een algemene dienstverlening aan de
bevolking is. De mensen kunnen echter niet voor de nieuwe
identiteitskaart kiezen. Wij vinden dan ook dat het verstrekken ervan
uit de algemene middelen moet worden betaald. Er zijn echter ook
gemeenten die 15 euro vragen. Heel wat gemeenten zweven tussen
de genoemde 10 en 15 euro.
Ik kreeg van de minister graag een antwoord op de volgende vragen.
Wat is voor de federale overheid de reële kostprijs voor het
aanmaken van de elektronische identiteitskaart? Met andere
woorden, stemt voornoemde 10 euro met de reële kostprijs overeen
of is dat bedrag meer of minder dan de reële kostprijs?
Is de minister bekend met en hebt u een zicht op de bedragen die de
gemeenten voor het verstrekken van de kaarten aan hun inwoners
aanrekenen? Werd een minimum- en een maximumprijs bepaald?
Ik vroeg ook nog naar de kosten voor de kids-ID en voor de
elektronische verblijfskaart voor vreemdelingen. Sedert het indienen
van de vraag werd er evenwel een omzendbrief over voornoemde
kwestie naar de gemeenten gestuurd.
disposer d'une nouvelle carte
d'identité électronique pour fin
2009. Bien qu'il s'agisse d'une
obligation,
des
frais
sont
néanmoins réclamés aux citoyens.
Ceux-ci varient de commune à
commune
et
se
situent
généralement entre 12 et 15
euros. Combien la confection
d'une
e-ID
coûte-t-elle
aux
autorités fédérales ou, en d'autres
termes,
quel
coût
celles-ci
imputent-elles en sus du coût
réel?
Le ministre a-t-il connaissance des
montants
réclamés
par
les
communes à leurs habitants? A-t-
on fixé un minimum et un
maximum à cet égard? Je
souhaitais également poser une
question sur le coût de la kids-ID
et
des
cartes
de
séjour
électroniques pour étrangers mais
manifestement, les communes ont
entre-temps reçu une circulaire à
ce sujet.
03.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
kostprijs van een elektronische identiteitskaart bedraagt 8,23 euro,
inclusief btw. De kostprijs voor het certificaatgedeelte bedraagt
2 euro. De gemeente rekent voor de e-ID meestal tussen 10 en
15 euro aan. Indien ze dat wenst, kan de gemeente ook een
gemeentebelasting toevoegen. Genoemde belasting is facultatief. De
beslissing over de belasting wordt uiteraard aan iedere gemeenteraad
overgelaten.
Het bedrag dat voor de kaart aan de burger wordt gevraagd, moet in
de oproeping worden vermeld en moet bij de ondertekening van het
basisdocument worden geïnd.
De kostprijs van de kaart zonder elektronische handtekening is
dezelfde als de prijs voor een kaart met elektronische handtekening.
De aanmaakprijs voor de kids-ID bedraagt 7 euro, wat ik vanmorgen
tijdens mijn inleidende uiteenzetting ook vermeldde. In een voorstel
aan de Ministerraad werd opgenomen dat de burger voor de kids-ID
3 euro zal worden aangerekend. De kostprijs of de aanmaakprijs van
de elektronische vreemdelingenkaart bedraagt, net als voor de
elektronische identiteitskaarten voor Belgen, 10 euro. De gemeente
kan ook in voornoemd geval een gemeentebelasting aan genoemd
basisbedrag toevoegen.
03.02 Patrick Dewael, ministre:
L'e-ID coûte 8,23 euros, TVA
incluse. La partie `certificat' coûte
2 euros. Les communes réclament
généralement un montant de 10 à
15 euros. Le conseil communal
peut décider d'y ajouter un impôt
communal. Le prix de la carte doit
être
mentionné
dans
la
convocation et doit être perçu à la
signature du document de base.
Le coût de la carte est le même,
que celle-ci soit assortie ou non
d'une signature électronique.
La confection de la kids-ID coûte 7
euros mais je proposerai au
Conseil des ministres de fixer le
prix pour le citoyen à 3 euros. Le
coût de la carte d'étranger
électronique s'élève à 10 euros,
comme pour les cartes d'identité
électroniques. La commune a la
possibilité d'encore imposer une
taxe supplémentaire sur ces
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Ik wil erop wijzen dat het koninklijk besluit van 8 oktober 1981
specificeert dat voor EU-onderdanen ik citeer "de totale kostprijs
die het gemeentebestuur kan vorderen voor de afgifte van een attest
van immatriculatie en de verblijfskaart voor onderdanen van een
lidstaat van de Europese Gemeenschappen, niet meer mag bedragen
dan de prijs die voor de afgifte van een identiteitskaart aan Belgische
onderdanen wordt geheven. De verlenging van het attest van
immatriculatie gebeurt kosteloos."
Ik denk dat ik op die manier op alle elementen een antwoord gegeven
heb.
cartes.
Enfin, je voudrais attirer l'attention
sur le fait que conformément à un
arrêté royal du 8 octobre 1981, les
documents d'immatriculation et la
carte
de
séjour
pour
les
ressortissants de l'UE ne peuvent
coûter davantage que pour les
ressortissants belges.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de preventieve maatregelen bij de bestrijding van de eikenprocessierups" (nr. 4195)
04 Question de Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
mesures préventives dans le cadre de la lutte contre les chenilles processionnaires du chêne"
(n° 4195)</b>
04.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
heb deze vraag meer dan een maand geleden ingediend en
ondertussen zouden er al veel beestjes kunnen uitgekomen zijn.
Gelukkig is toch nog niet heel de processie voorbij en spijtig genoeg
staat ons dat allemaal wellicht een van de volgende weken weken te
wachten.
Ik had volgende vraag. De eikenprocessierups is de laatste jaren een
steeds terugkerend fenomeen geworden.
04.02 Minister Patrick Dewael: Er zijn nog enkelen nachten van
vrieskou aangekondigd.
04.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Laten we hopen dat er
misschien nog een paar zijn: ze zijn toch aangekondigd. Alles heeft
zijn voor- en nadelen.
Ik maak me geen illusies, mijnheer de minister: een van de volgende
weken zullen die beestjes er toch weer zijn. We weten allemaal dat er
dan tal van vragen en klachten komen van onze inwoners, omdat de
brandhaartjes van die rupsen heel wat irritatie veroorzaken en omdat
de bestrijding van die beestjes de enige oplossing blijkt te zijn. Vorig
jaar is er een heel grote plaag geweest: er waren uitzonderlijk veel
rupsen, omdat er een zachte winter was geweest. Dit jaar kondigen
zich er toch ook weer heel wat aan.
Met die gegevens in het achterhoofd had ik graag van de minister
geweten of hij al maatregelen heeft getroffen om hier preventief tegen
op te treden en om de overlast van de plaag te minimaliseren, en om
verder een aantal zaken toch ruimer te zien in plaats van elke
gemeente individueel te laten beslissen of ze aan bestrijding doet via
externe firma's of via de brandweer, of er materiaal ter beschikking
wordt gesteld en dergelijke meer.
04.03 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Ces dernières années,
les chenilles processionnaires du
chêne
réapparaissent
régulièrement et sont à l'origine de
nuisances sérieuses dans de
nombreuses communes. Étant
donné que, cette année encore,
l'hiver n'a guère été rigoureux, une
nouvelle invasion n'est pas à
exclure. Le ministre a-t-il déjà pris
des mesures préventives pour
réduire
au
maximum
ces
nuisances?
04.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik houd er
natuurlijk rekening mee dat de processierups opnieuw voor hinder
kan zorgen en bijstand zal moeten worden verleend wanneer de
04.04 Patrick Dewael, ministre:
Je tiens évidemment compte du
risque de nuisances que les
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
overlast voor mens en dier te groot wordt. Uit een rapport van het
agentschap voor Natuur en Bos in Vlaanderen zou kunnen afgeleid
worden dat de hinder dit jaar minder groot zal zijn, maar hierover
bestaat uiteraard geen zekerheid.
Het preventief optreden betekent een ingreep in de natuur, in eerste
instantie door besproeiing. De uitvoering hiervan is een opdracht voor
de lokale overheden en de terreinbeheerders. Mits de instemming van
de federale en Gewestelijke overheden bevoegd voor de
Volksgezondheid, Leefmilieu en Natuur bepalen zij het gebruik van
het gepaste bestrijdingsmiddel en de gebieden waar mag worden
besproeid zoals woongebieden, langs wegen en, niet te vergeten, ook
de fietsroutes. Sommige provincies treden ter zake coördinerend op
door het gegroepeerd aanvragen van de nodige vergunningen of
ontheffingen of door het verschaffen van technisch advies over de
geschikte sproeiperiodes.
Vanzelfsprekend zal mijn departement de nodige maatregelen treffen
wanneer wij opnieuw van een plaag zouden kunnen spreken. Het is
eveneens mijn bedoeling om, voorafgaand aan de periode waarin de
rupsen opnieuw zullen verschijnen, een coördinatievergadering te
beleggen met lokale overheden, hulpdiensten en civiele bescherming
om de aanpak van een potentiële plaag op mekaar af te stemmen en
afspraken te maken.
chenilles
processionnaires
peuvent entraîner cette année
encore. D'après l'Agence pour la
Nature et les Bois, en Flandre, ces
nuisances
resteraient
limitées
cette année mais il n'y a pas de
certitude en la matière. La
première intervention préventive
consiste à pulvériser des produits.
Cette tâche incombe aux autorités
locales et aux gestionnaires de
terrain. Ceux-ci déterminent, avec
l'accord des autorités fédérales et
régionales, quel produit il convient
de pulvériser et dans quelles
zones.
Certaines
provinces
coordonnent leurs efforts en la
matière.
Mon département prendra les
mesures requises si une nouvelle
invasion se produit. J'organiserai
une
nouvelle
réunion
de
coordination avec les autorités
locales, les services de secours et
la protection civile pour convenir
de la riposte à une nouvelle
invasion éventuelle.
04.05 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
kan natuurlijk alleen maar hopen dat al die rupsjes ons de volgende
weken niet te veel zorgen zullen baren.
Ik onthoud vooral dat u zegt dat er wel degelijk preventief kan worden
besproeid. Eigenlijk is dit de bevoegdheid van de individuele
gemeenten. U laat dit over aan de gemeenten. Ik weet niet of die daar
allemaal evengoed vanop de hoogte zijn. Eens die rupsen aan het
kruipen zijn, is het daarvoor te laat. Misschien is het de komende
jaren wel niet slecht daarover algemene info te geven.
Ik zou u willen vragen of er bij die bevoegde diensten niet kan worden
op aangedrongen dat zij besluiten nemen en voorwaarden vastleggen
voor heel de provincie, zonder die aanvragen te laten afhangen van
de individuele gemeenten en het moment van aanvraag.
04.05 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Le ministre charge les
communes de la pulvérisation
préventive mais j'ignore si elles ont
toutes été bien informées de cette
mesure.
Le ministre pourrait-il insister
auprès des instances compétentes
pour
qu'elles
prennent
des
décisions et fixent des conditions
pour l'ensemble de la province, au
lieu de laisser individuellement le
choix aux communes?
04.06 Minister Patrick Dewael: Dit kan ook gebeuren vanuit het
Gewestelijke niveau.
04.06 Patrick Dewael, ministre:
Des initiatives peuvent également
être prises au niveau régional en
la matière.
04.07 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Inderdaad, en dan denk ik
bijvoorbeeld aan Natuur en Bos. Ik denk inderdaad dat dit ook een
Gewestelijke materie is. Ik denk dat u als minister van Binnenlandse
zaken er toch ook wel belang bij hebt dat die plaag in de kiem wordt
gesmoord. U kunt volgens mij ter zake overleggen.
04.07 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA) : Je pense également qu'il
s'agit d'une matière régionale mais
le ministre a évidemment aussi
intérêt à supprimer le problème à
la source. Par conséquent, la
concertation est effectivement
souhaitable.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
04.08 Minister Patrick Dewael: Ik zal overleggen met mevrouw
Crevits. Wij kunnen mekaar misschien iets bijbrengen over rupsen en
processies.
04.08 Patrick Dewael, ministre:
Je me concerterai avec la ministre
flamande, Mme Crevits, à ce sujet.
04.09 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Over rupsen en vlinders.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "verkeerscontroles op drugsgebruik" (nr. 4200)
05 Question de M. Mark Verhaegen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les contrôles
routiers axés sur la consommation de drogues" (n° 4200)</b>
05.01 Mark Verhaegen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, dit is
eigenlijk een opvolgingsvraag. In november 2005 heb ik u een aantal
punctuele vragen gesteld over verkeerscontroles op drugsgebruik. U
zei dat er daadwerkelijk een probleem was inzake veiligheid. U hebt
toen aan de hand van een aantal cijfers uit 1995-1996 en dus
enigszins achterhaald want uit de vorige eeuw duidelijk aangetoond
dat er een correlatie is tussen drugsgebruik en verkeersslachtoffers.
U beloofde dan ook de nodige aandacht van de lokale
verantwoordelijken op het belang van deze controles te vestigen. Tot
op heden heb ik daar als burgemeester van een kleine gemeente
misschien zijn de communicatiekanalen in dat geval wat beperkter
echter niets over vernomen. Misschien is dat voor de grotere steden
wel gebeurd. Ik weet het niet. Het is echter wel belangrijk erop te
wijzen dat de nodige aandacht moet worden besteed aan die
drugscontroles in het verkeer.
U hebt gezegd dat er ook een aantal Europese projecten bestaan die
alternatieven uittesten voor de actuele procedure inzake drugs in het
verkeer of voor minstens een deel ervan. In het bijzonder haalde u
toen de speekseltesten aan. U meldde dat het project-Rosita I toen
reeds was afgesloten en dat voor het project Rosita II in de loop van
het eerste semester van intussen al - 2006 resultaat zou kunnen
worden voorgelegd. U had het toen nog over een project-DRUID dat
waarschijnlijk gedurende het eerste semester van 2006 zou opstart
worden. Dat zijn genoeg projecten om er een aantal vragen over te
stellen.
Kan de minister intussen recente cijfers voorleggen die wijzen op de
correlatie tussen drugsgebruik en verkeersslachtoffers? Die kunnen
uiteraard ook schriftelijk meegedeeld worden. Welke concrete
initiatieven zal de minister nemen om drugscontroles in het verkeer op
te voeren en om de lokale politie op het belang ervan te wijzen?
Welke resultaten zijn er intussen bekend van de projecten die ik zonet
genoemd heb, Rosita, DRUID en dergelijke? Tegen wanneer ziet de
minister de implementatie van deze moderne technieken?
05.01 Mark Verhaegen (CD&V -
N-VA): Des chiffres datant de
1995-1996 ont montré qu'il existait
bel et bien une corrélation entre la
consommation de drogues et les
victimes d'accidents de la route.
Fin 2005, le ministre avait promis
qu'il
sensibiliserait
les
responsables
locaux
à
l'importance des contrôles. Je n'ai
encore rien vu venir de concret en
ce sens. Il existerait par ailleurs
plusieurs projets européens dans
le cadre desquels on expérimente
d'autres procédures que celle
utilisée actuellement.
Le ministre dispose-t-il entre-
temps de chiffres plus récents?
Quelles
initiatives
concrètes
prend-il pour augmenter le nombre
de contrôles anti-drogues sur les
routes et pour convaincre la police
locale de l'importance de tels
contrôles? Quels sont les résultats
des projets ROSITA et DRUID?
Quand les techniques modernes
annoncées seront-elles mises en
oeuvre?
Président: Éric Thiébaut.
Voorzitter: Éric Thiébaut.
05.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
geciteerde cijfers voor 1995-1996 zijn jammer genoeg de meest
recente cijfers voor België. In het kader van het DRUID-project loopt
actueel onder leiding van het BIVV een studie om de cijfers over het
05.02 Patrick Dewael, ministre:
Malheureusement, les chiffres
pour 1995 et 1996 sont les plus
récents dont nous disposions pour
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
rijden onder invloed van drugs en de relatie met verkeersongevallen
te actualiseren. Resultaten hiervan worden pas verwacht in 2010. Ook
in het buitenland zijn weinig studies bekend. De resultaten ervan
wijzen in grote lijnen in dezelfde richting. Voor meer gedetailleerde
informatie wil ik nog verwijzen naar het rapport van het project-ROPS,
rijden onder invloed van psychoactieve stoffen, dat in 2006 werd
gepubliceerd door de Gentse universiteit in samenwerking met het
BIVV.
Dat neemt niet weg dat rijden onder invloed van verdovende middelen
uiteraard wordt beschouwd als een veiligheidsprobleem waarop de
politie controles zal blijven uitvoeren. Ik ben ervan overtuigd dat zowel
de federale als de verschillende lokale politiediensten zich bewust zijn
van het probleem en dat zij reeds de nodige controles uitvoeren. Via
het verkeersveiligheidfonds en ook in het raam van de
operationalisering van de aanbevelingen van de Staten-Generaal voor
de Verkeersveiligheid worden zij daartoe trouwens aangezet. Een
meer efficiënte controlemethode, waarschijnlijk de speekseltest, lijkt
belangrijk om het aantal controles te kunnen verhogen.
Zoals ik zei worden de resultaten van DRUID pas in 2010 verwacht.
De Rosita-projecten hebben duidelijk gemaakt dat de speekseltesten
steeds beter worden maar voor een aantal producten nog altijd relatief
onbetrouwbaar blijken. Daarom werd er tot op heden nog niet voor
geopteerd om over te schakelen op deze techniek.
la Belgique. Une étude est en
cours en ce moment dans le cadre
du projet DRUID, mais les
résultats ne sont pas attendus
avant
2010.
Peu
d'études
émergent de l'étranger, mais
celles que l'on connaît vont
pratiquement toutes dans le même
sens: conduire sous l'influence de
stupéfiants est considéré comme
un problème de sécurité, et c'est
pourquoi la police continuera à
effectuer des contrôles.
La police fédérale et les polices
locales
effectuent
déjà
les
contrôles nécessaires. Elles y sont
d'ailleurs encouragées par le
Fonds de sécurité routière et par
les recommandations des Etats
généraux de la sécurité routière. Il
paraît important d'adopter une
technique de test plus efficace
probablement le test salivaire si
l`on veut augmenter le nombre de
contrôles. Les projets ROSITA ont
clairement établi que les tests
salivaires
s'amélioraient
sans
cesse,
mais
qu'ils
restaient
relativement peu fiables pour un
certain nombre de substances.
C'est la raison pour laquelle la
décision d'adopter ces techniques
n'a pas encore été prise.
05.03 Mark Verhaegen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister uiteraard voor zijn antwoord. Een tijdspanne van
twee jaar tot 2010 is vrij kort. Ik hoop dat we dan ook goede resultaten
zullen hebben. Ik hoop ook dat u er bij de lokale politiezones en de
verantwoordelijken ervan, de raden en de colleges, zult blijven op
aandringen dat er moet gecontroleerd worden omdat er een probleem
is. Wij hopen op een snelle implementatie van die snelle, moderne
testen. Ik begrijp echter ook dat die volledig conform en correct
moeten zijn voor men ze implementeert.
05.03 Mark Verhaegen (CD&V -
N-VA): J'espère que les études en
cours livreront de bons résultats
en 2010 et que le ministre
continuera
à
insister
sur
l'importance de ce problème
auprès des responsables de la
police. J'espère enfin que les tests
modernes seront rapidement mis
en oeuvre, mais je comprends
aussi que l'on veuille au préalable
en
vérifier
sérieusement
la
conformité et la fiabilité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Nous en arrivons au point 9 de l'agenda avec la question de M. Michel Doomst sur la
mention fautive du sexe sur la puce de certaines cartes d'indentité.
05.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik
wens deze vraag om te zetten in een schriftelijke vraag, om de zaken
ietwat vlot te laten verlopen.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
05.05 Minister Patrick Dewael: Constructief zoals de heer Doomst
altijd is.
06 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "studiedagen voor de politie" (nr. 4202)
06 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "des journées
06.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, bijleren
is iets dat wij dagelijks goed moeten onderhouden. Zeker voor
politiemensen op het terrein is dat heel erg belangrijk. Nu blijkt dat het
Comité P toch bijzonder grote vragen heeft bij de opleidingen van de
politie, in die zin dat men vaststelt dat veel politiemensen niet weten
hoe men een betrouwbare line up moet organiseren. De vraag is een
tijdje geleden gesteld, toen dit naar buiten is gekomen. Blijkbaar is dat
niet zo goed gekend. Kort daarop heeft het Comité P zelf een
studiedag georganiseerd over het onderwerp van confrontatie tot line
up. Daar heeft men vastgesteld dat slechts een op vier Franstalige
korpsen en iets meer dan helft van de Vlaamse korpsen daar positief
en geëngageerd op gereageerd hebben.
Mijnheer de minister, welke rol speelt het Comité P daar? Is het
normaal dat hij als toezichtsorgaan dergelijke studiedagen moeten
organiseren? Uit het Comité P komt er blijkbaar ook zware kritiek op
de verschillende zones wegens het gebrek aan interesse. Is dat
eigenlijk zijn rol? Hoe is dat precies verlopen?
06.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le Comité P a constaté
que de nombreux policiers ne
savaient pas comment organiser
un "line-up" fiable et a, en
conséquence, organisé lui-même
une journée d'étude consacrée à
ce sujet. Le Comité s'est toutefois
dit
déçu
du
nombre
de
participants.
Le ministre trouve-t-il normal que
le Comité P, en tant qu'organe de
surveillance, doive organiser de
telles journées d'étude? Que
pense par ailleurs le ministre du
fait que le Comité, eu égard au
manque d'intérêt suscité par son
initiative, ait vertement critiqué
différentes zones de police?
06.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, de
heer Doomst weet dat het Comité P niet onder mijn bevoegdheid
ressorteert. Gelukkig maar voor de democratie. Het is het Parlement
dat het Comité P onder zijn vleugels heeft. Mijnheer Doomst, ik vind
uw vragen pertinent maar eigenlijk zou ik ze aan u moeten stellen. Als
lid van de uitvoerende macht zou ik eigenlijk een lid van het
Parlement kunnen ondervragen over het Comité P.
Dit gezegd zijnde, het is evident en het is wettelijk ook zo bepaald dat
het de eerste taak is van het Comité P om toezicht te houden op de
werking van de politiediensten. Als dat Comité P dan echter
vervolgens in de pers kritiek levert op de beperkte interesse die
bepaalde politiediensten aan de dag zouden hebben gelegd voor een
studiedag door enkele van zijn leden georganiseerd, dan stel ik daar
net als u vragen bij.
06.02 Patrick Dewael, ministre:
Le Comité P relève de la
compétence du Parlement. Il s'agit
donc de questions pertinentes que
je devrais en réalité poser à M.
Doomst. Au plan légal, la première
mission du Comité P est de
surveiller
la
manière
dont
fonctionnent les services de
police. Lorsque le Comité exprime
certaines critiques dans la presse,
je me pose des questions, tout
comme M. Doomst.
06.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
apprecieer het dat u zo'n groot gewicht geeft aan de parlementaire
inspraak in heel dit dossier. In die zin raakt het wel aan uw
bevoegdheid dat die opleiding een stuk deel uitmaakt van het
politioneel beleid. Als die kritiek er komt, betekent dat toch dat we dit
aanbod ik hoor ook goedkoper in eigen rangen moeten
organiseren. Ik zal zeker via de bevoegde commissie de vraag stellen
aan het Comité P. Desondanks denk ik echter dat de opleiding, het
feit dat er kritiek komt op de opleiding en het feit dat ze onvoldoende
wordt gevolgd toch binnen onze bevoegdheidsradius vallen. We
moeten ons er dan wel zorgen over maken hoe het komt dat dit niet
gebeurt.
06.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): J'apprécie le fait que le
ministre donne autant de poids au
rôle du parlement, mais la
formation est une question qui
relève quand même en partie de la
politique policière. Si de telles
critiques émergent, nous devons
pouvoir proposer un éventail
financièrement
abordable
de
formations dans nos propres
rangs; cela relève aussi de notre
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
compétence. Et si cela ne se
produit pas, nous devrions nous
en émouvoir.
06.04 Minister Patrick Dewael: Dat laatste klopt. Als het over de
opleiding gaat ik meen dat een van de volgende vragen daarover
handelt reken ik dat uiteraard wel tot mijn bevoegdheid. Ik wil alleen
zeggen dat als iemand van het Comité P gaat uithuilen bij de pers
omdat er op een studiedag van het Comité P te weinig belangstelling
zou zijn, ik zeg wel zou zijn, dan is dat iets wat men de minister van
Binnenlandse Zaken niet moet verwijten.
06.04 Patrick Dewael, ministre:
Je peux souscrire à vos réflexions
à propos de la formation. Mais on
ne peut pas reprocher au ministre
de l'Intérieur le fait qu'un membre
du Comité P se soit épanché en
pleurs devant la presse au motif
qu'une journée d'étude n'aurait
pas suscité un intérêt suffisant.
06.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Onze bevoegdheid is om het
eigenlijk zelf te organiseren. Daar ging het eigenlijk over. Ik zal het in
die richting oriënteren.
06.06 Minister Patrick Dewael: Maak het over en het zal zeker een
vervolg krijgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "een deontologische code voor politieraadsleden" (nr. 4203)
07 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "un code
déontologique pour les membres du conseil de police" (n° 4203)</b>
07.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik heb een
vraag over de deontologische code. Momenteel is de deontologische
code voor politieraadsleden nog niet wettelijk verplicht. Dat maakt het
er voor de politieraadsleden niet altijd gemakkelijk op. Voor een
gemeenteraadslid is immers de Vlaamse reglementering van
toepassing en moet er dus een deontologische code worden
opgesteld en nageleefd. Als politieraadslid en alle politieraadsleden
zijn gemeenteraadsleden vallen zij onder de federale
reglementering en bestaat er momenteel nog geen verplichte
deontologische code met gewenste gedragslijnen. Nu zijn er al een
aantal politieraden die trachten hierop in te spelen. Zij hebben zelf een
deontologische code opgesteld. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de
zone Geraardsbergen-Lierde.
In deze context kreeg ik graag een aantal antwoorden van de
minister. Hoeveel politiezones beschikken er momenteel over een
opgestelde deontologische code? Erkent u ook het verschil dat er
bestaat tussen eengemeentezones en meergemeentezones? Het is
zo dat in eengemeentezones de politieraadsleden wel degelijk
onderworpen zijn aan een deontologische code voor de
gemeenteraadsleden. In meergemeentezones is dat momenteel nog
niet wettelijk verplicht. Vindt u dat verschil gerechtvaardigd? Wat is uw
mening over het wettelijk verplicht maken van een deontologische
code voor de politieraden?
07.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): À l'heure actuelle, le code
déontologique pour les conseils de
police n'est pas encore obligatoire
du point de vue légal. Cette
situation n'est pas toujours facile
pour les membres des conseils de
police. Ceci dit, un certain nombre
de conseils de police ont déjà
rédigé un code de déontologie.
Combien de zones de police, et
lesquelles, disposent-elles déjà
d'un code de déontologie? Le
ministre reconnaît-il la distinction
entre les zones monocommunales
et les zones pluricommunales?
Cette distinction est-elle justifiée?
Que pense le ministre du fait de
rendre la rédaction d'un code de
déontologie obligatoire au plan
légal?
07.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ten eerste heb
ik geen overzicht van de politiezones die voor de politieraad een
deontologische code hebben aangenomen. Daarvoor zou ik alle
politiezones moeten bevragen. Er is geen wettelijke verplichting in
07.02 Patrick Dewael, ministre:
Je ne dispose pas d'un aperçu
général qui me permettrait de
savoir quelles zones de police ont
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
verband met het aannemen van een deontologische code door de
politieraden. Ik kan natuurlijk altijd een bevraging organiseren.
Ten tweede is er geen politieraad in een eengemeentezone. Er zijn
dus ook geen politieraadsleden. De politiedienst in een
eengemeentezone wordt beheerd door de gemeentelijke instellingen
waarvan het functioneren onder de bevoegdheden van de
gewestelijke overheden valt. Anderzijds is het juist dat actueel de
federale wetgeving van de politieraad niet vereist dat hij een
deontologische code voor de leden zou aannemen. Een
deontologische code voor de politieraadsleden is evenwel niet
verboden, dat spreekt voor zich.
Ten derde lijkt het wettelijk verplicht maken van een aparte
deontologische code voor de politieraden mij op het eerste zicht niet
meteen een meerwaarde op te leveren, laat staan dat het zou
beantwoorden aan een behoefte. We zijn echter op dit ogenblik wel
bezig aan een ontwerp van wijziging van titel II van de wet op de
geïntegreerde politie. Ik zal dit item alleszins laten toevoegen aan de
studie.
adopté un code de déontologie
pour le conseil de police. Il n'y a
par ailleurs pas d'obligation légale
pour les conseils de police de se
doter d'un code de déontologie. Je
peux toujours organiser une
consultation à ce sujet. Il n'y a pas
de conseil de police, et donc pas
de membres du conseil de police,
dans une zone monocommunale.
Un code de déontologie pour les
membres des conseils de police
n'est pas interdit. A première vue
et à mon sens, instaurer une
obligation légale n'engendrerait
pas de plus-value, et cela ne
répondrait certainement pas à un
besoin concret. Mes services sont
en train d'élaborer un projet de
modification du titre II de la loi sur
la police intégrée. Je vais leur
demander d'inclure ce point dans
leur champ d'investigation.
07.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Ik dank u voor het antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Au point 12 de l'agenda nous avons une série de questions jointes. Je figure notamment
parmi les intervenants. Il va donc falloir à nouveau trouver un président. Si M. Verhaegen est d'accord, je
vous propose de passer au point 13 de l'agenda de manière à ce que l'on attende le retour du président qui
ne devrait pas tarder.
08 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de verkeersopleiding van de brandweer" (nr. 4207)
08 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation à
la circulation routière destinée aux pompiers" (n° 4207)</b>
08.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
brandweerlieden wachten nog altijd op de opleiding die Binnenlandse
Zaken beloofd heeft te geven inzake het regelen van het verkeer in
afwachting van de aankomst van de politie. Dat is een situatie die in
de praktijk vrij frequent voorkomt. Het KB daarover is gepubliceerd in
mei 2007. Men had gezegd dat het ei in het voorjaar van 2008, april of
mei, zou moeten gelegd worden.
Mijnheer de minister, zal deze vorm van opleiding daadwerkelijk dit
voorjaar van start gaan? U hebt op een vorige parlementaire vraag
geantwoord dat de rondzendbrief in voorbereiding was om een aantal
praktische richtlijnen uit te vaardigen. Hoe ver staan we daarmee?
Hoe zal die opleiding er concreet uitzien?
08.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): C'est en ce mois d'avril
que doit débuter en principe la
formation visant à permettre aux
pompiers de régler la circulation
jusqu'à l'arrivée de la police. Cette
formation va-t-elle effectivement
commencer avant la fin du mois?
Que
comportera-t-elle
concrètement?
Par ailleurs, le ministre avait
annoncé l'envoi d'une circulaire
contenant des consignes pratiques
destinées aux pompiers à propos
de leurs interventions sur la voie
publique. Quand cette circulaire
sera-t-elle prête?
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
08.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
opleidingstraject betreffende de bevoegdheidswijziging is positief
geadviseerd door de Hoge Raad voor de opleiding van de openbare
brandweerdiensten.
Gevolg gevend aan dat advies wordt op dit ogenblik de laatste hand
gelegd aan de praktische uitwerking van de opleiding die zal
plaatsvinden in het voorjaar van 2008.
De tweede omzendbrief inzake de bevoegdheid van de brandweer tot
het regelen van het wegverkeer bij een interventie op de openbare
weg werd op 4 maart ondertekend en opgestuurd naar de
verschillende provinciegouverneurs.
Op langere termijn wordt de opleiding opgenomen in het modulaire
opleidingssysteem op het niveau van de brandweerman.
Op korte termijn worden de huidige operationele leden voorzien van
een eenmalige bijkomende opleiding, bestaande uit twee fasen, die
leidt tot het behalen van een attest met één module. Tijdens de eerste
fase van deze attestopleiding worden twee tot acht onderofficieren per
korps opgeleid in de provinciale brandweerscholen. De opleiding
bestaat uit twee uur theorie en twee uur praktijk en wordt afgesloten
met een uur durende schriftelijke en praktische proef. Tijdens de
tweede fase geven de bovenvermelde onderofficieren hun kennis
door binnen hun eigen korps. Dat is de methode.
08.02 Patrick Dewael, ministre:
Le Conseil supérieur de formation
pour
les
services
publics
d'Incendie a déjà émis un avis
positif à propos du trajet de
formation relatif à la modification
des attributions des services
d'incendie. La dernière main est
actuellement
mise
à
son
élaboration pratique pour que la
formation puisse débuter au
printemps.
La
circulaire
relative
à
la
compétence
des
services
d'incendie de régler la circulation
routière a été envoyée le 4 mars
2008 aux gouverneurs.
La formation sera finalement
intégrée dans le système de
formation modulaire destiné aux
services d'incendie. Les pompiers
actuellement
opérationnels
participeront à une formation
unique
supplémentaire,
sanctionnée par un certificat. Au
cours de la première phase, deux
à huit officiers par corps seront
formés. Durant la seconde phase,
ces officiers formeront à leur tour
leur propre corps.
08.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw zeer concreet antwoord. Ik heb begrepen dat de opleiding
eerlang zal kunnen starten. Eerlang betekent...
08.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je comprends que la
formation
débutera
prochainement.
08.04 Minister Patrick Dewael: Onverwijld.
08.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): En onverwijld betekent...
08.06 Minister Patrick Dewael: Vijf minuten.
08.07 Michel Doomst (CD&V - N-VA): En wat betekent "vijf minuten"
in de politieke praktijk?
08.08 Minister Patrick Dewael: Dat mag u zelf invullen. Ik beschouw
mij niet bevoegd om daarop te antwoorden.
08.09 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Voor 15 juli?
08.10 Minister Patrick Dewael: Ik heb trouwens gezegd: in het
voorjaar van 2008. U kunt natuurlijk terecht zeggen dat het voorjaar
2008 al aan de gang is.
08.11 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Uw antwoord is concreet en
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
duidelijk.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: David Clarinval.
Président: David Clarinval.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
opleiding van politieagenten" (nr. 4204)
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"politiescholen" (nr. 4205)
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
opleiding van politiemensen" (nr. 4206)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
opleiding van politieagenten" (nr. 4401)
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
opleiding van de politiemensen" (nr. 4627)
09 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation des policiers"
(n° 4204)<br>- M. Mark Verhaegen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les écoles de police"
(n° 4205)<br>- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation des policiers"
(n° 4206)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les formations des agents de
police" (n° 4401)<br>- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la formation des policiers"
(n° 4627)</b>
09.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de opleiding van politiemensen is heel belangrijk
om op het terrein de beste prestaties neer te zetten. Nu is bij
gerechtszaken een aantal keer gebleken dat in het proces van de
opsporing daden worden gesteld die achteraf de bewijskracht van
heel het dossier wat verzwakken of hier en daar met ietwat negatieve
punten belasten. De duur van de opleiding van 9 maanden zou
nochtans de kans op een vruchtbaar resultaat moeten geven. Dat zou
echter toch te kort zijn in vergelijking met het buitenland.
Mijnheer de minister, welke onvolmaaktheden heeft het Comité P bij
de opleiding ontdekt? Klopt het dat de bereidheid van de mensen om
naar de vorming te gaan onvoldoende is, of zijn er andere redenen? Is
daarover een volledige rapportering? Wat zal worden gedaan om dat
mankement bij te sturen?
09.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): La formation de nos agents
de police est perfectible car il n'est
pas rare que dans des procès,
certaines
insuffisances
de
l'investigation ou de l'audition
effectuée par la police énervent la
charge de la preuve. Une
formation de neuf mois ne suffirait
pas à pallier ces manquements.
Quelles carences le comité P a-t-il
exactement décelées? Un rapport
complet existe-t-il à ce sujet?
Comment sera-t-il remédié à ces
problèmes?
09.02 Mark Verhaegen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, deze materie ligt heel wat collega's na aan het
hart, gelet op het aantal vragenstellers. Wij moeten vaak met lede
ogen vaststellen dat de opleidingsstructuren voor onze politiemensen
vaak te wensen overlaten. Vandaag zijn er in België een tiental
politiescholen die via eigen inzichten en vooral op provinciaal niveau
opereren. Er is geen consistentie en het peil van de opleidingen laat
volgens ons vaak te wensen over. Dit bemoeilijkt ook de
verwezenlijking van de ambitie van alle zones tot het verrichten van
excellente politiezorg.
09.02 Mark Verhaegen (CD&V -
N-VA): La structure de la formation
d'agent de police laisse souvent à
désirer. Les écoles de police
opèrent en fonction de leurs
propres normes et à l'échelon
provincial. Leur fonctionnement
est caractérisé par un manque
total de cohérence et le niveau de
la formation qu'elles dispensent
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Voorts is die provinciale schaal, voor zover dit niveau nog enige
relevantie heeft, niet de geschikte om een dergelijke opleiding te
verzorgen. Het zou beter zijn om over een politiezone per deelgebied
in dit land te beschikken, die dan een aantal antennes voor de
opleidingen dichter bij de standplaatsen van de politiezones kan
verzorgen. Deze decentralisatie binnen een eenheid lijkt mij
persoonlijk de beste aanpak voor de nabije, uniforme vorming van de
politiemensen te velde.
In deze zin heeft ook de politieraad van de politiezone waartoe ik
behoor, de Zuiderkempen, al in december 2005 de commissaris-
generaal verzocht om een behoefteonderzoek te doen waarbij
duidelijk wordt bepaald hoeveel politiescholen noodzakelijk zijn,
rekeninghoudend met de ideale geografische spreiding. In het raam
van de bespreking die wij hadden inzake de oprichting van de
politieschool van de provincie Antwerpen, vonden de raadsleden van
de politiezone dat unaniem voorbarig.
Zij vroegen eerst een behoefteonderzoek waarbij duidelijk wordt
bepaald hoeveel politiescholen noodzakelijk zijn om kwaliteitsvolle
opleidingen aan te bieden dichtbij de politiezones. Deze
behoeftebepaling zou ook de ideale geografische spreiding van deze
scholen kunnen bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met
bijvoorbeeld een korte verplaatsingstijd voor de cursisten.
Op het eerste schrijven aan de commissaris-generaal werd naast de
kwestie geantwoord en het tweede schrijven van de politiezone werd
zelfs niet beantwoord.
Mijnheer de minister, aangezien de opleiding van de leden van de
geïntegreerde politie heel belangrijk is, verneem ik graag of u het
hoger aangehaald standpunt kunt bijtreden en of u bereid bent een
behoefteonderzoek te laten uitvoeren zoals door de Politieraad
Zuiderkempen werd voorgesteld?
Zult u onderrichtingen uitvaardigen of initiatieven ontplooien om ook
hier een en ander te kunnen stroomlijnen ten behoeve van de kwaliteit
en de uniformiteit van de opleiding, hierbij ook rekening houdend met
het geografische spreiding over de diverse politiezones?
est généralement médiocre. Une
seule école de police par entité
fédérée avec un certain nombre
d'antennes locales me semblerait
nettement plus efficace que la
structure provinciale actuelle.
En 2005, le conseil de police de la
zone Zuiderkempen (Campine du
sud)
avait
demandé
au
commissaire général de mener
une étude au sujet des besoins en
termes de nombre d'écoles de
police. Les membres du conseil
estimaient en effet prématuré de
créer une école de police pour la
province
d'Anvers.
Le
commissaire général n'a toutefois
pas accédé à cette requête
relative à la réalisation d'une étude
des besoins.
Le ministre est-il quant à lui
disposé à faire réaliser une étude
des besoins? Compte-t-il prendre
des initiatives pour parfaire la
formation de nos policiers?
Le président: M. Jambon est absent, ainsi que M. Arens.
Je rappelle que les membres doivent être présents au moment de la question.
Je cède la parole à M. Thiébaut.
09.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, la formation de nos
policiers vient de faire l'actualité. Certains ont pointé les carences
quant à la capacité des recrues à rédiger des procès-verbaux. Ce
problème n'est pas neuf. À plusieurs reprises, le Comité P a soulevé
les problèmes dans l'organisation et le contenu de la formation de
base et de la formation continuée de nos policiers. Notamment, il est
étonnant qu'il n'existe aucune inspection pédagogique sur les
formations données par les différentes académies de police.
Monsieur le ministre, pourriez-vous faire le point sur les problèmes
soulevés par différents intervenants sur la formation de base et la
09.03 Eric Thiébaut (PS): Het
Comité P heeft reeds herhaaldelijk
de vinger gelegd op de problemen
omtrent de organisatie en de
inhoud
van
de
basis-
en
voortgezette opleidingen van onze
politieagenten. Kan u een stand
van
zaken
opmaken
met
betrekking
tot
de
door
verschillende
sprekers
aangekaarte
problemen
in
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
formation continuée de nos policiers? Une évaluation a-t-elle déjà été
réalisée à ce propos? Si tel n'est pas le cas, ne serait-il pas utile d'en
demander une? Quelles mesures pourraient-elles être mises en place
afin d'améliorer la situation? Par ailleurs, vous déclarez dans votre
note de politique générale sur la police fédérale que "la formation de
base et les formations spécifiques seront optimalisées et rendues
plus uniformes". Pouvez-vous expliciter davantage vos projets à ce
sujet?
verband met die opleidingen?
Werd er reeds een evaluatie
dienaangaande uitgevoerd? Welke
maatregelen zouden er kunnen
worden getroffen om de situatie te
verbeteren? U verklaart dat "de
basisopleiding en de specifieke
vormingen geoptimaliseerd en
uniformer zullen worden gemaakt".
Kan u uw plannen hieromtrent
nader toelichten?
09.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wil
eerst een globaal antwoord geven. Een goede basisopleiding en
goede voortgezette opleidingen zijn cruciaal als we een kwaliteitsvolle
politie willen.
Ik deel de bezorgdheid van de collega's. Ik heb gezien dat de
controleorganen, zowel het comité P als de Algemene Inspectie,
kritiek hebben geuit op bepaalde aspecten van de opleidingen.
Ik denk toch dat we ons moeten hoeden voor algemene conclusies
waarbij de hele politieopleiding als slecht zou worden afgedaan. De
rapporten van die controleorganen zijn meestal vrij genuanceerd in
hun kritiek ofwel betreft de kritiek punctuele zaken.
Er wordt in onze complexe samenleving vrij veel verwacht van
politieambtenaren. Er zullen altijd wel mensen of instanties zijn die
vinden dat een bepaald aspect onvoldoende aan bod komt in de
opleiding. Dat is trouwens een opmerking die niet alleen voor het
politieonderwijs geldt, maar ook voor het onderwijs in het algemeen.
We mogen het kind dus niet met het badwater weggooien. Dat is een
eerste stelling.
Ten tweede, er zijn weinig domeinen in de politie waaraan de laatste
jaren zoveel werd gesleuteld als aan de politieopleiding. De opleiding
werd de voorbije jaren met alle betrokken actoren besproken in de
begeleidingscommissie en in de federale politieraad. Die
besprekingen leidden tot verschillende bijsturingen voor zowel de
basisopleiding voor inspecteur als de voortgezette en de
gespecialiseerde opleidingen.
De programma's en de stages van de basisopleidingen werden
aangepast en geheroriënteerd en bevatten eindtermen. Het koninklijk
besluit dateert van 20 december 2007. Het ministerieel besluit volgt
eerstdaags.
Laten we eerst deze nieuwe regelgeving uitvoeren en nadien de
bijsturingen evalueren op hun verdiensten.
Wat punctueel de opsporing en het verhoor betreft, wens ik aan te
stippen dat de confrontatie, de meervoudige herkenning en de
robotfoto zaken zijn die zowel tijdens de basisopleiding inspecteur als
tijdens de basisopleiding hoofdinspecteur en commissaris aan bod
komen. Ook tijdens de functionele opleiding tot rechercheur en ook de
voortgezette opleiding betreffende de rechercheverhoortechnieken
komen deze materies ter sprake.
09.04 Patrick Dewael, ministre:
Je
partage
l'inquiétude
des
auteurs des questions. Une bonne
formation est essentielle à la
constitution d'une force de police
de qualité. Le comité P et
l'Inspection
Générale
ont
également pointé du doigt des
lacunes
concernant
certains
aspects de l'instruction. Nous
devons cependant nous garder de
toute généralisation.
Après avoir été adaptée à de
nombreuses reprises au cours des
dernières années, la formation des
policiers a une nouvelle fois été
revue et corrigée sur la base des
discussions approfondies menées
avec l'ensemble des acteurs au
sein
de
la
commission
d'accompagnement et du Conseil
fédéral de police. Un arrêté royal
du 20 décembre 2007 définit des
compétences terminales pour la
formation de base et modifie les
programmes ainsi que les stages.
L'arrêté ministériel suivra dans les
prochains jours. Commençons par
donner toutes leurs chances à ces
innovations.
En matière de recherche et
d'audition, la confrontation, la
reconnaissance multiple et la
technique du portrait robot sont
abordées tant au cours de la
formation de base d'inspecteur,
d'inspecteur
principal
et
de
commissaire que dans le cadre de
la
formation
fonctionnelle
d'enquêteur et de la formation aux
techniques d'audition et d'enquête.
Nous avons choisi de maintenir la
structure
provinciale
actuelle,
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Collega Verhaegen stelt de bestaande structuren van het
politieonderwijs, namelijk de provinciale politiescholen en het centrale
niveau in Brussel, in vraag. Bij de hervorming werd ervoor geopteerd
om de bestaande provinciale inbedding te behouden. Er moet wel
worden gewaakt over meer coherentie en afstemming tussen die
instanties. Daarvoor is een aantal instrumenten in de maak.
même si l'objectif consiste à
améliorer la cohérence entre les
différents établissements par des
instruments qui sont actuellement
en préparation.
En effet, un travail de concertation intensive avec toutes les instances
de formation a été effectué en vue d'une meilleure cohérence des
formations. Ce travail a été concrétisé dans un arrêté royal relatif aux
normes pédagogiques et standards de qualité qui est actuellement
finalisé. Ainsi, afin d'assurer une plus grande cohérence au niveau
des activités de formation, chaque école de police devra, sur la base
de cet arrêté royal, organiser cette fonctionnalité dont l'harmonisation
est assurée par la direction de la formation de la police fédérale.
Ces fonctionnalités ont, notamment, pour objectif de garantir la
qualité, la mise à jour des différents contenus de formation des écoles
de police, d'assurer la cohérence et la coordination entre les diverses
initiatives de formation ainsi que la planification et l'organisation
harmonieuse des diverses formations.
L'arrêté royal susmentionné prévoit également la création, au sein de
la direction de la formation, d'un organe de contrôle chargé de veiller
à la qualité des formations.
Er
werd
met
alle
opleidingsinstanties
overleg
gepleegd teneinde de opleidingen
beter op elkaar af te stemmen. Dat
proces heeft zijn beslag gekregen
in een koninklijk besluit waaraan
nu de laatste hand wordt gelegd.
Om de opleidingsactiviteiten beter
op elkaar af te stemmen, zal elke
politieschool
die
functionaliteit
moeten organiseren, waarvan de
harmonisatie door de directie
opleiding van de federale politie
wordt verzekerd.
Die functionaliteiten strekken ertoe
de kwaliteit van de inhoud van de
verschillende cursussen bij de
politiescholen te waarborgen, de
samenhang tussen de diverse
opleidingsinitiatieven
te
verzekeren en de planning van de
verschillende
opleidingen
te
regelen. Het koninklijk besluit
voorziet tevens in de oprichting
van een orgaan dat op de kwaliteit
van de opleidingen zal toezien.
Gegeven de snelle maatschappelijke evolutie lijkt het mij noodzakelijk
om in een leerproces voor de job te voorzien, veeleer dan ellenlange
basisopleidingen op te leggen. Er worden trouwens veel bijscholingen
gegeven en gevolgd. Daar gaat volgens mij dus afdoende capaciteit
naartoe. Zoals in elke onderneming moet volgens mij een goed
evenwicht worden gevonden tussen werken en leren. Op termijn
moeten wij erin slagen om een grotere synergie te bereiken tussen
het politieonderwijs aan de ene kant en het reguliere onderwijs aan de
andere kant.
Het debat over de politieopleiding is dus zeker niet afgesloten. Zoals
geschetst zijn er een aantal nieuwe instrumenten in de maak die wij
mettertijd zullen moeten evalueren.
Étant donné l'évolution rapide de
la société, une formation "on the
job"
me
paraît
davantage
nécessaire
que
de
longues
formations de base. Par ailleurs,
un grand nombre de cours de
recyclages sont organisés. Il est
important d'établir un bon équilibre
entre travail et apprentissage et
d'instaurer davantage de synergies
entre l'enseignement régulier et la
formation des policiers. Ce débat
est loin d'être clos puisque
plusieurs nouveaux instruments
sont en préparation et qu'il
conviendra, à terme, de les
évaluer.
09.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord.
Het blijkt inderdaad dat wij op een punt zijn gekomen dat wij een
09.05 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Il faudrait peut-être évaluer
les
raisons
pour
lesquelles
certaines formations sont peu
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
aantal opleidingen misschien eens moeten herbekijken en evalueren
waar wij op dat vlak staan. Wij moeten bekijken hoe het komt dat in
die opleidingen een beperkte interesse is. Daarnaast moeten wij ons
afvragen of dit te maken heeft met de aard van de opleidingen die
worden gegeven. Moeten wij op dat vlak niet kijken of wij het aanbod
wat sterker moeten laten inspelen op de noden op het terrein? Ik denk
dat dit het moment is om na te kijken hoe ver we daarin staan. Ik
merk uit uw antwoord toch de bekommernis om die opleiding op maat
van de actuele noden te laten snijden.
prisées et se demander s'il ne
serait pas préférable d'améliorer
l'adéquation de l'offre aux besoins
du terrain. Je déduis de la réponse
du ministre qu'il entend calquer les
formations sur les besoins actuels.
09.06 Mark Verhaegen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, u zegt
dat die provinciale inbedding ooit werd vastgelegd en u wenst die te
behouden. Als die inbedding ooit werd vastgelegd, zal dit
waarschijnlijk gebeurd zijn zonder behoefteonderzoek, zonder de
knelpunten vast te leggen en zonder te bekijken waar men op een
efficiënte manier zoveel mogelijk mensen kon opleiden. U weet dat
recent de kritiek werd geuit dat niet blind mag worden bestuurd zoals
bij de brandweerhervorming. Ik hoop dat wij niet opnieuw de kar voor
het paard zullen spannen. Er moet eerst bekeken worden wat de
behoeften zijn.
Ik heb voorgesteld om in de verschillende Gewesten een sterke,
centrale structuur op te richten met van daaruit een aantal antennes
met lesgevers die naar de verschillende politiezones toegaan. Op die
manier wordt de tijd die zij verliezen aan opleidingen tot een minimum
beperkt. Dat was eigenlijk mijn positieve inbreng.
Collega Doomst heeft ook even allusie gemaakt op de opleidingsduur
van gemiddeld negen maanden. In vergelijking met de buurlanden is
dit vrij kort. Ik heb gelezen dat dit in onze buurlanden twee tot drie jaar
bedraagt. Ik weet niet wat daarvan de reden is. Dit was echter ook
niet mijn vraag. Het is wel een opmerking die ik wil meegeven.
Misschien moet eens worden nagekeken of met het nieuwe statuut
van de politiemensen niet moet worden gestreefd naar excellente
politieopleidingen, overeenkomstig een excellente politiezorg voor
onze burgers.
09.06 Mark Verhaegen (CD&V -
N-VA): Étant donné que l'ancrage
provincial des structures de
formation n'est manifestement pas
basé sur une analyse des besoins
et des problèmes, je propose,
dans le cadre d'un dialogue
constructif, de mettre en place
dans chaque Région une structure
centrale unique dont dépendraient
plusieurs
antennes
qui
disposeraient
de
professeurs
pouvant être envoyés dans les
différentes zones de police. Par
ailleurs, notre formation est assez
courte puisqu'elle ne dure que
neuf mois, contre deux à trois ans
dans les pays voisins. Nous
devons nous demander s'il ne
serait pas nécessaire, dans le
cadre du nouveau statut policier,
de viser l'excellence au niveau de
la formation des policiers.
09.07 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, je n'ai rien à
ajouter, hormis mes remerciements au ministre pour toutes les
précisions qu'il a apportées.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
snelste adequate hulp van de brandweer" (nr. 4208)
- de heer François Bellot aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
beginsel van de snelste adequate hulp" (nr. 4416)
10 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'aide adéquate la plus
rapide des services d'incendie" (n° 4208)<br>- M. François Bellot au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le principe de l'aide
adéquate la plus rapide" (n° 4416)</b>
Le président: M. Bellot est absent.
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, 10.01 Michel Doomst (CD&V -
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
mijnheer de minister, via een aanvullende rondzendbrief creëerde u
meer duidelijkheid voor de brandweerkorpsen en gemeentebesturen
door op het vlak van adequate brandweerhulp duidelijk te maken aan
welke minimale voorwaarden zij moeten voldoen. Nog een aantal
zaken vragen echter enige verduidelijking.
Daarom heb ik de volgende, concrete vragen.
Uiteraard is het 100-centrum een heel belangrijke schakel in het
uitsturen van de snelste hulp. De werking van het centrum verschilt
echter van provincie tot provincie. De vraag rijst dus op welke manier,
gezien de grote verschillen tussen de korpsen en binnen de
verschillende provincies, de interprovinciale hulpverlening zal worden
georganiseerd.
Ten tweede, in de omzendbrief werd geen evaluatie opgenomen,
wanneer de territoriaal bevoegde brandweer ook de snelste is. In
geval van dubbel uitrukken werd wel in een evaluatie voorzien. Plant
de minister nog een dergelijk systeem?
Ten derde, afhankelijk van het feit of een dienst al dan niet
permanentie heeft, krijgt hij tussen twee en vijf minuten om uit te
rukken. Als de dienst voornoemde tijd niet haalt, moet dat aan de
gouverneur worden gemeld. Op welke manier zal voornoemd systeem
worden gecontroleerd?
Ten slotte, blijkbaar is in Waals-Brabant een testlabo actief waar een
simulatie van het interventiegebied voor elk korps kan worden
verkregen. Wanneer zullen ook de andere provincies het genoegen
hebben een dergelijk systeem te kunnen gebruiken voor het bekijken
van de interventiemogelijkheden?
N-VA):
Dans
sa
circulaire
complémentaire relative à l'aide
adéquate la plus rapide des
services d'incendie, le ministre a
défini les exigences minimales
pour les services d'incendie et les
administrations communales. Les
centres 100 constituent un lien
essentiel à cet effet. Leur
fonctionnement diffère cependant
selon la province concernée.
Comment
l'assistance
interprovinciale
sera-t-elle
organisée? Le ministre prévoit-il
également
un
système
d'évaluation dans le cas où le
service
d'incendie
territorial
compétent intervient aussi le plus
rapidement?
Il
convient
d'informer
le
gouverneur lorsque les objectifs
du
départ
en
intervention
respectivement dans les deux et
cinq minutes ne sont pas atteints.
Comment ces délais seront-ils
contrôlés? Un laboratoire d'essai
du
Brabant
wallon
prévoit
actuellement la possibilité de
procéder à une simulation dans la
zone d'intervention de chaque
service.
Quand
le
ministre
étendra-t-il ce système aux autres
provinces, afin d'évaluer les
possibilités d'intervention?
10.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Bellot
is niet aanwezig. Ik had nochtans ook enkele elementen van antwoord
voor hem. Ik zal mij dus proberen te beperken tot de vragen die de
heer Doomst stelde.
Ten eerste, inzake de evaluatie van de snelste, adequate hulp zou ik
willen beklemtonen dat de aanvullende omzendbrief de organisatie
van hulpverlening tijdens een overgangsperiode regelt. In een eerste
fase werd er dan ook voor geopteerd om de evaluatie toe te spitsen
op de gevallen waarbij een korps moet optreden op een plaats waar
het territoriaal niet bevoegd is. Zodra de zones zijn gevormd, zal
uiteraard binnen elke zone een globale evaluatie moeten gebeuren.
Op basis van laatstgenoemde evaluatie kan het netwerk van posten
op een zodanige manier worden georganiseerd dat voor het globale
grondgebied een snelle en adequate hulpverlening kan worden
gegarandeerd.
Indien wordt vastgesteld dat de uitruktijden van twee en vijf minuten
niet worden gehaald, kan de gouverneur een bijsturing doorvoeren.
De bijsturing zal uiteraard geval per geval verschillen.
De evaluatieprocedure moet toelaten dat in voorkomend geval de
10.02 Patrick Dewael, ministre:
La circulaire complémentaire règle
l'organisation
de
l'assistance
pendant une période de transition.
Les cas d'assistance où les
services ne sont pas compétents
territorialement seront évalués
dans une première phase. Dès
que les zones auront été formées,
il conviendra de procéder à une
évaluation globale au sein de
chaque zone, afin de pouvoir
organiser
ensuite
le
plus
efficacement possible le réseau
des postes. Si les délais de deux
et cinq minutes ne sont pas
atteints,
le
gouverneur
peut
décider de procéder à une
adaptation.
La
procédure
d'évaluation sert, le cas échéant, à
adapter la circulaire ou à prendre
des mesures de soutien.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
inhoud van de circulaire wordt aangepast en nuttige maatregelen
kunnen worden genomen teneinde de diensten bij hun inspanningen
te ondersteunen.
In afwachting van de resultaten van die evaluatie lijkt het mij op dit
ogenblik een beetje prematuur, om het zo te zeggen, om middelen te
vast te leggen in voorkomend geval.
Wat ik wel kan meedelen, is dat mijn diensten een aantal maatregelen
hebben genomen ter ondersteuning van de brandweerkorpsen en de
100-centra bij het implementeren van de snelste adequate hulp. Zo
staat er bij mijn diensten een testlabo ter beschikking waar een
simulatie kan verkregen worden van het interventiegebied van elk
korps. In eerste instantie was die simulatie alleen voorzien voor
Waals-Brabant, aangezien die provincie geen eigen 100-centrum
heeft en de hulpverlening er door 4 verschillende 100-centra moet
worden aangestuurd. Omdat ook een aantal korpsen uit andere
provincies een simulatie wensten van hun interventiegebied, werd dit
testlabo uitgebreid tot de andere provincies. De vraag van de anderen
werd ingewilligd.
Mijn diensten bestuderen op dit ogenblik ook een aantal technische
oplossingen, zoals een technische oplossing die moet toelaten dat, in
geval het 100-centrum van een bepaalde provincie middelen uitstuurt
van een korps uit een naburige provincie, die middelen automatisch
worden geregistreerd in het informaticasysteem van het 100-centrum
van de naburige provincie. Op die manier zal de interprovinciale
hulpverlening vlotter kunnen verlopen.
Ik denk dat ik op die manier antwoord gegeven heb op de vragen van
de heer Doomst, tenzij hij mij bijstuurt.
Nous devons attendre les résultats
de cette évaluation avant de
prévoir éventuellement des crédits
d'engagement. Mes services ont
néanmoins pris une série de
mesures pour soutenir les corps
de pompiers et les centres 100
dans le cadre de la mise en
oeuvre de l'aide adéquate la plus
rapide. C'est ainsi qu'a été mis à
disposition un labo de test destiné
à créer des simulations de zones
d'intervention, labo dont l'utilisation
sera
étendue
aux
autres
provinces. En ce moment, mes
services planchent aussi sur des
solutions techniques telles que
l'enregistrement automatisé, dans
le système informatique des
centres 100, des moyens envoyés
sur place dans le but d'accélérer
les secours interprovinciaux.
10.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Dank u mijnheer de minister
voor het heel concreet antwoord. Dat betekent dus dat op dit ogenblik
elk korps zijn simulatie bij de dienst kan aanvragen en ook kan krijgen
bij dat testlabo.
10.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Chaque corps peut donc
demander d'ores et déjà sa
simulation?
10.04 Minister Patrick Dewael: Ja, als men dat vraagt.
10.04 Patrick Dewael, ministre:
Oui.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Président: André Frédéric.
Voorzitter: André Frédéric.
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
aanwezigheid van agenten op de bus" (nr. 4214)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
aanwezigheid van politieagenten op de bus" (nr. 4247)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de aanbevelingen uit de studie omtrent jongerengeweld op het openbaar vervoer" (nr. 4323)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de bus-tram-metrobrigade bij de politie" (nr. 4324)
11 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la présence d'agents de
police dans les autobus" (n° 4214)</b>
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la présence de policiers
dans les bus" (n° 4247)<br>- M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
recommandations de l'étude relative aux actes de violence commis par des jeunes dans les transports
en commun" (n° 4323)<br>- M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la brigade bus-tram-
métro au sein de la police" (n° 4324)</b>
11.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, wij
blijven een beetje bij de actualiteit met deze vraag. Ik meen dat u zeer
onlangs nog contact hebt gehad met de vakbonden van de Brusselse
buschauffeurs en dat u gezegd hebt dat de steun vanwege de
federale politie moet worden blijven gegeven om de veiligheid op de
bussen te garanderen.
In een iets verder verleden was er ook steun beloofd aan de
overwerkte lokale politie van Anderlecht. U hebt toen gezegd dat de
manier waarop de extra manschappen ingezet moeten worden de
verantwoordelijkheid is van de lokale politie. U dacht er ook aan
gedurende een bepaalde tijd op risicolijnen eventueel extra politie in
te zetten, en daarenboven gaf u het duidelijke signaal dat preventief
iedereen moet worden aangezet aan het veiligheidsgevoel zijn eigen
steentje bij te dragen.
Ik meen dat daarop vanuit de lokale politie positief is gereageerd,
maar dat de vrees blijft bestaan dat het probleem zo alleen maar
verschuift en dat de frustratie bij de agenten groeit omdat, zo stellen
zij, die jongeren wel worden opgepakt, maar dat door de onmiddellijke
vrijlating na de feiten, de frustratie groeit. Ik meen dat wij daarover
nog met iemand anders zullen moeten praten, om na te gaan of dit
klopt.
Hoeveel personen van de federale politie zullen extra worden ingezet
om dat probleem te proberen oplossen? Hoe lang voorziet u die extra
steun? Hebt u concrete plannen ter zake? Ik meen dat wij met een
fenomeen zitten dat blijkt ook uit andere verschijnselen dat dieper
zit en waarop wij wellicht ook vanuit het veiligheidsbeleid een
antwoord zullen moeten geven.
11.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): À l'occasion des contacts
qu'il a eus avec les syndicats des
chauffeurs de bus bruxellois, le
ministre a déclaré récemment que
la police fédérale devait continuer
à contribuer à garantir la sécurité
dans les bus. Précédemment, il
avait déjà été promis que la police
fédérale appuierait la police locale
d'Anderlecht. Le ministre a aussi
songé
à
faire
intervenir
temporairement
des
policiers
supplémentaires sur les lignes à
risque. Nonobstant la réaction
positive de la police locale, il est
toujours à craindre que la
libération immédiate, après les
faits, des jeunes délinquants
arrêtés fasse naître une frustration
grandissante. A combien de
policiers fédéraux supplémentaires
sera-t-il fait appel pour résoudre
ce problème? Pendant combien
de
temps
cet
appui
supplémentaire sera-t-il apporté?
Des projets tangibles ont-ils été
arrêtés en la matière?
11.02 Jean-Luc Crucke (MR): Je suis d'accord avec M. Doomst sur
le fait que nous avons affaire à un phénomène qui peut être analysé
socialement et juridiquement. Je me suis d'ailleurs demandé s'il ne
fallait pas plutôt poser cette question en commission de la Justice.
L'actualité nous rapporte tous les jours un certain nombre d'incidents
dont sont victimes ceux qui prennent les transports publics et
souhaitent arriver le plus vite possible à leur destination. Ceux qui les
transportent en sont également victimes. Finalement, nous arrivons à
un phénomène inquiétant.
Vous avez pris une décision et je vous en félicite. Les policiers
peuvent maintenant aussi être présents dans les bus. C'est une
mesure temporaire. Comparaison n'est pas raison, monsieur le
président. Mais en Israël, par exemple, tous les bus sont
accompagnés par des agents de sécurité. Nous ne sommes
heureusement pas en Israël. Notre pays espère pouvoir encore
connaître la liberté de mouvement.
11.02 Jean-Luc Crucke (MR):
Elke dag opnieuw worden er
incidenten gemeld waarbij zowel
gebruikers als personeelsleden
van het openbaar vervoer het
slachtoffer zijn van agressie.
Ik wil u feliciteren met uw
beslissing. Ondanks de tijdelijke
aanwezigheid van politieagenten
op sommige bussen hebben zich
echter
opnieuw
incidenten
voorgedaan.
Kunnen de risicolijnen in kaart
worden gebracht? Wat is het
kostenplaatje van die bijkomende
interventies? Hebt u voldoende
inzetbaar reservepersoneel achter
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Mais quelles suites donner à cette décision. Vous avez constaté
l'incendie et envoyé les pompiers! Vous tentez de montrer qu'il y a
une présence. Et que se passera-t-il par la suite? Le phénomène se
poursuit, d'autres incidents se sont produits. Comment va-t-on faire le
tri?
Mes questions sont donc les suivantes. Une expertise nous permet-
elle de déterminer quelles sont les lignes à risque? Que vont coûter
ces interventions supplémentaires? Existe-t-il une réserve importante
d'hommes mobilisables?
Soit par le biais d'une circulaire, soit d'une intervention, est-il possible
de définir les conditions dans lesquelles la police fédérale
interviendra? Je comprendrais que vous ne répondiez pas à cette
dernière question, car il ne faudrait pas que ceux qui nous lisent ou
nous écoutent sachent quand interviendront les policiers.
J'ai lu qu'une des motivations lors de l'un des incidents récents était
de répondre à la provocation constituée par la présence policière. Ils
avaient vu des policiers non pas dans le véhicule, mais aux alentours.
Cela a suffi à mettre le feu. Je comprendrais donc que le ministre ne
nous donne pas ici toutes les informations, mais peut-être de manière
plus confidentielle.
Je me demande comment ce phénomène-là, et M. Doomst a une fois
de plus raison à ce sujet, peut être appréhendé en respectant
l'ensemble des critères qui sont les nôtres.
de hand?
Kunnen de voorwaarden worden
vastgelegd waaronder de federale
politie zal optreden? Het spreekt
voor zich dat wie de verslagen van
onze commissie leest niet hoeft te
weten wanneer de politie precies
zal ingrijpen.
Ik las ergens dat een van de
recente incidenten werd uitgelokt
door de aanwezigheid van de
politie, die als een provocatie werd
aangevoeld.
11.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, deze vraag sluit aan bij de vorige
vraagstellers. Het is inderdaad volop in de actualiteit, reeds
gedurende een maand. Het valt te hopen dat het niet in de actualiteit
blijft. In een maand tijd zijn er gevallen geweest in Antwerpen,
Brussel, Oost-Vlaanderen en deze week nog in Molenbeek van
geweld op of rond het openbaar vervoer.
Vaak betreft het jonge geweldplegers. U hebt er daarnet naar
verwezen. Het zou ook moeten aangekaart worden in de commissie
voor de Justitie. Meer zelfs, het werd reeds aangekaart in de
commissie voor de Justitie. U hebt het samen met de minister van
Justitie ook reeds aangekaart in de pers. U hebt enkele dagen
geleden nog gesteld dat jonge daders lik op stuk moet worden
gegeven en dat voor uitzonderlijke gevallen van jeugddelinquentie,
van zeer zware gevallen van misdrijven de mogelijkheid moet
gecreëerd worden om 14- tot 16- jarigen ook te kunnen opsluiten in
een jeugdgevangenis.
Mijnheer de minister, ik deel uw conclusie, maar u zit uiteraard in de
regering. Ik hoop dat u de zaken die u in de pers uitgebreid naar
voren hebt gebracht in deze regering ook kan verwezenlijken. Men
kan hierover immers inderdaad lang discussiëren, maar er moet ook
iets gedaan worden. Het is belangrijk dat men de daders kan vatten,
maar het is even belangrijk of nog belangrijker dat ze goed en efficiënt
worden gestraft, om een herhaling of een nog grotere creatie van het
probleem tegen te gaan.
Mijnheer de minister, Binnenlandse Zaken heeft de opdracht gegeven
tot een studie omtrent incidenten gepleegd door jongeren op het
11.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): La violence dans
les
transports
publics
fait
actuellement la une de l'actualité.
Cette violence est souvent le fait
de jeunes auteurs. Ce problème a
également déjà été soulevé en
commission de la Justice.
Le ministre de l'Intérieur a proposé
d'enfermer les 14-16 ans qui
commettent des faits graves dans
un centre de détention pour
jeunes. J'espère qu'il mettra cette
proposition à exécution car il est
important que ces faits soient
efficacement réprimés.
Dans le cadre d'une étude réalisée
pour le compte du ministre par
l'UGent et la VUBrussel, un certain
nombre de recommandations ont
été formulées sur l'utilisation de
caméras et la mise en place d'une
surveillance
suffisante.
Cette
étude chiffre à 7.160 le nombre
d'incidents dans les transports en
commun en 2003 et 2004. Pour
leur part, les sociétés de transport
évaluent ce chiffre à plus de onze
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
openbaar vervoer. De onderzoekers van de universiteit van Gent en
van Brussel hebben een aantal aanbevelingen geformuleerd omtrent
het inzetten van camera's, het voorzien in voldoende toezicht en om
prioriteiten te voorzien voor het inzetten van alle middelen om geweld
tegen andere reizigers en de bestuurders tegen te gaan.
Dat onderzoek heeft betrekking op de periode 2003-2004.
Binnenlandse Zaken heeft daartoe opdracht gegeven. De
onderzoekers komen in die periode tot 7.160 incidenten terwijl er
volgens de vervoersmaatschappijen in diezelfde periode meer dan
11.000 incidenten zijn geweest.
Men heeft in het onderzoek ook 140 werknemers van de
vervoersmaatschappijen bevraagd. Slechts een minderheid van de
bevraagde werknemers is nog geen slachtoffer geweest van agressie.
Die agressie op het openbaar vervoer gaat dan van bedreiging tot
fysiek geweld. Het gaat over de periode 2003-2004. Ondertussen,
zeker de voorbije maand, hebben wij meermaals te maken gekregen
met fysiek geweld.
Mijnheer de minister, wanneer hebt u de aanbevelingen van de
onderzoekers ontvangen?
Op welke manier gaat er rekening gehouden worden met de
aanbevelingen uit de studie?
Welke initiatieven worden er genomen om het geweld tegen andere
reizigers en bestuurders tegen te gaan?
Ik heb vernomen uit de persberichten dat u een bevraging gaat
organiseren bij de Brusselse politiezones. Dat gaat uiteraard een
periode, misschien wel enkele maanden in beslag nemen. Uit de
evaluatie van die studie, dat gaat natuurlijk over de werknemers van
het openbaar vervoer hebt u ook reeds heel wat materiaal om reeds
veel sneller een aantal maatregelen te nemen.
Mijnheer de minister, ik kom aan mijn tweede vraag. In Brussel is er
een metrobrigade die een onderdeel is van de federale
spoorwegpolitie. Vanuit Antwerpen stelt men de vraag, ook bij de
vakbonden, om ook in iets gelijkaardigs te voorzien voor het openbaar
vervoer in Antwerpen.
Wat is uw visie hieromtrent? Wat zult u concreet op korte termijn
doen om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de
bestuurders van de vakbond omtrent het voorzien in bijkomende
preventieagenten en veiligheidsmaatregelen? Hoeveel agenten
worden er toegevoegd aan de lokale politie van Anderlecht of andere
korpsen die daarom vragen? Welke maatregelen zullen worden
genomen?
mille. La majorité des travailleurs
des sociétés de transport en
commun ont déjà été confrontés à
des
comportements
agressifs
mais une minorité seulement a été
victime de violences physiques.
Quand le ministre a-t-il reçu les
recommandations de cette étude?
En tiendra-t-il compte? Quelles
initiatives le ministre envisage-t-il
de prendre pour lutter contre la
violence à l'égard des voyageurs
et des conducteurs?
La brigade du métro bruxellois fait
partie de la police fédérale des
chemins de fer. À Anvers,
d'aucuns plaident aujourd'hui en
faveur d'une initiative similaire.
Qu'en pense le ministre? Prendra-
t-il des mesures à court terme
pour répondre à la demande des
conducteurs et du syndicat, qui
réclament
des
agents
de
prévention et des mesures de
sécurité
supplémentaires?
La
police locale d'Anderlecht se
verra-t-elle adjoindre des agents
supplémentaires?
11.04 Minister Patrick Dewael: Collega's, eerst en vooral wil ik er mij
voor hoeden draconische maatregelen te gaan nemen of bepleiten.
Elk incident is er in mijn ogen een te veel, maar aan de andere kant
mogen we niet vergeten dat het merendeel van het openbaar vervoer
wel degelijk in veilige omstandigheden verloopt. Als overheid moeten
wij er samen met de openbare vervoersmaatschappijen alles aan
doen om het openbaar vervoer veilig te laten verlopen, maar we
mogen nooit de illusie wekken dat daden van blind of zinloos geweld
11.04 Patrick Dewael, ministre:
Les pouvoirs publics doivent bien
entendu tout mettre en oeuvre
pour assurer la sécurité des
transports en commun, mais je ne
tiens pas à plaider pour des
mesures draconiennes car dans la
plupart des cas, les transports en
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
volledig zullen kunnen worden uitgeschakeld. Daarmee wil ik niet
zeggen dat we moeten capituleren voor deze geweldplegers, wel
integendeel: we moeten er alles aan doen opdat zij aan het kortste
eind zouden trekken.
De enige aanpak die in mijn ogen structureel vruchten kan afwerpen
is de geïntegreerde aanpak: alle partners moeten de handen in elkaar
slaan,
zowel
openbare
vervoersmaatschappijen
als
hun
veiligheidsdiensten, politiediensten en, niet te vergeten, justitie. Die
laatste moet zich engageren om ook gepast te reageren. Een
referentiemagistraat kan daarin bijvoorbeeld een optie zijn.
In dat verband worden er zowel op het lokale als op het federale
niveau inspanningen geleverd via protocols, via concrete
taakafspraken tussen politie en openbaar vervoer, via frequent
overleg ook op het federale niveau. Ik heb bijvoorbeeld afgelopen
maandag nog maar pas een overleg gehad, waaraan u trouwens hebt
gerefereerd, met verantwoordelijken van de MIVB. Daarbij was ook
voogdijminister Smet aanwezig.
Vanuit mijn domein werden de nodige impulsen gegeven door het
afsluiten van protocols tussen de openbare vervoersmaatschappijen
en de geïntegreerde politie, door een laat ons dat niet vergeten
wettelijk kader voor de eigen veiligheidsdiensten van de openbare
vervoersmaatschappijen, maar ook door een optimalisering van de
steun die vanuit de federale politie kan worden gegeven door alle
partners rond de tafel te brengen.
Zoals collega Stevenheydens aanhaalt, heb ik een onderzoek laten
uitvoeren in verband met jongerengroepen in het kader van het
openbaar vervoer, meer specifiek naar de strafbare overlast die zij
veroorzaken. Dat onderzoek werd afgerond in 2005. Het is een zeer
goed onderzoek dat tot op vandaag nog altijd wordt gehanteerd als
terugvalbasis voor initiatieven. Naar aanleiding van dat onderzoek
werd in de loop van 2006 het Overlegplatform veiligheid en openbaar
vervoer opgericht onder coördinatie van mijn diensten. Hierin waren
alle openbare vervoersmaatschappijen vertegenwoordigd, de
preventiesector, de politiediensten en ook de bestuurlijke en
gerechtelijke overheden. De doelstelling van het platform was
enerzijds te voorzien in een informatieflux tussen de deelnemers over
bestaande initiatieven en projecten en anderzijds het bespreken van
de aanbevelingen van dat rapport.
Wij
hebben
gemerkt
dat
een
aantal
openbare
vervoersmaatschappijen zoals De Lijn en de MIVB ook campagnes in
die zin hebben opgezet. Voor de risicolijnen kan de aanwezigheid van
de politie op de voertuigen een mogelijke afspraak zijn die op lokaal
niveau met een vervoersmaatschappij moet worden gemaakt. Het is
de taak van de federale politie om daar desgevallend steun aan te
verlenen.
commun sont sûrs. Il est en outre
illusoire de penser pouvoir bannir
totalement la violence gratuite.
Nous devons en revanche veiller à
ce que les auteurs d'actes de
violence
soient
sanctionnés
efficacement.
La seule solution structurelle
réside
dans
une
approche
intégrée. Les sociétés de transport
public et leurs services de
sécurité, les services de police et
la Justice doivent collaborer. Un
magistrat de référence pourrait
éventuellement
prêter
son
concours dans ce cadre.
Des efforts sont fournis tant au
niveau local que fédéral. Je me
suis concerté lundi dernier avec la
STIB et le ministre de tutelle, M.
Pascal Smet.
Je
m'efforce
personnellement de donner les
impulsions nécessaires par la
conclusion de protocoles entre les
sociétés de transport et la police
intégrée, par l'élaboration d'un
cadre légal pour les services de
sécurité des sociétés de transport,
par l'optimisation de l'appui fourni
par la police fédérale et par une
concertation
entre
tous
les
acteurs.
J'ai fait effectuer une étude sur les
nuisances causées par les jeunes
dans les transports publics. Cette
étude, qui a été clôturée en 2005,
est toujours pertinente. Au cours
de l'année 2006, une plate-forme
de
concertation
Sécurité
et
Transports publics a été mise sur
pied en collaboration avec des
représentants de l'ensemble des
sociétés de transport, le secteur
de la prévention, les services de
police
et
les
autorités
administratives et judiciaires. Cette
plate-forme visait à améliorer
l'échange
d'informations
et
l'examen des recommandations
des auteurs de l'étude.
Au niveau local, des accords
peuvent être conclus avec la
police à propos de sa présence
sur les lignes à risques. La police
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
fédérale peut soutenir de telles
initiatives.
Et ceci se passe en général à la demande de la police locale elle-
même. L'assistance de la police fédérale provient alors du corps
d'intervention ou de la réserve générale. Cet appui, je le souligne, est
gratuit.
Dat gebeurt meestal op verzoek
van de lokale politie. De - gratis -
bijstand van de federale politie
wordt in dat geval verleend door
het
interventiekorps
of
de
algemene reserve.
Vijfentwintig procent van de taken van het interventiekorps van
Brussel betreft bovendien de beveiliging van het openbaar vervoer.
Mijnheer Doomst, specifiek wat het incident in Anderlecht aangaat,
was er weinig animo ik weeg mijn woorden van de lokale zone om
versterking te vragen van de federale politie. De federale politie heeft
dus maar twee dagen versterking geleverd aan Anderlecht. Groot was
mijn verbazing toen achteraf de verantwoordelijken zich beklaagden
over te weinig effectieven of te weinig steun als ab initio de nodige
ondersteuning niet wordt aangevraagd.
Mijnheer Stevenheydens, de genoemde taakafspraken en
samenwerkingsverbanden bestaan ook in Antwerpen. Het komt de
lokale autoriteiten toe om desgevallend bijzondere brigades op te
richten. Zulke brigades veralgemenen, lijkt mij geen goed of
noodzakelijk gegeven. De amokmakers beperken zich namelijk niet
tot het openbaar vervoer. Het is dan ook beter om hen via de
reguliere politiewerking, onder meer ook via de geëigende cellen
jeugdcriminaliteit, op te volgen.
Mijnheer Doomst, u spreekt over de dieperliggende oorzaken. In de
eerste plaats spreken we dan natuurlijk over een preventieve aanpak
in de ruimste betekenis van dat woord. In de kadernota integrale en
geïntegreerde veiligheid, waaraan ik samen met collega Vandeurzen
werk, zullen we trachten om afspraken te maken met alle bevoegde
overheden. Een goede repressieve aanpak van geweldplegers maakt,
denk ik, onderdeel uit van zo'n preventieve aanpak. Ik behoor tot
diegenen die zeggen dat repressie soms een hele goede vorm van
preventie kan zijn. Ik verwijs ook naar het regeerakkoord en tevens
naar al het goede dat collega Vandeurzen van Justitie in zijn
beleidsnota ter zake heeft vermeld.
La police fédérale est disposée à
venir en aide aux corps locaux.
Par ailleurs, 25% des missions du
corps d'intervention de Bruxelles
portent sur la protection des
transports en commun. Après
l'incident d'Anderlecht, la zone de
police locale n'était toutefois pas
vraiment disposée à demander du
renfort. Je fus dès lors très étonné
qu'une aide insuffisante ait ensuite
été déplorée.
Il en va bien sûr de même à
Anvers. La création de brigades
spéciales pour les transports en
commun
relève
de
la
responsabilité
des
autorités
locales mais d'après moi, il est
préférable que les fauteurs de
troubles qui ne se limitent pas
aux transports en commun
relèvent de la police dans le cadre
de ses missions normales.
Dans la note-cadre relative à la
sécurité intégrale et intégrée, nous
tenterons, en collaboration avec la
Justice, de convenir de mesures
de prévention. Une politique
répressive
efficace
constitue
toutefois également une forme de
prévention.
11.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik denk
dat u een heel redelijke repliek hebt gegeven op het zich voordoende
fenomeen. Ik ga met u akkoord als u zegt dat we vooral moeten
opletten om niet te veralgemenen. We moeten dus De Lijn en de
MIVB hun eigen veiligheidspolitiek op de andere lijnen, waar dat
allemaal goed loopt, in dezelfde zin laten verlopen.
Het lijkt mij echter wel duidelijk dat de risicolijnen waarop de kans op
agressie groot is, toch min of meer omschrijfbaar zijn. Ik denk dat zij
ongeveer in kaart te brengen zijn. Op korte termijn zouden we er toch
in moeten slagen om actieschema's op te stellen om daarin efficiënt
op te treden, en ook om dat op tijd te evalueren.
Bovendien ik zal ter zake ondervragend stimuleren denk ik dat
11.05 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le ministre donne une
réponse raisonnable. Je suis
d'accord qu'il ne faut pas
généraliser. De Lijn et la STIB
doivent pouvoir mener leur propre
politique
de
sécurité.
Nous
pouvons
néanmoins
dresser
l'inventaire des lignes à risques et
prendre des mesures à court
terme. J'interrogerai également le
ministre de la Justice à ce sujet
car les agents de police sont
parfois démotivés lorsque les
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Justitie een noodzakelijke aanvulling is. Een van de grote frustraties
die bij agenten leeft, is namelijk dat zij optreden, maar dat ze de dag
erna dezelfde personen zien ronddartelen. Ik ken toevallig de plaats
van het Sint-Guidoplein vrij goed.
Welnu, met dezelfde flair en de houding van "mij pak je niet" lopen ze
daar rond.
Ik denk dus toch wel dat op risicolijnen een welomschreven
actieprogramma met evaluatie en justitiële opvolging een oplossing
moet kunnen zijn voor een aantal risicoproblemen.
auteurs d'actes de violence ne
sont pas sanctionnés par la
justice.
11.06 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, la réponse du
ministre me satisfait à une triple échelle. D'abord, il a bien parlé
d'assistance et d'appui. C'est la preuve que cette police à double
niveau a été imaginée comme il le fallait. Il y le niveau local et puis si
besoin en est et quand les événements le nécessitent, il faut pouvoir
intervenir d'une manière différente, conséquente et ponctuelle. Et
c'est donc à souhaiter de manière provisoire.
Deuxièmement, l'élément important, monsieur le ministre, c'est la
rapidité d'intervention. Cela a été fait. Lorsque ce phénomène se
développe, il ne faut pas attendre qu'il y ait 36 analyses scientifiques.
Il faut pouvoir montrer qu'il y a un pouvoir régalien et que l'autorité doit
exister aussi sur le terrain dans les transports.
Mais j'oserai dire que cette même rapidité doit exister en termes de
justice. Si l'intervention de la police n'a pas un suivi qui est aussi
rapidement efficace au niveau judiciaire, vous aurez d'autres
conséquences. Votre travail aura servi simplement à faire rire de ceux
qui sont intervenus. Parce que les suivants riront en disant de toute
façon on sait bien qu'il n'y a pas de suivi.
Troisièmement, je pense qu'il faut effectivement analyser le
phénomène. Nous parlions hier du budget de la Justice. Monsieur
Doomst, je n'invente rien. Vous savez que dans ce pays, certains
pensent, plus que d'autres, à dire qu'il faut une ligne transversale.
Tout va en tout. Les Régions, les Communautés et le fédéral. Voilà un
domaine dans lequel le ministre de l'Intérieur, avec la meilleure
volonté qui soit, restera toujours devant un autre mur s'il n'y a pas
collaboration avec les Régions et les Communautés.
Ce phénomène jeune, est spécifique à une certaine jeunesse, à
certains éléments de la jeunesse, qui pensent qu'alors qu'on a raté
toutes les étapes de la formation, de l'éducation, de l'instruction, il n'y
a plus que la police qui peut faire quelque chose. Je pense que dans
un état fédéral comme le nôtre, plus que jamais, on peut fonctionner
ensemble. C'est le meilleur exemple. Malheureusement, cela
demande à chaque niveau de pouvoir, à chaque Région, à chaque
Communauté qui veut le faire un certain nombre d'analyses à faire
sur le fond mais aussi en perspectives.
11.06 Jean-Luc Crucke (MR):
Het antwoord van de minister stelt
me om drie redenen tevreden: de
lokale politie kan in welbepaalde
gevallen rekenen op bijkomende
ondersteuning; er wordt snel
opgetreden en we mogen hopen
dat met de gerechtelijke opvolging
evenzo voortgang zal worden
gemaakt; het probleem wordt
geanalyseerd
wat
in
samenwerking met de Gewesten
en de Gemeenschappen moet
gebeuren.
11.07 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil even terugkomen op het
betreffende onderzoek. Ik heb verwezen naar de meer dan 11.000
incidenten volgens de vervoersmaatschappij in de periode 2003-2004.
Volgens De Lijn werden ongeveer 70 procent van de incidenten
gepleegd door jongeren. Een van de zaken die zou moeten worden
11.07 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Nous pouvons
simplement constater que la
plupart
des
incidents
sont
provoqués par des jeunes et que
pas moins de 20% des utilisateurs
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
gerealiseerd u hebt er dit weekend ook naar verwezen in het
interview dat u samen met minister Vandeurzen hebt gegeven is
een lik-op-stukaanpak voor jongeren, waarbij op een efficiënte manier
kort op de bal wordt gespeeld en goede straffen en maatregelen
worden uitgesproken. Zo'n gedrag mag men niet onbestraft laten.
Men zegt hier dat men de zaak niet mag overroepen, maar men mag
ze zeker ook niet minimaliseren, want volgens dezelfde studie is er
een enquête gebeurd bij 800 gebruikers van het openbaar vervoer,
waaruit blijkt dat 20 procent al met geweld of een of andere vorm van
overlast in aanraking is gekomen. Dat blijkt enkel uit het onderzoek
van 2003-2004. Ik ben ervan overtuigd dat de situatie in de jaren
nadien, tot op vandaag, zeker niet is verbeterd. Men mag de zaken
dus zeker niet minimaliseren.
des transports en commun sont
confrontés à de tels incidents. Il ne
s'agit donc pas de minimiser les
problèmes. Le ministre doit réagir
promptement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: M. Jambon ne nous ayant pas fait l'honneur de sa
présence, sa question n° 4198 (point 6) est reportée.
De voorzitter: Aangezien de heer
Jambon afwezig is, wordt zijn
vraag nr. 4198 uitgesteld.
12 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de terugvordering van kosten door de politiezone" (nr. 4215)
12 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
récupération de frais par la zone de police" (n° 4215)</b>
12.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, dit is een vrij technische vraag. Ze is echter wel
belangrijk voor politiezones om eventueel bepaalde kosten, men kan
een beetje sturend werken, al of niet te kunnen laten terugbetalen.
Artikel 90 van de wet op de geïntegreerde politie voorziet in de
mogelijkheid om zelf vergoedingen te innen voor opdrachten van
bestuurlijke politie. Daar is tot op heden geen uitvoeringsbesluit voor
en dus kan het artikel niet worden toegepast. In afwachting moet het
koninklijk besluit van september 1997 worden toegepast dat is
genomen ter uitvoering van het oude artikel 223bis van de nieuwe
gemeentewet dat intussen wel werd opgeheven door artikel 207 van
de wet op de geïntegreerde politie.
Een bijkomend probleem is dat artikel 1 van het betreffende koninklijk
besluit tweeledig is en enkel taken betreft die worden uitgevoerd op
vraag van een privépersoon en enkel kunnen worden vastgelegd in
hun aard door de gemeenteraad, alsook de taken die worden
uitgevoerd ten gevolge van de niet- of onvolledige naleving door een
privépersoon van de taken tot vervulling waarvan deze zich in een
voorafgaand akkoord gesloten met de burgemeester had verbonden.
Daarbij komt nog dat het moeilijk is om aan te tonen dat er een
bijzondere aanwending van personeel en materieel nodig is, dat dan
nog door de gemeenteraad of de politieraad als dusdanig zou moeten
worden omschreven.
Mijnheer de minister, zal er in het raam van het mogelijk
terugvorderen nog een uitvoeringsbesluit van artikel 90 van de wet
van 7 december 1998 worden genomen? Zo ja, wanneer?
12.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): En vertu de l'article 90 de
la loi sur la police intégrée, les
zones de police peuvent percevoir
elles-mêmes des indemnités pour
des
missions
de
police
administrative mais, en l'absence
d'arrêté d'exécution, cet article 90
ne peut pas être appliqué.
L'application
des
dispositions
actuelles, sur la base de l'arrêté
royal de septembre 1997, est
pratiquement impossible.
Cet arrêté d'exécution sera-t-il pris
et, dans l'affirmative, d'ici à
quand?
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
12.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, in 2003 had mijn voorganger het bewuste uitvoeringsbesluit
voorbereid.
Het leek mij echter moeilijk toepasbaar, te meer omdat het vooral van
toepassing zou zijn op voetbalwedstrijden. In uitvoering van de
voetbalwet werd de afgelopen jaren een heel specifiek beleid gevoerd
om de organisatoren van voetbalwedstrijden maximaal te
responsabiliseren.
Ik heb daarover de laatste tijd meerdere vragen gekregen. Ik zal dus
op korte termijn met de verschillende partners, waaronder ook de
adviesraad voor de burgemeesters, opnieuw in overleg treden. Dat
lijkt mij belangrijk.
12.02 Patrick Dewael, ministre:
En 2003, mon prédécesseur avait
préparé cet arrêté mais son
application était complexe. Je me
concerterai prochainement à ce
sujet
avec
les
différents
partenaires, parmi lesquels le
conseil
consultatif
des
bourgmestres.
12.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 4259 de Mme Valérie De Bue est
transformée en question écrite.
La question n° 4286 de M. Renaat Landuyt, absent, est reportée.
De voorzitter: Vraag nr. 4259 van
mevrouw Valérie De Bue wordt
omgezet in een schriftelijke vraag.
Vraag nr. 4286 van de heer
Renaat Landuyt, die afwezig is,
wordt uitgesteld.
13 Questions jointes de
- M. Jean Cornil au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le Belgian Verification System"
(n° 4369)<br>- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le Belgian Verification
System (BVS)" (n° 4503)</b>
13 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean Cornil aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
Belgian Verification System" (nr. 4369)
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
Belgian Verification System (BVS)" (nr. 4503)
Étant donné l'absence de M. Cornil, sa question jointe est supprimée.
De samengevoegde vraag nr.
4369 van de heer Cornil wordt
geschrapt.
13.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la fraude à l'identité est un phénomène malheureusement
répandu dans notre société et peut engendrer pour les victimes
d'énormes conséquences, parfois catastrophiques.
Il en va de même avec les ouvertures de comptes en banque sous
l'identité d'autrui et tout ce qui en découle évidemment.
Un rapport de l'Office central pour la répression des faux (OCRF) fait
d'ailleurs état d'une confirmation de la qualité toujours plus
professionnelle des falsifications. En effet, les contrefacteurs
contournent de plus en plus les techniques de sécurité avancées avec
pour conséquence que la distance entre la première ligne de contrôle
c'est-à-dire aussi bien le policier sur le terrain et le secteur public
que le secteur privé et la seconde ligne, qui intègre les spécialistes
13.01 Josée Lejeune (MR):
Jammer
genoeg
is
identiteitsfraude een wijdverspreid
fenomeen in onze samenleving en
kan het voor de slachtoffers ervan
soms
rampzalige
gevolgen
hebben.
De kwaliteit van de vervalsingen
lijkt te verbeteren. Om die evolutie
een halt toe te roepen, heeft de
dienst economische en financiële
criminaliteit van de federale politie
een controlesysteem ontwikkeld
dat vanaf volgend jaar toegankelijk
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
en ce domaine, continue de croître.
Pour pallier ce problème, le département du crime financier et
économique de la police fédérale a développé un système de
contrôle, qui devrait être accessible dès l'année prochaine à tous les
commerçants. C'est, en tout cas, ce que relatait dernièrement la
presse. Il s'agit d'un dispositif appelé BVS, permettant aux agences
bancaires autant qu'aux commerçants de vérifier via le net si les
documents d'identité (carte d'identité ou passeport) sont volés ou
falsifiés. De la sorte, ils pourraient voir directement si la police a
signalé lesdits documents comme faux ou subtilisés.
Monsieur le ministre, pourriez-vous nous donner quelques précisions
relatives à ce système de contrôle?
Une phase de test a-t-elle été mise en place? Quelles seront les
démarches à remplir pour pouvoir bénéficier de ce système? Est-il
possible de chiffrer cette initiative? Les bénéficiaires devront-ils en
supporter le coût?
Pouvez-vous nous communiquer également les statistiques relatives
à la fraude à l'identité?
Enfin, qu'en est-il du projet d'étendre ce dispositif aux cartes SIS, Visa
et autres?
moet zijn voor alle handelaars
(BVS-systeem), en waarmee men
via internet kan nagaan of de
identiteitspapieren gestolen of
vervalst zijn. Kunt u ons enige
verduidelijking geven over dit
controlesysteem? Is er een
testfase? Wat moet men doen om
gebruik te kunnen maken van het
systeem? Is het mogelijk het
initiatief te becijferen? Moeten de
gebruikers er de kosten van
dragen?
Kunt
u
ons
ook
statistieken bezorgen over de
identiteitsfraude? Ten slotte, hoe
staat het met het project om het
systeem uit te breiden naar de
SIS-, VISA- en andere kaarten?
13.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, le projet "Belgian Verification System" est développé par le
SPF Intérieur en collaboration avec la police fédérale, le SPF Affaires
étrangères et le SPF Mobilité. Le but est de lutter contre la fraude à
l'identité.
Ce projet à caractère préventif est destiné à diminuer le caractère
attirant des documents belges d'identité perdus, volés, invalidés ou
périmés. Nous souhaitons permettre à quiconque de vérifier le statut
administratif du document, carte d'identité et passeport dans un
premier temps, au moyen d'un portail informatique qui est en cours de
développement au sein du SPF Intérieur.
Dans son fonctionnement pratique, le portail BVS agira comme un
moteur de recherche qui apporte une réponse du type "hit-no hit" à
l'utilisateur afin de le renseigner sur le caractère éventuellement
douteux du document qui lui est présenté par un tiers.
Dans un souci de ne pas divulguer d'informations à caractère privé, il
importe de souligner que les indications transmises par BVS
informeront l'utilisateur d'un éventuel problème, mais sans en révéler
la nature.
Actuellement, les services du SPF Intérieur travaillent à l'élaboration
d'une base légale relative à la mise en place du BVS. Il est projeté de
pouvoir initier une phase test du portail au sein des services publics
dans le courant du mois de juin 2008. Une fois cette phase test
terminée, le portail pourra être mis en service. Il est important de
signaler que ce projet est destiné à enrichir son contenu à moyen
terme avec d'autres documents, par exemple des permis de conduire,
des cartes SIS ou des certificats d'immatriculation, etc.
13.02 Minister Patrick Dewael:
Het project "Belgian Verification
System" (BVS) werd ontwikkeld
door de FOD Binnenlandse Zaken
in samenwerking met de federale
politie, de FOD Buitenlandse
Zaken en de FOD Mobiliteit met
als doel de bestrijding van de
identiteitsfraude. Het systeem
moet de aantrekkelijkheid van
verloren,
gestolen,
ongeldig
geworden of verouderde Belgische
identiteitsdocumenten
doen
afnemen. We wensen in een
eerste fase iedereen in staat
stellen het administratieve statuut
van
het
document,
de
identiteitskaart en het paspoort na
te gaan via een informaticaportaal
dat ontwikkeld wordt bij de FOD
Binnenlandse Zaken.
Bij de eigenlijke werking zal het
BVS-portaal dienst doen als
zoekmotor. Om te voorkomen dat
privé-informatie wordt verspreid,
moet worden beklemtoond dat de
door
het
BVS
doorgegeven
aanwijzingen de gebruiker op de
hoogte
zullen
brengen
van
eventuele problemen, zonder er
evenwel de aard van te onthullen.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Je peux encore vous dire qu'étant donné que la fraude à l'identité ne
constitue pas une infraction à proprement parler, il est difficile de
donner une estimation statistique de son ampleur. Néanmoins, je
peux vous donner quelques chiffres provenant de la police fédérale et
qui permettent de se faire une idée du nombre de faits liés à la fraude
à l'identité. Bien qu'il soit difficile de quantifier le nombre de faits de
fraude perpétrés au moyen de documents perdus ou volés,
l'importance des chiffres souligne la nécessité de fournir un service
destiné à lutter contre ce phénomène. Le système BVS est conçu
pour être totalement gratuit, sans aucun coût à charge du bénéficiaire.
De
diensten van de FOD
Binnenlandse Zaken zijn bezig aan
de uitwerking van een wettelijke
basis voor de invoering van het
Belgian Verification System (BVS).
Het portaal zal in werking kunnen
treden na een testfase die gepland
is voor juni 2008. Met dat project
wil men de interne inhoud ervan
uitbreiden
naar
andere
documenten zoals rijbewijzen,
SIS-kaarten
of
inschrijvingsbewijzen
van
voertuigen.
Hoewel het aantal fraudegevallen
die gepleegd werden aan de hand
van
verloren
of
gestolen
documenten moeilijk te vertalen
valt in cijfers, blijkt uit de hoge
cijfers de noodzaak om een dienst
op te zetten teneinde dit fenomeen
een halt toe te roepen. Het BVS-
systeem werd ontwikkeld met de
bedoeling
het
voor
de
begunstigden volkomen gratis te
maken.
13.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, j'ai peut-être été
distraite mais je pense que vous n'avez pas répondu à la question de
savoir si les bénéficiaires vont devoir supporter le coût.
13.03 Josée Lejeune (MR): Ik
kan mij vergissen, maar ik denk
niet dat u geantwoord heeft op de
vraag of een dergelijk systeem
kosten zal meebrengen voor de
rechthebbenden.
13.04 Patrick Dewael, ministre: J'ai dit que le système allait être
totalement gratuit. C'était la dernière phrase de ma réponse.
13.04 Minister Patrick Dewael:
Ik ben geëindigd met te zeggen
dat het systeem volkomen gratis
zou zijn.
13.05 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, j'ai été distraite.
Je voudrais remercier le ministre pour sa réponse, dont je me réjouis.
Monsieur le ministre, je constate qu'il y a vraiment une volonté de la
part de votre département de mettre en oeuvre ce contrôle dès juin
2008. Je tiens toutefois à rappeler que la fraude à l'identité est un
phénomène assez important puisqu'en 2007, on a recensé 38.821
cartes d'identité volées.
Il était donc intéressant de vous entendre sur le sujet.
13.05 Josée Lejeune (MR): Ik
was verstrooid. Desalniettemin sta
ik erop te herinneren aan het feit
dat er in 2007 38.821 gestolen
identiteitskaarten werden geteld.
Identiteitsfraude is dus een niet te
onderschatten fenomeen.
13.06 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je remettrai
plus tard les statistiques à Mme Lejeune.
13.06 Minister Patrick Dewael:
Ik zal mevrouw Lejeune de
statistieken later bezorgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
14 Questions jointes de
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la sélection médicale dans les
épreuves de recrutement dans la police" (n° 4399)<br>- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'organisation du service
médical à Uccle" (n° 4400)</b>
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
medische selectie bij de rekruteringsproeven voor de politie" (nr. 4399)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
organisatie van de medische dienst in Ukkel" (nr. 4400)
14.01 Josy Arens (cdH): Ce sont deux questions bien distinctes qui
ont été jointes. L'une concerne la sélection au niveau médical et
l'autre le centre médical d'Uccle.
Ma première question se place bien sûr dans la problématique que
nous rencontrons pour recruter du personnel policier. Je me suis
rendu compte que les personnes désirant entrer dans les services de
police devaient passer toute une série d'épreuves qui se terminent
par une sélection médicale. Ainsi, une personne ayant réussi
brillamment toutes les épreuves cognitives et autres peut se voir
refuser l'accès à la profession car elle ne correspond pas au profil
médical requis.
Cela a pour conséquence de voir des personnes brillantes être
refusées pour un poste d'agent de quartier suite à un problème
médical mineur qui ne les empêcherait en rien d'exercer cette
fonction. Quelle est votre position face à cette problématique? Ne
serait-il pas possible d'établir un profil médical moins strict pour
certaines fonctions?
La deuxième question concerne l'organisation du service médical à
Uccle. Les agents de la zone de police d'Uccle, mais aussi de Forest
et de Drogenbos, pouvaient se rendre à l'infirmerie d'Uccle cinq jours
sur sept pour y rencontrer un médecin. Maintenant, ce service n'est
plus ouvert que trois jours sur sept et seules les douze premières
personnes inscrites peuvent s'y rendre, alors qu'auparavant près de
quarante personnes pouvaient y être examinées par jour. En
conséquence, un grand nombre de malades ne sont pas examinés
par les médecins et doivent se rendre ailleurs pour subir cet examen,
ce qui entraîne une augmentation du taux d'absentéisme des agents.
Monsieur le ministre, êtes-vous informé de cette situation? Comment
expliquez-vous cette situation, alors que l'accès au service médical
est prévu dans le statut des agents? Que comptez-vous faire pour y
remédier?
14.01 Josy Arens (cdH):
Personen die bij de politie in dienst
willen treden, moeten een reeks
testen
afleggen
die
worden
afgerond met een medische
keuring. Een persoon die voor de
eerste testen slaagt, kan dus
worden geweigerd omdat hij niet
het vereiste medische profiel
heeft.
Op deze manier kan het gebeuren
dat een kandidaat ten gevolge van
een onbelangrijke medische reden
niet slaagt voor het examen van
wijkagent. Zou het niet mogelijk
zijn om het medische profiel voor
bepaalde functies aan te passen?
De tweede vraag heeft betrekking
op de medische dienst in Ukkel.
Vroeger konden de agenten van
de politiezone Ukkel, Vorst en
Drogenbos vijf dagen op zeven bij
het consultatiebureau van Ukkel
terecht. Deze dienst is nu nog
maar drie dagen op zeven open en
enkel
de
eerste
twaalf
ingeschreven personen kunnen er
terecht, in plaats van veertig zoals
vroeger. Een groot aantal zieken
moet elders een arts raadplegen,
met een toename van het
ziekteverzuim bij de agenten tot
gevolg.
Hoe verklaart u deze situatie, gelet
op het feit dat het statuut van de
agenten in de toegang tot de
medische dienst voorziet?
14.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur Arens, tout d'abord, je suis
au courant de la problématique relevée par votre première question.
Je ferai le nécessaire pour réaliser une adaptation rapide du
processus de sélection, avec notamment une modification des
critères médicaux. Cette dernière tiendrait davantage compte des
14.02 Minister Patrick Dewael:
Ik zal het nodige doen om het
selectieproces en meer bepaald
de medische criteria snel aan te
passen, rekening houdend met de
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
adaptations récentes de la législation relative à la sélection et à la
non-discrimination.
En ce qui concerne votre deuxième question, le service médical de la
police intégrée a effectivement été contraint de réduire
temporairement les jours de consultation au dispensaire de soins de
Uccle à trois jours par semaine. Le médecin agréé qui y consulte n'est
disponible que ces jours-là. Cependant, pour remédier au problème,
le service médical envoie régulièrement un médecin statutaire en
renfort. Une solution structurelle serait, il est vrai, préférable, et est
d'ailleurs à l'examen.
recente aanpassingen aan de
wetgeving betreffende de selectie
en de non-discriminatie.
Wat uw tweede vraag betreft: de
medische
dienst
van
de
geïntegreerde politie heeft de
consultdagen
van
het
consultatiebureau in Ukkel tijdelijk
moeten beperken tot drie dagen
per week. De medische dienst
stuurt
wel
regelmatig
een
statutaire arts ter versterking. Er
wordt een structurele oplossing
bestudeerd.
14.03 Josy Arens (cdH): La problématique du service médical
d'Uccle provoque aussi un absentéisme plus important. Il paraît que
l'on s'en rend compte sur le terrain. Je suis donc très heureux
d'entendre votre réponse et d'apprendre que vous allez faire le
nécessaire pour faire évoluer la situation.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'obtention du
permis de conduire pour les candidats à la police" (n° 4402)</b>
15 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het bekomen van het rijbewijs voor kandidaten bij de politie" (nr. 4402)
15.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la législation impose aux personnes qui souhaitent entrer
dans la police de détenir un permis de conduire de classe B. J'ai
d'ailleurs été très surpris d'apprendre cette problématique; je n'en
revenais pas! Or, il semblerait que de nombreux candidats qui ont été
engagés ne soient toujours pas en possession d'un permis de
conduire. Par ailleurs, les formations en vue d'obtenir le permis de
conduire ainsi que les épreuves théoriques et pratiques représentent
un coût important pour les personnes désireuses d'entrer dans la
police. Introduire ces différentes épreuves dans le cadre des
formations de la police permettrait peut-être à certaines personnes
moins favorisées de faire carrière dans la police, sans avoir à être
freinées par cette barrière financière que représente l'obtention du
permis de conduire de classe B.
Monsieur le ministre, pourriez-vous nous préciser le nombre exact de
candidats policiers en défaut de permis de conduire par rapport au
nombre total de policiers? Pourriez-vous envisager d'introduire une
telle formation au sein-même de la police? Sinon qu'envisagez-vous
pour pallier ce manquement?
15.01 Josy Arens (cdH): De
wetgeving verplicht de personen
die bij de politie in dienst zijn
getreden om een rijbewijs B te
hebben. Nu blijkt dat veel pas in
dienst getreden personeelsleden
nog steeds geen rijbewijs hebben.
De kostprijs van de opleidingen en
van de theoretische en praktische
examens is trouwens heel hoog.
De invoering van deze examens in
het kader van de politieopleidingen
zou sommige minvermogenden
misschien in staat stellen carrière
te maken bij de politie.
Hoeveel politieagenten hebben
geen rijbewijs in verhouding tot het
totaal aantal politieagenten? Kunt
u de invoering van een dergelijke
opleiding overwegen? Zo niet, wat
denkt u aan deze tekortkoming te
doen?
15.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, l'obtention du permis de conduire de la catégorie B est
effectivement une condition d'admission aux formations de base,
d'ailleurs imposée par la loi du 26 avril 2002. Toutefois, à titre
15.02 Minister Patrick Dewael:
Het bezit van een rijbewijs B is een
voorwaarde
om
tot
de
basisopleidingen
te
worden
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
exceptionnel, il est dérogé à cette condition d'admission pour autant
que le candidat soit, préalablement à son admission, d'une part, en
possession d'une attestation de réussite de l'examen théorique,
d'autre part, que sa date d'examen pratique soit déjà planifiée, ce qui
représente un nombre de cas négligeable.
Ainsi, il faut tenir compte de la condition légale susvisée et du fait que
les formations de base visent à doter les aspirants des compétences
professionnelles policières de base. Dès lors, l'intégration d'une
formation en vue de l'obtention du permis de conduire au sein du
programme des formations de base n'est pas envisageable.
Finalement, je me permets d'attirer votre attention sur le projet de
notre Communauté d'inscrire la formation théorique du permis de
conduire dans le programme de la dernière année des études
secondaires.
toegelaten. Er kan van worden
afgeweken indien de kandidaat
een attest voorlegt dat hij geslaagd
is voor het theoretische examen
en indien de datum van het
praktische examen al gepland is.
Rekening houdend met hoger
vermelde wettelijke voorwaarde, is
het niet mogelijk om de opleiding
voor
een
rijbewijs
in
het
programma van de basisopleiding
in te voeren.
Ik vestig uw aandacht op het plan
om de theoretische opleiding voor
het rijbewijs in het lessenpakket
van de laatstejaarsstudenten van
het secundair onderwijs op te
nemen.
15.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. Je suis d'accord avec les propos qu'il vient
de tenir eu égard à la dernière année des études secondaires. Ce
serait très important. Néanmoins, on m'a quand même signalé la
présence, au niveau de la police, d'un certain nombre d'agents n'étant
pas en possession d'un permis de conduire, ce qui m'a fort surpris.
Ce phénomène est justifié par le fait qu'ils n'ont pas les moyens de
financer les différents cours. Ce problème se pose toujours dans le
cadre des difficultés de recrutement que nous connaissons au niveau
de la police.
15.03 Josy Arens (cdH): Ik ben
het met u eens wat het laatste jaar
van het secundair onderwijs
betreft. Ik was echter wel verbaasd
toen ik hoorde dat een aantal
agenten niet in het bezit is van een
rijbewijs. De reden daarvoor zou
zijn dat zij niet over de nodige
middelen beschikken om alle
lessen te betalen. Dat probleem
dient in verband te worden
gebracht
met
de
wervingsmoeilijkheden die we nu
kennen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'organisation des
examens et des formations en langue allemande dans la police et la reconnaissance à 100% de la
prime linguistique" (n° 4403)</b>
16 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de organisatie in het Duits van examens en van opleidingen bij de politie en de erkenning aan
100% van de taalpremie" (nr. 4403)
16.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il semblerait que, dans le cadre de l'organisation des
épreuves de sélection au sein de la police ainsi que dans celui des
examens
linguistiques
et
des
formations,
les
candidats
germanophones subissent des discriminations manifestes. Bien
entendu, je ne parle pas ici des candidats "luxembourgeophones" car
je sais que cette langue n'est pas encore reconnue dans notre pays
En effet, force est de constater que l'organisation, par la police, des
dernières épreuves de recrutement s'est faite uniquement en français
et en néerlandais, ce au mépris du respect de la langue maternelle
des agents germanophones et de la difficulté pour ceux-ci de
16.01 Josy Arens (cdH):
Duitstalige kandidaten worden
onmiskenbaar gediscrimineerd bij
de selectieproeven van de politie,
die alleen in het Frans en het
Nederlands
worden
georganiseerd. Ook de opleiding
die de agenten nadien krijgen,
schiet schromelijk tekort doordat
er te weinig Duitstalige lesgevers
zijn.
Bovendien
wordt
de
taalpremie voor het Duits slechts
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
maîtriser parfaitement certaines subtilités des langues française et
néerlandaise.
Il est à noter également que les formations dispensées à ces agents
font cruellement défaut et ce, en raison du manque de professeurs de
langue allemande.
De plus, la reconnaissance de la prime linguistique n'est que de 25%
pour l'allemand.
Toutes ces discriminations concernent aussi bien les agents de police
que les membres administratifs, c'est-à-dire les membres du CALog.
Or, comme vous le savez, l'allemand est la troisième langue de notre
pays. Elle a donc parfaitement sa place dans les épreuves de
sélection.
Vous conviendrez, monsieur le ministre, que cette situation tend à
discriminer une partie des candidats et ne profite guère à la police.
Pourriez-vous me dire comment vous comptez conscientiser les
responsables idoines afin, d'une part, d'organiser les épreuves de
sélection en langue allemande et, d'autre part, d'augmenter les
formations pour les agents de langue allemande?
N'y a-t-il pas lieu d'obtenir une reconnaissance à 100% de la prime
linguistique pour les agents qui passent leurs examens en langue
allemande? Si oui, comment comptez-vous y arriver? Dans la
négative, quelles sont les raisons de ce traitement différencié?
voor 25 procent erkend.
Hoe kan men de bevoegde
personen van die problemen
bewust maken?
Kan men politieambtenaren die
voor hun examens in het Duits
slagen geen recht geven op 100
procent van de taalpremie?
16.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, monsieur
Arens, voici quelques précisions.
1. Les candidats ne connaissent pas leur future affectation lors de leur
admission en formation de base.
2. Ces formations sont organisées en français ou en néerlandais.
3. La police fédérale ne comprend pas de rôle linguistique
germanophone.
Dès lors, les épreuves de sélection sont organisées en français ou en
néerlandais. Cette pratique est tout à fait conforme à la législation en
matière d'emploi des langues.
En région de langue allemande, à défaut d'une disposition particulière
dans l'arrêté royal du 18 juillet 1966 portant coordination des lois sur
l'emploi des langues en matière administrative, la connaissance de la
langue française ne revêt pas le caractère d'une exigence légale.
Ainsi, sur base de l'article 15 de cet arrêté, seul le bilinguisme des
services y est imposé et non celui des membres du personnel. Dès
lors, l'allocation de bilinguisme ne peut être versée qu'à concurrence
de 25% pour les membres du corps administratif et logistique.
16.02 Minister Patrick Dewael:
Wanneer de kandidaten worden
toegelaten tot de basisopleiding
die in het Frans of het Nederlands
wordt georganiseerd , weten ze
nog niet waar ze precies zullen
terechtkomen. Bij de federale
politie is er geen Duitse taalrol. De
organisatie van de selectieproeven
in het Frans en het Nederlands
stemt
overeen
met
de
taalwetgeving.
In het Duitse taalgebied is de
kennis van de Franse taal geen
wettelijke
vereiste.
Aangezien
tweetaligheid er alleen vereist is
voor de diensten (en niet voor het
personeel), hebben de leden van
het administratieve en logistieke
korps slechts recht op 25 procent
van de tweetaligheidspremie.
16.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Cela dit, si j'ai déposé ma question, c'est pour attirer l'attention sur le
fait que si la loi existe, les parlementaires sont là pour la faire évoluer.
16.03 Josy Arens (cdH): Het is
de taak van de parlementsleden
om de wet te doen evolueren.
Voor de agenten en de kandidaat-
agenten
van
de
Duitstalige
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Or, un réel problème se pose pour les agents et les candidats de la
Communauté germanophone.
Gemeenschap bestaat er een
reëel probleem.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Chers collègues, le papa de Mme De Permentier étant
décédé hier, elle a demandé le report de sa question n° 4417. Par
correction à l'égard de notre collègue, j'ai demandé à Mme Musin, qui
est pourtant présente parmi nous, de bien vouloir accepter le report
de sa question n° 4410 qui je le rappelle est jointe à celle de Mme
De Permentier. Je demanderai au secrétariat de bien vouloir, en notre
nom à tous, adresser des condoléances à notre collègue.
De voorzitter: Aangezien haar
vader gisteren is overleden, vraagt
mevrouw De Permentier dat haar
vraag nr. 4417 eveneens konden
uitstellen.
Ik heb het secretariaat van de
commissie
gevraagd
onze
deelneming te betuigen. De
vragen nr. 4410 en 4417 worden
dan ook uitgesteld.
17 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la notion
de 'jour ouvrable' pour les agents de quartier" (n° 4418)</b>
17 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het begrip 'werkdag' voor wijkagenten" (nr. 4418)
17.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, les agents de quartier qui ont opté pour le régime de la
semaine volontaire de quatre jours ne sont normalement pas habilités
à effectuer leurs prestations pendant le week-end. En effet, ils ne
peuvent travailler que pendant les jours ouvrables, notion déterminée
par l'arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du
personnel des services de police, pris en exécution de la loi du
10 avril 1995.
Dans son article 8, l'arrêté royal du 30 mars 2001 définit les jours
ouvrables comme étant les jours où le membre du personnel est tenu
de travailler en vertu du régime de travail qui lui est imposé à
l'exception des samedis et dimanches. L'article 11 prévoit que le jour
ouvrable correspond à chaque jour de la semaine, y compris les jours
fériés, à l'exception des samedis et dimanches. Cet arrêté a été
modifié par un arrêté royal du 20 décembre 2007, qui introduit
notamment un article 11.III.6bis, rédigé comme suit: "Le membre du
personnel qui est désigné dans un emploi d'agent de quartier tel que
visé à l'article 2 alinéa 3 de l'arrêté royal du 17 septembre 2001
déterminant les normes d'organisation et de fonctionnement de la
police locale visant à assurer un service minimum équivalent à la
population, et qui exerce effectivement cette fonction, est commandé
de service au moins 20 heures le samedi, le dimanche ou les jours
fériés, dont au moins 14 heures pour la fonction de quartier par
période de référence, (...). Si le membre du personnel visé à l'alinéa
premier n'est pas employé à temps plein, ces nombres minimums
sont diminués proportionnellement".
De telles dispositions ne sont-elles pas contradictoires? Et les agents
de quartier employés à quatre cinquième temps sont-ils couverts s'ils
prestent le week-end?
Je vous remercie, monsieur le ministre.
17.01 Jacqueline Galant (MR):
De wijkagenten die gekozen
hebben voor het stelsel van de
vrijwillige vierdagenweek, mogen
enkel werken op werkdagen, een
door het koninklijk besluit van 30
maart 2001 vastgelegd begrip.
Artikel 8 van dit besluit definieert
de werkdagen als de dagen
waarop het personeelslid ertoe
gehouden is te werken krachtens
de arbeidsregeling die hem is
opgelegd, met uitzondering van
zaterdagen en zondagen. Artikel
11 bepaalt dat een werkdag
overeenstemt met elke dag van
de week, inclusief de feestdagen
met uitzondering van zaterdagen
en zondagen. Dit besluit werd
gewijzigd door een koninklijk
besluit van 20 december 2007, dat
met name een artikel 11, 3 tot 6bis
invoert dat luidt als volgt: "Het
personeelslid dat is aangewezen
voor een ambt van wijkagent,
wordt
per
referentieperiode,
minstens 20 uren op zater-, zon-
of feestdagen met dienst bevolen,
waarvan minstens 14 uren voor
wijkwerking.
Indien het in het eerste lid
bedoelde personeelslid niet voltijds
is tewerkgesteld, worden die
minimumaantallen
proportioneel
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
verminderd".
Zijn
dergelijke
bepalingen niet tegenstrijdig? En
zijn de voor 4/5-tijd werkende
wijkagenten gedekt indien ze
tijdens het weekend werken?
17.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, ce problème faisant l'objet d'un recours au Conseil d'État,
j'ai développé mes arguments dans le mémoire déposé en guise de
réponse le 2 avril dernier. Concrètement, pour savoir ce qu'il convient
d'entendre par "jour ouvrable" dans le cadre de la redistribution du
travail, il faut se référer à la réglementation applicable à la fonction
publique fédérale. Il est clair que la définition peut également inclure
des jours de week-end, notamment si les membres du personnel sont
prévus pour travailler ces jours-là.
Dès lors, il convient de ne pas se référer à l'arrêté royal du
30 mars 2001 pour découvrir ce que recouvre cette notion. C'est
pourquoi je ne vois pas de contradiction entre les dispositions en ce
domaine. Je puis vous indiquer que les agents de quartier sont, bien
entendu, couverts lorsqu'ils travaillent durant le week-end.
17.02 Minister Patrick Dewael:
Ik
heb
mijn
argumenten
uiteengezet in de memorie die op
2 april als antwoord werd
neergelegd. Om te weten wat
men dient te verstaan onder
"werkdag", verwijs ik naar de
reglementering die geldt voor het
federale openbaar ambt. De
definitie
kan
ook
weekends
omvatten. Het is dan ook
raadzaam niet te verwijzen naar
het koninklijk besluit van 30 maart
2001 om te bepalen wat dit begrip
bestrijkt. De bepalingen die ter
zake gelden lijken me bijgevolg
niet tegenstrijdig. Verder wijs ik
erop dat de wijkagenten uiteraard
gedekt zijn wanneer ze werken
tijdens het weekend.
17.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie. J'imagine que nous attendrons la réponse du Conseil d'État
avant de revenir sur cette question.
17.03 Jacqueline Galant (MR):
Ik veronderstel dat we wachten op
het antwoord van de Raad van
State vooraleer op deze vraag
terug te komen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
18 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de gevaren van straatdrugs" (nr. 4419)
18.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, il y a déjà
quelques semaines, à Durbuy, quatre garçons et une fille, âgés de 13
à 17 ans ont été brûlés à des degrés divers au niveau du visage et du
thorax dans l'explosion qu'ils ont provoquée alors qu'ils reniflaient du
gaz de briquet.
Quelques jours plus tôt, une centaine de recharges à briquet avaient
déjà été découvertes par des ouvriers communaux dans un quartier
proche du lieu de l'explosion. Une enquête avait été ouverte par la
police de Durbuy afin d'en déterminer l'origine. Depuis lors, d'autres
communes ont été concernées par cette problématique.
Ce drame soulève de nombreuses questions et on peut s'inquiéter
que des commerçants vendent de telles quantités de produits
dangereux à des jeunes, sans en aviser les autorités compétentes.
Certains voudraient voir la vente de ces produits interdite aux
mineurs. Je ne sais si c'est possible car l'éventail de produits d'accès
18.01 Jacqueline Galant (MR):
Enkele weken geleden liepen vijf
jongeren
tussen
dertien
en
zeventien brandwonden op in het
aangezicht en de borststreek, bij
een ontploffing die ze zelf hadden
veroorzaakt door het snuiven van
aanstekergas.
Enkele
dagen
eerder hadden gemeentearbeiders
al een honderdtal gasvullingen
aangetroffen in een nabijgelegen
wijk.
Sindsdien kregen nog andere
gemeenten met dit probleem te
maken. In dat verband rijst onder
meer de vraag of een verbod op
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
libre qui peuvent se transformer en drogues à bon marché est large. Il
n'y a pas en effet que le gaz de briquet, il y a aussi des colles, des
solvants, vernis, laques, etc.
Si des mesures locales prises au coup par coup semblent vouées à
l'échec, une réflexion au niveau fédéral pourrait s'avérer plus efficace.
À tout le moins, il semble en effet indispensable d'assurer des actions
de prévention dans les écoles primaires et secondaires. On ne saurait
trop insister sur la diffusion de l'information selon laquelle l'usage
répété de gaz peut provoquer des séquelles physiques chez les
jeunes.
Monsieur le ministre, au niveau fédéral, même si la prévention relève
plus des Communautés et des Régions, quelles mesures envisagez-
vous de prendre face à ce nouveau drame lié aux drogues de rues?
de verkoop aan minderjarigen
aangewezen is.
Welke maatregelen zal u op het
federale niveau nemen naar
aanleiding van dit drama als
gevolg van het gebruik van
straatdrugs?
18.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, je déplore évidemment les récents incidents survenus à
Andenne et à Durbuy qui ont fait respectivement cinq jeunes blessés
graves.
Jusqu'à présent, je ne dispose pas encore d'indications au niveau
fédéral démontrant qu'il s'agirait d'un phénomène largement répandu.
L'usage en question s'inscrit la plupart du temps dans le cadre d'un
comportement expérimental lié à l'âge. À l'échelon local, il convient de
juger de l'opportunité d'une interdiction temporaire de la vente de gaz
de recharge de briquet aux jeunes. Bien que facile à contourner, en
achetant ce gaz dans les communes voisines, une telle mesure peut
cependant avoir un effet dissuasif puisqu'elle agit dans le contexte
d'un comportement expérimental. En outre, une collaboration entre
plusieurs communes d'une région peut être encouragée à cet égard
en vue d'une maximalisation de l'effet.
J'appuie les initiatives de mes collègues de la Communauté française,
dont les organisations entretenant de nombreux contacts avec les
jeunes et les écoles, afin que ceux-ci soient sensibilisés et que l'on
puisse rapidement dialoguer avec les jeunes à risques. Je ne crois
pas à l'effet bénéfique d'une campagne de sensibilisation s'adressant
aux jeunes car une telle démarche ne pourrait que stimuler le
comportement expérimental. Au vu des risques pour la santé liés à
l'utilisation de telles substances, je souhaiterais aussi que vous vous
adressiez à ma collègue ministre de la Santé publique pour de plus
amples informations.
18.02 Minister Patrick Dewael:
In
beschik
nog
niet
over
aanwijzingen op het federale
niveau dat het om een wijdverbreid
probleem zou gaan.
Op het lokale vlak moet worden
nagegaan of het passend is een
ontradende maatregel op te
leggen en de verkoop van
aanstekervullingen aan jongeren
tijdelijk te verbieden. In dat
verband
mag
samenwerking
tussen verscheidene gemeenten
in
een
regio
worden
aangemoedigd.
Ik steun de initiatieven van mijn
collega's
van
de
Franse
Gemeenschap
om
de
risicojongeren te sensibiliseren.
Ik zou graag zien dat u zich in dat
verband eveneens tot mijn collega
van Volksgezondheid zou richten.
18.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je vais
évidemment m'adresser également à notre collègue ministre de la
Santé publique.
Je voudrais cependant vous faire une suggestion: établissez une
circulaire aux gouverneurs des provinces pour qu'ils puissent peut-
être orienter des recommandations afin que la vente de tels produits
puisse être interdite dans les différentes communes du Royaume.
Comme vous avez l'habitude d'envoyer des circulaires aux différents
gouverneurs, ce serait peut-être l'occasion, dans ce cas bien précis,
d'agir pour que les bourgmestres adoptent la même ligne de conduite
dans ce domaine.
18.03 Jacqueline Galant (MR):
Ik zou willen voorstellen dat u, in
een rondzendbrief, aanbevelingen
formuleert ter attentie van de
provinciegouverneurs
om
de
verkoop van dat soort producten in
de verschillende gemeenten van
het Rijk te verbieden.
18.04 Patrick Dewael, ministre: Il va de soi que j'examine cette 18.04 Minister Patrick Dewael:
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
suggestion.
Ik
zal daar uiteraard over
nadenken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de politiecontroles in de grensstreek van West-Vlaanderen" (nr. 4420)
19 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les contrôles
de police dans la zone frontalière en Flandre occidentale" (n° 4420)</b>
19.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, tijdens het weekend van 4 en 5 april werd in de
streek van Menen voor de derde keer dit jaar een grootschalige
politiecontrole georganiseerd.
Zoals u weet, of niet weet, heeft de grensstreek van West-
Vlaanderen, vooral de omgeving van Menen, een vrij kwalijke naam
op het vlak van drugs, druggebruik, drugverkoop, smokkel, enzovoort.
Dat bleek ook onmiddellijk uit de cijfers. Niet minder dan een op de
drie bestuurders bleek onder invloed van drugs te rijden. 30% bleek
positief.
Ik heb enkele concrete vragen in verband met de grenscontroles.
Deze vragen komen er ook op verzoek van politiemensen.
Hoeveel politieacties zijn er dit jaar nog gepland in West-Vlaanderen,
vooral in de grensstreek van Menen? Zijn er andere grensstreken in
West-Vlaanderen die worden geviseerd? In welke grenszones worden
er, federaal gezien, nog acties gepland?
Uit de verslagen meen ik te mogen opmaken dat men vooral op zoek
bleek naar drugs en andere verdovende middelen. Controleert men bij
dergelijke controles ook andere zaken, zoals het rijbewijs, de keuring
van het voertuig en het verzekeringsbewijs?
Ik meen te mogen zeggen dat de commissarissen uit de streek blijven
aandringen op inspanningen om het probleem te blijven aanpakken.
Vindt u niet dat ik heb die vraag vroeger ook al eens gesteld
strenge controles op het druggebruik, en vooral op het vervoer van
drugs, haaks staan op het gedoogbeleid van de vorige en deze
regering? Hoe kan men een politiebeleid voeren als de strafuitvoering
geen gelijke tred houdt? Hoe ziet u dat?
Uit de woorden van de politiecommissaris meen ik een vraag naar
meer controles te verstaan. Gesprekken met politiemensen in de
streek maken mij duidelijk dat men eigenlijk aandringt op
doorgedreven controles. Denkt u eraan om dit soort controles in de
grensstreken op te voeren? Zo ja, bent u bereid om meer financiële
middelen ertegenaan te gooien?
19.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Pour la troisième fois
cette année, un vaste contrôle de
police a été organisé dans la
région de Menin lors du week-end
des 4 et 5 avril. Cette région a
mauvaise réputation en ce qui
concerne l'utilisation, la vente et le
trafic de drogues. Il est apparu
qu'un
conducteur
sur
trois
conduisait sous l'influence de
drogues.
Combien de contrôles prévoit-on
encore d'effectuer cette année
dans cette région et dans les
autres régions frontalières?
D'après les rapports, je crois
comprendre que l'opération ciblait
essentiellement les drogues et
autres stupéfiants. D'autres types
de contrôles sont-ils également
pratiqués lors de ces opérations?
Les commissaires insistent sur
l'importance de la persistance des
efforts en la matière. Le contrôle
strict des drogues et de leur
transport
n'est-il
pas
en
contradiction flagrante avec la
politique
de
tolérance
des
gouvernements
précédent
et
actuel? L'exécution des peines ne
suit pas le rythme de la politique
en matière de police. Le ministre
souhaite-t-il intensifier ce type de
contrôles? Va-t-il, pour ce faire,
apporter une aide financière aux
zones de police concernées?
19.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik heb vier
elementen van antwoord.
Ten eerste, er zijn voor dit jaar in de streek van Menen nog een aantal
grootscheepse controleoperaties gepland. Dat soort van acties zijn
overal langs de Franse grens voorzien om tijdens het weekend het
19.02 Patrick Dewael, ministre:
Des opérations de contrôle de
grande envergure sont encore
prévues pour cette année dans la
région de Menin. Ce type d'actions
doit avoir lieu sur toute la longueur
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
uitgaansleven en het drugstoerisme te controleren. Ik geef daarover
niet meer details, want anders zouden we het potentiële delinquenten
of overtreders nogal gemakkelijk maken en dat is zeker de bedoeling
niet, neem ik aan.
Ten tweede, uiteraard zijn deze controles integraal wat de
verkeerswetgeving en de bijzondere wetten aangaat. Het begint met
de controle van de identiteitspapieren, de boorddocumenten en het
rijbewijs, om daarna over te gaan tot de alcoholcontrole en de
controle op het rijden onder invloed van drugs. Alle vastgestelde
gerechtelijke inbreuken worden afgehandeld.
Ten derde, wat het drugsbeleid betreft, verwijs ik naar het
regeerakkoord en naar de beleidsnota van de minister van Justitie.
Uiteraard staat een strenge controle op het druggebruik in het verkeer
niet haaks op het globale drugbeleid van de regering.
Ten vierde, deze controleoperaties passen in het kader van de
nationale lokale veiligheidsplannen en van de acties in het kader van
het verkeersveiligheidsfonds. Rijden onder invloed van alcohol en
drugs is een van de medeoorzaken van weekendongevallen. De
ervaring van deze acties wordt nu al meegenomen bij de
vaststellingen van verkeersongevallen tijdens de reguliere werking.
De politiezones krijgen voor deze controles geen extra financiële
middelen, buiten hetgeen al is voorzien, namelijk de reguliere federale
dotatie, de middelen uit het verkeersveiligheidsfonds en de personele
en materiële ondersteuning, uiteraard ook vanwege de federale
politie.
de la frontière française. Pour des
raisons que vous comprendrez
aisément, je ne puis fournir
davantage de détails.
Le contrôle débute toujours par
une vérification des papiers
d'identité, des papiers du véhicule
et du permis de conduire. Il se
poursuit par un alcootest et un
contrôle relatif à la conduite sous
l'influence de drogues. Toutes les
infractions judiciaires constatées
seront entièrement traitées.
Un contrôle sévère de la conduite
sous l'influence de drogues n'est
pas en contradiction avec la
politique globale du gouvernement
en matière de drogues.
Ces
opérations
de
contrôle
s'inscrivent dans le cadre des
plans de sécurité nationaux et
locaux et des actions menées au
niveau du Fonds de la sécurité
routière. L'expérience acquise lors
de ces actions sert d'ores et déjà
dans le cadre ordinaire de la
constatation d'accidents de la
circulation. Les zones de police ne
reçoivent
pas
de
moyens
financiers supplémentaires pour
les contrôles en question.
19.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het antwoord was klaar en duidelijk.
Over het derde punt blijven we van mening verschillen, maar ik ben
blij met uw volledig antwoord. Ik zal de zaak verder opvolgen, want ik
ben dat verplicht aan de politiemensen in die streek.
19.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Nous
ne
sommes
toujours pas sur la même longueur
d'ondes en ce qui concerne la
politique en matière de drogues
mais votre réponse me satisfait
dans son ensemble. Je continuerai
à suivre ce dossier de près.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 4426 de Mme Van Cauter est reportée.
20 Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la décision
du gouvernement d'augmenter le budget de l'OCAM" (n° 4432)</b>
20 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de regeringsbeslissing om de begroting van OCAD op te trekken" (nr. 4432)
20.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, ce n'est pas la première fois que je vous
interroge sur la question de l'OCAM, mais cette fois, c'est à la suite de
votre annonce dans la presse de l'augmentation substantielle de son
20.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): U kondigde in de pers
aan dat het budget van OCAD in
2008 tot 1,6 miljoen euro zou
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
budget, porté à 1,6 million d'euros en 2008. Or nous savons tous que
cet organe jeune a déjà fait l'objet de nombreuses critiques, en
particulier à propos de "l'alerte terroriste" en décembre dernier.
Une coordination efficace entre les différents services de sécurité et
de renseignement est alors apparue nécessaire.
Monsieur le ministre, comme le train semble parti vers une
augmentation du budget de l'OCAM, ne vous semble-t-il pas
important d'améliorer le système de coordination afin d'éviter des
pertes d'informations ou leur utilisation à des fins de battage
événementiel?
De plus, l'OCAM a montré un certain excès de zèle dans la gestion
des informations dont il disposait. Je fais référence à l'annonce d'une
tentative d'évasion d'un détenu et de découverte d'explosifs, en lien
avec l'annonce de décembre dernier, ce qui montrait une certaine
légèreté dans la récolte de ces informations.
Ne conviendrait-il pas aussi, monsieur le ministre, de renforcer le
contrôle sur l'OCAM? Je pense en particulier à un contrôle
parlementaire pour que cet organe se présente devant le parlement et
ne se limite pas à une présentation annuelle ou bisannuelle,
obligatoire ou facultative devant les Comités P et R, ou au gré de
votre seule demande. Ne faudrait-il pas élargir quelque peu cette
possibilité d'interpellation de l'OCAM aux parlementaires?
worden opgetrokken. Dat orgaan
was echter herhaaldelijk het
mikpunt van kritiek, inzonderheid
naar aanleiding van de afkondiging
van het 'terreuralarm' in december
jongstleden. Vindt u het niet
belangrijk
om
het
coördinatiesysteem te verbeteren
teneinde te voorkomen dat er
informatie verloren zou gaan of
gebruikt zou worden om een en
ander in de pers op te kloppen?
Moet de controle op OCAD, onder
meer door het Parlement, niet
worden versterkt?
20.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je ne dispose
pas de cette communication dans la presse. Un article a paru dans un
journal, selon la liberté journalistique du journal en question. Mais je
me réfère à ce que j'ai dit ce matin, pour l'efficacité de nos travaux.
Premièrement, puisque nous sommes en pleine discussion
budgétaire, l'augmentation du budget se situe dans le prolongement
des décisions gouvernementales du passé.
Cette augmentation budgétaire est indépendante du contrôle sur
l'OCAM, contrôle qui est réglé dans la loi et dans lequel le Parlement,
par les Comités R et P, joue un rôle proéminent. Avec le Parlement,
nous devons nous soucier d'un bon fonctionnement de l'OCAM,
notamment l'échange d'informations correctes des services à
l'OCAM. Ceci a été explicitement repris dans l'accord gouvernemental
du 20 mars 2008.
20.02 Minister Patrick Dewael:
Ik
beschik
niet
over
die
persmededeling. Ik verwijs naar
wat ik vanochtend heb gezegd. De
verhoging van het budget is een
uitvloeisel van de beslissingen die
de regering al eerder had
genomen.
Deze verhoging van het budget
staat los van de controle op het
OCAD, controle die wettelijk
geregeld is en waarin het
Parlement, via de comités I en P,
een belangrijke rol speelt.
20.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je
remercie le ministre pour sa réponse. Mais je pense que ce matin, il a
davantage évoqué la coordination entre l'OCAM et d'autres services
extérieurs à la Belgique et sa capacité de jouer ce rôle-là. Je ne
remets pas du tout en question le renforcement en moyens et en
personnel de l'OCAM. Je me rappelle certaines images diffusées à la
télévision au cours de cette fameuse période du mois de décembre,
montrant que les locaux et le matériel dont disposait l'OCAM étaient
insuffisants et pas du tout à la hauteur des attentes que l'on aurait pu
avoir.
Ce qui m'interpelle toujours, c'est qu'à un moment donné, une
information d'un haute importance a poussé le gouvernement à
déclencher une alerte à son niveau maximum et que,
20.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): De minister heeft deze
morgen meer gesproken over de
coördinatie tussen het OCAD en
andere buitenlandse diensten. Het
is niet de toekenning van meer
middelen en de uitbreiding van het
personeelsbestand van het OCAD
die ik ter discussie stel. Wat mij
bezighoudt,
is
dat
uiterst
belangrijke informatie de regering
ertoe heeft aangezet een alarm
van het hoogste niveau af te
kondigen en dat we helaas geen
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
malheureusement, nous n'avons pu avoir de réponse à toutes nos
questions quant aux causes de cette alerte. Nous restons donc sur
notre faim et les explications que vous, ainsi que les deux comités,
avez données n'ont pas satisfait toute notre curiosité. Sans doute y a-
t-il là un hiatus à combler? Si la possibilité est donnée aux
parlementaires de demander un rapport, cela ne passera sans doute
pas facilement, car une majorité doit se dégager pour ce faire, mais
au moins nous aurons cette possibilité.
antwoord gekregen hebben op al
onze vragen over de oorzaken van
dit alarm.
20.04 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, c'est quand
même un comble! Pour l'instant, une enquête est menée par les
Comités P et R spécifiquement sur les événements survenus à la fin
de l'année dernière et le fonctionnement de l'OCAM. Cette enquête
effectuée par le parlement est en cours. Aussi attendons le rapport de
ces deux comités!
De plus, je rappelle que, dans le cadre de cette insinuation, une
enquête judiciaire est également en cours. Cette enquête est secrète
et on ne peut en dire plus au sein de notre commission. Ces deux
éléments de réponse ont déjà été donnés à plusieurs reprises au
cours des semaines passées et malgré tout, on persiste à reposer les
mêmes questions. Je ne trouve pas cela très efficace, excusez-moi!
Et je pèse mes mots!
20.04 Minister Patrick Dewael:
De comités I en P voeren een
onderzoek naar de gebeurtenissen
die zich op het einde van het
afgelopen jaar hebben voorgedaan
en naar de werking van het OCAD.
Laten we het verslag van deze
twee comités afwachten! Er wordt
ook een geheim gerechtelijk
onderzoek gevoerd. Deze twee
aspecten werden de afgelopen
weken
reeds
herhaaldelijk
meegedeeld en toch blijft men
dezelfde vragen stellen. Ik vind dat
niet doeltreffend.
20.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, cela
démontre en même temps que nous sommes en attente de plus
d'informations, pas nécessairement sur ce qui est secret, mais au
moins en termes de clarté sur le mode de fonctionnement et la
coordination.
20.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): We wachten op meer
informatie, niet noodzakelijk de
geheime informatie, maar we
willen op zijn minst duidelijkheid
over
de
werkwijze
en
de
coördinatie.
20.06 Patrick Dewael, ministre: Mais vous êtes les parlementaires!
C'est le contrôle parlementaire. Ce sont des comités qui fonctionnent
sous la tutelle du parlement; pas du ministre, heureusement!
20.06 Minister Patrick Dewael:
Deze comités werken onder het
toezicht van het Parlement en niet
van de minister.
20.07 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, nous
savons très bien comment ce contrôle est organisé!
20.07 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): We weten heel goed hoe
deze
controle
wordt
georganiseerd.
20.08 Patrick Dewael, ministre: Vous faites tout dans la confusion!
20.08 Minister Patrick Dewael: U
haalt alles door elkaar!
20.09 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Non, ce n'est pas vrai!
20.09 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Dat is niet waar.
Le président: Mettons cela sur le compte de la découverte!
De voorzitter: Dit komt wellicht
omdat men nog niet met een en
ander vertrouwd is.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
M. Baeselen reporte sa question n° 4437.
De heer Baeselen laat zijn vraag
nr. 4437 uitstellen.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
21 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het personeelsstatuut van de brandweerdiensten" (nr. 4479)
21 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le statut du
21.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, dit is
een korte vraag.
Mijnheer de minister, blijkbaar lopen er momenteel onderhandelingen
over het personeelsstatuut bij de brandweerdiensten. Uit grote
ongerustheid hebben tweehonderd brandweerlui uit Antwerpen een
actie gevoerd omdat er een gat in het systeem zit volgens hen. Voor
de nabije toekomst zijn er nog andere acties aangekondigd, waarvan
ik toch hoop dat die niet in de andere richting zullen evolueren.
Mijnheer de minister, daarom wil ik u het volgende vragen.
Wat is de stand van zaken in het overleg omtrent het
personeelsstatuut van de brandweerdiensten?
21.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Des négociations sont
actuellement en cours sur le statut
du
personnel
des
services
d'incendie. À Anvers, on est
inquiet et une action a déjà été
menée.
Où en est la concertation?
21.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer Doomst, ik weet niet of wij
de voorkant te zien zullen krijgen; dat laat ik in het midden.
Ook op deze vraag heb ik indirect al geantwoord vanmorgen, in mijn
inleidende uiteenzetting. Ik ben ervan overtuigd dat volgende week, in
het kader van de discussie over de beleidsnota, dezelfde vragen
opnieuw gesteld zullen worden.
Ik wil uiteraard aan mijn plicht niet verzuimen.
De wet van 15 mei 2007 voorziet erin dat het administratief, het
geldelijk statuut van het personeel van de zones, vastgelegd wordt bij
een koninklijk besluit. Ter voorbereiding van dat besluit werd in het
kader van de hervorming in mijn administratie de werkgroep Statuut
opgericht. Aan die werkgroep nemen niet alleen leden van de
administratie deel, maar ook vertegenwoordigers van steden en
gemeenten
en
vertegenwoordigers
van
de
verschillende
brandweerfederaties. Op die manier wordt de betrokkenheid van het
brandweerpersoneel gegarandeerd.
Bovendien gebeurt een voortdurende monitoring van de
werkzaamheden van die werkgroep door het stuurcomité van de
hervorming, samengesteld uit mijn administratie, waarin uiteraard ook
de brandweerfederaties opnieuw vertegenwoordigd zijn. Die
overlegstructuur zorgt ervoor dat er een nauwe betrokkenheid is van
brandweerdiensten bij de uitvoering van de hervorming. Dat is enkel
een administratieve voorbereiding van het dossier.
De politieke besluitvorming dat is natuurlijk belangrijk zal
gebeuren door een werkgroep, waarmee ik nog deze maand van start
zal gaan. Die werkgroep zal bestaan uit mijn kabinet, maar ook,
omdat het gaat over het statuut, de kabinetten van de collega's voor
Openbaar Ambt, Pensioenen, Sociale Zaken en Werk, want zij
moeten allemaal hun duit in het zakje doen. Ook de
vertegenwoordigers van steden en gemeenten zitten in die
werkgroep. Daar wordt het dossier opgesteld en gefinaliseerd. Dan
zal er met de werknemersorganisaties worden overlegd. Dat is de
21.02 Patrick Dewael, ministre:
La loi du 15 mai 2007 prévoit que
le statut administratif du personnel
des zones sera fixé par la voie
d'un arrêté royal.
Un
groupe
de
travail
qui
comprend, entre autres, des
représentants
des
différentes
fédérations
des
services
d'incendie a été créé au sein de
mon administration pour préparer
cet arrêté royal. Un "monitoring"
permanent des activités du comité
de pilotage de la réforme a
également été mis en place. Les
fédérations
des
services
d'incendie
y
sont
aussi
représentées. Cette structure de
concertation
veille
à
la
participation étroite des services
d'incendie dans la mise en oeuvre
de la réforme.
Les décisions politiques seront
prises par un groupe de travail qui
commencera ses activités ce
mois-ci encore. Ce groupe de
travail sera composé de mon
cabinet et de cabinets de
collègues
pour
la
Fonction
publique,
les
Pensions,
les
Affaires sociales et le Travail. Il
comptera aussi des représentants
des villes et des communes. C'est
lui qui élaborera et finalisera le
dossier. Une concertation sera
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
procedure.
ensuite
organisée
avec
les
organisations des travailleurs.
21.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik ben
blij dat het de goede richting uitgaat.
21.03 Michel Doomst, (CD&V
NV-A): Les choses évoluent dans
le bon sens.
21.04 Minister Patrick Dewael: Ik zou het toch maar in het midden
laten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de randvoorwaarden verbonden aan de afbakening van brandweerzones en de eventuele hertekening
van de politiezones" (nr. 4492)
- de heer David Clarinval aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
invoeren en het afbakenen van nieuwe hulpverleningszones in het algemeen en in de provincie
Namen in het bijzonder" (nr. 4600)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"de hervorming van de brandweer" (nr. 4619)
- de heer André Frédéric aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
vertraging waarmee de begeleidingscommissie voor de hervorming van de civiele veiligheid wordt
opgericht" (nr. 4625)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
hervorming van de hulpverleningszones" (nr. 4629)
22 Questions jointes de
- Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les conditions annexes
liées à la délimitation des zones des services d'incendie et l'éventuelle redéfinition des zones de
police" (n° 4492)<br>- M. David Clarinval au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la création et la délimitation
des nouvelles zones de secours en général, et en province de Namur en particulier" (n° 4600)<br>- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la réforme des
services d'incendie" (n° 4619)<br>- M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le retard mis à la mise en
place de la commission d'accompagnement de la réforme de la sécurité civile" (n° 4625)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la réforme des zones de
secours" (n° 4629)</b>
Le président: La question n° 4492 de Mme Schryvers est retirée.
La question n° 4619 de M. Jean-Jacques Flahaux est transformée en
question écrite à sa demande. Son voeu est exaucé.
De voorzitter: Vraag nr. 4492 van
mevrouw
Schryvers
is
ingetrokken. Vraag nr. 4619 van
de heer Jean-Jacques Flahaux
wordt omgezet in een schriftelijke
vraag.
22.01 David Clarinval (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la parution au Moniteur belge le 21 mars dernier de l'arrêté
royal du 4 mars 2008 appelle les bourgmestres de l'ensemble des
communes belges à se prononcer rapidement sur la création de
zones de secours.
Ces zones seront les prochains organes de gestion des postes de
service d'incendie sur leur territoire dont elles assureront la
coordination et la gestion administrative et financière. La délimitation
de l'étendue de ces zones suscite toutefois de nombreux débats.
L'article 14 de la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile stipule
22.01 David Clarinval (MR): Als
gevolg van de publicatie van het
koninklijk besluit van 4 maart 2008
in het Belgisch Staatsblad van 21
maart jongstleden moeten de
burgemeesters van alle Belgische
gemeenten zich in korte tijd
uitspreken over de inrichting van
hulpverleningszones.
De
afbakening van die zones geeft
aanleiding tot discussies. Artikel
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
que chaque province comprend au moins une zone de secours et
qu'une commune ne peut appartenir qu'à une seule zone.
En ce qui concerne la province de Namur, force est de constater que
les discussions sont en cours et que plusieurs solutions sont
actuellement étudiées par d'aucuns: création d'une seule zone sur
l'entièreté de la province ou création de plusieurs zones s'étendant
sur les communes du nord, du sud, de l'est ou de l'ouest.
D'un point de vue théorique, il peut apparaître comme évident
d'instaurer une seule zone de secours sur l'ensemble du territoire de
la province de Namur. En effet, des économies d'échelle devraient
être réalisées avec cette zone unique. En outre, on est en droit de
penser que des zones suffisamment grandes offriront au citoyen la
garantie d'une protection maximale en cas d'incident grave,
notamment parce qu'elles permettent de travailler avec des équipes
spécialisées, de nombreux intervenants et une ligne de
commandement clairement déterminée.
Monsieur le ministre, ces arguments favorables semblent imparables.
Toutefois, certains bourgmestres hésitent à prendre cette position car
ils redoutent que les efforts financiers qu'ils ont concédés les
dernières années ne soient pas récompensés et de devoir, dans le
cadre d'une zone unique, mettre la main au portefeuille afin de
remettre à niveau certains corps de pompiers jugés plus en retard
dans leur modernisation. D'autres redoutent l'expérience douloureuse
de la création des zones de police. Enfin, d'aucuns regrettent de ne
pas avoir suffisamment d'informations pour pouvoir se prononcer.
Monsieur le ministre, la loi prévoit clairement un effet neutre de la
réforme pour les budgets des communes. J'aimerais donc que vous
puissiez rassurer les bourgmestres namurois, et à travers eux,
l'ensemble des bourgmestres de notre pays quant à la neutralité
budgétaire de cette réforme. En outre, j'aimerais que vous puissiez
apporter un maximum d'informations aux bourgmestres afin qu'ils
puissent se prononcer en connaissance de cause. Pour le moment,
ils ont un peu le sentiment de devoir acheter un chat dans un sac.
Quelles seront les obligations à charge des zones? Devront-elles
s'équiper contre les risques nucléaires? Quelles seront les
implications engendrées par la présence d'une ligne de chemin de fer
telle que l'Athus-Meuse?
L'absence de réponse à ces questions risque de braquer certains
bourgmestres et de les inciter à entrer en résistance, ce que certains
ont déjà annoncé. À cet égard, j'aimerais que vous me donniez votre
position en cas d'absence d'accord au sein du conseil consultatif des
bourgmestres d'une province. La décision ultime sera-t-elle prise par
vos soins? N'y a-t-il pas de risque d'atteinte à l'autonomie
communale?
Enfin, le timing fixé à la commission consultative des bourgmestres
est particulièrement serré. Il permet difficilement aux bourgmestres de
procéder à la consultation de leur conseil communal, les obligeant
parfois à se positionner sur la base de leur seule conviction
personnelle. N'y a-t-il pas un risque d'illégalité de cette prise de
position sans disposer de l'aval du conseil communal?
14 van de wet van 15 mei 2007
bepaalt
dat
elke
provincie
minstens een hulpverleningszone
bevat en dat een gemeente
slechts tot een zone kan behoren.
Voor de provincie Namen worden
er momenteel diverse oplossingen
bestudeerd: de oprichting van een
zone voor de ganse provincie of
de oprichting van verscheidene
zones voor de gemeenten van het
noorden, zuiden, oosten of westen
van
de
provincie.
Vanuit
theoretisch oogpunt kan de eerste
oplossing het meest evident lijken.
Met een zone zou men duidelijk
schaalvoordelen kunnen doen.
Maar men mag er terecht van
uitgaan dat de tweede oplossing
de burger bij een ernstig incident
de beste bescherming zal bieden.
Die argumenten lijken de doorslag
te geven. En toch aarzelen
sommige burgemeesters om dat
standpunt in te nemen omdat ze
vrezen
dat
de
financiële
inspanningen van de jongste jaren
niet beloond zouden worden en ze
met vers geld over de brug zouden
moeten komen. Andere vrezen
dan weer een herhaling van de
pijnlijke ervaring met de oprichting
van de politiezones. En tot slot
betreuren
sommige
burgemeesters
dat
ze
over
onvoldoende
gegevens
beschikken om zich uit te spreken.
De wet stelt duidelijk dat de
hervorming de begroting van de
gemeenten niet mag bezwaren.
Kan u de burgemeesters derhalve
de geruststelling geven dat die
hervorming budgettair neutraal zal
zijn? Voorts wens ik dat u de
burgemeesters zo goed mogelijk
zou kunnen informeren, opdat ze
zich met kennis van zaken zouden
kunnen uitspreken. Aan welke
verplichtingen zullen de zones
moeten voldoen? Zullen ze zich
moeten uitrusten tegen nucleaire
risico's? Welke gevolgen heeft de
aanwezigheid van een spoorlijn
zoals de lijn Athus-Meuse? Als het
antwoord op die vragen uitblijft,
zouden sommige burgemeesters
wel eens verzet kunnen plegen.
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
Ter zake verwacht ik dat u me uw
standpunt meedeelt, indien er in
de
adviesraad
van
de
burgemeesters van een provincie
geen
overeenstemming
kan
gevonden worden. Zal u de
uiteindelijke beslissing treffen?
Komt de gemeentelijke autonomie
niet in gevaar? Tot slot is de timing
die door de adviesraad van de
burgemeesters werd vastgelegd,
bijzonder krap. Hij laat de
burgemeesters nauwelijks de tijd
om
hun
gemeenteraad
te
raadplegen, waardoor ze verplicht
zijn alleen te beslissen. Bestaat
het
gevaar
niet
dat
die
standpuntbepaling
zonder
goedkeuring
van
de
gemeenteraad
onwettig
zal
worden beschouwd?
22.02 André Frédéric (PS): Si cela ne vous pose pas de problème,
je poserai la question de mon banc de président.
Monsieur le ministre, très brièvement et sans vouloir vous agacer sur
le sujet je sais combien il est difficile de se répéter , nous nous
trouvons dans une situation très particulière, comme vient de la
décrire fort bien M. Clarinval. Mon intervention en tant que président
de la commission se veut plus être une mise en garde qu'une
question, avec toute la modestie que je dois m'imposer.
Mais je ne peux pas ne pas me faire l'écho de ce que j'entends autour
de moi et dans ma province de Liège. Je suis interpellé, depuis
plusieurs jours, à la suite de la rencontre organisée par le gouverneur.
Mais lorsque j'interroge mes collègues, je n'entends rien d'autre tant
au Nord qu'au Sud du pays. Les gouverneurs, pour toute une série de
raisons et quelle que soit, monsieur Crucke, la couleur des uns et des
autres, semblent être amenés -je ne dis pas de façon délibérée - à
mettre les bourgmestres, qui sont jusqu'à preuve du contraire les
premiers responsables de la sécurité sur le territoire de leur localité,
dans une situation de forcing dans le temps, dans laquelle ils doivent
décider et en venir à utiliser l'expression: "un chat dans un sac".
Cela inquiète les bourgmestres et pourrait les amener à faire de la
résistance, ce qui me semblerait dommage, car nous avons, pour la
plupart, voté cette réforme. Sur le fond, pour plus d'efficacité de la
sécurité civile de nos concitoyens, nous l'avons en grande majorité
approuvée. Donc, nous ne la remettons pas en question aujourd'hui.
J'ai eu une réunion hier avec une série de bourgmestres de mon
groupe politique de la province de Liège; ils disent simplement leurs
craintes à l'égard des modalités de mise en oeuvre de la réforme. Or,
leurs craintes, au premier niveau, sont essentielles et non d'ordre
budgétaire.
Leurs premières interrogations sont de savoir sur base de quels
critères on modifie ces zones de secours? On leur donne une carte
avec des zones et on ne leur explique pas en quoi on améliore la
22.02 André Frédéric (PS): We
bevinden ons in een wel erg
vreemde situatie. Ik wens als
commissievoorzitter het woord te
nemen, niet zozeer om een vraag
te stellen als wel om een
waarschuwing te uiten.
Men stelt mij vragen naar
aanleiding van de ontmoeting die
door
de
gouverneur
werd
georganiseerd. Maar als ik op mijn
beurt mijn collega's ondervraag,
hoor ik steeds hetzelfde: de
gouverneurs
zetten
de
burgemeesters blijkbaar voor het
blok en doen hen een kat in een
zak kopen.
Dat stemt de burgemeesters
ongerust, en ze zouden hiertegen
wel eens in verzet kunnen komen.
Ik heb gisteren vergaderd met
burgemeesters van mijn politieke
fractie uit de provincie Luik, en zij
hebben hun vrees uitgesproken
over de voorwaarden waaronder
de hervorming ten uitvoer zal
worden gebracht.
Op basis van welke criteria worden
de
hulpverleningszones
aangepast? Hoe wordt de kwaliteit
van de interventie verbeterd? In
hoeverre
wordt
er
rekening
gehouden met de aanbevelingen
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
qualité de l'intervention; en quoi on tient compte des
recommandations du rapport Paulus. À aucun moment, les
gouverneurs manifestement ne sont à même d'expliquer cela. Avec
certaines zones, le système fonctionne extrêmement bien. On leur dit
que, dans tel quartier de leur commune, ce n'est plus ce service-là qui
intervient, mais le service voisin. Pourquoi? Parce que! Et quand on
interroge sur d'éventuels logiciels de mise à l'épreuve de différents
scénarios, il n'y a pas de réponse.
C'est donc la première question fondamentale que les bourgmestres
se posent. La deuxième, on y a fait allusion. Nous avons tous en
mémoire la réforme des polices. Vous en avez encore parlé ce matin.
J'ai bien entendu, mais à tout le moins, les bourgmestres seraient en
droit, quand ils rencontrent les gouverneurs, pour le cas où ils
devraient opérer des choix ou marquer leur assentiment sur une
proposition qui se voudrait constructive, de recevoir un minimum
d'indications sur son incidence financière.
Il existe des comparaisons au niveau des régions dans lesquelles des
intercommunales fonctionnent sans difficulté. D'autres régions
s'interrogent, à juste tire, quant à l'incidence sur leur budget. Vous
avez parlé, ce matin, de la théorie de l'oeuf et de la poule: il faut
d'abord décider des zones pour calculer. J'entends bien. J'ai compris
aussi.
Monsieur le ministre, je crains que ce discours soit un peu court; les
réponses apportées sont insuffisantes par rapport à notre volonté
d'avancer et de construire à la suite de cette loi que nous avons
votée.
Un élément pourrait être mis en place, à savoir la commission
d'accompagnement de la réforme. Vous me direz peut-être qu'on ne
peut pas la mettre en oeuvre maintenant, puisqu'il semblerait qu'il y ait
un problème légal. Nous l'avons voulue et nous l'avons inscrite dans
la loi. Elle devrait pouvoir être mise en oeuvre. Elle a justement pour
mission le calcul des coûts supplémentaires, l'impact financier sur les
zones, etc.
Pourrait-on nous dire si, effectivement, cet outil va être mis en
oeuvre? Dans quel délai et quelle sera la procédure? Ainsi, nous
pourrions retourner cette information vers les bourgmestres.
Monsieur le ministre, je ne politise pas du tout la discussion. En
général, j'évite les questions inutiles. Je me fais simplement l'écho de
tous les partis confondus. J'entends les mêmes réactions dans tous
les groupes politiques de ma province et j'en suis inquiet. C'est
pourquoi je voulais attirer votre attention sur ce point.
(...): (...)
van het rapport-Paulus? Daar
hebben de gouverneurs nooit
enige uitleg over verschaft. Er
werd eenvoudigweg gezegd dat in
een bepaalde wijk van hun
gemeente niet meer die bepaalde
dienst zou interveniëren, maar wel
de naburige, zonder verdere
motivering.
Bovendien
hebben
de
burgemeesters recht op een
minimum aan informatie inzake de
financiële
gevolgen
van
die
aanpassingen.
Die antwoorden zijn onvoldoende,
want het is onze bedoeling om
voortgang te maken en de wet die
we hebben goedgekeurd, in
praktijk te brengen.
De commissie ter begeleiding van
de hervorming zou al kunnen
worden opgericht. We waren
voorstander van dat instrument en
hebben de oprichting ervan in de
wet ingeschreven. Die commissie
heeft precies als opdracht de
bijkomende kosten, de financiële
gevolgen voor de zones, enz. te
berekenen. Zal er werk worden
gemaakt van de invoering van dat
instrument? Binnen welke termijn
en volgens welke procedure?
Ik ventileer de ongerustheid van
alle politieke strekkingen in mijn
provincie en ik heb uw aandacht
willen vestigen op dat probleem.
22.03 André Frédéric (PS): Vous dites que je suis trop long. J'ai
parlé trois minutes et trente secondes. J'ai chronométré! Il me reste
donc une minute et trente secondes pour la réplique.
Il reste une intervention, celle de M. Crucke qui est toujours bref. Il
rétablira ainsi la moyenne!
22.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je vais vous 22.04 Jean-Luc Crucke (MR):
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
faire plaisir.
Monsieur le ministre, vous pensez bien qu'après les interventions d'un
honorable membre de la province de Namur et ensuite de la province
de Liège, la plus grande province de Wallonie se devait aussi
d'intervenir dans le débat Quand je dis "plus grande", c'est en termes
de superficie et de population. Nous sommes partout!
Le 15 avril 2008 restera dans les mémoires, pas uniquement parce
que la veille nous nous réunissions à Jurbise, capitale de la sécurité
civile du Hainaut, mais surtout parce que, pour la première fois depuis
que je suis bourgmestre, en une dizaine d'années, l'ensemble des
bourgmestres du Hainaut étaient réunis. Monsieur le ministre, je vous
en remercie car, au moins, vous avez réussi à faire cela. C'est une
gageure! À Jurbise en plus, vous rendez-vous compte?
Le sujet est très sérieux mais je ne souhaite pas non plus être très
long. Un adage romain dit "dura lex sed lex". Tous ceux qui ne
connaissaient pas la loi doivent maintenant se souvenir qu'il y a une
loi. Elle a été votée. Un point c'est tout!
Je suis entièrement d'accord avec le président; il est normal que l'on
se pose un certain nombre de questions. Les miennes rejoignent
d'ailleurs en partie les siennes. Un schéma de trois zones nous a été
présenté dans le Hainaut. Une ou trois. Pourquoi pas? Par contre, j'ai
entendu que ce raisonnement était basé sur le rapport Deloitte et que
l'on retrouve, dans ce rapport, un certain nombre d'éléments qui
permettent de poser cette analyse-là.
Ma première question est très simple. Elle rejoint les besoins
d'analyse tant financière que structurelle.
Monsieur le ministre, ne pourrait-on pas disposer de cette étude? Ne
pourrait-elle être transmise à l'ensemble des bourgmestres et des
parlementaires du Hainaut? Cela évitera aux membres du SPF ainsi
qu'à M. le gouverneur de devoir expliquer ce qu'on pourrait lire. On
pourrait aussi partager les informations lors des conseils communaux.
Il s'agit d'une réponse purement matérielle. J'ai envie de dire
"matérialiste", monsieur le président, mais le premier terme est mieux
que le second.
Deuxième question: après? Que ce soit une ou trois zones j'ai envie
de dire que peu importe encore que j'entends que les avis sont
partagés , il faudra composer un exécutif de cette ou de ces zone(s).
À ce sujet, j'ai lu cela a d'ailleurs été précisé par le gouverneur la
manière donc la composition du collège doit être orchestrée.
Vous précisez que cela doit être fait de manière proportionnelle.
Vous expliquez, selon le gouverneur, que par proportionnelle, il faut
entendre le rapport des forces politiques au sein de la zone et
l'importance relative des communes. Je reconnais l'homme intelligent
qu'est le ministre. "L'importance relative", "le rapport des forces
politiques", monsieur le président, regardez en Hainaut ce que cela
signifie. Si on fait le total des bourgmestres par hasard! libéraux
sur l'ensemble du Hainaut, on va obtenir une représentation
proportionnelle qui ne sera pas la représentation de ce qu'est
De grootste provincie van Wallonië
kon niet achterblijven!
De datum van 15 april 2008 zal in
het geheugen gegrift blijven, want
voor het eerst sinds een tiental
jaren zaten alle burgemeesters
van Henegouwen samen.
Het gaat om een ernstige
aangelegenheid. "Dura lex, sed
lex", zegt het Romeinse adagium.
De wet werd goedgekeurd en
daarmee uit.
In Henegouwen werd ons een
schema
met
drie
zones
voorgelegd. Een of drie, waarom
niet? Ik heb echter vernomen dat
die beslissing stoelt op het
verslag-Deloitte, waarin heel wat
gegevens staan die tot die analyse
kunnen leiden.
Kan die studie ons worden
bezorgd? Kan ze ook aan alle
burgemeesters en parlements-
leden van Henegouwen bezorgd
worden?
Mijn tweede vraag: wat staat er
daarna te gebeuren? Of het nu
om een of om drie zones gaat, er
zal een uitvoerend bestuur voor
deze zone(s) moeten komen. Wat
dat betreft, heb ik gelezen hoe de
samenstelling van het college
moet worden georganiseerd. U
stelt dat dit op evenredige wijze
moet gebeuren, dit wil zeggen
volgens de politieke verhoudingen
binnen de zone en het relatieve
belang van de gemeenten. Indien
men de som maakt van alle
liberale
burgemeesters
in
Henegouwen, krijgt men wel een
vertegenwoordiging
die
niet
overeenstemt met de realiteit van
de
liberale
aanwezigheid
in
Henegouwen, wij zijn namelijk de
grootste partij van de provincie!
Kunt u ons de berekening geven
voor een en voor drie zones voor
Henegouwen maar ook voor
Namen en Luik, zodat we kunnen
nagaan hoe de proportionaliteit
wordt bestudeerd?
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
réellement la force libérale dans le Hainaut, à savoir quasiment le
premier parti de la province c'est pour 2009; on va y arriver!
Monsieur le ministre, je voudrais pousser plus loin le raisonnement.
Donnez-moi le calcul sur une zone et trois zones pour le Hainaut.
Tant qu'à faire, pour faire plaisir aux amis namurois et liégeois si je
peux les aider ce sera avec grand plaisir , donnez-nous ce calcul
pour qu'on puisse examiner comment on étudie les proportionnelles.
L'instinct politique est ainsi fait qu'il voit toujours derrière un mot
plusieurs formes. C'est assez logique de constater différentes
lectures. Dans le cas contraire, nous serions tous en ligne, ce que
personne ne souhaite.
En résumé, ce rapport Delloite peut-il être communiqué à tout le
monde et peut-on disposer d'un schéma du futur collège, qu'on soit
trois ou un?
Samengevat, kan het verslag van
Deloitte worden meegedeeld en
kunnen we beschikken over een
schema van het toekomstige
college, ongeacht of het om een
of om drie colleges gaat?
22.05 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, si vous êtes
d'accord, je vais m'exprimer en néerlandais car je ne vais pas lire la
réponse. Je m'en excuse, mais des collègues néerlandophones
étaient aussi inscrits. Je vais vous proposer la chose suivante.
Ik denk dat we hoe dan ook volgende week, in het raam van de
discussie over de beleidsnota, op de hervorming van de civiele
veiligheid zullen terugkomen. Deze morgen heb ik daarover
gesproken in mijn inleiding en alleszins de heer Peeters van de sp.a
heeft daar vragen over gesteld.
Laat me beginnen met te zeggen dat ik de ongerustheid van
burgemeesters begrijp, maar ongerustheid mag er niet toe leiden dat
men noodzakelijke hervormingen afvoert. Laat mij er ten tweede aan
toevoegen dat er op dit ogenblik onmogelijk op alle vragen een
antwoord kan worden gegeven. Dat kan niet. Er zullen altijd vragen
kunnen worden gesteld over de budgettaire incidentie, waarop nu
geen antwoord kan worden gegeven omdat wij geen budgettaire
prognoses kunnen of mogen maken voor tien of vijftien jaar.
Toen wij de wet goedkeurden konden wij wel beslissen dat er geen
meerkosten mochten zijn voor de gemeenten, maar we kunnen hier
onmogelijk ex cathedra zeggen wat het budget voor 2008 zal zijn en
wat het zal zijn voor 2009 en 2010 of in lengte van jaren. We kunnen
wel zeggen dat het principe bij het goedkeuren van de wet was dat er
geen meerkosten zouden zijn zo lang wij, u en ik, hier zitten zullen
wij alles doen om dat principe te bewaken maar er is nu eenmaal
het principe van de annaliteit van de begroting. Een burgemeester zal
altijd vragen: "Gaat u dat wel doen? Dit jaar staan er in de begroting
voldoende middelen, maar zal dat volgend jaar en het jaar nadien zo
zijn?". Om die ongerustheid weg te nemen, zal men ons moeten
geloven op ons woord.
Ten tweede, het statuut. Ik heb net geantwoord op een vraag van
collega Doomst daarover. Over het statuut zal moeten worden
onderhandeld. We zullen dat bewaken. Ik heb u ook in alle
duidelijkheid deze morgen gezegd: neem nu eens dat er geen
hervorming is van de civiele veiligheid.
22.05 Patrick Dewael, ministre:
Quoi qu'il arrive, nous devrons
revenir sur cette réglementation la
semaine prochaine.
Je puis comprendre l'inquiétude
des bourgmestres mais cela ne
doit pas, pour autant, empêcher la
mise en oeuvre de certaines
réformes indispensables. Il est
toutefois impossible de faire
aujourd'hui déjà des prévisions
budgétaires à dix ou quinze ans.
Mais je puis conformer que nous
avons convenu qu'il ne doit pas y
avoir de coûts supplémentaires
pour les communes et que nous
serons très attentifs au respect de
ce principe. Je compte à cet égard
sur le respect des bourgmestres.
Le statut doit encore faire l'objet
de négociations.
Imaginons qu'il n'y ait pas de réforme de la sécurité civile! À ce De steden en gemeenten zullen
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
moment-là, le statut sera mis sur la table; les villes et communes
devront répondre aux exigences des organisations syndicales à leurs
frais. En effet, à ce moment-là, il n'y aura plus d'intervention possible
de la part du fédéral. J'insiste pour la mise en place d'un système où
l'intervention du fédéral soit augmentée afin de parvenir à ce fifty-fifty
mais, pour le moment, c'est l'inverse qui se passe: les villes et
communes prennent les frais à leur charge. Je répète qu'alors, dès le
moment où les organisations syndicales programmeront des actions,
ludiques ou non (comme à Anvers), seules les villes et communes y
seront confrontées.
Donnons une chance à cette réforme. Selon l'histoire de l'oeuf et de la
poule, il n'est pas possible que tout se fasse en même temps. On ne
peut imaginer pouvoir, le même soir, prendre des décisions pour tout
le pays, quant à toutes les zones, au financement, au statut, etc. Je
me souviens très bien de la période de la réforme des polices, sans
doute une mauvaise expérience pour certains, mais je constate que
les forces de police travaillent mieux.
Ne commettons pas les mêmes fautes!
Laat ons het kind niet met het badwater weggooien.
Demain, après-demain, s'il se produit quelque part une catastrophe,
on viendra se plaindre que la réforme des services d'incendie traîne
en longueur. Dans quelques mois, ce sera à nouveau "l'anniversaire"
de la catastrophe de Ghislenghien. Nous serons tous à répéter que la
réforme doit être réalisée le plus vite possible.
Monsieur le président, je propose donc à la commission qu'avec plus
de détails encore, je repasse la semaine prochaine pour donner des
schémas et des timings. Sachons cependant qu'il faut convaincre tant
les organisations syndicales et les fédérations des pompiers que les
villes et communes et les parlementaires de continuer pendant
plusieurs semaines, voire plusieurs mois, avec la volonté politique de
rédiger ces arrêtés d'exécution; en effet, nous avons voté une loi-
cadre, voilà plus d'un an, mais ce n'est pas ma faute s'il y a eu un
régime d'affaires courantes pendant neuf mois. À présent, il est temps
d'agir.
Je suis très conscient du fait que, dans plusieurs provinces, les
gouverneurs n'ont peut-être pas pu donner toutes les réponses
nécessaires. C'est pourquoi, dans mon agenda de la semaine
prochaine, est inscrite une rencontre avec les bourgmestres, par le
biais de l'Union des villes et communes, avec les fédérations des
sapeurs-pompiers. Je me rendrai moi-même sur le terrain, le jour
opportun, pour organiser des réunions dans les provinces afin de
convaincre les bourgmestres s'il subsiste des résistances.
Pour l'élément budgétaire, je fais simplement remarquer que le
budget 2008 prévoit un budget alloué aux services d'incendie en
croissance. Il faudra continuer dans cette voie.
met eigen middelen een antwoord
moeten bieden op de eisen van de
vakbonden.
Wel
ben
ik
voorstander van een verhoging
van de federale tegemoetkoming.
We moeten deze hervorming een
kans geven. Rome is ook niet op
één dag gebouwd.
Indien zich een ramp zou
voordoen, zouden we allemaal
roepen dat de hervorming zo vlug
mogelijk
moet
worden
doorgevoerd.
Ik stel de commissie voor
volgende
week
een
nieuwe
vergadering te beleggen, waarop
ik dan gedetailleerde informatie zal
geven. De kaderwet werd een jaar
geleden goedgekeurd en we
hadden negen maanden lang een
regering van lopende zaken. We
moeten nu de politieke wil aan de
dag
leggen
om
de
uitvoeringsbesluiten op te stellen.
Ik besef dat de gouverneurs in
verscheidene provincies niet bij
machte waren om op alle vragen
een passend antwoord te geven.
Ik zal een ontmoeting hebben met
de burgemeesters en met de
brandweerfederaties om wie nog
met twijfels zit, over de streep te
trekken.
Wat
de
begrotingsmiddelen
betreft, stijgt de begroting voor de
brandweer in 2008. We zullen op
die weg moeten voortgaan.
Wij zullen dus in lengte van jaren, ieder jaar opnieuw, een verhoging
van de middelen voor de civiele veiligheid moeten goedkeuren wij
kunnen dat hier decreteren maar zonder dat wij een absolute
garantie kunnen geven.
Il faudra voter chaque année une
augmentation des moyens. Je ne
puis dès lors fournir de garanties.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Un bourgmestre pourrait prétendre qu'un prochain gouvernement
pourrait agir différemment. Oui, c'est une réalité! Est-ce une raison
pour ne pas procéder à la réforme? Je ne le crois pas. Au moment où
on l'a votée, il y avait un engagement sur tous les bancs de tous les
groupes politiques. Pour moi, cet engagement est important.
Je vous ai bien entendu, je ne suis pas sourd. J'ai aussi pris
connaissance de réactions émanant de toutes les provinces. À partir
du moment où j'ai pris cet arrêté royal, je savais que les gouverneurs
allaient être confrontés à nombre de réactions virulentes. Dans les
semaines à venir, j'aurai des rencontres.
Lors de la prochaine réunion de notre commission, je propose de
vous renseigner de façon détaillée sur les étapes à suivre.
N'oublions pas que nous avons tous voulu cette réforme et que nous
sommes tous demandeurs de services d'incendie plus performants.
C'est lorsqu'une catastrophe survient que l'on dit qu'il faut une
réforme!
Toen
de
hervorming
werd
goedgekeurd, hebben alle politieke
fracties zich ertoe verbonden
hieraan mee te werken. We zijn
allemaal vragende partij voor een
performantere brandweer. Toen ik
het koninklijk besluit uitvaardigde,
wist ik dat de gouverneurs heftige
reacties konden verwachten. De
komende weken zal ik de
betrokkenen
ontmoeten
en
volgende week zal ik u meer
informatie verstrekken.
Niet vergeten dat een civiele veiligheid geld kost. Het zal geld kosten,
er zijn gemeenten die in het verleden veel geïnvesteerd hebben, maar
er zijn ook heel veel gemeenten die in het verleden weinig gedaan
hebben, juist zoals bij de politie. We moeten daar ook een beetje de
rechtvaardigheid respecteren, dat niet diegenen die veel gedaan
hebben in het verleden, de dupe worden van die hervorming.
Tot daar mijn antwoord, en ik stel voor mijnheer de voorzitter, dat ik er
de volgende week verder op inga. Je vous ai bien entendu.
La sécurité civile coûte très cher.
Certaines
communes
ont
beaucoup investi par le passé,
d'autres pas. Il ne faut pas que les
premières pâtissent de la réforme.
Nous évoquerons ce sujet plus
avant la semaine prochaine.
22.06 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, ne vous
méprenez pas, je suis votre allié et j'ai bien l'intention de donner sa
chance à cette réforme! En tout cas, il est clair que je m'attèle à cette
tâche.
Cependant, tout le monde ne partage pas mon avis et, en province de
Namur, certains rebelles ont déjà sorti leur couteau. Il faut donc
s'attendre à des problèmes.
Cela dit, vous avez réaffirmé l'existence de la neutralité budgétaire.
L'ensemble des bourgmestres de ce pays peuvent donc être
rassurés: il n'y aura pas de coût supplémentaire.
22.06 David Clarinval (MR): Ik
ben wel degelijk van plan deze
hervorming een kans te geven.
Iedereen deelt mijn mening echter
niet, en in de provincie Namen
staan sommige rebellen al klaar
met getrokken messen. Dit
gezegd zijnde, u heeft het bestaan
van de budgettaire neutraliteit
opnieuw
bevestigd.
Alle
burgemeesters van dit land mogen
dus gerust zijn: er komt geen
meerkost.
22.07 Patrick Dewael, ministre: Je tiens quand même à vous
rappeler, monsieur Clarinval, que j'ai déjà fait cette déclaration au
moins à 100 reprises! Et une fois de plus aujourd'hui!
22.07 Minister Patrick Dewael: Ik
wil er u toch aan herinneren dat ik
deze
verklaring
al minstens
honderd keer afgelegd heb, en
vandaag dus nog maar eens.
22.08 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, vous savez que
les Namurois sont lents!
Je puis vous assurer que certains ne vous ont pas cru sur parole lors
de la première réunion.
Par ailleurs, je prends bonne note que vous êtes prêt à venir défendre
ce projet en réunion. Cependant, le timing est très serré: nous avons
22.08 David Clarinval (MR): Ik
neem er nota van dat u bereid
bent dat ontwerp in de commissie
te komen verdedigen. Het tijdpad
is echter erg strak: wij beschikken
over een termijn van vijfenveertig
dagen. Het is belangrijk dat wij
technische antwoorden krijgen,
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
un délai de quarante-cinq jours; or quinze jours sont déjà passés. Il
importe que nous obtenions des réponses techniques, notamment sur
le nucléaire et ligne de chemin de fer Athus-Meuse. J'ai bien
enregistré que nous en parlerions la semaine prochaine.
met name over het nucleaire
aspect. Ik heb er notitie van
genomen dat wij een en ander
volgende week zouden bespreken.
22.09 André Frédéric (PS): Monsieur le ministre, je suis un allié
potentiel.
Monsieur Clarinval, vous avez dit que l'inquiétude des bourgmestres
ne pouvait freiner la réforme; je suis parfaitement d'accord.
Néanmoins, je reste convaincu qu'ils méritent de recevoir un
minimum d'informations pour dynamiser et mettre en oeuvre cette
réforme. Tel était le sens de mon message. Nous écouterons donc
attentivement les informations détaillées qui seront apportées la
semaine prochaine, de façon à les relayer. Nous serons des acteurs
dynamiques du dossier pour autant que nous disposions de son
contenu.
22.09 André Frédéric (PS):
Mijnheer Clarinval, u heeft gezegd
dat de ongerustheid van de
burgemeesters de hervorming niet
mag afremmen. Ik ben het
daarmee eens. Ik blijf er echter
van overtuigd dat zij een minimum
aan informatie zouden moeten
krijgen om die hervorming ten
uitvoer te leggen. Wij zullen dus
aandachtig luisteren naar de
gegevens die ons volgende week
zullen worden meegedeeld, zodat
we ze kunnen doorgeven.
22.10 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je réagirai
rapidement. Ce n'est pas la question de l'oeuf ou de la poule, puisque
celui-là est pondu. Mais nous devons connaître les conditions dans
lesquelles cet oeuf va éclore. Je ne vous pose donc pas de question
budgétaire. Le gouverneur du Hainaut a été suffisamment clair à ce
propos.
En revanche, vous nous dites qu'un rapport a été conçu. Dès lors, je
vous prierais de nous le communiquer. Or vous n'avez pas répondu à
ma question. Pourrions-nous donc en prendre connaissance afin que
nous puissions nous prononcer? Je vois que vous opinez et je vous
en remercie.
Ensuite, je peux comprendre qu'existent diverses formules, et aucune
ne me gêne particulièrement. Je souhaite seulement savoir comment
nous pourrons harmoniser cela avec l'ensemble des provinces en
fonction d'un critère objectivable.
Enfin, pour abréger mon propos, je tiens à remercier au nom des
parlementaires du Hainaut le personnel du SPF Intérieur, qui a animé
cette réunion, pour son excellente connaissance du dossier. Sa
présence était importante.
22.10 Jean-Luc Crucke (MR): U
zegt dat er een verslag werd
opgesteld. Ik verzoek u dan ook
het ons mee te delen. U heeft
echter
niet
op
mijn
vraag
geantwoord. Zullen wij er kennis
van kunnen nemen zodat wij ons
kunnen uitspreken? (De minister
knikt).
Ik zie dat u knikt en ik dank u
daarvoor. Tevens kan ik begrijpen
dat er diverse formules bestaan,
en geen enkele ervan stoort mij. Ik
wil enkel weten hoe wij dat met
alle provincies zullen kunnen
harmoniseren op grond van een
objectiveerbaar criterium. Ten
slotte wil ik de personeelsleden
van de FOD Binnenlandse Zaken
bedanken voor hun uitstekende
kennis van het dossier. Hun
aanwezigheid was belangrijk.
22.11 Patrick Dewael, ministre: La semaine prochaine, vous
recevrez une note complémentaire à ma note de politique générale.
Vous verrez que nous travaillons à partir d'hypothèses. Notre objectif
est de parvenir à une répartition cinquante-cinquante. Tout dépend
des paramètres et de ce que nous voulons obtenir dans tel ou tel
délai. Autrement dit, cela dépend des injections budgétaires des
années à venir. Plusieurs choix doivent être opérés.
Ceci dit, déterminer de quelles zones il s'agit dans une province est
un exercice qu'il me semble important de réaliser sous la présidence
du gouverneur avec tous les bourgmestres. Sinon, nous entendrons
des réactions telles que: "Que nous concocte-t-on encore à
Bruxelles? Qu'y a-t-il à prendre ou à laisser?"
22.11 Minister Patrick Dewael:
Volgende week zal u een nota
ontvangen ter aanvulling van mijn
beleidsnota. U zal merken dat wij
uitgaan van hypothesen. Het is de
bedoeling tot een vijftig-vijftig-
verdeling te komen. Alles hangt af
van de parameters en wat men
binnen deze of gene termijn wil
bereiken.
Er
kunnen
dus
verschillende
keuzes
worden
gemaakt.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
La concertation s'est bien déroulée. Nous devons maintenant aller
dans votre direction.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23 Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
sécurisation des armes à feu et munitions au sein de la police fédérale" (n° 4501)</b>
23 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de beveiliging van vuurwapens en munitie bij de federale politie" (nr. 4501)
23.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, j'ai appris que le Comité P, qui a comme rôle la surveillance
des polices pour le compte du parlement, lui a présenté ce 7 avril son
rapport 2006-2007 à huis-clos. Ainsi, selon la presse, dans ce rapport
le Comité P déplore que "trop d'armes sont accessibles trop
facilement à tout un chacun au sein de la police fédérale".
Le Comité déplore également le retard pris par la police fédérale dans
le cadre de l'enregistrement de ses armes au Registre central des
armes (RCA). Cette dernière tente actuellement de rattraper son
retard, tout en étant entravée, selon la presse de ce 9 avril 2008. À
cet égard, deux sites semblent fortement poser des problèmes.
Au niveau de la police locale, le Comité relève que le RCA manque
encore de fiabilité, ce qui malheureusement a pour conséquence
involontaire de favoriser la détention illégale d'armes à la police.
Pourriez-vous me confirmer le retard de la police fédérale dans le
cadre de l'enregistrement de ses armes? Si oui, de quelle manière et
endéans quel délai avez-vous l'intention de résoudre ce problème?
En ce qui concerne la fiabilité du RCA pour les armes détenues au
niveau local, quelle est votre position, comment allez-vous résorber la
situation et endéans quel délai?
23.01 Josée Lejeune (MR):
Volgens de pers betreurt het
Comité P in zijn rapport dat het
personeel van de federale politie al
te gemakkelijk toegang heeft tot te
veel wapens. Voorts wijst het
Comité P op de achterstand van
de federale politie bij de registratie
van haar wapens in het Centraal
Wapenregister (CWR). Op dat
vlak doen zich op twee plekken
ernstige problemen voor.
Wat de lokale politie betreft, stelt
het Comité P dat het CWR nog
niet
betrouwbaar
genoeg
is
waardoor het illegale wapenbezit
door politieambtenaren ongewild in
de hand wordt gewerkt.
Kan u bevestigen dat de federale
politie bij de registratie van haar
wapens met een achterstand
kampt?
Zo ja, hoe en binnen welke termijn
zal u dat probleem verhelpen?
Wat is uw standpunt over de
betrouwbaarheid van het CWR
voor wat de wapens van de lokale
politie betreft?
23.02 Patrick Dewael, ministre: La police fédérale dispose d'environ
31.000 armes à feu qui sont presque toutes enregistrées au RCA.
Pour les armes à feu du Musée de la police, ainsi que pour environ 90
armes, l'enregistrement est encore en cours.
L'enregistrement des armes à feu de la police locale au RCA relève
de la responsabilité des autorités locales qui en sont les propriétaires.
Il s'avère que certaines zones de police n'ont pas encore enregistré
toutes leurs armes au RCA. Je fais également référence ici à la
réponse que je vais donner dans quelques instants à M. Doomst,
puisque c'est aussi le sujet de sa question.
23.02 Minister Patrick Dewael:
De federale politie beschikt over
zo'n 31.000 vuurwapens die bijna
allemaal
in
het
CWR
zijn
opgenomen. Voor de vuurwapens
in het Politiemuseum en een
negentigtal andere wapens is de
registratie nog aan de gang.
De registratie van de vuurwapens
van de lokale politie in het CWR
valt onder de bevoegdheid van de
lokale overheden, die er de
bezitter
van
zijn.
Sommige
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
politiezones hebben nog niet al
hun
wapens
in
het
CWR
geregistreerd. Ik wil hier tevens
verwijzen naar het antwoord dat ik
hierna aan de heer Doomst zal
geven, aangezien zijn vraag daar
ook over gaat.
23.03 Josée Lejeune (MR): Comme vous l'avez dit dans votre
réponse, 31.000 armes sont enregistrées au sein de la police,
fédérale ou locale. Il reste des armes qui ne sont pas enregistrées,
puisque l'enregistrement est toujours en cours. Quel est le délai d'ici à
la régularisation de cette situation, que l'on pourrait qualifier de
"comique" vu le contexte belge sur la problématique de la loi sur les
armes? Peut-on espérer que, début 2009, tous les enregistrements
seront réalisés? Je suppose que votre département souhaite
accélérer la procédure.
23.03 Josée Lejeune (MR):
Binnen welke termijn wordt de
situatie geregulariseerd voor de
wapens
die
nog
niet
zijn
geregistreerd?
Mag
men
verwachten dat alle registraties
tegen begin 2009 rond zullen zijn?
23.04 Patrick Dewael, ministre: Sur base des éléments dont je
dispose ici, il m'est impossible de me prononcer quant à un délai
précis. Je reviendrai à votre question après mes réponses à
M. Doomst.
23.04 Minister Patrick Dewael:
Op grond van de gegevens
waarover ik hier beschik, kan ik
me niet over een precieze
einddatum uitspreken. Nadat ik de
vraag van de heer Doomst heb
beantwoord, zal ik op uw vraag
terugkomen.
23.05 Josée Lejeune (MR): D'accord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
24 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'opportunité
pour les membres du service intervention des unités spéciales de la police fédérale d'utiliser un feu
bleu lorsqu'ils sont 'contactables et rappelables'" (n° 4527)</b>
24 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de vraag of het opportuun is dat de leden van de dienst interventie van de speciale eenheden
van de federale politie een blauw licht gebruiken wanneer ze kunnen worden gecontacteerd en
opgebeld" (nr. 4527)
24.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, les policiers fédéraux membres du service intervention des
unités spéciales de la police fédérale (CGSU) doivent, lorsqu'ils sont
"contactables et rappelables", pouvoir regagner leur unité endéans
l'heure suivant leur rappel.
Afin de pouvoir se conformer à cette obligation professionnelle, ces
policiers, lorsqu'ils sont dans cette situation de rappel possible,
prennent généralement leurs dispositions pour être prêts à rejoindre
leur unité stationnée à Bruxelles dans les 60 minutes. En dépit de
leurs précautions, les intéressés ne sont cependant pas à l'abri des
impondérables, notamment de ceux liés aux problèmes de la
circulation.
Présidente: Jacqueline Galant.
Voorzitter: Jacqueline Galant.
À ce jour, selon mes informations, ces policiers n'ont pas l'autorisation
24.01 Josy Arens (cdH): De
politieambtenaren
van
de
interventiedienst van de Directie
van de speciale eenheden van de
federale politie (CGSU) moeten
zich, wanneer ze terugroepbaar
zijn, binnen het uur bij hun eenheid
kunnen voegen. Ondanks de
voorzorgen die ze nemen om aan
die vereiste te voldoen, kunnen er
zich
altijd
onvoorziene
omstandigheden aandienen en
kunnen ze, bijvoorbeeld, vastzitten
in het verkeer.
Die
politiemensen
mogen,
wanneer
ze
worden
teruggeroepen,
geen
gebruik
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
d'utiliser un feu bleu lorsqu'ils sont rappelés et qu'ils rejoignent leur
unité avec leur véhicule personnel. L'opportunité de pouvoir utiliser ce
feu bleu me semble pourtant indéniable, que ce soit pour la sécurité
personnelle de ces policiers comme pour celle des autres usagers de
la route qui, par cette indication particulière, peuvent aisément se
rendre compte que le véhicule occupé est celui d'un policier dont la
mission requiert qu'il se déplace le plus rapidement possible et, pour
ce faire, utilise par exemple la bande d'urgence d'une autoroute
passablement encombrée.
Qui plus est, le Code de la route prévoit qu'une mission urgente doit
être signalée par l'usage conjoint du feu bleu et du bitonal, alors que
l'opportunité d'utiliser le seul feu bleu est laissée à l'appréciation du
policier. Cette utilisation ne lui confère aucun droit particulier sur les
autres usagers de la route, mais lui permet d'augmenter la visibilité de
son véhicule à l'égard des autres automobilistes qui lui laisseront ou
lui faciliteront plus volontiers le passage que s'il le demandait au
volant d'un véhicule sans signalisation particulière aucune.
M. le ministre pourrait-il me faire savoir pour quelles raisons
l'autorisation d'utiliser un feu bleu par les membres du CGSU, dans le
contexte décrit ci-avant, n'a pas été envisagée à ce jour?
Compte-t-il, à court terme, accorder cette autorisation ou, à tout le
moins, faire examiner par ses services l'opportunité et les possibilités
qui existent pour les membres du CGSU d'utiliser le feu bleu dans
leur véhicule personnel lorsqu'ils sont rappelés auprès de leur unité?
Président: André Frédéric.
Voorzitter: André Frédéric.
maken van een blauw licht op hun
persoonlijk voertuig. Dat lijkt me
nochtans opportuun. Of het al dan
niet aangewezen is om alleen
gebruik te maken van het blauwe
licht,
wordt
door
het
verkeersreglement trouwens aan
de discretie van de politieagent
overgelaten. Het gebruik van dat
licht komt immers de zichtbaarheid
van het voertuig ten goede en
verleent de bestuurder geen
bijzondere rechten ten aanzien
van de andere weggebruikers.
Om welke reden werd er tot op
heden niet aan gedacht de leden
van de CGSU de toelating te
geven gebruik te maken van een
blauw licht, wanneer ze worden
teruggeroepen? Is de minister van
plan die toelating alsnog te
verlenen of zijn diensten te vragen
na te gaan of zo een maatregel
wenselijk is?
24.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, l'utilisation du
feu bleu a été abordée au sein de la direction CGSU, de concert avec
le service juridique de la police fédérale. À ce jour, tenant compte de
certains facteurs légaux, opérationnels et financiers, cette option n'a
pas été prise.
La raison principale est la suivante. Vu qu'actuellement, il ne se pose
aucun problème d'opérationnalité de la CGSU, il ne paraît pas
opportun de faire usage de cette possibilité. De plus, statistiquement,
le personnel rappelé rejoint l'unité à temps. De l'expérience partagée
par l'ensemble du personnel confronté au problème du rappel, le réel
gain de l'utilisation du feu bleu se réaliserait essentiellement en cas
d'embouteillage aux accès principaux des villes.
Le nombre important de membres du personnel de la CGSU qui
doivent rejoindre leur unité pour participer à des missions inopinées
rend l'utilisation d'un gyrophare bleu difficile. De plus, ce dernier est
coûteux. L'utilisation de ce gyrophare risque également d'être à
l'origine de plaintes de civils et d'abus de membres du personnel.
Plus de 150 membres de la CGSU sont rappelables en permanence
et dans l'heure. Cette permanence concerne non seulement les
membres du service d'intervention mais également toutes les autres
catégories du personnel susceptible d'être engagé pour participer à
des missions imprévues.
À ce nombre viennent s'ajouter environ 300 personnes qui ne sont
24.02 Minister Patrick Dewael:
Deze aangelegenheid werd, in
samenspraak met de juridische
dienst van de federale politie,
besproken bij de CGSU. Om
wettelijke,
operationele
en
financiële redenen werd echter
niet beslist het gebruik van het
blauwe licht toe te staan.
Aangezien de CGSU niet met
operationele
problemen
wordt
geconfronteerd, lijkt het me niet
wenselijk die mogelijkheid in te
voeren. Uit de statistieken blijkt dat
de teruggeroepen personeelsleden
erin slagen zich binnen de
vooropgestelde tijd bij hun eenheid
te voegen. De ervaring leert dat
een blauw licht enkel nut heeft
wanneer er filevorming is op de
belangrijkste invalswegen naar de
steden.
De
CGSU
heeft
veel
personeelsleden die soms aan
onverwachte opdrachten moeten
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
pas rappelables au sens statutaire mais qui peuvent être rappelées
en cas de besoin. Le délai d'intervention pour ces personnes peut
également être fort court.
deelnemen; daardoor is het erg
moeilijk het blauwe zwaailicht te
gebruiken. Bovendien is zo'n
zwaailicht erg duur en het gebruik
ervan zou aanleiding kunnen
geven tot misbruiken en klachten
van burgers.
24.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Cela dit, les agents qui m'ont contacté ont été confrontés à des
problèmes d'embouteillages à l'entrée de certaines villes à un point tel
qu'ils ont parfois rejoint in extremis leur unité. S'ils pouvaient faire
usage du gyrophare bleu, les autres usagers se mettraient sur le côté
pour les laisser passer. Il me semble donc que cela apporterait un
plus. Je vous demande dès lors de bien vouloir réexaminer la
question.
24.03 Josy Arens (cdH): De
politieagenten die mij hebben
gecontacteerd, waren soms maar
net op tijd terug bij hun eenheid
omdat ze vast hadden gezeten in
het verkeer. Ik vraag u dan ook dit
vraagstuk opnieuw te bekijken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
25 Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la sécurité
25 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de private veiligheidsdiensten in de 'Carré de Liège'" (nr. 4540)
25.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je viens
d'apprendre que dans le quartier du Carré de Liège, la justice privée a
pris le pas sur la sécurité assurée par les services publics. Ainsi les
exploitants de café se voient contraints de louer les services d'un
portier aux fins d'assurer la sécurité de leurs clients, les frais de
sécurité étant bien entendu mis à la pleine et entière charge des
exploitants.
De plus, je constate qu'en vertu de l'article 5, 11° de la loi du 10 avril
1990 relative à la sécurité privée, les fonctions de direction effective
de café et celles d'une entreprise qui offre des services de
surveillance et de contrôle de personnes dans le cadre du maintien de
la sécurité dans les lieux accessibles ou non au public, sont
incompatibles, et ce depuis mars 2007.
Les exploitants de café n'ayant pas réussi la formation les autorisant
à organiser la sécurité interne de leur établissement se trouvent ainsi
dans une situation délicate. En raison de l'incompatibilité introduite en
mars 2007, ils ne peuvent pas bénéficier de l'habilitation des
exploitants de café ayant réussi cette formation. De surcroît, les
exploitants ne disposent nullement des moyens financiers suffisants
pour faire appel aux organismes privés de gardiennage. En outre,
certaines sociétés refusent même que leurs employés travaillent dans
le quartier du Carré.
Monsieur le ministre, pourriez-vous me confirmer qu'un renforcement
des mesures de police a été prévu en conséquence de l'introduction
de cette incompatibilité, plus particulièrement en ce qui concerne le
quartier du Carré à Liège?
Une analyse des conséquences de l'incompatibilité entre les
25.01 Josée Lejeune (MR): Ik
vernam heel onlangs dat in de
Luikse uitgaansbuurt "Le Carré"
het principe van de eigenrichting
opgang maakt: de veiligheid wordt
niet langer verzekerd door de
overheid, de mensen nemen het
recht in eigen handen. Zo zijn
caféhouders
gedwongen
een
portier in te huren om de veiligheid
van hun klanten te waarborgen.
Artikel 5, 11° van de wet van 10
april 1990 bepaalt dat sinds 1
maart 2007 eenzelfde persoon niet
tegelijkertijd de werkelijke leiding
mag hebben van een café en van
een onderneming die het toezicht
op personen op zich neemt met
het oog op het verzekeren van de
veiligheid op al dan niet voor het
publiek toegankelijke plaatsen.
Caféhouders die de opleiding met
het oog op het bekomen van de
vergunning voor de organisatie
van de interne veiligheid van hun
etablissement, niet met vrucht
gevolgd
hebben,
verkeren
daardoor in een hachelijke situatie.
Door het cumulatieverbod dat in
maart 2007 werd ingevoerd,
krijgen ze de vergunning voor
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
différentes fonctions de direction de café et d'entreprise de
gardiennage a-t-elle été prévue?
Une évaluation générale de la loi du 10 avril 1990 est-elle envisagée?
caféhouders die deze opleiding
wel met vrucht hebben afgesloten,
niet. Bovendien beschikken de
uitbaters niet over voldoende
financiële middelen om een
beroep
te
doen
op
privébewakingsondernemingen.
Sommige
bedrijven
weigeren
trouwens om hun werknemers in
de "Le Carré" in te zetten. Kunt u
bevestigen
dat
de
politiemaatregelen ingevolge die
onverenigbaarheid
versterkt
werden, inzonderheid in "Le Carré"
in Luik? Worden de gevolgen van
deze situatie geanalyseerd? Komt
er een algemene evaluatie van de
wet van 10 april 1990?
25.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, la loi du
10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particulière prévoit,
depuis mars 2007, une incompatibilité entre la direction effective d'un
café ou d'un endroit où l'on danse et celle d'une entreprise de
gardiennage qui offre des services de contrôle de personnes.
Afin de bien comprendre la portée de cette incompatibilité, il convient
de rappeler la différence existant entre une entreprise de gardiennage
et un service interne de gardiennage. Alors que l'entreprise de
gardiennage preste des activités de gardiennage pour des tiers, le
service interne de gardiennage preste de telles activités pour les
besoins propres de l'entreprise dont il dépend.
L'incompatibilité concerne uniquement la situation où l'exploitant d'un
café désire également être dirigeant d'une entreprise de gardiennage
et, par conséquent, l'exploitant dispose de deux possibilités afin que
la sécurité soit assurée au sein de son établissement.
Il peut, d'une part, être responsable du service interne de gardiennage
autorisé pour les besoins de son établissement et, d'autre part, il peut
faire appel à une entreprise de gardiennage autorisé. Tel est par
exemple le cas des exploitants de café qui ne seraient pas en
possession des formations requises.
Par ailleurs, une présence policière spécifique est prévue les soirs et
les nuits de week-end et les veilles de jours fériés dans le Carré.
Suivant les chiffres transmis par la police locale de Liège, une
quinzaine d'agents en uniforme sont déployés au sein de cette zone.
Ce dispositif peut être renforcé en cas de manifestation particulière.
La loi réglementant la sécurité privée est particulière et est, comme
toute norme, sujette à des évaluations constantes. Je suis toutefois
d'opinion qu'il ne serait pas bon de réviser l'incompatibilité dont
question.
Cette incompatibilité a été introduite en raison du fait que, par le
passé, il s'est avéré que des entreprises offrant des services de
portier présentent un degré élevé de contacts souvent inconscients,
25.02 Minister Patrick Dewael:
Om de draagwijdte van die
onverenigbaarheid juist in te
schatten is het nuttig even te
wijzen op het verschil tussen een
bewakingsonderneming en een
interne bewakingsdienst. Terwijl
een bewakingsfirma activiteiten
voor derden uitvoert, levert een
interne bewakingsdienst dezelfde
diensten voor het bedrijf waarvan
hij afhangt. De onverenigbaarheid
betreft uitsluitend de situatie
waarin de caféhouder tegelijk
bedrijfsleider wenst te zijn van een
bewakingsonderneming.
De
uitbater beschikt dus over twee
mogelijkheden om de veiligheid in
zijn horecazaak te waarborgen.
Hij kan enerzijds verantwoordelijk
zijn voor de interne dienst van de
vergunde bewaking ten behoeve
van zijn zaak en anderzijds kan hij
een beroep doen op een vergunde
bewakingsonderneming.
Overigens wordt er 's avonds en
tijdens de weekends 's nachts
evenals
op
de
avonden
voorafgaand aan een feestdag in
de
Carré
voorzien
in
een
specifieke aanwezigheid van de
politie. Volgens de door de lokale
politie van Luik verstrekte cijfers,
wordt een vijftiental politieagenten
in uniform ingezet in de zone. De
wet
tot
regeling
van
de
privéveiligheid, is bijzonder, en
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
directs ou indirects, avec des personnes appartenant à des milieux
criminogènes.
Bien que, depuis 1999, l'activité de portier soit légalement régie et que
les autorités aient fourni un effort important pour assainir ce secteur,
ce risque demeure en raison de la nature particulière des activités de
portier.
wordt permanent geëvalueerd. Ik
ben echter van mening dat het niet
goed
zou
zijn
deze
onverenigbaarheid te herzien. Ze
kwam er omdat bedrijven die
portierdiensten aanbieden in het
verleden veelvuldige contacten
hadden met personen uit het
misdaadmilieu.
Hoewel
de
portiersactiviteit
sinds
1999
wettelijk geregeld is, blijft dit risico
bestaan wegens de specifieke
aard van de portiersactiviteiten.
25.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse que j'ai écoutée avec beaucoup d'intérêt.
Toutefois, sur le terrain je pense qu'un réel problème se pose. C'est
pourquoi je reviendrai, plus tard peut-être, sur cette question. Je
voudrais essayer de vous faire changer d'avis quand vous dites qu'il
n'y aura peut-être pas de révision de la loi déjà entrée en vigueur.
Selon moi, il y a des arguments qui se révèlent sur le terrain et dont
vous n'avez peut-être pas connaissance à l'heure actuelle.
25.03 Josée Lejeune (MR): In de
praktijk is er een reëel probleem.
Ik zou willen proberen u van
mening te doen veranderen
wanneer u zegt dat er misschien
geen herziening komt van de
bestaande wet. Volgens mij zijn er
praktische argumenten waarvan u
op dit ogenblik misschien geen
weet heeft.
25.04 Patrick Dewael, ministre: Il y a toujours des éléments qui
peuvent mener à la modification d'une loi. Je me suis exprimé sur le
principe d'incompatibilité auquel je pense nous devons rester fidèles.
25.04 Minister Patrick Dewael,
minister: Er zijn altijd elementen
die tot een wetswijziging kunnen
leiden. Ik heb me uitgesproken
over het incompatibiliteitsprincipe
dat we volgens mij trouw moeten
blijven.
25.05 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je reviendrai plus
tard sur le sujet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de beveiliging van de wapens van de federale politie" (nr. 4559)
26 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
sécurisation des armes de la police fédérale" (n° 4559)</b>
26.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Ingaande op wat de collega
ook al heeft gevraagd en een beetje kaderend in heel de herschikking
die in kazernes en politieposten bezig is voor de beveiliging van de
wapens van de federale politie, zou de opslag van dienstvuurwapens
en munitie beter kunnen. Men zegt dat wapens onbeveiligd
opgeslagen liggen in lades en kasten. Hoewel er door de federale
politie een inhaalbeweging is ingezet, zou dit onder andere door het
feit dat het niet overal financieel haalbaar is om dat netjes te ordenen,
tegengehouden worden.
Ook, en dat is ook al gezegd, het niet accuraat registreren van
wapens zou daar een teer punt zijn.
Ik wou aan de minister vragen of die inhaalbeweging ingezet is. Dreigt
26.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): On dit qu'il arrive, à la
police fédérale, que les armes de
service et les munitions ne soient
pas
conservées
dans
les
conditions de sécurité requises.
De même, toutes les armes ne
seraient pas scrupuleusement
immatriculées au registre central
des armes.
Est-il exact que la police fédérale
veuille remédier à cette situation
mais qu'elle n'est pas en mesure
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
dit door een tekort aan middelen zijn effect niet te bereiken? Klopt die
bewering? Wat zijn de geplande inspanningen om daar iets aan te
doen?
In welke mate worden niet alle wapens geregistreerd en hoe zou men
er in de toekomst voor kunnen zorgen dat dit beter gecontroleerd en
opgevolgd wordt?
Met dank voor de charmante combinatie met mijn collega.
de le faire faute de disposer des
moyens financiers requis? Que
compte faire le ministre? Dans
quelle mesure toutes les armes ne
sont-elles pas enregistrées et
quelles mesures pourraient être
prises pour opérer un contrôle et
un suivi plus effectifs?
26.02 Minister Patrick Dewael: Wat die combinatie betreft, monsieur
le président. Tout d'abord, Mme Lejeune a posé la question sur
l'enregistrement de ces armes. Elle a demandé dans quel délai j'ai
l'intention de résoudre ce problème. Je vous ai dit que la police
fédérale dispose d'environ 31.000 armes à feu qui sont presque
toutes bel et bien enregistrées.
Ce que la police fédérale me confirme, c'est que le problème
d'enregistrement a été résolu entre-temps. En effet, dans son rapport,
le Comité P fait allusion à la situation en 2006.
Voilà ce que je voulais ajouter. Veuillez m'excuser de vous avoir fait
attendre quelques instants.
26.02 Minister Patrick Dewael:
De federale politie bevestigt mij
dat
het
registratieprobleem
ondertussen volledig opgelost is.
In zijn verslag verwijst het Comité
P immers naar de situatie in 2006.
Dit wou ik er nog even aan
toevoegen.
Mijnheer Doomst, ik kom dan aan de antwoorden op uw vragen. De
federale politie heeft de uitgaven voor wapenkasten inderdaad over
verschillende jaren gespreid, namelijk over de jaren 2006 tot 2010. De
totale uitgave voor wapenkasten zal zowat 2,6 miljoen euro bedragen.
Hiervan werd momenteel reeds 1,5 miljoen euro vastgelegd, onder
meer voor 2.000 kasten met vier bergvakken voor individuele wapens
en 82 kasten voor collectieve wapens.
In afwachting van de volledige levering van alle voorziene beveiligde
kasten kan het personeel van de federale politie in de meeste
gevallen zijn wapens in beveiligde lokalen plaatsen. De beveiliging
van de wapens hangt niet alleen af van materiële middelen, maar
natuurlijk ook van de naleving van de door de commissaris-generaal
verspreide richtlijnen.
Voor het registreren van de wapens bij de federale politie bestaan
sinds de laatste inspecties geen noemenswaardige problemen meer.
De aanbevelingen van het Comité P worden dus opgevolgd, zij het
gespreid in de tijd.
La police fédérale a réparti les
dépenses en matière d'armement
sur les années 2006 à 2010. Il
s'agit d'une dépense totale de 2,6
millions d'euros dont 1,5 million
d'euros a déjà été engagé pour
l'acquisition de 2082 armoires. En
attendant que tout le matériel ait
été livré, la police fédéral peut
conserver ses armes dans des
locaux sécurisés.
En dehors de cela, la sécurisation
est aussi une question de respect
des directives. Il n'y a pas eu de
problèmes particuliers concernant
l'immatriculation des armes depuis
les dernières inspections. Les
recommandations du Comité P
sont donc observées, même si
leur mise en oeuvre est espacée
dans le temps.
26.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, bedankt
voor uw duidelijk antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
27 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de kwaliteit van de processen-verbaal van de politie" (nr. 4560)
27 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la qualité des
procès-verbaux dressés par la police" (n° 4560)</b>
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
27.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, er is
onlangs gesteld dat de kwaliteit van de processen-verbaal die worden
opgemaakt beter zou kunnen. Naast een aantal banale fouten zou het
toch vooral gaan om gebrek aan kennis, een beetje subjectiviteit en
het verkeerd inschatten van de vastgestelde feiten. In gerechtelijke
dossiers is dat gevaarlijk omdat het leidt tot vertraging en tot een over
en weer gaan van dossiers tussen politie en magistraten. Dit is erkend
door het ministerie van Binnenlandse Zaken dat reageerde door de
federale politieraad onmiddellijk te vragen om dat goed te bekijken en
adviezen ter zake te formuleren.
Ik wou de minister vragen of dat intussen door de federale politieraad
is vastgesteld en welke adviezen er ter zake zijn.
27.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Fin février, la mauvaise
qualité des procès-verbaux qui
ralentit le traitement des dossiers
judiciaires a été dénoncée. Le
ministre de l'Intérieur a dès lors
demandé au conseil de la police
fédérale de rendre des avis. Ces
avis sont-ils déjà disponibles?
27.02 Minister Patrick Dewael: Collega, mag ik ook hier verwijzen
naar het antwoord dat ik in een vorige vergadering aan collega
Lejeune heb gegeven. Ik meen dat dit op 5 maart was. Ik heb het
advies van de federale politieraad nog niet ontvangen. Ik zou willen
benadrukken dat dit een eerste studie betreft van de kwaliteit van de
pv's. Er is dus geen vergelijking mogelijk met het verleden. De studie
werd niet gevoerd als gevolg van klachten van de magistratuur. De
algemene inspectie heeft alleen vaststellingen en beschouwingen
ingezameld van een aantal personen die binnen de politiediensten
belast zijn met de kwaliteitscontrole van de pv's en tegelijk ook het
advies van de parketten ingewonnen.
De studie van de AIG betrof een evaluatie van de systemen van
kwaliteitscontrole binnen de politie. Ze kwam tot de conclusie dat de
systemen voor verbetering vatbaar zijn en dat niet alle korpsen een
systematische ondersteuning bieden aan hun politiemensen. De
controleurs van de AIG hebben geen pv's nagelezen. Er werd hen
echter gemeld dat vooral jonge politiemensen nogal eens fouten
maken bij de juridische kwalificatie van misdrijven wegens een
gebrekkige kennis van het strafrecht en bepaalde procedureregels.
Ik zou ook nog willen verwijzen naar het antwoord van zonet aan
verschillende collega's over de opleiding van de politie. Het is duidelijk
dat deze problematiek kadert in de globale problematiek van de
opleiding.
27.02 Patrick Dewael, ministre:
Je renvoie à la réponse que j'ai
fournie le 5 mars à une question
de Mme Lejeune sur le même
sujet. Je ne suis pas encore en
possession d'avis du conseil de la
police fédérale.
C'était la première fois que
l'Inspection générale (AIG) se
penchait sur la qualité des procès-
verbaux, de sorte que nous ne
sommes pas en mesure d'établir
des comparaisons avec des
situations passées. L'étude est un
recueil de constats faits par un
certain nombre de personnes
chargées, au sein des services de
police, de contrôler la qualité des
procès-verbaux.
L'avis
des
parquets a également été sollicité
à ce sujet. En conclusion, les
systèmes de contrôle de la qualité
sont susceptibles d'être améliorés
et tous les corps ne soutiennent
pas systématiquement leurs gens.
Les
erreurs
seraient
essentiellement le fait de jeunes
policiers qui ne connaissent pas
suffisamment le droit pénal ni les
procédures. Ce problème s'inscrit
donc dans le problème global de la
formation de la police.
27.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, een
beetje voortgaand op wat we daarnet ook als conclusie hebben
gesteld, denk ik inderdaad dat we inzake opleiding en scholing een
aantal prioriteiten zullen moeten vastleggen. Zoals u hebt gezegd,
moeten we misschien niet alles in die basisopleiding behandelen
maar meer to the point en gericht op het terrein keuzes maken. Dit is
inderdaad een van de keuzes inzake opleidingsverbetering die we
kunnen aanbrengen.
27.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Nous devons en effet
définir des priorités en matière de
formation. Tout ne peut se faire
dans le cadre de la formation de
base et les connaissances doivent
aussi s'acquérir sur le terrain.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
27.04 Minister Patrick Dewael: We zijn het andermaal eens.
27.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Dit is een zeer vruchtbare
namiddag.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
28 Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
mission d'information du décès d'un parent aux descendants au premier degré" (n° 4606)</b>
28 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het verplicht informeren van de nakomelingen in de eerste graad van het overlijden van
een van de ouders" (nr. 4606)
28.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, cela va peut-être vous faire sourire mais c'est suite à une
émission de télévision que je vous interpelle. Sur les plateaux de
télévision, on est souvent interpellé sur des choses un peu
extravagantes et j'ai eu beaucoup d'intérêt pour une question posée
par une malheureuse personne qui avait attendu des mois pour être
au courant du décès de son père. Un débat a eu lieu autour de cette
question et depuis que j'ai participé à cette émission, j'ai reçu pas mal
de courriers m'informant que cette situation était fréquente.
Vu la situation de certaines familles, il y a beaucoup de parents ou de
beaux-parents qui ne préviennent pas leurs enfants d'un décès. En
essayant de rassurer ces personnes, je leur ai promis de m'employer
à essayer de trouver une solution.
Je voudrais savoir si ce phénomène est connu de votre administration
et si la solution que j'essaie d'imaginer tient la route ou si elle n'a
aucun sens.
En cas de décès, il est évident que les officiers de l'état civil sont
prévenus, les décès sont constatés par des médecins qui ont
l'obligation de prévenir l'administration communale. Lorsqu'une
personne souhaite être prévenue du décès de ses parents et qu'elle
fait une démarche en ce sens, serait-il possible, sur base du registre
national, que la commune adopte une démarche proactive, en
envoyant une lettre ou un e-mail, pour prévenir d'un événement dont
elle a connaissance en vertu de la loi?
Vous allez peut-être me répondre que c'est compliqué car dans le
registre national, les noms des descendants ne sont pas mentionnés.
Mais j'ai vu qu'il y avait une proposition de loi, du CD&V semble-t-il,
qui prévoyait de suggérer qu'on mentionne les descendants au
premier degré dans le registre national. Sur base de ce genre
d'innovation, les communes disposeraient des noms d'une personne
et de ses descendants et en cas de décès, elles pourraient prévenir
ces derniers.
Je sais que les parlementaires ne peuvent interroger les ministres sur
leurs intentions. Néanmoins, j'ai pris connaissance de tellement de
cas à la suite de cette émission que j'ai tenu à vous poser la question.
28.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Veel
ouders
en
stiefouders
brengen hun kinderen niet op de
hoogte van een overlijden. Kan de
gemeente niet, wanneer iemand
op de hoogte wil worden gebracht
van het overlijden van een ouder
en daartoe stappen doet, aan de
hand van de gegevens in het
Rijksregister proactief optreden en
de betrokkenen per brief of e-mail
op de hoogte brengen van een
gebeurtenis waarvan zij krachtens
de wet op de hoogte is? Een
wetsvoorstel, naar het schijnt van
CD&V,
strekt
ertoe
de
afstammelingen in de eerste graad
te vermelden in het Rijksregister.
Op grond daarvan zouden de
gemeenten over de namen van
een
persoon
en
van
zijn
afstammelingen beschikken. In
geval van overlijden zouden zij die
mensen kunnen verwittigen.
28.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, je tenterai de
répondre à cette question.
28.02 Minister Patrick Dewael:
Ik werd niet uitdrukkelijk in kennis
gesteld
van
het
menselijk
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
Madame Nyssens, le problème humain que vous signalez n'a pas été
porté expressément à ma connaissance. En effet, la proposition de loi
déposée à la Chambre par M. Verherstraeten et consorts vise à
étendre la liste des quatorze informations dites "légales" énumérées à
l'article 3 de la loi de 1983 organisant un registre national des
personnes physiques à une quinzième donnée, à savoir: "les
descendants au premier degré, que le lien de filiation soit établi dans
l'acte de naissance par une décision judiciaire ou par une adoption".
La Commission de la protection de la vie privée a émis un avis
favorable sur cette proposition. Je constate que vous avez vous-
même déposé un amendement le 10 mars dernier. Si cet
amendement est adopté, il permettra à l'officier de l'état civil de la
commune de résidence d'informer d'un décès les descendants au
premier degré dont il aura eu connaissance en consultant le registre
national des personnes physiques.
Enfin, comme vous le savez, cette proposition de loi est en discussion
à la commission de la Justice de la Chambre.
probleem dat u aanhaalt. Het bij
de Kamer ingediende wetsvoorstel
van de heer Verherstraeten c.s.
strekt ertoe de lijst van veertien
zogenaamde
'wettelijke'
vermeldingen uit te breiden met
een
vijftiende,
namelijk
"de
afstammelingen in eerste graad,
ongeacht of de afstammingsband
is komen vast te staan in de
geboorteakte, door een erkenning,
door een rechterlijke beslissing of
door een adoptie". De Commissie
voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer heeft over
dat voorstel een gunstig advies
uitgebracht. Ik stel vast dat u op
10 maart jongstleden zelf een
amendement heeft
ingediend.
Indien dat amendement wordt
aangenomen, zal de ambtenaar
van de burgerlijke stand van de
woonplaats van de overledene de
afstammelingen in de eerste graad
op de hoogte kunnen brengen van
een overlijden waarvan hij kennis
heeft gekregen via het raadplegen
van het Rijksregister van de
natuurlijke personen.
28.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie de me renvoyer à mon propre amendement. Mon but était
d'accélérer ma réflexion et de savoir si, par ailleurs, vous étiez familier
de cette thématique. J'ignore si les familles évoluent à tel point qu'il
devient difficile d'être informé de la mort de ses parents. Toujours est-
il que j'ai reçu en quelques semaines une correspondance abondante
à ce propos.
En tout cas, je vous remercie de me renvoyer à mon amendement. Je
m'attellerai donc à la tâche en commission de la Justice.
28.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
wilde
het
denkwerk
dienaangaande wat bespoedigen
en ook weten of u vertrouwd bent
met deze thematiek. Ik weet niet of
de
gezinsmodellen
dermate
evolueren dat het moeilijk wordt
om van het overlijden van zijn
verwanten in kennis te worden
gesteld. Ik heb de jongste weken
daarover wel heel wat brieven
gekregen.
28.04 Patrick Dewael, ministre: Mon administration n'était pas au
courant.
28.04 Minister Patrick Dewael:
Mijn administratie is niet op de
hoogte.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Les questions n° 4609 de M. Maxime Prévot et n° 4621
de M. Pierre-Yves Jeholet sont reportées.
Je rappelle que je ne reporte qu'une seule fois. Si l'orateur ne daigne
pas être présent ensuite, la question est retirée.
De voorzitter: De vragen nrs 4609
van de heer Maxime Prévot en
4621 van de heer Pierre-Yves
Jeholet worden uitgesteld.
29 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de uitzetting van illegalen met behulp van lokale besturen" (nr. 4155)
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
29 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'expulsion
d'illégaux avec l'aide d'administrations locales" (n° 4155)</b>
29.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, het is voor mij een eer en een genoegen u de
eerste vraag te mogen stellen. Verschillende West-Vlaamse
burgemeesters hebben vorig jaar aangekondigd dat zij in het vervolg
zullen weigeren om illegalen uit te wijzen en nog verder gegevens van
de Dienst Vreemdelingenzaken inzake afgewezen illegalen door te
spelen aan de politie met het oog op de uitzetting van deze illegalen.
Tijdens het vragenuurtje in de plenaire zitting van donderdag 6 maart
2008, heb ik uit de mond van de minister van Binnenlandse Zaken
Dewael vernomen dat wat hem betreft een repatriëring van illegalen,
een uitzetting, alleen mogelijk is mits lokale medewerking en bijstand.
U begrijpt dat ik, die twee feiten naast elkaar leggend, toch wel
geconfronteerd ben met een aantal concrete vragen, die ik u graag wil
voorleggen.
Kan de minister mij meedelen op welke bijstand van lokale besturen
hij of zij doelt als verschillende burgemeesters verder weigeren om
nog verder gegevens van uitgeprocedeerde asielzoekers aan de
politie mee te delen?
Kan de minister mij ook meedelen of het in die voormelde gevallen
aangewezen zou kunnen zijn dat de Dienst Vreemdelingenzaken haar
gegevens rechtstreeks aan de politiediensten zou meedelen of
doorgeven?
De laatste en meest fundamentele vraag is: welke maatregelen
voorziet u te nemen tegen dit min of meer inciviek gedrag van
burgemeesters, die weigeren om gegevens van uitgeprocedeerde
asielzoekers door te spelen, zodat de lokale politie eigenlijk haar werk
kan doen en waar het nodig is, kan overgaan tot uitzetting?
29.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Des
ministres
ont
annoncé l'an passé qu'ils ne
collaboreraient plus à la recherche
ni à l'expulsion d'illégaux. Lors de
la séance plénière du 6 mars, le
ministre
a
répondu
qu'un
rapatriement
n'est
possible
qu'avec
la
coopération
des
autorités locales.
L'Office des étrangers (OE) peut-il
transmettre immédiatement ses
données aux services de police si
les administrations locales s'y
refusent? Quelles mesures le
ministre prendra-t-il contre ces
bourgmestres?
29.02 Minister Annemie Turtelboom: Op de eerste vraag kan ik u
volgende inlichtingen verstrekken. De lokale besturen moeten in de
eerste plaats alle door de Dienst Vreemdelingenzaken genomen
beslissingen en maatregelen laten betekenen aan de betrokken
vreemdeling. Bij verwijdering brengt de burgemeester eveneens de
korpschef van de lokale politie op de hoogte van de vraag tot controle
op adres, tot ophaling van de betrokkene en het vervoer naar een
gesloten centrum.
Wanneer een burgemeester weigert zijn burgerplicht te vervullen, dan
maant DVZ hem of haar aan de wettelijke bepalingen na te leven. De
burgemeester is immers niet bevoegd om de wettelijke bepalingen
inzake de vreemdelingenmaterie te schenden en heeft evenmin het
recht om af te wijken van de instructies van DVZ en dit ongeacht de
omstandigheden.
Dat een burgemeester bewust het illegaal verblijf van vreemdelingen
op het grondgebied bevorderd heeft, zorgt ervoor dat hij zich schuldig
gemaakt heeft aan overtredingen die het voorwerp kunnen uitmaken
van vervolgingen. Er wordt een kopie van de brief bezorgd aan de
procureur des Konings en aan de gouverneur van de provincie.
29.02 Annemie Turtelboom,
ministre:
Les
administrations
locales doivent transmettre toutes
les décisions de l'OE à l'étranger
concerné. En cas de rapatriement,
le bourgmestre doit informer le
chef de corps de la police locale et
demander que l'intéressé soit
amené dans un centre fermé.
Lorsqu'un bourgmestre refuse
d'agir, l'OE le mettra d'abord en
demeure
de
respecter
les
dispositions
légales.
Les
bourgmestres sont tenus au
respect des instructions de l'OE.
Le bourgmestre qui encourage
délibérément le séjour illégal
d'étrangers commet une infraction
pénale. Le cas échéant, l'OE en
informera le procureur du Roi et le
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
Tot slot, wil ik het volgende nog zeggen. U vraagt welke maatregelen
wij nog plannen. Ik meen dat wij in de loop van volgende week de
kans zullen hebben de beleidsnota te bespreken en dat het een
ongeschreven regel is dat wij het niet onmiddellijk hebben over de
intenties die een minister heeft. Maar in het regeerakkoord zult u ook
een aantal aanzetten zien staan.
gouverneur de la province.
En ce qui concerne d'éventuelles
mesures spécifiques, je renvoie à
la note de politique dont nous
débattrons la semaine prochaine.
Certaines mesures se trouvent
déjà mentionnées dans l'accord de
gouvernement.
29.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik zal
met bijzonder veel nieuwsgierigheid de beleidsnota afwachten en die
eens goed en rustig doornemen. Dank u voor uw antwoord.
29.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'attendrai la note de
politique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
30 Questions jointes de
- Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "un jugement avant plaidoirie
au Conseil du Contentieux des étrangers" (n° 4233)<br>- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'établissement anticipatif
d'arrêt par un magistrat du Conseil du Contentieux des étrangers" (n° 4504)</b>
30 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Zoé Genot aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "een zaak bij de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen waarin het arrest de pleidooien voorafgaat" (nr. 4233)
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
van tevoren opstellen van een arrest door een magistraat van de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen" (nr. 4504)
30.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, durant la
semaine du 3 mars 2008, un avocat a consulté au greffe du
contentieux des étrangers un dossier fixé pour plaidoirie durant la
semaine du 11 mars 2008 devant une chambre du Conseil du
Contentieux des étrangers. Il a eu la surprise de trouver dans le
dossier 4 des 6 pages d'un arrêt pour cette affaire qui ne serait
plaidée que la semaine suivante. Ne manquaient aux 4 premières
pages du texte de cet arrêt que la page d'introduction, le numéro et la
date d'audience. En d'autres termes, l'arrêt était prêt avant que les
parties aient plaidé ou que le magistrat ait entendu le demandeur.
De tels agissements au sein de la toute nouvelle juridiction qu'est le
Conseil du Contentieux des étrangers portent gravement atteinte aux
institutions et singulièrement à la confiance que les justiciables
doivent avoir dans les cours et tribunaux. De plus, ils constituent une
illégalité.
En effet, l'article 39/60 de la loi du 15 décembre 1980 relative aux
étrangers prévoit que "La procédure est écrite. Les parties et leur
avocat peuvent exprimer leurs remarques oralement à l'audience. Il
ne peut être invoqué d'autres moyens que ceux exposés dans la
requête ou dans la note."
L'article 14 de l'arrêté royal du 21 décembre 2006 fixant la procédure
devant le Conseil du Contentieux des étrangers dispose que "Le
président fait un rapport de l'affaire. Les parties exposent oralement
leurs remarques. Le président interroge les parties si nécessaire. À la
fin des débats, le président prononce la clôture des débats et met la
cause en délibéré."
30.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Een advocaat die op de griffie van
de
Raad
voor
Vreemdelingenbetwistingen
een
dossier ging inkijken waarover de
week daarop pas moest worden
gepleit, stuitte er tot zijn verbazing
op vier van de zes pagina's van
een arrest!
Dergelijke praktijken vanwege dat
nog maar pas in het leven
geroepen
rechtscollege
doen
ernstig afbreuk aan het vertrouwen
dat de justitiabelen in de hoven en
rechtbanken
moeten
hebben.
Bovendien zijn ze onwettig.
Uit het document dat door de
advocaat werd aangetroffen, blijkt
ontegenzeglijk dat de voorzitter
zich weinig aantrekt van zijn
verplichting om de opmerkingen
van de partijen te horen: in het
bewuste
stuk
antwoordt
hij
nauwkeurig op alle gebruikte
rechtsmiddelen, terwijl de partijen
nog niet eens hun opmerkingen
hebben kunnen formuleren, zoals
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
Il ressort incontestablement du document trouvé par cet avocat dans
le dossier de son client, huit jours avant l'audience, que l'affaire a déjà
été mise en délibéré. Le président fait manifestement fi de son
obligation d'entendre les remarques des parties. Loin de se limiter à
quelques notes de préparation, le document en cause est
véritablement un arrêt qui répond techniquement et avec précision à
tous les moyens invoqués dans le recours.
Peu importe que ce document ait été rédigé par le magistrat lui-même
ou par un juriste préparateur. Il n'en demeure pas moins que figure
dans le dossier un arrêt qu'il n'y a plus qu'à dater et signer alors
même que les parties ne se sont pas encore exprimées et, comme le
prévoit la loi, n'ont pas encore pu exprimer leurs observations.
Si le Parlement a souhaité que les parties puissent exposer oralement
leurs remarques, celles-ci font partie des éléments à prendre en
considération par le rédacteur de l'arrêt.
De telles pratiques portent une atteinte majeure à la notion même
d'État de droit dont un des piliers fondamentaux est précisément le
droit de pouvoir être entendu par un juge indépendant et impartial. Ce
droit n'est évidemment pas garanti si figure dans le dossier du juge,
avant même l'audition des parties, le texte très précis de l'arrêt qui
sera rendu.
Durant les travaux préparatoires, nombre d'intervenants s'étaient
prononcés pour qu'à l'instar du Conseil d'État, le Conseil du
Contentieux des étrangers soit doté d'un auditorat qui serait appelé à
faire rapport avant l'audience et à donner son avis après l'audition des
parties. Un tel organe rendrait plus difficiles de tels dérapages.
Madame la ministre, pourriez-vous préciser si vous avez été informée
de telles pratiques? Dans l'affirmative, pouvez-vous préciser les
raisons pour lesquelles vous tolérez une telle violation de la loi et de
l'arrêté royal? Dans la négative, pourriez-vous préciser les mesures
que vous entendez prendre pour que de telles illégalités ne se
reproduisent plus?
Pourriez-vous aussi préciser les sanctions qui pourraient être prises à
l'égard de l'auteur de telles illégalités graves?
Pourriez-vous enfin nous indiquer si de telles pratiques ont cours au
Conseil d'État ou dans d'autres juridictions administratives?
de wet nochtans voorschrijft.
Dergelijke praktijken ondergraven
de rechtsstaat.
Tijdens
de
voorbereidende
werkzaamheden hebben tal van
sprekers gepleit voor de oprichting
van een auditoraat bij de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen,
dat verslag zou uitbrengen. Zo een
orgaan
zou
dergelijke
ontsporingen mee kunnen helpen
voorkomen.
Bent u op de hoogte van die
praktijken? Zo ja, kan u meedelen
waarom u zulke inbreuken op de
wet en het koninklijk besluit duldt?
Zo neen, welke maatregelen zal u
nemen? Welke sancties zijn er
mogelijk?
Komen
dergelijke
praktijken ook voor bij de Raad
van
State
of
andere
administratieve rechtscolleges?
30.02 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, ma question s'articule autour du même sujet et je ne la
développerai donc pas. J'en viens immédiatement à mes
interrogations plus précises.
Madame la ministre, pourriez-vous me confirmer la réalité de tels
incidents?
Est-il commun de la part du Conseil du Contentieux des étrangers
d'agir de la sorte dans le cadre de ce type de procédure
administrative? Quels remèdes proposez-vous face à cette situation?
Des sanctions à l'encontre du magistrat du Conseil du Contentieux
30.02 Josée Lejeune (MR): Mijn
vraag heeft betrekking op dezelfde
feiten. Kan u bevestigen of een
dergelijk voorval werkelijk heeft
plaatsgevonden? Is het een
gangbare praktijk dat de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen
op die manier optreedt in het
kader van zo een administratieve
procedure? Welke maatregelen
stelt u voor? Zullen er sancties
worden
opgelegd
aan
de
betrokken magistraat?
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
des étrangers sont-elles envisagées?
30.03 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, je tiens à rappeler que le Conseil du Contentieux des
étrangers est une juridiction dont je respecte l'indépendance.
Le premier président du Conseil m'a informée qu'une requête en
récusation du juge concerné a été introduite devant le Conseil à la
veille de l'audience et qu'en conséquence, l'affaire a été remise en
vue de procéder à l'examen de cette demande. Je ne peux donc me
prononcer sur cette affaire sans porter atteinte à l'indépendance de
cette juridiction.
Il me semble utile de rappeler le caractère écrit de la procédure
devant le Conseil. Conformément à l'article 39/60 de la loi de 1980 sur
l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des
étrangers, il ne peut être invoqué d'autres moyens que ceux exposés
dans la requête ou dans la note.
Dans les juridictions appliquant la procédure écrite, il ne semble dès
lors par rare que des juges préparent, dans un souci d'efficacité, un
projet ou un canevas d'arrêt avant l'audience. Cette manière de
procéder ne s'oppose évidemment pas à ce que le projet soit adapté
ou corrigé en fonction des remarques éventuellement formulées lors
de l'audience.
Cette question touche à la gestion interne du Conseil du Contentieux
des étrangers et relève de la compétence de son premier président.
Enfin, en tant que ministre, vous devez savoir que je ne suis pas
l'autorité disciplinaire du Conseil.
30.03
Minister Annemie
Turtelboom: De eerste voorzitter
van de Raad deelde mij mee dat
een verzoek tot wraking van de
betrokken rechter op de dag voor
de zitting ingediend werd en dat de
zaak bijgevolg verdaagd werd. Ik
kan mij dus niet uitspreken zonder
afbreuk
te
doen
aan
de
onafhankelijkheid
van
dit
rechtscollege.
Het lijkt me opportuun het
schriftelijk
karakter
van
de
procedure voor de Raad in
herinnering te brengen. Het is niet
mogelijk andere middelen aan te
voeren dan die welke in het
verzoek of in de nota uiteengezet
zijn.
Bij de rechtscolleges die de
schriftelijke procedure toepassen,
komt het blijkbaar vaak voor dat
rechters, met het oog op de
doeltreffendheid, een stramien
voorbereiden voor hun arrest voor
de zitting. Dat stramien kan dan
worden
aangepast
rekening
houdend met de opmerkingen die
eventueel tijdens de zitting worden
gemaakt.
Deze vraag heeft betrekking op
het intern beheer van de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen
en behoort tot de bevoegdheid van
de eerste voorzitter van die Raad.
Ik heb geen tuchtrechtelijke
bevoegdheid op dat punt.
30.04 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, madame la
ministre, il faut, selon moi, distinguer les procédures. Celle du Conseil
d'État est une procédure écrite très longue puisque le demandeur
introduit une requête, la partie adverse répond, l'auditeur du Conseil
d'État fait un rapport écrit le plus souvent extrêmement détaillé, et
puis les parties peuvent encore rédiger un dernier mémoire avant
l'audience. Le président de la Chambre prépare un projet d'arrêt qui
devra être soumis aux deux autres membres de ladite Chambre.
Autrement dit, à côté du juge qui a préparé le dossier, il y a donc deux
juges complètement indépendants. Ce sont donc ces trois juges qui
délibèrent de l'affaire. Par ailleurs, les intéressés ont l'occasion
d'intervenir à plusieurs reprises.
Dans le cadre du Conseil du Contentieux des étrangers, le trajet
judiciaire est très différent. En effet, on a affaire à un magistrat qui
30.04 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Er moet een onderscheid worden
gemaakt tussen de procedures.
De procedure voor de Raad van
State
is
een
zeer
lange,
schriftelijke
procedure.
Drie
rechters
beraadslagen
en
beslissen over de zaak en de
betrokkenen kunnen meermaals
hun standpunt verdedigen.
Bij
de
Raad
voor
Vreemdelingenbetwistingen zetelt
de magistraat alleen. Op de
tegenargumenten van de Dienst
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
siège seul. Contrairement à ce qui se passe au Conseil d'État, le
demandeur, en l'occurrence l'étranger, ne peut répondre aux contre-
arguments de l'Office des étrangers que lors de l'audience. En effet,
les différents éléments ne lui étant pas communiqués à l'avance, il ne
peut réagir que lors de l'audience à la note écrite de l'Office.
Par ailleurs, s'il est exclu de plaider sur des éléments neufs, on peut
clairement répondre aux arguments déjà évoqués.
Lorsque l'on a discuté de cette procédure dans ce parlement, on a dit
qu'il était important de prévoir une possibilité de plaidoirie orale.
Ce droit a été bafoué. C'est de nature à remettre en question la
procédure que nous avons décidée. J'espère que, pour rassurer tous
les gens qui se rendent au Conseil du Contentieux des étrangers,
cette façon de procéder sera rapidement impossible.
Vreemdelingenzaken
kan
de
aanvrager enkel antwoorden op de
zitting. Het is weliswaar uitgesloten
dat men over nieuwe elementen
zou pleiten, maar op reeds
aangevoerde argumenten kan
men zeker antwoorden.
Toen wij deze procedure hier in
het Parlement bespraken, hebben
wij gezegd dat het belangrijk was
in de mogelijkheid te voorzien om
mondelinge pleidooien te houden.
Dat recht werd met voeten
getreden. Daardoor wordt de
procedure waartoe wij besloten
hebben, opnieuw ter discussie
gesteld. Ik hoop dat aan deze
manier van werken snel een einde
zal worden gemaakt.
30.05 Josée Lejeune (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour votre réponse, que je comprends. Toutefois, on ne peut
s'empêcher de s'interroger sur le fonctionnement de cette juridiction.
J'espère qu'il s'agit d'une simple maladresse.
30.05 Josée Lejeune (MR): We
kunnen
niet
anders
dan
vraagtekens
plaatsen bij de
werking van dat rechtscollege. Ik
hoop dat het hier slechts om een
ongelukkige beslissing, om een
flater ging.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
31 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'extension du champ d'application de la directive 2003/109/CE aux bénéficiaires d'une protection
internationale" (n° 4415)</b>
31 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de uitbreiding van het toepassingsgebied van richtlijn 2003/109/EG tot personen die
internationale bescherming genieten" (nr. 4415)
31.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, les réfugiés et les bénéficiaires d'une protection subsidiaire
ne peuvent actuellement pas bénéficier du statut de résidents de
longue durée en vertu de la directive 2003/109/CE du Conseil.
Conscients de cette lacune, la Commission et le Conseil ont décidé
de proposer d'étendre ladite directive aux bénéficiaires d'une
protection internationale. L'objectif principal de la proposition est
d'offrir aux bénéficiaires d'une protection internationale la sécurité
juridique en ce qui concerne leur séjour dans un État membre et des
droits comparables à ceux des ressortissants de l'Union européenne
au bout de cinq ans de résidence légale. Cette proposition de
directive serait depuis le mois de juin 2007 au Conseil et ferait partie
des points B à l'ordre du jour.
Dès lors, mes questions sont les suivantes:
1. Où en est le débat au niveau du Conseil? Cette proposition de
31.01 Jacqueline Galant (MR):
De
vluchtelingen
en
de
vreemdelingen
die
subsidiaire
bescherming genieten, kunnen
geen aanspraak maken op de
status van langdurig ingezetenen,
overeenkomstig
richtlijn
2003/109/EG van de Raad. De
Commissie en de Raad stellen
voor hun meer rechtszekerheid te
verschaffen voor het verblijf in een
lidstaat en hun rechten te verlenen
die vergelijkbaar zijn met die van
de inwoners van de Europese unie
na vijf jaar wettelijk verblijf. Dat
voorstel van richtlijn zou al in juni
2007 bij de Raad zijn ingediend.
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
directive fait-elle l'objet d'un large consensus au niveau des États
membres? Si non, sur quels points particuliers y aurait-il des
problèmes?
2. Quelle est la position de la Belgique au sein du Conseil quant à
cette proposition de directive? La Belgique est-elle favorable à
l'extension de cette directive aux réfugiés et aux bénéficiaires d'une
protection subsidiaire?
3. Au cas où la Belgique aurait des réticences quant à certains points
de la directive, quels sont-ils précisément?
4. Si cette proposition devait être adoptée, quand escomptez-vous
que la directive soit d'application et dans quel délai?
Hoe staat het met het debat in de
Raad? Bestaat er tussen de
lidstaten een consensus over dat
voorstel? Is België voorstander
van een uitbreiding van die richtlijn
tot de vluchtelingen en de
personen met een subsidiaire
beschermingsstatus? Of maakt
ons land voorbehoud en zo ja,
waarom? Wanneer zou de richtlijn
van toepassing worden indien dat
voorstel wordt goedgekeurd?
31.02 Annemie Turtelboom, ministre: La proposition de directive en
question est inscrite à l'ordre du jour du Conseil Justice et Affaires
intérieures de ce vendredi. La présidence slovène a décidé
d'organiser un débat d'orientation portant sur deux questions
essentielles qui posent encore problème.
La première est le champ d'application du projet de directive. Celui-ci
prévoit de s'appliquer aux deux statuts de protection internationale, à
savoir les réfugiés et les bénéficiaires de la protection subsidiaire.
La deuxième est la durée de résidence. Le projet de directive prévoit
de prendre en considération la durée de la procédure d'octroi de la
protection internationale pour calculer la période de cinq ans de
résidence légale.
En ce qui concerne la première question, la Belgique soutient la
proposition de la Commission qui s'inscrit totalement dans la
déclaration de 2003 du Conseil et de la Commission visant à élargir le
champ d'application de la directive Résidents de longue durée aux
personnes bénéficiaires d'une protection internationale.
Tout comme la plupart des États membres, la Belgique souhaite s'en
tenir à ce mandat initial et est opposée par principe à un traitement
différencié du statut des réfugiés et du statut des protections
subsidiaires. Un traitement différencié n'est d'ailleurs pas compatible
avec le statut uniforme des réfugiés et des bénéficiaires de la
protection subsidiaire qui représente l'un des objectifs de la réalisation
du régime d'asile européen commun depuis le programme de La
Haye.
En ce qui concerne la durée de résidence, la Belgique adhère à la
proposition de la Commission, à savoir une durée de séjour légal
interrompue de cinq ans à compter de l'introduction de la demande de
protection internationale.
Quant au calendrier, il est difficile d'anticiper sur l'issue du débat de
vendredi. Toutefois, si la présidence slovène obtient un consensus
sur ces questions, il nous sera permis d'être optimistes quant à
l'adoption rapide de cette directive.
31.02
Minister Annemie
Turtelboom: Het voorstel van
richtlijn staat op de agenda van de
Raad Justitie en Binnenlandse
zaken van vrijdag eerstkomend.
Het Sloveense voorzitterschap zal
een debat organiseren over de
twee essentiële vragen die nog
een
probleem
vormen:
de
toepassingssfeer van het voorstel
en de duur van het verblijf.
Wat het eerste punt betreft, steunt
België het voorstel van de
Commissie, dat is ingebed in de
verklaring van 2003 van de Raad
en van de Commissie ten einde de
werkingssfeer van de richtlijn
langdurig ingezetenen uit te
breiden tot de personen die
internationale
bescherming
genieten.
Zoals de meeste lidstaten wil
België binnen dat oorspronkelijke
kader blijven en is ons land gekant
tegen
een
verschillende
behandeling
van
het
vluchtelingenstatuut
en
de
subsidiaire
beschermingsstatus,
die bovendien haaks staat op de
gemeenschappelijke
Europese
asielregeling
die
met
het
programma van Den Haag werd
ingevoerd.
Wat de duur van het verblijf
betreft, sluit België zich aan bij het
voorstel van de Commissie, die
een legaal en ononderbroken
verblijf van vijf jaar na de indiening
van het verzoek om internationale
bescherming voorstaat.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
We kunnen moeilijk vooruitlopen
op de afloop van het debat van
aanstaande
vrijdag.
Als
het
Sloveense voorzitterschap erin
slaagt een consensus te bereiken,
dan kunnen we optimistisch zijn
over de snelle goedkeuring van die
richtlijn.
31.03 Jacqueline Galant (MR): Madame la ministre, je vous
remercie pour toutes ces précisions et, si vous le permettez, je
reviendrai sur cette question lorsque la réunion aura eu lieu.
31.03 Jacqueline Galant (MR):
Ik zal hierop terugkomen nadat de
vergadering heeft plaatsgevonden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 4433 de M. Fouad Lahssaini est
transformée en question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 4433 van
de heer Lahssaini wordt omgezet
in een schriftelijke vraag.
32 Question de Mme Clotilde Nyssens à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les
récentes arrestations des sans-papiers" (n° 4519)</b>
32 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de recente
aanhoudingen van illegaal in het land verblijvende personen" (nr. 4519)
32.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, madame la
ministre, je reviens également sur le problème de l'immigration et sur
des points très précis que je vais développer. La note
gouvernementale d'avril dernier instaure le principe d'une
régularisation des sans-papiers sur base d'ancrages locaux. Il est
évident qu'il faut attendre la mise en place de la circulaire pour
déterminer de manière objective les critères à prendre en
considération pour une régularisation. En attendant, l'Office des
étrangers continue à délivrer des ordres de quitter le territoire, alors
que certaines de ces personnes pourraient être régularisées sur base
du dernier accord gouvernemental.
Il me revient que les ordres de quitter le territoire actuellement
délivrés continueraient à être signés par M. Dewael, le ministre de
l'Intérieur et, ce, malgré le transfert des compétences. Ma question
est simple. Je n'ai pas très bien compris quelle est la répartition des
compétences entre M. Dewael et vous-même dans cette matière.
Pourriez-vous me l'expliquer?
Dans l'attente de la circulaire que je crois que vous devez produire sur
les critères de régularisation, quelle est la politique de l'Office des
étrangers? Vous allez me répondre que l'accord de gouvernement n'a
pas encore été traduit en mesures précises, mais quelle est la
politique du gouvernement face à ces familles qui auront le droit de
demander une régularisation d'ici quelques semaines ou quelques
mois?
32.01 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
kom eveneens terug op het
probleem van de immigratie. Het
regeerakkoord voert het beginsel
van de regularisatie van de sans-
papiers op basis van lokale
verankering
in.
We
moeten
wachten op de rondzendbrief die
de criteria voor een regularisatie
objectief vastlegt.
De Dienst Vreemdelingenzaken
levert nog steeds bevelen af om
het grondgebied te verlaten, terwijl
sommige illegalen op grond van
het regeerakkoord zouden kunnen
geregulariseerd
worden.
Die
bevelen zouden door minister
Dewael getekend worden. Kan u
de bevoegdheidsverdeling ter zake
tussen
de
minister
van
Binnenlandse Zaken en uzelf
verduidelijken?
Kan u, in afwachting van der
rondzendbrief, het beleid van de
Dienst Vreemdelingenzaken en de
regering toelichten?
Le président: Nous aurons l'occasion d'entendre la ministre la
semaine prochaine pour sa note de politique générale. La question de
départ était plus précise. La ministre peut y répondre, en ajoutant des
De voorzitter: De minister zal
volgende week haar algemene
beleidsnota komen toelichten.
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
71
éléments si elle le désire. Mais ce débat est à l'ordre du jour de la
semaine prochaine.
32.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, l'arrêté
royal de nomination du 20 mars 2008 prévoit que la ministre de la
Politique de l'Immigration et d'Asile est en charge de l'Office des
étrangers. À partir de cette date, les décisions administratives prises
par cette instance seront pourvues de la formule: "pour la ministre de
la Politique de l'Immigration et d'Asile".
Il est vrai que quelques ordres de quitter le territoire ont encore été
signés par le ministre de l'Intérieur. Fort de cette constatation, l'Office
des étrangers a rappelé à ses agents que, dans l'attente d'une
adaptation des modèles utilisés par le service ICT, cette modification
devra être apposée manuellement. Il s'agit d'un désagrément
passager et leurs informaticiens vont intégrer le texte correct le plus
rapidement possible.
32.02
Minister Annemie
Turtelboom: Het koninklijk besluit
van 20 maart 2008 bepaalt dat de
minister
van
Migratie-
en
Asielbeleid bevoegd is voor de
dienst Vreemdelingenzaken.
Na die datum werden er nog
enkele
bevelen
om
het
grondgebied te verlaten door de
minister van Binnenlandse Zaken
getekend. In afwachting van de
aanpassing
van
het
informaticasysteem,
zullen
de
ambtenaren
van
de
Dienst
Vreemdelingenzaken
voortaan
met de hand de formule `voor de
minister
van
Migratie-
en
Asielbeleid' op de administratieve
beslissingen aanbrengen.
In verband met uw tweede vraag betreffende de omzendbrief is het
effectief zo dat, zolang er geen nieuwe omzendbrief is, de bestaande
geldig blijft.
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs echter ook naar het debat dat wij hier
volgende week zullen voeren over de beleidsnota. Ik kan daarover wel
het volgende zeggen. Wij moeten heel goed weten dat bij een
omzendbrief sprake is van lange duur en lokale verankering. Beide
elementen moeten in acht worden genomen. Het ene is veel
makkelijker te implementeren dan het andere. Ik kan dit nu al wel
zeggen.
Mevrouw Nyssens, als u het mij toestaat, stel ik voor dat wij het
daarover volgende week wat grondiger kunnen hebben.
La circulaire existante reste donc
valable jusqu'à ce qu'elle soit
remplacée mais je propose de
tenir un débat sur le fond de la
question la semaine prochaine.
32.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik ben het volledig met u eens.
Je vous remercie de votre réponse technique à ce problème de
signature électronique.
Les modalités pratiques sont-elles arrêtées ou bien allez-vous
simplement donner des instructions? Un ordre de quitter le territoire
qui est signé aujourd'hui l'est donc bien au nom de la ministre? Très
bien. Mais il y a eu une période transitoire pendant laquelle vous ne
signiez pas.
32.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Je suis entièrement d'accord.
32.04 Annemie Turtelboom, ministre: Il faut encore signer
manuellement, dans l'attente d'une solution plus efficace.
Le président: C'est ce que l'on appelle l'évolution technologique,
madame Nyssens.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
72
Les questions n
os
4561, 4562 4563 de M. Michel Doomst sont
reportées.
De vragen nrs. 4561, 4562 en
4563 van de heer Doomst worden
uitgesteld.
33 Question de Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "l'éventuel
accueil de certains détenus de Guantanamo" (n° 4569)</b>
33 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de eventuele
opvang van een aantal gevangenen uit Guantanamo" (nr. 4569)
33.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, madame la
ministre, dans ce parlement, nous avons déjà eu l'occasion de parler
du camp illégal de Guantanamo où des personnes sont détenues
depuis de nombreuses années sans qu'elles n'aient eu aucun procès.
Certains sont passés devant des tribunaux militaires, dénoncés par
toutes les organisations des droits de l'homme. Toujours est-il que,
dans ce camp, il y a aussi toute une série de détenus qui sont là
depuis des années mais que les autorités américaines, elles-mêmes,
qualifient de non dangereux. Ceux-ci ne peuvent retourner dans leur
pays d'origine car cela mettrait leur vie en danger. Des négociations
sont en cours avec les organisations internationales en vue de leur
octroyer le statut de réfugié et avec toute une série d'États membres
de l'OSCE et d'autres afin de trouver des États qui acceptent de les
accueillir. La Belgique aurait été contactée pendant la période des
affaires courantes mais, de ce fait, n'aurait pas pu prendre de
décision.
Si le monde entier doit accueillir 23 détenus, ce n'est pas un effort
incommensurable. Parmi ceux-ci, il y aurait entre autres 16 Ouïgours,
à savoir des Chinois musulmans. La Belgique pourrait, à l'instar
d'autres États, proposer d'en accueillir quelques-uns sur son territoire.
Madame le ministre, pouvez-vous me dire si la Belgique a des
contacts à ce sujet et si notre pays envisage de participer à l'accueil
de ces détenus en leur reconnaissant le statut de réfugié.
33.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
De
terugkeer
van
sommige
personen die opgesloten zitten in
het
onwettig
kamp
van
Guantanamo naar hun land van
herkomst
kan
niet
worden
overwogen omdat hun leven in
gevaar zou worden gebracht. Er
lopen
momenteel
onderhandelingen
met
de
internationale organisaties en een
aantal OVSE-lidstaten teneinde
hen de status van vluchteling toe
te kennen en hen op te vangen.
Men zou in de periode van
lopende zaken daarover met ons
land contact hebben opgenomen,
maar in die omstandigheden kon
er
geen
beslissing
worden
genomen.
Bevestigt u dat die contacten
hebben
plaatsgevonden?
Overweegt ons land deel te nemen
aan
de
opvang
van
die
gedetineerden door hen de status
van vluchteling toe te kennen?
33.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président,
madame Genot, j'ai l'honneur de vous communiquer les informations
suivantes. À ma connaissance, il n'y a pas eu de contact de la part de
l'État belge pour accueillir certains détenus de Guantanamo. Pour le
surplus, je vous renvoie à mon collègue des Affaires étrangères pour
ce qui est de la reconnaissance éventuelle du statut de réfugié à ces
détenus. Je tiens à rappeler que c'est le Commissariat général aux
réfugiés et aux apatrides qui reconnaît la qualité de réfugié ou qui
accorde la protection subsidiaire. Il s'agit d'une instance
indépendante.
33.02
Minister Annemie
Turtelboom: Voor zover ik weet,
zijn er geen contacten geweest in
verband met de opvang van
sommige
gedetineerden
van
Guantanamo.
Het
is
het
Commissariaat-generaal voor de
Vluchtelingen en de Staatlozen,
een onafhankelijke instantie, die
de hoedanigheid van vluchteling
erkent
en
de
subsidiaire
beschermingsstatus toekent. Wat
de eventuele erkenning van de
status van vluchteling voor die
gedetineerden betreft, verwijs ik u
door naar de minister van
Buitenlandse Zaken.
33.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, d'après ce
que j'entends, vous n'êtes au courant de rien. Si la Belgique avait été
33.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
U bent daar dus niet van op de
CRIV 52
COM 169
16/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
73
contactée, il eût été intéressant d'avoir un double contact avec votre
administration et celle des Affaires étrangères. En effet, le ministre
des Affaires étrangères peut difficilement décider de les accueillir si,
par la suite, le séjour n'est pas accordé à ces personnes. Ce serait
assez embêtant. Je vais donc interroger le ministre des Affaires
étrangères pour savoir si une réflexion est menée à ce sujet. Nous
verrons ensuite ce que nous pourrons faire.
hoogte. Mochten er toch contacten
hebben plaatsgevonden, dan zou
het interessant geweest zijn dat
uw administratie en die van
Buitenlandse Zaken daarvan op de
hoogte zouden zijn gebracht. De
minister van Buitenlandse Zaken
kan immers moeilijk beslissen om
de betrokkenen in ons land op te
vangen als ze nadien niet in ons
land mogen verblijven. Ik zal de
minister van Buitenlandse Zaken
daarover ondervragen om te
weten of er daarover wordt
nagedacht.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
34 Questions jointes de
- M. André Frédéric à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les problèmes
informatiques à l'Office des étrangers qui auraient été à l'origine de la libération de personnes arrêtées
lors des perquisitions contre le PKK" (n° 4530)<br>- M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les conséquences des
problèmes informatiques à l'Office des étrangers" (n° 4622)</b>
34 Samengevoegde vragen van
- de heer André Frédéric aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de informaticaproblemen
bij de Dienst Vreemdelingenzaken die aan de basis zouden hebben gelegen van de vrijlating van de
personen die tijdens de huiszoekingen tegen de PKK werden aangehouden" (nr. 4530)
- de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de
gevolgen van de computerproblemen bij de Dienst Vreemdelingenzaken" (nr. 4622)
34.01 André Frédéric (PS): Madame la ministre, très brièvement il
me reste une question que j'ai déposée la semaine dernière au
point 38 de l'agenda. Elle est jointe à celle de M. Jeholet qui est
absent. Sa question est donc supprimée.
Je vais me permettre de la poser. Je suis conscient du fait qu'elle a
été déposée à 15.17 heures le 10 avril et qu'au même moment, vous
étiez interpellée dans une question d'actualité. J'ai bien écouté votre
réponse la semaine dernière. J'ai hésité à maintenir ma question mais
je l'ai quand même fait parce qu'entre-temps, il m'est revenu un
certain nombre d'informations contradictoires. Ma volonté n'est pas de
polémiquer sur le sujet, mais simplement de clarifier les choses étant
donné que la presse dit parfois n'importe quoi. Des perquisitions étant
intervenues dans la région verviétoise, mon arrondissement, je
trouvais assez normal qu'on puisse en tout cas faire le point
aujourd'hui et se dire ensuite, définitivement, que le problème est
clair.
Tout et n'importe quoi a circulé en termes de nombre: 29 personnes
interpellées, trois mises à disposition de la justice, le reste relâché, et
puis les chiffres changeaient! Cela crée un trouble quand on dit qu'on
a été amené à perquisitionner, qu'on a interpellé des individus pour
les interroger et qu'on a dû les renvoyer, non pas parce qu'ils
n'avaient rien à dire mais parce que l'informatique de l'Office des
étrangers avait "foiré" et qu'on ne pouvait rien faire d'autre que de les
libérer.
34.01 André Frédéric (PS): Ik
weet dat die vraag al gesteld werd
en ik heb vorige week aandachtig
naar uw antwoord geluisterd.
Ik heb getwijfeld of ik mijn vraag
alsnog zou stellen, maar ik heb het
toch gedaan daar ik ondertussen
tegenstrijdige
informatie
heb
gekregen. Ik wil niet polemiseren,
maar
gewoon
de
zaken
verduidelijken omdat de pers
soms onzin uitkraamt. Aangezien
de huiszoekingen in de streek van
Verviers plaatsvonden, dus in mijn
arrondissement, achtte ik het maar
normaal dat vandaag een stand
van zaken kon worden opgemaakt
en definitief klaarheid kon worden
gebracht. Er werden allerlei cijfers
opgegeven:
er
werden
29
personen
aangehouden,
3
mensen werden ter beschikking
gesteld van het gerecht, de rest
werd vrijgelaten. Daarna werden
weer andere cijfers meegedeeld.
16/04/2008
CRIV 52
COM 169
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
74
Je respecte totalement la séparation des pouvoirs et je ne vais pas
m'immiscer dans l'enquête. Il faudrait qu'on puisse dire clairement
aux gens si, oui ou non, il y a un problème informatique qui fait que,
demain, que ce soit dans le milieu proche du PKK ou dans n'importe
quel milieu, si on veut interpeller les gens et si la machine "foire", il
faudra les relâcher. Ce n'est pas très rassurant pour le public!
Pouvez-vous nous indiquer si les réponses techniques de la semaine
dernière sont confirmées?
A-t-on pris des mesures particulières à l'égard de l'Office des
étrangers et en particulier de son système informatique?
Het is verontrustend dat men
mensen heeft moeten vrijlaten, dat
men mensen heeft aangehouden
voor verhoor, en dat men ze heeft
moeten laten gaan omdat het
computersysteem van de Dienst
Vreemdelingenzaken
het
liet
afweten.
Dit
is
niet
echt
geruststellend voor de bevolking.
Kunt u de technische antwoorden
van verleden week bevestigen?
Werden er maatregelen getroffen
ten aanzien van de Dienst
Vreemdelingenzaken
en
zijn
informaticadienst?
34.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président,
comme je l'ai déjà expliqué au député M. Doomst en séance plénière
jeudi passé, cette action policière a effectivement été menée pour 37
sympathisants du PKK.
L'Office des étrangers n'a cependant été contacté que dans le cadre
de 5 dossiers et n'a donc dû vérifier que pour les dossiers en question
si ces personnes se trouvaient légalement dans le pays. En outre,
après avoir pris contact avec d'autres pays, il s'est avéré que 2 de ces
5 personnes séjournaient vraisemblablement légalement en
Allemagne et qu'une troisième d'entre elles était connue en France.
En d'autres termes, il ne s'agit pas d'un dossier de 37 personnes mais
bien de 5 personnes dont 3 étaient très probablement localisées en
Allemagne et en France.
Le système informatique de l'Office des étrangers n'était que
partiellement accessible du fait d'un déménagement planifié depuis
plusieurs mois. Dans cette situation, l'Office des étrangers a été dans
l'impossibilité de rendre une décision parce que les dossiers n'étaient
pas consultables. Le déménagement a en effet causé des
interruptions pendant moins d'un jour, en particulier du vendredi 15
heures jusqu'à midi le lendemain. Il s'agissait en l'espèce d'une
interruption unique et occasionnelle de l'accès aux fichiers.
Je souhaite cependant insister sur le fait que même si la banque de
données avait été consultée, l'Office des étrangers rapatrie dans un
centre fermé uniquement les personnes qui ont l'intention de rester
dans le pays. Or en l'occurrence, ce n'était pas le cas.
34.02
Minister
Annemie
Turtelboom: Zoals ik in de
plenaire
vergadering al
heb
uitgelegd, werd deze actie gevoerd
voor
37
PKK-sympathisanten.
Slechts voor vijf dossiers werd
contact opgenomen met de Dienst
Vreemdelingenzaken. Toen bleek
dat twee van de vijf betrokkenen
waarschijnlijk legaal in Duitsland
verbleven en een derde persoon
zou in Frankrijk bekend zijn.
Door een geplande verhuizing was
het computersysteem van de
Dienst Vreemdelingenzaken maar
gedeeltelijk toegankelijk tussen
vrijdag 15 uur en zaterdag 12 uur.
De Dienst kon dus geen beslissing
nemen.
Ik wijs erop dat mensen enkel naar
een gesloten centrum worden
overgebracht door de Dienst
Vreemdelingenzaken als er een
vermoeden bestaat dat ze op het
Belgisch
grondgebied
willen
blijven. Dat was hier niet het geval.
34.03 André Frédéric (PS): Madame la ministre, je vous remercie
pour cette réponse qui a le mérite de clarifier les choses et de
rassurer l'opinion publique.
34.03 André Frédéric (PS): Ik
dank u voor deze uitleg. Dit zal de
bevolking geruststellen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Aucun collègue ne nous ayant rejoint, je clos la séance.
La réunion publique de commission est levée à 17.52 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.52 uur.