KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 147
CRIV 52 COM 147
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
18-03-2008
18-03-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "het verplicht
opnemen van de afstamming in het Rijksregister"
(nr. 2665)
1
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "l'inscription obligatoire
de la filiation au Registre national" (n° 2665)
1
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
2
Questions jointes de
2
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Justitie over "de gevolgen van de aanhouding van
Belliraj" (nr. 2716)
2
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur
"les suites de l'arrestation de Belliraj" (n° 2716)
2
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "de aanhouding van Abdelkader
Belliraj in Marokko" (nr. 2970)
2
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"l'arrestation au Maroc d'Abdelkader Belliraj"
(n° 2970)
2
- de heer Denis Ducarme aan de minister van
Justitie over "het vervolg van de zaak-Belliraj"
(nr. 3044)
2
- M. Denis Ducarme au ministre de la Justice sur
"les suites à donner à l'affaire Belliraj" (n° 3044)
2
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Raf Terwingen,
Denis Ducarme, Jo Vandeurzen
, minister
van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Raf Terwingen,
Denis Ducarme, Jo Vandeurzen
, ministre de
la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "de moeilijkheden ten
gevolge van de gecombineerde toepassing van
artikelen 779 en 782 van het Gerechtelijk
Wetboek die door de wet van 26 april 2007
werden gewijzigd op het vlak van de sociale
magistraten" (nr. 2908)
11
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "les difficultés liées à l'application
combinée des articles 779 et 782 du Code
judiciaire modifiés par la loi du 26 avril 2007 en ce
qui concerne les magistrats sociaux" (n° 2908)
11
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister
van
Justitie
over
"de
veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van het
uitkomen van de film 'Fitna'" (nr. 2744)
13
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "les mesures de sécurité prises dans
le cadre de la sortie du film Fitna" (n° 2744)
13
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de werkzaamheden
van de werkgroep 'Gerechtelijke achterstand en
Deskundigenonderzoek' binnen de Hoge Raad
voor de Justitie" (nr. 2801)
14
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "les activités du groupe
de travail chargé de l'arriéré judiciaire et de
l'expertise au sein du Conseil supérieur de la
Justice" (n° 2801)
14
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de
minister van Justitie over "de verwittiging van de
slachtoffers van een geïnterneerde wanneer deze
laatste de instelling mag verlaten" (nr. 2876)
15
Question de M. Servais Verherstraeten au
ministre de la Justice sur "l'information des
victimes d'une personne internée lorsque celle-ci
peut quitter l'établissement" (n° 2876)
16
Sprekers: Servais Verherstraeten, voorzitter
van de CD&V - N-VA-fractie, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Servais Verherstraeten, président
du groupe CD&V - N-VA, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
17
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van
Justitie over "de betaling van processen-verbaal
door buitenlanders" (nr. 2878)
17
- Mme Josée Lejeune au ministre de la Justice
sur "le paiement des procès-verbaux par des
étrangers" (n° 2878)
17
- de heer Josy Arens aan de minister van Justitie
over "het niet betalen van boetes in België door
17
- M. Josy Arens au ministre de la Justice sur "les
amendes impayées par les conducteurs étrangers
17
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
buitenlandse bestuurders" (nr. 2885)
en Belgique" (n° 2885)
- de heer Melchior Wathelet aan de minister van
Justitie over "het niet betalen van boetes voor
verkeersovertredingen die door buitenlanders in
België worden begaan" (nr. 2891)
17
- M. Melchior Wathelet au ministre de la Justice
sur "le non-paiement des amendes pour les
infractions de roulage commises par des
étrangers passant par la Belgique" (n° 2891)
17
Sprekers: Josée Lejeune, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Josée Lejeune, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
19
Questions jointes de
19
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Justitie over "de aangekondigde bouw van nieuwe
gevangenissen" (nr. 2917)
19
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur
"l'annonce de la construction de nouvelles
prisons" (n° 2917)
19
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie
over "de
nieuwe gevangenissen"
(nr. 2946)
19
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"les nouvelles prisons" (n° 2946)
19
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van
Justitie
over
"bouwplannen
voor
nieuwe
strafinrichtingen in de provincie Namen" (nr. 3070)
19
- M. Georges Gilkinet au ministre de la Justice sur
"des projets de construction de nouveaux
établissements pénitentiaires en province de
Namur" (n° 3070)
19
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Renaat
Landuyt, Georges Gilkinet, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Renaat
Landuyt, Georges Gilkinet, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de
minister van Justitie over "de instelling voor
geïnterneerden in Gent" (nr. 2922)
25
Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la
Justice sur "l'établissement pour internés à Gand"
(n° 2922)
25
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie, Servais Verherstraeten,
voorzitter van de CD&V - N-VA-fractie
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
ministre
de
la
Justice,
Servais
Verherstraeten, président du groupe CD&V -
N-VA
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de
minister van Justitie over "de evaluatie van het
federaal parket" (nr. 2923)
28
Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la
Justice sur "l'évaluation du parquet fédéral"
(n° 2923)
28
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Justitie over "de dagvaarding van personen
die onder voorlopig bewind zijn geplaatst"
(nr. 2969)
30
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "la citation de personnes placées sous
administration provisoire" (n° 2969)
30
Sprekers: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Justitie over "de parkeermogelijkheden voor
motorrijwielen" (nr. 2973)
32
Question de M. Peter Logghe au ministre de la
Justice sur "les possibilités de stationnement pour
motocycles" (n° 2973)
32
Sprekers: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de aanhoudende
verzoeken
of
aanmaningen
vanwege
de
politiediensten aan de bezitters van een
vuurwapen met het oog op de inlevering ervan"
(nr. 2982)
34
Question de M. Bert Schoofs au ministre de
l'Intérieur sur "les demandes ou sommations
persistantes de la part des services de police
adressées aux détenteurs d'armes à feu en vue
de leur restitution" (n° 2982)
34
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Justitie over "de lange wachttijden voor de
jeugdrechtbanken in Tongeren en Hasselt"
(nr. 2983)
36
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "la longueur des délais d'attente
auprès des tribunaux de la jeunesse de Tongres
et de Hasselt" (n° 2983)
36
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Sprekers: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
38
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van
Justitie over "het verjaren van de KBC-fraude met
de forfaitaire buitenlandse belasting" (nr. 2990)
38
- Mme Sarah Smeyers au ministre de la Justice
sur "la prescription de la fraude relative à la
quotité forfaitaire d'impôt étranger impliquant la
banque KBC" (n° 2990)
38
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van
Justitie over "de gerechtelijke vervolgingen inzake
fiscale fraude" (nr. 2994)
38
- Mme Josée Lejeune au ministre de la Justice
sur "les poursuites en justice en matière de fraude
fiscale" (n° 2994)
38
Sprekers: Sarah Smeyers, Josée Lejeune,
Jo Vandeurzen
, minister van Justitie
Orateurs: Sarah Smeyers, Josée Lejeune,
Jo Vandeurzen
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de acties die de federale
regering zal ondernemen ingevolge de recente
uitspraken van de burgemeester van Maastricht"
(nr. 3017)
41
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "les actions que le gouvernement
fédéral compte entreprendre à la suite des
déclarations récentes du bourgmestre de
Maastricht" (n° 3017)
41
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de uitspraken van de
correctionele rechtbank te Hasselt inzake de
wapendracht door Sikhs" (nr. 3018)
44
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "les décisions du tribunal correctionnel
de Hasselt en matière de port d'armes par les
Sikhs" (n° 3018)
44
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister van Justitie over "de vergoeding voor
politiediensten
voor
bijstand
aan
een
gerechtsdeurwaarder" (nr. 3024)
45
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de la Justice sur "l'indemnité octroyée aux
membres des services de police qui prêtent main-
forte à un huissier de justice" (n° 3024)
45
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister van Justitie over "de internering"
(nr. 3056)
47
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de la Justice sur "l'internement" (n° 3056)
47
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
49
Questions jointes de
49
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "de aanstelling van een taaladjunct
bij het departement Justitie" (nr. 3053)
49
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la
désignation d'un adjoint linguistique au sein du
département de la Justice" (n° 3053)
49
- de heer Robert Van de Velde aan de minister
van
Justitie
over
"de
benoeming
van
taaladjuncten" (nr. 3066)
49
- M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice
sur "la nomination d'adjoints linguistiques"
(n° 3066)
49
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
18
MAART
2008
Namiddag
______
du
MARDI
18
MARS
2008
Après-midi
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.13 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door mevrouw Mia De Schamphelaere.
Le développement des questions et interpellations commence à 15.13 heures. La réunion est présidée par
Mme Mia De Schamphelaere.
01 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "het verplicht
opnemen van de afstamming in het Rijksregister" (nr. 2665)
01 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "l'inscription obligatoire de
la filiation au Registre national" (n° 2665)</b>
01.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, de
afstamming ­ en daarmee bedoel ik de ascendenten in de eerste
graad, dus de ouders ­ wordt tot vandaag vermeld in het
bevolkingsregister. Alle 589 gemeenten in België brengen die
gegevens ook in het Rijksregister in. Dat gebeurt evenwel op
vrijwillige basis, met dien verstande dat enkel de gemeente die de
gegevens heeft ingebracht, inzage heeft in het Rijksregister wat dat
punt betreft.
Mijnheer de minister, wat is uw standpunt over het volgende? Zou het
niet goed zijn de opname van de afstamming ­ dus van de
ascendenten in de eerste graad ­ in het Rijksregister verplicht te
maken, opdat ook derden ­ anderen dan wie de informatie ingaf ­ die
informatie zouden kunnen opvragen?
01.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Les ascendants au
premier degré ­ les parents ­
figurent
au
registre
de
la
population. Les 589 communes
insèrent également ces données
dans le Registre national. Elles le
font volontairement et elles seules
ont accès aux données ainsi
sauvegardées.
Le ministre est-il favorable à
l'introduction obligatoire de ces
données dans le registre national
qui pourraient également être
consultées par des tiers?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Geachte collega, de problematiek
van de vermelding in het Rijksregister van de afstammelingen in de
eerste graad maakt voorwerp uit van het wetsvoorstel 52/473. Dat
wetsvoorstel is op dit ogenblik hangend in de commissie. De
commissie wacht, als ik goed geïnformeerd ben, nog op enkele
adviezen om dan de bespreking voort te zetten. Ik volg uiteraard met
aandacht de werkzaamheden van de commissie in dat verband.
De vermelding in het Rijksregister van de ascendenten van de eerste
graad en het wetsvoorstel zelf doen echter een aantal problemen
rijzen, zowel wat het principe als wat de praktische toepassing ervan
betreft, en moet dus nader worden onderzocht. Ik verwijs onder meer
naar de adviezen inzake dat wetsvoorstel, die de commissie blijkbaar
reeds mocht ontvangen.
Ik wil er ten slotte op wijzen dat de invoering van nieuwe gegevens in
het Rijksregister niet onmiddellijk betekent dat derden toegang
zouden krijgen tot die gegevens. De machtiging om toegang te
01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Cet aspect est traité dans la
proposition de loi 473 qui est à
l'examen au sein de cette
commission.
L'introduction
obligatoire
de
ces
données
engendrerait
une
série
de
problèmes sur les plans des
principes et de la pratique. Je
souligne que la consultation des
nouvelles données du Registre
national
requiert
toujours
l'autorisation de la commission
sectorielle du Registre national.
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
hebben tot de informatie die opgenomen is in het Rijksregister of om
er mededeling van te verkrijgen, wordt immers verleend door het
sectoraal comité van het Rijksregister, dat werd opgericht in de
commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer.
01.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, het
voorstel waarnaar u verwees, gaat over de erfgenamen, de
descendenten, terwijl mijn vraag specifiek gaat over de vermelding
van de ouders. Dat gebeurt nu al vrijwillig door de gemeenten, maar
het probleem is dat die informatie niet openbaar is en tot vandaag
eigenlijk enkel kan worden verkregen door de betrokken gemeente.
Mijn vraag is: zou het niet goed zijn die gewoonte, dat gebruik, op te
leggen, zodat ook derden kunnen informeren bij het Rijksregister wie
de ouders zijn van een betrokken persoon?
01.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La proposition de loi à
laquelle le ministre se réfère
concerne les héritiers alors que
ma question concernait l'identité
des parents. Des tiers ne
devraient-ils pas aussi pouvoir
s'informer
auprès
Registre
national de l'identité des parents?
01.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik moet toch herhalen dat de
invoering van die gegevens een andere problematiek is dan wie
toegang krijgt tot de gegevens. Voor dat laatste is een machtiging
nodig. Die moet men vragen.
01.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Je le répète, l'introduction et la
consultation de données sont deux
problèmes différents.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les suites de l'arrestation de Belliraj" (n° 2716)<br>- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "l'arrestation au Maroc d'Abdelkader Belliraj" (n° 2970)<br>- M. Denis Ducarme au ministre de la Justice sur "les suites à donner à l'affaire Belliraj" (n° 3044)</b>
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de gevolgen van de aanhouding van
Belliraj" (nr. 2716)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de aanhouding van Abdelkader Belliraj in
Marokko" (nr. 2970)
- de heer Denis Ducarme aan de minister van Justitie over "het vervolg van de zaak-Belliraj" (nr. 3044)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, il n'y a pas un
jour où l'information qui tombe dans ce dossier ­ ou en tout cas celle
qui peut être lue à travers ce que la presse veut bien nous rapporter ­
pose plus de questions que nous en avions déjà le jour précédent.
Je comprends les difficultés du ministre et je me souviens de sa
première réponse lors d'une séance de questions d'actualité au cours
de laquelle il m'avait invité à la prudence. Néanmoins, je crois que le
ministre doit comprendre les questions inévitables et nombreuses que
se posent les parlementaires.
Ce dossier est un grand point d'interrogation qui crée de l'instabilité au
sein des services de renseignement et de sécurité et une perte de
confiance de la population envers les institutions. Il pose par ailleurs
un problème de taille. On ne sait plus si ces faits extrêmement
graves, l'assassinat de plusieurs personnes ­ on ne parle pas ici d'un
meurtre par homicide involontaire ­, auraient pour auteur la personne
identifiée ou le groupe auquel elle appartient ou d'autres personnes.
Je vous avoue que si j'avais dû vous poser la question il y a une
semaine, je l'aurais peut-être fait avec plus de précision. Aujourd'hui,
je vous demande de faire le point sur ce dossier en nous indiquant
"clairement" ce que vous en savez, ce que les services peuvent en
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Er
gaat geen dag voorbij zonder dat
er in dit dossier nieuwe feiten
opduiken
die
meer
vragen
oproepen dan ze antwoorden
geven. Dat dossier destabiliseert
de
inlichtingendiensten
en
ondergraaft het vertrouwen in onze
instellingen. Bovendien rijst er een
enorm probleem. We weten niet
meer wie die moorden gepleegd
heeft: de geïdentificeerde persoon,
de
groepering
waartoe
hij
behoorde of nog iemand anders.
Ik vraag u een stand van zaken in
verband met dit dossier te geven
en ons duidelijk te zeggen ­ zelfs
al
is
enige
voorzichtigheid
geboden ­ wat u erover weet, wat
de diensten erover mogen zeggen,
wat we er echt mogen over weten.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
dire, ce que nous pouvons réellement en savoir. On ne peut pas
rester dans le flou artistique le plus complet.
Dernier élément du dossier: je lis une déclaration qui aurait été faite ­
j'emploie le conditionnel ­ par l'intéressé, M. Belliraj, aux enquêteurs
marocains. Il ne serait pas l'auteur des assassinats sur le territoire
belge mais il aurait bien rencontré Ben Laden. Vous voyez le genre de
personnage anodin qu'est Ben Laden, celui qu'on ne rencontre qu'au
coin de la rue et par hasard généralement! Tout cela nous prouve que
les faits sont graves.
Monsieur le ministre, pour ne pas être plus long et respecter mon
temps de parole, je conclurai en disant que je crois sincèrement que
ce pays, que les parlementaires que vous avez devant vous ont
besoin de clarté, d'informations, de précisions et pas seulement de
prudence, même si je peux comprendre qu'il y en ait une certaine
dose dans une réponse donnée.
De heer Belliraj zou ten slotte aan
de
Marokkaanse
speurders
verklaard hebben dat hij de
moorden op Belgisch grondgebied
niet heeft gepleegd, maar hij zou
Bin Laden wel degelijk ontmoet
hebben. Dat alles wijst toch op
ernstige feiten.
02.02 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, naar
aanleiding van de interventie in de plenaire vergadering destijds, bij
het begin van deze affaire, heb ik u beloofd, dat ik u enkel nog zou
lastigvallen met vragen in verband met deze zaak indien ik meende
dat de belangen van ons eigen land, en met name van de inwoners
van ons land, betrokken geraakten.
Wij hebben in de pers moeten lezen dat de heer Belliraj, die in
Marokko al in verdenking zou zijn gesteld, waarschijnlijk ook in
Marokko zou worden berecht. Dat kan natuurlijk bepaalde gevolgen
hebben voor de eventuele burgerlijke partijen, de slachtoffers in
België van de daden van de heer Belliraj.
Verder zou intussen een twintigtal medeplichtigen zijn aangeduid door
Belliraj. Ik veronderstel dat er daarvan nog in België verblijven?
Concreet heb ik de volgende vragen.
Ten eerste, kunt u bevestigen, mijnheer de minister, dat de heer
Belliraj ook voor de feiten die in ons land zijn gepleegd naar alle
waarschijnlijkheid in Marokko zal worden berecht?
Ten tweede, op welke manier zullen dan de rechten van de Belgische
slachtoffers kunnen worden gevrijwaard? Welke rol kan ons land
daarbij spelen?
Ten derde, ook belangrijk: hoe zit het met de verjaringstermijnen voor
dat soort feiten naar Marokkaanse recht? Ik veronderstel dat naar
Marokkaans recht zal moeten worden geoordeeld of er verjaring is of
niet, met alle gevolgen van dien voor de burgerlijke partijen.
Ten vierde, zijn er al meer gegevens beschikbaar over de
medeplichtigen die Belliraj zelf zou hebben aangeduid in zijn
verhoren? Zijn er al gegevens over de mogelijkheid tot vervolging van
die medeplichtigen in België? Kan men de zaak-Belliraj lostrekken
van de zaken van de medeplichtigen?
02.02 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): La presse a rapporté que
Belliraj serait jugé au Maroc pour
les faits perpétrés dans notre
pays. Il a déjà été officiellement
mis en examen et aurait déjà
divulgué
les
noms
de
20
complices.
Le ministre peut-il confirmer cette
information? Comment va-t-on
préserver les droits des victimes
belges? Le ministre possède-t-il
des informations concernant la
prescription éventuelle des faits en
droit marocain? En sait-on plus
long sur les complices? Ces
derniers peuvent-ils être poursuivis
en Belgique?
02.03 Denis Ducarme (MR): Madame la présidente, je félicite le
ministre pour sa mine resplendissante, malgré la nuit blanche.
J'éprouvais d'abord quelques scrupules à vous poser aujourd'hui une
02.03 Denis Ducarme (MR): In
de zaak-Belliraj hebben Marokko
en de Belgische pers zich
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
question aussi lourde, mais étant donné que vous semblez tellement
en forme, je ne regrette pas de vous interroger.
Plus sérieusement, l'ampleur de l'affaire Belliraj, tant sur le plan
national qu'international, et les inquiétudes qu'elle suscite justifient
naturellement de nouvelles questions parlementaires, dans la lignée
de celles qui vous ont été posées et auxquelles vous avez répondu en
séance plénière. Elles sont également légitimées par l'avancée du
dossier, l'actualité et les informations qui sont livrées presque chaque
jour.
M. Belliraj, de nationalité belge, ainsi que deux autres personnes ­ de
même nationalité ­ ont été privés de liberté par les services
gouvernementaux marocains. Les charges retenues sont multiples:
préparation d'attentats à l'encontre des autorités marocaines, trafic
d'armes, etc. M. Belliraj est aussi présenté par la presse comme
l'auteur de six meurtres commis en Belgique et de plusieurs
braquages.
Ma première question porte sur cette affaire qui secoue les bases de
notre État de droit. En effet, c'est un pays ami, mais néanmoins
étranger, qui livre au monde des informations sur des homicides qui
ont été perpétrés sur notre territoire. De plus, c'est la presse de notre
pays qui élucide ces même affaires; je pense à la première page d'un
grand journal populaire. Certains semblent donc troquer leur plume
contre la pipe de Rouletabille.
Aux yeux de l'opinion nationale et internationale, le Maroc et la presse
belge semblent s'être quelque peu substitués à la justice belge. Les
faits sont présentés comme avérés. L'assurance du ministre de
l'Intérieur marocain dans son communiqué relatif aux meurtres
commis sur le territoire belge, selon lui, par M. Belliraj peut faire
penser que ses affirmations doivent reposer sur des aveux de
M. Belliraj à ce propos. En ce sens, de tels aveux ont-ils été transmis
à votre département, à celui de l'Intérieur ou encore portés à la
connaissance de la justice belge ou du gouvernement? Que ce soit
ou non le cas aujourd'hui, pouvez-vous me dire si les aveux de
M. Belliraj sont recevables par la justice belge? Si oui, à quelle
condition?
Ensuite, vous avez très sagement demandé au Comité R d'enquêter
sur la gestion du dossier Belliraj. Cette démarche n'apportera sans
doute pas de réponse officielle à une question centrale relative au
principal intéressé, qui est celle de sa qualité présumée d'informateur
de la Sûreté de l'État. Vous ne répondrez évidemment pas à cette
question, puisque la loi vous l'interdit. J'ai même lu quelque part que
jamais, depuis la Seconde Guerre mondiale, le nom d'un agent ou
d'un informateur n'avait été officiellement divulgué. Toutefois, si les
diverses suspicions de crimes perpétrés par M. Belliraj devaient se
confirmer, je doute qu'il soit couramment arrivé qu'un informateur de
l'État belge ait exercé ces activités de meurtrier, de grand bandit, de
terroriste international, tout en ayant prévenu l'organisation d'un
attentat en Angleterre.
Nous verrons dans les mois qui viennent si ces informations diverses
peuvent être confirmées et, si c'est le cas, si l'État pourra se
permettre de ne pas en dire plus sur les fonctions exercées ou non
par M. Belliraj.
klaarblijkelijk in de plaats gesteld
van het Belgische gerecht.
Werden
uw
departement,
Binnenlandse
Zaken,
het
Belgische gerecht of de regering
op de hoogte gebracht van
bekentenissen van de heer Belliraj
op
grond
waarvan
de
Marokkaanse
minister
van
Binnenlandse
Zaken
met
zekerheid meent te kunnen stellen
dat de betrokkene in België
moorden heeft gepleegd?
Het onderzoek inzake dit dossier
waarmee u het Comité I hebt
belast, zal waarschijnlijk geen
officieel antwoord bieden op de
vraag of de heer Belliraj nu al dan
niet een informant van de
Veiligheid van de Staat is. Ik
betwijfel evenwel of het vaak
gebeurt dat een informant van de
Belgische
Staat
mensen
vermoordt of feiten pleegt die als
zware criminaliteit of internationaal
terrorisme aangemerkt kunnen
worden, terwijl hij tegelijkertijd een
aanslag in Engeland heeft kunnen
voorkomen.
De huidige discretie van de
regering, die politie en justitie hun
werk wil laten doen, staat in
contrast met de houding van
sommige leden van de federale
politie en de Veiligheid van de
Staat: er verschijnen immers heel
wat details in de pers. Hebt u, met
uw collega van Binnenlandse
Zaken, maatregelen genomen om
onze
diensten
tot
meer
terughoudendheid op te roepen en
om handelingen die onverenigbaar
zijn met onze nationale veiligheid,
te bestraffen?
Volgens de pers zou het verslag
van de Veiligheid van de Staat
vermelden dat de heer Belliraj deel
uitmaakt
van
een
radicaal
islamitisch netwerk. Hebt u een
onderzoek gevraagd naar de
voorwaarden waaronder de heer
Belliraj op 30 juni 2000 de
Belgische nationaliteit verwierf?
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Quoi qu'il en soit, si le gouvernement me paraît actuellement
conserver le bon comportement, à savoir discrétion, attente de
confirmation et une attitude visant à laisser faire le travail utile par
notre police et notre justice, vous me permettrez de m'étonner de ce
que je lis dans la presse. Il semblerait que votre volonté de discrétion,
bien légitime, ne soit pas partagée par certains membres de notre
police fédérale, ni par certains membres des services de notre
Sûreté. Il s'agit d'une minorité sans doute, mais guère silencieuse, qui
reprend les propos de divers agents.
Nous apprenons ainsi dans les journaux et sur les chaînes de
télévision les détails relatifs au conflit entre la police et la Sûreté,
comment et combien était payé M. Belliraj, depuis quand il travaillait
pour nos services, quelle section l'aurait recruté, etc. Sans me
prononcer sur la plainte introduite au Comité P par M. Winants, qui
désigne d'emblée une responsabilité policière dans ce dossier,
j'estime que la plainte déposée contre X pour ce qui concerne les
fuites se justifie tout à fait sur le fond.
Pour des questions de sécurité nationale, les fuites vers les médias,
telles qu'elles s'opèrent depuis quelques semaines, sont
inacceptables. Avez-vous pris, avec votre collègue de l'Intérieur, les
dispositions voulues pour appeler nos services à davantage de
retenue, et d'autres dispositions visant à sanctionner ces
comportements incompatibles avec notre sécurité nationale?
Une autre question utile à l'avancement du dossier est sans doute
l'octroi de la nationalité belge à M. Belliraj, acquise le 30 juin 2000. Le
rapport de la Sûreté fait état, selon la presse, de l'appartenance de
M. Belliraj à un réseau intégriste. Avez-vous demandé une enquête
sur les conditions de l'octroi de la nationalité belge à M. Belliraj?
M. Belliraj est également de nationalité marocaine. Nous savons que
les citoyens marocains ne perdent jamais leur nationalité d'origine,
même lorsqu'ils acquièrent une autre nationalité. La nationalité belge
de M. Belliraj n'est donc pas reconnue au Maroc. Il n'empêche que,
selon les six policiers qui se sont rendus au Maroc récemment, les
informations sur lesquelles reposent les déclarations de l'État
marocain relatives aux six meurtres présumés commis par M. Belliraj
sur notre territoire seraient suffisamment sérieuses pour être
étudiées.
Au-delà de la commission rogatoire qui se rendra au Maroc, nos
accords avec ce pays permettraient-ils l'extradition de M. Belliraj dans
l'hypothèse d'un jugement ouvert par la justice belge sur ces affaires?
La commission rogatoire internationale devant se rendre au Maroc le
ferait, selon nos informations, uniquement dans le cadre du dossier
terrorisme et non pas sur les autres volets du dossier. Pouvez-vous,
monsieur le ministre, nous informer de la suite réservée par la justice
belge au dossier portant sur les meurtres présumés commis par
M. Belliraj, tels que communiqués par l'État marocain?
De heer Belliraj heeft tevens de
Marokkaanse nationaliteit, die men
nooit
verliest.
De
Belgische
nationaliteit van de heer Belliraj
wordt in Marokko dus niet erkend.
De
informatie
waarop
de
verklaringen van de Marokkaanse
Staat berusten met betrekking tot
de zes moorden die op ons
grondgebied zouden zijn gepleegd,
schijnen voldoende ernstig om ze
te bestuderen. Zou de heer Belliraj
op grond van de akkoorden met
dat
land
kunnen
worden
uitgeleverd, indien het Belgische
gerecht in verband met deze feiten
een procedure zou instellen? Op
welke manier zal het Belgische
gerecht verder gevolg geven aan
het dossier inzake de moorden die
de heer Belliraj zou hebben
gepleegd,
los
van
het
terrorismedossier, dat aan bod
komt in het kader van de
internationale rogatoire commissie
die in Marokko zou worden
uitgevoerd?
02.04 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, selon moi, aucune copie des aveux éventuels de Belliraj à
la police marocaine ou vis-à-vis d'autorités judiciaires n'a été
transmise ni au ministre de la Justice, ni au ministre de l'Intérieur, ni à
une quelconque autre autorité belge. Dans ce contexte, je peux vous
02.04 Minister Jo Vandeurzen:
Bij mijn weten heeft geen enkele
Belgische overheid een kopie van
de bekentenissen van Belliraj
ontvangen. In maart kregen zes
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
communiquer qu'à la requête du parquet fédéral, déjà au début du
mois de mars, six policiers belges ont visité le Maroc. Lors de leur
visite, ils ont été tenus au courant oralement d'une considérable
quantité d'informations policières. La délégation belge n'avait aucun
accès direct aux dossiers répressifs au Maroc. L'information obtenue
provenait d'une concertation qui a eu lieu le 10 mars dernier entre le
procureur du Roi de Bruxelles, le procureur fédéral, les magistrats et
les services policiers impliqués dans cette enquête.
Actuellement, une commission rogatoire belge est préparée. Lors de
celle-ci, des procès-verbaux seront obtenus. La question de savoir si
les aveux de M. Belliraj sont recevables pour la justice belge est donc
précipitée à ce jour.
Quant à la publication de détails concernant une rivalité éventuelle qui
existerait entre les services, le fait est très regrettable. Je dois
cependant vous faire part des déclarations récentes de
M. Koekelberg, commissaire général de la police fédérale, qui dit le
contraire. Il se réfère notamment au succès commun dans la lutte
contre le terrorisme grâce à la bonne coopération entre les deux
services. L'enquête menée par le Comité P révèlera si une personne,
qui est tenue au secret professionnel de par sa fonction, a violé celui-
ci.
En tant que ministre de la Justice, je n'ai pas attendu le cas présent
pour introduire une évaluation profonde et une adaptation de la Sûreté
de l'État. J'avais déjà pris l'initiative de concevoir un projet de
rapportage qui tend à améliorer la supervision de l'échange
nécessaire des informations. L'accord conclu pendant la nuit englobe
d'ailleurs aussi la décision du gouvernement d'organiser un audit des
services d'information, notamment la Sûreté de l'État, pour voir s'il est
vraiment possible d'améliorer leur fonctionnement. Je vous
communique déjà cette information car elle est clairement reprise
dans l'accord qui sera présenté par le formateur dans quelques
minutes.
La transmission des informations concernant ces délits, sur la base
de l'article 29 du Code de procédure pénale, sera également
systématiquement supervisée. J'estime qu'il faut un système bien
établi, de manière à ce que ces informations soient transmises aux
responsables
judiciaires
au
moment
approprié.
L'accord
gouvernemental comporte également des éléments à ce sujet.
Je ne manquerai pas, dans le cadre de mes compétences et en
considérant la législation, de prendre les mesures nécessaires pour
qu'un maximum d'informations soient échangées entre les services
responsables de la lutte contre le terrorisme dans notre pays.
Quelle que soit l'issue du dossier actuel, les informations sur l'identité
présumée des sources d'un service de renseignements, les
révélations sur la méthodologie de travail qui sont communiquées, la
violation du principe de confidentialité sont de nature à nuire
directement ou indirectement au bon fonctionnement ultérieur de la
Sûreté de l'État.
Je m'engagerai afin d'optimaliser le fonctionnement de la Sûreté de
l'État. Je signale ce passage dans l'accord gouvernemental. C'est
donc avec beaucoup d'intérêt que j'attends les résultats de l'enquête
Belgische politieambtenaren die
naar Marokko gereisd waren,
mondeling wel heel wat informatie,
maar ze kregen geen toegang tot
het strafdossier. In het kader van
de rogatoire commissie die op dit
ogenblik wordt voorbereid, zullen
we
over
processen-verbaal
kunnen beschikken. Vraag blijft of
ze ontvankelijk zullen zijn voor het
Belgische gerecht.
In tegenstelling tot wat werd
gepubliceerd, verklaarde de heer
Koekelberg dat de samenwerking
tussen beide diensten uitstekend
verliep. Het onderzoek van het
Comité P zal uitwijzen of het
beroepsgeheim geschonden werd.
Ik heb niet op deze zaak gewacht
om een grondige evaluatie en een
aanpassing van de Veiligheid van
de Staat op de rails te zetten. Het
regeerakkoord dat vorige nacht
werd gesloten, voorziet trouwens
in een doorlichting van de
inlichtingendiensten, meer bepaald
van de Veiligheid van de Staat, om
de werking ervan te verbeteren,
alsook in een onderzoek van de
gegevens met betrekking tot de
overzending van de informatie
over die misdrijven. Ik zal alle
nodige maatregelen nemen om
een zo omvangrijk mogelijke
gegevensuitwisseling tussen de
antiterreurdiensten
te
bewerkstelligen.
Er wordt onder meer rekening
gehouden met de resultaten van
het onderzoek waarmee ik het
Comité I heb belast.
De heer Belliraj heeft de Belgische
nationaliteit op 30 juni 2000
verworven
ingevolge
een
eenvoudige verklaring voor de
ambtenaar van de burgerlijke
stand overeenkomstig de wet van
1 maart 2000. De procureur des
Konings van Gent bracht toen een
gunstig advies uit op grond van het
feit dat de betrokkene sinds de
jaren tachtig onbesproken van
gedrag was gebleven. In de jaren
tachtig
was
hij
actief
in
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
du Comité R que j'ai ordonnée. Tenant compte des conclusions et
des recommandations éventuelles de ce rapport, je n'hésiterai pas à
prendre les mesures nécessaires.
À la suite des informations que j'ai demandées, comme je vous l'ai
déjà communiqué le 26 février dernier, Belliraj a obtenu la nationalité
belge le 30 juin 2000 en bénéficiant de l'application de la loi au
1
er
mars 2000. Cette procédure ne se déroule pas à la Chambre des
représentants. Elle consiste en une simple déclaration devant l'officier
de l'état civil. Cette procédure est basée sur un séjour principal en
Belgique de sept ans, couvert par un séjour légal et une autorisation
de séjour illimité au moment de la déclaration.
Je cite l'avis de la Sûreté de l'État au procureur du Roi de Gand:
"Pendant les années 1980, Belliraj était connu à cause de ses
activités dans les mouvements islamiques algériens, marocains et
dans les milieux pro-Iran marocains. Depuis lors, il n'a plus attiré
l'attention dans ce contexte ni dans un autre contexte politique
quelconque". L'avis du procureur du Roi de Gand du 30 octobre 2001
a été favorable à Abdelkader Belliraj dans le cadre de l'obtention de la
nationalité belge.
En ce qui concerne une extradition éventuelle de Belliraj, le fait est
que le Royaume du Maroc, en principe, n'extrade pas vers un pays
étranger des sujets ayant la nationalité marocaine. Mais la décision
finale appartient aux autorités marocaines.
En ce qui concerne l'enquête en Belgique, une organisation du travail
a été convenue comme suit: le parquet fédéral s'occupera
principalement de l'enquête au sujet du terrorisme. En ce qui
concerne les six meurtres commis sur le territoire belge, les six
enquêtes ont été confiées au même juge d'instruction près du tribunal
de première instance de Bruxelles, mais les dossiers ne sont pas
joints.
Marokkaanse
en
Algerijnse
islamistische bewegingen.
Marokko
levert
Marokkaanse
onderdanen in principe niet uit.
In België zal het federaal parket
zich
bezighouden
met
het
terreurluik van het onderzoek,
terwijl
de
zes
moordzaken
toevertrouwd werden aan dezelfde
onderzoeksrechter
bij
de
rechtbank van eerste aanleg te
Brussel, zij het zonder dat de
dossiers samengevoegd worden.
In het kader van de afgesloten conventie van 7 juli 1997 tussen België
en Marokko met betrekking tot de wederzijdse rechtshulp heb ik een
dringend schriftelijk verzoek gericht aan de Marokkaanse minister van
Justitie om de verschillende gerechtelijke procedures in België met
die in Marokko te coördineren, zodat het federaal parket een beter
zicht zou krijgen op de bedoelingen van het Marokkaanse gerecht
inzake de vervolging van de feiten waarvan Belliraj in Marokko wordt
verdacht.
Dans le cadre de la convention
belgo-marocaine
d'entraide
judiciaire,
j'ai
adressé
une
demande
écrite
urgente
au
ministre marocain de la Justice
visant
à
coordonner
les
procédures judiciaires afin que le
parquet puisse se faire une idée
plus précise des intentions du
tribunal marocain.
Comme je l'ai déjà expliqué en détail devant cette commission la
semaine dernière, en me rapportant à la législation en vigueur dans
cette affaire, je ne peux donner de réponse affirmative ou négative
aux questions posées concernant l'informateur enregistré par la
Sûreté de l'État. Là où vous parlez de la prudence envers les
révélations sur un réseau terroriste et le rôle que M. Belliraj y joue, le
fait est que nous n'avons pas d'éléments concrets ou de preuves à
disposition qui nous permettent de corroborer ces révélations
apparues dans les médias.
Dans ce dossier, je me tiens au courant à travers l'administrateur
général de la Sûreté, par écrit aussi bien qu'oralement. Depuis les
Ik kan geen informatie geven over
een geregistreerde informant bij
de Veiligheid van de Staat. De
Veiligheid van de Staat volgt de
heer Belliraj sinds 1980 maar
beschikt niet over gegevens die de
persberichten
over
een
terreurnetwerk bevestigen, noch
over betrouwbare informatie op
grond waarvan ze een precieze
analyse kan maken. In het
Marokkaanse dossier is tot op
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
années 1980, M. Belliraj a été régulièrement suivi par la Sûreté de
l'État. Par conséquent, il est bien connu de ce service. La Sûreté n'a
pas à sa disposition de renseignements lui permettant d'appuyer les
dires de la presse au sujet de ce réseau terroriste.
Que les services de renseignements et de sécurité fassent preuve
d'une grande prudence, ce que vous soulignez, me paraît normal vu
les circonstances. Pour que les services de renseignements puissent
rédiger une analyse définitive et précise, il leur faut des informations
solides, ce qui n'est pas le cas jusqu'à présent. Pour l'heure, le
dossier marocain ne fait état d'aucune menace terroriste sur la
Belgique ou les intérêts belges à l'étranger.
heden geen melding gemaakt van
een terroristische dreiging tegen
België.
In Marokko zijn de verjaringstermijnen voor de feiten als volgt bepaald
in artikel 5 van het Wetboek van strafvordering: 20 jaar voor een
misdrijf, te tellen vanaf de dag dat het misdrijf werd gepleegd; 5 jaar
voor een wanbedrijf, te tellen vanaf de dag dat het wanbedrijf werd
gepleegd; 2 jaar voor een overtreding, te tellen vanaf de dag dat de
overtreding werd gepleegd.
Wat de eventuele medeplichtigen in het dossier-Belliraj en de
mogelijkheid van vervolging in België van deze personen betreft,
zullen wij eveneens moeten wachten op de eerste resultaten van de
rogatoire commissie.
Au Maroc, le délai de prescription
est de 20 ans pour un crime, de 5
ans pour un délit et de 2 ans pour
une infraction. En ce qui concerne
les complices éventuels, il faut
attendre les premiers résultats de
la commission rogatoire.
02.05 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, d'abord, à ce type de question, on ne peut que s'attendre à
une réponse quelque peu décevante. Je n'en fais nullement le
reproche au ministre, car on lit davantage de contradictions dans les
journaux que dans la présente réponse, ce qui est plutôt rassurant.
Ensuite, monsieur le ministre, vous avez saisi les Comités P et R, et
vous annoncez un audit des services de renseignements. C'est une
excellente mesure de la part du gouvernement. En effet, dans des
dossiers relatifs à ce type de service, c'est soit le silence soit la
transparence complète. À mon avis, le moyen terme n'est pas de
mise. Comme il ne s'agit pas ici de transparence complète mais de
bruits, voire d' "affirmations" de la part de responsables au sein de
ces services, il aurait mieux valu que l'on respecte la formule selon
laquelle "le silence est d'or".
Par ailleurs, vous confirmez qu'il n'existe pas d'autre solution
actuellement que celle d'attendre les résultats de la commission
rogatoire au Maroc. Avouez que c'est une avancée par rapport à votre
première réponse donnée en plénière, où vous parliez de prudence:
on mettait en doute les affirmations des autorités marocaines. Je n'ai
pas dit qu'aujourd'hui on les confirmait, mais la commission rogatoire
doit permettre d'aller plus loin.
Enfin, je ne parviens pas encore, sans doute comme d'autres
collègues, à savoir si l'on a affaire à des services de renseignements
abusés ou à une procédure de déstabilisation de nos services; selon
moi, cette question doit rester d'actualité. Certains éléments, certains
faits ne nous permettent pas aujourd'hui d'évacuer l'une ou l'autre
hypothèse.
Voilà pourquoi vous avez l'entier soutien du MR pour continuer le suivi
de ce dossier à la lettre, oralement et par écrit car, comme vous l'avez
02.05 Jean-Luc Crucke (MR):
Het feit dat men hieromtrent meer
tegenstrijdige informatie vindt in de
media dan in uw antwoord, is
veeleer geruststellend.
De inschakeling van de Comités P
en I en de aangekondigde
doorlichting
van
de
inlichtingendiensten
zijn
uitstekende maatregelen.
Tenslotte kan ik bij gebrek aan
gegevens nog niet uitmaken of
men hier te maken heeft met
gedupeerde
inlichtingendiensten
dan wel met een poging tot
destabilisering van deze diensten.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
précisé, cette prudence me semble de bon aloi.
02.06 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, bedankt
voor uw antwoord. Mijn vraag was vooral gebaseerd op de belangen
van de eventuele slachtoffers die hier in België zijn achtergebleven.
(...) spreken over een verjaringstermijn van twintig jaar naar
Marokkaans recht. Als ik mij niet vergis is dat naar Belgisch recht
dertig jaar. De feiten dateren van de tweede helft van de jaren tachtig,
plus twintig jaar. Dat zou wel eens een zeer moeilijke of delicate
oefening kunnen worden inzake verjaringstermijnen. Dat moeten we
verder opvolgen.
Concreet zou de vraag kunnen worden gesteld hoe het zit met de
stuiting en of dat bestaat naar Marokkaans recht. Daarmee overvraag
ik u misschien op dit ogenblik, maar dat kan verder worden
opgevolgd. Ik noteer verder alleszins dat u duidelijk heeft gevraagd
om de procedures te vergelijken en de zaken in de gaten te houden,
om zo de slachtoffers hier in België optimaal verder te kunnen helpen
met hun eventuele belangenverdediging, hetzij in Marokko, hetzij in
België.
Ik verwijs naar de analogie met Hans Van Themsche, waarbij er zoals
u weet ook steun is geweest aan de familie van de slachtoffers
vanwege de Belgische Staat, zodat die vanuit het buitenland naar
België konden komen om zich hier te verdedigen. Ook daar moeten
we ervoor zorgen dat dezelfde steun kan worden gegeven aan de
Belgische familieleden van de slachtoffers hier in België.
02.06 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Ma question concernait
principalement les intérêts des
victimes éventuelles en Belgique.
Le délai de prescription est de 20
ans au Maroc, contre 30 en
Belgique. Il pourrait en résulter des
problèmes puisque les faits ont été
commis au cours de la seconde
moitié des années 80. Je me
demande aussi si l'interruption de
prescription existe au Maroc.
Le ministre suivra les procédures
et veillera à ce que les droits des
victimes soient défendus au
mieux.
Dans
l'affaire
Van
Themsche,
l'État
belge
a
également soutenu la famille
étrangère des victimes. Dans cette
affaire-ci, une même aide devrait
être apportée aux parents belges.
02.07 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour la qualité de votre réponse, que j'estime très complète. Je ne
m'attendais naturellement pas, comme mes collègues, à ce que vous
déballiez ici des secrets de l'État belge. À propos du dossier et de son
suivi, j'estime que vous avez donné une réponse complète.
La commission rogatoire internationale (CRI) aura notamment pour
objet d'enfin obtenir quelque chose de concret, et plus seulement des
informations transmises oralement, et également de juger si des
aveux sont recevables aux yeux de la justice belge, ce qui n'est pas
une certitude aujourd'hui.
Par rapport à l'envoi de la CRI, je note que le volet terrorisme du
dossier est en charge du parquet fédéral mais que les pièces relatives
aux six meurtres supposés ne sont pas jointes à la mission de la CRI.
La commission rogatoire internationale ne va donc pas se rendre au
Maroc dans le cadre du dossier des meurtres mais uniquement dans
le cadre du volet terrorisme. Je pense qu'à un moment donné, il
faudra que nous puissions, avec une autre commission rogatoire
internationale, faire notre propre enquête et veiller à recevoir les
pièces utiles en rapport avec les informations communiquées par
l'État marocain sur les meurtres supposés commis sur notre territoire.
Je relève également le courrier que vous avez envoyé à la justice
marocaine car je pense que le Maroc est un pays ami et est
vraisemblablement un des pays du Maghreb qui modernise le plus sa
démocratie. Néanmoins, j'estime qu'à partir du moment où le ministre
de l'Intérieur marocain s'exprime au monde entier sur ce dossier, il
serait peut-être utile que la coordination que vous réclamez puisse se
concrétiser le plus rapidement possible parce que la manière dont ce
02.07 Denis Ducarme (MR): De
internationale rogatoire commissie
zal
onder
meer
concrete
inlichtingen moeten verzamelen en
oordelen of de bekentenissen
ontvankelijk zijn voor het Belgische
gerecht.
Aangezien die commissie enkel
belast is met het terrorismeluik, zal
er een andere internationale
rogatoire commissie noodzakelijk
zijn voor het verkrijgen van de
nodige stukken in verband met de
door de Marokkaanse Staat
meegedeelde inlichtingen over de
moorden die in ons land zouden
zijn gepleegd.
De door u geëiste coördinatie zou
zo spoedig mogelijk concreet
gestalte moeten krijgen, want wij
hebben problemen met de manier
waarop
onze
Marokkaanse
vrienden dat dossier aan het licht
hebben gebracht. Ik hoop dat de
Marokkaanse autoriteiten volop
met ons zullen samenwerken en
alle stukken die wij nodig hebben,
zullen meedelen.
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
dossier a été mis sur la table par nos amis marocains nous pose un
certain nombre de problèmes. J'espère que le Maroc, tant par rapport
au volet terrorisme qu'au volet meurtres, ouvrira la porte et
communiquera en toute collaboration l'ensemble des pièces dont
nous avons besoin.
Je note encore la réponse que vous avez donnée au niveau de
l'accord de cette nuit. Un audit est une bonne chose mais j'imagine
que s'il a été décidé dans le cadre de l'accord gouvernemental, il n'est
pas réalisé contre la Sûreté mais bien pour améliorer nos services et
il n'est pas directement lié à cette affaire, j'en veux pour preuve les
déclarations de M. Koekelberg. Quand on s'y intéresse, on peut
constater que la Sûreté apporte beaucoup à ce pays en matière
d'informations et de risques terroristes. Elle ne doit donc pas se sentir
visée davantage par un audit qui serait organisé par le gouvernement.
En ce qui concerne le Comité R, nous attendrons, tout comme vous,
les résultats de l'enquête que vous avez commandée par rapport à la
gestion du dossier Belliraj dans son ensemble et aussi aux critères
qui ont prévalu à l'octroi de la nationalité à M. Belliraj en juin 2000. Cet
élément nous permettra peut-être d'y voir plus clair.
Een doorlichting is een goede
zaak, maar ik veronderstel dat als
daartoe in het kader van het
regeerakkoord werd beslist, die
doorlichting niet gericht is tegen de
Veiligheid van de Staat maar wel
bedoeld is om de werking van
onze diensten te verbeteren.
02.08 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, je tiens à
remercier les députés pour le sérieux avec lequel ils ont posé leurs
questions et apporté des commentaires. En effet, la position du
ministre et des députés est délicate; vous l'avez mentionné et je m'en
réjouis.
Cependant, monsieur Crucke, ce que je ne peux accepter, c'est votre
ultimatum: "Nous sommes dans le brouillard. Nous exigeons soit une
transparence totale soit un silence complet.". Ce choix est
inacceptable dans une démocratie telle que la nôtre. Les citoyens de
notre pays, que vous représentez, ont un droit de contrôle sur ce qui
se passe au sein de services comme ceux de la Sûreté de l'État.
C'est aux responsables politiques que l'organisation en incombe de
même qu'ils doivent vous convaincre que tout ce qui devait être
entrepris l'a été de façon professionnelle et dans le respect des droits
et de la loi.
L'organisation de ce contrôle, parce que le citoyen et le Parlement y
ont droit, ne peut se faire sans un fonctionnement efficace,
professionnel des services comme ceux de la Sûreté de l'État. Les
propos que vous avez tenus étaient on ne peut plus judicieux. "On ne
sait pas encore ce qui s'est passé". Nous devons donc rester
prudents et opérer dans les limites que la loi nous impose. À mes
yeux, il n'est pas contradictoire d'organiser le contrôle, de vous
donner des informations, en le conciliant avec la nécessité d'un bon
fonctionnement des services.
Bien entendu, cela implique la responsabilité de tous les acteurs de
terrain: le respect de la confidentialité des renseignements tant au
niveau des Comités I ou R que du monde politique, sous peine de ne
pas pouvoir donner des informations exactes. C'est évident! Par
ailleurs, je dois exiger des membres de la Sûreté de l'État, des
services de police et des parquets de vous livrer les informations
utiles pour vous permettre de vous forger une opinion. Mais ils ne le
feront qu'en ayant la certitude de ne pas mettre en danger les
services ou la responsabilité de personnes du monde politique qui
02.08 Minister Jo Vandeurzen: Ik
kan het ultimatum van de heer
Crucke niet dulden: ofwel totale
discretie
ofwel
volledige
transparantie. De burgers hebben
het recht om te weten wat er
gebeurt. Het verstrekken van
bepaalde
informatie
is
niet
onverenigbaar met een goede
werking van de diensten, op
voorwaarde dat alle actoren het
vertrouwelijk karakter van de
inlichtingen in acht nemen, zowel
bij de Comités P en I als in
politieke kringen. De leden van de
Veiligheid van de Staat, de
politiediensten en de parketten
kunnen
enkel
informatie
doorspelen als ze de zekerheid
hebben dat ze diensten of de
verantwoordelijkheid van personen
uit de politieke wereld, die aan een
discretieplicht gebonden zijn, niet
in gevaar brengen.
Het aan de gang zijnde onderzoek
is uiterst belangrijk, want we
moeten
controleren
wat
er
gebeurd is.
We moeten echter handelen met
inachtneming van de goede
werking van de diensten.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
sont tenus à des devoirs de réserve.
Pour moi, l'exercice en cours est des plus importants, car nous
devons contrôler ce qui s'est passé.
Mais nous devons agir en respectant le bon fonctionnement des
services, et nous allons prouver que le monde politique en est
capable.
02.09 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je serai très
bref. Tout d'abord, je tiens à remercier le ministre pour son
intervention.
Ensuite, monsieur le ministre, je considère que nous sommes sur la
même longueur d'onde. C'est la raison pour laquelle je vous ai dit qu'à
cet instant, en fonction des informations que vous donnez, qui me
semblent être les seules crédibles, il subsiste des hypothèses, dont
aucune ne peut être exclue. En revanche, lorsque j'évoquais soit la loi
du silence soit le principe de la transparence complète, je ne parlais
bien évidemment pas de la position du ministre qui doit répondre.
C'est ici que le débat doit avoir lieu et que nous devons juger du
sérieux et de la qualité de la réponse. En réalité, je parlais des acteurs
du dossier ­ et non du ministre ­ qui ont tenu fort imprudemment des
propos soulevant d'autres questions ­ celles auxquelles vous ne
pouvez parfois pas répondre et auxquelles je ne vous demande
d'ailleurs pas de le faire.
Dès lors, j'estime que nous sommes sur la même longueur d'onde, et
je me réjouis du présent débat. Enfin, je vous assure de ma totale
confiance dans votre gestion du dossier.
02.09 Jean-Luc Crucke (MR):
We zitten op dezelfde golflengte.
De informatie die u verschaft, lijkt
mij de enige betrouwbare te zijn,
maar er zijn nog altijd twee
hypothesen. Toen ik het had over
de omerta dan wel het principe
van volledige transparantie, doelde
ik niet op de minister die moet
antwoorden maar wel op de
actoren in dit dossier waarvan de
onvoorzichtige uitspraken andere
vragen hebben doen rijzen. Ten
slotte verzeker ik u dat ik het
volste vertrouwen heb in uw
aanpak van het dossier.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "les difficultés liées à l'application
combinée des articles 779 et 782 du Code judiciaire modifiés par la loi du 26 avril 2007 en ce qui
concerne les magistrats sociaux" (n° 2908)</b>
03 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de moeilijkheden ten
gevolge van de gecombineerde toepassing van artikelen 779 en 782 van het Gerechtelijk Wetboek die
door de wet van 26 april 2007 werden gewijzigd op het vlak van de sociale magistraten" (nr. 2908)
03.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, il s'agit d'une question assez technique. Les articles 779 et
782 du Code judiciaire tels que modifiés par la loi du 26 avril 2007
modifiant le Code judiciaire ­ loi déjà réputée ­ en vue de lutter contre
l'arriéré judiciaire posent problème dans les juridictions sociales en ce
qui concerne la signature des jugements.
Avec le nouveau système introduit par la loi du 26 avril 2007, la
signature et le prononcé ne sont plus concomitants: le jugement doit
être signé avant le prononcé. Les magistrats sociaux doivent ainsi se
déplacer uniquement pour signer le jugement, sans tenue d'audience.
Mais, sans audience, ils ne perçoivent pas de jeton de présence
censé couvrir leurs frais de déplacement. Cela implique que ces
magistrats non seulement ne sont pas payés pour le temps consacré
à la justice mais qu'ils doivent en outre débourser des montants
parfois importants pour servir la justice. Par ailleurs, les audiences
étant prévues à l'avance, ces magistrats sont couverts par une
03.01 Clotilde Nyssens (cdH):
De artikelen 779 en 782 van het
Gerechtelijk
Wetboek,
zoals
gewijzigd bij de wet van 26 april
2007 met het oog op het bestrijden
van de gerechtelijke achterstand,
leiden tot problemen in de sociale
rechtbanken.
Aangezien
het
vonnis voor de uitspraak moet
worden ondertekend, moeten de
sociale magistraten zich louter
daartoe
naar
de
rechtbank
verplaatsen. Omdat er geen
terechtzitting is, ontvangen ze ook
niet het presentiegeld dat hun
reiskosten zou moeten vergoeden.
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
assurance sur le chemin du travail. Il n'est pas certain que ce soit le
cas lorsqu'ils se rendent au tribunal sans qu'il n'y ait d'audience.
Les mêmes problèmes se posent en ce qui concerne les magistrats
consulaires.
Monsieur le ministre, ne convient-il pas de prendre une initiative
législative en vue de permettre un défraiement par le SPF Justice
dans ces cas? Les magistrats consulaires et sociaux sont-ils couverts
par une assurance sur le chemin du travail lorsqu'ils se rendent au
tribunal sans qu'il n'y ait d'audience?
N'est-il pas utile de modifier l'article 782 du Code judiciaire pour
prévoir la faculté de remplacement à la signature du magistrat
légitimement empêché, à l'instar de ce que prévoyait l'ancien
article 779 alinéa 2 lorsqu'un juge était légitimement empêché
d'assister au prononcé du jugement au délibéré duquel il avait
participé?
En résumé, la loi du 26 avril 2007 a modifié le moment de la signature
d'un jugement et crée un problème d'allées et venues pour les
magistrats consulaires et sociaux, de même que des problèmes
matériels. Comptez-vous réétudier ce point dans votre projet de
modification de cette loi?
Dezelfde problemen doen zich
voor
bij
de
rechters
in
handelszaken.
Zou er geen wetgevend initiatief
moeten worden genomen om
ervoor te zorgen dat de FOD
Justitie die kosten kan vergoeden?
Zijn de magistraten verzekerd
tegen ongevallen op de weg naar
en van het werk wanneer ze zich
naar de rechtbank begeven zonder
dat er een terechtzitting plaats
heeft?
Zou het ook niet aangewezen zijn
artikel 782 van het Gerechtelijk
Wetboek te wijzigen om ervoor te
zorgen dat de magistraat die
wettig verhinderd is voor de
ondertekening
kan
worden
vervangen?
Bent u van plan deze punten
opnieuw te onderzoeken in het
kader van uw ontwerp tot wijziging
van de wet van 26 april 2007?
03.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, les dispositions actuelles du Code judiciaire permettent
beaucoup de flexibilité, notamment pour les juges consulaires et
sociaux qui, outre leur contribution volontaire à la justice, exercent à
titre principal des activités professionnelles prenantes.
En ce qui concerne la signature du jugement, l'article 785 du Code
judiciaire n'a pas été modifié par la loi du 26 avril 2007. Celui-ci
permet de suppléer à l'absence du président ou d'un des juges qui se
trouveraient dans l'impossibilité de signer un jugement. Dans ce cas,
le greffier fait mention de cette impossibilité au bas de l'acte et la
décision est valable sous la signature des autres membres du siège
qui l'ont prononcée.
En ce qui concerne le prononcé du jugement, l'article 782bis du Code
judiciaire, qui a été inséré par la loi précitée, dispose que le jugement
est dorénavant prononcé par le président de la chambre qui a rendu
le jugement, même en l'absence des autres juges. De cette manière,
le législateur a voulu supprimer les difficultés relatives au
remplacement des magistrats empêchés et les difficultés d'agenda
bien légitimes des juges sociaux et consulaires. Désormais, le
président peut prononcer le jugement seul, hors de la présence des
autres juges.
Le jeton de présence attribué au juge social a été fixé sur base de
l'article 356 du Code judiciaire par un arrêté royal du 22 avril 1999 qui
prévoit que le jeton de présence est alloué par jour d'audience, pour
autant que l'audience ait une durée minimum de trois heures. En ce
qui concerne les frais de déplacement, il ressort d'une circulaire du 19
novembre 1970 que seuls les déplacements qui se situent en dehors
03.02 Minister Jo Vandeurzen:
Wat de ondertekening van het
vonnis betreft, werd artikel 785 van
het Gerechtelijk Wetboek niet
gewijzigd bij de wet van 26 april
2007. Op grond van dat artikel kan
de afwezigheid van de voorzitter of
een van de rechters worden
ondervangen.
Artikel 782 bis van het Gerechtelijk
Wetboek, dat door de voormelde
wet werd ingevoegd, bepaalt dat
het vonnis voortaan uitgesproken
wordt door de voorzitter van de
kamer die het heeft gewezen, zelfs
in afwezigheid van de andere
rechters.
Een koninklijk besluit van 22 april
1999 bepaalt dat aan de rechter in
sociale zaken een presentiegeld
wordt
toegekend
per
terechtzittingsdag, op voorwaarde
dat de terechtzitting minstens drie
uur duurt. Wat de reiskosten
betreft, blijkt uit een omzendbrief
van 19 november 1970 dat enkel
de verplaatsingen buiten de zetel
en binnen het rechtsgebied van
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
du siège et au sein du ressort de la cour d'appel peuvent donner lieu
à un remboursement des frais de parcours.
Il est donc exact qu'en ce qui concerne la signature du jugement,
aucun jeton de présence n'est prévu. Je m'interroge toutefois sur la
nécessité de prévoir un jeton de présence pour la seule signature,
dans la mesure où cette signature peut être apposée sur le jugement
à l'occasion des audiences de plaidoiries prévues pour d'autres
affaires, ou encore le jour même du prononcé, juste avant celui-ci si le
juge social ou consulaire a décidé d'assister à l'audience du
prononcé. Je rappelle en outre que, si le juge social ou consulaire est
dans l'impossibilité de signer, il ne doit pas le faire et le greffier en
fera mention au bas du jugement.
Les juges sociaux et consulaires entrent dans le champ d'application
de l'arrêté royal du 24 janvier 1969 relatif à la réparation en faveur des
membres du personnel du secteur public, des dommages résultant
des accidents du travail et survenus sur le chemin du travail. Dès lors,
l'accident qui surviendrait alors qu'un juge laïc se rend au tribunal
pour signer un jugement serait couvert.
Pour répondre à votre troisième question, il est inutile de modifier la
législation à ce sujet, puisque, comme je l'ai déjà expliqué,
l'hypothèse de l'impossibilité pour un juge de signer un jugement
existe toujours et est visée par l'article 785 du Code judiciaire.
het hof van beroep kunnen worden
vergoed. Het lijkt me niet nodig
een presentiegeld toe te kennen
louter voor het plaatsen van een
handtekening.
De rechters in sociale en in
handelszaken vallen onder de
toepassing van het koninklijk
besluit van 24 januari 1969
betreffende de schadevergoeding
voor arbeidsongevallen en voor
ongevallen op de weg naar en van
het werk. Ze zijn dus verzekerd
telkens ze zich naar de rechtbank
begeven.
03.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour vos explications et pour le fait que vous m'ayez
renvoyée au bon article. Je transmettrai cette réponse aux magistrats
sociaux qui s'inquiétaient de la situation suite à la modification de la loi
sur l'arriéré judiciaire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les mesures de sécurité prises dans
le cadre de la sortie du film Fitna" (n° 2744)</b>
04 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de veiligheidsmaatregelen
naar aanleiding van het uitkomen van de film 'Fitna'" (nr. 2744)
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, cette question aurait pu être posée au Parlement
néerlandais et je ne l'aurais pas posée ici si je n'avais pas vu les
critiques sur ce "fameux" film ­ je le mets entre guillemets car je n'ai
pas vu le film et je n'en connais que les commentaires qui me
semblent suffisamment désastreux que pour se passer de ce genre
de film; il y a d'autres films à voir pour l'instant au cinéma comme
"Bienvenue chez les Ch'tis".
Le film de M. Wilders assimile la communauté islamique au fascisme.
Ce film a à ce point bouleversé les Pays-Bas que les autorités
européennes s'en sont saisies. Elles ont préconisé des mesures de
prudence à l'extérieur, à ceux qui présentent le film.
Nous faisons partie de la Communauté européenne et avons
également des délégations à l'extérieur.
Mes questions sont dès lors les suivantes.
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
de film van Geert Wilders worden
de islamitische gemeenschap en
het fascisme over een kam
geschoren. De film heeft in
Nederland
voor
zoveel
opschudding gezorgd dat de
Europese instanties tot het nemen
van voorzorgsmaatregelen hebben
opgeroepen.
Hebben onze veiligheidsdiensten
bijzondere maatregelen getroffen
om het hoofd te kunnen bieden
aan de gevaarlijke reacties die
deze film in België zou kunnen
uitlokken? Wordt het pervers
karakter van die film bevestigd?
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Des mesures particulières ont-elles été prises par nos services de
sécurité pour faire face au danger que représenterait ce film ­
puisque je ne l'ai pas vu?
Confirme-t-on le caractère extrêmement subversif de ce film?
Certains l'ont assimilé à ce qui se passait au Danemark avec les
caricatures de Mahomet. Il n'entre pas dans mes intentions de
remettre en cause une quelconque liberté artistique qui doit exister et
il est heureux qu'elle existe. Néanmoins si, effectivement, un film
présente des dangers faisant encourir des risques à certaines
personnes, je crois que les précautions utiles doivent être prises.
En avez-vous pris en Belgique?
04.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, d'abord je peux vous
confirmer qu'à l'occasion de la réunion des ministres de la Justice en
Slovénie voici un mois, mon collègue des Pays-Bas a attiré l'attention
des collègues sur les conséquences possibles en Europe à la sortie
de ce film.
Par ailleurs, il y a quelques semaines, l'un des collaborateurs de mon
cabinet a participé à une réunion de la cellule de crise au sein de
l'administration de l'Intérieur concernant la sortie du film de Geert
Wilders.
Sur la base des informations alors disponibles, il a été décidé à ce
stade que la sortie du film ne semblait pas pouvoir engendrer de
menaces graves pour la sécurité ou l'intérêt général. Je peux toutefois
vous assurer que les mesures nécessaires ont été prises de manière
à pouvoir réagir comme il se doit si cela devait tout de même s'avérer
nécessaire.
Le ministre de l'Intérieur est compétent pour cette matière. Vous
pouvez vous adresser à lui si vous désirez obtenir davantage
d'informations sur les mesures prévues.
04.02 Minister Jo Vandeurzen:
Een maand geleden heeft mijn
Nederlandse collega tijdens een
vergadering van de ministers van
Justitie
in
Slovenië
zijn
ambtsgenoten gewezen op de
risico's die aan de release van de
film
van
de
heer
Wilders
verbonden zijn. Daarnaast heeft
de
crisiscel
van
de
FOD
Binnenlandse
Zaken
een
vergadering aan de uitbreng van
die film gewijd.
Op grond van de beschikbare
informatie werd besloten dat die
film geen grote bedreiging voor de
veiligheid of het algemeen belang
leek in te houden. Maar er werden
maatregelen getroffen om indien
nodig te kunnen ingrijpen. De
minister van Binnenlandse Zaken
is ter zake bevoegd en kan u
ongetwijfeld meer toelichtingen
verstrekken over de geplande
maatregelen.
04.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de werkzaamheden
van de werkgroep 'Gerechtelijke achterstand en Deskundigenonderzoek' binnen de Hoge Raad voor
de Justitie" (nr. 2801)
05 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "les activités du groupe de
travail chargé de l'arriéré judiciaire et de l'expertise au sein du Conseil supérieur de la Justice"
(n° 2801)</b>
05.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in de Hoge Raad voor de Justitie wordt de wet
van 6 april 2007 in verband met de bestrijding van de gerechtelijke
05.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Un groupe de travail
installé au sein du Conseil
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
achterstand geëvalueerd door een werkgroep. De werkgroep nam
eind januari 2008 kennis van de syntheses van de antwoorden op de
vragenlijst. Die syntheses zouden intussen op uw verzoek aan u zijn
meegedeeld.
De werkgroep zet zijn werkzaamheden voort op basis van die
syntheses en via de gebruikelijke procedure, tenzij u, als minister, of
de Kamer of de Senaat gebruik wenst te maken van de procedure
voor adviezen met spoedeisend karakter.
Mijnheer de minister, de syntheses van de antwoorden op de
vragenlijst werden aan u bezorgd. Kunt u daaruit al bepaalde
conclusies trekken?
Zult u maatregelen nemen om de wet van 6 april 2007 aan te passen?
Zo ja, wat zal er eventueel veranderen?
supérieur de la Justice (CSJ)
évalue la loi du 6 avril 2007
tendant à la résorption de l'arriéré
judiciaire. Ce groupe de travail a
transmis
les
synthèses
des
réponses du questionnaire du CSJ
au ministre.
Quelles conclusions le ministre a-
t-il tirées de ces synthèses
Adaptera-t-il la loi du 6 avril 2007
et, dans l'affirmative, en quel
sens?
05.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijn
beleidscel heeft zelf contact genomen met de Hoge Raad voor de
Justitie om de bemerkingen van de Hoge Raad te kunnen ontvangen
inzake de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk
Wetboek
en
de
wet
van
15 mei 2007
inzake
het
deskundigenonderzoek.
De cel ontving van de Hoge Raad voor de Justitie syntheses van
antwoorden op een vragenlijst die de hoge raad over die wetgeving
heeft opgesteld.
Daarnaast hebben de beroepsorders van advocaten mij hun
commentaren bezorgd. Ook andere actoren van Justitie hebben
aangekondigd hun opmerkingen te bezorgen.
We verzamelen dus op dit moment de commentaren. Ik neem aan
dat u begrijpt dat we daarbij, denk ik, niet lichtzinnig te werk moeten
gaan en dat we die voorstellen tot verbetering van de teksten moeten
bestuderen.
Wat de hoge raad zelf aangaat, het gaat niet om adviezen met een
spoedeisend karakter, zoals bepaald in artikel 259 bis, 18de, §1, van
het Gerechtelijk Wetboek.
We zullen proberen veeleer pragmatisch te werk te gaan. We zullen
die toch nog zeer recente wetgeving technisch corrigeren, maar
daarin zullen we wel behoedzaam zijn, omdat het niet verstandig is ­
u hebt daarstraks trouwens het debat gevolgd over een andere wet
met dezelfde bekommernissen ­ om daarin zeer snel radicale
wijzigingen aan te brengen. Het is inderdaad niet de bedoeling om die
wetgeving meteen ten gronde te herschrijven.
Ik kan u bevestigen dat ik dat zal doen voor de wet van 26 april 2007
en ook voor de wet van 15 mei 2007 betreffende het
deskundigenonderzoek.
05.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Ma cellule stratégique a contacté
elle-même le Conseil supérieur de
la
Justice
pour
demander
l'évaluation des lois des 26 avril
2007 et 15 mai 2007. Le CSJ a
transmis des synthèses des
réponses à un questionnaire qu'il a
élaboré à propos de cette
législation.
En outre, les ordres des avocats
m'ont également transmis leurs
commentaires. D'autres acteurs
de la Justice feront de même.
Lorsque tous les commentaires
auront été rassemblés, nous
examinerons
les
propositions
visant à améliorer les textes. Nous
n'effectuerons pas ce travail à la
légère.
Les avis du CSJ ne revêtent pas
un caractère urgent.
Des corrections techniques seront
apportées à la toute nouvelle
législation mais celle-ci ne sera
pas modifiée radicalement. Ces
corrections seront apportées tant à
la loi d'avril 2007 qu'à celle de mai
2007.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de minister van Justitie over "de verwittiging van de
slachtoffers van een geïnterneerde wanneer deze laatste de instelling mag verlaten" (nr. 2876)
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
06 Question de M. Servais Verherstraeten au ministre de la Justice sur "l'information des victimes
d'une personne internée lorsque celle-ci peut quitter l'établissement" (n° 2876)</b>
06.01 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, de nieuwe wet van 21 april 2007 met
betrekking tot geïnterneerden, voorziet in een procedure waarbij de
slachtoffers op de hoogte worden gebracht wanneer daders hetzij met
verlof gaan, hetzij worden vrijgelaten. De inwerkingtreding van die wet
was gepland in de loop van 2009, maar door de voorliggende
programmawet zal dit worden uitgesteld naar ten laatste 2013.
Aan de vorige minister van Justitie heb ik destijds de suggestie
gedaan, mijnheer de minister, om wat betreft het verwittigen van de
slachtoffers reeds initiatieven te nemen, voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de wet, zodat ook slachtoffers zouden worden
verwittigd bij verlof of vrijlating. Ik stel vast dat er in de praktijk
diversiteit bestaat in het land. In het ressort Antwerpen verwittigt men,
terwijl dit niet gebeurt in Brussel en Leuven.
Mijn vraag is dan ook de volgende. Het derde luik van mijn vraag is
eigenlijk al beantwoord door de programmawet. Kan in afwachting
van de inwerkingtreding van de wet betreffende de internering van
personen met een geestesstoornis de verwittiging van de slachtoffers
niet op een of andere manier plaatsvinden, bijvoorbeeld via een
richtlijn van het College van procureurs-generaal of via een ander
initiatief? Kunt u een overzicht geven van de huidige praktijk wat
betreft het verwittigen van slachtoffers?
06.01 Servais Verherstraeten
(CD&V - N-VA): La loi actuelle sur
la défense sociale ne permet pas
de prévenir les victimes de
personnes internées lorsque ces
dernières quittent leur institution à
titre provisoire ou définitif. La
nouvelle loi du 21 avril 2007
remédie à ce problème, mais elle
n'est pas encore entrée en
vigueur. Son application effective
pourrait encore traîner jusqu'en
2013 et, d'ici là, un système
uniforme devrait être mis en place.
A l'heure actuelle, la pratique varie
d'un ressort à l'autre.
Dans l'attente de la nouvelle loi,
une directive générale du collège
des procureurs généraux ne
pourrait-elle pas réglementer cette
pratique? Le ministre peut-il
donner
un
aperçu
des
commissions de défense sociale
qui préviennent ­ et qui ne
préviennent pas ­ les victimes
d'internés lorsque ceux-ci sont
libérés par leur institution?
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Ondanks het feit dat de huidige wet
hier momenteel niet in voorziet en de nieuwe wet van 21 april 2007
die hierin wel voorziet, nog niet in voege is, is het absoluut
noodzakelijk dat slachtoffers worden geïnformeerd en bij de
procedure worden betrokken. Om de rechtsgelijkheid van alle
slachtoffers te garanderen is het noodzakelijk dat voor dit hiaat
oplossingen worden geboden en dat alle slachtoffers op eenzelfde
manier worden geïnformeerd en betrokken. We zullen dit bekijken en
nagaan hoe we een procedure kunnen uitwerken om ervoor te zorgen
dat we die gelijkheid kunnen garanderen tot aan het in voege treden
van de nieuwe wet.
Ik geef een overzicht. De commissies ter bescherming van de
maatschappij, van Gent en Luik, lichten, indien er via
slachtofferonthaal bij de parketten van Gent en Luik een
slachtofferfiche werd opgesteld, de slachtoffers via slachtofferonthaal
in over alle modaliteiten van de uitvoering van de maatregelen:
vrijstelling op proef, voorlopige invrijheidstelling in geval van
dringendheid, verloven, uitgangspermissies, halve vrijheden en
definitieve invrijheidstellingen. De commissie in Leuven licht, indien er
via slachtofferonthaal bij de parketten een slachtofferfiche werd
opgesteld, de slachtoffers via slachtofferonthaal in over de
vrijstellingen op proef, de uitbreiding van vrijheden, belangrijke
wijzigingen in de voorwaarden en adreswijziging. De commissie van
Antwerpen licht via de dienst slachtofferonthaal enkel in over de
vrijstelling op proef. De commissie ter bescherming van de
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'information des victimes et leur
implication dans la procédure
constituent une nécessité absolue.
A cet égard, la procédure mise en
oeuvre doit être aussi uniforme
que possible, afin de garantir
l'égalité en droit de l'ensemble des
victimes. En attendant la loi, une
telle procédure uniforme doit dès
lors être mise sur pied.
Par le biais de l'accueil des
victimes, les commissions de
défense sociale de Gand et de
Liège informent ces dernières de
l'ensemble
des
modalités
régissant la mise en oeuvre de
mesures, lorsqu'une `fiche victime'
est disponible.
Si une telle fiche est disponible au
parquet, la commission de Louvain
informe
les
victimes
des
libérations
à
l'essai,
de
l'élargissement des libertés et de
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
maatschappij, van Brussel, licht de slachtoffers in over alle
modaliteiten van de uitvoering van de maatregelen indien de advocaat
van het slachtoffer daartoe verzoekt. De commissies van Namen en
Bergen lichten de slachtoffers momenteel nog niet in.
We laten die wet in voege treden zo gauw in de nodige omkadering
daarvoor wordt voorzien en de wet van bij de start ten gronde kan
worden toegepast. Ik kan u daarbij trouwens zeggen dat we, uiteraard
in overleg met de collega van Volksgezondheid, een zeer ernstige
inspanning doen op dit ogenblik om voor de interneringen een
globale, duidelijke oplossing en capaciteit te organiseren, in alle
mogelijke varianten. Ik hoop daarmee een van de volgende weken
naar het Parlement te kunnen komen.
modifications importantes
des
conditions et d'adresse.
La commission d'Anvers, toujours
dans le cadre de l'accueil des
victimes, informe ces dernières
des libérations à l'essai. Quant à la
commission de défense sociale de
Bruxelles, elle informe les victimes
de toutes les modalités de
l'exécution
des
mesures,
si
l'avocat de la défense formule une
demande
en
ce
sens.
Actuellement, les commissions de
Namur et de Mons ne se chargent
pas encore de l'information des
victimes.
Nous ferons en sorte que cette loi
entre en vigueur dès que le cadre
nécessaire à cet effet aura été mis
en place. Avec ma collègue de la
Santé publique, une politique
générale à l'égard des internés
sera définie. J'espère pouvoir
présenter
prochainement
au
Parlement le fruit de cette
collaboration.
06.03 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
ik dank u voor dit initiatief. Het verheugt mij, omdat er, gelet op het
goedkeuren van de wet in de vorige legislatuur, een
verwachtingspatroon bij slachtoffers was gecreëerd dat, zeker door de
diversiteit van praktijk, eigenlijk de kop wordt ingedrukt. In sommige
dossiers ­ met een daarvan werd ik geconfronteerd ­ is het zeer
pijnlijk voor de betrokkenen. Ik juich uw initiatieven ter zake toe. Ik
hoop dat ze zo snel mogelijk op het terrein van kracht worden.
06.03 Servais Verherstraeten
(CD&V - N-VA): Je me réjouis
qu'une initiative soit prise. La
nouvelle loi avait créé des attentes
chez les victimes. Il s'agit d'un
problème particulièrement délicat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- Mme Josée Lejeune au ministre de la Justice sur "le paiement des procès-verbaux par des
étrangers" (n° 2878)<br>- M. Josy Arens au ministre de la Justice sur "les amendes impayées par les conducteurs étrangers en
Belgique" (n° 2885)<br>- M. Melchior Wathelet au ministre de la Justice sur "le non-paiement des amendes pour les
infractions de roulage commises par des étrangers passant par la Belgique" (n° 2891)</b>
07 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Justitie over "de betaling van processen-verbaal door
buitenlanders" (nr. 2878)
- de heer Josy Arens aan de minister van Justitie over "het niet betalen van boetes in België door
buitenlandse bestuurders" (nr. 2885)
- de heer Melchior Wathelet aan de minister van Justitie over "het niet betalen van boetes voor
verkeersovertredingen die door buitenlanders in België worden begaan" (nr. 2891)
07.01 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, j'apprends que votre ministère a communiqué les chiffres
07.01 Josée Lejeune (MR): In
2007 werden er in België 70.000
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
relatifs au paiement des procès-verbaux de roulage dressés en 2007
à l'égard d'étrangers sur le territoire belge. Il s'avère que 46% des
70.000 personnes concernées n'auraient pas honoré leur paiement.
Monsieur le ministre, confirmez-vous les chiffres précités et détailler
les infractions qu'ils concernent? Quels sont les procédés actuels de
recouvrement de ce type d'amendes? Quels sont les mécanismes,
existants ou en projet, au niveau européen pour améliorer la
coopération entre les pays européens concernant le recouvrement de
ces amendes?
buitenlanders
op
de
bon
geslingerd
wegens
verkeersovertredingen.
Volgens
uw ministerie werd in 46 procent
van de gevallen die boete niet
betaald.
Kan u dat cijfer bevestigen en
meedelen welke overtredingen er
precies werden begaan? Hoe
wordt dit soort boetes geïnd?
Welke Europese mechanismen
bestaan er om de samenwerking
tussen de Europese lidstaten
inzake de invordering van die
boetes te verbeteren?
07.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, dans la mesure où
je ne connais pas l'origine des chiffres que vous citez, il ne m'est pas
possible, pour l'heure, de les valider dans le délai imparti, à moins
d'interroger ultérieurement le CDI, qui pourrait les extraire du système
informatique Mammouth.
Hormis le cas où le contrevenant étranger est intercepté sur le
territoire belge, où une perception immédiate peut lui être proposée, il
n'existe à l'heure actuelle aucun moyen effectif d'assurer le
recouvrement forcé, tant de la perception immédiate que de l'amende,
dans le pays d'origine du contrevenant.
Nous restons dans l'attente de la mise en oeuvre de la décision-cadre
de l'Union européenne du 24 février 2005 concernant l'application du
principe de reconnaissance mutuelle des sanctions pécuniaires. Cette
décision-cadre apportera une solution à cette problématique.
La sanction est subordonnée à une identification aisée des
contrevenants étrangers. À cet égard, je vous renvoie à la réponse
qui a été donnée à une question du collègue Dirk Claes du 24 février
2008.
07.02 Minister Jo Vandeurzen:
Aangezien ik de oorsprong van die
cijfers niet ken, kan ik ze
momenteel niet bevestigen.
Buiten het geval waarin een
buitenlandse overtreder in België
wordt onderschept en de boete
onmiddellijk kan worden geïnd,
bestaat er thans geen enkel
doeltreffend
middel
om
de
invordering in het land van
herkomst van de overtreder af te
dwingen. We wachten op de
tenuitvoerlegging
van
het
kaderbesluit van de Europese
Unie van 24 februari 2005 inzake
de toepassing van het beginsel
van wederzijdse erkenning op
geldelijke sancties.
De sanctie veronderstelt een
correcte
identificatie van de
buitenlandse overtreders. In dat
verband verwijs ik naar mijn
antwoord op een vraag van de
heer Dirk Claes van 24 februari
2008.
07.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Si j'ai posé la question, c'est parce que j'ai lu cette information dans la
presse. Il y aurait un communiqué de votre ministère rappelant que
46% des 70.000 contrevenants étrangers n'auraient pas payé leur
amende.
Toutefois, monsieur le ministre, votre réponse me laisse perplexe. Il
me semble que ce dossier souffre d'un manque de volonté politique.
Pour vous citer un exemple, lorsque vous vous déplacez en qualité de
citoyen belge dans un pays limitrophe et que vous recevez un procès-
verbal pour vous être mal garé ­ et je pense que nous sommes
nombreux à avoir connu cette situation ­, les autorités compétentes
07.03 Josée Lejeune (MR): Ik
heb in de pers gelezen dat uw
ministerie
een
communiqué
hierover heeft verspreid.
Niettemin vind ik het antwoord van
de minister hoogst bevreemdend.
Als we in een buurland een
proces-verbaal
wegens
foutparkeren krijgen, volgen de
overheden van het betrokken land
het dossier op.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
du pays en question suivent attentivement le dossier.
C'est pourquoi je considère que le gouvernement belge devrait faire
preuve d'une réelle volonté politique en soulevant le problème au
niveau européen. Par ailleurs, votre département pourrait se
renseigner sur les possibilités d'amélioration, dans l'attente
d'éventuelles avancées européennes.
En bref, monsieur le ministre, je trouve dommage qu'il faille attendre
indéfiniment, surtout quand il s'agit de sommes dues à l'État belge.
Daarom zou de regering van
voldoende politieke wil moeten
getuigen om het probleem op
Europees niveau aan te kaarten.
Uw departement zou ook kunnen
onderzoeken hoe een en ander
kan
worden
verbeterd,
in
afwachting
van
eventuele
vooruitgang op Europees niveau.
Kortom, het is jammer dat er
eindeloos lang moet gewacht
worden, vooral wanneer het om
sommen gaat die aan de
Belgische Staat verschuldigd zijn.
07.04 Jo Vandeurzen, ministre: Madame Lejeune, je puis vous
informer que l'accord gouvernemental ­ que le formateur est en train
de présenter ­ comprend la question des modalités d'encaissement
des amendes. Une concertation sera organisée avec le SPF
Finances. Il s'agit de voir si un bureau d'encaissement doit être créé
en faveur du département de la Justice, comme c'est le cas dans
d'autres pays.
07.04 Minister Jo Vandeurzen:
In het nieuwe regeerakkoord komt
de
kwestie
van
de
inningsmodaliteiten
voor
de
verkeersboetes aan bod. Er zal
overleg gepleegd worden met de
FOD
Financiën
om
te
onderzoeken
of
er
een
incassobureau
moet
worden
opgericht voor het departement
Justitie, zoals dat in andere landen
bestaat.
07.05 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
de me livrer cette information.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "l'annonce de la construction de nouvelles prisons"
(n° 2917)<br>- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "les nouvelles prisons" (n° 2946)<br>- M. Georges Gilkinet au ministre de la Justice sur "des projets de construction de nouveaux
établissements pénitentiaires en province de Namur" (n° 3070)</b>
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de aangekondigde bouw van nieuwe
gevangenissen" (nr. 2917)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de nieuwe gevangenissen" (nr. 2946)
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Justitie over "bouwplannen voor nieuwe
strafinrichtingen in de provincie Namen" (nr. 3070)
08.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vais me baser
sur un article de presse pour vous permettre de livrer une explication
sur un point de l'accord gouvernemental. C'est le même schéma sur
un sujet différent. Vous avez fait cette déclaration dans la presse ­ je
peux la présenter ­ mais il est intéressant de savoir de quelle manière
elle sera concrétisée.
Tout d'abord, l'article de presse mentionne votre intention, pas votre
décision, de construire de nouvelles prisons. Confirmez-vous cette
08.01 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
zal me baseren op een artikel uit
de pers om u te vragen een
bepaald
punt
uit
het
regeerakkoord
nader
toe
te
lichten.
In het artikel wordt gewaagd van
uw
voornemen
om
nieuwe
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
intention au vu de l'accord négocié cette nuit? Deuxièmement, dans
quel délai ce programme peut-il être réalisé? Où se trouveront les
établissements? Quel sera le nombre de places nouvelles? Pour
l'instant, il y a 8.000 places pour 10.000 détenus. Quel est le mode de
financement prévu?
Je lisais dans "La Dernière Heure" de ce matin qu'en Angleterre, on
construisait des prisons "en kit", d'après un modèle. Quel est l'état de
la réflexion sur ce qui a été présenté dans la presse comme une
intention?
gevangenissen
te
bouwen.
Bevestigt u dat voornemen, gelet
op het akkoord dat vannacht
bereikt
werd
door
de
regeringsonderhandelaars?
Binnen welke termijn kan dat
programma gerealiseerd worden?
Waar zullen de strafinrichtingen
gebouwd worden? Voor hoeveel
gevangenen zal er plaats zijn?
Welke financieringswijze zal er
worden gehanteerd?
In "La Dernière Heure" stond deze
ochtend te lezen dat er in
Engeland volgens een model met
"bouwpakketten" gevangenissen
worden gebouwd. Wat is uw
standpunt hierover?
08.02 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijn
vraag is er gekomen naar aanleiding van een paar artikelen in de
krant, eentje in het bijzonder.
Mijnheer de minister, er waren de uitspraken van de heer Meurisse,
hoofd van het gevangeniswezen. Daarna waren er uw verklaringen of
rechtzettingen, ten aanzien van collega Van Hecke, waarbij u zei dat
wat de heer Meurisse heeft gezegd allemaal niet waar was of
alleszins voorbarig. Ik meende dat een van de belangrijke punten, of
een van de tien redenen waarom de veertien ministers hebben
geprobeerd om de interim-regering tot morgen op de been te houden,
erin bestond om de problematiek van bijkomende gevangenissen
vooruit te helpen omdat dit een dringend punt is. In het SOS-plan voor
Justitie van CD&V stond trouwens als eerste puntje: 1.500
bijkomende cellen in 24 maanden.
Met enige verwondering las ik dan ook in een van de Nederlandstalige
kranten ­ De Standaard denk ik ­ een interview met u waarin u
doodleuk zei dat dit eigenlijk niet kan. U hebt in alle openheid
uitgelegd dat het SOS-plan ofwel fantasieën bevat, ofwel dat u van
mening en strategie bent veranderd. In het plan staat nochtans
letterlijk dat er in 24 maanden 1.500 cellen moeten bijkomen.
Ik meen mij te herinneren dat ten tijde van de vorige regering, zo'n
negen maanden geleden, toen reeds beslissingen werden genomen
voor 1.500 cellen. Ik weet niet met zekerheid wat er de afgelopen
negen maanden is gebeurd inzake de uitvoering van die plannen.
Sedertdien heb ik de kernvergaderingen immers niet meer kunnen
bijwonen.
Vandaar mijn vraag om duidelijkheid. Werd er meer of minder beslist
dan de vorige regering? Let op, want ik heb nog de documenten met
de beslissing van de vorige regering. Gelieve daarmee rekening te
houden in uw antwoord. Ik wil toch wel eens weten of dit nu meer of
minder is. Dit zou trouwens ook eerlijk zijn ten opzichte van de
buitenwereld.
Gelet op uw uitdrukkelijke verklaringen is mijn vraag dan ook of het
08.02 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit):
Récemment,
les
responsables des établissements
pénitentiaires et le ministre de la
Justice ont fait des déclarations
confuses à la presse en ce qui
concerne le renforcement prévu
de la capacité pénitentiaire.
Pourtant, le premier point du plan
`SOS' du CD&V portait sur une
capacité supplémentaire de 1500
cellules dans les 24 mois. Dans
une récente interview, le ministre
de la Justice a néanmoins déclaré
au quotidien "De Standaard" qu'un
tel renforcement était impossible.
Veut-on aujourd'hui créer une
capacité pénitentiaire plus ou
moins importante que ce qu'a
décidé
le
précédent
gouvernement?
L'objectif
des
1.500 cellules supplémentaires
dans les deux ans reste-t-il
d'application et celles-ci seront-
elles
effectivement
opérationnelles? Quel budget le
ministre
prévoit-il
pour
la
construction
des
cellules
supplémentaires?
La rénovation de la prison de
Forest s'en trouvera-t-elle reportée
ou
comment
devons-nous
interpréter l'annonce du ministre?
Quelles ont été précisément les
réalisations
du
gouvernement
intérimaire sur le plan de la
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
allereerste punt van het SOS-plan voor Justitie, regel 3 "...in 24
maanden 1.500 cellen via PPS..." zomaar ter zijde werd geschoven
dan wel of wij dit Nederlands verkeerd hebben gelezen. Is ook dit een
van de beloftes die al sneuvelen vooraleer de regering is opgestaan?
Hoeveel middelen hebt u uitgetrokken voor uw plannen inzake
gevangeniscapaciteit? Ik weet dat dit een moeilijke vraag is. Een paar
weken geleden is er een persbericht verschenen met daarin een
begrotingsakkoord, maar er is nog geen begroting dus is er misschien
ook nog geen geld om de plannen uit te voeren.
Ten vierde, zullen de beloofde gevangenisplaatsen er dan toch zijn
binnen de twee jaar?
Ten vijfde, betekent dit dat de renovatie van de gevangenis van Vorst,
zoals door u aangekondigd in een ander artikel op 12 maart, op de
lange baan wordt geschoven? Hoe moeten we dat lezen? Minder
gevangenissen? Toch een beetje renovatie? Of alle twee ineens?
Ten zesde, wat heeft de interim-regering nu eigenlijk gedaan op het
vlak van gevangenisuitvoering en meer in het bijzonder op het vlak
van bijkomende gevangenissen?
capacité complémentaire?
08.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous ai déjà interrogé oralement sur le projet d'une prison pour jeunes
à Florennes et par écrit sur le projet d'installation d'une prison à
Achêne. Vu les dernières informations transmises au Sénat par votre
collègue le ministre Piette en réponse à une question de
M. Procureur, il me paraît utile de faire le point sur ces projets.
Il semble que le projet d'installation d'une prison pour jeunes à
Florennes soit définitivement abandonné, vu la non-adaptation du
terrain envisagé. Celle-ce serait plutôt installée à Achêne, sur la
commune de Ciney, à la place du projet d'installation d'une prison
plus classique. Cette information est parue dans la presse ce week-
end et les autorités communales concernées semblaient étonnées de
ne pas avoir été informées en ligne directe, comme depuis le début
sur ce dossier. D'une part, la population de Florennes s'est un peu
inquiétée de la situation. D'autre part, la population de Ciney ou en
tout cas certaines autorités communales attendent avec impatience
cette prison qui pourrait créer de l'emploi.
Pour ma part, je ne souhaite pas la construction de nouvelles prisons
à tout prix; je préfère les écoles et les maisons de jeunes. Cependant,
je pense que ce genre de projets mérite d'être concerté avec les
autorités et les populations concernées. Dès lors, pouvez-vous me
dire quels sont vos projets pénitentiaires en province de Namur?
Pouvez-vous confirmer les informations parues concernant Florennes
et Achêne? Quel est votre calendrier pour ces projets? Des
concertations ont-elles eu lieu avec les communes concernées ou
sont-elles prévues? Concernant plus précisément le projet d'une
prison pour jeunes à Achêne, des concertations sont-elles prévues
avec les acteurs de l'aide à la jeunesse de cette région?
08.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De bouwplannen voor
een jeugdgevangenis in Florennes
zijn blijkbaar definitief van de
baan, aangezien het terrein dat
men daarvoor op het oog had,
ongeschikt is. Naar verluidt wordt
er naar Achêne uitgeweken. Dat
bericht is in de weekendkranten
verschenen
en
de
gemeentebesturen
leken
verwonderd dat ze niet op de
hoogte waren gebracht.
Over dit soort projecten dient met
de betrokken overheden en
burgers te worden overlegd.
Wat
zijn
uw
plannen met
betrekking tot de strafinrichtingen
in de provincie Namen? In welke
timing voorziet u in dat verband?
Zal er overleg gepleegd worden
met de gemeenten en de actoren
in het kader van de jeugdbijstand?
08.04 Minister Jo Vandeurzen: In het beleid betreffende de
strafuitvoering is er voorzien in een belangrijk deel betreffende het
opdrijven van de celcapaciteit, in het kader van het negende punt van
het programma van de interim-regering. Ik kan u ook bevestigen dat
08.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans le cadre de la politique suivie
dans le domaine de l'application
des peines, le neuvième point du
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
het overgenomen zal worden in het definitieve regeerakkoord.
Om tot een hogere celcapaciteit te komen, beperk ik mij uiteraard niet
tot het bouwen van nieuwe gevangenissen. Ik wil de verhoogde
capaciteit ook bereiken door op drie niveaus te werken.
In de eerste plaats wordt er in de bestaande gevangenissen voorrang
verleend aan renovatie- en moderniseringswerken die een gunstige
impact hebben op de celcapaciteit, evenals aan werken die de
veiligheid verbeteren. Met dit soort werken kan reeds het equivalent
van de capaciteit van één middelgrote gevangenis weer operationeel
gemaakt worden.
In de tweede plaats wordt het meerjarenplan van de vorige regering
geëvalueerd en, waar nodig, bijgestuurd. Een van de bijsturingen is
inderdaad een lichte herschikking in de planning van de renovatie van
Vorst. Die herschikking heeft tot gevolg dat, in plaats van door de
werken een vermindering van 60 cellen te veroorzaken, wij ervoor
zorgen dat er geen verlies is en dat er na de werken zelfs 60 cellen bij
gecreëerd zullen zijn. Dat is een voorbeeld van de methode die ik wil
toepassen.
Bij elk werk wordt ook nagegaan of er celcapaciteitsverlies is. Zo ja,
worden de werken zo georganiseerd dat het verlies of vermeden of
geminimaliseerd wordt en anderzijds voorrang kan worden gegeven
aan werken die een gunstige impact hebben op de beschikbaarheid
van de cellen, bijvoorbeeld door lekkende daken te herstellen. Ik vind
dat inderdaad een goede, gecoördineerde aanpak.
In de derde plaats is er een voorstel van bijkomende gevangenissen.
Het gaat hier effectief ook over bijkomende capaciteit. Zoals ik vorige
week reeds heb geantwoord, moeten voor de nieuwe capaciteit die ik
wens te creëren nog locaties bepaald worden. Dat is een opdracht die
door mijn collega bevoegd voor de Regie der Gebouwen, in
samenspraak met mijn administratie, zal worden uitgevoerd. De
Regie der Gebouwen stelt eveneens de kostenramingen op en
onderzoekt voorstellen over financieringsformules.
Uiteraard werd een aantal projecten reeds opgestart. In die projecten
is een stuk van de doorlooptijd al achter de rug. Ik verwijs bijvoorbeeld
naar Dendermonde. Wat de termijn betreft, op basis van vroegere
projecten kan worden gesteld dat men een aantal studiejaren nodig
heeft en daarna een aantal jaren voor de realisatie. De termijnen
waarnaar u verwijst, lopen uiteraard vanaf het ogenblik van de
bouwvergunning.
Door deze aanpak kan ik alvast dit en volgend jaar effectief
bijkomende
celcapaciteit
realiseren
binnen
de
bestaande
gevangenissen. Wij optimaliseren de plannen van de vorige regering.
Die plannen gaan inderdaad door en zullen dus sneller resultaten
kunnen opleveren. Ik zal inderdaad de basis leggen voor een
uitbreiding
van
de
capaciteit,
die
gelijktijdig
gunstige
omgevingsvoorwaarden voor blijvende modernisering, renovatie en
beveiliging aanreikt.
Daarnaast werd alvast verkregen dat mijn collega bevoegd voor de
Regie der Gebouwen een bijzondere inspanning doet voor de
uitvoering van herstel- en beveiligingswerken in de gevangenissen.
programme
du
gouvernement
intérimaire prévoit une extension
de la capacité cellulaire. Ce point
sera repris dans l'accord de
gouvernement définitif.
Je voudrais créer une capacité
cellulaire supplémentaire de trois
façons: en faisant réaliser des
travaux de rénovation et de
modernisation dans les prisons
existantes, en évaluant et en
corrigeant si nécessaire le plan
pluriannuel
du
gouvernement
précédent sans jamais perdre de
vue la nécessité de disposer d'une
capacité cellulaire suffisante, et
enfin en construisant des prisons
supplémentaires,
ce
qui
contribuera naturellement à créer
un supplément de capacité. Dans
ce dernier cas, c'est la Régie des
Bâtiments qui se mettra en quête
de sites adéquats et qui sera
chargée d'estimer le coût et
d'analyser
les
formules
de
financement.
Compte
tenu
de
l'état
d'avancement de certains projets,
des places supplémentaires seront
déjà disponibles en 2008 et 2009.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Je confirme mon intention de construire de nouvelles prisons. En cela,
j'exécute le neuvième point du programme gouvernemental, à savoir
le renforcement de l'exécution des peines. C'est mon collègue
compétent pour la Régie des Bâtiments qui cherchera les terrains les
plus appropriés. Les projets de construction seront alors établis en
collaboration étroite avec mon administration, compte tenu des
contraintes urbanistiques et des possibilités de terrains.
Ces nouvelles prisons serviront non seulement à répondre à
l'augmentation de la population carcérale, mais également à
désengorger les pénitenciers actuels dans le but de les moderniser,
les rénover et les sécuriser. Les expériences précédentes ont
démontré que, sans espace-tampon ­ qui sera l'une des fonctions
premières de ces prisons ­, les travaux de modernisation, rénovation
et sécurisation ne peuvent être exécutés suffisamment rapidement,
de sorte que leur lenteur constitue un facteur d'insécurité.
Il incombe à mon collègue compétent pour la Régie des Bâtiments de
chercher et proposer le financement le plus adéquat. Idéalement,
nous essayerons de trouver des formules de PPS (Partenariat pour la
sécurité) pour accélérer dans ce dossier.
S'agissant des questions de M. Gilkinet, je confirme l'existence d'un
problème à Florennes. Le sous-sol suscite quelques interrogations,
de sorte que des hésitations sur l'opportunité de construire une prison
sur ce terrain sont apparues. Nous pourrions donc prendre en
considération l'installation d'un centre de détention pour jeunes
délinquants à Achêne. Nous sommes encore en train de discuter du
choix à opérer. Étant donné que je veux respecter ma promesse de
construire un établissement pour jeunes en Wallonie, je suis en train
de voir s'il peut être édifié à Achêne, où un terrain est déjà acquis.
Rien n'a encore été décidé, les négociations étant en cours avec la
Régie des Bâtiments. Ensuite, le gouvernement prendra une décision
définitive.
Ensuite, les concertations avec les communes concernées seront
menées par la Régie des Bâtiments, mais je ne sais pas si elles ont
déjà eu lieu. Il est évident qu'elles doivent s'organiser.
Bien entendu, nous consulterons les acteurs de l'aide à la jeunesse
de la région concernée. La Régie des Bâtiments et mes services en
prendront l'initiative. Je puis même vous dire que, cet après-midi, j'ai
rencontré des représentants de la Communauté française à ce
propos.
Ik
bevestig dat er nieuwe
gevangenissen
zullen
worden
gebouwd.
Daarmee
geef
ik
uitvoering aan het negende punt
van
het
regeringsprogramma
(versterking
van
het
strafuitvoeringsbeleid).
Mijn
collega bevoegd voor de Regie der
Gebouwen zal de meest geschikte
terreinen zoeken. De bouwplannen
zullen
worden
opgesteld
in
samenwerking
met
mijn
administratie, rekening houdend
met
de
stedenbouwkundige
verplichtingen
en
de
beschikbaarheid van de terreinen.
Met die nieuwe gevangenissen
willen we iets doen aan het
probleem van het toenemend
aantal gedetineerden en de
bestaande
strafinrichtingen
ontlasten om ze te kunnen
moderniseren,
renoveren
en
beveiligen. De ervaring leert dat
zonder een "bufferzone", die
werken niet snel kunnen worden
uitgevoerd, wat een factor van
onveiligheid vormt. Mijn collega
bevoegd voor de Regie der
Gebouwen moet de geschikte
financieringswijze
voorstellen.
Idealiter zullen we trachten via een
partnerschap voor de veiligheid te
werken om dat dossier vooruit te
doen gaan.
Mijnheer Gilkinet, ik bevestig dat
er in Florennes een probleem is:
de ondergrond is problematisch en
men aarzelt om er op dat terrein
een gevangenis te bouwen. We
zouden kunnen rekening houden
met de inrichting van een
jeugdgevangenis in Achène, waar
er reeds een terrein werd
aangekocht en waarover we met
de
Regie
der
Gebouwen
onderhandelen.
De Regie der Gebouwen zal het
overleg
met
de
betrokken
gemeenten voeren. We zullen
uiteraard de actoren van de
jeugdzorg van het betrokken
Gewest
raadplegen.
Deze
namiddag heb ik over deze
kwestie met vertegenwoordigers
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
van de Franse Gemeenschap
reeds overleg gepleegd.
08.05 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse qui est le reflet d'un accord intervenu.
Il y a un principe parlementaire qui veut qu'on ne questionne jamais
un ministre sur ses intentions mais à partir du moment où le ministre
fait part de ses intentions dans la presse, cela devient évidemment
une question. Je suis heureux de voir que son intention se concrétise.
Je comprends que vous ne disposiez pas encore d'adresse exacte.
Le travail doit être réalisé par la Régie des Bâtiments.
Il est évident que cette perspective doit être matérialisée par le
prochain gouvernement en sus des mesures alternatives mais tel
n'était pas l'objet de ma question. Je voulais savoir si on avancerait
dans ce dossier et, à cet égard, j'ai obtenu les apaisements voulus.
08.05 Jean-Luc Crucke (MR): Uit
het antwoord van de minister blijkt
dat er een akkoord werd bereikt.
Men vraagt een minister inderdaad
nooit naar zijn bedoelingen. Als hij
ze echter aan de pers meedeelt, is
dat een heel andere zaak. Het
verheugt me dat zijn voornemens
werkelijkheid worden.
Ik begrijp dat de Regie der
Gebouwen voor de lokalisatie zal
instaan.
Ik wou weten of er vooruitgang
werd geboekt in dit dossier. In dat
opzicht heeft uw antwoord me
gerustgesteld.
08.06 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik probeer
te volgen. Op mijn eerste vraag of er nu tot meer of minder is beslist
dan door de vorige regering, is het antwoord dat er nog niets is
beslist? Ik begrijp dat er meer wordt aangekondigd, waardoor op
vraag twee nog niet geantwoord kan worden. Uw beloftes kunnen dus
eventueel nog gerealiseerd worden. U weet toch wat uw beloftes zijn?
Moet ik ze nog eens herlezen? Of moeten we later afspreken als er
ooit iets beslist wordt?
08.06 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Les décisions ont-elles été
plus ou moins nombreuses que
sous le gouvernement précédent?
Les promesses faites par le
ministre ne sont donc pas
définitivement enterrées? Mais ce
que je retiens surtout, c'est qu'à ce
jour rien n'a encore été décidé.
De voorzitter: Dat zal in het verslag staan, mijnheer Landuyt.
08.07 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Wat zal er in het verslag staan?
De voorzitter: Uw vraag zoals u die hebt uiteengezet, met de geciteerde teksten.
08.08 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Dat is nieuw. Ik vraag het om
zeker te zijn, maar ik moet eerlijk zijn: ik moet iedereen de kans
geven om fouten recht te zetten. Ik herhaal: ik heb gehoord dat ze
nog niets beslist hebben. Dat heb ik toch gehoord, niet? Hebt u al iets
beslist?
08.09 Minister Jo Vandeurzen: Ik denk dat dit geen repliek meer is,
maar een vraag.
08.10 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, en matière de construction de prisons plus qu'en
d'autres, il convient d'éviter les effets d'annonce. En effet, les citoyens
sont plus ou moins en attente, voire inquiets de voir se développer un
tel projet près de chez eux.
En l'occurrence, au Sénat, la semaine dernière, j'ai entendu une
option assez claire exprimée en votre nom par le ministre Piette, alors
qu'aujourd'hui, vous nous dites hésiter. Ce matin, on lisait dans la
08.10 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Indien men de mensen
niet nodeloos ongerust wil maken,
dient men het aankondigingseffect
te voorkomen bij de bouw van
gevangenissen. Als er eenmaal
een duidelijke keuze gemaakt is,
lijkt het me daarentegen van
essentieel belang dat er overleg
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
presse que le bourgmestre de Florennes disait que c'était gagné et
que sa ville n'aurait pas cette prison pour jeunes, mal placée à
proximité d'un dépôt de munitions et du centre de la ville. Aujourd'hui,
vous dites "on hésite". J'estime que c'est un réel problème de
méthode de travail.
À nouveau, je voudrais vous inviter de manière urgente, même si cela
s'effectue en cogestion avec la Régie des Bâtiments, à consulter en
priorité les communes et les acteurs concernés par ces projets. Cela
évitera que les fantasmes ne circulent et se développent. En effet, au
parlement, nous parlons de deux projets qui auront des implications
assez fortes sur la vie locale, à Florennes et à Achêne. Des options
seraient donc déjà prises; dans le cas contraire, inutile d'en parler. Si
les options existent, il convient d'en parler avec les communes
directement concernées.
Pour terminer, je vous demanderai de transmettre l'idée à votre
collègue de la Régie des Bâtiments ­ et je le lui répéterai ­: en cas de
construction de nouveaux bâtiments, contrairement aux dernières
réalisations de la Régie, que ces bâtiments soient efficaces sur le
plan énergétique et non des passoires très onéreuses et
inconfortables, comme c'est malheureusement le cas de nos prisons.
Évidemment, pour les anciennes, ce n'est pas anormal, mais pour les
récentes, construites sous l'égide de la Régie des Bâtiments, la
situation est catastrophique. Je sais que cela ne vous concerne pas
directement.
wordt gepleegd met de gemeenten
en partijen die bij deze projecten
betrokken zijn, ik denk met name
aan die van Florennes en Achêne.
Bovendien zou ik u willen
verzoeken er bij uw collega die
over de Regie der Gebouwen
gaat, op aan te dringen dat er
aandacht is voor de energie-
efficiëntie
van
de
nieuwe
gebouwen.
08.11 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, pour
résumer, un plan pluriannuel global concernant la capacité carcérale,
approuvé par le gouvernement, est en négociations avec la Régie
des Bâtiments.
Bien sûr, des décisions ont été prises dans le passé, notamment à
Dendermonde, et j'ai eu des contacts avec les bourgmestres pour
avancer. D'ailleurs, une prochaine question de M. Landuyt concernera
des centres pour les internés. Nous essayons de pousser et
d'avancer. À Florennes, un problème est apparu sur la question des
terrains. J'essaie donc de négocier une alternative pour une solution.
Des rénovations et des travaux de sécurité méritent une attention
immédiate. Nous avons dû patienter et attendre le budget 2008 pour
connaître les moyens disponibles; à présent, le budget est
politiquement décidé et nous étudions un programme très concret
avec la Régie des Bâtiments: où faire quoi. Dans quelques semaines,
je l'espère, le gouvernement approuvera notre plan global avec la
reprise des décisions antérieures et des initiatives nouvelles pour
organiser une capacité carcérale suffisante.
08.11 Minister Jo Vandeurzen:
De onderhandelingen met de
Regie der Gebouwen zijn aan de
gang en wij doen ons best om de
praktische problemen te regelen.
Nu
de
begroting
2008
goedgekeurd is, kunnen we een
concreet
programma
voor
renovatie en veiligheidswerken
uitstippelen ter aanvulling van de
beslissingen uit het verleden. Een
meerjarenplan met betrekking tot
de gevangeniscapaciteit moet over
enkele weken door de regering
worden goedgekeurd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de instelling voor
geïnterneerden in Gent" (nr. 2922)
09 Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'établissement pour internés à
Gand" (n° 2922)</b>
09.01 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb iets nieuw geleerd, met name dat het budget
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
"politiquement décidé" is. Over een nog onbestaand budget wordt dus
politiek beslist?
09.02 Minister Jo Vandeurzen: (...) Dat moet worden beslist in het
Parlement.
09.03 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Politiquement décidé betekent
dus dat het werd aangekondigd?
Een concreet dossier betreft de twee nieuwe instellingen voor
geïnterneerden in Antwerpen en Gent. Ik wil het hebben over de
instelling in Gent, waar er vertraging dreigt omdat er discussie zou zijn
tussen de ontwerpers en de overheid, over de voorwaarden waaraan
deze instelling moet voldoen. Moet die instelling voldoen aan de
voorwaarden van het ministerie van Volksgezondheid of aan de
voorwaarden, in het bijzonder de veiligheidsvoorwaarden, van het
ministerie van Justitie?
Ik breng dit hier naar voren omdat ik denk dat als dit blijft aanslepen
op het werkterrein, wij onnodig tijd zullen verliezen. Ik denk dat er ook
hier politiquement zal moeten worden beslist of deze instelling
ressorteert onder Volksgezondheid of onder Justitie. Blijkbaar zit men
geblokkeerd omdat die knoop niet werd doorgehakt. Dit schijnt de
aanleiding te zijn voor verschillende ontwerpen.
Ik heb de volgende vragen. Kloppen de geruchten over die discussie?
Zal de situatie worden gedeblokkeerd of is dat niet nodig? Werd ze al
gedeblokkeerd? Zal deze instelling tegen 2010 operationeel kunnen
zijn?
Hoe is de situatie in Antwerpen? Wat is de planning voor de bouw van
de instelling in Antwerpen?
Voorziet u nog in bijkomende initiatieven om het probleem van de
geïnterneerden aan te pakken of zult u zich ook hier beperken tot het
goed uitvoeren van de beslissing van de vorige regering?
09.03 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): En 2006, le gouvernement
a décidé de construire deux
nouveaux établissements pour
internés à Gand et à Anvers. Le
projet gantois est actuellement
bloqué en raison du débat sur les
exigences
auxquelles
doit
satisfaire ce bâtiment, celles de la
Santé publique ou celles de la
Justice.
Le ministre a-t-il connaissance
d'un tel débat? Comment compte-
t-il
débloquer
la
situation?
L'établissement de Gand sera-t-il
opérationnel d'ici à 2010? Quel
calendrier a été arrêté pour la
construction de l'établissement
d'Anvers?
Le
ministre
a-t-il
connaissance d'autres initiatives
destinées à résoudre le problème
des internés?
09.04 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, er wordt
inderdaad een gesloten centrum voor geïnterneerden gepland te
Gent. Dit forensisch psychiatrisch centrum zal een capaciteit hebben
van 270 plaatsen. Via een overheidsopdracht werd in 2007 door de
Regie der Gebouwen een ontwerpteam aangesteld dat tegen eind
2008 een ontwerp voor deze instelling moet ontwikkelen. Deze
opdracht is opgedeeld in welomlijnde fasen.
De eerste fase die thans loopt, behelst het opmaken van een
ontwerpschets. Deze schets werd gepresenteerd door het
ontwerpteam op 13 maart 2008. In het kader van deze presentatie
werd door de administrateur-generaal van de Regie der Gebouwen de
schriftelijke vraag gesteld aan de Federale Overheidsdienst Justitie
om zich uit te spreken over haar advies over deze instelling. Met
andere woorden, wordt het een verzorgingsinstelling of een gewone
gevangenis? Het lijkt een evidente vraag, maar ik kan u bevestigen
dat de vorige regering daarover inderdaad geen duidelijkheid heeft
gegeven.
Het is mijn standpunt dat de instelling voor geïnterneerden te Gent
wel degelijk dient te worden opgevat als een forensisch psychiatrisch
09.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Un nouvel établissement pour
internés
offrant
270
places
supplémentaires est en effet prévu
à Gand. Le projet a été présenté le
13 mars 2008. Le gouvernement
précédent ne s'était pas montré
clair en ce qui concerne les
critères, de sorte que le projet a
également été soumis à la Justice.
J'estime en effet qu'il s'agit en
l'occurrence
d'un hôpital de
psychiatrie légale qui doit satisfaire
aux exigences de la Santé
publique
et
de la Justice.
L'établissement de Gand et celui
d'Anvers seront opérationnels en
2012. Il est également prévu
d'étendre les possibilités offertes
par les circuits de soins externes.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
ziekenhuis, weliswaar met een aangepaste beveiligingsinfrastructuur
met het oog op de doelgroep die erin zal worden opgenomen. Wat mij
betreft dient het ontwerp dus te voldoen aan de veiligheidsnormen van
Justitie, maar ook aan de ziekenhuisnorm van Volksgezondheid. De
situatie te Gent is analoog aan de situatie van de inrichtingen voor
sociaal verweer te Doornik en te Bergen, waarvan de werking volledig
ten laste wordt genomen door het RIZIV. Het ontwerpteam te Gent zal
samen met de vertegenwoordigers van de Regie der Gebouwen en
Justitie het geschetste ontwerp bespreken met de bevoegde
instanties van de FOD Volksgezondheid om dit te toetsen aan de
desbetreffende norm.
Op uw laatste bijgevoegde vraag kan ik antwoorden dat er inderdaad
nog duidelijk moet worden gesproken over bijkomende mogelijkheden
voor geïnterneerden. Ik denk dat u het met mij helemaal eens zult zijn
dat deze niet thuishoren in een gevangenis en dus moet daarvoor ook
in infrastructuur worden voorzien. Dit zijn instellingen voor high risk
geïnterneerden, maar het is evident dat er ook nog andere formules
moeten worden ontwikkeld, zoals er trouwens ook een aantal zijn
ontwikkeld. Ik onderhandel daarover met mijn collega van
Volksgezondheid.
Wat u zegt, is heel juist; het is van cruciaal belang dat deze kwestie
wordt uitgeklaard in dit stadium van het ontwerp. Er is geen sprake
van een blokkering, integendeel: het gaat om een belangrijk
beslissingsmoment waar niet overheen mag worden gestapt. We
moeten dat de volgende weken in overleg beslissen.
Bij mijn aantreden werd ik door de Regie der Gebouwen in kennis
gesteld van de geplande afwerking van het forensisch centrum te
Gent tegen 2012. Voor de afgesproken planning dient het
ontwerpteam een definitief plan voor te leggen tegen einde 2008. In
het eerste semester van 2009 wordt de aanbesteding voor het
bouwen gedaan. De bouwwerken zelf zullen starten in het najaar van
2009, om te eindigen begin 2012. In principe moet de instelling dus
operationeel zijn in 2012.
Ook de instelling te Antwerpen is voorzien om operationeel te zijn
tegen 2012. Deze zal 120 plaatsen tellen. Naast de instellingen in
Gent en Antwerpen die een hoge beveiligingsgraad vereisen, is er
voor de twee volgende jaren al een uitbreiding gepland van 45 PVT-
bedden per jaar in de externe zorgcircuits.
Inmiddels, zoals ik heb gezegd, zijn ook de onderhandelingen gestart
met mijn collega van Volksgezondheid voor nog bijkomende plaatsen
PVT en beschut wonen en over een forensische behandelnorm met
specifieke erkenningsvoorwaarden die moet toelaten een structureel
karakter te geven aan de opvang van de geïnterneerden. Deze zal op
termijn het huidige systeem met proefcontracten kunnen vervangen
en een meer duurzaam karakter geven.
09.05 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik dank u
voor het antwoord. Is er een timing om de knopen door te hakken? Ik
begrijp dat u uw visie geeft, de maximale visie waarbij aan twee
voorwaarden moet worden voldaan. Ik denk dat dit zijn budgettaire
consequenties heeft. Is er in een timing voorzien waarbij u stopt met
onderhandelen en samen een beslissing neemt of hoe is dat
afgesproken?
09.05 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): A-t-on déjà prévu un
calendrier pour trancher?
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
09.06 Minister Jo Vandeurzen: Om eerlijk te zijn, de kwestie is nog
iets complexer want ook met de Vlaamse Gemeenschap zal daarover
moeten worden gesproken. Ook daar zijn er contacten gelegd om na
te gaan hoe wij tot een principiële optie kunnen komen. Het zal u wel
duidelijk zijn dat dit ook een heel belangrijke optie is. Wij zeggen dat
interneringen zich in hoofdzaak situeren binnen Volksgezondheid. Ik
meen dat onder andere het rapport-Cosyn dit ook aangeeft. Dit heeft
een aantal consequenties. Wij gaan proberen dit de volgende weken
te behandelen eens we weten wie de bevoegde minister zal zijn.
09.06 Jo Vandeurzen, ministre: Il
s'agit d'une matière très complexe,
car le gouvernement flamand a
également son mot à dire. Nous
devons tenir compte de toutes les
conséquences éventuelles.
09.07 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): U blijft toch op uw stoel zitten?
09.08 Minister Jo Vandeurzen: U mag altijd een suggestie doen aan
de formateur.
09.09 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ik ben u al een beetje gewoon.
09.10 Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Ik hoop dat u uw
wensen voor waarheid neemt.
09.11 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Gelet op de beloftes hoop ik dat
de minister aanblijft, want anders moet ik een andere minister alweer
om beloftes vragen.
09.12 Minister Jo Vandeurzen: Er zijn mensen die nooit veranderen.
09.13 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): (...) Laten wij samen ouder
worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de evaluatie van het federaal
parket" (nr. 2923)
10 Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'évaluation du parquet fédéral"
10.01 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ook hier heb ik een vraagje teneinde het dossier te
vervolledigen.
Ik kom niet terug op uw openheid inzake het herbekijken van de
parketten in hun geheel. Echter, inzake het federaal parket en omwille
van het feit dat u zelf al zei dat wij de wegen die inzake evaluaties
werden uitgestippeld, moeten bewandelen, is er een zaak die ik
gedurende mijn afwezigheid op het terrein niet helemaal heb
begrepen.
De wet van 22 december 1998 betreffende de verticale integratie van
het openbaar ministerie, het federaal parket en de Raad van
procureurs des Konings bepaalde dat er een evaluatiesysteem van
het federaal parket zou zijn. Met name zou artikel 143bis van het
Gerechtelijk Wetboek als volgt worden aangevuld: "Het College van
procureurs-generaal evalueert, op basis van onder meer de rapporten
van de federale procureur en na deze laatste te hebben gehoord, de
wijze waarop de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid tot de federale
10.01 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): La loi du 22 décembre 1998
prévoit une évaluation du parquet
fédéral par le Collège des
procureurs généraux. À l'heure
actuelle, ce système d'évaluation
n'est pas encore opérationnel.
Pourquoi l'article en question n'est-
il pas encore entré en vigueur? Le
sera-t-il ou procédera-t-on d'une
autre manière à l'évaluation du
parquet fédéral? Devant qui le
parquet est-il pour l'heure tenu de
se justifier?
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
procureur worden uitgevoerd, de wijze waarop de federale procureur
zijn bevoegdheden uitoefent en de werking van het federaal parket."
Indien ik mij niet vergis, is voornoemd evaluatiesysteem nooit in
werking getreden. Anderzijds wordt, blijkens een drietal dossiers, de
noodzaak aangevoeld om het federaal parket even te evalueren.
Daarom heb ik de volgende vragen.
Ten eerste, weet u waarom artikel 143bis niet in werking is getreden?
Ten tweede, bent u van plan voornoemd artikel in werking te laten
treden of plant u een ander evaluatiemechanisme voor het federaal
parket? Indien dat het geval is, ben ik uiteraard geïnteresseerd in de
krachtlijnen van bedoeld mechanisme. Vandaag ben ik ook
voorstander van een dergelijk mechanisme.
Ten slotte, legt het federaal parket wel bij u verantwoording af?
10.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, artikel 5 van
de wet van 22 december 1998 is in werking sinds 21 mei 2002
krachtens het koninklijk besluit van 10 juli 2001 tot vaststelling van de
datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van
22 december 1998 betreffende de verticale integratie van het
openbaar ministerie, het federaal parket en de Raad van procureurs
des Konings.
De passage uit artikel 143bis van het Gerechtelijke Wetboek die u
citeert in uw vraag is dus wel degelijk in werking en wordt ook effectief
toegepast. De evaluatie van het federaal parket door het College van
procureurs-generaal gebeurt jaarlijks op grond van een uitgebreid
rapport van de federale procureur.
Deze rapporten van de federale procureur bieden zowel een
kwantitatief als kwalitatief overzicht. Voormelde evaluatie wordt
opgenomen in het jaarlijks verslag van het College van procureurs-
generaal aan de minister van Justitie dat aan het Parlement wordt
meegedeeld en openbaar wordt gemaakt.
Deze werkwijze staat in de wet en in de gemeenschappelijke
circulaire van de minister van Justitie en het College van procureurs-
generaal van 16 mei 2002 die werd gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad van 25 mei 2002.
10.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'article en question est entré en
vigueur le 21 mai 2002 et il est
appliqué.
L'évaluation du parquet fédéral par
le
Collège
des
procureurs
généraux a lieu chaque année sur
la base d'un rapport détaillé du
procureur fédéral contenant un
aperçu
tant
quantitatif
que
qualitatif. Cette évaluation figure
dans le rapport annuel du Collège
des procureurs fédéraux au
ministre de la Justice et est
communiquée au Parlement. Cette
méthode de travail est consignée
dans la loi et dans la circulaire
commune du ministre de la Justice
et du Collège du 16 mai 2002.
10.03 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, meteen is
mijn kennis weer bijgeschaafd. Mijn specifieke vraag is echter de
volgende. Wordt dit gehanteerd ingeval van noodzaak, zoals nu, om
het federaal parket te evalueren?
10.03 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit):
Je
viens
encore
d'apprendre quelque chose. Est-il
également
procédé
à
cette
évaluation lorsque cela s'avère
nécessaire, comme aujourd'hui?
10.04 Minister Jo Vandeurzen: Het wordt geëvalueerd. Het
document waarin dat verslag staat, moet hier beschikbaar zijn.
10.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Oui et le rapport y relatif devrait
être disponible.
10.05 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ja, maar de vraag is of het wel
de juiste werkwijze is om naar aanleiding van enige beroering pas op
dat moment een rapport op te vragen. Moeten wij niet uit respect voor
10.05 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Le ministre affirme qu'il
demande un rapport lorsqu'il s'est
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
het artikel in werking via het College functioneren? Dat is toch
hetgeen u bedoelt als u zegt dat u een rapport vraagt.
passé quelque chose. Est-ce bien
la bonne méthode pour faire
procéder à cette évaluation par le
Collège?
10.06 Minister Jo Vandeurzen: In punctuele zaken kan ik toch een
verslag vragen aan de federale procureur, waarvan ik dan melding
maak hier.
10.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Pour les affaires concrètes, je
peux demander un rapport au
procureur fédéral.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de dagvaarding van personen
die onder voorlopig bewind zijn geplaatst" (nr. 2969)
11 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la citation de personnes placées sous
administration provisoire" (n° 2969)</b>
11.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het is veeleer een technische vraag. Een aantal
gerechtsdeurwaarders merkt op dat, wanneer zij overgaan tot
dagvaarding van een persoon, waarbij naderhand blijkt dat die
persoon onder bewindvoering staat, hun dagvaarding eigenlijk
onontvankelijk is. Personen die onder bewindvoering staan, hebben
geen beschikbaarheid meer over hun vermogen, waardoor eigenlijk
moet worden overgegaan tot dagvaarding van de bewindvoerder in
plaats van tot dagvaarding van de betrokken persoon.
Er bestaat blijkbaar geen centraal register van personen die onder
bewindvoering staan, anders dan bijvoorbeeld bij de collectieve
schuldenregeling, waarbij de deurwaarders wel kunnen gebruikmaken
van lijsten of registers die door de kamers van deurwaarders worden
bijgehouden. Daardoor kunnen ze dus op voorhand checken of
iemand onder collectieve schuldenregeling staat, waardoor men hem
niet kan dagvaarden. Hetzelfde zou eventueel ook voor de voorlopige
bewindvoerders een oplossing kunnen zijn.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van het praktische
probleem, dat erin bestaat dat men een onder bewindvoering
geplaatste persoon niet rechtsgeldig kan dagvaarden?
Ten tweede, indien u ervan op de hoogte bent, bent u dan van plan
om een praktisch initiatief te nemen om het probleem op te lossen?
11.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Lorsqu'un huissier de justice
procède à la citation d'une
personne
placée
sous
administration provisoire, cette
citation n'est pas recevable. Une
personne
placée
sous
administration provisoire n'a en
effet pas le droit de disposer de
son patrimoine. La citation doit
donc se faire par le biais de
l'administrateur provisoire mais les
huissiers de justice ne disposent
pas des informations nécessaires
à cet effet.
Le ministre est-il au courant de ce
problème? A-t-il l'intention de
prendre une initiative en la
matière?
11.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik ben
inderdaad op de hoogte van het probleem. Artikel 488bis van het
Burgerlijk Wetboek stelt dat de betekeningen en kennisgevingen aan
personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd,
worden gedaan aan diens woonplaats of verblijfplaats. De wet
voorziet dus niet in een sanctie, maar een betekening aan een
persoon die onder voorlopig bewind is geplaatst, wordt door de
meerderheid van de rechtspraak beschouwd als een nietigheid ten
gronde, te verstaan als een schending van de rechterlijke organisatie.
Een deel van de rechtsleer en de rechtspraak spreekt evenwel niet
van de nietigheid, maar van een onbestaande dagvaarding. Andere
rechtspraak stelt dan weer dat de betekening aan een onder voorlopig
bewind geplaatste persoon niet nietig is, wanneer de rechten van de
11.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je connais le problème. La
jurisprudence n'est pas unanime
en ce qui concerne l'interprétation
de la loi. Mon prédécesseur a été
informé du problème par la justice
de paix de Tournai le 27 février
2004. J'ignore quelle suite y a été
réservée.
Le système de l'administration
provisoire ne concerne que la
gestion
des
biens.
Les
notifications relatives à l'état d'une
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
verdediging niet werden geschonden, dus wanneer de onder
voorlopig bewind geplaatste geldig kan vertegenwoordigd worden.
Mijn voorganger werd op 27 februari 2004 op de hoogte gebracht van
de hierboven vermelde rechtspraak van het vredegerecht van
Doornik, die de laatste redenering aankleeft, waarin het ontbreken
van een sluitend publicatiesysteem wordt aangekaart. Ik ken het
gevolg niet dat aan dat schrijven van de nationale kamer werd
gegeven.
Voor de volledigheid dient trouwens ook te worden vermeld dat het
systeem van de voorlopige bewindvoering enkel het beheer van de
goederen betreft, zodat betekeningen inzake de staat van de
onbekwame persoon aan de persoon zelf dienen te gebeuren. Dat is
ook
het
standpunt
van
de
Nationale
Kamer
van
Gerechtsdeurwaarders.
Het is evenwel niet zo dat er geen enkele mogelijkheid is om op te
sporen dat een persoon onder voorlopig bewind werd geplaatst. Een
uittreksel van de beschikking die de voorlopige bewindvoerder
aanstelt, wordt immers door tussenkomst van de griffier gepubliceerd
in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 488bis van het
Burgerlijk Wetboek. Hetzelfde geldt voor de beschikkingen die de
bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder wijzigen, de
beslissingen die de maatregel opheffen of de ongeldig verklaarde
beslissingen. De publicatie dient te gebeuren binnen de 15 dagen na
uitspraak. Momenteel kan de informatie met betrekking tot het onder
voorlopig bewind stellen van een persoon die moet worden
opgeroepen om te verschijnen, in vele gevallen worden achterhaald
door het zoeken op de site van het Belgisch Staatsblad, met behulp
van sleutelwoorden zoals de familienaam van de op te roepen
persoon.
Bovendien moeten de hierboven vermelde beslissingen binnen 15
dagen na de uitspraak door de griffier aan de burgemeester van de
woonplaats van de onder bescherming gestelde persoon worden
bekendgemaakt, opdat de beslissing zou kunnen worden opgetekend
in het bevolkingsregister. De burgemeester levert een uittreksel uit het
bevolkingsregister af, dat de naam, het adres en de staat van
onbevoegdheid vermeldt op vraag van de personen zelf en op vraag
van elke derde die aantoont hierbij een belang te hebben. Sluitend is
dat evenwel niet, aangezien artikel 488bis bepaalt dat, rekening
houdend met de beperkte opdracht van de voorlopige bewindvoerder,
de vrederechter kan bepalen dat de beslissing inzake de aanwijzing
van de voorlopige bewindvoerder door het toedoen van de griffier
uitsluitend ter kennis zal worden gebracht van de personen die hij
aanwijst.
De gerechtsdeurwaarders doen de controle van het Belgisch
Staatsblad en het bevolkingsregister evenwel niet systematisch. De
vraag rijst of zij hiertoe door de wet op de deontologie wel verplicht
zijn. Volgens de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, daarin
gesteund door een groot deel van de rechtspraak, is dat niet het
geval. De gerechtsdeurwaarder kan zich voor de dagvaarding van een
persoon beperken tot een opzoeking in het Rijksregister en is niet
aansprakelijk voor de gevolgen van de betekening aan een onder
voorlopig bewind geplaatste.
personne incapable doivent être
adressées
à
la
personne
proprement dite.
Un
extrait
de
l'ordonnance
désignant
l'administrateur
provisoire doit être publié au
Moniteur belge. Il est donc
généralement
possible
de
connaître
l'identité
de
l'administrateur
provisoire
en
procédant à une recherche sur le
site internet du Moniteur belge. Le
bourgmestre du lieu de résidence
de la personne placée sous tutelle
est
également
informé.
Le
bourgmestre peut délivrer un
extrait
à
la
demande
des
personnes elles-mêmes ou à la
demande d'un tiers qui peut
justifier d'un intérêt. Il n'y a
toutefois pas de garantie à ce
niveau étant donné que le juge de
paix peut décider que cette
information
ne
peut
être
communiquée
qu'à
certaines
personnes.
Les huissiers de justice ne
contrôlent pas systématiquement
le Moniteur belge ni le registre de
la population, et ils n'y sont
vraisemblablement pas tenus.
Quoi qu'en soit, ils ne sont pas
responsables des effets de la
signification adressée à une
personne
placée
sous
administration provisoire.
Aussi serait-il logique que la
mention du placement sous
administration
provisoire
soit
incluse dans le Registre national.
La
Chambre
nationale
des
huissiers de justice et le SPF
Intérieur auraient déjà eu des
contacts à ce sujet. Toutefois, un
problème se poserait sur le plan
de la protection de la vie privée. Je
me concerterai avec le ministre de
l'Intérieur afin d'y apporter une
solution fonctionnelle.
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Ten tweede, een logische denkpiste lijkt dan ook dat de vermelding
van plaatsing onder voorlopig bewind op een of andere wijze kan
worden opgenomen in het Rijksregister. Ik heb vernomen dat in het
verleden daarover reeds contacten zijn geweest tussen de Nationale
Kamer der Gerechtsdeurwaarders en het ministerie van Binnenlandse
Zaken, dat bevoegd is voor het Rijksregister. Een van de knelpunten
zou het respect voor de privacy van de onder voorlopig bewind
gestelde personen zijn geweest.
Ik zal bij mijn collega van Binnenlandse Zaken over de stand van
zaken meer informatie inwinnen teneinde een werkbare oplossing te
vinden voor het probleem.
11.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik kan
misschien een suggestie doen. De collectieve schuldenregelingen
hebben tot gevolg dat iemand die onder collectieve schuldenregeling
staat, ook niet meer kan worden gedagvaard. Daarop hebben de
deurwaarders wel zicht. In de praktijk gebeurt blijkbaar ter zake dat de
rechter die de collectieve schuldenregeling uitspreekt of oplegt ­
toekent, eigenlijk ­, zijn beslissing via zijn griffie stuurt naar de
arrondissementele kamers van de gerechtsdeurwaarders. Daarover
krijgen de gerechtsdeurwaarders dus feedback van hun kamers.
Eventueel zou een suggestie dus kunnen zijn dat bijvoorbeeld de
vrederechters aan hun griffiers de opdracht geven ­ misschien onder
uw impuls ­ om dat ook aan de kamers van de deurwaarders van het
arrondissement te laten weten. Daar zou een uitwisseling kunnen
bestaan naar analogie van de collectieve schuldenregeling. Dat zou
eventueel een praktische oplossing kunnen zijn.
11.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA):
Élaborer
une
solution
analogue à celle apportée au
problème du règlement collectif de
dettes ne constituerait-il pas une
solution pratique? Lorsqu'un juge
impose un règlement collectif de
dettes, il transmet en effet sa
décision
aux
chambres
d'arrondissement des huissiers de
justice. Dans le cas qui nous
occupe aujourd'hui, le juge de paix
pourrait faire de même.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Justitie over "de parkeermogelijkheden voor
motorrijwielen" (nr. 2973)
12 Question de M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "les possibilités de stationnement pour
motocycles" (n° 2973)</b>
12.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, binnen enkele weken is het weer zover. Dan
halen honderdduizenden motorrijders hun tweewielers van stal en
rijden zij terug het land rond. Ik vind het ter zake mijn plicht om even
te wijzen op een mogelijke onduidelijkheid inzake parkeergelegenheid
voor deze motorrijtuigen.
In de wegcode, in titel 2, artikel 24 staat dat het verboden is om een
voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar dat
duidelijk een gevaar voor andere weggebruikers zou kunnen
betekenen en waar het hen onnodig zou kunnen hinderen,
inzonderheid op de trottoirs en binnen de bebouwde kommen op de
verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering. Dat is dus
eigenlijk een algemeen verbod, dat echter in heel wat gemeenten en
steden ongedaan wordt gemaakt, die het parkeerverbod op de
trottoirs toestaan.
Op 28 december 2006 verscheen een KB waarin staat dat
motorfietsen buiten de rijbaan en parkeerzones kunnen worden
opgesteld, en ik citeer: "zonder het verkeer en andere weggebruikers
12.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La loi est imprécise à
propos du stationnement des
motocycles. Aux termes de l'article
24 de la loi sur la circulation
routière, il est interdit de garer un
véhicule sur le trottoir ou sur un
acotement surélevé. Mais l'arrêté
royal du 28 décembre prévoit
qu'on peut y garer un motocycle à
condition de ne pas gêner les
autres usagers de la route.
Le ministre pourrait-il préciser la
situation? Ne
faudrait-il pas
aménager le texte de la loi? Quelle
solution
compte
apporter
le
ministre?
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
te hinderen of onveilig te maken". Dat staat in artikel 5, punt 2.
Veel motorrijders vragen zich ondertussen af wat mag en niet mag.
Men weet dus niet altijd of het om een algemeen verbod dan wel een
uitzondering in een bepaalde stad gaat.
Mijnheer de minister, kunt u duidelijkheid verschaffen of het
toegelaten is motorrijwielen te parkeren op trottoirs en bermen voor
zover zij andere weggebruikers niet hinderen of het verkeer onveilig
maken?
Indien er ter zake onduidelijkheid bestaat, bijvoorbeeld omdat de
uitzonderingen in het KB niet duidelijk genoeg zouden zijn over het al
dan niet toegelaten zijn voor motorrijders om op trottoirs te parkeren,
meent de regering dan niet dat een wetswijziging zich opdringt? Zo ja,
in welke richting meent de minister dat een oplossing moet worden
gezocht?
Moet worden geopteerd voor een algemeen parkeerverbod op
trottoirs zoals vroeger, of meent de minister dat het motorrijders
moeten worden toegestaan hun tweewielers op trottoirs en verhoogde
bermen te parkeren voor zover dat geen hinder voor de andere
weggebruikers veroorzaakt.
12.02 Minister Jo Vandeurzen: Waarde collega, artikel 24 van de
Wegcode bepaalt een algemeen verbod voor voertuigen, en bijgevolg
ook voor motorfietsen, om op voetpaden en binnen de bebouwde kom
op de verhoogde bermen te parkeren. Artikel 23, 4
e
van de Wegcode
bepaalt een bijzondere regeling voor motorfietsen. Zij mogen buiten
de rijbaan en de parkeerzones worden opgesteld zonder het verkeer
van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
Bijgevolg mogen motorfietsen ook op trottoirs en in de bebouwde kom
op verhoogde bermen worden geparkeerd weliswaar rekening
houdend met de voorwaarden van artikel 23, 4
e
van de Wegcode, die
ik net heb aangehaald.
In de praktijk zal dit betekenen dat er een voldoende breed trottoir of
verhoogde berm moet zijn opdat de voetgangers hun weg op een
veilige manier kunnen voortzetten zonder dat zij zich op de rijweg
moeten begeven omdat er een motorfiets op het trottoir werd
geparkeerd.
Aan de hand van de verduidelijking die ik zonet heb gegeven, meen ik
niet dat er enige onduidelijkheid bestaat. Artikel 23, 4
e
heeft een
bijzondere draagwijdte en moet als een afwijking worden gezien op
artikel 24 dat een algemene draagwijdte heeft.
Over de opportuniteit van de toelating aan motorrijders op het voetpad
te parkeren kan ik alleen zeggen dat deze maatregel, die ongeveer
een jaar geleden van kracht werd het best kan worden geëvalueerd
door de Federale Commissie voor de Verkeersveiligheid.
12.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'article 24 du code de la route
comporte en effet l'interdiction
générale de garer des véhicules
sur les trottoirs ou sur les
accotements surélevés. L'article
23 prévoit toutefois une règle
spécifique pour les motocycles qui
peuvent y être garés s'ils ne
constituent pas une gêne pour les
autres usagers de la route. Cela
signifie dans la pratique que le
trottoir doit être suffisamment
large pour que les piétons ne
soient pas gênés par la présence
d'une moto. Il n'y a donc aucune
ambiguïté. L'autorisation pour les
motocyclistes de se garer sur les
trottoirs a été instaurée il y a un an
environ et la Commission fédérale
de la sécurté routière est la mieux
placée pour en faire l'évaluation.
12.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Er is een uitzondering, dus
moet men er geen nieuwe maken. Voldoende brede trottoirs, hoor ik u
zeggen. Het blijft toch een afwegen.
Maar ik hoor u toch heel duidelijk zeggen dat het gaat om een
12.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il n'est pas simple de
déterminer si un trottoir est
suffisamment
large.
Je
communiquerai cette information
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
uitzondering op een algemene verbodsregel. Dat zal ik in elk geval
aan de betrokken motorrijders laten weten. Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord.
aux motocyclistes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de aanhoudende
verzoeken of aanmaningen vanwege de politiediensten aan de bezitters van een vuurwapen met het
oog op de inlevering ervan" (nr. 2982)
13 Question de M. Bert Schoofs au ministre de l'Intérieur sur "les demandes ou sommations
persistantes de la part des services de police adressées aux détenteurs d'armes à feu en vue de leur
restitution" (n° 2982)</b>
13.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij hebben enige tijd geleden hier in het
Parlement een wet uitgevaardigd waarin wordt bepaald dat men kan
wachten met het inleveren van een wapen tot 31 oktober 2008, met
het oog op het inhoudelijk wijzigen van de wet door de wetgever.
De formele beslissing aangaande de termijn is genomen om de
wetgever toe te staan de wet te wijzigen, maar blijkbaar zijn er toch
een aantal politiediensten die burgers die in het bezit zijn of kunnen
zijn van een wapen, aanmanen om het in te leveren. Vooral op het
vlak van passief wapenbezit zijn er problemen. Wij hebben dat
vastgesteld. Daarom zal de wetswijziging er ook komen. Dat is de
lege ferenda. Wij zullen het hier in de commissie nog bespreken,
maar inmiddels zijn er dus wel politiediensten die de burgers blijven
aanmanen om het wapen in te leveren.
Welke richtlijnen zijn er van toepassing voor de politiediensten met
het oog op de inlevering van die wapens? Zijn die richtlijnen eventueel
gewijzigd, in het licht van de wetswijziging die een termijnverlenging
heeft toegestaan met het oog op het inhoudelijk wijzigen van de wet,
meer bepaald in die zin dat politiediensten voorlopig niet zouden
aandringen op de inlevering van wapens? Het gaat hier uiteraard over
wapens die in elk geval niet verboden zijn. Wij weten waarover wij
spreken. Worden wapenbezitters bij een dergelijke aanmaning of een
dergelijk verzoek in kennis gesteld van het feit dat zij een illegaal of
illegaal geworden wapen kunnen inleveren of laten regulariseren tot
1 oktober 2008? Wordt er hen in dat geval op gewezen dat de kans
niet gering is dat de wet zodanig zal worden gewijzigd, zoals ik
daarnet al aanhaalde, dat bestaande vergunningen en erkenningen
toch geldig zullen blijven en de vijfjaarlijkse hernieuwingen zouden
worden vervangen door een vereenvoudigde provinciale controle?
Ten slotte, mijnheer de minister, worden die mensen er tevens op
gewezen dat een recent arrest van het Grondwettelijk Hof, met name
een arrest van 19 december 2007, hen toelaat om een vergunning
aan te vragen, met uitsluiting van munitie? Worden zij er met andere
woorden op gewezen dat er inmiddels een nieuwe rechtsgrond
bestaat voor het passieve bezit van vuurwapens, gecreëerd door de
rechtspraak van het hof, en dat het inleveren van een wapen voor
iemand die niet aan sportief of recreatief schieten wenst te doen dus
niet meer de enige optie is, maar dat men dat wapen wel degelijk kan
behouden op basis van die uitspraak van het Grondwettelijk Hof?
13.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Dans le cadre de
l'adaptation de la loi sur les armes,
le délai pour le dépôt d'une arme a
été prolongé jusqu'au 31 octobre
2008. Pourtant, certains services
de police mettraient les détenteurs
d'armes en demeure de présenter
celles-ci. Quelles directives sont-
elles en vigueur au sein de la
police en ce qui concerne le dépôt
d'armes?
Après
la
récente
modification de loi, les services de
police ont-ils été invités à ne pas
insister sur le dépôt des armes
pour l'instant?
Les détenteurs d'armes sont-ils
informés du report de la date de
dépôt et de régularisation? Leur a-
t-on
précisé
qu'après
la
modification de loi, les permis
existants
resteront
peut-être
valables et que le contrôle
quinquennal est remplacé par un
contrôle provincial plus simple?
Sont-ils informés de l'arrêt de la
Cour constitutionnelle qui autorise
la demande d'un permis de
détention sans munitions?
13.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega, naar 13.02 Jo Vandeurzen, ministre:
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
aanleiding van de heropening van de overgangsperiode voor de
inwerkingtreding van de wapenwet werden geen nieuwe instructies
gegeven aan de politiediensten.
Dat is logisch. Tijdens de vorige periode die eindigde op 30 juni 2007
werd
een
uitgebreide
campagne
gevoerd
via
diverse
informatiekanalen en namen zowel de provinciale wapendiensten als
de lokale politiediensten initiatieven die een goede toepassing van de
wet beogen.
Wie de wet wenste na te leven, heeft zich tijdens die periode in orde
gesteld. Wie dat niet wenste te doen, zal dat nu nog steeds niet doen
omdat de wet nog niet ten gronde is veranderd.
Pas als de wet zal zijn aangepast, zal het zin hebben om voor het
resterende deel van de lopende overgangsperiode nieuwe richtlijnen
te geven aan de lokale bevoegde overheden en eventueel een nieuwe
sensibiliseringscampagne te voeren.
Als bepaalde politiediensten wapenbezitters contacteren die zich nog
niet in regel hebben gesteld, is dat op eigen initiatief. Ze hebben wel
de richtlijn gekregen om dit te doen na het verstrijken van de
overgangsperiode.
In elk geval hoeven we zeker niet te vrezen dat de wapenbezitters niet
op de hoogte zouden zijn van de mogelijkheid om nog de regularisatie
van hun wapen te vragen of van de mogelijkheid die het geciteerde
arrest van het Grondwettelijk Hof geeft om een vergunning zonder
munitie te vragen voor wapens die onder de oude wetgeving reeds
wettig en louter passief voorhanden werden gehouden. Het nieuws is
uitgebreid aan bod gekomen in de ledenbladen van diverse
verenigingen van wapenliefhebbers en staat ook duidelijk vermeld op
verschillende websites.
Ik verkies op dit moment echter om geen te grote ruchtbaarheid aan
dit laatste element te geven omdat men zich enkel voor het oud
wapenbezit kan steunen op dit arrest. Mensen die nu een wapen
erven of er een willen aanschaffen als decoratie kunnen immers nog
geen dergelijke vergunning aanvragen.
Het is beter alle betrokken partijen tegelijk te informeren, wat pas zin
heeft als de wet zal zijn aangepast. Ik hoop dan ook dat dit binnen
korte termijn kan gebeuren, maar wil hierop niet vooruitlopen
aangezien het parlementair debat hierover nog moet worden gevoerd
in deze commissie.
La
police
n'a
pas
reçu
d'instructions
supplémentaires
concernant la nouvelle période
transitoire instaurée dans le cadre
de l'entrée en vigueur de la loi sur
les
armes.
Une
importante
campagne a en effet déjà été
menée
durant
la
période
précédente qui a pris fin le 30 juin
2007. Il est inutile de donner de
nouvelles instructions et de lancer
une campagne de sensibilisation
tant que la loi n'aura pas été
modifiée.
Les services de police qui
prennent
contact
avec
les
propriétaires d'armes agissent de
leur propre initiative. Une directive
les invite cependant à procéder
de la sorte après l'expiration de la
période de transition.
Nous ne devons pas craindre que
des propriétaires d'armes ignorent
la possibilité de régulariser leur
arme ou de demander une
autorisation de détention d'une
arme à l'exclusion de munitions.
Les revues des membres de clubs
d'amateurs ainsi que différents
sites internet consacrés à ce sujet
ont diffusé des informations claires
en la matière.
Je ne désire cependant pas faire
une publicité exagérée de l'arrêt
de la Cour constitutionnelle étant
donné que ce dernier concerne
exclusivement les armes détenues
de longue date et non les armes
décoratives qui sont acquises
actuellement. Il est plus judicieux
d'informer
simultanément
l'ensemble des intéressés dès que
la loi aura été modifiée.
13.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, u hebt
het over de wapenliefhebbers die de websites kunnen bekijken.
Er is een kleine groep mensen die nu nog een wapen kunnen erven,
en die niet onder de oude wet vallen. Meestal gaat het om oudere
mensen, weduwen die het wapen van hun man erven en zich volgens
de wet zouden moeten inschrijven in een schietclub. Dat is natuurlijk
een vervelend gegeven. Die dames of heren zijn niet op de hoogte
van alle details van de wetgeving aangezien zij nu pas wapenbezitter
worden. Hun echtgenoot of echtgenote is dat altijd geweest. Zij
kunnen zich inderdaad niet beroepen op het arrest, maar ik vermoed
13.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): D'après de la loi, les
personnes actuellement encore
susceptibles d'hériter d'une arme
doivent s'inscrire dans un club de
tir. Or elles ne connaissent
souvent pas cette loi puisqu'elles
n'ont
encore
jamais
été
propriétaires d'une arme.
L'initiative prise par certains
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
dat zij zich wel kunnen beroepen op het in de bestaande wet
opgenomen uitstel tot 31 oktober 2008.
Het zou spijtig zijn dat deze mensen nu door de politie worden
geïnstigeerd om met pijn in het hart een beslissing te nemen, terwijl zij
helemaal niet vuurwapengevaarlijk zijn. Zij zouden een onomkeerbare
beslissing nemen die tot de vernietiging van het vuurwapen zou
leiden.
Er zou een kantlijn bij de richtlijn kunnen worden gegeven aan de
politie. Ik vraag niet om de richtlijn te wijzigen, maar om een
kanttekening te maken waarin aan de politie wordt gevraagd een
zekere terughoudendheid aan de dag te leggen in gevallen waar
helemaal geen sprake is van vuurwapengevaar, zodat men vóór
31 oktober 2008 allemaal op dezelfde lijn zit en met gelijke rechten
vertrekt.
Dat is mijn enige bekommernis. Ik denk niet dat we ervoor moeten
vrezen dat er zware gewelddaden zullen worden gepleegd met
dergelijke vuurwapens.
Misschien zou men de politiediensten er in sommige gevallen toch op
kunnen wijzen wat tact en terughoudendheid aan de dag te leggen in
die welbepaalde dossiers waar het echt aangewezen lijkt.
services de police incite ces
personnes à se défaire dès à
présent ­ souvent la mort dans
l'âme ­ de leur arme en vue de
leur destruction alors qu'elles n'ont
pas besoin de prendre cette
décision avant le 31 octobre 2008
et qu'elles ne représentent pas un
groupe à risque susceptible
d'utiliser réellement ces armes.
Peut-être pourrait-on demander à
la police de faire montre d'une
certaine retenue dans ce type de
situations.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de lange wachttijden voor de
jeugdrechtbanken in Tongeren en Hasselt" (nr. 2983)
14 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la longueur des délais d'attente auprès
des tribunaux de la jeunesse de Tongres et de Hasselt" (n° 2983)</b>
14.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, uit eigen ervaring kan ik bevestigen dat er een
probleem rijst. Er zijn lange wachttijden voor burgerlijke zaken die
voor de jeugdrechtbanken in Tongeren en Hasselt worden ingeleid,
wat totaal niets met de werklast of de kwaliteit van de rechters aldaar
te maken heeft. Wij hebben in Limburg heel goede jeugdrechters.
Mevrouw de voorzitter, het zijn soms ook jonge en vrouwelijke
jeugdrechters, wat u wel zal plezieren.
Er zijn niettemin lange wachttijden. Ze lopen op tot verschillende
weken ­ 8 à 10 tot 12 weken. Het gaat dan om de wachttijd tussen
het neerleggen van het verzoekschrift in een burgerlijke jeugdzaak en
de eerste inleidingzitting.
Ik heb het dan nog niet over de eventuele, volgende stappen in de
procedure, die op een maatschappelijk onderzoek betrekking kunnen
hebben. Mijnheer de minister, de heer Steegen stelde daarover vorige
week trouwens een vraag aan u. Op dat vlak is er immers nog een
probleem, namelijk inzake de maatschappelijke onderzoeken die door
de justitiehuizen moeten worden gevoerd. Ook voor voornoemde
onderzoeken zijn er immers wachttijden.
Het gaat hier echter puur om de inleiding van een zaak, met name de
periode tussen de neerlegging van het verzoekschrift en het ogenblik
dat de zaak voor de jeugdrechter komt. Het probleem bestaat.
14.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Les délais d'attente pour les
affaires civiles introduites devant
les tribunaux de la jeunesse de
Tongres et de Hasselt sont très
longs : entre l'introduction de la
requête et la première audience, il
se déroule parfois jusqu'à douze
semaines.
Le ministre est-il au courant de
ces délais d'attente? Un problème
analogue
se
pose-t-il
dans
d'autres provinces? Comment les
délais d'attente pourraient-ils être
raccourcis?
Il
s'agit
en
l'occurrence
de
dossiers
concernant des enfants, dans
lesquels des initiatives doivent
pouvoir être prises rapidement.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Mijnheer de minister, concreet wil ik u dienaangaande het volgende
vragen.
Bent u op de hoogte van de lange wachttijden tot de
inleidingzittingen?
Rijst het probleem enkel in de provincie Limburg of zijn er ook
wachttijden in de andere provincies?
Welke initiatieven kunnen eventueel worden overwogen om de
bedoelde wachttijden te verhelpen? Immers, in jeugdzaken is het
belangrijk dat de zaak snel voorkomt. Dikwijls gaat het immers om
dringende zaken, waarbij kinderen betrokken zijn en waarbij door de
rechter dringende initiatieven moeten worden genomen.
14.02 Minister Jo Vandeurzen: De jaarverslagen voor 2007 worden
pas verwacht tegen 1 april 2008, maar uit navraag blijkt dat de
stellingstermijn op de rechtbank te Hasselt 3,5 tot 4 maanden
bedraagt. Er wordt hard gewerkt om de stellingstermijn terug te
brengen tot 2,5 maand. Op de rechtbank te Tongeren is de
stellingstermijn licht gestegen en bedraagt thans 6 tot 8 weken. Mijn
diensten zullen deze evolutie van nabij opvolgen. Tot op vandaag
worden geen statistieken gemaakt van de gemiddelde stellingstermijn
van alle rechtbanken, omdat niet alle rechtbanken statistieken
bewaren met betrekking tot deze gegevens.
Van sommige andere rechtbanken kan ik u wel nog cijfers meedelen.
Ik kan u meegeven dat in Luik en Charleroi de stellingstermijn 1 tot
2,4 maanden bedraagt. In Leuven en Turnhout is dat 1,5 maanden en
4 weken. Van de jeugdrechtbanken in Gent en Nijvel zijn geen cijfers
bekend, maar volgens de laatste jaarverslagen zouden er daar geen
achterstanden meer zijn. Op de jeugdrechtbank van Antwerpen volgt
een inleidingszitting binnen een termijn van drie weken. Tijdens die
zitting worden alle voorlopige maatregelen genomen. De zaak wordt
dan uitgesteld voor een behandeling ten gronde in een latere zitting,
waarvoor de wachttijd ten minste vier tot zes maanden bedraagt. Er
wordt aan de partijen dan de mogelijkheid geboden om de zaak
opnieuw aanhangig te maken op eenvoudig verzoek in geval van
gewijzigde omstandigheden of hoogdringendheid. Bovendien is er
steeds de mogelijkheid om zich tot de kortgedingrechter te wenden.
In 2007 werden 9 bijkomende jeugdrechters toegekend aan
verschillende ressorten onder de vorm van toegevoegde rechters die
worden aangewezen door de eerste voorzitters van de hoven van
beroep. Voor het rechtsgebied Bergen was er slechts een ambt van
toegevoegd rechter mogelijk, aangezien dit ressort het plafond had
bereikt van zijn wettelijk contingent. Ik zal alleszins de jaarverslagen
van 2007 laten analyseren om na te gaan of structurele oplossingen
dienen te worden gezocht om de stellingstermijnen te doen
verminderen. Zoals hierboven aangehaald kan voor urgente gevallen
alleszins steeds beroep worden gedaan op de kortgedingrechter.
14.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Renseignements pris, le délai
d'attente est de 3,5 à 4 mois au
tribunal de Hasselt. On s'emploie
à le réduire à 2,5 mois. A Tongres,
ce délai est de 6 à 8 semaines. Je
serai attentif à l'évolution de la
situation.
Il n'existe pas de statistiques sur le
délai d'attente moyen parce que
ces
chiffres
ne
sont
pas
disponibles
dans
tous
les
tribunaux. A Liège et à Charleroi,
le délai est de 1 à 2,4 mois, pour
1,5 mois à Louvain et 4 semaines
à Turnhout. Je ne possède pas les
chiffres pour Gand et Nivelles
mais il n'y aurait pas d'arriérés. A
Anvers, le délai est de trois
semaines. Toutes les mesures
provisoires y sont prises lors de la
première audience, ensuite de
quoi l'affaire est reportée pour un
examen quant au fond. Il est
évidemment toujours possible de
saisir le juge en référé.
En 2007, les différents ressorts se
sont vu attribuer neuf juges de la
jeunesse supplémentaire en la
personne
de
juges
de
complément.
Les rapports annuels pour 2007
seront disponibles en avril. Je les
ferai analyser et je ferai étudier les
possibilités d'écourter les délais
d'attente.
14.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
begrijp dat u het met mij eens bent dat de termijnen die op dit
14.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): À Anvers, on prend des
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
ogenblik voorhanden zijn, misschien wat te lang zijn. Kort geding is
inderdaad een mogelijkheid. Ik denk dat sowieso ook de gewone
burgerlijke procedures in dit soort jeugdzaken sneller zouden moeten
behandeld kunnen worden op de inleiding. Ik noteer dat dit blijkbaar in
Antwerpen het geval is en dat men daar op korte termijn voorlopige
maatregelen neemt in functie van een verderzetting. Dat is misschien
een suggestie voor de andere jeugdrechters, maar we zullen zien hoe
het verder afloopt.
mesures à court terme en
attendant la suite de la procédure.
C'est peut-être une suggestion à
faire aux autres tribunaux de la
jeunesse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Justitie over "het verjaren van de KBC-fraude met de
forfaitaire buitenlandse belasting" (nr. 2990)
- mevrouw Josée Lejeune aan de minister van Justitie over "de gerechtelijke vervolgingen inzake
fiscale fraude" (nr. 2994)
15 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers au ministre de la Justice sur "la prescription de la fraude relative à la quotité
forfaitaire d'impôt étranger impliquant la banque KBC" (n° 2990)<br>- Mme Josée Lejeune au ministre de la Justice sur "les poursuites en justice en matière de fraude
fiscale" (n° 2994)</b>
Ten gevolge een technisch mankement ontbreekt een deel van de digitale geluidsopname. Voor vraag nr.
2990 van mevrouw Smeyers steunt het verslag uitzonderlijk op de tekst die de spreekster heeft
overhandigd.
15.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de gebrekkige vervolging van de massale
fraude met de forfaitaire buitenlandse belasting door verschillende
banken is een van de zwarte bladzijden in de geschiedenis van de
Belgische justitie. In de KBC-zaak zou het parket nu zelf de verjaring
vorderen. De zaak is zelfs niet verschenen voor de raadkamer.
Mijn vraag is de volgende. Hoe komt het dat dit dossier niet succesvol
kon worden afgerond? Hebt u plannen om dit soort miskleunen of
debacles inzake vervolging van grootschalige fiscale of andere fraude
in de toekomst te vermijden?
15.01 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): Les déficiences au niveau
des poursuites en matière de
fraude relative à la quotité
forfaitaire
d'impôt
étranger
ternissent la réputation de la
justice belge. Dans le dossier de la
banque
KBC,
le
parquet
demanderait même à présent la
prescription alors que le dossier
n'est même pas passé devant la
chambre du conseil. Quelles
initiatives le ministre envisage-t-il
pour éviter de telles débâcles lors
de poursuites dans des dossiers
de grande fraude fiscale ?
15.02 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, j'ai pris également connaissance dans "De Tijd" du 13 mars
que le parquet de Bruxelles soulèverait la prescription dans le cadre
de l'affaire de la banque KBC devant la chambre du conseil, laquelle
devrait se réunir très prochainement.
Pour rappel, cette affaire qui concerne une fraude présumée de
sommes exorbitantes commise voici plus ou moins 20 ans, n'a
toujours pas été fixée devant la chambre du conseil.
J'ai également pu lire que vous vous penchiez actuellement sur
l'élaboration d'un plan d'action pour renforcer la section fraude du
parquet de Bruxelles.
15.02 Josée Lejeune (MR):
Volgens "De Tijd" van 13 maart
zou het Brusselse parket voor de
raadkamer
zelf
de verjaring
vorderen in de KBC-zaak. Die
belastingfraudezaak,
waar
vermoedelijk exorbitante sommen
mee gemoeid zijn, dateert van
twintig jaar geleden.
Klopt het dat u momenteel aan
een actieplan werkt teneinde de
afdeling Fraude van het parket van
Brussel
te
versterken?
Wat
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Dans ce type d'affaire, je relève que le problème de temps (la
prescription) et celui des moyens humains jouent généralement à
l'encontre d'une possible condamnation en justice.
Monsieur le ministre, dès lors mes questions sont les suivantes.
- Pourriez-vous m'indiquer si ledit plan d'action est en voie
d'élaboration ou à tout le moins en voie de discussion?
- Dans l'affirmative, pourriez-vous me communiquer les orientations
de ce plan?
- Si un tel plan est effectivement sur les rails, endéans quel délai
pensez-vous qu'il sera mis en exécution?
- Envisagez-vous d'entamer une réflexion sur l'élaboration d'un plan
national en la matière?
zouden de grote lijnen van dat
plan zijn? Wanneer zou het ten
uitvoer worden gebracht? Zal u
reflecteren over een nationaal plan
dienaangaande?
15.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, specifiek wat
de dossiers forfaitaire buitenlandse belastingen betreft, wil ik mij
beperken tot en verwijzen naar de persberichten die het parket van
Brussel in maart en oktober 2007 verspreidde in dat verband. U moet
immers weten dat het parket in een aantal zaken waarin de
onderzoeksrechters de verjaring hebben vastgesteld, hoger beroep of
cassatieberoep heeft ingediend.
In die persberichten lees ik dat de feiten zeer oud zijn. Ze dateren van
het einde van de jaren '80 en het begin van de jaren '90. De
verschillende gerechtelijke onderzoeken werden pas vele jaren later
geopend. Dat is naar aanleiding van het geval ten vroegste vanaf
1995 tot 1999 na klachten van de fiscus tegen bijna alle grote
Belgische banken.
Vanaf het begin werden de onderzoeksrechters en het parket
geconfronteerd met een gebrek aan capaciteit van de politiediensten
en het niet invullen door de belastingsadministratie van het
reglementair kader van de fiscale assistent. Precies omwille van dat
capaciteitsprobleem werd begin 2000 besloten om de beperkte
middelen van de politie te concentreren op een beperkt aantal
dossiers. Dankzij die concentratie van middelen en dankzij de
inspanningen van de politie konden die dossiers grondig worden
onderzocht en kwamen volumineuze onderzoeken tot stand.
Gelijktijdig deed de belastingadministratie aanzienlijke inspanningen
om op basis van de stukken uit het strafdossier waartoe zij
systematisch toegang kreeg, ontdoken belastingen in te vorderen.
Daardoor werden meer dan 7 miljard Belgische frank effectief
ingevorderd.
De gerechtelijke onderzoeken werden in 2003 en 2004 aan het parket
meegedeeld voor eindvordering. De eindvorderingen werden door het
parket opgesteld en voorgelegd aan de raadkamer. In de
zogenaamde Uruguay-dossiers en de Korea-dossiers acht het parket
dat er voldoende bezwaren waren om de verwijzingen naar de
correctionele rechtbank te vorderen.
Het parket verdedigt de stelling dat de feiten niet verjaard waren, zich
steunend op de vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie inzake
het voortdurend gebruik van valse stukken in het raam van fiscale
geschillen. De raadkamer volgde die Cassatierechtspraak echter niet,
waardoor die vijftien jaar oude feiten dan verjaard werden verklaard.
15.03 Jo Vandeurzen, ministre:
En ce qui concerne les dossiers
d'impôts étrangers forfaitaires, je
me référerai aux communiqués de
presse publiés par le parquet de
Bruxelles en mars et en octobre
2007. Dans un certain nombre de
dossiers prescrits, il y a eu recours
ou pourvoi en Cassation.
Il s'agit de faits survenus à la fin
des années 80, début 90. Les
enquêtes judiciaires n'ont été
ouvertes qu'à partir de 1995, après
que le fisc a déposé plainte contre
presque
toutes
les
grandes
banques
belges.
Les
juges
d'instruction et le parquet ont été
confrontés
d'emblée
à
des
problèmes de capacité. C'est
pourquoi il a été décidé, en 2000,
de se concentrer sur un nombre
restreint
de
dossiers.
Parallèlement, l'administration des
contributions a déployé des efforts
pour recouvrer des impôts éludés
en s'appuyant sur des éléments du
dossier pénal C'est ainsi que plus
de 7 milliards de francs belges ont
été recouvrés.
En 2003 et 2004, les enquêtes ont
été communiquées au parquet en
vue des réquisitions finales. Le
parquet les a soumis à la chambre
du conseil. Dans les dossiers
uruguayen et coréen, les charges
étaient suffisantes pour justifier le
renvoi
devant
le
tribunal
correctionnel.
Le parquet a jugé que les faits
n'étaient pas prescrits parce qu'il
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
In het dossier Kredietbank-Italië, dat u aanhaalt ­ niet te verwarren
met het KB-Lux-dossier, waarin de raadkamer van Brussel recentelijk
beschikking na verwijzing heeft uitgesproken ­, deelt het parket van
Brussel mij mee dat er nu besloten werd, in de context van dat
specifiek dossier, om niet verder aan te dringen omdat het dossier
onvoldoende stavingstukken bevat omtrent het voortdurend gebruik
van valse stukken.
In het vermelde persbericht legde het parket tevens de nadruk op het
feit dat met het dossier Kredietbank-Italië het openbaar ministerie in
een aantal welbepaalde dossiers uitvoerig gemotiveerde vorderingen
tot buitenvervolgingstelling opstelde omdat het grondig onderzoek dat
werd gevoerd, naar zijn mening aantoonde dat de feiten strikt
genomen niet frauduleus en dus niet strafbaar zijn.
In de persberichten benadrukt het parket dat niet zomaar
ongenuanceerd en zonder onderscheid kan worden gezegd dat alle
FBB-dossiers ontegensprekelijke frauduleuze constructies zijn.
Het bestaan van een belangrijke achterstand op de financiële sectie
van het parket van Brussel is mij goed bekend. Het probleem bestaat
al jaren. Financiële en fiscale strafzaken worden in vele gevallen,
maar niet altijd, te langzaam behandeld op verschillende niveaus.
Onderzoek door de politie, de opstelling van schriftelijke vorderingen
door de procureur eens het gerechtelijk onderzoek is afgesloten, de
behandeling door de raadkamer met het oog op de verwijzing naar de
correctionele rechtbank, behandeling in hoger beroep van de
zogenaamde Franchimont-verzoeken, enzovoort, neemt soms vele
jaren in beslag, met alle mogelijke problemen op het vlak van het
verstrijken van de redelijke termijn en de verjaring van de feiten.
avait
été
fait
usage
sans
discontinuer de faux, ainsi que l'a
précisé la Cour de Cassation. La
chambre du conseil n'a toutefois
pas suivi la Cour et a estimé les
faits prescrits.
Dans le dossier de la Kredietbank-
Italie, le parquet de Bruxelles a
renoncé
parce
que
l'usage
discontinu de faux ne pouvait être
établi à suffisance. En outre, le
ministère public a rédigé dans
certains dossiers des réquisitions
de suspension des poursuites
parce qu'il s'était avéré, après
examen minutieux, qu'il n'y avait
pas eu à proprement parler de
faits frauduleux.
L'importance de l'arriéré à la
section financière du parquet de
Bruxelles m'est bien connu. Les
retards
sont
souvent
très
importants dans les affaires
financières et fiscales, avec tous
les risques qui en découlent
concernant le dépassement des
délais
raisonnables
et
la
prescription des faits.
Ma cellule stratégique mène actuellement des discussions avec le
procureur du Roi et le procureur général afin d'aborder sérieusement
cette situation. Le procureur général a déjà rédigé un projet de plan
d'action qui doit encore être débattu avec les différents acteurs.
J'espère pouvoir disposer dans le mois d'une méthode de travail
efficace de résorption de l'arriéré. Il va de soi que celui-ci ne sera pas
résorbé du jour au lendemain. En outre, j'attire votre attention, comme
j'ai déjà eu l'occasion de le faire en réponse à une question similaire,
sur le fait que vingt-quatre postes de substitut du procureur du Roi
sont actuellement vacants au parquet de Bruxelles, ce qui représente
un manque d'effectif de 25%. Tous les plans d'action possibles,
toutes les méthodes de travail imaginables pour s'attaquer à l'arriéré
ne pourront pas faire disparaître comme par enchantement ce
phénomène de postes non occupés, déclarés vacants et publiés
comme tels au Moniteur belge.
De procureur-generaal heeft een
ontwerpactieplan opgesteld dat
nog moet worden besproken met
de onderscheiden actoren. Ik hoop
binnen de maand te kunnen
beschikken over een doeltreffende
werkmethode om de achterstand
weg te werken.
Ik vestig echter uw aandacht op
het feit dat er momenteel
vierentwintig
ambten
van
substituut van de procureur des
Konings vacant zijn bij het parket
van Brussel, wat neerkomt op een
personeelstekort van 25 procent.
Daarom is niet enkel een actieplan nodig waarbij het bestaande
personeel de achterstand in Brussel moet aanpakken. Er moet tevens
op ander vlakken algemeen gehandeld worden.
Waarom zijn er zoveel openstaande betrekkingen van substituut?
Werken de fiscale substituten effectief aan fiscale zaken? Wordt er
intern voldoende aan dossieropvolging gedaan? Zijn er efficiënte
opvolgingsmechanismen
binnen
de
parketten
om
de
verjaringsfenomenen tegen te gaan? Zijn alle plaatsen van fiscale
Il ne suffit pas que le personnel en
place
résorbe
l'arriéré.
Des
mesures
générales
doivent
également
être
prises.
J'ai
l'intention
d'examiner
le
fonctionnement
dans
son
ensemble,
avec
tous
les
problèmes qui y sont liés. Je
voudrais toutefois insister sur le
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
assistenten OGP effectief ingevuld? Moeten de vervolgingsprioriteiten
inzake financiële inbreuken niet veel strikter bepaald worden? Hoe zit
het
met
de
samenwerking
met
curatoren
inzake
faillissementsmisdrijven? Moet het openbaar ministerie op het vlak
van fiscale misdrijven niet louter subsidiair tussenkomen enkel
wanneer de belastingen onbetaald blijven? Moet er niet gewerkt
worden aan een omzendbrief van het College van procureurs-
generaal inzake fiscale fraude en witwassen? Deze vragen en vele
andere wil ik grondig onderzoeken waarbij ik toch wil benadrukken dat
men de situatie van bepaalde dossiers of kabinetten in Brussel niet
moet veralgemenen, noch naar andere arrondissementen, noch naar
vele financiële dossiers waarin het parket van Brussel successen
boekt.
Ik vernam dat bijvoorbeeld het parket van Antwerpen vorige week een
belangrijk vonnis bekwam inzake financiële fraude in de sector van de
export van tweedehandswagens en dat het parket van Brussel
eveneens vorige week een zware veroordeling mocht bekomen
inzake fraude met kasgeldvennootschappen.
fait qu'il ne faut pas généraliser la
situation dans laquelle se trouvent
certains dossiers ou cabinets à
Bruxelles, ni par rapport aux
autres arrondissements, ni par
rapport aux nombreux dossiers
financiers dans lesquels le parquet
de Bruxelles obtient d'excellents
résultats.
15.04 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Pour ma part, je tiens à souligner qu'il est
incompréhensible, voire inacceptable, que de tels dossiers ne
puissent faire l'objet d'un suivi, faute de moyens ou à cause d'une
surcharge de travail.
Cette surcharge entraîne évidemment un retard dans les tâches à
accomplir et cause, à plus long terme, une prescription. Je regrette
que nous en arrivions à de telles situations.
15.04 Josée Lejeune (MR): Ik wil
erop wijzen dat het onbegrijpelijk is
dat dergelijke dossiers geen
follow-up krijgen bij gebrek aan
middelen of omdat er te veel werk
is.
Die overbelasting zorgt voor een
vertraging bij het uitvoeren van de
taken en kan tot een verjaring
leiden, wat ik betreur.
15.05 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, bedankt
voor uw antwoord. Ik ben blij te vernemen dat men toch een actieplan
plant ter zake. Het is volgens mij ­ mevrouw Lejeune heeft er ook op
gewezen ­ een verkeerd signaal aan de rechtsonderhorigen dat
dergelijke zaken verjaren. Ik weet het: gedane zaken nemen geen
keer. Dergelijke zaken moeten in de toekomst toch vermeden kunnen
worden door een betere invulling van het parket in Brussel. Daar lijkt
toch een probleem te zijn voor vele zaken, ondanks de goeie dingen
die men daar doet.
Ik vermeld, geheel ter zijde, dat in de commissie voor de
Naturalisaties de adviezen van het parket van Brussel ook
achterblijven. De algemene tendens is toch dat er een achterstand
wordt opgebouwd door een tekort aan personeel. Ik dank u voor uw
antwoord;
15.05 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): Je me réjouis du plan
d'action. La prescription de telles
affaires revient en effet à donner
un mauvais signal aux justiciables.
Le parquet de Bruxelles ne
parvient pas à assumer sa mission
en raison d'une pénurie de
personnel et cela ne concerne pas
uniquement les dossiers fiscaux.
Une meilleure occupation du cadre
devrait permettre de régler ce
problème à l'avenir.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de acties die de federale
regering zal ondernemen ingevolge de recente uitspraken van de burgemeester van Maastricht"
(nr. 3017)
16 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "les actions que le gouvernement fédéral
compte entreprendre à la suite des déclarations récentes du bourgmestre de Maastricht" (n° 3017)</b>
16.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, toen ik u 16.01 Bert Schoofs (Vlaams
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
vorige week over de situatie in verband met de coffeeshops en de
wietboulevard in Maastricht en over het drugsbeleid in het algemeen
interpelleerde, werd dezelfde dag bekend dat de burgemeester van
Maastricht, de heer Leers, minstens voorlopig de bouw van
coffeeshops nabij de Belgische grens moest stopzetten. De
verplaatsing van de drugsverkoop en de plannen voor een
zogenaamde wietboulevard werden dus voorlopig een halt
toegeroepen.
In een reactie op voornoemde, rechterlijke beslissing kondigde de
burgemeester van Maastricht aan dat hij zich allicht genoodzaakt zou
zien om erg repressief op te treden. Hij zal zijn beleid dus blijkbaar
volledig wijzigen, waardoor de overlast zich evenzeer of zelfs nog
meer in de richting van het Belgische grondgebied zal verplaatsen.
Ik kon op de radio vernemen hoe hij tegen voornoemde beslissing van
de rechter van leer ­ of moet ik "van leers" zeggen? ­ trok.
Mijnheer de minister, welke houding neemt u aan tegenover de
uitspraken van de burgemeester van Maastricht en het soort
dreigementen dat door hem werden geuit?
Hebt u een inschatting gemaakt of kunt u een inschatting maken van
de mogelijke gevolgen van een repressief beleid, indien de gemeente
Maastricht daadwerkelijk tot een dergelijk beleid overgaat?
Welk effect inzake criminaliteit en drugsoverlast zou dergelijk beleid
sorteren op het grondgebied van onze grensgemeenten?
Zult u desgevallend een lik-op-stukbeleid voeren en dus eveneens tot
het voeren van repressieve acties aan de Belgische zijde van de
grens overgaan, indien blijkt dat het dreigement van de heer Leers
ernstig moet worden genomen?
Ten slotte, hoeveel en welke concrete acties plant de federale
regering en plant u eventueel ter bestrijding van de overlast in de
grensstreek aldaar voor het jaar 2009? Ik vraag u uiteraard niet
wanneer voornoemde acties zouden plaatsvinden. Welk signaal zult u
echter op dat vlak geven?
Belang): À la suite d'une décision
judiciaire, le bourgmestre de
Maastricht doit interrompre - du
moins
provisoirement
-
l'aménagement de coffeeshops à
proximité de la frontière belge. Le
bourgmestre a dès lors fait savoir
qu'il se verrait obligé d'agir de
manière extrêmement répressive,
ce qui pourrait provoquer un
déplacement
encore
plus
important des nuisances vers la
Belgique.
Le ministre est-il en mesure
d'évaluer les conséquences d'une
telle politique répressive? Le
ministre ripostera-t-il alors en
intervenant également de manière
répressive
dans
la
région
frontalière? Quelles actions le
gouvernement fédéral prévoit-il de
mener en 2009 pour lutter contre
les nuisances?
16.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer Schoofs, het is nog maar
van vorige week geleden dat u mij in de Kamercommissie voor de
Justitie eenzelfde vraag stelde omtrent het voeren van repressieve
acties in het licht van het door de burgemeester aangekondigde
beleid van het verplaatsen van de coffeeshops in de richting van de
Belgische grens. Ik kan dan ook slechts mijn antwoord herhalen.
Wij hebben sinds het bilateraal overleg eind januari in Ljubljana een
engagement van Nederlandse zijde gekregen dat er daadwerkelijk
overleg zal worden gepleegd over de problematiek. Wij willen dat
constructieve spoor volop kans geven. In dat licht wordt aan Belgische
zijde overleg voorbereid en zijn de inspanningen daarop toegespitst.
Intussen is het vonnis in kort geding in Maastricht tussengekomen.
Dat onderstreept dat de stelling die van Belgische zijde steeds
verdedigd is geweest met betrekking tot de verplaatsing van de
Maastrichtse coffeeshops, wel degelijk een basis heeft.
16.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je ne puis que réitérer ma
réponse de la semaine dernière.
Depuis la concertation bilatérale
de fin janvier à Ljubljana, les Pays-
Bas se sont engagés à mener une
concertation
sur
cette
problématique. Nous souhaitons
donner toutes ses chances à cette
piste constructive. C'est pourquoi
la
Belgique
prépare
une
concertation et axe ses efforts sur
cet élément.
Dans l'intervalle, le jugement en
référé intervenu à Maastricht
confirme la thèse belge.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Ik kan u dus geruststellen. De problematiek van de coffeeshops wordt
vanuit Justitie van nabij gevolgd. De problematiek van het
drugstoerisme is trouwens expliciet opgenomen in het nationaal
veiligheidsplan 2008-2011. Er werd in voorzien dat prioritair bepaalde
veiligheidsfenomenen projectmatig dienen aangepakt te worden door
middel van een jaarlijks geïntegreerd actieplan.
Er is ook opgenomen dat ik als minister van Justitie aan het College
van procureurs-generaal vraag om in overleg met de federale politie,
de vaste commissie van de lokale politie, de dienst voor strafrechtelijk
beleid, de federale procureur, de Raad van procureurs des Konings
en de Raad van arbeidsauditeurs binnen de zes maanden na
goedkeuring van het nationaal veiligheidsplan een verslag uit te
brengen van de initiatieven die reeds werden genomen of die
genomen worden met het oog op een beleidsmatige aanpak van de
bepaalde prioriteiten en over de richtlijnen en acties die in de
toekomst gepland zijn.
De aanpak van het fenomeen dient globaal en geïntegreerd te zijn,
vertrekkende vanuit de beschrijving van de verschillende raderwerken
die betrokken bij de illegale activiteiten. Er dienen acties voorgesteld
die tegelijkertijd gericht zijn op preventie, ontraden om misdrijven te
plegen, reactie en opvolging.
Ik ben ervan overtuigd dat het niet voldoende is om symptomatisch
aspecten aan te pakken en zal daarom werken aan een versterking
van de internationale samenwerking met de buurlanden, ook justitieel,
met het oog op de identificatie en de destabilisatie van de criminele
groepen die actief zijn in de bevoorrading van de verkooppunten of
klantenwerving.
Ik ben er eveneens van overtuigd dat een nauwer overleg tussen de
dienst voor strafrechtelijk beleid, het College van procureurs-generaal
en de politiediensten de huidige omzendbrief inzake drugtoerisme kan
aanvullen met een globalere aanpak van het drugtoerisme.
La problématique des coffee
shops fait l'objet d'un suivi étroit
par le département de la Justice.
Le problème du narcotourisme a
d'ailleurs été explicitement intégré
dans le Plan national de sécurité
2008-2011, qui prescrit
une
approche par projet de certains
phénomènes de sécurité par le
biais d'un plan d'action annuel
intégré. Dans les six mois de
l'approbation du Plan national de
sécurité, le Collège des procureurs
généraux devra, en concertation
avec la police fédérale, la
commission permanente de la
police locale, le service de
politique criminelle, le procureur
général, le conseil des procureurs
du Roi et le conseil des auditeurs
du travail, rendre compte des
initiatives prises et à prendre.
Ce phénomène doit faire l'objet
d'une approche globale et intégrée
permettant de parvenir à une
description complète des activités
illégales. Il faut proposer des
actions axées parallèlement sur la
prévention, la dissuasion, la
réaction et le suivi.
Je suis convaincu qu'il ne suffit
pas de combattre les symptômes
et je m'attellerai dès lors à
renforcer
la
coopération
internationale avec les pays
voisins, également en matière
judiciaire, en vue d'identifier et de
déstabiliser les groupes criminels
concernés.
Une concertation plus étroite entre
le service de politique criminelle, le
Collège des procureurs généraux
et les services de police devrait
permettre
de
compléter
la
circulaire
actuelle
sur
le
narcotourisme pour aboutir à une
approche
globale
de
ce
phénomène.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, voor de
vorm en voor wat het waard is, bedankt voor uw antwoord, maar ik
ben helemaal niet gerustgesteld, noch door uw verwijzing naar het
veiligheidsplan, noch door uw verklaring hetzelfde antwoord te
moeten geven, terwijl zich een geheel nieuw feit voordoet. De ironie is
16.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La réponse du ministre
ne me rassure nullement. Pas plus
que le fait qu'il se réfère au Plan
Sécurité. Le ministre renvoie à sa
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
dat burgemeester Leers nu eindelijk schijnt in te zien dat een
repressieve aanpak wel degelijk kan werken en dat hij daartoe ook wil
overgaan. Het is eigenaardig dat hij op zo'n korte tijd zo'n bocht kan
maken. U maakt helaas de bocht niet mee. U wendt zich tot de
diplomatie, tot bilateraal overleg, terwijl Leers wild om zich heen gaat
slaan. Dat zal voor overlast in de gemeente zorgen, eenmaal hij met
die repressieve aanpak begint.
U kunt best voorbereid zijn, mijnheer de minister, maar ik hoor dat
niet. Ik hoor wel heel veel intentieverklaringen. Het lijkt trouwens op
de regeringsverklaring, waarmee wij vandaag al gedeeltelijk konden
kennismaken. Het is het destructieve beleid van Leers dat u zal
dwingen om in de tegenaanval te gaan. U hoeft zich niet al te veel te
beroepen op constructieve maatregelen en het overleg. Het gevaar is
daar. Leers duwt het over de grens. Het is in de grensstreek dat dat
staat te gebeuren. Daar kunt u de afschrikking voor de eerste keer in
de praktijk brengen en kunt u komaf maken met het paarse
gedoogbeleid. U kunt wel zeggen dat de strafwet wordt toegepast, of
dat ze nog geldt, maar in elk geval heeft men onder het paarse beleid
enkele maatregelen genomen die een gedoogbeleid hebben
geïnstalleerd. Daarmee kunt u komaf maken. U kunt nu de
grensgemeenten afschrikken door Leers lik op stuk te geven.
Wanneer u dat niet doet en u wentelt zich alleen maar in wollige
verklaringen, dan kan ik alleen maar besluiten dat CD&V dezelfde
weg opgaat als paars en dat wij noch vlees noch vis op het vlak van
het drugbeleid zullen krijgen. Voor mijn partij is dat absoluut
onaanvaardbaar.
réponse de la semaine dernière
mais un fait nouveau doit être
souligné. Le ministre joue au
diplomate
alors
que
le
bourgmestre de Maastricht s'en
prend à tout le monde. Son action
répressive aura des répercussions
dans les communes frontalières.
Le ministre peut enfin mettre un
terme à la politique de tolérance
de la coalition violette. Le
caractère vague de ses propos ne
laisse néanmoins rien présager de
bon et c'est inacceptable.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de uitspraken van de
correctionele rechtbank te Hasselt inzake de wapendracht door Sikhs" (nr. 3018)
17 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "les décisions du tribunal correctionnel
de Hasselt en matière de port d'armes par les Sikhs" (n° 3018)</b>
17.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit is een vraag die ik ook al aan de vorige
minister van Justitie heb gesteld.
De rechtbanken van Tongeren en Hasselt hebben in het verleden
meermaals
vrijspraak
verleend
aan
gelovigen
van
de
sikhgemeenschap na een vervolging door het parket voor het dragen
van de traditionele dolk, de kirpan genaamd. Volgens de rechtbanken
zou het een religieus symbool betreffen. Ik ga hier geen kritiek leveren
op de uitspraak van de rechtbanken. Zij passen de wet toe zoals zij
menen dat die moet worden toegepast maar er is toch een hiaat.
Sikhs lopen gewapend op straat. Zij schermen soms met het
argument dat hun dolken niet geslepen zijn. Ik ben nog nooit gestoken
door een dolk, hetzij door een geslepen of een niet-geslepen
exemplaar. Ik vind het echter onaanvaardbaar dat men verwijst naar
religieuze of culturele elementen in deze voor het dragen van een
kirpan. Ik wil er trouwens op wijzen dat er in het verleden aan de
tempel van Halmal vechtpartijen zijn geweest met dolken en
zwaarden. Er zijn daar toen sikhs veroordeeld.
Ik heb volgende vragen voor u. In het kader van de wapenwet, die
17.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): À plusieurs reprises déjà,
les tribunaux de Tongres et de
Hasselt ont acquitté des membres
de la communauté sikh du chef de
port d'arme prohibée, parce que
leur poignard, le kirpan, serait un
symbole religieux. Les poignards
ne seraient pas aiguisés mais ils
n'en ont pas moins déjà été
utilisées lors de bagarres devant le
temple de Halmal.
Le ministre juge-t-il acceptable ou
non le port de ces poignards?
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
nog moet worden gewijzigd, vraag ik u wat u vindt van het dragen van
die dolken in het openbaar. Kan dit of kan dit niet? Vindt u dat de wet
op dit punt moet worden gewijzigd en dat dit achterpoortje moet
worden gesloten? Of vindt u dat dit allemaal zomaar kan?
17.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb net zoals u kennis genomen
van de uitspraak waarbij een gelovige van de sikhgemeenschap werd
vrijgesproken voor het dragen van een traditionele dolk, de kirpan. U
vraagt of ik plannen heb om het dragen van deze dolk in het openbaar
aan banden te leggen. Zoals u terecht zegt, is er momenteel in het
Parlement een discussie aan de gang over de wapenwet op basis van
wetsvoorstellen. Aangezien deze zaak nog niet definitief is beslecht
en gelet op het hoger beroep dat werd ingesteld tegen de vrijspraak,
wil ik hierover geen uitspraak doen. Ik wens de uitspraak in het hoger
beroep dan ook af te wachten.
17.02 Jo Vandeurzen, ministre:
J'ai
pris
connaissance
du
jugement acquittant un croyant de
la communauté sikh qui portait un
kirpan. La loi sur les armes fait
actuellement l'objet d'un débat au
Parlement sur la base de
propositions de loi.
L'affaire n'est pas encore clôturée
parce qu'appel a été interjeté. Je
ne m'exprimerai donc pas à ce
sujet.
17.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dat is
een ontwijkend antwoord.
Wij als wetgever kunnen wetsvoorstellen indienen en u kunt
wetsontwerpen indienen. De wapenwet zal in elk geval ter sprake
komen. Over het hoger beroep zal in elk geval nog geen beslissing
zijn genomen wanneer wij dit normalerwijze bespreken. Het is immers
al langer aangekondigd dat wij de wapenwet zouden bespreken. Ik
verwacht dat dit de eerste week na de paasvakantie het geval zal zijn.
U zult zich dan toch moeten uitspreken. U zult zich er dan met dit
antwoord helaas niet vanaf kunnen maken, vrees ik.
17.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La loi sur les armes est
effectivement à l'examen. Lorsque
nous
en
débattrons,
aucun
jugement n'aura encore été
prononcé en degré d'appel. Le
ministre devra alors prendre
attitude.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Justitie over "de vergoeding voor
politiediensten voor bijstand aan een gerechtsdeurwaarder" (nr. 3024)
18 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de la Justice sur "l'indemnité octroyée aux
membres des services de police qui prêtent main-forte à un huissier de justice" (n° 3024)</b>
18.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
volgens het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling
van het tarief voor de akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke
en handelszaken en van het tarief voor sommige toelagen, krijgt een
politiecommissaris of diens afgevaardigde een vergoeding als hij
meegaat met een gerechtsdeurwaarder om die bij te staan voor het
openen van deuren of om hem, zoals men het noemt, de sterke arm
te lenen. Het bedrag is regelmatig aangepast. Het gaat eigenlijk om
een indexatie, die op dit moment 5,76 euro per bijstand bedraagt.
Als ik dat lees, maak ik er onmiddellijk de opmerking bij dat die
politiemensen dat doen tijdens hun diensturen en dat zij hun gewone
vergoeding krijgen voor hun diensturen. Wat zou dan de reden zijn
van die extra toelage? De Mammoetwet had precies als bedoeling alle
bijkomende toelagen af te schaffen of zoveel mogelijk te verminderen.
Er zijn er natuurlijk afgeschaft, maar deze zijn altijd blijven bestaan.
De bijstand gebeurt tijdens de werkuren van de politiecommissaris, de
politie-inspecteurs of andere mensen die zij daarvoor aanwijzen.
18.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Un commissaire de police
ou son délégué perçoit une
indemnité
chaque
fois
qu'il
accompagne un huissier de justice
pour l'aider à ouvrir des portes ou
lui "prêter main-forte". Comme ils
accomplissent
cette
mission
d'assistance pendant leurs heures
de service, celle-ci pourrait être
considérée comme une mission
de police normale.
Pourquoi cette indemnité est-elle
payée?
Existe-t-il
d'autres
missions pour lesquelles des
policiers
perçoivent
des
indemnités supplémentaires? Le
ministre considère-t-il que cette
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Ik zou daarom graag van u vernemen, mijnheer de minister, wat de
reden is voor die extra vergoeding en of er nog andere handelingen
zijn waarvoor een dergelijke vergoeding wordt toegekend. Ik meen dat
er nog andere handelingen zijn waarvoor politiemensen meegaan met
een gerechtsdeurwaarder of die zij stellen en waarvoor zij een
speciale vergoeding krijgen.
Bent u van mening dat het billijk is dat dergelijke vergoedingen blijven
bestaan? Creëren die geen ongelijkheid, ook binnen het korps, tussen
mensen die mogen meegaan en mensen die deze taken niet mogen
uitvoeren? Is niet elke taak van een politieagent geïncorporeerd in de
wedde die hij ontvangt?
indemnité doit être maintenue?
18.02 Minister Jo Vandeurzen: Het koninklijk besluit van
30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van
gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het
tarief van sommige toelagen legt inderdaad het tarief vast dat
uitbetaald moet worden wanneer een gerechtsdeurwaarder een
beroep doet op een politiecommissaris of op zijn afgevaardigde om
hem in bepaalde gevallen bij te staan.
In de bevoegdheid om een beroep te doen op politieambtenaren
wordt in diverse wetteksten voorzien: artikel 1504 van het Gerechtelijk
Wetboek, artikel 44 van de wet op het Politieambt en artikel 62/4 van
de wet op de geïntegreerde politie.
De bijstand kan zowel tijdens als buiten de diensturen geschieden
door de betrokken commissaris of zijn vervanger. De bijstand moet
als een bijkomende taak beschouwd worden, boven op de normale
beroepsactiviteiten van politieambtenaren. Voor die bijstand wordt een
geringe vergoeding toegekend, zijnde 5,76 euro.
Het Comité P heeft in zijn jaarverslagen van 2000 en 2005 reeds de
vraag gesteld of het wel normaal is te voorzien in een betaling, hoe
gering ook, aan een politieambtenaar, terwijl de bedoelde opdracht bij
wet bepaald is. In het jaarverslag van 2005 stelde het Comité P
onomwonden vast dat de betaling voor bijstand aan een
gerechtsdeurwaarder afgeschaft moet worden.
Recentelijk werden echter twee initiatieven genomen, mede
ondertekend door de vorige minister van Justitie, waarbij aan het
principe van de vergoeding voor politiemensen voor bijstand aan een
gerechtsdeurwaarder niet geraakt werd. Ten eerste, was er de richtlijn
van 1 december 2006 tot het verlichten en vereenvoudigen van
sommige administratieve taken van de lokale politie. Ten tweede, was
er de deontologische code van de politiediensten.
Er zijn mij voorlopig geen andere opdrachten bekend waarbij een
politieambtenaar voor gelijkaardige zaken op een vergoeding
aanspraak zou kunnen maken.
Ik zal evenwel de opdracht geven om deze problematiek nader te
bekijken. Indien nodig kan de vergoedingsregeling nadien worden
bijgestuurd of afgeschaft.
18.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'arrêté royal du 30 novembre
1976 fixe effectivement le tarif
appliqué lorsqu'un huissier de
justice fait appel à l'assistance
d'un commissaire de police ou de
son délégué. Ceux-ci peuvent lui
prêter assistance pendant leurs
heures de service aussi bien qu'en
dehors de celles-ci. Diverses
dispositions légales prévoient la
possibilité d'une telle demande
d'assistance.
L'indemnité
concernée est modique puisqu'elle
ne se monte qu'à 5,76 euros. Le
Comité P a déjà remis en question
dans plusieurs rapports annuels
les dispositions qui prévoient le
versement de cette indemnité. Il
prône même leur suppression.
Toutefois, lors de l'examen de
deux initiatives récentes, il n'a pas
été touché au principe de cette
indemnité. À ma connaissance, il
n'existe aucune autre mission
donnant
droit
à
une
telle
indemnité.
Je suis toutefois disposé à faire
examiner la nécessité d'une
suppression
ou
correction
éventuelles de cette indemnité.
18.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. U zegt dat het zowel tijdens als buiten de
18.03 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): La possibilité d'intervenir
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
diensturen kan gebeuren. Ik meen dat dit een belangrijk element is.
Het werpt een ander licht op de zaak, maar globaal genomen meen ik
dat het een problematiek is die eens bekeken moet worden, teneinde
na te gaan of dit wel moet blijven bestaan.
tant pendant qu'en dehors des
heures de service est importante,
étant donné que cela jette un
nouvel éclairage sur l'affaire.
J'estime en effet qu'il est important
d'examiner
l'opportunité
du
maintien ou non de ce système.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Justitie over "de internering" (nr. 3056)
19 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de la Justice sur "l'internement" (n° 3056)</b>
19.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, op
basis van artikel 14 van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de
maatschappij kan een geïnterneerde geplaatst worden in een
ziekenhuis voor zover dit ziekenhuis dat aanvaardt en voor zover er
geen speciale veiligheidsrisico's moeten genomen worden. Bij zo'n
plaatsing betaalt Justitie de niet-medische kosten en kunnen de
gezondheidsuitgaven vergoed worden door het RIZIV voor zover de
betrokken instelling een speciale overeenkomst heeft met het RIZIV
voor de vergoeding van de gezondheidsuitgaven van de
geïnterneerde. Dit geldt wel enkel voor geïnterneerden die niet vrij zijn
op proef.
Mijnheer de minister, bestaat er een lijst van psychiatrische
ziekenhuizen
waarmee
dergelijke
overeenkomsten
werden
afgesloten? Dat kan natuurlijk belangrijk zijn wanneer familieleden
van geïnterneerden op zoek gaan naar een psychiatrisch ziekenhuis
waar de betrokkene zou kunnen opgenomen worden. Waarom is een
dergelijke overeenkomst eigenlijk noodzakelijk? Is dit systeem geen
rem op de mogelijke behandeling van geïnterneerden? Bestaat niet
de mogelijkheid dat mensen wel een psychiatrisch ziekenhuis vinden
dat de geïnterneerde wil opnemen maar waarmee geen dergelijke
overeenkomst bestaat en dat het ziekenhuis dan de geïnterneerde
afwijst? Is een aanpassing van deze regeling te verwachten in de
toekomst?
19.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): L'article 14 de la loi du 1
er
juillet 1964 de défense sociale
prévoit la possibilité de placement
d'un interné dans un hôpital,
moyennant l'accord de l'hôpital et
lorsqu'il n'y a aucun risque de
sécurité particulier. Dans pareil
cas, la Justice assume les frais
non-médicaux, alors que l'INAMI
indemnise les dépenses de santé
si un accord particulier a été
conclu entre l'établissement et
l'INAMI et pour autant qu'il ne
s'agisse pas d'internés libérés à
l'essai.
Existe-t-il
une
liste
des
établissements qui ont conclu un
tel accord? Pourquoi un tel accord
est-il indispensable? Cette mesure
entrave-t-elle
le
traitement
éventuel des internés? Cette
réglementation sera-t-elle adaptée
dans le futur?
19.02 Minister Jo Vandeurzen: Artikel 14 van de wet van 1 juli 1964
tot bescherming van de maatschappij, de huidige interneringswet,
bepaalt dat de internering plaatsvindt in een inrichting aangewezen
door de commissie tot bescherming van de maatschappij. Deze
plaatsing geschiedt hetzij in een inrichting georganiseerd door de
regering, hetzij in een andere inrichting die daarvoor geschikt is uit het
oogpunt van veiligheid en verzorging.
Artikel 56, §3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige zorgen, gecoördineerd op 14 juli 1994, bepaalt dat de
verzekering voor geneeskundige verzorging ten belope van maximum
27.659.000 euro aan tegemoetkoming voorziet in de geneeskundige
verstrekkingen verleend in verzorgingsinstellingen en instellingen voor
functionele revalidatie aan geïnterneerden die hetzij geplaatst zijn,
hetzij vrij op proef gesteld zijn door de commissie tot bescherming van
de maatschappij. Deze regeling is van toepassing vanaf
1 januari 2005. De wet voorziet tevens in hetzelfde artikel 56 dat door
de betrokken ministers bevoegd voor Volksgezondheid en Justitie
19.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'article 14 de la loi du 1
er
juillet
1964 de défense sociale dispose
que l'internement a lieu dans un
établissement désigné par la
commission de défense sociale.
Le placement a lieu soit dans un
établissement organisé par le
gouvernement, soit dans un autre
établissement approprié quant aux
mesures de sécurité et aux soins à
donner.
Le plafond légal de l'assurance
obligatoire
pour
les
soins
médicaux est de 27.659.000
euros. Cette réglementation est
applicable depuis le 1
er
janvier
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
bijzondere overeenkomsten met de betrokken verzorgingsintellingen
moeten worden afgesloten. Ik overhandig u de lijst met de instellingen
waarmee voor het jaar 2007 in dit kader een overeenkomst werd
afgesloten.
Naast de voormelde regeling bestaan de zogenaamde proefprojecten
van het externe zorgnetwerk. Hiervoor werden door de minister van
Volksgezondheid overeenkomsten gesloten voor drie jaar met enkele
psychiatrische instellingen. In Vlaanderen betreft het de instellingen te
Rekem, Bierbeek en Zelzate. In Brussel gaat het over Titeca en in
Wallonië over een PVT-afdeling in Les Marroniers in Doornik.
De overeenkomsten die op basis van artikel 56 met elke betrokken
instelling worden afgesloten zijn enerzijds uitdrukkelijk door de wet
voorgeschreven. Anderzijds is deze wettelijke regeling er gekomen
omdat vele geïnterneerden niet in regel zijn met de ziekteverzekering
en een bijzondere RIZIV-regeling dus voor hen noodzakelijk was. De
geïnterneerden krijgen in de betrokken instellingen weliswaar een
volwaardige behandeling maar het probleem is dat het bedrag
waarvoor het RIZIV tussenkomt geplafonneerd is op 27.659.000 euro
en dat dit plafond al van in de beginne bereikt is. Daardoor zitten veel
geïnterneerden te wachten in een gevangenis tot er een plaats
vrijkomt in een verzorgingsinstelling. Om meer geïnterneerden binnen
de toepassing van deze regeling te kunnen laten vallen dient het
plafond dan ook opgetrokken te worden.
In de nabije toekomst moeten enkele maatregelen worden genomen.
Ten eerste moet het plafond van de RIZIV-tussenkomst zoals
voorzien in artikel 56 worden opgetrokken opdat meer geïnterneerden
zouden kunnen doorstromen van gevangenissen naar psychiatrische
instellingen. Ten tweede moet het aantal opvangplaatsen voor
intensieve behandeling, PVT en beschut wonen in het externe
zorgnetwerk, worden opgetrokken. Een en ander kan onder meer tot
stand gebracht worden via een reconversie van uitdovende PVT-
bedden. Ten derde moeten specifieke behandelnormen en specifieke
erkenningscriteria voor geïnterneerden gecreëerd worden, wat moet
toelaten het actuele systeem van proefcontracten met instellingen een
meer duurzame basis te verschaffen. Ten vierde moet een wettelijke
regeling inzake de ziekteverzekering van geïnterneerden tot stand
worden gebracht.
Voor een en ander zal ik overleg plegen met de minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid. Vandaag zitten er meer dan duizend
geïnterneerden in de gevangenis. Velen wachten op een aangepaste
behandeling in een psychiatrische instelling. Ik streef ernaar om tegen
2012 al deze wachtenden een aangepaste plaats te verschaffen in de
forensische en reguliere verzorgingssector.
2005.
La loi dispose également que des
accords particuliers doivent être
conclus avec les établissements
de soins par les ministres
compétents pour la Santé publique
et la Justice. Je vous transmets la
liste des établissements avec
lesquels un accord a été conclu en
2007.
Parallèlement
à
cette
réglementation, il existe également
des projets pilotes d'une durée de
trois ans portant sur le réseau de
soins externe. Il s'agit de trois
établissements psychiatriques en
Flandre, d'un établissement à
Bruxelles et un en Wallonie.
Cette réglementation légale a été
adoptée parce que de nombreux
internés n'étaient pas en ordre
d'assurance maladie. Un régime
INAMI
particulier
était
donc
indispensable
pour
eux.
Néanmoins, étant donné que le
montant de la contribution de
l'INAMI est limité, de nombreux
internés sont placés en prison en
attendant qu'une place se libère
dans un établissement de soins.
Plusieurs mesures doivent dès
lors être prises à court terme: le
montant
maximal
de
la
contribution doit être accru; il faut
davantage de lits d'accueil pour
certains traitements dans le
réseau de soins externe; des
normes de traitement et des
critères d'admission spécifiques
pour les internés doivent être
instaurés et une réglementation
légale doit être adoptée en ce qui
concerne l'assurance maladie des
internés.
Je me concerterai à ce sujet avec
ma collègue des Affaires sociales
et de la Santé publique. Mon
objectif à l'horizon 2012 est de
permettre à ces internés de
trouver une place adaptée dans le
secteur classique des soins de
santé.
19.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Ik dank de minister voor 19.03 Katrien Schryvers (CD&V
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
het uitvoerig antwoord. Het is inderdaad een belangrijke problematiek
en het is schrijnend te weten dat meer dan duizend geïnterneerden
die een behandeling nodig hebben, zitten te wachten in de
gevangenis. Het is ook schrijnen vast te stellen dat een aantal
verzorgingsinstellingen niet geneigd is deze mensen op te nemen
hoewel ze daar perfect voor gespecialiseerd zijn, en dit wegens een
financiële problematiek.
Ik hoor echter dat de minister zeer veel aandacht heeft voor dit thema
en een aantal heel concrete maatregelen in het vooruitzicht stelt. Ik
sta daar zeer positief tegenover.
- N-VA): Il s'agit effectivement d'un
problème
important
dans la
mesure où plus de mille internés
n'ont pas la possibilité pour l'heure
de bénéficier d'un traitement
adapté.
Il
est
par
ailleurs
particulièrement navrant de devoir
constater que certaines institutions
préfèrent ne pas admettre ces
personnes
pour
des
motifs
financiers. Je me réjouis toutefois
de l'attention portée par le ministre
au problème et des mesures
concrètes
qu'il
envisage
de
prendre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Samengevoegde vragen van
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de aanstelling van een taaladjunct bij het
departement Justitie" (nr. 3053)
- de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "de benoeming van taaladjuncten"
(nr. 3066)
20 Questions jointes de
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la désignation d'un adjoint linguistique au sein du
département de la Justice" (n° 3053)<br>- M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "la nomination d'adjoints linguistiques"
(n° 3066)</b>
20.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, men
heeft collega Van de Velde dus niet kunnen bereiken. Het spijt me om
mijn collega in de wind te moeten zetten. Dat is niet mijn bedoeling.
De voorzitter: Betrokkene werd verwittigd. Ik kan de vraag ook
uitstellen.
Le président: M. Van de Velde est
absent. Il a été appelé pour venir
poser sa question.
20.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik wil
toch graag hebben dat men iets laat weten. Ik zal mijn vraag stellen.
Ik kan ze later eventueel opnieuw stellen als het probleem nog steeds
prangend is.
Ik wil graag van de minister vernemen of er een oplossing is. Mijn
vraag betreft de vacature voor een taaladjunct, toegevoegd aan de
directeur-generaal Rechterlijke Organisatie onder het departement
Justitie. Die vacature werd nog steeds niet ingevuld, hoewel er een
kandidaat is.
Het is gebruikelijk dat aan hoge functies in de ambtenarij een
taaladjunct wordt toegevoegd omdat de titularissen niet meertalig zijn.
Dat is al een aantal jaren het geval.
Bij de andere departementen lijkt dit vlot te verlopen, behalve bij
Justitie. Het departement is daardoor in overtreding met de
taalwetgeving.
Ik heb de volgende vragen. Welke obstakels staan de invulling van de
20.02 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La fonction vacante
d'adjoint linguistique au directeur
général de la direction de
l'Organisation
judiciaire
au
département de la Justice n'a pas
encore été pourvue. Il y a pourtant
un candidat. Il est d'usage depuis
des années de désigner un adjoint
aux titulaires de hautes fonctions
dans l'administration, parce que
ces
derniers
ne
sont
pas
multilingues. Il semble que des
problèmes se posent à cet égard à
la Justice, de sorte que le
département est en infraction avec
la législation sur l'emploi des
langues. Qu'est-ce qui empêche
de pourvoir la fonction vacante?
Quand ce dossier pourrait-il être
18/03/2008
CRIV 52
COM 147
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
vacature in de weg? Tegen wanneer zou dit dossier uiteindelijk rond
kunnen zijn?
clôturé?
20.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega, het
ambt van een taaladjunct van de directeur-generaal Rechterlijke
Organisatie werd op 6 december 2007 open verklaard.
Slechts een ambtenaar heeft zijn kandidatuur ingediend. Hij stelde
zich echter eveneens kandidaat voor de functie van taaladjunct bij het
directoraat-generaal Wetgeving tezamen met een tweede kandidaat.
Op 16 januari 2008 concludeerde het directiecomité dat de kandidaat
wel als taaladjunct kan worden aangeduid voor het directoraat-
generaal Rechterlijke Organisatie. De andere kandidaat werd
gekozen voor het directoraat-generaal Wetgeving.
Het koninklijk besluit van 4 maart 2008 houdende wijziging van het
koninklijk besluit van 16 mei 2003 betreffende de aanwijzing van een
tweetalige adjunct bij wijze van overgangsmaatregel in de centrale
diensten van de federale overheidsdiensten dat voorlopig het stelsel
van taaladjuncten verlengt, werd op 7 maart 2008 in het Belgisch
Staatsblad gepubliceerd.
Intussen heeft de betrokken ambtenaar een bezwaarschrift ingediend
tegen de beslissing van het directiecomité met betrekking tot de
functie van taaladjunct bij het directoraat-generaal Wetgeving. Het
onderzoek van dit bezwaarschrift is op heden nog steeds lopende en
vertraagt de procedure.
De beslissing zal worden uitgevoerd zodra de notulen van het
directiecomité definitief zullen worden goedgekeurd.
20.03 Jo Vandeurzen, ministre:
La fonction d'adjoint linguistique
au
directeur
général
de
l'Organisation judiciaire a été
déclarée
vacante
le
6 décembre 2007.
Un
seul
fonctionnaire
a
posé
sa
candidature, à ce poste mais il est
aussi candidat à celui d'adjoint
linguistique à la direction générale
de la Législation, avec un autre
fonctionnaire. Ce dernier ayant
obtenu le poste, le premier a
introduit un recours. Le comité de
direction a entre temps estimé que
l'intéressé entait bien en ligne de
compte pour occuper la fonction
d'adjoint linguistique à la direction
générale
de
l'Organisation
judiciaire. La décision du comité
de direction concernant la fonction
d'adjoint linguistique à la direction
générale de la Législation ne sera
suivie d'effet que lorsque l'examen
du recours aura été clôturé et que
le procès-verbal du comité de
direction aura été approuvé.
20.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, als ik
het goed begrijp heeft de betrokkene twee kandidaturen ingediend,
zowel wetgeving als rechterlijke organisatie. Als er een probleem is in
verband met wetgeving, als er een procedure zou lopen, is er toch
geen beletsel om de betrokkene te benoemen op die plaats waarvoor
er maar één kandidaat is en waarvoor hij geschikt geacht wordt door
het directiecomité, namelijk het directoraat-generaal Rechterlijke
Organisatie? Men koppelt de dossiers blijkbaar aan elkaar?
20.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
L'intéressé
a
donc
présenté sa candidature pour la
Législation et pour l'Organisation
judiciaire. En cas de problèmes à
la Législation, l'intéressé peut-il
être nommé à la direction générale
Organisation judiciaire? Ou les
deux dossiers sont-ils liés?
20.05 Minister Jo Vandeurzen: (...) Daar komt de minister niet in
tussenbeide.
20.05 Jo Vandeurzen, ministre: Il
s'agit d'une décision du comité de
direction dans laquelle je ne peux
pas m'immiscer en tant que
ministre.
20.06 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Het is toch eigenaardig dat
het directiecomité dan weigert een kandidaat te benoemen die
geschikt is voor een bepaalde functie, terwijl er net een procedure in
een andere kwestie gestart is. Ik zal de zaak van nabij opvolgen en
eventueel erop terugkomen, dan kan collega Van de Velde zich ook
opnieuw aansluiten.
20.06 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La décision du comité de
direction est pour le moins
surprenante.
Je
reviendrai
éventuellement sur la question.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 147
18/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.43 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.43 heures.