KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 150
CRIV 52 COM 150
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
08-04-2008
08-04-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
vredegerecht van het elfde kanton Antwerpen"
(nr. 4001)
1
Question de Mme Maya Detiège au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la justice de paix du onzième
canton d'Anvers" (n° 4001)
1
Sprekers: Maya Detiège, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Maya Detiège, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de Hoge Raad voor Justitie"
(nr. 4004)
3
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le Conseil supérieur de la
justice" (n° 4004)
3
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de opleiding van magistraten"
(nr. 4337)
3
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la formation des magistrats"
(n° 4337)
3
Sprekers: Renaat Landuyt, Bart Laeremans,
Jo Vandeurzen, vice-eerste minister en
minister
van
Justitie
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Bart Laeremans,
Jo Vandeurzen, vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
7
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de toename van
het geweld tegen MIVB-personeel" (nr. 4032)
8
- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la recrudescence des
agressions contre des agents de la STIB"
(n° 4032)
7
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het strenger
bestraffen van geweldplegers op het openbaar
vervoer" (nr. 4322)
8
- M. Bruno
Stevenheydens
au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le renforcement des
sanctions contre les auteurs d'actes de violence
commis dans les transports en commun"
(n° 4322)
7
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Bruno
Stevenheydens, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Bruno
Stevenheydens, Jo Vandeurzen, vice-
premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
nulrendement van overvallen op geldtransport"
(nr. 4041)
12
Question de Mme Leen Dierick au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la rentabilité nulle des
attaques de transports de fonds pour les
criminels" (n° 4041)
12
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
13
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de geplande loketfuncties
voor het hof van beroep te Antwerpen bij de
griffies van de rechtbanken van eerste aanleg te
Hasselt en te Tongeren" (nr. 4043)
12
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet d'installation de
fonctions de guichet pour la cour d'appel d'Anvers
auprès des greffes des tribunaux de première
instance de Hasselt et de Tongres" (n° 4043)
13
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het hof van beroep in
Hasselt" (nr. 4288)
13
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la cour d'appel à Hasselt"
(n° 4288)
13
Sprekers: Bert Schoofs, Renaat Landuyt, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Renaat Landuyt, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de plannen voor
experimenten met het oog op rechtsbedeling via
videoconferenties" (nr. 4044)
17
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les expériences prévues
concernant l'administration de la justice par
vidéoconférence" (n° 4044)
17
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de uitvoering
van de alternatieve gerechtelijke maatregelen"
(nr. 4049)
21
Question de M. Maxime Prévot au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'exécution des mesures
judiciaires alternatives" (n° 4049)
21
Sprekers: Maxime Prévot, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Maxime Prévot, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de begeleiding
van de Belgische burgerlijke partijen tijdens het
proces-Fourniret" (nr. 4052)
24
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'accompagnement des
parties civiles belges lors du procès Fourniret"
(n° 4052)
24
Sprekers: Xavier Baeselen, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Xavier Baeselen, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opvordering
van artsen voor een bloedproef in het kader van
een alcohol- of drugstest in het verkeer" (nr. 4069)
26
Question de M. Jef Van den Bergh au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la réquisition de
médecins pour effectuer un prélèvement sanguin
dans le cadre d'un contrôle de la conduite
automobile sous l'influence de drogues ou
d'alcool" (n° 4069)
26
Sprekers:
Jef
Van
den
Bergh,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jef
Van
den
Bergh,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
27
Questions jointes de
27
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het Gentse proefproject voor
drugsverslaafden" (nr. 4093)
28
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote de Gand
concernant les toxicomanes" (n° 4093)
27
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de preventieve aanpak van
de druggelateerde criminaliteit" (nr. 4110)
28
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'approche préventive de la
criminalité liée à l'usage de stupéfiants" (n° 4110)
27
- de heer Daniel Bacquelaine aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het pilootproject 'Proefzorg'
voor druggebruikers" (nr. 4237)
28
- M. Daniel Bacquelaine au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote 'Soins
probatoires' pour toxicomanes" (n° 4237)
27
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het pilootproject 'Proefzorg' in
Gent voor drugsverslaafden" (nr. 4289)
28
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote de soins
probatoires pour toxicomanes mené à Gand"
(n° 4289)
27
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het Gentse
proefzorgproject
voor
drugsverslaafden"
(nr. 4342)
28
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote de soins
probatoires pour toxicomanes mené à Gand"
(n° 4342)
27
Sprekers: Josée Lejeune, Jean-Luc Crucke,
Orateurs: Josée Lejeune, Jean-Luc Crucke,
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Renaat Landuyt, Sabien Lahaye-Battheu, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Renaat Landuyt, Sabien Lahaye-Battheu, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
35
Questions jointes de
35
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
Slachtofferfonds" (nr. 4100)
35
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le Fonds d'aide aux victimes"
(n° 4100)
35
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het Slachtofferfonds en het
aandeel
van
veroordelingen
voor
verkeersovertredingen hierin" (nr. 4283)
35
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le Fonds d'aide aux victimes
et la part qu'y représentent les condamnations
pour infractions de roulage" (n° 4283)
35
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Renaat
Landuyt, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Renaat
Landuyt, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de te nemen
maatregelen na het verzet van de banken inzake
de huurwaarborg" (nr. 4101)
38
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles sur "les mesures à
prendre face à la résistance bancaire à l'égard de
la garantie locative" (n° 4101)
38
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Renaat
Landuyt, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Renaat
Landuyt, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
8
APRIL
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
8
AVRIL
2008
Matin
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.36 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door mevrouw Mia De Schamphelaere.
Le développement des questions et interpellations commence à 10.36 heures. La réunion est présidée par
Mme Mia De Schamphelaere.
01 Vraag van mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het vredegerecht van het elfde kanton Antwerpen" (nr. 4001)
01 Question de Mme Maya Detiège au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la justice de paix du onzième canton d'Anvers" (n° 4001)</b>
01.01 Maya Detiège (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, collega's,
volgens een bijvoegsel van het Gerechtelijk Wetboek vormen de
gemeente Stabroek en de voormalige gemeenten Berendrecht, Lillo,
Ekeren en Zandvliet van de stad Antwerpen het elfde gerechtelijk
kanton Antwerpen. De zetel van het vredegerecht is gevestigd te
Antwerpen, op het adres Hof van Delftlaan 46C te 2180 Ekeren-
Antwerpen.
Het grootste deel van de rechtzoekenden waarvoor dit vredegerecht
bevoegd is, is ontegensprekelijk gevestigd in het district Ekeren van
de stad Antwerpen zodat de locatie van het vredegerecht logisch en
vanzelfsprekend is. Ook in de toekomst zal met dit essentieel element
rekening moeten worden gehouden. De stad Antwerpen is
verantwoordelijk voor het verschaffen van huisvesting voor het
vredegerecht. De huidige locatie is gehuurd. Het blijkt dat de stad
Antwerpen geen verlenging van huur heeft aangevraagd zodat de
eigenaar aandringt op de vrijgave van het pand uiterlijk eind 2008.
Rekening houdend met de termijnen van oproeping, dagvaarding en
verwittiging die in het raam van de rechtspleging aan de
rechtzoekende dienen te worden verstuurd, is het essentieel dat zo
spoedig mogelijk uitsluitsel wordt gegeven over de verdere gang van
zaken en het verzekeren van de gerechtelijke dienst en de
rechtszekerheid. De deurwaarders, notarissen en de balie hebben
reeds blijk gegeven van hun ongerustheid.
Mijnheer de minister, kan u uitsluitsel geven over de concrete plannen
voor de huisvesting van het vredegerecht, elfde kanton Antwerpen
zodat aan de voormelde bekommernissen een passend antwoord kan
worden gegeven?
01.01 Maya Detiège (sp.a-spirit):
Le onzième canton judiciaire
d'Anvers se compose de la
commune de Stabroek et des
anciennes
communes
de
Berendrecht, Lillo, Ekeren et
Zandvliet, qui font aujourd'hui
toutes partie d'Anvers. Le siège de
la justice de paix est installé dans
la Hof van Delftlaan, à Ekeren.
Cet endroit est loué. La ville
d'Anvers
-
responsable
de
l'hébergement de la justice de paix
- n'a pas demandé de prolongation
du bail. Le propriétaire insiste pour
obtenir la libération du bâtiment au
plus tard à la fin de cette année. Il
va de soi que pour ne pas risquer
de mettre en péril la sécurité
juridique, il faut qu'une solution
d'hébergement de la justice de
paix
soit
trouvée
le
plus
rapidement
possible.
Les
huissiers, les notaires et le
barreau
qui
travaillent
régulièrement avec ce tribunal ont
entre-temps déjà exprimé leur
inquiétude face à cette situation.
Quels sont les projets concrets en
matière d'hébergement de la
justice de paix du onzième canton
d'Anvers?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega, bij de 01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
oprichting van het elfde kanton Antwerpen, vredegerecht Ekeren,
conform de wet van 25 maart 1999 betreffende de hervorming van de
gerechtelijke kantons, werd het vredegerecht gehuisvest in een door
de stad in bruikleen gegeven gebouw dat eigendom is van de vzw
Algemeen Ziekenhuis KLINA. De stad betaalt hiervoor een
gebruiksvergoeding.
Naar aanleiding van de melding door het vredegerecht aan mijn
diensten dat de eigenaar deze overeenkomst niet meer wenste te
verlengen na 31 januari 2008 werd op 21 september 2007 een brief
verzonden aan het stadsbestuur met de vraag om een dringende
oplossing. Ter zake geldt immers een huisvestingsplicht in hoofde van
de stad.
Op 27 november 2007 vond een vergadering plaats met een
vertegenwoordiger van mijn departement, de vrederechter, de
hoofdgriffier, schepen Ludo Van Campenhout en gemeenteraadslid
Talhaoui. Er werd toen beloofd dat een oplossing aangeboden zou
worden in de vorm van een nieuwe huisvesting. Mijn diensten
ontvingen op 21 december 2007 evenwel een brief van het
stadsbestuur waarin gemeld werd dat er geen oplossing kan worden
geboden na 31 januari 2008 door de beslissing van de eigenaar om
de huurovereenkomst definitief te beëindigen op 31 januari 2008. Mijn
diensten hebben in antwoord daarop, op 3 januari 2008, herinnerd bij
brief van 15 januari, een nieuwe brief aan het stadsbestuur gericht
met de vraag om een oplossing en wijzend op de huisvestingsplicht
van elk gemeentebestuur ten opzichte van een vredegerecht op haar
grondgebied.
Het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten
Antwerpen meldde in maart 2008 aan mijn diensten dat het
stadsbestuur een verlenging van de huur tot 31 december 2008 wil
bekomen, evenwel op voorwaarde dat de FOD Justitie een
boeteclausule
zou
aanvaarden
wanneer
de
stad
na
31 december 2008 het pand nog niet definitief zou hebben ontruimd.
Ik richtte daarop nogmaals een brief aan het stadsbestuur, waarin ik,
enerzijds, stelde dat ik niet akkoord ga met het ten laste nemen van
eventuele boetes. Ik zie eerlijk gezegd ook niet in waarom Justitie met
boeteclausules in een overeenkomst akkoord moet gaan, indien het
pand niet kan worden ontruimd, wanneer degene die het van de
eigenaar huurt, ook degene is die voor de huisvesting moet instaan.
Anderzijds drong ik aan op een oplossing voor de huisvesting van het
betrokken vredegerecht. Ik wees op de huisvestingsplicht van de stad
Antwerpen ter zake. Ik reken er dan ook op dat de stad mij op korte
termijn een oplossing zal voorstellen.
En mars 1999, le onzième canton
d'Anvers s'est installé dans un
bâtiment qui lui a été donné en
prêt à usage et qui appartient à la
vzw Algemeen Ziekenhuis KLINA.
La ville paie à cet effet une
indemnité
d'usage.
L'année
dernière, le propriétaire a fait
savoir qu'il ne voulait plus
prolonger le bail après le 31
janvier 2008.
L'administration communale étant
tenue
par
une
obligation
d'hébergement, il lui a été
demandé, le 21 septembre 2007,
de
chercher
d'urgence
une
solution
à
ce
problème
d'hébergement. Le 27 novembre
2007,
une
réunion
a
été
convoquée au cabinet de la
Justice et une solution a été
promise. Le 21 décembre 2007, la
ville
d'Anvers
a
toutefois
communiqué qu'aucune solution
n'avait pu être trouvée pour la
période après le 31 janvier 2008.
En janvier, la Justice a une
nouvelle fois insisté auprès de la
ville pour quelle trouve d'urgence
une solution.
En mars 2008, le département de
la Justice a été informé du souhait
de l'administration de la ville
d'obtenir une prolongation du loyer
jusqu'au 31 décembre 2008, à la
condition toutefois que la Justice
accepte d'acquitter une amende
au cas où l'immeuble ne serait pas
encore évacué au 31 décembre.
J'ai fait part dans un courrier à la
ville de mon désaccord sur cette
clause de pénalité. Par la même
occasion, je lui ai rappelé
l'obligation d'hébergement et j'ai
insisté sur la nécessité de trouver
très rapidement une solution.
01.03 Maya Detiège (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, waarop baseert u de huisvestingsplicht van de stad? Ik heb
hier immers het gevoel dat er pingpong wordt gespeeld. Enerzijds
wordt geopperd dat het de bevoegdheid van de stad Antwerpen is.
Anderzijds had ik van de stad Antwerpen zelf begrepen dat de kwestie
de bevoegdheid van de minister is.
Ik stel vast dat er op dit ogenblik geen oplossing is.
01.03 Maya Detiège (sp.a-spirit):
On assiste manifestement à une
partie de ping-pong: à qui incombe
finalement l'obligation d'héberger
la justice de paix?
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
01.04 Minister Jo Vandeurzen: Eerlijk gezegd, er bestaat, mijns
inziens, geen discussie over het feit dat de gemeente voor huisvesting
moet zorgen. De enige discussie bestaat blijkbaar over het feit dat de
stad Antwerpen een huurverlenging tot eind 2008 heeft bekomen. De
oorspronkelijke eigenaar wil ten opzichte van de stad een verlenging
enkel organiseren indien ook wordt afgesproken dat het pand tijdig
wordt ontruimd en in dat verband een boeteclausule in de
overeenkomst wordt opgenomen.
Het is echter duidelijk dat de stad naar een andere oplossing op zoek
is omdat zij ook aanvaardt dat zij een huisvestingsplicht heeft.
01.04 Jo Vandeurzen, ministre:
C'est clairement l'administration
de la ville qui est responsable de
l'hébergement. Le propriétaire
n'est disposé à prolonger le
contrat qu'à la condition qu'une
clause de pénalité soit prévue en
cas d'évacuation tardive.
01.05 Maya Detiège (sp.a-spirit): Er is dus op dit ogenblik geen
oplossing.
01.05 Maya Detiège (sp.a-spirit):
Aucune solution n'a donc encore
été trouvée à ce jour.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de Hoge Raad voor Justitie" (nr. 4004)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de opleiding van magistraten" (nr. 4337)
02 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le Conseil supérieur de la justice" (n° 4004)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la formation des magistrats" (n° 4337)</b>
02.01 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, dit is een opvolgingsvraag. De Hoge Raad voor de
Justitie was op uw vraag bereid te voorzien in de continuïteit van de
gerechtelijke opleiding tot 23 maart 2008.
Mijn vraag is: wat nu, want 23 maart 2008 is voorbij.
02.01 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): En janvier 2008, le ministre
a invité le Conseil supérieur de la
justice
à
poursuivre
le
développement des programmes
de
formation
des
stagiaires
judiciaires et des magistrats, ce
qui est contraire à la loi sur la
formation judiciaire imposant la
création d'un Institut de formation
judiciaire. Le Conseil supérieur a
fait savoir au ministre, le 1
er
février
2008,
qu'il
est
disposé
à
poursuivre
provisoirement
la
formation mais qu'il espère en
revanche que des décisions seront
prises pour le 23 mars.
Quelles décisions le ministre a-t-il
prises en l'occurrence?
02.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat nogal vaag te lezen
dat de gerechtelijke opleiding in de toekomst zou gebeuren in
samenwerking met de Gemeenschappen. In een niet-officiële uitprint
van de desbetreffende bladzijde uit uw beleidsnota staat dat er
hoogstens
nog
sprake
is
van
samenwerking
met
de
onderwijsinstellingen, wat toch nog iets heel anders is dan
samenwerking met de Gemeenschappen.
02.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
La
déclaration
gouvernementale
stipule
qu'à
l'avenir la formation judiciaire
s'effectuerait en collaboration avec
les Communautés. Dans la note
de politique générale du ministre, il
est encore tout au plus question
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Ik lees ook dat men nog altijd het Instituut voor Gerechtelijke
Opleiding als dusdanig zou blijven handhaven. Dat is heel sterk in
tegenspraak met wat u destijds altijd hebt verdedigd, met name een
aparte magistratenschool per Gemeenschap. Ik vrees dus dat de
oplossing die u in petto hebt, helemaal niet strookt met wat u vroeger
hebt beloofd, namelijk een Vlaamse magistratenschool of een
Vlaamse school voor gerechtelijke opleiding. Wij blijven dus
inderdaad bij die unitaire recuperatie die in gang werd gezet door
minister Onkelinx.
Kunt u concreet verklaren wat er wordt bedoeld met samenwerking
met de Gemeenschappen?
Wordt de wet hervormd en in welke zin?
Komt er een opleidingsinstituut per Gemeenschap?
Hebt u hierover reeds overleg gepleegd met de Gemeenschappen?
Zo ja, wat is hun standpunt?
Tegen wanneer hoopt u de wijziging te realiseren?
Tegen wanneer ziet u de hervormde opleiding in werking?
Ten slotte, wat blijft in afwachting daarvan de taak van de Hoge Raad
voor de Justitie?
d'une collaboration avec les
établissements
d'enseignement,
ce qui est en contradiction avec
d'anciennes
déclarations
de
M. Vandeurzen selon lesquelles il
souhaitait la création d'une école
de magistrats flamande. À présent
qu'il est ministre, M. Vandeurzen
confirme
le
mouvement
de
récupération unitaire entamé par
son
prédécesseur
au
département.
Quelle est la signification du
membre de phrase relatif à la
collaboration dans la note de
politique générale? La loi sera-t-
elle adaptée pour permettre la
création d'un institut de formation
par
Communauté?
Des
concertations ont-elles déjà été
organisées à cet effet avec les
Communautés? Quel est le
calendrier
prévu
pour
les
prochaines
étapes?
Dans
l'intervalle, quelle tâche restera
réservée au Conseil supérieur de
la justice?
02.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, de heer
Landuyt heeft gelijk de vraag opnieuw te stellen. De opleidingen
worden op dit ogenblik nog steeds georganiseerd zoals voorheen. Dat
betekent dat de Hoge Raad voor de Justitie de programma's voor de
opleiding voor de magistraten en de gerechtelijke stagiairs
voorbereidt.
U mag daarbij niet uit het oog verliezen dat de opdracht van de Hoge
Raad zich in deze beperkt tot de voorbereiding. De concrete
organisatie en de uitvoering van de opleidingen voor de magistraten
en de gerechtelijke stagiairs gebeuren door de bevoegde diensten
binnen het departement. Dat is trouwens ook het geval voor het
personeel van de griffies en de parketten, met hierin echter ook
inbegrepen het concept van de opleiding zelf.
Het voorbereidende werk van de Hoge Raad, wat de magistraten
betreft, kunt u terugvinden in de brochure van de Hoge Raad. Daarbij
zult u merken dat het opleidingsprogramma reeds voor het hele jaar
2008 is bepaald. Wat dat betreft is er dus geen probleem voor de
continuïteit.
De manier waarop op dit ogenblik de opleidingen worden gegeven, is
van een hoge kwaliteit, en wij zullen dat blijven waarborgen tot op het
moment dat het instituut zijn taken kan opnemen met garanties voor
diezelfde kwaliteit.
Voor mij is er dus geen probleem van onwettelijkheid. Artikel 151, §3,
van de Grondwet gaat uitdrukkelijk over de taak van de Hoge Raad,
de vorming van de rechters en de ambtenaren van het openbaar
02.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Les
formations
sont
encore
organisées aujourd'hui de la
même manière que par le passé,
à savoir par le Conseil supérieur
de la justice. Celui-ci se limite à la
préparation de la formation. Les
services
compétents
du
département de la Justice sont
chargés de l'organisation et de la
mise en oeuvre concrètes de la
formation. Le contenu du travail
préparatoire est décrit dans une
brochure du Conseil supérieur. Le
programme de formation est établi
pour toute l'année 2008. Il n'existe
donc
aucun
problème
de
continuité.
À mon estime, il n'y a aucun
problème d'illégalité. L'article 151,
§ 3, de la Constitution décrit
explicitement
les
tâches
du
Conseil supérieur, y compris la
formation des juges et des
fonctionnaires du ministère public.
Dans un souci de continuité, la
formation judiciaire se déroule
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
ministerie. Die discussie hebben wij echter al eens gehad.
Zoals ik hierboven reeds heb verduidelijkt, gebeurt de gerechtelijke
opleiding zoals voorheen om de continuïteit te waarborgen, maar het
is evident dat wij snel duidelijkheid moeten verschaffen nu er een
regeerakkoord is en de bepalingen errond in het regeerakkoord zijn
opgenomen. Zoals collega Laeremans stelt, die de nota nog niet heeft
ontvangen, maar toch heeft kunnen lezen, is daarin inderdaad een
verwijzing opgenomen naar de manier waarop wij dit probleem
moeten aanpakken. Collega Landuyt heeft gelijk dat dit een zaak is
die de nodige dringendheid heeft.
In verband met de vraag rond de gemeenschapsmaterie, toch
misschien een paar punten heel duidelijk op een rij. Het punt dat niet
aan de orde is, is de vraag of de opleiding nu een
gemeenschapsmaterie is of niet. Waar het om gaat, is dat de kennis,
expertise en de ervaring die de laatste jaren is opgebouwd door de
onderwijsinstellingen, die afhangen of erkend zijn door de
gemeenschappen, niet zou worden benut.
Het kan niet zijn een parallelle organisatie op te richten die
opleidingen gaat organiseren waarvoor perfect een beroep kan
worden
gedaan
op
de
Gemeenschappen
en
door
de
Gemeenschappen erkende instellingen. Het gaat hier ook niet over
een magistratenschool, omdat het alleen gaat over de voortgezette
opleiding, niet over de opleiding tot magistraat, wat de definitie is van
een magistratenschool. Bovendien gaat het niet alleen over de
magistraten, maar gaat het ook over de griffiers en de
parketsecretariaten. Het is dus een permanente opleiding zoals die
bestaat voor de politie en andere grote administraties waar men ook
een engagement neemt om een permanente opleiding te organiseren.
Ik neem aan dat het u bekend is dat er voor verschillende van die
korpsen ook opleidingen worden georganiseerd, die kaderen in de
permanente vorming.
In het regeerakkoord is opgenomen dat het Instituut dient samen te
werken met de Gemeenschappen. Wat die samenwerking betreft,
kan het niet de bedoeling zijn dat het Instituut voor Gerechtelijke
Opleiding zich in de plaats stelt van de onderwijsinstellingen die
afhangen of erkend zijn door de Gemeenschappen. Het moet
integendeel de intentie zijn van het Instituut om maximaal samen te
werken met deze instellingen en met hen een aantal opleidingen te
organiseren.
Sedert enkele jaren hebben meerdere onderwijsinstellingen
inspanningen geleverd op het vlak van beroepsopleidingen en
bijzondere programma's opgezet, gericht op beroepsbeoefenaars
binnen de gerechtelijke organisatie. Het lijkt dan ook opportuun dat
het Instituut een beroep doet op deze expertise. Is er voor een
specifieke opleiding geen aanbod voorhanden, dan kan men
eventueel overwegen om zelf een initiatief te nemen.
Dat betekent dat wij werken aan een hervorming van de wet. Dat zal
een hervorming zijn die gericht zal zijn op een grotere rol van de
Gemeenschappen, maar die wat het Instituut als dusdanig betreft, de
structuur zal laten bestaan, zij het met een grotere betrokkenheid en
garanties dat men inderdaad niet treedt in de rol en de
verantwoordelijkheid, de mogelijkheden en de expertise van de door
comme avant. Ceci dit, une
modification
à
introduire
d'urgence est effectivement
prévue.
La question n'est pas de savoir si
la formation est une matière
communautaire ou non. Ce qui est
important, c'est de conserver les
connaissances,
l'expertise
et
l'expérience accumulées par les
établissements
d'enseignement
agréés par les Communautés ou
qui en dépendent directement.
Nous n'avons pas besoin d'une
institution parallèle qui organiserait
des formations déjà proposées par
les établissements reconnus par
les Communautés. Par ailleurs, il
n'est pas question ici d'une école
de magistrats, mais bien de la
formation continuée de magistrats,
de greffiers et de magistrats du
parquet, ce que l'on pourrait
comparer
à
la
formation
permanente au sein de la police et
des grandes administrations.
L'accord de gouvernement prévoit
que
l'institut
travaillera
en
partenariat
avec
les
Communautés. L'idée est qu'il
organise
des
formations
en
collaboration avec les instituts
d'enseignement
des
Communautés.
Plusieurs instituts d'enseignement
proposent déjà depuis un certain
nombre d'années des formations
professionnelles
et
des
programmes
destinés
au
personnel judiciaire. Le mieux que
l'on
puisse
faire,
c'est
de
conserver cette expertise. S'il y a
des lacunes en matière de
formation, l'institut pourra prendre
des initiatives.
La réforme de la loi sera donc
axée sur un rôle renforcé des
Communautés. L'institut à venir
sera un organe central doté d'un
rôle de coordination.
De cette manière, on pourra
collaborer à grande échelle avec
les Communautés, mais il sera
également possible d'examiner et
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
de Gemeenschap erkende voorzieningen.
Er komt een instituut dat als centraal orgaan een coördinerende rol
kan hebben en dit met betrekking tot samenwerking met de
Gemeenschappen. Hierdoor kan op grote schaal worden
samengewerkt met de Gemeenschappen, maar kunnen ook de
noden en behoeften centraal worden onderzocht en verwerkt. Er is
ook een overlegmethode gepland. Het is zo dat in het verleden reeds
vaak werd samengewerkt met de universiteiten, hogescholen en
andere instanties. Dit is al een goede basis om op verder te bouwen.
Er bestaan vanuit de gemeenschapsinstellingen een aantal
opleidingen, die zich specifiek richten op de gerechtelijke orde. Dit
overleg zal niet van nul worden opgestart. Het is de taak van het
Instituut om in de toekomst zelf contacten te leggen met de
Gemeenschapsinstellingen om dit verder uit te bouwen.
Het is de bedoeling dat wij in een overgangsmethode voorzien, waarin
de opleidingen kunnen blijven lopen op een manier zoals het op dit
moment het geval is. De brochure van de Hoge Raad voorziet de
opleiding voor het gehele jaar en dat geeft ons de tijd om werk te
maken van een behoorlijke reorganisatie met betrokkenheid van de
Gemeenschappen bij de opstart van het geheel.
De opleidingen worden op dit ogenblik georganiseerd zoals dit
vroeger het geval was. Dat is een antwoord op de vraag van collega
Laeremans, maar dat antwoord heb ik al gegeven op de vraag van
collega Landuyt. Ik denk dat ik het daarmee kan afronden.
de traiter les besoins de façon
centralisée. Il est également prévu
d'établir
une
méthode
de
concertation.
Entre-temps,
les
formations
continuent, et le programme, qui a
été fixé pour toute l'année, se
trouve dans la brochure du Conseil
supérieur.
02.04 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, als ik het
goed begrijp, was de taak van de Hoge Raad voor de Justitie alleen
het opstellen van een brochure van de opleidingen en meer niet. Ik
denk dat de taak ruimer was. In hun brief van 1 februari 2008 aan het
Parlement stond immers uitdrukkelijk dat alle verantwoordelijkheid bij
de minister van Justitie ligt en zij hun taak slechts tot 23 maart 2008
zouden kunnen vervullen. Tot op heden is er dus niemand die hun
taak uitoefent. Er is dus een volledige lacune.
Voorts had ik een opmerking over de rol van de Hoge Raad voor de
Justitie over het opvolgen van instructies en het invullen van
opdrachten van de minister van Justitie met betrekking tot de
Grondwet. Mijn probleem ligt in de wettelijkheid. Er is een wet die de
gerechtelijke
opleiding
regelt,
maar
die
regelt ook
de
benoemingsvoorwaarden en de functioneringsvoorwaarden van
bijvoorbeeld een onderzoeksrechter. Daar ligt het probleem de
komende maanden. In het Gerechtelijk Wetboek staat met name dat
men moet voldoen aan de opleidingsvereisten van het instituut. Dat is
vandaag volledig van kracht.
Dit is een materie van gerechtelijk recht, van procedures, van
gerechtelijke onderzoeken, waar de letter van de wet enorm belangrijk
is en waar letterlijk staat dat de personen die een dergelijke zware
verantwoordelijkheid op zich nemen, zoals een onderzoeksrechter,
moeten voldoen aan de opleidingsvoorwaarden, die niet zomaar in
een brochure zijn gezet, maar die onder het toezicht van het instituut
staan dat men niet wenst op te richten, tenzij men, naar ik vermeen,
een structuur zal opstellen zoals bij de NMBS waarin de
vertegenwoordigers van de Gewesten en Gemeenschappen
aanwezig zullen mogen zijn.
02.04 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Selon le ministre, le Conseil
Supérieur de la Justice devait
seulement élaborer la brochure
relative aux formations. Je pense
que sa mission était plus vaste. Le
Conseil Supérieur a indiqué que la
responsabilité globale incombe au
ministre et qu'il pouvait exécuter
cette tâche jusqu'au 23 mars
seulement. Il y a donc une lacune
à l'heure actuelle.
Une loi régit la formation judiciaire,
mais aussi les conditions de
nomination et de travail des juges
d'instruction, par exemple. Voilà
qui fera surgir des difficultés au
cours des prochains mois, parce
que l'obligation de répondre aux
exigences de l'institut en matière
de formation est explicitement
mentionnée
dans
le
Code
judiciaire. L'ennui, c'est que cet
institut n'existe pas encore.
Ce qui me préoccupe, c'est que la
validité d'instructions judiciaires et
de nominations est sérieusement
menacée. Le ministre devra
affronter ces problèmes dans neuf
mois.
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Mijn bezorgdheid is dat er een groot gevaar is voor de geldigheid van
gerechtelijke onderzoeken en de benoemingen. Binnen negen
maanden hebt u daar effectief problemen mee.
02.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik wil even verduidelijken dat ik niet heb gezegd
dat het hier om een magistratenschool gaat. Er zijn twee verschillende
zaken. Er was destijds de belofte, in 1999, van een magistratenschool
per Gemeenschap. Hier gaat het echter om een unitair
opleidingsinstituut. Ik heb het onderscheid ook duidelijk gemaakt in
mijn vragen. Ik had het ook duidelijk over een opleidingsinstituut 2.
Dat blijft dus een unitair orgaan. U zegt dat het niet zo belangrijk is of
het een bevoegdheid van de Gemeenschappen is dan wel een
unitaire bevoegdheid, maar wel dat de onderwijsinstellingen
meewerken.
Welnu, dat is op dit moment niet het belangrijkste. Op dit moment
luidt de vraag hoe de wet gewijzigd zal worden en in welke mate de
Gemeenschappen daarbij betrokken zullen worden, in de mate dat
het een Belgisch instituut blijft. Wij hadden veel liever dat er per
Gemeenschap een instituut komt. Als u dat echter absoluut Belgisch
wil houden, zou u er minstens duidelijkheid over moeten scheppen in
welke mate de Gemeenschappen als dusdanig bij de werking daarvan
betrokken worden. U weet dat dat nu, via een afgeleide manier, heel
erg zwak, in een adviserende rol, gebeurt. Daar moet wat aan
veranderen.
Dan spreekt u, heel verwarrend, over samenwerking met de
onderwijsinstellingen enerzijds en met de Gemeenschappen
anderzijds. U haalt dat door mekaar en zegt dat het eigenlijk de taak
is van het instituut om met de Gemeenschappen te gaan
samenwerken. Neen, het is uw taak als minister van Justitie om met
de Gemeenschappen te gaan praten en te bepalen hoe in de
toekomst de voortgezette opleiding van de magistraten en gerechtelijk
personeel georganiseerd moet worden. Zult u dat doen met twee
aparte instituten of twee aparte vzw's, of iets gezamenlijks waarbij de
Gemeenschappen als dusdanig een belangrijke rol zullen spelen, en
natuurlijk ook de onderwijsinstellingen? Heel dat debat moet worden
gevoerd, maar daar geeft u geen klaarheid over. U laat alles in het
ongewisse.
Wij vrezen dat het in de grootst mogelijke mate een unitaire zaak zal
blijven en dat de Gemeenschappen daarin opnieuw stiefmoederlijk
behandeld zullen worden. Wij hopen dat u toch nog het
tegenovergestelde doet, dat u toch nog zo snel mogelijk met minister
Vandenbroucke en zijn Franstalige tegenhanger contact opneemt om
ervoor te zorgen dat die wet drastisch gewijzigd wordt, en niet een
soort van schoonmaak- of opsmukoperatie ondergaat.
02.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Ma question ne portait
pas sur une école de magistrats,
mais sur un institut de formation.
Celui-ci restera donc un organe
unitaire. Pour le ministre, il n'est
pas si important de savoir si cette
compétence
devient
communautaire ou si elle reste
unitaire,
pourvu
que
les
établissements
d'enseignement
coopèrent.
Il reste à savoir dans quelle
mesure les Communautés seront
associées au débat et si le rôle
consultatif mineur qu'elles jouent
actuellement peut être renforcé.
Pour le ministre, il incombe à
l'institut de négocier avec les
Communautés tandis qu'il lui
appartient, en sa qualité de
ministre et en accord avec les
Communautés, de déterminer
comment la formation continuée
des magistrats et du personnel
judiciaire doit être organisée dans
le
futur.
Le
ministre
est
particulièrement vague.
Nous craignons que cette question
reste exclusivement unitaire et
qu'une
fois
encore
les
Communautés seront traitées en
parents pauvres. Nous espérons
que le ministre finira par se mettre
en relation avec ses collègues des
Communautés pour réformer la loi
en
profondeur
au
lieu
de
seulement l'enjoliver.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la recrudescence des agressions contre des agents de la STIB" (n° 4032)<br>- M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le renforcement des sanctions contre les auteurs d'actes de violence commis
dans les transports en commun" (n° 4322)</b>
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de toename van het geweld tegen MIVB-personeel" (nr. 4032)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het strenger bestraffen van geweldplegers op het openbaar vervoer" (nr. 4322)
03.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
monsieur le ministre, les quatre préoccupations majeures des
citoyens sont sans aucune contestation l'emploi, le logement, un bon
environnement et la sécurité. Ma question s'inscrit au coeur de la
problématique de la sécurité.
Les agressions répétées du mois de mars à la STIB
malheureusement, elles sont également fréquentes dans les TEC et à
la SNCB nous ont rappelé un bien funeste souvenir. Je voudrais
vous remémorer les faits survenus le 27 avril 2007 à la station de
métro Delta. Ce jour-là, quatre jeunes pris de boisson agressent un
homme de 48 ans travaillant à la STIB. Ils l'encerclent pour lui voler
son portefeuille avant de commencer à le tabasser. L'agression filmée
par les caméras de surveillance est très violente: la victime, tête en
avant, est projetée à plusieurs reprises contre les murs de la station.
Alors que l'homme tente de s'enfuir, ses agresseurs le rattrapent et
continuent le passage à tabac jusqu'à ce qu'il ne bouge plus. L'un des
jeunes se met alors à sauter sur le thorax du malheureux, totalement
inanimé, puis ils abandonnent leur victime presque morte. Les auteurs
seront interpellés quelques jours après et tous passeront aux aveux.
Après un coma profond de plusieurs mois, aujourd'hui, la victime ne
peut plus marcher, a perdu la mémoire et est dans l'incapacité de
survivre seule. Face à une agression d'une extrême violence, aux
conséquences aussi graves pour la vie d'un homme, agression
avérée, à la suite non seulement des aveux des bourreaux mais aussi
à la vue des images de surveillance, on s'attendait à une décision
exemplaire avec des sentences à la hauteur des faits et de leurs
suites quant à la vie de la victime.
Les peines de trois à cinq ans de prison avec sursis pour trois
agresseurs et une peine de 150 heures de travaux pour le quatrième
pour non-assistance à personne en danger nous permettent de
mesurer l'écart vertigineux entre la gravité des actes commis et la
sanction des ces derniers. Aucun des quatre agresseurs, en effet, ne
passera un seul jour en prison.
Comment s'étonner dès lors, face à de tels jugements, que les délits
à l'encontre des agents de nos services de transport public se
développent? Comment nos concitoyens ne peuvent-ils pas en outre
s'interroger sur l'efficacité de systèmes de sécurité comme les
caméras de surveillance si, malgré le témoignage irréfutable qu'elles
apportent, les auteurs de crimes et délits se retrouvent en fait
impunis? Comment peuvent-ils dès lors mettre leur confiance dans
les politiques de préservation de leur vie et biens menées par leurs
élus?
Monsieur le ministre, je ne vous demande bien sûr pas votre position
sur cette décision de justice, encore moins de la faire changer; la
séparation des pouvoirs et c'est un bien ne vous le permettant
pas. En revanche, pouvez-vous nous dire quelles initiatives vous
comptez prendre pour que, désormais, de tels dénis de justice n'aient
03.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Veiligheid is een van de
hoofdbekommernissen van de
burgers. De recente gevallen van
agressie op het openbaar vervoer
en
meer
bepaald
de
gebeurtenissen
van
maart
jongstleden bij de MIVB, hebben
ons doen terugdenken aan de
feiten die zich op 27 april 2007 in
het metrostation Delta hebben
voorgedaan. Toen hebben vier
dronken
jongeren
een
personeelslid
van
de
MIVB
aangevallen,
dat
als
gevolg
daarvan maandenlang in een
diepe coma heeft gelegen en
vandaag nog altijd niet kan lopen
en niet meer zelfredzaam is. Drie
van de vier betrokken jongeren
hebben
echter
alleen
maar
gevangenisstraffen met uitstel
gekregen en de vierde werd
veroordeeld tot honderdvijftig uur
dienstverlening wegens het niet
verlenen van bijstand aan in
gevaar verkerende personen.
Welke initiatieven zal u nemen om
dergelijke onrechtvaardigheden te
verhelpen en om de rust en de
veiligheid
waarop
zowel
de
personeelsleden als de gebruikers
van het openbaar vervoer recht
hebben, te garanderen?
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
plus lieu dans notre pays et qu'enfin, les personnels comme les
usagers des transports publics puissent retrouver la tranquillité et la
sécurité auxquelles ils ont droit?
03.02 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, niet alleen uit recente voorvallen maar ook uit verschillende
bronnen blijkt dat het geweld op het openbaar vervoer is toegenomen,
zowel ten aanzien van reizigers als van bestuurders en
veiligheidspersoneel. Volgens de cijfers van vorig jaar bijvoorbeeld,
vinden in de Brusselse metrostations elk jaar ongeveer 800 incidenten
plaats ten aanzien van het MIVB-personeel en andere reizigers.
Binnenlandse Zaken heeft opdracht gegeven voor een studie naar
incidenten die gepleegd zijn door jongeren op het openbaar vervoer.
De onderzoekers hebben een aantal aanbevelingen geformuleerd
inzake het beleidsdomein van de minister van Binnenlandse Zaken. Ik
zal aan de minister van Binnenlandse Zaken daarover ook vragen
stellen. Maar ik wil u, mijnheer de minister, alvast vragen of u op de
hoogte bent van de resultaten van die studie en of er aanbevelingen
voor Justitie werden gemaakt?
De recente voorbeelden van agressie op het openbaar vervoer, zowel
in Brussel als in Antwerpen, zorgen ervoor dat niet enkel door de
publieke opinie maar zelfs door gerechtskringen, bijvoorbeeld door de
Antwerpse procureur, voorstellen worden gedaan om op bussen en
trams nultolerantie in te voeren. De daders oppakken is één zaak,
maar goed, effectief en streng straffen is nodig.
Mijnheer de minister, is er al eens een evaluatie gemaakt van welke
straffen of maatregelen de voorbije jaren werden uitgevaardigd tegen
jonge amokmakers of criminelen op het openbaar vervoer? Is het
geen tijd geworden om te beseffen dat bepaalde maatregelen als een
berisping, een werkstraf of de plaatsing in een open instelling voor
ernstige feiten geen aarde aan de dijk brengen en geen oplossing zijn,
zoals ook door de vorige spreker werd aangetoond?
Strengere straffen zijn dus noodzakelijk. Verschillende instanties
dringen aan op de strenge bestraffing van geweldplegers. Vooral voor
minderjarige geweldplegers schiet de huidige jeugdbeschermingswet
te kort.
Welke maatregelen plant u om zowel minderjarige als meerderjarige
geweldplegers op het openbaar vervoer effectief en strenger te
bestraffen?
03.02 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Selon différentes
sources, la violence dans les
transports en commun est en
augmentation, tant vis-à-vis des
passagers que vis-à-vis des
conducteurs et du personnel de
sécurité. Le ministère de l'Intérieur
a demandé la réalisation d'une
étude
relative aux
incidents
impliquant des jeunes.
Les enquêteurs ont formulé
quelques
recommandations
relatives
au
domaine
de
compétences du ministre de
l'Intérieur.
Le
ministre
est-il
informé des résultats de cette
enquête et des recommandations
ont-elles été formulées pour la
Justice?
À la suite des récentes agressions
dans les transports en commun,
l'opinion publique et les milieux
judiciaires veulent instaurer la
tolérance zéro dans les transports
en commun. Les sanctions à
l'égard des jeunes fauteurs de
troubles dans les transports en
commun ont-elles été évaluées au
cours des dernières années? Le
moment n'est-il pas venu de
renforcer
les
sanctions
trop
laxistes? La loi sur la protection de
la jeunesse n'est pas efficace.
Quelles mesures le ministre
envisage-t-il de prendre pour
sanctionner efficacement et plus
sévèrement
les
perturbateurs
mineurs et majeurs dans les
transports en commun?
03.03 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, en dehors des faits dramatiques survenus le 27 avril 2007,
et plus particulièrement du jugement prononcé sur lequel porte
concrètement la question parlementaire, nous avons tout récemment
pris connaissance avec effroi de l'énième agression qui a eu lieu dans
les transports en commun d'Anvers, au cours de laquelle un agent
consciencieux a été gravement blessé.
La recrudescence des agressions dans les transports en commun
constitue un phénomène inquiétant qui requiert une approche globale
et intégrée.
03.03 Minister Jo Vandeurzen:
Het toenemend aantal gevallen
van agressie in het openbaar
vervoer is een verontrustend
verschijnsel dat een globale en
geïntegreerde,
op
preventie,
begeleiding,
bestraffing
en
resocialisatie gestoelde aanpak
vergt.
Uit een studie blijkt dat de daders
van dergelijke feiten meestal
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Il résulte de l'étude réalisée par deux criminologues au cours de la
période 2003-2004 que les auteurs sont généralement très jeunes et
présentent le profil suivant: ils ont entre 16 et 19 ans; ils opèrent par
groupes de deux ou trois; ils présentent un retard scolaire et brossent
souvent les cours; ils connaissent une situation familiale tendue;
l'éducation qu'ils reçoivent de leurs parents présente des lacunes; ils
ont précédemment commis des faits punissables.
Une approche globale est donc nécessaire; elle doit être axée sur la
prévention, l'accompagnement, la sanction et la resocialisation.
Dans le plan national de sécurité 2008-2011, l'approche de la
criminalité juvénile est d'ailleurs explicitement retenue comme
phénomène sécuritaire prioritaire.
De plus, il y a évidemment lieu d'investir préventivement dans les
mesures de sécurité. Ainsi, par exemple, dix millions d'euros
supplémentaires ont déjà été dégagés du budget de la SNCB pour
prendre de telles mesures.
En ce qui concerne la sanction, il y a lieu d'observer que la loi a été
modifiée en 2006 avec effet au 22 février 2007. Un article 410bis a
ainsi été inséré dans le Code pénal. Cet article prévoit que les coups
donnés à des personnes chargées d'un service public, dans l'exercice
de leur fonction, sont lourdement sanctionnés.
zestien- tot negentienjarigen zijn.
Ze gaan in groepjes te werk, zijn
schoolmoe of kampen met een
leerachterstand.
Vaak
is
de
gezinssituatie gespannen, hebben
ze een gebrekkige opvoeding
gehad en reeds strafbare feiten
gepleegd.
De jeugddelinquentie is een van
de prioriteiten van het Nationaal
Veiligheidsplan 2008-2011. Op de
begroting van de NMBS werd er
voor veiligheidsmaatregelen een
bijkomend bedrag van 10 miljoen
euro uitgetrokken.
Wat de bestraffing betreft, werd de
wet in 2006 gewijzigd teneinde
strengere straffen in te voeren
voor het toebrengen van slagen
aan
ambtenaren
van
een
openbare dienst.
Wat betreft de minderjarigen heeft de jeugdwet van 2006 gezorgd
voor een uitbreiding van een pakket alternatieve maatregelen die aan
criminele minderjarigen kunnen worden opgelegd met het oog op het
herstel van de toegebrachte schade en op het aanscherpen van het
normbesef van de minderjarige. U weet dat een aantal bepalingen
van die wet door het Grondwettelijk Hof is vernietigd. Dat betekent dat
we dringend het overleg moesten opstarten om na te gaan hoe we
hier een antwoord op konden bieden. Bovendien is in het
regeerakkoord uitdrukkelijk opgenomen dat we van deze evaluatie
met betrekking tot het herstellen van de wetgeving ingevolge het
arrest van het Grondwettelijk Hof, zouden gebruikmaken om na te
gaan of de wet ons toelaat adequaat te reageren op het fenomeen
van steeds jonger wordende daders die agressieve delicten plegen,
onder meer in het openbaar vervoer. Er heeft dus recent overleg
plaatsgevonden met de vertegenwoordigers van de jeugdmagistraten
en de Gemeenschappen, om na te gaan of wijzigingen en/of nieuwe
maatregelen noodzakelijk zijn om de jeugdrechters in de mogelijkheid
te stellen gepast te reageren op feiten van zinloos geweld zoals die
zich bijvoorbeeld recent hebben voorgedaan.
Ik kan daarbij nog aanstippen dat ik de voorbije dagen uiteraard
contact heb gelegd met de ministers van de Gemeenschappen,
mevrouw Fonck en minister Vanackere, om, samen met collega
Wathelet, zo snel mogelijk rond de tafel te gaan zitten om na te gaan
wat wij zowel op het vlak van capaciteit als op het vlak van
wetgevende initiatieven moeten organiseren. Iedereen was bereid om
hier prioritair werk van te maken. Ik verwacht dan ook dat we in de
komende dagen het overleg kunnen opstarten. Zeker naar aanleiding
van het arrest van het Grondwettelijk Hof en gelet op de feiten die
ernstig zijn is het immers belangrijk dat we daar snel duidelijkheid in
verschaffen. Het is dus de betrachting om op korte termijn wijzigingen
en/of toevoegingen aan de bestaande wet aan te brengen en te
La loi sur la protection de la
jeunesse de 2006 prévoyait une
extension
des
mesures
de
substitution destinées aux mineurs
criminels, en vue de la réparation
du dommage causé et d'une prise
de conscience plus aiguë quant au
respect des normes. La Cour
constitutionnelle a toutefois annulé
un certain nombre de ces
dispositions.
L'accord
de
gouvernement stipule que l'on
examinera, sur la base de cet
arrêt, si la loi nous offre les
instruments
nécessaires
pour
réagir contre une criminalité dont
les auteurs sont de plus en plus
jeunes.
Récemment, une concertation a
eu lieu entre la magistrature de la
jeunesse et les Communautés
pour déterminer de quels moyens
d'action disposent les juges de la
jeunesse vis-à-vis de tels faits. Au
cours des derniers jours, j'ai
également eu des contacts avec
les ministres des différentes
Communautés pour examiner de
quelle capacité nous avons besoin
et quelles initiatives législatives
s'imposent.
L'objectif
est
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
realiseren. Zoals gezegd heb ik daarvoor op het hoogste ministeriële
vlak de initiatieven genomen.
Ik herhaal, ditmaal in het Nederlands, dat in het nationale
veiligheidsplan dat we een tijdje geleden aan het Parlement hebben
voorgesteld, collega Dewael en ik zelf uitdrukkelijk van de aanpak van
de overlast een prioriteit hebben gemaakt. Dat betekent dat we met
politie, Justitie en alle betrokken actoren het overleg opstarten ter
uitvoering van die prioriteit uit het nationaal veiligheidsplan om dit
fenomeen aan te pakken. Bij het aanpakken van de overlast in het
nationaal veiligheidsplan, waarvan u al enkele maanden geleden
kennis hebt kunnen nemen, is uitdrukkelijk ook de overlast en het
gewelddadig optreden in het openbaar vervoer opgenomen. Dat staat
expliciet in de tekst. Dat betekent ook dat u mag verwachten dat
zowel op het federaal niveau, met Binnenlandse Zaken en Justitie, als
met de andere actoren, daadwerkelijk initiatieven zullen worden
genomen. Het regeerakkoord is wat dat betreft duidelijk. Het stelt ook
dat we de middelen van de jeugdmagistraten zullen versterken om op
een optimale manier uitvoering te geven aan de wetgeving. Dat
betekent dat we in de komende maanden zowel inzake het
veiligheidsplan als inzake jeugddelinquentie initiatieven zullen nemen
met de politie en met de Gemeenschappen. Uiteraard is dat overleg
ook een kwestie van concertatie om iedereen de kans te geven zijn
inzichten aan bod te laten komen. U mag dus verwachten dat we
hierover in de loop van het jaar verslag zullen uitbrengen.
d'apporter à bref délai des
modifications ou des adaptations à
la législation existante. Le plan
national de sécurité cite d'ailleurs
expressément parmi les priorités
la lutte contre les nuisances et les
agressions, y compris dans les
transports en commun. Tant le
niveau fédéral que les autres
acteurs prendront des initiatives.
L'accord de gouvernement est très
précis en ce qui concerne le
renforcement des moyens mis à la
disposition de la magistrature de la
jeunesse. Une concertation avec
tous les acteurs sera dès lors
organisée, dont les résultats
seront
portés
à
votre
connaissance avant la fin de
l'année en cours.
03.04 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, je
remercie le ministre pour ce qu'il vient de nous dire. En effet, il me
semble bon que cet élément constitue une priorité dans le plan
national de sécurité 2008-2011.
À mon sens, une concertation avec les Communautés est une
excellente initiative vu l'importance de l'aspect prévention. Il n'en
demeure pas moins intéressant d'envoyer aussi des signaux forts à
des jeunes qui, manifestement, "n'en ont rien à cirer" de l'existence de
ces caméras de surveillance. Ce serait d'ailleurs à mettre en parallèle
avec divers débordements auxquels on assiste, comme l'utilisation
des bonbonnes destinées à recharger de briquets. Il s'agit donc bien
de donner ces signaux forts à une certaine jeunesse, extrêmement
minoritaire mais réelle.
03.04 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik vind het goed dat de
jeugdcriminaliteit en het overleg
met de Gemeenschappen een
prioriteit vormen. Preventie is
evenwel niet alleenzaligmakend;
we moeten ook een duidelijk
signaal geven aan een minderheid
van jongeren die zich door niets
laat tegenhouden en die lak heeft
aan bewakingscamera's. Het zou
overigens interessant zijn een
parallel te trekken tussen die
gewelddaden en andere uitwassen
zoals
het
snuiven
van
aanstekergas.
03.05 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, de jeugdwet van 2006 voldoet niet, zoals u ook vanuit de
oppositie steeds hebt gezegd. Ik ben benieuwd naar uw antwoord op
het arrest van het Grondwettelijk Hof en ik ben ook benieuwd welke
wijzigingen u wilt aanbrengen aan de jeugdwet en wat voor u de korte
termijn betekent. We zullen dat van zeer nabij bestuderen.
03.05 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): La loi de 2006
relative à la protection de la
jeunesse ne donne pas entière
satisfaction. Je suis impatient de
connaître la réaction du ministre
concernant l'arrêt de la Cour
constitutionnelle et de prendre
connaissance de ses propositions
de modification relatives à cette
loi.
03.06 Minister Jo Vandeurzen: In de loop van de volgende maanden
zullen we die discussie moeten kunnen afronden en tot conclusies
komen. Een aantal zaken staat gelukkig al op de rails. Met het
03.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Nous
devrons
mener
cette
discussion à son terme dans les
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
nationaal veiligheidsplan kunnen we vrij snel opschieten, want de
prioriteiten zijn daar gelegd.
Voor het federale niveau wil ik u wijzen op het feit dat in de begroting
2008 voor de NMBS in een uitzonderlijk krediet van 10 miljoen euro is
voorzien, precies om hierin de nodige initiatieven te kunnen nemen.
Voor het openbaar vervoer, dat in de actieradius van de federale
overheid ligt, is er al in budgetten voorzien. In die zin denk ik dat we
niet te veel tijd zullen verliezen. Het overleg met de Gemeenschappen
is gestart en we zullen zien hoe snel we hieromtrent een aantal
akkoorden kunnen sluiten.
Wat de wet van 2006 betreft, die werd door een kamerbrede
meerderheid gesteund of toch door een behoorlijke meerderheid in
het Parlement, ook vanuit de oppositie. Dit was een soort van
evenwichtsoefening, een compromis waarbij voor bepaalde groepen
de uithandengeving mogelijk werd en er dus een behoorlijk
sanctioneringsapparaat werd gecreëerd. Het Grondwettelijk Hof heeft
daar een stukje van in vraag gesteld, maar het regeerakkoord geeft
evengoed aan dat we naar aanleiding van het debat over reparatie of
herstel van die wetgeving, zullen nagaan of er nog andere initiatieven
nodig zijn. We stellen immers vast dat een aantal daders jong is en
dat de leeftijd van de daders zelfs daalt, wat een probleem is. We
moeten daarin nagaan of we adequaat en goed kunnen reageren en
daaraan wil Justitie meewerken.
Justitie staat niet te springen om zelf overal op te reageren, maar
Justitie is wel vragende partij voor een coherent systeem waarbij
zowel de Gemeenschappen als het federaal niveau hun
verantwoordelijkheid opnemen. We moeten ervoor zorgen dat we
overal ten minste adequaat kunnen reageren. U weet zeer goed dat
het in deze materie een kwestie is te weten dat de Gemeenschappen
een inspanning doen en dat de federale overheid een inspanning
doet. We moeten er met zijn allen voor zorgen dat we een goed en
coherent systeem krijgen, dat goed in elkaar zit en goed is afgestemd.
We moeten vermijden dat we in een situatie belanden die vroeger
misschien wel de realiteit was, namelijk dat bevoegdheidsverdeling
leidt tot verlamming en meer kijken naar elkaar dan het ondernemen
van acties. Er is een nationaal veiligheidsplan op federaal niveau dat
prioriteiten stelt en er is een regeerakkoord dat prioriteiten stelt. Wat
het federaal openbaar vervoer betreft, is er voor dit jaar in budgetten
voorzien om daaromtrent initiatieven te nemen.
mois à venir, mais certains
éléments sont fort heureusement
déjà planifiés. Ainsi, plusieurs
priorités ont déjà été fixées dans le
cadre du plan national de sécurité,
un crédit exceptionnel de 10
millions d'euros a été inscrit au
budget 2008 pour la SNCB et l'État
fédéral a déjà dégagé des budgets
pour les transports en commun.
Nous sommes dès lors en mesure
de réagir promptement.
La
concertation
avec
les
Communautés a débuté. Dans le
sillage de l'arrêt de la Cour
constitutionnelle,
l'accord
de
gouvernement prévoit un débat
sur l'opportunité de nouvelles
initiatives
législatives.
Nous
devons mettre en place un
système cohérent qui permette
une réaction adéquate à toutes les
situations en évitant que la
répartition des compétences ne
paralyse l'ensemble.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het nulrendement van overvallen op geldtransport" (nr. 4041)
04 Question de Mme Leen Dierick au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la rentabilité nulle des attaques de transports de fonds pour les criminels"
(n° 4041)</b>
De voorzitter: Vraag nr. 4041 van mevrouw Dierick is ingetrokken.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de geplande loketfuncties voor het hof van beroep te Antwerpen bij de griffies
van de rechtbanken van eerste aanleg te Hasselt en te Tongeren" (nr. 4043)
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het hof van beroep in Hasselt" (nr. 4288)
05 Questions jointes de
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "le projet d'installation de fonctions de guichet pour la cour d'appel d'Anvers auprès des greffes
des tribunaux de première instance de Hasselt et de Tongres" (n° 4043)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la cour d'appel à Hasselt" (n° 4288)</b>
05.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, vlak
voor Pasen kondigde u aan dat er een loketfunctie zou komen voor
het hof van beroep te Antwerpen bij de griffies van de rechtbanken
van Hasselt en Tongeren. Vanwaar komt dat idee, aangezien er altijd
gesproken is over een volwaardige afdeling van het hof van beroep
van Antwerpen in Limburg, naar analogie van de afdeling van het
arbeidshof, dat daar inmiddels al ettelijke jaren is gevestigd?
Ik heb de volgende concrete vragen. Is daarover overleg gepleegd
met vertegenwoordigers van de magistratuur en de balies in Limburg?
Welke zijn dan hun inzichten?
Is het eventueel een eerste stap op weg naar een afdeling van het hof
van beroep in Limburg?
Welke som is hiervoor in de begroting ingeschreven? Wordt hiervoor
extra griffiepersoneel aangeworven? In de programmawet, die we
vannamiddag zullen bespreken, zie ik alvast geen aanwerving van
extra griffiepersoneel. De maatregel zal nochtans een zekere
verhoging van de werklast met zich brengen.
Hoe ziet u ter zake de praktische en concrete uitwerking? Wat
moeten we begrijpen onder zo'n loket?
05.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Le
ministre
avait
récemment annoncé l'installation
pour la Cour d'appel d'Anvers
d'une fonction de guichet auprès
des greffes des tribunaux de
Hasselt et de Tongres.
Je m'interroge sur l'origine de
cette
idée,
attendu
que
l'installation d'une section à part
entière faisait encore l'objet de
discussions.
Y
a-t-il
eu
concertation à ce sujet avec la
magistrature et le barreau? Quelle
est leur opinion à cet égard?
S'agit-il d'un premier pas en
direction d'une section à part
entière? Quelle somme est inscrite
au budget à cet effet? Compte
tenu de l'augmentation de la
charge de travail, du personnel
supplémentaire va-t-il être engagé
pour les greffes? Comment le
ministre envisage-t-il l'élaboration
pratique et concrète de tous ces
éléments? Qu'est-ce qu'un tel
guichet implique exactement?
05.02 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, in oktober
stond in het oranje-blauwe deelakkoord Justitie nog het volgende:
"Om de toegang tot justitie te verbeteren, zal de regering in een
beperkt aantal ressorten en voor bepaalde gevallen een afdeling van
het hof van beroep installeren."
In het regeerakkoord van 20 maart vind ik daarvan niets meer terug.
In de pers hebt u wel aangekondigd dat er voor het hof van beroep
van Antwerpen een loketfunctie zal worden geïnstalleerd op de
rechtbanken van Tongeren en Hasselt.
Dat zorgt voor voldoende verwarring om officiële vragen te stellen.
Ten eerste, voorziet u nu enkel in een loketfunctie in de provincie
Limburg of hebt u ook plannen om dat te doen in de andere
achtergestelde provincie, West-Vlaanderen?
Ten tweede, wat is er gebeurd met de belofte in verband met een hof
van beroep in Hasselt en Brugge? Ik had dat in oktober met veel
plezier gelezen en gedacht dat Brugge eindelijk een hof van beroep
krijgt. Dat blijkt nu niet meer waar te zijn.
05.02 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): En octobre, l'accord partiel
de l'orange bleue sur la Justice
mentionnait encore l'installation
dans un nombre limité de ressorts
d'une section de la Cour d'appel
appelée à connaître de certains
cas déterminés. Il n'en est plus
question
dans
l'accord
de
gouvernement du 20 mars. Le
ministre a toutefois annoncé pour
la
cour
d'appel
d'Anvers
l'installation d'une fonction de
guichet dans les tribunaux de
Tongres et de Hasselt. Une
certaine confusion règne donc.
Le ministre ne prévoit-il une
fonction de guichet que dans la
province
de
Limbourg
ou
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
également
en
Flandre
occidentale? Qu'en est-il de
l'engagement relatif à l'installation
d'une cour d'appel à Hasselt et à
Bruges? Il s'avère à présent que
Bruges n'obtiendra quand même
pas de cour d'appel.
05.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, wat het
regeerakkoord betreft, gelet op de ambities in de onderhandelingen
om een veeleer beperkte tekst te maken, is een aantal zaken
inderdaad niet meer expressis verbis hernomen.
Ik maak er uiteraard geen geheim van dat de decentralisatie van het
hof van beroep van Antwerpen - ik begrijp dat u ook pleitbezorger
bent voor andere ressorten - voor mij een onderdeel is van de
passages in het regeerakkoord waar uitdrukkelijk verwezen wordt
naar de hervorming en de modernisering van de gerechtelijke orde en
de verbetering van de toegankelijkheid van het gerecht. Wij zullen dat
dus niet uit het oog verliezen.
Het is echter ook juist dat, om alvast een eerste concrete en snelle
stap te kunnen zetten, ik ingespeeld heb op de vragen en suggesties
die van de actoren van Justitie uit de provincie Limburg zijn gekomen.
Het idee om een loketfunctie van het hof van beroep van Antwerpen
in Limburg te installeren, kadert in de plannen van de regering om de
gerechtelijke orde te hervormen en te moderniseren en de
toegankelijkheid van het gerecht te verbeteren.
Het is een proefproject dat concreet moet voorzien in de installatie
van een bemande en uitgeruste griffie met een beperkt aantal
personeelsleden in de provincie Limburg. Het moet een voorpost zijn
van de griffie van het hof van beroep te Antwerpen voor de Limburgse
dossiers, waar stukken kunnen worden overgelegd, verzoekschriften
en gerechtelijke akten kunnen worden afgegeven en dossiers kunnen
worden ingekeken.
Ter zake heeft er overleg plaatsgevonden tussen de eerste voorzitter
van het hof van beroep van Antwerpen, de stafhouders van de orde
van advocaten te Hasselt en te Tongeren en mijn kabinet. Iedereen
heeft ondertussen reeds zijn bereidheid geuit om mee te werken aan
het project. Ter voorbereiding van de concrete en praktische
uitwerking van het project is er opnieuw overleg gepland een van de
volgende dagen.
Collega Schoofs, ik kom aan het project videoconferencing. Dat is
zelfs een uitdrukkelijke suggestie.
05.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Certains éléments ne sont plus
mentionnés explicitement dans
l'accord de gouvernement. La
décentralisation de la Cour d'appel
d'Anvers fait à mes yeux partie
des passages relatifs à la réforme
et à la modernisation de l'ordre
judiciaire, ainsi qu'à l'amélioration
de l'accessibilité de la justice.
Pour pouvoir déjà franchir un
premier pas, j'ai réagi aux
questions et aux suggestions
formulées par la province de
Limbourg.
L'installation
d'une
fonction de guichet de la Cour
d'appel d'Anvers au Limbourg
s'inscrit dans le cadre des projets
gouvernementaux de réforme et
de
modernisation de l'ordre
judiciaire et d'amélioration de
l'accessibilité de la justice. Ce
projet pilote inclut l'installation d'un
greffe équipé pourvu d'un nombre
limité de membres du personnel
dans la province de Limbourg en
tant qu'avant-poste du greffe de la
Cour d'appel d'Anvers pour les
dossiers
limbourgeois.
Une
concertation a été menée avec les
intéressés et tous ont marqué leur
accord sur le projet, qui devrait
être concrétisé dans le cadre
d'une concertation organisée au
cours des prochains jours.
J'en viens au projet relatif aux
visioconférences.
05.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik zal die vraag zo dadelijk
stellen.
05.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je m'apprêtais à poser
cette question.
05.05 Minister Jo Vandeurzen: U gaat over de videoconferencing
een aparte vraag stellen. Dan zal ik daarop nu niet antwoorden.
De kosten van het proefproject van de vooruitgeschoven post van de
griffie zijn als dusdanig niet geïndividualiseerd in de begroting. Het
05.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Je vais donc attendre que vous la
posiez.
Les coûts liés au projet pilote
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
kan worden gefinancierd via de algemene middelen van het
directoraat-generaal Gerechtelijke Orde. Op dit ogenblik is nog niet
uitgemaakt of dat zal gebeuren via een herplaatsing van personeel of
met nieuwe aanwervingen.
Ik wil het proefproject, net als het experiment rechtsbedeling via
videoconferencing, op verzoek van de betrokken partijen alle kansen
geven en na een redelijke termijn grondig evalueren om na te gaan in
welke mate het daadwerkelijk heeft bijgedragen tot de
toegankelijkheid van het gerecht. Bij positieve evaluatie kunnen de
initiatieven natuurlijk mogelijk navolging vinden in andere provincies.
Zoals gezegd, het is een eerste stap in de decentralisatie van het hof
van beroep zoals gevraagd vanuit de provincie Limburg en zoals ook
vanuit andere ressorten wordt gevraagd.
peuvent être financés par le biais
des moyens généraux de la
Direction
générale
de
l'Organisation judiciaire. Il n'a pas
encore été décidé s'il serait opté
pour un transfert de personnel ou
pour de nouveaux recrutements.
J'entends donner au projet toutes
ses chances et le soumettre à une
évaluation approfondie à l'issue
d'un délai raisonnable. En cas
d'évaluation positive, il pourra être
étendu à d'autres provinces. En
fait, il constitue également la
première étape dans le cadre de la
décentralisation souhaitée de la
Cour d'appel.
05.06 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, de
minister is blijkbaar wat overijverig. Collega Laeremans had er
daarstraks al op gewezen in verband met de perscontacten. Ik krijg
nu al antwoorden op vragen die ik niet heb gesteld. Misschien heeft
men het verkeerd doorgegeven, geen probleem. Ik had echter een
aparte vraag over de videoconferenties.
Ik ken de dossiers en ik wil ze gerust aan mekaar koppelen. Ik ben blij
dat u het in mijn plaats doet. Ik zal mijn vragen zo dadelijk toch nog
even herhalen.
Wat de loketfuncties betreft, ik maakte mij inderdaad in eerste
instantie niet ongerust. Ik dacht dat het een tussenstap was. U
probeert dat vandaag ook hard te maken, maar u komt zelf terug op
de beleidsverklaring, die ik niet in extenso heb kunnen doornemen. U
zegt dat het expressis verbis niet meer in die verklaring is opgenomen
dat er een volwaardige afdeling van het hof van beroep zal komen,
maar er wordt wel in die richting gewerkt.
Mijnheer de minister, dat zijn in elk geval niet de verzuchtingen van de
Limburgse magistratuur en advocatuur. Collega Landuyt zal het wel
over West-Vlaanderen hebben. In elk geval, het mag geen surrogaat
of een schaamlapje zijn dat ergens blijft hangen met enkel een
voorpostfunctie voor de griffie. Neen, in Limburg blijft men aandringen
op een volwaardig hof van beroep, dus geen substituten, geen
surrogaten. Wij zullen het er naar aanleiding van de beleidsverklaring
allicht nog over hebben. U hebt er destijds altijd een persoonlijke
prioriteit van gemaakt om een volwaardige afdeling van het hof van
beroep in Limburg te installeren. Momenteel vinden wij dat niet terug
en moeten wij het hiermee doen.
Ook wat het griffiepersoneel en de middelen betreft, het directoraat-
generaal zal over die middelen oordelen. Voor het griffiepersoneel ligt
men volgens mij in Limburg op vinkenslag om iemand aan te werven.
Volgens mij zou dat ook niet onterecht zijn. U hebt daarvoor echter
nog geen concrete uitwerking en dat is toch wel een beetje
verbazend, vind ik. Men zou toch eerst moeten weten of daar al dan
niet meer personeel nodig is om vervolgens met de maatregel te
komen. Nu werkt u in omgekeerde richting en dat baart mij dan toch
wel weer zorgen.
05.06 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je dois dire que je ne me
suis pas trop inquiété au début à
propos des fonctions de guichet,
mais le ministre revient lui-même
sur la déclaration de politique que
je n'ai pas encore eu l'occasion de
lire in extenso. Il ne peut s'agir
d'un succédané dont la seule
fonction serait de servir d'avant-
poste au greffe. Au Limbourg, on
veut une cour d'appel digne de ce
nom. Nous en discuterons dans le
cadre de la déclaration de
politique, car il s'agissait-là d'une
priorité personnelle du ministre. En
ce qui concerne les moyens, ce
sera à la direction générale de
s'en occuper. Je suis étonné qu'il
n'existe aucune réglementation
concrète à propos du personnel
supplémentaire du greffe. Avant
de proposer une mesure, il
faudrait quand même savoir s'il
faut ou non du personnel
supplémentaire.
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
05.07 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik ben een
beetje ongerust, want een zin als "een hof van beroep in Brugge en
Hasselt" neemt niet veel plaats in in het regeerakkoord. Dat is maar
zeven woorden. Dat dat de reden is waarom het niet in het
regeerakkoord staat, lijkt mij niet zo sterk.
Ik maak mij bijzonder ongerust over de rest van het antwoord, want
als de zinsnede "de modernisering en de hervorming van het gerecht,
en een betere toegang" kan worden geïnterpreteerd als "een hof van
beroep in Brugge en Hasselt", dan vrees ik dat al uw collega's niet
dezelfde interpretatie geven aan die zin. Het is een zin die natuurlijk
veel kan worden gebruikt, want daarmee bent u ook een hele
staatshervorming
overeengekomen.
Er
is
gezegd
dat
overeengekomen wordt om de Staat te hervormen. Als op die manier
wordt geantwoord en als op die manier afspraken werden gemaakt,
vrees ik dat de interpretatie bij uw collega's wel eens zou kunnen
verschillen.
Hetzelfde geldt voor de projecten en de begroting. Wij moeten de
financiering terugvinden bij de begrotingspost directoraat-generaal
Gerechtelijke Organisatie". Daarin zit echter alles. Ook dat maakt het
antwoord niet sterk en geeft geen zekerheid over de afspraken. Op
die manier wordt het zeer moeilijk discussiëren en praten wij nog altijd
van beloftes.
05.07 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Je suis inquiet, car une
phrase du genre "une cour d'appel
à Bruges et à Hasselt" ne devrait à
mon sens pas représenter grand-
chose dans un accord de
gouvernement. Je ne suis pas
certain que le texte actuel sera
nécessairement interprété en ce
sens par tous les ministres. La
même réserve que celle qui vaut
pour le budget s'applique donc ici
aussi, car nous devons chercher le
financement au niveau du poste
budgétaire "direction générale
Organisation judiciaire", un poste
qui englobe tout. Nous en sommes
donc toujours au stade des
promesses.
05.08 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik ben een
beetje verbaasd. Ik dacht dat het niet wijs was, op het ogenblik dat er
op het terrein concrete voorstellen komen, er met een bocht omheen
te gaan. Ik heb dus de bereidheid om een aantal zaken te organiseren
en de kans met beide handen gegrepen. De voorstellen waren ook
heel concreet.
Uiteraard zal een en ander niet beletten dat wij de besluitvorming over
een decentralisatie van de hoven van beroep en het hof van beroep in
Limburg zullen doorzetten. De handigheid om bij die gelegenheid de
uitbreiding naar het hele land of naar West-Vlaanderen te maken,
begrijp ik uiteraard. Daarom is het ook duidelijk dat wij het dossier
zullen evalueren. Geeft het project een meerwaarde, dan is dat een
belangrijk punt en kunnen wij het ook bekijken voor de rest van het
land.
In die zin was ik van oordeel dat wij, veeleer dan een groot debat te
houden waarin wij een heleboel tijd zouden moeten steken op het vlak
van omkadering, wetgeving en structuur, beter opteren voor het
geven van concrete antwoorden op concrete vragen van het terrein. Ik
verkoos dus om het op die manier te doen en ook het signaal te
geven dat wij het debat over de decentralisatie zullen doorzetten.
Persoonlijk ben ik ook niet van plan om voornoemd idee los te laten.
05.08 Jo Vandeurzen, ministre:
Cela m'étonne, car je suis disposé
à organiser une série de choses et
j'ai sauté à pieds joints sur
l'occasion. Nous poursuivrons le
processus décisionnel relatif à
l'organisation
d'une
décentralisation des cours d'appel
et de la cour d'appel du Limbourg.
Nous évaluerons le dossier et
ensuite nous examinerons s'il peut
être étendu à tout le pays. Plutôt
que de mener un grand débat qui
nous prendrait beaucoup de
temps, j'ai préféré donner des
réponses
concrètes
à
des
questions concrètes.
05.09 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik wil een
correctie aanbrengen op het punt van de concrete werking. Ik ben
voldoende van West-Vlaanderen om decentralisatie te appreciëren,
ook wanneer zij in Limburg gebeurt.
U zegt echter dat er geen budget is. U verwijst naar het algemeen
budget. Dat is natuurlijk een gevaarlijke manier van spreken en ook
heel moeilijk voor een Parlement om een en ander op te volgen.
05.09 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit):
J'apprécie
la
décentralisation,
même
au
Limbourg. Mais, le ministre fait
référence au budget général, ce
qui rend le suivi de l'affaire très
difficile au niveau du Parlement.
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Indien alles onder de algemene noemer van rechterlijke organisatie is
vervat, hoeft er zelfs geen begroting te worden opgesteld.
05.10 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, als het plan gewoon een tussenstap is, ga ik
akkoord. Er wordt altijd gezegd dat Keulen en Aken niet op één dag
werden gebouwd. Met het plan kunnen wij dus leven.
Echter, indien het einddoel dat er in Limburg een volwaardig hof van
beroep komt, niet letterlijk wordt opgenomen, kunnen wij ons
inderdaad ongerust maken. Op het plan zelf leveren wij geen kritiek,
indien het tenminste een tussenstap betreft.
05.10 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Si ce projet ne représente
qu'une étape intermédiaire, je suis
d'accord.
05.11 Minister Jo Vandeurzen: (...) in Limburg.
05.12 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik heb het over een
volwaardige afdeling van het hof van beroep, waarvoor u altijd hebt
gepleit.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de plannen voor experimenten met het oog op rechtsbedeling via
videoconferenties" (nr. 4044)
06 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les expériences prévues concernant l'administration de la justice par
vidéoconférence" (n° 4044)</b>
06.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, vlak voor Pasen hebt u aangekondigd dat er op
korte termijn geëxperimenteerd zou worden met videoconferenties
waarbij advocaten niet langer fysiek op de rechtbank aanwezig zijn en
dus in elkaars afwezigheid en die van de rechter op verschillende
locaties pleiten.
Dat is toch vrij revolutionair. Het is ook een idee dat wij kunnen
verwelkomen.
De vraag rijst of dit een soort van surrogaatoplossing is of een
tussenstap om het iets positiever naar voren te brengen omwille
van de last die rust op de advocaten en de magistraten, waarbij het
werk naar Limburg wordt gehaald in plaats van het allemaal in
Antwerpen te laten plaatsvinden. Daar zal toch nog wel overleg over
te plegen zijn. Daarnet, in antwoord op een vorige vraag, hebt u
gezegd dat er nog overleg gepleegd moest worden met
vertegenwoordigers van de balie en de magistratuur.
Ik vraag me af hoeveel dit zal kosten. There's no such thing as a free
lunch. Het gaat om een experiment. Hoeveel middelen wilt u in dat
experiment steken? Het gaat over materiaal dat aangekocht moet
worden. Hoeveel kost zo'n sessie, werd daar een kostprijsberekening
van gemaakt?
Is er aangaande dit experiment ervaring opgedaan in het buitenland?
Werd er gezocht naar ervaring in het buitenland? Welke zijn die
bevindingen?
06.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Peu avant Pâques, le
ministre a annoncé l'organisation,
à
bref
délai,
d'expériences
impliquant des vidéoconférences,
dans le cadre desquelles les
avocats
ne
seraient
plus
physiquement
présents
au
tribunal. Il s'agit d'une idée assez
révolutionnaire,
que
nous
accueillons
positivement.
Je
suppose qu'il s'agit d'une solution
provisoire pour remédier à la
charge de travail élevée et qui
devra encore faire l'objet d'une
concertation.
Quels moyens seront libérés pour
ces expériences? Le coût par
session a-t-il été estimé? Quels
ont été, le cas échéant, les
résultats de ce type d'expériences
à
l'étranger?
Devant
quels
tribunaux et pour quel type
d'affaires les vidéoconférences
seront-elles
organisées?
De
quelles garanties dispose-t-on
pour assurer une administration
rapide et sûre de la justice?
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Voor welke rechtbanken en welke soort zaken geldt het experiment?
Dat is ook belangrijk. Elk rechtsdomein heeft namelijk een bepaalde
techniciteit.
Welke garanties bestaan er voor een vlotte en veilige rechtsbedeling?
Er komt namelijk toch wel wat bij kijken, denk ik, inzake veiligheid en
authenticiteit, wanneer vanop afstand pleidooien gehouden moeten
worden en zaken verdedigd worden.
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Schoofs, het idee om een pilootproject videoconferentie te initiëren,
werd gelanceerd door de eerste voorzitter van het hof van beroep te
Antwerpen in overleg met de stafhouders van de orde van advocaten
te Hasselt en Tongeren. Het project kadert in de hervorming en de
modernisering van de gerechtelijke orde en een toegankelijkere
justitie die dichter bij de mensen staat.
Er vond een overleg plaats tussen de eerste voorzitter van het hof van
beroep te Antwerpen, de stafhouders van de orde van advocaten te
Hasselt en te Tongeren en mijn kabinet. De betrokkenen hebben allen
hun bereidheid geuit om mee te werken aan dit project.
Ter voorbereiding van de concrete en praktische uitwerking van het
project, heb ik een van de volgende dagen zoals reeds gezegd
een overleg gepland met alle betrokkenen.
Het project is als dusdanig niet geïndividualiseerd in de begroting,
maar kan gefinancierd worden via de algemene middelen van het
directoraat-generaal van de gerechtelijke orde. In de huidige stand
van het project is het nog niet mogelijk om een concreet bedrag te
kleven op de kostprijs van één zitting door middel van de
videoconferentie. Het kostenaspect zal uiteraard grondig voorbereid
worden. Zodra de voorbereidende werkzaamheden zijn afgerond en
dus ten laatste bij de start van het project, kan ik u daarover uiteraard
meer details geven.
Begin 2002 kocht de toenmalige minister van Justitie, Marc
Verwilghen, videoconferentieapparatuur aan voor een proefproject
voor de raadkamerzittingen te Leuven en Charleroi. Op basis van de
informatie die ik ter zake bekwam van de FOD Justitie, blijkt dat de
apparatuur nog volledig intact is en haast onmiddellijk inzetbaar is
voor het nieuwe project. Het spreekt echter voor zich dat een
kwaliteitsvolle rechtsbedeling en effectieve toepassing van de
technologie moet worden gegarandeerd en dat het derhalve
onontbeerlijk is om voorafgaandelijk voldoende tests en proefsessies
te organiseren.
In onze globaliserende wereld is de toepassing van videoconferentie
in de justitiële keten, en ook daarbuiten uiteraard, geen nieuw
gegeven. In de Belgische justitiële context is de toepassing van de
videoconferentie vooral bekend in het raam van het opsporing- en
gerechtelijk onderzoek. De wet van 2 augustus 2002 inzake het
afnemen van verklaringen met behulp van audiovisuele media maakt
het gebruik van videoconferentie mogelijk voor het opsporings- en
gerechtelijk onderzoek wat het verhoor op afstand betreft van
bedreigde getuigen en in het buitenland verblijvende getuigen,
deskundigen of verdachten.
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'idée d'un projet pilote de vidéo
conférences a été lancée par le
premier président de la cour
d'appel d'Anvers, en concertation
avec les bâtonniers de l'ordre des
avocats de Hasselt et de Tongres.
La mise en oeuvre pratique du
projet fera l'objet dans les
prochains jours d'une concertation
avec
toutes
les
parties
concernées.
Le projet pourrait être financé par
le biais des moyens généraux du
directorat général de l'ordre
judiciaire. Dans l'état actuel des
choses, nous ne pouvons pas
encore évaluer le coût exact d'une
séance par vidéo conférence.
Début 2002, la ministre de
l'époque
avait
acheté
un
équipement de vidéo conférence
pour un projet pilote pour les
séances de la chambre du conseil
à Louvain et à Charleroi. Cet
équipement pourrait largement
servir pour le nouveau projet. Il est
cependant
indispensable
de
procéder au préalable à des tests
en nombre suffisant.
La loi du 2 août 2002 permet
l'utilisation de la vidéoconférence
au stade de l'information et de
l'instruction pour l'interrogatoire à
distance de témoins, d'experts ou
de suspects menacés ou résidant
à l'étranger. L `idée est d'accroître
sensiblement l'efficacité de la
procédure.
Le projet de vidéoconférence sera
mis en place entre la cour d'appel
d'Anvers et les tribunaux de
première instance et de commerce
de Hasselt et de Tongres. La
vidéoconférence ne sera utilisée
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Algemeen wordt aangenomen dat de toepassing van de
videoconferentie in de vernoemde context de efficiëntie van de
rechtspleging substantieel vergroot.
Het project zal geïnitieerd worden tussen het hof van beroep te
Antwerpen en de rechtbanken van eerste aanleg en van koophandel
te Hasselt en Tongeren. De videoconferentie zal enkel toegepast
worden in burgerlijke zaken en handelszaken. Concreet zal het de
bedoeling zijn dat op de betrokken sites, de rechtbank van eerste
aanleg te Hasselt en het hof van beroep te Antwerpen, telkens één
zittingszaal wordt uitgerust met de technologie. De partijen en de
advocaten uit Limburg nemen plaats in de daartoe ingerichte
zittingszaal te Hasselt en treden op audiovisuele wijze in verbinding
met een videokamer van het hof van beroep te Antwerpen.
Ik wil dit project alle kansen geven en binnen een redelijke termijn
grondig evalueren alvorens ik de vraag inzake de verdere stappen zal
beantwoorden. Nog eens, ik blijf benadrukken dat de focus blijft: de
decentralisatie van een aantal van de zittingen van het hof van
beroep.
Welke garanties zijn er voor een vlotte en veilige rechtsbedeling? Het
waarborgen van de kwaliteit van de rechtsgang is voor mij natuurlijk
van primordiaal belang. Om ervoor te zorgen dat de rechtsgang door
middel van videoconferentie plaatsvindt op een wijze die geen afbreuk
doet aan de belangen van de betrokkenen zullen minimale technische
eisen worden vooropgesteld.
Wat de technische garanties van de bestaande apparatuur betreft,
werd mij thans door de betrokkenen bij het proefproject voor de
raadkamerzittingen in 2003 te Leuven en te Charleroi bevestigd dat zij
destijds een optimale rechtsgang konden garanderen.
Het staat voor mij ook buiten kijf dat in het raam van het proefproject
de formele toestemming van alle betrokkenen een conditio sine qua
non is voor de rechtsbedeling via videoconferentie. De toepassing van
videoconferentie zal zodanig worden georganiseerd dat zij geen
afbreuk doet aan de algemene principes van een correcte en eerlijke
rechtsbedeling. Aan het tegensprekelijk debat bijvoorbeeld wordt niet
getornd. Advocaten en magistraten kunnen elkaar tijdens de
videoconferentie permanent zien en horen en zij kunnen dezelfde
stukken onder ogen hebben.
Wat de openbaarheid van de zittingen betreft, die blijft verzekerd daar
de audiovisuele apparatuur op beide sites steeds in een voor het
publiek toegankelijke zittingszaal zal worden gebruikt.
que dans les affaires civiles et
commerciales.
Je veux donner toutes les chances
de réussite à ce projet et procéder
à une évaluation approfondie dans
un délai raisonnable. Ce n'est
qu'alors que je pourrai répondre à
des questions sur les étapes
ultérieures. Ce qui continue à
m'intéresser prioritairement dans
ce
dossier,
c'est
la
décentralisation
d'un
certain
nombre d'audiences de la cour
d'appel.
Quelques
exigences
techniques
minimales
seront
posées. Les personnes ayant
participé au projet pilote à Louvain
et à Charleroi ont confirmé qu'elles
avaient
pu
assurer
une
administration optimale de la
justice. Quoi qu'il en soit, le
consentement formel de tous les
intéressés est une condition sine
qua non du recours à la
vidéoconférence. Il n'est pas
question de toucher au débat
contradictoire. De même, le
caractère public des audiences
reste garanti.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dank u
voor uw antwoord. Excuseer mij dat ik daarnet even lachte. Dat was
niet met u, hoor. Toen ik hoorde dat in 2002 al materiaal was
aangekocht, dacht ik: hoera: er wordt toch nog iets gerecycleerd uit
de periode-Verwilghen. Dat materiaal is blijkbaar 6 jaar ongebruikt in
de kast gebleven.
Het project valt direct onder het Directoraat-Generaal. U kunt er geen
exact kostenplaatje op kleven. Goed, laten wij dat even blauwblauw
laten. Het blijft tenslotte een experiment.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il semble donc que l'on
pourra quand même recycler
certains
éléments
de
l'ère
Verwilghen. Le ministre a ma
confiance.
Je me demande si le Code
judiciaire
comporte
des
dispositions
relatives
aux
procédures à suivre en cas de
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Het wordt blijkbaar in burgerlijke zaken en in handelszaken
geïmplementeerd maar niet bij de bedreigde getuigen. Misschien was
het beter geweest daarmee te beginnen, met bedreigde getuigen en
dergelijke zaken. Men kon toch een aantal proefsessies organiseren.
Het is typisch een maatregel, mijnheer de minister, waarvan men zou
zeggen als een lid van de oppositie hem zou voorstellen: dat heeft
veel te weinig met de krachtlijnen van Justitie te maken - die al ferm
hervormd moet worden en allicht is er geen geld voor. Maar goed,
omdat het iets is wat de oppositie had kunnen voorstellen, geef ik u
krediet.
Ik stel mij wel een aantal vragen ter zake. Concreet, zal het
Gerechtelijk Wetboek in staat zijn, in zijn huidige staat, om dat
allemaal op te vangen, bijvoorbeeld wanneer zich een technisch
mankement tijdens een zitting zou voordoen en alles zou uitvallen?
Dan zit men in een juridisch vacuüm. Daarover stel ik mij vragen.
Daarvoor zal men zeer goed moeten opletten. Ik hoop dat u dat
incalculeert wanneer u aan het project begint.
Wanneer wordt daadwerkelijk in de eerste ingebruikname voorzien?
Ik zou zelfs voorstellen dat wij met de leden van de commissie voor
de Justitie de eerste zitting gaan bijwonen. Er zal zich toch immers
een kleine revolutie in het gerechtelijk landschap aftekenen. Ik denk
zelfs dat het publiek daarin ook is geïnteresseerd.
Ik kijk daarnaar met aandacht uit, mijnheer de minister, maar ik stel
mij vragen. U weet dat ik dat als oppositielid uiteraard moet doen.
problèmes techniques. Quand
prévoit-on la première mise en
service de ce dispositif? Étant
donné le caractère quelque peu
révolutionnaire de ces techniques
dans le paysage judiciaire, les
membres de notre commission
pourraient-ils
assister
à
la
première séance organisée de la
sorte?
06.04 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Schoofs, u hebt uiteraard alle recht om die vragen te stellen, maar ik
ben wel blij met uw laatste bemerking. Indien zou blijken dat dit een
succesvol project is, voegt dit immers ontegensprekelijk een
belangrijke dimensie toe aan het debat over de hervorming van
Justitie en het dichterbij brengen van de burger naar het gerecht.
In die zin vind ik het een belangrijk experiment. Het feit dat wij
bestaande apparatuur kunnen recycleren heeft ook tot gevolg dat u
het ook niet in de begroting kunt vinden. Dat zijn toch een aantal
kansen samen.
Er is in het ressort, aan de kant van de eerste voorzitter, de
bereidheid om medewerking aan het project te verlenen. Dat is
natuurlijk ook veroorzaakt door het feit dat er in de provincie Limburg
grote vraag is naar een decentralisatie van het hof van beroep. Er
komt een positieve suggestie van het hof van beroep. Aan de andere
kant is er de bereidheid van de advocatuur in Limburg om daaraan
mee te werken. Natuurlijk, zoals u terecht zegt, is dit geen excuus om
een aantal zaken niet te moeten doen. Er is echter de bereidheid om
daaraan mee te werken
Wij staan voor een debat over de hervormingen van Justitie. Dit lijkt
mij een uitgelezen context om dit een kans te geven. Wij mogen ook
niet vergeten dat men in een aantal situaties reeds videoconferentie
heeft geprobeerd en men contexten heeft gecreëerd om met
dergelijke technieken te werken. Dat doet ook veronderstellen dat wij
hier niet zomaar iets uit de lucht aan het halen zijn. Dit is iets
waarover wij ontegensprekelijk moeten nadenken als wij het hebben
06.04 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est bien entendu tout à fait loisible
à M. Schoofs de poser des
questions. Toutefois, j'ose espérer
que si l'expérience est concluante,
d'aucuns admettront que ce
système est de nature à améliorer
le fonctionnement de la Justice.
Nous avons ici la possibilité de
rapprocher le citoyen de la Justice
sans pour autant grever le budget,
puisque nous disposons déjà
d'appareils que nous pourrons
réutiliser. Par ailleurs, le premier
président du tribunal de première
instance ainsi que les avocats
limbourgeois sont disposés à
collaborer à cette initiative, même
s'ils martèlent que cette dernière
ne doit pas constituer un prétexte
pour enterrer la question d'une
décentralisation de la cour d'appel.
Donnons dès lors toutes ses
chances à cette expérience qui,
loin de se fonder sur un nouveau
système, fera appel à une
technologie qui a déjà prouvé son
utilité dans d'autres domaines. Je
suis bien évidemment disposé à
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
over de toegankelijkheid van Justitie en het dichter bij de mensen
brengen van het gerecht.
Voor mij is dit een objectieve, positieve context om dit experiment zijn
volle kans te geven. Ik ben uiteraard met u vragende partij om op de
eerste zitting die op die manier zal worden georganiseerd, aanwezig
te zijn. Wij zullen dat samen doen. Ik denk dat dit inderdaad een
belangrijk moment voor de Justitie in ons land kan zijn.
assister à la première séance avec
les membres de la commission.
06.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, daarom
spaar ik mijn kritiek voorlopig ook en wil ik dit inderdaad alle kansen
geven. Ik hoop niet dat - u begon er tijdens mijn vorige vraag zelf over
- dit een lapmiddel zou worden om het hof van beroep in Limburg, of
de volwaardige afdeling ervan, in de kast te schuiven. Dat is echter
niet de kritiek die ik momenteel op dit project geef. Het is eerder een
gezonde nieuwsgierigheid en een kritisch afwachtende houding in de
zin of dit al dan niet zal slagen. Als dit niet slaagt, zal ik u er uiteraard
op een andere manier mee komen lastig vallen, anders dan de
positieve kijk die ik nu wil meegeven.
06.05 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Même si je mets
provisoirement mes critiques entre
parenthèses afin de laisser à
l'expérience le temps de prouver
son utilité, je voudrais signaler que
cette initiative ne doit pas
constituer une simple rustine
destinée à reporter la création
d'une section à part entière de la
cour d'appel dans le Limbourg.
J'adopte dès lors une attitude
attentiste mais néanmoins critique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Maxime Prévot au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'exécution des mesures judiciaires alternatives" (n° 4049)</b>
07 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de uitvoering van de alternatieve gerechtelijke maatregelen"
(nr. 4049)
07.01 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, j'avais déposé
cette question il y a quelques mois et elle avait été transformée en
question écrite. Après l'installation du nouveau gouvernement, j'ai
l'occasion de vous la poser de vive voix.
Depuis les trois ordres de service du SPF Justice du 18 juillet 2006, le
prestataire de mesures judiciaires alternatives doit bénéficier des
mêmes dispositions sanitaires, sécuritaires et vestimentaires que les
travailleurs du service qui l'accueille.
À l'occasion d'un Conseil des ministres restreint du 25 octobre 2006, il
avait été convenu que ces dépenses seraient désormais assurées par
le SPF Justice qui irait puiser dans les montants disponibles au Fonds
des amendes routières. L'arrêté royal du 23 mars 2007 prévoit le
remboursement par le SPF Justice des frais exposés dans le cadre
de l'exécution de la peine de travail et du travail d'intérêt général. Il
s'agit des frais liés aux vêtements de travail, à la surveillance de la
santé des travailleurs et à l'utilisation des équipements de protection
individuelle directement liés à l'activité du justiciable sur le lieu de
prestation. Cet arrêté royal devait produire ses effets rétroactivement
au 1
er
janvier 2007.
Cependant, le remboursement au lieu de prestation des frais exposés
dans le cadre de l'exécution des peines de travail et des travaux
d'intérêt général est une faculté laissée à l'appréciation du ministre,
comme le dispose l'article 2 de cet arrêté royal. Or il semble qu'il n'ait
07.01 Maxime Prévot (cdH): In
2006 besliste de ministerraad dat
de uitgaven in verband met de
uitvoering
van
alternatieve
gerechtelijke maatregelen door de
FOD Justitie zouden worden
gedragen.
Die
zou
daartoe
middelen
uit
het
verkeersboetefonds putten. Het
koninklijk besluit van 23 maart
2007 voorziet, met terugwerkende
kracht tot 1 januari 2007, in een
terugbetaling door de FOD Justitie
van de kosten in het kader van de
uitvoering van de werkstraf en de
dienstverlening. Die terugbetaling
is echter niet meer dan een
mogelijkheid die aan het oordeel
van de minister wordt overgelaten.
Tot op heden werd er blijkbaar nog
geen gebruik van gemaakt.
Verenigingen (zoals `RED' en
`Option') die verkeersovertreders
die tot een alternatieve straf
werden veroordeeld, begeleiden,
vinden erg moeilijk geschikte
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
pas été fait usage de cette faculté jusqu'à présent.
Ainsi, pour prendre deux exemples concrets, je ferai tout d'abord
référence à l'ASBL "Red", soutenue par la ville de Namur et qui
encadre et accompagne les personnes condamnées par des mesures
judiciaires alternatives en matière de roulage. Les peines de travail et
les travaux d'intérêt général sont effectués en partie au Centre
hospitalier régional de Namur pour que les personnes condamnées à
ces peines suite à des délits de roulage puissent se rendre compte de
certaines conséquences de leurs actes. Depuis juillet 2006, ces
mesures judiciaires alternatives ne sont plus proposées à l'hôpital car
celui-ci en tant qu'employeur est tenu de prendre en charge les frais
de visite médicale, les vaccins et les vêtements de travail pour des
personnes qui parfois cessent de prester après quelques jours la
peine déterminée.
Le même blocage nous est rapporté par l'association "Option" qui est
confrontée à des difficultés semblables. Depuis juillet 2006, ces
mêmes ASBL éprouvent de grandes difficultés à trouver des
employeurs acceptant de prendre en charge les prestations. Il en
résulte une paralysie dans le suivi des dossiers et la crainte que
soient appliquées en définitive des peines de prison ou que le
dossier soit classé sans suite.
Vous comptez peut-être promouvoir également les mesures
judiciaires alternatives, du moins je l'espère. Je n'ai pas encore lu la
note que vous avez présentée hier à la presse sur les lignes
directrices de votre politique mais j'imagine que les mesures
judiciaires alternatives en font partie. Pour faire simple, on éprouve
des difficultés à les mettre en oeuvre. Pour quelles raisons?
Parce que les employeurs qui acceptent de faire le geste d'accueillir
des personnes condamnées à ces peines sont amenés à devoir
prendre en charge le coût d'une série d'éléments connexes: les visites
médicales, les vaccins, les achats de vêtements, etc. Or, dans la
pratique, la mise en oeuvre de ces mesures judiciaires alternatives est
freinée, ce que je trouve particulièrement regrettable.
Monsieur le ministre, confirmez-vous que l'arrêté royal du
23 mars 2007 relatif au remboursement par le SPF Justice des frais
exposés dans le cadre de l'exécution de la peine de travail et du
travail d'intérêt général n'est pas exécuté et que de ce fait, il devient
très difficile de trouver certains lieux de prestation de mesures
judiciaires alternatives? Cette situation est-elle générale? À moins que
les différentes associations du Namurois qui m'en ont fait part
constituent peut-être des éléments isolés, ce que je ne pense pas.
J'ai pu brièvement expliquer les raisons du blocage. Mais y en a-t-il
d'autres qui m'auraient échappé? Quelles sont, dès lors, les mesures
concrètes que vous préconisez pour débloquer la situation et faire de
ces peines de mesures judiciaires alternatives un réel axe de la
politique à promouvoir? Dans quels délais estimez-vous être en
mesure de débloquer la situation?
Ne pensez-vous pas qu'il conviendrait de transformer la faculté
laissée au SPF Justice en obligation d'assumer les charges
d'employeur qui incombent aux lieux de prestation?
prestatieplaatsen. Deze moeten
als werkgever immers opdraaien
voor de kosten die aan de
uitvoering van de straf zijn
verbonden.
Kan u bevestigen dat het koninklijk
besluit van 23 maart 2007 niet ten
uitvoer wordt gelegd? Is die
toestand algemeen? Vanwaar die
blokkering?
Hoe en wanneer zal u een en
ander vlot trekken?
Moet de mogelijkheid die thans
aan de FOD Justitie wordt gelaten,
niet tot een verplichting worden
omgevormd?
Welke middelen zijn er in het
verkeersboetefonds
voorhanden
om die kosten te dekken?
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Quels sont exactement les montants disponibles au Fonds des
amendes routières pour couvrir les dépenses liées à l'exécution des
mesures judiciaires alternatives?
07.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur Prévot, bien que prévues
dans l'arrêté royal du 23 mars 2007, les indemnités destinées à
répondre aux directives en matière de bien-être au travail ne sont pas
attribuées. Si cette constatation est d'ordre général, certaines
organisations cherchent néanmoins des solutions de manière créative
afin que le condamné à une peine de travail puisse être occupé dans
le lieu de prestation envisagé.
Les raisons du blocage proviennent de la difficulté de savoir si la
réglementation sur le bien-être au travail s'applique au condamné à
une peine de travail et, par ailleurs, qui, le cas échéant, doit être
considéré comme employeur et donc supporter les frais.
Pour obtenir une réponse définitive et sortir de l'impasse de manière
appropriée sur le plan juridique, fin mars, j'ai commandé une étude à
la VUB afin d'étudier à fond cette problématique ("Quels sont les
droits et devoirs des acteurs concernés, condamnés à une peine de
travail, lieux de prestation, SPF Justice?") et de vérifier s'il y a lieu de
prévoir un statut distinct pour les condamnés à une peine de travail.
Les résultats de cette étude sont attendus pour fin juin 2008. Je les
attends également.
En 2008, 947.000 euros ont été prévus dans le fonds de sécurité
routière comme moyens de fonctionnement pour trois organisations:
FEDEMOT, IBSR et Pro Vélo.
En ce qui concerne plus particulièrement le bien-être au travail, aucun
budget spécifique n'a, pour le moment, été prévu pour 2008.
07.02 Minister Jo Vandeurzen:
Hoewel er in het koninklijk besluit
van 23 maart 2007 wordt voorzien
in een financiële tegemoetkoming
die een antwoord moet bieden op
de richtlijnen inzake welzijn op het
werk, wordt die tegemoetkoming
niet toegekend. Dat is een
algemene
vaststelling,
maar
sommige verenigingen vinden
daar wel iets op.
Ik heb bij de VUB een studie
besteld om na te gaan of de
reglementering betreffende het
welzijn op het werk van toepassing
is op personen die veroordeeld zijn
tot een werkstraf, en om uit te
maken wie beschouwd moet
worden als werkgever en dus de
kosten op zich moet nemen. De
resultaten van die studie worden
eind juni 2008 verwacht.
Voor 2008 is er in de begroting
een bedrag van 947.000 euro
ingeschreven
voor
drie
organisaties (FEDEMOT, BIVV en
Pro Velo).
Wat het welzijn op het werk
betreft, wordt er voor 2008
momenteel niet in een specifiek
budget voorzien.
07.03 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour ces précisions.
Je me réjouis que vous ayez commandé une étude pour y voir
définitivement plus clair au sujet des charges respectives, de la
qualification d'employeur et dès lors des obligations qui en découlent.
Cette étude sera particulièrement attendue notamment par le milieu
lui-même qui se trouve confronté à des difficultés croissantes.
Je vous assure qu'ils sont créatifs pour trouver des solutions et
heureusement, ils y parviennent. S'il y a blocage, il n'y a pas paralysie
totale, soyons clairs! Mais, je le répète, ces organismes connaissent
malgré tout des difficultés croissantes pour trouver des lieux de
prestation alors que, parallèlement, les tribunaux appliquent de plus
en plus régulièrement des mesures judiciaires alternatives. Si l'on
peut s'en réjouir, un problème se pose en termes d'adéquation de
l'offre à la demande, ce qui crée des complications sur le terrain.
J'espère donc que fin juin 2008 une fois que la VUB aura fourni ses
résultats , on aura l'occasion de voir très clairement quelles sont les
07.03 Maxime Prévot (cdH): Die
studie moet de respectieve lasten
en plichten in kaart brengen. Het is
een studie waar de mensen in het
veld die inderdaad erg creatief
zijn inzake het vinden van
alternatieve oplossingen erg
naar uitkijken.
Het
is
moeilijk
om
prestatieplaatsen te vinden, terwijl
de rechtbanken steeds vaker
alternatieve
gerechtelijke
maatregelen opleggen.
Ik hoop dat er tegen juni klaarheid
zal komen, zodat er dringende
maatregelen getroffen kunnen
worden.
Ik betreur dat het koninklijk besluit
van 23 maart 2007 nog geen
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
mesures urgentes à prendre.
Par ailleurs, comme vous, je regrette que l'arrêté du 23 mars 2007
n'ait pas encore produit ses effets mais, surtout, qu'il n'y ait pas de
montant prévu en 2008 pour le fonds des amendes routières
permettant, le cas échéant, de rembourser les employeurs qui
souhaiteraient faire usage de cette faculté. J'espère que cette faculté
deviendra à terme une obligation qui permettra de mettre de l'huile
dans les rouages et de faciliter la mise en oeuvre de ces mesures
judiciaires alternatives.
Je vous remercie pour le suivi que vous ne manquerez pas de
réserver à cet important dossier sur le terrain.
uitwerking heeft en dat er voor
2008 geen bedrag is vastgelegd
om in voorkomend geval de
werkgevers te vergoeden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'accompagnement des parties civiles belges lors du procès Fourniret" (n° 4052)</b>
08 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de begeleiding van de Belgische burgerlijke partijen tijdens het
proces-Fourniret" (nr. 4052)
08.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je souhaiterais revenir sur l'aide accordée aux victimes
belges dans le cadre du procès Fourniret. On sait que les victimes ont
accepté une collaboration avec l'État français pour éviter la
prescription d'un certain nombre de faits. Ce procès, on le sait, a lieu
actuellement en France.
Je sais que des contacts ont été pris en mars 2006 entre le cabinet de
la ministre de la Justice de l'époque, Mme Onkelinx, et les familles
pour envisager les mesures d'aide tant financière qu'éventuellement
psychologique pour les victimes en France. Des informations que j'ai
pu obtenir, il ressort que les frais d'avocats ne peuvent être pris en
charge directement par l'aide juridique française si on ne passe pas
par un avocat français. Par ailleurs, en ce qui concerne les coûts
supportés par les victimes, l'hébergement est pris en charge par l'État
français. Par contre, les frais d'hébergement des avocats belges en
France ne sont pas pris en charge par l'aide juridique française alors
qu'à l'époque, dans le cadre du procès d'Arlon, il me semble que la
Belgique avait été plus généreuse avec l'ensemble des victimes,
quelle que soit leur nationalité.
Quelles sont les demandes précises qui ont été formulées par les
victimes belges auprès du département de la Justice? Il semble que
les contacts datent de mars 2006.
Quelles ont été les suites réservées concrètement à ces demandes?
08.01 Xavier Baeselen (MR): In
het kader van het proces-Fourniret
hebben de Belgische slachtoffers
ingestemd met een samenwerking
met de Franse Staat teneinde de
verjaring van een aantal feiten te
voorkomen.
De honoraria van de advocaten
van
de
slachtoffers
kunnen
kennelijk niet rechtstreeks door de
Franse
rechtshulp
ten
laste
worden
genomen
indien
de
slachtoffers geen beroep doen op
de diensten van een Franse
advocaat. De verblijfskosten van
de slachtoffers worden door de
Franse Staat betaald, maar dat is
niet geval voor de kosten van het
verblijf
van
de
Belgische
advocaten in Frankrijk. In het
kader van het proces in Aarlen
was de door ons land uitgewerkte
regeling een stuk guller voor alle
slachtoffers.
Welke verzoeken hebben de
Belgische slachtoffers bij het
departement Justitie in maart 2006
ingediend? In welke mate werd
daarop ingegaan?
08.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, depuis le
mois d'avril 2006, le service d'accueil des victimes n'est plus en
contact avec les victimes et leurs familles dans le cadre de l'affaire
Fourniret en raison du transfert du dossier judiciaire vers la France.
Au moment de ce transfert, le relais a en effet été effectué vers les
08.02 Minister Jo Vandeurzen:
Sinds april 2006 staat de dienst
slachtofferonthaal niet langer in
contact met die slachtoffers en
hun families omdat het gerechtelijk
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
services compétents en France. Dans le cadre de la préparation du
procès Fourniret, la direction générale des Maisons de Justice a
entretenu des contacts avec l'INAVEM (Institut national d'Aide aux
Victimes et de Médiation en France) ainsi qu'avec l'association
Forhom, association d'aide aux victimes de Charleville-Mézières.
L'Inavem, l'association Forhom ainsi qu'une autre association d'aide
aux victimes, Le Mars de Reims, ont assuré la préparation et la mise
en place du dispositif d'accompagnement des familles des victimes
lors du procès.
Les associations d'aide aux victimes françaises ont en outre été
chargées d'évaluer les besoins et attentes des victimes et de leurs
familles avant le procès et d'assurer le soutien, l'assistance et
l'accompagnement de celles-ci au cours du procès. Afin de recenser
leurs besoins et attentes, notamment en ce qui concerne les aspects
matériels, un questionnaire leur a été transmis par l'intermédiaire de
leurs avocats. Sur cette base, les associations se sont occupées, le
cas échéant, de réserver des chambres et de trouver un lieu pour les
repas.
Certaines victimes et familles étaient déjà en contact avec les
associations d'aide aux victimes françaises; la Direction générale
Maisons de Justice n'est donc pas intervenue à ce stade pour ce qui
les concerne. D'autres n'avaient jamais été en contact avec les
associations françaises ou ne l'étaient plus; la Direction générale
Maisons de Justice s'est donc chargée d'assurer le relais, via leurs
avocats, avec l'association Forhom.
D'une manière générale, les victimes et les familles des victimes
belges ont été informées par les services compétents français des
possibilités qui leur étaient offertes. L'ensemble des victimes et des
familles de victimes belges qui seront présentes au procès pourront
bénéficier de l'accompagnement assuré sur place par les deux
associations d'aide aux victimes françaises, à savoir la présence
permanente d'intervenants sociaux, l'intervention de psychologues en
cas de besoin, la mise à disposition d'espaces de repos, etc.
Si d'autres demandes particulières non enregistrées chez nous ou
des problèmes avec les services français surviennent, je suggère de
prendre contact afin d'étudier leur possible règlement.
dossier
naar
Frankrijk
werd
overgeheveld. In het kader van de
voorbereiding van het proces heeft
het
Directoraat-Generaal
Justitiehuizen
contacten
onderhouden met het Franse
Institut national d'aide aux victimes
et de médiation en met Forhom,
de vereniging voor slachtofferhulp
van
Charleville-Mézières.
Die
verenigingen hebben samen met
een
andere
vereniging
de
voorzieningen voor de begeleiding
van de families van de slachtoffers
uitgewerkt.
Die verenigingen werden belast
met een evaluatie van de
behoeften van de families en
staan in voor hun begeleiding
tijdens het proces. Via hun
advocaat werd hen een vragenlijst
bezorgd teneinde die verenigingen
in staat te stellen alle materiële
zaken (kamers, maaltijden, enz.)
voor hen te regelen.
Het
Directoraat-generaal
Justitiehuizen
heeft
via
de
advocaten de betrekkingen met de
organisatie Forhom verzekerd. De
Belgische slachtoffers en hun
families werden door de Franse
diensten op de hoogte gebracht
van de mogelijkheden waarover ze
beschikken. Ze zullen door de
twee Franse verenigingen voor
slachtofferhulp worden begeleid.
Indien er andere specifieke vragen
rijzen of indien er zich problemen
met de Franse diensten voordoen,
stel ik voor dat er hiermee contact
wordt opgenomen.
08.03 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse et l'ouverture envers les familles belges
présentes actuellement là-bas. Je peux confirmer à M. le ministre
l'existence aujourd'hui de problèmes particuliers, notamment en ce
qui concerne les frais d'hébergement des avocats. Je ne conteste pas
que les familles sont bien prises en charge sur le plan psychologique.
Cela dit, en mars 2006, Mme la ministre Onkelinx avait pris contact
avec les familles, s'engageant à trouver des solutions très concrètes.
Il semblerait qu'aucun suivi n'ait été donné à ces demandes
particulières. En tout cas, d'un point de vue européen que nous
serions en droit d'attendre, on peut espérer que les victimes, où
qu'elles se trouvent en Belgique comme en France, seront traitées sur
un pied d'égalité. Voilà sans doute un chantier potentiellement
améliorable afin d'arriver à l'avenir à une véritable Europe des
08.03 Xavier Baeselen (MR): Ik
wil u bedanken voor uw antwoord
en voor de faciliteiten die de
Belgische families ginds worden
verleend. Er zijn nog een aantal
problemen, onder andere wat de
verblijfkosten van de advocaten
betreft.
In maart 2006 heeft mevrouw
Onkelinx
de
families
gecontacteerd en heeft ze zich
ertoe
verbonden
concrete
oplossingen aan te dragen. Daar is
verder echter niets meer mee
gebeurd.
Uit
een
Europees
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
victimes.
oogpunt valt te verhopen dat de
slachtoffers, waar ze zich ook
bevinden, een gelijke behandeling
zullen krijgen. Ook op het stuk van
de slachtofferbejegening moeten
we tot een echte Europese aanpak
komen!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opvordering van artsen voor een bloedproef in het kader van
een alcohol- of drugstest in het verkeer" (nr. 4069)
09 Question de M. Jef Van den Bergh au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la réquisition de médecins pour effectuer un prélèvement sanguin
dans le cadre d'un contrôle de la conduite automobile sous l'influence de drogues ou d'alcool"
(n° 4069)</b>
09.01 Jef Van den Bergh (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, voor alcohol- of drugstests in het verkeer
kunnen artsen worden opgevorderd op basis van de artikelen 63 en
64 van de verkeerswet. Enkele jaren geleden werd de wet van
1 juni 1849 tot herziening van de tarieven inzake strafzaken
opgeheven. Als gevolg daarvan is er geen wettelijke basis meer om
artsen die bij vordering weigeren op te treden, effectief te straffen. Dat
legt een ernstige hypotheek op de bestrijding van alcohol- en
drugsgebruik in het verkeer. Bij het hof van beroep in Gent werd
reeds een arts, die had geweigerd op te treden, vrijgesproken wegens
een ontbrekende strafmaat.
Daarom vernam ik graag hoe u tegen deze problematiek aankijkt. Is
er sprake van een juridische lacune en moet er een regelgevend
initiatief worden genomen? Ik denk immers dat de bestrijding van
alcohol en drugs in het verkeer een voldoende ernstige zaak is om de
controle hierop zeker niet in gevaar te brengen.
Ik heb nog een aantal feitelijke vragen. Is er enig statistisch zicht op
het aantal opvorderingen van artsen bij alcohol- en drugstests in het
verkeer en eventueel ook op het aantal weigeringen?
Hoeveel heeft de federale overheid in 2005 en 2006 uitbetaald aan
vergoedingen voor artsen voor dergelijke controles?
In welk bedrag wordt voorzien voor de opvordering van een arts?
Wat is het verschil voor die vergoeding en de vergoeding voor een
dringende oproep bij patiënten? Dat zou immers een mogelijke
verklaring voor weigering kunnen zijn.
Moet dat verschil dan eventueel niet worden weggewerkt? Ik kan mij
immers moeilijk voorstellen dat het overheidsbudget hierdoor te fel
zou worden bezwaard.
09.01 Jef Van den Bergh (CD&V
- N-VA): La loi relative à la police
de la circulation routière prévoit
qu'un médecin peut être appelé à
effectuer une prise de sang dans
le cadre d'un contrôle routier
d'alcoolémie ou antidrogue. Il n'est
toutefois pas possible de pénaliser
les médecins qui refusent de
s'exécuter.
Le ministre est-il au fait de cette
lacune juridique? Prendra-t-il une
initiative? Combien de médecins
ont été réquisitionnés et combien
ont opposé un refus? Quels
montants a-t-on consacrés en
2005 et en 2006 à la rémunération
des médecins réquisitionnés? À
combien s'élève la différence entre
le montant perçu par un médecin
pour une prise de sang et pour
une visite à domicile? Ne
conviendrait-il pas de gommer
cette différence?
09.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega, ik ben
er inderdaad vanop de hoogte dat de weigering door een arts om in te
gaan op een vordering vanwege politie of een parketmagistraat om
een bloedstaal te nemen in verkeerszaken, niet langer strafbaar is. De
09.02 Jo Vandeurzen, ministre:
J'ai conscience du fait que le refus
d'accéder à une réquisition en vue
d'effectuer
un
prélèvement
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
reden hiervoor is dat door de programmawet II van 27 december 2006
de wet van 1 juni 1849 tot herziening van de tarieven in strafzaken
werd opgeheven. In die wet van 1849 werd nu net de weigering
strafbaar gesteld.
Zodra ik als minister van Justitie hiervan kennis heb gekregen, heb ik
het nodige gedaan opdat dit misdrijf opnieuw zou worden ingevoerd,
zodat de nodige vaststellingen via een bloedproef inzake het rijden
onder invloed van drugs of alcohol zou kunnen worden verzekerd. Via
de wet op de diverse bepalingen, die momenteel ter behandeling in
het Parlement ligt, zal dit euvel worden opgelost.
Er is natuurlijk een tweede aspect verbonden aan deze zaak, dat
minstens even belangrijk is. Ik kan u meedelen dat er jaarlijks bijna
12.000 keer een beroep wordt gedaan op een arts voor het nemen
van een bloedstaal in verkeerszaken. In 2005 en 2006 werd hiervoor
in totaal respectievelijk zowat 485.000 euro en 441.500 euro betaald.
In 2007 liepen deze gerechtskosten al op tot 541.000 euro.
Een opgevorderde arts krijgt tot heden 24,29 euro voor deze prestatie.
Dat bedrag wordt verdubbeld tussen 20 uur 's avonds en 8 uur
's morgens en tijdens het weekend of op feestdagen. Het bedrag ligt
dus beduidend lager dan wat een arts krijgt voor een huisbezoek.
Volgens mij moet het bedrag worden verhoogd voor deze prestatie.
Mijn medewerkers zijn intussen bezig de tariefstructuur van alle
prestaties van deskundigen in strafzaken onder de loep te nemen. Ik
hoop bijgevolg over enkele maanden de nieuwe tarieven te kunnen
voorstellen.
sanguin n'est plus punissable, dès
lors que la loi-programme de 2006
a abrogé la loi de 1849. Dès mon
entrée en fonction au ministère de
la Justice, j'ai pris les mesures
nécessaires pour repénaliser les
refus. La nouvelle loi-programme
remédiera
à
cette
lacune
législative.
Chaque année, on recourt près de
douze mille fois à un médecin en
vue d'effectuer un prélèvement
sanguin dans des affaires de
roulage. Ces frais de justice ont
représenté 485.000 euros en
2005, 441.000 euros en 2006 et
pas moins de 541.000 euros en
2007. Le médecin perçoit un
montant inférieur aux honoraires
perçus lors d'une visite à domicile.
Je pense donc que nous devons
augmenter le montant de la
prestation des médecins. Nous
nous penchons actuellement sur
les nouveaux tarifs à fixer pour
l'ensemble
des
experts
qui
interviennent dans des affaires
pénales.
J'espère
pouvoir
présenter ces nouveaux tarifs
dans quelques mois.
09.03 Jef Van den Bergh (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn positief antwoord, dat in elk geval de
problematiek erkent en ook meteen een oplossing in het vooruitzicht
stelt via de wet op de diverse bepalingen. Het is wel belangrijk dat er
rekening wordt gehouden met de oorzaak van de vele weigeringen,
die wellicht toch in de tarificatie is te vinden. Ik ben dan ook blij dat
ook daarvoor bepaalde hervormingen in het vooruitzicht worden
gesteld.
09.03 Jef Van den Bergh (CD&V
- N-VA): Je me réjouis de la
réponse du ministre. Il reconnaît
qu'il existe un problème et il oeuvre
à une solution dans le cadre de la
loi-programme. Je me réjouis que
la rémunération peu élevée, qui
est à la base de nombreux refus,
soit augmentée à l'avenir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote de Gand concernant les toxicomanes" (n° 4093)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'approche préventive de la criminalité liée à l'usage de stupéfiants" (n° 4110)<br>- M. Daniel Bacquelaine au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote 'Soins probatoires' pour toxicomanes" (n° 4237)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote de soins probatoires pour toxicomanes mené à Gand" (n° 4289)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet pilote de soins probatoires pour toxicomanes mené à Gand" (n° 4342)</b>
10 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Hervormingen over "het Gentse proefproject voor drugsverslaafden" (nr. 4093)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de preventieve aanpak van de druggelateerde criminaliteit" (nr. 4110)
- de heer Daniel Bacquelaine aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het pilootproject 'Proefzorg' voor druggebruikers" (nr. 4237)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het pilootproject 'Proefzorg' in Gent voor drugsverslaafden" (nr. 4289)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het Gentse proefzorgproject voor drugsverslaafden" (nr. 4342)
10.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, j'ai lu dans la presse du 28 mars 2008 qu'un projet pilote né
en 2005 dans l'arrondissement judiciaire de Gand, consistant à créer
une passerelle entre la justice et les services d'aide aux toxicomanes,
connaît de très bons résultats et ce, au terme d'une évaluation interne
effectuée cette année.
La première phase de ce projet consiste en une possibilité
supplémentaire mise à la disposition du ministère public; en effet, ce
dernier peut proposer au délinquant toxicomane un plan de soins de
courte ou de longue durée, selon le cas, au lieu d'envisager
uniquement une peine d'emprisonnement.
Cette phase ayant recueilli des résultats positifs, les acteurs de cette
innovation souhaitent se tourner vers la seconde phase de ce projet
consistant à instaurer une "chambre spécialisée stupéfiants" au sein
du tribunal correctionnel. À cet escient, monsieur le ministre, la presse
relate également la signature d'un protocole de coopération sur le
sujet.
J'en viens ainsi tout naturellement à mes questions.
Pourriez-vous me relater les points positifs qui ont été relevés à la
suite de l'évaluation de la première étape de ce projet?
En ce qui concerne la seconde phase, pourriez-vous me confirmer
que vous avez effectivement signé ledit protocole de coopération? Si
oui, pouvez-vous m'en détailler le contenu?
Envisagez-vous un élargissement de ce projet au niveau de l'État
fédéral tant dans sa première que dans sa deuxième phase? Si oui,
de quelle manière? Quels sont les moyens que vous allez employer
pour ce faire? Endéans quel délai pensez-vous mettre en oeuvre un
tel projet?
En termes budgétaires, quel montant représente la mise en oeuvre
d'un tel projet dans le budget de votre ministère et ce, tant concernant
le projet pilote de Gand que la possible mise en oeuvre d'un tel projet
au niveau national si, bien sûr, vous souhaitez l'instaurer?
10.01 Josée Lejeune (MR): In
het gerechtelijk arrondissement
Gent loopt er sinds 2005 een
pilotproject waarbij het gerecht
samenwerkt
met
de
drughulpcentra.
De
resultaten
ervan zijn heel positief.
In de eerste fase van dat project
kreeg het openbaar ministerie de
mogelijkheid
om
de
drugsverslaafde delinquent een
zorgtraject in plaats van een
gevangenisstraf voor te stellen.
Aangezien deze fase tot goede
resultaten leidde, willen de actoren
van dit vernieuwend project nu met
de tweede fase starten, waarin er
bij de correctionele rechtbank een
"kamer" zal worden ingesteld die
gespecialiseerd
is
in
de
drugsproblematiek. In de pers
staat ook te lezen dat er hierover
een samenwerkingsprotocol werd
ondertekend.
Welke positieve punten worden er
vermeld in de evaluatie van de
eerste fase van dit project? Heeft
u, wat de tweede fase betreft, dit
samenwerkingsprotocol getekend,
en wat staat er precies in? Zal u dit
project uitbreiden tot andere
arrondissementen, en zo ja, hoe,
met welke middelen en binnen
welke termijn? Welk bedrag
vertegenwoordigt dit project voor
uw ministerie, zowel wat het
pilotproject in Gent als wat de
mogelijke uitbreiding tot het hele
land betreft?
10.02 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, tout praticien du droit s'est déjà interrogé, après avoir
rencontré des prévenus ou des détenus emprisonnés pour des
raisons de toxicomanie, sur l'utilité de maintenir un certain nombre de
personnes en prison alors qu'il semble que leur problème soit avant
tout lié à la consommation de drogues plutôt qu'à un délit pratiqué
avec insistance.
10.02 Jean-Luc Crucke (MR):
Iedere jurist in het veld heeft zich
wel al afgevraagd of het wel zinvol
is om personen die in de eerste
plaats een drugsprobleem hebben,
op te sluiten in de gevangenis. Als
advocaat wist ik soms dat mijn
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Je vous avoue qu'en tant qu'avocat, j'ai souvent rencontré des
problèmes d'ordre personnel car je savais qu'en plaidant, je
n'arriverais pas à convaincre et que sur base de la législation en
vigueur, mon client serait envoyé en prison alors qu'il serait préférable
en termes non seulement de sécurité pour la population mais
également de suivi médical pour le toxicomane qu'il soit envoyé dans
un centre spécialisé. Les conséquences de la législation en cours
sont souvent irrémédiables et les sorties de prison se font de manière
catastrophique.
Vous le savez et j'ai lu attentivement la déclaration que vous avez
faite hier une des causes de la surpopulation carcérale est la
présence de toxicomanes.
Loin de moi l'idée de dire que certains ne doivent pas s'y trouver,
notamment les cas les plus lourds, ceux qui n'éprouvent pas la
moindre compassion et pour lesquels le délit incarne l'injustice. Par
contre, un certain nombre d'autres toxicomanes n'y ont pas leur place
et c'est là qu'intervient l'expérience gantoise, la "Proefzorg". Si on en
croit ses conclusions depuis 2005 diffusées dans la presse, il s'agit
d'une expérience heureuse. Interviennent à la fois les aspects
préventifs et curatifs, l'intelligence du magistrat et de la Justice et la
collaboration entres plusieurs services. D'après ce qui a été dit, le
taux de réussite serait assez important. Pour les délinquants qui
touchent aux drogues dites "douces", ce taux atteint plus de 90%.
C'est extraordinaire!
Monsieur le ministre, mes questions vont évidemment un peu dans le
même sens que celles de mes collègues mais je vous avoue que
c'est avec une certaine curiosité, et surtout aussi avec un certain
optimisme, que j'aimerais vous entendre. En effet, il y a peut-être là
une solution qui doit être approfondie.
Monsieur le ministre, peut-on aujourd'hui dire que cette expérience
pilote menée depuis 2005 est à ce point suivie sur le plan scientifique
qu'elle confirme aujourd'hui les espoirs qu'elle représentait? Dans
plusieurs interviews dont j'ai pris connaissance, vous avez parlé d'une
extension de cette procédure à d'autres arrondissements. Quel
calendrier réservez-vous à cette extension et quels sont les
arrondissements les plus concernés en la matière?
Souvent, une procédure nouvelle, mais sans doute aussi plus
réfléchie et plus complémentaire, entraîne des coûts. Cela n'est pas
un drame de savoir que la Justice a un prix. L'important est qu'elle
réussisse. Quels sont dès lors les coûts liés à cette procédure
"Proefzorg"?
Ma question suivante est plus particulière et concerne le
"proefzorgmanager". Celui-ci a-t-il réellement un profil particulier? Est-
il concerné par une étude? Quelles sont les limites de son action par
rapport à la Justice? De quelle manière peut-il fonctionner en toute
autonomie, sachant qu'il n'a évidemment pas toujours les mêmes
intérêts que ceux du justiciable ou du magistrat?
Enfin, monsieur le ministre, a-t-on constaté sur la base de cette
expérience, une diminution de la population carcérale dans
l'arrondissement de Gand, notamment une diminution due au non-
cliënt op grond van de wetgeving
opgesloten zou worden, terwijl hij
beter in een gespecialiseerd
opvangcentrum was opgenomen.
De
opsluiting
van
drugsverslaafden is een van de
oorzaken van de overbevolking
van de gevangenissen.
Ik zeg niet dat sommigen niet in de
gevangenis thuishoren - met
name de zwaarste gevallen horen
daar zeker wel thuis - maar een
aantal mensen zitten er niet op
hun plaats, en daarvoor verwijs ik
naar het Gentse project dat,
volgens wat er hier gezegd is, een
redelijk groot succes is voor de
softdrugs haalt men zelfs een
succespercentage van meer dan
90 procent!
Maakt
dit
pilotproject
de
verwachtingen
waar?
In
verschillende interviews heeft u
gezegd dat het project zou worden
uitgebreid
tot
andere
arrondissementen. Over welke
arrondissementen gaat het, en
volgens welk tijdpad zou er
worden gewerkt?
Wat is het prijskaartje van deze
procedure?
Heeft
de
proefzorgmanager
werkelijk een specifiek profiel?
Bestaat er daar een studie over?
Welke bevoegdheden heeft hij
precies ten opzichte van het
gerecht, de rechtzoekende of de
magistraat?
Heeft
dit
experiment
ervoor
gezorgd dat de gevangenissen in
het arrondissement Gent nu
minder vol zitten, omdat mensen
die voor drugsgerelateerde feiten
worden opgepakt, niet langer
worden opgesloten?
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
emprisonnement de prévenus concernés par des faits de drogue?
10.03 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb twee vragen.
Mijn eerste vraag betreft de regionale uitbreiding van de taken van de
procureurs. Ik veronderstel dat het een kwestie van richtlijnen inzake
het seponeringsbeleid is.
Mijn tweede vraag wordt ingegeven door de mededelingen in de
media en betreft de manier waarop een en ander verder zou worden
geregeld in de Gentse rechtbank.
In eerste instantie begrijp ik de methode niet helemaal. Met welke
instantie zult u precies een protocol sluiten? Wat is de betekenis
daarvan?
Wat
wordt
precies
bedoeld
met
een
drugsbehandelingskamer? Op welke manier zal men dat formeel
organiseren?
Ik stel u deze vragen uiteraard in naam van de gemeenschap en van
mijn cliënten.
10.03 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Ce projet sera-t-il élargi à
tous les tribunaux et de quelle
manière? Je suppose que les
directives relatives à la politique de
classement sans suite doivent dès
lors être adaptées.
Qu'en est-il de la réglementation
appliquée au tribunal de Gand?
Entre quelles parties un protocole
a-t-il été conclu? Que faut-il
entendre par chambre spécialisée
en
matière
de
stupéfiants?
Comment
est-elle
organisée
formellement?
10.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het feit dat heel wat collega's van deze
commissie u hierover ondervragen, toont de bezorgdheid van deze
commissie aan voor de problematiek van de druggerelateerde
criminaliteit.
Degenen onder ons die regelmatig gevangenissen bezoeken, zijn
vaak gefrustreerd en staan machteloos wanneer zij vaststellen dat
heel wat gevangenen kampen met een drugsprobleem. Aan het einde
van hun detentie zijn zij niet veel beter af op dat vlak omdat er in de
gevangenissen, met alle respect voor alle mensen die daarrond
werken, rond dit aspect van de problematiek heel weinig wordt
gedaan.
Ik zeg dit even ter inleiding. Mijn vragen gaan in dezelfde richting als
de vragen van mijn collega's.
In de eerste plaats is er de vaststelling dat het project proefzorg in
Gent heel mooie cijfers kan voorleggen. Achtentachtig procent van de
464 verdachten die de drugswet overtraden, liet zich behandelen. Die
behandeling was succesvol met slaagcijfers van 97% voor het korte
traject en 64% voor het lange traject. Dat zijn toch wel mooie
resultaten.
Over het initiatief van de drugsbehandelingskamer, een
gespecialiseerde kamer die in mei in Gent van start moet gaan, krijg
ik graag wat meer informatie. Ik heb onder andere gelezen dat er
tijdens zittingen van die speciale kamer hulpverleners aanwezig
zouden zijn. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Zitten die
mensen in de zaal en staan zij ter beschikking van degenen waarover
ze over informatie beschikken of zullen zij een bepaalde rol hebben in
dat proces? Kunt u ons daarover meer uitleg geven?
U hebt laten verstaan dat een eventuele uitbreiding naar andere
rechtbanken en andere arrondissementen mogelijk is. Hebt u al een
plan of een timing of zult u eerst nagaan hoe het in Gent verloopt en
10.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Les nombreuses
questions à ce sujet prouvent que
la criminalité liée à la drogue fait
l'objet
d'une
grande
préoccupation.
De
nombreux
détenus sont confrontés à un
problème de drogue et leur
situation n'est pas meilleure à
l'issue de leur incarcération.
Le projet de Gand présente
néanmoins des chiffres positifs:
88 % des détenus qui ont enfreint
la loi sur les drogues ont accepté
de suivre un traitement ; les soins
de courte durée sont concluants
dans 97 % des cas et ceux de
longue durée, dans 64 % des cas.
À Gand, une chambre spécialisée
en matière de stupéfiants sera
créée. Les thérapeutes seront
présents à l'audience. Comment la
procédure
sera-t-elle
concrètement
organisée?
Joueront-ils un rôle pendant le
procès? Ce système sera-t-il élargi
à d'autres tribunaux et selon quel
calendrier?
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
dan pas verder werken? Ik krijg graag wat meer verduidelijking
10.05 Minister Jo Vandeurzen: Ik zal proberen de verschillende
vragen samen te beantwoorden en een overzicht te geven van de
beide projecten in het gerechtelijk arrondissement Gent.
De parlementaire werkgroep Drugs heeft in 1996-1997 een aantal
belangrijke aanbevelingen geformuleerd voor de aanpak van
drugsgebruikers en verslaafden. Daarin stond uitdrukkelijk dat men
ook meer aandacht zou besteden aan de oriëntatie naar de
hulpverlening, zodra problematische drugsgebruikers in contact
zouden komen met justitie.
De vaststelling is dat deze visie en doelstellingen inzake de aanpak
van drugsgebruik en drugsverslaving reeds lange tijd op een brede
consensus kunnen rekenen, maar dat een aantal van de
noodzakelijke bepalingen en maatregelen daarvoor tot nu toe niet zijn
uitgevoerd of niet uit de projectfase zijn gekomen.
Ik wil uw aandacht vragen voor iets wat mij bijzonder bekommert,
namelijk het feit dat wij in die periode ook een samenwerkingsakkoord
hebben goedgekeurd in dit Parlement, met een kamerbrede
meerderheid, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen,
waarin juist de noodzaak van een geïntegreerde aanpak werd
benadrukt en waarbij vanuit de verschillende bevoegde parlementen
en regeringen het engagement werd aangegaan om een permanent
overleg te organiseren en daarvoor een algemene cel Drugsbeleid te
installeren, waarbij ieder een inspanning zou doen om daarvoor
middelen ter beschikking te stellen. Wij hebben dat beslist in 2000 of
2001. Ik ken de juiste datum niet, maar ik stel vast dat dit
samenwerkingsakkoord nog steeds niet in werking is getreden.
Blijkbaar is dat te wijten aan het feit dat het op het niveau van het
Brussels Parlement, of een van de instellingen uit het Brusselse, nog
niet werd goedgekeurd, wat ik bijzonder jammer vind, want ik pleit
ervoor om de geïntegreerde benadering absoluut en consequent door
te zetten.
Er zijn nog andere concepten, zoals casemanagers en een aantal
andere elementen die stilaan moeten kunnen worden opgenomen in
onze reguliere werking van Justitie.
De proefprojecten van Gent passen in die filosofie, die destijds naar
voren werd gebracht. Vanuit de vaststelling dat er op het niveau van
het parket een lacune bestond om loutere druggebruikers op een
efficiënte manier naar de hulpverlening te oriënteren, werd op het
parket te Gent een pilootproject proefzorg geconcipieerd. Op 1
augustus 2005 werd een samenwerkingsprotocol afgesloten tussen
de toenmalige minister van Justitie, de procureur des Konings te Gent
en het netwerk Zorgcircuit Oost-Vlaanderen, voor een duur van twee
jaar. De minister van Justitie engageerde zich om een technische
deskundige als proefzorgmanager, een detachering van een persoon
uit het justitiehuis, en zijn vervanging op het justitiehuis, evenals de
nodige logistieke middelen, ter beschikking te stellen.
Het doel is meerderjarige delinquenten die bekennen feiten te hebben
gepleegd, en bij wie hun verslavingsproblematiek aan de grondslag
van de feiten ligt, reeds op het niveau van het parket door te verwijzen
naar de hulpverlening, in een vroeg stadium dus, kort na het contact
10.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Le groupe de travail parlementaire
`drogues' a formulé une série de
recommandations en 1996-1997,
dans lesquelles une attention
accrue avait été demandée pour
l'orientation vers le secteur de
l'aide
lorsqu'un
toxicomane
problématique entre en contact
avec la justice. Si la portée et les
objectifs de ces recommandations
faisaient
l'objet
d'un
large
consensus,
de
nombreuses
mesures n'ont jamais dépassé le
stade du projet. Ensuite, en 2000
ou 2001, un accord de coopération
a été approuvé par de Parlement,
qui souligne la nécessité d'une
approche intégrée, et une cellule
générale Politique en matière de
drogues
a
été
créée.
Malheureusement, cet accord de
coopération
n'a
jamais
été
approuvé
par
la
Région
bruxelloise.
D'autres éléments encore mis en
avant dans les recommandations -
notamment le case manager -
doivent être d'urgence intégrés
dans la politique en matière de
justice. Le projet pilote "soins
probatoires", mis en oeuvre à
Gand, s'inscrit dans ce cadre. Une
lacune a été constatée au parquet
de Gand en ce qui concerne
l'orientation des toxicomanes vers
une aide appropriée. Pour cette
raison, le 1
er
août 2005, un accord
de coopération a été conclu entre
le ministre de la Justice, le
procureur du Roi de Gand et le
Netwerk Zorgcircuit Vlaanderen.
Cet accord couvrait une période
de deux ans et avait pour objectif
d'orienter les délinquants majeurs
toxicomanes
vers
une
aide
appropriée dès le niveau du
parquet.
Si le parquet estime que seule
cette orientation est nécessaire, le
toxicomane suit ce qu'on appelle
le trajet court. S'il est opté pour le
long trajet, le parquet choisit non
seulement d'orienter le délinquant
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
met Justitie.
Er bestaan twee trajecten: het korte proefzorgtraject, wanneer het
parket enkel de doorverwijzing naar de hulpverlening noodzakelijk
acht, en het lange traject, wanneer het parket niet enkel een
doorverwijzing
naar,
maar
ook
de
opvolging
van
het
hulpverleningstraject noodzakelijk acht. In dit geval wordt proefzorg
gekoppeld aan een proefperiode van zes maand.
Indien de magistraat kiest voor proefzorg, geeft hij de opdracht aan de
proefzorgmanager een soort case manager bij Justitie om een
alternatief op maat van de verdachte uit te werken. De
proefzorgmanager situeert zich op de brug tussen Justitie en
hulpverlening en fungeert als tussenpersoon. Hij begeleidt de justitiële
doorverwijzing naar de hulpverlening, om vervolgens controle uit te
oefenen op de afspraken die daaruit voortvloeien. Op die manier is er
een adequate opvang door de hulpverleningssector en dit vrij snel na
de feiten. Recidive en drugsgerelateerde criminaliteit worden
zodoende voorkomen en de re-integratie wordt bevorderd.
Proefzorg maakt gebruik van de pretoriaanse probatie. Dat is het
verbinden van voorwaarden aan de seponering. Het gaat dus om een
tussenstap tussen seponeren en dagvaarden, die vooralsnog niet
wettelijk is geregeld. Wanneer de proefzorg lukt, zal de zaak worden
geseponeerd. Mislukt de proefzorgprocedure, dan wordt de zaak voor
de rechtbank gebracht.
Ondertussen werd het proefzorgproject positief geëvalueerd. Een
uitgebreide evaluatiestudie werd opgesteld door de Dienst voor het
Strafrechtelijk beleid, in samenwerking met de Universiteit Gent. De
resultaten hiervan zullen binnenkort worden gepubliceerd. De
presentatie aan de betrokken actoren van de resultaten van die
studie, vormde ook de aanleiding voor de artikels in de media.
vers une aide appropriée mais
aussi de suivre le trajet d'aide, et
impose une période probatoire de
six mois. Lorsqu'un magistrat du
parquet opte pour les soins
probatoires,
il
désigne
un
responsable de projet de soins
probatoires qui établit un dossier
« sur mesure » du suspect, fait
office d'intermédiaire entre la
Justice et l'aide et contrôle si les
accords sont respectés. Cette
prise
en
charge
adéquate
rapidement après les faits permet
d'éviter la récidive et favorise la
réintégration. Cette procédure
repose sur ce qu'on appelle la
probation prétorienne - c'est-à-dire
une étape intermédiaire entre le
classement sans suite et la citation
- qui n'est pas encore réglée par la
loi. Si les soins probatoires
s'avèrent efficaces, le dossier est
classé sans suite. En cas d'échec,
l'affaire est portée devant le
tribunal. Les résultats de l'étude
d'évaluation par le Service de la
politique
criminelle
et
de
l'Université de Gand sont positifs
et seront bientôt publiés.
Détailler toute l'évaluation quantitative et qualitative du projet
"Proefzorg" nous mènerait trop loin. On retiendra en bref les
conclusions principales de l'évaluation: 464 dossiers ont été suivis
dans ce dispositif dont 97% avec succès dans le plan de soins de
courte durée et 64% dans le plan de soins de longue durée. Les soins
probatoires comblent une lacune au parquet. Les différents acteurs
étaient satisfaits de ce projet. On note une amélioration de la
collaboration entre la justice et les services d'aide.
Vu l'évaluation positive, l'option politique fondamentale a été prise de
transposer ce projet au niveau national. Dans l'étude d'évaluation, il
avait d'ailleurs été question de l'opportunité et de la faisabilité d'une
extension de ce projet pilote à d'autres arrondissements. Il a été
souligné qu'à Gand, des facteurs spécifiques avaient favorisé la mise
en oeuvre du projet "Proefzorg", par exemple l'organisation en réseau
des centres d'aide ou la bonne entente des différents acteurs, et que,
par conséquent, ce modèle ne pourrait être appliqué tel quel dans
d'autres arrondissements mais qu'il devrait être adapté aux
nécessités locales.
Van de 464 dossiers werd 97
procent succesvol opgevolgd in
het korte proefzorgtraject en 64
procent
in
het
lange
proefzorgtraject.
De
diverse
actoren hebben hun tevredenheid
geuit. De samenwerking tussen de
gerechtelijke diensten en de
hulpverleningssector is verbeterd.
Er werd beslist het pilotproject
naar het nationale niveau te tillen.
Er werd evenwel op gewezen dat
een aantal factoren eigen zijn aan
Gent en dat dit model niet zonder
aanpassingen
naar
andere
arrondissementen kan worden
overgeplant.
Alvorens tot implementatie over te gaan moet een aantal
randvoorwaarden vervuld worden. De hulpverlening binnen het
arrondissement moet namelijk goed uitgebouwd zijn en is best
georganiseerd in een netwerk. De capaciteit van de hulpverlening
moet er zijn om alle ploegzorgcliënten door te verwijzen. Er dient
Différentes conditions connexes
devront être remplies avant de
passer à la mise en oeuvre. Ainsi,
les structures d'aide, ainsi que leur
capacité d'accueil, devront être
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
voldoende communicatie, organisatie, overleg en goodwill te zijn,
zowel bij justitie als bij de hulpverlening. De financiering van de
hulpverleningscentra dient natuurlijk eerst op punt te zijn gesteld en
herbekeken te worden. Dat betekent dat hulpverleningscentra die
werken met justitiecliënten in welk stadium ook afdoende moeten
gefinancierd worden.
Een andere voorwaarde is dat de figuur van de ploegzorgmanager,
het profiel, de positionering in de strafrechtketen, zijn statuut en
financiering eerst verder op punt dienen te worden gesteld. Het
strafrechtelijk beleid binnen een zelfde parket dient eenvormig te zijn
een belangrijke randvoorwaarde zodat een zelfde visie en wijze
van beoordeling worden gehanteerd inzake behandeling van dossiers
ploegzorg.
Alvorens tot nationale implementatie over te gaan, leek het
aangewezen eerst een bijkomende studieopdracht te geven aan de
Dienst voor Strafrechtelijk Beleid met als doel deze essentiële
randvoorwaarden nader te onderzoeken en voorstellen tot oplossing
uit te werken waarin tevens de budgettaire gevolgen zijn opgenomen.
Tevens zal deze dienst verder onderzoeken hoe ploegzorg wettelijk
kan worden ingepast, al dan niet in het kader van de strafbemiddeling.
Dit alles zou binnen ongeveer een jaar gerealiseerd moeten zijn.
suffisamment développées. Tant à
la Justice que du côté du secteur
de l'aide, la bonne volonté, mais
aussi
la
disposition
à
communiquer et à se concerter,
devront être suffisantes. Les
centres
d'aide
devront
être
financièrement en ordre et la
politique
criminelle doit
être
appliquée de manière uniforme, de
sorte que les dossiers de "soins
probatoires" soient traités partout
de la même manière. Le service
« Politique
criminelle »
devra
certainement mener une nouvelle
étude
afin
d'analyser
ces
conditions connexes, de proposer
des
solutions et d'examiner
l'encadrement légal des soins
probatoires. Cette étude devra être
terminée d'ici un an.
Je signale en outre qu'un projet pilote similaire a également été lancé
au parquet de Liège. Il s'agit du projet pilote "conseiller stratégique
drogues" à propos duquel un protocole d'accord avait aussi été conclu
avec le ministre de la Justice le 20 juillet 2005. Une première réunion
de la commission d'accompagnement et d'évaluation est prévue le
6 mai 2008.
Bij het parket van Luik werd met
een soortgelijk pilotproject gestart.
Dat zal tegen 6 mei geëvalueerd
worden.
Dan iets over het drugbehandelingskader. Ook dat is een initiatief van
de actoren uit het gerechtelijk arrondissement Gent. Dit project
situeert zich in een latere fase, namelijk op de rechtzitting.
Kort gezegd beoogt het de verdachte reeds voorwaarden te doen
naleven in de schoot van de zetel. Het is bedoeld voor verdachten die
reeds meerdere kansen van Justitie hebben gekregen, voor
verdachten waarbij proefzorg of bemiddeling is mislukt en voor
verslaafden die ernstige druggerelateerde criminaliteit plegen. Het is
de bedoeling de verdachten op de inleidende zitting reeds door te
verwijzen naar hulpverlening via de liaison hulpverlening die helpt bij
het uitstippelen van het traject dat gedurende zes tot tien maanden
wordt gevolgd, waarna een eindbeslissing wordt genomen door de
rechter.
Voor de concrete manier waarop de zittingen zich afspelen, is het
misschien interessant eens ter plaatse te gaan kijken. Dit zal
binnenkort starten. Het is een gewone zitting, maar met een rechter
die zich specialiseert in deze materie en met magistraten van het
parket die deze materie in het bijzonder opvolgen. Uiteraard zijn alle
gewone regels inzake rechtsbedeling, rechten van verdediging
enzovoort van toepassing. Op dat vlak is er geen afbreuk aan de
bestaande waarborgen in de procedure.
Tijdens de eindfase worden de voorbije maanden geëvalueerd en kan
toekomstgericht
gekeken
worden
en,
desgevallend,
probatievoorwaarden opgelegd die aansluiten bij de voorgaande
La chambre spécialisée dans les
stupéfiants est une initiative de
l'arrondissement
judiciaire
de
Gand.
L'on
souhaite,
dès
l'audience d'introduction, orienter
les prévenus vers des services
d'aide, qui contribuent à définir un
parcours de six à dix mois. Au
terme de cette période, l'affaire est
de nouveau portée devant le
tribunal pour être jugée. Il s'agit
d'une audience ordinaire, mais en
présence d'un juge et d'un
magistrat du parquet spécialisés.
Naturellement, toutes les règles
ordinaires de procédure restent
applicables.
Le parcours suivi fait enfin l'objet
d'une évaluation et des conditions
probatoires
peuvent
être
imposées. Un élément essentiel à
cet égard est l'indemnisation des
victimes éventuelles. Ce parcours
de traitement peut également faire
intervenir
une
médiation
en
réparation.
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
begeleiding. Essentieel bij drugsgerelateerde feiten met slachtoffers is
dat de benadeelde minstens voor het betwiste gedeelte wordt vergoed
in de loop van de procedure. In de loop van het behandelingstraject
kan eventueel de herstelbemiddeling dader-slachtoffer worden
ingeschreven en/of gestimuleerd.
Met betrekking tot dit project werd op 27 maart 2008 een
samenwerkingsprotocol afgesloten zoals dat ook voor het vorige
project enkele jaren geleden is gebeurd, waarbij de minister zich
engageert om voor een periode van twee jaar met ingang van
1 mei 2008 dit project te steunen en de nodige financiële middelen ter
beschikking te stellen voor een liaison hulpverlening. Ook dit project
zal door de dienst strafrechtelijk beleid geëvalueerd worden met het
oog op eventuele verdere implementatie.
En ce qui concerne ce projet, un
protocole de collaboration a été
conclu le 27 mars 2008 pour une
période de deux ans, à compter du
1
er
mai 2008. La Justice affectera
à ce projet les moyens financiers
nécessaires. Il sera également
évalué par le service de la
Politique criminelle en vue de
l'éventuelle poursuite de sa mise
en oeuvre.
10.06 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je voudrais
tout d'abord excuser Mme Lejeune qui vient de partir pour la
commission des Finances. Je tiens à remercier M. le ministre pour sa
réponse. Je pense que tous les arrondissements judiciaires du pays
sont touchés par le phénomène. Je comprends que Gand dispose
d'éléments spécifiques qui permettent de réunir les conditions
optimales à la solution.
Cela dit, la philosophie qui a été développée est attirante. Elle semble
réellement intelligente. Nous évoluons dans un domaine où le juriste
ne sait pas éliminer ce que j'appellerai la problématique de la santé.
Une sanction doit intervenir. Vous l'avez précisé. Mais une double
sanction intervient ensuite au niveau de la société si le toxicomane ne
trouve pas de solution personnelle, puisqu'il risque de récidiver.
Madame la présidente, je voudrais émettre une suggestion. Il serait
intéressant que notre commission puisse se déplacer à Gand et
pourquoi pas à Liège dont nous attendons les résultats de
manière à avoir un contact personnel. Je ne vous cache pas que,
pour moi, une des problématiques principales en matière de justice
est d'établir le lien entre toxicomanie, délinquance liée à la
toxicomanie et surpopulation carcérale, et de trouver des solutions
heureuses et intelligentes. Si nous réussissons à avancer dans ce
dossier pendant cette législature, nous aurons accompli un grand pas
en matière de justice. Tout commençant par une connaissance du
terrain, la proposition que je soumets à la commission est de
rencontrer, dès que possible, les acteurs concernés ainsi que les
magistrats en charge de tels dossiers.
10.06 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
begrijp dat dankzij de specifieke
situatie in Gent de optimale
voorwaarden
kunnen
worden
gecreëerd voor die oplossing. Alle
gerechtelijke
arrondissementen
van het land hebben evenwel te
maken met dat fenomeen, en de
filosofie
die
hierover
wordt
ontwikkeld, is aanlokkelijk. Er
moet
een
sanctie
worden
opgelegd,
maar
indien
de
druggebruiker
geen
oplossing
vindt
voor
zijn
persoonlijke
probleem, omdat hij dreigt te
recidiveren, is er ook een tweede,
maatschappelijke sanctie.
Het zou interessant zijn als onze
commissie in Gent, en waarom
ook niet in Luik, een kijkje kan
gaan nemen. Als we erin zouden
slagen
gedurende
deze
zittingsperiode
vooruitgang
te
boeken in dit dossier, dan zouden
we een grote stap gezet hebben
op het stuk van justitie.
10.07 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ik wacht op een project in
Brugge.
10.07 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): J'attends à présent un
projet pour Bruges.
10.08 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Misschien nog gewoon
de volgende vraag: mijnheer de minister, u hebt gezegd dat er een
gelijkaardig project bestaat in Luik sinds 2005, dat voor het eerst
wordt geëvalueerd in de maand mei.
10.09 Minister Jo Vandeurzen: Met het kabinet.
10.10 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ja, met evaluatie daar.
In Gent start men opnieuw in mei en zal er geëvalueerd worden na 2
jaar. Wat met de uitbreiding naar bijvoorbeeld Brugge of andere
10.10 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Un
éventuel
élargissement de ce projet à
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
arrondissementen? Wacht u dan die evaluaties af?
d'autres villes dépendra-t-il de
l'évaluation de l'expérience à
Gand?
10.11 Minister Jo Vandeurzen: Neen, ik denk dat er een misverstand
is. Door de vorige minister van Justitie is er bij de opstart van het
proefproject in Gent terecht een soort opvolging van het project
gekoppeld aan de financiering van het project. Die opvolging is
gebeurd door de universiteit van Gent en door de Dienst
Strafrechtelijk Beleid.
Dat opvolgingsrapport is beëindigd na een periode van 2 jaar en er is
dus een eindrapport gemaakt. Dat project is regelmatig opgevolgd.
Men heeft niet gewoon 2 jaar gewacht. Men heeft geregistreerd,
mensen
ondervraagd,
enzovoort.
Dat
evaluatierapport
is
gepresenteerd in Gent en was positief, maar, en dan ik kom op de
vraag naar de verdere implementatie, geeft aan dat het niet
vanzelfsprekend is om dat zomaar over te plaatsen. Gelet op het feit
dat wij, zoals de heer Crucke, dat allemaal een zeer interessante
manier van werken vinden, ook vanuit Justitie, heb ik onmiddellijk
gezegd dat wij dat toch principieel zullen benaderen en dat dit moet
kunnen in gans het land. Onmiddellijk is gevraagd om te definiëren
wat de randvoorwaarden zijn om dit succesvol te kunnen overbrengen
naar andere regio's.
Die studie wordt nu gemaakt met de Dienst Strafrechtelijk Beleid en
na die studie hebben wij ook de elementen om dat in een beleid om te
zetten en om ook een aantal wettelijke initiatieven te nemen. De
proefzorgmanager is eigenlijk een soort casemanager, het vroeger
concept dat werd gebruikt om dit soort aanpak te benaderen, maar wij
zullen dat ook definitief in onze wetgeving moeten inschrijven. Voor
het andere project in Luik zal er ook een evaluatie komen, maar de
beslissing om de manier van werken te veralgemenen is principieel
genomen naar aanleiding van de evaluatie in Gent.
Voor het andere project, de drugsbehandelingskamer, passen wij
precies dezelfde benadering toe. Er wordt een periode van 2 jaar
vooruitgeschoven, met een begeleiding op het vlak van
wetenschappelijke evaluatie en na die 2 jaar zullen wij zien waar dat
project ons gebracht heeft.
10.11 Jo Vandeurzen, ministre:
Le rapport final du projet à Gand
est effectivement positif mais un
élargissement à d'autres villes
n'est pas si évident. Le service de
la Politique criminelle examine
actuellement les conditions dans
lesquelles ce projet peut être
transféré avec succès dans
d'autres villes. La décision de
principe de poursuivre ce projet a
été prise à la suite de l'expérience
positive à Gand.
L'autre projet, la chambre de
traitement en matière de drogues,
se déroulera entièrement selon le
même schéma.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het Slachtofferfonds" (nr. 4100)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het Slachtofferfonds en het aandeel van veroordelingen voor
verkeersovertredingen hierin" (nr. 4283)
11 Questions jointes de
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le Fonds d'aide aux victimes" (n° 4100)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le Fonds d'aide aux victimes et la part qu'y représentent les condamnations pour
infractions de roulage" (n° 4283)</b>
11.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, 11.01 Sabien Lahaye-Battheu
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
mijnheer de minister, sinds 1985 dat is intussen al 23 jaar komt de
Staat tussen voor een schadevergoeding aan slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en soms ook aan hun verwanten. De
commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers is eigenlijk een
administratief rechtscollege, dat de aanvragen behandelt en ook de
beslissingen neemt.
Uit de cijfers blijkt dat het aantal bij de commissie ingediende
verzoekschriften jaar na jaar stijgt, namelijk van 26 verzoekschriften in
1987 tot meer dan 1.200 verzoekschriften in 2007. In 2007 werd aan
slachtoffers niet minder dan 12,57 miljoen euro schadevergoeding
uitgekeerd.
Het geld dat door het Slachtofferfonds wordt uitbetaald, komt van de
verplichte bijdragen die veroordeelden storten en ook deels van het
bedrag dat van de daders of de burgerlijke verantwoordelijken wordt
teruggevorderd.
Door een structureel tekort kwam er eind 2005 een verhoging van de
bijdragen. Dat is dus goed twee jaar geleden. Op dat ogenblik werden
de verplichte bijdragen, die worden opgelegd aan mensen die door de
politierechtbank,
de
correctionele
rechtbank
of
andere
strafrechtbanken worden veroordeeld, verhoogd van 55 euro tot
137,50 euro. Dat was dus een grote verhoging.
Mijnheer de minister, hoe staat de rekening van het Slachtofferfonds
er nu, ruim twee jaar na de verhoging van de bijdragen, voor?
Heeft de verhoging intussen tot een overschot geleid?
De verplichte bijdrage stuit hier en daar op kritiek. Immers, volgens
sommige rechters zijn de boetes die zij uitspreken, soms lager dan de
bijdragen die de veroordeelden moeten betalen. Het komt voor dat
een politierechter verschillende keren de verplichte bijdrage
uitspreekt. Dat scheelt dus een slok op de borrel in de uiteindelijke
totaalsom die de veroordeelde betaalt.
Wilt u de bijdrage evalueren? Zo ja, in welke zin en op welke termijn
wilt u ze evalueren?
Hebt u plannen om het toepassingsgebied uit te breiden, zodat nog
meer mensen een beroep op het Slachtofferfonds kunnen doen?
(Open Vld): Depuis 1985, l'État
peut accorder une aide financière
aux victimes d'actes intentionnels
de violence et à leurs parents. La
Commission d'aide financière aux
victimes
est
une
juridiction
administrative qui contrôle l'octroi
de cette aide aux victimes. Le
nombre
de
demandes
d'indemnisation
adressées
au
Fonds
d'aide
aux
victimes
augmente chaque année. L'année
passée, l'intervention du Fonds
s'est montée à 12,57 millions
d'euros. Le Fonds d'aide aux
victimes est financé par les
contributions payées par les
personnes condamnées et par les
montants récupérés auprès des
auteurs des actes de violence ou
des
personnes
civilement
responsables pour ceux-ci. En
raison du risque d'un déficit
structurel, la contribution des
personnes condamnées a été
portée en 2005 de 55 à 137,5
euros.
Quelle est à ce jour la situation
financière du Fonds d'aide aux
victimes ? Quelle a été l'incidence
de
l'augmentation
des
contributions
obligatoires?
Le
montant de cette contribution fera-
t-il l'objet d'une évaluation, la
contribution faisant l'objet de
critiques diverses? Le ministre
envisage-t-il d'étendre le champ
d'application de ce Fonds?
11.02 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, collega's,
mijnheer de minister, wij hebben in 2005 inderdaad de bijdrage voor
het fonds nog verhoogd. Bij iedere veroordeling moeten de
veroordeelden nu niet meer 55 euro bijbetalen, maar 137,50 euro. Ik
geef het voorbeeld van een politierechtbank, waar vele overtredingen
passeren.
Overigens, nu ik een beetje aan de andere kant sta, kan ik zeggen dat
ik de boetes in de politierechtbank verschrikkelijk hoog vind. U moet
het eens meemaken. Ik begrijp nu veel meer dan vroeger de aversie
van de gewone autobestuurder tegenover de boetes, zeker als die
vergeten is ze te betalen en voor de politierechtbank moet
verschijnen. Het is verschrikkelijk te zien hoe hoog een boete is.
Permanent wordt de 1.000 euro benaderd. Als de boete al eens laag
is, dan is er nog altijd die 137,50 euro voor het Slachtofferfonds.
11.02 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit):
La
contribution
des
condamnés au Fonds d'aide aux
victimes a effectivement été
augmentée en 2005. Dans la
pratique, je constate qu'au sein
des tribunaux de police où de
nombreuses condamnations sont
prononcées des amendes
particulièrement
élevées
sont
infligées. Je comprends toujours
mieux l'aversion de l'automobiliste
moyen pour ces amendes. Le
Fonds d'aide aux victimes est par
conséquent bien alimenté par les
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Destijds, bij de verhoging, heb ik in de regering opgeworpen dat het
Slachtofferfonds
na
2005
gestijfd
zou
worden
door
verkeersovertreders.
Maar
aan
die
bijdrage
hebben
verkeersslachtoffers niets; er is geen wisselwerking. Wie slachtoffer is
van een verkeersongeval, kan geen beroep doen op het
Slachtofferfonds. Voor de slachtoffers die op een of andere manier
niet
aan
hun
schadevergoeding
geraken,
is
er
het
Motorwaarborgfonds, met al zijn beperkingen. Ik denk dus dat op dat
vlak een opportuniteit nog altijd niet wordt gebruikt.
Het Slachtofferfonds is ondertussen als ik de jaarrekeningen goed
interpreteer toch een zeer sterk fonds geworden, veel sterker dan
het Zilverfonds. Dat fonds kan dus wellicht handiger gebruikt worden
om álle slachtoffers in onze maatschappij beter te beschermen,
eenmaal het kwaad is geschied.
Mijnheer de minister, vandaar heb ik de volgende vragen. Uiteraard
vraag ik eerst naar de jongste cijfers van het Slachtofferfonds.
Kunt u nagaan hoeveel van de bijdragen voor het fonds binnenkomen
via de politierechtbank, wat in de praktijk betekent dat ze vrijwel
volledig uit verkeersovertredingen gehaald worden?
Behoort u tot mijn kamp en bent u er ook voorstander van om de
doelgroep van het Slachtofferfonds uit te breiden tot nog altijd de
grootste groep van slachtoffers in onze maatschappij de slachtoffers
van verkeersongevallen?
contrevenants condamnés. En
revanche, il n'y a pas d'interaction:
les victimes d'infractions routières
ne peuvent pas faire appel au
Fonds d'aide aux victimes, mais
seulement au Fonds de garantie
automobile beaucoup plus limité.
Combien
d'argent
possède
actuellement le Fonds d'aide aux
victimes? A combien s'élève la
contribution des contrevenants
condamnés?
Le
ministre
envisage-t-il une extension du
fonctionnement dudit Fonds au
profit des victimes d'infractions
routières, et ce pour le préjudice
qui n'est pas indemnisé par le
Fonds de garantie automobile?
11.03 Minister Jo Vandeurzen: Wat de eerste vraag betreft, ik zal u
een aantal cijfers bezorgen, collega Landuyt. Het is een beetje
moeilijk als ik die allemaal moet voorlezen. Het komt erop neer dat de
gerealiseerde ontvangsten in 2004 7.336.000 euro bedroegen. Dat
cijfer is opgelopen tot 15 miljoen. Dat betekent dat er inderdaad een
bedrag beschikbaar is.
Het is eerst aangewezen om een grondige vergelijking te maken
tussen de inkomsten en de uitgaven van het fonds gedurende de
voorbije vijf jaar. Aan de hand van de verzamelde informatie kan een
grondige analyse worden uitgevoerd en kan worden nagegaan of de
cijfers een occasionele stijging vertonen dan wel of er sprake is van
een trend of een systematische wijziging.
De evaluatie van de bijdrageplicht kan eventueel worden
meegenomen in de evaluatie van de invorderingen van de geldboetes
en de gerechtskosten door de ontvangers van de Registratie en
Domeinen van de FOD Financiën. U weet dat wij werk zullen maken
van een grotere efficiëntie van het systeem en dat eventueel zelfs zou
kunnen worden overwogen om daarvoor een gerechtelijk
incassobureau tot stand te brengen. Indien mogelijk of gevraagd
zouden wij de vraag naar evaluatie van de bijdrage daarin kunnen
meenemen.
Er is voorlopig geen sprake van een uitbreiding. Wij zullen
waarschijnlijk wel een aantal wettechnische aanpassingen moeten
doen na bevraging van alle betrokken partijen. Fundamenteel heb ik
op dit ogenblik geen plannen om het toepassingsgebied uit te breiden.
11.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Je transmettrai par écrit les
chiffres concernant les moyens
dont dispose le Fonds.
L'analyse
de l'évolution des
recettes
et
des
dépenses
permettra d'apporter davantage de
précisions sur le fonctionnement
du
Fonds.
L'évaluation
de
l'obligation de contribution peut
être effectuée dans le cadre de
l'évaluation
générale
du
recouvrement des amendes par
les receveurs du SPF Finances.
Il n'est pas question aujourd'hui
d'un
élargissement
du
fonctionnement du Fonds mais
d'un certain nombre d'adaptations
d'ordre légistique.
Il n'existe pas de statistiques
systématiques des paiements des
amendes en fonction de la nature
du délit. Le Fonds d'aide aux
victimes ne rembourse que les
victimes d'un acte intentionnel de
violence, ce qui signifie que le
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Er waren vragen over de inningen via de politierechtbanken. Noch de
commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers, noch de FOD
Financiën, in casu de ontvangers van de Registratie en Domeinen,
houden expliciet statistische gegevens volgens de aard van de
veroordeling bij. Gelet op het feit dat ik momenteel geen uitbreiding
van het toepassingsgebied van de commissie beoog en gelet op het
feit dat er conform het basisprincipe van de wet een opzettelijke
gewelddaad moet zijn gepleegd, blijft het Gemeenschappelijk
Motorwaarborgfonds bevoegd inzake verkeerszaken. Er is momenteel
geen correlatie tussen de reden van de invordering en de reden van
de uitgave van de commissie voor de Financiële Hulp aan
Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden. Collega Landuyt, uw
vraag kan ook worden meegenomen in de evaluatie van de
invordering van de geldboetes en gerechtskosten door de ontvangers
van de Registratie en Domeinen van de FOD Financiën.
Fonds commun de garantie reste
compétent
pour
les
remboursements aux victimes
d'accidents de la circulation.
11.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik stel vast dat er
eigenlijk nog geen antwoord kan worden gegeven op de vraag over
de gevolgen van het optrekken van de bijdrage. Die bijdrage is
eigenlijk bijna verdrievoudigd in 2005. Ik vraag uitdrukkelijk dat er wel
degelijk een evaluatie gebeurt en de minister heeft aangekondigd dat
te zullen doen. Er moet worden gekeken of die verhoging, die heel
veel Belgen zeer sterk voelen, loont en tot een overschot heeft geleid.
Als blijkt dat in 2005 te veel werd verhoogd, moet worden bekeken of
de bijdrage niet kan worden teruggeschroefd. Ik vraag om de
evaluatie zeer snel te maken.
Ten slotte, ik ben blij dat de minister herhaalt dat werk zal worden
gemaakt van een verbetering van het innen van de boetes en
gerechtskosten door de ontvangers van de Registratie. Ik ben in de
vorige legislatuur ook een paar keer op dat punt ingegaan, omdat uit
de cijfers blijkt dat heel veel van de opgelegde boetes nooit worden
betaald en dat kan niet in een rechtsstaat.
Ik volg het punt op de voet.
11.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Les conséquences de
l'augmentation de la cotisation
obligatoire n'ont donc pas encore
été examinées.
Il est indigne d'un État de droit que
bon nombre d'amendes restent
impayées dans la pratique. Je me
félicite dès lors de ce que l'on
s'attellera à l'amélioration du
système
de
perception
des
amendes.
11.05 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Enkel wat het laatste punt
betreft, ik wil mijn collega ervoor waarschuwen haar verwachtingen
niet te hoog te leggen. In de nota, die officieel nog niet bestaat, staat
er dat men het zal bestuderen.
11.05 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Il ne faut pas se faire trop
d'illusions à ce sujet. La note de
politique
générale
officieuse
indique que le problème sera
examiné.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de te nemen maatregelen na het verzet van de banken inzake de
huurwaarborg" (nr. 4101)
12 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les mesures à prendre face à la résistance bancaire à l'égard de la
garantie locative" (n° 4101)</b>
12.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
heb een korte vraag die tijdens de interim-regering ook gesteld is aan
uw voorgangster, mevrouw Onkelinx. Zij gaat over de wet op de
huurwaarborg, die door de banken niet altijd nageleefd wordt.
12.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Les dispositions de la
nouvelle loi sur les baux sont
bafouées par de nombreuses
banques qui refusent d'avancer la
CRIV 52
COM 150
08/04/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Concreet bepaalt de wet dat de banken hun regelmatige klanten
verplicht een huurwaarborg van 2 maanden moeten voorschieten.
Een aantal banken schuift die verplichting door naar het OCMW.
Mevrouw Onkelinx heeft in deze commissie in december 2007 gezegd
dat zij bezig was met een overleg met de banksector en met de
OCMW's om die problematiek te regelen. Ik wil u dus vragen,
mijnheer de minister, of er iets uit dat overleg voortgekomen is? Is er
uiteindelijk, zoals mevrouw Onkelinx beloofde, een gentleman's
agreement gerealiseerd? En wat gaat u als minister eventueel nog
doen in verband met de problematiek van de huurwaarborg? Dank u.
garantie locative obligatoire de
deux mois et orientent les
locataires vers les CPAS. A la fin
de l'année dernière, l'ancienne
ministre de la Justice avait déclaré
qu'elle
souhaitait
que
la
concertation avec le secteur
bancaire et les CPAS conduise à
un gentlemen's agreement. Cette
concertation a-t-elle déjà eu lieu ?
Et dans l'affirmative, quels en ont
été les résultats?
De voorzitter: Er is ondertussen een technisch probleem met de microfoons, waardoor de vertaling niet
kan werken. Ik stel dus voor dat dit nu het laatste antwoord van de minister wordt.
12.02 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Zullen de micro's vanmiddag
weer werken?
De voorzitter: Anders moeten wij een andere zaal zoeken, meen ik.
12.03 Minister Jo Vandeurzen: Ten eerste, (...) zoals vervangen
door de wet van 25 april 2007. Daarin wordt het waarborgsysteem
bepaald. Na een evaluatie, die zal plaatsvinden 1 jaar na het van
kracht worden van dit systeem, zal de Koning bij een besluit,
vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een openbare waarborg
kunnen organiseren om de waarborgen te dekken die door de
financiële instellingen toegekend werden aan bepaalde categorieën
huurders die hij vaststelt volgens de financieringsmodaliteiten die hij
vaststelt.
Begin mei vervalt die termijn van 1 jaar. Een evaluatie in de maand
mei is dus door de wetgever zelf vooropgesteld.
Ten tweede moet rekening gehouden worden met het
vernietigingsverzoek dat hangend is bij het Grondwettelijk Hof inzake
de ongrondwettigheid van het hierboven genoemde 4e lid van artikel
10, paragraaf 1 en dat door een aantal bankinstellingen werd
ingesteld op 27 november 2007.
Wellicht verdient het aanbeveling vooraleer een definitieve beslissing
te nemen over de waarborgregeling het arrest van het Hof af te
wachten. De datum waarop het arrest er zal zijn is natuurlijk moeilijk
te voorzien.
Ten derde wijs ik u erop dat hopelijk volgende week in de commissie
voor de Justitie van de Senaat in het raam van de
grondswetsherziening en de staatshervorming de bespreking zal
beginnen van de bijzondere wet waardoor dit Parlement niet meer
bevoegd zal zijn voor deze materie.
12.03 Jo Vandeurzen, ministre:
La loi du 25 avril 2007 stipule
qu'un an après l'entrée en vigueur
du
système
des
garanties
locatives, le Roi peut introduire
une garantie publique pour couvrir
les garanties accordées par les
institutions financières à certaines
catégories de locataires. Ce délai
d'un an arrive à expiration début
mai. Le législateur part donc lui-
même du principe d'une évaluation
dans le courant du mois de mai.
Il convient également de tenir
compte
de
la
requête
en
annulation introduite devant la
Cour
constitutionnelle
pour
inconstitutionnalité d'un certain
passage de la loi. Il serait donc
probablement plus sage d'attendre
cet arrêt.
La discussion de la loi spéciale a
commencé en Commission de la
Justice du Sénat, ce qui signifie
qu'après la réforme de l'État, cette
matière ne ressortira plus à la
compétence du parlement.
12.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vanmiddag om 14.15 uur komt de commissie opnieuw bijeen.
08/04/2008
CRIV 52
COM 150
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.33 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.33 heures.