KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 100
CRIV 52 COM 100
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
13-02-2008
13-02-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister en minister van Begroting, Mobiliteit en
Institutionele Hervormingen over "de 100.000 niet-
verzekerde voertuigen in het verkeer" (nr. 1649)
1
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre du Budget, de la Mobilité et des
Réformes institutionnelles sur "les 100.000
véhicules non assurés qui sont en circulation"
(n° 1649)
1
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de niet-
verzekerde voertuigen in het verkeer" (nr. 1861)
1
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les véhicules non assurés qui
sont en circulation" (n° 1861)
1
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen, Karine
Lalieux
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles, Karine
Lalieux
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bio-ethanol
en de bio-diesel" (nr. 1708)
5
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le bio-éthanol et le bio-diesel"
(n° 1708)
5
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van
de ontvangsten uit belastingen op brandstoffen"
(nr. 1733)
7
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution des recettes
provenant de taxes sur le carburant" (n° 1733)
7
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van
de interestlasten" (nr. 1734)
8
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution des charges
d'intérêts" (n° 1734)
8
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de benoeming
tot eerstaanwezend inspecteur bij de dienst
Directe Belastingen na een incompetitiestelling op
14 juni 2007" (nr. 1740)
9
Question de Mme Camille Dieu au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la nomination au titre
d'inspecteur principal au sein des services des
contributions directes suite à une mise en
compétition ouverte le 14 juin 2007" (n° 1740)
9
Sprekers: Camille Dieu, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Camille Dieu, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de moeilijkheid
om een schuldsaldoverzekering af te sluiten na
een diagnose van kanker" (nr. 1828)
13
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la difficulté de conclure une
assurance de solde restant dû après un
diagnostic de cancer" (n° 1828)
13
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Guy Coëme aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de problemen
waarmee de politiezones worden geconfronteerd
inzake sociale zekerheid" (nr. 2004)
15
Question de M. Guy Coëme au ministre de
l'Intérieur sur "les problèmes rencontrés par les
zones de police en matière de sécurité sociale"
(n° 2004)
15
Sprekers: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "corruptie in een
btw-ontvangkantoor" (nr. 2010)
17
Question de M. Guy Coëme au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la corruption dans un bureau
de recettes de la TVA" (n° 2010)
17
Sprekers: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten
van de vergadering van het overlegcomité van
1 februari 2008 inzake het verzoek van de Franse
Gemeenschap om een tegemoetkoming in de
kosten van de energiefactuur van de scholen, en
de perspectieven met betrekking tot een
soortgelijke
tegemoetkoming
voor
alle
gemeenschapsvoorzieningen" (nr. 2035)
19
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le résultat du comité de
concertation du 1er février 2008 en ce qui
concerne la demande de la Communauté
française de bénéficier d'une aide pour la prise en
charge des factures énergétiques des écoles et
les perspectives d'une aide de même nature pour
l'ensemble des collectivités" (n° 2035)
19
Sprekers:
Georges
Gilkinet,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Georges
Gilkinet,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
registratiekantoor van Lennik" (nr. 1825)
22
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le bureau d'enregistrement
de Lennik" (n° 1825)
22
- de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
registratiekantoor van Lennik" (nr. 1990)
22
- M. Luk Van Biesen au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le bureau d'enregistrement
de Lennik" (n° 1990)
22
Sprekers: Michel Doomst, Luk Van Biesen,
Didier Reynders, vice-eerste minister en
minister van Financiën en van Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Michel Doomst, Luk Van Biesen,
Didier Reynders, vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toepassing
van de 40-dagenregel voor de berekening van het
voordeel van alle aard van de bedrijfswagen"
(nr. 2057)
25
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'application de la règle des
40 jours pour le calcul de l'avantage de toute
nature généré par un véhicule de société"
(n° 2057)
25
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
13
FEBRUARI
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
13
F
ÉVRIER
2008
Matin
______
Le développement des questions et interpellations commence à 10.12 heures. La réunion est présidée par
M. François-Xavier de Donnea.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.12 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer François-Xavier de Donnea.
01 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Begroting, Mobiliteit en
Institutionele Hervormingen over "de 100.000 niet-verzekerde voertuigen in het verkeer" (nr. 1649)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de niet-verzekerde voertuigen in het verkeer" (nr. 1861)
01 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre du Budget, de la Mobilité et des Réformes
institutionnelles sur "les 100.000 véhicules non assurés qui sont en circulation" (n° 1649)<br>- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "les véhicules non assurés qui sont en circulation" (n° 1861)</b>
01.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, op de
lijst van de Belgische verzekeraars stonden eind 2007 niet minder dan
154.000 namen. 92% van die personen werd op de lijst gezet wegens
wanbetaling.
De verzekeringssector rekende ons voor dat niet minder dan 100.000
niet-verzekerde voertuigen in het verkeer circuleren. De
politiediensten die worden geconfronteerd met onverzekerde
voertuigen, bijvoorbeeld naar aanleiding van andere overtredingen,
ongevallen en dergelijke, leggen naar verluidt onmiddellijk een boete
op van 1.000 euro en slaan het niet-verzekerde voertuig aan.
Ik heb voor u een aantal concrete vragen over het fenomeen van de
niet-verzekerde voertuigen.
Volgens bepaalde berichten zou het in beslag genomen voertuig
alleen verbeurdverklaard worden als de boete van 1.000 euro niet
binnen de gestelde termijnen wordt betaald. Mijnheer de minister, als
de boete wordt betaald binnen de termijn, zou het niet-verzekerde
voertuig dan worden vrijgegeven, ook al gaat het om een niet-
verzekerd voertuig dat op die manier in het verkeer wordt gebracht?
Ingeval een niet-verzekerd voertuig een verkeersongeval veroorzaakt,
ontvangt men als normaal verzekerd autobestuurder een
schadevergoeding, die wordt uitbetaald door het Gemeenschappelijk
Motorwaarborgfonds. Dat fonds probeert dan het bedrag dat het heeft
uitbetaald, te verhalen op de aansprakelijke niet-verzekerde
tegenpartij. Mijnheer de minister, in het verleden werd als eens
01.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Fin 2007, la liste noire
des assureurs belges comportait
154.000 noms dont 92 % y
figuraient
pour
défaut
de
paiement. En outre, le secteur des
assurances a calculé à notre
intention que pas moins de
100.000 véhicules non assurés
sont en circulation.
Il me revient que les policiers qui
arrêtent un tel véhicule infligent
immédiatement une amende de
1.000 euros au conducteur et
procèdent sur-le-champ à la saisie
du véhicule. Toutefois, selon
certains communiqués, le véhicule
ne serait confisqué que si
l'amende n'est pas acquittée dans
les délais impartis. Est-ce à dire
qu'un
véhicule
non
assuré
échappe à la confiscation si
l'amende est payée?
Dans l'hypothèse où un véhicule
non assuré provoque un accident
de la circulation, le conducteur
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
geklaagd over de lange procedure die men moest doorlopen,
vooraleer de schadevergoeding werd uitbetaald. Kunt u ons een idee
geven van de gemiddelde looptijd van de schadedossiers in de
afgelopen jaren? Hoeveel dossiers beheert het fonds? Worden er
maatregelen genomen om de looptijd in de toekomst te verkorten?
Een verplichte bankdomiciliëring met maandelijkse premiebetalingen
zou het aantal wanbetalingen waarschijnlijk doen verminderen.
Overweegt u om een dergelijke maatregel aan de verzekeringssector
op te leggen?
Kunt u ons een idee geven van de leeftijdsklasse van de wanbetalers
en de regionale spreiding van de wanbetalers in Vlaanderen, Brussel
en Wallonië?
Ik kom nu tot mijn toegevoegde vraag. Artikel 20 van de wet van
21 november 1989
betreffende
de
verplichte
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen regelt de
werkwijze ingeval de politie of de ambtenaar van de openbare macht
vaststelt dat een motorrijtuig niet gedekt is op het vlak van de
burgerrechtelijke aansprakelijkheid. De politie of de ambtenaar stelt
dan een proces-verbaal op, waarvan een afschrift binnen de 2 dagen
na de dag waarop de identiteit van de eigenaar kan worden
vastgesteld, wordt toegestuurd.
Wat gebeurt er indien de identiteit van de eigenaar niet kan worden
vastgesteld? Welke opvolging wordt dan aan de zaak gegeven?
Wordt het voertuig weggesleept? Wordt het voertuig gestockeerd?
Laat men het voertuig gewoon achter? Waar worden de voertuigen
bewaard waarvan men de eigenaar niet onmiddellijk kan identificeren
en die niet in orde zijn met de verplichte burgerrechtelijke
aansprakelijkheidsverzekering?
normalement assuré reçoit une
indemnisation qui lui est versée
par le Fonds commun de garantie
automobile. Ce fonds tente ensuite
de récupérer le montant des
dégâts en en réclamant le
remboursement au responsable
de l'accident. Par le passé, des
voix se sont fait entendre à
plusieurs reprises pour dénoncer
la longue procédure que doit
suivre la victime avant d'obtenir le
remboursement de son dommage.
Avez-vous une idée de la durée
moyenne de traitement de ces
dossiers de dommage au cours
des années écoulées? Combien
de dossiers gère le Fonds? Des
mesures seront-elles prises pour
réduire cette durée?
Une
domiciliation
obligatoire
permettrait
probablement
de
diminuer le nombre de fraudeurs.
Envisagez-vous d'imposer une
telle mesure?
Pouvez-vous nous donner une
idée des catégories d'âge dans
lesquelles on trouve les fraudeurs
et ventiler leur nombre entre la
Flandre, Bruxelles et la Wallonie ?
L'article 20 de la loi du 21
novembre
1989
relative
à
l'assurance obligatoire de la
responsabilité en matière de
véhicules automoteurs détermine
la procédure à suivre lorsque la
police ou un officier de la force
publique constate qu'un véhicule
n'est pas assuré. Un procès-verbal
est alors rédigé et copie de celui-ci
est transmise dans les deux jours
qui suivent le jour où l'identité du
propriétaire a pu être déterminée.
Qu'advient-il du véhicule lorsqu'il
n'est pas possible de déterminer
l'identité du propriétaire?
01.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, de procedure
van het beslag behoort niet tot mijn bevoegdheid, maar tot die van de
minister van Justitie. Dat is ook zo voor uw laatste vraag over de
evolutie van het proces-verbaal.
In de loop van 2006 werden door het Motorwaarborgfonds 7.877
01.02 Didier Reynders, ministre:
La procédure de saisie et le
procès-verbal relèvent de la
compétence du ministre de la
Justice.
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
nieuwe schadedossiers aangelegd op grond van de niet-verzekering
van een ongeval dat plaatsvond in België. In 40% van de gevallen
hadden de dossiers betrekking op ongevallen die voor 2006
plaatsvonden. In 2007 werden 8.259 nieuwe schadedossiers door het
Motorwaarborgfonds aangelegd, op grond van niet-verzekering van
ongevallen die plaatsvonden in België. In 40% van de gevallen
hadden de dossiers betrekking op ongevallen die voor 2007
plaatsvonden.
De wachttijden houden verband met de verplichting om de versies
van de bij een ongeval betrokken partijen te bekomen, de
schadestukken te verzamelen alsook de verzekeringstoestand na te
gaan, het bekomen van de versies afhankelijk van de inzage van het
strafdossier, het bepalen van de verzekeringstoestand van een
voertuig in het geval waarin het voorheen gebruikt voertuig werd
verkocht of het opzoeken van de juiste eigenaar van een voertuig, de
vrij aanzienlijke tijd alvorens een schadegeval aan het fonds wordt
meegedeeld, wat het onderzoek bemoeilijkt.
In 2006 gebeurde de aangifte in 927 gevallen wel degelijk met de
melding dat er een gerechtelijke procedure moet worden gevolgd. In
2007 gebeurde de aangifte in 892 gevallen wel degelijk met de
melding dat er een gerechtelijke procedure moet worden gevolgd. Dit
zijn gevallen waarbij van bij de aanvang de afhandeling op korte
termijn zeer problematisch is. Van de afwikkelingsdossiers die door
de verzekering in 2006 werden geopend, was 32% eind 2006
afgesloten. Eind 2007 was 71% van de in 2006 aangelegde dossiers
afgesloten. Van de afwikkelingsdossiers die in 2007 waren geopend,
was 28% eind 2007 afgesloten.
Ik vestig ook de aandacht op het feit dat het sinds 2004 mogelijk is
voor de BA om voor autoverzekeraars die een vergoeding vragen,
ook in het geval van niet-verzekering, de RDR-conventie toe te
passen. Die conventie maakt een directe regeling tussen de
verzekeraars mogelijk wat tot een snellere afhandeling van de
dossiers en in de eerste plaats de vergoeding van de slachtoffers
leidt. Krachtens deze conventie kan de BA-verzekeraar van de
benadeelde zelf vergoeden op voorwaarde dat het schadegeval onder
een barema valt.
Indien de benadeelde van mening is dat het onderzoek van het fonds
te lang duurt, kan bovendien worden gevraagd toepassing te maken
van artikel 19 bis 18 van de wet van 21 november 1989. Krachtens
deze bepaling ingebracht door de wet van 27 augustus 2002, mag het
fonds vergoeden indien er betwisting is tussen het fonds en een
verzekeraar aangaande de vraag welke van hun beiden tot de
vergoeding moet overgaan.
Dit is slechts mogelijk indien de feiten vaststaan op het vlak van de
aansprakelijkheid hetzij eventueel voor zwakke weggebruikers de
betrokkenheid van het voertuig waarvan wordt gesteld dat de
verzekeringsplicht niet werd nageleefd.
Rekening gehouden met de oorzaken van de wachttijden en de
nieuwe mogelijkheden ingevoerd in 2002 en 2004, zijn nieuwe
maatregelen niet onmiddellijk noodzakelijk. Enkele verzekeraars
bieden al de mogelijkheid om de premie maandelijks, per kwartaal of
per halfjaar te betalen. Dat is een interessante denkpiste, onder meer
En 2006, le Fonds commun de
garantie automobile a constitué
7.877
nouveaux
dossiers
d'indemnisation
pour
défaut
d'assurance lors d'un accident
survenu en Belgique. Dans 40 %
des cas, il s'agissait d'accidents
antérieurs à 2006. En 2007, le
fonds a ouvert 8.259 nouveaux
dossiers d'indemnisation et dans
40 % des cas, il s'agissait
d'accidents survenus avant 2007.
Les délais d'attente sont dus à
toute une série d'obligations à
remplir.
En 2006, la déclaration a été
effectuée dans 927 cas avec la
mention
qu'une
procédure
judiciaire devait être suivie. En
2007, il s'agissait de 822 cas. Le
traitement à court terme est
impossible en l'occurrence.
32 % des dossiers ouverts par les
assurances en 2006 étaient
clôturés fin 2006 et 71 % fin 2007.
28 % des dossiers ouverts en
2007 étaient clôturés à la fin de
cette année.
La convention RDR peut être
appliquée depuis 2004, même en
cas de non-assurance.
Si l'enquête menée par le fonds
est trop longue, la personne
préjudiciée
peut
requérir
l'application de la loi du 27 août
2002 pour que le fonds puisse
déjà procéder à l'indemnisation,
indépendamment du litige entre ce
dernier et un assureur à propos de
la prise en charge financière.
Toutefois, il faut dans ce cas que
la responsabilité ou, pour les
usagers de la route les plus
vulnérables,
l'implication
du
véhicule non assuré soit établie.
Grâce aux nouvelles possibilités
instaurées en 2002 et en 2004, de
nouvelles mesures ne sont pas
immédiatement nécessaires. Je
doute
que
l'obligation
de
domiciliation permette de réduire
le nombre de mauvais payeurs.
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
om het aantal wanbetalingen te verminderen, aangezien het de
consumenten meer mogelijkheden laat. Deze domiciliëring verplicht
maken zal echter het probleem van de wanbetaling niet oplossen. Zo
zijn andere initiatieven te overwegen, onder meer inzake financiële
educatie zoals trouwens door de Europese Commissie werd
gesuggereerd. Het is uiteraard aan de minister van Economie om die
kwestie te bestuderen.
Ik heb geen informatie over uw vierde vraag inzake het aantal
wanbetalers en de verdeling ervan.
Un paiement échelonné par
trimestre pourrait en revanche y
contribuer.
Je
ne
dispose
d'aucune
information sur le nombre de
mauvais
payeurs
ou
leur
répartition.
01.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): De vragen die voor Justitie
bedoeld zijn, zal ik aan de minister van Justitie voorleggen. Het is te
betreuren, en het is niet de eerste keer, dat er weer geen informatie
beschikbaar is over regionale spreiding van wanbetalers en van niet-
verzekerde voertuigen in de verschillende landsdelen.
01.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je poserai les questions
concernées au ministre de la
Justice. Je regrette qu'une fois de
plus, on ne dispose d'aucune
information sur la répartition
régionale des mauvais payeurs et
sur les véhicules non assurés.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
01.04 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je souhaite
intervenir à propos de l'ordre du jour.
Je suis arrivée en retard à cause du brouillard abondant sur les routes
et je me trouvais au cours de néerlandais lorsque mon collaborateur
m'a appelée.
Je suis arrivée en commission à 10.06 heures et un vote était déjà
intervenu, malgré le peu de collègues présents à cause des
problèmes sur les routes. Je trouve cette précipitation assez
désagréable, au motif que la proposition intéresse principalement le
MR. Nous n'avons pas pu nous exprimer sur le fond de cette
proposition ni participer au vote. J'aimerais bien que l'on revienne sur
le vote.
Dorénavant, nous traiterons aussi les autres partis de la sorte!
Monsieur le président, je voudrais simplement vous dire que cette
précipitation résulte de votre volonté de faire passer cette mesure par
un coup de force, sans débat ni audition.
Le président: Je suis toujours ouvert au dialogue, madame Lalieux. Je vous signale d'abord que, pour
changer un vote sur l'ordre du jour, il faut l'unanimité. Ensuite, le point 1 contient le mot "continuation". Vous
aurez donc toute l'occasion de vous exprimer si vous le souhaitez. Je propose donc que nous entamions ce
point tout à l'heure et que nous décidions de ce que nous ferons. Quant à la tenue des votes aujourd'hui,
c'est une autre question.
J'attendais que les membres fussent tous présents, afin de ne pas aborder ce point avec seulement huit
personnes. Si j'avais voulu agir dans la précipitation, je me serais dépêché de passer au vote sans attendre
votre arrivée. Or, comme j'apprécie généralement vos interventions, même si je ne les partage pas
toujours, j'ai préféré attendre que vous arriviez, ainsi que MM. Coëme et Tuybens.
Ceci prouve dans quel état d'esprit de dialogue je me trouve. Par conséquent, je n'accepte pas vos procès
d'intention que je n'ose qualifier de "malveillants".
C'est moi qui préside la commission, et pas vous, madame! J'entamerai la discussion du premier point dès
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
que j'aurai l'impression que tout le monde sera présent. Je l'aborderai après la question de M. Bogaert.
02 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bio-ethanol en de bio-diesel" (nr. 1708)
02 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le bio-éthanol et le bio-diesel" (n° 1708)</b>
02.01 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal
het ritme van mijn vraagstelling niet aanpassen. Ik zal op een normale
manier mijn vraag stellen.
Ik heb acht subvragen.
Ten eerste, wat zijn de opbrengsten per maand voor de overheid van
de verhoogde accijns op bio-ethanol sinds 1 oktober 2007?
Ten tweede, wat zijn de verwachte opbrengsten voor de komende drie
maanden?
Ten derde, hoeveel is reeds gecompenseerd aan de sector voor de
aankoop of aanmaak van bio-ethanol in miljoenen euro?
Wanneer zal bio-ethanol beschikbaar zijn voor de consument?
Wat zijn de opbrengsten per maand voor de overheid van de
verhoogde accijns op biodiesel sinds de invoering ervan?
Wat zijn de verwachte opbrengsten voor de komende drie maanden?
Hoeveel is reeds gecompenseerd aan de sector voor de aankoop of
aanmaak van biodiesel in miljoenen euro?
Wanneer zal biodiesel volledig beschikbaar zijn voor de consument?
02.01 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): A combien s'élèvent les
recettes mensuelles des accises
majorées sur le bioéthanol depuis
le 1er octobre 2007? A combien
s'élèvent-elles pour le biodiesel
depuis l'entrée en vigueur de ces
accises majorées? Quelles sont
les recettes escomptées pour les
trois mois à venir? Quel est le
montant
des
compensations
accordées au secteur pour l'achat
ou la production de bioéthanol et
de
biodiesel?
Quand
ces
carburants seront-ils disponibles?
02.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Bogaert, we zitten aan 15 vragen voor twee agendapunten. Daarbij
zijn veel vragen over statistieken en cijfers over het rendement van de
verschillende belastingen. Ik zal dat ook zeggen op de Conferentie
van voorzitters. Het is toch moeilijk om week na week op vragen naar
statistieken een antwoord te geven.
Er is geen enkele accijnsverhoging op bio-ethanol geweest sinds
1 oktober 2007. Het tarief dat van toepassing is op benzine zonder
lood, aangevuld met 7 procent bio-ethanol, ten belopen van
0,5800832 euro per liter is lager dan het tarief dat vóór 1 oktober 2007
van toepassing was op benzine zonder lood, met name
0,5921877 euro per liter. Overigens is er van dit mengsel in België tot
op heden nog niets in gebruik gesteld en zijn er bijgevolg dus nog
geen accijnsontvangsten geweest. Voor de komende drie maanden
zijn er geen ontvangsten te verwachten.
Wat de biobrandstof betreft, is er om redenen van budgettaire
neutraliteit geen enkele directe compensatie voor de sector. Bij het in
het gebruik stellen van biobrandstof is het accijnstarief dat van
toepassing is op het mengsel van fossiele- en biobrandstof lager dan
datgene wat van toepassing is op de gelijkaardige fossiele brandstof.
Aangezien tot op heden in België nog geen bio-ethanol in gebruik is
gesteld, werd dit verlaagd tarief nog nooit toegepast.
02.02 Didier Reynders, ministre:
Il n'y pas eu d'augmentation des
accises sur le bioéthanol depuis le
1er octobre 2007. Le taux d'accise
sur
l'essence
sans
plomb
mélangée à sept pour cent de
bioéthanol est inférieur à celui
appliqué à l'essence sans plomb
avant le 1er octobre 2007. Etant
donné que cette composition n'a
pas encore été commercialisée
chez nous, aucune accise n'a
encore été perçue et il ne faut pas
attendre de recettes de ce côté
dans les trois mois à venir.
Pour les biocarburants, aucune
compensation directe n'a été
prévue pour le secteur. Le taux
d'accise appliqué aux mélanges
de
biocarburant
et
de
combustibles fossiles est inférieur
à celui appliqué aux combustibles
fossiles similaires purs. Jusqu'à
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Luidens de mij ter beschikking gestelde informatie zal door de
erkende productie-eenheden slechts vanaf mei 2008 bio-ethanol
kunnen worden geleverd, al moet evenwel worden opgemerkt dat er
geen enkele verplichting bestaat om bio-ethanol op de Belgische
markt te brengen. Dat maakt het hachelijk enige voorspelling te doen
over het in het gebruik stellen van dit product.
Er is geen enkele accijnsverhoging geweest op biodiesel sinds
1 november 2006. Het tarief dat van toepassing is op gasolie,
aangevuld met fame, te weten 0,302 euro per liter, is lager dan het
tarief dat vóór 1 november 2006 van toepassing was op gasolie met
een laag zwavelgehalte, hetzij 0,318009 euro per liter.
Aangezien er geen enkele accijnsverhoging op biodiesel is geweest
sinds de invoering van een accijnstarief op dat product, kan
onmogelijk een raming worden gemaakt van welke meeropbrengst
dan ook.
Er is geen directe compensatie voor de sector voor de productie van
biobrandstoffen. Om het prijsverschil tussen de biobrandstof en het
volledig fossiel product te compenseren, is het tarief dat van
toepassing is bij het ingebruikstellen van gasolie gemengd met 5%
fame biodiesel lager dan het tarief voor het ingebruikstellen van
volledig fossiele gasolie. De tarieven bedragen respectievelijk
0,302 euro per liter en 0,3178947 euro per liter.
Ten slotte is biodiesel bij bepaalde brandstofleveranciers reeds
beschikbaar voor de consument als mengsel van 5% met gasolie. Er
wordt evenwel opgemerkt dat er geen enkele verplichting bestaat om
biobrandstoffen op de Belgische markt te brengen. Het staat elke
leverancier vrij om al dan niet een product dat biodiesel bevat, te
verkopen.
Ik wil nog een zaak toevoegen. Wij hebben op federaal en Europees
vlak al richtlijnen gemaakt om naar biobrandstoffen te kunnen
overgaan. Het gaat om een nieuwe richtlijn, een aanpassing van de
verschillende fiscale maatregelen, een lancering van een vraag voor
offerten. Daarna hebben wij veel beslissingen genomen, maar er is
een vertraging bij de leveranciers. Ik heb een engagement gekregen
van de leveranciers en van de Gewesten om klaar te zijn, bijvoorbeeld
in het Waals Gewest in Wanze tegen oktober 2007. Nu wachten wij,
denk ik, tot oktober 2008. Er is dus een zeer grote vertraging in de
verschillende Gewesten aangaande de levering van de producten.
Daaraan kunnen wij op federaal vlak echter niets doen.
présent, ce taux réduit n'a pas
encore été appliqué, dès lors que
ce type de carburant n'est pas
encore distribué. La livraison de
bioéthanol n'est prévue qu'à partir
de mai 2008, mais comme il n'y a
pas la moindre obligation en la
matière, il est dangereux de faire
des pronostics à ce sujet.
Les accises sur le biodiesel n'ont
pas été majorées depuis le 1er
novembre 2006. Le taux appliqué
au gasoil contenant de l'EMAG est
inférieur au taux appliqué au gasoil
à faible teneur en soufre qui date
d'avant le 1
er
novembre 2006.
Étant donné que les accises sur le
biodiesel n'ont pas été revues à la
hausse
jusqu'à
présent,
les
recettes supplémentaires sont
impossibles à estimer. Le secteur
ne
bénéficie
d'aucune
compensation directe pour la
production de biocarburants. Le
taux appliqué au gasoil contenant
5 % de biodiesel EMAG est
inférieur au taux appliqué au gasoil
d'origine fossile à 100 %, ceci pour
compenser la différence de prix.
Le biodiesel à 5 % est déjà
disponible auprès de certains
fournisseurs,
sans
aucune
obligation toutefois.
Des
directives
relatives
au
passage aux biocarburants ont
déjà été établies aux niveaux
fédéral et européen. Nous avons
déjà pris de nombreuses décisions
à ce sujet. Des retards de livraison
importants sont toutefois constatés
dans les différentes Régions et
nous ne pouvons y remédier à
l'échelon fédéral.
02.03 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de vice-eerste
minister, ik dank u voor uw omstandig antwoord.
Iemand uit de sector zei me dat de leveranciers inderdaad niet klaar
zijn maar dat er zou worden gewacht tot iedereen klaar is. Ik weet niet
of dat klopt. Is het juist dat men in Vlaanderen wel klaar is, maar in
Wallonië nog niet, en dat dit de reden is waarom er met het geheel
wordt gewacht? Misschien kunt u daarop nog een bijkomend
antwoord geven.
02.03 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): Il semblerait que les
fournisseurs ne soient pas prêts et
que l'on attendrait que tous le
soient. Est-il exact que la Flandre
est prête mais pas la Wallonie?
02.04 Minister Didier Reynders: Er was een probleem in Gent, denk
ik, en dan in Wanze. Wij wachten echter niet tot en met de laatste
02.04 Didier Reynders, ministre:
Des problèmes se sont posés à
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
leverancier. Er is geen beslissing in dat verband.
Gand et à Wanze mais nous
n'attendons
pas
que
les
fournisseurs soient prêts jusqu'au
dernier.
02.05 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Dus als iemand klaar is en
voldoende capaciteit heeft, dan start u op?
02.05 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): Peut-on commencer dès
qu'un fournisseur est prêt et
dispose
de
la
capacité
nécessaire?
02.06 Minister Didier Reynders: Zonder enig probleem.
02.06 Didier Reynders, ministre:
Oui.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 10.30 uur tot 11.16 uur.
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 10.30 heures à 11.16 heures.
03 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van de ontvangsten uit belastingen op brandstoffen"
(nr. 1733)
03 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution des recettes provenant de taxes sur le carburant" (n° 1733)</b>
03.01 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de vice-eerste
minister, ik heb een heel korte vraag. Ik zou graag willen weten wat de
evolutie is van de fiscale ontvangsten op brandstoffen over de
voorbije drie jaar. Die vraag is al enkele keren gesteld, maar alles
evolueert. Daarom had ik graag de meest recente cijfers gehad.
03.01 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): Quelle a été l'évolution des
recettes fiscales au cours des trois
dernières années?
03.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, de evolutie
van de accijnsontvangsten, waarnaar de heer Bogaert heeft
geïnformeerd, kan worden afgeleid uit een tabel. Voor 2005 gaat het
om iets meer dan 4.250.000.000 euro, voor 2006 om iets meer dan
4.100.000.000 euro en voor 2007 om 4.149.000.000 euro. Ik heb een
detailberekening met accijnzen en bijzondere accijnzen, controle,
retributie en bijdragen op energie, tot op de eurocent, voor de drie
jaar.
Er moet worden opgemerkt dat de cijfers met betrekking tot 2005 en
2006 definitief zijn, terwijl de cijfers voor 2007 slechts definitief zijn
voor de eerste elf maanden van het jaar, aangevuld met de voorlopige
cijfers voor de maand december.
Met betrekking tot de btw-ontvangsten, kan ik u meedelen dat ik mijn
administratie opdracht gegeven heb om een studie te maken inzake
de opbrengst van de fiscale ontvangsten op brandstoffen voor de
voorbije drie jaar. Ik zal u de desbetreffende gegevens doorsturen,
zodra ze beschikbaar zijn. Ik heb wel een tabel bij mij voor u met
betrekking tot de accijnzen.
03.02 Didier Reynders, ministre:
Les recettes des accises se sont
élevées à 4,25 milliards d'euros en
2005, un peu plus de 4,1 milliards
d'euros en 2006 et près de 4,15
milliards d'euros en 2007. Ces
chiffres sont définitifs, mis à part
ceux du mois de décembre 2007.
Je tiens le calcul précis à votre
disposition. Mon administration se
penche actuellement sur cette
question. Je vous transmettrai les
données dès qu'elles seront
disponibles.
03.03 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik wil
de vice-eerste minister danken voor zijn omstandig antwoord. Ik weet
dat de vice-eerste minister soms een beetje klaagt dat hij te veel
vragen krijgt, maar de oorzaak van dat probleem is dat de antwoorden
te goed zijn. Mochten de antwoorden minder goed zijn, dan zouden er
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
minder vragen komen. Misschien zou dat een oplossing kunnen zijn.
03.04 Minister Didier Reynders: Er is ook een verbetering in de
vragen, sinds enkele maanden.
De voorzitter: De heer Bogaert is zeer rechtvaardig. Hij stelt evenveel vragen aan de huidige minister van
Begroting als aan de minister van Financiën. Er is dus een politiek evenwicht ontstaan. Dat is zeer goed.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van de interestlasten" (nr. 1734)
04 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution des charges d'intérêts" (n° 1734)</b>
04.01 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, hoe
evolueren de interestlasten? Wat is de deelimpact van de evolutie van
de impliciete rente ten opzichte van de impact van de grootte van de
overheidsschuld zelf? Dat is eigenlijk een opvolgingsvraag voor de
eerste reeks vragen in de commissie bij de opening van het
parlementaire jaar.
04.01 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): Quelle est l'évolution des
charges d'intérêts? Quel est
l'impact de l'intérêt implicite par
rapport à celui de la dette
publique?
04.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Bogaert, ik heb voor u een tabel met de evolutie van 2004 tot 2007. Ik
zal daarbij nog wat commentaar geven en uw vraag beantwoorden
wat de federale staatsschuld betreft. Het betreft dus de schuld
uitgegeven of overgenomen door de federale staat, verhoogd met de
schuld van bepaalde andere instellingen waarvoor de staat bijdraagt
in de financiële lasten. Ik heb er daarbij voor gekozen om de schuld
van het Fonds voor spoorweginfrastructuur niet te beschouwen,
aangezien die slechts gedurende korte tijd als een federale
staatsschuld werd aanzien. Zodoende valt de evolutie over de jaren
heen beter te verklaren. Ik hield ook geen rekening met de schulden
ten overstaan van het Zilverfonds omdat het mij relevant leek om
enkel de interestkosten ten opzichte van actoren buiten de
overheidssector te beschouwen.
Over de voorbije vier jaar ik heb een tabel met de evolutie
evolueerde de impliciete rente van 4,99% in 2004 tot 4,59% in 2007.
Ik zal u alle gegevens bezorgen. Tot en met het jaar 2005 deed er
zich jaarlijks een daling voor van de interestlasten in nominale termen.
De over het algemeen dalende marktrente resulteerde toen in een
belangrijke daling van de impliciete rente. In 2006 en in 2007 daalden
de interestkosten in nominale termen niet meer, omdat de impliciete
rente vrijwel niet meer afnam. De marktrente op korte termijn steeg
inderdaad relatief sterk in die jaren zodat het effect van de
herfinanciering van de langetermijnschuld aan lagere rentevoeten
tenietgedaan werd door de hogere kosten op de kortetermijnschuld.
De beperkte daling van de impliciete rente werd bovendien
tenietgedaan door de lichte stijging van de federale staatsschuld in
nominale termen. Mocht de kortetermijnrente in 2008 opnieuw dalen
als gevolg van een interventie van de Europese Centrale Bank, zullen
de interestkosten net als de impliciete rente opnieuw afnemen.
In termen van het bbp bleven de interestkosten in 2006 en 2007
niettemin afnemen net als de federale staatsschuld zelf. Ik heb een
04.02 Didier Reynders, ministre:
Je remettrai à M. Bogaert un
tableau de l'évolution entre 2004 et
2007.
L'intérêt implicite a évolué de
4,99 % en 2004 à 4,59 % en 2007.
Jusqu'en
2005, les charges
d'intérêts se sont chaque année
inscrites en recul. Cette baisse
s'est suspendue en 2006 et 2007
étant donné que l'intérêt implicite
avait cessé de fléchir. Les effets
du refinancement de la dette à
long terme à des taux d'intérêt
inférieurs ont été réduits à néant
par l'augmentation du taux du
marché. Quant à la baisse de
l'intérêt implicite, elle a à son tour
été annihilée par la légère
augmentation de la dette publique.
Si les taux à court terme baissent
à nouveau en 2008, les charges
d'intérêts
ainsi
que
l'intérêt
implicite entameront une nouvelle
courbe descendante. Les charges
d'intérêts et la dette publique
fédérale ont continué à diminuer
par rapport au PIB en 2006 et
2007.
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
tabel voor u met de gegevens.
04.03 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw omstandig antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Camille Dieu au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la nomination au titre d'inspecteur principal au sein des services des
contributions directes suite à une mise en compétition ouverte le 14 juin 2007" (n° 1740)</b>
05 Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de benoeming tot eerstaanwezend inspecteur bij de dienst Directe
Belastingen na een incompetitiestelling op 14 juni 2007" (nr. 1740)
05.01 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le 21 décembre 2007 ont été notifiées des propositions de
nominations aux emplois de niveau A auxquels appartient le titre
d'inspecteur principal au sein des contributions directes. Ces
propositions de nominations avaient fait l'objet d'une mise en
compétition au mois de juin 2007. Pour pouvoir participer à cette
compétition de niveau A, il faut avoir réussi cinq examens: quatre
examens écrits d'ordre technique et un examen oral. Nous savons
qu'il est assez difficile de réussir ces examens; en effet, parfois moins
de 10% des inscrits les réussissent.
En juin 2007, 90 agents du rôle francophone avaient postulé. À peu
près 30 ont obtenu l'emploi sollicité. Les autres agents sont soit restés
au même poste, soit ont été maintenus à un grade inférieur à celui
visé. Pourtant, des agents n'ayant pas réussi les examens ad hoc
continuent de remplir certaines de ces fonctions à titre intérimaire
avec une compensation salariale. Selon certains agents du SPF
Finances, il semble que cette situation perdure en dépit des résultats
de la postulation.
Il me revient que ceci décourage les agents et qu'un certain malaise
règne au sein des directions régionales. Ce malaise est bien
compréhensible si cette situation est avérée, naturellement.
Parmi les agents ayant présenté et réussi les examens en question,
certains n'obtiennent pas la promotion qu'ils estiment légitime et ne
reçoivent donc qu'une compensation salariale limitée ils n'ont qu'un
seul saut d'échelle. Ceux qui ont réussi les examens obtiennent deux
sauts d'échelle et ceux qui n'ont pas réussi les examens mais restent
dans des fonctions à titre intérimaire ont une compensation salariale
importante puisqu'ils ont eux aussi les deux sauts d'échelle.
Monsieur le ministre, que pensez-vous de cette situation? Ces faits
sont-ils avérés?
Pourquoi organiser des examens de promotion si certains des postes
vacants ouverts à la postulation restent occupés par des agents
intérimaires alors que des agents ont réussi les examens?
Comptez-vous prendre des mesures pour mettre un terme à cette
situation?
A-t-on pu établir des statistiques qui recensent le nombre
05.01 Camille Dieu (PS): Op 21
december 2007 werden er een
aantal
benoemingsvoorstellen
bekendgemaakt voor functies van
niveau A, waaronder betrekkingen
in de graad van eerstaanwezend
inspecteur
bij
de
directe
belastingen.
Die voorstellen maakten het
voorwerp
uit
van
een
incompetitiestelling in 2007; om
daaraan deel te nemen, moet men
voor vijf examens geslaagd zijn.
Minder dan tien procent van de
deelnemers kan zulks op zijn
conto schrijven.
In juni 2007 stelden zich negentig
Franstalige ambtenaren kandidaat
en verkregen er ongeveer dertig
de
geambieerde
baan.
De
overigen behielden hun huidige
functie of bleven in een lagere dan
de beoogde graad tewerkgesteld.
Ambtenaren die niet voor de ad-
hocexamens geslaagd zijn, blijven
evenwel sommige van die functies
tijdelijk vervullen en krijgen er een
looncompensatie voor. Door die
situatie raken de ambtenaren
ontmoedigd
en
ontstaat
er
begrijpelijkerwijs
een
zekere
malaise.
Bovendien
grijpen
sommige
ambtenaren die wel voor het
examen geslaagd zijn, naast de
promotie waarop ze aanspraak
meenden te kunnen maken en
ontvangen ze dus slechts een
beperkte looncompensatie, ten
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
d'inspecteurs principaux intérimaires au sein des directions régionales
du SPF au cours des dix dernières années? Si c'est le cas, pouvez-
vous m'en faire part?
Il me revient également que certains agents nommés à un poste qu'ils
ont sollicité ne l'occuperont jamais parce qu'ils sont détachés
automatiquement et qu'ils bénéficient, en plus de leur avantage
salarial mérité, d'une prime de détachement. S'il en est ainsi, ne
pourrait-on pas exiger que toute promotion ou toute mutation d'un
agent soit précédée, comme c'est le cas dans bien d'autres statuts de
la Fonction publique, d'une période minimale de fonctionnement à
l'emploi où l'agent est nommé et a fortiori, s'il s'agit pour ce faire
d'obtenir encore une indemnité quelconque?
En revanche, si la loi prévoit déjà cette période minimale de
fonctionnement, qu'en est-il de son application?
Enfin, il me revient qu'au moins un emploi d'inspecteur principal aurait
dû être mis en compétition mais ne l'a pas été. Il serait occupé par un
agent nommé à un autre poste. Pourriez-vous infirmer ou confirmer
cette rumeur? Si vous n'en avez pas connaissance et si vous le
souhaitez, je peux vous en faire connaître l'origine.
belope
van
één
enkele
salarissprong. Ambtenaren die wel
gepromoveerd zijn, hebben recht
op twee salarissprongen, evenals
ambtenaren die niet voor de
examens geslaagd zijn maar die
de
functies
tijdelijk
blijven
vervullen.
Wat vindt u van die situatie? Zijn
die
feiten
correct?
Zal
u
maatregelen nemen om die
toestand te verhelpen?
Bestaan er statistieken over het
aantal tijdelijke eerstaanwezende
inspecteurs dat tijdens de voorbije
tien jaar bij de gewestelijke
directies werkte? Kan u ze ons
bezorgen?
Ten
slotte
zullen
sommige
ambtenaren die worden benoemd
in een functie waarnaar ze hebben
gesolliciteerd, die functie nooit
vervullen
aangezien
ze
automatisch worden gedetacheerd
en
naast
hun
verdiende
loonvoordeel
een
detacheringspremie
ontvangen.
Kan men niet eisen dat elke
promotie
of
mutatie
wordt
voorafgegaan door een minimale
periode
tijdens
welke
de
ambtenaar de functie waarin hij
wordt benoemd, moet hebben
vervuld?
De wet voorziet wel in deze
minimumperiode waarin men in
die functie werkzaam moet zijn,
maar hoe wordt die concreet
toegepast?
Tot slot heb ik vernomen dat
minstens één betrekking van
eerstaanwezend inspecteur
in
competitie had moeten worden
gesteld, en dat dit niet gebeurd is.
Die functie zou ingenomen zijn
door een agent die benoemd was
in een andere betrekking. Kan u
dit gerucht bevestigen?
05.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, comme
Mme Dieu l'a signalé dans sa question, une procédure de nomination
aux emplois de niveau A auquel le titre d'inspecteur principal de
l'administration fiscale est attaché est actuellement en cours au sein
de l'administration des Contributions directes.
05.02 Minister Didier Reynders:
Er loopt op dit moment in de
Administratie van de Directe
Belastingen
een
benoemingsprocedure
voor
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Les emplois d'inspecteur principal de l'administration fiscale vacants
au 1
er
janvier 2007 pourvus d'un intérimaire ont été mis en
compétition par ordre de service publié au Moniteur belge le
14 juin 2007.
En tenant compte des postulations, la proposition de nomination pour
les emplois vacants ou devenus vacants suite aux mouvements
internes de mutation a été notifiée ce 21 décembre 2007.
Vous comprendrez bien évidemment qu'il ne m'appartient pas de
commenter plus avant cette procédure actuellement en cours dans
laquelle des réclamations ont été introduites et pour laquelle aucune
décision définitive n'est intervenue. J'ai d'ailleurs pour principe de ne
pas intervenir dans un dossier de nomination avant que le dossier
complet ne me soit soumis.
La procédure étant toujours en cours suite aux réclamations, les
intérimaires désignés aux postes proposés dans la notification du
21 décembre 2007 restent en fonction, en principe jusqu'au moment
de la nomination et de l'installation des agents dans le cadre de cette
procédure, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du
8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les
administrations de l'État.
Étant donné le délai de réponse qui m'a été imparti pour répondre à
cette question, monsieur le président, les données statistiques
concernant le nombre d'inspecteurs principaux intérimaires au sein
des directions régionales des Contributions directes au cours des dix
dernières années seront transmises très prochainement par écrit à
Mme Dieu.
Je me permets d'attirer son attention sur le fait que les règles et
conditions d'attribution des fonctions supérieures ne sont pas les
mêmes que celles relatives aux nominations.
En ce qui concerne le principe d'une période minimale de
fonctionnement avant toute promotion, je tiens à rappeler qu'il est
prévu pour les nominations par accession au niveau supérieur, par
l'article 29bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et
la carrière des agents de l'État. Il ne me paraît pas opportun de
l'étendre à une promotion au sein d'un même niveau.
Enfin, je ne suis pas au courant d'une rumeur relative à un emploi
d'inspecteur principal qui aurait dû être mis en compétition, mais qui
ne l'a pas été. Mais si vous pouvez me faire parvenir des indications
plus précises sur le poste concerné, je ferai procéder à des
vérifications.
betrekkingen van niveau A, waar
de graad van eerstaanwezend
inspecteur
van
de
Directe
Belastingen toe behoort.
De op 1 januari 2007 openstaande
betrekkingen van eerstaanwezend
inspecteur
van
de
belastingadministratie, die tijdelijk
door waarnemende beambten
werden
ingevuld, werden in
competitie gesteld door het in het
Belgisch Staatsblad van 14 juni
2007 verschenen dienstorder.
Het benoemingsvoorstel voor de
openstaande betrekkingen, of voor
betrekkingen die vacant geworden
waren ten gevolge van interne
verschuivingen, werd op 21
december 2007 jl. betekend.
Het komt mij niet toe verdere
commentaar over deze nog
lopende procedure te geven.
Aangezien de procedure ten
gevolge van ingediende bezwaren
nog steeds loopt, blijven de
waarnemende beambten, die in de
betekening van 21 december 2007
voor deze betrekkingen werden
voorgesteld, verder in dienst, in
principe tot op het moment dat de
ambtenaren in het kader van deze
procedure worden benoemd en in
dienst worden genomen.
Binnenkort zal ik u de statistische
gegevens
over
het
aantal
waarnemende
eerstaanwezend
inspecteurs in de gewestelijke
besturen
van
de
Directe
Belastingen in de laatste tien jaar
schriftelijk bezorgen.
Ik benadruk dat er voor de hoge
functies andere aanstellingsregels
en voorwaarden gelden dan voor
de benoemingen.
Verder is het zo dat het principe
van de minimumperiode waarin
men
werkzaam
moet
zijn
vooraleer men bevorderd kan
worden,
geldt
voor
de
benoemingen door overgang naar
een hoger niveau. Het lijkt me niet
wenselijk het ook toe te passen op
bevorderingen binnen hetzelfde
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
niveau.
Tot slot heb ik geen weet van
geruchten over een betrekking van
eerstaanwezend inspecteur die in
competitie had moeten worden
gesteld, maar waarvoor dat niet
gebeurd zou zijn.
05.03 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, je dois dire que le
ministre s'est exprimé comme un notaire. C'est la raison pour laquelle
certains éléments m'ont échappé.
05.03 Camille Dieu (PS): Het lijkt
wel of we niet de minister maar
een notaris aan het woord hebben
gehoord. Daarom heb ik sommige
elementen niet goed begrepen.
05.04 Didier Reynders, ministre: Si vous le souhaitez, je vous
remettrai la réponse écrite.
05.04 Minister Didier Reynders:
Ik zal u het schriftelijk antwoord
bezorgd.
05.05 Camille Dieu (PS): Je vous remercie. Je n'ai en effet pas saisi
ce que vous avez répondu au sujet des règles de nomination
différentes pour les fonctions supérieures et attributions en fonction
d'un arrêté de 1939. Enfin, je relirai attentivement votre réponse.
05.05 Camille Dieu (PS): Ik heb
uw antwoord met betrekking tot de
verschillende regels voor de
uitoefening van een hoger ambt en
voor de benoemingen op grond
van een besluit van 1939 niet zo
goed begrepen.
05.06 Didier Reynders, ministre: Madame, la période minimale de
fonctionnement est prévue pour aller vers un niveau supérieur, mais il
ne me paraît pas utile d'en prévoir une quand des agents restent au
sein d'un même niveau. C'est une question de logique: ils sont déjà
en train d'exécuter une tâche à ce niveau; on ne va pas leur
demander une période supplémentaire.
05.06 Minister Didier Reynders:
Om in een hoger niveau te worden
benoemd,
moet
men
een
minimumperiode in het lagere
niveau hebben gewerkt. Het lijkt
me echter niet aangewezen zo
een minimumperiode op leggen
wanneer de ambtenaren binnen
hetzelfde niveau blijven.
05.07 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, admettons que
quelqu'un réussisse un examen, puis postule pour un emploi à Mons,
par exemple, mais n'occupe ensuite jamais sa fonction, car il est
détaché à Bruxelles. Tout le monde sait, en outre, qu'il bénéficiera
d'une prime de détachement, de Mons à Bruxelles, alors qu'il habite
peut-être Mouscron. Voilà le sens de ma question: pourquoi postuler
à Mons alors que l'on va travailler à Bruxelles? Et donc, pourquoi
accorder cette promotion? C'est uniquement une question pécuniaire.
En effet, quelqu'un qui a posé sa candidature à Bruxelles n'obtiendra
peut-être pas ce poste. Cela n'a rien à voir avec le fonctionnement
statutaire.
05.07 Camille Dieu (PS): Laten
we uitgaan van de veronderstelling
dat iemand slaagt voor een
examen en zich kandidaat stelt
voor
een
betrekking
in,
bijvoorbeeld, Bergen. Hij vervult
zijn functie aldaar echter nooit,
want hij wordt naar Brussel
gedetacheerd. Hij zal recht hebben
op
een
detacheringspremie
Bergen-Brussel,
terwijl
hij
misschien in Moeskroen woont.
Waarom stelt men zich kandidaat
voor Bergen als men in Brussel
gaat werken en waarom wordt die
bevordering toegekend? Iemand
die zich voor Brussel kandidaat
heeft gesteld, zal die functie
misschien niet krijgen. Dat heeft
niets te maken met het statuut.
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
05.08 Didier Reynders, ministre: Si vous connaissez de tels cas, je
vous invite à me les faire parvenir. Pour obtenir que des gens
travaillent à Bruxelles ou Anvers, il faut déjà se lever tôt, mais des
personnes qui ont postulé à Bruxelles et qui n'y trouvent pas de poste
et sont envoyés ailleurs, il faut me les faire connaître, car c'est très
rare.
05.08 Minister Didier Reynders:
Indien u weet heeft van dergelijke
gevallen, vraag ik u me daarvan
op de hoogte te brengen.
05.09 Camille Dieu (PS): J'ai dit "Bruxelles" comme j'aurais pu dire
"Charleroi". Toujours est-il que je vous communiquerai des
informations plus précises.
Par ailleurs, vous me dites que des recours ont été introduits. Si j'ai
de nouveau vent de quelque chose, je reviendrai vous interroger à ce
propos.
05.09 Camille Dieu (PS): Ik zal u
nadere gegevens bezorgen.
U zegt overigens dat beroep werd
aangetekend. Indien ik daarover
iets verneem, zal ik hierop
terugkomen.
05.10 Didier Reynders, ministre: Je ne vous demande pas le nom
des personnes, mais simplement le poste concerné, afin que nous
puissions vérifier.
05.10 Minister Didier Reynders:
Ik vraag u geen namen, maar wel
om welk ambt het gaat.
05.11 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de moeilijkheid om een schuldsaldoverzekering af te sluiten na een
diagnose van kanker" (nr. 1828)
06 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la difficulté de conclure une assurance de solde restant dû après un diagnostic
de cancer" (n° 1828)</b>
06.01 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
vandaag wil ik het hebben over een problematiek waarmee
voornamelijk kankerpatiënten worden geconfronteerd, maar ze is
eigenlijk symptomatisch voor andere mensen met een chronische
ziekte, zoals de ziekte van Crohn, diabetes, CVS enzovoort.
Kankerpatiënten en ex-kankerpatiënten kunnen vaak geen betaalbare
schuldsaldoverzekering sluiten. Soms worden zij geweigerd. Vaak
moeten zij een forse bijpremie betalen. Ik heb van de Vlaamse
Kankerliga een voorbeeld gekregen: iemand bij wie in 2004 de ziekte
van Hodgkin werd vastgesteld in februari 2007, wil een
schuldsaldoverzekering sluiten en moet daarvoor een premie van
2.800 euro betalen, terwijl dat normaal 274 euro is. Ik denk dat er zo
wel een aantal voorbeelden zijn.
De situatie wordt reeds een aantal jaren door de patiëntenorganisaties
aangeklaagd. Daarvoor is dus misschien een oplossing nodig. De
vorige minister, bevoegd voor verzekeringen, liet in de vorige
legislatuur trouwens verstaan dat hij hoopte dat er een snelle
doorbraak zou komen.
Wij vernemen nu dat Assuralia zich van de problematiek bewust is en
het idee van een publiek-private samenwerking naar voren schuift. Zij
stellen een systeem voor waarbij een fonds zou worden gecreëerd dat
via solidariteit tussen verzekeraars ervoor zou zorgen dat iedereen
een betaalbare polis kan sluiten. Dat is op zichzelf een goed idee,
maar ik denk dat ook de verzekeraars hierin verantwoordelijkheid
hebben. De medische wetenschap is al een eind gevorderd waardoor
06.01 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Les personnes souffrant du
cancer ou ayant souffert de cette
maladie par le passé éprouvent
les plus grandes difficultés à
contracter une assurance solde
restant dû et se voient même
fréquemment opposer un refus.
Cette situation est dénoncée
depuis des années par les
organisations de défense des
intérêts des patients. Assuralia
propose à présent un système qui
permettrait
à
chacun
de
contracter, par le biais d'un fonds
de solidarité pour assureurs, une
assurance à un prix abordable.
Le ministre dispose-t-il de chiffres
relatifs
aux
primes
complémentaires
que
doivent
verser les personnes souffrant du
cancer? Combien de patients se
voient-ils opposer un refus? Le
ministre appuie-t-il la proposition
d'Assuralia? Prendra-t-il lui-même
une initiative en la matière ?
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
sterftecijfers, ook voor andere chronische ziekten, vaak veel lager
liggen en premies vaak te hoog lijken in vergelijking met het risico.
Mijnheer de minister, hebt u meer globale cijfers over de bijpremie die
kankerpatiënten moeten betalen voor hun schuldsaldoverzekering?
Wat is het percentage van weigeringen?
Steunt u het idee om een fonds op te richten waarbij door middelen,
afkomstig van de verzekeringssector en eventueel van de publieke
overheid, aan kankerpatiënten en hen die genezen zijn verklaard, een
betaalbare schuldsaldoverzekering wordt gegarandeerd? Zult u
daartoe een initiatief
nemen?
Zult u
bijvoorbeeld een
rondetafeloverleg starten met alle betrokken actoren, de
patiëntenorganisaties,
de
consumentenorganisaties
en
de
verzekeraars om tot een oplossing te komen? Ziet u eventueel andere
mogelijkheden om voor de problematiek een oplossing te bieden?
Vindt u niet dat we verzekeraars meer moeten verplichten om
transparant te werken en meer rekening te houden met de jongste
ontwikkelingen in de wetenschap op het vlak van het genezen van
ziekten.
Organisera-t-il une concertation
entre organisations de défense
des intérêts des patients et
assureurs?
06.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer De Potter, er bestaan geen
officiële cijfers over de bijpremie die kankerpatiënten en ex-
kankerpatiënten voor een schuldsaldorekening moeten betalen. De
hoogte van een mogelijke bijpremie wordt immers bepaald door elke
verzekeringsonderneming en op basis van de individuele
karakteristieken van het risico. Bovendien bestaan er geen
statistieken over het aantal geweigerde aanvragen.
Ik ben bereid samen met de verzekeringssector na te gaan wat de
mogelijkheden zijn om patiënten of herstellende patiënten aan een
betaalbare verzekering te helpen. Het overleg tussen mijn diensten en
de verzekeringssector is reeds van start gegaan. Blijkbaar zouden
zeer weinig kankerpatiënten - ongeveer 5% - daadwerkelijk
onverzekerbaar zijn volgens de criteria van de sector, die door de
herverzekeraars zijn vastgelegd.
Bijgevolg wil ik niet meteen voorrang geven aan een wetgevend
initiatief en/of de oprichting van een fonds, maar wil ik eerst weten
met welke diagnose en welke factoren de schatting verband houdt.
Ik vestig er uw aandacht op dat de problematiek duidelijk breder is
dan die van de kankerpatiënten en van de schuldsaldoverzekering. Ik
denk meer bepaald aan de moeilijkheden die diabetespatiënten
ondervinden.
Voorts wens ik een proefproject voor één ziektetype en één
verzekering
in
te
voeren.
In
dat
geval
wordt
de
schuldsaldoverzekering aangegaan in het kader van een hypothecaire
lening. Op basis daarvan kunnen wij onderzoeken hoe wij de actie
naar andere ziektes en andere verzekeringen kunnen uitbreiden.
Mijnheer De Potter, u moet beseffen dat het opleggen van solidariteit
aan verzekeringsondernemingen in feite betekent dat er een
solidariteit wordt opgelegd aan alle verzekeringnemers die een
schuldsaldoverzekering aangaan. Het gaat zeer vaak om personen
die al zware financiële inspanningen leveren om een woning te
06.02 Didier Reynders, ministre:
Il n'existe pas de chiffres officiels à
propos
des
primes
complémentaires qui doivent être
versées
par
les
personnes
souffrant du cancer ou ayant
souffert de cette maladie dans le
cadre d'une assurance solde
restant dû. Il n'existe pas
davantage de statistiques à propos
du
nombre
de
demandes
refusées.
Je suis disposé à essayer de voir
avec le secteur des assurances
comment nous pourrions aider
patients ou anciens patients à
souscrire une assurance qui ne
dépasse pas les limites de leurs
moyens financiers. Au demeurant,
cette
concertation
a
déjà
commencé et elle a vite fait
apparaître que 5 % seulement des
patients ne peuvent être assurés
selon les critères du secteur. C'est
la raison pour laquelle j'ai
l'intention de poursuivre l'examen
de cette matière avant de prendre
une initiative législative ou de
créer un fonds. Du reste, ce
problème est plus vaste que le
seul problème des cancéreux
puisqu'il peut concerner aussi les
diabétiques ou les personnes
atteintes d'autres pathologies. Je
vais dès lors lancer un projet-pilote
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
verwerven. Enerzijds, kan de vraag worden gesteld of zo'n soort
solidariteit aangewezen is. Anderzijds, kan ik er wel mee akkoord
gaan dat de wetenschappelijke bevindingen over de mortaliteit en de
behandeling van ziektes sneller in rekening gebracht zouden moeten
worden bij het bepalen van het verzekeringstarief.
Ik heb dat ook gezegd in de Senaat, mijnheer de voorzitter. Ik start
een onderhandelingsproces met de verzekeringssector. Wij kunnen
over een paar weken misschien komen tot de presentatie van een
proefproject, in de commissie hier, of in de Senaat, of in een
werkgroep, dat blijft hetzelfde.
pour un seul type de maladie et
une
seule
assurance
puis
j'examinerai la possibilité de
l'étendre à d'autres maladies et à
d'autres assurances.
Ne perdez pas non plus de vue
que la solidarité entre assureurs
à laquelle M. De Potter fait
référence ne manquera pas
d'influencer les tarifs appliqués à
tous ceux qui ont souscrit une
assurance solde restant dû. Il est
donc permis de se demander si
une telle forme de solidarité est
bien opportune.
06.03 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Ik had gepolst naar officiële cijfers, omdat ik wel
een aantal voorbeelden krijg, maar daar gaat het soms om extremen.
Ik wil daar een gemiddelde in vinden.
Ik meen dat het inderdaad nodig is dat er overleg is, en ik apprecieer,
mijnheer de minister, dat u het overleg al gestart bent met de
verzekeraars. Ik meen dat het ook nodig is dat de
patiëntenorganisaties en de consumentenorganisaties daarbij worden
betrokken om de volledige problematiek in kaart te brengen.
Het proefproject is misschien een goed idee om mee te starten, maar
ik hoop natuurlijk dat het de zaak niet teveel vertraagt en dat de
problematiek niet wordt verwezen naar de Griekse kalender. Als wij
iets willen doen, moeten wij daar snel werk van maken.
Voor mensen die al ziek zijn en die ook nog moeilijkheden hebben om
een schuldsaldoverzekering te vinden, meen ik dat vertraging niet
kan. Ik meen dat wij er werk van moeten maken.
Solidariteit tussen verzekeraars betekent uiteraard dat iedereen meer
zal moeten betalen. Maar ik meen dat wij de verzekeraars toch
moeten forceren om meer inspanningen te leveren, en inderdaad
meer rekening te houden met de stand van de wetenschap.
06.03 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Le fait que le ministre ait
déjà lancé la concertation et qu'il
lancera un projet-pilote est un
élément positif. J'espère qu'une
solution sera apportée rapidement
à ce problème même si tout le
monde devra débourser un peu
plus.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Guy Coëme au ministre de l'Intérieur sur "les problèmes rencontrés par les zones
de police en matière de sécurité sociale" (n° 2004)</b>
07 Vraag van de heer Guy Coëme aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de problemen
waarmee de politiezones worden geconfronteerd inzake sociale zekerheid" (nr. 2004)
07.01 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, je remercie le
ministre de Finances de bien vouloir répondre à ma question car je
pensais que c'était le ministre de l'Intérieur qui devait le faire. Peu
importe car la question que je pose a plus une portée comptable et
budgétaire que sécuritaire.
Monsieur le ministre, je suppose que vous êtes au courant des
difficultés rencontrées par les zones de police de l'ensemble du
07.01 Guy Coëme (PS): Sinds de
politiehervorming
van
2002
kampen de politiezones met
moeilijkheden
wat
hun
betrekkingen met het sociaal
secretariaat van de geïntegreerde
politie en de Centrale Dienst der
Vaste Uitgaven (CDVU) betreft.
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Royaume en cette matière. En effet, depuis la réforme de 2002, les
zones de police rencontrent toujours un certain nombre de difficultés
dans leurs relations avec le secrétariat social de la police intégrée et
le Service central des dépenses fixes (SCDF). Ainsi, le système de
déclarations en matière de sécurité sociale qui a été modifié en 2002,
a encore été profondément transformé en 2005 en raison de la
déclaration multifonctionnelle. Ces modifications ont entraîné de la
part du SCDF un retard considérable dans l'introduction des
déclarations à la sécurité sociale et la production de documents
comptables correspondants. Vous n'êtes pas sans savoir qu'à défaut
de facture définitive de l'ONSSAPL, les zones de police sont dans
l'impossibilité de procéder aux contrôles nécessaires en matière de
comptabilisation des salaires mais également de connaître le montant
définitif de la dotation sociale II et de la cotisation au service social
collectif.
Étant donné que vous avez reçu le texte de la question, je vais
directement aborder la conclusion. À ce jour, les zones de police ont
reçu les factures ONSS pour le premier trimestre 2007, l'année 2006
et les deux derniers trimestres de 2005. Les exercices 2002, 2003 et
2004 ont été régularisés mais il reste toute une série de trimestres
pour lesquels nous n'avons pas d'information.
Dès lors, la question est simple. Nos zones de police deviennent
quasiment ingérables puisque nous n'avons pas les bases
comptables sur lesquelles établir nos budgets. Si j'ajoute à cela que la
gestion des zones est rendue difficile par le fait de l'application
automatique d'accords qui ont été pris à l'occasion de la réforme des
polices, chacun comprendra qu'il est extrêmement difficile de gérer de
manière correcte.
Je souhaite simplement connaître l'intention du gouvernement sur la
nécessité et sa volonté de rattraper ces retards le plus rapidement
possible.
De
regeling
inzake
de
socialezekerheidsaangiften, die in
2002 en 2005 werd gewijzigd,
leidde bij de CDVU tot een
aanzienlijke vertraging wat het
indienen van die aangiften en het
opstellen
van
de
overeenstemmende
boekhoudkundige
documenten
betreft. Omdat de eindafrekening
van de RSZPPO niet voorhanden
is, zijn de politiezones niet in staat
de nodige controles op de boeking
van de lonen uit te voeren en zijn
ze niet op de hoogte van het
definitieve bedrag van de sociale
dotatie II en van de bijdrage aan
de gemeenschappelijke sociale
dienst.
Tot
op
heden
hebben
de
politiezones
de
RSZ-facturen
ontvangen
voor
het
eerste
kwartaal van 2007, voor het jaar
2006 en voor de laatste twee
kwartalen van 2005. Voor 2002,
2003 en 2004 heeft er een
regularisatie
plaatsgevonden,
maar er blijft een hele reeks
kwartalen waarvoor we over geen
enkele informatie beschikken.
Het is dus geen sinecure om een
correct beheer te voeren.
Zal de regering die vertraging zo
snel mogelijk wegwerken?
07.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, M. Coëme
le sait, c'est une longue procédure qui a été suivie en la matière. Fin
décembre 2007, le SCDF a envoyé les déclarations des deuxième et
troisième trimestres 2005 à l'ONSSAPL, qui les a toutes acceptées.
La notification de calcul sera prochainement envoyée aux diverses
zones de police. La facture définitive sera envoyée à l'ONSSAPL. Il y
a donc un accord sur les déclarations des deuxième et troisième
trimestres 2005.
En ce qui concerne les années 2002 à 2004, les déclarations
originales ont été acceptées par l'ONSSAPL depuis longtemps. Par
conséquent, ces déclarations sont déjà incorporées dans la
comptabilité des diverses zones de police.
Ce qui est concerné actuellement, ce sont les déclarations
rectificatives, d'une part, des déclarations originales erronées et,
d'autre part, des révisions effectuées par le SSGPI (Secrétariat de la
police intégrée structurée à deux niveaux). Tant qu'il y aura des
révisions, des déclarations rectificatives devront être rédigées. Toutes
les révisions, jusque décembre 2006 inclus, pour les années
07.02 Minister Didier Reynders:
Het gaat om een lange procedure.
Eind december 2007 heeft de
CDVU de aangiften met betrekking
tot het tweede en derde kwartaal
van 2005 aan de RSZPPO
overgezonden, die ze alle heeft
aanvaard. De notificatie van
berekening zal binnenkort aan de
onderscheiden
politiezones
worden
overgezonden.
De
eindafrekening
zal
aan
de
RSZPPO worden bezorgd.
Wat de periode 2002-2004 betreft,
zijn de originele aangiften die door
de RSZPPO reeds lang aanvaard
worden, reeds opgenomen in de
boekhouding van de diverse
politiezones.
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
concernées seront envoyées au cours des semaines qui suivent.
Un planning détaillé ne peut pas être établi parce qu'en fonction des
fautes qui apparaîtront, des corrections devront être effectuées par le
SSGPI et le SCDF. Je rappelle cependant qu'il n'est pas responsable
des données qu'on lui transmet en amont. Il essaye de jouer ce rôle
de secrétariat social, et plusieurs solutions ont été trouvées pour le
fonctionnement à venir. Mais, dans ce cas-ci, des décisions ont été
transmises pour les différentes années et il reste encore à traiter de
nombreuses déclarations rectificatives.
Thans gaat het om de wijzigende
aangiften van foutieve originele
aangiften enerzijds en van door
het SSGPI (Sociaal secretariaat
van de geïntegreerde politie)
uitgevoerde
herzieningen
anderzijds. Zolang er herzieningen
zijn, zullen er wijzigende aangiften
moeten worden opgesteld. Alle
herzieningen tot december 2006
inbegrepen zullen in de loop van
de komende weken verzonden
worden.
Er
kan
geen
gedetailleerde
planning worden opgesteld, omdat
het
SSGPI
en
de
CDVU
afhankelijk van de fouten die
worden vastgesteld, correcties
zullen moeten blijven aanbrengen.
Ik
onderstreep
dat
de
verantwoordelijkheid
voor
de
gegevens ligt bij wie ze doorstuurt.
In dit geval werden er beslissingen
doorgestuurd
voor
de
verschillende jaren en moeten er
nog veel wijzigende aangiften
behandeld worden.
07.03 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, je remercie M. le
ministre pour les précisions qu'il a apportées. Je pense que l'on va
vers une amélioration en la matière. Cependant, en tant que
bourgmestre, je ne peux que m'interroger sur ce qui arriverait dans
nos communes si cette situation devait s'y produire. Je vous laisse
imaginer quelle serait la responsabilité du receveur et des services
qui établissent les données en amont, mais également les
conséquences sur la gestion des institutions publiques dont nous
sommes responsables.
07.03 Guy Coëme (PS): Als
burgemeester kan ik me alleen
maar zorgen maken over wat er in
onze gemeenten zou gebeuren
mocht die situatie zich ook daar
voordoen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Guy Coëme au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la corruption dans un bureau de recettes de la TVA" (n° 2010)</b>
08 Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "corruptie in een btw-ontvangkantoor" (nr. 2010)
08.01 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, je vais poser cette
question avec une double réserve que chacun comprendra. La
première est celle de l'établissement de la véracité des faits tels qu'ils
ont été relatés dans la presse, la seconde étant celle de la
présomption d'innocence. Ce que je peux vous dire, vous le
connaissez. La semaine dernière, la presse a fait état de
malversations au bureau de recettes TVA de Bruxelles IV; le receveur
responsable serait aujourd'hui poursuivi devant le tribunal
correctionnel pour faits de corruption. Il y aurait eu des arrangements
entre ce responsable de bureau et différents établissements horeca
08.01 Guy Coëme (PS): Ik zou u
deze vraag willen stellen onder
voorbehoud dat de waarachtigheid
van de feiten wordt bevestigd en
met
inachtneming
van
het
vermoeden van onschuld. Volgens
de pers zou de ontvanger van het
btw-ontvangkantoor van Brussel IV
in ruil voor geschenken btw-fraude
door bepaalde restaurants hebben
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
qui relèvent de la compétence de ce bureau de recettes TVA.
Toujours selon la presse, le receveur aurait couvert des fraudes à la
TVA de certains restaurants en échange de cadeaux. De plus, ce
scandale aurait été dénoncé en vain dans un premier temps, en
interne, par de jeunes fonctionnaires indignés par ce qu'ils pouvaient
constater. Ils se seraient heurtés à un mur et certains auraient été
sanctionnés par des mutations déguisées. Je parle évidemment au
conditionnel.
Ce qui m'intéresse, monsieur le ministre, ce sont plus exactement des
réponses aux questions suivantes. Pour le reste, laissons la justice
suivre son cours. Je voudrais savoir si l'administration s'est constituée
partie civile dans ce dossier, si vous connaissez l'ampleur de la fraude
présumée qui aurait été ainsi couverte par les agissements de ce
receveur. J'imagine qu'une enquête administrative a été diligentée.
Dans ce cas, quelles en sont les conclusions? S'il n'y a pas eu
d'enquête, pourquoi? Quels sont les mécanismes prudentiels pour
éviter ce genre de dérapages? Y a-t-il lieu de s'inquiéter d'indices de
passivité tels que relatés par la presse?
toegedekt. Jonge ambtenaren die
over
die
gang
van
zaken
verontwaardigd waren en dit
schandaal intern zouden hebben
aangeklaagd, zouden op een muur
van onbegrip zijn gestoten en
sommigen zouden zelfs onder het
mom
van
een
mutatie
gesanctioneerd zijn.
Heeft
de
administratie
zich
burgerlijke partij gesteld?
Is u op de hoogte van omvang van
de vermoedelijke fraude?
Tot welke bevindingen komt het
administratief onderzoek?
Over
welke
beveiligingsmechanismen beschikt
men om dergelijke uitwassen te
voorkomen? Moet men zich
ongerust maken over berichten die
in de pers zijn verschenen volgens
welke er aanwijzingen zijn dat
sommige
ambtenaren
illegale
praktijken
passief
zouden
gedogen?
08.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Coëme, ce que je trouve surprenant dans ce dossier, c'est que les
informations aient commencé à circuler ces derniers jours alors que
des audiences ont déjà eu lieu fin 2006. Comme quoi, certaines
procédures restent relativement discrètes dans le monde judiciaire.
En effet, l'administration s'est évidemment portée partie civile dans
cette affaire. Bien sûr, comme vous l'avez rappelé, compte tenu du
principe de présomption d'innocence, il est prématuré de déterminer
l'ampleur de la fraude présumée aussi longtemps que les tribunaux
ne se seront pas prononcés sur d'éventuelles culpabilités. Il en est de
même pour une procédure disciplinaire qui est suspendue tant qu'une
procédure pénale est en cours.
Par contre, dès qu'elle a eu connaissance d'une enquête judiciaire,
l'administration a éloigné le fonctionnaire incriminé en le mutant par
mesure d'ordre vers une autre résidence administrative.
Une enquête interne a été menée par la cellule d'audit interne; selon
les informations en ma possession, elle n'a pu ni confirmer ni infirmer
de faits répréhensibles à charge de l'intéressé. Cette cellule ne
dispose évidemment pas des moyens et pouvoirs octroyés aux
services judiciaires qui ont le traitement de ce dossier en charge.
J'attends donc purement et simplement l'évolution du dossier
judiciaire.
L'administration dispose d'un système de contrôle interne aux
différents degrés de la hiérarchie, entre autres par les informations
régulières fournies par les services de traitement de l'information. Je
n'énumérerai pas ici ces différentes procédures qui ont déjà été
08.02 Minister Didier Reynders:
Het is merkwaardig dat die
informatie zich de jongste dagen
heeft verbreid, terwijl de zittingen
al van eind 2006 dateren. De
administratie heeft zich uiteraard
burgerlijke partij gesteld. Het is
nog te vroeg om de omvang van
de
vermoedelijke
fraude
te
becijferen. Een tuchtprocedure
wordt opgeschort zolang er een
strafvordering loopt.
Zodra de administratie van het
gerechtelijk onderzoek in kennis
was gesteld, heeft ze de betrokken
ambtenaar naar een andere
administratieve
standplaats
overgeplaatst.
Een intern onderzoek, gevoerd
door de interne auditcel, heeft de
laakbare feiten ten laste van de
betrokkene
noch
kunnen
bevestigen,
noch
kunnen
ontkrachten. Die cel beschikt
evenwel noch over de middelen
noch over de bevoegdheden die
de gerechtelijke diensten wel
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
évoquées devant cette commission.
J'ajouterai deux points. Le receveur est également justiciable en sa
qualité de comptable de l'État devant la Cour des comptes, qui peut le
rendre personnellement responsable des droits établis non recouvrés.
En outre, puisque vous avez évoqué la situation, j'ai demandé une
enquête interne sur les éléments relatifs à des mutations ou des
réactions qui auraient concerné des agents ayant dénoncé des
éléments de fraude. Bien entendu, si ces éléments s'avéraient exacts,
il serait donné des suites internes sur le sujet.
hebben.
De administratie beschikt over een
intern controlesysteem, waarbij
onder andere gebruikt wordt
gemaakt van de informatie die ze
op
regelmatige
basis
doorgespeeld
krijgt
van
de
diensten die instaan voor de
verwerking van de informatie.
De
ontvanger
kan,
in zijn
hoedanigheid van rekenplichtige
van de Staat, gevraagd worden
verantwoording af te leggen aan
het Rekenhof, dat hem persoonlijk
aansprakelijk kan stellen voor de
niet-geïnde vastgestelde rechten.
Ik heb om een intern onderzoek
gevraagd over de overplaatsingen
van ambtenaren die frauduleuze
praktijken aan het licht brachten.
Indien een en ander waar zou
blijken te zijn, zal daar intern
gevolg aan worden gegeven.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le résultat du comité de concertation du 1
er
février 2008 en ce qui concerne la
demande de la Communauté française de bénéficier d'une aide pour la prise en charge des factures
énergétiques des écoles et les perspectives d'une aide de même nature pour l'ensemble des
collectivités" (n° 2035)</b>
09 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten van de vergadering van het overlegcomité van
1 februari 2008 inzake het verzoek van de Franse Gemeenschap om een tegemoetkoming in de kosten
van de energiefactuur van de scholen, en de perspectieven met betrekking tot een soortgelijke
tegemoetkoming voor alle gemeenschapsvoorzieningen" (nr. 2035)
09.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
reviens sur une question que je vous ai déjà posée le 30 janvier
dernier mais il y a des éléments nouveaux depuis, notamment
l'annonce hier selon laquelle l'augmentation du prix du mazout de
chauffage atteignait un nouveau sommet.
En 2005, alors que le mazout était 10 centimes moins cher, le
gouvernement fédéral je ne vous apprends rien avait accepté
d'accorder une aide aux Communautés et Régions de quelque 10
millions d'euros correspondant à peu près à ses recettes TVA afin
d'alléger la note de chauffage des lieux collectifs.
La Communauté française et les écoles qui en dépendent sont
aujourd'hui demandeuses d'un renouvellement de l'opération. Elles se
sont manifestées à plusieurs reprises en ce sens.
De la même façon et indépendamment de la demande de la
Communauté française, l'ensemble des collectivités confrontées à
des soucis équivalents seraient heureuses de bénéficier d'un coup de
09.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik wil terugkomen op een
vraag die ik al op 30 januari heb
gesteld. Ondertussen zijn er
nieuwe elementen opgedoken,
zoals de aankondiging van een
nieuwe
stijging
van
de
stookolieprijzen.
In 2005, toen de stookolie 10 cent
goedkoper was, kende de federale
regering tien miljoen euro steun
toe aan de Gemeenschappen en
de Gewesten voor de verwarming
van hun openbare gebouwen. De
Franse Gemeenschap en de
scholen die ervan afhangen
vragen dat die operatie vandaag
zou worden overgedaan. Ook de
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
pouce du gouvernement fédéral, soit sous la forme d'une aide directe,
soit encore nous en avons débattu la fois passée sous la forme
d'aides spécifiques en vue de la réalisation d'économies d'énergie
structurelles.
Lorsque je vous ai interrogé sur le sujet le mercredi 30 janvier dernier,
vous m'aviez répondu entre autres choses que vous n'aviez pas été
saisi de cette demande de la Communauté française. En réplique à
votre réponse, la ministre-présidente de la Communauté française a
confirmé médiatiquement avoir écrit à deux reprises au premier
ministre ...
lagere
overheden
die
met
soortgelijke problemen kampen,
zouden een ruggensteun vanwege
de federale overheid op prijs
stellen. Die zou de vorm kunnen
aannemen
van
rechtstreekse
steun of van specifieke steun bij
het doorvoeren van structurele
energiebesparingen.
Op 30 januari antwoordde u mij
dat u dat verzoek van de Franse
Gemeenschap
niet
had
ontvangen, terwijl de minister-
president bevestigde dat ze de
premier tot tweemaal toe heeft
aangeschreven!
09.02 Didier Reynders, ministre: Je ne suis pas premier ministre.
09.02 Minister Didier Reynders:
Ik ben de premier niet!
09.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Cela, je le sais!
Elle lui a demandé que le sujet soit mis à l'ordre du jour du comité de
concertation du vendredi 1
er
février, auquel je suppose vous avez
participé et que vous avez préparé avec vos collègues ministres. À
l'issue de celui-ci, à ma connaissance, aucune communication n'a eu
lieu sur le résultat des débats et c'est précisément à ce sujet que je
voudrais vous entendre.
Même si vous n'êtes pas encore, ou pas, ou que vous ne serez
jamais premier ministre, avez-vous reçu, en tant que membre du
gouvernement, copie de la demande de la ministre-présidente de la
Communauté française?
Cette demande de la Communauté française a-t-elle été traitée lors
du comité de concertation du 1
er
février? Quelle était la conclusion du
comité de concertation sur le sujet? Je suppose qu'il n'y a pas de
secret en la matière et qu'il ne s'agit pas d'un colloque singulier.
Une aide a-t-elle été décidée à cette occasion? Dans l'affirmative, de
quelle nature et de quel montant? Dans quel délai pourrait-elle
intervenir?
Indépendamment de ma première question, monsieur le ministre, et
malgré le spectaculaire redoux que nous connaissons, le coût du
mazout de chauffage et de la TVA payée sur celui-ci restent des
questions fondamentales pour l'ensemble des collectivités. Le
gouvernement a-t-il pour projet, dans le cadre de ses travaux
budgétaires en cours, de prévoir une aide exceptionnelle ou, mieux,
structurelle pour ces collectivités? Si oui, de quelle nature serait-elle
et dans quel délai pourrait-elle intervenir?
09.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ze heeft hem gevraagd
het onderwerp op de agenda van
het overlegcomité van 1 februari te
plaatsen. Na afloop van dat comité
heeft hieromtrent echter geen
enkele
mededeling
plaatsgevonden.
Ook al bent u de premier niet of
bent u het nog niet, of zal u het
nooit worden , toch wil ik u
vragen of u een kopie van dat
verzoek van de minister-president
hebt ontvangen. Werd die vraag
tijdens het overlegcomité van 1
februari behandeld en zo ja, met
welk resultaat? Werd er beslist
steun toe te kennen, en zo ja,
onder welke vorm en voor welk
bedrag? Binnen welke termijn kan
een
en
ander
worden
gerealiseerd?
Los van mijn eerste vraag blijft de
verwarmingsfactuur en de eraan
verbonden btw voor alle lagere
overheden
van
fundamenteel
belang. Voorziet de regering in
uitzonderlijke of structurele steun
voor die overheden? Zo ja, welke
vorm zal die aannemen en binnen
welke termijn kan die worden
toegekend?
09.04 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je dois dire
à M. Gilkinet qu'en ce qui concerne la deuxième partie de sa question,
09.04 Minister Didier Reynders:
In heb eind januari jongstleden op
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
je lui ai déjà répondu fin janvier dernier. Cependant, je veux bien
répéter qu'en 2005, on a décidé d'une allocation spéciale et unique
d'un montant total de 10 millions d'euros pour l'année 2006, à titre
d'intervention fédérale visant la hausse des frais de chauffage à
laquelle les structures collectives des Communautés et des Régions
ont été confrontées, à la suite de la hausse continuelle des prix du
pétrole sur le marché mondial, en parallèle avec le chèque-mazout,
qui a touché tous les consommateurs.
Cette allocation spéciale et unique, décidée et explicitée comme telle,
a d'ailleurs nécessité le vote notamment d'une loi spéciale, car il a
fallu étendre les mesures pour la Communauté germanophone.
Parallèlement, il a été décidé de stimuler, au niveau des différentes
entités, avant tout des mesures structurelles visant à rationaliser
l'usage de l'énergie. Je cite le Fonds de réduction du coût global de
l'énergie et Fedesco, la société de droit public, qui fut créée à
l'initiative du gouvernement fédéral et qui a pour objet l'étude et la
réalisation de projets contribuant au progrès économique et
écologique au niveau de l'éco-efficience des bâtiments.
D'autres initiatives étaient élaborées au sein d'une Conférence
interministérielle sous la présidence du ministre de l'Environnement et
du Développement durable. Nous misons surtout sur des
investissements dans ces solutions durables et d'énergies
renouvelables, qui contribuent de surcroît à la réduction d'émissions
de CO
2
et à la réalisation des objectifs de Kyoto. La baisse de la
facture énergétique pourra être mise à profit pour rembourser le coût
des investissements réalisés.
En 2005, simultanément à l'instauration du chèque-mazout, la
Communauté française annonçait pour un, voire plusieurs milliards
d'euros, le cofinancement public/privé pour permettre des
investissements dans des écoles. En février 2008, il serait
effectivement intéressant de dresser le bilan des actions réalisées en
la matière. Mais nous avons répondu en 2005 de manière très précise
à la demande adressée par l'ensemble des Communautés en prenant
cette mesure tout à fait exceptionnelle.
Ainsi, je vous annonce que le gouvernement flamand a également un
projet d'investissement PPP (partenariat public/privé) pour des
immeubles scolaires portant sur un milliard d'euros d'ici à 2011. Peut-
être pouvons-nous nous inscrire dans cette démarche?
Le comité de concertation a été saisi du dossier le 1
er
février 2008. Il a
pris acte de la demande de la Communauté française et des
remarques que je viens de formuler. Je vous donne lecture de la suite
réservée aux travaux: "Il a chargé la ministre-présidente de la
Communauté française de transmettre ses remarques et propositions
au premier ministre". Mais, je vous le répète, si nous devions avancer,
ce serait à travers une loi spéciale, qui reviendrait sur la décision
intervenue en 2005, c'est-à-dire "une intervention spéciale et unique".
Les termes étaient quand même très clairs.
het tweede deel van uw vraag
geantwoord. In 2005 werd beslist
een bijzondere eenmalige toelage
ten bedrage van 10 miljoen euro
toe
te
kennen,
als
tegemoetkoming in de bijkomende
verwarmingskosten waarmee de
collectieve voorzieningen van de
Gemeenschappen
en
de
Gewesten werden geconfronteerd.
Tegelijk werd beslist in de eerste
plaats maatregelen voor een
rationeler energieverbruik aan te
moedigen. We investeren voorts in
oplossingen die bijdragen tot het
halen van de Kyotodoelstellingen.
Dankzij de lagere energiefactuur
zullen
de
investeringskosten
kunnen worden terugbetaald.
Toen in 2005 de stookoliecheque
werd ingevoerd, kondigde de
Franse Gemeenschap aan dat
voor de investeringen in de
scholen gebruik zou worden
gemaakt
van
publiek-private
samenwerking. In februari 2008
zou het inderdaad interessant zijn
na te gaan wat er op dat vlak
concreet is gebeurd. De Vlaamse
regering heeft eveneens een
project
inzake
publiek-private
samenwerking
voor
schoolgebouwen ten belope van 1
miljard euro, dat loopt tot 2011.
Misschien
kunnen
we
dat
voorbeeld volgen.
Het dossier werd op 1 februari
2008 aan het Overlegcomité
voorgelegd.
Het
heeft
akte
genomen van het verzoek van de
Franse Gemeenschap, alsook van
de opmerkingen die ik zonet heb
geformuleerd. Desgevallend zou
via een bijzondere wet moeten
worden gewerkt, die op de
beslissing
van
2005
zou
terugkomen.
09.05 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, vous
avez répondu à ma question principale que le comité de concertation
avait pris acte de la demande de la Communauté française, ce qui est
une manière de l'enterrer. Je suppose que Mme Arena va essayer de
09.05 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Het overlegcomité heeft
akte genomen van het verzoek
van de Franse Gemeenschap, wat
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
la réintroduire et d'obtenir une aide du gouvernement fédéral, c'est de
sa responsabilité. Tout comme il est de sa responsabilité, et je vous
rejoins entièrement, de mettre en oeuvre les promesses que le
gouvernement de la Communauté française avait mises sur la table.
En cela, la Communauté flamande est un bon exemple. J'ai entendu
des résultats intéressants communiqués par le ministre
Vandenbroucke à ce sujet.
Je sais aussi que le gouvernement a mis en place des mesures
structurelles avec divers fonds. Je rejoins entièrement ces intentions.
D'après les informations qui me reviennent mais je poserai des
questions spécifiques prochainement , il y a de gros problèmes
d'efficience de ces fonds et il y a de l'argent qui dort dans plusieurs
fonds. Mais nous sortons un peu du cadre de la question.
J'aimerais redire, comme le 30 janvier dernier, qu'il est vrai qu'en
2005 on avait annoncé une mesure spéciale et unique. Je pense que
la composition du gouvernement était différente de celle d'aujourd'hui.
L'engagement spécial et unique était lié à un gouvernement violet qui,
aujourd'hui, a terminé son travail.
C'est au nouveau gouvernement que je pose la question, même si le
ministre des Finances est toujours le même. Je note que vous n'êtes
pas très enthousiaste à l'idée de renouveler l'opération. Toutefois,
j'aimerais dire en conclusion qu'à l'époque, le prix du litre de mazout
était de 60 centimes pour 70 centimes aujourd'hui. Je pense que nous
devons, dans le cadre des travaux budgétaires, avoir un oeil sur la
question du chauffage dans les collectivités. J'ai d'ailleurs lu que
c'était une des priorités d'un parti qui a un ministre au gouvernement.
Je serai attentif à la suite des travaux budgétaires. Si vous décidiez
de faire un geste en la matière, je m'en réjouirais.
neerkomt
op
een
eersteklasbegrafenis ervan. Ik
neem aan dat mevrouw Arena die
vraag opnieuw zal formuleren. Zij
moet ook de beloften die de
regering
van
de
Franse
Gemeenschap
gedaan
heeft,
waarmaken.
De
Vlaamse
Gemeenschap kan op dat vlak tot
voorbeeld strekken.
In 2005 kondigde de paarse
regering
een
speciale
en
eenmalige maatregel aan. De
minister van Financiën in de
nieuwe regering al is het
dezelfde als voordien is het idee
van een hernieuwde operatie niet
erg genegen. Indertijd bedroeg de
prijs van een liter stookolie
nochtans 60 cent, terwijl die
vandaag op 70 cent staat.
De kwestie van de verwarming in
de collectieve voorzieningen moet
vanuit budgettaire oogpunt worden
bekeken. Ik heb overigens gelezen
dat dat een prioriteit was van een
partij met een ministerportefeuille
in de regering.
Indien u zou besluiten u in deze
van uw beste kant te laten zien,
dan zou mij dat verheugen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het registratiekantoor van Lennik" (nr. 1825)
- de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het registratiekantoor van Lennik" (nr. 1990)
10 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le bureau d'enregistrement de Lennik" (n° 1825)<br>- M. Luk Van Biesen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le bureau d'enregistrement de Lennik" (n° 1990)</b>
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik
denk dat het ook in de rand rond Brussel belangrijk is dat men voor
een stuk zijn identiteit blijft behouden. Welnu, in het kader van de
decentralisatie is het registratiekantoor van Lennik een begrip, zowel
voor de gemeente vanuit een lange traditie, als voor de regio op het
vlak van service en werkgelegenheid.
Er zou nu sprake zjin van een verhuis van dat registratiekantoor naar
Dilbeek. De enige reden zou een dispuut zijn tussen de eigenaar van
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): Tant en ce qui concerne les
services à la clientèle qu'en
matière
d'emploi,
le
bureau
d'enregistrement de Lennik jouit
d'une certaine réputation. Or il est
prévu qu'il déménage à Dilbeek,
ce qui serait peut-être dû
uniquement à un litige opposant le
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
het pand waar die diensten momenteel zijn gevestigd, en de
Regie der Gebouwen.
Mijnheer de minister, vanuit de bekommernis om
het
registratiekantoor daar regionaal ingeplant te houden, wil ik de
volgende vragen stellen. Hebt u een zicht op de juiste aard van het
conflict daar? Ik begrijp dat het ook delicaat kan zijn en misschien niet
altijd makkelijk te ontdekken is.
Wat is de stand van zaken aangaande die verhuis?
Wat zijn de redenen om te kiezen voor Dilbeek als nieuwe locatie?
propriétaire de l'immeuble actuel
et la Régie des Bâtiments.
Le ministre est-il informé de la
nature précise de ce litige? Il
s'agirait d'une question délicate où
il serait difficile d'y voir clair. Où en
est le déménagement prévu?
Pourquoi Dilbeek a-t-elle été
choisie pour héberger le nouveau
bureau d'enregistrement?
10.02 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, zoals de
heer Doomst zei, is er sprake van een verhuis van het
registratiekantoor van Lennik naar Dilbeek, alsook van het
controlekantoor van Lennik naar Halle. Officieuze bronnen melden
inderdaad dat er een dispuut zou zijn tussen de eigenaar van het
pand en de Regie der Gebouwen.
Wij wensen echter toch ook eens te benadrukken dat Lennik niet
zomaar gekozen was in het verleden. Lennik heeft historisch eigenlijk
zo'n beetje een centrale functie. Het is ook niet voor niets de parel van
het Pajottenland, alhoewel ik weet dat heel wat gemeenten met elkaar
wedijveren voor die titel. In ieder geval, het openbaar vervoer is
bijvoorbeeld wel afgestemd op Lennik.
Het is, met andere woorden, een beetje logisch dat Lennik toch
behouden zou blijven als registratiekantoor voor de gemeenten
Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik, Pepingen en Roosdaal.
Mijnheer de minister, bevestigt u de verhuis van het registratie- en
controlekantoor?
Wat is de oorzaak van het conflict?
Is er geen mogelijkheid om op die beslissing terug te komen?
Er is sprake van dat er niet alleen een dispuut speelt, maar dat de
eventuele maatregel kadert in een breder plan waarbij ook andere
registratie- en controlekantoren uit Vlaams-Brabant een andere
locatie zouden krijgen. Kunt u ons meedelen welke registratie- en
controlekantoren er in 2008 in Vlaams-Brabant zullen verhuizen?
10.02 Luk Van Biesen (Open
Vld): Le bureau d'enregistrement
ne serait pas le seul à déménager,
le
bureau
de
contrôle
déménagerait aussi, à Hal. Il est
effectivement
question
officieusement d'un litige entre le
propriétaire et la Régie des
Bâtiments. Dans ce dossier, la
fonction historiquement centrale
de Lennik est cruciale. Les
transports publics, par exemple,
passent
par
Lennik.
Aussi
l'opportunité de maintenir Lennik
comme bureau d'enregistrement
pour les communes avoisinantes
s'impose-t-elle
comme
une
évidence.
Le
ministre
confirme-t-il
le
déménagement
du
bureau
d'enregistrement et de contrôle?
Quelle est la raison de ce litige?
Cette décision peut-elle être
révoquée? On dit que ce dossier
s'inscrit en réalité dans le cadre
d'un plan plus vaste visant à
installer ailleurs d'autres bureaux
d'enregistrement et de contrôle du
Brabant flamand. Le ministre
pourrait-il nous dire si cette rumeur
est fondée et, si oui, quels
déménagements
sont
encore
planifiés cette année dans le
Brabant flamand?
10.03 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Doomst, mijnheer Van Biesen, het is meer een concrete vraag dan
een ideologische vraag over bijvoorbeeld een wetsvoorstel.
Er is enkel een probleem met de inhuring voor het registratiekantoor.
Het controlekantoor is gehuisvest in een federale eigendom.
Het geschil betreft een erfeniskwestie. Voor de huisvesting van het
registratiekantoor worden twee appartementen gehuurd. Er is een
discussie tussen de heer Karel Verhoeven en zijn broers en zussen
10.03 Didier Reynders, ministre:
Le problème concerne seulement
la
location
du
bureau
d'enregistrement,
puisque
le
bureau de contrôle est établi dans
un bâtiment appartenant à l'État.
Le
bureau
d'enregistrement
occupe deux appartements et le
litige concerne un dossier de
succession : plusieurs héritiers se
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
omtrent het feit of bij testament de beide appartementen aan de heer
Karel Verhoeven zijn nagelaten of alleen het appartement met drie
slaapkamers. De heer Karel Verhoeven beweert beide appartementen
te hebben geërfd. Zijn broers en zussen menen dat het tweede
appartement, met twee slaapkamers, hun toekomt.
De raadsman van de Regie der Gebouwen heeft geadviseerd om,
zolang er geen schriftelijk akkoord is van de overige reservataire
erfgenamen, de huurgelden niet te betalen aan de heer Karel
Verhoeven of zijn notaris, maar ze te storten in handen van de
Deposito- en Consignatiekas.
De huur werd tot op dit moment niet opgezegd. De huur is jaarlijks
opzegbaar mits een vooropzeg van drie maanden. Momenteel loopt
de huur tot 1 oktober 2008. Rekening houdend met de mogelijke
beëindiging van de inhuring van het pand te Lennik, wordt thans de
mogelijkheid onderzocht om het registratiekantoor Lennik te
huisvesten in een nabijgelegen rijksadministratief gebouw, bij
voorkeur in Dilbeek.
Naast de eigen bevoegdheden is het registratiekantoor Lennik belast
met de heffing van de registratierechten op de exploten en de proces-
verbalen van de gerechtsdeurwaarders met standplaats Dilbeek en
Sint-Pieters-Leeuw.
In de toekomstige organisatie van de gewestelijke diensten van de
pijler Rechtszekerheid binnen de algemene administratie van de
patrimoniumdocumentatie worden het ambtsgebied van het
registratiekantoor Dilbeek en Sint-Pieters-Leeuw en een deel van het
huidige ressort van het registratiekantoor Lennik-Gooik en Lennik
ingedeeld bij dezelfde archiefambten.
Ik wens u te verwijzen naar mijn uiteenzetting in de Kamer voor
volksvertegenwoordigers in maart 2004, over de resultaten van de
Coperfinstudies met een overzicht van de locaties waar in de
toekomst de diensten van de FOD Financiën zullen gevestigd zijn. Tot
op heden is de uitvoering van dat plan echter niet aan de orde van de
dag. Het is een plan op middellange en lange termijn.
Ik kan u alvast meedelen dat de FOD Financiën niet de intentie heeft
om de gemeente Lennik te verlaten, maar integendeel een
contactcentrum wenst te installeren. Het concept van de
contactcentra houdt rekening met de diversiteit aan interacties. Tot in
2010-2012 moeten er heel wat onderhandelingen met de vakbonden
en de lokale overheden worden voortgezet. De reorganisatie kan
dienvolgens heden nog niet als definitief worden bestempeld. Ik meen
dat ik in 2004 gezegd heb dat het een proces was dat ten minste tot
en met 2015 zou duren.
Aangezien het hier gaat over een mogelijke opzegging van de
huisvesting in Lennik, betreft het een alleenstaand geval, dat niet
samengaat met de reorganisatieprojecten waarover op langere
termijn nog beslist moet worden. Mijnheer Doomst, mijnheer Van
Biesen, ik heb een schriftelijke kopie voor u.
disputent la propriété de l'un des
deux appartements. Le bail n'a
pas encore été résilié et, pour
l'instant, il court jusqu'au 1
er
octobre 2008. Nous examinons à
présent la possibilité, au cas où le
bail prendrait fin, de réinstaller le
bureau d'enregistrement dans un
bâtiment public à Dilbeek.
En plus de ses compétences
propres, le bureau de Lennik est
également en charge des droits
d'enregistrement applicables aux
exploits et aux procès-verbaux à
Dilbeek et Leeuw-St-Pierre. Dans
la future organisation de ces
services régionaux, le ressort du
bureau de Dilbeek et Leeuw-St-
Pierre et une partie de l'actuel
ressort du bureau de Lennik-Gooik
et Lennik seront intégrés dans le
même service d'archives.
En mars 2004, j'ai fourni à la
Chambre un inventaire des futurs
emplacements des services du
SPF Finances, mais l'exécution de
ce plan n'est pas encore à l'ordre
du jour pour l'instant.
Le SPF Finances n'a pas
l'intention de quitter la commune
de Lennik mais bien d'y établir un
centre de contact, afin d'être en
mesure de mieux répondre aux
différentes
interactions.
La
réorganisation annoncée n'est pas
encore définitive, parce que de
nombreuses négociations avec les
syndicats et les pouvoirs locaux
auront encore lieu d'ici à 2010-
2012.
L'éventuelle rupture de contrat
pour l'immeuble à Lennik constitue
un cas isolé qui n'a rien à voir
avec
d'éventuels
projets
de
réorganisation à plus long terme.
10.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw gedetailleerde en familiaal getinte antwoord. Ik neem er
akte van dat een en ander deel uitmaakt van een bredere organisatie
10.04 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): Je retiens que ce dossier
constitue
un
élément
d'une
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
en dat er nog mogelijkheden zijn. Ik stel voor dat wij dat opvolgen. Ik
meen dat, zeker met mijn collega van Lennik, daarover overleg
gepleegd kan worden.
organisation plus large avec
encore d'autres options. Il me
semble approprié de suivre ce
dossier et de se concerter à cet
égard.
10.05 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord en voor het feit dat u op het einde van uw antwoord
zei dat Lennik een centrumfunctie heeft en die zal behouden. Dat lijkt
mij in de gegeven omstandigheden inderdaad een zeer wijselijk
besluit.
10.05 Luk Van Biesen (Open
Vld): Je remercie le ministre pour
avoir fait observer à juste titre que
Lennik exerce et conservera une
fonction centrale.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toepassing van de 40-dagenregel voor de berekening van het
voordeel van alle aard van de bedrijfswagen" (nr. 2057)
11 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'application de la règle des 40 jours pour le calcul de l'avantage de toute nature
généré par un véhicule de société" (n° 2057)</b>
11.01 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de vice-eerste
minister, ik zal mijn vraag niet voorlezen in detail gezien het
tijdsbestek. Ze gaat over het volgende. Op 6 december 2007
verscheen een nieuwe rondzendbrief AOIF 46/2007... Ik zal het
misschien toch voorlezen.
Op 6 december 2007 verscheen een nieuwe rondzendbrief AOIF
46/2007 over de forfaitaire raming van het voordeel alle aard dat
voortvloeit uit de terbeschikkingstelling voor privégebruik van een
bedrijfswagen. De rondzendbrief bepaalt dat als vaste plaats van
tewerkstelling zal worden aangemerkt: de plaats waar de
aanwezigheid van de werknemer gedurende het belastbare tijdperk
40 dagen of meer bedraagt.
Die 40 dagen moeten niet noodzakelijk op elkaar volgen. Bijgevolg
zal, wanneer een werknemer zich verplaatst van zijn woonplaats naar
een plaats van tewerkstelling die niet de belangrijkste plaats van zijn
beroepsactiviteit is, maar waar hij 40 dagen of meer aanwezig is, die
plaats als vast worden beschouwd en zal een voordeel van alle aard
rekening houdend met die plaats van tewerkstelling berekend moeten
worden.
Deze rondzendbrief, mijnheer de vice-eerste minister, doet in de
praktijk heel wat vragen rijzen. Ik leg de belangrijkste aan u voor.
Ten eerste, het toepassingsgebied wat het personeel betreft. De
vraag die aan de fiscus werd voorgelegd en waarop de rondzendbrief
een antwoord biedt, betreft een handelsvertegenwoordiger, een
zogenaamd niet-sedentaire werknemer. Bij de formulering van de 40-
dagenregel is echter steeds sprake van een werknemer.
Geldt de 40-dagenregel enkel voor de niet-sedentaire werknemer
zoals de handelsvertegenwoordiger maar ook voor de consultant die
vaak klanten bezoekt? Geldt die ook voor de sedentaire werknemer,
of met andere woorden: voor elke werknemer die zich verplaatst van
zijn woonplaats naar de plaats van tewerkstelling die niet de
11.01 Hendrik Bogaert (CD&V -
N-VA): Le 6 décembre 2007 est
parue
une
circulaire
sur
l'estimation
forfaitaire
de
l'avantage lié à l'usage privé d'une
voiture de société. Le lieu de
travail fixe y est décrit comme
l'endroit où le travailleur est
présent
pendant
au
moins
quarante jours. Dans la pratique,
cela pose toutefois une série de
problèmes.
Ce régime s'applique-t-il aux
travailleurs non sédentaires, tels
que les représentants ou les
consultants qui visitent souvent la
clientèle? Ou s'applique-t-il à tout
travailleur qui se déplace de son
domicile vers un lieu de travail où il
est présent quarante jour ou plus?
Le calcul est basé sur la plus
longue distance parcourue par le
travailleur, alors que celui-ci
parcourt peut-être une distance
bien plus courte pendant la
majeure partie de l'année. Quel
est le point de vue du ministre à
cet égard? Le travailleur doit-il être
présent sur un lieu de travail une
journée de travail complète ou une
courte durée suffit-elle?
Quand cette nouvelle règle sera-t-
elle appliquée?
13/02/2008
CRIV 52
COM 100
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
belangrijkste plaats van zijn beroepsactiviteit is maar waar hij 40
dagen of meer aanwezig is?
Ten tweede, in de berekeningswijze van het voordeel alle aard geldt
de langste afstand ook al werkt de werknemer het grootste deel van
het jaar dichtbij, denken wij bijvoorbeeld aan de werknemer die
minder dan 25 km enkele rit van zijn werkgever woont en die meer
dan 40 dagen tijdens het belastbare tijdperk aanwezig is bij een klant
die meer dan 25 km van de woonplaats van de werknemer woont.
Hoe moet de aanwezigheid begrepen worden van de werknemer die
gedurende het belastbare tijdperk 40 dagen of meer bedraagt? Is de
aanwezigheid gedurende een hele werkdag vereist of volstaat een
korte tijd per dag?
Ten derde, vanaf wanneer moet deze 40-dagenregel worden
toegepast? De rondzendbrief vermeldt geen datum van
inwerkingtreding.
11.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Bogaert, vooraf wens ik aan te stippen dat de notie "plaats van
tewerkstelling" als zodanig niet in de fiscale wettekst wordt
gedefinieerd en dat zowel de werkgevers als de werknemers
aandrongen op een duidelijke omschrijving en praktische invulling van
dat begrip. In het licht daarvan is de regeling die het voorwerp
uitmaakt van de rondzendbrief van 6 december 2007 tot stand
gekomen.
De rondzendbrief is van toepassing op alle werknemers en strekt
ertoe dat de plaats waar de werknemer gedurende minder dan veertig
dagen van het belastbaar tijdperk aanwezig is, niet als een vaste
plaats van tewerkstelling wordt aangemerkt. Die aanwezigheid moet
worden beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden, waarbij het
duidelijk moet zijn dat het om een wezenlijke vorm van tewerkstelling
gaat, hetgeen de aanwezigheid gedurende slechts een korte tijd per
dag uitsluit. Ten slotte moet het voordeel pro rata worden berekend,
rekeninghoudend met de mogelijke diverse vaste plaatsen van
tewerkstelling.
Deze rondzendbrief is van toepassing vanaf de datum van de
publicatie ervan. Het is evenwel niet de bedoeling dat de bepalingen
ervan door de administratie retroactief voor het jaar 2007 worden
toegepast, met dien verstande dat de belastingplichtige er zich wel in
elk stadium van de procedure op mag beroepen.
11.02 Didier Reynders, ministre:
Employeurs et travailleurs ont
insisté sur une description claire et
concrète de la notion de « lieu de
travail ».
La
circulaire
du
6 décembre 2007 s'applique à
tous les travailleurs. L'endroit où le
travailleur est présent pendant
moins de quarante jours de la
période imposable n'est pas
reconnu comme étant un lieu de
travail fixe. La présence doit être
évaluée
sur
la
base
des
circonstances réelles. L'avantage
doit être calculé au prorata, en
tenant compte des différents lieux
de travail fixes possibles.
La circulaire est applicable à partir
de la date de publication. Le but
n'est pas que l'administration
applique les dispositions avec effet
rétroactif pour l'année 2007, mais
le contribuable peut les invoquer à
chaque stade de la procédure.
11.03 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de vice-eerste minister voor zijn omstandig antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 2038 van de heer Vercamer, die niet aanwezig is, komt te vervallen. Mevrouw
Gerkens heeft gevraagd haar vraag uit te stellen.
11.04 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, kunt
u de vraag van Stefaan Vercamer ook uitstellen?
De voorzitter: Normaal moet hij iets laten weten, mijnheer Bogaert.
CRIV 52
COM 100
13/02/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
11.05 Hendrik Bogaert (CD&V - N-VA): Hij is nieuw. Ik zal hem erop
attent maken dat hij dat de volgende keer doet.
De voorzitter: We zullen de vraag uitstellen.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.09 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.09 heures.