KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 012
CRIV 52 COM 012
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
17-10-2007
17-10-2007
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a-spirit
Socialistische Partij Anders Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de inwerkingtreding van de wet op de
gemeenschapswachten" (nr. 36)
1
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'entrée en
vigueur de la loi sur les gardiens de la paix"
(n° 36)
1
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
4
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste
minister en minister van Binnenlandse Zaken over
"nucleair transport" (nr. 40)
4
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre de l'Intérieur sur "le transport
nucléaire" (n° 40)
4
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "een transport van hoogradioactief
materiaal naar het SCK" (nr. 76)
4
- Mme Tinne Van der Straeten au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "un transport
de matériaux hautement radioactifs à destination
du CEN" (n° 76)
4
Sprekers: Dirk Van der Maelen, voorzitter van
de sp.a-spirit-fractie, Tinne Van der Straeten,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, président du
groupe sp.a-spirit, Tinne Van der Straeten,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de oprichting van een Europees
centrum ter bestrijding van drugssmokkel via de
Atlantische Oceaan" (nr. 48)
7
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la création
d'un centre européen de lutte contre le trafic de
drogue dans l'Atlantique" (n° 48)
7
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de golf van brandstichtingen in Aat"
(nr. 52)
9
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la vague
d'incendies volontaires à Ath" (n° 52)
9
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de samenwerking van de federale
politiediensten met de Albanese politiediensten"
(nr. 54)
10
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
collaboration entre les services de police fédéraux
et les services de police albanais" (n° 54)
10
Sprekers: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de houding van de federale regering
met betrekking tot het Coffee Corner-plan van de
Nederlandse gemeente Maastricht" (nr. 55)
12
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la position
du gouvernement fédéral en ce qui concerne le
plan 'Coffee Corner' de la commune néerlandaise
de Maastricht" (n° 55)
12
Sprekers: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bert Schoofs, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de uitvoering van de
Seveso II-richtlijn" (nr. 57)
13
Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"la mise en oeuvre de la directive Seveso II"
(n° 57)
13
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Patrick Dewael, vice-eerste minister en
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Patrick Dewael, vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken
over
"de
bestrijding
van
de
processierupsen" (nr. 92)
15
Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
lutte contre les chenilles processionnaires" (n° 92)
15
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Bruno Van Grootenbrulle aan
de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de inwerkingtreding
van de wet van 15 mei 2007 tot hervorming van
de civiele veiligheid" (nr. 109)
18
Question de M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'entrée en vigueur de la loi du 15 mai 2007
réformant la sécurité civile" (n° 109)
18
Sprekers: Bruno Van Grootenbrulle, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Bruno Van Grootenbrulle, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het inleveren van wapens in het
kader van de nieuwe wapenwet" (nr. 113)
19
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
collecte des armes dans le cadre de la nouvelle
loi sur les armes" (n° 113)
19
Sprekers: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael, vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Patrick
Dewael, vice-premier ministre et ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het incident met een toestel voor
radiotherapie in het Universitair Ziekenhuis Gent"
(nr. 129)
21
Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'incident de
radiothérapie à l'hôpital universitaire de Gand"
(n° 129)
21
Sprekers: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de relevantie van een moratorium op
de gedwongen repatriëringen" (nr. 139)
24
Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "la pertinence
d'un moratoire sur les rapatriements forcés"
(n° 139)
24
Sprekers: Fouad Lahssaini, Patrick Dewael,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Fouad Lahssaini, Patrick Dewael,
vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
17
OKTOBER
2007
Voormiddag
______
du
MERCREDI
17
OCTOBRE
2007
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 11.02 uur en voorgezeten door de heer Pieter De Crem.
La séance est ouverte à 11.02 heures et présidée par M. Pieter De Crem.
01 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de inwerkingtreding van de wet op de gemeenschapswachten" (nr. 36)
01 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'entrée en
vigueur de la loi sur les gardiens de la paix" (n° 36)
De voorzitter: Voor u en de andere collega's breng ik nogmaals in herinnering dat voor de mondelinge
vragen in de commissies een tijdslimiet van vijf minuten geldt, zowel het stellen van de vraag, het antwoord
van de minister en de repliek incluis.
01.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal
heel kort zijn. Op het einde van de vorige legislatuur heeft het
Parlement nog een ontwerp goedgekeurd aangaande de instelling van
de gemeenschapswachten.
Blijkbaar zijn er in de loop van de jaren een aantal functies in het
leven geroepen in het raam van toezicht op de veiligheid in de
gemeenten. Wij zijn er zelf al geruime tijd voorstander van dat die
functies beter gestroomlijnd zouden worden en dat er duidelijkheid
gecreëerd zou worden over de lijnen waarbinnen die mensen die deze
taken uitvoeren, zouden moeten bewegen. In die zin hebben wij
destijds dat ontwerp dan ook mee goedgekeurd.
Een eerste knelpunt blijkt het ontbreken van de nodige
uitvoeringsbesluiten. Vermits wij in lopende zaken zitten, is het
begrijpelijk dat dit geen makkelijke zaak is. Dat neemt echter niet weg
dat binnen de administratie reeds het nodige voorbereidende werk
gedaan zou kunnen worden om bij de installatie van de nieuwe
regering al het advies van de Raad van State te vragen en over te
gaan tot de publicatie van die uitvoeringsbesluiten.
Mijnheer de minister, daarom wil ik u het volgende vragen.
Kunt u al meer duidelijkheid geven over de stand van zaken van die
nodige koninklijke besluiten?
Een volgende onduidelijkheid is het al dan niet verplichte karakter van
de oprichting van de dienst Gemeenschapswachten. Bij de VVSG
wordt gesteld dat die oprichting een verplichting is. De minister zei bij
01.01 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): La loi du 15 mai 2007 crée la
fonction de gardien de la paix ainsi
que le service des gardiens de la
paix. Il était grand temps de
rationaliser le contrôle de la
sécurité dans les communes.
La mise en oeuvre de cette loi
requiert des arrêtés d'exécution
qui, j'ose l'espérer, seront pris le
plus rapidement possible après la
formation
du
nouveau
gouvernement. Le ministre peut-il
le confirmer?
Selon l'Association des villes et
communes flamandes, la création
d'un service des gardiens de la
paix est obligatoire, contrairement
à ce qu'a déclaré le ministre lors
de l'examen de la loi au sein de la
commission compétente. Qu'en
est-il?
La loi prévoit une période
transitoire: après son entrée en
vigueur,
les
communes
disposeront d'un délai de six mois
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
de eerste bespreking in het Parlement dat er geen verplichting is.
Mijnheer de minister, kunt u het vrijwillig karakter van de oprichting
van de dienst Gemeenschapswachten bevestigen? Kunnen de
gemeenten later nog dan de voorziene overgangsperiode van zes
maanden
na
de
inwerkingtreding
in
dat
systeem
van
gemeenschapswachten intreden?
Artikel 9 van de betreffende wet zegt ook dat er een reglement van
inwendige orde met deontologische regels moet worden opgesteld. Is
dat ontwerpreglement reeds klaar?
In toepassing van de wet zullen leden van de gemeenschapswachten
ook een specifieke opleiding moeten volgen. Zijn die betrokken
opleidingscentra al klaar voor de verschaffing van die opleiding?
Tot slot willen wij nog terugkomen op het feit dat er nog lopende
veiligheids- en preventiecontracten zijn. Daarvoor kan ook
subsidiëring worden gekregen. Blijft de betrokken gemeente genieten
van die subsidiëring, ook na de oprichting van de dienst
Gemeenschapswachten en de financiering van het personeel?
pour créer un tel service. Sera-t-il
possible d'encore adhérer au
système après ce délai?
L'article 9 de la loi prévoit
l'élaboration
d'un
règlement
d'ordre intérieur et de règles de
déontologie. Le gouvernement a-t-
il déjà rédigé un projet de texte en
la matière?
Les centres de formation chargés
de dispenser
une formation
spécifique aux futurs gardiens de
la paix sont-ils déjà prêts à
recevoir des candidats?
Les communes qui emploient du
personnel dans le cadre de
contrats de sécurité et de
prévention peuvent-elles continuer
à prétendre à la subvention prévue
à cet effet, même si elles créent
un service de gardiens de la paix?
01.02 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, er
moet inderdaad nog een aantal besluiten genomen worden in
uitvoering van de wet op de gemeenschapswachten. Het zijn
overigens besluiten die, mijns inziens, onder de noemer `lopende
zaken' vallen. Het gaat om het bepalen van de werkkleding en het
embleem, over de opleidingsvoorwaarden en over de procedures en
modaliteiten voor de identificatiekaart. Op dit ogenblik is de
administratie bezig met het uitwerken van de teksten. Gelet op het
belang van de uitvoeringsbesluiten zal hiermee "in lopende zaken"
worden voortgegaan. Dat bevestig ik u.
Dat de besluiten nog niet genomen werden, vormt geen beletsel voor
de inwerkingtreding als dusdanig en de uitvoering van de wet.
Een eerste stap is dat de gemeenten die gemeenschapswachten
wensen in te zetten, een dienst voor gemeenschapswachten
oprichten. Ik bevestig hierbij dat het al dan niet inzetten van
gemeenschapswachten een keuze is en blijft van de lokale overheid.
Dat is de invulling van de lokale autonomie. De gemeenten die op 9
juni 2007 reeds een dergelijk type beambten in dienst hadden, moet
deze dienst voor gemeenschapswachten oprichten uiterlijk zes
maanden na de inwerkingtreding van de wet.
Bij de oprichting van de dienst voor gemeenschapswachten moet de
lokale overheid eveneens een reglement van inwendige orde
opstellen. Uit respect voor de lokale autonomie laat de wet ook de
bepalingen daarvan over aan de gemeenten. Dat is uitdrukkelijk zo
bepaald en uitvoerig bediscussieerd ten tijde van de totstandkoming
van de wetgeving. In het licht van de supralokale ondersteuning van
de lokale overheden, heb ik aan de diensten gevraagd een
basisdocument uit te werken met betrekking tot deontologische
regels. Ter verdere ondersteuning heeft de administratie op haar
website een luik gewijd aan het thema gemeenschapswachten, met
01.02 Patrick Dewael, ministre: Il
est exact que des arrêtés
d'exécution doivent encore être
promulgués. Il faut notamment
décider de l'équipement de travail,
des conditions et des procédures
de formation ainsi que des
modalités afférentes à la carte
d'identification. Mon administration
prépare actuellement les textes,
une tâche qui relève des affaires
courantes. L'absence des arrêtés
d'exécution
n'empêche
bien
évidemment pas l'entrée en
vigueur de la loi.
Je confirme qu'à mon estime, les
pouvoirs locaux sont libres de se
doter ou non de gardiens de la
paix. Les communes qui avaient
déjà des gardiens à leur service le
9 juin 2007 devront créer le
service des gardiens de la paix
dans les six mois à dater de
l'entrée en vigueur de la loi.
La rédaction d'un règlement
d'ordre intérieur constitue à partir
de la création du service. Cette
tâche est intégralement confiée au
pouvoir local, même si mon
administration a établi à l'intention
des communes un document de
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
onder andere ook een FAQ-lijst, de frequently asked questions.
Daarnaast worden ook eerstdaags informatiesessies over het
onderwerp georganiseerd voor de gemeenten die al een dergelijk type
beambten in dienst hebben of deze wensen aan te werven.
Ten slotte, pas na publicatie van het uitvoeringsbesluit voor opleiding
en aanwijzing van de specifieke opleidingsinstellingen, kan concreet
worden overgegaan tot de organisatie van vormingen of inschrijving
van kandidaten. Ik zou hierbij willen verwijzen naar de
overgangsbepaling die voorzien is in de wet. De beambten die de
activiteiten zoals beschreven in de wet al uitoefenen, kunnen, indien
ze voldoen aan de minimumvoorwaarden van de wet, worden
aangeworven als gemeenschapswachten binnen de dienst. Ze
moeten pas een jaar na de aanwijzing van de specifieke
opleidingsinstellingen, voldoen aan de opleidingsvoorwaarden.
De wet op de gemeenschapswachten heeft geen enkele betrekking
op het statuut van de betrokken beambten, noch op de financiering
van deze beambten. De huidige federale subsidieregeling voor
dergelijk type beambten blijft bestaan. Ik wens hierbij ook te
benadrukken dat de federale regering zich begin van dit jaar heeft
geëngageerd tot het sluiten van vierjarige strategische plannen.
Vroeger moest dat van jaar tot jaar verlengd worden. Nu is dat voor
een langere duurtijd van vier jaar, in totaal met 102 Belgische steden
en gemeenten.
base comportant des règles
déontologiques. Le site internet de
l'Intérieur propose également un
document sur les gardiens de la
paix assorti d'une liste FAQ. Des
sessions
d'information
seront
proposées
sous
peu
aux
communes intéressées.
L'organisation de la formation et
l'inscription des candidats ne
pourront intervenir qu'après la
publication de l'arrêté d'éxécution
réglant cette matière. Je précise
que les agents qui exercent
actuellement déjà les activités
décrites dans la loi pourront être
engagés en qualité d'agent de la
paix s'ils satisfont aux conditions
minimum de la loi. Ils devront
satisfaire aux critères de formation
dans un délai d'un an après la
désignation
des
centres
de
formation.
L'organisation
du
subventionnement des agents
recrutés dans le cadre des
contrats de sécurité et de
prévention est maintenue telle
quelle.
Début
2007,
le
gouvernement a conclu avec 102
villes et communes des contrats
stratégiques pour une durée de
quatre ans.
01.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb
een aanvullend vraagje. Wordt eraan gedacht om
de
overgangsperiode - eventueel in een programmawet - nog te
verlengen zodat het voor steden en gemeenten iets makkelijker wordt
vermits dit werk, aanvullend bij het politiewerk, zeer nuttig is.
01.03 Michel Doomst (CD&V - N-
VA):
La
période
transitoire
pourrait-elle être prolongée, par
exemple par la voie d'une loi-
programme?
01.04 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Doomst, het zou zeer voorbarig en prematuur zijn, mocht ik nu al
verklaringen afleggen in naam van een regering die nog niet is
gevormd. Zoals u weet, werken we naarstig aan de totstandkoming
van die regering, die zich over dat probleem te gepasten tijde zal
buigen.
(...): onverwijld.
01.04 Patrick Dewael, ministre:
Je
suis
actuellement
dans
l'impossibilité de dire ce qu'un
gouvernement qui doit encore être
formé décidera en la matière.
De voorzitter: Dat zullen we op vijf minuten doen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
"nucleair transport" (nr. 40)
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "een transport van hoogradioactief materiaal naar het SCK" (nr. 76)
02 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "le transport nucléaire"
(n° 40)
- Mme Tinne Van der Straeten au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "un transport de
matériaux hautement radioactifs à destination du CEN" (n° 76)
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, via de pers hebben wij het transport vernomen
van twee staven hoogradioactief afval, komende van Spanje naar het
Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. Deze staven zouden in Mol
geanalyseerd worden en dit zou gebeuren in opdracht van een Frans
bedrijf dat splijtstoffen levert aan Spanje en hiervoor een certificaat
nodig heeft.
Hoewel het zou gaan over een relatief beperkte hoeveelheid
radioactief materiaal, ongeveer vijf kilogram meer bepaald, betreft het
hier uiterst radioactieve splijtstof. Dergelijke transporten van hoog
radioactief materiaal vinden plaats over de weg en houden steeds een
risico in, terwijl hierover naar verluidt geen overleg heeft
plaatsgevonden binnen de federale regering. Wel gaf het Federaal
Agentschap voor Nucleaire Controle, het FANC, hiervoor een
vergunning.
Ik heb hierover volgende vragen. Ten eerste, was u als
voogdijminister van het FANC op de hoogte van de vergunning die
werd afgeleverd voor dit transport van hoogradioactief afval?
Ten tweede, zijn er nog bijkomende transporten van hoogradioactief
materiaal gepland in het kader van dit contract? Zo ja, van welke
hoeveelheden en wanneer?
Op de derde vraag heb ik inmiddels via de pers vernomen dat het de
bedoeling zou zijn dat dit hoogradioactief afval in Mol zou blijven. Ik
pas dus mijn vraag aan. Aangezien het de stelling is van het SCK dat
het buitenlands hoogradioactief afval zal opbergen in Mol, noopt dit u
dan niet tot het herbekijken van de veiligheidsvoorwaarden die
verbonden zijn aan de berging van hoogradioactief afval?
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a-
spirit): La presse s'est fait l'écho
de l'acheminement de deux
échantillons de matériel nucléaire
hautement radioactif depuis la
centrale nucléaire de la ville
espagnole d'Almaraz vers le
Centre
d'étude
de
l'énergie
nucléaire (CEN) de Mol. Les
échantillons doivent être analysés
à Mol pour le compte de la société
française Areva, qui doit disposer
d'un certificat pour être autorisée à
fournir du combustible nucléaire
au marché espagnol libéralisé. Il
s'agit d'une petite quantité de
matériel extrêmement radioactif.
Le transport sera effectué par la
route, ce qui comporte des
risques. Aucune concertation n'a
eu lieu à ce sujet au niveau du
gouvernement.
L'Agence fédérale de contrôle
nucléaire (AFCN) a octroyé un
permis pour ce transport. Le
ministre en a-t-il été informé?
D'autres transports de déchets
hautement
radioactifs
sont-ils
prévus dans le cadre de ce
contrat? Etant donné que ce
matériel restera au CEN, n'y a-t-il
pas
lieu
de
réexaminer
minutieusement les conditions de
sécurité qui entourent le stockage
de déchets hautement radioactifs?
02.02 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, ik kom net gelopen van de commissie waarin eerste
minister Verhofstadt uitleg geeft bij de Europese top.
Mijn vraag heeft betrekking op hetzelfde onderwerp. Zoals de andere
collega's hebben we kunnen lezen in de krant El Pais over het
transport van twee splijtstofstaven van de Spaanse kerncentrale naar
het SCK in Mol. Na onderzoek zal het kernafval in België blijven. We
hebben gisteren gehoord van minister Verwilghen dat er gemiddeld
twee transporten per jaar zijn. Ik stel vast dat dit bijzonder veel is. Ik
vrees ook dat de transporten zullen toenemen. Volgens El Pais heeft
de Spaanse overheid hiervoor toestemming gegeven op dringende
02.02 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le quotidien El
Pais a fait état d'un transport vers
le CEN de matériel nucléaire en
provenance
d'une
centrale
nucléaire
espagnole.
Après
examen, les déchets nucléaires
resteront
en
Belgique.
M. Verwilghen a déclaré hier que
deux transports nucléaires sont
effectués chaque année mais je
crains que ce nombre n'augmente
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
wijze. Ik neem aan dat ook in België hierover zeer snel moest worden
beslist. Ik heb dan ook een aantal vragen hierover aan de minister.
Wanneer hebt u precies de vraag gekregen om die toestemming te
verlenen? Wanneer hebt u daarover een positief advies verstrekt?
Wat was het advies van het FANC daarover? Welke
veiligheidsmaatregelen werden genomen om het transport op een
veilige manier te laten gebeuren?
encore.
La décision d'effectuer le transport
a été prise dans l'urgence en
Espagne. Qu'en est-il pour la
Belgique? Quand la demande de
procéder à ce transport nous est-
elle parvenue et quand l'avis
favorable a-t-il été rendu? Quel
était la teneur de l'avis de l'AFCN?
Quelles mesures de sécurité ont
été prises?
02.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
transport betreft de overbrenging van twee bestraalde splijtstofstiften
vanuit de Spaanse kerncentrale Almaraz naar het Studiecentrum voor
Kernenergie te Mol in het kader van een programma van
wetenschappelijk en technologisch onderzoek.
Ik meld u voor alle duidelijkheid dat het transport op 5 oktober 2007 is
aangekomen bij het Studiecentrum. Ik zal nu nader ingaan op de
verschillende aspecten die de vraagstellers naar voren hebben
gebracht.
Ten eerste, het FANC heeft op 23 augustus de nodige vergunningen
afgeleverd voor het transport. Het gaat over een transportvergunning
over de openbare weg op het Belgisch grondgebied op naam van de
transportfirma Transnubel en om een invoervergunning op naam van
het Studiecentrum voor Kernenergie.
Ten tweede, wat de kwalificatie betreft van het vervoerde materiaal
moet ik collega Van der Maelen verbeteren. Dat is toch wel belangrijk.
Het gaat niet om afval, maar wel om twee staven radioactief materiaal
dat als onderzoeksmateriaal naar het SCK werd getransporteerd.
Ook op uw aanvullende vraag of ik niet meen dat de voorwaarden met
betrekking tot radioactief afval moeten worden herbekeken, is mijn
antwoord dus negatief, aangezien het materiaal de kwalificatie
"radioactief afval" niet kan krijgen. Ik benadruk nogmaals dat de
administratieve formaliteiten die door de invoerder bij het agentschap
werden ingediend, het materiaal niet als afval kwalificeren.
De invoervergunning vermeldt uitdrukkelijk dat die niet werd
afgeleverd voor een materiaal dat de hoedanigheid zou hebben van
afvalstof. Indien dat wel het geval was geweest, was de procedure in
de Euratomrichtlijn 92/3 van 3 februari 1992 betreffende het toezicht
en de controle op de overbrenging van radioactieve afvalstoffen
tussen lidstaten naar en vanuit de Gemeenschap van toepassing
geweest.
Ten derde, het FANC heeft mij als voogdijminister niet op de hoogte
gebracht van de vergunningsaanvraag in april, noch van de
vergunningsverlening in augustus. Dat is de normale procedure. Het
agentschap is autonoom bevoegd om dergelijke vergunningen af te
leveren. Ik neem aan dat u de wet kent. Ik verwijs naar artikel 18 van
de FANC-wet en naar artikel 57 van het algemeen reglement op de
bescherming van de bevolking tegen het gevaar van ioniserende
stralingen.
02.03 Patrick Dewael, ministre:
Le transport de deux barres de
combustible
irradiées
de
la
centrale
nucléaire
espagnole
d'Almaraz au CEN cadre dans un
programme
de
recherche
scientifique et technologique et
s'est déroulé le 5 octobre 2007.
L'AFCN a délivré une autorisation
de transport à Transnubel et une
licence d'importation au CEN le 23
août 2007. Les informations
administratives que l'importateur a
transmises à l'AFCN ne qualifient
pas le matériel de déchets
nucléaires. Il s'agit en l'occurrence
de matériel de recherche radioactif
et la question de savoir s'il
convient de revoir les conditions
en matière de déchets nucléaires
ne se pose donc pas. Étant donné
que
la
licence d'importation
mentionne expressément qu'il ne
s'agit pas de déchets nucléaires,
la procédure de la directive
Euratom
1992/3
n'était
pas
d'application.
L'AFCN ne m'a pas informé de la
demande de licence en avril, ni de
la délivrance d'une licence en
août, ce qui est normal étant
donné que l'Agence délivre de
telles licences en toute autonomie.
La question des affaires courantes
est donc sans pertinence en
l'occurrence. Seules les licences
concernant
des
installations
nucléaires de la classe de risque
la plus élevée, telles que les
centrales nucléaires, requièrent
une décision politique.
Les deux barres avaient un taux
de combustion de 44 mégawatts-
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Het afleveren van dergelijke vergunningen staat los van het feit of een
regering in lopende zaken is of niet. Die vergunningen waren
overigens in de loop van de maand april bij het FANC aangevraagd,
dus voor de aanvang van de periode van lopende zaken. De enige
vergunningen die niet autonoom door het Agentschap kunnen worden
verleend en die een interventie vereisen van het politieke niveau zijn
die welke slaan op nucleaire inrichtingen van de hoogste risicoklasse,
bijvoorbeeld de kerncentrales.
Ik kom tot het vierde element. Mevrouw Van der Straeten vraagt mij
cijfers zodat ik verplicht word toch heel even technisch te worden. De
mate waarin bestraalde splijtstof radioactief is, hangt rechtstreeks af
van de hoeveelheid energie die de splijtstof heeft voortgebracht
tijdens zijn verblijf in de centrale: hoe groter de energieproductie, hoe
meer splijtingen zich in het materiaal hebben voorgedaan, hoe meer
radioactieve splijtingsproducten erin vervat zitten en hoe intenser ook
de radioactiviteit is.
De twee stiften hadden een zogenaamde versplijtingsgraad van
44 MWd/kg. Die waarde is volkomen normaal voor de splijtstoffen die
actueel ontladen worden uit kerncentrales van het type in Almaraz, in
Doel of in Tihange. De verblijfsduur van de stiften in de reactor van
Almaraz is niet bekend maar moet volgens de technici van het FANC
minstens 3 jaar zijn geweest, wat opnieuw een volkomen normale
verblijfsduur is. Sommige stiften blijven tot 4,5 jaar in de reactor. Het
materiaal was dus niet radioactiever dan normaal.
Ik kom tot het vijfde element. Het transport gebeurde met een
speciale container van 28 ton die goedgekeurd is voor het vervoer van
bestraalde
splijtstoffen,
conform
de
internationale
transportreglementering. De stiften waren bijgevolg omgeven door
een massa van ijzer en staal die zowat 5.000 keer zwaarder was dan
het te vervoeren object. Het is die verpakking die ook borg staat voor
de veiligheid en voor de afscherming van de straling. Zoveel is
duidelijk.
Ten zesde, de risico's van het vervoer van bestraalde splijtstoffen
over de openbare weg zijn ook volledig onder controle. De
transportvergunningen leggen zelden een speciaal te volgen traject op
omdat de veiligheid wordt verzekerd door de verpakking die
ongevalbestendig is. Mogelijkerwijze is het transport dus door de
bebouwde kom gereden van sommige gemeenten. Het transport
vereiste geen bijzondere politiebegeleiding vanuit het oogpunt van de
fysieke beveiliging, en dat volgens de toepasselijke internationale
verdragen.
Ten slotte, de vergunning die werd afgeleverd dekte één enkele
transportbeweging, die intussen ook werd gerealiseerd. Het FANC
heeft geen kennis van gelijkaardige transporten naar het SCK in de
nabije
toekomst.
Het
SCK
heeft
daarvoor
ook
geen
vergunningsaanvraag ingediend. Voor de inhoud van het contract dat
afgesloten werd door het SCK verwijs ik u onder meer naar het
antwoord van collega Verwilghen, toezichthoudend minister voor het
Studiecentrum.
Het FANC is enkel dat weet u bevoegd voor de
veiligheidsaspecten. De vergunning van het FANC specificeert niet
jour par kilogramme. Cette valeur
est parfaitement normale pour les
combustibles
actuellement
déchargés
des
centrales
nucléaires du type de celles
d'Almaraz, de Doel et de Thiange.
Selon des techniciens de l'AFCN,
les barres doivent être restées au
moins trois ans à Almaraz, ce qui
correspond à une durée normale.
Le matériel n'était donc pas plus
radioactif que normalement.
Le transport a été effectué
conformément à la réglementation
internationale sur les transports,
dans un conteneur spécial de 28
tonnes, pour que le matériel
puisse être enveloppé d'une
masse de fer et d'acier cinq mille
fois plus lourde que l'objet à
transporter. Les risques liés à ce
transport sur la voie publique
étaient donc parfaitement sous
contrôle.
Les autorisations couvraient un
seul transport et l'AFCN n'a pas
connaissance d'autres transports
du même type dans un proche
avenir. Le CEN n'a, en tout cas,
introduit aucune demande en ce
sens. En ce qui concerne le
contenu du contrat, je me permets
de me référer au ministre
Verwilghen, ministre de tutelle du
CEN. L'AFCN n'est compétente
qu'en ce qui concerne les aspects
relatifs à la sécurité. La destination
finale du matériel importé relève
de l'ONDRAF et de son ministre
de tutelle.
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
wat de eindbestemming is van het ingevoerde materiaal. Dat is een
aspect dat binnen de bevoegdheid valt van NIRAS en zijn
voogdijminister.
Tot daar het antwoord dat ik aan de commissie kan verstrekken,
voorzitter.
02.04 Dirk Van der Maelen (sp.a-spirit): Mijnheer de minister, u hebt
mij een antwoord gegeven op drie van de vier nog hangende vragen
tussen ons. De vraag die nog overblijft is wanneer u mij het akkoord
over het asiel- en migratiebeleid zult bezorgen.
02.05 Minister Patrick Dewael: Dat valt buiten de lopende zaken.
02.06 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
dank u voor het uitgebreide en volledige antwoord. Ik vrees alleszins
dat de komende jaren, als het de gewoonte wordt dat afval,
onderzoeksmateriaal of wat de kwalificatie ook is en er wordt in elk
geval hoogradioactief materiaal ingevoerd in België - wij de nucleaire
afvalbak van Europa zullen worden.
Présidente: Jaqueline Galant.
Voorzitter: Jacqueline Galant.
02.06 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Si
de
tels
procédés
devaient
devenir
habituels, on risque d'assister à
des importations de plus en plus
fréquentes
de
matériaux
hautement radioactifs, faisant de
la
Belgique
une
poubelle
nucléaire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la création
d'un centre européen de lutte contre le trafic de drogue dans l'Atlantique" (n° 48)
03 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de oprichting van een Europees centrum ter bestrijding van drugssmokkel via de
Atlantische Oceaan" (nr. 48)
03.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, tout le monde, dans cette commission et même à l'extérieur,
peut être d'accord sur le fait que l'on constate une augmentation
régulière de la consommation de cocaïne, pas seulement dans notre
pays mais dans le monde en général.
Sur base d'une philosophie qui est de dire qu'il vaut généralement
mieux saisir ces quantités de drogue avant qu'elles n'arrivent sur le
territoire, sept pays européens ont signé un accord qui permet de
lutter contre ce trafic de produits stupéfiants, notamment de cocaïne,
vers l'Europe. L'idée est de couper les chemins entre le point de
départ et le point d'arrivée de cette drogue sur le continent. Ces sept
pays sont le Portugal, l'Irlande, la France, l'Italie, l'Espagne, le
Royaume-Uni et les Pays-Bas. Ils ont signé cet accord le 30
septembre 2007.
Lorsqu'on lit l'accord, on constate que la composition de ce réseau
est assez spécifique d'un point de vue professionnel: navires
militaires, officiers supérieurs, juristes et collaboration avec les forces
armées américaines.
Si l'accord a été signé le 30 septembre, le système est opérationnel
depuis six mois. Il a apporté certains résultats puisqu'en termes de
saisies, on parle de dix tonnes de cocaïne saisies en six mois.
03.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 30 september jongstleden
hebben zeven Europese landen
een overeenkomst gesloten ter
bestrijding van de handel in
verdovende middelen en van
cocaïne in het bijzonder met
bestemming Europa. De regeling
wordt al zes maanden toegepast
en heeft tot de inbeslagname van
tien ton cocaïne geleid. Met dit
plan wil men het traject dat die
drug tussen zijn vertrekpunt en
eindbestemming
volgt,
doorknippen.
Hoe staat België tegenover die
overeenkomst? Hoe kan ons
beleid inzake de bestrijding van
drugshandel, en dan vooral van
cocaïne, worden afgestemd op het
systeem dat door die zeven landen
op poten werd gezet? Volgens dat
akkoord kunnen ook andere
Europese landen zo nodig en als
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Monsieur le ministre, quelle est l'attitude de la Belgique par rapport à
cette convention? Comment peut-on imaginer la coordination entre
notre politique de lutte contre le trafic de drogue, de cocaïne en
particulier, et celle mise en place par ces pays?
Notre pays est généralement considéré comme une plaque tournante
en matière de drogue mais il est également en avance en ce qui
concerne la coopération européenne. N'y a-t-il pas là une opportunité
supplémentaire à saisir? Si oui, dans quelle mesure?
Enfin, l'accord prévoit que d'autres pays européens peuvent, si besoin
en est et s'ils l'estiment nécessaire, adhérer à cette convention.
Pensez-vous que cette piste doit être étudiée et analysée?
Je vous remercie.
ze het nuttig achten tot die
overeenkomst toetreden. Moet die
mogelijkheid
volgens
u
niet
onderzocht worden?
03.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, la Belgique soutient l'initiative ayant conduit à la création de
ce centre européen de lutte contre le trafic de drogue dans
l'Atlantique. Je constate toutefois avec regret que la Belgique n'a pas
été associée dès la phase initiale du projet. L'initiative de ces sept
États a été présentée à l'ensemble des États membres une fois le
projet conclu et finalisé.
Je m'étonne de cette manière d'agir car la Belgique a toujours joué un
rôle pionnier en matière de coopération policière internationale
notamment en matière de lutte contre la drogue. Nous avons en effet
compris depuis quelques temps que seule une globalisation des
efforts peut offrir une réponse efficace à ces phénomènes criminels
transfrontaliers. Je n'exclus donc pas d'interpeller mes collègues
néerlandais et français à ce sujet.
En ce qui concerne la participation de la Belgique à cette initiative, je
suis d'avis qu'elle est opportune, voire nécessaire. La place occupée
par la Belgique dans l'importation de cocaïne, mais aussi de cannabis
principalement par voie maritime est un élément qui doit être pris en
considération.
La police fédérale examine actuellement quelles sont les modalités
possibles de cette participation en tenant compte de ses besoins et
de ses capacités en personnel.
Cette participation pourrait se concrétiser, par exemple, par un
échange d'informations accru, par une mise à disposition de
capacités d'analyse et, éventuellement, par le prêt de matériel ou
encore de détachements de personnel sur place.
Une rencontre entre la police fédérale et les représentants de ces
sept États membres est prévue afin d'examiner leurs besoins
respectifs et les modalités d'une participation de notre pays.
Enfin anticipant les résultats opérationnels de ce nouveau centre, la
Belgique a très récemment revu ses procédures internes relatives aux
demandes d'intervention en haute mer.
En ce qui concerne l'approche européenne, le Conseil des ministres
Justice et Affaires intérieures considère la lutte contre le trafic de
drogue comme l'une des ses priorités absolues.
03.02 Minister Patrick Dewael:
België steunt dat initiatief. Ik vind
de deelname van ons land aan dat
project opportuun, maar betreur
dat we er niet van bij het begin bij
betrokken werden. Dat wekt des te
meer verwondering omdat ons
land op het vlak van internationale
politiesamenwerking steeds het
voortouw heeft genomen, onder
meer inzake drugsbestrijding. Het
is niet uitgesloten dat ik mijn
Nederlandse en mijn Franse
collega daarover aanspreek.
De federale politie onderzoekt op
dit ogenblik hoe die samenwerking
kan worden ingevuld , rekening
houdend met de eigen noden en
met het beschikbare personeel. Er
is een ontmoeting gepland tussen
de
federale
politie
en
de
vertegenwoordigers van de zeven
betrokken lidstaten teneinde de
respectieve noden van elk van die
landen te bekijken en na te gaan
op welke manier België zijn
medewerking kan verlenen. In
afwachting van de resultaten van
dat nieuwe centrum heeft ons land
overigens zijn interne procedures
met betrekking tot oproepen voor
het ingrijpen op volle zee herzien.
De Europese Unie heeft een
antidrugsstrategie
(december
2004) uitgewerkt, evenals een
actieplan (2005-2008) dat de
prioritaire krachtlijnen vastlegt:
coördinatie, terugdringen van de
vraag en van het aanbod,
internationale
samenwerking,
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
L'Union européenne s'est ainsi dotée d'une stratégie antidrogue
(décembre 2004) et d'un plan d'actions (2005-2008) afin de guider
son action. Il s'agit de faire face au phénomène de la drogue tant au
niveau de la protection de la santé qu'au niveau de la répression.
Le plan d'actions donne à toutes les instances européennes
concernées les orientations pour la fixation de leurs priorités en la
matière.
Ces orientations se concentrent autour de cinq axes d'actions: la
coordination, la réduction de la demande, la réduction de l'offre, la
coopération internationale, la recherche et l'évaluation.
Il ne s'agit donc absolument pas de poser des actions isolées, mais
de prévoir, à travers une stratégie et un plan d'actions intégrées, une
lutte efficace contre la production et le trafic international de drogue et
d'assurer la complémentarité des mesures prises au niveau national,
régional et international.
onderzoek en evaluatie.
03.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je tiens à
remercier le ministre pour sa réponse.
Monsieur le ministre, permettez-moi d'évoquer une autre philosophie
selon laquelle on ne vit pas de regret, mais d'espoir. Or si j'ai bien
compris, l'espoir est d'adhérer le plus vite possible à cette coopération
par le biais de la police fédérale. Je ne peux que souscrire à l'analyse
que vous avez faite. Je tiens également à dire que je soutiens la
stratégie telle qu'elle a été définie.
03.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Hopelijk kunnen wij ons zo vlug
mogelijk
bij
dat
samenwerkingsverband aansluiten
via de federale politie. Ik kan uw
analyse en de strategie die u heeft
uitgetekend
alleen
maar
onderschrijven.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la vague
d'incendies volontaires à Ath" (n° 52)
04 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de golf van brandstichtingen in Aat" (nr. 52)
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la bonne ville d'Ath subit depuis deux mois des incendies à
répétition, une quinzaine répertoriés, selon un modus operandi
similaire, soit dans les villages comme Ghislenghien soit dans le
centre. Cela crée de l'émoi et une certaine tension: quand un citoyen
voit son véhicule, son camion, sa caravane prendre feu, c'est
l'investissement de toute une vie ou à tout le moins d'une bonne
partie de celle-ci qui part en fumée en quelques instants. On craint
donc que ce phénomène ne génère une véritable psychose.
Selon les informations rapportées par la presse, la police poursuit son
enquête mais deux mois, c'est long, cela peut même être trop long.
Par rapport à ce phénomène peu banal pour une commune de 25.000
habitants heureusement, toutes les communes n'y sont pas
soumises! , des mesures particulières sont-elles prises? Peut-on
imaginer un renforcement de l'effectif, non seulement pour rassurer,
même si l'aspect psychologique est important, mais aussi pour mener
à bien les opérations?
Je ne vous demande pas les résultats de l'enquête, j'attends sa fin.
04.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Sinds midden augustus zorgde
een tiental brandstichtingen voor
enige opschudding in Aat.
Werden er, naast het onderzoek,
ook
specifieke
veiligheidsmaatregelen genomen?
Zo ja, welke? Welke resultaten
heeft dat opgeleverd? Zal het
onderzoek binnen afzienbare tijd
tot resultaten leiden?
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Cependant, est-il vrai, comme on le dit, que sa conclusion serait
imminente et que l'auteur des faits serait rapidement identifié?
04.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, le plus important, c'est que les auteurs de ces méfaits soient
arrêtés. Comme vous le savez, une enquête judiciaire est en cours et
pour des raisons évidentes, je ne peux me prononcer à son sujet.
En tout cas, selon les informations en ma possession, la zone de
police d'Ath met en oeuvre des moyens importants dans l'enquête sur
les incendies à Ghislenghien et dans le centre d'Ath. Au niveau
préventif, des patrouilles sont orientées dans les créneaux horaires où
les incendies sont commis. En outre, la zone de police a mis en
oeuvre un dispositif de rappel de personnel en cas de nouvel incendie.
04.02 Minister Patrick Dewael: Ik
kan niets zeggen over het aan de
gang
zijnde
onderzoek.
De
politiezone van Aat zet belangrijke
middelen in en de brandweerzone
heeft een regeling uitgewerkt
waarbij het personeel weer wordt
opgeroepen in geval van een
nieuwe brand.
04.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour ces
propos. Comme je l'avais précisé, il est évident qu'il ne peut pas
donner des informations nécessaires à l'enquête. Je retiens que des
moyens importants sont mis à la disposition de l'enquête et surtout
que ces moyens peuvent être renforcés si besoin est. J'espère qu'ils
seront non seulement rassurants mais qu'ils permettront aussi de
montrer que ce genre de faits n'est pas banalisé.
04.03 Jean-Luc Crucke (MR): Er
worden
belangrijke
middelen
ingezet. Er is dus geen sprake van
een bagatellisering van dat soort
feiten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de samenwerking van de federale politiediensten met de Albanese politiediensten" (nr. 54)
05 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
collaboration entre les services de police fédéraux et les services de police albanais" (n° 54)
05.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de federale politiediensten hebben onlangs een
samenwerkingsakkoord gesloten met de Albanese overheid om de
strijd tegen vervalste reis- en identiteitsdocumenten efficiënter te
kunnen voeren, alsook de strijd tegen financiële en economische
criminaliteit. Dat is een goed initiatief. Op het terrein worden wij
immers voelbaar geconfronteerd met de gevolgen van dit type van
criminaliteit.
Mijnheer de minister, heeft dit een zware budgettaire weerslag? Zijn
dergelijke initiatieven in de toekomst binnen de beschikbare
budgettaire middelen haalbaar?
Is het de bedoeling om zo'n project te laten uitgroeien tot een vorm
van permanente samenwerking met de Albanese autoriteiten?
Zijn er nog andere landen waarmee een dergelijk akkoord is gesloten
en dat reeds is doorgevoerd?
Gebeurt die samenwerking in het kader van de Europese
politiesamenwerking met andere landen? Zijn de bevindingen die in
die samenwerking worden ervaren ook gedeeld door andere
politiediensten uit de lidstaten?
05.01 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): La police fédérale a conclu un
accord de coopération avec
l'Albanie dans le cadre de la lutte
contre la fabrication de fausses
cartes d'identité et de faux
documents de voyage ainsi que
contre la criminalité financière et
économique. Quel coût cela
représente-t-il? Ce projet donnera-
t-il lieu à une coopération
permanente avec l'Albanie? Des
accords de ce type sont-ils
également conclus avec d'autres
pays? D'autres Etats membres
sont-ils informés des résultats de
cette coopération, dans le cadre
de
la
coopération
policière
européenne?
05.02 Minister Patrick Dewael: Mevrouw de voorzitter, collega's, in
de strijd tegen de internationale criminaliteit is de internationale
samenwerking een must. Die samenwerking kan gebeuren op
05.02 Patrick Dewael, ministre : Il
est indispensable d'organiser une
coopération internationale dans le
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
verschillende manieren, bijvoorbeeld via de multilaterale verdragen. Ik
verwijs naar het Schengenakkoord en het verdrag van Prüm. Dat kan
ook via internationale instanties zoals Europol en Interpol. Dat kan via
verbindingsofficieren die wij hebben in het buitenland. Sinds kort
hebben wij er trouwens ook een in Tirana. Dat kan ook via bilaterale
verdragen en actieplannen.
Albanië is voor ons land heel belangrijk. Bij zware of georganiseerde
criminaliteit in België zijn heel vaak Albanezen betrokken. Een goede
samenwerking met dat land is dan ook noodzakelijk. Dat is ook de
reden waarom wij sinds kort die verbindingsofficier hebben
toegewezen. Ik heb destijds een werkbezoek gebracht aan Albanië
waaraan ook een aantal andere zaken werd verbonden. Dat heeft
allemaal geresulteerd in een politiesamenwerkingsakkoord met de
federale politie.
In het raam van het bilaterale politiesamenwerkingsakkoord werd er
een actieplan ontwikkeld waarbij twee Belgische experts inzake
identiteitsdocumenten deze maand nog een cursus van vier dagen
zullen geven in Albanië zelf. In december zal een delegatie van drie
Albanese politiemensen ontvangen worden door de algemene directie
Gerechtelijke Politie, in het bijzonder door de directie Strijd tegen de
Economische en Financiële Criminaliteit. In totaal komt dat neer op
127 manuren.
Ten tweede, het actieplan bepaalt dat het gastland de verblijfskosten
van de delegatie op haar grondgebied ten laste neemt, met name de
kosten voor logement, de maaltijden en de verplaatsingen, terwijl de
delegatie de vervoerskosten naar het gastland ten laste neemt. De
totale kostprijs voor de federale politie wordt geraamd op zowat 1.100
euro.
Ten derde, het huidige actieplan loopt tot 31 december 2007 en zal
zowel inhoudelijk als organisatorisch worden geëvalueerd. Op basis
van die evaluatie zal ook een navolgend actieplan voor 2008 worden
voorbereid.
Ten vierde, het document dat op 5 oktober 2007 werd ondertekend is
geen samenwerkingsakkoord in de strikte betekenis van het woord,
maar wel een bilateraal actieplan. De federale politie sluit jaarlijks
meerdere van die actieplannen af om de samenwerking met landen
waarmee eerder een bilateraal verdrag werd gesloten, concreet
gestalte te geven. Voor 2007 werden behalve met Albanië ook
actieplannen uitgewerkt met Polen, met Roemenië en met Marokko.
Ten slotte, het recent ondertekende plan is, zoals ik reeds zei,
bilateraal. Er zijn dus geen politiediensten uit andere Europese landen
rechtstreeks betrokken bij de uitvoering van de activiteiten die worden
ondernomen. De bevindingen zullen echter worden gedeeld met
andere lidstaten van de Europese Unie via contacten van de
Belgische verbindingsofficier in Albanië met zijn Europese collega's
ter plaatse. Het is zo dat het systeem werkt.
cadre de la lutte contre la
criminalité internationale. Cette
collaboration
peut
prendre
différentes
formes:
traités
multilatéraux
ou
bilatéraux,
officiers de liaison,...
Il est important d'organiser une
coopération
efficace
avec
l'Albanie, car de nombreux
ressortissants
albanais
sont
impliqués dans le crime organisé
en Belgique. C'est la raison pour
laquelle nous disposons depuis
peu d'un officier de liaison à
Tirana. L'accord de coopération de
la police fédérale est le résultat
d'une visite de travail que j'ai
effectuée il y a un an en Albanie.
Dans le cadre de cet accord
bilatéral, un plan d'action a été
élaboré et c'est ainsi notamment
que des experts belges en matière
de
documents
d'identité
dispenseront une formation en
Albanie. En décembre, notre
police judiciaire recevra une
délégation de policiers albanais.
Les frais de séjour de la
délégation sont payés par le pays
hôte, ce qui représente pour notre
police fédérale une dépense
estimée à 1.100 euros.
Ce plan d'action a été signé le 5
octobre 2007 et il sera appliqué
jusqu'au 31 décembre 2007. Un
plan d'action sera préparé pour
2008 sur la base d'une évaluation.
Il ne s'agit pas ici d'un accord de
coopération
mais
d'un
plan
d'action
bilatéral.
La
police
fédérale conclut chaque année
plusieurs plans d'action de ce type
dans le but de mettre en pratique
concrètement
des
accords
bilatéraux conclus précédemment.
Aucun service de police d'autres
États membres n'est associé
directement mais les résultats
seront partagés avec les autres
États membres par le biais de
notre officier de liaison.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
06 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "de houding van de federale regering met betrekking tot het Coffee Corner-plan van de
Nederlandse gemeente Maastricht" (nr. 55)
06 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la position du
gouvernement fédéral en ce qui concerne le plan 'Coffee Corner' de la commune néerlandaise de
Maastricht" (n° 55)
06.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit is een vervolg op een aantal vragen die ik
reeds gesteld heb over deze materie. In april heeft de gemeente
Maastricht haar zogenaamde Coffee Corner-plan goedgekeurd. De
naam is helemaal niet zo onschuldig als datgene waarover het in
werkelijkheid gaat. Het heeft namelijk niets met koffie te maken, maar
met het Nederlandse softdrugsbeleid. Gelegaliseerde coffeeshops
veroorzaken blijkbaar overlast in Maastricht waardoor men ze uit het
stadscentrum wil weghalen.
Aan Nederlandse zijde speelt men het tactisch zeer goed. De
burgemeester van Maastricht heeft namelijk beslist om drie van de
zeven coffeeshops te verplaatsen in de richting van de Belgische
grens. Daardoor worden drie Limburgse gemeenten Riemst, Lanaken
en Voeren in een regio die u niet onbekend is, meen ik, mijnheer de
minister getroffen. Zij vrezen dat de overlast zich zal verplaatsen
naar de grenzen van hun gemeente en misschien wel naar het hele
grondgebied ervan. Daarom zijn zij van plan een gerechtelijke
procedure op te starten tegen de gemeente Maastricht.
In dit verhaal zijn de Schengen-akkoorden zeer belangrijk. Daarin is
bepaald dat er geen overlast verplaatst mag worden in de richting van
de buurlanden. Indien Maastricht zijn plannen doorzet, lijkt dit dus op
een manifeste schending van het Schengen-verdrag. Premier
Verhofstadt heeft destijds beloofd dat hij in het kader van een
Europese top, premier Balkenende daarover zou aanspreken. De
agendasetting heeft ervoor gezorgd dat ik hier vandaag aan u mijn
vraag stel en niet aan premier Verhofstadt. U bent echter de
ambtsgenoot van de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken.
Ik neem aan dat er op dat vlak toch ook informatie wordt uitgewisseld.
Mijn vraag is: wat is de stand van zaken? Wordt het Schengen-
verdrag nageleefd? Kunnen de gemeenten die de procedure inleiden,
rekenen op steun van de federale regering, voor zover dit kan in het
kader van de lopende zaken?
06.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): En avril 2007, Maastricht
a adopté son plan «Coffee
Corner»
qui
prévoit
le
déplacement dans la périphérie de
la ville de sept coffee shops, dont
trois s'installeront à proximité de la
frontière belge. Les communes de
Riemst, Lanaken et Fourons ont
réagi
par
l'ouverture
d'une
procédure judiciaire contre la Ville
de Maastricht, sur la base
notamment
des
accords
Schengen qui interdisent de
déplacer
des
nuisances
en
direction d'un pays voisin.
Lorsque
je
l'ai
interrogé
précédemment à ce propos, M.
Verhofstadt m'a promis d'évoquer
la question avec son homologue
néerlandais. Des contacts ont-ils
été pris avec les autorités
néerlandaises? Quel est l'état du
dossier? Les accords Schengen
seront-ils
respectés?
Le
gouvernement fédéral apportera-t-
il
son
soutien
aux
trois
communes?
06.02 Minister Patrick Dewael: Mevrouw de voorzitter, collega's, er
zijn de voorbije jaren en maanden inderdaad verschillende contacten
geweest tussen de premier en zijn Nederlandse collega, en ook
tussen mijzelf en onder meer de Nederlandse minister van Justitie.
Het standpunt van de Belgische regering werd tijdens die contacten,
maar ook in twee brieven van de premier aan minister-president
Balkenende, vrij duidelijk weergegeven. De Belgische regering stelt
zich namelijk vragen of het plan wel overeenkomstig de internationale
verdragen is. Bovendien bevat het Nederlandse regeerakkoord van
februari van dit jaar een passage waarin staat dat er geen
coffeeshops naar de grens zouden worden verplaatst. Ook op het
lokale niveau werd, door de plaatselijke burgemeesters en de
gouverneurs, het Belgische standpunt heel duidelijk weergegeven. Wij
hebben in deze problematiek met andere woorden altijd voor overleg
06.02 Patrick Dewael, ministre:
Ces dernières années, nous avons
eu divers contacts avec le premier
ministre néerlandais Balkenende
ainsi qu'avec le ministre de la
Justice
néerlandais.
M.
Verhofstadt
a
réexpliqué
la
position du gouvernement belge
dans deux courriers adressés à
son homologue néerlandais. Nous
nous demandons si ce projet est
conciliable
avec
les
traités
internationaux.
L'accord
de
gouvernement néerlandais prévoit
en outre qu'aucun coffee shop ne
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
gekozen. Dat overleg resulteerde bijvoorbeeld in Oost-Vlaanderen en
Terneuzen tot vrij goede afspraken, op het politionele, gerechtelijke
en bestuurlijke vlak, in de strijd tegen het drugstoerisme.
De plannen van burgemeester Leers dateren al van een aantal jaren
geleden. Ondanks alle overleg wil hij nu blijkbaar opnieuw verder
gaan. Hij blijft dus hardleers. Ik blijf hopen dat er in dialoog een
oplossing kan worden gevonden, zoniet blijft alleen het middel van de
juridische actie over, onder andere voor het Europees Hof van
Justitie. Wat ik vandaag niet kan doen is mij in de plaats stellen van
een nieuwe regering. Ik ga er echter van uit dat de te vormen regering
zich ernstig zal beraden over eventuele steun aan gemeenten die een
procedure opstarten tegen Maastricht. Zoals u weet kan ik ook daar
niet op vooruitlopen.
sera déplacé à proximité de la
frontière belge. Nous avons
également précisé notre position à
l'échelon local.
Nous optons toujours pour la
concertation, une formule qui s'est
déjà révélé payante par le passé.
Les projets du bourgmestre de
Maastricht remontent à quelques
années déjà et, malgré la
concertation menée à ce propos, il
semble manifestement vouloir aller
de l'avant. Si le dialogue ne
débouche sur aucune solution,
nous devrons notamment saisir la
Cour européenne de justice; je
considère
que
le
prochain
gouvernement
soutiendra
les
communes limbourgeoises qui ont
entamé une procédure.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het zou
natuurlijk jammer zijn als men in die drie gemeenten voor een
voldongen feit werd geplaatst omdat er in België een regeringswissel
op til is.
In elk geval moeten wij dus afwachten wat de volgende regering zal
doen. Ik blijf echter een beetje in de kou staan in verband met wat er
concreet is besproken met minister-president Balkenende. Misschien
kan ik daarover de huidige eerste minister nog ondervragen. Het moet
immers duidelijk zijn dat de Nederlandse regering haar eigen
gemeenten en de besturen die aan haar ondergeschikt zijn tot de
orde moet roepen wanneer dat nodig is. Nogmaals, men mag niet
voor voldongen feiten worden geplaatst.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il est regrettable que ces
communes soient placées devant
le fait accompli parce que les
négociations en vue de la
constitution d'un gouvernement
perdurent. Il se peut que je
demande au premier ministre, M.
Verhofstadt, sur quoi a porté son
entretien avec son homologue
néerlandais, M. Balkenende. Le
gouvernement néerlandais devrait
rappeler
la
commune
de
Maastricht à l'ordre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"la mise en oeuvre de la directive Seveso II" (n° 57)
07 Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de uitvoering van de Seveso II-richtlijn" (nr. 57)
07.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
présidente, monsieur le ministre, selon le rapport 2003-2005, remis
par la Belgique à la Commission européenne sur la mise en
application de la directive Seveso II, les exploitations classées Seveso
sont au nombre de 196 en seuil 1 (haut) et 137 en seuil bas (de
moindre risque). Ces entreprises sont toutes tenues de réaliser un
rapport de sécurité qui décrit comment le risque d'accident majeur est
maîtrisé; de plus, un plan d'urgence interne et un plan d'urgence
externe doivent être réalisés par chaque établissement.
Selon ce rapport, en 2005, tous les établissements Seveso
disposaient d'un plan d'urgence interne, mais 59 d'entre eux ne
disposaient pas d'un plan d'urgence externe. Le ministre compétent
07.01
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Uit het
rapport betreffende de toepassing
van de Sevesorichtlijn tijdens de
periode 2003-2005 dat België aan
de Europese Commissie heeft
overgezonden, blijkt dat de 333
Sevesobedrijven in ons land wel
degelijk over een intern noodplan
beschikten, maar dat 59 van die
bedrijven geen extern noodplan
hadden, wat nochtans verplicht is.
Heeft
de
minister
met
de
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
en matière de protection civile doit, en concertation avec les
gouvernements régionaux, déterminer les zones de planification
d'urgence.
Pouvez-vous nous dire ce qu'il en est aujourd'hui: la détermination
des zones de planification est-elle réalisée pour l'ensemble des sites
et les plans d'urgence externe sont-ils réalisés?
Je vis dans une commune, Braine-l'Alleud, qui comporte une
entreprise de type Seveso et vous comprendrez que je me sente
particulièrement concernée par cette question.
Mon deuxième point vise la stratégie d'information du public. La
directive impose des stratégies d'information du public. Selon le
rapport remis, en Belgique, l'accord de coopération du 21 juin 1999
prévoit une campagne d'information nationale au moins une fois tous
les cinq ans, comprenant spots TV, brochures, site web et infos
animées dans les communes concernées.
La dernière campagne d'information a eu lieu en septembre 2002.
Nous sommes en octobre 2007. Une nouvelle campagne est
annoncée sur le site "seveso.be" dont les outils sont, à mon sens, peu
développés.
Quelle est la stratégie adoptée? Comment vous assurez-vous que le
public concerné est atteint et qu'il peut adopter les comportements
demandés en cas d'accident?
Mon inquiétude par rapport à ma commune est que l'information
n'arrive pas suffisamment au public: il ne sait pas ce qu'il doit faire en
cas d'accident.
gewestregeringen
overleg
gepleegd
inzake
de
planningszones en zullen de
externe
noodplannen
worden
uitgewerkt?
Er is nog maar weinig werk
gemaakt van de instrumenten die
waren aangekondigd in het kader
van
de
nieuwe
vijfjarige
informatiecampagne waarin de
richtlijn voorziet. Welk beleid wordt
ter zake gevoerd? Hoe gaat u na
of de doelgroep wel wordt bereikt?
07.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, les zones de planification d'urgence sont un maillon
indispensable dans l'élaboration d'un plan d'urgence externe qui
contient les mesures à prendre à l'extérieur pour les établissements
dits "de seuil haut".
En exécution de l'accord de coopération Seveso, les gouvernements
régionaux doivent être consultés et les critères nécessaires à la
délimitation de ces zones de planification d'urgence doivent être
déterminés. Jusqu'à présent, seuls les avis des gouvernements
régionaux flamand et wallon ont été transmis à mes services.
Dès réception de l'avis du gouvernement de la Région de Bruxelles-
Capitale, le projet d'arrêté ministériel fixant les critères à prendre en
considération par l'exploitant pour délimiter le territoire pouvant être
touché en cas d'accident majeur sera transmis au Conseil d'État et
ensuite publié. Dès l'entrée en vigueur de l'arrêté ministériel, les
calculs des zones de planification d'urgence et l'établissement des
plans d'urgence externes pourront commencer.
En ce qui concerne la stratégie d'information du public, la dernière
campagne d'information nationale relative aux risques Seveso s'est
déroulée entre le 24 septembre et la mi-novembre 2002. La
campagne d'information 2007 sera lancée dans le courant du mois de
novembre et durera trois semaines. Les préparatifs de cette
campagne sont en cours. Vu l'objectif de la directive informer la
07.02 Minister Patrick Dewael:
De noodplanningszones werden
nog niet afgebakend, vermits we
pas een ministerieel besluit tot
vaststelling van de desbetreffende
criteria aan de Raad van State
kunnen voorleggen als we over het
advies van de gewestregeringen
beschikken. Het advies van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
ontbreekt momenteel echter nog.
De
voorlichtingscampagne
waarvan sprake in de Seveso II-
richtlijn zal in november worden
opgestart. Mijn diensten zullen
toezien
op
een
efficiënte
verspreiding van de informatie in
verband met de Seveso-risico's,
de preventieve maatregelen en de
gedragsregels die men bij een
ongeval in acht moet nemen.
Daartoe zal onder meer via De
Post een brochure verspreid
worden. Die campagne zal ook in
de media aangekondigd worden.
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
population concernée des règles de conduite à respecter , mes
services veilleront à ce que l'information soit diffusée de façon
efficace. Des brochures d'information seront distribuées par courrier à
la population. Grâce à ces brochures, celle-ci sera informée de la
nature des risques Seveso, des mesures préventives à prendre tant
par les autorités que par les industries et des règles de conduite à
respecter.
Cette campagne sera annoncée dans les médias. Il est prévu de
diffuser un spot télévisé sur les chaînes nationales et de publier des
annonces dans les quotidiens et hebdomadaires nationaux. Le site
internet www.seveso.be sera également actualisé.
07.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
ministre, je vous remercie. Je ne comprends pas pourquoi on ne peut
pas déjà avancer. Si les Régions wallonne et flamande ont remis leur
avis sur les zones de planification d'urgence, est-il nécessaire de tout
bloquer en attendant celui de la Région bruxelloise?
Pourquoi ne peut-on délimiter ces zones dans les deux Régions qui
ont remis leur avis?
07.03
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers
(Ecolo-Groen!):
Waarom
kunnen
de
noodplanningszones niet reeds
afgebakend
worden
in
de
Gewesten die hun advies hebben
toegezonden?
07.04 Patrick Dewael, ministre: Agir de cette façon ne serait pas
efficace. Nous devons être en possession de l'avis de toutes les
Régions concernées. Je ne connais pas la raison du retard de la
Région de Bruxelles-Capitale mais si les avis sont demandés à toutes
les Régions, nous n'allons pas élaborer un plan pour devoir refaire
ensuite une partie du travail.
Je veux bien envoyer un rappel mais il est impossible de continuer
tant que tous les avis n'ont pas été communiqués.
07.04 Minister Patrick Dewael:
Dat zou niet efficiënt zijn. Ik zou
het
Brussels
Hoofdstedelijk
Gewest echter wel aan zijn
verplichtingen kunnen herinneren.
07.05 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
ministre, pour une zone de planification qui est à Anvers, à Charleroi
ou à Liège, faut-il attendre l'avis de la Région bruxelloise?
07.05
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Is het
echt nodig op dat advies te
wachten voor de zones die in
Antwerpen of Charleroi liggen?
07.06 Patrick Dewael, ministre: Madame, nous vivons dans un pays
compliqué mais n'est-il pas plus facile d'insister auprès de la Région
de Bruxelles-Capitale? Je crois que vous y connaissez quelqu'un. Je
pense qu'elle s'appelle Mme Evelyne Huytebroeck.
07.06 Minister Patrick Dewael:
We leven in een ingewikkeld land.
Kan u niet eerder een goed
woordje doen bij de Brusselse
minister van Leefmilieu, mevrouw
Huytebroeck?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de bestrijding van de processierupsen" (nr. 92)
08 Question de M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la lutte
contre les chenilles processionnaires" (n° 92)
08.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, de processierupsen hebben heel wat
gemeenten gedurende enkele weken in hun ban gehouden. In de
maanden mei en juni van dit jaar werden eenheden van Civiele
Bescherming ingezet bij de bestrijding van processierupsen.
08.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Les unités de la
Protection civile affectées en mai
et en juin à la lutte contre les
chenilles
processionnaires
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Uit ooggetuigenverslagen blijkt dat verschillende eenheden van de
Civiele Bescherming niet over het juiste en voldoende materiaal en
kledij beschikten om het probleem degelijk aan te pakken. Bij
opdrachten in Vlaams-Brabant beschikten manschappen van de
Civiele Bescherming op sommige dagen niet over water om te
blussen bij het verdelgen van de rupsen. Niet elke ploeg kreeg
assistentie van een brandweerman als deskundige. Nochtans heeft
de overheid wel meegedeeld dat de bestrijding van processierupsen
specialistenwerk is. Zo werden de militairen die werden ingezet in de
provincie Limburg, degelijk voorbereid via een korte opleiding en
kreeg elke ploeg een brandweerman mee als deskundige.
Bij verschillende ploegen van de Civiele Bescherming ontbrak die
korte opleiding en eveneens de geschikte kledij en materiaal. De
manschappen kregen bijvoorbeeld plastieken handschoenen mee die
snel kapot waren en er was een gebrekkige communicatie tussen
sommige manschappen die opgeroepen waren voor de bestrijding
van processierupsen. Op bepaalde momenten werden zij ingezet voor
het vullen van waterzakjes voor een popfestival.
Ik heb zojuist verwezen naar de provincie Limburg waar naast de
Civiele Bescherming ook militairen werden ingezet. In sommige
gemeenten van andere provincies dienden particulieren zich te
wenden tot een privéfirma en kwam de overheid enkel tussen
wanneer het openbaar domein werd geconfronteerd met rupsen. Ik
denk bijvoorbeeld aan de stad Sint-Niklaas waar de mensen zelf voor
de verdelging moesten betalen.
Ik kom dan tot mijn vragen. Hoeveel manschappen en welke
eenheden van de Civiele Bescherming werden ingezet voor de
bestrijding van processierupsen? Op welke plaatsen?
Hoe verliep de samenwerking en hoe is die geëvolueerd tussen de
Civiele Bescherming, de brandweerdiensten en de overheid?
Welke beslissingen werden genomen om de Civiele Bescherming
voldoende materiaal en kledij ter beschikking te stellen?
Werd de aanpak van de bestrijding van de processierupsen op het
ministerie van Binnenlandse Zaken nadien geëvolueerd?
Werden de gemeentebesturen geïnformeerd over hoe zij moeten
optreden wanneer inwoners hen contacteren?
Wat is het standpunt van de minister met betrekking tot de
gemeentebesturen die inwoners hebben doorverwezen naar
privéfirma's, waarvoor zij zelf moesten betalen?
n'auraient pas toujours disposé
des vêtements et de l'équipement
de protection requis. En outre,
elles n'auraient pas toujours pu
compter
sur
l'assistance
spécialisée d'un pompier et la
communication avec les autorités
locales
se
serait
révélée
défaillante.
Dans
certaines
communes telles que Sint-Niklaas,
les habitants ont dû faire appel à
une société privée, l'intervention
des autorités locales dans la lutte
contre les chenilles s'étant limitée
au seul domaine public.
Combien de personnes de la
Protection civile ont été affectées
à la lutte contre les chenilles
processionnaires? Comment s'est
déroulée la collaboration entre la
Protection civile, les services
d'incendie et les autorités? Quelles
mesures ont été prises pour
fournir à la Protection civile
l'équipement requis? L'approche
adoptée dans le cadre de la lutte
contre les chenilles a-t-elle été
évaluée ensuite par le SPF? Les
administrations communales ont-
elles été informées quant à la
manière dont elles devaient réagir
aux appels à l'aide des habitants?
Que pense le ministre du fait que
certains ont été renvoyés vers des
sociétés privées?
08.02 Minister Patrick Dewael: Mevrouw de voorzitter, collega's, ten
eerste, de Civiele Bescherming heeft manschappen ingezet van 5
operationele eenheden, namelijk Brasschaat, Liedekerke, Jabbeke,
Crisnée en Libramont. De interventies vonden plaats in de periode
van 23 mei tot 3 juli 2007 in 38 verschillende gemeenten in
hoofdzakelijk de provincies Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant.
In totaal werden in die periode door de Civiele Bescherming 1.022
mandagen gepresteerd waarbij op piekdagen tot 120 operationele
personeelsleden en vrijwilligers werden ingezet. Zij waren gemiddeld
08.02 Patrick Dewael, ministre:
La Protection civile a déployé des
effectifs issus de cinq unités
opérationnelles. Les interventions
se sont déroulées du 23 mai au 3
juillet 2007 dans 38 communes,
principalement dans les provinces
du Limbourg, d'Anvers et du
Brabant flamand. Au total, les
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
10 uur per dag op interventie.
De
samenwerking
tussen
de
Civiele
Bescherming,
de
brandweerdiensten en de overheid verliep zeer vlot. Ik ben mij
daarvan op een aantal plaatsen gaan vergewissen. Er was regelmatig
overleg, zowel op het terrein voor de operationele coördinatie tussen
civiele bescherming, brandweer en gemeentelijke overheid, als op het
hogere niveau met de gouverneurs en de federale overheid, meer
bepaald het Crisiscentrum van de regering.
Ten derde, ik heb aan de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid
de opdracht gegeven om bijkomend materieel aan te kopen. Dat ging
dan voornamelijk over maskers en beschermingskledij, en dat niet
alleen voor civiele bescherming, maar ook voor de brandweerdiensten
zelf. In de interventieperiode werd voor een totaalbedrag van 100.425
euro aangekocht.
Ten vierde, na de interventies hebben de diensten dan ook nog eens
een evaluatie gemaakt. Hieruit bleek dat het nodig is de
interventieprocedures te uniformeren. Momenteel zijn de diensten
bezig met de finalisatie van deze operationele procedure. De
gemeentebesturen werden niet specifiek geïnformeerd. Ze kunnen in
dergelijke gevallen evenwel steeds een beroep doen op hun eigen
gemeentelijke diensten waaronder de brandweerdienst. De beslissing
om al dan niet door te verwijzen naar privéfirma's hoort, u weet dat,
tot de bevoegdheid van de burgemeester.
interventions de la Protection civile
représentent un peu plus de mille
jours-homme. Les jours d'activité
intense, jusqu'à 120 hommes ont
été déployés, à raison d'une
moyenne de dix heures de travail
par jour.
La collaboration entre la Protection
civile, les services d'incendie et les
pouvoirs publics s'est déroulée
sans accrocs. Des concertations
ont eu lieu régulièrement, tant sur
le terrain qu'au niveau supérieur
entre les gouverneurs et le centre
de crise du gouvernement.
J'ai immédiatement chargé la
Direction générale de la Protection
civile
d'acquérir
le
matériel
supplémentaire nécessaire. Au
total, plus de 100.000 euros ont
été dépensés pour l'acquisition de
matériel
pendant
la période
d'intervention.
Après les interventions, mes
services ont fait une évaluation qui
a
démontré
qu'il
s'impose
d'uniformiser
les
procédures
d'intervention.
Mes
services
poursuivent leurs travaux en la
matière.
Les administrations communales
n'ont pas été informées de
manière spécifique mais, en
l'occurrence,
elles
peuvent
toujours faire appel à leurs propres
services, notamment les services
d'incendie. La décision du renvoi
ou non aux firmes privées relève
de la compétence du bourgmestre.
08.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, in verband met dat laatste punt, hebt
u daarover zelf geen standpunt? Op die manier bestaat er immers
toch een scheeftrekking in de manier waarop de overheid optreedt. Is
er geen standpunt ten opzichte van die gemeenten die de mensen
doorverwezen hebben naar privédiensten? De overheid investeert
toch veel in de bestrijding van processierupsen, wat uiteindelijk toch
specialistenwerk is.
08.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Le ministre ne
prend-il pas position en ce qui
concerne ce dernier point?
08.04 Minister Patrick Dewael: Ik kan alleen maar vaststellen dat wij
personeel ter beschikking hebben gesteld. Ik heb een
overlegvergadering bijgewoond in één provincie waar aan alle
participanten duidelijk is gemaakt, ook door de gouverneur, dat dit de
verantwoordelijkheid en de autonomie is van de gemeenten zelf. Als
08.04 Patrick Dewael, ministre:
Je rappelle que cette matière
relève
de
l'autonomie
des
administrations communales.
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
de burgemeester meende om naast het personeel dat ter beschikking
werd gesteld ook nog eens een beroep te moeten doen op een
privéfirma dan is dat, ik herhaal het, zijn of haar verantwoordelijkheid.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Bruno Van Grootenbrulle au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur
"l'entrée en vigueur de la loi du 15 mai 2007 réformant la sécurité civile" (n° 109)b>
09 Vraag van de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken over "de inwerkingtreding van de wet van 15 mei 2007 tot hervorming van de
civiele veiligheid" (nr. 109)
09.01 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Madame la présidente,
monsieur le ministre, la loi du 15 mai 2007 réformant la sécurité civile
a été publiée au Moniteur belge le 31 juillet de cette année.
S'agissant d'une loi-cadre, elle n'entrera en vigueur qu'au fur et à
mesure de la parution des arrêtés royaux d'exécution. Selon les
mécanismes de la loi, il y a un timing précis. Je ne m'y attarderai pas.
Pour cela, il faut que le nouveau gouvernement soit constitué et que
le nouveau ministre de l'Intérieur relance la "machine".
Toutefois, l'article 224 de la loi prévoit l'entrée en vigueur de quelques
articles à partir du dixième jour suivant la parution de la loi au
Moniteur belge, soit le 10 août 2007
Ces articles concernent:
- la création des organes consultatifs préparatoires;
- la compétence du gouvernement de fixer les normes
opérationnelles;
- la procédure de fixation des dotations fédérales et communales à la
zone d'incendie;
- la mise en oeuvre immédiate du principe de "l'aide adéquate la plus
rapide".
Ce dernier point est important car il implique une responsabilité
actuelle de la part des commues organisatrices des services incendie.
Que se passerait-il en cas d'incendie ou autres missions urgentes
ayant des conséquences graves, si on constatait que ce n'est pas le
service de secours adéquat le plus rapide qui est intervenu?
Monsieur le ministre, l'application de cette disposition légale demande
des précisions de votre part. Ainsi,
- quelles sont exactement les missions concernées par ce principe?
- quels sont les moyens adéquats pour chacune de ces missions?
- quelle est la procédure à suivre pour prédéterminer les délais à
prendre en compte pour identifier la caserne qui peut envoyer les
moyens adéquats le plus rapidement?
- qu'en est-il de la prise en compte du coût de l'intervention lorsque le
service qui intervient n'est pas le service territorialement compétent?
Monsieur le ministre,
- votre administration a-t-elle pu clarifier sa position?
- des directives ont-elles été communiquées aux personnes des
services compétents?
- les éléments essentiels ont-ils été clarifiés?
- le cas échéant pouvez-nous nous faire part de ces directives?
09.01 Bruno Van Grootenbrulle
(PS): De kaderwet van 15 mei
2007 tot hervorming van de civiele
veiligheid zal pas in werking treden
naarmate de uitvoeringsbesluiten
ervan zullen worden gepubliceerd.
Een aantal artikelen is echter wel
al van kracht, onder meer het
artikel betreffende het beginsel
van de snelste adequate hulp.
Die wetsbepaling houdt een
verantwoordelijkheid in voor de
gemeenten
die
de
brandweerdiensten organiseren en
bijgevolg
is
een
aantal
verduidelijkingen van uwentwege
in verband met de toepassing
ervan noodzakelijk. Om welke
opdrachten gaat het? Welke
middelen
moeten
worden
aangewend om die taken tot een
goed einde te brengen? Op grond
van welke procedure kan worden
beslist welke dienst die middelen
het snelst kan inzetten? Wat met
de kosten indien een andere dan
de territoriaal bevoegde dienst
ingrijpt?
Heeft uw administratie al richtlijnen
uitgevaardigd om die punten te
verduidelijken?
Hoorde
u
al
reacties in verband met de
toepassing van het beginsel van
de snelste adequate hulp in de
provincies?
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
- avez-vous des retours sur la mise en oeuvre du principe d'aide
adéquate la plus rapide dans les différentes provinces du pays?
09.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, je répondrai avec prudence puisque nous nous inscrivons ici
dans le cadre des affaires courantes.
Toutefois, je peux dire que des directives en la matière ont été
transmises au mois d'août aux gouverneurs de province. J'ai d'ailleurs
ici une copie de cette lettre.
Les concepts-clefs, les procédures ad hoc ainsi que les obligations de
chacun ont bien été explicités et rappelés.
Quant aux missions visées, ce principe s'applique aux missions
urgentes, à savoir la lutte contre l'incendie, l'explosion ainsi que les
interventions urgentes destinées à la protection et au sauvetage de
personnes.
Pour ce qui concerne la notion de moyens adéquats, un groupe de
travail est à l'oeuvre afin de définir plus avant les pourtours de cette
notion.
09.02 Minister Patrick Dewael: Ik
geef u, in deze periode van
lopende zaken, een voorzichtig
antwoord.
In augustus werden richtlijnen met
een
toelichting
van
de
sleutelbegrippen, de aangewezen
procedures en de verplichtingen
van
elkeen
aan
de
provinciegouverneurs
overgezonden.
Het beginsel van de snelste
adequate hulp is van toepassing
op de dringende opdrachten. Een
werkgroep buigt zich momenteel
over de omschrijving van de
adequate middelen.
Quant à la procédure à suivre pour identifier le service le plus rapide,
des solutions différenciées ont été mises en place afin de tenir
compte des spécificités des différentes provinces mais l'objectif est de
généraliser l'utilisation du logiciel CityGis et plus particulièrement d'un
module spécifique permettant de déterminer quel service incendie
peut intervenir le plus rapidement.
En ce qui concerne le coût de l'intervention, l'application de l'aide
adéquate la plus rapide a pour objectif d'optimiser les secours et
devrait bénéficier de manière réciproque à l'ensemble des services.
Cela va de soi.
En ce sens, il me paraît souhaitable que les interventions des
services d'incendie en dehors de leur secteur d'intervention soient
effectuées à titre gratuit. Je reste particulièrement à l'écoute des
difficultés qui pourraient naître de l'application du principe de l'aide
adéquate la plus rapide dans les différentes provinces.
Om uit te maken welke dienst de
snelste adequate hulp kan bieden,
zijn we van plan het gebruik van
de
CityGissoftware
te
veralgemenen, ook al bestaan er
uiteenlopende
systemen
die
rekening
houden
met
de
specifieke kenmerken van de
provincies.
Wat de interventiekost betreft, zou
de toepassing van het principe van
de snelste adequate hulp alle
diensten wederzijds ten goede
moeten komen. Het lijkt me dan
ook
wenselijk
dat
de
brandweerinterventies die buiten
de
eigen
sector
uitgevoerd
worden, gratis zouden worden
verricht. Ik blijf echter oog hebben
voor moeilijkheden die zich in dat
verband zouden kunnen voordoen.
09.03 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Madame la présidente, je
remercie le ministre pour ces précisions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "het inleveren van wapens in het kader van de nieuwe wapenwet" (nr. 113)
10 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
collecte des armes dans le cadre de la nouvelle loi sur les armes" (n° 113)b>
10.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, na de
inwerkingtreding van de wapenwet op 2 juni 2006 hebben heel wat
10.01 Robert Van de Velde
(LDD): Après l'entrée en vigueur
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
wapenliefhebbers en vaak waren dat de bonafide wapenliefhebbers
binnen de vooropgestelde termijn, namelijk tot 30 juni 2007, hun
wapens ingeleverd bij de bevoegde politiediensten.
De nieuwe wapenwet ligt nogal stevig onder vuur en er zijn eventueel
wijzigingen in het verschiet. Ik wens u niet te vervelen met de
vaudeville in verband met de wapenwet, maar in het vooruitzicht van
de werkzaamheden in de commissie voor de Justitie wens ik u wel te
vragen of u in staat bent mij op dit moment een gedetailleerd
overzicht te bezorgen van het aantal opgehaalde wapens vanaf de
inwerkingtreding van de wapenwet van 2 juni 2006 tot heden. Kunt u
gedetailleerd toelichten wat er precies met die wapens gebeurd is?
de la nouvelle loi sur les armes, de
nombreux particuliers ont remis
leurs armes à la police. Combien
d'armes ont ainsi été remises à la
police
et
qu'est-il
advenu
précisément de ces armes?
10.02 Minister Patrick Dewael: Eigenlijk treed ik een beetje buiten
mijn bevoegdheid, mevrouw de voorzitter, collega's, want die materie
ressorteert natuurlijk onder mijn collega van Justitie. Ik ben toch
bereid een aantal elementen van antwoord naar voren te brengen.
Ten eerste, de lokale politiediensten zijn nog niet volledig klaar met de
verwerking van alle gegevens over de ingeleverde wapens. Wat ik wel
kan meedelen, is dat tijdens de zogenaamde amnestieperiode, die
liep van 9 juni 2006 tot 30 juni 2007, over het hele land meer dan
110.000 wapens werden ingeleverd.
Wat ik ook kan geven, is een overzicht van de voorlopige cijfers per
provincie. Voor de provincie Oost-Vlaanderen werden daar ook de
wapens bijgeteld die ingeleverd werden tijdens de eigen, aparte,
inzameling, van eind 2005.
Ten derde, de procedure voor de opslag en de vernietiging van
wapens verliep volgens de richtlijnen die vervat waren in de
rondzendbrief van 8 juni 2006 van de minister van Justitie. De
ingeleverde wapens werden op het niveau van de lokale politie
geregistreerd en een eerste maal onderzocht. De aandacht van de
gouverneurs werd gevestigd op de bijzondere exemplaren. De
gouverneurs konden dan voor hun provincie beslissen de waardevolle
of interessante exemplaren te schenken aan musea van publiek
recht, aan politiescholen of aan didactische verzamelingen van
politiediensten.
De meeste ingeleverde wapens waren oude en waardeloze
exemplaren. Zij werden door de lokale politie overgebracht naar de
logistieke diensten van de dirco van Gent, waar een laatste verificatie
plaatsgreep. Vanuit Gent werden de wapens vervolgens door de
federale politie vervoerd naar Arcelor, waar zij vernietigd werden en
als schroot gerecycleerd. Voor de provincie Luik gebeurde dat bij de
Proefbank voor vuurwapens.
De ingeleverde munitie, ten slotte, werd door de lokale politie apart
verzameld en naar de logistieke dienst van de dirco gebracht.
Vandaar werd de munitie door de federale politie vervoerd naar de
centrale opslagplaats in Bertrix.
Dat is een plaats die ter beschikking werd gesteld door het
departement van Landsverdediging. De munitie werd vervolgens
vernietigd door een Duits privébedrijf dat ook instaat voor de
vernietiging van Belgische legermunitie.
10.02 Patrick Dewael, ministre:
Cette matière relève en fait de la
compétence de la ministre de la
Justice.
Les données relatives aux armes
remises par la police n'ont pas
encore été complètement traitées.
Dans
l'intervalle,
je
puis
néanmoins confirmer qu'au niveau
national plus de 110.000 armes
ont été remises au cours de la
période d'amnistie qui s'est étalée
du 9 juin 2006 au 30 juin 2007. Je
dispose des chiffres provisoires
par province. Ils tiennent compte
également des armes collectées
par la province de Flandre
orientale au cours de l'action
qu'elle a menée fin 2005.
La procédure de stockage et de
destruction
d'armes
et
de
munitions
a
été
menée
conformément
aux
directives
contenues dans la circulaire de la
ministre de la Justice du 8 juin
2006. A l'issue de l'enregistrement
et d'un premier examen des
armes, le gouverneur a reçu une
liste des armes présentant un
caractère
particulier.
Celui-ci
pouvait alors décider de les offrir à
des musées ou des écoles de
police. Les armes ne présentant
aucune valeur ont été transférées
pour un dernier examen au Dirco
de Gand et puis transportées par
les soins de la police fédérale à
l'usine d'Arcelor pour destruction
et recyclage. Les munitions ont fait
l'objet d'une collecte séparée et
ont été stockées à l'entrepôt
central de Bertrix. Leur destruction
a été assurée par l'entreprise
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Tot daar een aantal elementen van antwoord, met de
bevoegdheidsrestrictie die ik in het begin van mijn antwoord
gepreciseerd heb.
privée allemande qui assure
également la destruction des
munitions de l'armée belge.
10.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, dank u
voor dit antwoord. Het valt mij op dat in de commissie voor de Justitie
mevrouw Onkelinx ongeveer hetzelfde heeft gezegd over de
bevoegdheid. Zij verwijst ook naar u voor een aantal punten. Wij
zullen dus uitzoeken wie precies bevoegd is, om nu te weten wat er
met de wapens gebeurt en wat er mee zou moeten gebeuren zodat
we tot een sluitend systeem komen. Het is vooral van belang dat er
tijdens de komende werkingsperiode een sluitend systeem komt voor
deze wapens.
10.03 Robert Van de Velde
(LDD): La ministre Onkelinx a plus
ou moins formulé la même
observation à propos de la
question des compétences. Il
convient tout de même de savoir
qui est compétent pour pouvoir
aboutir à un système approprié.
10.04 Minister Patrick Dewael: U moet eens nakijken in welke
commissie het ontwerp van wet werd behandeld. U moet ook eens
nakijken wie de rondzendbrief ondertekend heeft. Dat kan u
misschien een beetje helpen om u op een spoor te brengen.
10.04 Patrick Dewael, ministre:
En
ce
qui
concerne
les
compétences, il suffit de vérifier
dans quelle commission le projet
de loi a été examiné et qui a signé
la circulaire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "l'incident de
radiothérapie à l'hôpital universitaire de Gand" (n° 129)b>
11 Vraag van de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken
over "het incident met een toestel voor radiotherapie in het Universitair Ziekenhuis Gent" (nr. 129)
11.01 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, on apprenait le
3 juillet dernier dans un article du journal "Le Soir" que des incidents
se seraient produits au sein du service de radiothérapie de l'hôpital
universitaire de Gand à la mi-mars. Dix-sept personnes auraient été
irradiées de manière incorrecte. D'après "Le Soir", neuf personnes
seraient décédées suite à ce traitement. L'appareil incriminé aurait été
directement mis hors service. Cependant, l'Agence fédérale de
contrôle nucléaire n'aurait été que récemment informée des incidents.
J'ai consulté le site internet de l'Agence et le rapport qu'elle fournit en
ligne est très clair et très précis. Le problème aurait été le suivant: cet
hôpital utilise un dispositif qui combine trois appareils: le premier
génère un rayonnement, c'est un accélérateur linéaire de particules;
un deuxième appareil dirige le rayonnement; un troisième appareil
détermine où se situe la tumeur. En outre, un logiciel opère la
synthèse entre les trois appareils et c'est là qu'il y aurait eu un
problème.
L'Agence fédérale de contrôle nucléaire a bien fait son travail, il n'y a
rien à y redire. Le problème réside dans la chronologie des faits.
D'après ce qu'on lit dans la presse, la configuration incorrecte a été
mise en service le 26 décembre 2005, la première anomalie a été
constatée fin août 2006 seulement, puis plus rien; enfin, l'université
de Gand a informé son fournisseur principal le 21 février 2007, celui-ci
informant lui-même l'Agence le 15 mars 2007. L'Agence pour sa part
a réagi immédiatement, fournissant le rapport dont je viens de parler.
Évidemment, les erreurs médicales de traitement relèvent d'abord de
la responsabilité du corps médical. Des plaintes ont été déposées, et
11.01 Eric Thiébaut (PS): Op 3
juli bracht de krant Le Soir aan het
licht dat zich midden maart
incidenten hadden voorgedaan op
de dienst radiotherapie van het UZ
Gent.
Zo
zouden
zeventien
personen een foute bestraling
hebben gekregen en zouden
negen van hen overleden zijn. Het
bestralingstoestel
waarbij
de
afwijking werd vastgesteld, wordt
ondertussen niet meer gebruikt.
Het Federaal Agentschap voor
Nucleaire Controle zou daar echter
pas onlangs van op de hoogte zijn
gebracht.
Het rapport van het Agentschap,
dat op zijn website kan worden
geraadpleegd, is klaar en duidelijk:
het toestel is eigenlijk een
combinatie
van
verschillende
onderdelen (een eerste dat de
stralen uitzendt, een tweede dat
de plaats van de straling bepaalt
en een derde dat de plaats van de
tumor aangeeft) en de software
maakt de functionele verbinding
ertussen.
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
c'est à la justice de trancher.
Il y a matière à être interpellé quant à l'utilisation d'un dispositif de
radiothérapie et à sa sécurisation. Il semblerait que l'hôpital évoquera
que, dans le cadre actuel de la législation, les utilisateurs médicaux
ne sont tenus de fournir des informations à l'Agence qu'au cas où des
tiers, tels des travailleurs, seraient soumis à un problème de radiation
en vertu des dispositions de la réglementation sur la protection des
travailleurs.
J'ai pris des renseignements et j'ai vu que, sous la précédente
législature, un groupe de travail "Sécurité nucléaire" avait été créé au
sein de la Chambre. Lors des auditions au cours de ses travaux, la
question de la protection des patients avait été évoquée dans le sens
d'un meilleur contrôle des installations et des équipements médicaux.
À cet égard, une des recommandations du Parlement était la suivante
je cite : "Le groupe de travail estime que l'Agence doit fixer, en
toute transparence, la procédure qui doit être suivie en cas d'incidents
ou d'accidents impliquant du matériel émettant des rayonnements
ionisants et impliquer, dans cette procédure, le fabricant."
Et c'est toujours la question du délai de réaction de l'université qui se
pose.
Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur les incidents
médicaux révélés dans la presse? Quelles mesures ont-elles été
prises? J'ai déjà obtenu une réponse via leur site.
Pouvez-vous nous rassurer qu'à l'avenir, ce type d'incident grave ne
surviendra plus?
Het
probleem
ligt
in
de
opeenvolging van de feiten:
volgens de pers werd op 26
december 2005 een foutieve
configuratie in gebruik genomen,
werd eind augustus 2006 de
eerste
onregelmatigheid
vastgesteld, en verwittigde de
Universiteit Gent op 21 februari
2007 haar leverancier, die op 15
maart 2007 op zijn beurt het
Agentschap op de hoogte bracht.
Voor medische fouten is natuurlijk
in de eerste plaats het medisch
korps verantwoordelijk. Er werden
klachten ingediend waarover de
rechtbank een oordeel zal vellen.
Het gebruik en de beveiliging van
het
bestralingstoestel
roepen
evenwel vragen op. Naar verluidt
moet het personeel in de huidige
stand van de wetgeving immers
alleen informatie aan het FANC
verstrekken
indien zich
een
bestralingsprobleem ten aanzien
van derden voordoet, en dit
krachtens de bepalingen inzake de
bescherming van de werknemers.
Tijdens de vorige zittingsperiode
werd in de schoot van de Kamer
een
werkgroep
Nucleaire
Veiligheid
opgericht.
De
bescherming van de patiënten
werd
besproken
tijdens
hoorzittingen en er werd gepleit
voor een strengere controle op de
medische toestellen en uitrusting.
Kan u een stand van zaken geven
van de medische incidenten
waarvan de pers gewag maakte?
Welke maatregelen werden er
genomen?
Kunnen
dergelijke
incidenten
voortaan
worden
voorkomen?
11.02 Patrick Dewael, ministre: Nous sommes en affaires
courantes.
11.02 Minister Patrick Dewael:
Wat de toekomst betreft, wil ik u
eraan herinneren dat we ons in
een periode van lopende zaken
bevinden.
11.03 Eric Thiébaut (PS): Oui, mais il s'agit d'un incident qui s'est
produit au mois de juillet.
11.03
Eric
Thiébaut
(PS):
Inderdaad, maar dit incident deed
zich al in juli voor.
11.04 Patrick Dewael, ministre: Votre question concerne le futur.
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
11.05 Eric Thiébaut (PS): D'accord.
11.06 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, à la suite de l'incident de radiothérapie qui s'est produit à
Gand, l'Agence a constitué une équipe d'inspection pluridisciplinaire.
Cette équipe a procédé à plusieurs visites d'enquête à Gand et a
interrogé son organisme agréé de contrôle physique ainsi que les
différents fabricants concernés.
L'Agence a pu constater que le problème consistait en une erreur de
localisation lors de l'irradiation résultant d'une combinaison de
plusieurs composants. Le problème est donc survenu en raison de
cette combinaison. La configuration incorrecte a été cliniquement
mise en service le 26 décembre 2005. La première anomalie a été
constatée fin août 2006.
Dans cette forme de radiothérapie, il est crucial que l'irradiation
s'opère au bon endroit. La dose était correcte mais elle n'a pas été
administrée au bon endroit. Lorsqu'un examen plus détaillé a révélé
que l'origine se situait au niveau de la combinaison des appareils
utilisés, ce système a immédiatement été mis hors service. Aucune
irradiation utilisant cette configuration n'a eu lieu depuis septembre
2006.
Les éventuelles conséquences médicales et le suivi des patients ont
également fait l'objet de l'enquête de l'Agence. L'ensemble des
constatations réalisées a fait l'objet d'un rapport qui a été transmis au
juge d'instruction désigné par le parquet de Gand. Ce rapport ne peut
être rendu public à ce stade.
Par ailleurs, l'Agence a organisé sur le territoire belge une campagne
en plusieurs phases à la suite de cet incident.
L'Agence s'est également immédiatement intéressée à tous les
centres de radiothérapie de Belgique disposant d'une technique de
traitement comparable à celle de Gand.
Un test radio-physique supplémentaire leur a été demandé. L'Agence
a pu ainsi constater que les résultats de chacun de ces tests sont
dans les tolérances acceptables et qu'aucune anomalie médicale n'a
été mise en évidence à la suite de ce type de traitement en Belgique.
Par une démarche analogue, l'Agence a également recherché des
garanties de sûreté auprès des centres utilisant la nouvelle
technologie de tomothérapie. Les résultats complets sont attendus
pour la fin de ce mois.
Une campagne de visites de l'Agence dans tous les centres de
radiothérapie est en cours de programmation. Elle concernera les
autres techniques de radiothérapie. À moyen terme, une démarche
similaire sera entreprise par l'Agence pour les services de médecine
nucléaire et de radiologie.
Tout en reconnaissant que la radiothérapie en Belgique est d'une
excellente qualité, l'Agence organise également une table ronde le 24
octobre prochain, au vu des événements récents. Cette table ronde
réunira notamment différents groupements professionnels nationaux
11.06 Minister Patrick Dewael:
Naar
aanleiding
van
het
bestralingsincident in het UZ Gent
heeft
het
FANC
een
multidisciplinair
inspectieteam
aangesteld dat het ziekenhuis
meermaals heeft bezocht en het
controleorgaan
evenals
de
betrokken
fabrikanten
heeft
ondervraagd.
Het probleem bestond in een foute
lokalisatie van de bestraling, die
werd
veroorzaakt
door
de
combinatie van de gebruikte
toestellen. De foutieve configuratie
werd op 26 december 2005 in
gebruik genomen en de eerste
afwijking werd eind augustus 2006
vastgesteld. Het systeem werd
onmiddellijk buiten werking gesteld
en sindsdien heeft er geen enkele
bestraling meer plaatsgevonden.
De vaststellingen van het FANC
werden in een rapport gegoten en
aan
de
onderzoeksrechter
overgezonden. Dat rapport is niet
openbaar. Naar aanleiding van dat
incident heeft het FANC bovendien
diverse maatregelen genomen: het
Agentschap heeft alle Belgische
radiotherapiecentra
waar
vergelijkbare technieken worden
toegepast,
onder
de
loep
genomen.
Er
werd
om
een
extra
radiofysische test gevraagd; de
resultaten
vallen
binnen
de
tolerantiedrempels en er is geen
enkele medische anomalie aan het
licht gekomen.
Het
Agentschap
onderzocht
daarnaast de nieuwe technologie
voor
tomotherapie,
waarvan
bepaalde centra gebruik maken.
De volledige resultaten worden
tegen eind deze maand ingewacht.
Het Agentschap brengt op dit
ogenblik een bezoek aan alle
centra voor radiotherapie. Nadien
zullen de diensten voor nucleaire
geneeskunde en radiologie aan
bod komen.
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
et internationaux de la radiothérapie et des associations de patients.
Son objectif est de définir des mesures supplémentaires nécessaires
à l'amélioration de la sûreté et de la sécurité des traitements en
radiothérapie, en concertation avec les différents acteurs et en tenant
compte des initiatives actuellement prises par les autorités françaises.
Des groupes de travail seront mis sur pied et traiteront notamment de
l'assurance de qualité, du système de déclaration d'incidents et de la
formation des professionnels. Par souci de développer ses
compétences internes, l'Agence participe à des inspections des
services de radiothérapie en France, organisés par l'autorité
française.
Actuellement, il existe plusieurs systèmes de déclarations d'incidents
aux différentes autorités, selon la nature de l'incident et le type de
victime. En effet, l'incident peut avoir des causes technologiques ou
humaines et peut porter atteinte à l'environnement, aux travailleurs et
aux patients. Ainsi, dans le cas d'une anomalie technologique de
fonctionnement d'un dispositif médical, l'Agence fédérale des
Médicaments et des Produits de Santé doit être informée. Si ce
dispositif émet des rayonnements ionisants, l'Agence devient
également compétente et elle est associée au suivi de l'incident.
L'Agence veut contribuer à conserver la confiance des patients et du
public dans la radiothérapie, notamment par ses initiatives et sa
participation à un système efficient de déclaration et de suivi
d'incidents.
Dans un souci de transparence, l'Agence fait régulièrement part sur
son site internet, de ses actions ou de l'état d'avancement de ses
projets dans ce domaine.
Voorts organiseert het Agentschap
op
24
oktober
een
rondetafelconferentie,
waarop
nationale
en
internationale
beroepsverenigingen
voor
radiotherapie
en
patiëntenorganisaties
aanwezig
zullen
zijn.
Bedoeling
is
maatregelen uit te werken om de
veiligheid van de behandelingen te
verbeteren.
Verschillende
werkgroepen zullen zich buigen
over de kwaliteitsbewaking, de
aangifte van incidenten en de
opleiding van de therapeuten.
Het Agentschap wil ertoe bijdragen
dat de patiënten en de publieke
opinie vertrouwen blijven stellen in
de radiotherapie.
Met het oog op de transparantie
verspreidt het Agentschap via
zijn
website
regelmatig
informatie over zijn acties en
projecten.
11.07 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, votre réponse était
claire et je vous en remercie. Vous êtes d'ailleurs déjà sorti du cadre
des affaires courantes, car votre réponse annonçait des mesures
futures. Pour ma part, c'est assez judicieux, mais de toute façon, ...
11.08 Patrick Dewael, ministre: Elles sont en cours! Je peux les
annoncer! Il ne s'agit pas de nouvelles initiatives prises par le
gouvernement, mais ce qui est en cours...
11.09 Eric Thiébaut (PS): ...par l'Agence, les constitutions de
groupes de réflexion, etc. J'y faisais référence! C'est tant mieux,
puisqu'il y va quand même de la sécurité des citoyens. Pour le reste,
j'interrogerai votre successeur quant au suivi apporté en la matière.
Voudriez-vous, par ailleurs, me fournir une copie de votre réponse?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "la
pertinence d'un moratoire sur les rapatriements forcés" (n° 139)b>
12 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de relevantie van een moratorium op de gedwongen repatriëringen" (nr. 139)
12.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, actuellement, l'Office des étrangers continue à
12.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Terwijl we een regering
CRIV 52
COM 012
17/10/2007
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
envoyer chaque jour des refus de régularisation à des personnes qui
ont introduit une demande. Des étrangers en situation irrégulière sont
arrêtés et expulsés chaque jour. Pourtant, le gouvernement sortant
est en affaires courantes et le gouvernement en formation vient de
conclure un accord prévoyant des possibilités plus importantes de
régulariser des étrangers répondant à de nouveaux critères.
Afin d'éviter des situations discriminatoires et injustes envers des
personnes qui sont aujourd'hui déboutées de leur demande de
régularisation, arrêtées, détenues et expulsées alors qu'elles
satisferaient peut-être aux conditions proposées par la future
coalition, ne pensez-vous pas qu'un moratoire serait opportun sur les
décisions négatives en matière d'éloignement et sur les éloignements
forcés?
van lopende zaken hebben en de
toekomstige bewindsploeg het
eens is geworden over een
uitbreiding
van
de
regularisatiemogelijkheden,
worden
er
nog
steeds
regularisatieverzoeken door de
Dienst
Vreemdelingenzaken
afgewezen
en
illegalen
aangehouden en uitgewezen.
Zou men geen moratorium voor
die beslissingen en gedwongen
verwijderingen moeten instellen
teneinde onrechtvaardige en
discriminerende toestanden te
voorkomen (sommige mensen die
nu uitgewezen worden, zouden
immers
in
de
toekomst
geregulariseerd kunnen worden)?
12.02 Patrick Dewael, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, le monde continue à tourner et le principe de continuité du
service public implique que les membres du gouvernement sortant
doivent assumer leur fonction jusqu'au jour où le nouveau
gouvernement est désigné. Le principe de la responsabilité des actes
administratifs leur impose toutefois en pareille circonstance de limiter
leurs activités à l'expédition des seules affaires courantes. Or les
décisions de refus de régularisation relèvent précisément de la
gestion au quotidien des services compétents de l'Office des
étrangers.
Par contre, un éventuel moratoire dépasserait le champ des affaires
courantes puisque par définition, il suppose un changement de la
politique menée en la matière. Par ailleurs, les décisions de refus sont
prises et exécutées dans le cadre d'une procédure entamée et menée
de manière consciencieuse, ceci conformément aux dispositions
applicables en matière de séjour et d'éloignement des étrangers, qui
en l'occurrence ne sont pas nouvelles. Les droits des personnes,
quant à eux, sont garantis puisque les actes administratifs dont ces
personnes font l'objet sont susceptibles d'un contrôle juridique par le
Conseil du contentieux des étrangers comme d'un contrôle politique.
Enfin, l'existence d'un soi-disant accord au sein d'un gouvernement
en formation n'engage en rien les membres du gouvernement sortant
qui ont pour devoir d'assurer la continuité de l'État, en application des
dispositions légales et réglementaires en vigueur ce jour.
12.02 Minister Patrick Dewael:
De beslissing om een regularisatie
te weigeren behoort tot het
dagelijks beheer van de bevoegde
diensten
van
de
Dienst
Vreemdelingenzaken.
De
bepalingen inzake het verblijf en
de verwijdering van vreemdelingen
zijn niet nieuw. De afkondiging van
een moratorium zou daarentegen
buiten het kader van de lopende
zaken vallen, vermits het een
nieuw beleid ter zake zou
inhouden.
De rechten van de betrokkenen
zijn
gevrijwaard,
vermits
de
administratieve
handelingen,
waarvan
zij
het
voorwerp
uitmaken, aan een gerechtelijke
en politieke controle kunnen
onderworpen worden.
Het bestaan van een vermeend
akkoord tussen de leden van de
toekomstige
regering
bindt
geenszins de leden van de
ontslagnemende regering.
12.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie pour votre réponse. Je suis bien conscient qu'il s'agit
de l'application des règles déjà en vigueur. Néanmoins, un effet
d'annonce a été relayé par les médias selon lequel le gouvernement
en constitution aurait abouti à un accord sur cette question. Ceci a
suscité de nouvelles attentes chez de nombreuses personnes.
Je sais que pour pouvoir mettre cela en place, il faudrait modifier la loi
en cours. Or, il me semble qu'en tant que ministre, vous avez la
possibilité, de par votre propre initiative d'annoncer ce moratoire.
12.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!):
Het
aangekondigde
akkoord waarvan gewag werd
gemaakt in de media heeft bij vele
mensen opnieuw verwachtingen
gewekt. U bent niet verplicht dat
moratorium aan te kondigen, maar
als u het zou doen, dan zou u dat
zeker sieren.
17/10/2007
CRIV 52
COM 012
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Vous n'y êtes pas obligé mais, dans les circonstances actuelles, cela
vous honorerait.
12.04 Patrick Dewael, ministre: Monsieur Lahssaini, ce que vous
dites n'est pas très logique! Si le pays doit être gouverné en fonction
de ce qui est déclaré dans les médias, cela devient difficile!
Les éléments de l'accord intervenu en matière de Justice doivent-ils
eux aussi être directement mis en application? Vous croyez? Seriez-
vous d'accord?
12.04 Minister Patrick Dewael:
Wat u zegt, houdt geen steek: een
land kan niet bestuurd worden op
basis van aankondigingen in de
media.
Zou u het er mee eens zijn dat de
onderdelen van het akkoord
inzake
Justitie
onmiddellijk
toegepast zouden worden?
12.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Le fait d'être d'accord ou
pas sera négocié lorsque le gouvernement sera formé. Dans ce cas-
ci, il est question d'un effet d'annonce qui met certaines personnes
dans une situation d'attente alors qu'elles vivent dans des situations
de précarité.
12.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Dat zal de volgende
regering beslissen. In dit verband
gaat het om mensen die zich in
een uiterst hachelijke situatie
bevinden.
12.06 Patrick Dewael, ministre: Tant que nous sommes en affaires
courantes, nous continuerons à appliquer les règles existantes. À
partir du moment où il y aura un nouveau gouvernement avec un
nouvel accord gouvernemental, des règles, des lois, des arrêtés
pourront éventuellement être modifiés. Pas avant! Pas sur un effet
d'annonce dans les médias. Ce serait bien trop dangereux!
12.06 Minister Patrick Dewael:
Wij dienen de bestaande regels
toe te passen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.18 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.18 uur.