KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 117
CRIV 52 COM 117
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
26-02-2008
26-02-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "de toegang tot het
gerecht voor milieuorganisaties" (nr. 1897)
1
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "l'accès à la justice des associations
environnementales" (n° 1897)
1
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "de gevolgen van de
ontploffing te Gellingen" (nr. 1930)
2
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "les suites de l'explosion de
Ghislenghien" (n° 1930)
2
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven , Peter Logghe
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques, Peter Logghe
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de vrijlating door de Luikse
jeugdrechtbank van drie jonge zigeuners na een
inbraak in Lommel" (nr. 2005)
5
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "la libération par le tribunal de la
jeunesse de Liège de trois jeunes gitans après un
cambriolage à Lommel" (n° 2005)
5
Sprekers: Bert Schoofs, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Bert Schoofs, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Justitie over "de niet-verzekerde voertuigen in
het verkeer" (nr. 2104)
7
Question de M. Peter Logghe au ministre de la
Justice sur "les véhicules non assurés qui sont en
circulation" (n° 2104)
7
Sprekers: Peter Logghe, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Peter Logghe, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan
de minister van Justitie over "de oproepen tot haat
tegen joden die door sommige televisiezenders
worden verspreid" (nr. 2136)
10
Question de Mme Corinne De Permentier au
ministre de la Justice sur "les appels à la haine
envers les juifs diffusés par certaines chaînes de
télévision" (n° 2136)
10
Sprekers: Corinne De Permentier, Inge
Vervotte
, minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Corinne De Permentier, Inge
Vervotte
, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister van Justitie over "het vredegerecht van
het kanton Neerpelt-Lommel" (nr. 2059)
12
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de la Justice sur "la justice de paix du canton de
Neerpelt-Lommel" (n° 2059)
12
Sprekers: Katrien Schryvers, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Katrien Schryvers, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister
van
Justitie
over
"de
rechtsplegingsvergoeding" (nr. 2112)
14
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de la Justice sur "l'indemnité de procédure"
(n° 2112)
14
Sprekers: Katrien Schryvers, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Katrien Schryvers, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de afwijzing van de
aansprakelijkheid door de Belgische overheid in
de zaak-Dutroux" (nr. 2142)
18
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "le refus par l'État belge d'endosser sa
responsabilité dans l'affaire Dutroux" (n° 2142)
18
Sprekers: Bert Schoofs, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Bert Schoofs, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de 20
Question de M. Robert Van de Velde au ministre 20
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister van Justitie over "de bescherming van de
gezinswoning van de zelfstandige" (nr. 2181)
de la Justice sur "la protection du logement
familial du travailleur indépendant" (n° 2181)
Sprekers: Robert Van de Velde, Inge
Vervotte
, minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Robert Van de Velde, Inge
Vervotte
, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister
van
Justitie
over
"de
gerechtsdeurwaarders" (nr. 2206)
21
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "les huissiers de justice"
(n° 2206)
21
Sprekers: Carina Van Cauter, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Carina Van Cauter, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan
de minister van Justitie over "het onderzoek naar
de Bende van Nijvel" (nr. 2234)
23
Question de Mme Mia De Schamphelaere au
ministre de la Justice sur "l'enquête sur les tueurs
du Brabant" (n° 2234)
23
Sprekers: Mia De Schamphelaere, Inge
Vervotte
, minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Mia De Schamphelaere, Inge
Vervotte
, ministre de la Fonction publique et
des Entreprises publiques
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Justitie over "het vervolgingsbeleid inzake
winkeldiefstallen" (nr. 2246)
24
Question de M. Peter Logghe au ministre de la
Justice sur "la politique de poursuites en matière
de vols à l'étalage" (n° 2246)
24
Sprekers: Peter Logghe, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Peter Logghe, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de
minister van Justitie over "het gerechtelijk
onderzoek naar de brand in het flatgebouw 'Tour
des Mésanges' te Bergen, 5 jaar na de feiten"
(nr. 2248)
27
Question de M. Denis Ducarme au ministre de la
Justice sur "l'enquête judiciaire sur l'incendie dans
la 'Tour des Mésanges' à Mons cinq ans après les
faits" (n° 2248)
27
Sprekers: Denis Ducarme, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Denis Ducarme, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
26
FEBRUARI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
26
F
ÉVRIER
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.34 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.34 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
De voorzitter: Collega's, de minister van Justitie heeft zich voor vanochtend laten verontschuldigen omdat
er nog taken moeten worden opgenomen in verband met de begroting en de afwerking ervan.
Er is hier een jonge minister aanwezig die de regering vertegenwoordigt en die ook graag wil antwoorden in
plaats van de minister van Justitie. Zoals u echter weet, als u uw vraag echt wil stellen aan de minister van
Justitie, voor de repliek en het antwoord, dan bent u vrij om dat vanmiddag te doen. Misschien kunnen
echter een aantal antwoorden reeds worden meegedeeld.
01 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "l'accès à la justice des associations
environnementales" (n° 1897)</b>
01 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de toegang tot het gerecht
voor milieuorganisaties" (nr. 1897)
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la ministre, ma question a
trait au rapport qui doit être établi annuellement dans le cadre de la
convention d'Aarhus. Une des observations des associations
environnementales dans ce rapport concerne ce qu'on appelle l'action
d'intérêt collectif. Les articles 17 et 18 du Code judiciaire prévoient
que pour ester en justice, il faut un intérêt direct et personnel, sauf si
le législateur a prévu d'y déroger.
Ces articles empêchent les associations luttant pour la protection de
l'environnement et de la nature d'ester sur le plan civil.
Mes questions sont donc les suivantes. Le ministre est-il favorable à
ce type d'actions en justice? Dans l'affirmative, entend-il modifier
l'article 18 du Code judiciaire? Faute de le faire, ces actions
resteraient lettre morte. Dans la même veine, il faudrait également
modifier l'article 3 du titre préliminaire du Code de procédure pénale.
01.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Mijn vraagt houdt verband met het
jaarverslag dat in het kader van
het Verdrag van Århus moet
worden opgesteld. Een van de
opmerkingen van de milieu-
verenigingen
gaat
over
de
collectieve rechtsvordering. De
artikelen 17 en 18 van het
Gerechtelijk Wetboek bepalen dat
er om een rechtsvordering in te
stellen, een dadelijk en persoonlijk
belang moet aanwezig zijn, tenzij
de wetgever in een afwijking heeft
voorzien.
Die
artikelen
beletten
deze
verenigingen in burgerlijke zaken
in rechte op te treden.
Is de minister voorstander van
dergelijke rechtsvorderingen? Is hij
van plan artikel 18 van het
Gerechtelijk Wetboek te wijzigen?
In dezelfde geest zou men
eveneens artikel 3 van de
voorafgaande
titel
van
het
Wetboek
van
strafvordering
moeten wijzigen.
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
01.02 Inge Vervotte, ministre: Madame la présidente, monsieur
Crucke, dans l'état présent du droit judiciaire, lesdites actions
collectives en justice ou "class actions" comme indiqué correctement
dans la question de M. Crucke sont contraires aux articles 17 et 18 du
Code judiciaire. Les actions collectives en justice sont réglées par une
autre législation, par exception. Par exemple, l'article 98, §1 de la loi
sur les pratiques de commerce permet à certaines associations
personnelles ou à certaines organisations interprofessionnelles
d'intenter au nom de leurs membres une action en cessation d'un
acte constituant une infraction aux stipulations de la loi sur les
pratiques de commerce.
Jusqu'à présent, aucune étude élaborée n'a été effectuée sur les
conséquences d'une introduction générale de la possibilité d'une
action collective en justice dans notre droit judiciaire. Avant de
considérer une exception pour n'importe quelle organisation sur les
articles 17 et 18 du Code judiciaire, une évaluation de ces "class
actions", comme appliquée dans d'autres systèmes judiciaires
s'impose. Je crains que soient sapés les principes généraux des
articles 17 et 18 du Code judiciaire.
Si les actions collectives en justice semblent mener à un accès plus
facile à la justice, elles impliquent, par ailleurs un comportement
processif irréfléchi ce qui, de nouveau, ne facilite pas l'accès à la
justice.
Par conséquent, je ne suis pas un partisan de la détermination de
certaines exceptions légales dans les stipulations des articles 17 et 18
du Code judiciaire, car elle engendrerait un résultat tel que la
procédure serait différente d'une association ou d'une organisation à
l'autre.
01.02 Minister Inge Vervotte: In
de huidige stand van het recht zijn
die collectieve rechtsvorderingen
strijdig met de artikelen 17 en 18
van het Gerechtelijk Wetboek. De
collectieve
rechtsvorderingen
worden door een andere wet-
geving
geregeld,
zoals
bijvoorbeeld de wet op de
handelspraktijken als het om een
handelsaangelegenheid gaat.
Tot op heden werd er in geen
enkele studie onderzocht of er een
collectieve rechtsvordering zou
kunnen worden ingevoerd. Ik
vrees dat dit de algemene
beginselen van de artikelen 17 en
18 zou ondermijnen.
Hoewel men de indruk kan hebben
dat collectieve rechtsvorderingen
de toegang tot het gerecht
vergemakkelijken, kunnen ze een
ondoordacht optreden in de hand
werken. Ik ben bijgevolg geen
voorstander van een herziening
van de artikelen 17 en 18 van het
Gerechtelijk Wetboek, omdat zo
een wijziging voor verschillende
verenigingen of organisaties zou
leiden
tot
een
verschillende
procedure.
01.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie
Mme la ministre pour sa réponse. Je peux comprendre qu'une
évaluation doive être faite avant de modifier la législation. La crainte
est que l'action collective n'engendre une sorte d'inflation judiciaire. Le
ministre de la Justice n'y est pas favorable. Je ne suis pas certain que
ce serait le cas. Je pense au contraire que ce serait parfois mieux
pour la justice, parce qu'on aurait affaire à des groupements qui, tant
sur le plan de la connaissance des dossiers que de la manière dont ils
défendent les actions sur le plan environnemental, sont mieux armés
pour le faire de manière plus optimale.
Nonobstant mon opinion, je respecte évidemment le point de vue du
ministre de la Justice.
01.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Vooraleer de wetgeving wordt
gewijzigd, is zeker een evaluatie
nodig. Soms wordt gevreesd dat
collectieve vorderingen tot een
inflatie van het aantal zaken
zouden leiden. Daar ben ik echter
nog niet zo zeker van. Ik geloof
integendeel
dat
dergelijke
vorderingen de justitiële diensten
soms ten goede zouden komen,
omdat men dan te maken zou
krijgen met groeperingen die op
dat vlak beter beslagen ten ijs
zouden komen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les suites de l'explosion de
Ghislenghien" (n° 1930)</b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de gevolgen van de
ontploffing te Gellingen" (nr. 1930)
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, la catastrophe survenue en 2004 sur le site en travaux de
Diamond Board à Ghislenghien est encore dans toutes les mémoires:
24 personnes ont perdu la vie, 130 ont été blessées et certaines
d'entre elles nécessitent encore aujourd'hui des soins médicaux. Ces
soins ont généralement été remboursés. Par contre, les
indemnisations ne suivent manifestement pas.
Le ministre Vandeurzen a fait une déclaration fort importante qui va
dans le sens d'une proposition déposée par le MR. Il considère qu'il
faudrait avoir une possibilité de dédommager les victimes, et je le cite:
"avant l'issue du procès". Il prend comme référence le modèle
français d'AZF Toulouse et parle aussi d'une collaboration entre les
entreprises impliquées et les assurances. Cette déclaration est fort
intéressante car il y a effectivement un besoin. Lorsqu'on sait que le
fonds des victimes est encore garni d'à peine 100.000 euros, on se
rend bien évidemment compte de la nécessité d'intervenir en la
matière.
Madame la ministre, mes questions sont les suivantes. Comment le
ministre Vandeurzen entend-il mettre en oeuvre cette proposition?
Comment cette enveloppe pourra-t-elle être articulée et selon quels
critères de répartition? Comment les assurances et sociétés
impliquées pourront-elles contribuer à cette indemnisation? Quid du
rapport entre l'indemnisation et la condamnation qui serait exprimée
ultérieurement par la Justice?
Enfin, je ne résiste pas à poser la question de l'avancée du dossier en
Justice. Dans la presse, on évoque 2009 comme étant l'année à partir
de laquelle le procès pourra avoir lieu. Madame la ministre, pourriez-
vous nous donner une idée du calendrier judiciaire? Peut-on
considérer que l'instruction est dorénavant bouclée et que ce procès
débutera effectivement en 2009?
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Bij
de ramp in Gellingen in 2004
kwamen 24 mensen om en vielen
er 130 gewonden. Ook vandaag
hebben sommige slachtoffers nog
medische zorgen nodig. Die
verzorging
wordt
doorgaans
terugbetaald. De uitbetaling van de
schadevergoedingen laat evenwel
op zich wachten.
Minister Vandeurzen oordeelt in
dat verband, geheel in de lijn van
een door de MR ingediend
wetsvoorstel, dat de slachtoffers
schadeloosgesteld moeten worden
"vóór de afloop van het proces".
Hoe zal hij dat voorstel in praktijk
brengen? Waar zal men de
middelen daarvoor vinden en
volgens welk criterium zullen ze
worden verdeeld? Hoe zullen de
verzekeringsmaatschappijen en de
betrokken
ondernemingen
bijdragen aan die schadeloos-
stelling? En zal de schade-
vergoeding losgekoppeld blijven
van een eventuele veroordeling
achteraf?
Hoe
ver
is
de
gerechtelijke procedure ten slotte
gevorderd? Zal het proces in 2009
van start gaan?
02.02 Inge Vervotte, ministre: Madame la présidente, cher collègue,
comme vous le savez, après la catastrophe de Ghislenghien,
quelques initiatives ont été prises afin de soutenir les victimes de
manière financière. C'est ainsi que la Fondation Ghislenghien a été
créée en faveur des victimes non assurées et que l'ASBL Solidarité
Ghislenghien a vu le jour. Ces associations ont notamment reçu des
donations de Fluxys et Assuralia.
Jusqu'à ce jour, l'aide financière aux victimes de la catastrophe de
Ghislenghien était appréciée, mais malheureusement, cette aide n'est
pas suffisante. Suivant les informations qui m'ont été communiquées,
les caisses seraient vides ou presque vides.
L'enquête judiciaire se trouve toujours au stade de l'instruction. Cette
situation est due au grand nombre des parties impliquées dans la
procédure judiciaire.
Cela dit, la situation financière de nombreuses victimes est alarmante.
Il ressort des contacts avec les différents intéressés qu'une aide
financière est nécessaire en attendant le procès.
Auparavant, il existait des contacts, via la magistrature, avec certains
assureurs afin de considérer l'installation d'une sorte de commission
02.02 Minister Inge Vervotte: De
Stichting Gellingen en de vzw
Solidarité Ghislenghien hebben
giften van Fluxys en Assuralia
ontvangen teneinde hulp aan de
slachtoffers te bieden. Jammer
genoeg zijn de middelen vandaag
nagenoeg opgedroogd, terwijl het
gerechtelijk onderzoek nog niet
afgerond is. De slachtoffers
moeten financiële hulp krijgen vóór
de aanvang van het proces.
Op de jongste voorlichtings-
vergadering voor de slachtoffers
heeft de gewezen procureur-
generaal van Bergen, de heer
Ladrière, een oproep tot de
verzekeringssector gedaan: het is
de bedoeling om de schadeloos-
stellingscriteria vóór het proces
vast te stellen op grond van het
Franse model dat bij de ramp met
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
de suivi qui serait chargée de prévoir un dédommagement préalable
extrajudiciaire pour les victimes.
Lors de la dernière réunion informative pour les victimes qui s'est
tenue le 17 mars 2007, l'ancien procureur général de Mons, M.
Ladrière, a lancé un appel public au secteur des assurances en vue
de trouver une solution pour l'aspect financier de l'affaire.
L'objectif est de fixer des critères de dédommagement avant le
procès pour compte des personnes concernées et, de cette façon, de
tenir compte des besoins financiers des victimes. Nous prenons pour
exemple le modèle français qui utilise une telle méthode lors de
différentes catastrophes, par exemple lors de l'explosion dans l'usine
AZF à Toulouse le 21 septembre 2001. Il faut remarquer que lors de
cette catastrophe, 30 personnes ont perdu la vie et 13.400 personnes
ont été blessées. À la demande de différentes parties, j'ai pris
l'initiative de servir d'intermédiaire entre tous les acteurs dans la
recherche d'une solution. Je m'adresserai à tous les intéressés, entre
autres au pouvoir judiciaire, au barreau, à Assuralia et aux assureurs
impliqués ainsi qu'aux responsables des initiatives financières prises
après la catastrophe. La cellule d'aide aux victimes de catastrophes
assurera la coordination de ce dossier.
Dès que possible, une réunion sera organisée. Des entretiens ont
déjà eu lieu concernant cette initiative.
Avec cette initiative, je ne voudrais pas créer de fausses prévisions ni
de faux espoirs pour les victimes. Dans la première phase, j'étudierai
la disponibilité et la bonne volonté des parties pour soutenir un tel
projet. Toutes les parties seront impliquées et entendues mais cela
exigera certaines concertations.
Actuellement, il est encore impossible de discuter des actions
éventuelles à développer suite à cette réunion. Nous examinerons la
possibilité d'un accord ainsi que le contenu de cet accord, notamment
l'évaluation des types de dommages et la détermination des critères
concernant l'expertise. Dans une seconde phase, cette initiative
pourrait être une impulsion pour chercher des solutions structurées
pour des catastrophes futures entraînant un grand nombre de
victimes et pour s'assurer que cette procédure peut se dérouler de
manière plus rationnelle. Il est important que les leçons soient tirées
du passé.
En ce qui concerne la conclusion du dossier judiciaire, il est difficile
d'estimer une date. Différentes dates ont déjà été prononcées mais le
nombre de parties dans ce dossier et les possibilités ouvertes par la
loi Franchimont font que le délai ne peut être estimé. Je surveille
attentivement ce dossier et, si nécessaire, des mesures pour faire
progresser cette affaire seront prises.
Les victimes seront informées de toutes les décisions importantes.
Elles recevront sous peu un courrier reprenant les derniers
développements du dossier.
de AZF-fabriek in Toulouse werd
gehanteerd. Op verzoek van een
aantal partijen zal ik als tussen-
persoon optreden tussen de
betrokkenen,
met
name
de
gerechtelijke overheid, de balie,
Assuralia, de verzekeraars en
degenen die verantwoordeli zijn
voor van de financiële initiatieven
die na de ramp werden genomen.
De cel hulp aan slachtoffers van
rampen zal in dit dossier voor de
coördinatie zorgen.
Met dat initiatief wilde ik geen
valse hoop wekken. Er moet nog
overleg plaatsvinden. In een
tweede fase zou dit initiatief
kunnen leiden tot een rationele
procedure die het mogelijk maakt
om in de toekomst bij rampen
gestructureerd op te treden.
Ik
weet
niet
wanneer
het
gerechtelijk dossier zijn beslag zal
krijgen, maar de slachtoffers zullen
van alle belangrijke beslissingen in
kennis worden gesteld.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie la
ministre pour sa réponse et pour le sérieux accordé au traitement du
dossier. Vous avez confirmé le fait qu'il y avait une insuffisance de
fonds. Cela mérite une attention toute particulière car les victimes ont
02.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Sommige slachtoffers hebben het
financieel zwaar te verduren en
moeten onmiddellijk
geholpen
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
des besoins urgents.
La référence au modèle français est également fort utile. Même s'il
n'évite pas les incidents, il permet de soulager les victimes autant que
faire se peut.
Enfin, je comprends qu'une concertation soit nécessaire mais elle doit
aller de pair avec la rationalisation des procédures et des
indemnisations.
worden. Op langere termijn pleit ik
voor
een
gestructureerde
oplossing,
naar
het
Franse
voorbeeld. Ten slotte vind ik dat
het overleg gepaard moet gaan
met een rationalisering van de
procedures
en
de
schadeloosstellingen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Dan kunnen we nu overgaan naar vraag nr. 8 van de heer Peter Logghe over de niet-
verzekerde voertuigen in het verkeer.
02.04 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mag ik u eerst vragen wat u
met de vraag van mijn collega Schoofs zult doen? Verplaatst u die
naar volgende week of zet u ze op het einde van deze vraagsessie?
De voorzitter: Hij is nu niet aanwezig.
02.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Hij komt juist binnen.
De voorzitter: Dan zullen we de volgorde respecteren.
03 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de vrijlating door de Luikse
jeugdrechtbank van drie jonge zigeuners na een inbraak in Lommel" (nr. 2005)
03 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la libération par le tribunal de la
jeunesse de Liège de trois jeunes gitans après un cambriolage à Lommel" (n° 2005)</b>
03.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, tijdens het weekend van 9 tot 11 februari vond
er in Lommel een inbraakpoging plaats door drie jonge zigeuners. Zij
werden op heterdaad betrapt. Zij zouden afkomstig zijn uit het Luikse.
Daar werden zij ook berecht. Er was ook even sprake van een
vluchtauto die in de buurt zou zijn aangetroffen. Er werd mij echter
niet bevestigd of dat voertuig bij de feiten betrokken was.
In elk geval heeft de jeugdrechter in Luik de jurisdictie over die
jongeren gekregen, omdat zij blijkbaar van daar afkomstig waren. Hij
heeft ze echter niet aangehouden, ondanks het feit dat het om redelijk
zwaarwichtige feiten en een betrapping op heterdaad gaat. Die
jongens kwamen blijkbaar uit het zigeunermilieu.
De eerste vraag dringt zich altijd op in deze dossiers. Waarom werden
die jonge criminelen vrijgelaten? Was het misschien omdat er
onvoldoende plaats was in een jeugdinstelling, ik vermoed van de
Franstalige Gemeenschap of Everberg? Die feiten lijken mij toch
zwaarwichtig genoeg om de jongeren daarnaar te verwijzen. Maar
goed, uiteindelijk oordeelt de rechter, dat weet ik wel. Het is echter
markant dat die jongeren werden vrijgelaten.
Ik kom tot mijn volgende vraag. Wij moeten daarbij geen tekening
maken of daarover taboes bewaren. Wij zien immers vaak dat jonge
mensen uit zigeunermilieus zich aan criminele feiten schuldig maken.
Ik wil dat niet veralgemenen, maar de feiten zijn er en het komt vaak
voor. Dat noopt mij ertoe u te vragen of u misschien over cijfers
03.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il y a quelques semaines,
trois jeunes gitans ont été pris en
flagrant délit au cours d'une
tentative
de
cambriolage
à
Lommel. Le juge de la jeunesse
de Liège a décidé de ne pas les
arrêter, malgré la gravité des faits.
Pourquoi ces criminels ont-ils été
relâchés? Les établissements de
protection
de
la
jeunesse
manquaient-ils
de
place?
Disposez-vous
de
chiffres
concernant les criminels mineurs
dans le milieu des gitans? Cette
manière
d'appliquer
le
droit
protectionnel de la jeunesse ne
constitue-t-elle pas un mauvais
signal? Où en est l'élaboration
d'un droit sanctionnel de la
jeunesse efficace?
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
beschikt. In het verleden is daarover een en ander te doen geweest.
Beschikt de minister van Justitie ­ u niet, want u vervangt hem ­ over
cijfers met betrekking tot de criminelen uit het zigeunermilieu? In het
verleden hebben wij al vragen gesteld over andere etnische milieus.
Vindt de federale regering ­ het is immers een materie die de regering
aanbelangt ­ niet dat er een verkeerd signaal wordt gegeven doordat
die jongeren zomaar worden vrijgelaten? Misschien is het omdat er te
weinig plaats is of omdat de feiten blijkbaar niet zwaarwichtig genoeg
zouden zijn. Dat zou de bevolking echter weinig smaken en niet
aanvaarden.
Ten slotte, ik heb nog een vraag aan de minister van Justitie, maar hij
zal het antwoord aan u hebben doorgespeeld, mevrouw de minister.
Hoe staat het met plannen voor een doeltreffend jeugdsanctierecht?
Blijkbaar zijn er net een aantal akkoorden gesloten over een
staatshervorming. Jeugdsanctierecht zie ik er niet in staan, terwijl dat
toch altijd een zeer prangend probleem is geweest.
Ik dank u alvast voor uw antwoorden ter vervanging van de minister
van Justitie.
03.02 Minister Inge Vervotte: Mevrouw de voorzitter, gelet op de
scheiding der machten is het uit den boze dat de minister van Justitie
zich mengt in de beslissingsbevoegdheid van een jeugdrechter. De
heer Vandeurzen wil benadrukken dat hij dat zo wil houden. Ik wens
dan ook niet in te gaan op uw vraag te onderzoeken waarom een
bepaalde jeugdrechter jonge criminelen heeft vrijgelaten. Ik ga ervan
uit dat er alleszins gegronde redenen zijn geweest op die manier te
handelen. De jeugdrechter beschikt over een heel pakket alternatieve
maatregelen die jonge criminelen kunnen worden opgelegd, anders
dan een plaatsing in een jeugdinstelling.
Als minister van Justitie, en rekening houdend met de Liga voor
Mensenrechten,
vind
ik
het
niet
opportuun
bepaalde
bevolkingsgroepen te stigmatiseren en een studie te maken van het
aantal jonge criminelen dat er in bepaalde bevolkingsgroepen
rondloopt. Ik meen dat dit een totaal verkeerd signaal zou zijn.
Ik herhaal dat de minister van Justitie, gelet op de scheiding der
machten, onmogelijk tussenbeide kan komen in het beslissingsbeleid
van een jeugdrechter. Ik begrijp dat de slachtoffers van misdrijven
hiermee niets opschieten, maar veronderstel dat de jeugdrechter
alleszins gegronde redenen heeft gehad op deze wijze te oordelen.
Indien blijkt dat meerderjarige personen bij de feiten betrokken zijn
geweest, zal hieraan ongetwijfeld het gepaste gevolg zijn gegeven.
Het geheim van het onderzoek zou alleszins niet toelaten hierover
voorts inlichtingen te laten verstrekken door de betrokken
onderzoekers.
De vorige legislatuur heeft pas in 2006 een nieuw jeugdrecht
goedgekeurd, dat geleidelijk in voege is getreden. De jeugdwet zal te
gepasten tijde worden geëvalueerd in overleg met alle betrokken
actoren op het terrein. Indien uit dat overleg blijkt dat aanpassingen
noodzakelijk zijn, zal ik niet nalaten daarop in te gaan.
03.02 Inge Vervotte, ministre: Le
ministre de la Justice ne peut pas
intervenir dans une décision du
juge de la jeunesse en raison de la
séparation des pouvoirs. Je
suppose que le juge avait ses
raisons pour libérer les jeunes et il
peut imposer d'autres types de
mesures.
Compte tenu de la position de la
Ligue des droits de l'homme, le
ministre de la Justice n'estime pas
opportun de faire effectuer une
étude sur le nombre de jeunes
criminels au sein de certains
groupes de la population.
Si des personnes majeures
avaient été impliquées dans les
faits, une suite appropriée y aurait
certainement été donnée. Le
secret de l'enquête ne permettrait
en tout cas pas de fournir
davantage d'informations à ce
sujet.
Un nouveau droit de la jeunesse a
été mis en place en 2006
seulement et il doit encore être
évalué. De nouvelles adaptations
seront préparées si nécessaire.
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
03.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
uiteraard moet ik mij tot de verkeerde minister richten. Dit is echter
het meest politiek correcte van alle antwoorden. Het is zelfs een stap
terug in de evolutie die de voorbije jaren tijdens de vorige legislatuur is
doorgemaakt door de politiek correcte paarse regering. Ik vraag niet
uitspraken te doen over uitspraken van rechters. Mijn eerste vraag
was of er misschien onvoldoende plaats was in een jeugdinstelling.
Ik kom dan tot het tweede luik. Mevrouw de minister - en u geeft het
maar door aan de minister van Justitie -, men mag altijd de motivering
van een vonnis lezen. Een minister van Justitie is er volgens mij zelfs
toe verplicht de motivering van een vonnis te lezen. Dan zou men
weten waarom een rechter die beslissing heeft genomen en waarom
men correcte politieke beslissingen kan nemen en geen politiek
correcte beslissingen. Dat is het omgekeerde en dat is wat er
verkeerd loopt in dit land. Deze minister van Justitie heeft er absoluut
angst voor om wie dan ook op de tenen te trappen. Het is dan
gemakkelijk om iemand van de oppositie en bovendien omgeven door
het cordon sanitaire, een antwoord te verstrekken als dit, maar daar
schiet niemand iets mee op.
Ik hoop dat u de minister van Justitie zult zeggen dat wij destijds het
rapport van San mee hebben geïnstigeerd. Die dame is hier haar
uitleg mogen komen geven. In Nederland is men enorm ver geraakt
door precies etnische criminaliteit op de agenda te brengen. Daar is
niemand slecht bij gevaren en de samenleving is er alleen beter van
geworden. Alleen zet men nu stappen terug ten opzichte van de
vorige legislatuur..
Dit antwoord past als een tang op een varken. Ik had van de minister
van Justitie meer moed en meer durf verwacht. We zullen hem nog
het nodige krediet moeten geven, maar bij mij raakt het stilaan
opgebruikt met dergelijke nietszeggende antwoorden.
03.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Une
telle
réponse
constitue un nouveau pas en
arrière. Il s'agit-là véritablement de
la réponse la plus politiquement
correcte que j'ai jamais entendue.
C'est encore pire que sous le
gouvernement violet.
Le ministre peut tout de même
répondre à ma question relative à
un manque de places dans les
institutions pour les jeunes? Le
ministre de la Justice peut lire le
jugement et en déduire les
arguments du juge de la jeunesse.
S'il préfère ne pas répondre, c'est
parce
qu'il
craint
d'offenser
quelqu'un.
Nous avons discuté naguère du
rapport Van San. Il est apparu aux
Pays-Bas qu'une analyse de la
délinquance
ethnique
est
pertinente. Aujourd'hui, on refait
un pas en arrière par rapport à la
précédente législature. Le crédit
dont jouit ce ministre s'épuise peu
à peu.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Justitie over "de niet-verzekerde voertuigen in
het verkeer" (nr. 2104)
04 Question de M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "les véhicules non assurés qui sont en
circulation" (n° 2104)</b>
04.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, mijn
vraag heeft betrekking op de niet-verzekerde voertuigen in het
verkeer. In feite is dit het tweede deel van de vraag, het eerste deel
werd gesteld aan de minister van Financiën, de heer Reynders, die
deze delen van de vraag heeft doorgeschoven naar de minister van
Justitie omdat die onder zijn bevoegdheid vallen.
Mevrouw de minister, op de zwarte lijst van de Belgische
verzekeraars stonden eind 2007 154.000 namen. 92% daarvan werd
vermeld omwille van wanbetaling. De sector van de verzekeraars
berekent zelf dat er ongeveer 100.000 niet-verzekerde voertuigen in
het verkeer circuleren. Men moet het als brave huisvader maar
meemaken, goed verzekerd, om tegen een niet-verzekerde
tegenpartij te rijden. Dan begint de miserie. Er wordt mij verteld dat de
politiediensten als ze worden geconfronteerd met niet-verzekerde
voertuigen, naar aanleiding van een verkeersongeval of een andere
04.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'ai déjà posé une
question à ce sujet au ministre des
Finances. À la fin de l'année 2007,
la liste noire des assureurs belges
comportait plus de quinze mille
noms. Le nombre de véhicules
circulant
sans
assurance
s'élèverait à environ 100.000.
Lorsque la police rencontre un
véhicule non assuré, elle inflige
une amende de 1.000 euros et
confisque le véhicule. Si l'amende
est
payée
dans
un
délai
déterminé, le véhicule est restitué,
même s'il n'est pas assuré.
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
verkeersovertreding, onmiddellijk een boete opleggen van 1.000 euro
of het niet-verzekerde voertuig aanslaan.
Hier begint in feite mijn vraag, mevrouw de minister. Volgens
berichten die ik ontvang zou het in beslag genomen voertuig alleen
verbeurd worden verklaard als de boete niet binnen de gestelde
termijn wordt betaald. Met andere woorden, als de boete binnen de
termijn wordt betaald, zou het niet-verzekerde voertuig opnieuw
worden vrijgegeven, ook al blijft het om een niet-verzekerd voertuig
gaan. Met andere woorden, het wordt niet verzekerd in het verkeer
gebracht. Dit kan toch onmogelijk de bedoeling zijn van de wetgever.
Hoe zit het nu eigenlijk? Ik krijg daarover heel tegenstrijdige informatie
binnen.
Ten tweede, artikel 20 van de wet van 21 november 1989 betreffende
de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen
regelt de werkwijze ingeval de politie of een ambtenaar van de
openbare macht vaststelt dat een motorrijtuig dat in het verkeer is
gebracht niet verzekerd is op het vlak van de verplichte
burgerrechtelijke aansprakelijkheid. De politie of de ambtenaar stelt
dan een proces-verbaal op en een afschrift wordt binnen de twee
dagen na de dag waarop de identiteit van de eigenaar van het
motorrijtuig kon worden vastgesteld overgemaakt aan de eigenaar.
Mevrouw de minister, een concrete vraag. Wat als de identiteit van de
eigenaar niet kan worden vastgesteld? Welk gevolg wordt dan aan de
zaak gegeven? Wordt het voertuig dan weggesleept? Wordt de
wagen gestockeerd? Laat men het voertuig misschien gewoon
achter? Waar worden de voertuigen waarvan men de eigenaar niet
onmiddellijk kan identificeren of traceren en die niet in orde zijn met
de
verplichte
burgerrechtelijke
aansprakelijkheidsverzekering
bewaard? Worden ze bewaard of gestockeerd?
Est-ce exact? Que se passe-t-il
lorsque l'identité du propriétaire du
véhicule ne peut être établie?
04.02 Minister Inge Vervotte: Mijnheer Logghe, jaarlijks worden er
inderdaad duizenden vaststellingen verricht van niet-verzekerde
voertuigen. De afhandeling van die dossiers is evenwel wat
genuanceerder dan u in uw vraag stelt.
Bovendien werden tussen de parketten en de politie duidelijke
afspraken gemaakt inzake die vaststellingen. Indien de politie
vaststelt dat een voertuig niet is verzekerd, dan haalt de politie dat
voertuig onmiddellijk uit het verkeer en neemt het voertuig in beslag.
Dat kan door het plaatsen van een wielklem of door het voertuig te
laten takelen.
Het voertuig wordt niet meer vrijgegeven aan de eigenaar indien hij
niet binnen de gestelde termijn ­ meestal 15 dagen ­ een geldige
verzekering kan tonen of er een afsluit voor het voertuig. In veel
gevallen besluit de eigenaar al onmiddellijk afstand te doen van het
voertuig bij vaststelling van de inbreuk omdat hij toch geen
verzekering kan krijgen of omdat het voertuig een te geringe waarde
heeft.
Indien het voertuig opnieuw wordt vrijgegeven aan de eigenaar
gebeurt dat steeds nadat een geldige verzekering werd voorgelegd.
De politie kan geenszins aan de overtreder een minnelijke schikking
voorstellen. Het is het openbaar ministerie dat beslist of het dossier
04.02 Inge Vervotte, ministre: On
découvre chaque année des
milliers de véhicules non assurés,
mais il convient d'apporter des
nuances à ce qu'affirme M.
Logghe à propos du traitement
des constats.
Lorsque la police découvre qu'un
véhicule n'est pas assuré, celui-ci
est immédiatement saisi: soit il est
immobilisé à l'aide d'un sabot, soit
on
procède
directement
au
remorquage. Si le propriétaire du
véhicule ne peut produire une
assurance valable dans un délai
déterminé, le véhicule ne peut plus
être restitué. La plupart du temps,
le propriétaire décide immédiate-
ment de faire abandon du
véhicule, soit parce qu'il sait qu'il
n'arrivera
pas
à
obtenir
d'assurance, soit parce que le
véhicule ne vaut plus grand-chose.
Le véhicule n'est restitué à son
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
wordt geseponeerd, of er een minnelijke schikking wordt voorgesteld,
of dat er tot vervolging voor de rechtbank wordt overgegaan. De
eventuele verbeurdverklaring van het niet-verzekerde voertuig is een
bevoegdheid die louter en alleen de rechter toekomt, die oordeelt op
basis van de elementen in het dossier. Politie noch parket kan
daarover beslissen.
Ter informatie kan ik u meedelen dat bijvoorbeeld in 2005 26.917
personen werden veroordeeld door een politierechtbank omdat zij een
niet-verzekerd voertuig in het verkeer hadden gebracht.
Volledigheidshalve moet ik er ook bij vermelden dat onder de
veroordeelden ook behoorlijk wat overtreders zaten die met een
bromfiets reden waaraan was gesleuteld en die niet langer conform
de wetgeving was, zodat het voertuig automatisch niet meer was
verzekerd. U kunt alle statistieken terugvinden op de website van de
FOD Justitie.
Wat de vaststelling betreft bij niet-verzekerde voertuigen waarvan de
identiteit van de eigenaar niet is gekend, wordt nagenoeg op dezelfde
manier gewerkt als in de gevallen waarin de identiteit wel is gekend.
Ook dan wordt vermeden dat het niet-verzekerde voertuig nog langer
in het verkeer wordt gebracht door het plaatsen van een wielklem of
door het opvorderen van een takeldienst.
De voertuigen worden gestald bij een takeldienst of in een kostenloze
stalplaats bij een politiedienst of bij het gerecht, voor zover deze over
voldoende plaats beschikken, en in zeldzame gevallen bij de
overtreder zelf, waarbij erover wordt gewaakt dat die het voertuig
onmogelijk in het verkeer kan brengen.
Wanneer daarna de eigenaar kan worden achterhaald, kan hij het
voertuig evenmin terugkrijgen als hij geen geldige verzekering
voorlegt. Indien de eigenaar niet meer kan worden geïdentificeerd,
wordt het voertuig als een achtergelaten voertuig beschouwd en wordt
het ofwel overgedragen aan de ontvanger ofwel aan de gemeente, op
grond van de bepalingen van het gemeentedecreet, gezien de
gemeenten instaan voor de behandeling van de achtergelaten
voorwerpen op hun grondgebied.
propriétaire que si celui-ci peut
produire une assurance valable.
La police ne peut jamais proposer
de transaction. Il s'agit d'une
compétence du juge, tout comme
une éventuelle confiscation du
véhicule non assuré.
En 2005, 26.917 personnes ont
été condamnées par un tribunal de
police parce qu'ils conduisaient un
véhicule non assuré sur la voie
publique. Ce chiffre comprend les
condamnations de propriétaires de
cyclomoteurs trafiqués. Tous les
chiffres se trouvent sur le site
internet du SPF Justice.
Les
véhicules
non
assurés
remorqués sont mis en dépôt
auprès
d'une
société
de
remorquage ou dans une fourrière
gratuite dépendant d'un service de
police ou de la justice.
Lorsqu'on arrive à retrouver le
propriétaire, celui-ci ne peut
récupérer son véhicule que s'il
peut produire une assurance
valable. Lorsque le propriétaire ne
peut être identifié, le véhicule est
remis à la commune.
04.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, u zegt
dat het voertuig pas vrijgegeven mag worden als er een geldige
verzekering kan worden voorgelegd. Ik vraag mij af welk document u
hiermee bedoelt? Bedoelt u de groene verzekeringskaart of bedoelt u
het bewijs van betaling? Mocht het zo zijn dat men genoegen neemt
met het groene document, wil ik toch de raad geven in het vervolg
een bewijs van betaling te vragen. Ik ken makelaars die groene
documenten afleveren voor één maand en ondertussen rijdt men dan
opnieuw een maand rond.
Alleen het bewijs van betaling is echter het volledige bewijs van de
verzekering.
04.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Un véhicule n'est donc
restitué à son propriétaire que
moyennant la présentation d'une
preuve
attestant
qu'il
est
valablement assuré. S'agit-il de ce
qu'on appelle la "carte verte", ou
exige-t-on
une
preuve
de
paiement?
Je
connais
des
courtiers qui délivrent des cartes
vertes d'une durée de validité d'un
mois. Une preuve de paiement est
beaucoup plus fiable.
04.04 Minister Inge Vervotte: Ik zal nagaan of dit inderdaad een
geldige verzekering is. Wij zullen bekijken op welke manier daarop
gepast kan worden gereageerd, indien dat niet het geval zou zijn.
04.04 Inge Vervotte, ministre: Je
ferai vérifier.
L'incident est clos.
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Corinne De Permentier au ministre de la Justice sur "les appels à la haine envers
les juifs diffusés par certaines chaînes de télévision" (n° 2136)</b>
05 Vraag van mevrouw Corinne De Permentier aan de minister van Justitie over "de oproepen tot haat
tegen joden die door sommige televisiezenders worden verspreid" (nr. 2136)
05.01 Corinne De Permentier (MR): Madame la présidente,
madame la ministre, plusieurs journaux flamands tels que
"De Standaard", "Het Volk" ou "Het Nieuwsblad" ont rapporté une
information particulièrement préoccupante. Plusieurs chaînes arabes
peuvent être captées en Belgique par le satellite. En soi, cela ne pose
aucun problème, mais il est tout à fait inacceptable qu'y soient lancés
des appels à la haine envers les juifs et à perpétrer des actes
terroristes à leur encontre.
Bien entendu, la communauté juive est particulièrement choquée. Elle
a d'ailleurs demandé au ministre flamand des Médias, Geert
Bourgeois, de suspendre la diffusion de ces chaînes. Notre arsenal
pénal doit pouvoir réprimer de tels comportements et la diffusion de
tels messages.
Quels sont les moyens d'action dont vous disposez pour lutter contre
ces appels à la haine et à l'agression?
L'article 20 de la loi du 30 juillet 1980 tendant à réprimer certains
actes inspirés par le racisme ou la xénophobie est-il applicable?
Vous êtes-vous concerté avec le ministre flamand des Médias ainsi
qu'avec la ministre de la Communauté française compétente en cette
matière, Mme Laanan?
Comptez-vous user de votre pouvoir d'injonction positive dans le cas
où des poursuites pourraient être intentées?
05.01 Corinne De Permentier
(MR): In verscheidene Vlaamse
kranten stond te lezen dat er op
diverse Arabische satellietzenders
die ook in België ontvangen
kunnen worden, opgeroepen werd
tot haat en tot het plegen van
terreurdaden tegen Joden. Dat
moeten we uiteraard ten stelligste
veroordelen.
De Joodse gemeenschap is
bijzonder geschokt en heeft
Vlaams minister van Media Geert
Bourgeois gevraagd die zenders
tijdelijk uit de ether te halen.
Wat kan u doen om een einde te
maken aan die oproepen tot haat
en agressie?
Is artikel 20 van de wet van 30 juli
1981 tot bestraffing van bepaalde
door
racisme
of
xenofobie
ingegeven
daden
hier
van
toepassing?
Heeft u overleg gepleegd met de
Vlaamse minister van Media en de
bevoegde minister van de Franse
Gemeenschap?
Zal u gebruik maken van uw
positief injunctierecht, indien er
vervolging zou worden ingesteld?
05.02 Inge Vervotte, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, le Centre pour l'égalité des chances et la lutte contre le
racisme peut intervenir sur la base de l'article 3, alinéa 2, 5° de la loi
du 15 février 1993 créant un Centre pour l'égalité des chances et la
lutte contre le racisme.
Il est en effet compétent pour ester en justice pour tous les litiges
dans lesquels il y a violation de la loi du 30 juillet 1981 tendant à
réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie. Les
groupements ou individus juifs confrontés aux émissions en question
peuvent également porter plainte en justice sur la base de la loi du
30 juillet 1981.
En France, une chaîne de télévision arabe qui appelait à la haine et à
la violence a été frappée d'une interdiction d'émettre sous peine
05.02 Minister Inge Vervotte:
Het Centrum voor gelijkheid van
kansen en voor racismebestrijding
kan in rechte optreden naar
aanleiding van elke schending van
de wet van 30 juli 1981 tot
bestraffing van bepaalde door
racisme of xenofobie ingegeven
daden. De Joodse groeperingen of
individuen
die
dergelijke
programma's zien, kunnen ook
een klacht indienen op grond van
die wet.
In België kan een uitzendverbod
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
d'astreinte. C'est également possible en Belgique mais cette question
ne relève pas des attributions du ministre de la Justice. L'article 20, 4°
de la loi du 30 juillet 1981 est éventuellement applicable lorsqu'il y a
incitation à la haine et à la violence à l'égard d'une communauté - l'un
des critères protégés -, l'ascendance ou l'origine ethnique étant
violée. L'incitation doit être de nature à susciter chez des tiers des
sentiments de haine à l'égard de la personne, du groupe ou de la
communauté visée ou de leurs membres.
Montrer explicitement dans des programmes télévisés comment
commettre un attentat contre certaines communautés ne peut être
interprété que comme une incitation à la haine et à la violence.
L'article 444 du Code pénal prévoit que les infractions doivent avoir
lieu en public. Une chaîne de télévision, même par satellite, est
assurément publique, son objectif étant de toucher un maximum de
personnes.
La politique d'octroi des licences aux chaînes de télévision est une
compétence régionale. Les ministres compétents doivent dès lors
prendre les initiatives nécessaires afin d'interdire éventuellement ces
chaînes.
Toutefois des doutes peuvent être émis quant à l'existence
d'instruments efficaces pour lutter de manière appropriée contre la
réception des chaînes par satellite, par des antennes paraboliques
par exemple.
Enfin, vous me demandez si le ministre compte user de son pouvoir
d'injonction positive afin, le cas échéant, de demander au ministère
public d'ouvrir une enquête. Je souhaite attirer votre attention sur le
fait que le droit d'injonction positive est une mesure exceptionnelle
dont il ne faut pas abuser. Le ministère public peut toujours décider
lui-même d'ouvrir une enquête et, comme il a déjà été dit, les
groupements ou les individus eux-mêmes peuvent également porter
plainte, permettant ainsi l'ouverture d'une enquête. Si, à titre
exceptionnel, cela devait toutefois s'avérer nécessaire, le ministre de
la Justice prendra ses responsabilités en la matière et fera ce qui doit
être fait.
worden
opgelegd, maar
die
aangelegenheid valt niet onder de
bevoegdheid van de minister van
Justitie.
Artikel 20, 4° van voormelde wet is
van toepassing wanneer tot haat
of
geweld
jegens
een
gemeenschap wordt aangezet. Die
handeling moet van die aard zijn
dat bij een derde gevoelens van
haat opgewekt worden ten aanzien
van de belaagde persoon, groep of
gemeenschap.
Wanneer wordt getoond hoe een
aanslag kan worden gepleegd op
een bepaalde gemeenschap, moet
dat als het aanzetten tot haat of
geweld worden geïnterpreteerd.
Artikel 444 van het Strafwetboek
bepaalt dat de strafbare feiten in
het
openbaar
moeten
plaatshebben. Dat is het geval
voor een televisie-uitzending, die
een zeer ruim publiek bereikt.
De uitreiking van vergunningen
aan de televisiezenders is een
gemeenschapsbevoegdheid.
De
bevoegde
ministers
kunnen
bepaalde zenders verbieden.
Ik betwijfel echter of er efficiënt
kan worden opgetreden tegen
zenders
die
men
via
schotelantennes ontvangt.
U vraagt me ten slotte of de
minister van plan is gebruik te
maken
van
zijn
positief
injunctierecht om het openbaar
ministerie
te
vragen
een
onderzoek in te stellen. Het
positief injunctierecht is een
uitzonderlijke
maatregel.
Het
openbaar ministerie kan altijd
beslissen een onderzoek in te
stellen en de groeperingen of
individuen kunnen eveneens een
klacht indienen. Zo nodig zou de
minister
van
Justitie
zijn
verantwoordelijkheid opnemen.
05.03 Corinne De Permentier (MR): Madame la ministre, je vous
remercie.
Je ne veux pas vous questionner plus en détail car il est vrai qu'il
05.03 Corinne De Permentier
(MR): Ik zal de evolutie van dit
dossier
nauwlettend
volgen.
Terwijl wij de jeugd sensibiliseren
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
s'agit d'une matière sensible qui relève de votre collègue de la
Justice.
Quant à moi, je resterai vigilante à l'évolution de ce dossier. En effet,
nous essayons de sensibiliser sans cesse davantage la jeunesse à
vivre ensemble. Toutefois, quand on voit certains programmes qui
incitent à la haine, ceux-ci peuvent poser des problèmes dans
l'éducation et dans l'esprit de cette communauté.
J'ai pris bonne note que les personnes doivent prendre contact avec
le Centre pour l'égalité des chances. Néanmoins, vous savez comme
moi que très peu de plaintes aboutissent et que les procédures sont
fort longues.
Je reviendrai si les choses devaient perdurer vers le ministre
Vandeurzen pour voir s'il n'y a pas moyen de mettre en oeuvre, avec
les deux collègues dont vous avez parlé à la Communauté flamande
et la Communauté française qui sont en charge de l'Audiovisuel, des
mesures visant à ce que ces chaînes ne soient plus diffusées en
Belgique.
voor
het
samenleven
van
verschillende bevolkingsgroepen,
zetten
sommige
televisie-
programma's aan tot haat.
Indien
die
uitzendingen niet
ophouden, zal ik contact opnemen
met minister Vandeurzen om,
samen met zijn collega's van de
Vlaamse
en
de
Franse
Gemeenschap, na te gaan hoe het
die zenders kan worden verboden
in België uit te zenden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Ten aanzien van de pas binnengekomen leden zou ik willen zeggen dat de minister van
Justitie momenteel nog bezig is met werkzaamheden in vervanging van de minister van Begroting en dat hij
door minister Vervotte wordt vervangen. Het staat u uiteraard vrij uw vraag uit te stellen tot de minister van
Justitie aanwezig is. Deze namiddag zal hij waarschijnlijk aanwezig zijn.
06 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Justitie over "het vredegerecht van het
kanton Neerpelt-Lommel" (nr. 2059)
06 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de la Justice sur "la justice de paix du canton de
Neerpelt-Lommel" (n° 2059)</b>
06.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik
neem aan dat de antwoorden op de vragen werden voorbereid. Ik zal
mijn vragen dus nu stellen.
De gemeenten Hamont-Achel, Lommel, Peer, Hechtel-Eksel, Neerpelt
en Overpelt vormen samen één gerechtelijk kanton met twee zetels,
namelijk een zetel in Neerpelt en een zetel in Lommel. Het is een heel
groot, gerechtelijk kanton met 102.000 inwoners, dat met dat cijfer het
derde grootste kanton van het land is.
Dat het kanton op het vlak van efficiëntie niet gemakkelijk werkt, is
onmiddellijk duidelijk. Er moeten onder andere twee zittingen worden
georganiseerd en er zijn twee volwaardige griffies.
In 2001 werden in een aantal kantons dubbele zetels opgeheven en
werden een aantal kantons ontdubbeld. Merkwaardig genoeg werd
toen in het kanton Neerpelt-Lommel een tweede zetel geïnstalleerd,
terwijl de beweging eigenlijk was om overal de tweede zetel op te
heffen of de kantons te splitsen.
Mijn vragen aan de minister zijn de volgende.
Wat was destijds de reden voor de afbakening van één kanton met
twee zetels?
06.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Les communes de
Hamont-Achel, de Lommel, de
Peer,
de
Hechtel-Eksel,
de
Neerpelt et d'Overpelt forment
ensemble un canton judiciaire, qui
compte deux sièges: Neerpelt et
Lommel. Il s'agit d'un vaste canton
de 102.000 habitants, soit le
troisième plus grand canton de
notre pays. Cette vaste étendue
entraîne une charge de travail
relativement lourde ainsi que des
problèmes organisationnels, parce
qu'il faut organiser des audiences
à deux endroits.
En 2001, le double siège a été
supprimé dans un certain nombre
de cantons, tandis que certains
cantons ont été entièrement
dédoublés. Pourquoi le canton de
Neerpelt-Lommel
a-t-il
donc
encore deux sièges? Une scission
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Zou eventueel een splitsing van het betrokken, gerechtelijk kanton in
overweging kunnen worden genomen? Ik heb immers begrepen dat
er in het hele land slechts een heel beperkt aantal kantons met
dubbele zetel zijn. Zo ja, binnen welk tijdsperspectief zou de splitsing
kunnen gebeuren?
Zijn de minister ook problemen in andere, dubbele kantons bekend?
Is er alsdan eventueel een algemene herverdeling nodig?
est-elle encore envisagée? Existe-
t-il d'autres cantons doubles? Ne
conviendrait-il
pas,
en
fait,
d'envisager une réorganisation
complète des cantons judiciaires?
06.02 Minister Inge Vervotte: Mevrouw de voorzitter, de kantons van
de vredegerechten werden herzien bij wet van 25 maart 1999
betreffende de hervorming van de gerechtelijke kantons.
De ratio van de hervorming van de gerechtelijke kantons was de
gerechtelijke
kantons
te laten overeenstemmen met
de
gemeentegrenzen, zoals ze werden vastgelegd na de wet van
30 december 1975 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van
17 september 1975 houdende de samenvoeging van gemeenten en
de wijziging van hun grenzen. Voorts werd ook met de
bevolkingsaantallen rekening gehouden.
Voor de bevolkingsaantallen ging de wetgever van een gemiddelde
van 50.000 tot 60.000 inwoners per kanton uit. In samenspraak met
de gerechtelijke autoriteiten werd er toen bewust voor gekozen om
voor een aantal kantons, zoals Dendermonde-Hamme, Mechelen en
Neerpelt-Lommel, het criterium te overschrijden.
Tijdens de voorbereidende werken werd de beslissing als volgt
verwoord. Het gaat hier om kantons die in principe zouden kunnen
worden opgedeeld. Precies de opdeling zou in de betrokken kantons
echter voor problemen zorgen.
De twee bedoelde kantons betreffen stedelijke gebieden met een
verreikende invloedssfeer. Er werd voor geopteerd de kantons niet te
splitsen, doch een toegevoegde rechter aan te stellen naast de
titularis van het kanton.
Voor het arrondissement Hasselt werd ervoor geopteerd om voorlopig
geen bijkomende kantons te creëren. De situatie zal opnieuw worden
bekeken na een eventuele fusie van de gerechtelijke
arrondissementen Tongeren en Hasselt, aangezien op dat moment
andere mogelijkheden ontstaan.
Ondertussen zal de minister van Justitie, middels een of twee
bevoegde vrederechters, de goede rechtsbedeling garanderen.
Voor het kanton Neerpelt-Lommel werd ter compensatie in een
toegevoegde rechter en extrapersoneel voor de griffie voorzien. De
betrokken, toegevoegde rechter werd door de gerechtelijke
autoriteiten van Hasselt aan de kantons Neerpelt-Lommel, Sint-
Truiden en Hasselt II toegewezen.
De wetswijziging trad in 2001 in werking. De nieuwe indeling is dus
van recente datum. Voorlopig is er geen reden om tot een herziening
van de wet over te gaan.
Over de situatie van het kanton Neerpelt-Lommel hebben de
06.02 Inge Vervotte, ministre:
Les cantons des justices de paix
ont été soumis à une révision par
la loi du 25 mars 1999, qui visait à
mettre les cantons judiciaires en
conformité
avec
les
limites
communales tracées après les
fusions de 1975. Il a également
été tenu compte des chiffres de la
population: on s'est basé sur une
moyenne de 50.000 à 60.000
habitants par canton. Pour un
certain nombre de cantons, ce
critère n'a pas été appliqué, par
exemple pour Termonde-Hamme,
Malines et Neerpelt-Lommel. Ces
cantons pourraient en principe être
scindés mais cette scission n'est
pas intervenue pour éviter des
problèmes.
Pour l'heure, aucun arrondis-
sement supplémentaire ne sera
intégré dans l'arrondissement de
Hasselt. Après une fusion éven-
tuelle
des
arrondissements
judiciaires de Tongres et de
Hasselt,
la
situation
sera
réévaluée. Dans l'intervalle, le
ministre de la Justice désignera un
ou
deux
juges
de
paix
supplémentaires
pour
pouvoir
continuer à garantir une bonne
administration
de
la
justice.
L'arrondissement judiciaire de
Hasselt a désigné un juge de
complément pour les cantons de
Neerpelt-Lommel, de Saint-Trond
et de Hasselt. Pour l'heure, il n'est
pas envisagé de modifier cette
situation. Le canton de Neerpelt-
Lommel n'a pas introduit de
demande
de
scission.
Une
scission
éventuelle
ne
peut
intervenir
qu'après
une
modification de la loi.
Pour mesurer la charge de travail,
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
bevoegde diensten nog geen vraag gekregen tot splitsing van het
kanton. Een splitsing kan overigens alleen via een wetswijziging.
Met betrekking tot de werklast kan ik u meedelen dat, naast de
toegevoegde vrederechter in de personeelsformatie van het
vredegerecht, in ieder geval rekening werd gehouden met de
bijzondere situatie van het kanton. Het wettelijke kader van het
personeelsbestand van de griffie bevat vandaag zeven eenheden
aangevuld met een administratieve kracht in overtal naar aanleiding
van het informaticaproject, met name het Mammoetproject. Gelet op
de gemiddelde activiteitsgraad over de jaren 2004-2006 blijkt het
vredegerecht recht te hebben op zes eenheden voor de griffie. Men
kan dus besluiten dat het personeelseffectief hoger ligt en bijgevolg
dat er voldoende rekening is gehouden met de bijzonderheden,
inzonderheid met de opdeling in twee zetels, van dit kanton.
il est tenu compte de la spécificité
du canton. Le cadre légal du greffe
compte
sept
unités
et
un
collaborateur
administratif.
Or
cette justice de paix n'aurait droit
qu'à six unités si l'on se basait sur
le taux moyen d'activité au cours
de la période 2004-2006.
06.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): (...)
Het is heel duidelijk dat de efficiëntie niet verhoogt door elke keer
verplaatsingen te doen en door een aantal zaken dubbel te moeten
doen. Ik heb ook begrepen dat de toegevoegde vrederechter niet
alleen aan dat kanton is toegewezen, maar aan drie of vier kantons.
Hij is dus niet volwaardig in het kanton werkzaam. Ik begrijp natuurlijk
dat niet alles in een, twee, drie kan en dat er blijvende evaluaties
nodig zijn. Een en ander kan gerust kaderen in de werklastmeting.
Nadien kunnen er dan eventueel verdere conclusies worden
getrokken, vanzelfsprekend niet voor een vredegerecht maar voor de
totaliteit, zoals u hebt gezegd.
06.03 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Je maintiens qu'un
double siège ne favorise pas
l'efficacité. Le juge de paix de
complément a été manifestement
attribué à trois ou quatre cantons
et non pas uniquement au canton
de Neerpelt-Lommel.
Il convient à présent d'attendre la
mesure de la charge de travail
dans
les
arrondissements
judiciaires avant de pouvoir tirer
des conclusions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Justitie over "de
rechtsplegingsvergoeding" (nr. 2112)
07 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de la Justice sur "l'indemnité de procédure"
07.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, er
blijken tal van problemen op te duiken bij de concrete toepassing van
de wettelijke bepalingen inzake de rechtsplegingvergoeding. Zowel de
wet van 21 april 2007 als het KB van 26 oktober van het voorbije jaar
gebruikt de begrippen "geschil" en "vordering" immers door elkaar,
waardoor er verwarring is ontstaan over de interpretatie en de
toepassing van beide wettelijke bepalingen. Een en ander heeft
natuurlijk nogal grote gevolgen. We hebben dat vanmorgen nog in de
nieuwsberichten kunnen horen.
Ik heb een aantal concrete voorbeelden opgesomd. Artikel 2 van het
KB zegt dat, met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in
artikel 4 van het besluit, de rechtsplegingvergoeding voor geschillen
die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen,
vastgesteld wordt op grond van de opgegeven tabel. Hieruit zou men
kunnen afleiden dat de waarde van het geschil doorslaggevend is om
het bedrag van de rechtsplegingvergoeding te bepalen. Dat zou
impliceren dat men de waarde van hoofd-, tegen- en
tussenvorderingen die hun grondslag vinden in hetzelfde feit of
07.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Dans la pratique juridique,
l'application de la loi relative à
l'indemnité de procédure pose des
problèmes. Aussi bien la loi du 21
avril 2007 que l'arrêté royal du 26
octobre 2007 utilisent les deux
notions de "demande" et "litige",
ce qui entraîne bien entendu une
confusion dans le cadre de
l'interprétation et de l'application
des deux dispositions légales.
Au vu des dispositions de l'arrêté
royal, l'article 620 du Code
judiciaire ne s'applique pas à la
fixation de la valeur du litige étant
donné qu'il n'est pas fait référence
à cette disposition légale.
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
contract, optelt om de waarde van het geschil te bepalen.
In het volgende lid van artikel 2 van het KB wordt dan echter weer
gesteld dat voor de toepassing van het artikel het bedrag van de
vordering wordt vastgesteld overeenkomstig artikelen 557 tot 562 en
618 van het Gerechtelijk Wetboek in verband met de bepaling van de
bevoegdheid en de aanleg. Even verder kan men dan weer lezen:
"Wanneer het geschil betrekking heeft op de titel van een uitkering tot
onderhoud, wordt in afwijking van artikel 561 van hetzelfde wetboek
het bedrag van de vordering berekend ter bepaling van de
rechtsplegingvergoeding, op basis van het bedrag van de annuïteit of
van twaalfmaandelijkse termijnen". Blijkbaar maakt het KB artikel 620
van het Gerechtelijk Wetboek dus niet toepasselijk bij de bepaling van
de waarde van het geschil, aangezien er niet naar die wetsbepaling
wordt verwezen.
Ook het nieuwe artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek doet
uitschijnen dat men naar het bedrag van elke vordering afzonderlijk
moet kijken, aangezien die bepaling stelt: "Wanneer meerdere
partijen de rechtsplegingvergoeding ten laste van dezelfde in het
ongelijk gestelde partij genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum
het dubbele van de maximale rechtsplegingvergoeding waarop
begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen,
aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen partijen
verdeeld".
Mijn vragen aan de minister zijn de volgende. Het is natuurlijk een
technische materie, maar in de praktijk is het toch wel van groot
belang.
Moeten alle vorderingen ­ hoofdeis, tegenvordering, tussenvordering
­ worden samengeteld om de rechtsplegingvergoeding te bepalen of
niet? Moet men zich baseren op het bedrag van de inleidende
dagvaarding of het uiteindelijk toegekende bedrag om de
rechtsplegingvergoeding te bepalen? Indien het hier bovendien gaat
over een afgewezen eis, moet dan worden berekend wat er zou zijn
toegekend indien de eis niet was afgewezen?
Voorts ­ ik vind dit zeer belangrijk ­ blijkt er een verschil te bestaan
tussen de Nederlandse en de Franstalige versie van artikel 1022 van
het Gerechtelijk Wetboek. Aangezien in de Franstalige versie in het
derde lid na de zinsnede "op verzoek van een van de partijen" een
komma staat, wordt de indruk gewekt dat de rechter op eigen initiatief
de rechtsplegingvergoeding kan verminderen tot het minimumbedrag.
In de Nederlandstalige versie moet een van de partijen dat altijd
vragen. Dat is toch wel van groot belang, omdat in een bepaalde soort
van geschillen burgers zich persoonlijk naar de rechtbank begeven ­
dat is zeker zo bij de vredegerechten ­ en vanzelfsprekend geen
kennis hebben van die procedures. Zij nemen dan ook nooit zelf het
initiatief de vrederechter te vragen de rechtsplegingvergoeding te
verminderen, waardoor die altijd het basisbedrag zou moeten
toekennen.
Ik denk dat het logisch zou zijn indien de vrederechter dat zelf kan
bepalen. Dat zou ook af te leiden zijn uit de Franstalige tekst, maar
niet uit de Nederlandstalige. Ik zou daarover graag duidelijkheid
hebben.
Le nouvel article 1022 du Code
judiciaire donne à penser qu'il
convient
de
prendre
en
considération le montant de
chaque demande distincte. Doit-on
ou non effectuer la somme de
toutes les demandes (principale,
reconventionnelle,
incidente,...)
pour
fixer
l'indemnité
de
procédure? Cette fixation doit-elle
se fonder sur le montant de la
citation introductive d'instance ou
sur le montant qui a été octroyé en
définitive?
S'il
s'agit
d'une
demande rejetée, convient-il de se
baser sur le montant qui aurait été
octroyé si la demande n'avait pas
été rejetée?
Le manque manifeste d'une
virgule dans la version néer-
landaise de l'article 1022 du Code
judiciaire donne lieu à des
interprétations assez diverses. Si
la
version
française
donne
l'impression que le juge peut, de
sa
propre
initiative,
réduire
l'indemnité de procédure au
montant minimum, la version
néerlandaise semble en revanche
suggérer que les parties doivent
toujours en faire la demande.
Quelle est l'interprétation à donner
de cette disposition?
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
07.02 Minister Inge Vervotte: Het koninklijk besluit van
26 oktober 2007
tot
vaststelling van
het
tarief
van
de
rechtsplegingvergoeding, bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk
Wetboek, en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van
de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de
verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de
bijstand van advocaat, roept een aantal vragen op waarop het
geachte lid en andere leden een antwoord zoeken.
Ik ben mij bewust van het feit dat het KB voor verschillende
interpretaties vatbaar is en vragen oproept bij degenen die in de
praktijk het KB moeten toepassen. Vooraleer tot enige wijziging over
te gaan, wil ik de lopende rechtszaken die momenteel hangende zijn
omtrent het KB en de wet van 21 april 2007 betreffende de
verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de
bijstand van advocaat afwachten. Er lopen immers meerdere
vernietigingsberoepen bij de Raad van State tegen het betreffende
KB.
Daarnaast werden verschillende annulatieberoepen ingediend bij het
Grondwettelijk Hof tegen de wet van 21 april 2007, die het systeem
van de rechtsplegingvergoeding wijzigde. Daarenboven wens ik ook
te onderstrepen dat de toelichting die ik nu zal verstrekken, wordt
gegeven onder voorbehoud van de bepalingen van de Grondwet en
de wetten met betrekking tot de uitlegging van wetteksten en de
toepassing ervan. Het is inderdaad enkel aan hoven en rechtbanken
om de regelgevende bepalingen te interpreteren.
Hierbij gaan evenwel enkele denkpistes. Op uw eerste vraag verwijs
ik naar artikel 1, tweede lid van het KB van 26 oktober 2007, waarin
de bedragen van de rechtsplegingvergoeding worden vastgesteld per
aanleg. In de rechtsleer wordt geen duidelijke positie ingenomen over
het in aanmerking nemen van een tegenvordering. Twee stellingen
kunnen naar voren worden gebracht. De eerste stelling is gegrond op
het beginsel van de eenvormigheid van de rechtsplegingvergoeding
per aanleg. Hieruit volgt dat de tussengeschillen die zich in eenzelfde
aanleg voordoen, niet in aanmerking worden genomen. Een
tegenvordering verantwoordt dan ook niet dat een andere
rechtsplegingvergoeding wordt toegekend. Bijgevolg dekt het
forfaitaire bedrag van de vergoeding alle prestaties verricht in het
kader van de aanleg. Die stelling wordt verdedigd door J.F.
van Droogenbroeck en B. Deconinck. Voor meer informatie verwijs ik
u naar het artikel van die auteurs gepubliceerd in het Journal des
tribunaux van 18 januari 2008.
Een tweede, hiervan afwijkende stelling wordt evenwel verdedigd door
andere auteurs, te weten Savoy en Sagaert, in een artikel dat is
gepubliceerd in het Rechtskundig Weekblad van 22 december 2007.
De tegenvordering zou aanleiding kunnen geven tot een afzonderlijke
rechtsplegingvergoeding, die los staat van die welke wordt verleend
op grond van de hoofdvordering. Beide vergoedingen zouden elkaar
op grond van artikel 1017, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek
kunnen compenseren.
De rechtsleer lijkt het daarentegen wel eens te zijn over de vordering
tot tussenkomst. Zij kan aanleiding geven tot een afzonderlijke
rechtsplegingvergoeding, aangezien tussen de partijen een nieuwe
rechtsband tot stand komt. Er moet in die zin worden onderstreept dat
07.02 Inge Vervotte, ministre:
Des recours en annulation sont en
cours, tant à l'encontre de la loi du
21 avril 2007 relative à la
répétibilité des honoraires qu'à
l'encontre de l'arrêté royal du 26
octobre 2007 fixant le tarif des
indemnités de procédure. Nous
devons attendre les résultats de
ces recours.
Il revient exclusivement aux cours
et tribunaux d'interpréter la loi.
C'est en tenant compte de cette
réserve que je voudrais néan-
moins avancer quelques pistes de
réflexion.
Les montants de l'indemnité de
procédure sont fixés, par ressort, à
l'article 1, deuxième alinéa, de
l'arrêté royal. La doctrine n'est pas
unanime sur la question de savoir
si une demande reconventionnelle
doit être prise en considération.
Il y a par contre consensus sur le
fait
que
la
demande
en
intervention peut donner lieu à une
indemnité de procédure séparée,
étant donné qu'un nouveau lien
juridique apparaît entre les parties.
L'article 2 de l'arrêté royal ne se
réfère pas à l'article 620 du Code
judiciaire qui prévoit le cumul des
montants
de
la
demande
principale,
de
la
demande
reconventionnelle
et
de
la
demande en intervention pour la
détermination
du
ressort.
Il
appartient aux cours et tribunaux
de se prononcer à ce sujet.
L'article 2, deuxième alinéa, de
l'arrêté royal se réfère aux
dispositions du Code judiciaire
relatives à la compétence et au
ressort. Il en résulte qu'il convient
de tenir compte du montant
demandé dans les dernières
conclusions.
Il est exact qu'il manque une
virgule dans le texte néerlandais
de l'article 1022 du Code
judiciaire. Cet article doit être
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 niet refereert
aan artikel 620 van het Gerechtelijk Wetboek, dat voorziet in een
samenvoeging van de bedragen van de hoofdvordering, de
tegenvordering en de vordering tot tussenkomst voor bepaling van de
aanleg. Het is natuurlijk aan hoven en rechtbanken om zich daarover
uit te spreken.
Wat uw tweede vraag betreft, wijs ik erop dat artikel 2, tweede lid van
het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 verwijst naar de artikelen
557 tot 562 en 618 van het Gerechtelijk Wetboek, die betrekking
hebben op de bevoegdheid en de aanleg. Het betekent dat de rechter
rekening moet houden met het bedrag bedoeld in de laatste
conclusies. Ook indien het gaat om een afgewezen eis zou de
rechtsplegingvergoeding bijgevolg berekend moeten worden op basis
van wat er zou zijn toegekend indien de eis niet was afgewezen.
Uw derde vraag is zeer pertinent en het antwoord erop heeft
verregaande implicaties. Bij nazicht van de tekst van artikel 1022 van
het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoerd bij de wet van 21 april
2007, blijkt inderdaad dat een komma ontbreekt in de Nederlandse
tekst. Het zijn de hoven en rechtbanken die de bepaling moeten
interpreteren en dus moeten beslissen of een rechter op eigen
initiatief kan overgaan tot een verlaging of verhoging van het
basisbedrag, zonder dat een van de partijen hierom verzoekt. Ik meen
in dat verband dat om billijkheidsredenen artikel 1022 van het
Gerechtelijk Wetboek zou moeten inhouden dat de rechter zelf kan
overgaan tot een vermeerdering of vermindering van de
rechtsplegingvergoedingen, weliswaar binnen de minimum- en
maximumgrenzen die zijn vastgelegd in het KB van 26 oktober 2007.
Anders redeneren zou verregaande en ongewilde consequenties
hebben, met een enorme draagwijdte voor bepaalde partijen in
rechtszaken. Telkens wanneer een partij vergeet een vermindering
van de rechtsplegingvergoeding van de tegenpartij te vragen, zou dan
automatisch het basisbedrag worden toegekend. Zeker in de
geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare
vorderingen,
bedraagt
het
basisbedrag
van
de
rechtsplegingvergoeding dan automatisch 1.200 euro, terwijl het
minimumbedrag 75 euro is. Dat is een wereld van verschil.
In tal van zaken waarin een verliezende partij geregeld in eigen
persoon verschijnt en een vermindering vergeet te vragen, of in zaken
die reeds hangende zijn, maar waarbij de partij niet op eigen initiatief
een vermindering van de RPV heeft gevraagd, zou dus een
basisbedrag van 1.200 euro worden opgelegd. Het KB is immers in
werking getreden op 1 januari 2008. Het is dan ook van toepassing op
hangende zaken.
In die laatste zaken zullen veel partijen niet het eigen initiatief hebben
genomen om de RPV te verlagen of te verhogen, wat bijgevolg
automatisch het basisbedrag tot gevolg zou hebben. Indien uit de
jurisprudentie blijkt dat de hoven en de rechtbanken het artikel 1022
van
het
Gerechtelijk
Wetboek
interpreteren
dat
de
rechtsplegingvergoeding enkel kan worden aangepast op verzoek van
een van de partijen, moet het artikel mijns inziens dan ook worden
gewijzigd.
interprété en ce sens que le juge
peut toujours, de sa propre
initiative, augmenter ou diminuer
l'indemnité de procédure. Tout
autre raisonnement aurait des
conséquences non souhaitées: à
chaque fois qu'une des parties
oublierait de demander
une
diminution de l'indemnité de
procédure de la partie adverse, ce
serait automatiquement le montant
de base qui serait accordé. Dans
les
litiges
concernant
des
demandes non évaluables en
argent, le montant de base de
l'indemnité
de
procédure
s'élèverait alors automatiquement
à 1.200 euros, alors que le
montant minimum s'élève à 75
euros. Ceci vaut aussi pour les
affaires déjà pendantes avant
l'entrée en vigueur de l'arrêté royal
du 1er janvier 2008, celui-ci leur
étant également applicable.
S'il
devait
ressortir
de
la
jurisprudence que les cours et
tribunaux interprètent l'article 1022
du Code judiciaire en ce sens que
l'indemnité de procédure ne peut
être adaptée qu'à la demande de
l'une des parties, il conviendrait à
mon sens de modifier l'article en
question.
07.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik 07.03 Katrien Schryvers (CD&V
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
dank u voor het zeer uitvoerige antwoord. Ik begrijp dat er, wat de
eerste vragen betreft, nog even afwachtend wordt gereageerd,
afhankelijk van de beslissingen die zullen worden genomen naar
aanleiding van de aanvechting van het KB. Ik meen dat het belangrijk
is dat een en ander strikt wordt gevolgd en dat er zo snel mogelijk
duidelijkheid komt.
Wat het laatste betreft, ik meen dat het, zoals u ook hebt
onderstreept, zeer belangrijk is. Misschien moeten wij inderdaad een
wetgevend initiatief overwegen om daarin nu al klaarheid te creëren,
want voor geschillen van beperkte omvang of van niet in geld
waardeerbare geschillen de rechtsplegingvergoeding van 1.200 euro
toch wel zeer verregaand is.
- N-VA): Je comprends qu'en ce
qui concerne mes deux premières
questions on préfère attendre
l'issue du recours en annulation
contre l'arrêté royal. J'espère que
l'on saura rapidement à quoi s'en
tenir.
En ce qui concerne l'article 1022
du Code judiciaire, il conviendrait
peut-être de prendre une initiative
législative afin de clarifier les
choses
le
plus
rapidement
possible. C'est particulièrement
important pour les petits litiges et
pour les actions portant sur une
demande non évaluable en argent.
De voorzitter: Collega's, wij zijn in onze commissie op zoek naar
nuttige technische voorstellen. Ik meen dat een komma invoegen in
een wettekst technisch is en dat daarover toch geen grote politieke
debatten zullen ontstaan, maar men weet nooit in onze commissie.
La présidente: Je ne crois pas
que l'ajout d'une virgule donnera
lieu à d'importantes divergences
de vues politiques mais on ne sait
jamais
au
sein
de
cette
commission.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de afwijzing van de
aansprakelijkheid door de Belgische overheid in de zaak-Dutroux" (nr. 2142)
08 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "le refus par l'État belge d'endosser sa
responsabilité dans l'affaire Dutroux" (n° 2142)</b>
08.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, de
affaire-Dutroux is voor vele mensen al een hele tijd achter de rug
maar ik denk, en ik mag het trouwens hopen, dat niemand ze tot nu
toe vergeten is. In de nasleep van de affaire-Dutroux hebben de
ouders van de verdwenen en vermoorde meisjes een
schadevergoeding gevorderd van de Belgische overheid. Zij
baseerden zich hiervoor op de resultaten van de parlementaire
onderzoekscommissie die destijds verslag heeft uitgebracht over deze
zaak.
Waarom weigert de federale overheid nog steeds om de nodige
conclusies te trekken uit het onderzoek van de parlementaire
onderzoekscommissie op burgerrechtelijk vlak ten aanzien van de
ouders? Ik ben ook benieuwd naar onderhandelingen die zouden
hebben plaatsgehad met het oog op het uitkeren van een
schadevergoeding via een minnelijke regeling, voor zover dat niet al
te vertrouwelijk zou moeten worden behandeld.
Ten slotte, indien er onderhandelingen hebben plaatsgevonden ­ en
dat kan zeker wel in een duidelijk en uitdrukkelijk antwoord worden
gegoten ­ waarom hebben die dan niets opgeleverd? Zijn er geen
onderhandelingen geweest, dan is de vraag of de overheid ooit een
uitnodiging of een aanbod ter zake van de ouders via hun raadsleden
heeft ontvangen. Indien er een aanbod of een uitnodiging is geweest,
waarom is men hier niet op ingegaan en weigert men nog steeds om
08.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Dans le prolongement de
l'affaire Dutroux, les parents des
fillettes assassinées ont entamé
une action en dommages et
intérêts contre l'État belge. Ils se
sont fondés à cet effet sur les
conclusions de la commission
d'enquête parlementaire. Leur
demande a toutefois été rejetée.
Pourquoi l'État fédéral refuse-t-il
de tirer les conclusions de
l'enquête
de
la
commission
Dutroux? Des négociations ont-
elles eu lieu en vue d'un règlement
amiable?
Dans
l'affirmative,
pourquoi n'ont-elles pas abouti?
Pourquoi aucune suite n'a-t-elle
été donnée à une éventuelle
demande ou proposition des
parents?
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
hierop in te gaan?
08.02 Minister Inge Vervotte: Ik lees het antwoord van de minister
van Justitie voor. Ik kan de feiten die aanleiding hebben gegeven tot
de aanleiding van de parlementaire onderzoekscommissie enkel
betreuren, zeker als voormalig lid van deze parlementaire
onderzoekscommissie en nu als minister van Justitie. Samen met de
collega van Binnenlandse Zaken is beslist om het verder verloop van
deze procedure af te wachten. De uitspraak van 19 februari
laatstleden van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel is nog
niet in kracht van gewijsde getreden. De partijen beschikken dus nog
over de mogelijkheid om hoger beroep aan te tekenen. Ik ben van
oordeel dat de procedure volledig dient te worden gevoerd.
Uit de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg besluit ik alvast
dat de rechter van oordeel is dat de aanbeveling van een
parlementaire onderzoekscommissie niet belet dat het de rechter is
die moet beoordelen of er al dan niet fouten werden begaan, wie de
verantwoordelijken zijn en of deze al dan niet in oorzakelijk verband
staan met de geleden schade. De rechtbank is niet gebonden door de
aanbevelingen van een parlementaire onderzoekscommissie. Dat is
de essentie van de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg van
19 februari laatstleden.
Zoals ik reeds heb meegedeeld, heeft de Belgische overheid, dus de
minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie, het
standpunt ingenomen dat de uitspraak van de rechter diende te
worden afgewacht. Mijn voorgangster is evenmin ingegaan op
voorstellen tot minnelijke regeling.
08.02 Inge Vervotte, ministre:
Nous attendons la suite de la
procédure. La décision n'a pas
encore force de chose jugée et les
parents ne peuvent dès lors pas
encore
aller
en
appel.
Fondamentalement, le juge a
estimé qu'il n'est pas lié par les
recommandations d'une commis-
sion d'enquête parlementaire. Lui
seul décide si les autorités ont
commis une faute et s'il existe un
lien de cause à effet entre cette
faute et le dommage. Mon
prédécesseur n'a pas donné suite
aux propositions de règlement
amiable.
08.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, dat is
het nu net, de voorgangster is niet ingegaan op een voorstel tot
minnelijke regeling. Het is de verantwoordelijkheid van elke nieuwe
federale regering en elke nieuwe minister van Justitie om dit dossier
te herbekijken en om te zien hoe zwaar de morele
verantwoordelijkheid van de conclusies van het onderzoeksrapport
van destijds weegt. Die conclusies wegen zeer zwaar door. Het is het
meest markante juridische dossier dat ooit in de geschiedenis van dit
land aan de oppervlakte is gekomen. Het is dus aan de minister van
Justitie, aan de federale regering, om de verantwoordelijkheid op te
nemen.
Ik heb het dan niet over de juridische verantwoordelijkheid, ik weet
ook wel dat een onderzoeksrapport geen bindende bron van recht is.
Er staan echter conclusies in waar men niet omheen kan. Het is een
morele verantwoordelijkheid. Het gaat niet om het geld, het gaat wel
om het principe. Dat zeggen de ouders trouwens zelf. Zij krijgen hun
kinderen er niet mee terug. Het gaat om de symboolwaarde van het
dossier. De minister van Justitie mist volgens mij een kans om een
nieuwe wind te doen waaien op Justitie en om de affaire-Dutroux
eindelijk een besluit te geven waardoor ook de federale overheid, de
regering, de Belgische Staat zelf niet alleen schuld bekent maar ook
haar verantwoordelijkheid neemt. Die wordt echter niet genomen,
men laat het tot een proces komen. Dat is zeer spijtig en zeer
belastend voor justitie en het imago dat men probeert te herstellen
naar aanleiding van al de fouten die er bij justitie destijds zijn
gemaakt. Dit zijn niet de juiste beslissingen, het gaat niet om geld
maar om het principe.
08.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il appartient au nouveau
ministre de rouvrir ce dossier. Si
les conclusions de la commission
d'enquête ne sont pas contrai-
gnantes, en effet, elle ne revêtent
pas moins une grande importance.
Il ne s'agit pas d'une responsa-
bilité juridique au sens strict mais
d'une responsabilité morale. Il est
temps
que
l'État belge
la
reconnaisse. Pour les parents, ce
n'est pas une question d'argent
mais de principe. Un geste des
autorités revêtirait une grande
valeur symbolique. Le fait que les
parents
doivent
à
présent
poursuivre la procédure ternit
l'image de la Justice.
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "de bescherming van de
gezinswoning van de zelfstandige" (nr. 2181)
09 Question de M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "la protection du logement
familial du travailleur indépendant" (n° 2181)</b>
09.01 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de minister, ik had
graag een verduidelijking, omdat de rechtsleer zichzelf wat
tegenspreekt. Het gaat over de vraag of de bestuurder-zaakvoerder of
een andere vennootschapsmandataris van een vennootschap met
volkomen rechtspersoonlijkheid ook de bescherming in de wet van
25 april 2007 kan genieten.
Eerst geef ik een korte duiding over het waarom van mijn vraag.
Vanuit sociaalrechtelijk oogmerk worden die personen in elk geval als
zelfstandigen beschouwd, indien zij niet in een band van
ondergeschiktheid staan. Er was ook een toespraak en een verslag
door de juridisch adviseur bij de Koninklijke Federatie van het
Belgisch Notariaat. Hij stelt dat zij wel van de wet kunnen genieten, op
basis van artikel 77, alinea 3, die eigenlijk een impliciete bevestiging
inhoudt.
U hebt van mij de volledige tekst gekregen, om te weten over welke
paragrafen van het Wetboek van vennootschappen het gaat. Daarin
staat dat de wet geen betrekking heeft op schulden door de
zaakvoerders of bestuurders aangegaan ten gevolge van
aansprakelijkheid wegens zware fouten die tot faillissement van de
vennootschap heeft geleid. A contrario zouden bestuurders en
zaakvoerders wel degelijk bescherming kunnen genieten bij andere
schulden.
Het omgekeerde zou men kunnen afleiden uit de bewoordingen van
artikel 3, §1, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967,
waarnaar wordt verwezen in de artikelen 72 tot 83 van de wet van 25
april.
Graag kreeg ik van u de verduidelijking of de bepalingen van
voornoemde wet ook van toepassing zijn op die mandatarissen?
09.01 Robert Van de Velde
(LDD): La loi du 25 avril 2007 est
l'objet d'une controverse. On ne
peut dire avec certitude si
l'administrateur, le chargé d'affaire
ou un autre mandataire d'une
société possédant la personnalité
morale complète jouit de la même
protection que l'indépendant en ce
qui concerne le logement familial.
En l'absence d'un lien de
subordination, ces personnes sont
considérées au regard du droit
social comme des indépendants.
Peuvent-elles bénéficier de la
même protection?
09.02 Minister Inge Vervotte: Mevrouw de voorzitter, de regels met
betrekking tot de niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van
zelfstandigen werden opgenomen in de wet van 25 april 2007,
houdende diverse bepalingen onder het hoofdstuk Middenstand,
artikelen 72 tot en met 83. Het ware dus interessant geweest ook de
zienswijze van de minister van Middenstand over de materie te
verkrijgen.
Het standpunt dat u in uw vraag naar voren schuift, is trouwens
controversieel. De rechtsleer is hierover blijkbaar verdeeld. Ik verwijs
bijvoorbeeld naar een artikel van Achilles Cuypers in het
Rechtskundig Weekblad van 2007-2008, pagina 130, met als titel "De
niet-beslagbaarheid van de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige." In
dat artikel geeft de auteur een veel beperktere invulling van de
betrokken bepalingen dan degene die u in uw vraag vermeldt.
09.02 Inge Vervotte, ministre:
Les
règles
en
matière
d'insaisissabilité du logement des
indépendants sont définies aux
articles 71 à 83 de la loi du 25
avril 2007. Peut-être M. Van de
Velde pourrait-il s'adresser aussi à
la ministre des Classes Moyennes.
La jurisprudence est partagée sur
la question. Un article publié dans
le
"Rechtskundig
Weekblad"
fournit une interprétation qui n'est
toutefois
que
restreinte.
Il
appartient aux cours et tribunaux
et non au ministre de la Justice
d'interpréter les dispositions et de
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Ten slotte, het is de taak van de hoven en de rechtbanken van het
land de betrokken bepalingen toe te passen en uit te leggen, en niet
van de minister van Justitie.
les appliquer.
09.03 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Die controverse bestaat en is inderdaad zeer
duidelijk. Wij zullen er voort aan werken om ze uit de wereld te
helpen.
09.03 Robert Van de Velde
(LDD): Il existe très manifestement
une controverse sur le sujet. Nous
nous employons à y mettre fin.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de
gerechtsdeurwaarders" (nr. 2206)
10 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "les huissiers de justice"
10.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de minister, door het
Vlaams Centrum Schuldbemiddeling werd een memorandum over
wanpraktijken bij gerechtsdeurwaarders gepubliceerd. De Nationale
Kamer van Gerechtsdeurwaarders is er zich van bewust dat een
minderheid van gerechtsdeurwaarders zich ongestraft schuldig maakt
aan afwijkend gedrag.
De Nationale Kamer zegt machteloos te staan omdat zij slechts over
het ondoelmatig middel van het tuchtrecht beschikt, dat verouderd en
onaangepast zou zijn. De Nationale Kamer zegt daar zelf aan te
hebben willen remediëren en zou meermaals de voormalige minister
van Justitie een aantal oplossingen hebben aangereikt.
Mijn vraag is of de minister van Justitie de intentie heeft daaraan
tegemoet te komen en wetgevend op te treden?
Een tweede punt van kritiek van het Vlaams Centrum
Schuldbemiddeling, mevrouw de minister, is dat de kosten in verband
met een minnelijke invordering weinig transparant zouden zijn. Er
bestaat desbetreffend een controverse. Volgens sommigen zouden
die kosten die door de gerechtsdeurwaarders worden aangerekend bij
minnelijke invordering te rubriceren zijn onder de tarieven die zijn
bepaald in het koninklijk besluit van 30 november 1976. Anderen zijn
dan weer van oordeel dat dit niet het geval zou zijn.
Om eenduidigheid voor de rechtszoekende te bekomen stel ik de
volgende vragen. Kan de minister van Justitie een duidelijk standpunt
innemen? Vallen die kosten wel of niet onder het koninklijk besluit van
30 november 1976? Kan niet worden overwogen die kosten in te
schrijven onder artikel 1018 van het Gerechtelijk Wetboek en ze te
beschouwen als gerechtskosten?
Tot slot, mevrouw de minister, is een ander punt van kritiek de
leesbaarheid van de rechtstaal in de akten. Ter zake werd door de
Nationale Kamer een tweetal jaren geleden een aantal modellen
opgesteld. Die werden aan de vorige minister van Justitie bezorgd. Zij
stelde dat die op haar initiatief zouden worden verspreid. Dat is tot nu
toe niet het geval. Waarom is dat initiatief blijven steken? Heeft de
huidige minister de intentie daar werk van te maken?
10.01 Carina Van Cauter (Open
Vld):
Le
Vlaams
Centrum
Schuldbemiddeling
(centre
flamand pour la médiation de
dettes) a publié un mémorandum
sur les abus commis par certains
huissiers de justice. Une minorité
d'huissiers de justice se rendent
impunément coupables de com-
portements abusifs. La Chambre
nationale des huissiers de justice
est cependant impuissante en
raison d'un droit disciplinaire
inadapté. Elle a soumis une série
de
solutions
au
ministre
précédent. Le ministre va-t-il en
tenir compte?
Une deuxième critique est que les
frais liés au recouvrement amiable
sont peu transparents. Ces frais
entrent-ils
dans
le
champ
d'application de l'arrêté royal du 30
novembre 1976? Ces frais ne
peuvent-ils pas être inscrits en tant
que frais judiciaires dans l'article
1018 du Code judiciaire?
Une
autre
critique
encore
concerne le langage judiciaire
utilisé dans les actes. Il y a deux
ans, la Chambre nationale a
élaboré de nouveaux documents
types qu'elle a soumis au ministre
précédent. Ces documents types
ne sont toutefois pas encore
utilisés. Le ministre actuel a-t-il
l'intention de s'en occuper?
10.02 Minister Inge Vervotte: Uit het antwoord mag men niet afleiden 10.02 Inge Vervotte, ministre: On
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
dat de minister van Justitie het automatisch eens is met de kritiek die
wordt opgeworpen. Zijn antwoord luidt als volgt.
Ik heb op dit ogenblik geen kennis van de praktijken waarnaar u
verwijst. Ook heb ik geen verslag ontvangen van de Nationale Kamer
over deze aangelegenheden. De voorstellen die de Nationale Kamer
van Gerechtsdeurwaarders heeft bezorgd aan mijn voorgangster zijn
zowel mij als mijn diensten onbekend. Ik kan mij daar dus niet over
uitspreken. Ik zal weldra contact hebben met de Nationale Kamer en
vragen mij te informeren.
Voorlopig geldt uiteraard het bestaande tuchtrechtelijke systeem. Als
er
klachten
zijn
over
de
werkwijze
van
bepaalde
gerechtsdeurwaarders verwijs ik naar het tuchtreglement van de
gerechtsdeurwaarders.
De
arrondissementskamers
van
de
gerechtsdeurwaarders moeten in de verschillende arrondissementen
waken over de tucht. Elke partij die een klacht heeft tegen een
gerechtsdeurwaarder wegens afwijkend en niet aanvaardbaar gedrag
of wegens het niet naleven van de wettelijke bepalingen bij de
uitoefening van zijn ambt, kan een klacht indienen bij de voorzitter of
de verslaggever van de raad van de arrondissementskamer waar de
betrokken gerechtsdeurwaarder deel van uitmaakt. De klacht moet
wel schriftelijk worden geformuleerd en uitgaan van de partij die
persoonlijk betrokken is, en door haar eigenhandig zijn ondertekend.
Aan de klacht moeten de stukken die de klacht staven worden
toegevoegd.
Artikel 219 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de Koning het
tarief vaststelt van alle akten van de gerechtsdeurwaarders en van de
vergoedingen voor reiskosten. Het KB van 30 november 1976 tot
vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in
burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen,
is van toepassing op de ambtelijke verrichtingen van de
gerechtsdeurwaarders zoals deze zijn voorgeschreven door de
wettelijke bepalingen in burgerlijke en handelszaken.
In de teksten van de wet en het KB wordt geen onderscheid gemaakt
tussen monopolistische of niet-monopolistische taken. Eigen aan de
minnelijke invordering is dat zij los staat van de gerechtelijke
procedure. Er is geen reden om de kosten van deze werkwijze op te
nemen in een bepaling betreffende de gerechtskosten.
Administratie DG Rechterlijke Organisatie van de FOD Justitie is in de
vorige legislatuur niet geïnformeerd over voorstellen van nieuwe
modellen voor akten van gerechtsdeurwaarders. Uiteraard
onderschrijf ik de inspanningen die de Kamer op dit vlak zou willen
nemen. Ik zal de Kamer daarover eens ondervragen.
ne peut pas déduire de cette
réponse que le ministre de la
Justice
est
automatiquement
d'accord
avec
les
critiques
formulées.
Le ministre n'est pas au courant
des pratiques auxquelles Mme
Van Cauter fait allusion. Il n'a pas
non plus reçu de rapport de la
Chambre nationale. Il n'a aucune
connaissance
non
plus
des
propositions
remises
par
la
Chambre
nationale
à
son
prédécesseur et ne peut donc pas
se prononcer sur ces dernières. Il
prendra prochainement contact
avec la Chambre nationale. Pour
l'instant, le régime disciplinaire
existant
reste
bien
sûr
d'application.
L'article 219 du Code judiciaire
stipule que le Roi fixe le tarif de
tous les actes des huissiers de
justice et des indemnités de
déplacement. L'arrêté royal du 30
novembre 1976 est d'application
sur les actes accomplis par les
huissiers de justice dans l'exercice
de leurs fonctions telles qu'elles
sont
organisées
par
les
dispositions légales en matière
civile et commerciale.
Ni la loi ni l'arrêté royal ne font de
distinction entre tâches mono-
polistiques
et
non
monopo-
listiques. Le propre du recouvre-
ment amiable est qu'il est
indépendant de la procédure
judiciaire. Il n'y a donc pas lieu
d'incorporer le coût de cette
méthode dans une disposition
relative aux frais de justice.
Sous la législature précédente,
l'administration
n'a
pas
été
informée de propositions de
nouveaux modèles pour les actes
d'huissier de justice. Je salue la
volonté de la Chambre nationale
de fournir des efforts sur ce plan.
Je l'interrogerai un jour à ce sujet.
10.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik denk
dat een en ander inmiddels is opgehelderd met betrekking tot de
kosten die verbonden zijn en die door de gerechtsdeurwaarders
10.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): S'agissant des frais que les
huissiers de justice facturent en
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
worden aangerekend bij hun tussenkomsten bij minnelijke
invorderingen. Dat is zeer klaar en duidelijk.
Anderzijds verwondert het mij dat de minister blijkbaar niet op de
hoogte is van zowel het memorandum zoals gepubliceerd door het
Vlaams Centrum Schuldbemiddeling als van de reactie die daarop is
gegeven door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. Ik
noteer dat men contact zal nemen met de Kamer om alsnog werk te
maken van vereenvoudiging en verduidelijking in de akten van
rechtspleging en dat lijkt mij een goede zaak.
cas de recouvrement amiable, les
choses ont été clarifiées. Je
m'étonne que la ministre ne soit
pas informée du mémorandum ni
de la réaction de la Chambre
nationale qu'il a suscitée. Je me
réjouis que la ministre ait
l'intention de se mettre en rapport
avec la Chambre nationale de
façon à rendre les actes de
procédure à la fois plus simples et
plus intelligibles.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Justitie over "het onderzoek naar
de Bende van Nijvel" (nr. 2234)
11 Question de Mme Mia De Schamphelaere au ministre de la Justice sur "l'enquête sur les tueurs du
Brabant" (n° 2234)</b>
11.01 Mia De Schamphelaere (CD&V - N-VA): Mevrouw de
minister, een van de grootste mysteries in de geschiedenis van de
Belgische justitie zijn 28 brutale moorden op burgers, in volle publiek.
Die geraken maar niet opgelost. Het onderzoek loopt reeds jaren. Af
en toe hebben de nabestaanden van de slachtoffers moeilijke
momenten, wanneer er iets in de pers verschijnt, zoals onlangs het
confituurfilmpje waarbij een of andere mogelijke verdachte zou
betrokken zijn. Gisteren was er de zelfmoord van Jean-Claude
Estievenart, die ook ooit werd beschuldigd in verband met de brutale
moorden, maar werd vrijgesproken.
Steeds opnieuw worden de nabestaanden herinnerd aan het niet-
opgelost geraken van de openbare moorden. Dat is in hun leven
zeker een wonde die blijft bestaan. Het is ook mogelijk, blijkens een
ander geval dat nu in de pers naar boven is gekomen over een
andere reeks moorden, dat na 18 jaar toch nog bekentenissen
worden afgelegd.
Mijn vraag aan de minister van Justitie is op dit moment of er nog
middelen worden ingezet in het onderzoek en hoeveel die middelen
bedragen. Hoeveel speurders zijn er nog aan het werk? Worden er
nog nuttige nieuwe sporen ontdekt?
Wij hebben ook gelezen dat er in samenwerking met de universiteit
van Brussel een profilingonderzoek is opgezet, om een echte
profielschets te maken van de mogelijke daders. Hoever staat het
hiermee?
Hoelang is de minister nog van plan om middelen en mensen in te
zetten voor het onderzoek?
11.01 Mia De Schamphelaere
(CD&V - N-VA): Le meurtre
sauvage de 28 citoyens reste l'une
des plus grandes énigmes de
l'histoire de la justice belge,
qu'aucune
enquête
n'a
pu
élucider. Pour les familles des
victimes, le souvenir de cette
terrible épreuve est ravivé à
chaque fois que les médias y font
écho, comme lors de la diffusion
d'un film sur des "ballets roses"
impliquant d'éventuels suspects
ou l'annonce, hier, du suicide de
Jean-Claude
Estievenart.
Cet
homme fut suspecté naguère dans
le cadre des tueries mais il a
finalement été acquitté.
Il est possible, comme cela s'est
avéré dans un autre dossier qui
refait surface dans les médias
aujourd'hui,
que
des
aveux
surviennent dix-huit ans après les
faits.
Des moyens sont-ils encore
alloués à cette enquête et, dans
l'affirmative, de quel montant
s'agit-il
et
de
combien
d'enquêteurs? De nouvelles pistes
utiles
sont-elles
encore
découvertes? Un profilage est
mené avec la collaboration de
l'Université de Bruxelles. Qu'en
est-il? Pendant combien de temps
encore le ministre affectera-t-il des
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
moyens et des effectifs à cette
enquête?
11.02 Minister Inge Vervotte: Mevrouw de voorzitter, het gerechtelijk
onderzoek is nog steeds actief bezig. De aangestelde profiler,
professor Zucker, heeft reeds een eerste verslag ingediend. Het
eerste verslag maakte een validitatie van de werkmethode mogelijk.
Een tweede verslag is ook klaar, maar wordt thans nagekeken met
het oog op de validitatie van buitenlandse politiediensten, in casu het
Amerikaans federaal investigatiebureau FBI. Het tweede verslag zou
binnenkort aan de onderzoeksmagistraten worden overhandigd.
Ik kan u bevestigen dat geen enkele piste of informatie onbehandeld
blijft en dat alles grondig wordt onderzocht.
De procureur-generaal van Bergen bezorgde mij naar aanleiding van
uw vraag meer gedetailleerde informatie betreffende de inhoud van
de lopende onderzoekswerkzaamheden. Ik meen echter dat ik dat
niet mag bekend maken in het belang van het onderzoek.
Het team bestaat uit zes politieambtenaren, waarvan er twee thans
wegens ziekte onbeschikbaar zijn. Zij worden bijgestaan door twee
administratieve medewerkers. Op gerechtelijk niveau is de zaak in
handen van een onderzoeksrechter en een substituut-procureur des
Konings.
Bovendien volgt de procureur-generaal van Bergen ook persoonlijk de
zaak op in het kader van zijn bevoegdheden.
11.02 Inge Vervotte, ministre:
L'enquête judiciaire est toujours
menée
très
activement.
Le
"profiler" qui a été désigné a déjà
remis un premier rapport. Un
deuxième rapport est prêt et est
actuellement vérifié. Il devrait être
transmis
prochainement
aux
magistrats enquêteurs.
Chaque
piste
et
chaque
information sont minutieusement
analysées. Le procureur général
de Mons m'a fourni, à la suite de
votre question, des informations
plus détaillées sur les devoirs
d'enquête en cours. Je considère
toutefois que, dans l'intérêt de
l'enquête, je ne puis les dévoiler.
L'équipe se compose de six
officiers de police, dont deux sont
momentanément en indisponibilité
pour motifs de santé. Deux
collaborateurs administrateurs les
secondent. Au niveau judiciaire,
l'enquête est entre les mains d'un
juge d'instruction et d'un substitut
du procureur du Roi. De plus, le
procureur général de Mons suit
personnellement ce dossier dans
le cadre de ses compétences.
11.03 Mia De Schamphelaere (CD&V - N-VA): Mevrouw de
minister, zijn de twee speurders afwezig wegens een langdurige
ziekte? Worden die dan vervangen? De ingezette middelen moeten
natuurlijk volledig worden benut. Ook de verjaringstermijnen lopen
voort. Het is dus toch belangrijk op volle kracht te blijven speuren.
11.03 Mia De Schamphelaere
(CD&V - N-VA): Les deux
enquêteurs seront-ils absents pour
une
longue
durée et,
dans
l'affirmative, seront-ils remplacés?
Il importe naturellement d'exploiter
à cent pour cent les moyens
alloués,
car
les
délais
de
prescription continuent aussi de
courir.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Justitie over "het vervolgingsbeleid inzake
winkeldiefstallen" (nr. 2246)
12 Question de M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "la politique de poursuites en matière de
vols à l'étalage" (n° 2246)</b>
12.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, uit
berichten van de vzw Preventie en Veiligheid bleek dat het aantal
winkeldiefstallen in België in 2006 tegenover 2005 is gestegen tot
12.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Selon l'asbl Prévention et
Sécurité, on a dénombré en 2006
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
23.000, een stijging van 37%. Ook in 2007 was er een spectaculaire
stijging van het aantal winkeldiefstallen met 30% tegenover 2006 vast
te stellen. Het gaat hier natuurlijk alleen over het aantal aangegeven
winkeldiefstallen. De vzw Preventie en Veiligheid noemt dit een
onrustwekkende stijging en pleit voor meer voorzorgsmaatregelen en
een strenger optreden van het gerecht. Dat brengt ons tot de politiek.
Mevrouw de minister, deze cijfers zijn van de vzw Preventie en
Veiligheid. Worden deze cijfers bevestigd door de cijfers van de politie
zelf? Hebt u enig idee hoe winkeldiefstallen op amper vier jaar tijd zo
explosief kunnen toenemen? Is dit een reëel cijfer, rekening houdend
met de zeer geringe aangiftebereidheid bij onze burgers? De geringe
aangiftebereidheid van winkeldiefstallen blijkt ook uit het zeer gering
succes van de elektronische aangifte, police-on-web. Er werden tot nu
toe slechts een 1.400-tal elektronische aangiftes gedaan. Is het wel
mogelijk om die elektronische aangiften te stimuleren zonder
tezelfdertijd het vervolgingsbeleid aan te scherpen?
Zou u het, gelet op de ongunstige evolutie van het aantal
winkeldiefstallen in ons land en gelet op de vrij zware economische en
psychologische schade die dit, vooral bij zelfstandigen, veroorzaakt,
niet opportuun vinden om het vervolgingsbeleid ter zake aan te
scherpen?
Kan men, ten slotte, voor de sterkst geviseerde markt, de parfum- en
toiletartikelen, voeding en alcohol, niet voor een betere beveiliging
zorgen? Kan men deze zaken bijvoorbeeld niet uitrusten met een
detectiesysteem dat goederen die niet aan de kassa werden
afgeboekt automatisch detecteert? Men zou het systeem bijvoorbeeld
ook fiscaal aantrekkelijk kunnen maken zodat dit een win-winoperatie
wordt voor de zelfstandigen.
23.000 vols en magasin en
Belgique, ce qui représente une
augmentation de 37% par rapport
à 2005. En 2007, on a enregistré
une nouvelle hausse de 30%. Et
encore ne s'agit-il que des vols
déclarés.
L'asbl
réclame
davantage
de
mesures
de
prévention et demande à la
justice de faire preuve d'une plus
grande sévérité.
Les
chiffres
de
la
police
corroborent-ils cette information?
Comment expliquer l'explosion du
nombre de vols en magasin en
quatre ans à peine? La déposition
électronique ne rencontre guère
de succès, ce qui montre bien que
les préjudiciés ne sont guère
enclins à faire une déclaration.
Jusqu'à présent, il n'y a guère eu
que 1.400 dépositions de ce type.
Pourrait-on encourager la déposi-
tion électronique sans renforcer la
politique de poursuite? Le ministre
juge-t-il un tel renforcement
opportun? N'est-il pas possible de
mieux protéger les parfums, les
articles de parfumerie et de
toilette, les denrées alimentaires et
les alcools, qui sont les produits
les plus touchés? Va-t-on instaurer
un régime de déduction fiscale
avantageux pour les systèmes de
détection automatique?
12.02 Minister Inge Vervotte: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Logghe, de cijfers waarnaar u verwijst werden inderdaad uitgebracht
door de vzw Preventie en Veiligheid over de evolutie van de
winkeldiefstallen in België van 2002 tot 2006. Deze organisatie
groepeert de meeste winkelketens in België en heeft recent ook
maatregelen genomen om via de zelfstandigenorganisaties ook
kleinere winkels aansluiting te laten vinden bij haar activiteiten.
De studie bevat dus geen cijfers voor 2007. Uit deze studie blijkt
trouwens niet dat het aantal winkeldiefstallen met een derde zou zijn
gestegen. Dat is wel het geval voor het aantal gestolen goederen.
Wat het aantal winkeldiefstallen betreft, blijkt uit de studie dat er
tussen 2005 en 2006 een stijging van 11,1% is. De studie geeft
trouwens zelf ook aan dat het cijfermateriaal met de grootste
omzichtigheid moet worden geanalyseerd. Talloze factoren hebben
immers een invloed op de registratie van winkeldiefstallen. Zo is de
totale winkeloppervlakte van de aangesloten winkelpunten bij de vzw
Preventie en Veiligheid tussen 2002 en 2006 maar liefst met 30.000
m² gestegen.
De cijfers, meegedeeld door de federale politie, inzake het aantal
12.02 Inge Vervotte, ministre:
L'asbl Prévention et Sécurité a
publié ces chiffres dans un
rapport sur l'évolution des vols en
magasin de 2002 à 2006. Cette
association regroupe la plupart
des
chaînes
de
magasins
présentes en Belgique et a
cherché récemment à s'étendre
aussi aux petits commerces.
L'étude ne comprend pas de
chiffres pour 2007.
L'étude montre que le volume des
marchandises volées a augmenté
d'un tiers. Le nombre de vols en
magasin aurait connu une hausse
de 11% de 2005 à 2006. Il est
toutefois précisé dans l'étude que
ces chiffres sont à onsidérer avec
circonspection. En effet, l'accrois-
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
geregistreerde winkeldiefstallen op nationaal niveau 2000-2006 zijn
de volgende: in 2000, 19.395; in 2001, 18.380; in 2002, 17.289; in
2003, 17.693; in 2004, 18.133; in 2005, 19.111 en in 2006, 19.135. De
cijfers van de politiegegevensbank geven voor deze periode slechts
een stijging van 0,12% aan. Weliswaar gaat het hier alleen over de
geregistreerde criminaliteit. Winkeldiefstal is echter ook een misdrijf
waarvoor de aangiftebereidheid zeer laag ligt.
Diverse onderzoeken tonen ook aan dat het dark number erg hoog is.
Voor het derde punt van uw vraag, namelijk het geringe succes van
de elektronische aangifte, verwijs ik naar mijn antwoord op de
parlementaire vraag van Jan Jambon, over de police-on-web.
De ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken worden door de
belangenorganisaties geregeld aangesproken over de problematiek
van de veiligheid bij zelfstandige ondernemers in het algemeen en
over winkeldiefstallen in het bijzonder.. Op basis van bedoelde
gesprekken ontstond trouwens een structureel overleg binnen het
overlegplatform "Beveiliging zelfstandige ondernemers".
Voor de voornaamste maatregelen verwijs ik naar de kadernota
Integrale Veiligheid, die op 30 maart 2004 door de Ministerraad werd
goedgekeurd
en
waarin
een
integraal
en
geïntegreerd
veiligheidsbeleid werd uitgewerkt.
Specifiek met betrekking tot de veiligheid bij zelfstandige
ondernemers kan onder meer worden verwezen naar initiatieven die
reeds werden genomen in het kader van de aanpak van de
eigendomsmisdrijven
die
onder
meer
door
rondtrekkende
dadergroepen worden gepleegd. Voornoemde initiatieven situeren
zich zowel op het preventieve als op het repressieve vlak, maar ook
op het vlak van de nazorg voor slachtoffers.
Op het preventieve vlak werden reeds belangrijke inspanningen
geleverd, namelijk inzake vorming en ondersteuning van de
technopreventieve adviseurs, die gratis en gericht beveiligingsadvies
geven. Om een gestuurde en efficiënte ondersteuning aan de
technopreventieve adviseurs te verlenen, werd door de FOD
Binnenlandse Zaken een overlegstructuur in het leven geroepen.
De federale regering heeft beslist om een bijkomende, fiscale aftrek
toe te staan aan zelfstandige ondernemers en kmo's die in beveiliging
investeren. De te volgen procedure en de beoogde doelgroep werden
in de omzendbrief van de minister van Binnenlandse Zaken
gedefinieerd.
Het detectiesysteem, waarnaar in het vijfde punt van de vraag wordt
verwezen, bestaat reeds op het terrein en komt in aanmerking voor
voornoemde, fiscale stimuli.
Het overlegplatform "Beveiliging zelfstandige ondernemers" ontwikkelt
een geïntegreerde aanpak van de problematiek van diefstallen,
inbraken en overvallen bij zelfstandige ondernemers. Het berust op
een overleg tussen de publieke en de privésector.
Ook de werkzaamheden van de recent opgestarte Taskforce
Inbraakpreventie kunnen aan de problematiek worden gelinkt. In de
sement de la superficie commer-
ciale totale de 2002 à 2006, qui
représente pas moins de 30.000
m², influe très certainement sur les
chiffres.
Pour la période comprise entre
2000 et 2006, la police fédérale
avance pour les vols en magasin
au niveau national les chiffres
suivants: 19.395, 18.380, 17.289,
17.693, 18.133, 19.111 et 19.135.
De 2005 à 2006, la hausse a donc
été de 0,12%. La propension à
faire une déclaration pour vols en
magasin est évidemment très
faible et il ne s'agit en l'espèce que
des vols déclarés.
En ce qui concerne le peu de
succès rencontré par police-on-
web, je me réfèrerai à la réponse
que j'ai fournie antérieurement à
une question de M. Jan Jambon.
Des
groupements
d'intérêts
interpellent
régulièrement
les
ministres de la Justice et du
Budget à propos des problèmes
de sécurité rencontrés par les
indépendants, ce qui a donné lieu
à une concertation structurée au
sein de la plate-forme de
concertation
Sécurité
des
Indépendants, qui s'emploie à
développer une approche intégrée
des vols, des cambriolages et des
hold-up
à
l'intention
des
indépendants.
Pour les principales mesures, je
renvoie à la note cadre de Sécurité
intégrale, approuvée par le Conseil
des ministres du 30 mars 2004. Je
songe notamment à l'approche
adoptée à l'égard des infractions
relatives à la propriété commises
par
des
bandes
criminelles
itinérantes, ainsi qu'à la formation
de
conseillers
en
techno-
prévention.
Le gouvernement fédéral a décidé
d'accorder aux indépendants et
aux PME une déduction fiscale
supplémentaire
pour
leurs
investissements en matière de
sécurité.
L'ensemble
de
la
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
taskforce wordt een integrale en geïntegreerde aanpak van het
fenomeen inbraak ontwikkeld. Ik denk in dat verband aan de
initiatieven die in het actieplan Heling werden opgenomen, de
oprichting van een databank voor waardevolle gestolen voorwerpen
en de certificering van technopreventief materiaal, waartoe een
labelsysteem wordt uitgewerkt.
Belangrijk is ook dat de informatieflux over dit systeem wordt
verbeterd, zowel op het lokale als het arrondissementele en het
federale niveau. Dit kan worden gerealiseerd via een raamkader dat
ter zake werd ontwikkeld door de federale politie.
Op repressief vlak kan worden verwezen naar de geïntegreerde
aanpak van het fenomeen van de rondtrekkende dadergroepen, die
werd uitgewerkt door het federaal parket en naar de
gemeenschappelijke rondzendbrief van het College van procureurs-
generaal inzake het fenomeen van ramkraken en ook inzake de Oost-
Europese misdaadbendes.
procédure
fait
l'objet
d'une
circulaire du ministre de l'Intérieur.
Le
système
de
détection
mentionné par l'auteur de la
question permet de bénéficier
d'incitants fiscaux.
La taskforce "Prévention des
cambriolages" récemment mise
sur pied développe une approche
du phénomène des cambriolages,
notamment par le biais du plan
d'action "Recel", une banque de
données d'objets de valeur volés,
et de la certification du matériel de
techno-prévention. Il est important
d'améliorer
encore
l'échange
d'informations à ce sujet, ce que
permet le cadre développé à cet
effet par la police fédérale.
Sur
le
plan
répressif,
je
mentionnerai l'approche intégrée
adoptée par le parquet fédéral à
l'égard des bandes criminelles
itinérantes, ainsi que les circulaires
communes
du
Collège
des
procureurs généraux concernant
les attaques à la voiture-bélier et
les bandes criminelles d'Europe
de l'Est.
12.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Ik wens kort te reageren.
Mevrouw de minister, u antwoordde in de plaats van de minister van
Justitie.
Ik neem nota van de preventiemaatregelen, van de fiscale
aftrekbaarheid, van de overlegstructuur enzovoort, maar op het terrein
voel ik dat het zwakke element in de ganse structuur toch wel het
ontbreken van vervolging van heel wat winkeldiefstallen betreft.
Vervolgens, wat police-on-web betreft, heb ik ook al aan minister
Dewael, via een vraag, de opmerking van veel zelfstandigen
meegedeeld, te weten dat police-on-web hopeloos ingewikkeld is, dat
men een drietal sleutels moet ingeven vooraleer men toegang krijgt
tot het aangifteformulier en dat dit voor heel wat zelfstandigen
eigenlijk te omslachtig is. Ik heb aangedrongen op een
vereenvoudiging van het systeem.
12.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'entends dire sur le
terrain
que
l'absence
de
poursuites constitue le maillon
faible du problème.
En ce qui concerne police-on-web,
j'ai déjà attiré l'attention du
ministre Dewael sur le fait que les
indépendants jugent ce système
inutilement long et complexe. Dès
lors, une simplification s'impose.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de M. Denis Ducarme au ministre de la Justice sur "l'enquête judiciaire sur l'incendie
dans la 'Tour des Mésanges' à Mons cinq ans après les faits" (n° 2248)</b>
13 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de minister van Justitie over "het gerechtelijk onderzoek
naar de brand in het flatgebouw 'Tour des Mésanges' te Bergen, 5 jaar na de feiten" (nr. 2248)
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
13.01 Denis Ducarme (MR): Madame le ministre, cette question
était adressée à votre collègue mais j'imagine que vous pourrez me
donner une réponse. C'est un dossier sensible et important.
Il y a cinq ans, dans la nuit du 19 au 20 février, un incendie criminel
faisait sept victimes dans la "Tour des Mésanges" à Mons. Le bilan
est lourd: sept personnes ont péri dans l'incendie, dont un enfant de
dix ans; d'autres victimes, dont des enfants, gardent encore
aujourd'hui des séquelles physiques et psychologiques qui ne
disparaîtront pas.
Ceci n'est pas le lieu pour répondre à la question du déficit flagrant
des pouvoirs publics dans leur mission de l'accompagnement des
victimes mais des réponses devront sans nul doute être fournies à cet
égard.
Par contre et pour ce qui nous concerne, il est rapidement apparu
pendant l'enquête que certaines négligences risqueraient d'être
démontrées dans le chef des pouvoirs publics et désignées comme
l'une des causes de la propagation fulgurante de cet incendie. Le
bâtiment aurait été reconnu dès 1968 comme déficient sur le plan de
la sécurité par les services de la sécurité civile de Mons.
Si je me permets de vous poser aujourd'hui une question sur ce
dossier, c'est qu'il m'apparaît utile de faire le point sur les moyens
mobilisés par la justice pour renforcer l'équipe d'enquêteurs menée
par le juge d'instruction Blondiaux, démarche qui sembla avoir
partiellement fait défaut. Pouvez-vous m'informer des demandes de
renforts formulées par le juge d'instruction Blondiaux et des suites
que le département de la Justice a été en mesure de leur donner?
Alors que le juge d'instruction a rendu ses conclusions au parquet le
8 août 2007, le parquet n'a pas encore pris de réquisitions ni
demandé de devoirs complémentaires. Si nous devons reconnaître
que ce dossier est complexe, difficile, composé d'innombrables
pièces faisant état de responsabilités multiples, il n'en demeure pas
moins que sept mois après la remise des conclusions, cinq ans après
les faits, les victimes attendent avec une impatience légitime que le
dossier soit porté en chambre du conseil. Pouvez-vous nous livrer
aujourd'hui le délai estimé par le parquet pour que le dossier passe
devant la chambre du conseil?
13.01 Denis Ducarme (MR): Dit
is een gevoelig en belangrijk
dossier.
Vijf jaar geleden kwamen bij een
aangestoken brand in de "Tour
des Mésanges" in Bergen zeven
mensen om het leven. Andere
slachtoffers gaan nog altijd gebukt
onder
lichamelijke
en
psychologische letsels. In dat
verband zullen ongetwijfeld nog
antwoorden
moeten
worden
aangereikt.
Het vuur greep snel om zich heen,
en dat zou mogelijk toe te
schrijven zijn aan nalatigheid van
de
overheid,
aangezien
het
gebouw al in 1968 als onveilig
werd bestempeld.
Onderzoeksrechter Blondieau zou
over te weinig onderzoekers
hebben
kunnen
beschikken.
Welke verzoeken om versterking
heeft hij geformuleerd en in welke
mate is het departement Justitie
daarop ingegaan?
De onderzoeksrechter heeft zijn
conclusies op 8 augustus 2007
toegezonden aan het parket, dat
nog niet tot vorderingen is
overgegaan. Kan u ons meedelen
wanneer het dossier volgens de
schatting van het parket voor de
raadkamer zal komen?
13.02 Inge Vervotte, ministre: Madame la présidente, cher collègue,
lors de l'ouverture de l'instruction, l'enquête a été confiée à la police
judiciaire fédérale de Mons.
En raison des nombreuses auditions à effectuer (témoins et
résidents), le juge d'instruction a obtenu un renfort de la police locale
de Mons.
Dix à quinze enquêteurs ont travaillé dans l'enquête durant les
premières semaines. Ensuite, l'enquête a été poursuivie par la police
judiciaire fédérale de Mons. Le nombre d'enquêteurs de ce service de
police affectés à l'instruction s'est vite révélé insuffisant et le magistrat
instructeur a obtenu le détachement de deux enquêteurs de l'Office
central pour la répression de la corruption.
Le juge d'instruction s'est ému du nombre restreint d'enquêteurs et a,
13.02 Minister Inge Vervotte:
Gelet op de vele verhoren die
moesten worden afgenomen, heeft
de onderzoeksrechter versterking
gekregen van de lokale politie van
Bergen.
De eerste weken werkten er tien
tot vijftien rechercheurs mee aan
het onderzoek, waarna het door de
FGP van Bergen werd voortgezet.
Het aantal rechercheurs van die
politiedienst dat met het onderzoek
was
belast,
bleek
al
snel
ontoereikend te zijn en de
onderzoeksmagistraat
zorgde
CRIV 52
COM 117
26/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
à plusieurs reprises, sollicité des renforts sans que la police judiciaire
fédérale n'ait pu, vu son effectif, apporter une réponse suffisante,
selon lui.
L'effectif maximal, mais non permanent, fut de six enquêteurs au
moment le plus crucial de l'enquête. On me signale aussi que
l'instruction a été ralentie durant presque un an en raison de la non-
exécution d'une commission rogatoire en Algérie par les autorités
judiciaires de ce pays.
Durant les derniers mois, le dossier a été consulté par les différentes
parties à la cause. Actuellement, il se trouve chez le juge d'instruction
pour être consulté par une des parties civiles.
En ce qui concerne le temps nécessaire à la rédaction des
réquisitions, le procureur du Roi de Mons a attiré mon attention, suite
à votre question, sur le caractère fort complexe du dossier tant au
niveau de l'examen du résultat des expertises que de la détermination
des responsabilités personnelles des inculpés ainsi que de celles
d'autres personnes éventuellement à déterminer.
ervoor dat er twee rechercheurs
van de Centrale dienst voor de
bestrijding
van
de
corruptie
werden gedetacheerd.
De
onderzoeksrechter
heeft
meermaals versterking gevraagd
zonder echter naar eigen zeggen
een
afdoend
antwoord
te
bekomen.
Voorts liep het onderzoek bijna
een jaar vertraging op wegens de
niet-uitvoering van een rogatoire
commissie naar Algerije door de
gerechtelijke autoriteiten van dat
land.
De voorbije maanden werd het
dossier door de betrokken partijen
geraadpleegd.
Wat de tijd betreft die nodig is voor
het opstellen van de vorderingen,
heeft de procureur des Konings
van
Bergen
mijn
aandacht
gevestigd op de grote complexiteit
van het dossier, zowel inzake de
expertises
als
inzake
het
vaststellen
van
de
aansprakelijkheid.
13.03 Denis Ducarme (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Vous avez relevé ­ c'est là un fait important ­ que la justice n'a pas
été mesure de répondre aux demandes pourtant formulées avec
insistance en apportant le nombre de renforts et d'enquêteurs utiles.
Il est vrai que lorsque l'on fait la comparaison avec un certain nombre
de dossiers comme ceux de Ghislenghien et de Charleroi, on est en
droit de se poser un certain nombre de questions au vu du peu
d'enquêteurs chargés du dossier de la "Tour des Mésanges".
Je vous remercie d'avoir confirmé mes doutes en la matière.
Je sais que ce dossier est complexe. Je constate que, sept mois
après les conclusions du juge d'instruction, nous n'avons toujours pas
eu de signe comme quoi nous allions vers des devoirs
complémentaires ou vers l'audience publique. Vu le temps accordé à
cette enquête, j'espère que ce dossier n'accouchera pas d'une souris
mais qu'il verra l'ensemble des responsabilités multiples, qui datent
d'il y a cinq ans, tout à fait démontrées.
13.03 Denis Ducarme (MR):
Justitie is er dus niet in geslaagd
de gevraagde versterking te
bieden.
Zeven
maanden
nadat
de
onderzoeksrechter zijn conclusies
deponeerde, is het dossier nog
altijd hangende. Ik hoop dat in
allen dele zal worden aangetoond
wie in deze zaak vijf jaar geleden
allemaal
verantwoordelijkheid
droeg.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 11.58 heures.
26/02/2008
CRIV 52
COM 117
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.58 uur.