KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 013
CRIV 52 COM 013
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
17-10-2007
17-10-2007
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders ­ Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 013
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie
over "een verduidelijking met betrekking tot de
nieuwe echtscheidingswet" (nr. 102)
1
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu à la
vice-première ministre et ministre de la Justice sur
"une précision à apporter à propos de la nouvelle
loi sur le divorce" (n° 102)
1
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
de la Justice
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie over
"de witwascel en het koninklijk besluit van
3 juni 2007" (nr. 107)
2
Question de M. Dirk Van der Maelen à la vice-
première ministre et ministre de la Justice sur "la
cellule anti-blanchiment et l'arrêté royal du
3 juin 2007" (n° 107)
2
Sprekers: Dirk Van der Maelen, voorzitter van
de sp.a-spirit-fractie, Laurette Onkelinx, vice-
eerste minister en minister van Justitie,
Stefaan Van Hecke
Orateurs: Dirk Van der Maelen, président du
groupe sp.a-spirit, Laurette Onkelinx, vice-
première ministre et ministre de la Justice,
Stefaan Van Hecke
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie over
"de toepassing van de wet op de gerechtelijke
achterstand in burgerlijke zaken" (nr. 136)
4
Question de Mme Carina Van Cauter à la vice-
première ministre et ministre de la Justice sur
"l'application de la loi tendant à résorber l'arriéré
judiciaire en matière civile" (n° 136)
4
Sprekers: Carina Van Cauter, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Justitie
Orateurs: Carina Van Cauter, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
de la Justice
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie over "de
resultaten van het autopsieverslag na het
overlijden van een in het centrum 127bis
opgesloten persoon" (nr. 138)
5
Question de M. Fouad Lahssaini à la vice-
première ministre et ministre de la Justice sur "les
résultats du rapport d'autopsie suite au décès
d'une personne enfermée dans le centre 127bis"
(n° 138)
5
Sprekers:
Fouad
Lahssaini,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Justitie
Orateurs:
Fouad
Lahssaini,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
de la Justice
CRIV 52
COM 013
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
17
OKTOBER
2007
Namiddag
______
du
MERCREDI
17
OCTOBRE
2007
Après-midi
______
Le développement des questions commence à 15.04 heures. La réunion est présidée par M. Claude
Eerdekens.
De behandeling van de vragen vangt aan om 15.04 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer
Claude Eerdekens.
01 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie
over "een verduidelijking met betrekking tot de nieuwe echtscheidingswet" (nr. 102)
01 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur
"une précision à apporter à propos de la nouvelle loi sur le divorce" (n° 102)b>
01.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik heb een vraag in verband met het nieuwe
artikel 1294bis, §2, van het Burgerlijk Wetboek, waarin wordt
gestipuleerd dat, indien afstand wordt gedaan van de EOT-procedure,
de in artikel 1287 bepaalde overeenkomsten de partijen voorlopig
binden tot wanneer ­ het is nogal technisch ­ de artikelen 1257 of
1280 worden toegepast. Met andere woorden, mevrouw de minister,
het nieuwe artikel 1294bis van het Gerechtelijk Wetboek voorziet in
de overschakeling van de EOT naar de EOO, met dien verstande dat
er een voorlopige geldingskracht is voor de vermogensrechterlijke
overeenkomst.
Naar de geldingskracht van de familierechterlijke overeenkomst, die
dus ook een deel is van de EOT, wordt niet verwezen. Kunt u
verduidelijken en uitleggen waarom niet naar het artikel 1288 wordt
verwezen dat de familierechtelijke overeenkomst regelt?
01.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La nouvelle loi sur le
divorce est en vigueur depuis le 1
er
septembre.
L'article
1294bis
nouveau du Code Judiciaire sème
la confusion. Cet article organise
le passage du DCM au DDI en ce
sens qu'il prévoit le maintien de
l'efficacité
juridique
des
transactions
relatives
au
patrimoine. Mais il ne contient
aucune référence à l'efficacité
juridique des conventions relevant
du droit de la famille telle que régie
par l'article 1288 du Code
Judiciaire.
Pourquoi ?
01.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, l'article
1294bis du Code judiciaire, qui organise le passage à la procédure de
divorce par consentement mutuel ou divorce pour cause de désunion
irrémédiable et règle également le sort qu'il y a lieu de réserver aux
conventions préalables à divorce par consentement mutuel, nous est
bien connu.
Selon l'ancienne loi, en cas d'abandon de la procédure, celle-ci
perdait toute efficacité. Le législateur a voulu éviter l'apparition d'un
vide juridique dans une telle situation. Dès lors, l'article 1294bis, §2
prévoit le maintien de l'efficacité des conventions préalables à
divorce. C'est cependant par erreur que l'article 1294bis, §2 renvoie à
l'article 1287. En effet, celui-ci concerne les transactions relatives au
patrimoine des époux, lesquelles n'ont, par hypothèse, pas vocation à
faire l'objet de mesures provisoires.
01.02 Minister Laurette Onkelinx:
Artikel
1294bis
van
het
Gerechtelijk Wetboek, dat de
echtscheiding door onderlinge
toestemming of op grond van
onherstelbare ontwrichting regelt,
evenals de uitwerking van de vóór
de
echtscheiding
gesloten
overeenkomsten, is genoegzaam
bekend.
Overeenkomstig
de
vroegere
wet
bleven
de
overeenkomsten zonder gevolg in
geval van stopzetting van de
procedure. De wetgever heeft dan
ook geprobeerd te voorkomen dat
een
juridisch
vacuüm
zou
17/10/2007
CRIV 52
COM 013
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Pour donner un effet utile à l'article 1294bis, §2 nouveau, il faut donc
le lire comme renvoyant à l'article 1288, qui vise les conventions
relatives aux résidences, à l'autorité parentale et aux aliments. Vous
avez ainsi effectivement épinglé une erreur matérielle. Il y a déjà une
doctrine qui parle de cette erreur matérielle. Mon collaborateur me
cite notamment une certaine Sophie Louis, auteur de "Le nouveau
divorce par consentement mutuel", aux éditions Larcier, qui fait suite
à un colloque de l'Université de Liège évoquant cette problématique.
Je pensais utile de répondre très précisément à cette question, étant
donné l'erreur matérielle relevée dans l'article en question.
ontstaan. Artikel 1294bis § 2
bepaalt
dat
de
vóór
de
echtscheiding
gesloten
overeenkomsten hun uitwerking
behouden,
maar
verwijst
verkeerdelijk naar artikel 1287, dat
betrekking heeft op het vergelijk
betreffende het vermogen van de
echtgenoten. Het gaat om een
materiële vergissing, waarover de
rechtsleer
zich
al
heeft
uitgesproken.
Eigenlijk moet artikel 1294bis § 2
worden gelezen met verwijzing
naar artikel 1288, dat betrekking
heeft op de overeenkomsten
betreffende de verblijfplaats, het
ouderlijk
gezag
en
het
onderhoudsgeld.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de
witwascel en het koninklijk besluit van 3 juni 2007" (nr. 107)
02 Question de M. Dirk Van der Maelen à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur "la
cellule anti-blanchiment et l'arrêté royal du 3 juin 2007" (n° 107)b>
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, de programmawet van 27 april 2007 heeft het
toepassingsgebied van de witwaswet uitgebreid. Het nieuwe artikel
14quinquies van deze wet zegt expliciet dat de tussenpersonen
bedoeld in deze wet "ertoe gehouden zijn onmiddellijk deze cel in te
lichten van elk feit of elke verrichting waarvan zij weten of vermoeden
dat het verband kan houden met het witwassen van geld afkomstig uit
ernstige en georganiseerde fiscale fraude, waarbij bijzonder
ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale omgang
worden aangewend, inclusief zodra zij minstens een van de
indicatoren opsporen die de Koning bij koninklijk besluit vastlegt."
Het koninklijk besluit van 3 juni 2007 geeft een lijst van die 13
indicatoren. Bij de overwegingen van dit KB staat vermeld dat "de
aanwezigheid van een van de indicatoren in deze context de
instellingen en personen onderworpen aan de wet van 11 januari
1993 ertoe verplicht een melding te verrichten aan de cel voor
financiële informatieverwerking."
Ik kom tot mijn vraag. Mevrouw de minister, bent u het met mij eens
dat uit de wettekst en de toelichting bij het uitvoeringsbesluit blijkt dat
een melding verplicht is zodra aan een van de indicatoren is voldaan?
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): La loi-programme du 27
avril 2007 a étendu le volet
préventif de la législation anti-
blanchiment en précisant que
certaines personnes et institutions
ont l'obligation de signaler sur-le-
champ certains faits à la Cellule
de traitement des informations
financières. L'arrêté royal du 3 juin
2007 énumère 13 indicateurs que
doivent
signaler
sans
délai
certaines personnes et institutions.
Est-il exact qu'un seul indicateur
doit donner lieu à une déclaration?
02.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Van der Maelen, om uw vraag te beantwoorden moet men volgens mij
het KB over indicatoren samen lezen met artikel 14quinquies van de
preventieve witwaswet en met het artikel 505 van het Strafwetboek
heling en witwassen zoals dit werd gewijzigd door de wet van
10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake de heling en
02.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: L'arrêté royal relatif aux
indicateurs
doit
être
lu
conjointement
avec
l'article
14quinquies de la loi anti-
blanchiment préventive et le
CRIV 52
COM 013
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
inbeslagneming.
Indien men dit doet, kan er mijns inziens weinig twijfel over bestaan
dat de aanwezigheid van een van de indicatoren, opgesomd in het KB
van 27 april 2007, moeten worden beschouwd als een wettelijk
vermoeden dat het een feit of een verrichting betreft die verband kan
houden met witwassen van geld in de zin van de preventieve
witwaswet en waarvoor men dus een melding moet doen aan de Cel
voor Financiële Informatieverwerking. Het tegenovergestelde
beweren, zou immers tot gevolg hebben dat de instellingen die aan de
CFI verplicht zijn een melding te doen, zich niet zouden kunnen
beroepen op de beperking van de strafbaarstelling, vermeld in het
nieuwe, derde lid van artikel 505 van het Strafwetboek. Met andere
woorden, zij zouden nog steeds kunnen worden vervolgd voor
gewone fiscale fraude. Dit zou mijns inziens in strijd zijn met de
bedoeling van de wetgever en zou iedere zin ontnemen aan het
nieuwe, vierde lid van artikel 505 van het Strafwetboek.
nouvel article 505 du code pénal
sur le recel et le blanchiment.
Il ne fait alors plus guère de doute
à mes yeux qu'un seul indicateur
doit être considéré comme une
présomption légale et doit dès lors
donner lieu à un signalement.
Affirmer le contraire aurait en effet
pour conséquence que les
institutions tenues de faire un
signalement au CTIF pourraient
toujours être poursuivies pour
fraude fiscale simple. Ce serait
contraire à l'objectif du législateur
et l'article 505 du code pénal
perdrait tout son sens.
02.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter, ik
hoor met genoegen dat mevrouw de minister inderdaad van oordeel is
dat zodra aan een van de indicatoren is voldaan er een meldingsplicht
is.
02.03 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): Je suis ravi d'apprendre
qu'un indicateur génère l'obligation
de déclaration.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Aan de orde is vraag nr. 135 van de heer Stefaan Van Hecke over de implementatie van de
nieuwe wet op de internering.
02.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister,
vanaf 1 januari 2009 moet de nieuwe wet op de internering in werking
treden. Zo zullen vanaf dan de strafuitvoeringsrechtbanken beslissen
over de internering.
02.05 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur Van Hecke, il faut
m'excuser mais j'ai reçu un coup de fil disant que votre question était
retirée.
02.06 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Pas à ma connaissance!
Er was een kleine correctie aan de wet, waardoor de oorspronkelijke
vraag werd ingetrokken en een nieuwe versie werd ingediend. Ik zal
de vraag anders volgende week stellen.
02.07 Laurette Onkelinx, ministre: Dans ce cas, il y a eu un
malentendu.
02.08 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Geen probleem. Ik zal de
vraag volgende week stellen.
02.09 Laurette Onkelinx, ministre: Vous évoquez le report
automatique de votre question. J'attire votre attention sur le fait que je
vous réponds en tant que ministre assurant les affaires courantes. Je
pourrais bien être à vos côtés prochainement, à ma place de député,
pour interpeller le prochain ministre!
Le président: Cette question est donc reportée.
17/10/2007
CRIV 52
COM 013
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
03 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de
toepassing van de wet op de gerechtelijke achterstand in burgerlijke zaken" (nr. 136)
03 Question de Mme Carina Van Cauter à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur
"l'application de la loi tendant à résorber l'arriéré judiciaire en matière civile" (n° 136)b>
03.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de minister, de
vraag die ik u wil stellen heeft betrekking op de toepassing van de
nieuwe wetgeving op de gerechtelijke achterstand die van toepassing
is sedert 1 september 2007.
Dit is eigenlijk een dubbele vraag.
Enerzijds heeft de vraag betrekking op artikel 74, §2. Ingevolge
voormeld artikel is de rechter verplicht om uiterlijk binnen de zes
weken na inleiding van een zaak het tijdsverloop van de rechtspleging
te bepalen. Quid met betrekking tot deze procedures waar partijen
niet verschijnen? Enerzijds heeft de rechter de verplichting om verstek
ambtshalve vast te stellen of dient hij ook in deze zaken
conclusietermijnen op te leggen? Twee, wanneer verstek wordt
gevorderd en de eisende partij wel verschijnt doch geen vonnis
vordert, kan de eisende partij dan in deze gevallen alsnog toepassing
maken van artikel 803 en de zaak zeer snel behandelen of moet zij
ondergaan dat ook in deze zaken alsnog de conclusietermijnen op
zich zouden laten wachten en er eigenlijk een lange procedure
ontstaat? Dat is een eerste aspect.
Ten tweede, de toepassing van artikel 770 van het Gerechtelijk
Wetboek op het terrein. In een aantal
dossiers waarin een rechtsdag is verleend, wordt vastgesteld dat de
rechter de zaken alsnog niet in beraad neemt maar in voortzetting
plaatst en verdaagt tot een nadere datum in toepassing van artikel
754 van het Gerechtelijk Wetboek. Is de minister daarvan op de
hoogte? Hoe denkt zij hier tegen op te treden of hieraan gevolg te
geven?
03.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): En vertu de l'article 74,
paragraphe 2, le juge au civil est
tenu de fixer le calendrier de la
procédure au plus tard dans les
six
semaines
qui
suivent
l'introduction d'une affaire.
Qu'en est-il si les parties ne
comparaissent pas? Suffit-il que le
juge constate le défaut ou doit-il
également imposer des délais de
conclusion?
Qu'en est-il si le défaut est requis
et que la partie demanderesse
comparaît mais ne requiert pas un
jugement?
La
partie
demanderesse peut-elle dans ce
cas se fonder sur l'article 803 pour
que l'affaire soit très rapidement
traitée ou doit-elle accepter que
les délais de conclusion se fassent
attendre?
On constate que dans un certain
nombre de dossiers où une date
d'audience a été fixée, le juge ne
prend pas la cause en délibéré
mais la met en continuation et la
remet à une date ultérieure en
application de l'article 754 du
Code judiciaire. La ministre est-
elle au fait de cette situation?
Quelles mesures
compte-telle
prendre à cet égard?
03.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, onder
voorbehoud van de nadrukkelijke bevoegdheid van de hoven en
rechtbanken aan wie het als enige toekomt de wetten en reglementen
te interpreteren, kan ik u de volgende elementen van antwoord op uw
vragen verschaffen.
Inzake het verstek begint de tekst van het nieuwe artikel 747, §2,
derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek met de woorden:
"onverminderd de toepassing van de regels inzake het verstek."
Indien de verwerende partij niet bij de inleidingzitting verschijnt, kan
de eisende partij dus dadelijk om een verstekvonnis verzoeken of, in
voorkomend geval, op een latere zitting, na artikel 803 van het
Gerechtelijk Wetboek te hebben toegepast. Ze kan daarentegen aan
de rechter eveneens vragen conclusietermijnen en een pleitdatum
vast te leggen, teneinde op deze wijze een tegensprekelijk vonnis te
verkrijgen, in overeenstemming met het zesde lid van paragraaf 2 van
03.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Même s'il appartient
exclusivement
aux
cours
et
tribunaux d'interpréter les lois et
les règlements, je suis disposée à
fournir quelques éléments de
réponse.
En matière de défaut, le texte du
nouvel article 747, §2, troisième
alinéa,
du
Code
judiciaire
commence par les mots "sans
préjudice de l'application des
règles du défaut". En cas de
défaut, la partie demanderesse
peut
donc
demander
CRIV 52
COM 013
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
artikel 747 van het Gerechtelijk Wetboek. Op deze manier beperkt
men de hypothesen van de verstekvonnissen.
Het komt mij daarentegen voor dat, zodra de rechter de
conclusietermijnen en de pleitdatum heeft vastgelegd, de eisende
partij de vastlegging niet meer kan vragen op grond van artikel 803
van het Gerechtelijk Wetboek, aangezien de zaak op dat ogenblik
reeds is vastgelegd op basis van artikel 747.
Inzake het mechanisme dat u beschrijft en dat wordt gebruikt om de
toepassing te omzeilen van het nieuwe artikel 770 van het
Gerechtelijk Wetboek, blijkt dat de waarheid te zijn. Ik betreur dat ten
zeerste.
De termijn van één maand voor de uitspraak is niet nieuw en bestond
reeds jaren in het Gerechtelijk Wetboek. De hervorming heeft
voornamelijk tot doel om aan de korpschefs een echt
beheersinstrument voor hun jurisdictie te verschaffen. Het komt
uiteindelijk hun toe om te waken over de goede toepassing van de
nieuwe regels en, meer in het algemeen, over de goede werking van
hun jurisdictie.
immédiatement un jugement par
défaut ou encore lors d'une
audience ultérieure en application
de l'article 803, mais elle peut
également demander un délai de
conclusion et une date de
plaidoirie
afin
d'obtenir
un
jugement
contradictoire
conformément à l'article 747, §2,
sixième alinéa. Cette manière de
procéder permet de réduire le
nombre de jugements par défaut.
Lorsqu'un juge a fixé un délai de
conclusion et une date de
plaidoirie sur la base de l'article
747, il m'est d'avis que la partie
demanderesse ne peut alors plus
invoquer l'article 803.
Je regrette que l'on contourne
ainsi l'application du nouvel article
770. Le délai d'un mois pour le
prononcé du jugement n'est pas
nouveau et est inscrit depuis des
années déjà dans le Code
judiciaire. La réforme tend à
fournir aux chefs de corps un
véritable instrument de gestion
pour leur juridiction. Ils doivent
veiller à l'application des nouvelles
règles et au bon fonctionnement
de leur juridiction.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Fouad Lahssaini à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur "les
résultats du rapport d'autopsie suite au décès d'une personne enfermée dans le centre 127bis"
(n° 138)b>
04 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de
resultaten van het autopsieverslag na het overlijden van een in het centrum 127bis opgesloten
persoon" (nr. 138)
04.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, voici quelques semaines, j'ai posé une question
au ministre de l'Intérieur concernant le décès d'une personne internée
au Centre fermé 127bis.
Dans ma question à M. Dewael, je m'enquérais déjà des raisons de
l'enfermement d'une personne présentant certains symptômes de
maladie ou pour le moins des troubles de la personnalité. Avec la
même préoccupation, je souhaite aujourd'hui recevoir plus
d'informations sur les causes de ce décès. Il a été relayé par la
presse et confirmé par le ministre de l'Intérieur que le parquet avait
pris en charge l'analyse des circonstances et donc des causes de ce
décès.
04.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik herhaal de vraag die ik
enkele
weken
geleden
aan
minister Dewael stelde. Ik zou
willen vernemen waarom iemand
met persoonlijkheidsstoornissen in
het
centrum
127bis
werd
opgesloten en wat de oorzaak is
van zijn overlijden.
Heeft de lijkschouwing meer
klaarheid gebracht?
17/10/2007
CRIV 52
COM 013
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Madame la ministre, pouvez-vous, aujourd'hui, me donner quelques
informations sur les résultats de l'autopsie?
04.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, étant
donné l'urgence, le parquet de Bruxelles m'a fait rapport oral sur cette
affaire judiciaire qui a été mise à l'instruction quelques heures après
la survenance du décès. M. le juge d'instruction a demandé une
autopsie, qui a mis en évidence une cause toxicologique et qui exclut
actuellement l'intervention d'un tiers dans le décès de l'intéressé.
Toutefois, le juge d'instruction a souhaité un examen toxicologique
complémentaire, qui est en cours. Le secret de l'instruction ne permet
évidemment pas aux autorités judiciaires de donner de plus amples
détails sur cette affaire.
04.02
Minister
Laurette
Onkelinx: Volgens het Brussels
parket, dat mij mondeling verslag
heeft
uitgebracht,
heeft
de
autopsie aangetoond dat de
doodsoorzaak van toxicologische
aard
was.
Dat
sluit
de
betrokkenheid van een derde bij
het
overlijden
uit.
De
onderzoeksrechter
heeft
een
bijkomend
toxicologisch
onderzoek gevraagd, dat nog aan
de gang is. Wegens het geheim
van het onderzoek kan ik geen
verdere details geven.
04.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je vous
remercie pour cette réponse prévisible car je savais qu'à un moment
donné, l'argument du secret de l'instruction serait évoqué.
Quelles sont les possibilités d'obtenir de plus amples informations sur
la suite de cette analyse?
04.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Hoe kan ik dan meer
inlichtingen verkrijgen?
04.04 Laurette Onkelinx, ministre: Que ce soit à moi ou à mon
successeur, il faudra poser à nouveau la question dans un certain
temps. Les autorités judiciaires, le juge d'instruction, seront alors en
mesure de déterminer les éléments qu'ils peuvent rendre publics. S'il
s'agit d'un sujet sensible qui pourrait avoir des conséquences sur le
déroulement de l'enquête, ils ne diront rien. Par contre, si cet examen
confirme la première cause toxicologique, à mon avis, ils accepteront
de donner des détails. Mais cela dépend d'eux, la décision leur
appartient.
04.04
Minister
Laurette
Onkelinx: Binnenkort kan u mijn
opvolger
of
mijzelf
opnieuw
ondervragen. Dan zal moeten
worden bepaald welke elementen
openbaar
kunnen
worden
gemaakt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 15.21 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.21 uur.