KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 082
CRIV 52 COM 082
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
29-01-2008
29-01-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "het uitvoeren van
gevangenisstraffen in het buitenland" (nr. 1587)
1
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "les peines de prison exécutées à
l'étranger" (n° 1587)
1
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
DNA-
gegevensbank" (nr. 1588)
4
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur
"la banque de données ADN" (n° 1588)
3
- mevrouw Christine Van Broeckhoven aan de
minister van Justitie over "de DNA-databank van
het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en
Criminologie" (nr. 1663)
4
- Mme Christine Van Broeckhoven au ministre de
la Justice sur "la banque de données ADN de
l'Institut national de Criminalistique et de
Criminologie" (n° 1663)
3
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Christine Van
Broeckhoven, Jo Vandeurzen, minister van
Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Christine Van
Broeckhoven, Jo Vandeurzen, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Justitie over "de leegloop bij de
fraudesectie van het Brussels parket (nr. 1576)
9
Question de M. Bart Laeremans au ministre de la
Justice sur "le dépeuplement de la section
'fraudes' du Parquet de Bruxelles (n° 1576)
9
Sprekers: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
12
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Justitie over "de voorwaardelijke invrijheidstelling
en de enkelband" (nr. 1607)
12
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur
"la libération conditionnelle et le bracelet de
cheville électronique" (n° 1607)
12
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de strafonderbreking in afwachting
van de plaatsing van een enkelband" (nr. 1648)
12
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"l'interruption de la peine dans l'attente du
placement d'un bracelet de cheville électronique"
(n° 1648)
12
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "het elektronisch
toezicht" (nr. 1694)
12
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "le contrôle électronique" (n° 1694)
12
Sprekers: Michel Doomst, Bart Laeremans,
Sabien Lahaye-Battheu, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Michel Doomst, Bart Laeremans,
Sabien Lahaye-Battheu, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "de overheveling van de
hangende
dossiers
inzake
collectieve
schuldenregeling naar de arbeidsrechtbanken op
1 september 2008" (nr. 1629)
17
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "le transfert des affaires pendantes
en matière de règlement collectif de dettes vers
les juridictions du travail au 1er septembre 2008"
(n° 1629)
17
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister van Justitie over "de verplichte poging tot
minnelijke schikking in huurzaken" (nr. 1631)
20
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de la Justice sur "la tentative de conciliation
obligatoire en matière locative" (n° 1631)
20
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
overbrenging van gevangenen en de bewaking in
de gerechtsgebouwen" (nr. 1641)
22
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de l'Intérieur sur "le transfèrement des détenus et
la surveillance dans les palais de justice"
(n° 1641)
22
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
minister van Justitie over "de gevangenis van
Brugge" (nr. 1650)
24
Question de Mme Katrien Schryvers au ministre
de la Justice sur "la prison de Bruges" (n° 1650)
24
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Justitie over "de problematiek van de regeling
van rechtsgebied" (nr. 1664)
26
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "la problématique du règlement de
juges" (n° 1664)
26
Sprekers: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
27
Questions jointes de
27
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Justitie over "de huiszoeking bij Tom Boonen"
(nr. 1667)
27
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur
"la perquisition chez Tom Boonen" (n° 1667)
27
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "het onderzoek Vannoppen - bezoek
ouders Boonen - persmededeling parket"
(nr. 1697)
27
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "l'enquête Vannoppen - visite des
parents Boonen - communiqué de presse du
parquet" (n° 1697)
27
Sprekers: Michel Doomst, Carina Van
Cauter, Jo Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs: Michel Doomst, Carina Van
Cauter, Jo Vandeurzen, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de
minister van Justitie over "de taalvereisten die de
gemeente Zaventem oplegt aan particuliere
kandidaat-kopers van gemeentelijke kavels"
(nr. 1700)
30
Question de M. Denis Ducarme au ministre de la
Justice sur "les critères de sélection linguistiques
retenus par la commune de Zaventem pour la
vente de terrains communaux à des particuliers"
(n° 1700)
30
Sprekers: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de toegang tot het
Centraal Strafregister" (nr. 1712)
33
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "l'accès au Casier
judiciaire central" (n° 1712)
33
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister van Justitie over "de voorwaardelijke
invrijheidstelling en foutief gedrag voor de
proefperiode" (nr. 1717)
34
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "la libération conditionnelle et le
comportement fautif avant la période de
probation" (n° 1717)
34
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de beveiliging van
de penitentiaire instellingen" (nr. 1718)
35
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la sécurisation des
établissements pénitentiaires" (n° 1718)
36
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bruno Steegen aan de minister
van Justitie over "de aanpak van de problematiek
van drugs in de gevangenissen" (nr. 1719)
37
Question de M. Bruno Steegen au ministre de la
Justice sur "la lutte contre les problèmes de
drogues dans les prisons" (n° 1719)
37
Sprekers: Bruno Steegen, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bruno Steegen, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
29
JANUARI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
29
JANVIER
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.16 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.16 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
La présidente: La question n° 1270 de M. Prévot est reportée.
01 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les peines de prison exécutées à
01 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "het uitvoeren van
gevangenisstraffen in het buitenland" (nr. 1587)
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la surpopulation carcérale n'est contestée par personne et
certainement pas par les chiffres. Même si, sur son plan technique,
elle comporte en réalité plusieurs éléments, à savoir la détention
provisoire, la libération conditionnée ou conditionnelle, je souhaiterais
aborder, dans cette question, la problématique de l'exécution des
peines par des détenus de nationalité étrangère.
Lors d'une récente déclaration, monsieur le ministre, vous avez
précisé qu'une de vos priorités serait le renvoi de ces personnes dans
leur pays, dans la mesure du possible, afin qu'elles puissent y purger
leur peine. Ce procédé existe déjà. Néanmoins, vous avez précisé
que vous souhaitiez à la fois en faire une priorité mais aussi
l'amplifier. Mes questions sont donc les suivantes.
Monsieur le ministre, pratiquement, comment peut-on amplifier et
concrétiser votre proposition? Existe-t-il des partenariats plus
privilégiés pour certains pays? Par rapport à la population carcérale,
combien de condamnés pourraient être potentiellement visés? Des
délits plus précis sont-ils ciblés?
Certains pays, comme l'Autriche, vont jusqu'à financer la construction
de prisons à l'étranger. Est-ce également une des pistes suivies ou
une participation purement financière est-elle indiquée? Dans le
même ordre d'idées, pouvez-vous me préciser le budget consacré à
ce type d'exécution des peines?
01.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Een van de factoren die de
overbevolking
van
onze
gevangenissen in de hand werken,
is
de
strafuitvoering
voor
buitenlandse gedetineerden. Die
veroordeelden kunnen nu reeds
naar hun land van herkomst
worden teruggestuurd om daar
hun straf uit te zitten, maar u heeft
verklaard
dat
de
verdere
ontwikkeling van die procedure
een van uw prioriteiten is. Hoe zal
u dit voornemen concreet vorm
geven? Werden er met bepaalde
landen
geprivilegieerde
partnerships gesloten? Hoeveel
gedetineerden zouden daarvoor in
aanmerking komen? Wordt er
daarbij aan specifieke misdrijven
gedacht?
Wordt eraan gedacht de bouw van
gevangenissen in het buitenland te
financieren, zoals dat in Oostenrijk
gebeurt? Of heeft men een louter
financiële bijdrage in gedachten?
Welke kredieten zullen voor die
vorm van strafuitvoering worden
uitgetrokken?
01.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, cette matière est réglée par la loi du 26 mai 2005, qui
modifiait la loi du 23 mai 1990 sur le transfèrement inter-étatique des
personnes condamnées.
01.02 Minister Jo Vandeurzen:
Die
aangelegenheid
wordt
geregeld door de wet van 26 mei
2005 tot wijziging van de wet van
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
La principale modification concerne le fait que le consentement du
condamné n'est désormais plus requis. Plusieurs conditions doivent
néanmoins être remplies. Tout d'abord, un transfèrement ne sera
possible que moyennant l'existence d'une convention ou d'un traité
international entre la Belgique et les pays de destination.
Plusieurs pays ont déjà ratifié le protocole additionnel du
18 décembre 1997, mais en ce qui concerne les pays qui n'ont pas
encore ratifié cette convention, l'établissement de traités bilatéraux est
indispensable afin de développer les possibilités de transfèrement
inter-étatique. Cette matière ne concerne plus le seul département de
la Justice.
Les possibilités de transfèrement sont également limitées par les
conditions contenues dans l'article 22 de la loi, qui précise les cas où
l'étranger ne peut être ni renvoyé ni expulsé du Royaume. Vous les
connaissez sans doute.
J'en viens aux chiffres: sept transferts ont eu lieu; quatre cas sur deux
cent cinquante dossiers examinés sont encore en attente. Cela illustre
à quel point cette pratique n'est guère efficace pour lutter contre la
surpopulation pénitentiaire. Il convient, au contraire, de réfléchir à la
réciprocité de cette pratique, étant donné que l'État belge est amené,
à son tour, à assurer l'exécution d`une peine prononcée à l'encontre
de ressortissants belges condamnés à l'étranger conformément à
l'article 6 de la loi.
Néanmoins, chaque fois qu'un condamné étranger se trouve dans les
conditions d'un transfèrement inter-étatique, les procédures sont
appliquées dans le respect de la loi.
En conclusion, vous savez que je suis en train de préparer une note
sur la surpopulation carcérale. À ce stade, nous n'envisageons pas de
construire et d'exploiter une prison à l'étranger.
D'ici quelques semaines, et après étude de l'impact budgétaire, je
déposerai au Parlement une note par le biais de laquelle je tenterai
d'apporter une réponse adéquate à la question de la surpopulation
carcérale.
23
mei
1990
inzake
de
overbrenging tussen staten van
veroordeelde personen.
De
instemming
van
de
veroordeelde is niet langer vereist.
Er moet evenwel aan een aantal
voorwaarden worden voldaan.
Vooreerst moet er tussen België
en het land van bestemming een
overeenkomst
of
een
internationaal verdrag bestaan. Er
moeten dus bilaterale verdragen
worden gesloten met de landen
die het aanvullend protocol van 18
december 1997 niet hebben
geratificeerd.
Deze
aangelegenheid overstijgt derhalve
het bevoegdheidsterrein van het
departement Justitie.
Artikel 22 van de wet, waarin
bepaald wordt in welke gevallen
vreemdelingen teruggestuurd noch
uitgezet kunnen worden, beperkt
eveneens de mogelijkheden voor
een overbrenging.
Die
praktijk
is
niet
echt
doeltreffend om de overbevolking
van de gevangenissen tegen te
gaan:
er
hebben
zeven
overbrengingen plaatsgevonden;
in vier gevallen, op de 250
onderzochte dossiers, is de zaak
nog hangende. We moeten ons
echter evengoed beraden over de
reciprociteit van die praktijk,
aangezien de Belgische Staat op
zijn beurt instaat voor de uitvoering
van de in het buitenland tegen
Belgische burgers uitgesproken
straffen.
Desalniettemin
worden
de
procedures
toegepast
telkens
wanneer er een overbrenging
tussen staten mogelijk is.
In dit stadium hebben we geen
plannen om een gevangenis in het
buitenland te exploiteren. Over
enkele weken zal ik in het
Parlement een nota over de
overbevolking
in
de
gevangenissen indienen.
01.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je tiens tout 01.03 Jean-Luc Crucke (MR):
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
d'abord à remercier le ministre pour sa réponse. Il est toujours bon de
rappeler les bases sur lesquelles s'appuie une décision.
J'ai pris acte du peu d'efficacité de la politique actuelle. J'apprécie la
faculté qu'ont les chiffres de révéler une vérité, même si cette
dernière n'est pas toujours agréable à entendre. Toujours est-il que
l'on parle, dans le meilleur des cas, de 11 sur 250.
Monsieur le ministre, vous avez dit qu'il s'agissait pour vous d'une
priorité. Par conséquent, je pense pouvoir dire que toutes les
opportunités seront analysées en ce compris celle d'un financement
de bâtiments situés à l'étranger.
Malheureusement, le député que je suis est quelque peu déçu dans la
mesure où il devra encore attendre quelques semaines pour avoir une
réponse plus précise. Mais, dans la mesure où il s'agit d'une priorité,
je suppose que des dispositions seront prises rapidement. En tout
cas, les choses ne peuvent demeurer en l'état. Toutefois, je conçois
que ce dossier soit délicat. Il ne concerne pas seulement le
département de la Justice. Il faut tenir compte de l'existence de traités
bilatéraux, ce qui implique l'intervention d'autres ministères.
Le fait est que tout s'appuiera sur une note conséquente. Autrement
dit, il ne sera pas possible d'avancer tant que le ministre de la Justice
n'aura pas fait état clairement des mesures qu'il compte prendre pour
résoudre ce problème. J'espère donc que cela pourra avoir lieu dans
les semaines à venir.
De cijfers spreken boekdelen! Ik
neem er nota van dat het huidige
beleid
weinig
efficiënt
is.
Aangezien het een prioriteit is, ga
ik
ervan
uit
dat
er
snel
maatregelen zullen volgen en dat
alle
mogelijkheden
zullen
onderzocht worden, met inbegrip
van de mogelijkheid om gebouwen
in het buitenland te financieren. Ik
betreur niettemin dat u me slechts
over
enkele
weken
nadere
informatie kan bezorgen. Dit
heikele dossier kan u enkel in
samenwerking
met
andere
ministeries
behandelen,
maar
zolang de minister van Justitie niet
zegt welke maatregelen hij op het
oog heeft, is er geen vooruitgang
mogelijk.
01.04 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur Crucke, afin d'étudier la
possibilité de voir des condamnés être incarcérés à l'étranger, j'ai
demandé aux diplomates de mon cabinet de se renseigner afin de
voir si d'autres pays d'Europe sont confrontés au même problème et
recherchent également des solutions de ce type. En effet, la Belgique
est un petit pays, ce qui ne facilite pas les contacts avec les autres
pays. Nous tentons donc de voir si d'autres États ont la même
demande, afin de discuter de cette question dans le cadre d'un
groupe plus large, au sein de l'Union européenne, par exemple.
01.04 Minister Jo Vandeurzen:
Ik laat navragen of andere
Europese landen met hetzelfde
probleem te maken hebben en de
mogelijkheid van een opsluiting in
het buitenland onderzoeken. Als
dit inderdaad het geval is, zal deze
aangelegenheid in een ruimer
kader, binnen de Europese Unie
bijvoorbeeld,
kunnen
worden
besproken.
01.05 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, il est
effectivement important de pouvoir disposer d'autres exemples
européens. J'apprécie vos propos car c'est de cette façon que l'on
pourra organiser une coordination plus intéressante, notamment sur
le plan budgétaire.
Pour ma part, je ne vous demande pas une réaction "up to date" mais
plutôt, comme vous l'avez dit, une orientation de fond.
01.05 Jean-Luc Crucke (MR):
Dan zou er ook meer kunnen
worden samengewerkt, met name
op het stuk van de begroting. Van
u verwacht ik dat u de koers van
ons beleid uitzet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "la banque de données ADN" (n° 1588)<br>- Mme Christine Van Broeckhoven au ministre de la Justice sur "la banque de données ADN de
l'Institut national de Criminalistique et de Criminologie" (n° 1663)</b>
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de DNA-gegevensbank"
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
(nr. 1588)
- mevrouw Christine Van Broeckhoven aan de minister van Justitie over "de DNA-databank van het
Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie" (nr. 1663)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, l'INCC (Institut national de criminalistique et de criminologie),
établissement scientifique de l'État sous l'autorité du ministre de la
Justice et dont la vocation est de mettre la recherche scientifique au
service de la justice, a à sa disposition un outil dont je voudrais parler
aujourd'hui: la banque de données ADN.
Cette banque de données a contribué à l'arrestation récente des
auteurs du meurtre de l'agent Van Nieuwenhuisen. À la suite de cela,
le directeur général de l'établissement, M. Jan De Kinder, a déclaré
vouloir améliorer le système et élargir la banque de données. Il étaye
ses dires par le biais d'une comparaison avec la Grande-Bretagne où
40% des délits sont élucidés grâce à une telle banque de données,
alors qu'en Belgique, on en serait à un sur six. Ce chiffre est
intéressant car il indique non seulement une référence mais aussi la
marge d'amélioration des recherches.
Mes questions sont les suivantes. Par rapport à cette déclaration sur
l'élargissement de la banque de données, un dossier est-il à l'étude?
Comment se déroulent les contacts avec l'administration? Imagine-t-
on un élargissement des profils pris en considération, y compris des
profils de personnes condamnées pour des faits moins graves que
ceux pris en compte actuellement? Hier encore, je lisais que l'Ordre
des avocats néerlandophone s'interrogeait sur la présomption
d'innocence. Comment coupler la nécessité d'une recherche
scientifique pointue et cette présomption d'innocence? Combien de
personnes pourraient-elles être concernées par cette banque de
données "améliorée" et quel est le budget qui y serait consacré?
Enfin, quel délai accorderez-vous à l'administration pour réfléchir à cet
élargissement qu'elle a elle-même suggéré?
02.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Het
Nationaal
Instituut
voor
Criminalistiek
en
Criminologie
(NICC) beschikt over de DNA-
databank aan de hand waarvan
onlangs
de
zaak
Van
Nieuwenhuysen
kon
worden
opgelost. Volgens de directeur van
die instelling moet het systeem
verbeterd en uitgebreid worden om
meer zaken op te lossen. Wordt er
momenteel studie gemaakt van
deze uitbreiding? Hoe verloopt het
contact met de administratie?
Zullen de profielen van mensen
die
voor
lichtere
vergrijpen
veroordeeld werden, ook in het
systeem worden opgenomen?
Hoe kan het noodzakelijke gericht
wetenschappelijk
onderzoek
verzoend
worden
met
het
vermoeden van onschuld? Welk
bedrag zou hiervoor op de
begroting worden uitgetrokken en
hoeveel mensen zouden er in die
uitgebreide
databank
worden
geregistreerd? Hoeveel tijd geeft u
de administratie om zich te
beraden over een voorstel?
02.02 Christine Van Broeckhoven (sp.a-spirit): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag betreft de NICC-
databanken, de gegevensbanken waarin de elektronische profielen,
de DNA-profielen van veroordeelden en van biologische sporen die
worden gevonden in de omgeving van een misdrijf, zijn opgeslagen.
Ik wil die vraag stellen gelet op de roep om meerdere profielen op te
slaan in deze DNA-databanken. Die vraag is gekomen via de media,
maar ook via het NICC, precies omwille van het positieve resultaat
van het gebruik ervan bij de vergelijkende studies van DNA-profielen
aanwezig in de databank voor veroordeelden met deze bekomen uit
de sporen in de vluchtauto van de potentiële daders/verdachten in de
zaak-Kitty Van Nieuwenhuysen, de jonge politieagente die om het
leven kwam bij een schietpartij.
In de media gaf het NICC ook aan dat er slechts 12.000 DNA-
profielen opgenomen zijn in de NICC-databanken van veroordeelden.
Een verhoging van dat aantal kan alleen maar het succes van het
gerechtelijk onderzoek verhogen en ook sterk vereenvoudigen. Het
zou immers bijdragen tot de identificatie van verschillende daders.
Zonder afbreuk te doen aan het belang van de identificatie van daders
van misdrijven op basis van de beschikbaarheid van DNA-profielen
02.02
Christine
Van
Broeckhoven (sp.a-spirit): Dans
le dossier Van Nieuwenhuysen,
les suspects ont été identifiés sur
la base de profils ADN provenant
de traces découvertes dans la
voiture qu'ils ont utilisée pour
prendre la fuite. Ces profils ADN
avaient été enregistrés, après les
condamnations antérieures des
suspects, dans la base de
données de l'Institut National de
Criminalistique et de Criminologie
(INCC). D'après celui-ci, seuls
douze mille profils ADN seraient
conservés dans cette base de
données et une augmentation de
ce
nombre
accroîtrait
considérablement les chances
d'identifier des malfaiteurs.
Un suivi suffisant est-il réservé à la
demande du ministère public de
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
van veroordeelden in de NICC-databanken, rijst een aantal zeer
praktische vragen betreffende de inhoud, het gebruik en de opvolging
ervan.
De DNA-wet van 22 maart 1999 en het daaropvolgend koninklijk
besluit van 2002 zijn niet eenduidig wat betreft de antwoorden op
deze vraag. Vandaar dat ik ze dan ook rechtstreeks wens te stellen
aan de minister van Justitie, verantwoordelijk voor het NICC.
Een van de aspecten inzake het opslaan van DNA-profielen heeft te
maken met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van
personen. Ter zake moet een open en transparant beleid worden
gevoerd.
Mijn eerste vraag betreft de berichtgeving dat er maar 12.000 DNA-
profielen opgeslagen zouden zijn in de databank van veroordeelden.
Ligt de reden van dit lage aantal in het weinig efficiënt geven van
opdrachten door het openbaar ministerie om DNA-profielen van
veroordeelden voor bepaalde ernstige misdrijven op te slaan in die
databank waardoor het aantal DNA-profielen niet overeenkomt met
het aantal veroordeelden in deze categorie van ernstige misdrijven?
Wordt dit systematisch en efficiënt opgevolgd?
Mijn tweede vraag heeft te maken met de laboratoriumexperts die
worden aangesteld in laboratoria die geaccrediteerd zijn om DNA-
profielen te maken. Daar worden vaak ook DNA-profielen gemaakt
van verdachten van een misdrijf. Wat gebeurt er met DNA-profielen
die niet worden verwezen naar de NICC-gegevensbanken omdat ze
niet behoren tot een veroordeelde binnen de bepaalde categorieën
waarvoor men deze verwijzing wel heeft toegestaan? Blijven deze
DNA-profielen van verdachten, zelfs als het gerechtelijk onderzoek is
afgerond, bewaard in het laboratorium van de experts? Ik meen
vernomen te hebben dat dit inderdaad het geval is en dat bijna elk
expertlaboratorium een eigen DNA-databank heeft van profielen die
niet op basis van veroordelingen naar de NICC-databank zijn
verwezen. In principe gaat het over DNA-profielen van onschuldigen.
Waarom gaat men deze DNA-profielen bewaren in deze databanken
van de expertlaboratoria? Is het mogelijk dat dit te maken heeft met
de kostprijs voor het aanmaken van DNA-profielen? Tracht men deze
kostprijs te verminderen door DNA-profielen die reeds zijn
aangemaakt te gebruiken of worden deze DNA-profielen na een
bepaalde tijd verwijderd?
Ten derde, de DNA-profielen die aanwezig zijn in databanken zijn
elektronische profielen. Dat moet duidelijk zijn. Het zijn geen
biologische materialen. Ze worden wel aangemaakt op basis van
biologische materialen, lichaamsvochten van potentiële verdachten of
daders. Worden deze biologische sporen of DNA-sporen bewaard
door de laboratoriumexperts voor eventuele verdere expertises,
worden zij bewaard bij het NICC of worden zij vernietigd? Zo ja,
wanneer en wie kijkt er op toe? Met andere woorden, wat is de
procedure voor enerzijds, het verwijderen van biologische DNA-stalen
en, anderzijds, het verwijderen van DNA-profielen van onschuldigen
omdat ze niet zijn veroordeeld?
conserver les profils ADN de
personnes condamnées pour un
délit grave dans la base de
données de l'INCC? Qu'advient-il
des profils ADN de suspects non
condamnés? Le profil électronique
des
échantillons
d'ADN
est
conservé dans la base de
données. Quelle est la procédure
suivie
pour
les
échantillons
biologiques d'ADN? Ceux-ci sont-
ils conservés ou détruits?
02.03 Jo Vandeurzen, ministre: Le directeur général de l'Institut
national de criminalistique et de criminologie, M. Jan De Kinder, a
02.03 Minister Jo Vandeurzen:
Er werd nog geen enkele
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
déclaré dans la presse qu'il serait utile d'étendre les banques de
données ADN.
Il convient immédiatement de préciser qu'aucune décision à ce sujet
n'a encore été prise.
Le Conseil des ministres du 9 novembre 2007 a formulé les
dispositions suivantes pour les points 3 et 4 de l'ordre du jour. Je cite:
"Le Conseil des ministres demande au ministre de la Justice de
demander l'avis de la commission d'évaluation des analyses ADN en
ce qui concerne une adaptation éventuelle de la législation sur les
analyses ADN légales. La commission doit introduire un premier
rapport concernant ses activités auprès du gouvernement pour le 31
janvier 2008".
La commission d'évaluation des analyses ADN s'est réunie à deux
reprises. Elle a déjà abordé les aspects purement scientifiques. Les
textes qui s'y rapportent sont en cours de préparation.
Le thème de l'extension des banques de données a été reporté à une
réunion ultérieure.
Il est dès lors prématuré de faire des déclarations à propos de
l'extension des banques de données ADN.
beslissing
dienaangaande
genomen. De commissie voor de
evaluatie van de DNA-analyses
werd om een evaluatie met
betrekking tot een aanpassing van
de wetgeving gevraagd. Die
commissie zal op 31 januari aan
de regering verslag uitbrengen. Zij
heeft zich vooral gebogen over de
wetenschappelijke aspecten; het
thema van de uitbreiding van de
databanken werd tot een latere
datum uitgesteld.
Louter informatief kan ik u meedelen dat de volgende pistes mogelijk
zijn. Ce sont des possibilités.
Ten eerste, er is de mogelijkheid tot uitbreiding met bepaalde
misdrijven van de DNA-databank "Veroordeelden".
Artikel 5 van de wet van 22 maart 1999 duidt de misdrijven aan die
een opname in de DNA-databank "Veroordeelden" met zich brengen.
De lijst omvat misdrijven waarbij een inbreuk op de fysieke integriteit
van de slachtoffers werd gemaakt. De uitbreiding van de lijst met het
misdrijf "diefstal met braak" zou volgens het NICC tot een efficiënter
gebruik van de DNA-gegevensbanken en tot het oplossen van meer
misdrijven kunnen leiden.
Een tweede, mogelijke piste is de uitbreiding van het aantal
databanken.
Momenteel zijn er twee databanken, namelijk de databank
"Veroordeelden"
en
de
DNA-databank
"Criminalistiek-
sporenmateriaal". Men zou in een DNA-databank van de
intervenanten kunnen voorzien. Dat zijn de profielen van de mensen
die in de loop van het gerechtelijk onderzoek in contact kwamen met
sporen. Het gaat om crime scene-onderzoekers en medewerkers in
de DNA-laboratoria. De voorgestelde piste vermijdt dat de
contaminatie-DNA van de betrokken personen zich in de DNA-
databank "Criminalistiek" bevindt.
De cel Vermiste Personen van de federale politie vraagt de oprichting
van een DNA-databank voor vermiste personen. Een dergelijke
databank laat toe om bij de ontdekking van mensenresten op een
efficiënte manier na te gaan of het een vermist persoon betreft.
Er werd zelfs voorgesteld om een databank voor verdachten, dus nog
Il existe différentes possibilités.
L'une d'entre elles consiste à
élargir la banque de données ADN
des condamnés. L'article 5 de la
loi du 22 mars 1999 contient la
liste des délits entraînant un
enregistrement dans la banque de
données. L'INCC estime qu'en y
ajoutant, par exemple, le vol avec
effraction, davantage de délits
pourraient être résolus.
Une deuxième possibilité consiste
à augmenter le nombre de
banques de données. Outre la
banque
de
données
des
condamnés et celle des traces, on
pourrait créer une banque de
données ADN des intervenants,
c'est-à-dire des personnes qui
entrent en contact avec des traces
au cours de l'enquête judiciaire.
Une telle banque de données
permet d'éviter que cet ADN
contaminé ne se retrouve dans la
banque
de
données
Criminalistique.
La cellule Personnes disparues de
la police fédérale a demandé la
création d'une banque de données
ADN des personnes disparues. Il a
également été proposé de créer
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
niet-veroordeelden, op te richten, zoals die in sommige landen
bestaat.
In de huidige situatie kan enkel een punctuele vergelijking van de
DNA-profielen van een verdachte met een DNA-databank gebeuren.
Opname in de bank is niet mogelijk. Daarvoor wordt telkens opnieuw
een DNA-profiel bepaald.
Ik benadruk nogmaals dat ik nog geen uitspraak doe over de kwestie.
U hebt begrepen dat de vorige regering daartoe een advies heeft
gevraagd. Eerst dient het advies van de DNA-evaluatiecommissie
daaromtrent worden afgewacht. Daarna zullen de geformuleerde
voorstellen aan een onderzoek worden onderworpen zowel inzake het
budgettaire aspect als inzake de implicaties voor de werklast van de
parketten en de fundamentele regels zoals het vermoeden van
onschuld en de wetten inzake de privacy.
Twee officiële DNA-databanken bevatten momenteel 13.101 profielen
voor de DNA-databank met sporenmateriaal en 12.515 profielen voor
de DNA-databank voor de veroordeelden.
Wanneer een nieuw profiel wordt aangeboden, is er een kans van
10% tot 15% dat er een verband met een ander misdrijf of met een
veroordeelde wordt gevonden. Dat is een heel hoog percentage. In
Groot-Brittannië wordt echter een hitpercentage van 40% bereikt.
Er is dus nog een groeipotentieel om het functioneren van het
bewuste belangrijke hulpmiddel bij het oplossen van misdrijven te
verbeteren. Hoe dat groeipotentieel het beste wordt ingevuld, zal na
het grondig bestuderen van de problematiek worden bepaald.
Je vais ajouter maintenant quelques éléments pour répondre
concrètement aux questions de Mme Van Broeckhoven.
Uw eerste vraag betreft, mijns inziens, de vraag of het openbaar
ministerie op systematisch wijze DNA-profielen van veroordeelden
aan het NICC bezorgt en of dit op een efficiënte wijze wordt
opgevolgd. Het NICC heeft daarop geen zicht. Het is aan de
individuele parketten om hiervan werk te maken. Gezien de grote
verschillen die worden vastgesteld voor de verschillende parketten
kan worden afgeleid dat ook de opvolging verschilt. Het NICC maakt
wel driemaandelijks het overzicht op van het aantal veroordeelden per
parket. Dit blijkt een belangrijk terugkoppelingsinstrument te zijn voor
de procureurs. Het is een soort van performantie-indicator.
Wat u tweede vraag betreft, worden de DNA-profielen van verdachten
niet door het NICC bijgehouden. De profielen worden met de
databank vergeleken maar niet opgeslagen. Dit betekent dat het
DNA-materiaal soms meerdere malen wordt afgenomen indien
dezelfde verdachte van meerdere feiten wordt verdacht. Het DNA-
profiel wordt dan meerdere malen bepaald.
Ik kom tot uw derde vraag. Wat de veroordeelden betreft, bepaalt
artikel 5, §2, in fine, van de wet van 22 maart 1999 dat het afgenomen
celmateriaal na het opstellen van het rapport door de deskundigen
dient te worden vernietigd en dat het openbaar ministerie hiervan
binnen een maand in kennis moet worden gesteld. Het biologisch
staal opgenomen bij de veroordeelde bloed, haarwortel,
une banque de données des
suspects. À l'heure actuelle, il
n'est
pas
encore
possible
d'enregistrer le profil ADN d'un
suspect dans une banque de
données. Il en résulte qu'il faut
systématiquement
définir
un
nouveau profil ADN.
Je ne me prononce pas encore
définitivement à ce sujet mais
j'attends d'abord l'avis de la
commission d'évaluation ADN.
D'éventuelles propositions seront
examinées quant à leur incidence
sur le plan du budget, de la charge
de travail et du respect des règles
juridiques fondamentales.
La banque de données ADN des
traces contient 13.101 profils et la
banque
de
données
des
condamnés
12.515
profils.
Lorsqu'un nouveau profil est
présenté, il y a 10 à 15% de
chances qu'un lien puisse être
établi avec un autre délit ou un
autre condamné. En Grande-
Bretagne, ce pourcentage s'élève
même à 40%. Il existe donc
certainement encore une marge
de croissance.
L'INCC n'a aucun moyen de
contrôler si le ministère public
transmet systématiquement les
profils ADN des condamnés. De
grandes disparités fonctionnelles
entre les différents parquets sont
en effet constatées. Toutefois,
l'INCC dresse tous les trois mois
un tableau indiquant le nombre de
condamnés par parquet.
L'INCC ne tient pas à jour les
profils ADN de suspects. Il ne fait
que comparer leurs profils à ceux
stockés dans la banque de
données, ce qui implique que le
matériel ADN est parfois prélevé
plusieurs fois si le même suspect
est suspecté de plusieurs faits.
L'article 5 de la loi du 22 mars
1999 prévoit que le matériel
cellulaire prélevé doit être détruit
après que le rapport a été rédigé
et que le ministère public doit en
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
wangslijmvlies wordt vernietigd. Het DNA-extract dat hieruit wordt
geëxtraheerd, wordt verder bewaard door het DNA-laboratorium.
Wat het sporenmateriaal betreft, bepaalt de wet niets. Het wordt wel
bewaard, met het oog op de eventuele tegenexpertise, en enkel
vernietigd indien dit uitdrukkelijk wordt gevorderd.
être informé dans le mois qui suit
cette
destruction.
L'extrait
biologique d'ADN est conservé par
le laboratoire ADN.
La loi ne prévoit rien en ce qui
concerne le matériel constitué de
traces. Il est conservé en vue
d'une contre-expertise éventuelle
et il n'est détruit que si sa
destruction
est
expressément
requise.
02.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Il est vrai que cette question arrive deux
jours trop tôt, étant donné que le premier rapport de la commission
d'évaluation sera remis au gouvernement le 31 janvier 2008. Ce qui
est alors prématuré est sans doute la déclaration du directeur général.
En effet, en faisant ce type de déclaration, il met bien entendu l'eau à
la bouche des parlementaires qui se disent qu'il n'y a peut-être pas
qu'anguille sous roche mais qu'il existe déjà un rapport qui doit être
remis au gouvernement. Je reviendrai donc sur ce rapport lors d'une
prochaine commission.
Monsieur le ministre, vous m'avez utilement précisé que certaines
pistes étaient à l'étude. On ne peut que s'en réjouir, qu'il s'agisse de
l'augmentation de la liste des délits ou de celle de la banque de
données. Il faut travailler dans toutes ces directions si nous voulons
un jour atteindre le niveau d'efficacité de la Grande-Bretagne, que
vous avez d'ailleurs désignée comme étant l'un des pays de référence
en cette matière.
02.04 Jean-Luc Crucke (MR):
Die vraag is inderdaad voorbarig,
want
het
verslag
van
de
commissie zal pas over twee
dagen overgelegd worden. U heeft
mij getoond dat er interessante
pistes in studie zijn met betrekking
tot een uitbreiding van de lijst van
misdrijven of van de databank. Wij
moeten
alle
mogelijkheden
onderzoeken,
teneinde
even
efficiënt te worden als Groot-
Brittannië.
02.05 Christine Van Broeckhoven (sp.a-spirit): Mijnheer de
minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord op mijn vragen. Ik heb
een opmerking bij twee aspecten.
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de DNA-profielen
van verdachten van een misdrijf die worden aangemaakt in een
expertenlaboratorium daar worden bewaard, vermits ze niet worden
overgedragen. Ik meen te weten dat er een arrest is geweest van het
Hof van Cassatie dat inderdaad deze laboratoria heeft toegestaan om
deze DNA-profielen te bewaren. Ik heb daar vragen bij. Ik hoop dat
men bij het rapport van 30 januari rekening zal houden met het feit dat
verdachten van een misdrijf geen veroordeelden zijn en dat er ook
een aantal mensen is dat uit vrije wil deelneemt aan het onderzoek,
om de efficiëntie daarvan te bevorderen. Dan moet men natuurlijk
rekening houden met de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer van deze personen.
De tweede opmerking heeft te maken met de informatie die u geeft
over een potentiële uitbreiding van deze DNA-informatiebanken en
met het opslaan van DNA-profielen van verdachten. Ook daar moet
men er rekening mee houden dat bij het opslaan van deze DNA-
profielen een zeer goed onderscheid moet worden gemaakt
weliswaar elektronisch via de databank tussen profielen van
verdachten en profielen van veroordeelden. Het kan natuurlijk niet dat
men al deze profielen simpelweg als DNA-profiel gaat beschouwen en
dat onterechte veroordelingen zouden gebeuren van verdachten of
02.05
Christine
Van
Broeckhoven
(sp.a-spirit):
Conserve-t-on les profils ADN des
personnes suspectées d'un délit?
Bien qu'un arrêt de la Cour de
cassation l'autorise, je m'interroge
à ce sujet. Les suspects ne sont
pas des condamnés et participent
parfois de leur plein gré à
l'enquête pour en optimiser le
déroulement.
Dans le cadre de l'élargissement
potentiel des bases de données
ADN aux profils de suspects, il
convient également d'établir une
distinction claire, sur le plan
électronique, entre les profils de
suspects et ceux de condamnés.
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
medewerkers aan een gerechtelijk onderzoek.
02.06 Minister Jo Vandeurzen: Onnodig te zeggen dat ik dit laatste
standpunt inzake voorzichtigheid met u deel.
02.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Je partage les préoccupations de
Mme Van Broeckhoven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de leegloop bij de
fraudesectie van het Brussels parket (nr. 1576)
03 Question de M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "le dépeuplement de la section
03.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal heel kort zijn.
In het verleden werden voorgangers van u reeds bij herhaling
ondervraagd over de veel te kleine fraudesectie bij het Brussels
parket. Dit heeft dan tot opmerkelijke verjaringsdossiers geleid.
Volgens De Tijd van 23 januari blijkt nu dat die fameuze sectie het
opnieuw met een man minder moet stellen. Het diensthoofd, de heer
de Formanoir, zou blijkbaar in dienst zijn gekomen op uw eigen
kabinet. U heeft de sectie met nog een man meer leeggeplukt.
Mijn vragen zijn de volgende. Klopt het dat u het diensthoofd heeft
weggeplukt bij de sectie terwijl die nu reeds zwaar onderbemand is?
Waarom gebeurde dit? Klopt het dat de gemiddelde werklast bij de
Brusselse fraudemagistraten nu reeds 400 dossiers bedraagt? Dit zijn
geen verkeersdossiertjes maar grote dossiers. Hoeveel bedraagt dit
bij de andere parketten? Op welke wijze wil de minister deze dienst
versterken en beter uitrusten? Hoeveel vacatures zijn er momenteel
bij het Brussels parket? Wat is de evolutie van de voorbije twee jaar?
03.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Selon le quotidien "De
Tijd" du 23 janvier, la section
Fraude du parquet de Bruxelles,
dont l'effectif était déjà insuffisant,
devra dorénavant se passer d`une
personne supplémentaire. M. De
Formanoir, chef
du service,
travaille en effet désormais au
cabinet du ministre de la Justice et
ne serait pas remplacé.
Est-il exact que le ministre a
débauché ce chef de service dans
la section? Est-il exact que la
charge de travail des magistrats
chargés des dossiers de fraude à
Bruxelles équivaut déjà à 400
dossiers? Qu'en est-il dans les
autres parquets? Comment le
ministre compte-t-il renforcer ce
service? Combien de postes sont
actuellement vacants au parquet
de Bruxelles? Comment cette
situation a-t-elle évolué ces deux
dernières années?
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Op de eerste vraag: het vertrek van
de betrokken persoon gebeurde uiteraard in nauw overleg en met
uitdrukkelijke instemming van de korpsoverste, met name de
procureur des Konings te Brussel. De beleidscel van de minister moet
op een evenwichtige wijze zijn samengesteld met mensen die zowel
qua vorming als ervaring aansluiten bij de bevoegdheden van de
minister en de krachtlijnen van zijn beleid.
Om die reden heb ik in mijn beleidscel personen opgenomen uit
verschillende achtergronden in de justitiële wereld, gaande van een
griffier, werkzaam in de sector van de jeugdbescherming, een
gevangenisdirecteur tot magistraten van het openbaar ministerie en
dit teneinde mijn beleid met kennis van zaken zo dicht mogelijk bij de
reële problemen toe te spitsen. De aanpak van de gerechtelijke
achterstand, onder meer in financiële strafzaken, verdient zoals
andere kwesties een gespecialiseerde aanpak en het zal u niet
verbazen dat dit voor mij ook een belangrijk aandachtspunt is.
03.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le départ de l'intéressé est
intervenu avec l'accord exprès du
procureur du Roi de Bruxelles. Ma
cellule
politique
devait
être
équilibrée, et réunir des personnes
issues de tous les horizons du
monde
judiciaire.
L'arriéré
judiciaire
dans
les
affaires
financières pénales constitue un
point important de ma politique et
il me fallait donc absolument
disposer d'un expert en la matière.
Le chef de service a été
immédiatement remplacé par un
magistrat qui traitera ses dossiers.
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Anderzijds wens ik te benadrukken dat in tegenstelling tot wat er
werd bericht in De Tijd het diensthoofd in zijn functie onmiddellijk
werd vervangen. Wat de zaken betreft waarmee hij was belast deelde
het parket van Brussel mij mee dat het diensthoofd als titularis van
dossiers in de komende weken effectief zal worden vervangen door
een magistraat die de financiële sectie zal vervoegen. In dat verband
dient te worden opgemerkt dat het grote aantal vacatures binnen het
parket van Brussel inmiddels tot gevolg heeft dat een diensthoofd,
naast zijn taken als diensthoofd, meestal ook volwaardig een even
groot aantal zaken moet behandelen als een magistraat die geen
bestuursfunctie heeft.
Over de werklast bij de Brusselse fraudemagistraten kan ik u het
volgende meedelen. Ik beschik over precieze gegevens voor het
parket van Brussel. Wat de opsporingsonderzoeken betreft, dit zijn
zaken waarin geen onderzoeksrechter werd aangesteld, bedraagt het
aantal lopende dossiers ongeveer 3.200 zaken voor heel de financiële
afdeling. Concreet betekent dit dat elke magistraat constant
gemiddeld 320 opsporingsonderzoeken in behandeling heeft.
Wat het aantal meegedeelde gerechtelijke onderzoeken aangaat
dat zijn zaken waarin een onderzoeksrechter wordt aangesteld die het
onderzoek als afgerond beschouwt en waarin de parketmagistraat
een eindvordering moet opstellen met het oog op de regeling van de
procedure door de raadkamer wachten er momenteel 329 dossiers
op behandeling, wat in dossiervolume overeenkomt met 1.579
zogenaamde kartons. Individueel betekent dit dat elke magistraat, als
die getallen door tien worden gedeeld er zijn tien magistraten op de
financiële sectie 33 dossiers heeft die op een eindvordering
wachten. In kartons uitgedrukt, komt dat neer op een gemiddelde
achterstand van 150 kartons per magistraat.
Daarbij dient te worden benadrukt dat de behandeling van
opsporingsonderzoeken en de opstelling van eindvorderingen
vanzelfsprekend niet de enige zaken zijn, maar dat bovendien de
magistraat moet vorderen op de zitting van zowel de raadkamer als
de correctionele rechtbank ten gronde, lopende gerechtelijke
onderzoeken moet opvolgen, en de uitvoering van straffen moet
waarnemen. Op de financiële sectie in Brussel geldt immers de regel
dat dossiers, gezien hun complexiteit, integraal worden behandeld
door dezelfde magistraat, van het aanvankelijk proces-verbaal tot de
effectieve uitvoering van de straf, zoals bijvoorbeeld de opstelling van
een Europees aanhoudingsmandaat.
Daarenboven moeten die magistraten, gelet op het ontbreken van het
kader van substituten van de procureur des Konings gespecialiseerd
in handelszaken, ook zetelen in de rechtbank van koophandel, voor
faillissementszaken of gerechtelijke akkoorden, niet alleen om een
advies uit te brengen, maar tevens als eisende partij in
faillissementsdossiers die door de dienst handelsonderzoeken van de
handelsrechtbanken aan het parket werden meegedeeld.
Op uw derde en vierde vraag kan ik het volgende antwoorden. Er zijn
momenteel 23 vacatures bij het parket. Concreet betekent dit dat het
voor de procureur des Konings zeer moeilijk is om magistraten van
andere secties te verplaatsen, omdat daardoor onmiddellijk
achterstand kan ontstaan. Het groot aantal vacatures in Brussel is
Quelque 3.200 enquêtes de
recherche sont en cours à la
section financière du parquet de
Bruxelles. Chaque magistrat en
traite donc 320. Le nombre
d'enquêtes
judiciaires
dans
lesquelles
est
attendue
la
réquisition finale d'un magistrat de
parquet est de 329, ce qui
correspond à 33 par magistrat.
L'arriéré moyen est donc de 150
cartons par magistrat.
Par ailleurs, chaque magistrat doit
également requérir en audience, à
la chambre du conseil comme au
tribunal correctionnel, quant au
fond, assurer le suivi des enquêtes
judiciaires en cours et se charger
de l'exécution des peines. A la
section financière de Bruxelles, en
effet, la règle veut que, vu leur
complexité, les dossiers soient
intégralement traités par le même
magistrat.
Par
ailleurs,
ces
magistrats
doivent également siéger au
tribunal de commerce, dans des
affaires de faillite ou de concordat
judiciaire.
Actuellement, 23 fonctions sont
vacantes au parquet. Il est dès
lors pratiquement impossible de
déplacer des magistrats car cela
revient à générer aussitôt un
arriéré
ailleurs.
L'abondance
d'emplois vacants est un vieux mal
à Bruxelles. Je n'ai pas de solution
miracle à proposer mais le dossier
constitue une priorité majeure. Le
problème va être correctement
analysé
et
une
solution
fonctionnelle sera recherchée. Les
instances judiciaires ont entre
temps pris elles-mêmes des
mesures et des transferts de
personnel
internes
sont
en
préparation. Il est vain de vouloir
élargir le cadre dès lors qu'il y a
déjà de nombreuses vacances.
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
een oud zeer. U zult ongetwijfeld begrijpen dat het natuurlijk niet
mogelijk is om daarvoor een mirakeloplossing te vinden, maar het
wordt uiteraard op het kabinet met grote prioriteit bestudeerd om na te
gaan wat we kunnen doen.
Wij bestuderen momenteel verschillende werkpistes. De bedoeling is
om samen met de bevoegde actoren eerst een correcte diagnose te
stellen van de problematiek en vervolgens te zoeken naar een
werkbare oplossing. Anderzijds blijven ook de gerechtelijke instanties
niet passief. De voorbije maanden werden er concrete maatregelen
genomen om de achterstand in te halen. Andere maatregelen, zoals
tijdelijke interne personeelsverplaatsingen, zijn in de maak.
Gelet op het zeer groot aantal vacatures, is het nu reeds duidelijk dat
een kaderuitbreiding van de magistraten, in zoverre dat op zich een
goed idee zou zijn, geen enkel effect zou hebben, aangezien zelfs de
bestaande plaatsen niet ingevuld geraken.
Daaraan kan ik nog toevoegen dat ik daarover met het College van
procureurs-generaal heb gesproken, en dat ik uiteraard probeer om
op de problematiek van de financiële misdrijven een meer
gestructureerd antwoord te bieden.
03.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het
principe dat u daar iemand weghaalt, betwist ik niet, omdat dat
precies kan leiden daar zijn we vandaag getuige van tot uitvoerige
antwoorden in het Parlement. De heer de Formanoir heeft al
uitgebreid geholpen aan de voorbereiding van het antwoord op deze
vraag.
03.04 Minister Jo Vandeurzen: (...) uitgebreide antwoorden moeten
maken.
03.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Hopelijk zal zijn komst nu
ook leiden tot een aanpak van het probleem zelf op het parket, en u
dagelijks, alleen al door zijn aanwezigheid, herinneren aan de
problemen.
De achterstand of de werklast is niet min: 150 kartons per magistraat,
of 350 als ik het optel dossiers per magistraat, en dat zijn geen
lichte dossiers. Dat is natuurlijk een hele hoop.
Er bestaan toch wel structurele oplossingen, die in dit verband zeker
in ogenschouw moeten worden genomen en zeker door u, want u
heeft het jarenlang beloofd, mijnheer de minister, in een andere
hoedanigheid en dat is met name de splitsing van het gerechtelijk
arrondissement. Als we de werklast van Brussel reduceren tot Brussel
19 en we kunnen starten met een nieuw parket buiten Brussel, met
een nieuwe werking voor Halle-Vilvoorde, dan denk ik dat Brussel
daarmee heel sterk vooruit kan worden geholpen. Het zal ook de
taalproblematiek verlichten die voor Halle-Vilvoorde anders is dan
voor Brussel, omdat we daar geen tweetaligen zoeken
Ik zou u vragen, mede omwille van de prangende problematiek van
het Brussels parket, om heel snel werk te maken van de splitsing van
het gerecht in Brussel.
03.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Puisque le ministre a
débauché un expert, j'espère que
ce déplacement permettra de
trouver une solution au parquet lui-
même.
L'arriéré ou la charge de travail ne
sont évidemment pas rien et il
s'agit de dossiers très importants.
Il existe également des solutions
structurelles en faveur desquelles
le ministre a lui-même plaidé par
le passé, comme la scission de
l'arrondissement judiciaire. Si la
charge de travail est réduite aux
19 communes de Bruxelles et si
un nouveau parquet peut être mis
en place en dehors de Bruxelles,
la charge de travail diminuera très
vite. C'est pourquoi je demande au
ministre de faire en sorte que la
justice soit scindée à Bruxelles.
Het incident is gesloten.
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "de voorwaardelijke invrijheidstelling en de
enkelband" (nr. 1607)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de strafonderbreking in afwachting van de
plaatsing van een enkelband" (nr. 1648)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "het elektronisch toezicht"
(nr. 1694)
04 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "la libération conditionnelle et le bracelet de cheville
électronique" (n° 1607)<br>- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "l'interruption de la peine dans l'attente du
placement d'un bracelet de cheville électronique" (n° 1648)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "le contrôle électronique" (n° 1694)</b>
04.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, uit recente cijfers blijkt dat ongeveer 800
veroordeelden nog op een enkelband wachten. Dat blijkt 1,5 keer
zoveel als degenen die reeds onder dat controlesysteem staan. De
reden van de achterstand is blijkbaar de onderbezetting op het gebied
van personeel. Er is al aangekondigd dat er op korte termijn ongeveer
85 extra aanwervingen zouden komen. Wegens de achterstand
worden personen die voorwaardelijk vrijkomen blijkbaar vrijgelaten
zonder enkelband.
Mijnheer de minister, welke maatregelen zult u nemen om dit
fundamenteel probleem op te lossen, naast het aanwerven van extra
personeel? Er wordt gedacht aan 85 extra aanwervingen. Is dat het
contingent waarin dit jaar wordt voorzien? Er wachten momenteel 814
veroordeelden op dat systeem. Tegen welke termijn wil men die lijst
hebben weggewerkt? Worden personen nog steeds voorwaardelijk in
vrijheid gesteld, hoewel men niet over het systeem van de enkelband
kan beschikken?
04.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA) : En raison de la pénurie de
personnel, ce sont pas moins de
800 condamnés qui attendent un
bracelet de cheville. Il est question
du recrutement de 85 personnes.
En attendant, les condamnés qui
bénéficient
d'une
libération
conditionnelle sont libérés sans
bracelet de cheville.
Quelles mesures le ministre
prendra-t-il pour résoudre ce
problème? Combien de personnes
espère-t-il recruter cette année?
Quand la question de la liste
d'attente de 814 détenus sera-t-
elle réglée? Des condamnés sont-
ils
toujours
libérés
conditionnellement
sans
être
porteurs d'un bracelet?
04.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
gelieve mij op voorhand te verontschuldigen voor het feit dat ik na het
stellen van mijn vraag de commissievergadering zal moeten verlaten
aangezien ik, samen met een aantal andere collega's, in een overleg
met de Franse Gemeenschap over BHV wordt verwacht. Daar
kunnen wij toch moeilijk te laat komen. Wij zullen uw antwoord zeker
lezen, mijnheer de minister.
Mijnheer de minister, de situatie waarbij meer dan 800 mensen hun
straf onderbroken zien, in afwachting van de plaatsing van een
enkelband, doet heel wat vragen rijzen, ook inzake de financiële
verantwoordelijkheid ten aanzien van deze delinquenten. Ook het
principe dat mensen zomaar worden vrijgelaten in een statuut dat er
niet is, roept vragen op. Er wordt dus misbruik gemaakt van het
systeem om de gevangenen sneller vrij te laten. Hoe dan ook zorgt
een en ander voor boze reacties bij de OCMW's omdat zij nu worden
geconfronteerd met mensen die om steun vragen, terwijl zij daarvoor
eigenlijk bij Justitie moeten zijn.
Mijnheer de minister, ten eerste, is deze situatie wettelijk in orde? Op
04.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): L'interruption d'une peine
dans l'attente d'un bracelet appelle
des questions, notamment dans
les CPAS. Les intéressés sont-ils
en ordre sur le plan légal? Quelle
décision permet de libérer
quelqu'un dans ces conditions?
Quel est le statut de ces gens?
Sont-ils sous la responsabilité de
la Justice? Peuvent-ils prétendre à
des allocations de chômage ou au
revenu d'intégration?
Combien de ces 814 détenus ont
déjà purgé une partie de leur peine
en prison? Sont-ils répartis de
manière
égale
entre
les
arrondissements? Est-il exact qu'il
n'existe
aucune
forme
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
welke grond kan zomaar worden beslist om deze personen in vrijheid
te stellen? Wie neemt deze beslissingen? Op basis van welke criteria
gebeurt dat?
Ten tweede, wat is het statuut van deze personen? Kunnen zij nog als
gedetineerd
worden
beschouwd?
Vallen
zij
onder
de
verantwoordelijkheid, ook financieel, van Justitie? Kunnen zij
werkloosheidssteun genieten? Hebben zij recht op een leefloon?
Kunnen de OCMW's de tussenkomsten bij Justitie recupereren? Zo
nee, waarom niet? Wat is het verschil met de situatie met enkelband?
Ten derde, hoeveel van deze mensen zijn vrije mensen, die zich enkel
hebben aangemeld bij de gevangenis en dus niet uit de gevangenis
komen? Hoeveel van deze 814 mensen hebben een deel
gevangenisverblijf achter de rug? Zijn deze 814 mensen gelijkmatig
verdeeld over de arrondissementen? Klopt het dat er voor deze
categorie geen enkele opvolging of begeleiding wordt voorzien?
Waarom niet? Tegen wanneer kan aan deze situatie een einde
worden gesteld?
d'accompagnement
pour
ce
groupe de détenus? Quand ce
problème sera-t-il résolu?
04.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, vorige week hebt u in deze commissie gezegd
dat er op dat ogenblik 505 veroordeelden onder elektronisch toezicht
stonden en dat er meer dan 800 wachtenden waren. U hebt ook
verwezen naar de aanwerving van 85 extra krachten, waarmee
Justitie bezig is. Minister Onkelinx had dat vorig jaar ook al
aangekondigd in een antwoord op een vraag van mij.
U hebt als minister van Justitie gezegd dat voor u een geloofwaardige
strafuitvoering een prioriteit is. Ik meen dan ook dat u op het vlak van
elektronisch toezicht als minister zult moeten tussenkomen, omdat die
800 wachtenden eigenlijk niet kunnen.
Ik zou u dan ook de volgende concrete vragen willen stellen.
Binnen welke termijn zullen de 85 aanwervingen voltooid zijn? In
welke fase zit die aanwervingsprocedure? Welke verdeelsleutel zal
worden toegepast? Met andere woorden, welk justitiehuis zal hoeveel
extra krachten krijgen?
Ten tweede, zullen die 85 extra mensen voldoende zijn om de
wachtlijst weg te werken en het elektronisch toezicht op te drijven of
voorziet u dat er daarvoor nog extra mensen moeten worden
aangeworven?
Ten derde, hoeveel enkelbanden zijn er beschikbaar om mensen
onder elektronisch toezicht te plaatsen? Voor hoeveel personen is er
materiaal? Moet er bijkomend materiaal worden aangekocht? Hoe zit
het dus op het technisch vlak? Aan de ene kant heeft men de
enkelband en aan de andere kant zijn er de mensen die voor de
begeleiding zorgen. Hoe zit het met dat eerst aspect, de
enkelbanden?
Ten vierde kom ik op een probleem dat een aantal collega's ook al
heeft aangekaart. Mensen worden vrijgelaten uit de gevangenis om in
het systeem van elektronisch toezicht te stappen, maar komen daar
op de wachtlijst, zodat ze in een tussenperiode of interval zitten dat
voor iedereen zeer vervelend is. Zult u de gevangenissen richtlijnen
04.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Fin 2007, 1.000
détenus auraient dû faire l'objet
d'une surveillance électronique.
Actuellement, 800 dossiers sont
encore en attente. Une exécution
de la peine crédible constitue une
priorité pour le ministre et nous
attendons donc qu'il s'attaque à ce
problème.
Quand sera-t-il procédé au 85
recrutements programmés? Quels
maisons de justice concerneront-
ils? Ces nouveaux recrutements
suffiront-ils à résorber la liste
d'attente? Combien de bracelets
de cheville sont-ils disponibles?
Envisage-t-on
d'en
acquérir
d'autres?
A-t-on
prévu
un
accompagnement
pour
les
détenus remis en liberté dans
l'attente
d'un
bracelet
électronique? Les prisons se
verront-elles
adresser
des
directives à propos de la manière
dont
il
convient
d'organiser
l'accompagnement des intéressés
dans cet intervalle difficile?
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
geven in verband met dit interval?
04.04 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, op de vragen
van degenen die ons ondertussen hebben verlaten, wil ik het
volgende antwoorden.
Zoals ik reeds meedeelde zijn er op dit moment 800 veroordeelden
die wachten op een elektronisch toezicht. Een deel van de
veroordeelden zit in de fase van de maatschappelijke enquête voor
elektronisch toezicht. Een tweede deel is in afwachting van de
beslissing. Een derde deel is in afwachting van de effectieve plaatsing
onder elektronisch toezicht. Een laatste deel kreeg een negatieve
beslissing tot elektronisch toezicht en zal opnieuw naar de gevangenis
worden verwezen om daar uiteraard te worden opgesloten.
Samen met het directoraat-generaal justitiehuizen en het Nationaal
Centrum voor Elektronisch Toezicht wordt nu nagegaan hoe elk van
voornoemde, voorafgestelde categorieën kwalitatief kan worden
aangepakt en wat de eventuele knelpunten zijn. Bovendien wordt
eveneens de vigerende regelgeving onder de loep genomen en zullen
oplossingen worden geboden voor de problemen die op dat vlak
rijzen.
De eerste fase van de statutaire aanwerving is lopende. Een tweede
fase zal aansluitend plaatsvinden. Bovendien zullen bijkomende
initiatieven worden genomen om zowel de contractuele als de
statutaire plaatsen open te stellen en zal naar oplossingen worden
gezocht om de desbetreffende, administratieve molen te versnellen.
Exacte aantallen kan ik momenteel niet geven, omdat te veel factoren
meespelen en verschillende juridische termijnen en procedures
dienen te worden gerespecteerd. Ik reken echter op de steun van alle
partijen die daarover kritische vragen stellen om tijdens de budgettaire
discussie de minister van Justitie te ondersteunen in de vragen die hij
over het thema zal stellen.
Zoals reeds eerder aangehaald, moeten we voor verschillende
categorieën een onderscheid maken en zal voor elk van de
categorieën de gepaste aanpak moeten worden bepaald om binnen
een redelijke termijn de problemen te kunnen oplossen.
Genoemde termijn is niet voorspelbaar. Ik zal op dit moment in ieder
geval geen deadline opgeven, omdat er zoveel aspecten aan het
dossier zijn. Ik wil dus geen valse verwachtingen creëren. U mag er
echter van uitgaan dat in de nota over de strafuitvoering op de kwestie
zal worden ingegaan.
De heer Doomst stelde een vraag over het elektronisch toezicht voor
voorwaardelijk invrijheidgestelden. Dat is een systeem dat niet
bestaat. Een veroordeelde kan evenwel na een beslissing van de
strafuitvoeringsrechtbank tijdens de voorbereidende fase van de
voorlopige invrijheidstelling onder elektronisch toezicht worden
geplaatst. Alle voorwaardelijk invrijheidgestelden worden dus eigenlijk
zonder enkelband in vrijheid gesteld. De VI voorziet niet in het
systeem van elektronisch toezicht.
Ik zal nu antwoorden op de vragen van de heer Laeremans, in de
mate dat zij de vragen van de heer Doomst niet overlappen.
04.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Quatre cent détenus sont en
attente
d'une
surveillance
électronique. Une partie d'entre
eux sont dans la phase de
l'enquête
sociale,
d'autres
attendent une décision ou un
placement effectif. Un dernier
groupe a fait l'objet d'une décision
négative et doit réintégrer la
prison.
Avec la Direction Générale des
Maisons de Justice et le Centre
national
de
la
surveillance
électronique, nous envisageons la
manière d'appréhender chacun
des groupes et nous identifions les
écueils
qui
existent.
Nous
examinons
également
la
réglementation en vigueur.
La première phase du recrutement
statutaire est en cours. Des
emplois contractuels et statutaires
vont être ouverts et la procédure
administrative sera accélérée là où
elle peut l'être. Je ne puis
actuellement pas avancer de
chiffres exacts parce que trop de
facteurs interviennent et qu'il y a
lieu de respecter des délais et des
procédures. J'escompte le soutien
de tous les partis lors du débat sur
le budget.
Il conviendra de définir l'approche
adéquate pour chaque catégorie
de détenus. Il est difficile de
prévoir quand ce sera chose faite.
La question sera sans aucun
doute abordée dans la note sur
l'exécution des peines.
Il n'existe pas de surveillance
électronique pour les condamnés
en libération conditionnelle. Cette
surveillance ne s'applique que
dans la phase préparatoire de la
libération conditionnelle.
La question de l'interruption des
peines est réglée par la circulaire
ministérielle du 10 juillet 2006.
C'est
le
directeur
de
l'établissement pénitentiaire qui
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Er is een ministeriële omzendbrief van 10 juli 2006 die de materie van
de strafonderbrekingen regelt. Het is de directeur van de
strafinrichting die over de strafonderbreking beslist, indien daartoe
geen contra-indicaties zijn.
Wat betreft het statuut, staan momenteel alle veroordeelden in
strafonderbreking op de rol van de gevangenis ingeschreven. Ze
vallen onder de bevoegdheid van justitie. Ze hebben enkel recht op
een werkloosheidsuitkering, invaliditeitsuitkering en ziekte-uitkering.
Dat zijn de veroordeelden in strafonderbreking onder elektronische
toezicht. Enkel voor veroordeelden zonder middelen van bestaan
dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de vraag of zij in
strafonderbreking zijn of effectief onder elektronisch toezicht staan.
Tijdens de strafonderbreking hebben veroordeelden zonder middelen
van bestaan recht op een leefloon van het OCMW. Zodra zij onder
elektronisch toezicht staan, zal nadat hij de nodige stavingbewijzen
heeft voorgelegd een veroordeelde aanspraak kunnen maken op
een vervangend leefloon onder de vorm van een financiële
tegemoetkoming, uitbetaald door justitie.
De financiële situatie van een persoon onder elektronisch toezicht,
zonder middelen van bestaan, wordt geregeld door een ministeriële
rondzendbrief van 1 december 2007.
Over het aantal personen in de categorie strafonderbrekers die zich in
de gevangenissen hebben aangemeld en een deel van hun
gevangenisverblijf achter de rug hebben heb ik geen exacte cijfers en
evenmin over de spreiding over de arrondissementen. Er zijn
inderdaad verschillen tussen de arrondissementen zichtbaar. In de
grootsteden
bevindt
zich
natuurlijk
het
grootst
aantal
strafonderbrekers.
Klopt het dat voor de categorie van veroordeelden die in een
strafonderbreking zijn geplaatst, voor ze in het systeem van
elektronische begeleiding worden opgenomen, in geen enkele
opvolging of begeleiding is voorzien? Er vindt een maatschappelijke
enquête plaats door de justitieassistent tijdens de strafonderbreking.
Van een echte begeleiding kan pas worden gesproken zodra een
positieve beslissing tot elektronisch toezicht werd genomen en de
persoon daadwerkelijk onder elektronisch toezicht werd geplaatst.
Zodra de justitieassistent een mandaat krijgt, kan men starten met de
intensieve
begeleiding
van
de
algemene
en
bijzondere
geïndividualiseerde voorwaarden die aan het elektronisch toezicht zijn
verbonden. Dat is ook meteen de reden waarom dat systeem zo snel
mogelijk moet worden ingeperkt.
Wij zijn nu intens bezig na te gaan welke maatregelen kunnen worden
genomen om dat fenomeen van strafonderbrekers die wachten op
elektronisch toezicht af te bouwen. U zult daarover te gepasten tijde
de conclusies kunnen vernemen.
Ik kom tot de vragen van mevrouw Lahaye-Battheu, voor zover ik
daarop nog niet heb geantwoord. Op 1 september 2007 werd de
bevoegdheid van het elektronisch toezicht, zowel qua begeleiding als
qua controle, inderdaad van het directoraat-generaal van de
penitentiaire instellingen naar het directoraat-generaal van de
décide de l'interruption de la peine.
Tous
les
condamnés
en
interruption de peine sont inscrits
au
rôle
de
la
prison
et
ressortissent à la compétence du
département
de
la
Justice.
Pendant l'interruption de la peine,
les condamnés sans moyens
d'existence ont droit à un revenu
d'intégration du CPAS. Dès qu'ils
sont placés sous surveillance
électronique, ils peuvent prétendre
à un revenu d'intégration de
remplacement,
versé par le
département de la Justice. La
situation financière d'une personne
placée
sous
surveillance
électronique est réglée par la
circulaire du 1
er
décembre 2007.
Je ne dispose pas de chiffres
exacts concernant le nombre de
personnes en interruption de
peine. Des différences existent
entre les arrondissements. Leur
nombre est plus élevé dans les
grandes
villes.
Pendant
l'interruption de peine, un assistant
de justice effectue une enquête
sociale. Il ne peut être procédé à
un
accompagnement
intensif
effectif que lorsque le condamné
est
placé
sous
surveillance
électronique. Il est donc clair qu'il
convient de limiter le système de
l'interruption de la peine.
Le
1
er
septembre
2007,
l'accompagnement et le contrôle
de la surveillance électronique ont
été
transférés
de
la
DG
Établissements pénitentiaires à la
DG Maisons de justice. Les
assistants sociaux ont pu choisir
entre un emploi au service
psychosocial de la prison ou un
emploi d'assistant de justice dans
une maison de justice. Trois
quarts d'entre eux ont opté pour
les maisons de justice. La
première phase des recrutements
est en cours. La deuxième phase
débutera dans quelques mois. Les
directeurs des maisons de justice
détermineront les tâches qui
incombent aux assistants de
justice. Des journées de formation
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
justitiehuizen overgeheveld. De maatschappelijke assistenten kregen
de keuze om ofwel in de psychosociale dienst van de gevangenis te
gaan werken, ofwel als justitieassistent in het justitiehuis. Drie vierde
van de maatschappelijke assistenten ging over naar de justitiehuizen
om het mandaat van het elektronisch toezicht op te nemen,
overgaand van acht regionale teams naar achtentwintig justitiehuizen.
Men zit nu in de eerste fase van de aanwervingen. De tweede fase
vindt binnen enkele maanden plaats. De directeurs van de
justitiehuizen bepalen naargelang de behoefte in hun gerechtelijk
arrondissement voor welke materies de justitieassistenten worden
ingezet.
In mijn antwoord op vorige vragen heb ik reeds meegedeeld dat
opleidingsdagen worden georganiseerd.
Iedere wijziging van visie en werkprocessen verdient een evaluatie op
korte en lange termijn. Zo ook deze overdracht van bevoegdheden
naar een ander directoraat-generaal. Momenteel is voor deze
evaluatie niet in een timing voorzien.
Ook over de autonome werkstraf werd er een vraag gesteld. Gelet op
de toestand waarin we ons bevinden, is het een beetje voorbarig om
over een autonome werkstraf te spreken. Eerst zullen we de
bestaande problemen moeten oplossen en daarna kunnen we nagaan
of we kunnen voortgaan in de richting van het formuleren van het
elektronisch toezicht als een autonome werkstraf.
Aangaande de voorlopige hechtenis, zijn we bezig met een analyse
om na te gaan of de bestaande technische en inhoudelijke
toepassingen zoals ze vandaag worden gebruikt in het elektronisch
toezicht in België tegemoet kunnen komen aan de redenen waarvoor
de voorlopige hechtenis niet langer noodzakelijk zou worden geacht.
Ik weet dat er daarover in de Kamer een wetsvoorstel werd ingediend
op 7 januari. Dat betrekken we ook in de evaluatie die we daarvan
maken.
seront organisées. Ce transfert de
compétences sera évalué mais je
ne suis pas encore en mesure de
communiquer un calendrier à cet
effet.
Il serait prématuré d'aborder dès à
présent la question des peines de
travail autonomes. Nous devons
commencer par résoudre les
problèmes existants. J'examine
actuellement la possibilité de
substituer à la détention préventive
le placement des inculpés sous
surveillance
électronique.
La
proposition de loi de Mme Lahaye-
Battheu qui le préconise fera partie
intégrante de l'évaluation.
04.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, uw
antwoord ontgoochelt mij een beetje omdat u toch zeer vaag blijft in
de antwoorden op de soms toch wel punctuele vragen die ikzelf en
een aantal collega's hebben gesteld in verband met de 85 extra
krachten die aan het werk zouden moeten binnen het elektronisch
toezicht.
U zegt dat de eerste fase lopende is en dat daarna de tweede fase
komt. Ik stel echter vast dat die eerste fase al sinds vorig jaar loopt.
Minister Onkelinx heeft in november als ik het goed voorheb in
deze commissie al gezegd dat de eerste fase bijna was afgerond.
Ondertussen is het al bijna eind januari, maar veel meer dan opnieuw
dezelfde informatie krijgen wij als parlementsleden niet. Ik had
gehoopt dat u vandaag zou zeggen dat, gelet op het dringend
karakter van het dossier, de aanwervingen tegen bijvoorbeeld eind
april afgerond zullen zijn en dat er dan ook werk van kan worden
gemaakt om het aantal veroordeelden op te drijven in het raam van
het elektronisch toezicht. U doet dat echter niet; u zegt gewoon dat de
eerste fase lopende is en dat daarna de tweede moet worden
opgestart. Ik vind dat zeer vaag.
04.05 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Cette
réponse
ministérielle très vague me déçoit.
Fin
novembre,
la
ministre
Onkelinx, alors en fonction, disait
déjà que la première phase des
recrutements
était
presque
terminée. J'espère que la seconde
phase sera, elle, achevée d'ici avril
car le département a un besoin
urgent de ces nouvelles forces
vives.
Le
ministre
dit
qu'il
est
indispensable de disposer au
préalable d'une marge budgétaire
suffisante mais comme il ne s'agit
pas en l'occurrence d'une nouvelle
mesure, il me semble que tout
devrait être néanmoins réalisable
sans
excéder
l'enveloppe
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
U zegt ook dat er steun moet zijn om voldoende budget te bekomen.
Het gaat echter niet om een nieuwe maatregel. Die maatregel is al
van vorig jaar gepland, aangekondigd en in uitvoering.
Ik heb ook gevraagd of u als minister van Justitie die 85 extra
krachten voldoende vindt, of dat er volgens u boven op die 85 nog
meer mensen moeten komen. U hebt daar ook niet echt op
geantwoord.
Ik vroeg ook naar het technisch materiaal dat voorhanden is, het
aantal enkelbanden. Daar heb ik ook geen antwoord op gekregen.
Ik besluit, en ik blijf erbij, dat 505 een historisch laag cijfer is van
veroordeelden onder elektronisch toezicht. In de vorige legislatuur is
er, zeker vanuit onze fractie, enorm aangedrongen om het aantal
veroordeelden onder elektronisch toezicht voortdurend op te drijven,
omdat op die manier een stuk overbevolking van de gevangenissen
kan worden aangepakt en omdat veroordeelden in het raam van het
elektronisch toezicht ook kunnen werken en beter in de maatschappij
verder hun verantwoordelijkheden kunnen opnemen, met voldoende
beveiliging en begeleiding natuurlijk.
Ik kan enkel betreuren dat wij vandaag een zeer vaag antwoord
krijgen. Het historisch lage cijfer zal volgens mij de eerstvolgende
weken niet echt veranderen. Ik hou mij hart vast en hoop dat wij de
eerstvolgende weken niet naar 400 gaan.
budgétaire prévue.
Le nombre de personnes placées
sous surveillance électronique a
atteint un niveau historiquement
bas. Mon groupe n'a cessé de
préconiser un relèvement de ce
nombre. Ce système permet en
effet aux condamnés de continuer
à travailler sans mettre en danger
la société.
04.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik onderschrijf met u de ernst van de
situatie. Tenzij er een verkeerde vraag voor mij ligt, staan er in uw
schriftelijke voorbereiding echter geen vragen over het aantal
beschikbare enkelbanden. Ik probeer te antwoorden op uw vragen,
maar u moet ze natuurlijk wel stellen.
Ik werk vanuit een constructieve ingesteldheid en ik weet hoe ernstig
het probleem is. U zat echter in de meerderheid op het ogenblik dat
deze situaties zijn ontstaan. Ik zoek graag met de commissie naar
oplossingen. Ik ben hier niet om te kankeren over wat er zou zijn
gebeurd. Dat is mijn job niet. Het is ook mijn ingesteldheid niet, maar
u moet geen insinuaties maken over de vaagheid van mijn
antwoorden. Ik heb deze situatie vier weken onder ogen. Ik moet een
discussie voeren over het budget, in een situatie die ik niet heb
gecreëerd. Een aantal parlementsleden is daarover terecht heel
ongerust en stelt daarover vragen. Ik wil graag met u constructief naar
oplossingen zoeken, maar als u mij volgende week precies dezelfde
vraag stelt, dan zult u waarschijnlijk ongeveer hetzelfde antwoord
krijgen. Zo gaan de zaken niet vooruit. U zegt dat ik vaag ben, terwijl
ik mij in alle bochten wring om punctuele antwoorden te geven. Ik heb
het een keer gezegd. Ik zal het niet herhalen.
04.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Je comprends parfaitement la
gravité de la situation mais sous la
législature
précédente,
Mme
Lahaye-Battheu était dans la
majorité et moi, non. Je ne suis
ministre
que
depuis
quatre
semaines et il est désormais de
mon devoir de contrôler le budget.
C'est ce qui explique ma réponse
prudente. Ce n'est pas moi qui ai
créé cette situation. Je m'efforce
tout au contraire d'en sortir en
faisant
preuve
d'un
esprit
constructif.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "le transfert des affaires
pendantes en matière de règlement collectif de dettes vers les juridictions du travail au
1
er
05 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de overheveling van de
hangende dossiers inzake collectieve schuldenregeling naar de arbeidsrechtbanken op
1 september 2008" (nr. 1629)
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
05.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, vous avez déjà
répondu à une question semblable, qui a été posée par
Mme Defraigne jeudi dernier au Sénat. C'est un problème de
calendrier. Je vais donc essayer de ne pas répéter les éléments que
j'ai lus dans la presse, mais je souhaiterais aller plus loin, de manière
constructive, dans cette question.
Il s'agit du transfert des affaires pendantes en matière de règlement
collectif de dettes vers les juridictions du travail. Nous savons tous
que les juges du travail s'inquiètent de voir arriver le 1
er
septembre,
date à partir de laquelle ils hériteront de l'intégralité du contentieux, et
donc de l'arriéré des tribunaux de première instance. Ils se
demandent comment ils parviendront à l'absorber.
Je sais qu'il existe un comité de suivi relatif à cette question. Des
magistrats, aidés de leurs greffiers, s'occupent d'analyser et d'évaluer
les difficultés à trouver une solution. Il semble que la presse relaie
une partie de la vérité. Selon elle, le comité de suivi n'aurait pas
formulé de suggestions concrètes. Je vais donc vous poser les
questions suivantes.
Sans parler d'augmentation de cadre, car nous savons que ce n'est
pas possible pour le moment vu notamment la nécessaire mise en
place d'un outil d'évaluation de la charge de travail et d'autres
instruments ne pourrions-nous pas imaginer, en vue d'aider les
magistrats du travail, de jouer sur la date du transfert de
compétence? Lorsque l'on transfère une compétence d'un tribunal à
un autre, le Code judiciaire prévoit le transfert du nouveau contentieux
et non l'ancien, qui reste dans sa propre juridiction. Cela permettrait
aux juges du tribunal de première instance (juges des saisies), qui
traitent un volume important de dossiers, de garder ce contentieux, de
sorte que les juges du travail ne devraient pas reprendre un arriéré
qui les obligerait à se plonger dans des dossiers longs et difficiles que
des magistrats de première instance auront traités.
On sait que la médiation de dettes demande beaucoup de temps et
d'investissement de la part des magistrats.
Peut-on imaginer qu'un certain contentieux reste au tribunal de
première instance au lieu d'être transféré au tribunal du travail, ce qui
permettrait au juge des saisies d'achever le traitement de certains
dossiers?
J'en arrive au problème de la fixation des audiences. Le problème est
très concret: aucune fixation ne peut être réalisée avant le 1
er
septembre 2008 devant les juridictions du travail puisque le
contentieux n'est pas encore transféré. Tous les contentieux traités
actuellement par les juges des saisies sont dans un no man's land et
les greffiers sont très inquiets car ils ne peuvent pas fixer les remises
et l'état d'avancement des dossiers. C'est un vrai problème! On ne
peut plus attendre et ne rien fixer pour les audiences futures devant
les tribunaux du travail.
J'essaie de comprendre ce que pourrait faire le comité de suivi que
vous avez cité et qui a été mis sur pied pour essayer de trouver des
solutions entre les tribunaux de première instance et les tribunaux du
travail.
05.01 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
wil dieper ingaan op een vraag die
mevrouw Defraigne u in de Senaat
stelde over de overheveling van de
hangende
dossiers
inzake
collectieve schuldenregeling naar
de
arbeidsrechtbanken.
Met
ingang van 1 september erven de
arbeidsrechters
alle
desbetreffende geschillen en
dus ook de achterstand van de
rechtbanken van eerste aanleg.
Hoe zullen ze die wegwerken?
Volgens de pers heeft het
opvolgingscomité
geen
enkel
concreet voorstel gedaan om het
probleem te verhelpen.
Kan men de geplande datum voor
de bevoegdheidsoverdracht niet
wijzigen, gelet op het feit dat een
uitbreiding
van
de
personeelsformatie onmogelijk is?
Of
misschien
kunnen
de
rechtbanken van eerste aanleg de
oude dossiers behouden?
De beslagrechter zou de dossiers
verder kunnen afhandelen.
Een ander probleem is dat er vóór
1 september 2008 geen enkele
zittingsdag
van
de
arbeidsrechtbanken kan worden
bepaald.
Mag
ik
u
verzoeken
de
verantwoordelijken
van
de
rechtbanken van eerste aanleg en
van de arbeidsrechtbanken bijeen
te brengen, opdat ze samen naar
een oplossing zouden kunnen
zoeken?
Ik vraag geen bijkomende mensen
en
middelen,
hoewel
het
informatiesysteem Phenix zeker
zijn nut zal hebben, maar ik vraag
u om opnieuw contact op te
nemen met het opvolgingscomité.
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Je connais les critiques: pour les tribunaux du travail, la charge
budgétaire trop lourde pour certains arrondissements il y a des
problèmes dans certains arrondissements et pas dans d'autres ,
l'absence patente de référendaire dans certains tribunaux, l'arriéré de
fixation dans certains tribunaux et le problème de fixation.
Peut-on vous demander de réunir les responsables des tribunaux de
première instance et des tribunaux du travail pour voir comment ils
peuvent, ensemble, apporter des solutions pratiques à ce contentieux
qui ne peut attendre le 1
er
septembre pour être fixé?
Certes, je repose une question de Mme Defraigne mais avant que
celle-ci ne la pose au Sénat, ma question était déjà inscrite dans notre
commission. Je vous demande de prendre à nouveau contact avec ce
comité de suivi pour aller plus avant dans la réponse. J'insiste, je ne
suis pas ici pour revendiquer davantage de cadres et de moyens
même si, à l'avenir, "Phenix" pourra arranger beaucoup de choses.
05.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, le
mémorandum de la Conférence des présidents des tribunaux du
travail à propos du transfert de la matière du règlement collectif des
dettes vers les tribunaux du travail a manifestement inspiré plusieurs
parlementaires et les a conduits à poser des questions.
Dans ma réponse à des questions semblables posées par
Mme Sabien Lahaye à la Chambre et Mme Defraigne au Sénat, j'ai
déjà fait référence aux travaux du comité de surveillance créé par le
ministre de la Justice de l'époque. Il m'importe de savoir clairement
quelle sera la voie empruntée par le comité de surveillance avant de
me prononcer sur un report du transfert, une modification de la loi ou
le maintien de la législation approuvée. Pour ces raisons, j'ai préféré
ne pas adopter de position concrète pour l'instant.
Le comité de surveillance s'est réuni, le 25 janvier dernier. J'ai reçu
les premières conclusions de cette réunion, mais le rapport officiel
sera transmis le 30 janvier.
Les présidents des tribunaux de première instance ont assisté à cette
réunion du 25 janvier 2008. C'était apparemment la première fois
qu'ils étaient consultés concernant le transfert des compétences en
matière de règlement collectif de dettes à la date du 1
er
septembre
2008. Il est important pour moi de connaître leurs points de vue. Je
plaide avec insistance pour une concertation entre les tribunaux de
première instance, les cours d'appel et les juridictions du travail.
Le président du comité de surveillance m'a entre-temps assuré qu'il
me fera parvenir à la fin de cette semaine une note de synthèse
évoquant les problèmes concrets. À l'heure où je vous parle, les
tribunaux de première instance et les tribunaux du travail établissent,
à la demande du comité de surveillance, un état de la question pour
chaque arrondissement judiciaire. Cet état est établi en partant
encore et toujours de l'hypothèse du transfert au 1
er
septembre 2008.
Dans un premier temps, je devrais évidemment être parfaitement
informé de la problématique de la gestion à chacun des deux niveaux
avant de pouvoir prendre une décision.
05.02 Minister Jo Vandeurzen: In
de antwoorden die ik in de Kamer
aan mevrouw Sabien Lahaye-
Battheu en in de Senaat aan
mevrouw Defraigne heb gegeven,
heb ik al aangegeven dat ik moet
weten
welke
weg
het
toezichtscomité zal inslaan voor ik
me kan uitspreken over het al dan
niet
behouden
van
de
goedgekeurde
wetgeving. Het
officiële
verslag
van
de
vergadering
van
het
toezichtscomité van 25 januari zal
me op 30 januari worden bezorgd.
Ik pleit bovendien nadrukkelijk
voor
overleg
tussen
de
rechtbanken van eerste aanleg, de
hoven
van
beroep
en
de
arbeidsrechtbanken.
Het
toezichtscomité zal me eind deze
week een samenvattende nota
bezorgen. De rechtbanken van
eerste
aanleg
en
de
arbeidsrechtbanken maken voor
elk gerechtelijk arrondissement
een stand van zaken op, waarbij
wordt
uitgegaan
van
een
overheveling op 1 september
2008. Voor ik een beslissing kan
nemen, moet ik uiteraard op de
hoogte
zijn
van
de
beheersproblemen
op
beide
niveaus.
Er werden mij reeds verscheidene
problemen gemeld, maar ik blijf
voorzichtig, want de rechtbanken
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Je ne manquerai pas de vous tenir informée de l'état d'avancement
de ce dossier, mais je ne souhaite pas faire preuve de précipitation en
prenant une décision qui ne serait ni réfléchie, ni fondée.
Je vous informe que quelques problèmes m'ont déjà été signalés,
mais vous devez savoir que la consultation des tribunaux de première
instance date de quelques jours seulement. Il faut donc faire preuve
de prudence en la matière. Il existe des problèmes au niveau
informatique, au niveau des lettres judiciaires, au niveau du traitement
des dossiers et de la fixation du rôle, au niveau de la logistique.
Voilà les problèmes ainsi résumés. On m'a assuré qu'un rapport
complet me serait transmis à la fin de la semaine, ce qui permettra
d'envisager des solutions.
Je partage votre opinion au sujet de la concertation indispensable
entre les différents tribunaux. En effet, j'ai le sentiment que les points
de vue sont différents de part et d'autre.
van eerste aanleg werden pas
enkele dagen geleden voor het
eerst geraadpleegd.
05.03 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Je crois que l'on avance. Les objections ont été soulevées et les
acteurs, en l'occurrence les magistrats du travail et les magistrats de
première instance, sont autour de la table. C'est à ce niveau que la
solution doit être trouvée. Mais toujours est-il qu'un vrai problème se
pose pour les justiciables.
05.03 Clotilde Nyssens (cdH): Er
rijst een reëel probleem voor de
justitiabelen, maar we boeken wel
vooruitgang,
want
de
arbeidsrechters en de magistraten
van de rechtbanken van eerste
aanleg zijn intussen om de tafel
gaan zitten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Justitie over "de verplichte poging tot
minnelijke schikking in huurzaken" (nr. 1631)
06 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de la Justice sur "la tentative de conciliation
06.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb een vraag over de verplichte poging tot
minnelijke schikking in huurzaken. De programmawet van 24
december 2002 voerde die verplichting in voor de huur van woningen,
de hoofdvorderingen inzake huurprijsaanpassing, de invordering van
achterstallen en uithuiszetting.
Destijds zijn er daarover reeds vragen gesteld aan de voormalige
minister van Justitie mevrouw Onkelinx. Ik heb die cijfers vermeld. Die
zijn natuurlijk zeer fragmentarisch, dat kan niet anders. Ze zijn echter
gewoon indicatief.
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen aan u. Ik heb
in mijn vraag gevraagd naar concrete cijfers, maar ik begrijp heel
goed, mijnheer de minister, dat die niet zomaar hier en daar te
plukken vallen en dat men alle vredegerechten zou moeten
consulteren, wat in een kort tijdsbestek vanzelfsprekend niet mogelijk
is.
Het zou echter wel nuttig zijn om over concrete cijfers te beschikken
en om te weten hoeveel verzoeningsprocedures er plaats vinden per
jaar en hoeveel daarvan resultaat hebben. Met andere woorden, in
06.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): La loi-programme du 24
décembre 2002 introduisait la
tentative de conciliation obligatoire
dans les affaires de baux à loyer.
L'ancienn ministre de la Justice
nous a communiqué une série de
chiffres indicatifs incomplets à ce
sujet. Je demande donc au
ministre actuel de nous fournir à
nouveau ces chiffres concrets,
même
si
j'ai
parfaitement
conscience qu'il ne sera pas facile
de disposer de chiffres exacts
dans un si court délai.
Combien
de
procédures
de
conciliation sont menées chaque
année et quels en sont les
résultats? Le ministre connaît-il le
nombre de cas dans lesquels ces
procédures
de
conciliation
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
hoeveel zaken komt er een minnelijke schikking tot stand en wordt er
een echte procedure vermeden?
Ik begrijp dat u nu geen correcte cijfers kunt geven. Mijn vraag is
echter of u enig zicht hebt op de verhoudingen tussen het aantal
oproepingen en het aantal gevallen dat er effectief een minnelijke
schikking wordt bekomen.
Hebt u zich op de termijnen ter zake tussen het indienen van een
verzoekschrift of het mondelinge verzoek want het kan
vanzelfsprekend ook mondeling en de effectieve verschijning van de
partijen en tussen het indienen van een verzoekschrift en het
effectieve vonnis, wanneer er geen minnelijke schikking wordt
bekomen?
U weet vanzelfsprekend ook dat er her en der stemmen opgaan om
die verplichte poging af te schaffen. Er zijn ook reeds wetsvoorstellen
in die zin ingediend. Ik zou graag weten wat uw mening ter zake is.
Vindt u die verplichting alsnog een meerwaarde of geeft ze toch heel
veel nodeloze vertraging in procedures, nog meer achterstand voor de
verhuurder en werklast voor de griffies en de vrederechters en dit in
verhouding tot het slechts matige resultaat?
débouchent sur une transaction?
Quel est le rapport entre le
nombre de décisions judiciaires et
de transactions? Après combien
de
temps
les
parties
comparaissent-elles devant le juge
et dans quel délai obtiennent-elles
un jugement lorsqu'elles n'arrivent
pas à une transaction?
Certains
plaident
pour
la
suppression de la tentative de
conciliation. Des propositions de
loi en ce sens ont déjà été
formulées.
Qu'en
pense
le
ministre? Estime-t-il les résultats
de cette obligation insuffisants?
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
Schryvers, de cijfers die u aanhaalt betreffen enkele kantons. Het zijn
dus gedeeltelijke cijfers. Het is niet mogelijk, zoals u zelf reeds hebt
aangegeven, om in het tijdsbestek van een mondelinge vraag
volledige statistische gegevens over het percentage en de
doorlooptijden van huurzaken te bekomen.
Ik heb uw vraag ook doorgegeven aan de administratie. Zodra ik
daarvan bericht krijg, zal ik het u bezorgen.
Zoals blijkt uit de fragmentaire cijfers van mijn voorgangster, staat
vast dat slechts in een beperkte minderheid van zaken de verplichte
minnelijke schikking ook vruchten afwerpt.
Dat is ook de reden waarom verschillende parlementsleden
voorstellen hebben ingediend, onder andere mevrouw Nyssens, die
strekken tot de afschaffing van artikel 1344septies van het
Gerechtelijk Wetboek en dus van de verplichte poging tot minnelijke
schikking.
Eventueel dient er bij de behandeling van deze voorstellen een
mogelijke tussenoplossing te worden onderzocht, die eruit zou
kunnen bestaan de verplichte minnelijke schikking te behouden, maar
bij gebrek aan schikking onmiddellijk ter zitting een rechtsdag voor
behandeling ten gronde voor te stellen. Ik meen dat moet worden
uitgezocht of dit procedureel mogelijk is. Ik ben ook graag bereid om
de vraag te stellen aan de belangengroepen, waarbij een van de
overwegingen natuurlijk moet zijn dat de tussenoplossing het aantal
geslaagde schikkingen moet vergroten en de doorlooptijd moet
verkorten.
Het is niet zo dat door het wegvallen van de verplichte minnelijke
schikking de rechter helemaal geen moeite meer zou doen om een
minnelijk akkoord tussen partijen tot stand te brengen ik verwijs
naar artikel 731 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek ook al is
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Les chiffres fournis par la ministre
Onkelinx ne concernent que
quelques cantons. Il m'est en effet
impossible de vous communiquer
les statistiques complètes relatives
à ce point à l'heure actuelle. J'ai
transmis la demande de Mme
Schryvers à l'administration. Je
veillerai à faire parvenir sa
réponse à la commission.
Il ressort des chiffres fournis par
mon prédécesseur que la tentative
de conciliation n'a en effet que
rarement porté ses fruits. Pour
cette
raison,
plusieurs
parlementaires ont introduit des
propositions visant à supprimer
l'article 1344septies du Code
judiciaire.
Peut-être devons-nous examiner
la
possibilité
d'une
solution
intermédiaire qui conserverait la
conciliation obligatoire tout en
proposant d'ores et déjà une date
pour l'examen du fond au cas où
une
conciliation
s'avérerait
impossible.
Nous
devons
examiner si une telle solution est
envisageable du point de vue
procédural. Je me propose de
soumettre cette proposition aux
groupes d'intérêts. Le point de
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
het in huurzaken geen verplichting en ook al zou het initiatief niet van
de vrederechter uitgaan.
De opheffing van het artikel moet dus in de parlementaire
wetsvoorstellen worden uitgekristalliseerd. Mijn suggestie is de
volgende. Indien deze commissie zou besluiten om deze
wetsvoorstellen in bespreking te nemen, dan kan er worden
nagekeken of er nog alternatieven mogelijk zijn.
départ doit naturellement rester le
suivant : la solution intermédiaire
doit avoir pour effet d'augmenter le
nombre de conciliations réussies
et de réduire la durée de la
procédure.
Même si cette obligation de
conciliation disparaît, le juge
continuera à tout mettre en oeuvre
pour parvenir à un accord amiable
entre les parties. À cet égard, je
renvoie aux article 731 et suivants
du Code judiciaire.
Si la commission décide de
débattre des propositions de loi en
la matière, je suggère que nous
examinions
les
formules
envisageables à cette occasion.
06.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord.
Het is inderdaad belangrijk dat wij allemaal met de voeten op de
grond staan. Wanneer er wordt geconstateerd dat een bepaalde
procedure heel weinig effect heeft en tot heel weinig resultaat leidt,
dan moeten wij bereid zijn om die heel kritisch te bekijken. In verband
met de doorverwijzing doen er zich toch een aantal procedurele
problemen voor. Zoals u terecht aanhaalt, blijft de poging tot
minnelijke schikking ook met de opheffing van het betrokken artikel
altijd mogelijk. Ik meen dat hier inderdaad parlementair werk te doen
staat.
06.03 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Si une procédure ne
donne pas le résultat escompté,
nous devons effectivement nous
préparer à l'aborder de façon
critique. Il est clair qu'un important
travail parlementaire nous attend
encore.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
overbrenging van gevangenen en de bewaking in de gerechtsgebouwen" (nr. 1641)
07 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de l'Intérieur sur "le transfèrement des détenus et
la surveillance dans les palais de justice" (n° 1641)</b>
07.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, deze vraag had ik ingediend voor de minister
van Binnenlandse Zaken maar ze werd in de commissie voor de
Justitie geagendeerd. Ik had deze vraag ingediend voor de minister
van Binnenlandse Zaken na uw antwoord vorige week in de
commissie over het incident dat zich heeft voorgedaan in Antwerpen
waar een strafrechter een onmiddellijke aanhouding weigerde,
zogenaamd omdat er een tekort aan politiepersoneel zou zijn en er in
de gevangenis toch geen plaats is.
U hebt vorige week duidelijk gesteld dat volgens de door u
ingewonnen informatie zich in Antwerpen nog nooit een groot
probleem heeft voorgedaan met een tekort aan politiemensen. Dat is
alleszins positief. Het is natuurlijk belangrijk om er heel minutieus zorg
voor te dragen dat dit ook zo blijft in de toekomst.
07.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Cette question était
adressée au ministre de l'Intérieur
à la suite du refus d'un juge
anversois de procéder à une
arrestation immédiate. Ce refus
avait été motivé par un manque de
personnel de police et par un
manque de place à la prison. La
semaine passée, le ministre a
clairement déclaré qu'il n'avait
jamais été question d'un manque
significatif de personnel de police
à Anvers. A défaut d'un nombre
suffisant d'agents de sécurité, il
est
important
qu'il
y
ait
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Er stellen zich natuurlijk vragen met betrekking tot de
veiligheidsbeambten. Bij gebrek aan voldoende veiligheidsbeambten
is het belangrijk dat er genoeg politiemacht aanwezig is en kan zijn, in
de gerechtsgebouwen voor de bewaking van die gebouwen maar
vanzelfsprekend ook voor de overbrenging indien dat nodig is.
Ik weet dat voor het gerechtelijk arrondissement Antwerpen die taak
wordt opgenomen door de politie van de stad. Er werden
overeenkomsten gesloten met de diverse politiezones die allemaal
een financiële bijdrage leveren. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik dit een
vrij raar systeem vind maar het is al jaren van toepassing.
Politiezones van gemeenten dragen bij tot de bewaking van het
gerechtsgebouw.
Ik heb hierover de volgende vragen. Hebt u zicht op de capaciteit
inzake veiligheidsbeambten en politiemensen op de dag van het
bewuste incident? Het ging om de weigering van een rechter want er
heeft zich niet echt een incident voorgedaan. U hebt vorige week
gezegd dat die alleszins voldoende was.
Hoeveel politiemensen zijn er in het algemeen voorzien voor
overbrengingen en aanhoudingen? Is er soms sprake van een tekort
in Antwerpen of in andere arrondissementen?
Op welke basis en door wie worden de noodwendigheden inzake
politieaanwezigheid in gerechtsgebouwen bepaald?
Is de bewaking en de aanwezigheid van politie aangepast na de
verhuis van de Antwerpse rechtbank naar het nieuwe
gerechtsgebouw? Dit is immers toch een heel ander gegeven.
Gebeurt er een regelmatige evaluatie van de noden?
suffisamment de policiers prêts à
s'occuper de la surveillance des
bâtiments
judiciaires
et
du
transfert de justiciables. Dans
l'arrondissement
judiciaire
d'Anvers, la police de la ville prend
cette tâche à coeur. Sur la base de
conventions, les diverses zones de
police y apportent chacune leur
contribution financière.
Le ministre sait-il quelle était la
capacité
exacte
en
termes
d'agents de sécurité et d'agents de
police lors du refus évoqué?
Combien de policiers tient-on prêts
à intervenir pour effectuer des
transferts et des arrestations? Y a-
t-il un manque de personnel de
police à Anvers ou dans d'autres
arrondissements? Qui décide de la
présence requise d'agents de
police
dans
les
bâtiments
judiciaires?
L'emménagement
dans les locaux du nouveau Palais
de justice d'Anvers a-t-il entraîné
une
modification
de
la
surveillance? Les besoins sont-ils
évalués régulièrement?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega, de dag van 19 januari 2008 waren er 34 personeelsleden van
de dienst GEOV, Gerechtshof en Overbrenging, op post. Zij werden
als volgt ingezet: 7 personeelsleden voor het hof van beroep, 17
personeelsleden voor de rechtbank van eerste aanleg, 5
personeelsleden voor de jeugdrechtbank en 5 personeelsleden voor
coördinatie en reserve. Twee personeelsleden hadden zich die dag
ziek gemeld. Daarnaast hebben 3 medewerkers van de dienst ARB
de algemene reserve en bijstand de overbrengingen uitgevoerd van
de aangehouden verdachten. De voorziene capaciteit was meer dan
voldoende om de verwachte werklast op een correcte manier uit te
voeren.
De inzet van de politiemensen wordt bepaald door de te voorziene
werklast, aangevuld met een beperkte reserve voor onvoorziene
zaken. Deze inschatting wordt gedaan door het diensthoofd van de
dienst GEOV, een commissaris met veel ervaring in de materie.
Indien de beschikbare capaciteit binnen de dienst onvoldoende is, wat
meermaals het geval is, wordt er bijstand geleverd vanuit de dienst
ARB de algemene reserve en bijstand of door het personeel van
de politieafdeling uit de zone, opdat de taken behoorlijk worden
uitgevoerd.
De planning en de capaciteit houden rekening met wekelijks
terugkerende patronen en de dagelijkse invoer vanuit diverse
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le 19 janvier 2008, il y avait 34
membres du personnel à leur
poste au service GEOV (Palais de
justice et Transfert). Sept d'entre
eux étaient disponibles pour la
cour d'appel, dix-sept pour le
tribunal de première instance, cinq
pour le tribunal de la jeunesse et
cinq pour la coordination et la
réserve. Deux s'étaient portés
malades et trois collaborateurs de
l'ARB (Equipe générale de réserve
et d'assistance) étaient chargés
des transferts. La capacité était
largement suffisante. La manière
dont le personnel est utilisé est
définie en fonction de la charge de
travail que prévoit le chef du
service GEOV. Dans le cas qui
nous occupe, il s'agissait d'un
commissaire expérimenté.
L'ARB ("Algemeen Reserve- en
Bijstandsteam"
"General
Reserve and Support") et les
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
rechtsinstanties. Het aantal ingezette personeelsleden varieert van 10
in het weekend tot 55.
U stelde de vraag of het een specifiek Antwerpse situatie is. Ik kan
alleen spreken over de toestand van het Veiligheidskorps, dat onder
mijn bevoegdheid staat en dat de politie bij haar taken bijstaat. Het
Veiligheidskorps bestaat uit 380 veiligheidsagenten voor het hele
land. Er zijn op dit moment 326 functies ingevuld, en de werving voor
de aanvulling loopt.
Is de bewaking aangepast aan het Antwerpse gerechtsgebouw? Voor
het nieuwe gerechtshof in gebruik is genomen werd een schatting
gemaakt van de nodige capaciteit voor de uitvoering van de
opgelegde taken. De lokale korpschefs vragen om een verhoging van
het aantal effectieven van het Veiligheidskorps.
Nu is het personeelsbestand uitgebreid van 14 naar 19. De ARB en
de andere afdelingen van de politie leveren dagelijks versterking aan
GEOV. Concreet betekent dit dat sinds het nieuwe gerechtsgebouw
er is dagelijks meer capaciteit wordt besteed aan die specifieke taak.
Ter zake is herhaaldelijk constructief overleg geweest met de
gerechtelijke overheden, in casu met de zittende en de staande
magistratuur. In mijn antwoord van 8 januari in deze commissie
deelde ik mee dat een evaluatie van de knelpunten voor het jaar 2007
wordt gemaakt door de directeur van het Veiligheidskorps. Op dit
ogenblik is het verslag nog niet ter beschikking.
départements de police de la zone
apportent leur assistance lorsque
la capacité au sein du service est
insuffisante. Le calendrier des
activités et la capacité sont basés
sur les modèles hebdomadaires et
l'apport quotidien des différentes
instances
juridiques.
L'effectif
varie de dix personnes le week-
end à 55.
Le Corps de sécurité se compose
de 380 agents de sécurité pour
l'ensemble du pays. Actuellement,
326 fonctions sont occupées alors
que les recrutements pour les
autres fonctions sont en cours.
Avant la mise en service du
nouveau
palais
de
justice
d'Anvers, une évaluation de la
capacité nécessaire a été réalisée.
Les chefs de corps locaux
demandent une augmentation du
nombre de membres du personnel
effectifs. L'effectif est élargi de
quatorze à dix-neuf personnes.
L'ARB et d'autres départements
de police apportent un renfort
quotidien. Concrètement, depuis la
mise en service du nouveau palais
de justice, davantage de membres
du personnel sont dès lors
mobilisés pour cette mission.
Une concertation a déjà eu lieu à
plusieurs
reprises
avec
les
autorités judiciaires. Le directeur
du Corps de sécurité rédige un
rapport
d'évaluation
sur
les
problèmes survenus en 2007. Je
ne dispose pas encore de ce
rapport.
07.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord en voor de cijfergegevens. Ik meen dat het
inderdaad belangrijk is ook aan deze problematiek de nodige
aandacht te besteden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de minister van Justitie over "de gevangenis van
Brugge" (nr. 1650)
08 Question de Mme Katrien Schryvers au ministre de la Justice sur "la prison de Bruges" (n° 1650)</b>
08.01 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, we hebben kennis gekregen van het feit al dan
08.01 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Il semblerait que les
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
niet correct dat er problemen zouden zijn in de gevangenis van
Brugge met het functioneren van de technische installaties. Er zou
namelijk een gebrek zijn in de werking van elektronische systemen
zoals sloten, camera's en radars.
Mijnheer de minister, is dat inderdaad het geval? Bent u daarvan op
de hoogte? Welke stappen onderneemt de minister om dit probleem
in de gevangenis te Brugge als er inderdaad een probleem is op
te lossen? Werd hierover contact opgenomen met de
Regie der Gebouwen?
installations techniques de la
prison
de
Bruges
soient
défectueuses. Est-il exact que les
systèmes
électroniques
de
fermeture, les caméras et les
radars
ne
fonctionnent
pas
correctement? Quelles mesures le
ministre compte-t-il prendre pour
résoudre ces problèmes?
08.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ingevolge een
blikseminslag
vorig
jaar
werd
een
gedeelte
van
de
zwakstroominstallatie vernield. Hierdoor viel een deel uit van de
camera's, de interfonie, een aantal elektronische deuren en enkele
controlepanelen. Er werden op korte tijd middelen vrijgemaakt op het
budget van Justitie. Vandaag is de apparatuur opnieuw functioneel. Er
zijn thans geen acute problemen meer.
De inrichting functioneert op technisch vlak quasi normaal. De
veiligheid is verzekerd. Nochtans is de zwakstroominstallatie van
Brugge quasi versleten en kan deze nog moeilijk worden
onderhouden, ook al omdat er geen wisselstukken meer te vinden
zijn.
Daarom
werd
er
contact
opgenomen
met
de
Regie der Gebouwen en wordt er momenteel een lastenboek
samengesteld voor de volledige vernieuwing van de installaties. De
aanbesteding en de toewijzing van de opdracht zijn voorzien tegen het
einde van dit jaar. De werken zullen een aanvang nemen begin 2009.
Ik wil daar nog in algemene termen aan toevoegen dat we in de nota's
die we maken over de problematiek van de overbevolking, ook de
herconditionering van de gevangenissen en het beschikbaar stellen
van de nodige onderhoudscontracten moeten opnemen. Ik denk dat
we daaraan beter systematisch en structureel werken en dat het ook
budgettair moet worden ingebouwd in de ramingen die worden
gemaakt.
Ik nodig de commissie eens uit om in sommige gevangenissen te
gaan kijken om te weten dat de herconditionering van de
gevangenissen absoluut noodzakelijk is. Ik denk aan sanitaire
installaties en dergelijke die dringend op een behoorlijk peil moeten
worden gebracht. Wanneer wij daar echt werk van willen maken,
moeten we daarvoor, met het oog op de capaciteit van de
gevangenissen, natuurlijk ook de nodige schikkingen treffen. Men kan
geen grote herconditioneringswerken uitvoeren als men tegelijkertijd
niet over de nodige buffercapaciteiten beschikt die op dat moment
noodzakelijk zijn. Ik heb alleszins gemerkt dat men dat in andere
landen ook zo heeft gedaan. Het onderhoud en de grote werken die
moeten worden uitgevoerd, zal dus uiteraard ook een element zijn dat
de berekening van de benodigde capaciteit zal bepalen.
08.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La foudre a détruit l'an dernier une
partie de l'installation à basse
tension, plusieurs
instruments
électroniques étant de ce fait
tombés
en
panne.
En
conséquence, des moyens ont été
libérés dans le cadre du budget du
département de la justice et les
nouveaux appareils sont déjà
opérationnels aujourd'hui. Plus
aucun problème sérieux ne se
pose: l'établissement fonctionne
normalement
sur
le
plan
technique.
L'installation à basse tension de
Bruges est toutefois obsolète et il
est difficile d'en assurer la
maintenance, notamment parce
que les pièces de rechange ne
sont plus disponibles. La Régie
des Bâtiments rédige actuellement
un cahier des charges en vue du
renouvellement
complet
des
installations.
L'adjudication
et
l'attribution
du
marché
sont
prévues pour la fin de cette année.
Les travaux démarreront début
2009.
Le réaménagement des prisons et
les contrats de maintenance
doivent être inclus dans les notes
que nous rédigeons à propos de la
surpopulation
carcérale.
Ces
aspects
doivent
être
structurellement intégrés dans les
budgets.
Nous
ne
pouvons
effectuer de grands travaux
d'aménagement sans disposer en
même temps de la capacité
tampon nécessaire.
08.03 Katrien Schryvers (CD&V - N-VA): Ik dank de minister voor
zijn antwoord.
08.03 Katrien Schryvers (CD&V
- N-VA): Il est effectivement
déconcertant que la foudre puisse
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Het is inderdaad onthutsend om vast te stellen dat een gewone
blikseminslag zulke grote gevolgen kan hebben. De oplossing op
korte termijn is er gekomen, maar ik ben heel tevreden dat u stelt dat
er ook naar de lange termijn moet worden gekeken. Dat is ontzettend
belangrijk, niet alleen in Brugge, maar voor alle gevangenissen. Het
zal inderdaad een grote taak zijn van de commissie om daaraan mee
te werken.
avoir de tels effets. Je suis
heureuse
que
le
ministre
réfléchisse également à des
solutions à long terme, ce qui est
extrêmement
important
pour
l'ensemble
des
prisons.
La
commission
doit
également
participer à cet effort.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de problematiek van de
regeling van rechtsgebied" (nr. 1664)
09 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la problématique du règlement de
09.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de problematiek van de
regeling van het rechtsgebied. Dit is een eerder technische vraag.
Het probleem stelt zich wanneer de raadkamer een verdachte naar de
correctionele rechtbank verwijst wegens een misdaad en dus eigenlijk
overgaat tot correctionalisering, en daarbij een verzwarende
omstandigheid uit het oog verliest of vergeet verzachtende
omstandigheden aan te nemen. Dan ontstaat er een negatief
bevoegdheidsconflict en dan moet de correctionele rechtbank zich
onbevoegd verklaren.
Dezelfde situatie doet zich ook geregeld voor in een gerechtelijk
onderzoek wanneer een correctionele rechtbank zelf de
tenlastelegging herkwalificeert naar boven toe, waardoor de
correctionele rechtbank zich ook onbevoegd moet verklaren, tenzij
bijvoorbeeld de verzwarende omstandigheden reeds aan bod waren
gekomen tijdens het debat voor de raadkamer.
Dit soort negatieve bevoegdheidsconflicten waarbij de correctionele
rechtbank zich dus onbevoegd moet verklaren moeten vervolgens
worden beslecht via de tussenkomst van het Hof van Cassatie, met
alle belasting voor het Hof van Cassatie tot gevolg. Daar knelt dus het
schoentje.
Voor heel wat processen vormt deze procedure de regeling van het
rechtsgebied de doodsteek. Na de valse start van de correctionele
procedure moet de zaak immers worden bezorgd aan Cassatie en
moet bij vernietiging van de verwijzingsbeschikking de zaak worden
overgedaan.
Dit soort cassatieprocedures brengt een vertraging met zich mee van
verschillende maanden en kan een blokkering van het strafproces
veroorzaken. Het Hof van Cassatie heeft hieromtrent een werkgroep
opgericht en heeft over deze problematiek nagedacht.
Mijnheer de minister, mijn concrete vragen aan u zijn de volgende.
Bent u op de hoogte van deze problematiek?
Volgt er een wetgevend initiatief ter zake vanuit uw kabinet?
09.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Le problème technique que
constitue le règlement de juges
crée un arriéré au niveau des
affaires correctionnelles. Le renvoi
d'un
suspect
au
tribunal
correctionnel par la chambre du
conseil entraîne un conflit de
compétences négatif lorsque la
chambre néglige une circonstance
aggravante ou atténuante. Le
tribunal correctionnel doit en
l'espèce décliner sa compétence.
Il en va de même lorsque le
tribunal correctionnel requalifie
l'accusation en l'aggravant.
Seule la Cour de cassation peut
trancher
ces
conflits
de
compétences négatifs. Si la Cour
annule l'ordonnance de renvoi, il
convient de recommencer le
procès.
Ces
procédures
de
cassation entraînent une charge
de travail considérable pour la
Cour de cassation et représentent
également
un
retard
non
négligeable dans les procès. La
Cour a dès lors institué un groupe
de travail chargé d'examiner la
question.
Le ministre a-t-il connaissance de
ce
problème?
Son
cabinet
prépare-t-il une initiative législative
en la matière?
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
09.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega, ik ben
uiteraard op de hoogte van de problematiek, onder meer door de
publicatie van een interessant artikel hierover van de hand van
Bart De Smet, een docent aan de Universiteit Antwerpen en procureur
des Konings te Antwerpen. Dat artikel is verschenen in het
Rechtskundig Weekblad.
Ik kan u ook bevestigen dat in mijn gesprek met de eerste voorzitter
van het Hof van Cassatie deze ook die problematiek te berde heeft
gebracht en mij ook inderdaad heeft gesignaleerd dat er binnen het
Hof van Cassatie een werkgroep hierover is bijeengeweest en dat
men daaromtrent concrete voorstellen heeft.
Ik kan u trouwens ook bevestigen dat blijkbaar in de vorige legislatuur
ook reeds voorstellen dienaangaande werden ingediend, in de loop
van de voorbije maanden.
Dat betekent dat er binnen de magistratuur blijkbaar toch een ruime
consensus en ook een verzuchting bestaat om de procedure van
regeling van rechtsgebied aan te passen. Misschien is het nodig om
hier of daar nog anderen te consulteren.
Hoe dan ook, volgens de diverse auteurs schijnen er vrij eenvoudige
oplossingen te bestaan voor deze situatie. Die zouden kunnen
bestaan uit het wijzigen van twee artikelen in de wet van
4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden.
U weet dat wij tijdens de periode van de interim-regering natuurlijk
gehouden zijn aan een beperkt regeerakkoord.
Gelet op het feit dat het hier blijkbaar gaat over een relatief
eenvoudige aanpassing en de vraag door meerderen wordt gesteund,
ben ik graag bereid om indien hier in de commissie een initiatief zou
worden genomen, daaraan mee te werken en de nodige steun van de
administratie toe te zeggen, zodat eventueel de volgende weken een
initiatief tot wetgevend resultaat kan leiden.
09.02 Jo Vandeurzen, ministre:
J'ai
connaissance
de
ces
problèmes. Je sais par ailleurs que
le groupe de travail créé au sein
de la Cour de cassation propose
des solutions concrètes pour
remédier à cette situation. Un
large consensus se dégage dès
lors manifestement au sein de la
magistrature pour qu'on modifie la
procédure du règlement de juges.
Peut-être conviendrait-il de lancer
davantage
encore
de
consultations.
Selon
des
spécialistes,
la
solution
consisterait à modifier deux
articles de la loi du 4 octobre 1867
sur les circonstances atténuantes.
Je suis actuellement lié à un
accord de gouvernement dont la
portée est limitée. Étant donné
qu'il s'agit d'une modification
relativement simple demandée par
un grand nombre d'intéressés, je
suis disposé à soutenir une
initiative législative en la matière.
09.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, het
signaal is duidelijk: we zullen zelf de handen uit de mouwen moeten
steken. Nu alvast een oproep aan de meerderheid om daaraan mee
te werken. We zullen met een voorstel in die zin komen.
09.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Nous devrons donc prendre
nous-mêmes l'initiative. J'appelle
les membres de la majorité à
collaborer à cette proposition de
loi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "de huiszoeking bij Tom Boonen" (nr. 1667)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "het onderzoek Vannoppen - bezoek
ouders Boonen - persmededeling parket" (nr. 1697)
10 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "la perquisition chez Tom Boonen" (n° 1667)<br>- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "l'enquête Vannoppen - visite des parents
Boonen - communiqué de presse du parquet" (n° 1697)</b>
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, 10.01 Michel Doomst (CD&V -
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
mijnheer de minister, het zal inderdaad wel mijn sporthart zijn dat
sprak. Naar aanleiding van het onderzoek naar de drugsaffaire die
blijkbaar bij veldrijder Vannoppen begon, werd Tom Boonen genoemd
als een mogelijke cocaïnedealer. Blijkbaar vielen speurders ook in het
ouderlijk huis van de betrokkene binnen.
Volgens het parket ging het om een informatieonderzoek. Er was nog
geen onderzoeksrechter gevorderd. De procureur verklaarde achteraf
ook dat hij betreurde dat het dossier niet in discretie kon worden
afgerond. Blijkbaar was dat door gegevens die naar de pers werden
gelekt dat kan niet anders , niet meer mogelijk.
Hij kaartte in dat opzicht een duidelijk lek in de informatie-uitwisseling
aan.
Rond het snel bekendmaken en het te veel in de openbaarheid
brengen van verdachten werd recent nog door een aantal magistraten
actie gevoerd.
Naar aanleiding van het incident in kwestie vraag ik concreet aan de
minister of hij heeft onderzocht wat de reden van het betrokken
informatielek is.
Zijn er maatregelen mogelijk om dergelijk lek in de toekomst te
vermijden, zeker in soortgelijke, delicate zaken, waarin aan mensen
een stempel wordt gegeven, zonder dat er ook nog maar een begin
van bewijs is?
N-VA): Dans l'affaire Vannoppen,
Tom Boonen a été cité comme
trafiquant de cocaïne potentiel.
Les enquêteurs ont perquisitionné
le domicile de ses parents. Selon
le parquet, il s'agissait d'une
information
et
aucun
juge
d'instruction
n'a
encore
été
désigné. Le procureur a déploré le
manque de discrétion qui a
présidé à l'enquête et a évoqué
une fuite dans la presse.
Plusieurs magistrats mènent une
action pour dénoncer la publicité
hâtive et démesurée dont les
suspects ont fait l'objet. Le
ministre
a-t-il
ordonné
une
enquête sur l'origine de la fuite
dans la presse? A-t-on pris des
mesures pour éviter une telle
situation à l'avenir?
10.02 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, collega, bij mij is het niet mijn sporthart dat
sprak, maar werd ik, als dochter van een oud-renner, genoodzaakt
om vandaag mijn vraag te stellen. Ook stel ik mijn vraag omwille van
mijn bezorgdheid voor de niet-schending van het vermoeden van
onschuld, dat gegarandeerd moet kunnen blijven tot iemand wordt
veroordeeld.
In de pers lazen wij vrijdag laatstleden een mededeling die door de
Hasseltse procureur des Konings werd gegeven. De mededeling
kwam er naar aanleiding van het verspreiden in de media van
gegevens over een "bezoek", zoals het gerecht het noemt, in het
kader van een vooronderzoek of van een onderzoek dat in opdracht
van het parket aan de ouders van Tom Boonen werd gebracht.
Het bezoek zou kaderen in een onderzoek naar een drugsaffaire,
waarbij veldrijder Tom Vannoppen zou zijn betrokken.
Mijnheer de minister, mijn heel concrete vragen zijn de volgende.
Kwam de berichtgeving in de media er door een informatielek bij het
parket?
Zoals u weet ik denk dat dat niet moet worden herhaald zijn alle
medewerkers gehouden door hun beroepsgeheim. Werd er
dienvolgens een onderzoek verricht naar het eventueel schenden van
het beroepsgeheim? Zij die hun beroepsgeheim schenden, plegen
een strafbaar feit, gelet op de bestaande wetgeving, artikel 458 van
de Strafwet.
10.02 Carina Van Cauter (Open
Vld): Je suis soucieuse du respect
de la présomption d'innocence.
Les médias ont récemment diffusé
des informations à propos d'une
enquête menée au domicile
parental de Tom Boonen. Le
procureur du roi de Hasselt a
évoqué dans un communiqué une
fuite dans la presse. Le parquet
est-il effectivement à l'origine
d'une telle fuite? A-t-on enquêté
sur la violation éventuelle du
secret professionnel? Le ministre
dispose-t-il de chiffres sur les
fuites dans la presse et les
éventuelles poursuites?
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Meer nog, mijnheer de minister, hebt u cijfers over perslekken en
eventueel vervolgingen die daar ingevolge onderzoeken op gevolgd
zijn?
10.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega's, ik zou graag op uw vragen in meer algemene termen willen
antwoorden. Uiteraard heeft het u vooral aangegrepen omdat het gaat
over mensen met enige bekendheid en, naar ik begrepen heb, ook
omwille van uw affiniteit met het wielrennermilieu. U zult echter
begrijpen dat het probleem voor mij wat breder is en alle mensen
aangaat die op een of andere manier betrokken worden in
onderzoeken. Dat betekent dat wij ten aanzien van iedereen met de
nodige zorgvuldigheid en met respect voor de regels te werk moeten
kunnen gaan.
Vandaag is er opnieuw aandacht gevraagd voor fundamentele
principes zoals het vermoeden van onschuld, en ik denk dat wij alleen
maar kunnen bevestigen dat het nodig en goed is dat er af en toe
wordt herinnerd aan het bestaan van die fundamentele principes.
Wat mij betreft, komt het in die concrete zaak aan de betrokken
instanties toe om eventueel stappen te zetten in een onderzoek naar
een informatielek. Ik kan natuurlijk alleen maar vaststellen dat er
informatie is gelekt en dat dat, indien het zou gaan om iemand die is
gehouden aan het beroepsgeheim, gaat over een inbreuk en een
schending van het beroepsgeheim, wat strafbaar is en aanleiding kan
geven tot vervolging.
Perslekken komen vaak voor. We moeten dat vaststellen, denk ik.
Dat betekent natuurlijk dat zij vaak georganiseerd kunnen worden
door verschillende betrokkenen in die hele complexe onderzoeksfase.
Het kan gaan over de verdediging of over mensen uit de diensten die
er van de kant van Justitie bij betrokken zijn. Het is moeilijk om daar
harde gegevens over te verzamelen. Het is ook zeer moeilijk, zo blijkt
in de praktijk, om te vervolgen en tot veroordeling over te gaan. In de
snelheid waarmee ik dit antwoord moest voorbereiden, heb ik het
nagekeken, en ik moet zeggen dat ik weinig voorbeelden heb
gevonden van perslekken waarvoor er een vervolging werd
georganiseerd.
Ik denk dat ik er goed aan doe om eerst in algemene termen aan het
College van procureurs-generaal te vragen welke houding het
openbaar ministerie aanneemt wanneer het wordt geconfronteerd met
dit soort fenomeen. We zullen onderzoeken of er inderdaad een
bepaalde lijn wordt aangehouden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen
dat ook het College mij zal signaleren dat het zeer moeilijk is om na te
gaan waar deze lekken zich bevinden. We hebben hier vaak te
maken met het aanvoelen van een zekere morele plicht of
deontologie en ik meen dat het in de praktijk vaak zeer moeilijk is te
achterhalen waar het lek zich precies situeert.
Mijn reactie zou er meer een zijn in algemene termen. Ik denk dat wij
er goed aan doen om deze situatie eens met het College te
bespreken en te bekijken welke houding men vanuit het openbaar
ministerie hiertegen aanneemt.
10.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans ce contexte, je souhaiterais
insister sur le principe fondamental
de la présomption d'innocence. Il
appartient
également
aux
instances
concernées
d'éventuellement
ouvrir
une
enquête
sur
des
fuites
d'informations. Il existe
peu
d'exemples de fuites dans la
presse qui, un jour, ont entraîné
une poursuite.
Je demande au Collège des
procureurs généraux quelle est la
position générale du ministère
public en ce qui concerne ce type
de phénomènes. Nous pourrons
alors évaluer si une certaine ligne
de conduite est maintenue. Je
pense sincèrement que le Collège
rétorquera que ces fuites peuvent
très difficilement être détectées. Il
s'agit souvent d'une certaine
conscience
déontologique
ou
morale.
10.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, bedankt
voor uw antwoord. Ik denk dat het toch goed is dat we het in deze
10.04 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Selon moi, il est positif que
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
commissie, naar aanleiding van dit incident, opnieuw eens hebben
aangekaart. Ik ben blij dat u er een vervolg aan zult geven en het in
elk geval met de hoogste rechtsinstantie zult bespreken. Het nuttige
gevolg van dit incident zal daardoor misschien zijn dat dit soort van
deontologische afspraken waarvan men verwacht dat iedereen zich
eraan houdt, bespreekbaar wordt gemaakt. Naar aanleiding van dit
incident met iemand van grote bekendheid zullen in de toekomst ook
mensen met kleinere bekendheid kunnen profiteren van meer
discretie en het naleven van deontologische afspraken dan in dit
dossier is gebeurd.
nous ayons à nouveau évoqué
cette
problématique
en
commission.
L'intention
du
ministre d'aborder la question en
présence
des
plus
hautes
instances judiciaires entraînera
peut-être l'inscription du respect
de la déontologie à l'ordre du jour.
À la suite de cet incident
impliquant
une
personnalité
connue, des personnes moins en
vue bénéficieront peut-être de la
discrétion voulue désormais.
10.05 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, het is
inderdaad juist dat het een concreet feit is dat aanleiding heeft
gegeven tot deze vraagstelling. Dit neemt niet weg dat onze
bezorgdheid even breed is als die van u en die van de collega. U zult
dit ook hebben gezien in de formulering van de concrete vragen die ik
u heb gesteld.
Ik wil erop aandringen in het geplande overleg met de procureurs-
generaal de nodige aandacht te besteden aan deze fenomenen. Ik wil
toch
ook
nog eens
benadrukken dat niet alleen de
onderzoeksrechters en de procureurs zeg maar zij die echt bezig
zijn met een onderzoek gehouden zijn tot dit beroepsgeheim. Het
gaat echter om alle medewerkers bij een onderzoek gaande van
griffiers tot therapeuten. Deze geheimhoudingsplicht is in de praktijk
volgens de wetgeving zeer breed. Het is aan de parketten om
daaraan de nodige gevolgen te geven en de nodige aandacht te
schenken. Er moet werk worden gemaakt van een effectief
vervolgingsbeleid indien dit in de praktijk nodig zou blijken.
10.05 Carina Van Cauter (Open
Vld): J'insiste pour que ce type de
phénomènes bénéficie de toute
l'attention voulue dans le cadre de
la concertation prévue avec les
procureurs
généraux.
Non
seulement les juges d'instruction
et les procureurs mais aussi
l'ensemble des parties intéressées
dans le cadre d'une enquête sont
liés par leur secret professionnel.
En vertu de la loi, leur obligation
doit être interprétée au sens large
dans la pratique. Si nécessaire,
des
poursuites
doivent
effectivement
être
entamées
contre
de
telles
dérives
déontologiques.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Denis Ducarme au ministre de la Justice sur "les critères de sélection linguistiques
retenus par la commune de Zaventem pour la vente de terrains communaux à des particuliers"
(n° 1700)</b>
11 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de minister van Justitie over "de taalvereisten die de
gemeente Zaventem oplegt aan particuliere kandidaat-kopers van gemeentelijke kavels" (nr. 1700)
11.01 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, la semaine
dernière, j'ai pu déposer une interpellation en commission des
Relations extérieures à l'intention de votre collègue Karel De Gucht
dans le cadre de l'enquête que la Commission européenne a décidé
d'ouvrir concernant l'application du "Wooncode" pris à l'initiative du
gouvernement flamand et le règlement pris par la commune de
Zaventem pour la vente de terrains communaux, lequel selon son
initiateur, M. Eric Van Rompuy, s'inspire de différents critères
énumérés par le "Wooncode".
Je veux parler de Zaventem, mais on peut également parler de
Vilvoorde ou de la commune de Zemst. Des doutes importants sont
en effet exprimés quant à la conformité de ces règlements par rapport
aux principes européens souverains et au respect des traités en
matière de libre circulation et également d'égalité de traitement.
11.01 Denis Ducarme (MR): Er
rijzen ernstige twijfels over de
vraag of de reglementen van
bepaalde Vlaamse gemeenten in
het kader van de toepassing van
de Wooncode wel stroken met de
Europese beginselen. Dat geldt
onder meer voor de beslissingen
van
de
gemeenteraad
van
Zaventem waarbij gronden die
eigendom zijn van de gemeente
enkel
worden
verkocht
aan
kandidaat-kopers die Nederlands
spreken of zich ertoe verbinden
Nederlands te leren.
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Si tel que notifié par le "Wooncode", l'octroi d'un logement social est
conditionné à la connaissance du néerlandais ou à son
apprentissage, matière liée au logement public qui relève des
compétences régionales, il n'en est pas de même pour les décisions
prises par le conseil communal de Zaventem qui conditionnent la
vente d'un terrain communal à des candidats acquéreurs appelés à
répondre aux mêmes critères et conditions. En d'autres termes, la
commune de Zaventem accepte de leur céder ce bien dans un acte
de vente si le candidat acquéreur parle le néerlandais ou s'engage à
l'apprendre.
Le droit de vente, tel que visé ici par la décision de la commune de
Zaventem, relève bien entendu de la loi et non du décret. Je me
permets de vous renvoyer à l'article 1594 du Code civil qui précise:
"Tous ceux à qui la loi ne l'interdit pas peuvent acheter ou vendre". Ce
n'est naturellement pas un règlement communal qui peut remettre
notre Code civil en question.
Monsieur le ministre, le seul recours serait-il de conseiller aux
candidats acquéreurs lésés d'intenter une action en justice afin de
faire respecter leurs droits à l'achat ou encore de demander à la
Commission européenne de veiller à recommander à la tutelle
régionale flamande de remettre en question cette décision du conseil
communal de Zaventem qui contrevient gravement aux principes de
libre circulation et d'égalité de traitement?
Heureusement non! La loi du 10 mai 2007, qui tend à lutter contre
certaines formes de discrimination, donne des moyens d'action utiles
en la matière. Les critères protégés visés par cette loi sont l'âge,
l'orientation sexuelle, l'état civil, la naissance, la fortune, la conviction
religieuse ou philosophique, la conviction politique, l'état de santé
actuel ou futur, un handicap, une caractéristique physique ou
génétique, l'origine sociale mais également la langue.
En son article 5 §1
er
, la portée de la loi est précisée: "À l'exception des
matières qui relèvent de la compétence des Communautés ou des
Régions, la présente loi s'applique à toutes les personnes, tant pour le
secteur public que pour le secteur privé, en ce compris aux
organismes publics, en ce qui concerne l'accès aux biens et services
et la fourniture de biens et services à la disposition du public".
C'est donc bien l'accès aux biens et la fourniture de biens qui font
l'objet de la problématique soulevée par la décision du conseil
communal de Zaventem.
Ainsi que la loi vous y autorise, vous êtes en mesure de veiller à ce
que le ministère public garantisse le respect de la loi anti-
discrimination. Ce dernier peut, le cas échéant, prendre une action en
cessation visant les règlements discriminatoires non conformes à la
loi du 10 mai 2007, et ce même en l'absence du dépôt d'une plainte.
Tel que vos missions de ministre de la Justice vous en confèrent le
devoir, allez-vous user de votre droit d'injonction positive afin de
demander au procureur du Roi d'ouvrir une enquête sur les
règlements pris par ces communes? Ainsi, si le constat de violation
de la loi devait être établi, le ministère public serait en mesure de
saisir le tribunal de première instance, qui pourra alors, légitimement,
ordonner la cessation des actes découlant des décisions initiées par
Het verkooprecht wordt bij wet
geregeld. Ons Burgerlijk Wetboek
kan
natuurlijk
niet
bij
gemeentereglement
worden
gewijzigd. De wet van 10 mei 2007
biedt
benadeelde
kandidaat-
kopers
mogelijkheden
om
daartegen actie te ondernemen.
De wet machtigt u ertoe op de
naleving
van
de
antidiscriminatiewet
door
het
openbaar ministerie toe te zien.
Zal u uw positief injunctierecht
uitoefenen en de procureur des
Konings vragen een onderzoek
naar de door die gemeenten
vastgestelde reglementen in te
stellen?
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
le conseil communal de ces communes.
11.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, je ne vais
pas faire usage de mon droit d'injonction positive en cette matière.
L'usage de ce droit doit, à mon avis, être une exception, un dernier
recours. Mes raisons sont simples et claires.
Premièrement, les personnes éventuellement lésées par la décision
communale que vous mentionnez, ont le droit et doivent avoir
l'occasion de déposer plainte elles-mêmes.
Deuxièmement, je ne crois pas que l'usage de mon droit d'injonction
soit opportun, vu que la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre
certaines formes de discrimination stipule clairement en son article 3
que la lutte contre la discrimination fondée sur la langue est visée par
la loi susmentionnée et que le législateur a voulu, à l'article 29 §2 de
ladite loi, que ce soit le Roi qui désigne l'organe qui serait compétent
pour les discriminations fondées sur la langue. C'est dès lors le
législateur lui-même qui a voulu que la discrimination sur base de la
langue soit traitée de manière spécifique par un organe comparable
au Centre pour l'égalité des chances et la lutte contre le racisme.
Cette désignation devra sans aucun doute et en temps utile faire
l'objet d'une décision au sein de la majorité.
Troisièmement, les intéressés ont aussi le droit d'introduire une
procédure administrative visant la suspension et l'annulation de la
décision litigieuse.
Il me semble que vu les diverses possibilités offertes aux parties
lésées, actuelles et futures, l'injonction positive, considérée comme
un dernier recours, n'est pas à l'ordre du jour.
11.02 Minister Jo Vandeurzen:
In dit geval zal ik mijn positief
injunctierecht
niet
uitoefenen.
Mijns inziens moet het gebruik van
dat recht een uitzondering blijven.
Personen die eventueel door die
gemeentelijke
beslissing
benadeeld zijn, hebben het recht
en
moeten
de
mogelijkheid
hebben om zelf klacht in te dienen.
Ik vind het niet opportuun om mijn
injunctierecht uit te oefenen,
vermits de wet van 10 mei 2007
bepaalt dat de Koning het orgaan
aanwijst dat bevoegd is voor
discriminatie op grond van taal.
Bovendien kunnen de betrokkenen
ook een administratieve procedure
met het oog op de schorsing en de
nietigverklaring van de kwestieuze
beslissing instellen.
11.03 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, certaines
personnes de grande expérience politique m'avaient confié qu'à
l'issue de cette question, vous botteriez vraisemblablement en touche.
Mais je pensais tout de même que la trajectoire de votre tir serait
moins plate.
En l'occurrence et d'après vos réponses, ce n'est pas parce que
l'article 29 de cette loi prévoit qu'un organe soit constitué dans le
cadre d'un constat de discriminations liées à la langue, que vous ne
pouvez pas prendre votre droit d'injonction positive pour veiller
simplement à ce que la loi fédérale soit respectée.
Vous me dites également que les personnes lésées ont le droit de
déposer une plainte ou d'introduire une réclamation administrative,
mais cela ne vous dispense évidemment pas de prendre cette
injonction positive. Pour faire quoi? Pour faire respecter la loi. Vous
êtes ministre de la Justice, vous avez cette possibilité. Il existe des
indices importants relatifs au fait que cette loi soit violée. Et le fait
d'attendre que des personnes déposent des plaintes ou des
réclamations ne me semble pas coller avec l'importance des
violations concrètes.
Monsieur le ministre, la loi est la même pour tous: elle doit être la
même aussi pour les communes CD&V. J'aime beaucoup la Flandre,
et pas uniquement Knokke-le-Zoute, et je ne peux accepter qu'elle se
déshonore en mettant en place une forme d'apartheid linguistique qui
11.03 Denis Ducarme (MR):
Sommigen
hadden
me
gewaarschuwd
dat
u
naar
aanleiding van deze vraag tijd zou
proberen te winnen. Maar ik had
toch verwacht dat uw antwoord
minder direct zou zijn.
Het is niet omdat die wet bepaalt
dat er een orgaan moet worden
aangewezen wanneer een geval
van discriminatie op grond van taal
wordt vastgesteld, dat u geen
gebruik kan maken van uw positief
injunctierecht. U bent de minister
van
Justitie,
u
heeft
die
mogelijkheid, en het is uw taak de
wet te doen naleven. Ik kan niet
aanvaarden dat er een soort
taalapartheid zou ontstaan, die
ons bij de Europese landen een
kwalijke reputatie zou bezorgen
wat de inachtneming van de
waarden en de eerbied voor de
persoon betreft.
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
met notre pays au ban des pays européens sur le plan des valeurs et
du droit du respect de la personne.
Je lis avec attention les déclarations de votre collègue De Gucht:
récemment, il parlait de frontières d'État lorsqu'il parlait de la frontière
linguistique. Voilà qui fera encore jaser à l'étranger: un ministre des
Affaires étrangères parle de frontières d'État en parlant de la
Belgique!
En réalité, tant qu'il ne s'agira pas vraiment d'une frontière d'État, la loi
sera la même de part et d'autre. Je reviendrai donc vous voir,
monsieur le ministre, et ce sera alors autrement qu'avec une simple
question. En effet, j'estime que vous avez ce devoir de remplir votre
mission, de prendre cette injonction positive. J'informerai le président
de mon parti de ma proposition de déposer cette fois une
interpellation sur ces sujets, quitte, si nécessaire, à la faire poursuivre
d'une motion de recommandation. Monsieur le ministre, j'ai vraiment
le sentiment que vous êtes encore un peu trop dans la peau du
président du CD&V!
Uw collega, de heer De Gucht,
had
het
onlangs
over
staatsgrenzen
toen
hij
de
taalgrens bedoelde. Dat zal ons in
het buitenland nog maar eens over
de tong laten gaan. Zolang het niet
echt een staatsgrens is, gelden de
wetten evenwel aan beide kanten
van de taalgrens. Ik zal mijn
partijvoorzitter op de hoogte
brengen van mijn voorstel om de
minister hierover te interpelleren,
waarna ik in voorkomend geval
een motie van aanbeveling zal
indienen. Mijnheer de minister, ik
heb de indruk dat u zich nog wat te
veel met de CD&V-voorzitter
vereenzelvigt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de toegang tot het
Centraal Strafregister" (nr. 1712)
12 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "l'accès au Casier judiciaire
12.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik
heb een vraag over de toegang tot het Centraal Strafregister, die
wordt geregeld door de wet van 8 augustus 1997. In uitvoering van
artikel 8 van deze wet is er een KB genomen op 19 juli 2001, waarin
een opsomming volgt van de personen die zijn gemachtigd om
toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal
Strafregister. De leidinggevende ambtenaar van de dienst
Naturalisaties en de personeelsleden die de leidinggevende
ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, worden in dat rijtje
genoemd.
Tot op vandaag heeft dit KB nog altijd geen uitvoering gevonden in de
praktijk. In een antwoord op een vraag van mij op 15 januari
laatstleden over de snel-Belg-wet, hebt u geantwoord dat een
aanpassing van deze wet niet in het beperkte programma van de
interim-regering staat, dat u op dat vlak dan ook geen wetgevend
initiatief zult nemen, maar dat u hiertoe wel voorbereidingen zult
treffen.
Ik zou u dan ook willen vragen wat eigenlijk de oorzaak is van het feit
dat het KB van 19 juli 2001 vandaag nog altijd geen uitvoering kent.
Kunt u het toegankelijk maken van het Centraal Strafregister voor de
dienst Naturalisaties als voorbereiding zien in het kader van de
aanpassing van de snel-Belg-wet en hier prioriteit aan verlenen?
Ik heb het u de vorige keer ook al gezegd, mijnheer de minister. Het
gaat vooral over het probleem dat parlementsleden die dossiers
onderzoeken in de commissie voor de Naturalisaties vaak met een
verouderd uittreksel van het strafregister worden geconfronteerd en
op basis daarvan een advies moeten formuleren. Dat probleem zou
12.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): L'arrêté royal du 19
juillet
2001
énumère
les
personnes habilitées à accéder
aux
informations
du
Casier
judiciaire central. Le fonctionnaire
dirigeant
du
service
Naturalisations en fait partie mais,
en pratique, il n'a pas accès à ces
informations. Pourquoi cet arrêté
royal n'est-il pas exécuté?
Le 15 janvier, le ministre m'a
répondu qu'une modification de la
loi instaurant une procédure
accélérée de naturalisation n'était
pas
au
programme
du
gouvernement intérimaire mais
qu'en revanche, il pouvait préparer
une initiative législative. Pourrait-il,
dans ce cadre, rendre le Casier
judiciaire central d'ores et déjà
accessible
au
service
Naturalisations? Aujourd'hui, les
parlementaires qui préparent les
dossiers de cette Commission
doivent en effet formuler leurs avis
sur la base d'un extrait obsolète du
casier judiciaire.
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
volgens mij dringend moeten worden verholpen.
12.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega, het is onjuist te beweren dat het koninklijk besluit van
19 juli 2001 betreffende de toegang van bepaalde openbare besturen
tot het Centraal Strafregister thans nog niet ten uitvoer is gelegd. Het
wordt immers toegepast, aangezien de openbare besturen waaraan
toegang wordt verleend op grond van dit koninklijk besluit, waaronder
de dienst Naturalisaties van de Kamer van volksvertegenwoordigers,
thans de gegevens uit het Centraal Strafregister ontvangen.
Het is echter wel juist dat de besturen die bedoeld zijn in dit koninklijk
besluit, nog niet de mogelijkheid hebben om het Centraal Strafregister
online te raadplegen, wat wel het geval is voor de gerechtelijke
diensten. Deze elektronische raadpleging zal pas mogelijk zijn zodra
het Centraal Strafregister kan worden geraadpleegd op grond van het
rijksregisternummer en zodra de informaticatoepassing die deze
raadpleging voor andere diensten dan de gerechtelijke diensten
mogelijk maakt, is ontwikkeld.
De vervulling van de voorwaarden die zijn aangehaald in mijn
antwoord op uw eerste vraag, maken deel uit van de prioriteiten van
het Centraal Strafregister. Alle openbare besturen, bedoeld in het KB
van 19 juli 2001, zullen tegelijkertijd elektronische toegang krijgen tot
het Centraal Strafregister wanneer die voorwaarden zijn vervuld. De
vaststelling van een precieze termijn is niet mogelijk omdat in het
bijzonder de ontwikkeling van de informaticatoepassing voor de
elektronische raadpleging van het Centraal Strafregister niet enkel
afhangt van het departement Justitie.
Het spreekt voor zich dat wij dit zo spoedig mogelijk wensen te
realiseren, niet alleen met het oog op een snellere en bijgevolg
efficiëntere gegevensoverdracht, maar ook omdat de elektronische
raadpleging de werklast van het Centraal Strafregister aanzienlijk zal
verminderen.
12.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
n'est pas exact que l'arrêté royal
du 19 juillet 2001 n'est pas
exécuté.
Les
administrations
publiques compétentes, dont le
service Naturalisations, reçoivent
en effet les informations du Casier
judiciaire central même si elles ne
peuvent pas encore les consulter
électroniquement. Cela ne sera
possible qu'après la mise au point
de l'application logicielle qui
devrait permettre aussi aux autres
services de consulter le Casier sur
la base du numéro d'identification
au registre national. Cela ne
dépend pas seulement du SPF
Justice de sorte que je ne puis
vous communiquer de calendrier
précis. Nous sommes déterminés
à réaliser cette réforme le plus vite
possible, à la fois pour accroître
l'efficacité du système et pour
réduire la charge de travail du
Casier judiciaire central.
12.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik
heb geen repliek.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de voorwaardelijke
invrijheidstelling en foutief gedrag voor de proefperiode" (nr. 1717)
13 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "la libération conditionnelle et le
comportement fautif avant la période de probation" (n° 1717)</b>
13.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, deze vraag heeft betrekking op de
voorwaardelijke invrijheidstelling en foutief gedrag voor de
proefperiode.
Mijnheer de minister, u hebt kennis genomen van de recente
cassatierechtspraak van 2 januari 2008. Het Hof heeft zich hier
uitgesproken over de voorwaarden om tot herroeping van de
strafuitvoeringsmodaliteiten door de strafuitvoeringsrechtbank te
kunnen overgaan.
13.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Récemment, la Cour de
cassation a décidé que la mise en
liberté conditionnelle peut être
révoquée
en
raison
d'un
comportement fautif pendant la
période de probation, mais non
avant celle-ci. Le ministre compte-
t-il modifier la législation?
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Het Hof is daar tot de conclusie gekomen dat alleen foutief gedrag
tijdens en niet voor de proefperiode aanleiding kan geven tot
herroeping.
Mijnheer de minister, mijn concrete vraag is de volgende.
Hebt u de intentie om de wetgeving aan te passen zodat de
strafuitvoeringsrechtbank op vordering van het parket de
voorwaardelijke invrijheidstelling kan herroepen wanneer zij kennis
krijgt van strafbare feiten die zij nog niet kende op het ogenblik dat zij
het dossier heeft behandeld en die hebben plaatsgegrepen voor de
proefperiode?
13.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van
Cauter, ik neem akte van uw bemerking, maar heb momenteel niet de
intentie om de bevoegdheid van het openbaar ministerie uit te breiden
met betrekking tot de reden waarvoor men de zaak bij de
strafuitvoeringsrechtbank aanhankelijk kan maken.
De feiten in deze specifieke situatie zijn gepleegd voor de
voorwaardelijke invrijheidstelling was toegestaan. De tijd dat de
betrokkene in de gevangenis zit tijdens zijn voorwaardelijke
invrijheidstelling kan worden meegerekend door de proeftijd te
verlengen, gelet op artikel 68, §5, dat stelt dat bij herroeping van de VI
de strafuitvoeringsrechtbank het gedeelte bepaalt van de vrijheidstraf
dat de veroordeelde nog moet ondergaan rekeninghoudend met de
periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanningen
die de veroordeelde heeft geleverd om de voorwaarden te
respecteren die hem werden opgelegd.
Kortom, als de betrokkene in die proeftijd in de gevangenis verblijft en
geen inspanningen kon leveren daartoe, kan de rechter bepalen
hoelang de betrokkene zijn proeftermijn nog moet ondergaan na
invrijheidstelling.
13.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je n'ai pas l'intention, pour le
moment, d'étendre la compétence
du ministère public. Dès lors, si un
condamné séjourne en prison
pendant sa période de probation et
qu'il ne peut donc pas fournir les
efforts requis pour respecter les
conditions qui lui sont imposées, le
juge peut fixer le délai pendant
lequel la période de probation
devra se poursuivre après sa mise
en liberté.
13.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik neem daarvan akte, maar ik betreur toch dat
wanneer het parket op een later ogenblik kennis krijgt van feiten die,
wanneer de strafuitvoeringsrechtbank ze zou hebben gekend op het
ogenblik van haar oordeel, ongetwijfeld zouden hebben geleid tot,
aanleiding zou hebben gegeven tot een andere uitspraak, de
strafuitvoeringsrechter niet in de mogelijkheid zal zijn om een andere
beslissing te nemen en zijn eerdere beslissing te herroepen.
Het is jammer dat wanneer ernstige feiten naderhand aan het licht
komen,
iemand
toch
kan
genieten
van
voorwaardelijke
invrijheidstelling, daar waar in concrete gevallen die achteraf aan het
licht gekomen feiten ongetwijfeld niet zouden hebben geleid tot de
voorwaardelijke invrijheidstelling van de betrokkene, hetgeen
ongetwijfeld opnieuw een gevaar zou betekenen voor de
maatschappij waarin de betrokkene zich begeeft.
13.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il reste regrettable que le
juge de l'application des peines ne
puisse pas revoir sa décision. De
ce fait, des individus pourront
bénéficier
d'une
libération
conditionnelle bien qu'ils aient
commis des faits graves, parce
que ceux-ci auront été découverts
tardivement. Et c'est la société, en
réalité, qui est mise en danger.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de beveiliging van
de penitentiaire instellingen" (nr. 1718)
14 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la sécurisation des
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
14.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij hoorden het al tijdens de regeringsverklaring.
Sindsdien hebt u er ook al een aantal keer op gehamerd. De betere
beveiliging van de penitentiaire instellingen is, op het vlak van justitie,
een van de prioriteiten van de huidige interim-regering.
Ik hoef niet te verwijzen naar de problemen die er in het verleden zijn
geweest rond de onvoldoende bescherming. Ik denk in dat verband
aan de ontsnappingspogingen.
Er werden verschillende voorstellen geformuleerd, bijvoorbeeld het
spannen van veiligheidskabels over de open binnenruimte om te
vermijden dat een helikopter er zou kunnen landen.
Ik zou u vandaag willen vragen of u intussen op de korte termijn dat u
bevoegd bent, al een aantal concrete, extrabeveiligingsmaatregelen
hebt getroffen.
Ten tweede, welke beveiligingsmaatregelen zitten in de pipeline?
Binnen welke termijn zullen ze worden gerealiseerd?
14.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Une
meilleure
sécurisation des établissements
pénitentiaires compte parmi les
priorités
du
gouvernement
intérimaire actuel. L'idée de tendre
des câbles de sécurité au-dessus
des préaux de certaines prisons a
notamment été lancée.
Le ministre a-t-il déjà pris des
mesures de sécurité concrètes? Y
en a-t-il qui sont en bonne voie de
l'être?
14.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, op het vlak
van infrastructuur en beveiliging van de gevangenissen is een grote
inhaalbeweging nodig. Dat heb ik al een paar keer verklaard. Twintig
van de vierentwintig penitentiaire instellingen dateren immers nog van
de negentiende eeuw.
Na de ontvluchting van 28 gedetineerden op 19 augustus 2006 werd
het duidelijk dat dringend werk dient te worden gemaakt van een
renovatieprogramma.
In 2007 werd met voornoemd programma van start gegaan. Er zal
echter nog zeker gedurende vijf jaar een extra-inspanning moeten
worden gedaan om alle verouderde inrichtingen volledig in orde te
stellen.
Behalve een meerjarenplan met het oog op de uitbreiding van de
gevangeniscapaciteit, is ook een meerjarenplan voor de
herconditionering van de penitentiaire gebouwen nodig. De spreiding
van de werken is onvermijdelijk, omdat de inrichtingen ondertussen
operationeel moeten blijven en ook om de budgettaire lasten te
spreiden. De omvang van de renovatiewerken wordt door de
Regie der Gebouwen immers op ongeveer 500 miljoen euro geschat.
De extrabeveiligingsmaatregelen die voor 2008 en de komende jaren
zullen worden gepland, zullen definitief tussen nu en een aantal
weken worden bepaald ter gelegenheid van de bespreking van de
begroting. Een beslissing omtrent een beveiliging tegen
helikopterlandingen zal ook op dat moment worden genomen.
Ten tweede, in de eerste plaats moeten in de oudere gevangenissen
de perimeterbeveiliging, de celdeuren en de sloten, de ramen, de
wandelplaatsen, de units voor toegangscontrole, de camera's en de
alarminstallaties worden aangepast of vervangen.
In recentere gevangenissen moeten de elektrische installaties worden
14.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Au niveau de l'infrastructure et de
la sécurisation des prisons, il y a
un grand retard à combler. Après
l'évasion de 28 détenus en août
2006,
un
programme
de
rénovation a été élaboré, et sa
mise en oeuvre a débuté en 2007.
Il faudra toutefois encore cinq ans
pour que tous les établissements
dont les normes de sécurité sont
dépassées soient en ordre.
Outre
l'augmentation
de
la
capacité des prisons, un plan
pluriannuel de réaménagement
des bâtiments pénitentiaires est
également nécessaire. Selon la
Régie des bâtiments, les travaux
coûteront environ 500 millions
d'euros. Les travaux devront être
réalisés par phases successives,
non seulement parce que les
établissements
doivent
rester
opérationnels, mais aussi pour
pouvoir étaler les dépenses.
Les mesures de sécurisation qui
seront mises en oeuvre en 2008 et
après seront évoquées lors des
discussions
budgétaires.
La
question des dispositifs anti-
hélicoptères sera mise sur la table
à ce moment également. Une des
priorités
est
d'améliorer
la
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
op punt gesteld of vernieuwd.
Daarnaast zijn er in de oudere gevangenissen ook andere
renovatiewerken uit te voeren, zoals het vernieuwen van de daken,
douche-installaties, keukens enzovoort.
Gelet op de budgettaire omvang, zal een en ander in de tijd moeten
worden gespreid. De beveiligingswerken zullen uiteraard voorrang
krijgen, maar men kan niet alles tegelijk doen in een gevangenis,
omdat ze ondertussen verder moet functioneren.
Tot slot moet ik er op wijzen dat ook de overbevolking in de
gevangenissen, de veiligheid schaadt. Daarom is het noodzakelijk op
korte termijn de gevangeniscapaciteit uit te breiden. Ook hierover ben
ik samen met de Regie der Gebouwen een meerjarenplan aan het
uitwerken.
sécurisation du périmètre et de
rénover les portes des cellules, les
serrures, les fenêtres, les lieux de
promenade, les unités de contrôle
d'accès, les caméras et les
systèmes d'alarme dans les
prisons les plus anciennes.
Les installations électriques des
prisons récentes doivent être
adaptées et les établissements
pénitentiaires
plus
anciens
requièrent d'autres travaux de
rénovation. Ces travaux sont
onéreux et demandent donc un
étalement
dans
le
temps.
Naturellement, les travaux de
sécurisation sont prioritaires mais,
dans l'intervalle, les prisons
doivent pouvoir conserver un
fonctionnement normal.
La surpopulation carcérale porte
préjudice à la sécurité. D'où la
nécessité d'élargir à court terme la
capacité
des
établissements
pénitentiaires. Je travaille en
collaboration avec la Régie des
Bâtiments à l'élaboration d'un plan
pluriannuel visant cet objectif.
14.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik begrijp, mijnheer de
minister, dat er tot nu nog geen concrete maatregelen zijn genomen.
Als ik het goed begrepen heb, bent ut wel een meerjarenplan aan het
opstellen voor een bedrag van 500 miljoen euro. De knopen zullen
worden doorgehakt in de discussie met betrekking tot het budget. Ik
zal het dossier verder opvolgen en u dan nog eens ondervragen.
14.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Aucune mesure
concrète n'a donc encore été prise
pour le moment. Ai-je bien
compris? Le ministre élabore-t-il
un plan pluriannuel d'un montant
de 500 millions d'euros?
14.04 Minister Jo Vandeurzen: De renovatiewerken alleen worden
geraamd op 500 miljoen euro.
14.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Les travaux de rénovation à eux
seuls sont déjà estimés à 500
millions d'euros.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Bruno Steegen aan de minister van Justitie over "de aanpak van de
problematiek van drugs in de gevangenissen" (nr. 1719)
15 Question de M. Bruno Steegen au ministre de la Justice sur "la lutte contre les problèmes de
15.01 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, uit diverse bronnen kunnen wij vernemen dat een derde
van de gevangenisbevolking hasj of andere drugs gebruikt. Van de
gedetineerden die gebruiken, neemt 6 op 10 verschillende drugs door
elkaar. Volgens een rapport zou 13% van de penitentiaire populatie al
heroïne hebben gebruikt. Ook kalmeermiddelen en cocaïne zouden
15.01 Bruno Steegen (Open
Vld): Un tiers de la population
carcérale
consommerait
du
haschich ou d'autres drogues.
Parmi
cette
population,
six
détenus sur dix consomment un
29/01/2008
CRIV 52
COM 082
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
beschikbaar zijn. Dit zijn verontrustende cijfers.
Drugsgebruik in de gevangenis heeft uiteraard veel nadelen.
Gedetineerden worden of blijven mentaal afhankelijk. Zij kunnen
psychische en fysische hinder ondervinden van hun gebruik.
Sommige drugs doen de agressie toenemen. Drugs verhogen de
overlast voor enerzijds de andere gedetineerden en anderzijds ook
voor de penitentiaire beambten. Bovendien werden ook veel
gedetineerden 30% volgens het rapport dat ik kon inkijken
veroordeeld voor drugsgerelateerde feiten.
Ook binnen de gevangenismuren blijven drugs makkelijk beschikbaar.
In het Belgische drugsrapport van enige tijd geleden staat dat de
belangrijkste toevoer gebeurt via het bezoek. Er dient dan ook meer
aandacht te gaan naar het terugdringen van drugs en andere
verdovende middelen in de gevangenissen.
Ik heb vier concrete vragen voor de minister. Bestaat de mogelijkheid
om aan een externe instantie te vragen om een onderzoek te voeren
naar de omvang van de problemen en de huidige aanpak? Is de
minister bereid om meer controles op drugs in penitentiaire
instellingen te laten uitvoeren? Is er nood aan meer hulpverlening en
wil de minister hiervoor de nodige middelen ter beschikking stellen? Ik
denk bijvoorbeeld aan substitutieprogramma's. Welke andere stappen
overweegt de minister om het drugsgebruik in penitentiaire
instellingen terug te dringen?
mélange de drogues. Quelque
13% de la population carcérale
aurait déjà consommé de l'héroïne
et 30%
des
détenus sont
condamnés pour des faits de
drogue. Il serait aisé de se
procurer de la drogue au sein des
prisons. La majeure partie de
l'approvisionnement
proviendrait
des visiteurs.
Il s'agit là de faits inquiétants. Les
détenus restent ainsi dépendants
et peuvent éprouver des troubles
psychiques et physiques après
avoir consommé de la drogue.
Entre-temps,
les
drogues
entraînent une augmentation des
nuisances pour les autres détenus
et pour les agents pénitentiaires.
Une instance externe ne pourrait-
elle mener une enquête sur
l'étendue et l'approche actuelle
des problèmes? Le ministre est-il
disposé à augmenter le nombre de
contrôles en matière de drogues
dans
les
établissements
pénitentiaires? Faut-il augmenter
l'aide et le ministre est-il disposé à
affecter davantage de moyens à
cet effet? Quelles autres mesures
le ministre envisage-t-il de prendre
pour
faire
régresser
la
consommation de drogue dans les
établissements pénitentiaires?
15.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ten eerste, in
2006 werd door een multidisciplinair team onder leiding van de
geneesheer die het drugbeleid coördineert in de gevangenissen een
onderzoek uitgevoerd in samenwerking met de organisatie Modus
Vivendi uit Brussel. Het onderzoek werd uitgevoerd op een
representatieve steekproef van 902 gedetineerden. Het onderzoek
bracht het profiel van het druggebruik bij gedetineerden in kaart, het
druggebruik in de gevangenissen, het soort drugs dat wordt gebruikt,
of er injectienaalden worden gebruikt enzovoort. Van de 902
bevraagde gedetineerden gaven er 266 of 29% toe een of andere
drug te gebruiken. Van deze laatste groep gebruikte 92,5%
cannabisproducten, 40% heroïne en 30% cocaïne.
Ten tweede, controles worden in gevangenissen uitgevoerd, zowel op
systematische wijze als naar aanleiding van tips of verdachte
handelingen. Zo worden gedetineerden na ieder bezoek onderworpen
aan een fouillering, worden de cellen op periodieke wijze
gecontroleerd, wordt regelmatig in samenwerking met de politie een
zoekactie met drughonden in de gevangenissen gedaan. Wanneer
iemand op het bezit of de verhandeling van drugs wordt betrapt, wordt
disciplinair opgetreden en wordt aangifte gedaan bij het parket. Het
15.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Une étude sur la toxicomanie chez
les détenus a été réalisée en 2006
en
collaboration
avec
l'organisation "Modus Vivendi".
Parmi les 902 détenus interrogés,
29% ont admis consommer de la
drogue. Au sein de ce groupe,
92,5% fumaient du cannabis, 40%
consommaient de l'héroïne et 30%
de la cocaïne.
Il est procédé à des contrôles
systématiques comme à des
contrôles sur information ou à la
suite de comportements suspects.
Lorsqu'un détenu est surpris à
consommer ou à vendre de la
drogue, le parquet en est informé.
Le personnel pénitentiaire est
formé à identifier les drogues et
CRIV 52
COM 082
29/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
gevangenispersoneel krijgt op systematische wijze opleiding inzake
het herkennen van drugs en druggebruik.
Ten derde, in bepaalde gevangenissen lopen langdurige
therapeutische programma's, zoals het Believe-project in Ruiselede;
een combinatie van arbeid op de boerderij, therapie; sport en
groepssessies. Tijdens de duur van het programma dat acht
maanden loopt, onderwerpen de deelnemers zich vrijwillig aan
regelmatige urinecontroles. In andere gevangenissen wordt
samengewerkt met een of meerdere therapeutische centra inzake
drughulpverlening.
Deze
instanties
sturen
gespecialiseerde
hulpverleners naar de inrichtingen om de intakes te verzorgen en om
de gedetineerden te ondersteunen in hun motiveringsproces om na
de detentie een ontwenningsprogramma te volgen. Wat de
substitutieprogramma's betreft, worden deze thans reeds voorzien
onder toezicht en op voorschrift van de geneesheren-psychiaters.
Ik kom aan uw vierde vraag. Naast de systematische controles moet
er vooral aandacht worden besteed aan de preventie en de
voorlichting. Daarom is het van belang de samenwerking met de
gespecialiseerde instanties inzake drugshulpverlening inderdaad nog
te verbreden. Niet alleen Justitie maar ook de Gemeenschappen
zullen hiervoor middelen moeten ter beschikking stellen.
leur consommation.
Des programmes thérapeutiques
de longue durée sont mis en
oeuvre dans certaines prisons, tels
le projet Believe à Ruiselede. Les
participants
se
soumettent
volontairement à des tests d'urine
réguliers.
D'autres
prisons
collaborent avec des centres
d'aide aux toxicomanes pour
motiver les détenus à suivre une
cure de désintoxication à l'issue de
leur période de détention. Des
médecins-psychiatres
peuvent
également prescrire des thérapies
de substitution.
Parallèlement, il y a lieu de
pratiquer
la
prévention
et
l'information, en collaboration avec
les
centres
d'aide
aux
toxicomanes. La Justice comme
les Communautés devront libérer
des moyens à cet effet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.12 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.12 heures.