KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 159
CRIV 52 COM 159
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
dinsdag
mardi
15-04-2008
15-04-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a - spirit
socialistische partij anders - Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het vrijgeven
van douanegoederen" (nr. 4082)
1
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le dédouanement
des marchandises" (n° 4082)
1
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
2
Questions jointes de
3
- mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "een gratis
verzekering voor vrijwilligers" (nr. 4010)
2
- Mme Meyrem Almaci au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "une assurance gratuite pour
les volontaires" (n° 4010)
3
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de afschaffing
van de financiering van de verzekering van
vrijwilligers in het verenigingsleven door de
Nationale Loterij" (nr. 4119)
2
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la suppression de l'aide de la
Loterie Nationale en vue de l'Assurance pour les
volontaires actifs dans le secteur associatif"
(n° 4119)
3
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de besteding
van de middelen van de Nationale Loterij"
(nr. 4287)
2
- Mme Sonja Becq au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'affectation des moyens de
la Loterie Nationale" (n° 4287)
3
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen en aan de minister
van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
over "de besteding van een deel van de middelen
van de Nationale Loterij aan de financiering van
de provinciale verzekering van vrijwilligers"
(nr. 4531)
3
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles et au ministre de la Fonction
publique et des Entreprises publiques sur
"l'affectation d'une partie des moyens de la
Loterie nationale au financement de l'assurance
provinciale des bénévoles" (n° 4531)
3
- de heer Bruno Tuybens aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
verderzetting/mogelijke
stopzetting
van
het
subsidiebeleid van de Nationale Loterij ten
aanzien van de vrijwilligersverzekering en andere
projecten waarbij in hoofdzaak vrijwilligers
betrokken zijn" (nr. 4601)
3
- M. Bruno Tuybens au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la continuation/la suspension
de la politique de subvention de la Loterie
nationale en matière de l'assurance bénévole et
d'autres projets impliquant principalement des
bénévoles" (n° 4601)
3
Sprekers: Meyrem Almaci, Sonja Becq,
Clotilde Nyssens, Didier Reynders
, vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen,
Jean-Luc
Crucke
Orateurs: Meyrem Almaci, Sonja Becq,
Clotilde Nyssens, Didier Reynders
, vice-
premier ministre et ministre des Finances et
des Réformes institutionnelles, Jean-Luc
Crucke
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de Caisse
d'Épargne van Doornik" (nr. 4013)
7
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la Caisse d'Épargne de
Tournai" (n° 4013)
7
- mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de Caisse
d'Épargne van Doornik en het dividendbeheer
door de gemeenteraad" (nr. 4577)
7
- Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la Caisse d'Épargne de
Tournai et la gestion des dividendes par le collège
communal" (n° 4577)
7
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Juliette Boulet,
Didier Reynders
, vice-eerste minister en
minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Juliette Boulet,
Didier Reynders
, vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de rapportering door de Raad van toezicht
van de Ombudsdienst verzekeringen" (nr. 4029)
10
Question de Mme Katrien Partyka au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "les
rapports du Conseil de surveillance du Service de
l'Ombudsman des Assurances" (n° 4029)
10
Sprekers: Katrien Partyka, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Katrien Partyka, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over "het
ter
beschikking stellen van het geautomatiseerd
gegevensbestand met betrekking tot de EBA"
(nr. 4083)
11
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la mise à
disposition de la base de données automatisée
relative à la DLU" (n° 4083)
11
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de disfuncties
binnen de FOD Financiën in het kader van de
EBA" (nr. 4084)
12
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes
institutionnelles
sur
"les
dysfonctionnements au sein du SPF Finances
dans le cadre de la DLU" (n° 4084)
12
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
waarborgverplichting in het kader van de EBA"
(nr. 4085)
13
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'obligation de
garantie dans le cadre de la DLU" (n° 4085)
13
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het begrip
'alleenstaande belastingplichtige met kinderen ten
laste'" (nr. 4086)
15
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la notion de
contribuable isolé avec enfants à charge"
(n° 4086)
15
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten
van de onderzoeken naar aanleiding van de
teruggave van de beurstaks" (nr. 4088)
17
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les résultats des
enquêtes menées dans le cadre de la restitution
de la taxe boursière" (n° 4088)
17
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het stroomlijnen
van fiscale voordelen voor energie-investeringen"
(nr. 4090)
19
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"l'uniformisation
des
avantages fiscaux accordés aux contribuables qui
investissent dans les économies d'énergie"
(n° 4090)
19
Sprekers: Michel Doomst, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
Orateurs: Michel Doomst, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
en Institutionele Hervormingen
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale
vrijstellingen die de leden van de koninklijke
familie genieten" (nr. 4096)
21
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les exonérations fiscales
dont bénéficient les membres de la Famille
royale" (n° 4096)
21
Sprekers: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
telefoonwinkels die in de illegaliteit opereren door
het uitvoeren van bankactiviteiten" (nr. 4159)
23
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les téléboutiques opérant
dans l'illégalité en effectuant des opérations
bancaires" (n° 4159)
23
Sprekers: Bert Schoofs, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het btw-tarief
dat van toepassing is op de installatie, op een
gebouw of op de grond, van fotovoltaïsche
zonnepanelen voor het produceren van groene
elektriciteit" (nr. 4313)
24
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le taux de TVA
applicable pour la pose de panneaux solaires
photovoltaïques pour la production d'électricité
verte placés sur un bâtiment ou à même le sol"
(n° 4313)
24
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vermindering
van de btw op energie" (nr. 4314)
26
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la réduction de la
TVA sur l'énergie" (n° 4314)
26
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de rekeningen
van overheidsinstellingen categorie A en B
(art. 127)" (nr. 4320)
28
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les comptes
d'organismes publics de catégories A et B
(art. 127)" (n° 4320)
28
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de externe audit
van de Regie der Gebouwen" (nr. 4321)
29
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'audit externe de
la Régie des Bâtiments" (n° 4321)
29
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de beperking
van het recht op aftrek van de btw geheven van
werkinstrumenten" (nr. 4344)
31
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la limitation du
droit à la déduction de la TVA sur l'outil de travail"
(n° 4344)
31
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
33
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de jongste
aanbevelingen van het IMF" (nr. 4345)
33
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
dernières
recommandations du FMI" (n° 4345)
33
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de jongste
aanbevelingen van het IMF" (nr. 4589)
33
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
dernières
recommandations du FMI" (n° 4589)
33
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toepassing
van het verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak
en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden"
(nr. 4366)
37
Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'application du taux de TVA
réduit de 6% pour la démolition et la
reconstruction d'habitations en zone urbaine"
(n° 4366)
37
Sprekers: Luk Van Biesen, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Luk Van Biesen, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het opzetten
van een autonoom douaneagentschap" (nr. 4380)
39
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la création d'une agence en
douane autonome" (n° 4380)
39
Sprekers: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de registratie
van vonnissen" (nr. 4381)
40
Question de Mme Katrien Schryvers au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'enregistrement
des jugements" (n° 4381)
40
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Luykx aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
energieverbruik in de residenties van de
Koninklijke Familie" (nr. 4384)
42
Question de M. Peter Luykx au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la consommation d'énergie
dans les résidences de la Famille royale"
(n° 4384)
42
Sprekers: Peter Luykx, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Luykx, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de inning van
de successierechten" (nr. 4383)
43
Question de M. Raf Terwingen au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la perception des droits de
succession" (n° 4383)
43
Sprekers: Raf Terwingen, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Raf Terwingen, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
45
Question de M. Jan Jambon au vice-premier 45
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vergoeding
van de gouverneur van de Nationale Bank van
België" (nr. 4385)
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"la
rémunération
du
gouverneur de la Banque nationale de Belgique"
(n° 4385)
Sprekers: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het justitiepaleis
van Doornik" (nr. 4452)
47
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le palais de justice de
Tournai" (n° 4452)
47
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vrijstelling
van
onroerende
voorheffing
voor
jeugdwerkinitiatieven" (nr. 4379)
48
Question de Mme Katrien Partyka au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'exonération du précompte
immobilier au bénéfice des mouvements de
jeunesse" (n° 4379)
48
Sprekers: Katrien Partyka, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Katrien Partyka, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de soevereine
fondsen" (nr. 4465)
50
Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les fonds souverains"
(n° 4465)
50
Sprekers: Josée Lejeune, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Josée Lejeune, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de campagne
om een Belg aan het hoofd te krijgen van de
Wereld Douane Organisatie (WDO)" (nr. 4491)
52
Question de Mme Barbara Pas au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la campagne en vue de la
désignation d'un Belge à la tête de l'Organisation
mondiale des douanes (OMD)" (n° 4491)
52
Sprekers: Barbara Pas, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Barbara Pas, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
DINSDAG
15
APRIL
2008
Namiddag
______
du
MARDI
15
AVRIL
2008
Après-midi
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.02 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Luk Van Biesen.
Le développement des questions et interpellations commence à 15.02 heures. La réunion est présidée par
M. Luk Van Biesen.
01 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het vrijgeven van douanegoederen" (nr. 4082)
01 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le dédouanement des marchandises" (n° 4082)</b>
01.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, klopt
het dat de douanegoederen kunnen worden vrijgegeven vanuit elk
douanekantoor? Zo ja, is dat de bedoeling of is dat een probleem dat
moet worden opgelost?
Zo neen, is dat tijdelijk mogelijk geweest de voorbije weken of
maanden? In welke periode was dat mogelijk? Was de top van de
douane hiervan op de hoogte? Hoe en wanneer is dat probleem
opgelost?
01.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Des marchandises peuvent-
elles être dédouanées par chaque
bureau
de
douane?
Cette
possibilité est-elle voulue ou s'agit-
il d'un problème? Cela a-t-il été
possible récemment et quand? La
direction des douanes était-elle
informée
de
la
situation?
Comment le problème a-t-il été
résolu et quand?
01.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, de veiligheid, ingebouwd in de PLDA, is gebaseerd op de
informatie die momenteel in de FOD Financiën ter beschikking is
gesteld. Inhoudelijk betekent dat dat elke persoon een rol is
toegekend. Op basis van die rol heeft de ambtenaar in kwestie
toegang tot een bepaald gedeelte van de PLDA.
De aangiftes geselecteerd op circuit 1, fysieke verificatie, en circuit 2,
op documenten, zijn verbonden aan een verificatiedienst of
douanekantoor op basis van de inhoud van vak 30 van de aangifte op
het enig document.
Wat het kantoor betreft, alle ambtenaren met de rol kantoor kunnen
de componenten raadplegen die in de PLDA aan een geselecteerd
kantoor zijn toebedeeld. Met het oog op een betere afscherming van
bepaalde componenten, zoals de financiële afhandeling, werden
bijkomende filters ingebouwd. Zo werden in de PLDA aparte profielen
aangemaakt. Ik geef het voorbeeld van het kassabeheerder voor
bepaalde rollen. Indien noodzakelijk werden daaraan ook bijkomende
paswoorden gekoppeld.
01.02 Didier Reynders, ministre:
Pour des raisons de sécurité,
chaque fonctionnaire a accès à la
partie des douanes et accises
paperless (PLDA) dont il a besoin
dans le cadre de sa fonction. Sur
la base du contenu de la case 30,
les
déclarations
sont
sélectionnées sur le circuit 1 ou le
circuit 2, correspondant à un
service de vérification ou à un
bureau de douane en particulier.
Tous les fonctionnaires qui ont le
rôle "bureau" peuvent consulter les
composants attribués à un bureau
sélectionné dans le cadre de
PLDA. Des filtres supplémentaires
ont été prévus pour mieux
sécuriser le traitement financier,
entre autres. Ainsi, des profils
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Wat de verificatiediensten betreft, elke ambtenaar met die rol kan
goederen vrijgeven. De naam van de verifiërende ambtenaar en de
acties die tijdens de controleactiviteit werden ondernomen, worden
natuurlijk geregistreerd.
In het systeem kan dus te allen tijde worden nagegaan wie de
goederen heeft vrijgegeven. Voor de rol van de verificatiepost werden
geen bijkomende filters toegekend, omdat het beheer van de
controles op termijn zal gebeuren door het project MODA, Mobiele
Douane. De geselecteerde aangiftes worden dan gestuurd naar de
regiekamer die verantwoordelijk is voor het sturen van de mobiele
teams in het toepassingsgebied.
Een pilootproject van MODA is momenteel opgestart in de
gewestelijke directie Hasselt en men verwacht dat een tweede
pilootproject zal worden opgestart in september of oktober. Dat is het
hele verhaal met betrekking tot de PLDA en de controle.
distincts ont été créés et des mots
de passe y ont été associés.
Tous les fonctionnaires ayant le
rôle « service de vérification »
peuvent
dédouaner
des
marchandises.
Le
nom
du
fonctionnaire et les actions qu'il
entreprend pendant l'activité de
contrôle
sont
évidemment
enregistrés. Le système permet
donc toujours de vérifier qui a
dédouané les marchandises.
Il n'a pas été attribué de filtres
supplémentaires pour le rôle de
poste de vérification car, à terme,
la gestion des contrôles sera
effectuée par le projet MODA
(douane mobile). Les déclarations
retenues seront alors envoyées à
la salle de régie qui est
responsable
de
l'envoi
des
équipes mobiles. Un projet-pilote
MODA est en cours à la direction
régionale à Hasselt. Un deuxième
projet suivra, en septembre ou
octobre.
01.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, mij
was meegedeeld dat ambtenaren vanuit Namen goederen in de
haven van Antwerpen zouden kunnen vrijgeven, zonder verdere
verificatie. Als dat juist is, lijkt mij dat toch een gevaarlijke situatie te
zijn. Die situatie heeft zich volgens mijn informatie gedurende
verschillende weken voorgedaan.
01.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Il m'a été rapporté
que des fonctionnaires namurois
peuvent
dédouaner
des
marchandises au port d'Anvers
sans autre forme de vérification.
Cette situation est tout de même
dangereuse.
01.04 Minister Didier Reynders: Ik heb u alle mogelijke
mechanismen toegelicht. Het is een goede methode, maar zoals
gezegd moeten wij nog verder gaan met het project MODA. Tot nu
toe heb ik geen andere elementen gekregen vanuit de douane. Ik zal
het verder onderzoeken.
01.04 Didier Reynders, ministre:
J'ai confiance dans le système
que je vous ai présenté à l'instant
mais j'examinerai ce dossier.
D'autres projets suivront.
01.05 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Ik neem nota van uw
antwoord en ik zal het verder bestuderen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "een gratis verzekering voor vrijwilligers" (nr. 4010)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de afschaffing van de financiering van de verzekering van vrijwilligers in het
verenigingsleven door de Nationale Loterij" (nr. 4119)
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de besteding van de middelen van de Nationale Loterij" (nr. 4287)
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen en aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de besteding
van een deel van de middelen van de Nationale Loterij aan de financiering van de provinciale
verzekering van vrijwilligers" (nr. 4531)
- de heer Bruno Tuybens aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de verderzetting/mogelijke stopzetting van het subsidiebeleid van de Nationale
Loterij ten aanzien van de vrijwilligersverzekering en andere projecten waarbij in hoofdzaak
vrijwilligers betrokken zijn" (nr. 4601)
02 Questions jointes de
- Mme Meyrem Almaci au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "une assurance gratuite pour les volontaires" (n° 4010)<br>- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la suppression de l'aide de la Loterie Nationale en vue de l'Assurance pour les
volontaires actifs dans le secteur associatif" (n° 4119)<br>- Mme Sonja Becq au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "l'affectation des moyens de la Loterie Nationale" (n° 4287)<br>- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles et au ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "l'affectation
d'une partie des moyens de la Loterie nationale au financement de l'assurance provinciale des
bénévoles" (n° 4531)<br>- M. Bruno Tuybens au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la continuation/la suspension de la politique de subvention de la Loterie
nationale en matière de l'assurance bénévole et d'autres projets impliquant principalement des
bénévoles" (n° 4601)</b>
De voorzitter: Het betreft hier een reeks vragen. De heren Gilkinet en Tuybens zijn niet aanwezig en
hebben evenmin verwittigd.
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag betreft de gratis verzekering voor
vrijwilligers. Sinds de wet betreffende de rechten van de vrijwilliger is
er een betere sociale bescherming voor de vrijwilliger gekomen.
Organisaties worden onder andere verplicht om een verzekering af te
sluiten voor hun vrijwilligers zodat zij zijn gedekt voor de door hen
eventueel veroorzaakte schade tijdens hun vrijwilligerswerk.
Die wet geldt niet voor de gewone feitelijke organisaties. Hun
vrijwilligers worden bijgevolg nog steeds geconfronteerd met de
problematiek van het niet beschermd zijn gedurende hun
vrijwilligerswerk.
Sinds 2006 worden door de Nationale Loterij, op initiatief van
toenmalig staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens,
budgettaire middelen voorzien voor de verzekering van diezelfde
vrijwilligers. Via de provinciale steunpunten voor vrijwilligerswerk
wordt een gratis verzekering vrijwilligerswerk aangeboden waarbij een
dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid voor lichamelijke
ongevallen, rechtsbijstand, enzovoort, wordt voorzien.
Elke erkende organisatie kan op die manier recht krijgen op honderd
verzekerde vrijwilligersdagen. Dat zijn honderd dagen waarop de
vrijwilliger is verzekerd en beschermd. Dat is een stap in de goede
richting voor organisaties met occasionele activiteiten, maar het geeft
nog steeds geen oplossing voor de organisaties die een heel jaar door
continu werken met vrijwilligers.
Voor dit jaar was oorspronkelijk een verhoogd budget voorzien van
1 miljoen euro. Wij hebben echter recent vernomen dat die beslissing
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): La loi concernant les
droits du volontaire a amélioré la
protection sociale des volontaires
puisqu'elle oblige les organisations
de volontaires à souscrire une
assurance responsabilité civile
pour leurs membres.
Toutefois, cette obligation ne
s'applique pas aux organisations
de fait dont les membres ne sont
donc
toujours
pas
protégés
pendant la période au cours de
laquelle ils exercent une activité en
tant que volontaire. Depuis 2006,
la Loterie Nationale fournit des
moyens aux fins du financement
d'une
assurance
gratuite
volontariat qui est offerte par
l'intermédiaire des structures de
soutien provinciales du volontariat.
Ainsi, chaque organisation agréée
peut bénéficier de cent journées
de volontariat assuré, ce qui ne
résout rien, cependant, pour les
organisations qui travaillent toute
l'année avec des volontaires.
Il me revient que cette année-ci, la
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
ad hoc is teruggedraaid en dat het budget voor 2008 voor
vrijwilligersbescherming niet zal worden toegekend door de Nationale
Loterij. Dit heeft een negatieve invloed op de bescherming van
ongeveer 130.000 vrijwilligers, wat niet weinig is.
Mijnheer de minister, daarom had ik u graag volgende vragen gesteld.
Is het juist dat het budget voor 2008 dat werd voorzien door de
Nationale Loterij voor de subsidiëring van de vrijwilligers zal worden
geschrapt? Zo ja, op basis van welke criteria werd die beslissing
genomen?
Welke projecten zullen met die vrijgekomen gelden, indien dit bedrag
effectief wordt geschrapt, worden gesubsidieerd? Op basis van welke
criteria werd die beslissing genomen?
Indien effectief de beslissing werd genomen om dat budget te
schrappen, zult u aan de Nationale Loterij, die op zich een goed
resultaat boekte in 2008, vragen om extra middelen vrij te maken
zodat u alsnog een budget kunt vrijmaken voor de verzekering van de
vrijwilligers?
Zal de Nationale Loterij de subsidies voorzien voor vrijwilligers voor dit
jaar ook vrijmaken in 2009 en daarna? Waarop is die beslissing
gebaseerd?
Loterie Nationale n'accordera plus
de subside pour l'assurance
volontariat, ce qui ne manquera
pas d'avoir une influence négative
sur la protection de pas moins de
130.000 volontaires. Est-ce exact?
Pourquoi cette décision a-t-elle été
prise?
Quels
projets
les
capitaux
dégagés
permettront-ils
de
subventionner? En 2007, la Loterie
Nationale a enregistré de très
bons résultats. Le ministre ne
pourrait-il
pas
demander
instamment à la Loterie de
dégager
des
moyens
supplémentaires afin de continuer
à
subventionner
l'assurance
volontariat? La Loterie accordera-
t-elle encore un subside en 2009
et au cours des années suivantes?
02.02 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik had deze vraag al begin maart ingediend, maar moest
ze herwerken en opnieuw indienen.
Naar aanleiding van de wet op de vrijwilligers waren middelen
voorzien van de Nationale Loterij. In 2006 was 850.000 euro voorzien
en in 2007 1.000.000 euro. De provincies hebben daarvan gebruik
gemaakt om een vrijwilligersverzekering uit te werken.
In West-Vlaanderen was al een verzekering voorzien voor vrijwilligers
en de andere Vlaamse provincies hebben dat model overgenomen. Ik
heb begrepen dat zij dat iets sneller hebben geoperationaliseerd dan
de Franstalige provincies waar die middelen nog niet werden
aangeboord. Misschien zult u mij tegenspreken, maar dan kunt u mij
die informatie wel geven.
Op dit moment wordt er door de Vlaamse provincies gebruikgemaakt
van de middelen van de Nationale Loterij. Men zegt mij dat bijna
4.000 organisaties daarvan effectief genieten. De provincies hebben
de verzekering duidelijk omschreven om zeker te zijn dat men
budgettair binnen de marges kon blijven. Men gaat uit van maximum
honderd vrijwilligersdagen per organisatie. Dat maakt dat heel grote
organisaties daarvan sowieso geen gebruik maken omdat dat niet
toereikend is. Kleinere organisaties doen dat wel gemakkelijker omdat
een activiteit met twintig vrijwilligers voor twintig dagen staat.
Organiseren zij vijf keer per jaar een activiteit, dan komen ze aan
honderd vrijwilligersdagen. Vrijwilligersorganisaties met veel meer
actieve vrijwilligers beginnen daar gewoonweg niet aan. Ook de
grotere organisaties maken daarvan weinig of geen gebruik, hoewel
ook zij een verzekering moeten afsluiten en moeten zorgen voor een
goede verzekering met betrekking tot hun activiteiten.
02.02 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Pour aider les associations
de volontaires à contracter une
assurance
pour
couvrir
la
responsabilité de leurs membres,
la Loterie Nationale a dégagé un
montant de 850.000 euros en
2006 et d'un million d'euros en
2007. Les provinces en ont fait
usage
pour
élaborer
une
assurance volontariat.
Les provinces flamandes ont déjà
utilisé le budget attribué par la
Loterie Nationale pour proposer
une
assurance.
Près
de
4.000 organisations
en
bénéficieraient déjà. La limitation à
cent jours de volontariat, instaurée
pour
respecter
le
budget
disponible, implique toutefois que
les grandes organisations ne
peuvent en tirer profit.
Toutes les associations doivent en
tout cas satisfaire aux dispositions
de la loi et toute aide de la Loterie
Nationale est plus que bienvenue.
Quels moyens ont été attribués
par Région et quelle proportion a
effectivement été utilisée? Les
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Volgens mij is de noodzaak om te beantwoorden aan de verplichting
van de wet voor de verenigingen er sowieso en is elke steun vanuit de
Nationale Loterij met betrekking tot de vrijwilligersverzekering ook
welkom voor die verenigingen.
Mijnheer de minister, ik heb daarom de volgende vragen. Hoeveel
middelen werden aan de Gewesten toegekend? Hoeveel van die
middelen werden besteed? Het gerucht doet immers de ronde dat die
middelen zeker nog niet zijn opgebruikt. Het is echter niet omdat ze
nog niet zijn opgebruikt, dat ze niet nuttig kunnen zijn en dat er niet op
een andere manier aan meer organisaties kan worden
tegemoetgekomen.
Wat gebeurt er met de niet-bestede middelen? Ik had begrepen dat
die twee jaar behouden blijven. Kunt u dit bevestigen?
Wordt hetzelfde bedrag voorzien voor 2008? Wordt er voorzien dat er
voor de verdeling van deze extra middelen rekening wordt gehouden
met andere manieren om tegemoet te komen aan die
verzekeringsverplichting of hebt u andere suggesties ter
ondersteuning van de vrijwilligers met middelen van de Nationale
Loterij? Ik heb immers net als u gezien dat de verdediging van die
verzekering en het faciliteren ervan voor vrijwilligers heel uitdrukkelijk
en heel nadrukkelijk in het regeerakkoord is opgenomen.
moyens n'auraient pas encore été
épuisés.
Qu'adviendra-t-il
des
moyens inutilisés? Est-il exact
qu'ils sont maintenus pendant
deux ans?
Quel budget dégagera-t-on en
2008? Dans le cadre de la
répartition des moyens, tiendra-t-
on compte d'autres formes de
soutien
de
l'obligation
d'assurance? Le ministre a-t-il
peut-être d'autres suggestions
d'aide au volontariat par le biais de
la Loterie Nationale? En effet, la
promotion
de
l'assurance
volontariat figure explicitement
dans l'accord de gouvernement.
02.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le Conseil supérieur des volontaires s'est étonné de la
suppression du subside attendu pour 2008. La répartition des moyens
de la Loterie Nationale en faveur de cette assurance a été décidée en
2006. Les budgets généraux de 2006 et de 2007 l'avaient prévue.
L'augmentation du subside de 850.000 euros à 1 million avait même
été envisagée. Cependant, après une seule année d'existence, ce
subside a été supprimé.
Quelles sont les raisons de cette suppression? Une concertation a-t-
elle été organisée avec les acteurs, en particulier le Conseil supérieur
des volontaires? Certaines provinces francophones commençaient
seulement à s'organiser pour appliquer cette loi et mettre en place les
structures nécessaires à la répartition de ce subside. N'est-il pas
prématuré de mettre fin à un système qui est utile, puisque la loi
prévoit l'obligation de s'assurer et que les provinces pouvaient s'en
charger?
02.03 Clotilde Nyssens (cdH):
De Hoge Raad voor vrijwilligers is
verwonderd dat de subsidie die hij
sinds 2006 ontving in het kader
van de verdeling van de middelen
van de Nationale Loterij wordt
geschrapt. Wat is de reden
daarvoor? Werd er met de actoren
overlegd? Is het niet wat voorbarig
een regeling stop te zetten die
haar nut nog heeft, aangezien de
wet
voorziet
in
een
verzekeringsplicht
en
de
provincies nog niet de tijd hadden
om de toepassing van de
wetgeving te organiseren?
02.04 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, in 2007 werd
in de begroting in een budget van 1 miljoen euro voorzien voor de
verzekering van vrijwilligers. Dat is het tweede jaar dat in 1 miljoen
euro wordt voorzien. Het bedrag werd verdeeld op basis van het
aantal inwoners van de Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige
delen, per provincie en niet over de Gemeenschappen en Gewesten.
In 2007 was de verdeling voor de Duitstalige vereniging "Sport voor
allen" 6.956,17 euro, voor de vereniging van de Vlaamse provincies,
597.672, 20 euro en voor l'Association des Provinces wallonnes
395.371,63 euro. Dat is in totaal 1 miljoen euro.
Het budget voor de verschillende provincies wordt integraal bezorgd
aan de verenigingen van de Vlaamse en de Waalse provincies en aan
de Duitstalige Task. Deze verenigingen beslissen zelf over de
bestemming van de toegekende steun. Dat is de taak van de
02.04 Didier Reynders, ministre:
Pour 2007, un budget de 1 million
d'euros avait été prévu pour
l'assurance des volontaires. Le
montant avait été réparti par
province sur la base du nombre
d'habitants
des
parties
néerlandophone, francophone et
germanophone. 6.956,17 euros
ont ainsi été versés à l'association
germanophone "Sport pour tous",
597.672,20 euros à la Vereniging
van de Vlaamse provincies
et
395.371,63 euros à l'Association
des provinces wallonnes. Les
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
verschillende verenigingen. De verdeling van de middelen gebeurt
dus autonoom door de Vlaamse en Waalse provincies en de
Duitstalige Task.
budgets
pour
les
diverses
provinces
sont
intégralement
versés aux associations des
provinces flamandes et wallonnes
et à l'instance germanophone qui
décident de manière autonome de
leur affectation.
En ce qui concerne 2008, je prends bonne note des remarques
formulées mais la répartition des subsides de la Loterie Nationale fait
l'objet d'un arrêté royal qui n'a pas encore été soumis au Conseil des
ministres. Des groupes de travail s'en occupent pour le moment; je
reviendrai donc avec des précisions quand cet arrêté aura été pris. Je
suis toujours intéressé d'entendre des critiques sur des décisions qui
ne sont pas encore prises, mais j'en prends bonne note.
Ik neem nota van de opmerkingen
die werden geformuleerd voor
2008. Ik zal u nadere toelichting
kunnen verstrekken wanneer het
koninklijk besluit betreffende de
verdeling van de subsidies van de
Nationale Loterij uitgevaardigd zal
zijn.
02.05 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord, hoewel het niet helemaal het antwoord is op de
vraag die ik stelde.
Ik wens er in ieder geval de aandacht op gevestigd te houden dat het
hier gaat om een hele groep mensen die niet altijd is beschermd. Het
is belangrijk om dat bij de verdeling van de budgetten voor ogen te
houden.
02.05 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Le ministre ne répond
pas véritablement à ma question.
Cet
important
groupe
de
personnes ­ qui ne sont pas
toujours protégées - doit être pris
en considération lors de la
répartition des budgets.
02.06 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik ben heel
blij te horen dat het koninklijk besluit nog niet werd genomen, zoniet
zouden wij het hebben over vijgen na Pasen.
Mijnheer de minister, ik hoop dat u het signaal meeneemt dat, indien
de bedoelde middelen effectief niet meer worden uitgetrokken, zulks,
ten eerste, ingaat tegen de intenties die heel duidelijk in het
regeerakkoord staan.
Ten tweede, de middelen zijn echt nodig voor de verenigingen. Meer
zelfs, een nog ruimere ondersteuning zou heel welkom zijn. Het is
immers niet evident voor de verenigingen om de verzekeringen op te
hoesten, wetende dat het om vrijwilligersorganisaties gaat, die niet
over de nodige inkomsten en bijdragen beschikken.
02.06 Sonja Becq (CD&V - N-
VA): Je me félicite que l'arrêté
royal n'ait pas encore été pris, car
sinon, cette discussion serait
vaine. J'espère que le ministre est
conscient
du
fait
que
la
suppression de ces moyens serait
contraire aux intentions affichées
dans l'accord de gouvernement.
De plus, les associations ont un
besoin impérieux de ces moyens
dont
le
renforcement
serait
d'ailleurs bienvenu puisque les
organisations de volontaires ne
disposent
pas
des
recettes
nécessaires.
02.07 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, je me réjouis
d'apprendre que, pour 2008, de bonnes décisions pourront encore
être prises. Il vaut toujours mieux s'inquiéter trop tôt que trop tard.
En conséquence, je me félicite que nous puissions prévoir ce budget
et ainsi aider les volontaires à accomplir leur mission.
02.07 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
ben blij te horen dat er voor 2008
nog goede beslissingen genomen
kunnen worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 4235 de M. Jean-Luc Crucke est
reportée.
De voorzitter : Vraag nr. 4235 van
de heer Crucke over fiscale fraude
door
grensgangers
wordt
uitgesteld.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
02.08 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, effectivement,
M. le secrétaire d'État ne disposant pas encore de toutes les
informations lui permettant de me répondre aujourd'hui, il m'a
demandé de reporter ma question. Attendre huit jours de plus ne me
pose aucun problème si cela peut faire en sorte que M. le secrétaire
d'État me fournisse une réponse complète sur ce dossier important.
03 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la Caisse d'Épargne de Tournai" (n° 4013)<br>- Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la Caisse d'Épargne de Tournai et la gestion des dividendes par le collège
communal" (n° 4577)</b>
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Caisse d'Épargne van Doornik" (nr. 4013)
- mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Caisse d'Épargne van Doornik en het dividendbeheer door de gemeenteraad"
(nr. 4577)
03.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
vice-premier ministre, cette bonne ville de Tournai est sans doute
l'une des dernières villes de Wallonie à disposer de sa propre caisse
d'épargne. Comme pour tout organisme financier de ce type, les
dividendes doivent être reversés à la caisse communale ­ rien que de
très normal jusque là. Cela ne semble toutefois pas toujours avoir été
le cas avant le 1
er
janvier 2008. Pire: cela ne fut jamais le cas
précédemment, puisqu'il semble que 10% des montants aient été
affectés de manière discrétionnaire par le Collège. Jadis, on parlait
des "petites oeuvres", en l'occurrence celles de l'évêque. Puis, ce fut
le Collège communal qui gratifia de ses bontés les associations
sportives, culturelles, etc.
Certains crient au clientélisme, d'autres s'offusquent de l'absence de
délibération par le Conseil communal à ce sujet. Nous pouvons
évidemment comprendre de tels griefs. Toutefois, certains membres
de la majorité communale et le secrétaire communal ont justifié
l'utilisation de ces fonds en rappelant que la caisse était contrôlée par
la Commission bancaire, financière et des assurances (CBFA),
laquelle n'aurait jamais toléré des pratiques répréhensibles.
Monsieur le vice-premier ministre, entre-t-il dans les compétences de
la CBFA de contrôler la répartition des dividendes? Dans cette
hypothèse, certains éléments ont-ils échappé à sa vigilance? Ou, au
contraire, a-t-elle émis des remarques? Si oui, lesquelles et à qui
furent-elles adressées?
Comprenez bien que ce n'est pas l'épargnant de la Caisse d'Épargne
de Tournai qui vous pose la question. Je ne tiens pas à déclencher un
conflit d'intérêts. Simplement, plusieurs citoyens se demandent ce
qu'il advient de leur argent placé dans cette caisse. C'est aux fins de
leur apporter une réponse que je vous interroge.
03.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Doornik is wellicht een van de
laatste Waalse steden met een
eigen spaarkas. Blijkbaar werden
de dividenden van die spaarkas
voor
1
januari
2008
niet
stelselmatig in de gemeentekas
doorgestort, en besliste het college
eigenmachtig over de toewijzing
van een gedeelte van die gelden.
Ter
rechtvaardiging
van
de
aanwending van die fondsen
wezen sommige leden van de
meerderheid in de gemeente en
de gemeentesecretaris op de
controle die de CBFA (Commissie
voor het Bank-, Financie- en
Assurantiewezen) op de spaarkas
uitoefent. Is de CBFA wel bevoegd
voor de controle van de verdeling
van de dividenden? Zo ja, heeft de
Commissie
opmerkingen
geformuleerd?
03.02 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je me
joins à mon collègue M. Crucke tout en rappelant que ce problème fut
soulevé en Conseil communal par mes collègues écologistes.
Sans vouloir répéter toute cette histoire, je signale que certains
03.02 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Dit probleem werd door
mijn groene collega's aan de orde
gesteld in de gemeenteraad. De
schepenen en de burgemeester
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
bénéfices de cette caisse d'épargne avaient été utilisés pour payer les
échevins et le bourgmestre dans le but de diminuer leurs revenus
imposables. Certes, cette pratique fut corrigée en son temps, mais
après qu'eut été mise en évidence l'existence de nombreuses dérives.
Comme l'a rappelé M. Crucke, le Collège communal s'était défendu
en prétendant que si de tels agissements avaient été illégaux, la
Commission bancaire serait intervenue. Est-ce bien la vérité? A-t-elle
été informée? Avez-vous obtenu des renseignements à ce propos?
Enfin, la pratique ici relevée est-elle légale?
werden met winsten van de
spaarkas
betaald,
met
de
bedoeling hun belastbaar inkomen
te verlagen. Een en ander werd
indertijd rechtgetrokken, maar dat
gebeurde pas nadat er al heel wat
uitwassen aan het licht waren
gekomen.
Het college van burgemeester en
schepenen heeft zich verdedigd
door te stellen dat als dergelijke
praktijken onwettig zouden zijn, de
CBFA dan wel al had ingegrepen.
Werd zij daarvan in kennis
gesteld? Zijn deze praktijken
legaal?
03.03 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, la Caisse d'Épargne communale de la ville de Tournai est
la dernière caisse d'épargne communale régie par l'article 64 de la loi
du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements
de crédit. Son statut est très particulier dans la mesure où sa
personnalité juridique ne se distingue pas de celle de la commune
dont elle est l'émanation. Se distinguant en cela des autres
établissements de crédit, l'article 64 précité limite le type d'activités
que peut exercer une telle caisse mais la soumet néanmoins au
contrôle de la CBFA au même titre que les banques.
La loi bancaire du 22 mars 1993 a pour objet de régler, dans un but
de protection de l'épargne publique et de bon fonctionnement du
système du crédit, l'établissement, l'activité et le contrôle des
établissements de crédit opérant en Belgique. À cette fin, la CBFA est
chargée de contrôler l'organisation d'un tel établissement ainsi que les
caractères adéquats de son financement et la prudence de sa
gestion. La CBFA peut intervenir si elle constate que l'établissement
soumis à son contrôle ne fonctionne pas en conformité avec les
dispositions de cette loi ou que sa gestion ou sa situation financière
est de nature à mettre en cause la bonne fin de ses engagements
(article 57 de la loi du 22 mars 1993).
En ce qui concerne l'allocation des dividendes, il convient de
distinguer, d'une part, les phases relatives à l'établissement des
comptes et à la distribution de dividendes et, d'autre part, les finalités
auxquelles la commune déciderait d'allouer les bénéfices distribués.
En ce qui concerne la phase d'établissement des comptes et donc la
détermination d'un éventuel bénéfice, celles-ci relèvent naturellement
du contrôle révisoral auquel est soumise la Caisse d'Épargne
communale de la ville de Tournai et du suivi de la CBFA. De même, la
décision de distribuer les bénéfices ainsi déterminés relève des
préoccupations de la CBFA, dans la mesure où une telle distribution
est susceptible d'affecter la solvabilité de l'établissement. La
solvabilité d'un établissement de crédit est en effet contrôlée via
divers ratios afin de veiller à ce que l'établissement dispose en
permanence de fonds propres suffisants. Dans le cas de la Caisse
d'Épargne communale de la ville de Tournai, des exigences
statutaires additionnelles aux exigences légales et réglementaires
complètent encore le niveau de solvabilité à respecter.
03.03 Minister Didier Reynders:
Hoewel de gemeentespaarkas
Caisse d'Epargne de la Ville de
Tournai
een bijzonder statuut
geniet, strekt de controle van de
CBFA zich ook tot deze spaarkas
uit.
Het
opstellen
van
de
rekeningen en dus ook de
bepaling of de verdeling van een
eventuele winst vallen bijgevolg
onder de revisorale controle
waaraan de Caisse d'Epargne de
la Ville de Tournai
onderworpen is.
De CBFA is echter niet bevoegd
om toe te zien op de bestemming
van de verdeelde winst. Voor het
overige
behoort
deze
aangelegenheid
tot
de
beoordelingsbevoegdheid van de
steden
en
gemeenten,
als
toezichthoudende overheid.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
L'examen de la CBFA concernant une éventuelle distribution des
bénéfices en ce qu'elle relève du suivi de la solvabilité de la Caisse ne
doit pas être confondu avec la question de savoir à quoi vont servir
les bénéfices ainsi distribués. Il n'entre en effet pas dans la
compétence de la CBFA de surveiller les fins auxquelles sont
destinés les bénéfices ainsi distribués.
En d'autres termes, la nature des projets auxquels sont alloués les
bénéfices ainsi distribués ne relève pas de la compétence de contrôle
de la CBFA . L'usage que le bénéficiaire fait de ce dividende échappe
donc aux prérogatives de contrôle de la CBFA, dans la mesure où il
est étranger à l'activité de l'établissement lui-même et est sans impact
sur sa situation financière.
Pour le surplus, la question en cette matière relève de l'appréciation
du pouvoir de tutelle des villes et des communes. Il y a évidemment
une différence importante entre l'impact de la distribution de
dividendes sur la solvabilité de l'institution qui est contrôlée par la
CBFA et l'affectation de dividendes elle-même. Une fois qu'il a été
décidé de distribuer des dividendes, le contrôle relève exclusivement
de l'autorité communale elle-même mais de la tutelle sur les villes et
communes et non de la CBFA.
03.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
vice-premier ministre pour sa réponse et ce, à double titre.
D'abord, pour avoir confirmé que cet argent est bien celui de tous les
Tournaisiens, représentés par la ville de Tournai. Il appartient donc
bien au Conseil communal d'en délibérer et non à quelques collégiens
réunis une fois par semaine en fonction de projets subjectifs. Cet
aspect dépend d'ailleurs davantage du ministre wallon qui, questionné
sur le problème, n'y a pas apporté beaucoup d'éléments de réponse,
comme à son habitude.
Ensuite, je suis satisfait d'apprendre qu'on replace la CBFA là où elle
doit se trouver en lui précisant son rôle. En aucune manière, elle n'a
couvert l'affectation des fonds à différents bénéficiaires, comme cela
avait pourtant été prétendu par d'aucuns au sein de cette bonne ville.
Voilà qui a le mérite d'être clair au point que ceux qui l'ont prétendu
pourront dorénavant infirmer leurs prétentions ou leurs affirmations.
03.04 Jean-Luc Crucke (MR):
Dat geld behoort wel degelijk toe
aan alle inwoners van de stad
Doornik. Het is dan ook aan de
gemeenteraad om erover te
beslissen. Het verheugt me tevens
dat de rol van de CBFA wordt
verduidelijkt. In tegenstelling tot
wat sommigen beweerden, heeft
de CBFA zich niet gemoeid met de
toewijzing van de middelen aan
diverse begunstigden.
03.05 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je
remercie également le ministre pour son éclaircissement. Si la CBFA
n'était pas compétente pour juger de l'utilisation des dividendes, on
observe que c'est au niveau de l'autorité communale que résident les
problèmes. Mes collègues écologistes de Tournai avaient
effectivement porté plainte auprès du ministre Courard et je pense
qu'il a justement commencé à répondre. Je crois avoir reçu un début
de réponse.
Cela étant, je trouve l'image de marque de la CET assez négative
quand elle utilise des dividendes à mauvais escient et le mode de
gestion des dividendes mérite d'être réexaminé. Il est vrai que la
situation est encore assez floue, car la CET n'a pas de personnalité
juridique. De nombreuses voix de divers partis, y compris au MR,
s'étaient élevées pour demander de solutionner ce flou le plus
rapidement possible.
03.05 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Als de CBFA niet
bevoegd
is
om
over
de
aanwending van de dividenden te
oordelen, ligt het probleem bij de
gemeentelijke overheid. De manier
waarop de dividenden worden
beheerd,
dient
te
worden
herbekeken.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de rapportering door de Raad van toezicht van de Ombudsdienst verzekeringen" (nr. 4029)
04 Question de Mme Katrien Partyka au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les rapports
du Conseil de surveillance du Service de l'Ombudsman des Assurances" (n° 4029)</b>
04.01 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal
mij beperken tot de vraag zoals ik ze heb gesteld.
De klachtenbehandeling is overgeheveld van de CBFA naar de
ombudsdienst Verzekeringen. Er is een raad van toezicht opgericht
waarin op zijn minst gezegd de consumenten niet zo erg goed zijn
vertegenwoordigd, dit terzijde.
We zijn een jaar verder. De raad van toezicht moet de ombudsdienst
adviseren. Hebben zij adviezen uitgebracht? Zo ja, kunnen we die
adviezen eventueel krijgen?
Ten tweede, de raad moet jaarlijks aan de Koning rapporteren over
zijn werking. Is het eerste jaarverslag klaar? Kan het ter beschikking
worden gesteld van de Kamerleden?
04.01 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA): En novembre 2006, le
traitement des plaintes relatives
aux assurances a été transféré de
la
CBFA
au
Service
de
l'Ombudsman des Assurances. Un
Conseil de surveillance chargé de
donner des conseils au Service de
l'Ombudsman a par ailleurs été
créé.
Combien d'avis ce Conseil a-t-il
émis à ce jour? Les membres
peuvent-ils
en
prendre
connaissance? Le premier rapport
annuel
du
Conseil
sur
le
fonctionnement du Service de
l'Ombudsman
est-il
prêt?
Pourrions-nous l'obtenir?
04.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Partyka, sinds zijn oprichting op 16 januari 2007 heeft de raad van
toezicht vier vergaderingen gehouden die hoofdzakelijk werden gewijd
aan een grondig onderzoek van de werkingsmethodes van de dienst
Ombudsman der Verzekeringen. Totnogtoe heeft de raad omwille van
de aard van de ingezamelde informatie geen formeel advies moeten
uitbrengen.
Het verslag aan de Koning dat jaarlijks moet worden voorgelegd, zal
worden afgerond na diepgaande besprekingen van een ontwerptekst
door de raad van toezicht. De tekst legt de nadruk op de opdrachten
van de raad van toezicht en bevat een korte samenvatting van de
initiatieven die door de raad worden genomen. Er werd bijzondere
aandacht besteed aan het onderzoek van de punten die als kritisch
worden beschouwd in de werking van de dienst Ombudsman der
Verzekeringen. Ik vermoed dat ik een verslag zal ontvangen na de
bespreking in de raad van toezicht.
04.02
Didier
Reynders,
ministre:Depuis sa création, le
Conseil de surveillance s'est réuni
à quatre reprises afin d'examiner
principalement le fonctionnement
du Service de l'Ombudsman des
Assurances. Aucun avis officiel n'a
dû être émis à ce jour.
Le rapport annuel au Roi sera
finalisé après l'examen du texte en
projet
par
le
Conseil
de
surveillance. Ce texte traite des
missions du Conseil et des
initiatives qui ont été prises. Une
attention toute particulière est
consacrée à l'examen des points
critiques dans le cadre du
fonctionnement du Service de
l'Ombudsman.
04.03 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, de
minister kan hier niets aan doen maar ik zou er toch op willen
aandringen dat de raad van toezicht zijn taak naar behoren uitoefent
en officieel advies uitbrengt over de werking van de ombudsdienst.
Het is belangrijk genoeg dat we klaarheid krijgen over de manier
waarop de ombudsdienst werkt. Hetzelfde geldt voor het jaarverslag.
Als dat bepaald is, hebben we eigenlijk toch recht op een versie van
dat jaarverslag. Daar moet werk van worden gemaakt, of er nu veel of
04.03 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA): Pour nous forger une
opinion en connaissance de
cause, il importe que nous
puissions prendre connaissance
de ce rapport annuel.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
weinig in staat. Het minste dat we kunnen vragen is dat er een
jaarverslag komt om de werking te kunnen opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 4062 van de heer Logghe is ingetrokken.
05 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het ter beschikking stellen van het geautomatiseerd
gegevensbestand met betrekking tot de EBA" (nr. 4083)
05 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la mise à disposition de la base de données automatisée relative à la
DLU" (n° 4083)</b>
05.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, uit het
verslag van het Rekenhof van november 2007 over de eenmalige
bevrijdende aangifte blijkt dat 473 personen een aangifte hebben
ingediend bij de administratie van de Thesaurie, voor een totaal
geregulariseerd bedrag van 395.312.000 euro, of een gemiddelde van
835.754 euro per aangifte.
De administratie van de Thesaurie heeft 45.225.000 euro bijdragen
geïnd, of 7% van alle eenmalige bevrijdende aangiften. De personen
die gebruik maken van deze mogelijkheid, namelijk het indienen van
een EBA bij de administratie van de Thesaurie, zijn personen die hun
tegoeden in het buitenland willen behouden. De gegevens van die
personen werden dan in een geautomatiseerd gegevensbestand
geregistreerd.
In de Memorie van Toelichting van de wet van 31 december 2003
werd gepreciseerd dat in die hypothese, ik citeer, "... dat
gegevensbestand ter beschikking van de taxatiediensten wordt
gesteld. Dit wordt verklaard door het feit dat de Belgische fiscale
administratie niet de mogelijkheid heeft om in het buitenland
geopende rekeningen te controleren".
In het verslag van het Rekenhof staat bovendien, ik citeer: "Het
Rekenhof heeft vastgesteld dat de gegevens die in dat automatisch
gegevensbestand werden verzameld tot op heden niet werden
meegedeeld aan de taxatiediensten en ontvangkantoren. De diensten
die op de vragenlijsten van het Rekenhof hebben geantwoord,
verklaarden dat zij dat gegevensbestand niet hebben geraadpleegd.
Acht onder hen voegden eraan toe dat zij niet van het bestaan op de
hoogte waren. Voorts preciseerde een auditeur-generaal van de
administratie van de Thesaurie tijdens de audit dat de enkele
ambtenaren die gevraagd hebben om het bestand te raadplegen een
negatief antwoord hebben gekregen."
Ik vind dit uiteraard onaanvaardbaar. De controlediensten moeten
kunnen nagaan of de betrokken 473 belastingplichtigen die de
gunstmaatregel van de EBA genieten hun aangifte nu correct invullen.
Vermelden zij al dan niet het bestaan van een rekening in het
buitenland? Geven zij roerende inkomsten aan die werden geïnd in
het buitenland? Ook voor de controle van de successierechten kan dit
van belang zijn.
Mijnheer de minister, in uw brief van 2 oktober 2007, gericht aan de
05.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Il ressort du rapport
annuel de novembre 2007 que 473
personnes
ont
introduit une
déclaration
libératoire
unique
(DLU) auprès de l'administration
de la Trésorerie. Les données
contenues dans cette déclaration
sont enregistrées dans un fichier
automatisé qui, à ce jour, n'a pas
été mis à la disposition des
services de taxation ni des
bureaux des recettes, ce qui est
évidemment inadmissible.
Quand les services compétents
pourront-ils disposer de ce fichier,
comme l'a d'ailleurs prévu le
législateur?
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
eerste voorzitter van het Rekenhof, sluit u zich aan bij het antwoord
van de administratie van de Thesaurie, die toegeeft dat zij het bestand
niet ter beschikking heeft gesteld van de fiscale administraties en dat
zij de wil van de wetgever, volgens haarzelf, strikt heeft nageleefd en
de missie die haar door het ministerieel besluit van 19 januari 2004
werd toevertrouwd strikt en volledig heeft volbracht.
Ik kom tot mijn vraag.
Zal het geautomatiseerde bestand ter beschikking worden gesteld van
de bevoegde fiscale diensten? Zo ja, wanneer is dit gebeurd, of zal dit
gebeuren, zoals de wetgever het uitdrukkelijk heeft gewild?
05.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, het is klaar en duidelijk. De Thesaurie zal dit
gegevensbestand overmaken aan de fiscale diensten die erom
vragen. Tot op heden heeft ze nog geen enkel verzoek in die zin
gekregen.
05.02 Didier Reynders, ministre:
La Trésorerie transmettra le fichier
concerné aux services fiscaux qui
en auront fait la demande.
Toutefois, aucune demande en ce
sens n'a été adressée à ce jour.
05.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik
neem nota van het antwoord dat de minister mij geeft. Ik zal de
nodige stappen zetten opdat de fiscale administraties zouden weten
dat ze de informatie kunnen opvragen.
Misschien zou het niet slecht zijn dat u een omzendbrief voor de
fiscale administraties opstelt of dat u een andere manier vindt om hen
te verwittigen van het feit dat ze dit kunnen opvragen.
05.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Je ferai savoir aux
administrations fiscales qu'elles
peuvent
demander
ces
informations. Il ne serait peut-être
pas sot de les en informer par le
biais d'une circulaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de disfuncties binnen de FOD Financiën in het kader van de EBA"
(nr. 4084)
06 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les dysfonctionnements au sein du SPF Finances dans le cadre de la
DLU" (n° 4084)</b>
06.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, de
audit van het Rekenhof over de eenmalige bevrijdende aangifte legt
heel wat disfuncties van de FOD Financiën bloot, namelijk, ten eerste,
het gebrek aan richtlijnen voor de buitendiensten en de latere
behandeling van de EBA-dossiers, ten tweede, het gebrek aan
samenwerking tussen de verschillende administraties betrokken bij de
EBA, ten derde, de regeling van de verzwaarde sanctie en, ten vierde,
de behandeling van spontane aangiften van belastingplichtigen.
Welke maatregelen werden tot nu toe genomen om de disfuncties die
het Rekenhof heeft aangekaart, aan te pakken?
06.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): L'audit de la Cour des
comptes sur la DLU dévoile un
certain
nombre
de
dysfonctionnements: le manque
de directives pour les services
extérieurs et le traitement ultérieur
des dossiers DLU, le manque de
collaboration entre les diverses
administrations, la réglementation
de la sanction aggravée et le
traitement
de
déclarations
spontanées.
Quelles mesures ont déjà été
prises pour lutter contre ces
dysfonctionnements?
06.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van 06.02 Didier Reynders, ministre:
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
der
Maelen,
zoals
reeds
gesteld
aan
de
heren
volksvertegenwoordigers Wathelet, destijds, en Van Hecke in de
commissie voor de Financiën van 23 januari 2008, bevinden de
richtlijnen voor de buitendiensten, de latere behandeling van de EBA-
dossiers, de organisatie van de controle en de sancties, evenals de
samenwerking tussen de diensten zich in de fase van reorganisatie.
Ik heb nogmaals aangedrongen bij mijn administratie om over te gaan
tot een snelle publicatie van de richtlijnen. Ik heb tal van elementen
van antwoord op precieze ontwikkelingen in antwoord op de volgende
vragen van de heer Van der Maelen.
Les directives pour les services
extérieurs, le traitement ultérieur
des dossiers DLU et l'organisation
des contrôles et des sanctions se
trouvent dans la phase de
réalisation. J'ai insisté auprès de
mon
administration
sur
une
publication rapide.
06.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Ik dank de minister voor zijn
antwoord. Mijnheer de minister, mag ik daar misschien een vraag aan
toevoegen? Vindt u of het na de EBA-wet mogelijk moet blijven ­ ik
stel vast dat dit lokaal nog altijd gebeurt op basis van de vroegere
praktijk ­ dat akkoorden worden gesloten inzake niet aangegeven
roerende inkomsten, zonder of met een minieme belastingverhoging,
buiten de procedure van de EBA?
06.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit):
Sera-t-il
encore
possible après la loi sur la DLU de
conclure des accords sur des
revenus mobiliers non déclarés,
comme c'est encore le cas
actuellement?
06.04 Minister Didier Reynders: Ik heb geen informatie over
dergelijke behandeling van dossiers, maar zal inlichtingen vragen aan
mijn administratie. Zoals soms het geval is, hebt u misschien wel
meer informatie dan ik zelf.
06.04 Didier Reynders, ministre:
Je ne dispose pas d'informations à
ce sujet. Je demanderai des
précisions. Le fonctionnaire qui a
renseigné M. Van der Maelen à ce
propos
pourrait
peut-être
également me transmettre les
informations dont il dispose.
06.05 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Zou ik u mogen vragen om
bij uw administratie eens erop aan te dringen te stoppen met
dergelijke praktijken? Als ik me niet vergis, was er afgesproken dat
dergelijke afspraken op lokaal vlak niet meer mochten worden
gemaakt.
06.05 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit):
Ce
fonctionnaire
craint trop d'être sanctionné. Je
demande au ministre d'insister
pour qu'il soit mis fin à de tels
accords.
06.06 Minister Didier Reynders: U kunt misschien vragen aan die
ambtenaren om een kopie naar mij te sturen.
06.07 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Die ambtenaar durft dat niet
geven uit schrik voor sancties, mijnheer de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de waarborgverplichting in het kader van de EBA" (nr. 4085)
07 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'obligation de garantie dans le cadre de la DLU" (n° 4085)</b>
07.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): De EBA-wet voorzag in een
gewoon tarief van 9% en een speciaal tarief van 6%. Om in
aanmerking te komen voor het tarief van 6% moest de aangever zich
ertoe verbinden de aangegeven sommen en roerende waarden te
beleggen in welomschreven investeringen en deze investeringen
gedurende ten minste drie jaar aanhouden.
De bijdrage voor effecten aan toonder bedroeg steeds 9%. De
07.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): La loi sur la DLU
prévoit un taux ordinaire de 9 % et
un taux spécial de 6 %. Pour
pouvoir bénéficier du taux de 6 %,
il faut placer les sommes
déclarées dans des formules
d'investissement spécifiques et
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
betrokken effecten moesten bovendien worden gedeponeerd op een
effectenrekening in België of het buitenland. De EBA-wetgeving
voorziet bovendien in een aanvullende bijdrage van 6% indien aan de
deponerings- of investeringsverplichting niet werd voldaan.
Om de controle op deze verplichtingen na te gaan, in het bijzonder de
controle op de deponeringen en investeringen in het buitenland,
voorziet de wet in een waarborgverplichting. De aldus door de privé-
instellingen bij wijze van waarborg geblokkeerde sommen, kapitalen
of roerende waarden zijn definitief voor de schatkist verworven op
1 juli 2008, tenzij de indiener van de aangifte, of zijn rechtsopvolger,
vanaf 1 februari 2008 en ten laatste op 30 juni 2008, aantoont dat
werd voldaan aan de deponerings- of investeringsverplichting.
Op dezelfde wijze is de inning van de bijkomende bijdrage door de
realisatie van de zakelijke zekerheid, of door een beroep te doen op
de bankwaarborg of andere persoonlijke zekerheid ten voordele van
de schatkist, definitief mogelijk vanaf 1 juli 2008, tenzij de indiener van
de aangifte of zijn rechtsopvolger vanaf 1 februari 2008 en ten laatste
op 30 juni 2008, ook het bewijs levert dat hij aan al zijn verplichtingen
heeft voldaan.
Mijnheer de minister, mag ik u vragen voor welk bedrag op deze
manier aan middelen zijn geblokkeerd? Op welke wijze is de controle
op deze waarborgverplichting georganiseerd? Zal de schatkist nog
bedragen innen?
conserver
ces
placements
pendant trois ans. Pour les titres
au porteur, le taux s'élève à 9 %.
Ces titres doivent être déposés sur
un compte-titres.
Pour assurer le respect de
l'obligation d'investissement ou de
dépôt, la loi prévoit une obligation
de garantie sous la forme d'un
montant bloqué. Les personnes
qui ont introduit une déclaration
doivent avoir prouvé qu'elles
satisfont à toutes les obligations
pour le 30 juin 2008 au plus tard. À
défaut, les sommes bloquées
seront définitivement acquises au
Trésor à partir du 1
er
juillet 2008.
Quels montants ont ainsi été
bloqués? Comment est organisé le
contrôle
de
l'obligation
de
garantie? Le Trésor va-t-il encore
percevoir des montants?
07.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, laat me beginnen met enkele cijfers.
Wat de bij de thesaurie ingediende EBA aangaat, wordt
2.680.000 euro geblokkeerd. De FOD Financiën kent het geblokkeerd
bedrag niet van de EBA ingediend bij de kredietinstellingen,
beursvennootschappen of verzekeringsondernemingen. Dat is een
taak voor de verschillende ondernemingen. Maar voor de thesaurie
gaat het dus om 2.680.000 euro.
De controleprocedure zal als volgt verlopen.
De hele procedure zal schriftelijk worden uitgevoerd. Het komt de
aangever toe om een verzoek tot beslissing over de geblokkeerde
waarborg in te dienen en het bewijs van de naleving van zijn wettelijke
verplichtingen te leveren. Daarvoor moet hij bij zijn verzoek alle
documenten, attesten en andere bewijsstukken voegen die het bewijs
leveren van het doen van investeringen, het behoud van de
deponering gedurende de wettelijke termijn van drie jaar en het bezit
ervan op het einde van die periode.
Zullen onder meer worden aanvaard ­ maar deze lijst is niet
uitputtend
­:
notariële
aankoopakten;
facturen;
levensverzekeringscontracten; rekeninguittreksels; attesten van
financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen, notarissen,
kadaster, revisors, erkende boekhouders en dergelijke meer. Die lijst
geldt als voorbeeld.
Op basis van de door de aangever ingediende documenten, beslist de
administratie voor de bij de thesaurie ingediende EBA of door de
betrokken
kredietinstellingen,
beursvennootschappen
of
07.02 Didier Reynders, ministre:
En ce qui concerne les DLU
introduites
auprès
de
la
Trésorerie,
un
montant
de
2.680.000 euros a été bloqué. Le
SPF Finances ne connaît pas le
montant bloqué pour les DLU
introduites auprès d'institutions de
crédit, de sociétés boursières ou
de compagnies d'assurances.
L'ensemble de la procédure de
contrôle se déroule par écrit. Le
déclarant doit demander une
décision concernant la garantie et
transmettre tous les documents
prouvant que l'obligation légale
d'investissement ou de dépôt a été
respectée. Ensuite, la Trésorerie,
les institutions de crédit, les
sociétés
boursières
ou
les
compagnies d'assurances font
savoir au déclarant s'il satisfait
effectivement
aux
obligations
légales.
Le déclarant doit introduire la
demande de restitution de la
garantie avant le 30 juin 2008.
Dans le cas contraire, ce montant
revient au Trésor. Les sommes
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
verzekeringsondernemingen voor de andere gevallen al dan niet aan
de wettelijke voorwaarden is voldaan. De gemotiveerde beslissing zal
schriftelijk ter kennis van de aangever worden gebracht.
De aandacht wordt er in het bijzonder op gevestigd dat het verzoek
van de aangever uiterlijk op 13 juni 2008 moet worden ingediend.
Vraagt de aanvrager de waarborg niet of niet tijdig terug, dan komt die
laatste aan de schatkist toe.
Indien de aangevers hun wettelijke verplichtingen hebben nageleefd,
zullen er geen ontvangsten ten bate van de schatkist zijn.
Er zullen slechts ontvangsten ten voordele van de schatkist worden
vastgesteld in de volgende gevallen. Ofwel hebben de EBA-indieners
geen bewijzen geleverd van de naleving van hun deponerings- of
investeringsverplichting op ten laatste 30 juni 2008. Ofwel werden de
geleverde bewijzen niet aanvaard door de instelling die de EBA heeft
ontvangen en de eventuele betwisting van die weigering bij het
speciale college belast met het onderzoek van die betwisting, leidt niet
tot een voor de aangever gunstige beslissing.
Op dit moment is het vanzelfsprekend niet mogelijk om
becijferingschattingen te geven. Later zal ik, op volgende vragen,
meer en gedetailleerder antwoord geven, na 30 juni.
sont également perçues par le
Trésor
lorsque
les
preuves
produites sont refusées.
Il est impossible de fournir une
estimation chiffrée pour l'instant.
07.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, we
zullen het antwoord bestuderen en, zo nodig, erop terugkomen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het begrip 'alleenstaande belastingplichtige met kinderen ten laste'"
(nr. 4086)
08 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la notion de contribuable isolé avec enfants à charge" (n° 4086)</b>
08.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, sinds
1 januari 2008 bestaat er een vermindering van 30 euro
bedrijfsvoorheffing voor "een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe
of een ongehuwde vader of moeder met één of meer kinderen ten
laste".
Deze aftrek is niet geldig, als ik de tekst goed lees, voor een
gescheiden alleenstaande ouder. Er is volgens mij een gebrek aan
coherentie tussen de regels bedrijfsvoorheffing en de regeling in de
personenbelasting. In de personenbelasting werkt men met het begrip
alleenstaande belastingplichtige met kinderen ten laste.
Mijnheer de minister, kunt u mij zeggen wat de reden is voor deze
discrepantie.
Bent u het met mij eens dat deze discrepantie niet verdedigbaar en
houdbaar is?
Bent u bereid deze discrepantie weg te werken?
08.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Depuis le 1
er
janvier
2008, les veuves ou veufs non
remariés et les pères ou mères
célibataires avec enfants voient
leur
précompte
professionnel
réduit de 30 euros, les parents
isolés
divorcés
ne
pouvant
cependant prétendre à cette
réduction. Comment expliquez-
vous l'absence de cohérence entre
le régime applicable en matière de
précompte professionnel et celui
prévu pour l'impôt des personnes
physiques,
ce
dernier
ne
reconnaissant que la notion
d'"isolé avec enfants"? Quand
sera-t-il mis un terme à cette
inégalité de traitement?
08.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van 08.02 Didier Reynders, ministre:
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
der Maelen, overeenkomstig artikel 133, §1, eerste punt, van het
Wetboek van Inkomstenbelastingen 92, wordt een toeslag op de
belastingvrije som van 870 euro, een geïndexeerd bedrag, toegekend
aan een belastingplichtige die alleen wordt belast en die een of meer
kinderen ten laste heeft. Voor het aanslagjaar 2009 komt dat bedrag
overeen met 1.310 euro.
Die toeslag was voor de wet van 10 augustus 2001, houdende de
hervorming van de personenbelasting, beperkt tot een niet-
hertrouwde weduwnaar of weduwe, alsook tot een ongehuwde vader
of moeder met kinderlast. De toeslag werd uitgebreid tot alle
alleenstaanden met kinderlast door artikel 25b en 65, derde lid, van
de voornoemde wet.
Bij de goedkeuring van de voornoemde wet in 2001 heeft de regering
tegelijkertijd beslist op welke manier de gefaseerde verlaging van de
personenbelasting zou worden doorgerekend: hetzij onmiddellijk via
de bedrijfsvoorheffing, hetzij uitgesteld via de inkohiering. De regering
heeft zich voor inkomsten van de jaren 2002, 2003 en 2004
nauwgezet gehouden aan de vooropgestelde timing.
Zoals u weet, is de hervorming van de personenbelasting op
kruissnelheid gekomen in de periode 2005-2006. De budgettaire
kostprijs van die gelijkschakeling in de personenbelasting werd in
2001 geraamd op 35 miljard Belgische frank. Dat was in een tabel. U
weet dat wij sinds enkele jaren veel besprekingen hebben gehad in de
commissie voor de Financiën over die tabel en de evolutie van de
bedrijfsvoorheffing en de inkohieringen. Dat gebeurde destijds
misschien op vraag van andere fracties. Maar goed, veranderingen in
het Parlement zijn mogelijk.
De geraamde kostprijs van de bedrijfsvoorheffing was volgens de
voornoemde tabel beperkt tot 4,5 miljard Belgische frank. Er is dus
een zeer groot verschil tussen de twee bedragen. De mate waarin de
hervorming via de bedrijfsvoorheffing verloopt, evolueert crescendo in
de tijd. Het ligt voor de hand dat daarbij rekening wordt gehouden met
de beschikbare budgettaire ruimte. De volgende jaren zal stapsgewijs,
naargelang de budgettaire situatie, worden bekeken welke
maatregelen uit de hervorming van de personenbelasting voort
worden doorberekend in de bedrijfsvoorheffing. Wij proberen dus jaar
na jaar meer te doen via de bedrijfsvoorheffing, maar er is nog een
verschil tussen de twee werkmethodes.
Un supplément sur la quotité
exemptée
est
octroyé
aux
contribuables isolés ayant des
enfants à charge. Avant la loi du
10 août 2001, ce supplément était
octroyé uniquement au veuf ou à
la veuve non-remarié(e) ou au
père ou à la mère célibataire. La
loi de 2001 a élargi la catégorie
des ayants droit à toutes les
personnes isolées qui ont des
enfants à charge.
La réduction de l'impôt des
personnes physiques est réalisée
par phases, soit immédiatement
par le biais du précompte
professionnel,
soit
avec
un
décalage
par
le
biais
de
l'enrôlement. La réforme de l'impôt
des personnes a atteint son
rythme de croisière au cours de la
période 2005-2006. Le coût de
l'alignement dans l'impôt des
personnes
physiques
a
été
initialement estimé à 35 milliards
de francs belges et dans le
précompte professionnel à 4,5
milliards de francs belges. La
réforme
du
précompte
professionnel
est
systématiquement renforcée, mais
il faut bien sûr tenir compte de la
marge budgétaire disponible. Au
cours des prochaines années,
nous examinerons comment nous
pouvons continuer à répercuter la
réforme de l'impôt des personnes
physiques au niveau du précompte
professionnel.
08.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, mag
ik uit uw antwoord afleiden dat het voorlopig neen is, maar dat wij later
nog zullen zien? Dit gaat immers over heel beperkte bedragen. Een
vermindering van 30 euro van de bedrijfsvoorheffing kan voor dit soort
van gezinnen veel betekenen. Wij weten allemaal dat de armoede
zich in ons land in hoofdzaak situeert bij alleenstaande ouders met
kinderen. Deze categorie van de gescheiden, alleenstaande ouder
maakt veel kans om tot die groep van armen te behoren. Het kan dus
echt geen hoge kostprijs zijn om voor die mensen en die situaties in
dezelfde behandeling te voorzien als voor de niet-hertrouwde
weduwnaar of de ongehuwde vader met een of meer kinderen ten
laste.
Mijnheer de minister, dit gaat over minimale bedragen. Ik denk dat
beslissingen met minimale bedragen wel een belangrijk effect kunnen
08.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Il n'y aurait donc pas
d'assimilation pour l'heure mais
celle-ci n'est pas exclue pour
l'avenir? Il s'agit somme toute de
montants limités. De plus, les
parents isolés se retrouvent
souvent dans la catégorie des
personnes défavorisées et un
montant de 30 euros fait pour eux
une grande différence. Est-il si
difficile d'appliquer aux parents
séparés le même régime que celui
appliqué aux parents célibataires
ou aux veufs et veuves avec
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
hebben voor de betrokkene. Ik zou u willen vragen om dat toch nog
eens te willen bekijken en op een later moment, hopelijk zo snel
mogelijk, toch een gelijkschakeling door te voeren.
enfants?
J'espère
que
l'assimilation sera menée à bien le
plus rapidement possible.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten van de onderzoeken naar aanleiding van de teruggave
van de beurstaks" (nr. 4088)
09 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les résultats des enquêtes menées dans le cadre de la restitution de la
taxe boursière" (n° 4088)</b>
09.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de taks op de beursverrichtingen, die in de jaren
2002, 2003 en 2004 werd geheven, was volgens een arrest van het
Hof van Justitie niet in overeenstemming met de Europese wetgeving.
Iemand die voor voornoemde jaren beurstaksen had ondergaan, kon
bij de fiscus een terugbetaling vragen. De fiscus kreeg maar liefst
426.000 aanvragen tot terugbetaling binnen.
Enkele maanden geleden kregen sommigen een vraag om
inlichtingen in de bus, met het verzoek om de fiscale administratie
voor de aanslagjaren 2005, 2004 en 2003 inlichtingen te verstrekken
over de aanvraag tot teruggave van de taks op de beursverrichtingen
en de taks op de aflevering van effecten aan toonder.
Dergelijke vraag is volgens mij relevant. Immers, stel dat iemand een
terugbetaling van 165 euro aan taks op de beursverrichtingen vraagt,
dan stemt dit bij een beurstaks van 0,14% bijvoorbeeld overeen met
een aankoop van effecten ten belope van 125.000 euro. Het is
normaal dat de fiscus wil weten of voornoemde aankoop
overeenstemt met het inkomensprofiel van de betrokkene.
De kans bestaat helaas dat heel wat dossiers zijn verjaard. De
aanslagtermijn ligt vast op drie jaar, tenzij de aanslagtermijn wordt
verlengd, omdat er vermoedens van fiscale fraude zijn.
Ik zette tijdens de vorige legislatuur met de heer Jamar een paar
boompjes op, teneinde hem aan te sporen in het bewuste dossier snel
te gaan. Hij voerde een aantal vertragingsmanoeuvres, zoals ik dat
noem, door.
Daarom heb ik de volgende vragen.
Hoeveel vragen om inlichtingen werden verstuurd? Hoeveel vragen
werden door de belastingplichtige beantwoord? Hoeveel dossiers zijn
reeds verjaard? Hoeveel dossiers dreigen te verjaren? Ten slotte, in
hoeveel gevallen werd de aanslagtermijn tot vijf jaar verlengd?
09.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Selon un arrêt de la
Cour de Justice européenne, la
taxe appliquée dans notre pays
aux opérations boursières en
2002, 2003 et 2004 n'était pas en
conformité avec la législation
européenne. Le fisc a donc reçu
426.000
demandes
de
remboursement et, voici quelques
mois, il a demandé aux intéressés
de lui fournir davantage de
renseignements
afin
de
lui
permettre de contrôler si l'achat de
titres
­
pour
lequel
le
remboursement de la taxe a été
demandé ­ correspondait au profil
de revenus des intéressés.
Toutefois, le délai de taxation étant
fixé à trois ans, il risque d'y avoir
prescription dans ces dossiers.
Sous la législature précédente, j'ai
demandé à plusieurs reprises au
secrétaire d'État Jamar d'intervenir
le plus rapidement possible. Or il a
recouru
à
des
manoeuvres
dilatoires.
Combien
de
demandes
de
renseignements le fisc a-t-il
envoyées? Combien de ces
demandes ont-elles reçu une
réponse? Combien de dossiers
sont-ils prescrits? Dans combien
de cas le délai de taxation a-t-il été
prolongé jusqu'à cinq ans parce
qu'une présomption de fraude
existe?
09.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, voor ik cijfergegevens geef, lijkt het mij nuttig om
bepaalde zaken te preciseren.
09.02 Didier Reynders ministre:
L'administration fiscale a demandé
de plus amples renseignements à
28.973
contribuables.
Ces
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Nadat er op basis van welbepaalde gegevens een selectie werd
uitgevoerd, werden er door de centrale dienst 28.973
belastingplichtigen weerhouden naar wie een vraag om inlichtingen
moest worden gestuurd.
De statistische gegevens en de ter zake gevraagde opvolging door de
administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, AOIF,
hebben twee bronnen.
Ten eerste is er de taxatiedienst van de betrokken belastingplichtigen.
De betrokken dienst moest een resultatenfiche met per aanslagjaar,
2003, 2004 en 2005, het bedrag van de uitgevoerde rechtzetting,
belastbare basis en belastingen, belastingverhogingen inbegrepen,
het percentage van de belastingverhoging en de vermelding van het
akkoord of niet-akkoord van de belastingplichtige, aan de centrale
dienst overmaken.
Ten tweede was er de regionale directie. Ondervraagd door de heer
Goyvaerts en door uzelf over de georganiseerde controleactie, heeft
de heer Jamar zich als volgt uitgedrukt: "Om verjaring te vermijden
kunnen de diensten immers hun prioriteit bijstellen in het laatste
kwartaal van het jaar. Wij zullen aan de gewestelijke directeurs zeker
vragen om alle nodige maatregelen te treffen." De lokale hiërarchie
werd dus uitgenodigd om de nodige maatregelen te treffen, onder
andere de organisatie en het toezicht, om het goede verloop van de
actie toe te laten en het naleven van de gegeven richtlijn te
waarborgen. De gewestelijke directeurs moeten hierover aan de
centrale dienst verslag uitbrengen.
Door de centrale dienst werd eveneens een consultatieprocedure van
het papieren archief van de zusteradministratie, houder van de vragen
tot teruggave van de taks, ingesteld om in welbepaalde gevallen het
ontbreken van het antwoord van de belastingplichtige op te vangen.
Op dit ogenblik zijn ongeveer 6000 resultatenfiches nog niet
overgemaakt. Uit de inlichtingenfiches die reeds door de AOIF werden
gecentraliseerd en rekeninghoudend met het feit dat het aantal
belastingplichtigen per aanslagjaar niet is gekend, blijkt dat de vraag
om inlichtingen in bijna alle gevallen werd verstuurd. De centrale
dienst van de AOIF werd gevraagd ongeveer 4300 gearchiveerde
documenten te consulteren.
Voor het aanslagjaar 2003, waarvoor de buitengewone aanslagtermijn
van vijf jaar verstreek op 31 december 2007, werd de fiscale toestand
van negen belastingplichtigen rechtgezet. Het bedrag van de
rechtzetting van de belastbare basis is 871.482,53 euro. Het bedrag
aan belastingen, verhogingen inbegrepen, is 737.216,73 euro. De
verhogingen werden in zes gevallen met een percentage van 10% of
50% toegepast.
Voor het aanslagjaar 2004, waarvoor de buitengewone aanslagtermijn
van vijf jaar verstrijkt op 31 december 2008, werd de fiscale toestand
van 17 belastingplichtigen rechtgezet. Het bedrag van de rechtzetting
van de belastbare basis is 2.539.380,51 euro. Het bedrag aan
belastingen, verhogingen inbegrepen, is 2.020.975,68 euro. De
verhogingen werden in 15 gevallen met een percentage van 10% of
50% toegepast.
derniers ont été sélectionnés sur
la base d'informations provenant
de deux sources. Les services de
taxation concernés ont transmis
aux services centraux une fiche de
résultats comportant des données
relatives au remboursement. Par
ailleurs, il a été demandé aux
directeurs régionaux de prendre
les mesures nécessaires afin
d'éviter la prescription et de faire
rapport à ce sujet auprès des
services centraux. Dans les cas où
les
contribuables
n'ont
pas
répondu, les services centraux ont
également consulté les archives
sur papier. Actuellement, environ
six mille fiches de résultats
manquent encore.
Il
ressort
des
fiches
de
renseignements déjà centralisées
par l'Administration de la Fiscalité
des entreprises et des Revenus
(AFER) que dans la quasi- totalité
des cas, une demande de
renseignements complémentaires
a été envoyée et que les services
centraux eux-mêmes ont consulté
environ
4.300
documents
archivés.
En ce qui concerne l'exercice
d'imposition 2003 ­ pour lequel le
délai d'imposition de cinq ans est
déjà dépassé ­ la situation fiscale
de neuf contribuables a été
rectifiée à concurrence d'un
montant total de 871.482,53
euros. Pour l'exercice d'imposition
2004, le délai d'imposition expire
fin 2008. La situation de dix-sept
contribuables a été rectifiée pour
un montant de 2.539.380,51
euros. Pour l'exercice d'imposition
2005,
la
situation
de
188
contribuables a été redressée pour
un montant de 14.252.90,36
euros.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Voor
het
aanslagjaar
2005,
waarvoor
de
buitengewone
aanslagtermijnen van respectievelijk drie jaar en vijf jaar verstreek op
31 december 2007 en verstrijkt op 31 december 2009, werd de fiscale
toestand van 188 belastingplichtigen rechtgezet. Het bedrag van de
rechtzetting van de belastbare basis is 14.252.900,36 euro. Het
bedrag aan belastingen verhogingen inbegrepen, is 8.215.992,15
euro. De verhogingen werden in 116 gevallen met een percentage
van 10% of 50% toegepast.
Er is dus een evolutie van die behandeling, jaar na jaar. Ik heb een
schriftelijke kopie van mijn mondeling antwoord voor u.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het stroomlijnen van fiscale voordelen voor energie-investeringen"
(nr. 4090)
10 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'uniformisation des avantages fiscaux accordés aux contribuables qui
investissent dans les économies d'énergie" (n° 4090)</b>
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, fiscale
voordelen voor investeringen die tot rationeler energiegebruik kunnen
leiden zijn geweldig in trek. Het is dus goed dat de criteria waaronder
de verschillende premies worden toegekend voor de mensen goed
toegankelijk zijn, dat zij overzichtelijk zijn, en dat zij gemakkelijk
waarneembaar en toepasbaar zijn.
U hebt onlangs gezegd dat het uw bedoeling was in het overlegcomité
de verschillende regeringen bijeen te brengen. U hebt ook gezegd dat
u er niets op tegen had dat door de verschillende regeringen
verschillende bedragen worden toegekend, rekeninghoudend met de
omstandigheden en de financiële situatie.
Daarom wil ik u vragen; mijnheer de minister, hoe u die stroomlijning
ziet gebeuren, rekeninghoudend met verschillende bedragen en de
financiële situatie? Hebt u ter zake met de collega's van de andere
regeringen al contact gehad en hebt u al een planning om tot concrete
afspraken te komen? Is er op dit moment al overeenstemming over
de premies en de voordelen? Met andere woorden, geven de
verschillende Gewesten of regio's dezelfde premies?
In welke mate zijn er overlappingen tussen de verschillende niveaus?
Dat is toch iets wat wij absoluut zouden moeten vermijden.
Is het ten gronde eigenlijk niet beter dat te regionaliseren? Zou dat
geen oplossing zijn om de mensen het best hun weg te laten vinden?
Met andere woorden, zou regionalisering niet de beste
energiemaatregel zijn?
10.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le ministre a déclaré
récemment
qu'il
entendait
harmoniser les critères pour
l'attribution de différentes primes
dans l'ensemble des régions et
qu'il mettrait ce point à l'ordre du
jour du Comité de concertation. Il
a également affirmé que l'octroi de
montants
différents
par
les
gouvernements respectifs ne lui
posait aucun problème.
Comment l'harmonisation
des
critères s'effectuera-t-elle? A-t-on
déjà organisé une concertation en
la matière et un échéancier
concret a-t-il déjà été établi?
Quelles primes diffèrent selon le
niveau et quelles primes font
double emploi? La meilleure
solution ne consisterait-elle pas en
une régionalisation du système?
10.02 Minister Didier Reynders: Voor kernenergie ook?
10.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Dat probleem laat ik aan de
regering over.
10.04 Minister Didier Reynders: Dat is de kern van de zaak nu niet.
10.04 Didier Reynders, ninistre:
Nous définirons une politique
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Wij moeten gaan naar een hervorming van de positieve fiscale
maatregelen voor duurzame ontwikkeling, maar wij moeten misschien
ook gaan naar een herziening van een aantal negatieve incentives.
Het is mogelijk dat te doen door een hogere belasting of taks te
heffen op verschillende zaken.
Ik moet u zeggen: wij willen dat met de Gewesten doen. Ik zal in het
overlegcomité ter zake een specifieke vergadering hebben met alle
Gewesten.
Eerst en vooral moet een inventaris worden opgemaakt van alle
huidige maatregelen. Er is al een inventaris. Ik heb die gevraagd aan
de Hoge Raad voor Financiën. Er is dus al een eerste verslag.
Ten tweede, moeten wij naar een betere toepassing van de huidige
maatregelen gaan, bijvoorbeeld wat de premies voor auto's betreft. Er
zijn verschillende werkmethodes om tot incentives te komen. Het ene
Gewest kan werken met mali en boni, het andere met een ecoscore,
en misschien is er elders nog een derde berekening mogelijk. Dat kan
niet, meen ik, gezien de kleine markt in België. Het is toch
gemakkelijker dezelfde regels te hebben voor bijvoorbeeld de
evaluatie van de uitstoot van CO
2
of andere elementen. Daarna is het
perfect mogelijk dat de Gewesten andere bedragen geven of een
keuze maken uit de verschillende mogelijkheden.
Ten derde en ten slotte, heb ik gevraagd aan staatssecretaris
Clairfayt te komen tot een betere milieuaanpak via de fiscaliteit, maar
ook dat te doen in samenwerking met de Gewesten. Het is misschien
te vroeg om nu meer details te geven in dat verband, maar ik zal
opnieuw naar het Parlement komen met voorstellen ter zake op basis
van het overleg.
Ik meen dat het goed is dat de Gewesten in dat verband
samenwerken. Dat is zeker een voordeel om tot een echt fiscaal
beleid te komen voor duurzame ontwikkeling.
Ik heb nu geen andere elementen. Het is te vroeg. Er zijn wel enkele
denkpistes. U weet wat in het regeerakkoord staat. Dat is klaar en
duidelijk. Wij moeten eerst overleg plegen met de Gewesten en dan
een aantal voorstellen uitwerken.
fiscale visant à promouvoir un
comportement responsable en
matière
d'environnement.
En
collaboration avec les Régions, la
fiscalité environnementale sera
réformée et les mesures actuelles
seront inventoriées et évaluées. Il
est encore trop tôt pour fournir de
plus amples détails.
10.05 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, dank u
voor uw antwoord.
Ik wil iets concreter weten wanneer u dat ziet gebeuren? Pasen is al
voorbij. Kunt u daar een datum op plakken? Zegt u bijvoorbeeld: voor
de vakantie? Kunt u iets concreter zijn wanneer u dat plant?
10.05 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le ministre a-t-il une idée
du calendrier? La nécessité est
grande, en effet.
10.06 Minister Didier Reynders: Een datum geven kan ik niet, maar
het is toch klaar en duidelijk. Het gaat om een fiscaal plan inzake met
duurzame ontwikkeling. Dat zal worden behandeld bij de
begrotingscontrole of bij de voorbereiding van de begroting voor 2009.
Het is altijd mogelijk tijdens een begrotingsvergadering enkele
duidelijke voorstellen op tafel te leggen.
Kortom, wij zullen eerst overleggen met de Gewesten. Dan volgen
misschien enkele voorstellen voor juli, als het mogelijk blijkt bij de
begrotingscontrole, ofwel voor september, bij de opmaak van de
10.06 Didier Reynders, ministre:
Je ne puis encore fournir de date
précise mais les mesures fiscales
actuelles encouragent déjà à opter
pour une construction à faible
consommation d'énergie ou pour
des véhicules moins polluants.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
begroting voor 2009.
10.07 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Ik wil nog heel kort zeggen
dat de nood groot is. Ik voel bij de mensen dat men inzake
energiebesparende maatregelen echt zoekt naar alle mogelijke
middelen. Ik meen dat in die zin de druk om het te doen toch groot is.
10.08 Minister Didier Reynders: Ja, maar dat is niets nieuws. Wij
hebben al een aantal maatregelen, ook inzake fiscaliteit. Er is voor de
renovatie van gebouwen al enkele jaren een tarief van 6% in plaats
van 21%. Dat is toch belangrijk. Er is een vermindering van de
belasting voor alle energiebesparende investeringen. Ook voor
hernieuwbare energie. Het gaat om zeer grote bedragen wat de
personenbelastingen betreft.
Voor wagens hebben wij ook een aantal belastingverminderingen
beslist. In een eerste fase gebeurt dat bij de inkohiering op de factuur,
tot 15% bij een zeer laag niveau van CO
2
-uitstoot, en dergelijke meer.
Er is dus al een aantal maatregelen. Nu, meen ik, is het tijd om tot
een betere samenwerking te komen met de Gewesten in dat verband,
eerst en vooral wat de nieuwe evoluties betreft inzake wagens: het
uitstoten van CO
2
of andere emissies.
Ook wat gebouwen betreft, is het nuttig om bijvoorbeeld een zelfde
definitie te hebben inzake zonnepanelen. Dat is toch niet moeilijk,
meen ik, en dat is heel nuttig.
Kortom, wij gaan verder met de versterking van alle mogelijke pistes
in ons fiscaal stelsel, na ­ ik herhaal het ­ overleg met de Gewesten.
Misschien zijn de voorstellen er tegen de begroting voor 2009, in
september, en als het mogelijk is vroeger, bij de begrotingscontrole
voor 2008.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale vrijstellingen die de leden van de koninklijke familie
genieten" (nr. 4096)
11 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les exonérations fiscales dont bénéficient les membres de la Famille royale"
(n° 4096)</b>
11.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, de dotatie van de civiele lijst en de dotaties aan de
prinsen en de voormalige koningin Fabiola zouden een soort
vergoeding vormen voor de representatieve taken die deze personen
voor België vervullen. Dat roept bij mij een aantal vragen op.
Ten eerste, wat is de precieze taakomschrijving ­ waarvoor zij, ter
compensatie, deze vergoeding ontvangen ­ van deze personen? Ik
meen dat dit voor de kroonprins vrij duidelijk is, maar voor de andere
leden van de koninklijke familie zou ik graag een wat gedetailleerder
beeld krijgen.
Ten tweede, kunt u mij zeggen waarom deze vergoedingen fiscaal zijn
vrijgesteld en in welke wettelijke bepaling deze vrijstelling wordt
geregeld?
11.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Les dotations de la liste civile
et les dotations au prince Philippe,
à la princesse Astrid, au prince
Laurent et à la reine Fabiola
constituent une rémunération pour
les missions représentatives que
ces personnes accomplissent au
nom de la Belgique.
Le ministre pourrait-il décrire
précisément les missions de ces
personnes?
Pourquoi
ces
rémunérations
sont-elles
exemptées
d'impôts?
Les
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Ten derde, genieten de leden van de koninklijke familie buiten deze
fiscale vrijstelling nog andere fiscale vrijstellingen, bijvoorbeeld
vrijstelling van btw bij privéaankopen of vrijstelling van roerende of
onroerende voorheffing?
Ten vierde, indien het antwoord op de vorige vraag positief is, op
welke wetsbepalingen berusten deze vrijstellingen? Wat is hiervoor de
motivatie?
Ten slotte, waar eindigt dit gunstregime in de koninklijke familie? In de
afstamming van de eerste graad? In de afstamming van de tweede
graad? Zijn er wettelijke bepalingen waarin dit wordt geregeld?
membres de la famille royale
bénéficient-ils également d'une
exonération de TVA pour leurs
achats privés ou d'une exonération
du
précompte
mobilier
ou
immobilier?
Sur
quelles
dispositions
légales
ces
exonérations sont-elles fondées?
Où s'arrête ce régime de faveur au
sein de la famille royale et par
quelle disposition légale est-il régi?
11.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, ik verwijs eerst en vooral naar een aantal andere
antwoorden. Zo verwijs ik naar de eerder gestelde vragen van senator
Van Hooland van 12 november 1993 en senator Vanhecke van
18 maart 2004. Ik zal u die referenties geven.
Wat de eerste vraag over de taakomschrijving betreft, het is perfect
mogelijk om informatie te vinden in de memorie van toelichting bij de
wet van 16 november 1993, houdende de vaststelling van de civiele
lijsten. Dat is een zeer duidelijk document, waarin u zo'n beschrijving
kunt vinden. Samengevat kan worden gesteld dat de koninklijke
familie geen inkomstenbelastingen betaalt op de civiele lijst, maar wel
op inkomsten uit het privédomein, zoals roerende en onroerende
inkomsten en, bijvoorbeeld, de verkeersbelasting op privévoertuigen.
Een gelijkaardige regeling geldt ten aanzien van de btw. Deze wordt
niet geheven op aankopen en invoer ten laste van de civiele lijst, maar
wel op de privéaankopen en privé-invoer. Dezelfde regels gelden ook
voor de dotaties. Er zijn geen andere elementen in dat verband. De
dotaties worden beslist door het Parlement. Er is geen ander
gunstregime.
11.02 Didier Reynders, ministre:
Je renvoie à cet égard aux
réponses fournies aux questions
posées par le sénateur Van
Hooland le 12 novembre 1993 et
par le sénateur Vanhecke le 18
mars 2004.
Les membres de la famille royale
n'acquittent pas d'impôt sur le
revenu en ce qui concerne la liste
civile mais bien sur les revenus du
domaine privé, tels que les
revenus mobiliers et immobiliers.
Ils acquittent également la taxe de
circulation sur les véhicules privés.
Un régime similaire s'applique en
matière de TVA: celle-ci n'est pas
prélevée sur les achats dans le
cadre de la liste civile mais bien
sur les achats privés.
11.03 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Als ik het goed begrijp, zijn, wat
de dotaties betreft, de prinsen vrijgesteld van btw voor uitgaven.
Neen? De prinsen zijn dus niet vrijgesteld van btw, voor geen enkele
aankoop?
Mijnheer de minister, de aanleiding voor deze vraag is het feit dat
prins Laurent bij de hofleveranciers vraagt om de btw op zijn
aankopen niet aan te rekenen. Mijn vraag daarbij is: wat gebeurt er
als de fiscus vaststelt dat de btw niet zou worden aangerekend? Wie
betaalt dan de btw? Is het de prins of de hofleverancier zelf?
11.03 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Il nous revient que le prince
Laurent
insiste
auprès
des
fournisseurs de la cour pour qu'ils
ne lui facturent pas la TVA.
11.04 Minister Didier Reynders: (...) alle belastingplichtigen, met
dezelfde regels.
11.04 Didier Reynders, ministre:
Les mêmes règles s'appliquent à
l'ensemble des contribuables.
11.05 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 4097 van de heer Baeselen werd omgezet in een schriftelijke vraag. Het is
trouwens een aanbevelenswaardig voorstel om dat in de toekomst ook voor andere vragen te doen. Vraag
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
nr. 4104 van de heer Logghe wordt uitgesteld. Vraag nr. 4349 van de heer Van der Maelen werd
ingetrokken. Vraag nr. 4157 van de heer Logghe werd uitgesteld.
12 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de telefoonwinkels die in de illegaliteit opereren door het uitvoeren
van bankactiviteiten" (nr. 4159)
12 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les téléboutiques opérant dans l'illégalité en effectuant des opérations
bancaires" (n° 4159)</b>
12.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, just in
time. Ik heb even geluk gehad.
Mijnheer de minister, mijn vraag is al enigszins belegen, maar heeft
nog steeds enige actualiteitswaarde. Ze gaat namelijk over de
telefoonwinkels die illegale bankactiviteiten zouden ontplooien.
Daardoor zou de Belgische fiscus elk jaar liefst 384 miljoen euro aan
belastingontvangsten derven. Immers, bankactiviteiten uitvoeren in
een telefoonwinkel is zoals lucifers verkopen in een viswinkel. Dat kan
niet echt. Het is ook compleet tegen de wet.
Eigenaardig genoeg kwam de kwestie tot uiting in een rapport van het
ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, onder de
naam "International Narcotics Control Strategy Report".
Mijnheer de minister, mijn vragen zijn de volgende.
Hebt u van het rapport kennis genomen? Bent u op de hoogte van
voornoemde feiten? Hebt u dezelfde vaststellingen kunnen doen?
Worden er stelselmatig controles uitgevoerd op dergelijke, illegale
bankactiviteiten binnen de sector van de telefoonwinkels? Zo ja,
welke controles worden uitgevoerd? Zo neen, hoe komt het dat
voornoemde praktijken niet kunnen worden opgespoord en dat het de
Verenigde Staten zijn die er onder de vorm van een rapport mee
moeten uitpakken?
Welke maatregelen plant u om bedoelde vorm van fraude tegen te
gaan, zodat de Verenigde Staten ons geen tweede keer met de neus
op de feiten moeten drukken en wij zelf de overtredingen vaststellen
in plaats van ze door een andere Staat te laten vaststellen?
12.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Selon
un
rapport
américain, l'International Narcotics
Control Strategy Report
, le fisc
belge subirait chaque année un
manque à gagner de 384 millions
d'euros en conséquence de
fraudes
commises
par
des
téléboutiques qui effectuent des
opérations bancaires illégales.
Le ministre a-t-il connaissance de
ce
rapport?
Opère-t-on
des
contrôles réguliers pour détecter
les activités bancaires illégales
dans les téléboutiques? Comment
le ministre compte-t-il s'attaquer à
ce type de fraude?
12.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Schoofs, de CBFA, die ik over de kwestie ondervroeg, meldde mij dat
zij niet bij het opstellen van het US-rapport van het International
Narcotics Control Strategy Report werd betrokken.
Zoals ik reeds op de parlementaire vraag nr. 20 van mevrouw Katrien
Partyka van 10 januari 2008 antwoordde, heeft de CBFA als opdracht
bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de spaarders
en de beleggers tegen het onwettelijke aanbod of de illegale levering
van financiële producten of diensten te beschermen. In dat kader ziet
de CBFA erop toe dat, zonder de vereiste vergunningen of
goedkeuringen van de bevoegde toezichthouder, geen onder toezicht
staande, financiële verrichtingen of bedrijvigheden in of vanuit België
worden aangeboden.
12.02 Didier Reynders, ministre:
La CBFA n'a pas été associée à la
rédaction de ce rapport. Elle ne
dispose d'aucun élément indiquant
que
des
activités
bancaires
illégales seraient effectuées dans
le secteur des téléboutiques et n'a
dès lors publié aucune mise en
garde en ce sens ces dernières
années.
Je
vous
suggère
d'interroger mon collègue de la
Justice à ce sujet.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
De CBFA heeft geen aanwijzingen, waaruit zou blijken dat er binnen
de sector van de telefoonwinkels illegale bankactiviteiten worden
uitgevoerd.
De CBFA publiceert waarschuwingen, waarin zij de aandacht van het
publiek vestigt op aanbiedingen van financiële diensten door
personen die daarvoor niet de vereiste vergunning hebben. De
voorbije jaren heeft de CBFA geen enkele waarschuwing
gepubliceerd met betrekking tot illegale bankactiviteiten van
telefoonwinkels.
Over de acties van de gerechtelijke autoriteiten en over de informatie
die voornoemde autoriteiten over vermoedelijke, illegale activiteiten
door telefoonwinkels zouden hebben, suggereer ik om mijn collega
van Justitie te ondervragen.
Ik heb in dat verband geen andere elementen over een dossier bij de
CBFA.
12.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u alvast voor het antwoord.
Wat mij enorm intrigeert, is de vraag op welke manier de Verenigde
Staten aan de antwoorden komt. De regering moet er, desnoods met
de nodige, diplomatieke druk, bij de Verenigde Staten op aandringen
dat zij hier niet zomaar controles kunnen uitvoeren waarvan de CBFA
niet op de hoogte is en over feiten waarvan de CBFA niet eens op de
hoogte is. Ook u bent niet, evenmin als de overige ministers, van
bedoelde feiten op de hoogte.
Het lijkt mij een heel eigenaardige kwestie, die mij blijft intrigeren.
Er zal in elk geval opsporing moeten worden gedaan. In elk geval
moet aan de Verenigde Staten worden gevraagd hoe zij aan de
informatie komen. Wij, de parlementsleden, zouden dat in dat geval
ook graag weten. Immers, indien de feiten kloppen, scheelt er heel
wat aan het beleid. Wij kunnen vandaag niet vaststellen of ze al dan
niet kloppen. In elk geval, mocht het zelfs maar om de helft of een
kwart van het genoemde bedrag gaan, dan nog is er een serieus,
politiek probleem.
Voorlopig laat ik u over het dossier met rust. Ik hoop echter dat ik in
de toekomst dergelijke berichten niet langer moet opvangen.
In elk geval ben ik benieuwd naar een volgend rapport van de
Verenigde Staten. Blijkbaar wordt ginds immers meer kennis vergaard
dan hier te lande.
12.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il faut se demander alors
comment
les
autorités
américaines ont obtenu ces
informations à l'insu de la CBFA.
Je resterai attentif à ce dossier.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le taux de TVA applicable pour la pose de panneaux solaires
photovoltaïques pour la production d'électricité verte placés sur un bâtiment ou à même le sol"
(n° 4313)</b>
13 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het btw-tarief dat van toepassing is op de installatie, op een
gebouw of op de grond, van fotovoltaïsche zonnepanelen voor het produceren van groene
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
elektriciteit" (nr. 4313)
13.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le vice-premier ministre, quand un particulier choisit de poser un
panneau solaire photovoltaïque sur un bâtiment de plus de cinq ans,
on applique sur l'opération un taux de TVA réduit de 6%. Il arrive
parfois que ces panneaux ­ pour des raisons esthétiques ou
d'efficacité ­ ne soient pas placés à même le bâtiment mais, par
exemple, un peu à l'écart sur le sol. Il semblerait que dans cette
hypothèse, il existe une controverse en matière de taux de TVA
applicable.
Il me revient ainsi que le directeur régional de Mons considérerait que
dans une telle hypothèse, il faut envisager un taux de TVA de 21% en
raison du fait qu'on n'est plus sur le bâtiment. En revanche, d'autres ­
ce serait le cas de l'administration centrale ­ estiment qu'on doit
continuer à appliquer, pour autant que le bâtiment desservi ait plus de
5 ans, un taux de 6%. Ils considèrent en effet que ce qui relie le
panneau à l'immeuble fait de celui-ci un immeuble par incorporation,
nature ou destination en fonction des articles bien connus du Code
civil.
Monsieur le ministre, je voudrais savoir si cette controverse existe.
Quelle est la bonne interprétation? Peut-on considérer que, quel que
soit le lieu où se situe le panneau photovoltaïque, sur l'immeuble
même ou à côté mais relié à celui-ci, et pour autant que les autres
conditions soient remplies, le taux de TVA réduit de 6% peut
s'appliquer?
13.01 Christian Brotcorne
(cdH): De plaatsing door een
particulier
van
fotovoltaïsche
zonnepanelen op een gebouw dat
meer dan vijf jaar oud is, is
onderworpen aan een btw-tarief
van
6
procent.
Als
de
desbetreffende
zonnepanelen
naast
het
gebouw
worden
geplaatst, bestaat er discussie
over het toepasselijke btw-tarief.
De gewestelijke directeur van
Bergen stelt dat het tarief van 21
procent moet worden toegepast,
terwijl volgens anderen ­ en dat
zou ook het standpunt zijn van de
centrale administratie ­ het tarief
van 6 procent geldt indien het
gebouw ouder is dan vijf jaar.
Welke interpretatie is de juiste?
13.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Brotcorne, dans le régime applicable en matière de taux de TVA dans
le secteur immobilier, les travaux immobiliers et les opérations qui y
sont expressément assimilées, telle entre autres la fourniture avec
fixation à un bâtiment affecté au logement privé ou à tout autre
immeuble concerné, de tout ou partie soit d'une installation électrique,
soit d'une installation sanitaire, soit d'une installation de chauffage
central ou de climatisation, sont passibles du taux réduit de TVA de
6% ou de 12% lorsqu'il est satisfait aux conditions d'application
reprises à l'article 1
er
bis de l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 relatif
aux taux de TVA, aux rubriques 31 et suivantes du tableau A, ainsi
qu'à la rubrique 10 du tableau B de l'annexe de cet arrêté royal.
Même lorsqu'ils ne sont pas immobilisés par nature du fait de leur
placement,
les
panneaux
solaires,
tant
thermiques
que
photovoltaïques spécialement conçus pour la production d'énergie
calorique et/ou électrique dans les logements privés, sont des
éléments constitutifs d'installations visées à l'alinéa que je viens de
vous lire.
La fourniture avec placement ou le placement seul de tels panneaux,
de même que les travaux d'entretien et de réparation y effectués
peuvent donc bénéficier d'un taux réduit de TVA si toutes les autres
conditions d'application sont évidemment remplies.
Quant à la simple livraison des panneaux dont il s'agit, elle est
toujours passible du taux normal de TVA qui s'élève actuellement à
21%.
13.02 Minister Didier Reynders:
Het verlaagd tarief van 6 procent
of 12 procent is van toepassing op
werken in onroerende staat en
daarmee gelijkgestelde werken,
voor
zover
de
voorwaarden
bepaald bij het koninklijk besluit
van 20 juli 1970 vervuld zijn.
Ook al zijn ze van nature niet
onroerend, toch zijn zonnepanelen
die bestemd zijn voor particuliere
woningen een onderdeel van een
installatie als bedoeld in die
bepaling. Derhalve is het verlaagd
tarief van toepassing indien de
gestelde voorwaarden vervuld zijn.
De eenvoudige levering van de
zonnepanelen
blijft
aan
het
normale btw-tarief onderworpen.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
13.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, je remercie
M. le ministre pour sa réponse qui clarifie les choses.
La fin de son intervention me permet de rebondir. Il est vrai que la
livraison de panneaux est toujours soumise à la TVA de 21%, quel
que soit l'usage qui en sera fait.
C'est peut-être une réflexion qu'on devrait entamer dans le cadre de
la fiscalité verte. À partir du moment où les Régions octroient des
primes pour l'acquisition de ce genre d'énergie alternative, est-il
toujours bien utile aujourd'hui de maintenir un taux de TVA de 21%?
Participant à cet effort général, ne devrait-on pas envisager à moyen
terme de réduire le taux applicable?
Une réflexion en termes de fiscalité verte aura lieu, je l'espère, dans
le cadre du Printemps de l'environnement. Ce pourrait être une piste
intéressante.
13.03 Christian Brotcorne
(cdH): Is het wel opportuun om
een
btw-percentage
van
21
procent op de levering van die
zonnepanelen te blijven heffen nu
de Gewesten premies toekennen
voor de aankoop van materiaal
voor die alternatieve energiebron?
Ik hoop dat er in het kader van de
Lente van het leefmilieu een
reflectie over de groene fiscaliteit
zal plaatsvinden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la réduction de la TVA sur l'énergie" (n° 4314)</b>
14 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vermindering van de btw op energie" (nr. 4314)
14.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, la CREG a publié des chiffres relatifs à l'impact de
l'augmentation des tarifs de l'énergie sur le budget des ménages.
Pour ce qui est de l'électricité, les producteurs justifient les hausses
par le coût croissant des énergies fossiles nécessaires à la production
d'électricité dans les centrales thermiques. On peut s'étonner du fait
que les tarifs de l'électricité verte ont eux aussi suivi le chemin de la
hausse alors que par définition, il n'existe aucun lien avec les prix du
pétrole, du gaz ou du charbon.
Sans surprise, l'impact estimé sur le budget des ménages est lourd,
de l'ordre de 300 euros supplémentaires en 2008 en moyenne par
ménage et par rapport à l'année précédente. Dans le but d'atténuer
cet effet, la CREG a suggéré une piste fiscale: réduire le taux de TVA
de 21 à 6% sur les fournitures énergétiques. Certains et notamment
les organisations syndicales ont relayé cette suggestion. Pour
d'autres, en revanche, il s'agit là d'un système injuste car la TVA
frappe les consommateurs sans tenir compte du niveau des revenus.
Une telle mesure pénaliserait les personnes moins favorisées. On a
aussi évoqué un coût pour l'État de l'ordre de 700 millions d'euros si
on avait envisagé cette hypothèse.
Ce qui est certain, c'est que la hausse des prix provoque
mécaniquement une augmentation des recettes de la TVA à taux
constant. Il y a donc en théorie une certaine marge disponible. Ce qui
m'étonne, par contre, c'est que la discussion n'ait pas abordé la
dimension écologique de la mesure. Une réduction globale du taux de
TVA rendrait certes l'énergie moins chère mais elle n'inciterait pas les
consommateurs à se montrer économes et ne favoriserait pas les
sources non polluantes.
14.01 Christian Brotcorne
(cdH): Ter rechtvaardiging van de
hogere energiekosten verwijzen de
elektriciteitsproducenten naar de
stijging van de prijzen van de
fossiele brandstoffen die in de
thermische
centrales
worden
gebruikt. Ook de tarieven van de
groene stroom stijgen echter,
hoewel er op dat vlak geen enkele
band
is
met
die
fossiele
brandstoffen.
Volgens de CREG zal elk gezin
300 euro per jaar meer uitgeven
voor elektriciteit. Zij heeft dan ook
voorgesteld om het btw-tarief op
energie van 21 naar 6 procent te
verlagen. Een dergelijke maatregel
zou de Staat naar schatting 700
miljoen euro kosten.
Bij ongewijzigde tarieven, zou de
stijging van de prijzen de Staat
meer btw-inkomsten opleveren,
waardoor er meer middelen
vrijkomen.
De
ecologische
dimensie van dat voorstel is echter
nog niet aan bod gekomen. Een
verlaging van de btw op energie
zou de consumenten er niet toe
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Monsieur le ministre, ne serait-il pas souhaitable de cibler la mesure
de réduction du taux de TVA de 21 à 6% sur les seules sources
d'énergie dont l'impact est faible ou nul sur l'environnement, c'est-à-
dire tout sauf les énergies fossiles, en particulier pour l'électricité
verte? Cette solution présenterait le double avantage de limiter
l'impact et d'offrir au consommateur une alternative non polluante et
financièrement intéressante qui aiderait aussi la Belgique à atteindre
les objectifs du Protocole de Kyoto.
aanzetten zuiniger met energie om
te springen en meer voor niet-
vervuilende energiebronnen te
opteren.
Zou men de verlaging van het btw-
tarief niet op de weinig of niet-
vervuilende
energiebronnen
moeten toespitsen? Zulks zou de
weerslag van de maatregel op de
rijksbegroting beperken, zou de
consumenten een niet-vervuilende
oplossing aanreiken en zou ervoor
zorgen dat België de doelstelling
van het Kyotoprotocol makkelijker
kan halen.
14.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Brotcorne, en vertu de
l'article 102, paragraphe 1
er
de la directive 2006/112/C, les États
membres peuvent appliquer un taux de TVA réduit aux fournitures de
gaz naturel et d'électricité et de chauffage urbain, à condition d'en
informer au préalable la Commission des Communautés
européennes et que celle-ci ait conclu qu'il n'existe pas de risque de
distorsion de la concurrence.
Quant à la question de la variabilité du taux concernant des biens de
même nature, il est à noter que le principe de neutralité fiscale est
reconnu comme un principe fondamental du système de la taxe sur la
valeur ajoutée. Ce principe de neutralité inclut en fait deux aspects:
d'une part, l'élimination des distorsions de la concurrence, à savoir
que des marchandises semblables qui se trouvent en principe en
concurrence les unes avec les autres ne peuvent être traitées d'une
manière différente du point de vue de la TVA ­ à strictement parler, il
s'agit de ne pas fausser la concurrence entre les opérateurs offrant
les marchandises semblables; d'autre part, l'unicité du taux.
Sur la base de ces principes, il ne peut être fait de distinction dans
l'application du taux de TVA en fonction du type ou de l'origine de
l'électricité fournie. Un taux de TVA selon qu'il s'agit d'électricité verte
ou non ne peut dès lors être envisagé. Je suis cependant prêt à
étudier dans les mois à venir toutes les solutions possibles, y compris
en matière de TVA, à l'occasion des décisions que nous serons
amenés à prendre en matière de développement durable et de lutte
contre le changement climatique.
Enfin, une remarque à propos des recettes de l'État. Votre
raisonnement selon lequel une augmentation des prix entraîne une
majoration automatique de la recette de la TVA est correct à condition
qu'elle ne s'accompagne pas d'un changement de comportement des
consommateurs. Il n'est pas exclu que la consommation diminue
dans d'autres domaines pour compenser la hausse des prix de
l'énergie. Il faut donc examiner si le volume global de la
consommation des ménages évolue à la hausse ou si cette
consommation subit une répartition différente sans augmenter.
14.02 Minister Didier Reynders:
De Europese richtlijn 2006/112/C
maakt het de lidstaten mogelijk
onder bepaalde voorwaarden een
verlaagd btw-tarief toe te passen
op de levering van aardgas,
elektriciteit en stadsverwarming.
De btw-regeling bevat echter een
fundamenteel principe, namelijk
dat van de fiscale neutraliteit. Dat
principe houdt enerzijds in dat er
eenvormige
tarieven
moeten
worden gehanteerd en anderzijds
dat er geen verschillende tarieven
mogen worden toegepast op
vergelijkbare goederen, wat dat
zou tot concurrentieverstoringen
leiden. Men mag dus geen
verschillende tarieven toepassen
afhankelijk van het type geleverde
elektriciteit of de elektriciteitsbron.
Ik ben echter bereid mogelijke
oplossingen te overwegen, ook
inzake btw, in het kader van
besprekingen die wij in het kader
van de duurzame ontwikkeling en
de
strijd
tegen
de
klimaatverandering zullen voeren.
Ten slotte leidt de verhoging van
de energieprijzen niet automatisch
tot meer btw-inkomsten, want het
is mogelijk dat het verbruik van de
gezinnen op andere gebieden
daalt
om
die
stijging
te
compenseren. Men kan er niet van
uitgaan dat de btw-inkomsten
stijgen zonder dat men het globaal
volume van het verbruik van de
gezinnen heeft onderzocht.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
14.03 Christian Brotcorne (cdH): Je prends note de la disponibilité
du ministre pour une discussion sur le principe en dépit des difficultés
qu'il mentionne. En raison de ces difficultés, il faut se demander s'il ne
faudrait pas porter la question au niveau européen de manière à lever
cet interdit qui semble découler des directives européennes actuelles.
Il faudrait aller voir du côté de l'Union européenne.
14.03 Christian Brotcorne
(cdH): Zou men deze kwestie
bijgevolg niet aan de Europese
autoriteiten moeten voorleggen?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de rekeningen van overheidsinstellingen categorie A en B
(art. 127)" (nr. 4320)
15 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les comptes d'organismes publics de catégories A et B (art. 127)"
(n° 4320)</b>
15.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, deze
vraag is nog voor het reces ingediend. Ik heb daarin geanticipeerd op
de discussie die we vorige week in deze commissie hebben gevoerd
naar aanleiding van de wetsontwerpen die u indiende over de
rekeningen voor het jaar 1999 en 2000, maar ik heb de vraag toch
gehandhaafd, vooral vanwege mijn derde punt.
In de discussie van vorige week hebt u duidelijk aangevoerd dat u in
1999-2000 een situatie hebt geërfd die redelijk dramatisch was voor
de overheidsinstellingen categorie A en B. U hebt dan een
overeenkomst gesloten met het Rekenhof om de achterstand jaar na
jaar te gaan inhalen. Vorige week hebben wij aan u gevraagd hoe we
ervoor kunnen zorgen dat een aantal prioritaire instellingen sneller
naar een status quo evolueren, zodat we de achterstand in deze
jaarrekeningen kunnen inlopen, toch ten minste tot en met 2006-
2007, voor ten minste één of twee prioritaire instellingen. U ging de
vraag stellen aan het Rekenhof en u dacht eventueel aan het
verplaatsen van mensen en resources.
Wat gaat u daaraan doen? Dat gedeelte van de vraag wens ik te
handhaven.
15.01 Robert Van de Velde
(LDD): Le ministre a déclaré en
commission qu'il avait hérité d'une
situation dramatique en ce qui
concerne les comptes de certaines
institutions d'utilité publique.
Quelle solution envisage-t-il?
15.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
de Velde, het Zilverfonds en de Regie der Gebouwen vallen onder
mijn bevoegdheid, uit de lijst van instellingen. De Regie der
Gebouwen heeft de jaarrekening voor 2007 nog niet overgemaakt.
Wel valt op te merken dat de laatste rekeningen die deze instelling
officieel aan het Rekenhof heeft overgemaakt, die van het jaar 2000
zijn. Het inhaalplan verloopt zoals voorzien. Ik heb dat gezegd in de
besprekingen van vorige week.
Er werd begin 2008 bij de Regie der Gebouwen een werkgroep
opgericht om de situatie van de achterstand bij de indiening van de
jaarrekeningen te regulariseren en een onontbeerlijke aanpassing van
het uit 1988 daterende ­ en dus verouderde ­ boekhoudplan te
onderzoeken, rekeninghoudend met de ontwikkelingen op het vlak
van de federale boekhouding.
Wij gaan dus verder met het inhaalplan, met het akkoord van het
Rekenhof, jaar na jaar, met de indiening van twee rekeningen
15.02 Didier Reynders, ministre:
Le Fonds de vieillissement et la
Régie des bâtiments relèvent de
ma compétence. La Régie n'a pas
encore transmis les comptes
annuels pour 2007. Les derniers
comptes qui ont été officiellement
transmis à la Cour des comptes
sont ceux de l'année 2000.
L'opération de rattrapage se
déroule
conformément
aux
prévisions. Un groupe de travail
qui a été constitué début 2008
auprès de la Régie est chargé de
régulariser la situation sur le plan
de l'arriéré en ce qui concerne le
dépôt des comptes annuels et de
se pencher sur une adaptation du
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
gedurende hetzelfde civiele jaar. Ten tweede proberen wij om sneller
te gaan. Er is een werkgroep bij de Regie om dat te doen.
We moeten altijd een regeling uitwerken na het afsluiten van de
rekeningen van het vorig jaar. Ik heb dat vorige week gezegd in
verband met de werking van de verschillende instellingen met het
Rekenhof. Wij proberen naar een vermindering van de achterstand te
gaan.
Mijnheer de voorzitter, ik weet niet of de vraag vanmorgen is gesteld
aan het Rekenhof?
plan comptable, devenu obsolète.
De voorzitter: De vraag is gesteld aan het Rekenhof, dat hier
aanwezig was in het kader van de begroting. Zij hebben gezegd dat zij
voldoende bestaft zijn om binnenkomende rekeningen te kunnen
verwerken. Er is dus geen probleem van bestaffing bij het Rekenhof.
Zodra de rekeningen klaar zijn, zullen zij door het Rekenhof worden
gecontroleerd. Dat is vanmorgen door raadsheer Lesage gezegd in
de commissie voor de Financiën en de Begroting.
Le président: Nous avons appris
en commission que la Cour des
comptes contrôlera les comptes
dès qu'ils seront disponibles.
15.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, hebt u een
commitment van de werkgroep dat zij een planning maken van hun
werkzaamheden en kunnen aangeven wanneer zij de documenten
zullen overmaken aan het Rekenhof? Ik denk dat het verstandig zou
zijn om dat te doen. De materie ligt gevoelig genoeg om niet los te
laten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de externe audit van de Regie der Gebouwen" (nr. 4321)
16 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'audit externe de la Régie des Bâtiments" (n° 4321)</b>
16.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, in een artikel in De Tijd van 2 april stelde Johan
Vanderborght, woordvoerder van de Regie der Gebouwen, in verband
met de lopende corruptieonderzoeken bij de Regie dat de Regie al
een externe audit had laten uitvoeren naar corruptiegevoelige plekken
in haar organisatie.
Hij zei dat die audit heeft geleid tot een aantal aanbevelingen die
werden vertaald in actieplannen en dat de Regie en het management
ervan de nodige lessen heeft getrokken uit de audit.
Wat waren de vaststellingen van deze externe audit? Wat zijn de
aanbevelingen van en de actieplannen die voortvloeien uit die audit?
Hoe en op welke termijn voorziet u als bevoegd minister de
implementatie van deze actieplannen?
16.01 Robert Van de Velde
(LDD): Dans un article publié le 2
avril dernier dans De Tijd et
consacré
aux
affaires
de
corruption à la Régie des
Bâtiments, le porte-parole de cette
dernière a indiqué qu'elle avait
déjà fait procéder à un audit sur
les secteurs de son organisation
qui seraient plus particulièrement
sensibles à la corruption. Cet audit
a débouché sur un certain nombre
de recommandations qui ont été
traduites dans des plans d'action.
Quelles constatations ont été
faites dans le cadre de cet audit?
Quelles recommandations ont été
faites? Comment et dans quel
délai les plans d'action seront-ils
mis en oeuvre?
16.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Van de Velde, om uw vraag te kaderen, wil ik eerst en vooral de
16.02 Didier Reynders, ministre:
L'audit met l'accent sur le fait que
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
opdracht die werd gegeven aan het auditteam omschrijven. Het
eerste punt was een analyse vanuit het oogpunt van de gevoeligheid
voor misbruik van de procedures, werkwijzen en opvolgingsmethodes
bij de Regie. Het tweede punt was het oplijsten van de vastgestelde
risico's. Het derde punt was het formuleren van voorstellen tot
verbetering.
De vaststellingen van de audit waren de volgende. Ten eerste, vanuit
het oogpunt van de organisatie, zijn de bestaande systemen van
interne controle onvoldoende afgestemd op de beheersing van de
externe en interne risico's tot fraude. Er is een gemis aan duidelijk
afdwingbare regels, systeem en structuur en er is nood aan een
integriteitsbeleid.
Ten tweede, vanuit een legale benadering doen de belangrijkste
risico's zich voor bij stockaanbestedingen en factuurwerken.
Ten derde, vanuit een procesmatige benadering is de uitvoeringsfase
het meest risicovol omwille van een gebrek aan een effectieve
tweedelijnscontrole.
Het auditcomité stelt voor om als eerste stap een geïntegreerd
directiecomité te benoemen. Dat is volgens hen noodzakelijk om de
noodzakelijke verbeteringen succesvol te kunnen doorvoeren.
Hieraan werd dan ook de hoogste prioriteit toegekend door mijn
diensten.
De benoeming van een nieuw directiecomité was een van de eerste
beheersdaden die ik na de vorming van de huidige regering heb
gesteld. Ik heb het directiecomité ontvangen om hen mijn
verwachtingen duidelijk te maken en ik verwacht van hen binnen de
drie maanden na hun aanstelling een eerste reeks voorstellen, onder
meer inzake de problematiek van de corruptiebeheersing.
Daarnaast werden reeds de volgende stappen genomen. Ten eerste,
het installeren van een integriteitsbeleid dat onder meer een
procedure ter controle van belangenvermenging en het invoeren van
een gedragscode en een permanente werkgroep integriteit bevat.
Ten tweede, wat beheersmiddelen betreft, de nodige hulpmiddelen en
systemen werden geïntroduceerd die beheersgegevens kunnen
aanleveren en die een uniforme procedure en opvolging van
bestellingen en betalingen voor de meeste fraudegevoelige dossiers ­
Omega, Delta en P-Master ­ mogelijk maken.
Twee maanden vóór de verkiezingen van 2007 was ik klaar met de
benoeming van een nieuw directiecomité, maar we hebben gewacht
met de benoeming tot de nieuwe regering was gevormd. Dat is nu het
geval en ik hoop dat het mogelijk zal zijn om tot een correcte
toepassing van de verschillende aanbevelingen van de auditcel te
komen.
les systèmes existants de contrôle
interne ne sont pas suffisamment
axés sur la maîtrise des risques
internes et externes de fraude.
Des règles, systèmes et structures
clairs et contraignants font défaut.
Il convient d'élaborer une politique
d'intégrité. Les risques se situent
surtout au niveau des marchés de
stock et des travaux sur facture.
La phase d'exécution présente
également des risques en raison
de l'absence de contrôle de
seconde ligne efficace.
Aux yeux du Comité d'audit, la
nomination
d'un
comité
de
direction intègre constitue la
première condition au succès des
améliorations à apporter. Aussi,
l'un des premiers gestes que j'ai
posés après la constitution de
l'actuel gouvernement a été la
nomination d'un nouveau comité
de
direction. J'ai clairement
indiqué aux membres de ce
nouveau comité que j'attendais
dans un délai de trois mois à dater
de leur désignation une première
série de propositions portant
notamment sur la question de la
maîtrise du problème de la
corruption.
J'ai également instauré une
politique d'intégrité comprenant,
entre autres, une procédure
destinée à prévenir les confusions
d'intérêt, la rédaction d'un code de
déontologie et l'institution d'un
groupe de travail permanent
"Intégrité". De même, j'ai mis en
place des outils et des systèmes
devant
permettre
de
fournir
aisément des éléments de gestion
et j'ai arrêté une procédure
uniforme de suivi des commandes
et des paiements dans les
dossiers où les risques de fraude
sont les plus grands.
La procédure de désignation des
nouveaux membres du comité de
direction avait en réalité été
clôturée dès avant les élections de
2007 mais il a été attendu que le
nouveau
gouvernement
soit
installé
pour
nommer
effectivement ces membres.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
16.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb nog een bijkomende vraag.
Als ik het goed voorheb, heeft de Regie zich burgerlijke partij gesteld
ten opzichte van mogelijke fraudeurs. Is dat in haar hoedanigheid van
werkgever of als verantwoordelijke voor de uitgewerkte werken?
Beschikt u daaromtrent over meer informatie?
16.03 Robert Van de Velde
(LDD): La Régie s'est également
constituée partie civile. L'a-t-elle
fait comme employeur ou comme
responsable des travaux?
16.04 Minister Didier Reynders: Ik heb geen precieze informatie in
dat verband, maar we doen dat altijd als burgerlijke partij. Dat is
gebruikelijk in dergelijke procedures. Ik zal vragen of het mogelijk is
om een verschil te maken tussen beide toestanden.
16.04 Didier Reynders, ministre:
Je ne possède pas d'informations
spécifiques à ce propos mais la
procédure veut normalement que
les pouvoirs publics se constituent
partie civile dans de tels dossiers.
16.05 Robert Van de Velde (LDD): Als u wil, kan ik daaromtrent een
vraag indienen.
Ik denk dat dit van belang is gezien de verschillende bouwdossiers
waarin de laatste jaren de kostprijzen de pan uitswingden. Ik denk dat
het verstandig is om na te gaan wat precies de oorzaak is en of dit te
maken heeft met het voorliggende onderzoek.
16.05 Robert Van de Velde
(LDD): Ces dernières années,
nombreux ont été les projets dans
le cadre desquels les coûts ont
littéralement explosé. Il me paraît
intéressant de vérifier l'existence
d'un lien de cause à effet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la limitation du droit à la déduction de la TVA sur l'outil de travail"
(n° 4344)</b>
17 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de beperking van het recht op aftrek van de btw geheven van
werkinstrumenten" (nr. 4344)
17.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le vice-premier ministre, les auto-écoles constituent un monde que je
ne connais pas particulièrement, mais on me dit qu'il pourrait se
produire des fraudes assez caractérisées dans ce milieu, notamment
par des personnes qui annoncent des leçons de conduite et qui
utilisent des véhicules non spécialement affectés à cette occupation.
Le SPF Économie aurait publié une liste soumise à autorisation ou à
mention. Pourtant on permet aux guichets d'entreprises d'attribuer un
numéro à des personnes démunies de toute autorisation délivrée par
le SPF Mobilité.
On me signale également que de faux moniteurs d'auto-école
rouleraient en privé avec des véhicules signalés comme véhicules
d'écolage. L'effet en est que, sans remplir de feuille de route, ne
dispensant pas de leçon, ils bénéficient quand même de la délivrance
de 50% de la TVA de l'amortissement de ces véhicules. Est-ce bien
normal, monsieur le vice-premier ministre?
Le cas échéant, ne faudrait-il pas rectifier la disposition sur le droit à
déduction des véhicules d'auto-écoles quelle que soit la catégorie?
Veiller à attribuer un numéro d'entreprise "auto-école" aux seules
personnes titulaires d'un numéro d'agrément attribué par le SPF
17.01 Christian Brotcorne
(cdH):
Lesgevers
in
de
rijschoolsector zouden frauderen
door rijles te geven met voertuigen
die daar niet specifiek voor zijn
bestemd.
De
ondernemingsloketten
kunnen
immers een nummer toekennen
aan personen die geen vergunning
van de FOD Mobiliteit hebben
gekregen.
Bovendien
zouden
valse
rijinstructeurs hun lesauto als
privévoertuig gebruiken en op die
manier een btw-aftrek van vijftig
procent genieten bij de afschrijving
van de wagen.
Moet de bepaling betreffende het
recht op btw-aftrek voor lesauto's
derhalve niet worden aangepast?
Moet de toekenning van een
ondernemingsnummer
van
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Mobilité?
Radier les numéros d'entreprise "auto-école" des personnes qui
n'obtiennent pas ou ne renouvellent pas l'agrément prévu?
Enfin, ne faudrait-il pas permettre aux auto-écoles qui le souhaitent un
droit à déduction adapté à l'usage professionnel?
rijschool
niet
worden
voorbehouden aan de houders van
een erkenningsnummer van de
FOD
Mobiliteit?
Moeten
de
nummers van personen die niet
worden erkend of wier erkenning
niet wordt verlengd, niet worden
geschrapt? Moet er niet worden
voorzien
in
een
specifiek
aftrekrecht voor rijscholen dat op
het beroepsgebruik is
17.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Brotcorne, tout d'abord, le fonctionnement des guichets d'entreprises
agrées ne ressortit pas à la compétence du SPF Finances. Le
SPF Économie, PME, Classes moyennes et Énergie est chargé du
contrôle et de la surveillance des guichets d'entreprises et est
compétent pour la réglementation à ce sujet.
Il n'existe pas d'interdiction sur le plan fiscal d'utiliser une voiture,
signalée comme voiture d'écolage, partiellement à usage privé.
Lorsque la voiture est utilisée tant pour l'activité économique taxable
qu'à d'autres fins, la déduction s'opère suivant la quotité d'affectation
pour les besoins de l'activité économique sans toutefois, en aucun
cas, excéder 50% des taxes qui ont été acquittées. Évidemment, si
vous visez un cas concret à travers votre question, vous pouvez
toujours me faire parvenir les données yè relatives de sorte que mon
administration puisse investigue plus avant dans cette situation.
La problématique du droit à déduction faisant l'objet d'un examen à la
Commission européenne et de discussions entre les États membres,
il serait prématuré d'envisager une modification des dispositions
applicables en Belgique avant que des orientations définitives ne
soient dégagées.
En ce qui concerne l'octroi du numéro d'entreprise, en principe,
peuvent en bénéficier les personnes suivantes: les personnes
morales de droit belge; les personnes morales de droit étranger ou
international qui disposent d'un siège en Belgique ou qui doivent se
faire enregistrer en exécution d'une obligation imposée par la
législation belge; toute personne physique, morale ou toute
association qui, en Belgique, soit agit en qualité d'entreprise
commerciale ou artisanale, soit est soumise à la sécurité sociale en
tant qu'employeur, soit est soumise à la taxe sur la valeur ajoutée. Ce
numéro d'entreprise est activé comme numéro d'identification à la
TVA si l'entreprise exerce une activité économique soumise à la TVA.
Faute de cette activité économique soumise à la TVA, il n'y a pas de
raison d'activer le numéro d'entreprise à des fins de TVA.
Seuls les numéros d'entreprises, entreprises personnes physiques,
sans aucune qualité active dans la Banque-Carrefour des entreprises,
peuvent être arrêtés.
Le SPF Finances est uniquement compétent pour la qualité soumise
à la taxe sur la valeur ajoutée dans la Banque-Carrefour des
entreprises.
Un mot encore. À travers votre question, comme d'ailleurs beaucoup
17.02 Minister Didier Reynders:
Eerst
en
vooral
vallen
de
ondernemingsloketten onder de
bevoegdheid
van
de
FOD
Economie en niet van de FOD
Financiën.
Vanuit fiscaal oogpunt is het niet
verboden om een als lesauto
aangegeven voertuig gedeeltelijk
voor privédoeleinden te gebruiken.
De aftrek gebeurt dan naar
verhouding van het gedeelte
privégebruik.
Een aanpassing van de geldende
bepalingen zou voorbarig zijn
aangezien
het
aftrekrecht
momenteel door de Europese
Commissie en de lidstaten wordt
besproken.
De
ondernemingsnummers
worden geactiveerd als btw-
identificatienummers indien de
onderneming
een
aan
btw
onderworpen
economische
activiteit
verricht.
Alleen
de
nummers van natuurlijke personen
zonder actieve hoedanigheid in de
Kruispuntbank
van
Ondernemingen (KBO) kunnen
worden afgesloten. De FOD
Financiën gaat alleen over de aan
btw onderworpen hoedanigheid in
de KBO.
Uw vraag is het bewijs van het
belang van een gecoördineerde
fraudebestrijding. We zijn daar al
mee begonnen, onder meer in het
kader van het regeerakkoord.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
d'autres, on peut constater qu'il est d'autant plus important de mettre
en place ce qui a été proposé dans l'accord de gouvernement, c'est-
à-dire une coordination de la lutte contre la fraude. Nous l'avons déjà
beaucoup fait; M. Jamar venait très régulièrement devant la
commission des Finances en ce qui concerne la fraude fiscale, avec
des actions menées en parallèle en demandant que viennent se
joindre à nous les services des Affaires sociales, les services
policiers, éventuellement les services du parquet, donc une série
d'acteurs travaillant conjointement. J'espère que nous pourrons
étendre la démarche.
C'est d'ailleurs dans cet esprit que M. Devlies est en principe chargé
de coordonner non pas la lutte contre la fraude fiscale (comme je le
lis parfois), puisque nous nous en occupons via M. Clerfayt au sein du
département, mais de coordonner la lutte contre la fraude. À cette fin,
il conviendra de mettre en place un collège regroupant les services
intervenant en la matière et probablement un comité ministériel,
comme en matière de sécurité. Cela permettrait, comme dans le
domaine que vous évoquez, de regarder comment faire travailler
ensemble dans cette lutte contre la fraude non seulement le
département des Finances, mais aussi les autres départements
concernés; vous avez cité l'Économie, la Mobilité et nous pourrions
sans doute en ajouter d'autres dans la démarche.
17.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, je partage
le point de vue de M. le vice-premier ministre. Je n'ai donc rien à
ajouter.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Questions jointes de
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les dernières recommandations du FMI" (n° 4345)<br>- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les dernières recommandations du FMI" (n° 4589)</b>
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de jongste aanbevelingen van het IMF" (nr. 4345)
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de jongste aanbevelingen van het IMF" (nr. 4589)
18.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, dans sa dernière livraison, qui est toute récente, le Fonds
Monétaire International, par rapport à la situation économique de la
Belgique, met en évidence le ralentissement de la croissance et
l'accélération de l'inflation, ce que nos concitoyens constatent tous les
jours.
Au passage, on peut noter que la nouvelle prévision de croissance du
PIB a baissé à 1,4% et est inférieure à l'hypothèse sur laquelle repose
le budget de 2008. Nous aurons l'occasion d'y revenir dans cette
commission.
Je retiens essentiellement de cette recommandation les points
concernant le vieillissement de la population et le financement des
pensions. Les propos des spécialistes du FMI sont particulièrement
clairs, je cite: "Il est grand temps que le nouveau gouvernement
18.01 Christian Brotcorne
(cdH):
Het
Internationaal
Muntfonds
(IMF)
vestigt
de
aandacht op de vertraging van de
groei en de stijgende inflatie. De
nieuwe vooruitzichten liggen lager
dan de hypothese waarvan men is
uitgegaan bij het opstellen van de
begroting. Het IMF heeft het ook
over de uitdagingen die de
financiering van de pensioenen en
de
gezondheidsuitgaven
als
gevolg van de vergrijzing stellen.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
prenne dès maintenant des mesures budgétaires adéquates. Il n'y a
pas de place ni pour une baisse des impôts ni pour de nouvelles
initiatives en matière de dépenses". Cela va un peu à l'encontre des
deux credos essentiels de la déclaration gouvernementale.
Présidente: Josée Lejeune.
Voorzitter: Josée Lejeune
.
Monsieur le ministre, comment réagissez-vous par rapport à ce
document, en particulier en ce qui concerne le financement des
retraites et les dépenses de soins de santé liées au vieillissement?
Il y a eu une prise de conscience à l'occasion des derniers budgets de
la nécessité de doter le Fonds de vieillissement. On a parlé de
programmes pluriannuels. N'est-il pas temps d'avancer au-delà des
bonnes intentions en cette matière et de mettre en oeuvre ces
programmes pluriannuels qui correspondent vraiment aux besoins
évalués objectivement en fonction des données démographiques,
données qui devraient idéalement être intégrées aux hypothèses de
confection des budgets à venir?
Je sais que la confection du budget de l'État procède d'une logique
qui est souvent bien plus pragmatique mais l'ampleur du défi du
vieillissement de la population, qui est par nature un enjeu à l'échelle
de plusieurs générations, ne permettra pas éternellement que le
gouvernement se dispense d'une approche à long terme. Je
souhaiterais entendre vos observations par rapport à ce document du
FMI qui insiste sur cet aspect des choses en Belgique.
Hoe
reageert
u
op
die
commentaar? Is het niet hoog tijd
dat
meerjarenprogramma's
worden opgemaakt om aan de
objectief gemeten noden tegemoet
te komen?
18.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Brotcorne, avez-vous
posé toutes vos questions? Il me semblait que vous aviez aussi une
question sur la politique de la BCE, la question n° 4589.
18.03 Christian Brotcorne (cdH): Je n'ai pas ce document avec
moi.
18.04 Didier Reynders, ministre: Je peux vous la lire si vous le
désirez!
18.05 Christian Brotcorne (cdH): Ce serait extraordinaire, je
pourrais vous donner la réponse! Cette question vient d'être ajoutée à
l'ordre du jour. C'est quasiment la même question.
18.06 Didier Reynders, ministre: Madame la présidente, monsieur
Brotcorne, en ce qui concerne les défis inhérents au vieillissement de
la population, comme en dispose la loi sur le Fonds de vieillissement
du 5 septembre 2001, la politique menée en la matière est étayée par
l'analyse du comité d'étude sur le vieillissement et par les
recommandations formulées par la section "besoins de financements"
du Conseil supérieur des Finances. Le gouvernement rédige
annuellement sa note sur le vieillissement en se fondant sur les
conclusions des deux institutions. Dans cette note, le gouvernement
expose sa politique relative au vieillissement. Comme vous pouvez le
constater dans la note sur le vieillissement jointe à l'exposé général
afférent au budget de 2008, la politique relative au vieillissement se
compose d'un ensemble de mesures sur le plan budgétaire, d'une
amélioration du taux d'emploi et de sécurité sociale. La politique
budgétaire représente une des éléments essentiels de la stratégie
18.06 Minister Didier Reynders:
Het beleid dat we voeren om de
uitdagingen van de vergrijzing aan
te gaan, is gebaseerd op de
analyse van de studiecommissie
voor
de
vergrijzing
en
de
aanbevelingen van de afdeling
'financieringsbehoeften' van de
Hoge Raad van Financiën. Het
beleid omvat maatregelen op het
stuk van de begroting, de
werkgelegenheidsgraad en de
sociale zekerheid.
Het meerjarenprogramma dat u
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
d'absorption des effets du vieillissement. Un objectif important de la
politique budgétaire réside dans la réduction permanente du taux
d'endettement et donc des charges d'intérêts futures, de sorte à
dégager une marge budgétaire permettant d'assumer les charges
supplémentaires liées à ce vieillissement. Je rappelle que le taux
d'endettement a enregistré une chute très nette, de près de 140% du
PIB à 84,9% en 2007. Je parlais de chiffres de 1993 pour le point
culminant. Ce chiffre d'endettement sera encore en recul en 2008,
probablement à environ 82% du PIB en dépit des conditions
budgétaires difficiles rencontrées en 2007 et en 2008, auxquelles
vous avez fait allusion. À la fin de la législature, le gouvernement
souhaite enregistrer un excédent budgétaire d'au moins 1% du PIB et
ainsi se conformer à nouveau au programme de stabilité, dont nous
avons adopté les derniers éléments cette semaine et que je pourrai
dès lors communiquer à la Commission européenne.
Le programme pluriannuel pour le financement du Fonds de
vieillissement a déjà été inséré dans la loi sur le Fonds de
vieillissement à la fin de l'année 2005. Vous avez évoqué l'idée d'un
plan pluriannuel et cela a été fait. La modification de cette loi disposait
effectivement pour la période 2007-2012 d'un financement structurel
du Fonds de vieillissement à l'aide d'excédents budgétaires
progressifs. Pour les années subséquentes, la loi prévoyait les
affectations fixées par le Roi, en tenant compte de l'analyse du comité
d'étude sur le vieillissement et des recommandations de la section
"besoins de financements" du Conseil supérieur des Finances. Étant
donné qu'aucun solde budgétaire n'a pu être dégagé pour l'année
2007, pour les motifs que nous connaissons,le versement prévu au
Fonds de vieillissement n'a pas davantage pu être exécuté. Je
rappelle que j'avais annoncé le 13 ou le 14 juin 2007 aux
commissaires européens un déficit de l'ordre de 0,2% pour 2007.
Toutefois, les réserves du Fonds de vieillissement s'élevaient à
15,5 milliards d'euros à la fin de l'année 2007. Ce montant est
insuffisant au vu de la vague de vieillissement qui se prépare mais je
partage votre souhait d'augmenter substantiellement les réserves du
fonds au cours des prochaines années.
Je voudrais également préciser qu'au-delà de la démarche
budgétaire, il y a une démarche d'amélioration du taux d'emploi qui
doit intervenir. Si on peut augmenter le taux d'emploi chez les
travailleurs de plus de 50 ans mais aussi chez les jeunes ­ cela
dépend des sous-régions ­, nous aurons alors la manière la plus
efficace de lutter contre le coût du vieillissement. J'en profite pour
rappeler que, sur un plan individuel, le vieillissement tel qu'on le
présente aujourd'hui est plutôt une bonne nouvelle, c'est l'idée de
vivre plus longtemps en bonne santé. Alors qu'on parle toujours des
aspects catastrophiques du vieillissement à la population, il y a quand
même des éléments plutôt positifs. On le voit sur le plan politique,
avec des travailleurs de plus en plus âgés dans ce secteur. J'espère
d'ailleurs qu'on permettra un jour à tous les travailleurs qui le
souhaitent de travailler sans aucune limite au-delà de l'âge de la
retraite car on sait que des personnalités importantes jouent un rôle
majeur bien au-delà de 65 ans, et pas seulement dans notre pays. Il
suffit de regarder les résultats des dernières élections pour en être
convaincu.
À propos des dernières prévisions du FMI, je suis rentré de
naar voren brengt, werd eind 2005
reeds opgenomen in wet op het
Zilverfonds.
Aangezien de begroting 2007
geen positief saldo vertoonde, kon
de
geplande
storting
niet
gebeuren. Eind 2007 bedroegen
de reserves van het Zilverfonds
15,5
miljard
euro.
Dat
is
onvoldoende en ik ben het met u
eens dat we dit bedrag moeten
optrekken.
Naast de budgettaire maatregelen
ondernemen we ook stappen op
het
vlak
van
de
werkgelegenheidsgraad.
De
verhoging daarvan is de meest
efficiënte manier om de kosten
van de vergrijzing te bestrijden.
Tal van waarnemers zijn van
oordeel
dat
de
jongste
verwachtingen van het IMF met
betrekking tot de groei in de
eurozone pessimistisch zijn.
We zullen op alle budgettaire
aspecten terugkomen op het
ogenblik dat daarover zal gestemd
zijn.
Wat de fiscale ontvangsten betreft,
zullen de ramingen voor de
begrotingen 2008 en 2009 tegen
24 april herzien worden. Het is erg
bemoedigend
dat
de
voorafbetalingen voor de periode
van 1 januari tot heden met 10,2
procent gestegen zijn. In de
begrotingsraming
was
men
immers nog van een stijging met
6,2 procent uitgegaan.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Washington ce matin et je peux vous dire qu'elles ont été considérées
par beaucoup d'observateurs comme relativement pessimistes en ce
qui concerne la croissance de la zone euro. Bien sûr, la marge
d'incertitude qui affecte toute prévision est particulièrement élevée à
l'heure actuelle mais les ministres des Finances européens, la BCE
ou encore la Commission ont confirmé des prévisions plutôt en ligne
avec ce que nous avions évoqué jusqu'à présent. Je signale que les
prochaines projections élaborées par les services de l'Eurosystème,
donc la BCE, seront publiées le 5 juin. Le Conseil des gouverneurs
mène une politique monétaire en ligne avec sa mission en termes de
protection de la stabilité des prix. C'est une démarche importante,
notamment pour les revenus les plus faibles dans notre société.
Conformément au Traité, les décisions du Conseil des gouverneurs
sont prises de façon collégiale et en toute indépendance mais cela
n'empêche pas un dialogue avec les ministres des Finances à travers
l'Eurogroupe.
Pour le reste, je voudrais ajouter qu'en ce qui concerne le
gouvernement, nous reviendrons sur l'ensemble des éléments
budgétaires une fois que le budget aura été adopté car on est déjà en
train de nous demander de revoir un budget qui n'est pas encore voté.
Une fois qu'il aura été voté, nous pourrons passer au contrôle
budgétaire. En matière de recettes fiscales, les réestimations se
feront pour le 24 juin, comme cela a été prévu, et cela permettra
d'avoir à la fois une réestimation du budget 2008 et une première
préfiguration de ce que sera, au mois de septembre, la préparation du
budget 2009.
Comme vous, je lis beaucoup de choses sur ce que serait par
exemple la croissance en fonction des recettes fiscales. Fort
heureusement, je tire rarement les mêmes conclusions que celles
que je lis dans des commentaires de presse ou des commentaires
politiques. Pour prendre un exemple au hasard, nous disposons des
premiers chiffres concernant les versements anticipés, ce qui donne
une idée du rendement de l'impôt des sociétés. On a annoncé pis que
pendre en la matière, mais après cinq jours de versements anticipés
d'avril, les chiffres bruts montrent que nous avons une croissance de
versements anticipés pour le mois d'avril qui dépasse les 13% par
rapport à l'année précédente et en ce qui concerne les chiffres depuis
le 1
er
janvier, la croissance est de 10,2%. Je répète que nous avons
beaucoup discuté ici pour savoir si la prévision de 6,2% qui se trouve
dans le budget est réaliste. Nous sommes pour l'instant à 10,2% entre
le 1
er
janvier et aujourd'hui et nous sommes à plus de 13% sur les
versements d'avril. J'attire votre attention sur le fait que c'est
notamment là que devaient se retrouver des pertes importantes liées
à une mesure fortement controversée au Parlement. Je vous rassure,
je n'en tire pas de conclusions hâtives mais je confirme ce que j'ai dit
dans le débat budgétaire, le fait de tirer une quelconque analyse des
résultats des deux premiers mois de l'année n'a aucun sens. Par
contre, je l'avais annoncé, le premier rendez-vous un peu significatif
est cette première période de versements anticipés autour du 10 avril,
comme chaque année, et je constate que cette situation nous donne
des chiffres particulièrement à la hausse par rapport à ce qui était
prévu dans l'estimation budgétaire. Je le répète, je n'en tire pas plus
de conséquences que ce qui a été dit sur les chiffres précédents et je
confirme que c'est au 24 juin que nous prendrons attitude. Il faut
pouvoir relativiser les choses, même quand le Fonds monétaire
annonce une croissance de 1,4%, c'est toujours plus élevé que ce
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
que nous avons connu pendant quatre années de suite avant 2007,
avec une croissance de l'ordre de 1%.
D'autres chiffres viendront encore et je suppose que dès qu'une
donnée apparaîtra quelque part dans un bureau de recettes, on en
tirera des conclusions mondiales. En ce qui me concerne, j'attendrai
d'avoir les chiffres fin juin. Chaque année, les versements anticipés
sont une référence que l'on suit de très près.
Pour terminer, je signale que dans la notification budgétaire relative
aux intérêts notionnels, on avait clairement précisé qu'il fallait suivre
de près les deux premières périodes de versements anticipés. Pour la
première période, c'est chose faite et la croissance est largement
supérieure aux estimations budgétaires.
18.07 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le ministre, je me réjouis
des chiffres que vous annoncez. Nous sommes embarqués dans le
même bateau pour réussir à confectionner le budget. Les chiffres
positifs sont toujours bienvenus.
La question centrale de la problématique du vieillissement, mise en
exergue pour la Belgique, indépendamment de l'aspect positif que
vous avez rappelé à juste titre, est qu'il faut que nous prenions les
dispositions financières et budgétaires de sorte que le vieillissement
soit supportable pour les nouvelles générations. Nous avons donc
effectivement un travail politique à faire pour dégager ces excédents à
partir de 2010 ou 2011 afin de pouvoir alimenter ce Fonds de
vieillissement. C'est un impératif politique que nous ne pouvons pas
perdre de vue.
18.07 Christian Brotcorne
(cdH): De cijfers die u aankondigt,
stemmen me tevreden. Als gevolg
van de vergrijzing moeten er
begrotingsmaatregelen getroffen
worden. We moeten dus nog
politieke beslissingen nemen om
vanaf 2010 of 2011 tot een
overschot te komen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak en
heropbouw van gebouwen in stadsgebieden" (nr. 4366)
19 Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'application du taux de TVA réduit de 6% pour la démolition et la reconstruction
d'habitations en zone urbaine" (n° 4366)</b>
19.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, het verlaagd btw-tarief van 6% is sinds 1 januari 2007
onder bepaalde voorwaarden van toepassing op de afbraak en de
daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning in bepaalde
steden. Een van de voorwaarden is dat de handelingen betrekking
moeten hebben op een woning die gelegen is in de grote steden
opgesomd in de KB's van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en
28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000
tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden
een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het raam van
het stedelijk beleid. De opsomming vermeldt volgende 32 steden:
Antwerpen, Charleroi, Gent, Oostende, Mechelen, Mons, La Louvière,
Sint-Niklaas, Seraing, Liège, Brussel, Anderlecht, Sint-Gillis, Sint-
Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek,Schaarbeek, Vorst, Elsene,
Ukkel, Etterbeek, Leuven, Brugge, Kortrijk,Roeselare, Aalst,
Dendermonde, Genk, Hasselt, Mouscron, Tournai, Verviers en
Namur. Het volstaat dat de woning in een van deze opgesomde
steden gelegen is, ongeacht of het gebouw gelegen is in een
19.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Depuis le 1
er
janvier 2007, le
taux de TVA réduit de 6 %
s'applique
sous
certaines
conditions à la démolition et à la
reconstruction d'une habitation. Ce
régime est limité au territoire de 32
villes de Belgique - et de leurs
communes fusionnées - dont la
liste est incluse dans plusieurs
arrêtés royaux pris en exécution
de l'article 3 de la loi déterminant
les conditions auxquelles les
autorités
locales
peuvent
bénéficier d'une aide financière de
l'État dans le cadre de la politique
urbaine.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
stadskanker of andere wijk of zelfs in een deelgemeente ervan.
In antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 1643 stelde u
op 25 april 2007 dat de regeling voorlopig niet uitgebreid wordt tot
andere steden.
Heel wat steden voelen zich gediscrimineerd omdat ze niet tot het
lijstje van 32 behoren en de toepassing van het verlaagd btw-tarief op
hun grondgebied niet mogelijk is. Bovendien kan deze maatregel een
niet te onderschatten impuls betekenen voor de bouwsector en draagt
hij bij tot de herwaardering van achtergebleven stedelijke buurten.
Daarom vernam ik graag, mijnheer de minister, of u het thans niet
opportuun acht om deze maatregel uit te breiden tot al de Belgische
steden.
Le ministre ayant déclaré en avril
2007, en réponse à une question
parlementaire écrite, que ce
régime ne serait provisoirement
pas étendu à d'autres villes,
nombre de ces dernières se
sentent victimes d'une forme de
discrimination. Par ailleurs, le taux
de TVA réduit peut constituer un
incitant important pour le secteur
de la construction et pour la
revalorisation de certains quartiers
urbains. Le ministre n'estime-t-il
dès lors pas qu'il serait opportun
d'élargir cette mesure à l'ensemble
des villes de Belgique?
19.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Van Biesen, een verlaagd btw-tarief van 6% is inderdaad van
toepassing op het werk in onroerende staat en de handeling
opgesomd in rubriek 31, paragraaf 3, punt 3 tot 6, van tabel A van de
bijlage van het KB nr. 20 die de afbraak en de daarmee gepaard
gaande heropbouw van een woning tot voorwerp hebben die gelegen
zijn op het volledig grondgebied van de grote steden opgesomd in de
KB's van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005.
Deze maatregel is in de eerste plaats bedoeld als fiscale stimulans
ten gunste van de heropbouw van woningen in die steden die
ingevolge leegstand, onbewoonbaarverklaring en verkrotting van
gebouwen specifiek te lijden hebben onder stijgende criminaliteit en
onveiligheidgevoel. Kortom, het is een specifieke maatregel die past
in het sociaal huisvestingsbeleid en die beperkt is tot die gebieden
met een hoge bevolkingsdichtheid en de gekende stedelijke
problematiek. Andere steden hebben niet of in mindere mate met
deze problematiek te maken.
Op 8 november 2007 werd bij het Grondwettelijk Hof een beroep tot
vernietiging ingesteld van rubriek 37, tweede lid, 2 van tabel A van de
bijlage van het KB nr.20 wegens schending van de artikelen 10, 11,
170 een 172 van de Grondwet. Het spreekt voor zich dat het
standpunt dat het Grondwettelijk Hof ter zake zal innemen, bepalend
zal zijn voor de evaluatie van deze maatregel.
Wat mij betreft, pleit ik voor een uitbreiding van de maatregel ofwel tot
alle steden en gemeenten, ofwel tot een groter aantal steden. Een
probleem bij eventuele uitbreiding is het budgettair aspect. We
moeten onderzoeken of een dergelijke uitbreiding financieel haalbaar
is. Tijdens de voorbereiding van de begroting 2009 zal dit zeker aan
bod komen. Ik hoop tegen dan het standpunt van het Grondwettelijk
Hof te kennen over de verschillende principes van de Grondwet.
19.02 Didier Reynders, ministre:
Le taux de TVA réduit est en effet
applicable dans 32 villes, cet
incitant fiscal ayant pour but de
favoriser la reconstruction de
logements
dans
des
villes
spécifiquement confrontées à une
hausse de la criminalité et à un
sentiment général d'insécurité dus
à l'inoccupation et au délabrement
d'un certain nombre de bâtiments.
Cette mesure est dès lors limitée
aux régions à forte densité de
population et connaissant des
problèmes typiquement urbains
que d'autres villes ne rencontrent
pas ou guère.
Un recours en annulation de
l'annexe à l'arrêté royal n° 20 a été
introduit le 8 novembre 2007
auprès de la Cour constitutionnelle
pour violation de plusieurs articles
de la Constitution. L'évaluation de
la mesure dépendra dès lors de la
position adoptée par la Cour
constitutionnelle en la matière. Je
plaide pour une extension de cette
initiative à un plus grand nombre
de villes et communes, voire à la
totalité d'entre elles, même s'il
convient dans un premier temps
d'en
analyser
l'incidence
budgétaire.
19.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, is de
procedure die werd ingesteld bij het Grondwettelijk Hof gebaseerd op
de discriminatie van een aantal steden? Een aantal steden is naar het
Grondwettelijk Hof gestapt. Ik kan hen begrijpen. Ik geef een
voorbeeld. Ik zie weinig verschil tussen de problematiek in Halle,
Vilvoorde en Leuven. Ik begrijp niet waarom de eerste twee steden
19.03 Luk Van Biesen (Open
Vld): Étant donné le caractère
discriminatoire de la mesure
actuelle,
son
extension
à
l'ensemble des villes et communes
paraît
logique.
Je
conçois
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
niet en Leuven wel kan genieten van de maatregel.
Het lijkt me logischer de maatregel te kunnen uitbreiden tot alle
gemeenten en steden. Ik ben evenwel bereid te wachten tot de
bespreking van de begroting. Misschien kunnen we reeds een
voorsmaakje krijgen bij de begrotingswijziging van 2008 in plaats van
te wachten tot de begroting van 2009.
cependant
qu'il
convient
également de tenir compte des
moyens disponibles.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het opzetten van een autonoom douaneagentschap" (nr. 4380)
20 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la création d'une agence en douane autonome" (n° 4380)</b>
20.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, als minister van Financiën bent u als geen ander op de
hoogte van het feit dat de douaneadministratie binnen een totaal
andere economische realiteit functioneert dan de andere
departementen van Financiën en de andere overheidsdiensten in het
algemeen. Toch zijn de douanediensten nog altijd op dezelfde manier
georganiseerd als de andere overheidsdepartementen, wat het
natuurlijk moeilijk maakt voor de douane om accuraat te werken
binnen de randvoorwaarden die de 24-ureneconomie haar oplegt,
zeker in de sector van de logistiek waarin de douane bij uitstek
functioneert.
Precies om deze redenen werd in de oranjeblauwe deelakkoorden
beslist om, in voorkomend geval, desgevallend, een autonoom
agentschap op te richten waarbinnen een eigen personeelsdienst, een
eigen ICT-dienst en een dienst wetgeving zouden worden
geïntegreerd om een grote vertrouwdheid met de complexe
douanematerie te bereiken en sneller te kunnen inspelen op de
specifieke problemen van de sector. Dat douaneagentschap zou zich
dan volledig kunnen inschakelen in de logica van de mondiale 24-
ureneconomie in de logistieke sector en in aangepaste procedures
voor de bedrijven en aangepaste arbeidsvoorwaarden voor de
ambtenaren voorzien.
Op deze manier kan de Belgische douanewerking een belangrijke
concurrentiële
troef
worden
die
zal
meespelen
in
de
vestigingsbeslissingen van grote bedrijven wanneer deze vanaf 2011
de mogelijkheid krijgen al hun Europese douaneformaliteiten vanuit
een Europees loket te vervullen. Aangezien België 25% van de
geïnde douanerechten mag houden, kan een agentschap op die
manier ook voor de federale begroting een enorme opsteker
betekenen.
Mijnheer de minister, als minister van Financiën van deze regering
bevindt u zich in een uitgelezen positie om in deze zaak doortastend
op te treden. Ik heb dan ook een aantal vragen ter zake voor u.
Ten eerste, bent u bereid werk te maken van een modern en
krachtdadig autonoom douaneagentschap met een eigen ICT, eigen
wetgeving en eigen personeeldienst?
Ten tweede, bent u bereid om voor het personeel van het agentschap
20.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Alors même que le mode
d'organisation de la douane est
calqué sur celui des autres
services, le ministre n'est pas sans
savoir que cette administration se
doit de répondre aux impératifs
d'une économie non-stop, à
l'inverse
précisément
de
la
situation qui prévaut pour les
autres services publics. Dans cette
optique, l'orange bleue avait
décidé de créer une agence
douanière autonome disposant de
ses
propres
services
du
personnel, des TIC et législatif. À
cet égard, le fonctionnement des
douanes belges pourrait constituer
un atout concurrentiel de taille
dans les décisions relatives à
l'implantation
des
grandes
entreprises, ces dernières ayant la
possibilité,
dès
2011,
de
s'acquitter de leurs formalités
douanières européennes auprès
d'un seul guichet européen. Une
telle agence aurait également un
impact positif sur le budget.
Le ministre est-il disposé à mettre
en place une agence douanière
autonome efficace et disposant de
ses propres services dans le cadre
de sa politique socio-économique?
Le personnel de cette agence
sera-t-il soumis à un horaire de
service approprié, éventuellement
basé sur un système de travail
posté? Est-il disposé à supprimer
les
rétributions
pour
des
prestations spéciales dans le but
d'accroître l'attractivité des ports
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
een passende dienstregeling met eventueel een shiftsysteem uit te
werken, dat niet beperkt is tot de huidige kantooruren van 9 tot 5 uur?
Ten derde, bent u bereid, met het oog op de meeropbrengsten die de
Europese common custom portals voor België zouden kunnen
leveren, om de aantrekkelijkheid van de Belgische havens te
verhogen door de retributies op bijzondere prestaties af te schaffen?
Dan heb ik het voornamelijk over de declaraties buiten de klassieke
kantooruren.
belges,
conformément
aux
dispositions contenues dans les
accords partiels de l'orange bleue?
Voorzitter: Luk Van Biesen.
Président: Luk Van Biesen
.
20.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, voor uw vraag over de oprichting van een autonoom
agentschap verwijs ik naar de beslissing van de Ministerraad van 23
juni 2006 waarin opdracht werd gegeven om voor de douane het
Coperfinplan aan te passen op het vlak van processen, personeel,
organisatie en ICT. De resultaten van deze studie met passende
voorstellen, dus ook over de aangewezen organisatiestructuur, zullen
mij in de komende maanden worden bezorgd. Volgens de heer
Colpin, de baas van de douane, zal dat voor juni zijn.
Er is al een hele evolutie geweest bij de douane. In dit geval gaat het
om
een meer
algemeen
voorstel voor een autonoom
douaneagentschap, zoals dat ook het geval was voor de patrimoniale
documentatie. Ik sluit bijgevolg het verlenen van meer autonomie aan
de Administratie van Douane en Accijnzen niet uit, integendeel. Ik
pleit daarvoor. Dat zal een goede zaak zijn.
Het uitwerken van een arbeidsregeling voor het werken in shiften is
een algemeen (...) van de FOD Financiën, waarvoor de Administratie
van Douane en Accijnzen in grote mate vragende partij is. De dienst
Personeel en Organisatie van de FOD Financiën onderzoekt hoe dit in
de reglementering kan worden opgenomen.
In het deelakkoord bij de vorming van de regering was de afschaffing
van de retributie inderdaad opgenomen. Inmiddels is de politieke
situatie gewijzigd. Ik ben echter bereid om dit dossier op de
onderhandelingstafel in de regering te leggen, mits daarvoor de
nodige budgettaire ruimte aanwezig is. Dat zal het geval zijn in de
voorbereiding van de begroting van 2009 of tijdens de bespreking van
de begrotingscontrole in juli.
20.02 Didier Reynders, ministre:
Le Conseil des ministres du 23
juin 2006 a demandé que les
objectifs Coperfin soient adaptés
pour la douane en ce qui concerne
les procédures, le personnel,
l'organisation et la TIC. Je recevrai
les résultats de cette étude dans
les
prochains
mois.
L'Administration des douanes et
accises acquerra sans doute plus
d'autonomie.
Il faut un règlement pour le travail
en équipes pour l'ensemble du
SPF
Finances,
bien
que
l'administration des douanes et
accises
soit
le
principal
demandeur. Le service P&O du
SPF Finances et le SPF P&O
examinent la possibilité d'inscrire
un tel régime de travail en équipes
dans le règlement.
Les accords partiels de l'orange
bleue
comprennent
une
proposition de suppression des
rétributions. Bien que la situation
politique ait changé, je remettrai le
dossier
sur
la
table
du
gouvernement.
20.03 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, u begrijpt dat wij dit in juli zullen opvolgen. Wij zullen
kennisnemen van de studie.
20.03 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Nous suivrons attentivement
ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de registratie van vonnissen" (nr. 4381)
21 Question de Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'enregistrement des jugements" (n° 4381)</b>
21.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, 21.01 Katrien Schryvers (CD&V
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
mijnheer de minister, het Wetboek van registratierechten voorziet dat
alle vonnissen moeten worden aangeboden voor registratie. Nochtans
moeten alleen vonnissen met een veroordeling boven 12.500 euro
ook effectief worden geregistreerd.
De verplichting om vonnissen aan te bieden die niet moeten worden
geregistreerd, brengt voor de griffies naar mijn mening heel wat
onnodig werk mee.
De registratie op zich is een taak van de medewerkers in het
registratiekantoor, en nochtans is de hoofdgriffier persoonlijk
aansprakelijk wanneer een vonnis foutief of niet wordt geregistreerd.
Mijnheer de minister, ik heb daarover de volgende vragen.
Is het tegenstrijdig gegeven dat alle vonnissen moeten worden
aangeboden voor registratie terwijl alleen de vonnissen die een
veroordeling inhouden van meer dan 12.500 euro moeten worden
geregistreerd, u bekend?
Wat is de reden van de verplichting om vonnissen met veroordelingen
beneden de 12.500 euro toch te laten aanbieden voor registratie?
Is die regeling nog wel verder aangewezen?
Zou het niet logischer zijn als de hoofdgriffier aansprakelijk wordt
gesteld voor de aanbieding van de vonnissen die nodig zijn ter
registratie, en de directeur van het registratiekantoor voor de
effectieve registratie?
- N-VA): En vertu du Code des
droits d'enregistrement, tous les
jugements doivent être présentés
à l'enregistrement. Néanmoins,
seuls les jugements qui entraînent
la condamnation à une amende de
plus de 12.500 euros doivent
effectivement être enregistrés.
Pourquoi tous les jugements
doivent-ils
dès
lors
être
présentés?
Cette
procédure
entraîne en effet un surcroît de
travail important pour les greffes.
Cette
obligation
sera-t-elle
maintenue?
De même, n'est-il pas plus logique
de confier au greffier en chef la
présentation des jugements et au
directeur
du
bureau
de
l'enregistrement l'enregistrement
effectif? Actuellement, en effet, le
greffier en chef est responsable de
l'absence d'enregistrement d'un
jugement ou d'un enregistrement
erroné.
21.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Schryvers, een vonnis of arrest kan niet alleen het veroordelingsrecht
maar ook het mutatierecht wegens de overdracht of de aanwijzing van
de eigendom of het vruchtgebruik van onroerende goederen
opeisbaar maken.
Het komt toe aan de ontvanger van de registratie en niet aan de
griffiers, die immers geen fiscale rekenplichtige zijn, om uit te maken
of die registratierechten al dan niet op het vonnis of het arrest zijn
verschuldigd. Vandaar dat artikel 1 van het koninklijk besluit van
13 december 1968 betreffende de uitvoering van het Wetboek der
registratiehypotheken, griffierechten en het houden van de registers in
de griffies van de hoven en rechtbanken, bepaalt dat de griffiers de
vonnissen en arresten moeten meedelen aan de ontvanger van de
registratie.
Vermits een vonnis of arrest ook het mutatierecht opeisbaar kan
maken, is meteen ook duidelijk waarom vonnissen of arresten met
veroordeling beneden de 12.500 euro ook onder de mededelingsplicht
vallen. Dat is een normale werkmethode, denk ik.
21.02 Didier Reynders, ministre:
Un jugement ou un arrêt peut non
seulement rendre exigible le droit
de condamnation mais aussi le
droit de mutation pour cause de
transfert ou d'assignation d'une
propriété ou l'usufruit de biens
immeubles. Les receveurs de
l'enregistrement ­ et non les
greffiers ­ vérifient si des droits
d'enregistrement sont dus pour le
jugement. C'est précisément en
vertu de cette exigibilité du droit de
mutation que les condamnations à
concurrence d'un montant inférieur
à 12.500 euros doivent également
être présentées à l'enregistrement.
21.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
hoor dat u meent dat de reden waarom alles ter registratie moet
worden aangeboden, luidt dat ook vonnissen die een veroordeling
inhouden beneden 12.500 euro mogelijk een invloed hebben op het
mutatierecht. Ik kan begrijpen dat er mogelijk toch registratie nodig is
voor die vonnissen.
21.03 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Il serait peut-être
opportun de rédiger une loi
permettant
d'exclure
certains
dossiers de l'enregistrement.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Mogelijk is een andere oplossing dat u bepaalde categorieën zou
uitsluiten van registratie, dat dus het omgekeerde wordt gedaan. Dat
zou misschien heel wat positieve invloed kunnen hebben op de
werklading van een aantal vredegerechten en griffies. Er is zeker een
aantal vonnissen waarvan onmiddellijk duidelijk is dat zij geen enkele
invloed hebben en dat er dus geen registratie nodig is. Ik vraag dat er
misschien in die zin dan toch een wetgevend initiatief zou kunnen
worden genomen, dat heel wat administratieve plichtplegingen zou
vergemakkelijken.
21.04 Minister Didier Reynders: Mevrouw Schryvers, voor het
ministerie van Justitie zou het makkelijker zijn om alle documenten
naar de fiscale administratie te sturen. Tot nu toe wachten wij op de
verdere informatisering van Justitie.
21.04 Didier Reynders, ministre:
On y verra peut-être plus clair dès
que la Justice sera informatisée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 4382 van de heer Deseyn wordt uitgesteld.
22 Vraag van de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het energieverbruik in de residenties van de Koninklijke Familie"
(nr. 4384)
22 Question de M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la consommation d'énergie dans les résidences de la Famille royale" (n° 4384)</b>
22.01 Peter Luykx (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, naar aanleiding van een vraag die ik u eerder stelde over
het energieverbruik in openbare gebouwen en de controle en het
beheer daarvan door Fedesco, las ik in uw antwoord dat het
energieverbruik van de residenties van de koninklijke familie meer
dan 1,15% van het totale verbruik van de overheidsgebouwen
uitmaakt.
Het feit dat dit verbruik opgenomen werd in de lijst van EIS,
Environment Information System, verwonderde mij toch wel enigszins.
Het aandeel van de verwarming en de warmwaterproductie van de
koninklijke verblijfplaats bedraagt 11,5 miljoen kilowatt per uur op een
totaalverbruik van de federale gebouwen van 993,5 miljoen kilowatt
per uur.
Ik begrijp dat het warm water van de Koning natuurlijk ook belangrijk
is. Iedereen wil wel een bad nemen. Ik vraag mij echter wel af over
welke residenties of gebouwen het hier gaat. Waar zijn zij gelegen?
Welk nominaal bedrag vertegenwoordigt dit energieverbruik?
Wie betaalt de rekening?
22.01 Peter Luykx (CD&V - N-
VA): Selon la réponse apportée à
l'une
de
mes
précédentes
questions,
la
consommation
d'énergie des résidences de la
famille royale représente plus
d'1,15% de la consommation
totale des bâtiments publics, soit
11,5 millions kWh sur 993,5
millions kWh.
De
quels
bâtiments
s'agit-il
exactement?
Quel
montant
nominal
cette
consommation
d'énergie représente-t-elle? Qui
paie cette facture?
22.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Luykx, in antwoord op uw vraag wil ik eerst verduidelijken dat, zoals
vermeld in het antwoord op punt 2 van uw parlementaire vraag
nr. 2102, de in de tabel vermelde cijfers ramingen zijn van het gebruik
per instelling. Deze ramingen worden berekend door het gemiddeld
eenheidsverbruik te vermenigvuldigen met het aantal vierkante meter.
Dit gemiddeld eenheidsverbruik wordt bekomen op basis van de
gegevens die zijn ingevoerd in de EIS-software.
22.02 Didier Reynders, ministre:
Les chiffres dont dispose M. Luykx
sont des estimations. Ils sont
obtenus
en
multipliant
la
consommation unitaire moyenne
par le nombre de mètres carrés.
Les chiffres concernent le palais
royal de Bruxelles, le château de
Laeken, la crypte royale de
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
De verstrekte cijfers hebben betrekking op de gebouwen die ten
dienste zijn van het Koninklijk Huis. De term residenties van de
koninklijke familie lijkt mij hier niet geschikt. Het gaat om het
Koninklijk Paleis te Brussel, het Kasteel van Laken, de Koninklijke
Crypte in de Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk te Laken, het Clos de
Bréderode.
Nog een vergelijking betreffende de warmwaterproductie, het warm
water wordt tijdens de verwarmingsperiode geproduceerd door de
verwarmingsinstallatie. Buiten deze periode gebeurt dit met
elektriciteit. De door de elektriciteit geleverde energie is niet
meegerekend in de hierna vermelde cijfers.
Het totale stookolieverbruik in het Koninklijk Paleis en het Koninklijk
Domein bedraagt voor het jaar 2007 voor het Koninklijk Paleis in liter
458.700 liter. Ik heb een berekening per maand. Ik zal u die schriftelijk
geven. Voor het Koninklijk Domein van Laken is het een totaal van
352.500 liter. Ik heb hier ook een berekening per maand. U zult zien
dat er geen liters opstaan tijdens de zomermaand, maar dat is
normaal.
Door de Regie der Gebouwen, de federale staat, werden volgende
bedragen betaald. Ik geef ze in het algemeen, maar ik heb ook de
opdeling per domein. Ik heb de cijfers voor 2006 en 2007, maar ik zal
mondeling alleen de cijfers voor 2007 geven. Voor gas betaalde men
32.115,96 euro. Voor stookolie betaalde men 433.888,08 euro. Het
totaal van beide geeft 466.004,04 euro.
De facturen die door andere instanties, zoals de Civiele Lijst of de
Koninklijke Schenking, zijn betaald voor de koninklijke gebouwen,
worden niet aan de Regie der Gebouwen overgemaakt.
Ik heb meer gedetailleerde cijfers voor u schriftelijk, maand per
maand en domein per domein voor gas en stookolie in 2006 en 2007.
(...): Hebt u ze ook per kamer?
Laeken et le Clos de Bréderode.
L'eau chaude est produite par
l'installation de chauffage en
période de chauffage et par
chauffage électrique en dehors de
cette période. En 2007, la
consommation de mazout pour le
chauffage du palais royal et du
domaine
royal
s'est
élevée
respectivement à 458.700 litres et
à 352.500 litres. Ces chiffres ne
comprennent
pas
la
consommation
d'énergie
électrique.
La
Régie
des
Bâtiments a payé 32.115 euros
pour la consommation de gaz et
433.004 euros pour celle de
mazout.
Les factures réglées par d'autres
instances, comme la Liste Civile
ou la Donation royale, ne sont pas
communiquées à la Régie.
Je transmets les chiffres détaillés
à M. Luykx.
22.03 Minister Didier Reynders: Nog niet, maar wij zullen dat
proberen. Ik heb de cijfers voor de Senaat en voor de Kamer. Er zijn
twee federale kamers.
22.04 Peter Luykx (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is toch wel een belangrijke zaak, niet alleen voor de
gewone burger, maar ook voor het Koningshuis. Het is belangrijk dat
wij allemaal weten wie wat betaalt. Dat kadert in de transparantie die
wij met de N-VA willen brengen in de bestedingen die door de
federale overheid worden gedaan om ons te laten vertegenwoordigen
door het Koningshuis.
22.04 Peter Luykx (CD&V - N-
VA): La NV-A demande plus de
transparence
concernant
les
paiements
effectués
par
le
gouvernement fédéral pour les
besoins de la famille royale. Il est
dès lors important de savoir qui
procède aux différents paiements.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
23 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de inning van de successierechten" (nr. 4383)
23 Question de M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la perception des droits de succession" (n° 4383)</b>
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
23.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, zoals u weet moet bij een overlijden een
aangifte gebeuren van de nalatenschap. Het is die aangifte van
nalatenschap die iedere erfgenaam dient te doen en die ook als basis
dient voor de bepaling van de successierechten naderhand door de
fiscus. Op die manier is het natuurlijk zo dat de successierechten een
belangrijke inkomstenbron zijn voor de federale Belgische Staat.
Doch, het is ook zo dat het vervullen van die aangifteverplichting niet
zo eenvoudig is en vaak voor sommige mensen een heel zware
administratieve klus is en zelfs afschrikt. Daarenboven is het soms
zelfs zo dat bepaalde mensen niet weten dat ze op een gegeven
ogenblik erfgenaam zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de erfenis waarbij
de erfgenamen in een hogere lijn liggen, waardoor men dat niet meer
in de gaten heeft. Daardoor gebeuren er volgens mij een aantal
aangiftes niet, hetzij omwille van de moeilijkheden bij de aangifte,
hetzij omwille van het feit dat men het gewoonweg niet weet dat men
erfgenaam is.
Mijnheer de minister, hebt u cijfers omtrent het aantal erfenissen
waarvoor er geen aangifte van nalatenschap gebeurt en waardoor er
dus ook geen successierechten worden geheven op die erfenissen?
Kunt u die cijfers opsplitsen voor Vlaanderen en Wallonië?
Ken er worden berekend of geschat hoeveel inkomsten er op die
manier door de schatkist worden gederfd?
Hoe kan dit probleem eventueel worden verholpen?
23.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Lors d'un décès, les héritiers
doivent introduire une déclaration
de succession sur la base de
laquelle sont calculés les droits de
succession. Il n'est toutefois pas
simple de s'acquitter de cette
obligation; nombre d'héritiers ne
sont pas informés de cette
obligation ou ignorent parfois
même qu'ils sont héritiers.
Le ministre dispose-t-il de chiffres
relatifs au nombre d'héritages pour
lesquels aucune déclaration de
succession n'a été effectuée? De
quel montant de droits de
succession le Trésor est-il ainsi
privé? Comment va-t-on résoudre
ce problème?
23.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, volgende
cijfers
konden
worden
bekomen en geven het aantal
successiedossiers weer waarvoor nog geen aangifte werd ingediend.
In de periode van overlijden van 1 juli 2005 tot 30 juni 2006 waren er
2.302 dossiers voor heel België, 412 voor Brussel, 963 voor
Vlaanderen, 927 voor Wallonië. Voor de periode 1 juli 2006 en 30 juni
2007 waren er 3.687 dossiers voor heel België, 451 voor Brussel,
1.514 voor Vlaanderen en 1.682 voor Wallonië. Dit zijn cijfers die
slechts een momentopname weergeven, het zijn dossiers waarvoor
niet tijdig een aangifte van nalatenschap werd ingediend. Voor deze
dossiers kan dus nog een aangifte worden ingediend. In het geval van
laattijdige indiening wordt een boete van laattijdigheid aangerekend.
Wat uw tweede vraag betreft, hebben wij geen cijfers ter zake. Het
gaat hier over zeer kleine bedragen. De overlijdensdossiers worden
door
de
registratiekantoren
als
volgt
opgevolgd.
Het
Registratiekantoor wordt op de hoogte gebracht van een overlijden via
de staten van overlijden van de gemeenten of via geïnformatiseerde
weg. Een uitnodiging tot indienen van een aangifte van nalatenschap
wordt kort na de kennisname verstuurd naar de laatste woonplaats
van de overledene, met het verzoek tijdig een aangifte van
nalatenschap in te dienen. De termijn bedraagt vijf maanden voor een
overlijden in België. Indien geen aangifte wordt bekomen binnen deze
termijn, worden herinneringen verstuurd. Indien de indieningsplichtige
erfgenamen bekend zijn op het registratiekantoor kan dit bericht ook
worden verstuurd naar de erfgenamen zelf in plaats van naar de
laatste woonplaats van de overledene.
De verjaringstermjin voor de invordering van de successierechten
wordt daarbij nauwlettend in het oog gehouden door het
23.02 Didier Reynders, ministre:
Je communiquerai à M. Terwingen
les chiffres relatifs au nombre de
dossiers de succession pour
lesquels aucune déclaration n'a
encore été introduite. Ces chiffres
se rapportent à la même période
en 2006 et 2007 et ont été scindés
selon les Régions. Pour toute la
Belgique, il s'agit de 2.302
dossiers en 2006 et de 3.647
dossiers en 2007, dossiers pour
lesquels une déclaration peut
toujours être introduite.
Il n'y a pas de chiffres disponibles
concernant les pertes de recettes
mais elles ne devraient pas être
importantes.
Les bureaux de l'enregistrement
assurent le suivi des dossiers de
décès. C'est la commune qui les
informe des décès survenus. Peu
après, ils adressent une invitation
à introduire une déclaration de
succession au dernier domicile du
défunt ou de la défunte. S'il n'est
pas répondu à cette invitation dans
les cinq mois, un rappel est
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
registratiekantoor. In voorkomend geval gebeurt er een ambtshalve
aanslag waarbij een dwangbevel met bevel tot betaling wordt
betekend aan de erfgenamen bij gerechtsdeurwaarderexploot. Enkel
indien een overlijden niet ter kennis wordt gebracht van het
registratiekantoor, is er geen opvolging mogelijk.
Mijnheer Terwingen, ik heb een kopie voor u waarop de cijfers zijn
weergegeven.
adressé aux héritiers.
Les bureaux de l'enregistrement
surveillent scrupuleusement les
délais de prescription et adressent
si nécessaire une sommation aux
héritiers par la voie d'un huissier.
Le seul cas où le suivi d'un dossier
ne peut être assuré est celui où le
bureau d'enregistrement n'est pas
informé d'un décès.
23.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u zowel voor uw antwoord als voor de kopie van de cijfers.
Ik stel vast dat er toch wel degelijk enkele duizenden dossiers per jaar
zijn die niet of voorlopig niet resulteren in een aangifte .Ik heb al
langer een idee daaromtrent en zal er misschien een initiatief omtrent
ontwikkelen om te komen tot een soort ambtshalve vooringevulde
aangifte. Het kan een interessant idee zijn voor dit soort dossiers,
waarbij de fiscus zelf, de ontvanger van successierechten zelf een
vooringediende aanslag zou doen, om op die manier alleszins altijd
een vaststelling te hebben.
Een eerste goede oefening zou kunnen liggen in het eenvoudig
maken van aangiftes. Het zou alleszins heel wat mensen de moeite
besparen om de aangifte te doen, met alle kosten van dien. U weet
ook dat heel wat mensen de kundigheid niet hebben om dat te doen
en daarvoor een notaris of een advocaat moeten aanspreken. Dat
kost dan ook weer geld. Het is misschien een denkpiste die wij verder
kunnen ontwikkelen.
23.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Je constate que, pour des
milliers de dossiers, aucune
déclaration n'a été faite. Je pense
qu'on
pourrait
résoudre
partiellement ce problème en
instaurant
une
déclaration
complétée d'office. Le fisc pourrait
compléter
au
préalable
les
formulaires de déclaration au
moyen des informations en sa
possession.
Ce
serait
une
première étape sur la voie de la
simplification de la déclaration car
nombreux sont les contribuables
qui sont incapables de compléter
eux-mêmes ce formulaire.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
24 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vergoeding van de gouverneur van de Nationale Bank van
België" (nr. 4385)
24 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la rémunération du gouverneur de la Banque nationale de Belgique" (n° 4385)</b>
24.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn
vestimentaire gedragingen meer aan de seizoenen aanpassen in de
toekomst.
Mijnheer de minister, uit de toelichting bij de jaarrekening van de
Nationale Bank blijkt dat de gouverneur van de Nationale Bank van
België, Guy Quaden, in 2007 een vergoeding ontving van
474.000 euro. Volgens De Tijd verdient de voorzitter van de
belangrijkste monetaire instelling ter wereld, met name de
Amerikaanse Fed, 124.000 euro per jaar. Quaden verdient dus 3,82
keer meer dan de heer Bernanke.
Dit is merkwaardig daar de traditioneel belangrijkste taak van de
Nationale Bank van België, het monetaire beleid, sinds 1 januari wordt
uitgevoerd door de Europese Centrale Bank en het Europese stelsel
van centrale banken. De Nationale Bank van België is een
privéonderneming en bepaalt volledig zelfstandig welke vergoeding zij
24.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Le gouverneur de la Banque
nationale de Belgique (BNB), Guy
Quaden, a perçu en 2007 un
traitement de 474.792 euros. Aux
Etats-Unis, le président de la
Federal Reserve américaine ne
touche que 124.220 euros par an.
La rémunération de M. Quaden
est d'autant plus exorbitante que la
politique monétaire est mise en
oeuvre par la Banque centrale
européenne
et
le
Système
européen de Banques centrales.
En tant qu'entreprise privée, la
BNB décide quelles rémunérations
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
uitkeert aan haar gouverneur. In dit specifieke geval fungeert de
Belgische Staat, met 50% van de aandelen, als belangrijkste
aandeelhouder van de Nationale Bank en bepaalt de Belgische Staat
wie gouverneur wordt, wie in de Regentenraad zetelt en hoeveel deze
personen daarvoor worden vergoed. Van de gouverneur is zelfs zijn
politieke signatuur gekend.
Ik had daarom graag van de minister vernomen hoe hij de hoge
uitkering van de gouverneur rechtvaardigt? Welke redenen zijn er
volgens de minister om de gouverneur bijna vier maal zoveel te laten
verdienen als de voorzitter van de Federal Reserve? Zal bij het
aflopen van het mandaat van de heer Quaden in februari 2009 de
vergoeding voor de nieuwe voorzitter binnen redelijke proporties
worden teruggebracht?
elle verse à ses employés. L'État
belge,
qui
y
détient
une
participation de 50 %, en est
toutefois le principal actionnaire et
à, ce titre, il décide qui doit
occuper le poste de gouverneur et
comment ce dernier est rémunéré.
Comment cette rémunération très
élevée
se
justifie-t-elle?
La
rémunération
du
nouveau
président de la BNB sera-t-elle
réduite à l'issue du mandat de M.
Quaden, en février 2009?
24.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, ik acht het nuttig in eerste instantie erop te wijzen dat de
bezoldiging van de gouverneur niet ten laste komt van de Staat maar
wel van de nv NBB. Ze wordt openbaar gemaakt sinds maart 2006.
Op het ogenblik van zijn benoeming werd zijn bezoldiging vastgelegd
op het niveau van zijn voorganger. Sindsdien wordt ze enkel
geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex.
Sedert de toetreding van België tot het eurogebied zijn het
werkvolume en de omvang van de verantwoordelijkheden van de
gouverneur niet verminderd, integendeel. Hij bestuurt niet alleen de
onderneming NBB waaraan de wetgever een belangrijke
extramonetaire taak heeft toevertrouwd, maar neemt ook actief deel
aan het collegiale beleid inzake de euro, de tweede valuta ter wereld,
in de Governing Council van de ECB waar de regel "een persoon, een
stem" van toepassing is. Voorts blijft hij België vertegenwoordigen in
de G10 en het IMF.
Bovendien blijkt de bezoldiging van de gouverneur niet buitensporig in
vergelijking met die van bestuurders van de voornaamste andere
overheidsbedrijven, of bedrijven met een overheidsparticipatie in ons
land. Ik weet niet of dit ook geldt in vergelijking met de bezoldiging
van de ministers in ons land. Het is echter niet de hoogste
remuneratie in de publieke sector in België.
De vergelijking met de bezoldiging van de voorzitter van de Federal
Reserve is weinig relevant. Zij wordt beïnvloed door de
wisselkoersschommelingen ­ de koers van de euro is sinds 2001 met
80% gestegen ten opzichte van de dollar ­, uiteenlopende
belastingtarieven ­ u weet dat deze hoger liggen in België ­ en vooral
door een cultureel en maatschappelijk verschil.
Het is genoegzaam bekend dat de meest invloedrijke personen in de
Amerikaanse overheidssector tijdens hun ambtstermijn zeer weinig
verdienen. Dat is in het bijzonder het geval voor de voorzitter van de
Federal Reserve die blijkbaar de slechtst betaalde centrale bankier is
in de geïndustrialiseerde wereld.
Hebt u misschien de cijfers gezien van de remuneratie van de
president van Amerika na zijn ambtstermijn? De heer Greenspan
verdient nu meer met een conferentie dan vroeger in een jaar. De
cijfers voor de heer Clinton zijn in de pers verschenen.
24.02 Didier Reynders, ministre:
La rémunération du gouverneur
est à charge de la BNB et non de
l'Etat belge. Elle est rendue
publique depuis mars 2006. La
rémunération du gouverneur est
identique
à
celle
de
son
prédécesseur.
Depuis l'adhésion de notre pays à
la zone euro, le volume de travail
dont doit s'acquitter le gouverneur
n'a pas diminué. Sa mission ne
consiste pas seulement à gérer la
BNB. Il participe également à la
politique relative à l'euro au sein
du Governing Council de la
Banque Centrale Européenne et il
représente notre pays au G-10 et
au FMI.
La rémunération du gouverneur
n'est pas exorbitante si on la
compare à celle des patrons
d'autres entreprises publiques.
La comparaison établie avec le
président de la Federal Reserve
américaine n'est pas pertinente.
Depuis 2001, le cours de l'euro
s'est enchéri de 80 % par rapport
au dollar. En outre, les États-Unis
appliquent
d'autres
taux
d'imposition que la Belgique et les
personnes employées dans le
secteur
public
américain
perçoivent de très bas salaires. Le
président de la Fed est le banquier
central le plus mal payé du monde
industrialisé.
Le comité de rémunération de la
BNB statue sur toute adaptation
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
Het komt aan het Bezoldigingscomité van de Nationale Bank toe om
een voorstel te formuleren en aan de Regentenraad om te beslissen
over de wedden van de leden van het Directiecomité wanneer een lid
van het comité wordt benoemd of zijn mandaat wordt vernieuwd.
Gelet op enerzijds het gehele pakket aan verantwoordelijkheden in
hoofde van de gouverneur en anderzijds de constante
remuneratiepolitiek die de Regentenraad van de Nationale Bank
reeds vele jaren volgt, en waarbij slechts wordt voorzien in een
aanpassing aan de gezondheidsindex, komt het mij voor dat het
huidige vergoedingsniveau geenszins overdreven is.
Ik blijf echter bereid om te komen tot een algemene visie over de
remuneratie in de publieke sector in België.
des rémunérations.
24.03 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik dank u voor uw uiteenzetting. Ik ben er niet de man
naar om de hype te volgen dat men verloningen van voorzitters van
raden van bestuur in de privésector moet gaan publiceren. Hier zitten
we toch een beetje op het randje. Als ik uw betoog hoor, zou ik bijna
medelijden krijgen met onze arme sukkelaar, voorzitter van de
Federal Reserve. Ik denk dat het een beetje buiten proportie is. Als de
verloning inderdaad vergelijkbaar is met andere instellingen moeten
wij de globale oefening eens maken, maar dan enkel daar waar de
Staat iets mee te maken heeft. Ik hoop dat wij met zijn allen onze
handen afhouden van de privé.
Ik dank u voor uw antwoord.
24.03 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Je ne pense pas qu'il
convienne de rendre publique la
rémunération de membres de
conseils d'administration dans le
secteur privé. Je m'interroge sur le
niveau
très
élevé
de
la
rémunération du gouverneur de la
BNB. Lorsque j'entends la réponse
du ministre, j'ai presque pitié de
son homologue américain. S'il est
exact que la rémunération de M.
Quaden est comparable à d'autres
rémunérations dans le secteur
public, il n'y a aucun problème. Et
pour ce qui est des rémunérations
du secteur privé, je pense que
nous devons nous garder de nous
en mêler.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Punt 39 ­ zowel de vraag van de heer Verherstraeten
als die van de heer Luyckx is ingetrokken. De vraag nr. 4388 van de
heer Bogaert is uitgesteld. De vraag van de heer De Potter is
evenzeer uitgesteld. De vraag van de heer Mathot is omgezet in een
schriftelijke vraag.
Le président: Les questions nos
4386 de M. Verherstraeten et 4387
de M. Luyckx sont retirées. La
question n°4389 de M. De Potter
est reportée. La question n°4435
de M. Mathot est transformée en
question orale.
25 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le palais de justice de Tournai" (n° 4452)</b>
25 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het justitiepaleis van Doornik" (nr. 4452)
25.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
vice-premier ministre, le 4 mars dernier, j'avais interrogé à ce sujet le
ministre Vandeurzen en commission de la Justice. Nous avions
évoqué le sort de la Justice tournaisienne, qui est dispersée dans
plusieurs bâtiments sur l'ensemble de la ville. Le bâtiment principal et
d'autres souffrent d'une dégradation certaine. En 2005, un projet de
rénovation du palais de justice a été refusé par la ville, pour des
raisons qui me semblent assez justifiées. Cependant, il manque
25.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 4 maart jongstleden had ik het
in de commissie voor de Justitie
over het gerechtsgebouw van
Doornik,
waarvan
de
onderscheiden gebouwen, die
over de stad verspreid zijn, zich in
een erbarmelijke staat bevinden.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
toujours cinq mille mètres carrés pour arriver aux douze mille qui
seraient nécessaires, selon les propos du ministre de la Justice.
Ce dossier dépend également de la Régie des Bâtiments. C'est la
raison pour laquelle je vous interroge aujourd'hui. Quel est son
avancement? Les magistrats ainsi que l'ensemble des opérateurs du
monde judiciaire tournaisien semblent être favorables à une
centralisation. Cette solution tient-elle la route? Quelles sont les
discussions à ce sujet? Y a-t-il une échéance prévue? Quel budget
serait nécessaire pour ce projet? Je ne vous cache pas que ce
dossier me tient à coeur.
Bovendien ontbreekt nog steeds
5.000 van de nodige 12.000 m
2..
Dit dossier hangt ook af van de
Regie der Gebouwen. Wat is de
stand
van
zaken?
Is
een
centralisatie ­ die de voorkeur
geniet in gerechtelijke kringen ­
haalbaar?
Hoever
staan
de
besprekingen in dat verband? Is er
een tijdpad? Welke financiële
middelen zullen daartoe moeten
worden uitgetrokken?
25.02 Didier Reynders, ministre: La centralisation des services
judiciaires tournaisiens est un nouveau sujet de réflexion au sein du
SPF Justice. Jusqu'à présent, aucun projet n'est concrètement à
l'étude à la Régie des Bâtiments, mais l'idée a été évoquée lors d'une
concertation récente ayant eu lieu sur place entre les autorités de la
Justice et de la Régie.
Ce projet doit encore faire l'objet d'une étude de la part du SPF
Justice quant à sa stratégie organisationnelle en matière
d'implantation de ses services à Tournai. La décision officielle n'a pas
encore été communiquée à la Régie. Dès que cette stratégie aura été
définie, la Régie en examinera la faisabilité technique ainsi que les
possibilités de financement, par exemple un marché de promotion
selon les possibilités à Tournai, permettant la concrétisation d'un tel
projet.
La réflexion devra prendre en compte, en concertation avec la ville, la
problématique de l'occupation future des implantations existantes, et
notamment de l'actuel palais de justice. Je vais faire part de ma
disponibilité au travers de la Régie pour travailler à la recherche d'une
solution de centralisation des services, si du moins c'est le choix
réellement fait par le département de la Justice en concertation avec
la ville pour l'occupation des bâtiments qui seraient abandonnés.
25.02 Minister Didier Reynders:
De
centralisatie
van
de
gerechtsgebouwen in Doornik is
een nieuw idee binnen de FOD
Justitie,
dat
onlangs
tijdens
overleg met de diensten van de
Regie werd geopperd. Het project
moet nog door de FOD Justitie
worden bestudeerd. Zodra de
vooropgestelde strategie aan de
Regie wordt meegedeeld, zal die
de technische uitvoerbaarheid en
de mogelijke financiering ervan
bestuderen. Bij die overweging zal,
in overleg met de stad, rekening
moeten worden gehouden met de
toekomstige bezetting van de
bestaande gebouwen. Ik zal de
betrokkenen laten weten dat ik
bereid
ben
een
dergelijke
oplossing na te streven.
25.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. J'ai pris acte de sa disponibilité au travers de la
Régie des Bâtiments. La Justice tournaisienne peut compter sur moi
pour insister auprès du ministre de la Justice afin qu'il définisse avec
une certaine célérité sa stratégie.
25.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
zal er bij de minister van Justitie
op aandringen dat hij snel werk
maakt van zijn strategie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
vrijstelling
van
onroerende
voorheffing
voor
jeugdwerkinitiatieven" (nr. 4379)
26 Question de Mme Katrien Partyka au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'exonération du précompte immobilier au bénéfice des mouvements
de jeunesse" (n° 4379)</b>
26.01 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, de
vraag stamt van een tijdje geleden maar ik wil ze toch graag stellen.
Het gaat over de onroerende voorheffing waarvan verenigingen zijn
vrijgesteld als ze kunnen aantonen dat ze aan weldadigheidswerk
doen. Het komt er eigenlijk op neer dat er toch een zekere
26.01 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA):
Les
immeubles
appartenant à des mouvements de
jeunesse
sont
exonérés
du
précompte immobilier s'ils sont
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
ongelijkheid bestaat in hoe de administratie deze aanvragen
behandelt. De vraag is of daarin geen uniformiteit kan worden
nagestreefd. De administratie moet elke keer opnieuw apart
inschatten of er al dan niet een vrijstelling kan worden verleend. De
vraag is eigenlijk of er geen uniforme toepassing kan worden
uitgevaardigd
door
de
fiscale
administratie
om
de
jeugdwerkinitiatieven, waarvan we toch uitgaan dat ze aan
liefdadigheid doen, allemaal op dezelfde leest een vrijstelling van
onroerende voorheffing te verschaffen. Op lange termijn kan er ook
een andere oplossing worden gevonden maar dit lijkt me een
eenvoudige oplossing voor een probleem van de jeugdverenigingen.
affectés sans but lucratif à
l'organisation
d'activités
de
bienfaisance. Or, les critères
concrets étant trop vagues, il
arrive qu'un mouvement
de
jeunesse
se
voie
accorder
l'exonération tandis qu'un autre ne
l'obtient pas.
Le
ministre
tentera-t-il
d'uniformiser
l'application
des
critères à bref délai? À plus long
terme, l'article 12 du CIR 1992
sera-t-il modifié pour que tous les
mouvements de jeunesse puissent
bénéficier d'une exonération du
précompte immobilier?
26.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Partyka, in eerste instantie moet ik erop wijzen dat mijn antwoord
enkel geldt voor de in het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest gelegen onroerende goederen. Het Vlaams Gewest zorgt
sedert 1 januari 1999 in eigen beheer voor de vestiging en de inning
van de onroerende voorheffing op de onroerende goederen die in het
gewest zijn gelegen.
Verder is de vrijstelling van onroerende voorheffing waarop u doelt
geregeld door de artikelen 12 §1 en 253, 1 van het Wetboek van de
inkomstenbelasting 1992. Door deze bepalingen kan een vrijstelling
worden verleend voor de onroerende goederen en delen van
onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner
zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen
van een eredienst of voor vrijzinnige morele dienstverlening, voor
onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria,
rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden of
andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen.
Hieruit volgt dat de toepassing van deze vrijstelling is onderworpen
aan de volgende cumulatieve voorwaarden: ten eerste, een gebrek
aan winstbejag ten name van de belastingplichtige of bewoner. Het
ontbreken van winstoogmerk moet worden beoordeeld ten aanzien
van het feitelijk gebruik dat van het onroerend goed wordt gemaakt.
De vrijstelling van onroerende voorheffing vervat in artikel 253, 1 van
het WIB '92 viseert de bestemming van het onroerend goed voor een
van de in de wet genoemde doeleinden en niet de hoedanigheid van
de belastingplichtige of de bewoner. Het gebrek aan winstbejag
impliceert niet dat het voor de belastingplichtige of de bewoner
absoluut verboden is om rechtstreeks een zeker inkomen uit het
onroerend goed te halen. Wel is het in dat geval vereist dat het
inkomen uitsluitend wordt aangewend voor het in stand houden en
uitbreiden van het doel waarvoor het onroerend goed is bestemd. Ten
tweede, de aanwending van het betrokken goed voor een van de in
de wet vernoemde doeleinden.
Wat betreft de onroerende goederen van jeugdbewegingen, niet
opgenomen in de in artikel 12, §1 geciteerde reeks van
weldadigheidsinstellingen, werd indertijd op verzoek van de Nationale
Dienst voor de Jeugd, afhangend van het ministerie van Nationale
26.02 Didier Reynders, ministre:
Ma réponse concerne uniquement
la Région wallonne et la Région de
Bruxelles-Capitale, étant donné
que la Région flamande assure en
gestion directe, depuis 1999,
l'établissement et la perception du
précompte immobilier sur les
immeubles.
L'exonération
du
précompte
immobilier est réglée par l'article
12, § 1er, et l'article 253, 1°, du
CIR 1992.
L'application de l'exonération est
soumise
à
deux
conditions
cumulatives, notamment l'absence
de but lucratif et l'utilisation du
bien visé à l'une des fins énoncées
dans la loi.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Opvoeding en Cultuur, door de administratie der directe belastingen
en het kadaster de mogelijkheid onderzocht om op de onroerende
goederen in gebruik genomen door deze organisaties de bepalingen
van artikel 8 WIB '92, staatsartikel 12, toe te passen.
Daarop werd beslist, voor zover aan de voorwaarden inzake gebrek
aan winstoogmerk is voldaan, zekere van de door de betrokken
organisaties op zich genoemde activiteiten te aanvaarden als de
vervulling van een opdracht die erin bestaat onderricht te verstrekken
of minstens of als een met een bijzondere vorm van onderwijs
gelijkgestelde intellectuele en morele opleiding. Dit is in het bijzonder
het geval wanneer er in deze organisaties onder leiding van
opvoeders of monitoren en gunste van jongeren van minder dan
25 jaar opvoedkundige activiteiten worden ontplooid die buiten het
kader van de schoolse vorming of van de beroepsscholing van deze
jongeren vallen. De door de erkende jeugdbewegingen gebruikte
onroerende goederen kunnen bijgevolg onder de hiervoor vermelde
voorwaarden in aanmerking komen voor de in de artikelen 12, §1 en
253, 1 WIB '92 bedoelde vrijstelling van onroerende voorheffing.
Wat de jeugdhuizen en kinderclubs betreft, is het vanwege de
verscheidenheid van de door deze organisaties ontplooide activiteiten
niet mogelijk om vaste en onveranderlijke regels te formuleren die het
mogelijk maken om op een algemene wijze de onroerende goederen
aan te duiden waarvoor aan de door de wet vereiste voorwaarden zou
zijn voldaan. De richtlijnen hiervoor zijn vrij duidelijk en terug te vinden
in nummer 253, 34 tot en met 253, 36 van de administratieve
commentaar bij het Wetboek van de inkomstenbelasting '92.
Indien u de jeugdwerkinitiatieven expliciet wenst te laten opnemen in
de reeks van de in artikel 12 geciteerde weldadigheidsinstellingen
moet ik erop wijzen dat deze wijziging tot de exclusieve bevoegdheid
van de Gewesten behoort.
26.03 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
bedankt voor uw antwoord. Ik moet het schriftelijk verslag nog een
goed nalezen maar op het eerste gezicht denk ik dat het een
verduidelijking inhoudt. Misschien is dit antwoord voldoende voor de
administratie om tot een zelfde interpretatie te komen. Anders moet
daar misschien nog eens een verduidelijking over komen. Ik denk
echter dat u het duidelijk genoeg hebt gemaakt.
26.03 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA): Peut-être cette réponse
apportera-t-elle, également pour
l'administration, des clarifications,
afin que l'on puisse en arriver à
une interprétation uniforme.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
27 Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les fonds souverains" (n° 4465)</b>
27 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de soevereine fondsen" (nr. 4465)
27.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, monsieur le vice-
premier ministre, je comprends que les fonds souverains sont des
instruments d'investissement appartenant aux États et financés par
les avoirs ou réserves de change.
Il est reconnu que ces fonds ont un rôle très important et positif sur le
marché des capitaux. Toutefois, au vu de l'actualité économique, la
question de leur transparence et de leur gouvernance se pose vu leur
27.01 Josée Lejeune (MR): De
Europese
Commissie
heeft
voorgesteld om een gedragscode
voor de soevereine fondsen uit te
werken.
Deze
investeringsinstrumenten
zijn
eigendom van de Staten en
worden door de wisselreserves
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
importance.
La Commission européenne a proposé l'élaboration d'un code de
conduite qu'elle voudrait voir adopter au niveau international. Le
Conseil européen de printemps s'est prononcé en faveur de
l'élaboration de ce code et encourage la continuation de la réflexion
sur ce sujet par les instances européennes.
Monsieur le ministre, j'ai quelques questions à formuler.
1. Pourriez-vous m'indiquer si la Belgique est directement ou
indirectement concernée par le phénomène des fonds souverains? Si
oui, dans quelle mesure?
2. Disposez-vous de documents (études, analyses, statistiques, etc.)
sur le phénomène abordé actuellement au niveau européen? Dans
l'affirmative, pourriez-vous m'indiquer quelles conclusions vous en
tirez?
3. Vu le climat financier actuel, existe-t-il un risque que l'économie de
notre pays subisse des effets négatifs de ce système?
gefinancierd. Er is echter een
transparantieprobleem.
Kent België dit fenomeen ook en
indien ja, in welke mate? Beschikt
u over documenten betreffende
het fenomeen dat op Europees
niveau wordt bestudeerd en indien
ja, welke conclusies trekt u eruit?
Is dit systeem een risico voor onze
economie, gelet op het huidige
financiële klimaat?
27.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, madame
Lejeune, la Belgique est évidemment concernée par le phénomène
des investissements effectués par des fonds souverains au même
titre que l'ensemble des États membres de l'Union européenne. Elle
se doit d'appliquer la politique européenne en matière de libre
circulation des capitaux (article 56 du Traité). Les fonds souverains
qui existent depuis les années cinquante ne posent pas de problème
en tant que tel. Ces fonds souverains doivent respecter toute la
législation européenne et belge qui leur est généralement applicable
et/ou aux investisseurs.
Les investissements, indépendamment de leur provenance, jouent un
rôle important et positif dans notre économie. Les fonds souverains
jouent actuellement un rôle très positif à l'échelle mondiale,
notamment dans la recapitalisation de certaines banques touchées
par la crise financière. Ces participations se caractérisent par un
aspect
de
confiance
positive
(investisseurs
minoritaires,
investissements à long terme, marge de manoeuvre laissée au
management).
Au niveau mondial, des questions se posent toutefois dans un
nombre limité de cas pour ce qui concerne la transparence des fonds
souverains et les éventuelles raisons géopolitiques d'investissement.
Il s'agit principalement dans ce cas de fonds souverains provenant
d'économies émergentes. La Belgique suit attentivement les
discussions, portant sur les fonds souverains en général et en
particulier en ce qui concerne les problèmes soulevés que je viens
d'évoquer, menées au sein des instances européennes ­ je pense au
Conseil Ecofin ­ mais aussi au sein de l'OCDE ou du FMI. On vient
encore d'en parler ce week-end à Washington.
Un résumé du débat de l'Ecofin du 4 mars 2008 sur les fonds
souverains a été publié par le service de presse du Conseil. De
nombreux articles sont actuellement publiés sur la question,
notamment les sites internet de la Commission européenne, sur
l'initiative des commissaires concernés, et aussi sur les sites du FMI
27.02 Minister Didier Reynders:
België kent dit fenomeen natuurlijk
ook en dient de regels betreffende
het vrij kapitaalverkeer toe te
passen. De soevereine fondsen
zijn geen probleem op zich, maar
moeten de Belgische en Europese
wetgeving naleven.
Op dit ogenblik vervullen de
soevereine fondsen wereldwijd
een heel positieve rol, met name
ten aanzien van bepaalde banken
die getroffen zijn door de financiële
crisis. Er rijzen echter vragen over
de transparantie en de eventuele
geopolitieke investeringsredenen,
vooral in de opkomende landen.
De besprekingen van de Europese
instanties, de OESO of het IMF
worden actief opgevolgd door
België. Er werd een samenvatting
van het debat van Ecofin van 4
maart 2008 over de soevereine
fondsen gepubliceerd. Er zijn heel
veel artikelen over de kwestie
verschenen, met name op de
websites van hoger vermelde
instanties. Er moet een globale en
evenwichtige
oplossing
op
Europees en internationaal vlak
gevonden worden. We wachten
dan ook op de conclusies van de
diverse werkzaamheden.
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
et de l'OCDE. Les documents sur les fonds souverains seront bientôt
rendus publics sur le site de la Commission elle-même. Il importe de
trouver une solution globale et équilibrée au niveau européen et
international, de manière à répondre à la situation actuelle des
marchés financiers tout en évitant le recours à des mesures
protectionnistes non justifiées utilisées par certains pays. Nous
attendons dès lors les conclusions des différents travaux de la
Commission européenne, de l'OCDE et du FMI. Mon administration
suit cette problématique de très près.
Comme déjà mentionné, des questions se posent effectivement au
niveau mondial mais uniquement dans un nombre limité de cas, parce
que la plupart des fonds souverains que nous avons vus à l'oeuvre
ces dernières années avaient une attitude tout à fait positive en
matière de développement du climat d'investissement.
En théorie, vu la politique d'ouverture aux investissements menée par
la Belgique, qui se traduit par une forte présence étrangère dans les
secteurs-clés pour l'économie belge, le risque direct pour l'avenir est
probablement moins élevé pour la Belgique que pour la moyenne de
l'Union européenne. De la même manière, le risque indirect (rachat
par des fonds souverains non transparents de sociétés étrangères qui
contrôlent des sociétés ou des implantations belges) est présent via
l'impact sur le marché intérieur européen dont nous faisons partie. Vu
l'importance et le rôle positif des investissements étrangers, la
Belgique a intérêt à poursuivre sa politique d'ouverture.
Simultanément, nous jouerons évidemment pleinement notre rôle en
vue d'arriver, pour ce qui est des fonds souverains, à une approche
commune au niveau européen basée sur la transparence et la
responsabilité des acteurs concernés. Des codes de conduite sont en
préparation, notamment au niveau du Fonds monétaire européen.
Nous aurons évidemment à coeur d'appliquer ces codes dès qu'ils
seront élaborés et adoptés dans les instances internationales.
Gelet op de Belgische politiek van
openheid inzake investeringen, is
het risico waarschijnlijk minder
groot voor België dan voor de
gemiddelde
lidstaat
van
de
Europese Unie. De impact op de
Europese interne markt vormt een
onrechtstreeks risico. België heeft
er belang bij zijn beleid van
openheid voort te zetten en
tegelijkertijd
een
gemeenschappelijke
Europese
aanpak te bevorderen die op de
transparantie
en
de
aansprakelijkheid van de actoren
steunt.
27.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, je remercie le
vice-premier ministre pour sa réponse. Je reviendrai ultérieurement
sur la question lorsque nous aurons les conclusions des différents
travaux réalisés par le FMI et l'OCDE.
27.03 Josée Lejeune (MR): Ik
kom op deze kwestie terug
wanneer we over de conclusies
van de werkzaamheden van het
IMF en de OESO beschikken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr 4485 van de heer Peter Logghe wordt
uitgesteld.
Le président: La question n° 4485
de M. Logghe est reportée.
28 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de campagne om een Belg aan het hoofd te krijgen van de Wereld
Douane Organisatie (WDO)" (nr. 4491)
28 Question de Mme Barbara Pas au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la campagne en vue de la désignation d'un Belge à la tête de l'Organisation
mondiale des douanes (OMD)" (n° 4491)</b>
28.01 Barbara Pas (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, de
Wereld Douane Organisatie is een organisatie waarbij 171 landen zijn
aangesloten met als doel de douaneregimes van deze landen op
elkaar af te stemmen.
28.01 Barbara Pas (Vlaams
Belang): L'Organisation mondiale
des douanes (OMD) vise à
harmoniser les régimes douaniers
de ses pays membres. En juin
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
In juli wordt bekendgemaakt wie de huidige secretaris-generaal van
de Wereld Douane Organisatie zal opvolgen.
De heer Noël Colpin, administrateur van de administratie van Douane
en Accijnzen bij de Federale Overheidsdienst Financiën is de
Belgische kandidaat voor de post van secretaris-generaal bij de
Wereld Douane Organisatie. Voor de Belgische kandidaat wordt een
heuse campagne gevoerd en via de media hebben we al kunnen
vernemen dat deze campagne de Belgische schatkist al 162.000 euro
zou hebben gekost.
Ik had u hierover graag enkele vragen gesteld.
Ten eerste, had ik graag geweten volgens welke procedure die
Belgische kandidaat voor de post van secretaris-generaal bij de
Wereld Douane Organisatie wordt gekozen. Wordt die persoon
voorgedragen of aangeduid en zo ja, door wie?
Ten tweede, klopt de berichtgeving dat de campagne van de heer
Colpin reeds 162.000 euro heeft gekost aan de Staat en hoe groot is
het totale budget dat hij ter beschikking krijgt?
Ten derde, kan de minister een overzicht geven hoeveel van het
budget totnogtoe waaraan werd gespendeerd?
Ten vierde, enkele vraagjes in verband met de persoonlijke website
van de heer Colpin. Voor die kandidatuur van de Belgische kandidaat
wordt onder andere via die persoonlijke website reclame gemaakt.
Helaas is die website enkel voorzien van een Franstalige en van een
Engelstalige versie. Op die website zijn de 'documents de campagne'
en de 'documents de vision' louter beschikbaar in het Frans, het
Engels, het Spaans, het Russisch en het Arabisch. Ik had graag
geweten hoeveel de kosten bedragen voor deze webstek? Die
campagnedocumenten worden via internet aan iedereen ­ dus ook
aan de Vlamingen ­ beschikbaar gesteld maar ze zijn niet
raadpleegbaar in twee officiële landstalen Nederlands en Duits.
Mijnheer de minister, ben u van mening dat hiermee de taalwetgeving
is overtreden? Zelfs indien de taalwetgeving hier niet van toepassing
zou zijn, vindt u het kunnen dat noch de website, noch de
campagnedocumenten op de website raadpleegbaar zijn in het
Nederlands en het Duits?
2008, l'organisation désignera un
nouveau secrétaire général pour
un terme de cinq ans. M. Noël
Colpin serait le candidat belge à
cette fonction.
Selon quelle procédure le candidat
belge à cette fonction est-il
désigné?
Est-il exact que M. Colpin peut
disposer d'un budget de 162.000
euros pour sa campagne? Quel
est le budget total? Le ministre
peut-il fournir davantage de détails
sur l'utilisation de ce budget?
Le candidat dispose également
d'un site web personnel visant à
donner plus de poids à sa
candidature. Combien ce site a-t-il
coûté?
Les documents de campagne ne
peuvent
être
consultés
en
néerlandais ou en allemand. N'est-
ce pas une infraction à la
législation linguistique? Estimez-
vous cela acceptable?
28.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Pas, elke lidstaat van de Wereld Douane Organisatie mag een
kandidaat voorstellen voor een van de functies die door de Wereld
Douane Organisatie voor verkiezing worden opengesteld. Het is
meestal de minister van Financiën die de kandidaat aanduidt. Ik heb
in naam van de Belgische regering beslist de kandidatuur van de heer
Noël Colpin ­ momenteel administrateur van de administratie van
Douane en Accijnzen ­ voor te dragen voor de functie van secretaris-
generaal van de Wereld Douane Organisatie.
Voor wat betreft de verkiezingsprocedure, zijn het alleen de
directeurs-generaal samen in een bijeenkomst op 28 juni 2008 die
aan de stemming kunnen deelnemen. Waarschijnlijk zullen er
verschillende stembeurten nodig zijn alvorens een kandidaat een
gewone meerderheid zal behalen.
Wij proberen om tot één kandidaat te komen van de Europese Unie,
28.02 Didier Reynders, ministre:
En général, c'est le ministre des
Finances
qui
désigne
les
candidats pour l'OMD. J'ai décidé,
au nom du gouvernement belge,
de présenter M. Colpin au poste
de secrétaire général de l'OMD.
Le budget de l'administrateur peut
être estimé à 147.000 euros.
L'ensemble du budget est imputé
aux frais de fonctionnement
ordinaires du SPF Finances. Mon
accord préalable est nécessaire
pour chaque imputation. Pour des
raisons
de
transparence,
15/04/2008
CRIV 52
COM 159
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
maar dat zal niet zo gemakkelijk zijn.
Het budget voor de campagne kan worden geraamd op 147.000 euro.
Het volledige budget wordt aangerekend op het werkingsbudget van
de FOD Financiën. Voor elke aanrekening moet om mijn
voorafgaandelijk akkoord worden verzocht. Van bij het begin van de
campagne heeft de administrateur mij vanuit het oogpunt van
transparantie om een voorafgaandelijk akkoord verzocht over zijn
geschatte uitgaven zodat hij de regels vastgelegd in de gedragscode
die de Wereld Douane Organisatie heeft opgesteld voor deze
verkiezingen, volledig kan naleven. Een van de regels van deze
gedragscode bepaalt dat alle campagnekosten gemaakt door de
kandidaat moeten worden bekendgemaakt op de website van de
Wereld Douane Organisatie en dit voor het begin van de
vergaderingen van de raad.
Het detail van de kosten is als volgt. Receptiekosten: 3.000 euro;
representatiekosten: 3.000 euro; druk- en vertaalkosten: 3.000 euro,
schenking: 25.000 euro. Ik wens hierbij op te merken dat elke lidstaat
van de Wereld Douane Organisatie die een kandidaat wenst voor te
dragen de gewoonte heeft een schenking te doen ten voordele van
een project van de Wereld Douane Organisatie, om de werking van
de douaneadministratie te verbeteren. België heeft ervoor geopteerd
om dit bedrag te gebruiken in het kader van een aantal
verbeteringsprojecten in de Democratische Republiek Congo. Het
saldo van het budget is bestemd voor de dienst Reizen. Ieder van de
negen kandidaten wordt verzocht om in de regionale vergadering van
de zes regio's van de Wereld Douane Organisatie zijn visie over de
toekomst van de Wereld Douane Organisatie te komen verdedigen. In
feite hebben wij dus een aantal reizen wat onze kandidaat betreft,
maar ik heb reeds gezegd dat hij ook administrateur is van Douane en
Accijnzen waardoor hij dus contact zal hebben met veel
vertegenwoordigers van andere landen tijdens een aantal
verplaatsingen. Het is toch normaal om dat elk jaar te doen voor
Douane en Accijnzen.
Ik ben ook op de hoogte van het bestaan van de website door het feit
dat de administrateur mij daarvan voorafgaan zelf heeft geïnformeerd.
De website is een louter privé-initiatief dat hij heeft genomen ter
vrijwaring van zijn kansen naar analogie van de middelen die ook door
andere kandidaten worden aangewend. De website is volledig
gefinancierd met persoonlijke financiële middelen van betrokkene en
komt geenszins ten laste van het budget dat initieel voor de
campagne is begroot. De vorm en de inhoud van deze website wordt
volledig buiten de diensturen geconcipieerd in de twee officiële talen
van de Wereld Douane Organisatie en deels in een aantal andere
talen van invloedrijke werelddelen. In het kader van de
informatiearchivering voor de minister van Financiën en voor de
minister van Buitenlandse Zaken, wordt deze website door de
administratie gevolgd. Dit impliceert een gefragmenteerde
tijdsbesteding voor de hieraan gerelateerde bezigheden van een
voltijds tewerkgesteld personeelslid.
De website is dus een persoonlijk initiatief van de administrateur, dat
ik onderschrijf vermits het getuigt van dynamisme en zin voor initiatief,
om aldus bij te dragen tot de uitstraling van België in het buitenland.
De Wereld Douane Organisatie is in feite de enige echte
internationale organisatie te Brussel. Ik bedoel dus wereldwijd, en niet
l'administrateur a déjà demandé,
au début de la campagne, mon
accord
préalable
pour
ses
dépenses estimées, de sorte qu'il
puisse intégralement respecter les
règles du code de conduite de
l'OMD.
Il s'agit de 3.000 euros de frais de
réception, de 3.000 euros de frais
de représentation et de 3.000
euros de frais d'impression et de
traduction.
Une donation de 25.000 euros est
également prévue. Chaque État
membre de l'OMD, qui souhaite
présenter un candidat, a l'habitude
de faire une donation pour un
projet de l'OMD visant à améliorer
le
fonctionnement
d'une
administration des douanes. La
Belgique a opté en faveur d'un
certain
nombre
de
projets
d'amélioration au Congo. Le solde
du budget est destiné aux voyages
de service.
L'administrateur
m'a
informé
préalablement de l'existence du
site internet. Il s'agit-là d'une
initiative
purement
privée,
entièrement financée par les
moyens propres de la personne
concernée. Le site est mis à jour
en dehors des heures de service.
Il existe dans les deux langues
officielles de l'OMD et pour partie
dans quelques autres langues de
pays influents. Le site internet
témoigne d'un dynamisme certain
et contribue au rayonnement de la
Belgique à l'étranger.
CRIV 52
COM 159
15/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
alleen zoals de Europese Unie dat is voor zevenentwintig landen of
zoals de NATO voor een deel van de landen in de wereld.
28.03 Barbara Pas (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik wens u
eerst en vooral te bedanken voor uw zeer uitgebreid en gedetailleerd
antwoord.
U zei dat de website een privé-initiatief is, gefinancierd met louter
persoonlijke middelen, maar u zei ook dat de website dient om zijn
kandidatuur als Belgische kandidaat te ondersteunen. Uiteindelijk is
het dus de bedoeling om de mensen aan de hand van die website te
informeren. Ook de inwoners van dit land behoren tot de mensen die
moeten worden geïnformeerd over de eigen kandidaat. Volgens mij is
de taalwetgeving ter zake dus wel degelijk van toepassing en zouden
die campagnedocumenten minstens in de taal van de meerderheid
van dit land beschikbaar moeten zijn. In elk geval getuigt het van een
gebrek aan respect voor de Nederlandstalige en Duitstalige burgers
van dit land.
Ik begrijp dat het vooral de bedoeling is om in andere landen
campagne te voeren voor de Belgische kandidaat, maar ook in dat
geval kan men beter beginnen met de buurlanden. Ik veronderstel dat
ook Nederland, Duitsland en zelfs Oostenrijk hun zeg hebben bij de
keuze van de volgende secretaris-generaal van de Wereld Douane
Organisatie en ik hoop dan ook dat u zou aandringen opdat de nodige
aanpassingen zouden gebeuren.
28.03 Barbara Pas (Vlaams
Belang): Le site internet est
évidemment destiné à soutenir la
candidature de M. Colpin mais il
convient également d'informer les
citoyens de notre pays. À mon
estime, la législation linguistique
est d'application en la matière.
Cette approche témoigne d'un
manque de respect à l'égard des
néerlandophones
et
des
germanophones. M. Colpin oublie-
t-il que des pays comme les Pays-
Bas, l'Allemagne et l'Autriche
votent également? J'espérais en
fait que le ministre s'exprimerait en
faveur d'un réaménagement du
site internet.
De voorzitter: Alvorens het incident te sluiten, het volgende.
Ik meen namens de leden van deze commissie de hoop te mogen
uitspreken dat de heer Colpin in zijn opzet slaagt. Op de vraag of zijn
kandidatuur een succes werd, zullen wij in principe half juni een
antwoord krijgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Au nom de la
commission,
j'espère
que
M. Colpin réalisera son objectif.
Vraag nr. 4507 van de heer Van der Maelen wordt uitgesteld.
Vraag nr. 4516 van de heer Tobback wordt ingetrokken.
Vraag nr. 4526 van de heer Arens wordt uitgesteld.
Vraag nr. 4543 van de heer Brotcorne wordt ingetrokken. Zij zal
worden behandeld tijdens de verdere begrotingsbespreking.
Vraag nr. 4549 van de heer Van der Maelen wordt ingetrokken.
Vraag nr. 4553 van de heer Logghe wordt uitgesteld.
Vraag nr. 4566 van de heer Mathot wordt omgezet in een schriftelijke
vraag.
Vraag nr. 4570 van de heer Logghe wordt uitgesteld.
La question n°4507 de M. Van der
Maelen est reportée; M. Tobback
retire sa question n°4516; la
question n°4526 de M. Arens est
reportée; la question n°4543 de M.
Brotcorne est retirée, ainsi que la
question n°4549 de M. Van der
Maelen. Les questions nos 4553 et
4570 de M. Logghe sont reportées
et la question n°4566 de M. Mathot
est transformée en question écrite.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.52 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.52 heures.