KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 083
CRIV 52 COM 083
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
29-01-2008
29-01-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "een
aanvullende studie besteld bij het Planbureau
betreffende het potentieel aan hernieuwbare
energie in België" (nr. 1480)
1
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "une étude
complémentaire commandée auprès du Bureau
du Plan relative au potentiel d'énergies
renouvelables en Belgique" (n° 1480)
1
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "het
Belgische standpunt over de richtlijn inzake
hernieuwbare energie" (nr. 1481)
3
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la position
de la Belgique concernant la directive en matière
d'énergies renouvelables" (n° 1481)
3
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Vraag van de heer François-Xavier de Donnea
aan de minister van Klimaat en Energie over "de
tweevoudige belangenvermenging in het kader
van de benoeming van de directeur-generaal voor
Energie tot voorzitster van de raad van bestuur
van de energieregulator" (nr. 1532)
5
Question de M. François-Xavier de Donnea au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "le double
conflit d'intérêt existant dans la nomination de la
directrice générale à l'Énergie au poste de
présidente du conseil d'administration de l'autorité
régulatrice de l'énergie" (n° 1532)
5
Sprekers: François-Xavier de Donnea, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: François-Xavier de Donnea, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van
Klimaat en Energie over "de aanbesteding en de
betaling van de studies over de kernuitstap"
(nr. 1548)
7
- M. Peter Vanvelthoven au ministre du Climat et
de l'Énergie sur "l'adjudication et le paiement des
études relatives à la sortie du nucléaire" (n° 1548)
7
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de
minister van Klimaat en Energie over "de betaling
van de kernenergiestudies" (nr. 1582)
7
- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le financement des
études sur l'énergie nucléaire" (n° 1582)
7
Sprekers: Peter Vanvelthoven, voorzitter van
de sp.a-spirit-fractie, Tinne Van der Straeten,
Paul Magnette, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: Peter Vanvelthoven, président du
groupe sp.a-spirit, Tinne Van der Straeten,
Paul Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
prospectieve studies inzake gas en elektriciteit"
(nr. 1693)
11
Question de Mme Muriel Gerkens au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les études prospectives
électricité et gaz" (n° 1693)
11
Sprekers: Muriel Gerkens, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Muriel Gerkens, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
Belgische interesse voor het recyclen en
verwerken van kernafval" (nr. 1692)
13
Question de Mme Muriel Gerkens au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'intérêt de la Belgique
pour le recyclage des déchets nucléaires"
(n° 1692)
13
Sprekers: Muriel Gerkens, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Muriel Gerkens, Paul Magnette,
ministre du Climat et l'Energie
Samengevoegde vragen van
14
Questions jointes de
14
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Klimaat en Energie over "de zwarte lijst van de
verzekeraars" (nr. 1589)
14
- M. Jean-Luc Crucke au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la liste noire des assureurs"
(n° 1589)
14
- de heer Jenne De Potter aan de minister van
Klimaat en Energie over "de omkadering van de
zogenaamde zwarte lijsten" (nr. 1699)
14
- M. Jenne De Potter au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'encadrement des 'listes noires'"
(n° 1699)
14
- mevrouw Freya Van den Bossche aan de 14
- Mme Freya Van den Bossche au ministre du 14
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister van Klimaat en Energie over "de zwarte
lijst van de verzekeraars" (nr. 1723)
Climat et de l'Énergie sur "la liste noire des
assureurs" (n° 1723)
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jenne De
Potter, Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jenne De
Potter, Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
oprichting van een geschillencommissie inzake
reclame" (nr. 1730)
18
Question de Mme Freya Van den Bossche au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la création
d'une commission des litiges en matière de
publicité" (n° 1730)
18
Sprekers: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Freya Van den Bossche, Paul
Magnette, ministre du Climat et l'Energie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vervanging
van nationale bankkaarten door eventuele
duurdere internationale bankkaarten" (nr. 1108)
19
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le remplacement de cartes
bancaires nationales par des cartes bancaires
internationales éventuellement plus chères"
(n° 1108)
19
Sprekers: Peter Logghe, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Peter Logghe, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Buitenlandse Zaken over "de
uitzending van TV5 Monde in Brussel" (nr. 1150)
22
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre des
Affaires étrangères sur "la diffusion de TV5
Monde à Bruxelles" (n° 1150)
22
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Sabine
Laruelle,
minister
van
Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de
minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
"ongevallen bij vuurwerk" (nr. 1215)
23
Question de M. Ludwig Vandenhove au ministre
de l'Intérieur sur "les accidents avec des feux
d'artifice" (n° 1215)
23
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Sabine
Laruelle,
minister
van
Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Sabine
Laruelle, ministre de l'Économie, des
Indépendants et de l'Agriculture
Samengevoegde vragen van
25
Questions jointes de
25
- de heer André Perpète aan de minister van
Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "de
blauwtongziekte" (nr. 1372)
25
- M. André Perpète à la ministre de l'Économie,
des Indépendants et de l'Agriculture sur "la
maladie de la langue bleue" (n° 1372)
25
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van
Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "het
blauwtongvaccin" (nr. 1450)
25
- Mme Nathalie Muylle à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "le vaccin contre la fièvre catarrhale" (n° 1450)
25
- de heer David Clarinval aan de minister van
Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "de
invoering van een verplichte verzekering tegen
dierenziekten voor de landbouwers" (nr. 1726)
25
- M. David Clarinval à la ministre de l'Économie,
des Indépendants et de l'Agriculture sur
"l'instauration d'une obligation de couverture
d'assurance
'maladie
animale'
pour
les
agriculteurs" (n° 1726)
25
Sprekers: Nathalie Muylle, David Clarinval,
Sabine Laruelle, minister van Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Nathalie Muylle, David Clarinval,
Sabine Laruelle, ministre de l'Économie, des
Indépendants et de l'Agriculture
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de hervorming van het
antidumpingbeleid" (nr. 1430)
28
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "la réforme de la politique antidumping"
(n° 1430)
28
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Sabine
Laruelle,
minister
van
Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over
30
Question de M. Raf Terwingen à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
30
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
"de werking en de beveiliging van de proefbank
voor vuurwapens te Luik" (nr. 1435)
sur "le fonctionnement et la sécurisation du banc
d'épreuves des armes à feu de Liège" (n° 1435)
Sprekers: Raf Terwingen, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Raf Terwingen, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de nieuwe Europese richtlijn
inzake consumentenkrediet en de gevolgen voor
België" (nr. 1476)
32
Question de Mme Katrien Partyka à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "la nouvelle directive européenne sur le crédit
à la consommation et ses conséquences pour la
Belgique" (n° 1476)
32
Sprekers: Katrien Partyka, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Katrien Partyka, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de toekomst van de Belgische
chemische industrie" (nr. 1495)
33
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "l'avenir de la chimie belge" (n° 1495)
33
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Sabine
Laruelle,
minister
van
Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "het organiseren van reizen door
de gemeenten" (nr. 1598)
35
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "l'organisation de voyages par les communes"
(n° 1598)
35
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Sabine
Laruelle,
minister
van
Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van de heer Hans Bonte aan de minister
van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over
"de recente cijfers van de Centrale voor kredieten
aan particulieren" (nr. 1431)
37
Question de M. Hans Bonte à la ministre de
l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "les chiffres récents de la Centrale des crédits
aux particuliers" (n° 1431)
37
Sprekers: Hans Bonte, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Hans Bonte, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
definitie van eerlijke handel" (nr. 1452)
40
Question de Mme Colette Burgeon au ministre de
la Coopération au développement sur "la
définition du commerce équitable" (n° 1452)
40
Sprekers: Colette Burgeon, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Colette Burgeon, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de opgelegde verlaging van de
beheerspercentages
van
de
sociale
verzekeringsfondsen" (nr. 1489)
42
Question de Mme Carina Van Cauter à la ministre
de l'Économie, des Indépendants et de
l'Agriculture sur "la diminution imposée des
pourcentages
de
gestion
des
caisses
d'assurances sociales" (n° 1489)
43
Sprekers: Carina Van Cauter, Sabine
Laruelle,
minister
van
Economie,
Zelfstandigen en Landbouw
Orateurs: Carina Van Cauter, Sabine
Laruelle, ministre de l'Économie, des
Indépendants et de l'Agriculture
Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "inbreuken door websites die
vliegtickets online verkopen" (nr. 1639)
46
Question de Mme Colette Burgeon à la ministre
de l'Économie, des Indépendants et de
l'Agriculture sur "les infractions commises par les
sites de vente en ligne de billets d'avion"
(n° 1639)
46
Sprekers: Colette Burgeon, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Colette Burgeon, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw over "de Ethische Code voor de
telecommunicatie" (nr. 1702)
47
Question de Mme Florence Reuter à la ministre
de l'Économie, des Indépendants et de
l'Agriculture sur "le Code d'éthique pour les
télécommunications" (n° 1702)
47
Sprekers: Florence Reuter, Sabine Laruelle,
minister van Economie, Zelfstandigen en
Landbouw
Orateurs: Florence Reuter, Sabine Laruelle,
ministre de l'Économie, des Indépendants et
de l'Agriculture
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven over "de administratieve
vereenvoudiging
van
overheidsenquêtes"
(nr. 1491)
49
Question de Mme Carina Van Cauter à la ministre
de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la simplification administrative des
enquêtes publiques" (n° 1491)
49
Sprekers: Carina Van Cauter, Inge Vervotte,
minister
van
Ambtenarenzaken
en
Overheidsbedrijven
Orateurs: Carina Van Cauter, Inge Vervotte,
ministre de la Fonction publique et des
Entreprises publiques
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
29
JANUARI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
29
JANVIER
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.21 uur en voorgezeten door de heer Bart Tommelein.
La séance est ouverte à 10.21 heures et présidée par M. Bart Tommelein.
01 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "een
aanvullende studie besteld bij het Planbureau betreffende het potentieel aan hernieuwbare energie in
België" (nr. 1480)
01 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "une étude
complémentaire commandée auprès du Bureau du Plan relative au potentiel d'énergies renouvelables
en Belgique" (n° 1480)</b>
01.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, het potentieel hernieuwbare energie
is de jongste weken onderwerp van niet alleen heel wat gegoochel
met cijfers en studies, maar ook van enig geanimeerd debat. Marc
Verwilghen is hier, op dezelfde stoel als waar u nu zit - ik zat toen
daar -, komen vertellen dat wat hem betreft het potentieel in België
8% bedraagt.
U hebt nog geen percentages genoemd; u spreekt altijd van
ambitieuze percentages. Wat voor mij op dit moment niet duidelijk is,
is welke referenties u gebruikt ter ondersteuning van uw beleid, wat
het standpunt is van de federale regering en vooral ook op basis van
welke documenten u uw standpunt bepaalt.
Het is algemeen geweten dat de Vlaamse administratie een beroep
doet op de VITO-studie. De bijbel van uw voorganger Marc
Verwilghen was de studie van de Commissie 2030. Ik heb vernomen
dat er ondertussen, in het licht van het klimaat- en het energiepakket,
ook een bijkomende studie zou gevraagd zijn aan het Planbureau,
een update van een studie die is uitgevoerd in 2006.
Ik had daar een aantal vragen over. Klopt het dat er inderdaad een
bijkomende gevraagd is aan het Planbureau? Wat is de juiste
omschrijving en wat is het juiste onderwerp van die studie?
Zijn er resultaten? Zijn er eventueel al voorlopige resultaten? Als die
01.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
En
ce
qui
concerne le potentiel d'énergies
renouvelables dans notre pays, les
chiffres les plus divers circulent.
L'administration flamande invoque
une étude du VITO, alors que
l'ancien ministre de l'Énergie,
M. Verwilghen, ne jurait que par
l'étude de la "Commission 2030". Il
semblerait que le ministre actuel
ait commandé au Bureau du plan
une version adaptée de l'étude de
2006.
Des résultats provisoires sont-ils
déjà
disponibles?
De
quels
rapports et études le ministre se
servira-t-il pour l'élaboration de sa
politique?
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
studie een update van de studie van 2006 is, is dat op basis van het
PRIMES-model en moeten die gegevens vanuit Athene komen?
Misschien is het dus te vroeg voor definitieve resultaten, maar zijn er
misschien al voorlopige resultaten? Kunt u die studie en de al dan niet
voorlopige resultaten ter beschikking stellen van het Parlement?
Welke studies en/of rapporten gebruikt u voorts als ondersteuning en
voorbereiding van uw beleid?
01.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, op het
eerste deel van uw eerste vraag kan ik bevestigend antwoorden.
Dergelijke studie werd samen met de drie Gewesten besteld bij het
Federaal Planbureau. Het gaat in feite om twee complementaire
studies ter ondersteuning van de Belgische overheden bij de verdeling
van doelstellingen door een verkennende analyse van de
verschillende scenario's gebaseerd op de unilaterale Europese 20%-
klimaatdoelstelling
enerzijds,
en
een
mondiale
30%-
klimaatdoelstelling anderzijds.
Tot nu toe hebben wij alleen voorlopige resultaten van de studie.
Bijkomend studiewerk is momenteel nog lopende, waaronder de
analyse van de economische impact van de verschillende EU-
doelstellingen op België.
Het lijkt mij om strategische redenen niet opportuun om de cijfers zelf
nu reeds breed te verspreiden, aangezien de daadwerkelijke
onderhandelingen met de Europese Commissie en de overige
lidstaten nog moeten beginnen.
Ik ben zeker voorstander van een debat in het Parlement over de
materie en ik ben bereid om de studie ter beschikking te stellen. De
bereidheid van de overige opdrachtgevers, waaronder de Gewesten,
moet uiteraard ook bekeken worden. Voorlopig zijn daarover met hen
nog geen nadere afspraken gemaakt.
Naast de voornoemde rapporten die het Planbureau momenteel
voorbereid, kan ik hier de zogenaamde studie-Tobback vermelden,
die door het Planbureau in opdracht van mijn voorganger in 2006 is
uitgevoerd en waarvoor niet alleen de Gewesten, maar ook het
middenveld werd geconsulteerd. Die studie, getiteld "Het
Klimaatbeleid na 2012: Analyse van Scenario's voor Emissiereducties
in 2020 en 2050", is trouwens beschikbaar op de website van dienst
Klimaatverandering.
Andere studies die mee in overweging werden genomen bij de
ontwikkeling van de Belgische positie inzake hernieuwbare
energiebronnen, zijn onder meer de volgende. Ten eerste is er de
studie van het welbekende Fraunhofer Institute en Ecofys.
Ten tweede was er de studie van l'Institut de Conseil et d'Études en
Développement durable, over hernieuwbare energie, in opdracht van
DG TREN, Transport en Energie, van de Europese Commissie.
Ten derde zijn er de studies van het VITO in opdracht van het Vlaams
Gewest over de prognoses voor hernieuwbare energie en
warmtekrachtkoppeling tot 2020. Ik nodig u dan ook uit die studies te
raadplegen.
01.02 Paul Magnette, ministre:
Les trois Régions ont commandé
ensemble
deux
études
complémentaires au Bureau du
plan afin d'analyser différents
scénarios basés, d'une part, sur
l'objectif unilatéral européen de
20% de réduction des émissions,
et, d'autre part, sur l'objectif
mondial de 30% de réduction.
Pour l'heure, on ne dispose encore
que de résultats provisoires.
L'étude sur l'impact économique
des différents objectifs de l'UE sur
la Belgique est toujours en cours.
Pour des raisons stratégiques, il
n'est pas opportun de publier des
chiffres
à
ce
stade.
Les
pourparlers avec la Commission et
les États membres de l'UE n'ont
en effet pas encore commencé.
Je suis favorable à la tenue d'un
débat parlementaire sur cette
question et j'ai l'intention de mettre
l'étude à la disposition de tous,
mais il faut voir un peu ce que les
Régions veulent. Aucun accord n'a
encore été conclu avec elles en la
matière.
Outre le rapport sur lequel le
Bureau du plan travaille en ce
moment, il y a également ce qu'on
appelle "l'étude Tobback", qui a
été réalisée par le Bureau du plan
en 2006. Pour les besoins de cette
étude, les auteurs ont consulté
non seulement les Régions, mais
également la société civile. "La
politique climatique post-2012" est
disponible sur le site internet du
service
"Changements
climatiques". Mais il existe encore
d'autres études, comme celles de
l'Institut Fraunhofer et de l'Institut
de Conseil et d'Études en
Développement durable.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
01.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Dank u wel, mijnheer
de minister, ik heb de studies die u vernoemt, ook gelezen. Ik ben
zeer blij dat de studie van de Commissie 2030 niet in uw lijstje
voorkomt en dus niet in aanmerking genomen zal worden als
ondersteuning voor uw beleid.
01.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): J'ai lu ces deux
dernières études et je me réjouis
surtout
que
l'étude
de
la
Commission 2030 ne sera pas
prise en considération dans le
cadre de la politique mise en
oeuvre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het
Belgische standpunt over de richtlijn inzake hernieuwbare energie" (nr. 1481)
02 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la position de la
Belgique concernant la directive en matière d'énergies renouvelables" (n° 1481)</b>
02.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag is ten dele ingehaald door
de actualiteit maar het onderwerp betreffende de handel in garanties
van oorsprong in de richtlijn Hernieuwbare Energie is volgens mij niet
ingehaald door de actualiteit want dit zal de komende maanden een
van de discussiepunten blijven.
In het klimaat-energiepakket zit een voorstel van richtlijn die enerzijds
door de Raad en anderzijds door het Europees Parlement moet
worden aangenomen. Een van de elementen uit de richtlijn is de
handel in garanties van oorsprong. Het is een publiek geheim dat
België daar altijd voorstander van is geweest. Met name het Vlaams
Gewest, bij monde van Kris Peeters, heeft daar altijd zeer sterk voor
gepleit om op die manier de doelstellingen inzake hernieuwbare
energie in ons land te halen. Er zijn toch een aantal serieuze
vraagtekens te plaatsen bij de handel in garanties van oorsprong. Die
vraagtekens worden met name geplaatst door de sectororganisaties
inzake hernieuwbare energie.
Zij stellen dat deze handel een ondermijning kan zijn van bestaande
nationale ondersteuningsmechanismen. Zij zeggen ook dat de richtlijn
nogal onevenwichtig in elkaar zit. Landen kunnen hun nationaal
ondersteuningsmechanisme beschermen. Zij kunnen dit tijdelijk doen
maar op relatief korte termijn kunnen die voorwaarden telkens
opnieuw worden aangepast. Er zijn ook sectororganisaties in België
zoals ODE en EDORA Vlaanderen die wijzen op het feit dat de
massale aankoop van garanties kan leiden tot een eventuele
overbelasting van het net.
Ik meen dat wij de komende maanden en zeker in de aanloop naar de
Raad dit aspect van de richtlijn en met name het Belgische standpunt
ter zake wat grondiger moeten bekijken. Mijn vragen zijn de volgende.
Wat is precies het standpunt van de Belgische regering? Ik vraag niet
zozeer naar het standpunt van de Belgische regering maar wel of er al
een standpunt werd bepaald in overleg met de Gewesten met
betrekking tot de handel in garanties van oorsprong. Wat zijn volgens
België daarvan de positieve kanten? Volgt de minister de argumenten
van de hernieuwbare energiesector? Waarom wel? Waarom niet? Is
de minister niet van mening dat het interessanter zou zijn om hier te
investeren in hernieuwbare energie in jobs en in energiezekerheid
hier in plaats van een garantie te kopen? Op termijn is dit misschien
02.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le commerce des
garanties d'origine visé dans le
projet de directive relatif aux
énergies renouvelables demeurera
matière à discussion au cours des
mois à venir. Il est de notoriété
publique que la Belgique y a
toujours
été
favorable,
et
certainement la Région flamande.
Des réserves sont néanmoins
formulées à cet égard par les
organisations du secteur des
énergies
renouvelables,
qui
estiment que ce commerce risque
de
compromettre
certains
mécanismes de soutien nationaux.
Certaines
organisations
sectorielles jugent la directive
déséquilibrée et pensent que
l'achat
massif
de
garanties
pourrait entraîner une surcharge
du réseau.
Nous
devons
certainement
examiner plus sérieusement la
position belge dans la perspective
de l'examen du projet de directive
au sein du Conseil. Quel est
précisément le point de vue du
gouvernement
belge?
Les
Régions ont-elles été consultées?
Le ministre tient-il compte des
arguments
du
secteur
des
énergies renouvelables? Ne serait-
il pas préférable d'investir dans les
énergies renouvelables et donc
dans la sécurité énergétique et
l'emploi plutôt que d'acheter des
garanties?
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
goedkoper maar dit betekent wel dat wordt geïnvesteerd in jobs en
energiezekerheid elders.
02.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, ik ben
zonder meer voorstander van de organisatie op Europees niveau van
een systeem voor de uitwisseling van oorsprongcertificaten zoals
voorzien door de Commissie. Dit systeem biedt een onbetwistbare
flexibiliteit voor potentiële investeerders om te investeren daar waar
de omstandigheden het voordeligst zijn, met andere woorden daar
waar de marginale productiekosten het gunstigst zijn.
Dankzij dit systeem zouden ook de Verenigde Staten in de beste
omstandigheden ambitieuze doelstellingen kunnen halen op het vlak
van hernieuwbare energiebronnen door de ontwikkeling van hun
hernieuwbare-energiesector op huishoudelijk niveau op basis van hun
eigen systeem van financiële steun aan landen met een groot
potentieel voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. In
België zou dit werken via groenestroomcertificaten en later
offshorecertificaten samen met de aankoop van oorspronggaranties in
zoverre een echte Europese markt wordt uitgebouwd.
In de finale versie van het voorstel van richtlijn wordt de draagwijdte
van
het
Europese
systeem
van
de
uitwisseling
van
oorsprongcertificaten begrensd. Er zou geen sprake meer zijn van
een echte markt aangezien de lidstaten de toepassing ervan in hun
land gedurende een welbepaalde periode zouden kunnen verbieden
voor hun operatoren. Het huidige systeem beperkt zich als het ware
tot een reeks flexibele mechanismen zoals die welke voorzien zijn
voor de CO
2
-uitstoot.
De besprekingen tussen de Commissie en de 27 lidstaten over dit
voorstel zullen nu worden opgestart. In dit verband zullen wij pleiten
voor een open en ruim systeem van uitwisseling van certificaten. De
positieve kanten zijn de aldus geboden bijkomende flexibiliteit en de
mogelijkheid die de bedrijven krijgen, meer bepaald de
elektriciteitsproducenten, om een strategie te ontwikkelen voor de
bevordering van hernieuwbare energie op Europese schaal door
gebruik te maken van de beste economische buitenkansen en te
hopen dat zij globaal gezien de doelstelling van 20% op Europese
schaal zullen bereiken waartoe in maart 2007 besloten is. Dit systeem
zal ons zeker niet vrijstellen van de verplichting om een beleid te
voeren inzake de ontwikkeling van hernieuwbare energie in België,
onder meer door de productie van elektriciteit uit offshore
windenergie.
Zoals eerder toegelicht, begrijp ik de bezorgdheid van de sector
aangezien de huidige voorstellen van de Commissie onvoldoende
garanties en stabiliteit in de tijd bieden, meer bepaald voor bedrijven
die niet in verschillende landen tegelijkertijd aanwezig zijn. Daarom
zullen wij ten aanzien van de Commissie het principe verdedigen van
een systeem van uitwisseling tussen landen en op Europese schaal.
02.02 Paul Magnette, ministre:
Je suis un fervent partisan d'un
système européen d'échange de
certificats d'origine qui permettrait
aux
investisseurs
potentiels
d'investir là où les conditions sont
les plus favorables. Ce système
permettrait aussi aux États-Unis
de
réaliser
leurs
objectifs
ambitieux sur la base de leur
propre
système
de
soutien
financier aux pays qui disposent
d'un
large
potentiel
de
développement
des
énergies
renouvelables. En Belgique, ce
système pourrait être mis en place
par le biais des certificats
d'électricité verte, des certificats
offshore et l'achat de garanties
d'origine.
L'objectif final de la directive limite
cependant la portée de ce
système européen. Le fait que les
états membres soient autorisés à
en interdire l'application pendant
une certaine période ne permettra
en effet pas de réaliser un
véritable marché. Le système
actuel se limite donc à une série
de
mécanismes
flexibles,
comparables
aux
mesures
élaborées pour les émissions de
CO
2
.
Les discussions européennes à ce
sujet ont commencé. La Belgique
plaidera en faveur d'un vaste
système ouvert d'échange de ces
certificats au niveau européen.
Cette
option
permettra
aux
producteurs d'électricité d'élaborer
une stratégie de promotion des
énergies renouvelables, ce qui
pourra contribuer à la réalisation
de l'objectif européen fixé à 20%.
Cela ne veut pas dire pour autant
que ce système nous dispense de
l'obligation d'élaborer une politique
belge
en
matière
d'énergie
renouvelable basée, entre autres,
sur la production d'électricité à
partir
de
l'énergie
éolienne
offshore.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Je comprends les préoccupations
du secteur: les propositions de la
Commission
n'offrent
pas
actuellement suffisamment de
garanties dans le temps pour les
entreprises qui ne sont pas
présentes dans plusieurs pays.
02.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
u zegt dat u zult pleiten voor een open en ruim systeem. U spreekt
alleen over garanties van oorsprong als het gaat over offshore wind.
Ik wil pleiten voor een getrapt systeem. Ik ben zeker niet tegen het
opzetten van een markt voor de uitwisseling van certificaten of van
garanties van oorsprong, maar ik vrees dat het voor België, en met
name voor Vlaanderen, geïnterpreteerd zal worden als een easy way
out; wij zullen onze garanties wel kopen en op die manier onze
doelstelling halen.
Ik zou ervoor willen pleiten dat men werkt met een getrapt systeem en
dat men streeft naar een bepaald percentage productie. Op het
ogenblik dat men dat percentage haalt, kan men in de handel
stappen. Op die manier kunnen wij hier investeren in jobs en
technologie en tegelijkertijd ervoor zorgen dat u hebt het correct
gezegd de energie geproduceerd wordt waar zij het goedkoopst is.
Die twee systemen gaan dus hand in hand, maar om het niet te
ondermijnen, denk ik dat wij in België een getrapt systeem moeten
inbouwen. Ik denk dat het geen goed idee is om zomaar de markt
open te gooien, want wij staan echt nog nergens. Van 2,2% naar 13%
is echt niets.
02.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Je plaide en
faveur d'un système par paliers.
Je ne suis pas opposée par
principe à l'échange de certificats,
mais je crains que ce prétexte ne
soit invoqué comme issue trop
facile. Nous devons oeuvrer en
faveur
d'un
pourcentage
déterminé de production propre et,
si nous réalisons cet objectif, nous
pourrons négocier des certificats.
De la sorte, nous pourrons investir
dans des emplois et de la
technologie et veiller à ce que
l'énergie soit produite là où elle est
la moins chère.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. François-Xavier de Donnea au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le double
conflit d'intérêt existant dans la nomination de la directrice générale à l'Énergie au poste de présidente
du conseil d'administration de l'autorité régulatrice de l'énergie" (n° 1532)</b>
03 Vraag van de heer François-Xavier de Donnea aan de minister van Klimaat en Energie over "de
tweevoudige belangenvermenging in het kader van de benoeming van de directeur-generaal voor
Energie tot voorzitster van de raad van bestuur van de energieregulator" (nr. 1532)
03.01 François-Xavier de Donnea (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, le 13 septembre 2007, le gouvernement
bruxellois a nommé à la tête du conseil d'administration de l'autorité
de régulation de l'énergie régionale (BRUGEL), la directrice générale
de l'administration fédérale de l'énergie.
Bien que conforme à l'arrêté royal ouvrant candidature pour ce poste
ainsi que conforme à l'avis du jury statuant sur la nomination, le
gouvernement bruxellois semble n'avoir pas mesuré le conflit
d'intérêts naissant et important dans le chef de cette fonctionnaire.
D'emblée, nous pouvons relever une certaine incompatibilité entre les
fonctions assumées au niveau fédéral et celles dévolues au niveau
régional.
Par ailleurs, la seconde incompatibilité, à savoir le cumul du poste de
directrice générale de l'administration de l'énergie avec l'autorité de
régulation chargée de contrôler cette même administration, nous
apparaît comme plus grave encore et est en totale contradiction avec
e
03.01 François-Xavier de
Donnea (MR): Op 13 september
2007 benoemde de Brusselse
regering de directeur-generaal van
het federale Bestuur Energie tot
voorzitster van de raad van
bestuur van de gewestelijke
energieregulator (BRUGEL).
Die
benoeming
leidt
tot
belangenvermenging, aangezien
er een onverenigbaarheid bestaat
tussen de functie op het federale
en op het gewestelijke niveau,
enerzijds, én tussen haar functie
aan het hoofd van het federale
bestuur en het toezicht dat ze uit
hoofde van haar functie bij de
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
la 3
e
directive Libéralisation de la Commission européenne.
En effet, celle-ci stipule en son article 22bis que, je cite: "une autorité
de
régulation
se
doit
d'être
juridiquement
distincte
et
fonctionnellement indépendante de toute autre entité publique ou
privée" et que "les personnes chargées de sa gestion ne sollicitent ou
n'acceptent d'instructions d'aucun gouvernement ou autre entité
publique et privée".
Cette nomination suscite donc, à juste titre, des réactions
extrêmement critiques dans les milieux intéressés, notamment à la
Commission européenne.
Bien sûr, vous n'êtes pas responsable de cette situation, mais la
fonctionnaire en question dépend aujourd'hui de vous.
Partagez-vous mon analyse concernant le problème des
incompatibilités, au moins déontologiques sinon juridiques en droit
européen même si, apparemment, ce n'est pas le cas en droit belge?
Avez-vous déjà fait remarquer à l'intéressée et aux autorités de la
Région de Bruxelles-Capitale que la situation était déontologiquement
et juridiquement difficilement acceptable?
gewestelijke energieregulator op
dat bestuur moet uitoefenen,
anderzijds. Die toestand druist in
tegen de 3
de
liberaliseringsrichtlijn
van de Europese Commissie,
waarvan artikel 22bis bepaalt dat
een regulerende overheid juridisch
afgescheiden
en
functioneel
onafhankelijk moet zijn van enige
andere openbare of particuliere
entiteit en dat de met het beheer
ervan belaste personen geen
richtlijnen vragen of aanvaarden
van enige regering of andere
openbare of private entiteit.
Bent u het eens met mijn analyse
wat
de
onverenigbaarheden
betreft?
Heeft u de betrokkene en de
autoriteiten van het Brussels
Gewest erop gewezen dat die
toestand zowel op deontologisch
als op juridisch vlak nauwelijks te
verdedigen is?
03.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, monsieur de
Donnea, c'est une question délicate. D'un côté, nous devons être
extrêmement rigoureux pour veiller à ce que l'indépendance d'un
organe régulateur soit pleinement assurée et éviter tout éventuel
conflit d'intérêts. D'un autre côté, nous ne pouvons aller à un tel point
de rigueur qu'on empêcherait les personnes compétentes, et dont on
peut a priori penser qu'elles donnent toutes les garanties
d'indépendance,
d'exercer
des
fonctions
qu'elles
peuvent
parfaitement bien exercer. Nous sommes dans un champ qui est un
peu neuf.
C'est dans cet esprit que j'ai demandé une étude au service juridique
du SPF Économie sur l'existence éventuelle d'une incompatibilité
entre ces deux fonctions. Selon cette étude, il apparaît que le conflit
d'intérêts doit être entendu comme étant toute situation dans laquelle
le membre du personnel a, par lui-même ou par personne interposée,
un intérêt personnel susceptible d'influer sur l'exercice impartial et
objectif de ses fonctions ou de créer une suspicion légitime. Étant
donné que l'activité au sein de ladite commission n'est pas
susceptible d'être exercée pour le compte propre des intéressés, il
n'existe, selon le SPF Économie, aucun conflit d'intérêts.
Accessoirement aux règles applicables aux cumuls au sein de notre
SPF, qui s'avèrent respectées, l'intéressée signale dans sa demande
que les conditions d'incompatibilité entre ces deux fonctions ont fait
l'objet d'un examen approfondi par le jury de sélection pour ce poste.
De même, il était précisé que cet examen a également été opéré par
le service juridique de l'IBGE. L'autorité fédérale n'est en rien liée par
ses interprétations, elle apprécie souverainement l'existence des
motifs d'incompatibilité.
03.02 Minister Paul Magnette:
Uit de studie die ik bij de juridische
dienst van de FOD Economie
besteld heb over een mogelijke
onverenigbaarheid van deze twee
functies,
blijkt
dat
onder
belangenconflict moet worden
verstaan elke situatie waarin het
personeelslid
een
persoonlijk
belang heeft dat een invloed kan
hebben op de onpartijdige en
objectieve uitoefening van zijn
functies.
Aangezien
de
betrokkenen die activiteit binnen
die commissie niet voor eigen
rekening kunnen uitoefenen, is er
volgens de FOD Economie dus
geen
sprake
van
een
belangenconflict.
Bovendien
werden
de
voorwaarden
voor
een
onverenigbaarheid van deze twee
functies
grondig
door
de
selectiecommissie en de juridische
dienst van het Brussels Instituut
voor
Milieubeheer
(BIM)
onderzocht. De federale overheid
is geenszins gebonden door die
interpretaties.
Zij
oordeelt
soeverein of er redenen zijn om tot
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
À cet égard, la répartition claire des compétences fédérales et
régionales en matière d'énergie ainsi que le champ d'action de
BRUGEL par rapport aux prérogatives fédérales, notamment par
rapport aux prérogatives de la CREG, ne permettent pas a priori de
prévoir des situations conflictuelles flagrantes dans l'exercice des
compétences du mandataire fonctionnaire intéressé.
En ce qui concerne la proposition de texte de directive que vous
mentionnez, il convient d'attendre l'évolution des discussions en
cours. En effet, lors du dernier groupe Énergie de ce mardi 22 janvier,
cinq pays ont émis de fortes réserves quant à la portée de ce texte.
La Belgique ne s'est pas encore exprimée sur ce sujet mais, de
manière générale, cela risque de soulever de grosses difficultés si le
texte reste en l'état. Cela impliquerait de revoir fondamentalement nos
modèles régulateurs fédéral et régionaux. Ainsi, certaines régions ont
déjà réagi car ce texte implique l'interdiction de la présence de
commissaires du gouvernement au sein des organes de décision des
régulateurs. Or, c'est le cas dans les trois Régions actuellement.
de onverenigbaarheid te besluiten.
Wat het door u aangehaalde
voorstel voor een richtlijn betreft,
wachten we het verloop van de
lopende gesprekken af. Als de
tekst niet gewijzigd wordt, kan dat
voor
ernstige
moeilijkheden
zorgen, omdat hij in zijn huidige
vorm
de
aanwezigheid
van
regeringscommissarissen in de
beslissingsorganen
van
de
regulatoren
verbiedt,
en
momenteel is dat in de drie
Gewesten wel het geval.
03.03 François-Xavier de Donnea (MR): Monsieur le président,
j'entends la réponse du ministre et j'ai noté qu'en début d'intervention,
il a indiqué que la question était délicate.
Je ne mets nullement en doute ni l'intégrité ni les compétences de la
fonctionnaire dont il est question aujourd'hui. Là n'est pas la question.
Néanmoins, je crains que cette personne se retrouve un jour dans
des situations délicates et qu'on lui fasse des procès d'intention tout à
fait injustes. Personnellement, je pense que ce genre de situation
devrait être évité.
Le ministre a consulté les juristes de son administration. Selon moi, il
devait le faire mais j'estime également qu'il serait utile d'interroger les
services compétents de la Commission européenne sur cette
question car il me revient que ces services ne sont pas très heureux
de la situation.
Si je peux me permettre de donner un conseil au ministre je le fais
d'autant plus qu'il n'est pas responsable de la nomination , je lui
suggère de prendre contact avec la Commission européenne pour
tirer les choses au clair. Rien ne serait en effet plus désagréable pour
le gouvernement régional bruxellois, le ministre fédéral et la
fonctionnaire en question d'être un jour accusés d'intenter des procès
d'intention, à tort ou à raison.
03.03 François-Xavier de
Donnea
(MR):
Zonder
de
integriteit en de deskundigheid van
de betrokkene in twijfel te willen
trekken, vrees ik dat de situatie
ertoe zou kunnen leiden dat men
haar
vermeende
bedoelingen
toeschrijft. Zou het niet nuttig zijn
de bevoegde diensten van de
Europese Commissie daarover te
raadplegen?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Klimaat en Energie over "de aanbesteding en de
betaling van de studies over de kernuitstap" (nr. 1548)
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de betaling van de
kernenergiestudies" (nr. 1582)
04 Questions jointes de
- M. Peter Vanvelthoven au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'adjudication et le paiement des
études relatives à la sortie du nucléaire" (n° 1548)<br>- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le financement des études sur
l'énergie nucléaire" (n° 1582)</b>
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
04.01 Peter Vanvelthoven (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, u kent
het dossier dat hier nogmaals ter sprake komt. Vicepremier en
minister van Begroting Leterme is daar in de vorige plenaire
vergadering over ondervraagd. Het is een dossier met een geurtje,
mag ik wel zeggen, al vanaf het begin, bij de bestelling. U weet dat de
studie bijzonder eigenaardig tot stand is gekomen. De studie werd
blijkbaar op vraag van Leterme besteld. In de feiten gebeurde dat
echter door uw voorganger, minister Verwilghen. Met andere
woorden, een minister van de paarse regering bestelde een studie om
een beslissing van dezelfde paarse regering terug te draaien. Ik vind
dat nogal eigenaardig. Vervolgens is er het feit dat minister
Verwilghen de procedure niet heeft toegepast. Elke procedureregel
inzake goed huishouden en goede begrotingswerking werd daar met
voeten getreden. Er was geen aanbesteding en geen vraag om advies
van de inspectie van Financiën.
Vorige week hebben we, niet van u of uw administratie, maar van
minister Leterme, de studie ontvangen. Ik was verbaasd over de
eenvoud ervan en over de geringe inhoud van de studie. Ik was nog
verbaasder toen ik de heer Leterme hoorde zeggen dat dat eigenlijk
nog niet alles was en dat er nog iets zou komen. Het was dus een
heel eigenaardige procedure met een heel eigenaardig verloop, wat
mij doet vermoeden dat er hier dingen gebeurd zijn die echt niet door
de beugel kunnen. Men heeft dat via het kabinet van Verwilghen
besteld en men wou het allemaal laten betalen door de nieuwe
regering, waarvan men hoopte dat die snel tot stand zou komen.
Daarop heeft men gespeculeerd. Maar de regeringsvorming heeft
veel te lang geduurd en op een bepaald ogenblik is een en ander toch
naar boven gekomen. U weet ook dat de vorige minister van
Begroting zich tegen de betaling van de facturen heeft verzet.
Een tweetal weken geleden, tijdens de vorige commissievergadering,
hebt u hier op een vraag van collega Van der Straeten geantwoord
dat noch u, noch uw administratie daar weet van had. Het enige wat u
tot dat ogenblik wist, was wat u via de pers had vernomen. Ik heb
minister Leterme vorige week donderdag horen zeggen dat hij van uw
administratie de vraag heeft gekregen om toch tot betaling van de
facturen over te gaan. Veertien dagen geleden zei u dat u nergens
iets van wist en intussen heeft uw administratie blijkbaar gevraagd om
de facturen toch te betalen.
Klopt het dat die vraag van uw administratie is gekomen? Wist u dat?
Valt dat onder uw ministeriële verantwoordelijkheid? Met andere
woorden, heeft niet uw administratie maar u de opdracht gegeven om
minister Leterme te vragen om het negatief advies van de inspectie
van Financiën te overrulen? Dat had ik graag geweten.
Het is duidelijk dat het hier gaat om een studie die niet ten behoeve
van de toenmalige regering is besteld, maar wel ten behoeve van de
regeringsonderhandelaars. Het lijkt mij dus logisch en aangewezen
dat, zelfs als die facturen moeten betaald worden, wat het standpunt
is van de minister van Begroting, de kosten van de factuur van
degenen die de studie echt besteld hebben, te weten de oranje-
blauwe onderhandelaars, worden teruggevorderd.
04.01 Peter Vanvelthoven (sp.a-
spirit): Dès le début, l'étude
commandée
par
le ministre
Leterme à propos de la sortie du
nucléaire
dégageait
certains
relents. Il devient clair à présent
que le but était à l'époque de faire
payer l'étude par le nouveau
gouvernement qui, espérait-on,
serait rapidement constitué. Nous
apprenons à présent que les
services du ministre ont demandé
que les factures soient payées,
alors que le précédent ministre du
Budget s'était clairement opposé à
ce paiement.
Ces
informations
sont-elles
exactes ? Le ministre a-t-il
demandé de ne pas tenir compte
de l'avis négatif de l'Inspection des
finances? N'est-il pas évident que
les factures doivent être payées
par ceux qui ont commandé
l'étude, à savoir les négociateurs
de l'orange bleue?
Voorzitter: Liesbeth Van der Auwera.
Présidente: Liesbeth Van der Auwera.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
04.02 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, collega Vanvelthoven heeft gezegd
dat het een dossier met een geurtje is. Ik denk dat we gerust kunnen
stellen dat het niet zomaar een geurtje is, maar dat het dossier
grondig stinkt. Het heeft al herhaaldelijk het voorwerp uitgemaakt van
vragen in verschillende commissies en in de plenaire vergadering. Als
we onze vragen maar gericht genoeg stellen, krijgen we extra
informatie en op basis van telkens elk nieuw puzzelstukje zal de
omvang van het dossier ooit wel eens aan het licht komen.
Mijnheer de minister, ik geef u het voordeel van de twijfel. U hebt
tenslotte uw dossiers geërfd van uw voorganger. We weten allemaal
wat de agenda van uw voorganger was. U moet maar kijken naar de
studie van de Commissie 2030. Uw voorganger had een nucleaire
agenda. Het was dus bijzonder handig van Leterme om die vraag via
Verwilghen te laten passeren.
Ik geef u echt alle voordeel van de twijfel. Het dossier is uit de kast
gevallen, op uw bureau. Het geeft u natuurlijk wel een prachtige rol. U
bent nu immers in een positie om te zeggen "niet met mij". Dat is, op
zijn zachtst gezegd, toch wel iets wat we van u verwachten, niet alleen
op het inhoudelijke punt, maar ook op het vlak van de procedure zoals
collega Vanvelthoven net heel duidelijk heeft uiteengezet.
Het is zeer onduidelijk hoe de procedure is verlopen, wie waar is
tussengekomen, wanneer de vraag werd gesteld en met welke
middelen dat moet worden betaald. Ik denk dat er weinig Belgen zijn
die 80.000 euro kunnen verdienen op een paar weken tijd.
Wanneer we dan ook de omvang van de studies bekijken, en vooral
de berekeningen die KPMG heeft gemaakt, wanneer we de blanco
bladzijden, de bladzijden waar enkel 0 op staat en de bladzijden
waarop maar twee regels staan, bekijken, dan kost die studie
ongeveer 8.000 euro per pagina. De studie van KPMG kost 1.500
euro per pagina. Ik denk dat we dat bezwaarlijk een voorbeeld van
goed bestuur kunnen noemen.
Het wordt wel frappant wanneer Yves Leterme blijkbaar alle moeite
doet om het in uw schoenen te schuiven door te zeggen dat hij
daarover contact heeft gehad met u, dat de FOD Economie daarover
wel een dossier heeft voorbereid.
Ik heb een verzoek gericht aan het Rekenhof om de documenten
betreffende de basisallocaties te mogen inzien. Ik verwacht woensdag
of donderdag een antwoord van het Rekenhof met hun beoordeling
van het dossier. In afwachting kunt u misschien nog enige
duidelijkheid verschaffen aan het Parlement.
Ten eerste, hebt u als minister ondertussen zelf kennis kunnen
nemen van die studies die werden uitgedeeld aan de
parlementsleden? Beschikt u over die studies en beschikt u misschien
over een andere versie dan de onze? Wij hebben de versie met de
nullen, misschien hebt u een digitale versie. Beschikt u over de
berekeningen die KPMG heeft uitgevoerd, met de verschillende
parameters? Als u een andere versie hebt, mogen wij die dan
vergelijken met de onze? Kunt u uw versie dan ook aan het Parlement
bezorgen?
04.02 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Ce
dossier
dégage effectivement certains
relents, pour ne pas dire une
puanteur certaine. La vérité sera-t-
elle un jour faite dans cette
affaire?
La ministre actuelle a hérité du
dossier de la sortie du nucléaire,
tel
que
transmis
par
M.
Verwilghen,
qui
était
manifestement
favorable
au
nucléaire. C'est d'ailleurs pour
cette raison que le formateur
Leterme a formulé sa demande
par l'intermédiaire du ministre
sortant de l'Économie. Dans
l'intervalle, en ce qui concerne la
procédure, la confusion est totale:
quand la demande a-t-elle été
formulée? Qui est intervenu? Qui
a dû payer? Ce qui est clair, en
revanche, c'est qu'une étude très
chère plusieurs milliers d'euros
la page - a été commandée.
M.
Leterme,
devenu
dans
l'intervalle ministre du Budget,
tente à présent de refiler le
problème à l'actuelle ministre de
l'Économie. Nous espérons que
cette dernière fera toute la clarté
dans cette affaire, dans l'attente
des données que nous avons
demandées à la Cour des
comptes.
Quelle version de l'étude est-elle
en possession de la ministre? Le
Parlement peut-il la consulter? Le
SPF Finances avait-il préparé un
dossier? Y a-t-il eu à ce propos
des contacts entre les ministres
Leterme et Magnette? La ministre
demandera-t-elle l'aval du Conseil
des ministres pour le paiement de
ces études coûteuses?
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ten tweede, klopt het dat de FOD Economie een dossier heeft
voorbereid? Twee weken geleden zei u dat u van niets wist. Yves
Leterme beweert met grote stelligheid dat de FOD Economie daarvan
wel op de hoogte is.
Ten derde, als er een dossier is, bent u daarvan op de hoogte?
Waaruit bestaat dat dossier?
Ten vierde, klopt het dat u hierover contact hebt gehad met
Yves Leterme, of andersom, dat Leterme daarover met u contact
heeft gehad?
Ten slotte, zult u een beslissing laten voorbereiden voor de
Ministerraad om die studies te laten betalen? Indien ja, wanneer zal
die beslissing worden voorgelegd? Indien neen, waarom niet?
04.03 Minister Paul Magnette: Ik heb de studie nog niet gezien. Ik
heb ze niet gevraagd en niet betaald. Ik ben er ook niet erg in
geïnteresseerd. Ik heb een zeer kort contact gehad met de heer
Leterme. Inderdaad, in de plenaire vergadering heeft hij mij met twee
woorden gezegd wat hij zou antwoorden. U hebt het antwoord
waarschijnlijk gehoord. Het spijt mij, maar ik heb daaraan niets toe te
voegen, aangezien de betrokken studies noch op mijn diensten noch
op mijn kredieten betrekking hebben.
Als u meer vragen hebt, moet u zich tot de heer Leterme richten.
04.03 Paul Magnette, ministre:
Je n'ai pas encore vu cette étude.
Je ne l'ai pas commandée, ni
payée et, par ailleurs, elle ne
m'intéresse que modérément. Je
n'ai rien à ajouter à la réponse
fournie par le ministre Leterme en
séance plénière. Je vous renvoie
d'ailleurs à ce dernier pour des
renseignements plus avant.
04.04 Peter Vanvelthoven (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik
geloof wat u zegt en misschien kunt u niet onmiddellijk antwoorden,
maar u bent bevoegd voor uw eigen administratie. Het zou dus uit uw
mond moeten komen of uw administratie aan Leterme gevraagd heeft
om de facturen te betalen. Ik moet dat niet uit de mond van Leterme
horen. Ik moet dat uit uw mond horen. U hebt al eens gezegd dat u
noch uw administratie van het dossier iets afweet. Ik wil dat
aannemen, maar wanneer Leterme afgelopen week zei dat uw
administratie hem gevaagd heeft om toch de facturen te betalen, dan
zult u het met mij eens zijn dat dat eigenaardig is.
Uw administratie valt onder uw verantwoordelijkheid. Ik stel dus voor
misschien overvalt die vraag u vandaag dat u even bij uw
administratie checkt of het inderdaad zo is. Ik hoef niet aan de
minister van Begroting te vragen wat uw administratie al dan niet heeft
doorgestuurd. Daarvoor bent u de verantwoordelijke minister en
daarom stel ik aan de vraag aan u. Check dat even, want het is
essentieel.
Wanneer uw administratie iets vraagt aan Leterme, dan draagt u
daarvoor de politieke verantwoordelijkheid, want u bent de
verantwoordelijke minister. U kunt dan vervolgens niet naar hier
komen om te zeggen dat u van niets weet. Het is uw administratie die
de betaling vraagt. Leterme heeft gezegd dat hij de vraag tot betaling
zal inwilligen, als de vraag komt, maar de vraag tot betaling komt
natuurlijk van u of van uw administratie.
04.04 Peter Vanvelthoven (sp.a-
spirit): Comment concilier les
déclarations du ministre selon
lesquelles ni lui-même, ni son
cabinet ne sont au courant de
cette étude, avec celles du
ministre Leterme, qui prétend que
le SPF Économie aurait lui-même
proposé d'en supporter le coût? Je
propose que le ministre Magnette
vérifie malgré tout ce qu'il en est
auprès de son administration.
04.05 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Wij zouden hier een
zinsnede van een welbekende man kunnen gebruiken: wie gelooft
deze mensen nog. Wij kunnen van commissie naar commissie hollen
om vragen te stellen en worden uiteindelijk alleen maar van het kastje
04.05 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Qui peut encore
croire ces gens? Le gouvernement
nous renvoie de Charybde en
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
naar de muur gestuurd.
Mijnheer de minister, wanneer u a zegt, moet u ook b zeggen.
Wanneer u zegt dat u van niets weet, dat het niet uw kredieten en uw
studies zijn, dat het niet uw administratie is en dat u er niets mee te
maken hebt, dan kunt u op mijn laatste vraag toch eenvoudigweg
antwoorden dat u geen dossier zult maken voor de Ministerraad, dat u
die studies niet zult betalen en dat u het dossier niet zult voorleggen.
U speelt het echter handig en u zegt dat u van niets weet. Misschien
zullen wij over enkele weken vaststellen dat er toch een dossier zal
zijn geweest en dat het toch betaald werd.
Mijnheer de minister, ik vraag u om de beslissing niet voor te
bereiden, het dossier niet voor te leggen op de Ministerraad en, als de
factuur toch op uw bureau valt, de factuur gewoon door te sturen naar
de oranje-blauwe onderhandelaars, die het maar uit hun partijkassen
moeten betalen.
Sylla.
Le
ministre
Magnette
préparera-t-il, oui ou non, pour le
Conseil des ministres un dossier
relatif
à
cette
étude?
En
transmettra-t-il la facture aux
anciens négociateurs de l'orange
bleue?
04.06 Paul Magnette, ministre: (...)
04.07 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): U hebt gezegd dat u
van niets weet. Ik heb gevraagd of u een beslissing zal voorbereiden
voor de Ministerraad om die studies te laten betalen. Zo ja, wanneer?
Zo neen, waarom niet? U hebt daarop niet geantwoord.
04.07 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le ministre doit
cesser de jouer à cache-cache.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Muriel Gerkens au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les études prospectives
05 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Klimaat en Energie over "de prospectieve
studies inzake gas en elektriciteit" (nr. 1693)
05.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, je
remercie mes collègues de me laisser poser mes questions afin de
me permettre d'assurer la présidence de la commission de la Santé.
Monsieur le ministre, lors des modifications en juin 2005 des lois
relatives à l'électricité et au gaz, le gouvernement précédent a retiré à
la
CREG
la
mission
de
surveillance
de
la
sécurité
d'approvisionnement du pays pour la confier à l'administration de
l'énergie en collaboration avec le Bureau du Plan.
Les articles de la loi, entrés en vigueur respectivement en
septembre 2006 pour l'électricité et en avril 2007 pour le gaz, fixent au
1
er
décembre 2007 pour l'électricité et au 15 mars 2008 pour le gaz
l'étude prospective d'approvisionnement. L'étude relative à l'électricité
n'est toujours pas prête et il semblerait que celle relative au gaz ne le
sera pas non plus pour le 15 mars prochain.
J'aurais voulu connaître les raisons du retard constaté pour l'étude
prospective d'approvisionnement en électricité et l'état d'avancement
des travaux pour l'électricité et le gaz. À quelle date peut-on attendre
ces études stratégiques pour le pays?
J'aurais également voulu connaître le montant du budget disponible
pour ces missions? Un montant a-t-il été affecté pour des études
externes et/ou l'engagement de personnel? Quel serait le solde
05.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): De prospectieve studie
inzake de elektriciteitsvoorziening
die op 1 december 2007 afgerond
moest zijn, is nog steeds niet
klaar. Voor de studie betreffende
de aardgasvoorziening is de
deadline 15 maart 2008, maar
waarschijnlijk
wordt
die niet
gehaald. Wat zijn de oorzaken van
die vertraging? Wanneer zullen die
studies beschikbaar zijn?
Welke begrotingskredieten werden
er
voor
die
opdrachten
uitgetrokken?
Hoeveel
ambtenaren
werden
er
aangeworven en wat zijn hun
bevoegdheden? De wetgeving
bepaalt dat de prospectieve
studies na advies van de CREG
moeten worden uitgevoerd door
het Bestuur Energie, dat daarvoor
samenwerkt met het Planbureau.
Hoe verloopt de samenwerking
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
éventuel de ces missions?
Quel est le nombre d'agents recrutés et quelles sont leurs
compétences?
La législation prévoit désormais que les études prospectives seront
établies par l'administration de l'énergie en collaboration avec le
Bureau du Plan, après avis de la CREG. Comment se déroule la
collaboration entre les deux premières instances? La CREG apporte-
t-elle à l'administration son "know how" en personnel, modèles
mathématiques, bases de données? Dans l'affirmative, sur quelle
base de protocole d'accord, compte tenu du fait qu'à présent, elle n'a
plus qu'une compétence d'avis sur l'étude établie par l'administration
et le Bureau du Plan?
tussen die instanties?
05.02 Paul Magnette, ministre: Madame Gerkens, un premier projet
d'étude sur l'électricité est disponible, mais il doit encore être soumis
à l'évaluation environnementale, prévue par la loi du 13 février 2006
au cours de laquelle le délai d'élaboration de l'étude est suspendu.
Cette évaluation sera confiée à un consultant, qui en estime la durée
à dix mois au minimum. Cela signifie que l'étude devrait être terminée
au début de l'année 2009.
Pour l'étude sur le gaz, un premier projet d'étude devrait être
disponible en juin 2008. Comme dans le cas de l'étude sur
l'électricité, il sera ensuite soumis à l'évaluation environnementale
prévue par la loi susnommée, qui sera également confiée à un
consultant. Si la durée de cette évaluation est semblable à celle de
l'autre étude, elle devrait aussi être achevée pour le début de l'année
prochaine.
Aucun budget supplémentaire n'a été accordé à la DG Énergie pour
la réalisation de ces deux études. Un arrêté royal organisant leur
financement par le biais de la cotisation fédérale n'a pas pu être pris
l'année dernière en raison de la longue période d'affaires courantes
que le pays a connue. Cet arrêté, portant sur les années 2007 et
2008, allouait 100.000 euros par an à chaque étude évaluation
environnementale comprise.
En 2007, comme la CREG ne peut modifier la cotisation fédérale en
cours d'année, le financement devrait être assuré par l'intermédiaire
du crédit provisionnel la fameuse provision interdépartementale.
Toutefois, dans le cadre de l'élaboration en cours du budget 2008, il
est proposé d'intégrer directement un montant de 400.000 euros pour
les études dans les dépenses primaires.
Aucun agent supplémentaire n'a pu être engagé pour préparer ces
études.
Quant à la collaboration avec le Bureau fédéral du Plan, elle est
excellente. Deux groupes de travail DG Énergie et Bureau fédéral du
Plan l'un pour le gaz et l'autre pour l'électricité ont été mis en
place au sein de la première. Des représentants de la CREG, des
GRT concernés et de la BNB participent également, comme experts
extérieurs, à certaines réunions de travail pour apporter les éléments
d'information nécessaires.
La collaboration avec la CREG est bonne et repose sur un échange
05.02 Minister Paul Magnette:
Van de prospectieve studie inzake
de elektriciteitsvoorziening is er
reeds een ontwerp beschikbaar.
De
studie
over
de
aardgasvoorziening wordt tegen
juni 2008 verwacht. Voor die twee
ontwerpen moet er evenwel nog
een milieueffectrapportage worden
uitgevoerd, wat de termijn met een
tiental maanden verlengt.
Voor geen van beide studies
werden
er
bijkomende
begrotingskredieten
aan
de
Algemene
Directie
Energie
toegewezen. In 2007 gebeurde de
financiering middels provisionele
kredieten. Voor de voorbereiding
van die studies konden er geen
bijkomende ambtenaren worden
aangeworven.
De
samenwerking
met
het
Federaal
Planbureau
verloopt
uitstekend.
Daarnaast
nemen
vertegenwoordigers van de CREG,
de
betrokken
transmissienet-
beheerders en de NBB als externe
experts
aan
sommige
werkvergaderingen deel. Ook met
de
CREG
wordt
goed
samengewerkt, op basis van
briefwisseling tussen de CREG en
de FOD Economie.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
de courriers entre elle-même et le SPF Économie, qui fixe les
modalités pratiques de cette collaboration, tout en préservant
l'indépendance totale de chacune des deux parties.
05.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, je m'aperçois que le fait d'avoir dépossédé la
CREG de cette étude engendrera un an de retard avant d'obtenir les
résultats. J'ignore s'il existe un lien de cause à effet, mais le constat
est clair et dramatique: certains s'emballent à proclamer qu'on
manque de ceci ou de cela, qu'on risque des problèmes
d'approvisionnement, mais ces études ne sont toujours pas réalisées
et aucun arrêté n'a été pris en 2007 afin d'assurer les budgets, voilà
qui est assez lamentable.
J'espère que les choses s'organiseront rapidement, sans problème de
collaboration avec la CREG, qui ne repose que sur des courriers,
sachant que, légalement, elle ne dispose plus que d'un pouvoir d'avis;
ou alors nous nous contenterons que de lui demander des avis.
05.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Door het feit dat de
CREG die studie wordt ontnomen,
zal men één jaar vertraging
oplopen. Ik hoop dat een en ander
snel kan worden geregeld, zonder
dat er problemen ontstaan op het
vlak van de samenwerking met de
CREG, die nog maar enkel over
een adviesbevoegdheid beschikt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de Mme Muriel Gerkens au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'intérêt de la Belgique
pour le recyclage des déchets nucléaires" (n° 1692)</b>
06 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Klimaat en Energie over "de Belgische
interesse voor het recyclen en verwerken van kernafval" (nr. 1692)
06.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, lors d'une interview dans le journal "Ouest-
France" du 25 janvier 2008, le patron d'Areva à La Hague, Denis
Eudier, affirme que le nucléaire a le vent en poupe, et avec lui le
retraitement des combustibles usés. En conséquence, l'usine de La
Hague verra se multiplier la quantité de déchets à retraiter.
Monsieur le ministre, dans ma question écrite, je vous cite certains
chiffres, notamment concernant l'augmentation du nombre de
réacteurs mais je vais surtout m'attarder sur la question des déchets.
La capacité de l'usine est de 1.700 tonnes. Ils disent avoir traité 946
tonnes de combustibles usés. En 2008, ils prévoient 905 tonnes et, à
l'horizon 2015, ils veulent arriver à une production de 1.500 tonnes.
Lorsque le journaliste demande à M. Eudier comment il compte
atteindre cet objectif de production, vu que son business est le
retraitement des déchets, il lui répond que des clients sont intéressés
par le recyclage, à savoir la Belgique, la Corée, Taïwan, l'Espagne,
etc. et que le marché des États-Unis et de la Chine pourrait s'ouvrir.
À ce propos, monsieur le ministre, quelles démarches ont-elles été
effectuées par la Belgique qui permettent au directeur d'Areva de citer
la Belgique parmi les États intéressés par le recyclage des déchets
nucléaires via leur usine de La Hague?
06.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): De baas van Areva
verklaarde in de pers dat het de
sector van de kernenergie en de
opwerking van splijtstof voor de
wind gaat. Hij vermeldde ook
België als een potentiële klant.
Heeft België iets ondernomen dat
dergelijke
uitspraken
rechtvaardigt?
06.02 Paul Magnette, ministre: Madame Gerkens, la politique de la
Belgique en matière de recyclage des combustibles nucléaires est
toujours basée sur la résolution adoptée par la Chambre des
représentants le 22 décembre 1993. En son point 1, cette résolution
demande au gouvernement "de ne plus privilégier à l'avenir la
stratégie de retraitement par rapport à la stratégie du conditionnement
06.02 Minister Paul Magnette:
Het Belgisch beleid inzake het
recycleren van kernbrandstof is
nog steeds gestoeld op de
resolutie die op 22 december 1993
door
de
Kamer
van
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
et de l'évacuation directe. Le gouvernement ne peut donc plus
considérer le traitement comme la stratégie de référence qui
s'impose. Il doit créer les conditions permettant de développer la
stratégie de conditionnement et de l'évacuation directe en tant
qu'alternative."
En séance du 24 décembre 1993, le gouvernement a chargé un
groupe de travail de la mise en oeuvre de cette résolution. Ce groupe
de travail a remis ses conclusions au gouvernement qui les a
adoptées en Conseil des ministres du 11 mars 1994. Tout ce que je
peux vous dire, c'est que la politique du gouvernement est inchangée
à ce jour.
volksvertegenwoordigers
werd
aangenomen
en
waarin
de
regering wordt aanbevolen de
opwerking niet langer als de
geprivilegieerde
strategie
te
beschouwen. Het regeringsbeleid
is wat dat betreft niet veranderd.
06.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, vous
me rassurez en disant qu'aucun changement n'est intervenu à ce
niveau-là. Je vous fais cependant part de mon inquiétude. En effet, le
secteur a connu un regroupement de tous ces acteurs énergétiques,
Suez, Electrabel, EDF et on sait que ceux-ci ont des ambitions
nucléaires particulièrement importantes chez nous et à travers le
monde. De ce fait, je me demande si ces affirmations ne résultent pas
de leurs contacts et de leurs ambitions. Je crains qu'ils négocient
indépendamment des pouvoirs politiques, en essayant de créer un
rapport de forces. Je vous invite dès lors, monsieur le ministre, à la
plus grande vigilance!
06.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Uw antwoord dat in dat
verband alles bij het oude is
gebleven, stelt me gerust. Toch
maak ik me zorgen. Ik vraag me af
of die uitspraken niet de verborgen
agenda van Suez, Electrabel en
EDF in België vertolken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la liste noire des assureurs" (n° 1589)<br>- M. Jenne De Potter au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'encadrement des 'listes noires'"
(n° 1699)<br>- Mme Freya Van den Bossche au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la liste noire des assureurs"
(n° 1723)</b>
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Klimaat en Energie over "de zwarte lijst van de
verzekeraars" (nr. 1589)
- de heer Jenne De Potter aan de minister van Klimaat en Energie over "de omkadering van de
zogenaamde zwarte lijsten" (nr. 1699)
- mevrouw Freya Van den Bossche aan de minister van Klimaat en Energie over "de zwarte lijst van de
verzekeraars" (nr. 1723)
07.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, Datassur est la banque de données liée aux risques
spécifiques, un joli mot pour désigner essentiellement les mauvais
payeurs des assurances, mais pas seulement. Si j'en crois les chiffres
communiqués par la presse, au 31 décembre 2007, cette banque des
données a le vent en poupe puisqu'elle reprend 154.000 noms. Rien
que pour 2007, on parle de 50.000 contrats résiliés par les
assurances elles-mêmes. Il s'agirait pour 60% d'entre eux de mauvais
payeurs d'assurances automobiles. Ce genre de banques de données
est sûrement utile mais en l'occurrence, il n'y a pas que le mauvais
payeur à être lésé, pour des raisons parfois extérieures, mais aussi le
monde de l'assurance et tous les autres assurés qui paient leur prime.
Vous avez déclaré vouloir vous attaquer à cette législation et à cette
banque de données. Quelle est votre réaction face à cette forte
croissance de cette banque de données? Quelle est votre analyse à
07.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Volgens persberichten bevatte
Datassur, de centrale databank
voor speciale risico's, op 31
december jongstleden ongeveer
154.000 namen. Alleen al in 2007
zouden er 50.000 contracten
opgezegd
zijn
door
de
verzekeringsmaatschappijen zelf.
Voor 60 procent daarvan zou het
gaan
om
wanbetalers
van
autoverzekeringspremies.
U wilt die wetgeving en die
databank nu aanpakken. Wat is
uw analyse dienaangaande? De
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
ce sujet? Si vous vous attaquez à la législation, je suppose que c'est
pour y apporter des modifications. Même sans interroger le ministre
sur ses intentions, quels sont les critères qu'il entend prendre en
considération? Pour le délai d'affichage, on est entre trois et dix ans;
avez-vous l'intention de modifier le délai de ce processus de
radiation?
bekendmakingstermijn ligt tussen
drie en tien jaar. Bent u van plan
de termijn voor de schrapping te
wijzigen?
07.02 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, reeds in de vorige legislatuur werd herhaaldelijk
een omkadering van de zwarte lijsten beloofd, en dit naar aanleiding
van de steeds terugkerende berichten dat er steeds meer
consumenten op die zwarte lijsten staan. Zoals de heer Crucke heeft
gezegd, we vernemen dat de bekendste database voor wanbetalers in
de verzekeringssector, Datassur, 154.000 Belgen bevat. Eind 2004
waren dat er 42.000. Het aandeel van de wanbetalers op die zwarte
lijst bedraagt nu 92%. Bij 60% van die wanbetalingen gaat het om
autoverzekeringen.
Het feit dat men voorkomt op zo'n zwarte lijst heeft soms zware
gevolgen, vaak gedurende meerdere jaren. Zo zijn er gevallen bekend
van mensen die voorkomen in de database van Datassur, wegens het
niet betalen van een premie voor bijvoorbeeld een autoverzekering,
die onmogelijk nog een andere verzekering, zoals een schuld-
saldoverzekering of een hospitalisatieverzekering kunnen bekomen,
en dat gedurende meerdere jaren.
Het belang van de normatieve regeling van zwarte lijsten, zoals nu
aangekondigd door de minister, wordt onderstreept in het advies van
de Privacycommissie, dat dateert van 15 juni 2005.
Ik merk wel op dat er nog andere zwarte lijsten zijn, bijvoorbeeld
Preventel in de telefoniesector. Er bestaan ook zwarte lijsten in de
energiesector.
Mijn vragen aan de minister zijn dan ook de volgende. Wanneer
mogen wij de normatieve regeling van de zwarte lijsten verwachten?
Wat is de stand van zaken van het ontwerp? Volgens welke principes
zal het gebeuren? Wat zijn de krachtlijnen van de wetgevende
regeling? Wordt daarbij rekening gehouden met het advies van de
Privacycommissie en van de Raad voor het Verbruik? Ten slotte,
wordt er aan gedacht de termijn dat een consument op de zwarte lijst
mag voorkomen te beperken?
07.02 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA):
Fin
2004,
42.000
personnes figuraient sur la liste
noire du secteur des assurances,
Datassur. Aujourd'hui, ce nombre
est déjà passé à 154.000. Dans
60% des cas, il s'agit de défauts
de paiement dans le secteur des
assurances automobiles. Celui qui
figure sur cette liste noire n'obtient
souvent pas d'autre assurance
pendant des années, telle une
assurance du solde restant dû ou
une assurance hospitalisation. Il
existe également des listes noires
dans le secteur de la téléphonie et
de l'énergie.
L'avis de la Commission de
protection de la vie privée du 15
juin 2005 a souligné l'importance
de la réglementation normative
des listes noires. Quand cette
réglementation normative sera-t-
elle arrêtée? Quelles sont les
lignes de force du projet? Sera-t-il
tenu compte de l'avis de la
Commission de protection de la
vie privée et du Conseil de la
consommation? Le délai pendant
lequel un consommateur figure sur
la liste noire va-t-il être limité?
07.03 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mijnheer de minister,
ook ik stel een vraag naar aanleiding van de cijfers die door Datassur
zijn bekendgemaakt. Het probleem van de zwarte lijsten bestaat al
een tijdje. Tijdens de vorige legislatuur was er een KB klaar om daar
iets aan te doen, ware het niet dat de Raad van State te elfder ure
heeft laten weten dat dit via een wet moest en niet via een KB. Het
werk was dus gedaan en er was ook overeenstemming tussen de
partners, die nu toch deels dezelfde zijn, om daar iets aan te doen. Ik
hoop dan ook dat uw gevoeligheid omtrent het onderwerp groot is.
Wat mij vooral zorgen baart, is dat het aandeel van de wanbetalers in
het totaal is toegenomen van 75% tot 92%. Dat wil zeggen dat
bijvoorbeeld het aantal fraudeurs echt minimaal is geworden en dat er
relatief gezien steeds meer mensen zijn die het moeilijk hebben om
hun facturen te betalen. Dat is ook wat Datassur heeft gezegd.
07.03 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): Le
problème
des
listes noires ne date pas d'hier.
Pendant la précédente législature,
un arrêté royal avait été préparé
en la matière mais le Conseil
d'État a indiqué à la dernière
minute qu'il fallait procéder par le
biais d'une loi. J'espère que le
nouveau ministre est disposé à
prendre les mesures adéquates.
Je m'inquiète de l'augmentation,
de 75 à 92%, de la part des
mauvais payeurs sur les listes
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Blijkbaar zijn er veel mensen die op hun tandvlees zitten als de
facturen binnenkomen. Dat kan betekenen dat mensen niet kunnen
betalen maar het kan ook betekenen dat de criteria om ze te
registreren te arbitrair zijn en dat men door een simpele vertraging in
betaling ook wordt aanzien als onbetrouwbare klant. In ieder geval, ik
voel mij niet goed bij het nogal arbitraire karakter van die lijsten.
Vandaag is er geen wet die organisaties ervan kan weerhouden om
onderling gegevens uit te wisselen. Dat is erg gevaarlijk want als men
op basis van ik zeg maar iets een onbetaalde telefoonrekening of
verzekering om wat voor reden dan ook geen huis meer zou kunnen
huren, dan zullen mensen verstoken blijven van essentiële
dienstverlening en producten. We gaan die richting uit als er niet snel
wetgeving komt. We moeten zeker optreden.
Ik heb zelf een wetsvoorstel ingediend maar vanzelfsprekend hoop ik
op een nog veel snellere oplossing van de regering. Mijn vraag is dus
of u bereid bent om in wetgeving rond zwarte lijsten te voorzien zoals
u in de pers hebt verklaard. Wanneer zult u die wetgeving voorleggen
aan de Ministerraad en indienen bij de Kamer?
noires et du fait que celles-ci ne
comportent donc presque plus de
fraudeurs, mais des personnes qui
ne parviennent plus à payer leurs
factures. Certains sont peut-être
inscrits trop vite sur la liste, alors
qu'il ne s'agit en fait que de retards
de paiement. Les critères sont trop
arbitraires, selon moi.
L'absence de loi interdisant aux
organisations
de
s'échanger
mutuellement des données est
très dangereuse car, de la sorte,
des
personnes
n'ayant
pas
acquitté une facture en particulier,
peuvent être privées de la
fourniture de services ou de
produits essentiels. C'est pourquoi
j'ai
déposé
moi-même
une
proposition de loi, mais j'espère
que le gouvernement prendra
aussi une initiative législative, de
manière à accélérer l'évolution du
dossier.
Le ministre est-il disposé à
légiférer en matière de listes
noires? Quand ce projet de loi
sera-t-il soumis au Conseil des
ministres et à la Chambre?
07.04 Paul Magnette, ministre: Madame la présidente, je tiens tout
d'abord à remercier les intervenants pour leurs questions qui abordent
des préoccupations effectivement importantes.
Je constate d'ailleurs que le problème ne se limite pas au secteur des
assurances. Plusieurs fichiers contenant des informations spécifiques
sur le consommateur sont utilisés par certains secteurs pour évaluer
la solvabilité et la fiabilité de clients.
07.04 Minister Paul Magnette:
Het gaat in deze vragen inderdaad
over belangrijke bekommernissen.
Het
probleem
beperkt
zich
trouwens
niet
tot
de
verzekeringssector.
Ja, ik denk dat er voor deze bestanden een bijzonder wettelijk kader
nodig is om zo de consument te kunnen beschermen tegen
wanpraktijken in verband met de registratie en het gebruik van deze
gegevens. De consument moet er zeker van kunnen zijn dat elke
registratie op een correcte, objectieve en transparante manier wordt
uitgevoerd en dat deze lijsten niet op een willekeurige noch
misleidende manier mogen worden opgesteld.
Il faut soumettre les listes noires à
un cadre légal pour protéger le
consommateur contre les abus.
Ce dernier doit avoir la certitude
que tout enregistrement est
effectué
de
façon
correcte,
objective et transparente et que
ces listes ne sont pas établies
arbitrairement ou abusivement.
Le précédent gouvernement avait approuvé en fin de législature -
vous l'avez rappelé - en première lecture un cadre légal qui organise
cet encadrement.
Ce cadre prévoit que les listes négatives doivent satisfaire à certaines
conditions qui seraient examinées par la Commission de la protection
de la vie privée appelée à donner son autorisation.
De vorige regering heeft op het
einde van de zittingsperiode in
eerste lezing een wettelijk kader
goedgekeurd dat bepaalt dat de
negatieve lijsten moeten voldoen
aan
bepaalde
voorwaarden.
Voorts voorzag dat wettelijke
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
La réglementation en question offre des mécanismes précis de
protection dans le chef du consommateur par des obligations
renforcées en matière d'information, de droit d'accès et de droit de
contestation.
kader in de invoering van
welomlijnde
beschermings-
mechanismen inzake informatie,
recht op toegang en recht op
betwisting.
Dit project voorzag geen omkadering met betrekking tot de termijn. Ik
dank u voor het voorstel.
Aucun délai n'a été fixé pour ce
projet.
J'étudie actuellement la possibilité de soumettre un projet
réglementaire encadrant ces listes en tenant compte de l'avis de la
Commission de la protection de la vie privée et du conseil de la
Commission, mais il m'est difficile à ce stade de m'engager sur une
date précise à laquelle je soumettrai ce texte au Conseil des
ministres. Je ferai au plus vite.
Ik onderzoek op dit ogenblik of er
een regelgevend
kader
kan
worden uitgewerkt voor die lijsten,
met inachtneming van het advies
van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer en van de Raad voor
het Verbruik. In dit stadium kan ik
echter nog niet zeggen wanneer
precies ik die tekst aan de
Ministerraad zal voorleggen.
07.05 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa courte réponse.
D'abord, vous parlez de la protection des consommateurs; je vous
rappelle qu'il s'agit de tous les consommateurs et pas seulement des
plus faibles, même s'ils sont à protéger.
Ensuite, comme je l'avais déjà lu, j'entends qu'on réfléchit. J'avais
déjà lu également qu'un projet de loi est en cours; cependant, pour le
délai, c'est "wait and see", si j'ai bien compris. Dans la mesure du
possible, nous viendrons donc accélérer la réflexion.
07.05 Jean-Luc Crucke (MR):
Wanneer u het heeft over de
bescherming
van
de
consumenten, dan herinner ik u
eraan dat het gaat om alle
consumenten en niet enkel om de
zwaksten. In de mate van het
mogelijke
zullen
we
dus
meewerken aan een bespoediging
van het denkwerk.
07.06 Jenne De Potter (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is ook mij duidelijk dat er wel een wettelijke omkadering moet zijn.
U hebt een aantal principes opgesomd: transparantie, informatie voor
de consument, toegang tot de gegevens, mogelijkheid om te
controleren. Ik denk dat er ook een mogelijkheid moet bestaan voor
een consument om bepaalde incorrecte gegevens te schrappen, of
wanneer het te lang zou duren om dat te contesteren, zichzelf van die
lijst te kunnen schrappen.
Wat mij het meeste zorgen baart, zijn de gevolgen die het voorkomen
op een zwarte lijst kan hebben. Het feit dat men daarop voorkomt,
kan soms betekenen dat men helemaal geen polis meer kan
afsluiten, wat tot heel ongewenste situaties kan leiden.
Ik hoop dat u snel werk kunt maken van een ontwerp. Wij zullen dit
zeker blijven opvolgen.
07.06 Jenne De Potter (CD&V -
N-VA): Un cadre légal doit en effet
être
mis
en
place.
Le
consommateur doit pouvoir faire
biffer les données incorrectes, ou
lorsque cette procédure tarde à
être mise en oeuvre, se biffer lui-
même de la liste. En particulier les
conséquences de la présence sur
une liste noire ne manquent pas
d'inquiéter. J'espère que le projet
sera rapidement déposé.
07.07 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben blij met het engagement.
Ik denk inderdaad dat het belangrijk is dat consumenten alleen maar
op die lijst kunnen worden opgenomen wanneer daarvoor gegronde
redenen bestaan, dat er een moment moet zijn dat men van die lijst
07.07 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): Je me réjouis de
l'engagement contracté par la
ministre. Les gens doivent en effet
toujours avoir la possibilité de
contester leur présence sur une
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
geraakt, dat mensen dat te allen tijde moeten kunnen contesteren en
dat die lijsten op geen enkele manier kunnen worden uitgewisseld.
Daarnaast wil ik nog het volgende toevoegen. Als echt blijkt dat
bijzonder veel mensen wanbetalers zijn, niet zozeer omdat ze slechte
intenties hebben maar omdat ze niet meer kunnen betalen, dan
moeten we ons misschien ook eens afvragen of de verzekeringen niet
te duur zijn en of er daarvoor ook geen initiatief nodig is.
liste et en aucun cas celles-ci ne
peuvent faire l'objet d'un échange.
S'il devait toutefois apparaître
qu'un nombre élevé de mauvais
payeurs sont dans ce cas parce
qu'ils éprouvent véritablement des
difficultés à payer leurs factures,
ce serait peut-être le signe que les
assurances sont trop chères et
une initiative devrait être prise à
cet égard.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Freya Van den Bossche aan de minister van Klimaat en Energie over "de
oprichting van een geschillencommissie inzake reclame" (nr. 1730)
08 Question de Mme Freya Van den Bossche au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la création
d'une commission des litiges en matière de publicité" (n° 1730)</b>
08.01 Freya Van den Bossche (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter,
ik ben zelf niet zo'n purist op dat vlak. Ik vind dat er veel creativiteit
moet kunnen zijn, ook in de reclame. Ik vind wel dat de Jury voor
Eerlijke Reclamepraktijken, de JEP, een aura begint te krijgen dat hij
niet verdient. Men geeft de indruk dat dit het orgaan bij uitstek is om
een klacht bij in te dienen, ook als consument, terwijl de JEP
weliswaar op autoregulerende wijze tracht niet-bindende adviezen te
formuleren inzake reclame en klachten ook behandelt, maar sedert
jaar en dag weigert om daarvan een paritair en onafhankelijk orgaan
te maken. Tot nu toe zaten er enkel mensen in uit de sectoren. Het
intern reglement is aangepast en men zou er nu ook consumenten bij
betrekken, maar het is niet paritair samengesteld. Bovendien zijn die
consumenten, als ik hun achtergrond bekijk en de selecties die al
gebeurd zijn, vrij arbitrair gekozen.
Ik ben voorstander van een vorm van coregulering waarbij zowel
consumentenorganisaties als de sector kunnen samenwerken. De
overheid hoeft het niet altijd in de plaats van de sectoren te doen,
maar hierbij zijn de consumentenorganisaties niet of veel te weinig
betrokken. Beslissingen worden dan ook vaak gecontesteerd, de
gedragscodes zijn eenzijdig want enkel door de sector opgesteld, de
beslissingen zijn niet afdwingbaar en het toepassingsgebied is
beperkt tot boodschappen die in de media verspreid worden.
Met andere woorden, de JEP probeert zich al gedurende twee of drie
jaar te hervormen. Dat zijn stappen in de goede richting, maar we zijn
er nog niet.
Ik vroeg mij dan ook af of u denkt de JEP te kunnen bewegen in de
richting van een echt paritair en onafhankelijk orgaan dan wel of u
misschien meer voelt voor een wetsvoorstel, dat door een aantal
collega's van de PS in deze commissie is ingediend om een paritair
samengestelde geschillencommissie op te richten, zoals in een aantal
andere domeinen voor consumenten het geval is. Ik denk aan de
reissector waar er recentelijk één is opgericht tot tevredenheid van
zowel de sector als de consument.
Met andere woorden, ziet u het zitten om zo'n geschillencommissie op
08.01 Freya Van den Bossche
(sp.a-spirit): De plus en plus, le
Jury d'Ethique Publicitaire (JEP)
acquiert une aura qu'il ne mérite
pas. On a en effet l'impression que
le JEP est l'organe par excellence
pour introduire une plainte, même
au niveau des consommateurs. Le
JEP formule des avis non
contraignants en matière de
publicité. Il traite aussi des plaintes
mais se refuse, depuis des
années, à être un organe paritaire
indépendant.
Je suis partisan d'une forme de
co-régulation dans le cadre de
laquelle les organisations de
défense
des
consommateurs
collaboreraient avec le secteur.
Aujourd'hui, les organisations de
défense des consommateurs ne
sont pas ou pas suffisamment
impliquées dans les décisions, ce
qui a pour effet que ces décisions
sont souvent contestées. Le code
de bonne conduite qui est
d'application a été défini par le
secteur seul; les décisions ne sont
pas contraignantes et le champ
d'application
est
limité
aux
annonces dans les médias. Le
JEP s'efforce de réformer son
organisation depuis maintenant
deux ans déjà mais cet objectif est
encore loin d'être atteint.
Le ministre pense-t-il pouvoir faire
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
te richten, in het geval dat de Jury voor Eerlijke Reclamepraktijken
niet zelf op korte termijn in die richting evolueert? Zult u hiertoe zelf
ook een initiatief nemen?
évoluer le JEP vers la structure
d'un véritable organe paritaire
indépendant ou va-t-elle plus dans
le sens de la proposition de loi
visant à instituer une commission
des
litiges
composée
paritairement?
Le
ministre
envisage-til
de
prendre
une
initiative en ce sens?
08.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van
den Bossche, het probleem dat u aanhaalt, is bijzonder complex.
Daarom heb ik mijn kabinet belast met het vergaren van informatie en
verkennende gesprekken over het onderwerp in kwestie.
De eerste vergadering over het onderwerp zal op vrijdag
1 februari 2008 plaatsvinden.
U zal begrijpen dat ik in het huidige stadium onmogelijk een initiatief
kan nemen.
08.02 Paul Magnette, ministre: Il
s'agit
d'un
problème
très
complexe. Mon cabinet rassemble
des informations et mène des
discussions
exploratoires.
La
première réunion sur le sujet est
fixée au 1
er
février 2008. À ce
stade, je n'envisage donc pas
encore de prendre une initiative.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De heer Wathelet stelt zijn vraag nr. 1640 over het
nacht-en weekendtarief voor elektriciteit uit, waardoor wij nu bij de
vragen aan minister Laruelle zijn aanbeland.
La présidente: M. Wathelet
reporte sa question n° 1640 sur le
tarif d'électricité de nuit et de
week-end.
09 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vervanging van nationale bankkaarten door eventuele duurdere
internationale bankkaarten" (nr. 1108)
09 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le remplacement de cartes bancaires nationales par des cartes bancaires
internationales éventuellement plus chères" (n° 1108)</b>
09.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik heb een vraag over de dure betaalkaarten.
Mijn vraag is ondertussen deels gedateerd. Ze dateert van begin
december 2007, waarvoor ik mijn excuses aanbied. De strekking blijft
evenwel overeind.
De omschakeling naar de Europese betaalruimte, de zogenaamde
Single Euro Payments Area, is sedert gisteren een feit.
Neelie
Kroes,
Europees
commissaris
voor
Concurrentie,
waarschuwde de banken een tijd geleden voor anticompetitief gedrag
bij de omschakeling naar voornoemde Europese betaalruimte. Zij
stelde in dat verband dat nationale betaalkaarten te gemakkelijk door
duurdere, internationale betaalkaarten zouden worden vervangen.
Ik heb voor u een aantal concrete vragen over de internationale
betaalkaarten.
Ten eerste, mevrouw de minister, bent u van het bericht op de
hoogte? Bent u op de hoogte van de waarschuwing van mevrouw
Kroes?
09.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le passage à l'espace de
paiement européen est une réalité
depuis hier. Voici quelque temps,
la Commissaire européenne à la
Concurrence, Mme Kroes, a
prévenu les banques qu'elles
devraient se garder d'adopter une
attitude anticoncurrentielle dans le
cadre de cette transition au cours
de laquelle les cartes bancaires
nationales seront remplacées par
des cartes internationales plus
chères. La ministre en est-elle
informée? Le gouvernement s'est-
il déjà concerté avec les banques
à propos de l'espace de paiement
européen et du remplacement des
cartes bancaires nationales par
des cartes internationales?
Ces
cartes
bancaires
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Ten tweede, heeft de vervanging door en de uitbouw van de
Europese betaalruimte die sinds gisteren een feit is, al het voorwerp
van een debat tussen de regering en de Belgische banken
uitgemaakt? Werd de vervanging van nationale bankkaarten door
internationale betaalkaarten tijdens voornoemd debat besproken?
Ten derde, is de consument verplicht om de duurdere internationale
bankkaart te aanvaarden of bestaat de mogelijkheid om de oude
nationale, goedkopere bankkaart te behouden? Bestaat over
voornoemde kwestie een Belgische of Europese reglementering?
Ten vierde, heeft de regering de intentie om in te grijpen, mocht
blijken dat de nieuwe internationale bankkaarten voor de Europese
betaalruimte SEPA voor de consumenten fundamenteel duurder
zouden worden?
Mijn laatste vraag is veeleer een opmerking of een vraag naar uw
standpunt.
Mevrouw de minister, in de loop van de voorbije decennia werd de
consument steeds voorgehouden dat maatregelen nodig waren om
kosten te besparen. Iedereen herinnert zich ongetwijfeld nog de
periode waarin bankfilialen loketten sloten en de consument met
zachte hand in de richting van het geld uit de muur werd geduwd. Dat
gebeurde om kosten te besparen. Enkele jaren later zien wij dat
steeds meer systemen van muurbanken worden gesloten en dat de
consument wordt aangeraden om te gaan internetbankieren. Ook dat
gebeurt om kosten te besparen.
De consument stelt echter vast dat de echte voordelen voor hem
achterwege blijven. De vraag rijst dus of de banken de consument
niet gewoon een rad voor ogen draaien. Heeft de regering over
voornoemde vraag een standpunt? Zo ja, dan kreeg ik graag uw
mening in dat verband.
internationales plus coûteuses
seront-elles obligatoires ou les
consommateurs
pourront-ils
choisir entre
les
deux?
Le
remplacement
des
cartes
nationales
par
des
cartes
internationales est-il l'objet d'une
réglementation? Le gouvernement
interviendra-t-il s'il appert que la
carte bancaire internationale est
d'un prix excessif?
Au cours des dernières décennies,
on n'a cessé de faire accroire aux
consommateurs que le secteur
devait prendre des mesures
d'économie. C'est ainsi qu'on a
incité les clients des banques à
retirer leur argent à un distributeur
automatique plutôt qu'au guichet.
Mais aujourd'hui, on les dissuade
de procéder à des retraits au
distributeur et on les encourage à
recourir au pc banking. Se trouve-
t-on réellement ici en présence de
mesures tendant à économiser les
coûts
ou
mène-t-on
les
consommateurs
en
bateau?
Quelle est la position adoptée par
le gouvernement?
09.02 Minister Sabine Laruelle: Mevrouw de voorzitter, ik ben
inderdaad op de hoogte van de problematiek van de omschakeling
van de nationale betaalkaarten naar SEPA-conforme betaalkaarten.
De voorbije twee jaren kwam de kostenproblematiek verschillende
keren in de actualiteit. Ik verwijs hier onder meer naar het antwoord
dat mijn voorganger, de heer Verwilghen, gaf op de samengevoegde
mondelinge vragen van mevrouw Anseeuw over het elektronisch
betalen en het mogelijke misbruik van een monopolie en van
mevrouw Durant over de nieuwe tarieven die MasterCard wenst toe te
passen inzake de betaling met bankkaarten.
De wijze om te voldoen aan de SEPA-criteria behoort in de eerste
plaats tot de keuzevrijheid van de financiële sector zelf. De nationale
en Europese overheidsinstanties volgen het proces van dichtbij op.
Dit gebeurt onder meer op het niveau van de mededingingsautoriteit
en op het niveau van de SEPA-werkgroep binnen een sturingscomité
van de Nationale Bank over de toekomst van de betaalmiddelen waar
de problematiek reeds menigmaal aan bod kwam.
Wat de overgang naar SEPA-conforme kaarten betreft, verandert er
momenteel voor de gewone consument weinig vermits het nationale
09.02 Sabine Laruelle, ministre:
Je connais le problème du
passage aux cartes de paiement
conformes aux critères du SEPA.
Le problème des coûts liés à ce
passage a déjà été évoqué à
plusieurs reprises au cours des
deux dernières années; je me
réfère à ce propos à la réponse de
mon prédécesseur concernant le
paiement électronique, les risques
d'abus liés à un monopole et les
nouveaux tarifs de paiement par
cartes de paiement MasterCard.
Le secteur financier détermine lui-
même, sous le contrôle des
autorités
nationales
et
européennes, comment il entend
satisfaire aux critères du SEPA.
Ce contrôle est effectué par
l'instance nationale compétente en
matière de concurrence et le
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Bancontact/Mister Cash-schema voorlopig blijft bestaan.
Zoals u weet, werd de initiële beslissing van de Belgische banksector
om het nationale Bancontact/Mister Cash-schema te vervangen door
Maestro op 1 januari 2008 uitgesteld aangezien ze onvoldoende steun
kreeg van de verschillende Belgische marktpartijen.
Toch wordt het mogelijk dat internationale schema's en andere
Europese schema's op de Belgische markt komen, wat op zich een
ruime keuzeaanbod voor de consument impliceert.
Tegen het einde van 2010 zouden de nationale betalingsinstrumenten
grotendeels moeten verdwijnen overeenkomstig de Europese SEPA-
deadlines.
Inzake regelgeving kan het volgende worden meegedeeld. De
omschakeling naar Europese kaartschema's kadert binnen de SEPA.
Zoals reeds eerder gesteld, is de invoering van SEPA in principe
gestoeld op een zelfregulerende basis. We moeten echter na de
invoering van SEPA rekening houden met richtlijn 2007/74
betreffende
de
betaaldiensten.
Die
richtlijn
moet
tegen
november 2009 worden omgezet.
Algemeen kan worden gesteld dat voldoende concurrentie op de
markt een positief gevolg heeft voor de prijsvorming, kwaliteit en
innovatie van producten en diensten. In het raam van de huidige
werkzaamheden op Belgisch en Europees niveau wordt er door alle
betrokken nationale en Europese autoriteiten op toegezien dat er
voldoende graden van concurrentie aanwezig zullen zijn in de
toekomstige SEPA-systemen zodat het nieuwe systeem voor alle
betrokken partijen - handelaars, maar ook consumenten - een
verbetering is.
De prijsevolutie naar aanleiding van SEPA alsmede andere financiële
elementen dienen vanzelfsprekend van nabij te worden gevolgd. Een
permanente evaluatie van de aangekondigde voordelen van SEPA is
zeker noodzakelijk.
groupe de travail SEPA de la
Banque Nationale.
Etant donné que la structure
nationale de Bancontact/Mister
Cash restera provisoirement en
place, le passage aux cartes
conformes aux critères du SEPA
ne changera finalement que peu
de choses pour le consommateur.
L'absence de soutien au niveau du
marché national a poussé le
secteur bancaire belge à retarder
le remplacement de cette structure
par le concept Maestro. Ce choix
n'empêche
nullement
les
structures internationales et les
autres structures européennes
d'être actives sur notre marché, ce
qui va d'ailleurs de pair avec un
plus
vaste
choix
pour
le
consommateur.
Si l'on s'en réfère au calendrier du
SEPA,
les
instruments
de
paiement nationaux devraient, en
principe, avoir disparu d'ici fin
2010. Le passage à des structures
de
paiement
par
carte
européennes s'inscrit dans le
cadre du SEPA dont l'introduction
implique,
en
principe,
une
autorégulation. Après l'introduction
du SEPA, nous devrons toutefois
tenir compte de la directive
2007/74 relative aux services de
paiement qui doit être transposée
en droit belge pour novembre
2009. Une concurrence suffisante
sur
le
marché
s'avère
généralement favorable à la
formation des prix, à la qualité et
au caractère novateur des produits
et des services. Toutes les
autorités
nationales
et
européennes
concernées
veilleront à ce que les futurs
systèmes du SEPA soient liés à un
niveau de concurrence suffisant,
ceci
au
profit
tant
des
commerçants
que
des
consommateurs.
Dans ce cadre, il convient de
surveiller de près l'évolution des
prix et les autres éléments
financiers. Il est nécessaire de
procéder
à
une
évaluation
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
permanente des avantages tels
qu'annoncés du SEPA.
09.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
misschien toch nog een kleine reactie.
Ik dank de minister voor haar uitgebreide antwoord. Ik dring inderdaad
aan op voldoende aandacht en misschien zelfs wat meer aandacht in
de toekomst. De koopkracht van de mensen staat onder druk.
Energie wordt duurder, primaire goederen worden duurder en heel
wat burgers worden geconfronteerd met gestegen gemeentelijke
taksen en belastingen. Iedereen krijgt het moeilijker om de
rekeningen betaald te krijgen. Als daar bovenop nog eens duurdere
betaalkaarten komen, denk ik dat dit voor de perceptie van Europa
wel eens dodelijk zou kunnen zijn.
Ik dring dan ook aan op voldoende aandacht voor deze kwestie.
09.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Cette question mérite
encore plus de retenir l'attention,
compte tenu de la baisse du
pouvoir d'achat. Si le prix des
opérations électroniques devait
augmenter, la perception qu'ont
les citoyens de l'Europe pourrait
s'en trouver fortement altérée.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre des Affaires étrangères sur "la diffusion de TV5
10 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de uitzending
van TV5 Monde in Brussel" (nr. 1150)
10.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, dans une vie parlementaire précédente, je me suis
beaucoup intéressé à TV5 qui est un outil incontournable pour le
rayonnement de la culture francophone. Je ne pensais pas pouvoir
m'y intéresser encore un jour au sein de ce Parlement puisqu'il s'agit
de compétences relevant de la Communauté française.
Le journal "L'Écho" a relaté la dernière sortie de la ministre Fadila
Laanan. Je lis ce qui a suscité mon intérêt et ma question: "La chaîne
TV5 Monde qui a perdu son privilège de "must carry" en Région
bruxelloise pourrait retrouver ce statut à l'issue d'une procédure en
cours devant la Cour européenne de justice, pour autant que le
gouvernement fédéral y donne suite, a fait valoir hier la ministre Fadila
Laanan. Voici peu, l'avocat général près la Cour européenne de
justice a avancé que la Belgique avait le droit d'imposer aux
câblodistributeurs de retransmettre une série de chaînes afin de
garantir notre pluralisme".
Dès lors, ma question est la suivante.
Nous avons une déclaration de la ministre compétente en tout cas
en charge du dossier à la Communauté française. Vous avez un
avocat général qui renvoie vers l'État belge. Je ne peux rien faire
d'autre que de vous demander ce qu'il en est, non pas seulement des
intentions mais de ce dossier au niveau fédéral.
10.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
de krant L'Écho stond onlangs een
verklaring van minister Fadila
Laanan over de zender TV5
Monde, die zijn bevoorrechte
"must
carry"-statuut
in
het
Brussels Gewest is kwijtgeraakt.
Die zender zou zijn statuut kunnen
terugwinnen na afloop van de
hangende procedure bij het
Europees Hof van Justitie, op
voorwaarde dat de federale
regering er gevolg aan geeft.
Onlangs stelde de advocaat-
generaal bij het Europees Hof van
Justitie
dat
België
de
kabelmaatschappijen
mag
verplichten
bepaalde
zenders
opnieuw
te
programmeren,
teneinde
ons
pluralisme
te
verzekeren.
De bevoegde minister van de
Franse Gemeenschap heeft dus
een verklaring afgelegd en de
advocaat-generaal verwijst naar
de Belgische overheid. Ik wil dan
ook graag weten hoe het op
federaal niveau met dat dossier
staat.
10.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur Crucke, comme vous 10.02 Minister Sabine Laruelle:
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
l'avez dit, TV5 bénéficie actuellement de l'obligation "must carry" à
Bruxelles. TV5 désigne donc les programmes de la société
Satellimage société anonyme dont l'intitulé figure dans l'arrêté
ministériel du 17 janvier 2001 portant désignation des organismes de
radiodiffusion visés à l'article 13, 2
ème
tiret de la loi du 30 mars 1995
concernant les réseaux de distribution d'émissions de radiodiffusion et
l'exercice d'activités de radiodiffusion dans la Région bilingue de
Bruxelles-Capitale.
Le principe même du "must carry" est contesté par la Commission
européenne qui y voit une entrave à la liberté de commerce. Il est
exact qu'une action est en cours auprès de la Cour européenne de
justice. Je ne peux évidemment pas me prononcer avant de connaître
l'arrêt de la Cour mais je suis de très près l'évolution de ce dossier.
En tout état de cause, je suis favorable à ce que TV5 continue à être
diffusé dans cette Région bilingue de Bruxelles-Capitale afin de
permettre une offre de services la plus large possible.
Voor TV5 geldt momenteel een
"must
carry"-verplichting
in
Brussel.
Dat
principe
wordt
aangevochten door de Europese
Commissie
die
er
een
belemmering van de vrije handel
in ziet. Er loopt een procedure
voor het Europees Hof van
Justitie. Ik kan hieromtrent geen
uitspraken doen vooraleer ik van
het arrest van het Hof kennis heb
genomen,
maar
ik
kan
u
verzekeren dat ik de voortgang
van dit dossier op de voet volg.
Ik vind dat TV5 in het tweetalig
Brussels Gewest moet kunnen
uitzenden.
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie la
ministre pour sa déclaration de principe et pour ce que j'appellerai sa
prudence par rapport à l'arrêt. Il va de soi qu'on ne mélange pas les
genres.
En conclusion, je voudrais ajouter qu'il pourrait être parfois intéressant
pour la ministre je ne parle pas de la ministre fédérale mais de la
ministre de la Communauté française; elle sait d'ailleurs ce que je
pense d'elle de se taire plutôt que de parler et créer une confusion.
10.04 Sabine Laruelle, ministre: Je pense avoir une autre réponse
tout à l'heure où je répéterai la même chose, mais vous avez raison.
(...)
10.05 Jean-Luc Crucke (MR): Elles sont parfois un peu précoces.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "ongevallen
bij vuurwerk" (nr. 1215)
11 Question de M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "les accidents avec des feux
11.01 Ludwig Vandenhove (sp.a-spirit): Mevrouw de minister, de
vraag was oorspronkelijk aan de minister van Binnenlandse Zaken
gericht. Hij heeft ze aan u doorgespeeld, omdat de vraag eigenlijk een
dubbel aspect beoogd.
Enerzijds zijn er de gebeurtenissen rond Nieuwjaar met al dan niet
illegaal vuurwerk, en anderzijds is er de voorwaarde waaronder de
verkoop van vuurwerk bij ons is gereglementeerd. Ik denk dat
iedereen die betrokken is bij de brandweerkorpsen en bij steden en
gemeenten, weet dat de hoeveelheid al dan niet illegaal vuurwerk dat
op Kerstmis en vooral Nieuwjaar wordt afgestoken, toeneemt. Bij ons
zijn er ter zake nogal wat gevolgen, vermits de reglementering inzake
de aanschaffing van vuurwerk in Nederland veel strenger is.
Mevrouw de minister, ten eerste, beschikt u over cijfers van het aantal
11.01 Ludwig Vandenhove
(sp.a-spirit): Pour cette question,
le ministre de l'Intérieur m'a invité
à m'adresser à vous.
Les corps de pompiers et le
personnel des villes et communes
savent que pendant la période de
fin d'année, la quantité de feux
d'artifice tirés augmente, ce qui
n'est pas sans conséquence ne
serait-ce que parce que la
réglementation
qui
régit
l'acquisition de feux d'artifice aux
Pays-Bas est beaucoup plus
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
ongevallen?
Wanneer
men
daarover
informeel
met
brandweermensen spreekt, verneemt men dat er wel een aantal
kleine brandjes is geweest, maar dat het verband met vuurwerk niet
onmiddellijk aantoonbaar is. Bij de brandweerkorpsen leeft echter het
gevoel dat het verband groter is dan uit de cijfers zou blijken. Hebt u
daarover indicaties?
Ten tweede, is het de intentie om de wetgeving inzake de verkoop
van vuurwerk te verstrengen? Controle is immers één zaak, de
wetgeving verstrengen een andere. Ik denk dat wij met het eerste
moeten beginnen en daar moeten ingrijpen alvorens tot het tweede
over te gaan.
Dat zijn mijn vragen, mevrouw de minister. Ten eerste, beschikt u
over cijfers? Ten tweede, bent u plan om de wetgeving te
verstrengen?
sévère que la réglementation
belge.
La ministre dispose-t-elle de
données chiffrées pour ce qui
regarde le nombre d'accidents?
Du côté des corps de pompiers,
on ne peut se défaire de
l'impression que le lien qui existe
entre les petits incendies et les
feux d'artifice est plus important
que ne le donnent à penser les
chiffres.
Entre-t-il
dans
les
intentions de la ministre de durcir
la législation en matière de vente
de feux d'artifice? En premier lieu,
il est indispensable d'améliorer le
contrôle.
11.02 Minister Sabine Laruelle: Er moet worden vastgesteld dat de
markt van het vuurwerk in volle ontwikkeling is. Wij schatten de
hoeveelheid die in ons grondgebied omgaat en/of op ons grondgebied
wordt gebruikt, op ongeveer 10.000 ton.
In België bestaan er twee categorieën vuurwerk: feestvuurwerk en
spektakelvuurwerk. Feestvuurwerk kan gekocht en gebruikt worden
door iedere particulier, terwijl spektakelvuurwerk enkel bestemd is
voor de professionele vuurwerkmakers. Over het algemeen gebeurt
het
aansteken
van
feestvuurwerk
onder
de
volledige
verantwoordelijkheid van de particulier, terwijl het afschieten van
spektakelvuurwerk
onder
de
verantwoordelijkheid
van
de
professionele vuurwerkmaker valt.
Enkel het college van burgemeester en schepenen mag het
afschieten van vuurwerk op het grondgebied van de gemeente
reglementeren, door het uitwerken van specifieke regels, die door de
particulieren en de professionelen nageleefd moeten worden. De
gemeenten mogen op elk ogenblik, en om verschillende
veiligheidsredenen, het afschieten van vuurwerk verbieden.
Ten slotte heeft de Europese Commissie, met haar richtlijn 2007/23
voorzien in de harmonisering van het op de markt brengen van
vuurwerk. Op 1 januari 2010 moet die richtlijn effectief zijn. In het
kader van de omzetting wordt een indeling van het vuurwerk in vier
categorieën gepland. Elke categorie zal bedoeld zijn voor gebruikers,
gaande van de particulier van minstens 12 jaar, tot de professionelen
wier bevoegdheid door elke lidstaat erkend zal moeten worden.
Daarna zal in hetzelfde kader opgelegd worden om wettelijke regels
uit te werken die op de veiligheid van het afschieten van vuurwerk
toepasselijk zijn. Mijn dienst, de FOD Economie, heeft geen
statistieken over ongevallen, maar ik meen dat de minister van
Binnenlandse Zaken die statistieken heeft.
11.02 Sabine Laruelle, ministre
Le marché des feux d'artifice est
en pleine mutation actuellement.
La quantité de pièces qui transite
par notre territoire ou y est utilisée
est estimée à environ 10.000
tonnes.
La loi distingue deux types de
pièces de feux d'artifice : celles
utilisées lors de festivités et celles
utilisées dans le cadre de
spectacles. Les premières sont
accessibles à tous et peuvent être
utilisées par les particuliers alors
que les secondes sont destinées
aux artificiers professionnels.
Seule l'administration communale
est compétente pour autoriser ou
interdire le tir de feux d'artifice sur
son territoire. L'interdiction peut
être décrétée à tout moment.
Une directive édictée par la
Commission européenne règle la
commercialisation des pièces de
feux d'artifice. Elle entre en
vigueur le 1
er
janvier 2010. Les
pièces de feux d'artifice sont
réparties en quatre catégories
selon l'utilisateur. Un cadre sera
ensuite élaboré pour fixer les
règles de sécurité.
Pour ce qui est des statistiques
d'accidents,
il
convient
de
s'adresser au SPF Intérieur.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
11.03 Ludwig Vandenhove (sp.a-spirit): Samenvattend, u bent niet
van plan om de wetgeving federaal te wijzigen.
11.03 Ludwig Vandenhove
(sp.a-spirit): Aucune modification
légale n'est donc envisagée?
11.04 Minister Sabine Laruelle: Er is dus nu een nieuwe richtlijn van
de Europese Unie. Het doel is een harmonisering in alle lidstaten. Een
nieuwe wet is niet slim. Wij werken er nu aan om die richtlijn in ons
wettelijk kader om te zetten. Mijn diensten gaan na hoe wij de richtlijn
kunnen omzetten. Er zal dus geen verschil meer zijn tussen
Nederland en België.
11.04 Sabine Laruelle, ministre:
Nous allons à présent transposer
la directive européenne dans la
législation nationale. Toutes les
différences
entre
les
États
membres par exemple la
Belgique et les Pays-Bas
disparaîtront dans le futur.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: Thans komen wij aan de samengevoegde vragen van de heer Perpète en mevrouw Muylle,
waaraan ook de vraag 1726 van de heer Clarinval wordt toegevoegd.
De heer Perpète is nog niet aanwezig. Hij was onderweg, maar werd weerhouden.
12 Questions jointes de
- M. André Perpète à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture sur "la maladie de
la langue bleue" (n° 1372)<br>- Mme Nathalie Muylle à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture sur "le vaccin
contre la fièvre catarrhale" (n° 1450)<br>- M. David Clarinval à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture sur
"l'instauration d'une obligation de couverture d'assurance 'maladie animale' pour les agriculteurs"
(n° 1726)</b>
12 Samengevoegde vragen van
- de heer André Perpète aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "de
blauwtongziekte" (nr. 1372)
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "het
blauwtongvaccin" (nr. 1450)
- de heer David Clarinval aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "de
invoering van een verplichte verzekering tegen dierenziekten voor de landbouwers" (nr. 1726)
12.01 Nathalie Muylle (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, ik zal niet meer terugkomen op de erkenning
van blauwtong. Vandaag wou ik het over een ander aspect hebben,
namelijk het vaccinatiegegeven. Wij weten allemaal wat de gevolgen
zijn van het virus voor de sector, ook economisch. Daarom kijken wij
allemaal uit naar de vaccinatie als een van de grootste oplossingen
om in 2008 en 2009 niet meer hetzelfde mee te maken als wat wij in
2006 en 2007 hebben meegemaakt. De laatste weken konden wij
hierover positieve geluiden horen. Het vaccin is volop in ontwikkeling.
Het Nederlandse bedrijf Intervet heeft laten weten dat hij volop gestart
is met de productie van het vaccin dat normaal gezien in mei op de
markt zou kunnen zijn.
Positief in dit verhaal is dat de Europese Commissie vorige week
heeft beslist om de kosten voor de vaccins volledig te financieren en
voor 50% tegemoet te komen voor de toedieningskosten. Dat is
uiteraard positief nieuws. In een reactie daarop heeft het FAVV laten
weten dat aan die Europese steun ook een vaccinatieplan moet
worden verbonden, dat vanuit België moet komen. De heer Houins
heeft daarover vorige week in de commissie meer toelichting
gegeven, maar op een aantal vragen heeft hij niet geantwoord.
12.01 Nathalie Muylle (CD&V -
N-VA): Un vaccin contre la fièvre
catarrhale ovine serait en cours de
développement.
Le
fabricant
néerlandais,
Intervet,
en
a
annoncé la commercialisation pour
le mois de mai. La Commission
européenne a décidé la semaine
dernière de financer les vaccins à
100% et les frais liés à son
administration à 50%. Il s'agit
évidemment d'une bonne nouvelle.
L'AFSCA estime que cette aide
européenne doit être associée à
un plan de vaccination. M. Houins
a évoqué la semaine dernière, en
commission, le chiffre de 6
millions de vaccins pour la
Belgique. La fièvre catarrhale pose
problème
dans
onze
pays
européens et on estime à 200
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Hij heeft toen een richtcijfer gegeven voor de bestelling van 6 miljoen
vaccins. In 11 Europese landen is blauwtong een zeer groot
probleem. Er zijn meer dan 200 miljoen vaccins nodig om te starten,
waardoor de angst bestaat dat er niet voldoende vaccins zullen zijn en
iedereen op die vaccins zal springen. Ik vermoed dat ongeveer drie
producenten kunnen produceren. Hoeveel vaccins werden er besteld?
Zal men op tijd kunnen leveren? Is er voldoende garantie voor de
tijdige beschikbaarheid?
Mevrouw de minister, ik heb nog een vraag die niet bij mijn
schriftelijke versie staat vermeld. De heer Houins zei vorige week
tijdens zijn uiteenzetting dat vorige vrijdag een overlegvergadering ter
zake zou plaatsvinden en dat het nog niet duidelijk was of men zou
verplichten om te vaccineren en wie men het vaccin zou laten
toedienen, de dierenarts of de landbouwer zelf. Kunt u meer
informatie geven over het overleg dat vorige vrijdag plaatsvond?
millions le nombre de vaccins
nécessaire.
Combien de vaccins la Belgique a-
t-elle commandés? Pourront-ils
être livrés à temps? Le vaccin
sera-t-il administré par l'éleveur ou
par le vétérinaire?
12.02 David Clarinval (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, je ne vous apprends rien en disant que l'année dernière, en
Belgique, près de 6.600 exploitations agricoles ont été touchées par la
fièvre catarrhale. Ce chiffre alarmant est dix fois plus élevé qu'en
2006.
En 2003, des milliers de foyers étaient frappés de plein fouet par la
grippe aviaire. En 1999, la dioxine secouait la Belgique, engendrant
des pertes importantes dans le monde agricole. Citons également la
maladie de la vache folle et la peste porcine, qui ont ravagé, dans les
années '90, bon nombre d'exploitations.
Bien évidemment, je salue les actions de la ministre, qui a pris des
mesures destinées à résoudre les problèmes des agriculteurs. Je dois
mentionner, par exemple, la programmation d'un plan de vaccination
des bovins et des moutons qui sera effectif dès cet été.
Toutefois, ne nous limitons-nous pas trop souvent à des actions
ponctuelles, dépourvues d'une vision d'avenir à plus long terme?
Dans cette perspective, ne serait-il pas envisageable d'élaborer des
politiques susceptibles de soutenir les agriculteurs sur le long terme,
afin de compenser leurs pertes d'exploitation, consécutives aux
maladies? Vous avez cité l'exemple de l'Allemagne, qui a instauré
une assurance maladie animale obligatoire ou encore la France, qui
délivre des aides économiques.
Madame la ministre, pourriez-vous nous faire part de vos réflexions?
Pouvez-vous également nous dire si un tel projet est en préparation?
12.02 David Clarinval (MR):
Vorig jaar werden bijna 6.600
landbouwbedrijven getroffen door
de blauwtongziekte. Die crisis
kwam bovenop de vogelgriep in
2003, de dioxinecrisis in 1999 en
de
dollekoeienziekte
en
de
varkenspest in de jaren 1990.
Ik
verheug
mij
over
de
maatregelen van de minister, die
er met name toe strekken een
vaccinatieplan voor runderen en
schapen uit te werken dat deze
zomer concreet gestalte zal
krijgen. Zou men echter geen
langetermijnsteunregeling
ten
gunste van de landbouwers
kunnen uitwerken, zoals dat in
Duitsland en Frankrijk is gebeurd?
12.03 Sabine Laruelle, ministre: Madame la présidente, M. Perpète
n'est pas présent parmi nous, mais sa question faisait référence à un
article paru dans la presse francophone qui faisait état d'une
éventuelle invitation de mon collège wallon à une réunion.
Je voudrais juste dire que je n'ai jamais reçu une telle invitation. Je
n'ai donc participé à aucune réunion avec ledit collègue.
12.03 Minister Sabine Laruelle:
De heer Perpète is niet aanwezig,
maar in zijn vraag verwees hij naar
een artikel dat in de pers is
verschenen over een uitnodiging
van mijn Waalse collega. Ik heb
echter
nooit
een
dergelijke
uitnodiging ontvangen.
In antwoord op de vraag van mevrouw Muylle, wens ik u eraan te
herinneren dat op 21 december 2007 een Europese openbare
Le 21 décembre 2007, une
adjudication européenne a été
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
aanbesteding werd gelanceerd voor een volume van 6 miljoen
dosissen blauwtongvaccin serotype 8.
In de aanbesteding is voorzien dat ten laatste op 16 mei 600.000
dosissen worden geleverd en de resterende 5.400.000 dosissen ten
laatste op 31 juli.
Het spreekt voor zich dat de naleving van deze termijn zal afhangen
van de productiemogelijkheid van de vaccinfabrikanten. Het is een
moeilijk beheersbare factor vermits het een nieuw vaccin betreft en de
vaccinfabrikanten pas garantie kunnen geven eenmaal de productie
van het vaccin goed en wel op gang is gekomen.
De FAVV heeft verschillende contacten gehad met die drie
fabrikanten en we wachten op hun biedingen voor half februari 2008.
Ik hoop dat we dan meer zullen weten over de mogelijkheden.
Wat de financiering betreft, worden de totale kosten voor het
vaccinatieprogramma 2008 voorlopig op 22 miljoen euro geschat. Na
de cofinanciering door de Europese Commissie blijft 8 miljoen euro
over die door het Sanitair Fonds zullen worden geprefinancierd.
De Europese Commissie zal 100% van de kosten van de vaccins
betalen en "slechts" 50% van de volledige operatie.
lancée pour 6 millions d'unités de
vaccin contre la fièvre catarrhale
de sérotype 8 avec une date limite
de livraison fixée au 16 mai pour
les 600.000 premières unités et
fixée au 31 juillet pour les
5.400.000 unités restantes. Cette
condition
est
évidemment
tributaire de la capacité de
production des fabricants qui ne
pourront donner de garantie à cet
égard
qu'une
fois
que
la
production du vaccin aura atteint
sa vitesse de croisière. J'espère
en savoir plus concernant cette
capacité de production d'ici à la
mi-février 2008 dès que l'AFSCA
aura reçu les soumissions des
trois fabricants.
Le coût total du programme de
vaccination de 2008 est estimé à
22 millions d'euros, montant sur
lequel le Fonds sanitaire devra
avancer 8 millions d'euros, le
restant étant financé par la
Commission
européenne
qui
supportera l'ensemble des frais de
vaccination et 50% de toute
l'opération.
Nous avons eu une réunion vendredi passé avec les organisations
agricoles, l'AFSCA et la DG4, vu que les fonds vont préfinancer.
Nous n'avons pas pris de décision définitive quant à l'obligation de
vaccination: l'AFSCA devait encore avoir un contact avec la
Commission européenne, notamment à la demande du Boerenbond,
particulièrement en fonction de ce qui pourrait se passer aux Pays-
Bas, qui ne comptaient pas appliquer cette obligation de vaccination
mais plutôt réaliser des tests via les tanks à lait. La décision prise
vendredi est de se diriger vers cette obligation, afin d'être sûrs
d'atteindre les 80% et d'être autorisés à exporter, mais si les contacts
pris hier par M. Houins allaient dans un autre sens, un coup de
téléphone serait donné puisque nous devons entrer notre programme
très rapidement.
L'option est donc l'obligation, sauf en cas d'élément contraire issu de
la réunion d'hier entre M. Houins et la Commission européenne.
Vorige vrijdag heb ik met de
landbouworganisaties, het FAVV
en de DG4 vergaderd. We hebben
geen definitieve beslissing inzake
de vaccinatieplicht genomen. Die
optie blijft de voorkeur genieten,
behalve
indien
er
uit
het
onderhoud van de heer Weyns en
de Europese Commissie gisteren
andere elementen naar voren zijn
gekomen.
Wij hebben ook beslist dat het niet verplicht is om met een dierenarts
te werken, maar als een boer dat wil doen, moet hij een "guidance
vétérinaire" hebben. Het is een wettelijk kader. Wij moeten de
zekerheid hebben dat 80% bereikt is. Als België geen 80% bereikt,
betaalt de Europese Commissie niets. Dat zou te veel zijn.
Nous
n'avons
pas
imposé
d'obligation de travailler avec un
vétérinaire. Si un éleveur souhaite
le faire lui-même, il doit bénéficier
d'une guidance vétérinaire. Nous
devons en tout état de cause
atteindre un pourcentage de 80%,
faute de quoi la Commission ne
financera rien.
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Par rapport à la demande de M. Clarinval, les pays sont intervenus
soit via l'assurance comme l'Allemagne qui a un système social mixte,
soit via des aides économiques comme la France et le Grand-Duché
de Luxembourg.
Rappelez-vous que, dans le cadre du bilan de santé concerté et
présenté actuellement par la commissaire européenne, un troisième
point concerne toute cette gestion des risques. J'ai d'ailleurs eu
l'occasion d'échanger quelques mots à cet égard avec Kris Peeters,
évidemment de façon informelle, lors du dernier Conseil européen. La
question est à revoir après la stabilisation du paysage institutionnel
belge et je ne peux présumer de rien, mais il était prêt à y réfléchir.
Pour la Flandre, il était plutôt favorable à la mise en place d'un
système assurantiel par Région plutôt qu'au niveau fédéral.
Dans ce cadre, il convient de réfléchir à ce que l'on fera des calamités
agricoles. Les régionalise-t-on? Le fédéral intervient-il dans les deux
systèmes régionaux? Je n'ai pas vraiment d'idéologie ni de tabou à
cet égard. Il faut surtout mettre en place un système permettant dans
l'avenir aux agriculteurs d'être indemnisés le plus rapidement
possible.
D'après ce que j'observe en Espagne et en Allemagne, le système
assurantiel me semble intéressant. Bien sûr, il conviendra de
l'analyser: on ne peut le rejeter d'un revers de la main. Qu'il
intervienne au niveau régional ou au niveau fédéral, peu importe.
Qu'importe le flacon pourvu qu'on ait l'ivresse! Et, avec M. Peeters,
nous partagions l'objectif commun d'arriver à une solution moins
match de ping-pong et plus efficace pour les agriculteurs. In fine,
l'objectif est identique.
In het kader van de gezamenlijke
gezondheidsbalans die thans door
de Europese Commissie wordt
voorgesteld, heeft een derde punt
betrekking op het risicobeheer.
Voor Vlaanderen is de heer
Peeters
klaarblijkelijk
veeleer
voorstander van de invoering van
een
verzekeringsregeling
per
Gewest in plaats van op het
federale niveau. In die context
moet worden nagedacht over wat
men zal doen bij landbouwrampen.
Als ik op de Spaanse en Duitse
voorbeelden
afga,
lijkt
de
verzekeringsregeling
me
wel
interessant.
12.04 David Clarinval (MR): Madame la présidente, je remercie
Mme la ministre et je partage sa position à 100%.
12.04 David Clarinval (MR): Ik
deel uw mening volledig.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: De vraag nr. 1389 van de heer Mayeur en de vraag nr. 1400 van de heer Dierick worden
uitgesteld.
13 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "la réforme de la politique antidumping" (n° 1430)</b>
13 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "de hervorming van het antidumpingbeleid" (nr. 1430)
13.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la ministre, le commissaire
européen en charge du dossier, M. Mandelson, a récemment
annoncé qu'il remettait à plus tard la réforme de la politique
antidumping en précisant qu'il estimait pouvoir préserver de la sorte
les droits de la défense des membres de l'Union face aux pays
émergents, entre autres et essentiellement la Chine. Cette annonce
constitue une douche froide car cette réforme est attendue depuis
2006. On a l'impression qu'on s'est arrêté au milieu du gué, pas
encore sur une rive, plus sur l'autre, et on renvoie aux États membres
la possibilité de prendre des mesures.
Quelle est votre réaction à cette annonce? Quelles sont les
13.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Europees
commissaris
Peter
Mandelson heeft aangekondigd
dat hij de hervorming van het
antidumpingbeleid zal uitstellen,
omdat hij op die wijze het recht op
een verdediging van de EU-
lidstaten ten aanzien van de
landen in opkomst kon vrijwaren.
Die aankondiging is een koude
douche, want de herziening werd
al sinds 2006 verwacht.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
conséquences pour notre pays et son économie? La Belgique fait-elle
partie des pays frondeurs? Quels sont ces pays qui font échouer le
consensus européen en la matière? Allez-vous prendre des mesures
antidumping face aux concurrents, aux pays "plus qu'émergents",
bien présents désormais? Quand on constate la concurrence déloyale
avec laquelle certains pays exercent leurs talents sur notre marché
je pense entre autres à la Chine -, on se demande si c'est la meilleure
solution de laisser chaque pays européen tirer son épingle du jeu. Ce
sera plutôt "qui s'y frotte s'y pique". En outre, plus on est petit, moins
on possède de possibilités de réaction en la matière.
Hoe reageert u op die uitspraak?
Welke gevolgen heeft dat uitstel
voor ons land en onze economie?
Is België een van de landen die
dwarslagen?
Welke
landen
hebben een Europese consensus
onmogelijk
gemaakt?
Zal
u
antidumpingmaatregelen
treffen
tegen de tijgereconomieën? De
beste oplossing bestaat er hoe
dan ook zeker niet in elk Europees
land zijn eigen boontjes te laten
doppen, want hoe kleiner een land
is, hoe minder mogelijkheden het
heeft om te reageren.
13.02 Sabine Laruelle, ministre: Madame la présidente, tout
d'abord, je peux comprendre la décision de la Commission
européenne, visant à reporter cette proposition de révision des
instruments de défense commerciale, dans la mesure où il s'agit
d'analyser le processus actuel de manière plus approfondie, afin
d'obtenir un plus grand consensus entre États membres. En effet, ce
n'est pas le moment pour que ceux-ci s'entredéchirent face à des
pays qui, eux, renforcent leur défense commerciale. Je pense
notamment aux États-Unis.
Si la Commission a décidé de reporter ce projet, le commissaire
Mandelson a décidé, lui, d'avancer et de soumettre ses propositions
le plus rapidement possible.
Certains États membres, mais aussi toute l'industrie communautaire,
se sont opposés vigoureusement à toute révision du règlement, qui
modifierait le fragile équilibre actuel. Les détracteurs de la réforme
estiment qu'il n'est pas nécessaire de revoir les règles actuelles qui
leur semblent équilibrées. Ils craignent fortement que la révision
annoncée par M. Mandelson cherche en réalité à assouplir
significativement les instruments en vigueur, au risque de les
démanteler.
Les résultats de la consultation publique démontrent qu'un grand
nombre d'États membres, mais également une vaste majorité
d'entreprises et d'associations professionnelles opérant dans l'Union
européenne, sont opposés à cette réforme. Ce sont notamment ces
résultats qui ont poussé la Commission à reporter son projet de
réforme, en vue de trouver les moyens d'organiser un consensus
aussi large que possible.
Pour les acteurs économiques, les instruments de défense
commerciale les mesures antidumping, les anti-subventions de
sauvegarde, etc. doivent être mis en oeuvre de manière
transparente et prévisible, afin de favoriser un environnement
concurrentiel équitable. Toute modification de la réglementation dont
l'effet serait d'améliorer sensiblement l'usage, l'objectivité et
l'efficacité du système sera évidemment accueillie très positivement
par la Belgique. À mon avis, il serait d'ailleurs souhaitable de faciliter
l'accès des PME aux instruments de défense commerciale. Or elles
affrontent une complexité administrative sans nom, et leur manque de
13.02 Minister Sabine Laruelle:
Het is normaal dat het voorstel
met betrekking tot de hervorming
van de handelsbeschermings-
instrumenten wordt uitgesteld, met
het oog op het verdiepen van het
lopende proces en het bereiken
van een consensus tussen de
lidstaten. Het is de Commissie die
voor dat uitstel heeft gezorgd.
Commissaris Mandelson heeft
beslist zijn voorstellen zo snel
mogelijk voor te leggen.
Bepaalde landen en de Europese
industrie zijn tegen elke herziening
gekant, omdat daarmee aan het
bestaande
broze
evenwicht
geraakt zou worden. Voor de
economische actoren komt het
erop
aan
de
handels-
beschermingsinstrumenten op een
transparante
en
voorspelbare
manier toe te passen, om de
totstandkoming van een eerlijke
mededingingsomgeving
in
de
hand te werken. Een wijziging die
de
regeling
objectiever
en
doeltreffender zou maken, zou op
de steun van België kunnen
rekenen. Ik ben van oordeel dat de
kmo's
gemakkelijker
toegang
moeten
krijgen
tot
die
instrumenten.
Hoewel ons land voorstander is
van een internationale handel
zonder belemmeringen, zal het
zich verzetten tegen elke wijziging
die
de
handelsbeschermings-
instrumenten zou uithollen. Bij
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
moyens humains et financiers représente souvent un obstacle.
La Belgique s'opposera à toute modification qui viserait à affaiblir les
outils de défense commerciale de l'Union européenne, notamment en
termes de pratique déloyale. Bien entendu, notre pays est partisan
d'un commerce international sans entraves, mais il importe
évidemment que les conditions de la concurrence soient établies
correctement. Par conséquent, tant qu'elles sont absentes, nous
devons mettre des garde-fous et élaborer des instruments de défense
efficaces.
Nous devons aussi éviter l'écueil du protectionnisme exacerbé. Bien
évidemment, nous devons préserver un équilibre.
L'Union européenne est allée plus loin que tous les autres États
membres de l'Organisation mondiale du Commerce pour essayer de
dégager un compromis. Cependant, nous devons mettre une limite au
système. Nous ne pouvons pas, uniquement pour obtenir un accord,
accepter tout et, en particulier, de ne plus avoir de mesures de
défense commerciale alors que d'autres pays renforcent les leurs.
gebrek
aan
correcte
mede-
dingingsvoorwaarden moeten we
echter voor doeltreffende bescher-
mingsinstrumenten zorgen. De
regeling moet dus beperkt blijven
en
we
kunnen
niet
alles
aanvaarden,
wat
dat
zou
betekenen dat wij afzien van onze
handelsbescherming,
terwijl
andere landen protectionistische
maatregelen nemen.
13.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie la
ministre pour sa réponse.
Il s'agit effectivement d'un dossier délicat. Comme vous l'avez
précisé, madame la ministre, l'équilibre reste fragile.
Si la décision de M. Mandelson est finalement de dire que l'on recule
pour mieux sauter, il ne s'agira jamais que d'un peu de temps perdu.
Mais je crains quand même que ce type de position - je précise
cependant que, selon moi, c'est préférable que de faire éclater les
divisions au sein de l'Europe - représente au regard du type
concurrentiel de notre économie, une difficulté supplémentaire pour la
Commission européenne. On a du mal à croire qu'une solution pourra
être trouvée avant 2009, date d'échéances aussi pour l'Europe.
Cela dit, je partage votre point de vue par rapport à la Belgique, mais
aussi par rapport au respect des règles en termes de concurrence. Je
rappelle que la concurrence implique le respect des règles et non
l'élaboration de règles différentes suivant les partenaires si on peut
encore les appeler ainsi.
13.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het gaat om een delicaat dossier.
Het mag dan al om verloren tijd
gaan, toch zal het moeilijk zijn om
vóór
2009
tot
een
gemeenschappelijke oplossing te
komen. Ik deel uw standpunt wat
België en de naleving van de
regels op het stuk van de
mededinging betreft.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over
"de werking en de beveiliging van de proefbank voor vuurwapens te Luik" (nr. 1435)
14 Question de M. Raf Terwingen à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture sur
"le fonctionnement et la sécurisation du banc d'épreuves des armes à feu de Liège" (n° 1435)</b>
14.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, enkele
weken geleden zijn wij naar Luik geweest, om de Proefbank voor
Vuurwapens te bekijken. Het kaderde toen in het verdere onderzoek
naar het wetsvoorstel omtrent de wapens, waar u, mevrouw de
voorzitter, ook zeer goed van op de hoogte bent.
In dat kader is er toch wel een aantal vragen gerezen omtrent de
installatie aldaar. Er rijzen mijns inziens belangrijke problemen
14.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Il y a quelques semaines,
nous avons visité le banc
d'épreuves des armes à feu de
Liège. Selon moi, des problèmes
se
posent
au
niveau
du
fonctionnement, de la protection et
de la sécurité.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
omtrent de werking, de beveiliging en de veiligheid van de proefbank.
Concreet heb ik volgende de vragen. Ten eerste, omtrent de werking
van de proefbank, hoeveel personeelsleden worden er tewerkgesteld
bij de proefbank? Hoeveel personen houden zich concreet bezig met
het neutraliseren van vuurwapens of het omvormen van automatische
naar halfautomatische wapens, zoals bepaald in de wapenwet, die
ook nog ter discussie ligt in het Parlement.
Ten tweede, met betrekking tot de ligging en de beveiliging van de
proefbank, kunnen er eventueel veiligheidsproblemen verwacht
worden, wanneer men rekening houdt met de hoeveelheid munitie,
kruid en dergelijke meer dat daar voorhanden is? Enerzijds is er de
ligging te midden van een arbeidswijk in een van de voorsteden van
Luik en anderzijds, is er de verouderde accommodatie van de
proefbank zelf.
In welke specifieke beveiligingsmaatregelen is er voorzien in de
gebouwen om de wapens die daar aanwezig zijn, te beveiligen, ook
onder andere tegen diefstal?
Combien de personnes compte le
personnel?
Combien
de
personnes
s'occupent
concrètement de la neutralisation
des armes à feu ou de la
transformation
d'armes
automatiques en armes semi-
automatiques? Considérant les
quantités de munitions, poudre et
autres produits du même type
présentes
sur
le
site,
les
problèmes de sécurité sont-ils bien
pris en compte? Les bâtiments
sont situés dans un quartier où
travaillent
de
nombreuses
personnes et les équipements
sont obsolètes. Quelles mesures
de protection, y compris contre le
vol, sont prévues au sein des
bâtiments?
14.02 Minister Sabine Laruelle: Mevrouw de voorzitter, er zijn bij de
proefbank 11 personeelsleden tewerkgesteld, waarvan 6 controleurs.
Twee technische medewerkers houden zich bezig met het
neutraliseren en omvormen van de wapens, een voor de uitvoering
van het proces en een voor de controle op de correcte uitvoering en
het aanbrengen van het neutralisatiemerkteken overeenkomstig de
vereisten van de wet.
De ligging van de proefbankinstallaties, de schikking van de
gebouwen en de ruime omgeving buiten de grens van de proefbank
vormen het onderwerp van de vergunning die in 2001 werd afgeleverd
door de Bestendige Deputatie van de provincie Luik. Die vergunning
geeft een beschrijving van de aard, de constructie, de oriëntatie en
het gebruik van de verschillende gebouwen op het terrein. Hierbij
werd rekening gehouden met de bewoning in de omgeving en de
natuurlijke vormgeving van het terrein.
Voor de werkzaamheden in de verschillende gebouwen, kantoren en
opslagruimten
gelden
algemene
en
specifieke
veiligheidsvoorschriften, die eveneens zijn opgenomen in de
vergunning.
De proefbank beschikt over een elektronisch alarmsysteem dat
verbonden is met de politie. Bovendien is er de permanente
aanwezigheid van een huisbewaarder.
14.02 Sabine Laruelle, ministre:
Onze personnes travaillent au
banc d'épreuve des armes à feu,
dont
six
contrôleurs.
Deux
personnes s'occupent de la
neutralisation
et
de
la
transformation des armes.
En
2001,
la
députation
permanente de la province de
Liège a délivré un permis qui tient
compte de l'habitat environnant et
de la configuration naturelle du
terrain.
Les prescriptions de sécurité
générales et spécifiques qui
s'appliquent aux activités menées
dans les différents bâtiments ont
été reprises dans le permis. Le
banc d'épreuve dispose d'un
système d'alarme électronique
relié au bureau de police. Un
gardien est également présent en
permanence.
14.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw antwoord.
In verband met het proces van het onklaar maken van de wapens,
stel ik vast dat u het hebt over twee personen. We zullen zien
wanneer de wapenwet opnieuw helemaal zal worden toegepast, maar
ik vrees dat er zal moeten worden nagedacht of dat aantal volstaat.
De proefbank in Luik zal dan voor heel België het centrum zijn. Ik
denk dat we ter zake alert moeten zijn, en dat zult u ongetwijfeld ook
zijn.
14.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Deux personnes sont donc
chargées de mettre les armes
hors d'usage. Si la loi sur les
armes
est
à
nouveau
intégralement appliquée, il faudra
voir si cela suffit. Le banc
d'épreuve de Liège sera alors en
effet le seul centre pour toute la
Belgique. Le ministre devrait aller
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Wat de beveiliging en de ligging van de proefbank betreft, begrijp ik
heel goed uw antwoord. U zegt dat de vergunning is afgeleverd en dat
alles conform de vergunning is.
Mevrouw de voorzitter, ik weet niet of u ooit zelf in de gebouwen van
de proefbank bent geweest. U moet dat eens doen. Ik was zelf wat
beangstigd door en verwonderd over het gemak waarmee een aantal
mensen dat daar tewerkgesteld is, en waarmee bezoekers tussen de
tonnen buskruit en munitie wandelen.
Wanneer men ziet waar die proefbank gelegen is, krijg ik visioenen
van ontploffingen zoals in Nederland bij allerlei vuurwerkfabrieken. Ik
denk dat we alert moeten zijn. Ik raad u aan daar eens een bezoek te
brengen.
visiter les bâtiments en personne.
La facilité avec laquelle on peut s'y
promener entre des tonnes de
poudre et de munitions est
alarmante. Eu égard à son
implantation géographique, nous
devons nous préoccuper du risque
d'explosion.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "de nieuwe Europese richtlijn inzake consumentenkrediet en de gevolgen voor België" (nr. 1476)
15 Question de Mme Katrien Partyka à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "la nouvelle directive européenne sur le crédit à la consommation et ses conséquences pour la
Belgique" (n° 1476)</b>
15.01 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, ik heb
een vraag over de gevolgen van de nieuwe Europese richtlijn over
consumentenkrediet en de gevolgen daarvan voor de Belgische
wetgeving.
Op 16 januari keurde het Europees Parlement de nieuwe richtlijn over
consumentenkrediet goed. Zoals u weet hebben wij in België een
wetgeving van 1991 op het consumentenkrediet die voorziet in een
aantal strenge regels inzake consumentenbescherming, bijvoorbeeld
het jaarlijkse kostenpercentage.
Ik vraag mij af welke gevolgen de nieuwe richtlijn heeft voor de
bescherming van de consument in onze wetgeving. Het
maximumtarief voor een lening op afbetaling van meer dan
5.000 euro is nu al 14%. Dat is op zich al een stijging. Het gaat om
leningen die dikwijls een centralisatie van allerlei schulden beogen. Dit
mondt dikwijls uit in heel grote leningen, van 20.000 tot 40.000 euro of
zelf meer, die binnen enkele jaren terugbetaald moeten worden. Als
het jaarlijks kostenpercentage niet zou bestaan, zouden nog veel
hogere tarieven kunnen gelden, wat in andere lidstaten ook het geval
is.
De hoofdvraag is: denkt u dat België binnen de nieuwe Europese
richtlijn, de essentiële principes van de wet van 12 juni 1991 op het
consumentenkrediet kan behouden, bijvoorbeeld inzake het jaarlijks
kostenpercentage?
15.01 Katrien Partyka (CD&V -
N-VA): Le 16 janvier dernier, le
Parlement européen a approuvé
une nouvelle directive sur le crédit
à la consommation. Notre loi de
1991 contient des règles strictes
en matière de protection du
consommateur, notamment en ce
qui concerne le taux annuel effectif
global.
Si le taux annuel effectif global
n'était pas réglementé, les tarifs
des prêts à tempérament seraient
beaucoup plus élevés, ce qui est
d'ailleurs le cas dans d'autres
états membres. La Belgique peut-
elle
maintenir
les
principes
essentiels contenus dans sa Loi
du 12 juin 1991 relative au crédit à
la
consommation,
notamment
ceux relatifs au taux annuel effectif
global?
15.02 Minister Sabine Laruelle: Mevrouw de voorzitter, er kan
gesteld worden dat de Belgische wet van 12 juni 1991 voor een groot
stuk behouden kan blijven of eventueel aangepast kan worden zonder
dat onze consumenten daarom minder bescherming zullen genieten.
Er blijven problemen bestaan onder meer inzake verantwoorde
kredietverstrekking waar de finale tekst niet volledig het Belgische
15.02 Sabine Laruelle, ministre:
La loi du 12 juin 1991 peut être
conservée pour une large part ou
être adaptée sans toucher à la
protection de nos consommateurs.
Le texte définitif concernant l'octroi
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
concept van artikel 15 van de wet van 12 juni op het
consumentenkrediet herneemt maar waar niettemin de verplichting tot
raadpleging van de Centrale voor Krediet aan Particulieren van de
Nationale Bank in de richtlijn verzekerd blijft.
Wat het maximale JKP betreft, behoort deze materie niet tot de door
deze richtlijn geharmoniseerde bepalingen of tot de bepalingen met
bijzondere voorschriften. De richtlijn heeft enkel een niet volledig
geharmoniseerde maximale vergoeding geregeld bij vervroegde
terugbetaling. De lidstaten kunnen derhalve de overige maxima zelf
wettelijk regelen. Deze principes worden hernomen in de
overwegingen 9 tot 11 van de toekomstige richtlijn. De Europese
Commissie heeft overigens meermaals publiekelijk verklaard dat zij
de materie niet wenst geregeld te zien in de richtlijn.
de crédit responsable ne reprend
pas tel quel le concept belge de
l'article 15 de cette loi mais
l'obligation
de
consulter
la
Centrale
des
crédits
aux
particuliers de la Banque nationale
reste garantie dans la directive.
Cette directive ne traite pas du
taux
annuel
effectif
global
maximum. Elle n'a réglé qu'une
indemnité
maximale
non
entièrement harmonisée en cas de
remboursement anticipé. Les États
membres sont donc en mesure de
régler eux-mêmes les autres
maxima.
15.03 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, hoe
bedoelt u dat laatste? De Europese Unie heeft laten weten dat ze de
materie niet geregeld wil zien...
15.04 Minister Sabine Laruelle: ...dus dat zij dit niet wensen
geregeld te zien in de richtlijn.
15.05 Katrien Partyka (CD&V - N-VA): Oké, bedankt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
16 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "de toekomst van de Belgische chemische industrie" (nr. 1495)
16.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, fin décembre, début janvier, on présente généralement au
sein des entreprises et des fédérations d'entreprises ce qu'on appelle
les voeux de fin d'année, dans lesquels on fait le bilan de l'année
précédente et où l'on établit les perspectives pour l'année nouvelle.
La Fédération belge des industries chimiques n'a pas manqué à cette
heureuse tradition. Cette fédération regroupe un certain nombre
d'entreprises qui sont parmi les plus grandes exportatrices du pays. Si
les résultats de 2007 sont éloquents, certaines craintes ont malgré
tout été soulevées pour 2008.
Pourquoi éloquents? Parce que les résultats sont globalement très
positifs avec un chiffre d'affaires si on l'établit sur les trois premiers
trimestres de 40 milliards d'euros peu de fédérations peuvent se
vanter d'avoir un tel chiffre , augmentation de 5%, emploi maintenu.
Les craintes sont relatives au macro et au micro-économique, à
savoir:
1. le prix de l'énergie et des matières premières;
2. un euro fort;
3. une crise financière aux États-Unis avec la crainte d'une certaine
contagion;
16.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De door de Belgische federatie
van de chemische
industrie
voorgestelde
resultaten
zijn
positief. Die sector maakt zich
echter
ongerust
over
de
energieprijzen en de prijzen van
de grondstoffen, de sterke euro,
de financiële crisis in de Verenigde
Staten die zich tot andere delen
van de wereld zou kunnen
uitbreiden en de verplichting om
de dioxide-uitstoot te verminderen.
Deelt u die vrees? Heeft u
vertegenwoordigers van de sector
ontmoet en heeft u samen met
hen de follow-up van dat dossier
en
de
toekomstvooruitzichten
onderzocht? Welke flankerende
maatregelen
zouden
kunnen
worden getroffen om die sector te
versterken?
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
4. l'obligation de diminution des émissions de dioxyde.
En ce qui concerne ce secteur porteur de l'économie de notre pays,
notre ministre de l'Économie partage-t-elle ces craintes d'une
quelconque manière?
Madame la ministre, avez-vous eu l'occasion de rencontrer le secteur
et d'analyser avec lui le suivi de ce dossier et les perspectives pour
l'avenir?
En fonction de cette rencontre éventuelle, quelles sont les mesures
d'accompagnement qui pourraient être prises si nécessaire pour
consolider ce secteur ou, en tout cas, pour garder ce secteur qui fait
la fierté de ceux qui y travaillent et celle du pays? De fait, il est l'un
des symboles de la réussite économique belge.
16.02 Sabine Laruelle, ministre: Vous avez entièrement raison de
rappeler l'importance de ce secteur pour l'économie belge et pour
celle des Régions. Ce secteur est excessivement important tant en
termes de production, d'emplois, d'exportations qu'en termes
d'incidences sur les autres secteurs économiques.
Par ailleurs, je crois que ce secteur peut apporter beaucoup en
termes de solutions innovantes pour le défi que représente le
réchauffement climatique.
La façon dont l'Union européenne entend répondre à ce défi,
notamment à la problématique des gaz à effet de serre, a fait l'objet
d'une communication de la Commission européenne. Comme
d'autres ministres, j'ai demandé à mes services une analyse détaillée,
secteur par secteur. Vous savez que le premier ministre met
beaucoup d'énergie c'est le cas de le dire pour essayer de trouver
une position commune et pour pouvoir proposer notre plan le plus
rapidement possible à l'Europe. Je ne dispose pas encore des
résultats de mon administration.
Il est vrai que les enchères figuraient parmi les options qui ont fait
l'objet d'analyses et de débats mais d'autres éléments ont également
été analysés, notamment la situation des industries intensives en
énergie ou les secteurs particulièrement ouverts à la concurrence
internationale. Parallèlement, la Commission européenne a mis en
place un groupe de haut niveau sur la compétitivité de l'industrie
chimique, dans lequel la Belgique est présente sur le plan politique et
au niveau de son industrie, et dont les travaux se poursuivront
jusqu'au début 2009. Un groupe de travail ad hoc a été mis en place
qui traitera notamment des matières premières et de l'énergie. On
attend les résultats de ses travaux.
Il est évident que ce groupe de travail n'a pas mandat pour se
prononcer sur les propositions de la Commission européenne ou de
les évaluer. Le débat au sein de ce groupe et ses analyses pourront
évidemment apporter une précieuse contribution à la recherche de
solutions, en tenant compte des préoccupations que vous avez
exprimées.
16.02 Minister Sabine Laruelle:
Dit is inderdaad een belangrijke
sector
voor
de
Belgische
economie en voor die van de
Gewesten.
Hij
kan
veel
vernieuwende
oplossingen
aanreiken met betrekking tot de
klimaatopwarming.
Ik
heb
mijn
diensten
een
gedetailleerde analyse, sector per
sector, van de mededeling van de
Europese Commissie betreffende
de broeikasgassen gevraagd.
De veiling was een van de opties,
maar er werd ook een aantal
andere elementen geanalyseerd.
Parallel
daarmee
heeft
de
Europese Commissie een groep
op hoog niveau ingesteld, waarvan
België deel uitmaakt. Tevens werd
er
een
ad-hocwerkgroep
opgericht, die zich met name zal
buigen over de grondstoffen en de
energie.
16.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie Mme la ministre pour
l'intérêt qu'elle porte au secteur et à sa compétitivité. Une étude ayant
été sollicitée, il serait intéressant de pouvoir bénéficier du rapport.
16.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Vermits er om een studie werd
gevraagd, zou het ook interessant
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Tout le problème réside dans cette contradiction: comment diminuer
la production de gaz à effet de serre et en même temps doper la
production dans un secteur vital pour l'économie de ce pays?
Madame la ministre, je vous fais entièrement confiance à cet égard et
je ne manquerai pas de rapporter à la fédération de la chimie belge
votre soutien et votre appui.
zijn als we over het desbetreffende
rapport
zouden
kunnen
beschikken. Het probleem is dat
de uitstoot van broeikasgassen
moet worden verminderd, maar
dat tegelijkertijd de productie moet
worden aangezwengeld in een
sector die van levensbelang is
voor de economie van dit land. Ik
zal niet nalaten de Belgische
federatie van de chemische
industrie in kennis te stellen van
uw steun.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "l'organisation de voyages par les communes" (n° 1598)</b>
17 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "het organiseren van reizen door de gemeenten" (nr. 1598)
17.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, certaines communes semblent parfois s'ériger en agences
de voyages. On a tous pu voir évoluer de gentils organisateurs au
travers de certains films. Ici ce sont des échevins qui jouent parfois
aux G.O. et proposent des destinations assez diverses et même
parfois exotiques à des prix très séduisants. Que les choses soient
claires, il n'est pas question ici de dénoncer un quelconque scandale.
Le ministre de l'Intérieur wallon a déjà suffisamment de travail pour ne
pas lui en donner un peu plus.
Cela dit ayant été interpellé par le secteur professionnel des
organisateurs de voyages, je me dois de relayer leur inquiétude, mais
aussi leur constat.
Madame la ministre, selon ce secteur, il y aurait en la matière une
distorsion en termes de concurrence car des communes s'arrogent
une activité pour laquelle elles disposent de personnel pour préparer
les dossiers, faire des appels. De plus, ces offres sont parfois très vite
relayées par la presse. Bref, il est ici question de services qu'il doit
payer et dont le coût entre dans l'offre de prix fournis aux clients.
Selon ce secteur, il n'est donc plus question de concurrence, mais de
distorsion de concurrence.
Madame la ministre, votre administration fait-elle le même constat?
Appartient-il aux communes de prendre ce type d'initiative? N'y a-t-il
pas de limites en la matière? Existe-t-il un règlement pour encadrer
ce type de pratique? Je répète que je ne souhaite pas faire de ce
problème une affaire d'État. Mais votre réponse pourrait peut-être
permettre d'approfondir la réflexion et contribuer à préciser les
renseignements qui m'ont été fournis.
17.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Bepaalde
gemeenten
treden
kennelijk soms op als reisbureau.
Dat werkt concurrentieverstorend,
want om dergelijke activiteiten te
organiseren
beschikken
de
gemeenten over personeel.
Mogen de gemeenten dergelijke
initiatieven nemen?
Bestaat er een reglement waarin
die praktijken worden geregeld?
Voorzitter: Bart Laeremans.
Président: Bart Laeremans.
17.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, vous n'êtes pas sans savoir que le principe de l'autonomie
17.02 Minister Sabine Laruelle:
Gelet op het beginsel van de
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
communale ne me permet évidemment pas de me prononcer sur le
bien-fondé de ce type d'organisation. J'ai bien sûr mon point de vue
sur la question qui est, à mon avis, similaire au vôtre. Mais, en tant
que ministre de l'Économie, je ne peux me prononcer car je n'ai pas
la tutelle des communes dans mes attributions. La limite de ce qu'il
est possible de faire doit d'abord être appréhendée via la tutelle sur
les communes.
En ce qui concerne la législation fédérale applicable, il faut
évidemment, quand une commune organise ce type d'activité qui
pourrait concurrencer une activité de type privé, examiner si la loi sur
la protection de la concurrence économique est respectée, loi que les
communes sont tenues de respecter. Cette loi interdit les accords
entre entreprises, mais également les pratiques restrictives
concertées ainsi que les abus de position dominante.
Je ne sais évidemment pas me prononcer en fonction des éléments
en votre possession. Bien évidemment, l'administration peut vérifier
au cas par cas si la loi a bien été respectée. Cette loi est, bien
entendu, applicable aux entités publiques, dans la mesure où celles-ci
développent ce type d'activités.
Si les communes sont habilitées à organiser les voyages auxquels
vous faites référence, il y également lieu d'examiner, entre autres, si
les voyages ont été organisés dans le respect des règles en matière
de marchés publics. En outre, si l'organisation a bénéficié directement
ou indirectement d'un soutien matériel ou financier de la commune, il
appartient évidemment aux communes de veiller à ce que ces formes
de subvention soient accordées conformément aux différentes règles
applicables en la matière.
Autrement dit, à mon avis, en ce qui concerne l'autonomie
communale et la tutelle sur les communes, il faudrait vérifier si ces
activités sont possibles ou pas et si elles sont encadrées. En ce qui
concerne le fédéral, il convient d'examiner si la loi sur la protection de
la concurrence économique et la loi sur les marchés publics jouent, et
il faut également veiller, dans le chef des organisateurs de ce type
d'événement, à ne pas créer, par une subvention directe ou indirecte,
une distorsion de concurrence avec d'autres secteurs habilités à
effectuer ce genre de démarche.
gemeentelijke autonomie, mag ik
mij niet over de gegrondheid van
dergelijke activiteiten uitspreken,
ook al sluit mijn standpunt
dienaangaande aan bij het uwe.
Als een gemeente door het
organiseren
van
dergelijke
activiteiten
een
particuliere
activiteit beconcurreert, dan moet
worden nagegaan of de wet tot
bescherming van de mededinging
wordt nageleefd. Die wet verbiedt
afspraken tussen ondernemingen,
afgesproken
restrictieve
mededingingspraktijken
en
misbruiken van een dominante
positie.
De administratie kan geval per
geval nagaan of de wet, die
eveneens van toepassing is op de
overheidsentiteiten,
wel
werd
nageleefd.
Wat de gemeentelijke autonomie
en het toezicht op de gemeenten
betreft, moet men nagaan of die
activiteiten mogelijk zijn en of ze
omkaderd zijn. Op het stuk van het
federale bestuursniveau dient men
te onderzoeken of de wet tot
bescherming van de economische
mededinging en de wet op de
overheidsopdrachten
spelen.
Voorts moet men erop toezien dat
een
rechtstreekse
of
onrechtstreekse subsidie niet leidt
tot een concurrentievervalsing met
andere sectoren.
17.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Je tiens également à vous rassurer, je ne vous
demande pas d'égratigner de quelque manière que ce soit
l'autonomie communale pour autant qu'il en soit question. J'ai sollicité
d'un autre parlementaire d'interpeller le ministre de l'Intérieur wallon
sur le sujet.
Cela dit, si je tiens à vous remercier, c'est parce que vous avez à
nouveau affirmé avec autorité - et vous avez raison - que la loi sur la
protection de la concurrence s'applique aux communes.
Je vous demanderai je peux vous produire l'un ou l'autre dossier qui
m'ont été rapportés d'inviter votre administration à enquêter sur ce
type de pratiques. En effet, si les renseignements donnés sont exacts,
cela signifie que certaines communes ne respectent pas cette loi sur
la protection de la concurrence et vont même jusqu'à créer des
distorsions de concurrence.
17.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
vraag of u uw administratie wil
verzoeken een onderzoek in te
stellen naar dat soort praktijken.
Als de verstrekte inlichtingen
kloppen, dan overtreden sommige
gemeenten
inderdaad
die
wetgeving.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Je comprends que chacun veut gagner sa vie, mais il n'appartient pas
à une commune de faire en sorte que d'autres ne puissent plus
gagner leur vie en la matière. Je vous donnerai, hors commission, les
renseignements en ma possession en insistant pour que
l'administration puisse enquêter sur ces pratiques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Hans Bonte aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw over "de
recente cijfers van de Centrale voor kredieten aan particulieren" (nr. 1431)
18 Question de M. Hans Bonte à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture sur
"les chiffres récents de la Centrale des crédits aux particuliers" (n° 1431)</b>
18.01 Hans Bonte (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, mijn excuses omdat ik wat later ben, maar wij waren in de
commissie voor de Sociale Zaken in een debat verwikkeld. Als men
het inhoudelijk bekijkt, is het een kleine stap tussen Sociale Zaken
waarin wordt gediscussieerd over leefloon en OCMW-steun
enzovoort, en de vraag die ik hier wil aankaarten. Die vraag vloeit
direct voort uit de jaarlijkse rapportage van de Nationale Bank over de
kredietverstrekking aan particulieren. Daarbij werd opnieuw een
aantal belangrijke evoluties in kaart gebracht door de Nationale Bank
en de Kredietcentrale.
U weet dat niet enkel in dit land, maar wereldwijd een soort van
psychologische crisis aan het ontstaan is in het bankwezen door
onverantwoord verstrekte kredieten of kaduke hypotheekkredieten
zoals in de VS, waarbij er ook in ons land merkbaar een
vertrouwensevolutie en breuk aan het ontstaan is ten aanzien van
een aantal kredietverstrekkers, met alle perverse effecten op
beurskoersen tot gevolg.
Dit is een beetje de achtergrond. Ik wil toch de bijzondere aandacht
van de leden van deze commissie en van u, mevrouw de minister,
vestigen op de evoluties die door de Nationale Bank en de
Kredietcentrale zelf in kaart werden gebracht, omdat dit een portret
brengt van de kredietverstrekkingen aan particulieren gedurende het
voorbije jaar. Ik ga mij niet uitputten in het reciteren van cijfers. Er
staan er zeer veel in, maar dat maakt het soms een beetje moeilijk.
Opnieuw is een evolutie te zien waarbij het aantal dossiers of
particulieren met aanzienlijke betalingsachterstand stijgt. Gelijktijdig
wordt gerapporteerd over de cijfers die betrekking hebben op de
procedure van collectieve schuldenregelingen. Daar is er geen kleine
stijging, maar op jaarbasis een stijging van 12,6%. Als OCMW-
voorzitter weet ik zeer goed wat dikwijls de achterliggende
problematiek is. De collectieve schuldenregeling heeft betrekking op
schulden die veel te maken hebben met consumentenkredieten en
met de ondoorzichtigheid van financiële engagementen die mensen
aangaan.
Soms gaat het om mensen die misschien te laaggeletterd zijn of die
te onnauwkeurig documenten lezen of begrijpen. Het feit is wel dat er
op één jaar tijd 12,5% meer collectieve schuldenregelingen gebeuren.
U zult wel weten dat dit de overheid massa's geld aan het kosten is,
op allerlei niveaus trouwens, niet enkel op het federale niveau maar
18.01 Hans Bonte (sp.a-spirit):
Dans son rapport annuel, la
Banque Nationale décrit plusieurs
évolutions importantes concernant
l'octroi des crédits aux particuliers.
Laissez-moi replacer les choses
dans leur contexte: le caractère
irresponsable de l'octroi des
crédits aux Etats-Unis a entraîné
une perte de confiance mondiale
dans les banques. Dans notre
pays aussi, on note une certaine
méfiance à l'égard de certains
prêteurs,
ce
qui
a
des
conséquences néfastes sur les
cours boursiers.
Il ressort de ce rapport que le
nombre de dossiers de particuliers
confrontés à un important arriéré
de remboursement est en hausse.
Le nombre de procédures en
règlement collectif de dettes a lui
aussi augmenté de 12,6% sur une
base annuelle. En tant que
président du CPAS, je sais qu'il
s'agit le plus fréquemment de
crédits à la consommation et d'un
manque
de
transparence
-
souvent inconscient - au niveau
des engagements financiers des
personnes
concernées.
Cette
situation coûte beaucoup d'argent
aux pouvoirs publics et ceci à tous
les niveaux.
Que pense la ministre des
développements
dramatiques
intervenus en ce qui concerne la
gestion collective de dettes et les
arriérés de paiement dans le cadre
des crédits à la consommation?
Juge-t-elle
souhaitable
une
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
ook op het niveau van de Gewesten en zeker op het niveau van de
lokale besturen. Achter die budgettaire problematiek schuilt er dikwijls
een problematiek van onomkeerbare financiële problemen.
De vraag die ik u wou stellen, mevrouw de minster, is de volgende. Ik
ken de huidige moeilijke periode waarin de interim-regering zich
bevindt. Ik kom net terug van een commissie waar de minister zei dat
hij geen beslissingen kan nemen. Een regering die geen beslissingen
kan nemen, dat is wel een beetje moeilijk.
Toch wou ik van u vernemen, mevrouw de minister, ten eerste, of u
conclusies verbindt aan de dramatische ontwikkelingen op het vlak
van collectief schuldbeheer en op het vlak van betalingsachterstanden
bij consumentenkredieten.
Ten tweede, heb ik een meer precieze vraag, maar ik weet niet of ik u
die vooraf doorgespeeld heb. Ik wil ze u in elk geval voorleggen. Als u
niet de elementen hebt om erop te antwoorden, komen wij er
misschien later wel op terug.
Een van de perverse financiële producten die door de
schuldbemiddelaars telkens aangeklaagd worden, en ook door
organisaties voor schuldbeheer en armoedeorganisaties, is wat men
revolving credits noemt, doorlopende kredieten. Die vormen een
bijzonder element in de ontwikkeling en de toename van problemen
waarmee gezinnen en individuen te kampen hebben.
De vraag is dan: acht u het wenselijk dat er reglementair opgetreden
wordt tegen de, meestal via winkelketens, zeer wijd verspreide
producten als revolving credits, zoals die in het vakjargon worden
genoemd? Tot daar mijn vragen, mevrouw de minister.
initiative réglementaire à l'encontre
de produits tels que les "revolving
credits"? Ces crédits permanents
sont généralement proposés par
les chaînes de magasins et, de
l'avis des médiateurs de dettes et
des organisations de lutte contre la
pauvreté, ils sont la cause de
nombreux problèmes financiers.
18.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer Bonte, u refereert aan het
jaarrapport van de Nationale Bank. Er is niet steeds een relatie van
oorzaak en gevolg tussen kredietverstrekking en overmatige
schuldenlast. Uit de cijfers van de Nationale Bank blijkt immers dat de
betalingsachterstanden zich stabiliseren ten aanzien van een
toename in kredietvolumes.
Er zijn ook andere factoren die meespelen in de problematiek van de
overmatige schuldenlast. Drie van de tien personen die een beroep
doen op een procedure van collectieve schuldregeling zijn met geen
enkele
achterstallige
kredietovereenkomst
in
de
centrale
geregistreerd. Uit de berichtgeving in de pers blijkt ook dat andere
factoren meespelen, onder meer andere schulden zoals
ziekenhuisfacturen,
telefoonfacturen,
energiefacturen,
huur,
enzovoort.
De vraag kan derhalve gesteld worden of ook andere schuldeisers
niet ten dele geresponsabiliseerd moeten worden. Ik denk met name
aan telecomoperatoren. Een verplichte uitwisseling van gegevens
inzake betalingsachterstanden kan daartoe een eerste stap zijn.
Het
jaarrapport
toont
verder
aan
dat
de
meeste
betalingsmoeilijkheden inzake kredietovereenkomsten voorkomen bij
een lening of een afbetaling en bij kredietopening, en dat de leningen
bij niet-banken, zoals warenhuizen, blijven toenemen en dat steeds
meer mensen zich laten verleiden door kredietkaarten en
18.02 Sabine Laruelle, ministre:
M. Bonte se réfère au rapport
annuel de la Banque nationale
mais il n'existe pas toujours de lien
causal entre l'octroi d'un crédit et
le surendettement. Les chiffres
font en effet apparaître une
stabilisation des arriérés de
paiement et une augmentation des
volumes
de
crédits.
Trois
personnes sur dix qui recourent à
une procédure de règlement
collectif de dettes ne sont pas
enregistrées dans la centrale pour
cause d'arriérés dans le cadre
d'une convention de crédit.
D'autres factures les factures
d'hôpital,
de
téléphone
ou
d'énergie sont également source
de difficultés. La question se pose
de savoir si des créanciers tels
que
les
opérateurs
de
télécommunication ne devraient
pas
être
responsabilisés.
L'échange obligatoire de données
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
betaalkaarten van warenhuizen.
Dit kan zonder meer bevestigd worden. Een van de mogelijke
maatregelen zou een inperking kunnen zijn van de maximale
toegestane rentevoeten en kosten, bijvoorbeeld van het jaarlijks
kostenpercentage voor dergelijke kredietverrichtingen. Te hoge
maxima kunnen leiden tot overmatige schuldoverlast. Te lage maxima
kunnen leiden tot uitsluiting van kredietnemers en kredietproducten.
Beide hebben negatieve gevolgen voor de economie. De toename
van kredietverstrekking bij niet-banken is ook een van de redenen
waarom de FOD Economie en het Fonds ter Bestrijding van de
Overmatige Schuldenlast in 2008 een nationale preventiecampagne
organiseren, waarbij de aandacht wordt gevestigd op het gevaar dat
de accumulatie van diverse schulden kan leiden tot overmatige
schuldenlast.
concernant
les
arriérés
de
paiement peut déjà constituer un
premier pas en ce sens.
Il ressort du rapport annuel que la
plupart
des
problèmes
de
paiement se posent dans le cadre
des conventions de crédit liées à
un emprunt ou à un achat à
tempérament ainsi qu'à une
ouverture de crédit. Le nombre de
prêts
consentis
par
des
organismes
non
bancaires,
comme les grandes surfaces, est
effectivement en augmentation. La
limitation
des
taux
d'intérêt
maximums autorisés et des frais
constitue
effectivement
une
solution possible. S'ils sont trop
élevés, les maxima peuvent
engendrer un surendettement et
s'ils sont trop bas, ils peuvent
entraîner
l'exclusion
d'emprunteurs et de produits de
crédit.
Le SPF Économie et le Fonds de
traitement
du
surendettement
organiseront une campagne de
prévention nationale en 2008. De
cette
manière,
ils
attireront
l'attention
sur
le
risque
d'endettement
démesuré
qu'entraîne
l'accumulation
de
dettes différentes.
18.03 Hans Bonte (sp.a-spirit): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw antwoord. Er zijn een aantal zinvolle aanvullingen gebeurd, die niet
nieuw zijn. Overmatig schulden hebben, en in een regeling voor
collectief schuldbeheer komen, heeft zeer dikwijls te maken met
kosten
en
facturen
die
geen
betrekking
hebben
op
kredietverstrekking. Het heeft ook te maken met de operatoren-
energiemaatschappijen, zeker met de prijsevolutie die wij de voorbije
dagen gezien hebben. Het heeft ook te maken met de evoluties van
de prijzen in de gezondheidszorg.
Zoals u in het laatste deel van uw antwoord hebt gezegd, heeft het
ook te maken met onwetendheid. Een preventiecampagne is meer
dan op zijn plaats. Ik hoop dat ze niet enkel te maken heeft met de
tarieven, maar dat ze ook informatie brengt in de hoofden die soms
het moeilijkst opengaan, over de aard van het product dat men in
handen krijgt, ook vanwege de niet-bancaire kredietverstrekkers. Dat
is precies mijn punt. Bijna in alle dossiers van overmatige
schuldenlast merkt men dat er een samengaan is van verschillende
schulden er zijn verschillende oorzaken, zoals alimentatie aan
verschillende schuldeisers.
Wat echter steeds meer terugkomt, zijn de niet-bancaire kredieten die
18.03 Hans Bonte (sp.a-
spirit): Les lourdes factures des
opérateurs
et
des
société
énergétiques,
ainsi
que
l'augmentation du coût des soins
de santé sont souvent à l'origine
de dettes, en effet. Cependant, la
méconnaissance joue aussi un
rôle important dans bien des cas.
C'est pourquoi une campagne de
prévention ne doit pas seulement
évoquer les taux, elle doit aussi
mettre les consommateurs en
garde contre l'offre de produits
dangereux par des organisations
bancaires et non bancaires à un
groupe de personnes vulnérables.
Je pense tout particulièrement aux
"revolving credits" qui envahissent
le marché pour le moment. On ne
compte plus le nombre de
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
te maken hebben met consumentenkrediet. Dat is precies mijn punt,
mevrouw de minister. U zegt dat drie op de tien mensen die betrokken
zijn in collectief schuldbeheer geen schulden hebben aan banken. Dat
betekent zeven op de tien wel. Steeds meer gaat het over de niet-
bancaire kredieten. Wat is mijn punt? Niet dat zij 17% interest krijgen,
wat niet niets is, de klanten betalen inderdaad een gigantische interest
voor het niet-bancaire krediet dat zij opnemen, maar wel dat er een
product de markt aan het veroveren is, de zogenaamde revolving
credits, waarbij mensen niet verplicht worden om tussentijds hun
tekort aan te zuiveren, maar steeds verder kunnen cumuleren.
De mensen weten het niet en snappen het niet. Het wordt
ondoorzichtig gemaakt en gehouden voor die mensen. Ik wil de
mensen wel eens te eten geven die in Carrefour een klantenkaart
krijgen en weten dat dit een revolving credit is, dat niet systematisch
moet
worden aangevuld. Het
zal
geen 1%
zijn.
De
informatieverstrekking via een sensibilisatiecampagne is dus meer
dan welkom en nodig. Ook de OCMW's moeten veel meer daarop
werken, maar het is op zijn minst het overwegen waard om het
systeem van de revolving credits te verbieden en te vervangen door
een gewone klantenkaart, die ook al bestaat en waarbij men op het
einde van de maand of elke twee maand verplicht wordt om het tekort
aan te zuiveren en niet in een definitieve put terecht te komen. Dat is
mijn punt, maar ik begrijp dat de discussie nog niet op dat niveau
gevoerd wordt.
Er is een goede conclusie getrokken uit het rapport dat er een
nationale preventiecampagne komt, maar ik meen dat dit jammer
genoeg ontoereikend is, als men niet durft na te denken over de
manier waarop bancaire en niet-bancaire organisaties gevaarlijke
producten naar een zwakkere groep van mensen aan het brengen
zijn.
consommateurs possédant une
carte de fidélité de Carrefour sans
savoir qu'il s'agit en réalité de
"revolving credit". Il convient à tout
le moins d'envisager l'interdiction
de
ce
système
et
son
remplacement par une carte de
fidélité ordinaire, de sorte que le
consommateur
soit
obligé
d'acquitter le solde négatif en fin
de mois ou tous les deux mois. On
éviterait
ainsi
que
des
consommateurs entrent dans une
spirale d'endettement sans fin.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Question de Mme Colette Burgeon au ministre de la Coopération au développement sur "la
19 Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
definitie van eerlijke handel" (nr. 1452)
19.01 Colette Burgeon (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, les phares de l'actualité sont régulièrement pointés vers le
commerce équitable. Il y a deux semaines, nous avons accueilli à la
Chambre différentes organisations concernées par le sujet afin de les
auditionner sur plusieurs propositions de loi visant à apporter une
définition du commerce équitable.
L'enjeu est certainement d'importance car on permettrait enfin au
consommateur d'y voir clair et ainsi d'éviter que n'importe qui fasse
n'importe quoi à ce sujet.
Je voudrais vous citer quelques mots d'un article de presse
récemment publié: "Le commerce équitable est sans doute victime de
son succès." Longtemps l'exclusive de quelques acteurs, le
commerce équitable a fait depuis quelques années une apparition
croissante dans certains grands groupes. Mais si on peut se réjouir de
cette ouverture, on peut également s'interroger sur ce que recouvre et
19.01 Colette Burgeon (PS):
Twee weken geleden hebben we,
in het kader van een aantal
wetsvoorstellen die ertoe strekken
een omschrijving te geven van het
begrip
`eerlijke
handel',
verschillende organisaties gehoord
die op dat terrein actief zijn. Het is
de bedoeling ervoor te zorgen dat
de consument weet waar hij aan
toe is en wildgroei te voorkomen.
Het verheugt ons dat "fair trade"
sinds enkele jaren meer en meer
terrein wint, maar anderzijds kan
men zich afvragen wat dat begrip
precies inhoudt.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
doit recouvrir cette notion.
La jurisprudence néerlandaise a récemment posé le débat suite à un
procès intenté par un groupe alimentaire contre l'adjudication d'un
marché public par la province de Groningen à Max Havelaar. Cette
affaire a eu le mérite d'évoquer clairement chez nos voisins les
garanties proposées par les organismes certificateurs.
En répondant à quelques questions parlementaires, votre
prédécesseur insistait sur la nécessité pour la Belgique de donner
une définition claire du commerce équitable. Il a ainsi plaidé "pour une
reconnaissance officielle du commerce équitable", reconnaissance
dont le défi "sera de trouver la procédure qui offre la sécurité juridique
sans toucher à l'intégrité de la philosophie et des critères du
commerce équitable".
Madame la ministre, ne serait-il pas temps pour notre pays d'offrir au
commerce équitable une définition précise et opérationnelle dans le
but évident de clarifier son statut et, par conséquent, de mieux le
contrôler et de le promouvoir sans crainte?
Partagez-vous les propos de votre prédécesseur quant à l'importance
d'une reconnaissance officielle du commerce équitable qui offrirait
cette sécurité juridique?
Wordt het geen tijd dat voor een
precieze en werkbare definitie van
het begrip `eerlijke handel' wordt
gezorgd, om het statuut ervan te
verduidelijken, het toezicht erop te
verbeteren en om die handel
zonder scrupules te promoten?
Zit u op dezelfde lijn als uw
voorganger, die voorstander was
van een officiële erkenning van de
eerlijke handel, die voor de nodige
rechtszekerheid zou zorgen?
19.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, comme
Mme Burgeon l'a indiqué, je crois que le parlement s'est saisi de la
problématique puisque vous en discutez actuellement et que des
auditions ont eu lieu. Il serait intéressant aussi que la commission ad
hoc auditionne les différents ministres qui peuvent avoir une parcelle
de compétence dans ce domaine. Quand on parle de commerce
équitable, il faut pouvoir amener une définition claire de la notion.
Si vous me le permettez, monsieur le président, je voudrais faire une
petite parenthèse.
En tant que ministre du Commerce et des PME, j'avais contacté Max
Havelaar et Oxfam pour savoir s'il était possible de développer une
notion de commerce équitable Nord/Nord. Je reconnais qu'il est très
intéressant d'en avoir une pour le Sud; mais j'estime qu'il serait aussi
intéressant d'en avoir une pour le commerce Nord/Nord. Ils m'ont
répondu ne pas être intéressés par le Nord mais seulement par le
Sud.
Je le répète, il faut évidemment avancer en la matière tout en en
sachant ce qu'on veut et en définissant bien le concept. Cela
concerne-t-il les produits du Sud? Il subsiste de nombreuses
questions.
Pour aller plus loin dans ma réflexion, je ne suis pas partisane de
l'obligation de prévoir dans les appels d'offres un certain pourcentage
de produits en provenance du commerce équitable, sauf si bien sûr il
n'y a pas d'autre type de produits ici.
Par exemple, quand on parle de confiture, il est très sympathique de
faire venir de la confiture du commerce équitable du Sud mais si vous
prenez le transport par avion, vous avez perdu tout l'intérêt
environnemental de la chose! J'estime donc qu'il existe des
19.02 Minister Sabine Laruelle:
Het Parlement heeft dat dossier
naar zich toegetrokken. Het zou
ook interessant zijn dat de ad-
hoccommissie de onderscheiden
ministers die voor een klein stukje
bevoegd zijn, zou horen. We
moeten
ter
zake
voortgang
boeken; men moet tevens goed
weten wat men wil en het begrip
goed afbakenen.
Er rijzen tal van vragen. Als
minister bevoegd voor Handel en
KMO's had ik contact opgenomen
met Max Havelaar en Oxfam om
na te gaan of er een begrip eerlijke
handel Noord/Noord kon worden
ontwikkeld.
Zij
hebben
mij
geantwoord
dat
zij
niet
geïnteresseerd waren in het
Noorden, maar enkel in het
Zuiden.
Ik ben geen voorstander van de
verplichting om in de offerte-
aanvragen
een
bepaald
percentage producten afkomstig
uit de eerlijke handel op te nemen,
behalve indien er hier geen andere
dergelijke producten zijn. Als de
keuze
voor
eerlijke
handel
impliceert dat die producten per
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
productions belges qui répondent à la définition.
Il faut clarifier ces définitions. Il faut avancer. Il faut circonscrire ce
dont on parle. De quel type de produits? D'où viennent-ils? Je crois
aussi que les secteurs ont développé un règlement clair qui s'appuie
sur trois piliers.
J'insiste pour qu'on prête attention à ce qu'on fait. On ne peut
notamment pas rédiger un règlement avec de grands objectifs et qui
amène dans la pratique à contrevenir complètement à ces objectifs.
Je reprends l'exemple de la confiture d'ananas, exemple qui peut
paraître anecdotique mais qui est, selon moi, un des fondements de
la question. En revanche, je n'ai pas de problème si on parle de cacao
ou de café.
vliegtuig moeten worden vervoerd,
gaat dat ten nadele van het milieu-
aspect. Wij beschikken echter ook
over producten die aan die
definitie beantwoorden.
Ik dring erop aan dat men daar
aandacht voor heeft. Men kan
immers geen reglement opstellen
dat grote doelstellingen bevat,
maar dat er in de praktijk toe leidt
dat precies het tegenovergestelde
wordt bereikt.
19.03 Colette Burgeon (PS): Je crois que tout le monde tourne
autour du pot. Ni vous, ni moi n'avons la définition claire du commerce
équitable.
Il est vrai qu'il serait utile de clarifier cette notion. Je ne sais pas
comment. Peut-être en créant un groupe de travail où tous les acteurs
pourraient être présents. Il faut prendre en compte le problème
environnement, l'aspect social. Chacun doit apportera sa touche pour
aboutir à définir correctement la notion de commerce équitable.
19.03 Colette Burgeon (PS):
Iedereen draait rond de pot: noch
u, noch wij beschikken over een
definitie. Het klopt dat dat begrip
beter zou worden uitgeklaard,
misschien via de oprichting van
een werkgroep. Men moet zowel
rekening houden met het milieu-
aspect als met de sociale
dimensie.
19.04 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, pour montrer
la complexité de la chose, je voudrais ajouter un élément.
Dans le commerce équitable, une des règles fondamentales est
d'affirmer que le producteur doit obtenir une juste rémunération par
rapport au produit. Par ailleurs, on constate dans nos pays une
augmentation des matières premières alimentaires et tout le monde
crie haro sur le baudet. Dans nos réflexions, nous contrevenons nous-
mêmes totalement à un certain esprit du commerce équitable!
Il ne faut pas dire qu'il faut une juste rémunération puis, quand les prix
augmentent puisqu'ils offrent justement une rémunération correcte
dénoncer l'augmentation de prix et la diminution du pouvoir d'achat.
Il est donc intéressant que nous nous mettions d'accord.
19.04 Minister Sabine Laruelle:
Een van de basisregels van de
eerlijke handel bestaat erin dat de
producent een billijke vergoeding
moet krijgen. Maar men mag niet
beweren dat er een billijke
vergoeding moet zijn en nadien,
als
de
prijzen
stijgen,
de
prijsverhoging
en
de
koopkrachtvermindering aan de
kaak stellen. Het zou dus
aangewezen zijn dat wij het eens
worden.
19.05 Colette Burgeon (PS): Je crois que nous allons devoir trouver
une solution.
Monsieur le président, peut-être pourrions nous entamer une analyse
sur ce qui se fait dans les autres pays? Je sais qu'aux Pays-Bas, il y a
quelque chose. Peut-être existe-t-il des définitions précises dans
d'autres pays? On pourrait alors analyser cela et prendre les éléments
qui nous agréent, en consultation avec les différents acteurs.
19.05 Colette Burgeon (PS): Ik
denk dat wij een oplossing zullen
moeten vinden. Misschien zouden
we kunnen nagaan wat er op dat
gebied in andere landen gebeurt?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "de opgelegde verlaging van de beheerspercentages van de sociale verzekeringsfondsen"
(nr. 1489)
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
20 Question de Mme Carina Van Cauter à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de
l'Agriculture sur "la diminution imposée des pourcentages de gestion des caisses d'assurances
sociales" (n° 1489)</b>
20.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, op 8 januari jongstleden kregen de
socialeverzekeringsfondsen van de FOD Sociale Zekerheid een brief
met de mededeling dat hun percentages voor de werkingskosten
zouden worden verlaagd naar 3,8%. Voor dat besluit werd er juridisch
verwezen naar artikel 20, §4 van het koninklijk besluit van
27 juli 1967. Als reden voor deze opgelegde verlaging werd vermeld
dat de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut
ongetwijfeld belangrijke bijkomende inkomsten zullen opleveren voor
de socialeverzekeringsfondsen.
De beslissing en vooral de wijze waarop ze werd genomen, roepen
heel wat vragen op. Mevrouw de minister, waarom is er geen
voorafgaand advies gevraagd aan de socialeverzekeringsfondsen? Ik
ga daarvan uit, tenzij u mij anders kunt bevestigen. Het overleg is
nochtans uitdrukkelijk ingeschreven in artikel 20, waarnaar wordt
verwezen.
De beslissing werd niet uitvoerig gemotiveerd. Wat is de reden
daarvoor? Hoe hebt u de omvang van de meeropbrengsten bepaald
in verhouding tot de verlaging van de percentages van de
werkingskosten? Werd voor alle fondsen het percentage voor de
werkingskosten in dezelfde mate verlaagd?
Is er een verband tussen de percentages voor de administratiekosten
en de administratieve reserves van de socialeverzekeringsfondsen?
Hebt u de bedoeling uw politiek te wijzigen inzake de percentages
voor de administratiekosten, aangezien de beslissing unilateraal werd
opgelegd en zonder toetsing van de bedrijfseconomische gegevens?
Kunt u een overzicht geven van de oude en de nieuwe percentages
voor de werkingskosten van alle socialeverzekeringsfondsen? Kunt u
een overzicht geven van de absolute cijfers van de minderinkomsten
door de verlaging van de percentages van de werkingskosten en de
meerinkomsten voor integratie van de kleine risico's voor de sociale
verzekeringsfondsen? Het is een hele resem vragen, maar toch niet
onbelangrijk. Kunt u een overzicht geven van de gecumuleerde
administratieve reserves voor alle fondsen?
20.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le 8 janvier 2008, les fonds
d'assurance sociale ont reçu un
courrier du SPF Sécurité sociale,
annonçant une réduction des frais
de fonctionnement allant jusqu'à
3,8%, en application de l'article 20,
paragraphe 4 de l'arrêté royal du
27 juillet 1967. Cette réduction
était motivée par les plus-values
importantes escomptées à la suite
de l'intégration des petits risques
dans le statut social.
Pourquoi l'avis des fonds n'a-t-il
pas été demandé avant de
prendre
cette
décision,
conformément aux dispositions de
l'article 20 en question? Pourquoi
la décision n'est-elle pas motivée
en détail? Comment la ministre a-
t-elle estimé l'importance des
recettes
supplémentaires
par
rapport à la réduction annoncée?
Un même pourcentage est-il
d'application pour tous les fonds ?
Existe-t-il un lien entre les
pourcentages relatifs aux frais
administratifs et les réserves
administratives des fonds?
La ministre est-elle prête à revoir
sa politique en ce qui concerne les
pourcentages relatifs aux frais
administratifs, étant donné que la
décision
a
été
prise
unilatéralement sans que les
données économiques aient été
vérifiées?
La ministre peut-elle donner un
aperçu des anciens et des
nouveaux pourcentages relatifs
aux frais de fonctionnement, de la
diminution des recettes en chiffres
absolus compte tenu de la
diminution des pourcentages des
frais de fonctionnement et des
recettes
supplémentaires
découlant de l'intégration des
petits
risques?
Peut-elle
également donner un aperçu des
réserves administratives cumulées
pour l'ensemble des fonds?
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
20.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, wat de laatste
vraag aangaat, ik zal de cijfers van de tabel lezen, maar ik denk dat
het veeleer een schriftelijke dan een mondelinge vraag is. Ik heb de
cijfers bij mij en zal ze aan de diensten geven.
Met toepassing van het koninklijk besluit 38 wordt elk jaar door alle
socialeverzekeringsfondsen een dossier ingediend bij de betrokken
administratie. Op basis van dat dossier moet ik, op voorstel van mijn
administratie, een beslissing nemen.
Ook dit jaar werd die procedure gevolgd. In dit geval vond ik de
gevraagde beheerspercentages echter niet gerechtvaardigd, en wel
om de volgende redenen. Bij een ongewijzigd beheerspercentage
zouden er voor de fondsen reeds aanzienlijke meeropbrengsten zijn,
gelet op de integratie van de kleine risico's. Bovendien zijn er voor de
fondsen geen aanzienlijke meerkosten. Ik wil niet dat de zelfstandigen
meer beheerskosten worden aangerekend als gevolg van wetgeving
die hun ten goede komt.
Een dergelijke beslissing moet in principe niet uitvoerig gemotiveerd
worden. Ik heb nochtans deze keer een motivering willen geven,
aangezien zij de volledige verklaring uitmaakt van de lineaire
vermindering die werd doorgevoerd, omdat alle fondsen het
beheerspercentage van 2007 wensten aan te houden.
Er werd uitgegaan van de geschatte meeropbrengsten van 12,53%
aan bijdragen voor 2008 door de integratie van de kleine risico's in het
sociaal statuut. Ten gevolge van de verhouding tussen het bedrag van
die meeropbrengsten en de totaliteit van de inningen aan sociale
bijdragen voor het jaar 2007 werd een beperkte vermindering van
10% doorgevoerd voor alle fondsen.
Voor drie fondsen werd een bijkomende vermindering van 0,1 op het
beheerspercentage doorgevoerd gelet op de omvang van hun
reserves.
Inderdaad
kan
de
bevoegde
minister
het
beheerspercentage van een fonds verminderen wanneer de
administratieve reserve op 31 december van een bepaald jaar het
vastgelegde bedrag van de werkingskosten van het volgende jaar
overtreft.
Anderzijds werd aan twee socialezekerheidsfondsen een hervorming
van hun percentage toegestaan. Die fondsen hadden inderdaad op
basis van bijkomende documenten duidelijk aangetoond dat zij
effectief rekening hadden gehouden met de integratie van de kleine
risico's in het sociaal statuut.
Ik heb niet de bedoeling om mijn politiek te wijzigen; het ging hier om
een uitzonderlijke situatie.
Ik wens u er trouwens aan te herinneren dat ik die beslissingen heb
genomen in het belang van de zelfstandigen. Ik ben minister van de
zelfstandigen en misschien een beetje minder van de sociale
verzekeraars.
De fondsen zullen door de beslissing geen financiële nadelen lijden.
De door de fondsen voorgestelde percentages zijn slechts een
voorstel. De gegevens omtrent de gecumuleerde administratieve
20.02 Sabine Laruelle, ministre:
Je fournirai les chiffres demandés
aux services.
En application de l'arrêté royal n°
38, tous les fonds d'assurance
sociale introduisent chaque année
un dossier auprès de mon
administration, après quoi il
m'appartient de prendre une
décision.
La
procédure
a
également été suivie cette année
mais le pourcentage de gestion
demandé m'a paru trop élevé. A
taux inchangé, l'intégration des
petits risques se serait traduite par
des
recettes
supplémentaires
appréciables, sans qu'il y ait de
surcoûts.
J'ai abondamment motivé cette
décision parce que tous les fonds
souhaitaient conserver le taux de
gestion de 2007. J'ai toutefois
appliqué une réduction limitée de
10% à tous les fonds. Trois fonds
ont fait l'objet d'une réduction
supplémentaire de 0,1%, vu
l'importance de leurs réserves.
Une révision de leur pourcentage
a été accordée à deux fonds parce
qu'ils étaient en mesure de
démontrer qu'ils avaient tenu
compte de l'intégration des petits
risques dans le statut social.
Enfin, je suis en premier lieu
ministre des indépendants et non
pas des assureurs sociaux. A la
suite de l'intégration des petits
risques, les cotisations payées par
les
indépendants
ont
été
augmentées et il était logique
d'abaisser le pourcentage pour les
fonds.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
reserves zijn opgenomen in een tabel.
Met
de
integratie
van
de
kleine
risico's
zouden
de
socialeverzekeringsfondsen met hun voorstel te veel geld krijgen om
niets te doen. Dat kan niet. De socialeverzekeringsfondsen nemen
een percentage van een sociaal bedrag. Met de integratie van de
kleine risico's hebben wij de sociale bedragen betaald door de
zelfstandigen verhoogd en dus hebben wij het percentage
verminderd. Ze zijn niet blij, maar ik vind dat normaal.
20.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik zal straks kennisnemen van die cijfers, als u
mij dat toestaat.
Uiteraard is mijn vraag ingegeven uit bezorgdheid voor de
zelfstandigen. U herinnert zich ongetwijfeld mijn rede in het debat. Ik
heb toen ervoor gepleit om geen verdoken belastingen en geen
kostenstijgingen voor de zelfstandigen met betrekking tot de
verzekering voor kleine risico's goed te keuren. Het is net vanuit die
bezorgdheid voor de zelfstandigen dat ik mijn vraag heb gesteld.
Mevrouw de minister, naast het beheer van de dossiers van de kleine
risico's en de sociale verzekering, zijn de kassen partner in de
ondernemingsloketten. Die ondernemingsloketten bieden een heel
brede waaier van diensten aan aan die zelfstandigen. Die
ondernemingsloketten zijn niet zelfbedruipend en net de bijdrage van
de socialeverzekeringsfondsen stelt de ondernemingsloketten ertoe in
staat om aan de zelfstandigen de diensten te verlenen waarvoor zij
opgericht zijn. De bezorgdheid om dat aspect was de aanleiding tot
het stellen van de vraag.
Aangezien
er
geen
overleg
is
gepleegd
met
de
socialeverzekeringsfondsen, hebben ze u de cijfers omtrent die
bezorgdheid niet kunnen voorleggen. Ik betreur dat er niet meer
overleg is geweest, zodat er toch voldoende aandacht voor die
problematiek zou zijn geweest. Dat is mijn bezorgdheid.
20.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Je prendrai connaissance
des chiffres tout à l'heure. Mes
questions ne sont motivées que
par mon souci de défendre les
intérêts des indépendants. Ce sont
quand même les cotisations aux
fonds d'assurance sociale qui
permettent
aux
guichets
d'entreprises de proposer un large
éventail
de
services
aux
indépendants.
Il
est
regrettable
qu'aucune
concertation
n'ait
été
préalablement organisée avec ces
fonds.
20.04 Minister Sabine Laruelle: Er is geen overleg geweest over de
voorstellen van de socialeverzekeringsfondsen om meer geld te halen
uit de "pocket" van de zelfstandigen. Ik heb mijn beslissing genomen,
omdat ik niet akkoord ga met de voorstellen van de sociale
verzekeringsfondsen.
Ik kan het niet eens met u zijn. Wij kunnen geen mix maken tussen
het ondernemingsloket en de socialeverzekeringsfondsen, omdat er
ondernemingsloketten zijn die geen socialeverzekeringsfonds
hebben. Het is dan ook geen goede reden. We moeten beide soorten
van
problematiek
onafhankelijk
benaderen.
De
socialeverzekeringsfondsen moeten hun beheerspercentage niet
verhogen om andere diensten te betalen. Dat kan niet.
20.04 Sabine Laruelle, ministre:
Il n'y a pas eu de concertation
parce que je ne suis pas d'accord
avec la proposition des fonds. La
problématique
des
guichets
d'entreprise doit être abordée
séparément. Les fonds ne doivent
pas augmenter leur pourcentage
de gestion dans le but de payer
d'autres services.
De voorzitter: We laten het hierbij. Wij zijn 12 minuten bezig met een vraag, terwijl 5 het absolute
maximum moet zijn.
20.05 Carina Van Cauter (Open Vld): Het onderwerp is nu eenmaal
interessant en ik denk dat wij op een ander moment hierover nog
eens voort moeten debatteren.
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
21 Question de Mme Colette Burgeon à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "les infractions commises par les sites de vente en ligne de billets d'avion" (n° 1639)</b>
21 Vraag van mevrouw Colette Burgeon aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "inbreuken door websites die vliegtickets online verkopen" (nr. 1639)
21.01 Colette Burgeon (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, dans son dernier numéro de "Budget&Droits", Test-Achats
révèle qu'à la fin septembre, la Commission européenne a publié les
résultats d'une enquête relative aux infractions commises par les sites
internet vendant des billets d'avion dans 15 États membres de l'Union
européenne. Sont ciblés pas moins de 226 sites sur 447, dont
41 sites belges sur les 48 étudiés.
Parmi les infractions commises, la Commission européenne relève
des informations trompeuses, des clauses illégales dont plus d'un
quart (28%) ont une dimension transfrontalière. La Commission se dit
prête à prendre les mesures nécessaires pour y mettre un terme. Les
autres infractions relèvent des législations nationales.
Madame la ministre, pouvez-vous nous indiquer la nature des
infractions relevées par le SPF Économie pour les sites belges
incriminés?
Des actions ont-elles été entreprises pour y mettre un terme?
Notre législation est-elle suffisamment efficace? Sinon, quelles
mesures spécifiques envisagez-vous de prendre pour la renforcer?
21.01 Colette Burgeon (PS):
Volgens Test-Aankoop blijkt uit het
onderzoek van de Europese
Commissie
betreffende
de
onlineverkoop van vliegtickets dat
van 48 onderzochte Belgische
websites er 41 de regelgeving niet
in acht nemen. Er is sprake van
inbreuken op het stuk van
bedrieglijke informatie en van
onwettige bedingen, waarvan 28
procent
met
een
grensoverschrijdend karakter. De
Commissie verklaart bereid te zijn
de nodige maatregelen te nemen
om hier paal en perk aan te
stellen. Wat is de aard van de
inbreuken die de FOD Economie
heeft
vastgesteld?
Is
onze
wetgeving doeltreffend genoeg?
Welke specifieke maatregelen zal
u zo nodig nemen?
21.02 Sabine Laruelle, ministre: Madame Burgeon, en droit belge,
les infractions que vous relevez peuvent être considérées, entre
autres, comme des mentions publicitaires trompeuses dans la
mesure où les prix sont affichés hors taxes ou autres frais. On peut
constater dans certains cas l'usage de clauses abusives comme
lorsque, par exemple, le consommateur est contraint d'acquérir
certains services à l'achat de certains billets d'avion.
L'enquête menée par la direction générale Contrôle et Médiation du
SPF Économie est actuellement en cours pour 22 sites. Deux cas ont
déjà donné lieu à procès-verbal d'avertissement et d'autres dossiers
sont en cours de régularisation. Dans 19 cas, les opérateurs sont
établis à l'étranger. Ces dossiers ont donc fait l'objet d'une enquête en
collaboration avec les autorités étrangères concernées et ces
enquêtes ont déjà donné lieu à des mesures pour 6 dossiers.
Les autorités belges sont certainement les autorités publiques qui ont
réalisé l'enquête la plus approfondie; c'est pourquoi, les résultats sont
ce qu'ils sont.
Je rappelle quand même que la Belgique dispose d'une
réglementation des plus strictes au niveau de l'Union européenne.
C'est ainsi que l'imposition du prix global pour les produits et services
prévus dans la loi de 1991 ne constitue pas une exigence pour tous
les États membres.
La réglementation européenne en matière de publicité trompeuse et
21.02 Minister Sabine Laruelle:
De vastgestelde overtredingen
hebben te maken met bedrieglijke
reclameboodschappen en met
onrechtmatige bedingen. Voor 22
sites is een onderzoek door de
algemene directie Controle en
Bemiddeling
van
de
FOD
Economie aan de gang. In twee
gevallen werd al een proces-
verbaal
van
waarschuwing
opgemaakt
en
voor
andere
dossiers is een regularisatie aan
de gang. In negentien gevallen zijn
de operatoren in het buitenland
gevestigd. Voor die dossiers
gebeurde het onderzoek derhalve
in
samenwerking
met
de
betrokken
buitenlandse
overheden. In zes van die dossiers
werden al maatregelen genomen.
De Belgische overheid heeft deze
aangelegenheid ongetwijfeld meer
dan
de
andere
overheden
uitgespit. Onze regelgeving is een
van de strengste in Europa. De
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
les mesures de transposition que le droit belge prévoit suffisent, me
semble-t-il, pour lutter contre de telles pratiques. Il est donc inutile,
voire négatif, de vouloir réglementer à l'excès un secteur alors que la
plupart, sinon tous les autres États membres de l'Union européenne
disposent de réglementations plus souples en la matière.
Notre législation est une des plus strictes parmi les réglementations
européennes. Nous avons réalisé des contrôles dont on voit les
résultats, mais il nous faut évidemment demeurer vigilants.
Europese
regels
inzake
bedrieglijke
reclame
en
de
omzetting ervan in Belgisch recht
volstaan, mijns inziens, om
dergelijke praktijken doeltreffend
te bestrijden.
21.03 Colette Burgeon (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, c'est bien sûr la vigilance qui est de mise. Il est vrai que
notre législation est bonne et que les contrôles sont stricts; malgré
cela, des infractions sont encore commises. Si des procès-verbaux
ont été établis et qu'il est demandé aux coupables de se mettre en
règle, il convient après de contrôler afin que le consommateur ne soit
plus trompé lorsqu'il commande un billet d'avion et qu'il ne se retrouve
plus dans les problèmes.
21.03 Colette Burgeon (PS): Het
klopt dat we over een gedegen
wetgeving beschikken en streng
controleren. Toch zijn er nog
inbreuken.
Indien
processen-
verbaal werden opgemaakt en de
betrokkenen werd gevraagd alle
verplichtingen na te komen, moet
vervolgens worden nagegaan of
dat ook daadwerkelijk is gebeurd,
zodat de consument niet langer
wordt bedrogen wanneer hij een
vliegticket bestelt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Question de Mme Florence Reuter à la ministre de l'Économie, des Indépendants et de l'Agriculture
sur "le Code d'éthique pour les télécommunications" (n° 1702)</b>
22 Vraag van mevrouw Florence Reuter aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
over "de Ethische Code voor de telecommunicatie" (nr. 1702)
22.01 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, dans un récent article de presse, j'ai appris que le fameux
code d'éthique des télécommunications prévu par la loi de juin 2005
relative aux communications électroniques était prêt et qu'il devait
encore être présenté au secteur au mois de février avant d'être
soumis à l'approbation du Conseil des ministres. Ayant eu vent à
plusieurs reprises de pratiques douteuses comme les abonnements
tacites, les sms payants, dont les consommateurs sont victimes, j'ai
préparé un texte visant à protéger le consommateur en amont, dès la
réception de services sms payants, et ceci après avoir consulté tous
les acteurs concernés.
Madame la ministre, je souhaiterais dès lors obtenir quelques
précisions sur ce code d'éthique. D'après mes informations, ce code
rédigé par la commission d'éthique permettra de sanctionner les
opérateurs fautifs tandis que les victimes d'arnaques pourront
récupérer les sommes indûment versées. Personnellement,
j'approuve totalement l'existence d'un tel code mais je trouve qu'il
serait peut-être préférable d'agir en amont et de préserver le
consommateur de telles pratiques plutôt que lui permettre de porter
plainte ensuite et devoir introduire des recours pour récupérer les
sommes indûment versées. Le nombre de plaintes reçues au service
de médiation prouve que les notifications au consommateur sont
selon les cas imprécises ou inexistantes et donc inefficaces.
Avez-vous déjà pu prendre connaissance de ce code d'éthique? En
22.01 Florence Reuter (MR): De
Ethische
Code
voor
de
telecommunicatie, bepaald bij de
wet van juni 2005 betreffende de
elektronische communicatie, moet
in februari aan de sector worden
voorgesteld
alvorens
de
Ministerraad zich erover buigt.
Naar verluidt worden er in die
sector twijfelachtige praktijken
toegepast,
met
name
wat
stilzwijgende
overeenkomsten
betreft. Ik heb de betrokken
actoren dan ook geraadpleegd en
heb een tekst voorbereid die de
consument moet beschermen van
zodra hij betalende sms-berichten
ontvangt.
Volgens de informatie waarover ik
beschik, kunnen operatoren die in
de fout gaan op grond van de code
van de Ethische Commissie
worden bestraft, terwijl slachtoffers
van
consumentenmisbruik
onterecht
betaalde
bedragen
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
êtes-vous satisfaite? Ce code prévoit-il uniquement un recours après
l'abus ou des mesures préventives vont-elles être mises en place?
kunnen recupereren. Wellicht doet
men er beter aan sneller op te
treden en de consument voor
dergelijke praktijken te behoeden,
in plaats van hem de mogelijkheid
te bieden achteraf klacht in te
dienen. Het aantal klachten dat
door
de
ombudsman
werd
ontvangen,
bewijst
dat
de
kennisgevingen aan de consument
vaag of onbestaand zijn.
Hebt u reeds kennis genomen van
die Ethische Code? Bent u er
tevreden over? Voorziet die Code
louter
in
rechtsmiddelen
a
posteriori of worden er ook
preventieve
maatregelen
overwogen?
22.02 Sabine Laruelle, ministre: Pour votre information, nous avons
discuté de ce point hier en commission de l'Infrastructure. Il faudrait,
nous aussi, assurer une cohérence sur la question. L'IBPT qui assure
le secrétariat de la commission d'éthique nous confirme les
informations diffusées dans la presse, à savoir que le projet de code
visé à l'article 134 §2 de la loi du 13 juin 2005 relative aux
communications électroniques a bien été discuté par la commission
d'éthique. Ce projet doit encore être soumis aux représentants du
secteur avant d'être transmis à mes services en vue de lui donner une
force obligatoire par arrêté royal.
Je n'ai pas encore lu ce projet de code éthique, l'IBPT et la
commission attendant d'avoir réalisé toutes les consultations et les
éventuelles dernières modifications avant de me faire parvenir ce
code. Je suis donc dans l'incapacité de vous informer de manière plus
concrète, n'ayant pu lire moi-même ce code. Je crois également qu'il
est mieux que toutes les consultations se déroulent avant
transmission du texte à mes services et au gouvernement.
22.02 Minister Sabine Laruelle:
We hebben dit punt gisteren in de
commissie voor de Infrastructuur
besproken.
Het BIPT (Belgisch Instituut voor
Postdiensten
en
Tele-
communicatie),
dat
als
secretariaat voor de Ethische
Commissie optreedt, bevestigt ons
dat de Commissie het ontwerp van
Code bepaald bij de wet van 13
juni 2005 heeft besproken. Dat
ontwerp moet nog aan de
vertegenwoordigers van de sector
worden voorgelegd. Ik zal de
gevoerde besprekingen slechts
eenmaal nalezen.
22.03 Florence Reuter (MR): Je remercie la ministre. Je reviendrai
poser la question car les consommateurs réagissent très nombreux à
ces arnaques au gsm. D'après mes recherches, il semble que la loi
soit très confuse et que beaucoup de propositions de loi sont
déposées pour un point bien précis, le consommateur ne s'y
retrouvant plus du tout. J'espère que ce code éthique permettra de
simplifier les recours possibles pour le consommateur.
22.03 Florence Reuter (MR): Ik
zal deze vraag opnieuw stellen
vermits de consumenten massaal
hun beklag doen over het bedrog
en de wet nogal vaag lijkt. Ik hoop
dat
de
Ethische
Code
de
beschikbare rechtsmiddelen zal
vereenvoudigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22.04 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, werd vraag
nr. 1447 van de heer Tommelein in een schriftelijke vraag omgezet of
werd ze naar een latere vergadering uitgesteld?
De voorzitter: Die vraag werd uitgesteld. Dan is het nu de beurt aan
mevrouw Van Cauter om haar vraag nr. 1491 te stellen aan minister
Vervotte.
Le président: La question n° 1447
de M. Tommelein est reportée.
CRIV 52
COM 083
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
22.05 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, ik heb hier
cijfergegevens.
De voorzitter: Wij zullen ze kopiëren.
23 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven over "de administratieve vereenvoudiging van overheidsenquêtes" (nr. 1491)
23 Question de Mme Carina Van Cauter à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises
publiques sur "la simplification administrative des enquêtes publiques" (n° 1491)</b>
23.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, de maandelijkse enquête naar de industriële
productie werd grondig doorgelicht en hervormd zodat acht van de
negentien variabelen van de enquête worden weggelaten.
Meer nog, sedert januari 2008 moeten bedrijven van minder dan 20
werknemers en met een omzet van minder dan 3,5 miljoen euro deze
enquêtes niet meer invullen. Deze ingreep wordt zeer positief
onthaald bij de bedrijven.
Heeft de minister de intentie deze koers voort te zetten en
desgevallend ook bedrijven van minder dan 50 werknemers vrijstelling
te verlenen? Ook voor deze bedrijven brengt de enquête een
maandelijkse en zeer zware financiële- en werklast met zich mee,
maar dat weet u ongetwijfeld.
Binnen welke termijn ziet de minister desgevallend de mogelijkheid
aan deze eis geuit door de ondernemingswereld, tegemoet te komen?
23.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): L'enquête mensuelle relative
à la production industrielle a été
réformée en profondeur; depuis
janvier 2008, les entreprises qui
comptent
moins
de
vingt
travailleurs et dont le chiffre
d'affaires est inférieur à 3,5
millions
d'euros
en
sont
dispensées.
Les entreprises comptant moins
de cinquante travailleurs seront-
elles également exemptées de
cette lourde charge financière et
de travail?
23.02 Minister Inge Vervotte: De door u vermelde vereenvoudiging
van de Prodcom-enquête is het gevolg van een studie, die werd
uitgevoerd door het directoraat-generaal Economische en Sociale
Informatie van de FOD Economie en de dienst voor Administratieve
Vereenvoudiging. Ik vind het belangrijk om die elementen te
vernoemen. De studie omvatte de volgende onderdelen: in de eerste
plaats werd een vergelijking uitgevoerd tussen de Belgische en de
Europese wetgeving en in deze zogenaamde goldplatinganalyse werd
nagegaan welke extraverplichtingen België heeft toegevoegd bovenop
de ter zake geldende Europese richtlijnen en verordeningen.
De meeste van de Belgische statistiekverplichtingen vinden immers
hun oorsprong in een verplichting van het Europees statistiekbureau
Eurostat. Dit goldplatingonderzoek had betrekking op de frequentie
van de enquête, op de vereiste dekkingsgraad - of met andere
woorden de samenstelling van de doelgroep -, op de opgevraagde
gegevens of variabelen, en ook op de afwijkingen en uitzonderingen
die Europees zijn toegestaan.
Vervolgens werd er ook onderzocht of de nog vereiste variabelen niet
beschikbaar waren in de alternatieve administratieve bronnen.
Op basis van dit onderzoek werden vervolgens, en in overleg met de
gebruikers van de statistieken en de vertegenwoordigers van de
ondernemingsorganisaties, maximale vereenvoudigingsvoorstellen
geformuleerd. De voorstellen waarnaar u verwijst werden op
26 november 2007 goedgekeurd door het sturingscomité van de
dienst Administratieve Vereenvoudiging en op 28 november 2007
23.02 Inge Vervotte, ministre: La
simplification
de
l'enquête
Prodcom fait suite à une étude du
SPF Économie et de l'Agence
pour
la
Simplification
administrative.
Cette
étude
compare les législations belge et
européenne et examine quelles
obligations la Belgique a ajouté
aux obligations européennes.
La
plupart
des
obligations
statistiques
belges
découlent
d'obligations d'Eurostat. L'on a
ensuite recherché si certaines
données n'étaient pas disponibles
par le biais d'autres sources
administratives et des propositions
de
simplifications
ont
été
formulées, en concertation avec
les utilisateurs des statistiques et
les organisations d'entreprises.
Les propositions avancées ont été
approuvées le 26 novembre 2007
par le comité de pilotage de
l'Agence pour la Simplification
administrative et le 28 novembre
29/01/2008
CRIV 52
COM 083
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
door de Hoge Raad voor Statistiek.
Tot mijn spijt moet ik u meedelen dat uit deze studie gebleken is dat
het vandaag niet mogelijk is om de vrijstellingsdrempel op te trekken
tot bedrijven van minder dan 50 werknemers. Zodra bedrijven van
meer dan 20, en minder 50 werknemers zouden vrijgesteld worden
van deze statistiek, daalt de dekkingsgraad tot 90% en voldoet België
niet langer aan de eisen van Eurostat voor de twaalf bedrijfstakken.
Door de verhoging van de aangiftedrempels zullen meer dan 25% van
de in vorige jaren bevraagde ondernemingen vrijgesteld worden van
het beantwoorden van de vragenlijst. Het aantal opgevraagde
gegevens wordt bijna tot de helft herleid door het gebruik van de RSZ-
gegevens als alternatieve bron.
Ik moet dus negatief antwoorden op uw vraag, omdat wij dan niet
meer zouden voldoen aan de vereiste van Eurostat omwille van de
dekkingsgraad.
par le Conseil Supérieur de la
Statistique.
Il
est
toutefois
impossible de relever le degré
d'exemption et de l'étendre aux
entreprises comptant moins de
cinquante travailleurs car le degré
de couverture requis ne serait
alors plus atteint et la Belgique ne
satisferait plus aux exigences
d'Eurostat. Toutefois, en relevant
les seuils de déclaration, plus de
25 pour cent des entreprises
auparavant interrogées seront
dispensées
de
répondre
à
l'enquête. En outre, le nombre de
données demandées sera presque
réduit de moitié grâce à l'utilisation
des données de l'ONSS.
23.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw zeer verklarend antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.55 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.55 heures.