KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 021
CRIV 52 COM 021
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
13-11-2007
13-11-2007
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 021
13/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie over "de
aanwerving van cipiers en agenten bij de
Staatsveiligheid die niet over de Belgische
nationaliteit beschikken" (nr. 240)
1
- M. Bart Laeremans à la vice-première ministre et
ministre de la Justice sur "le recrutement de
gardiens de prison et d'agents de la Sûreté de
l'État qui ne disposent pas de la nationalité belge"
(n° 240)
1
- de heer Servais Verherstraeten aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie over "de
aanwerving van niet-Belgen bij de FOD Justitie"
(nr. 245)
1
- M. Servais Verherstraeten à la vice-première
ministre et ministre de la Justice sur "le
recrutement par le SPF Justice de personnes ne
disposant pas de la nationalité belge" (n° 245)
1
- mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie over "de
nationaliteitsvoorwaarde bij de aanwerving van
penitentiair beambten" (nr. 265)
1
- Mme Els De Rammelaere à la vice-première
ministre et ministre de la Justice sur "la condition
de nationalité lors du recrutement d'agents
pénitentiaires" (n° 265)
1
Sprekers:
Bart
Laeremans,
Els
De
Rammelaere, Laurette Onkelinx, vice-eerste
minister en minister van Justitie
Orateurs:
Bart
Laeremans,
Els
De
Rammelaere, Laurette Onkelinx, vice-
première ministre et ministre de la Justice
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie over "de
afficheringsplicht in huurzaken" (nr. 275)
5
Question de M. Raf Terwingen à la vice-première
ministre et ministre de la Justice sur "l'obligation
d'affichage en matière locative" (n° 275)
5
Sprekers: Raf Terwingen, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie
over "de toepassing van de wet tot bestrijding van
de gerechtelijke achterstand" (nr. 326)
7
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu à la
vice-première ministre et ministre de la Justice sur
"l'application de la loi tendant à lutter contre
l'arriéré judiciaire" (n° 326)
7
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
de la Justice
CRIV 52
COM 021
13/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
13
NOVEMBER
2007
Voormiddag
______
du
MARDI
13
NOVEMBRE
2007
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.15 uur en voorgezeten door de heer Renaat Landuyt.
La séance est ouverte à 10.15 heures et présidée par M. Renaat Landuyt.
De voorzitter: Collega's, bij afwezigheid van de voorzitter, de eerste en de tweede ondervoorzitter open ik
als oudste en meest wijze de commissievergadering. Het is meteen ook een historisch feit dat een minister
een commissievergadering voorzit om het mogelijk te maken dat aan zijn collega vragen worden gesteld.
01 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de aanwerving van
cipiers en agenten bij de Staatsveiligheid die niet over de Belgische nationaliteit beschikken" (nr. 240)
- de heer Servais Verherstraeten aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de
aanwerving van niet-Belgen bij de FOD Justitie" (nr. 245)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de
nationaliteitsvoorwaarde bij de aanwerving van penitentiair beambten" (nr. 265)
01 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur "le recrutement de
gardiens de prison et d'agents de la Sûreté de l'État qui ne disposent pas de la nationalité belge"
(n° 240)
- M. Servais Verherstraeten à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur "le recrutement par
le SPF Justice de personnes ne disposant pas de la nationalité belge" (n° 245)
- Mme Els De Rammelaere à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur "la condition de
nationalité lors du recrutement d'agents pénitentiaires" (n° 265)b>
Vraag nr. 245 van de heer Verherstraeten wordt ingetrokken.
La question n° 245 de M. Servais
Verherstraeten a été retirée.
01.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het is een heel abnormale gang van zaken dat
een minister toelating geeft om aan een andere minister vragen te
stellen. Men kan zeer zeker vragen stellen bij de werking van het
Parlement op die manier en bij het democratische gehalte van deze
gang van zaken. Ik zal echter bij gebrek aan alternatief, hoewel ik
toch een paar Kamerleden zie zitten die de commissie zouden
kunnen leiden, de vraag stellen.
Mijnheer de minister, ik heb niettemin ten zeerste mijn bedenkingen
bij de huidige gang van zaken.
Mevrouw de minister, op 29 oktober 2007 lazen wij in De Morgen dat
de nationaliteitsvereiste binnen het departement Justitie heel sterk
wordt teruggeschroefd. Het is niet langer nodig om over de
nationaliteit te beschikken om cipier te kunnen worden. Nochtans
druist dat regelrecht in tegen de wettelijke en zelfs grondwettelijke
vereiste dat functies met staatsbelang in de Grondwet staat zelfs
overheidsfuncties voorbehouden blijven voor mensen met de
01.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Selon les déclarations de
M. Jan Bogaert, directeur du
personnel, publiées dans le
quotidien
"De
Morgen",
la
nationalité belge ne sera plus
requise pour pouvoir exercer la
fonction d'agent pénitentiaire, ce
qui est manifestement contraire au
principe qui veut que les fonctions
touchant à l'intérêt de l'État soient
réservées
aux
personnes
possédant notre nationalité. J'en
conclus également que la Sûreté
de l'État envisagerait même
d'engager des non-Belges. Tout
cela s'inscrirait dans la politique de
diversité qui devrait être présentée
au nouveau ministre de la Justice.
13/11/2007
CRIV 52
COM 021
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Belgische nationaliteit.
Het bewaken van gevangenen, waarvan velen een vreemde
nationaliteit hebben, dient bij uitstek als een functie van staatsbelang
te worden beschouwd.
Ik weet wel dat nationaliteit in België sinds de snel-Belgwet meer dan
ooit een hol begrip is geworden. Juist daarom zou het geen probleem
mogen zijn om mensen te vinden die én over de nationaliteit
beschikken én een aantal vreemde talen kennen, wat blijkbaar een
van de aanleidingen was om mensen zonder nationaliteit of van
allochtone origine in dienst te nemen.
Uit hetzelfde artikel maak ik op dat zelfs bij de Veiligheid van de Staat
mensen zouden worden aangeworven, zonder dat zij over de
Belgische nationaliteit beschikken. Wij kunnen ons afvragen waarvoor
de nationaliteit uiteindelijk nog noodzakelijk is, indien zij zelfs bij de
Veiligheid van de Staat niet meer vereist is.
Een en ander past in het zogenaamde diversiteitbeleid dat uw
departement de komende jaren zou voeren en dat aan de nieuwe
minister van Justitie nog moet worden gepresenteerd, maar dat
blijkbaar in werkelijkheid toch al wordt toegepast. Ik zie dat vooral als
een vergiftigd geschenk waarmee u uw opvolger hebt bedacht.
Mevrouw de minister, dat is een heel merkwaardige gang van zaken.
Ik kom tot mijn vragen.
Ten eerste, bevestigt u de uitspraak van personeelsdirecteur
Jan Bogaert dat de nationaliteitsvereiste niet langer noodzakelijk is
om cipier te kunnen worden? Wanneer werd dat beslist? Door wie?
Op welke manier werd de beslissing genomen?
Ten tweede, hoeveel buitenlanders werden sinds die bredere
interpretatie in dienst genomen als cipier of voor een andere functie?
Kan de minister een overzicht geven van de verschillende
nationaliteiten? Kan de minister bijvoorbeeld meedelen hoeveel
Marokkanen er op die manier in dienst werden genomen? Ik vraag
dat, omdat dat de grootste groep gevangenen is van allochtone
origine of van buitenlandse komaf. Het gaat toch om meer dan 1.100
mensen, als ik uw eigen statistieken mag geloven. Hebben ze een
ambtenarenstatuut of een contractueel statuut? Zijn zij dus benoemd
of tijdelijk in dienst?
Ten derde, hoe valt die beslissing te rijmen met de vereiste dat
functies van staatsbelang voorbehouden moeten worden aan mensen
met onze nationaliteit? Sinds wanneer is de bewaking van gevaarlijke
gevangenen en de beveiliging van de samenleving geen zaak meer
van staatsbelang?
Ten vierde, welke functies werden nog opengesteld voor mensen
zonder onze nationaliteit? Zijn er zulke mensen aangeworven bij de
Veiligheid van de Staat? Hoeveel en sinds wanneer? Over welke
nationaliteit beschikken zij?
Ten slotte, wanneer en door wie werd besloten een zogenaamd
diversiteitsbeleid te gaan voeren bij Justitie? Hoe komt het dat daar
La ministre confirme-t-elle les
propos de M. Bogaert? Combien
d'étrangers ont déjà été engagés
en qualité de gardien de prison ou
dans une fonction similaire sur la
base de cette "interprétation
large"? S'agit-il d'engagements
contractuels ou statutaires?
Comment cette décision est-elle
conciliable avec l'exigence selon
laquelle il convient de réserver aux
Belges les fonctions touchant à
l'intérêt de l'État? La surveillance
des détenus ne concerne-t-elle
plus l'intérêt de l'État?
Quelles autres fonctions ont été
ouvertes aux non-Belges? La
Sûreté de l'État a-t-elle déjà
engagé
des
personnes
ne
possédant pas la nationalité
belge?
Quand a-t-on décidé de mener
une politique de diversité au
département de la Justice et
comment se fait-il qu'elle soit déjà
mise en oeuvre?
CRIV 52
COM 021
13/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
nu reeds uitvoering aan wordt gegeven, terwijl dat beleid volgens de
personeelsdirecteur nog gepresenteerd moet worden aan de nieuwe
minister? U wil de volgende minister blijkbaar al voor zijn.
01.02 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, mijn vraag sluit ook aan bij het artikel dat eind
oktober in De Morgen is verschenen.
Mijn eerste vraag werd reeds gesteld, namelijk klopt het dat er
mensen zonder Belgische nationaliteit worden aangeworven? Is dat
niet in strijd met artikel 10 van de Grondwet, dat bepaalt dat alleen
Belgen kunnen worden benoemd in burgerlijke en militaire
bedieningen?
Ten tweede, wanneer personeel uit Oost-Europese landen of niet-
Europese landen wordt aangenomen, zal dat dan geen bijkomende
communicatieproblemen opleveren tussen de cipiers onderling en
tussen cipiers en andere diensten, bijvoorbeeld de sociale dienst?
Ten derde, klopt het dat cipiers die taalcursussen willen volgen, dat tot
op vandaag wordt geweigerd?
Ten vierde, denkt u niet dat het beter is te investeren in de verbetering
van opleidingen voor het personeel, veeleer dan in de aanwerving van
niet-Belgen?
Ten vijfde, de basiswet inzake de rechtspositie van gedetineerden
voorziet in een huishoudelijk reglement. Dat zou vandaag, in de herfst
van dit jaar, klaar moeten zijn. Is dat gelukt?
01.02 Els De Rammelaere
(CD&V - N-VA): Je me demande
également si le recrutement de
non-Belges
à
des
fonctions
d'agents
pénitentiaires
est
compatible avec l'article 10 de la
Constitution, qui dispose que seuls
les Belges sont admissibles aux
emplois civils et militaires.
Par ailleurs, l'engagement à ces
postes de personnes parlant
d'autres langues serait susceptible
de poser des problèmes de
communication supplémentaires
entre les gardiens et d'autres
services. Est-il exact, par ailleurs,
que les gardiens qui se portent
candidat pour suivre des cours de
langues
se
heurtent
automatiquement à un refus?
Ne serait-il pas plus judicieux
d'investir
d'avantage
dans
l'amélioration
des
formations
dispensées
au
personnel
pénitentiaire que de proposer
comme solution le recrutement de
non-Belges?
La loi de principes concernant le
statut juridique des détenus prévoit
l'instauration
d'un
règlement
d'ordre
intérieur
unique
multilingue. Ce règlement devrait
déjà être prêt. Qu'en est-il?
01.03 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, collega's,
op basis van de informatie die mij werd verstrekt door de FOD Justitie
kan ik als volgt antwoorden.
Artikel 10 van de Grondwet moet worden gelezen in samenhang met
artikel 39 van het Europees Verdrag dat het principe van het vrije
verkeer van werknemers in Europa bepaalt. Dit principe van het vrije
verkeer wordt in alle omstandigheden toegepast, tenzij redenen van
openbare orde of veiligheid het toelaten hiervan af te wijken.
Inzake de benoeming van statutaire ambtenaren is het dus effectief
mogelijk om niet-Belgische onderdanen van landen uit de Europese
Unie aan te werven voor een openbaar ambt, tenzij het functies
betreft in verband met het uitoefenen van de openbare macht.
De vraag die zich thans stelt, is te weten op welke manier men het
uitoefenen van de openbare macht kan interpreteren.
01.03
Laurette
Onkelinx,
ministre: L'article 10 de la
Constitution doit être lu en fonction
de l'article 39 du traité CE qui
consacre le principe de la libre
circulation des travailleurs dans
l'Union européenne. Ce principe
doit être appliqué en toutes
circonstances sauf si l'on doit y
déroger pour des raisons de
sécurité et d'ordre publics. Cela
signifie que des citoyens UE
peuvent être recrutés en tant que
fonctionnaires statutaires, sauf
pour des fonctions liées à
l'exercice de la force publique.
13/11/2007
CRIV 52
COM 021
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Tot op heden is er echter geen enkel wettelijk of reglementair kader
dat het mogelijk maakt dit begrip precies te definiëren inzake de
functie van penitentiair beambte.
Een werkgroep buigt zich momenteel over dit onderwerp en zal
voorstellen doen aan de toekomstige minister van Justitie.
Tot op heden werd geen enkele niet-Belgische beambte aangeworven
in de strafinrichtingen.
Inzake de Veiligheid van de Staat kan ik eveneens bevestigen dat
men absoluut de Belgische nationaliteit moet hebben om er te kunnen
worden aangeworven. Het is eveneens juist dat het voor de Veiligheid
van de Staat misschien zeer pertinent zal zijn om inspecteurs in dienst
te nemen die de Belgische nationaliteit hebben, maar die van
buitenlandse origine zijn.
Toutefois, aucun cadre légal ou
réglementaire ne confère de
portée concrète à la notion de
"force publique". Un groupe de
travail se penchera sur cette
question et communiquera ses
conclusions
au
prochain
ministre. Aucun non-Belge n'a
encore été nommé en qualité
d'agent pénitentiaire statutaire.
Pour l'entrée en service à la
Sûreté de l'Etat, la condition de
nationalité subsiste. Il serait peut-
être tout à fait adéquat de recruter
des Belges d'origine étrangère
comme inspecteurs.
01.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, als ik
dat antwoord hoor, dan begrijp ik dat er tot nu toe inderdaad nog
niemand zonder Belgische identiteitskaart is aangeworven. Dat is hoe
dan ook een geruststelling.
Daartegenover stel ik toch vast dat het artikel zeer expliciet was. Een
personeelsdirecteur van Justitie dus toch wel een verantwoordelijke,
niet een of andere dienstchef of zo , de heer Bogaert, zegt
uitdrukkelijk dat ze niet langer Belg hoeven te zijn. Zijn bewering in het
artikel in De Morgen is blijkbaar flagrant in tegenspraak met hetgeen
uzelf hier zegt. U zegt dat het allemaal nog in onderzoek is en dat een
commissie zich erover buigt.
01.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il est déjà rassurant
qu'aucun non-Belge n'ait encore
été effectivement recruté. Le
directeur du personnel laisse
pourtant
clairement
entendre,
dans l'article cité, que la condition
de nationalité est abandonnée, ce
qui est en flagrante contradiction
avec les explications fournies
aujourd'hui par la ministre.
01.05 Minister Laurette Onkelinx: U hebt het niet begrepen.
01.05
Laurette
Onkelinx,
ministre: Non, vous ne m'avez pas
comprise!
01.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, u
hebt wel gezegd dat u het zelf nog niet weet, u zei dat de titel
"openbare macht" of dat de betekenis van "openbare macht" nog in
onderzoek is.
01.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La portée juridique de la
notion de "force publique" doit
encore être examinée.
01.07 Minister Laurette Onkelinx: (...)
01.08 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, wij
hopen in elk geval dat u in de komende maanden, zeker zolang er
geen nieuwe regering is, geen mensen zonder Belgische nationaliteit
in dienst neemt, maar dat u dat soort van beslissingen overlaat aan
een volgende regering. In elk geval is dat een kwestie die onmogelijk
als een lopende zaak geïnterpreteerd kan worden.
U bent zelf nog niet uit de discussie wat al dan niet "openbare macht"
is en wie er al dan niet in thuishoort als cipier of als iemand die in een
gevangenis tewerkgesteld kan worden. Wij vragen om in elk geval
geen uitvoering te geven aan allerlei plannen en aan diversiteitbeleid
waarover er in de regering noch erbuiten enige consensus bestaat.
01.08 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Nous espérons dès lors
qu'aucun non-Belge ne sera
recruté et que cette question qui
ne relève en aucun cas des
affaires courantes sera laissée
au prochain gouvernement. L'on
ne saurait mettre en oeuvre une
politique de diversité qui ne
recueille un consensus ni au sein
ni en dehors du gouvernement.
01.09 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, u
zegt dat er tot nu toe geen enkele niet-Belg werd aangeworven. Ik
neem aan dat u ook de niet-contractuelen bedoelt?
01.09 Els De Rammelaere
(CD&V - N-VA): Le fait qu'aucun
non-Belge
n'ait
été
engagé
CRIV 52
COM 021
13/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
comme
gardien
concerne-t-il
également ceux qui ont été
engagés contractuellement, ou la
réponse de la ministre ne
concerne-t-elle
que
les
recrutements statutaires?
01.10 Minister Laurette Onkelinx: Ik heb u de informatie gegeven
van de FOD Justitie.
01.10
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je vous ai communiqué
les informations que j'ai obtenues
du SPF Justice.
01.11 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): U kunt het dus niet
bevestigen?
01.12 Minister Laurette Onkelinx : Ik meen dat het voor alle cipiers
is, maar ik moet misschien andere elementen aan de FOD Justitie
vragen.
01.12
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je pense qu'il n'y pas eu
non
plus
d'engagements
contractuels,
mais
je
m'en
informerai.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de
afficheringsplicht in huurzaken" (nr. 275)
02 Question de M. Raf Terwingen à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur "l'obligation
d'affichage en matière locative" (n° 275)b>
02.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, mijn vraag handelt over de afficheringsplicht
inzake huurzaken.
Zoals u weet voorziet de nieuwe huurwetgeving in een verplichte
affichering van de huurprijzen en de kosten bij de verhuring van een
pand dat bedoeld is voor woninghuur. Op zich is dat natuurlijk een
nobele gedachte. Het is de bedoeling dat de verhuurders daardoor de
verplichting krijgen hun prijzen bekend te maken. Op die manier wordt
de willekeur uitgeschakeld bij het eventueel al dan niet aanvaarden
van huurders door in extremis de prijs op te trekken. In deze
wetgeving werd aan de steden en gemeenten de mogelijkheid
gegeven om dienaangaande initiatieven te nemen. Zij moeten het
toezicht uitoefenen op de naleving van de afficheringsplicht door de
huiseigenaars en de verhuurders.
De maatregel heeft trouwens ook veel stof doen opwaaien in de pers.
Ik heb zelf als plaatselijke dorpsadvocaat daarover verschillende
keren vragen gekregen van huiseigenaars en verhuurders. De facto
moeten wij vaststellen ik stel het ook vast in het straatbeeld,
alleszins bij ons in het mooie Limburg dat er geen affichering van de
huurprijzen gebeurt. De gemeentebesturen lijken ook niet op de
hoogte te zijn van deze maatregelen. Ik heb daaromtrent ook navraag
gedaan bij een aantal gemeentes in mijn buurt.
Mijn vraag is tweeledig. Ten eerste, hoeveel gemeente- of
stadsbesturen hebben ondertussen van de mogelijkheid gebruik
gemaakt, door het aannemen van een gemeentelijk reglement ter
zake? Ten tweede, hoe werden de gemeente- en stadsbesturen op
02.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): La loi-programme du 25 avril
2007
a
instauré
l'obligation
d'affichage du loyer et des charges
locatives.
Les
administrations
communales doivent veiller au
respect
de
cette
obligation
d'affichage,
mais
c'est
précisément là que le bât blesse.
Combien
d'administrations
communales ont déjà adapté leur
réglementation communale? Les
administrations communales ont-
elles été suffisamment informées
de la nouvelle mesure? Les
administrations communales ont-
elles reçu des circulaires ou
d'autres
instructions
en
la
matière?
13/11/2007
CRIV 52
COM 021
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
de hoogte gebracht van deze mogelijkheid? Werden er
dienaangaande rondzendbrieven of andere documenten verstuurd?
02.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, collega, het
is correct dat de wet van 25 april 2007 in de wet van 1991 betreffende
de huurovereenkomsten de verplichting voor de verhuurders heeft
ingeschreven om de huurprijs en de lasten te vermelden in elke
openbare mededeling.
Deze wet werd goedgekeurd enkele dagen voor de regering in de
periode van voorzichtige zaken ging. In deze omstandigheden waren
er uiteraard contacten met de federaties van steden en gemeenten
van de drie Gewesten, zoals dat ook gebeurde inzake de nieuwe
regels betreffende de huurwaarborg en meer in het bijzonder met de
OCMW's.
Het is belangrijk te preciseren dat ongeacht wat de gemeenten doen,
de affichering verplicht is. Het is de taak van de gemeenten om deze
verplichting effectief doorgang te doen vinden door in administratieve
boetes van 50 tot 2000 euro te voorzien. Ze moeten dus alleen hun
reglement inzake de overlast aanvullen dat de meeste gemeenten
van het land ingevoerd hebben.
02.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: La loi du 25 avril 2007 a
été adoptée quelques jours avant
le début de la période d'affaires
prudentes. Des contacts ont été
établis
avec
les
villes
et
communes. En tout état de cause,
l'affichage est obligatoire, quoi que
fassent les communes. Les
communes
doivent
toutefois
assurer le respect de l'obligation
en
prévoyant
des
amendes
administratives dans le cadre de
leur règlement.
Pour le moment, plusieurs communes s'apprêtent à l'inscrire dans
leur règlement. Je prendrai Bruxelles comme un exemple
particulièrement illustratif d'une démarche que veulent entamer
plusieurs communes pour rendre effective cette obligation d'affichage.
Président: Claude Eerdekens.
Voorzitter: Claude Eerdekens.
Verscheidene gemeenten doen
het nodige om die bepaling in hun
gemeentereglement op te nemen.
Dat is onder meer het geval in
Brussel,
waar
verschillende
gemeenten werk willen maken van
die afficheringsplicht.
Le président: Madame la ministre, chers collègues, je vous prie
d'excuser mon retard mais j'ai mis deux heures pour arriver.
Lorsqu'on apprend à 08.30 heures qu'il y a un embouteillage de 11
kilomètres à cause d'un accident, il convient de prendre son mal en
patience!
Au point 3 de l'agenda, la question n° 294 de M. Jadin est reportée.
Au point 4, la question n° 309 de M. Verherstraeten est retirée.
De voorzitter: Vraag nr. 294 van
mevrouw Jadin wordt uitgesteld.
Vraag nr. 309 van de heer
Verherstraeten wordt ingetrokken.
02.03 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mag ik
nog even repliceren op het antwoord van de minister daarnet, voordat
u het woord hebt genomen?
Le président: Mais je veux bien que vous répondiez.
02.04 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Monsieur le président, je n'ai
pas encore eu la possibilité de répliquer.
Le président: Pas de problème. Suite à la réponse de Mme la ministre, vous pouvez intervenir et je vous
cède volontiers la parole. J'étais distrait et je n'avais pas vu que vous demandiez la parole; c'est tout à fait
légitime. Excusez-moi.
02.05 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, dat is
natuurlijk geen enkel probleem. Ik dank mevrouw de minister voor
haar antwoord. Ik meen dat het inderdaad aan de gemeenten is
dienaangaande initiatieven te ontwikkelen.
02.05 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Les communes doivent
prendre
des
initiatives
mais
doivent pour cela disposer des
CRIV 52
COM 021
13/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Doch en ik denk dat u dat ook weet, mevrouw de minister om de
controle op de afficheringplicht uit te voeren moeten er natuurlijk de
nodige middelen zijn. Ik meen dat het aan de nieuwe regering is
dienaangaande bijkomende gelden vrij te maken en alleszins
initiatieven te ontwikkelen om te komen tot een controle op die
afficheringplicht. Nogmaals, dat is een maatregel die naar mijn
aanvoelen wel degelijk een goede maatregel is, maar die in de
praktijk tot heden geen uitwerking kent.
Dank u mijnheer de voorzitter.
moyens requis. Peut-être le
nouveau gouvernement devra-t-il y
veiller
afin
que
l'obligation
d'affichage puisse faire l'objet d'un
contrôle.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: L'ordre du jour prévoit la question de Mme Gerkens, puis de Mme Lahaye, mais elles ne sont
pas encore arrivées. Nous tenterons de joindre les parlementaires qui souhaitent interroger la ministre de la
Justice.
Je propose une suspension de séance de cinq minutes, le temps pour elles de nous rejoindre. Je vous
remercie.
Le développement des questions est suspendu de 10.33 heures à 10.41 heures.
De behandeling van de vragen wordt geschorst van 10.33 uur tot 10.41 uur.
03 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie
over "de toepassing van de wet tot bestrijding van de gerechtelijke achterstand" (nr. 326)
03 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur
"l'application de la loi tendant à lutter contre l'arriéré judiciaire" (n° 326)b>
03.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de minister, ik
heb een vraag in verband met de wet van 26 april 2007 met het oog
op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand. Een van de
doelstellingen van die wet, in het wetsontwerp omschreven als een
van de meest fundamentele bepalingen ervan, betreft de
vereenvoudiging en veralgemening van het in gereedheid brengen
van een zaak op grond van het gewijzigd artikel 747, §2, van het
Gerechtelijk Wetboek en de timing van het indienen en overleggen
van conclusies ter griffie.
De opzet hierbij is om twee periodes binnen de rechtspleging, het in
gereedheid brengen met name het uitwisselen van stukken en
conclusies tussen partijen en de termijn tussen het tijdstip waarop
de argumenten zijn uitgewisseld en de rechtsdag, beter op elkaar af
te stemmen, zodat kan bijgedragen worden tot het wegwerken van de
gerechtelijke achterstand in burgerlijke zaken door beide periodes te
beperken tot de minimumtermijn nodig voor een volledige
behandeling van het geschil en de totstandkoming van een vonnis.
Het voorgenomen stelsel ziet eruit als volgt: uiterlijk binnen zes weken
na de inleidingszitting wordt een nauwkeurig tijdschema van de
rechtspleging aan de partijen bezorgd door de rechter. Het tijdschema
van het in gereedheid brengen van de zaak vermeldt ook de uiterste
datum voor het overleggen van conclusies en de toezending ervan
aan de tegenpartij.
Bij wijze van overgangsregeling blijft het oude artikel 747 van
toepassing op alle zaken waarin voor 1 september jongstleden een
03.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Un des objectifs de la
loi du 26 avril 2007 visant à lutter
contre l'arriéré judiciaire est la
simplification de l'article 747, § 2,
du Code judiciaire, le but étant de
mieux combiner les deux périodes
de la procédure: la phase
préparatoire pendant laquelle les
pièces et les conclusions sont
échangées entre les parties, et la
fixation. En réduisant au minimum
le délai entre ces deux périodes, il
sera possible de résorber l'arriéré
judiciaire en matière civile. Le
nouveau système prévoit que le
juge adresse aux parties un
calendrier précis de la procédure
au plus tard dans les six semaines
après
l'audience
introductive
d'instance, calendrier précisant les
dates ultimes pour le dépôt des
conclusions au greffe et leur envoi
à la partie adverse. L'ancien article
747 reste toutefois applicable à
toutes les causes dans lesquelles
une fixation ou un calendrier de
conclusions a été demandé ou
er
13/11/2007
CRIV 52
COM 021
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
conclusiekalender of rechtsdag werd aangevraagd of vastgesteld.
Vanaf die datum is het gewijzigde artikel van kracht. Een dergelijke
regeling heeft gevolgen voor het groot aantal slapende zaken, die
aldus van een kalender moeten worden voorzien.
Derhalve rijst de vraag hoe de hoven en de rechtbanken hier
praktisch mee omgaan. Welke gevolgen heeft het voor de rechtslast?
Mijn vraag is vooral of er in de verschillende ressorten en
arrondissementen cijfers voorhanden zijn in verband met de slapende
zaken, die nu volgens de nieuwe wet van een kalender moeten
worden voorzien. Voor Brussel zou het om zo'n 10.000 zaken gaan.
Klopt dat?
arrêté avant le 1
er
septembre
2007.
Ce règlement aura évidemment
des répercussions sur le grand
nombre d'affaires dormantes dans
lesquelles aucun calendrier n'a
encore été fixé et sur la charge de
travail dans les cours et tribunaux.
Existe-t-il des données chiffrées à
ce sujet par ressort et par
arrondissement? Pour Bruxelles, il
s'agirait de dix mille causes. Est-
ce exact?
03.02 Minister Laurette Onkelinx: Gelet op de opgelegde termijn om
op een mondelinge vraag te antwoorden, is het mij niet mogelijk de
cijfers te verkrijgen waarnaar u verwijst. Ik denk dat het niettemin
nuttig is om een en ander te preciseren.
In overeenstemming met artikel 31 van de wet is het nieuwe
artikel 747 van het Gerechtelijk Wetboek in elke aanleg van
toepassing op de zaken waarvoor op 1 september 2007 geen
rechtsdag of geen kalender voor de rechtspleging is vastgesteld en
waarvoor geen enkel verzoek tot vaststelling werd ingediend.
Dezelfde bepaling voorziet er bovendien in dat om de latere
instaatstelling en vaststelling van de rechtsdag wordt verzocht
overeenkomstig de bepalingen van de wet.
Zoals werd gepreciseerd tijdens de parlementaire werkzaamheden,
heeft de bepaling niet de gelijktijdige en onmiddellijke vaststelling tot
gevolg van alle zaken die op 1 september 2007 op de rol stonden.
Sedert die datum gebeurt dat echter gewoon in overeenstemming met
de nieuwe bepalingen, wanneer de partijen of een van hen tot het
vaststellen van een rechtsdag of tot het instellen van een kalender
willen overgaan. De nieuwe procedure brengt echter in vergelijking
met de oude geen nieuwe administratieve last met zich mee.
De nieuwe wet heeft dus geen weerslag op de werklast voor het
vaststellen van de oude zaken, ongeacht hun aantal.
03.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Compte tenu de la
brièveté du délai qui m'est imparti
pour répondre à une question
orale, je ne dispose pas des
données chiffrées demandées.
Aux termes de l'article 31 de la loi,
l'article
747
nouveau
est
applicable, à tous les degrés
d'instance, aux causes pour
lesquelles aucune fixation ni
calendrier n'a été arrêté à la date
du 1
er
septembre 2007 et pour
lesquelles aucune demande de
fixation n'a été introduite. En outre,
il est requis de demander une
mise en état et une fixation
ultérieures conformément aux
dispositions de la loi.
Cette mesure n'a pas pour
conséquence
la
fixation
simultanée et immédiate de toutes
les causes inscrites au rôle à la
date du 1
er
septembre 2007.
Depuis
cette
date,
il
est
simplement procédé à cette
fixation en conformité avec les
nouvelles dispositions si une
fixation ou un calendrier est
demandé par les parties ou l'une
des parties.
La nouvelle procédure n'entraîne
aucune
nouvelle
charge
administrative et n'a donc aucune
incidence sur la charge de travail
nécessitée
par
la
fixation
d'anciennes causes.
03.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik dank de minister voor
haar antwoord. Ik denk dat het belangrijk is dat zij heeft gepreciseerd
03.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Un calendrier n'est
CRIV 52
COM 021
13/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
dat de kalender voor de hangende zaken enkel moet worden gegeven
als partijen erom verzoeken en dat het, met andere woorden, niet de
taak van hoven en rechtbanken is om thans alle slapende zaken van
een kalender te voorzien. Ik denk dat dat een belangrijke
verduidelijking is.
fixé que si les parties en font la
demande. Il s'agit là d'une
précision essentielle pour les
causes pendantes. Ce ne sont
donc pas les cours et tribunaux qui
ont l'initiative.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Mme Gerkens ne nous a pas rejoints. Je propose donc
de reporter sa question n° 311 à la prochaine réunion.
De voorzitter: Mevrouw Gerkens
is niet opgedaagd. Haar vraag nr.
311 wordt uitgesteld tot de
volgende vergadering.
Le développement des questions se termine à 10.46 heures.
De behandeling van de vragen eindigt om 10.46 uur.