KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 127
CRIV 52 COM 127
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
04-03-2008
04-03-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- mevrouw Katrien Partyka aan de minister van
Klimaat en Energie over "de concrete start en de
werking van de ombudsdienst voor energie"
(nr. 2232)
1
- Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le lancement concret et le
fonctionnement du service de médiation pour
l'énergie" (n° 2232)
1
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Klimaat en Energie over "de vele klachten inzake
de particuliere energielevering en de mogelijke
oplossingen hiervoor" (nr. 2627)
1
- M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les nombreuses plaintes relatives à
la fourniture d'énergie aux particuliers et les
solutions éventuelles au problème" (n° 2627)
1
Sprekers: Katrien Partyka, Bart Laeremans,
Paul Magnette, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: Katrien Partyka, Bart Laeremans,
Paul Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
minister van Klimaat en Energie over "het aantal
toegewezen zaken aan het advocatenkantoor
Uyttendaele, Gérard et associés" (nr. 2291)
6
Question de M. Francis Van den Eynde au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "le nombre
d'affaires
confiées
au
bureau
d'avocats
Uyttendaele, Gérard et associés" (n° 2291)
6
Sprekers: Francis Van den Eynde, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie,
Katrien Partyka
Orateurs: Francis Van den Eynde, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie ,
Katrien Partyka
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
8
- de heer Willem-Frederik Schiltz aan de minister
van Klimaat en Energie over "de verkoop van
Distrigas als gevolg van de fusieplannen tussen
Suez en Gaz de France" (nr. 2359)
8
- M. Willem-Frederik Schiltz au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "la vente de Distrigaz à la suite
des projets de fusion entre Suez et Gaz de
France" (n° 2359)
8
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Klimaat en Energie over "de verkoop van
Distrigas als gevolg van de fusieplannen tussen
Suez en Gaz de France" (nr. 2621)
8
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la vente de Distrigaz à la suite des
projets de fusion entre Suez et Gaz de France"
(n° 2621)
8
Sprekers: Willem-Frederik Schiltz, Peter
Logghe, Paul Magnette, minister van Klimaat
en Energie
Orateurs: Willem-Frederik Schiltz, Peter
Logghe, Paul Magnette, ministre du Climat et
l'Energie
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
klachtenbehandeling in de verzekeringssector"
(nr. 2363)
11
Question de Mme Karine Lalieux au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le traitement des
plaintes dans le secteur des assurances"
(n° 2363)
11
Sprekers: Karine Lalieux, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Karine Lalieux, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie
Samengevoegde vragen van
13
Questions jointes de
13
- mevrouw Meyrem Almaci aan de minister van
Klimaat en Energie over "de garantiewet"
(nr. 2433)
13
- Mme Meyrem Almaci au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la loi de garantie" (n° 2433)
13
- de heer Melchior Wathelet aan de minister van
Klimaat en Energie over "de wet van
1 september 2004 betreffende de bescherming
van
de
consumenten
bij
verkoop
van
consumptiegoederen" (nr. 2519)
13
- M. Melchior Wathelet au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la loi du 1er septembre 2004
relative à la protection des consommateurs en
cas de vente de biens de consommation"
(n° 2519)
13
Sprekers:
Meyrem
Almaci,
Melchior
Wathelet, voorzitter van de cdH-fractie, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs:
Meyrem
Almaci,
Melchior
Wathelet, président du groupe cdH, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
16
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Klimaat en Energie over "de investeringen in
het Belgisch elektriciteitsnetwerk" (nr. 2446)
17
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "les investissements dans le
réseau électrique belge" (n° 2446)
16
- mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van 17
- Mme Kattrin Jadin au ministre du Climat et de 16
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Klimaat en Energie over "het gevaar voor een
ontoereikende gas- en elektriciteitsproductie"
(nr. 2652)
l'Énergie sur "les risques de sous-production de
gaz et d'électricité" (n° 2652)
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Kattrin
Jadin, Paul Magnette, minister van Klimaat
en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Kattrin
Jadin, Paul Magnette, ministre du Climat et
l'Energie
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
productie en het gebruik van biobrandstoffen"
(nr. 2513)
19
Question de M. Christian Brotcorne au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la production et
l'utilisation de biocarburants" (n° 2513)
19
Sprekers:
Christian
Brotcorne,
Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie,
Sabine Laruelle, minister van Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs:
Christian
Brotcorne,
Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie ,
Sabine Laruelle, ministre de l'Économie, des
Indépendants et de l'Agriculture
Vraag van de heer Dirk Vijnck aan de minister van
Klimaat en Energie over "de strategische
olievoorraden beheerd door het agentschap
Apetra" (nr. 2526)
21
Question de M. Dirk Vijnck au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "les stocks stratégiques de
pétrole gérés par l'agence Apetra" (n° 2526)
21
Sprekers: Dirk Vijnck, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie, Dalila Douifi,
Tinne Van der Straeten
Orateurs: Dirk Vijnck, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie , Dalila Douifi,
Tinne Van der Straeten
Vraag van de heer David Clarinval aan de
minister van Klimaat en Energie over "de impact
van de CO2-belasting ten opzichte van de
economische ontwikkeling" (nr. 2533)
25
Question de M. David Clarinval au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'impact des
impositions
de
CO2
par
rapport
au
développement économique" (n° 2533)
25
Sprekers: David Clarinval, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: David Clarinval, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
bevoegdheden van de CREG inzake de gas- en
elektriciteitsverdeling" (nr. 2554)
28
Question de Mme Muriel Gerkens au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les pouvoirs de la
CREG vis-à-vis de la distribution de gaz et
d'électricité" (n° 2554)
28
Sprekers: Muriel Gerkens, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Muriel Gerkens, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie
Samengevoegde vragen van
29
Questions jointes de
30
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de financiering
van het klimaatbeleid en de Electrabeltaks"
(nr. 2489)
29
- Mme Tinne Van der Straeten au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le financement de la politique
climatique et la taxe Electrabel" (n° 2489)
30
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Klimaat en Energie over "de 250 miljoen euro die
de producenten van kernenergie moeten betalen"
(nr. 2625)
30
- M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les 250 millions d'euro à payer par
les producteurs d'énergie nucléaire" (n° 2625)
30
- mevrouw Dalila Douifi aan de minister van
Klimaat en Energie over "de onderhandelingen
met Electrabel" (nr. 2646)
30
- Mme Dalila Douifi au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les négociations avec Electrabel"
(n° 2646)
30
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Bart
Laeremans, Dalila Douifi, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Bart
Laeremans, Dalila Douifi, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de Uitvoerende Kamer van het
Beroepsinstituut
van
Vastgoedmakelaars"
(nr. 2015)
36
Question de Mme Sarah Smeyers à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur
"la
Chambre
exécutive
de
l'Institut
professionnel des agents immobiliers" (n° 2015)
36
Sprekers: Sarah Smeyers, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Sarah Smeyers, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer François-Xavier de Donnea
aan de minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de wet van 1 september 2004
betreffende de garantie voor de consument"
(nr. 2578)
38
Question de M. François-Xavier de Donnea à la
ministre de l'Économie, des Indépendants et de
l'Agriculture sur "la loi du 1er septembre 2004 sur
la garantie pour le consommateur" (n° 2578)
38
Sprekers: François-Xavier de Donnea,
Sabine Laruelle, minister van Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: François-Xavier de Donnea,
Sabine Laruelle, ministre de l'Économie, des
Indépendants et de l'Agriculture
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
werking van de Koninklijke Muntschouwburg"
(nr. 2543)
39
Question de M. Jenne De Potter au ministre de
l'Intérieur sur "le fonctionnement du Théatre royal
de la Monnaie" (n° 2543)
39
Sprekers: Jenne De Potter, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Jenne De Potter, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de gelijke
behandeling van uitoefenaars van vrije beroepen"
(nr. 2256)
41
Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'égalité de traitement des
titulaires d'une profession libérale" (n° 2256)
41
Sprekers: Luk Van Biesen, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Luk Van Biesen, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de stand van zaken in de
restauratie van het Horta-Lambeauxpaviljoen in
het Brusselse Jubelpark" (nr. 2542)
43
Question de M. Luk Van Biesen à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "l'état d'avancement de la restauration du
pavillon Horta-Lambeaux dans le parc du
Cinquantenaire à Bruxelles" (n° 2542)
43
Sprekers: Luk Van Biesen, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Luk Van Biesen, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer André Perpète aan de minister
van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over
"de aangekondigde prijsstijging van rund- en
varkensvlees" (nr. 2307)
45
Question de M. André Perpète à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "la hausse annoncée des prix de la viande de
boeuf et de porc" (n° 2307)
45
Sprekers: André Perpète, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: André Perpète, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
4
MAART
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
4
MARS
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.09 uur en voorgezeten door de heer Bart Laeremans.
La séance est ouverte à 10.09 heures et présidée par M. Bart Laeremans.
De voorzitter: Aangezien ikzelf de eerste vraag stel, samen met mevrouw Partyka, wil ik mij graag als
voorzitter even laten vervangen omdat het de voorkeur wegdraagt zijn vraag vanop de banken te stellen en
niet als voorzitter. Ik zie allemaal mensen met dezelfde anciënniteit, daarom zal ik de grootte van de fracties
in aanmerking nemen. Mijnheer Logghe, mag ik u, allicht tot uw verrassing, vragen om mij als voorzitter
even te vervangen.
Voorzitter: Peter Logghe.
Président: Peter Logghe.
01 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Klimaat en Energie over "de concrete start en de
werking van de ombudsdienst voor energie" (nr. 2232)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Klimaat en Energie over "de vele klachten inzake de
particuliere energielevering en de mogelijke oplossingen hiervoor" (nr. 2627)
01 Questions jointes de
- Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le lancement concret et le
fonctionnement du service de médiation pour l'énergie" (n° 2232)<br>- M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les nombreuses plaintes relatives à la
fourniture d'énergie aux particuliers et les solutions éventuelles au problème" (n° 2627)</b>
01.01 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zou u graag nog eens een vraag stellen over
de ombudsdienst. Wij hebben het er al herhaaldelijk over gehad. Door
de publicatie in het Belgisch Staatsblad is de oprichting officieel. Ik
veronderstel dat voor de concrete start van de ombudsdienst nog heel
wat werk moet gebeuren zoals de aanwerving, de omkadering, de
bezoldiging en het statuut van het administratief personeel. In het KB
is dat alleen geregeld voor de leden van de ombudsdienst zelf. Ik
veronderstel dat ook nog heel wat praktische zaken moeten worden
geregeld zoals het huren van kantoren, computers, de website
01.01 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA): Le service de médiation
existe aujourd'hui officiellement
mais je crois que des mesures
devront encore être prises pour
qu'il
puisse
fonctionner
effectivement.
Quand le consommateur pourra-t-
il s'adresser au service de
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
enzovoort.
Mijnheer de minister, wanneer denkt u dat de consumenten concreet
een beroep kunnen doen op de ombudsdienst voor de regeling van
hun geschillen?
U hebt ook gezegd dat de klachten over de oneigenlijke
handelspraktijken door de economische inspectie verder worden
behandeld. In welke mate zal de ombudsdienst met deze dienst
samenwerken? Veel klachten die bij de ombudsdienst zullen
terechtkomen, zullen ook aan de economische inspectie moeten
worden doorgespeeld. Komt er een soort van samenwerkingsprotocol
of op welke manier zullen de diensten samenwerken?
Een tweede deel van de vraag, de eindafnemer, consumenten en
bedrijven, betalen al geruime tijd een federale bijdrage voor de
financiering van deze ombudsdienst. In 2005, 2006 en 2007 heeft de
ombudsdienst niet gewerkt. Hoeveel bedroeg de federale bijdrage van
de consumenten en de bedrijven? Waar is dat bedrag naartoe
gegaan? In de teksten is sprake van een bedrag van 832.000 euro. Is
dat de bijdrage die betaald is, of is dat meer of minder? Wat is
daarmee gebeurd?
médiation?
Dans quelle mesure le service de
médiation collaborera-t-il avec
l'Inspection économique et de
quelle manière le fera-t-il?
Depuis quelque temps déjà, les
consommateurs et les entreprises
contribuent
financièrement
au
service de médiation, qui n'a
cependant pas fonctionné en
2005, 2006 et 2007.
Quelle a été la contribution
fédérale des entreprises et des
consommateurs? Qu'en est-il de
l'affectation de ces sommes?
01.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, wij hebben afgelopen vrijdag met de commissie
voor het Bedrijfsleven een bezoek gebracht aan de SPE gascentrale
in Seraing. Daar is een bijzonder probleem onder de aandacht
gebracht waarmee alle nieuwe spelers op de markt blijkbaar worden
geconfronteerd. Dat heeft te maken met de individuele gegevens over
familie en gezinssituatie van het cliënteel, van de gewone burger. Men
blijkt er allesbehalve gemakkelijk aan te geraken.
Een van de oplossingen die vrijdag werd voorgesteld, is de oprichting
van een centraal clearing house, dat op een transparante wijze alle
mogelijke adresgegevens zou gaan verzamelen en behandelen ten
dienste van de nutleveranciers, gas, elektriciteit, maar waarom ook
niet, bij uitbreiding, water. Aangezien deze instantie zou gaan
samenwerken met de lokale overheden en het rijksregister en de
bescherming van de privacy uiteraard moet worden verzekerd, wijst
alles erop dat de oprichting van zulke instantie enkel kan na een
overheidsinitiatief, waarmee nog niet is gezegd dat de instantie op
zich een overheidsorgaan moet zijn. Dat kan ook een privéorgaan zijn
dat wordt betaald door de afnemers van die informatie.
Duidelijk is in ieder geval dat de correcte informatie en facturatie kan
leiden tot een gemakkelijkere overstap van de ene leverancier naar
de andere en dus tot een betere concurrentie. Dat is toch iets wat we
allemaal willen, met als gevolg dat prijzen kunnen dalen of binnen de
perken kunnen worden gehouden.
Werden uw diensten reeds geconfronteerd met deze vraag?
Hoe staat de minister tegenover de oprichting van een dergelijke
instantie? Of zijn er volgens de minister andere manieren om de
raadpleging en actualisering van individuele gegevens ter beschikking
te stellen?
Zou zulk clearing house best een privaat beheer kennen dan wel een
01.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
La
commission
de
l'Économie a visité vendredi
dernier la centrale au gaz de SPE
à Seraing. Nous y avons été
informés
des
problèmes
rencontrés par les nouveaux
acteurs sur le marché qui doivent
collecter les données relatives à la
situation familiale de leurs clients.
Une des solutions avancées
consisterait à passer par un
organisme central public ou privé
de type " clearing house " résultant
obligatoirement d'une initiative des
pouvoirs publics et financé par les
utilisateurs de l'information.
La transmission d'informations
exactes ainsi que la mise en place
d'une
facturation
correcte
permettraient de changer plus
aisément
de
fournisseur
et,
partant, de faciliter le jeu de la
concurrence.
Que pense le ministre de la
création d'un tel organe? Existe-t-il
d'autres solutions? Une telle
chambre de compensation devrait-
elle être publique ou privée?
Pourrait-elle également collecter
des informations sur les clients
frauduleux et sur les mauvais
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
overheidsorgaan zijn dat zich door de klanten laat financieren,
eventueel gekoppeld aan de ombudsdienst Energie? Zij behandelen
eigenlijk hetzelfde probleem. De problemen zijn gelijklopend.
Zou zulk centraal clearing house ook informatie kunnen verzamelen
over frauduleuze cliënten en over wanbetalers?
Behoort deze materie volgens u op dit moment nog tot de federale
bevoegdheid? Zal deze op basis van het eerste akkoord inzake de
staatshervorming worden overgeheveld naar de Gewesten? Dat
akkoord is inzake Energie absoluut niet duidelijk, men spreekt over
delen van Energie, maar het is niet duidelijk welke delen van Energie.
Zal bijvoorbeeld de ombudsdienst Energie die nog in volle oprichting
is op federaal niveau blijven bestaan of is dat precies iets dat naar
de Gewesten gaat? Kan u daar meer duidelijkheid over geven?
payeurs?
Cette matière est-elle encore
fédérale? Sera-t-elle transférée
aux Régions?
01.03 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, het koninklijk
besluit van 18 januari 2008 regelt de diverse noodzakelijke bepalingen
voor het verzekeren van de oprichting van de ombudsdienst voor
Energie. In verband met de aanwerving van het personeel voor de
ombudsdienst, wordt erin voorzien dat dit gebeurt volgens het regime
van de arbeidsovereenkomst, zoals bepaald in de wet van 3 juli 1978.
Voor het personeel met een statutaire functie wordt erin voorzien dat
zij ter beschikking worden gesteld van die dienst, mits behoud van
hun rechten op bevordering en salarisverhoging en binnen hetzelfde
systeem van sociale zekerheid als datgene dat werd toegepast in hun
oorspronkelijke dienst. Bijkomende bijzondere bepalingen kunnen
desgevallend worden vastgesteld via een in de Ministerraad overlegd
besluit.
De wet van 16 maart 2007 tot oprichting van de ombudsdienst
voorziet dat er, tevens via een in de Ministerraad overlegd besluit,
bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld aangaande de
berekening van de ombudsbijdrage. Er zou echter slechts gebruik
mogen worden gemaakt van die reglementaire macht indien zou
blijken dat de wettelijke bepalingen die de berekeningswijze voor de
ombudsbijdrage ...
(...)
Ik kan het geschreven antwoord geven. Niemand wil blijkbaar het
antwoord horen.
01.03 Paul Magnette, ministre:
L'arrêté royal du 18 janvier 2008
relatif au service de médiation
pour l'énergie régit la création de
ce service. Le personnel sera
engagé sous le régime du contrat
de travail. Les agents statutaires
qui seront mis à disposition
conserveront les mêmes droits
que ceux dont ils bénéficiaient
dans leur service d'origine. Des
dispositions
complémentaires
pourront être prises par arrêté
délibéré en Conseil des ministres.
Des
dispositions
particulières
pourront aussi être prises par
arrêté délibéré en Conseil des
ministres en ce qui concerne le
calcul de la redevance de
médiation.
De voorzitter: Ja, ja, toch wel.
01.04 Minister Paul Magnette: ... ombudsbijdrage regelen, moeten
worden aangevuld met het oog op de door de ombudslui ontwikkelde
ervaring in die bewuste materie.
De diverse praktische modaliteiten, verbonden aan de oprichting van
de ombudsdienst, aanwerving van personeel, plaatsing van kantoren,
aanschaf van werkingsmaterialen, vallen onder de bevoegdheid van
de ombudslui van zodra zij zijn benoemd.
De datum vanaf wanneer consumenten effectief een beroep zullen
kunnen doen op de ombudsdienst, is afhankelijk van de termijn die
vereist is voor de organisatie van de selectieprocedures en de
benoeming van de ombudslui, alsook voor de uitwerking van de zonet
01.04 Paul Magnette, ministre
Les
différentes
modalités
pratiques
ressortiront
à
la
compétence des médiateurs dès
que ceux-ci seront nommés.
La date à partir de laquelle les
consommateurs pourront faire
appel au service est fonction de la
durée de la procédure de sélection
des médiateurs et des modalités
pratiques.
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
vermelde praktische modaliteiten.
Klachten in verband met oneerlijke handelspraktijken worden
momenteel behandeld door de algemene directie Controle en
Bemiddeling van de FOD Economie.
Zodra de ombudsdienst voor Energie gevormd is, zal die dienst
instaan voor het vergemakkelijken van een minnelijke schikking
tussen de eindgebruiker en de elektriciteits- of gasleverancier. Als er
geen compromis kan worden bereikt, zal de ombudsdienst een
aanbeveling moeten formuleren aan de betrokken onderneming.
Indien die onderneming niet instemt met de aanbeveling, zal zij haar
beslissing bezorgen aan de klagende partij alsook aan de
ombudsdienst. Indien de beslissing geformuleerd door de
elektriciteits- of gasonderneming in strijd is met de wettelijke
bepalingen over die materie, volstaat het dat de ombudsdienst in
overeenstemming met de klagende partij de betwistbare beslissing
bezorgt aan de algemene directie Controle en Bemiddeling van de
FOD Economie.
Het is hier opportuun eraan te herinneren dat de federale bijdrage die
wordt afgehouden onder de vorm van een extra belasting op de
elektriciteitstarieven in 2005 was bestemd om vijf fondsen te
bevoorraden, namelijk respectievelijk het CREG-fonds, het sociaal
energiefonds, het denuclearisatiefonds, het broeikasgasfonds en het
fonds beschermde klanten. Het is ook de bedoeling dat de
afgehouden federale bijdrage onder de vorm van een extra belasting
op de gastarieven het CREG-fonds en het sociale fonds financiert.
Het CREG-fonds, bestemd om de totale werkingskosten van de
CREG te financieren maar tevens die van de ombudsdienst voor
Energie, bedroeg in 2005 13 miljoen euro. Er moet worden opgemerkt
dat dit bedrag voor 69% in rekening wordt genomen door de federale
elektriciteitsbijdrage en voor 31% door de federale gasbijdrage. In
2005 werd een bedrag van 832.000 euro afgehouden van het CREG-
fonds, dat sindsdien wordt bewaard op de rekeningen van de CREG
om te kunnen inspelen op de financiering van de werkingskosten van
de ombudsdienst zodra die actief wordt. In 2006 en 2007 werd voor
de ombudsdienst op geen enkel bedrag een beroep gedaan.
De financiering van de ombudsdienst door het CREG-fonds is het
gevolg van het feit dat de wet van 29 april 1999 inzake de organisatie
van de elektriciteitsmarkt die dienst oorspronkelijk binnen de CREG
had gepland. De wet van 16 maart 2007 tot wijziging van de wet van
29 april 1999 heeft er een autonome dienst van gemaakt met een
rechtspersoonlijkheid die duidelijk verschilt van die van de CREG. De
wijze van financiering werd eveneens gewijzigd.
Voor het eerste werkingsjaar van de ombudsdienst zal een beroep
worden gedaan op een bedrag van 832.000 euro. Vanaf het tweede
werkingsjaar zal elke elektriciteits- en gasonderneming jaarlijks een
bijdrage betalen die zal worden vastgesteld op basis van de
werkingskosten van de ombudsdienst. De financiering van die dienst
zal dan bijgevolg enkel worden verzekerd door die ondernemingen en
niet langer door federale bijdragen die worden aangerekend aan de
consumenten.
De kwestie van de kwaliteit van de gegevens die gepaard gaan met
Pour l'instant, les plaintes relatives
aux pratiques du commerce
déloyales sont traitées par la
direction générale Contrôle et
Médiation.
Le service de médiation pour
l'énergie facilitera le règlement
amiable de litiges entre les
fournisseurs de gaz ou d'électricité
et les consommateurs. À défaut
de trouver un compromis, le
service
formulera
une
recommandation à l'intention de
l'entreprise concernée. Si cette
dernière n'adhère pas à la
recommandation,
elle
communiquera sa décision au
client et au service de médiation.
Si cette décision est contraire aux
dispositions légales, le service de
médiation pourra, en accord avec
le plaignant, la transmettre à la
direction générale Contrôle et
Médiation.
La contribution fédérale perçue
sous
la
forme
d'un
impôt
supplémentaire sur les tarifs
électriques en 2005 devait servir à
approvisionner cinq fonds : le
fonds CREG, le fonds social
énergie,
le
fonds
de
dénucléarisation, le fonds gaz à
effet de serre et le fonds clients
protégés.
Le fonds CREG, qui devait
notamment servir au financement
du service de médiation, s'élevait
à 13 millions d'euros en 2005 ;
69% du fonds provenaient de la
contribution électricité et 31% de la
contribution gaz. En 2005, un
montant de 832.000 euros a été
prélevé et conservé pour le
financement
du
service
de
médiation dès son activation. En
2006 et 2007, aucun prélèvement
n'a été opéré pour le service de
médiation.
Le service de médiation a été créé
au sein de la CREG par la loi du
29 avril 1999. La loi du 16 mars
2007 en a fait un service
autonome et a également modifié
son mode de financement.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
het opstellen van de energiefactuur naar aanleiding van de vrijmaking
van de markten wordt door mijn diensten nauwlettend gevolgd. De
kwestie van de oprichting van een centraal clearing house dient te
worden geanalyseerd maar behoort niet tot mijn onmiddellijke
prioriteiten.
Op dit moment gaat mijn aandacht vooral uit naar de automatische
toepassing van de sociale tarieven. In het raam daarvan wordt een
matching georganiseerd tussen de gegevens van de Kruispuntbank
van de Sociale Zekerheid en de gegevens van de leveranciers.
Ook inzake frauduleuze cliënten en wanbetalers bestaat er bij de gas-
en elektriciteitsoperatoren een gedragscode op basis waarvan
daarover informatie wordt uitgewisseld. Ik heb een evaluatie gevraagd
van de werking van die gedragscode. De resultaten van die evaluatie
heb ik nu in ontvangst genomen. Mijn diensten zullen ze grondig
onderzoeken en in samenwerking met de sector de nodige
aanpassingen aanbrengen. Dit zijn bevoegdheden van de federale
overheid en er is geen sprake van ze te regionaliseren. Dat geldt
eveneens voor de ombudsdienst voor Energie.
Pour la première année de
fonctionnement, il sera fait appel
au montant de 832.000 euros. A
partir de la deuxième année de
fonctionnement, chaque entreprise
de gaz et d'électricité versera une
contribution annuelle qui sera fixée
sur la base des frais de
fonctionnement du service de
médiation. Aucune contribution ne
sera plus portée en compte aux
consommateurs.
La qualité des données pour
l'établissement de la facture
énergétique est surveillée à la
lettre par mes services. La
création d'une clearing house est
examinée, mais il ne s'agit pas
d'une priorité. Je m'intéresse
surtout à l'application automatique
des tarifs sociaux, pour laquelle il
est fait appel à la banque carrefour
de la Sécurité sociale.
Sur la base d'un code de conduite,
des informations sont échangées
sur les clients frauduleux et les
mauvais payeurs. J'ai demandé
l'évaluation du fonctionnement du
code de conduite et les résultats
de l'évaluation sont actuellement à
l'examen. Il s'agit de compétences
fédérales et il n'est pas question
de les régionaliser. Il en va de
même
pour
le service
de
médiation de l'énergie.
01.05 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
bedankt voor uw antwoord. Ik vind het toch bijzonder jammer dat ik
veel stukken van uw antwoord moeilijk heb gehoord door het binnen-
en buitenlopen van mensen. Ik zal het antwoord nog eens bekijken. Ik
meen dat het belangrijk is ik heb toch grote bedragen gehoord te
bekijken hoe de verdeling was en waar die opbrengsten naar toe zijn
gegaan.
Ik zal het schriftelijk antwoord erop nalezen.
01.05 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA): Il est important d'examiner
la répartition des sommes et
l'affectation des recettes. Je lirai la
réponse du ministre en détail.
01.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord dat weliswaar veel
beknopter is wat betreft het centraal clearing house.
Hoe dan ook, dit is een belangrijke vraag vanuit de sector waar men
op dit moment wordt geconfronteerd met een grote concurrent, met
name Electrabel, die beschikt over alle gegevens uit het verleden.
Nieuwkomers op de markt beschikken over geen enkele informatie.
Precies zij worden omwille van dat gebrek aan informatie aan het
01.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le secteur est dominé
par un seul acteur, Electrabel, qui
dispose de toutes les informations
historiques. Les nouveaux acteurs,
ne
disposant
pas
de
ces
informations,
font
l'objet
de
plaintes répétées. La demande
d'instaurer un clearing house ne
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
cliënteel voortdurend geconfronteerd met klachten.
Ik denk dat het toch de moeite loont om die vraag te onderzoeken en
dit zeker niet op de lange baan te schuiven. Ik neem aan dat dit niet
onmiddellijk of ondoordacht moet worden gerealiseerd, maar grondig
moet worden voorbereid.
Het lijkt inderdaad wenselijk dat één orgaan zou dienen voor alle
mogelijke nutsvoorzieningen om op die manier echte concurrentie te
kunnen teweegbrengen. Dat kan evengoed voor water of voor andere
zaken zijn.
Ik wil erop aandringen dat u dit onderzoekt, precies om die markt
verder open te breken, om te zorgen dat er echte concurrentie kan
zijn waardoor uiteindelijk de prijzen kunnen stabiliseren. Dat is in ons
aller belang en zeker ook in het belang van de mindervermogenden.
Ik hoop dat u daarvan de komende maanden werk zult maken en dit
niet op de lange baan zult schuiven.
devrait pas être renvoyée aux
calendes
grecques,
un
tel
mécanisme étant indispensable à
la libéralisation du marché.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de minister van Klimaat en Energie over "het aantal
toegewezen zaken aan het advocatenkantoor Uyttendaele, Gérard et associés" (nr. 2291)
02 Question de M. Francis Van den Eynde au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le nombre
d'affaires confiées au bureau d'avocats Uyttendaele, Gérard et associés" (n° 2291)</b>
Voorzitter: Bart Laeremans.
Président: Bart Laeremans.
02.01 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, in de vorige regering, die paars van
kleur was, was er een minister van Justitie. Zij was getrouwd. Zij is
trouwens nog getrouwd met dezelfde man.
De betrokken echtgenoot is advocaat en professor Grondwettelijk
Recht aan de ULB. Het was echter onze indruk wij kunnen het
natuurlijk altijd fout voorhebben dat de voornaamste bron van
inkomsten voor hem enigszins met zijn echtelijke staat te maken had.
Hij kreeg toen immers van de regering en van een hele hoop
departementen heel wat dossiers.
Op een zeker ogenblik, op het einde van de vorige legislatuur, stelde
ik een aantal vragen aan alle leden van de regering. In de mate dat zij
antwoordden niet allemaal wilden zij immers antwoorden; de heer
Flahaut wilde mij bijvoorbeeld geen cijfers geven , kwamen wij toch
al aan een bedrag van meer dan 12 miljoen voormalige Belgische
frank ereloon. Dat is niet slecht om het beleg op de boterham te
kunnen betalen.
Nu mochten wij door een uitgelekte nota dat was een onhandigheid;
zelfs de beste advocaten zijn af en toe onhandig vernemen dat de
echtgenoot van de voormalige minister van Justitie, die nu opnieuw
minister is in de huidige oranjeblauwrode regering, een heel plan in
elkaar heeft gestoken om de werkgelegenheid van zijn vennoten te
waarborgen, wat mooi en sociaalvoelend is. Immers, toen zijn
echtgenote minister van Justitie was, bestond zijn kabinet uit vier
02.01 Francis Van den Eynde
(Vlaams Belang): Mme Onkelinx,
qui a précédé M. Vandeurzen au
poste de ministre de la Justice,
était et est toujours mariée avec
M. Marc Uyttendaele, avocat et
professeur de droit à l'ULB. Sous
l'ancienne législature, nous avions
l'impression que la situation
conjugale de ce dernier lui
rapportait de plantureux revenus
étant donné que le gouvernement
lui confiait de nombreux dossiers.
Après avoir interrogé plusieurs
membres du gouvernement à ce
sujet, j'en suis arrivé à la somme
totale de 12 millions de francs
belges d'honoraires, le ministre
Flahaut ayant au demeurant
refusé de répondre.
Grâce à une note qui a transpiré
dans la presse, nous savons à
présent que l'époux de la ministre
Onkelinx, qui a troqué son
maroquin
précédent
contre
l'actuel, avait arrêté un plan dont la
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
advocaten. Ondertussen zijn het er naar verluidt 25 geworden. Hij
moest toch iets doen voor de werkgelegenheid. Hij heeft zich
daarmee dan ook zwaar beziggehouden.
Het plan bestaat eruit dat hij opnieuw een aantal administraties als
cliënt wil binnenhalen. Hij had er een heel aantal uit de Waalse
regering, uit de Brusselse en Waalse gemeentebesturen
overgehouden. Wij zijn hier echter met de federale regering bezig.
Teneinde na te gaan in welke mate zijn plan effectief werkt, ga ik
terug het rijtje regeringsleden af en vraag aan elke, kersverse minister
hoeveel dossiers hij in voorkomend geval ondertussen aan de
betrokken raadsman, zijnde meester Uyttendaele, om hem niet bij
naam te noemen, heeft toevertrouwd.
Hoeveel ereloon zou hem al zijn betaald? Waarschijnlijk zal hem nog
geen ereloon zijn betaald. Zo snel worden de betrokken dossiers
immers niet afgehandeld. Men weet echter nooit.
Hoeveel hangende dossiers namen hij en zijn kabinet over? Indien
een dossier door een minister aan een advocaat wordt toevertrouwd,
is het immers niet evident dat het dossier is afgehandeld op het
ogenblik dat de minister naar aanleiding van verkiezingen plaats
ruimt.
Is het mogelijk dat hij de huidige minister kennis heeft van het
aantal dossiers uit de vorige legislatuur die aan die advocaat werden
toevertrouwd en hoeveel daarvoor werd betaald?
Die laatste vraag stel ik u omdat een aantal van uw collega's mij die
informatie heel spontaan hebben overgemaakt en daarvoor ben ik ze
zeer dankbaar. U dank ik bij voorbaat voor uw antwoord.
finalité était à nouveau de
convaincre
certaines
administrations de solliciter ses
services. En vous interrogeant
aujourd'hui, je cherche simplement
à savoir si ce plan a porté ses
fruits.
Combien de dossiers le ministre a-
t-il
déjà
confiés
à
maître
Uyttendaele?
Quel
montant
d'honoraires lui a-t-il déjà versés?
Combien
de
dossiers
en
souffrance sont encore traités
actuellement par cet avocat? Le
ministre sait-il en outre combien
de dossiers lui avaient été confiés
sous la législature précédente?
De voorzitter: Mijnheer de minister, vooraleer ik u laat antwoorden, heb ik een vraag. Ik heb begrepen dat
u blijft tot 11 uur.
02.02 Minister Paul Magnette: (...).
De voorzitter: Minister Laruelle komt om 11 uur. Na de middag gaan we door met vragen aan minister
Laruelle. Zouden wij eventueel morgen bijkomende vragen kunnen agenderen want wij zitten met 20
vragen voor u. Wij gaan om 11 uur nooit klaar zijn met die 20 vragen.
02.03 Minister Paul Magnette: Morgen?
De voorzitter: In de voor- of namiddag, zoals het u past.
02.04 Minister Paul Magnette: Neen, sorry maar...
De voorzitter: Neen, dat gaat niet? Op geen enkel moment?
02.05 Minister Paul Magnette: Er is ook gedurende twee dagen
Europese Raad. Ik kan wel wat later blijven. Ik zal dan wat later
aankomen op de Europese Raad.
De voorzitter: We zullen zien hoever we geraken en dan zullen wij eventueel volgende week woensdag
vergaderen.
02.06 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
gewoon ter informatie. We gaan verder met de vragen om 14.15 uur
en om 15.15 uur is er de toelichting over het wetsvoorstel?
De voorzitter: Klopt, dat is de bedoeling.
Dan geef ik nu het woord aan de minister voor zijn antwoord op de vraag van de heer Van den Eynde.
02.07 Minister Paul Magnette: Dit zal niet veel tijd vergen. Ik zal een
zeer kort antwoord geven.
Sedert mijn aantreden als minister van Klimaat en Energie werd geen
beroep gedaan op de diensten van het advocatenkantoor
Uyttendaele, Gérard et associés, noch door mijn kabinet, noch door
de FOD Economie voor energiebevoegdheden, noch door de
FOD Volksgezondheid voor leefmilieubevoegdheden.
02.07 Paul Magnette, ministre:
Depuis mon entrée en fonction en
tant que ministre du Climat et de
l'Energie, je n'ai pas fait appel aux
services du bureau d'avocats
Uyttendaele, Gérard et associés,
pas plus que mon cabinet, le SPF
Economie pour ce qui regarde ses
compétences en matière d'énergie
ni le SPF Santé publique en ce qui
concerne ses attributions touchant
à l'environnement.
02.08 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Ik dank de minister
voor dit zeer precieze antwoord. Dat maakt mijn berekeningen
gemakkelijker als er af en toe een minister geen dossiers heeft
toevertrouwd. Hartelijk dank.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Willem-Frederik Schiltz aan de minister van Klimaat en Energie over "de verkoop van
Distrigas als gevolg van de fusieplannen tussen Suez en Gaz de France" (nr. 2359)
- de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de verkoop van Distrigas als
gevolg van de fusieplannen tussen Suez en Gaz de France" (nr. 2621)
03 Questions jointes de
- M. Willem-Frederik Schiltz au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la vente de Distrigaz à la suite
des projets de fusion entre Suez et Gaz de France" (n° 2359)<br>- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la vente de Distrigaz à la suite des projets
de fusion entre Suez et Gaz de France" (n° 2621)</b>
03.01 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de fusie tussen Suez en Gaz de France komt
uiteraard in een beslissende fase terecht. Zoals bekend heeft deze
fusie belangrijke gevolgen voor ons land, vooral in de gassector. Hier
dreigt een volledige monopolisering van de gasvoorziening.
De Europese Commissie heeft dan ook terecht beslist dat Suez
Distrigas moet verkopen aan een concurrent natuurlijk. Tegen 19
maart moet Suez aan de Europese Commissie drie kandidaat-
overnemers voorleggen voor een tweede onderhandelingsronde.
Uiteindelijk zou dan in juli de overname van Distrigas een feit zijn.
Een van die kandidaten is EDF, Electricité de France. Een verkoop
aan EDF is uiteraard problematisch, vooral omdat het hier nog steeds
om een overwegend staatsbedrijf gaat, waarbij de energiebelangen
van de Franse staat niet noodzakelijkerwijze gelijklopen met de
Belgische. In hetzelfde kader wordt dan ook gesuggereerd om te
zoeken naar de mogelijkheden om een Belgische energiegroep tot
stand te brengen.
03.01 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): La fusion entre Suez
et Gaz de France entre dans une
phase décisive. La Commission
européenne a décidé, à raison,
que Suez doit vendre Distrigaz à
un concurrent pour éviter la
création d'un monopole complet
dans
le
secteur
de
l'approvisionnement en gaz. D'ici
au 19 mars, l'entreprise doit
présenter
à
la
Commission
européenne
trois
candidats
repreneurs. Un des candidats
acheteurs est Electricité de France
(EDF). Ce choix soulève un
problème du fait que les intérêts
énergétiques de l'État français ne
coïncident pas forcément avec
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
De golden share is ondertussen uiteraard reeds oud nieuws, maar
mijn vragen blijven desalniettemin relevant.
Zijn er contacten en/of gesprekken met Suez Gaz de France omtrent
de verkoop van Distrigas? Zo ja, is het dan de bedoeling tot bepaalde
afspraken te komen?
Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van een verkoop
van Distrigas aan EDF? Bestaat het risico dat wij hierdoor een
horizontaal monopolie verruilen voor een toegenomen verticale
integratie?
Is de regering van plan om in het kader van de fusie Suez Gaz de
France en de daaraan gekoppelde verkoop van Distrigas maatregelen
te nemen om de markt verder open te breken en dit zowel voor gas
als voor elektriciteit?
Wat is het standpunt van de regering inzake de golden share die werd
bekomen? Hoe plaatst u dit juridisch in het Europees verband?
ceux de la Belgique.
Y a-t-il des contacts entre Suez et
Gaz de France concernant la
vente de Distrigaz? Quelle est la
position du gouvernement à ce
sujet ? Cette situation ne risque-t-
elle
pas
de
remplacer
un
monopole horizontal par une
intégration
verticale?
Le
gouvernement a-t-il l'intention de
prendre des mesures pour ouvrir
davantage encore le marché, pour
le gaz comme pour l'électricité?
Quelle
est
la
position
du
gouvernement à l'égard du golden
share intervenu? Pour le ministre,
où ce dossier se situe-t-il dans le
contexte juridique européen?
Voorzitter: Melchior Wathelet.
Président: Melchior Wathelet.
03.02 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, zoals collega Schiltz terecht opmerkt, nadert de
fusie tussen Suez en Gaz de France een beslissende fase, een
belangrijke stap, al is het maar omdat onze energievoorziening door
de verkoop van Distrigas nog maar eens afhankelijker dreigt te
worden van enkele monopoliserende leveranciers.
Mijnheer de minister, ik heb daarover enkele vragen.
Er is sprake van een swap tussen Suez en het Franse staatsbedrijf
EDF. De fusiegroep Suez Gaz de France zou dan een sterkere positie
op de Franse elektriciteitsmarkt kunnen innemen terwijl EDF door de
aankoop van Distrigas een belang op de gasmarkt zou kunnen
opbouwen.
Mijnheer de minister, dreigt deze fusie en de verkoop van Distrigas
aan EDF niet eerder tot een versterking van de Franse
monopoliepositie te leiden? Wat is uw houding in deze?
Als de regering niet wil weten van een duopolie zoals eerste minister
Verhofstadt liet optekenen maar veeleer wil streven naar vier à vijf
spelers op de markt zodat het principe van de vrije prijsbepaling kan
spelen, is het toch onbegrijpelijk dat deze regering zich zou verzetten
tegen de verkoop van Distrigas aan SPE. Nochtans krijg ik sterke
signalen uit de markt dat deze regering absoluut geen verkoop wil van
Distrigas aan SPE. Vergis ik mij in deze? Wat is uw standpunt
daarover?
Ten derde, zou het niet veel eerlijker zijn om een speler als SPE die
momenteel goed is voor ongeveer 9 procent van de productie
eindelijk te laten uitgroeien tot een volwaardige speler om de markt
meer concurrentiële tarieven te kunnen aanbieden?
Ten slotte, mijnheer de minister, alles hangt natuurlijk af van de
03.02 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La vente de Distrigaz
menace
de
rendre
notre
approvisionnement en énergie
encore
plus
dépendant
de
quelques
fournisseurs
monopolistiques.
On
parle
maintenant d'un swap entre Suez
et l'entreprise d'État française
EDF. Cette fusion et la vente de
Distrigaz ne risquent-elles pas de
renforcer le monopole français?
Soucieux de préserver le principe
de la libre détermination des prix,
le gouvernement souhaite que
quatre à cinq acteurs se partagent
le marché. Les signes forts
indiquant sa volonté de s'opposer
à la vente de Distrigaz à la SPE
sont
dès
lors
difficiles
à
comprendre. Qu'en pense le
ministre?
Ne
serait-il
pas
beaucoup plus équitable de
permettre à la SPE de devenir un
acteur à part entière pour pouvoir
proposer des tarifs attrayants sur
le marché? La libération des prix
de l'énergie pour faire baisser les
tarifs ne constitue-t-elle pas une
priorité?
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
prioriteiten die deze regering wil stellen. Indien het vrijmaken van de
energieprijzen de hoogste prioriteit is om het prijsniveau op die manier
naar beneden te krijgen, moet SPE in elk geval een kans worden
gegeven. U kunt SPE enkel een kans geven door ze meer volume te
geven en u kunt ze enkel een groter volume geven door ze,
bijvoorbeeld, in de verkoop van Distrigas te betrekken. Deelt u deze
mening? Zoniet, waarom niet?
03.03 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, er zijn
contacten geweest met alle operatoren die geïnteresseerd waren in
de overname van Distrigas, zonder onderscheid. Zoals u weet,
handelt de Europese Commissie voorafgaand aan dit dossier, omdat
ze vanaf eind maart in het raam van de mogelijkheden voor de fusie
die ze aan Suez heeft opgelegd, een shortlist zal ontvangen van de
kandidaat-overnemers van Distrigas. Het zal dan ook haar taak zijn
om na te gaan of de kandidaten voldoen aan de toelatingscriteria met
het oog op het mededingingsrecht, maar ook met het oog op de
basisprincipes voor de uitbouw van een concurrentiële energiemarkt.
Naast de gemeenschappelijke doelstelling die wij delen met de
Commissie, namelijk de Belgische markt openstellen voor
concurrentie, zal ik er samen met mijn collega's uit de regering met
aandacht op toezien dat de kandidaat-overnemer beantwoordt aan
een geheel van fundamentele criteria in het belang van het land en
van de consument. Daarom zal, met het oog op de verzekerde en
veilige bevoorrading van het land, voor elk type van cliënteel, het
volgende moeten worden overeengekomen.
Om te kunnen beantwoorden aan de eisen van de markt, zal de
ondernemer zowel een bevoorrading van L-gas als H-gas moeten
aanbieden, maar zal hij ook in staat moeten zijn om de eisen van het
retailcliënteel te dekken, wat momenteel niet altijd de bedoeling lijkt te
zijn van alle overnemers. De verankering van de overnemer in België
zal trouwens moeten gepaard gaan met reële investeringen in
elektriciteitscentrales in ons land. Daarom zal ik aan de kandidaat-
overnemer vragen om zijn industriële plannen te mogen analyseren.
Ten slotte dat is voor mij een belangrijke voorwaarde is de
operatie slechts aanvaardbaar wanneer ze verenigbaar is met de
versterking van de rol van de openbare aandeelhouders in het beheer
van de netten.
Zeer concreet pleit ik ervoor dat het aandeelhouderschap van Fluxys
in die zin wordt gewijzigd.
Wat de golden share betreft, laat ik het over aan de heer Guy
Verhofstadt om u op de hoogte te houden van de onderhandelingen
hieromtrent.
03.03 Paul Magnette, ministre:
Des contacts ont eu lieu avec
l'ensemble
des
opérateurs
intéressés par la reprise de
Distrigaz.
La
Commission
européenne disposera fin mars
d'une shortlist des candidats-
repreneurs et il lui appartiendra de
vérifier
si
l'ensemble
des
candidats répondent aux critères.
Comme
la
Commission
européenne,
nous
souhaitons
ouvrir le marché belge à la
concurrence. Le gouvernement
veillera par ailleurs à ce que le
candidat-repreneur
réponde
également à un certain nombre de
critères
fondamentaux,
dans
l'intérêt
du
pays
et
du
consommateur. L'entreprise devra
notamment fournir des gaz L et H,
mais également être en mesure
de répondre aux exigences du
client
final.
L'ancrage
de
l'entreprise doit aller de pair avec
des investissements dans des
centrales électriques de notre
pays. Enfin, l'opération n'est
acceptable que si elle peut être
conciliée avec le rôle renforcé des
actionnaires publics dans la
gestion des réseaux.
Je suis partisan d'une modification
de l'actionnariat de Fluxys dans ce
sens. En ce qui concerne le
golden share, je laisse au premier
ministre le soin de vous informer à
ce sujet.
03.04 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de minister, een
zeer korte repliek. Ik neem er nota van dat u effectief de verschillende
belangen nauwkeurig in het oog zult houden. Uw plannen om de
industriële strategie van EDF onder de loep te nemen teneinde die
belangen te garanderen kunnen uiteraard op mijn steun rekenen. Ik
kijk ernaar uit om te zien hoe u dat in de praktijk zult realiseren.
03.04 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): Je note que le ministre
s'engage à veiller à ce que les
intérêts des uns et des autres
soient défendus. Je lui apporte
mon soutien en ce qui concerne
son projet de vouloir soumettre à
un examen rapproché la stratégie
industrielle d'EDF.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
03.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor het antwoord hoewel ik geen antwoord heb gekregen op de
concrete vraag waarom blijkens gegevens SPE niet direct werd
gecontacteerd of worden zij evengoed gecontacteerd en krijgen zij
evenveel recht om mee te dingen?
03.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le ministre n'a pas
répondu à ma question précise :
SPE pourra-t-il aussi concourir?
03.06 Minister Paul Magnette: Het zijn de operatoren die me moeten
contacteren. Ik heb de operatoren ontmoet die het mij hebben
gevraagd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de Mme Karine Lalieux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le traitement des
plaintes dans le secteur des assurances" (n° 2363)</b>
04 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Klimaat en Energie over "de
klachtenbehandeling in de verzekeringssector" (nr. 2363)
04.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le 4 juillet 2006, le Moniteur belge a publié l'arrêté royal
relatif au traitement des plaintes dans le secteur des assurances.
Dans l'avis du Conseil de la Consommation du 30 novembre 2005,
les organisations des consommateurs avaient émis la crainte qu'on
assiste à une privatisation des missions de service public qui étaient
confiées jusqu'alors au SPF Économie et à l'OCA, puis, après la
réforme des organes prudentiels, à la CBFA.
L'arrêté royal n'a pas levé ces craintes et l'indépendance du service
qui est prônée dans le rapport au Roi, lorsqu'on lit les exposés, ne se
retrouve en aucun cas dans le texte et dans les articles de l'arrêté. En
effet, en ce qui concerne le Conseil de Surveillance, l'organe qui est
créé, la parité qui devrait être la règle n'est nullement respectée
puisque, sur sept membres prévus par cet arrêté royal, deux
seulement sont désignés par les organisations des consommateurs.
La conséquence directe de ce déséquilibre lors de la précédente
législature est que les organisations de consommateurs n'ont désigné
aucun membre pour faire partie de cet organe de surveillance et c'est
le ministre lui-même je ne reviendrai pas sur ce type de désignation,
on l'a assez interpellé sur la question qui a désigné deux
représentants qui sont tant pour moi, pour les consommateurs que
pour les partenaires sociaux absolument non représentatifs. Deux
personnes non représentatives sont donc aujourd'hui au Conseil de
Surveillance.
J'en viens à mes questions. Nous avons eu un débat pour savoir à qui
les poser. C'est très bien ainsi, monsieur le ministre, car je voulais
vous les poser à vous. Quelle légitimité peut avoir un service de
plaintes auprès des consommateurs lorsqu'on sait que les organes de
consommation ont émis les plus nettes réserves sur le service et
qu'elles n'y participent pas? Les critères repris dans l'arrêté royal du
service garantissent-ils, selon vous, l'indépendance du Conseil de
Surveillance? Ne pensez-vous pas qu'il serait plus opportun de
reprendre les critères et le système du service de médiation des
banques qui reçoit un accueil favorable de tous les acteurs et qui
fonctionne très bien depuis la modification de la loi?
04.01 Karine Lalieux (PS): Het op
4 juli 2006 gepubliceerde koninklijk
besluit
betreffende
de
klachtenbehandeling
in
de
verzekeringssector heeft de vrees
van de consument over een
mogelijke privatisering van de
opdrachten
van
openbare
dienstverlening niet weggenomen.
Die opdracht werd eerst aan de
FOD Economie en de CDV en
daarna
aan
de
CFBA
toevertrouwd. Het besluit zou
evenmin de onafhankelijkheid van
die dienst kunnen garanderen.
Hoe
geloofwaardig
is
een
klachtendienst in de ogen van de
consumenten,
indien
de
verbruikersorganisaties
het
grootste voorbehoud ten aanzien
van die dienst maken en er zelf
niet in vertegenwoordigd zijn?
Kunnen de criteria in het koninklijk
besluit de onafhankelijkheid van
de
Raad
van
Toezicht
waarborgen?
Is het niet wenselijker om de
criteria en het systeem van de
ombudsdienst van de banken over
te nemen, die door alle actoren
gunstig wordt onthaald en sinds de
wetswijziging zeer goed werkt?
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
04.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, madame
Lalieux, je peux évidemment comprendre la méfiance des
organisations de consommateurs à l'égard de l'ombudsman des
assurances puisqu'elles ne sont représentées ni au sein du service
lui-même, ni au sein de son Conseil de Surveillance.
Comme vous le signalez très justement, l'arrêté royal du
1
er
juillet 2006 n'a réservé, dans le Conseil de Surveillance, que deux
mandats sur sept aux organisations représentatives des
consommateurs, lesquelles ont dès lors décidé de boycotter en
quelque sorte l'institution.
Le transfert de la mission de service public, qu'est le traitement des
plaintes et des litiges en matière d'assurances, de la sphère publique,
à savoir la CBFA financée pour cette mission, vers une organisation
purement privée constitue pour moi une décision regrettable. Mais
qu'en plus les organisations de consommateurs ne soient même pas
associées au traitement au quotidien de telles plaintes renforce
leur méfiance, ce que je peux également comprendre.
Comme ministre chargé de la protection des consommateurs, la
question du traitement des litiges entre consommateurs et
professionnels me préoccupe évidemment au premier chef. Associer
les organisations de consommateurs à la gestion et au traitement
quotidien des plaintes me paraît être une démarche élémentaire, à
l'instar de ce qui est prévu par le Service de Médiation Banques-
Crédits-Placements, qui est effectivement un modèle idéal. Dans ce
cadre en effet, un représentant permanent des intérêts des
consommateurs est associé à l'examen et au traitement des dossiers
par l'ombudsman du secteur.
Par ailleurs, un comité d'accompagnement paritaire, lieu de dialogue
et de concertation, assure la gestion du service.
Je suis également très intéressé par la proposition du SPF Économie
d'initier une procédure de certification des organismes des règlements
des litiges. Je prendrai incessamment contact avec Assuralia,
l'organisation professionnelle représentative du secteur, pour lui faire
part de mes préoccupations.
04.02 Minister Paul Magnette: Bij
het koninklijk besluit van 1 juli
2006 werden slechts twee van de
zeven mandaten in de Raad van
Toezicht voorbehouden aan de
representatieve
consumentenorganisaties. Mede
daardoor hebben ze beslist die
instelling
in
zekere
zin
te
boycotten.
Ik betreur de overheveling van de
opdracht van openbare dienst van
de overheidssector in casu de
CFBA naar een zuivere
privéorganisatie. Bovendien wordt
het
wantrouwen
van
de
consumentenorganisaties
nog
aangewakkerd doordat ze niet bij
de behandeling van de klachten
betrokken worden.
In mijn ogen is het van essentieel
belang
dat
de
consumentenorganisaties bij het
beheer
en
de
dagelijkse
behandeling van de klachten
betrokken worden, naar het
voorbeeld van wat er bestaat bij de
bemiddelingsdienst
banken-
krediet-beleggingen,
en
wat
inderdaad tot voorbeeld kan
strekken.
Het beheer van de dienst wordt
overigens
door
een
paritair
begeleidingscomité waargenomen.
Ik ben erg geïnteresseerd in het
voorstel van de FOD Economie
om een certificatieprocedure op
poten te zetten voor organen voor
geschillenbeslechting.
Ik
zal
contact opnemen met Assuralia en
mijn bezorgdheid te kennen geven
aan die beroepsvereniging.
04.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Certes, la situation n'est vraiment pas idéale. Il
est grand temps de prendre des décisions, en modifiant à un moment
donné cet arrêté royal, après négociation ou pas. On enregistre
énormément de plaintes par rapport aux abus des compagnies
d'assurances. Les consommateurs sont livrés à eux-mêmes. Or, les
compagnies d'assurances prétendent qu'il n'y a pas beaucoup de
plaintes. Forcément, puisque les consommateurs n'ont jamais raison
lorsqu'ils portent plainte! Honnêtement, c'est un dossier que vous
devez prendre à bras-le-corps, car il doit être modifié le plus
rapidement possible par une proposition ou un projet de loi à
04.03 Karine Lalieux (PS): Er
moeten dringend knopen worden
doorgehakt en het koninklijk
besluit moet worden gewijzigd. Er
zijn enorm veel klachten over
misbruiken
door
verzekeringsmaatschappijen, ook
al beweren die zelf het tegendeel.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
soumettre au parlement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Meyrem Almaci aan de minister van Klimaat en Energie over "de garantiewet" (nr. 2433)
- de heer Melchior Wathelet aan de minister van Klimaat en Energie over "de wet van
1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van
consumptiegoederen" (nr. 2519)
05 Questions jointes de
- Mme Meyrem Almaci au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la loi de garantie" (n° 2433)<br>- M. Melchior Wathelet au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la loi du 1
er
septembre 2004 relative à
la protection des consommateurs en cas de vente de biens de consommation" (n° 2519)</b>
Le président: En ce qui concerne la question n° 2578 de M. de Donnea, il y a un problème, à savoir que la
ministre Laruelle souhaiterait y répondre. Nous allons de toute façon commencer par poser les questions.
05.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, op
15 januari 2008 publiceerde de Raad voor het Verbruik een advies
met betrekking tot de wet van 1 september 2004, een wet die dus
bijna drie jaar in voege is. Deze wet betreft de bescherming van de
consument bij verkoop van consumptiegoederen en is ook
genoegzaam bekend als de garantiewet. In het advies stellen de
vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties nagenoeg
unaniem vast dat de naleving van de wettelijke bepalingen door
verkopers nog altijd niet positief is geëvolueerd. Tussen 2006 en 2007
hebben zij bijvoorbeeld vastgesteld dat consumenten zelden op hun
rechten worden gewezen en vaak zelfs in hun rechten worden
geschonden. Ze krijgen niet de juiste documenten voor hun garantie
mee en de termijn van twee jaar wordt niet altijd nageleefd. In 12%
van de gevallen is dat niet zo. In 6% van de gevallen worden hen
onterecht kosten aangerekend. Hierover zou ik u graag een aantal
vragen willen stellen.
De Raad voor het Verbruik is het er unaniem over eens dat
consumenten en verkopers beter moeten worden ingelicht over de
bestaande wetgeving. Hebt u reeds maatregelen genomen om hierop
in te gaan, aangezien die wet al dateert van 1 september? Indien niet,
welke maatregelen zijn volgens u dan wenselijk om in te gaan op het
advies van de Raad voor het Verbruik?
Consumentenorganisaties, onder andere Test-Aankoop, pleiten
tegelijk voor een verlenging van de periode waarin het vermoeden
bestaat dat het gebrek bestond op het ogenblik van levering. Als
iemand een wasmachine koopt en een tijd erna een gebrek vaststelt
dat op het moment van de productie reeds bestond, heeft men nu
ongeveer zes maand de tijd om dat gebrek aan te tonen en daarmee
terug naar de verkoper te stappen. In Portugal is dat bijvoorbeeld
twee jaar en in het Verenigd Koninkrijk, in Engeland, is dat zes jaar. In
Zweden is het drie jaar. Hier is het slechts zes maand. Gaat u ermee
akkoord dat we die termijn moeten verlengen? Zo ja, op welke
manier? Hoeveel langer zou u die termijn willen maken? Indien niet,
waarom zou u die termijn niet willen verlengen, gelet op het advies
van de consumentenorganisaties?
Zowel vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties als van
de middenstand zijn voorstander van een directe vordering van de
05.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Selon un avis du Conseil
de la Consommation du 15 janvier
2008, les vendeurs ne respectent
pas suffisamment la loi du 1
er
septembre 2004 relative à la
protection des consommateurs en
cas de vente de biens de
consommation,
dite
loi
de
garantie.
Par
exemple,
les
consommateurs ne sont que
rarement informés de leurs droits
ou ils reçoivent le mauvais
certificat de garantie ou se voient
facturer indûment certains frais.
Que compte faire le ministre pour
lutter contre ce respect insuffisant
de la loi par les vendeurs?
Envisage-t-il par exemple de
prolonger le délai imparti au
consommateur pour démontrer
que le bien acheté est affecté d'un
vice de fabrication? Que pense le
ministre de l'idée de permettre au
consommateur, en cas de litige,
d'adresser
une
réclamation
directement au fabricant au lieu de
se tourner vers le vendeur? Que
pense-t-il
de
la
possibilité
d'élaborer un autre règlement des
litiges et de l'obligation de mettre à
la disposition du consommateur un
appareil de remplacement en cas
de réparation?
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
consument ten aanzien van de fabrikant. Nu moet de consument naar
zijn verkoper stappen en de verkoper kan niet altijd verhaal halen bij
de fabrikant. Wat is uw standpunt als minister hierover?
Ook zou ik graag willen weten wat uw standpunt is met betrekking tot
het aanbieden van vervangingstoestellen. In verschillende van de ons
omringende landen, bijvoorbeeld Duitsland, wordt er een
vervangingstoestel ter beschikking gesteld op het ogenblik waarop
mensen hun toestel in herstelling geven. Gaat u ermee akkoord om
dat toestel te laten vervangen en, als het meer dan twee keer kapot is
gegaan en moet worden hersteld, in een verplichte vervanging te
voorzien voor een terugkerend gebrek? Indien u daar niet mee
akkoord gaat, welke alternatieven stelt u dan voor?
Hoe staat u tegenover het voorstel om te voorzien in een systeem van
alternatieve geschillenregeling?
Ten slotte, de controles die werden uitgevoerd door de algemene
directie Controle en Bemiddeling in 2006 en 2007 toonden aan dat de
garantiewet niet goed wordt nageleefd. Welke maatregelen staan tot
uw beschikking om te garanderen dat deze wet in de toekomst wel
beter zal worden nageleefd? Het zijn heel wat vragen maar mijns
inziens zijn ze wel belangrijk. Ik ben benieuwd naar uw antwoord.
05.02 Melchior Wathelet (cdH): Monsieur le ministre, trois ans
après sa mise en vigueur, la loi sur la vente des biens de
consommation pose un certain nombre de problèmes. En effet, en
septembre 2006, la direction générale Contrôle et Médiation a mené
une enquête générale portant sur la garantie légale auprès de 377
vendeurs. Elle a constaté 125 infractions. Un an plus tard, sur 417
vendeurs contrôlés, 124 infractions ont été constatées.
En Belgique la durée de la garantie est de six mois, ce qui est
nettement inférieur à la durée légale dans d'autres pays. J'ai pris
quelques exemples au hasard: au Portugal, en Suède, les garanties
sont respectivement de deux et trois ans. Au Royaume-Uni, celle-ci
est de six ans.
Par ailleurs, dans son rapport du 15 janvier 2008, le SPF Économie a
précisé qu'il fallait je cite "aller plus loin dans la protection du
consommateur qui, après six mois, se trouve tout aussi démuni face à
la difficulté d'apporter la preuve de l'antériorité du défaut de
conformité et qu'il était nécessaire d'augmenter la durée de
présomption à la durée totale de la garantie légale". De plus, Test-
Achats, du même avis que le SPF Économie ajoute "qu'il faudrait en
plus pouvoir mettre un appareil de remplacement à la disposition du
consommateur pendant la durée de la réparation et remplacer
l'appareil au bout de deux réparations consécutives."
Il faut savoir qu'en République tchèque ou au Grand-Duché de
Luxembourg, le vendeur doit effectuer la réparation endéans les 30
jours, sans quoi le consommateur peut exiger le remboursement de
l'appareil. En Estonie, la période raisonnable pour effectuer la
réparation est de deux semaines. En Allemagne, si un bien est
envoyé à deux reprises en réparation, il ne peut plus faire l'objet
d'aucune nouvelle tentative.
Je pense qu'il ne faut pas faire subir aux consommateurs les
05.02 Melchior Wathelet (cdH):
Drie jaar na zijn inwerkingtreding
doet de wet betreffende de
bescherming van de consumenten
bij
verkoop
van
consumptiegoederen problemen
rijzen. In september 2006 voerde
de Algemene Directie Controle en
Bemiddeling
een
algemeen
onderzoek naar de wettelijke
garantie bij 377 verkopers. Er
werden
125
overtredingen
vastgesteld. Eén jaar later werden
er
bij
417
controles
124
overtredingen genoteerd. In België
loopt de garantie gedurende zes
maanden, wat een heel stuk korter
is dan in andere landen. Test-
Aankoop en de FOD Economie (in
zijn verslag van 15 januari 2008)
zijn van oordeel dat de consument
beter moet worden beschermd,
met name wat de verplichtingen
inzake veelvuldige herstellingen
betreft. Bent u op de hoogte van
dat verslag van de FOD? Welke
maatregelen werden er genomen?
Vindt u niet dat de garantietermijn
moet worden verlengd? Kan er
geen systeem worden ingevoerd
waarbij een defect toestel na een
aantal
herstellingen
wordt
vervangen, zoals dat in andere
landen gebeurt?
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
contraintes de multiples réparations. En effet, on ne pourrait imaginer
une famille se retrouvant sans les appareils électroménagers
indispensables acquis pourtant en toute conformité.
À la lumière de ce qui précède, mes questions sont les suivantes.
- Avez-vous connaissance du rapport du SPF?
- Dans l'affirmative, quelles sont les mesures qui ont été prises?
Sinon, comptez-vous prendre des mesures? Si oui, lesquelles?
- Ne pensez-vous pas qu'il faudrait peut-être une prolongation de la
durée de garantie? Quelle est votre proposition à ce sujet?
- Pourrions-nous imaginer des systèmes de remplacement de
l'appareil après un certain nombre de réparations, comme c'est le cas
dans d'autres pays.
05.03 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Wathelet, mevrouw Almaci, vooreerst, ik zal binnenkort, samen met
mijn collega's van Economie en Justitie, een verslag voorleggen over
de toepassing van de wet van 1 september 2004 betreffende de
bescherming
van
de
consument
bij
verkoop
van
consumptiegoederen.
05.03 Paul Magnette, ministre:
Avec les ministres de l'Economie
et de la Justice, je présenterai
prochainement un rapport relatif à
l'application de la loi du 1
er
septembre 2004.
J'ai pris connaissance de l'avis du Conseil de la Consommation, émis
le 15 janvier 2008 sur l'évaluation de la loi de garantie. Certaines
recommandations rejoignent celles qui sont développées dans le
rapport d'évaluation de la loi de garantie en vue de rendre son
application plus efficace.
Ik heb kennis genomen van het
advies dat de Raad voor het
Verbruik op 15 januari 2008
uitgebracht heeft in verband met
de evaluatie van de garantiewet.
Bepaalde aanbevelingen die erin
vervat zijn, stroken met die van het
evaluatieverslag met betrekking tot
de garantiewet.
In de eerste termijn van zes maanden geldt een wettelijk vermoeden
van niet-conformiteit, zoals dat is bepaald in de Europese richtlijn
1999/44. Deze richtlijn is minimalistisch, zodat de lidstaten kunnen
beslissen tot een uitbreiding van deze termijn. Toch meen ik dat het,
vanwege de consequenties die dat zou kunnen hebben voor de
Belgische verkopers, vandaag niet is aangewezen eenzijdig een
beslissing in die richting te nemen, ook al zou dat voor de consument
zeker gunstig zijn.
In het kader van de Europese werkzaamheden rond de evaluatie van
het communautaire acquis inzake consumentenzaken, ondersteun ik
een dergelijk discours wel.
La directive européenne 1999/44
prévoit un délai de six mois
pendant
lequel prévaut
une
présomption
légale de non-
conformité. Les États membres
peuvent étendre ce délai mais
pour l'heure, cela ne me paraît pas
opportun dans notre pays. Dans le
cadre de l'évaluation par l'Union
européenne
de
l'acquis
communautaire en matière de
protection de la consommation, je
souscris toutefois à un tel
discours.
Les réparations successives inopérantes de produits défectueux
constituent un problème majeur de l'application de la loi garantie. Je
partage le point de vue d'autres États membres quant aux
améliorations à apporter en ce domaine. Il pourrait être envisagé de
fixer un délai obligatoire dans lequel le vendeur devrait exécuter la
réparation, tout en prévoyant le droit pour le consommateur d'exiger le
remplacement de son bien lorsque ce délai sera dépassé.
Dans le même ordre d'idées, nous pourrions imaginer un droit pour le
consommateur d'exiger le remplacement du produit défectueux
lorsque celui-ci est affecté d'un problème récurrent de conformité ne
Opeenvolgende
inefficiënte
herstellingen
van
defecte
producten vormen een groot
probleem bij de toepassing van de
garantiewet. Men zou een termijn
kunnen vaststellen, waarbij de
consument zou mogen eisen dat
zijn artikel vervangen wordt als die
termijn verstreken is of als het
artikel niet conform is.
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
pouvant être résolu durant le délai de garantie.
05.04 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik neem er nota van dat u
verslag zult uitbrengen over de werking van die wet en dat u geen
eenzijdige beslissing wilt nemen wat betreft het vermoeden van een
gebrek. Nu had ik wel heel wat meer vragen wat betreft het
rechtstreeks verhaal van de consumenten ten aanzien van de
fabrikanten. Dat is ook de vraag die door de eindverkoper en door
middenstandsorganisaties wordt gesteld. Ik heb ook uw antwoord wat
betreft het vervangingstoestel vernomen. Maar wat antwoordt u op het
voorstel van de consumentenorganisatie om te voorzien in een
systeem voor alternatieve geschillenregeling en een aantal van de
verdere vragen?
Ik hoop dat u in uw verslag en in de verdere werking op vragen vanuit
de middenstand en de consumentenorganisaties een antwoord kunt
en wilt formuleren, want een en ander duurt ondertussen al drie jaar.
Mensen worden, zonder dat zij het weten, in hun rechten geschonden
en het kan niet dat dat zo verder blijft duren. Ik vraag met aandrang
om ook de andere vragen die ik heb gesteld, mee te nemen in uw
verslag, ze liefst ook te beantwoorden en verder de rechten van uw
consumenten te waarborgen.
Natuurlijk kan men het probleem niet op een-twee-drie oplossen, wat
bovendien zeker via overleg moet gebeuren. Een aantal bestaande
knelpunten kan wel op relatief korte termijn worden verbeterd, onder
andere via een grote campagne naar uw consumenten. Dit is ook een
vraag van onder andere Test-Aankoop: maak de consumenten
bewust van de rechten die zij hebben. Als er een overheidscampagne
komt, zou dat al een hele stap in de goede richting zijn. Dan kunnen
mensen uiteraard klacht indienen op het moment dat zij merken dat
zij niet in hun rechten worden gerespecteerd en kunnen zij zelf
stappen zetten. Welke stappen zij kunnen zetten en dat ze een
vervangingstoestel kunnen vragen, is door heel veel mensen niet
geweten. Ik vind het toch wel heel belangrijk dat u dat meeneemt en
ook daar werk van maakt.
05.04 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Je n'ai pas obtenu de
réponse à ma question sur la
possibilité d'un règlement alternatif
des litiges. J'espère pouvoir
trouver cette réponse dans le
rapport annoncé par le ministre.
Peut-être
serait-il
également
opportun
que
les
autorités
organisent une grande campagne
d'information
pour
informer
clairement le consommateur sur
ses droits.
05.05 Melchior Wathelet (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Un rapport et une évaluation globale
constituent la meilleure approche pour faire évoluer la loi dans la
bonne direction.
J'ajoute que les mesures relatives à un délai obligatoire en cas de
remplacement du matériel défectueux me semblent les plus
optimales, car elles permettent de ne pas contraindre le vendeur de
manière disproportionnée tout en se présentant comme un important
levier, indispensable pour le consommateur.
Puis-je vous demander de nous tenir informés de la réalisation de ce
rapport et des mesures qui suivront? De même, il conviendrait de
diffuser celles-ci auprès du public.
05.05 Melchior Wathelet (cdH):
De beste manier om de wetgeving
te laten evolueren is via een
rapport en een globale evaluatie.
Volgens mij kan men het best een
termijn opleggen bij de vervanging
van defect materiaal om zo de
gebruiker
de
onontbeerlijke
hefboom aan te reiken, zonder dat
de verkoper wordt opgezadeld met
een buitensporige verplichting.
Kunt u ons op de hoogte houden
van de redactie van dat rapport en
van de maatregelen die daarop
zullen getroffen worden?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les investissements dans le
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
réseau électrique belge" (n° 2446)<br>- Mme Kattrin Jadin au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les risques de sous-production de gaz et
d'électricité" (n° 2652)</b>
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "de investeringen in het
Belgisch elektriciteitsnetwerk" (nr. 2446)
- mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Klimaat en Energie over "het gevaar voor een
ontoereikende gas- en elektriciteitsproductie" (nr. 2652)
06.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, la FEBEG a poussé un cri d'alarme quant à un
possible retard en investissements dans le développement d'outils de
production énergétique. Elle s'appuie pour cela sur des chiffres certes
inquiétants pour ce qui est de notre marge de production théorique de
14%, jugée trop faible, qui nous menacerait de pénurie à l'horizon de
2017. Elle souligne notre dépendance déjà importante et en
progression constante vis-à-vis de l'étranger.
Son objectif est donc de voir la procédure d'octroi des permis
assouplie afin d'accélérer les investissements jugés nécessaires et
urgents dans la mesure où les compensations actuelles, en termes
d'économie d'énergie et d'énergie renouvelable, ne seraient, selon
elles, pas négligeables.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser votre position dans
ce débat entre une politique d'accroissement de la production
d'énergie et une politique de réduction de la consommation qui peut
s'appuyer notamment sur le développement d'une politique d'isolation
accrue des bâtiments (en cette matière, notre pays accuse du retard
aussi) et une meilleure utilisation des ressources énergétiques au
quotidien, politiques qui ne sont pas forcément antinomiques?
06.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): FEBEG (de Federatie van
de Belgische Elektriciteits- en
Gasbedrijven) maakt zich zorgen
over
de
mogelijk
laattijdige
investeringen
in
de
energieproductiemiddelen.
Ze
vindt
onze
theoretische
productiemarge
van
veertien
procent onvoldoende, waarmee er
tegen 2017 mogelijk een tekort
dreigt. Ze wijst er tevens op dat we
steeds afhankelijker worden van
het buitenland. Ten slotte moet
volgens de Federatie de procedure
voor
de
uitreiking
van
vergunningen worden versoepeld.
Wat is uw standpunt in dit debat
tussen twee beleidslijnen die niet
noodzakelijk tegenstrijdig zijn: een
beleid dat een productieverhoging
voorstaat enerzijds en een beleid
dat gericht is op een lager verbruik
anderzijds?
06.02 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, ma question s'inscrit dans le même sens que celle de mon
collègue, M. Flahaux, et a trait à ce besoin accru d'investir dans
l'énergie au cours des années à venir pour pallier ce manque d'ici
2017. L'idée, notamment lancée par la FEBEG pour contrevenir à la
lenteur des octrois de permis, était de lancer un permis unique
fédéral.
En votre qualité de ministre fédéral en charge du climat, j'aurais aimé
connaître votre avis à ce sujet. Existe-t-il un réel risque de sous-
production à moyen terme? Qu'en est-il de la lenteur des octrois de
permis? Est-elle bien réelle au niveau des Régions? L'instauration
d'un permis unique au niveau fédéral est-elle une piste intéressante?
Si tel est le cas, avez-vous déjà recueilli l'avis des Régions en la
matière?
06.02 Kattrin Jadin (MR): Men
zal de komende jaren in de
energievoorziening
moeten
investeren. Om de uitreiking van
vergunningen te versnellen, heeft
FEBEG voorgesteld één enkele
federale vergunning in te voeren.
Wat is uw standpunt als minister
van Klimaat? Is het risico op
onderproductie
reëel
op
middellange termijn? Verloopt de
uitreiking van vergunningen door
de Gewesten te traag? Is de
invoering van één enkele federale
vergunning
een
interessante
denkpiste? Hebt u de Gewesten
hier reeds in gekend?
06.03 Paul Magnette, ministre: Monsieur Flahaux, madame Jadin, je
ne répondrai pas à la place des Régions car je suis respectueux de la
répartition des compétences dans ce pays. Cela étant, en effet, ces
derniers mois et même ces dernières années, différentes études dont
06.03 Minister Paul Magnette: Ik
kan niet antwoorden in de plaats
van de Gewesten. Diverse studies
hebben aangetoond dat er fors zal
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
celle de la commission Énergie 2030, celle de la CREG sur la sous-
capacité de production et le récent communiqué de presse de la
FEBEG ont mis en évidence les investissements importants qui
devront être consentis pour remplacer les centrales électriques
arrivées en fin de vie et pour répondre à la demande sans cesse
croissante en électricité.
L'étude prospective Électricité 2008-2017 en cours, élaborée par la
DG Énergie et le Bureau fédéral du Plan, permettra très
prochainement de quantifier de manière précise ces besoins
d'investissements en fonction des différents scénarios envisagés. La
question de savoir s'il est acceptable que la Belgique soit de plus en
plus dépendante de l'étranger ou si, au contraire, il faudrait poursuivre
un objectif d'autosuffisance mérite certainement un large débat dans
le contexte actuel d'un marché unique entièrement libéralisé au
niveau européen.
La capacité optimale de production d'électricité d'un pays dépend
dans une large mesure de la marge de sécurité ou de réserve qu'on
considère adéquate. La plupart des études réalisées par le passé
prenaient en compte une marge de réserve de 11% environ. Dans
l'étude prospective Électricité, une marge nettement supérieure a été
retenue. Ipso facto, les besoins en capacité de production qui en
découlent sont plus élevés. Ce facteur est également déterminant
pour l'évaluation de l'évolution des importations. Il est évident que les
délais entre les décisions d'investir et la mise en activité des nouvelles
unités doivent absolument être raccourcis, notamment en simplifiant
les procédures administratives et en rationalisant les diverses
exigences imposées aux initiateurs de projets.
Par ailleurs, je persiste à penser que vouloir amender la loi de 2003
organisant la sortie progressive du nucléaire n'est pas la meilleure
façon d'inciter des investissements nouveaux sur notre territoire.
Enfin, toute mesure permettant de réduire notre consommation
énergétique doit être mise en oeuvre, notamment en transposant et en
appliquant les directives européennes relatives à ce sujet:
performance énergétique des bâtiments, co-génération, efficacité
énergétique et services énergétiques, éco-design et bien sûr l'actuel
paquet Énergie-Climat. Ce dernier en particulier, par l'internalisation
du coût du carbone et un objectif ambitieux de réduction globale des
émissions de gaz a effet de serre, permettra de peser sur la demande
énergétique.
Comme vous, je pense que ces différentes politiques d'incitation à
l'investissement dans la production d'électricité, dans l'efficacité
énergétique et la gestion de la demande ne sont absolument pas
antinomiques mais, au contraire, parfaitement complémentaires et
indispensables.
J'ajouterai enfin que tout sera mis en oeuvre, en collaboration avec
mes homologues régionaux, pour instaurer des projets volontaristes
permettant d'atteindre les objectifs ambitieux décidés au niveau
européen.
moeten worden geïnvesteerd om
de elektrische centrales die het
einde van hun levensduur hebben
bereikt, te vervangen.
Dankzij de prospectieve studie
Elektriciteit 2008-2017 van de AD
Energie
en
het
Federaal
Planbureau
zullen
die
investeringsbehoeften
kunnen
worden becijferd afhankelijk van
verschillende
scenario's.
De
kwestie van de afhankelijkheid van
België ten aanzien van het
buitenland verdient zeker een
grondig debat.
De
optimale
elektricteitsproductiecapaciteit
hangt in grote mate af van de
reservemarge die nodig wordt
geacht. In de prospectieve studie
Elektriciteit werd voor een ruimere
marge dan in het verleden
geopteerd.
De
daaruit
voortvloeiende behoeften op het
stuk van de productiecapaciteit
liggen dus hoger.
Het
tijdsverloop
tussen
de
investeringsbeslissingen en de
inbedrijfstelling van de eenheden
moet worden ingekort, met name
door
de
administratieve
procedures te vereenvoudigen en
de verplichtingen die aan de
initiatiefnemers
van
projecten
worden opgelegd, te stroomlijnen.
Voorts blijf ik erbij dat een wijziging
van de wet betreffende de
kernuitstap niet de beste manier is
om investeringen aan te trekken.
Ten slotte moeten alle nodige
maatregelen worden genomen om
ons
energieverbruik
te
verminderen, met name door de
Europese
richtijnen
dienaangaande om te zetten en
toe te passen.
Ik
deel
uw
mening
dat
beleidsmaatregelen
om
investeringen
in
elektriciteitsproductie en energie-
efficiëntie te bevorderen en het
beheer
van
de
vraag
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
complementair zijn.
Ik voeg er nog aan toe dat in
samenwerking
met
mijn
ambtgenoten van de Gewesten
alles in het werk zal worden
gesteld
om
voluntaristische
projecten op te zetten teneinde de
ambitieuze doelstellingen die op
Europees
niveau
werden
vooropgesteld, te bereiken.
06.04 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Effectivement, c'est un débat important
que nous initions. J'espère d'ailleurs que votre "Printemps de
l'environnement" pourra participer à cela en collectant tous les
numéros de téléphone régionaux nécessaires.
Il est vrai qu'il s'agit d'un point important. Si nous pouvons contrer la
demande de la FEBEG par la mise en oeuvre des maisons passives
on a notamment vu, dans des émissions télévisées, à Fribourg des
idées tout à fait intéressantes qui permettent d'avoir quasi-zéro
quantité d'énergie consommée pour le chauffage , nous devons aller
dans cette direction.
06.04 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Dat is een belangrijk debat,
en
uw
Printemps
de
l'environnement (Lente van het
leefmilieu) zal daar een bijdrage
aan leveren. Als we het verzoek
van FEBEG kunnen ondervangen
door de bouw van passiefhuizen,
dan moeten we die koers volgen.
06.05 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour vos réponses. J'entends bien qu'il y a, une fois de plus, une
grande responsabilité de la part des Régions. C'est un peu mon lot de
vous poser des questions qui concernent les Régions. D'où, peut-être,
l'intérêt de refédéraliser certaines compétences. Quand l'opportunité
paraît réelle de refédéraliser certaines matières, comme c'est le cas
ici, il faut au moins s'interroger sur l'opportunité de le faire.
Comme M. Flahaux, je pense que le colloque que vous organiserez
dès le printemps vous permettra d'aboutir à des résultats très
importants pour des mesures à prendre au niveau fédéral.
06.05 Kattrin Jadin (MR): Eens te
meer dragen de Gewesten een
grote verantwoordelijkheid. We
zouden ons misschien moeten
afvragen of het niet opportuun zou
zijn om bepaalde bevoegdheden
te herfederaliseren.
Net zoals de heer Flahaux denk ik
dat u, met het colloquium dat u dit
voorjaar
zal
organiseren,
belangrijke resultaten zult kunnen
boeken, teneinde op federaal
niveau een aantal maatregelen
dienaangaande te nemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Christian Brotcorne au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la production et
07 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Klimaat en Energie over "de productie
en het gebruik van biobrandstoffen" (nr. 2513)
07.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le ministre, j'ai été
interpellé récemment par une campagne médiatique menée par une
compagnie aérienne européenne annonçant avoir effectué le premier
vol commercial au "biocarburant" composé d'un mélange d'huile de
noix de babassu et d'huile de noix de coco. C'était présenté comme la
solution miracle pour réduire les émissions de CO
2
mais aussi pour
poursuivre le développement des carburants du futur.
Nous avons tous marqué notre enthousiasme à l'idée des
07.01 Christian Brotcorne (cdH):
Een
Europese
luchtvaartmaatschappij
heeft
bekendgemaakt dat zij de eerste
commerciële
vlucht
op
biobrandstof
heeft
uitgevoerd.
Sindsdien is het enthousiasme
enigszins bekoeld, omdat men
zich
van de negatieve
en
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
biocarburants. Depuis lors, cet enthousiasme est quelque peu
retombé à mesure qu'on se rend compte de leurs effets négatifs et
pervers. Les scientifiques nous mettent en garde contre la destruction
d'écosystèmes naturels pour la culture destinée à la production de
biocarburants qui eux aussi génèrent du gaz carbonique, principal gaz
à effet de serre.
Par rapport à cette campagne marketing et à cette opération
présentée comme la solution, avons-nous en Belgique une politique
particulière quant au développement des biocarburants par et pour
l'industrie aéronautique? La noix de babassu dont il est question ici
dans ce mélange est issue de plantations d'anacardiers, qui se situent
à l'embouchure de l'Amazone, région considérée en grand danger de
déforestation. Dans la foulée, après quelques mois ou davantage de
pratique des biocarburants dans notre pays, quel est le montant des
subventions ou des incitants fiscaux attribués en faveur de la culture
destinée aux biocarburants?
ongewenste
effecten
bewust
wordt. Voert ons land een
bijzonder
beleid
wat
de
ontwikkeling van biobrandstoffen
door en voor de luchtvaartindustrie
betreft? Welke subsidies of fiscale
incentives worden er toegekend
voor de teelt van gewassen voor
biobrandstoffen?
07.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Brotcorne, j'ai vu comme
vous M. Branson poser devant un avion Virgin, une noix de coco à la
main et je partage vos doutes quant au caractère durable de ce genre
d'initiative.
La Belgique a transposé la directive européenne visant à promouvoir
l'utilisation de biocarburants dans les transports. La mise en oeuvre de
cette directive doit garantir la disponibilité sur le marché d'une part
minimale de biocarburants de 5,75% en 2010. Le gouvernement
fédéral a également autorisé la défiscalisation de certaines quantités
de bioéthanol et de biodiesel pour être mélangées aux carburants
fossiles. Cela s'est traduit dans la loi du 10 juin 2006 relative à la
promotion des biocarburants.
À l'occasion du sommet de printemps en 2007, l'Europe a décidé de
porter le pourcentage de biocarburants à 10% pour 2020. Cet objectif
est en passe d'être formalisé dans deux projets de directive
européenne, l'un sur la qualité des carburants, l'autre sur les énergies
renouvelables. Dans les deux cas, cet objectif de 10% est conditionné
à la fixation de critères de durabilité sur la biomasse, critères sur
lesquels j'ai encore insisté fermement la semaine dernière lors du
Conseil européen Énergie. Dans le débat européen actuel, la
Belgique soutient la définition de critères de durabilité dans les filières
de biocarburants comme une condition indispensable dans les
travaux de révision de la directive sur la qualité des carburants et de
la directive sur les énergies renouvelables. Ces critères devraient
couvrir l'ensemble des dimensions du développement durable:
économique, social et environnemental.
Dans le contexte européen, les biocarburants n'ont jamais été
évoqués pour des applications comme celle de l'aéronautique. Je
m'en étonne d'ailleurs compte tenu de l'importance des critères de
qualité pour les carburants utilisés par les avions.
Les applications éventuelles dans ce secteur sont actuellement
purement expérimentales.
Les subventions européennes sont les seules subventions dédiées
aux cultures énergétiques. Elles représentent un montant de 45 euros
par hectare. Les autorités régionales sont compétentes pour le
07.02 Minister Paul Magnette:
Net als u heb ik zo mijn twijfels bij
de duurzaamheid van dat soort
initiatieven.
België
heeft
de
Europese Richtlijn ter bevordering
van
het
gebruik
van
biobrandstoffen in het vervoer in
nationale wetgeving omgezet. De
uitvoering van die richtlijn moet
ervoor zorgen dat er tegen 2010
minstens
5,75
procent
biobrandstof
op
de
markt
voorhanden
is.
De
federale
regering
heeft
daarnaast
ingestemd
met
een
belastingvrijstelling voor bepaalde
hoeveelheden
bio-ethanol
en
biodiesel.
Tijdens de EU-Lentetop van 2007
besliste
Europa
om
het
percentage biobrandstof tegen
2020 op te trekken tot 10 procent.
Die doelstelling van 10 procent is
evenwel
gekoppeld
aan
de
vaststelling
van
duurzaamheidscriteria voor de
biomassa. Voor ons land vormt de
definitie van duurzaamheidscriteria
in
de
productiecyclus
van
biobrandstoffen In het huidige
Europese debat een conditio sine
qua non.
In de Europese context werden
biobrandstoffen nooit vermeld met
betrekking tot toepassingen in
bijvoorbeeld de luchtvaartsector.
Dat verbaast mij trouwens, gezien
het belang van de kwaliteitscriteria
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
contrôle des conditions à remplir par les agriculteurs pour bénéficier
de ces subventions.
voor vliegtuigbrandstoffen.
De
eventuele toepassingen in deze
sector zijn momenteel louter
experimenteel van aard.
De Europese subsidies zijn de
enige subsidies die bestemd zijn
voor
de
teelt
van
energiegewassen. Deze subsidies
bedragen 45 euro per hectare. De
gewestelijke
overheden
zijn
bevoegd voor de controle van de
voorwaarden
waaraan
landbouwers moeten voldoen om
recht te hebben op de subsidies.
07.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse complète en ce compris sur les incitants.
La solution se situe en effet certainement au niveau européen.
Je me réjouis donc de votre annonce quant au fait que la Belgique
soutient les critères de durabilité qui me paraissent évidents, eu égard
à tout ce que nous savons aujourd'hui sur les destructions potentielles
que peuvent générer des cultures intensives en faveur des
biocarburants.
07.03 Christian Brotcorne (cdH):
De oplossing moet inderdaad
gezocht worden op Europees
niveau. Het verheugt me dat u
verklaart
dat
België
de
duurzaamheidscriteria verdedigt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Je voudrais intervenir sur l'ordre des travaux. Nous avions un accord sur le fait que M.
Magnette reste jusque 11 heures. Mme Laruelle est déjà là pour la deuxième salve de questions.
Madame Laruelle, pouvons-nous encore poser une ou deux questions à M. Magnette?
07.04 Sabine Laruelle, ministre: Tout à fait.
07.05 Paul Magnette, ministre: Je peux rester jusque 11.30 heures.
07.06 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, qu'on pose
encore une ou deux questions. De toute façon, 40 questions me sont
destinées. On se rend bien compte que toutes ne sauront être posées
ce matin.
Le président: Comme vous le dites, de toute façon, on n'épuisera l'agenda ni de l'un ni de l'autre.
08 Vraag van de heer Dirk Vijnck aan de minister van Klimaat en Energie over "de strategische
olievoorraden beheerd door het agentschap Apetra" (nr. 2526)
08 Question de M. Dirk Vijnck au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les stocks stratégiques de
08.01 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, Apetra is een naamloze vennootschap van publiek recht die
bij wet van 26 januari 2006 werd opgericht om het beheer van de
verplichte voorraden van België waar te nemen.
De wetgeving voorziet voor de eerste vijf werkingsjaren van Apetra
nog in een individuele voorraadplicht voor de geregistreerde
08.01 Dirk Vijnck (LDD): Au cours
des cinq prochaines années,
Apetra,
la
société
anonyme
chargée de gérer les stocks
stratégiques de pétrole, devra
acquérir en propriété environ
1.850.000 tonnes de diesel, de
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
aardoliemaatschappijen. Dat geldt voor de maatschappijen die in het
voorgaande jaar meer dan 100.000 ton van de productiecategorieën
in gebruik hebben gesteld.
De voorraadplicht boven die van de voorraadplicht vrijgestelde
drempel wordt uitgedrukt in dagen en bedraagt voor het voorjaar van
2007-2008 vijftien dagen. Jaarlijks bouwt die voorraadplicht af met
drie dagen, om na vijf jaar tot nul te worden herleid.
Apetra heeft van de federale overheid de verplichting om de komende
vijf jaar ongeveer 1.850.000 ton diesel, huisbrandolie en kerosine in
eigendom te verwerven.
Europa eist dat alle lidstaten voor de diverse soorten olieproducten
reserves zouden hebben voor minstens negentig dagen. Op België
na, halen alle lidstaten dat streefcijfer.
Uit een rapport van Apetra zelf blijkt dat er onvoldoende strategische
olievoorraden zijn in België. Het probleem is zelfs groter geworden.
Voor de categorieën benzine en zware stookolie is er meer dan
voldoende reserve, maar voor diesel, kerosine en stookolie zou de
reserve slechts vijfentwintig dagen bedragen. Op de website van de
Europese Commissie staat dat er een reserve zou zijn van
negenenzestig dagen.
Apetra moet reserves opbouwen voor ongeveer tachtig dagen. De
rest wordt ingevuld door de oliesector.
Mijnheer de minister, graag had ik daarom een antwoord op de
volgende vragen gehad.
Wat is de reden van de vertraging in de opbouw van de strategische
reserves?
Welke zijn nu de juiste cijfers inzake de reeds aanwezige voorraden?
Apetra spreekt over vijfentwintig, en de Europese Commissie over
negenenzestig dagen.
Beschikt Apetra over voldoende opslagcapaciteit om te voldoen aan
de Europese vraag?
mazout et de kérosène. Un
règlement européen impose aux
États membres de constituer des
réserves pétrolières pour nonante
jours au moins. Tous les États
membres
satisfont
à
cette
exigeance, à l'exception de la
Belgique.
Un rapport d'Apetra indique, en
effet, que les stocks stratégiques
sont insuffisants. L'essence et le
fuel lourd ne posent pas de
problème mais les réserves de
diesel, de kérosène et de mazout
ne couvrent que vingt-cinq jours.
La Commission européenne, pour
sa part, fait état d'un stock pour
soixante-neuf jours.
Comment s'explique le retard dans
la
constitution
des
stocks
stratégiques? Quels chiffres sont
exacts: ceux d'Apetra ou ceux de
la Commission européenne? La
capacité de stockage d'Apetra est-
elle suffisante pour satisfaire à la
norme européenne?
08.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Vijnck, Apetra heeft het beheer van de Belgische strategische
voorraden overgenomen op 1 april 2007.
Tijdens een eerste werkingsfase kon Apetra enkel een beroep doen
op zogenaamde tickets op werkvoorraden van de industrie. Die tickets
kan Apetra bekomen op werkvoorraden gelegen in België en in zes
andere EU-lidstaten.
Door de sterk gestegen olieprijzen op dat ogenblik, kon men reeds
een
eerste
trend
van
destockering
ontdekken
bij
de
oliemaatschappijen, en dat zowel in Europa als mondiaal. Voor de
weinige aangeboden voorraden werd er dan ook een relatief hoge
ticketprijs gevraagd. Door onder andere de toetreding van nieuwe
Europese lidstaten staat de vraag naar tickets onder zeer grote druk.
Het onvoldoende aanbod aan werkvoorraden heeft zich nog verergerd
08.02 Paul Magnette, ministre:
Apetra a repris la gestion des
réserves stratégiques belges le 1
er
avril 2007. Dans sa première
phase de travail, elle n'a pu faire
appel qu'à des `tickets' sur les
stocks opérationnels de l'industrie,
en Belgique et dans six autres
États membres. La hausse des
prix pétroliers a entraîné un
déstockage dans les entreprises
pétrolières. Il s'en est suivi une
hausse du prix du ticket pour les
quelques réserves proposées,
tandis que la demande de tickets
était mise sous pression.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
in de tweede helft van 2007 door een massale destockering door de
oliemaatschappijen ingevolge de zogenaamde backwardation situatie.
Ten slotte speelde ook een wijziging voor de productiespecificatie
voor gasolie vanaf 1 januari 2008 een rol, waardoor de
maatschappijen hun voorraden dienden te veranderen.
Apetra heeft anderzijds sinds eind 2007 alle benodigde instrumenten
voor de aankoop van oliestocks afgerond, opslagcontracten
afgesloten en de eerste aankopen van middeldistillaten gerealiseerd.
De eerste strategische voorraden aangekocht door Apetra worden in
maart in depot geleverd.
De laatste communicatie van het Belgisch niveau van strategische
olievoorraden aan de Europese Commissie betreft de gegevens voor
de maand september 2007. Voor die maand beschikte België over 69
dagen voorraad in de tweede productcategorie. Eerstdaags verwacht
ik van de administratie de rapportering voor het laatste trimester van
2007. Ik ga ervan uit dat in de huidige marktomstandigheden het
aantal dagen sterk verminderd zal zijn.
Naar aanleiding van de eerste offerteaanvragen voor bestaande
opslagcapaciteit van Apetra zijn eerste opslagcontracten afgesloten
die Apetra toelaten 165.000 ton te kopen in 2008 en additioneel
284.000 ton in 2009. Apetra lanceert in de komende weken
offerteaanvragen voor opslagcapaciteit, nieuwe depots, uitbreiding
van bestaande depots voor middeldistillaten en ruwe aardolie. De
eerste opslagcapaciteit zal beschikbaar zijn vanaf 1 juli 2008. Deze
aanbestedingsprocedure is afgerond.
Apetra is erin geslaagd aan gunstige voorwaarden een financiering
van 800 miljoen euro te bekomen. De overheidsopdracht werd
uiteindelijk toegewezen aan Dexia.
Desondanks wil ik meedelen dat de huidige situatie zorgwekkend
blijft. Ik onderzoek momenteel dan ook de wettelijke en reglementaire
mogelijkheden om deze situatie te verbeteren.
La situation a même empiré au
deuxième semestre 2007 à cause
de
la
backwardation.
Le
changement
en
matière
de
spécifications de la production de
gasoil a aussi joué un rôle à partir
du 1
er
janvier 2008.
Fin 2007, l'Apetra avait achevé la
mise au point de tous les
instruments
nécessaires
à
l'acquisition de stocks pétroliers,
conclu des contrats de stockage et
réalisé les premiers achats de
distillats moyens. Les premiers
stocks stratégiques acquis par
l'Apetra seront livrés aux dépôts
en mars.
Les données relatives au mois de
septembre 2007, qui constituent la
dernière communication en date
de la Belgique à la Commission
européenne, faisaient état de 69
jours de réserve dans la deuxième
catégorie de produits. Concernant
le dernier trimestre 2007, dont je
dois recevoir très prochainement
les données, je m'attends à une
nette diminution du nombre de
jours de stock.
Les premiers appels d'offres
relatifs à la capacité de stockage
actuelle de l'Apetra ont débouché
sur la signature de contrats
d'entreposage
permettant
à
l'Apetra d'acheter 165.000 tonnes
en 2008 ainsi que 284.000 tonnes
en 2009. L'Apetra lancera dans les
semaines à venir des appels
d'offre portant sur de la capacité
d'entreposage,
de
nouveaux
dépôts et une extension des
dépôts actuels de distillats moyens
et de pétrole brut. La première
tranche
de
cette
capacité
d'entreposage sera disponible à
partir du 1
er
juillet 2008.
L'Apetra a réussi à obtenir un
financement de 800 millions
d'euros
à
des
conditions
avantageuses. Le marché public a
finalement été attribué à Dexia.
J'étudie les ressources légales et
réglementaires
susceptibles
d'améliorer la situation actuelle
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
qui, en dépit des mesures qui ont
été prises, reste préoccupante.
08.03 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de minister, dank u voor uw
duidelijk antwoord. Ik hoop gewoon dat we aan de Europese
verwachtingen kunnen voldoen.
08.03 Dirk Vijnck (LDD): J'espère
que nous pourrons satisfaire à la
réglementation européenne.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Pour que les gens n'attendent pas inutilement, je vais passer à la question n° 2533 de M.
Clarinval et reporter les questions de M. Prévot et Mme Gerkens.
Daarna is er een samengevoegde vraag. Daarvoor zullen we niet genoeg tijd meer hebben. Ik zal stoppen
na vraag 12.
08.04 Dalila Douifi (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, de
samengevoegde vragen waar ik deel van uitmaak komen dus niet
meer aan bod?
De voorzitter: Neen, de minister moet om 11.30 uur weg en mevrouw Laruelle is al aanwezig. Het is dus
absoluut onmogelijk om tot het einde van de agenda te gaan.
08.05 Dalila Douifi (sp.a-spirit): Ik het kader van de actualiteit zijn
dat bijzonder belangrijke vragen. Het gaat om drie vragen en we
weten niet eens of de betrokkenen alle drie aanwezig zullen zijn. Ik
ben hier wel tijdig om aan bod te komen. Ik zou dus vragen om door
te gaan en de agenda af te werken.
De voorzitter: Ik heb daar geen probleem mee. De minister moet echter weg om 11.30 uur. Mevrouw
Laruelle is al aanwezig en ik heb nog twee vragen.
08.06 Dalila Douifi (sp.a-spirit): J'entends bien que le ministre n'a
pas de problème pour rester.
De voorzitter: Om 11.30 uur wel.
08.07 Dalila Douifi (sp.a-spirit): Il peut être un peu en retard, a-t-il
dit.
08.08 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik heb er absoluut geen probleem mee om mijn vraag over
de prospectieve studie tot volgende week uit te stellen. In verband
met de werkzaamheden zou ik er toch op willen wijzen dat er ook
vandaag vragen aan de agenda staan die eigenlijk vorige week of
twee of drie weken op een identieke manier aan bod zijn gekomen,
bijvoorbeeld over biobrandstoffen of Apetra, zonder dat er nieuwe
elementen worden aangebracht.
Op die manier wordt onze vragenagenda natuurlijk zeer zwaar belast
en komen de vragen met een echt duidelijke actuele....
De voorzitter: Dat is de verantwoordelijkheid van ieder lid van de commissie. Wij mogen altijd vragen
stellen. Zij komen op de agenda, maar ik mag, als voorzitter, de agenda niet veranderen omdat een vraag
meer actueel is en de andere niet. Ik volg gewoon de agenda. Ik kan niets anders doen. Wat vandaag in uw
voordeel is, is misschien morgen of volgende week in uw nadeel. Dat kan ik absoluut niet doen. We hebben
misschien al een beetje te veel tijd verloren. Ik ga gewoon door met de agenda en wij zullen zien waar wij
geraken. Geen tijd verliezen, is in het belang van iedereen.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
08.09 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, dit probleem kan misschien eens bekeken worden in de
Conferentie van voorzitters.
09 Question de M. David Clarinval au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'impact des impositions
de CO
2
par rapport au développement économique" (n° 2533)</b>
09 Vraag van de heer David Clarinval aan de minister van Klimaat en Energie over "de impact van de
CO
2
-belasting ten opzichte van de economische ontwikkeling" (nr. 2533)
09.01 David Clarinval (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, en 2005, Arcelor décide de fermer le haut fourneau 6 (HF6)
de Seraing. Deux ans plus tard, afin de faire face, entre autres, à un
déficit momentané de la production d'acier en Europe, le nouveau
groupe fusionné Arcelor-Mittal opte pour la relance de ce
haut fourneau. Michel Wurth, numéro 2 chez Arcelor-Mittal, reconnaît,
dans une interview parue dans "La Libre Belgique" du 1
er
février 2008,
avoir vendu des quotas pour environ 1,5 million de tonnes de CO
2
reçu gratuitement de la Belgique, au cours de la période 2005-2007.
Pour permettre au HF6 de reprendre du service, Arcelor-Mittal
constate qu'il lui manque 3,8 millions de quotas pour les années
2008-2009, et 20 millions en tout d'ici 2012 (soit environ 4 millions de
tonnes de quotas de CO
2
nécessaires par an). Arcelor-Mittal pose
alors la question de savoir qui va payer ces quotas. L'entreprise
menace de ne pas relancer ses activités dont la fermeture aurait
traumatisé la Wallonie.
Face à ce chantage à l'emploi, deux acteurs publics ont décidé
d'intervenir: le fédéral pour 600.000 tonnes et la Région wallonne pour
le reste (soit 1,7 million plus une réserve de 600.000 tonnes par an).
Monsieur le ministre, combien coûte aux pouvoirs publics Région
wallonne et État fédéral la relance de ce haut fourneau? L'attitude
adoptée par les pouvoirs publics ne risque-t-elle pas de créer un
précédent pour d'autres secteurs? Je pense notamment aux
cimenteries. Cette solution garantit un avenir au HF6 jusqu'en 2012,
voire 2015, mais qu'adviendra-t-il par la suite?
Cet argent aurait pu servir à autre chose comme, par exemple, le
développement de nouvelles technologies permettant la réduction des
émissions de CO
2
réclamée par la FEB. Cet argent aurait pu aussi
être utilisé pour réduire le niveau très élevé des charges sociales de
nos industries en Belgique qui empêchent la création d'emplois.
Par ailleurs, nous savons qu'un haut fourneau produit énormément de
CO
2
, presque deux tonnes pour obtenir une tonne d'acier. Or la
Belgique s'est engagée à diminuer ses émissions de CO
2
. Je
constate donc, monsieur le ministre, que l'on a sacrifié l'intérêt
environnemental à long terme au profit de l'intérêt à court terme d'une
multinationale. Dès lors, comment expliquez-vous aux citoyens qu'ils
doivent faire des efforts au quotidien afin de préserver
l'environnement si, de votre côté, vous cédez aux pressions d'une
multinationale?
09.01 David Clarinval (MR):
Hoogoven nr. 6 van Seraing, die in
2005 door Arcelor werd gesloten,
wordt twee jaar later door Arcelor-
Mittal heropgestart. De heer
Wurth, de nummer twee van
Arcelor-Mittal,
geeft
in
een
interview in La Libre van 1 februari
2008 toe dat hij tussen 2005 en
2007 ongeveer 1,5 miljoen ton C0
2
-quota verkocht heeft die hij gratis
van
België
had
ontvangen.
Arcelor-Mittal stelt vast dat het
voor
het
heropstarten
van
hoogoven nr. 6 voor de jaren
2008-2009 nog 3,8 en tot 2012 in
totaal 20 miljoen quota tekort
heeft. Om die reden dreigt het zijn
activiteiten niet te hervatten, wat in
Wallonië hard is aangekomen. De
federale overheid heeft dan beslist
met 600.000 ton en het Waals
Gewest met 1,7 miljoen ton, plus
een reserve van 600.000 ton per
jaar, over de brug te komen.
Hoeveel moeten de diverse
overheden voor het heropstarten
van die hoogoven ophoesten?
Dreigt die houding geen precedent
te scheppen voor andere sectoren,
zoals
bijvoorbeeld
de
cementindustrie? Wat zal er met
hoogoven
nr.
6
na
2015
gebeuren?
Met dat geld had men nieuwe
technieken kunnen ontwikkelen
waarmee de uitstoot van CO
2
kan
verminderd worden een eis van
het VBO of de sociale lasten
voor
onze
industrie
kunnen
worden verlaagd, om zo nieuwe
banen te scheppen.
Een hoogoven produceert enorme
hoeveelheden CO
2
. Men heeft dus
het kortetermijnbelang van een
multinational laten voorgaan op
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
milieuoverwegingen. Hoe kan men
de burgers er dan van overtuigen
dat ze inspanningen moeten
leveren
om
het
milieu
te
beschermen?
09.02 Paul Magnette, ministre: Cher collègue, je vous remercie de
votre question.
Cela dit, je n'ai pas cédé aux pressions d'une multinationale. Il s'agit
d'une matière essentiellement régionale dans le cadre de laquelle le
pouvoir fédéral a apporté son aide pour trouver un accord au niveau
du plan national d'allocation en estimant qu'il fallait répondre à des
demandes formulées par les Régions qui souhaitaient trouver un
système global.
Ce système prévoit la création d'une réserve pour les nouveaux
entrants à laquelle le secteur du ciment peut également faire appel.
Ainsi, par le biais de cette réserve, ce secteur peut, par extension,
suite à une augmentation de capacité ou à une hausse significative
des émissions de gaz à effets de serre, endéans certaines limites
bien précisées, acquérir des quotas d'émissions. La chose peut se
faire moyennant l'existence de règles transparentes et objectives et
ce, pour garantir un traitement égal entre les différentes entreprises.
Cette réserve n'est pas valable pour les entreprises qui relèvent de
manière entièrement neuve au système de l'échange de quotas.
Il est clair que la Belgique doit continuer à égaliser le terrain pour une
société à faible teneur en carbone et par le biais de l'innovation
technologique dans l'industrie, le transport et d'autres secteurs.
L'innovation technologique doit demeurer d'un niveau élevé, et ce
également dans les secteurs qui relèvent du système actuel
d'échange de quotas. Pour autant, on ne peut pas ne pas prendre en
considération la situation d'industries déjà existantes quand elles
comportent un nombre élevé d'emplois et quand on sait que, par
exemple, l'acier produit sur notre territoire produira trois fois moins de
CO
2
que s'il était produit ailleurs en Europe ou dans le monde et que
ces émissions de CO
2
n'ont pas de frontières et que leur effet sur la
couche d'ozone est identique.
Pour ce qui relève du système actuel d'échange de quotas, il couvre
environ 50% des émissions totales de gaz à effet de serre pour la
période 2008-2012. L'autre moitié doit être concrétisée par des
mesures de réduction à l'intérieur du pays, et ce dans divers
domaines, comme le secteur du transport et les ménages. Différentes
mesures portent déjà leurs fruits. Je pense à la déduction fiscale pour
les citoyens lors de l'achat d'une voiture grevant faiblement
l'environnement. Cette déduction s'applique, depuis 2007,
directement lors de l'achat de la voiture.
Si nous voulons néanmoins préparer le terrain en vue d'une économie
peu élevée en carbone, il faut que nous abandonnions le discours qui
tend à prétendre que les frais sont trop élevés pour notre société. Je
veux, en concertation avec les citoyens, l'industrie et mes collègues
régionaux, mener une politique volontariste, axée entre autres sur
l'identification de situations où toutes les parties prenantes sont
gagnantes, et ce tant pour l'industrie, le citoyen que pour les pouvoirs
09.02 Minister Paul Magnette: Ik
ben niet voor de druk van een
multinational gezwicht. Het gaat
om een aangelegenheid die
voornamelijk tot de bevoegdheid
van
de
Gewesten
behoort.
Teneinde een akkoord te kunnen
bereiken, is de federale overheid
in de bres gesprongen en meende
zij te moeten ingaan op de
verzoeken van de Gewesten, die
tot een algemeen systeem wilden
komen. Met dat systeem wordt er
een reserve voor de nieuwkomers
opgebouwd. De cementsector kan
er ook een beroep op doen, indien
hij naar aanleiding van een
capaciteitsverhoging
of
een
significante stijging van de uitstoot
van broeikasgassen emissiequota
wenst te verwerven. Transparante
en objectieve regels garanderen
een gelijke behandeling van alle
ondernemingen.
Die reserve geldt niet voor
ondernemingen die nooit eerder
onder de regeling inzake de
handel in emissierechten vielen.
België moet zijn CO
2
-uitstoot
verminderen en de technologische
innovatie bevorderen, ook in de
sectoren die momenteel in het
systeem van de handel in
emissierechten zitten. Men mag
evenwel de bestaande industrieën,
die heel wat werkgelegenheid
creëren, niet uit het oog verliezen.
Bij de staalproductie op ons
grondgebied komt er drie keer
minder CO
2
vrij dan wanneer dit
staal elders ter wereld zou worden
geproduceerd.
Het huidige systeem van de
handel in emissierechten dekt
ongeveer vijftig procent van de
totale uitstoot van broeikasgassen
voor de periode 2008-2012. De
andere
helft
moet
worden
gerealiseerd
middels
diverse
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
publics.
maatregelen om de uitstoot in ons
land zelf te verlagen.
Als we een CO
2
-arme economie
willen ontwikkelen, moeten we
ermee ophouden te beweren dat
de kostprijs daarvan te hoog is.
Samen met de burgers, de
industrie en mijn collega's op
gewestelijk niveau wil ik een
voluntaristisch beleid voeren en
omstandigheden creëren waarbij
iedereen baat heeft.
09.03 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, ma question était
tout simple: combien coûte, en euros, la relance du haut fourneau
n° 6. Vous n'y avez pas répondu. J'aimerais avoir un chiffre, car cela
m'intéresse vraiment d'en connaître le coût exact.
09.03 David Clarinval (MR): U
hebt niet gezegd hoeveel euro het
kost om hoogoven nr. 6 opnieuw
op te starten.
09.04 Paul Magnette, ministre: Comme je vous l'ai dit au début de
ma réponse, il s'agit là d'une matière essentiellement régionale. Nous
avons établi une répartition de quotas entre les Régions, chacune
faisant ensuite une répartition des quotas entre les différents secteurs
industriels et en calculant le coût.
09.04 Minister Paul Magnette:
Dat is een hoofdzakelijk regionale
bevoegdheid. Wij hebben de quota
over de Gewesten verdeeld,
waarna
elk
Gewest
een
verdeelsleutel voor de diverse
industriële sectoren vastgelegd en
de kostprijs berekend heeft.
09.05 David Clarinval (MR): Sur la base du quota global, on peut
donc extrapoler un coût spécifique pour ce dossier.
09.05 David Clarinval (MR): Uit
het globale quotum kan men dus
het specifieke kostenplaatje voor
dit dossier extrapoleren.
09.06 Paul Magnette, ministre: Oui, mais c'est très difficile,
techniquement parlant, puisqu'on se projette dans l'avenir et qu'on ne
sait pas, au moment où il faudrait éventuellement acheter des quotas,
quel en sera le prix. On ne sait pas non plus si l'on pourra plutôt
acheter des "clean development mechanisms" ou des "joint
initiatives", qui sont moins chers.
En tout état de cause, c'est aux Régions qu'il reviendra de faire cette
opération.
09.06 Minister Paul Magnette: Ja,
maar dan lopen we vooruit op de
toekomst, en we weten niet
hoeveel de quota zullen kosten op
het ogenblik dat we ze eventueel
zullen moeten aankopen. We
weten evenmin of we clean
development mechanisms zullen
kunnen kopen of joint initiatives,
die minder duur zijn.
Het is aan de Gewesten om die
afweging te maken.
09.07 David Clarinval (MR): C'est la loi de la demande ...
J'aimerais connaître une estimation sur la base du marché des
quotas tel qu'on le connaît aujourd'hui.
09.07 David Clarinval (MR): Ik
zou toch graag een schatting
krijgen op basis van de huidige
emissierechtenmarkt.
09.08 Paul Magnette, ministre: Je ne peux pas vous donner une
telle estimation, pas plus que je ne puis vous donner le prix du baril de
pétrole en 2012.
09.08 Minister Paul Magnette:
Die schatting kan ik u niet
bezorgen, net zomin als ik de prijs
van een vat olie in 2012 kan
voorspellen.
Le président: Je pense que nous avons maintenant épuisé le débat.
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de Mme Muriel Gerkens au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les pouvoirs de la
CREG vis-à-vis de la distribution de gaz et d'électricité" (n° 2554)</b>
10 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Klimaat en Energie over "de
bevoegdheden van de CREG inzake de gas- en elektriciteitsverdeling" (nr. 2554)
10.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, à l'issue du conclave budgétaire du
gouvernement, ce 26 février, il a été annoncé et je m'en réjouis
que vous aviez déposé un projet de loi visant à renforcer les pouvoirs
de contrôle de la CREG, notamment vis-à-vis des prix de distribution.
Or, dans le même temps, nous apprenons que, dans l'autre versant
des travaux gouvernementaux, la régionalisation des tarifs de
distribution a été acceptée.
Ma question est une demande d'éclaircissement afin de comprendre
le processus. En effet, selon certaines données, "les tarifs de la
distribution ne dépendront plus du régulateur fédéral, mais ils seront
revus, éventuellement corrigés, par les régulateurs régionaux
(BRUGEL, CWaPE, VREG)", tandis que d'autres articles font part du
fait que "le régulateur, grâce à la réforme et au renforcement des
pouvoirs de la CREG, pourra corriger les tarifs" et que "le régulateur
fédéral aura la capacité d'apprécier le caractère raisonnable des
coûts présentés par les gestionnaires de réseaux de distribution".
Quel est le rôle de la CREG vis-à-vis des tarifs de distribution et vis-à-
vis d'un projet de régionalisation de la distribution de gaz et
d'électricité ainsi que de ses prix?
10.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): U hebt een wetsontwerp
ingediend dat ertoe strekt de
controlebevoegdheid
van
de
CREG
(Commissie
voor de
Regulering van de Elektriciteit en
het Gas) uit te breiden, meer
bepaald wat de distributieprijzen
betreft. Tegelijkertijd werd evenwel
de
regionalisering
van
de
distributietarieven
goedgekeurd.
Kan u een en ander toelichten?
10.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, je remercie
Mme Gerkens pour cette question qui permet de lever certaines
ambiguïtés. En effet, j'ai également lu la presse et été étonné par
certains comptes rendus. Il y a eu tant d'effets d'annonce à tant de
niveaux différents au même moment, sur les mêmes questions que
même les journalistes les mieux informés s'y sont un peu perdus.
En ce qui concerne la CREG, après quelques semaines de pratique
du secteur de l'énergie, en pleine libéralisation, encore loin d'être
aboutie, j'ai pu dresser rapidement le constat que la régulation ne
pourrait s'exercer pleinement que si un contrôle en amont des
opérateurs pouvait être réalisé.
Afin de compléter la mission de suivi des marchés par une analyse en
amont, j'ai donc décidé de confier à la CREG de nouvelles
compétences, parmi lesquelles le monitoring des prix, mais aussi,
globalement, un monitoring permanent des marchés de l'électricité et
du gaz. La CREG a réalisé, à la demande des précédents ministres
de l'Énergie, des études ponctuelles relatives aux prix finaux de
l'électricité et du gaz naturel. Elle suit l'évolution du prix de l'électricité
sur Belpex, mais la CREG n'a, à ce jour, pas de moyens pour réaliser
un monitoring permanent des prix de fourniture de l'électricité et du
gaz.
Ce monitoring devrait comprendre aussi celui du contrôle des
données permettant à la CREG de fixer les paramètres d'indexation
10.02 Minister Paul Magnette: De
regulering kan slechts ten volle
worden waargemaakt indien de
operatoren
vooraf
worden
gecontroleerd. Ik heb dan ook
beslist
de
CREG
nieuwe
bevoegdheden toe te kennen,
zoals de prijsmonitoring en, meer
algemeen, het toezicht op de
elektriciteits- en gasmarkt. Die
monitoring zal tevens de controle
van gegevens omvatten op basis
waarvan
de
CREG
de
indexeringsparameters vastlegt en
de bestanddelen ervan nagaat.
Dat houdt in dat de CREG
regelmatig inzage moet krijgen in
de
reële
kosten
van
alle
producenten,
invoerders
en
leveranciers
van
gas
en
elektriciteit. Op grond van die
monitoring zullen de bevoegde
overheden met kennis van zaken
concrete
maatregelen kunnen
nemen
om
een
betere
marktwerking te verzekeren.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
et d'en contrôler les éléments constitutifs. Ce monitoring implique de
pouvoir accéder périodiquement aux coûts réels les "commodities"
et hors "commodities" de tous les producteurs, importateurs et
fournisseurs d'électricité et de gaz.
Je rejoins le comité de direction lorsqu'il considère que ce monitoring
permettra, d'une part, de reconnaître et d'anticiper les évolutions des
marchés et, d'autre part, en cas d'anomalie, d'avoir un accès
immédiat à une base de données contenant toute l'information
pertinente et indispensable à la réalisation d'une étude approfondie de
mesures adaptées pour répondre à ce problème. Un tel monitoring
aurait pour effet d'accroître la transparence sur le marché et, le cas
échéant, d'éclairer les autorités compétentes quant aux mesures
concrètes à prendre pour un meilleur fonctionnement du marché.
Cette compétence était, à mon sens, essentielle et manquait à
l'arsenal de la CREG, ce qui a justifié mon action immédiate et sans
préjuger d'une réflexion plus approfondie sur les mécanismes de
régulation, réflexion qui est en cours au sein de mon cabinet.
Au contraire de l'information qui est relayée dans l'article de presse
que vous mentionnez, les dispositions légales qui seront insérées
dans la loi-programme ne concerneront que cette nouvelle
compétence de la CREG. Une de mes premières démarches auprès
de la CREG a été de requérir l'état de la situation quant aux projets
d'arrêtés royaux relatifs aux tarifs pluriannuels des GRD établis dans
le cadre de la concertation prévue par l'article 12 de la loi électricité.
Après une série d'informations reçues de la CREG, j'ai fixé la date du
15 mars pour qu'elle me remette la version finale de ses travaux.
Ensuite, j'examinerai ceux-ci dans la problématique globale et le
contexte institutionnel que vous connaissez.
Die fundamentele bevoegdheid
ontbrak nog in het arsenaal van
bevoegdheden van de CREG.
Parallel hiermee beraadt mijn
kabinet zich verder over de
reguleringsmechanismen.
De
wetsbepalingen
in
de
programmawet
zullen
enkel
betrekking hebben op die nieuwe
bevoegdheid. Ik zal bovendien
aandachtig
de
informatie
bestuderen die de CREG me
eerdaags zal bezorgen in verband
met de ontwerpen van koninklijke
besluiten
betreffende
de
meerjarige
tarieven
van
de
distributienetbeheerders (DNB's),
welke werden opgesteld in het
kader van het door artikel 12 van
de
elektriciteitswet
ingestelde
overleg.
10.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): La CREG aura accès à
toutes les données pour pouvoir informer les autorités compétentes.
J'entends aussi que pour la distribution, nous verrons plus tard.
Je voudrais insister sur le fait qu'il est important, dans la distribution,
qu'une autorité fédérale indépendante puisse garder un pouvoir de
régulation et de vérification des prix, car nous sommes confrontés à
des intercommunales et à des communes qui ont besoin d'argent.
Les Régions, qui ont la tutelle sur les communes, sont aussi
directement concernées. Le fait d'avoir une instance en dehors de ce
champ et qui se base sur des données me semble indispensable et
essentiel.
J'espère que les négociations permettront de préserver la régulation
des distributeurs régionaux au niveau fédéral.
M. Wathelet ne semble pas d'accord. J'espère que le partenaire cdH
du gouvernement qui était attentif aux pouvoirs de la CREG
soutiendra cette préoccupation.
10.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Het is van essentieel
belang dat een onafhankelijke
federale autoriteit de bevoegdheid
behoudt om de prijzen van de
regionale verdelers te reguleren en
te controleren.
Ik hoop dat het cdH deze
bekommernis zal steunen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Institutionele Hervormingen over "de financiering van het klimaatbeleid en de Electrabeltaks"
(nr. 2489)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Klimaat en Energie over "de 250 miljoen euro die de
producenten van kernenergie moeten betalen" (nr. 2625)
- mevrouw Dalila Douifi aan de minister van Klimaat en Energie over "de onderhandelingen met
Electrabel" (nr. 2646)
11 Questions jointes de
- Mme Tinne Van der Straeten au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le financement de la politique climatique et la taxe Electrabel" (n° 2489)<br>- M. Bart Laeremans au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les 250 millions d'euro à payer par les
producteurs d'énergie nucléaire" (n° 2625)<br>- Mme Dalila Douifi au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les négociations avec Electrabel"
(n° 2646)</b>
11.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
in het kader van de begrotingsbesprekingen is terug de piste
opgedoken om de windfall profits van Electrabel te belasten.
Tegelijkertijd worden wij geconfronteerd met de internationale en
Europese verplichtingen op het vlak van klimaat. Het Europese
klimaatplan kost ongeveer 0,7% van het bbp of iets minder dan
2 miljard euro. Wij hebben in België nog niet echt het debat over de
financiering van het klimaatbeleid gevoerd. De federale regering heeft
wel de verschillende fondsen. In 2006 werd de federale retributie op
de gratis emissierechten ingevoerd. Intussen is dat afgeschaft. Zal dit
door iets anders worden opgevangen?
Mijnheer de minister, ten eerste, wat moet worden begrepen onder
een stabiel fiscaal kader tot 2009, zoals overeengekomen in de Pax
Electrica? Is het in die zin mogelijk om op korte termijn een taks in te
voeren op afgeschreven steenkool of kerncentrales?
Ten tweede, wat is uw mening over het invoeren van een dergelijke
taks op afgeschreven steenkool en nucleaire kerncentrales? Is dat al
dan niet gekoppeld aan het langer openhouden van de kerncentrales?
Ten derde, zou het invoeren van een dergelijke taks een vorm van
alternatieve of duurzame financiering voor het klimaatbeleid kunnen
zijn?
Ten vierde, welke andere manieren op het vlak van fiscaliteit ziet u als
een mogelijkheid om middelen te generen voor het klimaatbeleid?
Die laatste vraag was aanvankelijk bedoeld voor minister Reynders.
Die vraag is dus misschien minder van toepassing op minister
Magnette.
11.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Lors
des
discussions budgétaires, l'idée de
taxer ce qu'on appelle les windfall
profits d'Electrabel a une fois
encore
été
évoquée.
Parallèlement, le plan européen
sur le climat nous coûtera environ
0,7 % du PIB et aucun débat de
fond n'a encore été mené à
propos du financement du montant
correspondant. Une rétribution
fédérale sur les droits d'émission
gratuits avait été instaurée en
2006 mais elle a été supprimée
depuis.
Comment
va-t-on
compenser les recettes ainsi
perdues?
Il est question dans la Pax Electra
d'un cadre fiscal stable. Que faut-il
entendre par là? Est-il possible
d'instaurer une taxe sur les
centrales au charbon et les
centrales nucléaires amorties?
Que pense la ministre d'une telle
taxe? Doit-elle être liée à la
prolongation du maintien en
activité des centrales nucléaires?
Pourrait-elle
contribuer
au
financement du plan sur le climat?
Dispose-t-on
d'autres moyens
pour financer ce plan?
11.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op het begrotingsconclaaf werd inderdaad
beslist om aan de producenten van kernenergie 250 miljoen euro te
vragen. Het is evenwel niet duidelijk op basis waarvan dit zomaar kan
worden gevraagd en welke eventuele tegenprestatie daar tegenover
staat. Zo blijkt nog steeds geen duidelijk akkoord te bestaan over het
langer openhouden van de kerncentrales, jammer genoeg. Dat lijkt
mij immers vrij essentieel, zowel voor het onder controle houden van
de energieprijzen en de bevoorradingszekerheid als voor de
klimaatverplichtingen inzake de CO
2
-uistoot. Daarin kunnen de
11.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Lors
du
conclave
budgétaire, il a été décidé de
demander
aux
producteurs
d'énergie
nucléaire
une
contribution
de
250 millions
d'euros dont les conditions ne sont
toutefois pas claires. Il s'avère
aussi qu'il n'y a toujours pas
d'accord sur la prolongation du
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
kerncentrales een heel belangrijke rol spelen.
Mijnheer de minister, ten eerste, welke juridische basis of welke
andere argumenten heeft de regering om 250 miljoen euro te
vorderen van de producenten van kernenergie? Gaat dit om een
eenmalige bijdrage of een structurele, jaarlijks hernieuwbare bijdrage?
Ten tweede, over welk onderhandelingspand beschikt de minister om
dit bedrag te bekomen? Weet u wat de eerste minister tijdens het
debat in de Kamer bedoelde met de uitleg dat hij dit op dezelfde
manier zou doen als de vorige 100 miljoen euro voor de gasfactuur
die hij van dezelfde instelling heeft bekomen? Kunt u dat toelichten?
Wanneer en op welke basis gebeurde dit?
Ten derde, hebt u een mandaat om te spreken over het langer
openhouden van de kerncentrales?
Ten vierde, klopt het dat de PS bereid is om akkoord te gaan met het
langer openhouden van de kerncentrales en dus met een
wetswijziging, nu blijkt dat uw partij binnen de regering in dit dossier
geïsoleerd staat?
Ten vijfde, hoe zult u vermijden dat de 250 miljoen euro door de
producenten naar de gebruiker zal worden doorgerekend? Op die
manier staan wij immers nergens.
maintien en activité des centrales
nucléaires, pourtant nécessaire
pour conserver le contrôle des prix
de l'énergie et réaliser les objectifs
de Kyoto.
Sur quelle base le gouvernement
peut-il demander cette contribution
de 250 millions d'euros? S'agira-t-il
d'une contribution unique? Le
gouvernement devra-t-il fournir
une contrepartie? La ministre a-t-
elle été mandatée pour négocier la
prolongation du maintien en
activité des centrales nucléaires?
Est-il exact que le PS serait
disposé
à
accepter
cette
prolongation? Comment évitera-t-
on que les 250 millions d'euros
soient
répercutés
sur
le
consommateur?
11.03 Dalila Douifi (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, naar aanleiding van de begrotingsopmaak werd duidelijk
gezegd dat zou worden gesproken met de energiesector, Electrabel,
om te trachten 250 miljoen euro los te krijgen.
Die 250 miljoen euro moet dan worden doorgestort naar de schatkist.
Er rijzen steeds meer vragen, zeker nadat ik de voorbije dagen de
pers erop nalas. Bovendien weten wij ook al een aantal zaken,
mijnheer de minister. Enkele dagen geleden heeft de
moedermaatschappij van Electrabel, Suez, niet zonder fierheid laten
weten dat zij de grootste winst ooit, een historische winst, heeft
gemaakt in 2007. Ook voor Electrabel is er dus de grootste winst ooit.
Wij weten ook dat de prijzen nog nooit zo fel wat voor ons
onaanvaardbaar is gestegen zijn als in 2007. Wij weten dus heel
veel zaken, maar van de regering weten wij veel minder.
Wij weten dat u zou proberen om een deal te sluiten om 250 miljoen
euro binnen te rijven voor de staatskas, maar binnen welk kader zult u
dat doen? Hebt u misschien een mandaat gekregen van uw partners
binnen de regering om aan een soort ruilhandel te doen met
Electrabel? U schudt nee, maar toen ik eergisteren in de pers las dat
uw collega-minister Onkelinx, een partijgenote van u, gezegd heeft
dat de verlenging van de uitstap uit kernenergie bespreekbaar is, en
dus dat de kerncentrales langer kunnen openblijven, dan moet men
geen groot politiek genie zijn om de conclusie te maken dat er zal
worden geruild.
De 250 miljoen euro zult beleefd gaan vragen, maar allicht hebt u in
uw valies iets zitten om eruit te halen en terug te geven, namelijk het
langer openhouden van de kerncentrales. Ik zie een liberale collega,
Flahaux, deftig knikken. Dat is natuurlijk ook niet nieuw, want wij
weten wat de meerderheid in deze regering denkt. In een deelakkoord
11.03 Dalila Douifi (sp.a-spirit) :
Dans le cadre du budget, 250
millions d'euros seront demandés
à Electrabel.
Suez a récemment indiqué que
ses bénéfices n'avaient jamais été
aussi élevés qu'en 2007, tandis
que les prix pour les utilisateurs
n'ont jamais autant augmenté.
Dans quel cadre le ministre
négociera-t-il avec Electrabel? J'ai
lu hier dans la presse que la
ministre Onkelinx était disposée à
discuter de la prolongation de la
durée de vie des centrales
nucléaires. Va-t-on assister à un
«troc»? Un accord partiel de
l'orange bleue contenait déjà des
éléments en ce sens. Nous
savons donc ce que pense la
majorité. De son côté, la société
Electrabel a déjà clairement fait
savoir qu'elle ne lâchera pas les
250 millions d'euros demandés
sans contrepartie de la part du
gouvernement.
Quelle
est
la
position
du
gouvernement? Quel mandat de
négociation le ministre a-t-il reçu?
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
van oranje-blauw stond reeds dat men dat wil en dat men toegevingen
zou doen aan Electrabel om de kerncentrales langer open te houden.
Electrabel zelf maakt er ook geen geheim van. Ik heb onlangs tijdens
een overleg aan Electrabel gevraagd of de heffingen op de winsten
die wij allemaal willen bespreekbaar zijn, zonder een tegenprestatie.
Het antwoord was duidelijk neen. Electrabel is slechts bereid iets te
doen en die 250 miljoen eventueel te geven, indien garanties worden
gegeven dat de centrales langer kunnen worden opengehouden.
Wat is nu het standpunt van de regering? Wat zit er te bewegen?
Welk mandaat hebt u precies van de regering gekregen om te gaan
onderhandelen? Hebt u wel een mandaat gekregen om te
onderhandelen over de tijdsduur en het openhouden van de
kerncentrales? Zijn de uitspraken van uw collega-PS-minister Laurette
Onkelinx ook uw standpunt?
Se rallie-t-il aux déclarations de
Mme Onkelinx?
11.04 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, op dit ogenblik
bestaat er geen wettelijke basis om die bijdrage van de sector te
vragen. Er is een notificatie van de regering en wij wachten op de
programmawet. Het is een beslissing die de regering in het kader van
de begroting heeft genomen. Ik moet onderhandelingen met de
producenten voeren. Indien de onderhandelingen niet tot resultaten
zouden leiden, zou er ter gelegenheid van de tweede
begrotingscontrole een belasting zijn opgelegd om de extreem hoge
winsten te compenseren die door de reeds afgeschreven
kerncentrales zijn gemaakt.
De bijdrage waarvan sprake, houdt geen enkel verband met het al
dan niet langer openhouden van kerncentrales in ons land. Ik beschik
over geen enkel mandaat ter zake. De wet van 13 januari 2003 blijft
volkomen van toepassing. Dat zijn twee volledig verschillende
debatten. Er is een debat over de bijdragen van de energieproducent.
Er mag een debat zijn over de Belgische energiemix. Ik weet niet
wanneer dat zal zijn, maar dat zal ongeveer in 2020 zijn. Dat zijn dus
twee verschillende debatten. Er is absoluut geen tegenprestatie. U
kunt de notificatie van de regering lezen. Ik herhaal: er is absoluut
geen relatie tussen de twee punten.
De regering en de wetgever hebben beslist om de CREG bijkomende
bevoegdheden toe te kennen om toezicht te kunnen houden op de
gas- en elektriciteitsprijzen en om erop toe te zien dat de producent
de 250 miljoen euro niet aan de gebruiker zal doorrekenen. Indien
dergelijke onregelmatigheden toch worden vastgesteld, zal ik bij mijn
collega van Economie aandringen op het bepalen van
maximumprijzen.
Voor andere aspecten, met betrekking tot de fiscaliteit, moet u zich tot
de minister van Financiën richten.
11.04 Paul Magnette, ministre: Il
n'y a pas, à l'heure actuelle, de
base
légale
permettant
de
demander une contribution du
secteur. Il y a une notification du
gouvernement et nous attendons
la loi-programme. Je dois négocier
avec les producteurs. Si ces
négociations ne produisent aucun
résultat, une taxe sera imposée
lors
du
deuxième
contrôle
budgétaire à titre de compensation
des bénéfices particulièrement
élevés des centrales nucléaires
déjà amorties. Cette contribution
est indépendante de la fermeture
ou non des centrales nucléaires.
La loi de 2003 continue de
s'appliquer en la matière. Il n'y a
donc pas de contrepartie.
Le gouvernement et le législateur
ont
décidé
d'étendre
les
compétences de la CREG pour
qu'elle contrôle les prix du gaz et
de l'électricité et veille à ce que les
250 millions d'euros ne soient pas
facturés aux consommateurs. Si
des
irrégularités
étaient
constatées malgré tout, j'insisterai
auprès de ma collègue de
l'Économie pour que des prix
maximums soient fixés.
Les aspects fiscaux ressortissent
à la compétence du ministre des
Finances.
11.05 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik dank u voor uw antwoord. Ik had mijn vraag initieel ook aan minister
Reynders gericht. Uw antwoord is immers bekend. U zegt het ook
altijd in de krant. Ik was benieuwd naar het antwoord van minister
11.05 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
J'avais
initialement adressé ma question à
M. Reynders. Je connaissais déjà
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Reynders met betrekking tot de problematiek, vooral omdat de hele
discussie nu in het kader van de fiscaliteit en het sluitend maken van
een begroting wordt geplaatst. Frappant is uw verklaring dat er geen
wettelijke basis is, dat op de programmawet moet worden gewacht en
dat een en ander in het kader van de begroting nog voort moet
worden bekeken. Het is hallucinant dat op bepaalde inkomsten wordt
gerekend waarvoor u geen mandaat hebt. In die zin vraag ik mij waar
het goed bestuur van de regering is.
Het is alleszins belangrijk dat het debat over de afroming van de
winsten wordt gevoerd, los van het debat over het langer openhouden
van de kerncentrales, zoals u ook hebt gezegd. De discussie zou
opnieuw in de financiering van het klimaatbeleid worden ingepast. Dat
klimaatbeleid is een zeer duur beleid. Jos Delbeke heeft dat ook
gezegd in de verzamelde commissievergadering die wij daarover
hebben gehad. In die zin denk ik dat het belangrijk is dat, als er een
heffing komt, de winsten daarvan een duidelijke bestemming krijgen,
namelijk voor het klimaatbeleid.
In die zin is het ook goed dat de verlenging van het openhouden van
de kerncentrales wordt losgekoppeld van het debat over de winsten.
Immers, de uitstap uit de kernenergie is nodig om hernieuwbare
energie, die ook duur is, alle kansen te geven en daarvoor voldoende
ruimte op de markt te maken. Op die manier is de cirkel rond en
kunnen de opbrengsten worden gebruikt om het klimaatbeleid,
hernieuwbare energie en energiebesparing, te financieren.
Mevrouw Gerkens en ikzelf hebben een wetsvoorstel ter zake
ingediend. Laten we dan ook daarover de discussie beginnen.
Voorts denk ik dat wij zullen moeten wachten op de discussie
vanmiddag in de commissie voor de Financiën over dit aspect in de
begroting. Ik denk dat het een haak in de begroting is als er geen
mandaat is. Er is blijkbaar ook geen overeenstemming in de regering
over wat daarmee moet gebeuren.
la position de M. Magnette et je
souhaitais connaître celle de M.
Reynders,
à
présent
que
l'ensemble du débat est inscrit
dans le cadre de la fiscalité et de
l'équilibre
budgétaire.
Etonnamment, le ministre admet
qu'il n'y a pas encore de base
légale et qu'il faut attendre la loi-
programme à cet effet. Est-ce un
témoignage
de
bonne
gouvernance?
Il importe de dissocier le débat sur
l'imposition des bénéfices et la
question de la fermeture des
centrales
nucléaires.
Nous
estimons qu'il faut affecter les
bénéfices dans un but précis, à
savoir la politique climatique. Dans
ce sens, il est utile de séparer le
débat sur la prolongation des
centrales
de celui sur
les
bénéfices. La sortie du nucléaire
est une condition nécessaire, en
effet, pour donner toutes ses
chances à l'énergie renouvelable
en libérant un espace suffisant sur
le marché. Ainsi, la boucle sera
bouclée et les bénéfices pourront
servir au financement de mesures
favorables à l'énergie renouvelable
et aux économies d'énergie. Mme
Gerkens et moi-même avons
déposé une proposition de loi en la
matière.
Concernant le budget, il faut
attendre le débat qui se tient en
commission des Finances cet
après-midi. Je considère qu'en
l'absence d'un mandat légal, le
budget n'est pas orthodoxe. Selon
toute évidence, il n'y a pas
d'accord au sein du gouvernement
à propos de ce qu'il convient de
faire en la matière. J'ai également
adressé ma question à M.
Reynders.
De voorzitter: De discussie over de begroting vindt vanmiddag plaats in de commissie voor de Financiën.
11.06 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik had mijn vraag ook ingediend aan minister Reynders.
11.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord, maar het stelt mij toch ten zeerste teleur.
Men denkt hier zomaar grotendeels een firma te kunnen belasten
11.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Cette
réponse
est
décevante. Taxer une entreprise
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
vanwege winsten, winsten die er hoe dan ook zijn, laten we daarover
niet twisten. Het is echter juridisch ten zeerste betwistbaar om zomaar
een firma op basis van het feit dat zij winsten maakt, te belasten. Die
zaak zal aangevochten worden. Dat zal een juridische staart krijgen,
zoals wij allemaal wel aanvoelen. Het is ook helemaal niet zeker dat
de regering daardoor dit jaar een beroep kan doen op die 250 miljoen
euro. Integendeel, dat is een heel groot vraagteken.
Ik vind het toch wel merkwaardig dat net dit weekend minister
Onkelinx een opening heeft gemaakt om toch die uitstap te herzien.
Dat is een hoopgevend signaal. Vandaag smijt u die deur weer dicht
door te zeggen dat dat absoluut niet aan de orde is, misschien ergens
tegen 2020. Wij hebben tijdens onze bezoeken aan Doel met onze
commissie inzake kernenergie duidelijk gehoord dat, als er tegen
2009 geen uitsluitsel is, definitief de stappen gezet worden om te
sluiten, met alle gevolgen van dien inzake energieprijzen, inzake CO
2,
inzake de bevoorradingzekerheid. Er is grote vrees bij de grote
bedrijven in dit land, bij de bedrijven in de haven dat zij zonder energie
zullen vallen, met alle gevolgen van dien, ook voor de
werkgelegenheid in dit land.
Mijnheer de minister, ik zou u ten zeerste willen vragen om u niet te
laten leiden door groene hallucinaties dat wij het allemaal met
hernieuwbare energie zullen oplossen. Wij zijn pro hernieuwbare
energie, maar de 60% à 70% elektriciteit die wij op dit moment halen
uit de kerncentrales, zult u de komende decennia niet kunnen
compenseren met enkele procenten of met 13% hernieuwbare groene
energie, hoe graag wij dat allemaal ook zouden willen.
Laten wij realistisch blijven en een verantwoordelijk beleid voeren. Wij
nodigen u daartoe ten spoedigste uit.
sans autre forme de procès parce
qu'elle réalise des bénéfices est
une pratique juridiquement très
contestable. Cette affaire se
réglera au tribunal. De même, il
n'est absolument pas sûr que le
gouvernement pourra utiliser ces
250 millions d'euros cette année.
Très curieusement, c'est ce week-
end que Mme Onkelinx a fait une
`ouverture' à propos de la sortie du
nucléaire.
C'est
un
signal
prometteur. Cependant, le ministre
dit que le point n'est absolument
pas à l'ordre du jour, si ce n'est
peut-être vers 2020. Lors de
notre visite à la centrale nucléaire
de Doel, il nous est apparu
clairement qu'à défaut de réponse
concluante,
des
décisions
définitives seront prises en vue de
la fermeture, avec toutes les
conséquences que cela entraînera
sur les prix énergétiques, sur les
émissions de CO
2
et sur la
sécurité de l'approvisionnement.
Des grandes entreprises craignent
une pénurie d'énergie, ce qui aura
aussi des effets sur l'emploi.
Le ministre ne peut pas se laisser
mener
par
des
chimères
écologistes, comme si l'énergie
renouvelable allait tout résoudre.
Nous sommes favorables à
l'énergie
renouvelable,
mais
quelques pour cent d'énergie verte
renouvelable ne pourront pas
compenser les 60 à 70% d'énergie
actuellement produits par le
nucléaire. Il convient de mener
une
politique
réaliste
et
responsable.
11.08 Dalila Douifi (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, er is geen
wettelijke basis, er is niets dwingend. Wij stellen alleen met lede ogen
vast dat de energiesector steeds meer hoge winsten maakt. Wij
stellen ook vast dat de consument steeds meer betaalt. Dat krijgt ook
geen staart. Daaraan hebt u met de regering ook nog niets gedaan.
Dit jaar zullen de consumenten, de Belgische huishoudens,
gemiddeld 300 euro per jaar meer betalen. Ondertussen kijkt men
alles met lede ogen aan en wordt er helemaal niets gedaan.
U gaat dus beleefd vragen om een bijdrage te doen. Ik zou echter
eens heel graag het volgende uit uw mond willen horen. Wat is nu, als
vijfde partner in de regering, het standpunt van de PS in de regering?
Laat u de kerncentrales langer open in ruil voor die 250 miljoen euro
of niet? Daarop zou ik echt nog graag een antwoord hebben van u.
11.08 Dalila Douifi (sp.a-spirit) :
Nous constatons en tout cas que
les
bénéfices
du
secteur
énergétique ne cessent de croître,
que
le
consommateur
paie
toujours
plus
et
que
le
gouvernement est resté les bras
croisés.
Il se contente de
demander
très
poliment
le
versement d'une contribution. Est-
ce là la position du PS au sein de
ce gouvernement? Le PS accepte-
t-il, oui ou non, de prolonger
l'exploitation
des
centrales
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
nucléaires en échange de ces 250
millions d'euros?
Le président: Je donne la parole au ministre pour une toute dernière réplique.
11.09 Paul Magnette, ministre: Je serai très bref.
Pour rassurer Mme Van der Straeten et Mme Douifi sur l'aspect légal,
il est normal qu'à ce stade, il n'y ait pas de base légale. On a adopté
des projets de notifications lors des conclaves budgétaires. Ils sont
devenus des notifications lors du dernier Conseil des ministres, c'est-
à-dire qu'ils ont été ratifiés. Ils vont maintenant faire partie de la loi-
programme et, à ce moment, il y aura une base légale. C'est le
processus normal pour "juridifier" la décision, étape par étape.
En ce qui concerne le contenu de cette notification, elle est
extrêmement claire. Elle prévoit un procédé en deux temps.
Premièrement, je suis chargé, d'une part, d'une négociation vaste
avec le secteur sur l'ensemble des aspects: la structure du marché,
l'approvisionnement, les objectifs européens, etc. et, d'autre part, de
demander
une
contribution
de
250 millions
au
secteur.
Deuxièmement, au moment du contrôle budgétaire, la notification dit
que le gouvernement prendra les mesures nécessaires.
Quand le gouvernement prend les mesures nécessaires et que le
montant est inscrit au budget, c'est bien ce qu'on appelle un
prélèvement obligatoire. Vous pouvez poser la question à mon
collègue des Finances mais, pour moi, c'est clair.
On peut regretter je le regrette tout comme vous, madame Van der
Straeten qu'il n'y ait pas de lien immédiat entre recettes et dépenses
dans un budget mais telle est la logique d'un budget. Il y a un volet
"Recettes" d'un côté et il y a un volet "Dépenses" de l'autre.
J'aurais aimé que la contribution soit plus élevée et investie
directement dans des matières liées à l'énergie renouvelable. Cela fait
des années que le sp.a et le PS demandent cette contribution, nous
en avons enfin obtenu le principe. Je m'en réjouis grandement.
J'espère qu'elle pourra être plus importante l'année prochaine et
directement liée aux objectifs auxquels je suis attaché.
En ce qui concerne la position du PS sur la loi de 2003, elle est
absolument claire. Il n'a jamais été dit qu'il fallait sortir de la loi de
2003. Cette position a encore été rappelée par le Bureau de mon parti
il y a deux semaines.
11.09 Minister Paul Magnette: Ik
kan mevrouw Van der Straeten en
mevrouw Douifi geruststellen: de
tijdens de begrotingsconclaven
goedgekeurde
ontwerpen van
notificatie zullen deel uitmaken van
de programmawet en op dat
ogenblik zal er een wettelijke
grondslag zijn. Dat is het normale
verloop.
Die notificatie is bijzonder duidelijk.
In een eerste fase bepaalt zij dat ik
ermee belast ben uitgebreide
onderhandeilngen met de sector te
voeren en hem een bijdrage van
250 miljoen te vragen. Ten tweede
zal de regering, op het ogenblik
van de begrotingscontrole, een
bedrag in de begroting inschrijven:
dat is wel degelijk wat men een
verplichte heffing noemt.
Men kan betreuren dat er geen
rechtstreeks verband is tussen
ontvangsten en uitgaven in een
begroting, maar dat is de
begrotingslogica.
Ik had liever gewild dat de
bijdrage, die de sp.a en de PS al
jaren vragen, hoger zou liggen en
rechtstreeks in aangelegenheden
die
verband
houden
met
hernieuwbare energie zou worden
geïnvesteerd. Ik ben echter blij dat
die heffing werd ingevoerd en
hoop dat ze volgend jaar nauwer
bij mijn wensen zal aansluiten.
Het PS-standpunt over de wet van
2003 is glashelder: er werd nooit
gezegd dat men eruit moest
stappen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir répondu jusqu'au dernier moment.
Je remercie également Mme Laruelle d'avoir attendu patiemment.
Voorzitter: Bart Laeremans.
Président: Bart Laeremans.
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
De voorzitter: Gezien het groot aantal vragen en de beperkte tijd van de minister tot 12.15 uur vanochtend
en tussen 14.15 en 15.15 uur, zal een deel van de vragen morgen moeten worden gesteld. De minister is
bereid om morgennamiddag te komen. We zijn haar dan ook dankbaar voor.
De vragen voor minister Magnette die niet zijn gesteld, worden uitgesteld tot volgende week. Er staat al een
aantal vragen op de agenda van dinsdag om 11.00 uur. Voor de punten die niet afgehandeld zijn, zal
minister Magnette volgende week woensdag komen.
Ik hoop dat dat ook in het verslag staat, zodat alle collega's het weten.
12 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "de Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars" (nr. 2015)
12 Question de Mme Sarah Smeyers à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "la Chambre exécutive de l'Institut professionnel des agents immobiliers" (n° 2015)</b>
12.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, de titel
en de beoefening van het beroep van vastgoedmakelaar-syndicus
worden in België beschermd. Gelet op de vele misbruiken uit het
verleden en de wildgroei in het beroep, werd het Belgisch Instituut
voor Vastgoedmakelaars bij koninklijk besluit opgericht. Het BIV heeft
niet alleen de taak te waken over de toegang tot het beroep, maar het
dient bovendien de beroepskwaliteit en de deontologische
onaantastbaarheid van de beoefenaar te waarborgen tegenover de
consument-mede-eigenaar van een appartementsgebouw, die
noodgedwongen een beroep moet doen op een syndicus.
De verantwoordelijkheid van het BIV is bijzonder groot bij de evaluatie
en toekenning van die beroepskwalificatie. Om misbruiken en
onbekwaamheid van de vastgoedmakelaars-syndicus te evalueren en
desgevallend te sanctioneren in het BIV, werd een administratief
rechtscollege opgericht, met als naam de uitvoerende kamer. Die
kamer wordt voorgezeten door een magistraat. De consument-mede-
eigenaar van een appartementsgebouw kan klacht indienen bij de
uitvoerende kamer van het BIV wanneer de syndicus handelingen
stelt die strijdig zijn met de beroepsdeontologie.
Mevrouw de minister, op papier is dat allemaal perfect geregeld, maar
in de praktijk blijkt er een en ander te schorten aan de werking van het
BIV.
Om te beginnen mag de klager niet aanwezig zijn, noch gehoord
worden tijdens de behandeling van zijn klacht, die hij schriftelijk moet
indienen. De klager blijft dus totaal onwetend over de reactie en de
verdediging van de vastgoedmakelaar-syndicus. Bovendien wordt de
klager niet in kennis gesteld van de berisping of de sanctie die de
vastgoedmakelaar-syndicus eventueel opgelegd kreeg. Mevrouw de
minister, daarom wil ik u de volgende vragen stellen.
Is die vorm van rechtspreken door de uitvoerende kamer, waarbij de
klagende partij compleet onwetend wordt gehouden van de
behandeling van de klacht, en dan nog niet eens in kennis wordt
gesteld van de beslissing, compatibel met de normen van een
democratische rechtsstaat?
Kunt u een initiatief nemen om die situatie, waarvan de consument
uiteindelijk de dupe is, te verhelpen?
12.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-
VA): Le titre et l'exercice de la
profession d'agent immobilier et
de syndic sont protégés en
Belgique. L'Institut professionnel
des agents immobiliers (IPI) ne
s'occupe pas seulement de l'accès
à la profession, il doit aussi
garantir la qualité professionnelle
et l'intégrité déontologique des
agents.
Une
juridiction
administrative a été créée au sein
de l'IPI pour se prononcer sur
d'éventuels
cas
d'abus
et
d'incompétence
de
l'agent
immobilier-syndic
et,
le
cas
échéant, pour les sanctionner. Il
s'agit de la chambre exécutive, qui
est présidée par un magistrat. Il
semble que, dans la pratique, le
fonctionnement de l'IPI présente
quelques
défauts.
Ainsi,
le
copropriétaire d'un immeuble à
appartements qui a introduit une
plainte, n'est pas informé du
traitement qui est réservé à celle-
ci ni de la décision qui est prise.
Ceci est-il compatible avec les
normes d'un État de droit
démocratique? Une initiative sera-
t-elle prise pour remédier à cette
situation?
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
12.02 Minister Sabine Laruelle: Mevrouw Smeyers, het klopt
inderdaad dat de reglementering zelf geen specifieke bepalingen
bevat in het geval een consument een klacht indient tegen een
vastgoedmakelaar. Het betreft hier geen burgerlijke belangen van de
consument, maar het handelt over het niet-naleven van de
deontologische regels van de vastgoedmakelaar zelf.
Het is om die reden dat het BIV bij de ontvangstbevestiging van de
klacht de beperking van de bevoegdheid van de uitvoerende kamer
meedeelt en de consument steeds verwijst naar de gewone
rechtsinstantie, wat de burgerlijke belangen aangaat.
Omwille van de transparantie van de procedure brengt de uitvoerende
kamer van het BIV de klager op de hoogte van het verloop van de
procedure. Bij iedere stap van de procedure, met name het advies
van de rechtskundig assessor, het onderzoek van de verslaggever,
het formuleren van opmerkingen en de indiening van het document
door de betrokken vastgoedmakelaar enzovoort, wordt er een brief
gericht aan de klager. Op dezelfde manier wordt de klager op de
hoogte gebracht van het feit dat het dossier geklasseerd wordt zonder
gevolg wegens gebrek aan tuchtmaatregelen.
Bij het moment van de oproeping van de vastgoedmakelaar voor de
uitvoerende kamer, wordt de klager eveneens uitgenodigd om aan de
debatten deel te nemen, waarin de reglementering trouwens voorziet
in artikel 50, §2 en §3 van het koninklijk besluit van
27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake de organisatie
en de werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende
intellectuele beroepen zijn opgericht. Hij wordt eveneens verwittigd
omtrent de zitting waar de sanctie wordt uitgesproken.
De klager ontvangt geen kopie van de tuchtrechterlijke sanctie die
wordt uitgesproken tegen de vastgoedmakelaar. De sanctie betreft de
vastgoedmakelaar zelf en zijn beroepspraktijk en is niet tegenstelbaar
aan derden.
Ikzelf ben enkel voogdijminister van de Nationale Raad van het
Beroepsinstituut voor Vastgoedmakelaars. Gelet op de scheiding van
de machten, kan ik niet interveniëren in beslissingen die werden
genomen door de uitvoerende kamer van het BIV. De uitvoerende
kamer is volledig onafhankelijk.
Tegen beslissingen van de uitvoerende kamer kan in beroep worden
gegaan bij de kamer van beroep en nadien eventueel bij het Hof van
Cassatie.
12.02 Sabine Laruelle, ministre:
La réglementation ne comporte
effectivement pas de dispositions
particulières concernant le cas
d'un consommateur qui introduit
une plainte contre un agent
immobilier. Il ne s'agit pas
d'intérêts civils du consommateur,
mais du non-respect des règles
déontologiques
par
l'agent
immobilier
lui-même.
C'est
pourquoi, lorsque l'introduction
d'une plainte est confirmée, l'IPI
indique que les compétences de la
chambre
exécutive
sont
restreintes et le consommateur est
à chaque fois renvoyé vers les
instances juridiques ordinaires
pour ce qui concerne les intérêts
civils. À chaque étape de la
procédure, un courrier est adressé
au
plaignant.
Celui-ci
est
également informé si le dossier est
classé sans suite par défaut de
mesures disciplinaires. Lorsque
l'agent immobilier est convoqué
devant la chambre exécutive, le
plaignant est également invité à
participer aux débats. Il est
toujours informé de la tenue de
l'audience au cours de laquelle la
sanction sera prononcée. Le
plaignant ne reçoit pas de copie du
prononcé
de
la
sanction
disciplinaire. Celle-ci concerne
l'agent immobilier en personne et
ses pratiques, et n'est pas
opposable à des tiers. Je ne suis
que la ministre de tutelle du
Conseil national de l'Institut
professionnel
des
agents
immobiliers. La séparation des
pouvoirs interdit toute immixtion
dans les décisions. La chambre
exécutive
est
totalement
indépendante. Un recours peut
être introduit auprès de la
chambre d'appel et ensuite,
éventuellement, devant la Cour de
cassation.
12.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw antwoord, dat ik deels ook begrijp. Ik snap echter niet dat u
zegt dat de mogelijkheid bestaat om in beroep te gaan. Als de klager
niet in kennis wordt gesteld van de uitspraak, kan er daartegen toch
moeilijk in beroep worden gegaan.
Ik begrijp wel dat het burgerlijke aspect en het deontologische aspect
12.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-
VA): La ministre dit qu'il est
possible d'introduire un recours,
mais comment le plaignant doit-il
s'y prendre s'il n'est pas informé?
Je comprends bien la distinction
entre les aspects civils et
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
moeten worden gescheiden.
Ik stel me echter toch vragen ter zake in het licht van de
democratische rechtsstaat. Ik zal het opvolgen.
déontologiques.
Toutefois,
je
m'interroge dans le contexte d'un
État de droit démocratique.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer François-Xavier de Donnea aan de minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de wet van 1 september 2004 betreffende de garantie voor de consument" (nr. 2578)
13 Question de M. François-Xavier de Donnea à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de
l'Agriculture sur "la loi du 1
er
septembre 2004 sur la garantie pour le consommateur" (n° 2578)</b>
13.01 François-Xavier de Donnea (MR): Monsieur le président,
madame la ministre, l'avis du Conseil de la Consommation du
15 janvier 2008 émet des critiques à l'égard de la loi sur la garantie de
2004 et estime que la nouvelle législation n'est que trop peu
respectée par les vendeurs professionnels. Cette situation n'a
apparemment connu aucune amélioration pour les années 2006 et
2007. Selon les associations de consommateurs, les règles belges
relatives à la consommation ne seraient pas aussi protectrices à
l'égard des consommateurs que celles de nos voisins européens. Ces
associations estiment que la durée légale de garantie est insuffisante,
déplorent l'absence d'action directe du consommateur final à l'égard
du producteur et préconisent la mise en place d'un système
obligatoire de remplacement pendant les périodes de réparation.
Madame la ministre, disposez-vous d'informations permettant de dire
effectivement que notre système de protection des consommateurs
serait en-deçà de la protection offerte par les pays voisins? S'il y a
effectivement des différences en défaveur des consommateurs
belges, quelles sont les mesures correctrices à prendre?
13.01
François-Xavier
de
Donnea (MR): In een advies van
15 januari 2008 uit de Raad voor
het Verbruik kritiek op de wet van
2004 betreffende de garantie voor
de consument en stelt hij dat de
nieuwe wetgeving te weinig wordt
nageleefd
door
de
beroepsverkopers.
Volgens
de
consumentenverenigingen bieden
de Belgische regels betreffende
het verbruik minder bescherming
dan die van de Europese
buurlanden en is de wettelijke
garantieduur ontoereikend. Zij
betreuren dat de eindgebruiker
geen directe actie ten aanzien van
de producent kan ondernemen en
pleiten voor de invoering van een
verplicht systeem van vervanging
tijdens de periodes van herstelling.
Beschikt u over informatie waaruit
zou blijken dat onze regeling ter
bescherming van de consumenten
minder ver zou gaan dan die in
onze buurlanden? Zo ja, welke
bijsturingsmaatregelen dienen er
te worden genomen?
13.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le député, tout comme
vous, j'ai pris connaissance de l'avis du Conseil de la Consommation
du 15 janvier 2008 sur l'évaluation de la loi sur la garantie. La loi du
1
er
septembre 2004 transpose une directive européenne et en vertu
du caractère minimal de cette même directive, le législateur belge a
pris, sur certains points, des dispositions plus strictes visant à assurer
un niveau de protection plus élevé du consommateur. Cela concerne
notamment la suspension du délai de garantie de deux ans durant le
temps de réparation, le retour au régime du droit commun de la
garantie contre les vices cachés après la durée légale de deux ans et
la possibilité de dommages et intérêts.
La durée légale de garantie de deux ans et la présomption légale de
non-conformité pendant les six premiers mois à dater de la délivrance
du produit découle directement de la directive européenne. La
13.02 Minister Sabine Laruelle:
Bij de wet van 1 september 2004
wordt een Europese richtlijn in
Belgisch
recht
omgezet
en
overeenkomstig
het
minimaal
karakter van diezelfde richtlijn,
heeft de Belgische wetgever op
bepaalde
punten
strengere
maatregelen uitgevaardigd.
De wettelijke garantieduur van
twee
jaar
en
het
wettelijk
vermoeden van niet-conformiteit
gedurende
de
eerste
zes
maanden, te rekenen vanaf de
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
prolongation éventuelle de cette durée de présomption légale
s'inscrirait bien sûr dans un objectif de meilleure protection du
consommateur mais il faudrait évidemment étudier les conséquences
d'une telle prolongation sur l'ensemble des secteurs professionnels.
La mise à disposition d'un bien de remplacement pendant la durée de
réparation du bien entaché d'un défaut de conformité impose au
vendeur de disposer d'un stock important de biens de remplacement.
Cette disposition pose un certain nombre de problèmes
professionnels dans des secteurs qui évoluent rapidement, par
exemple l'informatique ou les biens audiovisuels. Une telle mesure
aurait aussi comme conséquence d'augmenter le coût à charge du
vendeur qui, à mon avis, serait nécessairement répercuté sur le
consommateur.
La loi actuelle prévoit l'obligation de garantie à charge du vendeur. La
question d'une action directe contre le fabricant pour non-conformité
fait partie des questions soumises à révision au niveau européen.
Nous suivons ce dossier de très près et la mise en place d'un type
d'actions déterminé demande une large consultation et une analyse
approfondie. Mais nous allons donc plus loin que la directive
européenne.
levering van het product, vloeien
rechtstreeks voort uit de Europese
richtlijn. De gevolgen van een
eventuele verlenging zouden voor
alle
beroepssectoren
moeten
worden onderzocht.
Het ter beschikking stellen van
een vervangingsgoed gedurende
de duur van de herstelling zou tot
gevolg hebben dat de kosten voor
de
verkoper
stijgen,
wat
noodzakelijkerwijze
op
de
consument
zal
worden
afgewenteld.
De kwestie van een rechtstreekse
actie tegen de fabrikant wegens
niet-conformiteit maakt deel uit
van de aangelegenheden die op
Europees
niveau
aan
een
herziening worden onderworpen.
Wij gaan dus verder dan de
Europese richtlijn.
13.03 François-Xavier de Donnea (MR): Monsieur le président, je
remercie la ministre pour ses explications utiles et globalement
rassurantes.
13.03
François-Xavier
de
Donnea (MR): Die uitleg is nuttig
en globaal gezien geruststellend.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De volgende vraag was gepland voor het begin van de vergadering en normaal gezien zou
de minister van Binnenlandse Zaken hierop antwoorden, maar wij hebben dan bericht gekregen dat de
minister van Economie en Wetenschapsbeleid zal antwoorden.
14 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de werking van
de Koninklijke Muntschouwburg" (nr. 2543)
14 Question de M. Jenne De Potter au ministre de l'Intérieur sur "le fonctionnement du Théatre royal
14.01 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, via
een aantal verschillende kanalen bereikten mij berichten over de
werking van de Koninklijke Muntschouwburg. Er zou nogal wat wrevel
bestaan bij de leden van het orkest over de nieuwe muziekdirecteur.
Volgens berichten in een krant zou een interne peiling duidelijk maken
dat 94% van het personeel van het orkest de nieuwe muziekdirecteur
niet langer wil. Blijkbaar is het onderling vertrouwen ondertussen nog
niet hersteld, want volgens mijn informatie zouden de muzikale
prestaties er binnenkort onder kunnen lijden als er niet wordt
ingegrepen.
Wat er ook van aan is, het is een zeer slechte zaak dat dergelijke
geruchten de kop opsteken. Wij moeten absoluut vermijden dat er
problemen ontstaan. Mevrouw de minister, daarom heb ik volgende
vragen.
Hebt u weet van mogelijke problemen binnen de Koninklijke
14.01 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Le nouveau directeur
musical du Théâtre royal de la
Monnaie
suscite
le
mécontentement
parmi
les
membres de l'orchestre et les
futures
prestations
musicales
pourraient même s'en ressentir.
La ministre est-elle informée de
ces
tensions?
Quel
est
exactement
le
problème
et
comment sera-t-il résolu? La
ministre est-elle disposée
à
organiser une concertation avec
les représentants du personnel et
de la direction?
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Muntschouwburg? Zo ja, wat is de problematiek en welke acties zijn
er eventueel reeds ondernomen om de problemen te verhelpen?
Mevrouw de minister, bent u van plan om rond de tafel te gaan zitten
met vertegenwoordigers van het personeel enerzijds en van de
directie anderzijds om de mogelijke problemen uit te klaren?
14.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, Ik lees het
antwoord van minister Dewael.
Peter De Caluwe werd in juni 2005 benoemd als algemeen directeur
van De Munt met ingang van juni 2007. Hij werd unaniem gekozen uit
21 internationale kandidaten op basis van een sterk en onderbouwd
dossier.
Het samen met het benoemde bestuur afgestemde beleid ging uit van
het behoud van het voltallige personeel van De Munt. In de keuze van
naaste medewerkers kreeg de algemeen directeur de vrije hand. Hij
schoof naast drie nieuwe directieleden, die verantwoordelijkheid
kregen over technische afdelingen, dramaturgie, communicatie en
planning van de productie, ook een nieuwe muziekdirecteur naar
voren, namelijk Mark Wigglesworth.
Uitgangspunt hierbij was om alle bedrijfsonderdelen van het huis in de
dagelijkse leiding vertegenwoordigd te zien, om op die manier een zo
plat mogelijke structuur met delegatiemogelijkheid en horizontale
verantwoordelijkheidsafbakening te realiseren.
Om ook de garantie van continue training van het orkest en
hoogstaande uitvoeringen in het symfonisch repertoire te blijven
garanderen, leek Wigglesworth de juiste kandidaat.
Met de benoeming van Wigglesworth als muziekdirecteur met ingang
van september 2008 hoopte De Caluwe hoge ogen te gooien. Hij wist
diens voorganger Kazushi Ono te overtuigen om nog een jaar bij De
Munt te blijven, zodat de uitgaande en binnenkomende directeur een
overgangsjaar hadden, waarin beiden het podium van De Munt
zouden delen.
De benoeming is voor 100% een prerogatief van de algemene
directeur. Hij kan zelf bepalen wie zijn muzikale partner wordt.
Van bij het begin, in september 2007, bleek de chemie tussen
Wigglesworth en het orkest niet te werken. Ondanks de artistieke en
publieke successen en de appreciatie voor de vriendelijke en integere
persoonlijkheid van de dirigent sprak een groot deel van het orkest bij
een artistieke evaluatie zijn zorg uit.
Dat is geen ongewone procedure. Dirigenten worden nu helemaal
geëvalueerd. De vraag is wat er met de evaluatie gebeurt. De directie
heeft geluisterd naar de argumenten van het orkest en heeft getracht
de emotionele argumenten van de werkelijke te scheiden.
Sinds het begin van het seizoen is er regelmatig een zorgvuldig
overleg tussen directie, orkestcommissie en de syndicale
afvaardigingen. Dat overleg verloopt constructief. Alle partijen zijn
ervan overtuigd dat er een oplossing komt, ook al verschilt de timing
die door beide partijen naar voren wordt geschoven.
14.02 Sabine Laruelle, ministre:
M. Peter De Caluwe a été nommé
directeur général de La Monnaie
en juin 2005 et son mandat a pris
cours en juin 2007. Il a été élu
unanimement parmi 21 candidats
de différents pays. La politique a
été de conserver l'ensemble du
personnel mais M. De Caluwe a
pu choisir lui-même ses proches
collaborateurs. En plus des trois
nouveaux
membres
de
la
direction, il a également soutenu
comme nouveau directeur musical
M.
Mark
Wigglesworth,
qui
semblait être le candidat adéquat
pour garantir la qualité de
l'orchestre et qui pouvait par
ailleurs assumer son mandat dès
le mois de septembre 2008. Son
prédécesseur, M. Kazushi Ono, a
été convaincu de rester une année
supplémentaire
pour
qu'ils
puissent
diriger
l'orchestre
ensemble pendant une année de
transition. Le directeur général
détient
effectivement
la
prérogative
de
nommer
le
directeur musical.
Il s'est avéré d'emblée en
septembre 2007 que le courant
ne
passait
pas
entre
M.
Wigglesworth
et
l'orchestre.
Malgré les succès artistiques et
publics, une grande partie de
l'orchestre a exprimé à l'occasion
d'une évaluation artistique la
préoccupation que lui inspirait la
situation. L'évaluation des chefs
d'orchestre
fait
partie
des
procédures
normales
et
la
direction a écouté les arguments
de l'orchestre. Depuis le début de
la
saison,
une
concertation
constructive a régulièrement lieu
entre la direction, la commission
de l'orchestre et les délégations
syndicales. Toutes les parties sont
convaincues qu'une solution sera
trouvée, même si le calendrier
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Het bestuur is van de situatie op de hoogte en stelt zijn volste
vertrouwen in de huidige algemeen directeur en diens ambitieuze
plannen om De Munt in de top 10 van de Europese operahuizen te
houden.
qu'elles avaient présenté n'est pas
respecté.
La direction est au courant de la
situation et a toute confiance dans
le directeur général actuel et ses
projets ambitieux pour maintenir
La Monnaie parmi les dix meilleurs
opéras européens.
14.03 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik
dank u voor uw zeer omstandig antwoord. Ik ben blij dat er wordt
gewerkt aan overleg tussen de betrokken organisaties. Ik meen dat
het absoluut van het grootste belang is, zoals u zelf aanstipt, De Munt
in de top 10 van de operahuizen te behouden. Daarvoor is het
noodzakelijk dat er rond de tafel wordt gezeten met de
orkestcommissie, de muzikale directeur en eventueel de syndicale
organisaties om tot een oplossing te komen.
Ik meen dat, als de situatie blijft zoals mij nu wordt verteld, er door u
bepaalde demarches zullen moeten worden gedaan om het overleg
vlot te trekken. Ik hoop dat wij tot een goede oplossing komen; wij
moeten erover waken dat de goede naam van De Koninklijke
Muntschouwburg niet in het gedrang komt.
14.03 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Je me réjouis qu'une
concertation ait lieu. Elle est
indispensable pour aboutir à une
solution et faire en sorte que La
Monnaie continue à faire partie
des dix meilleurs opéras. Je pense
néanmoins qu'il appartient à la
ministre de prendre des initiatives
pour que la concertation se
déroule correctement. Il ne faut
pas qu'il soit porté atteinte à la
bonne réputation de La Monnaie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de gelijke behandeling van uitoefenaars van vrije beroepen"
(nr. 2256)
15 Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'égalité de traitement des titulaires d'une profession libérale" (n° 2256)</b>
15.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister,
belastingconsulenten, accountants, revisoren en advocaten zijn voor
een belangrijk deel van hun activiteiten elkaars concurrenten. Voor
hun opdrachten worden zij door de wetgever niet gelijk behandeld, nu
bedrijfsrevisoren
en
advocaten
contractueel
hun
beroepsaansprakelijkheid kunnen beperken. Dat gebeurt meestal
voor een zeker bedrag.
Belastingconsulenten en accountants worden echter geconfronteerd
met het wettelijk verbod dat bepaald wordt in artikel 33 van de wet van
22 april 1999. Een dergelijk onderscheid tussen beroepsgroepen is
wel objectief, maar niet pertinent in de zin van het gelijkheidsbeginsel,
zoals dat wordt geïnterpreteerd door het Grondwettelijk Hof. Er
bestaat immers geen redelijke verantwoording voor het onderscheid
wanneer men acht slaat op het doel en de gevolgen van het
onderscheid.
Dat zogenaamde kleine kantoren van de vier genoemde
beroepsgroepen in de praktijk misschien minder met het probleem
worden geconfronteerd, is in deze niet relevant. Een onderscheid
creëren tussen wat groot of klein zou zijn, zal steeds arbitrair zijn en
tot rechtsonzekerheid aanleiding geven, daar de grote steeds zullen
pogen het verbod te omzeilen, niet alleen door voortdurend met alle
mogelijke middelen te beknibbelen op wat groot is, zou moeten zijn, of
15.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Les conseils fiscaux, les
comptables, les réviseurs et les
avocats se font mutuellement
concurrence pour une grande
partie de leurs activités, mais ils
ne sont pas toujours traités sur un
pied d'égalité par le législateur
puisque les réviseurs d'entreprises
et les avocats peuvent limiter
contractuellement
leur
responsabilité professionnelle. Les
conseillers
fiscaux
et
les
comptables ne peuvent le faire en
vertu de la loi du 23 avril 1999.
Selon la Cour constitutionnelle,
une telle distinction n'est pas
pertinente en vertu du principe
d'égalité,
étant
donné
que,
raisonnablement, elle ne se justifie
pas.
Une généralisation de l'interdiction
n'est pas souhaitable d'un point de
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
niet zou moeten zijn.
Een veralgemening van het verbod is daarom maatschappelijk niet
gewenst,
daar
kleine
en
middelgrote
ondernemingen,
beroepsuitoefenaars met een bescheiden omzet en infrastructuur, in
wezen daardoor niet zullen worden beschermd, maar misschien
veeleer benadeeld wanneer zij zonder voldoende verzekerde
bedragen moeten opboksen tegen de grotere kantoren.
Ten eerste, waarom is er geen gelijke behandeling van de vier
groepen van beroepsuitoefenaars?
Ten tweede, waarom schaft men artikel 33 niet gewoon af?
vue social car les petites et
moyennes
entreprises
seront
largement
défavorisées
lorsqu'elles seront opposées à des
bureaux de plus grande taille sans
disposer de garanties suffisantes.
Pourquoi l'égalité de traitement
n'existe-t-elle pas pour les quatre
catégories de titulaires d'une
profession libérale? Pourquoi cette
réglementation
n'est-elle
pas
abrogée?
15.02 Minister Sabine Laruelle: Zoals u ongetwijfeld reeds weet, is
op het vlak van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van de
accountants en de bedrijfsrevisoren een belangrijke stap gezet door
de wet van 23 december 2005. Die wet legt een
aansprakelijkheidsplafond op in geval van uitvoering van bepaalde
opdrachten die door of krachtens de wet worden toevertrouwd aan de
commissaris wettelijke controle of, bij gebrek aan een
commissaris, aan een bedrijfsrevisor of aan een accountant
bijzondere opdrachten , inclusief de gevallen waarbij die opdrachten
worden uitgevoerd door een accountant. Er bestaat bijgevolg een
coherentie voor elke categorie van dezelfde opdrachten.
Het aansprakelijkheidsplafond bedraagt 12 miljoen euro in geval van
uitoefening van een opdracht bij een beursgenoteerde vennootschap,
en 3 miljoen euro bij een andere rechtspersoon dan een
beursgenoteerde vennootschap. Die bepaling is van openbare orde.
Er kan dus niet van worden afgeweken en zij is van toepassing, ook
als daarin niet uitdrukkelijk wordt voorzien in het contract tussen de
beroepsoefenaar en de cliënten.
Dat is zowel ten opzichte van andere vrije beroepen als in vergelijking
met andere lidstaten van de Europese Unie een positieve evolutie, die
evenwel lang niet alle problemen oplost, wat de onbeperkte
burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van de belastingsconsulenten en
accountants betreft.
Het kan niet worden ontkend dat de beroepsbeoefenaars van de
beroepen voor een deel dezelfde diensten leveren als andere vrije
beroepen die desgevallend de mogelijkheid hebben hun burgerlijke
beroepsaansprakelijkheid contractueel te beperken, ook al is die
mogelijkheid vaak beperkt tot het door de verzekeraar gewaarborgd
bedrag.
Wat de advocaten betreft, bestaat er enige concurrentie op het vlak
van de fiscale opdrachten.
Wat een mogelijke distorsie binnen de economische beroepen betreft,
is een aanpassing van de wet van 22 april 1999 gevraagd door het
Instituut van Accountants en Belastingsconsulenten, zoals blijkt uit het
memorandum dat na de verkiezingen van 2007 werd verspreid.
Eenzelfde redenering wordt gevolgd in het memorandum van het
Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten. Indien
blijkt dat voor een zekere categorie van opdrachten een distorsie zou
15.02 Sabine Laruelle, ministre:
En matière de responsabilité civile
professionnelle
des
experts-
comptables et des réviseurs
d'entreprises,
une
étape
importante a déjà été franchie par
la loi du 23 décembre 2005, qui
fixe un plafond de responsabilité
pour certaines missions confiées
légalement au commissaire, à un
réviseur d'entreprises ou à un
expert-comptable. Le système est
donc cohérent pour chaque
catégorie de missions identiques.
Le plafond de responsabilité est
fixé à 12 millions d'euros pour une
mission auprès d'une société
cotée en bourse et à 3 millions
d'euros pour une mission auprès
d'une autre personne morale. Bien
qu'il s'agisse d'une évolution
positive par rapport à d'autres
professions libérales et à d'autres
États membres européens, il
subsiste bien évidemment des
problèmes.
Il est exact que les différentes
catégories
professionnelles
fournissent des services en partie
analogues, alors que toutes ne
peuvent pas restreindre leur
responsabilité
civile
professionnelle.
L'Institut
des
Experts-comptables
et
des
Conseils fiscaux a demandé en
2007 une adaptation de la loi du
22
avril
1999
et
l'Institut
professionnel des comptables et
des fiscalistes agréés plaide dans
le même sens. Si une distorsion
devait être constatée entre les
professions
économiques,
le
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
zijn binnen de economische beroepen, kan de zaak worden
herbekeken om een volledige coherentie te verwezenlijken binnen de
verschillende componenten van de economische beroepen.
De draagwijdte van het nieuwe artikel 9bis van de wet van
22 april 1953 is hierbij een belangrijk gegeven. Een gelijkschakeling
tussen beroepsbeoefenaars op het vlak van de aansprakelijkheid in
het kader van de fiscale opdracht lijkt moeilijk, omdat iedereen die
opdracht kan vervullen. Zelfs als alle beroepsbeoefenaars hun
aansprakelijkheid op dat vlak zouden kunnen beperken, blijft er
ongelijkheid met andere uitvoerders van die opdrachten die geen
beroepsaansprakelijkheid hebben wegens het ontbreken van een
monopolie. Iedereen op hetzelfde niveau plaatsen is zeer moeilijk.
De afschaffing van artikel 33 zou betekenen dat accountants en
belastingsconsulenten en bijgevolg ook boekhouders en fiscalisten
onderworpen worden aan de gemeenrechtelijke aansprakelijkheid. Zij
zouden die bijgevolg contractueel kunnen beperken. Een afweging
van de voor- en nadelen is daar aan de orde.
Het concurrentievermogen van de Belgische kantoren is daarbij een
belangrijke afwijking, daar de beperking van aansprakelijkheid ten
opzichte van de ondernemingen die een beroep doen op
beroepsbeoefenaars voor die ondernemingen, een reden kan zijn om
zich te wenden tot buitenlandse kantoren, die hun op dat vlak wel
voldoende garanties bieden.
Anderzijds moet ook rekening worden gehouden met het feit dat de
ondernemingen, in het bijzonder de kmo's, vaak volledig steunen op
de expertise van de beroepsbeoefenaar, en dat een te sterke
beperking van de aansprakelijkheid van die laatste de ondernemingen
zwaar kan benadelen.
régime pourrait éventuellement
être revu.
Une assimilation des différentes
professions
en
matière
de
responsabilité dans le cadre d'une
mission fiscale ne serait pas chose
évidente, dans la mesure où tout
un chacun peut exercer une
mission fiscale.
En cas de suppression du régime,
les
experts-comptables,
les
conseils fiscaux, les comptables et
les fiscalistes seraient soumis à la
responsabilité de droit commun
qu'ils
pourraient
dès
lors
restreindre contractuellement. Il
pourrait
en
résulter
une
concurrence déloyale entre les
bureaux belges et étrangers. Il
convient par ailleurs de tenir
compte du fait que les entreprises
et
les
PME
en
particulier
s'appuient souvent entièrement
sur l'expertise du professionnel et
qu'une
restriction
de
la
responsabilité
serait
trop
préjudiciable aux PME.
15.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw zeer uitvoerig antwoord. Uiteraard zal er samen met het
Instituut worden overlegd om de ongelijkheid die werd aangeklaagd in
te toekomst te beperken en te verhinderen. Ik meen dat wij op de
goede weg zijn. Wij zullen dat samen opvolgen.
15.03 Luk Van Biesen (Open
Vld): Il conviendra d'organiser une
concertation avec l'Institut pour
remédier à cette inégalité. Nous
sommes sur la bonne voie et nous
resterons attentifs à ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over
"de stand van zaken in de restauratie van het Horta-Lambeauxpaviljoen in het Brusselse Jubelpark"
(nr. 2542)
16 Question de M. Luk Van Biesen à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "l'état d'avancement de la restauration du pavillon Horta-Lambeaux dans le parc du
Cinquantenaire à Bruxelles" (n° 2542)</b>
16.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik heb een
vraag over de stand van zaken in verband met het Horta-
Lambeauxpaviljoen in het Brussels Jubelpark. Het is niet de eerste
keer dat ik over de problematiek een vraag stel. Iedereen kent het
Horta-Lambeauxpaviljoen. Het is het eerste officiële bouwwerk van
Horta. Er staat een fantastisch werk in, namelijk "De menselijke
driften", zoals het wordt genoemd, van de hand van de kunstenaar Jef
Lambeaux.
16.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Le pavillon Horta-Lambeaux
du Parc du Cinquantenaire à
Bruxelles a beau être une oeuvre
d'art unique, il est abandonné à
son sort depuis plus d'un siècle.
Le pavillon n'est en outre guère
accessible
aux
visiteurs
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Ondanks dat het een volstrekt uniek kunstwerk in ons land is, werd
het al gedurende meer dan eeuw aan zijn lot overgelaten. Het zou
zonde dat men dat pronkstuk van het Belgisch patrimonium voort laat
aftakelen. Heel wat geïnteresseerden worden ook ontmoedigd om het
kunstwerk te komen bezichtigen, omdat het bijna niet toegankelijk is.
Men moet eerst een gids vastleggen en dan zijn er ook slechts een
aantal uren dat men het kan bezoeken.
In 2006 werd via Beliris, het samenwerkingsakkoord tussen de
federale overheid en het Brussels Gewest, het Jubelpark onder
handen genomen. In de loop van 2007 zal het Horta-
Lambeauxpaviljoen voor het eerst in zijn meer dan honderdjarig
bestaan ook worden opgefrist. In het budget zou in 636.000 euro zijn
voorzien. Dat werd bevestigd door de vroegere minister van
Wetenschapsbeleid, de heer Verwilghen, op verschillende vragen die
aan hem werden gesteld. Iedereen keek ernaar dat de gevels, het
dak, de acroteriën, de deuren en het glas in 2007 zouden worden
hersteld. Er zou ook in een technische bewakingsruimte worden
voorzien.
Mevrouw de minister, kunt u de stand van zaken van de restauratie
van het paviljoen geven? Beschikt het paviljoen reeds over
infrastructuur, elektriciteit, verwarming, sanitair? Is het paviljoen ook
toegankelijker gemaakt voor geïnteresseerden? Wordt er ook
promotioneel iets gedaan voor het toch unieke kunstwerk "De
menselijke driften"? De naam alleen al spreekt tot eenieders
verbeelding.
intéressés.
En
2006,
le
Parc
du
Cinquantenaire a été rénové au
moyen de fonds émanant de
Beliris, l'accord de coopération
entre les autorités fédérales et la
Région de Bruxelles-Capitale. Le
ministre Verwilghen avait promis
que le pavillon serait également
restauré dans le courant de 2007.
Un budget de 636.000 euros avait
été dégagé à cet effet.
La ministre pourrait-elle fournir un
état d'avancement des travaux de
rénovation? Le pavillon est-il déjà
équipé, c'est-à-dire comporte-t-il
un système de chauffage, une
installation électrique et des
sanitaires?
A-t-on
pris
des
initiatives pour promouvoir le relief
des `Passions humaines'?
16.02 Minister Sabine Laruelle: Het Horta-Lambeauxpaviljoen en het
bas-reliëf "De menselijke driften" dat het herbergt, zijn inderdaad aan
een grondige renovatie toe. Ondanks de opmerkelijke artistieke
kwaliteiten en de onweerlegbare originaliteit, werd het complex te lang
verwaarloosd.
De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bieden de
bezoekers die erom vragen, natuurlijk de kans beide werken te
bezichtigen onder de begeleiding van een opzichter. Het spreekt
echter voor zich dat een bezoek aan een kunstwerk van dat
wereldniveau niet voorbehouden mag blijven aan enkele liefhebbers
die zich de moeite getroosten om toegang te vragen.
Daarom werd de Regie der Gebouwen belast met het opmaken van
de nodige lastenboeken voor de restauratie van het bas-reliëf en het
gebouw. De documenten werden in 2007 door de Regie der
Gebouwen naar de FOD Mobiliteit en Vervoer gezonden voor
aanpassing en publicatie van de opdrachten.
Voor de eerste aanbesteding, de restauratie van het bas-reliëf, werd
het stedenbouwkundige attest verkregen. Het lastenboek zal dus zeer
binnenkort worden gepubliceerd. Voor de twee aanbestedingen heeft
de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen
enkele opmerkingen gemaakt. Het stedenbouwkundige attest werd
dus nog niet afgeleverd, maar de nodige aanpassingen werden
uitgevoerd.
Concreet denk ik dat de restauratie van het fresco zal kunnen starten
vanaf het tweede semester van dit jaar. De renovatie van het gebouw
16.02 Sabine Laruelle, ministre: Il
est
effectivement
temps
de
rénover le pavillon Horta et le bas-
relief `Les Passions humaines' de
Lambeaux qu'il abrite.
Les Musées royaux d'Art et
d'Histoire (MRAH) offrent la
possibilité aux amateurs de visiter
le pavillon en compagnie d'un
gardien mais la contemplation de
cette oeuvre d'art ne peut être
réservée à quelques visiteurs qui
se sont donné la peine d'en
solliciter l'accès.
La Régie des Bâtiments a été
chargée de la rédaction des
cahiers des charges de la
restauration et a envoyé les
documents en 2007 au SPF
Mobilité en vue de la publication
des marchés.
Un certificat d'urbanisme a été
obtenu
pour
la
première
adjudication, la restauration du
bas-relief, mais pas encore pour
les deux autres parce que la
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
zou begin 2009 moeten gebeuren. Het spreekt voor zich dat het de
bedoeling is om dat prachtige paviljoen voor iedereen open te stellen
en samen met de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis de
promotie te voeren, die het verdient.
Commission des Monuments et
des Sites a encore formulé
quelques observations.
La restauration de la sculpture
pourra
probablement
être
entreprise au cours du second
semestre de cette année, tandis
que la rénovation du bâtiment est
prévue pour début 2009. L'objectif
est
de
rendre
le
pavillon
accessible à tous et d'en assurer
la promotion en collaboration avec
les MRAH.
16.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Voormalig minister Verwilghen heeft twee jaar
geleden geantwoord dat in de nodige budgetten was voorzien en dat
de restauratie zou gebeuren. Ik hoop dat wij het kunstwerk
daadwerkelijk zullen kunnen gaan bekijken in de tweede helft van dit
jaar. Misschien maken we er samen een uitstap van.
16.03 Luk Van Biesen (Open
Vld): J'espère que nous pourrons
prochainement aller contempler
cette oeuvre d'art. Nous pourrions
peut-être nous y rendre ensemble
en guise d'excursion.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Luk Van Biesen.
Président: Luk Van Biesen.
17 Question de M. André Perpète à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture sur
"la hausse annoncée des prix de la viande de boeuf et de porc" (n° 2307)</b>
17 Vraag van de heer André Perpète aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over
"de aangekondigde prijsstijging van rund- en varkensvlees" (nr. 2307)
17.01 André Perpète (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, mon père a tenu une boucherie pendant quarante ans, c'est
un secteur que je connais donc bien et qui m'intéresse. Cela
concerne aussi toute la population car l'augmentation des prix est
inquiétante. Vous le savez bien car vous êtes en première ligne à
différents titres, pour l'économie et pour l'agriculture. Après les
hausses du prix du lait (12%), du beurre (10%), des pommes de terre
(53%), on annonce maintenant des hausses dans le secteur de la
viande, notamment pour le boeuf et le porc (de 15 à 50%) au cours de
l'année 2008.
Bien sûr, il y a la hausse du coût des matières premières et de la
nourriture des animaux, il y a la maladie de la langue bleue qui joue
négativement pour le boeuf, il y a la faiblesse des exportations et la
faiblesse du dollar qui jouent négativement pour le porc.
Malgré le fait que les prix augmentent beaucoup, la situation des
agriculteurs ne paraît guère enviable puisque, entre 1991 et 2004 si
on prend une assez longue période , un tiers des effectifs agricoles
ont disparu alors que certaines mesures ont été prises mais qui,
manifestement, ne suffisent pas encore. Il est vrai qu'il faut d'énormes
capitaux pour créer ou reprendre une exploitation agricole. Des aides
existent mais elles ne sont peut-être pas suffisantes. On met aussi en
relief la difficulté de cette profession, le stress qui est vécu au
quotidien par les agriculteurs qui sont aussi tributaires du climat.
17.01 André Perpète (PS):
Hoewel de prijzen van vele
levensmiddelen fors stijgen
verwacht wordt dat de vleesprijzen
in 2008 met 15 tot 50 procent
zullen toenemen lijkt de situatie
van
de
landbouwers
weinig
rooskleurig aangezien het aantal
personen dat actief is in de
landbouwsector tussen 1991 en
2004 met een derde is gedaald. Er
bestaan steunmaatregelen, maar
die zijn ontoereikend. Er heerst
ongerustheid over de toekomst.
Ook de grondprijzen zijn explosief
toegenomen.
Zijn de door de beroepsmensen uit
de sector aangehaalde cijfers met
betrekking tot de prijsstijgingen in
uw ogen correct? Welke ideeën
kan u aanreiken om het almaar
moeilijker wordende werk van de
landbouwers te herwaarderen, met
name gelet op de herhaalde
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Une étude de 2004 concernant leurs conditions de travail faisait
apparaître que près d'un tiers des éleveurs wallons disaient avoir un
stress élevé et environ 30% un niveau d'épuisement professionnel
élevé. Les tâches multiples des agriculteurs, sur le plan administratif,
sur le plan du travail journalier, les normes, les contrôles importants,
même s'ils sont nécessaires, les heures de travail nombreuses, les
nouvelles exigences intellectuelles, administratives comptables et
techniques, rendent ce métier de moins en moins accessible et de
moins en moins intéressant aux yeux des jeunes. Par ailleurs, le
nombre de cultivateurs qui doivent prendre un autre travail pour
pouvoir subvenir aux besoins de leur famille est important aussi.
Donc, le nombre de cultivateurs à temps plein est moins important
que dans le passé. On peut donc s'inquiéter pour l'avenir.
Madame la ministre, je sais que vous n'avez pas attendu aujourd'hui
pour vous y intéresser, votre passé professionnel en témoigne.
Concernant l'évolution du prix des terres, on constate aussi une
explosion. J'ai pris quelques exemples. À Arlon, il y aurait une
évolution de 96% en dix ans, à Huy, de 53%, à Mouscron, de 57%, à
Namur, de 56%.
Les chiffres avancés par les professionnels du secteur concernant la
hausse du prix de la viande vous apparaissent-ils corrects?
Quelles idées et quelles décisions pouvez-vous avancer pour
revaloriser le travail de plus en plus difficile des agriculteurs,
notamment en vue des crises à répétition traversées par les différents
secteurs ces dernières années, et pour que la hausse des matières
premières qu'ils doivent acquérir pour nourrir le bétail ne grève pas
excessivement leur revenu?
Par ailleurs, au vu des chiffres avancés quant au stress et à la
difficulté d'exercer cette profession, quelles solutions pourraient être
apportées pour la rendre plus attractive?
Des mesures fiscales, en partenariat avec le ministre des Finances,
sont-elles à l'étude pour faciliter la reprise des exploitations agricoles?
crisissen die de diverse sectoren
de
jongste
jaren
hebben
doorgemaakt en teneinde ervoor
te zorgen dat de grondstoffen die
zij moeten aankopen voor het
voederen van hun vee niet te
zwaar op hun inkomen zou
wegen?
Welke
oplossingen
kunnen er worden aangereikt,
gelet op de stress die met dat
moeilijke beroep gepaard gaat?
Worden er momenteel samen met
de minister van Financiën fiscale
maatregelen onderzocht om de
overname van landbouwbedrijven
te vergemakkelijken?
17.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, les chiffres
cités font référence à des prévisions annoncées par les
professionnels du secteur de la viande, lesquelles n'étaient pas
nécessairement entièrement partagées par le secteur agricole, que
vous connaissez bien également, en particulier quant à l'ampleur des
hausses.
Sur ce point, je crois qu'il convient de distinguer les effets à court et à
moyen terme. À court terme, il est évident que l'on devrait connaître
une hausse des prix de la viande de boeuf suite notamment à
l'embargo décidé par l'Union européenne le 31 janvier dernier sur
l'importation de viande fraîche brésilienne, à cause d'une carence en
matière de respect des exigences communautaires applicables pour
les importations de viande bovine. Ces importations représentaient
6% de la consommation européenne et il n'existe pas d'alternative
immédiate en termes d'approvisionnement.
L'Argentine bloque ses exportations. L'Australie subit les
17.02 Minister Sabine Laruelle:
De
aangehaalde
cijfers
zijn
afkomstig van prognoses van
beroepsmensen uit de vleessector
die niet noodzakelijk volledig door
de
landbouwsector
worden
gedeeld.
Op korte termijn is het duidelijk dat
we met een stijging van de
rundvleesprijzen zullen worden
geconfronteerd, onder meer ten
gevolge van het embargo op de
invoer van vers Braziliaans vlees,
dat goed is voor 6 procent van het
Europees verbruik, waartoe de
Europese Unie op 31 januari
jongstleden heeft beslist.
CRIV 52
COM 127
04/03/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
conséquences de la sécheresse et les États-Unis vendent de la
viande hormonée, interdite en Europe.
Dans le secteur du porc, nous sommes face actuellement à un pic de
production conjugué à des coûts de production relativement élevés,
en raison tout simplement de l'augmentation des céréales. La
faiblesse des prix a d'ailleurs nécessité la mise en place de mesures
spécifiques de soutien du marché au niveau européen (restitution à
l'exportation, aide au stockage privé).
À cet effet, à la suite d'une demande de l'Allemagne que j'ai soutenue,
la Commission a proposé, lors du dernier Conseil européen du 18
février, de prolonger de trois mois la période de stockage privé.
Pour le moyen terme, moins de vaches de réforme sont mises sur le
marché du bétail maigre. Cela s'explique notamment par la diminution
générale du troupeau laitier, tendance lourde depuis quelques
années, et par le fait que les producteurs gardent plus longtemps
dans l'exploitation leurs vaches en fin de carrière en vue de produire
le plus possible de lait, notamment du fait des prix favorables dans le
secteur laitier.
Le potentiel de bétail à engraisser s'en trouve donc réduit. Il est
certain également, comme vous l'avez souligné, que les effets de la
fièvre catarrhale, notamment l'impact sur la fertilité et la croissance
des animaux, vont aussi se faire sentir. En outre, on constate une
décapitalisation en cheptel blanc-bleu en raison de décisions
d'abandon de production pour manque de rentabilité ou à des ventes
d'animaux pour alimenter la trésorerie, notamment à cause de la
langue bleue.
Sur les marchés internationaux, des prix soutenus sont attendus, en
raison de la demande provenant des pays asiatiques et de la Russie.
Dans le secteur du porc et de la volaille, le coût des aliments
hausse de 40% ayant un impact considérable sur la rentabilité incite
les producteurs à abandonner ces productions. Toutefois, une baisse
importante de la production pourrait être compensée, en cas de
nécessité, par un recours à des importations ou par la libéralisation du
stockage privé, qui est en route. Ceci devrait relativiser l'ampleur de la
hausse des prix.
Enfin, il convient de ne pas perdre de vue qu'en cas de hausse trop
importante du prix de la viande de boeuf, les consommateurs
devraient davantage orienter leurs achats vers les viandes blanches:
porc et volaille.
Vous avez mentionné à juste titre que les agriculteurs doivent
composer avec les effets-retours sur les intrants. Un système
organisationnel reposant sur le marché et la concurrence, comme
nous le connaissons aujourd'hui, doit présenter suffisamment de
transparence. Il importe en effet que les hausses des prix de vente à
la consommation soient répercutés sur l'ensemble des maillons de la
filière. C'est pourquoi j'ai demandé à mon administration d'étudier la
faisabilité d'un suivi de la transmission des prix au sein des filières
agro-alimentaires.
Le stress que vous avez cité résulte de divers facteurs, dont les
formes d'incertitude ne doivent évidemment pas être sous-estimées.
Argentinië blokkeert zijn uitvoer,
Australië kampt met de gevolgen
van de droogte en de Verenigde
Staten verkopen hormoonvlees,
dat in Europa verboden is.
De varkensvleessector kent een
productiepiek, gecombineerd met
hoge
productiekosten.
Op
Europees niveau werden er
specifieke
marktondersteuningsmaatregelen
genomen. Zo werd er voorgesteld
om de periode voor de particuliere
opslag van varkensvlees met drie
maanden te verlengen.
Op middellange termijn komen er
minder uitstootkoeien op de markt
van het mager vee, onder meer
als gevolg van de algemene
inkrimping van de melkveestapel
én omdat de producenten hun
koeien langer houden. Zo daalt
tegelijk het aantal dieren dat als
mestvee kan worden gebruikt.
Daarnaast zullen de gevolgen van
blauwtong zich doen gevoelen. Er
wordt tevens minder geïnvesteerd
in Belgisch Wit-blauw, wegens de
geringe opbrengst ervan, en er
worden dieren verkocht om de
financiën, na de problemen met
blauwtong, weer in evenwicht te
brengen.
Op de internationale markten
zouden de Aziatische en de
Russische vraag de prijzen op peil
moeten houden. In de varkens- en
pluimveesector zetten de stijgende
prijzen
voor
diervoeder
de
producenten ertoe aan uit de
productie te stappen. Een daling
van
productie
zou
echter
opgevangen kunnen worden door
een grotere import of door de
liberalisering van de privéopslag.
Indien de prijzen voor rundvlees te
veel zouden stijgen, ten slotte,
zullen de consumenten meer wit
vlees kopen.
De
landbouwers
moeten
inderdaad
hun
input
terugverdienen. In een markt- en
concurrentielogica dient de stijging
04/03/2008
CRIV 52
COM 127
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Un statut social fort, garant d'un filet de sécurité en cas d'aléa de la
vie, constitue mon premier axe d'intervention que je souhaite
poursuivre au cours de cette législature. Le second axe porte sur les
relations avec les autorités administratives, et en particulier sur les
contrôles de terrain. Je souhaite que ceux-ci s'opèrent, comme c'est
majoritairement le cas, sur une base objective et dans un esprit de
respect mutuel entre les parties concernées.
Enfin, sur le plan fiscal, je rappelle qu'en 2007 un cycle de
conférences avait été organisé. Y participaient des experts en
fiscalité, droit des sociétés, bail à ferme, etc. L'objectif était d'informer
les agriculteurs sur l'impact de l'organisation de leur exploitation sous
la forme d'une personne morale.
La transmission des exploitations est un des sujets au coeur des
débats. On assiste en Région wallonne à un désinvestissement des
pouvoirs publics en matière d'aide aux installations. Notamment, la
réforme du fonds d'investissement y est pour beaucoup.
Par ailleurs, des mesures comme le carry-back, qui reporte des
pertes sur les bénéfices des années antérieures en vue d'atténuer les
fluctuations de revenus, sont actuellement à l'étude.
van
de
consumptieprijzen
afgewenteld te worden op de
volledige sector. Daarom heb ik
mijn medewerkers opgedragen na
te gaan of het haalbaar is om die
kostenafwenteling
in
de
voedingsmiddelenindustrie op te
volgen.
De stress waarover u het had,
vloeit voort uit verschillende
factoren, zoals onzekerheid. Ik wil
vooreerst ingrijpen op het stuk van
het sociaal statuut, en daarna
werken aan de betrekkingen met
de overheid, vooral dan op het
vlak van de controles ter plekke,
die objectief moeten zijn en op
basis van wederzijds respect
moeten verlopen.
Ten slotte, wat de fiscaliteit betreft,
herinner ik eraan dat in 2007 een
conferentiecyclus
werd
georganiseerd om de landbouwers
te informeren over de impact van
de organisatie van hun bedrijf als
rechtspersoon.
De overdracht van de bedrijven
staat centraal in het debat. In het
Waals
Gewest
beperkt
de
overheid haar steun voor starters,
met name wegens de hervorming
van het investeringsfonds.
Voorts
worden
maatregelen
bestudeerd zoals de carry back,
die inkomensschommelingen moet
opvangen.
17.03 André Perpète (PS): Monsieur le président, je remercie la
ministre pour sa réponse très détaillée.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.24 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.24 uur.