KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 139
CRIV 52 COM 139
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
11-03-2008
11-03-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Interpellatie van de heer Bert Schoofs tot de
minister van Justitie over "het beleid inzake drugs
en meer bepaald in het kader van de actie Obelix
in het gerechtelijk arrondissement Tongeren en
de actie David in het gerechtelijk arrondissement
Hasselt" (nr 36)
1
Interpellation de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "la politique en matière de lutte contre
la drogue et, plus particulièrement, dans le cadre
de l'opération "Obélix" dans l'arrondissement
judiciaire de Tongres et de l'opération "David"
dans l'arrondissement judiciaire de Hasselt"
(n° 36)
1
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Moties
5
Motions
5
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Justitie over "de beëdigde vertalers"
(nr. 2586)
6
Question de Mme Karine Lalieux au ministre de la
Justice sur "les traducteurs jurés" (n° 2586)
6
Sprekers: Karine Lalieux, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Karine Lalieux, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister van Justitie over "de behandeling van
geïnterneerden" (nr. 2696)
7
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "le traitement des personnes
internées" (n° 2696)
7
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
minimale dienstverlening in de gevangenissen"
(nr. 2551)
9
Question de Mme Jacqueline Galant au ministre
de l'Intérieur sur "le service minimum dans les
prisons" (n° 2551)
9
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
minister van Justitie over "de wapenwet en het
arrest van het Grondwettelijk Hof" (nr. 2682)
10
Question de Mme Jacqueline Galant au ministre
de la Justice sur "la loi sur les armes et l'arrêt de
la Cour constitutionnelle" (n° 2682)
10
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister van Justitie over "de kwijtschelding van
penale boetes in het kader van de collectieve
schuldenregeling" (nr. 2697)
13
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "la remise d'amendes pénales
dans le cadre du règlement collectif de dettes"
(n° 2697)
13
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister
van
Justitie
over
"de
rechtsplegingsvergoeding" (nr. 2698)
15
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "l'indemnité de procédure"
(n° 2698)
15
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van
Justitie
over
"het
budget
voor
eredienstattributen" (nr. 2711)
16
Question de Mme Leen Dierick au ministre de la
Justice sur "le budget pour les attributs du culte"
(n° 2711)
16
Sprekers: Leen Dierick, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Leen Dierick, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Interpellatie van de heer Robert Van de Velde tot
de minister van Justitie over "het centraal bestand
van beslagberichten" (nr. 39)
18
Interpellation de M. Robert Van de Velde au
ministre de la Justice sur "le fichier central des
avis de saisie" (n° 39)
18
Sprekers: Robert Van de Velde, Jo
Orateurs: Robert Van de Velde, Jo
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vandeurzen, minister van Justitie
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bruno Steegen aan de minister
van Justitie over "de gerechtelijke achterstand bij
de jeugdrechtbanken van Hasselt en Tongeren"
(nr. 2782)
20
Question de M. Bruno Steegen au ministre de la
Justice sur "l'arriéré judiciaire des tribunaux de la
jeunesse de Hasselt et de Tongres" (n° 2782)
20
Sprekers: Bruno Steegen, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bruno Steegen, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister van Justitie over "de voorwaardelijke
invrijheidstelling - samenwerkingsmodel"
(nr. 2832)
22
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "le modèle de collaboration sur
le suivi de la libération conditionnelle" (n° 2832)
22
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan
de minister van Justitie over "de Limburgse
Buksschutters" (nr. 2844)
24
Question de Mme Liesbeth Van der Auwera au
ministre de la Justice sur "les Limburgse
Buksschutters" (n° 2844)
24
Sprekers: Liesbeth Van der Auwera, Jo
Vandeurzen
, minister van Justitie
Orateurs: Liesbeth Van der Auwera, Jo
Vandeurzen
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "het sociaal statuut van
de magistraten" (nr. 2867)
26
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "le statut social des magistrats"
(n° 2867)
26
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
minister van Justitie over "nieuwe gevangenissen"
(nr. 2872)
28
Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de
la Justice sur "les nouvelles prisons" (n° 2872)
28
Sprekers:
Stefaan
Van
Hecke,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Stefaan
Van
Hecke,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
31
Questions jointes de
31
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de eerste resultaten van de
politiedelegatie die naar Marokko werd gezonden
in de zaak-Belliraj" (nr. 2718)
31
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"les premiers résultats de la délégation policière
envoyée au Maroc dans le cadre de l'affaire
Belliraj" (n° 2718)
31
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "de aanwezigheid van
de Belgische politiedelegatie in Marokko"
(nr. 2800)
31
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "la présence de la délégation de la
police belge au Maroc" (n° 2800)
31
Sprekers: Bart Laeremans, Sabien Lahaye-
Battheu, Jo Vandeurzen
, minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Sabien Lahaye-
Battheu, Jo Vandeurzen
, ministre de la
Justice
Vraag van mevrouw Ilse Uyttersprot aan de
minister van Justitie over "een dagvaarding voor
de rechtbanken" (nr. 2766)
36
Question de Mme Ilse Uyttersprot au ministre de
la Justice sur "une citation devant les tribunaux"
(n° 2766)
36
Sprekers: Ilse Uyttersprot, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Ilse Uyttersprot, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de punten in het
kader van de tweedelijnsbijstand" (nr. 2660)
37
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "les points accordés
dans le cadre de l'aide de deuxième ligne"
(n° 2660)
37
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
38
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de gevangenis in Hasselt" (nr. 2767)
38
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la prison de Hasselt" (n° 2767)
38
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- de heer Bruno Steegen aan de minister van
Justitie over "de gevangenis van Hasselt"
(nr. 2789)
38
- M. Bruno Steegen au ministre de la Justice sur
"la prison de Hasselt" (n° 2789)
38
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie
over
"de
klacht
van
een
vakbondsafgevaardigde van de gevangenis van
Hasselt over de incidenten van januari" (nr. 2838)
38
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la
plainte déposée par un délégué syndical de la
prison de Hasselt concernant les incidents de
janvier" (n° 2838)
38
Sprekers: Renaat Landuyt, Bruno Steegen,
Bert Schoofs, Jo Vandeurzen
, minister van
Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Bruno Steegen,
Bert Schoofs, Jo Vandeurzen
, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de mogelijkheid van het gebruik
van de polygraaf door particulieren" (nr. 2837)
42
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "la possibilité pour les particuliers de
faire usage du détecteur de mensonges"
(n° 2837)
42
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de
minister van Justitie over "de online gok- en
kansspelen" (nr. 2779)
44
Question de M. Melchior Wathelet au ministre de
la Justice sur "les jeux de paris et de hasard sur
internet" (n° 2779)
44
Sprekers:
Melchior
Wathelet,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Melchior
Wathelet,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
11
MAART
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
11
MARS
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.27 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.27 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Interpellatie van de heer Bert Schoofs tot de minister van Justitie over "het beleid inzake drugs en
meer bepaald in het kader van de actie Obelix in het gerechtelijk arrondissement Tongeren en de actie
David in het gerechtelijk arrondissement Hasselt" (nr 36)
01 Interpellation de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la politique en matière de lutte
contre la drogue et, plus particulièrement, dans le cadre de l'opération "Obélix" dans l'arrondissement
judiciaire de Tongres et de l'opération "David" dans l'arrondissement judiciaire de Hasselt" (n° 36)
01.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in de nacht van woensdag 20 op donderdag 21
februari voerde de politie in de respectievelijke gerechtelijke
arrondissementen Hasselt en Tongeren acties uit in het raam van
enerzijds
woninginbraak
en anderzijds
inbreuken
op de
drugwetgeving. De acties in Zuid-Limburg contra drugs interesseren
mij het meest, en uiteraard ook die in het arrondissement Hasselt. Ik
ben vooral geïnteresseerd in de resultaten met betrekking tot drugs
en dan vooral het gebruik en het bezit van softdrugs.
Ik ga een beetje breken met de traditie en starten met mijn vragen.
Dan kan ik u achteraf toelichten waarom ik ze stel en dan begrijpt u
ook dat ik ze in een breder kader situeer.
Ik heb al gevraagd wat de resultaten waren op het vlak van het
gebruik en het bezit van softdrugs. Wat de strafrechterlijke inbreuken
op het vlak van drugs betreft, vraag ik expliciet of dergelijke controles
meer systematisch zullen plaatsvinden in het licht van het door de
burgemeester aangekondigde beleid van het verplaatsen van de
Maastrichtse coffeeshops in de richting van de Belgische
grensgemeenten? Is dit te beschouwen als een tegenactie van België
tegen de plannen van Nederland? Niet alleen op diplomatiek vlak is
men in onderhandeling. Is dit te beschouwen als een eerste daad van
verzet op het slagveld, om het zo uit te drukken?
Hebt u in het raam van de actie rekening gehouden met het
gedoogbeleid dat door de vorige regering werd gehanteerd indien er
mensen met softdrugs zijn opgepakt? Welke vervolging is ingesteld,
of is op sommige vlakken geen vervolging ingesteld? Wordt het
gedoogbeleid van paars met de minimum hoeveelheden voortgezet?
Wilt u in de toekomst het beleid inzake drugs verstrengen ten opzichte
van de regeling die werd uitgewerkt door de vorige regering?
Daarover zou ik graag uw visie kennen, mijnheer de minister, want u
kunt de justitiepeiler in het antidrugsbeleid verstevigen. Paars heeft
01.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Dans la nuit du 20 au 21
février, la police a mené dans les
arrondissements judiciaires de
Hasselt et de Tongres des actions
ciblées sur les cambriolages et la
drogue. Je suis surtout intéressé
par les résultats en matière de
drogue, et de la consommation et
de la possession de drogues
douces en particulier.
Quels résultats ont été engrangés
sur ce plan? Les contrôles de ce
genre seront-ils plus systéma-
tiques
aujourd'hui
que
les
coffeeshops de Maastricht sont
déplacés vers la frontière belge?
L'opération policière qui vient
d'être menée est-elle une réaction
à ce déplacement?
Les
autorités
ont-elles
tenu
compte, lorsqu'elles ont lancé
cette opération, de la politique de
tolérance
suivie
par
le
gouvernement précédent? Quelles
poursuites ont été engagées ou
n'ont pas été engagées à la suite
de cette opération? La politique de
tolérance sera-t-elle poursuivie?
Le ministre a-t-il au contraire
l'intention de durcir la politique
appliquée en la matière?
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
dat in een kleedje van Volksgezondheid ingepakt. Ik zou eerder
zeggen dat paars het drugsbeleid in een wollige bol heeft gewikkeld
door het aan Volksgezondheid toe te bedelen. Dat heeft geresulteerd
in een lakse aanpak. Het is destijds ook een CD&V-minister van
Justitie, die bekend stond om zijn wollig taalgebruik, ik zal zijn naam
niet noemen, die destijds de laagste vervolgingsprioriteiten invoerde
en die zo het paarse gedoogbeleid op de rails heeft gezet. Weliswaar
een krakkemikkig paars gedoogbeleid omdat het tot een totale
rechtsonzekerheid heeft geleid.
Ik verkneukel mij altijd in debatten, wanneer aan mededebaters van
de traditionele partijen, zeker van de socialisten en de liberalen, wordt
gevraagd om het gedoogbeleid uit te leggen of wanneer hen wordt
gevraagd waarin paars zich precies onderscheidt. Na drie, vier zinnen
loopt men vast. Dat leidt meestal tot hilariteit in het publiek. Het beleid
dat door paars in de steigers werd gezet, is dus niet goed. Ik meen
dat heel velen het daarover eens zijn.
In Maastricht ontmoeten België en Nederland elkaar op het vlak van
drugs. De lakse beleidsaanpak in beide landen komt daar samen, wat
tot hilarische toestanden leidt op het terrein. Nederland geeft een
beperkte toestemming voor handel en teelt. Dat wordt daar gedoogd,
maar nu is het daar niet aantrekkelijk meer voor de drugsmaffia, die
daarom
met
haar
plantages,
ongecontroleerde
teelt
en
witwaspraktijken uitwijkt naar België. Nederland is namelijk wel zeer
sterk op het vlak van fiscale aanpak.
In België is een beperkt gebruikt toegestaan, maar handel en teelt
dan weer niet. Dat leidt ertoe dat men in Nederland drugs gaat
aanschaffen. Het leidt tot een uitwisseling van criminelen van
Nederland naar België en van gebruikers van België naar Nederland.
Dat is in feite een zeer grappige situatie. Zo komt het dat de pot de
ketel verwijt en de ketel de pot. België verwijt Nederland dat het laks
is, Nederland verwijt België dat het laks is. Daarmee komt men tot
oplossingen à la Leers ­ ik vernoem ook Peumans, een collega van
de kartelpartij N-VA ­ en oplossingen à la paars en zoals in
Nederland, waarbij men langzaam capituleert voor drugsgebruik en
de praktijken van de drugsmaffia.
Mijn slotvraag aan u is of het paarse drugsbeleid nog steeds uw
voorbeeld is. Is dat de te bewandelen weg? Is uw visie het
bestendigen van de roes van paars, dat denkt dat alles is opgelost,
maar de problemen alleen maar groter heeft gemaakt, of hebt u een
heldere visie inzake een krachtdadige aanpak? Ik eindig met een
citaat van een Waalse korpschef in De Standaard, in juni vorig jaar.
Het gaat over de heer Jean-François Adam. Hij klonk moedeloos en
zei: "Hoe meer drugstoeristen wij controleren, hoe meer drugs wij
vinden. Als wij willen, kunnen wij in ons eentje de hele rechtbank van
Luik overbelasten, maar aan het einde van de rit komen er voor die
toeristen toch geen veroordelingen."
Mijnheer de minister, u hebt de kans om een aanpak in de steigers te
zetten. U bent zelf van Limburgse afkomst.
U krijgt aan de achterdeur al te maken met de drugsrunners, de
drugsdealers en de drugsmaffia. Zij transigeren gewoon door onze
gewesten op weg naar Nederland. Het is aan u om nu een
drugsbeleid in de steigers te zetten als minister van Justitie. Ik had
Le
ministre
est
habilité
à
consolider le pilier justice de la
politique antidrogue. La coalition
violette a confié cette politique à la
Santé publique, ce qui a engendré
une approche laxiste. Et cette
politique laxiste a été initiée par un
ministre CD&V qui a accordé aux
poursuites en la matière la priorité
la plus basse.
Dans le cadre de débats,
personne n'est capable d'expliquer
la politique de tolérance.
À Maastricht, les politiques laxistes
de la Belgique et des Pays-Bas se
rencontrent.
Les Pays-Bas autorisent, de
manière limitée, le commerce et la
culture. La mafia de la drogue se
déplace dès lors vers la Belgique,
où elle importe également ses
pratiques de blanchiment, la
politique fiscale aux Pays-Bas
étant, elle, ferme.
En Belgique, une consommation
modérée est autorisée, alors que
le commerce et la culture restent
interdits.
Les
consommateurs
s'approvisionnent dès lors aux
Pays-Bas.
La Belgique et les Pays-Bas
s'entraccusent de laxisme et peu à
peu, on capitule devant la
consommation de drogues et les
pratiques de la mafia de la drogue.
Le ministre entend-il perpétuer la
politique violette ou a-t-il une vision
différente des choses? Le ministre
est
lui-même
originaire
du
Limbourg et il a la possibilité
d'intervenir. Les actions récentes
constituent-elles un premier pas
vers la lutte contre la criminalité
frontalière?
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
graag van u vernomen of de acties die zopas zijn gevoerd nu ook
werkelijk een stap zijn in de goede richting. Is dit een eerste stap in de
richting van het aanpakken van de grenscriminaliteit inzake drugs,
drugsrunners en drugsdealers?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, wat de eerste
twee vragen betreft, zowel de actie Obelix als David betrof een
geïntegreerde politionele operatie die kadert in het arrondissementeel
beleid tot aanpak van de woninginbraken en de rondtrekkende
dadergroepen. Ter gelegenheid van dergelijke acties worden ook
andere inbreuken, bijvoorbeeld inzake drugwetgeving, opgespoord en
vastgesteld.
Bij de actie Obelix werden 403 voertuigen en 469 personen
gecontroleerd. Er werden drie personen gerechtelijk aangehouden in
verband met drugs en één voor het bezit van wapens en
inbrekersmaterieel. Er werd 48 gram heroïne, 100 gram cocaïne,
13 gram marihuana en kleine hoeveelheden speed en hasj in beslag
genomen. Bij de actie David werden 1.235 voertuigen en 761
personen gecontroleerd. Er werden zeven processen-verbaal
opgesteld wegens inbreuken op de drugwetgeving.
Deze acties vonden dus niet plaats in het licht van het door de
burgemeester van Maastricht aangekondigde beleid van het
verplaatsen van de Maastrichtse coffeeshops in de richting van de
Belgische grensgemeenten. Dergelijke unilaterale acties zijn
momenteel niet aan de orde. Immers, in de rand van de informele EU-
ministerraad Justitie-Binnenlandse Zaken in Slovenië van 25 januari
2008 hebben de minister van Justitie en Binnenlandse Zaken van
België en Nederland bilateraal overleg gepleegd over de situatie van
de aangekondigde verplaatsing van de coffeeshops. Via deze weg
zijn openingen gecreëerd om het overleg met Nederland terug op te
starten. Die willen we uiteraard volop kansen geven.
Het beleid dat door de vorige regering werd gehanteerd, heeft
uiteraard geen betrekking op het vaststellen en verbaliseren van
inbreuken op de drugwetgeving. Het is u uiteraard bekend dat in het
raam van de interim-regering dit beleid ook niet in de
regeringsverklaring stond. Ik blijf echter benadrukken dat het bezit van
drugs strafbaar is en blijft. In navolging van de aanbevelingen van de
parlementaire werkgroep Drugs, de beleidsnota van de federale
regering en de meest recente aanpassingen van de drugwetgeving
dient een geïntegreerd drugbeleid te worden gevoerd gericht op
effectieve ontrading ­ dat is ook nog eens uitdrukkelijk opgenomen in
het nationaal veiligheidsplan ­ via preventie, hulpverlening en
repressie.
Wat de controle van het drugaanbod betreft, moet worden gewerkt
aan een versterkt repressief beleid ten aanzien van de
georganiseerde drughandel en van de criminele organisaties die
banden
hebben
met
de
drughandel.
Wat
betreft
de
middelengebruikers zijn er alternatieven voor gerechtelijke actie die
moeten worden gestimuleerd waarbij deze groep zoveel mogelijk
dient georiënteerd te worden naar de hulpverlening.
Een beetje in strijd met wat u insinueert was de werkgroep Drugs het
er in 1997 uiteraard mee eens dat het drugbeleid in eerste instantie
moet worden gevoerd vanuit de finaliteit van de volksgezondheid. Dat
01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Les actions Obelix et David
constituaient une opération de
police intégrée pour lutter contre
les effractions dans les habitations
et la criminalité itinérante à
l'échelle
de
l'arrondissement.
Dans
le
cadre
des
deux
opérations, des arrestations pour
non-respect de la loi sur les
stupéfiants ont également eu lieu.
Les opérations n'avaient donc
aucun
rapport
avec
le
déplacement
annoncé
des
coffeeshops de Maastricht vers
nos communes frontalières. La
concertation avec les Pays-Bas
doit avoir la priorité absolue et
aucune action unilatérale n'est à
l'ordre du jour.
La détention de drogues est et
reste punissable. Une politique
intégrée en matière de drogues
doit être menée et axée sur la
dissuasion effective par le biais de
la prévention, de l'assistance et de
la
répression.
Une
politique
répressive renforcée doit être mise
en oeuvre en ce qui concerne le
commerce de drogues et les
organisations
criminelles
impliquées.
Les
toxicomanes
doivent être tant que possible
orientés vers une assistance.
Un peu à l'inverse de ce qu'insinue
M. Schoofs, le groupe de travail
Drogues s'était rallié en 1997 à
l'idée que la politique en matière
de drogues doit avant tout être
menée par la Santé publique. Ce
point de vue est encore confirmé
dans le Plan national de sécurité.
Dès l'examen du dossier par le
parquet, les toxicomanes seront
avant tout orientés vers une
assistance.
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
is een standpunt dat ook door zowat de meeste van onze collega's
hier in het Parlement op dat ogenblik werd ingenomen. Het is
uiteraard ook altijd mijn standpunt geweest. Het drugbeleid moet
kaderen in een consequente ontradingsstrategie. Ik heb u al
gesignaleerd dat ook dat nog eens uitdrukkelijk is hernomen in het
nationaal veiligheidsplan.
Binnen het raam van de interim-regering is het mijn bedoeling de
oprichting van de cel Drugbeleid te deblokkeren, een nationale
implementatie te bewerkstellingen van het pilootproject proefzorg dat
in Gent is gestart en de installatie van de case managers Justitie.
We zullen op die manier reeds op het niveau van het parket proberen
de middelengebruikers beter op te volgen en ze dan in eerste
instantie door te sturen naar de bevoegde hulpverleningsinstanties.
01.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben enigszins teleurgesteld. Ik dacht dat er
een aanvang was gemaakt door het met de neus op de feiten drukken
door burgemeester Leers van Maastricht. Hij zette in zijn eentje de
politieke wereld in Nederland en België op stelten op het vlak van het
drugsbeleid.
Die acties kaderen in bepaalde gerechtelijke acties van de
arrondissementen. Men kan het goedvinden dat die acties
plaatsvinden, maar ze kaderen helemaal niet in een antidrugbeleid.
Mijnheer de minister, ik merk ook geen echte koerswijziging bij u. U
verwijst naar de verslaafden en naar pilootprojecten en case
managers. Dat gedeelte moet uiteraard bij Volksgezondheid blijven.
Wat u insinueert over mij, is evenmin correct. Laten we ervan uitgaan
dat we beiden niet hebben geïnsinueerd. Ik vind inderdaad dat
verslaafden moeten worden geholpen. U zegt dat u een hardere
aanpak wilt. Daarover is iedereen het eens als we zien wat er vorig
weekend opnieuw is gebeurd. Dat was een heel spijtige zaak die
echter nog zal gebeuren. Ik ben mij daarvan bewust. Ik wil helemaal
niet poujadistisch doen. Wanneer gezinnen compleet worden
verwoest door mensen die zonder normbesef drugs nemen en daarna
met de wagen rijden, laat dat evenwel een bittere smaak na bij de
bevolking.
Het is dan ook belangrijk dat er een koerswijziging komt op het vlak
van het drugbeleid. Ik hoor dat in feite te weinig van u. U hebt de term
laagste vervolgingsprioriteit niet in de mond genomen, maar het was
destijds wel een CD&V-minister die het beleid op de sporen heeft
gezet. Paars heeft daarop heel dankbaar ingepikt.
Het is aan u om die koerswijziging nu te bewerkstelligen. Er wordt om
daadkracht
gevraagd,
geen
beleidsmatige
laksheid,
geen
maatschappelijke capitulatie, geen ideologische tolerantie tegenover
drugs.
Wat wij willen horen en wat de bevolking wil horen, is dat een
keiharde aanpak komt, ook van de kleine dealers en runners die
zogezegd alleen maar softdrugs hebben. Er werd al lang vastgesteld
door wetenschappers dat die softdrugs zeer schadelijk zijn voor de
gezondheid, ook van jonge mensen. Het zijn jonge mensen die er het
01.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je suis quelque peu déçu
que les actions menées par
M. Leers,
bourgmestre
de
Maastricht, n'aient suscité aucune
réaction. Je ne constate aucun
réel changement dans la politique
du ministre. Celui-ci se réfère aux
volets de la politique anti-drogue
qui doivent continuer à ressortir de
la compétence du département de
la Santé publique. Je souhaite que
les toxicomanes puissent égale-
ment bénéficier d'aide mais je
souhaite en même temps une
approche plus sévère.
Il convient de modifier la politique
en matière de drogue. Je
n'entends pas le ministre parler de
degré de priorité le plus bas en
matière de poursuites. La politique
actuelle a été mise sur les rails par
un ministre CD&V et a été
poursuivie avec reconnaissance
par le gouvernement violet. Il
appartient au nouveau ministre de
réaliser un changement de cap. Il
conviendra de faire preuve de
dynamisme,
et
non
pas
d'indifférence et de tolérance
idéologique. Il faudra agir avec
fermeté, également à l'égard des
petits délinquants qui ne trafiquent
que des drogues douces. Ils sont
également très nuisibles. Nous
attendons que le ministre fasse la
clarté, y compris dans un
gouvernement
intérimaire.
Si
aucun changement de cap n'est
effectué, le ministre entendra
parler de nous. Nous bénéficions
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
eerste slachtoffer van worden.
Wij verwachten dus een bepaalde visie van een minister van Justitie,
ook al maakt hij deel uit van een interim-regering. Wij willen dat er
een krachtiger aanpak komt. U kunt dat hier al beloven. U kunt hier
omfloerst taalgebruik hanteren maar wij verwachten een duidelijkere
stijl, een duidelijkere visie en een duidelijkere aanpak.
Ik denk dat een groot deel van de bevolking wat dat betreft achter ons
staat. Wanneer u paars als een papegaai zou napraten, wat ik u nu
nog niet zal verwijten, maar bij mijn volgende vragen en interpellaties,
zult u net zoals de vorige minister van Justitie op een bepaald
moment lik op stuk krijgen en de rekening gepresenteerd krijgen.
Ik hoop dat u in de toekomst acties in de grensstreek zult blijven
ondernemen die ook specifiek gericht zijn tegen drugs. Dat is uw
opdracht, mijnheer de minister.
Mevrouw de voorzitter, ik dien een motie in, die ik voor de goede orde
zal voorlezen. U weet dat die altijd wordt neergekrabbeld en voor de
voorzitter soms moeilijk leesbaar is. Ik zal ze voorlezen en daarna
indienen.
Mijn motie tot besluit van mijn interpellatie luidt als volgt. Ik verzoek de
federale regering in het algemeen, en de minister van Justitie in het
bijzonder, om het federale antidrugbeleid, met inbegrip van de
bestrijding van de zogenaamde softdrugs zoals cannabis, te
verstrakken en af te stappen van het lakse beleid onder de vorm van
de laagste vervolgingsprioriteit of van een gedoogbeleid en in het
raam hiervan grootscheepse controles, in het bijzonder in de
grensstreken, met hoge frequentie en inzet van middelen en
manschappen te voeren.
du soutien de la population.
J'espère que le ministre mènera
des actions spécifiques contre la
drogue dans la région frontalière et
je dépose une motion.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Bert Schoofs en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Bert Schoofs
en het antwoord van de minister van Justitie,
verzoekt de federale regering in het algemeen, en de minister van Justitie in het bijzonder
om het federale antidrugbeleid, met inbegrip van de bestrijding van de zogenaamde "softdrugs" zoals
cannabis, te verstrakken, en af te stappen van het lakse beleid onder de vorm van de laagste
vervolgingsprioriteit of een gedoogbeleid, en in het kader hiervan grootscheepse controles, in het bijzonder
in de grensstreken, met een hoge frequentie en inzet van middelen en manschappen te voeren."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Bert Schoofs et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Bert Schoofs
et la réponse du ministre de la Justice,
demande au gouvernement fédéral en général et au ministre en particulier
de durcir la politique fédérale en matière de lutte contre la drogue, en ce compris la lutte contre les
"drogues douces" telles que le cannabis, et de renoncer à la politique laxiste - une politique accordant le
degré le plus faible de priorité en matière de poursuites ou une politique de tolérance - et, dans ce cadre,
d'effectuer à intervalles réguliers et à grands renforts de moyens des contrôles de grande envergure,
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
notamment dans les régions frontalières."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Leen Dierick en Liesbeth Van der Auwera.
Une motion pure et simple a été déposée par Mmes Leen Dierick et Liesbeth Van der Auwera.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
02 Question de Mme Karine Lalieux au ministre de la Justice sur "les traducteurs jurés" (n° 2586)<br>02 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Justitie over "de beëdigde vertalers"
(nr. 2586)
02.01 Karine Lalieux (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, l'accès à la justice pour les personnes parlant une autre
langue dépend dans une large mesure de la qualité des interprètes et
des traducteurs jurés. Une responsabilité énorme incombe à ceux-ci
dans le contexte actuel de plus en plus international. Ils constituent
pour les allophones des acteurs-clés dans l'accès aux tribunaux. Il est
d'une extrême importance que leurs prestations soient fiables pour la
manifestation de la vérité et le respect des droits en général, en
particulier des droits de la défense. Il importe dès lors que la sélection
rigoureuse des interprètes et des traducteurs jurés soit améliorée car
ils participent au bon fonctionnement de la justice.
À l'heure actuelle, il n'existe pas de statut général pour les interprètes
et les traducteurs en justice, pas de registre national officiel dans
lequel les services judiciaires peuvent puiser, pas de cadre légal et
aucune forme de coordination entre les arrondissements judiciaires.
Aucune condition n'est requise dans le chef des personnes appelées
à effectuer des missions de traduction ou d'interprétation dans le
cadre des procédures judiciaires.
Dans la pratique, il est fait appel à des personnes inscrites sur des
listes officieuses tenues aux greffes des tribunaux. Cette situation
peut mener à une certaine dérive. Les salles d'audience, en tout cas à
Bruxelles, sont régulièrement le théâtre d'incidents: les avocats et les
juges ne peuvent contrôler les propos des interprètes, ceux-ci se
mêlent aux débats, certains interprètes sont remplacés le jour-même,
sans aucune garantie quant à leur aptitude à maîtriser la langue en
question.
Monsieur le ministre, avez-vous eu connaissance de situations
problématiques? Comptez-vous prendre des initiatives pour améliorer
la qualité du travail de ces acteurs?
02.01 Karine Lalieux (PS): De
toegang tot het gerecht voor
anderstaligen is mede afhankelijk
van de kwaliteit van de tolken en
de beëdigde vertalers, die op dat
vlak een sleutelrol spelen. Er moet
werk gemaakt worden van een
betere selectie van deze mensen,
aangezien ze bijdragen tot de
goede werking van het gerecht.
Op dit ogenblik hoeft er niet aan
bepaalde voorwaarden voldaan te
worden om te vertalen of te tolken
in het kader van gerechtelijke
procedures. In de praktijk wordt
een beroep gedaan op personen
die
op
officieuze
lijsten
ingeschreven staan. Die situatie
kan tot ontsporingen leiden. In de
rechtszaal
doen
zich
vaak
incidenten voor: advocaten en
rechters kunnen niet controleren
wat de tolken zeggen, de tolken
mengen zich in het debat, soms
worden ze de dag zelf vervangen,
en
garanties
omtrent
hun
taalkennis zijn er niet. Bent u op
de hoogte van probleemsituaties?
Zal u stappen doen om de kwaliteit
van het werk van die actoren te
verbeteren?
02.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame Lalieux, il n'a pas été porté
à ma connaissance, ni à celle de mon administration, de situations
problématiques ou des difficultés particulières liées à l'intervention de
traducteurs jurés dans le cadre de procédures judiciaires. Cependant,
comme vous avez cité des faits dans votre question, j'ai interrogé le
Collège des procureurs généraux afin de leur demander si la situation
au sein des cours et des tribunaux nécessite que l'on envisage des
mesures générales ou particulières à cet égard. Je ne manquerai pas
de vous tenir informée du résultat de cette interpellation.
02.02 Minister Jo Vandeurzen:
Er werd mij geen enkel probleem
in verband met de door u
geschetste toestand ter kennis
gebracht, maar ik heb het College
van procureurs-generaal gevraagd
of de toestand bij de hoven en
rechtbanken
algemene
of
bijzondere maatregelen vereist en
ik zal u op de hoogte brengen van
hun antwoord.
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
02.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour cette réponse succincte. Si je vous ai posé cette question, c'est
bien parce que des avocats et des traducteurs jurés m'ont parlé de
situations problématiques ayant cours à Bruxelles. Je pourrai en
parler à vos collaborateurs, si vous le désirez, afin de ne pas citer de
noms. Il serait utile de mener une enquête via les procureurs
généraux au sujet de cette problématique. Vu que de plus en plus de
personnes qui ne parlent ni le français, ni le néerlandais se retrouvent
devant la justice, il faudrait peut-être professionnaliser ces traducteurs
et interprètes jurés pour le bon fonctionnement de notre justice.
02.03 Karine Lalieux (PS): Ik
heb u die vraag gesteld omdat
advocaten en beëdigde vertalers
mij
hebben
gesproken
over
probleemsituaties in Brussel. Ik
kan
uw
medewerkers
meer
gegevens bezorgen, om nu geen
namen te noemen. Het zou goed
zijn een en ander nader te
onderzoeken.
Aangezien
een
steeds groter aantal mensen noch
het Nederlands, noch het Frans
machtig zijn, moet misschien een
beroep
worden
gedaan
op
beëdigde beroepsvertalers en ­
tolken, met het oog op een
behoorlijke werking van onze
gerechtelijke diensten.
02.04 Jo Vandeurzen, ministre: Je demanderai à mes
collaborateurs de vous contacter.
02.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik
zal mijn medewerkers vragen
contact met u op te nemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de behandeling van
geïnterneerden" (nr. 2696)
03 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "le traitement des personnes
internées" (n° 2696)</b>
03.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, in het
dossier van de Marollenmoord hebben wij via de media de intentie
van het openbaar ministerie vernomen om de verdachte te laten
interneren. De problematiek van de internering is herhaaldelijk in het
nieuws geweest, onder meer ook met betrekking tot de moordzaak
rond Jimmy Hemeleers en de moorden van Hans Van Themsche. Er
zijn zo heel veel dossiers aan te halen.
Uit een recent artikel van professor Dillen van de VUB blijkt dat er
toch wel wat pijnpunten inzake internering naar boven komen. De
professor wijt de problemen in dat verband onder meer aan het
ontbreken van criteria en/of een specifieke opleiding voor
gerechtspsychiaters.
Mijnheer de minister, bestaat er overleg met die categorie van
professionelen omtrent de noodzakelijk in te vullen criteria?
Wanneer personen worden geïnterneerd, bestaan er dan
verschillende behandelingsmethodes? Volgens Chris Dillen ­ en dit is
toch wel een pijnlijke vaststelling ­ zou er enkel voor seksuele
delinquenten voorzien zijn in een goed uitgebouwd systeem van
behandelingen. Voor andere geïnterneerden zou er helemaal geen
behandeling bestaan. De meeste geïnterneerden zouden dan ook
gewoon terechtkomen in een afdeling van de gevangenis, waar ze
helemaal niet worden behandeld. Kloppen die vaststellingen van Chris
Dillen?
03.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Selon M. Dillen, professeur à
la VUB, il se pose de nombreux
problèmes en matière d'interne-
ment. Ainsi, il n'existerait pas de
critères bien définis et la formation
des psychiatres judiciaires serait
insuffisante. Ces critères font-ils
déjà l'objet d'une concertation?
Il n'existerait de traitements bien
développé que pour les délin-
quants sexuels; les autres internés
sont placés dans les sections
ordinaires de la prison, où ils ne
bénéficient pas d'un traitement
spécifique. Ces constats sont-ils
exacts?
Combien
d'internés
dénombre-t-on?
Bénéficient-ils
d'un traitement adapté? Comment
compte-t-on remédier à la pénurie
de places adaptées pour internés?
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Hoeveel geïnterneerden zijn er en verblijven ze op specifieke
afdelingen of gewoon in de gevangenissen?
Welke behandelingen krijgen ze desgevallend?
Zal het tekort dat momenteel blijkt te bestaan in Vlaanderen,
binnenkort effectief worden weggewerkt?
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Over de problematiek van de
gerechtspsychiaters heb ik vorige week dinsdag al toelichting
gegeven. In het kader van de nieuwe wet op de internering van
21 april 2007 zullen de gerechtspsychiaters in de toekomst moeten
erkend zijn door de minister van Volksgezondheid. Het KB dat de
criteria voor de gerechtspsychiaters zal vastleggen, wordt voorbereid
tegen de effectieve inwerkingtreding van de wet.
Ik onderken de knelpunten op het vlak van de psychiatrische
expertise en het statuut van deskundige in het kader van de wet op de
internering. Het punt van de tarieven voor de deskundigenopdrachten
wordt mee opgenomen in de algemene analyse van de
gerechtskosten. In België bestaat er geen specifieke opleiding voor
gerechtspsychiaters. Het is geen aparte discipline in ons land.
Vooraleer een uitspraak te doen over het oprichten van een dergelijke
opleiding, wil ik daartoe eerst de behoefte en de haalbaarheid
analyseren en met de betrokken actoren uit het werkveld overleg
hebben.
Vandaag zijn er iets meer dan 3.000 geïnterneerden in België.
Daarvan bevinden er zich ruim 1.000 in een van de psychiatrische
afdelingen van de gevangenissen. De anderen zijn hetzij vrijgesteld
op proef, dan wel geplaatst in een psychiatrische instelling door de
commissie tot bescherming van de maatschappij. In Wallonië zijn de
instellingen van het Waals Gewest gevestigd te Doornik en te Mons,
goed voor 400 plaatsen. Daarbij komen nog eens gemiddeld 50
plaatsen in diverse psychiatrische instellingen, die ten laste vallen van
het RIZIV. In Vlaanderen bestaan er de proefprojecten van de
psychiatrische zorgcircuits, die bestaan uit clusters van intensieve
behandelingsunits, afdelingen PVT en centra voor beschut wonen.
Het gaat om de instellingen te Bierbeek, Rekem en Zelzate die goed
zijn voor telkens 40 bedden in intensievebehandelingsunits, 60
bedden PVT en 20 plaatsen beschut wonen. In totaal zijn dat dus 360
plaatsen.
Het concept is zo opgevat dat geïnterneerden kunnen doorstromen
van intensievebehandelingunit naar PVT en beschut wonen. In die
diverse afdelingen kunnen de geïnterneerden een beroep doen op
een gelijkwaardige psychiatrische behandeling en verzorging als de
andere patiënten.
Het is mijn bedoeling om in samenwerking met de minister van
Volksgezondheid te komen tot een specifieke forensische
behandelingsnorm met specifieke erkenningsvoorwaarden. Dat zal de
opvang van geïnterneerden in de psychiatrie een structurele basis
geven, die het huidige systeem van proefcontracten kan vervangen.
Tegen 2012 worden te Gent en Antwerpen gesloten forensische
psychiatrisch centra gebouwd voor geïnterneerden met een hoog
veiligheidsrisico. Zij zullen een capaciteit hebben van respectievelijk
03.02 Jo Vandeurzen, ministre:
En vertu de la nouvelle loi du 21
avril 2007 relative à l'internement,
les psychiatres judiciaires devront
à l'avenir être reconnus par le
ministre de la Santé publique.
L'arrêté royal définissant les
critères
applicables
aux
psychiatres judiciaires est en
préparation et devrait être finalisé
pour l'entrée en vigueur effective
de la loi.
Je
reconnais
l'existence
de
problèmes en ce qui concerne
l'expertise psychiatrique et le
statut des experts. En Belgique, il
n'existe pas de formation spéci-
fique de psychiatre judiciaire. Je
souhaite préalablement en étudier
l'opportunité et la faisabilité.
Actuellement, on dénombre un
peu plus de 3.000 internés en
Belgique, dont un bon millier est
pris en charge dans une des
sections
psychiatriques
des
prisons. Les autres ont été soit
libérés à l'essai, soit placés dans
un établissement psychiatrique par
la commission de défense sociale.
En Wallonie, les établissements
de la Région wallonne situés à
Tournai et à Mons comptent 400
places. À ce chiffre s'ajoutent
environ 50 places dans divers
établissements
psychiatriques
relevant de l'INAMI. En Flandre, il
y a les projets pilotes des circuits
de soins psychiatriques. Il s'agit
des établissements de Bierbeek,
Rekem et Zelzate, qui totalisent
360 places.
Les intéressés peuvent passer
d'un traitement intensif dans une
MSP ou une habitation protégée
dans
lesquelles
ils
peuvent
également
bénéficier
d'un
traitement psychiatrique de qualité.
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
270 en 120. Het is de bedoeling om op die wijze nog eens 390
geïnterneerden uit de gevangenissen te halen. Momenteel verblijven
er in de gevangenissen in Vlaanderen 606 geïnterneerden.
Mon objectif est d'arriver, en
collaboration avec la ministre de la
Santé publique, à une norme de
traitement légale liée à des
conditions d'agrément spécifiques.
Cela permettra de donner une
base structurelle à l'accueil des
internés en psychiatrie et de
remplacer le système actuel des
contrats à l'essai.
D'ici
2012,
des
centres
psychiatriques
légaux
fermés
destinés à accueillir les internés à
haut risque de sécurité seront
construits à Gand et à Anvers. Ils
auront une capacité de respective-
ment 270 et 120 places. Cela
permettra d'encore retirer 390
internés des prisons. Actuelle-
ment, 606 internés résident encore
dans les prisons flamandes.
03.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor het zeer uitvoerige antwoord. Dat u vorige week dinsdag reeds
heeft geantwoord, wist ik niet. Waarschijnlijk hebben de vragen
mekaar gekruist. Mijn excuses als ik voor een stuk hetzelfde heb
gevraagd.
Ik ben in ieder geval gerustgesteld dat de problematiek van zeer nabij
wordt gevolgd, dat met de professionelen op het terrein overleg wordt
gepleegd en dat er blijkbaar ook werk zal worden gemaakt van de
normering, zowel qua tarifering als criteria.
03.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il est rassurant de savoir que
ce problème est suivi d'aussi près.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de Mme Jacqueline Galant au ministre de l'Intérieur sur "le service minimum dans les
prisons" (n° 2551)</b>
04 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de minimale
dienstverlening in de gevangenissen" (nr. 2551)
04.01 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je tiens tout d'abord à m'excuser pour mon retard.
Fin 2007, plusieurs prisons belges ont été le théâtre de mouvements
de grogne liés à des problèmes ponctuels ou récurrents. Début
décembre, des surveillants de la prison d'Andenne déclenchaient une
grève en raison de la présence encombrante au sein de
l'établissement d'un détenu difficile. Régulièrement, on observe des
actions menées dans d'autres prisons à cause de la surpopulation
carcérale, de problèmes de sécurité du personnel et de la
détérioration des bâtiments souvent insalubres ou dangereux.
Avant qu'il ne soit nommé premier ministre, alors qu'il assurait son
rôle de formateur, Guy Verhofstadt avait fait savoir qu'il voulait
rapidement introduire un service minimum obligatoire en cas de grève
04.01 Jacqueline Galant (MR):
Eind 2007 werd in verschillende
Belgische gevangenissen actie
gevoerd naar aanleiding van
specifieke
of
recurrente
problemen. Toen hij formateur
was, kondigde de heer Verhofstadt
aan dat hij van plan was snel een
verplichte minimumdienst in te
voeren in geval van staking in de
gevangenissen. Hoe evolueert dit
dossier, gelet op het feit dat
bepaalde
vakbonden
al
gewaarschuwd hebben dat het
personeel van de strafinrichtingen
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
dans les prisons.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire comment évolue ce
dossier sachant que certains syndicats ont d'ores et déjà averti le
gouvernement que le personnel pénitentiaire n'acceptera pas que les
problèmes dans les prisons soient réglés par un service minimum et
que, si une décision devait malgré tout être prise en ce sens, il
partirait immédiatement en grève sans préavis?
niet zou aanvaarden dat de
betrokken problemen door middel
van een minimumdienst worden
geregeld en dat zij, indien een
beslissing in die zin
werd
genomen,
zonder
aanzegging
zouden staken.
04.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, madame
Galant, j'ai déjà signalé au sein de cette assemblée, lors de mes
réponses aux questions de MM. Gilkinet et Eerdekens et, plus
récemment, le 12 février 2008, à M. Crucke, qu'en ce qui concerne
l'instauration d'un service minimum dans les prisons, la problématique
concerne d'autres secteurs que le seul secteur pénitentiaire. Si une
réflexion est engagée, elle devra aborder la question sur le plan des
principes et au niveau de l'ensemble de la fonction publique,
actuellement en négociation devant le Comité A.
04.02 Minister Jo Vandeurzen:
Zoals ik al zei in mijn antwoorden
op de vragen van de heren
Gilkinet, Eerdekens en Crucke
betreft de problematiek van de
minimumdienst niet alleen het
gevangeniswezen. Als wij hierover
reflecteren, moet die reflectie het
hele openbaar ambt omvatten, dat
momenteel onderhandelt met het
Comité A.
04.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, j'espère
sincèrement que ce dossier avancera car de gros problèmes se
posent dans les prisons. À chaque fois que l'on vous interpelle, vous
répondez que soit cela ne relève pas de vos compétences, soit
qu'une réflexion est en cours avec d'autres départements. Nous ne
manquerons pas de revenir sur le sujet car il est très important et
concerne effectivement plusieurs départements. Récemment encore
il y a eu des problèmes, notamment à la prison de Mons car il n'y
avait pas de gardien pour assurer l'encadrement des détenus.
04.03 Jacqueline Galant (MR):
Iedere keer dat u daarover
geïnterpelleerd wordt, antwoordt u
dat het niet tot uw bevoegdheid
behoort of dat u daarover overleg
pleegt met andere departementen.
Wij zullen niet nalaten op dit uiterst
belangrijke thema terug te komen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Jacqueline Galant au ministre de la Justice sur "la loi sur les armes et l'arrêt de la
Cour constitutionnelle" (n° 2682)</b>
05 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van Justitie over "de wapenwet en het
arrest van het Grondwettelijk Hof" (nr. 2682)
05.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, l'article 44, §2
de la loi réglant les activités économiques et individuelles avec des
armes disposait que, quiconque à la date d'entrée en vigueur de la
nouvelle loi détenait une arme à feu devenue soumise à autorisation
en vertu de la nouvelle loi, devait, par le biais de la police locale, en
faire la déclaration près du gouverneur compétent pour sa résidence.
Par la loi du 27 novembre 2007, le délai dans lequel l'arme doit être
déclarée a été porté au 31 octobre 2008.
Comme vous le savez, la loi du 8 juin 2006 ne reconnaît pas comme
motif légitime l'acquisition d'une arme à feu par succession. Toutefois,
la Cour constitutionnelle a rendu, dans le courant du mois de
décembre 2007, un arrêt qui ne sera pas sans conséquences pour les
héritiers. En effet, cette cour annule la disposition de la loi du 8 juin
2006 en ce qu'elle ne mentionne pas comme motif légitime la
conservation d'une arme dans un patrimoine, lorsque la demande
d'autorisation de détention concerne une arme soumise à
l'autorisation, à l'exclusion des munitions, pour laquelle une
autorisation de détention a été délivrée et pour laquelle une
05.01 Jacqueline Galant (MR):
De wet van 8 juni 2006 legde de
bezitters van vuurwapens de
verplichting op er aangifte van te
doen bij de voor hun woonplaats
bevoegde
gouverneur.
In
december
2007
heeft
het
Grondwettelijk Hof een arrest
geveld dat niet zonder gevolgen
zal blijven voor de degenen die
vuurwapens hebben geërfd en
deze wapens, conform de wet, aan
de politiediensten overhandigd
hebben
teneinde.
De
politiediensten hebben een groot
aantal wapens vernietigd maar
bepaalde politiezones hebben de
vernietiging
uitgesteld
in
afwachting van de aangekondigde
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
autorisation de détention n'était pas requise. Cette motivation est
applicable aux acquéreurs d'armes à feu par succession.
De nombreuses personnes ayant acquis des armes par voie de
succession et souhaitant respecter la loi ont remis leurs armes aux
services de police. De nombreuses armes ont été détruites. Toutefois,
les responsables de certaines zones ont demandé à leur personnel
de ne plus procéder, à titre provisoire et en attendant la modification
annoncée de la loi sur les armes, à la destruction des armes remises
aux forces de l'ordre.
Une telle décision n'a pu être prise que dans les zones de police
disposant de locaux permettant de les stocker en toute sécurité.
Compte tenu de l'arrêté rendu par la Cour constitutionnelle, plusieurs
associations d'amateurs d'armes invitent ces personnes à prendre
contact avec les responsables des zones de police afin de savoir ce
qu'il est devenu de ces armes et de rappeler, le cas échéant, l'arrêt de
la Cour constitutionnelle. Cet arrêt permettrait de demander une
autorisation de détention sans munitions si l'arme était détenue
légalement sous l'ancienne loi.
Pour ce qui concerne ma zone, où je suis présidente du conseil de
police, ces armes ont été conservées. Il serait tout à fait possible de
les rendre à leur propriétaire. Compte tenu de la jurisprudence de la
Cour constitutionnelle, les détenteurs d'armes acquises par voie de
succession peuvent-ils demander une autorisation de détention sans
munitions si l'arme était détenue légalement sous l'ancienne loi et
sans modification de la loi?
L'arrêt de la Cour constitutionnelle annule la disposition de la loi du 8
juin 2006 en ce qu'elle ne mentionne pas comme motif légitime la
conservation d'une arme dans un patrimoine, lorsque la demande
d'autorisation de détention concerne une arme soumise à
autorisation, à l'exclusion des munitions, pour laquelle une
autorisation de détention a été délivrée ou pour laquelle une
autorisation de détention n'était pas soumise.
La motivation de cette annulation ne concernait pas seulement les
héritiers, mais aussi les détenteurs d'armes acquises légalement et
devenues soumises à autorisation sous l'ancienne loi. Cette
interprétation est-elle correcte?
Toujours sur la base de cet arrêt de la Cour constitutionnelle, les
zones de police peuvent-elles remettre les armes concernées?
wetswijziging ter zake.
In mijn zone werden de wapens
bewaard en men zou ze dus aan
hun eigenaars kunnen teruggeven.
Kunnen de bezitters van door
erfenis verworven wapens een
vergunning voor bezit zonder
munitie aanvragen indien het
wapen legaal in hun bezit was
onder de oude wet en er geen
wetswijziging komt?
De motivering voor de vernietiging
door het Grondwettelijk Hof betrof
niet enkel de erfgenamen maar
ook de bezitters van wettelijk
verworven wapens en die onder
de oude wet aan een vergunning
werden onderworpen; is deze
interpretatie correct?
Kortom, kunnen de politiezones de
desbetreffende
wapens
teruggeven?
05.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, l'arrêt de la Cour
constitutionnelle anticipe déjà la volonté générale de modifier la loi sur
les armes pour y inclure notamment ce que nous appelons la
détention passive d'armes.
Dans ce cadre, il ne s'agit pas seulement des héritages, mais
également des autres cas de détention d'une arme sans avoir
l'intention de l'utiliser, par exemple la conservation d'une arme utilisée
pour un hobby abandonné ou l'acquisition d'une arme à des fins
décoratives ou même financières.
Vu la portée d'un arrêt de la Cour constitutionnelle, les héritiers et les
autres détenteurs passifs d'armes peuvent déjà demander une
05.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het arrest van het Grondwettelijk
Hof loopt vooruit op het algemene
streven om de wetgeving ter zake
te wijzigen en beoogt niet enkel de
erfenissen, maar ook het bezit van
een wapen zonder de intentie om
het
te
gebruiken.
De
desbetreffende personen kunnen
bij de gouverneur al een aanvraag
doen voor bezit zonder munitie;
men dient niet te wachten op de
wetswijziging.
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
autorisation de détention sans munitions au gouverneur s'ils sont
dans la situation décrite dans l'arrêt. Pour cela, il ne faut pas attendre
la modification de la loi. Néanmoins, cette dernière demeure
nécessaire, car il existe toujours une différence entre ceux qui étaient
détenteurs passifs avant l'entrée en vigueur de la loi et ceux qui le
deviendraient aujourd'hui.
En effet, la Cour ne parle que des personnes qui détenaient déjà
légalement des armes sans munitions sous l'emprise de l'ancienne
loi.
Avant l'arrêt de la Cour constitutionnelle, la loi ne donnait pas la
possibilité de garder une arme sans un des motifs légitimes énumérés
à l'article 11. Pour obtenir une autorisation, il fallait toujours exercer
une certaine activité avec cette arme. Dans cette situation, beaucoup
de personnes ayant compris qu'elles ne pouvaient pas obtenir une
autorisation pour garder leur arme s'en sont défaite. Elles avaient et
ont toujours plusieurs possibilités de faire neutraliser l'arme: par le
banc d'épreuve à Liège, de sorte qu'elle devienne une arme en vente
libre, en cédant l'arme à une personne en droit de la détenir, en la
donnant en dépôt pour en garder la propriété ou d'en faire abandon
volontaire.
Il ne peut dès lors être question d'une indemnisation pour avoir
simplement respecté la loi telle qu'elle était à ce moment.
Les armes abandonnées volontairement avant le 1
er
juillet 2007 ont
été détruites, à l'exception de quelques exemplaires intéressants qui
ont été offerts à des musées ou à des collections didactiques d'écoles
de police. Celles qui ont été abandonnées après doivent en principe
également être détruites mais certaines polices locales les ont
toujours en leur possession. En principe, elles ne devraient restituer
que des armes prises en dépôt et non des armes abandonnées. Cela
ne peut d'ailleurs se faire qu'après l'obtention d'une autorisation du
gouverneur.
Er bestaat nog een verschil tussen
degenen die passieve bezitters
waren vóór de inwerkingtreding
van de wet en degenen die het
vandaag zouden worden want het
Hof heeft het enkel over degenen
die wettelijk wapens zonder
munitie in bezit hadden onder de
oude wetgeving.
Voordat het Grondwettelijk Hof zijn
arrest had geveld, mocht men
volgens de wetgeving enkel een
wapen bezitten om een van de
opgesomde redenen, zodat velen
zich ervan hebben ontdaan. Het
wapen kan ook onklaar gemaakt
worden, overgedragen worden aan
iemand die wel een wapen mag
bezitten, in bewaring worden
gegeven of vrijwillig afgestaan
worden. Er kan dus geen sprake
zijn van een vergoeding omdat de
toenmalige wetgeving nageleefd
werd.
De wapens die vrijwillig werden
afgestaan vóór 1 juli 2007 werden
vernietigd, met uitzondering van
enkele interessante stukken; de
wapens die na deze datum werden
afgestaan dienen in principe ook
te worden vernietigd. Enkel de
wapens die in bewaring werden
gegeven,
moeten
worden
teruggegeven. Dat kan echter
enkel
gebeuren
met
de
toestemming van de gouverneur.
05.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, si j'ai bien
compris votre réponse, les personnes qui ont abandonné leurs armes
peuvent les récupérer si elles ont une autorisation du gouverneur,
alors que la loi de 2006 est suspendue.
05.03 Jacqueline Galant (MR):
Dus, nu de wet van 2006
opgeschort is, kunnen de mensen
die afstand hebben gedaan van
hun wapens deze nu terugkrijgen
indien ze beschikken over de
toestemming van de gouverneur.
05.04 Jo Vandeurzen, ministre: L'arrêt de la Cour a comme effet
que ceux qui possédaient l'arme avant l'entrée en vigueur ont cette
possibilité.
05.04 Minister Jo Vandeurzen:
Het arrest van het Grondwettelijk
Hof biedt deze mogelijkheid aan
de
mensen
die
vóór
de
inwerkingtreding
een
wapen
bezaten.
05.05 Jacqueline Galant (MR): Je pense qu'il y a un problème de
compréhension de la loi de 2006. Des gens ont rendu leur arme dans
un commissariat. Comme la loi de 2006 a été suspendue, ces armes
05.05 Jacqueline Galant (MR):
Sommigen hebben hun wapens
ingediend bij een politiekantoor.
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
ont été rendues alors qu'il ne fallait pas les rendre. Ma question est
donc assez simple: peut-on rendre ces armes maintenant puisqu'elles
ont été indûment déposées?
De wet werd daarna opgeschort.
Kunnen de betrokkenen die
wapens bijgevolg terugkrijgen?
05.06 Jo Vandeurzen, ministre: Je vais vous transmettre ma
réponse écrite.
La question de fond est qu'il faut changer la loi pour qu'elle soit plus
cohérente et logique. Nous en discuterons au sein de cette
commission.
05.06 Minister Jo Vandeurzen:
De wet moet aangepast worden
met het oog op meer samenhang.
Deze
commissie
zal
dat
bespreken.
05.07 Jacqueline Galant (MR): Je reviendrai vers vous avec des
questions plus précises.
05.07 Jacqueline Galant (MR):
Mijn
vragen
zullen
dan
gedetailleerder zijn.
Le président: La loi sur les armes sera à l'agenda après le congé de
Pâques.
De
voorzitter:
De
wapen-
wetgeving zal na de paasvakantie
op de agenda van onze commissie
staan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de kwijtschelding van
penale boetes in het kader van de collectieve schuldenregeling" (nr. 2697)
06 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "la remise d'amendes pénales
dans le cadre du règlement collectif de dettes" (n° 2697)</b>
06.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, overeenkomstig artikel 1675, §2, van het
Gerechtelijk Wetboek is een collectieve schuldenregeling slechts
toelaatbaar voor zover de aanvrager niet kennelijk zijn onvermogen
zelf heeft bewerkstelligd.
Volgens vaste rechtspraak en rechtsleer kan de aanvraag tot
collectieve schuldenregeling niet zomaar worden ontoelaatbaar
verklaard omdat de schuldoverlast onder meer te wijten zou zijn aan
strafrechtelijke veroordelingen. In dergelijke gevallen dient te worden
nagegaan of de fout van de schuldenaar al dan niet opzettelijk is en of
zo zwaar dat zij ontoelaatbaar zou zijn.
Mogelijks vallen penale boeten onder het regime van collectieve
schuldenregeling. De vraag is of deze penale boetes ook in
aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding. Deze zijn niet
opgesomd in de lijst van de niet voor kwijtschelding vatbare schulden.
Ook uit de rechtspraak blijkt dat penale boetes regelmatig worden
kwijtgescholden.
Vereist het openbaar belang niet, mijnheer de minister, dat
strafrechtelijke boetes niet kunnen worden kwijtgescholden? Moeten
zij aldus niet worden opgenomen in deze lijst? Wordt het
strafrechtelijke gezag van de strafrechter niet ondermijnd door een
eventuele kwijtschelding zoals vandaag gebeurt?
Ik dank de minister voor zijn antwoord.
06.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le règlement collectif de
dettes (RCD) ne peut être autorisé
que dans la mesure où le deman-
deur n'a pas manifestement
organisé son insolvabilité. Selon
une jurisprudence et une doctrine
constantes, la demande ne peut
être déclarée inadmissible pour le
simple motif que le surendette-
ment serait dû à des condam-
nations pénales. Il convient en
effet de vérifier si la faute du
débiteur est délibérée et si sa
gravité
justifie
l'inadmissibilité
d'une procédure en règlement
collectif de dettes.
Les amendes pénales peuvent-
elles faire l'objet d'une remise?
Elles ne figurent pas dans la liste
des dettes ne pouvant être
remises,
et
de
plus,
la
jurisprudence montre qu'elles sont
régulièrement annulées.
L'intérêt public n'exige-t-il pas
d'interdire la remise de ces dettes?
La remise éventuelle de ces
dernières ne risquerait-elle pas de
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
saper l'autorité du juge pénal?
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, artikel 1675/2,
van het Gerechtelijk Wetboek voert een selectie in voor de
schuldenaars die bij de rechter een verzoek indienen tot het verkrijgen
van een collectieve schuldenregeling. In artikel 1675/2, werd als
toelatingscriterium gekozen voor het criterium van het niet kennelijk
zijn onvermogen te hebben bewerkstelligd. Dat criterium wordt in de
rechtspraak vaak gehanteerd om een schuldenlast die geheel te
wijten is aan de opzettelijke fouten van de schuldenaar, af te wijzen bij
het verzoek tot het verkrijgen van een procedure collectieve
schuldenregeling.
Zo komt het hof van beroep van Antwerpen in zijn arrest van
11 januari 2006 ­ dat recent met een noot van professor Dierickx in
het Rechtskundig Weekblad werd gepubliceerd ­ tot de vaststelling
dat een debiteur niet in aanmerking komt voor een collectieve
schuldenregeling omdat hij de gevolgen van zijn opzettelijk gepleegde
feiten diende te kennen, zodat hij geacht moet zijn, zijn onvermogen
te hebben gerealiseerd of bewerkstelligd.
Deze rechtspraak wordt niet door iedereen gevolgd. Andere menen
dat het toelatingscriterium niet van die aard is dat elke persoon die
wetens en willens een misdrijf heeft gepleegd, geacht wordt te weten
dat zijn delictuele handeling aanleiding kan geven tot het bewerken
van zijn onvermogen en dus niet in aanmerking zou komen voor de
procedure van collectieve schuldenregeling. Er wordt opgemerkt dat
die redenering zeker niet geldt voor veroordelingen als gevolg van
opzettelijke misdrijven.
In artikel 1675/13, §3, worden de schulden opgesomd waarvoor de
rechter geen kwijtschelding kan verlenen. Zo kan de rechter geen
schulden kwijtschelden die een schadevergoeding inhouden,
toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt
door een misdrijf.
De wetgever heeft de kwijtscheldbaarheid van penale boetes niet
uitdrukkelijk uitgesloten of dit omwille van artikel 110 van de Grondwet
onoverbodig geacht. Artikel 110 bepaalt dat de Koning het recht heeft
de door de rechters uitgesproken straffen kwijt te schelden of te
verminderen, het genaderecht. Mijn voorgangster, met verwijzing naar
dat artikel, heeft geoordeeld dat er geen wetswijziging diende te
gebeuren.
Bij de herziening van de wet van 5 juli 1998, in 2005, werd een
amendement ingediend dat voorstelde om in artikel 1675/13, §3,
duidelijk te bepalen dat alle strafrechtelijke geldboetes en
schadevergoedingen, waartoe de schuldenaar is gehouden ingevolge
een correctionele veroordeling, van kwijtschelding kunnen worden
uitgesloten, dus niet beperkt tot schulden die een schadevergoeding
inhouden voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt
door een misdrijf.
Het is een discussie die, gelet op de verdeelde rechtspraak, wat open
blijft. Het is misschien nuttig dat in de commissie daarover van
gedachten wordt gewisseld.
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'article 1675/2 du Code judiciaire
dispose qu'il ne faut pas avoir
manifestement
organisé
son
insolvabilité.
La
jurisprudence
montre que ce critère est
fréquemment mis en avant pour
refuser d'appliquer la procédure en
règlement collectif de dettes à une
situation
d'endettement
entièrement due à des erreurs
volontaires du débiteur.
La cour d'appel d'Anvers stipule
dans son arrêt du 11 janvier 2006
qu'un débiteur ne peut prétendre
au RCD parce qu'il devait
connaître les conséquences des
faits qu'il a sciemment commis et
qu'il est dès lors censé avoir
organisé lui-même son insol-
vabilité. Cette jurisprudence n'est
cependant pas suivie par tous. En
effet, selon certains, le critère
d'admissibilité n'implique pas que
chaque auteur d'une infraction est
censé être conscient qu'il organise
ainsi peut-être son insolvabilité et
qu'il n'entrera dès lors pas en ligne
de compte pour un règlement
collectif de dettes. Il est observé
qu'en tout état de cause, ce
raisonnement ne s'applique pas
aux condamnations résultant d'une
infraction intentionnelle.
L'article 1675/13 énumère les
dettes pour lesquelles le juge ne
peut accorder de remise. Le
législateur n'a pas expressément
exclu la possibilité d'annuler des
amendes pénales. Se référant à
l'article 110 de la Constitution
relatif au droit de grâce du Roi, la
ministre qui m'a précédé à ce
poste a estimé qu'il n'était pas
nécessaire de modifier la loi.
Un amendement présenté lors de
la révision de la loi en 2005 visait
cependant à exclure clairement la
possibilité
d'une
remise
de
l'ensemble des dommages et
intérêts et des amendes pénales
résultant
d'une
condamnation
correctionnelle.
La
discussion
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
reste cependant ouverte. La
commission
devrait
peut-être
organiser un échange de vues en
la matière.
06.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, dat is
een goede suggestie van u. Ik ga dat zeker opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de
rechtsplegingsvergoeding" (nr. 2698)
07 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "l'indemnité de procédure"
07.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, nog eens over de rechtsplegingsvergoeding.
Onder meer in de commissie van 26 februari laatstleden werd een
aantal problemen vastgesteld met betrekking tot de toepassing van de
wettelijke bepalingen inzake de rechtsplegingsvergoeding. Ik heb toen
vernomen van de minister dat er nog wat procedures hangende zijn
voor de Raad van State, evenals voor het Grondwettelijk Hof. De
minister wacht deze uitspraken af om de betrokken artikelen
eventueel in hun geheel te herbekijken en te verfijnen.
Inmiddels stellen zich inderdaad aanzienlijke problemen met
betrekking tot de toepassing van deze regelgeving. Ik geef er hier nog
enkele aan met een vraag om verduidelijking.
Is de nieuwe regelgeving van toepassing op de administratieve
procedures? Is deze van toepassing op de procedures voor het Hof
van Cassatie? Is artikel 1, lid 2 van het KB van 30 november 1970
nog van toepassing, met name een rechtsplegingsvergoeding
wanneer verschillende partijen door een en dezelfde advocaat worden
verdedigd? Wat indien een partij verzet aantekent tegen bijvoorbeeld
een dwangbevel, louter en alleen om betaling te bekomen? Is het dan
de eisende partij die een rechtsplegingsvergoeding kan vorderen van
de verwerende partij? Met andere woorden, is het dan zo dat degene
die in gebreke blijft recht krijgt op een rechtsplegingsvergoeding? Dit
lijkt mij toch in tegenspraak met de ratio legis van het oorspronkelijke
artikel.
Tot zover een aantal knelpunten waarover wij de minister om
verduidelijking vragen.
07.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Lors de la réunion de la
commission du 26 février 2008,
une
série
de
problèmes
concernant
l'application
de
l'indemnité de procédure ont été
mis en évidence. Le ministre
attendait alors les arrêts du
Conseil d'État et de la Cour
constitutionnelle pour, le cas
échéant, reconsidérer certains
aspects.
Compte
tenu
de
l'importance de ces questions,
j'insiste
pour
obtenir
des
éclaircissements.
La
nouvelle
réglementation
s'applique-t-elle aux procédures
administratives et aux procédures
devant la Cour de cassation?
L'indemnité
de
procédure
s'applique-t-elle encore lorsque le
même avocat défend plusieurs
parties? La partie demanderesse
peut-elle requérir cette indemnité
de la partie défenderesse en cas
d'opposition à la contrainte, par
exemple?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: De wet van 21 april 2007 en het
koninklijk besluit van 26 april 2007 roepen een aantal vragen op tot
interpretatie, waarbij het eerlijk gezegd niet aan mij is om daar nu op
te antwoorden. De interpretatie van die wetteksten en hun
toepassingen behoort toe aan de hoven en de rechtbanken en, zoals
u terecht hebt aangegeven, werden er reeds verscheidene zaken
aanhangig gemaakt.
Er bestaat een ruime rechtsleer over de wet van 21 april 2007 en zijn
uitvoeringsbesluiten, en met name over de toepassing van artikel
1222 van het Gerechtelijk Wetboek op administratieve procedures en
procedures voor het Hof van Cassatie. De auteurs zijn verdeeld over
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La législation comporte une marge
pour de multiples interprétations.
Toutefois, ce n'est pas à moi mais
aux cours et tribunaux qu'il
appartient d'interpréter les textes
de loi. C'est ainsi qu'il y a une
controverse
au
sujet
de
l'interprétation de l'article 1222 du
Code judiciaire qui a trait aux
procédures administratives et aux
procédures devant la Cour de
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
de kwestie. Ik kan u naar een aantal artikels verwijzen, waarvan ik u
de referenties zal geven, van professor Van Droogenbroeck, van
Samoy en Sagaert en van Voet, verschenen in het Journal des
Tribunaux en het Rechtskundig Weekblad.
In het algemeen is het voor mij evident dat die wet nog heel wat
toepassingsproblemen zal doen rijzen. Ik heb een werkgroep
samengesteld met een aantal experts om de evolutie in de
rechtspraak nader op te volgen en consequenties ervan te
onderzoeken. Ik moet met u vaststellen dat er nog heel wat discussie
bestaat en zal blijven bestaan en dat wij wellicht zullen moeten
wachten op een aantal arresten om op een aantal belangrijke punten
te weten hoe de wet door de rechtbanken zal worden geïnterpreteerd
en welke draagwijdte ze eraan geven.
cassation. En la matière, je peux
vous renvoyer à des articles de
revues spécialisées qui illustrent
ces divergences de vues. Comme
je m'attends à ce que l'application
de cette loi pose de nombreux
problèmes,
j'ai constitué
un
groupe
de
travail
composé
d'experts chargés d'assurer le
suivi de la question. Pour savoir
comment les tribunaux interprètent
certains points de la loi, nous
devrons sans doute attendre qu'ils
aient prononcé un certain nombre
de jugements.
07.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Het is inderdaad aan de
rechtbanken om in specifieke dossiers een uitspraak te doen. Ik had
toch graag antwoord gekregen op de vraag of artikel 1, tweede lid,
van het koninklijk besluit van 1970 vandaag nog van toepassing is.
Dat lijkt mij toch een zeer duidelijke vraag, waar ik graag een
antwoord op krijg, eventueel zelfs achteraf.
07.03 Carina Van Cauter (Open
Vld):
Les
tribunaux
doivent
effectivement statuer dans des
dossiers spécifiques mais j'aurais
voulu que le ministre réponde à
ma
question
concernant
l'indemnité de procédure pour une
partie demanderesse qui fait
opposition.
07.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik zal mijn medewerker vragen dat te
interpreteren. Het probleem is dat wij hier te maken hebben met wat
iemand meent dat de interpretatie zal zijn van die wet. Daar moet ik
natuurlijk zeer terughoudend over zijn, omdat ik mij niet in de plaats
kan stellen van degene die er een interpretatie aan mag geven.
Ik wil het graag nog eens voorleggen. Misschien kan men u een
punctueel antwoord geven. Maar als het antwoord is dat men niet met
zekerheid kan zeggen en dat het niet uit de wet af te leiden is, kan ik
niet anders dan u de correcte weerslag te bezorgen van de adviezen
die mij zijn verstrekt.
07.04 Jo Vandeurzen, ministre: Il
s'agit
en
l'occurrence
d'une
opinion à propos d'une interpré-
tation de la loi. À cet égard, il
m'incombe évidemment de faire
preuve de prudence. J'aimerais
soumettre
à
nouveau
cette
question à mon collaborateur afin
qu'il me donne son interprétation.
07.05 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik begrijp wat u zegt, mijnheer
de minister. Ik heb inderdaad een vraag over de interpretatie.
Een ander aspect van mijn vraag is echter of een bepaald artikel nog
van toepassing is. Dat is geen interpretatie. Het is nog van toepassing
of het is niet meer van toepassing. Ik neem aan dat ik bij uw
medewerker nog eens zal moeten terugkomen op dat aspect.
07.05 Carina Van Cauter (Open
Vld): Ma question a effectivement
trait à l'interprétation mais, en la
posant, je voulais aussi savoir si
un article donné est encore
d'application, ce qui n'a rien d'une
question d'interprétation. Je vais
devoir réexaminer ce point avec
votre collaborateur.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Justitie over "het budget voor
eredienstattributen" (nr. 2711)
08 Question de Mme Leen Dierick au ministre de la Justice sur "le budget pour les attributs du culte"
08.01 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, mijn vraag heeft betrekking op het budget voor
08.01 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): La nomination des aumôniers
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
eredienstattributen.
De wet van 12 januari 2005 houdende de basiswet van het
gevangeniswezen voorziet in artikel 72 in de aanstelling van
aalmoezeniers en bedienaren van in België erkende erediensten,
alsook morele consulenten van door de wet erkende organisaties die
morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele
levensbeschouwing.
Het koninklijk besluit van 25 oktober 2005 stelt het kader en de
weddeschalen vast van de aalmoezeniers, van de islamconsulenten
van de erkende erediensten en van de morele consulenten van de
Centrale
Vrijzinnige
Raad
der
niet-confessionele
levensbeschouwelijke
gemeenschappen van België bij de
strafinrichtingen.
Op 26 november 2007 was er een schriftelijke instructie van de
directeur-generaal penitentiaire inrichtingen die de tenlastelegging
afschafte van het budget van de attributen die worden gebruikt tijdens
de erediensten. Het gaat onder meer om hosties, miswijnen en
andere voorwerpen.
Naar verluidt zouden ook de orgelisten die de erediensten opluisteren
niet langer worden vergoed.
Mijnheer de minister, in deze context verneem ik graag van u wat de
motieven zijn die aan de grondslag liggen van deze beslissing. Wat
was de budgettaire last van deze artikelen en de vergoedingen voor
orgelisten en andere diensten ten behoeve van de erediensten voor
het jaar 2006? Overweegt u om deze onkosten die moeten worden
gemaakt voor de verzorging van de erediensten opnieuw te
vergoeden? Het gaat immers om een decennialang gebruik.
Ik dank u alvast voor uw antwoord.
et des ministres des cultes
reconnus en Belgique ainsi que
celle des conseillers moraux dans
les établissements pénitentiaires
est régie par la loi et par arrêté
royal. Le 27 novembre 2007, le
directeur général des Établis-
sements pénitentiaires a fait savoir
par le biais d'une instruction écrite
que les attributs du culte ne
seraient
plus
payés.
Les
organistes,
notamment,
ne
seraient plus rémunérés non plus.
Pourquoi avoir pris cette décision?
Quelle
charge
budgétaire
représentaient ces attributs, les
organistes et, le cas échéant, les
autres services? Le ministre
envisage-t-il
d'à
nouveau
refinancer ces frais généraux à
l'avenir?
08.02 Minister Jo Vandeurzen: Geachte collega, er moet inzake de
erediensten een onderscheid worden gemaakt tussen de toelagen
aan personen die bij gelegenheid hun medewerking verlenen in de
strafinrichtingen, enerzijds, en de kosten voor de attributen voor de
erediensten, anderzijds. Het gaat immers om verschillende allocaties
op de begroting.
De kosten voor eredienstattributen zoals hosties, miswijn, kaarsen,
druksel en gewaden, werden tot hiertoe verrekend op de
werkingskredieten van de gevangenissen. Het koninklijk besluit van
22 oktober 2002 bepaalde dat de wedden en vergoedingen van
aalmoezeniers en morele consulenten en de zangers-organisten tot
aan de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 25 oktober 2005
houdende vaststelling van hun kader, verder zouden worden voorzien
zoals bepaald door de KB's van 14 augustus 1972, 6 januari 1976 en
27 oktober 1977 en het ministerieel besluit van 31 januari 1957.
Het KB van 25 oktober 2005 regelt evenwel het kader en de wedden
van de aalmoezeniers, islamconsulenten en morele consulenten,
maar niet de vergoeding van de personen die bij gelegenheid hun
medewerking verlenen aan de erediensten zoals zangers-organisten.
De gevangenisadministratie deelt mij mee dat de budgettaire last voor
08.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Les attributs et les services sont
des postes budgétaires différents.
Jusqu'à présent, les frais liés aux
attributs du culte étaient prélevés
sur les crédits de fonctionnement
des prisons. En 2006, ces attributs
ont coûté près de 10.000 euros. Je
vais charger mon administration
d'élaborer un règlement pratique
clair à ce sujet.
Les traitements et les allocations
des aumôniers, des conseillers
islamiques et des conseillers
moraux sont réglés par l'arrêté
royal du 25 octobre 2005. Cet
arrêté royal, qui a remplacé l'arrêté
royal d'octobre 2002, ne parle plus
des allocations prévues pour les
personnes qui prêtent occasion-
nellement leur concours aux
cultes, une allocation pourtant
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
de eredienstattributen in 2006 om en nabij de 10.000 euro bedroeg.
De noodzakelijke kosten die werden gemaakt in het kader van de
eredienst, zoals in het verleden, werden ten laste genomen door het
budget en niet door de bedieners van de erediensten zelf. Wat betreft
de betaling van de eredienstattributen geef ik de administratie de
opdracht om op zeer korte termijn een praktische regeling uit te
werken die voldoende duidelijk kan zijn en die zo snel mogelijk in
werking zal treden. Wat betreft de vergoeding van derden die bij
gelegenheid hun medewerking verlenen aan de erediensten, laat ik
nog een KB uitwerken dat eveneens een duidelijke regeling zal
inhouden.
prévue dans le premier arrêté
royal de 2002. Je vais charger
mes services de rédiger le plus
rapidement possible un nouvel
arrêté royal qui rétablira l'allocation
aux tiers.
08.03 Leen Dierick (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, dank u
voor uw uitgebreid en positief antwoord.
08.03 Leen Dierick (CD&V - N-
VA): Voilà une réponse positive.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Interpellatie van de heer Robert Van de Velde tot de minister van Justitie over "het centraal bestand
van beslagberichten" (nr. 39)
09 Interpellation de M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "le fichier central des avis de
saisie" (n° 39)
09.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, het is een
beetje een vaudeville of een processie van Echternach.
Bij wet van 29 mei 2000 wordt beslist om een centraal bestand der
beslagberichten op te richten. Het leidmotief van deze wet was
eigenlijk het verhinderen of vermijden van herhaalde en meervoudige
zinloze beslagen. In 2003 komt er dan nog een tussenwet op artikel
1524 van het Gerechtelijk Wetboek. Sindsdien is er telkens op dat
centraal bestand teruggekomen, ook in verschillende parlementaire
vragen hier en in de Senaat. In 2004 was er collega Borginon over de
koppeling. Mevrouw Onkelinx antwoordt dat het centraal bestand
wordt gekoppeld aan het Phenix-project, maar dat het wel prioritair is.
We spreken dan 2004.
In 2005 wordt dezelfde vraag nog eens opnieuw gesteld en wordt
gesteld dat er vertraging is door een grondig onderzoek dat wordt
gevoerd. In 2006 wordt door mevrouw Onkelinx gesteld dat er
werkvergaderingen plaatsvinden tussen Justitie en de nationale
kamer met de bedoeling een grondige analyse te maken van de
structuur en de behoefte van de databank. Er wordt ook gesteld dat
2007 eigenlijk een beetje de startdatum zou moeten worden voor de
inwerkingtreding van de wet van 2000. Het is dan al zeven jaar later.
U moet mij niet verkeerd begrijpen: een schuldenaar moet betalen.
Zoals het op dit moment vaak loopt, wordt nog steeds beslag op
beslag gelegd en rijzen de kosten voor een schuldenaar de pan uit.
Het kan ook niet de bedoeling zijn dat een handeltje mag worden
gevoerd op de rug van ondernemers of mensen met problemen.
Wat houdt het opstarten van het centrale bestand tegen? Wanneer
komt het er precies zodat de wet in werking kan treden? Zijn er
eventueel begeleidende maatregelen gepland tijdens de periode dat
het centraal bestand niet in werking is?
09.01 Robert Van de Velde
(LDD): Il a été décidé en 2000 de
constituer un registre central des
avis de saisie. Ce fut le début
d'une procession d'Echternach.
Ce registre a été évoqué dans
toute une série de questions
parlementaires
posées
à
la
Chambre et au Sénat et la date de
mise en service effective du
registre central a systématique-
ment été reportée par Mme
Onkelinx.
Tout débiteur est tenu de
respecter ses engagements mais
les saisies sur saisies sont encore
trop nombreuses et les coûts pour
le débiteur deviennent incontrô-
lables. Il est inadmissible que l'on
fasse des affaires au détriment
d'entrepreneurs ou de personnes
en difficulté.
Qu'est-ce qui empêche l'utilisation
d'un registre central? Quand un tel
registre sera-t-il opérationnel? Des
mesures d'accompagnement sont-
elles
éventuellement
prévues
jusqu'à la mise en service du
registre?
09.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte 09.02 Jo Vandeurzen, ministre:
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
collega, bij wet van 29 mei 2000 werd de oprichting bevolen van een
centraal bestand van beslagberichten. Dat was onderdeel van de
voorheen geplande structuur en werkwijze van het Phenix-project.
Rond de specifieke oprichting van een centraal bestand voor
beslagberichten bleef budgettaire en technische architectuur uit. U
weet ook, ondertussen, dat het Phenix-project in zijn oorspronkelijk
ambities op zich niet meer aan de orde is.
Nazicht leert dat de voorfinanciering van het project grotendeels ligt bij
de nationale kamer van de gerechtsdeurwaarders. De kosten voor de
totstandkoming en de instandhouding van het project horen daarbij.
Dat kan door hen gebeuren omdat er bij actieve inwerkingtreding van
het systeem kan worden teruggevorderd via retributies bij consultatie.
De financiering zou niet altijd eenvoudig geweest zijn. Navraag bij de
nationale kamer der gerechtsdeurwaarders leert nu dat er een
financiële partner werd gevonden. Daarnaast heeft de nationale
kamer een voorstel klaar tot technische architectuur dat mogelijk
maakt snel van start te gaan indien daaromtrent een akkoord kan
worden gevonden bij de bevoegde administratie. Ik kan u meedelen
dat mijn kabinet daarover reeds volgende week samenkomt met de
betrokken actoren.
Het voorstel van de nationale kamer der gerechtsdeurwaarders zou
kunnen voorzien in inscanning van alle bestaande berichten met
inbegrip van controle door medewerkers van die federatie.
We gaan er nu naar streven om zo snel mogelijk tot een goed
akkoord te komen met de betrokken actoren opdat de vooropgestelde
wet van 29 mei 2000 eindelijk haar concrete invulling zou krijgen op
het terrein. We zullen dus proberen om snel tot een concrete
uitwerking te komen van het centraal bestand der beslagberichten.
Dat zal gebeuren in overleg met de betrokkenen. De persoon in mijn
kabinet die de technische kant daarvan volgt, verzekert mij dat het
mogelijk moet zijn om dat project uitgewerkt te krijgen op een relatief
zeer korte termijn.
La création d'un fichier central des
avis
de
saisie
était
une
composante du projet Phenix.
Cependant, la structure technique
et budgétaire faisait défaut. Le
projet Phenix n'est plus à l'ordre
du jour dans sa forme initiale.
Le financement du projet relève
principalement de la Chambre
nationale des huissiers de justice.
Un remboursement pourra avoir
lieu, lors de la mise en service
active du système, par le biais de
rétributions à la consultation. Un
partenaire financier a été trouvé et
la Chambre nationale a aussi une
proposition de structure technique.
L'administration compétente doit
donner son accord. Mon cabinet
se réunira dès la semaine
prochaine avec les intéressés.
La proposition de la Chambre
nationale des huissiers de justice
pourrait prévoir le scanning de
tous les avis existants et le
contrôle par le personnel de cette
fédération.
Tout semble indiquer que la loi de
mai 2000 pourra se concrétiser
dans un délai relativement court.
09.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, sta mij toe
te zeggen dat dit een zeer wollig antwoord is: zo snel mogelijk; op
zeer korte termijn en misschien. Ik denk dat begeleidende
maatregelen op dit moment noodzakelijk zijn. Ik ga niet het spelletje
spelen van de moties om dan uiteindelijk te eindigen met een
eenvoudige motie.
Ik denk dat u vandaag een zeer duidelijke verantwoordelijkheid hebt
voor de sector zowel als voor de mensen die op dit moment worden
geplaagd door meerdere beslagen die nog steeds plaatsvinden. Ik
denk ook dat het verstandig zou zijn om een goede controle in gang te
zetten op de gerechtsdeurwaarders en een aantal die het willens
nillens niet kunnen laten om beslag op beslag te leggen. Ik denk dat
dit vandaag te ver gaat en dat daaraan paal en perk moet worden
gesteld. Het centraal bestand is daar een punt van, de controles een
ander.
09.03 Robert Van de Velde
(LDD): Voilà une réponse bien
tiède. Je crois que des mesures
d'accompagnement
s'imposent
pour l'heure. Je n'ai pas l'intention
de déposer une motion mais je
voudrais
néanmoins
attirer
l'attention du ministre sur ses
responsabilités. Outre une banque
de données, il serait bon de mettre
en place un système de contrôle
pour les huissiers de justice.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
10 Vraag van de heer Bruno Steegen aan de minister van Justitie over "de gerechtelijke achterstand
bij de jeugdrechtbanken van Hasselt en Tongeren" (nr. 2782)
10 Question de M. Bruno Steegen au ministre de la Justice sur "l'arriéré judiciaire des tribunaux de la
jeunesse de Hasselt et de Tongres" (n° 2782)</b>
10.01 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, wanneer er voor de jeugdrechtbank een verzoek wordt
ingediend tot een bilocatieregeling wordt er, vooral sinds de nieuwe
wet, regelmatig een maatschappelijk onderzoek bevolen door de
jeugdrechter. Ik heb het over de jeugdrechtbanken in zowel Tongeren
als Hasselt.
Wanneer dit niet wordt geprovisioneerd door de partijen, wordt dit
uitgevoerd door een justitieassistent die dan nagaat hoe de feitelijke
situatie eruitziet bij vader en moeder, spreekt met ouders en kinderen
en dan een verslag opstelt.
In de meeste gevallen ­ ik heb navraag gedaan ­ wordt in een vonnis
bepaald dat er, gezien de delicaatheid van de materie, binnen de drie
maanden een verslag moet zijn van de justitieassistent teneinde een
nieuwe zitting te organiseren zodat de jeugdrechtbank de juiste
maatregelen kan nemen ten aanzien van de kinderen.
In de praktijk is het bijna in alle gevallen zo dat na drie maanden,
nadat er een tussenvonnis is geveld, deze justitieassistenten nog
steeds niet de tijd hebben gehad om nog maar te beginnen aan hun
verslag, laat staan dat hun verslag is afgewerkt.
Aangezien het hier gaat om kinderen die een echtscheiding van hun
ouders moeten verwerken en rekeninghoudend met het feit dat de
situatie van de kinderen wordt gebruikt en soms ook misbruikt, zijn
deze toestand van onzekerheid en een dergelijk lange periode niet
verantwoord.
Vandaar mijn vraag, die uit vier delen bestaat.
Kunt u mij precies meedelen hoeveel maanden achterstand er is bij
de jeugdrechtbanken van Hasselt en Tongeren? Hoeveel
justitieassistenten kunnen er momenteel worden ingezet per
jeugdrechtbank? Hoeveel opdrachten werden er in 2007 gegeven
door de jeugdrechtbanken aan deze justitieassistenten, met
betrekking tot de problematiek van de bilocatieregeling en/of de
omgangsregeling in het kader van echtelijke moeilijkheden? Is er een
initiatief dat kan worden genomen om deze achterstand weg te
werken?
10.01 Bruno Steegen (Open
Vld): Lorsqu'une demande de
garde alternée est introduite
auprès du tribunal de la jeunesse,
le juge de la jeunesse ordonne,
dans la plupart des cas, une
enquête sociale. Cette enquête est
souvent effectuée par un assistant
de justice qui doit déposer un
rapport à ce sujet dans un délai de
trois mois après la clôture de
l'enquête. Les tribunaux de la
jeunesse de Hasselt et de Tongres
connaissent
un
arriéré
considérable.
Quelle est l'importance de cet
arriéré? Combien d'assistants de
justice peuvent être désignés par
tribunal de la jeunesse? À
combien de reprises en 2007 les
assistants de justice des tribunaux
de la jeunesse de Hasselt et de
Tongres ont-ils été chargés de
rédiger un rapport concernant un
régime
de
garde
alternée?
Comment cet arriéré sera-t-il
résorbé?
10.02 Minister Jo Vandeurzen: Inzake de justitiehuizen is er
momenteel inderdaad een probleem van achterstand. Op
29 januari 2008 bedroeg de achterstand in Hasselt in totaal 20
dossiers. In Tongeren waren op dat moment een 50-tal dossiers in
wacht. Thans zouden er in Tongeren 64 burgerrechtelijke opdrachten
wachtend zijn en 35 opdrachten in uitvoering. Dat betekent dat die
dossiers nog niet door de directeur zijn toegewezen aan
justitieassistenten teneinde een maatschappelijk onderzoek in te
stellen.
Uit info die ik bekwam via de leidende jeugdrechter te Hasselt blijkt
10.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le 29 janvier 2008, il y avait un
arriéré de vingt dossiers à Hasselt
et d'une cinquantaine de dossiers
à Tongres. En ce moment, il y
aurait encore 64 dossiers civils en
attente et 35 en cours de
traitement. Selon le juge de la
jeunesse dirigeant de Hasselt, il y
aurait un retard de deux à trois
mois, tandis qu'à Tongres, il serait
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
dat de achterstand momenteel twee tot drie maanden bedraagt. In
Tongeren zou de achterstand een vijftal maanden bedragen.
Het is de directeur van het justitiehuis die verantwoordelijk is voor een
zo efficiënt mogelijke werkverdeling voor het personeel. Hij beslist
welke mandaten aan welke assistent worden toevertrouwd op basis
van de werklastmeting per type mandaat. In dat opzicht wordt
momenteel een beheersinstrument, met name de resourceplanning
ontwikkeld, die de directeurs in de mogelijkheid zal stellen op een
objectieve manier een inschatting te maken van de resterende
werkruimte bij de assistenten.
Over het aantal personeelsleden kan ik alvast het volgende zeggen.
In Hasselt zijn er op dit moment drie justitieassistenten werkzaam in
4/5-tewerkstelling en een justitieassistent in halftijdse tewerkstelling
ter vervanging van een voltijdse assistent die afwezig is wegens
ziekte. In Tongeren zijn er momenteel drie justitieassistenten in
dienst.
Ik verneem dat de justitieassistenten waarvan sprake hun uiterste
best doen om de opdrachten naar behoren uit te voeren. Het
justitiehuis in Hasselt kreeg in 2007 in totaal 102 opdrachten te
verwerken, waarvan 54 zaken zich toespitsten op de herziening of de
bepaling van de verblijfsregeling. In Tongeren waren er maar 7 zulke
vragen op een totaal van 191 burgerrechtelijke opdrachten in 2007.
Van die 191 opdrachten werden er 153 verwerkt.
Aan de hand van de werklastmeting kunnen de personeelsbehoeften
in de justitiehuizen duidelijk in kaart worden gebracht. Ik ben mij er
terdege van bewust dat de oplossing moet worden gezocht in het ter
beschikking stellen van meer personeel. Op dit moment wordt de
aanwerving van zo'n 80 justitieassistenten afgerond.
Bijkomend kan ik u meedelen dat er nog eens 100 extra
justitieassistenten zullen worden aangeworven op basis van het
vooropgestelde personeelsplan voor 2008. De aanvraag om een
nieuw examen te organiseren werd reeds ingediend bij Selor. In
afwachting worden stappen ondernomen om na te gaan of er
contractuele aanwervingen kunnen gebeuren.
Er zijn bovendien een aantal affectaties en mutaties hangende die
nog de goedkeuring vereisen van de inspecteur van Financiën. Ik
hoop dat de inspecteur snel een beslissing kan nemen om te
vermijden dat de achterstand oploopt.
d'environ cinq mois.
Le directeur du palais de justice
est chargé de veiller à une
répartition efficace du travail. Un
outil de gestion est actuellement
en cours de développement. Cet
outil doit permettre aux directeurs
d'évaluer de manière objective la
charge de travail des assistants.
À Hasselt, il y a actuellement trois
assistants de justice qui travaillent
à 4/5, tandis qu'un assistant
engagé à mi-temps remplace un
assistant à temps plein en congé
de maladie. A Tongres, il y a trois
assistants, qui font l'impossible
pour traiter au mieux les dossiers
qui leur sont confiés. En 2007, le
palais de justice de Hasselt s'est
vu confier en tout 102 missions,
dont 54 concernaient uniquement
le réexamen ou la détermination
de motifs de séjour. A Tongres, il y
a eu 191 missions, dont sept
seulement étaient en rapport avec
des motifs de séjour. 153 missions
y ont été accomplies et clôturées.
Le mesurage de la charge de
travail détermine les besoins en
personnel.
L'engagement
de
personnel supplémentaire est une
nécessité.
La
procédure
de
recrutement de 80 nouveaux
assistants de justice est presque
bouclée. En 2008, 100 assistants
supplémentaires seront encore
recrutés. Un nouvel examen sera
organisé par le Selor et, en
attendant,
nous
essayons
d'engager des contractuels. Des
affectations et des mutations sont
également prévues, mais elles
doivent encore être approuvées
par l'Inspection des Finances.
10.03 Bruno Steegen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik ben blij
dat er inderdaad werk van wordt gemaakt. Uit navraag, ook bij een
aantal confraters, blijkt inderdaad dat er meer opdrachten zijn
gegeven in de afgelopen periode. Ik ben dan ook blij dat er in meer
personeel kan worden voorzien. Dat is geen verwijt naar de rechtbank
op zich. Ik denk dat de rechtbank daar voldoende is bemand. Het gaat
om de justitieassistenten. Vooral mensen die niet het geld hebben of
niet het geld willen spenderen aan een deskundige, moeten vrij lang
wachten.
10.03 Bruno Steegen (Open
Vld): Je me réjouis d'entendre que
l'on s'attelle à la tâche. Il y aurait
en effet eu davantage de missions
au cours de la période écoulée. Je
me réjouis d'apprendre que l'on
recrutera du personnel supplé-
mentaire. Nous avons besoin d'un
plus grand nombre d'assistants de
justice. La personne qui ne peut
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Ik volg dat dossier in elk geval op.
se payer les services d'un expert
doit aujourd'hui attendre trop
longtemps.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de voorwaardelijke
invrijheidstelling - samenwerkingsmodel" (nr. 2832)
11 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "le modèle de collaboration sur le
suivi de la libération conditionnelle" (n° 2832)</b>
11.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, naar aanleiding van mijn eerdere vraag in de
gemeenschappelijke vergadering van de commissies voor de Justitie
en de Binnenlandse Zaken op 13 februari deelde u mee dat de
opdracht werd gegeven aan de procureur-generaal van Antwerpen
om een samenwerkingsmodel tussen het parket en de lokale en de
federale politie, betreffende de opvolging van politioneel
controleerbare voorwaarden, uit te werken.
Ik weet dat het nog niet lang geleden is, maar het interesseert mij
bijzonder hoe een en ander verdere opvolging heeft gekregen. Werd
inmiddels een dergelijk samenwerkingsmodel opgemaakt? Kunt u ons
daarover al iets meer zeggen? Hoe worden thans, in afwachting van
een evaluatie en eventueel een veralgemening van dit model, in de
andere arrondissementen, buiten Antwerpen, deze voorwaarden
gecontroleerd?
Naar aanleiding van de overval in Ronse vorige week, op een
Recordbank, kwam in de media dat een van de aangehouden
verdachten bekend was bij het gerecht ten gevolge van vorige feiten,
namelijk drie zware misdrijven. Heeft de betrokkene toen de
opgelegde straffen ondergaan? Is er ook in dit dossier sprake van
voorwaarden en voorwaardelijke invrijheidstelling? Hoe worden en
werden deze eventueel gecontroleerd?
11.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le ministre a précisé
dernièrement que le procureur
général d'Anvers a été chargé
d'élaborer
un
accord
de
collaboration entre le parquet et la
police fédérale pour le suivi de
conditions contrôlables par les
services de police.
Peut-il déjà en dire plus à ce
sujet? Comment ces conditions
sont-elles contrôlées à ce jour? Un
des prévenus arrêtés lors d'une
récente attaque de banque à
Renaix était déjà connu de la
justice pour trois délits graves. A-t-
il purgé ses peines à l'époque,
était-il question de conditions et de
libération
conditionnelle
et
comment le contrôle de tous ces
éléments est-il éventuellement
assuré?
11.02 Minister Jo Vandeurzen: U stelt twee verschillende vragen. Ik
begin met het antwoord op uw eerste vraag.
Op 15 februari 2008 kwam de werkgroep politionele controle van de
personen die onder voorwaarden in vrijheid worden gesteld inderdaad
voor het eerst opnieuw samen. Deze werkgroep heeft als doel in een
eerste fase de informatiesturing tussen het openbaar ministerie en de
politiediensten die relevant is voor de controle, zo goed mogelijk in
kaart te brengen, met betrekking tot de vrijheid onder voorwaarden,
probatie en voorwaardelijke invrijheidstelling. Ook de inhoudelijk
invulling van de controle zal grondig worden doorgenomen. In een
tweede fase zullen ook het directoraat-generaal van de justitiehuizen
en het directoraat-generaal van de gevangenissen worden betrokken
in de bespreking.
De werkgroep is net begonnen de situatie in kaart te brengen. Ik stel
voor dat wij haar de nodige tijd geven om zo het
samenwerkingsmodel grondig uit te werken met de diverse betrokken
partners. Momenteel zit de opvolging van de vrijgestelde periode
reeds in het takenpakket van alle politiediensten. Ik verwijs daarvoor
naar de artikelen 5, 15, 18, 19 en 20 van de wet van 5 augustus 1992
11.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le 15 février 2008, le groupe de
travail de contrôle policier des
personnes
mises
en
liberté
conditionnelle s'est à nouveau
réuni. L'objectif du groupe de
travail est de répertorier le mieux
possible l'échange d'informations
pertinentes pour le contrôle entre
le ministère public et les services
de police. On examine également
comment le contrôle doit être
réalisé. Dans une deuxième
phase, la direction générale des
maisons de justice et celle des
prisons seront également asso-
ciées au projet. Je propose que
nous accordions à ce groupe de
travail le temps nécessaire pour
élaborer le modèle de collabo-
ration en détail. Actuellement, le
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
op het politieambt. Elke politiedienst heeft een eigen systeem om zijn
taak zo goed mogelijk in te vullen, maar er dient verder te worden
gestreefd naar uniformisering en efficiënte samenwerkingsverbanden
met de lokale partners. Hiertoe dienen de krijtlijnen verder te worden
uitgetekend, met behoud van ieders rol en autonomie.
Met betrekking tot uw tweede vraag, de veroordeelde werd op
13 juni 2005 voorwaardelijk in vrijheid gesteld door de commissie voor
de Voorwaardelijke Invrijheidstelling te Brussel, Franstalige kamer. Hij
was opgesloten sinds 13 december 1989 en verkeerde sinds
14 oktober 2003 ­ dus ongeveer twee jaar daarvoor ­ in de wettelijke
tijdsvoorwaarden voor de voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij diende
minimum tweederde van zijn straf uit te zitten gelet op zijn
veroordeling in staat van wettelijke herhaling.
Hij zat voor feiten van diefstal met geweld of bedreiging, gebruik van
wapens, bendevorming en heling. Hij had in totaal 18 jaar gevangenis
te doen waarvan hij circa 12 jaar heeft uitgezeten. In 1992 ontvluchtte
hij en werd drie jaar later opnieuw opgesloten. Hij werd voorwaardelijk
in vrijheid gesteld na ongunstig advies van de procureur-generaal te
Brussel, de procureur des Konings te Verviers en te Brussel, de
directeur van de gevangenis en de minister van Justitie. Hij diende in
totaal zeven voorwaarden na te leven. Deze werden opgevolgd door
zijn justitieassistent die periodiek rapporteert aan de commissie voor
de
Voorwaardelijke
Invrijheidstelling,
thans
de
strafuitvoeringsrechtbank.
Het parket en de burgemeester van zijn woonplaats waren ingelicht
over zijn vrijlating met het oog op politioneel toezicht. Uit de
evolutieverslagen in het kader van de opvolging van de
voorwaardelijke invrijheidstelling blijkt dat betrokkene alle opgelegde
voorwaarden in voldoende mate naleeft.
suivi de la période de mise en
liberté par les services de police
est déjà réglé par la loi. Il s'agit
d'examiner comment parvenir à
une uniformisation de la procédure
et à une collaboration efficace
avec les partenaires locaux, en
préservant le rôle et l'autonomie
de chacun.
Le condamné visé dans la
deuxième question a bénéficié le
13 juin 2005 d'une mise en liberté
conditionnelle prononcée par la
chambre francophone de la
commission VI à Bruxelles. Il
répondait aux conditions requises
depuis le 14 octobre 2003. Il était
incarcéré pour vols avec violence
ou
menace,
association
de
malfaiteurs et recel. Il avait déjà
purgé
12
des
18
années
d'emprisonnement auxquelles il
avait été condamné. En 1992, il
s'était évadé de la prison mais
avait à nouveau été appréhendé.
Il a été libéré sous condition après
un avis défavorable du procureur
général
de
Bruxelles,
des
procureurs du Roi de Verviers et
de Bruxelles, du directeur de la
prison et du ministre de la Justice.
Il devait respecter sept conditions
et un assistant de justice était
chargé d'en assurer le suivi. Il
ressort des rapports qu'il respecte
les conditions dans une mesure
suffisante. Le parquet et le
bourgmestre de son domicile
étaient informés de sa libération.
11.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, wij gaan
dit dossier verder opvolgen. Ik begrijp dat de tijd kort was om nu al te
komen tot een samenwerkingsmodel zoals het zal proefdraaien in
Antwerpen. Uit deze feiten blijkt opnieuw dat men toch heel snel werk
moet maken van het beter opvolgen van voorwaardelijk in vrijheid
gestelde en gevonniste personen en dat men ten gronde moet
evalueren of de voorwaardelijke invrijheidstelling niet in haar geheel
moet worden bekeken.
Het kan toch niet zijn dat mensen een straf opgelegd krijgen en dat ­
zoals in het dossier Ronse opnieuw is gebleken ­ zij van de
voorwaardelijke invrijheidstelling gebruik maken om opnieuw
misdrijven te plegen in plaats van zich opnieuw te integreren in de
maatschappij, wat eigenlijk de bedoeling is van de voorwaardelijke
invrijheidstelling.
11.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Je comprends que le temps
manquait pour mettre en place un
modèle de coopération. Les faits
montrent qu'il faut s'employer
d'urgence à améliorer le suivi du
respect des conditions et que
l'ensemble du système de la
libération conditionnelle doit être
évalué en profondeur. L'objectif de
la libération conditionnelle n'est
évidemment pas de permettre aux
intéressés de commettre de
nouveaux faits, au lieu de se
réinsérer dans la société.
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Ik neem aan dat het de intentie is van de minister om een en ander
opnieuw ten gronde te gaan bekijken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Liesbeth Van der Auwera aan de minister van Justitie over "de Limburgse
Buksschutters" (nr. 2844)
12 Question de Mme Liesbeth Van der Auwera au ministre de la Justice sur "les Limburgse
Buksschutters" (n° 2844)</b>
12.01 Liesbeth Van der Auwera (CD&V - N-VA): Mijnheer de
minister, sedert het bestaan van de nieuwe wapenwet zijn heel wat
vragen en verontruste reacties bij onder meer onze Limburgse
schuttersverenigingen gerezen. Wij kennen de wapenwet en de
verplichtingen die worden opgelegd aan personen die met wapens
omgaan. Natuurlijk behoort tot de vuurwapens ook de historische
buks, bekend bij de verschillende historische verenigingen, die
jaarlijks schuttersfeesten en dergelijke organiseren.
Op de problematiek die door de wapenwet ontstond, kwam er vrij snel
­ tussen haakjes ­ een antwoord. Immers, net iets te traag kwam er
een KB, in juli 2007, dat bepaalt dat de wapens die eigendom zijn van
een erkende vereniging die zich bezighoudt met statutair omschreven
activiteiten van historische, folkloristische, traditionele of educatieve
aard, met uitsluiting van enige vorm van sportschieten, worden
ingedeeld als vrij verkrijgbare wapens wanneer een aantal
voorwaarden is vervuld. Dat KB is er gekomen als antwoord op de
vraag van de verschillende schutterijen of zij evenementen mochten
organiseren, zoals onder meer het koningschieten, waaraan men kan
deelnemen zonder een sportschutterslicentie te moeten aanvragen.
Daarvoor was dat KB bestemd.
Nu bestaat er verwarring op het terrein, omdat in het KB staat: "met
uitsluiting van enige vorm van sportschieten". Dat wekt verwarring op,
ook op het Vlaamse niveau. Bloso vraagt zich af of de Oud-Limburgse
schutterijen of de schuttersfederatie aan sportschieten doen.
Mijnheer de minister, betekent het KB dat de deelnemers aan de
feesten van de Oud-Limburgse schuttersfederatie niet in het bezit van
een sportschutterslicentie dienen te zijn? Betekent het eveneens dat
historische
schuttersgilden
geen
machtiging
als
sportschuttersfederatie dienen te vragen?
12.01 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V - N-VA): La nouvelle loi sur
les armes inquiète les associations
de tir dans le Limbourg. La loi
s'applique en effet également aux
carabines historiques, utilisées par
de nombreuses associations lors
de fêtes de tir par exemple.
L'arrêté royal de juillet 2007 stipule
que les armes qui sont la propriété
d'une
association
reconnue
s'occupant d'activités statutaire-
ment
définies
de
nature
folklorique,
traditionnelle
ou
éducative, à l'exclusion de toute
forme
de
tir
sportif,
sont
considérées comme des armes en
vente libre, pourvu qu'un certain
nombre de conditions soient
remplies. Toutefois, le segment de
phrase « à l'exclusion de toute
forme de tir sportif » est source de
confusion. Le Bloso se demande
si les associations de tireurs du
Vieux-Limbourg pratiquent le tir
sportif.
Cet arrêté royal signifie-t-il que les
personnes qui participent aux
fêtes organisées par la fédération
des tireurs du Vieux-Limbourg ne
doivent pas avoir de licence de
tireur sportif? Cela signifie-t-il
aussi que les guildes historiques
de
tireurs
ne
doivent pas
demander d'autorisation en tant
que fédération de tireurs sportifs?
12.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, waarde
collega, artikel 1 van het KB van 9 juli 2007 heeft als doel de
oplossing te zijn voor de praktische problemen waarmee traditionele,
historische en of folkloristische groepen te maken krijgen als ze de
wapenwetgeving willen naleven. Zij zijn immers vaak eigenaar van de
vuurwapens die zij ter beschikking stellen van hun leden, alsook van
andere genodigden en andere occasionele schutters binnen het kader
van manifestaties zoals het Oud-Limburgs Schuttersfeest.
12.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'article 4 de l'arrêté royal du 9
juillet 2007 vise à apporter une
réponse aux problèmes auxquels
les associations historiques ou
folkloriques sont confrontées afin
de se conformer à la législation
sur les armes. Ces associations
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Omdat het noch haalbaar noch wenselijk is een individuele
wapenvergunning te eisen van elke schutter, of hij nu een lid of een
genodigde van de vereniging is of niet, of een occasionele schutter
die wil kennismaken met de activiteiten, werd in het voornoemde KB
geschreven dat de wapens die aan die vereniging toebehoren, onder
welbepaalde voorwaarden niet als vergunningsplichtig te beschouwen
zijn.
Uiteraard is het aan elke overheid zelf om daaraan zelf de nodige
interpretaties te geven, maar blijkbaar ziet de Vlaamse overheid dat
enigszins anders. Zij beschouwt de deelnemers aan dergelijke
activiteiten als sportschutters en zij eist dan ook dat elke schutter in
het bezit is van een sportschutterslicentie, uitgereikt door een
sportschuttersfederatie.
Nogmaals, het is aan de bevoegde gemeenschap om zelf de nodige
regelgeving met betrekking tot het sportschieten uit te werken. Het is
echter duidelijk dat het KB een andere draagwijdte had. De bedoelde
activiteiten zijn wat ons betreft in het gewone taalgebruik niet als sport
te beschouwen. Volgens de letter en de geest van de federale
wapenwet hoeven de deelnemers aan de feesten van Oud-Limburgse
schuttersfederaties geen enkel document te bezitten, zolang maar
voldaan is aan de voorwaarden van het KB.
mettent en effet des armes à feu à
la disposition non seulement de
leurs membres, mais également
de personnes invitées dans le
cadre de manifestations comme la
"Oud Limburgs Schuttersfeest".
Comme il n'est pas réaliste
d'exiger de chaque tireur d'être
titulaire d'un permis de port
d'arme, l'arrêté royal stipule que,
dans certaines conditions, les
armes qui appartiennent à de
telles associations ne sont pas
soumises à autorisation.
Apparemment, le gouvernement
flamand considère les personnes
qui participent à ces activités
comme des tireurs sportifs et
exige dès lors que chacun soit en
possession d'une licence de tireur
sportif délivrée par une fédération
de tireurs sportifs.
L'arrêté royal avait une autre
visée. Les activités concernées ne
doivent pas être considérées
comme du sport. Selon l'esprit et
la lettre de l'arrêté royal, les
participants aux fêtes organisées
par la fédération des tireurs du
Vieux-Limbourg n'ont donc pas
besoin de permis.
Ik kom tot uw tweede vraag. Voor de toepassing van de wapenwet
hoeven die historische schuttersgilden niet erkend te worden als
sportschuttersfederatie. Ik heb het dan uiteraard over de federale
wapenwetgeving. De sportschuttersdecreten die in het vooruitzicht
van de goedkeuring van de nieuwe wapenwet, op verzoek van mijn
voorgangers en in samenspraak met mijn departement werden
opgesteld door de drie Gemeenschappen van dit land, waren alleen
bestemd ­ dat was althans onze federale invalshoek ­ om dezelfde
faciliteiten als die van jagers te kunnen aanbieden aan de
sportschutters. Hierbij werd alleen de sportschutter in de gewone zin
van het woord ­ dit omvat de elementen sport-, training-,
competitiedisciplines ­ bedoeld en niet de deelnemers aan traditionele
manifestaties.
La législation fédérale sur les
armes
n'impose
pas
aux
confréries de tireurs historiques de
se faire agréer comme fédérations
de tireurs sportifs. Les décrets
relatifs
aux
tireurs
sportifs
élaborés, en concertation avec
mon département, par les trois
Communautés n'avaient pour seul
but que de proposer aux tireurs
sportifs les mêmes facilités qu'aux
chasseurs.
Ces
décrets
ne
concernent que les tireurs sportifs
au sens propre du terme, et non
pas
les
participants
aux
manifestations historiques.
12.03 Liesbeth Van der Auwera (CD&V - N-VA): Mijnheer de
minister, ik ben heel blij met uw antwoord en ik zal ook heel blij zijn als
ik dat vanavond aan de verschillende schuttersgilden kan overmaken
en aan de organisatoren van het OLS.
Ik noteer dat het KB duidelijk een andere draagwijdte had en het zou
12.03 Liesbeth Van der Auwera
(CD&V - N-VA): Je me félicite de
cette réponse, dont je ferai part
aux confréries de tireurs. Ce serait
le monde à l'envers que d'imposer
à ces personnes de détenir une
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
ook de wereld op zijn kop zijn, mocht aan die verschillende mensen
een sportschutterslicentie worden gevraagd want dat zou eigenlijk
betekenen dat die mensen allemaal een wettige reden hebben om
ook een wapen te kopen zoals dit in de wapenwet staat. Ik denk dat
we daarover moeten blijven waken.
Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
licence de tireur sportif, ce qui, aux
termes de la loi sur les armes,
signifierait qu'ils ont un motif légal
pour se procurer une arme.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "le statut social des magistrats"
13 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "het sociaal statuut van de
magistraten" (nr. 2867)
13.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le projet de réforme de l'organisation judiciaire commencé
sous la précédente législature souligne l'évolution du statut du
magistrat. On attend de lui des compétences non juridictionnelles de
gestionnaire. Cette évolution rend nécessaire des garanties
statutaires et des adaptations du régime de responsabilité juridique du
magistrat.
Depuis l'adoption de la loi du 8 mars 1999, le Conseil consultatif de la
magistrature est l'instance représentative qui a pour mission de
permettre le dialogue avec les autres pouvoirs en ce qui concerne le
statut, les droits et les conditions de travail. Or l'échec des premières
élections organisées montre qu'il est sans doute nécessaire de
reconstruire le dialogue au départ de cet organe.
Le statut social du magistrat oscille entre deux pôles. D'une part, il est
lié au statut de la fonction publique. Toutefois les magistrats sont
moins bien protégés que certains fonctionnaires au niveau de certains
droits sociaux, par exemple en matière d'incapacité de travail. D'autre
part, il relève de la spécificité de l'organisation judiciaire et de la
direction confiée aux chefs de corps mais il résulte du caractère
lacunaire des règles contenues dans le Code judiciaire des
particularismes locaux qui ne favorisent pas l'égalité de traitement.
De nombreuses inégalités ont été dénoncées, par exemple, en
matière de congé de maternité. À cet égard, le statut social de nos
magistrats semble aussi moins favorable que celui des magistrats de
certains de nos pays voisins. J'emploie le verbe "sembler" car il est
difficile de comparer un statut sur l'ensemble des éléments. Les
magistrats émettent donc des revendications compréhensibles en
termes de droits sociaux.
Monsieur le ministre, la condition préalable à l'évolution du statut
social des magistrats est l'instauration d'un dialogue social. Où en est-
on au niveau du fonctionnement et du financement du Conseil
consultatif de la magistrature? Avez-vous déjà pensé à un
mécanisme de participation des associations de magistrats? Si oui,
de quelle sorte? Avez-vous déjà entamé la réflexion sur un statut
syndical adapté? Dans l'affirmative, dans quel sens?
Avez-vous déjà pu réfléchir au statut du magistrat et pu prendre
connaissance des études qui vous ont été remises en ce qui
13.01 Clotilde Nyssens (cdH):
De plannen voor een hervorming
van de gerechtelijke organisatie
wijzen op de evolutie van het
statuut van de magistraten. Deze
evolutie vergt statutaire garanties
en een aanpassing van de
juridische aansprakelijkheid van
de magistraat. Sinds zijn oprichting
bij de wet van 8 maart 1999 is de
Adviesraad van de Magistratuur de
representatieve instantie met als
taak de dialoog mogelijk te maken
met de andere machten over het
statuut, de rechten en de
werkomstandigheden. Aangezien
de eerste verkiezingen op een flop
zijn uitgedraaid, is het ongetwijfeld
nodig om de dialoog opnieuw op te
starten vanuit dat orgaan. Het
sociale statuut van de magistraat
is mossel noch vis. Enerzijds is het
gekoppeld aan het statuut van
ambtenaar.
Toch
zijn
de
magistraten, wat bepaalde sociale
rechten betreft, minder goed
beschermd dan bepaalde andere
ambtenaren. Anderzijds maken de
magistraten deel uit van het
gerechtelijke apparaat en staan ze
onder
de
leiding
van
de
korpschefs, maar de lacunes in
het Gerechtelijk Wetboek leiden
tot lokale verschillen die een
gelijke behandeling in de weg
staan. Heel wat ongelijkheden
werden aan de kaak gesteld. Het
is
dus
begrijpelijk
dat
de
magistraten
sociale
eisen
formuleren.
Voordat het sociaal statuut van de
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
concerne le statut social et le régime de responsabilité du magistrat,
notamment le rapport du 11 mai 2006 remis par le premier président
du collège des premiers présidents des cours du degré d'appel à
Mme Onkelinx, ainsi que les travaux consacrés par l'UPM et la SM en
2006 à l'aménagement du temps de travail des magistrats? Si oui, où
en est l'état de vos réflexions sur le régime des responsabilités des
magistrats, en particulier des chefs de corps? Où en est l'état de vos
réflexions en ce qui concerne la modernisation du statut social du
magistrat à ce sujet?
Selon vous des emprunts pourraient-ils être faits et des dérogations
pourraient-elles être imposées par rapport au statut de la fonction
publique fédérale belge, compte tenu de la spécificité de la fonction
judiciaire? Comptez-vous prendre des initiatives à cet égard? Sur
quels points et dans quels délais?
Monsieur le ministre, je crois que le réaménagement, la
modernisation de l'ordre judiciaire est l'une de vos préoccupations
principales. Je crois aussi que vous avez envie de prendre des
initiatives dans cette matière. Je suis donc curieuse de vous entendre.
magistraten kan evolueren, moet
er
een
sociale
dialoog
aangeknoopt worden. Kunt u mij
informatie geven over de huidige
werking en de financiering van de
Adviesraad van de Magistratuur?
Heeft u al nagedacht over een
mechanisme
om
de
magistratenverenigingen te laten
participeren? Zo ja, hoe ziet u dat
precies? Heeft u al gereflecteerd
over een aangepast syndicaal
statuut? Zo ja, in welke zin?
Heeft u al nagedacht over het
statuut van de magistraten en
kennis kunnen nemen van de
studies over het sociaal statuut en
de aansprakelijkheid van de
magistraten? Zo ja, hoe ver bent u
al gevorderd met het denkwerk?
Kunnen
elementen
ontleend
worden aan het Belgische federale
ambtenarenstatuut en kunnen
daarop
afwijkingen
opgelegd
worden, rekening houdend met het
specifieke
karakter
van
het
rechterlijk ambt? Overweegt u
initiatieven, welke punten wil u
specifiek bijsturen, en binnen
welke termijn?
13.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, les
magistrats de l'ordre judiciaire sont exclus de la loi de 1974 qui
organise les relations entre les autorités publiques et les syndicats
des agents relevant de cette autorité. Pour permettre le dialogue
social, le Parlement a décidé en 1999 de mettre sur pied un Conseil
consultatif de la magistrature. Son rôle est d'émettre des avis et de
mener des réflexions sur tout ce qui concerne le statut, les droits et
les conditions de travail des magistrats, des tribunaux et des
parquets.
Le Conseil consultatif est composé de 44 membres élus répartis pour
moitié dans un collège francophone et pour l'autre moitié dans un
collège néerlandophone. Il est composé de telle manière que les
différentes branches de la magistrature y soient représentées. Le
Conseil consultatif est opérationnel depuis bientôt deux ans. J'ai reçu
leurs avis et leurs réflexions à propos des magistrats suppléants, de
la loi modifiant le Code judiciaire en vue de lutter contre l'arriéré
judiciaire et de la mesure de la charge de travail.
Ma cellule stratégique a rencontré récemment des représentants du
Conseil consultatif. Je leur ai demandé de me remettre un plan
reprenant les projets ayant trait au coeur de leur mission pour les deux
prochaines années de mandat, c'est-à-dire le statut social, les droits
et les conditions de travail des magistrats. Je souhaite que le Conseil
puisse remplir sa mission. Une fois ce plan en ma possession, je
pourrai entreprendre des actions sur ce terrain.
13.02 Minister Jo Vandeurzen:
Aangezien de magistraten van de
rechterlijke orde uitgesloten zijn
van het toepassingsgebied van de
wet van 1974 tot regeling van de
betrekkingen tussen de overheid
en de vakbonden van haar
personeel, werd in 1999 de
Adviesraad van de Magistratuur
opgericht om een advies uit te
brengen en te reflecteren over het
statuut, de rechten en de
arbeidsomstandigheden van de
magistraten, de rechtbanken en de
parketten. Deze Adviesraad zal
binnenkort twee jaar operationeel
zijn.
Ik heb de raad gevraagd een plan
uit te werken met de opdrachten
voor de komende twee jaren van
het mandaat, dit wil zeggen het
sociaal statuut, de rechten en de
arbeidsvoorwaarden
van
de
magistraten, wat mij in staat zal
stellen actie te ondernemen op dat
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Par ailleurs, j'ai demandé à M. Hubin de me donner la conclusion des
études de son groupe de travail. Il m'a promis à deux reprises de me
remettre ces documents. Il a réalisé un rapport sur le statut social qui
constitue à mes yeux une bonne base de travail. Il faut effectivement
faire quelque chose pour que les magistrats aient enfin un statut
social. On y travaille.
vlak.
Voorts heb ik de heer Joël Hubin
gevraagd mij de conclusie te
overhandigen van de studies van
zijn werkgroep. Die werkgroep
heeft een verslag opgesteld over
het sociaal statuut dat een goede
werkbasis
vormt.
Er
moet
inderdaad iets gedaan worden
opdat de magistraten eindelijk een
sociaal statuut zouden hebben. Er
wordt aan gewerkt.
13.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette réponse. Je comprends bien que vous attendez
d'être alimenté de part et d'autre par les acteurs, à savoir le Conseil
de la magistrature et les groupes de travail existants.
Fondamentalement, il me semble urgent d'avoir un statut social qui
reprenne toutes ces nouvelles questions dans un contexte moderne,
qu'il s'agisse des responsabilités juridiques des magistrats ou, d'une
manière plus classique, du statut social. En cas de congé de
maternité ou d'incapacité de travail, en tant que magistrat, le statut
n'est pas tout à fait clair. Il est urgent de remédier à cela si l'on veut
revaloriser cette fonction. Je souhaite que la fonction de magistrat
reste attrayante. Monsieur le ministre, ce n'est pas à vous qu'il faut
l'expliquer. Des fonctions sont aujourd'hui difficilement vendables.
Je pense aussi à la difficulté de trouver des magistrats aux parquets.
Tout ceci est lié et je ne voudrais pas qu'il y ait seulement un discours
négatif qui, de temps en temps, a bonne presse. Je suis convaincue
que chacun doit prendre ses responsabilités. Il est évident que le
statut fait partie de l'attractivité du métier.
13.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
begrijp dat u wacht op de inbreng
van de actoren. Er is dringend
nood aan een sociaal statuut dat,
in een moderne context, rekening
houdt met die verzuchtingen.
Enkel zo kan het magistratenambt
aantrekkelijk blijven, ook bij de
parketten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "nieuwe gevangenissen"
(nr. 2872)
14 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "les nouvelles prisons" (n° 2872)</b>
14.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
gisteren kondigde de heer Meurisse, directeur-generaal van het
bestuur van de strafuitvoering, in een krant aan dat er drie nieuwe
gevangenissen zouden komen, mooi communautair verdeeld: een in
Wallonië, een in Vlaanderen en een in Brussel. Alle drie zouden een
driehonderdtal plaatsen hebben.
De plannen waren in dat interview vrij vaag. Er waren geen
aanduidingen van een concrete plaats, van een budgettering of van
een timing. Vandaar dat ik gisteren de vraag indiende om wat meer
verduidelijking te krijgen. Ik ging ervan uit dat de communicatie van de
directeur-generaal van het bestuur van de strafuitvoering in overleg
met u zou zijn gebeurd. Als ik echter vandaag de reactie lees van uw
kabinet in een andere krant, schrik ik toch wel even. Blijkbaar zou er
nog niks zijn beslist en zou dit maar een denkpiste zijn. De heer
Meurisse wordt eigenlijk een beetje teruggefloten: hij is blijkbaar een
14.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!):
Le
directeur
général de l'administration de
l'exécution des peines a annoncé
hier dans la presse la construction
de trois nouveaux établissements
pénitentiaires, un dans chaque
Région, d'une capacité d'environ
300 places. Les plans à ce sujet
étant plutôt vagues, j'ai déposé
une question hier. La réaction du
cabinet du ministre dans le journal
de ce jour m'inquiète. Rien ne
serait encore décidé. M. Meurisse
a semble-t-il été un peu vite en
besogne dans sa communication.
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
beetje vroeg geweest met de communicatie. Ik begrijp niet goed hoe
ik dit moet interpreteren.
Mijnheer de minister, ten eerste, wat is er nu precies van aan? Is er
nu een beslissing genomen om drie gevangenissen te bouwen? Zijn
er daar concrete plannen voor, of niet?
Ten tweede, waar zullen die gevangenissen worden gebouwd? Zijn er
eventueel nog andere pistes? We hebben in het verleden nog
discussies gevoerd over de mogelijke import van gevangenisboten uit
Nederland.
Ten derde, wat is de kostenraming van die drie extra gevangenissen?
Is er daar al studiewerk over gebeurd?
Ten vierde, werd reeds beslist hoe alles zal worden gefinancierd? In
de eerste nota's in het najaar van de heer Leterme werd vaak
gesproken over PPS-constructies, ook wanneer het zou gaan over de
bouw van nieuwe gevangenissen. Hoe ver staat het daar met de
plannen van de financiering van de gevangenissen?
Ten slotte, op welke termijn zouden de nieuwe gevangenissen
beschikbaar moeten zijn en kunnen worden opgeleverd?
Une décision a-t-elle déjà été
prise? Où les prisons seront-elles
construites? D'autres pistes sont-
elles explorées? A-t-on procédé à
une évaluation des coûts? Qu'en
est-il du plan de financement? A
l'automne dernier, M. Leterme
avait évoqué les partenariats
public-privé, y compris en ce qui
concerne la construction de
nouvelles prisons. Dans quel délai
la réception des nouvelles prisons
pourrait-elle avoir lieu?
14.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het interview
met de heer Meurisse werd afgenomen naar aanleiding van het
organiseren van het examen penitentiair beambte en moet ook in dat
licht worden gezien.
Met betrekking tot het beleid inzake strafuitvoering, is het bekend dat
ik een belangrijk luik zal voorzien voor het verhogen van de
celcapaciteit. Dat werd als dusdanig expliciet vermeld in het interim-
regeerakkoord. Die uitbreiding is onontbeerlijk om aan de
gedetineerden een correct en humaan gevangenisregime te kunnen
bieden en goede werkomstandigheden te verzekeren voor het
gevangenispersoneel.Tegelijkertijd is ook de beveiliging van de
gevangenissen, en dus de bescherming van de samenleving aan de
orde.
Ik kan u in grote lijnen aangeven dat dit zal gebeuren door het plan
dat ik zal voorleggen en dat op drie niveaus zal werken zoals in het
regeerakkoord werd aangegeven. In de eerste plaats zal binnen de
bestaande gevangenissen voorrang worden gegeven aan renovatie-
en moderniseringswerken die een gunstige impact hebben op de
celcapaciteit evenals aan werken die de veiligheid verbeteren.
In de tweede plaats wordt het meerjarenplan van de vorige regering
geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd zodat er onder meer in Gent
en Antwerpen nieuwe instellingen voor gedetineerden kunnen worden
opgericht, een nieuwe gevangenis kan worden opgericht in
Dendermonde en zowel in Vlaanderen als in Wallonië een gesloten
instelling voor jeugddelinquenten kan worden gerealiseerd. Mijn
administratie werkt nauw samen met de Regie der Gebouwen om aan
deze plannen een concrete vorm te geven in termen van oppervlakte
en functionele behoeften.
Ten slotte, de vraag naar extra capaciteit die ik nastreef, heeft een
dubbel doel. Ze moet tegemoetkomen aan de stijgende evolutie van
14.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'entretien avec M. Meurisse a eu
lieu à l'occasion de l'organisation
de l'examen d'agent pénitentiaire.
L'accord
de
gouvernement
intérimaire stipule explicitement
qu'une
augmentation
de
la
capacité cellulaire est prévue pour
l'exécution des peines. Dans les
prisons existantes, mon plan
donnera la priorité aux travaux de
rénovation et de modernisation qui
auront des répercussions positives
sur la capacité cellulaire ainsi
qu'aux
travaux
destinés
à
améliorer la sécurité. Le plan
pluriannuel
du
gouvernement
précédent sera évalué et adapté le
cas échéant, ce qui permettra,
entre autres, la création de
nouveaux établissements pour les
détenus à Gand et à Anvers. Une
nouvelle prison peut être créée à
Termonde et on va pouvoir ériger
un centre fermé pour jeunes
délinquants aussi bien en Flandre
qu'en
Wallonie.
Mon
administration
collabore
étroitement avec la Régie des
Bâtiments.
La capacité supplémentaire que je
vise a pour but d'absorber
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
de gevangenispopulatie en voorzien in een buffercapaciteit om de
noodzakelijke renovatie-, herstel- en beveiligingswerken op een snelle
en veilige manier te kunnen uitvoeren.
Er werden nog geen beslissingen genomen over deze extra capaciteit
en logischerwijs dus ook niet over de locaties ervan. Dat is een
opdracht die door mijn collega bevoegd voor de Regie der Gebouwen,
in samenspraak met de FOD Justitie, zal worden uitgevoerd. Het is
eveneens de Regie der Gebouwen die de kostenramingen opstelt en
voorstellen onderzoekt over financieringsformules. Voor nieuwe
infrastructuren sluit ik PPS-formules inderdaad niet uit.
Wat de termijn betreft, kan op basis van eerdere projecten worden
gesteld dat men al snel op twee jaar voorstudie moet rekenen en
evenveel voor de realisatie van het project zelf. Concreet betekent
dat, wanneer we over al die elementen beschikken en het budgettair
meerjarenkader hebben kunnen uittekenen, de regering wellicht een
beslissing
zal
nemen
over
het
globale
meerjarenplan
gevangeniscapaciteit.
l'augmentation de la population
carcérale et de prévoir une
capacité
de
réserve
pour
permettre la réalisation de manière
sûre et rapide des travaux de
rénovation, de réparation et de
sécurisation nécessaires.
Aucune décision n'a encore été
prise en ce qui concerne cette
capacité supplémentaire et donc,
logiquement, aucune décision n'a
encore été prise non plus sur son
implantation.
Mon
collègue
compétent pour la Régie des
Bâtiments s'occupera de ce point
en concertation avec le SPF
Justice. L'estimation des coûts et
l'examen des différentes formules
de financement proposées seront
également confiés à la Régie de
Bâtiments. Pour les nouvelles
infrastructures, je n'exclus pas, en
effet, les formules de PPP.
Il
faudra
déjà
certainement
compter
deux
ans
d'étude
préliminaire et puis certainement
encore
deux
ans
pour
la
réalisation
du
projet.
Le
gouvernement prendra peut-être
une
décision
quand
nous
disposerons de tous les éléments
et que nous aurons pu élaborer le
plan budgétaire pluriannuel.
14.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
ben uit uw antwoord niet veel wijzer geworden.
Ik blijf het bizar vinden dat er blijkbaar een communicatiefout geweest
moet zijn tussen u en de heer Meurisse, die toch blijkbaar ­ denk ik
toch ­ goed geplaatst is om te weten welke plannen er in de pijplijn
zitten. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat de heer Meurisse
geïmproviseerd heeft en zomaar over drie nieuwe instellingen heeft
gesproken als er daarover nog geen enkele beslissing zou zijn
genomen.
U spreekt over Dendermonde, een beslissing die reeds een tijd
geleden werd genomen. Tevens spreekt u over twee instellingen voor
geïnterneerden, wat ook beslissingen zijn die vroeger zijn genomen,
en over jeugdinstellingen. U hebt het dus blijkbaar niet over andere
capaciteit; daar nemen we akte van.
De heer Meurisse verwijst ook uitdrukkelijk naar het bouwprogramma
van minister Vandeurzen om te verwijzen naar de drie nieuwe
instellingen. Blijkbaar is hij al op de hoogte van uw bouwprogramma
terwijl u hier nu zegt dat u er nog geen beslissing over hebt genomen.
14.03 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Cette réponse ne
m'a pas éclairé davantage. Il est
tout de même étrange qu'il y ait eu
un défaut de communication entre
le ministre et M. Meurisse. Je ne
puis imaginer que ce dernier ait
évoqué
les
trois
nouveaux
établissements sans que ce sujet
n'ait fait l'objet de discussions
préalables. La décision relative à
Termonde n'est pas plus neuve
que la discussion concernant les
deux établissements pour internés
ou les centres pour jeunes
délinquants.
En faisant référence aux trois
nouveaux
établissements,
M.
Meurisse a évoqué le programme
de construction élaboré par le
ministre, tandis que ce dernier
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Enfin, ik vind de communicatie van de jongste dagen over die drie
instellingen heel bizar. De toekomst zal wellicht uitwijzen of er al dan
niet drie nieuwe instellingen komen. Misschien weten we het over
veertien dagen.
affirme à présent qu'aucune
décision n'est encore intervenue à
cet égard. Seul l'avenir nous
apprendra les détails de ce
dossier
pour
le
moins
déconcertant.
14.04 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik wil daarover
geen misverstanden laten bestaan. Uiteraard ben ik voorstander van
de organisatie van bijkomende capaciteit. Het is echter toch logisch
dat ik daarvan eerst calculaties wil kennen. Wat kost het, wat kan er,
wat is er mogelijk? Pas daarna kan er een beslissing zijn.
Aangezien het gaat om een beslissing over meerdere jaren, zal het
een beslissing zijn die door de regering zal worden genomen.
14.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Je suis bien évidemment partisan
d'une augmentation de la capacité,
mais il convient de calculer le coût
de ces mesures avant de prendre
une décision.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de eerste resultaten van de
politiedelegatie die naar Marokko werd gezonden in de zaak-Belliraj" (nr. 2718)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de aanwezigheid van de
Belgische politiedelegatie in Marokko" (nr. 2800)
15 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "les premiers résultats de la délégation policière
envoyée au Maroc dans le cadre de l'affaire Belliraj" (n° 2718)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la présence de la délégation de la police
belge au Maroc" (n° 2800)</b>
15.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
had het vorige week nog over de delegatie die zonet werd gezonden.
Er was nog heel wat onduidelijkheid over hun mandaat. Ondertussen
weten wij echter een en ander meer. Ik lees vandaag in de kranten
dat men zeer opgetogen is over de kwaliteit van de informatie en
vooral ook over de hoeveelheid informatie.
Toch blijkt een aantal zaken niet geweten te mogen zijn. Zo mag een
krant blijkbaar niet weten wat de identiteit is van het vijfde slachtoffer,
de ex-militair van joodse afkomst die werd doodgeschoten. Nochtans
lezen wij alle details daarover in een andere krant, met name dat het
om een kruidenier zou gaan, de heer Schouppe. Misschien is hij
familie van personen die u kent, maar daarop wil ik niet ingaan. Het is
in elk geval een bekende naam. Er is blijkbaar heel wat discussie over
het feit of het al dan niet zou gaan om iemand van joodse afkomst.
Dat is relevant in het dossier, want het zou erop kunnen wijzen dat het
ook een terroristische aanslag was.
Heeft de heer Belliraj de moorden zelf gepleegd of niet? De moord op
Schouppe zou hij inderdaad zelf hebben gepleegd. Er blijven in elk
geval veel vragen over het zesde slachtoffer. Daarvan is nog geen
naam bekend. Sommigen zeggen dat het om een notoire
homoseksueel gaat. Dat lees ik in de kranten, maar zij geven geen
naam of meer aanduiding daarvan. Dat is allemaal heel merkwaardig.
Het zou immers ook een politiek statement kunnen zijn geweest,
indien men iemand vermoordt om zijn geaardheid. Weet u intussen
meer daarover? Weet u welke moorden hij heeft gepleegd of niet? Is
er intussen meer duidelijkheid over Belliraj binnen het al-
15.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
De
nombreuses
imprécisions
entouraient
le
mandat de la délégation envoyée
au Maroc récemment. Nous dispo-
sons
de plus d'informations
aujourd'hui,
mais
certains
éléments ne peuvent manifeste-
ment pas encore être révélés,
comme l'identité de la cinquième
victime. On s'interroge actuelle-
ment sur son origine juive
éventuelle, qui pourrait être le
signe d'un attentat terroriste. Le
nom de la sixième victime n'est
pas encore connu mais d'aucuns
pensent
qu'il
s'agirait
d'un
homosexuel notoire. Même un
meurtre de nature sexuelle peut
être
d'inspiration
politique.
Bizarrement, mes informations
proviennent de la presse mais ne
sont pas détaillées davantage.
M. Belliraj a-t-il ou n'a-t-il pas
commis les meurtres lui-même?
De
quels
meurtres
s'agit-il
exactement? Le ministre en sait-il
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Qaedanetwerk? Welke rol speelt hij daar?
Is er duidelijkheid over de andere personen met Belgische
nationaliteit? Daarover horen wij tot vandaag heel weinig. Terecht
gaat er veel aandacht naar Belliraj, maar er waren nog twee personen
met de Belgische nationaliteit. Is daar ook al een onderzoek naar
gevoerd? Hadden de politie-inspecteurs, die nu zijn vertrokken, de
bevoegdheid daarover vragen te stellen? Weet u daarover al iets
meer? Hadden die verdachten ook misdrijven gepleegd in het kader
van het terrorisme of niet? Kunt u daarover meer vertellen? Hebben
zij bekentenissen afgelegd?
Ten slotte, wanneer vertrekt de rogatoire commissie?
plus sur les meurtres à ce jour?
Dispose-t-il de plus de précisions
sur le rôle de M. Belliraj au sein du
réseau Al Qaeda? Sait-il claire-
ment qui sont les deux autres
personnes de nationalité belge?
Une enquête a-t-elle déjà été
menée à ce sujet? La délégation
pouvait-elle poser des questions à
ce sujet et le ministre en sait-il
davantage à ce jour? Ces
prévenus
sont-ils
également
associés à des délits terroristes et
sont-ils passés aux aveux? Quand
la commission d'enquête se rend-
elle sur place?
15.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb een vraag over hetzelfde onderwerp, met
name de delegatie die is vertrokken en een evaluatie moet maken
van een eventuele rogatoire commissie naar Marokko.
Ik wil er toch even aan herinneren dat ons land vorig jaar een
verbindingsmagistraat naar Marokko heeft uitgestuurd. Sinds
1 april 2007 zou die magistraat in Marokko dossiers over terrorisme,
de strijd tegen de georganiseerde misdaad en drugshandel opvolgen.
Wat heeft die verbindingsmagistraat sinds april 2007 verricht in
Marokko. Welk nut heeft hij intussen gehad?
Wordt hij ingeschakeld in de zaak-Belliraj? Zo ja, op welke manier?
Wat wordt er van hem verwacht?
Wordt
er,
meer
in
het
algemeen,
overwogen
om
verbindingmagistraten naar andere landen, behalve Marokko, uit te
sturen?
Hoeveel zal de operatie waarbij zes speurders werden uitgestuurd
naar Marokko bij raming kosten aan de Belgische overheid?
15.02 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Ma question concerne
la délégation qui doit réaliser une
évaluation pour les besoins d'une
commission d'enquête éventuelle.
Depuis le 1
er
avril 2007, un
magistrat belge de liaison suivrait
au Maroc les dossiers en matière
de terrorisme, de lutte contre le
crime organisé et de trafic de
drogues. Quelle a été sa plus-
value
jusqu'à
présent?
Ce
magistrat
a-t-il
été
mis
à
contribution dans l'affaire Belliraj?
Dans l'affirmative, de quelle
manière? Quelle est sa mission?
Prévoit-on également de dépêcher
des magistrats de liaison dans
d'autres pays? Quel serait le coût
de la mission menée par six
enquêteurs au Maroc?
15.03 Minister Jo Vandeurzen: Op de vraag over de door België
gestuurde politiedelegatie naar Marokko kan ik u het volgende
meedelen. Het federaal parket stuurde, in overleg met de procureur
des Konings te Brussel, een delegatie van zes politiemensen van de
FGP Brussel en de DGA, de groep binnen de politie die het terrorisme
bestrijdt, onder leiding van de directeurs Operatie van de FGP
Brussel, naar Marokko. De delegatie was samengesteld uit
politiemensen die gespecialiseerd zijn in de domeinen van het
terrorisme, het grootbanditisme en moorden.
De delegatie had als opdracht de informatie die het federaal parket
inmiddels had verkregen via het kanaal van de Belgische
verbindingsofficier
van de federale
politie,
de Belgische
verbindingsmagistraat en de media, te verifiëren en aan te vullen. De
delegatie diende eveneens, met behulp van de Belgische
verbindingsofficier en de verbindingsmagistraat ter plaatse de nodige
contacten te leggen, ter voorbereiding van eventuele navolgende
internationale rechtshulpverzoeken die vanuit België aan de
15.03 Jo Vandeurzen, ministre:
En concertation avec le procureur
du Roi de Bruxelles, le parquet
fédéral a dépêché au Maroc six
policiers spécialisés en matière de
terrorisme, de grand banditisme et
d'assassinats.
Leur
mission
consistait à vérifier et à compléter
toutes les informations que le
parquet fédéral avait obtenues par
le biais de divers canaux. La
délégation devait également, aidée
en cela par l'officier de liaison
fédéral belge et le magistrat de
liaison belge, établir des contacts
sur
place
pour
préparer
d'éventuelles demandes d'entraide
judiciaire internationale que la
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Marokkaanse autoriteiten zouden worden gericht.
De delegatie werd ter plaatse in Marokko goed ontvangen, kreeg zeer
goede medewerking van de Marokkaanse autoriteiten en werd in
kennis gesteld van heel wat politionele informatie over de
terroristische activiteiten, de daden van grootbanditisme en de
moorden waarvan Belliraj Abdelkader en anderen in Marokko worden
verdacht. Uit het rapport dat de delegatie inmiddels ter beschikking
stelde van de federale procureur en de procureur des Konings te
Brussel, blijkt ook dat het onderzoek in Marokko op een grondige en
onderbouwde wijze is gebeurd.
Alle verkregen informatie wordt thans geanalyseerd en daarbij wordt
rekening gehouden met de in België beschikbare informatie, onder
meer uit de verschillende strafdossiers die in België met betrekking tot
de feiten reeds bestonden of inmiddels werden geopend.
Op maandag 10 maart vond ter zake een overlegvergadering plaats
tussen de procureur des Konings te Brussel, de federale procureur,
de magistraten, de FGP Brussel en de andere betrokken
politiediensten.
Op basis van de analyse van alle informatie zullen de Belgische
autoriteiten beslissen of zij afzonderlijke rechtsverzoeken naar
Marokko zullen sturen, al dan niet bemand, in het kader van de
verschillende Belgische strafdossiers. De rechtsverzoeken zouden er
onder meer toe kunnen strekken kennis en kopie te nemen van het
Marokkaanse strafonderzoek. De Belgische politionele delegatie, die
geen contact had met de Marokkaanse gerechtelijke autoriteiten, had
immers geen rechtstreekse toegang tot het strafdossier.
Het principe van de scheiding van de machten en het geheim van het
gerechtelijk onderzoek laten niet toe meer details te verschaffen over
de inhoud van de verschillende Belgische strafdossiers en de in
Marokko verkregen informatie.
Wel kan worden meegedeeld dat de informatie uit Marokko van nut
zou kunnen zijn om het onderzoek te oriënteren en voort te zetten in
verschillende moorddossiers van het parket van Brussel en in het
dossier dat het federaal parket heeft geopend lastens onbekenden die
ervan worden verdacht op Belgisch grondgebied te hebben
deelgenomen aan de activiteiten van de terroristische groep rond
Abdelkader Belliraj.
Op de tweede vragenreeks kan ik het volgende antwoorden. Vanaf
april 2007 werd een verbindingsmagistraat toegevoegd aan de
Belgische ambassade in Rabat. In de ambassade adviseert de
verbindingsmagistraat in verband met de gerechtelijke dimensie van
de bilaterale betrekkingen bijvoorbeeld met betrekking tot de
Marokkaanse wetgeving en de specifieke situatie van hechtenis.
De verbindingsmagistraat is ook belast met de ondersteuning van
elke vorm van juridische samenwerking tussen België en Marokko,
zowel op burgerlijk vlak als op strafgebied. Hij draagt eveneens bij tot
een beter wederzijds inzicht in de respectieve gerechtelijke apparaten
en tot de uitwisseling van zowel juridische informatie als statistische
gegevens.
Belgique adresserait au Maroc. La
délégation a recueilli au Maroc de
nombreuses informations sur les
activités terroristes, les actes de
grand
banditisme
et
les
assassinats
dont
Belliraj
et
d'autres sont suspectés sur place.
Il ressort du rapport de la
délégation que l'enquête a été
menée en profondeur au Maroc.
À présent, toutes les informations
sont analysées et comparées avec
les dossiers pénaux en Belgique,
entre autres. Le 10 mars 2008,
une réunion de concertation a été
organisée entre le procureur du
Roi, le procureur fédéral, les
magistrats, la police judiciaire et
les autres services de police. Les
autorités belges doivent encore se
prononcer sur l'envoi de requêtes
judiciaires distinctes au Maroc.
Ces requêtes pourront avoir pour
objectif de prendre connaissance
de l'enquête pénale marocaine. La
délégation belge n'a pas eu
directement accès, en effet, aux
dossiers pénaux.
En raison de la séparation des
pouvoirs et du secret de l'enquête
judiciaire, je ne puis fournir
d'autres précisions à propos du
contenu des dossiers pénaux
belges
ou
des
informations
recueillies au Maroc, qui seront
certainement utiles à la poursuite
de l'enquête du parquet de
Bruxelles et du parquet fédéral.
Un magistrat de liaison a été
désigné auprès de l'ambassade
belge à Rabat en avril 2007. Il
formule des avis sur l'aspect
juridique des relations bilatérales
et sur la législation marocaine,
entre autres. Il soutient la
coopération juridique et contribue
à une meilleure compréhension
mutuelle des appareils judiciaires
ainsi qu'à l'échange d'informations
juridiques
et
de
données
statistiques.
L'instruction judiciaire était entre
les mains des services de police
marocains et le procureur général
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Tot op het ogenblik dat de procureur-generaal des Konings het
onderzoek startte bij het hof van beroep in Rabat, was het
vooronderzoek in handen van de Marokkaanse politiediensten. Er
moet worden gepreciseerd dat er in Marokko een duidelijk
onderscheid bestaat tussen de gerechtelijke autoriteiten en de
politiediensten. De politie-informatie werd dus enkel via het politioneel
kanaal aan België bezorgd.
In
de
gerechtelijke
fase
van
het
dossier
heeft
de
verbindingsmagistraat de parketmagistraat van het parket-generaal
des Konings van Rabat ontmoet die zich bezighoudt met de zaak. Die
laatste heeft hem over de procedure geïnformeerd en over de
noodzaak van een nauwere samenwerking met de Belgische
autoriteiten. De verbindingsmagistraat heeft onmiddellijk een rapport
in die zin aan het federaal parket in België bezorgd.
Het verzamelen van informatie kan niet volledig worden overgelaten
aan de verbindingsmagistraat. De uitwisseling van gerechtelijke
informatie vindt plaats in het kader van internationale rogatoire
commissies. De verbindingsmagistraat heeft de rol van facilitator. Hij
is geen beheerder van een gerechtelijk dossier en is niet bevoegd om
buiten de internationale rogatoire commissie om informatie omtrent
feiten in een gerechtelijk dossier te ontvangen en door te geven.
Op voorstel van het Marokkaans ministerie van Justitie heeft de
Belgische regering in april 2007 een verbindingsmagistraat naar
Marokko afgevaardigd voor een termijn van twee jaar. Pas na een
positieve evaluatie door het College van procureurs-generaal van het
functioneren van de eerste verbindingsmagistraat kan de eerste
termijn van twee jaar worden hernieuwd en kan worden overwogen de
verbindingsmagistraat naar andere landen dan Marokko te sturen.
Buiten de kosten die zijn gedekt door de betaling van het gewone
salaris, bedraagt de geraamde kostprijs voor de missie van zes leden
van de federale politie naar Marokko 5.946 euro. Het gaat om
reiskosten, verplaatsing, logement en maaltijden.
du Roi près la cour d'appel à
Rabat a ouvert une enquête, à
présent. Au Maroc, la distinction
entre la justice et la police est très
nette, aussi les informations de la
police marocaine peuvent-elles
être transmises seulement à nos
services de police. Le magistrat de
liaison a rencontré le magistrat du
parquet du procureur du Roi à
Rabat, qui a insisté sur la
nécessité d'établir une bonne
coopération avec les autorités
belges.
Le magistrat de liaison ne peut
pas
rassembler
toutes
les
informations et c'est pourquoi une
commission
rogatoire
était
nécessaire.
La
collecte
d'informations
judiciaires
ne
ressortit pas à la compétence du
magistrat de liaison. Celui-ci est
délégué pour une période de deux
ans, renouvelable après une
évaluation positive.
Les
frais
de
voyage,
le
déplacement, le logement et les
repas de la commission rogatoire,
qui comprenait six personnes, ont
été estimés à 5.946 euros.
15.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik blijf
toch ontzettend op mijn honger na dat antwoord. U zegt dat er heel
veel informatie kon worden verkregen. Vervolgens zegt u dat u geen
details kunt geven, omdat die deel uitmaken van het geheim van het
onderzoek.
Het is toch wel onvoorstelbaar dat u en uw diensten het Parlement zo
voor schut zetten. We lezen alle mogelijke details in de kranten in De
Morgen, vandaag nog in De Standaard, over de plaats waar die
kruidenier gevestigd was, op welke wijze hij vermoord werd,
enzovoort, enzovoort. En u kunt niets zeggen? Ik vind dat, ten
opzichte van enkele weken, zelfs een enorme achteruitgang. De
andere slachtoffers zijn wel nog met naam genoemd in de
commissievergadering, en daarover kon u wel nog details geven. Nu
kunt u blijkbaar geen details geven. Ik vind dat vreselijk erg.
Ik heb de indruk dat in het dossier een aantal zaken verborgen moet
blijven en dat het Parlement zijn rol niet kan spelen. We krijgen geen
onderzoekscommissie. In de begeleidingscommissie zit geen
oppositie. Op alle mogelijke manieren blijven de fracties verstoken
van informatie. Vandaag, opnieuw, bevestigt u dat we het maar in de
15.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre indique que le
secret de l'instruction l'empêche
de fournir davantage de détails.
Son cabinet et lui-même mènent
réellement
le
Parlement
en
bateau: tous les journaux publient
des détails mais les parlemen-
taires n'ont pas droit à davantage
d'informations. L'enquête est en
cours au Maroc et il s'agit
d'événements survenus il y a vingt
ans: en quoi la publication de ces
informations pourrait-elle nuire à
l'enquête?
La réaction du ministre est
proprement honteuse. Il suscite
ainsi l'impression que certains faits
doivent rester dissimulés. Le
Parlement n'est pas en mesure de
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
kranten moeten lezen, dat we daar onze informatie maar moeten
halen. U moedigt dus bijna aan tot lekken. U zorgt ervoor dat de pers
informatie moet halen via allerlei sluikwegen, in plaats van dat de
informatie op een normale manier tot ons zou komen.
Ik kan me niet voorstellen dat het onderzoek op een of andere manier
zou worden geschaad, een onderzoek dat trouwens loopt in Marokko
en in principe hier nog niet eens, omdat hij hier wellicht niet zal
worden gevonnist. Het gaat over zaken van twintig jaar en langer
geleden. Volgens mij kan dat onderzoek niet worden geschaad,
doordat u hier enkele essentiële details zou bevestigen. Het is
gewoon ondenkbaar dat u op een of andere manier daardoor schade
zou aanrichten.
Ik vind het werkelijk schrijnend dat wij, als Parlement, vandaag zo
voor schut worden gezet.
Mijnheer de minister, ik stel voor dat u toch nog het nodige doet om
meer informatie te verkrijgen en die aan het Parlement kenbaar te
maken, al was het maar via een schriftelijke weg. Nu worden wij op en
top gefnuikt in onze rol.
Wat de strafdossiers zelf aangaat, daarin is er nog geen inzage.
Binnenkort worden er nieuwe commissies naar Marokko gestuurd, of
er wordt ginder rechtshulp gevraagd. Blijkbaar is de term "rogatoire
commissie" niet meer in zwang. Maar goed, dat zullen de diensten wel
beter weten.
Ik dring er toch op aan dat u snel van uw injunctierecht gebruikmaakt
om ervoor te zorgen dat al wie op een of andere manier was
betrokken bij die moorden, hier toch nog wordt gevonnist. Belliraj zal
wellicht in Marokko worden gevonnist en hij heeft natuurlijk een
centrale rol. Uit heel wat informatie blijkt dat hij niet alleen was, dus
dat hij een aantal moorden niet zelf heeft gepleegd, maar dat hij
medeplichtigen had of in een netwerk zat. Die mensen mogen hun
straf niet ontlopen. Ik dring erop aan dat die dossiers worden
heropend en dat er zo snel mogelijk wordt gezorgd voor een
reactivering, zodanig dat die medeplichtigen zo snel mogelijk worden
gevonnist.
jouer son rôle: il n'y aura pas de
commission d'enquête et il n'y a
pas d'opposition au sein de la
commission d'accompagnement.
Les parlementaires doivent donc
se tourner vers les journaux pour y
puiser leur information. Dans ces
conditions, le ministre encourage
les fuites. Pourquoi ne nous
informe-t-il pas normalement?
Je propose que le ministre fasse
l'impossible
pour
obtenir
davantage d'informations et les
fournisse par écrit. Les dossiers
pénaux
n'ont pas
pu être
consultés.
Une
nouvelle
assistance judiciaire va toutefois
être envoyée sous peu au Maroc.
Je demande instamment au
ministre de faire usage de son
droit d'injonction pour faire en
sorte que les éventuels intéressés
soient encore sanctionnés ici. Il
est établi que Belliraj avait des
complices: il faut rouvrir les
dossiers
afin qu'ils puissent
comparaître rapidement ici devant
le juge.
15.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
vooreerst bedank ik u voor de verduidelijking van de taken van de
verbindingsmagistraat in Marokko. Het is dus een eerste Belgische
verbindingsmagistraat die actief is. U hebt gezegd dat afhankelijk van
de evaluatie van de werkzaamheden van die magistraat, in april 2009
zal worden beslist over de verlenging van de functie en eventueel de
uitbreiding van die functie naar andere landen.
In het dossier-Belliraj moet ik toch vaststellen dat de magistraat niet
echt een meerwaarde heeft betekend tot nu, want u zegt dat het
vooronderzoek is gebeurd door de Marokkaanse politiediensten en
dat op die manier de informatie rechtstreeks op politioneel niveau
werd doorgegeven aan ons land. Wel is er een ontmoeting geweest
met onze verbindingsmagistraat op het parket van Rabat. Er moet
nauwere samenwerking komen, zo is uit die ontmoeting gebleken.
Toch is, zoals u hebt geantwoord, een rogatoire commissie nodig. Ik
stel vast dat in het dossier de verbindingsmagistraat eigenlijk niet echt
een meerwaarde heeft betekend tot nu toe. We zullen het onderzoek
15.05 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Nous disposons donc
pour la première fois d'un
magistrat de liaison belge. Après
avoir procédé à une évaluation au
mois d'avril 2009, il sera décidé si
cette fonction est maintenue et
éventuellement étendue à d'autres
pays. Or, force est de constater
que la plus-value du magistrat
dans ce dossier est demeurée très
limitée jusqu'à présent. Nous
continuerons très certainement à
suivre cette question de près.
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
op de voet blijven volgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van mevrouw Ilse Uyttersprot aan de minister van Justitie over "een dagvaarding voor de
rechtbanken" (nr. 2766)
16 Question de Mme Ilse Uyttersprot au ministre de la Justice sur "une citation devant les tribunaux"
16.01 Ilse Uyttersprot (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, in
december 2006 werd een praalwagen van een Aalsterse
carnavalgroep in beslag genomen omdat hij zich op de openbare weg
bevond zonder
gelijkvormigheidsattest, schouwingsattest en
verzekeringsbewijs. Dat was het gevolg van een overijverige
politieman die het noodzakelijk vond een proces-verbaal op te stellen
voor een praktijk die voor iedere folkloristische stoet in België een
probleem vormt, namelijk dat zij niet kunnen worden verzekerd.
De voorzitter van deze carnavalgroep werd recent, in februari, voor
deze feiten gedagvaard voor de politierechtbank. Het KB is nochtans
sinds 29 januari van dit jaar gewijzigd waardoor praalwagens voor
folkloristische manifestaties niet meer moeten worden ingeschreven
en dat zij zijn vrijgesteld van een aantal bepalingen in de wegcode.
Daarmee werd eigenlijk een eeuwenoud probleem opgelost voor de
toekomst. De vraag is alleen wat er met het verleden moet gebeuren.
Ik had graag geweten wat het huidige beleid is in zaken waarvoor een
proces-verbaal is opgesteld, maar waarbij nadien specifieke
wijzigingen werden doorgevoerd, zodat een dergelijk voorval in de
toekomst binnen de regelgeving valt. Is er een verschil tussen de
parketten inzake het behandelen van dergelijke zaken?
16.01 Ilse Uyttersprot (CD&V -
N-VA): En décembre 2006, le char
d'un groupe carnavalesque d'Alost
a été saisi parce qu'il circulait sur
la voie publique sans certificat de
conformité, sans attestation du
contrôle technique et sans carte
d'assurance. Le président de cette
association a été assigné devant
le tribunal de police en février. Le
29 janvier 2008, l'arrêté royal a
néanmoins été modifié et les chars
des manifestations folkloriques ne
doivent dès lors plus être
enregistrés et sont exemptés de
plusieurs obligations imposées par
le Code de la route. Le problème
est ainsi résolu pour le futur mais
qu'en est-il du passé? Y a-t-il une
différence de traitement d'un
parquet à l'autre?
16.02 Minister Jo Vandeurzen: Waarde collega, u zult begrijpen dat
ik als minister van Justitie geen uitspraak kan doen over een
hangende zaak, in casu de dagvaarding van een voorzitter van een
carnavalgroep voor de politierechtbank. Blijkbaar zou het gaan over
een praalwagen van deze groep die niet was verzekerd, niet geldig
was gekeurd en evenmin over een geldig gelijkvormigheidsattest
beschikte.
Het komt bovendien aan het openbaar ministerie toe om te oordelen
of een bepaalde overtreding al dan niet moet worden vervolgd voor de
politierechtbank. Het is de politierechter, die in deze zaak werd gevat,
die zal moeten oordelen of de weerhouden inbreuken intussen al dan
niet nog strafbaar zijn na de wijziging van de desbetreffende
reglementering.
Ik heb navraag laten doen. Er zijn mij geen verschillen bekend tussen
politieparketten bij de behandeling van deze zaken.
16.02 Jo Vandeurzen, ministre:
En tant que ministre de la Justice,
je ne peux bien sûr pas me
prononcer sur cette affaire en
cours. Il appartient au ministère
public de déterminer si une
infraction donnée doit ou non être
poursuivie devant le tribunal de
police et il appartiendra à ce
dernier de décider si les infractions
doivent encore être sanctionnées.
À ma connaissance, il n'y a par
ailleurs pas de différence de
traitement de ces affaires d'un
parquet de police à l'autre.
16.03 Ilse Uyttersprot (CD&V - N-VA): Het is toch wel spijtig dat er
geen mogelijkheid is om afspraken te maken tussen parketten in
verband met zaken die nadien wettelijk worden geregeld. Het
probleem is gekend en niet alleen in Aalst maar bij alle folkloristische
stoeten. Er was met het parket het voorbije jaar een afspraak over
een gedoogbeleid. Dat kon blijkbaar dus wel. Het lijkt mij zeer raar dat
men na een jaar gedoogbeleid nu nog vervolgt voor een zaak die
16.03 Ilse Uyttersprot (CD&V -
N-VA): Il avait été convenu d'une
politique de tolérance avec le
parquet l'an dernier. On peut
s'étonner qu'après l'instauration
d'une politique de tolérance
pendant un an, des poursuites
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
ondertussen wettelijk kon worden geregeld.
soient à présent engagées dans
un dossier aujourd'hui réglé par la
loi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de punten in het
kader van de tweedelijnsbijstand" (nr. 2660)
17 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "les points accordés dans le
cadre de l'aide de deuxième ligne" (n° 2660)</b>
17.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, de
vergoeding tweedelijnsbijstand wordt vastgesteld door middel van een
puntensysteem. Per procedure wordt aan de pro-Deoadvocaat een
aantal punten toegekend. Mijn vraag gaat over de waarde van het
punt. Voor het jaar 2004-2005 was de waarde 24,288 euro per punt.
Dan hebben we een terugval gehad naar 22,799 euro. Voor het
gerechtelijk jaar 2006-2007 werd mits een bijkomend budget door
minister Onkelinx opnieuw 24,228 euro per punt betaald. Feit is
natuurlijk dat door een aantal ingrepen steeds meer rechtzoekenden
aanspraak kunnen maken op die tweedelijnsbijstand. De
inkomensgrenzen zijn verhoogd waardoor het pakket aan pro-
Deozaken alsmaar groter wordt. Hoe meer prestaties er worden
geleverd, hoe meer punten er worden toegekend. Het gevaar bestaat
dus dat de waarde van het punt weer zal zakken.
Ik zou u willen vragen welk budget er de laatste jaren uitgetrokken is
voor de pro-Deoprestaties. Steeg het budget evenredig met het aantal
prestaties? Door de verbreding van de toegang wordt gevreesd voor
een waardedaling van het punt. Is deze vrees terecht? Hoeveel geld
wordt er in de huidige begroting voorzien voor prestaties die pro-
Deoadvocaten leveren?
17.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): L'indemnité pour l'aide
de deuxième ligne est fixée sur la
base d'un système de points, dans
le cadre duquel un certain nombre
de points sont accordés par
procédure à l'avocat pro deo. Pour
l'année 2004-2005, il s'agissait de
24,288 euros par point. Ce
montant a été ramené à 22,799
euros pour ensuite augmenter à
nouveau à 24,228 euros pour
l'année 2006-2007. Étant donné
que le nombre d'affaires pro deo
augmente, la valeur du point
risque de diminuer à nouveau. À
combien s'élevait au cours de ces
dernières années le budget pour
les affaires pro deo? A-t-il
augmenté dans la même mesure
que le nombre de prestations? La
crainte d'une nouvelle diminution
de la valeur du point est-elle
justifiée? Quel montant est-il prévu
dans le budget actuel pour ces
prestations?
17.02 Minister Jo Vandeurzen: De verbetering van de toegang tot het
gerecht die beoogt dat de rechtzoekende degelijke juridische bijstand
kan genieten, vormt een van de prioriteiten in mijn beleid. Van bij het
begin van mijn aanstelling als minister heb ik inlichtingen ingewonnen
over het budget dat aan juridische tweedelijnsbijstand wordt besteed.
Ik heb tevens bijzondere aandacht gehad voor de werking van de
bestaande regeling.
Over de middelen die hiervoor werden uitgetrokken kan ik u volgende
cijfers meedelen: voor de prestaties die in het gerechtelijk jaar 2004-
2005 werden geleverd werd een bedrag van 44.147.000 euro
uitgetrokken. Voor 2005-2006 werd 46.571.000 euro uitgetrokken.
Voor 2006-2007 is in een budget voorzien van 47.270.000 euro. Deze
stelselmatige verhoging van het budget beoogde de waardedaling van
het punt tegen te gaan aangezien het aantal afgesloten dossiers en
het aantal punten dat recht geeft op de betaling van de vergoeding
voortdurend stijgt. Tijdens het gerechtelijk jaar 2004-2005 werden
immers 110.517 zaken afgesloten met een totaal aantal van
1.796.618,19 punten. Voor de periode 2005-2006 is er sprake van
17.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Un meilleur accès à la justice par
le biais de l'aide judiciaire fait
partie de mes priorités. J'accorde
beaucoup d'attention au budget de
l'aide de deuxième ligne et au
régime existant. Le budget pour
2004-2005 s'élevait à 44 millions
d'euros, à 46,5 millions d'euros
pour 2005-2006 et à 47 millions
d'euros pour 2006-2007. Cette
augmentation a servi à compenser
la perte de valeur du point due à
l'augmentation du nombre de
dossiers. C'est ainsi qu'en 2004-
2005 110 517 dossiers ont été
clôturés pour un total de points de
1 796 618. En 2005-2006 il y avait
122 457 dossiers pour un total de
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
122.457 dossiers met een totaal aantal punten van 1.951.234,30
punten. Wat 2006-2007 betreft, gaat het om 138.970 afgesloten
zaken met een totaal van 2.203.704,12 punten. De aangehaalde
cijfers gelden voor het ganse land.
Het klopt dat mijn voorgangster de inkomensgrenzen voor de
kosteloze juridische bijstand heeft verhoogd en de categorieën van
begunstigden heeft uitgebreid zonder dat wordt voorzien in de vereiste
aanvullende middelen, wat kan leiden tot een waardedaling van het
punt. Niettemin is het te vroeg om overhaaste conclusies te trekken,
want deze aangelegenheid moet zeer grondig worden onderzocht.
Met de OVB en de OBFG werden hierover overigens vergaderingen
belegd.
Ik ben er tijdens het begrotingsconclaaf in geslaagd om de
aanpassingen te verkrijgen inzake de vergoedingen voor 2006-2007
die dit jaar worden betaald. Het gaat om een aanvullend bedrag van
5.371.000 euro voor de juridische tweedelijnsbijstand en een bedrag
van 436.000 euro voor de werkingskosten. Hierdoor zal de waarde
van het punt op peil blijven zoals de voorbije jaren.
Het initieel budget waarin is voorzien voor de vergoeding voor het jaar
2007-2008 die in 2009 wordt betaald, bedraagt in principe 48.688.000
euro voor de juridische tweedelijnsbijstand en 3.947.000 euro voor de
werkingskosten. Tijdens hetzelfde begrotingsconclaaf is inderdaad
beslist nog een bijkomende verhoging van de bedragen overeen te
komen, wat nog eens extra 5.532.000 euro voor de juridische
tweedelijnsbijstand
betekent
en
449.000 euro
voor
de
werkingskosten.
Er zijn dus in de recente begrotingsbesprekingen significante
inspanningen geleverd voor de juridische bijstand. Het spreekt voor
zich dat over deze bedragen nog moet worden gestemd door het
Parlement, maar ik hoop op uw goedkeuring daarvoor te kunnen
rekenen.
1 951 234 points et en 2006-2007
138 970 dossiers pour un total de
2 203 704 points.
Si le nombre de bénéficiaires de
l'aide juridique gratuite ­ une
réalisation de Mme Onkelinx ­ a
augmenté, les moyens pour
assurer cette aide n'ont en
revanche pas été élargis. De ce
fait, la valeur du point pourrait
diminuer mais il faut se garder de
tirer des conclusions hâtives.
Lors du conclave budgétaire, j'ai
augmenté les rémunérations pour
2006 et 2007 ­ qui seront payés
en 2008 ­ de 5.371.000 euros
pour l'aide juridique de deuxième
ligne et de 436.000 euros pour les
frais de fonctionnement. La valeur
du point restera donc au même
niveau. J'espère que le Parlement
approuvera l'augmentation de ces
montants.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de gevangenis in Hasselt" (nr. 2767)
- de heer Bruno Steegen aan de minister van Justitie over "de gevangenis van Hasselt" (nr. 2789)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de klacht van een vakbondsafgevaardigde
van de gevangenis van Hasselt over de incidenten van januari" (nr. 2838)
18 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la prison de Hasselt" (n° 2767)<br>- M. Bruno Steegen au ministre de la Justice sur "la prison de Hasselt" (n° 2789)<br>- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la plainte déposée par un délégué syndical de la
prison de Hasselt concernant les incidents de janvier" (n° 2838)</b>
18.01 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, in het weekend van 12 en 13 januari, u zult zich dat
herinneren, deden zich een aantal incidenten voor met bezoekers in
de gevangenis van Hasselt waarbij cipiers blijkbaar gewond werden.
Dit leidde tot beroering bij de cipiers. De voornaamste eis van de
cipiers was een aanpassing van de bezoekregeling, die volgens hen
nu te laks zou zijn. Daarnaast vroegen zij ook maatregelen om de
18.01 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Après les incidents qui les
ont opposés à des visiteurs au
cours du week-end des 12 et 13
janvier, les gardiens de la prison
de Hasselt ont exprimé une série
de revendications: une modifi-
cation de la réglementation des
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
agressie en conflicten te verminderen en de tuchtprocedure voor
gedetineerden eventueel te herzien.
Na overleg in uw beleidscel op 15 januari gaf u hieraan gunstig
gevolg. Ik verwijs hiervoor naar de persberichten, niet alleen in ­ hoe
heet die ook weer ­ Het Belang van Limburg, maar ook in andere. Ik
ben gewoon van de Krant van West-Vlaanderen te lezen, vandaar.
Aangezien niet alleen Het Belang van Limburg, maar ook de Gazet
van Antwerpen tot bij ons worden gelezen, zou ik niet durven om een
ondertoon te voeren. Ik ken de machten in dit land. Dit gezegd zijnde,
kom ik tot mijn vragen.
Gelet op de betrouwbare bronnen die hebben gezegd dat u op 15
januari beloftes hebt gedaan of hebt laten doen, wat hebt u
ondertussen ondernomen om tegemoet te komen aan de eisen van
de cipiers in Hasselt?
Is er, zoals werd beloofd, reeds een nieuwe bezoekregeling van
kracht in de gevangenis van Hasselt? Zoniet, wanneer komt die er?
Welke aanpassingen zullen er worden aangebracht aan de
bezoekregeling?
Kan men ondertussen de veiligheid van de cipiers in Hasselt
garanderen?
Mijn bijkomende vraag is de volgende. Zult u voldoende lang minister
van Justitie zijn om dit te realiseren?
visites qu'ils jugent trop laxiste,
des mesures pour faire baisser le
niveau d'agression et une refonte
de la procédure disciplinaire à
laquelle sont soumis les détenus.
Comme nous l'avons en tout cas
lu dans la presse, le ministre y a
réservé une suite favorable après
concertation au sein de la cellule
politique le 15 janvier.
Quelles mesures le ministre a-t-il
prises entre-temps pour répondre
aux desiderata des gardiens de la
prison de Hasselt? Une nouvelle
réglementation des visites est-elle
déjà en vigueur dans cet établis-
sement
pénitentiaire?
Quels
changements seront apportés à
cette réglementation? La sécurité
des gardiens est-elle dorénavant
garantie? Le ministre restera-t-il à
la tête du département de la
Justice suffisamment longtemps
pour
pouvoir
réaliser
ces
réformes?
18.02 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik denk dat collega Landuyt alles al heeft geschetst.
Ik heb ook een drieledige vraag. Naar aanleiding van het onderzoek
dat u hebt bevolen naar aanleiding van de incidenten in het weekend
van 12 en 13 januari, heb ik de vraag of er inderdaad al bepaalde
maatregelen zijn genomen om de agressie van de gevangenen te
verminderen en conflicten te vermijden.
Belangrijk in dit hele verhaal ­ wat ook collega Landuyt zegt ­ is de
vraag of er ondertussen al een nieuwe bezoekregeling van kracht is in
Hasselt of niet.
18.02 Bruno Steegen (Open
Vld): À la suite des incidents qui se
sont produits à la prison de
Hasselt, le ministre a demandé
une enquête. Des mesures ont-
elles déjà été prises pour faire en
sorte que les détenus se montrent
moins agressifs et que des conflits
puissent être évités? Une nouvelle
réglementation des visites est-elle
déjà entrée en vigueur?
18.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik heb
destijds na de feiten onmiddellijk een mondelinge vraag gesteld aan
de minister van Justitie. Toen heeft hij ook maatregelen beloofd.
Inmiddels heeft ook een cipier een strafklacht ingediend tegen de
bezoekers die destijds amok hebben gemaakt in de gevangenis en
die zich gewelddadig hebben gedragen ten aanzien van zijn persoon
en ten aanzien van een aantal andere gedetineerden.
Aansluitend op de vragen van de collega's met betrekking tot de
bezoekregeling, wil ik nog iets concreter worden.
Hebben de betrokken bezoekers ­ een familie uit Berchem ­
inmiddels
de
gevangenis
opnieuw
bezocht?
Werden
er
veiligheidsmaatregelen getroffen opdat zij en eventuele andere
bezoekers zich niet langer schuldig kunnen maken aan
gewelddadigheden?
18.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): En réponse à la question
orale que je lui ai posée
immédiatement après les incidents
à la prison de Hasselt, le ministre
a promis de prendre rapidement
une série de mesures. Un gardien
a d'ailleurs déposé une plainte au
pénal contre les visiteurs qui ont
eu des comportements très
violents.
Ces
visiteurs
se
sont-ils
représentés à la prison? Des
mesures de sécurité ont-elles été
prises à leur encontre? Les
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Worden er ook gegevens bijgehouden met betrekking tot bezoekers
die aanhoudend problematisch gedrag vertonen, in Hasselt en in
andere penitentiaire inrichtingen? Het zou nuttig zijn om die gegevens
te verzamelen.
Ik wil nog even terugkomen op de fouillering van bezoekers. In
Hasselt is daar ook een en ander om te doen geweest. Zijn er
inmiddels strengere regels van kracht, niet alleen voor de
gedetineerden die na een penitentiair verlof terug in de gevangenis
komen, maar ook voor de bezoekers? Ik hoor soms van
gedetineerden dat men zelfs kinderen gebruikt om zaken binnen te
smokkelen in de gevangenis, maar dat men daar weinig of niets tegen
kan doen. Dat is natuurlijk zeer perfide en moreel onaanvaardbaar,
maar op die manier geraken bepaalde zaken wel binnen in de
gevangenis.
Ik heb nog een slotvraag, die ik niet in mijn schriftelijke weergave heb
toegevoegd. Ik stel ze nu toch. Wordt de cipier in kwestie op een of
andere manier gesteund in zijn klacht door de FOD Justitie of wordt
hij minstens moreel gesteund door de minister van Justitie?
données relatives aux visiteurs qui
adoptent de façon persistante des
attitudes violentes sont-elles d'une
manière ou d'une autre collectées
ou conservées? Des règles plus
strictes en matière de fouilles sont-
elles désormais applicables aux
visiteurs et aux détenus qui
rentrent de congé pénitentiaire?
Selon une rumeur qui circule, on
irait jusqu'à se servir d'enfants
pour faire entrer certaines choses
en fraude à l'intérieur de la prison.
Le gardien qui a déposé plainte
est-il soutenu moralement par le
SPF Justice?
18.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik zal eerst op het belangrijkste deel
van de vraag van de heer Landuyt antwoorden. Ik krijg net een
geruststellend sms-bericht van Joëlle Milquet binnen: "J'ai démenti
l'article du Tijd. Ils n'ont même pas appelé ici".
18.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Je puis rassurer M. Landuyt: Mme
Joëlle Milquet vient de me faire
savoir qu'elle a démenti l'article
paru dans "De Tijd".
18.05 Renaat Landuyt (sp.a-spirit): Ze heeft weer neen gezegd.
18.05 Renaat Landuyt (sp.a-
spirit): Elle a donc encore une fois
dit non...
18.06 Minister Jo Vandeurzen: Over de problemen die zich
voordeden in de gevangenis van Hasselt en de maatregelen die
zouden worden genomen, gaf ik op 15 en 22 januari enige toelichting.
Na het overleg met de vakorganisaties op mijn kabinet enkele dagen
na de incidenten, is er een lokale werkgroep opgericht waarbij de
directie, medewerkers en vakbondorganisaties betrokken waren. Er
werden in de weken die volgden op de problemen, al wijzigingen
doorgevoerd aan de regeling van de wandeling. Zo werd het tijdstip
daarvan verschoven van de avond naar de dag voor sommige
categorieën van gedetineerden. Op die manier zijn de wandelingen
voortaan beter gespreid.
De bezoekers waartegen door een personeelslid klacht werd
ingediend, hebben de gevangenis van Hasselt niet meer bezocht. De
betrokken gedetineerde voor wie ze op bezoek kwamen, vertoefde
trouwens niet meer in de gevangenis van Hasselt.
Van de problemen die door de bezoekers werden veroorzaakt, wordt
akte genomen op de fiche van de bezoeker in het Accesprogramma.
De bezoekregeling te Hasselt werd in haar geheel geëvalueerd. Er
werd overwogen of de regeling van de glijdende bezoektijden diende
te worden vervangen door een andere met vaste tijdblokken. De
werkgroep kwam tot de conclusie dat dat meer nadelen dan
voordelen zou opleveren. Er werd dan ook geopteerd om het systeem
van glijdende bezoektijden te behouden. Ook de vertegenwoordigers
18.06 Jo Vandeurzen, ministre:
J'ai déjà commenté les 15 et 22
février les problèmes relatifs à la
prison de Hasselt. Après une
concertation à mon cabinet avec
les organisations syndicales, un
groupe de travail local a été créé,
ce qui s'est traduit par une
modification
du
régime
des
promenades:
celles-ci
sont
désormais mieux réparties.
Les visiteurs qui ont fait l'objet
d'une plainte ne se sont plus
rendus à la prison de Hasselt. Le
détenu qu'ils ont visité n'y était
d'ailleurs
plus
interné.
Les
problèmes occasionnés par un
visiteur sont consignés sur la fiche
informatique de l'intéressé.
Il est ressorti de l'évaluation du
règlement des visites que le
remplacement des heures de
visite flottantes par des horaires
fixes présenterait plus d'incon-
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
van de vakorganisaties gingen hiermee akkoord. Er zijn wel enkele
aanpassingen van de bezoekregeling in het vooruitzicht. Zo zal voor
het toezicht in de bezoekzaal een beurtrol worden ingericht om te
vermijden dat een medewerker acht uur ononderbroken die post moet
waarnemen.
De toegangscontrole voor bezoekers wordt geregeld door de
ministeriële rondzendbrief van 1 maart 2002, die bepaalt dat alle
bezoekers zich dienen te onderwerpen aan een identiteitscontrole en
een metaaldetectorcontrole. Hun bagage wordt met een elektrische
scanner gecontroleerd.
Wat het agressiefenomeen betreft, wil ik vooreerst aangeven dat de
incidenten van 12 januari 2008 zich gelukkig niet hebben herhaald.
Conflicten met de bezoekers doen zich wel vaker voor, maar de
agressieve escalatie toen in de gevangenis van Hasselt had toch een
uitzonderlijk karakter. Bezoekers die de orde verstoren of zich
agressief gedragen, kan door de gevangenisdirectie de toegang tot de
gevangenis voor kortere of langere termijn worden ontzegd. Er kan
desgevallend ook worden gesanctioneerd door het bezoek achter glas
te laten plaatsvinden.
Wat de opvang van de medewerkers die het slachtoffer zijn van een
kritisch incident of van intimidatie betreft, zijn er aan elke gevangenis
opvangteams verbonden van personen die daartoe speciaal zijn
geselecteerd en opgeleid. De slachtoffers van de incidenten te
Hasselt hebben hun tevredenheid geuit over de wijze waarop zij
werden opgevangen. Dat neemt niet weg dat zowel de infrastructuur
als de werkprocedures voldoende garanties moeten bieden. Die
werden inmiddels geëvalueerd.
Penitentiaire medewerkers van de gevangenissen worden ook
getraind in het omgaan met conflicten en agressie. Penitentiaire
beambten die posten bekleden bij de toegang of in de bezoekafdeling,
ontvangen een vijfdaagse opleiding, die zowel bestaat uit een
technisch deel, waarbij men de detectieapparatuur correct leert
hanteren, als uit een luik waarbij men onder andere wordt getraind in
het omgaan met bezoekers die zich agressief gedragen.
Beginnende penitentiaire beambten ontvangen ter gelegenheid van
hun drie maanden durende basisopleiding ook een training in het
omgaan met conflicten en in zelfverdedigingstechnieken. Later op de
werkvloer krijgen zij voortgezette training van daartoe gevormde
interne trainers.
Alle leidinggevenden, dat wil zeggen de kwartierchefs en de
penitentiaire assistenten, werden in de loop van 2006 en 2007
eveneens gedurende 5 dagen getraind in de conflict- en
agressiehantering. Bij deze opleiding wordt het zogenaamd 5 fasen
model gehanteerd dat voorschrijft dat conflicten worden benaderd
volgens een schaal die gaat van dialoog tot het gebruik van
dwangmiddelen.
Het veiligheidsaspect van het penitentiair personeel heeft veel
facetten waaraan continu aandacht wordt besteed. Het is ook een
aangelegenheid die aan de orde is op het regelmatig overleg tussen
de directie en de vakbonden. Aan elke gevangenis is ook een
preventieadviseur verbonden. In 2006 en 2007 voerden zij in elke
vénients que d'avantages; le
système est donc maintenu. Une
tournante sera toutefois instaurée
pour la surveillance de la salle des
visites pour éviter qu'une seule
personne doive encore occuper ce
poste huit heures d'affilée.
Le contrôle de l'accès des
visiteurs est régi par la circulaire
ministérielle du 1
er
mars 2002 qui
prévoit obligatoirement un contrôle
d'identité, un contrôle au détecteur
de métaux et un contrôle des
bagages au moyen d'un scanner
électrique.
Des conflits surviennent souvent
avec
des
visiteurs
mais,
heureusement, il est rare que la
situation dérape comme à Hasselt.
La direction de la prison peut
refuser l'accès à la prison, à court
ou à long terme, aux visiteurs qui
perturbent l'ordre public ou elle
peut exiger que la visite s'effectue
derrière un parloir vitré.
Chaque prison dispose d'équipes
chargées de la prise en charge
des membres du personnel
victimes d'intimidations et d'agres-
sions. Les intéressés de la prison
de Hasselt s'en sont dits satisfaits.
Il n'en demeure pas moins que
l'infrastructure et les méthodes de
travail doivent offrir suffisamment
de garanties en matière de
sécurité. Ces différents aspects
ont entre-temps été évalués.
Les agents pénitentiaires sont
formés à la gestion des conflits et
des agressions. Ainsi, les agents
qui occupent un poste à l'entrée
ou dans la section des visites
suivent une formation de cinq
jours. Un cours sur la gestion des
conflits et l'autodéfense est en
outre
dispensé
aux
agents
débutants dans le cadre de leur
formation de base. Les agents
continuent à être formés sur le
terrain
par
des
formateurs
internes. Tous les dirigeants ont
suivi en 2006 et en 2007 une
formation de cinq jours sur la
maîtrise des conflits et des
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
inrichting een risicoanalyse uit waaraan medewerkers van alle
diensten hebben meegewerkt en waarvan het rapport werd besproken
door de basisoverlegcomités.
agressions.
La question de la sécurité du
personnel
pénitentiaire
est
abordée lors de la concertation
régulière entre la direction et les
syndicats. Chaque prison dispose
également d'un conseiller en
prévention. Ces conseillers ont
effectué en 2006 et en 2007 une
analyse de risques, qui a été
examinée par les comités de
concertation de base.
18.07 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik heb niet goed begrepen wat
er nu juist is veranderd?
18.07 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Wat is er nu precies
veranderd?
18.08 Minister Jo Vandeurzen: Ik zal u het schriftelijke antwoord
bezorgen. De wandelingen zijn beter gespreid en er zijn aanpassingen
in het vooruitzicht voor het personeel dat toezicht houdt in de
bezoekerszaal. Dat zijn twee van de dingen die ik juist heb vermeld.
18.08 Jo Vandeurzen, ministre:
Les promenades sont mieux
réparties et une tournante sera
instaurée pour le personnel de
surveillance. Je vous transmettrai
ma réponse par écrit.
18.09 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dat was
een heel uitvoerig betoog. Ik ben blij dat er een lik-op-stuk-beleid
gevoerd wordt ten aanzien van de bezoekers die zich niet weten te
houden aan de regels. Dat is een goede zaak.
Inzake de fouilleringen blijf ik een beetje op mijn honger.
Ook blijft de heikele kwestie overeind hoe de cipiers zich verhouden
tot de directie. Is er tevredenheid over de wijze waarop de directie
optreedt, en dergelijke? Ik heb dienaangaande al een aantal signalen
opgevangen wat Hasselt betreft. Maar laat ik die toch nog even voor
mezelf houden. Ik zal daar nader onderzoek naar verrichten.
In elk geval mag u weten dat ik mij ­ ik heb dit ook gedaan na de
incidenten van 1 oktober en de incidenten van midden januari ­ altijd
schaar aan de zijde van de cipiers, omdat ik weet hoe moeilijk zij het
hebben.
De wet op de interne rechtspositie van de gedetineerde is op
sommige vlakken een goede zaak. Ik hoop alvast dat we, wanneer er
zich nog incidenten zouden voordoen zoals de zaak waarover we nu
een vraag stellen, in de toekomst geen wet over de interne
rechtspositie van de cipiers zullen nodig hebben.
18.09 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je me réjouis du fait
qu'une politique claire soit menée
vis-à-vis des visiteurs qui ne
savent pas s'en tenir aux règles.
Pour ce qui est des fouilles, je ne
suis pas encore entièrement
satisfait.
Je
me
demande
également si les gardiens sont
contents de la façon dont est
intervenue la direction, mais
j'assurerai le suivi de ce point-là
moi-même. Je soutiens en tout
cas toujours les gardiens, car je
sais que pour eux, ce n'est pas
donné. J'espère uniquement que
d'ici peu nous n'aurons pas besoin
d'une loi sur le statut juridique
interne des gardiens aussi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de mogelijkheid van het gebruik
van de polygraaf door particulieren" (nr. 2837)
19 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la possibilité pour les particuliers de
faire usage du détecteur de mensonges" (n° 2837)</b>
19.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, 19.01 Bert Schoofs (Vlaams
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
mijnheer de minister, uit een eerder gestelde parlementaire vraag aan
uw voorganger is gebleken dat het gebruik van de polygraaf of
leugendetector in België in principe vrij is en niet aan rechtsregels
gebonden. In principe zou het instrument bijvoorbeeld gebruikt
kunnen worden in arbeidsrechtelijke relaties. Uiteraard zou aldus
verkregen informatie slechts een zeer relatieve bewijskracht hebben.
Ik denk aan burgerlijke of arbeidsrechtelijke procedures waarin een
partij daarmee komt aandragen.
Ook in strafrechtelijke procedures is dat relatief. In die strafrechtelijke
procedures bestaat er nu een juridische basis, een circulaire van de
minister en een richtlijn van het College van procureurs-generaal,
waardoor het gebruik van de polygraaf juridisch is erkend of wettelijk
is erkend in de ruime zin van het woord. Daardoor heeft de polygraaf
bestaansrecht verworven in het Belgisch recht.
In andere domeinen van het recht is het gebruik van de polygraaf
echter niet geregeld. Mijn vraag is de volgende.
Streeft u eventueel een regeling na met betrekking tot het gebruik van
de polygraaf buiten het strafrecht of acht u dat niet nodig?
Zou de polygrafische dienst van de politie eventueel kunnen overgaan
tot het uitvoeren van tests op particuliere verzoeken? Wie moet daar
de toestemming voor geven?
Ten slotte, hoeveel zou de kostprijs voor een dergelijke test voor de
particulier zijn? In Amerika is het een tijdje heel populair geweest.
McDonalds gebruikte bijvoorbeeld de polygraaf als instrument om
werknemers te testen. Dat is gelukkig wat in onbruik geraakt, maar
iemand zou hier wel eens op het idee kunnen komen. Af en toe word
ik toch eens gevraagd, want dit is zo'n vraag die is doorgegeven, die
werd gesuggereerd, of het mogelijk is dat particulieren een
leugendetectortest afleggen bij de specialisten van de politie.
Belang): En principe, aucune
réglementation ne régit le recours
à un polygraphe ou détecteur de
mensonges en Belgique. En
théorie, l'appareil pourrait dès lors
également être utilisé dans le
cadre
de la relation entre
l'employeur et ses salariés. Les
informations obtenues n'auraient
toutefois aucune force probante
dans les procédures civiles ou en
matière de droit du travail.
Le recours à un polygraphe dans
les
procédures
pénales
est
réglementé par une circulaire
ministérielle et une directive du
Collège des procureurs généraux.
Pour les autres domaines du droit,
il n'existe jusqu'à ce jour aucune
réglementation.
Le
ministre
comblera-t-il cette lacune?
Le service de Polygraphie de la
police peut-il effectuer des tests à
la requête d'un particulier? De qui
émane
l'autorisation?
Quels
seraient les frais?
19.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, In België kan
een particulier een polygraaf bezitten of gebruiken. Het gebruik van de
polygraaf in het kader van de gerechtelijke procedure wordt op
strafrechtelijk niveau gereglementeerd.
In de omzendbrief van het College van procureurs-generaal van
6 mei 2003 werden specifieke voorwaarden voor het gebruik van de
polygraaf bepaald, onder meer het principe van de proportionaliteit: de
polygraaf mag enkel worden aangewend voor het ophelderen van
misdaden of ernstige misdrijven. Ook geldt het principe van de
subsidiariteit: de polygraaf mag slechts worden aangewend, indien
andere onderzoeksmiddelen onvoldoende gegevens opleveren.
Ik ben de mening toegedaan dat de polygraaf inderdaad voor
ernstige, strafrechtelijke dossiers dient te worden voorbehouden.
Uw vraag over het gebruik in arbeidsrechtelijk verband zou u het
beste aan de bevoegde minister van Werk stellen.
De polygraaf wordt door de polygrafische dienst van de politie
gebruikt. Tijdens het vooronderzoek of het gerechtelijk onderzoek zal
de techniek van de polygraaf respectievelijk door de procureur des
Konings of door de onderzoeksrechter kunnen worden bevolen. De
19.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans notre pays, un particulier est
en effet autorisé à posséder et à
utiliser un polygraphe. L'utilisation
de l'appareil dans le cadre de
procédures
judiciaires
est
réglementée au niveau pénal. Les
conditions
d'utilisation
sont
définies dans la circulaire du
Collège des procureurs généraux
du 6 mai 2003. C'est ainsi que le
polygraphe peut uniquement être
utilisé pour élucider des crimes, si
d'autres méthodes d'enquête n'ont
pas permis de collecter des
données suffisantes. Je crois que
l'utilisation du polygraphe doit être
limitée aux dossiers criminels
graves.
L'utilisation
éventuelle
du
polygraphe dans le cadre du droit
du travail relève de la compétence
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
polygrafische dienst van de politie organiseert geen dergelijke tests op
vraag van particulieren.
du ministre du Travail.
Le service de polygraphie de la
police n'organise pas de tests à la
demande de particuliers. Le juge
d'instruction ou le procureur du Roi
peuvent faire appel à ce service au
cours d'une enquête judiciaire.
19.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, zou ik de schriftelijke neerslag van uw antwoord
kunnen krijgen?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De heer Wathelet was onderweg. Hij bevindt zich nu echter in de Conferentie van
voorzitters.
20 Question de M. Melchior Wathelet au ministre de la Justice sur "les jeux de paris et de hasard sur
internet" (n° 2779)</b>
20 Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de minister van Justitie over "de online gok- en
kansspelen" (nr. 2779)
20.01 Melchior Wathelet (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, vous n'êtes pas sans savoir que la Loterie Nationale va offrir
un certain nombre de jeux sur internet.
À la suite d'une question que j'avais posée au ministre des Finances,
il apparaît que seuls les jeux à tirage vont être disponibles sur
internet.
Cette démarche commerciale de la Loterie Nationale vise à tenter
d'offrir à ses clients le meilleur produit possible et à lutter contre une
série de jeux qui fleurissent sur internet, sans respecter la
réglementation mais qui sont pourtant utilisés par toute une série de
joueurs.
Ne serait-il pas opportun, à l'occasion de cette discussion concernant
la Loterie Nationale, de remettre sur la table toute la discussion que
nous avions eue fin de la législature précédente sur les jeux de pari
sur internet?
En effet, il est aujourd'hui extrêmement aisé de trouver sur internet de
nombreux jeux illégaux.
Vous savez que les casinos sur internet sont totalement interdits.
Pourtant, ils existent! On trouve également bien d'autres jeux
totalement interdits. Ces jeux ont une particulière mauvaise influence
sur les joueurs pathologiques et ne sont, en termes de
réglementation, absolument pas respectueux de la législation. Par
ailleurs, ils ne sont pas encadrés.
Outre l'effet dévastateur sur le joueur de ce type de produit sur
internet, ces jeux font évidemment une concurrence déloyale à
l'ensemble des acteurs présents sur le marché belge et qui eux
respectent la législation.
20.01 Melchior Wathelet (cdH):
De Nationale Loterij gaat een
aantal spelen aanbieden op het
internet. Enkel de trekkingsspelen
zullen er worden aangeboden. Met
deze benadering wil men het best
mogelijke product aanbieden en
de strijd aanbinden tegen een
reeks spelen die op het internet
furore maken maar in strijd zijn
met de regelgeving. Zou het niet
opportuun zijn de discussie over
de kansspelen op het internet, die
we op het einde van de vorige
zittingsperiode voerden, opnieuw
ter tafel te brengen?
Op het internet zijn inderdaad heel
wat illegale kansspelen te vinden,
dat is helemaal niet moeilijk. Die
spelen hebben een bijzonder
slechte invloed op pathologische
spelers,
die
trouwens
geen
begeleiding krijgen. Bovendien
zorgen deze kansspelen voor
oneerlijke concurrentie ten aanzien
van de actoren op de Belgische
markt die de wetgeving wel
respecteren.
Denkt u dat het opportuun is deze
discussie
opnieuw
aan
te
zwengelen om een oplossing te
vinden
en
deze
illegale
CRIV 52
COM 139
11/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Que pensez-vous de l'opportunité de relancer cette discussion pour
trouver une solution pour lutter contre ces sites internet illégaux qui
abusent les joueurs, qui ne respectent pas la législation et qui font
une concurrence déloyale à ceux qui respectent les règles du
marché?
internetsites te weren?
20.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il existe actuellement deux
domaines d'action pour limiter les jeux de hasard sur internet.
Premièrement, il y a la piste légale qui se base sur la loi du
19 avril 2002 concernant la rationalisation du fonctionnement et la
gestion de la Loterie Nationale et qui porte uniquement sur
l'organisation de jeux de hasard par la Loterie.
L'article 6, §1, 2° de cette loi prévoit que l'objet social de la SA de droit
public Loterie Nationale porte sur l'organisation, dans l'intérêt général
et selon des méthodes commerciales, de jeux de hasard dans les
formes et selon les modalités générales fixées par le Roi par arrêté
délibéré en Conseil des ministres, sur proposition du ministre des
Entreprises et des Participations publiques et du ministre de la Justice
et après avis de la commission des Jeux de hasard.
En vertu de l'article 7 de la loi du 19 avril 2002, la Loterie Nationale a
la possibilité d'exploiter des jeux de hasard et de loterie sur internet.
L'article en question stipule en effet que la Loterie a le droit de faire
usage des outils de la société de l'information. Ce n'est pas un
monopole de droit mais de fait, engendré par l'interdiction faite par
l'article 4 de la loi du 7 mai 1999 qui prévoit une interdiction
d'exploitation des jeux de hasard autre que celle autorisée
conformément à la loi.
La Loterie Nationale annonce son intention d'offrir sur internet des
produits de loterie et non pas des jeux de hasard stricto sensu. Elle
en a le droit vu l'article 6, §1
er
et 7 de la loi du 19 avril 2002
susmentionnée. Les formes et les modalités devront être fixées par le
Roi sur proposition du ministre ayant les Entreprises et les
Participations publiques dans ses attributions. La commission des
Jeux de hasard n'intervient pas. Le ministre compétent devra sans
aucun doute se demander si la loterie proposée n'est pas en réalité
un jeu de hasard.
Il est clair que tous les autres jeux de hasard sur internet sont
illégaux. Les actes de publicité pour ces sites sont également
susceptibles de faire l'objet de poursuites pénales. Actuellement, des
procès verbaux sont adressés au procureur du Roi qui reste maître
de juger de l'opportunité de poursuites. Nous constatons que les
poursuites ne sont pas nombreuses en raison de la complexité
technique et du manque d'effectifs spécialisés.
L'offre actuelle de jeux de hasard sur internet doit être freinée par une
réglementation belge qui apporte la sécurité juridique et la clarté. Le
but serait d'arriver à une offre limitée et contrôlée, tant au niveau de
l'honnêteté du jeu, de l'utilisation des données personnelles des
joueurs, que de la transparence des exploitants, sans oublier une
juste perception des taxes.
En outre, une attention soutenue doit être consacrée à une
concurrence loyale entre les jeux de même nature et les jeux de
hasard virtuels doivent correspondre aux mêmes exigences que les
20.02 Minister Jo Vandeurzen:
Als men de kansspelen op het
internet wil inperken, kan men
momenteel ageren in het kader
van de wet van 19 april 2002, die
evenwel uitsluitend betrekking
heeft op de organisatie van
kansspelen door de Nationale
Loterij.
Die
wet
bepaalt
dat
het
maatschappelijk doel van de
Nationale Loterij bestaat uit de
organisatie, in het algemeen
belang
en
volgens
handelsmethodes, van kansspelen
volgens de door de Koning
bepaalde
regels.
Op
grond
daarvan heeft de Nationale Loterij
de mogelijkheid om kans- en
loterijspelen te exploiteren op het
internet. Het gaat niet om een
monopolie de jure, maar wel de
facto, dat voortvloeit uit het verbod
op de organisatie van andere
kansspelen dan diegene die de
wet toelaat.
De
Nationale
Loterij
heeft
bekendgemaakt dat ze van plan is
om op internet loterijproducten aan
te
bieden,
en
dus
geen
kansspelen stricto sensu. Ze heeft
daartoe
het
recht.
De
Kansspelcommissie treedt niet op.
De bevoegde minister zal zich
moeten
afvragen
of
de
voorgestelde loterij in feite geen
kansspel is.
Het mag duidelijk zijn dat alle
andere kansspelen op internet
onwettig zijn. Ook de reclame voor
die sites kan strafrechtelijk worden
vervolgd. Er wordt echter niet vaak
vervolging ingesteld, omdat het
om een technisch ingewikkelde
aangelegenheid gaat en men niet
over voldoende gespecialiseerd
personeel beschikt.
Het
bestaande
aanbod
van
11/03/2008
CRIV 52
COM 139
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
jeux réels.
Pour pouvoir envisager une canalisation sérieuse des jeux en ligne,
des bases légales doivent être mises en place en tenant compte d'un
rapport sur la situation actuelle des jeux de hasard qui font appel aux
instruments de la société de l'information. Le projet de loi n° 51/2807
servira de base pour cette nouvelle réglementation.
La déclaration gouvernementale interviendra prochainement pour les
décisions qui doivent être concrétisées après le 23 mars 2008. Il entre
dans mes intentions de faire introduire dans celles-ci l'idée d'une mise
en place d'une politique cohérente des jeux de hasard, tant virtuels
que réels, aussi bien nationale qu'internationale, principalement pour
la protection des joueurs et pour la perception correcte des impôts en
tenant compte de la rentabilité de ces entreprises.
kansspelen op internet moet
worden
ingedamd
via
een
Belgische regelgeving, die voor
rechtszekerheid en duidelijkheid
moet zorgen. De bedoeling zou
zijn om tot een beperkt en
gecontroleerd aanbod te komen,
en niet te vergeten ook tot een
correcte inning van de belastingen.
Bovendien moet er een eerlijke
concurrentie tussen soortgelijke
spelen worden gewaarborgd en
moeten er soortgelijke eisen
gelden. Er werd een wetsontwerp
uitgewerkt om de onlinespelen in
goede banen te leiden. In de
volgende regeerverklaring zullen
de
standpunten
worden
uiteengezet die na 23 maart 2008
handen en voeten moeten krijgen.
Ik
zal
een
samenhangend
nationaal én internationaal beleid
met betrekking tot zowel virtuele
als reële kansspelen voorstellen,
dat er in de eerste plaats toe strekt
de spelers te beschermen en de
belastingen correct te innen,
rekening
houdend
met
de
rendabiliteit van die bedrijven.
20.03 Melchior Wathelet (cdH): Madame la présidente, je voudrais
simplement remercier le ministre car c'est exactement la prise de
position que je voulais entendre et qui me fait particulièrement plaisir.
Votre approche des jeux encadrés et réglementés, en se basant sur
la loi de la précédente législature, sans faire de concurrence déloyale
me semble être la bonne.
20.03 Melchior Wathelet (cdH):
Dat is precies wat ik wilde horen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.33 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.33 uur.