KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 017
CRIV 52 COM 017
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
07-11-2007
07-11-2007
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Begroting
en
Consumentenzaken over "het voorlopig verslag
van het monitoringcomité" (nr. 188)
1
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre
et ministre du Budget et de la Protection de la
consommation sur "le rapport provisoire du comité
de monitoring" (n° 188)
1
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Begroting
en
Consumentenzaken over "de toestand van de
begroting 2007 en het verslag van het
monitoringcomité" (nr. 266)
1
- M. Hagen Goyvaerts à la vice-première ministre
et ministre du Budget et de la Protection de la
consommation sur "la situation du budget 2007 et
le rapport du comité de monitoring" (n° 266)
1
- de heer Carl Devlies aan de vice-eerste minister
en minister van Begroting en Consumentenzaken
over "de begrotingsbeslissingen genomen naar
aanleiding van het kernkabinet" (nr. 286)
1
- M. Carl Devlies à la vice-première ministre et
ministre du Budget et de la Protection de la
consommation sur "les décisions budgétaires
prises au sein du cabinet restreint" (n° 286)
1
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Freya Van den
Bossche
, vice-eerste minister en minister van
Begroting en Consumentenzaken, Hagen
Goyvaerts, Carl Devlies
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Freya Van den
Bossche
, vice-première ministre et ministre
du Budget et de la Protection de la
consommation, Hagen Goyvaerts, Carl
Devlies
Vraag van de heer Yvan Mayeur aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
beslissing om voorlopig geen muntstukken van 1
en 2 eurocent meer te slaan" (nr. 78)
12
Question de M. Yvan Mayeur au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "le blocage
de
la
frappe
des
pièces
de
1
et
2 centimes" (n° 78)
12
Sprekers: Yvan Mayeur, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Yvan Mayeur, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
bestrijding van de belastingmisdrijven" (nr. 134)
15
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "la lutte
contre les infractions fiscales" (n° 134)
15
Sprekers: Jan Jambon, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Jan Jambon, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
17
- de heer Carl Devlies aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën over "de doorstorting
aan de lokale overheden van de federaal geïnde
belastingen" (nr. 156)
17
- M. Carl Devlies au vice-premier ministre et
ministre des Finances sur "le reversement aux
pouvoirs locaux des impôts perçus par
l'État" (n° 156)
17
- de heer Yvan Mayeur aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
problemen in verband met de doorstorting van de
federaal geïnde belastingen naar de plaatselijke
besturen" (nr. 176)
17
- M. Yvan Mayeur au vice-premier ministre et
ministre des Finances sur "les problèmes liés au
transfert des impôts perçus par le fédéral aux
administrations locales" (n° 176)
17
Sprekers: Carl Devlies, Yvan Mayeur, Hervé
Jamar
, minister belast met de Modernisering
van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale
fraude
Orateurs: Carl Devlies, Yvan Mayeur, Hervé
Jamar
, ministre de la Modernisation des
finances et de la Lutte contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
abdij van Villers-la-Ville" (nr. 143)
23
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre des Finances sur "l'abbaye de Villers-la-
Ville" (n° 143)
23
- mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën
over "de ruïnes van Villers-la-Ville en de
verantwoordelijkheid van de Federale Staat ter
zake" (nr. 184)
23
- Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au vice-
premier ministre et ministre des Finances sur "les
ruines de Villers-la-Ville et la responsabilité de
l'État fédéral" (n° 184)
23
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Hervé Jamar,
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Hervé Jamar,
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
controle van de dienst douane en accijnzen op de
in- en uitvoer van cash geld" (nr. 175)
25
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "le contrôle
effectué par l'Administration des douanes et
accises en matière d'importation et d'exportation
d'argent liquide" (n° 175)
25
Sprekers: Michel Doomst, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Michel Doomst, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer David Lavaux aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
werken die moeten worden uitgevoerd aan de
abdij van Aulne" (nr. 177)
27
Question de M. David Lavaux au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "les travaux
nécessaires à l'Abbaye d'Aulne" (n° 177)
27
Sprekers: David Lavaux, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: David Lavaux, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-
eersteminister en minister van Financiën over "het
btw-tarief dat van toepassing is in de sector van
de sociale en middenklasse huisvesting in het
Waals Gewest" (nr. 205)
30
Question de M. Guy Coëme au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "le taux de
TVA en application dans le secteur du logement
social et moyen en Région wallonne" (n° 205)
30
Sprekers: Guy Coëme, Hervé Jamar, minister
belast met de Modernisering van de Financiën
en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Guy Coëme, Hervé Jamar, ministre
de la Modernisation des finances et de la Lutte
contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
33
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en
minister
van
Financiën
over
"de
overeenstemming van de aanwervingen bij de
FOD Financiën met de taalwetgeving" (nr. 210)
33
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre des Finances sur "la conformité des
recrutements au sein du SPF Finances avec la
législation linguistique" (n° 210)
33
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
verhouding tussen het aantal Nederlands- en
Franstaligen bij aanwervingen en benoemingen
binnen het departement Financiën" (nr. 211)
33
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances sur "la répartition entre
néerlandophones et francophones lors des
recrutements et des promotions au sein du
département des Finances" (n° 211)
33
Sprekers: Jan Jambon, Hagen Goyvaerts,
Hervé Jamar
, minister belast met de
Modernisering van de Financiën en de Strijd
tegen de fiscale fraude
Orateurs: Jan Jambon, Hagen Goyvaerts,
Hervé Jamar
, ministre de la Modernisation
des finances et de la Lutte contre la fraude
fiscale
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
toegevoegd aan de minister van Financiën, belast
met de Modernisering van de Financiën en de
Strijd tegen de fiscale fraude over "het uitstel van
de
strengere
controles
op
namaakspullen" (nr. 219)
37
Question de M. Michel Doomst au ministre adjoint
au ministre des Finances, chargé de la
Modernisation des Finances et de la Lutte contre
la fraude fiscale sur "le report des contrôles
renforcés sur les articles de contrefaçon" (n° 219)
37
Sprekers: Michel Doomst, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Michel Doomst, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
suggesties van de ombudsman inzake de
verbetering
van
de
werking
van
uw
departement" (nr. 252)
39
Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "les
suggestions du médiateur destinées à améliorer
le fonctionnement de votre département" (n° 252)
39
Sprekers: Hagen Goyvaerts, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Hagen Goyvaerts, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Samengevoegde vragen van
41
Questions jointes de
41
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
notionele intrestaftrek" (nr. 257)
41
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Finances sur "la déduction des
intérêts notionnels" (n° 257)
41
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
notionele intrestaftrek en de oprichting van
beleggingsvennootschappen" (nr. 270)
41
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre
et ministre des Finances sur "la déduction des
intérêts notionnels et la création de sociétés
d'investissement" (n° 270)
41
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over
"het oneigenlijk gebruik van de notionele
intrestaftrek" (nr. 271)
41
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre
et ministre des Finances sur "le recours impropre
à la déduction des intérêts notionnels" (n° 271)
41
- de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën over "het oneigenlijk
gebruik van de notionele intrestaftrek" (nr. 281)
41
- M. Guy Coëme au vice-premier ministre et
ministre
des
Finances
sur
"l'utilisation
inappropriée des intérêts notionnels" (n° 281)
41
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Stefaan Van
Hecke, Guy Coëme, Hervé Jamar
, minister
belast met de Modernisering van de Financiën
en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Stefaan Van
Hecke, Guy Coëme, Hervé Jamar
, ministre
de la Modernisation des finances et de la Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
aftrek van onderhoudsgelden" (nr. 259)
49
Question de M. Roel Deseyn au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "la
déduction des pensions alimentaires" (n° 259)
49
Sprekers: Roel Deseyn, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Roel Deseyn, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
waardevermindering van de woningen die binnen
de veiligheidsperimeter van de zogenaamde
sevesobedrijven zijn gelegen" (nr. 261)
51
Question de Mme Muriel Gerkens au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "la
dépréciation immobilière des habitations situées
dans les périmètres 'seveso'" (n° 261)
51
Sprekers: Muriel Gerkens, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Muriel Gerkens, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Carl Devlies aan de minister
toegevoegd aan de minister van Financiën, belast
met de Modernisering van de Financiën en de
Strijd tegen de fiscale fraude over "de werking van
Tax-on-webdiensten
voor
de
cijferberoepen" (nr. 282)
53
Question de M. Carl Devlies au ministre adjoint au
ministre
des
Finances,
chargé
de
la
Modernisation des Finances et de la Lutte contre
la fraude fiscale sur "le fonctionnement des
services Tax-on-web pour les professions du
chiffre" (n° 282)
53
Sprekers: Carl Devlies, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Carl Devlies, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
aangifte in de rechtspersonenbelasting" (nr. 287)
55
Question de M. Stefaan Vercamer au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "la
déclaration en matière d'impôt des personnes
morales" (n° 287)
55
Sprekers: Stefaan Vercamer, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Stefaan Vercamer, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over "de
toekomst van de rijkswachtgebouwen van
Assesse en de nieuwe site voor de wegpolitie van
de provincie Namen" (nr. 288)
57
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "l'avenir des
bâtiments de la gendarmerie d'Assesse et la
future localisation de la police de la route de la
province de Namur" (n° 288)
57
Sprekers: Georges Gilkinet, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Georges Gilkinet, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën over
"een
gesloten
jeugdinstelling
in
Florennes" (nr. 290)
58
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre des Finances sur "un centre
fermé
pour
jeunes
délinquants
à
Florennes" (n° 290)
58
Sprekers: Georges Gilkinet, Hervé Jamar,
minister belast met de Modernisering van de
Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude
Orateurs: Georges Gilkinet, Hervé Jamar,
ministre de la Modernisation des finances et
de la Lutte contre la fraude fiscale
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
7
NOVEMBER
2007
Voormiddag
______
du
MERCREDI
7
NOVEMBRE
2007
Matin
______
La séance est ouverte à 9.37 heures et présidée par M. François-Xavier de Donnea.
De vergadering wordt geopend om 9.37 uur en voorgezeten door de heer François-Xavier de Donnea.
01 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre du Budget et de la Protection de la
consommation sur "le rapport provisoire du comité de monitoring" (n° 188)
- M. Hagen Goyvaerts à la vice-première ministre et ministre du Budget et de la Protection de la
consommation sur "la situation du budget 2007 et le rapport du comité de monitoring" (n° 266)
- M. Carl Devlies à la vice-première ministre et ministre du Budget et de la Protection de la
consommation sur "les décisions budgétaires prises au sein du cabinet restreint" (n° 286)b>
01 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en
Consumentenzaken over "het voorlopig verslag van het monitoringcomité" (nr. 188)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en
Consumentenzaken over "de toestand van de begroting 2007 en het verslag van het
monitoringcomité" (nr. 266)
- de heer Carl Devlies aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Consumentenzaken
over "de begrotingsbeslissingen genomen naar aanleiding van het kernkabinet" (nr. 286)
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, le comité de monitoring a été mis en place par le
gouvernement au début du mois de septembre, prévoyant, à juste
titre, que les affaires courantes se prolongeraient. Il vise à assurer le
contrôle de l'évolution budgétaire, mais aussi à prendre des mesures
conservatoires si besoin en est. Ce comité, dont la commission des
Finances a déjà parlé, a rendu un premier rapport. Il relève un déficit
estimé à 0,5% du PIB.
Un deuxième rapport aurait été remis où les estimations sont
nettement plus raisonnables et raisonnées puisqu'il est question de
0,1%, voire une possibilité d'arriver à l'équilibre.
On a beaucoup parlé des mesures et du dossier Défense, mais il
semble également que des mesures soient prises en d'autres
secteurs.
Dès lors, où en sont ces mesures prises tant vis-à-vis du secteur de
la Défense que des autres secteurs, au point de vue des recettes et
des dépenses, puisqu'on peut agir sur les deux volets?
Ensuite, qu'en est-il des estimations annoncées, positives ou du
moins en hausse, en matière de recettes de TVA, ainsi que pour les
versements anticipés?
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
zijn eerste rapport raamde het
monitoringcomité dat in september
door de regering werd opgericht
het
begrotingstekort
op
0,5
procent van het bbp. Volgens een
tweede rapport zou er nog maar
sprake zijn van 0,1 procent en
wordt een evenwicht zelfs mogelijk
geacht.
Hoe staat het met de maatregelen
die
ten
aanzien
van
het
departement Landsverdediging en
andere sectoren met betrekking
tot de inkomsten en de uitgaven
werden genomen?
Werden de ramingen inzake de
btw-inkomsten die positief waren
of een stijging lieten uitschijnen
alsook
de
ramingen
met
betrekking tot de voorafbetalingen
bewaarheid?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Vous avez bien saisi le but de mes questions: c'est le bon moment,
en début novembre, de faire le bilan de l'évolution de ce comité de
monitoring et de la situation budgétaire.
01.02 Minister Freya Van den Bossche: Mijnheer de voorzitter, ik
meende dat de vragen werden samengevoegd.
De voorzitter: Er is een hoop vragen, maar ik heb er hier slechts één.
01.03 Minister Freya Van den Bossche: Verscheidene elementen
overlappen elkaar. Ik meen dat ik anders veel te lang zal moeten
antwoorden.
De voorzitter: Ik heb maar één vraag hier. Is er een wijziging van de agenda?
(...): Ja.
De voorzitter: Sorry, maar die heb ik hier niet. Je n'ai pas été prévenu qu'il y avait une modification. Ik ben
gisteren uit het buitenland teruggekomen en ik heb dat niet gezien.
Ik geef dus eerst het woord aan de heer Goyvaerts en daarna aan de heer Devlies en gelieve mij nogmaals
te verontschuldigen voor het misverstand.
01.04 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik wens even terug te komen op onze
commissievergadering van 16 oktober jongstleden, toen ik de minister
ondervroeg over de begrotingstoestand voor 2007 en de resultaten
van het onderzoek door het monitoringcomité.
Op dat moment waren er enkele cijfergegevens die u niet kon
bevestigen noch ontkennen omdat toen het volledige of het definitieve
rapport van het monitoringcomité u nog niet had bereikt. Ondertussen
zijn wij drie weken verder en ik ga er dus vanuit dat u ons vandaag
wat meer informatie kunt bezorgen over drie elementen die mijn
aandacht blijven trekken, zijnde: de begroting voor 2007 in haar
totaliteit,
het
verslag
van
het
monitoringcomité
en
de
begrotingsopmaak voor 2008. Temeer daar er op 26 oktober
jongstleden ­ dat is iets recenter ­ nog een Ministerraad is geweest
waar een hele reeks bijkomende maatregelen werd goedgekeurd.
Het beraamde begrotingstekort van 0,5% waarmee wij vertrokken
waren in de commissie op 16 oktober ­ de befaamde 1,5 miljard euro
tekort ­ werd toen plots verkleind tot slechts 0,1%. Daarmee voldoet u
weliswaar nog niet aan de doelstelling die u zich had gesteld, een
overschot van 0,3%, maar het geeft wel aan dat op die Ministerraad
van 26 oktober er ofwel fors werd bezuinigd op een aantal uitgaven,
ofwel dat er onverwachte verhoogde inkomsten werden genoteerd,
ofwel dat er uitgaven werden doorgeschoven naar 2008, of ­ dat is
het meest waarschijnlijke ­ dat er een combinatie van die drie is
gebeurd.
Bovendien vernemen wij dat deze regering van aflopende zaken nog
een noodbegroting voor 2008 heeft opgesteld waarmee zij naar het
Parlement zal komen. Ik neem aan dat daarover in deze commissie
nog een en ander kan worden gezegd. Wij krijgen wat dat betreft als
parlementslid dus toch nog wat werk op de plank.
In elk geval, wij zijn zover nog niet. Ik heb eerst voor u nog een aantal
01.04 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Lorsque j'ai interrogé la
ministre, le 16 octobre, à propos
du
budget
2007
et
des
constatations
du
comité
de
monitoring, elle ne disposait pas
encore du rapport final. Le 26
octobre, le Conseil des ministres a
approuvé plusieurs mesures.
Le
déficit
budgétaire
était
subitement estimé à 0,1 % au lieu
de 0,5 %. L'excédent prévu de
0,3 % n'est pas encore atteint pour
autant mais cela signifie, en
revanche, que des économies
considérables ont été réalisées,
que les recettes sont plus élevées
ou que des dépenses seront
reportées à 2008. Il s'agit
vraisemblablement
d'une
combinaison
de
ces
trois
possibilités.
Il
nous
revient
que
le
gouvernement a élaboré un
budget d'urgence pour 2008. Je
voudrais d'ores et déjà poser
quelques questions concernant
l'état actuel du budget.
Quelles sont les conclusions du
comité de monitoring?
Dans quels départements a-t-on
constaté
des
dépassements
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
vragen, mevrouw de minister, teneinde een beter inzicht te krijgen in
de huidige begrotingstoestand en al wat daarmee verband houdt.
Mijn eerste vraag is: wat zijn de resultaten en de conclusies van het
monitoringcomité?
Ten
tweede,
voor
welke
departementen
werden
er
budgetoverschrijdingen vastgesteld. Ik had graag een lijstje met wat
cijfergegevens voor de betrokken departementen, teneinde daarvan
kennis te nemen. U hebt altijd gezegd dat het voor de andere
departementen dan Defensie allemaal nog wel meeviel. Toch zou ik
graag de bedragen willen kennen om te zien in welke mate het
allemaal wel meevalt. Wat waren de oorzaken van de
budgetoverschrijdingen?
Ten derde, kunt u ondertussen duidelijkheid geven over de
ingeschreven bevek van 500 miljoen euro voor 2007? De vorige keer
hebt u gezegd: het zal minder zijn. Is daar nu een deel van
vastgelegd?
Ten vierde, is er naar aanleiding van de begrotingscontrole en het
onderzoek van het monitoringcomité een nieuwe raming gebeurd van
de ontvangsten en uitgaven? Ik meen dat het stilaan tijd wordt dat ook
daarvoor een overzichtstabelletje wordt gemaakt.
Ten vijfde, kunt u een cijfermatig overzicht geven van de ingrepen die
op de Ministerraad van 26 oktober zijn gebeurd en waardoor het
eerder geraamde begrotingstekort van 0,5% werd verkleind tot 0,1%?
Ten zesde en tot slot, heb ik een bijkomende vraag, mijnheer de
voorzitter.
We hebben via de pers vernomen dat er een rondzendbrief naar alle
departementen wordt verzonden om de begroting "zo dicht mogelijk
bij een evenwicht te laten uitkomen". Ik zou graag een nadere
toelichting van de minister krijgen met betrekking tot die cryptische
omschrijving, omdat ik er vanuit was gegaan dat door uw
ankerprincipe de departementen niet in staat zijn om al datgene wat
ze kregen toegewezen aan kredieten, op te nemen. Blijkbaar moet dat
toch nog worden ondersteund door een bijkomende omzendbrief. Ik
weet niet of het de bedoeling is om de discussie van een jaar geleden,
welke facturen worden doorgeschoven naar 2008, te herhalen.
Ik zou toch graag hebben dat de minister nog wat toelichting geeft bij
de bedoeling van die omzendbrief en wat er nu feitelijk in staat, want
de omschrijving "zo dicht mogelijk bij een evenwicht te laten
uitkomen" lijkt me nogal cryptisch.
budgétaires? À quels montants
s'élèvent ces derniers?
La ministre peut-elle clarifier le
montant de 500 millions d'euros de
la sicav inscrit pour 2007?
A-t-on procédé à une nouvelle
évaluation des recettes et des
dépenses?
Quelles mesures le Conseil des
ministres du 26 octobre a-t-il
élaborées?
La presse nous apprend qu'il a été
demandé à tous les départements,
par le biais d'une circulaire, de
veiller à ce que le budget se
rapproche
au
maximum
de
l'équilibre. Qu'entend-on par-là? Je
pensais qu'en vertu du principe de
l'ancre, les départements ne
pouvaient en tout état de cause
pas inscrire tous les crédits.
01.05 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, mijn vraag is ook geïnspireerd door de beslissingen van
het kernkabinet van 26 oktober, dat door een reeks van
herschikkingen tot een begrotingsresultaat van 0,1 procent komt,
terwijl het monitoringcomité sprak over een tekort van 0,5 procent, het
meest recente cijfer dat wij hebben gezien.
Er zijn de problemen met Defensie, die we ook hier in commissie
hebben besproken, en waarover waarschijnlijk ook een beslissing is
genomen op de bijeenkomst van het kernkabinet.
01.05 Carl Devlies (CD&V - N-
VA): Par une série d'ajustements,
le cabinet restreint du 26 octobre
est arrivé à un déficit budgétaire
de 0,1 %, alors que le comité de
monitoring
évoquait
précédemment un déficit de 0,5 %.
Cette différence s'expliquerait par
des
recettes
fiscales
supplémentaires.
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Alles bij elkaar is er gesproken over overschrijdingen voor een bedrag
van 500 miljoen euro. Er zouden aanpassingen aan de begroting
gebeuren om dat weg te werken. Voorts hebben we ook vernomen
dat er bijkomende fiscale ontvangsten zouden zijn die op het moment
van het jongste verslag van het monitoringcomité nog niet bekend
waren.
Ik heb een aantal precieze vragen.
Ten eerste, welke precieze maatregelen werden genomen met
betrekking tot het departement Defensie? Wat is de ESER-impact van
de bijsturingen? Is er ten gevolge van de genomen maatregelen een
effect op de begroting 2008?
Ten tweede, welke precieze maatregelen werden genomen met
betrekking tot de andere departementen?
Ten derde, blijft het niveau aan overdrachten in 2008 op het niveau
van 2007? Ik dacht dat het niveau begin 2007 zich situeerde op
1,98 miljard euro. Blijft dat zo of gaat het naar beneden of naar
boven?
Ten vierde, met welke verbetering van het saldo van entiteit II houdt
men rekening? Is die verbetering te situeren bij de Gewesten en de
Gemeenschappen? Zo ja, bij welke? Of is ze te situeren bij de
gemeenten?
Quelles
mesures
le
cabinet
restreint a-t-il prises exactement
concernant le département de la
Défense? Quel est l'impact de ces
ajustements au niveau du SEC?
Ces mesures ont-elles un effet sur
le budget 2008? Quelles mesures
a-t-on prises précisément pour les
autres départements? Le niveau
des transferts en 2008 reste-t-il le
même qu'en 2007? Sur quelle
amélioration du solde de l'entité II
table-t-on?
Doit-on
cette
amélioration aux Communautés et
Régions ou aux communes?
01.06 Minister Freya Van den Bossche: Mijnheer de voorzitter, op
een vraag na, die niet werd vermeld in de vooraf omschreven vragen,
heb ik op alles een antwoord. Het gaat concreet om een vraag die de
heer Goyvaerts heeft toegevoegd aan zijn reeks vragen.
01.06 Freya Van den Bossche,
ministre: Je n'ai pas de réponse à
une question de M. Goyvaerts, qui
n'avait pas été communiquée au
préalable.
Je vais peut-être commencer par indiquer que plusieurs questions se
recoupent et que la réponse que je vais vous donner comprend une
partie des explications demandées par les différents parlementaires.
Comme cela a déjà été expliqué en commission, les données
relatives aux dépenses primaires ne se basent pas sur des
statistiques. Les dépenses nécessaires prévues sont en effet
évaluées à plusieurs moments clés de l'année, ce qui amène certains
départements à estimer qu'ils ont besoin de plus ou de moins de
crédits que ceux qui ont été déterminés dans l'objectif budgétaire.
Il n'en va pas autrement cette année.
Cinq des vingt départements ont démontré des besoins et justifié
l'attribution de crédits supplémentaires. Quinze départements
recevront moins que prévu.
Le comité de monitoring du 16 octobre dernier présente un déficit
pour les primaires de 509 millions par rapport aux objectifs fixés lors
de l'élaboration du budget 2007. L'impact en termes seconds, sur le
solde, est de 347,6 millions puisque 160 millions sont imputables à
l'année 2006. Le comité avait déjà appliqué ces corrections qu'il avait
alors estimées à 210 millions.
Bij
de
ramingen
van
de
noodzakelijke primaire uitgaven
die op diverse sleutelmomenten
tijdens het jaar worden gemaakt,
hebben
vijf
departementen
gegronde redenen aangevoerd
voor
de
toekenning
van
bijkomende kredieten. De vijftien
andere
krijgen
minder
dan
gepland.
Op
16
oktober
heeft
het
monitoringcomité gewag gemaakt
van een primair tekort van 509
miljoen euro. De weerslag daarvan
op het saldo bedraagt 347,6
miljoen euro, aangezien 160
miljoen
op
2006
moet
aangerekend
worden.
Andere
departementen hebben bijkomend
enkele tientallen miljoenen nodig,
maar
voor
de
FOD
Landsverdediging
worden
de
bijkomende
behoeften
op
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Certains départements, comme le SPF Finances, le SPF Mobilité et le
SPF Santé publique, présentaient des besoins supplémentaires d'une
dizaine de millions. Pour le SPF Défense, les besoins étaient de
l'ordre de 392 millions, dont 232 millions concernent 2007. Je
reviendrai ci-après sur les mesures spécifiques qui ont été prises
puisque plusieurs questions y sont relatives.
Après concertation avec les services du premier ministre et du
président du comité de suivi, la décision a été prise, comme j'ai déjà
pu le mentionner, de charger le comité de nous remettre très bientôt
un rapport définitif.
Il a été reconnu que quelques départements avaient besoin de crédits
supplémentaires pour faire face à des dépenses imprévues.
Fidèlement à la tradition, ces moyens ont été dégagés grâce aux
crédits non utilisés des autres départements. Je reviendrai encore sur
certains éléments par la suite.
ongeveer 392 miljoen geraamd,
waarvan 232 miljoen voor 2007.
We hebben het monitoringcomité
gevraagd ons zo snel mogelijk een
definitief verslag te bezorgen.
Traditiegetrouw
worden
de
ongebruikte kredieten van de
andere
departementen
aangesproken om de bijkomende
middelen vrij te maken.
Het monitoringcomité heeft op 16 oktober een eerste rapport
ingediend en raamde het saldo voor 2007 op een tekort van 0,5% van
het bbp. Dit rapport diende als uitgangspunt voor de regering om een
bijkomende begrotingscontrole door te voeren, uiteraard binnen de
krijtlijnen van wat een regering in lopende zaken een
begrotingscontrole kan noemen.
De resultaten van deze bijkomende begrotingscontrole werden door
de Ministerraad van 26 oktober bekrachtigd. Ik citeer uit de beslissing
van de Ministerraad: "Deze informatie zal worden overgemaakt aan
het monitoringcomité, ter verificatie en update van het verslag, in het
zicht van een eindrapport tegen 30 oktober, ingevolge de beslissing
van de Ministerraad van 7 september." Het comité zal binnenkort op
basis van dit alles zijn tweede reeks conclusies indienen. Die tweede
reeks conclusies kan ik u dus nog niet direct meedelen. Ik wil wel
herhalen dat wij tijdens de begrotingscontrole, naast een aantal
kleinere punten, in hoofdzaak op twee punten belangrijke wijzigingen
hebben doorgevoerd. Wij hebben de budgettaire problemen bij
Landsverdediging aangepakt en wij hebben van het schatkistcomité
herramingen van fiscale ontvangsten ontvangen. Beide elementen
hadden een belangrijke impact op de aanpassing van het te
verwachten saldo.
Over de bevek kan ik duidelijk zijn. In de hierboven beschreven
oefening werd geen rekening gehouden met inkomsten van de initieel
voorziene niet-structurele maatregelen, dus ook niet van de bevek.
De hele oefening van het monitoringcomité en de begrotingscontrole
zelf, bestaat inderdaad uit een herraming van uitgaven en
ontvangsten, plus een aantal genomen maatregelen. Er kwam
ondertussen, in de tweede helft van oktober, ook een nieuw verslag
van het schatkistcomité, dat gezien het belang van de fiscale
ontvangsten een belangrijke input is voor deze oefening.
In mijn antwoord zitten de elementen vervat van al die aangepaste
uitgaven en ontvangsten. Ik geef nog een overzicht van de
belangrijkste elementen. Ik herhaal ook dat het om de meest recente
raming gaat. Er ontbreken nog twee belangrijke maanden in het jaar.
Wij gaan daarom ook uit van een voorzichtig scenario. Ik geef een
voorbeeld. Onze laatste raming voor 2006, bij het afsluiten van het
Le comité de monitoring a déposé
un premier rapport le 16 octobre et
a estimé le déficit pour 2007 à
0,5 % du PIB. Sur cette base, le
gouvernement a effectué un
contrôle
budgétaire
supplémentaire. Le Conseil des
ministres a entériné les résultats
de ce contrôle le 26 octobre. Le
comité de monitoring déposera à
présent de nouvelles conclusions.
Le traitement des problèmes
budgétaires du département de la
Défense
et
une
nouvelle
estimation des recettes fiscales
par
le
comité
du
Trésor
constituaient
les
principaux
éléments du contrôle budgétaire.
Il n'a pas été tenu compte de
recettes issues de mesures non
structurelles initialement prévues,
ni, par conséquent, de la sicav.
Le gouvernement s'est fondé sur
un scénario prudent. Pour les
recettes, il s'est basé sur les
estimations du SPF Finances. La
note du 26 octobre adressée au
comite du Trésor décrit l'évolution
des recettes fiscales au cours des
derniers mois et contient une
estimation pour les trois prochains
mois. Selon les estimations du
SPF,
les
recettes
fiscales
dépasseraient de 444,5 millions
d'euros
les
estimations
sur
lesquelles s'est initialement basé
le comité de monitoring. Le
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
jaar, bedroeg iets minder dan 200 miljoen euro. Ondertussen is
gebleken dat het overschot voor 2006 ongeveer 900 miljoen euro
bedraagt. Wij willen op dezelfde voorzichtige wijze te werk gaan.
Ik zal in een zevental punten een overzicht geven van de belangrijkste
bevindingen van de Ministerraad van 26 oktober.
De regering heeft zich, wat de fiscale ontvangsten betreft, gebaseerd
op de ramingen van de FOD Financiën, zoals opgenomen in de nota
inzake de fiscale ontvangsten aan het schatkistcomité van 26 oktober.
In die nota wordt niet enkel de evolutie van de fiscale ontvangsten van
de voorbije maanden geëvalueerd. Er wordt ook een raming gemaakt
van de fiscale ontvangsten voor de komende drie maanden. De nota
van 26 oktober bevat resultaten voor de eerste negen maanden en de
ramingen voor de resterende drie maanden van het jaar. Volgens
deze ramingen van de FOD zouden de fiscale ontvangsten
444,5 miljoen euro hoger liggen dan de ramingen waarop het
monitoringcomité zich in een eerste fase baseerde. De regering heeft
deze cijfers overgenomen, maar heeft er wel een correctie aan
toegevoegd. Voor de btw-ontvangsten werd namelijk 60 miljoen euro
minder gerekend ten opzichte van de raming. De aanpassing is in
consensus gebeurd tijdens een interkabinettenwerkgroep met de
administraties van Financiën en Begroting.
De hoofdreden was hier opnieuw het voorzichtigheidsbeginsel.
Aangezien er onduidelijkheid is over de rattrapages van de btw voor
de resterende maanden wordt er uitgegaan van een voorzichtiger
groeicijfer voor de maanden die nog moeten komen.
Inzake de primaire uitgaven was het monitoringcomité vertrokken van
de door de FOD's en de FOD Budget en Beheerscontrole
meegedeelde behoeften voor de resterende maanden van 2007. Op
basis van die informatie bekwam men een overschrijding van de
doelstelling inzake primaire uitgaven van 509,6 miljoen euro, zoals ik
reeds eerder zei. Hiervan was 162 miljoen euro toe te schrijven aan
de aanzuivering van een thesaurierekening van Defensie. Dit was als
dusdanig niet-ESER-aanrekenbaar in 2007.
Er bleef dus nog een overschrijding in ESER-termen van
347,6 miljoen euro. Door een grondige doorlichting van de uitgaven
van Defensie, maar ook van de andere departementen, was het
mogelijk het geheel van bijkomend verstrekte middelen te beperken
tot 76 miljoen, als alle overschotten en bijkomende middelen worden
opgeteld. De hoofdbrok van de verbetering is vanzelfsprekend te
verklaren door maatregelen genomen op het departement Defensie.
Er zijn ook nog een aantal andere vaststellingen gedaan. In de cijfers
van het monitoringcomité, dat zich hiervoor baseert op de cijfers van
het globaal beheer, was er geen rekening meer gehouden met de
opbrengst uit de strijd tegen de sociale fraude. Op basis van cijfers
opgenomen in een tussentijds rapport van de SIOD gaat de regering
ervan uit dat in ESER-optiek een bedrag van 40,9 miljoen in
aanmerking kan worden genomen. Dat is trouwens hetzelfde bedrag
als initieel voorzien, alleen werd door globaal beheer dit bedrag niet
opnieuw opgenomen in de tabellen.
Inzake intrestlast heeft de regering zich gebaseerd op de meest
recente raming van de Schatkist. De intrestlasten lagen in deze
gouvernement a repris ces chiffres
mais a calculé 60 millions d'euros
en moins pour les recettes de la
TVA. Il a pris cette mesure par
prudence et par consensus lors
d'une réunion d'un groupe de
travail intercabinets avec les
administrations des Finances et du
Budget.
En ce qui concerne les dépenses
primaires, le comité de monitoring
s'était basé sur les besoins
communiqués par les SPF pour
les mois suivants, ce qui s'est
traduit par un dépassement de
l'objectif
à
concurrence
de
509,6 millions d'euros. Sur ce
montant, une somme de 162
millions d'euros était imputable à
l'apurement d'un compte de
trésorerie du département de la
Défense, ce qui ne pouvait être
comptabilisé en 2007 au regard
des normes SEC.
En termes SEC, il subsistait donc
un dépassement de 347,6 millions.
Un
audit
approfondi
des
départements a permis de limiter
l'ensemble
des
moyens
supplémentaires fournis à 76
millions
d'euros,
et
cela
essentiellement
grâce
aux
mesures prises au département
de la Défense.
Les chiffres du comité de
monitoring ne tenaient pas compte
du produit de la lutte contre la
fraude sociale. Le gouvernement
considère que dans l'optique SEC,
un montant de 40,9 millions peut
être pris en considération.
Selon l'estimation la plus récente
du Trésor, les charges d'intérêts
sont inférieures de 37,7 millions
d'euros à l'estimation utilisée par
le comité de monitoring.
En raison du versement d'un
dividende
intérimaire
par
Belgacom, le montant estimé des
recettes non fiscales a été majoré
de 35,9 millions.
Le comité de monitoring était parti
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
raming 37,7 miljoen euro lager dan in de raming gehanteerd door het
monitoringcomité.
Ik kom dan aan de uitkering van een interimdividend door Belgacom.
Dit geeft aanleiding tot een aanpassing naar boven toe van de niet-
fiscale ontvangsten met 35,9 miljoen euro, steeds ten opzichte van
het door het monitoringcomité gehanteerde cijfer.
Het monitoringcomité is er in zijn nota van 16 oktober van uit gegaan
dat de Gemeenschappen en Gewesten de doelstellingen zouden
naleven zoals afgesproken op de interministeriële conferentie van
Financiën en Begroting van 16 oktober. Dat resulteerde in een
overschot van 333,9 miljoen euro.
In 2006 echter realiseerden de Gemeenschappen en Gewesten een
overschot van 621 miljoen euro. De Gemeenschappen en Gewesten
kennen in 2007 een gunstige ontwikkeling van hun ontvangsten. De
door de federale overheid voor rekening van de Gewesten geïnde
gewestbelastingen samen met de volgens de financieringswet aan de
Gemeenschappen en Gewesten over te dragen personenbelasting en
btw, kennen bijvoorbeeld een groei van 6%. De regering ziet dan ook
geen reden om aan te nemen dat het saldo van de Gemeenschappen
en Gewesten substantieel zal afwijken van de realisaties van 2006.
Inzake de lokale overheden gaat de regering, net als het
monitoringcomité, uit van een evenwicht. De FOD Financiën is in
2007 vroeger gestart met het inkohieren van de personenbelasting.
Dat zal ook een positief effect hebben op de rekening van de lokale
overheden voor 2007.
We zijn ervan overtuigd dat deze bevindingen voor entiteit II
voldoende voorzichtig zijn. Er is op basis van de beschikbare
informatie geen reden om uit te gaan van een sterke afwijking van het
eindresultaat van de deelregeringen ten opzichte van vorig jaar. Vorig
jaar bedroeg het overschot meer dan 600 miljoen euro.
Voor de lokale autoriteiten wordt het ESER-saldo bij elke herraming
opwaarts herzien. Bijkomend effect van hetgeen hierboven wordt
beschreven, is dat een evenwicht als uitgangspunt aannemelijk is.
Het spreekt voor zich dat het monitoringcomité ook hier een
definitieve evaluatie zal maken van deze hypothesen en dat de
regering daarmee uiteraard rekening zal houden.
Als ik mij niet vergis, moeten er nog twee vragen van de heer Devlies
worden beantwoord.
Met betrekking tot de maatregelen Defensie kan ik nog het volgende
meedelen. Het initieel probleem voor dit jaar beloopt 230 miljoen euro.
Dat werd gereduceerd door maatregelen genomen ten belope van
147 miljoen euro.
Belangrijk is echter dat de begroting van Defensie voor dit jaar en
voor de volgende jaren weer op orde is gezet. Het departement zal in
uitwerking daarvan ook zorgen voor een aangepast investeringsplan
en een aangepast plan van buitenlandse missies in lijn met de
genomen beslissingen. Er is dus niet enkel een effect voor 2007 maar
ook voor de daaropvolgende jaren.
du principe que les Régions et les
Communautés respecteraient les
objectifs convenus, ce qui s'est
traduit par un excédent de 333,9
millions
d'euros.
En
2006,
toutefois, les Régions et les
Communautés ont réalisé un
excédent de 621 millions d'euros
et rien ne laisse présumer que le
solde différera substantiellement
de ce chiffre en 2007.
Pour les autorités locales, le solde
SEC est revu à la hausse à
chaque nouvelle estimation. Un
équilibre est donc plausible.
Le
gouvernement
tiendra
évidemment
compte
de
l'évaluation définitive du comité de
monitoring.
Initialement, le problème à la
Défense concernait un montant de
230 millions d'euros pour cette
année. Des mesures ont été
prises
pour
le
réduire
à
147 millions d'euros.
Pour s'assurer de la pérennité de
cet effet dans les prochaines
années, il est important que la
situation soit mise en ordre et qu'il
soit veillé à l'élaboration d'un plan
d'investissement ainsi qu'un plan
des missions étrangères adaptés.
Le 10 octobre, j'ai instauré une
période de stand still en ce qui
concerne
l'exécution
des
ordonnancements de la Défense.
Depuis aujourd'hui, ceux-ci sont à
nouveau possibles, parce que la
Défense a pris les mesures
nécessaires.
Les ordonnancements prévus pour
l'investissement ont été diminués
de 87 millions d'euros, la Défense
propose un effort supplémentaire
de 60 millions d'euros en ce qui
concerne les ordonnancements et
il a été convenu que la Défense
supprimerait 65 millions de crédits
d'engagement.
Sur la base de la situation actuelle,
le
transfert
des
dépenses
primaires s'élèvera à environ 1,9
milliard d'euros. L'année dernière,
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Om met de juiste cijfers van de stand van uitvoering van de begroting
van het ministerie te kunnen werken, heb ik op 10 oktober een
stand still-periode ingevoerd op de uitvoering van de ordonnanties bij
Landsverdediging.
Sinds vandaag zijn ordonnanceringen opnieuw mogelijk omdat het
ministerie van Landsverdediging de volgende maatregelen heeft
genomen teneinde haar budgettaire ontsporing van de begroting 2007
terug te dringen.
Ten eerste, bijzondere maatregelen opgelegd door de rondzendbrief
van 19 oktober voor de vermindering van de ordonnanceringen voor
investeringen ten belope van 87 miljoen euro. Ze werden door de
minister van Landsverdediging op 23 oktober aanvaard als definitieve
maatregelen.
Ten
tweede, het voorstel vanwege het ministerie van
Landsverdediging om bijkomend een inspanning te leveren van
60 miljoen euro teneinde de ordonnancering verder te laten dalen.
Ten derde, de afspraak dat het ministerie 65 miljoen euro aan
vastleggingskredieten zal schrappen waarbij geen optionele schijven
op investeringsdossiers meer zullen worden goedgekeurd.
Wat de overdrachten betreft, wil ik ten slotte nog het volgende
meedelen. Volgens de huidige stand van zaken zal de overdracht in
de primaire uitgaven inderdaad ongeveer 1,9 miljard euro bedragen.
Op dit moment is dat precies 1,816 miljard euro. Dat zou een
vermindering zijn ten opzichte van vorig jaar waar de overdracht
2,027 miljard euro bedroeg. U moet daarin echter een beetje
voorzichtig zijn...
ce montant s'élevait encore à
2,027 milliards d'euros.
01.07 Carl Devlies (CD&V - N-VA): (...)
01.08 Minister Freya Van den Bossche: Voor 2008 zal het rond
1,9 miljard euro eindigen. We zitten nu precies op 1,82 miljard euro,
maar ik wil wat voorzichtigheid aan de dag leggen. Tegen het einde
van het jaar weten we dat met zekerheid en volledig. Vorig jaar was er
een overdracht van 2,03 miljard.
Ik heb hiermee volgens mij alle vragen beantwoord.
01.09 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie la
ministre pour sa réponse précise et complète. Il est évident que la
situation budgétaire est un instantané et qu`elle change à tout
moment, ce qui suppose un suivi et l'attention de cette commission.
Nous sommes dans l'attente d'un rapport final. Je ne peux que
souscrire à la prudence avancée par rapport aux chiffres annoncés et
aux estimations. De ce côté-là, les nouvelles sont rassurantes avec
des estimations de recettes à la hausse qui permettraient d'atteindre
l'équilibre.
Enfin, je salue les mesures prises dans le dossier de la Défense qui
devait être le plus épineux. Je ne peux que saluer le travail du
gouvernement en la matière.
01.09 Jean-Luc Crucke (MR): In
afwachting van een definitief
rapport pleit ik ervoor voorzichtig
om
te
springen
met
de
aangekondigde cijfers. Wat dat
betreft is er hoopgevend nieuws,
aangezien er hogere inkomsten
worden voorspeld waardoor er een
evenwicht zou kunnen worden
bereikt. Ik juich de maatregelen
toe
die
in
het
dossier
Landsverdediging,
dat
het
moeilijkst ligt, werden genomen.
01.10 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik 01.10 Hagen Goyvaerts (Vlaams
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
dank de minister voor haar antwoord. Voor een aantal dingen blijf ik
toch op mijn honger.
U hebt een overzicht gegeven van een aantal beslissingen van de
Ministerraad van 26 oktober. Via de geschreven pers vernemen wij
dat er ook een snellere en performantere inning zal zijn van de
vennootschapsbelasting. Daarbij zullen natuurlijk inkohieringen
gebeuren in 2007 en dat zullen dus inkomsten van 2008 zijn die dan
zullen wegvallen. Ik heb ook gelezen dat de opbrengst van de strijd
tegen de sociale fraude zou worden geraamd op een meeropbrengst
van 40 miljoen euro. Dergelijke maatregelen typeren hoe paars de
afgelopen jaren naar een begrotingsevenwicht heeft gestreefd en dat
al dan niet heeft bereikt: dat is natuurlijk het knip- en plakwerk dat op
het einde van het jaar gebeurt om de begroting in evenwicht te
krijgen, nog los van het engagement om een begrotingsoverschot van
3% te halen.
Inzake het monitoringcomité stel ik vast dat termijn na termijn het
definitieve rapport er nog steeds niet is. 30 oktober was de nieuwe
deadline. Vandaag is het 7 november en het is blijkbaar onmogelijk
om op een week tijd een definitief rapport te maken. Misschien
moeten we u daarover dus nog eens ondervragen.
Over mijn bijkomende vraag met betrekking tot de rondzendbrief zegt
u dat u daarop geen antwoord hebt voorbereid. Van een gedreven en
geroutineerde minister als u zou ik hebben verwacht dat u daar
misschien zo een antwoord op kon geven. Moet ik daaruit begrijpen
dat er geen rondzendbrief naar de verschillende departementen
vertrekt of stoelt dat gerucht op niets? Is het gewoon een
herbevestiging of hervertaling van het ankerprincipe dat u hanteert ten
aanzien van de verschillende departementen?
Kort gezegd, voorzitter, zijn dit nog wat bijkomende vragen om
toelichting aan de minister. Voor de rest blijf ik op mijn honger.
Belang): La ministre a présenté un
aperçu des décisions du Conseil
des ministres du 26 octobre 2007.
Selon la presse, la perception et
l'enrôlement
de
l'impôt
des
sociétés seront accélérés en 2007,
ce qui aura toutefois pour effet que
ces recettes ne seront plus
disponibles en 2008.
Selon une nouvelle estimation, la
lutte contre la fraude fiscale
devrait rapporter 40 millions
d'euros de plus que prévu. Voilà
qui caractérise bien la coalition
violette. À la fin de l'année, elle
tente d'équilibrer le budget ou
même de présenter un excédent
budgétaire en recourant à toute
une série d'artifices.
Nous attendons toujours le rapport
définitif du comité de monitoring.
Une nouvelle échéance a expiré le
30 octobre. La ministre n'avait pas
préparé de réponse à ma question
complémentaire concernant la
circulaire. Le bruit court qu'il n'y
aura pas de circulaire. Est-ce
exact? Ou s'agit-il d'une nouvelle
application du principe de l'ancre à
l'égard des divers départements?
01.11 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, het nieuwe verslag van het monitoringcomité was
aangekondigd voor 30 oktober. Die datum ligt intussen achter ons. Ik
ben wat verwonderd dat we nog altijd niet kunnen beschikken over dat
verslag.
Met betrekking tot de ramingen van de ontvangsten valt mij wel op dat
er nu een afzonderlijke raming wordt gemaakt door de FOD en door
het schatkistcomité. Ik vraag mij af waarom die ramingen van elkaar
afwijken. In principe zouden die toch gelijklopend moeten zijn.
U hebt inzake de verschillende genomen maatregelen ook gezegd dat
de sociale fraude voor een bedrag van 40 miljoen euro opnieuw wordt
opgenomen als ontvangst in de begroting.
Ik ben er dan wel over verwonderd dat het globaal beheer nog niet
zolang geleden dat bedrag had geschrapt als zijnde niet realiseerbaar
voor het jaar 2007. Wij zijn nu toch dichtbij het einde van dit jaar.
U hebt ook gesproken over de stijging van de vermoedelijke
ontvangsten van Gemeenschappen en Gewesten, of het
vermoedelijke overschot. Ik heb ter zake tot mijn verwondering
vastgesteld dat u zich gewoonweg baseert op het resultaat van de
01.11 Carl Devlies (CD&V - N-
VA): Le rapport du comité de
monitoring avait été annoncé pour
le 30 octobre 2007 mais il n'est
pas encore prêt.
Le SPF et le comité du Trésor ont
procédé
à
des
estimations
distinctes des recettes. Pourquoi
sont-elles différentes?
Les recettes de la lutte contre la
fraude sociale sont à nouveau
estimées à 40 millions d'euros,
alors qu'elles avaient été radiées
par le passé par la gestion globale
parce
qu'elles
n'étaient
pas
réalisables.
La ministre se base sur les
comptes de 2006, qu'elle se
contente d'extrapoler pour l'année
budgétaire 2007. Elle prévoit que
l'excédent des Régions sera accru
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
rekening voor 2006 en dat u denkt dat er ter zake sprake is van een
zeker automatisme waardoor u het bedrag van 2006 zonder meer
kunt toepassen op het begrotingsjaar 2007. U baseert zich op de
stijging van de ontvangsten die Gemeenschappen en Gewesten
hebben gezien. Die stijging bedroeg 6%. Wij hebben natuurlijk geen
gegevens over de stijging van de uitgaven en wellicht zijn de uitgaven
nog sterker gestegen. Ik denk dat het vrij voorbarig is om op basis
van resultaten van 2006 onmiddellijk een verhoging van het overschot
van de Gemeenschappen en Gewesten door te voeren.
Hetzelfde geldt ook voor de berekeningen inzake de lokale
autoriteiten. U meent op dat vlak tot een evenwicht te kunnen komen,
terwijl oorspronkelijk rekening werd gehouden met een tekort voor de
lokale overheden. Ik denk dat uw stelling in feite niet echt onderbouwd
is.
U hebt ook gesproken over de kohieren in de personenbelasting. Ik
ben er zeer over verwonderd dat die aanleiding geven tot een
bijkomende ontvangst voor het jaar 2007, want eenieder is ervan op
de hoogte dat de kohieren in principe negatief zijn voor de Belgische
Staat en normaal in het voordeel zijn van de belastingbetaler. Het
gaat over een bedrag dat te situeren valt ­ ik heb verschillende cijfers
gehoord ­ tussen minimaal 1,4 miljard euro ­ daarover is zeker geen
discussie ­ en maximaal 1,7 à 1,8 miljard euro. U zegt nu dat door het
versnellen van de inkohiering van de personenbelasting bijkomende
ontvangsten zullen worden gerealiseerd, terwijl dat net het
tegenovergestelde zou moeten zijn, want u moet in principe
terugbetalen aan de belastingplichtige.
Wij weten dat vorig jaar een sturing is gebeurd om de begroting 2006
bij te werken, waarbij de ontvangsten in de personenbelasting zijn
verschoven naar het jaar 2006, terwijl de terugbetalingen naar het jaar
2007 werden doorgeschoven. Ik hoop dat dezelfde operatie toch niet
opnieuw gebeurt voor dit jaar. Ik denk dat de inkohiering op een
correcte manier moet gebeuren en, als die op een correcte manier
gebeurt, dan kan het niet zijn dat uw ontvangsten stijgen, integendeel,
dan zouden uw ontvangsten moeten dalen. U zou daarover toch wat
toelichting moeten geven.
Tot slot, de operaties op Defensie zijn toch nog altijd met een zeker
mysterie omhuld. Ik stel vast dat de ordonnanceringen met
147 miljoen euro worden verminderd, terwijl de vastleggingskredieten
slechts met 65 miljoen euro worden verminderd. Waarom dat verschil
tussen vastleggingskredieten en ordonnanceringskredieten? Heeft dat
een effect op de overdrachten? Wij hebben genoteerd dat de
geraamde overdracht 1,9 miljard euro zou bedragen. Wij vermoeden
dat dat correct is. Wij hebben al andere cijfers gehoord die lager
waren, maar wij vermoeden dat dat cijfer correct is. Mijn vraag is ook
of de beslissingen die met betrekking tot Defensie worden genomen,
een effect op de overdrachten hebben, omdat ik zie dat er een
verschil is tussen de ordonnanceringen en vastleggingen.
de 6 %. Il est néanmoins
prématuré
d'enregistrer
dès
maintenant un excédent pour les
Communautés et les Régions. Il
en va de même pour l'équilibre
escompté à l'échelon des autorités
locales.
La
ministre
estime
que
l'enrôlement accéléré de l'impôt
des
personnes
physiques
entraînerait
des
recettes
supplémentaires en 2007. Ce
raisonnement n'est pas logique
étant donné que l'État doit en
principe rembourser 1,4 à 1,8
milliard d'euros. Comment un tel
raisonnement peut-il être tenu? En
vertu de l'adaptation réalisée l'an
passé, des recettes ont été
transférées à 2006 et des
remboursements reportés à 2007.
J'espère que cette méthode n'est
pas appliquée une nouvelle fois
aujourd'hui.
Un
enrôlement
accéléré devrait donc entraîner
une diminution des recettes.
Les ordonnancements de la
Défense diminuent de 147 millions
d'euros, les crédits d'engagement
de 65 millions d'euros. Pourquoi
constate-t-on une telle différence?
Cet écart a-t-il des répercussions
sur les transferts? Les décisions
qui concernent la Défense ont-
elles des répercussions sur les
transferts?
01.12 Minister Freya Van den Bossche: Mijnheer Devlies, de strijd
tegen de sociale fraude genereert geen meeropbrengst. Dat was
initieel voorzien. Daarvoor waren ook acties gepland. Het globaal
beheer heeft op een bepaald moment de opbrengst niet als
afzonderlijk inkomsten ingeschat, maar het rapport van de SIOD
bewijst dat die wel degelijk als afzonderlijke inkomsten kan worden
01.12 Freya Van den Bossche,
ministre: La gestion globale avait,
en effet, estimé que le produit de
la lutte contre la fraude sociale ne
pouvait être considéré comme des
recettes distinctes, mais le rapport
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
ingeschreven. Vandaar dat het initieel voorziene bedrag ook werd
ingeschreven.
U had ook een beetje commentaar over het knip- en plakwerk bij een
begroting om toch maar in evenwicht te blijven; Dat is de essentie van
een begroting. Men doet dat niet slechts een keer per jaar. Men doet
dat drie of vier keer per jaar en men stuurt bij. Dat is de enige manier
om met een evenwicht of op meer te eindigen. Kijk naar 2006. De
doelstelling was in evenwicht, maar uiteindelijk klokken wij af op
+0.3%. Dat is te wijten aan het feit dat wij controle na controle
uitvoeren en tot op het einde hebben bijgestuurd. Ik weet niet hoelang
ik hier nu nog zit, maar zolang ik hier zit, zal ik blijven bijsturen tot aan
het eind van het jaar om het zo goed mogelijk te maken. U kunt het
beter weten dan ik. Ik zal dat blijven doen. Het lijkt mij sterk dat dat
een verwijt zou zijn.
Ik begrijp wat u over de Gemeenschappen en Gewesten zegt. Wij
zullen ook meer informatie hebben naarmate het einde van het jaar
meer in zicht komt. Wij zullen ook zien wat het monitoringcomité
daarover zegt. Ik ben ervan overtuigd dat het heel aannemelijk is wat
wij hebben ingeschreven. Wij zullen zien. Als dat niet zo blijkt te zijn,
dient dat te worden aangepast.
Een aantal mensen heeft ook details gevraagd over onder andere de
kohiering en Defensie. De meer gedetailleerde uitvoering van een en
ander vraagt u beter aan de bevoegde ministers.
Wat die circulaire betreft, heb ik niet gezegd dat ik daar geen
antwoord op weet. Het is echter niet de bedoeling dat er in de
commissie vragen worden gesteld "à l'improviste". U weet dat u daar
niet naar hebt verwezen. Ik vind niet dat ik er een gewoonte van moet
maken om op al die vragen te antwoorden.
du SIRS défend la thèse inverse.
C'est la raison pour laquelle c'est
finalement cette dernière qui l'a
emporté.
On nous accuse de faire du
couper-coller mais n'est-ce pas là,
précisément, l'essence même de
l'établissement de tout budget? Si
plusieurs contrôles budgétaires
sont prévus en cours d'année,
c'est aussi précisément pour
permettre
de
procéder
aux
ajustements nécessaires en temps
utile.
Au fur et à mesure que l'année
avance, nous pourrons nous faire
une meilleure idée des résultats
des
Communautés
et
des
Régions. Nous attendons le point
de vue du comité de monitoring à
ce sujet. Si nécessaire, nos
chiffres - admissibles - seront
néanmoins adaptés.
En ce qui concerne les détails de
l'exécution
des
mesures
spécifiques,
je
renvoie
aux
ministres compétents.
Le but, dans cette commission,
n'est pas de poser des questions
au hasard. C'est ce que je voulais
dire en indiquant que je n'avais
pas préparé de réponse.
01.13 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Misschien kunt u gewoon het
bedrag vermelden.
01.14 Minister Freya Van den Bossche: Ik wil het wel even kort
uitleggen, als ik tenminste goed kan inschatten waarover u het hebt.
Als men er maar geen gewoonte van maakt om ter plaatse nog
vragen toe te voegen.
Er zijn twee documenten naar de administraties gestuurd. De ene is
een omzendbrief over de datum waarop de verrichtingen worden
afgesloten door de thesaurie. Dat is normaal en klassiek, daar is niets
speciaals aan. De tweede is een circulaire die eigenlijk nogmaals de
beslissingen van de Ministerraad van 16 februari bevestigt. Het gaat
over het werken met vijftienden door een regering die zich met
lopende zaken geconfronteerd ziet. Het gaat dus om kredieten die
berekend zijn op vijftienden, dit in uitvoering van de wet op de
rijkscomptabiliteit. Ik vermoed dat het over die twee punten gaat,
maar mocht u meer specifieke informatie wensen, dan moet u
misschien ook meer specifieke vragen stellen.
Mijnheer Devlies, u had nog een vraag over de begroting met
01.14 Freya Van den Bossche,
ministre: Deux circulaires ont été
adressées aux administrations:
une
circulaire
classique
concernant la date à laquelle les
opérations sont clôturées par le
Trésor
et
une
circulaire
mentionnant les décisions du
Conseil des ministres du 16 février
2007 concernant l'utilisation du
système des quinzièmes par le
gouvernement chargé des affaires
courantes.
La différence entre les 147 et les
65 millions d'euros à la Défense
s'explique par l'annulation de
crédits d'engagement d'années
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
betrekking tot Defensie. Het onderscheid tussen 147 miljoen euro en
65 miljoen euro is in hoofdzaak gelegen in ten eerste de annulering
van vastleggingskredieten van de voorgaande jaren en ten tweede in
het niet lichten van de optionele schijven op de gesplitste kredieten.
Het effect op de overdrachten is dat die van 439 miljoen euro naar
420 miljoen euro gaan. Er is dus een lichte daling van overdrachten.
Als u het echt heel erg gedetailleerd wil weten, dan moet u de heer
Flahaut misschien eens een paar dingen vragen. Ik denk echter dat ik
een redelijk beeld heb kunnen geven.
précédentes et par la non-levée de
tranches optionnelles sur les
crédits dissociés. Il en résulte une
légère baisse au niveau des
transferts, de 439 à 420 millions
d'euros. M. Flahaut peut fournir
des détails à ce propos.
01.15 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Mevrouw de minister, met
betrekking tot de resultaten van de inkohiering was u nogal vaag. U
hebt zelfs het cijfer niet gegeven. Ik zie ondertussen een collega-
minister die daarover misschien meer weet.
Over het tekort van 50 miljoen aan ordonnanceringskredieten hebt u
evenmin iets gezegd.
01.15 Carl Devlies (CD&V - N-
VA): La ministre n'a pas donné de
chiffres sur les résultats des
enrôlements. Il y aurait aussi un
manque de 50 millions d'euros en
crédits d'ordonnancement pour les
Finances?
01.16 Minister Freya Van den Bossche: Ze hebben uiteindelijk
ongeveer een veertigtal miljoen euro meer nodig gehad. Ik moet even
checken wat het exacte bedrag was. Ze hebben uiteindelijk wat geld
bij gekregen. Dat is de afgelopen jaren elke keer gebeurd. Financiën
heeft exact veertig miljoen euro bij gekregen zegt mijn medewerker
mij.
01.16 Freya Van den Bossche,
ministre: Pour les Finances, il y a
un petit complément chaque
année. Il s'élève aujourd'hui à 40
millions d'euros.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Question de M. Yvan Mayeur au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "le blocage de
la frappe des pièces de 1 et 2 centimes" (n° 78)
02 Vraag van de heer Yvan Mayeur aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
beslissing om voorlopig geen muntstukken van 1 en 2 eurocent meer te slaan" (nr. 78)
02.01 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, nous avons été surpris d'apprendre que le ministre de tutelle
annonçait soutenir l'idée de la suppression des piécettes de 1 et
2 centimes et qu'il avait déjà ordonné à la Monnaie royale de ne plus
en fabriquer en 2008.
La question de la suppression de ces piécettes est posée depuis la
création de l'euro dans différents pays européens. En 2005, nous
avions pu compter sur des avis rendus tant par le Conseil central de
l'Économie, le Conseil de la Consommation et la Banque nationale
pour refuser de nous engager dans la voie de la suppression de
l'usage de ces petites pièces.
Aucun de ces avis n'avait pu réunir l'unanimité autour de l'idée de
décourager l'utilisation des pièces de 1 et 2 centimes et d'appliquer
simultanément
l'arrondi
qui
s'ensuivrait
certainement
à
5 centimes d'euro voire à l'euro. Les associations de consommateurs
et la FEDIS s'étaient également opposées à cette suppression.
Seules les associations représentées dans le Conseil supérieur des
Indépendants et des PME et le ministre semblaient se démener pour
supprimer ces piécettes.
Quels sont les nouveaux réels arguments qui pourraient aujourd'hui
justifier de décourager l'usage de ces pièces?
02.01 Yvan Mayeur (PS):
Blijkbaar heeft de toeziende
minister de Koninklijke Munt de
opdracht gegeven in 2008 geen
munten van een en twee eurocent
meer te slaan. Welke nieuwe
argumenten rechtvaardigen die
beslissing?
Met de afschaffing van die munten
wordt de koopkracht van de
bevolking aangetast. Bovendien
zullen de prijzen automatisch naar
boven worden afgerond, zoals dat
na de invoering van de euro reeds
gebeurde.
Klopt het dat die beslissing werd
genomen? Kon zulks wel in een
periode van lopende zaken?
Werden de sociale partners, de
Raad voor het Verbruik en de
Centrale
Raad
voor
het
Bedrijfsleven geraadpleegd? Zijn
er economische of sociologische
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Au PS, nous n'en voyons aucun, car supprimer ces pièces revient à
toucher au prix à la consommation, au pouvoir d'achat de la
population, déjà très malmenée aujourd'hui. De plus, cette mesure ne
peut avoir lieu sans entraîner automatiquement un arrondissement
des prix à la hausse.
Personnellement, je suis déjà convaincu que l'arrivée de l'euro a créé
une perte du pouvoir d'achat de la population en raison de
l'augmentation des prix, l'occasion étant donnée d'arrondir ceux-ci. En
appliquant cette décision, une deuxième occasion serait offerte au
niveau des pratiques commerciales, dans les relations avec les
consommateurs, d'alourdir une fois de plus les factures. Je ne vous
poserai pas l'autre question relative aux marges que d'aucuns utilisent
pour certains produits, en profitant de l'augmentation du coût des
céréales!
Si cette décision a vraiment été prise, elle est inopportune et arrive à
un très mauvais moment.
Monsieur le secrétaire d'État, mes questions sont les suivantes.
- Cette décision de supprimer la fabrication des pièces de 1 et
2 centimes d'euro a-t-elle réellement été prise? Pouvait-elle être prise
par un gouvernement en affaires courantes?
- Les partenaires sociaux ont-ils été consultés sur l'éventualité de
réduire ou de supprimer la production de ces piécettes?
- A-t-on recueilli de nouveaux avis, comme ceux du Conseil de la
Consommation ou du Conseil central de l'Économie? Dispose-t-on
d'autres études économiques, sociologiques?
- L'impact qu'aurait le tarissement de ces pièces a-t-il été évalué
quant au pouvoir d'achat de la population?
- Enfin, cette question a-t-elle fait l'objet d'un débat plus large et d'une
position commune avec nos partenaires européens?
studies
dienaangaande
voorhanden? Werden de gevolgen
voor de koopkracht nagegaan?
Werd
daarover
een
debat
gehouden
op
het
Europese
niveau?
02.02 Hervé Jamar, ministre: Monsieur le président, monsieur
Mayeur, voici quelques éléments de réponse.
Il est question de bloquer la frappe des pièces de 1 et 2 centimes
pour des raisons de bonne gestion. La quantité en circulation, à savoir
le total des frappes annuelles de ces pièces depuis le lancement de
l'euro, est à l'heure actuelle plus que suffisante pour le circuit
économique belge. Elle correspond à environ 110 pièces par habitant.
Cela représente aussi plus d'un tiers en nombre de l'émission totale
des pièces en euro frappées en Belgique.
Lorsque l'on sait que le prix de revient de ces pièces est de
respectivement 1,55 cent pour les pièces de 1 cent et 1,567 cent pour
les pièces de 2 cents, il est logique de ne produire que le nécessaire,
tout en prévoyant une réserve raisonnable. Il faut également rappeler
que, pour ces pièces, la Belgique s'inscrit dans la moyenne des
volumes d'émission par personne.
Il n'est pas question de supprimer ces pièces; ce n'est pas aux pays
membres de la zone euro d'en décider. C'est au niveau du Conseil de
l'Union européenne que cela se déciderait après avis tant de la
Banque centrale européenne que du Parlement européen.
Le problème se situe surtout au niveau du circuit économique,
02.02 Minister Hervé Jamar: Er
zijn op dit ogenblik voldoende
muntstukken in omloop in ons
land. Het aantal stukken dat in ons
land per persoon in omloop wordt
gebracht, situeert zich rond het
gemiddelde.
Alleen de Raad van de Europese
Unie zou kunnen beslissen die
stukken af te schaffen, na
daarover het advies van de
Europese Centrale Bank én van
het
Europees
Parlement
te
hebben ingewonnen.
Die
muntstukken
worden
klaarblijkelijk
opgepot,
omdat
zowel handelaars als particulieren
de inruilprocedure bij de banken
als veel te omslachtig ervaren.
Men
zou
een
sensibiliseringscampagne kunnen
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
puisqu'il y a manifestement thésaurisation de ces pièces tant par les
commerçants que par les particuliers qui estiment la procédure
d'échange de ces pièces auprès des banques beaucoup trop lourde.
L'échange est gratuit pour des quantités limitées et si les pièces sont
mises en cartouches spéciales à la demande des banques, comme
vous le savez probablement. Par contre, si l'on ne respecte pas ces
conditions, l'échange est onéreux: forfait de 3,50 euros en cas de
dépôt en vrac, par sac de 8 kilos maximum, toutes pièces mélangées.
On pourrait envisager une campagne de sensibilisation pour inciter le
public à utiliser ses pièces. En effet, nous avons probablement tous
chez nous un "cochon" où nous mettons ces pièces, qui parfois
servent à certaines actions. Je pense notamment à l'aide aux victimes
du tsunami. Pourquoi pas? Même dans les maisons où le pouvoir
d'achat est très bas, il y a toujours des pièces de 1 et 2 centimes qui
traînent. Bien entendu, elles conservent leur valeur mais il est
important de changer les mentalités tant des commerçants que des
particuliers. N'hésitez pas à acheter votre pain avec des pièces de 2
centimes. Il suffit de les compter; cela ne pose aucun problème!
En cas de pénurie réelle, la frappe des pièces peut être organisée
dans un délai raisonnable sans aucune difficulté.
J'ai en ma possession un rapport de la Banque nationale d'environ 30
pages sur l'ensemble des avantages et des inconvénients de la
suppression ou non de ces pièces de 1 et 2 centimes. Il mentionne le
risque de l'arrondi supérieur même si, selon la Banque nationale, on
pourrait également arrondir à l'inférieur. Ne soyons cependant pas
dupes en la matière!
La position de toute la chaîne commerciale, notamment des
associations représentatives des indépendants, y figure également;
celles-ci estiment qu'il n'est pas évident de travailler avec ces
piécettes de 1 et 2 centimes.
Sur la base des éléments que je vous ai donnés, il me semble que
nous sommes dans une période d'évaluation. Aucune décision n'a été
prise. C'est au niveau européen que cette décision doit être prise.
Nous devons simplement être attentifs à cette évolution et ne pas
frapper des pièces de 1 et 2 centimes à l'aveuglette pour, dans
quelques années, se rendre compte que chaque famille possède des
sacs de dix ou quinze kilos de piécettes qui ne circulent plus dans
l'économie proprement dite.
voeren om de bevolking ertoe aan
te sporen die munten, die
natuurlijk hun waarde behouden,
te gebruiken. Indien zich echt een
schaarste
voordoet,
kan
de
aanmunting binnen een redelijke
termijn en zonder enig probleem
worden hervat.
De Nationale Bank heeft me een
rapport bezorgd inzake de voor-
en nadelen van de afschaffing van
die munten. Daarin wordt melding
gemaakt van het risico dat de
prijzen naar boven zullen worden
afgerond, en van het kritische
standpunt
van
de
vertegenwoodigers
van
de
handelssector over het gebruik
van die munten.
We moeten dus eerst een
evaluatiefase
doorlopen.
De
beslissing kan alleen op Europees
niveau worden genomen.
02.03 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le ministre, je suis en partie
rassuré par votre réponse. J'ai bien compris qu'il n'a pas été décidé
de supprimer ces pièces mais que le volume en circulation est
suffisant. C'est votre argument.
J'ignorais que le prix de revient d'une pièce de 1 centime s'élevait à
1,55 cent. Le ratio est-il le même pour une pièce de 1 euro?
02.03 Yvan Mayeur (PS): Ik heb
goed begrepen dat er niet werd
beslist om die munten af te
schaffen, maar dat er voldoende
munten in omloop zijn. Ik onthoud
uw idee van een campagne rond
het kopergeld. Dat is een goede
manier om de daklozen de winter
door te helpen.
02.04 Hervé Jamar, ministre: Non, dans le cas de la pièce de 1
euro, le ratio est positif. Plus la pièce est grosse, moins elle coûte
cher. Seule la pièce de 1 cent est négative dans son coût de
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
production.
Le président: Même si l'on perd la pièce, l'État n'y gagne pas!
02.05 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le ministre, je retiens votre idée
d'une campagne "pièces jaunes". Je suppose que vous avez été
inspiré par Paris. C'est une bonne idée pour aider les sans-abri cet
hiver.
02.06 Hervé Jamar, ministre: Je suis maïeur dans ma commune et
nous organisons fréquemment des opérations "pièces jaunes" pour
diverses associations.
02.07 Yvan Mayeur (PS): C'est très bien, merci.
Le président: À ma connaissances, certains pays membres de la
zone euro n'ont jamais frappé ces pièces. En outre, l'arrondi peut être
pratiqué sur le total de la note et non, produit par produit. Si vous
achetez dix produits pour un total de 25,68 euros, on arrondit ce total
et pas le prix de chaque produit. Il existe d'autres formules pour
arrondir...
De voorzitter: Bij mijn weten
hebben sommige landen in de
eurozone die munten zelfs nooit
aangemaakt. Bovendien kan de
afronding worden toegepast op het
totaal van de rekening en niet op
de afzonderlijke producten.
02.08 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le président, quand je fais moi-
même mes courses, ce qui m'arrive régulièrement, je scanne produit
par produit et l'arrondi se fait au fur et à mesure. Quand on arrive à la
caisse, c'est déjà fait.
Le président: On pourrait imaginer que cela se passe à la caisse: ce serait une formule plus subtile.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
bestrijding van de belastingmisdrijven" (nr. 134)
03 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la lutte contre
les infractions fiscales" (n° 134)b>
03.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, in De Tijd van 12 oktober laatstleden sprak procureur des
Konings van Antwerpen, Bart Van Lijsebeth, over een "lijdensweg"
voor hem om zijn parket te versterken met twee ambtenaren die
zouden moeten overkomen van het ministerie van Financiën voor de
aanpak van de belastingmisdaden in een economisch toch niet
onbelangrijke stad van dit land, Antwerpen. Drie jaar nadat een van
de twee gedetacheerde ambtenaren opnieuw was vertrokken, heeft
het parket, volgens de heer Van Lijsebeth, nog altijd geen vervanger
gekregen. Hij wijdt dat aan de slechte samenwerking tussen enerzijds
het ministerie van Justitie en anderzijds het ministerie van Financiën.
Mijnheer de minister, dat roept bij mij de volgende vragen op.
Ten eerste, wat is de normale duurtijd van een procedure van
detachering? Welke is die procedure?
Ten tweede, waarom beschikt het parket in de economische
hoofdstad van dit land slechts over een kader van maar twee
belastingambtenaren?
03.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Le procureur Van Lijsebeth a
récemment déclaré à la presse
combien renforcer son parquet par
deux fonctionnaires détachés des
Finances afin de lutter contre la
criminalité fiscale à Anvers relevait
du parcours du combattant. Quelle
est la durée normale d'une telle
procédure de détachement et en
quoi consiste-t-elle précisément?
Pourquoi n'attribue-t-on que deux
fonctionnaires fiscaux à Anvers?
Quels agents entrent en ligne de
compte pour un tel détachement et
quels avantages se voient-ils
proposer?
Combien
de
fonctionnaires ont-ils été détachés
auprès des 26 autres parquets par
les Finances?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Ten derde, wat is de vereiste bekwaamheid van een ambtenaar die
voor een dergelijke detachering in aanmerking komt?
Ten vierde, zijn er incentives om ambtenaren ertoe te motiveren een
dergelijke detachering aan te gaan, om een dergelijke detachering
aantrekkelijk te maken?
Ten slotte, wat is de situatie in de overige zesentwintig parketten?
Hoeveel ambtenaren heeft het ministerie van Financiën daar naartoe
gedetacheerd op dit ogenblik? Wat zijn de plannen ter zake?
03.02 Minister Hervé Jamar: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, de procedure verloopt als volgt.
Ten eerste, een oproep tot kandidaten wordt gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad.
Ten tweede, de geïnteresseerde kandidaten dienen hun kandidatuur
in met een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van
het directiecomité binnen een termijn van tien werkdagen volgend op
de publicatie van de oproep in het Belgisch Staatsblad.
Ten derde, aan de hand van de kandidaturen wordt een rangschikking
van de kandidaten vastgesteld door het directiecomité van de federale
overheidsdienst Financiën.
Ten vierde, het directiecomité draagt de ter beschikking te stellen
ambtenaren voor.
Ten vijfde, de betrokken procureur-generaal geeft zijn eensluidend
advies.
Ten slotte, de minister van Financiën wijst de ter beschikking te
stellen kandidaten aan.
De duur van de hele procedure hangt af van het doorlopen van die
verschillende fases.
Het koninklijk besluit van 21 januari 2007 tot vaststelling van de regels
waarbij ambtenaren van de fiscale administraties ter beschikking
worden gesteld van de procureur des Konings of van de
arbeidsauditeur teneinde hen bij te staan in de uitoefening van hun
taken, voorziet in drie betrekkingen voor de standplaats Antwerpen.
De ambtenaren behoren tot de federale overheidsdienst Financiën,
zijn titularis van een graad van niveau B of zijn benoemd in het niveau
A en kunnen een nuttige ervaring van minimum vier jaar inzake fiscale
materies aantonen.
In toepassing van het ministerieel besluit van 10 juni 1964 betreffende
de toekenning van een vergoeding wegens verblijf- en omreiskosten
aan sommige personeelsleden van de FOD Financiën wordt hun een
forfaitaire, jaarlijkse vergoeding toegekend.
Behalve het financiële aspect is het eveneens belangrijk dat de ter
beschikking gestelde ambtenaar tijdens zijn terbeschikkingstelling in
zijn administratie van oorsprong zijn rechten op bevordering,
03.02 Hervé Jamar, ministre: La
procédure
débute
par
la
publication d'un appel à candidats
au Moniteur belge. Les candidats
peuvent se faire connaître par
lettre recommandée à la poste
dans les dix jours ouvrables
suivant l'appel. Le SPF Finances
établit ensuite un classement des
candidatures et propose des
candidats. S'ensuivent un avis
conforme du procureur général et
la désignation des candidats par le
ministre des Finances. La durée
de la procédure dépend de la
rapidité
d'avancement
des
différentes phases.
À Anvers, trois places ont été
prévues au parquet par l'arrêté
royal du 21 janvier 2007. Elles
sont occupées par des agents du
SPF Finances ayant un grade de
niveau B ou nommés au niveau A
mais disposant d'une expérience
utile d'au moins quatre ans dans
des
matières
fiscales.
Les
fonctionnaires détachés se voient
octroyer une indemnité forfaitaire
annuelle. Ils maintiennent leurs
titres de promotion ainsi que leur
droit au changement de classe de
métiers et de grade et à la
mutation.
À Bruxelles, deux des six postes
prévus sont occupés. Si à Liège,
les trois places ont été pourvues, à
Gand en revanche, aucune des
trois n'est occupée. Quant à
Anvers et à Mons, deux postes sur
trois
y
sont pourvus. Une
procédure est en cours pour
trouver des agents pour les places
vacantes. Selon les dernières
informations dont nous disposons,
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
verandering van vakklasse, verandering van graad en mutatie
behoudt.
In het voornoemde koninklijk besluit van 21 januari 2007 worden
fiscale ambtenaren ter beschikking gesteld van het hof van beroep te
Brussel, te Luik, te Gent, te Antwerpen en te Bergen. In Brussel zijn
momenteel twee van de zes Franstalige betrekkingen ingevuld. In
Luik zijn de drie betrekkingen ingevuld. In Gent is geen enkele van de
drie betrekkingen ingevuld. In Antwerpen zijn twee van de drie
betrekkingen ingevuld. In Bergen zijn twee van de drie betrekkingen
ingevuld. Momenteel is een nieuwe procedure lopende teneinde de
nog openstaande betrekkingen in te vullen.
Volgens de laatste inlichtingen ­ van vandaag ­ zal vóór februari 2008
alles in orde zijn wat het kader betreft.
tous ces postes seront occupés
avant février 2008.
03.03 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, ik dank u hartelijk voor het duidelijke antwoord.
Wat is de reden waarom de kwestie in Antwerpen zolang aansleepte?
De procedure is immers vrij duidelijk. Was er een gebrek aan
kandidaturen of is er een andere reden waarom de zaak zolang
aansleepte?
03.03 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Pourquoi les choses ont-elles
tant traîné à Anvers?
03.04 Hervé Jamar, ministre: J'ai décrit toute la procédure dans
laquelle, au niveau politique, nous n'avons pas à interférer. Les
candidatures sont rentrées, le comité de direction fait son travail, les
sélections se font et les désignations s'opèrent. Nous avons la
garantie - je regarde mon directeur de cabinet - que pour février 2008,
indépendamment de tous les autres aspects politiques du moment,
tout le cadre pour l'ensemble de ces postes sera rempli.
03.04 Minister Hervé Jamar: Ik
heb de procedure beschreven
waarin we ons op politiek niveau
niet mogen mengen.
We hebben de garantie dat de
formatie tegen februari 2008
volledig ingevuld zal zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Carl Devlies aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de doorstorting aan
de lokale overheden van de federaal geïnde belastingen" (nr. 156)
- de heer Yvan Mayeur aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de problemen in
verband met de doorstorting van de federaal geïnde belastingen naar de plaatselijke
besturen" (nr. 176)
04 Questions jointes de
- M. Carl Devlies au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "le reversement aux pouvoirs
locaux des impôts perçus par l'État" (n° 156)
- M. Yvan Mayeur au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "les problèmes liés au
transfert des impôts perçus par le fédéral aux administrations locales" (n° 176)b>
04.01 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, deze vraag is geïnspireerd door het advies van de Hoge
Raad van Financiën met betrekking tot de doorstorting van de
federaal geïnde belastingen aan de lokale overheden.
De heer Mayeur heeft dit onderwerp al ter sprake gebracht in deze
commissie, maar dan specifiek met betrekking tot de doorstorting van
onroerende voorheffing, vooral in de regio Brussel waar heel wat
problemen rijzen. Zelf heb ik dit onderdeel van het rapport niet zo
grondig doorgenomen omwille van het feit dat de Vlaamse
Gemeenschap sinds enkele jaren zelf verantwoordelijk is voor de
04.01 Carl Devlies (CD&V - N-
VA): M. Mayeur a déjà abordé au
sein de cette commission la
question du reversement aux
autorités locales du précompte
immobilier, principalement en ce
qui concerne la Région de
Bruxelles. Je voudrais me référer
dans ce cadre au régime instauré
par la Communauté flamande.
Depuis trois ans, des avances
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
inning van de onroerende voorheffing. Ik wil aan de heer Mayeur
signaleren dat er een voorschottenregeling is. De eerste twee jaar
verliep dat moeilijk, maar sinds het derde jaar verloopt dat goed. Dat
is dus ongetwijfeld ook een oplossing.
Het andere deel van de studie heeft betrekking op de
personenbelasting. Het gaat over een bedrag van ongeveer
4 miljard euro, waarmee de Belgische Staat zichzelf voortdurend
financiert in het nadeel van de gemeenten, met andere woorden
omdat de gemeenten pas enkele maanden na de inkohiering worden
betaald. Wij kennen het hele mechanisme van bedrijfsvoorheffing,
van inkohiering en uiteindelijk van afrekening.
De voorbije jaren zijn inderdaad heel wat problemen gerezen met
betrekking tot de doorstortingen van de personenbelastingen aan de
gemeenten. Dat gebeurde vaak te laat. Minister Reynders heeft dan
wel een regeling ingevoerd waardoor de eerste maanden van het jaar
wat voorschotten werden gegeven. Die voorschotten waren eerder
willekeurig van aard en waren niet voldoende om de
liquiditeitsproblemen van de gemeenten op een efficiënte manier op
te lossen.
Gevolggevend aan het advies van de Hoge Raad van Financiën zou
het inderdaad wenselijk zijn dat er een vaste voorschottenregeling
met betrekking tot de doorstorting van de personenbelasting zou
komen. Daarbij zou men bijvoorbeeld de eerste zes maanden van het
jaar een vast voorschot aan de gemeenten kunnen doorstorten op
basis van de resultaten van het vorige jaar. Op het eind van het jaar
kan men dan een volledige afrekening maken. Op die manier kunnen
de gemeenten over een vaste financieringsbron beschikken en
kunnen zij hun liquiditeitsplanning op een correcte manier uitvoeren.
Het rapport van de Hoge Raad van Financiën ondersteunt de visie die
wij vroeger in de commissie reeds hebben ontplooid. Mijn vraag aan
de staatssecretaris is of er concrete maatregelen zullen worden
genomen met betrekking tot het organiseren van de doorstorting van
de personenbelastingen naar de gemeenten op een vaste en
gestructureerde basis.
sont versées pour la perception du
précompte immobilier et depuis
cette année le système fonctionne
parfaitement.
Un
autre
aspect
concerne
toutefois l'impôt des personnes
physiques, en ce sens que l'État
belge ne verse un montant
d'environ 4 milliards d'euros que
plusieurs mois après l'enrôlement.
Le système élaboré par le ministre
Reynders pour le paiement des
avances n'a pas suffi à résoudre
efficacement les problèmes de
liquidités des communes.
Conformément à l'avis du Conseil
supérieur des Finances, il est donc
effectivement
souhaitable
d'instaurer un système d'avances
fixes, consistant, par exemple, à
verser aux communes, durant les
six premiers mois de l'année, une
avance fixe basée sur les résultats
de l'année précédente. En fin
d'année, un décompte définitif
peut alors être effectué. Le
ministre peut-il confirmer qu'on
s'attelle
concrètement
à
l'élaboration d'un tel système?
04.02 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le ministre, je vous avais
interrogé voici quelques semaines sur la perception du précompte
immobilier et le renvoi vers les communes. Il s'agit ici du rapport du
Conseil supérieur des Finances qui parle de la quote-part personnelle
aux impôts des personnes physiques et des problèmes qui sont liés à
la rétrocession des moyens financiers aux communes.
L'Union des villes et communes de Wallonie et de Bruxelles a
d'ailleurs fait savoir qu'il était anormal qu'une compensation financière
n'existe pas entre la période qui s'écoule entre l'encaissement du
précompte par l'État et les versements de la part de l'IPP aux
communes.
D'après les calculs qui ont été effectués et qui se basent sur un taux
d'intérêt de 3%, sur un laps de temps de 22 mois et un volume
d'additionnels de 2,2 milliards d'euros, le Trésor public ferait un profit
annuel de plus de 122 millions d'euros, au détriment des finances
communales. Pour les communes, le coût de financement pour ce
laps de temps, si on tient compte d'un taux d'intérêt de 6%, s'élèverait
04.02 Yvan Mayeur (PS): De
Hoge Raad van Financiën heeft
een verslag gepubliceerd waarin
de problemen van de laattijdige
terugstorting
van
financiële
middelen
afkomstig
uit
de
personenbelasting
aan
de
gemeenten belicht worden. Op die
wijze zou de Schatkist jaarlijks
meer dan 122 miljoen euro winst
maken ten nadele van de
gemeenten die jaarlijks 245
miljoen
euro
extra
moeten
uitgeven. Daardoor komen ze in
moeilijkheden, en het gaat daarbij
in de eerste plaats om de
gemeenten die de voorbije jaren
reeds met belangrijke nieuwe
lasten werden opgezadeld.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
à 245 millions d'euros par an. C'est évidemment un coût énorme à
charge des communes. Je pense que le Trésor public, qui récolte de
gros intérêts, n'a pas besoin de gagner de l'argent sur le dos des
communes.
Les communes ont logiquement réagi à la publication de l'avis du
Conseil supérieur des Finances. J'ai bien entendu que c'est l'État
fédéral qui fait la perception, mais il faut bien qu'il fasse encore
quelque chose pour les communes. Je dis cela aujourd'hui, au
hasard.
(...): Je travaille encore...
04.03 Yvan Mayeur (PS): Oui, moi aussi, je suis là et je travaille.
Le fédéral met les communes en difficulté, surtout celles qui ont déjà
subi au cours des années précédentes des transferts de charges
importants. N'y aurait-il pas lieu d'envisager, au niveau fédéral, de
verser des avances aux communes?
L'idée que nous vous suggérons est de verser 90% du montant
évalué comme dû aux communes pour les six premiers mois, à
redistribuer par l'État fédéral pour le financement des communes.
Ainsi, fonctionner avec un système d'avances permettrait aux
communes de devoir moins emprunter, de disposer d'une vision plus
claire de leur avenir. Les choses seraient donc mieux gérées
également au plan local.
Deuxièmement, confirmez-vous ces montants invoqués dans les
rapports, soit plus de 120 millions d'euros de recettes
complémentaires pour le Trésor public? Ce n'est quand même pas
l'idée de réaliser un boni sur le compte des communes qui, elles,
doivent emprunter à des taux en fonction de leurs choix, mais souvent
difficiles à supporter?
Bref, au-delà du problème de la perception, charge réservée à l'État
central, n'y a-t-il pas lieu d'envisager une aide aux communes afin de
les soulager plutôt que d'alourdir leurs difficultés financières?
04.03 Yvan Mayeur (PS): Kan er
niet worden overwogen om aan de
gemeenten voorschotten uit te
betalen?
Onze suggestie bestaat erin 90
procent van het geraamde, aan de
gemeenten voor de eerste zes
maanden verschuldigde bedrag
door te storten, zodat die minder
zouden moeten gaan lenen.
Bevestigt u dat het federale niveau
een overschot van 120 miljoen
euro heeft gerealiseerd ten koste
van de gemeenten?
Kortom, zou men de gemeenten
niet moeten ontlasten, veeleer dan
ze met bijkomende lasten op te
zadelen?
04.04 Hervé Jamar, ministre: Monsieur le président, ce sera une
réponse commune à M. Devlies et à M. Mayeur.
04.04 Minister Hervé Jamar: Ik
zal
een
gemeenschappelijk
antwoord geven op de vragen van
de heren Devlies en Mayeur.
Mijnheer de voorzitter, aangezien de definitieve versie van het advies
van de Hoge Raad van Financiën over de doorstorting van de
federaal geïnde belastingen aan de lokale overheden pas tijdens de
laatste dagen van de maand oktober is afgewerkt, is het nog niet
mogelijk dat ik in detail reageer op alle voorstellen van de Hoge Raad
van Financiën.
Voor sommige voorstellen, bijvoorbeeld de detaillering en de
actualisering van de kadastrale leggers, zal de haalbaarheid en de
opportuniteit ervan ook nog moeten worden onderzocht door de
bevoegde administratie.
Je ne peux pas encore commenter
en détail les avis du Comité
supérieur des Finances, étant
donné que la version définitive
n'est disponible que depuis fin
octobre. En outre, les services
compétents
devront
encore
examiner la faisabilité de certains
avis.
Monsieur Mayeur, je voudrais attirer votre attention sur le fait que le
Conseil supérieur des Finances s'est fondé sur un certain nombre
Mijnheer Mayeur, het cijfer van
245
miljoen
dat
stoelt
op
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
d'hypothèses pour établir ces chiffres. Le chiffre de 245 millions
d'euros ne doit donc pas être considéré, à ce stade, comme ferme et
définitif. Il devra encore faire l'objet de vérifications approfondies.
Quant au délai s'écoulant entre, d'une part, la perception du
précompte professionnel et les versements anticipés par le pouvoir
fédéral et, d'autre part, le versement des additionnels à l'impôt des
personnes physiques aux autorités locales, je souhaiterais préciser
que des paiements compensatoires ont été effectués à cet effet dans
les années 80.
Comme le Conseil supérieur le fait remarquer à juste titre également,
la discussion sur une éventuelle actualisation de la compensation
pour le temps écoulé doit s'inscrire dans un cadre plus large
associant notamment la discussion sur l'imputation - on en a parlé -
des frais administratifs et l'instauration éventuelle d'un système
d'avances forfaitaires.
Comme cela a déjà été indiqué à l'occasion de plusieurs réponses ­
des questions parlementaires ont souvent été posées à ce sujet.
Cinq, six, voire sept bourgmestres sont présents dans cette salle, et
j'en fais partie, sont particulièrement concernés par cette question,
même s'il ne faut pas occuper ce poste pour être préoccupé par ce
genre de matière ­ des mesures ont été prises, durant ces dernières
années, pour venir en aide aux communes.
En outre, l'enrôlement des cotisations au précompte immobilier a été
accéléré. Depuis cette année, c'est également le cas pour les
cotisations à l'impôt des personnes physiques.
Je me permets d'insister sur le fait qu'il y a deux ans, nous avons fait
l'objet de critiques car l'enrôlement posait difficulté. On nous
demandait alors si nous serions prêts le 30 juin pour enrôler
l'ensemble de nos concitoyens. Nous avons énormément travaillé
pour y arriver. Et cette année, nous faisons l'objet de critiques car
l'enrôlement se fait trop vite et trop bien. En effet, certains citoyens
reçoivent leur avertissement-extrait de rôle parfois deux fois la même
année. Pour ma part, je suis secrétaire d'État chargé de la
modernisation des Finances et même ministre depuis le 12 juillet,
même si je ne peux vous dire pour combien de temps. Nous verrons
cela cet après-midi! Toujours est-il que avons travaillé comme le
souhaitaient les membres de la commission. M. Devlies qui était
souvent présent en commission et vous-même, monsieur le
président, pouvez en témoigner.
Nous avons maintenant une chaîne fiscale qui fonctionne pour ainsi
dire impeccablement. Et comme c'est le cas dans la plupart des pays
européens, l'enrôlement s'effectue dans l'année de la déclaration.
Cette année, les enrôlements seront peut-être prolongés jusqu'en
février-mars, mais a priori tout devrait très bien fonctionner - je touche
du bois -, sauf incident technique majeur que l'on peut toujours
rencontrer. Cela signifie que dans les années à venir, il sera de règle
que l'année de la déclaration sera l'année de l'enrôlement. Cela
signifie que pour les communes, la perception et le reversement
seront également beaucoup plus rapides. Je reconnais qu'il est peut-
être difficile pour certains citoyens de recevoir deux fois
l'avertissement-extrait de rôle à payer la même année.
hypotheses, moet nog worden
bevestigd. Wat de termijnen
tussen de inning door de federale
overheid en de doorstorting naar
de lokale besturen betreft, werden
er
bovendien
compensatiebetalingen verricht in
de jaren tachtig. Meer bepaald de
verrekening
van
de
administratieve kosten en een
eventueel systeem van forfaitaire
voorschotten
moeten
worden
opgenomen in het kader van de
discussie over de compensatie.
Ik herinner eraan dat er al
maatregelen werden genomen om
de gemeenten ter hulp te komen
en ook de inkohiering van de
bijdragen
voor
de
roerende
voorheffing werd versneld net
zoals die, sinds dit jaar, van de
personenbelasting.
De belastingketen functioneert
voortaan zonder probleem en de
inkohiering gebeurt, zoals in de
meeste Europese landen, het jaar
van de aangifte. De inning zal dus
ook sneller gebeuren voor de
gemeenten.
De volgende regering zal moeten
oordelen of het al dan niet
opportuun
is
om
nieuwe
bijkomende maatregelen te nemen
met betrekking tot het systeem
van forfaitaire voorschotten.
Het
reciprociteitsbeginsel,
dat
ervoor zorgt dat geen enkel
bestuursniveau benadeeld wordt,
werd tijdens de onderhandelingen
in
overweging
genomen.
Belangrijk is nu dat er een
regering gevormd wordt.
In
mijn
hoedanigheid
van
gemeentemandataris deel ik uw
bezorgdheid.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
J'observe aussi qu'aucun de ceux qui retouchent deux fois la même
année n'introduit de plainte... ceci dit en clin d'oeil bien sûr!
L'accélération et la modernisation de l'enrôlement constituent une
partie de la réponse aux préoccupations actuelles.
Le prochain gouvernement fédéral devra juger de l'opportunité de
nouvelles mesures complémentaires, notamment ce système
d'avances forfaitaires. Il est évident qu'un gouvernement en affaires
courantes ne peut prendre cette décision. Il y a eu déjà énormément
de débats au sujet des frais administratifs.
Je rappelle aussi que l'État fédéral perçoit pour les Régions les droits
d'enregistrement, les droits de succession, etc.
On a également soulevé les principes de bonne gouvernance dans
tous les pourparlers, que ce soit à Val Duchesse ­ j'en ai fait partie ­
ou pendant la deuxième tranche des négociations. Il s'agit notamment
du principe de réciprocité entre l'État fédéral, les Régions et les
pouvoirs locaux. Il faut maintenant que l'accouchement du
gouvernement se fasse, j'en suis bien conscient. Mais je le répète,
tout cela est prévu dans un principe général qui prévoit de ne mettre à
mal aucun niveau de pouvoir et d'appliquer un principe de réciprocité
à tous les niveaux de pouvoir.
Telles sont les informations que je peux vous communiquer
aujourd'hui.
En tant que municipaliste, je change de casquette et je partage
évidemment votre sentiment même si les chiffres me paraissent
élevés. Nous analyserons ce document du Conseil supérieur des
Finances avec grande attention. Mais j'ignore si nous en aurons
l'occasion.
04.05 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik denk dat de cijfers die de heer Mayeur heeft gegeven,
wel correct zijn. Als we dat snel narekenen, bekomen we hetzelfde
resultaat.
U zegt dat u de inkohiering versnelt. Het is juist dat wanneer u de
inkohiering in het aanslagjaar zou doen, het probleem grotendeels
van de baan zou zijn. We hebben de voorbije jaren echter vastgesteld
dat dit niet het geval was. De inkohiering verliep volgens een veeleer
onvoorspelbaar ritme en het grootste gedeelte van de inkohiering
situeerde zich in de maanden maart, april, mei en juni van het jaar
volgend op het aanslagjaar. Dat creëert enorme liquiditeitsproblemen
bij de gemeenten. In die hypothese zou het enorm belangrijk zijn dat
een vast voorschottensysteem wordt georganiseerd zodat de
gemeenten tijdig hun geld ontvangen en hun liquiditeit kunnen
organiseren.
Als u erin slaagt de inkohiering tijdens het aanslagjaar zelf te doen,
krijgen de gemeenten wel het geld tijdens de eerste maanden van het
jaar, maar dan nog is men afhankelijk van het ritme van de
inkohieringen en van een aantal toevallige omstandigheden. Voor de
liquiditeitsplanning van de gemeenten zou het hoe dan ook beter zijn
dat men de eerste zes maanden van het jaar met vaste schijven zou
werken.
04.05 Carl Devlies (CD&V - N-
VA): Je pense que les chiffres de
M. Mayeur sont corrects.
Procéder à l'enrôlement durant
l'exercice d'imposition proprement
dit ne résoudrait cependant que
partiellement le problème. De plus,
l'accélération de l'enrôlement ne
se déroule pas sans anicroches.
Les
années
précédentes,
l'enrôlement se déroulait suivant
un rythme imprévisible et la
majorité
des
enrôlements
s'effectuaient au cours de la
première
moitié
de
l'année
suivante. Il en résulte d'énormes
problèmes de liquidités au niveau
des communes et c'est pourquoi
un système structurel d'avances
s'avère nécessaire.
L'enrôlement est en effet déjà plus
rapide qu'avant, mais il est aussi
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Met betrekking tot de inkohiering, gaat u inderdaad sneller. Wellicht
gebeurt de inkohiering echter ook selectiever. We hebben daarnet de
minister van Begroting gehoord die zei dat er voor de inkohiering 2007
een ontvangst is voorzien. U weet dat dit in principe niet kan. In
principe moet er worden terugbetaald, minimum 1,4 miljard euro per
inkomstenjaar.
Ik ben wel wat verwonderd over de gegevens die de minister van
Begroting daarnet ter beschikking heeft gesteld, maar ik zal daarop
tijdens een andere gelegenheid terugkomen. Dit is nu immers niet
meteen het onderwerp.
plus sélectif. C'est du moins ce
que nous déduisons de ce que
vient de dire la ministre du Budget.
04.06 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le président, j'ai bien entendu
que le ministre plaide l'enrôlement l'année de la déclaration, pour
accélérer ce qui doit être redistribué vers les communes. Je ne suis
pas certain que cela constitue la solution. En effet, plusieurs citoyens
seront confrontés à un remboursement double la même année. C'est
une réalité aussi! La mesure, en tout cas dans sa phase transitoire,
ne sera pas sans dommages pour certains citoyens la première
année.
Pour en revenir à la question des communes, c'est tant mieux si les
versements peuvent être accélérés, mais à l'instar du collègue
Devlies, je plaiderais plutôt en faveur de mécanismes réguliers de
distribution des sommes dues aux communes par l'État fédéral, de
manière à ce que les communes ne soient pas contraintes de recourir
à l'emprunt et de façon à disposer de liquidités suffisantes.
Le coût de l'emprunt pour une ville comme Bruxelles s'élève quand
même à 10 millions d'euros par an, tout confondu. On s'en passerait
évidemment bien et cet argent pourrait être utilisé à d'autres fins que
celle de devoir financer les banques, même si les relations avec les
banques sont toujours intéressantes et courtoises jusqu'ici. Peu
importe! Les communes doivent pouvoir consacrer cet argent au
bienfait de la population plutôt que d'enrichir une banque, même si
elle nous est proche.
Je vous invite, vous, votre successeur, le gouvernement en affaires
courantes ou le futur gouvernement à préparer des mécanismes
réguliers de redistribution vers les communes des liquidités qui leur
sont dues, de façon à réduire le recours à l'emprunt. Bien entendu, il
convient de trouver un équilibre au niveau du coût que cela
représente pour l'État fédéral. Mais à mesurer le coût que cela
représente pour les communes, il y a lieu de faire plus qu'un geste, à
savoir mettre en place des mécanismes structurels pour éviter de
telles situations.
04.06 Yvan Mayeur (PS): De
minister pleit voor een snellere
inkohiering
teneinde
de
doorstorting aan de gemeenten te
bespoedigen.
Dat
is
een
lovenswaardige doelstelling, maar
ik betwijfel of daar de oplossing
ligt. Sommige belastingplichtigen
zullen in de loop van hetzelfde jaar
immers tweemaal moeten betalen.
In de overgangsfase heeft die
maatregel dus nadelige gevolgen.
Het zou dan ook beter zijn dat u, of
uw
opvolger,
structurele
maatregelen zou aanreiken om
ervoor te zorgen dat de aan de
gemeenten
verschuldigde
financiële
middelen
worden
doorgestort, zodat die gemeenten
minder moeten gaan lenen.
04.07 Hervé Jamar, ministre: Monsieur le président, je voudrais
préciser qu'une lettre a été dernièrement envoyée à toutes les
communes afin d'attirer l'attention de l'effet de ces enrôlements plus
rapides. Les communes peuvent donc percevoir davantage en 2007
en raison du taux d'intérêt que vous évoquiez, ce qui pourrait se
répercuter par un léger moins en 2008, sauf si nous parvenons à tout
enrôler pour le 31 décembre 2008, ce qui est faisable. Nous avons
adressé une lettre à chaque bourgmestre et à chaque échevin des
finances afin d'attirer leur attention sur ce point.
04.07 Minister Hervé Jamar: Bij
wijze van aanvulling kan ik u
meedelen dat recentelijk een
schrijven werd gericht aan de
gemeenten om ze op de gevolgen
van die snellere inkohiering te
wijzen. In 2007 zijn er meer, en in
2008 minder inkohieringen te
verwachten.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Quant à la philosophie de la sécurité de la perception, je partage votre
sentiment: il appartiendra au nouveau gouvernement d'oeuvrer en la
matière.
Ik ben het overigens met u eens
dat
een
volgende
regering
maatregelen zal moeten nemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "l'abbaye de Villers-la-
Ville" (n° 143)
- Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "les ruines de
Villers-la-Ville et la responsabilité de l'État fédéral" (n° 184)b>
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de abdij van
Villers-la-Ville" (nr. 143)
- mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
ruïnes van Villers-la-Ville en de verantwoordelijkheid van de Federale Staat ter zake" (nr. 184)
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, ma question concerne ce bâtiment que le monde entier nous
envie, à savoir les ruines de l'abbaye de Villers-la-Ville, et qui prête
encore de nombreux services sur le plan culturel notamment; je
pense plus particulièrement à la "Nuit des Choeurs" à laquelle je vous
conseille d'assister si vous ne l'avez jamais fait, monsieur le
président, où quelque 25.000 personnes déambulent. Il se fait qu'un
rapport rédigé l'Institut du patrimoine wallon émet des réserves au
sujet de la vieille dame qu'est cette abbaye, arguant du fait que celle-
ci présente des risques pour ceux qui la fréquentent d'un peu trop
près: des pierres qui peuvent tomber et des allées qui doivent être
revues. Le bourgmestre de la commune s'est d'ailleurs adressé à la
Région wallonne et à l'État fédéral. La réponse qu'il a reçue de la part
de la Région wallonne, notamment du ministre Marcourt, ne lui a
d'ailleurs pas beaucoup plu; mais tel n'est pas l'objet de ma question.
J'espère que la réponse que vous me fournirez aujourd'hui sera plus
à même de lui plaire.
En effet, nous voilà face à une problématique typiquement belge:
l'abbaye appartient à l'État fédéral, alors que les alentours
appartiennent à la Région, qui est d'ailleurs l'exploitant du site via une
ASBL. Les moyens sont donc limités. On peut donc aisément
s'interroger sur l'avenir de ce site et se demander qui interviendra
pour la sécurisation du bâtiment.
Monsieur le ministre, j'aimerais vous poser trois questions qui vont
nous permettre de faire le point au sujet de ce dossier.
Premièrement, j'ai lu que le ministre Marcourt saisirait le comité de
concertation. Cela a-t-il déjà été fait?
Deuxièmement, en ce qui concerne les travaux de sécurisation et
d'entretien ­ et bien que je sois conscient que tout ne dépend pas du
budget fédéral -, où en est-on pour ce qui ressort du budget fédéral?
Troisièmement, l'intervention du fédéral est-elle envisageable sur le
terme? Existe-t-il un dossier en la matière? Dans quel sens le fédéral
interviendra-t-il? Le bourgmestre concerné, que vous connaissez
aussi bien que moi d'ailleurs, attend très légitimement d'en savoir plus
afin de déterminer les mesures qu'il peut ou ne peut pas prendre.
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
een rapport van het Institut du
patrimoine
wallon
wordt
voorbehoud gemaakt over de abdij
van Villers-la-Ville omdat die een
gevaar voor de bezoekers zou
vormen. De burgemeester van die
gemeente heeft het Waalse
Gewest en de federale overheid
daarover aangesproken. Het gaat
om
een
typisch
Belgisch
probleem: de abdij is eigendom
van de federale overheid, terwijl de
omgeving onder het Gewest valt
dat de site via een vzw uitbaat. Er
zijn maar beperkte middelen
beschikbaar. De vraag is wie de
kosten voor de beveiliging van het
gebouw zal dragen.
Minister Marcourt heeft gezegd dat
hij
de
kwestie
aan
het
Overlegcomité zou voorleggen. Is
dat ondertussen al gebeurd?
Wat
de
beveiligings-
en
onderhoudswerken betreft, weet ik
wel dat de federale overheid niet
alles moet dragen, maar graag
vernam ik hoe het staat met het
gedeelte dat onder de federale
begroting valt.
Behoort een tegemoetkoming door
de federale overheid tot de
mogelijkheden?
Bestaat
er
daarover een dossier? Welke
vorm zal die federale bijdrage
aannemen?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
De betrokken burgemeester wacht
op meer gegevens teneinde uit te
maken welke maatregelen hij al
dan niet kan nemen.
Le président: Je voudrais signaler que Mme Snoy, qui avait une
question jointe, s'est excusée. Elle lira avec attention la réponse que
le ministre fournira à la question de M. Crucke.
De voorzitter: Mevrouw Snoy, die
een samengevoegde vraag had, is
verhinderd. Ze zal het antwoord
van de minister met de nodige
aandacht lezen.
05.02 Hervé Jamar, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, le site des ruines de l'abbaye de Villers-la-Ville est une
propriété de l'État belge.
La gestion de ce site s'est opérée jusqu'ici de façon conjointe entre
l'administration des Domaines et la Régie des Bâtiments. Tandis que
l'administration des Domaines se préoccupait de la gestion juridique
et financière, la Régie des Bâtiments en assurait la gestion technique.
Par ailleurs, le site des ruines est occupé par l'ASBL Abbaye de
Villers-la-Ville qui exploite les lieux au quotidien pour l'organisation
des visites et de spectacles, suivant une convention venue à
échéance le 31 décembre 2000. Depuis cette date, l'ASBL occupe les
lieux sans titre ni droits vu qu'elle n'a jamais voulu s'engager à signer
une nouvelle convention et ce, dans l'attente d'une décision quant à
l'avenir du site.
Les travaux du propriétaire incombent à la Régie des Bâtiments.
Cependant, l'Inspection des Finances accréditée auprès de la Régie
des Bâtiments, rendant un avis le 11 juin 2001 dans le cadre d'un
projet d'arrêté royal organisant la concession du site des ruines par
une ASBL en vue de son exploitation, a refusé tout investissement de
la Régie des Bâtiments et a proposé de transférer le site des ruines
de Villers-la-Ville à la Région wallonne en vertu de l'article 12 de la loi
spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
Indépendamment du fait que ses moyens financiers limités lui
imposent des choix, la Régie des Bâtiments ne peut donc plus y
investir les montants importants que nécessiteraient les mesures de
préservation.
De plus, le concessionnaire de l'exploitation aurait dû constituer un
fonds spécial alimenté par un pourcentage du droit d'entrée en vue de
couvrir les dépenses d'entretien et d'aménagement du site et visant à
la défense et à la conservation des ruines.
En date du 19 octobre dernier, la Régie des Bâtiments a adressé un
courrier à l'ASBL pour lui signifier qu'elle occupe et exploite les lieux
sous sa responsabilité et à ses risques et périls. En cas d'accident
imputable à un manque d'entretien des ruines, la Régie des
Bâtiments décline sa responsabilité. En effet, les disponibilités
financières actuelles de la Régie des Bâtiments ne lui permettent plus
de prendre en charge toutes les mesures adéquates pour garantir la
sécurité suffisante pour les personnes circulant sur l'ensemble du site
des ruines.
Le bourgmestre de Villers-la-Ville a été informé de la situation et de la
tenue d'une réunion prochaine entre les différents acteurs concernés
05.02 Minister Hervé Jamar: De
ruïnes van de abdij van Villers-la-
Ville zijn eigendom van de
Belgische Staat. De Administratie
der Domeinen en de Regie der
Gebouwen staan samen in voor
het beheer.
De site wordt uitgebaat door de ter
plaatse gevestigde vzw "Abbaye
de
Villers-la-Ville".
De
overeenkomst daartoe is echter al
op 21 december 2000 afgelopen.
Sindsdien is de vzw daar zonder
vergunning
aanwezig,
in
afwachting van een beslissing over
de toekomst van de site.
De werken vallen onder de
bevoegdheid van de Regie der
Gebouwen. De Inspectie van
Financiën heeft haar echter
verboden enige investeringen te
doen en heeft voorgesteld om de
site aan het Waals Gewest over te
dragen.
Bovendien
had
de
concessiehouder
een
fonds
moeten
aanleggen
om
het
onderhoud en de verbouwingen te
financieren.
Op 18 oktober jongstleden wees
de Regie de vzw erop dat ze zich
op eigen risico op de site bevindt.
De burgemeester van Villers-la-
Ville werd van de toestand op de
hoogte gebracht en er werd hem
gemeld dat er binnenkort een
vergadering met de betrokken
actoren zal plaatsvinden.
In afwachting dat de betrokken
partijen een oplossing bereiken,
heeft de Regie alvast een bedrag
van 200.000 euro uitgetrokken
voor de beveiliging van het
gebouw.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
par ce dossier.
En attendant de trouver une solution conforme à la législation entre
les différents intéressés, un budget spécial de 200.000 euros a été
attribué par la Régie des Bâtiments en vue de renforcer la sécurité
d'une partie des ruines; celle qui pose le plus problème.
Cette réponse comporte quand même deux éléments de nature
optimiste; c'est mon habitude de commencer ma réponse par le
moins agréable pour terminer par une note optimiste: cette fois, c'est
la réunion qui doit se tenir entre les différents niveaux de pouvoir.
Je n'en ai pas connaissance personnellement, mais c'est peut-être le
cas vu que l'organisation du comité de concertation, dans le cadre du
gouvernement des affaires courantes, est parfois portée à la
connaissance, un jour ou deux avant. Ce sont des ministres qui
saisissent ce comité sur la base de tel ou tel dossier. Nous le verrons
lors du prochain agenda.
Deuxième chose, nous avons pu débloquer 200.000 euros pour parer
au plus pressé. Nous serons attentifs quant à l'évolution de ce
dossier.
Dit antwoord bevat toch al twee
positieve elementen: enerzijds de
vergadering met de diverse
beleidsniveaus die er ­ op een mij
nog onbekende datum ­ zal
plaatsvinden, en anderzijds het feit
dat we 200.000 euro hebben
kunnen
vrijmaken
om
de
dringendste werken uit te voeren.
05.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. Elle me satisfait et le bourgmestre de
Villers-la-Ville le sera également.
Je peux comprendre que vous ne sachiez pas répondre à propos du
comité de concertation; c'est un autre problème. L'annonce de cette
réunion me semble une très bonne chose, de même que le fait d'avoir
débloqué un budget de 200.000 euros pour la sécurisation.
Je regrette ­ c'est un autre débat et vous l'avez précisé ­ que le
concessionnaire ne voit pas toujours ses obligations. On n'a pas que
des droits! On ne peut avoir le beurre et l'argent du beurre: quand on
remarque que la Région dispose de 6% de recettes supplémentaires
en 2007, peut-être une priorité est-elle à dégager, ce qui n'a pas été
fait.
05.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
ben tevreden met uw antwoord, en
de burgemeester van Villers-la-
Ville zal dat ook zijn.
In 2007 beschikt het Gewest over
zes procent meer ontvangsten.
Misschien moeten er bij de
aanwending prioriteiten worden
vastgelegd, wat tot op heden niet
is gebeurd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
controle van de dienst douane en accijnzen op de in- en uitvoer van cash geld" (nr. 175)
06 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "le contrôle
effectué par l'Administration des douanes et accises en matière d'importation et d'exportation d'argent
liquide" (n° 175)b>
06.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, sinds
15 juni moet iedereen die via ons land de Europese Unie binnenkomt
of verlaat, elk geldbedrag van 10.000 euro of meer in cash schriftelijk
aangeven bij de douane. Wie cash geld vervoert binnen de Unie,
moet dat niet doen. Tot nu toe zijn de cash controles beperkt
gebleven tot de luchthaven van Zaventem die, zoals u weet, in het
arrondissement Halle-Vilvoorde ligt.
Blijkbaar worden grote bedragen op sluikse wijze getransporteerd,
soms op het randje van witwascircuits. De douane plant voortaan ook
06.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Depuis le 15 juin, toute
personne qui entre sur le territoire
de l'Union européenne ou quitte ce
territoire en transitant par notre
pays est tenue de déclarer par
écrit à la douane tout montant
d'argent liquide égal ou supérieur
à 10 000 euros. Les transports
d'argent liquide au sein de l'Union
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
controles bij het binnenlands reisverkeer, onder meer op de openbare
weg. Door het succes is het de bedoeling het actieterrein te
verruimen. Omtrent de uitbreiding naar de openbare weg heb ik een
aantal vragen.
Aangezien het gaat om nieuwe en specifieke, gerichte controles, zal
er wellicht ook nieuw gespecialiseerd personeel nodig zijn. In hoeveel
gespecialiseerd personeel wordt hiervoor voorzien? Zijn hiervoor ook
speciale opleidingen voor die mensen? Op hoeveel zijn die begroot?
Men gaat de nieuwe controles blijkbaar ook integreren in de
eerstvolgende gecoördineerde acties. Is het de bedoeling die
controles volledig te laten integreren in de bestaande
standaardcontroles? De voorbije maanden gebeurden die controles
enkel op de luchthaven van Zaventem. Ik wil weten of het de
bedoeling is die controles ook op andere luchthavens te organiseren.
Ten slotte, gebeuren de controles ook in samenwerking met andere
veiligheidsdiensten of diensten van onze buurlanden?
ne doivent toutefois pas être
déclarés.
À
l'évidence,
des
sommes
considérables
sont
transportées clandestinement et
parfois même par des moyens
apparentés à des pratiques de
blanchiment.
Les
services
douaniers
ont
l'intention d'étendre ces opérations
fructueuses à la voie publique.
Avez-vous prévu un personnel
spécialisé en nombre suffisant
pour procéder à ces contrôles
ciblés? Comment ces personnes
seront-elles
formées et que
coûtera leur formation? Comment
entendez-vous
intégrer
les
nouveaux contrôles aux contrôles
ordinaires? Ces derniers mois, les
contrôles n'ont été effectués qu'à
l'aéroport de Zaventem. Avez-vous
l'intention d'en effectuer dans les
autres aéroports de notre pays?
Ces contrôles ont-ils été effectués
en coopération avec d'autres
services de sécurité ou avec les
services de pays voisins du nôtre?
06.02 Minister Hervé Jamar: Ten eerste, in hoeveel gespecialiseerd
personeel wordt voorzien gelet op de aangifteplicht inzake
bewegingen met derde landen van 15 juni 2007. Aangezien de
administratie niet beschikt over historische data betreffende het te
verwachten aantal aangiften en de administratieve belasting die dat
met zich zal brengen, wordt de taak voorlopig opgevangen door het
huidige personeelsbestand. De personeelsleden ontvingen een
administratieve instructie waarin de te volgen procedures werden
uiteengezet. Indien gerechtvaardigd door het volume aan aangiften en
de verdere integratie van de maatregel in het algemene
controlebeleid, zal in een latere fase voorzien worden in
gespecialiseerd personeel.
Ten tweede, zijn er speciale opleidingen?
Op hoeveel worden ze begroot?
De controles en de behandeling van de aangiftes passen binnen het
algemene kader van verificatie door de ambtenaren van personen,
bagage, vervoermiddelen enzovoort. De nodige opleidingen voor de
uitvoering van de reeds bestaande controles volstaan momenteel
voor de controles inzake cash. Bij uitbreiding van de controles of het
inzetten van nieuwe middelen, zoals gespecialiseerde hondenteams,
zal uiteraard in bijkomende opleidingen voorzien worden.
Ik kom tot uw derde vraag. Is het de bedoeling om de controles
volledig te integreren in de bestaande standaardcontroles?
Momenteel zijn de controles inzake cash geïntegreerd in de normale
controleplanning. Inzake selectie voor controle wordt rekening
06.02 Hervé Jamar, ministre:
L'administration ne dispose pas
d'informations relatives au nombre
de déclarations prévisibles. Les
effectifs du personnel existants se
chargent provisoirement de leur
traitement. Les fonctionnaires ont
reçu des instructions relatives aux
procédures à suivre. À un stade
ultérieur, un personnel spécialisé
sera sollicité si le volume des
déclarations le justifie et quand la
nouvelle mesure aura été intégrée
dans la politique de contrôle
actuelle.
Contrôle
et
traitement
des
déclarations s'inscrivent dans le
cadre général des contrôles des
personnes et des bagages. L'offre
actuelle de formations est donc
suffisante pour que des contrôles
supplémentaires des importations
et des exportations d'argent liquide
puissent être assurés. Si ces
contrôles devaient être étendus ou
si de nouvelles méthodes de
contrôle devaient être instaurées ­
par exemple des équipes de
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
gehouden met specifieke risicocriteria inzake cashkoeriers.
Afhankelijk van de resultaten en het volume van aangiftes zal de
toestand worden geëvalueerd en kan worden voorzien in specifieke
controles.
Ik kom tot uw vierde vraag. Is het de bedoeling om de controles ook in
de andere luchthavens te organiseren? De controles inzake cash ­ in
het verkeer met derde landen en in het intracommunautair verkeer ­
worden momenteel reeds geïntegreerd in het algemene controleplan
en zijn dus niet beperkt tot de luchthaven van Zaventem of
luchthavens in het algemeen.
Ten vijfde, gebeuren de controles in samenwerking met andere
veiligheidsdiensten en/of met de diensten van onze buurlanden? De
douane organiseert regelmatig Benefralux-controleacties. Dat zijn
controleacties in België, Nederland, Frankrijk en Luxemburg, waarbij
ook andere Belgische controlediensten betrokken zijn, alsmede de
bevoegde controleautoriteiten uit de buurlanden. Controles inzake
cash werden ingeschreven in het werkplan van de Benefralux-
controles. De reeds bestaande samenwerking met bijvoorbeeld de
federale politie zal inzake cash worden verdiept.
chiens
spécialisées
-,
une
formation supplémentaire serait
bien entendu organisée.
Actuellement, les contrôles en
matière
d'importation
et
d'exportation d'argent liquide sont
intégrés au planning de contrôle
normal. Lorsque l'on sélectionne
les dates et les heures de
contrôle, on tient compte des
critères de risque ayant trait
spécifiquement aux passeurs de
fonds.
Des
contrôles
plus
spécifiques pourront être instaurés
après évaluation du volume des
déclarations et des résultats
engrangés.
Les
contrôles
en
matière
d'importation
et
d'exportation
d'argent liquide étant intégrés au
planning de contrôle général, ils ne
sont pas effectués uniquement à
l'aéroport de Zaventem ou dans
les aéroports en général.
Nos services douaniers organisent
à
intervalles
réguliers
des
opérations
de
contrôle
lors
desquelles ils coopèrent avec les
autres services de contrôle belges
et les services de contrôle
néerlandais, luxembourgeois et
français.
Ces contrôles font
désormais partie intégrante du
plan d'action des opérations de
contrôle
Benefralux.
La
coopération, qui existe d'ores et
déjà avec la police fédérale, sera
intensifiée.
06.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik dank
u voor het antwoord, waaruit blijkt dat de attentheid voor het probleem
groter wordt. Wij merken dat dergelijke trafieken zaken verbergen die
in het kader van de veiligheid en groeiende criminaliteit belangrijk zijn.
Ik hoop dat de groeiende controle daarop verder versterkt wordt.
06.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je constate avec plaisir
que les services douaniers prêtent
à ce problème spécifique une
attention croissante.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. David Lavaux au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "les travaux
nécessaires à l'Abbaye d'Aulne" (n° 177)b>
07 Vraag van de heer David Lavaux aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
werken die moeten worden uitgevoerd aan de abdij van Aulne" (nr. 177)
07.01 David Lavaux (cdH): Monsieur le président, c'est décidément
la matinée des abbayes!
07.01 David Lavaux (cdH):
Ingevolge de almaar frequentere
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Monsieur le ministre, la presse régionale a fait écho, il y a quelques
jours, des dangers que constitue pour les visiteurs la détérioration des
ruines de l'Abbaye d'Aulne dans la commune de Thuin, où les chutes
de pierres sont de plus en plus fréquentes.
Nous connaissons la situation juridique très particulière de ce site,
réglée par une convention signée en 1896 qui lie l'État belge et la
commission testamentaire Herzet, propriétaire depuis 1806 de ce
patrimoine exceptionnel pour la Thudinie et pour la Vallée de la
Sambre en particulier. La Régie des Bâtiments est, aux termes de la
convention, censée entretenir le site. Ce fait est contesté depuis
plusieurs années maintenant, sans que pour autant le transfert à la
Région n'ait été réalisé.
Récemment, le ministre du gouvernement wallon Jean-Claude
Marcourt s'est dit prêt à une reprise éventuelle du site par la Région,
pour autant que le fédéral donne des moyens financiers.
Monsieur le ministre, pouvez-vous m'indiquer s'il existe aujourd'hui un
avis juridique déterminant clairement qui est compétent, du fédéral ou
de la Région, pour assurer l'entretien de ces ruines?
Par le passé, la Régie des Bâtiments est intervenue financièrement
pour effectuer des travaux de sécurisation, notamment par la pose de
filets. Pouvez-vous m'indiquer les montants déjà investis par la Régie
sur ce site et si de nouvelles phases de travaux sont programmées?
Pouvez-vous m'indiquer votre position quant à une reprise éventuelle
du site par la Région, moyennant une contribution financière du
niveau fédéral, telle que proposée par le ministre régional Marcourt?
Je vous remercie.
steenval in de abdij van Aulne,
wordt
het
voor
bezoekers
gevaarlijk om de site te betreden.
Conform de overeenkomst van
1896 die de Staat en de
testamentaire commissie-Herzet
dienen na te leven, wordt de Regie
der Gebouwen verondersteld in te
staan voor het onderhoud van de
site, maar dat wordt al enkele
jaren betwist. Toch werd die
bevoegdheid nog steeds niet
overgedragen aan het Waalse
Gewest.
Bestaat er een juridisch advies
waaruit blijkt wie bevoegd is voor
het onderhoud van de ruïne?
Hoeveel geld heeft de Regie der
Gebouwen reeds geïnvesteerd in
beveiligingswerken? Worden er
nieuwe
gefaseerde
werkzaamheden gepland?
Waals
minister
Jean-Claude
Marcourt ging ermee akkoord dat
het Gewest de site voor zijn
rekening zou nemen, zolang de
federale regering voorziet in
financiële middelen. Hoe staat u
daar tegenover?
07.02 Hervé Jamar, ministre: Monsieur Lavaux, votre première
question concerne davantage l'avis juridique déterminant clairement
qui, du fédéral ou de la Région, est compétent pour assurer l'entretien
des ruines. L'avis du service juridique de la Régie des Bâtiments que
nous avons reçu est le suivant. Je vous le donne comme je le
découvre.
Le site de l'Abbaye d'Aulne est une propriété privée et n'a pas été
transféré à la Région wallonne. Les relations entre la Régie des
Bâtiments et les différents intervenants dans la gestion des ruines de
l'Abbaye d'Aulne sont établies sur base d'une convention entre l'État
et la Commission des Hospices de Gozée de 1896. S'agissant d'une
charge antérieure à 1972, cette charge du passé n'a pas été
transférée à l'entité fédérée compétente à l'époque en matière de
monuments et sites: la Communauté française dans un premier
temps, la Région wallonne dans un second temps.
La convention de 1896 a une durée indéterminée et peut être résiliée
unilatéralement par l'une des parties, moyennant l'octroi d'un préavis
raisonnable. En outre, les diverses stipulations obsolètes de la
convention donnent lieu à diverses interprétations entraînant la
difficulté de déterminer précisément l'objet de cette convention. Dès
lors, à défaut de procéder à la résiliation unilatérale de cette
convention de 1896, l'État reste tenu, en vertu de l'article 1
er
, de
07.02 Minister Hervé Jamar:
Volgens de juridische dienst van
de Regie der Gebouwen is de
abdij van Aulne privé-eigendom en
werd de site niet aan het Waalse
Gewest
overgedragen.
De
verhoudingen
tussen
de
verschillende betrokken partijen
werden vastgelegd op grond van
een overeenkomst die de Staat en
de Commision des hospices de
Gozée in 1896 sloten. Aangezien
het gaat om een bevoegdheid die
dateert van voor 1972, werd ze
indertijd niet overgedragen aan het
deelgebied dat bevoegd is inzake
monumenten
en
sites
­
aanvankelijk
de
Franse
Gemeenschap en vervolgens het
Waalse Gewest.
De overeenkomst van 1896 geldt
voor onbepaalde duur en kan
eenzijdig verbroken worden door
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
supporter tous les travaux qu'il juge nécessaire à la conservation du
site.
Deuxième question. Par le passé, la Régie des Bâtiments est
intervenue financièrement pour différents travaux de sécurisation
notamment et pour la pose de filets. Vous me demandez quels sont
les montants déjà investis et si de nouvelles phases sont
programmées. Je vais donc vous communiquer le détail des
montants investis.
En 1996, consolidation portail des hôtes: 247.685,85 euros (je vous
donnerai une copie de la réponse).
En 2001, consolidation des ruines église avant-corps et nef:
682.883,82 euros.
En 2002, entretien et débroussaillage: 10.584,22 euros.
En 2002, divers travaux urgents sur le site de l'abbaye: 11.464,75
euros. On précise même "étançonnement et consolidation de
quelques points critiques en vue de la préservation des ruines".
En 2002, lancement du dossier de la restauration du choeur, relevé du
choeur de l'église: 63.705 euros; relevé du choeur de l'église,
orthoplan et participation de l'université de Gand: 61.957 euros.
En 2003, choeur de l'église: carottage avec nacelle et grue: 4.276,44
euros
En 2004, étude de stabilité par le bureau Greich: 20.770 euros;
recouvrement des têtes de mur du choeur: 2.238,98 euros; passage
de sécurité: 32.621,35 euros. Il s'agit d'un passage permettant aux
spectateurs de traverser les ruines en sécurité en direction de l'arrière
de l'église pour se rendre dans le verger (voilà qui est complet); filet
de protection: 31.884,24 euros pour sécuriser le côté rue
d'éventuelles chutes de pierres.
En 2005, consolidation de murs et voûtes: 5.596, 25 euros et châssis
dans la brasserie: 7.315,24 euros ­ monsieur le président, je crois
que vous avez déjà goûté à leur fameuse bière!
À ce jour et en raison de l'ambiguïté de la convention, il n'est pas
prévu de nouveaux travaux sur le site.
Précisons qu'à la lecture d'avis formulés ces dernières années dans
d'autres dossiers comparables, l'Inspection des Finances accréditée
auprès de la Régie des Bâtiments écarte a priori tout investissement
par la Régie des Bâtiments sur ce genre de site. Dès lors,
indépendamment du fait que les moyens financiers limités de la Régie
lui imposent des choix, celle-ci ne peut plus investir des montants
importants nécessités par des mesures de préservation et ce dans
l'attente d'une décision quant à l'avenir du site. Il faut donc clarifier ce
débat.
Votre troisième question portait sur notre position quant à une reprise
éventuelle du site par la Région moyennant une contribution
financière du fédéral telle que proposée par le ministre régional
Marcourt. Le site de l'Abbaye d'Aulne étant une propriété privée et la
matière de la protection du patrimoine ayant été transférée aux
Régions, il n'appartient plus à l'État fédéral de protéger le patrimoine.
Cette tâche incombe aux propriétaires et à la Région wallonne par le
een van de betrokken partijen,
mits een redelijke opzegtermijn
wordt
gehanteerd.
De
achterhaalde bepalingen van die
overeenkomst
kunnen
op
verschillende
manier
geïnterpreteerd worden, waardoor
het moeilijk wordt de precieze
opzet van de overeenkomst te
achterhalen. Omdat men niet kan
overgaan
tot
de
eenzijdige
opzegging
van
deze
overeenkomst, blijft de Staat
verantwoordelijk voor alle werken
die hij nodig acht om de site in
stand te houden.
Tussen 1996 en 2005 heeft de
Regie
der
Gebouwen
het
equivalent van 1,13 miljoen euro
geïnvesteerd. Vandaag zijn er,
gelet op de dubbelzinnigheid van
de overeenkomst, geen nieuwe
werken op de site gepland.
Aangezien de Inspectie van
Financiën elke nieuwe investering
door de Regie der Gebouwen op
dit soort van sites afwijst, kan de
Regie, in afwachting van een
beslissing over de toekomst van
de site, niet meer de grote
bedragen
investeren
die
noodzakelijkerwijze
uit
de
beschermingsmaatregelen
voortvloeien. Men moet klaarheid
scheppen in dit debat.
Aangezien de site van de abdij van
Aulne in privéhanden is en de
bevoegdheid
inzake
de
bescherming van het erfgoed aan
de Gewesten werd overgedragen,
gaat het niet langer om een
federale opdracht. Het zijn de
eigenaars en het Waals Gewest
die
daar
via
regelgevingen,
subsidies
en
andere
beleidsmaatregelen moeten voor
zorgen.
Juridisch staat niets het sluiten van
nieuwe overeenkomsten in de
weg, voor zover de respectieve
bevoegdheden van de Regie der
Gebouwen en het Waals Gewest
in acht worden genomen, na de
ontbinding van de overeenkomst
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
biais de réglementations, de subsides ou d'autres politiques.
Rien n'empêcherait juridiquement que de nouvelles conventions
soient conclues en respectant les compétences respectives de la
Régie des Bâtiments et de la Région wallonne, après la résiliation de
cette fameuse convention de 1896 à laquelle il faut faire un sort d'une
manière ou d'une autre.
Cependant, dans l'hypothèse où le site devrait être repris par la
Région wallonne, on aperçoit mal sur quelles bases juridiques l'État
serait autorisé à contribuer financièrement à l'entretien du site ou au
versement d'une somme quelconque. Nous sommes ouverts au
dialogue et à la discussion. Ceci participe à la même philosophie que
ce qui a été dit tout à l'heure pour Villers-la-Ville. Mais nous devons
voir quelle est encore l'implication de cette fameuse convention de
1896, le sort qu'on lui fait, toutes les parties ensemble, sans
l'interpréter chacun dans son coin. Ensuite, on pourra peut-être
trouver une solution à la Région.
En général, on achète quelque chose et on paie ­ il y a des transferts
de propriété pour l'euro symbolique, c'est encore faisable. Mais
donner et en plus payer, cela me paraît "fort de café". Enfin, la
discussion est ouverte. Vous avez raison de soulever le problème
maintenant pour éviter des tracas ultérieurs comme on en vit ailleurs.
van 1896.
Indien het Waals Gewest de site
zou overnemen, is niet duidelijk op
welke juridische gronden de Staat
financieel tot het onderhoud ervan
zou kunnen bijdragen of een
andere financiële bijdrage zou
kunnen leveren. We zijn echter
bereid daar een gesprek over aan
te gaan.
Geven en nadien nog betalen ook,
lijkt me echter een brug te ver.
07.03 David Lavaux (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse très détaillée en termes de moyens financiers déjà
investis et je prends bonne note de votre ouverture au dialogue. C'est
celui-ci qui est le plus nécessaire; on s'est trop souvent retranché
derrière les difficultés juridiques pour justifier une certaine inaction sur
ce site que ne mérite pas cela.
07.03 David Lavaux (cdH): Een
dialoog is onontbeerlijk. Die site is
zo waardevol dat men zich niet
achter juridische argumenten mag
verschuilen
om
niets
te
ondernemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Guy Coëme au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "le taux de TVA
en application dans le secteur du logement social et moyen en Région wallonne" (n° 205)b>
08 Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over "het btw-
tarief dat van toepassing is in de sector van de sociale en middenklasse huisvesting in het Waals
Gewest" (nr. 205)
08.01 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
la question concerne essentiellement l'application du taux de TVA
dans le secteur du logement social et du logement moyen. Les
références en ma possession concernent la Région wallonne mais
j'imagine qu'en respectant les spécificités des autres Régions, la
Région de Bruxelles-Capitale et la Région flamande, le problème doit
être posé dans des termes identiques.
Je vous rappelle le problème. La loi-programme du 27 décembre
2006 a modifié le taux de TVA applicable au logement social, lequel
passe de 12% à 6%. Cette décision s'inscrit dans le cadre de la
déclaration de la politique de compétitivité et du pouvoir d'achat.
L'article 55 de cette loi autorise, en effet, à appliquer le taux réduit de
6% et non plus de 12% pour tout ce qui se rapporte aux livraisons,
aux constructions, aux rénovations et transformations de bâtiments
destinés au logement social et qui impliquent des sociétés régionales
de logement. L'objectif poursuivi par le législateur fédéral est de
08.01 Guy Coëme (PS): De
programmawet van 27 december
2006 heeft het btw-tarief voor
sociale woningen van 12 naar 6
procent
teruggebracht.
Het
verlaagde tarief geldt ook voor de
privéwoningen die als sociale
woningen zullen worden verkocht.
De
Waalse
Huisvestingscode
maakt een onderscheid tussen
sociale en middenklassewoning,
op basis van de gezinsinkomsten
op het ogenblik waarop de woning
wordt betrokken. Naar gelang van
de kwalificatie van de woning
worden dus duidelijk verschillende
btw-tarieven toegepast.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
mener une politique sociale des logements plus efficiente.
Cette mesure précise que le taux réduit de TVA (6%) est également
applicable aux logements privés destinés à être vendus en tant
qu'habitations sociales. Or, il apparaît qu'en Région wallonne, des
taux de TVA sensiblement différents sont appliqués par
l'administration fiscale fédérale suivant la qualification du logement
soit en logement moyen, soit en logement social.
Le Code wallon du logement distingue le logement social du logement
moyen sur la base des revenus du ménage lors de son entrée dans
les lieux.
La combinaison de ces deux niveaux de législation n'est pas sans
poser des difficultés, puisqu'une même habitation peut être vendue
soit au taux réduit de 6% si c'est un logement social, soit au taux de
21% s'il s'agit, à l'inverse, d'un logement moyen.
Ce cadre juridique appelle évidemment plusieurs observations.
Monsieur le ministre, le texte de mon intervention vous a certainement
été transmis. Je peux donc les résumer.
Je pense que le Code de la TVA applique la notion de politique
sociale au sens de la directive européenne et lui donne une acception
trop restrictive dès lors qu'il apparaît qu'une politique sociale
ambitieuse en matière de logement vise non seulement à favoriser la
location et l'acquisition de logements sociaux, mais aussi la location et
l'acquisition de logements moyens.
Cette transposition restrictive ­ et peut-être "contra legem" ­ de la
directive européenne n'a-t-elle pas pour conséquence fâcheuse
d'exclure du taux de TVA réduit et, partant, de soumettre au taux de
21% la construction, la livraison, la rénovation et la transformation de
logements moyens?
N'aurait-il pas été préférable sans doute d'être moins ambigu dans le
libellé du texte et de parler dans l'article 55 de la loi-programme de
"tout logement s'inscrivant dans une politique sociale menée par les
sociétés régionales ou par les sociétés qu'elles agréent".
Le logement moyen n'est-il pas purement et simplement condamné à
être taxé à 21% en l'état actuel de la législation sans que l'Europe ne
l'exige vraiment?
Bien entendu, nous ne pouvons pas perdre de vue qu'une partie de la
directive européenne précitée prévoit, jusqu'en 2010, un taux de TVA
réduit pour certains secteurs à haute intensité de main-d'oeuvre. Son
champ d'application et sa portée en matière de logement, quoique
utiles et complémentaires aux dispositifs afférents à une politique
sociale, ne rencontrent pas l'objet de notre question, à savoir favoriser
la construction, ensuite l'acquisition et la location de logements
moyens par le biais d'une société régionale de logement ou agréée
par elle.
Il semble, monsieur le ministre, que l'Administration de la fiscalité des
entreprises et des revenus (AFER) demande aux sociétés régionales
de logement et aux sociétés de logement social agréées de
démontrer aux services fiscaux le caractère social du logement
concerné et considère que, pour ce faire, le critère du revenu,
De combinatie van deze twee
wetgevingsniveaus
zorgt
voor
problemen omdat een zelfde
woning kan worden verkocht tegen
het verlaagde tarief van 6 procent
als sociale woning of tegen dat
van 21 procent als het om een
middenklassewoning gaat.
In zijn omzetting van de Europese
richtlijn interpreteert het btw-
Wetboek het begrip sociaal beleid
te eng. Bijgevolg is een verlaagd
btw-tarief niet van toepassing op
de bouw, de levering, de renovatie
en
de
verbouwing
van
middenklassewoningen. Had men
in de programmawet niet beter
geschreven "elke woning die
kadert in het sociaal beleid van de
gewestelijke maatschappijen of de
maatschappijen die ze erkennen"?
Ik wil er nog op wijzen dat mijn
vraag niet gaat over het ­
ongetwijfeld
even
nuttige
­
verlaagd btw-tarief dat tot 2010
van toepassing is op bepaalde
arbeidsintensieve sectoren.
Volgens de Administratie van de
ondernemings-
en
inkomstenfiscaliteit
zou
het
inkomenscriterium niet volstaan
om het sociaal karakter van een
woning aan te tonen. Kan u dat
bevestigen? Op grond van welke
criteria kan voor een woning het
verlaagd tarief worden toegekend?
Leidt het niet tot de grootste
rechtsonzekerheid wanneer het
departement
Financiën
geen
rekening
houdt
met
de
gewestelijke
decretale
maatregelen? Voor de mensen die
nu een overeenkomst tekenen
waarover vóór de wijziging werd
onderhandeld
en
die
met
financieringsproblemen
dreigen
opgezadeld te worden indien de
btw-tarief naar 21 procent wordt
opgetrokken, is dit een prangende
vraag.
Mijn vraag sluit aan bij een
interpellatie die de heer Meureau
richtte aan de Waalse minister
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
pourtant au coeur du dispositif légal wallon, est insuffisant.
Pouvez-vous nous confirmer ou nous infirmer la position officielle de
votre administration à ce sujet et nous indiquer, ainsi qu'à nos
concitoyens ­ bien des personnes sont concernées par cette
distorsion ­, les critères explicites qui permettent de considérer qu'un
logement peut ou non bénéficier du taux réduit de 6%?
Cette non-prise en considération par le département des Finances
dans son interprétation et surtout son application au quotidien de la
législation sur la TVA des dispositifs décrétaux régionaux n'est-elle
pas de nature à créer une insécurité juridique profonde dans le chef
de nos concitoyens?
Il est clair que les situations évoquées par cette question créent un
sérieux malaise pour les personnes concernées, tout spécialement
pour les candidats potentiels à l'acquisition d'un logement qui restent
dans l'attente, malgré eux, de la conclusion d'un prêt hypothécaire. Il
en est évidemment de même pour les personnes qui signent
actuellement un contrat pré-négocié avant ce changement, c'est-à-
dire avant janvier de cette année. En effet, celles-ci se trouvent
confrontées à la fois à une insécurité juridique et à un problème de
financement puisque le risque est grand de voir augmenter le taux de
la TVA de 12 à 21%.
Monsieur le ministre, j'aimerais que vous puissiez clarifier cette
situation. Ma question fait suite à une interpellation d'un de nos
collègues, M. Meureau, à votre collègue régional wallon, M. Antoine,
qui a le logement dans ses compétences et qui, dans sa réponse,
renvoyait la balle à l'échelon fédéral. C'est la raison pour laquelle,
pour tenter de clarifier cette situation au bénéfice des personnes
concernées, je vous pose cette question aujourd'hui.
bevoegd voor Huisvesting, de heer
Antoine, die in zijn antwoord naar
het
federale
beleidsniveau
verwees.
08.02 Hervé Jamar, ministre: Monsieur le président, on se rend
compte, au fur et à mesure des questions, combien l'État fédéral est
encore vraiment important. Les communes et les Régions demandent
au fédéral d'apporter des solutions ou des débuts de solution, ce que
j'espère pouvoir faire.
Monsieur Coëme, le concept de logement moyen, puisqu'il s'agit
surtout de cela, n'est pas récent. Il est défini de longue date, vous
l'avez dit, à l'article 1
er
, 9°, du Code wallon du Logement. Nos services
ont d'ailleurs été amenés à plusieurs reprises à se prononcer quant
au taux de TVA applicable aux opérations de construction et de vente
relatives à ce type de logement. Ces opérations, contrairement à ce
que vous semblez affirmer dans les troisième et cinquième alinéas de
votre question, n'ont jamais été passibles du taux réduit de TVA de
12% mais bien du taux normal de 21%
L'insertion de la rubrique XXXVI au tableau A de l'annexe à l'arrêté
royal n° 20 précité a permis la réduction du taux de 12% à celui de 6%
pour certaines des opérations relatives à ces logements sociaux.
À cet égard, ni la directive 2006/112/CEE du Conseil du
18 novembre 2006 relative au système commun de la taxe sur la
valeur ajoutée (ex-directive 77/228/CEE ou sixième directive TVA), ni
la Cour de justice des Communautés européennes, ni la
jurisprudence nationale n'ont défini la notion de logement social, que
08.02 Minister Hervé Jamar:
Vraag na vraag wordt duidelijk hoe
belangrijk de federale Staat nog is!
Het begrip `sociale woning' wordt
omschreven in artikel 1, 9° van de
Waalse Huisvestingscode. Voor
bouw- en verkoopverrichtingen
met betrekking tot dat type woning
kon nooit het verlaagde btw-tarief
worden toegekend.
Alleen activiteiten in verband met
sociale
woningen
komen
in
aanmerking voor het verlaagde
tarief van twaalf procent of, in
bepaalde gevallen, zes procent.
Het begrip "sociale woning" wordt
noch in de zesde btw-richtlijn,
noch door het Europese Hof van
Justitie, noch in de nationale
rechtspraak, noch in de Belgische
bepalingen
betreffende
de
toepassing van de verlaagde
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
les dispositions légales belges relatives à l'application des taux réduits
ne caractérisent pas davantage.
Dès lors, en l'absence de définition en matière fiscale fédérale, le seul
paramètre déterminant en Région wallonne pour l'application de la
TVA est la notion fixée à l'article 1
er
, 9° du Code wallon du Logement.
Voilà pour ce qui est de la réponse technique que je peux vous
donner.
Mais on pourrait très bien envisager d'avoir, lors d'un comité de
concertation, une discussion en la matière qui pourrait s'avérer très
intéressante. La Région wallonne, la Région bruxelloise, la Région
flamande ont leur propre réglementation en la matière. Il faut donc
prendre en considération la nécessité de trouver un équilibre au
niveau des taux.
Toutefois, en tant qu'État fédéral, nous nous référons aux définitions
qui nous sont données par les entités fédérées.
À l'heure actuelle, il n'est pas possible de procéder autrement à moins
qu'un consensus puisse être trouvé. Mais vous savez comme moi
quelle est la situation de la Belgique pour le moment.
tarieven omschreven. In het
Waalse Gewest is de enige
bepalende parameter inzake de
btw-toepassing
dus
de
omschrijving die in de Waalse
huisvestingscode is vastgelegd.
Aan dit punt kan tijdens een
bijeenkomst van het overlegcomité
inderdaad
een
interessante
bespreking
worden
gewijd.
Momenteel
kan
de federale
overheid echter alleen maar
verwijzen naar de omschrijvingen
die door de Gewesten aan dit
begrip werden gegeven.
08.03 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
il me semble effectivement que la solution ne peut résider que dans la
tenue d'un comité de concertation sur le sujet, avec les différentes
Régions concernées.
La situation de la Belgique rend aléatoire la tenue d'une telle réunion.
En effet, pour prendre des décisions de cette nature, encore faudrait-il
pouvoir disposer d'un gouvernement fédéral.
08.03 Guy Coëme (PS): De
enige oplossing schuilt in een
bijeenkomst
van
het
overlegcomité,
wat
door
de
toestand op federaal niveau
momenteel onmogelijk is.
Le président: Cela arrivera tôt ou tard.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
overeenstemming van de aanwervingen bij de FOD Financiën met de taalwetgeving" (nr. 210)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de verhouding
tussen het aantal Nederlands- en Franstaligen bij aanwervingen en benoemingen binnen het
departement Financiën" (nr. 211)
09 Questions jointes de
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la conformité des
recrutements au sein du SPF Finances avec la législation linguistique" (n° 210)
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la répartition entre
néerlandophones et francophones lors des recrutements et des promotions au sein du département
des Finances" (n° 211)b>
09.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, op 24 oktober verscheen een artikel in de Gazet van
Antwerpen waarin werd geconcludeerd, op basis van officiële
aanwervingsstatistieken die werden overgemaakt aan de vakbonden,
dat in de eerste regeerperiode van paars 55% van de aanwervingen
bij Financiën werden toegekend aan Franstaligen. In de tweede
regeerperiode werd dit aandeel nog verder opgedreven. In september
09.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Il ressort d'un article paru
dans Gazet van Antwerpen qu'au
cours de la première législature du
gouvernement
violet,
les
francophones
ont
représenté
55 %
de
l'ensemble
des
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
2007 was 59% van de aangeworvenen Franstalig.
Nochtans zijn de gecoördineerde wetten op het gebruik van taal in
bestuurszaken van 18 juli 1966 duidelijk. Ik citeer artikel 43, § 3: "De
Koning bepaalt, voor een duur van ten hoogste 6 jaar die kan worden
verlengd zo geen wijziging optreedt, voor iedere centrale dienst het
percentage betrekkingen dat aan het Nederlands en Frans kader
dient toegewezen, met inachtneming, op alle trappen van de
hiërarchie, van het wezenlijke belang dat de Nederlandse en Franse
taalgebieden respectievelijk voor iedere dienst vertegenwoordigen."
Op basis van deze wet werd bij KB van 19 december 2005 tot
vaststelling van de taalkaders voor de FOD Financiën voor de
Nederlandstalige en Franstalige taalkaders een verdeling van elk 50%
voor trap 1 en 2 ingesteld. Op zich is dat natuurlijk al een
scheeftrekking van de situatie.
Daarom volgende vragen aan u, mijnheer de minister. Hoeveel
Franstaligen en Nederlandstaligen werkten er bij het begin van uw
eerste mandaat, het begin van uw tweede mandaat en op
31 september 2007 bij de FOD Financiën en dit zowel in trap 1 als in
trap 2? Wat is de procentuele verhouding? Wanneer dit niet zou
overeenkomen met de regeling uit het KB van 19 december ­ wat wij
ons moeilijk kunnen indenken ­ wat is hiervoor dan de reden? Wat is
de jaarlijkse procentuele verdeling van het aantal aangeworven
Franstaligen en Nederlandstaligen voor de verschillende trappen ­
niet alleen de trappen 1 en 2 ­ bij de FOD Financiën gedurende de
periode van uw mandaten? Mocht ook hier een afwijking bestaan met
de bepalingen uit het KB had ik hiervoor graag de reden gekend.
Waarom werd er niets aan die scheeftrekking gedaan alhoewel het
ACV in het verleden hierop al een aantal keren heeft gewezen?
Meer specifiek over de douanerechten. Kunt u mij zeggen wat in
2000, 2004 en 2006 de procentuele verhouding was tussen de in
Vlaanderen en Wallonië geïnde douanerechten in verhouding tot de
procentuele
verdeling
tussen
het
aantal
Franstalige
en
Nederlandstalige ambtenaren bij de dienst Douane en Accijnzen. Hoe
werd het begrip "basis van wezenlijk belang" daar bepaald?
recrutements au SPF Finances.
Pendant la deuxième législature,
ce pourcentage a été plus élevé
encore, ce qui est contraire aux
lois coordonnées sur l'emploi des
langues en matière administrative
et à l'arrêté royal du 19 décembre
2005
fixant
les
cadres
linguistiques du SPF Finances,
aux termes duquel la répartition
entre
francophones
et
néerlandophones pour les degrés
1 et 2 est de 50 %.
Quel était, en pour cent, le rapport
entre le nombre de fonctionnaires
francophones et de fonctionnaires
néerlandophones dans les degrés
1 et 2 au SPF Finances au début
de la première et de la deuxième
législature et au 31 septembre
2007? Quel a été le rapport entre
les recrutements de francophones
et de néerlandophones? L'arrêté
royal du 19 décembre 2005 a-t-il
été respecté? Pourquoi rien n'a-t-il
été
fait
pour
corriger
ce
déséquilibre
dans
les
recrutements pourtant dénoncé
par l'ACV?
Quel était, en 2000, 2004 et 2006,
le rapport entre les droits de
douane perçus en Flandre et en
Wallonie? Quelle est la répartition
entre
les
fonctionnaires
francophones et néerlandophones
au Service des douanes et accises
et comment cette répartition a-t-
elle été déterminée?
09.02 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, ik sluit mij aan bij de toelichting van
collega Jambon.
Mijnheer de minister, ik wens u er wel op te wijzen dat het niet de
eerste keer is dat wij u moeten ondervragen over de verhouding
tussen het aantal Nederlandstalige en Franstalige aanwervingen en
benoemingen binnen uw departement. Ik verwijs nog naar de
interpellatie van collega Annemans over hetzelfde onderwerp op 15
maart 2005. Dat wilde ik even in herinnering brengen.
Vandaag, op 7 november 2007, meer dan vier jaar later, staan we hier
opnieuw, en vernemen we via de geschreven pers dat tijdens de
regeerperiode 2003-2007 de scheeftrekking in de verhouding tussen
het aantal Nederlandstalige en het aantal Franstalige benoemingen
op uw departement niet is verbeterd. De cijfers, op basis van de
officiële aanwervingstatistieken uit 2005, tonen aan dat in uw eerste
09.02 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): En mars 2005 déjà, mon
collègue,
M.
Annemans,
interrogeait le ministre sur le
rapport entre le nombre de
néerlandophones
et
de
francophones recrutés par le SPF
Finances.
La
législation
linguistique prévoit que 60 % des
emplois soient attribués à des
néerlandophones, alors que sous
la première législature violette,
55 % des emplois ont été attribués
à
des
francophones.
En
septembre 2007, la proportion de
francophones s'élevait déjà à
59 %. Cette distorsion n'a donc
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
regeerperiode 55% van de aanwervingen bij Financiën werden
toegekend aan Franstaligen. Collega Jambon verwees al naar de
taalwet. Volgens de taalwet mag dat slechts 40% zijn. 60% moet naar
Nederlandstaligen gaan. In uw tweede regeerperiode werd de
verhouding nog verder scheefgetrokken. In september 2007 stond de
verhouding op 59% Franstaligen; de Vlamingen kregen amper 41%.
De grootste scheeftrekking zit in het belangrijk aanwervingsniveau B:
daar gaat zelfs 67% van de 607 jobs naar Franstaligen, dus twee op
de drie. In niveau A is 51% van de benoemden Franstalig. In niveau C
is het 80%. Slechts bij de allerlaagste jobs kregen de Vlamingen bijna
hun deel, zijnde 55%.
Conclusie:
die
scheeftrekking
is
niet
verminderd,
maar
benoemingsronde na benoemingsronde groter geworden.
Mijnheer de minister, gelet op de belangrijkheid van dat thema, wil ik
u de volgende vragen stellen.
Ten eerste, wat is uw commentaar op de evolutie van de
cijfergegevens inzake de taalverhoudingen binnen uw departement?
Ten tweede, hebt u een verklaring voor die wanverhouding ­ ik kan
dat geen verhouding meer noemen, het is een wanverhouding ­
tussen het aantal Nederlandstalige en het aantal Franstalige
benoemingen?
Ten derde, liggen er ergens objectieve criteria aan ten grondslag?
Tot slot, hoe kadert dat in de toepassing van de taalwetgeving binnen
uw departement?
Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
cessé de croître.
Que pense le ministre des chiffres
relatifs aux rapports linguistiques
au SPF Finances? Comment
s'explique
ce
déséquilibre?
Pourquoi la législation linguistique
n'est-elle pas appliquée?
09.03 Minister Hervé Jamar: Mijnheer de voorzitter, ik wens eerst en
vooral een verduidelijking van reglementaire aard aan te brengen. Het
koninklijk besluit van 19 december 2005 dat in een van de vragen
wordt genoemd, stelt, zoals ook de bepalingen ter zake bepalen,
uitsluitend voor de centrale besturen de taalkaders vast. Het is dus
niet van toepassing op de buitendiensten.
Wat de eerste twee trappen van de hiërarchie betreft, vloeit de
paritaire verdeling tussen de twee taalrollen voort uit de uitvoering van
artikel 43ter van de wetten op het gebruik van de talen in
bestuurszaken.
Op 1 mei 2007 telden deze twee trappen voor het geheel van mijn
departement 128 ambtenaren van de Franse rol en 131 ambtenaren
van de Nederlandse rol. Het spreekt vanzelf dat ik het evenwicht zo
spoedig mogelijk zal trachten te herstellen.
Voor de vijf andere trappen van de hiërarchie zou een ellenlange
opsomming van de verschillende bezettingen ons hier te ver leiden. Ik
kan u verzekeren dat mijn administratie waakt over de naleving van
de invulling van de door het voornoemde besluit vastgestelde
taalkaders die jaarlijks door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht
wordt gecontroleerd.
Wat het geheel van de FOD Financiën betreft, wordt het aantal
09.03 Hervé Jamar, ministre:
L'arrêté royal du 19 décembre
2005 fixe des cadres linguistiques
pour les administrations centrales
exclusivement et ne s'applique
dès lors pas aux services
extérieurs.
En ce qui concerne les deux
premiers
échelons
de
la
hiérarchie, la répartition paritaire
est imposée par l'article 43ter des
lois sur l'emploi des langues en
matière administrative.
Le 1
er
mai 2007, ces échelons
comptaient, pour l'ensemble de
mon
département,
128
fonctionnaires du rôle linguistique
francophone et 131 du rôle
linguistique néerlandophone. Je
veillerai à rétablir l'équilibre le plus
rapidement possible.
Je n'énumérerai pas ici les
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
wervingen jaarlijks per niveau in het personeelsplan bepaald. De
verdeling per taalrol gebeurt op een functionele basis die met de
behoeften van iedere administratie rekening houdt.
Zo werden voor de periode 2004 tot 2007 in de niveaus A en B 1.215
wervingen voor ambtenaren van de Nederlandse rol en 844
wervingen voor ambtenaren van de Franse rol vooropgesteld.
Momenteel moeten in de Nederlandse rol nog 691 en in de Franse rol
nog 81 vacatures worden ingevuld.
Voornoemde grote scheeftrekking is te wijten aan het feit dat de
Nederlandstalige zijde zich minder aangetrokken voelt tot de
vergelijkende wervingsselecties die Selor voor mijn departement
organiseert.
Ik zal slechts één voorbeeld aanhalen. Alle selecties die de voorbije
jaren werden georganiseerd, brengen echter hetzelfde fenomeen naar
voren.
Voor de werving van financieel deskundige niveau B, die in 2006 werd
georganiseerd, schreven zich 1.749 Franstalige kandidaten in
tegenover slechts 781 kandidaten van de Nederlandse rol. Voor de
deelname aan de proeven bedraagt de verhouding nog 842 tot 367.
Gelet op genoemde vaststelling besliste mijn departement om in 2007
de vergelijkende selectie voor inspecteur bij een fiscaal bestuur tot de
Nederlandstalige kandidaten te beperken.
Er hebben zich 673 kandidaten ingeschreven. 323 hebben aan de
proef deelgenomen. Er zijn er 65 geslaagd. Selor zal weldra opnieuw,
alleen voor deze kandidaten, vergelijkende wervingsselecties voor de
niveaus A en B organiseren. Achter de wanverhouding tussen de
wervingen in beide taalrollen schuilt dus geen enkele verborgen wil of
doelstelling. Er is gewoon een objectief element. Het thans gevoerde
beleid toont aan dat alles in het werk wordt gesteld om te streven naar
de invulling van de behoeften die worden vastgesteld sinds 2004, het
jaar waarin de personeelsplannen voor het eerst werden uitgevoerd.
Mijnheer Jambon, ik heb de tabellen met betrekking tot douane en
accijnzen hier. Het zijn veel cijfers, het is misschien gemakkelijker dat
ik u deze documenten geef.
emplois occupés aux autres
échelons
de
la
hiérarchie.
L'administration veille au respect
de l'arrêté susdit, qui est d'ailleurs
contrôlé par la Commission
permanente
de
contrôle
linguistique.
En ce qui concerne l'ensemble du
SPF Finances, le nombre de
recrutements
est
fixé
annuellement pour chaque niveau
dans le plan de personnel. La
répartition par rôle linguistique
correspond
aux
besoins
de
chaque
administration.
Les
distorsions sont dues au fait que
les néerlandophones témoignent
un intérêt beaucoup plus mitigé
pour les examens de recrutement
organisés par le Selor pour le
département des Finances. En ce
qui concerne la sélection d'experts
financiers organisée en 2006 par
exemple, seuls 781 candidats
néerlandophones se sont inscrits
contre
1.749
candidats
francophones. Il a, par ailleurs, été
décidé
que
la
sélection
comparative
pour
le
poste
d'inspecteur
au
sein
d'une
administration fiscale serait limitée
aux candidats néerlandophones
en 2007.
Aucun agenda caché n'explique
donc la distorsion. La politique
menée actuellement montre que
tout est mis en oeuvre pour
répondre
aux
besoins
conformément aux plans de
personnel.
09.04 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is natuurlijk herkenbaar, het is in Vlaanderen
moeilijker. Ik was gisteren op een congres van Voka en daar werd
dezelfde war for talent toegelicht.
Mijn vraag is welk actieplan u maakt, behalve elke keer opnieuw
dezelfde aanwervingprocedure te herhalen. Aan welke acties denkt u
om het ambt of de vacatures aantrekkelijk te maken voor kandidaten
in het Nederlandstalig taalgebied?
09.04 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Quelles initiatives le ministre
prendra-t-il
pour
rendre
les
fonctions plus attrayantes pour les
néerlandophones?
Reproduire
sans cesse les mêmes procédures
de sélection n'est effectivement
plus suffisant.
09.05 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, uw antwoord was voorspelbaar. Ik aanvaard dat
antwoord niet, om de volgende reden. U doet alsof er objectieve
criteria zijn en dat die gerespecteerd worden en dan komt u met een
verhaal dat u een inhaalbeweging zal doen. Dat is juist hetzelfde
09.05 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Je ne puis accepter cette
explication. On nous avait déjà
donné la même en 2005. Le
déséquilibre défavorise toujours
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
verhaal dat u hier in 2005 hebt gebracht naar aanleiding van de
interpellatie van collega Annemans. Op dat vlak is er dus niets
gewijzigd. Ik betreur dat.
Ik kan dat ook niet aanvaarden als volksvertegenwoordiger van de
Nederlandse taalrol. Ik kan dat ook als Vlaams-nationalist niet
aanvaarden. Dergelijke wanverhoudingen tussen Nederlandstaligen
en Franstaligen in uw departement zijn immers steeds in het nadeel
van de Nederlandstaligen.
Ik hoop maar één ding: dat er in de volgende regering een
Nederlandstalige minister van Financiën komt, die naar mijn inzicht op
een rationele en doeltreffende manier dat personeelsbeleid moet
bijsturen en op dat moment een grotere garantie zal zijn voor de
taalverhoudingen, zeker voor de Nederlandstaligen.
Verder heb ik daaraan geen commentaar toe te voegen.
les néerlandophones. J'espère
dès lors que le prochain ministre
des Finances sera un Flamand,
afin que la politique du personnel
puisse enfin être corrigée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister toegevoegd aan de minister van Financiën,
belast met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude over "het uitstel van
de strengere controles op namaakspullen" (nr. 219)
10 Question de M. Michel Doomst au ministre adjoint au ministre des Finances, chargé de la
Modernisation des Finances et de la Lutte contre la fraude fiscale sur "le report des contrôles
renforcés sur les articles de contrefaçon" (n° 219)b>
10.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, namaakproducten lijken op het eerste
gezicht aantrekkelijk, maar zij zijn wellicht schadelijk voor de
economie
en voor bepaalde onderdelen daarvan, zoals
geneesmiddelen, voedingsmiddelen of cosmetica, zijn zij in feite ook
gevaarlijk. Het is dus goed dat wij daar bijzonder attent voor zijn. U
hebt op 26 januari van dit jaar bekendgemaakt dat u een
bewustmakingscampagne en opgedreven controles wou uitvoeren.
Het doel was dit jaar om 15% van die namaakproducten in beslag te
nemen, voor de serieuze waarde van 900 miljoen euro. Die acties
zouden de fiscus 225 miljoen euro aan inkomsten opleveren en meer
dan 7 miljoen euro aan boetes.
Ik had graag van u geweten of er al cijfers bekend zijn over het
bedrag en de hoeveelheid namaakspullen die effectief zijn
onderschept?
Er is eind augustus via uw kabinet ook gesteld dat een twintigtal
militairen klaargestoomd zou worden om daarvoor onze douaniers bij
te staan vanaf 1 oktober. Begin deze maand was er echter blijkbaar
nog niemand gedetacheerd. Ik had dus willen weten wat de reden is
waarom dat nog niet gebeurd is. Daar het toch over specifieke
controles gaat, had ik ook graag vernomen hoe die opleiding wordt
uitgevoerd.
De wet schrijft ook zware boetes voor voor de overtreders. Vanaf
1 oktober is de wet normaal gezien in de praktijk van toepassing. De
verschillende diensten geven terecht te kennen eerst te willen
informeren en sensibiliseren, maar ik had toch graag geweten binnen
welke termijn de boetes daadwerkelijk uitgeschreven zullen worden?
10.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Il y a quelques mois, le
ministre avait annoncé qu'une
vingtaine de militaires seraient
formés pour assister les douanes
dans la lutte contre la contrefaçon.
Jusqu'ici, aucun de ces militaires
n'a encore été détaché.
Le ministre avait également défini
comme objectif l'interception de
15 % des produits de contrefaçon,
pour un total de quelque 225
millions
d'euros
de recettes
fiscales supplémentaires auxquels
devraient s'ajouter 7 millions
d'euros d'amendes.
Ces objectifs ont-ils été atteints?
Pourquoi les militaires prévus
n'ont-ils pas été détachés?
À qui la formation des militaires a-
t-elle été confiée?
À partir de quand les amendes
seront-elles
effectivement
infligées?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
10.02 Minister Hervé Jamar: Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral
wordt opgemerkt dat de ambtenaren der Douane en Accijnzen op
grond van verordening nr. 1384/3 van de Raad van 22 juli 2003 reeds
vele jaren intensieve controle uitoefenen inzake namaak in het
verkeer met landen van buiten de Europese Unie. De resultaten van
België worden gepubliceerd door de Europese Commissie.
Voor 2006 werden 18.751.304 stuks nagemaakte goederen
tegengehouden, waaronder 14.894.676 sigaretten, 1.964.421 cd's,
dvd's en cassettes, en 854.366 kledingstuks en kledingtoebehoren.
De Administratie der Douane en Accijnzen werkt momenteel aan een
databank met informatie over de bescherming van de producten van
de rechthouders. Daarin zal onder meer de rechthouder de waarde
van de authentieke goederen kunnen meedelen. Pas wanneer deze
databank in gebruik is, zal informatie kunnen verstrekt worden over de
waarde van tegengehouden goederen. De datum van 1 oktober 2007
is de datum van inwerkingtreding van de wet van 15 mei 2007
betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele
eigendomsrechten. Deze wet voorziet in een nieuwe bestraffing, maar
heeft in wezen geen invloed op de controles die door de douanen
werden en worden gedaan op grond van voormelde verordening.
De cijfers over het aantal vaststellingen en de hoeveelheid
tegengehouden nagemaakte goederen worden per trimester
verzameld. De cijfers voor de maand oktober 2007 zijn pas vanaf
januari 2008 beschikbaar.
Ten tweede, de twintig militairen waarnaar het geachte lid verwijst, zijn
het voorwerp van onderhandelingen tussen de FOD Financiën en het
ministerie van Defensie.
Ten derde, de FOD Financiën zal voorzien in een gepaste opleiding,
nadat de onderhandelingen met het ministerie van Defensie zijn
afgesloten.
Ten vierde, wat de bestraffing van intracommunautaire binnenlandse
handel in namaakproducten betreft, moeten er nog een aantal
uitvoeringsbepalingen getroffen worden, onder andere voor het
aanbieden van transactionele boetes.
Die besluiten worden thans voorbereid door de FOD Economie. Wat
het extracommunautair verkeer betreft, kan de administratie der
Douane en Accijnzen voor goederen die na 1 oktober 2007 de
Europese Gemeenschap binnenkomen of verlaten en waarvan een
rechtbank heeft vastgesteld dat ze een intellectueel eigendomsrecht
schenden, nu reeds een boete opleggen.
10.02 Hervé Jamar, ministre:
Cela fait plusieurs années déjà
qu'en vertu du règlement 1384/3
du Conseil, les fonctionnaires des
Douanes et Accises effectuent des
contrôles intensifs pour intercepter
les
articles
de
contrefaçon
importés de pays hors Union
européenne. Les résultats sont
publiés annuellement par la
Commission européenne. Ainsi,
quelque 18 millions d'articles -
principalement des cigarettes - ont
été interceptés en 2006.
L'administration des douanes et
accises développe actuellement
une base de données qui
répertorie
les
informations
relatives aux produits et aux
détenteurs des droits y afférents.
Des informations ne pourront être
fournies sur la valeur des articles
interceptés qu'une fois cette base
de données créée.
La loi du 15 mai 2007 relative à la
répression de la contrefaçon et de
la piraterie de droits de propriété
intellectuelle, entrée en vigueur le
1
er
octobre 2007, prévoit de
nouvelles sanctions mais n'influe
pas sur les contrôles proprement
dits.
Les chiffres relatifs au nombre de
constats et à la quantité d'articles
interceptés sont collectés par
trimestre. Les chiffres d'octobre
2007 ne seront donc disponibles
qu'en janvier 2008.
En ce qui concerne les vingt
militaires, des négociations sont
encore
en
cours
avec
le
département de la Défense. Dès
que ces négociations auront été
menées à bien, le SPF Finances
organisera une formation pour les
militaires concernés.
En ce qui concerne la répression
du commerce intracommunautaire
et intérieur de produits de
contrefaçon, un certain nombre de
mesures
d'exécution
doivent
encore être prises, notamment en
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
ce qui concerne la proposition de
transaction.
Le
SPF
Économie
prépare
actuellement
ces
arrêtés
d'exécution. Concernant le trafic
extracommunautaire,
l'administration des Douanes et
Accises peut dès à présent infliger
une amende.
10.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik hoop
dat deze problematiek ook de komende maanden nog zal worden
aangescherpt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
suggesties van de ombudsman inzake de verbetering van de werking van uw departement" (nr. 252)
11 Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "les
suggestions du médiateur destinées à améliorer le fonctionnement de votre département" (n° 252)b>
11.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, er is daarnet in een vraag een korte
allusie gemaakt op het feit dat veel belastingplichtigen dit jaar twee
keer een belastingbrief in de bus hebben gekregen of binnenkort
zullen krijgen, een aanslagbiljet voor het aanslagjaar 2005 en een
voor het aanslagjaar 2006.
Bij de federale ombudsman is een hele reeks klachten
binnengekomen van belastingplichtigen die twee keer moeten betalen
in eenzelfde jaar. De betrokken ombudsman heeft een aantal
suggesties op papier gezet en heeft een brief aan u gericht. Ik neem
aan dat die brief u intussen in goede orde heeft bereikt.
Ik wil weten met welke interesse die suggesties door de minister van
Financiën werden onthaald en ik wil u bijgevolg een aantal vragen
stellen.
Ten eerste, wat is uw houding tegenover het voorstel van de
ombudsman om in elk kantoor een verantwoordelijke voor
afbetalingsplannen aan te stellen? Momenteel gebeurt een en ander
een beetje willekeurig, afhankelijk van de ontvanger waarbij men
terechtkomt. De afbetalingsplannen worden niet op een gelijke manier
behandeld. De ombudsman suggereert om een verantwoordelijke per
kantoor aan te stellen voor afbetalingsplannen. In welke mate kunt u
zich vinden in dat voorstel? Indien het u interesseert, hoe snel kan dat
worden ingevoerd?
Een tweede bekommernis van de ombudsman had betrekking op het
instellen van het grensbedrag waaronder geen nalatigheidsintresten
moeten worden betaald. De ombudsman pleitte volgens mij voor een
bedrag van 860 euro. Ik weet niet in welke mate dat voorstel uw
interesse heeft gewekt. Indien dat het geval is, denkt u eraan
daarmee iets te doen?
11.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): À la suite de plaintes
émanant
de
contribuables
confrontés
à
un
double
remboursement cette année, le
médiateur du département des
Finances a formulé quelques
suggestions.
Il propose de désigner un
responsable en matière de plans
d'apurement au sein de chaque
bureau et de fixer un plafond en
deçà duquel aucun intérêt de
retard n'est porté en compte.
Le ministre est-il prêt à prendre
ces propositions en compte?
11.02 Minister Hervé Jamar: Mijnheer Goyvaerts, ik veronderstel dat 11.02 Hervé Jamar, ministre: Un
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
u verwijst naar het feit dat een aantal belastingschuldigen dit jaar
zowel het aanslagbiljet van de personenbelastingen betreffende de
aanslagjaren 2006 en 2007 hebben ontvangen in tegenstelling tot de
aangehaalde aanslagjaren 2005 en 2006.
Zoals u ongetwijfeld weet, zijn de betalingstermijnen inzake
belastingen van openbare orde en kan er dus niet van worden
afgeweken door individuele overeenkomsten.
De administratie neemt evenwel sedert jaar en dag aan dat de
ontvanger der directe belastingen, en enkel die ontvanger,
betalingsfaciliteiten kan toestaan aan belastingschuldigen die in een
moeilijke financiële toestand verkeren ingevolge omstandigheden
onafhankelijk van hun wil. Er bestaat evenwel geen enkele wettelijke
bepaling inzake betalingsfaciliteiten.
Wanneer een ontvanger termijnen en uitstel van betaling toestaat,
wijkt die dan ook af van de strikte toepassing van een wetgeving van
openbare orde. Hij doet dit dan ook in zijn hoedanigheid van
rekenplichtige van de schatkist, op persoonlijke titel en onder zijn
persoonlijke verantwoordelijkheid en geldelijke aansprakelijkheid. Dit
principe vindt zijn oorsprong in artikel 66 van het koninklijk besluit van
17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de
rijkscomptabiliteit waarin wordt bepaald dat elke rekenplichtige
aansprakelijk is voor de invordering van de kapitalen, inkomsten,
rechten en belastingen waarvan de inning hem is toevertrouwd. Deze
persoonlijke aansprakelijkheid sluit bijgevolg elke onderrichting en
elke tussenkomst van een hiërarchische overheid ter zake uit. Het
voorstel om in elk kantoor een verantwoordelijke voor
afbetalingsplannen te voorzien moet dus ook niet in overweging
worden genomen gezien deze verantwoordelijke er reeds is, met
name de persoonlijk verantwoordelijke ontvanger.
Wat uw derde en vierde vraag betreft, de aanrekening van
nalatigheidintresten wordt wettelijk geregeld in de artikelen 414 tot en
met 416 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Overeenkomstig artikel 414 van dit wetboek is er geen
nalatigheidintrest verschuldigd indien het bedrag ervan geen 5 euro
per maand bedraagt. Aan de geldende rentevoet van 7% per jaar is er
aldus geen nalatigheidintrest verschuldigd indien de in een zelfde
aanslag begrepen sommen geen 860 euro bedragen. Het is
bovendien nuttig te wijzen op het feit dat de nalatigheidintrest voor
elke belastingaanslag afzonderlijk wordt berekend.
Niet het totaal verschuldigde bedrag wordt in aanmerking genomen
om het minimum bedrag van 5 euro te berekenen, maar het saldo van
iedere
aanslag
afzonderlijk.
Zo
zal
bijvoorbeeld
geen
nalatigheidinterest worden aangerekend als een belastingschuldige
twee aanslagen van elk minder dan 860 euroverschuldigd blijft. Het
geopperde grensbedrag van 860 euro bestaat dus reeds. Dat is
belangrijk om te vermelden.
certain nombre de contribuables
reçoivent en effet cette année
l'avertissement-extrait de rôle pour
les exercices d'imposition 2006 et
2007.
Les délais de paiement en matière
d'impôts sont d'ordre public.
Personne ne peut y déroger en
vertu d'accords individuels. Seul le
receveur
des
contributions
directes peut octroyer des facilités
de paiement à des contribuables
qui rencontrent des difficultés
financières
dues
à
des
circonstances indépendantes de
leur volonté. Il n'existe aucune
disposition légale relative aux
facilités de paiement. Lorsqu'un
receveur octroie des facilités, il le
fait en sa qualité de comptable du
Trésor, à titre personnel et sous sa
responsabilité
pécuniaire
personnelle. Ce principe découle
de l'article 66 de l'arrêté royal du
17
juillet
1991.
Cette
responsabilité personnelle exclut
dès lors toute instruction ou
intervention
d'une
autorité
hiérarchique. Il n'y a dès lors pas
lieu de désigner quelqu'un pour
l'octroi de plans d'apurement: le
receveur
responsable
personnellement
est
déjà
compétent en la matière à ce jour.
L'imputation d'intérêts de retard
est réglée par les articles 414 à
416 du CIR 1992. Aucun intérêt
n'est dû s'il est inférieur à 5 euros
par mois, ce qui correspond à une
dette fiscale de 860 euros. En
outre, les intérêts moratoires sont
calculés séparément pour chaque
imposition.
Il existe donc bien un plafond.
11.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de staatssecretaris voor zijn antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de notionele
intrestaftrek" (nr. 257)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de notionele
intrestaftrek en de oprichting van beleggingsvennootschappen" (nr. 270)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "het
oneigenlijk gebruik van de notionele intrestaftrek" (nr. 271)
- de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "het oneigenlijk
gebruik van de notionele intrestaftrek" (nr. 281)
12 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la déduction des
intérêts notionnels" (n° 257)
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la déduction des
intérêts notionnels et la création de sociétés d'investissement" (n° 270)
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "le recours impropre à la
déduction des intérêts notionnels" (n° 271)
- M. Guy Coëme au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "l'utilisation inappropriée des
intérêts notionnels" (n° 281)b>
Le président: Jusqu'à présent, je n'ai pas été trop restrictif au point de vue des temps de parole mais je
voudrais quand même que nous puissions quitter cette salle avant 13.00 heures. Je propose donc que
chacun respecte les temps de parole prévus par le Règlement, soit trois minutes. Il s'agit de questions et
non d'interpellations.
12.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik ga
heel graag in op uw uitnodiging om het kort te houden.
Mijnheer de minister, toen ik drie tot vier weken geleden in deze
commissie een vraag stelde over de notionele intresten, werd ik bijna
tegen de muur genageld en beschuldigd van het feit dat ik wees op
misbruiken en dat ik bezig zou zijn om de notionele intrest onderuit te
halen.
Ik stel vast, in de loop van de afgelopen weken, dat ik hoe langer hoe
meer steun heb gekregen van verschillende kanten. Ik heb het artikel
bij uit Trends van Jan Van Dijck. Ik denk niet dat Trends zo
gauchistisch plat is en ik denk ook niet dat de heer Van Dijck van
gauchistische sympathieën verdacht kan worden. Ikzelf beschouw
mezelf nog altijd als lid van de meerderheid van de uittredende
regering. Op 26 oktober heeft de regering nochtans zelf beslist dat er
een onderzoek moet worden gevoerd naar mogelijke misbruiken bij
banken en bedrijven. Daarmee heb ik voor het grootste deel al bereikt
wat ik wou bereiken.
Voor het onderzoek naar de misbruiken zijn er twee pistes.
De eerste piste zal ik niet ontwikkelen, want de heer Coëme zal
daarover nog spreken. Het gaat over de gebruikmaking van de
artikelen 43, 44 en 49 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen.
De tweede piste, die ik al had ontwikkeld in mijn vraag enkele weken
geleden, gaat over de gedragscode die werd afgesloten met de
financiële sector. Ik heb het eens opgezocht. Op 28 maart 2006 gaf
de minister in antwoord op een vraag van collega Tommelein het
volgende mee. De minister van Financiën antwoordt: "Bovendien heb
ik de eer u op de hoogte te brengen van het feit dat wij momenteel
met de financiële sector een gedragscode aan het bespreken zijn
waarin zij zich terughoudend zal opstellen ten aanzien van de
12.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit):
Lorsque,
voici
quelques mois, j'ai osé mettre en
question la déduction des intérêts
notionnels parce que je craignais
des abus, j'ai presque été cloué au
pilori. Aujourd'hui, toutefois, ma
démarche
reçoit
un
appui
grandissant ­ même du magazine
Trends ­ et le gouvernement a
décidé, le 9 octobre 2007, de
lancer
une
enquête
sur
d'éventuels abus commis par des
banques et des entreprises.
Le 28 mars 2006, le ministre
indiquait en réponse à une
question de M. Tommelein que la
question d'un code de bonne
conduite était discutée avec le
secteur financier. Celui-ci se
montrerait réticent en ce qui
concerne
l'octroi
de
crédits
sollicités dans le cadre d'éventuels
abus. Ces discussions sont-elles
terminées et un code de bonne
conduite a-t-il été élaboré? Celui-ci
a-t-il été rendu public et où puis-je
le consulter? À quelles sanctions
s'exposent
ceux
qui
ne
respecteraient
pas
leurs
engagements?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
toekenning van kredieten, aangevraagd in het kader van mogelijke
misbruiken." Dat antwoord werd gegeven in antwoord op een vraag
over de notionele intrest.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Zijn de gesprekken met de financiële sector afgerond? Zo ja, wanneer
werden ze afgerond?
Hebben die gesprekken geleid tot een gedragscode?
Is die gedragscode openbaar gemaakt? Waar kan ik die gedragscode
raadplegen?
Is er in de afspraken iets voorzien van sancties ten aanzien van
gebruikers van de notionele intrestaftrek die zouden ingaan tegen
hetgeen in die gedragscode is afgesproken?
12.02 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, sinds de vorige vragen die in de
commissie zijn gesteld over de notionele intrestaftrek is er heel wat
aandacht daarvoor geweest in de pers en zijn er ook heel wat andere
bronnen naar voren gekomen die de verhalen bevestigen. Vandaar
dat ik toch een aantal bijkomende vragen wilde stellen aan de
minister.
De basis voor de berekening van de aftrek van het risicokapitaal
bekomt men door een aantal correcties toe te passen op het
boekhoudkundig eigen vermogen. Dat is geregeld bij artikel 205ter
van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Wat specifiek de
financiële instellingen betreft, wordt het eigen vermogen dat in
aanmerking wordt genomen voor de aftrek, verminderd door de
financiële
vaste
activa
die
zij
bezitten.
Banken
en
verzekeringsmaatschappijen zijn immers dag in dag uit bezig met het
herbeleggen van gelden en premies van hun klanten.
Om die beperkingen te omzeilen maken financiële instellingen gebruik
van
een
achterpoortje
waarin
voorzien
is
voor
beleggingsvennootschappen, die krachtens artikel 205octies niet
onder de toepassing van artikel 205ter vallen. Het volstaat dan
inderdaad de financiële vaste activa onder te brengen in een aparte
vennootschap die het beheren van een beleggingsportefeuille als
statutair doel heeft.
Wij hebben ook vastgesteld dat de rulingcommissie die fiscale
constructie onlangs zelfs heeft goedgekeurd in een voorafgaande
beslissing. Nochtans ­ en daar sluit ik aan bij collega Van der Maelen
­ ondertekenden de banken vorig jaar die gedragscode waarin zij
beloofden zeer behoedzaam om te gaan met de notionele
intrestaftrek. Zij zouden voor zichzelf of voor hun cliënten geen fiscale
constructies opzetten louter voor fiscale voordelen.
Vandaar dat ik een aantal concrete vragen heb.
Ten eerste, klopt het, mijnheer de staatssecretaris, dat u de oprichting
van een beleggingsvennootschap om fiscale voordelen te creëren
hebt goedgekeurd? Zo ja, kunt u uw standpunt toelichten aan de
hand, onder meer, van het eerder vermelde artikel 343 van het
12.02 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): La base du calcul
de la déduction pour capital à
risque s'obtient en appliquant aux
avoirs comptables propres des
correctifs énumérés à l'article
205ter du CIR 1992. Les capitaux
propres des institutions financières
pouvant donner lieu à la déduction
d'intérêts
notionnels
sont
fortement
réduits
par
les
immobilisations financières. Pour
tourner cette contrainte, ces
institutions
recourent
à
un
mécanisme utilisé par les sociétés
d'investissement et qui consiste à
placer
les
immobilisations
financières dans une société
distincte qui a pour objet social la
gestion
d'un
portefeuille
d'investissement. La commission
de ruling a récemment approuvé
cette construction fiscale dans une
décision anticipée. Les banques
ont pourtant signé l'an passé un
code de conduite par lequel elles
s'interdisent de recourir à des
constructions fiscales dans le seul
but de se ménager un avantage
fiscal.
Le ministre a-t-il approuvé la
création
de
ces
sociétés
d'investissement?
Dans
l'affirmative, comment concilie-t-il
cette décision avec l'article 344 § 1
du CIR 1992? Dans la négative,
quelles mesures prendra-t-il pour
s'attaquer à ces constructions?
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Wetboek van de Inkomstenbelastingen? Zo nee, wat zult u doen om
die constructies aan te vechten?
Ten tweede, wanneer de voornoemde constructie wordt opgezet door
banken, is die constructie dan verenigbaar met de gedragscode die zij
hebben ondertekend? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten aan de
hand van artikel 343 van het WIB? Zo nee, zult u de toepassing van
de gedragscode aan de banken opleggen?
Ten derde, is de voornoemde voorafgaande beslissing wel
verenigbaar met de gedragscode die door de banken werd
ondertekend en met artikel 344 van het WIB? Is het nog mogelijk de
banken te verplichten de gedragscode na te leven, gelet op de
voorafgaande beslissing? Is de fiscale administratie gebonden door
een voorafgaande beslissing wanneer die strijdig is met de fiscale
wetgeving?
Voor het overige zal ik het kort houden, mijnheer de voorzitter.
Eigenlijk wou ik deze vraag richten tot minister Reynders omdat ik
hem wou ondervragen over uitspraken die u zelf hebt gedaan op 25
oktober jongstleden. U hebt onder meer het volgende gezegd: "Het
begrip `misbruik' wordt al te snel gebruikt. Als een bedrijf binnen de
wettelijke grenzen gebruikmaakt van de notionele intrestaftrek om
minder belastingen te betalen, beschouw ik dat niet als misbruik. Voor
sommigen is dat wel het geval, maar voor mij niet". Dit stond in het
interview in De Tijd.
Mijnheer de minister, u moet er niet uitgebreid op antwoorden, maar
zou u de oorspronkelijke doelstellingen van de belastingaftrek voor
risicokapitaal zoals opgenomen in het wetsontwerp, kunnen
toelichten? Dit geldt vooral voor de volgende vraag. Vindt u dat die
dubbeldipconstructies overeenstemmen met de oorspronkelijke
doelstellingen? Zo ja, wat zijn de economische en financiële redenen
waarop u steunt? Dat waren toch belangrijke criteria die aan bod zijn
gekomen. Zo nee, wat zult u dan doen om deze dubbeldipconstructies
aan te vechten?
Deelt minister Reynders vervolgens uw mening over het creatief
gebruik van de notionele intrestaftrek? Zo ja, op welke gronden? Zo
nee, zal het creatief gebruik dan echt worden aangepakt? Tot slot,
hoe verenigt minister Reynders uw uitspraken met artikel 344 van het
Wetboek van Inkomstenbelasting?
Ces constructions mises en place
par
des
banques
sont-elles
compatibles avec le code de
conduite signé par ces dernières
et avec l'article de loi précité? Le
ministre
va-t-il
imposer
aux
banques le respect du code de
conduite?
La décision anticipée de la
commission de ruling est-elle
compatible avec le code de bonne
conduite signé par les banques et
avec l'article 344, § 1er du CIR
1992? Est-il encore possible, au
vu de cette décision anticipée, de
contraindre
les
banques
à
respecter ce code de bonne
conduite? L'administration fiscale
est-elle liée par une décision
anticipée lorsque celle-ci est
contraire à la législation fiscale?
Je souhaiterais interroger le
ministre Reynders à propos des
déclarations du ministre Jamar,
parues dans De Tijd du 25 octobre
2007, selon lesquelles l'utilisation
par une entreprise de la déduction
des intérêts notionnels dans les
limites légales dans le but de
payer moins d'impôts ne peut être
considérée comme un abus. Le
ministre peut-il nous expliquer les
objectifs initiaux de la déduction
des intérêts notionnels et le
double-dip est-il conforme à ces
objectifs? Dans l'affirmative, pour
quelles raisons économiques et
financières? Dans la négative,
comment ces montages seront-ils
attaqués?
Les deux ministres partagent-ils le
même point de vue en ce qui
concerne l'utilisation créative de la
déduction des intérêts notionnels?
Dans
l'affirmative,
pourquoi?
Comment
cette
"utilisation
créative" sera-t-elle combattue?
En quoi les propos relayés dans
De Tijd sont-ils compatibles avec
l'article 344 § 1er du CIR 1992?
12.03 Guy Coëme (PS): De manière synthétique et additionnelle, je
voudrais dire ce qui suit. Alors que le contrôle budgétaire pouvait
donner une croissance de l'ordre de 14%, les dernières prévisions de
croissance évoquent plutôt 5% aujourd'hui. De nombreux analystes
12.03 Guy Coëme (PS): Terwijl
de begrotingscontrole een groei
van ongeveer veertien procent zou
kunnen opleveren, maken de
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
mettent en relation cette croissance faible avec un coût plus élevé
que prévu de la mesure relative aux intérêts notionnels. Même le
service d'Études et de Documentation des Finances a pris cette
explication à son compte dans sa note relative à l'évolution des
recettes fiscales des sept premiers mois de cette année.
Plus grave: des constructions abusives semblent voir le jour dans le
seul but de bénéficier de cette mesure, détournant ainsi l'objectif
poursuivi par cette même mesure, c'est-à-dire mettre fonds propres et
moyens financiers empruntés sur un même pied fiscal. Ainsi, le 20
octobre, le journal "De Morgen" écrivait que des kits "intérêts
notionnels" étaient proposés aux PME par certains consultants au prix
de 40.000 euros.
Ce même journal faisait plus particulièrement allusion à la technique
dite du "double dip" que l'on peut résumer comme suit: une société A
emprunte un million d'euros et déduit logiquement de son bénéfice les
intérêts d'emprunt; cette société apporte ce million au capital d'une
société B qui bénéficie pour cette même somme de la déduction pour
intérêts notionnels. La même somme donne donc lieu à deux
déductions fiscales, ce qui n'était manifestement pas le but de la
mesure. À noter que dans cet exemple, si la société B avait
directement emprunté la somme, elle aurait évidemment bénéficié
uniquement de la déduction d'intérêts.
Contrairement à ce que certains ont annoncé, lorsque les deux
sociétés sont belges, cette technique n'aurait jamais fait l'objet d'une
approbation par le service des Décisions anticipées. Un fiscaliste
aussi pointu que M
e
Haelterman, sollicité à de nombreuses reprises
par le cabinet des Finances, estime que cela ne cadre pas avec
l'esprit de la loi, et c'est bien notre avis également.
Ceci m'amène à vous poser cinq questions très précises.
- Avez-vous, monsieur le ministre, des informations sur l'existence
d'éventuels montages permettant de déduire abusivement des
intérêts notionnels?
- Quelles sont, dans l'état actuel de la législation, les dispositions anti-
abus qui pourraient utilement permettre de contrer de tels montages?
- Quelles instructions avez-vous données à votre administration pour
contrôler de manière efficace l'usage normal, non abusif des
déductions pour intérêts notionnels et pour recourir aux dispositions
légales existantes pour contrer les abus?
- Quelles adaptations légales pensez-vous pouvoir proposer pour
éviter de telles constructions abusives?
- Quel est l'impact budgétaire actuel des intérêts notionnels?
laatste ramingen eerder gewag
van vijf procent. Tal van analisten
brengen die zwakke groei in
verband met de hoger uitvallende
kostprijs van de maatregel inzake
de
notionele
interestaftrek.
Bovendien worden er blijkbaar
frauduleuze
constructies
uitgedokterd
louter
om
die
maatregel te kunnen genieten,
waardoor aan de oorspronkelijke
doelstelling voorbij wordt gegaan.
Bent u op de hoogte van het
bestaan
van
eventuele
constructies
waarmee
men
onterecht notionele interesten kan
aftrekken? Met welke bepalingen
kan
men
die
constructies
tegengaan? Welke richtlijnen hebt
u uw administratie gegeven om
doeltreffend
op
de
normale
toepassing van de notionele
interestaftrek toe te zien? Welke
wetswijzigingen denkt u te kunnen
voorstellen om het ontstaan van
dergelijke
constructies
te
voorkomen? Welke budgettaire
impact heeft de notionele interest
momenteel?
Le président: Chers collègues, jusqu'à présent, le temps de parole a été plus ou moins respecté!
12.04 Minister Hervé Jamar: In de eerste plaats wens ik te verwijzen
naar het antwoord dat ik op 11 oktober 2007 heb gegeven op de
samengevoegde vragen van de heren Dirk Van der Maelen, Hagen
Goyvaerts, Carl Devlies en Stefaan Van Hecke.
12.04 Hervé Jamar, ministre: Je
renvoie aux réponses que j'ai
fournies en octobre aux questions
s
45, 64, 65, 71, 79 et 86.
C'est un sujet qui intéresse beaucoup. De fait, trois questions sur le
même sujet seront encore posées lors de la prochaine commission;
ceci, au milieu d'une année où rien ne peut encore être globalisé ou
quantifié définitivement. Je tiens à le préciser.
Hoewel dit een uiterst interessant
onderwerp is, mag men niet
vergeten dat we volop in een jaar
zitten waarin nog niets definitiefs
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
kan worden becijferd.
De doelstellingen van de aftrek voor risicokapitaal zijn uitgebreid aan
bod gekomen in de memorie van toelichting en de bespreking van het
wetsontwerp tot invoering van een belastingaftrek voor risicokapitaal.
Ik meen dan ook te kunnen verwijzen naar de documenten ter zake,
onder andere het document DOC 51 1778/001.
Zoals ik reeds meermaals heb herhaald, bevat de fiscale wetgeving,
naast de algemene ook specifieke antimisbruikbepalingen inzake het
regime van de aftrek voor risicokapitaal.
Wat specifiek uw vragen betreft, mijnheer Van der Maelen, kan ik
meedelen dat er inderdaad gesprekken zijn geweest tussen het
kabinet van de minister van Financiën en de sectorfederatie van de
banken. Een formele gedragscode was niet vereist, gelet op de door
de sector zelf genomen initiatieven en de communicatie hieromtrent.
De sectorfederatie bevestigt mij dat hiertoe een formeel rondschrijven
werd gericht aan haar leden-banken. De banken hebben immers in
juni 2006, op verzoek van minister Reynders, spontaan sectoraal
aanvaard om een behoedzame houding inzake de notionele
interestaftrek aan de dag te leggen. Hij werd daarvan in kennis
gesteld.
In het kort komt het erop neer dat zij zich behoedzaam zullen
opstellen, hun medewerking enkel zullen verlenen aan fiscaal
aanvaardbare en bedrijfseconomisch onderbouwde dossiers, dezelfde
principes zullen respecteren wanneer het erover gaat informatie te
geven over en/of promotie te maken voor het stelsel van de notionele
interestaftrek en met die benadering rekening zullen houden in hun
integriteitsbeleid.
Over het mogelijk oneigenlijk gebruik van de maatregel breng ik mijn
antwoord van 11 oktober in herinnering, waarin ik heb meegedeeld
dat ik opdracht heb gegeven aan de fiscus om de nodige gegevens te
verzamelen.
Wat uw vragen betreft, mijnheer Van Hecke, kan ik u het volgende
meedelen. In antwoord op een mondelinge vraag van de heer Devlies
van 7 maart 2006 deelde ik reeds mee dat het nagaan of
bestanddelen als beleggingen worden aangehouden, en dus al dan
niet in mindering gebracht dienen te worden van het risicokapitaal,
geval per geval dient te gebeuren.
De beoordeling geval per geval laat dus niet toe om algemene
uitspraken over het al dan niet toepassen van artikel 344, §1, WIB
1992 te formuleren.
Artikel 23, tweede lid, vierde punt van de wet van 24 december 2002
tot
wijziging
van
de
vennootschapsregeling
inzake
inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van
voorafgaande beslissingen in fiscale zaken bepaalt uitdrukkelijk dat
een voorafgaande beslissing de FOD Financiën bindt, behalve indien
blijkt dat de voorafgaande beslissing niet in overeenstemming is met
de bepalingen van de verdragen van het gemeenschapsrecht of van
het intern recht. Of een voorafgaande beslissing in overeenstemming
is met het intern recht, dient ook geval per geval te worden
beoordeeld.
Les objectifs de la déduction du
capital à risque ont déjà été
exposés en long et en large, et je
vous renvoie donc aux documents
y relatifs.
La législation fiscale actuelle
comporte
des
garanties
suffisantes en ce qui concerne la
lutte contre toutes les pratiques
consistant à abuser de la
déduction de capital à risque et
notamment les montages "double
dip".
Le cabinet du ministre des
Finances
et
la
fédération
sectorielle des banques se sont
rencontrés à plusieurs reprises.
Les initiatives et la façon dont le
secteur lui-même a communiqué à
ce sujet ont rendu superflue la
rédaction d'un code de conduite
formalisé. La fédération sectorielle
a adressé à cette fin une circulaire
officielle aux banques qui en sont
membres.
Le secteur bancaire a accepté
spontanément de prêter son
concours mais seulement dans
des
dossiers
fiscalement
acceptables et dans des dossiers
reposant sur des assises micro-
économiques solides. Le secteur
fera
montre
de
la
même
circonspection lorsqu'il fournira
des informations ou procédera à
des actions promotionnelles.
J'ai chargé le fisc de collecter les
informations
nécessaires
concernant l'usage impropre de la
mesure.
Il faut examiner au cas par cas si
certains éléments doivent être
considérés ou non comme des
placements et s'ils doivent, oui ou
non, être déduits du capital à
risque.
Toute décision anticipée lie le SPF
Finances, sauf si cette décision
n'est pas conforme au prescrit des
traités, du droit communautaire ou
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Wat de budgettaire impact van de maatregel betreft, kan ik het
volgende zeggen. Bij de begrotingsopmaak voor het jaar 2006 is
steeds een budgettaire impact van 506 miljoen euro naar voren
geschoven als kostprijs van de aftrek voor risicokapitaal. Ik refereer
aan het wetsontwerp tot invoering van de belastingaftrek voor
risicokapitaal van 31 mei 2005. Niettegenstaande de impact op het
jaar 2006 zijn de voorafbetalingen gerealiseerd door de
vennootschappen in 2006 nog met 7,44% toegenomen. De
geactualiseerde raming inzake de bovenvermelde kostprijs van een
belastingaftrek voor risicokapitaal kan echter pas worden doorgevoerd
vanaf het moment dat een groot deel van de vennootschapsbelasting
voor het aanslagjaar 2007 is ingekohierd. Pas dan kan een efficiënte
simulatie worden gemaakt, teneinde de impact van de notionele
intrestaftrek te bepalen, alsook de concentratie ervan per bedrijfstak.
Dat is het antwoord op de mondelinge vraag nr. 71 van de heer
Devlies op 9 oktober 2007.
du droit interne. La présence ou
l'absence de cette conformité ne
peut, elle aussi, être examinée
qu'au cas par cas.
Lors de la confection du budget
2006, l'on avait tablé sur une
incidence budgétaire de 506
millions d'euros pour la déduction
de capital à risque. Malgré
l'incidence sur l'année 2006, les
versements anticipés effectués
par les sociétés ont augmenté de
7,44 % en 2006. Toutefois, une
véritable estimation du coût de
cette déduction ne pourra être
réalisée qu'à partir du moment où
une part plus importante de l'impôt
des sociétés relatif à l'exercice
2007 aura été enrôlée. Alors
seulement, une estimation par
branche d'activités pourra être
faite.
Je veux aussi ajouter que nous ne sommes pas le 31 décembre 2007
ni le 1
er
janvier 2008. Nous ne connaissons pas la 4
ème
tranche des
versements anticipés. J'ai l'impression que l'on fait subitement
beaucoup de prophéties sur cette politique. D'ailleurs ce sujet est
d'actualité et a intéressé certains commentateurs, chroniqueurs, etc.
Comme on l'a déjà dit lors de la précédente commission, on peut citer
telle presse ou telle autre, les avis ne sont pas toujours les mêmes ­
heureusement nous sommes en démocratie ­ mais ce serait un très
mauvais signal que de remette en cause d'une manière ou d'une
autre la politique des intérêts notionnels.
Cette politique a été votée et M. Van der Maelen disait d'elle qu'il
s'agissait d'une bonne décision si elle était bien appliquée.
Vandaag zijn we nog niet 31
december 2007 of 1 januari 2008
en bijgevolg hebben we nog geen
zicht op de vierde schijf van de
voorafbetalingen. Het is een
actueel
onderwerp
dat
de
commentatoren interesseert, maar
door het beleid van de notionele
interesten op de helling te zetten
zouden we een zeer slecht signaal
geven. Dat beleid werd in het
Parlement
goedgekeurd
en
volgens de heer Van der Maelen
was het een goede beslissing als
ze goed werd toegepast.
12.05 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Vous avez vous-même
parlé d'une "bonne" loi la fois passée. Je vous ai corrigé et ai dit que
c'était une loi et qu'il fallait la respecter. Je n'ai jamais dit qu'elle était
bonne.
12.05 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Ik heb gezegd dat
men de wet moest naleven, niet
dat de wet goed was.
12.06 Hervé Jamar, ministre: Pourtant vous l'avez votée. Vous
n'avez tout de même pas voté une mauvaise loi, auquel cas je ne
comprends pas.
12.06 Minister Hervé Jamar:
Maar
u
heeft
die
mee
goedgekeurd. Zo slecht is ze dan
ook niet!
12.07 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Il faut respecter même les
mauvaises lois.
12.07 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): We hebben het niet
over de kwaliteit van de wet, maar
over de bestrijding van de
misbruiken.
12.08 Hervé Jamar, ministre: Mais vous l'avez votée.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
12.09 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Oui.
12.10 Hervé Jamar, ministre: Vous n'avez donc pas voté pour une
mauvaise loi.
12.11 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Je vous rappelle que nous
ne sommes pas en train de discuter de la qualité de la loi et de son
contenu mais de ce que nous devons faire pour contrer les abus.
C'est de là que nous sommes partis.
12.11 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): We hebben het niet
over de kwaliteit van de wet, maar
over de bestrijding van de
misbruiken.
12.12 Hervé Jamar, ministre: Tout à fait.
Pour ma part, je pars de la base en disant que la loi a été votée. S'il y
a abus, il faut réagir comme pour toutes les autres lois fiscales. On
semble découvrir qu'il y aurait potentiellement des fraudeurs en
Belgique. Sachez qu'il n'y a pas que pour les intérêts notionnels que
les fraudes existent, pour d'autres lois aussi! Et comme pour les
autres infractions en matière de fraude, nos services doivent être sur
le terrain et appliquer les redressements et les sanctions qui
s'imposent.
À la suite de la dernière commission, nous avons adressé à
l'ensemble de nos services un condensé de ce qui avait été discuté ici
en leur demandant de me retourner, dans des délais raisonnables, un
résumé de la situation en fonction des contacts sur le terrain et de ce
qui s'y passe réellement.
Je rappelle que cette question date d'il y a 3 semaines. J'attends le
retour de mes services. Nous prendrons toutes les mesures
adéquates si besoin en est.
Enfin, je rappelle ­ on y a fait allusion ­ que l'article 344, §1 est
général et vise la problématique de la qualification juridique pour le
contrevenant ou pour le fraudeur. Cet article suffit par lui-même ­
oserais-je dire ­ à celui qui contrôle pour relever l'infraction.
Il y a aussi toutes les dispositions spécifiques des articles 205bis et
suivants qui organisent les intérêts notionnels. Là aussi, il y a matière
à utilisation pour relever ce qui pourrait éventuellement ­ je reste
prudent ­ être un abus ou une infraction à la loi fiscale. C'est la
première année où nous pourrons faire des constatations.
Monsieur Coëme, attendons le 31 décembre 2007 et voyons ce qu'il
en est! Attendons la quatrième tranche des versements anticipés. Il
ne faut pas tirer trop vite des conclusions en la matière. Début de
l'année prochaine, nous saurons exactement ce qu'il en sera.
12.12 Minister Hervé Jamar: De
wet werd aangenomen. Als er
misbruiken zijn, moet we optreden
zoals dat het geval is voor de
andere fiscale wetten. Fraude
beperkt zich niet tot de notionele
interesten! En zoals voor andere
inbreuken moeten onze diensten
een oogje in het zeil houden en de
nodige sancties opleggen.
Na
de
jongste
commissievergadering hebben we
onze diensten een samenvatting
van de besprekingen bezorgd en
hun gevraagd een overzicht te
geven van de toestand zoals die
zich in de praktijk voordoet. Zo
nodig zullen we de gepaste
maatregelen treffen.
Artikel 344, § 1, is algemeen van
strekking en betreft de juridische
kwalificatie voor de overtreder of
de fraudeur. Aan de hand van dat
artikel kan de controleur de
inbreuk vaststellen. Daarnaast
bevatten de artikelen 205bis en
volgende specifieke bepalingen tot
regeling
van
de
notionele
interesten.
Dat is het eerste jaar waarin we tot
bepaalde vaststellingen zullen
kunnen komen.
Laten we afwachten tot 31
december 2007 en de vierde schijf
van de voorafbetalingen! Begin
volgend jaar zullen we een
duidelijk zicht op de toestand
hebben.
12.13 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik
heb de staatssecretaris horen zeggen dat er geen gedragscode is,
maar een rondzendbrief van de sector. Mijn vraag is dan of het
ministerie van Financiën over die rondzendbrief beschikt, en of ik die
12.13 Dirk Van der Maelen
(sp.a-spirit): Puis-je consulter la
circulaire du secteur, qui remplace
en fait le code de bonne conduite?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
kan inkijken? Dat is een eerste vraag.
Een tweede vraag is of het ministerie van Financiën een toezicht op
de naleving organiseert? Zo neen, tot wat dienen dergelijke afspraken
met de financiële sector anders? In de Kamer is gezegd geweest dat
er een gedragscode zou komen. U hebt hier gezegd dat er geen
gedragscode is, maar een rondzendbrief van de financiële sector. Ik
vind het redelijk verbijsterend dat men met sectoren afspraken maakt
over het naleven van de fiscale wetgeving. Dit lijkt mij een precedent.
Een derde vraag waarop ik nog geen antwoord heb gekregen, als het
ministerie van Financiën over die rondzendbrief beschikt en, ik neem
aan, ook toezicht op die naleving heeft, welke middelen heeft ze dan
om de naleving van die gedragscode af te dwingen? Wat zijn de
sancties?
Ik maak even een vergelijking, hoewel ik weet dat twee vergelijkingen
nooit opgaan. Wij hebben een sociale wetgeving waarin onder meer
in uitkeringen aan werklozen is voorzien. Gaan wij een of andere
organisatie een rondschrijven laten richten aan werklozen, waarbij die
werklozen zich engageren om bijvoorbeeld geen sociale fraude te
plegen en geen zwartwerk te doen. Wordt dat niet geïnspecteerd? De
financiële sector wordt precies behandeld als een staat in de Staat die
recht heeft op eigen regels. Ik heb mijn twijfels of wordt toegekeken
op de naleving van de regels die tussen het ministerie van Financiën
en de financiële sector werden afgesproken en of men erop staat dat
de afspraken worden nageleefd. Ik ben daarvan alsnog niet overtuigd.
Daarom vraag ik u of ik dat rondschrijven kan inzien en of u mij kunt
verduidelijken hoe het ministerie van Financiën daarop gaat
toekijken?
Le secteur vérifie-t-il si ce code est
respecté? Dans la négative, quel
en est le sens?
Que l'on conclue des accords
avec les secteurs à propos du
respect de la réglementation
fiscale, est effarant. Il s'agit d'une
« première », me semble-t-il.
De quels instruments le SPF
Finances dispose-t-il pour imposer
le respect de ce code de conduite
de remplacement? Quelles sont
les sanctions?
Le secteur financier est traité
comme un État dans l'État, qui a le
droit de disposer de règles qui lui
sont propres. Je ne suis pas
convaincu de la valeur des
accords conclus entre le secteur et
le gouvernement.
12.14 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik
ben ook ontgoocheld over het antwoord van de staatssecretaris. Het
is heel bizar. Toen wij hierover drie of vier weken geleden
discussieerden, hebt u telkens verwezen naar de gedragscode met de
banken. Vandaag blijkt die niet te bestaan. Ik vind dat een bizarre
evolutie.
U hebt ook niet alle vragen beantwoord die ik heb gesteld. U spreekt
zich niet uit over de constructies van double dip, die goed gekend zijn.
U zegt niet of dit nu overeenstemt met de wetgeving of niet. Ik denk
dat u toch moet kunnen zeggen of dat inderdaad past in de
oorspronkelijke doelstelling van de wet, en of dit om
bedrijfseconomische redenen verantwoord is.
U spreekt zich niet over die vraag uit. U schuift de problematiek voor u
uit. Eigenlijk geeft u het signaal dat bedrijven en banken kunnen
voortdoen zoals zij vandaag bezig zijn.
Wij gaven vorige keer ook het voorbeeld van Electrabel en hoe dat
bedrijf met dergelijke constructies tot 30 miljoen euro kon besparen.
Electrabel slaagde daarin, enkel en alleen door, zonder enige
investering, wat constructies op te zetten. Dat kan niet de bedoeling
van de wetgeving zijn.
U antwoordt dat wij tot 31 december 2007 zullen moeten wachten. Als
wij op dat moment de wet nog moeten wijzigen, is het al 2008.
Wanneer zullen eventuele wijzigingen in dat geval kunnen gebeuren?
12.14 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Cette réponse
nous déçoit. Le ministre a
mentionné préalablement le code
de bonne conduite des banques,
mais je n'en entends plus parler à
présent. Les montages de double
déduction sont-ils conformes à
l'esprit de la loi?
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Wij zullen in dat geval een paar maanden of een paar jaar verder zijn,
voordat wij een aantal correcties hebben kunnen aanbrengen.
Ondertussen zullen de bewuste constructies de Belgische Staat heel
wat geld kosten.
12.15 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, je voudrais attirer
l'attention du ministre sur le fait que c'est son propre service d'études
qui tire la sonnette d'alarme et qui souligne à quel point l'application
actuelle des intérêts notionnels peut avoir un impact sur les recettes.
Par ailleurs, je crains que l'on ne puisse établir un parallèle entre
l'application abusive des intérêts notionnels avec, notamment, la QFIE
bien connue et avec une loi que vous et moi avons connue, il y a,
hélas, bien longtemps. Il s'agissait d'un arrêté de pouvoirs spéciaux
créant les centres de coordination. On n'a cessé de dénoncer
l'hémorragie que cela allait représenter pour le Trésor public. Trois
modifications législatives ont été nécessaires à l'époque pour en
arriver à ce que cette loi devienne enfin une bonne loi que nous
pouvions approuver.
Pour le reste, monsieur le président, monsieur le ministre, nous
attendrons la Saint-Sylvestre!
12.15 Guy Coëme (PS): Ik vestig
de aandacht van de minister erop
dat het zijn eigen studiedienst is
die aan de alarmbel trekt wat de
impact op de ontvangsten van het
huidig gebruik van de notionele
interest betreft.
Ik vrees dat we een parallel
kunnen
trekken
tussen
het
oneigenlijk
gebruik
van
de
notionele interest en de invoering,
die
wij
ons
nog
allemaal
herinneren, van het forfaitair
gedeelte
van
buitenlandse
belasting: indertijd waren drie
wetswijzigingen nodig om van
deze wet uiteindelijk een goede
wet te maken.
Voor het overige is het wachten op
oudejaarsnacht!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Roel Deseyn aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
aftrek van onderhoudsgelden" (nr. 259)
13 Question de M. Roel Deseyn au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la déduction
des pensions alimentaires" (n° 259)b>
13.01 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, nu fiscaal co-ouderschap werd geïnstalleerd, ook voor
mensen met een gelijkmatige huisvestingsregeling voor de kinderen,
is er toch een aantal vragen waarmee mensen worstelen en waarmee
blijkbaar ook de rechtspraak worstelt.
Naar aanleiding van de gelijke verdeling van de huisvesting van het
kind rijzen enkele vragen met betrekking tot de aftrekbaarheid van de
onderhoudsuitkeringen. Voor de aftrek van onderhoudsgelden is
onder meer vereist dat de uitkeringsgerechtigde geen deel uitmaakt
van het gezin van de persoon die de uitkering verschuldigd is. De
beoordeling daarvan gebeurt dan op het tijdstip van de betaling van
de onderhoudsuitkeringen en niet op 1 januari van het aanslagjaar,
zoals het geval is om als ten laste van de belastingplichtige te worden
beschouwd.
Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie wordt het gezin
gedefinieerd als een feitelijke situatie die wordt gekenmerkt door
bestendig
samenleven
en
samenwonen,
zonder
tijdelijke
onderbrekingen uit te sluiten. Nu rijst de niet onbelangrijke vraag of de
kinderen die beurtelings in een stelsel van gelijkmatige, zeg maar:
alternerende, verdeling van de huisvesting niet worden geacht
13.01 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): L'article 279 de la loi-
programme du 27 décembre 2006
a également introduit au niveau
fiscal la co-parenté dans le cadre
d'un
régime
d'hébergement
égalitaire. Dans le cadre de la
répartition
égalitaire
de
l'hébergement
de
l'enfant,
certaines questions se posent
cependant à propos de la
déduction
des
pensions
alimentaires. Le bénéficiaire ne
peut normalement pas faire partie
du ménage de la personne qui doit
verser l'allocation. La question se
pose de savoir comment il faut
interpréter cette mesure pour les
enfants qui sont élevés dans un
régime d'hébergement égalitaire et
alterné. Le débiteur d'aliments
peut-il, en l'occurrence, opter en
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
voortdurend deel uit te maken van het gezin van de vader en van de
moeder, ook voor de alternerende perioden waarin zij bij de andere
partner verblijven. Feitelijk zijn de onderhoudsgelden echter bedoeld
voor de perioden waarin de kinderen deel uitmaken van het gezin niet
van de onderhoudsplichtige, maar wel van de andere ouder. In dit
verband heb ik enkele vragen.
Ten eerste, is de minister het met mij eens dat de
onderhoudsplichtige kan opteren voor de aftrek van de
onderhoudsgelden bij een gelijkmatige verblijfsregeling, met verlies
natuurlijk van de verdeling in zijn voordeel van de verhoging van de
belastingvrije som wegens kinderlast?
Ten tweede, de vraag rijst tevens wat de administratie zal doen met
betrekking tot de te verdelen toeslagen op de belastingvrije som bij de
ene belastingplichtige, wanneer zij vaststelt dat de andere ouder
onderhoudsuitkeringen terecht aftrekt voor het kind. De vraag is: zal
de ene ouder dan automatisch de volledige toeslagen ontvangen?
Ten derde, een heel belangrijk issue. We zien dat de rechtspraak
verdeeld is inzake de aftrek van uitgaven gedaan tijdens het
omgangsrecht met het kind. Sommige rechtbanken aanvaarden de
aftrek van deze uitgaven, andere weer niet. Wat is het ministeriële
standpunt met betrekking tot de uitgaven die een ouder naar
aanleiding van zijn omgangsrecht heeft betaald, bijvoorbeeld voor
buitenschoolse opvang? Zijn deze kosten aftrekbaar als
onderhoudsuitkering of sowieso aftrekbaar? Waar zijn die dan fiscaal
te declareren? Onder welke rubriek?
faveur de la déduction des
pensions alimentaires dans le
cadre d'un régime d'hébergement
égalitaire? Et si l'un des parents
déduit à juste titre les pensions
alimentaires pour l'enfant, l'autre
parent
recevra-t-il
automatiquement l'entièreté des
allocations? Dans la pratique, la
jurisprudence accepte la déduction
de ces dépenses dans certains
cas et la refuse dans d'autres. Le
ministre
estime-t-il
que
les
dépenses qu'un parent a payées
dans le cadre de son droit aux
relations personnelles devraient
être déductibles comme pension
alimentaire?
13.02 Minister Hervé Jamar: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Deseyn, een ouder die onderhoudsgeld betaalt in een regeling waarbij
de huisvesting van de kinderen gelijkmatig is verdeeld over beide
ouders en die meent dat het fiscaal interessanter is om de aftrek van
die onderhoudsuitkeringen te vragen, eerder dan de overdracht van
de helft van de toeslagen als bedoeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot
6° van WIB 92 waarop het kind recht heeft, mag die keuze maken.
Wanneer de formele voorwaarden voor de verdeling van die
toeslagen vervuld zijn, maar een van de ouders voor de betrokken
kinderen onderhoudsuitkeringen aftrekt als bedoeld in artikel 104, 1°
van bovenvermeld wetboek, bepaalt het zesde lid van artikel 132bis
van datzelfde wetboek dat dit artikel niet van toepassing is. Als de
andere ouder in zijn of haar aangifte desondanks de toepassing van
datzelfde artikel 132bis vraagt, is het wegens praktische redenen niet
mogelijk om hem of haar automatisch de volledige toeslagen op de
belastingvrije som voor die kinderen toe te kennen. Dat belet
laatstgenoemde ouder evenwel niet om zijn of haar recht op de
volledige toeslagen op de belastingvrije som voor de betrokken
kinderen te zijnen of te haren laste te vrijwaren door het indienen van
een administratief beroep.
De uitgaven die een ouder naar aanleiding van zijn omgangsrecht
heeft betaald, worden niet als onderhoudsuitkeringen aangemerkt.
Iedere ouder draagt namelijk dergelijke uitgaven voor zijn of haar
kinderen, ongeacht of die ouders al dan niet uit elkaar zijn.
Volledigheidshalve wil ik nog aanstippen dat de belastingplichtige, aan
wie bij toepassing van bovenvermeld artikel 132bis de helft van de
13.02 Hervé Jamar, ministre: Le
parent qui acquitte une pension
alimentaire dans le cadre d'un
hébergement égalitaire peut la
déduire s'il y trouve un avantage
fiscal. Lorsque la répartition des
suppléments
est
réglée
formellement mais qu'un des
parents
déduit
les
rentes
alimentaires comme prévu à
l'article 104 CIR 1992, cet article
n'est alors plus applicable, ainsi
que le prévoit l'article 132bis. Si
l'autre parent sollicite malgré tout
dans sa déclaration l'application
de l'article 132bis, il n'a pas
automatiquement
droit
à
l'intégralité des suppléments à la
quotité exemptée pour les enfants
concernés, même s'il conserve le
droit d'introduire un recours
administratif en la matière.
Les dépenses effectuées dans le
cadre du droit aux relations
personnelles
ne
sont
pas
considérées comme des rentes
alimentaires. Le contribuable peut
toutefois déduire les dépenses
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste als
bedoeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5° van datzelfde wetboek
wordt toegekend, de uitgaven voor buitenschoolse opvang die hij
vanaf het inkomstenjaar 2007, aanslagjaar 2008, heeft betaald, kan
aftrekken als uitgaven voor de oppas van een of meer kinderen als
bedoeld in de artikelen 104,7°, 113 en 114 van datzelfde wetboek,
voor zover aan de daarin geldende voorwaarden is voldaan.
effectuées
pour
l'accueil
extrascolaire à partir de l'année de
revenus 2007, à condition de
pouvoir prétendre à la moitié des
suppléments
à
la
quotité
exemptée, comme prévu à l'article
132bis, et pour autant qu'il
s'agisse de dépenses afférentes à
la garde des enfants.
13.03 Roel Deseyn (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik zal alle technische details nalezen. Het lijkt mij dat er
meer richting en duiding wordt gegeven. Het is echter nog steeds een
zware procedure voor de ouders, waarbij de uitputting van de rechten
een beetje wordt gehypothekeerd, zeker als de automatische
toekenning niet kan bekomen worden.
Het is ook voor de mensen bijzonder moeilijk om om te gaan met een
dergelijke gecompliceerde wetgeving. Het zou niet slecht zijn om
daaraan een specifieke brochure te wijden.
Ik verwijs nog even naar het arrest van de rechtbank van Leuven van
9 januari 2004 met betrekking tot die uitgaven tijdens het
omgangsrecht. Daar werd een gunstig vonnis verleend. Men stelde
dat ze in aanmerking komen voor fiscale aftrek. Dat is natuurlijk in
tegenstelling met de eerdere rechtspraak met betrekking tot dit
onderwerp. Gezien het precedentkarakter van bepaalde van uw
uitspraken van vandaag, zal ik dat nog eens nalezen.
13.03 Roel Deseyn (CD&V - N-
VA): J'examinerai scrupuleuse-
ment les détails techniques de la
réponse ministérielle. Pour les
parents, cette législation reste fort
complexe. Aussi serait-il opportun
d'y consacrer une brochure ad
hoc.
Le 9 janvier 2004, le tribunal de
Louvain a rendu un jugement
favorable
concernant
la
déductibilité
des
dépenses
pendant la période d'exercice du
droit d'entretenir des relations
personnelles avec les enfants, et
cela
contrairement
à
une
jurisprudence antérieure sur le
même
sujet.
J'aimerais
réexaminer tout cela à la lumière
des déclarations que le ministre a
faites aujourd'hui.
13.04 Minister Hervé Jamar: Dat is iets voor een volgende
programmawet.
13.04 Hervé Jamar, ministre: Il
s'agit là d'un point qui devra être
réglé dans une prochaine loi-
programme.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de Mme Muriel Gerkens au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la
dépréciation immobilière des habitations situées dans les périmètres 'seveso'" (n° 261)b>
14 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
waardevermindering van de woningen die binnen de veiligheidsperimeter van de zogenaamde
sevesobedrijven zijn gelegen" (nr. 261)
14.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, ces derniers temps, notre attention a été attirée
à plusieurs reprises par des incidents sur des sites d'entreprises
Seveso. Les populations se sont inquiétées des difficultés
d'information de la part des autorités communales. Ce contexte a
suscité de nombreuses rencontres et des interrogations des citoyens
et des responsables communaux. Il y a notamment le fait que des
habitations existantes, après qu'une entreprise ne s'installe ou ne
prenne de l'extension obtenant ainsi un statut Seveso, ne perdent de
leur valeur à la location ou à la vente car elles sont répertoriées dans
un site Seveso.
14.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): De inwoners die binnen
de veiligheidsperimeter rond de
Seveso-inrichtingen
wonen,
woonden daar meestal al voor die
ondernemingen zich er vestigden
of in elk geval voor de noodzaak
om Sevesomaatregelen uit te
vaardigen, duidelijk werd. De
waarde van hun woning zou wel
eens sterk kunnen dalen.
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Monsieur le ministre, lors de la vente d'une habitation, est-il obligatoire
de mentionner dans les actes notariés qu'elle se trouve dans une
zone Seveso? Je pense que c'est obligatoire mais pourriez-vous me
le confirmer?
Disposons-nous de données au sein du SPF Finances qui
permettraient d'évaluer la dévalorisation des habitations et les pertes
subies par les propriétaires? Si ce n'est pas le cas, quels outils
seraient nécessaires pour pouvoir l'évaluer?
Étant donné qu'il y a dévalorisation de leur bien, ces personnes ne
mériteraient-elles pas une certaine compensation, que ce soit sur le
plan du revenu cadastral ou via une autre mesure fiscale liée au bien?
Wanneer een onroerend goed in
een risicozone ligt, moet de
aanwezigheid van een Sevesosite
dan in de authentieke verkoopakte
worden vermeld?
Beschikt de FOD Financiën over
gegevens
waaruit
de
waardevermindering
van
de
betrokken woningen blijkt? Zo
neen, over welke instrumenten en
inlichtingen zou men daartoe
moeten beschikken?
Zou een eventueel waardeverlies
niet
moeten
worden
gecompenseerd?
14.02 Hervé Jamar, ministre: Madame Gerkens, la dépréciation
immobilière est effectivement une question importante.
La directive Seveso I a été transposée par la loi fédérale du
21 janvier 1987 et par les réglementations régionales. Il relève
clairement de la compétence des Régions de prendre ou non des
initiatives obligeant de mentionner la présence d'une entreprise
Seveso dans un acte authentique. À titre d'exemple, la Flandre exige
depuis 1996 de demander une attestation du sol pour le transfert d'un
bien.
Au SPF Finances, l'administration générale de la documentation
patrimoniale dispose de toutes les données essentielles concernant
les ventes de biens immobiliers, notamment l'identité des parties, les
prix, les conditions de vente et l'identification du bien.
Des modèles mathématiques pour le calcul de la valeur vénale des
maisons ou appartements ont été élaborés qui prennent aussi en
compte la situation du bien. Cette situation peut être complétée par la
proximité des facteurs positifs et négatifs comme des sites avec des
produits dangereux. Le traitement de ces données nécessitera un
système d'informations géographiques (SIG).
L'administration générale de la documentation patrimoniale travaille à
l'élaboration d'un cahier des charges pour l'attribution d'un système
d'informations géographiques pour le cadastre, qui sera appelé
CADSIGS pour englober tout le projet, qui constitue un des éléments
de base pour la mise sur pied d'un système d'informations
patrimoniales (PATRIS).
Tout cela peut paraître compliqué, mais reste simple à comprendre; la
mise sur pied technologique est nettement plus complexe.
La mise à jour de ces informations relatives au sol ou aux parcelles
sera effectuée de façon intégrée et en coopération avec les Régions
notamment. Le département Environnement, Nature, Énergie de
l'autorité flamande a contacté notre administration voilà peu pour
l'examen de la dépréciation immobilière des habitations résultant des
facteurs environnementaux.
14.02 Minister Hervé Jamar: Het
is aan de Gewesten om stappen te
doen om de aanwezigheid van een
Seveso-inrichting verplicht in een
authentieke
akte
te
doen
opnemen.
In
Vlaanderen,
bijvoorbeeld,
wordt
een
bodemattest geëist.
Bij de FOD Financiën beschikt de
Algemene Administratie van de
Patrimoniumdocumentatie (AAPD)
over alle essentiële gegevens met
betrekking tot de verkoop van
onroerende goederen. Er werden
mathematische modellen voor de
berekening van de verkoopwaarde
van de goederen uitgewerkt. De
AAPD werkt aan een geografisch
informatiesysteem
voor
het
kadaster (CADGIS), dat een
noodzakelijke voorwaarde is voor
de
totstandkoming
van
een
systeem
voor
patrimoniale
informatie.
Er bestaan nu al maatregelen om
rekening te houden met de
vermindering van de huurwaarde
van gebouwen, tussen twee
algemene perequaties van de
kadastrale inkomens in. Een
herziening is mogelijk indien het
verschil tussen het kadastraal
inkomen en de huurwaarde
minstens 15 procent bedraagt.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
Des mesures existent déjà qui permettent, entre deux péréquations
générales des revenus cadastraux, de tenir compte des diminutions
de valeur locative des immeubles bâtis et non bâtis. L'article 491 du
Code des impôts sur les revenus 1992 en particulier permet la
révision d'un revenu cadastral d'une parcelle bâtie lorsque, par suite
de circonstances nouvelles et permanentes créées notamment par le
fait de tiers, il est existe une différence d'au moins 15% entre le
revenu cadastral de la parcelle en question et la valeur locative
normale nette telle qu'elle aurait été établie si les circonstances
précitées avaient existé à l'époque où il a été établi.
Je vous donnerai la réponse écrite afin que vous disposiez de tous les
noms, comme CADSGIS, PATRIS et autres.
14.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Vous n'avez pas cité la Région wallonne. Cela signifie-t-il que vous ne
disposez d'aucune information concernant cette obligation ou qu'elle
n'existe pas du côté wallon?
Vous dites que "les informations disponibles peuvent être complétées
par la proximité d'un site". Ce mot "peuvent" indique donc que ce n'est
pas indispensable.
Pour la révision du cadastre, s'il existe une différence, la personne
concernée doit-elle le demander ou l'administration, par données
croisées, peut-elle le signaler? Non, elle ne dispose pas de toutes les
données nécessaires. La personne concernée doit donc songer à
émettre sa demande.
14.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): U zei niets over het
Waals Gewest. Ik vermoed dus
dat u niet over die informatie
beschikt, of dat ze niet bestaat.
Wanneer u zegt dat de informatie
kan worden aangevuld, betekent
zulks dat dat niet verplicht is.
Is het de betrokkene zelf die de
herziening van het kadaster moet
aanvragen?
14.04 Hervé Jamar, ministre: En une seconde, je sais que le temps
est compté. Je mets cela en parallèle avec une politique qui vient
d'entrer en oeuvre: le cadastre du sous-sol; et nous pensons là à
Ghislenghien. Il s'agit de répertorier toutes les conduites et autres
câbles souterrains dangereux.
Après trois ans de collaboration avec les Régions wallonne,
bruxelloise et flamande, nous sommes enfin arrivés à un modus
vivendi. Le projet est en route, mais tout le monde ne travaille pas sur
le même rythme ou avec les mêmes interlocuteurs. Par exemple, la
Région wallonne est surtout basée sur les intercommunales, la
Flandre travaille d'une autre manière et Bruxelles encore d'une autre.
C'est le type de problème que l'on rencontre.
Je reste d'accord avec vous pour être proactif dans l'avancement de
cette politique.
14.04 Minister Hervé Jamar: Zo
is het ook met het kadaster van de
ondergrond: de diverse Gewesten
werken
niet
met
dezelfde
gesprekspartners en volgen niet
dezelfde procedure.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Carl Devlies aan de minister toegevoegd aan de minister van Financiën, belast
met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude over "de werking van Tax-
on-webdiensten voor de cijferberoepen" (nr. 282)
15 Question de M. Carl Devlies au ministre adjoint au ministre des Finances, chargé de la
Modernisation des Finances et de la Lutte contre la fraude fiscale sur "le fonctionnement des services
Tax-on-web pour les professions du chiffre" (n° 282)b>
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
15.01 Carl Devlies (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, wij
hebben uiteraard altijd het project inzake de informatisering van het
departement van de minister, ook Tax-on-web, gesteund. Het is
normaal dat dergelijk systeem aan kinderziektes is onderworpen. De
kinderziektes blijven echter lang duren.
In de maand oktober 2007 kreeg ik opnieuw een aantal bemerkingen
van professionelen zoals boekhouders en accountants. Zij beklagen
zich erover dat het systeem toch zo vaak buiten gebruik is. Ik verwees
in mijn vraag naar iemand die op 24 oktober 2007 om 14.58 uur voor
de vijfde maal op een maand tijd vaststelde dat het systeem buiten
gebruik was.
Voor die professionelen is voornoemde vaststelling wel een probleem.
Zij plannen immers van tevoren dat zij bijvoorbeeld op
donderdagmiddag een middag zullen besteden aan het inbrengen van
de gegevens op tax-on-web. Kan dat niet, dan wordt hun werkregeling
door elkaar gegooid. Dat is een praktisch, organisatorisch probleem
van de betrokkenen in bedoelde beroepscategorieën.
Kunt u geen oplossing vinden, opdat het systeem in de toekomst
minder vaak zou uitvallen?
15.01 Carl Devlies (CD&V - N-
VA): Il est plus que logique qu'un
système comme le tax-on-web
souffre, au départ, de "maladies
de jeunesse", mais celles-ci n'en
finissent pas, semble-t-il. Des
utilisateurs
professionnels
du
système, comme des comptables
et des experts-comptables, se
plaignent que celui-ci est souvent
hors service. La planification de
leurs activités professionnelles en
est sérieusement perturbée. Le
ministre peut-il garantir qu'à
l'avenir, le système tax-on-web
sera moins souvent inutilisable?
15.02 Minister Hervé Jamar: Mijnheer de voorzitter, door een tijdelijk
probleem met de authentificatie van de mandatarissen kreeg een
aantal gebruikers van de Tax-on-webapplicatie problemen tijdens het
aanloggen op de tax-on-webapplicatie.
De betrokken foutboodschap wijst op vertragingen in de back-office
van
de
Tax-on-webapplicatie
als
gevolg
van
de
authentificatiemechanismen die voor de mandatarissen worden
gebruikt. De oorzaken van het probleem werden geïdentificeerd. Een
oplossing werd inmiddels gerealiseerd.
Op donderdag 25 oktober, vrijdag 26 oktober en maandagvoormiddag
29 oktober jongstleden werden sommige gebruikers nog met
hetzelfde
probleem
geconfronteerd.
Vanaf
maandagmiddag
29 oktober 2007 was het probleem opgelost.
Mijnheer de voorzitter, ik wil ook de cijfers, die toch goed zijn,
vernoemen.
15.02 Hervé Jamar, ministre: En
raison d'un problème temporaire
d'authentification des mandataires,
certains
utilisateurs
ont
effectivement
éprouvé
des
difficultés
à
entrer
en
communication avec le système.
Le message d'erreur qu'ils ont
reçu mentionne des retards au
niveau
du
back
office
de
l'application tax-on-web à la suite
de
ces
mécanismes
d'authentification. La cause du
problème a été identifiée entre-
temps et une solution a été
développée. Depuis le lundi 29
octobre, le problème est résolu. Je
dispose d'ailleurs de chiffres
encourageants.
1.304.969 utilisateurs de Tax-on-web, c'est 300.000 en plus que
l'année dernière. C'est un sur cinq. C'est mieux que la France qui
ristourne pourtant 20 euros. On peut donc dire que le système
fonctionne bien.
Het totaal aantal gebruikers van
Tax-on-web bedroeg 1.304.969,
zijnde 300.000 meer dan vorig
jaar. Dat komt neer op één op vijf
belastingbetalers.
We
scoren
beter dan Frankrijk, waar nochtans
een korting van 20 euro wordt
toegekend. We kunnen dus
zeggen dat het systeem goed
werkt.
Le président: Mais on peut toujours mieux faire dans la vie!
De voorzitter: In het leven kan
alles altijd beter!
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
15.03 Hervé Jamar, ministre: En ne donnant pas les 20 euros
attribués par les Français, nous avons donc économisé environ
25 millions d'euros.
15.03 Minister Hervé Jamar:
Door het Franse voorbeeld niet te
volgen en geen 20 euro toe te
kennen, sparen we dus ongeveer
25 miljoen euro uit.
Le président: Mais les Belges sont parfois meilleurs que les Français!
15.04 Hervé Jamar, ministre: Mais si vous le voulez, monsieur
Devlies, je peux reprendre la conférence de presse d'hier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
aangifte in de rechtspersonenbelasting" (nr. 287)
16 Question de M. Stefaan Vercamer au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "la
déclaration en matière d'impôt des personnes morales" (n° 287)b>
16.01 Stefaan Vercamer (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in het Belgisch Staatsblad van 11 oktober is het
koninklijk besluit tot vastlegging van het aangifteformulier in de
rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2007 verschenen.
De uiterste indieningsdatum is 12 december, wat binnenkort is. Deze
aangifte werd aangepast aan de nieuwe boekhoudkundige
verplichtingen.
Er rijzen dienaangaande vragen voor de vzw's. Conform artikel 17 van
de wet tot wijziging van de vzw-wet van 1921 dienen alle vzw's nu een
boekhouding te voeren. Afhankelijk van de grootte van de vereniging
dient dit te gebeuren conform de regels bepaald in het koninklijk
besluit van 26 juni 2003 voor de kleine verenigingen en conform de
bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2003 voor de
grote verenigingen.
Met betrekking tot de boekhoudkundige verplichting voor vzw's wordt
nergens de verplichting opgelegd een boekhouding te voeren waarbij
het boekjaar moet samenvallen met het kalenderjaar. Bovendien is
2006 het laatste jaar waarin het overgangsrecht met betrekking tot de
nieuwe boekhoudregels in hoofde van de vzw's zich laat voelen.
De
bestaande
verenigingen
zijn
de
verenigingen
die
rechtspersoonlijkheid hebben verkregen vóór 1 januari 2004. Zij
dienen deze boekhoudregels toe te passen vanaf 1 januari 2006 of
vanaf de datum na 1 januari 2006 indien het boekjaar niet samenvalt
met het kalenderjaar.
Op basis van artikel 200, c) van het koninklijk besluit tot uitvoering van
het
Wetboek
van
Inkomensbelastingen
wordt
in
de
rechtspersonenbelasting het aanslagjaar verbonden aan het
belastbaar tijdperk dat samenvalt met het kalenderjaar vóór dat
waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
De aangifte voorziet erin dat de jaarrekening moet worden
meegestuurd als verplichte bijlage. Wat betreft de verplichtingen van
de verenigingen die een boekjaar hebben dat niet samenvalt met een
kalenderjaar, rijzen er enkele vragen met betrekking tot de
16.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V - N-VA):
L'arrêté
royal
déterminant le modèle de formule
de déclaration en matière d'impôt
des personnes morales pour
l'exercice d'imposition 2007 a paru
au Moniteur belge le 11 octobre.
L'arrêté royal fixe la date-limite de
dépôt des déclarations au 12
décembre 2007. Les déclarations
ont été adaptées aux nouvelles
obligations comptables. Toutes les
asbl doivent dorénavant tenir une
comptabilité mais cela n'implique
pas que l'exercice comptable et
l'année civile doivent coïncider.
Dans le régime d'imposition des
personnes morales, l'article 200
du
CIR
92
lie
l'exercice
d'imposition
à
la
période
imposable qui correspond à
l'année
civile
qui
précède
l'exercice
d'imposition.
Les
comptes annuels doivent toujours
être annexés à la déclaration.
Cette obligation pose néanmoins
des problèmes aux associations
dont l'exercice comptable ne
coïncide pas avec l'année civile.
Ces associations doivent-elles dès
lors
annexer
deux
comptes
annuels? Et qu'en est-il si les
comptes annuels portant sur les
derniers mois de 2006 ne sont pas
encore approuvés par l'assemblée
générale qui dispose d'un délai de
six mois pour l'approbation des
comptes?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
jaarrekening die moet worden meegestuurd.
Ten eerste, hoe dienen de verenigingen wiens boekjaar niet
samenvalt met het kalenderjaar in het licht van de aangifte in de
rechtspersonenbelasting te handelen?
Impliceert de bepaling van artikel 200, c) van het voornoemd
koninklijk besluit dat die verenigingen twee jaarrekeningen moeten
bijvoegen zodat het volledig kalenderjaar 2006 wordt omvat? Wat
moeten zij doen indien de jaarrekening die de laatste maanden van
het kalenderjaar 2006 omvat nog niet is goedgekeurd door de
algemene vergadering? Dat kan perfect gebeuren aangezien zij
daarvoor over zes maanden tijd beschikken.
Aangezien de boekhoudkundige verplichtingen ten aanzien van
bestaande verenigingen wiens boekjaar niet samenvalt met het
kalenderjaar slechts van toepassing zijn vanaf de start van het
boekjaar dat aanvangt na 1 januari, wat moeten deze verenigingen
dan meesturen? Voor het eerste deel van het kalenderjaar 2006
beschikken zij immers niet over een jaarrekening.
Ten tweede, zou het niet logisch zijn dat artikel 200, c) van het
koninklijk
besluit
tot
uitvoering
van
het
Wetboek
van
Inkomensbelastingen zou worden aangepast naar analogie van wat
van toepassing is op de vennootschapsbelasting zodat het belastbaar
tijdperk een periode overspant die overeenstemt met het boekjaar?
Kunt u mij de redenen meedelen waarom dit voor de
vennootschapsbelasting wel kan en voor de rechtspersonenbelasting
niet? Indien u het met mij eens zou zijn dat dit ook voor de
verenigingen moet kunnen, mogen we dan initiatieven in die richting
verwachten?
L'article 200 devrait logiquement
être adapté par analogie avec
l'impôt des sociétés de sorte que
la période imposable coïncide
avec l'exercice comptable. Le
gouvernement
envisage-t-il
d'adapter le régime d'imposition
des personnes morales en ce
sens?
16.02 Minister Hervé Jamar: Mijnheer de voorzitter, overeenkomstig
artikel 200, c) van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek
van Inkomstenbelasting 92 valt voor de toepassing van de
rechtspersonenbelasting het belastbare tijdperk samen met het jaar
vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Voor de
meerderheid van de rechtspersonen onderworpen aan de
rechtspersonenbelasting valt dit belastbaar tijdperk samen met het
boekjaar.
De jaarrekening of de stukken nodig ter beoordeling van het
toepasselijke belastingstelsel, toe te voegen aan de aangifte, is of zijn
deze die betrekking heeft of hebben op het boekjaar afgesloten
tijdens het betrokken belastbaar tijdperk.
Ik kom aan uw tweede vraag. De administratie zal onderzoeken of
een eventuele aanpassing van artikel 200 c) van het WIB92
aangewezen is.
16.02 Hervé Jamar, ministre:
Conformément à l'article 200 du
CIR 1992, en ce qui concerne
l'impôt des personnes morales, la
période imposable coïncide avec
l'année qui précède l'année dont le
millésime
désigne
l'exercice
d'imposition. Pour la majorité des
personnes morales, cette période
imposable
coïncide
avec
l'exercice.
Les comptes annuels relatifs à
l'exercice clôturé pendant la
période
imposable
concernée
doivent être joints à la déclaration.
Cette règle vaut également pour
toutes
les
autres
pièces
justificatives à ajouter à la
déclaration.
L'administration étudiera si une
éventuelle adaptation de l'article
200 s'avère recommandée.
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "l'avenir des
bâtiments de la gendarmerie d'Assesse et la future localisation de la police de la route de la province
de Namur" (n° 288)b>
17 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over "de
toekomst van de rijkswachtgebouwen van Assesse en de nieuwe site voor de wegpolitie van de
provincie Namen" (nr. 288)
17.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, ma
première question concerne l'ancienne gendarmerie d'Assesse,
située au centre de ce très beau village et qui appartient à la Régie
des Bâtiments. Ce bâtiment est actuellement occupé par la police
communale d'Assesse.
La zone de police des Arches, à laquelle appartient cette police
communale, a décidé de la construction d'un nouveau poste de
proximité et quittera dès lors prochainement (vers le mois d'avril
2008) ces locaux.
Il a été un temps envisagé par la Régie des Bâtiments d'y installer la
police de la route de la province de Namur, actuellement basée à
Jambes, ce qui ne semblait pas une solution optimale, dès lors que
ce bâtiment se situe au milieu du village, à proximité d'une voire de
deux écoles et ne dispose pas de garages en nombre suffisant, ce qui
nécessitait des travaux complémentaires.
Il semble que cette hypothèse ait été abandonnée, ce qui est plutôt
une bonne chose, mais laisse entière la question de la localisation
future de la police de la route d'Achêne.
M. le ministre peut-il me dire s'il confirme que le projet d'installer la
police de la route de la province de Namur dans l'ancienne
gendarmerie d'Assesse a été abandonné? Quelle autre implantation
est, dès lors, actuellement envisagée pour cette police de la route? Le
cas échéant, dans quel délai?
Par ailleurs, quels sont les projets de la Régie des Bâtiments à l'égard
de l'ancienne gendarmerie d'Assesse, dont l'occupation sera
prochainement abandonnée par la police communale? Des contacts
sont-ils en cours à ce sujet avec les autorités communales
directement concernées? Une cession de ces bâtiments à la
commune est-elle envisagée? Le cas échéant, à quelles conditions?
17.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Wordt afgestapt van de
plannen om de wegpolitie (WPR)
van de provincie Namen te
huisvesten in het gebouw waaruit
de gemeentepolitie van Assesse
binnenkort vertrekt? Dat zou een
goede zaak zijn, rekening houdend
met de ligging van dat gebouw
midden in het dorp. Blijft de vraag
waar de WPR van Achêne dan
onderdak zal vinden.
Wat zijn de plannen van de Regie
der Gebouwen, die eigenaar is van
dat gebouw?
17.02 Hervé Jamar, ministre: Monsieur Gilkinet, la Régie des
Bâtiments n'a, à ce jour, pas reçu de confirmation officielle de la part
de la police fédérale quant à l'abandon du site de l'ancienne
gendarmerie d'Assesse pour loger la WPR (la police de la route) de la
province de Namur.
Dès réception de la décision de la police fédérale, la Régie des
Bâtiments envisagera avec elle, dans le courant de l'année 2008, le
lieu de la future implantation.
En ce qui concerne les bâtiments de l'ancienne gendarmerie
d'Assesse, ceux-ci sont occupés par la police locale. En effet, la zone
de police des Arches a refusé le transfert immobilier, qui s'inscrit dans
17.02 Minister Hervé Jamar: De
Regie der Gebouwen heeft van de
federale politie nog geen officiële
bevestiging gekregen dat niet
langer aan die site wordt gedacht
om er de WPR van de provincie
Namen onder te brengen. Zodra
ze die beslissing heeft ontvangen,
zal ze met de federale politie
nagaan waar die diensten van de
wegpolitie
kunnen
worden
gehuisvest.
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
le cadre des dispositions de l'arrêté royal du 9 novembre 2003. Aussi,
l'occupation des lieux par ladite zone de police est-elle réglée par un
contrat de location avec la Régie des Bâtiments. L'échéance
contractuelle est actuellement fixée au 31 janvier 2008. La Régie n'a
pas encore pris attitude quant au devenir du site de l'ancienne
gendarmerie au-delà du 31 janvier 2008.
S'il s'avère nécessaire que les bâtiments ne sont plus nécessaires
pour héberger un service fédéral, les dispositions seront prises pour
organiser la vente au bénéfice du fonds créé en vertu de la loi-
programme du 2 août 2002.
Je tiens à votre disposition la réponse écrite. Je présume que vous la
relayerez auprès des autorités locales.
De huidige huisvesting van de
lokale politie in het gebouw wordt
geregeld in een huurovereenkomst
met de Regie der Gebouwen, die
afloopt op 31 december 2008. De
Regie heeft nog geen standpunt
ingenomen met betrekking tot de
bestemming van de site na die
datum. Indien blijkt dat de
gebouwen niet langer nodig zijn
voor de huisvesting van een
federale
dienst,
zullen
maatregelen worden genomen
met het oog op de verkoop ervan
ten voordele van het fonds dat
werd
opgericht
bij
de
programmawet van 2 augustus
2002.
17.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Je n'y manquerai pas,
monsieur le ministre! Je ne manquerai pas non plus d'interroger le
ministre de l'Intérieur sur la future localisation de la police de la route
de la province de Namur. J'invite la Régie de Bâtiments à être
particulièrement proactive à l'égard de ce bâtiment doté d'une
certaine qualité architecturale situé au centre du village et qu'il ne
s'agit pas de laisser tomber en ruines comme d'autres bâtiments qui
sont sous sa gestion.
17.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik zal de minister van
Binnenlandse Zaken ondervragen
met betrekking tot de toekomstige
huisvesting van de wegpolitie. Ik
vraag de Regie der Gebouwen in
het bijzonder rekening te houden
met de hoge kwaliteit waarover dat
gebouw zal moeten beschikken.
Le président: On pourrait organiser une réunion de la commission des Finances dans le bâtiment de la
gendarmerie!
17.04 Hervé Jamar, ministre: Le gouvernement wallon procède à de
nombreuses décentralisations de ce genre!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances sur "un centre
fermé pour jeunes délinquants à Florennes" (n° 290)b>
18 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over
"een gesloten jeugdinstelling in Florennes" (nr. 290)
18.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, ma
question concerne l'installation d'un centre fermé pour jeunes
délinquants à Florennes, l'étude de stabilité et les contacts avec la
commune.
Le projet du gouvernement violet d'installer un centre fermé pour
jeunes délinquants à Florennes a suscité, au mois de mai dernier,
l'émoi des citoyens et des autorités communales, dès lors notamment
qu'aucune concertation officielle n'avait eu lieu avant son annonce. La
commune considère que l'endroit est assez mal choisi: à proximité
d'un centre fermé et d'une carrière dans laquelle on trouve des
explosifs.
Conformément au protocole d'accord signé avec les Communautés,
compétentes en matière d'aide à la jeunesse, la Régie des Bâtiments
18.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Het project van de paarse
regering
om
een
gesloten
jeugdinstelling te bouwen in
Florennes zorgde in mei van dit
jaar voor beroering bij de burgers
en de gemeentelijke overheden,
meer bepaald omdat er geen
enkel
officieel
overleg
werd
georganiseerd
voor
de
bekendmaking
ervan.
De
gemeente vindt de plek nogal
slecht gekozen.
Overeenkomstig
het
CRIV 52
COM 017
07/11/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
a néanmoins acquis les terrains concernés et a lancé au mois de juin
la procédure de consultation légale pour la construction de ce centre
fermé pour jeunes. Entre-temps, des études de stabilité du sol ont été
réalisées. Elles semblent indiquer que la présence d'anciennes
galeries de mines sous le site envisagé rendrait ce terrain inadapté
pour la construction ou l'aménagement d'une infrastructure de cette
envergure.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me dire combien l'achat de ce
terrain a coûté à la Régie des Bâtiments? Pourquoi des études
préalables de faisabilité et de stabilité n'ont-elles pas été réalisées?
Confirmez-vous que l'étude de stabilité du sol conclut à l'inadaptation
du terrain par rapport au projet de construction d'un centre fermé pour
jeunes délinquants?
Le cas échéant, quelle alternative à ce projet est-elle envisagée à
Florennes ou ailleurs? L'est-elle en concertation avec les acteurs
concernés, la commune ou le conseil d'arrondissement de l'aide à la
jeunesse, qui avait réagi par rapport à ce projet?
protocolakkoord dat werd gesloten
met de inzake jeugdproblematiek
bevoegde
Gemeenschappen,
heeft de Regie der Gebouwen toch
de terreinen in kwestie aangekocht
en heeft zij in juni de wettelijke
consultatieprocedure
voor
de
bouw
van
deze
instelling
opgestart.
Mijnheer de minister, kan u mij
zeggen hoeveel dit terrein de
Regie
der
Gebouwen
heeft
gekost?
Waarom
werden
er
geen
voorafgaande haalbaarheids- en
stabiliteitsstudies uitgevoerd?
Bevestigt u dat het onderzoek naar
de
bodemstabiliteit
tot
de
conclusie komt dat het terrein niet
geschikt is voor de bouw van een
gesloten jeugdinstelling?
Aan welk alternatief wordt er
gedacht voor dit project? Gebeurt
dat in overleg met de betrokken
actoren, de gemeente of de
arrondissementsraad
voor
hulpverlening aan de jeugd die
naar aanleiding van dit project had
gereageerd?
18.02 Hervé Jamar, ministre: Monsieur Gilkinet, à ce jour, la Régie
des Bâtiments n'est toujours pas propriétaire du terrain en question.
L'acquisition a été mise en suspens à la demande du SPF Justice,
dans l'attente du résultat définitif des investigations relatives à la
stabilité du sol. C'est précisément dans le cadre de la réalisation
d'une étude de faisabilité que la problématique de la stabilité du sol a
été soulevée.
Les résultats de l'expertise approfondie en matière de stabilité ne sont
pas encore connus et il est vraisemblable que des essais de sol
devront être envisagés via un laboratoire spécialisé en la matière.
Faute de disposer des conclusions quant à l'inadaptation éventuelle
du terrain pour accueillir le futur centre pour jeunes délinquants, il
nous apparaît donc prématuré, à ce stade, de rechercher des
alternatives.
18.02 Minister Hervé Jamar: De
Regie der Gebouwen is nog altijd
geen eigenaar van het terrein. De
aankoop werd op vraag van de
FOD
Justitie
opgeschort,
in
afwachting van het definitief
resultaat van het onderzoek naar
de bodemstabiliteit. Het was
precies in het kader van een
haalbaarheidsstudie
dat
het
probleem van de bodemstabiliteit
werd aangekaart.
Waarschijnlijk
zal
er
een
bodemonderzoek moeten worden
uitgevoerd door een laboratorium
dat hierin gespecialiseerd is.
Bij gebrek aan conclusies lijkt het
ons in dit stadium dus voorbarig
om naar alternatieven te zoeken.
18.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Avez-vous une idée du délai
dans lequel vous disposerez des conclusions définitives relatives à la
stabilité?
18.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Wanneer zal u over de
definitieve resultaten aangaande
de stabiliteit beschikken?
07/11/2007
CRIV 52
COM 017
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
18.04 Hervé Jamar, ministre: Je peux me renseigner car je n'ai pas
plus de précisions. Nous vous donnerons des renseignements
complémentaires.
18.04 Minister Hervé Jamar: Wij
zullen u bijkomende inlichtingen
geven zodra dat mogelijk is.
18.05 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Je vous en remercie.
18.05 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik dank u.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.47 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.47 uur.