KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 024
CRIV 52 COM 024
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
14-11-2007
14-11-2007
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de naleving van de taalwetgeving
door de FOD Binnenlandse Zaken" (nr. 144)
1
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le respect de
la législation linguistique par le SPF Intérieur"
(n° 144)
1
Sprekers: Jan Jambon, Patrick Dewael, vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Jan Jambon, Patrick Dewael, vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de administratieve onderzoeken naar
de officiële woonplaats" (nr. 159)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les enquêtes
administratives relatives à des domiciliations"
(n° 159)
3
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de 'Yoseikan Bajutsu Special Police'-
opleiding" (nr. 167)
5
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
formation 'Yoseikan Bajutsu Special Police'"
(n° 167)
5
Sprekers: Christian Brotcorne, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Christian Brotcorne, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de goedkeuring van het nationaal
veiligheidsplan 2008-2011" (nr. 178)
6
Question de M. Stefaan Van Hecke au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'approbation du plan national de sécurité 2008-
2011" (n° 178)
6
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de recente rellen in Sint-Joost-ten-
Node" (nr. 182)
8
Question de M. Bart Laeremans au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les récentes
échauffourées à Saint-Josse-ten-Noode" (n° 182)
8
Sprekers: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bart Laeremans, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nieuwe uitschuifbare wapenstok
waarmee de lokale politie zal worden uitgerust"
(nr. 195)
11
Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la nouvelle
matraque rétractable qui doit équiper la police
locale" (n° 195)
11
Sprekers: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de maatregelen van Binnenlandse
Zaken om koperdiefstallen bij de NMBS tegen te
gaan" (nr. 198)
13
Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
mesures prises par le département de l'Intérieur
pour prévenir les vols de cuivre au détriment de la
SNCB" (n° 198)
13
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
15
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
15
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Zaken over "de Afghaanse asielzoekers in Evere"
(nr. 351)
demandeurs d'asile afghans à Evere" (n° 351)
Sprekers: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de aangekondigde maatregelen in
het kader van het beleid ten aanzien van
illegalen" (nr. 202)
18
Question de M. Raf Terwingen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les mesures
annoncées dans le cadre de la politique menée à
l'égard des illégaux" (n° 202)
18
Sprekers: Raf Terwingen, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Raf Terwingen, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"het
koninklijk
besluit
van
27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk
besluit van 1 december 1975 houdende algemeen
reglement op de politie van het wegverkeer en
van het gebruik van de openbare weg" (nr. 206)
19
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'arrêté royal
du 27 avril 2007 modifiant l'arrêté royal du
1er décembre 1975 portant règlement général sur
la police de la circulation routière et de l'usage de
la voie publique" (n° 206)
19
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het installeren van de Seveso-alarmsystemen"
(nr. 223)
21
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'installation des
systèmes d'alerte Seveso" (n° 223)
21
- mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"het ontbreken van een veiligheidsperimeter
alsook van informatie aan de bevolking van
Welkenraedt in het kader van de zogenaamde
Sevesobedrijven" (nr. 262)
21
- Mme Muriel Gerkens au vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur sur "l'absence de périmètre
de sécurité et d'information à la population de
Welkenraedt dans le cadre des entreprises
'Seveso'" (n° 262)
21
- de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "incidenten in Sevesobedrijven"
(nr. 283)
21
- M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les incidents
Seveso" (n° 283)
21
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Muriel Gerkens,
Bruno Van Grootenbrulle, Patrick Dewael
,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Muriel Gerkens,
Bruno Van Grootenbrulle, Patrick Dewael
,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het opstellen van een actieplan voor
een geïntegreerde aanpak van drugs door de
gerechtelijke politie" (nr. 249)
27
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
développement d'un plan d'action visant une
approche intégrée de la police judiciaire en
matière de stupéfiants" (n° 249)
27
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de bevordering van de secretaresse
van
de
Commissaris-generaal
van
de
geïntegreerde politie" (nr. 336)
29
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la promotion
de la secrétaire du Commissaire général de la
police intégrée" (n° 336)
29
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het bereik van het Astridnetwerk"
(nr. 293)
33
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
couverture du réseau Astrid" (n° 293)
33
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de ontmanteling van de kerncentrale
van Chooz A" (nr. 254)
35
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
démantèlement de la centrale nucléaire de
Chooz A" (n° 254)
35
Sprekers: Georges Gilkinet, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Georges Gilkinet, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nieuwe voetbalcompetitie"
(nr. 267)
37
Question de M. Ludwig Vandenhove au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
nouvelle compétition de football" (n° 267)
37
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Patrick
Dewael
, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Patrick
Dewael
, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
38
- de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"problemen met het Astridsysteem" (nr. 269)
38
- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "des problèmes
concernant le système Astrid" (n° 269)
38
- de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de technische problemen met het
Astridnetwerk in de provincie Henegouwen"
(nr. 280)
38
- M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la panne du
réseau Astrid en province de Hainaut" (n° 280)
38
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Bruno Van
Grootenbrulle, Patrick Dewael
, vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Bruno Van
Grootenbrulle, Patrick Dewael
, vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het moratorium op de uitwijzingen
van vreemdelingen die normaal gezien zouden
worden geregulariseerd" (nr. 289)
42
Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le moratoire
des expulsions des étrangers qui devraient être
régularisés" (n° 289)
42
Sprekers: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de elektronische aangifte van
misdrijven via 'police-on-web'" (nr. 306)
43
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
déclaration électronique de délits par la voie de
'police-on-web'" (n° 306)
43
Sprekers: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de behandeling van klachten van de
bewoners van het open opvangcentrum te
Bovigny dat afhangt van Fedasil" (nr. 263)
45
Question de Mme Muriel Gerkens au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "le traitement
de plaintes émanant des résidents du centre
d'accueil ouvert de Bovigny dépendant de
Fedasil" (n° 263)
45
Sprekers: Muriel Gerkens, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Muriel Gerkens, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTÉRIEUR,
DES AFFAIRES GÉNÉRALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
14
NOVEMBER
2007
Voormiddag
______
du
MERCREDI
14
NOVEMBRE
2007
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.35 uur en voorgezeten door de heer Pieter De Crem.
La séance est ouverte à 10.35 heures et présidée par M. Pieter De Crem.
De voorzitter: Ik wil er de aandacht op vestigen dat de hele procedure ­ de vraagstelling, het antwoord van
de minister, de repliek en eventueel een laatste woord ­ maximaal vijf minuten in beslag mag nemen. Men
heeft vanuit de diensten, vanuit de griffie gevraagd om daarvoor nogmaals uw aandacht te vragen.
01 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de naleving van de taalwetgeving door de FOD Binnenlandse Zaken" (nr. 144)
01 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le respect de la
législation linguistique par le SPF Intérieur" (n° 144)b>
01.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik wil een vraag stellen over het naleven van de
taalwetgeving. Een aantal inwoners van de stad Ronse kreeg onlangs
een Franstalige uitnodiging toegestuurd met betrekking tot de
hernieuwing van hun identiteitskaart.
Ronse is een Vlaamse gemeente met faciliteiten voor Franstaligen.
Volgens ons werd daarmee de taalwetgeving overtreden. Deze
uitnodigingen waren afkomstig van de FOD Binnenlandse Zaken, niet
van het gemeentebestuur, namelijk van de directie Instellingen en
Bevolking en het Rijksregister.
Mijnheer de minister, graag had ik van u een antwoord gekregen op
volgende vragen.
Ten eerste, verstuurt de FOD Binnenlandse Zaken dergelijke
uitnodigingen ook naar de andere faciliteitengemeenten?
Ten tweede, klaarblijkelijk houdt de FOD Binnenlandse Zaken een
officiële inventaris bij van Franstalige inwoners in het Nederlandse
taalgebied. Is hiervoor een wettelijke basis? Waarom doet men dat?
Ten derde, hebt u het schrijven van de heer Marino Keulen van 27
juni 2007 ontvangen? Welk gevolg werd aan deze brief gegeven?
Ten slotte, omwille van het in gebreke blijven van de FOD
Binnenlandse Zaken moet de stad Ronse zelf opdraaien voor de
kosten veroorzaakt door het herdrukken van de uitnodiging, in casu
het in overeenstemming brengen met de wet. Mijn vraag is waarom
01.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA) : Plusieurs habitants de la ville
de Renaix ont reçu récemment
une convocation en français
émanant du SPF de l'Intérieur
pour le renouvellement de leur
carte d'identité. Renaix est une
commune flamande octroyant des
facilités aux francophones. Il s'agit
donc d'une infraction à la
législation linguistique.
Le SPF de l'Intérieur envoie-t-il de
telles convocations à d'autres
communes à facilités également?
En vertu de quelle disposition
légale le SPF de l'Intérieur tient-il
un inventaire officiel des habitants
francophones
en
territoire
flamand? Le ministre a-t-il reçu le
courrier du ministre flamand
M. Keulen datant du 27 juin 2007?
Quelle suite le ministre a-t-il
donnée à ce courrier? Il s'avère
que la ville de Renaix doit assumer
elle-même
les
frais
de
réimpression des convocations.
Pourquoi
une
administration
subordonnée doit-elle supporter
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
een ondergeschikt bestuur moet opdraaien van een fout die werd
gemaakt door de federale overheid.
Pourquoi
une
administration
subordonnée doit-elle supporter
les frais des manquements des
autorités fédérales?
01.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, u
weet waarschijnlijk dat de dienst van het Rijksregister een centraal
bestand
van
identiteitskaarten
bijhoudt.
Naast
andere
informatiegegevens vermeldt dit bestand de taal die de burger voor de
uitgifte van de kaart heeft gekozen, als de burger, zoals in Ronse, een
taalgrensgemeente, een dergelijke keuze heeft.
Er wordt verondersteld dat de gekozen taal, de taal is waarin de
burger wenst dat zijn nieuwe identiteitskaart wordt opgesteld. De
oproepingskaarten opgesteld door de dienst van het Rijksregister aan
de burger om zich bij het gemeentebestuur aan te bieden voor de
uitreiking van een nieuwe kaart of voor de vernieuwing ervan, worden,
in de zin van de gecoördineerde taalwetten, geanalyseerd als een
betrekking die een centrale dienst heeft met een particulier.
Krachtens artikel 41, §1, van de gecoördineerde taalwetten maken de
centrale diensten voor hun betrekkingen met particulieren gebruik van
een van de drie talen ­ Nederlands, Frans of Duits ­ waarvan de
betrokkenen zich hebben bediend.
Kortom, mijn diensten stellen die oproepingskaarten op in de taal van
de te vernieuwen identiteitskaart, zelfs als de burger in de gemeenten
met een bijzonder taalstelsel, zoals de taalgrensgemeenten, voor de
uitgifte van zijn nieuwe kaart kan kiezen tussen het Nederlands en het
Frans.
Dit gezegd zijnde, deel ik u hierbij ook de antwoorden op de door u
gestelde vragen mee.
Ten eerste, aangezien de productie van de nieuwe kaart
gecentraliseerd is, worden de oproepingskaarten voor alle gemeenten
van het koninkrijk opgemaakt door mijn diensten.
Ten tweede, de wettelijke basis van het centrale register van de
identiteitskaarten wordt gevormd door artikel 6bis van de wet van
19 juli 1991
betreffende
de
bevolkingsregisters
en
de
identiteitskaarten, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003. Zoals ik u
heb meegedeeld vermeldt dat register onder andere voor iedere
houder, naast zijn identificatienummer van het rijksregister, de
gevraagde taal voor de uitgifte van de identiteitskaart en het
volgnummer van de kaart.
Ten derde, ik heb de brief van collega Keulen inderdaad ontvangen.
Ik ben van plan om daaraan gevolg te geven rekeninghoudend met
wat ik zonet heb uiteengezet.
Ten vierde, de gemeente Ronse kan ook zelf die oproepingskaarten
drukken op voorwaarde dat zij het Rijksregister daarvan vooraf op de
hoogte brengt. In dat geval zal die dienst de nodige
identificatiegegevens leveren.
De gemeenten die een dergelijke beslissing nemen, moeten evenwel,
in overeenstemming met de rondzendbrief-Peeters van 16 december
01.02 Patrick Dewael, ministre:
Le service du Registre national,
qui
établit
les
cartes
de
convocation pour l'obtention d'une
nouvelle
carte
d'identité
électronique, tient un fichier central
des cartes d'identité. Ce fichier
mentionne notamment la langue
que le citoyen a choisie pour
l'émission de sa carte. Le service
du Registre national considère ces
cartes de convocation comme
relevant d'une relation d'un service
central avec un particulier. Aux
termes de l'article 41, §1
er
des lois
linguistiques
coordonnées,
un
service peut faire usage, pour
entrer en relation avec des
particuliers, de la langue nationale
dont se sont servis les intéressés.
C'est la raison pour laquelle mes
services établissent ces cartes de
convocation dans la langue de la
carte d'identité qui doit être
renouvelée, même si le citoyen
peut choisir entre le néerlandais et
le français.
La production des nouvelles cartes
d'identité est centralisée. Mes
services établissent les cartes de
convocation pour toutes les
communes.
L'article 6bis de la loi du 19 juillet
1991 sur les registres de la
population et les cartes d'identité
constitue la base légale du fichier
central des cartes d'identité. Ce
fichier mentionne le numéro
d'identification au registre national,
la langue choisie par le citoyen
pour l'émission de sa carte et le
numéro d'ordre.
J'ai reçu la lettre du ministre
flamand Marino Keulen et je ne
manquerai pas d'y donner suite,
compte tenu de l'exposé que je
viens de présenter ici.
La commune de Renaix peut
imprimer elle-même les cartes de
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
1997, de daaruit voortvloeiende drukkosten dragen.
Zoals uit mijn uiteenzetting blijkt, kan mijn dienst, mijns inziens, geen
enkele schending van de gecoördineerde taalwetten worden
verweten.
De voorzitter: Mijnheer Jambon, bent u tevreden met dat antwoord?
01.03 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Ja.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
enquêtes administratives relatives à des domiciliations" (n° 159)b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de administratieve onderzoeken naar de officiële woonplaats" (nr. 159)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, en juin 2007, la commune de Frasnes-lez-Anvaing, à la
demande de la Région wallonne, sollicitait le SPF Intérieur pour
qu'une enquête administrative puisse être menée à l'égard de deux
mandataires dont la domiciliation était mise en doute suite à une
plainte d'un autre mandataire. En juillet, cette plainte était reçue par le
SPF Intérieur, un rappel avait été fait par l'administration à la fin du
mois d'août et, n'ayant toujours pas de nouvelle à la mi-octobre 2007,
une polémique bien locale naissait, comme on en connaît, en vous
suspectant de ralentir cette enquête et d'avoir une influence sur le
travail du SPF Intérieur.
Monsieur le ministre, où en est cette enquête?
Avez-vous, vous ou vos services, subi une quelconque pression pour
qu'il y ait un manque de diligence?
Comment ce retard est-il justifié?
Quand des conclusions pourront-elles être tirées de ce dossier?
Je vous remercie.
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
juni 2007 vroeg de gemeente
Frasnes-lez-Anvaing
de
FOD
Binnenlandse
Zaken
een
administratief onderzoek in te
stellen naar twee mandatarissen
aan
wier
woonplaats
werd
getwijfeld na een klacht van een
andere mandataris. De FOD
Binnenlandse Zaken ontving deze
klacht in juli. Toen de gemeente
half oktober 2007 nog steeds
zonder nieuws was, kwam er een
lokale polemiek op gang waarbij u
ervan werd verdacht dit onderzoek
te vertragen.
Hoever
staat
het
met
dit
onderzoek? Is er op u enige druk
uitgeoefend? Welke verklaring is
er voor deze vertraging?
02.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, le 4 juillet 2007, mes services ont effectivement reçu une
requête de la commune de Frasnes-lez-Anvaing. Celle-ci visait à
mener d'urgence une enquête administrative ayant pour objet de
vérifier la réalité de la résidence de deux mandataires communaux
sur son territoire. Le délai moyen d'exécution pour ce genre d'enquête
est de trois mois.
Je puis vous garantir que ni moi-même ni mes services n'avons fait
l'objet d'une quelconque pression en relation avec cette demande
d'enquête. De même, je puis également garantir que, conformément
à la réglementation, mon administration se fonde, pour contrôler
l'effectivité de la résidence d'une personne à un endroit déterminé, sur
des éléments de fait, c'est-à-dire sur la constatation d'un séjour
effectif dans une commune durant la plus grande partie de l'année.
Cette constatation s'effectue notamment sur base du lieu que rejoint
la personne intéressée après ses occupations professionnelles, du
lieu de fréquentation scolaire des enfants, du lieu de travail, des
02.02 Minister Patrick Dewael:
Mijn diensten hebben inderdaad
op 4 juli 2007 een verzoek
ontvangen van de gemeente
Frasnes-lez-Anvaing met de vraag
dringend
een
administratief
onderzoek in te stellen naar de
verblijfplaats op haar grondgebied
van
twee
gemeente-
mandatarissen. De gemiddelde
uitvoeringstermijn voor dit soort
onderzoek
bedraagt
drie
maanden.
Noch op mezelf noch op mijn
diensten werd druk uitgeoefend in
verband met dit verzoek. Om het
daadwerkelijk verblijf van iemand
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
consommations énergétiques et des frais de téléphone, du séjour
habituel du conjoint ou des autres membres du ménage. Il n'est tenu
compte en aucune façon de la fonction qu'occupe la personne pour
donner suite à une telle requête.
J'attire votre attention sur le fait que l'enquête administrative diligentée
suite à une requête de ce type peut entraîner comme conséquence la
déchéance du mandat de conseiller communal reçu de l'électeur, ce
qui touche donc directement au droit fondamental d'être élu. Ces
enquêtes doivent donc être effectuées avec le plus grand soin.
C'est ainsi que notre service juridique a été consulté et cette
consultation a pris un certain temps. Ce service s'est adressé à
l'organe juridictionnel compétent en Région wallonne en matière de
contentieux électoral, à savoir le gouvernement wallon. De l'article 11,
§22, 5
o
du Code wallon de la démocratie locale, il ressort que ce n'est
plus le collège provincial mais bien le gouvernement wallon qui est
désormais compétent pour les litiges portant sur la perte de l'une ou
l'autre condition d'éligibilité des membres du conseil communal.
Une réunion de concertation avec la Direction générale des pouvoirs
locaux de la Région wallonne sera organisée dans les plus brefs
délais afin de préciser la procédure à suivre et de fixer le rôle de tout
un chacun. Dans l'attente des résultats de cette concertation, le
service d'inspection compétent a d'ores et déjà reçu l'instruction de
procéder à une enquête de population. Le rapport de cette enquête
nous sera transmis d'ici la fin de cette semaine. Il sera communiqué
au gouvernement wallon dans les plus brefs délais.
op een welbepaalde plek te
controleren
baseert
mijn
administratie zich, overeenkomstig
de regelgeving, op de vaststelling
van een daadwerkelijk verblijf in
een gemeente gedurende het
grootste gedeelte van het jaar.
Daarbij baseert ze zich op de plek
waarnaar de betrokkene zich na
zijn beroepsactiviteiten begeeft, op
de plek waar de kinderen school
lopen,
de
werkplek,
het
energieverbruik, enz. Er wordt
geen rekening gehouden met de
functie van de betrokkene om in te
gaan op zo'n verzoek.
Vermits
het
administratief
onderzoek dat na dit soort verzoek
wordt ingesteld ertoe kan leiden
dat het door de kiezer verstrekte
mandaat van gemeenteraadslid
vervalt, moet het zo zorgvuldig
mogelijk worden uitgevoerd.
Die dienst heeft zich tot het
rechtsprekend orgaan gewend dat
in het Waals Gewest bevoegd is
voor
verkiezingsgeschillen,
namelijk de Waalse regering.
Overeenkomstig
het
Waalse
Wetboek van de lokale democratie
is het immers niet langer het
provinciecollege, maar wel de
Waalse regering die voortaan
bevoegd is voor de geschillen
betreffende het verlies van een
van
de
verkiesbaarheids-
voorwaarden van de leden van de
gemeenteraad.
Er
zal
binnenkort
een
overlegvergadering
worden
georganiseerd met de "Direction
générale des pouvoirs locaux" van
het Waals Gewest. De bevoegde
inspectiedienst werd al gevraagd
een onderzoek uit te voeren bij de
bevolking, waarvan de resultaten
tegen het eind van deze week
worden ingewacht Ze zullen zo
snel mogelijk aan de Waalse
regering worden overgezonden.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour ce rappel
à la jurisprudence habituelle ainsi qu'à la procédure. Je ne doutais
pas du sérieux de ce travail.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
wilde de ernst van het werk niet in
twijfel trekken.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
formation 'Yoseikan Bajutsu Special Police'" (n° 167)b>
03 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de 'Yoseikan Bajutsu Special Police'-opleiding" (nr. 167)
03.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, je résumerai ma question. À partir de 2001, le Service de
cavalerie de la Réserve générale a pu profiter d'une formation de la
technique "Yoseikan Bajutsu Special Police" qui permet de dispenser
des techniques de self-défense à cheval. Quatre formateurs ont eu la
chance de suivre cette formation qui s'est achevée en février 2004.
Une évaluation positive a été rendue tant en ce qui concerne la
sécurité des cavaliers, accrue par l'application de cet art, qu'en ce qui
concerne les techniques défensives (techniques d'esquive) qui
peuvent apporter une aide appréciable sur le terrain. Les techniques
offensives, en revanche, si elles ont été jugées efficaces,
comportaient selon l'évaluation un risque important de lésions graves.
En principe, à partir de janvier 2005, ces quatre formateurs devaient
commencer à dispenser leur art à d'autres membres de la cavalerie
de manière à les familiariser à l'usage de la sangle d'attache lors de
leurs interventions. Il apparaît cependant que cela s'est limité à
quelques jours depuis janvier 2005; ce qui s'avère insuffisant.
Aujourd'hui, en raison de ce manque de formation efficace, la quasi-
majorité des cavaliers, qui ont pourtant reçu des sangles achetées par
le département, ne les utilisent pas. Seul un nombre réduit de
cavaliers y ont recours.
Mes questions, monsieur le ministre, visent à apprendre l'évolution
que vous comptez donner à ce dossier, les formations qui ont été
effectivement dispensées en 2005, 2006 et 2007, les budgets alloués
notamment à l'achat de sangles, les accidents éventuellement
constatés à l'occasion de l'utilisation ou de l'apprentissage de ces
techniques.
Si je pose la question aujourd'hui, c'est que, le 11 octobre dernier, lors
du jumping Audi sur le site de Tour et Taxis, une démonstration
d'arrestation par des cavaliers ayant suivi cette technique devait avoir
lieu; cependant, il leur aurait été donné l'ordre de ne pas procéder à
l'arrestation avec la technique de la sangle, mais plutôt à pied.
Cela signifie-t-il que la formation prodiguée est insuffisante? Que
l'initiation à cette technique risque d'être abandonnée? Au contraire,
estimez-vous que son intérêt justifierait qu'elle soit davantage
enseignée au bénéfice de nos cavaliers et de leurs différentes
missions?
03.01 Christian Brotcorne
(cdH): De Dienst Cavalerie van de
Algemene Reserve heeft een
opleiding in zelfverdediging te
paard volgens de principes van de
Japanse
krijgskunst
Yoseikan
Bajutsu gevolgd. Die opleiding
werd positief geëvalueerd, zowel
wat de veiligheid van de ruiters als
de
gebruikte
defensieve
technieken betreft.
Vanaf januari 2005 zouden vier
instructeurs die technieken aan de
overige leden van de Dienst
Cavalerie aanleren, zodat ze met
het gebruik van de singel tijdens
hun interventies vertrouwd zouden
kunnen raken. Blijkbaar werd die
opleiding echter tot enkele dagen
beperkt, wat onvoldoende is.
Daardoor gebruikt vrijwel geen
enkele ruiter de singels die door
het
departement
werden
aangekocht.
Welk zal u in dat verband
ondernemen? Werd de opleiding
effectief
verstrekt?
Welke
middelen
werden
daarvoor
uitgetrokken? Welke ongevallen
gebeurden er bij het aanleren of
toepassen van die technieken?
Vindt u die technieken nuttig
genoeg om ze meer aan te leren?
03.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues,
les
techniques
d'esquive
et
défensives
du
"Yoseikan Bajutsu" ainsi que l'équilibre à cheval avec sangles de
retenues ont été intégrés dans la formation fonctionnelle des cavaliers
de police. Il n'existe pas de budget spécifique à ce sujet.
03.02 Minister Patrick Dewael:
De ontwijkings- en verdedigings-
technieken van Yoseikan Bajutsu
en de evenwichtsoefeningen te
paard
met
veiligheidssingels
maken deel uit van de functionele
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Les 200 sangles ont bien été achetées pour un budget de 4.005
euros.
Cette année, on a dénombré neuf chutes ayant entraîné une
incapacité de travail. On ne dispose pas de données concernant
l'ensemble des chutes.
Je répète que, lors de la formation des cavaliers de police, seule
l'utilisation en tant que telle de la sangle et les techniques d'esquive et
défensives du "Yoseikan Bajutsu" sont abordées.
Étant donné notre philosophie de gestion des événements et l'avis
des spécialistes de la cellule "Situations de danger" de la police
fédérale, les techniques offensives, telles que les techniques
d'arrestation, n'ont pas été retenues.
Quant aux accidents à déplorer à l'usage du "Yoseikan Bajutsu"
offensif au sein des services de police étrangers, la police fédérale ne
dispose pas de données.
opleiding van de politieruiters. Op
de begroting is daarvoor evenwel
geen
specifiek
bedrag
uit-
getrokken. De aanvalstechnieken,
zoals bijvoorbeeld de arrestatie-
technieken, werden daarin niet
opgenomen. De 200 singels
werden wel degelijk voor een
bedrag
van
4.005
euro
aangekocht. Dit jaar werden
negen
ruiters
na
een
val
arbeidsongeschikt.
De federale politie beschikt niet
over gegevens in verband met
ongevallen die zich bij offensief
gebruik van die techniek bij de
buitenlandse
politiediensten
zouden hebben voorgedaan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de goedkeuring van het nationaal veiligheidsplan 2008-2011" (nr. 178)
04 Question de M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'approbation du plan national de sécurité 2008-2011" (n° 178)b>
04.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het nationaal veiligheidsplan 2004-2007 loopt
binnen enkele weken op zijn einde. Een dergelijk plan beschrijft de
prioriteiten die de regering voor de komende vier jaar heeft
vastgelegd.
Het is evident dat de huidige regering van lopende zaken de bedoelde
prioriteiten nu niet of heel moeilijk kan bepalen.
Dat heeft tot gevolg dat de bevoegde diensten slechts naar de
prioriteiten van het plan 2008-2011 kunnen speculeren, terwijl nu
reeds in materiaal en personeel moet worden geïnvesteerd, om de
continuïteit van de politiediensten te waarborgen. Ook andere niveaus
kunnen gevolgen van het uitblijven van het plan ondervinden, niet het
minst de lokale politiezones, die noch hun eigen veiligheidsplan noch
hun budget kunnen vastleggen, zonder dat zij de federaal bepaalde
prioriteiten kennen.
Mijnheer de minister, daarom kreeg ik graag een antwoord op de
volgende vragen.
Welke dringende maatregelen denkt u vandaag te kunnen nemen ter
voorbereiding van de uitwerking en goedkeuring van het volgende
nationaal veiligheidsplan? Op welke basis werken de diensten
momenteel?
Is het nu denkbaar de prioriteiten te benoemen die zeker in het plan
2008-2011 zullen worden opgenomen? Welke proriteiten zouden dat
dan kunnen zijn?
04.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!):
Le
plan
de
sécurité national 2004-2007 arrive
à
échéance
dans
quelques
semaines.
Un
gouvernement
chargé des affaires courantes peut
difficilement définir des priorités,
mais cette situation est de nature
à perturber le bon fonctionnement
des services de police. Ceux-ci en
sont réduits à spéculer sur les
nouvelles priorités alors qu'il faut
investir dès maintenant dans les
effectifs et dans le matériel. Les
zones de police locales ne
peuvent définir ni leur plan de
sécurité ni leur budget.
Le ministre peut-il prendre à
l'heure actuelle des initiatives pour
préparer l'élaboration du prochain
plan de sécurité national?
Sur quelle base les services de
police fonctionnent-ils aujourd'hui?
Connaissent-ils déjà les priorités
qui seront consignées dans le
prochain plan de sécurité?
Quelles conséquences la situation
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Ten derde, welke instructies hebt u gegeven, opdat de ongemakken
voor de periode van onduidelijkheid zo beperkt mogelijk blijven? Wat
is in het bijzonder de houding van de lokale politie ten aanzien van
een veiligheidsplan?
In welke mate verhindert de situatie de totstandkoming van
samenwerkingsakkoorden met politiediensten van andere lidstaten?
actuelle a-t-elle sur le fonction-
nement des zones de police
locales et sur la conclusion
d'accords de coopération avec des
services de police étrangers?
04.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
nationaal veiligheidsplan 2004-2007, dat op de Ministerraad van
20 maart 2004 werd goedgekeurd, loopt inderdaad op 31 december
2007 ten einde. Een nieuw plan moet dus worden vastgelegd, en wel
voor de periode 2008-2011.
Het spreekt voor zich dat de regering van lopende zaken het nieuwe
plan niet kan goedkeuren. Het spreekt ook voor zich dat noch ikzelf
noch collega Onkelinx van Justitie ons voor een volgende regering
kunnen engageren door nu al bepaalde prioriteiten of doelstellingen
voorop te stellen.
Ik deel uw bezorgdheid. Er kan maar beter snel een nieuwe regering
komen, opdat de prioriteiten en de strategische en budgettaire
doelstellingen van de politiediensten voor de komende jaren kunnen
worden vastgelegd.
De politiediensten nemen alleszins de nodige voorbereidingen om een
nieuw nationaal veiligheidsplan op te stellen op basis van de
beleidsgegevens waarover de federale politie beschikt. De wet
bepaalt namelijk dat de federale politie het nationaal veiligheidsplan
voorbereidt. De nieuwe ministers zullen kennis nemen van al het
voorbereidende werk dat al werd gepresteerd. De politie weet, meer
dan andere diensten, welke fenomenen uit de cijfers naar voren
komen. Ik herhaal echter dat het aan de nieuwe regering is om de
prioriteiten van aanpak vast te leggen.
De vierjaarlijkse, zonale veiligheidsplannen moeten pas opnieuw
tegen begin 2009 worden vastgelegd. De huidige, zonale plannen
lopen, anders dan het nationale plan, over de periode 2005-2008.
Ik wil er ook op wijzen dat een dergelijk veiligheidsplan geen statisch
gegeven is. Het legt de strategische doelstellingen vast, die op hun
beurt in jaarlijkse actieplannen worden vertaald.
Samen met het criminaliteitsbeeld kunnen de veiligheidsplannen
evolueren, zo werd bijvoorbeeld de aanpak van het fenomeen
rondtrekkende dadergroepen door de regering geactualiseerd in
maart jongstleden. Ik ga ervan uit dat deze aanpak ook door een
volgende regering kan worden gedragen.
De politiediensten kunnen dus verder werken op basis van de huidige
plannen. Dat geldt trouwens ook voor de internationale
politiesamenwerking. Onlangs heeft de federale politie nog een
samenwerkingsakkoord afgesloten met de Albanese collega's.
Op het internationale vlak zal 2008 een belangrijk jaar worden. Het
Verdrag van Prüm, het zogenaamde Schengen III-verdrag moet
namelijk volgend jaar worden geïmplementeerd.
04.02 Patrick Dewael, ministre:
Le plan de sécurité national 2004-
2007 arrive, en effet, à échéance
le 31 décembre 2007 et un
nouveau plan doit donc être établi
pour la période 2008-2011. Il va de
soi que l'actuel gouvernement, qui
est chargé des affaires courantes,
ne peut pas définir ce nouveau
plan parce qu'il ne peut pas
prendre d'engagements pour le
prochain gouvernement. Il est
exact, dès lors, qu'il serait bon de
constituer rapidement un nouveau
gouvernement pour pouvoir
définir les priorités et les objectifs
stratégiques et budgétaires pour
les quatre années à venir.
Les services de police préparent
actuellement l'élaboration d'un
nouveau plan national de sécurité
sur
la
base
des
données
stratégiques dont dispose la police
fédérale. Cette méthode est
définie dans la loi sur la police
intégrée.
Le
nouveau
gouvernement
pourra
ainsi
prendre connaissance de ce
travail préparatoire avant de définir
ses nouvelles priorités.
Au contraire des plans nationaux
de sécurité, les plans de sécurité
quadriennaux mis en place au
niveau des zones ont encore cours
jusqu'à la fin 2008 et ne devront
dès lors être redéfinis que début
2009.
Le plan de sécurité n'est pas une
donnée statique. Il évolue en
même temps que la criminalité.
Ainsi, la lutte contre le phénomène
des bandes itinérantes a fait l'objet
d'une nouvelle actualisation en
mars 2007. Je suppose que le
prochain gouvernement adoptera
également ce type d'approche.
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Les services de police peuvent
continuer leur travail sur la base
des plans de sécurité actuels. Il en
va de même de la collaboration
internationale. Sur ce plan, l'année
prochaine
sera
une
année
capitale, puisque c'est en 2008
que le traité de Prüm, également
appelé Schengen III, doit être mis
en oeuvre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de recente rellen in Sint-Joost-ten-Node" (nr. 182)
05 Question de M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les récentes
échauffourées à Saint-Josse-ten-Noode" (n° 182)b>
05.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, een
militair incident in Koerdistan waarbij enkele doden vielen heeft de
Turkse gemeenschap in ons land zeer sterk opgejut de voorbije
weken. Dat heeft men onder meer gemerkt in Sint-Joost in Brussel.
Dit heeft geleid tot regelrechte aanvallen op Armeniërs en Koerden,
mensen die volstrekt onschuldig waren en met die moeilijkheden niets
te maken hadden. Zij werden werkelijk geviseerd. Zo werd onder
meer de inboedel van een Iraaks-Armeens café helemaal vernield.
Volgens de uitbater trad de politie op geen enkel moment op. Ik lees
bijvoorbeeld ook in De Morgen van die periode dat een deskundige,
Marlies Carlier, daarover verklaart: "Wat me vooral opvalt aan de hele
zaak is het lakse optreden van de overheid. Geen van de
relschoppers werd opgepakt door de politie. Ook bij vroegere rellen
werden ze ongemoeid gelaten. Zolang er geen eerlijk onderzoek
gevoerd wordt naar wie er achter het geweld zit, blijft de
voedingsbodem voor de rellen bestaan". Amper twee dagen later, op
woensdagavond 24 oktober, zijn er zware rellen geweest met 800
Turkse jongeren die een spoor van vernieling hebben getrokken door
Schaarbeek en Sint-Joost. Ik citeer even uit Het Laatste Nieuws:
"Relschoppers vernielden ruiten, beschadigden wagens en stichtten
brandjes. 15 agenten raakten gewond. Ze vernielden de ruiten van
een bus en een Koerdische muziekwinkel en beschadigden enkele
auto's. De ramen van drie trams werden met stenen ingegooid. Een
reiziger werd gewond door glasscherven. Een trambestuurder werd in
shock naar het ziekenhuis gebracht". Enzovoort, enzovoort... Dat is
toch allemaal zeer ernstig.
Wat opviel in heel het verhaal is dat zeer lang ­ ik denk zelfs de hele
tijd ­ de ambassade geen enkel signaal heeft gegeven om de zaken
te kalmeren. Integendeel, ik las in De Morgen dat een Turkse
journalist zelf zei: "Ook de Turkse ambassade doet mee aan die
opjutpraktijken. De ambassadeur in Brussel zei tegen de jongeren:
"Blijf provoceren, laat je niet stoppen." Dat zei de Turkse journalist.
Die Turkse journalist was enkele dagen voordien omwille van zijn
kritische houding in elkaar geslagen. Nadien, na het interview, heeft
hij de weblog stopgezet omwille van de intimidatie en de bedreigingen
van zijn familie. Dat is toch allemaal zeer ernstig, mijnheer de
minister.
05.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le mois dernier, des
incidents impliquant des migrants
turcs se sont produits dans
plusieurs communes bruxelloises.
À la suite d'un incident militaire
survenu entre l'armée turque et
des rebelles kurdes, de jeunes
turcs
ont
provoqué
des
affrontements visant essentielle-
ment des commerces kurdes et
arméniens.
Ainsi,
lors
des
échauffourées du 21 octobre à
Saint-Josse-ten-Noode, le mobilier
d'un café irako-arménien a été
entièrement détruit. L'intervention
de la police locale a manqué
singulièrement de fermeté, comme
l'a signalé le quotidien "De
Morgen"
notamment.
Les
agitateurs n'ont généralement pas
été inquiétés. Le 24 octobre,
Schaerbeek était également le
théâtre
d'importantes
échauf-
fourées impliquant environ huit
cents jeunes turcs.
L'ambassade turque n'a pas jugé
nécessaire
d'intervenir
pour
calmer les esprits; selon un
journaliste
bruxellois
d'origine
turque, l'ambassade a plutôt joué
un rôle subversif. Ce journaliste a
d'ailleurs été récemment roué de
coups pour avoir exprimé une
opinion
manifestement
trop
critique aux yeux de certains.
Le ministre peut-il fournir des
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Ik heb dan ook een aantal vragen. Kunt u uitleg geven bij de feiten
van toen? Om hoeveel geweldenaars ging het specifiek op
22 oktober? Kent de politie hun identiteit? Werden er mensen
aangehouden in de loop van de dag? Welke inspanningen werden
gedaan om de daders te vinden?
Ten tweede, was de politie in de buurt op het moment van de feiten?
Klopt het dat de politie niet tussenbeide kwam? Zijn er ter zake
instructies gegeven? Welke initiatieven werden er genomen om
nieuwe incidenten te voorkomen? Werden potentiële doelwitten
beschermd?
Mijn laatste vraag, het is duidelijk dat de anti-Amerikaanse en anti-
Koerdische stemming wordt aangepord. Heeft de minister weet van
welke individuen of groepen zich hiermee bezighouden? Welke
initiatieven kunnen er worden genomen om dit soort stemmingmakerij
tegen te gaan?
Mijn vraag dateert van 22 oktober. Ik zou er nog een vraag aan willen
toevoegen. Hebt u weet van de houding van de ambassade? Werden
er stappen gezet bij de Turkse ambassade om dit soort toestanden in
de toekomst niet meer mee te maken?
explications sur les affrontements
du mois passé? Est-il exact que la
police a fait preuve d'un laxisme
évident? Des instructions ont-elles
été données en ce sens?
Quelles
initiatives
seront-elles
prises pour empêcher que de tels
incidents se reproduisent?
Le
ministre
sait-il
quelles
personnes
ou
groupes
de
personnes sont à la base de cette
manipulation? Que pense-t-il de
l'attitude de l'ambassade turque?
05.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Laeremans, de incidenten en de manifestaties van de voorbije weken
zijn effectief een gevolg van groeiende spanningen tussen de Turkse
en de Koerdische gemeenschap. Ook de gevoeligheid van de
Armeense kwestie speelt hierin een belangrijke rol.
Ik ga niet in op de internationale dimensie van dat probleem. Ik meen
dat u mij ondervraagt in mijn hoedanigheid van minister van
Binnenlandse Zaken. Het is begrijpelijk dat spanningen ook in ons
land leven, gelet op de grote Turkse, Koerdische en Armeense
gemeenschappen in ons land, zeker in de Brusselse regio. Die
gemeenschappen hebben uiteraard het recht om te betogen, als zij
daarvoor een toelating van de plaatselijke autoriteiten krijgen. Daden
van geweld en vandalisme kunnen uiteraard niet worden getolereerd.
Ik hoop dat de gerechtelijke autoriteiten de aanstokers en de daders
van zulke agressie kunnen detecteren en vervolgen.
Op het vlak van de handhaving van de openbare orde en rust werden
alvast de nodige voorzorgsmaatregelen genomen. De inspanningen
van de Belgische politie- en inlichtingendiensten worden verhoogd.
Het crisiscentrum van de regering coördineert deze inspanningen, in
overleg met onder meer het departement Buitenlandse Zaken. Deze
coördinatie gebeurt op basis van informatie die zowel vanuit het
binnenland als het buitenland bij OCAD, het Coördinatieorgaan voor
de Dreigingsanalyse, wordt verzameld. Zo werd ook de beveiliging
van potentiële Turkse, Koerdische en Amerikaanse doelwitten
opgevoerd over het hele grondgebied en in het bijzonder in de
Brusselse agglomeratie, in Luik en in Antwerpen. Voor de
manifestaties die de voorbije dagen en weken plaatsvonden,
verzekerden de plaatselijke autoriteiten en politiediensten de
openbare ordehandhaving, in de eerste plaats via overleg met de
organisatoren en de gemeenschappen, maar ook met verhoogd
politietoezicht, met steun van de federale politie.
05.02 Patrick Dewael, ministre:
Les incidents et les manifestations
de
ces
dernières
semaines
résultent de tensions croissantes
entre les communautés turque et
kurde
en
Turquie.
Il
est
compréhensible que ces tensions
se manifestent également au sein
de ces deux communautés dans
notre
pays.
Celles-ci
ont
évidemment le droit de manifester,
moyennant
l'autorisation
des
autorités locales. Les actes de
violence et de vandalisme doivent
cependant
être
sévèrement
sanctionnés. J'espère que la
justice démasquera et poursuivra
les instigateurs et les auteurs de
ces agressions.
Les
mesures
de
précaution
nécessaires pour le maintien de
l'ordre public ont bien été prises.
Les efforts des services de police
et de renseignements ont été
intensifiés et coordonnés par le
centre de crise du gouvernement
fédéral, en concertation avec le
département de l'Intérieur. La
coordination s'effectue sur la base
de renseignements recueillis au
sein de l'Organe de coordination
pour l'analyse de la menace
(OCAM). La surveillance de cibles
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Het merendeel van deze manifestaties verliep incidentloos dankzij
inspanningen vanuit de gemeenschappen zelf. Bij een aantal
optochten bleken aanhoudingen effectief noodzakelijk. Zo waren er
tijdens de manifestatie ­ ik geef u de cijfers ­ in Brussel op 24 oktober
95 aanhoudingen, waarvan 8 gerechtelijke. Tijdens de manifestatie in
Brussel op 27 oktober waren er 26 aanhoudingen, waarvan 4
gerechtelijke. Bij de laatste manifestatie van zaterdag 3 november
waren er 16 bestuurlijke aanhoudingen en 1 gerechtelijke. Voor
baldadigheden en agressie moeten wij een zerotolerantiebeleid
voeren.
De feiten in uw vraag dateren inderdaad van de nacht van zondag 21
op maandag 22 oktober. Die zondagavond vond omstreeks 21.15 uur
een samenscholing plaats van ongeveer 100 à 150 personen in de
straten van Sint-Joost met de intentie naar de Amerikaanse
ambassade te gaan. De betogers begaven zich nadien via de Turkse
ambassade en het Turks cultureel centrum terug naar het
Houwaertplein in Sint-Joost. Na de ontbinding van de stoet trok een
50-tal personen door de Liedekerkestraat, waar er een
drinkgelegenheid is gevestigd die uitgebaat wordt door een persoon
van Armeense nationaliteit.
Totaal onverwacht werd die zaak geviseerd en werden op zeer korte
tijd vernielingen aangericht. De aandacht van de ordediensten ging op
dat moment vooral uit naar de bescherming van een aantal
Koerdische gebouwen in de buurt. De politiemensen die de groep
begeleidden, hebben tevergeefs geprobeerd om tussenbeide te
komen. Daarbij is ook een politieambtenaar licht gekwetst geraakt. De
politiereserve bevond zich vlakbij en heeft snel ingegrepen met de
steun van een sproeiwagen. Daarna is de rust teruggekeerd. Een
gerechtelijk onderzoek ter identificatie van de mogelijke daders is
bezig, onder meer met behulp van beeldmateriaal.
potentielles ­ turques, kurdes et
américaines ­ a été intensifiée sur
l'ensemble du territoire belge, plus
particulièrement à Bruxelles, à
Liège et à Anvers.
Lors des manifestations des
dernières semaines, le maintien
de l'ordre a été assuré par la
police locale, notamment par le
biais d'une concertation avec les
organisateurs et d'une surveillance
accrue, avec le soutien de la
police fédérale. La plupart des
manifestations se sont déroulées
sans problème, notamment grâce
aux efforts fournis par les
communautés elles-mêmes. Il a
toutefois été procédé à des
arrestations lors de certaines
manifestations à Bruxelles, à
savoir
95
arrestations
le
24 octobre, dont 8 judiciaires, 26 le
27 octobre, dont 4 judiciaires et 16
le 3 novembre, dont une judiciaire.
La tolérance zéro doit être
appliquée à l'égard des actes de
vandalisme et des agressions.
Lors des échauffourées des 21 et
22 octobre,
les
manifestants
s'étaient d'abord rassemblés dans
les rues de Saint-Josse, dans le
but de rejoindre l'ambassade
américaine.
Ils
ont
ensuite
regagné Saint-Josse en passant
par l'ambassade turque et le
centre culturel turc. Après la
dislocation de la manifestation,
une cinquantaine de personnes
ont poursuivi leur marche dans les
rues, saccageant au passage le
café d'un exploitant arménien. À
ce moment-là, les services d'ordre
s'attelaient surtout à protéger les
bâtiments kurdes dans le quartier.
Les
agents
de
police
qui
encadraient ce petit cortège ont
tenté en vain d'intervenir et un
agent a été blessé légèrement. La
réserve policière a alors réagi en
utilisant l'arroseuse et le calme a
rapidement
été
rétabli.
Une
enquête judiciaire est en cours en
vue d'identifier les auteurs sur la
base du matériel vidéo.
05.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, 05.03 Bart Laeremans (Vlaams
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
mijnheer de minister, u zegt dat het begrijpelijk is dat dit bij ons voor
spanningen zorgt. Ik heb daar toch heel wat bedenkingen bij. De
incidenten in Koerdistan zijn relatief beperkt. Er zijn enkele doden
gevallen, maar dat is verre van een echte oorlog. Toch moeten wij
vaststellen dat in de straten, zeker in Brussel, overal levensgrote
vlaggen aan elke Turkse gevel verschijnen en dat er een hetze tegen
Koerdische en Armeense mensen ontstaat. Dat is werkelijk
buitensporig. Daarop zou veel sneller en alerter moeten worden
gereageerd, zeker wanneer blijkt, uit persartikelen en wellicht ook uit
informatie die u zelf ontvangt, dat de Turkse ambassade een rol in dit
hele verhaal speelt. Ik heb deze vraag later toegevoegd, maar er
zouden toch minstens ook nu nog stappen moeten worden
ondernomen en moeten worden onderzocht wat hier van aan is. Deze
journalist is hierover heel expliciet. Uw diensten zouden hem daarover
minstens moeten kunnen ondervragen.
Voorts ben ik zeer bezorgd dat kritische houdingen ten opzichte van
Turkije en de Turken in de kiem worden gesmoord. Een van de
weinige Turkse journalisten die hierover kritisch durft schrijven, wordt
door een bende heethoofden afgeranseld. Nadien wordt hij er zelfs
toe gebracht zijn blog te stoppen en zijn journalistieke activiteiten in dit
land - hij werkt ook nog voor buitenlandse kranten -, terug te
schroeven. Dat is een zeer gevaarlijke evolutie. Ik wil u dan ook
vragen, mijnheer de minister, om met die journalist contact op te
nemen en de nodige initiatieven te nemen om de persvrijheid ook in
dit dossier te waarborgen.
Belang): Pour le ministre, il est
compréhensible que la situation
crée des tensions en Belgique.
Les incidents au Kurdistan sont
toutefois
relativement
limités.
Dans les rues de Bruxelles, des
drapeaux
turcs
fleurissent
néanmoins à chaque façade et la
population kurde et arménienne
est la cible d'une campagne de
dénigrement.
Tout
cela
est
démesuré. Il conviendrait de réagir
avec bien plus de fermeté, surtout
s'il s'avère que l'ambassade
turque joue un rôle dans cette
situation, comme l'affirme un
journaliste. Ce dernier devrait à
tout le moins être interrogé à ce
sujet.
Un journaliste turc qui relate les
incidents d'une plume critique a
été passé à tabac, a dû fermer son
blog et réduire ses activités en
Belgique. Le ministre doit prendre
des initiatives pour garantir la
liberté de la presse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la nouvelle
matraque rétractable qui doit équiper la police locale" (n° 195)b>
06 Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de nieuwe uitschuifbare wapenstok waarmee de lokale politie zal worden uitgerust" (nr. 195)
06.01 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, l'article 4 de l'arrêté
royal du 3 juin 2007 relatif à l'armement de la police intégrée prévoit
que les services de police disposeront à l'avenir d'une arme de frappe
droite rétractable, autrement dit d'une matraque rétractable.
Conformément aux dispositions prévues aux articles 22 à 24 de cet
arrêté royal, une commission "Armement" au sein de la police
fédérale a été chargée de choisir le type de bâton de police qui
équiperait le personnel opérationnel. Je la suppose composée de
spécialistes en la matière.
Personnellement, j'estime de prime abord que cette arme est
dangereuse vu le matériau utilisé pour sa confection. Ce danger
concerne à la fois le personnel de police et les personnes qui devront
être maîtrisées à l'aide de cette arme. J'ai d'ailleurs reçu de
nombreux témoignages de policiers de terrain qui vont dans ce sens.
En outre, le coût est assez élevé, notamment pour les zones de
police. Pour ma zone de police, qui est petite, cela représente un peu
plus de 8.000 euros.
Pour étayer mon propos, monsieur le ministre, je me suis permis
d'apporter la matraque en question. Je vais vous montrer son
fonctionnement. (M. Thiébaut actionne le mécanisme.)
06.01 Eric Thiébaut (PS): De
politiediensten zullen voortaan met
een
uitschuifbare
wapenstok
worden uitgerust. Ik veronderstel
dat de commissie Bewapening die
bij de federale politie werd
opgericht en dit type wapenstok
heeft verkozen, uit deskundigen is
samengesteld.
Vooreerst is dit wapen gevaarlijk
door het materiaal waaruit het is
vervaardigd. Bovendien is het
nogal duur ­ voor mijn tamelijk
kleine
politiezone
hangt
er
bijvoorbeeld een prijskaartje van
ruim 8.000 euro aan vast.
Zal er een specifieke opleiding
worden georganiseerd? Welke
richtlijnen en technische normen
zijn van toepassing op dit soort
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
C'est un engin plutôt rigide, en acier, que mes policiers ont peur
d'utiliser. Or, cette utilisation a été imposée à tous les policiers de
Belgique.
Je me permets donc de vous poser la question. Je voudrais savoir si
des formations sont prévues. Je voudrais ajouter à ce sujet que cette
matraque m'a été prêtée par un formateur qui m'a dit qu'il s'agissait
d'une arme formidable. Seulement, le formateur saura l'utiliser mais je
ne suis pas certain que le petit agent de quartier dans nos petits
villages sera tout aussi apte à l'utiliser. Vous pouvez l'examiner si
vous le voulez, vous me la rendrez à la fin de la réunion.
Je voudrais savoir également quelles directives et normes techniques
vous avez fixées pour ce type d'armement. Une évaluation de son
usage est-elle prévue? Pourriez-vous m'expliquer son coût? Je crois
qu'il s'agit de 90 ou 100 euros pièce.
bewapening? Zal het gebruik van
dit wapen worden geëvalueerd?
Kan u meer inlichtingen geven
over de stukprijs?
06.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur Thiébaut, quand vous
parliez de formateurs, je suppose qu'il était question de formation
policière, n'est-ce pas? Je plaisante.
Monsieur le président, chers collègues, tout d'abord, je tiens à
signaler que la demande de la matraque rétractable émanait
principalement de la police locale. De nombreux corps de l'ex-police
communale possédaient déjà, en vertu de l'arrêté royal du
10 avril 1995 réglant l'armement de la police communale, des
matraques rétractables pour son personnel exerçant ses missions à
vélo, à moto, en civil ou pour les maîtres-chiens. Ces personnels
suivaient pour cela une formation spécifique.
Le choix de la matraque rétractable comme arme de frappe
individuelle résulte d'une proposition d'un groupe de travail
"Armement", créé spécialement pour ce faire. Ce groupe était
composé de policiers de la police locale et de la police fédérale, de
représentants des organisations syndicales, ainsi que d'un formateur
d'une école de police. Ensuite, l'arrêté royal, sous sa forme de projet,
a été visé par tous les interlocuteurs concernés: police fédérale,
commission permanente de la police communale et organisations
syndicales.
Le groupe de travail a opté pour le choix unique d'une matraque
rétractable droite, car celle-ci correspond mieux aux attentes du
personnel de terrain. Cette matraque peut être emportée et reste
donc utilisable à tout moment; j'ignorais que vous nous en amèneriez
un exemplaire. Dans un véhicule, la matraque droite est souvent
rangée dans un vide-poches latéral par les chauffeurs des véhicules.
De par son faible encombrement, la matraque droite rangée dans son
étui diminue l'impression d'agressivité présentée par cet objet.
Depuis plusieurs années déjà, il existe une formation à ce type de
matraque. Elle est dispensée dans toutes les écoles de police. De
plus, l'agent doit ensuite être régulièrement entraîné à son emploi. Il
lui appartient en premier lieu, après avoir reçu la formation adéquate,
de respecter celle-ci lors de l'usage de la matraque.
Venons-en aux normes. Des projets de normes "armement" ont été
rédigés par des spécialistes en la matière, puis soumis à l'avis de la
06.02 Minister Patrick Dewael:
De vraag naar een uitschuifbare
wapenstok ging uit van de lokale
politie.
De werkgroep "bewapening" die
de wapenstok gekozen heeft, was
samengesteld
uit
lokale
en
federale
politieambtenaren,
vertegenwoordigers
van
de
vakbondsorganisaties
en
een
lesgever uit een politieschool. Het
ontwerp van koninklijk besluit werd
voor advies aan alle betrokken
gesprekspartners voorgelegd.
De keuze van een rechte
uitschuifbare
wapenstok
beantwoordde het meest aan de
verwachtingen
van
het
operationele personeel: hij kan in
alle omstandigheden gedragen
worden en geeft niet zo'n
agressieve indruk.
Voor dat soort wapenstok wordt er
al sinds meerdere jaren een
opleiding aangeboden.
Deskundigen
hebben
normprojecten
opgesteld
die
vervolgens voor advies werden
voorgelegd aan de commissie
politiebewapening,
de
vaste
commissie van de lokale politie, de
leiding van de federale politie en
de vakbondsorganisaties. De norm
werd reeds op de website van de
federale politie geplaatst.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
commission de l'armement policier. Ces normes sont à chaque fois
soumises à l'avis de la commission permanente de la police locale,
des autorités de la police fédérales, ainsi qu'aux organisations
syndicales. La norme de la matraque se trouve déjà sur le site de la
police fédérale.
Si, lors de l'utilisation sur le terrain, des incidents se présentaient,
pouvant remettre en cause l'emploi de ce type de matraque, le
problème serait alors soumis à la commission d'armement policier.
Pour ce type de matraque, la police fédérale a eu recours à un
marché public accessible aux zones de police locale. Le coût par
matraque est de 45 euros. Si une zone achète cette matraque de sa
propre initiative, le prix sera probablement supérieur, à qualité égale,
à celui obtenu par la police fédérale.
Indien er zich incidenten zouden
voordoen, zal de problematiek aan
de commissie politiebewapening
worden voorgelegd.
Voor dat type wapenstok bestaat
er een overheidsopdracht waar de
lokale politiezones gebruik van
kunnen maken. De stukprijs
bedraagt 45 euro. Als een zone
zelf tot een aankoop overgaat, zal
de prijs ongetwijfeld hoger liggen.
06.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je ne suis pas tout à
fait rassuré mais je pense que maintenant, vous êtes sensibilisé à
certains problèmes. Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de maatregelen van Binnenlandse Zaken om koperdiefstallen bij de NMBS tegen te gaan"
(nr. 198)
07 Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
mesures prises par le département de l'Intérieur pour prévenir les vols de cuivre au détriment de la
SNCB" (n° 198)b>
07.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, sinds 2005 zijn de koperdiefstallen bij het spoor enorm
toegenomen. In de commissie voor de Infrastructuur werd enkele
weken geleden meegedeeld dat er op twee jaar tijd 252 kilometer
kabel werd gestolen.
De problemen bij het spoor door de koperdiefstallen zijn sinds 2005
ook enorm toegenomen. Enkel tijdens de eerste negen maanden van
dit jaar werden 45 treinen afgelast en liep de spoorregeling forse
vertragingen op. Naar aanleiding van de problematiek van die
diefstallen aan de spoorweginfrastructuur werd er op 22 oktober
overleg gepleegd tussen de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven,
Binnenlandse Zaken, de NMBS en Infrabel. Er werd een coördinator
aangesteld die de diefstallen opvolgt. Eveneens werd er meegedeeld
dat er maatregelen komen die de veiligheid aan het spoor moeten
garanderen in geval van diefstal. Gelet op de professionele
bekwaamheid van de criminelen is men een onderzoek gestart naar
het daderprofiel.
Eind oktober heeft de politie in Hasselt twee Europese benden
opgerold die samen voor 2,5 ton hadden gestolen. Eerder had de
federale politie meegedeeld dat het merendeel van de daders van het
fenomeen uit Oost-Europa afkomstig zou zijn. De koperdiefstallen zijn
een internationaal fenomeen. De landen die ons omringen, worden er
ook mee geconfronteerd. Koperdiefstal brengt blijkbaar meer op dan
een bankoverval of een overval op een goed beveiligd geldtransport.
Het gevaar is niet denkbeeldig dat de bendes die zich bezighouden
met koperdiefstallen, zich verder zullen professionaliseren en dat we
07.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Depuis 2005, le
nombre de vols de cuivre à la
SNCB
est
en
constante
augmentation. Une concertation
entre le secrétaire d'État M.
Tuybens, l'Intérieur, la SNCB et
Infrabel a eu lieu le 22 octobre
2007. À la SNCB, un coordinateur
a été chargé du suivi des dossiers
de vol de cuivre et des mesures
ont été prises pour garantir la
sécurité ferroviaire en cas de vol.
Une investigation portant sur le
profil des auteurs de ces faits a
été diligentée en raison de leur
professionnalisme.
Où en est cette investigation? Ces
vols présentent-ils des similitudes
avec les vols de cuivre commis à
l'étranger? Est-il procédé à des
échanges d'informations entre
notre pays et ces pays étrangers?
Est-il exact que certains de ces
criminels sont d'anciens cheminots
des pays d'Europe de l'Est? Quels
moyens
le
département
de
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
nog vaak met het fenomeen zullen worden geconfronteerd.
Hoever is het onderzoek naar het daderprofiel gevorderd?
Ziet de minister gelijkenissen met koperdiefstallen in het buitenland?
Wordt hierover informatie uitgewisseld? Is de informatie correct dat
een aantal van die criminelen hun ervaring heeft opgedaan in een
eerder beroepsleven aan de spoorwegen in Oost-Europa?
Welke middelen zet Binnenlandse Zaken in om de diefstallen tegen te
gaan?
l'Intérieur met-il en oeuvre pour
lutter contre ces vols?
07.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, uit
gegevens van de federale politie blijkt dat we te maken hebben met
verschillende daderprofielen, meer in het bijzonder met kleine lokale
criminelen, met georganiseerde zigeunergroepen uit grootsteden
langs de Franse grens en met Oost-Europese dadergroeperingen.
De federale politie is door Securail geïnformeerd dat vroegere
werknemers worden ingeschakeld die ervaring hebben opgedaan in
een eerder leven aan de spoorwegen in Oost-Europese landen.
Diefstallen ten nadele van de NMBS vertegenwoordigen 20% van het
totale aantal metaaldiefstallen in ons land. Voor het overige plegen de
daders diefstallen op alle mogelijke plaatsen waar metalen te vinden
zijn,
zoals
bouwwerven,
nutsbedrijven
en
uiteraard
ook
metaalverwerkende bedrijven.
Wat koperdiefstallen bij de NMBS aangaat, bestaan er inderdaad
gelijkenissen met diefstallen ten nadele van spoorwegmaatschappijen
in het buitenland.
Informatie daarover wordt uitgewisseld in de werkgroep
Koperdiefstallen van Railpol, het netwerk van de korpsen van de
spoorwegpolitie van 9 Europese landen, waar ons land deel van
uitmaakt. De strijd tegen metaaldiefstallen kadert in de globale
aanpak van de rondtrekkende dadergroeperingen. In maart
jongstleden ­ ik zei het daarnet al ­ heeft de regering het fenomeen
metaaldiefstallen door rondtrekkende dadergroeperingen nog
uitdrukkelijk als een prioriteit in het nationaal veiligheidsplan
toegevoegd. Dat betekent dus zowel een preventieve als een
repressieve aanpak.
Wat de preventieve aanpak betreft, is het onmogelijk de 3.500 km
spoor in ons land permanent te bewaken. In samenspraak tussen de
NMBS en de politiediensten worden wel technische preventieve
maatregelen genomen, zoals een betere beveiliging van de depots en
de werven, en ook camerabewaking uiteraard. Tegelijkertijd worden
bijkomende patrouilles georganiseerd, zowel door Securail als door de
politiediensten. Die patrouilles worden strategisch gestuurd op basis
van informatie van de misdrijfanalyses. De federale spoorwegpolitie
organiseert zulke acties en voert ook specifieke observatieopdrachten
uit.
Zulke acties gebeuren ook in internationale context, de zogenaamde
Railpolacties. Zo vond op 10 juli 2007 een gezamenlijke actie plaats in
de negen betrokken Europese landen. De politie controleerde 2.500
plaatsen, recupereerde 63 ton koper en arresteerde 113 personen,
waaronder 3 in ons land.
07.02 Patrick Dewael, ministre:
Nous sommes manifestement en
présence de différents profils
d'auteurs: des petits malfrats
locaux, des bandes organisées de
tsiganes
sévissant
dans
de
grandes villes le long de la
frontière française et des bandes
d'Europe de l'Est. Selon Securail,
d'anciens cheminots d'Europe de
l'Est participent effectivement à
ces vols.
Les vols commis au détriment de
la SNCB représentent 20% des
vols de métaux en Belgique. Des
vols sont commis partout où l'on
peut trouver des métaux: sur des
chantiers, auprès d'entreprises
d'utilité
publique
et
auprès
d'entreprises de transformation
des métaux. En ce qui concerne
les vols de cuivre à la SNCB, on
peut constater des similitudes
avec des vols commis auprès de
sociétés de chemins de fer
étrangères. Le groupe de travail
vols de cuivre auprès de Railpol
procède
à
un
échange
d'informations à ce sujet. En mars
2007, le plan national de sécurité a
donné la priorité à la lutte contre le
phénomène des vols de métaux
par des bandes itinérantes. Il y a
donc une approche tant préventive
que répressive.
Parmi les mesures préventives, on
peut
citer
une
meilleure
sécurisation des dépôts et des
chantiers et une vidéosurveillance.
Des patrouilles supplémentaires
sont organisées par Securail et
par la police. L'organisation des
patrouilles de police est définie
d'un point de vue stratégique sur
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
De politie werkt ­ dit is begrijpelijk ­ nauw samen met Securail. Via
een goede informatie-uitwisseling, het zogenaamde early warning
system van de NMBS, moet de politie in de mogelijkheid worden
geplaatst nog sneller tussenbeide te komen wanneer de feiten worden
vastgesteld.
De doelstelling is dus dubbel: in de eerste plaats de interceptie van de
daders, maar ook: bruikbare vaststellingen doen op de plaats van het
delict: sporenopname, DNA-onderzoeken, en dergelijke meer.
Heel recent nog, op 28 oktober jongstleden, arresteerde de federale
spoorwegpolitie op heterdaad 4 daders van Bulgaarse nationaliteit die
koper hadden gestolen op de terreinen van de NMBS in Schaarbeek.
Ook aan de helercircuits besteden de politiediensten aandacht. Het
gestolen koper wordt immers aan de man gebracht bij bijvoorbeeld
schroothandelaars in binnen- en buitenland.
Kortom, wat de repressieve aanpak betreft, probeert de politie de
daders in de eerste plaats te vatten. In opdracht van de gerechtelijke
autoriteiten wordt nadien getracht de bendes van uitvoerders tot
organisatoren en helers, te ontmaskeren en nadien te vervolgen.
la base d'une analyse des délits.
La police des chemins de fer
organise des actions et des
missions
d'observation
spéci-
fiques, y compris dans un contexte
international. Une action commune
a ainsi été menée le 10 juillet 2007
dans neuf pays européens faisant
partie de Railpol. Dans le cadre de
cette opération, 2.500 lieux ont été
contrôlés, 63.000 tonnes de cuivre
ont été récupérées et 113
personnes arrêtées, dont trois en
Belgique.
En ce qui concerne l'approche
répressive, la police travaille en
étroite collaboration avec Securail.
Grâce au "early warning system"
de la SNCB, la police devrait
encore pouvoir intervenir plus
rapidement. L'objectif est double:
intercepter les auteurs et procéder
à des constatations utiles sur les
lieux du vol. Le 28 octobre 2007, la
police a ainsi pu procéder à
l'arrestation
de
quatre
ressortissants bulgares respon-
sables d'un vol de cuivre à
Schaerbeek, sur des terrains
appartenant à la SNCB. La police
s'intéresse
également
aux
receleurs. Le cuivre volé est en
effet revendu, par exemple à des
marchands de ferraille belges ou
étrangers.
Les autorités judiciaires s'efforcent
ensuite de démasquer et de
poursuivre toutes les personnes
impliquées
dans
les
vols:
commanditaires,
exécutants,
receleurs.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: In samenspraak met de collega's Doomst en Terwingen krijgt nu de heer Van de Velde het
woord. Hij heeft gevraagd om zijn vraag nummer 351 nu reeds te mogen stellen, door een
agendaprobleem.
08 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de Afghaanse asielzoekers in Evere" (nr. 351)
08 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
demandeurs d'asile afghans à Evere" (n° 351)b>
08.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik dank u
en ik houd eraan ook de collega's te bedanken voor hun collegiale
08.01 Robert Van de Velde
(LDD): Les demandeurs d'asile
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
houding.
Mijnheer de minister, u zult begrijpen dat ik nogal verrast was toen ik
maandag en dinsdag hoorde dat de Afghaanse asielzoekers in Evere
hun hongerstaking stopzetten, nadat bekend was geworden dat deze
achttien mensen tijdelijke verblijfspapieren krijgen. Ondertussen is
gebleken dat die hongerstakers een soort van effectieve tijdelijke
verblijfsvergunning krijgen van minstens een jaar. Degenen die niet
onder de Conventie van Genève vallen of niet enige andere
subsidiaire
bescherming
kunnen
genieten,
krijgen
een
verblijfsvergunning op basis van humanitaire redenen, in dit geval
gezondheidsredenen.
Nochtans hebt u zelf in het recente verleden meermaals benadrukt
dat de morele chantage van een hongerstaking, die uiteraard gepaard
gaat met gezondheidsproblemen, die zo het voorwerp an sich worden
van de morele chantage, geen aanleiding kan geven tot het
verwerven van verblijfsvergunningen.
Vandaar wil ik u vragen of u kunt toelichten waarom u, in tegenstelling
tot
eerdere
en
zeer
recente
uitspraken,
een
tijdelijke
verblijfsvergunning van minstens een jaar toekent aan deze
asielzoekers, die de bescherming van de Conventie van Genève,
noch een andere subsidiaire bescherming genieten?
afghans d'Evere ont mis un terme
à leur grève de la faim après que
les
documents
de
séjour
temporaire leur ont été promis. Ils
obtiendraient un permis de séjour
d'au moins un an. Pourtant, le
ministre a toujours souligné ces
derniers temps qu'il ne fallait pas
céder au chantage moral de la
grève de la faim.
Le ministre peut-il expliquer
pourquoi il octroie quand même un
permis
de
séjour
à
des
demandeurs
d'asile
qui
ne
bénéficient ni de la protection de la
Convention
de
Genève
ni
d'aucune protection subsidiaire?
08.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik
heb het vroeger al vaak aangehaald, de overheid geeft niet toe aan
het drukkingsmiddel van hongerstakingen met als doel een
verblijfsvergunning te verwerven. Aanvragen tot machtiging van
verblijf op basis van humanitaire motieven, in dit geval medische
motieven, worden volgens de wetgeving geval per geval behandeld.
Dat kan om evidente redenen resulteren in gedifferentieerde
voorwaarden, naargelang van het betreffende geval.
Ik kan u aangaande de Afghaanse asielzoekers in Evere het volgende
meegeven. De commissaris-generaal voor de vluchtelingen zal, op
basis van een permanente reëvaluatie van de toestand in de landen
van herkomst van asielzoekers, conform de actuele evaluatie van de
situatie in Afghanistan, aan de hongerstakers die afkomstig zijn uit
bepaalde gebieden ­ ik benadruk uit bepaalde gebieden ­ in
Afghanistan subsidiaire bescherming kunnen geven. Hij zal het
onderzoek van de aanvragen van de overige hongerstakers
voortzetten, afhankelijk van de resultaten van de reëvaluatierapporten
van de toestand in Afghanistan.
In afwachting van de reëvaluatie werd door de dienst
Vreemdelingenzaken beslist aan de overige hongerstakers een
voorlopige verblijfstitel af te geven, overeenkomstig artikel 9ter van de
vreemdelingenwet.
De reden daarvoor is volgens mij duidelijk. Inderdaad, gelet op de
ernstige gezondheidstoestand na vijfenvijftig dagen van hongerstaking
wordt door een arts aan de vreemdelingen een medisch attest tot
recuperatie verstrekt, geldend voor een periode van meerdere
maanden.
Ik druk dus op de aspecten tijdelijkheid alsook subsidiaire
bescherming in functie van ­ ik herhaal het ­ de toestand in bepaalde
08.02 Patrick Dewael, ministre:
Je maintiens que les autorités
belges ne cèdent pas à la pression
exercée par le biais des grèves de
la faim ; les demandes de permis
de
séjour
pour
raisons
humanitaires, dans le cas présent
pour raisons médicales, sont
toujours examinées au cas par
cas. Il va de soi que les conditions
peuvent
dès
lors
s'avérer
différentes en fonction du cas.
Sur la base d'une évaluation de la
situation dans le pays d'origine, le
Commissaire général aux réfugiés
octroiera
une
protection
subsidiaire aux grévistes de la
faim originaires de certaines
régions
d'Afghanistan.
Il
poursuivra
l'examen
des
demandes d'asile des autres
grévistes de la faim en se basant
sur les rapports d'évaluation de la
situation en Afghanistan.
Dans l'attente de cette nouvelle
évaluation, l'Office des étrangers a
décidé de délivrer un titre de
séjour provisoire à ces autres
grévistes en vertu de l'article 9ter
de la loi sur les étrangers. Étant
donné l'aggravation sérieuse de
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
delen van Afghanistan, een toestand die uiteraard permanent het
voorwerp uitmaakt van onderzoek.
leur état de santé à la suite de leur
grève de la faim, un médecin leur
a notamment prescrit une période
de récupération de plusieurs mois.
08.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, de meeste
van die mensen zijn afkomstig uit het gebied van Kaboel, dat op dit
moment niet echt een onveilig gebied wordt genoemd.
Volgens mij moet de overheid proactief inschatten hoe de toestand
evolueert. Wij kunnen niet toestaan dat zulke toestanden tot chantage
leiden. Op dit moment geven wij namelijk een dubbel signaal,
namelijk dat hongerstaking eigenlijk toch wel werkt. Mochten wij
daarin proactief geweest zijn, dan zou de situatie met die mensen al
uitgeklaard zijn vooraleer zij aan hun hongerstaking begonnen.
Ik denk dat wij met dat signaal de poort die wij zo moeizaam hebben
proberen te sluiten, niet alleen op een kier zetten, maar terug openen.
08.03 Robert Van de Velde
(LDD): La plupart des grévistes de
la faim proviennent de la région de
Kaboul qui est relativement sûre.
J'estime que les autorités doivent
également
être
en
mesure
d'évaluer la situation de manière
proactive.
En
réalité,
nous
donnons à présent le signal que la
grève de la faim est un moyen de
pression efficace et nous rouvrons
ainsi la porte que nous avions si
difficilement fermée.
08.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, ik wil daaraan
graag nog iets toevoegen, hoewel ik wel weet dat het Parlement altijd
het laatste woord heeft.
Mij is het niet helemaal duidelijk hoe een situatie in een land of in
bepaalde gedeelten ervan proactief onderzocht kan worden. Wel kan
de veiligheid in dat land of in gedeelten ervan permanent worden
onderzocht. Die situaties wijzigen trouwens ook voortdurend. Op basis
van rapporten moeten wij desgevallend onze appreciatie bijsturen.
Maar proactief, dat lijkt mij moeilijk.
Ten tweede, het is niet de eerste maal dat dit gebeurt. Ik wil nog even
benadrukken dat de subsidiaire bescherming bijvoorbeeld in 2003 ook
werd toegepast. Subsidiaire bescherming wil eigenlijk zeggen dat een
bevel om het land te verlaten voor een zekere periode wordt
opgeschort in afwachting van een normalisatie van de toestand in het
land van herkomst. Het staat dus niet gelijk met de verlening van
asiel, maar men krijgt een subsidiaire bescherming die er eigenlijk op
neerkomt dat men niet wordt gecatalogeerd als asielzoeker, wel dat
de onmogelijkheid bestaat om uitvoering te geven aan een bevel om
het land te verlaten, in functie van de situatie ter plekke, die
permanent moet worden onderzocht. Dat is de essentie van de
subsidiaire bescherming die wij uiteraard ook op Europees niveau
hebben goedgekeurd.
08.04 Patrick Dewael, ministre:
Je ne vois sincèrement pas
comment les autorités pourraient
évaluer la situation en Afghanistan
de manière `proactive'. La situation
est
néanmoins
évaluée
en
permanence car elle évolue
constamment. Ce n'est par ailleurs
pas la première fois que la
protection
subsidiaire
est
appliquée : elle l'a déjà été en
2003. La protection subsidiaire
implique que l'ordre de quitter le
territoire est suspendu dans
l'attente d'une normalisation de la
situation dans le pays d'origine.
08.05 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik bedoelde
met proactief dat de situatie met die asielzoekers geen situatie van
gisteren is. Zodra dat soort van aanvragen wordt ingediend, dienen wij
volgens mij veeleer een proactief beleid te voeren om na te gaan hoe
de situatie op dit moment evolueert. Dat kan wel gebeuren in de
periode dat de asielaanvraag loopt. Er moet dan niet worden gewacht
tot op het moment dat de hongerstaking in gang wordt gezet. In dat
laatste geval wordt de openheid gegeven.
08.05 Robert Van de Velde
(LDD): Par évaluation proactive,
j'entends que la situation aurait dû
être évaluée immédiatement après
le dépôt de la demande d'asile et
lors de la procédure d'asile, sans
attendre jusqu'à ce que la
procédure
d'obtention
d'une
protection subsidiaire soit lancée.
08.06 Minister Patrick Dewael: De commissaris-generaal heeft zelfs
geen aanvraag nodig om de subsidiaire bescherming toe te staan; hij
kan dat ambtshalve zodra hij dat besluit uit de lokale
veiligheidssituatie in het land van herkomst. In de veronderstelling dat
08.06 Patrick Dewael, ministre:
Je tiens à souligner que le
commissaire
général
peut
également octroyer la protection
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
er asielzoekers in hongerstaking zitten, kan een commissaris-
generaal, zonder dat er een aanvraag werd ingediend om subsidiaire
bescherming, ambtshalve die bescherming verlenen.
Ik neem in ieder geval nota van uw bekommernis.
subsidiaire d'office et sans qu'une
demande ait été introduite.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de aangekondigde maatregelen in het kader van het beleid ten aanzien van illegalen" (nr. 202)
09 Question de M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les mesures
annoncées dans le cadre de la politique menée à l'égard des illégaux" (n° 202)b>
09.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik besef
dat mijn vraag die dateert van 16 oktober ondertussen wat heeft
ingeboet aan actualiteitswaarde, zeker in het raam van wat er vorige
week in deze commissie is gebeurd en de politieke gebeurtenissen
sindsdien. Ik wil ze desalniettemin stellen.
Mijnheer de minister, in het geheel van de regeringsonderhandelingen
die bezig zijn of waren of worden voortgezet, was er reeds een
deelakkoord bekomen met betrekking tot het asiel- en
vreemdelingenbeleid dat ons land tijdens deze nieuwe legislatuur wil
gaan voeren.
De nieuwe regering wil hiermee op dit vlak duidelijk een andere weg
inslaan of op zijn minst nieuwe accenten leggen. Zo werd er
bijvoorbeeld in de media melding gemaakt van een aantal nieuwe
systemen die het mogelijk zouden maken voor zogenaamde
derdelanders of niet-EU-onderdanen om zich in ons land te vestigen
voor zover uiteraard aan een aantal duidelijke en strenge
voorwaarden zou worden voldaan. Dit kaderde ook in de
mogelijkheden voor economische migratie. Ook voor de mensen die
reeds geruime tijd in ons land verblijven werden afspraken gemaakt in
het kader van een mogelijke regularisatie van hun verblijfsstatus.
Hierbij zou onder meer rekening worden gehouden met het langdurig
verblijf van deze mensen in ons land en de duurtijd van de procedure
maar ook met de mate van integratie en het uitzicht op tewerkstelling.
Dienaangaande heb ik twee vragen. Kan de minister een schatting
geven van het aantal personen dat thans nog illegaal in ons land
verblijft en dat mogelijks op basis van de nieuw aangekondigde
maatregelen geregulariseerd zou kunnen worden?
Ten tweede, welke houding zal de overheid aannemen ten opzichte
van deze mensen die momenteel het voorwerp uitmaken van een
verwijderingsmaatregel maar die volgens de nieuwe criteria die
werden aangekondigd voor regularisatie in aanmerking zouden
kunnen komen?
09.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): L'Orange bleue a déjà
engrangé un accord partiel sur la
politique qui sera menée par le
futur gouvernement à l'égard des
étrangers et du droit d'asile. Le
gouvernement à former entend au
moins
définir
de
nouvelles
priorités.
Ainsi,
l'immigration
économique sera ouverte aux
ressortissants de pays hors UE
moyennant
le
respect
de
conditions strictes.
Les personnes qui séjournent
dans notre pays de longue date
pourraient également prétendre à
la régularisation du statut de leur
séjour. À ce propos, il serait tenu
compte de la durée du séjour et de
celle de la procédure, mais
également du degré d'intégration
de la personne et de ses chances
de trouver un emploi.
Le ministre peut-il évaluer le
nombre de personnes qui se
trouvent encore en séjour illégal
dans notre pays et qui entreraient
en ligne de compte pour une
régularisation?
Qu'en est-il des personnes qui font
déjà
l'objet
d'une
mesure
d'éloignement mais qui pourraient
bénéficier
d'une
mesure
de
régularisation en fonction des
nouveaux critères?
09.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, een
schatting geven van het aantal illegale vreemdelingen dat individueel
humanitaire motieven zou kunnen inroepen, is onmogelijk. Niet alle
clandestiene vreemdelingen wensen zich kenbaar te maken. Ik kan er
ook nog aan toevoegen dat de voorwaarden om te worden
09.02 Patrick Dewael, ministre: Il
est impossible d'estimer le nombre
d'étrangers en séjour illégal qui
pourraient invoquer des motifs
humanitaires individuels. Il va de
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
geregulariseerd ook in het nieuwe regeerakkoord onverkort blijven
gelden.
Ten tweede, het principe van de continuïteit van de overheidsdiensten
houdt in dat de leden van een regering van lopende zaken hun functie
moeten uitoefenen tot op de dag waarop die regering officieel wordt
vervangen door een nieuwe regering. Het principe van de
verantwoordelijkheid voor administratieve handelingen bepaalt dat
men zijn activiteiten moet beperken tot uitsluitend het uitvoeren van
lopende zaken. Bijgevolg zullen illegale vreemdelingen dus effectief
worden verwijderd. De vreemdelingenwet geldt onverkort en is sinds 1
juni 2007 niet gewijzigd. De rechten van deze vreemdelingen zijn
bovendien gegarandeerd aangezien de administratieve handelingen
waarvan ze het voorwerp uitmaken zowel vatbaar zijn voor een
juridische controle door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als
voor een politieke controle.
Om te eindigen zou ik nog eens willen benadrukken dat een akkoord
van de regering in vorming in niets de leden van de huidige regering
in lopende zaken kan binden.
Op ons rust de verplichting de continuïteit van de Staat te verzekeren
door toepassing van de vigerende wettelijke bepalingen en besluiten.
soi que les étrangers clandestins
ne
se
font
pas
connaître
spontanément.
Je
voudrais
souligner que les conditions
posées à la régularisation restent
intégralement valables dans le
cadre du nouvel accord de
gouvernement.
Eu égard au principe de continuité
du service public, les membres
d'un
gouvernement
sortant
continuent
à
exercer
leurs
fonctions jusqu'à l'installation du
nouveau
gouvernement.
L'éloignement des étrangers en
séjour
illégal
se
poursuit
également durant la période des
affaires courantes. La loi sur les
étrangers n'a en effet subi aucune
modification depuis le 1
er
juin
2007. Par ailleurs, les droits des
étrangers sont garantis par le
contrôle juridique du Conseil du
contentieux des Étrangers.
L'accord partiel intervenu au sein
de l'Orange bleue n'engage
nullement l'actuel gouvernement.
Ce dernier doit assurer la
continuité de l'État par l'application
de la législation en vigueur.
09.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. De bekommernis die mij ertoe heeft gebracht die
vraag te stellen was vooral dat er signalen waren dat een aantal
vreemdelingen werd voorgespiegeld dat men nu reeds ­ ook al
maakten zij het voorwerp uit van een verwijderingmaatregel ­ zou
temporiseren.
Maar uw aandacht is zeer duidelijk: men gaat gewoon verder met de
verwijderingmaatregel. Het lijkt mij ook duidelijk wat de
rechtszekerheid betreft. Er mogen geen verkeerde signalen worden
gegeven. Ik dank u voor uw antwoord.
09.03 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Je me réjouis d'apprendre
que
les
éloignements
se
poursuivent, de sorte qu'il n'est
pas donné de mauvais signaux.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van
1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik
van de openbare weg" (nr. 206)
10 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'arrêté royal
du 27 avril 2007 modifiant l'arrêté royal du 1
er
décembre 1975 portant règlement général sur la police
de la circulation routière et de l'usage de la voie publique" (n° 206)b>
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op basis van artikel 1 van het KB van
10.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): En vertu d'une modification
er
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
27 april 2007 zijn leden van brandweer en civiele bescherming
toegevoegd aan de lijst van personen die bevoegdheid hebben om
het wegverkeer te regelen. Dit KB heeft onder meer betrekking op het
zo snel mogelijk vrij maken van de weg na een incident, ten einde de
verkeersvlotheid zoveel mogelijk te garanderen.
Door de wijziging zijn de leden van de brandweer en van de civiele
bescherming vanaf nu bevoegd om het wegverkeer te regelen. Die
aanpassing werd ingegeven vanuit de vaststelling dat die diensten
vaak voor de aankomst van de politie bij een ongeval op de openbare
weg aanwezig zijn. Tot voor kort hadden zij geen wettelijke
bevoegdheid om de veiligheid van zowel de slachtoffers als henzelf te
garanderen. Dankzij de nieuwe regelgeving krijgen zij ook het statuut
van bevoegd persoon. Gezien het nu toch om een nieuwe situatie
gaat, kreeg ik graag antwoord op een aantal vragen.
Ten eerste, is er inzake de praktische kant van de zaak ook in
praktische richtlijnen voorzien om de interventie effectief op het terrein
uit te voeren?
Ten tweede, gezien het om gevaarlijke omstandigheden gaat waarin
die mensen moeten werken, had ik nog een vraag over hun
herkenbaarheid. Krijgen met name de personen die de bevoegdheid
opnemen speciaal aangepaste herkenbaarheid, bijvoorbeeld op het
vlak van kledij?
De aanpassing van het KB creëert ook een nieuwe taak voor de
brandweermannen en de mensen van de civiele bescherming. Zij
zullen in bepaalde nieuwe situaties terechtkomen waarop ze tot op
heden niet echt zijn voorbereid. Is voorzien in een opleiding hiervoor?
Zo ja, is dat ook voor alle leden opgenomen in de voorziene planning?
de l'arrêté royal du 1
er
décembre
1975, les membres des services
d'incendie et de la protection civile
sont également compétents pour
régler la circulation lors d'un
accident de la route. Dans la
plupart des cas, ces services
arrivent en effet plus rapidement
sur les lieux que la police.
Des instructions pratiques ont-
elles été fournies pour l'exercice
de cette nouvelle compétence? A-
t-on veillé à ce que les pompiers
qui exerceront cette compétence
soient suffisamment identifiables?
Des formations ont-elles été
assurées?
Dans
l'affirmative,
seront-elles dispensées à tous les
membres du personnel?
10.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, mijn diensten
bereiden momenteel een rondzendbrief voor met een aantal
praktische richtlijnen voor de brandweer voor hun interventies op de
openbare weg.
Ten tweede, de signalisatie van de hulpdiensten zal worden
overgelaten aan de beslissingsbevoegdheid van het hoofd van de
operaties. Dat laat toe dat de signalisatie wordt aangepast aan de
concrete omstandigheden van de interventie.
Ten derde, zowel wat betreft de brandweer als wat betreft de civiele
bescherming zal in een eerste fase een welbepaald aantal
personeelsleden een theoretische en praktische opleiding krijgen.
Deze opleiding zal worden georganiseerd in samenwerking met de
politie. In een volgende fase zal het reeds opgeleide personeel deze
opleiding doorgeven aan de overige personeelsleden via het
trainerprincipe.
Ten vierde, de opleiding inzake de wegcode richt zich tot alle
operationele leden van de openbare brandweerdiensten en de civiele
bescherming.
10.02 Patrick Dewael, ministre:
Mes
services
préparent
actuellement
une
circulaire
comprenant
des
instructions
pratiques.
La compétence de décision en
matière
de signalisation est
laissée au chef des opérations,
afin qu'elle puisse être adaptée
aux circonstances concrètes.
La mise en oeuvre d'une formation
théorique et pratique du personnel
est prévue en collaboration avec la
police. Le personnel déjà formé se
chargera ensuite de la formation
des
autres
membres
du
personnel.
La formation est prévue pour tous
les membres opérationnels des
services d'incendie et de la
protection civile.
10.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, is de 10.03 Michel Doomst (CD&V -
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
rondzendbrief voor heel binnenkort of staat daar nog geen datum op?
Krijgen we die rondzendbrief onverwijld?
N-VA): Cette circulaire sera-t-elle
bientôt disponible?
10.04 Minister Patrick Dewael: (...) Zo snel als mogelijk.
10.04 Patrick Dewael, ministre: Il
est dangereux de prévoir des
échéances. Disons: dans les
meilleurs délais.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'installation des systèmes
d'alerte Seveso" (n° 223)
- Mme Muriel Gerkens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'absence de périmètre de
sécurité et d'information à la population de Welkenraedt dans le cadre des entreprises 'Seveso'"
(n° 262)
- M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les incidents
Seveso" (n° 283)b>
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
installeren van de Seveso-alarmsystemen" (nr. 223)
- mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het
ontbreken van een veiligheidsperimeter alsook van informatie aan de bevolking van Welkenraedt in
het kader van de zogenaamde Sevesobedrijven" (nr. 262)
- de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "incidenten in Sevesobedrijven" (nr. 283)
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le 24 octobre dernier, l'entreprise Rosier qui est située sur la
commune de Frasnes-lez-Anvaing et plus précisément à Moustier, a
connu un incident d'auto-combustion, incident qui a permis d'exercer
­ si je puis dire ­ le plan communal d'urgence et d'intervention. Après
une heure, l'ensemble du site était sous contrôle. On peut donc dire
que le plan communal a parfaitement fonctionné.
Cela dit, lors de cette opération, il fut constaté qu'un des moyens
d'avertir la population, à savoir le système d'alarme, n'avait pas
fonctionné et pour cause, il n'est pas installé. Il existe bien un système
interne à l'entreprise, mais celui prévu par le ministère de l'Intérieur
n'est toujours pas en place. Vous comprendrez mon étonnement dans
la mesure où l'entreprise elle-même déclare payer, au titre
d'entreprise Seveso, une taxe de 80.000 euros par an.
De plus, si le SPF Intérieur avait bien communiqué les dates
d'exercice d'alarme, il est évident que l'on peut difficilement procéder
à ce genre d'exercice si l'alarme n'est pas installée!
En outre, j'ai personnellement adressé des lettres de rappel au SPF et
j'ai également alerté le gouverneur.
Monsieur le ministre, j'ai plusieurs questions.
1. Comment sont répartis les fonds obtenus grâce à la taxe Seveso?
Quel montant cela représente-t-il?
2. J'ai entendu tout à l'heure que vous n'aimiez pas les délais.
Toutefois, vous comprendrez qu'il s'agit ici d'un problème urgent,
dans la mesure où il touche à la sécurité. Dans quel délai l'installation
11.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 24 oktober deed zich in een
Sevesobedrijf in Moustier een
geval van zelfontbranding voor.
Het gemeentelijke rampenplan
voor hulpverlening functioneerde
bij die gelegenheid naar behoren,
maar het door de minister van
Binnenlandse Zaken opgelegde
alarmsysteem
bleek
niet
aanwezig.
De FOD Binnenlandse Zaken had
nochtans oefendata overgezonden
en ik heb de FOD persoonlijk een
aantal brieven gestuurd om erop
te wijzen dat dat systeem nog
steeds niet was geplaatst. Ik heb
tevens de gouverneur daarvan op
de hoogte gebracht.
Welke bedragen worden via de
specifieke
belasting
op
Sevesobedrijven geïnd en hoe
worden die middelen verdeeld?
Binnen welk termijn zullen de
sirenes in Frasnes-lez-Anvaing
worden geplaatst? Waarom zo
laat? Bevinden andere gemeenten
en
Sevesobedrijven
zich
in
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
des sirènes pourra-t-elle avoir lieu?
3. Quelles sont les raisons de ce retard? Pourquoi avoir communiqué
des dates d'exercice alors que l'installation n'existe toujours pas?
4. D'autres communes et d'autres entreprises Seveso sont-elles
confrontées au même problème et susceptibles de connaître les
mêmes désagréments?
hetzelfde geval?
11.02 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, ma question porte plus sur la complexité des
mécanismes qui doivent être mis en place autour des entreprises
classées Seveso et la répartition des responsabilités entre les
différents acteurs.
À la suite d'incidents qui se sont produits dernièrement, les autorités
communales de Welkenraedt, par exemple, ont dit ne pas pouvoir
informer la population si les plans de sécurité ne sont pas
complètement élaborés. Or l'élaboration de ces plans relève de la
compétence des autorités fédérales. Le bourgmestre ne peut s'y
substituer.
Par conséquent, des populations se trouvent non informées, alors que
les entreprises ont fait ce qu'elle devaient en demandant les permis,
en se pliant à toutes les obligations légales.
Si je prends l'exemple de la commune de Welkenraedt, une société
s'est agrandie et est classée depuis janvier 2006 Grand Seveso.
Si l'on se réfère à l'accord de coopération entre l'État fédéral et les
entités fédérées, où en est-on aujourd'hui?
Le ministre de la Région wallonne nous dit qu'un plan d'urgence a été
établi, que les informations nécessaires au public auraient dû être
communiquées sur la base de l'article 17, §2 de l'accord de
coopération et que cette responsabilité incombe au ministre fédéral
en charge de la Protection civile.
En ce qui concerne le rôle du bourgmestre, l'accord de coopération
prévoit la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant
les substances dangereuses. Il établit une responsabilité partagée
entre l'industrie et les pouvoirs publics. Ceux-ci ont donc une mission
d'information active.
Le ministre régional nous dit aussi que les personnes pouvant être
touchées par un accident dans une entreprise "seuil haut" ­ ce qui est
le cas de l'entreprise Mond à Welkenraedt ­ doivent être informées
d'office sur les mesures à prendre lors d'un éventuel accident et sur la
conduite à adopter dans une telle situation. Cette mission
d'information incombe au SPF Intérieur.
Ma collègue, Monica Neuman, le 1
er
octobre dernier, a interrogé le
ministre wallon de l'Intérieur qui indique que le bourgmestre peut
utilement venir en appui de l'information officielle mais qu'il n'a pas à
se substituer aux autorités fédérales.
En ce qui concerne le périmètre de sécurité, il ajoute qu'il revient au
ministre en charge de la Protection civile de déterminer les critères à
prendre en considération par l'exploitant pour délimiter les territoires
susceptibles d'être touchés. Il dit, je cite: "Le ministre fédéral a
11.02 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Na de jongste incidenten
in Moustier en Jumet heeft onder
meer het gemeentebestuur van
Welkenraedt erop gewezen dat
het de bevolking niet kan
informeren, aangezien de federale
overheid
niet
de
nodige
veiligheidsplannen
heeft
opgesteld.
De minister van het Waals Gewest
zegt ons dat er een noodplan werd
opgesteld en dat de voor het
publiek noodzakelijke informatie
had moeten worden meegedeeld
op grond van artikel 17, §2 van het
samenwerkingsakkoord
vermits
deze verantwoordelijkheid toekomt
aan de federale minister bevoegd
voor de civiele bescherming.
Het akkoord geeft ook aan dat de
rol van de burgemeester erin
bestaat de gevaren die zware
ongevallen met gevaarlijke stoffen
inhouden, onder controle te
krijgen. Het stelt ook dat de
industrie en de overheid een
gedeelde
verantwoordelijkheid
hebben. De FOD Binnenlandse
Zaken dient de informatietaak op
zich te nemen.
Toen de minister op 1 oktober
jongstleden door mijn collega
Monica
Neuman
werd
ondervraagd, gaf hij aan dat de
burgemeester
de
officiële
informatie wel mag ondersteunen
maar dat hij zich niet in de plaats
mag stellen van de federale
overheid. Het is de minister
bevoegd
voor
de
civiele
bescherming die de criteria dient
vast te stellen waarmee de
exploitant rekening moet houden
om het grondgebied dat mogelijk
kan worden getroffen, af te
bakenen. Hij zegt dat de federale
minister onlangs het advies heeft
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
récemment sollicité l'avis de la Région wallonne sur un projet d'arrêté
ministériel à cet égard et le gouvernement wallon a rendu un avis
favorable le 6 septembre dernier".
Nous sommes maintenant en novembre, soit 11 mois après la
reconnaissance du site de cette entreprise comme étant Grand
Seveso, "seuil haut", or manifestement, toutes les dispositions n'ont
pas encore été prises.
J'aurais donc voulu savoir où nous en étions et comment expliquer
pourquoi ni le périmètre de sécurité ni l'information à la population
n'ont été concrétisés alors qu'un accident grave peut survenir.
Par ailleurs, partagez-vous l'analyse du ministre wallon selon laquelle
il n'appartient pas au bourgmestre de communiquer les informations
essentielles à la population pour réduire les risques tant que les
autorités fédérales n'ont pas déterminé les périmètres de sécurité?
Auquel cas, qu'arriverait-il si un bourgmestre donnait une information
à sa population en se substituant aux autorités fédérales? Engagerait-
il sa responsabilité? Les choses pourraient-elles se retourner contre
lui pour avoir usurpé l'autorité fédérale?
Si les dispositifs mis en place par les autorités fédérales empêchent
les bourgmestres d'accomplir cette mission d'information et de
sécurité préventive, ne conviendrait-il pas de les modifier pour que
des incidents, tels ceux que nous venons de connaître, ne se
reproduisent? Cela peut-il s'envisager dans le cadre des affaires
courantes?
gevraagd van het Waals Gewest
over een ontwerp van ministerieel
besluit ter zake en dat de Waalse
regering een gunstig advies heeft
gegeven
op
6
september
jongstleden.
Waar staan wij vandaag, elf
maanden na de vestiging in de
gemeente Welkenraedt van het
bedrijf Mond dat de kwalificatie
Groot Seveso meekreeg? Hoe kan
worden verklaard dat noch de
veiligheidsperimeter
noch
het
informeren van de bevolking
concreet werden ingevuld?
Deelt u de analyse van de Waalse
minister van Binnenlandse Zaken
volgens
dewelke
het
de
burgemeesters niet toekomt om
de bevolking te informeren zolang
de
federale
overheid
de
veiligheidsperimeters niet heeft
vastgesteld?
Kunnen deze maatregelen worden
gewijzigd in een periode van
lopende zaken?
Zou een burgemeester die zelf
informatie
verschaft
worden
gestraft?
11.03 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Monsieur le président,
monsieur le ministre, l'incident survenu le 24 octobre dernier à
l'entreprise Rosier à Frasnes-lez-Anvaing montre toute l'importance
de l'information et de l'alerte des riverains lorsqu'un accident survient
à une entreprise classée Seveso.
En cas d'accident, l'alerte par les sirènes installées par les services
fédéraux est primordiale. Encore faut-il que celles-ci soient
effectivement installées. À Frasnes, on s'est rendu compte que ces
sirènes ne sont pas installées. Voilà qui est pour le moins étonnant,
car l'entreprise Rosier existe depuis de très nombreuses années sur
le territoire de la commune et celle-ci a été informée des dates des
essais, lesquelles ont été répercutées auprès de la population par le
biais du bulletin communal!
Monsieur le ministre, pourriez-vous me communiquer les raisons de
cette non-installation dans la commune de Frasnes-lez-Anvaing?
Avez-vous une estimation du nombre de sirènes installées en
Belgique et surtout, une estimation du nombre de sirènes qui doivent
encore l'être? Comment peuvent réagir les autorités communales
lorsqu'elles se rendent compte de la non-installation des sirènes?
En outre, la coordination et l'organisation de l'information au niveau
communal sont essentielles. À cet égard, l'article 29 de cet arrêté
11.03 Bruno Van Grootenbrulle
(PS): Het ernstige incident dat zich
op 24 oktober in het bedrijf Rosier
te Frasnes-Lez-Anvaing voordeed,
doet vragen rijzen over de
toepassing van het koninklijk
besluit van 16 februari 2006
betreffende
de
nood-
en
interventieplannen.
Waarom zijn er in Frasnes-Lez-
Anvaing
geen
sirenes
geïnstalleerd? Hoe moet het
gemeentebestuur
in
dergelijk
geval reageren? Hoeveel sirenes
zijn er operationeel in België en
hoeveel zouden dat er moeten
zijn?
Krachtens de artikelen 29 en 30
van dat koninklijk besluit van 2006
moeten de betrokken gemeenten
een veiligheidscel oprichten en de
samenstelling ervan bepalen.
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
royal de 2006 oblige les communes concernées à mettre en place, au
niveau de la commune, un comité de sécurité.
La disposition réglementaire précise que la cellule de sécurité est
chargée d'effectuer les tâches suivantes:
- actualiser les plans d'urgence et d'intervention et en informer les
destinataires;
- organiser des exercices;
- évaluer des situations d'urgence et des exercices;
- établir l'inventaire et l'analyse des risques;
- organiser l'information préalable sur la planification d'urgence.
Son article 30 précise que la cellule communale de sécurité
comprend au moins le bourgmestre, le représentant de chaque
discipline, le fonctionnaire désigné par le bourgmestre responsable de
la planification d'urgence et de la communication.
Étant concerné en ma qualité de bourgmestre d'une commune, dans
laquelle est installée une entreprise classée Seveso, je confirme que
la mise en place d'une cellule de sécurité est importante et permet
d'organiser au mieux l'information des citoyens en cas d'accident.
Le SPF Intérieur organise même des formations spécifiques à
destination des membres de ces comités de sécurité.
Monsieur le ministre, pourriez-vous faire une évaluation de cette
disposition de l'arrêté royal de 2006? Combien de communes
concernées ont-elles mis en place les comités de sécurité? Pouvez-
vous déjà faire l'évaluation de leur fonctionnement? Quelles sont les
communes qui participent régulièrement à ces formations et qui se
mettent ainsi en adéquation avec les dispositions de cet arrêté royal?
Kan u de bepalingen van dat
koninklijk
besluit
evalueren?
Hoeveel gemeenten hebben zo'n
veiligheidscel opgericht en hoe
functioneert
die?
Welke
gemeenten nemen deel aan de
opleidingen?
11.04 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, le projet d'arrêté ministériel pour lequel les critères pour la
délimitation des zones à risque autour des entreprises Seveso sont
déterminés a été transmis aux Régions pour avis. Jusqu'à présent,
mes services ont reçu l'avis de la Région wallonne et de la Région
flamande; ils attendent encore celui de la Région de Bruxelles-
Capitale. Ce n'est qu'après la parution de cet arrêté que les
entreprises pourront déterminer les zones de planification d'urgence.
Mes services ne sont cependant pas restés inactifs. En ce qui
concerne l'installation des systèmes d'alerte, ils ont entrepris les
démarches administratives nécessaires en vue d'installer au moins
une sirène par site. Tel est notamment le cas pour la firme Rosier.
L'installation de cette sirène est planifiée pour les prochaines
semaines. Sur les 169 entreprises Seveso existantes, 19 doivent
encore être équipées.
Par ailleurs, la nouvelle campagne d'information Seveso commencera
le 29 novembre 2007. Lors de cette campagne, la population sera
mise au courant de la nature des risques, des mesures préventives à
prendre tant par les autorités que par les industries et des règles de
conduite à respecter. La campagne sera annoncée dans les médias.
Il est prévu de diffuser un spot télévisé sur les chaînes nationales et
de publier des annonces dans les quotidiens et hebdomadaires
nationaux. De plus, les citoyens qui habitent à proximité d'une
entreprise Seveso recevront une lettre personnalisée et un dépliant
11.04 Minister Patrick Dewael:
Het ontwerp van ministerieel
besluit werd voor advies aan de
gewesten voorgelegd. Ik wacht
nog op het advies van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Per site zal er één sirene worden
geïnstalleerd. Bij het bedrijf Rosier
zal dat tijdens de komende weken
gebeuren. Van de 169 Seveso-
bedrijven moeten er nog 19 met
een sirene worden uitgerust.
De nieuwe informatiecampagne
met tv-spot, aankondigingen en
persoonlijke brieven gaat op 22
november 2007 van start.
In 2006 bedroeg het totaal van de
Seveso-retributies 7.233.260 euro.
Daarvan werd 1.487.000 euro aan
de FOD Werkgelegenheid, Arbeid
en Sociaal Overleg en 5.745.898
euro aan de FOD Binnenlandse
Zaken doorgestort.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
comprenant l'information nécessaire.
En ce qui concerne l'affectation des redevances Seveso, en 2006, le
montant total des redevances s'élevait approximativement à
7,2 millions d'euros, dont 1,4 million a été versé au SPF Emploi,
Travail et Concertation sociale et environ 5,7 millions au SPF
Intérieur. La part du SPF Intérieur est versée dans le fonds pour les
risques d'accident majeur.
Les dépenses relatives aux redevances Seveso font l'objet d'un
programme qui est discuté notamment avec les représentants des
gouverneurs et qui est soumis à mon approbation.
Elles concernent principalement l'achat de matériel (tenues antigaz,
conteneurs, appareils de détection, appareils respiratoires, pompes et
autres matériels antidéflagrants, douches de décontamination,
compresseurs, etc.).
Elles concernent également le développement des grands projets
comme une banque de données BIG reprenant les substances
dangereuses, le plan de circulation dans les environs du port
d'Anvers, la formation de haut niveau pour les intervenants et la mise
en place du réseau de sirènes électronique.
Enfin, quant aux formations spécifiques destinées aux membres des
cellules communales de sécurité, il convient de distinguer:
- les séances d'information destinées aux bourgmestres organisées
dans chaque province par la direction générale Centre de crise, à
dater du printemps 2007;
- les séances de formation à la communication de crise pour les
autorités locales, organisées pour la deuxième fois en 2007 par la
même direction générale.
- les formations pour les fonctionnaires communaux responsables de
la planification d'urgence organisées par certaines provinces,
notamment le Hainaut et la Flandre orientale.
11.05 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je tiens à
remercier le ministre pour sa réponse. J'ai bien entendu qu'une sirène
serait installée dans les prochaines semaines. Vous comprendrez
pourquoi j'insiste pour que ces semaines soient raccourcies autant
que faire se peut. En ce qui concerne Moustier, cela me semble trop
peu car il s'agit là d'un cas spécifique où deux communes extérieures
à Frasnes-lez-Anvaing, Ath et Leuze, subissent un risque nettement
plus grand que la commune de Frasnes-lez-Anvaing dû aux vents
dominants. Une seule sirène n'apporte dès lors peut-être pas une
solution optimale.
Je regrette, monsieur le ministre, mais je vous remercie en même
temps, qu'il faille interpeller en commission pour avoir une réponse.
Des courriers vous ont été adressés ainsi qu'au gouverneur et sont à
votre disposition mais les réponses ont malheureusement toujours été
le vide. Heureusement, cet incident s'est résorbé avec une
professionnalisation extrême et je tiens à remercier les services
compétents mais nous ne sommes jamais à l'abri d'un incident
majeur.
11.05 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
verneem dat er in de loop van de
komende weken een sirene in het
bedrijf
Rosier
zal
geplaatst
worden. Maar die maatregel
volstaat
niet
voor
de
buurgemeenten
die
eveneens
gevaar lopen. Verder betreur ik dat
ik u in de commissie moet
ondervragen om een antwoord te
bekomen! Er kan zich altijd een
grote ramp voordoen.
11.06 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
souhaiterais vous interroger à nouveau car il ne me semble pas avoir
11.06 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!):
Zouden
de
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
obtenu de réponse concernant la possibilité pour les bourgmestres de
prendre en charge une information de la population. Les
bourgmestres pourraient ainsi déterminer un périmètre valable pour
les mesures de précaution lorsque les campagnes d'information n'ont
pas encore été prises en charge par le fédéral.
J'entends bien que, le 29 novembre 2007, toute la population belge
sera informée et que les habitants concernés recevront un courrier
mais, aujourd'hui, les bourgmestres disent qu'ils ne peuvent pas
prendre l'initiative d'informer leur population sur les risques et prendre
des dispositions pour délimiter un périmètre car cette tâche incombe
au ministre fédéral.
J'aurais aimé avoir une réponse plus claire sur les initiatives que
peuvent prendre les bourgmestres sans être accusés de se substituer
de manière non autorisée à l'autorité fédérale.
burgemeesters
niet
kunnen
instaan voor de voorlichting als de
federale overheid het op dat punt
laat afweten? Welke initiatieven
kunnen ze nemen?
11.07 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, j'ai répondu.
Je me suis référé à la date du 29 novembre. Je me prononce toujours
en faveur de toute initiative qui viserait à augmenter les synergies
avec les autorités locales. Si des bourgmestres ont des questions ou
des suggestions, ils peuvent me les adresser.
11.07 Minister Patrick Dewael:
Als er burgemeesters zijn die
vragen hebben of suggesties
willen doen, mogen ze die altijd tot
mij richten.
11.08 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Monsieur le président, je
voudrais remercier le ministre pour sa réponse. Comme mon
collègue, M. Crucke, je me réjouis du fait que l'entreprise Rosier sera
équipée dans les prochaines semaines de cette sirène, qui est
attendue par le personnel de cette entreprise et par les habitants des
environs.
11.09 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je ne
voudrais pas prolonger le débat inutilement. J'insiste notamment
parce que vous dites que vous êtes en faveur de l'amélioration de la
coopération avec les bourgmestres mais, dans le même temps,
lorsqu'un bourgmestre se retrouve avec un nouveau site sur sa
commune, il s'agit d'une certaine responsabilité. Si un accident
survient et que la population n'est pas bien informée, la responsabilité
du bourgmestre risque d'être mise en cause. J'ai l'impression que les
textes existants font en sorte que les autorités communales n'osent
pas prendre l'initiative ou la responsabilité d'information car elles
considèrent que ces textes ne leur permettent pas de le faire.
11.09 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Ik heb de indruk dat de
bestaande teksten ervoor zorgen
dat de gemeentebesturen geen
initiatief of verantwoordelijkheid op
het
stuk
van
informatie-
verstrekking durven te nemen,
omdat ze denken dat ze dat op
grond van die teksten niet mogen
doen.
11.10 Minister Patrick Dewael: U moet geen verwarring zaaien. Ik zal
in het Nederlands antwoorden, om heel duidelijk te kunnen zijn. Ik heb
in mijn antwoord verwezen naar "des séances d'informations à
destination des bourgmestres, organisées dans chaque province par
le centre de crise, au printemps 2007".
Ensuite, j'ai dit qu'une campagne d'information débutera le
29 novembre, qu'il convient donc d'attendre puisque, lors de cette
campagne, la population sera mise au courant de la nature des
risques et des mesures préventives à prendre tant par les autorités
que par les industries.
Je ne peux que répéter que dans le cas où des bourgmestres
estiment que l'information n'est pas suffisante pour le moment ou
qu'elle peut être complétée, ils peuvent me le faire savoir et je
lancerai des actions supplémentaires, le cas échéant par le biais du
11.10 Minister Patrick Dewael:
Men
moet
geen
verwarring
scheppen.
In elke
provincie
worden
er
informatie-
vergaderingen georganiseerd voor
de burgemeesters en er zal ook
een informatiecampagne op touw
worden
gezet.
Als
de
burgemeesters die inspanningen
als ontoereikend ervaren, dan
kunnen ze mij dat laten weten en
kan ik vervolgens bijkomende
acties
ondernemen
via
het
crisiscentrum.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
centre de crise. Si les bourgmestres n'osent pas ou ne savent pas,
qu'ils se manifestent et j'aurai alors une base pour agir. J'ai pris des
initiatives et je lance une campagne d'information. Que puis-je faire
de plus? S'ils ont des suggestions pour améliorer la synergie, qu'ils
me les transmettent, qu'ils expliquent précisément quelles sont les
informations dont ils ne disposent pas. Alors je pourrai agir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: M. Van den Eynde étant absent, sa question n
o
246 est reportée à la prochaine réunion de
commission.
12 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
développement d'un plan d'action visant une approche intégrée de la police judiciaire en matière de
stupéfiants" (n° 249)b>
12 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het opstellen van een actieplan voor een geïntegreerde aanpak van drugs door de
gerechtelijke politie" (nr. 249)
12.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le Hainaut occidental détient un record: celui du nombre de
touristes fréquentant ses discothèques, ce qui, en soi, ne serait pas
dramatique si cela se limitait à des séances de danse.
Malheureusement, ce phénomène qui s'exprime essentiellement le
week-end et durant la nuit à partir du vendredi soir jusqu'au lundi
matin très tôt, s'accompagne d'une transhumance de stupéfiants. Or,
ces discothèques se trouvent souvent dans de très petites communes
en termes de population, ce qui signifie que le personnel des zones
de police appelé à couvrir lesdites communes n'est pas pléthorique.
Ce constat a été fait par l'ensemble des zones de police du Hainaut
occidental, mais aussi par Mme le procureur du Roi qui a réuni tous
les bourgmestres, il y a maintenant quelques semaines, pour ne pas
dire quelques mois, et qui leur a proposé la mise sur pied d'une
approche intégrée, non seulement préventive mais aussi répressive
du phénomène des stupéfiants sur l'ensemble des zones. En effet, à
l'époque, Mme le procureur du Roi nous faisait remarquer qu'elle avait
constaté une diminution du nombre de dossiers en raison de
l'absence d'information par manque d'effectif.
Une motion a été votée par l'ensemble des communes du Hainaut
occidental; et si ce n'est pas encore fait, ce sera bientôt le cas. Cette
motion vise à ce que soit remise en place la cellule CABU qui
permettait non seulement la généralisation des renseignements, mais
aussi d'assurer une présence permanente sur le terrain en vue de
lutter contre le phénomène des stupéfiants en discothèque. Je
rappelle que ce phénomène est spécifique à la région du Hainaut
occidental.
Voici mes questions.
- Avez-vous connaissance de cette motion qui a été déposée suite à
ce phénomène transfrontalier? Quelle suite pensez-vous y accorder?
- Les relations entre le SPF Intérieur et le SPF Justice permettent-
elles de mettre sur pied cette cellule? À partir du moment où les
communes et les zones de police se disent prêtes à joindre leurs
efforts, il serait souhaitable, selon moi, de mettre sur pied, comme
12.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De gemeenten in het westen van
Henegouwen worden, als gevolg
van hun ligging in het grensgebied,
elk weekend overspoeld met
discotheekbezoekers, die helaas
vaak ook drugstoeristen zijn.
Er
duiken
dan
ook
veiligheidproblemen op, waartegen
de burgemeesters steeds minder
opgewassen zijn. De regio heeft
dus nood aan een suprazonale
aanpak.
Verschillende gemeenten hebben
een motie goedgekeurd waarin
wordt
gepleit
voor
een
geïntegreerde aanpak op het
niveau van de gerechtelijke politie
met betrekking tot verdovende
middelen en voor de oprichting
van een specifieke politiecel.
Bent u bereid die verzoeken te
bestuderen en die projecten te
cofinancieren?
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
cela est demandé dans la motion, un cofinancement en vue d'assurer
une meilleure efficacité en la matière. Ce serait-là une première! J'ose
donc espérer que vous pourrez y réserver une suite positive.
12.02 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, je suis au courant des problèmes rencontrés par les
communes du Hainaut occidental suite à la présence de mega-
dancings sur leur territoire.
Je suis prêt à me joindre à toute initiative que les autorités judiciaires
voudraient prendre en la matière. Même si les structures de la police
intégrée doivent pouvoir permettre de lutter efficacement contre ce
genre de trafic, les zones de police peuvent très bien prendre des
initiatives avec la police fédérale d'une manière supra-zonale, tant sur
le plan administratif que judiciaire.
Afin de renforcer cette approche intégrée, on a par exemple déjà mis
en place le corps d'intervention. Il s'agit de policiers fédéraux qui
peuvent venir en aide aux zones dans la lutte contre des phénomènes
spécifiques. La collaboration entre les différents niveaux de la police
et avec les autorités judiciaires est fixée dans les plans zonaux et le
plan national de sécurité. La section "drogue" de la police fédérale
organise également un échange de données stratégiques également
avec l'étranger car, à côté de l'approche nationale, l'approche
internationale de cette problématique est, en effet, essentielle.
Ces dernières années, on a beaucoup investi dans cette
problématique, tant sur le plan national que sur celui de la coopération
internationale, par des actions policières internationales, par un
échange d'informations international poussé et aussi par la conclusion
de nouveaux traités, comme Schengen III ou le traité policier Benelux,
qui a permis la création de "Joint Hit Teams" internationaux, etc. Mais
je m'entends avec vous sur le fait que la problématique de la drogue
doit rester prioritaire pour le prochain gouvernement, en particulier
pour les ministres de la Justice et de l'Intérieur.
12.02 Minister Patrick Dewael:
Die problemen zijn me bekend en
ik sta achter de initiatieven die de
gerechtelijke overheden van het
arrondissement in dat verband
zouden willen nemen. Dankzij de
structuren van de geïntegreerde
politie moet een doeltreffend
optreden tegen de drugshandel
mogelijk zijn. Er werd al een
interventiekorps opgericht. De
samenwerking
tussen
de
verschillende
politieniveaus
onderling en met de gerechtelijke
overheden vindt zijn grondslag in
de zonale veiligheidsplannen en in
het nationale veiligheidsplan. De
drugssectie van de federale politie
wisselt onder meer met het
buitenland strategische gegevens
uit. Dit probleem vereist immers
een internationale aanpak. De
voorbije jaren gebeurde heel wat
op
dit
vlak:
internationale
politieacties,
doorgedreven
informatie-uitwisseling,
nieuwe
verdragen zoals Schengen III en
het Benelux-politieverdrag, enz.
De drugsproblematiek moet ook
voor de volgende regering een
prioriteit blijven.
12.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. Il n'empêche qu'à l'heure actuelle, même si
un certain nombre d'initiatives ont été effectivement prises, la
collaboration est insuffisante, en tout cas insuffisamment
performante. Je suis d'accord avec votre analyse, à savoir que le
travail doit s'effectuer entre les cabinets de la Justice et de l'Intérieur.
Je proposerai - mais nous sommes, hélas, en affaires courantes - à
l'ensemble des bourgmestres du Hainaut occidental une entrevue
avec les DG de la Justice et de l'Intérieur afin d'examiner la manière
d'optimaliser la collaboration. Je pourrais également présenter un
dossier attestant de l'arrestation, chaque semaine, de trafiquants, qui
viennent de France dans la région. Cela signifie que le réseau
fonctionne, mais lorsqu'on connaît l'influence de ces produits sur le
genre humain, force est de mettre fin de manière plus active, en tout
cas plus répressive à ce phénomène à répétition.
12.03 Jean-Luc Crucke (MR):
De huidige samenwerking levert
onvoldoende resultaten op.
Ik
zou
voorstellen
dat
de
burgemeesters
van
West-
Henegouwen
een
onderhoud
zouden hebben met het DG
Justitie en Binnenlandse Zaken. Ik
weet dat we in een periode van
lopende zaken zitten maar de
problemen rijzen elke week, en we
moeten ze met een hardere hand
een halt kunnen toeroepen.
12.04 Patrick Dewael, ministre: Monsieur le président, M. Crucke
peut faire ce qu'il veut, mais il s'adresse à un gouvernement qui
s'occupe des affaires courantes. Or, je constate qu'au sein de votre
commission, semaine après semaine, on pose des questions, on fait
des suggestions auxquelles il ne peut être répondu par un ministre qui
12.04 Minister Patrick Dewael:
U mag initiatieven nemen. Maar u
doet suggesties waarop een
minister in lopende zaken niet kan
ingaan!
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
doit se limiter aux affaires courantes. Donc, monsieur Crucke, si vous
faites le nécessaire sur le plan local et que vous vous adressez aux
dirjus, etc., c'est votre plein droit. Mais personnellement, je ne peux
rien annoncer ni approuver, ni proposer. J'oeuvre dans le cadre des
affaires courantes. Tenez compte de cette limitation de mes pouvoirs
et de mes compétences!
12.05 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, j'ai précisé que
nous étions en affaires courantes. M. le ministre en prendra note dans
le compte rendu. J'imagine bien la difficulté de la réponse.
Nonobstant, en période d'affaires courantes, des problèmes se
posent aussi couramment aux gens sur le terrain.
12.06 Patrick Dewael, ministre: Je le sais mais dans les questions
qui me sont adressées, je m'aperçois de plus en plus qu'il n'y a plus
de différence entre les questions posées avant les élections et celles
posées après les élections!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de bevordering van de secretaresse van de Commissaris-generaal van de geïntegreerde politie"
(nr. 336)
13 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la promotion
de la secrétaire du Commissaire général de la police intégrée" (n° 336)b>
13.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik wil
zeker geen voorkeursbehandeling maar het is inderdaad zo dat ik
naar de commissie voor de Verzoekschriften moet. Het gebeurt niet
dikwijls dat ik ergens onmisbaar ben. Bedankt om mijn vraag voor te
willen nemen.
De afgelopen dagen is het verhaal van de grote promotie die de
commissaris-generaal van de federale politie blijkbaar aan zijn
secretaresse zou hebben verleend nogal uitvoerig in de pers aan bod
gekomen. Het is inderdaad de moeite waard te bekijken hoe de
bevordering van iemand die te werk was gesteld op niveau C naar
niveau A eigenlijk is verlopen. We moeten er toch rekening mee
houden dat zeker ook van politiediensten wordt verwacht dat zij de
plichtenleer hoog houden en dat dit zeker geldt van laag tot hoog.
Ik denk dat wat is gebeurd, moet worden bekeken in het geheel van
wat nu bezig is. Men doet namelijk zijn best om de CALog-statuten te
herbekijken en op te waarderen. Dit lijkt mij een goede zaak in het
perspectief van een beter werkende geïntegreerde politie. In dit geval
is het echter een opwaardering die kan tellen. Mijn vraag is dan ook
waar de motivering in een ministerieel besluit vandaan komt om deze
promotie mogelijk te maken. Ik had ook graag geweten in welke
schaal de betrokken secretaresse is opgenomen.
De commissaris-generaal heeft reeds toegelicht waarom hij de
beslissing heeft genomen. Hij zegt dat het een aanstelling betreft in
een functie van niveau A. Volgens het RPPOL is de aanstelling in een
hoger ambt inderdaad mogelijk maar dit moet zich dan beperken tot
een functie van het niveau A. De betrokken secretaresse oefende nu
eenmaal geen functie uit van het niveau A maar wel van niveau C. Ik
vraag mij af hoe dit bij mekaar te passen is. Kortom, is een dergelijke
13.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Au cours de ces derniers
jours, la presse s'est fait largement
l'écho de la promotion dont a
bénéficié
la
secrétaire
du
commissaire général de la police
fédérale. Comme nous attendons
de la part des services de police
un respect scrupuleux de la
déontologie, il n'est pas sans
importance de vérifier comment
cet avancement du niveau C au
niveau A s'est effectué, en
particulier dans le contexte de la
revalorisation des statuts CALog.
Comment le ministre justifie-t-il
cette importante promotion? Dans
quel barème l'intéressée a-t-elle
été insérée? Cet avancement
n'est-il
pas
contraire
à
la
réglementation relative au statut
du personnel des services de
police (RPPol)? Quid de la règle
du RPPol selon laquelle l'emploi
de secrétaire de direction doit être
exercé au niveau B des grades de
qualification particulière? Dans
quelle mesure le ministre veille-t-il
à
garantir
une
pondération
objective des insertions dans le
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
motivering niet strijdig met het RPPOL. Een ander argument dat wordt
gebruikt, is het feit als zou de betrokkene een functie van
directiesecretaresse uitoefenen. Ik denk dat dit in de feiten ook zo is.
Het RPPOL voorziet erin dat die functie inderdaad kan worden
uitgeoefend maar dan in een betrekking op niveau B in de bijzondere
graden.
Tot slot nog even over heel de context waarin dit is gebeurd, namelijk
de inwerkingtreding van een niveau CALog-statuut en meer in het
bijzonder de weging van wie zich daar op niveau A bevindt. We horen
daar heel wat klachten over, vooral over het feit dat de afweging niet
altijd op een objectieve manier gebeurt. Ik denk dat de minister zeker
op de hoogte is van de geschillen die daarover al aanhangig zijn
gemaakt. Ik wou aan u vragen in hoeverre u ook toeziet op het feit dat
dit op een objectieve en uniforme manier zou gebeuren.
cadre du nouveau statut CALog?
13.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wil
eerst en vooral algemeen opmerken dat de aangelegenheid waarvan
de voorbije dagen sprake in de media een interne personeelszaak
van de federale politie betreft.
Uiteraard ben ik politiek verantwoordelijk voor de federale politie. U
weet echter dat de wetten en de besluiten op de geïntegreerde politie
erin voorzien dat de minister van Binnenlandse Zaken bij koninklijk
besluit of bij ministerieel besluit beslissingen in verband met heel wat
personeelsaangelegenheden moet goedkeuren.
Het gaat dan om mobiliteitsdossiers, tuchtdossiers, verloven voor
opdrachten in het buitenland, aanwijzingen in hogere functies,
oppensioenstellingen, enzovoort. Ik geef u ter informatie mee dat ik
bijvoorbeeld vorige week een veertigtal pensioendossiers heb moeten
goedkeuren. Het spreekt voor zich dat ik in deze materie moet
vertrouwen op de administratie van de federale politie. Ik wil eraan
toevoegen dat, bij mijn weten, dat vertrouwen tot op heden nog nooit
is beschaamd.
Ten tweede, er is de afgelopen dagen een specifieke zaak in de
media gekomen. Bij het bekendraken van deze zaak heb ik het
dossier opgevraagd. Indien nodig zal ik uiteraard ook het Comité P
dat met een onderzoek bezig is op basis van een klacht, een
bijkomend verslag vragen over het geheel van de problematiek.
Ik wil in het Parlement nogmaals duidelijk stellen dat de wet van
20 juni 2006 waarbij de structuur van de federale politie werd
gewijzigd en het daaruit voortvloeiend koninklijk besluit van 14
november 2006 waarin de hele nieuwe structuur is uitgewerkt,
bepalen dat de commissaris-generaal en de drie directeurs-generaal
"een beperkt aantal medewerkers kiezen die de dienst voor
beleidsondersteuning vormen". Zo staat het in het koninklijk besluit.
Die wet werd in deze commissie en in de plenaire vergadering van de
Kamer
overigens eenparig goedgekeurd. Die persoonlijke
medewerkers kunnen internen zijn, mensen van de federale of de
lokale politie, operationelen of burgerpersoneel ­ de zogenaamde
CALog's ­ of externen die bijvoorbeeld van andere overheidsdiensten
komen. Daarin hebben de betrokken commissaris-generaal of de
directeurs-generaal een heel grote vrijheid.
13.02 Patrick Dewael, ministre: Il
s'agit en l'occurrence d'un dossier
interne relatif au personnel de la
police fédérale. En ma qualité de
responsable de la police fédérale,
je dois signer pour approbation
différentes décisions en la matière.
Je m'en remets bien sûr, à cet
égard, au bon fonctionnement de
l'administration du personnel de la
police fédérale.
Lorsque
ce
dossier
a
été
largement
évoqué
dans
les
médias,
j'ai
immédiatement
demandé à le consulter. Le
Comité P examine cette affaire
pour l'instant, à la suite d'une
plainte, et je lui demanderai
certainement
un
avis
complémentaire.
La loi du 20 juin 2006 et l'arrêté
royal du 14 novembre 2006
définissent la structure de la
police fédérale. La loi dispose
que le commissaire général et
les trois directeurs généraux de
la police fédérale peuvent choisir
un
nombre
limité
de
collaborateurs personnels pour
un service d'appui stratégique.
Ils peuvent opérer ce choix en
toute liberté, en interne ou en
externe.
Le
commissaire
général, M. Koekelberg, a été
nommé le 1
er
mars 2007; il a
choisi plusieurs collaborateurs
personnels, parmi lesquels Mme
Sylvie Ricour.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Het is in dat raam dat de commissaris-generaal die op 1 maart 2007
werd benoemd, een aantal persoonlijke medewerkers heeft gekozen,
waaronder ook mevrouw Ricour. Die mensen werden door hem
gekozen. Hij heeft die keuze gemotiveerd.
Présidente: Muriel Gerkens.
Voorzitter: Muriel Gerkens.
Zij werkten immers al heel lang met hem samen, ook in zijn vorige
functies. Op die manier hadden de betrokkenen heel wat ervaring en
expertise opgebouwd.
Ik herhaal dat het een persoonlijke keuze van de commissaris-
generaal is, waarover ik mij in mijn hoedanigheid van minister ook niet
hoef uit te spreken. Indien hij persoon x voorstelt, hoef ik niet voor te
stellen om persoon y te nemen. Ik heb geen opportuniteitmogelijkheid.
Ik volg zijn keuze.
Gelet op de verantwoordelijkheden die de betrokken mevrouw in haar
nieuwe hoedanigheid door de commissaris-generaal kreeg
toebedeeld, stelde hij voor om haar in een hogere functie aan te
wijzen. Het is een aanwijzing in een hogere functie. Hij stelde een
aanwijzing in loonschaal A21 voor. Dat is de laagste schaal van
klasse 2.
De rechtsbasis voor de aanwijzing in een hogere functie vinden wij
terug ­ ik ben misschien enigszins technisch, maar het is van belang
­ in artikel 6, 2°, 77, en volgende van het koninklijk besluit van
30 maart 2001. Dat is het zogenaamde Mammoetbesluit.
Het gaat dus niet ­ dit werd ook in bepaalde mediaorganen weerlegd,
in andere mediaorganen minder ­ om een benoeming of een
bevordering. Een benoeming of bevordering brengt een definitieve
toekenning van een nieuwe graad met zich. Het gaat om een tijdelijke
aanstelling in een hogere functie, waarvoor effectief geen diploma of
examen is vereist. Zij is dan echter ook tijdelijk en precair. Indien de
functie om een of andere reden wordt verlaten, vervalt ook de
aanstelling en valt de betrokkene op de oorspronkelijke positie terug.
Het is op voornoemde, juridische basis en met voornoemde
motivering dat de aanstelling aan mij werd voorgelegd. Daaromtrent
overlegde ik trouwens ook nog met de betrokken personeelsdienst en
de juridische dienst van de federale politie. Zoals gezegd, maakte ik
daarbij geen opportuniteitbeoordeling over de keuze van de persoon,
maar wel een beoordeling naar de vorm en naar de legaliteit.
U stelde mij, ten slotte, ook nog een vraag over de wegingen in het
nieuwe CALog-statuut. Dat staat eigenlijk los van de aangehaalde
problematiek.
U weet dat de overheid en de syndicaten een nieuw statuut voor het
burgerpersoneel uitwerkten. De wettelijke basis van het nieuwe
statuut werd in het Parlement goedgekeurd. Om het nieuwe statuut
toepasbaar te maken, moeten functies worden gewogen.
Ik legde de procedure voor de weging vast in de omzendbrief GPI60,
die sinds 1 september 2007 jongstleden van kracht is. De
omzendbrief heeft net tot doel de bedoelde operatie objectief en
Il a motivé son choix en se
référant à leur coopération, longue
de plusieurs années, ainsi qu'à
l'expérience et au savoir-faire
acquis de la sorte par l'intéressée.
J'insiste sur le fait qu'en ma
qualité de ministre de l'Intérieur, il
ne m'appartient pas de me
prononcer
sur
les
choix
personnels
du
commissaire
général. Je ne procède pas à un
contrôle d'opportunité.
Étant donné que Mme Sylvie
Ricour doit endosser de nouvelles
responsabilités dans sa nouvelle
fonction, elle entrait en ligne de
compte, sur la base de l'article 6
de l'arrêté royal du 30 mars 2001,
mieux connu sous le nom d'arrêté
Mammouth, pour une désignation
dans une fonction supérieure,
l'échelle barémique A21 dans son
cas.
Il ne s'agit pas
en
l'occurrence d'une nomination ou
d'une promotion, mais d'une
affectation
provisoire
à
une
fonction supérieure. En tant que
ministre responsable, j'ai jugé de
la forme et de la légalité de cette
affectation et, après avoir consulté
le service juridique de la police
fédérale, je l'ai signée.
En raison de la modification du
statut de la police, toutes les
fonctions actuelles au sein de la
police
fédérale
doivent
être
pondérées. La circulaire GPI 60
concernant la pondération des
fonctions de niveau A du cadre
administratif et logistique des
services de police, comporte des
directives
pour
que
cette
pondération s'effectue de manière
objective, dans le respect de
l'autonomie de la police fédérale.
Je pourrai porter un jugement
définitif sur ce dossier dès
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
uniform te laten plaatsvinden, weliswaar met maximaal respect voor
de autonomie van de lokale overheden.
Ik besluit. Wij hebben hier te maken met een problematiek die de
gemoederen binnen de federale politie blijkbaar verhit. Ik kan op dit
ogenblik onvoldoende inschatten in hoeverre het een zaak van
rancune is of in hoeverre andere overwegingen in het protest
meespeelden. Ik kan evenmin inschatten of het een echt probleem
zou zijn. Daarom ook wacht ik met belangstelling het rapport van het
Comité P af. Op dat ogenblik zal ik met meer kennis van zaken het
dossier kunnen beoordelen. Het spreekt vanzelf dat ik de commissie
van de resultaten van mijn bevindingen op de hoogte zal brengen.
réception du rapport du comité P.
Je ne manquerai pas d'informer la
commission de la suite des
événements.
13.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik wilde alleen de zaak nog wat breder
opentrekken. Ik stel vast dat politiediensten op het vlak van
personeelsbeleid blijkbaar toch vaak een eigen invulling geven aan
het statuut dat hen werd toegekend, terwijl dat eigenlijk zou moeten
kaderen in een bredere kijk op de totaliteit van het openbaar ambt.
Het feit dat een bepaalde tak van de federale politie een eigen
interpretatie kan geven aan zijn statuut, maakt dat hij op bepaalde
momenten zowel rechter als partij is. De federale politie stelt hoe het
statuut moet geïnterpreteerd worden bij de toepassing niet alleen door
de lokale politie, maar ook door de eigen diensten.
Wij moeten op termijn toch eens nagaan of dat houdbaar blijft.
Moeten wij niet overwegen om die identiteit af te splitsen van de
federale politie en onder te brengen onder de FOD Binnenlandse
Zaken?
13.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Dans l'état actuel des
choses, les services de police
peuvent donc préciser eux-mêmes
les modalités de leur statut alors
que cette interprétation devrait
s'inscrire dans le cadre plus large
du statut de la fonction publique.
La police fédérale est en effet à
présent souvent juge et partie.
Est-ce tenable? Le SPF Intérieur
ne pourrait-il être investi d'une
mission à cet égard?
De voorzitter: Mijnheer de minister, wenst u te reageren?
13.04 Minister Patrick Dewael: Mevrouw de voorzitter, als ik reageer,
praat ik over de toekomst. Hetgeen ik daarnet heb opgemerkt
tegenover een vraagsteller, moet ik zelf natuurlijk ook respecteren.
Ik kan natuurlijk wel over het verleden spreken. U moet weten
vanwaar wij komen. Wanneer wij komen van de vroegere
rijkswachtsituatie, die wel eens een staat binnen de staat werd
genoemd, dan heeft men bij het onderhandelen van het nieuwe
statuut alleszins een rol willen toebedelen aan de minister van
Binnenlandse Zaken. Dat is de reden waarom ik een aantal dingen
moet ondertekenen, krachtens de wet en het statuut, zonder dat ik
een opportuniteitsbeoordeling heb.
Het is het een of het ander. Ik voel mij daar ook niet echt comfortabel
bij. Ofwel is het de structuur en dan is de structuur helemaal
verantwoordelijk.
Als men alleen maar
een soort
van
legaliteitscontrole kan doen, dan zit men een beetje op twee paarden
tegelijkertijd.
Ik sta open voor alle mogelijke suggesties, maar u mag toch niet ­ ik
verwijs naar de hele discussie over het CALog-statuut ­ de
specificiteit van het politiekwerk uit het oog verliezen. Een en ander
verdrinken in het ruimere statuut van het openbaar ambt zou ook niet
kunnen, want dat zou een hypotheek kunnen leggen op de slagkracht
van de politie.
13.04 Patrick Dewael, ministre: Il
convient bien évidemment de tenir
compte du passé et de savoir d'où
nous venons. La gendarmerie était
qualifiée autrefois d'État dans
l'État. Dans le cadre du nouveau
statut, le ministre de l'Intérieur
s'est vu attribuer un rôle mais il
peut seulement procéder à un
contrôle de légalité et non pas à
un contrôle d'opportunité. Je suis
ouvert à toutes les suggestions
mais il faut veiller à ne pas
remettre en cause la capacité
opérationnelle de la police. Ces
suggestions
devront
être
examinées
par
le
nouveau
gouvernement et le cas échéant
consignées dans le nouvel accord
de gouvernement.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Dat is echter voor een regeerakkoord, waar wij allebei naar uitkijken.
Het is voor een volgende regering om zich daarover te buigen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
couverture du réseau Astrid" (n° 293)b>
14 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het bereik van het Astridnetwerk" (nr. 293)
14.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le vice-premier
ministre, nos forces de sécurité communiquent entre elles depuis de
nombreuses années avec le réseau Astrid. Le week-end du 20
octobre dernier, tous les services du pays ont éprouvé de grandes
difficultés à communiquer via ce réseau. Il est dès lors utile de se
pencher sur la fonctionnalité du système et surtout sur la couverture
du réseau. Vous avez d'ailleurs déjà répondu à ce volet-là.
Par ailleurs, dans la ville de Braine-le-Comte par exemple, le réseau
Astrid ne respecte pas ses engagements pris en janvier 2005. Une
nouvelle antenne devait être construite à proximité de la gare SNCB.
Après d'énormes difficultés, le permis de bâtir est enfin octroyé.
Malheureusement, aujourd'hui, toujours rien. Quand on interroge les
responsables du réseau Astrid, ceux-ci nous renvoient vers le SPF
Intérieur qui prétexte qu'il n'y a plus l'argent suffisant pour ériger cette
antenne.
Je me permets dès lors de vous poser quelques questions afin que
nous y voyions plus clair. Existe-t-il un plan global de couverture du
réseau Astrid? Si oui, la couverture est-elle optimale dans tout le
pays? Dans le cas contraire, quand le sera-t-elle? Quel est le budget
que le SPF Intérieur consacre au développement du réseau Astrid?
Est-il déjà épuisé pour 2007? Qu'en est-il de l'installation de l'antenne
de Braine-le-Comte, d`autant que les toutes dernières informations en
notre possession nous font dire que l'argent est là mais qu'il faut une
signature du ministre de l'Intérieur pour pouvoir installer cette
antenne.
Je rappelle, comme RTL-TVI l'a montré la semaine passée, qu'en
entrant dans les bâtiments de Braine-le-Comte et d'une partie
d'Hennuyères, qui fait partie de la commune, il n'y a plus du tout de
couverture Astrid, ce qui peut engendrer de gros problèmes,
notamment en cas d'incendie.
La présidente: Monsieur le ministre, M. Van Grootenbrulle et M.
Vandenhove ont également déposé une question au sujet d'Astrid
mais je crois que vous avez préparé des réponses distinctes. Nous ne
joignons donc pas les questions.
14.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
De
Belgische
veiligheidsdiensten communiceren
sinds jaar en dag via het Astrid-
netwerk. In 's Gravenbrakel
voldoet dat netwerk echter niet
aan de verbintenissen die in
januari 2005 werden aangegaan.
Zo zou er in de nabijheid van het
treinstation een nieuwe antenne
worden gebouwd. Na eindeloze
verwikkelingen
werd
de
bouwvergunning
eindelijk
uitgereikt.
De
leidinggevende
ambtenaren bij het Astrid-netwerk
verwijzen ons naar de FOD
Binnenlandse Zaken, waar wordt
beweerd dat er niet voldoende
middelen meer voorhanden zijn
voor de bouw van die antenne.
Bestaat er een globaal plan voor
het bereik van het Astrid-netwerk?
Zo ja, is het bereik in heel het land
optimaal? Zo neen, wanneer zal
dat het geval zijn? Hoeveel geld
besteedt de FOD Binnenlandse
Zaken aan de ontwikkeling van het
Astrid-netwerk? Zijn die middelen
voor 2007 al uitgeput? Hoe staat
het met de oprichting van de
antenne in 's Gravenbrakel?
14.02 Patrick Dewael, ministre: Ma réponse comporte plusieurs
éléments, madame la présidente.
Pour ce qui est de la couverture radio nationale, le gouvernement
fédéral a conclu un contrat de gestion avec la société Astrid qui définit
clairement le niveau de services à offrir. Ce contrat se base sur la loi
"Astrid". La couverture radioélectrique est imposée de manière
14.02 Minister Patrick Dewael:
Wat het nationale radiobereik
betreft, heeft de federale regering
een beheerscontract afgesloten
met de vennootschap Astrid,
waarin het niveau van de te
leveren diensten duidelijk is
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
contractuelle. Le marché public exécuté par Astrid avait initialement
prévu la construction de 435 antennes. L'extension du réseau de
radiocommunication avec des masses supplémentaires est prévue
par Astrid. Les modalités pratiques du déploiement d'antennes
supplémentaires ont été élaborées en étroite collaboration avec le
comité consultatif des usagers.
En ce qui concerne le budget de mon département consacré au
réseau, les subsides annuels qui couvrent les coûts de
fonctionnement du réseau émargent totalement au budget de l'État
fédéral. Ils s'élèvent à environ 30 millions d'euros par an et couvrent
essentiellement des engagements contractuels en marge de
l'exploitation journalière du réseau. Ces crédits ne permettent
toutefois pas d'investissement quant à la couverture radiophonique.
En ce qui concerne la couverture à Braine-le-Comte, dans
l'architecture initiale, Astrid avait prévu l'installation d'une antenne
dans la cour de l'ancienne gendarmerie. On n'a toutefois pas réussi à
obtenir une autorisation de bâtir. Nous avons alors opté pour un site
alternatif pour couvrir la région concernée. Par conséquent, le signal
radio qui dessert Braine-le-Comte provient d'une antenne très
éloignée, ce qui explique la faiblesse du signal portable. Le signal est
suffisant, sauf au coeur de la ville, pour les appareils radio à bord des
véhicules. La couverture est donc insuffisante à l'intérieur des
bâtiments.
L'année prochaine, Astrid présentera un nouveau plan financier au
gouvernement. La couverture supplémentaire pour Braine-le-Comte
en fera partie.
vastgelegd.
De
praktische
modaliteiten inzake het plaatsen
van bijkomende antennes werden
ontwikkeld in nauw overleg met
het raadgevend comité van de
gebruikers.
De jaarlijkse subsidies die de
werkingskosten van het netwerk
dekken, zijn volledig uit de
federale begroting afkomstig. Die
kredieten kunnen echter niet
worden
aangewend
voor
investeringen met betrekking tot
het radiobereik.
Wat 's Gravenbrakel betreft, is het
bereik
in
de
gebouwen
ontoereikend ten gevolge van een
probleem met betrekking tot de
keuze van de plaats waar de
bijkomende
antenne
werd
geïnstalleerd. Volgend jaar zal
Astrid de regering een nieuw
financieel plan voorleggen. Het
bijkomende
bereik
in
's
Gravenbrakel zal daarvan deel
uitmaken.
14.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Il y a eu une évolution depuis
puisqu'un site alternatif a été trouvé à côté de la gare de Braine-le-
Comte. Nous y avons vraiment mis beaucoup d'énergie, le permis est
enfin délivré. L'argent est disponible chez Astrid mais ils nous disent
qu'ils ont besoin d'une signature du ministère de l'Intérieur pour que
tout soit mis en oeuvre. Monsieur le ministre, je me permets d'insister
afin que vous redemandiez une information actualisée à vos services
pour qu'on puisse installer l'antenne. Cela peut être réglé en quelques
heures selon Astrid.
14.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Naast het station van `s
Gravenbrakel werd een andere
geschikte plek voor de plaatsing
van een antenne gevonden. We
hebben echt alles in het werk
gesteld om dat dossier tot een
goed einde te brengen en de
bouwvergunning werd nu eindelijk
uitgereikt. Het geld is beschikbaar
bij Astrid, maar men zegt ons dat
er nog een handtekening van de
minister van Binnenlandse Zaken
vereist is.
14.04 Patrick Dewael, ministre: Je prends acte de ce que vous me
dites mais vous me permettrez de vérifier auprès de mon
administration et auprès d'Astrid.
La présidente: Il y aura donc un suivi.
14.04 Minister Patrick Dewael:
Ik neem nota van wat u me zegt.
Sta me toe dat ik een en ander bij
mijn administratie en Astrid natrek.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
démantèlement de la centrale nucléaire de Chooz A" (n° 254)b>
15 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de ontmanteling van de kerncentrale van Chooz A" (nr. 254)
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
15.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, je vous remercie de m'avoir attendu.
Monsieur le ministre, ma question porte sur un décret de la
République française du 27 septembre 2007 relatif au démantèlement
de la centrale nucléaire de Chooz A.
La centrale de Chooz se situant, comme vous le savez, en bordure
directe de notre territoire et au bord de la Meuse, les vents dominants
soufflant sur la Belgique et la zone de qualification de 10 kilomètres
s'étendant essentiellement sur notre pays, il convient, autant que
possible et comme c'est le cas pour les centrales belges, de s'assurer
du respect le plus strict des consignes de sécurité en son sein et
d'une coordination transfrontalière efficace, notamment en termes de
communication, afin d'assurer la sécurité de nos concitoyens.
Le gouvernement français a sanctionné ce 27 septembre 2007, le
décret auquel je viens de faire référence. Il s'agit de démanteler la
centrale dite de Chooz A construite au début des années 60, qui était
un des premiers réacteurs à eau pressurisée. Mise en service en
1967, cette centrale de Chooz a connu une quantité impressionnante
d'aléas, de pannes et de dysfonctionnements, jusqu'à son arrêt
définitif en 1991. Cette centrale de Chooz A a été rejointe en 1996 et
1997 par une autre unité baptisée Chooz B et composée de deux
réacteurs toujours en activité.
La décision française de démanteler Chooz A est la conséquence
logique de son arrêt, il y a 15 ans. Il convient néanmoins de veiller à
ce que ce démantèlement se déroule dans les meilleures conditions
de sécurité, en y mettant le temps nécessaire pour permettre une
baisse graduelle et progressive de la radioactivité, en veillant au
respect de la santé des travailleurs et des riverains, en évitant la
dispersion d'ondes radioactives, en s'assurant de la meilleure
concertation avec les populations et autorités concernées et en
garantissant une expertise finale indépendante, exhaustive et fiable.
Monsieur le ministre, voici mes questions.
- Avez-vous été informé et concerté par les autorités françaises quant
à ce projet de démantèlement de la centrale nucléaire de Chooz A?
Le cas échéant, à quelle date et sous quelle forme?
- Quelles garanties avez-vous obtenues et pouvez-vous donner quant
au respect des plus strictes conditions de sécurité dans le cadre du
démantèlement de cette centrale, notamment en termes de
dispersion d'ondes radioactives, de gestion des déchets radioactifs et
d'expertise finale des travaux de démantèlement?
- Qu'est-il prévu pour informer la population belge concernée quant à
ces travaux assez lourds?
- Quelles démarches avez-vous entreprises ou envisagez-vous
d'entreprendre vis-à-vis des autorités françaises concernant ce
démantèlement?
15.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De Franse regering heeft
op 27 september jongstleden een
decreet in verband met de
ontmanteling van de kerncentrale
van Chooz A bekrachtigd. Die
centrale werd in 1991 na een
indrukwekkende reeks pannes
definitief
stilgelegd.
Rekening
houdend met de ligging van die
centrale moeten we erop toezien
dat die ontmanteling in optimale
omstandigheden verloopt teneinde
de veiligheid van onze burgers te
vrijwaren.
Heeft de Franse overheid de
minister over dat ontmantelings-
plan
geïnformeerd?
Zo
ja,
wanneer
en
hoe?
Welke
waarborgen heeft hij in dat geval
gekregen in verband met de
naleving
van
de
strengste
veiligheidsvoorschriften? Hoe zal
de Belgische bevolking voorgelicht
worden? Welke stappen heeft u
gedaan of zal u nog doen bij de
Franse overheid?
15.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, la centrale
nucléaire de Chooz A a été arrêtée définitivement le 30 octobre 1991.
La déconstruction d'une centrale nucléaire se réalise généralement en
trois phases: tout d'abord, la mise à l'arrêt définitif; ensuite, le
démantèlement partiel et, enfin, le démantèlement total.
15.02 Minister Patrick Dewael:
Het decreet van 27 september
2007 verleent toestemming voor
de derde en laatste fase van de
ontmanteling van de kerncentrale
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
La centrale de Chooz A entamera en 2008 l'ultime étape de sa
déconstruction, qui devrait s'achever en 2020. Le décret du
27 septembre 2007 a autorisé l'exploitant du site à procéder aux
opérations finales du démantèlement. Les autorités de sûreté belge,
dont l'Agence nucléaire, sont informées de manière systématique de
l'évolution des travaux de démantèlement de Chooz A lors des
réunions semestrielles du groupe franco-belge sur la sûreté des
réacteurs.
Je fais référence à ma réponse à la question écrite n° 24. Je rappelle
que le décret de 1999, qui a autorisé la seconde phase du
démantèlement, avait été précédé d'une enquête publique, à laquelle
la population belge et les communes concernées ont été
officiellement invitées à participer. L'avis d'enquête publique a été
publié dans le journal belge "La Meuse" à deux reprises: les 9 et
30 août 2006.
L'autorisation délivrée par le décret du 27 septembre 2007 se
rapporte au démantèlement du circuit du réacteur déjà vide de
combustible depuis 1995 et de ses annexes. Ces installations sont
situées dans des cavernes, une spécificité de Chooz A. Le fait que ce
démantèlement s'opère dans des cavernes réduit considérablement
les risques potentiels pour l'environnement. Les conditions de sûreté
dans lesquelles s'opèrent les travaux de démantèlement sont du
ressort de l'autorité de sûreté nationale.
Il convient de souligner que le site nucléaire de Chooz est entouré,
sur le territoire belge, par des balises de surveillance du réseau
TELERAD, de la même façon que les sites nucléaires belges de Doel
et Tihange, afin de détecter tout accroissement anormal de la
radioactivité ambiante.
van Chooz A die begin 2008 zou
moeten aanvangen en in 2020 zou
afgerond zijn.
De
Belgische
veiligheids-
autoriteiten worden systematisch
op de hoogte gehouden van de
vorderingen van de werkzaam-
heden. Ik verwijs naar mijn
antwoord op de schriftelijke vraag
nr. 20.
Het
bericht
van
openbaar
onderzoek is in augustus 2006
tweemaal in de Belgische krant
"La Meuse" gepubliceerd.
De
door
het
decreet
van
september
2007
verleende
vergunning
slaat
op
de
ontmanteling van het reactorcircuit
dat geen kernbrandstof meer
bevat
en
de
bijbehorende
installaties die zich in grotten
bevinden, wat de risico's in grote
mate beperkt.
De veiligheidsvoorwaarden zijn
zaak
van
de
nationale
veiligheidsautoriteit.
Net zoals de Belgische nucleaire
sites is de site van Chooz op
Belgisch grondgebied omgeven
door
meetstations
van
het
Telerad-netwerk
die
elke
abnormale
stijging
van
de
radioactiviteit
onmiddellijk
vaststellen.
15.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie pour votre réponse, laquelle soulève trois remarques.
Si je vous ai posé la question, c'est parce que j'ai constaté que les
attendus du décret français ne faisaient pas explicitement référence à
une concertation avec la Belgique. Certes, vous n'en êtes nullement
responsable, mais il aurait été élégant de le signaler, surtout eu égard
aux directives européennes, qui obligent à une concertation du public
et des pays voisins lors de travaux ayant un impact important sur
l'environnement. Cela dit, je me réjouis que les autorités belges aient
été averties.
Je trouve néanmoins que le choix de la France d'un démantèlement
rapide n'est pas optimal. Je regrette que les autorités belges n'y aient
pas fait référence car cette méthode est dangereuse pour les
intervenants. Elle coûte plus cher, produit des déchets radioactifs qui
ont une durée de radioactivité importante et il n'y a pas de solution de
stockage pour les déchets les plus actifs à cause d'une certaine
rapidité du démantèlement.
15.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen): In de consideransen van
het Franse decreet wordt niet
verwezen naar enig overleg met
België. Het verheugt me te horen
dat er toch overleg is gepleegd.
Dat Frankrijk gekozen heeft voor
een snelle ontmanteling, is geen
ideaal scenario. Ik betreur die
keuze ten zeerste.
Ik neem nota van de twee artikels
die in augustus in de krant "La
Meuse" verschenen zijn. Zou het
evenwel niet wenselijk zijn werk te
maken
van
een
ruimere
voorlichting?
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Je prends bonne note que deux avis ont été publiés dans le journal
"La Meuse" au mois d'août. Tous nos concitoyens ne lisent pas le
journal, qui plus est "La Meuse". Je me demande dès lors dans quelle
mesure il ne serait pas opportun d'envisager une information plus
large, par exemple au moyen d'une publication "toutes boîtes".
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de nieuwe voetbalcompetitie" (nr. 267)
16 Question de M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
nouvelle compétition de football" (n° 267)b>
16.01 Ludwig Vandenhove (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb een korte vraag. In de media lezen wij dat
men de voetbalcompetitie zou hervormen. Men zou voetballen tussen
Kerstmis en Nieuwjaar, maar men zou vooral ook de reeksen
herindelen in twee reeksen, de best gerangschikte en de minder
gerangschikte ploegen. Uiteraard zal deze hervorming wedstrijden
met een verhoogd risico met zich meebrengen, zeker voor de tweede
ingreep.
Mijnheer de minister, zijn dat geruchten die in de media de ronde
doen? Is er al dan niet officieel contact geweest met de Belgische
Voetbalbond en uzelf of uw administratie? Dit heeft immers een
impact op de veiligheid.
16.01 Ludwig Vandenhove
(sp.a-spirit): De très nombreux
projets tendant à réorganiser le
championnat national de football
de première division circulent ces
derniers
temps.
L'une
des
propositions les plus récentes tend
à organiser une compétition en
deux poules de dix équipes
chacune, avec une sélection au
Nouvel an, les cinq équipes les
mieux classées de chaque poule
disputant ensuite le titre de
champion. Ce projet prévoit de
faire disputer des rencontres entre
Noël et Nouvel an.
Pareil changement entraînerait,
entre autres, une augmentation du
nombre de rencontres à risques.
Une concertation a-t-elle déjà eu
lieu entre le SPF Intérieur, d'une
part, et la Ligue de Football
Professionnel et l'Union belge de
football d'autre part? Le ministre
confirme-t-il que ce projet aura des
répercussions sur la sécurité à
l'intérieur et à l'extérieur des
stades de football?
16.02 Minister Patrick Dewael: Mevrouw de voorzitter, gezien het
voorstel voor een nieuwe voetbalcompetitie inderdaad mogelijk meer
risicowedstrijden met zich meebrengt, hebben mijn diensten op 3
oktober jongstleden contact opgenomen met de Liga Beroepsvoetbal.
Voorafgaand aan een definitieve beslissing is overleg met mijn
diensten noodzakelijk, zodat een simulatie kan worden opgemaakt
van wat deze plannen kunnen betekenen inzake onder meer politie-
inzet. De Liga Beroepsvoetbal heeft aangegeven dat de externe firma
die werd aangesteld om het project te bestuderen contact zou
opnemen met de voetbalcel binnen mijn diensten. Het betreft een
Nederlandse firma die ook de hervorming van de Nederlandse
competitie heeft begeleid. De destijds door de Nederlandse overheid
gestelde bijkomende veiligheidseisen zijn al in het bezit van mijn
diensten. Het spreekt voor zich dat ook de burgemeesters in dat
16.02 Patrick Dewael, ministre:
Dans le cadre de la proposition
évoquée par M. Vandenhove, le
nombre de rencontres à risque
sera incontestablement plus élevé.
C'est pourquoi mon administration
a pris contact, le 30 octobre, avec
la Ligue de Football Professionnel.
Il est indispensable, en effet,
d'organiser une concertation avec
le SPF Intérieur avant de modifier
le déroulement du championnat,
parce qu'il faudra procéder à des
simulations dans l'optique du
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
debat moeten worden betrokken.
Mijn beleidsuitgangspunt inzake voetbalbeleid op basis van het
vigerend regeerakkoord is de laatste jaren altijd dezelfde geweest en
geldt ook voor elk voorstel voor een nieuwe competitieformule.
Wedstrijden moeten kunnen plaatsvinden in veilige en aangename
omstandigheden, maar er moet een aanvaardbaar evenwicht zijn
tussen de veiligheidsinspanningen van de overheid en die van de
privé-organisator.
Wat de voetbalwedstrijden tussen Kerstmis en Nieuwjaar betreft,
hebben mijn diensten in het verleden al aan de Liga laten weten dat
de beschikbare politiecapaciteit in deze periode, gelet op andere
evenementen, eerder beperkt is.
recours aux services de police. La
Ligue a chargé une société
néerlandaise d'étudier le projet.
Celle-ci devrait prendrait contact
avec la cellule Football du SPF
Intérieur. Il s'agit de l'entreprise qui
a encadré la récente réforme du
championnat de football aux Pays-
Bas. Mes services sont déjà en
possession de la liste des
exigences
supplémentaires
posées à l'époque en matière de
sécurité
par
les
autorités
néerlandaises.
Il va de soi que les bourgmestres
doivent aussi être associés à une
éventuelle
réforme
du
championnat. Le gouvernement
actuel a toujours considéré, à
propos
de
l'organisation
du
championnat de football national,
que les rencontres doivent pouvoir
se dérouler dans de bonnes
conditions de sécurité et dans une
atmosphère agréable et que les
prestations en matière de sécurité
fournies par les autorités et par
l'organisateur privé doivent être
équilibrées.
À propos de l'organisation de
rencontres entre Noël et la Saint-
Sylvestre, mon administration a
déjà attiré l'attention de la Ligue de
Football Professionnel sur la
disponibilité
limitée,
à
cette
période, des effectifs de police.
16.03 Ludwig Vandenhove (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, ik
dank u voor het antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Ludwig Vandenhove aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"problemen met het Astridsysteem" (nr. 269)
- de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de technische problemen met het Astridnetwerk in de provincie Henegouwen" (nr. 280)
17 Questions jointes de
- M. Ludwig Vandenhove au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "des problèmes
concernant le système Astrid" (n° 269)
- M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la panne du
réseau Astrid en province de Hainaut" (n° 280)b>
17.01 Ludwig Vandenhove (sp.a-spirit): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, u hebt ook in de Senaat al een paar keer op
17.01 Ludwig Vandenhove
(sp.a-spirit) : Le ministre a-t-il déjà
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
deze vraag geantwoord en daarnet ook op een vraag daaromtrent van
een collega. Toch zou ik nog even willen terugkomen op hetgeen op
20 oktober 2007 is gebeurd.
Wat het technisch aspect betreft, in welke mate hebt u daarover met
de nv Astrid al contact gehad? Hoe staat u daar als minister
tegenover?
De tweede zaak vind ik zeker zo belangrijk. Als ik goed ben ingelicht
ben, achtte de nv Astrid, op het ogenblik dat zij kennis had van de
problemen, het niet nodig of nuttig om daarvan de brandweerzones in
ons land te informeren. Erger nog, men wist te antwoorden aan de
brandweerzones die contact opnamen dat men eigenlijk niet in de
mogelijkheid was om de brandweerzones daarvan op de hoogte te
brengen.
In die zin heb ik een dubbele vraag.
Hebt u daarover contact gehad met de nv Astrid? Wat bent u van plan
daaraan te doen? Ik denk aan het technische aspect, maar vooral aan
het feit dat op zulke momenten, als het systeem uitvalt ­ het is
immers techniek ­ de betrokken zones moeten kunnen worden
geïnformeerd.
été en contact avec la SA Astrid à
propos des problèmes techniques
survenus sur le réseau à la fin du
mois d'octobre?
N'estime-t-il pas curieux qu'à la
suite de ces problèmes, cette
société n'ait même pas jugé
nécessaire de contacter les
services d'incendie? En outre,
interpellée à ce sujet, la SA Astrid
aurait même déclaré que c'était
techniquement impossible.
Le ministre a-t-il eu des contacts à
ce sujet avec la SA Astrid?
Quelles initiatives envisage-t-il de
prendre à cet égard?
17.02 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Madame la présidente,
monsieur le ministre, le contenu de ma question reprend évidemment
ce qui vient d'être exposé brièvement par mon collègue Vandenhove.
Le système de télécommunication Astrid, utilisé par les services de
police et de secours pour communiquer entre eux, a connu des
problèmes techniques le week-end des 20 et 21 octobre 2007. Selon
les informations en ma possession, le problème n'aurait affecté que
les centraux incendie. La population pouvait encore entrer en contact
téléphonique avec les services, mais ces derniers ont rencontré des
difficultés pour envoyer des équipes sur le terrain ou pour rappeler
leurs volontaires. Des perturbations ont affecté plusieurs services
dans la province du Hainaut. Je dois noter que ce n'est pas la
première fois.
Le système Astrid dispose d'une fonction spécifique (PAGER) qui
permet aux centraux d'appeler différentes équipes sur le terrain en
même temps; elle ne fonctionnait plus correctement. Ainsi, les
services d'incendie ont dû contacter leurs équipes et leurs volontaires
par gsm ou par d'autres systèmes de communication radio.
Le communiqué de presse de la société Astrid minimise le
dérangement technique: il se serait limité à un problème au service de
"paging" pour les pompiers, il aurait été réparé le samedi soir et,
durant le dérangement, tous les autres systèmes de communication
d'Astrid auraient été en état de fonctionnement. Je dois dire
heureusement!
Toutefois, pour ce qui est des services locaux d'incendie, la situation
fut plus grave. En effet, les services centraux d'Astrid n'ont pas
prévenu immédiatement les services de secours. Ceux-ci ont appris
la panne "par hasard"! Et sans information fiable de la part d'Astrid, ils
ont dû rappeler rapidement des équipes de volontaires via gsm et
téléphone fixe, comme je l'ai signalé.
17.02 Bruno Van Grootenbrulle
(PS): Op 20 en 21 oktober 2007
waren er technische problemen
met het telecommunicatienetwerk
Astrid, die enkel voor de centrales
voor
de
brandweerdiensten
gevolgen zouden hebben gehad.
De specifieke PAGER-functie,
waarmee tegelijkertijd verschil-
lende brandweerteams kunnen
worden opgeroepen, was buiten
werking. De brandweerdiensten
hebben hun teams en de
vrijwilligers per gsm en via andere
radiocommunicatiesystemen moeten
verwittigen. Bovendien werden ze
niet door de centrale diensten van
Astrid op de hoogte gebracht en
moesten ze het defect dus
toevallig vernemen.
De gevolgen hadden wel eens
ernstig kunnen zijn.
Kan u me meer informatie
bezorgen in verband met dat
defect? Waarom werden de lokale
hulpdiensten niet meteen door
Astrid op de hoogte gebracht?
Waarin bestaat de procedure om
de gebruikers snel op de hoogte te
brengen? Werden uw diensten
ingelicht over dat defect?
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
L'origine de la panne n'est pas encore connue et fera l'objet d'une
enquête par le service technique d'Astrid. Il semble qu'elle a affecté le
serveur central, ainsi que le système de secours. Je ne souhaite pas
exagérer cet incident technique, mais que se serait-il passé si la
panne avait eu lieu mercredi dernier lors des deux accidents Seveso
qu'a connus en même temps la province de Hainaut? Je rappelle
qu'Astrid est tenue par une obligation de résultat et que ce service
nous coûte relativement cher.
Monsieur le ministre, je souhaiterais vous poser quelques questions.
Pourriez-vous faire le point concernant cette panne? Pourquoi les
services locaux de secours n'ont-ils pas été informés immédiatement
par Astrid de ce dérangement? Quelles sont les mesures prévues au
sein de cette société pour informer rapidement les utilisateurs
d'éventuels dérangements du réseau? Vos services ont-ils été
informés de cette panne?
Plusieurs jours se sont écoulés depuis; a-t-on désormais
connaissance des raisons de cette panne? Quelles mesures ont-elles
été mises en place pour que ce genre d'incident n'arrive plus? Si cela
était malheureusement encore le cas, quelles sont les mesures
alternatives ou "plan bis" que la société Astrid compte mettre sur pied
pour permettre une communication optimale en cas de panne
inopinée, par exemple, via des moyens radio ou de téléphonie?
Enfin, accessoirement, mais cependant important, qui prendra en
charge les frais supplémentaires supportés par les communes suite à
cette panne et au défaut d'information fiable de la part d'Astrid?
Zijn de oorzaken ervan intussen
bekend?
Welke
maatregelen
werden
genomen
om
te
voorkomen dat zo'n probleem zich
nog eens zou voordoen? Welke
alternatieve maatregelen zal Astrid
nemen wanneer zich nogmaals
een defect voordoet?
Wie zal de extra kosten betalen
die de gemeenten als gevolg van
die problemen hebben moeten
ophoesten?
17.03 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, le réseau du
"paging" est un système par lequel on contacte surtout les pompiers.
Un défaut dans le software au centre du système de gestion était à
l'origine de l'incident. Des sécurités ont été incorporées dans le
système qui fonctionne en cascade comme un filet de sécurité mais,
apparemment, ces systèmes de sécurité n'ont pas pu prévenir le
défaut.
La firme responsable du développement et de l'entretien du système
a immédiatement été avertie. Après 4 heures, une première fonction
de base de ce système a été réparée, ce qui a permis de pouvoir, à
nouveau, contacter les personnes concernées.
17.03 Minister Patrick Dewael:
Het pagingnetwerk wordt vooral
gebruikt om brandweermannen op
te roepen.
Zelfs met behulp van de talrijke
beveiligingen waarin voorzien is
om bepaalde defecten op te
vangen, heeft men blijkbaar het
defect in de software van het
beheerssysteem, dat aan de
oorsprong lag van het incident,
niet kunnen voorkomen.
Er werd onmiddellijk contact
opgenomen
met
de
desbetreffende firma. Na vier uur
is men erin geslaagd de eerste
basisfunctie te herstellen en
konden de betrokken brandweerlui
opnieuw opgeroepen worden.
Er bestaat een noodplan bij de nv Astrid om, in geval van een crisis
zoals deze, te communiceren via hun helpdesk. Dat plan werd nu voor
het eerst op grote schaal gebruikt, maar de communicatie naar de
brandweerdiensten heeft duidelijk gefaald. Blijkbaar was het systeem
niet voorzien op een crisis van dergelijke omvang. Via tussenkomst
La SA Astrid dispose d'un plan
d'urgence
prévoyant
de
communiquer par le biais du
service d'assistance en cas de
crise, mais ce dispositif n'a pas
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
van de directie civiele veiligheid werd dan in allerijl een
communicatielijn opgezet, via het crisiscentrum van de regering, om
via de provinciale hulpcentrale, de zogenaamde 100-centra, de
brandweerzones te verwittigen.
De communicatie van de hulpcentrales naar de brandweerdiensten is
evenmin optimaal verlopen.
fonctionné en ce qui concerne les
pompiers. Le système n'était
manifestement pas conçu pour
faire face à une crise d'une telle
ampleur. L'intervention de la
protection civile a permis de
mettre en place de toute urgence
une ligne de communication en
passant par le centre de crise du
gouvernement, afin de prévenir les
zones de pompiers par le biais des
centrales provinciales du 100.
Cette intervention ne s'est pas non
plus déroulée de façon optimale.
D'ailleurs, les responsables de la sécurité civile n'ont pas été informés
du défaut par Astrid; ils l'ont appris par les pompiers sur le terrain.
Il est évident qu'on doit tirer des leçons de cet incident, tant sur le plan
technique que dans le domaine du plan d'urgence "Communication".
Er
moeten
lessen
worden
getrokken uit dit incident, zowel op
technisch gebied als wat het
noodplan "Communicatie" betreft.
Samen met u kan ik niet accepteren dat een snelle hulpverlening in
gevaar komt door een technisch probleem of door een onvoldoende
functionerend noodplan voor de communicatie. Er is in de voorbije
jaren heel veel geïnvesteerd in het Astridsysteem en de nv Astrid. Er
mogen dan ook resultaten worden verwacht.
Ik heb de nv gevraagd om haar crisiscommunicatieplan volledig op
punt te stellen om in de toekomst op zijn minst een snelle en
adequate communicatie met de betrokkene te verzekeren in geval
van technisch defect. De nv heeft een voorstel van aanpak uitgewerkt
dat op dit moment wordt voorgelegd aan het raadgevend comité van
gebruikers. Tegelijk wordt de piste van een mogelijke
crisiscommunicatie via het crisiscentrum verder uitgewerkt door de
diensten van Binnenlandse Zaken.
Il
est
inacceptable
qu'une
assistance rapide soit compromise
par un problème technique ou un
plan d'urgence inefficace en
matière de communication. Eu
égard
aux
investissements
considérables consacrés à Astrid,
des
résultats
peuvent
être
escomptés. J'ai demandé à la SA
de mettre totalement au point le
plan de communication de crise.
La proposition de la société est
soumise en ce moment au Comité
consultatif
des
usagers.
Parallèlement, la piste d'une
communication de crise par le
biais du centre de crise est
développée plus avant par le
département de l'Intérieur.
En ce qui concerne les frais, Astrid se concerte avec le fournisseur du
software pour clarifier l'aspect de la responsabilité juridique. J'attends
encore les résultats et vous tiendrai au courant.
Wat de kosten betreft, zal ik u op
de hoogte houden van het verloop
van de besprekingen tussen de nv
Astrid en de softwareleverancier in
verband
met
de
juridische
aansprakelijkheid.
17.04 Ludwig Vandenhove (sp.a-spirit): Ik dank u.
17.05 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le moratoire
des expulsions des étrangers qui devraient être régularisés" (n° 289)b>
18 Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
over "het moratorium op de uitwijzingen van vreemdelingen die normaal gezien zouden worden
geregulariseerd" (nr. 289)
18.01 Eric Thiébaut (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, à la suite de l'actualité récente du rejet par l'Office des
étrangers de la demande de régularisation de la petite Angelica et de
sa maman, je me permets de revenir sur le moratoire des expulsions
des étrangers qui devraient être régularisés.
Selon les informations largement diffusées dans la presse, les
conditions de régularisation des étrangers seraient prochainement
élargies. Cela a été dit lors de l'accord potentiel du gouvernement
orange bleu.
Selon un principe de droit bien établi, les personnes doivent bénéficier
immédiatement des règles plus favorables et l'État doit s'abstenir de
prendre des décisions qui entraveraient leurs droits. Le contraire
serait une mesure disproportionnée. Cela commande que l'Office des
étrangers n'expulse plus les étrangers qui bénéficieraient de
conditions de régularisation plus favorables qu'actuellement.
Il est dès lors étonnant ­ si bien sûr les annonces faites par les uns et
par les autres sont exactes ­ que l'Office des étrangers accélère le
traitement des demandes de régularisation et prenne des décisions
négatives. Des personnes continuent à être expulsées, alors qu'elles
devraient être légitimement régularisées, ce qui est le cas d'Angelica.
Monsieur le ministre, compte tenu des informations diffusées et si
celles-ci sont bien exactes, comptez-vous appliquer un moratoire aux
expulsions des étrangers qui devraient être légitimement régularisés?
18.01 Eric Thiébaut (PS): Naar
aanleiding van de afwijzing door
de Dienst Vreemdelingenzaken
van de aanvraag tot regularisatie
van de kleine Angelica en de
uitbreiding van de regularisatie-
voorwaarden die oranje-blauw
heeft aangekondigd, kom ik terug
op het opportuun karakter van een
moratorium op de uitwijzingen.
Volgens
een
algemeen
ingeburgerd rechtsprincipe moeten
burgers, wanneer de wetgeving
evolueert,
onmiddellijk
de
gunstigste
regels
kunnen
genieten. Ik verwonder mij er dus
over informatie op te vangen
volgens
dewelke
de
Dienst
Vreemdelingenzaken
de
behandeling van de dossiers
versnelt en de aanvragen van
personen die nomaliter zouden
moeten worden geregulariseerd,
afwijst.
Denkt u eraan een moratorium op
de uitwijzing van deze personen in
te stellen?
18.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, comme je l'ai déjà expliqué devant cette assemblée, les
décisions de refus relèvent de la gestion quotidienne des services
compétents de l'Office des étrangers. Les dispositions applicables en
matière de séjour et d'éloignement des étrangers ne sont pas
nouvelles et reposent sur un ensemble de textes réglementaires.
Un moratoire dépasserait le champ des affaires courantes puisqu'il
supposerait un changement de politique en la matière.
L'existence d'un accord entre les membres du gouvernement en
formation n'engage toutefois en rien les membres du gouvernement
sortants. Les droits des personnes concernées comme ceux
d'Angelica et de sa maman sont garantis puisque les actes
administratifs dont elles font l'objet sont susceptibles d'un contrôle
juridique par le Conseil du contentieux des étrangers.
Enfin, je souhaite vivement insister sur le fait que le service concerné
de l'Office des étrangers n'a reçu aucune instruction pour accélérer le
traitement des demandes de régularisation mais, comme il est
responsable de l'examen de ces demandes qui sont en nombre
important, il a été renforcé pour pouvoir assumer pleinement cette
responsabilité.
18.02 Minister Patrick Dewael:
Zoals ik al heb uitgelegd, valt de
behandeling van de regularisatie-
aanvragen onder het dagelijks
beheer
van
de
Dienst
Vreemdelingenzaken.
Een
moratorium zou neerkomen op
een wijziging in het beleid en zou
dus het bereik van de lopende
zaken te buiten gaan. Het feit dat
er een akkoord bestaat tussen de
leden van de regering in wording
houdt geen enkele verbintenis in
voor de uittredende regering.
De rechten van de betrokkenen
worden gewaarborgd door de
juridische controle die de Raad
voor
vreemdelingenbetwistingen
kan uitvoeren.
Ten
slotte
wens
ik
te
verduidelijken dat de Dienst
Vreemdelingenzaken
werd
versterkt
om
zijn
verantwoordelijkheid ten volle te
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
kunnen dragen, maar dat hij geen
enkele opdracht heeft gekregen
om de behandeling van de
dossiers te versnellen.
18.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, nous sommes en
affaires courantes et le traitement des demandes d'asile relève des
affaires courantes. Mais le fait d'être en affaires courantes ne devrait
pas impliquer une accélération du traitement des dossiers. Même si
vous n'avez pas donné des instructions, on peut quand même se
poser des questions par rapport à cette accélération soudaine du
traitement par l'administration. D'après ce qu'on lit dans la presse, les
conditions devraient être modifiées.
18.03 Eric Thiébaut (PS): Zelfs
zonder instructies van uwentwege,
verbaast
het
me
dat
de
behandeling van asielaanvragen
versneld kan verlopen, temeer
daar er momenteel een regering
van lopende zaken is.
18.04 Patrick Dewael, ministre: L'administration continue à travailler.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de elektronische aangifte van misdrijven via 'police-on-web'" (nr. 306)
19 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la déclaration
électronique de délits par la voie de 'police-on-web'" (n° 306)b>
19.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal mijn vraag zo kort mogelijk houden gezien
het late uur en het feit dat wij toch helemaal alleen in deze zaal zitten.
U hebt mijn geschreven vraag. Mijn vraag komt er eigenlijk op neer
dat police-on-web werd gecreëerd om aangiftes van kleine
criminaliteit ­ feiten als diefstal van een fiets of winkeldiefstallen,
vandalisme ­ zo gemakkelijk mogelijk te maken.
De eerste zes maanden blijken niet onmiddellijk een succes te zijn. In
de 196 politiezones waren er slechts 1.200 elektronische aangiftes.
Volgens woordvoerders van de politie wordt het systeem in feite bijna
uitsluitend gebruikt om de diefstal van fietsen aan te geven. Dan nog,
gelet op het aantal diefstallen van fietsen, is dat toch niet onmiddellijk
een groot succes.
Ik heb enkele concrete vragen. Werkt het systeem technisch naar
behoren? Hebt u weet van hard- of software of andere technische
problemen? Hebt u weet van de inderdaad vrij lage cijfers? Hebt u
enige verklaring voor het niet of nauwelijks werken van police-on-
web? Hebt u enig idee of de informatie die wordt verkregen door de
politie via die elektronische aangiftes voldoende is voor de politie om
verder te werken? Komen daar klachten of vragen over binnen?
Zijn er verbeteringen aan het systeem police-on-web gepland? Komt
er een sensibiliseringscampagne voor het grote publiek, of voor
zelfstandigen? Hoe duur was het systeem tot nu toe? Dat vraag ik mij
ook af.
Mijnheer de minister, zou het kunnen dat de doelgroep ­ kleine
diefstallen, kleine criminaliteit ­ als doelgroep slecht gekozen is? Zou
het bijvoorbeeld niet kunnen dat de bereidheid van de slachtoffers ­
zelfstandigen, winkeluitbaters ­ om aangifte te doen van precies die
kleine criminele feiten eigenlijk wat botst met de afwezigheid van een
vervolgingsbeleid ter zake? Zou het met andere woorden kunnen dat
19.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): "Police-on-web" a été
créé pour faciliter la déclaration de
faits de petite criminalité mais
s'avère inefficace. Pour les 196
zones de police, à peine 1.225
déclarations ont été effectuées au
total
et
il
s'agit
presque
exclusivement de vols de vélos.
Le système est-il techniquement
au point? Comment s'explique ce
nombre
peu
élevé
de
déclarations? Les informations
fournies
suffisent-elles
pour
permettre à la police de clôturer le
dossier? Y a-t-il des plaintes ou
des questions à ce sujet? Des
améliorations au système sont-
elles prévues? Une campagne de
sensibilisation sera-t-elle menée?
La propension à déclarer ces
petits délits n'est-elle pas entravée
par l'inefficacité de la politique de
poursuites? Le groupe-cible ­
surtout les indépendants et les
commerçants ­ est-il bien choisi?
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
uw police-on-websysteem haaks staat op het vervolgingsbeleid in
België?
19.02 Minister Patrick Dewael: Ik geef een aantal elementen van
antwoord.
Het e-loket of police-on-web werd ingevoerd als een vorm van
elektronische nabijheidspolitie of community policing in een
maatschappij die hoe langer hoe meer wordt beheersd door het
worldwide web. Dat is een evolutie waarbij wij ons ook moeten
aansluiten, denk ik.
Het gebeurde onder meer ook op vraag van zelfstandigenorganisaties
waarmee ik in de voorbije legislatuur regelmatig overleg had, dat dit
systeem werd ingevoerd. Bij het aangeven van een misdrijf ­ dat geldt
voor iedereen, inzonderheid voor zelfstandigen, vanwaar ook de vraag
­ verliest men geen tijd bij het doen van de aangifte door een
verplaatsing naar het commissariaat. Na een proefperiode in vijf
zones in de opstartfase, werd dit project in juni uitgebreid naar alle
politiezones.
Ik blijf overtuigd van de meerwaarde van het systeem, omdat er een
aantal specifieke redenen is waardoor dit in de opstartfase maar een
beperkt succes kende. Ten eerste kent men het niet en onbekend is
altijd onbemind. Dat gaat dus over de beperkte kennis bij het grote
publiek van het bestaan van dit systeem. Ten tweede is er ook het
beperkt aantal misdrijven waarvoor men op dit ogenblik zo aangifte
kan doen.
In een opstartfase lijkt die beperkte respons mij dus niet abnormaal.
Voor de eerste oorzaak, de beperkte publiciteit, zal er worden
gesensibiliseerd via de politiezones. Onder andere werd voorzien in
het verspreiden van 50.000 brochures. In de politiegebouwen zullen
ook posters worden aangebracht. Het is niet onlogisch dat men het
systeem eerst enkele maanden heeft laten proefdraaien vooraleer
met een brede informatiecampagne op te starten. Veronderstel dat er
een brede informatiecampagne zou zijn gevoerd en dat in de
opstartfase een aantal technische gebreken aan het licht zou zijn
gekomen: u zou dan waarschijnlijk hebben gevraagd of we niet beter
eerst hadden kunnen proefdraaien. We hebben gekozen voor de
logische aanpak.
Ten tweede, van meet af aan was het de bedoeling om het systeem
gaandeweg uit te breiden, ook voor andere criminele feiten, en om
police-on-web toegankelijk te maken voor de burger voor het
aanvragen van vakantietoezicht. Voor deze uitbreiding is er een
werkgroep waaraan onder andere ook de staande magistratuur
deelneemt.
Na de kinderziektes van de opstartfase heb ik geen kennis gekregen
van noemenswaardige technische problemen. De software werkt
correct. Er zijn procedures voor een optimale communicatie tussen
alle betrokken partners. De informatie die via elektronische weg wordt
verzonden door de klager bevat bovendien alle noodzakelijke info die
de politie toelaat het onderzoek voort te zetten.
Ik weet dat heel wat burgers aarzelen om aangifte te doen van kleine
misdrijven, omdat zij van oordeel zijn dat er door de gerechtelijke
19.02 Patrick Dewael, ministre:
Le guichet électronique ou "police-
on-web" a été mis en place
comme une forme de police de
proximité électronique, notamment
à la demande des organisations
de
travailleurs
indépendants.
Ceux-ci préfèrent en effet ne pas
perdre de temps à se déplacer au
commissariat de police pour faire
une
déclaration.
Après
une
période d'essai dans cinq zones,
"police-on-web" a été étendu à
toutes les zones en juin 2007 et je
reste convaincu de sa plus-value.
Si le guichet ne rencontre qu'un
succès limité, c'est parce qu'il est
méconnu du public et que le
nombre de délits pouvant être
déclarés par la voie électronique
est restreint. C'est pourquoi une
large campagne d'information sera
menée. Le système sera en outre
étendu
à
la
déclaration
électronique d'autres faits ou à la
demande de surveillance pendant
les vacances.
Les
logiciels
fonctionnent
correctement et il existe des
procédures
pour
une
communication
idéale.
Les
informations
transmises
contiennent en outre toutes les
données
nécessaires
pour
permettre à la police de poursuivre
l'enquête. Bon nombre de citoyens
hésitent effectivement à faire une
déclaration parce qu'ils estiment
que la justice n'y réservera aucune
suite mais ce raisonnement vaut
pour toutes les déclarations et pas
seulement pour les déclarations
électroniques. On ne peut que
continuer à inciter les gens à
déclarer
systématiquement
chaque délit, une démarche que
devrait précisément faciliter le
guichet électronique. La politique
en matière de poursuite relève de
la compétence de la ministre de la
Justice.
CRIV 52
COM 024
14/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
autoriteiten toch geen gevolg aan wordt gegeven. Die oorzaak gaat
natuurlijk niet alleen op voor de elektronische aangifte, maar voor alle
aangiftes tout court. Als men het niet elektronisch doet om die reden,
dan zal men het in een aantal gevallen zeker niet doen, als men zich
moet verplaatsen.
Wij kunnen allen maar blijven oproepen. Ik vind het belangrijk dat
men systematisch aangifte blijft doen van elk misdrijf. Het e-loket
werd juist om die reden in het leven geroepen. Voor vragen inzake het
vervolgingsbeleid moet u zich uiteraard wenden tot de minister van
Justitie, rekening houdend met de beperktheid van de lopende zaken.
19.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, hebt u
zicht op de kostprijs van het systeem tot nu toe? Die vraag stond niet
in mijn schriftelijke vragen.
19.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le ministre a-t-il une
quelconque idée du coût de
"police-on-web"?
19.04 Minister Patrick Dewael: Mijn medewerker zegt dat, in een
eerste fase, door de regering 880.000 euro werd vrijgemaakt.
19.04 Patrick Dewael, ministre:
Dans une première phase, le coût
est de 880.000 euros.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: M. Arens a transformé ses questions n° 357 et n° 358 en questions écrites.
Je vais donc rapidement poser ma question de mon banc. Elle sera la dernière de cette matinée.
20 Question de Mme Muriel Gerkens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le
traitement de plaintes émanant des résidents du centre d'accueil ouvert de Bovigny dépendant de
Fedasil" (n° 263)b>
20 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de behandeling van klachten van de bewoners van het open opvangcentrum te Bovigny
dat afhangt van Fedasil" (nr. 263)
20.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, j'ai été
interpellée à plusieurs reprises en ce qui concerne des
dysfonctionnements, selon moi, dans le centre ouvert de Bovigny qui
dépend de Fedasil.
Vous n'êtes pas le seul ministre à être interrogé sur ces faits.
Le 17 août dernier, les résidents du centre ont adressé un courrier à
Fedasil et à l'Office des étrangers en y joignant la liste des
signataires. C'est à ce titre que je vous interroge.
Dans ce courrier, ils dénoncent des comportements infantilisants de
la part du personnel, un non-suivi médical, des manipulations de la
part du directeur, etc. Ils n'ont reçu aucune réponse ni de Fedasil, ni
de l'Office des étrangers. En revanche, ils ont été convoqués chez le
directeur du centre qui disposait de ce courrier et de la liste des
signataires! Dès lors, ils ont été soumis dans le bureau du directeur à
quelques pressions, menaces et chantage.
J'estime que de tels faits dénoncés nécessiteraient des visites sans
être prévenus.
Avez-vous connaissance de ce courrier et du fait que l'Office des
20.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Men heeft me gemeld dat
er zich in het open opvangcentrum
van
Bovigny
wantoestanden
voordoen. Op 17 augustus hebben
bewoners van dat centrum een
brief geschreven naar Fedasil en
de Dienst Vreemdelingenzaken
waarin ze onder andere bepaalde
handelwijzen van het personeel en
de directie aan de kaak stellen. Ze
hebben nooit enig antwoord
gekregen. Ze werden wel onder
druk gezet door de directeur, aan
wie de lijst van ondertekenaars
van die brief werd bezorgd.
Bent u op de hoogte van die brief
en weet u welk gevolg de Dienst
Vreemdelingenzaken eraan heeft
gegeven? Volgens mij moeten er
onaangekondigde
controles
plaatsvinden om de gehekelde
14/11/2007
CRIV 52
COM 024
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
étrangers n'y a pas répondu. Ou peut-être qu'entre-temps, ce dernier
a donné une réponse à ces personnes.
Par ailleurs, selon moi, il s'agit d'un non-respect du droit de ces
citoyens qui n'en ont déjà pas beaucoup sur notre territoire! En effet,
le fait d'avoir donné au directeur ­ je ne sais pas si c'est l'Office ou
Fedasil qui a transmis le courrier et la liste ­ la liste des signataires et
de ne pas donner de suivi à la plainte est particulièrement dangereux
pour ces personnes.
J'aurais voulu savoir si vous étiez au courant et si on pouvait être
rassuré sur le fait qu'aucune de ces personnes signataires n'a été
expulsée à la suite de sa plainte.
feiten na te gaan.
Het feit dat er niet op die klacht
werd gereageerd en dat de lijst
van ondertekenaars
aan de
directie werd bezorgd, lijkt me
bovendien een aanfluiting van de
rechten van die burgers. Kan u
ons verzekeren dat geen van de
ondertekenaars er na die klacht
werd uitgezet?
20.02 Patrick Dewael, ministre: Ma réponse sera très brève. Le
problème soulevé concerne le centre ouvert de Fedasil à Bovigny.
Comme vous le savez, il relève des compétences de mon collègue
M. Dupont. En outre, l'Office des étrangers m'a confirmé ne pas avoir
reçu de courrier à ce sujet. Je ne peux rien ajouter d'autre.
20.02 Minister Patrick Dewael:
Het probleem betreft het open
centrum van Fedasil in Bovigny.
Het valt onder de bevoegdheid van
mijn collega Dupont. Bovendien
heeft de Dienst Vreemdelingen-
zaken me bevestigd dat het
hierover geen schrijven heeft
ontvangen. Meer kan ik niet
zeggen.
20.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): J'interroge les deux ministres
mais si l'Office des étrangers dit ne rien avoir reçu...
20.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Ik zal de andere ministers
hierover ondervragen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.46 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.46 uur.