KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 115
CRIV 52 COM 115
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTERIEURES
woensdag
mercredi
20-02-2008
20-02-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer André Flahaut aan de minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
over
"de
internationale conferentie over het thema
'Ontwikkelingssamenwerking
en
Klimaat'" (nr. 1848)
1
Question de M. André Flahaut au ministre de la
Coopération au développement sur "la conférence
internationale sur le thème 'Coopération au
développement et Climat'" (n° 1848)
1
Sprekers: André Flahaut, Charles Michel,
minister van Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: André Flahaut, Charles Michel,
ministre de la Coopération au développement
Vraag van de heer André Flahaut aan de minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
over
"de
subsidies van het NCOS" (nr. 2062)
2
Question de M. André Flahaut au ministre de la
Coopération au développement sur "les subsides
du CNCD" (n° 2062)
2
Sprekers: André Flahaut, Charles Michel,
minister van Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: André Flahaut, Charles Michel,
ministre de la Coopération au développement
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
over
"tussentijdse EPA's" (nr. 2078)
3
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la
Coopération au développement sur "les APE
intermédiaires" (n° 2078)
3
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van
Ontwikkelingssamenwerking
over
"voorlopige
EPA's" (nr. 2264)
3
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la
Coopération au développement sur "les APE
provisoires" (n° 2264)
3
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Wouter De
Vriendt, Charles Michel
, minister van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Wouter De
Vriendt, Charles Michel
, ministre de la
Coopération au développement
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
over
"mensonterende praktijken in de kampen rond
Goma" (nr. 1909)
8
Question de Mme Rita De Bont au ministre de la
Coopération au développement sur "les pratiques
indignes
dans
les
camps
autour
de
Goma" (n° 1909)
8
Sprekers: Rita De Bont, Charles Michel,
minister van Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Rita De Bont, Charles Michel,
ministre de la Coopération au développement
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
budgetten
van
de
directe
bilaterale
samenwerking" (nr. 2247)
10
Question de M. Dirk Van der Maelen au ministre
de la Coopération au développement sur "les
budgets
de
la
coopération
bilatérale
directe" (n° 2247)
10
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Charles
Michel
,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Charles
Michel
, ministre de la Coopération au
développement
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van
Ontwikkelingssamenwerking over "de laattijdige
betaling van facturen" (nr. 2138)
15
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la
Coopération au développement sur "le paiement
tardif de factures" (n° 2138)
15
- de heer Hendrik Bogaert aan de minister van
Ontwikkelingssamenwerking over "het aantal
onbetaalde facturen in 2007" (nr. 2171)
15
- M. Hendrik Bogaert
au
ministre
de
la
Coopération au développement sur "le nombre de
factures impayées en 2007" (n° 2171)
15
Sprekers: Wouter De Vriendt, Charles
Michel
,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Wouter De Vriendt, Charles
Michel
, ministre de la Coopération au
développement
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
parlementaire zending naar Niger" (nr. 2272)
17
Question de Mme Hilde Vautmans au ministre de
la Coopération au développement sur "la mission
parlementaire au Niger" (n° 2272)
17
Sprekers: Hilde Vautmans, Charles Michel,
minister van Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Hilde Vautmans, Charles Michel,
ministre de la Coopération au développement
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTÉRIEURES
van
WOENSDAG
20
FEBRUARI
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
20
FÉVRIER
2008
Après-midi
______
De behandeling van de vragen interpellaties vangt aan om 14.26 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door mevrouw Hilde Vautmans.
Le développement des questions et interpellations commence à 14.26 heures. La réunion est présidée par
Mme Hilde Vautmans.
01 Question de M. André Flahaut au ministre de la Coopération au développement sur "la conférence
internationale sur le thème 'Coopération au développement et Climat'" (n° 1848)</b>
01 Vraag van de heer André Flahaut aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
internationale conferentie over het thema 'Ontwikkelingssamenwerking en Klimaat'" (nr. 1848)
01.01 André Flahaut (PS): Madame la présidente, le ministre a
annoncé une conférence sur la coopération et le climat. J'interroge le
ministre de la Coopération. J'aurais pu interroger le ministre du
Climat. Je voulais simplement savoir si une concertation avait eu lieu
et connaître l'état d'avancement de la préparation à cette conférence.
01.01 André Flahaut (PS): Werd
overleg
gepleegd
om
de
conferentie over de samenwerking
en het klimaat voor te bereiden?
01.02 Charles Michel, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, je confirme effectivement la décision d'organiser une
conférence sur les liens ente la coopération au développement et le
climat. Elle se tiendra le 7 mars prochain au palais d'Egmont. Cette
conférence aura un caractère international, dès lors que différents
hauts représentants des Nations unies seront amenés à prendre la
parole. Nous entendrons également le témoignage de représentants
de gouvernements de pays partenaires directement concernés par ce
type de considérations.
La motivation essentielle de cette conférence repose sur le constat
dressé par plusieurs institutions internationales. Je pense ainsi à la
Banque mondiale qui a identifié le fait que, potentiellement, un quart
des moyens financiers mobilisés pour la coopération au
développement pouvait, à terme, être mis en péril par les questions
relatives aux changements climatiques, dont on observe, de manière
générale dans les enceintes internationales, que ces liens entre climat
et coopération au développement deviennent de plus en plus
importants.
Dès la réunion préparatoire mise en oeuvre pour organiser cette
conférence, les services de la direction générale de l'Environnement
ont été associés. Il est bien entendu que nous serons attentifs, tant
dans la mise en oeuvre de la conférence que dans le cadre du suivi
qui résultera d'éventuelles conclusions, au fait de travailler de concert
avec les différents départements ministériels concernés et
singulièrement avec mon collègue en charge du climat.
01.02 Minister Charles Michel:
Volgens de Wereldbank kan een
vierde van de financiële middelen
die
aan
ontwikkelingssamenwerking
worden besteed op termijn door
klimaatveranderingen
teniet
worden gedaan. Op 7 maart vindt
in
het
Egmontpaleis
een
internationale conferentie plaats
over
het
verband
tussen
ontwikkelingssamenwerking
en
klimaat.
De algemene directie Leefmilieu
en de Federale Raad voor
Duurzame Ontwikkeling bereiden
mede die conferentie mee voor.
We zullen met de betrokken
ministeriële departementen en
vooral met de minister bevoegd
voor het klimaat samenwerken.
De
administraties
van
Ontwikkelingssamenwerking
en
Leefmilieu coördineren al hun
werkzaamheden met betrekking
tot de specifieke punten inzake het
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Il va de soi qu'un des services à avoir été directement associé, et qui
le sera dans les jours et les semaines qui viennent, est le Conseil
fédéral du développement et du développement durable, censé
mettre en place une logique transversale dans les initiatives mises en
oeuvre.
La coordination entre les deux administrations, Coopération au
développement et Environnement, est également en place pour ce qui
concerne les points particuliers relatifs à la question européenne et la
question internationale.
Europees en het internationaal
beleid.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. André Flahaut au ministre de la Coopération au développement sur "les subsides
du CNCD" (n° 2062)</b>
02 Vraag van de heer André Flahaut aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
subsidies van het NCOS" (nr. 2062)
02.01 André Flahaut (PS): Monsieur le ministre, j'ai eu quelques
contacts avec des organisations et j'aurais souhaité connaître la
répartition des subventions accordées au CNCD entre le Nord et le
Sud du pays. En effet, il apparaît qu'il existe un certain déséquilibre,
ce qui peut arriver et je voudrais simplement savoir s'il est réel. Dans
l'affirmative, quelle est son ampleur? Si cette ampleur est
conséquente, d'où provient-elle? Comment faire pour corriger la
situation?
02.01 André Flahaut (PS):
Worden de subsidies aan de
CNCD ongelijk verdeeld tussen
het noorden en het zuiden van het
land? Zo ja, hoe zal men die
toestand rechttrekken?
02.02 Charles Michel, ministre: Monsieur le président, il est exact
que le service du cofinancement de la DG/CD octroie nettement
moins de subsides au CNCD qu'à la coupole néerlandophone
11.11.11.
En comparant ce qui est comparable et pour la totalité des cinq
années du programme quinquennal, programme 2003-2007, 11.11.11
a bénéficié d'un subside de 8.079.483 euros pour 2.172.749 au
CNCD, ce qui équivaut pour chaque organisation à 85% du montant
total de leurs programmes. Conformément à la réglementation, les
deux organisations ont dû chacune apporter la preuve de leur apport
propre, 15% du coût du programme. Pour 11.11.11, cet apport propre
s'est élevé à 4.205.609 euros et, pour le CNCD, à 383.426 euros.
Les raisons de cette différence de montants de subsides sont les
suivantes.
La réglementation de 1997 prévoyait que les ONG pouvaient
introduire un programme quinquennal et demander le cofinancement
de leur plan d'action annuel pour quatre volets d'activités, à savoir le
financement de partenaires du Sud, l'envoi de coopérants, les
activités d'éducation au développement et, enfin, l'offre de services. Si
11.11.11 a introduit un programme et des plans annuels prévoyant les
quatre volets d'activités, le CNCD, de par le fait de son histoire
personnelle et d'une répartition des tâches avec les ONG membres,
n'aurait demandé le cofinancement que de deux types d'activités, à
savoir l'éducation au développement et l'offre de services.
Je me permets de rappeler que c'est l'ONG elle-même, en vertu de
l'autonomie qui lui est reconnue par l'article 11 de la loi de 1999, qui
02.02 Minister Charles Michel:
De dienst cofinanciering van de
DGOS kent inderdaad minder
subsidies toe aan de CNCD dan
aan
de
Nederlandstalige
koepelorganisatie 11.11.11. Voor
wat
bijvoorbeeld
het
vijfjarenprogramma
2003-2007
betreft, kon 11.11.11 rekenen op
8.079.483 euro terwijl de CNCD
slechts 2.172.749 euro ontving.
Voor elk van de organisaties komt
dat neer op 85 procent van het
totale
bedrag
van
hun
programma's. Beide organisaties
hebben het bewijs van hun eigen
inbreng moeten leveren, met
name vijftien procent van de
kostprijs van het programma.
De ngo's konden voor vier soorten
activiteiten cofinanciering vragen.
Waar 11.11.11 jaarplannen voor
die
vier
categorieën
heeft
ingediend, heeft de CNCD voor
slechts
twee
categorieën
cofinanciering gevraagd.
Het vijfjarenprogramma 2003-
2007 van 11.11.11 had betrekking
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
détermine l'ampleur du programme qu'elle souhaite voir cofinancer.
Il est aussi important de savoir que le programme quinquennal 2003-
2007 présenté par 11.11.11 concernait trois ONG formant un
consortium, à savoir 11.11.11, VODO et Wereldmediahuis, alors que
le programme du CNCD ne concernait que le seul CNCD.
J'attire également l'attention sur le fait que les critères d'appréciation
et d'octroi des subsides sont identiques pour les deux organisations.
En synthèse, il appartient, le cas échéant, au CNCD de formuler des
propositions en adéquation avec ce que je viens de mettre en
évidence.
op drie ngo's die een consortium
vormen, terwijl dat van de CNCD
alleen de koepel zelf betrof.
De criteria voor de toekenning van
subsidies zijn dezelfde voor beide
organisaties.
Het is aan de CNCD om
voorstellen te doen die stroken
met de regeling die ik heb
uiteengezet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "tussentijdse
EPA's" (nr. 2078)
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "voorlopige EPA's"
(nr. 2264)
03 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Coopération au développement sur "les APE
intermédiaires" (n° 2078)<br>- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Coopération au développement sur "les APE provisoires"
(n° 2264)</b>
03.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter, ik
heb de vraag omstandig geformuleerd en ik neem de vrijheid om dat
niet helemaal te lezen. Voor het verslag zal ik misschien de vragen
lezen, zodat die in het verslag van de vergadering worden
opgenomen.
Ten eerste, hoe evalueert de minister de tussentijdse EPA's?
Ten tweede, hoe oordeelt de minister over het feit dat de Europese
Commissie de druk opvoerde ten opzichte van de ACP-landen om
een
akkoord
te
tekenen,
terwijl
voorlegging
aan
de
Wereldhandelsorganisatie nog een aantal weken, zoniet maanden,
zal duren? Met andere woorden, was de deadline niet meer dan een
onderhandelingsargument dat de Europese Commissie heeft
gehanteerd om haar eigen agenda door te drukken?
Ten derde, gezien het feit dat de tussentijdse akkoorden nog niet
werden ondertekend, wat is dan het standpunt van België ten opzichte
van een mogelijke herziening van de tussentijdse akkoorden?
Ten vierde, wat vindt de minister van het standpunt om te wachten
met het ondertekenen van deze tussentijdse akkoorden, tot de
verschillende instituten naar buiten zijn gekomen met een evaluatie?
Ten vijfde, niet alle ACP-landen kregen een even gunstige
tussentijdse EPA. Verscheidene ACP-landen vragen nu om een
herziening van de akkoorden, waarbij het meest gunstige akkoord
model zou moeten staan voor alle landen. Wat is het Belgische
standpunt ten opzichte van die vraag vanwege de ACP-landen?
03.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Comment le ministre
évalue-t-il
les
accords
intermédiaires
de
partenariat
économique (APE)?
La Commission européenne a
exercé des pressions sur les pays
ACP pour qu'ils signent un accord,
alors qu'il faudra peut-être encore
patienter durant des mois avant
que l'Organisation mondiale du
Commerce se penche sur le texte.
Cette attitude de la Commission
ne visait-elle pas uniquement à
imposer ses propres priorités?
Quelle est la position de la
Belgique face à ces accords
intermédiaires qui n'ont pas
encore été signés et pourraient
encore être modifiés? La signature
ne doit-elle pas être retardée
jusqu'à ce que les différents
instituts
aient
rendu
leur
évaluation?
Les APE intermédiaires n'étant
pas aussi intéressants pour tous
les pays ACP, certains demandent
à présent que tous les accords
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Ten zesde heb ik een vraag met betrekking tot de regionale integratie
en de falende origineregels. Cumulatie van origine is niet altijd
mogelijk, maar gaat dat juist niet in tegen onze wens voor meer
regionale integratie? De Commissie beloofde al in 2005 om een
coherent systeem op te stellen, maar kwam nog niet tot resultaten.
Wat is het Belgisch standpunt in deze?
Ten slotte en ten zevende, hoe zullen de Belgische douanediensten
de nieuwe, tijdelijke origineregels toepassen? Werd er informatie
verspreid aan de economische operatoren?
soient
alignés
sur
le
plus
avantageux. Quelle est la position
de la Belgique à cet égard, ainsi
qu'en ce qui concerne l'intégration
régionale et l'échec des règles
d'origine? Comment la douane
belge va-t-elle appliquer ces
nouvelles
règles
d'origine
provisoires? A-t-on diffusé des
informations en la matière?
03.02 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, ik
heb slechts een brede vraag. Als u mij toestaat, zou ik toch graag de
toelichting daarbij voorlezen.
Mijnheer de minister, op 31 december 2007 liep de formele
einddatum af van de onderhandelingen tussen de Europese Unie en
de ACP-landen voor de EPA's. Slechts een ACP-regio, de Caraïben,
heeft de einddatum gehaald. Twintig landen initieerden een akkoord
over de liberalisering van de goederenhandel met de EU en
eenenveertig landen bereikten geen enkele overeenkomst. Dat is een
mager resultaat en dat kondigde zich al een aantal maanden geleden
aan. Toch weigerde de EU uitstel te verlenen of alternatieven aan te
reiken.
Pas in oktober stelde de Commissie voor om een groot deel van haar
EPA-agenda uit te stellen en zich te concentreren op het verkrijgen
van de zogenaamde voorlopige EPA's, die enkel zouden gaan over de
afschaffing van de douanetarieven voor handel en goederen. De
goederenakkoorden werden de laatste weken van 2007 in hoog
tempo opgesteld door de Commissie en vervolgens vrijwel als te
nemen of te laten voorgelegd aan de ACP-landen. Dergelijke
"akkoorden" werden met twintig ACP-landen bereikt en dragen de
sporen van een overhaaste aanpak.
De analyse toont bovendien aan dat de Commissie zich zeer weinig
soepel heeft opgesteld en dat de belangen van de ACP-landen slecht
werden verdedigd. Bovendien hebben de akkoorden de regionale
integratieprocessen onder de ACP-landen ernstig verstoord. Het zijn
allesbehalve de ontwikkelingsinstrumenten die zij behoren te zijn. Als
dusdanig zijn zij ook in tegenspraak met de jongste resolutie van
Ecolo/Groen! over de EPA's, die door de Kamer werd goedgekeurd.
De interim-akkoorden vragen een verregaande afschaffing van de
invoertaksen en uitvoerbeperkingen van de ACP-landen. Ze bevatten
geen afdoende vrijwaringsmaatregelen, de zogenaamde safeguards,
noch voor de beginnende industrie, noch voor de voedselzekerheid.
Er zijn geen adequate clausules om de akkoorden te herzien of te
harmoniseren op regionaal niveau. Ze leggen wel de verplichting op
om dit jaar nog bijkomende engagementen aan te gaan. De teksten
bevatten slechts vage bewoordingen over samenwerking en de
mogelijke evaluatie van de impact.
De
Europese Unie van haar
zijde
heeft
haar eigen
vrijwaringsclausules verscherpt en maakt geen vermelding van de
afschaffing van haar exportsubsidies of beperkt die tot de producten
waarvoor de ACP-landen hun invoerrechten afschaffen. De
akkoorden zijn op dit ogenblik slechts geïnitieerd, dus geparafeerd
03.02 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Une seule région ACP, à
savoir les Caraïbes, a réussi à
respecter
l'échéance
du
31
décembre 2007 fixée pour la
clôture des négociations entre l'UE
et les pays ACP. Si 20 pays ont
initié un accord relatif à la
libéralisation du commerce de
biens avec l'UE, 41 pays n'ont pas
pu concrétiser le moindre accord.
Ce piètre résultat se dessinait déjà
depuis des mois, mais l'UE a
refusé d'accorder un report des
échéances. Il a fallu attendre le
mois d'octobre pour que la
Commission propose de différer
une grande partie des sujets de
négociation et de se concentrer
sur des APE intermédiaires visant
exclusivement à supprimer les
tarifs douaniers.
La Commission européenne a
rédigé ces accords sur les
marchandises
à
un
rythme
soutenu tout au long des dernières
semaines de 2007 avant de les
soumettre aux pays ACP. Vingt
accords ont ainsi été obtenus à la
hâte. La Commission a adopté
une attitude rigide et les intérêts
des pays ACP ont été mal
défendus. De plus, ces accords
ont mis à mal les processus
d'intégration régionaux entre les
pays ACP. Ils ne constituent
nullement
les
outils
de
développement qu'ils auraient dû
représenter et sont contraires aux
principes
énoncés
dans
la
résolution
que
nous
avons
récemment
déposée
à
la
Chambre.
Ces accords visent dans une large
mesure la suppression de taxes à
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
door de onderhandelaars, maar nog niet ondertekend.
Dat is dus nog niet formeel goedgekeurd door de betrokken
regeringen of de Europese Raad. Wij willen u vragen om die
beslissingsprocedure stop te zetten en bij de Belgische regering en de
Europese Unie aan te dringen op een grondige evaluatie en
herziening van de akkoorden, in de zin die ik zonet heb beschreven.
l'importation et de restrictions
d'exportation appliquées par les
pays ACP et ne comprennent
aucune
mesure
efficace
de
sauvegarde
de
l'industrie
émergente ni de la sécurité
alimentaire. L'UE a cependant
renforcé ses propres clauses de
sauvegarde. L'Union ne mentionne
pas la suppression de ses
subventions à l'exportation ou
limite cette mesure aux produits
pour lesquels les pays ACP ont
supprimé
leurs
droits
d'importation.
Cette décision n'a pas encore été
approuvée par les gouvernements
concernés ou le Conseil européen.
Nous demandons au ministre
d'interrompre
la
procédure
décisionnelle et d'insister auprès
du gouvernement et de l'Union
européenne
pour
qu'une
évaluation
approfondie
soit
réalisée et pour que les accords
soient revus.
03.03 Minister Charles Michel: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De
Vriendt, zoals u zeer terecht zegt, verviel eind 2007 de WTO-waver
voor de preferentiële markttoegang tot de Europese Unie van een
aantal Afrikaanse, Caribische en Stille Zuidzeelanden, vastgelegd in
het Cotonou-akkoord. De economische partnerschapsakkoorden zijn
een kans voor ontwikkelingslanden om een eigen handelsbeleid uit te
bouwen dat steunt op regionale integratie en ontwikkeling. Met het
ontwikkelingsgedeelte van de EPA's zet de Europese Unie een
belangrijke stap op het vlak van coherentie tussen beleidsdomeinen.
Ik zou eraan willen toevoegen dat de eenzijdige preferentiële toegang
voor de ACS-landen niet veel vruchten heeft afgeworpen op
handelsvlak. Ondanks dat preferentiële regime is de positie van de
ACS, en Afrika in het bijzonder, marginaal gebleven in de
wereldhandel, dit in tegenstelling tot sommige Aziatische landen die
een veel minder gunstige preferentiële toegang tot de EU-markt
hadden. De oplossing van interim-handelsakkoorden was niet ideaal,
maar wel noodzakelijk om een aantal ACS-landen voldoende toegang
te garanderen tot de EU-markt en zo handelstoringen te vermijden.
In 2002 gaf de Raad de Europese Commissie de opdracht tot het
onderhandelen van brede en regionale akkoorden. Breed wil zeggen
dat
er
tevens
over
diensten,
investeringen,
ontwikkelingssamenwerking en zaken wordt gepraat. België vindt het
wenselijk dat die aspecten in de onderhandelingen aan bod komen
om het ontwikkelingspotentieel ervan te kunnen garanderen.
Daarnaast is regionale integratie voor België prioritair. Vandaag is het
aandeel van de handel tussen de ACS-landen en de EU 30% van de
handel van de ACS-landen. De onderlinge handel in de ACS-regio's
03.03 Charles Michel, ministre:
Fin 2007, l'accès préférentiel au
marché de l'Union européenne
pour plusieurs pays d'Afrique, des
Caraïbes et du Pacifique (pays
ACP) arrivait en effet à échéance.
Les
accords
de
partenariat
économique (APE) permettent aux
pays en voie de développement
d'élaborer leur propre politique
commerciale
basée
sur
l'intégration et le développement
régionaux. Par le biais du chapitre
développement des APE, l'Union
européenne contribue à une
meilleure
cohérence
entre
différents
domaines
de
compétences.
L'accès
préférentiel
unilatéral
accordé aux pays ACP ne leur a
pas
prodigué
beaucoup
d'avantages commerciaux puisque
leur position est restée marginale
à l'échelle du commerce mondial.
En 2002, le Conseil a chargé la
Commission
européenne
de
négocier des accords de grande
ampleur en matière de services,
d'investissements, de coopération
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
bedraagt slechts 10%. België wil erover waken dat het door de EPA-
onderhandelingen gecreëerd regionaal potentieel niet verloren gaat
en dat erop kan worden voortgebouwd.
De
formele
notificatie
van
de
akkoorden
bij
de
Wereldhandelsorganisatie zal inderdaad pas na ondertekening
gebeuren. Voor de officiële notificatie zal de Europese Commissie de
inhoud van de akkoorden bilateraal informeel meedelen. De interim-
akkoorden worden op dit moment technisch getoiletteerd en vertaald.
Het is echter niet de bedoeling aan de grond van de akkoorden te
raken. De interim-akkoorden zullen op termijn wel worden vervangen
door brede en regionale akkoorden. De ACS-landen kunnen zich op
dat proces concentreren om een aantal van hun wensen te laten
opnemen.
Ons
land
zal
er
ook
over
waken
dat
degelijke
opvolgingsmechanismes worden uitgewerkt, die de uitvoering van
akkoorden op de economie van de ACS, Afrika, Caraïben en de Stille
Zuidzee, opmeten. Het is belangrijk om de interim-akkoorden zo vlug
mogelijk te ondertekenen om de juridische situatie op WHO-vlak te
consolideren.
Cumulatie tussen de verschillende regimes is vandaag inderdaad
beperkt. De Commissie is zich bewust van dat probleem en zoekt
naar oplossingen. Het reglement dat vandaag de ACS-landen die een
interim-akkoord tekenden, toegang tot de markt verschaft, maakt
cumulatie met de ACS-landen die onder een ander regime
exporteren, moeilijk. Ik wil er echter op wijzen dat de EPA's een
gevoelige versoepeling inhouden van de bestaande origineregels,
meer bepaald op het vlak van textiel, visserij en eventueel cumulatie
met naburige ontwikkelingslanden. De Europese Commissie en de
lidstaten werken aan een bredere oefening van harmonisatie van
origineregels. Die stelt een vereenvoudiging van het systeem voorop
en moet de regels ontwikkelingsvriendelijker maken.
Naast de publicaties in het officiële blad van de Europese Unie is er
de website TARIC, de online douanedatabase van de Commissie, die
elke dag geüpdatet wordt. De website is een tool voor zowel onze
douane als voor de importerende bedrijven. Op Belgisch niveau wordt
tevens een omzendbrief voorbereid door de centrale dienst Douane
en Accijnzen van de federale overheidsdienst Financiën. Die zal
worden gericht aan de douanediensten en de bedrijfswereld.
au développement et de conclure
des accords régionaux.
La Belgique estime que ces
éléments sont souhaitables dans
le
cadre
des
négociations.
L'intégration régionale est par
ailleurs prioritaire pour la Belgique.
À l'heure actuelle, 30% des
résultats commerciaux des pays
ACP sont le fruit d'échanges entre
ces pays et l'Union européenne
alors que le commerce interne
entre les pays ACP ne représente
que 10 %. La Belgique veut que ce
potentiel régional soit davantage
pris en considération.
Les accords conclus à l'OMC ne
seront
en
effet
notifiés
formellement
qu'après
la
signature.
Les
accords
intérimaires
sont
en
cours
d'adaptation et de traduction pour
l'instant mais il n'y a aucune
adaptation sur le fond. Ces
accords seront remplacés à terme
par les accords de grande ampleur
et régionaux. La Belgique veillera
également au développement de
mécanismes de suivi efficaces. La
Commission est consciente de la
compatibilité limitée des différents
régimes d'exportation et recherche
des solutions. La réglementation
existante
est
toutefois
sensiblement assouplie dans le
cadre des APE. La Commission
européenne et les États membres
préparent un système plus simple
et plus convivial.
Outre les publications au "Journal
officiel de l'Union européenne", il
existe également le site internet
"taric", la banque de données des
douanes
en
ligne
de
la
Commission. Au niveau belge, le
service central des Douanes et
Accises du SPF Finances prépare
également une circulaire.
03.04 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Ik dank de minister voor zijn
antwoord. Ik zal het eens rustig lezen en eens goed bestuderen, want
het is geen eenvoudige problematiek.
Toch wil ik in de repliek een aantal opmerkingen meegeven. Ten
eerste betreur ik het feit dat men daar zo druk op heeft gezet. Voor
03.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Je déplore qu'une
telle pression ait été exercée sur
les pays concernés, vu l'état
d'avancement du développement
de leurs administrations. Je ne
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
die landen, gelet op de stand van ontwikkeling van hun administraties
en zo meer, was het echt bijzonder hinderlijk dat het allemaal zo snel
moest verlopen. Het verwondert mij dan ook niet dat zij daarin niet zijn
gelukt. Sommige van die landen zijn beter gestructureerd en zijn er
wel in gelukt.
Ik betreur ook het feit dat de Europese Unie zo snel heeft toegegeven
aan de druk in verband met de klacht inzake het bananenregime. De
druk was volgens mij ook echt niet nodig, want de Doharonde zijn we
kwijtgespeeld. Nu er in de Verenigde Staten een nieuw regime komt,
verwacht ik dat de fasttrackprocedure in het gedrang komt. Ik vind
persoonlijk dat men vanuit Europa een vals argument heeft gebruikt
om druk te zetten op al die ontwikkelingslanden door hen te
verplichten om te komen tot akkoorden die hun belangen echt niet
dienen.
Wat betreft de origineregels betreur ik ook het feit dat de regels die nu
worden toegepast geen regionale cumulatie toelaten. Ik vrees dat het
gebrek aan cumulatieregels bijzonder handelverstorend en in het
nadeel van die landen zal werken.
Wat betreft het vervolg van de onderhandelingen, ik neem nota van
de intentie van Europa en onze regering om diensten in dat soort van
voorlopige EPA-akkoorden te betrekken. Ik betreur dat ten zeerste.
De akkoorden moeten in overeenstemming zijn met de GATT's. Zoals
akkoorden voor de goederen in overeenstemming moeten zijn met
GATT, moeten ook akkoorden die Europa apart zal sluiten met die
landen over diensten, in overeenstemming zijn met GATT. Ik vind dat
wij daar met Europa beter niet aan beginnen. In het belang van die
ontwikkelingslanden zouden wij die discussies beter op een hoger,
multilateraal niveau laten verlopen.
Ik zou er bij onze regering op willen aandringen om dat signaal te
geven aan de Europese Unie. Op Europees vlak zouden wij beter
geen EPA's over diensten met die ontwikkelingslanden beginnen te
sluiten.
suis dès lors pas étonné que
certains de ces pays n'aient pas
réussi à atteindre l'objectif.
Je déplore également que l'Union
européenne ait cédé si vite à la
pression concernant le régime des
bananes. Avec l'installation d'un
nouveau gouvernement aux États-
Unis, je prévoie que la procédure
"fast track" sera menacée. Sous
cette pression, les pays en voie de
développement ont conclu des
accords qui ne servent vraiment
pas leurs intérêts.
Je regrette en outre que les
actuelles règles relatives à l'origine
ne permettent aucun cumul
régional, ce qui, à mon estime,
perturbe
le
marché
et
désavantagera complètement les
pays concernés.
Je signale également que l'Europe
a l'intention d'impliquer le secteur
des services dans ce type accords
APE provisoires. J'estime que
cette démarche ne servira pas les
intérêts de ces pays en voie de
développement. Il serait largement
préférable
de
mener
ces
discussions
à
un
niveau
multilatéral plus élevé.
03.05 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, dank
u voor uw antwoord. Ik wil u toch wijzen op de manier waarop die
tussentijdse akkoorden tot stand zijn gekomen. Een en ander heeft
zich natuurlijk afgespeeld voor u minister was. De Europese Unie
heeft in de loop van de maand december, toen de deadline er zat aan
te komen, chantage gepleegd. Zij heeft gedreigd de invoertaksen
vanaf 1 januari 2008 te verhogen voor alle ACP-landen die de
tussentijdse EPA's niet zouden ondertekenen.
Het fundamentele probleem is dat men dan met een ongelijkheid zit.
De ACP-landen worden verplicht invoer te laten, bijna zonder
beperkingen, terwijl aan de landen van de Europese Unie wordt
gezegd dat zij kunnen uitvoeren, gesteund, gesubsidieerd. Dat is dus
een dubbele ongelijkheid die opgelegd aan de ACP-landen.
Wat hun invoer betreft, verbinden die landen zich ertoe tot 97% van
de invoer uit Europa te liberaliseren binnen 10 tot 15 jaar. 97% van de
invoer, dat is bijna de totale invoer die geliberaliseerd moet worden!
De invoertaksen moeten vanaf de eerste dag van implementatie
bevroren worden.
03.05 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): En décembre, l'Union
européenne
a
menacé
d'augmenter, à partir du 1er
janvier
2008,
les
taxes
d'importation de tous les pays
ACP qui ne signeraient pas les
APE
intérimaires
tout
en
continuant à subventionner les
exportations des pays de l'Union
européenne. Les pays ACP sont
obligés de libéraliser 97% des
importations en provenance de
l'Europe, mais du côté des
exportations, les subsides UE sur
les produits libéralisés ne sont pas
supprimés. Cette situation serait
liée pour ces pays à des pertes
structurelles, même si le ministre
devait arriver au 0,7% d'aide au
développement prévu.
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Wat de uitvoer betreft, worden de EU-subsidies niet afgeschaft voor
de producten die door de ACP-landen worden geliberaliseerd. Er is
dus een ongelijke behandeling, zowel wat de invoer als wat de uitvoer
betreft.
U hebt eerder al gezegd dat u de intentie hebt de ontwikkelingshulp te
doen stijgen ­ ik meen dat dat goed is ­ in de richting van 0,7%. Als
die 0,7% behaald wordt, terwijl de handelsregeling voor de ACP-
landen zodanig gestructureerd wordt dat die landen structureel verlies
lijden, met andere woorden terwijl op het structureel niveau, het
handelsniveau, een reglementering wordt uitgewerkt die die landen
kwetst en die die landen economisch op een structurele manier
beschadigt, vraag ik mij wat de zin is van de verhoging van het
ontwikkelingsbudget.
Als in de toekomst ook voor diensten dezelfde logica wordt toegepast,
meen ik dat het er niet goed uitziet. Ik geloof in uw intenties, dat u
komaf wil maken met de daling van de middelen voor de
ontwikkelingssamenwerking die zich de jongste jaren heeft
voorgedaan, maar de handelsreglementering is dan een essentieel
element om mee in rekening te brengen, om dan tot een compleet,
coherent en beter ontwikkelingsbeleid te komen.
Ik hoop dat u in de toekomst ook op het Europese niveau die
opmerkingen meeneemt en tracht te verdedigen bij uw collega's.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over
"mensonterende praktijken in de kampen rond Goma" (nr. 1909)
04 Question de Mme Rita De Bont au ministre de la Coopération au développement sur "les pratiques
indignes dans les camps autour de Goma" (n° 1909)</b>
04.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, u herinnert zich misschien nog wel dat tijdens
uw laatste bezoek aan deze commissie het voorstel van resolutie ter
bestrijding van seksueel geweld tegen vrouwen in conflictgebieden
werd besproken. Onze fractie was aanvankelijk van mening om de
hoogdringendheid voor deze resolutie niet te steunen. Ik zeg
"aanvankelijk", want wij hebben dat uiteindelijk wel gedaan en wij
hebben ook de resolutie gesteund, want deze kwestie laat ons
uiteraard niet koud. De reden waarom wij die hoogdringendheid niet
wilden steunen, is omdat, naar gewoonte, onze fractie deze resolutie
niet mee mocht ondertekenen. U weet het wel. Een handtekening
plaatsen op hetzelfde blad papier waarop een handtekening van
Vlaams Belang staat, kan wel eens gevaarlijk zijn.
Nu lijkt het mij dat men niet altijd zo kieskeurig is bij het uitzoeken van
zijn partners. In het gebied dat u wellicht na aan het hart ligt en
waaraan u uw eerste bezoek hebt gebracht als minister van
Ontwikkelingssamenwerking, komen regelmatig zulke misdrijven
tegen vrouwen voor. Ik verwijs meer bepaald naar de mensonterende
kampen rond Goma, waar talloze vrouwen leven die zijn verminkt en
verkracht door Congolese troepen en rondtrekkende milities, die
onder andere door Rwanda en Uganda worden bewapend en
gesteund.
04.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Notre commission a
récemment examiné la résolution
visant à lutter contre les violences
sexuelles à l'égard des femmes
dans les zones de conflit. De telles
violences sont malheureusement
particulièrement courantes dans la
région où le ministre a effectué sa
première visite de travail. Plus
particulièrement dans les camps
autour de la ville de Goma vivent
de nombreuses femmes qui ont
été violées et mutilées par des
soldats des troupes congolaises
ou
des
milices
itinérantes,
soutenues par le Rwanda et
l'Ouganda.
Ces pratiques n'ont toutefois pas
empêché le ministre d'avoir un
entretien cordial avec le potentat
ougandais Museveni. Le ministre
a-t-il abordé à cette occasion le
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Zulke mensonterende praktijken, naast melding van enorme corruptie
op overheidsaankopen, vormen blijkbaar geen reden tot het invoeren
van een cordon en staan blijkbaar niet in de weg van een hartelijk
onderhoud met onder andere de Ugandese potentaat Museveni.
Misschien heeft de minister van deze gelegenheid toch gebruik
kunnen maken om bij hem enige informatie te bekomen. Ik wil het niet
hebben over de informatie in verband met een andere democraat, de
eigenaar van de Cassia Lodge. Daarover is minister Verhofstadt
reeds geïnterpelleerd en hij zou hierover nog verdere opzoekingen
doen. Ik zou wel graag van u vernemen of u van uw vriendelijk
gesprek met Museveni gebruik hebt gemaakt om erachter te komen
wat de oorzaken kunnen zijn van de verminkingen en verkrachtingen
van die vrouwen en wie hiervoor eventueel verantwoordelijk zou
kunnen zijn.
Hebt u concreet iets kunnen ondernemen of vernemen om deze
misbruiken in de toekomst te voorkomen? Een resolutie zal immers
niet volstaan. We zullen ook tot actie moeten overgaan. Ik dacht dat
het de bedoeling was om ontwikkelingshulp aan deze landen te
koppelen aan een verbintenis tot goed bestuur. Ik weet niet of u het
daarover met uw collega hebt gehad.
problème des viols et mutilations à
grande échelle? Il ne suffit pas
d'adopter
des
résolutions.
L'objectif n'était-il pas de lier l'aide
au développement à l'exigence de
bonne administration dans les
pays bénéficiaires?
04.02 Minister Charles Michel: Mevrouw de voorzitter, mevrouw De
Bont, zoals u weet, was ik eind januari samen met een delegatie
parlementsleden in Centraal-Afrika. Een van de bestemmingen tijdens
mijn bezoek was Goma. Wij konden er allen het humanitaire drama
vaststellen dat zich afspeelt in die regio en ook de meest gruwelijke
feiten waarnemen die grenzen aan het onvoorstelbare.
Tijdens al mijn politieke gesprekken, tot op het niveau van het
staatshoofd in de DRC, alsook in Uganda en Rwanda, heb ik onze
uiterste bezorgdheid voor de problematiek van seksueel geweld
aangekaart. Zoals u weet, hechten zowel de echtgenote van president
Kabila als de nieuwe Congolese minister van Justitie en
Mensenrechten, veel belang aan die problematiek.
Tot nu toe konden wij slechts de ontoereikendheid van de genomen
vervolgingsmaatregelen tegen de daders van seksueel geweld
vaststellen. De straffeloosheid die soms gaat tot het banaliseren van
de feiten, moet krachtig worden bestreden.
Eind 2007 heeft België 2,4 miljoen euro extra bijgedragen voor het
herstelprogramma van de justitie, Rejusco, bijzonder actief in de
Kivu's en waarvan een van de einddoelstellingen het bestrijden van de
straffeloosheid is door de uitwerking van een performant
gerechtssysteem.
De totale bijdrage van België voor dat programma, uitgevoerd door de
BTC, bedraagt 3,7 miljoen euro. Dat programma wordt eveneens
gefinancierd door de Europese Commissie, Nederland en de Britse
samenwerking DFID, voor een totaal bedrag van momenteel
15,6 miljoen euro.
In het raam van de nasleep van de conferentie van Goma en het in
oprichting zijnde stabiliseringsplan, is het onontbeerlijk om de militaire
troepen te kazerneren en de veiligheid van de burgers, zowel mannen
als vrouwen, te laten verzekeren door de politie.
04.02 Charles Michel, ministre:
A la fin du mois dernier, j'ai visité
en compagnie d'une délégation de
parlementaires un certain nombre
de pays d'Afrique centrale. Il est
exact que Goma vit un véritable
drame humanitaire. J'ai fait part de
notre préoccupation à propos du
problème des violences sexuelles
lors de toutes les discussions
politiques que j'ai eues au Congo,
au Rwanda et en Ouganda.
L'épouse du président Kabila et le
nouveau ministre congolais de la
Justice
sont
d'ailleurs
particulièrement sensibles à ce
problème. Malheureusement, il
faut bien constater que jusqu'à
présent les auteurs de tels faits ne
sont nullement inquiétés.
Fin 2007, notre pays a apporté
une contribution supplémentaire
de 2,4 millions d'euros à Rejusco,
le programme de rétablissement
de la justice en RDC. Ce
programme
est
relativement
développé dans la région du Kivu.
Notre contribution totale dans ce
cadre s'élève à 3,7 millions
d'euros. Le programme est co-
financé
par
la
Commission
européenne, les Pays-Bas et le
Royaume-Uni pour un montant
total de 15,6 millions d'euros.
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Die politie moet verplicht een vorming krijgen in de mensenrechten.
In een vluchtelingenkamp van de HCR, dat ik nabij Goma mocht
bezoeken, heb ik kunnen vaststellen dat de veiligheid van het kamp
werd toevertrouwd aan de politie, juist om de vluchtelingen te
beschermen tegen de in de omgeving aanwezige militairen.
Ik wil nog benadrukken dat behalve onze steun aan ngo's, actief in het
domein van de psychologische en medische opvang van slachtoffers
en sociale rehabilitatie, België eveneens deelneemt, samen met de
internationale gemeenschap, aan een belangrijk programma ter
bestrijding van seksueel geweld, UNPFPA en Unicef. Voor de periode
2008-2011 is een bijdrage van 10 miljoen euro ingeschreven op de
begroting. Van dat bedrag is 2,2 miljoen euro specifiek bestemd voor
de toestand in de Kivu's. Het karakteristieke aan dat programma is
dat alle aspecten van de problematiek aan bod komen.
Il est surtout important pour l'heure
de cantonner dans toute la mesure
du possible les hommes dans les
casernes et de faire assurer par la
police la sécurité des civils. La
police doit recevoir une formation
obligatoire
en
matière
de
protection des droits de l'homme.
Notre pays participe en outre à un
programme international de lutte
contre les violences sexuelles,
intitulé UNPFPA. Une contribution
de 10 millions d'euros a été
inscrite à cet effet au budget pour
la période 2008-2011. Un montant
de 2,2 millions d'euros est
spécifiquement destiné à la région
du Kivu.
04.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik vind
het natuurlijk positief dat u zekere voorwaarden oplegt aan de
terbeschikkingstelling van die fondsen en dat u daarmee
doelstellingen wilt nastreven. Ik hoop ook dat er goed wordt
nagekeken of die fondsen wel voor die doelen worden aangewend.
Eens dat die fondsen zijn vrijgesteld, begint volgens mij nog het grote
werk, met name het nagaan of ze op de juiste plaats en op de juiste
manier worden aangewend.
04.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Il est positif que la mise à
disposition de ces moyens soit liée
à un certain nombre de conditions.
J'espère que leur affectation sera
surveillée de près.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
budgetten van de directe bilaterale samenwerking" (nr. 2247)
05 Question de M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Coopération au développement sur "les
budgets de la coopération bilatérale directe" (n° 2247)</b>
05.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, via een goede wind ben ik in het bezit gekomen
van een nota getiteld "Directe billaterale samenwerking. Voorstellen
inzake de planning van de gemengde commissies in 2008 en de
inhoud van de indicatieve samenwerkingsprogramma's".
Ik heb u op dat punt vier vragen te stellen. Neemt u het mij niet kwalijk
dat ik wat langdradig of breedvoerig zal zijn, maar ik vind dit een
belangrijke problematiek.
Ten eerste, op pagina vijf lees ik volgende zin: "Qua budgettair
volume voor de indicatieve samenwerkingsprogramma's stelt de
administratie voor om uit te gaan van een vork van 10 tot 16 miljoen
euro per jaar, dit wil zeggen van 40 tot 64 miljoen euro per
vierjarenprogramma. Dit voorstel heeft geen directe budgettaire
impact ten opzichte van de begroting 2008, maar hiermee zal wel
rekening moeten worden gehouden vanaf 2009 en een progressieve
stijging van de budgetten van de directe bilaterale samenwerking
moet dan ook worden gepland."
05.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): J'ai pu lire dans la
note relative à la `coopération
bilatérale directe' qu'un vent
favorable m'a amenée qu'on
envisage
sérieusement
d'augmenter progressivement les
budgets affectés à ce type de
coopération.
Je
ne
puis
évidemment qu'approuver un tel
projet, mais où le ministre pense-t-
il trouver de telles sommes?
Prend-il
en
la
matière
un
engagement effectif?
La note précise par ailleurs que
5%, voire plus, de l'enveloppe
seront consacrés à des actions
dans des secteurs dits non
prioritaires,
tels
que
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Mijnheer de minister, u zult in mij een verdediger vinden van uw
pleidooi voor een progressieve stijging van de budgetten voor directe
bilaterale samenwerking, maar als lid van deze commissie en ook van
de commissie voor de Financiën en de Begroting moet ik u wel de
vraag stellen waar u dat geld gaat halen voor zo'n belangrijke stijging.
Kunt u zich ertoe engageren dat dit inderdaad in een
meerjarenprogramma zal zitten?
Ten tweede, dit heeft betrekking op de pagina's 6 en 7 van de nota. Ik
citeer opnieuw: "5% van de sectoraal toewijsbare enveloppe zal
worden voorbehouden voor acties in niet-prioritaire sectoren, in
uitzonderlijke gevallen kan dat percentage iets hoger liggen. De
mogelijke
niet-prioritaire
sectoren
zijn:
ten
eerste,
het
ondernemerschap en de privésector; ten tweede, kinderrechten en,
ten derde, genderproblematiek".
Met betrekking tot deze passages wil ik u de volgende vragen stellen,
mijnheer de minister.
Acht u het BTC niet in staat om deze taak op zich te nemen
aangezien "in principe wordt geopteerd voor gedelegeerde
samenwerking in deze prioritaire sectoren"?
In twee van de drie domeinen, kinderrechten en genderproblematiek
gaat
het
om
de
kernsectoren
van
de
Belgische
ontwikkelingssamenwerking conform de Belgische wet op
internationale samenwerking. Behoren de kernsectoren van de
Belgische ontwikkelingssamenwerking niet a priori door BTC te
worden uitgevoerd opdat zij de expertise kan behouden? Verwacht u
dat deze sectoren geïsoleerd worden aangepakt of dienen deze
sectoren precies in de bredere programma's te worden opgenomen?
Kunt u, met betrekking tot de zin "de 5% voorbehouden aan niet-
prioritaire sectoren die in uitzonderlijke gevallen iets hoger kan
liggen", verduidelijken wat wordt bedoeld met de woorden
"uitzonderlijke gevallen"? Wat is het maximumpercentage dat hier dan
specifiek wordt bedoeld? Komt met deze wijziging de wet op BTC met
betrekking tot exclusiviteit in het gedrang?
Werd BTC betrokken bij het opstellen van deze nota, met name bij
het reflecteren over deze toch wel drastische koerswijziging?
Werd de Inspectie van Financiën op voorhand ingelicht over deze
wijziging?
Ten derde, uit deze nota begrijp ik dat België nog twee prioritaire
sectoren heeft, namelijk enerzijds de economische en anderzijds de
sociale sector. Kan ik hieruit concluderen dat er zich een
koerswijziging voordoet met betrekking tot de sectoren waarin de
Belgische internationale samenwerking werkzaam is?
Mijnheer de minister, ten vierde en ten slotte, uit de nota begrijp ik dat
u
een
stevige
koerswijziging
wilt
doorvoeren.
Ontwikkelingssamenwerking is een domein dat nood heeft aan een
duidelijke langetermijnvisie. Kunt u verduidelijken hoe u wilt
verzekeren
dat
de
langetermijnplanning
van
Ontwikkelingssamenwerking niet in het gedrang komt door dergelijke
wijzigingen goed te keuren door een interim-regering. Ik neem aan dat
l'entrepreneuriat, les droits de
l'enfant et la question de l'égalité
des sexes. Je pensais que,
conformément à la loi relative à la
coopération
internationale, les
droits de l'enfant et la question de
l'égalité des sexes constituaient
des secteurs-clés dans le cadre de
la
coopération
belge
au
développement? Ces missions ne
doivent-elles pas être effectuées
par la CTB, de préférence dans le
cadre
de
programmes
plus
vastes?
Quel
pourcentage
maximal de l'enveloppe est-on
prêt à libérer pour ce type
d'actions? Quel est le point de vue
de l'Inspection des finances à cet
égard?
Il ressort de la note que l'objectif
consiste à se concentrer sur le
secteur socio-économique. Ne
s'agit-il pas d'un changement de
cap dans le cadre de notre
coopération internationale? De tels
changements
d'orientation,
inspirés
en
outre
par
un
gouvernement
intérimaire,
ne
compromettent-ils
pas
la
nécessaire planification à long
terme de la Coopération au
développement?
Je tiens par ailleurs à faire
observer que notre commission
avait convenu avec le ministre
d'évaluer la loi de 1999, également
en ce qui concerne les thèmes. En
entreprenant des changements de
cap aussi radicaux en tant que
ministre intérimaire, le ministre ne
respecte pas cet accord.
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
u dan ook voorlopig een interim-minister bent.
Daarenboven wens ik toch wel even te protesteren. Wij hebben, in
samenspraak met de commissie voor Buitenlandse Zaken en de
minister van Ontwikkelingssamenwerking, afgesproken dat wij een
reeks van hoorzittingen zullen organiseren waar wij de wet van 1999
tegen het licht gaan houden en waar wij onder meer die wet eens
gaan evalueren niet alleen over concentratie, maar ook over de
thema's.
Ik lees die nota als zijnde een koerswijziging die door een minister in
een interim-regering alleen wordt ingezet zonder de afspraak na te
leven die u zelf hebt gemaakt met het Parlement, met name een
grondige evaluatie van de wet van 1999 alvorens wij dergelijke
grondige koerswijziging doorvoeren.
05.02 Minister Charles Michel: Vooraleer ik inga op de vier
specifieke vragen die u stelt, wil ik graag herhalen dat naar mijn
mening de middelen voor de directe bilaterale samenwerking de
afgelopen jaren te sterk zijn gezakt. In sommige partnerlanden zijn de
uitgaven voor bilaterale projecten en programma's niet veel hoger dan
de bestedingen voor administratie en logistiek. In bijna alle prioritaire
partnerlanden, met uitzondering van Rwanda, Burundi en de DRC, is
het aandeel van de Belgische ontwikkelingssamenwerking gezakt
onder 1%. Ik wens dan ook op dit vlak een inhaalbeweging te doen.
Wat betreft uw eerste vraag heb ik de indruk dat er begripsverwarring
bestaat in hoofde van het parlementslid. In tegenstelling tot wat u
zegt, beschikt BTC niet over een budget van 175 miljoen euro. In de
algemene uitgavenbegroting voor ontwikkelingssamenwerking wordt
daarentegen wel een begrotingsruiter opgenomen die bepaalt dat de
Staat voor een totaal bedrag van 175 miljoen euro nieuwe meerjarige
verbintenissen met de partnerlanden kan aangaan voor projecten en
programma's die door BTC zullen worden uitgevoerd. Het bedrag
voorzien voor nieuwe meerjarige verbintenissen kan niet worden
gelijkgesteld met de uitgaven van BTC vermits de meerjarige
verbintenissen pas een impact hebben op de jaren die volgen na
afsluiting van deze verbintenissen. Ik ben van oordeel dat de
begrotingsruiter vanaf 2009 moet worden aangepast en dat het
plafond van 175 miljoen euro moet worden opgetrokken. Naarmate de
begroting voor Ontwikkelingssamenwerking verder stijgt in het kader
van het groeipad moet dit plafond eveneens worden verhoogd. Zoniet
zal dit plafond de groei van de bilaterale samenwerking afremmen.
Zoals hiervoor gezegd, wil ik precies meer middelen uittrekken voor
de bilaterale samenwerking.
Wat vraag twee betreft, wil ik graag ingaan op de logica van de
verklaring van Parijs die door België is onderschreven. Gedelegeerde
samenwerking is een onderdeel van deze logica. Heel wat van onze
partnerlanden lijden onder het feit dat er de laatste twintig jaar zoveel
donors zijn bijgekomen. Uiteraard is het goed dat er meer geld wordt
uitgetrokken voor de armste landen. Het probleem is echter dat elk
van die donororganisaties met haar eigen procedures, voorkeuren,
werklast, middelenevaluaties, enzovoort, komt. Voor ministers in de
armste partnerlanden is het vaak bijzonder moeilijk om die grote
toevloed aan donororganisaties nog effectief te beheren. Alle donors
worden met dit probleem geconfronteerd. Dat leidde tot afspraken om
de hulp beter te coördineren en te harmoniseren. Die afspraken
05.02 Charles Michel, ministre:
Au cours de ces dernières années,
les moyens de la coopération
bilatérale directe avec les pays
partenaires ont fortement diminué.
Je désire donc procéder à un
mouvement de rattrapage à ce
niveau aussi.
La Coopération technique belge
(CTB) ne dispose pas d'un budget
de 175 millions d'euros. Il est
toutefois stipulé dans le budget
général des dépenses de la
coopération au développement
que l'État peut prendre de
nouveaux engagements avec les
pays partenaires à concurrence de
ce montant dans le cadre de
projets qui seront menés à l'avenir
par la CTB. Pour ne pas freiner la
croissance de la coopération
bilatérale il faudra donc que ce
montant soit augmenté à l'avenir.
En ce qui concerne l'énorme
augmentation
du
nombre
d'organisations
donatrices,
j'aimerais
préconiser
une
coopération déléguée. Il est bien
sûr bon de libérer plus d'argent
pour les pays les plus pauvres
mais le problème c'est qu'il est
souvent particulièrement difficile
pour les instances compétentes
sur place de gérer de manière
efficiente l'afflux de moyens de
ces différentes organisations. Des
accords à ce propos ont été fixés
dans la déclaration de Paris.
Les États membres de l'UE ont de
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
werden vastgelegd in de zogenaamde verklaring van Parijs.
De EU-lidstaten zijn daarbij nog een stap verder gegaan. Ze hielden
het niet bij een verklaring maar legden een gedragscode vast. Daarin
wordt onder meer vastgelegd dat elke lidstaat zich gaat specialiseren
in een maximaal aantal sectoren. Voor de volgende acht gemengde
commissies heb ik in de lijn van het voorgaande beslist dat België,
zoals andere EU-lidstaten die de gedragscode uitvoeren, nog slechts
actief zal tussenkomen in twee sectoren. Dat betekent dat België nog
slechts in twee sectoren met eigen projecten en programma's zal
tussenkomen.
Een dergelijke specialisatie is belangrijk voor België. Eens wij weten
dat wij de volgende tien jaar in een bepaald land in twee specifieke
sectoren zullen tussenkomen, wordt het mogelijk om onze eigen
werking veel beter te plannen. BTC weet welke experts wij moeten
aantrekken. BTC en DGOS kunnen lessen trekken uit onze
interventies en opnieuw gebruiken in de volgende cyclus van
projecten, aangezien wij in dezelfde sector blijven. Wij zullen sectoren
ook beter leren kennen en op basis van die kennis de partneroverheid
eventueel kunnen adviseren over mogelijke verbeteringen in hun
sectoraal beleid. Specialisatie moet de werking van zowel BTC als
DGOS dus verbeteren.
Uiteraard mag die specialisatie en taakverdeling tussen donors er niet
toe leiden dat er nog nauwelijks projecten naar kleinere sectoren of
minder populaire thema's gaan. Anders geformuleerd, de
taakverdeling en specialisatie tussen donoren mag er niet toe leiden
dat bepaalde sectoren of thema's worden ondergefinancierd. Een
voorbeeld om dit te verduidelijken is het volgende. Indien een relatief
kleine donor als België zich in Uganda specialiseert in de
gezondheidssector, maakt dat voor het totale budget van het
Ugandese Ministerie van Gezondheid niet erg veel verschil. Indien
daarentegen een zeer grote donor als DFID zich in de
gezondheidssector specialiseert, zou het totale budget voor die sector
onmiddellijk zeer sterk stijgen.
Om te vermijden dat de middelen als gevolg van de schaalverschillen
tussen de donoren ongelijk over de sectoren worden verdeeld, is er in
de EU de gedragscode afgesproken dat elke donor naast zijn
specialisatie in twee sectoren ook nog geld opzijlegt om in andere
sectoren en thema's in te zetten. Dat laatste zal gebeuren onder de
vorm van een gedelegeerde samenwerking. Dat wil zeggen dat België
zijn geld aan een andere donor zal geven. Op die manier behoudt
elke donor de voordelen van de specialisatie en vermijdt men
tegelijkertijd
dat
bepaalde
sectoren
en
thema's
worden
ondergefinancierd.
In de gemengde commissie reserveer ik dan ook een deel van de
enveloppe, 5%, voor dit soort van gedelegeerde samenwerking. Het
gaat er dus niet om of BTC efficiënt en effectief zou kunnen optreden
in andere sectoren. Waar het wel om te doen is, is dat België zich
zoals de andere EU-lidstaten in elk partnerland specialiseert en zich
inschrijft in de logica van de EU-gedragscode.
Op uw derde vraag, er lijkt er opnieuw een begripsverwarring te
bestaan. De nota gaat ervan uit dat wij ons gaan specialiseren in twee
sectoren in elk partnerland. Het is evident dat de prioritaire sectoren,
plus rédigé un code de conduite
qui stipule que chaque état
membre doit se spécialiser dans
un nombre limité de secteurs.
Dans ce cadre, la Belgique
n'interviendra
plus
activement
avec ses propres projets et
programmes que dans deux
secteurs.
Une
telle
spécialisation
est
importante pour la Belgique. La
CTB et la DGCD peuvent tirer des
enseignements
de
nos
interventions. Cette spécialisation
de chaque donateur ne saurait
avoir pour conséquence de réduire
à la portion congrue les projets
axés sur les petits secteurs ou sur
des thèmes peu populaires. Pour
éviter une répartition inéquitable
des moyens entre les secteurs en
raison des différences d'échelle
d'un donateur à l'autre, les Etats
membres de l'UE sont convenus
d'un code de conduite. Je compte
personnellement réserver 5% de
l'enveloppe à la coopération
déléguée.
La Belgique s'inscrit dans ce code
de conduite de l'UE. La note
repose sur l'idée que nous nous
spécialisons dans deux secteurs
dans chaque pays partenaire. Les
secteurs prioritaires qui sont
définis dans la loi de 1999 sur la
coopération internationale sont
toujours prioritaires aujourd'hui.
Les secteurs seront choisis en
concertation
avec
le
pays
partenaire et avec les autres
donateurs.
Dans chaque pays partenaire, la
Belgique nourrira l'ambition de se
spécialiser dans un secteur social
et dans un secteur d'orientation
plus
économique.
Si
la
concertation
avec
le
pays
partenaire et les autres donateurs
devait faire apparaître que notre
pays aurait plutôt intérêt à se
spécialiser dans deux secteurs
sociaux, le dossier de notre
attaché
devrait
préparer
ce
changement d'orientation. Nous
voulons pouvoir mieux tenir
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
zoals bepaald in de wet op de internationale samenwerking van 1999,
van kracht blijven. Welke sectoren precies worden weerhouden in de
gemengde commissie, vormt het voorwerp van overleg met het
partnerland en met andere donoren.
Er zal zoveel mogelijk naar een evenwicht worden gestreefd tussen
de sociale sectoren en de meer economisch gerichte productieve
sectoren. Hiermee wordt landbouw en basisinfrastructuur bedoeld. In
de nieuwe generatie van Poverty Reduction Strategy Papers wordt
immers meer aandacht besteed aan economische groei en aan
productieve sectoren, met inbegrip van investeringen in infrastructuur,
milieu, lokale ontwikkeling en dergelijke. De donorgemeenschap, en
dus ook België, moet zich inschrijven in die tendens. België zal er dan
ook naar streven om zich in elk partnerland te specialiseren in een
sociale sector en een meer economisch gerichte sector. Indien uit het
overleg met het partnerland en de andere donoren zou blijken dat
België zich beter in twee sociale sectoren kan specialiseren, moet dat
in het dossier van de attaché worden voorbereid. Educatieve
samenwerkingsprogramma's worden bijvoorbeeld gemotiveerd. De
bedoeling van deze maatregel is beter te kunnen inspelen op de
prioriteiten
die
door
onze
partnerlanden
in
hun
armoedebestrijdingplannen worden gesteld.
In de "Stratégie de la Croissance pour la de Réduction de la Pauvreté"
van Benin is een belangrijk element over de economische groei en de
ontwikkeling van de privésector toegevoegd. Voor Rwanda werd in de
tweede generatie van het armoedebestrijdingsplan overgeschakeld
naar een "Economic Development and Poverty Reduction Strategy.
De Belgische ontwikkelingssamenwerking blijft zich inschrijven in de
millenniumdoelstellingen voor haar ontwikkelingssamenwerking. Ik
stel dan ook vast dat de contradictie die u beschrijft tussen de MDG's,
enerzijds,
en
productieve
activiteiten,
anderzijds,
in
de
beleidsdocumenten van onze partnerlanden niet terug te vinden is.
Ten slotte wil ik nog ingaan op uw vierde vraag. Ik ben het niet met u
eens dat ik een stevige koerswijziging aan het doorvoeren ben.
Integendeel, ik vind dat wat ik heb voorgesteld voor de volgende
gemengde commissies het logische gevolg is van de beslissing van
België om de verklaring van Parijs en de EU-gedragswijze te
onderschrijven. Bovendien is het een antwoord op een probleem uit
het verleden, namelijk dat onze hulp versnipperd werd over een te
groot aantal sectoren in elk van de partnerlanden, waardoor de impact
bijzonder klein was. Door deze beslissing vind ik dat ik juist de
langetermijnduurzaamheid van onze ontwikkelingssamenwerking
versterk.
Terloops stelt u de vraag of de BTC betrokken was bij het opmaken
van deze beleidsnota. Ik kan u bevestigen dat er inderdaad geregeld
overleg wordt gepleegd tussen mijn kabinet, DGOS en BTC.
Tegelijkertijd wil ik er u wel aan herinneren dat de BTC werd
gecreëerd om projecten en programma's op een efficiënte en
doelmatige manier uit te voeren. De beleidsvoorbereiding
daarentegen behoort tot de verantwoordelijkheid van de administratie
en de minister van Ontwikkelingssamenwerking.
compte des priorités que se fixent
nos pays partenaires dans leurs
plans de lutte contre la pauvreté.
La Belgique ne renoncera pas à
tenter d'atteindre les objectifs du
millénium pour ce qui regarde sa
coopération au développement.
Je ne suis pas d'accord avec ceux
qui disent que tout cela implique
un changement de cap radical. Au
contraire, il s'agit là d'une
conséquence
logique
de
la
décision de la Belgique de
souscrire à la Déclaration de Paris
et au code de conduite de l'UE.
Par le passé, notre aide était
répartie entre de trop nombreux
secteurs, ce qui amoindrissait
beaucoup son impact. Aujourd'hui,
nous consolidons à long terme la
durabilité de notre politique de
développement.
Tous ces points ont été l'objet
d'une concertation entre mon
cabinet, la DGCD et la CTB. Si la
CTB a été précisément créée pour
exécuter efficacement ce genre de
décisions, la responsabilité de la
préparation de la politique à suivre
incombe en revanche totalement à
l'administration et au ministre de la
Coopération au Développement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de laattijdige
betaling van facturen" (nr. 2138)
- de heer Hendrik Bogaert aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "het aantal
onbetaalde facturen in 2007" (nr. 2171)
06 Questions jointes de
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Coopération au développement sur "le paiement tardif de
factures" (n° 2138)<br>- M. Hendrik Bogaert au ministre de la Coopération au développement sur "le nombre de factures
impayées en 2007" (n° 2171)</b>
06.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dat facturen niet tijdig worden betaald door de
federale overheid, is een oud zeer. In Brugge hebben wij zo'n geval
gehad met een leverancier die weigerde om een bepaalde levering te
doen aan het gerechtsgebouw. Het gaat niet alleen om de levering
van goederen, maar ook diensten die worden geleverd door
deskundigen, psychiaters, artsen enzovoort.
Daarom, mijnheer de minister, had ik graag volgende vragen gesteld.
Het zijn er een achttal. Ten eerste, hoeveel bedroeg de totale som
van
openstaande
facturen
bij
de
bevoegdheid
Ontwikkelingssamenwerking
binnen
de
FOD
BUZA
op
31 december 2007? Hoeveel bedroeg dit op 31 januari 2008?
Ten tweede, hoeveel facturen werden te laat betaald door de
bevoegdheid Ontwikkelingssamenwerking binnen de FOD BUZA in de
periode januari 2007 tot januari 2008, opgesplitst per maand, indien
mogelijk? Wat was de gemiddelde duur van overschrijding van de
betaaldatum?
Ten derde, welk totaal bedrag per maand vertegenwoordigden de
facturen die te laat werden betaald?
Ten vierde, hoelang moest een leverancier gemiddeld wachten in de
periode van januari 2007 tot januari 2008, opdat de facturen door de
bevoegdheid Ontwikkelingssamenwerking binnen de FOD BUZA
werden betaald? Gelieve hier ook de cijfers op te splitsen per maand
van januari 2007 tot januari 2008.
Ten vijfde, wat waren de meerkosten voor de bevoegdheid
Ontwikkelingssamenwerking binnen de FOD BUZA als gevolg van de
laattijdige betaling van facturen, boetebedingen, intresten en
invorderingskosten? Gelieve hier ook de cijfers op te splitsen voor
januari 2007 tot januari 2008.
Ten zesde, zijn leveranciers al overgegaan tot gerechtelijke
invordering van niet-betwiste facturen? Zo ja, voor welke bedragen?
Zijn er reeds vonnissen geveld in het nadeel van de Belgische Staat?
Ten zevende, wat waren de oorzaken van de laattijdige betalingen?
Ten achtste, welke maatregelen hebt u genomen om ervoor te zorgen
dat er nu een einde wordt gemaakt aan de laattijdige betalingen?
06.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Combien de factures
étaient dues par la Coopération au
développement du SPF Affaires
étrangères au 31 décembre 2007
et au 31 janvier 2008? Combien
de factures ont été payées en
retard au cours de cette période et
pour quel montant total? Quel était
le retard de paiement moyen?
Quel a été, en 2007, le délai
d'attente moyen pour le paiement
des fournisseurs? À combien se
chiffrent pour le SPF les frais
supplémentaires inhérents aux
paiements
tardifs?
Certains
fournisseurs ont-ils entamé des
actions judiciaires? Des jugements
ont-ils déjà été rendus en la
matière? Quelles sont les causes
de paiement tardif? Quelles
mesures ont été prises pour
mettre un terme à ces pratiques?
De voorzitter: Mijnheer de minister, als er veel cijfers zijn, dan mogen
die ook schriftelijk worden overhandigd. Het is echt een vraag naar
Le président: Les chiffres peuvent
aussi être communiqués par écrit.
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
cijfers. Ik zou ze eigenlijk veeleer als een schriftelijke vraag hebben
gekwalificeerd.
Cette question est d'ailleurs un
exemple-type de question écrite.
06.02
Minister
Charles
Michel:
De
directie-generaal
Ontwikkelingssamenwerking kon eind 2007 ongeveer 19 miljoen euro
niet ordonnanceren. Hiervan had 3 miljoen euro betrekking op
facturen in de strikte betekenis van het woord. De overige niet-
uitgevoerde betalingsaanvragen betroffen bijdragen aan internationale
instellingen, terugbetalingen aan andere departementen en enkele
kleine schuldvorderingen van betoelaagde instellingen.
De directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking ontvangt weinig
facturen in de strikte betekenis van het woord: DGOS voert immers
zelf geen projecten en programma's uit. Het leeuwendeel van de
betalingen heeft betrekking op toelagen aan de BTC voor de
uitvoering van bilaterale projecten en programma's, aan internationale
instellingen
en
andere
Belgische
actoren
in
de
ontwikkelingssamenwerking. Met uitzondering van het jaareinde zijn
er bovendien geen laattijdige betalingen van facturen; er werd dan
ook geen inventaris bijgehouden van de openstaande facturen op
31 januari 2008.
Om dezelfde reden zijn er in 2007 evenmin leveranciers overgegaan
tot gerechtelijke invorderingen van niet-betwiste facturen, werden er
geen vonnissen geveld in het nadeel van de Belgische Staat over
facturen onder de bevoegdheid van de directie-generaal
Ontwikkelingssamenwerking en dienden ook geen verwijlinteresten te
worden betaald.
De oorzaak van de laattijdige betalingen op het einde van het jaar ligt
in de opgelegde onderbenutting van de kredieten, het ankerprincipe
dat op voorstel van de minister van Begroting door de Ministerraad
aan alle departementen werd opgelegd. Zoals voor andere FOD's
werd ook het budget Ontwikkelingssamenwerking een plafond
ordonnanceringskredieten opgelegd in de tweede helft van 2007.
Aangezien de oorzaak van de laattijdige betalingen niet bij de directie-
generaal Ontwikkelingssamenwerking ligt, kan die ook geen
maatregelen nemen om een einde te maken aan laattijdige betalingen
op het einde van het jaar. Enkel indien de begroting, zoals
goedgekeurd door het Parlement, ook effectief mag worden
uitgevoerd, kunnen dat soort problemen worden vermeden.
06.02 Charles Michel, ministre:
Fin 2007, la DG Coopération au
développement
n'a
pas
pu
ordonnancer 19 millions d'euros
environ, dont 3 millions d'euros
concernaient des factures au sens
strict. Les autres demandes de
paiement non exécutées portaient
sur des contributions à des
institutions internationales, sur des
remboursements
à
d'autres
départements et sur quelques
petites créances envers des
institutions subventionnées.
La
DG
Coopération
au
développement reçoit peu de
factures au sens strict: elle ne
réalise en effet pas elle-même de
projets et de programmes. La
majorité
des
paiements
concernent des allocations à la
CTB pour la mise en oeuvre de
projets
et
de
programmes
bilatéraux, à des institutions
internationales et à d'autres
acteurs belges de la coopération
au développement. Il n'a pas été
procédé à un inventaire des
factures dues au 31 janvier 2008
puisqu'il n'y avait pas de factures
tardivement payées, si ce n'est à
la fin de l'année.
De même, aucun fournisseur n'a
procédé
au
recouvrement
judiciaire de factures en 2007, il
n'y a pas eu de jugements
défavorables
à
l'État
belge
concernant des factures pour
lesquelles la DG Coopération au
développement serait compétente
et aucun intérêt de retard n'a dû
être versé.
Les paiements tardifs en fin
d'année
s'expliquent
par
le
principe de l'ancre, qui a été
imposé à tous les départements.
Puisque la cause ne relève donc
pas de la DG Coopération au
développement, celle-ci ne peut
pas prendre de mesures pour y
mettre un terme. Ce type de
problème ne pourra être évité que
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
si le budget adopté par le
Parlement peut réellement être
exécuté.
06.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, ik
heb inderdaad een mondelinge vraag ingediend, omdat het
onderwerp actueel is en omdat ik had vastgesteld dat een aantal
collega's een gelijkaardige vraag had ingediend.
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Overigens zal ik
eenzelfde vraag stellen aan uw collega, de heer De Gucht, minister
van Buitenlandse Zaken, om inzicht te krijgen in de gegevens van de
volledige FOD BUZA.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Wouter De Vriendt.
Président: Wouter De Vriendt
07 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
parlementaire zending naar Niger" (nr. 2272)
07 Question de Mme Hilde Vautmans au ministre de la Coopération au développement sur "la mission
parlementaire au Niger" (n° 2272)</b>
07.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, van 5 tot 11 februari was ik op zending in Niger dat een
van onze partnerlanden, een van onze concentratielanden is.
Het is een van de armste landen ter wereld. Het was mijn tweede
bezoek. Het is een heel erg arm land waar de mensen heel weinig
hebben.
Ik ben er geweest op uitnodiging van de voorzitter van het nationaal
parlement van Niger, samen met UNFPA. Het was een delegatie van
Europese parlementsleden, telkens met twee mensen uit Frankrijk,
Duitsland, Groot-Brittannië en België.
Het bezoek werd georganiseerd door het Europees Parlementair
Forum voor Bevolking en Ontwikkeling waarvan ik deel uitmaak van
de executive committee.
De doelstelling van onze reis was de strijd tegen de armoede en om
te kijken naar het verband tussen de demografische tijdbom en de
economische groei.
In Niger is de vruchtbaarheid een van de hoogste van de wereld met
gemiddeld 8,1 kinderen per vrouw. Als men dan nog ziet dat de
kindersterfte daar ook hoog is, weten we allemaal hoe dramatisch de
situatie is. De economische groei kan die demografische tijdbom
immers niet aan.
Een probleem dat daar vooral ter sprake werd gebracht en dat we
vooral willen bestrijden, is dat van de kindhuwelijken. Kinderen van
tien tot dertien jaar worden uitgehuwelijkt, met als gevolg dat zij ook
op heel jonge leeftijd kinderen krijgen.
We hebben het Fistula ziekenhuis bezocht waar meisjes van twaalf tot
dertien jaar waren bevallen en die leiden aan fistels. De kinderen zijn
vaak dood en de vrouwen worden verstoten. De vrouwen in die
landen hebben heel weinig rechten en worden heel erg onderdrukt.
07.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): Du 5 au 11 février, j'ai
séjourné
­
avec
d'autres
parlementaires européens - au
Niger, un des pays les plus
pauvres au monde qui est aussi
un
de
nos
partenaires
commerciaux. La visite était
organisée
par
le
Forum
Parlementaire Inter-Européen sur
la Population et le Développement
dans le but d'étudier le lien qui
existe
entre
la
bombe
à
retardement démographique et la
croissance économique. Au Niger,
chaque femme a en moyenne 8,1
enfants et la mortalité infantile est
dramatiquement
élevée.
Des
fillettes de dix ans y sont toujours
données en mariage et elles
accouchent à un âge beaucoup
trop précoce. Nombre d'enfants
naissent ainsi morts-nés. Les
fillettes
souffrent
dans
de
nombreux
cas
de
fistules
consécutives aux accouchements.
Les jeunes mères sont souvent
répudiées.
Nous avons rencontré au Niger le
premier ministre, le président et de
nombreux
parlementaires. Nous
leur avons demandé pourquoi ils
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
De mannen verstoten hen alsof ze huisvuil zijn. Ik denk dat we daar
dus nog heel wat werk hebben.
We hebben met heel wat ministers gesproken. We hebben ook de
premier, de president en heel wat collega-parlementsleden ontmoet.
In het begin van de week hebben we hen gevraagd waarom zij de wet
op het verbod op kindhuwelijken niet goedkeuren.
Er zijn wel mogelijkheden. Hun godsdienst bepaalt bijvoorbeeld dat
een kind niet mag trouwen zolang het schoolloopt. In principe zou dat
een oplossing moeten zijn. Alleen zien we dat de analfabetisatiegraad
80% bedraagt. Dat wil zeggen dat 80% niet schoolloopt en niet kan
lezen of schrijven. Dat artikel biedt dus geen soelaas.
In het begin van de week was het antwoord nog altijd dat ze die wet
niet nodig hadden en dat het probleem marginaal was. We zijn niet
buiten Niamey geweest, maar zelfs in Niamey was het probleem al
heel schrijnend.
Op het einde van de week hebben we samen met onze collega's,
zowel de minister als de parlementsleden van Niger, een
persmededeling kunnen doen die de Europese delegatie en zijzelf
hebben ondertekend. Ik zal ze u dadelijk overhandigen. Daarin
hebben de Nigerianen zelf laten inschrijven dat ze een wet zullen
opstellen tegen de kindhuwelijken.
Onze missie was dus zeker geslaagd. Als men in vijf dagen van een
"neen" naar een "ja" kan gaan, is dat toch wel heel geslaagd.
Tijdens de debatten die ik daar heb gevoerd, heb ik namens ons land
nogal wat engagementen genomen. Ik heb gezegd dat wij erop
zouden blijven toezien dat die wet er zou komen en zou worden
uitgevoerd. We pleiten voor de verbetering van het statuut van de
vrouw en wij pleiten ervoor dat de bevallingen meer geassisteerd
zouden verlopen. Slechts 4 tot 6% van de vrouwen bevalt in een
ziekenhuis. De anderen bevallen thuis, vaak met de hulp van een
buurvrouw, een vroedvrouw of de moeder.
We vragen om voorrang te geven aan opleiding omdat wanneer de
meisjes schoollopen ze niet moeten worden uitgehuwelijkt. Opleiding
is toch wel een heel groot doel in de strijd voor de vrouwenrechten.
We vragen ook dat vrouwen meer toegang zouden krijgen tot
microkredieten, een project in Niger dat wij zeer ondersteunen.
Ik zal u de twaalf punten bezorgen zodat u daarop kunt toezien. Wij
zijn in Niger immers de chef de file van de gezondheidszorgen. Wij
leiden dat daar.
Ik heb daar een debat gevoerd en wil u het volgende voorleggen. Op
een bepaald moment heb ik mij heel straf uitgedrukt en gezegd dat,
aangezien wij een heel grote donor zijn in dat land, wanneer zij zich
zouden blijven verzetten tegen de goedkeuring van een dergelijke
wet, ik niet wist of die ondersteuning nog wel zou worden voortgezet.
Uiteindelijk is dat water naar de zee dragen. We blijven geld pompen
in ziekenhuizen om de kinderen te verzorgen en om de vrouwen
rechten te geven. Op een bepaald moment moeten we echter zeggen
dat zij de wet moeten goedkeuren. Ik weet wel dat we het met die wet
ne décrètent pas l'interdiction du
mariage d'enfants. Au début de
notre visite, ils ont répondu que
cette loi n'était pas nécessaire et
que le problème était marginal. Au
bout d'une semaine toutefois,
nous
avons
rédigé
un
communiqué de presse commun
qui a été signé par la délégation
européenne mais aussi par le
ministre
compétent
et
les
parlementaires
nigériens.
Ce
communiqué annonce la rédaction
d'un texte de loi interdisant le
mariage des enfants.
Au cours des discussions qui ont
précédé l'établissement de ce
texte, j'ai pris un certain nombre
d'engagements au nom de la
Belgique, dont celui de veiller à
l'amélioration du statut de la
femme, à l'accroissement de
l'assistance
aux
mères
qui
accouchent et à la scolarité des
fillettes pour leur éviter d'être
données en mariage puisque la
religion interdit au Niger de marier
un enfant tant qu'il va à l'école.
Je vais transmettre au ministre les
douze points auxquels la Belgique
devra se montrer attentive. Car
nous avons une responsabilité à
assumer au Niger où nous nous
occupons de la direction des soins
sanitaires. J'ai d'ailleurs indiqué
que la Belgique est certes un très
important donateur mais qu'elle
suspendrait son aide s'il n'est pas
mis fin à la pratique du mariage
des enfants. Cette interdiction
légale constituerait assurément un
premier pas mais la faire accepter
par les chefs traditionnels et la
population
constituera
une
entreprise très difficile.
Jusqu'à quel point pouvons-nous
exercer des pressions sur un pays
partenaire ou de concentration?
Comment le ministre conçoit-il
notre coopération avec le Niger,
en particulier à la lumière des
droits sexuels et des droits en
matière d'enfantement?
CRIV 52
COM 115
20/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
niet zullen oplossen, maar dat het zal moeten worden aanvaard door
de traditionele leiders en de bevolking.
Het debat dat ik met u wil voeren is hoever we daarin kunnen gaan.
Hoever kan men gaan in het politiek onder druk zetten van een land
waaraan men middelen geeft? Dat is de vraag waarmee ik worstelde
na mijn terugkeer uit Niger.
Ik ben heel blij dat we een stap in de goede richting hebben kunnen
bewerkstelligen in de strijd tegen de kindhuwelijken. Ik blijf echter
zitten met een vraag. Ik zal u het communiqué overhandigen en wil
uw visie vragen over onze samenwerking met Niger, zeker rond de
seksuele en reproductieve rechten van de vrouwen. We hebben
daarover een resolutie goedgekeurd in dit Parlement. Daarover
hebben we het al vaker gehad.
07.02 Minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, geachte
collega, ik krijg graag een kopie, op dit ogenblik, van het persbericht
over de seksuele en reproductieve rechten van de vrouwen, naar
aanleiding van de parlementaire zending in Niger, georganiseerd door
het Europees Parlementair Forum over bevolking en ontwikkeling.
Ik zal hiervan met extra veel aandacht kennis nemen, omdat de
gezondheidssector een concentratiesector is voor de bilaterale hulp
aan Niger, waarin de seksuele en reproductieve rechten van de
vrouwen een prioritair actiedomein zijn. In dit opzicht wens ik te
preciseren dat het gezondheidsontwikkelingsplan voor Niger 2005-
2010, dat werd opgesteld met de steun van België, gericht is op de
reproductieve en moederlijke gezondheid. Dit plan is vergezeld van
een vijfjaarlijks werkplan en, voor de eerste keer in Niger, van
jaarlijkse activiteiten en budgetplannen, waarvan het eerste het
daglicht zag in 2006. België heeft sinds 2004 de lead donor role, die
erg geapprecieerd wordt, en de (...) coördinatie tussen de
verschillende donoren in de sector.
07.02 Charles Michel, ministre:
J'aimerais recevoir une copie du
communiqué de presse sur les
droits sexuels et reproductifs des
femmes à la suite de la mission
parlementaire
européenne
au
Niger. Ces droits constituent un
domaine d'action prioritaire dans le
cadre de l'aide bilatérale au Niger.
Les droits reproductifs et la santé
des mères occupent une place
centrale
dans
le
plan
de
développement de la santé 2005-
2010 pour le Niger. La Belgique
est depuis 2004 le donateur le plus
important et assure la coordination
entre les différents donateurs dans
le secteur.
07.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik kende
dat antwoord natuurlijk al. Ik heb ginds die plannen kunnen inzien en
ik heb natuurlijk ook gesproken met onze attaché van
ontwikkelingssamenwerking.
Graag had ik uw mening gekend omtrent hoever wij kunnen gaan in
het stellen van politieke voorwaarden aan een land waaraan wij heel
veel hulp bieden? Quelle est votre opinion?
07.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Je connaissais déjà cette
réponse mais je souhaiterais tout
de même savoir dans quelle
mesure le ministre pense pouvoir
imposer des conditions politiques
à un pays auquel nous avons déjà
apporté une aide considérable.
07.04 Minister Charles Michel: Men moet evenwichtig blijven. Dat is
geen debat voor een mondelinge vraag. Het betreft een beginseldebat
in het algemeen, in het kader van de ontwikkelingssamenwerking. Dat
is een basisvraag, bijvoorbeeld voor een eventuele herziening van de
wet van 1999. Tot waar gaan wij in het kader van de
ontwikkelingshulp? Dit debat moet plaatsvinden in coördinatie met de
andere donoren. U geeft een goed voorbeeld voor Niger. Er zijn ook
veel voorbeelden van deze problematiek voor Congo. Ik verwijs
bijvoorbeeld naar de juridische veiligheid voor de investeringen. Wij
hebben een rol te spelen op dat vlak.
Het is een basisvraag. Ik zal dus in dit kader geen definitief antwoord
geven op een vraag die zo moeilijk is en zo gevoelig ligt. Ik meen dat
dit een vraag is waarover een algemeen debat moet worden gevoerd.
07.04 Charles Michel, ministre:
Cette question nécessite un débat
sur les principes généraux de la
coopération au développement. Je
ne puis donc fournir ici une
réponse définitive à cette question.
Ce débat doit être mené avec les
autres donateurs et ne concerne
d'ailleurs pas que le Niger.
20/02/2008
CRIV 52
COM 115
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
De voorzitter: Ik meen dat het gaat om het vinden van een balans
tussen een ethische en een meer pragmatische politiek om een
globaal objectief te kunnen bereiken.
(...): (...)
Le président: À mon estime, il
s'agit d'un équilibre à trouver entre
une
politique
éthique
et
pragmatique
pour
pouvoir
atteindre un objectif global.
De voorzitter: Het is een onderwerp van debat.
Le président: Cela mérite d'y
consacrer un débat.
07.05 Hilde Vautmans (Open Vld): Ik zal deze vraag zeker
meenemen. Wij zullen het debat starten hier in het Parlement op 11
maart, een hele dag. Wij beginnen met hoorzittingen, onder andere
met u, mijnheer de minister, met uw vader en met de mensen van
BTC, BIO en DGOS.
Ik begrijp u wel. U zegt dat het moeilijk is om hierop kort te
antwoorden, maar ik denk al twee weken hierover. Wij hebben het
toch wel hard gespeeld met die vijf Europese parlementairen, door
hen in een week tijd van een absolute "neen" naar een absolute "ja" te
krijgen. Ik vond het fenomenaal. Wij moeten nu natuurlijk nog zien of
ze er gaan komen. Ik hoop dat wij, met onze mensen ter plaatse, erop
zullen toezien en hen eraan herinneren dat het ook effectief moet
worden uitgevoerd. Binnenkort is er opnieuw een gemengde
commissie België-Niger. Misschien kunnen wij daar eens kijken wat
er van hun engagementen is gekomen.
07.05 Hilde Vautmans (Open
Vld): Nous entamerons ce débat le
11
mars
par
l'organisation
d'auditions
avec
les
parties
concernées. Nous avons tout de
même réussi à faire partager notre
position
par
cinq
députés
européens. J'espère que nous
contrôlerons également sur place
la mise en oeuvre effective. Il
conviendrait peut-être d'examiner
les engagements lors de la
prochaine
réunion
de
la
commission mixte Belgique-Niger.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.26 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15.26 heures.