KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 063
CRIV 52 COM 063
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
15-01-2008
15-01-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de minister
van Justitie over "de benoeming van de
penitentiair beambten" (nr. 1022)
1
Question de Mme Camille Dieu au ministre de la
Justice
sur
"la
nomination
des
agents
pénitentiaires" (n° 1022)
1
Sprekers: Camille Dieu, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Camille Dieu, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "de toepassing van de
wet van 26 april 2007 tot wijziging van het
Gerechtelijk Wetboek met het oog op het
bestrijden van de gerechtelijke achterstand en
van de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het
Gerechtelijk
Wetboek
betreffende
het
deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel
509quater van het Strafwetboek" (nr. 1242)
2
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "l'application de la loi du
26 avril 2007 modifiant le Code judiciaire en vue
de lutter contre l'arriéré judiciaire et de la loi du
15 mai 2007 modifiant le Code judiciaire en ce qui
concerne l'expertise et rétablissant l'article
509quater du Code pénal" (n° 1242)
2
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde interpellatie en vragen van
4
Interpellation et questions jointes de
4
- de heer Bert Schoofs tot de minister van Justitie
over "de installatie van een afdeling van het hof
van beroep van Antwerpen in de provincie
Limburg" (nr. 7)
4
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la
création d'une section de la cour d'appel d'Anvers
dans la province de Limbourg" (n° 7)
5
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van
Justitie over "de afdeling van het hof van beroep
in Limburg" (nr. 1156)
4
- Mme Hilde Vautmans au ministre de la Justice
sur "la section de la cour d'appel dans le
Limbourg" (n° 1156)
5
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "een afdeling van het hof van beroep
van Antwerpen in Limburg" (nr. 1310)
4
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"une section de la cour d'appel d'Anvers dans le
Limbourg" (n° 1310)
5
Sprekers: Bert Schoofs, Hilde Vautmans,
Raf Terwingen, Jo Vandeurzen, minister van
Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Hilde Vautmans,
Raf Terwingen, Jo Vandeurzen, ministre de
la Justice
Moties
10
Motions
10
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de
minister van Justitie over "de luchtkwaliteit in de
Hasseltse gevangenis" (nr. 1209)
11
Question de Mme Hilde Vautmans au ministre de
la Justice sur "la qualité de l'air à la prison de
Hasselt" (n° 1209)
11
Sprekers: Hilde Vautmans, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Hilde Vautmans, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde interpellatie en vraag van
13
Interpellation et question jointes de
13
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "de snel-Belg-wet"
(nr. 1100)
13
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "la loi instaurant une procédure
accélérée de naturalisation" (n° 1100)
13
- de heer Jan Mortelmans tot de minister van
Justitie over "de snel-Belg-wet" (nr. 9)
13
- M. Jan Mortelmans au ministre de la Justice sur
"la loi instaurant une procédure accélérée de
naturalisation" (n° 9)
13
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Jan
Mortelmans, Jo Vandeurzen, minister van
Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Jan
Mortelmans, Jo Vandeurzen, ministre de la
Justice
Moties
16
Motions
16
Interpellatie van de heer Bert Schoofs tot de
minister van Justitie over "de uitspraken van de
minister van Justitie in verband met de
gevangeniscapaciteit en de bestraffing van
misdrijven" (nr. 8)
17
Interpellation de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "les déclarations du ministre en ce qui
concerne la capacité pénitentiaire et la répression
des infractions" (n° 8)
17
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister van Justitie
ministre de la Justice
Moties
20
Motions
20
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
minister van Justitie over "het onderzoek naar
fraude
met
betrekking
tot de notionele
interestaftrek" (nr. 1133)
20
Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de
la Justice sur "l'enquête sur la fraude en matière
de déduction des intérêts notionnels" (n° 1133)
21
Sprekers:
Stefaan
Van
Hecke,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Stefaan
Van
Hecke,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "het elektronisch
toezicht" (nr. 1101)
22
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "la surveillance électronique" (n° 1101)
22
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "het beheer van het elektronisch
toezicht" (nr. 1308)
22
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la gestion de la surveillance électronique"
(n° 1308)
22
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Bart
Laeremans, Jo Vandeurzen, minister van
Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Bart
Laeremans, Jo Vandeurzen, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "de aangifte van
mandaten en van vermogen door sommige
verkozenen" (nr. 1144)
28
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "la déclaration de mandats et la
déclaration de patrimoine de certains élus"
(n° 1144)
28
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
30
Questions jointes de
30
- de heer Flor Van Noppen aan de minister van
Justitie over "ontsnappingen per helikopter"
(nr. 1175)
30
- M. Flor Van Noppen au ministre de la Justice sur
"les évasions par hélicoptère" (n° 1175)
30
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van
Justitie
over
"de
beveiliging
van
gevangenissen om ontsnappingen per helikopter
onmogelijk te maken" (nr. 1281)
30
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "la protection des prisons pour
empêcher les évasions par hélicoptère" (n° 1281)
30
Sprekers:
Bruno
Stevenheydens,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Bruno
Stevenheydens,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de
minister van Justitie over "de toepassing van de
nieuwe echtscheidingswet" (nr. 1179)
32
Question de M. Melchior Wathelet au ministre de
la Justice sur "l'application de la nouvelle loi sur le
divorce" (n° 1179)
32
Sprekers: Melchior Wathelet, voorzitter van
de cdH-fractie, Jo Vandeurzen, minister van
Justitie
Orateurs: Melchior Wathelet, président du
groupe cdH, Jo Vandeurzen, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Olivier Hamal aan de minister
van Justitie over "de evaluatie en de hervorming
van de wet betreffende de mede-eigendom"
(nr. 1191)
34
Question de M. Olivier Hamal au ministre de la
Justice sur "l'évaluation et la réforme de la loi sur
la copropriété" (n° 1191)
34
Sprekers: Olivier Hamal, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Olivier Hamal, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de
minister van Justitie over "de aanstelling van een
magistraat bevoegd om uitspraak te doen over
beroepen
in
het
kader
van
een
herhuisvestingsprocedure" (nr. 1255)
36
Question de Mme Juliette Boulet au ministre de la
Justice sur "la désignation d'un magistrat
compétent pour statuer sur les recours dans le
cadre d'une procédure de relogement" (n° 1255)
36
Sprekers: Juliette Boulet, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Juliette Boulet, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
38
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "de incidenten in de gevangenis van
Hasselt in het weekend van 11 tot 13 januari"
(nr. 1287)
38
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur
"les incidents survenus à la prison de Hasselt lors
du week-end du 11 au 13 janvier" (n° 1287)
38
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "de incidenten in de gevangenis van
Hasselt" (nr. 1311)
38
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"les incidents survenus à la prison de Hasselt"
(n° 1311)
38
Sprekers: Bert Schoofs, Raf Terwingen, Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Raf Terwingen, Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de collectieve
schuldenregeling" (nr. 1288)
42
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "le règlement collectif de
dettes" (n° 1288)
42
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de resultaten van de
haalbaarheidsstudie
naar
een
werklastmetingsinstrument
voor
de
zetel"
(nr. 1296)
44
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "les résultats de l'étude
de faisabilité portant sur un outil de mesure de la
charge de travail pour le siège" (n° 1296)
44
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
minister
van
Justitie
over
"de
jeugdbeschermingswet" (nr. 1299)
47
Question de Mme Carina Van Cauter au ministre
de la Justice sur "la loi relative à la protection de
la jeunesse" (n° 1299)
47
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van
Justitie
over
"het
vredegerecht
te
Maasmechelen" (nr. 1309)
49
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "la justice de paix de Maasmechelen"
(n° 1309)
49
Sprekers: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
minister van Justitie over "de navolging en de
uitvoering van de wet van 10 mei 2007 op de
transseksualiteit" (nr. 1313)
51
Question de M. Robert Van de Velde au ministre
de la Justice sur "le respect et la mise en oeuvre
de la loi du 10 mai 2007 relative à la
transsexualité" (n° 1313)
51
Sprekers: Robert Van de Velde, Jo
Vandeurzen, minister van Justitie
Orateurs: Robert Van de Velde, Jo
Vandeurzen, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Justitie over "het verband tussen het
dalend aantal gevangenen en de verhoogde
politieaanwezigheid op straat" (nr. 1312)
51
Question de M. Bart Laeremans au ministre de la
Justice sur "le lien entre la diminution du nombre
de détenus et l'augmentation du nombre de
policiers dans nos rues" (n° 1312)
51
Sprekers: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
ministre de la Justice
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
15
JANUARI
2008
Namiddag
______
du
MARDI
15
JANVIER
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.18 heures et présidée par M. Claude Eerdekens.
De vergadering wordt geopend om 14.18 uur en voorgezeten door de heer Claude Eerdekens.
01 Question de Mme Camille Dieu au ministre de la Justice sur "la nomination des agents
01 Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de minister van Justitie over "de benoeming van de
penitentiair beambten" (nr. 1022)
01.01 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, on m'a dit qu'au sein de l'administration pénitentiaire, les
agents néerlandophones ayant presté dix années de service seraient
j'utilise le conditionnel nommés d'office, même s'ils n'ont pas
réussi l'examen de présélection, à condition toutefois qu'ils aient
satisfait aux conditions médicales. Par contre, cette nomination ne
serait pas automatique du côté francophone.
Pouvez-vous me confirmer cette situation? Si celle-ci est avérée,
pouvez-vous me dire s'il y a une raison objective à cette différence de
traitement entre les agents? Si ce n'est pas le cas, combien d'agents
francophones qui comptent dix années d'ancienneté et qui n'ont pas
réussi les examens de présélection sont-ils maintenus dans un statut
temporaire? À l'inverse, combien d'agents néerlandophones ont-ils pu
bénéficier de cette nomination automatique?
Si, vraiment, il n'y a aucune raison objective à cette situation duale,
comptez-vous prendre des mesures pour faire cesser cette
discrimination?
01.01 Camille Dieu (PS): Naar
verluidt
zouden
binnen
de
penitentiaire
administratie,
de
Nederlandstalige personeelsleden
die tien jaar dienst hebben
ambtshalve benoemd worden, wat
niet automatisch het geval zou zijn
voor het Franstalige personeel.
Bevestigt u die toestand? Is er een
objectieve reden voor dit verschil
in behandeling? Hoeveel Frans-
talige personeelsleden met tien
jaar anciënniteit blijven in een
tijdelijk statuut hangen? Hoeveel
Nederlandstalige personeelsleden
hebben daarentegen een auto-
matische
benoeming
kunnen
genieten? Zal u maatregelen
nemen om die discriminatie aan
banden te leggen?
01.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, le stage et la
nomination statutaire des agents pénitentiaires sont réglés, comme
pour tout fonctionnaire, par le statut des agents de l'État. Celui-ci
prévoit que le recrutement statutaire ne peut avoir lieu que sur base
de la réussite d'un examen organisé par le Selor (bureau de sélection
de l'administration fédérale). L'engagement de contractuels peut se
faire après la réussite d'un test oral organisé par la Direction générale
des établissements pénitentiaires selon le règlement établi par le
Selor. Aucune nomination statutaire n'intervient sur base de
l'ancienneté, fût-elle de dix ans.
Cette règle, puisqu'elle concerne un service public fédéral, s'applique
aussi bien au nord qu'au sud du pays. Le nombre d'agents
pénitentiaires contractuels ayant une ancienneté de dix ans s'élevait,
au 4 janvier 2008, à 40 employés francophones et 32 employés
01.02 Minister Jo Vandeurzen:
De proeftijd en de statutaire
benoeming van de penitentiaire
beambten worden geregeld door
het
statuut
van
de
Rijks-
ambtenaren. Eerst moeten ze
slagen voor een door Selor
georganiseerd
examen.
Er
gebeuren geen statutaire benoe-
mingen
op
grond
van
de
anciënniteit. Die regel wordt zowel
in het noorden als in het zuiden
van het land toegepast.
Op 4 januari 2008 waren er veertig
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
néerlandophones.
Franstalige en 32 Nederlandstalige
contractuele
penitentiaire
beambten met een anciënniteit
van tien jaar.
01.03 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Vous me confirmez donc qu'il n'existe pas de
discrimination entre les agents, tant néerlandophones que
francophones. Par conséquent, j'avertirai ceux qui m'ont questionnée
sur cette situation de bien vérifier les assertions qu'ils véhiculent. Si
jamais le fait dont je faisais état s'avère, je me permettrai de vous
écrire ou de demander à cet agent de s'adresser à vous pour traiter
ce cas particulier qui ne peut être traité en commission.
01.03 Camille Dieu (PS): U
bevestigt dus dat er geen
discriminatie bestaat tussen de
beambten. Ik zal de personen die
me in dat verband vragen hebben
gesteld, vragen die beweringen
grondig na te trekken.
01.04 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, madame, en
effet, il peut s'agir d'une rumeur. Quand il s'agit d'une situation
particulière, il est préférable de m'indiquer le nom afin que je puisse
m'informer de ce qui s'est passé exactement. Parfois, des
circonstances particulières peuvent expliquer la situation.
01.04 Minister Jo Vandeurzen:
Als het om een individueel dossier
gaat, kan u me beter de naam van
de persoon meedelen, zodat ik
kan nagaan wat er precies aan de
hand is.
01.05 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, nous ferons ainsi. Je
vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Avant de passer au deuxième point de l'ordre du jour, j'en appelle à la galanterie de la
commission. Vous connaissez l'expression "Ladies first". Mme Nyssens doit nous quitter et souhaitait poser
sa question n° 1242, inscrite au point 12. Sommes-nous d'accord de lui donner la parole? (Oui)
02 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "l'application de la loi du
26 avril 2007 modifiant le Code judiciaire en vue de lutter contre l'arriéré judiciaire et de la loi du
15 mai 2007 modifiant le Code judiciaire en ce qui concerne l'expertise et rétablissant l'article
509quater du Code pénal" (n° 1242)</b>
02 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de toepassing van de wet
van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de
gerechtelijke achterstand en van de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek
betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek"
(nr. 1242)
02.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, vous êtes
galant et je remercie la commission. Je dois vous quitter mais je
reviendrai. Le changement d'horaire nous a tous contraints à adapter
notre planning. Je vais aller très vite pour permettre à mes collègues
d'enchaîner.
Monsieur le ministre, je vous interroge sur deux lois récentes qui ont
été votées sous la précédente législature. La première concerne
l'arriéré judiciaire et la seconde l'expertise.
Nous savons tous qu'il n'est pas facile au Parlement de faire des lois
praticables. Toute loi doit donc faire sa maladie de jeunesse mais je
suis tout de même frappée, par le biais de mes contacts réguliers
avec le monde judiciaire (magistrats et avocats), du nombre de
questions qui se posent pour mettre en oeuvre ces deux lois.
Je vais vous en citer quelques-unes mais, de manière générale, ma
02.01 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
wil u een vraag stellen over twee
recente wetten die goedgekeurd
zijn onder de vorige legislatuur. De
eerste betreft de gerechtelijke
achterstand en de tweede het
deskundigenonderzoek.
De tenuitvoerlegging van de wet
doet in de praktijk heel wat vragen
rijzen.
Met mijn vraag wil ik weten hoe we
de twee wetten kunnen bijsturen of
laten functioneren om de tekorten
die
in
de
praktijk
werden
vastgesteld, te verhelpen. De
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
question politique est de voir comment, ensemble, on pourrait réparer
ou faire fonctionner ces deux lois pour pallier les déficiences déjà
montrées sur le terrain.
Il résulte d'une première évaluation sur la loi relative à l'arriéré
judiciaire, notamment dans les milieux bruxellois que je connais bien,
que certaines pratiques se sont mises en place pour pallier les
déficiences de la législation.
Par exemple, des formulaires ont été établis devant toutes les
juridictions, par facilité, pour aménager les procédures. Toutefois, il
faut noter que certains formulaires me paraissent ne pas rencontrer
totalement le prescrit légal. Ainsi, les formulaires du tribunal de
première instance parlent de communication des conclusions entre
avocats, alors même que le texte de l'article 747, §2 du Code
judiciaire prévoyait que, dorénavant, les conclusions devaient être
envoyées. Je demande donc une clarification mais j'estime qu'on ne
peut pas laisser aller des pratiques qui sont, envers et contre tout,
contraires au texte prévu par le Code judiciaire. Il faudrait donc
l'harmoniser ou le corriger.
Il semblerait que les avocats aient choisi cette communication parce
qu'ils trouvent que c'est la meilleure garantie pour avoir une preuve de
la réception de ces conclusions.
Par ailleurs, j'ai cru entendre que lorsqu'une partie ne comparaît pas à
l'audience, on présume l'accord sur le renvoi au rôle, ce qui n'est pas
prévu par la loi.
Voilà deux exemples mais je pourrais en citer d'autres. La lettre du
bâtonnier est très claire sur ce point.
Je souhaite qu'un contact ait lieu entre le monde judiciaire et le
monde politique.
La deuxième loi est celle relative à l'expertise judiciaire. À cet égard,
quelques questions pratiques ont déjà été soulevées. Par exemple,
qu'en est-il de la réunion d'installation prescrite par le texte légal
lorsque l'expert sera désigné par le juge sur requête unilatérale
justifiée par une extrême urgence? Le texte prévoit une obligation de
cette réunion d'installation. Dans cette hypothèse, il est difficile de la
prévoir.
Deuxième question technique, comment contraindre la partie
désignée pour consigner la provision due à l'expert de s'exécuter si
elle s'en abstient dans un but dilatoire? La loi ne prévoit en effet
aucune sanction spécifique. Ou encore, comment gérer l'application
de l'article 19, alinéa 2 du Code judiciaire dans le cadre des
procédures adoptant le circuit long? Quelles solutions adopter quant
au calendrier d'échange des conclusions et à la date retenue pour
plaider qui seront nécessairement perturbés par les mesures qui
seraient accordées dans ce cadre? Comment gérer l'organisation de
l'audience selon que les magistrats souhaitent ou non voir les
dossiers déposés dans les 15 jours qui la précèdent et recourir à des
débats interactifs?
Monsieur le ministre, si je ne m'attends pas à des réponses
techniques à ces questions, je voulais donner un signal. Les acteurs
gerechtelijke
wereld
en
de
politieke wereld moeten met
elkaar in contact treden.
De actoren op het terrein werken
zich uit de naad om de geest van
de wet getrouw te zijn en om de
wet op een constructieve manier
toe te passen. Toch loopt het
duidelijk uit de rails.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
se dépatouillent sur le terrain pour rester dans l'esprit de la loi et
l'appliquer de manière constructive. Toutefois, les couacs sont
évidents et, à un moment donné, une intervention législative s'avérera
nécessaire.
02.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, la loi du
26 avril 2007 modifiant le Code judiciaire en vue de lutter contre
l'arriéré judiciaire et la loi du 15 mai 2007 modifiant le Code judiciaire
en ce qui concerne l'expertise et rétablissant l'article 509quater du
Code pénal ont été respectivement publiées au Moniteur belge du 12
juin et du 22 août 2007. Cette législation est donc très récente.
Votre question contient quelques applications concrètes provoquées
par ces deux lois. Apparemment, le barreau éprouve certaines
difficultés à les appliquer. Mon administration a fait savoir ne pas être
impliquée dans la réalisation de la loi du 26 avril 2007, ainsi que dans
la réalisation de la loi du 15 mai 2007. Par conséquent,
l'administration ne pouvait anticiper sur certaines questions prioritaires
signalées dans votre question.
Probablement recevrons-nous aussi de la part de la magistrature des
questions sur l'application de ces lois. Hier, j'ai notamment rencontré
le premier président de la Cour de cassation, qui m'a formulé
plusieurs suggestions pour améliorer l'application des deux lois. Il
semble qu'en pratique, la loi pose des problèmes.
Il est évident qu'une certaine uniformité doit être imposée. Le but n'est
pas que la loi soit appliquée différemment dans tous les
arrondissements judiciaires comme résultat de problèmes
d'application. J'ai chargé mon administration de vérifier, en
collaboration avec la cellule stratégique, quels sont les obstacles et
les critiques à la loi du 26 avril 2007 ainsi qu'à la loi du 15 mai 2007
concernant l'expertise. Un groupe de travail sera établi afin d'évaluer
les problèmes sur les listes et la législation. Les données résultant de
ce groupe de travail me permettront, en temps opportun mais le plus
vite possible, d'amender cette législation.
02.02 Minister Jo Vandeurzen:
Die wetten zijn zeer recent. Mijn
administratie is niet betrokken
geweest bij de uitwerking ervan.
Zij kon dan ook onmogelijk
vooruitlopen op de problemen.
De balie ondervindt blijkbaar
moeilijkheden bij de toepassing
van die wetten. We krijgen wellicht
ook
nog
vragen
van
de
magistratuur.
Gisteren heb ik onder meer de
eerste voorzitter van het hof van
cassatie ontmoet. Hij formuleerde
verscheidene suggesties om de
toepassing van beide wetten te
verbeteren. Er moet tot op zekere
hoogte
voor
eenvormigheid
gezorgd worden.
Ik heb mijn bestuur gevraagd de
struikelblokken aan te wijzen. Een
werkgroep zal de problemen
evalueren en op grond daarvan zal
ik de wetgeving zo vlug mogelijk
aanpassen.
02.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. Je pense en effet que c'est ainsi qu'il faut
procéder. Je me réjouis de l'existence d'un groupe de travail et de la
recherche ensemble, en écoutant tous les acteurs, comme vous le
dites, avocats et magistrats, de la meilleure manière d'amender et de
faire fonctionner cette loi en respectant les objectifs pour une fois
qu'ils sont bons! Il faut réunir les acteurs de terrain pour amender
cette législation de manière concertée.
02.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
denk inderdaad dat men zo te
werk moet gaan. Men moet de
actoren op het terrein samen-
brengen om die wetgeving in
onderling overleg te amenderen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde interpellatie en vragen van
- de heer Bert Schoofs tot de minister van Justitie over "de installatie van een afdeling van het hof van
beroep van Antwerpen in de provincie Limburg" (nr. 7)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Justitie over "de afdeling van het hof van beroep in
Limburg" (nr. 1156)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "een afdeling van het hof van beroep van
Antwerpen in Limburg" (nr. 1310)
03 Interpellation et questions jointes de
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la création d'une section de la cour d'appel d'Anvers
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
dans la province de Limbourg" (n° 7)
- Mme Hilde Vautmans au ministre de la Justice sur "la section de la cour d'appel dans le Limbourg"
(n° 1156)<br>- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "une section de la cour d'appel d'Anvers dans le
Limbourg" (n° 1310)</b>
03.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben voor de eerste keer verkozen in dit
Parlement in 1999. Ook toen was er al vraag naar een afdeling van
het hof van beroep van Antwerpen in Limburg, maar tot nu toe is daar
geen sprake van. Onder de twee vorige ministers van Justitie die ik
heb gekend, is er nooit ernstig werk gemaakt van een eigen afdeling
voor het hof van beroep van Antwerpen in Limburg.
Ik herinner me nog, mijnheer de minister, tijdens de eerste legislatuur
waarin ik zetelde, dat is dus twee legislaturen geleden, dat u de
drijvende kracht was achter een wetsvoorstel, samen met alle andere
Limburgse partijen, uitgezonderd één, met name de mijne, om een
afdeling van het hof van beroep van Antwerpen in Limburg te creëren.
Ook de toenmalige regeringspartijen VLD en sp.a, en ik denk zelfs het
toenmalige Agalev, waren erbij betrokken. Alleen het toenmalige
Vlaams Blok, de partij waartoe ik behoorde, was uitgesloten.
Mijnheer de minister, ik meen dat het uur van de waarheid
aangebroken is. U bent minister van Justitie, maar u bent ook
verkozen in de kieskring Limburg. U was, zoals ik al zei, destijds een
van de drijvende krachten. Het ogenblik is aangebroken er is nooit
een geschikter ogenblik geweest om werk te maken van die
afdeling van het hof van beroep.
Ik verwijs naar de eerste dag van het jaar. Collega Kindermans, zelf
advocaat, zei op TV Limburg dat de nieuwe justitieminister echt werk
moest maken van een oude eis: een eigen Limburgse afdeling van
het Antwerpse hof van beroep. Ik citeer hem: "Het is echt nu of nooit.
Wanneer wij vandaag een politiek zwaargewicht in de regering krijgen
op die functie, terwijl wij ook de minister van Binnenlandse Zaken
vanuit Limburg nog altijd hebben, dan denk ik dat wij nu in Limburg
met politiek vereende krachten echt moeten ijveren voor het Limburgs
hof van beroep. Ik denk dat alle Limburgers het erover eens zijn dat
dit voor Limburg een absolute must is."
Dat was klaar en duidelijk gesproken van collega Kindermans. Hij
behoort tot CD&V, uw partij. Het is een absolute must. De advocaten
en de cliënten zijn de verplaatsingen naar Antwerpen beu en zij zijn
het in elk geval beu om voor die verre verplaatsingen te betalen, want
relatief valt een rechtszaak veel duurder uit wanneer men naar het hof
van beroep in Antwerpen moet gaan of zijn advocaat ernaartoe moet
sturen. Ik denk dat dit ook geldt voor de magistraten.
Vandaag, mijnheer de minister, zit ik hier om u te herinneren aan uw
belofte van destijds, aan alle Limburgse partijen die rechtzoekend of
rechtsbedelend zijn, samen met alle toenmalige Limburgse partijen,
behalve één.
Uw wetsvoorstel was toen bedoeld als een cadeau voor alle
Limburgers, weliswaar met een zwarte strik van het cordon sanitaire.
Het Vlaams Belang, toen nog het Vlaams Blok, was dus uitgesloten.
Dat belet mij echter niet daarover de spons te vegen en wat toen is
03.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le projet d'installer une
section de la cour d'appel d'Anvers
au Limbourg date des années
nonante. Il y a deux législatures,
celui qui est aujourd'hui ministre
avait
été
le
moteur
d'une
proposition de loi visant à le
réaliser.
Selon le ministre, l'accord de
gouvernement de l'actuel cabinet
intérimaire ne prévoit toutefois pas
la création de cette section.
Pourtant, avec des ministres
limbourgeois à la tête de la Justice
et de l'Intérieur, le moment devrait
pourtant être propice à la
réalisation du projet. Le ministre
était intervenu à diverses reprises
à ce propos auprès de son
prédécesseur.
La section va-t-elle être créée à
bref délai?
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
gebeurd te vergeten, als u mij nu kunt zeggen dat het Limburgs hof
van beroep er toch op korte termijn kan komen.
03.02 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, sta mij toe
de minister eerst te feliciteren met zijn nieuwe functie.
Mijnheer de minister, ik heb u in de commissie nog geen vragen
gesteld. Als Limburger ben ik fier dat er twee Limburgers een
ministerpost bekleden op twee belangrijke departementen, namelijk
Justitie en Binnenlandse Zaken.
Ik weet dat er op het vlak van Justitie veel uitdagingen op u afkomen,
mijnheer de minister. Een daarvan is de oprichting van een eigen
afdeling van het hof van beroep, zoals mijn collega ook al zei. Welnu,
ik heb de annalen erop nagelezen en ik heb gemerkt dat u de vorige
minister wel tot zes keer hebt ondervraagd in die zin, met heel zinvolle
argumenten. Het is niet de bedoeling dat ik die hier allemaal herhaal,
maar alle Limburgse politici en politieke partijen, alsook de
advocatuur, zijn sterk vragende partij om eindelijk een eigen afdeling
van het hof van beroep in Limburg te hebben. De bedoeling is
natuurlijk om zaken die in eerste aanleg in Limburg zijn gepleit, bij ons
in Limburg ook in beroep te kunnen pleiten.
Bovendien, dat is een tweede argument dat mijn collega nog niet
heeft aangehaald, is in Hasselt een nieuw gerechtsgebouw in de
maak. U hebt zelf in een aantal interventies gezegd dat men daar een
heel mooi en nieuw gebouw gaat neerzetten. Is het dan niet zinvol om
nu reeds in ruimte te voorzien om een eigen afdeling van het hof van
beroep te kunnen huisvesten, zodat alle justitiediensten in Limburg
samen in een gebouw kunnen zitten. U hebt daarvoor toen zelf
gepleit. Wij staan daar ook achter. Het lijkt mij zinvol om in Hasselt
over een groot justitiehuis te beschikken, waar men heel goed
toegang heeft tot alle verschillende diensten en waar het voor de
burger eigenlijk veel duidelijker is waar hij of zij naartoe moet.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen voor u.
Ten eerste, minister Onkelinx heeft in het verleden altijd gezegd dat er
een budgetstudie was aangevraagd. De reden waarom het er niet
kwam, was dat er geen budget voorhanden was. Het is mij nooit
duidelijk geweest of die budgetstudie er is geweest. Zo ja, kunt u ze
bekend maken? Zo nee, plant u dan een budgetstudie om die eigen
afdeling van het hof van beroep naar Limburg te kunnen halen?
Ten tweede, is er tijdens de regeringsonderhandelingen gesproken
over het oprichten van een eigen afdeling van het hof van beroep in
Limburg? Zo ja, wat waren de conclusies?
Ten derde, welke maatregelen zult u nemen zodat vanaf 23 maart,
wanneer de regering definitief van start gaat, het dossier snel wordt
behandeld?
Ten vierde, misschien is het een overbodige vraag, maar ik hoorde
graag uw visie in uw hoedanigheid van minister, omtrent de oprichting
van een afdeling van het hof van beroep in onze provincie Limburg
gehoord.
03.02 Hilde Vautmans (Open
Vld):
Sous
la
législature
précédente, la ministre avait plaidé
à près de six reprises, arguments
convaincants à l'appui, en faveur
de la création d'une section de la
cour d'appel d'Anvers dans le
Limbourg. Je ne répéterai pas ici
l'intégralité de son argumentaire,
mais je souhaiterais indiquer qu'un
nouvel argument est encore venu
s'ajouter
aux
premiers:
la
construction
en
cours
d'un
nouveau palais de justice à
Hasselt, où il serait opportun de
créer
vaste
palais
pouvant
également servir de cadre aux
affaires en degré d'appel.
En réponse à une question orale,
l'ancienne ministre de la Justice
avait d'abord indiqué avec force
qu'une étude budgétaire avait été
demandée,
pour
préciser
ultérieurement qu'aucun budget
n'était finalement disponible. Lors
de
la
dernière
campagne
électorale, tous les responsables
politiques limbourgeois se sont
dits favorables à la création d'une
telle section.
Une étude budgétaire a-t-elle été
effectuée? Dans l'affirmative, le
ministre peut-il la rendre publique?
Dans la négative, une telle étude
peut-elle être commandée? La
création de la section précitée a-t-
elle été évoquée à l'occasion des
négociations gouvernementales?
Quelles initiatives le ministre
prendra-t-il pour veiller à ce que le
dossier soit inscrit à l'ordre du jour
dès le 23 mars? Quelle est la
position personnelle du ministre
dans ce dossier?
03.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, 03.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
collega's, mijn Limburgse collega's hebben mij natuurlijk een beetje
het gras voor de voeten weggemaaid. Voor alle duidelijkheid, ik heb
geen ervaring of geschiedenis in deze Kamer, maar als advocaat heb
ik wel ervaring met het hof van beroep en de problematiek voor de
Limburgse rechtsonderhorigen die in graad van beroep hun recht
moeten halen in Antwerpen. Ik zal niet uitweiden over de vele
voordelen die een afdeling van het hof van beroep in Limburg zou
hebben. U kent die ook uit de dossiers. Ik hoef ze niet te herhalen
want u hebt zelf ook een verleden als advocaat.
Een van de belangrijkste elementen dat tot nu toe niet werd
aangehaald is dat de afdeling van het arbeidshof Antwerpen, in
Hasselt, duidelijk maakt dat het systeem weldegelijk werkt. Een van
de argumenten tegen het systeem was vaak de eenduidigheid van de
rechtspraak. Er zou een dreiging van divergentie in de rechtspraak
zijn. Ik denk dat het arbeidshof wel duidelijk maakt dat dit niet zo is.
Dat was voor mij het enige argument ooit tegen. De facto blijkt nu op
het terrein dat dit geen argument meer is.
Ik wil ook even verwijzen naar de onderhandelingen die er wel
degelijk zijn. Het verwondert mij dat mevrouw Vautmans in de nota's
die op tafel liggen niet heeft opgemerkt dat er wel degelijk over
gesproken is bij de regeringsonderhandelingen. In het voorlopige
regeerakkoord van oranje-blauw stond wel degelijk een passage
daarover, wellicht op initiatief van uzelf en van de minister van
Binnenlandse Zaken. Ik denk dat wat dat betreft er al duidelijke
richtlijnen zijn, ook wat uw standpunt betreft.
Concreet heb ik drie vragen gesteld. Ten eerste, wat is uw standpunt
in het algemeen over de oprichting van een dergelijke afdeling van het
hof van beroep van Antwerpen in Limburg? Ten tweede, welke
concrete maatregelen meent u te kunnen treffen om een dergelijke
afdeling in Limburg op te richten? Ten derde, welke timing lijkt u wat
dat betreft haalbaar?
VA): La création d'une section de
la cour d'appel d'Anvers au
Limbourg comporte de nombreux
avantages que je ne vais pas
énumérer.
Entre temps, la pratique dans le
cadre de la section limbourgeoise
du tribunal du travail d'Anvers a
montré qu'il n'y a pas de
divergence
en
matière
de
jurisprudence.
Le sujet a été abordé lors des
négociations pour la constitution
de l'orange bleue. Quelle est
aujourd'hui la position du ministre
dans ce dossier? Va-t-il malgré
tout créer cette section? Selon
quel échéancier?
03.04 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, geachte
collega's en in het bijzonder Limburgse collega's, ik zet even kort een
paar zaken op een rij. Het is juist dat in het regeerakkoord dat na de
verkiezingen van 2003 werd gemaakt, een passage was opgenomen
met betrekking tot afdelingen van de vijf hoven van beroep. Die
passage luidde: "In dit verband zal tevens worden onderzocht om,
naar analogie van de arbeidshoven, naast de zetels van de hoven van
beroep bijkomende afdelingen binnen hetzelfde rechtsgebied op te
richten."
Op de meeste vragen die daarover in de voorbije periode aan mijn
voorganger, mevrouw Onkelinx, werden gesteld, heeft zij steevast
geantwoord dat er een budgetstudie was gevraagd en dat er geen
budget voorhanden was. Terecht vraagt mevrouw Vautmans of er nu
al dan niet een studie is. Welnu, uit de informatie die ik in het korte
tijdsbestek waarin ik op dit kabinet aanwezig ben, heb kunnen
achterhalen, blijkt volgens mij niet dat er een studie zou zijn gemaakt
van de budgettaire impact van de installatie van een afdeling van het
hof van beroep in Limburg, alleszins niet in opdracht van de FOD
Justitie.
Ten tweede, wat collega Terwingen aangeeft, is juist. Het thema is
voornamelijk op initiatief van collega Patrick Dewael en mezelf in de
03.04 Jo Vandeurzen, ministre:
L'accord de gouvernement de
2003 comportait un passage sur la
création de sections des cinq
cours d'appel.
La ministre qui m'a précédé a
invariablement
répondu
aux
questions que je lui ai adressées
qu'il fallait réaliser une étude
budgétaire, voire qu'il n'avait pas
de budget du tout. À ma
connaissance, aucune étude n'a
été réalisée à la demande du SPF
Justice.
Lors
des
négociations
des
derniers mois, M. Dewael et moi-
même avons porté le dossier à
l'ordre du jour mais il n'a pas été
inscrit
dans
l'accord
de
gouvernement
du
cabinet
intérimaire. La portée de cet
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
voorbije onderhandelingen, die niet hebben geresulteerd in een
afgerond regeerakkoord, wel degelijk opnieuw op de agenda gezet en
besproken. De zin die toen overeengekomen was, luidde: "Om de
toegang tot Justitie te verbeteren, zal de regering in een beperkt
aantal ressorts en voor bepaalde gevallen een afdeling van het hof
van beroep installeren". Ik geef dat mee om maar te illustreren,
collega's, dat ik ervan overtuigd blijf dat wij ter zake inspanningen
moeten leveren. Gelet op het mobiliteitsprobleem en de aan de gang
zijnde werken moeten wij er absoluut voor ijveren dat er in de
provincie Limburg zelf een aantal zaken van het hof van beroep van
Antwerpen afgehandeld kunnen worden.
Het is evident dat dat niet in het regeerakkoord van de interim-
regering is opgenomen. Het akkoord is zeer beperkt en het was niet
de bedoeling om daarin het beleidshoofdstuk Justitie exhaustief uit te
werken. Om die reden maakt het dan ook geen voorwerp uit van de
politiek tijdens de beperkte periode waarvoor we nu staan.
Ik kan u wel bevestigen dat ik daarvoor alle voorbereidende
werkzaamheden zal verrichten en de budgettaire implicaties, alsook
de formules die we zouden kunnen hanteren wellicht kunnen er wel
wat modaliteiten worden bekeken en de impact op de infrastructuur
laat bekijken, teneinde toe te laten om in de te voeren
onderhandelingen die moeten leiden tot een definitieve regering, het
thema opnieuw op te nemen.
Ik reken op alle Limburgers om hun collega's die aan de
onderhandelingen deelnemen, ervan te overtuigen om het minstens
even goed te doen, zodat we hetgeen wij in de oranjeblauwe
onderhandelingen reeds hadden bereikt, kunnen bevestigen.
accord est toutefois très limitée et
le chapitre relatif à la Justice n'y
est guère étoffé.
Je suis convaincu que nous
devons consentir les efforts
nécessaires. Les travaux prépa-
ratoires sont en cours, sur le plan
budgétaire comme sur celui de
l'infrastructure. Le sujet sera
réévoqué et je compte sur tous les
limbourgeois pour convaincre ceux
parmi
leurs
collègues
qui
participeront aux négociations d'au
moins tendre vers ce que nous
avions déjà obtenu dans le cadre
des
négociations
pour
la
constitution de l'orange bleue.
03.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
neem er akte van dat het helaas bij een belofte blijft. Het is van het
ene regeerakkoord uit het andere, daaropvolgende regeerakkoord
gesukkeld. Dat is uiteraard een spijtige zaak. De studie blijkt niet
gemaakt te zijn, destijds, hoewel die ook was beloofd. Daar kunnen
we de huidige minister uiteraard niet verantwoordelijk voor stellen.
We
moeten
helaas
vaststellen
dat
de
interim-regering
achteruitschakelt. Er wordt niet een versnelling hoger, maar wel een
versnelling achteruitgeschakeld. Dat is de bluts met de buil nemen,
zoals we dat in Limburg zeggen, wanneer er wordt gewerkt met een
interim-regering.
Mijnheer de minister, ik wil u toch herinneren aan het citaat dat u op
uw eerste werkdag hebt gedebiteerd. U bent toen gevolgd door TV
Limburg. Dat wat u toen hebt gezegd, dat cryptische citaat, zal ik
proberen te vatten in politieke termen.
"Wij gaan proberen daar stil aan te werken. En als ooit een
volwaardige regering moet op de been worden gebracht, zal er
opnieuw worden onderhandeld en zal dat uiteraard wat ons betreft"
wellicht CD&V "terug aan de orde zijn." U beheerst al goed de
verbale technieken van het Wetstraatees. Het is een stevig bolletje
wol, maar wanneer men dat ontrafelt, zie ik daar eerlijk gezegd weinig
uitkomen. U kunt nu wel beloven dat u het de volgende keer zult
doen, maar u doet het deze keer niet. Zo blijven we op onze honger
zitten. De moed en de daadkracht ontbreken hier een beetje. Ik geef u
03.05 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je note qu'on en restera
malheureusement au stade des
promesses. L'étude annoncée à
l'époque n'a pas été réalisée.
La responsabilité n'incombe pas à
l'actuel ministre mais le gouverne-
ment intérimaire fait néanmoins un
pas en arrière. Le ministre a dit
lors de sa première journée de
travail
que
l'on
s'efforcerait
d'oeuvrer à la réalisation du projet
en toute discrétion. Le CD&V
réinscrira le point à l'ordre du jour
lors des négociations à venir pour
la constitution d'un gouvernement
définitif. Nous restons sur notre
faim parce que le problème n'est
pas traité maintenant.
J'appelle
mes
collègues
à
cosigner ma motion de recom-
mandation demandant de s'atteler
à la création d'une section de la
cour d'appel dans le Limbourg. Ils
ont signé une motion similaire à
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
wel krediet, mijnheer de minister.
Ik ben samen met mevrouw Vautmans fier om Limburger te zijn, maar
ik zal pas fier zijn om een Limburgs politicus te zijn, als de beloften
ook worden ingelost. Er hangt dus wel wat meer vast aan het fier zijn
om Limburger te zijn.
In elk geval, om de zaken toch te kunnen bespoedigen, geef ik de
collega's achter mij nog even de tijd om de motie te tekenen, indien zij
dat willen. Het is een motie die u aanbeveelt om eindelijk werk te
maken van het hof van beroep in Limburg. Ik bied ze de collega's van
de meerderheid aan. Destijds hebben zij samen met u
wetsvoorstellen getekend om dat hof van beroep eindelijk te
installeren. Wanneer men het nu zou nalaten, verliest men hier al
onmiddellijk voor een deel zijn geloofwaardigheid.
Ik lees de motie voor, mijnheer de voorzitter: "Ik verzoek de minister
om onverwijld en prioritair werk te maken van de oprichting van een
afdeling van het hof van beroep te Antwerpen in de provincie Limburg,
tegemoetkomend aan de wens van de Limburgse rechtzoekenden en
de diverse gerechtelijke actoren." Blijkbaar wordt ze alleen
ondersteund door het Vlaams Belang, wat mij zeer spijt.
l'époque.
03.06 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik vreesde
er al voor dat die budgetstudie er niet was geweest, omdat ik ze
nergens heb kunnen terugvinden. Ik onthoud nu wel van u dat u heel
snel werk zult maken van zo'n budgetstudie.
Wij hebben als Limburgse politici alle hoop op u gesteld. Als iemand
een Limburgs hof van beroep naar Limburg kan halen, dan bent u dat.
Ik zal vragen dat minister Dewael u daarin in de regering ten volle
steunt. Wij hopen echt wel dat de budgetstudie er heel snel komt en
dat we bij de aanvang van de echte regering op 23 maart, daarvan in
het Parlement heel snel werk kunnen maken.
Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn vraag
betreffende het nieuwe gerechtsgebouw in Hasselt. U hebt destijds
aan minister Onkelinx gevraagd of het niet zinvol zou zijn om met de
Regie der Gebouwen al eens te kijken welke oppervlakte nog vrij is en
daarvoor ook al plaats vrij te houden. Ik geloof wel in de kracht van de
Limburgers. Ik ben ervan overtuigd dat we er op korte termijn in zullen
slagen om die afdeling van het hof van beroep naar ons te halen. Kunt
u al eens contact nemen met de Regie der Gebouwen om te vragen
hoeveel oppervlakte daar nog vrij is, zodat we achteraf niet tot onze
spijt moeten vaststellen dat het gebouw al vol zit en er helaas geen
plaats meer over is. Het is zinvol die besprekingen nu reeds aan te
vatten.
03.06 Hilde Vautmans (Open
Vld):
Le
ministre
s'attellera
rapidement à une étude budgé-
taire. M. Vandeurzen doit être en
mesure de faire siéger la cour
d'appel
au
Limbourg.
Je
demanderai au ministre Dewael de
le soutenir dans cette démarche.
Le ministre prendra-t-il contact
avec la Régie des Bâtiments pour
s'enquérir dès à présent de la
superficie disponible dans le
nouveau palais de justice de
Hasselt?
03.07 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, bedankt
voor uw antwoord.
U weet dat ik niet zoveel politieke ervaring heb, maar ik dacht dat dit
op dit ogenblik was wat wij wilden horen, namelijk dat u als minister
van Justitie verder de weg bewandelt, zoals u dat in het verleden,
tijdens de campagne, hebt aangekondigd en werk zult maken van het
hof van beroep. Gezien mijn beperkte politieke ervaring of
waarschijnlijk ook naïviteit dacht ik dat dat in een interim-regering het
enige was wat op dit ogenblik kon worden gesteld. U hebt dat klaar en
03.07 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Je suis heureux d'entendre
que le ministre compte respecter
ses engagements électoraux et
qu'il s'emploiera à créer une
section de la cour d'appel au
Limbourg.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
duidelijk gezegd. Wat dat betreft, ben ik zeer voldaan met uw
antwoord.
03.08 Minister Jo Vandeurzen: Ik geef dit ter aanvulling. U zult van
mij kunnen aannemen dat ik op deze en vele andere vragen die
peilen naar intenties en projecten, u zal moeten wijzen op het beperkt
karakter van het programma van de interim-regering.
Het hoofdstuk Justitie waarover door oranje-blauw werd onderhandeld
en dat jammer genoeg niet werd voltooid, beslaat meer dan tien
bladzijden. U weet dat voor de interim-periode een zeer gelimiteerd
programma werd aangekondigd. Dat het punt niet vermeld is bij de
tien lijnen met prioritaire punten voor de komende drie maanden,
daaruit mag u toch niet afleiden dat het voor mij geen belangrijk
dossier is.
Ten tweede, ik ben het volledig eens met de opmerking in verband
met de Regie der Gebouwen en heb ook een en ander opgevraagd. Ik
zal zien wat mogelijk is. Ik wil u eraan herinneren dat we de passage
al in 2003 in het regeerakkoord hadden. Op een bepaald moment
werd een eisenprogramma gemaakt en werd een site gekozen in
Hasselt. We zullen zien of daaraan nog iets kan worden toegevoegd
of niet en of er nog andere oplossingen zijn. Trouwens, de vorige
minister van Justitie heeft gesuggereerd dat ook andere oplossingen
mogelijk waren. Met permissie, maar het is iets te gemakkelijk om nu
ineens te denken dat het heel snel kan gaan, terwijl we al in 2003 een
regering hadden die minstens in het regeerakkoord een passage had
opgenomen die zou toelaten om daar werk van te maken.
Ik zal alleszins proberen die drie maanden nuttig te gebruiken en de
voorbereidende werken te verrichten om het mogelijk te maken voor
de nieuwe regering om dat punt met nog meer duidelijkheid op te
nemen.
03.08 Jo Vandeurzen, ministre:
Le programme du gouvernement
intérimaire est restreint mais
l'absence de ce dossier dans la
liste des priorités ne doit pas
donner à penser que je ne le juge
pas important. Je vais voir avec la
Régie des Bâtiments ce qu'il est
possible de faire. Le passage y
relatif figurait déjà dans l'accord de
gouvernement de 2003 et un site
avait été retenu à Hasselt. La
ministre précédente avait du reste
laissé entendre que d'autres
solutions étaient envisageables. Il
serait utopique de croire que,
subitement, tout pourrait aller très
vite. Je vais m'efforcer de mettre
les prochains mois à profit pour
faire
réaliser
des
travaux
préparatoires.
03.09 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, de
deelname aan een interim-regering mag niet afhangen van het
zweven op excuses en op verzachtende omstandigheden. De
deelname aan een interim-regering sleurt, volgens mij, de ballast mee
van loze beloften. Ik denk dat ik u dat de komende maanden nog een
aantal keren onder de neus zal mogen wrijven. Ik zal het excuus niet
aanvaarden dat u naar een interim-regering verwijst: een regering
moet een regering zijn en daarmee uit.
03.09 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le fait que le gouverne-
ment soit intérimaire ne doit pas
servir d'excuse. La vocation d'un
gouvernement
doit
être
de
gouverner.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Bert Schoofs en Jan Mortelmans en luidt als
volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Bert Schoofs
en het antwoord van de minister van Justitie,
verzoekt de minister
om onverwijld en prioritair werk te maken van de oprichting van een afdeling van het hof van beroep te
Antwerpen in de provincie Limburg, tegemoetkomend aan de wens van de Limburgse rechtzoekenden en
de diverse gerechtelijke actoren."
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Une motion de recommandation a été déposée par MM. Bert Schoofs et Jan Mortelmans et est libellée
comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Bert Schoofs
et la réponse du ministre de la Justice,
demande au ministre
de s'attacher sans délai et en priorité à la création d'une section de la cour d'appel d'Anvers dans la
province de Limbourg, de manière à répondre au souhait des justiciables limbourgeois et des différents
acteurs judiciaires."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Sabien Lahaye-Battheu en door de heer Raf
Terwingen.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Sabien Lahaye-Battheu et par M. Raf Terwingen.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
04 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Justitie over "de luchtkwaliteit in de
Hasseltse gevangenis" (nr. 1209)
04 Question de Mme Hilde Vautmans au ministre de la Justice sur "la qualité de l'air à la prison de
04.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, deze vraag had al lang geleden besproken moeten
worden, maar door omstandigheden is dit niet gebeurd.
Op 28 juni hebben wij in verschillende Vlaamse kranten kunnen lezen
dat
men
in
de
gevangenis
in
Hasselt
met
ernstige
gezondheidsproblemen kampt. Een vrouwelijke cipier werd ernstig
ziek door toxische schimmels die in de lucht hingen. Zij kreeg
hoestbuien, koorts en vermagerde heel veel. Een toxicoloog stelde
dat zij leed aan een aandoening van de luchtwegen die werd
veroorzaakt door schimmels. Ik heb persoonlijk mensen ontmoet die
in heel slechte huizen woonden en aandoeningen kregen die
veroorzaakt werden door schimmels. Ik moet u zeggen dat dit zeer
ernstige zaken zijn.
Het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid ontdekte drie
soorten ziekteverwekkende schimmels en erg hoge waarden
koolstofdioxide. Alles zou wijzen op een beroerde luchtkwaliteit. De
artsen legden de oorzaak bij de airconditioningsystemen van de
gevangenis. De hoge CO
2
-waarden wijzen op een gebrekkige
ventilatie en verdubbelen de kans op het ontstaan van ziektes.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, het directoraat-generaal Uitvoering van Straffen en
Maatregelen gaf aan dat er al enkele maatregelen werden genomen.
Welke?
Ten tweede, men zei dat men wachtte op extra advies om eventuele
bijkomende matregelen te nemen. Is dat extra advies er al?
Ten derde, zijn er ondertussen bijkomende stappen gezet?
Ten vierde, welke bijkomende stappen plant u eventueel in Hasselt,
04.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): Le 28 juin 2007, la presse a
fait état d'importants problèmes de
santé à la prison de Hasselt. Selon
un toxicologue, une surveillante
souffrait d'une affection pulmo-
naire due à la présence de
champignons. L'Institut scientifique
de Santé publique a découvert
trois sortes de champignons
pathogènes et a relevé des
concentrations très élevées de
dioxyde de carbone. Les médecins
attribuent l'origine du problème
aux systèmes de conditionnement
d'air de l'établissement.
Quelles mesures ont déjà été
prises à cet égard? Dispose-t-on
déjà de l'avis supplémentaire
permettant de prendre d'éven-
tuelles mesures supplémentaires?
D'autres démarches ont-elles été
entreprises? Le ministre prévoit-il
d'appliquer ces mesures à Hasselt
et ailleurs? À quelle fréquence les
filtres
des
systèmes
de
conditionnement
d'air
sont-ils
remplacés?
Selon
quelle
fréquence
le
système
est-il
nettoyé? Cette fréquence a-t-elle
été revue depuis l'incident? Ce
problème se pose-t-il aussi dans
d'autres
établissements
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
en eventueel in andere gevangenissen?
Ten vijfde, hoe vaak worden de filters in de aircosystemen
vervangen? Hoe vaak wordt het systeem gereinigd? Is dit veranderd
sinds het incident?
Ten zesde, doet het probleem zich ook voor in andere
gevangenisinstellingen in ons land? Wordt daarnaar onderzoek
verricht?
pénitentiaires? Le point est-il à
l'étude?
04.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, wat de eerste
vraag betreft, op basis van klachten over de luchtkwaliteit werden op 7
maart 2007 metingen uitgevoerd door het Wetenschappelijk Instituut
voor Volksgezondheid. Het rapport van het WIV heeft, samen met de
gegevens van het medisch dossier van het personeelslid,
literatuurstudie en diverse besprekingen met betrokken diensten en
deskundigen, de arbeidsgeneesheer in staat gesteld om hierover
omstandig te adviseren aan de gevangenisdirectie.
De arbeidsgeneesheer concludeerde, in een brief van 5 juni 2007,
aan de directie dat blijkt dat de luchtkwaliteit in het gebouw voldoet op
het vlak van schimmels en bacteriën, in alle werkplaatsen waar
metingen gebeurden. Een schimmelplek werd vastgesteld op de muur
onder de trap naar de kelderverdieping. Deze bevatte een belangrijke
concentratie van bepaalde schimmels. Die vochtplek werd
ondertussen behandeld en verwijderd. Daarenboven is het perfect
normaal dat op een dergelijke vochtplek schimmels aanwezig zijn.
Ook deze schimmels, die trouwens overal in het milieu kunnen
worden aangetroffen, kunnen niet in verband worden gebracht met
aandoeningen bij een personeelslid en hebben ter plaatse ook geen
bedreiging gevormd voor de gezondheid van de medewerkers. Dat is
meteen ook een antwoord op de vragen twee en drie.
Op de vraag welke bijkomende stappen nog zijn gepland in de
gevangenis van Hasselt, kan ik het volgende antwoorden. Teneinde te
komen tot een verbetering van de luchtkwaliteit in de zin van betere
luchtverversing werd door een lokale werkgroep met daarin de
arbeidsgeneesheer en de Regie der Gebouwen beslist tot uitvoering
van enkele werken. In een aantal lokalen werden de meest prioritaire
werken reeds uitgevoerd, namelijk in het controlecentrum en op de
vrouwenafdeling.
Nogmaals, er werden geen stoffen aangetroffen die de gezondheid
kunnen schaden of waarvan werd aangetoond dat zij verantwoordelijk
zijn voor bepaalde aandoeningen bij een personeelslid.
Op de vraag over de filters en het aircosysteem kan ik u melden dat
de airco's maandelijks worden gereinigd en dat er extra filters zijn
besteld, zodat de bevuilde filters kunnen worden vervangen door
nieuwe om het reinigen grondig te kunnen uitvoeren. Dit wordt door
de technische dienst van de gevangenis gedaan en hiervan wordt een
register bijgehouden. Daarnaast is er ook een jaarlijkse controle die
wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde firma.
Op de vraag of het probleem zich ook in andere gevangenissen stelt,
kan ik u meedelen dat er tot hiertoe geen klachten van voormelde
aard werden geformuleerd in andere gevangenissen. Aan elke
gevangenis is trouwens een arbeidsgeneeskundige dienst verbonden,
04.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Après des plaintes relatives à la
qualité de l'air, des mesures ont
été
effectuées
par
l'Institut
scientifique de Santé publique le 7
mars 2007. Grâce notamment au
rapport de l'institut, le médecin du
travail a pu rendre un avis
circonstancié à la direction de la
prison.
Il indique dans sa
conclusion que la qualité de l'air du
bâtiment est suffisante dans les
tous les lieux de travail examinés
en
ce
qui
concerne
les
champignons et les bactéries. Une
tache de moisissure a été
observée sur le mur qui se trouve
sous l'escalier menant à la cave.
Cette tache a entre-temps été
traitée et éliminée. Il est normal
que
des
champignons
se
développent
sur
une
tache
d'humidité. Aucun lien ne peut être
établi entre leur présence et les
affections constatées chez un
membre du personnel. Ils n'ont
pas
menacé
la
santé
du
personnel.
Afin d'améliorer la qualité de l'air à
Hasselt, un groupe de travail local
auquel sont associés le médecin
du travail et la Régie des
Bâtiments a été créé. Il a été
décidé de réaliser quelques
travaux. Les chantiers les plus
prioritaires au centre de contrôle et
dans la section des femmes ont
déjà été menés à bien. Les
systèmes de conditionnement d'air
sont nettoyés chaque mois et des
filtres supplémentaires ont été
commandés. Le service technique
de la prison tient un registre. Une
société spécialisée procède à un
contrôle annuel.
Aucune plainte émanant d'autres
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
alsook een preventieadviseur tot wie het personeel zich kan wenden
en die aan de gevangenisdirecties adviezen verstrekken aangaande
de arbeidsomstandigheden van de medewerkers.
établissements pénitentiaires ne
m'est encore parvenue.
04.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik meen dat
wij dan gerustgesteld kunnen zijn en ik hoop dat men er toch
aandacht kan voor blijven hebben, want uiteindelijk werken en wonen
daar heel veel mensen.
04.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Nous pouvons donc être
rassurés. Mais il me semble
opportun de prêter une attention
permanente à ce dossier car la
prison de Hasselt héberge et
emploie de très nombreuses
personnes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde interpellatie en vraag van
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de snel-Belg-wet" (nr. 1100)
- de heer Jan Mortelmans tot de minister van Justitie over "de snel-Belg-wet" (nr. 9)
05 Interpellation et question jointes de
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la loi instaurant une procédure accélérée
de naturalisation" (n° 1100)<br>- M. Jan Mortelmans au ministre de la Justice sur "la loi instaurant une procédure accélérée de
naturalisation" (n° 9)
05.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, tijdens de vorige legislatuur werd het Wetboek
van de Belgische nationaliteit op een aantal punten aangepast zoals
de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit in geval van
fraude en het brengen van de adviestermijn op vier maanden. Het
gaat dan over de adviestermijn voor onder andere het parket, de
Staatsveiligheid en de dienst Vreemdelingenzaken.
Als Open Vld zijn wij vragende partij om verder te gaan. We pleiten
ervoor om de integratiewil of de integratiebereidheid, onder andere de
kennis van een van de drie landstalen als voorwaarde op te nemen in
de wet alsook om vijf jaren ononderbroken wettelijk verblijf als
criterium voorop te stellen.
Een ander pijnpunt in de behandeling van de naturalisatiedossiers in
de Kamer zijn de adviezen die vaak verouderd zijn en van
verschillende kwaliteit.
Vorig weekend of vorige week konden wij in de krant lezen dat er dit
jaar intussen 14.000 naturalisatiedossiers wachten op behandeling
door de kamercommissie voor de Naturalisaties.
Mijnheer de minister, zal de regering en in het bijzonder uzelf initiatief
nemen om de snel-Belg-wet verder aan te scherpen? Zo ja, in welke
zin zal dit gebeuren? Wat is de timing die u vooropstelt?
05.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le Code de la
nationalité belge a été modifié à
certains égards sous la législature
précédente. L'Open Vld veut aller
plus loin. Nous allons faire inscrire
la volonté d'intégration dans la loi
et faire insérer parmi les critères
un séjour légal ininterrompu de
cinq années.
Les avis en la matière sont
souvent dépassés et leur qualité
est souvent inégale.
La presse rapporte que pas moins
de
14.000
dossiers
de
naturalisation
attendent
d'être
traités par la commission des
Naturalisations de la Chambre.
Comment le ministre compte-t-il
renforcer la loi sur l'acquisition
rapide de la nationalité belge?
Quel sera son calendrier?
05.02 Jan Mortelmans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de oranjeblauwe onderhandelaars bereikten in
oktober een akkoord over asiel en migratie. Daarmee werd ook
voorzien in een verstrenging van de nationaliteitswetgeving.
In de regeringsverklaring van de interim-regering staat over die
nationaliteitswetgeving niets. Nochtans is dat een dringende zaak. In
05.02 Jan Mortelmans (Vlaams
Belang): Les négociateurs de
l'orange bleue avaient conclu un
accord en vue du renforcement de
la législation sur la nationalité mais
l'accord de gouvernement du
cabinet intérimaire ne souffle mot
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
2007 heeft het Parlement 12.000 naturalisaties goedgekeurd en dat is
slechts een fractie van het totale aantal nationaliteitsverklaringen in dit
land, van het totale aantal nieuwe Belgen vorig jaar. Het klopt
inderdaad dat er op dit moment in de bevoegde kamercommissie
ongeveer 14.000 dossier liggen te wachten op behandeling.
Er zijn 29 manieren om de nationaliteit te bekomen en geen enkele
daarvan voorziet in enig integratiecriterium. Het aanvragen van de
nationaliteit betekent eigenlijk het vermoeden van integratie, begrijpe
wie begrijpe kan. Over het feit dat de nationaliteitswetgeving dringend
moet worden aangepakt is zowat iedereen met gezond verstand het
eens.
De problemen zijn legio en zijn gekend. Mijnheer de minister, u
maakte tijdens uw periode als kamerlid in de oppositie van dit thema
terecht uw stokpaardje. U hebt regelmatig minister Onkelinx daarover
geïnterpelleerd. U hebt voorstellen gedaan. U kwam ook geregeld in
de pers met die materie.
Ik som slechts enkele problemen, bondig voor het verslag, op. Het
gaat dan over de voorwaarde van verblijf die slechts beperkt is tot drie
jaar en twee jaar voor een erkend politiek vluchteling. Het gaat
natuurlijk ook over het ontbreken van enig integratiecriterium, over het
verschillend optreden van de parketten, over het feit dat men geen
zicht heeft op veroordelingen in het buitenland. Het gaat over de
aanvragen vanuit het buitenland. Wanneer is er sprake van een band
met land? Het gaat over de meerderjarige kinderen van een
vreemdeling die Belg werd en in België woont die automatisch het
recht op de nationaliteit krijgen. Het gaat over het feit dat men zelfs
niet naar België moet komen om de nationaliteit te verwerven. Het feit
dat er geen centrale registratie is van degenen die de nationaliteit
willen bekomen zorgt ook voor de nodig problemen. En dan zwijg ik
nog over de problemen die voorkomen in de commissie voor de
Naturalisaties zoals het verschil in advies tussen de parketten, de
vaagheid van sommige adviezen, het feit dat sommige adviezen
inderdaad hun actualiteitswaarde verliezen, het feit ook dat men
naturaliseert zonder dat er aan de grondvoorwaarden is voldaan, dat
is wellicht een probleem van de commissie zelf, enzovoort.
Mijnheer de minister, u kent de problematiek zeer goed. U hebt in het
verleden als Kamerlid harde taal over de snel-Belg-wet gesproken. U
hebt rake waarheden verkondigd.
We mogen toch ook niet uit het oog verliezen dat er sinds de
historische uitspraak van Marc Verwilghen dat er met de
nationaliteiten
werd
gesmeten,
heel
veel
inzake
de
vreemdelingenproblematiek is veranderd. Er is namelijk nog veel
meer met de nationaliteiten gesmeten. In de eerste plaats werd
natuurlijk een massale regularisatiecampagne op het getouw gezet
waarvan de eerste duizenden waarvan men niet weet wie ze zijn, wel
al de nationaliteit hebben gekregen. De campagne van Verhofstadt en
co was amper achter de rug of de snel-Belg-wet werd goedgekeurd.
Daar bleef het echter niet bij. Als kers op de taart kwam onder
Verhofstadt en co ook nog eens het vreemdelingenstemrecht erdoor.
Op het vlak van het vreemdelingenbeleid is er dus heel wat gebeurd
maar niet ten goede. Daarover zult u het met mij eens zijn, vermoed
ik.
de cette question urgente.
Le Parlement a approuvé en 2007
12.000 naturalisations qui ne
représentent
pourtant
qu'une
partie des nouveaux Belges.
Quatorze mille dossiers sont en
attente à la commission des
Naturalisations. Parmi les 29
manières d'acquérir la nationalité,
aucune ne comporte de critère
d'intégration.
Tout le monde s'accorde pour dire
qu'il est urgent de résoudre ce
problème. Le ministre lui-même
est l'un de ceux qui souhaitent le
plus qu'une solution y soit
apportée dans les plus brefs
délais, ce qu'il a prouvé en
soumettant à un feu nourri de
questions son prédécesseur, Mme
Onkelinx.
La loi sur l'acquisition rapide de la
nationalité
belge
sera-t-elle
adaptée prochainement? À quel
calendrier songe le ministre?
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Tot op vandaag is er van de eis tot het verstrengen van de snel-Belg-
wet niets in huis gekomen. Het is dus hoog tijd dat het deze keer wel
gebeurt. Ik ben dan ook erg benieuwd naar het antwoord van de
minister, zeker omdat hij zich samen met zijn hele partij zo fel tegen
de snel-Belg-wet heeft gekeerd. Met wat gepruts in de marge zult u,
en uiteraard ook uw dienaar, niet akkoord kunnen gaan, vermoed ik.
Vandaar mijn vragen, mijnheer de minister. Hebt u ondertussen
initiatieven genomen om de snel-Belg-wet aan te pakken? Zo ja, in
welke zin en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
05.03 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, ik moet hier
verwijzen naar wat ik daarnet al zei. Het is evident dat ik erg overtuigd
ben van het feit dat we de nationaliteitswetgeving moeten aanpassen.
Ik heb dat ook nooit onder stoelen of banken gestoken.
U verwees terecht naar het feit dat ik tijdens de oranjeblauwe
onderhandelingen in ieder geval aan mijn overtuiging gevolg heb
gegeven. Dat heeft tijdens de onderhandelingen toen ook geleid naar
een politiek akkoord om initiatieven tot een aanpassing te nemen.
Ondertussen is er echter een interim-regering. Dat betekent een
beperkt programma. Dat betekent ook dat ik tijdens de komende drie
maanden daaromtrent geen wetgevend initiatief kan nemen.
Dat belet niet dat ik overtuigd ben van het feit dat een aantal zaken,
ook in de organisatie van de nationaliteitswetgeving, moet worden
aangepakt. Ik zal daartoe ook voorbereidingen treffen en bekijken hoe
wij met bedoelde zaken kunnen omgaan. Dat betekent uiteraard ook
dat tijdens de onderhandelingen voor de vorming van een definitieve
regering CD&V, en ik in het bijzonder, het thema van de
nationaliteitswetgeving opnieuw ter discussie zal brengen.
Ten tweede, collega's, u weet zo goed als ik dat de naturalisatie een
prerogatief van de Kamer is. Dat werd zo door de Grondwet bepaald.
De werking van de commissie onttrekt zich dan ook aan het toezicht
van de minister van Justitie. Ik nodig u dus uit om daaromtrent in de
commissie een gesprek te hebben, zowel over de criteria als de
procedures. Dat staat buiten het bereik van de minister van Justitie.
05.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Je suis convaincu de la nécessité
d'adapter
rapidement
la
loi
instaurant une procédure accé-
lérée de naturalisation mais cette
matière ne fait pas partie du
programme
restreint
de
ce
gouvernement transitoire. Je ne
pourrai donc prendre aucune
initiative
législative
dans
ce
domaine au cours des trois
prochains mois.
Je m'attellerai toutefois à des
travaux préparatoires et ce thème
sera certainement réexaminé lors
de la formation d'un gouvernement
définitif.
La Chambre est compétente pour
les
naturalisations
et
le
fonctionnement de la commission
ad hoc. Elle peut mener une
discussion sur les critères et les
procédures.
05.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn antwoord.
Ik noteer dat hij in de huidige stand van zaken geen wetgevend
initiatief zal nemen.
Ik ga ermee akkoord dat de werking van de commissie niet binnen de
bevoegdheid van de minister valt. Ik wil niettemin zijn aandacht erop
vestigen dat er inzake de adviezen niet alleen de termijnen
waarbinnen de adviezen moeten worden verstrekt, een probleem is.
Er is ook een probleem inzake de kwaliteit van de adviezen. Van
bepaalde parketten ontvangt de commissie een advies van één regel
dat al dan niet binnen de voorwaarden valt. Andere parketten
antwoorden daarentegen op gemotiveerde wijze en geven de
Kamerleden een gemotiveerd advies.
Ik kan u misschien de suggestie doen om tijdens de
overlegmomenten met de procureurs-generaal of het college die u
05.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Je note que le ministre
ne
prendra
pas
d'initiative
législative.
Le
fonctionnement
de
la
commission ne relève pas de sa
compétence mais je tiens à attirer
son attention sur la qualité des
avis. On constate que certains
parquets
transmettent
des
dossiers où l'avis formulé à
l'intention de la commission de la
Chambre tient en une seule ligne,
alors
que d'autres parquets
motivent leurs avis de façon
détaillée. Le ministre pourrait peut-
être, en concertation avec les
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
toch regelmatig hebt, al eens de aandacht op voornoemd probleem te
vestigen. Op die manier kan voor de leden van de commissie voor de
Naturalisaties bij elk dossier een advies worden gevoegd dat even
goed onderbouwd is.
procureurs généraux, tenter de
mettre les parquets au diapason.
05.05 Jan Mortelmans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
ben toch teleurgesteld in u. Als Kamerlid was u altijd haantje de
voorste als het om dat thema ging. U interpelleerde voormalig minister
Onkelinx altijd over die zaak en legde haar het vuur aan de schenen.
Onder meer dankzij dit thema zit u nu in uw huidige positie. Ik ben dus
bijzonder teleurgesteld, want ik had verwacht dat er toch enige actie
zou komen.
Ik moet eerlijk het volgende zeggen. Gisteren heb ik hier, in dezelfde
zaal, over een ander thema geïnterpelleerd. Het ging toen over de
voor Vlaanderen bijzonder nadelige 60/40-verdeling inzake de
spoorweginvesteringen. Ik heb moeten vaststellen dat de minister
antwoordde dat dit thema niet in de commissievergadering kon
worden besproken omdat het ergens op een ander niveau wordt
besproken. Over het communautaire luik mogen we het dus niet
hebben. Ook over dit erg belangrijke justitiële luik mogen we niet
spreken. Ik vind het bijzonder jammer dat er in deze drie maanden
niets zal gebeuren op dat vlak.
Daarom zie ik mij dan ook genoodzaakt om het Parlement zijn zeg te
laten doen. Ik zal dan ook een motie van aanbeveling indienen waarin
ik vraag om onmiddellijk werk te maken van een herziening van de
snel-Belg-wet, om het afstammingsprincipe in ere te herstellen, om
een burgerschapsproef in te voeren waarbij in het bijzonder de
taalkennis wordt getoetst en om de meervoudige nationaliteit in te
perken.
05.05 Jan Mortelmans (Vlaams
Belang): Je suis particulièrement
déçu qu'il soit non seulement
interdit de parler de problèmes
communautaires mais aussi de
problèmes judiciaires. C'est la
raison pour laquelle je dépose une
motion.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Jan Mortelmans en Bert Schoofs en luidt als
volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Jan Mortelmans
en het antwoord van de minister van Justitie,
beveelt de regering aan
onmiddellijk werk te maken van een rechtvaardige maar strenge nationaliteitswetgeving gebaseerd op
onder meer volgende principes:
- het in ere herstellen van het afstammingsprincipe;
- het invoeren van een burgerschapsproef waarbij in het bijzonder de taalkennis wordt getoetst;
- het inperken van de meervoudige nationaliteit."
Une motion de recommandation a été déposée par MM. Jan Mortelmans et Bert Schoofs et est libellée
comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Jan Mortelmans
et la réponse du ministre de la Justice,
recommande au gouvernement
de s'atteler sur-le-champ à la mise en place, en matière de nationalité, d'une législation juste mais sévère,
fondée notamment sur les principes suivants:
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
- la restauration du principe de la filiation;
- l'instauration d'un test de citoyenneté portant plus particulièrement sur la connaissance de la langue;
- la limitation de la nationalité multiple."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Sabien Lahaye-Battheu en door de heer Raf
Terwingen.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Sabien Lahaye-Battheu et par M. Raf Terwingen.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
06 Interpellatie van de heer Bert Schoofs tot de minister van Justitie over "de uitspraken van de
minister van Justitie in verband met de gevangeniscapaciteit en de bestraffing van misdrijven" (nr. 8)
06 Interpellation de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "les déclarations du ministre en ce
qui concerne la capacité pénitentiaire et la répression des infractions" (n° 8)
06.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, u had
het daarstraks al even over die uitzending van TV Limburg. Een
historische uitzending, mogen wij die wel noemen, omdat u toen als
minister aantrad, een Limburger. Wij hebben het er daarstraks al over
gehad.
De regionale tv-zender heeft u tijdens uw eerste werkdag gefilmd. U
deed toen een aantal pertinente uitspraken. Mijns inziens haalde u
terecht de twee pijlers aan van het justitiële strafbeleid waarop het
hele beleid feitelijk moet steunen, namelijk, enerzijds, de
gevangeniscapaciteit waarover heel veel te doen is: de
gevangenisstraffen vormen toch nog steeds het kernthema van ons
strafbeleid meen ik en anderzijds, de andere vormen van
bestraffing. Dat zijn de twee pijlers die ervoor moeten zorgen dat er
een voldoende groot afschrikeffect is in de samenleving, en
voldoende geruststelling voor de burgers dat het met Justitie de juiste
kant opgaat.
Uw uitspraken, mijnheer de minister, waren toch nogal vaag. U sprak
over nieuwe opvangcapaciteiten voor gevangenen, enerzijds, en
anderzijds, over andere vormen van bestraffing.
Ik weet dat u in een bestek van 20 seconden niet alles kunt vertellen
aan een tv-zender. Zo werken de media tegenwoordig niet. Men kan
dat niet allemaal vatten in de termen die men wil vatten. Daarom is
het goed, meen ik, daar vandaag op terug te komen.
De vorige CD&V-minister van Justitie, minister De Clerck, zag de
gevangenisstraf toch ook als een ultimum remedium. Ik denk zelfs dat
ik zijn woorden hier aanhaal. Dat is dan in extreme vorm voortgezet
door minister Onkelinx. Bent u ook de visie toegedaan dat de
gevangenisstraf slechts een ultimum remedium is?
Ten tweede kom ik op de andere vormen van bestraffing, waarmee
we wat meer van het kernthema afwijken. We kijken dan naar het
uitgebreide apparaat van andere straffen, zoals werkstraffen, het
elektronisch toezicht of de elektronische enkelband, om het in
volkstermen uit te drukken. Hoe kijkt u daar tegenaan? Bedoelt u dat
precies met "andere vormen van bestraffing", zoals u dat uitdrukte in
de bewuste tv-uitzending? Of denkt u zelfs nog aan andere vormen,
die we momenteel niet kennen? Misschien hebt u een originele of
06.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le nouveau ministre de la
Justice a évoqué récemment sur
TV Limburg les deux piliers de la
politique pénale, parlant à ce
propos d'une augmentation de la
capacité carcérale et de sanctions
de substitution.
À
quelle
capacité
d'accueil
songeait-il? S'agit-il de 10.000
nouvelles unités cellulaires? Où
seront-elles créées? Quel budget
sera libéré à cet effet? Le ministre
envisage-t-il la création de bateaux
prisons, à l'image de ce qui se fait
aux Pays-Bas? Qu'adviendra-t-il
des condamnés à des peines de
courte durée qui, aujourd'hui déjà,
ne purgent généralement pas leur
peine? Le ministre considère-t-il,
lui-aussi, la peine d'emprison-
nement comme une mesure de
dernière extrémité? À quelles
autres peines songe-t-il? Pense-t-il
également à faire purger les
peines dans le pays d'origine des
condamnés? Que pense-t-il de la
loi sur la libération anticipée?
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
creatieve insteek. Ideeën zijn uiteraard altijd welkom. We willen die
altijd onderzoeken, maar ik wou toch graag weten wat u exact
bedoelde met die "andere vormen van bestraffing". Ik denk ook aan
het uitzitten van de straf in het land van herkomst. Dat staat ook in
ons programma. De vorige minister van Justitie zei daarvan werk te
maken, maar uiteindelijk bleek het om zo'n klein aantal gedetineerden
te gaan dat het sop de kool niet waard was.
Ten slotte, ook de wet op de vervroegde invrijheidsstelling past in dat
hele bestraffingsbeleid. Hoe denkt u daarover? Men noemt het nog
steeds de wet-Lejeune, wat het in feite niet meer is.
Ik verlang van u nog geen concreet, uiteengezet plan. Dan zou ik
misschien te veel peilen naar intenties, maar ik had toch graag
geweten wat u in de uitzending van TV Limburg inhoudelijk concreet
bedoelde met uw verwijzing naar de twee pijlers van het
bestraffingsbeleid bij Justitie.
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Daarover het volgende. Vandaag
bedraagt de beschikbare celcapaciteit van de gevangenissen 8.358
plaatsen. De actuele gevangenispopulatie daar volgt straks nog een
vraag over schommelt rond 9.600. Eind oktober 2007 bedroeg de
gevangenisbevolking 9.950 gedetineerden.
In tegenstelling tot vorige vragen is de uitbreiding van de
gevangeniscapaciteit wel degelijk een onderwerp dat ook in het
regeerakkoord van de interim-regering werd opgenomen. Dat
betekent dat ik ook van deze problematiek werk wil maken. Uiteraard
besef ik dat het creëren van nieuwe gevangeniscapaciteit niet zo snel
gaat en ik weet dat met een aantal projecten al werd gestart, maar ik
ben van plan in de volgende periode rond het gevangenisbeleid een
globale visie te ontwikkelen. Dat werd destijds ook zo door Stefaan De
Clerck gedaan, want dat is naar ik meen de laatste die een globale
nota hierover heeft ingediend, ook in het Parlement.
Ik wil nog even verduidelijken dat in de cijfers die ik heb genoemd,
niet de 500 veroordeelden zijn begrepen in het stelsel van
elektronisch toezicht ook daarover volgt straks nog een vraag en
evenmin de 800 veroordeelden met strafonderbreking in afwachting
van elektronisch toezicht. Dat zijn de cijfers zoals ik ze bij mijn
aantreden heb gevonden.
Ten einde de detentieomstandigheden in overeenstemming te
brengen met de principes van de basiswet op het gevangeniswezen,
u welbekend, en omdat we manifest met overbevolking te maken
hebben, is het noodzakelijk de beschikbare capaciteit veel meer in
overeenstemming te brengen met de reële behoeften. Over hoeveel
cellen het gaat, wordt op dit moment bekeken en geëvalueerd. Het is
evident dat een aantal initiatieven hoe dan ook moet worden
voortgezet, zoals de inrichtingen voor geïnterneerden, voorzien in
Gent en Antwerpen en die samen 390 plaatsen in de gevangenissen
vrij zullen maken. Dat zijn mensen die op dit moment vertoeven in de
klassieke gevangenissen maar daar eigenlijk niet thuishoren, iets
waarover iedereen het eens is.
We zullen ook de capaciteit moeten uitbreiden voor het uit handen
geven van minderjarigen: ook dat initiatief moet worden genomen. We
zullen ook infrastructuur moeten vergroten of in nieuwe voorzien,
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La capacité cellulaire actuelle est
de 8.358 places. La population
pénitentiaire tourne autour de
9.600 détenus, atteignant même
les 9.950 détenus fin octobre
2007. Le système pénitentiaire est
donc confronté à un problème
évident de surpopulation.
L'extension
de
la
capacité
cellulaire a dès lors été inscrite
dans l'accord de gouvernement du
gouvernement intérimaire et ce
problème sera donc pris à bras le
corps au cours des trois mois à
venir. J'élaborerai également en la
matière un concept global.
Plusieurs groupes - tels les 500
condamnés
sous
surveillance
électronique
ou
les
800
condamnés
bénéficiant
d'une
interruption de la peine dans
l'attente de leur mise sous
surveillance électronique - ne sont
d'ailleurs pas inclus dans les
chiffres.
Les projets en cours seront
poursuivis. Je songe notamment à
cet égard aux établissements pour
internés à Gand et à Anvers, qui
permettront de libérer 390 places
dans les prisons. La capacité de
dessaisissement des mineurs doit
également encore être étendue.
Quant à l'ampleur exacte des
travaux d'infrastructure néces-
saires, nous nous concertons
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
maar over de exacte omvang en de stand van de lopende projecten is
op dit moment overleg bezig met de Regie der Gebouwen. Ik moet u
ook meedelen dat ik heb vastgesteld dat de informatie van de
Regie der Gebouwen niet altijd overeenstemde met de informatie die
op de FOD Justitie daarover beschikbaar was. Deze week zijn daar
ook de nodige vergaderingen over.
Wij
gaan
uiteraard
proberen
de
bestaande
alternatieve
bestraffingsvormen te optimaliseren en daarbij hoort ook het
elektronisch toezicht. Het is uiteraard de bedoeling om in de discussie
over de uitbreiding van de capaciteit de twee bekommernissen samen
te brengen. Ik heb daarbij al gezegd waarover het gaat.
Ten eerste, willen wij op een ernstige manier de principes van de
basiswet gevangeniswezen implementeren, dan moeten wij ervoor
zorgen dat onze infrastructuur daarvoor ingericht en aangepast is, en
dus de overbevolking aanpakken. Ten tweede moeten wij prioriteit
geven aan de geloofwaardigheid van de strafuitvoering en dat
betekent dat het element overbevolking eigenlijk geen excuus kan zijn
om straffen systematisch niet uit te voeren. Ook dat vraagt
noodzakelijkerwijze een uitbreiding van de capaciteit, zonder daarbij
te spreken van enige vorm van verstrenging of wat dan ook, zodat
straffen op een normale manier kunnen worden uitgevoerd.
Dat zijn de twee redenen die wellicht aanleiding zullen geven tot een
meerjarenplan met betrekking tot onze gevangenissen, de
gevangeniscapaciteit en andere elementen die daarin ook aan bod
moeten komen.
Ik denk dat dit in algemene termen zowat een antwoord is op uw
vraag. U zult van mij inderdaad een plan krijgen met een aantal
concrete sites, een investeringsprogramma en een aantal andere
maatregelen die moeten worden genomen. Wij zijn volop bezig om
dat punt uit het regeerakkoord te concretiseren.
actuellement à ce sujet avec la
Régie des Bâtiments.
L'information dont dispose la
Régie des Bâtiments à propos des
édifices concernés semble différer
de celle en possession du SPF
Justice. Une réunion à ce sujet
aura lieu cette semaine.
Nous entendons optimiser les
sanctions
alternatives
et,
notamment,
la
surveillance
électronique. La mise en oeuvre
des principes de la législation de
base relative aux établissements
pénitentiaires requiert, d'une part,
des adaptations de l'infrastructure
et, d'autre part, il convient de
s'attaquer au problème de la
surpopulation carcérale, notam-
ment par l'extension de la
capacité, pour que les peines
puissent
être
appliquées
normalement, sans en accroître
pour autant la sévérité. Toutes ces
initiatives convergeront vers un
plan pluriannuel pour les prisons.
Je vous transmettrai un aperçu
des sites concrets, du programme
d'investissement et des mesures à
prendre.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
verheug mij alvast over het feit dat ik niet het standaardantwoord heb
bekomen dat mijn collega Mortelmans en ikzelf eerder hebben te
horen gekregen bij een vorige interpellatie. Ik besef heel goed dat
men op een, twee, drie geen gevangenis uit de grond stampt, zeker
geen veilige gevangenis en vooral ook als we zien wat er vrij recent
allemaal is gebeurd. U zult een erfenis uit het verleden mee moeten
sleuren. Het is niet de bedoeling om u daarop aan te pakken.
Ik heb nog iets te weinig concrete cijfers gehoord over waar men
uiteindelijk wil uitkomen. Dat blijft nog onduidelijk. U moet inderdaad
de gelegenheid krijgen om even orde op zaken te stellen op het
departement en de nodige studies en onderzoeken te bekomen.
Wanneer
dan
blijkt
dat
zelfs
de
gegevens
van
de
Regie der Gebouwen niet overeenstemmen met die van de FOD
Justitie dan zou ik me daar ook over verbazen als ik in uw schoenen
stond.
Ik heb geen nieuwe ideeën gehoord op het vlak van bestraffing.
Misschien is dat ook niet echt nodig. Ik zal in de toekomst toch de
nadruk blijven leggen op het feit dat het uitzitten van de straf door
meerderjarige criminelen van vreemde afkomst in het land van
herkomst kan gebeuren.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Nous savons bien que le
ministre a à gérer un héritage du
passé et que la construction de
nouvelles prisons requiert du
temps. Nous n'avons pas encore
reçu de chiffres concernant les
objectifs
finaux
mais
nous
patienterons, le temps que le
ministre ait remis de l'ordre dans
son département. Nous n'avons
pas entendu avancer d'idées
neuves concernant l'application
des peines. Ce n'était d'ailleurs
pas nécessaire mais je continuerai
à plaider pour que les criminels
étrangers majeurs purgent leur
peine dans leur pays d'origine. Le
ministre
considère
que
la
surpopulation carcérale ne justifie
pas l'impunité, et nous partageons
son point de vue. Nous lui
accorderons le bénéfice du doute,
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
U zegt ook dat overbevolking geen excuus mag zijn voor het feit dat
mensen in de straffeloosheid kunnen belanden.
Ik kan mij ook over die uitspraak verheugen, maar dan zullen er toch
weldra resultaten op het terrein te zien moeten zijn. In elk geval krijgt
u nu op dit vlak het voordeel van de twijfel, hoewel ik toch steeds heb
gevonden dat CD&V in haar programma niet krachtdadig genoeg
was. Als u al zou kunnen realiseren wat daarin staat, dan zou u
slagen met een kleine voldoening, maar zeker niet met
onderscheiding. Daarom schakel ik toch een versnelling hoger in mijn
motie, mijnheer de minister.
Ik lees ze voor ten behoeve van de voorzitter. In mijn motie verzoek ik
u, mijnheer de minister, om dringend een actieplan op te stellen met
het oog op de verstrenging van de straffen, de uitbreiding van de
gevangeniscapaciteit tot 13.000 eenheden om de kortgestraften
uiteraard ook hun straf te laten uitzitten en het installeren van een
doeltreffend en geloofwaardig strafbeleid waarvan voldoende
afschrikking uitgaat ten aanzien van criminelen, recidivisten en
personen met criminele intenties.
même si le Vlaams Belang est
d'avis que le programme du CD&V
n'est pas assez énergique.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Bert Schoofs en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Bert Schoofs
en het antwoord van de minister van Justitie,
verzoekt de minister
om dringend een actieplan op te stellen met het oog op de verstrenging van de straffen, de uitbreiding van
de gevangeniscapaciteit tot 13.000 eenheden en het installeren van een geloofwaardig en doeltreffend
strafbeleid waarvan voldoende afschrikking uitgaat ten aanzien van criminelen, recidivisten en personen
met criminele intenties."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Bert Schoofs et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Bert Schoofs
et la réponse du ministre de la Justice,
demande au ministre
d'élaborer d'urgence un plan d'action tendant à renforcer les peines, à augmenter la capacité pénitentiaire
en la portant à 13.000 unités et à mettre en place une politique pénale crédible et efficace produisant un
effet de dissuasion suffisamment fort auprès des délinquants, des récidivistes et des personnes animées
d'intentions criminelles."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Sabien Lahaye-Battheu en de heer Raf Terwingen.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Sabien Lahaye-Battheu et M. Raf Terwingen.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
07 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "het onderzoek naar fraude
met betrekking tot de notionele interestaftrek" (nr. 1133)
07 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "l'enquête sur la fraude en matière
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
de déduction des intérêts notionnels" (n° 1133)</b>
07.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, we hebben de jongste weken en maanden al
heel wat discussies over de notionele intrestaftrek gevoerd, vooral in
de commissie voor de Financiën over de fiscale aspecten en de
kostprijs ervan. Ook zijn zaken aangehaald over mogelijk misbruik
van de notionele intrestaftrek. Er waren op een bepaald moment heel
wat aanwijzingen dat een aantal bedrijven constructies opstelde om
maximaal gebruik te kunnen maken van die notionele intrestaftrek.
Het gaat over miljarden aan eigen vermogen dat wordt opgebouwd.
De constructies, zoals wij daarover te horen kregen, waren op de rand
van het wettelijke of erover. Dat is een moeilijke discussie geweest in
de commissie voor de Financiën, maar we hebben nu gezien dat in de
maand december onderzoeken zijn gestart door de centrale dienst
Financiële Criminaliteit van de federale politie, naar mogelijke
misbruiken van de notionele intrestaftrek. Dat zou blijken uit een
interne nieuwsbrief van de dienst. De politie zou vooral alert zijn voor
constructies met grote familievermogens en onroerende goederen,
maar ook trucs met de boekhouding van grote bedrijvengroepen zou
de dienst zorgen baren.
Daarom zou ik daarover graag een aantal concrete vragen stellen,
mijnheer de minister.
Ten eerste, heeft de dienst Financiële Criminaliteit van de federale
politie inderdaad een onderzoek opgestart?
Ten tweede, wie heeft de opdracht gegeven om een dergelijk
onderzoek op te starten?
Ten derde, op basis van welke gegevens of welke aanwijzingen is dit
onderzoek opgestart?
Ten vierde, hoeveel belastingplichtigen worden geviseerd door het
onderzoek? Hoeveel belopen de bedragen van de mogelijke fraude,
indien u daarover al gegevens zou hebben?
07.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Selon un bulletin
d'information interne, le service
central de la police fédérale
chargé de la criminalité financière
a ouvert une enquête sur
d'éventuels recours abusifs à la
déduction d'intérêts notionnels.
Cette
enquête
porterait
sur
d'importants patrimoines familiaux
et nombre de biens immobiliers. Il
est question aussi de manipu-
lations comptables au sein de
grands groupes d'entreprises.
Une telle enquête est-elle en
cours? Qui en a donné l'ordre et
sur la base de quels éléments?
Combien de contribuables sont
visés? Quelle serait l'ampleur de la
fraude?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, ik kan de
collega het volgende antwoorden. De directie Economische en
Financiële Criminaliteit van de federale gerechtelijke politie heeft zich
in het raam van haar conceptuele missie een summier beeld willen
vormen van het fiscale regime van de notionele intrestaftrek. Deze
directie wil hierdoor een zekere waakzaamheid aan de dag leggen
voor potentieel fraudegevoelige fiscale regimes en ter zake een
minimum aan kennis ontwikkelen. De bedoeling is om, in voorkomend
geval, gepast te kunnen reageren op concrete fraudegevallen.
De interne nieuwsbrief Atriumnieuws nr. 6 van februari 2007 van de
directie Economische en Financiële Criminaliteit van de federale
politie bevat een artikel dat een louter informatief karakter heeft en dat
voornamelijk gebaseerd is op voormelde studie. De studie van de
federale politie beoogt dus niet het jagen op fraude met notionele
intrest, zoals de krantenkop van De Tijd suggereert, maar heeft een
louter documentaire bedoeling.
In het kader van de scheiding der machten en teneinde eventuele
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La
police
judiciaire fédérale
souhaite se faire une idée
sommaire du régime fiscal de la
déduction d'intérêts notionnels afin
de pouvoir réagir adéquatement
en cas de découverte de cas de
fraude concrets. L'article publié
dans le bulletin a une valeur
purement informative et s'appuie
sur cette étude. Il n'est donc pas
question de chasse à la fraude.
Dans le respect de la séparation
des pouvoirs et dans le souci de
ne pas nuire à d'éventuelles
enquêtes judiciaires, il serait
inopportun de préciser si une
enquête pénale est en cours.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
gerechtelijke onderzoeken niet te schaden, acht ik het niet opportuun
u mede te delen of er al dan niet een strafrechtelijk onderzoek
betreffende eventuele misbruiken met de notionele intrestaftrek werd
gestart.
07.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
kan mij voorstellen dat, wanneer een onderzoek wordt opgestart of de
politie daartoe de nodige initiatieven neemt, er een aantal heel
concrete of algemene aanwijzingen moet zijn.
U spreekt ook over een studie die zou zijn gemaakt, op basis waarvan
blijkt dat waakzaamheid nodig is. Kunt u eventueel toelichten wat in
de studie staat en wat de concrete conclusies zijn, op basis waarvan
de initiatieven werden genomen?
07.03 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Si une instruction
a été ouverte, c'est qu'il existait
des indices tangibles. Quelles
conclusions concrètes ont été
tirées de cette étude?
07.04 Minister Jo Vandeurzen: Zoals ik uit de informatie die ik
opvroeg, kan afleiden, geeft de studie gewoon een beschrijving van
het regime van de notionele intrestaftrek.
Het zal niet de laatste keer zijn dat wij in de commissie voor de
Justitie daarmee worden geconfronteerd, maar er is natuurlijk ook het
geheim van het onderzoek. In mijn hoedanigheid van minister ben ik
niet in de mogelijkheid om u concrete informatie te geven over het al
dan niet bestaan van politionele, opsporings- of gerechtelijke
onderzoeken.
07.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Cette étude ne fait que décrire le
régime de la déductibilité des
intérêts notionnels. Je terminerai
en soulignant une dernière fois
que je suis tenu au secret de
l'instruction.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "het elektronisch toezicht"
(nr. 1101)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het beheer van het elektronisch toezicht"
(nr. 1308)
08 Questions jointes de
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la surveillance électronique" (n° 1101)<br>- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la gestion de la surveillance électronique" (n° 1308)</b>
08.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, uw voorgangster heeft tijdens de vorige
legislatuur gezegd dat zij tegen eind 2007 1.000 extra gedetineerden
onder elektronisch toezicht wilde plaatsen. Ik heb haar eind november
nog over dat aantal ondervraagd. Toen antwoordde zij dat de teller op
550 stond. Ze zei dat de verhoging niet mogelijk was doordat de
overheveling van het elektronisch toezicht van het nationaal centrum
naar de justitiehuizen met een aantal administratieve problemen
gepaard ging.
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen.
Ten eerste, hoeveel gedetineerden staan vandaag onder elektronisch
toezicht? Is het de bedoeling om dit aantal te verhogen?
Ten tweede, wat is de stand van zaken in de overdracht van het
nationaal centrum naar de justitiehuizen? Beschikken de justitiehuizen
intussen over voldoende personeel om deze nieuwe opdracht uit te
voeren of zijn de aanwervingen die mevrouw Onkelinx aankondigde
nog altijd lopende?
08.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Mme
Onkelinx
entendait placer mille détenus
sous surveillance électronique d'ici
à la fin de 2007 mais, fin
novembre, le compteur n'affichait
que la moitié de ce résultat. La
ministre attribuait cette situation
aux problèmes administratifs qui
ont accompagné le transfert de la
compétence
en
matière
de
détention
électronique
aux
maisons de justice.
Combien de détenus sont placés
sous surveillance électronique
aujourd'hui? Quelle est la situation
dans les maisons de justice? Leur
personnel et l'accompagnement
prévu sont-ils suffisants? Sera-t-il
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Ten derde, vindt u de overheveling die sinds 1 september 2007 een
feit is een goede zaak? Worden de justitiehuizen voldoende
ondersteund in hun nieuwe opdracht? Is er in een evaluatie van deze
overdracht voorzien, en zo ja, wanneer?
Ten vierde, wat is uw standpunt over de invoering van het
elektronisch toezicht als autonome straf?
procédé
à
une
évaluation?
Quand? Que pense le ministre de
la surveillance électronique en tant
que peine autonome et en tant
qu'étape dans le cadre de la
détention provisoire?
08.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het afgelopen jaar werd het personeel van het
NCET jammer genoeg grotendeels naar de justitiehuizen
overgeheveld. Daarmee wil men het onderscheid verkleinen tussen
de voorwaardelijke invrijheidstelling en de gevangenschap onder
elektronisch toezicht, terwijl dit toch twee compleet verschillende
situaties zijn. Een en ander druist regelrecht in tegen de conclusies
van het onderzoeksrapport van de VUB en de UCL dat hierover door
de minister zelf was besteld, maar jammer genoeg niet door haar was
afgewacht. Zij heeft een voorbarige beslissing genomen om het
NCET grotendeels te ontmantelen.
Mijnheer de minister, ik had graag het volgende van u vernomen.
Ten eerste, wat blijft inmiddels nog over van het NCET? Bestaat het
nog? Hoeveel personeelsleden werken er nog? Op welke manier
verloopt de samenwerking met de justitiehuizen? Welke capaciteit
kan het aan?
Ten tweede, werd reeds een evaluatie gehouden van de manier
waarop de begeleiders van het elektronisch toezicht naar de
justitiehuizen werden overgeheveld? Is de minister tevreden over de
overheveling of pleit hij voor een herwaardering van het NCET, zoals
zijn collega, de heer Van Parys, toch duidelijk deed tijdens de vorige
legislatuur, en ook uitdrukkelijk vroeg dat er een veel betere
begeleiding zou zijn van mensen onder elektronisch toezicht.
Ten derde, kan de minister een overzicht geven per Gewest en per
trimester van het aantal gedetineerden onder elektronisch toezicht
tijdens de afgelopen jaar? Kan de minister uitleggen waarom dit
aantal veel lager ligt dan de vooropgestelde doelstellingen?
Bestaat er in de justitiehuizen een duidelijke taakverdeling tussen
degenen die het elektronisch toezicht begeleiden en de anderen of is
er een vermenging van functies? Zijn er op dit moment voldoende
justitieassistenten voor dat werk of is er nog steeds een tekort zoals
een aantal maanden geleden?
Ten vijfde, in welke situaties wordt op dit moment een
maatschappelijke enquête gehouden alvorens het elektronisch
toezicht wordt toegekend? Door wie gebeurt dat? Bent u er
voorstander van het aantal categorieën uit te breiden?
Ten zesde en ten slotte, kunt u meedelen hoeveel seksuele
delinquenten in het systeem stapten sinds de inwerkingtreding van de
nieuwe rondzendbrief?
08.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Une grande partie du
personnel du Centre national de
surveillance électronique (CNSE)
a été transféré aux maisons de
justice, mais il s'avère à présent
que la décision de démanteler le
CNSE était prématurée.
Que subsiste-t-il du CNSE?
Comment
se
déroule
la
coopération avec les maisons de
justice? Ce transfert a-t-il fait
l'objet
d'une
évaluation?
Le
ministre entend-il revaloriser le
CNSE? Peut-il fournir un bilan, par
Région et par trimestre, du
nombre de détenus placés sous
surveillance électronique en 2007?
Pourquoi
leur
nombre
est-il
inférieur aux objectifs fixés? Les
tâches
sont-elles
clairement
réparties au sein des maisons de
justice? Y a-t-il assez d'assistants
de justice pour ce travail? À quel
moment procède-t-on à une
enquête sociale avant d'accorder
une surveillance électronique et
par qui cette enquête est-elle
menée?
Le
ministre
veut-il
augmenter
le
nombre
de
catégories?
Combien
de
délinquants
sexuels
ont-ils
bénéficié du système depuis
l'entrée en vigueur de la nouvelle
circulaire?
08.03 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb twee antwoorden op die
vragen. Ik antwoord eerst op de vraag van mevrouw Lahaye-Battheu:
08.03 Jo Vandeurzen, ministre:
À la date du 14 janvier 2008, 505
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
over hoeveel gedetineerden gaat het op dit moment?
Op 14 januari stonden er 505 gedetineerden onder elektronisch
toezicht en waren er 816 gedetineerden in strafonderbreking in
afwachting van onderzoek of zij de voorwaarden vervullen voor
elektronisch toezicht of in afwachting van hun plaatsing onder
elektronisch toezicht.
De
interim-regering
wil
naast
de
uitbreiding
van
de
gevangeniscapaciteit eveneens de weg bewandelen van het
verbreden van het elektronisch toezicht en de uitbouw van de
alternatieve straffen. We gaan dat terrein verder verkennen en kijken
wat de mogelijke pistes zijn om de in- en output van de
gevangenissen op alternatieve manieren te organiseren en voor welke
maatregelen elektronisch toezicht effectief een meerwaarde kan
betekenen. Dat elektronisch toezicht vraagt uiteraard een kwalitatieve
omkadering, zowel wat het controleaspect betreft als wat de
begeleiding betreft.
Uw vraag ging ook over de stand van zaken in verband met de
overdracht van het Nationaal Centrum aan de justitiehuizen. Op
1 september 2007 werd inderdaad de bevoegdheid op het
elektronisch toezicht zowel inzake begeleiding als inzake controle
overgeheveld naar het directoraat-generaal Justitiehuizen. De
maatschappelijke assistenten van het NCET kregen de keuze: ofwel
voor het directoraat-generaal Gevangenissen te gaan werken, ofwel
als justitieassistent in het justitiehuis. Drievierde van de
maatschappelijke assistenten van het NCET ging over naar de
justitiehuizen om het mandaat van elektronisch toezicht op te nemen,
weliswaar overgaand van 8 regionale teams van het NCET naar 28
justitiehuizen.
De eerste fase van de statutaire aanwerving van de justitieassistenten
van het personeelsplan 2007 voor het directoraat-generaal
Justitiehuizen is bezig. De tweede fase vindt binnen enkele maanden
plaats. De directeurs van de justitiehuizen bepalen naargelang van de
behoeften binnen hun gerechtelijk arrondissement voor welke
materies de justitieassistenten worden ingezet.
Medewerkers van de monitoring op het NCET zijn eveneens
overgeheveld naar het directoraat-generaal Justitiehuizen. Wat de
personeelsbezetting betreft, moet nog een aantal contracten worden
ingevuld van personen die nog niet waren vervangen.
Er werden in juli en augustus 2007 opleidingsdagen georganiseerd
voor alle justitieassistenten die vanaf 1 september belast zullen
worden met het elektronisch toezicht. Tevens is er een dagelijkse
ondersteuning mogelijk voor zowel de directeurs van de justitiehuizen
als van de directie van het NCET.
Daarnaast werd er een begeleidingscomité opgericht om alle vragen
op het terrein structureel aan te pakken en bij te sturen, indien nodig.
Ik kom aan de vraag in verband met de evaluatie. Iedere wijziging in
adviezen en werkprocessen verdient een evaluatie op korte en lange
termijn, zo ook een overdracht van bevoegdheden naar een ander
directoraat-generaal. Momenteel is daarvoor echter nog geen timing
vooropgesteld. Ik heb de intentie om, veeleer dan opnieuw
détenus étaient placés sous
surveillance électronique et 816
attendaient qu'une enquête soit
menée pour bénéficier de ce
régime.
Le
gouvernement
intérimaire a l'intention de réaliser
deux réformes: l'augmentation de
la capacité des prisons, et
l`extension du champ d'application
de la surveillance électronique et
des peines de substitution. Nous
allons tenter de déterminer les
options envisageables ainsi que la
date à laquelle la surveillance
électronique pourrait réellement
produire
une
plus-value. La
surveillance électronique requiert
un encadrement qualitatif en
matière
de
contrôle
et
d'accompagnement.
Le
1
er
septembre 2007,
les
compétences en matière de
surveillance électronique ont été
transférées
de
la
Direction
générale Établissements péniten-
tiaires à la Direction générale
Maisons de justice. Les assistants
sociaux du CNSE ont eu le choix
entre travailler dans le service
psychosocial des prisons ou
comme assistant de justice dans
les maisons de justice. Les trois
quarts ont opté pour la seconde
solution et ont été répartis dans les
28 maisons de justice. La
première phase du recrutement
statutaire d'assistants de justice
dans le cadre du plan du
personnel 2007 est actuellement
en cours. La seconde phase
suivra dans quelques mois. Les
directeurs des maisons de justice
déterminent les matières pour
lesquelles il pourra être recouru
aux assistants de justice.
Les collaborateurs du monitoring
du CNSE seront également
transférés à la Direction générale
Maisons de justice.
Durant l'été 2007, des formations
spécifiques ont été organisées
pour tous les assistants de justice
chargés du suivi de la surveillance
électronique à partir du 1
er
septembre 2007.
Un
soutien
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
spectaculaire wijzigingen aan te brengen, te kijken wat de dringendste
en belangrijkste noden zijn. Uiteraard zal dat ook gepaard gaan met
een evaluatie.
Het is voorbarig om nu reeds standpunten in te nemen over de vraag
of het elektronisch toezicht kan worden ingevoerd als autonome straf.
Wij zullen eerst een grondige analyse uitvoeren over de situatie nu en
dan nagaan voor welke categorieën het elektronisch toezicht een
alternatief kan betekenen.
Datzelfde geldt voor de vraag of het kan worden toegepast in de fase
van voorlopige hechtenis. Wij zijn ook hier bezig met een analyse om
te kijken of de bestaande technische en inhoudelijke toepassingen
van het elektronisch toezicht vandaag kunnen worden georganiseerd
in België op een manier dat ze tegemoetkomen aan de redenen
waarvoor een voorlopige hechtenis niet langer noodzakelijk wordt
geacht. In dat verband zal ik ook het wetsvoorstel ter zake grondig
bestuderen.
Mijnheer Laeremans, ik kom aan uw vragen, voor zover ik daarop nog
niet heb geantwoord.
De cijfers per Gewest en per trimester zijn opgevraagd bij de
administratie, maar ze zijn nog niet beschikbaar. Mijnheer de
voorzitter, in het algemeen, voor vragen in verband met statistieken
en cijfermateriaal is het niet steeds mogelijk om dat binnen het korte
bestek van een mondelinge vraag te kunnen verzamelen.
Mijn voorganger mevrouw Onkelinx heeft inderdaad in de
regeringsverklaring van 2003 vooropgesteld om het elektronisch
toezicht met 1.000 eenheden uit te breiden. Tot op heden stellen wij
vast dat het aantal gedetineerden onder het stelsel van elektronisch
toezicht rond 500 op dagbasis schommelt.
Ondanks de aanpassing van de regelgeving en de afschaffing van
twee uitsluitingcriteria stel ik samen met u vast dat op het vlak van
input niet het beoogde resultaat is bereikt.
Ik neem aan dat u van mij nu geen cijferprognoses verwacht,
aangezien dat irrealistische verwachtingen zou scheppen. Bovendien
is een louter kwantitatieve benadering van het debat wellicht niet
aangewezen. Ook hier moet ik verwijzen naar het antwoord op de
vorige vraag. In het kader van de gevangenisproblematiek en de
alternatieven zal ik uiteraard ook kijken wat er daar concreet kan
worden gemaakt in de loop van deze periode van de interim-regering.
De vraag was in welke situatie er momenteel een maatschappelijke
enquête wordt gehouden alvorens het elektronisch toezicht wordt
toegekend. Bij de overdracht van het mandaat elektronisch toezicht
van het directoraat-generaal Penitentiaire Instellingen naar het
directoraat-generaal Justitiehuizen werden de werkinstructies voor de
justitieassistenten herwerkt.
De directeur van een gevangenis kan voor alle definitief
veroordeelden met effectieve vrijheidsstraffen van minder dan drie
jaar, waarvoor hij zelf de beslissing neemt, indien hij het nuttig acht
een maatschappelijke enquête vragen aan de directeur van het
justitiehuis. Voor de definitief veroordeelden met effectieve
quotidien des directeurs des
maisons de justice et du CNSE est
également envisageable sur une
base journalière. Il existe aussi un
Comité
d'encadrement
pour
assurer le suivi et apporter des
correctifs.
Il va de soi qu'un transfert de
compétences de cette ampleur
requiert une évaluation à l'issue
d'une période donnée. Aucun
calendrier n'a encore été arrêté à
ce sujet. Avant toute chose, et
plutôt
que
d'apporter
des
changements dans l'immédiat, je
regarderai où se font sentir les
besoins les plus pressants.
Il
serait
prématuré
de
se
déterminer
aujourd'hui
sur
l'instauration éventuelle de la
surveillance électronique à titre de
peine autonome ou sur la
possibilité
d'appliquer
la
surveillance électronique au stade
de la détention préventive. Cette
dernière possibilité pourra être
examinée dans le cadre d'une
proposition de loi à déposer.
M. Laeremans m'a demandé des
chiffres. Dans l'intervalle, je les ai
demandés
à
de
mon
administration.
Mon prédécesseur à la Justice
avait projeté d'augmenter de mille
unités le nombre de personnes
placées
sous
surveillance
électronique.
Aujourd'hui,
leur
nombre oscille, sur une base
quotidienne, autour de 500.
L'objectif fixé n'a donc pas été
réalisé.
Moi-même,
je
m'abstiendrai de citer un chiffre,
qui ne serait de toute manière pas
réaliste.
Le directeur de la prison peut
demander au directeur de la
maison de justice une enquête
sociale à propos de chaque
condamné à une peine effective
inférieure à trois ans. Une telle
enquête est même obligatoire pour
ceux qui, dans cette catégorie, ont
été condamnés pour délits sexuels
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
vrijheidsstraffen van minder dan drie jaar die zijn veroordeeld wegens
seksueel misbruik of die geen recht hebben op verblijf in België, is de
directeur van de gevangenis verplicht om aan de directeur van de
justitiehuizen een maatschappelijke enquête te vragen.
Wat betreft de straffen van meer dan drie jaar voorziet de wet van
17 mei 2006 niet in een expliciete mogelijkheid tot een
maatschappelijke enquête. De directeur van de gevangenis kan
weliswaar ter staving van zijn advies een maatschappelijke enquête
laten uitvoeren.
Dan was er nog een vraag naar het aantal seksuele delinquenten dat
in het systeem stapte sinds de inwerkingtreding van de nieuwe
omzendbrief. Ik heb de cijfers net gekregen. Het gaat over 108
seksuele delinquenten onder elektronisch toezicht, wat mogelijk werd
gemaakt door de omzendbrief van 10 juli 2006 voor straffen boven en
onder drie jaar. Sinds de start van de strafuitvoeringsrechtbank op
1 februari 2007 voor straffen boven de drie jaar werden er 47
seksuele delinquenten onder elektronisch toezicht vrijgesteld. Ik neem
aan dat u ook weet dat we hier het geheel van de modaliteiten
opnieuw bekijken. Ik verwijs naar het antwoord in het kader van de
problematiek van de gevangenissen en de geloofwaardigheid van de
strafuitvoering.
ou sont privés du droit de séjour.
Pour les détenus dont la peine
excède trois ans, la loi ne prévoit
pas la possibilité d'une telle
enquête.
Depuis l'entrée en vigueur de la
nouvelle
circulaire,
108
délinquants sexuels sont entrés
dans le système dans le cadre de
la circulaire, pour 47 à la suite
d'une disposition du tribunal
d'exécution des peines.
08.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, uw
antwoord verontrust mij toch wel enigszins, want ik stel samen met u
vast dat het aantal veroordeelden onder elektronisch toezicht daalt in
plaats van gelijk te blijven of te stijgen, wat eigenlijk de ambitie was. Ik
herinner mij dat wij tijdens de vorige legislatuur toch aan 670
veroordeelden onder elektronisch toezicht zijn geraakt. Uw
voorgangster heeft mij in november gezegd dat er 550 personen
onder elektronisch toezicht stonden. Nu zitten we op 14 januari aan
505. Nog een beetje en we zitten onder 500 veroordeelden onder
elektronisch toezicht. Dat verontrust mij.
Daaruit kan ik enkel afleiden dat de overdracht wel degelijk een
probleem is. Hoe verklaart u anders dat het aantal intussen toch met
150 is gedaald in tamelijk korte tijd? Ik vraag u om daar aandacht
voor te hebben en daarvan de oorzaken aan te pakken en op te
lossen.
Wat het personeel betreft, zei mevrouw Onkelinx mij in november dat
er 73 aanwervingen voor justitieassistenten liepen, maar die lopen
blijkbaar nog altijd. U zegt mij dat de eerste fase rond is en de tweede
begint. Zijn er intussen mensen bijkomend aan de slag in de
justitiehuizen? Daar heb ik eigenlijk geen duidelijk antwoord op
gekregen. Dat is vooral mijn vraag: werden de justitiehuizen
ondertussen versterkt met assistenten voor de uitvoering van die
bijkomende taak?
U zegt dat het nog te vroeg is voor evaluatie. Maar het
begeleidingscomité voor de overdracht van het nationaal centrum
naar de justitiehuizen zou toch permanent evalueren? Wat heeft dat
intussen opgeleverd? Kunnen wij als leden van de commissie voor
Justitie eventueel een recent verslag krijgen van dat comité, zodat we
inzage hebben en desgevallend kunnen helpen en daaromtrent
initiatieven nemen?
08.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Votre
réponse
m'inquiète:
le
nombre
de
condamnés
placés
sous
surveillance électronique diminue
plutôt que d'augmenter! Nous
sommes presque passés en
dessous de la barre des cinq
cents.
Apparemment,
le
changement de régime pose
malgré tout problème.
Les maisons de justice comptent-
elles
aujourd'hui
davantage
d'assistants, oui ou non?
Quelles sont les conclusions du
comité d'accompagnement? La
commission pourrait-elle prendre
connaissance d'un rapport récent
de ce comité?
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Ik herhaal dat het antwoord mij verontrust. Volgens mij klopt er iets
niet. Bijna 150 gedetineerden minder onder elektronisch toezicht, dat
kan volgens mij niet, vooral ook omdat elektronisch toezicht een
systeem is dat veroordeelden hun straf laat uitzitten buiten de
gevangenis. De gevangenissen blijven immers, zoals u zelf ook hebt
gezegd, overbevolkt. Het is bovendien een systeem waarbij
veroordeelden actief kunnen blijven, hun werk kunnen blijven
uitoefenen en hun opleiding voort kunnen zetten, terwijl ze hun straf
ondergaan. Ik vraag u dus om in te grijpen.
08.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
ben ook verontrust, maar om een andere reden. Ik heb u bijna horen
wegmoffelen dat er maar 500 mensen onder het systeem vallen,
maar dat er 816 in voorlopige vrijheid zijn. We mogen het eigenlijk zo
niet noemen, het gaat om een soort strafonderbreking, een statuut sui
generis, om te onderzoeken of ze in aanmerking komen of mogen
komen voor elektronisch toezicht. Dat is natuurlijk de wereld op zijn
kop. Het is juist niet de bedoeling dat die mensen zomaar worden
vrijgelaten; het is de bedoeling dat het elektronisch toezicht een soort
overgangsfase is tussen echte gevangenschap en volledige
invrijheidstelling om mensen op die invrijheidstelling voor te bereiden.
Nu doet u precies het tegenovergestelde. U laat ze vrij, misschien
maandenlang. U zegt: er zijn meer mensen in strafonderbreking dan
onder elektronisch toezicht en we gaan nu eens onderzoeken of ze
ooit in aanmerking zullen komen. Ik geef het u op een blaadje,
mijnheer de minister, van die 800 denk ik niet dat er nog veel ooit met
een enkelband zullen verschijnen.
Dat is dus allemaal het nefaste gevolg van de omzendbrief van uw
voorganger. Ik had gehoopt dat u meer ambitie zou hebben. Ik heb
het debat nog eens nagelezen dat ik samen met uw voormalige
collega Tony Van Parys over die materie heb gevoerd. Hij heeft zich
toen fel verzet tegen die overheveling, het gebrek aan begeleiding, het
gebrek aan maatschappelijke enquêtes enzovoort, dit alles tegen de
overduidelijke conclusies van het onderzoek van de VUB en de UCL
in.
Ik had eigenlijk vandaag een verklaring verwacht dat we dat nefaste
beleid van mevrouw Onkelinx zouden omkeren en dat we ervoor
zouden zorgen dat er meer mensen betrokken worden bij de
begeleiding van de mensen die onder elektronisch toezicht staan, en
dat er meer mensen de maatschappelijke enquêtes kunnen uitvoeren.
Blijkbaar is dat echter allemaal uw ambitie niet. Ik betreur dat ten
zeerste. Ik stel vast dat er eigenlijk heel weinig is veranderd ten
goede.
Er is duidelijk nog altijd te weinig volk om die gedetineerden te
begeleiden en ik stel ook vast dat er in de justitiehuizen duidelijk een
vermenging is van functies. Mensen houden zich tegelijkertijd bezig
met voorwaardelijke invrijheidstellingen en dossiers in verband met
elektronisch toezicht, terwijl dat twee volkomen verschillende statuten
zijn en de universiteiten uitdrukkelijk hadden gevraagd die twee ook
apart te behandelen. U stelt mij ten zeerste teleur, mijnheer de
minister. Ik hoop dat u uw ambitie op dit vlak bijstelt en dat u wel de
nodige initiatieven zult nemen om mensen die absoluut nog niet in
aanmerking komen voor vrijlating, in de gevangenis te houden en
zeker niet vervroegd vrij te laten.
08.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre a indiqué que
816 personnes ont vu leur peine
interrompue en attendant d'être
éventuellement
placées
sous
surveillance électronique. C'est le
monde à l'envers! La surveillance
électronique
doit
rester
une
mesure transitoire entre la peine
d'emprisonnement et la libération.
Je ne pense pas qu'un grand
nombre de ces 816 condamnés
comparaîtront munis d'un bracelet
à la cheville.
J'avais espéré une approche plus
rigoureuse de la part de M.
Vandeurzen, à la lumière tout
particulièrement
des
positions
adoptées par son parti sous la
législature précédente. J'invite M.
Vandeurzen à prendre les choses
en main et à mettre un terme aux
effets néfastes de la circulaire de
la ministre précédente.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
08.06 Minister Jo Vandeurzen: Wij zullen over het thema volgens mij
nog regelmatig spreken.
Als u verontrust bent over de situatie, kan ik u enkel zeggen dat dat
de situatie is zoals ik ze heb aangetroffen bij mijn komst. Ik kan u
niets anders dan de cijfers geven zoals ik ze heb. Ik spreek mij niet uit
over het verleden of zal daarover geen appreciatie uitdrukken. U kunt
van mij aannemen dat de geloofwaardigheid van de strafuitvoering
voor mij in de korte periode die mij is gegeven als minister van Justitie
in de interim-regering, een absolute prioriteit vormt. Ik ben daar zéér
bezorgd over!
Ik realiseer mij ook laat ik dit ook heel duidelijk zeggen dat het
antwoord op de vraag om daaraan te remediëren, complex is.
Bovendien zal het mij waarschijnlijk niet gegeven zijn om daarvan al
na drie maanden de resultaten te kunnen tonen, want dat vraagt
enorm veel initiatieven en dit zowel inzake het budget als inzake
infrastructuur. Laten wij goed afspreken dit is alvast mijn insteek bij
het debat en ik zal dit ook nog bij andere gelegenheden herhalen ik
heb inzake strafuitvoering een aanknopingspunt in het regeerakkoord
om daarvan werk te maken. Ik ga dat ook doen.
Mijn medewerkers, het kabinet en de FOD Justitie hebben de
instructie gekregen om dat met de grootste urgentie aan te pakken.
De cijfers die ik u geef, zijn uiteraard niet het resultaat van het beleid
van deze minister van Justitie, maar ze vormen een beeld van de
situatie zoals wij ze thans aantreffen. Wij zullen bekijken hoe snel we
een aantal dingen kunnen aanpakken.
Nogmaals gebiedt de realiteitszin mij te zeggen dat dat waarschijnlijk
niet binnen enkele weken kan gebeuren. Neem van mij wel aan dat
het kabinet van de minister met veel energie zal werken aan de
problematiek van de gevangenissen en vooral de strafuitvoering in het
algemeen.
08.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Je vous ai brossé un tableau
objectif de ce que j'ai trouvé à mon
arrivée, sans qu'il s'agisse de
formuler une appréciation. J'ai en
tout cas l'intention de m`occuper
très
sérieusement
de
cette
question mais il ne faut pas
attendre de moi que je réalise des
miracles en un délai de trois mois
à peine.
08.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Wij zullen dat bekijken,
mijnheer de minister.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "la déclaration de mandats et la
déclaration de patrimoine de certains élus" (n° 1144)</b>
09 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de aangifte van mandaten en
van vermogen door sommige verkozenen" (nr. 1144)
09.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, j'aimerais vous
parler de ce qui devient une formalité pour certains mandataires:
compléter des déclarations de mandats et de patrimoine, déclarations
ressortissant à deux législations spéciales, celle du 26 juin 2004 qui a
complété la loi spéciale du 2 mai 1995 et la loi spéciale du
3 juin 2007.
Dans un certain contexte de transparence et poussé, il faut le
reconnaître, par quelques affaires, le gouvernement wallon s'est saisi
de ce dossier et a établi une réglementation dans le cadre du code de
démocratie locale à l'égard des gouverneurs, députés provinciaux,
bourgmestres, échevins ou présidents de CPAS. Un problème
09.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De aangifte van mandaten en
vermogens wordt geregeld bij twee
bijzondere wetten van 26 juni 2004
en van 3 juni 2007.
De Waalse regering heeft dit
dossier naar zich toe getrokken en
heeft, in het kader van het
wetboek van de plaatselijke
democratie,
een
regelgeving
uitgewerkt voor de gouverneurs,
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
semble se poser quant à la légalité de cette législation. Je ne me
prends pas pour un grand théoricien du droit, quoi qu'en dise mon
collègue M. Wathelet, ce dont je le remercie, mais je me réfère à ce
que dit le professeur Renders. Je ne parle pas du ministre des
Finances mais du professeur David Renders de l'UCL.
Pour ne pas escamoter sa pensée, en quelques phrases, voici ses
propos: "Quant à la déclaration de mandats et de patrimoine, je me
demande si eu égard à l'adoption de la loi spéciale du 3 juin 2007, les
articles du code relatifs aux déclarations de mandats et de patrimoine
demeurent régulièrement pris en ce qui concerne les gouverneurs de
province, les députés provinciaux, les bourgmestres, échevins et
présidents de CPAS. Il me paraît que tout ce qui est happé par la loi
spéciale sort de la répartition des compétences entre le fédéral et les
entités fédérées. Je me pose alors la question de savoir si le
législateur wallon peut encore régler cette question."
C'est assez clair, monsieur le président, monsieur le ministre, pour se
demander si la Région wallonne est encore compétente en matière de
mandats, en d'autres termes si le Code de la démocratie locale tel
qu'intitulé en Région wallonne n'est pas bâti sur une fondation
purement illégale. Il vaut mieux s'adresser au bon dieu plutôt qu'à ses
saints. C'est pourquoi je me permets de vous interroger en la matière.
Quel est l'avis de l'administration fédérale et donc du ministre sur ce
sujet? Y a-t-il oui ou non illégalité dans le Code de la démocratie
locale? Y a-t-il des contacts entre la Région et l'État dans ce problème
belgo-belge: savoir qui est compétent et en quoi il l'est ou ne l'est
pas? Je veux bien croire que le problème est complexe. N'y a-t-il pas
lieu alors de saisir purement et simplement la Cour constitutionnelle?
provincieraadsleden,
burgemeesters, schepenen en
OCMW-voorzitters.
Er doet zich kennelijk een
probleem voor met betrekking tot
de
wettelijkheid
van
deze
regelgeving. Rekening houdend
met het feit dat "alles wat bij
bijzondere wet wordt geregeld
buiten de bevoegdheidsverdeling
tussen het federale en het
gewestelijke niveau valt", vraagt
professor David Renders van de
UCL, zich af of "de Waalse
wetgever deze materie nog wel
kan regelen".
Wat denkt de federale overheid en
dus de minister hiervan? Is er
sprake van een onwettelijkheid in
het wetboek van de plaatselijke
democratie? Hebben het Gewest
en de federale overheid hierover
overleg gepleegd? Moet dit niet
voorgelegd
worden
aan
het
Grondwettelijk Hof?
09.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, il est vrai qu'il
s'agit là d'une question à adresser à la Cour constitutionnelle afin de
savoir qui est compétent dans ce pays.
Je vais cependant vous donner la réponse que l'on m'a préparée. Le
Conseil régional wallon a adopté, le 8 décembre 2005, le décret
modifiant certaines dispositions du Code de la démocratie locale et de
la décentralisation, qui a notamment instauré une procédure
spécifique de déclaration de mandats et de patrimoine pour certains
élus. Au niveau fédéral, une procédure analogue a été instaurée par
la loi spéciale du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une
liste de mandats, fonctions et professions, et une déclaration de
patrimoine.
Au niveau fédéral, toutes les initiatives en la matière ont toujours été
réservées au pouvoir législatif. Par conséquent, dans l'état actuel des
choses, le principe de la séparation des pouvoirs oblige le
gouvernement à un certain devoir de réserve. Par ailleurs, il faut
signaler que le décret en question date déjà du 8 décembre 2005 et,
sur initiative du président sortant de la Chambre des représentants,
M. Herman De Croo, la loi spéciale du 2 mai 1995 a été récemment
modifiée par la loi spéciale du 3 juin 2007. Cette dernière modification
a notamment été motivée par le transfert des compétences en
matière de pouvoir subordonné du niveau fédéral au niveau régional.
Vous savez en outre que les documents parlementaires sont à votre
disposition sur cette question.
09.02 Minister Jo Vandeurzen:
Die vraag dient inderdaad aan het
Grondwettelijk Hof te worden
gericht.
Voor sommige verkozenen heeft
de Waalse Gewestraad inderdaad
een specifieke procedure inzake
de
mandatenlijst
en
de
vermogensaangifte ingesteld. Op
federaal
niveau
werd
een
soortgelijke
procedure
bij
bijzondere wet ingevoerd.
Het principe van de scheiding der
machten verplicht de regering tot
een zekere terughoudendheid.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
09.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, le début de la
réponse du ministre était de dire qu'effectivement, il y avait lieu de
saisir la Cour constitutionnelle. Par conséquent, pour que les choses
soient bien claires, allez-vous, monsieur le ministre, saisir la Cour
constitutionnelle? Pour le reste, je n'ai pas obtenu beaucoup de
réponses à mes questions, si ce n'est que j'entends que le
gouvernement est soumis à un devoir de réserve.
09.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Zal
u
de
zaak
bij
het
Grondwettelijk
Hof
aanhangig
maken?
09.04 Jo Vandeurzen, ministre: On a adapté cette loi au fédéral.
09.05 Jean-Luc Crucke (MR): Et c'est bien parce qu'on l'a adaptée
que le professeur Renders tient ce raisonnement, en disant que la
Région n'aurait pas cette compétence.
09.06 Jo Vandeurzen, ministre: Je n'ai pas d'objection à ce que le
régional prenne des initiatives. Vous le savez!
09.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik
heb
geen
bezwaar
tegen
initiatieven op gewestelijk niveau.
09.07 Jean-Luc Crucke (MR): Entendons-nous bien, monsieur le
ministre. On peut évidemment être favorable à donner à certaines
compétences aux Régions ou pas. Ce qui m'intéresse dans cette
commission de la Justice, c'est de savoir si, légalement, on s'attribue
une compétence ou pas. Car sinon, on pourrait créer un État
anarchique, où chacun fait ce qu'il veut dans n'importe quel domaine.
Cela deviendrait alors du folklore!
Ce que je vous demande, c'est un point de vue légal.
À l'époque, j'ai participé au vote de ce décret. J'ai mené un âpre
combat car je le considère épouvantable; mais ce n'est pas à l'ordre
du jour aujourd'hui.
Mais si vous ne donnez pas de réponse, il faudra bien qu'un jour, les
tribunaux s'en mêlent. La Cour constitutionnelle pourrait alors avoir un
peu de travail, à défaut de me donner une réponse ici.
09.07 Jean-Luc Crucke (MR):
Men kan er natuurlijk voor of tegen
zijn dat bepaalde bevoegdheden
naar
de
Gewesten
worden
overgeheveld.
Wat
mij
interesseert, is of men zich
wettelijk gezien al dan niet een
bevoegdheid toe-eigent. Want
anders zou men een staat kunnen
oprichten waarin iedereen in welk
domein ook gewoon zijn zin kan
doen. Als u daar niet duidelijk op
antwoordt, zal de rechtbank zich
daar ooit over moeten uitspreken.
Le président: Monsieur le député, le ministre ne donne pas toujours des consultations juridiques. Vous
l'avez rappelé la semaine dernière.
09.08 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, si j'avais voulu
une consultation juridique, je l'aurais demandée à un autre endroit.
(...): (...)
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Flor Van Noppen aan de minister van Justitie over "ontsnappingen per helikopter" (nr. 1175)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "de beveiliging van gevangenissen
om ontsnappingen per helikopter onmogelijk te maken" (nr. 1281)
10 Questions jointes de
- M. Flor Van Noppen au ministre de la Justice sur "les évasions par hélicoptère" (n° 1175)<br>- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "la protection des prisons pour empêcher les
évasions par hélicoptère" (n° 1281)</b>
10.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de 10.01 Bruno Stevenheydens
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
voorzitter, mijnheer de minister, ik had mij aangesloten bij de vraag
van collega Van Noppen over de maatregelen om ontsnappingen per
helikopter uit de gevangenissen te voorkomen en over de
investeringen in de streng beveiligde gevangenissen. Enkele
maanden geleden werden hierover ook al vragen gesteld in deze
commissie.
Naar aanleiding van twee ontsnappingen per helikopter vorig jaar
werden maatregelen aangekondigd door de vorige minister. Tegen
1 juni 2008 voorziet men in de gevangenissen van Brugge en Lantin
de bouw van twee afdelingen met verscherpte beveiliging, beiden met
een tiental cellen die slechts voor een beperkte tijdsperiode zouden
worden voorbehouden aan gedetineerden die zich agressief
gedragen.
Gezien de gevangenispopulatie en de gekende ernstige incidenten en
ontsnappingspogingen zijn deze maatregelen onvoldoende. Door de
vorige minister werd het gebruik van kabels reeds onderzocht om te
vermijden dat er nog helikopters op binnenplaatsen zouden kunnen
landen. Er was echter nog geen duidelijkheid of de noodzakelijke
investeringen zouden worden uitgevoerd.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Voorziet u nog
andere maatregelen om te voorzien in extra beveiligde cellen?
Onderzoekt u de bouw van superbeveiligde gevangenissen naar het
voorbeeld van Nederland? Werden reeds maatregelen genomen om
een aantal gevangenissen te beveiligen met kabels en dergelijke om
ontsnappingen met helikopters onmogelijk te maken? Indien dat het
geval zou zijn, wanneer worden deze maatregelen uitgevoerd?
(Vlaams Belang): À la suite de
deux évasions au moyen d'un
hélicoptère dans deux prisons
belges, la précédente ministre
avait annoncé des mesures, dont
la construction de sections de
sécurité renforcée. Cette mesure
est insuffisante. Il pourrait encore
être envisagé de tendre des
câbles
pour
empêcher
l'atterrissage d'hélicoptères.
Le ministre prendra-t-il d'autres
mesures? La construction de
prisons hyper-sécurisées est-elle
envisageable? Quelles mesures
ont été prises ou le seront pour
empêcher
l'atterrissage
d'hélicoptères?
10.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, in de
gevangenissen van Brugge en Lantin bevinden zich afdelingen met
verhoogde beveiliging, telkens met tien plaatsen. Deze zijn
momenteel niet in gebruik.
Op dit ogenblik worden penitentiaire beambten geselecteerd voor
deze afdelingen. Zij zullen een intensieve opleiding krijgen vooraleer
in dienst te treden in deze afdelingen. De opening is voorzien voor
1 juni 2008.
Tot hier toe werden in België nog geen gevangenissen uitgerust met
installaties die het landen van helikopters moeten verhinderen.
Anderzijds is de infrastructuur van de meeste oude gevangenissen
van die aard dat helikopters er moeilijk, zoniet onmogelijk kunnen
landen. Op de wandelplaatsen van sommige gevangenissen staan
verlichtingspylonen die het landen van helikopters verhinderen.
Ik heb van mijn voorganger een studie ontvangen betreffende de
installatie van netten boven de wandelplaatsen in vijf gevangenissen.
Inmiddels worden nog andere alternatieven onderzocht met
betrekking tot de beveiliging van de gevangenissen van Brugge,
Hasselt, Lantin, Ittre en Andenne. Een en ander zal eerstdaags
worden beslist bij het vastleggen van de begroting van de
gevangenissen.
Zoals ik al heb gezegd, is het beveiligen van de gevangenissen, een
inhaalbeweging maken op het vlak van het onderhoud en de
capaciteit van gevangenisgebouwen uitbreiden een van mijn
10.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Dix cellules sécurisées vont être
mises en service à Bruges comme
à Lantin à partir du 1
er
juin. Dans
l'intervalle, une formation sera
dispensée
aux
agents
pénitentiaires.
Aucune prison n'a encore été
prémunie
contre
l'atterrissage
d'hélicoptères. Mais l'infrastructure
des prisons anciennes est telle
que l'atterrissage d'un hélicoptère
y est généralement impossible.
J'ai hérité de Mme Onkelinx une
étude relative à la pose de filets
au-dessus des promenoirs de cinq
prisons. Je prendrai une décision
à ce sujet lors de la confection du
budget
des
établissements
pénitentiaires.
La sécurisation des prisons et une
opération de rattrapage en matière
d'entretien constituent pour moi
des priorités.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
prioriteiten.
10.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, vorig jaar werd er aangaande de
gevangenissen van Lantin en Brugge gesproken over twee afdelingen
met telkens een tiental cellen. U zegt dat het om precies tien cellen
gaat die nog niet in gebruik zijn. Op 1 juni 2008 worden ze in gebruik
genomen.
Op een totale gevangenispopulatie van 10.000 gevangenen is tien
cellen slechts een druppel op een hete plaat. Voorziet u bovenop die
tien plaatsen nog andere initiatieven?
Over die studie hebben wij enkele maanden geleden het resultaat
vernomen. Het gaat inderdaad niet om alle gevangenissen - gelukkig
maar - maar over de gevangenissen waar een populatie zit waar de
kans reëel is, gezien het voorbeeld van de gevangenis van Ittre, dat er
zulke spectaculaire ontsnappingen gebeuren.
Zullen er nu daadwerkelijk maatregelen worden genomen? Kunt u
daarop nog eens concreet antwoorden?
10.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Il ne s'agit donc
que de quelques dizaines de
cellules sécurisées non encore en
service, une goutte dans l'océan.
Le ministre compte-t-il prendre
d'autres initiatives?
10.04 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, heel kort, bij
de opmaak van een plan omtrent de gevangeniscapaciteit, de
herconditionering van gevangenissen enzovoort, zullen wij ook gaan
differentiëren in de aard, het type van gevangenissen. Wij zullen ook
nagaan wat dit betekent met betrekking tot een specifieke plaats, en
ook met extra of zwaar beveiligde gevangenen. Wat het
investeringsprogramma betreft zullen wij, zoals gezegd, bij de
opmaak
van
de
begroting
beslissen
hoe
wij
de
beveiligingsmaatregelen zullen gaan uitvoeren en welke het zullen
zijn.
10.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Lors de l'élaboration du projet
d'augmentation de la capacité
pénitentiaire, je répartirai aussi les
prisons selon le type auquel elles
appartiennent. L'aménagement de
cellules ou de prisons dotées de
mesures de sécurité spécifiques
pourra également être envisagé à
cette occasion. La décision à ce
sujet sera prise lors de la
confection du budget.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Melchior Wathelet au ministre de la Justice sur "l'application de la nouvelle loi sur
11 Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de minister van Justitie over "de toepassing van de
nieuwe echtscheidingswet" (nr. 1179)
11.01 Melchior Wathelet (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, comme vous le savez, la nouvelle loi sur le divorce est
entrée en vigueur le 1
er
septembre 2007 et est appliquée devant les
tribunaux depuis cette date.
Un certain nombre de problèmes ont vu le jour dans le cadre de
l'exécution de cette loi. En effet, de nombreux plaideurs et une série
d'associations pointent du doigt le caractère extrêmement flou de la
notion de désunion irrémédiable, actuellement le fondement et la
condition, unique mais suffisante, pour pouvoir demander le divorce et
l'obtenir, ainsi que le caractère flou des dispositions transitoires de la
loi. Par exemple, en ce qui concerne les pensions alimentaires,
comment apprécier les pensions alimentaires déjà décidées par des
jugements coulés en force de chose jugée et comment les apprécier
dans le futur quand des nouveaux dossiers sont introduits devant les
11.01 Melchior Wathelet (cdH):
De nieuwe echtscheidingswet is
op 1 september 2007 van kracht
geworden.
De uitvoering ervan gaat evenwel
met een aantal moeilijkheden
gepaard, als gevolg van de uiterst
vage omschrijving van het begrip
duurzame ontwrichting en van de
overgangsbepalingen van de wet.
Er wordt gevreesd dat in dat
verband in de verschillende
arrondissementen uiteenlopende
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
tribunaux?
Il existe dès lors une crainte de voir apparaître des jurisprudences
très différentes d'arrondissement à arrondissement et de devoir
attendre un arrêt de la Cour de cassation ou, en tout cas, une
uniformisation des différentes jurisprudences, afin de clarifier et
d'harmoniser l'application de cette nouvelle loi sur le divorce.
Il semble également qu'un certain nombre de recours aient été
introduits par des associations telles que Vie Féminine, le Conseil des
femmes francophones de Belgique, la Ligue des Familles, etc., afin
d'invoquer le caractère discriminatoire de la fixation des pensions
alimentaires. C'est une information que j'avais pu lire dans le journal
"Le Soir", il y a une quinzaine de jours.
Au vu de ces difficultés d'application, monsieur le ministre, estimez-
vous qu'il serait opportun d'évaluer la loi et de faire en sorte de
clarifier une série de zones d'ombre qui insécurisent juridiquement
nos citoyens?
rechtspraak tot stand zal komen
en dat een arrest van het Hof van
Cassatie of in elk geval een
uniformering van de rechtspraak
nodig zal zijn om de toepassing
van die wet te verduidelijken en te
harmoniseren.
Bovendien
zou
een
aantal
verenigingen
beroep
hebben
ingesteld op grond van de
discriminerende wijze waarop het
alimentatiegeld wordt vastgesteld.
Bent u, in het licht van die
problemen, van oordeel dat het
goed zou zijn de wet te toetsen en
een aantal onduidelijkheden op te
helderen?
11.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, monsieur
Wathelet, vous savez que cette loi est une initiative du Parlement. Il
est vrai que la notion de désunion irrémédiable a un sens assez large,
ce qui a été la volonté du législateur qui voulait donner une certaine
liberté d'interprétation au pouvoir judiciaire. En effet, les raisons pour
lesquelles des personnes ne s'entendent plus du tout sont multiples.
C'est pourquoi la loi prévoit également que l'acte introductif doit faire
mention des faits de manière détaillée.
Il est également vrai que les dispositions transitoires sont assez
complexes pour des non-professionnels. J'ai demandé à être informé
si une initiative doit être prise d'urgence par le législateur. Monsieur
Wathelet, si vous avez des situations concrètes, vous pouvez me les
communiquer. Mon collaborateur se renseigne actuellement auprès
de différents acteurs judiciaires pour savoir si des problèmes doivent
être résolus dans l'immédiat.
Comme vous le savez, cette loi est récente. La jurisprudence n'existe
pas encore, ce qui est normal. On me dit aussi que les dispositions
transitoires sont vraiment complexes. Nous allons donc examiner ce
qu'il y a lieu de faire en la matière.
11.02 Minister Jo Vandeurzen:
Die
wet
berust
op
een
parlementair initiatief. Het klopt dat
het begrip duurzame ontwrichting
vrij ruim is. De wetgever wilde de
rechterlijke macht immers enige
interpretatievrijheid laten.
De
overgangsbepalingen
zijn
inderdaad nogal complex voor wie
hier niet beroepshalve mee bezig
is.
Mijn medewerker gaat op dit
ogenblik bij de verschillende
rechterlijke actoren na of er
problemen zijn die op zeer korte
termijn een oplossing moeten
krijgen.
Deze wet is recent en er is nog
geen rechtspraak. Aangezien de
overgangsbepalingen echt wel
complex
lijken,
zullen
wij
onderzoeken wat er nu moet
gebeuren.
11.03 Melchior Wathelet (cdH): Monsieur le président, je remercie
M. le ministre de me confirmer qu'effectivement, un certain nombre de
problèmes liés à la notion de désunion irrémédiable, qui est
particulièrement large, peuvent se présenter. Si le Parlement a voté la
loi, ce projet a été initié par le gouvernement à la suite de
nombreuses propositions. In fine, nous avons travaillé sur la base
d'un projet gouvernemental. Je remercie M. le ministre de confirmer
que la notion de désunion irrémédiable est particulièrement large et
extrêmement difficile d'interprétation, quelle que soit la manière dont
cette notion est précisée dans l'acte introductif d'instance. L'important
est de savoir si le juge considère une situation comme désunion
11.03 Melchior Wathelet (cdH):
De minister bevestigt dat de notie
van
duurzame
ontwrichting
bijzonder ruim en moeilijk te
interpreteren is. Hij geeft ook toe
dat
de
overgangsbepalingen
complex en onduidelijk zijn. Ik zal
niet nalaten hem concrete gevallen
voor te leggen om de huidige
problemen te illustreren.
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
irrémédiable.
Je remercie également le ministre de constater tout comme moi et un
certain nombre d'associations que les dispositions transitoires sont
particulièrement peu claires et complexes. Le ministre me donne, en
quelque sorte, la mission de l'abreuver en cas pratiques et en
situations spécifiques qui démontrent les problèmes des différences
de traitement et de complexité des dispositions transitoires. Je pense
être en mesure d'apporter au ministre un certain nombre de cas
concrets que je me réjouis de lui faire parvenir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Olivier Hamal au ministre de la Justice sur "l'évaluation et la réforme de la loi sur la
12 Vraag van de heer Olivier Hamal aan de minister van Justitie over "de evaluatie en de hervorming
van de wet betreffende de mede-eigendom" (nr. 1191)
12.01 Olivier Hamal (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la loi sur la copropriété du 30 juin 1994, entrée en vigueur le
1
er
août 1995, fête cette année son quatorzième anniversaire. Il paraît
temps de tirer les enseignements de sa mise en oeuvre et de voir les
améliorations qui pourraient, le cas échéant, y être apportées car tout
ne va pas pour le mieux dans le monde des immeubles à
appartements multiples.
La précédente ministre de la Justice, malgré différentes sollicitations,
ne s'est de prime abord guère préoccupée de cette situation. Il lui
avait été pourtant demandé de mettre en place un groupe de travail
chargé d'évaluer la loi et de formuler des propositions d'amélioration.
Mais, comme soeur Anne, nous attendons toujours!
Et pourtant, nombre de nos concitoyens sont concernés par la vie des
copropriétés. Sur base de l'enquête du SILC (Statistics on Income
and Living Conditions), en 2004, il y avait en Belgique 1.180.000
appartements (sur les 4.500.000 logements disponibles) répartis dans
un certain nombre d'immeubles. Cela représente à peu près
3,5 millions de personnes qui y vivent.
La législation de 1994 a apporté des améliorations certaines telles
que, par exemple, la personnalité juridique des copropriétés, des
règles précises pour ce qui est des quorums et des majorités
requises, différentes possibilités pour les copropriétaires de faire
valoir leurs droits en justice. Mais tout cela a-t-il pour autant clarifié et
amélioré définitivement les relations entre copropriétaires ou entre
copropriétaires et syndics?
La réponse est malheureusement négative, vu le nombre de
consultations dont, par exemple, le service juridique du Syndicat
National des Propriétaires et des Copropriétaires (SNP) fait
notamment l'objet, surtout en raison de situations et de
comportements déplorables qui sont portés à sa connaissance. Il faut
même constater un malaise évident.
À qui la faute? Aux copropriétaires, aux conseils de gérance, aux
syndics, à la loi? Les torts sont partagés et il est grand temps que des
solutions soient recherchées et apportées.
12.01 Olivier Hamal (MR): Het is
tijd om de lessen te trekken uit de
uitvoering van de wet van 30 juni
1994
betreffende
de
mede-
ëigendom. De vorige minister van
Justitie heeft zich weinig om deze
situatie bekommerd. Met de
nieuwe wetgeving uit 1994 werden
verbeteringen aangebracht, maar
niet alle problemen zijn van de
baan. De voorbije maanden
werden
er
in
de
Kamer
verscheidene
wetsvoorstellen
ingediend door Mevrouw Nyssens
enerzijds, en door de heren
Jeholet en Clerfayt, mevrouw
Marghem, de heer de Donnea en
mezelf anderzijds.
Wat zijn uw intenties op dit vlak,
onder meer in het licht van de
ingediende wetsvoorstellen? Zou
het niet opportuun zijn een
subcommissie, samengesteld uit
parlementsleden en deskundigen,
op te richten en hoorzittingen te
organiseren?
Mevrouw Nyssens en ikzelf zijn
bereid om samen de oprichting
van die subcommissie of van die
technische werkgroep te vragen.
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Plusieurs propositions de loi ont été déposées au cours des derniers
mois au niveau de la Chambre des représentants, par Mme Nyssens,
reprenant en cela des propositions qu'elle avait déjà déposées au
Sénat, et quatre propositions déposées par votre serviteur et par mes
collègues Pierre-Yves Jeholet, Bernard Clerfayt, Marie-Christine
Marghem et François-Xavier de Donnea.
Les exposés des motifs de ces propositions sont suffisamment
explicites quant à leur contenu et quant aux améliorations qui
pourraient être apportées au niveau du fonctionnement des
copropriétés. Il s'agit là d'un vaste débat qui devrait pouvoir être
ouvert, en rappelant au ministre que des millions de personnes sont
concernées.
M. le ministre pourrait-il nous faire part de ses intentions en la matière
et ce en regard notamment des propositions de loi déposées?
Tenant compte des travaux habituels de la commission de la Justice
et j'interpelle par la même occasion le présideny , ne serait-il pas
judicieux, pour ne pas encombrer ceux-ci, de mettre sur pied une
sous-commission ou un groupe de travail technique composé de
parlementaires et de techniciens qui se sentiraient plus motivés par
cette question? Ce groupe étudierait les textes déposés et des
propositions communes pourraient finalement aboutir, ce en parfait
accord, le cas échéant, avec les souhaits éventuels du ministre de la
Justice.
Il s'agirait également, dans un tel cadre, de procéder à des auditions
d'intervenants concernés par la vie des copropriétés: copropriétaires
minoritaires ou majoritaires, syndics, membres de conseils de
gérance,
représentants
d'associations
représentatives
de
propriétaires et de copropriétaires.
Dans l'affirmative, et j'ai eu l'occasion d'en parler avec ma collègue
Mme Nyssens, nous sommes disposés à effectuer une démarche
conjointe auprès du président pour le solliciter dans le sens de la mise
sur pied de cette sous-commission ou de ce groupe de travail
technique.
Je remercie le ministre pour les réponses qu'il pourra apporter à mes
questions.
12.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, il me semble que la
question que vous me posez est, pour une bonne partie, adressée à
vos collègues parlementaires et au président de la commission. Il ne
revient pas au ministre de la Justice d'intervenir dans l'organisation
des travaux parlementaires ou de s'exprimer sur l'opportunité de
mettre sur pied une sous-commission ou un groupe de travail
parlementaire.
Par ailleurs, mon prédécesseur avait prévu la mise en place d'un
groupe de travail mais ce groupe n'a jamais été composé. J'ai
l'intention d'y donner suite dans les mois qui suivent. J'inviterai les
représentants de toutes les parties intéressées, comme les
propriétaires, les syndics et les notaires, à y prendre part.
12.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik
mag mij niet mengen in de
regeling van de parlementaire
werkzaamheden, maar ik ben van
plan om werk te maken van het
plan van Mevrouw Onkelinx om
een werkgroep met vertegen-
woordigers van de betrokken
partijen op te richten.
12.03 Olivier Hamal (MR): Monsieur le président, je remercie le 12.03 Olivier Hamal (MR): Ook
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
ministre pour les précisions qu'il me donne quant à la réactivation du
groupe qui avait été envisagé par Mme Onkelinx. Mais l'intérêt est
également d'avoir un travail au niveau du Parlement en raison des
différentes propositions qui ont été déposées.
Monsieur le président, sans vouloir vous interpeller, je pense que
Mme Nyssens et moi-même vous déposerons une demande plus
spécifique sur cette problématique. L'idéal serait, par rapport aux
propositions qui existent, qui sont assez concrètes et qui rencontrent
déjà une série de préoccupations dans le domaine des copropriétés,
que nous puissions aller de l'avant tout en tenant compte de l'avis
d'experts qui pourraient être mandatés par le ministre dans le cadre
du groupe de travail dont il nous a parlé à l'instant.
het Parlement moet in dat verband
aan de slag gaan. Mevrouw
Nyssens en ikzelf zullen wellicht
een verzoek in die zin indienen. De
beste oplossing zou erin bestaan
om voortgang te maken en daarbij
rekening te houden met het advies
van deskundigen die door de
minister
zouden
kunnen
gemandateerd worden in het
kader
van
de
betrokken
werkgroep.
Le président: En ce qui concerne votre demande de création d'une
sous-commission de la Justice, je propose que vous écriviez
officiellement en ce sens au secrétariat de la commission et ce point
sera examiné lors d'une prochaine réunion.
De
voorzitter:
Als
u
het
commissiesecretariaat een brief in
die zin schrijft, kan uw verzoek om
een subcommissie op te richten
tijdens een volgende vergadering
worden onderzocht.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Juliette Boulet au ministre de la Justice sur "la désignation d'un magistrat
compétent pour statuer sur les recours dans le cadre d'une procédure de relogement" (n° 1255)</b>
13 Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de minister van Justitie over "de aanstelling van een
magistraat bevoegd om uitspraak te doen over beroepen in het kader van een
herhuisvestingsprocedure" (nr. 1255)
Présidente: Sabien Lahaye-Battheu
Voorzitter: Sabien Lahaye-Battheu
13.01 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, dans le cadre de son décret du 30 mars 2006
modifiant le Code wallon du logement, la Région wallonne a mis en
place une chambre des recours.
Cette chambre est chargée d'instruire et de statuer sur les recours
introduits par les candidats-locataires et les locataires relatifs à la
procédure de candidature, aux priorités d'accès et aux décisions
d'attribution des logements, ainsi qu'à la fixation du montant des
loyers. Cela nécessite la désignation d'un magistrat, ce qui est une
compétence fédérale.
Interpellé au mois de novembre par mes collègues à la Région
wallonne, le ministre wallon du Logement a répondu qu'il n'attendait
plus que cette désignation pour la mise en place de cette chambre.
Dès lors, pouvez-vous nous dire si l'ancienne ministre ou vous-même
avez désigné ce magistrat.
Sachez que dans la région de Mons, il nous est revenu le cas de
personnes âgées habitant les tours de Ghlin, à qui l'on proposait un
logement dans un lieu isolé, sans service public ni commerce à
proximité. Sans cette chambre des recours indépendante, il est
difficile pour les locataires de faire respecter leurs droits sans une
pression des sociétés de logements sociaux. Il est donc urgent, si ce
n'est déjà fait, que vous puissiez désigner quelqu'un au sein de la
13.01 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Opdat de door het
Waalse
Gewest
opgerichte
beroepskamer
zou
kunnen
werken, moet er een magistraat
aangesteld worden. Daarvoor is de
federale
overheid
evenwel
bevoegd. Heeft de vorige minister
deze magistraat aangesteld of
heeft u dit gedaan?
Zonder
deze
onafhankelijke
beroepskamer
kunnen
de
huurders
hun
rechten
maar
moeilijk laten gelden. Indien dat
nog niet is gebeurd, zou u
dringend
iemand
moeten
aanwijzen.
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
magistrature.
13.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, dans le
cadre de la mise en place de la chambre des recours instituée au sein
de la Société wallonne du logement afin d'instruire et de statuer sur
les recours introduits par les locataires ou candidats-locataires relatifs
aux procédures de candidatures, aux priorités d'accès, aux décisions
d'attribution des logements et à la fixation des montants des loyers
des logements gérés par la Société wallonne ou par les sociétés de
logement de service public, le ministre du Logement du
gouvernement wallon a signalé, par un courrier un 14 décembre 2007
adressé à mon prédécesseur et parvenu au service du personnel en
date du 9 janvier 2008, qu'il revenait au ministre de la Justice de
présenter une liste double contenant deux candidats pour le mandat
de président effectif et deux candidats pour le mandat de président
suppléant.
Cette chambre de recours est en fait présidée par un magistrat
effectif ou honoraire.
M. le ministre du Logement a en outre signalé que Mme Régnier-
Loriaux, juge de paix du 4
ème
canton de Charleroi, et le juge Malaise,
juge de paix du 2
ème
canton de Charleroi ont fait part de leur intérêt à
participer à cette chambre des recours.
En application de l'article 295 du Code judiciaire, l'avis du chef de
corps de ces magistrats, à savoir le président du tribunal de première
instance de Charleroi, a été sollicité. Dès que cet avis nous
parviendra, une première présentation pourrait être adressée au
ministre du Logement.
Afin de satisfaire à la présentation de la liste double, il a été
également demandé au président du tribunal de première instance de
Charleroi s'il pouvait proposer d'autres magistrats pour faire partie de
la chambre de recours.
En cas de réponse négative, un appel à candidatures via les autorités
judiciaires sera lancé.
Président: Claude Eerdekens.
Voorzitter: Claude Eerdekens.
13.02 Minister Jo Vandeurzen: In
een brief die de personeelsdienst
op 9 januari 2008 heeft ontvangen,
heeft de minister van Huisvesting
van de Waalse regering te
kennen gegeven dat het de
minister van Justitie toekomt om
een dubbele lijst voor te dragen
met twee kandidaten voor het
mandaat van effectief voorzitter en
twee kandidaten voor het mandaat
van plaatsvervangend voorzitter.
De minister van Huisvesting heeft
er bovendien op gewezen dat
mevrouw
Régnier-Loriaux,
vrederechter van het 4
e
kanton te
Charleroi, en rechter Malaise,
vrederechter van het tweede
kanton te Charleroi, blijk hebben
gegeven van hun interesse om
deel te kunnen uitmaken van deze
beroepskamer.
Zodra wij het advies van het
diensthoofd van die magistraten
zullen hebben ontvangen, zou er
een eerste voordracht aan de
minister van Huisvesting kunnen
worden gericht.
Teneinde tegemoet te komen aan
de vereiste om een dubbeltal voor
te dragen, werd er ook gevraagd
aan de voorzitter van de rechtbank
van eerste aanleg te Charleroi of
hij
andere
magistraten
kon
voordragen voor de kamer van
beroep.
In geval van een negatief
antwoord
zal
er
via
de
gerechtelijke
autoriteiten
een
oproep
tot
kandidaatstelling
gedaan worden.
13.03 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je tiens
tout d'abord à remercier le ministre pour sa réponse.
Monsieur le ministre, il me semblait que le ministre wallon du
Logement vous avait fait part de cette demande, il y a plusieurs mois
et qu'il s'était également exprimé à ce sujet dans la presse. Il s'avère
que la demande ne vous a été communiquée qu'en janvier 2008, ce
qui explique la situation
Cela étant, il y a urgence. Il est ici question de personnes qui se
13.03 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Ik had begrepen dat de
Waalse minister van Huisvesting u
enkele maanden geleden van dat
verzoek op de hoogte had gesteld.
Nu blijkt echter dat u daarvan pas
in januari 2008 werd ingelicht.
U hebt ongetwijfeld al gehoord
over de afbraak van de torens van
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
trouvent déjà en situation très précaire. Vous avez sans doute
entendu parler de la démolition des tours de Ghlin, qui a pour effet
d'aggraver la situation de ces gens. Nous tentons de les reloger vaille
que vaille. Mais il arrive parfois qu'un logement très isolé soit attribué
à des personnes qui sont en grande difficulté et ne possèdent pas de
véhicule.
Solliciter ces nombreux avis fait perdre un temps précieux à ces
personnes. Je vous demande donc de veiller à ce que ces avis soient
rendus en temps et en heure.
Ghlin,
waardoor
de
reeds
hachelijke situatie van mensen die
we trachten te herhuisvesten nog
meer in het gedrang komt. Het
gebeurt wel eens dat mensen die
in grote moeilijkheden verkeren en
geen auto hebben een zeer
afgelegen woning toegewezen
krijgen.
Ik vraag u dus erop toe te zien dat
de
gevraagde
adviezen
ter
gelegener tijd worden uitgebracht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de incidenten in de gevangenis van Hasselt
in het weekend van 11 tot 13 januari" (nr. 1287)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de incidenten in de gevangenis van
Hasselt" (nr. 1311)
14 Questions jointes de
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "les incidents survenus à la prison de Hasselt lors du
week-end du 11 au 13 janvier" (n° 1287)<br>- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "les incidents survenus à la prison de Hasselt"
(n° 1311)</b>
14.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in het afgelopen weekend zijn er voor de
zoveelste keer incidenten geweest in de gevangenis van Hasselt. Ik
herinner mij dat er op 1 oktober ook incidenten geweest zijn. Ik heb
daarover de toenmalige minister van Justitie, mevrouw Onkelinx,
ondervraagd. Ik weet niet of het te maken heeft met de luchtkwaliteit
in de gevangenis, waarover mevrouw Vautmans het daarnet had,
maar in Hasselt is er dus blijkbaar wel meer aan de hand.
De frequentie en blijkbaar ook de intensiteit van de incidenten nemen
toe. De laatste keer dat ik er een vraag over stelde, dat is nog niet zo
lang geleden, ging het over een bende Albanezen die het aan de stok
kreeg met een aantal Marokkanen. Er werden zelfgemaakte wapens
en dergelijke gebruikt. De fouillering van de gevangenen stond toen
ter discussie. Ik weet niet welke landen er vorig weekend alweer aan
het tornooi deelnamen, maar het valt toch op dat het telkens in het
weekend nogal broeierig wordt in de gevangenis van Hasselt. Dat
getuigt ook de voorman van de ACOD. Hij spreekt over beruchte
figuren die in andere gevangenissen al een en ander op hun kerfstok
hebben, als het erom gaat oproerkraaier te spelen. Voor sommigen
van die gevangenen eist men zelfs een wandelverbod. Blijkbaar is er
dus meer aan de hand in de gevangenis van Hasselt.
Recent kwamen mij nog een aantal andere incidenten ter ore. Af en
toe heeft men wel eens contacten met een cipier. Dat zijn zaken die
de media niet halen. Soms klaagt men er zelfs over dat er sommige
zaken in de doofpot worden gestopt. Dat is al wat erger.
Mijnheer de minister, welke waren recent de concrete aanleidingen en
oorzaken? Welke feiten hebben zich concreet afgespeeld? Ik weet
14.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le week-end dernier, des
incidents se sont produits pour
l'énième fois à la prison de
Hasselt, cette fois avec des
visiteurs. Par la suite, les détenus
se seraient rebellés.
La fréquence et l'intensité des
incidents semblent aller croissant.
Selon un porte-parole de la CGSP,
plusieurs
individus
tristement
célèbres, ayant déjà occasionné
des problèmes dans d'autres
prisons, seraient incarcérés à
Hasselt.
Le ministre pourrait-il commenter
les faits? Quels en sont les
préalables et les causes? Quelles
mesures compte-t-il prendre pour
maîtriser la situation à la prison de
Hasselt?
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
dat er 130 gevangenen hebben geweigerd om terug naar hun cellen
te gaan. Waarom was dat, concreet? Wie is daarvoor
verantwoordelijk? Welke maatregelen zult u nemen om de toestand in
de gevangenis van Hasselt, die steeds vaker uit de hand dreigt te
lopen, onder controle te krijgen?
14.02 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag sluit volledig aan bij de opmerkingen
die door de heer Schoofs werden gemaakt. Er hebben zich verleden
weekend inderdaad problemen voorgedaan. Er zouden ook
schermutselingen zijn geweest naar aanleiding van het bezoek van de
moeder van een gedetineerde. Daarbij zouden praktische problemen
zijn gerezen. Ik lees vandaag ook in het Belang van Limburg dat er
duidelijke eisen van de cipiers op tafel komen, waarbij men vraagt om
een wandelverbod te kunnen opleggen en een aangepaste
bezoekregeling te krijgen. Als advocaat weet ik, uit ervaring, dat het
niet altijd even gemakkelijk is om de gevangenis in te geraken. Men
moet dikwijls heel lang wachten.
Wat is er precies gebeurd tijdens het incident van vorig weekend?
Kunt u dienaangaande meer uitleg geven? Welke structurele
maatregelen kunt u eventueel nemen om dergelijke incidenten in de
toekomst te vermijden?
14.02 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Samedi dernier, la prison de
Hasselt a été le théâtre d'un
accrochage entre la mère d'un
détenu et deux gardiens.
Le ministre pourrait-il fournir de
plus amples explications sur cet
incident?
Quelles
mesures
envisage-t-il pour prévenir de tels
incidents? Que pense-t-il des
exigences des gardiens, à savoir
l'interdiction de la promenade et
l'adaptation du régime des visites?
14.03 Minister Jo Vandeurzen: Op zaterdag 12 januari 2008 boden
zich vier familieleden aan voor bezoek aan twee opgesloten broers.
De penitentiaire beambte die gelast was met de inschrijving van de
bezoekers, rapporteerde dat de bezoekers protesteerden omdat hun
niet werd toegestaan de twee broers tegelijk te mogen zien. De
bezoekregeling bepaalt inderdaad dat het aantal bezoekers per
gedetineerde beperkt is tot drie volwassenen. De familie in kwestie
kon dit probleem oplossen door zich in te schrijven voor twee
achtereenvolgende bezoekbeurten. Dit heeft men niet gedaan.
De bezoekers zouden dan verbaal agressief zijn geworden. Om het
probleem te voorkomen, heeft de penitentiaire beambte beslist om de
bezoeken voor de twee broers in afzonderlijke bezoekzalen te laten
plaatsvinden, zaal A en zaal B. Uit voorzorg hebben de twee
kwartierchefs zich omstreeks 15.50 uur naar de bezoekzaal begeven
om het afronden van het bezoek te begeleiden. Op dat ogenblik was
blijkbaar al een hoogoplopende ruzie aan de gang tussen twee van de
bezoekers en twee vrouwelijke penitentiaire beambten. Een van de
kwartierchefs probeerde de gemoederen te bedaren. Nog een andere
gedetineerde begon zich in de kwestieuze discussie te mengen. Een
van de penitentiaire beambten kreeg een kniestoot.
Ook in de gang aan de bezoekzalen ontstond er tumult, waarbij een
van de penitentiaire beambten valt en met het hoofd tegen de muur
botst. Er werd alarm geslagen en versterking kwam onmiddellijk ter
plaatse. Uit de camerabeelden blijkt ook dat ernstige pogingen
werden ondernomen om de heethoofden tot kalmte aan te manen.
Een andere bezoeker zou ook een vuistslag hebben gegeven aan een
personeelslid. De bezoekers zijn vervolgens richting uitgang begeleid
en hebben de inrichting verlaten. Dit ging nog steeds gepaard met
een hevige woordenwisseling en aan de uitgang werden zij
overgeleverd aan de politiediensten.
Drie gedetineerden werden onmiddellijk bij voorlopige maatregel in de
14.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Le samedi 12 janvier, quatre
membres de la famille désirent
rendre visite à deux frères
emprisonnés. Étant donné la limite
fixée à trois visiteurs par détenu,
un agent pénitentiaire propose que
la famille se répartisse en deux
visites successives. Les visiteurs
n'ayant
pas
accepté
cette
contrainte et commençant à
agresser verbalement l'agent, ce
dernier décide de placer les deux
frères dans des salles de visite
distinctes.
À la fin de la visite, une grave
altercation éclate entre deux
visiteurs
et
deux
agents
pénitentiaires. Un chef de quartier
tente d'apaiser les esprits. Au
cours des échauffourées qui
s'ensuivent, et qui s'étendent au
couloir, deux agents pénitentiaires
sont blessés et un troisième reçoit
un coup de poing.
Des
renforts
arrivent
immédiatement pour tenter de
calmer le jeu. Ces derniers
accompagnent les visiteurs vers la
sortie et les livrent à la police.
Trois
détenus
ont
été
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
veiligheidszaal geplaatst. Een tuchtprocedure zal worden opgestart.
Twee beambten werden met respectievelijk kneuzingen en een
hersenschudding voor verzorging overgebracht naar het ziekenhuis.
Een derde hield er een gekneusde duim aan over.
Op zondag 13 januari hield de gevangenisdirectie in de voormiddag
en naar aanleiding van dit incident een overleg met de syndicale
afgevaardigden. Het gesprek was constructief. De eisen die werden
voorgelegd waren redelijk en werden dan ook ingewilligd. Concreet
werden er tuchtmaatregelen gevraagd voor betrokken gedetineerden.
Ook vroeg men de bezoekmogelijkheden voor betrokken bezoekers in
de mate van de wettelijke mogelijkheden zo sterk mogelijk te
beperken. Voorts werd een aantal concrete voorstellen gedaan om de
bewegingen bij het bezoek te verbeteren. Men wil dat de betrokken
gedetineerden naar een andere gevangenis worden overgebracht
zodra ze definitief veroordeeld zijn. Maandag werd gestart met de
tuchtprocedures en ging de werkgroep waarvan sprake van start.
Op 13 januari, omstreeks 14.15 uur, bood een bezoeker zich aan voor
het bezoek aan zijn broer. Reeds op 10 januari 2008 was deze voor
de eerste maal op bezoek geweest voor zijn broer en kon toen enkel
een rijbewijs voorleggen. Hem werd gevraagd de volgende keer een
identiteitskaart voor te leggen. Het bezoek werd hem dus de eerste
maal toegestaan, maar met de duidelijke boodschap dat hij zich in
regel moest stellen. Toen hij zich opnieuw aanbood op
13 januari 2008 met slechts een rijbewijs als identiteitsdocument,
werd beslist om de betrokkene niet toe te laten tot de inrichting. Bij het
meedelen van deze beslissing door de portier is betrokkene agressief
geworden en werd gepoogd hem te kalmeren. Hij werd van langsom
agressiever en liep voorbij de detectie-unit.
Bij herhaling werd door het personeel aan de betrokkene gevraagd
om spontaan naar buiten te gaan. Hierop werd door de
personeelsleden beslist om de man met de nodige dwang uit de
inrichting te verwijderen. Op dat ogenblik zijn andere bezoekers zich
in het incident gaan mengen. Al deze bezoekers maakten gebruik van
zowel verbale als fysieke agressie. Allen werden zij met de nodige
dwang naar buiten gedreven en overmeesterd door het personeel, in
afwachting van de komst van de politie.
Ongeveer een twintigtal minuten nadat op hen beroep was gedaan, is
de politie ter plaatse gekomen. Een bezoeker werd met de
ziekenwagen naar het hospitaal overgebracht. Heel wat
personeelsleden die betrokken waren bij dit incident, hebben ook de
feiten van zaterdag meegemaakt. Tijdens deze schermutselingen
werden zes personeelsleden gekwetst.
Wat de avondwandeling betreft, gedetineerden hebben in de
gevangenis van Hasselt drie wandelingen per dag. Hun laatste
wandeling loopt van 18.30 uur tot 19.30 uur. Bij het einde van de
wandeling weigerden de gedetineerden om spontaan terug naar hun
cel te gaan. Er werd bijstand van de politie gevorderd. De
commissaris ondernam pogingen tot onderhandeling met de
gedetineerden. De sfeer was grimmig en er werd veel geroepen door
de gedetineerden. Een enkeling had zijn T-shirt in brand gestoken. Bij
herhaling werd gevraagd of men toch niet wilde binnenkomen. Een
aantal gedetineerden is in de loop van de avond naar de cel
teruggekeerd. In de late avond, omstreeks 23.00 uur, waren er nog
immédiatement placés en cellule
de
sécurité.
Une
procédure
disciplinaire sera lancée à leur
encontre. Deux agents ont été
transférés à l'hôpital.
Le dimanche 13 janvier, une
concertation a eu lieu ente la
direction de la prison et des
délégués syndicaux. Ceux-ci ont
demandé
des
sanctions
disciplinaires, une limitation des
possibilités de visite pour les
visiteurs
concernés
et
des
mesures permettant une meilleure
organisation
des
visites.
Ils
souhaitent également que les
détenus
concernés
soient
transférés
après
une
condamnation.
Plus tard dans la journée, une
nouvelle
échauffourée
s'est
produite avec un visiteur qui pour
toute pièce d'identification ne
disposait que d'un permis de
conduire. Cette personne s'était
déjà présentée antérieurement en
montrant un permis de conduire.
La visite lui avait été accordée en
lui précisant clairement qu'il
devrait
présenter
une
carte
d'identité lors de la prochaine
visite. Lorsque l'accès lui a été
refusé, l'homme est devenu
agressif. D'autres visiteurs se sont
également mêlés à l'incident. Le
personnel les a mis à la porte et
les a maîtrisés en attendant la
venue de la police. Six membres
du personnel ont été blessés lors
de cette échauffourée. Un visiteur
a été transféré à l'hôpital.
Le soir même, les détenus ont
refusé de rejoindre leurs cellules
après la promenade du soir. La
police est arrivée en renfort et le
procureur du Roi de Hasselt et le
premier
substitut
se
sont
également rendus sur place. Aux
alentours de minuit, tous les
détenus avaient rejoint leur cellule
sans que la police n'ait dû recourir
à la force. Ce dernier incident est
vraisemblablement une réaction
des détenus aux échauffourées
qui se sont produites durant le
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
ongeveer 40 gedetineerden op wandeling A en 80 gedetineerden op
wandeling B.
Er werden door de gedetineerden geen eisen geformuleerd, zodat het
moeilijk was om te overleggen. Vermoedelijk had de actie van de
gedetineerden te maken met de twee incidenten in de bezoekerszaal.
De protestactie is vermoedelijk ontstaan op initiatief van enkele
gedetineerden die de anderen hebben aangezet.
Omstreeks 23.00 uur zijn de eerste substituten en de procureur des
Konings van Hasselt ter plaatse gekomen. Door de politie werd rustig
afgewacht, tot de gedetineerden zich spontaan zouden aanbieden om
terug naar de cel te gaan. Er werd wel versterking in reserve
gehouden, waaronder een spuitwagen, maar die werd niet gebruikt.
Omstreeks middernacht waren er nog 14 gedetineerden op wandeling
A en 1 gedetineerde op wandeling B. Toen werd overwogen om deze
gedetineerden toch met enige dwang naar hun cellen te brengen,
maar ze zijn uit eigen beweging naar hun cel teruggegaan.
Tijdens het incident zijn de andere gedetineerden kalm gebleven. Ook
nadien is het rustig gebleven in de inrichting.
Door de lokale directie wordt in samenspraak met de
vakbondsafgevaardigden en een werkgroep van medewerkers een
analyse van de feiten gemaakt. Er wordt nagegaan waar eventuele
verbeteringen aan de bezoekersprocedure kunnen worden
aangebracht. Deze namiddag vindt op mijn kabinet een overleg plaats
met de vakorganisaties en de verantwoordelijken van het directoraat-
generaal Penitentiaire Inrichtingen, met het doel te onderzoeken hoe
de bezoekreglementering kan worden bijgeschaafd.
week-end.
La
direction,
les
délégués
syndicaux et un groupe de travail
de collaborateurs analysent les
faits et examineront la manière
d'améliorer les procédures de
visite.
Une concertation est organisée cet
après-midi à mon cabinet avec les
organisations syndicales et le
directorat
général
des
établissements pénitentiaires afin
d'adapter
éventuellement
la
réglementation en matière de
visites.
14.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, tijdens de vorige legislatuur was de eerste motie
die destijds werd neergelegd van de hand van Tony Van Parys. Hij
had het toen over de dramatische toestand in de Belgische
gevangenissen.
Toen sloeg het meer op de gedetineerden zelf. De wet betreffende de
interne rechtspositie voor gedetineerden was immers nog niet in
werking getreden. Tony Van Parys is altijd een pleitbezorger geweest
van voornoemde wet. Wij waren er koelere minnaars van. Het is
evenwel goed dat de wet er is gekomen.
Niettemin zitten er haken en oogjes aan. Hier stuiten wij op de
soepelheid van regelgeving die soms ten aanzien van gedetineerden
wordt gegeven. De gevangenisdirecties willen goed doen en tijdens
het weekend zoveel mogelijk bezoekers toelaten. Uiteraard kunnen
op die momenten de meeste mensen de gedetineerden bezoeken.
Dat is begrijpelijk. Dat is allemaal goed en wel, maar wanneer een
inkomhal daardoor op een Marokkaanse hamam begint te gelijken
ik wil mij ten aanzien van een of andere cultuur niet beledigend
uitlaten , kunnen er zich incidenten voordoen.
De recente gebeurtenissen zijn twee voorbeelden van dergelijke
incidenten geworden. Het gaat immers duidelijk om twee incidenten.
Sinds de wet interne rechtspositie gedetineerden is er een omslag
14.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La première motion qui a
été déposée au cours de la
législature précédente était une
motion de M. Van Parys. Cette
motion
concernait
l'état
dramatique des prisons. Entre-
temps une loi sur le statut juridique
interne des détenus qui présente
certaines lacunes est entrée en
vigueur. Nous sommes aujourd'hui
confrontés aux limites de la
flexibilité de la réglementation
relative aux détenus. Il est
compréhensible que le week-end
on veuille laisser entrer un
maximum de visiteurs, mais deux
incidents se sont produits. Depuis
l'entrée en vigueur de la nouvelle
loi, le détenu est roi! Je compte
sur le ministre pour qu'il fasse le
point sur la situation dans les
diverses prisons et certainement
en tout cas dans la prison de
Hasselt,
car
les
gardiens
disposent de moins en moins de
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
geweest. Het principe in de samenleving "klant is koning" is gekend.
Sinds genoemde wet kunnen wij ook zeggen: "De bajesklant is
koning." Dat maakt het er voor de cipiers niet altijd gemakkelijker op.
Ik dring er dan ook op aan dat u in de toekomst, tijdens de maanden
dat u interim-minister zal zijn, het dossier van de diverse
gevangenissen van nabij op de voet volgt en nagaat welke pijnpunten
er inzake de wet interne rechtspositie gedetineerden, zeker in de
gevangenis van Hasselt, rijzen.
De gevangenis van Hasselt is immers de gevangenis waar wij de
meest recente feiten zich konden zien ontwikkelen. Daarmee bedoel
ik niet de spectaculaire ontsnappingen zij zjin slechts voer voor
media-aandacht , maar wel wat achter de gevangenismuren gebeurt,
ook met de cipiers. Wij verwijzen naar de manier waarop zij soms het
bloed vanonder de nagels worden gepest en naar het feit dat zij
steeds minder ruimte en mogelijkheden hebben om gedetineerden op
hun plichten te wijzen. Dat ziet het daglicht niet en is een zaak waarop
wij goed moeten letten.
U begint met een propere lei. Mocht uw voorganger nu op uw plaats
hebben gezeten, had ik hier keihard uitgehaald en keihard moeten
uithalen. Het zou echter onrechtvaardig zijn tegenover u, indien ik dat
zou doen. Mijnheer de minister, het is niettemin een dossier dat heel
goed moet worden opgevolgd. Het is goed dat niet alleen naar de
directies van de gevangenissen wordt geluisterd, maar ook naar
mensen zoals de heer Severijns van het ACOD, die dagelijks met de
neus op de feiten worden gedrukt, dagelijks op de werkvloer staan en
dagelijks kunnen zien wat zich binnen de gevangenismuren afspeelt.
Ik zal u in de toekomst nog interpelleren of ondervragen over de
naaktfouilles. Over voornoemde fouilles was immers destijds ook veel
te doen, omdat het zo moeilijk is ze uit te voeren. Ze kunnen ook een
toestand van onveiligheid binnen de gevangenissen met zich
brengen.
Mijnheer de minister, ik beperk mij echter momenteel tot het
onderwerp van de vraag en volg het dossier heel goed en op de voet
op. Het zou immers wel eens kunnen dat op korte termijn in een
gevangenis iets onder gedetineerden of tussen gedetineerden en
cipiers gebeurt waarmee niemand gelukkig zal zijn. Het zou spijtig
zijn, indien u dan de rauwe bonen zou moeten vreten voor het beleid
dat uw voorganger heeft achtergelaten.
latitude pour rappeler leurs devoirs
aux détenus. Je ferai encore une
autre interpellation plus tard sur
les fouilles à nu. Je continuerai en
tout cas à suivre ce dossier.
14.05 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ben
voldaan door het antwoord van de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de collectieve
schuldenregeling" (nr. 1288)
15 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "le règlement collectif de
15.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
heb een vraag over de collectieve schuldenregeling.
15.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Depuis
le
1
er
septembre 2007, les nouvelles
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Sinds 1 september 2007 worden de nieuwe zaken betreffende
collectieve schuldenregeling niet langer behandeld door de
beslagrechter maar door de arbeidsrechtbank. De lopende dossiers
worden nog tot 1 september 2008 behandeld door de beslagrechter.
Op die datum zouden ook die dossiers worden overgeheveld naar de
arbeidsrechtbank. De arbeidsrechtbanken vrezen dat die overheveling
voor immense problemen zal zorgen want er is niet alleen het
probleem van het aantal dossiers dat in een keer zal worden
overgeheveld maar ook het probleem van fixatie. De rechtbanken van
eerste aanleg zullen binnenkort immers geen zaken betreffende
collectieve schuldenregeling meer kunnen fixeren omdat zij vanaf
1 september niet meer bevoegd zijn. Bovendien kan men op de
arbeidsrechtbanken niet vroeger fixeren dan 1 september 2008, het
ogenblik waarop men officieel bevoegd wordt voor die oude zaken.
Ik zou u in de aanloop van die overheveling op 1 september 2008 de
volgende vragen willen stellen.
Erkent u dat het gevaar reëel is dat de oude zaken betreffende
collectieve schuldenregeling hierdoor maanden niet meer zullen
kunnen worden vastgesteld voor behandeling? Bent u bereid dit
probleem te voorkomen door eventueel de lopende dossiers verder te
laten behandelen door beslagrechters of is er een andere oplossing?
Zal u erover waken dat de rechtszoekende niet het slachtoffer wordt
van deze situatie? Worden er vanaf 1 september 2008 eventueel
bijkomende magistraten ingezet op de arbeidsrechtbanken om dit
grote aantal dossiers dat zal worden overgeheveld op te vangen en
zodoende vertraging bij de behandeling te voorkomen?
affaires relatives au règlement
collectif de dettes ne sont plus
traitées par le juge des saisies
mais par le tribunal du travail. Le
1
er
septembre 2008, les dossiers
pendants
seront
également
transférés.
Les tribunaux du travail craignent
d'être confrontés à d'importants
problèmes en raison du nombre
de dossiers transférés en une fois
et du fait que, pendant une période
déterminée, aucune affaire ne
pourra plus être fixée.
De l'avis du ministre, le danger
que d'anciennes affaires ne
puissent plus être fixées pendant
une période assez longue est-il
réel? Le ministre est-il disposé à
empêcher cela en autorisant les
juges des saisies à continuer de
connaître des dossiers pendants?
Une
autre
solution
est-elle
envisageable? Le justiciable ne
fera-t-il pas les frais de cette
situation?
Des
magistrats
complémentaires
viendront-ils
renforcer
les
effectifs
des
tribunaux du travail?
15.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
KB van 3 juni 2007 bepaalt dat zaken die na 1 september 2007
hangende blijven voor de beslagrechter aan zijn bevoegdheid worden
ontrokken en ambtshalve worden ingeschreven op de algemene rol
van de arbeidsgerechten op 1 september 2008. Nieuwe zaken zijn
reeds sedert 1 september 2007 aan de bevoegdheid van het
arbeidsgerecht overgedragen.
In juni 2007 werd onder impuls van de toenmalige minister van
Justitie een informeel toezichtcomité in het leven geroepen onder het
voorzitterschap van de eerste voorzitter van het arbeidshof te Luik, de
heer Joel Hubin. Dat toezichtcomité functioneerde als een
begeleidingscomité bij de overheveling van de bevoegdheden van de
beslagrechter naar de arbeidsrechtbanken in procedures voor
collectieve
schuldenregeling.
Het
toezichtcomité
is
verder
samengesteld uit vertegenwoordigers van de FOD Justitie en leden
van de gerechtelijke orde en buigt zich over de praktische problemen
die met de bevoegdheidsoverdracht verband houden. Het comité
heeft mij tot op heden geen concrete voorstellen bezorgd om de
overheveling in goede banen te leiden. Eind januari is er een nieuwe
bijeenkomst van het comité gepland om alle concrete problemen op
te lijsten die worden vastgesteld.
Ondertussen werden reeds initiatieven genomen om de
administratieve opvolging van de dossiers te verzekeren. Zo werden
reeds 9 adjunct-griffiers benoemd en zijn er vacante plaatsen voor
15.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Aux termes de l'arrêté royal du 3
juin 2007, les affaires en instance
devant le juge des saisies après le
1
er
septembre 2007 lui seront
retirées et inscrites d'office au rôle
général des tribunaux du travail au
1
er
septembre 2008. Les nouveaux
dossiers sont du ressort de la
justice du travail depuis le 1
er
septembre 2007.
La précédente ministre de la
Justice a créé en juin 2007 un
comité de contrôle informel qui a
fonctionné comme un comité
d'accompagnement
lors
du
transfert. Pour l'heure, ce comité
ne m'a pas encore transmis de
propositions concrètes. Il se
réunira à nouveau fin janvier pour
examiner
l'ensemble
des
problèmes concrets qui auront été
constatés.
Des initiatives ont été prises entre
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
administratieve medewerkers. Voor de aanwerving van 36
personeelsleden loopt de procedure nog steeds. Bepaalde
contractuele medewerkers zijn ondertussen benoemd. Boven op deze
kaderuitbreiding werd wat betreft de arbeidsrechtbank van Brussel het
administratief kader uitgebreid met een administratieve deskundige
en een administratieve medewerker. De arbeidsrechtbank van
Brussel dient immers het grootste pakket van collectieve
schuldregelingen te behandelen. Zowel in Luik als in Brussel kunnen
de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg een beroep doen
op de hulp van referendarissen. Het betreft een herschikking van
personeel en geen bijkomende aanwerving.
Volledigheidshalve geef ik u de totale kostprijs voor deze bijkomende
administratieve werkkrachten. Het gaat om ongeveer 1.180.000 euro
op jaarbasis, index en sociale lasten inbegrepen. Er is tot nu toe nog
geen uitbreiding van het magistratenkorps bepaald. Zoals gezegd
wacht ik op een verslag van het toezichtcomité waarin alle concrete
problemen die met de overheveling gepaard gaan zouden moeten zijn
beschreven.
temps pour assurer le suivi
administratif des dossiers. Neuf
greffiers adjoints ont déjà été
nommés et des emplois de
collaborateurs administratifs ont
été
déclarés
vacants.
La
procédure de recrutement de 36
personnes est en cours. Des
collaborateurs contractuels ont été
nommés dans l'intervalle. Le
tribunal du travail de Bruxelles
qui traite la majeure partie des
règlements collectifs de dettes -
s'est par ailleurs vu attribuer des
experts et des collaborateurs
administratifs. À Liège et à
Bruxelles, les présidents des
tribunaux de première instance
peuvent faire appel à des
référendaires. Il s'agit là d'une
réorganisation du personnel. Le
coût total sur une base annuelle
de l'accroissement de l'effectif
administratif se monte à 1.180.000
euros. L'extension du corps des
magistrats n'a pas encore été
décidée.
15.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): We zullen wachten op
dat verslag dat er zoals de minister aankondigt eind januari aankomt
om dan eventueel verder op dit thema in te gaan.
15.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): J'attendrai le rapport
de la fin janvier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de resultaten van de
haalbaarheidsstudie naar een werklastmetingsinstrument voor de zetel" (nr. 1296)
16 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "les résultats de l'étude de
faisabilité portant sur un outil de mesure de la charge de travail pour le siège" (n° 1296)</b>
16.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, in
de loop van de afgelopen maand december hebben wij hier, in het
Parlement, het ontwerp houdende diverse bepalingen goedgekeurd.
Dat voorzag onder meer in een wijziging van de wet van 29 november
2001, met als doel het tijdelijk kader van raadsheren op het niveau
van de hoven van beroep te verlengen met één jaar. Teneinde de
gerechtelijke achterstand aan te pakken, wordt immers al sinds een
aantal jaar op het niveau van de hoven voorzien in de mogelijkheid tot
een tijdelijke aanstelling van veertien bijkomende raadsheren. Een
dergelijke aanpak, met een tijdelijke benoeming van boventallige
magistraten, blijkt, afgaande op de werkingsverslagen van de
onderscheiden hoven van beroep, zijn vruchten af te werpen.
In de memorie van toelichting van die wet houdende diverse
bepalingen wordt aangegeven dat er een duidelijke verbetering
merkbaar is, maar dat de wachttijden niettemin nog allerminst de
aanvaardbare termijn van zes maanden hebben bereikt. Afgaande op
de resultaten in de twee justitiebarometers, wordt dat door de burger
16.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La loi portant des
dispositions diverses de décembre
a modifié la loi du 29 novembre
2001. L'objectif était de prolonger
d'un an le cadre provisoire des
conseillers près les cours d'appel.
Il est question d'une réduction de
l'arriéré judiciaire mais les délais
ont à tout le moins atteint la durée
jugée acceptable de six mois.
Pour rendre la justice plus
moderne et plus efficace, il faut
développer un système objectif et
généralisé de mesure de la charge
de travail. Une étude universitaire
sur la possibilité de mesurer la
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
ook als zodanig gepercipieerd. Ik verwijs in dat verband naar een
uitspraak van de heer Christian De Vel, eerste voorzitter van het
Antwerpse hof van beroep, die ik citeer: "In België worden bij Justitie
de middelen met de natte vinger verdeeld. Het wordt hoog tijd dat dit
gebeurt op grond van objectieve, meetbare gegevens."
Dat alles past immers in een breder verhaal, waarbij men het gerecht
wil moderniseren en performanter maken. Bijgevolg dient er op
termijn meer heil gezocht te worden in meer fundamentele
oplossingen. Allereerst dient gewerkt te worden aan de ontwikkeling
van een gegeneraliseerd, objectief systeem van werklastmeting,
teneinde een beter zicht te krijgen op de actuele workload.
De door de KUL en ULG uitgevoerde studie die de haalbaarheid van
een dergelijke werklastmeting bij de zetel diende te onderzoeken, is
nu afgerond, en werd enkele weken geleden, op 11 december
jongstleden meer bepaald, op een studiedag bekendgemaakt.
Mijnheer de minister, graag had ik van u dan ook het volgende
vernomen.
Welke zijn, vanuit beleidsmatig oogpunt, de meest relevante
bevindingen en conclusies van die studie?
Wat zal er op basis van die studie gebeuren? Welk tijdspad wordt of
werd er daarvoor uitgetekend?
Kunnen wij in deze overgangsperiode met dito regering al de eerste
maatregelen op basis van die studie verwachten?
charge de travail a été présentée
lors d'une journée d'étude le 11
décembre 2007.
Quelles sont les conclusions les
plus pertinentes de l'étude?
Quelles initiatives seront prises sur
la base de cette étude et selon
quel calendrier? Le gouvernement
intérimaire prendra-t-il déjà les
premières mesures?
16.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw Lahaye-Battheu, ik dank u
voor uw vraag, want de wettelijke basis voor de werklastmeting werd
door uw dienaar destijds nog via een amendement in de commissie
ingediend. Het is een belangrijk thema.
Wat zijn vanuit beleidsmatig oogpunt de meest relevante bevindingen
en conclusies van de haalbaarheidsstudie? Ten eerste, er is bij de
verschillende actoren van Justitie eensgezindheid dat een
werklastmeting voor de zetel haalbaar is. Ten tweede, er is
eensgezindheid dat de zetel het eigenaarschap dient te krijgen over
het proces van werklastmeting en over de resultaten ervan. Wel moet
het instrument in openheid met de uitvoerende macht en met andere
relevante justitiële actoren worden ontwikkeld.
Over welk orgaan binnen de zetel de drijvende kracht moet zijn achter
de ontwikkeling en de uitvoering van het werklastmetinginstrument, is
er geen eensgezindheid. Momenteel is er binnen de zetel geen
capaciteit aanwezig om aan werklastmeting te doen. Op de studiedag
van 11 december 2007 te Brussel werd aanbevolen om capaciteit
binnen de zetel op te bouwen en om in een stuurgroep van experts te
voorzien.
Wat staat op basis van die studie precies te gebeuren? Ik kan
begrijpen dat voor het slagen van het veranderingsproject de zetel
eigenaarschap moet krijgen over het proces van de werklastmeting
en over de resultaten van de meting. Wel moeten de instrumenten in
openheid met de uitvoerende macht worden ontwikkeld. Het is de
uitvoerende macht die het voorstel van werklastmeting goed- of
16.02 Jo Vandeurzen, ministre:
On est unanime au département
de la Justice pour considérer que
la mesure de la charge de travail
est un objectif réalisable pour le
siège et que celui-ci doit être
propriétaire de la procédure et des
résultats des mesures. On ne
s'accorde pas en revanche sur
l'organe qui, au sein du siège, doit
développer et mettre en oeuvre
l'instrument
nécessaire
pour
mesurer la charge de travail. Pour
l'instant, la capacité nécessaire
n'est pas présente mais on va s'en
occuper.
Le siège devra s'engager à
développer un instrument de
mesure de la charge de travail
dans un délai donné. Le plan
échelonné devra être élaboré
correctement, en concertation
avec
les
différents
acteurs
judiciaires. Il est encore trop tôt
pour avancer un calendrier. Je
compte mener les discussions
préparatoires avec les différents
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
afkeurt.
Tegenover
het
eventueel
eigenaarschap
staat
een
resultaatverbintenis. De zetel zal er zich dan toe moeten verbinden
om binnen een bepaalde periode een werklastmetinginstrument te
ontwikkelen. Een stappenplan voor een werklastmetinginstrument
voor de zetel dient goed te worden overwogen en overlegd met de
betrokken justitiële actoren. Het is bijgevolg vooralsnog te vroeg om
een tijdspad op te geven. Als nieuwe minister van Justitie zal ik eerst
verkennende gesprekken met de verschillende actoren van Justitie
voeren.
Ik wil hier toch nog het volgende aan toevoegen. Betreffende het
werklastmetinginstrument in het openbaar ministerie was de conclusie
op de studiedag van 11 december 2007 dat de werklastmeting in het
openbaar ministerie in uitvoering is. Er werd geconcludeerd dat er
enige congruentie moet zijn tussen de werklastmeting van het
openbaar ministerie en het instrument dat binnen de zetel dient te
worden ontwikkeld. Ik steun uiteraard de verdere uitvoering van het
instrumentarium in het openbaar ministerie, maar ik ben het ook eens
met het idee en het principe dat er congruentie moet zijn tussen wat
ontwikkeld wordt in het openbaar ministerie en wat in de zetel dient
ontwikkeld te worden.
Kunnen in deze overgangsperiode de eerste maatregelen op basis
van de studie worden verwacht? De bijzondere situatie van de interim-
regering en de beperkte budgettaire ruimte van de federale overheid
maakt het nemen van maatregelen niet gemakkelijk. Ik acht
werklastmeting echter een prioriteit. Het is mijn bedoeling rekening te
houden met de aanbevelingen van de haalbaarheidsstudie en de
daarbij horende studiedag over de werklastmeting. In die zin zullen de
volgende initiatieven worden genomen.
Ten eerste, er is een specialist inzake werklastmeting in de beleidscel
Justitie opgenomen, zodat ook van de werklastmeting binnen de zetel
werk kan worden gemaakt.
Ten tweede voer ik verkennende gesprekken met de actoren in de
zetel om na te gaan of zij zich kunnen organiseren, zodat binnen de
zetel een orgaan ter ontwikkeling en uitvoering van een
werklastmetinginstrument voor de zetel mogelijk is.
Ten derde, eens er eventueel een consensus bereikt wordt over welk
orgaan zich binnen de zetel zou kunnen bezighouden met de
ontwikkeling en de uitvoering van het werklastmetinginstrument, zal ik
aftoetsen of met dat orgaan afspraken kunnen worden gemaakt over
de modaliteiten waarbinnen het werklastmetinginstrument ontwikkeld
moet worden.
acteurs
le
plus
rapidement
possible.
Il a été dit lors de la journée
d'étude que la mesure de la
charge de travail est en cours au
niveau du ministère public. Il faut
une concordance avec ce qui sera
développé au siège.
Vu la situation particulière dans
laquelle
se
trouve
le
gouvernement et la faible marge
budgétaire, il est difficile de
prendre de nouvelles mesures
mais je considère la mesure de la
charge de travail comme une
priorité.
C'est pourquoi un spécialiste en la
matière a été adjoint à la cellule
stratégique Justice. De notre côté,
nous aidons également le siège à
trouver un organe susceptible de
développer et de mettre en oeuvre
un instrument de mesure de la
charge de travail, et nous verrons
s'il est possible de conclure avec
cet organe des accords sur les
modalités de l'opération.
16.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw toch uitvoerig en concreet antwoord. Ik ben blij dat u
zegt dat u een aantal concrete maatregelen aankondigt in deze
overgangsperiode. U hebt gezegd dat er een specialist komt. Ik weet
niet of die al aan de slag is?
16.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Nous nous félicitons
que cette matière soit déjà
abordée
durant
la
période
transitoire de trois mois. A-t-on
déjà désigné un expert?
16.04 Minister Jo Vandeurzen: Men heeft speciaal iemand
aangetrokken daarvoor.
16.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Oui.
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
16.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Er is dus iemand om het
thema op de voet te volgen.
U zou verkennende gesprekken voeren met de actoren in het veld. Ik
hoor u ook zeer graag zeggen dat er niet alleen moet worden
gemeten om te meten, maar dat er gemeten moet worden om daaruit
conclusies te trekken en de passende beslissingen te nemen.
U zult het ermee eens zijn dat in ons Huis al heel veel gesproken is
over werklastmeting, jaren aan een stuk, maar dat de eerste
conclusies die daaruit getrokken kunnen worden, al die tijd op zich
hebben laten wachten.
Wij kijken vol verwachting uit naar uw aanpak in het dossier.
16.05 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Nous
saluons
également tout particulièrement
vos déclarations selon lesquelles
les mesures seront réalisées dans
le but de tirer des conclusions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 1297 van mevrouw Lahaye-Battheu wordt uitgesteld.
17 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de
jeugdbeschermingswet" (nr. 1299)
17 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "la loi relative à la protection de
17.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op 7 november van vorig jaar heb ik aan uw
voorgangster een vraag gesteld over de plaatsing van minderjarigen
tussen 12 en 14 jaar in gesloten opvoedinginstellingen of afdelingen.
Ik heb toen slechts een gedeeltelijk antwoord mogen ontvangen op de
vraag hoeveel jongeren er geplaatst werden in toepassing van artikel
37quater van de jeugdbeschermingwet. De cijfers van de Franse
Gemeenschap zouden meegedeeld worden, maar tot op heden heb ik
die cijfers niet ontvangen. Dat is de reden dat ik deze vraag opnieuw
indien. Beschikt u thans reeds over die cijfers?
Mijnheer de minister, via de media vernam ik ook dat 1001 jongeren
in jeugdinstellingen van de Vlaamse Gemeenschap geplaatst werden
in 2006. Uit de cijfers van het Agentschap Jongerenwelzijn zou blijken
dat de Vlaamse jeugdrechters voor 965 jongeren geen plaats in
dergelijke instellingen hebben kunnen vinden. Zijn deze cijfers juist?
Hoe is het voor 2007? Is er desbetreffend concreet overleg tussen
uzelf en de bevoegde Vlaamse minister naar aanpak van deze
problematiek?
Meer specifiek, naar aanleiding van het assisenproces dat vrijdag
laatstleden in Gent zijn aanvang heeft genomen kwam opnieuw onder
de aandacht dat ons jeugdrecht op sommige punten ontoereikend is.
Een minderjarige van 15 die twee moorden heeft bekend aan de
Dendermondse jeugdrechter kwam ervan af met een berisping voor
de eerste moord. Dat is inderdaad de enige sanctie die volgens de
wet mogelijk was in deze. De beschuldigde kan voor de moord die hij
op 15-jarige leeftijd pleegde niet voor het hof van assisen terechtstaan
volgens de huidige regelgeving gezien de leeftijdsgrens die is bepaald
in de jeugdbeschermingwet.
17.01 Carina Van Cauter (Open
Vld):
En
novembre
2007,
j'interpellais votre prédécesseur à
propos du placement de jeunes
âgés de douze à quatorze ans en
centre d'éducation fermé. À
l'époque, je n'avais obtenu qu'une
réponse partielle. Le ministre
dispose-t-il aujourd'hui des chiffres
de la Communauté française?
J'apprends par ailleurs dans les
médias qu'en 2006, 1001 jeunes
ont été placés en établissement
pour jeunes de la Communauté
flamande et que 965 n'ont pu être
pris en charge faute de place. Ces
chiffres sont-ils exacts? Quels
sont les chiffres pour 2007? Une
concertation à ce sujet avec les
autorités flamandes a-t-elle été
organisée?
Un mineur de quinze ans ayant
avoué deux assassinats s'est
uniquement, pour le premier
assassinat, vu adresser par le juge
de la jeunesse un blâme, seule
sanction possible dans le cadre de
la loi relative à la protection de la
jeunesse. Le ministre prendra-t-il
des initiatives pour éviter ce type
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u concreet is de volgende. Zal u
bijkomende initiatieven nemen om dergelijke situaties in de toekomst
te vermijden?
Ik heb dan nog een algemene opmerking en vraag. Is het niet
wenselijk om het jeugdrecht meer af te stemmen op de persoon en
persoonlijkheid van de minderjarige dan onder de vorm van bepaalde
leeftijdscategorieën het arsenaal aan maatregelen dat ter beschikking
staat van de jeugdrechters te gaan bepalen?
de situations à l'avenir? Le droit de
la jeunesse ne devrait-il pas
prendre davantage en compte la
personnalité du jeune plutôt que
son âge?
17.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van
Cauter, uw vraag om na te gaan hoeveel minderjarigen tussen 12 en
14 jaar werden geplaatst in de gemeenschapcentra van de Franse
Gemeenschap is niet zonder gevolg gebleven. De administratie heeft
naar aanleiding van de vraag van 7 november laatstleden de cijfers
opgevraagd, maar heeft tot nu toe geen antwoord ontvangen. Er is
ondertussen een herinneringsbrief vertrokken.
De plaatsing dat is uw tweede vraag in de
gemeenschapsinstellingen is, zoals u weet, een bevoegdheid van de
minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezinnen van de
respectievelijk Franse en Vlaamse Gemeenschap. Uit de cijfers die ik
mocht ontvangen van het kabinet van collega Vanackere blijkt
inderdaad dat er in de gemeenschapsinstellingen in het jaar 2006 965
jongeren werden geweigerd in de loop van dat jaar.
Deze cijfers moeten evenwel genuanceerd worden omdat de
jeugdrechter in geval van weigering in een gemeenschapsinstelling
nog verschillende andere mogelijkheden heeft om minderjarigen
maatregelen op te leggen: plaatsing in een open inrichting, prestaties
van opvoedkundige aard, contactverbod, herstelbemiddeling. Met
andere woorden, deze jongeren zullen normaal geen vrijgeleide
hebben gekregen. Er mag niet de indruk worden gewekt dat die
jongeren terug aan het thuismilieu werden toevertrouwd, zonder enige
opvolging.
De cijfers voor 2007 worden momenteel verzameld en door de
bevoegde diensten verwerkt. Uit navraag blijkt dat de indruk alleszins
bestaat dat deze cijfers vergelijkbaar zijn met de vorige jaren. Ik zal
over deze weigeringen contact onderhouden met collega Vanackere.
Ik kan u trouwens meedelen dat op ditzelfde ogenblik op mijn kabinet
overleg plaatsvindt met betrekking tot deze problematiek.
Wat het assisenproces in Gent betreft, dient alles in een juiste context
te worden geplaatst. De jeugdrechter heeft een berisping
uitgesproken nadat de dader van de feiten, die hij zou hebben
gepleegd op 15-jarige leeftijd, deze feiten pas heeft bekend op de
leeftijd van 20 jaar.
Zoals u weet voorziet de nieuwe jeugdwet sinds oktober 2007 in een
reeks andere strenge maatregelen zoals de uithandengeving, onder
bepaalde voorwaarden althans, voor minderjarigen vanaf de leeftijd
van 16 jaar. Het maatregelenpakket van de jeugdrechtbank wordt in
geval van uithandengeving doorbroken zodat de gewone regels van
het strafrecht en het strafprocesrecht van toepassing worden.
Ik zie op dit ogenblik geen reden om nieuwe initiatieven te nemen.
Zoals ik al heb kunnen laten verstaan in het antwoord op vorige
17.02 Jo Vandeurzen, ministre:
À la suite de votre question de
novembre 2007, l'administration a
demandé les chiffres mais n'a reçu
aucune réponse à ce jour. Nous
avons déjà envoyé un rappel.
Le placement en institutions
communautaires relève de la
compétence du ministre flamand
du Bien-être, de la Santé publique
et de la Famille. Dans le courant
de l'année 2006, 965 placements
ont en effet été refusés, ce qui ne
signifie cependant pas que ces
jeunes soient restés impunis. Le
juge de la jeunesse a en effet
d'autres mesures à sa disposition.
Les chiffres de 2007 sont
actuellement
traités
par
les
services compétents, mais ils sont
comparables à ceux des années
précédentes.
Un juge de la jeunesse a
récemment
adressé
une
réprimande à un délinquant qui n'a
avoué qu'à 20 ans des faits qu'il
avait commis alors qu'il en avait
15. La nouvelle loi relative à la
jeunesse prévoit depuis le 1
er
octobre 2007 une série de
mesures plus sévères telles que le
dessaisissement pour les mineurs
à partir de 16 ans.
Pour l'instant, je ne vois aucune
raison de prendre de nouvelles
initiatives.
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
vragen is het voor mij een grotere prioriteit om ervoor te zorgen dat er
voldoende capaciteit en kwaliteit is om in de huidige stand van zaken
ook de nodige maatregelen te kunnen nemen.
17.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik noteer
dat er nog geen antwoord is gekomen en dat er een herinneringsbrief
werd verstuurd. Ik neem aan dat de minister de cijfers zal overmaken
van zodra die te zijner beschikking zijn.
Met betrekking tot de plaatsing in jeugdinstellingen van de Vlaamse
Gemeenschap, veronderstel ik dat de problematiek bij de Franstalige
Gemeenschap gelijkaardig is. Wij stellen toch vast dat wanneer
jeugdrechters tot een opname vragen, dit de meest aangewezen
maatregel is bij de beoordeling van dergelijke dossiers. Wij moeten
eveneens vaststellen dat in een jaar tijd men er in 965 gevallen niet in
slaagt om de meest aangewezen maatregel te nemen. Ik zou er dan
ook willen op aandringen dat deze problematiek grondig wordt
opgevolgd en dat er desgevallend op aangedrongen wordt dat de
nodige maatregelen worden genomen.
Met betrekking tot de uithandengeving stellen wij toch vast dat er een
groot verschil is qua persoonlijkheid onder de jongeren. De ene
jongere van 15 is blijkbaar niet de andere. Wij stellen toch vast dat in
het huidige jeugdbeschermingsrecht dit onderscheid nog altijd
leeftijdsgebonden wordt gehanteerd. Ik heb genoteerd dat in
dergelijke gevallen de minister niet de intentie heeft om bijkomende
maatregelen te nemen. Als dergelijke feiten zich herhalen, betekent
dit dat er geen bijkomende maatregelen kunnen worden genomen of
dat er geen sanctie kan worden opgelegd aan jongeren van minder
dan 16 jaar. Dit baart mij toch grote zorgen, mijnheer de minister.
17.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Lorsqu'un juge de la
jeunesse
estime
qu'un
établissement fermé constitue la
solution, il s'agit d'un choix
mûrement réfléchi auquel d'autres
mesures ne peuvent sans plus se
substituer. Je reste moi aussi
d'avis que c'est la personnalité du
mineur qui doit être déterminante,
et non son âge. Entendre le
ministre juger inutile toute mesure
complémentaire ne manque pas
de m'inquiéter.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "het vredegerecht te
Maasmechelen" (nr. 1309)
18 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la justice de paix de Maasmechelen"
18.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, u kent de huisvestingstoestand van het
vredegerecht in Maasmechelen misschien nog uit uw verleden als
advocaat.
Ik kan u zeggen dat daar sinds uw carrière als advocaat niets
veranderd is. De toestand is nog altijd dezelfde. U zult zich de smalle
gang waar alle griffiers naast elkaar zaten en misschien ook nog
Marie-Thérèse herinneren die de plak zwaaide en steeds zat te
klagen over nieuwe huisvesting. U weet misschien niet dat zij intussen
met pensioen is gegaan. Ik stel deze vraag een beetje ter ere van
haar.
In Maasmechelen waren er plannen voor een herlokalisatie. Het
vorige gemeentebestuur was overgegaan tot de aankoop van het
oude klooster. Daarin was een vleugel voor Justitie voorzien en het
vredegerecht zou daarin worden ondergebracht. Los daarvan zou een
andere vleugel dienen voor de politiediensten.
18.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA):
Le
ministre
n'ignore
certainement pas dans quel état
déplorable
se
trouvent
les
bâtiments de la justice de paix de
Maasmechelen. Au vu de cette
situation, l'administration commu-
nale a procédé à l'achat d'un
ancien couvent dont une aile
entière devrait servir à loger la
justice de paix. Or, l'aile en
question a été affectée dans
l'intervalle à des locaux pour le
service social. Qu'en est-il des
projets de relogement de la justice
de paix à Maasmechelen? Quel
est le calendrier prévu dans ce
cadre?
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Het nieuwe gemeentebestuur van Maasmechelen heeft de politionele
vleugel al een andere inkleuring gegeven. Men heeft er een sociale
dienst van gemaakt. Nu bestaat de ongerustheid bij het vredegerecht
dat men eventueel de plannen van de herlokalisatie op de lange baan
zou schuiven of dat aan de uitgekozen locatie een andere
bestemming zou worden gegeven.
Mijn concrete vragen zijn de volgende. Wat zijn de plannen die u
bekend zijn omtrent de lokatie van het vredegerecht van
Maasmechelen? Is er een bepaalde timing vooropgesteld waarbinnen
die herlokalisatie zou kunnen plaatsvinden?
18.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, het oude
klooster en schoolcomplex aan de Dokter Houbenlaan in
Maasmechelen is deels eigendom van de gemeente en deels van de
Regie der Gebouwen.
Tot voor de laatste gemeenteraadsverkiezingen lag het plan op tafel
om in het complex de lokale politie en het vredegerecht te huisvesten.
Het
bouwdossier
werd
volledig
afgehandeld
door
de
Regie der Gebouwen met het ontwerp voor het vredegerecht en voor
de gemeentediensten.
Dit
dossier
was
aanbestedingsklaar
toen
het
nieuwe
gemeentebestuur een andere functie wenste te geven aan haar deel
van het complex. In plaats van de lokale politie zou er nu een OCMW-
kantoor worden ondergebracht. De huisvesting van het vredegerecht
staat niet ter discussie maar is wat de uitvoering betreft wel gebonden
aan deze van de gemeentediensten.
De huidige stand van zaken wat betreft het deel van het vredegerecht,
is dat het uitvoeringsdossier klaar is. Het bestek moet worden
opgemaakt. Wat betreft het OCMW is het schetsontwerp
goedgekeurd. Het uitvoeringsdossier en het bestek worden
opgemaakt. De bedoeling is om een aanbesteding te houden voor het
volledige complex.
De planning is als volgt. Afhankelijk van de noodzakelijke goedkeuring
bij het OCMW wordt de aanbesteding voorzien tegen de helft van het
tweede kwartaal, uiterlijk tegen half 2008. Er moet worden gerekend
op een uitvoeringstermijn van ongeveer twee jaar. Zonder
onverwachte wendingen zou het gebouw klaar moeten zijn eind 2010.
Ondertussen werd vorig jaar een eerste fase in de uitvoering
afgewerkt. De voorafgaande sloop- en ontmantelingswerken werden
voor het hele complex uitgevoerd zodat het pand in principe klaarstaat
om de renovatiewerken te starten.
18.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'ancien
couvent
de
Maasmechelen est en partie
propriété de la commune et en
partie de la Régie des Bâtiments.
L'ancien conseil communal avait
l'intention d'y loger la police locale
et la justice de paix. Le nouveau
conseil communal a toutefois
décidé d'y loger un bureau du
CPAS et la justice de paix.
Pour ce qui est de la justice de
paix, le dossier d'exécution est
prêt mais il convient encore
d'élaborer le cahier des charges.
En ce qui concerne le bureau du
CPAS, le projet a été approuvé
mais il convient encore d'élaborer
le dossier d'exécution et le cahier
des charges. La question de
l'adjudication devrait être réglée
pour la mi 2008. Il faut compter sur
un délai d'exécution de deux ans
et le bâtiment serait donc prêt pour
la fin 2010.
18.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal het goede
nieuws en de bevestiging dat de herlokalisatie wel degelijk doorgaat,
want blijkbaar was daaraan wat ruchtbaarheid gegeven, overbrengen
aan de diensten van de griffie.
18.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Je transmettrai l'information à
toutes les parties concernées sur
le terrain.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "de navolging en de
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
uitvoering van de wet van 10 mei 2007 op de transseksualiteit" (nr. 1313)
19 Question de M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "le respect et la mise en oeuvre
de la loi du 10 mai 2007 relative à la transsexualité" (n° 1313)</b>
19.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, mijn vraag
gaat over de wet van 10 mei 2007 op de transseksualiteit,
gepubliceerd op 11 juli 2007 in het Belgisch Staatsblad. Die wet is
overeenkomstig artikel 15 in werking getreden op 1 september 2007.
Wettelijk gezien dienden er geen uitvoeringsbesluiten te worden
uitgevaardigd.
Wat we op het terrein ervaren, is dat transseksuelen die een
aanvraag hebben ingediend, nog steeds geconfronteerd worden met
een aantal praktische problemen van alle aard. Zo wordt de wijziging
van het geslacht niet geregistreerd bij de burgerlijke stand en op hun
identiteitskaart. Er is dus eigenlijk duidelijk een manifest gebrek aan
opvolging, waardoor de betrokkenen in de kou blijven staan. Ik besef
dat het om een kleine groep gaat, maar ik hecht toch belang aan het
punt, omdat die groep maatschappelijk al een moeilijke stap heeft
overwonnen. Er is bovendien een wettelijk kader gecreëerd en dat
moet dan ook werken.
Vandaar mijn twee vragen. Ten eerste, kunnen de lokale
administraties op eigen initiatief de wet toepassen en gevolg geven
aan de verzoeken van de transseksuelen die onder andere bij de
burgerlijke stand hun geslacht gewijzigd willen zien?
Ten tweede, indien de lokale administraties een richtlijn nodig hebben
van de minister om gevolg te kunnen geven aan de wettelijke
bepalingen ter zake, wanneer mogen wij dan van u een initiatief
verwachten, zodat de problematiek definitief van de baan is?
19.01 Robert Van de Velde
(LDD): La loi sur la transsexualité
est entrée en vigueur le 1
er
septembre 2007. Les transsexuels
qui introduisent une demande
restent toutefois confrontés à des
problèmes pratiques: ainsi, leur
changement de sexe n'est pas
enregistré à l'état civil et n'est pas
inscrit sur leur carte d'identité. Le
suivi
du
dossier
laisse
manifestement à désirer, ce qui
empêche de respecter la loi.
Les administrations locales ne
peuvent-elles pas appliquer la loi
de leur propre initiative et
enregistrer cette modification au
niveau de l'état civil? S'il faut pour
cela une circulaire, quand sera-t-
elle publiée?
19.02 Minister Jo Vandeurzen: Er zijn bij mijn administratie geen
individuele gevallen bekend waarin de burgerlijke stand de nieuwe wet
niet of verkeerd zou hebben toegepast.
Wat de vermelding op de identiteitskaart betreft, dient verwezen te
worden naar de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse
Zaken. In principe dient de burgerlijke stand de wet als dusdanig toe
te passen. Daar zijn inderdaad geen uitvoeringsbesluiten voor nodig.
Om eventuele onduidelijkheden op te vangen, wordt momenteel
gewerkt aan een circulaire, die zal kunnen worden toegestuurd aan de
bevoegde lokale administraties.
19.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je n'ai pas connaissance de cas
individuels où l'état civil n'aurait
pas ou aurait mal appliqué la
nouvelle loi. En ce qui concerne la
mention sur la carte d'identité, elle
ressortit à la compétence du
ministre de l'Intérieur. Aucun
arrêté
d'exécution
n'est
nécessaire, mais une circulaire
sera effectivement adressée aux
administrations locales.
19.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik dank u
voor het antwoord. Ik denk dat die circulaire inderdaad zal kunnen
helpen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het verband tussen het
dalend aantal gevangenen en de verhoogde politieaanwezigheid op straat" (nr. 1312)
20 Question de M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "le lien entre la diminution du nombre
de détenus et l'augmentation du nombre de policiers dans nos rues" (n° 1312)</b>
20.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, 20.01 Bart Laeremans (Vlaams
15/01/2008
CRIV 52
COM 063
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
mijnheer de minister, volgens recente persberichten is het aantal
gedetineerden de jongste tijd fors gedaald. Er werden minder mensen
opgesloten en het aantal voorwaardelijke invrijheidstellingen zou
gestegen zijn.
Kan de minister een overzicht gegeven van het totaal aantal
gedetineerden per maand tussen 1 juli 2006 en 8 januari 2008? Wat
is volgens de minister de verklaring voor de recente daling? Klopt het
dat hieromtrent recent een analyse werd gemaakt, t.t.z. een analyse
in combinatie met terreuralarm en de gevolgen daarvan? Door wie
gebeurde dit en wat zijn de resultaten hiervan? In welke mate is het
verband aangetoond tussen de verhoogde politieaanwezigheid op
straat tijdens dat terreuralarm en de daling van het aantal misdrijven?
Welke beleidsconclusies worden hieruit getrokken? Klopt het dat ook
het aantal voorwaardelijk invrijheidgestelden is gestegen? Zo ja, is dit
het
gevolg
van
een
soepeler
vrijlatingbeleid
door
de
strafuitvoeringsrechtbanken? Beschikt de minister over cijfers?
Belang): À en croire la presse, le
nombre de détenus a fortement
diminué ces derniers temps. Le
ministre peut-il fournir un aperçu
mensuel de la situation depuis le
1
er
juillet
2006?
Comment
explique-t-il la récente baisse? Qui
a procédé à l'analyse de la
situation et quels sont les
résultats? Un lien a-t-il été établi
entre
l'augmentation
de
la
présence policière dans la rue
pendant l'alerte terroriste et la
diminution du nombre de délits?
Quelles conclusions ont-elles été
tirées? Le nombre de libérations
conditionnelles a-t-il augmenté en
raison d'une politique plus souple
des tribunaux d'application des
peines?
20.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik ga u het overzicht bezorgen van
het aantal gedetineerden per maand tussen 1 juli 2006 en januari
2008, het is een beetje lang om dat voor te lezen. Er is inderdaad een
daling. Het zou wel vermetel zijn om dat aan mijn zeer korte
ambtsperiode toe te schrijven. Er is inderdaad een daling tot 9631. In
juli 2006 zijn we gestart met 9619 en dan is er een piek geweest in juli
2007.
De recente daling van de gevangenisbevolking is ten opzichte van het
jaar ervoor nog niet spectaculair te noemen. Begin januari 2007
waren er 120 gedetineerden meer dan begin januari 2008. De
populatiecurven van 2006 en 2007 lopen volgens hetzelfde patroon:
een stijging die inzet na de zomer en aanhoudt tot in het voorjaar van
het jaar daarop en een daling in de zomer, onder andere als gevolg
van het gerechtelijk verlof. Wel is het zo dat de verschillen tussen
2006 en 2007 minder uitgesproken worden tegen het einde van het
jaar.
Het is, mijns inziens, voorbarig uit de recente evolutie nu al harde
conclusies te trekken. Er is mij geen analyse bekend over de recente
evolutie van de cijfers. De dalende trend in de gevangenisbevolking is
geleidelijk ingezet vanaf augustus 2007. Er is wel een forse daling
waar te nemen tussen begin december 2007 en begin januari 2008.
Of deze daling rechtstreeks verband houdt met het terreuralarm, is
vooralsnog niet wetenschappelijk aangetoond. Het is voorbarig om
hieruit nu al beleidsconclusies te trekken, behalve dat de verdere
evolutie van nabij zal worden gevolgd.
Actuele cijfers over het aantal voorwaardelijke invrijheidsstellingen zijn
nog niet in mijn bezit.
20.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je remets à la commission un
tableau retraçant l'évolution du
nombre de détenus depuis le mois
de juillet 2006. Il en ressort que
l'on comptait alors 9.619 détenus.
Un pic a été atteint en juillet 2007
avec
10.042
détenus.
Leur
nombre est à présent redescendu
à 9.631. La baisse récente n'a rien
de spectaculaire et suit le modèle
normal. Il serait en tout cas
prématuré de tirer des conclusions
au stade actuel. Je n'ai pas
connaissance d'une quelconque
analyse des évolutions récentes.
L'existence d'un lien direct avec
l'alerte terroriste n'a pas encore
été démontrée scientifiquement. Il
est donc également trop tôt pour
en tirer des conclusions politiques,
mais l'évolution de la situation fait
l'objet d'un suivi. Je ne dispose
pas de chiffres actuels en ce qui
concerne
les
libérations
conditionnelles.
20.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
heb u de vraag gesteld omdat ik daarover een en ander heb gelezen
in de pers, ik meen in De Morgen.
Het komt inderdaad vanuit uw kabinet. De naam Leo De Bock zal u
wel iets zeggen. Hij zit misschien naast u. "Het causaal verband
20.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): J'ai lu dans "De Morgen"
que le porte-parole du ministre a
déclaré que le lien causal entre la
présence massive de policiers
dans la rue pendant l'alerte
CRIV 52
COM 063
15/01/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
tussen de aanwezigheid van veel blauw in de straten naar aanleiding
van het terreuralarm en de lage gevangenispopulatie is niet zeker,
zegt Leo De Bock, woordvoerder van minister van Justitie Jo
Vandeurzen, maar het valt niet uit te sluiten. Vandaar dat wij gevraagd
hebben de daling nader te onderzoeken. De analyse zou eerstdaags
klaar zijn. Het lage cijfer is wellicht het resultaat van meerdere
factoren."
U zegt dat u niets weet van een onderzoek, maar uw woordvoerder
zegt dat er een analyse gemaakt zou worden die eerstdaags klaar zou
zijn. Ik neem aan dat ik veeleer u dan uw woordvoerder mag geloven,
maar...
terroriste et la faible population
carcérale fait l'objet d'une analyse.
Le
ministre
dément
manifestement.
20.04 Minister Jo Vandeurzen: Wat is de tegenspraak?
20.04 Jo Vandeurzen, ministre: Il
n'y a pas de contradiction.
20.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): U zegt dat er helemaal
geen onderzoek daarnaar gevoerd is.
20.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb gezegd dat er geen analyses
beschikbaar zijn op dit ogenblik.
20.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Aucune analyse n'est encore
disponible actuellement.
20.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ze zijn dus lopende? Hoe
dan ook is het interessant om te weten in welke mate dat meer blauw
op straat effectief geleid heeft tot minder aanhoudingen. Dat zou zeer
nuttig zijn.
Ik denk dat ik een deel van het antwoord daarstraks al heb vernomen.
Het gaat over de nieuwe categorie van mensen die nog niet in
aanmerking
komen
voor
elektronisch
toezicht
en
een
strafonderbreking ondergaan.
Dat is een nieuwe categorie. Het gaat om ruim 800 mensen die
eigenlijk nog in de gevangenis zouden moeten zitten. Als we die tellen
bij de 9.600, dan zitten we opnieuw aan het record van ruim 10.000.
Er is in dat geval eigenlijk niet zo veel verbeterd.
Mijnheer de minister, daarom wil ik nogmaals met aandrang vragen
om ervoor te zorgen dat mensen die nog niet voor elektronisch
toezicht in aanmerking komen, in de gevangenis blijven en niet
zomaar, door allerlei noodmaatregelen, op straat worden gezet, want
dat is niet de bedoeling van het elektronisch toezicht.
20.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Quoi qu'il en soit, il serait
utile de savoir quel est le rapport.
Si nous ajoutons à la population
carcérale actuelle la nouvelle
catégorie
de
personnes
qui
n'entrent
pas
encore
en
considération pour la surveillance
électronique elles sont au
nombre de 800 on atteint un
nouveau record. Il n'y a donc
guère de changement puisque
ceux qui ne peuvent pas encore
faire l'objet d'une surveillance
électronique doivent en fait rester
en prison.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.53 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.53 heures.