KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 153
CRIV 52 COM 153
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
08-04-2008
08-04-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verjaring van
hormonenmisdrijven
en
misdrijven
inzake
voedselveiligheid" (nr. 4122)
1
Question de M. Flor Van Noppen au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la prescription des délits en
matière d'hormones et en matière de sécurité
alimentaire" (n° 4122)
1
Sprekers: Flor Van Noppen, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen, Renaat Landuyt
Orateurs: Flor Van Noppen, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles, Renaat
Landuyt
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de collectieve
rechtsvorderingen" (nr. 4334)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les actions collectives en
Justice" (n° 4334)
3
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het Phenix-
project" (nr. 4113)
5
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet Phénix" (n° 4113)
6
Sprekers: Michel Doomst, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Michel Doomst, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vervolging
van de BHV-dienstweigeraars" (nr. 4124)
7
Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les poursuites intentées à
l'encontre des réfractaires de BHV" (n° 4124)
7
Sprekers: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
9
Questions jointes de
9
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"het
tekort
aan
gevangenisplaatsen" (nr. 4135)
9
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le manque de places dans
les établissements pénitentiaires" (n° 4135)
9
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"de
overbevolkte
gevangenissen" (nr. 4261)
9
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la surpopulation carcérale"
(n° 4261)
9
- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het plaatsgebrek in de
gevangenissen" (nr. 4295)
9
- Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le manque de places dans
les prisons" (n° 4295)
9
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"het
gebrek
aan
gevangeniscapaciteit" (nr. 4325)
9
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le manque de capacité
carcérale" (n° 4325)
9
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Josée
Lejeune, Kattrin Jadin, Bert Schoofs, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Josée
Lejeune, Kattrin Jadin, Bert Schoofs, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
16
Questions jointes de
16
- de heer Servais Verherstraeten aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het arrest van
16
- M. Servais Verherstraeten au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"l'arrêt
de
la
Cour
16
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
het Grondwettelijk Hof met betrekking tot het
jeugdsanctierecht" (nr. 4123)
constitutionnelle relatif au droit pénal de la
jeunesse" (n° 4123)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"de
uithandengeving"
(nr. 4285)
16
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"le
dessaisissement"
(n° 4285)
16
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vernietiging
van de uithandengeving door het Grondwettelijk
Hof" (nr. 4350)
16
- M. Bruno Stevenheydens au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"l'annulation
du
dessaisissement par la Cour constitutionnelle"
(n° 4350)
16
Sprekers: Servais Verherstraeten, voorzitter
van de CD&V - N-VA-fractie, Renaat Landuyt,
Bruno Stevenheydens, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Servais Verherstraeten, président
du groupe CD&V - N-VA, Renaat Landuyt,
Bruno Stevenheydens, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
- de heer Bruno Steegen aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de gerechtelijke vakantie"
(nr. 4280)
21
- M. Bruno Steegen au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les vacances judiciaires"
(n° 4280)
21
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het management van het
gerecht als openbare dienst 'het gerecht' en het
recht op verlof van rechters" (nr. 4284)
21
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le management de la justice
comme service public 'la justice' et le droit des
juges au congé" (n° 4284)
21
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vertraagde rechtsgang in
de paasvakantie" (nr. 4333)
21
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le ralentissement de la
justice à l'occasion des congés de Pâques"
(n° 4333)
21
Sprekers:
Renaat
Landuyt,
Jean-Luc
Crucke, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Renaat
Landuyt,
Jean-Luc
Crucke,
Jo
Vandeurzen,
vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "bepaalde
verbodsbepalingen om politieke functies uit te
oefenen" (nr. 4335)
26
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"certaines
interdictions
d'exercer des fonctions politiques" (n° 4335)
26
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
8
APRIL
2008
Namiddag
______
du
MARDI
8
AVRIL
2008
Après-midi
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.52 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door mevrouw Mia De Schamphelaere.
Le développement des questions et interpellations commence à 15.52 heures. La réunion est présidée par
Mme Mia De Schamphelaere.
01 Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verjaring van hormonenmisdrijven en misdrijven inzake
voedselveiligheid" (nr. 4122)
01 Question de M. Flor Van Noppen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la prescription des délits en matière d'hormones et en matière de sécurité
alimentaire" (n° 4122)</b>
01.01 Flor Van Noppen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik heb
deze vraag in eerste instantie schriftelijk gesteld maar omdat ik daar
nog geen antwoord op kreeg en ze zonder antwoord werd
gepubliceerd, stel ik ze mondeling.
Het gaat hier vooral over veel cijfermateriaal. Mijnheer de minister, als
u de woorden hormonen, antibiotica en dioxines hoort, ben ik er zeker
van dat ook bij u een belletje gaat rinkelen en dat u denkt aan de
voedselcrisissen die ons land de laatste tien of vijftien jaar in een
slecht daglicht hebben gesteld. Dan zwijg ik nog over de economische
gevolgen hiervan. Uit ervaring weet ik dat voedselmisdrijven dikwijls
ongestraft blijven door procedurefouten en/of verjaring. Knoeiers in de
voedselketen, hetzij met hormonen of andere groeistimulatoren, hetzij
met verboden producten in humaan of dierlijk voedsel, gaan door
deze gerechtelijke dwalingen veelal vrijuit.
Daarom heb ik voor u de volgende vragen. Kunt u meedelen hoeveel
gerechtelijke
onderzoeken
er
opgestart
werden
inzake
hormonenmisdrijven en illegale hormonenhandel, in het kader van de
wet betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale,
antihormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking,
van 15 juli 1985, dit voor de jaren 2000 tot 2007?
Ik heb dezelfde vraag maar dan met betrekking tot het opstarten van
gerechtelijke onderzoeken inzake voedselveiligheid in het kader van
de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de
gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen en
andere producten.
Kunt u meedelen, zowel voor de eerste als voor de tweede vraag,
hoeveel van deze opgestarte onderzoeken er voor elk jaar afzonderlijk
werden stopgezet en geseponeerd? Hoeveel hebben er geleid tot een
veroordeling? Hoeveel hebben er geleid tot een vrijspraak? Hoeveel
01.01 Flor Van Noppen (CD&V -
N-VA):
Les
personnes
qui
manipulent
de
la
nourriture
animale ou humaine en recourant
à des hormones ou d'autres
stimulateurs
de
croissance
demeurent souvent impunies en
raison d'erreurs dans le cadre de
la procédure judiciaire ou de la
prescription de leur dossier.
Le ministre pourrait-il indiquer
combien d'enquêtes judiciaires
pour délits en matière d'hormones
et commerce illégal d'hormones
ont été ouvertes de 2000 à 2007
dans le cadre de la loi du 15 juillet
1985 et de la loi du 24 janvier
1977? Combien de dossiers
d'enquête ont été clôturés et
classés sans suite? Combien ont
mené à une condamnation? Et
combien à un acquittement?
Combien de délits se sont avérés
prescrits?
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
hebben niet geleid tot een veroordeling wegens verjaring van de
misdrijven?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Van
Noppen, in de schriftelijke vraag nr. 91 hebt u mij gevraagd hoeveel
gerechtelijke onderzoeken de laatste jaren werden opgestart inzake
hormonenmisdrijven en illegale hormonenhandel, in het kader van de
wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik, bij dieren, van stoffen
met
hormonale,
antihormonale,
beta-adrenergische
of
productiestimulerende werking en inzake voedselveiligheid in het
kader van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming
van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de
voedingsmiddelen en andere producten, hoeveel van deze opgestarte
zaken werden stopgezet, hoeveel er hebben geleid tot een
veroordeling, hoeveel tot een vrijspraak en hoeveel er zijn verjaard.
Deze vraag is in eerste instantie voor behandeling doorgestuurd aan
de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid, de DSB. De vraag blijkt
echter te slaan op zeer bijzondere statistieken, die niet meteen
beschikbaar zijn bij de DSB. In plaats van te verwijzen naar artikel 122
van het Reglement van de Kamer over de statistische gegevens, werd
de DSB gevraagd om deze statistieken in te winnen via een
rondvraag bij het College van procureurs-generaal. Deze gegevens
zijn intussen bekomen en zijn samengebracht in zes tabellen. De
cijfers uit de tabellen zijn afkomstig uit de databank die wordt gevoed
met de registraties van de correctionele afdelingen van de parketten
bij de rechtbanken van eerste aanleg en het federaal parket. Ik zal u
die gegevens overhandigen.
Tabel 1 bevat per jaar van binnenkomst het aantal zaken dat op de
parketten binnenkwam tussen 1 januari 2003 en 31 december 2007.
De gegevens worden enerzijds gepresenteerd per jaar van
binnenkomst op het parket en anderzijds per categorie op basis van
de deelvragen 1 en 2, hormonen tenlasteleggingscode 62 D
versus de resterende codes FAVV. De teleenheid is gelijk aan de
zaak, het notitienummer.
Voorts werd er gevraagd naar het aantal zaken waarin er een
gerechtelijk onderzoek werd opgestart. Vandaar dat in tabel 2 enkel
die zaken van tabel 1 worden weergegeven waarin een gerechtelijk
onderzoek werd opgestart. De gegevens worden enerzijds
gepresenteerd per jaar van binnenkomst op het parket en anderzijds
per categorie op basis van de deelvragen 1 en 2, te weten de
hormonen versus resterende codes. De teleenheid is gelijk aan de
zaak.
Tabel 3 geeft een overzicht van de laatste vooruitgangsstaat van de
260 zaken uit tabel 2, opgesplitst per jaar van binnenkomst en per
categorie. Opnieuw is de teleenheid gelijk aan de zaak.
Tabel 4 geeft voor de 260 zaken uit de voorgaande tabellen de
beslissingen weer op het niveau van de raadkamer, die tot het
stopzetten van het gerechtelijk onderzoek hebben geleid. Aangezien
de registratie van de beslissingen van de raadkamer momenteel niet
overal op een uniforme manier gebeurt, werden een aantal
beslissingen gedeeltelijke beslissingen en diversen mee
opgenomen in tabel 4 omdat deze ook een stopzetting van het
gerechtelijk onderzoek kunnen inhouden. Ook hier is de teleenheid
01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Ces questions m'ont déjà été
posées dans le cadre de la
question écrite n° 91. Celle-ci a été
renvoyée pour suite voulue au
Service de la politique criminelle
(SPC) qui m'a informé qu'il ne
disposait pas de ces statistiques.
Le service a demandé les
informations
aux
procureurs
généraux. Les données, qui
proviennent de la base de
données
alimentée
par
les
sections
correctionnelles
des
parquets auprès des tribunaux de
première instance et le parquet
fédéral, ont été rassemblées en
six tableaux. Je transmets ces
données à la commission.
Le tableau 1 comprend le nombre
de dossiers introduits auprès des
parquets entre le 1
er
janvier 2003
et le 31 décembre 2007. Le
tableau 2 ne mentionne que les
dossiers
pour
lesquels
une
enquête judiciaire a commencé.
Le tableau 3 donne un aperçu de
l'état d'avancement actualisé des
260 dossiers du tableau 2. Le
tableau 4 présente, pour ces
dossiers, les décisions prises par
la chambre du conseil qui ont
abouti à l'arrêt de l'enquête
judiciaire.
Le tableau 5 a trait aux
condamnations. Il faut savoir à cet
égard qu'il peut y avoir dans une
affaire plusieurs suspects et donc
aussi plusieurs jugements. Ainsi,
au tableau 5, 122 jugements se
rapportent à 73 dossiers.
Le tableau 6 comporte les arrêts et
les jugements définitifs en matière
d'hormones, conformément aux
directives
du
collège
des
procureurs généraux.
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
gelijk aan de zaak.
Tabel 5 geeft een antwoord op de vraag hoeveel van deze zaken
geleid hebben tot een veroordeling en/of een vrijspraak. Hierbij dient
men voor ogen te houden dat deze tabel met een andere teleenheid
werkt dan de bovenstaande tabellen. In een zaak kunnen immers
meerdere verdachten voorkomen en dus ook meerdere vonnissen.
Concreet houdt dit in dat 122 vonnissen in tabel vijf betrekking
hebben op slechts 73 zaken. Ten slotte bevat tabel zes de arresten en
de definitieve vonnissen inzake hormonen, conform de richtlijnen van
het College van procureurs-generaal. Ik zal u de cijfers bezorgen,
zodat u ze kunt evalueren.
01.03 Flor Van Noppen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor het opzoeken van de tabellen. Ik denk dat dit nog wordt
vervolgd.
01.03 Flor Van Noppen (CD&V -
N-VA): J'examinerai ces tableaux
de plus près. Cette question
reviendra certainement à l`ordre
du jour.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Zowel de heer Doomst als de heer Verherstraeten zitten nog even in een andere
commissievergadering, meer specifiek in de commissie voor het Bedrijfsleven.
Collega's, mag ik voorstellen om het woord te geven aan mevrouw Sarah Smeyers voor haar vraag?
01.04 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, de
vragen kunnen ook worden uitgesteld, zodat de minister zijn richtlijnen
kan uitwerken over het nemen van vakanties in de toekomst.
(...): (...)
01.05 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ik zou voorstellen om eventueel
in de volgende commissievergadering die vraag te stellen. Ik heb zelf
nog één vraag op de agenda staan.
De voorzitter: De vragen die ik nu even oversla, gaan over het Grondwettelijk Hof en het
jeugdsanctierecht. Eerst kan ik misschien aan mevrouw Sarah Smeyers het woord geven voor haar vraag.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les actions collectives en Justice" (n° 4334)</b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de collectieve rechtsvorderingen" (nr. 4334)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, une pétition lancée par Test-Achats circule actuellement et a
récolté en quelques jours 10.000 signatures; elle concerne les "class
actions", donc les actions collectives.
Lorsqu'il est question d'action collective, on pense aux États-Unis et à
des procès que défraient souvent la chronique et dans lesquels les
condamnations font état de montants astronomiques. Pourtant, à mon
sens, cette comparaison n'est pas fondée: en effet, il ne s'agit pas
vraiment d'une "class action", mais d'une action collective en matière
de consommation, la plupart du temps, mais aussi en matière
environnementale, vis-à-vis de laquelle le relais établi permet
02.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Test-Aankoop heeft een petitie
over
groepsvorderingen
gelanceerd die in enkele dagen tijd
door
10.000
mensen
werd
ondertekend.
Ik ben van mening dat de toegang
tot de rechtsbedeling precies een
van de rechten is die een
democratische staat zijn bevolking
moet bieden. Zelfs in een staat als
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
simplement un accès à la justice.
Monsieur le ministre, je crois profondément qu'un des droits qu'un
État démocratique doit offrir à sa population est cette possibilité
d'accéder à la justice. Même dans un État comme le nôtre, largement
reconnu comme démocratique comparativement à certaines autres
situations dans le monde, l'inégalité quant à l'accès à la justice existe
encore. Parfois uniquement faute de moyens financiers, mais parfois
aussi en raison de l'importance des enjeux entre une très grosse
entreprise et une personne qui se sent isolée, démunie de conseils,
alors que, participant à un groupe, elle pourrait s'exprimer de manière
plus exacte, profonde et respectueuse des droits de la démocratie.
Ce n'est donc pas toujours l'expression d'un droit égoïste, mais plutôt
celle d'un droit collectif.
Une très bonne étude du professeur Guy Horsmans de Bruxelles
traite ce sujet; je vous la conseille.
Ma question vise donc à ce que le ministre prenne position dans ce
débat, évidemment pas en référence à ce qui se pratique aux États-
Unis. Observez ce qui se passe en Angleterre et au Pays de Galles.
Monsieur le ministre, tout à l'heure, en aparté, nous discutions de
pays où se pratiquaient deux langues, voire des systèmes judiciaires
complémentaires: en Angleterre et au Pays de Galles, les systèmes
judiciaires font largement appel à l'action collective en justice.
Je sais que la FEB n'est pas d'accord et craint d'en arriver à des
procès entraînant des hausses de primes d'assurance. À mon avis,
c'est inexact. Cette matière mérite réellement l'attention de la
commission de la Justice et de son ministre.
Monsieur le ministre, quelle est la position du gouvernement quant
aux actions collectives en justice?
Une adaptation du droit belge en la matière vous semble-t-elle
possible? Il est bien entendu que ce à quoi il s'agit de parvenir, tant
sur un plan judiciaire que sur un plan législatif, c'est à encadrer une
telle action et pas à laisser les choses aller à tous vents: au contraire,
l'action collective devrait exister dans un cadre précis.
Pensez-vous qu'un débat soit possible sur cette question?
de onze bestaat er op dat vlak nog
ongelijkheid. Soms komt dat
doordat er bij een rechtsgeding
tussen een groot bedrijf en een
individu
aanzienlijke
belangen
meespelen.
Met mijn vraag wil ik de minister
ertoe aanzetten een standpunt in
dit debat in te nemen, natuurlijk
niet met betrekking tot de
praktijken in de Verenigde Staten.
Ik weet dat het VBO vreest voor
rechtsgedingen
die
de
verzekeringspremies de hoogte
zullen injagen. Volgens mij is die
vrees ongegrond.
Wat is het standpunt van de
regering? Denkt u dat het Belgisch
recht kan worden aangepast?
Denk u dat er ruimte is voor een
debat?
02.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, dans l'accord de gouvernement du 18 mars 2008, il est
précisé que le gouvernement veillera, de manière générale, à
améliorer la législation en vue de garantir une information correcte et
une transparence réelle à l'égard des consommateurs.
Le gouvernement souhaite d'abord attendre les résultats de l'étude
européenne sur les avantages et les inconvénients de l'introduction
des actions collectives. L'accord de gouvernement reprend donc
clairement la position du gouvernement et celle-ci n'a pas évolué en
quelques mois.
En tant que ministre de la Justice, je suis, avec le gouvernement,
l'étude européenne sur l'introduction d'une action collective.
Comme j'ai l'ai déjà dit lors d'une question précédente à ce sujet, les
actions collectives sont exceptionnellement déjà réglées dans notre
législation Par ailleurs, l'article 98 §1 de la loi sur les pratiques du
02.02 Minister Jo Vandeurzen: In
het regeerakkoord staat dat de
regering ervoor zal zorgen dat de
wetgeving zal worden bijgestuurd
teneinde een correcte voorlichting
van
de
consumenten
te
waarborgen.
De regering wil eerst wachten op
de resultaten van de Europese
studie met betrekking tot de voor-
en
nadelen
van
collectieve
rechtsvorderingen. De collectieve
rechtsvorderingen zijn reeds, bij
wijze van exceptie, in onze
wetgeving geregeld. Voorts biedt
de wet op de handelspraktijken nu
al
bepaalde
beroeps-
of
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
commerce permettent déjà actuellement à certaines associations
professionnelles
ou
organisations
interprofessionnelles
et
associations de consommateurs d'engager, au nom de leurs
membres, une action en cessation d'un acte constituant une infraction
aux dispositions de la loi sur les pratiques du commerce.
Jusqu'à présent, les conséquences de l'introduction généralisée d'un
droit d'action collective dans notre droit judiciaire n'avait pas encore
fait l`objet d'une vaste étude.
Avant de prévoir d'autres exceptions aux articles 17 et 18 du Code
judiciaire, ce dans un souci d'intérêt et de qualité, il convient de
réaliser une évaluation des actions collections telles qu'elles sont
appliquées dans d'autres systèmes juridiques étrangers.
Comme indiqué dans l'accord de gouvernement, les consommateurs
doivent pouvoir faire valoir leurs droits et le gouvernement s'engage à
améliorer l'information relative au service de médiation et à
encourager la création d'une commission des litiges avec les acteurs
concernés.
Dès que les résultats de l'étude européenne seront disponibles, j'en
tirerai les conclusions qui s'imposent, notamment en ce qui concerne
les contacts avec les groupements professionnels.
consumentenverenigingen
de
mogelijkheid om in naam van hun
leden een vordering tot staking in
te stellen. Tot op heden werden de
gevolgen
van
de
algemene
invoering van een recht op
collectieve rechtsvorderingen nog
niet
diepgaand
bestudeerd.
Vooraleer we andere excepties
invoeren,
moeten
we
de
collectieve rechtsplegingen zoals
die in buitenlandse rechtsstelsels
bestaan, evalueren.
Overeenkomstig
het
regeerakkoord
verbindt
de
regering zich ertoe om de mensen
beter te informeren over de
ombudsdienst en de oprichting
van een geschillencommissie met
de betrokken actoren aan te
moedigen.
Zodra de resultaten van de
Europese studie beschikbaar zijn,
zal ik er de gepaste conclusies uit
trekken.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse. Je vais lui donner l'occasion d'appliquer de
façon extrêmement rapide l'accord de gouvernement, puisque le
communiqué de la Commission européenne par rapport à l'étude à
laquelle il fait allusion est sorti le 3 avril dernier. Je vous en donne
lecture: "Le 3 avril, la Commission européenne a publié un livre blanc
proposant un modèle permettant d'indemniser les consommateurs et
les entreprises qui sont victimes de violation des règles de
concurrence. Il existe en effet dans la plupart des États membres
d'importants obstacles dissuadant les consommateurs et entreprises
de demander réparation en engageant devant les tribunaux une
action en dommages et intérêts pour infraction aux règles sur les
ententes et les abus de position dominante. Le livre blanc présente
des propositions visant à accroître l'efficacité des demandes
d'indemnisation des victimes tout en garantissant le respect des
systèmes et traditions juridiques européens. Le modèle proposé par
la Commission repose sur le principe d'une indemnisation unique des
dommages subis."
Si ce texte fait suite à la déclaration gouvernementale, je préfère faire
confiance à cette dernière plutôt que d'espérer l'une ou l'autre
proposition d'un collègue de la minorité qui porterait sur un autre
système. En appliquant l'accord de gouvernement, nous obtiendrons
déjà à un effet immédiat.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het communiqué van de Europese
Commissie betreffende de studie
waarnaar in het regeerakkoord
verwezen wordt, werd op 3 april
laatstleden verspreid. Als we het
regeerakkoord toepassen, zal er
een onmiddellijke uitwerking zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het Phenix-project" (nr. 4113)
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
03 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet Phénix" (n° 4113)</b>
03.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik wil
u, de collega's en de minister danken voor het begrip dat de vragen
vandaag een beetje dooreenlopen in de verschillende commissies.
Wij hebben het al even over het Phenix-project gehad. U die in Genk
op sportief vlak stilaan uit de as moet herrijzen, moet dat zeker iets
zeggen, mijnheer de minister.
In 2001 is het Phenix-contract toegewezen aan de firma Unisys. Bij de
lancering van de proefsite in 2005 werd al duidelijk dat het systeem
heel wat gebreken had. In 2006 werd dat op alarmerende wijze
bevestigd, toen bleek dat alle verwachtingen van het systeem
helemaal niet zijn uitgekomen. Uiteindelijk werd beslist om alle
opgedane kennis en ervaring niet te laten verloren gaan en een
werkgroep van experts samen te stellen die een eindrapport zou
opstellen dat bruikbaar zou zijn om een herstart van dit project
mogelijk te maken.
Mijnheer de minister, wat is nu de stand van zaken in dit project?
Heeft het eindrapport concrete voorstellen aangebracht? Wat zijn de
concrete perspectieven van dat informaticasysteem, dat denkelijk
voor degelijke en dagelijkse rechtsbedeling op alle niveaus heel
interessant kan zijn? Wat zijn de timing en de perspectieven daarvan?
03.01 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): En 2001, le contrat du projet
Phénix a été attribué à la firme
Unisys. Lors du lancement du site
pilote en 2005, il était déjà clair
que le système présentait de
nombreuses lacunes. En 2006, il a
été
confirmé
de
manière
alarmante que le système ne
répondait absolument pas aux
attentes. Il a finalement été décidé
de
ne
pas
perdre
les
connaissances et l'expérience
mais de constituer un groupe de
travail d'experts chargé d'élaborer
un rapport final destiné à relancer
ce projet.
Où en est ce projet? Le rapport
final a-t-il produit des propositions
applicables? Quelles sont les
perspectives concrètes pour ce
système informatique malgré tout
intéressant?
Quel
est
le
calendrier?
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het
oorspronkelijk geplande Phenix-project voorzag in een grootschalig
project via hetwelk de volledige rechterlijke orde zou worden voorzien
van een nieuwe software. Om verschillende redenen is dat project
niet tot een goed einde kunnen worden gebracht. Intussen dreigde
echter de werking van verschillende onderdelen van de rechterlijke
orde in het gedrang te komen.
Het belang van een geïntegreerd informaticasysteem is dan ook niet
te onderschatten. De investeringen op IT-vlak bleven echter uit met
het oog op het allesomvattende Phenix-project. Om de werking van
de rechterlijke orde niet in gevaar te brengen, werden enkele kordate
beslissingen genomen. Dat alles gebeurde mede op advies van de
hiervoor opgerichte werkgroep.
Het is geenszins de bedoeling het voormalige Phenix-project te
wijzigen, maar wel het werkveld de informatisering te geven waarop
het al zolang recht heeft. Om de rechterlijke orde te voorzien van een
nieuwe software, geloof ik dat wij best te werk gaan via een gefaseerd
stappenplan. Men moet stap voor stap en in overleg met het werkveld
overgaan tot concrete actie, in de geest van de conclusies van de
destijds opgerichte werkgroep.
Het eindrapport van de betrokken commissie wilde vooral trachten
concrete voorstellen uit te werken opdat de werking van sommige
onderdelen van de rechterlijke orde niet in gevaar zou komen. Zij riep
op gefaseerd te werk te gaan in plaats van met één centraal gestuurd
werkplan.
03.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'ancien projet Phénix qui devait
doter les tribunaux de moyens
informatiques modernes n'a pas
pu être mené à bien pour
différentes raisons. Cette situation
menaçant le bon fonctionnement
d'un certain nombre d'institutions
judiciaires, une série de décisions
fermes ont été prises, sur l'avis
notamment du groupe de travail
compétent en la matière. L'objectif
n'est pas de modifier le projet
Phénix mais de donner aux
acteurs de terrain les moyens
informatiques auxquels ils peuvent
légitimement prétendre.
Le rapport final du groupe de
travail contient un certain nombre
de propositions concrètes visant à
préserver le bon fonctionnement
de l'appareil judiciaire tout en
garantissant son informatisation.
L'avis propose une intervention
phasée plutôt qu'un plan directeur
général. Nous doterons dès lors
progressivement les différents
organismes
judiciaires
de
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Concreet wil dat zeggen dat wij de rechterlijke orde gefaseerd willen
voorzien van een nieuwe software die voldoende rekening houdt met
de noden van het werkveld en de samenwerking met de bevoegde
administratie. Voor het einde van het jaar zal de werking van zowel de
vredegerechten als de politierechtbanken worden voorzien van
nieuwe software. Het betreft de upgrade van de bestaande
Mammoetapplicatie naar de MACH-applicatie. Mach staat voor
Mammut At Central Hosting.
Voor de vredegerechten zitten wij vandaag in een testfase in Torhout
en Charleroi. Ten einde optimaal naar een volgende fase te kunnen
gaan, worden vandaag de laatste wijzigingen aangebracht opdat
mogelijke fouten in het nieuwe systeem kunnen worden hersteld.
De eerste signalen van deze testfase zijn bijzonder gunstig. Het is de
bedoeling dat hierna wordt getest in tien volgende testsites alvorens
aan te vangen met een totale uitvoering van deze software bij de
overige 218 vredegerechten van het land.
Daarna zal hetzelfde gebeuren voor de politierechtbanken en de
politieparketten van het land. Hiervoor moet de keuze van testsites
echter nog gebeuren in overleg met de bevoegde instanties en het
kabinet. Ook hiervoor is het de bedoeling dat tegen het einde van het
jaar zowel de 37 politierechtbanken als de 29 politieparketten zullen
voorzien zijn van de nieuwe software gebaseerd op de MACH-
applicatie.
Voor de vredegerechten heeft deze ingreep invloed op 2.500
personeelsleden. Dat is het noodzakelijk begin van de
informatiseringsreeks die de werking van onze rechterlijke orde dient
te actualiseren en optimaliseren. Het is echter van het allergrootste
belang dat dit gebeurt in overleg met het werkveld en de bevoegde
administratie, opdat wij kunnen zeggen wat wij gaan doen en gaan
doen wat wij zeggen.
Na de vredegerechten en politierechtbanken zullen andere takken van
de rechterlijke orde van een nieuwe software worden voorzien.
nouveaux logiciels adaptés à leurs
besoins.
Pour la fin de l'année, les justices
de paix et les tribunaux de police
disposeront
de
nouveaux
programmes
basés
sur
l'application Mach. Les justices de
paix de Torhout et de Charleroi se
trouvent actuellement dans une
phase de test et les premiers
échos
sont
particulièrement
favorables. Des tests seront
ensuite encore menés sur dix
autres sites. Ce n'est qu'ensuite
que l'on commencera à équiper
les 218 autres justices de paix.
Cette première phase concerne
2.500 membres du personnel.
Viendra alors le tour des tribunaux
et des parquets de police. Le choix
des sites de test n'a pas encore
été
effectué.
L'objectif
est
d'équiper les 37 tribunaux de
police et les 29 parquets de police
des nouveaux logiciels pour la fin
de l'année. Les autres branches
de l'ordre judiciaire suivront alors.
La concertation avec les acteurs
de terrain et l'administration
compétente revêt une importance
capitale dans le cadre de cette
opération.
03.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Ik dank de minister voor zijn
zeer concreet antwoord. Het was een beetje de fout van de methode,
mag ik ze de methode-Onkelinx noemen, en het is een beetje te
begrijpen vanuit haar ideologisch standpunt, dat men alles van boven
heeft proberen te regelen. Ik denk dat het goed is dat men van
onderuit probeert zaken op te bouwen. Ja, mijnheer Landuyt, u hebt
het begrepen. Het gebeurt van onderuit vanuit de realiteit en wordt
opgebouwd naar boven toe. Ik denk dat dit de goede methode is en ik
hoop dat we op dat vlak tegen het einde van het jaar resultaten
kunnen halen en daarop het volgende jaar verder bouwen.
03.03 Michel Doomst (CD&V - N-
VA):
Conformément
à
son
idéologie, la ministre Onkelinx a
toujours tenté de régler les
problèmes par une approche top-
down, tandis qu'aujourd'hui, on
opte pour une approche bottom-
up. Espérons que cette approche
portera rapidement ses fruits.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vervolging van de BHV-dienstweigeraars" (nr. 4124)
04 Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les poursuites intentées à l'encontre des réfractaires de BHV"
(n° 4124)</b>
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
04.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op 10 juni 2007 vonden de federale
verkiezingen plaats.
Omwille van de niet-splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde
hebben 187 mensen geweigerd in te gaan op de oproep om voorzitter
of bijzitter te zijn van een stembureau of een stemopnemingsbureau.
Ze lieten dat weten door middel van een gemotiveerd schrijven aan de
voorzitters van hun respectievelijke hoofdkantonbureaus.
In 2004 waren er ook al enkele weigeringen omwille van hetzelfde
probleem.
Van die 187 weigeraars in 2007 worden er nu 68 effectief vervolgd. In
Dendermonde werden 4 personen vrijgesproken, die echter in beroep
toch nog werden veroordeeld tot het betalen van een boete.
In totaal hebben 61 van de 68 vervolgden een effectieve veroordeling
opgelopen. De straffen bestaan uit boetes van 275 tot 550 euro, wat
toch niet min is.
Het is opmerkelijk dat in 2004 de dienstweigeraars door het hof van
beroep te Gent werden vrijgesproken waarbij de motivering inzake de
ongrondwettelijkheid van het kiesarrondissement Brussel-Halle-
Vilvoorde als wettelijke reden om niet te zetelen werd aanvaard, terwijl
nu alle vervolgden wel worden bestraft ondanks het inroepen van
identieke redenen.
Het College van procureurs-generaal zelf zou een richtlijn hebben
opgesteld teneinde prioriteit te geven aan die vervolgingen, wat door
het parket werd bevestigd tijdens diverse zittingen waarop de zaken
voor de correctionele rechtbank werden behandeld.
Mijn collega senator Louis Ide stelde enige tijd geleden al een vraag
over die richtlijn. Minister Piette die toen uw plaatsvervanger was,
heeft die vraag echter niet beantwoord.
Ik wil u daarom twee vragen stellen. Kan die richtlijn van het College
van procureurs-generaal aan de verschillende parketten inzake de
vervolging van personen die afwezig waren als voorzitter of bijzitter in
een stembureau of een stemopnemingsbureau ons nu wel worden
bezorgd?
Kunt u ons verklaren waarom er in het beleid van het openbaar
ministerie prioriteit wordt gegeven aan de vervolging van personen die
weigeren om te zetelen als voorzitter of bijzitter?
04.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-
VA): Pour protester contre la non-
scission de la circonscription
électorale
de
Bruxelles-Hal-
Vilvorde,
lors
des
dernières
élections
fédérales,
187
personnes ont refusé
d'être
président ou assesseur d'un
bureau de vote. Sur ces 187
personnes, 68 ont été poursuivies
et 61 d'entre elles se sont vu
infliger une forte amende de 275 à
550 euros. Lors des élections de
2004, le caractère inconstitutionnel
de la circonscription électorale de
Bruxelles-Hal-Vilvorde
avait
pourtant été reconnu par la Cour
d'appel de Gand comme un motif
valable de refus.
Aujourd'hui,
le
Collège
des
procureurs généraux aurait même
donné pour directive aux parquets
de
donner
la
priorité
aux
poursuites à l'encontre de ceux qui
ont
refusé
d'assumer
cette
fonction.
Pouvez-vous
nous
communiquer cette directive? Le
ministre peut-il expliquer pourquoi
le ministère public considère qu'il
convient de donner la priorité à
ces poursuites?
04.02 Minister Jo Vandeurzen: Zoals op 13 maart 2008 aan senator
Louis Ide en op 5 februari 2008 aan collega Lijnen meegedeeld, was
door het College van procureurs-generaal een werkgroep opgericht
die richtlijnen diende op te stellen inzake de vervolging van personen
die weigeren gevolg te geven aan de oproep om te zetelen als bijzitter
of als voorzitter van een stembureau of de stemopneming te doen.
De richtlijnen voor de parketten werden voor de verkiezingen van juni
2007 niet gefinaliseerd in een omzendbrief, zodat ik u die dan ook niet
kan bezorgen. Mogelijk zal de werkgroep zich nog buigen over de
04.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le
collège
des
procureurs
généraux a chargé un groupe de
travail
de
l'élaboration
de
directives relatives à ceux qui
refusent
de
siéger
comme
président ou assesseur. Ces
directives n'ayant pas encore été
coulées dans une circulaire avant
les élections de juin 2007, je ne
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
opmaak van nieuwe richtlijnen voor de volgende verkiezingen. De
werkgroep heeft wel zijn verslag en een modelkantschrift met
opdrachten tot verhoor van de weigeraars aan de diverse parketten-
generaal laten bezorgen. Zij hebben het op hun beurt aan hun
parketten bezorgd, met het verzoek de aanbevelingen van de
werkgroep te willen volgen.
Het initiatief tot het uitwerken van een uniform vervolgingsbeleid werd
genomen op verzoek van de Unie van Vrederechters, die haar
bezorgdheid geuit had over de belangrijke problemen die bij elke
verkiezing ontstaan doordat opgeroepen voorzitters of bijzitters niet
opdagen, zodat de kiesbureaus of telbureaus niet tijdig konden
worden samengesteld.
puis bien évidemment pas vous
les communiquer. Le groupe de
travail se penchera sur les
directives pour les prochaines
élections.
Le rapport du groupe de travail
ainsi qu'un modèle d'apostille
relatif à l'audition des réfractaires
ont toutefois été transmis aux
parquets généraux, qui les ont
transmis à leur tour aux parquets.
La demande d'uniformisation de la
politique en matière de poursuites
émanait de l'Union des juges de
paix.
04.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor u antwoord. Ik vind het toch opmerkelijk dat er in 2004 wel
werd
vrijgesproken
om
dezelfde
redenen,
zijnde
de
ongrondwettelijkheid van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, en dat
er nu toch duidelijk prioriteit aan wordt gegeven, ook al bestaat die
richtlijn niet, wat mij ook al verbaast. Volgens u zou het een
modelkantschrift zijn, als ik het goed heb begrepen. Ik vind het een
rare manier van werken en een rare gang van zaken. Ik betreur dat de
dienstweigeraars, vooral in Brussel-Halle-Vilvoorde, worden beboet
voor het inroepen van een reden die mijns inziens wettelijk is.
04.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-
VA): Il n'en demeure pas moins
étrange que les réfractaires aient
été acquittés en 2004 exactement
pour la même raison, alors que
l'instauration de poursuites à leur
égard constitue aujourd'hui une
priorité alors qu'il n'existe aucune
directive à ce sujet. Le ministre
évoque un modèle d'apostille. Ne
s'agit-il pas là d'un procédé
curieux?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het tekort aan gevangenisplaatsen" (nr. 4135)
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de overbevolkte gevangenissen" (nr. 4261)
- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het plaatsgebrek in de gevangenissen" (nr. 4295)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het gebrek aan gevangeniscapaciteit" (nr. 4325)
05 Questions jointes de
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le manque de places dans les établissements pénitentiaires" (n° 4135)<br>- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la surpopulation carcérale" (n° 4261)<br>- Mme Kattrin Jadin au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "le manque de places dans les prisons" (n° 4295)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "le manque de capacité carcérale" (n° 4325)</b>
05.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, het
tekort aan plaatsen in de gevangenissen is geen nieuw probleem. De
voorbije weken werden wij geconfronteerd met een opmerkelijk
initiatief, namelijk uw zoektocht naar plaatsen. U hebt zelfs even over
de grens gekeken, in Nederland, en gevraagd of wij daar misschien
300 cellen konden huren om er onze Belgische veroordeelden in
05.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Le problème du manque
de places dans les prisons n'est
pas neuf mais a récemment
resurgi dans l'actualité à la faveur
de la tentative des Néerlandais de
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
onder te brengen.
De Nederlanders waren blijkbaar niet zo happig om daarop in te gaan.
Het ging dus niet door, wegens een aantal problemen. Zij waren wel
onmiddellijk bereid om hun overtollige gevangenisboten aan u aan te
bieden. Het verheugt mij dat u daar niet bent op ingegaan, mijnheer
de minister. Als Nederlanders iets aanbieden, moet men altijd heel
waakzaam zijn. Ze waren trouwens ook heel duur.
Wij hebben deze discussie al eens gevoerd in de commissie.
Mevrouw Onkelinx heeft toen ook nog geantwoord. Toen bleek dat dit
geen oplossing was, maar veeleer een systeem met heel veel
problemen inzake veiligheid, kwaliteit en dergelijke. Ik meen dus dat
het goed is dat u dat aanbod vriendelijk hebt afgeslagen. De vraag is
echter waar u nu bent beland in uw zoektocht naar oplossingen.
Wij hebben daarnet uw beleidsverklaring gehoord, maar u bent nogal
vaag gebleven over de weg die u wilt opgaan. Ik herinner mij nog dat
u zei dat u binnen de twee jaar in 1.500 plaatsen zou voorzien, maar
sinds u minister bent, zie ik dat getal niet meer opduiken.
Mijn vraag is heel concreet: wat zult u in deze legislatuur nog doen om
het probleem van de overbevolking aan te pakken? Hoe zult u die
1.500 plaatsen creëren? In een antwoord op een vorige vraag hebt u
al duidelijk gemaakt dat de voorbereiding voor het bouwen van
nieuwe gevangenissen al snel twee jaar duurt en dat de uitvoering zelf
ook nog twee jaar duurt. Het duurt met andere worden eigenlijk nog
vier jaar, als u vandaag zou beginnen, voor er een gevangenis
gebouwd kan worden.
Welke oplossingen ziet u om de extra gevangenisplaatsen te
realiseren? Welke maatregelen zult u nemen om de behoefte aan
gevangenisplaatsen te verminderen? Ik begrijp dat een deel van de
vraag al is beantwoord door uw exposé van daarnet, maar misschien
kunt wat meer details geven, want ik vond dat u redelijk vaag was.
vendre
leurs
bateaux-prisons
excédentaires à la Belgique.
Quelles initiatives le ministre
prendra-t-il sous la présente
législature pour s'attaquer au
problème de la surpopulation des
prisons? Comment les 1500
places supplémentaires promises
seront-elles
créées?
Quelles
mesures le ministre prendra-t-il
pour réduire le besoin de places
de prison?
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
05.02 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, vous avez
annoncé à maintes reprises que la lutte contre la surpopulation
carcérale constituait l'une de vos priorités. Le 29 février 2008, on
comptait 9.862 détenus pour 8.422 places. Il manque environ 1.500
cellules, sans oublier 380 cellules inutilisables, car en rénovation.
Lors de la réunion de commission du 13 février, en réponse à une
question d'un collègue sur cette problématique, vous avez confirmé
votre intention d'augmenter la capacité d'accueil dans les
établissements pénitentiaires. En outre, la presse a dernièrement
relaté le contenu d'un courrier émanant de l'administration
pénitentiaire, qui évoquait l'idée de louer des cellules à nos voisins du
Nord, lesquels se trouveraient en surcapacité avec 3.300 cellules
vides. Cette possibilité était présentée comme une solution provisoire:
300 cellules pour une durée de trois ans.
Monsieur le ministre, j'avoue avoir pensé à un poisson d'avril en lisant
cet article. Il semblerait que les autorités néerlandaises ne soient pas
favorables à la création dans leurs prisons de quartiers considérés
comme relevant du territoire belge. La voie diplomatique pourrait être
envisagée.
Je ne souhaite pas revenir sur la cause de cette surpopulation.
Toutefois, plusieurs questions me viennent à l'esprit.
Confirmez-vous les informations relayées par la presse?
Dans l'affirmative, où en sont les négociations avec les autorités
néerlandaises?
Quelles sont les garanties sur la légalité du système?
Quel serait le tribunal d'application des peines compétent?
Pour quel type de peine cette mesure serait-elle envisagée?
Sachant qu'un détenu coûterait 102 euros par jour à l'État il s'agit
d'une information communiquée par la presse , pouvons-nous
estimer ce qu'il en coûterait s'il était transféré chez nos voisins?
De quelle manière serait assurée la surveillance? Quid en cas
d'évasion?
Qu'en est-il de la prétendue proposition des Pays-Bas de vendre ou
de louer leurs bateaux-prisons?
05.02 Josée Lejeune (MR): De
pers
heeft
onlangs
gewag
gemaakt van een brief die uitging
van
het
bestuur
der
strafinrichtingen waarin de idee
werd geopperd om cellen te huren
bij onze noorderburen teneinde
een voorlopige oplossing aan te
reiken voor de overbevolking van
de gevangenissen.
Ik geef toe dat ik bij het lezen van
dat artikel gedacht heb dat het om
een aprilgrap ging.
Bevestigt u de berichten die in de
pers verschenen zijn? Zo ja,
hoever staan de onderhandelingen
dienaangaande
met
de
Nederlandse autoriteiten? Wat zijn
de
garanties
inzake
de
wettelijkheid van de regeling?
Welke
strafuitvoeringsrechtbank
zou er ter zake bevoegd zijn? Voor
welke soort straffen zou die
maatregel worden overwogen? Als
men weet dat een gedetineerde de
Staat 102 euro per dag kost, kan
men dan de kosten ramen indien
hij in Nederland zou worden
opgesloten? Hoe zal de bewaking
worden geregeld? Wat zal er
gebeuren
bij
een
eventuele
ontsnapping? Hoe zit het met het
zogenaamde Nederlandse voorstel
met betrekking tot de verkoop of
het verhuren van de Nederlandse
gevangenisboten?
05.03 Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente monsieur le
ministre, comme mes prédécesseurs, je me pose les mêmes
questions.
Le 29 mars dernier, la presse s'est fait l'écho d'un échange de
courriers entre la Direction générale des établissements pénitentiaires
belges et les autorités néerlandaises. Par rapport au manque
important de places carcérales en Belgique on parle de 300 cellules
, on pouvait comprendre l'intérêt des autorités belges pour quelques
opportunités présentées par les Pays-Bas, notamment à Breda et à
Maastricht.
05.03 Kattrin Jadin (MR): Op 29
maart jongstleden vernamen we
uit de pers dat het Belgische
Directoraat-generaal
strafinrichtingen
en
de
Nederlandse
overheid
een
correspondentie zouden hebben
gevoerd met betrekking tot 300
gevangenisplaatsen. Het had wel
wat weg van een aprilgrap, want
twee dagen later had men het over
het nut van het huren van
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Mme Lejeune l'a précisé, il est vrai qu'on aurait pu penser à un
poisson d'avril puisque deux jours plus tard, on parlait de l'opportunité
de louer des bateaux carcéraux. J'ai moi-même fait quelques
vérifications pour ne pas prendre le risque de vous poser une
question non fondée.
Même si ce n'est plus d'actualité, j'ai quelques questions à vous
poser.
Le directeur général des établissements pénitentiaires a-t-il pris ces
contacts à votre demande ou à son initiative?
Envisagez-vous de faire la même chose à l'égard d'autres pays? Si
oui, lesquels?
Cette volonté d'envoyer les condamnés purger leurs peines à
l'étranger j'ai compris que les bateaux ne sont plus une hypothèse
crédible hypothèque-t-elle les projets de rénovation et de
construction de nouvelles cellules sur le territoire national?
Confirmez-vous que la solution proposée par les Pays-Bas de nous
louer ou de nous vendre leurs bateaux paraît peu envisageable?
Enfin, quelles sont les autres pistes pour remédier à la surpopulation
carcérale latente?
gevangenisboten.
Nam
de
directeur-generaal
strafinrichtingen op uw vraag of op
eigen initiatief contact op met
Nederland? Zal u ten aanzien van
andere landen ook zo'n initiatief
nemen? Zo ja, ten aanzien van
welke landen? Hypothekeert het
plan om veroordeelden hun straf in
het buitenland te laten uitzitten de
renovatieplannen
en
de
bouwplannen voor nieuwe cellen
op het nationale grondgebied?
Bevestigt u dat de door Nederland
voorgestelde oplossing, om ons
hun boten te verhuren of te
verkopen, niet echt haalbaar is?
Welke andere denksporen zijn er
om de latente overbevolking in de
gevangenissen te verhelpen?
05.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, iedereen heeft het probleem al geschetst. Er is
een cellentekort. Op korte termijn lijkt er geen oplossing voorhanden
te zijn, zeker nu de Nederlanders weigeren om de cellen, die zij in
bovental hebben, aan ons te verhuren.
Daarstraks hebt u bij uw toelichting op de beleidsverklaring de
vergelijking met Nederland gemaakt. Er is natuurlijk een groot
verschil: in Nederland heeft men meer dan voldoende cellen. Bij ons
is dat niet het geval.
Ik heb dan ook twee vragen. Waarom wilt u, om het tekort op korte
termijn op te vangen, de inzet van bajesboten niet overwegen? Zo
nee, hoe wilt u dat tekort op korte termijn dan wel wegwerken?
05.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Pourquoi le ministre
refuse-t-il d'envisager de recourir
aux bateaux-prisons néerlandais?
Comment compte-t-il s'y prendre
pour résoudre à court terme le
problème du manque de places
dans nos prisons?
05.05 Minister Jo Vandeurzen: Collega's, met alle respect want u
stelt mij terechte vragen maar ik hoop dat u ook begrijpt dat het
meerjarenplan voor de gevangeniscapaciteit is gebaseerd op het
regeerakkoord en dat het moet passen in een meerjarenbegroting die
voor een belangrijk stuk is gebaseerd op de begroting 2008. U hebt al
gezien dat ik daarvoor al een aantal personeelsinitiatieven heb
genomen. Dit is een beslissing die niet wordt genomen door de
minister van Justitie maar door de regering.
Vanuit mijn administratie zijn er uiteraard becijferde voorstellen
waarbij onderhandelingen worden gevoerd met de Regie der
Gebouwen. Zoals ik in mijn uiteenzetting over de beleidsnota heb
gezegd, staat in de beleidsnota dat wij in de loop van 2008 de optie
nemen. Ik zal zelfs concreter zijn: de volgende weken zal ik het
dossier in de Ministerraad brengen en zullen we ter zake een
beslissing nemen.
05.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Le plan pluriannuel relatif à la
capacité pénitentiaire est basé sur
l'accord de gouvernement et doit
s'inscrire
dans
un
budget
pluriannuel basé sur le budget
2008.
Par
ailleurs,
des
négociations ont déjà été menées
avec la Régie des Bâtiments à
propos de différentes propositions
chiffrées élaborées par mon
administration. Le dossier de la
capacité pénitentiaire sera l'un des
premiers dossiers inscrits dans
une perspective pluriannuelle à
propos duquel le gouvernement
prendra une décision dans les
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Dit is geen kwestie van niet willen antwoorden maar gewoon de
materiële organisatie van de besluitvorming die deze weg
veronderstelt. Ik kan u alleen maar zeggen dat de regering enkele
weken geleden is geïnstalleerd. Een van de eerste dossiers met een
meerjarenperspectief waarover zij zal beslissen, zal het dossier zijn
over de gevangeniscapaciteit.
semaines à venir.
Pour ce qui concerne les questions relatives aux réactions des
responsables aux Pays-Bas, des contacts ont été pris entre les
administrations pénitentiaires belge et néerlandaise, mais rien n'a été
décidé au niveau politique. Il s'agissait plutôt de réflexions, de
recherches de pistes, de solutions transitoires avant de pouvoir
disposer d'une capacité structurellement adaptée à nos besoins, ce à
quoi je m'emploie dès maintenant en concertation avec mon collègue
des Finances qui a la Régie des Bâtiments dans ses attributions.
De mon côté, j'ai évidemment des contacts avec mon collègue aux
Pays-Bas, également avec le secrétaire d'État responsable de
l'exécution des peines aux Pays-Bas. À mon avis, vu la réaction de
l'administration néerlandaise, la discussion sur ce dossier est
actuellement close.
La deuxième question est de savoir ce que nous ferons des bateaux.
Il s'agit là aussi d'une hypothèse qui n'a pas été retenue pour diverses
raisons. La vie sur ces bateaux ne peut s'appliquer qu'à des détenus
placés pour une durée relativement courte de six mois au maximum.
Des problèmes de sécurité se posent, en cas d'incendie notamment.
Ce système plus coûteux que le système pénitentiaire classique a été
mis en cause par le Comité de prévention de la torture lors de sa
visite aux Pays-Bas.
De Belgische en Nederlandse
penitentiaire administraties zijn
met elkaar in contact getreden,
maar op politiek niveau werd er
niets beslist. Er werd veeleer
gezocht
naar
voorlopige
oplossingen, in afwachting van de
uitbouw
van
een
gevangeniscapaciteit
die
structureel op onze behoeften is
berekend.
Het spreekt vanzelf dat ik contact
houd met mijn Nederlandse
collega en met de staatssecretaris
die over de strafuitvoering gaat.
Gelet op de reactie van de
Nederlandse administratie meen ik
dat de bespreking van dit dossier
thans afgesloten is.
De
mogelijkheid
om
met
gevangenisboten te werken werd
niet in aanmerking genomen, en
wel om diverse redenen: opsluiting
op gevangenisboten is slechts
verantwoord voor gedetineerden
die een straf van maximaal zes
maanden moeten uitzitten, er
rijzen veiligheidsproblemen, het
systeem is duurder dan de
klassieke gevangenissen en het
werd door het Comité ter preventie
van foltering aan de kaak gesteld.
Ik wil u toch signaleren dat het Europees Comité voor de Preventie
van Mishandeling en Inhumane en Vernederende behandelingen van
de Raad van Europa deze boten in Nederland heeft bezocht en heeft
geadviseerd tot sluiting ervan.
Een Nederlandse rechtbank heeft ooit beslist dat het verblijf daarop
niet langer dan zes maanden mocht duren en dat een langer verblijf
ongeoorloofd was. Ik veroorloof mij toch te zeggen dat dit, wat betreft
de werkomstandigheden voor het personeel, ook vragen oproept.
Bovendien moet aan de kade een hele infrastructuur worden ingericht
en dit alles maakt dat dit een heel dure aangelegenheid wordt.
Dat is de reden waarom we deze piste niet weerhouden. Het geeft
alleen maar aan dat we werkelijk alles proberen bekijken wat kan
Le Comité européen du Conseil de
l'Europe pour la prévention de la
torture et des peines ou des
traitements
inhumains
ou
dégradants a plaidé pour une
fermeture des bateaux-prisons
aux Pays-Bas, après une visite sur
place. Un tribunal néerlandais a
déjà décidé qu'un séjour de plus
de six mois à bord d'un tel bateau
est illicite. Ces constats suscitent
des questions sur les conditions
de travail du personnel. Il s'agit par
ailleurs d'un système onéreux, eu
égard à l'infrastructure nécessaire
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
leiden tot een duurzame oplossing.
Als een aantal initiatieven wordt onderzocht en dit media-aandacht
krijgt, illustreert dit dat men alles bekijkt om na te gaan wat een
coherent en goed voorstel kan zijn.
sur le quai. Nous abandonnons
dès lors cette piste, qui montre par
ailleurs que nous sommes ouverts
à tout ce qui mener à une solution
durable.
05.06 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Je voudrais néanmoins rappeler que la
surpopulation carcérale constitue évidemment une problématique très
importante. Toutefois, vous avez rappelé que le gouvernement n'avait
pas encore examiné ce dossier et allait le prendre à bras-le-corps en
vue d'y trouver des solutions. Je reviendrai donc ultérieurement sur la
question. Estimez-vous que le gouvernement et votre département
auront, d'ici quelques mois, des positions claires pour tenter d'avancer
au niveau de cette politique?
05.06 Josée Lejeune (MR): Denkt
u dat de regering en uw
departement
over
enkele
maanden
een
welomlijnd
standpunt zullen innemen, zodat
er op dat vlak vooruitgang kan
worden geboekt?
05.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Ik ben blij met de bevestiging dat u de piste
van de gevangenisboten niet zult volgen. Ik begrijp ook dat u zegt dat
wij nog een beetje geduld moeten hebben. Het zal nog een paar
weken duren voor u met het actieplan komt.
Op de persconferentie gisteren hebt u echter al gesproken over twee
nieuwe gevangenissen. Dat hebben wij vandaag niet gehoord. Als ik
de kranten mag geloven, hebt u gesproken over twee gevangenissen
die zouden worden gebouwd binnen de twee jaar nadat de vergunning
is verkregen. Blijkbaar is er toch al iets meer concrete informatie
beschikbaar voor de pers, maar misschien nog niet voor de
commissie.
Ik leid daaruit af dat die 1.500 nieuwe plaatsen, die u en uw partij
hadden beloofd, niet zullen worden gecreëerd tijdens deze legislatuur,
zeker niet binnen de twee jaar, en dat de gemaakte
verkiezingsbeloften nu onuitvoerbaar blijken te zijn.
Ik zal natuurlijk heel nieuwsgierig zijn naar het plan dat eraan komt.
Misschien zult u mij toch verrassen met 1.500 nieuwe plaatsen binnen
de twee jaar. Ik ben heel benieuwd daarnaar.
05.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Je me réjouis que le
ministre ne suivra pas cette piste
de réflexion et je comprends qu'il
nous faudra attendre quelque peu
le plan d'action. D'après les
médias, toutefois, le ministre aurait
déjà évoqué la construction de
deux prisons dans un délai de
deux ans après l'obtention des
permis. Les médias en sauraient-
ils plus que la commission ? Je
conclus que les 1.500 nouvelles
places ne seront en tout cas pas
disponibles
dans
les
deux
prochaines années, à moins que
le ministre nous surprenne en la
matière. Quoi qu'il en soit, nous
attendons avec impatience le plan
qui est en préparation.
05.08 Kattrin Jadin (MR): Tout d'abord je suis contente d'apprendre
que la piste des bateaux-prisons pour les nommer ainsi ne sera
finalement pas retenue.
Par ailleurs, je reviens à la première remarque que le ministre a
formulée concernant l'investissement nécessaire pour pallier la
surpopulation carcérale. Vous savez tout aussi bien que moi et je
pense être bien au courant de ce dossier que ce problème ne date
pas d'hier. Je sais que des efforts ou des embryons d'effort ont déjà
été consentis en la matière.
Meerjarenplannen bestaan reeds en de idee is niet nieuw.
05.08 Kattrin Jadin (MR): Het
stemt mij tevreden dat de
denkpiste van de gevangenisboten
dan toch niet verder zal worden
uitgewerkt.
Wat betreft de investeringen die
moeten worden gedaan om de
overbevolking
in
de
gevangenissen tegen te gaan,
werden er reeds inspanningen
geleverd in dat verband.
C'est au moins une des pistes à propos de laquelle j'aurais voulu vous
voir répondre. Vous ne l'avez pas fait aujourd'hui. Tout comme mes
collègues je reviendrai sur cette question dans les très prochaines
semaines.
Je vous remercie tout de même pour votre réponse.
Dat was althans een van de pistes
waarover ik graag een antwoord
van u had gekregen, maar dat heb
ik vandaag niet gehoord. De
komende weken zal ik dan ook
terugkomen op deze kwestie.
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
05.09 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik ben
blij een andere stem in het kapittel te laten horen. Wij zijn duidelijk
voorstander van de bajesboten. Er moet afschrikking zijn. De
perceptie van straffeloosheid blijft op die manier bij de bevolking
bestaan. In Nederland heeft men ze ingezet. Het is wel mogelijk dat
een Europees Comité daarover opmerkingen en adviezen geeft. In elk
geval is Nederland daarvan gedurende lange tijd niet onder de indruk
geweest.
Wij kunnen alleen maar hopen dat er cellen bijkomen. Op dat punt
treed ik de collega van Groen! bij. Iedereen zal dat wel hopen.
Iedereen onderkent het probleem. Op korte termijn zal er echter geen
soelaas komen. Wat gebeurt er dan? Voor de kortgestraften wordt
niets gedaan. U hebt het zelf in uw betoog gezegd, mijnheer de
minister. Dat heeft ook te maken met het uitstel met betrekking tot de
indicatie van die wet dat nu wordt verleend en waarover wij het
volgende week in de bespreking van de beleidsverklaring zullen
hebben. De straffeloosheid op dat vlak zal gedurende een paar jaar
dus gewoon blijven bestaan. Dat is iets waarop u gedurende een
meerjarentermijn zult worden afgerekend.
05.09 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Une dissuasion étant
nécessaire,
nous
sommes
favorables
au
principe
des
bateaux-prisons. Dans l'intervalle,
nous ne pouvons qu'espérer une
augmentation du nombre de
cellules. Même les verts y sont
favorables.
Un problème se pose pour les
peines de courte durée pour
lesquelles - comme le ministre l'a
admis lui-même - il n'existe pas de
solution à court terme. L'impunité
restera donc encore d'actualité
pendant plusieurs années et le
ministre aura in fine à se justifier
pour cette situation.
05.10 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, zoals werd
opgemerkt is er inderdaad sprake van twee instellingen voor
geïnterneerden. Er is sprake van twee instellingen voor
jeugddelinquenten. Dat zijn zaken die u niet meer zullen verrassen als
het meerjarenplan wordt voorgesteld.
05.10 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est effectivement question de deux
institutions
pour
jeunes
délinquants.
Ce
point
sera
également inscrit dans le plan
pluriannuel.
05.11 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
voor alle duidelijkheid en voor het verslag, de vertegenwoordiger van
het Vlaams Belang zegt dat hij zich bij mij aansluit. Ik heb een
vaststelling gedaan over de 1.500 plaatsen. Ik heb dat niet betreurd,
want ik ben geen voorstander voor 1.500 plaatsen. Ik stel slechts vast
en toets dat aan de beloften van de minister. Ik heb daarover dus
geen appreciatie uitgesproken en ik ben zeker geen voorstander
daarvan.
05.11 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Pour que les choses
soient claires, j'ai fait un constat à
propos des 1 500 places dont il
vient d'être question, sans pour
autant y être favorable. Je mesure
simplement cette donnée à l'aune
des promesses du ministre.
05.12 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik denk dat ik met de collega
alleen enkele vaststellingen zal delen, maar ideologisch zullen we
nooit overeenkomen. Ik hoef mij daarover geen illusies te maken, u
ook niet, maar ik maak mij daarover alleszins geen zorgen.
05.12 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Si je puis partager
certains
constats
avec mon
collègue de Groen!, nous ne nous
accorderons jamais sur le plan
idéologique. Il n'y a aucune illusion
à se faire à ce sujet.
05.13 Minister Jo Vandeurzen: Men zal het mij niet kwalijk nemen
dat ik naar aanleiding van uw tussenkomst, mijnheer Van Hecke, uw
vraag er nog eens bijneem. Wij zijn toch in een fase van gedeelde
consensus over het feit dat wij capaciteit zullen moeten bouwen, want
uw vragen waren: hoe gaat u de beloofde 1.500 extra
gevangenisplaatsen realiseren en de overbevolking wegwerken? U
verwijst naar de pijnlijke realiteit enzovoort.
Ik heb dat vanmorgen gezegd en vanmiddag herhaald. Ik ga daarover
geen misverstanden laten bestaan. Het debat over de bijkomende
capaciteit is gedurende een lange periode een debat geweest over de
vraag of gevangenisstraf een adequate reactie is en of wij niet naar
05.13 Jo Vandeurzen, ministre:
M. Van Hecke a tout de même
demandé comment nous allions
nous y prendre pour construire les
1 500 cellules supplémentaires et
mettre
un
terme
à
la
surpopulation,
faisant
ainsi
référence à une réalité pénible.
Nous sommes donc bien d'accord
sur ce point. Le débat sur la
capacité
supplémentaire
s'est
longtemps résumé à un débat sur
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
andere methoden moesten zoeken om gevangenisstraf te vermijden.
Ik ben het daarmee allemaal eens. Alleen zeg ik dat het voor de een
niet rap genoeg, niet genoeg of te weinig zijn. Ik ga echter ook niet
mee in de redenering dat het niet mogelijk is om die investeringen te
doen. Die redenering heeft in ons land immers geleid tot een
gevangenissysteem dat in sommige situaties op het inhumane af is.
Ik zal dus niet meegaan in de redenering dat ik repressief ben
geworden omdat ik de gevangeniscapaciteit uitbouw. Dat heeft er niks
mee te maken.
Het op een normale manier in de gevangenissen onderbrengen van
de huidige populatie, het securiseren wat voor de samenleving moet
worden gesecuriseerd en aandacht hebben voor reïntegratie,
veronderstellen een capaciteitsuitbreiding.
Ik zie het debat, waarin iedereen mij zal willen overtuigen van het feit
dat het een verkeerde keuze is, al aankomen. Zij zullen er niet in
slagen mij van mijn overtuiging af te brengen. Ik wil graag
discussiëren over een maand of over twee maanden. Echter, dat wij
de capaciteit zullen uitbreiden, is voor mij essentieel en een deel van
het strafuitvoeringsbeleid dat wij de komende jaren zullen voeren.
l'opportunité d'une peine de prison
par rapport à des mesures
alternatives.
Je
puis
le
comprendre mais pour certains
tout cela ne va pas vite assez et
n'est pas suffisant. Je ne suis
toutefois
pas
d'accord
avec
l'affirmation selon laquelle les
investissements sont impossibles.
Cela a parfois conduit dans le
cadre de l'univers carcéral belge à
des
situations
quasiment
inhumaines.
L'extension
de
la
capacité
pénitentiaire ne constitue pas
l'indice d'une attitude répressive.
L'objectif est d'héberger l'actuelle
population carcérale dans des
conditions normales dans les
prisons pour protéger la société
tout en accordant une attention
suffisante à la réintégration.
J'estime que l'extension de la
capacité
constitue
un
point
essentiel de la future politique en
matière d'exécution des peines.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Servais Verherstraeten aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het arrest van het Grondwettelijk Hof met betrekking tot het jeugdsanctierecht"
(nr. 4123)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de uithandengeving" (nr. 4285)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vernietiging van de uithandengeving door het Grondwettelijk Hof" (nr. 4350)
06 Questions jointes de
- M. Servais Verherstraeten au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'arrêt de la Cour constitutionnelle relatif au droit pénal de la jeunesse" (n° 4123)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le dessaisissement" (n° 4285)<br>- M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'annulation du dessaisissement par la Cour constitutionnelle" (n° 4350)</b>
06.01 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de vice-eerste minister, het Grondwettelijk Hof
heeft op 13 maart jongstleden een arrest geveld waarin het artikelen
met betrekking tot de twee wetten van 15 mei 2006 op het
jeugdsanctierecht, op de jeugdbescherming zo u wilt heeft
vernietigd, evenals bepalingen die reeds waren gewijzigd in de
programmawet van december 2006.
Die vernietigingen zijn deels beperkt. Het gaat om onder meer
geldboetes bij verstek; de aanwijzing van schuld, die een probleem
geeft bij voorlopige maatregelen of bij bemiddeling; de uitstapregel,
06.01 Servais Verherstraeten
(CD&V
-
N-VA):
La
Cour
constitutionnelle a prononcé un
arrêt annulant une série de
dispositions du droit pénal de la
jeunesse et de la loi-programme.
Ces annulations ont une portée
restreinte.
Quelles
sont
les
conséquences exactes de cet
arrêt? Quelles initiatives le ministre
prendra-t-il pour adapter la loi?
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
waar de voorwaarden voor uitstap door de Gemeenschappen moeten
worden bepaald; de uithandengeving, waar niet de uithandengeving
an sich een voorwerp van totale vernietiging uitmaakt, maar wel het
onderscheid dat er was tussen enerzijds de gespecialiseerde kamers
voor wanbedrijven en voor misdaden die gecorrectionaliseerd kunnen
worden en anderzijds deze die dat niet kunnen en naar assisen
moeten.
Mijnheer de vice-eerste minister, mijn vragen aan u gaan dan ook
over de precieze gevolgen van dit arrest. Welke initiatieven zult u
nemen om de wet aan te passen, zeker ook in het licht van het
regeerakkoord?
06.02 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik wil mij aansluiten bij die vragen en vragen: quid?
06.02 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Mes questions rejoignent
celles de M. Verherstraeten.
06.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, de vragen zijn reeds gesteld. Ik wil
even terugkomen op wat u deze voormiddag zei, te weten dat u
destijds vanuit de oppositie het jeugdrecht in 2006 hebt gesteund
ondanks het feit dat uw partij heel wat kritiekpunten had.
Een van de positieve elementen in die wet voor uw partij was toch de
uithandengeving. Juist daarom ben ik zo benieuwd naar uw
commentaar bij de vernietiging van het Grondwettelijk Hof op 13
maart. De persberichten die ik tot nu toe heb kunnen lezen, die tot nu
toe zijn verschenen, blijven nogal vaag over uw uitspraken, over
welke oplossingen u voorziet om die uithandengeving mogelijk te
maken.
Daarom heb ik deze vragen. Wat is uw reactie op de beslissing van
het Grondwettelijk Hof? Welke initiatieven zult u nemen om de
uithandengeving toch mogelijk te maken?
06.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Je me rallie
également à ces questions. À
l'époque, le ministre a soutenu le
droit pénal de la jeunesse depuis
les bancs de l'opposition. Son parti
considérait le dessaisissement
comme l'un des aspects positifs.
C'est pourquoi je me demande
quelles actions le ministre va
entreprendre
pour
que
le
dessaisissement
soit
possible
après cet arrêt.
06.04 Minister Jo Vandeurzen: Het Grondwettelijk Hof heeft twee
arresten uitgesproken op 13 maart laatstleden die slechts enkele
bepalingen van de nieuwe jeugdbeschermingswet vernietigen en
waarvan ik hierna enkele punten zal aanhalen.
Eerst en vooral constateerde het Grondwettelijk Hof een ongelijke
behandeling van minderjarigen die voor een bijzondere kamer van de
jeugdrechtbank verschijnen indien ze worden verdacht van een
wanbedrijf of een correctionaliseerbare misdaad en die voor het hof
van assisen verschijnen wanneer het een niet-correctionaliseerbare
misdaad betreft. Volgens het Grondwettelijk Hof moeten er artikelen
worden ingevoegd die waarborgen dat een minderjarige zal worden
berecht door een rechtscollege dat dezelfde opleiding heeft gevolgd
als het rechtscollege dat zetelt in de bijzondere kamer. Hoewel het in
principe om ernstige strafbare feiten gaat is dit criterium volgens het
Grondwettelijk Hof niet van aard om een verschil in behandeling te
verantwoorden.
Een tweede punt van kritiek verwijst naar de uitstapregeling voor
jongeren geplaatst in gesloten opvoedingsinstellingen waar een
schending van de bevoegdheidsregels wordt vastgesteld.
Een derde punt betreft de voorwaarden om een herstelrechtelijk
06.04 Jo Vandeurzen, ministre:
La Cour constitutionnelle a rendu
deux arrêts qui n'annulent que
quelques
dispositions
de
la
nouvelle loi relative à la protection
de la jeunesse. La Cour a constaté
une différence de traitement entre
les jeunes devant comparaître
devant la chambre spécifique au
sein du tribunal de la jeunesse
lorsqu'ils sont soupçonnés d'avoir
commis un délit ou un crime
correctionnalisable et ceux qui
doivent comparaître en cour
d'assises. Selon la Cour, le mineur
doit toujours être jugé par une
juridiction
comprenant
des
magistrats choisis parmi ceux qui
ont la même formation que ceux
qui siègent dans la chambre
spécifique.
Les régimes de sorties pour les
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
aanbod op te leggen waarvan er twee worden vernietigd.
Door de diensten gebeurt thans een analyse van het arrest om na te
gaan waar aanpassingen noodzakelijk zijn zodat er op redelijke
termijn een antwoord kan worden voorgelegd.
Ik heb deze morgen al vragen van andere discussie aangehaald. Ik
heb in de voorbije dagen uiteraard contact opgenomen met mijn
collega's Fonck, Vanackere en Wathelet om zo snel mogelijk samen
te komen om na te gaan hoe wij ons voor het geheel van de aanpak
kunnen organiseren. Ik heb onder meer van collega Fonck dat kan
ik u trouwens signaleren vernomen dat zij zelf ook al een aantal
initiatieven naar aanleiding van het arrest heeft genomen.
Na eerste lezing stel ik in ieder geval vast dat het Grondwettelijk Hof
geen vernietigend arrest heeft gemaakt van het systeem van de
uithandengeving Het maakt enkel gewag van een ongelijke
behandeling van correctionaliseerbare en niet-correctionaliseerbare
misdaden. Er is dus op zich geen enkele reden voorhanden om de
bestaande bepalingen met betrekking tot de uithandengeving zomaar
overboord te gooien.
Voor ernstige daden van zinloos geweld door jonge daders dringen
zich nu eenmaal strenge maatregelen op om de burgers in dit land te
beschermen. Tijdens de evaluatie van de jeugdbeschermingswet en
in het kader van de noodzakelijke aanpassingen, zullen de artikelen
met betrekking tot de uithandengeving daarom zeker terug ter sprake
worden gebracht.
Ik stel toch voorop dat er een grondige analyse gebeurt en dat het
overleg met de Gemeenschappen plaatsvindt zodat we op een
correcte en afdoende wijze aanpassingen kunnen voorbereiden. De
bestaande regeling kan overigens nog worden toegepast, uiterlijk tot
30 juni 2009.
jeunes placés dans des institutions
en régime éducatif fermé ainsi que
les conditions à respecter pour
imposer une offre restauratrice
font également l'objet de critiques.
Mes
services
étudient
actuellement ces arrêtés, après
quoi nous serons en mesure
d'apporter une réponse dans un
délai raisonnable. Je me concerte
également avec les ministres des
Communautés à ce sujet.
La Cour constitutionnelle n'ayant
pas annulé le dessaisissement en
tant que tel, les dispositions
actuelles ne doivent nullement être
abolies. Il est clair depuis
longtemps qu'il est nécessaire de
pouvoir punir sévèrement certains
jeunes. Il convient de réaliser une
analyse approfondie et de se
concerter avec les Communautés
avant de préparer des adaptations
et de les exécuter.
06.05 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Ik dank de minister
voor zijn antwoord en ik sluit mij volledig aan bij zijn interpretatie met
betrekking tot de uithandengeving waar louter een rechtzetting moet
plaatsvinden om zij die desgevallend naar het hof van assisen zouden
moeten
verwezen,
dezelfde
bescherming
te
geven
van
gespecialiseerde magistraten dan dit het geval is voor de
correctionele rechtbanken en dat dus met andere woorden het
principe van de uithandengeving gehandhaafd blijft met dit arrest. Dit
arrest heeft de fundamentele principes van het compromis binnen de
jeugdbeschermingswet eigenlijk niet gewijzigd.
Ik denk dat de wetgeving ter zake hoe dan ook moet worden
aangepast en ik volg de minister daarin. Hij beschikt over een timing
wat de uithandengeving betreft. Wat de andere artikels betreft is er
die timing eigenlijk niet strikt, en daar zijn dan eigenlijk toch de
geldboetes bij, bij verstek en zomeer. Ik suggereer om toch zo snel
mogelijk deze wetgeving ter zake aan te passen, niet alleen aan dit
arrest, maar de wet op het terrein is op dit ogenblik ook reeds twee
jaar toepasselijk of bijna twee jaar. Wij kunnen van deze gelegenheid
ook gebruik maken om reeds een eerste evaluatie te maken en wat
aanpassingen aan die wet te doen. Ik denk dat zich op het terrein hoe
dan ook problemen stellen. Bepaalde incidenten die zich recent nog
hebben voorgedaan, leren dat er zich, zeker met betrekking tot de
06.05 Servais Verherstraeten
(CD&V - N-VA): Je me rallie
pleinement à l'interprétation du
ministre en ce qui concerne le
dessaisissement. Cet arrêt n'a en
rien
modifié
les
principes
fondamentaux du compromis de la
loi sur la protection de la jeunesse.
La législation doit être adaptée le
plus rapidement possible, non
seulement à cet arrêt mais aussi à
la situation sur le terrain. La loi est
aujourd'hui en vigueur depuis deux
ans
environ. Nous
pouvons
profiter de l'occasion pour l'évaluer
et y apporter les aménagements
nécessaires. Des problèmes se
posent en effet pour les catégories
d'âge des moins de 12 ans et des
12 à 16 ans.
En raison de la modification de la
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
leeftijdsproblematiek, problemen voordoen met betrekking tot
jongeren jonger dan 12 jaar en jongeren tussen de 14 en 16 jaar.
Er is hoe dan ook zelfs voor slachtoffers een probleem door de
wijziging in de programmawet, in die zin dat wanneer jongeren een
gesloten of een half open instelling verlaten, de slachtoffers hiervan
niet worden ingelicht, wat bijvoorbeeld in de wet op de
strafuitvoeringsrechtbanken voor de gestraften van meer dan drie jaar
wel het geval is. Ik stel hoe dan ook voor dat wij dat aanpassen.
Daarover spreekt het arrest evenmin.
Er was een compromis. U weet, mijnheer de vice-eerste-minister dat
onze fractie daarin verder had willen gaan. Ik meen dat men best nog
wat aanpassingen doet, maar dat het sluitstuk van het compromis...
(...): (...)
loi-programme, les victimes ne
sont pas informées lorsque des
jeunes quittent un centre fermé ou
un centre semi-ouvert, ce que
prévoit par exemple la loi sur les
tribunaux d'application des peines
pour les condamnés à une peine
de plus de trois ans C'est très
certainement un point à revoir
également.
06.06 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): In de programmawet
van december 2006 zijn een paar bepalingen gewijzigd waardoor
eigenlijk de slachtoffers van misdrijven waarbij minderjarigen
betrokken zijn, niet hoeven verwittigd te worden wanneer een jongere
uit een instelling vrijkomt. Hoe dan ook meen ik dat het aangewezen
is dat dit ook in orde wordt gebracht en dat de slachtoffers minstens
op de hoogte worden gebracht net zoals vele slachtoffers, niet
allemaal, in het kader van het gemeen recht. Bij gemeenrechtelijke
misdrijven van meerderjarige daders worden de slachtoffers ook
ingelicht.
Het sluitstuk van het compromis dat destijds is tot stand gekomen
tussen de federale regering en de gemeenschapsministers, is de
uitbreiding van de federale detentiecapaciteit.
Wij moeten daarvan hoe dan ook werk maken. Dat zal problematisch
zijn. U erft daar uiteraard dezelfde moeilijke omstandigheden als wat
betreft de gevangenissen, maar ik moedig u toch aan om zo snel
mogelijk tot oplossingen en tot een uitbreiding van de capaciteit te
komen.
06.06 Servais Verherstraeten
(CD&V - N-VA): Le ministre hérite
en
l'espèce
des
mêmes
circonstances difficiles que pour
les prisons, mais je l'encourage à
trouver des solutions et à étendre
la capacité dans les meilleurs
délais.
06.07 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik stel vast
dat uw antwoord even helder is als hetgeen in de beleidsnota staat. Ik
citeer: "De noodzakelijke evaluatie van de wet, naar aanleiding van
het arrest van het Grondwettelijk Hof, zal meteen worden
aangegrepen om na te gaan of wij, met alle betrokken overheden
samen, er daadwerkelijk in slagen om consequent en adequaat te
reageren op de jeugdcriminaliteit".
06.07 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): La réponse du ministre est
aussi claire que sa note de
politique.
06.08 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, ik heb dat arrest ook gelezen en er kennis van genomen dat
de wetgever nog tot 30 juni 2009 de tijd heeft, zodat wij nu, door de
vernietiging door het Grondwettelijk Hof, niet in een vacuüm
terechtkomen. Wij hebben van u gehoord dat er zich geen problemen
meer zullen voordoen en dat u voor een aanpassing zult zorgen.
Ik hoop dat u er ook snel zorg voor zult dragen dat de jeugdwet, die in
2006 werd aangepast, zal worden aangepast tot een echt
jeugdsanctierecht.
06.08 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): J'ai lu l'arrêt et
appris ainsi que le législateur
disposait encore d'un délai courant
jusqu'au 30 juin 2009, de sorte
qu'il n'y a pas de risque immédiat
de vide juridique. Le ministre
affirme qu'il n'y aura plus de
problèmes et qu'il veillera à
procéder à une adaptation.
06.09 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik heb twee 06.09 Jo Vandeurzen, ministre:
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
bedenkingen. Ten eerste, uit de beleidsnota blijkt dat wij ervoor zullen
zorgen dat er initiatieven zullen worden genomen met betrekking tot
de problematiek van de slachtoffers. Dat is een terechte zorg.
Ten tweede, er wordt gewezen op het feit dat de beleidsnota een
herneming is van het regeerakkoord. Het is eigenlijk heel simpel. De
beleidsnota is geen antwoord op alle vragen, dat de rest van het jaar
zal worden gebruikt om gewoon uit te voeren wat erin punctueel
afgesproken staat. De beleidsnota geeft aan welke accenten, thema's
en beslissingen in de loop van het jaar zullen moeten worden gelegd,
besproken en genomen.
Iedereen in deze commissie is lang genoeg bezig met deze materie
om te weten dat zij absoluut overleg met de Gemeenschappen
veronderstelt, of men dat graag heeft of niet. Dat is gewoon zo. Het
zou van een zeer merkwaardige houding getuigen te denken dat men
hier kan optreden zonder contacten te leggen met de
Gemeenschappen die daarin bepaalde verantwoordelijkheden
moeten opnemen.
Bij gebrek aan overleg en inzet van middelen op de andere niveaus,
kijkt men naar het federale niveau en Justitie om een aantal zaken op
te nemen. Ik voel mij echt niet te beroerd om te zeggen dat ik hierover
overleg zal organiseren. Ik durf zelfs te zeggen dat ik de voorbije
weken alle collega's persoonlijk heb gecontacteerd om te zeggen dat
dat prioritair zal zijn en dat wij dat de volgende week moeten
aanpakken.
Bovendien stel ik vast dat de wet op de jeugdbescherming zeer
complex is en dat de leesbaarheid ervan een uitdaging is. Daarin
moeten wij ook optreden. Wij gaan proberen al die dingen in één
beweging mee te nemen. Als u echter verwacht dat voor elk probleem
waarbij er respect moet zijn voor het overleg, de oplossingen worden
gegeven vooraleer het overleg wordt georganiseerd, dan weet ik wat
er gebeurt. Men doet dan geen overleg, maar dan resulteert dat in
weinig substantieels.
Voor mij is dit punt heel belangrijk. Uit de contacten zal duidelijk
worden dat de nodige prioriteit eraan is gegeven. Maar zeggen dat wij
hier een hapklare oplossing kunnen formuleren, terwijl wij überhaupt
nog geen overleg hebben kunnen organiseren, is niet de beste
benadering. De regering is immers nog maar enkele weken
operationeel op basis van dit regeerakkoord.
Hier moet wetgevend worden opgetreden. Hier moet worden
geëvalueerd. Hier moeten vragen naar capaciteit worden beantwoord.
Ook tijdens de vorige legislatuur is daarvoor trouwens een aanzet
gegeven. Ik denk dat wij in deze commissie daarover uiteraard zullen
spreken. Ik hoop dat dat niet zal gebeuren naar aanleiding van
dramatische en onaanvaardbare incidenten, maar naar aanleiding van
een aantal politieke beslissingen die wij hebben genomen op basis
van dingen die ook in de opties zaten, jammer genoeg zelfs voor die
incidenten opnieuw alle aandacht op het thema hebben gevestigd.
Dat was uiteraard terecht, maar zo moeten wij geen politiek bedrijven.
Wij moeten die oplossing proberen te organiseren buiten een
incidentenpolitiek, hoe dramatisch die incidenten ook zijn.
Conformément à la note de
politique, nous allons prendre des
initiatives par rapport aux victimes.
La note de politique mentionne les
accents, les thèmes et les
décisions qui suivront au cours de
l'année.
Dans
certaines
matières, la
concertation
avec
les
Communautés est incontournable.
En l'absence de concertation et de
mise en oeuvre de moyens aux
autres niveaux, il faut espérer que
la Justice puisse prendre un
certain nombre de choses à sa
charge.
Pour
moi,
cette
concertation est prioritaire. De
plus, la loi sur la protection de la
jeunesse est très complexe et elle
manque singulièrement de clarté.
La concertation doit également
porter sur cet aspect. Proposer
des solutions sans concertation
préalable ne mène à rien.
Prétendre
que
l'on
pourrait
formuler ici une solution toute faite
alors que nous n'avons pas
encore
pu
organiser
de
concertation le gouvernement
n'est opérationnel que depuis
quelques semaines ne constitue
pas une bonne approche. En cette
matière, il faut agir au plan
législatif.
La demande d'augmenter la
capacité doit être entendue et
satisfaite. J'espère que cela se
fera non pas à la suite d'incidents
dramatiques ou inacceptables,
mais par le biais de décisions
politiques, même si elles risquent
à présent d'être éclipsées par les
incidents.
06.10 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ik heb het laatste woord. Dat 06.10 Renaat Landuyt (sp.a-
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
heeft men mij altijd gezegd toen ik nog aan de andere kant zat. Dus
profiteer ik van mijn nieuw statuut. Ik wil enkel benadrukken dat ik na
negen maanden overleg de minister bewonder voor zijn geloof in
overleg.
(...): (...)
spirit): Après neuf mois de
discussions,
j'admire
la
foi
persistante du ministre dans la
concertation.
06.11 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Wat hebt u de voorbije maanden
gedaan?
Overleg, overleg ... We zijn al negen maanden aan het overleggen in
dit land!
06.12 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Het arrest dateert
van 13 maart.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: We komen nu aan agendapunt 18 quater, met vragen over de gerechtelijke vakantie. De
heer Bruno Steegen was heel de voormiddag aanwezig, maar deze namiddag kon hij hier niet zijn.
Mijnheer Crucke en mijnheer Landuyt, wenst u de vraag toch te stellen?
06.13 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Van welke partij is Bruno
Steegen?
(...): (...)
06.14 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Welnu, toon daar dan een beetje
respect voor.
Ik ben akkoord om te wachten op de aanwezigheid van uw
partijgenoot. Ik vind dat een vorm van vriendschappelijkheid onder de
parlementsleden.
Als u echter beslist om niet te wachten, moet u het niet op mij steken.
De voorzitter: Mijnheer Landuyt, u hebt het woord.
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Steegen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de gerechtelijke vakantie" (nr. 4280)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het management van het gerecht als openbare dienst 'het gerecht' en het recht
op verlof van rechters" (nr. 4284)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vertraagde rechtsgang in de paasvakantie" (nr. 4333)
07 Questions jointes de
- M. Bruno Steegen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "les vacances judiciaires" (n° 4280)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le management de la justice comme service public 'la justice' et le droit des
juges au congé" (n° 4284)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le ralentissement de la justice à l'occasion des congés de Pâques" (n° 4333)</b>
07.01 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer 07.01 Renaat Landuyt (sp.a-
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
de minister, tijdens de afgelopen schoolvakantie was er een bijna
klassiek opduiken van de discussie over de werking van onze
rechtbanken tijdens de schoolvakanties.
Er heerst meer dan de indruk bij de Orde van Vlaamse Balies, en
zeker bij de Vlaamse advocaten, dat tijdens de vakantieperiodes de
gewone schoolvakantieperiodes, niet tijdens de gerechtelijke vakantie
er minder gewerkt wordt. Dat is een klein beetje tot ergernis van de
advocaten die ook bezorgd zijn over de gerechtelijke achterstand.
Daartegenover zult u mij nu niet horen zeggen dat rechters en
procureurs geen recht hebben op vakantie.
Ik deel echter wel de ergernis van de Orde van Vlaamse Balies in de
vaststelling dat tijdens alle schoolvakanties, terwijl de fabrieken
werken, de rechtbanken zich zeer goed aanpassen aan het
schoolsysteem. Wellicht is dat niet gezond voor de belangrijkste
openbare dienst in het land, met name de dienst die ervoor zorgt dat
de wetten die worden goedgekeurd, de rechten die aan de mensen
worden toegekend, ook worden verdedigd en gegarandeerd. Het
gerecht is dus niet zomaar een dienst als een andere. Het is de super
openbare dienst die eigenlijk permanent beschikbaar zou moeten zijn
voor de bevolking.
Er zijn nog vele andere beroepen die zorgen voor een permanentie,
het hele jaar door. Spijtig dat het gerechtelijk systeem daar blijkbaar
niet in slaagt, omdat in diverse rechtbanken er zijn er 470 in het land
op een andere manier wordt gereageerd tijdens de schoolvakanties.
De grote meerderheid van de rechtbanken functioneert in ieder geval
niet behoorlijk of: nog minder behoorlijk tijdens de
schoolvakanties.
Mijnheer de minister, vandaar mijn vraag of het niet handig zou zijn,
mocht u, ten eerste, het initiatief nemen om een overzicht te krijgen
van wat er nu gebeurt op onze rechtbanken en mocht u, ten tweede,
vooral een initiatief nemen om een richtlijn uit te vaardigen van hoe
het recht op vakantie van de rechters kan worden verzoend met een
behoorlijke werking van het gerechtelijk systeem.
U zou ter zake een nieuwe stap vooruit kunnen zetten in efficiënte
rechtsbedeling als u als minister van Justitie een richtlijn zou opstellen
om de voorzitters van de rechtbanken te vragen om hetzelfde te doen.
spirit):
La
question
du
fonctionnement
des
tribunaux
durant les vacances scolaires se
pose une fois de plus. De
nombreux avocats ont l'impression
que l'on travaille moins durant les
vacances
scolaires
et
ils
s'inquiètent de l'arriéré judiciaire.
Il est clair que les juges et les
procureurs ont, eux aussi, le droit
de prendre des vacances, mais je
partage
néanmoins
la
préoccupation de l'Ordre des
barreaux flamands. Le tribunal est
un service public important qui
devrait être disponible pour le
public de manière permanente.
Dans d'autres secteurs, une
permanence est organisée mais
les tribunaux n'arrivent pas à en
organiser
une.
Pendant
les
vacances scolaires, la majorité
des tribunaux ne fonctionnent pas
comme ils le devraient.
Le ministre a-t-il l'intention de
publier une directive pour concilier
le droit des juges de prendre des
vacances et le bon fonctionnement
du système judiciaire?
07.02 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je ne peux
que répéter dans la langue de Molière ce qui vient d'être dit par mon
collègue car je partage son point de vue.
Men zou dat ook in de taal van Vondel kunnen doen, maar voorlopig
ga ik het in de taal van Molière doen.
Je pense effectivement que tout le monde a droit à des vacances, et
certainement les magistrats. Néanmoins, il y a quand même un
malaise dû au fait que certaines périodes ne sont pas des périodes de
congés judiciaires mais bien scolaires. Il y a un conflit entre, d'une
part, l'ordre des avocats, le cas échéant les avocats flamands, qui
constate qu'il y a moins de fixations à ces périodes-là et qui le dit
clairement monsieur le ministre, en tant qu'avocats, nous savons
tous comment cela se passe à certains moments et les
07.02 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
treed mijn collega hierin bij.
De magistraten hebben recht op
vakantie. Er heerst niettemin een
malaise, omdat sommige perioden
niet
samenvallen
met
schoolvakanties, maar niet als
gerechtelijke vakantie gelden. In
die perioden worden er minder
terechtzittingen vastgesteld.
Ik vraag mij af of het niet tijd wordt
om ter zake een duidelijke
gedragslijn uit te werken. Men zou
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
organisations des avocats qui se sentent le besoin de réagir et de se
justifier, en disant que tout le monde a droit à des vacances.
La Justice a besoin de continuité, le service public a besoin de
continuité. Les vacances judiciaires existent et sont programmées.
Je me demande s'il n'est pas temps d'avoir une ligne de conduite
claire en la matière mais également une réflexion sur le sujet. Tout en
respectant les droits de chacun, tout en respectant cette période
indispensable de repos, on pourrait avoir des périodes d'activité plus
constantes et penser peut-être à une organisation différente.
Il serait trop simple de dire que c'est la solution car il faut avoir un
dialogue et arriver à un consensus. Il serait dommage de ne pas
avancer dans un tel dossier, qui peut servir les besoins de la Justice
et ceux du justiciable qui se dit, lorsqu'il constate ce type de
contentieux, que son affaire n'avance jamais assez vite à cause de
l'avocat qui ne travaille pas assez vite ou du magistrat qui est en
congé. Je pense que cela ne donne pas une bonne image de marque
de la Justice.
perioden van meer constante
activiteit kunnen hebben.
De rechtzoekende kan denken dat
zijn proces te lang aansleept
omdat zijn advocaat niet snel
genoeg werkt of omdat de
magistraat
met
vakantie
is.
Volgens mij doet dat het imago
van het gerecht geen goed.
07.03 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur Crucke, je partage avec
vous l'idée que dans l'ordre judiciaire, il doit exister un régime
permettant à chacun de prendre des vacances et garantissant en
même temps le bon fonctionnement de l'appareil judiciaire.
Actuellement, il n'existe aucune information donnant un aperçu
général de la manière dont les périodes de vacances sont organisées
dans les cours et les tribunaux. Il n'existe pas non plus d'information
permettant d'établir un lien entre les vacances judiciaires et l'arriéré
judiciaire.
07.03 Minister Jo Vandeurzen: Ik
ben het er met de heer Crucke
over eens dat er een regeling
moet
zijn
waarbij
iedereen
vakantie kan hebben en waarbij
tegelijk de goede werking van het
gerechtelijk apparaat gewaarborgd
wordt. We hebben momenteel
geen zicht op de manier waarop
de
vakantieperiodes
georganiseerd
worden,
en
beschikken
evenmin
over
informatie aan de hand waarvan
een verband zou kunnen worden
gelegd tussen de gerechtelijke
vakantie en de gerechtelijke
achterstand.
Ik denk dat het goed is dat men daar eens een zicht op zou krijgen.
Langs de andere kant heeft de Adviesraad van de magistratuur de
bevoegdheid om een bijdrage te leveren tot verbetering van het
sociaal statuut, van de werkomstandigheden en de voorwaarden van
de magistraten.
Ik heb reeds gevraagd tegen eind april een concreet projectplan uit te
werken betreffende hun kernwerkzaamheden voor de volgende twee
jaren van het mandaat. In het kader van dit projectplan zal ik hun ook
expliciet vragen om hierin een concreet voorstel te formuleren
betreffende het gerechtelijk verlof.
Op basis van dit projectplan van de Adviesraad van de magistratuur,
de voorstellen van de Orde van Vlaamse Balies en concrete adviezen
van andere justitiële actoren, bijvoorbeeld de Hoge Raad voor de
Justitie, kan ik dan eventueel initiatieven nemen om dat
spanningsveld tussen recht op verlof en het recht op een efficiënte
openbare dienstverlening, die de burger van de rechtbanken en hoven
verwacht, op te heffen.
Il serait positif d'avoir une vue
d'ensemble à ce sujet. Par
ailleurs, le Conseil consultatif de la
magistrature a pour mission de
contribuer à l'amélioration du
statut social, des circonstances et
des conditions de travail des
magistrats.
J'ai
demandé
au
conseil
consultatif d'ébaucher pour fin avril
un
projet
concernant
les
principales activités pour les deux
prochaines années du mandat.
Dans le cadre de ce plan, je
demanderai
également
qu'il
formule une proposition concrète à
propos des vacances judiciaires.
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Uiteraard, dat weet u ook, moeten wij daar respect opbrengen voor de
scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de zetelende
magistraat. Het moet echter mogelijk zijn om dit thema ook in overleg
te brengen om te kijken, ten eerste, of wij een zicht kunnen krijgen op
de situatie en, ten tweede, of er maatregelen moeten worden
genomen. Ik geloof in een dialoog op dat vlak om te kijken of er zich
initiatieven opdringen.
Sur la base du projet du conseil
consultatif, des propositions de
l'Ordre des barreaux flamands et
des avis des autres acteurs du
monde judiciaire, tels que le
Conseil supérieur de la Justice, je
pourrai
alors
prendre
des
initiatives pour concilier le droit aux
vacances du personnel judiciaire
avec le droit du citoyen à un
service public efficace.
À cet égard, il convient bien
entendu de respecter la séparation
des pouvoirs et l'indépendance
des magistrats.
07.04 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik ben blij dat het bijna op het laatst was dat het woord
onafhankelijkheid van het gerecht viel. Voor alle duidelijkheid, de
huidige cursussen in de opleiding rechten dateren van vóór 1998,
daarin gaat het over de scheiding der machten en onafhankelijkheid
van het gerecht. De omschrijving van de onafhankelijkheid van het
gerecht en specifiek de onafhankelijkheid van rechters en procureurs
is omschreven in het eerste lid van artikel 151 van de Grondwet. Dat
is het artikel dat, met de hoogleraars op kop, het minst wordt
gerespecteerd in ons land.
Dit gezegd zijnde, men moet een beter management hebben in de
470 instellingen die ons gerecht kent. Volgens mijn tellingen zijn er
ongeveer 470 verschillende rechtbanken in ons land. Die hebben een
autonome manier van werken. Een richtlijn over het louter invullen van
het recht op verlof van elke magistraat is een eerste stap die heel
voorzichtig het evenwicht een beetje herstelt.
De grote vraag die u moet kunnen beantwoorden is of u het recht hebt
als minister van Justitie om te zeggen hoe de organisatie van het
werk zal zijn. De organisatie van het verlof is voor een stuk de
organisatie van het werk. Ik ben ervan overtuigd, dat was ook de
intentie bij het opstellen van de Grondwet in 1998, dat u dat moet
kunnen. Ik hoop dus dat u daarin slaagt, dat het advies niet zal
beginnen met te stellen dat er scheiding der machten is. Daarover
gaat het hier niet en mag het niet gaan.
07.04 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit):
Je
suis
heureux
d'apprendre que le ministre se
soucie de l'indépendance de la
justice. L'article 151 de la
Constitution, qui garantit cette
indépendance, est en effet la
disposition la moins respectée
dans ce pays.
Les 470 instances judiciaires que
compte notre pays doivent être
mieux gérées. Actuellement, tous
ces tribunaux fonctionnent de
manière autonome. Une directive
générale relative aux vacances
judiciaires constitue une première
étape dans la bonne direction.
Le ministre doit répondre à
l'importante question de savoir s'il
lui appartient de s'ingérer dans
l'organisation du travail, dès lors
que l'organisation des vacances
relève en partie de l'organisation
du travail. Je pense que telle était
effectivement
l'intention
du
constituant. La séparation des
pouvoirs ne constitue pas une
entrave à cet égard.
07.05 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse qui est le reflet d'un certain pragmatisme et
de son efficacité.
07.05 Jean-Luc Crucke (MR): In
zijn antwoord geeft de minister
blijk
van
pragmatisme
en
doeltreffendheid.
07.06 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, het is jammer
dat we nog met zo weinigen zijn, want het is natuurlijk een belangrijke
en interessante discussie.
Collega Landuyt, in alle bescheidenheid, ik was er ook al in 1998. Ik
07.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Je vous rappellerai qu'en 1998
j'étais déjà là aussi et que j'ai
contribué à la rédaction de cet
article.
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
meen zelfs dat ik bepaalde stukken van dat artikel uit mijn pen heb
zien komen.
Ik denk dat de redenering iets genuanceerder zou kunnen zijn. Ik geef
u het voorbeeld van de werklastmeting, waar zich precies dezelfde
discussie zou kunnen voordoen. Kan de minister opleggen dat men
de werklastmeting organiseert? Kan hij instructies geven aan
individuele rechters, die zich op de onafhankelijkheid kunnen
beroepen enzovoort? Ik denk dat het antwoord vaak niet zo'n zwart-
witverhaal is. Wat mij betreft is het duidelijk dat het eigenaarschap
van dat soort systeem tot de zetel moet behoren.
Natuurlijk, de zetel, wie is dat dan? In het College van procureurs-
generaal heeft men een wat eenvoudiger aanspreekpunt. Bij de
zetelende magistraten heeft men veel meer individuele situaties. De
kwestie is dan of wij dat kunnen organiseren. Kan de zetel zich op een
bepaalde manier organiseren? Kunnen wij daar bepaalde
verantwoordelijkheden leggen? Het is evident dat de samenleving de
actoren van de justitie mag vragen om een zekere transparantie met
betrekking tot de besteding van de middelen te bieden en
verantwoording af te leggen. Men mag veronderstellen dat een proces
economisch kan werken enzovoort. De vraag is echter hoe men dat in
de beste situatie organiseert.
De vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op, maar ik vergelijk dat
altijd een beetje met bijvoorbeeld situaties in ziekenhuizen waar
individuele artsen zich ook beroepen op therapeutische vrijheid en
onafhankelijkheid,
terwijl
er
toch
een
soort
gedragen
verantwoordelijkheid moet bestaan voor de inzet van de middelen.
Men kan niet overal alles en op alle momenten voorschrijven, want de
samenleving moet daar ook een prijs voor betalen. Dat is een
soortgelijke discussie.
Dat soort organisatorische vraagstukken is wat mij betreft oplosbaar
zonder dat er afbreuk hoeft te worden gedaan aan prerogatieven en
grondwettelijk beschermde bevoegdheden. De eerste keer dat we
daarover in deze constellatie met elkaar zullen spreken, is wanneer
we het zullen hebben over het project werklastmeting. Dan zullen we
zien hoe we een en ander op een goede manier met elkaar in
evenwicht kunnen brengen.
Cette discussion est comparable à
celle sur la mesure de la charge
de travail. Un ministre peut-il
imposer une mesure de la charge
de travail? Peut-il imposer des
instructions aux juges qui se
retranchent
derrière
leur
indépendance? La réponse à cette
question n'est ni oui, ni non.
En ce qui me concerne, j'estime
que le propriétaire d'un tel
système doit être le siège. Mais
qui est le siège? Au niveau du
Collège des procureurs généraux,
le point de contact apparaît
évident mais ce n'est pas le cas
pour la magistrature assise. Là,
plusieurs instances entrent en
ligne de compte. La question à se
poser est donc de savoir comment
organiser tout cela. Peut-on
conférer certaines responsabilités
au siège? Qui plus est, la société
peut aussi exiger une certaine
transparence dans l'utilisation des
moyens.
C'est un peu comme dans les
hôpitaux : les médecins invoquent
leur liberté thérapeutique mais on
note parallèlement à cette liberté
une responsabilité commune au
niveau des moyens à affecter.
07.07 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ik ga voor honderd procent
akkoord met de vergelijking van gerechten met ziekenhuizen wanneer
het over management gaat. Men moet daar echter consequent in zijn.
Als minister van Justitie moet men opletten met nuancering van wat in
de Grondwet staat, want men verzwakt zijn eigen positie.
Het is niet gemakkelijk, want het is nieuw. Men wil nog altijd niet zien
wat er staat in de eerste paragraaf van artikel 151 van de Grondwet.
Dat is heel helder, het behoeft geen interpretatie. Ik herhaal het, ik
stoor mij enorm aan de cursussen staatsrecht die wat die passages
betreffen, dateren van voor 1998 en duidelijk verkeerd zijn. Ze
verzwakken de positie van de politiek. De politiek is nochtans bedoeld
om de middelen die we in het gerecht stoppen, efficiënt te gebruiken.
Ik vind dat u zich daarin niet moet laten verzwakken door misplaatste
interpretaties van een heldere tekst in de Grondwet.
07.07 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Au niveau du management,
la comparaison entre les tribunaux
et les hôpitaux tient en effet la
route. Le ministre de la Justice doit
toutefois être attentif à ne pas trop
nuancer
le
contenu
de
la
Constitution car, à force de
nuancer, il risque de se déforcer
lui-même. Le premier paragraphe
de l'article 151 est très clair, mais
on semble refuser de le voir. Je
suis profondément heurté par le
fait que dans les cours de droit
public, les chapitres à ce sujet
datent toujours d'avant 1998.
Cette situation affaiblit la position
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
du politique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "certaines interdictions d'exercer des fonctions politiques" (n° 4335)</b>
08 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "bepaalde verbodsbepalingen om politieke functies uit te oefenen"
(nr. 4335)
08.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le cas dont je veux vous parler est aussi un cas d'évolution.
Dans la question précédente, on a fait une comparaison judicieuse
entre le milieu médical et le milieu de la justice. Je pense qu'ici, en
matière d'incompatibilités, les choses peuvent évoluer aussi. Le
temps nous prouve d'ailleurs qu'elles ont évolué. C'était le cas pour
les militaires qui étaient frappés d'incompatibilité.
Je vais parler non pas des magistrats car je pense que tout le monde
comprend bien évidemment l'incompatibilité et l'interdiction d'exercer
une fonction politique. Toutefois, vous savez comme moi qu'au sein
du système judiciaire, les fonctions sont très différentes. On a des
employés de greffe ou de parquet les secrétaires, collaborateurs
administratifs qu'on peut très bien retrouver dans d'autres
administrations que celle de la Justice. Il s'agit de gens qui exercent la
même fonction si ce n'est qu'ils travaillent dans un SPF si je puis
dire différent. Les membres de l'ordre judiciaire voient ainsi dans
d'autres administrations des personnes occupant des fonctions
identiques aux leurs être autorisées à exercer un mandat politique,
alors que cela leur est refusé.
Je le répète, je ne parle pas ici de la magistrature.
Le droit d'être candidat aux élections ou d'exercer un mandat est un
droit civique élémentaire. Par ailleurs, j'estime que c'est le rôle de la
démocratie que de créer certaines incompatibilités qui relèvent de la
séparation des pouvoirs. En la matière, j'estime que la pensée doit
être affinée. En effet, pour certaines fonctions, comme les employés
de greffe ou de parquet, il me semble que la porte pourrait être
ouverte.
Quelle est la position du ministre et du gouvernement dans ce
dossier?
Peut-on imaginer que le dossier relatif aux candidatures et à
l'exercice de fonctions politiques soit actualisé je parle bien
d'employés non magistrats de l'ordre judiciaire ou considérez-vous
au contraire que cette interdiction totale et complète doit être
maintenue?
08.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Naast de functie van magistraat
zijn er in ons rechtssysteem een
aantal
andere
functies
secretaris,
administratief
medewerker die ook bij andere
departementen
dan
Justitie
bestaan. Personen die identieke
functies uitoefenen, mogen buiten
de rechterlijke orde wel een
politiek mandaat uitoefenen, terwijl
dat bij het gerechtelijk apparaat
niet toegestaan is.
Het recht om zich kandidaat te
stellen voor verkiezingen of een
mandaat uit te oefenen is een
elementair burgerrecht. Maar het
is ook de taak van de democratie
om bepaalde onverenigbaarheden
vast te leggen. Ik ben van oordeel
dat deze kwestie een nader
onderzoek verdient.
Wat is het standpunt van de
minister en de regering in dit
dossier?
Zou het dossier inzake de
kandidaatstelling voor en de
uitoefening van een politieke
functie niet geüpdatet kunnen
worden ik heb het wel degelijk
over de niet-magistraten in de
rechterlijke orde of denkt u
integendeel dat dit volledige
verbod moet gehandhaafd blijven?
08.02 Jo Vandeurzen, ministre: L'article 353ter du Code judiciaire
stipule que les règles d'incompatibilité déterminées à l'article 293 sont
applicables aux membres du secrétariat du parquet, au personnel des
greffes et aux attachés aux services de la documentation et de la
concordance des textes auprès de la Cour de cassation, ainsi qu'aux
membres du personnel titulaires d'un grade de qualification particulier
créé par le Roi conformément à l'article 180, alinéa 1.
08.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt
dat
de
regels
inzake
onverenigbaarheid van toepassing
zijn op het personeel van de
griffies en parketten, op de
attachés
bij
de
dienst
CRIV 52
COM 153
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Cette incompatibilité a été introduite par la loi du 26 mars 1996
insérant l'article 353bis dans le Code judiciaire modifiant l'article 354
du même Code.
Le législateur avait indiqué que les conditions en matière judiciaire,
même exercées par du personnel qui ne relève pas de l'ordre
judiciaire, doivent l'être de façon telle que le justiciable puisse avoir
une confiance absolue dans la neutralité et l'objectivité des personnes
qui les exercent.
Dans son arrêt du 21 octobre 1998, la Cour constitutionnelle a
conforté cette position en rejetant les recours en annulation de l'article
353bis repris aujourd'hui dans l'article 353ter du Code judiciaire.
La Cour concluait que, si l'éligibilité est un droit fondamental dans une
société démocratique, l'indépendance et l'impartialité du pouvoir
judiciaire sont également des exigences qui tiennent aux valeurs
fondamentales de la démocratie.
L'exercice d'un mandat politique électif impliquant que son titulaire
s'engage publiquement en faveur des options politiques et recherche
à s'attacher la confiance des électeurs, le législateur a pu
raisonnablement considérer que les limitations au droit qui devait être
exercé est indispensable à l'exercice de la fonction judiciaire.
Elle a également estimé qu'afin de garantir le fonctionnement
impartial de la justice aux yeux d'un public qui peut être
insuffisamment informé de la répartition des tâches au sein de
l'institution judiciaire, les incompatibilités devaient s'étendre à tous
ceux qui, fût-ce pour y accomplir des tâches administratives,
travaillent au sein des greffes et des parquets.
Dans ce même arrêt, la Cour constitutionnelle a clairement indiqué
qu'il n'y a pas de discrimination entre les titulaires des fonctions
administratives visées qui dépendent de l'organisation judiciaire et
l'exercice des mêmes fonctions administratives qui dépendent
d'autres administrations.
Il existe entre les membres du personnel des greffes et des
secrétariats des parquets, d'une part, et les autres agents de la
Fonction publique, d'autre part, une différence fondée sur des critères
objectifs. Les premiers participent, fût-ce indirectement, aux services
liés au fonctionnement du ministère public ou des cours et tribunaux
de l'ordre judiciaire, les seconds n'y participent pas. Cette différence
justifie que seuls les premiers soient soumis aux incompatibilités
critiquées.
Je ne peux donc que me rallier à la position de la Cour
constitutionnelle. Vu la motivation du législateur et la position de la
Cour constitutionnelle, il convient plutôt de garder les incompatibilités
telles qu'elles existent actuellement.
documentatie
en
overeenstemming der teksten bij
het Hof van Cassatie, alsook op
de personeelsleden die een
bijzondere graad bekleden.
De wetgever had aangegeven dat
de rechterlijke ambten, zelfs
wanneer ze worden bekleed door
personeel dat geen deel uitmaakt
van de rechterlijke orde, dusdanig
moeten worden uitgeoefend dat de
rechtsonderhorige een absoluut
vertrouwen kan hebben in de
neutraliteit en de objectiviteit van
de persoon die het ambt uitoefent.
Het Grondwettelijk Hof heeft dat
standpunt in een arrest van 1998
bevestigd. Daaruit blijkt duidelijk
dat er tussen de personeelsleden
van
de
griffies
en
de
parketsecretariaten enerzijds, en
de andere overheidsambtenaren
anderzijds,
een
onderscheid
bestaat dat gestoeld is op
objectieve
criteria
en
dat
rechtvaardigt
dat
enkel
de
eerstgenoemde
categorie
onderworpen is aan de omstreden
verbodsbepalingen.
Gelet op de motivering van de
wetgever en op het standpunt van
het Grondwettelijk Hof moeten de
bestaande
onverenigbaarheden
worden gehandhaafd.
08.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, la messe est
dite. J'ai eu l'avis du législateur, j'ai celui du ministre qui lui est
conforme. J'ai donc compris qu'en la matière, les choses
n'évolueraient pas pendant cette législature. Je le regrette et je pense
qu'on pourrait assouplir les règles. Je me dois cependant de
08.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Tijdens deze zittingsperiode zullen
we dus ter plaatse blijven
trappelen. Dat betreur ik, maar ik
behoor de wetgever en de minister
08/04/2008
CRIV 52
COM 153
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
respecter le législateur et le ministre.
te respecteren.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.13 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.13 uur.